ocr page 1

BEKNOPTE

BESCH R IJ VING

D Ε

VAN

GEHEELE WERELD.

Het beilek dac wij in dezen ons voorgenomen hebben , gedoogt niet dat wij
ons
breedvoerig inJaacen, met de gewoone befchrijving van de groote en
gedaante der aarde,
zoo rain als met fommiger wijze van verdeeling derzelver ;
al liec
welk, wil men het niet ten hal ven doen, aan breede redeneringen ο η
derhevîg is, wegens de verfchiliende gevoelens welken desaangaande onder de
Wijsgeeren plaats gehad hebben ; wij vergenoegen ons voor het tegenwoordige
anet Hechts eene fchets van het groote tafereel dat van ons onderwerp gemaakt
zonde kunnen worden te vervaardigen ; zullende alleen de hoofdtrekken daarvan
aanwijzen;
het ongemeen fraaie en uitvoerig bewerkte talrijke Ωεΐ Kaarten,
waarvan wij deze onze beknopte befchrijving doen verzeld gaan, oordeelen wij
<dat al het overige kan afdoen

Eene natuurlijke verdeeling der Aarde noemd men, als men dezelve onder
icheidt in Aarde en Water, (welke verdeeling reeds bij de fchepping plaats ge-
Bad heeft) — in de kunscverdeeling der Aarde, betrekt men echter bij ieder
deel de wateren welken daarin gevonden worden.
Die Kunstvefdeeling bevat thans vier deelen, naamlij'é.
1.) Euro;paj a.) ^zia^ 3.J Africa, Jmerica. Weleer beftond die ver-
dceling flechts uit drie deelen, naamlijk toen
America, nog niet bekend was, om
deszelft latere ontdekking wordt het ook de
niewwe IVereld genoemd

De bedenkingen van den fchranderen niensch zijn zelfs zoo ver gegaan, dat
zij eene berekening van het getal der menfchen die op de bewoonde deelen der
Aarde gevonden worden, hebben willen maaken: „ De geleerde isaak vossiüs,"
zegt zeker Schrijver; „ rekend dat er in alies 500 millioenen menfchen op den
„Aardbodem
zouden zijn; maar er hard wjcigel, vermaard Mathematius te
„ Je»a in zijn tijd, ftrekt in zijn werk, genaamd die Erdfpiegel^ dat getal tot
„ omtrent 1000 millioenen menfchen uit; waarvan
h.\j mïWioenen 20x1 Europa
„ toefchrijft; aan Azia^ 500; aan Africa, 100, en aan America^ en de tot
„nog toe onbekende Landen, 300 millioenen menfchen doch, voegt die
Schrijver er met reden bij, deze calculatiën
zijn maar gisfingen.

Gegronder is mogelijk de proportie waarin men Itelt, dat de gemelde Wereld-
deelen, zich tegen eikander verhouden, zijnde naamlijk, i, 3, 2, 6, zodanig
dat Azia dnemaal zoogrooti^ù%Europa^ Africaivieem^ù, en Amtricaze^vasâX
Wegens de drie Hoofdgodsdienilen in de Wereld, naamlijk de Christelijke de
Mahomedaanfche en de Heidenfche, ilelt men als de gebeele bewoonde Wereld
in dertig deelen verdeeld wordt, de Christelijke Godsdienst 5 van die deelen
heeft, de Mahomedaanfche 6, en de Heidenfche de overige 19.
Volgends de
voorgemelde verdeeling, moeten wij eerit fpreeken van

Ε U' R O Ρ Α.

Dit Werelddeel houd men voor zeer gezond: niet tegenitaande 't Op fomnaige
plaacfen daarvan ongemeen koud, en op anderen zeer heet kan wezen, ademt
isen er over het algemeen eene gemaatigde gezonde lucht : de grond daarvan is
.ook zeer vruchtbaar, in koorn- boom- en aard-vruchten ; wijnen vallener In
groote hoeveelheid, en die zeer aangenaam van fmaak zijn; in die gedeelten al-
waar de wljnftok niet wast, maakt men uit de voorhanden zijnde graanen,
vee-
lerleie foorten van bieren, en verilerkende dranken, offchoon de uitgebreide zee
vaart en koophandel, de
wijnen door geheel bet Werelddeel vervoeren : Europa
heeft voorts overvloed van bosfchen waarin allerlei wild; fchocne weiden voor
het tamme vee, en talrijke foorten van gevogelte dat tot fpijzeverilrekt: de zeen
en rivieren leveren mede eene meenigte van imakelijke visch op; de bergen aller-
3ei erts, mineraale en fyne
gefteenten ; met één woord, Europa kangezegd worden
opteleveren alles wat den mensch
tot voedzel, tot nut en tot vermaak kan verftrekken.

Het wordt gemaklijkst verdeeld, in de volgende vijftien deelen.
t^ Vortugal^ 6.)De Nederlanden^ ii,)Zweedefiy

z.)Spanje, Zmtferland, n.') Poolen,

3.) Frankrijk, 8.) Duiuchland, 130 Bongarijen,
j^.yGroQthrmanmén,^.^Dsenmarken^ ^ Moscovtën. rr - 1 j

' 5.5 Itahën, 10«) Noormgen, 25) Europisch Turkijen m Gnekenland.

Men maakt gewoonlijk eene dergelijke op:elIing van de hoofdzeën en geberg-
ten welken in
Europa gevonden worden, doch op dien leest kunnen wij deze
onze befchrijving niet fchoejen; alleenlijk kunnen wij desaangaande bij onze
berichten, van ieder der gemelde deelen in het bijzonder iets te zeggen.

2oo veel moeten wij wegens Europa in het algemeen nog aanteek^enen, dat de
aart en zeden der bewooners van dat
Werelddeel zeer verichillend zijn, naar de
YerfchiJIende landen welken zij bewoonen, ailen echter befchaafd, endenChris-
ïelijken Godsdienst toegedaan, hoewel zij in hunne begrippen desaangaande tot
feewonderens toe onderfcheiden zijn ; geen der overige Werelddeelen voedt zoo
veelerlei feilen in hec iluk van den Godsdienst, waarvan de reden waarfchijne-
lijk
gezocht moet worden, daarin; dat de Europeërs een denkend volk zijn;
want daar gedacht wordt, worden de aangenomene geloofspunten getoest, en
dikwijls ïiiec overeenkomftig den voordragt bevonden

Wij zouden verder de bewooners van dit gelukkig Werelddeel te kort doen,
5E00 wij hier de volgende loffpraak , die wij hun toegeëigend vinden, nietinlasch-

ten; dus luidt dezelve. ^

„ Er is geen werelddeel waarin allerlei kunilen en weerenfchappen meer
bloeien dan in
Europa, die veel, zoo niet het meeste toebrengen totdeszelfs
geluk en voorfpoed, eri allerlei handteeringen, néeringen en bedrijven : tot
beftudeering en volmaaking der weerenfchappen en kunsten, brengen niet wei-
nig toe, de Academiën welken n^n ook zèldzaam anders dan in ^wro^^ vindt,
C thans erhrer ook
m A^n^rica ;) ja men mag Europa mee reden de moeder der

(thans echter ook ja men mag Europa

wijsheid en geleerdheid noemen, aangezien dezelve daarin'bijna tot den top
geklommen ichijnen; getuigen daarvan zijn die geleerde mannen, die in meest
Sle de Landfchappen van
Europa van tijd tot tijd ten voorfchijn komen, en
zig door hunne fchrandere en nuttige fchriften, tot dienst der ongeleerde, en

tot BUt fan algemeen y een onfterfelijke naam maken: aanmerkelijk is hei
dat die Landichappen en plaatfen, alwaar voordezen de geleerdheid en wee-
renfchappen, tot in top gedegen waren, tegenwoordig, ondef de regeering
van den
Turk, in de diepile duisternis van ongeleerdheid begraven liggen ;
want men weet dat de kunrten en weetenfchappen, en mitsdietl de geleerdheid ;
„ haaren eeriten oorfprong in
Arabiën hebben, van waar ze daarna in Egypten
„ en vervolgens in Griekenland, inzonderheid in Athenen^ gekomen zijn, en
„ aldaar lang
berust hebben, tot dat ze eindelijk mee de Grieken in Italien eti
„ allengskens verder in
Duitschland, Frankrijk, Spanje, en elders vertpreid
„ zijn ï" in den voordgang der geleerdheid heeft
Nederland een voornaamen lof
behaald, en voegd nog dagelijks verfche rakjens aan zijnen reeds fierl ij ken krans:
de bewooners van dat gelukkige gewest, niet zoo vindingrijk zijnde als wel on-
gemeen gefchikt om eene fchets, of een eerst begin fel, te volmaaken; om bij
heC gevondene iets, en zelfs veel, te voegen, mogen met recht dçn naam van
voedftervaders der geleerdheid genoemd worden —
Duitschland volgt hea
Vooral in het vak der fchoone letteren op de hielen.

Om van ieder deel van Europa in 't bijzonder iets te zeggen, moeten wij
thans eerst fpreeken van

PORTUGAL.

0'ffchoon dit rijk niet zeer groot zij, bedraagt deszelfs lengte echter meer da»
30, en zijne breedte bijna 50 duitfche mijlen.
De lucht is 'er vrij heet, echter niet ongezond.

Het is zeer rijk in wijn, olij, amandelen, vijgen, rozijnen, oranjeappelen *
citroenen, enz· a!s mede in honig en wasch; tam vee,
gevogelte en wild valt er
genoeg, doch van koorn kan het zich niet voeden — het heeft mede zeer fchoo-
ne rivieren, die overvloed van visch opleveren.

De aart en zeden der Portugeezen, komen veelal overeen met die der Span»
jaarden y
(waarvan ftraks nader;) men zegt echter dat zij niet zoo hciogm jedig
en ook zoo traag niet zijn : zij zijn zeer goede zeelieden, en maaken hun erk
voornaamlijk van den koophandel: hun gaat
den lof na van door den woesten Oce-
aan den weg naar de rijke
Oost' Inàiïn gevonden te hebben ; zij zijn ook goede
krijgslieden, hunne vrouwen gelooven de fchoonfte van geheel
Europa te zijn ,
en worden in dat denkbeeld door haare mannen gevoed, door haar op allerlei
wijze wegens haare fchoonheid te roemen, niettegenftaande men wil dat
de
fchoonfte Portugeefche vrouw bij de Hollanders flechts voor niet afzichtlijk ge-
houden zoude worden.
Semmige verdeelen
Portugal in vijf, anderen in de navolgende ^cs
provinciën.

Jimer LYiinfin, e noüro j Eflramandura ,

Tra - los. Montes, Akntejo,

Beyra, Algarien.

Lisbon, oïLisfabon, is ieUoo^diiadvm geheel Portugal: op den i Novem-
ber des jaars 1755, werd deze capitaale Stad, door eene geweldige aardbe-
ving bijna geheel omgekeerd.

In Portugal zijn voorts 3 Aardsbisfchoppen, 13 Bisdommen, 5 Hertogdonn»
men, 30 Graaffchappen, 7 Markgraaffchappen, en 3 Academiën.
De inkomften van het Rijk worden begroot op 8 millioenen.
De
Portugeezen hebben veele bezittingen in Africa^ voorts ook eenigen ί4
Azia, of Oost·Indien, en in America,

SPANJE.

Dit rijk fchat men Γ50 Duitfche mijlen lang, en even zoo breed te zijn.
De lucht is 'er over 't algemeen, maar voornaamlifk naar den kant tegen hef
zuiden, zeer heet, zoo dat de meeste menfchen er zich op het best van den dag

in hunne koele kamers blijven ombouden - deze luchtsgeileld is zekerlijk

oorzaak van den traagen aart des volks, niettegenftaande dezelve aiiccn hec lig^
chaam betreft; want men houd hen anders voor zeer fchrandere menfchen; zij
zijn voorts trots en moedig; goede zeelieden en foldaaten; dat zij weleer on·
verbiddelijke geweetensdwingers waren, hebben de dappere Nederlanders on-
dervonden ;· fcho on dezen het yzeren juk der
Spanjaarden, met hunne hel·;
denklingen vergruisd hebben.

Spanje is rijk in honig, wasch, zout; in hunne bosfchen, en op hunne tal-i
rijke velden hebben zij allerlei wild en tam gedierte m overvloed, vooralfchaa-
pen en geiten. — hunne rivieren die meer dan
honderd-en-vijftig in getal zijn,
leveren ook genoegzaam visch op, zelfs vind men er die goudkorrels onder haar
zand hebben -- aan bergen heeft
Spanje mede geen gebrek, waarvan het P^·:
reneefche het voornaamile is.
Spanje wordt verdeeld in veertien

»

R O V I

Catoloniën,
y alen tién,
Mur da,

meuw - Caftiliën,
Airagon, Grenada.

ïn Spanje zijn 8 Aardsbisdommen, 48 Bisdommen, ai Hertogdommen, 4t
Markgraaffchappen en 15 Academien: *s Rijks inkoraiten, worden gefchat op
50 millioenen.

Aan de kroon van Spanje behooren voornaamlijk nog JSapeïs, Sicilien enz.
eenige
Spaanfche Nederlanden·^ voorts heeft zij ook nog bezittingen in de drie
andere Werelddeelen.

- F R A Ν Κ R IJ K.

Dît rijk behoort tot de grootfte van Europa, fommige rekenen het op 140
Duitfche mijlen breed, en 180 zulke mijlen lang, anderen bepaalde het op^oo
mijlen lang en ipp breed: de lucht is 'er zeer getemperd, aangenaam en gezond,
Λ ' wor-

Ν C

I Ε Ν
Oud Cafiiliën»
Leon,

E/iramaduray
Audalufiën,

Galliciën,
Aufluri'én,
Biscajm,
Navarre,

ocr page 2

s Ε κ Ν ο ρ τ Β Β È S C Η R IJ V Î Ν G ¥ Α Η D Ε G Ε Η Ε Ε L Ε W Ε Κ li L Ο

'/ordende voor feet beste Land van geheel E^/fo^a! gehouden ; en deze gezon-
4 lucht maakt het ook ongemeen voikrijk, het geeri veelen ïhans tot hun n^
ieel ondervinden: aan dezelfde gezonde iucht hebben de dappere ÉrmfdtenQo\
iiunne on ge meene vrolijkheid te danken: dat zij bij die vrolijkheid eenen voor-
beeldeloozen moed voegen, bewijzen onze tijdgenooten onder hen, meer dan
hunne voorouders ooÏt gedaan hebben — zij zijn zuilen van den troon der Vrijheid.

De vruchtbaarheid van Frankrijk is even zonderling in voordbr^ngzelen, het
welk zoo ver gaat, dat zomraige dit Rijk zelfs voor heâ vruchtbàarfte van ge-
heel Europa gehouden hebben: zie hier de befchrijving daarvan : „ Het Land
,, is overal effen en vlak, doch ook in fommige contrijen met vermakelijke ber
gen of heuvels, en daariusfchen met aangenaaipe en vruchtbaare valeien ver-
,/fierd, waarin allerlei graanen, als rogge, tarwe, garst, haver enz. groeien
jj en de bergachtige piaaifen zijn overal beplant, behalven in eenige noordelij-
,, ke Provinciën, mee wijngewas en allerlei fijne vruchtbooraen, als perfiken ,
„ abrüvoozen, pruimen, amandelen, en lekkere peeren, enz. wordende van
,, het druivengewas een ongelovelijke menigte wijn gemaakt, die het beftaan
,, aan zeer vèele inwooners geeft, gelijk op andere, plaatfen de veldbouw. De

„ Franfche ivijnen worden voorts door geheel Europa vervoerd- De vel»

den die geen wijn noch veldvruchten voortbrengen, Zijn zeer bekwaam tot
„ weiden ; het ontbreekt derhalven
Frankrijk ook niet aan allerlei vee voor
„ nooddruft, als koejen, osfen, fchaapen, geiten en varkens, hoenders,, ka
„ poenen, ganzen, enz. in voege, dat de inwooners rijklijk voorzien zïjn van
„ vleesch,
fpek, melk, boter, kaas, woJle, en al het geen toe de huishou-
ding noodig is."

De veele groote en aanzienlijke rivieren leveren hun ook overvloedig visch
op, zodat
hQi Franfche Rijk in alles een gelukkig Land is; zoo de voorilanders
der volksvrijheid het eenmaal kunnen vrijvechten, zal het een paradijs
weezen.
Die van Natuur gelukkig Land wordt zeer gefchikt verdeeldin de volgende t waalf
gouvernementen.
Me de France, Bretagne^ Gujenne, Dauphiné,
Orléans y Normandie Languedoc, Bourgogne,

Lion, Picardie, 'Provencey Champagne.

Zommigen maakèn van deeze twaalf deelen zestien, door bijvoeging van de
volgende vier aïs ' -

De JranJche Oostenrijkfche Nederlanden^ Franfée Com'J,
Hunne bezittingen in den Elzasy Lotharingen»

Varijs is de Hoofclhid van geheel het Franfche Rijk —voor weinig; tijds
bereker.de men de inkomiien van geheel
Frankrijk op soa railloenen> en die der

Geestelijke op ^c milJioenen. -- Men vind 'er 20 Academiën ^^—- lodewyk

DF, Zb-bTi NOE, heeft gevoeld wat her te zeggen was...... Hij was de agt-en-

sesïigile r%oning meer kan men met zekerheid van niet aeggen,

zoo lang deszelfs lot niet volkomen beflist is.

Enkele groote bergen vind men in Frankrijk ook, oijder anderen het Sevèn·
nifchey
waarover men VQiztn moQt om uit Languedoc mzt Lion te komen; wij
vinden desaangaande aangeteekend, dat op den top van dezen herg een zitplaats
in een rots uitgehouwen is, waarin de kooplieden, die naar
Ldon op de misfe
reizen, gewoon zijn de jongelingen onder hen, te zetcen, welken nog nooit te
Lion geweest zijn: „ Te weeten," zegt onze Schrijver, „om maar eene klucht
te hebben, die de nieuweling met een honorabel traàement betaaldt deze
„ zitplaats is bekend onder den naam van
La chaife de la vérité (^y, omdat de
» jong^ kooplieden welke daarin moeten gaan zitten, zweeren moeten of zij
„ ook voorheen meer te
Liû/i geweest zijvi" zoo neen, dan zijn zij het boven-
gezegde traftement fchuldi^.

Wij kunnen niet voorbij, daar al het bovenuaanae ilechtsvan den eigenlijjien
Franfchen bodem op zich zeiven gezegd is, nog iets aanteteekenen wegens

D Ε Ν Ε L S Λ S rt)
Als zynde eene bezitting van
Frankrijk die niet op eigen bodem ligt ; anderen
heeft dit groote Rijk in
Jzia, 'jfrica en America.

De Elfas^ is zodanig vruchtbaar in allerlei koorn, ooftvruchten en wijn, dat
het niet alleen daarvan overvloed heeft voor zijne eigene inwoonders, maar ook
voor zijne nabuuren, ja een groot gedeelte van
Duitschland daarvan kan laaten
ïöekomen, en derhalven niet ten onrecht van zommige de koornfchuur en wijn-
kelder van
Duiischland genoemd wordt-het geeft ook overvlöed vanveld-

vruchten: de bergen, hoewel ze *er niet In menigte zijn, gèeven echter door
den wijnbouw veele duizende handen werk : niettegenflaande alle deeze gunften,
waarmede de Natuur dit Land bedeeld heeft, worden 'er echter weinige rijke in-
wooners gevonden ; daarentegen hebben ze den naam verworven van getrouw
es3 eerlijk, en in den oorlog onivankelbaare helden te Z'jn.

Het grootiïe gedeelte dezes Lands behoorde weleer aan't huis van
r/jk, doch hl] àQXi Westphaalfchen vrede y werd het aan i^i'ö«^n>'^afgefl:aan, on-
der die voorwaarde, dat de tien vrije Rijksfteden daarin gelegen, bijhaarerijks
vrijheid zouden gelaten worden; doch bij den
Nijmeegfchen vrede, Frank-
rijk z\çh
nog verder in het bezit daarvan intedringen, en hoewel zulks toen niet
rechtsftreeks doorging, is het bij
éer\ Rijsivijkfchen vrede., in 1(597, echter door
gegaan, en de kroon van
Frankrijk in het volkomen bezit daarvan gefïeld.
Dit grondgebied wordt verdeeld in

OPPER, en NEDER-ELSAS.
Bevattende elk verfcheidene goede en groote Steden.

G R O O Τ Β R I Τ Τ A Ν Ν I È N.
Onder dezen naam begrijpt men de drie Koningrijken Engeland, Schotland
cn Ierland', wij zullen van ieder afzonderlijk iets zeggen.

ENGELAND.

Wil men dat van zuiden naar het noorden wel 80 Duitfche mijlen beflaat,
en van 't westen naar het oosten, op de breedfte plaats van de eene zee naar de
anderen 70 zulke mijlen.

Men leeft er onder eene gemaatigde luchtilreek ; in de zuidelijke gewesten
vriest het des winters zelfs zeer weinig: de lucht is 'er in het voor- en na-jaar
dampig, tot zoo ver zelfs, dat men de zon alsdan maar zeldzaam te zien krijgt:
deze eigenfchap des Lands, deed, verhaald men, zeker
Sfaamch Gezant, wel-
ken zich omtrent den gemelde tijd van het jaar in
Engeland opgehouden had,
bij zijn vertrek, aan zijne vrienden zeggen:
Groefden Koning ootmoedig, en ook
de zon, want ikhebzegten yan heide gezien:
de gezegde dampigheid van de lucht
wordt op fommige plaatfen niet weinig vermeerderd dopr het branden van fteen-
koolen, welk gebruik
'va Engeland vrij algemeen is,
(f) De floel der waarheid

(t) f^i^n ^ Ooftenfijkfche Nederlanden fpreeken, wij netàsr.

De Vioortbréngzelen van dit Rijk zijn koorn, tuin-cn ooft vruchteïs, waarïp
het ze!is baven veele Landen van
Europa xxxxmwAï', og de heuvels en bergen
vind men overvloed van vette weiden voor allerlei vee, maar voornaamlijk voor
fchaapen : die goede wol geeven, waarvan de
Fngdfc^e lakens getuigen : bet
bier dat de
Bngeljchen xxii hunne graanen weeten te brouwen, Is door geheel
Europa zoo beroemd als bekend; de cijder- of appel - en peeren-- dranken wor«
dên in
Engeland mede bereid. Paarden en honden, beiden van een zeer goede
foort, kan'nien onder de voortbrengfclen van dat Land tellen, bergen, bosichen
en weiden leveren ook allerlei wild op; in hunne rivieren en meiren vindt uien
veele zwaanen, en niet minder fmaakelijke viseh; hoewel de natie minder lief-
hebbers van deze dan van vleesch zijn.

Er zijn ook veele mijnen van goud, zilver, koper, ijzer, tin en lood; het
tin vak er zelfs beter dan op eenige andere plaats van
Europa^ en de bergen Ie-
veren er voorts eene foort van lleenkoolen op, die alom bekend zijn, en een
goeden tak van handel voor de
Engeljchen verfchaffen;

Wat de aart des volks betreft, men vind hun befchreven van zodanig een tem-
perament te weezen, het welk de middenmaat houdt, tusfchen de IpSheid der
Franfchen en den hoogmoed der Spanjaarden : zij beminnen, zegt men, de
vrijheid boven maate, en kunnen geene ilavernij verduuren, offchoon onze Re-
publiek te dikwijls de droevige ondervinding gehad hebbe, dat zij anderen gaar-
ne in kluisters ilaan,, of ten minften in hynne vrijheid benadeelen: de
Hóllan-
den
die in de historie van hün eigen Land flcchts eenigzins ervaaren zijn, kun-
nen niet gereedlijk toeftemmen, dat de
Engelfchen getrouw en eerlijk, wij zul-
len niet zeggen
zijn, maar altoos geweest zijn: dit moet de geheele wereld toe-
ftemmen dat zij den eernaam van ftoutmoedige zeehelden wegdraagen, ja daarin
de
Nederlanders naar den kroon fteeken,· ook gaat hun met reden de eer na,
dat zij groote denkers, en zeer gefchikt zijn om in de weetenfchappen en kuns»
ten uitïemunten; gelijk zij
Europa dan ook voornaame Geleerden en Wijsgee^
ren opgeleverd hebben: zij zijn bekwaame werklieden, vooral in de metaalenj
en onze fchoonile kunst ^inilrumenten hebben wij aan
Engeland te danken.

De vrouwen houdt men voor zeer eerbaar, maar zy zijn niet zoo fchoo:!i als
de
Hollandfche vrouwn^ hoewel zij dezelven in talie meest gelijken, en minst
naar de
Franfche Dames: de reizigers verzekeren dat àe Engelfchen hooge ach-
ting voor hunne vrouwen hebben, dezelven als Godinnen vierende, waarvan
het fpreekwoord getuigt, het weïk zegt,
àz.i Engeland het Paradijs dervrou^
wen is, het vagevuur der knechts, en de hel der ezels :
„ De vrouw van 't huis,"
zegt zeker fchrijver, „ neemt altijd de eerste plaats in, fchopn ze ook van gerin-
„ gen ilaat, en er eene Graavin aan tafel ware, ten zij ze dezelve haare plaats uic
„ achring affta."

De bekwaame Engelfchen Zqn ook zeer gefchikt voorden Koophandel, die zg
uitgebreid drijven, komende daarin almede de
Hollanders zeer nabij; hunneja-
louzij over onzen bloeijenden handel,
Qoen die bloeide heeft ook dikwijls oor-
zaak geweest van hunne averechtfche gedragingen omtrent ons.

Engeland woïàt gemeenlp verdeeld in het eigenlijk

ENGELAND, en in het Hertogdom walles:

Het eerfle dfel, worde verder onderdeeld, in bijzondere Provinciën, naam-
lijk in deze zeyen:

Kent, Esjess, Susfex, West-fex, Oost-angeln, Middel-angel»

Nort-humberland.

Het Hfnogdpm wordt verdeeld, in

South Walles y en North-Walles,

JleezA Provinciën worden weder onderfchéiden in kleine Landfchappen, Hj
de
Engelfchen bekend onder den naam van Shiresi zoo verdeelen zij,

ESSEX iti Middel-feoc en Esfex.

SUSSES in Susfex zelve, en Surry^

wEST-sExin South, hamm, Bark-fhire^ WiU-fhire, Dorfet-fhire,
Sommerfeth-fhirê, Devonf hire,
en Cornwah
ootT-K-iiiGiijvtjin Cambridge., Suffolk., Nortfolk,
MIDDEL-ANGELN, in Buckinghamfhirc, Bedfordfhire, ïiardfordfhirt ^
Huntingthonfhire, NoordhamptonjhireOxfortjhire .^Glo-
chesterfhire , Monmoiitfhire, Herfordfhire., Worchester-
fhire., Warwichtfhire, Leicesterjhire, Ruthlandfhire., Lin-
colnfhire., Nottinghamfhire ^ Darhijfhire, fiajfortfhire ^
Schropfhire^
en Chesterfhire.
KOR'r-HüMBERLAND, in JorkfhireLangcasterjhin, Cumherland^ West-

morland, Durham, Northumherland.
SOÜTH-WALLES, in Clamorhanfhire, Brechnockfhire, Caemardanjhire ^

Penhrockfhire, Capipanfhire en Radnor fhire.
NORD WALLES, 'iwMontgomerijfhire, Merionethfbirb, Caernarvanfhirey
DenUngfhire, Flintfhire en Ruthlan.

Engeland, heeft 136 lieden, 52000 dorpen, en eenige eilanden : er zijn 2
Academiën, 2 Aardsbisfchoppen, 27 Bisfchoppen, 12Hertogen, 4 Marquifen,
70 Graaven, 10 Vicoraten.

Het gebruik in dit Rijk is dat de oudsrgeboren zoon, al^de vaderlijke vaste
goederen erft, de overige zoons of dochters verkrijgen van de losfe goederen ,
en moeten dan hun fortuin op eene andere wijze zoeken, tea ware de oudfte
brceder hun van zijn eerstgeboorterecht iets afftonde.

De Stad Londen is de Hoofdilad des gantfchen Rijks, en trekt de bewonde-
ring van alle Reizigers tot zich, men leld in dezelve 125 kerken , en meerdaiï
5000 zoo kleine als groote flraaten ; het getal der inwooners wordt op meer dao
35®ooo begroot, in den jaare 1666 werd deze ongemeen groote Stad , zoda-
nig door het vuur geteisterd, vier volle dagen lang, dater omtrent soooahuizen,
en
84 kerken vernield werden,'men berekende de ichade op meer dan scomilHoc-
nen ponden fterlings; alles werd echter binnen vier jaaren weder opgebouwd.

schotland.

Dit Land het welk in zijn grootfte breedte, 3® bijlen beflaat, ligt noorde-
lijker dan
Engeland', waarom er de lucht ook veel kouder, en de vruchtbaar-
heid minder is: offchoon het ten noorden met veele woeste bergen bezet is, is
er echter koorn, vrnchten en vee zoo veel dat het zich gemaklijk kan voeden:
't ontbreekt
Schotland niet aan wild, zelfs worden er in de gebergten wilde paar-
den gevonden ; gevogelte valt er mede in overvloed zoo wel als visfchen, en
niet minder rijke mijnen van goud, zilver, koper, ijzer, lood, kwik, edele
geileenten en ftaenkoolen.

„ De Schoten,'* zegt de Schrijver reeds meermaalen bij ons aangehaald;

hebben den naam verworven van braaye, go!Bda3r£ige, cn getrouwe lieden: "

zij

(*) pit wofdt oök M«rci0 genoftnd.


ocr page 3

beknopte besghrijVimg

zij zijn ook dapper en kloek in den oorlog, en gehard tegen de ongemakken van
den arbeid en van de lucht^ dit alles zij echter gezegd van de bewooners van
het platte
land naar den zuidkant gelegen: de bewooners der bergen, Berg^
SchUÉff genoemd,
zijn veel ruwer en onbefchaafder vanaart, overeenkomende
dus wederom met den grond dien zij bewoonen, en de Jucht die zij inademen
Behaiven de Eilanden toc behoorende, wordt dit gedeelte van

CrooiMuamiè'verdeeld in'

ZUID-SCHOTLAND, en NOOR D-SCHOTLAND.
Voords worden deez,e deelen wederom verdeeld in Provinciën of Landfchap
pen, als '

^ÜID-SCHOTLAND, ΐπ Lothlana, Fite, Merche, Tevedal^ Eskdal^ Tmdeâaï, Annanâ,
Nithesdal^ Galloway, Car riek ^ Kyle, Cunningham, Cantijra, Knap
dal^Argyle, Lorna^ Menthied, Strasher ff Lennox^ Sterling, Clipdal
WOORD·schotland, ίπ Angus^ Mernis^Marr, Bouchan, Muraai, Perta,Goree,
Braidalbain, AthoUa, Locharhia, Rosfia^ Jsfimb, Smherland^
Straïhnavern, Cathenes.
De Geographisten over Schotland naflaande ontmoeten wij deze aanteekening
aanmerkelijk is de wet die de Schotfe Koning evenius, omirent 6o jaa-
w ren voor ch ris τι geboorte gaf, naamlijk, dat de Koning het recht zoqde heb
ben, den eerften nacht bij de bruid der gehuwden Edelen te flaapen, en de andere
9) Heeren op het Land bij die der Jandlieden ; maar àeeze fchandelijke wee heeft
Koning mej^cocomb, om rent het jaar
lo^t in zoo verre veranderd, dat
de
bruidegom dit recht door en half mark zilver aan den Heer des Lands te
ίί betaàlen, afkopen konde, en men zegt dat dit nog hedendaags in wezen is,
„en hét
Vrouwen geld genoemd wordt, de gemelde Koning A.v£Niüs,"voegd
,, onzen Schrijver er bij, „ gaf aan de dieven ook de volle vrijheid tot die huis

,, ambagt, mits dac ze zich niet lieten betrappen."-- Zotten zijn ook wel eens

Koningen.

IERLAND.

De grootte van dit Eiland is van het zuiden tot het noorden omtrent<5oDuït-
fche mijlen, maar in de breedte houdt het niet meer dan 30 zodanige mijlen
pe luchtsgefteidheid, en de yoordbrengfelen des lands, vindt men in de vol-
gende regelen kortlijk befchreeven:

„ Die land heeft een getemperde en heel gezonde lucht, die 'er des zomers
^^ niet te warm en des winters niet al te koud is; doch anderzins wegens de
rondom zij-de zee wat tot dampigheid en vogtigheii genegen, inzonderheid
in de herfsc en wintertijd, men heeft er echter alsdan geene zoo betrokkene
" duistere lucht gt-iijk in Engeland, en dikwils fch')one htldere dagen; invoe-
gen dat de menfchen daar weinig ziek worden en bijna niet als van ouderdom
ilerven, waardoor dus de gentesmeesters aldaar veel minder aanüag hebben en
gezogt worden als op andere plaaczen der wereld : nien weetin
Ierland ook
^ weinig van donder en hlixem, als gebeurende .ulks zeer zelden. Voorts is
hetzelve een heel veten ^/ru^tbaar land, doch hoofdïakelijk in w^/Ve en aller
„ lei
vee, als koejen, osfen^ Jchapen, enz., gelijk dit betuigt wordtdour de
groote meeni^te
boter d e uit Ierland υ eral verzonden wordt, alsmede door
,, den uitvoer van d-
vette beMen exi gezouten vleesch naar Engeland, Holland
en elders: Ε Jog de
Ieren hebben de naam, dat ze in hec algemeen niet heel
zindelijk zijn in het bereiden van
boter, kaas en andere dingen meer. De veld-
„ vruchten flagen in zoo verre aldaar op veel plaa fen ook heel wel, maar die in
,, het voorjaar gezaaid worden, hebben veeltijds zwaarighcid om haar volko-
„ mene, rijpheid te verkrijgen, of het vogtige najaarsfaifoen veroorzaakt dik-
„ wils dat ze niet wel kunnen ingeöogst worden ; weshalven deinwooners meesir
y, haar werk maken van de veefokkerij, hoewel aldaar
zoo veel koorn en ande-
re ye/i/m/gi^» gebouwd worden als de inwooners noodig hebben; en dat hun
ontbreekt verkrijgen zij uit Engeland. Men zegt, dat de weiden erop veel
„ plaatfen zoodaanig vet gras voortbrengen, dat de Landlieden genoodzaakt z-jn
de
koeijen en ander vee daarvan te fpeenen, dat is, haar zulks niet al te veel
„ te doen hebben, om dat ze anders door deszelfs vettigheid ziek worden: in-
5, zonderheid fokken ze ook veel ichaapen, dieze'sjaars tweemaal kunnen ichee-
ren, en veel voordeel van de wol maaken. Ook zijn de
lerfchepaarden, die
„ de inlanders
hohbjes noemen, heel bercemd; voornaamlijk om dat ze meesr
uit de natuur een
pas gaan, en dus goede rijpaarden zijn. Aan allerlei i/sild,
,, herten'^ re'én^ hazen, vos fen,
enz. beeft cir Eiland ook geen gebrek ; edog
„ men bevind dat zoo wel tamme als wilde dieren kleiner vailen als in andere
Landen: En dewijl dit Land rondom met water omringden vet is, zoo wordt
« daar ook eene groote meenigte van water- en ander gevogelte gevonden , als,
^ eenden, ganzen, rotgaizzen, duikers, veel zwanen en honderd andere dingen
meer; maar daar worden geen of heel weinig
oojevaaren gevonden, en die
„ tnen 'er ;?iet, zijn allen zwart: Ook zijn de patrijzen, faijanten, exters en
,, nachtegalen, aldaar zeldzaam.

„ Het is aanmerkelijk, dat dit Eiland geen vergiftige dieren, adders ,βαη-
9> gs^t padden^ [pinnen, enz. duld, en men zegt, dat wanrjeer een fenijniji

dier daar heen gebragc wordt, zulks aanilonds ilerft; ook verzekert de oude

— —

»

9i
9>
9i

9*
»

yf

ff

»

??

Ό

S)
5)
7)

opuuuen, en „a. Îª^Γ" ^'^^ITotZ

iiraaten ontmoet; en de

" '■'fcuen neel weinig vrouwen van fatzoen op de
-- huislijke zaken worden aldaar meest van knechts ia
plaats van meiden verricht: de jaloursheid der
Italiaanen gaat zelfs zoo verre,

dat ze iemand op de raintlen argwaan zullen doen af kloppen, waartoe aldaar mea,-

fchen gevonden worden die zulks voor een gering geld verrichten, zelfs in d®

ftad Komen ^ alwaar de Opperpriester of Paus refideert. Men befchuldigt delta.-

liaanen ook, zoo wel de mannen als de vrouwen, dat ze wat ontuchtig en geil

gijn, hiervan kunnen zeer waarfchijnHjk de heete en fterke wijnen en andere itar
liaanfche lekkernijen de oorzaak wezen.

H-ït uitgebreide Koningrijk van Italien wordt verdeeld itl
''t Bovenfie deel, hetMiddenfle,

V Beneden fie deel, en de Italiaanfche Eilandetf^
Deezen worden weder verdeeld in de volgende

A. Ν D S C H A pp „ ® *
Hertogdom Savooien 2) 't Vorstendom

-—--- Momfarat, 4) 'c Hertogdom

— ,- ParmaenPiacenca, 6) h -TT,

--Modena, g 3'c De Republiek

9) DeRepubliekGi»««, 10) —- — Lucca

11) 't Groothertogdom Toskané

V A Ν D Ε G Ε Η Ε Ε L Ε W Ε R Ε L Î’

ze altoos tot *t uiterilert overfîaan^ mmï\]k géedgoed, genoemd

kunnen worden; intusfchen zijn zij door den omgang met de Engelanders ^ Wel-
ken in zeer groot getal onderhen gevonden worden, zodanig heichaafd, das
men ze niet meer onder de beiden algetBeene benaaroingen kan brengen si]

worden voor goede krijgslieden gehouden,

Ierland wordt verdeeld in vier

Ρ R O V Î Ν C I Ë Ïi.

Naamlijk,

ülfler, Leinjier, Connaut, en Biqmfier,
Deeze Provinciën worden verdeeld, in de volgende Landicbappen, ftïsr
U
lster, in Downe^ Antrijm, Colranen, Dunghall, Tyrone, Tetmana^

Monagham, Cavan, A"-'-~ '
Leinster, in Louth^ Dublin^ Kildat

Longfort, MeatU, Kinges, Quenes, Kilkmny.
CoN?7AüT, ïnSlego, tetrim, Mayo, Rofecomen, Gallovfay, C
Moünster , in Limmerick, Xijperari. IVnt»'»·^'^'.* '

--u^sijïK, ini^trnmerick, Tiherari h^Z 7 '

Ierlandz^n 4 Aartsbisfch^p^^^^^^^ C.ri, Desmo^^j, KetHj.

bezittingen der ^nV^^W/ovP^ hl ^^n Academie,

' in Africa en Azia niec v^i. ' ^^ ^erdeun Europa. m

In
De
voorts

^ _______ vcluer ai Σ,κτ.ορα, cft

__________tij ^zia niec veel; in Amsrica weet men, waren sij vveieei

rijk, maar de VMjheid die hunne handelwijze omtrent hunne onderhoorigen al*
daar niet langer konden verdragen, heefc haare krachtige arm opgeheven,
hen de geesfels uit de
hand geflaçcn.

I Τ A L· I Ε Ν.

Men rekent dit Rijk in den omtrek 135 mijlen groot te'weezen î

groeijen en bloejen.

Het aardrijk is door geheel Italien 00 ά
brengende allerlei gewasfen en vruchten in'oveTvToed^?^ vruchtbaar,

ander land m de wereld, als allerlei koorn icli ,n f '

ivuurn, Jcü ,oneooftvruchten,VanapDefen^

granaaten, enz., heerlijke wijnen, kostelij kfoUe '
honig, wasch, enz., ja alles wat de mensch niet alleen tnÎnnonl^T '' ] '
heeft',' en aan zich zeiven aangenaa^ en verma:LÏjkT; Γ^ο ïfe
migen niet zonder reden het
Paradi s van Europa genoemd HnL Jl ί *
fommige plaatfen zoo veel koorn juist niet

hebben, doch dit wordt vergoed uit de naabuurige plaatfen, of uit 't ko^rnri^
ke
Barbarijen m Africa-, want Italien zeer volkrijk is, en derhaiven veel

tot fpiiziging roodig heeft pciKopm

Daar wordt in dat rijk ook zeer fchoon et? groot vee gefokt; inzoaderheH m
\Milaneefche, en dder^ gevende de koejenald.ar heefveè^ '

en vette melk, gelijk zulks blijkt aan de zeer fmaaklijke Parmefaan kaas dÎi
wegens zijne lekkerhei 1 overal heen verzonden wordt; daar worden ook op ÎeS
plaatfen fchoone Schaapen get^t die eene goede wol behalven een lekker
ileesch tot fpys uitleveren: onder de paarden zijn de
Napelfchen wegens hunnl
vlugheid en fraaiheid m groote achting : voorn wordt erin Italien ook vee zS!
de gewonnen, waar door aldaar ook aanzienlijke Zijde-manufaauuren ^in wSr
in allerlei fraaje zijde Stoffen, Fluweel, enz. gefabriceerd worden. ' "
Betreffende
de aart en inborst der hedendaagfche Italiaanen, dezelve zijn héel
bercera vau wuigu./g^, ^eer geestig van veriiand , fchrander in de ftudiën ίΊΐ
allerlei fraaje kunsten en weteafchappen ; inzonderheid munten
ze uit boven
dere Natiën in de Bouw- en Schilderkunst, en in de MuTiek, in welkrk.m
ten groote Meesters in
halim gevonden worden: hoewel in de fchilSrkun.r
■ ^ veel als wti voor dezen, om dat men die meesters

' finr 7A π... τ··

peeren, oranjen, citroenen.

>*

met meer zoo

thans in grooter hoeveelheid vind :. dat ze de iludiën zeërb^n^'n Tmltui
veele Univerfueiten die m
Italien gevonden worden.

Hoe ilrijdbaar en dapper de oude Romewen (of Italiaanen^ geweest zïio, blïik^
uit hunne groote overwinningen die ze gemaakt en daar door bijna dLehSl
wereld onder hunne magt gebragt hebben ; doch dezen roem hebbL z^rfed, 1
dert lang verlooren; want de tegenwoordig maar voor zeer L^te fll'

daten gehouden worden, zelfs m hun eigen land , of ten minften bukenltamZnt
tot den oorlog deugen, als kunnende de ongemakken van andere kouSnd-
niet verdragen, en fchijnen dus veel tederder en onilrijdbaardergeworden t^^t

In 'c eeten en drinken zijn de hedendaagfche Ita/iaane;, delicaaf I n-
der,
want hun Land allerlei lekkernijen voortbrengt: Γ'^ ^^.ίΓη I
overmatig,
een zij bij gastmalen of zamenkomften. ^ ^ daarin ηιβδ

.......-..i^wiiiitcn.

Üeeding zijn ze fierlijk en ook zelfs prach ig, volgende daar in de tnan^
· derheid de
Franfchen , en de vrouwen meest de Spaanfcjie vrpwwm »
" ^"^Sük wunt de pracht zoo wel in de kleeding als anderzins grootlijks ui6
^^^V^netiin-i ÎµÎ· Toscanen^ oniftaande te Vmeîiïn en elders'zeer waaf*

r^hinliik daaruit, dat 'er veel rijkdom is, en.er veel Edellieden zijn,

^ ^^ wordt van de Italiaanen zeer gelaakt, naamlijk, dat de m
inzonderheid op hunne vrm··""---

Historie fchrijver eda en anderen, dar er in Engeland menfchen van vergif
tige - flangen -
beeren of ander fenijn genezen zijn, alleen door bladen en krui-
den die uit
Ierland gebragt waren: Het was derhal ven wei de moeitepenkos
ten waardig, dat men die geneesbare kruiden hier te Lande en elders uit/^r-
land (vers gedroogt) deed komen, en in de winkels tot het voorvallendenoo-
dige gebruik, voor het tenijn en fenijnige ziektens gereed hield; want het
zeker is, dat de gewasfen, kruiden en andere dingen van deze of geene
Landfcbappen een bijzondere fpecifique kragt en eigenfchap hebben: Dat 'er
geen
adders, Jlangen, en diergelijke dieren in Ierland gevonden worden, die
is
zekerlijk ook de oorzaak dat men geen of weinig oojevaren aldaar ziet, ver-
mits dezelve hun meeste voedlel aan die anderzins fenijnige dieren hebben, en
hoofdzakelijk ichijnen gefchapen te zijn tot vernieling van dezelve, daar ze
te
menigvuldig en fchadelijk zijn, hoewel het ook zeker is, dat zelfs de fe-
nijnige dieren hire nuttigheid in die Landen daar dezelve veel zijn, aanbren-
gen, fchoon ons die mutigheid onbekend is, want de
natuur niets te ver-
geefsch of tot nadeel voortbrengt. Daar worden in
Ierland ook veel honing,
beiën
gevonden, zoo wel die gekweekt worden als in het wild, in de holle
bomen en rotzen ^ ^

„ Van allerlei visfchen is er ook geen gebrek zoo wel omtrent de zekusten
aan
zeevisch, als ook in het land aan riviervisch in de rivieren en meiren, die
heel vPschrijk zijn.

Wat de aard des volkS betreft, dezelven worden over't algemeen niet zeer
geprezen, want men zegt dat ze traag in den arbeid,
onbekwaam om iets van
belang te leeren, en zeer kwaadaartig ea öijf hoofdig zijn : foramige willen dat

Ε éne zaak
jalours, en
opfluiten, en

r» ■ -

1 à) 't Pauslijk gebied of de KerkUjkeSt&m
M) I^i^P^s. -

ocr page 4

4 beknoptebeschr^ving

Eenigen deezer Landfchappen worden weder verdeeld, als volgt:

'tHertogdom savojen, in, 'ceigenlijk Hertogdom Genevois^

een Graaffchap; Ciablaïs^ Tarantaife, een Graaffchapi
Maurienne^ een Graaffchap; en Fausfignij,

Men houd de Sayojaartn in \ bijzonder voor een zeer trouw en openhartig
volk, geestig in uitvindingen, doch arm; en alzo hun eigen land hen geen be-
ftaan opleverd, reizen zij veelal naar anderen gewesten, alwaar ze zich niet zel-
den geneeren met het vertoonen van toverlantaarns ; het danièn met Murraeldie-
ren, ook
Marmotten^ of éigenlijk Bergrotten gQmsimà·^ zachtte diertjens wel-
ken in hunne bergen gevonden worden,

'c Vorscendom piemont, in Piémont zelf, Aosta^ een Hertogdom,^/?^^^///,
teene Provircie;
Canauefe^ een Graaffchap; tSw/â, eenMaikgraaf-
fchap;
Saluzzó^ een iVïarkgraaffchap ; Nizza^ een Graaffchap ; As.
it,
een Graaffchap; Oneglia^ een Vorstendom; de Daim der
Waldenzen^
waarvan ook eenigen onder Frankrijk behooren.

Men wéét welke vervolgingen de bewooners dezer Dalen om hun geloof,
het welk met dat der zogenaamde Gereformeerden overeenkomt, hebben moe-
ten hjden : vooral in de zestiende eeüw werden zij gruuwzaam vervolgd, endoor
allerlei pijnigingen tot bekeering genoopt; onder anderen ook door hen ftevel-
laarzen aantetrekken, dezelven vervolgends met pek te vullen, en dan in de
brand te fteeken, terwijl men hun vroeg,
of ze gereed-war en dus naar het pa

radijs te gaan Ρ-ο gruwel.' en de uitvinder daarvan zou een Monnik geweest

xijn ! - zeker men moet een zonderling denkbeeld van de Godheid maaken,

indien men kan onderftellen, dat zijnen diensc zulke ontnenschlijkheden veroor
loofd» veel min vordert.

*€ Hertogdom parmA en piacenza, in de beide delen van dien naam.

'c Hertogdom modena, in 'teigenlijk Hertogdom van dien naam , 't Her-
togdom
Reggio; Carpi^ een Vorstendom ; Côrregio, een
Vorstendom ;
Mirandola, een Hertogdom.

De Republiek venetien, in de volgende vijf Provinciën, zh Fe/tetiën,
Lombardeij, Mark^ ^riuil^ Istria^
of Histerrijk.

» ren te vergaderen: Zij, de Nederlanders, hebben ook den lofdatzezeer
„ milddaadig jegens de armen of behoeftigen zijn, invoegen dat er
mogelijk geeE
„ Land in de wereld is daar de behoeftige menfchen beter door de milddaadige
„ giften der vermogende Ingezetenen, en door de goede orde onderfteund ea
„ onderhouden worden, als in de Nederlanden; en inzonderheid in de VH ver-
,, eenigde Provinciën: Getuigen daar van zijn de treiFelijke welgeregelde Wees--
„
Gast^ en veel andere welvoorziene Onderhouds-huizen, beha!ven het onder-
„ houd van veele losie behoeftige menfchen, door de Diakens, Arme - voogden,
„ als mede zelfs door particuliere vermogende Menfchen.

„ Bij alle deze loffelijke dingen, is de Nederlandfche Natie ook zeer be-
„ kwaam en genegen tot allerlei Konften . Wecenfchappen en Geleerdheid; die
„ toonen de zeer vermaarde
Univerfiteiten dezer Landen aan, als onder ande-
„ ren, zonder aan eetiigen elders haar verdienden lof te onthouden , dievan Gro-
„ ningen. Leiden ^ Utrecht, Franeker^ enz., uit welke in vroeger en laater tij-
„ den zeer geleerde Mannen in alle de
Faculteiten ontfproten zijn.

„ Onder de Konsten en Ambagten beminnen de Nederlanders ook zeer en heb-
„ ben uitgemunt in de vinding van allerlei fraaje
Fabrieken^ inzonderheid in
„ fabriceeren van Zijden· en Wollen Stoffen, Lakens, Tapijten, fijn Linnen,
,, Kanten, enz., zijnde voornaamelijk de Hollandfche
Lakens^ 'tKamerrijkfche
„ Linnen, en de Brabandfche Kanten zeer beroemd; doch hunne fabrieken zijtl
„ meest vervallen , in de
Schilder- en Muziek - Konst zijn zij ervaaren, daar ia
„ de
Italiaanen, zoo niet overtreffende, ten minftcnevenaarende, maar de SchiL
„ derkonst
heeft zeer aigenomen, na dat de gedrukte papieren voor eenige Jaa-
„ ren uitgevonden zijn, waar men nu de Kamers meest medeopfchikt, inplaati
„ van bij ouds met heerlijke gewerkte Tapijten en Schilder·ftukkea van bekwa»
„ me en konftige Meesters, en zulks zonder tvvijffel wegens haare goedkoop-
„ heid: Verftaande ook de meeste Menfchen de Schilderkonst niet, vergence-»-
,, gende zich als ze wat bonts hebben, en dat goedkoop is; hoewel er nog wel
„ hier en daar zoo wel eenige groote Meesters in de
Schilder-koost, als ook
„ Liefhebbers van Konftige Stukken gevonden worden; niaar dewijl de Konst
„ niet meer zoo wèl betaalt wordt, als voor dezen, zoo maakt dit de goede
„ Meesters zeldzaam, want het is eene goede belooning die tot alle zaaken ani-
„ meert, om ze wel uit te voeren,
inzonderheid de Konst-zaaken: niet even zoo
„ is het geleegen niet de Muziek-konst, die integendeel fterk is toegenomen,
,, offchoon onder de meesters veele vreemdelingen zijn ; zijnde ook een zeer
„ fraaje Konst, vermits dezelve door de welgeregelde harmonifche overpenftem-

ming der toonen, 't zij in 't zingen of door Inftrumenten, nietalleen een groot
„ onderfcheid maakt tusichen de Menfchen en Beesten,
maar ook de JVienichen
;; vervrolijkt ea verkwikt, ja zelfs de Dieren des Velds.

»

Deze Rupubliek eigent zich het recht over de Adriatifche zee, of de Golf
van Venetiën
toe; weshalven de üoge^ het hoofd der Republiek, jaarlijks, op
Hemelvaartsdag, met die Zee of Golf trouwe; hetzelve geichied op deze wijze:
hij vaart, vergezeld van den voornaamften adel, en van de Raadsheeren, in een
zeer fraai ichip, benevens een zeer gioote menigte van andere prachtige fchepen
met de voomaaroile leden der Republiek in de gemelde golf, en werpt er met
groote plechfgheid een gouden ring in, tot een teeken van zijne verbintenis,
of liever van de verbintenis der Republiek met dezelve.

De Republiek genüa, in Rivier a di Ponenta, ten westen, en Rivier a di Le
y ent a,
ten oosten.

^t Hertogdom tckanen, xn'tFlorentijnsch geUed^ HPifaanfche^HSineefch}{
gèhied^
de Oostenrijkfche Staaten, en 't Vorstendom PlumUno,

VpAUSLijK geb'ed , Ferrara, een Hertogdom ; V Boloneefchegebied^ Romagna,
h
Hertogdom Urbino, de Anconer Marck, 't Hertogdom Spoletto,
't Hertogdom Peruggia^ 't Landfchap Sabina^ Campagne di Ro
tna^ Ί Patrimonium Petri^
't Hertogdom Castro.

'cKoningrijk napels wordt verdeeld in Terra di Lavoroy Ahruzzo^PiigUa^
en Caiairia.

Men zoude zeiïemjv^ ^^ te bekrompe denkbeeld van het uitgebreid Italiênm^
ken ) 200 wij niet nog aanteeKenaci., ^ j----υοχ tehooren de volgende

eilanden.
Sicilien, Sardiniën, Corfica^ MaÏtha, de Lipparifche Eilanden^ de Eilanden tus-
fchen Florentz en Corfica, de Tremitanifche Eilanden, de Adriatifche Eilanden.
Van deze allen is Sicilien geen van de geringften; vooral wegens deszelfs
vruchtbaarheid in koorn, men verzekert dat ieder zak koorn, welke aldaar ge
zazid wordt, honderd zakken wedergeeft, waarom diC eiland ook de koornfchuur
van geheel
Itali'ên genoemd wordt; de wijn die er wast, gaat alle anderen, wel-
ken
Itali'ên voordbrengt , te boven, niet alleen in fraaak, maar ook daarin, dat
hij verfcheidene jaaren duurt.

Onder de genoemde Eilanden zullen onze achtenswaardige Landgenooten,
met genoeglijke aandoeningen het Eiland
Corfica lezen, en zekerlijk daarbij
herdenken, wat het in onze dagen, onder het beftuur van den zoo zonderlingen
als dapperen pascal paoli voor de vrijheid gedaan heeft. ,

Maltha is beroemd wegens zijne ridderorde ; waarvan wij, ten flotte van hetgeen
wij wegens
Italien gezegd hebben, de volgende befchrijving, hier zullen overneemen.

,, Toen de Christenen in 'tbegin van de Xlde Eeuw zeer ijverig waren om *t
„ Hdlige Land uit de handen der Saraceenen te herwinnen , en tot dien einde
,, veele duizenden ter zogenaamde Kruistogt, op fterke aanmaaning van den Paus,
na dat
Land trokken, onder aanvoering en geleide van Koningen, Vorften,
„ Graven en mindere Heeren, waaronder inzonderheid uitgemunt heeft,
God-
f ried wsiïï BotAllón > Hertog
van Lotharingen y die ook het gemelde Land inge-
nomen heeft, en daarvan de eerste Koning verklaard wierd, in 't jaar 109 ρ ;
,, toen, zeg ik, waren er menichen, dewijl deze inneeming niet zonder oorlo-
gen en bloedftorting konde toegaan, die uiteen heilige devotie hun werkmaak-
ten, om de verwondden in de hospitaalen te
Jerufalem te bedienen, en de
^ wegen, die de Pelgrims te pasieeren hadden, tegen de Ongelovigen te be-
^ waren en te beveiligen: Dezen nu maakte de Koning
Baudewijn van Jerti/a·
lem
omtrent het jaar 1104 , tot Ridders van S. Jan^ eo ftelde deze Orden in, in-
zonderheid op deze drie voorwaardens en beloftens: 1.
Niet te huwen 2. De
,, Ongelovigen alle mogelijke afhreuk te doen, en
3 üe Pelgrims te bsfchermen,
te herbergen, en te ondersteunen.
Welke Orde ùo^a. vervolgens op verfcheidene
,, plaatzen opgehouden heeft, na 't wederverlies van
^erufalem, en de verdrij-
„ ving van daar, als te
Magat, Acre, de Eilanden Cyprus en Rhodis; zijnde
„ navoïg'ijk van de eene plaats tot de andere door de Ongelovigen verdreeven ;
„ tot dar ze in *t jaar 1523 door de Turkfchen Keizer
Solimann ook van 't Ei-
„ land Rhodii verjaagd wierdeü, die hetzelve overmeesterde: waarop Keizer
„ Carel de Fde, de gratie voor deze Ridders had , om haar in 'tjaar 1530'tEi-
,, land
Maltha in eigendom te fchenken, en waarvan ze gewoonlijk Malthefer
,, Ridders
genoemd worden: anderzints Ridders van 5. ^an^ of van Jerufalem,
„ en alwaar de Groot-Meesterdie het Opperhoofd der Orde is, refideert, die
„ Zijne Eminentie getituleert wordt, en eene Geestelijk-vorstlijke ftaat onder-
houd; hebbende onder hem bij de jzooo Ridders van de Qrde^ die zich door
t» geheel Europa \z\\ op de goederen van de Orde^ of op hun eigen ophouden.

VAN DE GEHEELE WEREL0.

>, en daar zijn zeer veele aanzienlijke Heeren in deze Orde; gelijk onderanderei
» de vermaarden groeten
Vrïm Eugenius v2Ln Savojen ; dappere Generaal van deia
Keizer geweest zijnde, een medelid van deze iliustre Orde geweest, en der-
« balven ook ongehuwd gebleven is En vermits het een van hun voornaamfte
j> Ordes regels met-zich brengt, om den Turk, of eigenlijk deTurkicheZee-ro»
« vers, allen mogelijken afbreuk te doen, zoo worden *er op
Maltha verfchei^
„ dene wel toegeruste galeijën gehouden, waarmede ze de Turkfche Zee-rovers
,ï in der daad ook geen geringe pots fpeelen, en daardoor
ItaWèn en mitsdien
„ de geheele Christenheid grotelijks befcher men : Men mag ze derhal
ven v?el voor
„ een waardige
Orde houden ; 200 lang ze haar pligt nakomen !

„ Deze Orde bezit hier en daar in Europa fchoone goederen en landftreekeïii
„ die Meesterdommen, Commanderijen, Balliuv/ichappen of Prioraten genoemt»
„ en door een Lid van de Orde beftuurd worden; men zegt, dat zij er wel va»
„ zodanige goederen 300 in
Frankrijk^ 131 iviSpanjen en Portugal^ 154 in
„ Italien^ en bij de 500 in Buitschland hébben^ v/elke door een Ordensriddes
„ in ieder Landichap, inden naam van
denGroot Meester le Maltha ^ geregeerd
„ en beftuurd worden: hebbende die welke de goederen in Duitschlandbeii\:k\xrif
„ meest zijne refidentie te
Heidersheim aan *c Brisgows.

„ Men heeft hierbij aantemerken, dat men deeze orde niet vermengen moet
„ met de zogenaamde
Duitfche Orde^ d\e ook Kruisheeren gememd worden,
„ en ook eene hooge aanzienlijke orde is: de Grootmeester van deze refideere
„ raeestie Mergentheim, oï Mer genthal m Frankenland» die ook veele Ridders
ii onder zijn beituur heeft, als getrouwe medeleden van de Orde, hebbende de-
,> zelve ook zijn begin gekregen in 't
Heilige Land, en zij zijn het die voorde-
„ zen
Pruisfen ingenomen, en een langen tijd bezeten hebben, tot aan de ver-
„ andering met dat Landfchap voorgevallen. Deze Orde bezit ook veele fchoo^
„ ne goederen in
Duitschland, en elders, en beide de Orden zijn Rijksleden,
„ dat is, dat ze zitting enftem op den Rijksdag teelders hebben/"

Volgens onze voorheen gemaakte verdeeling van , moeten wij thans

fpreeken van

DE NEDERLANDEN.

Dezen fpeelbal van bijna aaneengefchakelde buiten- en binnen ~ landfche oof*
logen, verdeeldheden en rampen, ons vaderland, zullen wij befchou wen zoo als
het in zijn eerst begrip geweest is, naamlijk.als zeventien provinciën; onze ze-
jen vereenigde Provinciën, of de Vereenigde Nederlanden genoemd, zullen wij
*als een hi ofddeel van dezelven aanmerken, offchoon eene Republiek op zich
zelve zijnde, en die men ook gemeenlijk bedoelt als men
de Nederlanden zegt.

De gemelde Zeveniien Provinciën worden dan gefteld inde lengte langs de
zee te beflaan ^o Duitfche mijlen, in de grootfte breedte 40, en op de kleinfte
20 zulke mijlen.

De lucht is er hier en daar verfchillend, ter oorzaake van de verfchillende gron-
den die men er aantreft; de ziekten welken uit de moerasfigeliggmg kunnen ont·
ftaan , worden, veelal, weggenomen door de nabijheid van de zee, en de zwaa-
re winden die er veeltijds waajen. De meeste Provinciën brengen in overvloed
vlas, hennip, k&olzaad, moesgewasfen, en fmaaklijk ooft voord: koorn wast
er ook zeer goed, fchoon niet genoegzaam om het Land te voeden: in aange-
naame weiden is Nederland rijk; zoo dat er veel melk, boteren kaasvak, waar-
door dit gewest zelfs alom beroemd is: rivieren zijn er in overvloed zoo dat men
er ook geen gebrek aan visch heeft; bergen zijn er weinig, maar wouden veel,
en voor eeuwen lang waren er dezelven in eene aanzienlijke hoeveelheid; wac
de aart der bewoonderen betreft, zie hier desaangaande eene fchets.

„ De Nederlanders in algemeen hebben die roem door de geheele Wereld
„ verkreegen, dat ze meest alle van een goede Ligchaams geftalte en goed aaa-
„ zien zijn, voorts zedig opregt, openhartig, bereidwillig, geduldig,
arbeid-

,, zaanj, ipaarzaani, en neering zu^tig, zijnde des zeer goede huishouders, die

„ in den zomer van Bun beste levenstijd, in navolging van de mieren, vveeten
„ 'te vergaderen, waar van ze in den winter van hunn' ouderdom te leevçn ; hoe-
„ wel men ligtelijk denken kan , dat ze niet allen in de gemelde dingen van gelij-
» ke natuur zijn, en ook njet alle evenveel geluk en occafie hebben om goede»

«7

ocr page 5

BEKNOPTE Β Ε S C H R IJ V I Ν G V AN D E G Ε H Ε Ε L Ε W Ε îi Ê t D

„ Benevens dè gemelde goede hoedanigheden der Nederlanders, hebben de-
zeïven ook van ouds af den naam verworven, dat ze heel Krijgskundigen dap-
ptr in den Oorlog zijn; hier bij de Edelmoedigheid en Discretie niecvergee-
tende: Dit blijki klaar uit de zwaare Oorlogen die de oude Nederlanders te-
gen andere Mogendheden gevoerd hebben, inzonderheid om hunne Vrijheid,
tije ze van ouds if pp ^t aïlerijvcrigile en dapperfte hebben zoeken te bewa
j-en·· Beftaande deze vrijheid niec in een losfe vrijheid of ongebondenheid
niasf in de Privilegien en Voorregten, die ze van ouds af van hunne Regenten
of Opper-Heerenverkreegen hebben, en die ze tragten
te houden.
„ Inzonderheid
zïjn de Nederlanders ook zeer ervarene en goede Zeelieden,
in de Scheepvaart bijna alle andere Natiën overtreffende, voornaamlijkde/fo/
landers. Zeelanders Friezen; ja dezelve fchijnen als in of op 'c water ge.
boren, kunnende alle de ongemakken der Zee en Zeevaart zeer wel uitiban,
gelijk dit alles blijkt uic de groote Scheep-vaar:en die ze naar alle de Gewes
len der Wereld doen, nieer daa eenige andere Natie.
„ In eeten en drinken waren de Nederlanders weleer zeer matig en op geene
h\]zondQïQ Lekkernijen, of op kostelijke toebereide Spijzen, noch ook op een
overvloed van Geregten, gezet; gebruikende goede eenvoudige doch voed-
zaame Spijzen, als van Mee/^
Gort^ Ermen^ Boonen^ allerleiSpek,
Vkeschi
 i^oo^gaans wei bereid waren, dewijl het hen niet

aan Borer en 't overige noodige ontbrak, akans op de meeste Plaatzen: Daar
wordt in de Veenrijke Landen ook veel
Melk en-^/i/è-^^^y^ii?»gebruikt: Het
witte
Tarwen-hroody is aldaar heel fchoon en fmakelijk, doch 'cg-emeene
Volk eet meest
Roggen - brood, dat in deze Landen groover en zwarter is dan
in
Hoog - Duitschland of Frankrijk^ dewijl het koorn alleen maar op de Mo-
lens
gebroken en met de Zemels gebakken wordt, hoewel voedzaam genoeg
zijnde, en men in de Steden ook fijn
Duitsch Roggen-broody en meer ande-
re foorten heeft: De eigene Drsnk is
Bier van allerlei zoort, dev/ijl in de
Nederlanden geen
Wijn groeit, die echter daar in overvloed te bekomen is,
uit
Frankrijk en van elders daar heen gehaald wordende, waarvan zich de
Grooten bedienen, en andere die het betaalen
kunnen. Men berispt de Neder-
landers, inzonderheid de Vrouwen, dnt zommige ai te zeer op de
Thee ge-
zet zijn, en daar door te veel er van drinkende, eenebleeke kleur verkrijgen i
doch het besre hierbij is, dat ze 'er niet van dronken worden, gelijk van de
Brandewijn en andere ilerke Dranken, waar mede men *c geraeene Volk be
fchuidigc, dat ze er te veel van gebruiken; daar anderzints een middenraaa-
tig gebruik daar van in deze dampige en waterige Lugt-ftreeken, niet te mis-
prijzen is, maar aldus, volgens 'cadvis van alle Genees - Heeren, de gezond
heid conferveerc, en veel kwaade iloiFen verdrijft, waaruit ziektens, Hijpo-
chonderie, Melancholie: enz , ontftaan kunnen: Alles is tot een goed ge-
bruik gefchapen, en niet tot een misbruik; wanc ook het allerbeste kanfcha-
delijk worden door de overdaad.

5, In de Kleeding z\]Xï dQ Nederlanders net en proper; weleer niet overtollig
j,, zwierig; doch thans is de klederpracht ten hoogften top geklommen; voor
" heen hield men er meer van om het geld in de Zak of Kas te hebben, dan op
de Klederen te hangen: Behalven dat de Boeren en Schippers in
Holland,
Zeeland
en Friesland altoos veel hielden van zich op te pronken met goude
ne of zilvere maffive
Knopen in de Hembs-mouwen, en zilvere Knopen aan de
Wanbuizen en Broeken ; en de Boerinnen met zilvere zwaare
Beugel tasfen ;
3>
goude of zilvere Oor- of Hoofd- Beugels en veel goude aan de Vingers.

}> Aangaande de Nederlandfche Frouwen^ die zijn in *t algemeen niet leelijk,
„ maar meest fchoon van Aangezigt en Geftalte, daar bij vriendlijk en beleefd
in de omgang,
inzonderheid in ; weetendezicb bevalligheid doorwind

lijke kleedagien en vercierfels nog meer op te fchikken, elk naar zijn geboor
te en ftaat: Hier nevens
zijn ze niet alleen in de huishoudeliike dingen wel ge-
oeifend, maar de meesce weten ook mee de koopmanfchap en andere manlij-
ke affaires behendig om te gaan, invoegen dat de Mannen dezelve vrij op haar
kunnen laaten berusten, wanneer ze van huis moeten; maar ze hebben de naam
„ dat ze heerschzuchtig zijn , dat is, boven de Mannen regeeren willen ; dit kan
in der daad ook zoo wel gebeuren, doch hoofdzakelijk onder de ordinaire
Bur-
yf gers en gemeene Lieden, want onder de fatzoenlijkeMenfchen weten de Vrou
,, wen aan haar Mannen, en deze wederom, hunne vrouwen het behoorlijke
^^ fatzoen zeer wel te geven, en een goede levenswijze te voeren.

„ Deze Nederlandfche Wouwen, doch inzonderheid die in Friesland^ Hol
land
en Zeeland^ zijn ook bovenmaaten zindelijk in de huishoudingen, om
de kamers, keukens, enz., neten proper te houden, en dezelve met aller
lei fraaje en kostbaare
Meubels y inzonderheid van PorcÊ/^», Koper y Tin^
Zilver, enz.,
optepronken, zelfs tor overdaad toe, dat men bij andere t\'a
tien
bezwaariijk zoo vind, en 'tzien van een zoo groote overvloed van koste
lükheden, zelfs bij paniculiere menfchen, verfteld doet ftaan: Deze zinde
lijkheid en oppronking gaat bij fommige zelfs zoo ver, dat ze er bijna een
Af-
god van maken; durvende nauwelijks in een bijzondere Pronk kamer treden,
of eenig pronkgoed gebruiken,
uit vreeze van dezelve iets vuil le maaken of
anderzins te mishandelen."

De Nederlanden in 't algemeen worden verdeeld in

OOSTENRIJKSCHE NEDERLANDEN en VEREENIGDE NEDERLANDEN.
En dezen weder ais, volgt :

Pe oosTENRrjKscHE NEDERLANDEN 10 ^r^ois, Flaanderen, Henegouwen, Na-
tnuT^
Graaffchappen,· Luxemburgs Limburgs Gelder^ Braband^ Hertog
dornmen; een Markgraaffchap, en
Mechelen eene Heerlijkheid.

Deze tien Provinciën zijn in de zestiende eeuw onder de Spaanfche heerfchappij
gebleven: doen dewijl ^irtois naderhand geheel aan Frankrijk gekomen is, en
Jntwerpen en Mechelen het Hertogdom Braband ingelijfd zijn, zou men kunnen
peggen dat eP tnans maar agt
Oostenrijkfche en flechts zeven vrijeiV^^/^r/Wi» zijn.

intusfchenbehooren deeerstgemelden, offchoonnog Oostenrijkfchengenoemd.,
niet allen aan het van Oostenrijk^ bij onderfcheidene gelegenheden is.

Flaanderen verdeetd oader Oostenrijk, Frankrijk, en Holland, of de zeven
vereenigde Nederlanden.

Henegounn^Y^'^^^ld aan Oostenrijk en Frankrijk. Namur is op dezelfde
wgze
verdeeld. Lvxemourg, even 200. Limburgs behoort aan Oostenrijk en de
vereenigde
Nederlanüen.

Gelder wordt eigenlijk^erdeeld in Opper-Qn Neder-Gelder-, 't laatstgenoem-
de is de Provincie van
diea naam welke onder de zeven vereenigde gevonden
wordt, en Opper - gedeeltelijk ^zn Oostenrijk, gedeekelijk aan

Pruisfen, en. een derde gedeelte aan de Republiek van Nederland
Braband, behoort aan Oostenrijk en de Republiek laastgeraeid.
Men weet wat lot Brahandia d^ laatstverlopene jaren ondergaan heeft: door
het gedrag van joseph den ïv/eden getergd;, heeft het zich zijner heerfchap-
pij onttrokken , en zich vry verklaard; doch daar die vrijheid door gecne Mo^
gendheid erkend was, heeft de opvolger van gemelden Keizer het vrije volk
weder onder zijnen fcepter gedwongen, tot dat nu de dappere
Franfchttt het
andermaal vrij gemaakt hebben; maar dewijl 't ook nog niet in die vrijheid be*
vcstigd is, zal de tijd leeien, wat deszelfs eindelijk lot zal worden.

■p

??

71
·}>

9»

De ZEV£N vERiiENïGDts isTEDEiiLANixïN '/A]nGelderlandj Holland (f)
Zeeland (§) Utrecht, Friesland., Overijsfel, Groningen

De vrijheid, vooral van Godsdienst, welke dc>:e Landen volgeus hunn®
rechten en wetten genieten, ziin zij verfcliukiigd aan de dapperheid des volks,
die noch armoede noch llroomen van men fc h en bloed ontzien hebben, om vrij tes
worden; en het gelukkig gevolg daarvan is geweest een land zoo bloedend, dac
men onkundig moet wezen in deszelfs Historie of een geheel ongevoelig hare
moet hcbbe- , indien men zijn oog op den tegenwoordigen rtaar daarvan kant
vestigen zonder de rampen waaraan het ren doele ilaat, en den jammerlijke ftaac
waarin het zich bevindt, te beweenen. Rijkdom was weleer de hoofdtrek iu hec
afbeeldièl van den iïaat der vrije ivepubiïek ; vele honderden van ingezereneti
rekenden hunne bezittingen bij tonnen en millioenen, en burgers die nog geen hoo-
gen ouderdom bereikt hebbende en reeds duizenden vergaderd hadden, was ze-
ker niets vreemds: de boer was toen rijker dan thans de arbeidzaame ileêman ;
nog heerscht overal wel is waar, geen algemeen gebrek, maar zeer zeker eene
aigemeene fchaarsheid, zodanig dat 'er uit
Nederland aanhoudende klagten op-
gaan, daarenboven worde hec nog beroerd door gelladige verdeeldheden, die
fchoon reeds janren geduurd hebbende, evenwel nog toe geen öepaaJd punt heb-
ben kunnen gebragt worden, en alchans niet op het oogenblik dat wijditfchrij-
ven, daar wij op dit zelfde oogenblik, niet zonder grond, weder eene verba-
zende ommekeer te gemoet zien*

H' t geen de vrije Nederlanders onbegrijpelijk veel in rijkdom en aanzien
heeft doen toeneemen,
zjn hunne Oost- en West-Indifche Compagniën ; twee
Maatfchappijen waarvan men met reden kan zeggen dat zij zeeën fchats door de
vereenigde
Nederlanden hebben doen ilroomen; dan, laas! ook dezen zijn op
den oever van haaren totalen ondergang gekomen; een averechtsbeiluur hebben
ze geheel bedorven, eene gevaarlijke gewoonte van losbollen, lieden die in hua
Vaderland alle hunne eigene zaken verroekeloosd, en zich zelven geheel bedor-
ven hebben, in diciist te neemen en aftezenden om op zoo grooten afiland als
de bezittingen der Maatfchappijen liggen, huishoudingen van zulk eenen onna-
denkelijken omflag, en van zoo onberekenbaar belang in orde te helpen houden,
deze gewoonte heeft de Compagniën wel voornaamlijk bedorven : lieden van zulk
eenen aard hebben geweten genoeg gehad om zich zelven een koste der jVlaat-
fchappij te verrijken, waarvan men thans te Iaat de rampzalige gevolgen gevoeld.

Onder de Hollandfche Steden die voornaamlijk van den rijicdom der ingezete-
nen hebben kunnen getuigen, munt het wereldberoemde
Amfleldam in allecp-
zichcén ten fterkften uit: als. men weet hoe los den grond aldaar is, en men als-
dan de magtige paleizen die 'er gevonden worden, in oogenfchouw neemt, moet
men zich verwonderen over het vermogen der vindingkracht van het menschlijk
vernuft; de fundamenten der gebouwen moeten allen door het inheien van eene
menigte lange palen bevestigd worden; waarom men ook met recht zegt, dac
wanneer men bij gedachte de Stad het onderst boven keert, er geen woud iti
de wereld zoude wezen dat
zoo vele boomen zoude bevatten: deze noodzakelijk-
heid tot bouwing, maakt ter dezer ftede het aanleggen van huizen ook zeer kostbaar,
in zoo verre dat een huis dikwijls onder den grond zoo veel kost als daar boven.

De uitgebreide koophandel die de Amfleldammers altoos gedreven hebben,
heeft hen boven alle andere huane Landgenoten
beroemd gemaakt, en doen ver-
maal c«, bczicœrs van
vorsdijke fchatten: omtrent het laatfteverhaald men ^
ten bewijze, het volgende: „ Zeker vreemdelmg met een wisfelbriefvan 50000
5, guldens bij een
Amfleldamsch Koopman komende, accepteerde dezen dett

brief, en vroeg den vreemdeling, in wat fpecie hij de verfchuldigde fomrae
„ wenschte te ontvangen,
in Pistoolen, Ducaaten, Ducatons, Rijksdaalders^
„ Guldens,
of in kleiner fpecien; hij zoude hem dati de gevorderde fomme ia ,
„ de begeerde ipecie tellen, alzoo de wisfelbrief zeer goed was; de vreemde-
„ ling zeide zoo zeer geen verichil in de fpecie te hejbben, maar dat hij zicht
„ hoogiijk verwonderde, dat hij eene zoo aanzienlijke fomme in zoo veelerleï
„ fpecien oogenbliklijk konde ontvangen, 't welk zekerlijk eene blijk van eene
„ buitengewoone rijke kas was; de Koopman, om hem te overtuigen, nam hem
„ bij de hand, en toonde hem zijne geldkasten, die door den vreemdeling met
„ verbazing aangeftaard werden."

De bezittingen der Nederlanders in Europa ,zi]n geme^ndtvtvi dan die wij hier
boven onder de agt
Oostenrijkfche Nederlanden genoemd hebben, en dezen worden
ge.-ïieenlijk de
Generaliteits landen genoemd; voorts bezit de Republiek eenige
Coloniën In America-, eenig-e vesaagen in ^Γησα, eu aanzienlijke j^dederen in Azïa^

In Nederland zijn vijf Academien, als te Leiden, Fraueker, Groningen
Utrecht
en Harderwijk. '

ZWITSERLAND.

De Nederlanden verlaatende, zullen wij een oog Gaan op Zwitferland^
mede eene Republiek genoemd:

Het word gerekend in zijne langte eene ruimte te beflaan van 85 en zijne
breedte 50 mijlen.

De lucht is er getemperd en overal zeer zuiver en gezond.

De grond valt er bergachtig; v/ie heeft niet van de Zwitferfchegehergtenhoo^
ren fpreeken ! zij maaken in de Natuur de aangenaamfte en wonderbaarile fchil-
derijen waarom ook verfcheidene gezichten daarvan in plaat uitgaan : niettegen-
itaande alle deze gebergten is het land echter zeer vruchtbaar, 200 op de ber-
gen ais in de dalen ; allerlei graan- en andere gewasfen groejen er zeer overvloe-
dig, welk geluk echter ook moet toegeichreven worden aan de arbeidzaamheid
der bewooners die hunne handen niet terug houden als het de tijd is om de gron-
den te bearbeiden en te verbeteren :
Zwitferland heeït zijne dalen ook zeer
goede wijden, en, in gevolge van dien,
rijke veefokkerijen, enz. zijnde inzon-
derheid
àc Zwitferfcke kruidenkaas, door geheel Eurapa vermaard,· het ont-
breekt dit land derhalven aan geenerlei nooddruftigheden, doch zeer volkrijk
zijnde, is er op fommige fchraaleplaatfen wel eens fchaarsheid van levensmiddelen.

Rivieren hebben de Zwitfers ook die zeer aanzienlijk zijn, en éene groote voor-
raad van visch opleveren: deze rivieren beloopen zeventien in getal, behalven dó
groote en kleine meiren die er bovendien gevonden worden.

Hier

C*) Deze Provincie wordt verdeeld m de Betuwe, de Veluwe en het GraaffàhapZmphcn.

(t Dit war at verdeeld in Zuid- en Noord-holland.

CD Zeeland heflaat uit zeven eilanden: zijnde Walcheren, Zuid-beveland, Koord'·
beveland. Schouwen , Duiveland, Telen , W'olfersdijk.

(**) Groningen v^ordt verdeeld, m αβ Stad van dezen naam, èn haare Qmmeïmdm^

S


ocr page 6

é

Hier en âaar ontmeet merr eenige fchoone wouden ; welken.ook menigerleie
foorten van wild opleveren, zoo dat men van deze landftreek met recht kan
zeggen dat zij gelukkig gelegen is.

De inwooners zijn meest ilerk en welgemaakt van iigchaara, eïS vanouds ver-
maard voor eerlijke, oprecbce, getrouwe, ipaarzaame, en naarilige lieden ; lie-
den die geen werk maken van eene groote pracht en hovaardij, maar eenvoudig
en matig leven, alleenlijk ziende op het nodige en nuttige gebruik, bij deze
wenschlijke eigenfchappen zijn zij dappere en verilandige krijgsh'eden·; weshal-
ven zij veel door vreemde Mogendheden tot den krijgsdienst begeerd worden;
akoos zijn er eenige regimenten
Zmtfer^ in Franfchen en ook in Hollandfchen
dienst;
de getrouwheid die hen natuurlijk eigen is, heeft ook het gevolg gehad,
dat ze van de
voornzzxa^Q Europefche Vonten tot lijfwachten verkozen zijn·, de
Pistoriekundigen verzekeren dat men niet ligt een voorbeeld vind, dat een
ZmU
'fer
een verraad ondernomen of begunstigd heefc; zeker zal iemand die wél bij't
hoofd is hen in dezen opzichte niet befchuldigen wegens
\ geen zij gedaan heb-
ben, om zich te verlosfen van de plagen en kvi'ellingen der Keizerlijke landvoog-
den waaraan zij weleer onderworpen geweeft zijn: „ Dit is", zegt men met
allen mogelijken grond, „ eene zaak van een geheel andere natuur;" het een
•voudig grasjen door den voet getreden zijnde, tracht zich weder in zijnen vrijen
natuurlijken ftand teherftellen;
het minste infect ontloopt zijnen vijand, en poogt
zijne vrijheid te behouden; wat zou dan niet de mensch die boven alle wezens
in de zichtbaare wereld dat vooruit heefc, dat hij niet alleenlijk gevoel, maar
ook befef van
zijn lijden heeft! alle ander wezen dat onderdrukt wordt, gevoeld
Hechts dat het de tirannij van eene overmagï moet lijden; maar de mensch, in
dac bekïaagenswaardig geval zijnde, wordt behalven door dat gevoel, noggepij·
nigd door 't befef van 't geluk dat hij derfc, en voor 't welke te genieten hij niet
alleen vatbaar is: maar waarop hij ook aanfpraak heefc, om dat de INatuurende
reden hem volmaakt vrij verklaren: hoe prijslijk handelt derhalven de menschdte
alle zijne krachten befteedc, om het jok , waaronder men hem wil doen zuchten
van Zijnen vrijen hals aftewerpen, wel verre dac men hem daarom voor een op-
roermakerzoude willen uitkrijten; integendeel, kan hij over zich. verkrijgen om
dat jok te torsfchen en zijnen tijran hulde te doen, dan is hij een verachtelijk
voorwerp, een voorwerp zijner edele roeping geheel onwaardig, en die derhal-
ven den naam van mensch niet waardig is.

De Zmtfers zijn zoo verzekerd van de getrouwheid en van de edele zucht tot
vrijheid hunner landgenootçn, dac zij alle hunne Steden niet eens mee muuren
of vesten voorzien:
de getrouwheid des volks, zeggen zij, is de beste muur die
men om eene Stad zoude kunnen maken:
intusfchen ftelt het bergachtige van hun
Land hun ook meer verzekerd voor aanvallen van buiten; want die het al mogt
gelukken, om door verraad of
overœagt in Zii^z/yi^'/^eite vallen, zoude zich
in de grootfte ongelegenheid gebrast zien, hoe ernaamlijk weder uittekomen,
zoo wel ter oorzake van de Vaderlandfche trouw en dapperheid des volks, als
wegens gemelde bergachtigheid des Lands; dit was ook duidelijk voor den geest
van zeker verftandigen Hofnar, in v/iens bijzijn de Vorst meedeszelfs Ministers
overlegde , hoe hij best met een armée in
Zwitferlandkonde vallen, om hetzel-
ve te bedwingen: „ Gij zijt akemaal zotten ," zeidedenar; „ gij fpreekt en
„ handelt alleen over het eenvoudige point hoe gij in
Zmtferland kunt vallen;
,, en geen van u allen denkt er om hoe gij er weêr zulc uitkomen 1"
Zmtferland wordt gemaklijksc verdeeld in

I,) Het eigenlij izODeOnâerdaanenderZv/Vy^i'x, 3.)DeBond^

genoten der Zmtfers, en 4·) De Onderdaanen van hunne JBondgenooten.
Anderen verdeelen het Hechts in drie deeïen, naamiijk zonder het bovenge-
melde vierde deel, dat is de Onderdaanen van hunne Bondgenooren.

Weder anderen verdeelen w ook anders; doch wü zullen ons bij de eerstge-
inelde bepaalen: , / , .

Het QigenlljkZwiïferland, beilaat uit de volgenden dertien.

CANTONS.
Bern, Schafjiaufen, Uri, Frijburg, Zurich, Zwits, SolotJiurn, Jppenzel,
Onderwalden·, Baf el, Glaris, Zug, Lucern.

Het Canton wordt weder verdeeld, in het Duitfche deel, gelegen tegen
het oosten , en het
Franfche deel. Pais de vaud genoemd.

Men wil dat dit Canton zijn' naam draagt naar haar hoofdplaats Bern, bete
kenende
beer, gelijk zij dan ook een beer in haar wapen voert ; dit zegt men ge-
fchied te zijn, bij gelegenheid dat de Stichter der Stad, Hertog berchtaldus,
op de jagt zijnde, zeide dat zijne nieuwe Stad genoemd zoude worden naar den
naam van het eerste dier dat hem zoude ontmoeten: dat eerste dier nu was een
beer: men verzekert dac, fchoon in
Zmtferland thans niet meer beeren gevon
den worden, men er echter altoos nog eenigen onderhoudt, ter gedachienisfe
van het voorverhaalde.

DE onderdaanen der zwitsers.

(5m ook nog iets van de volgende gedeelten van het Land te zeggen ; zijn
2ulke Landen en Steden ,
die niet in hun bondgenootrchap behooren, doch ech-
ter of aan de gehecle Republiek of aan deze of geene bijzondere Gantons ender-
worpen zijn; of ook zijn het alleenlijk dezulken welken alleen in derzei ver be
icherming ftaan : de eerste zoogenoemde onderdaanen zijn, Badeff, een Graaffchap.
BremgarUniX

Mellingen, VDezen worden Vrije amten genoemd.
Vilmergen, J ' , ,·

Torgouw^ een landfchap, beneden àe Bûden zee, Rhtjndal, zeker Jandjen
aan den Rhijn.
Sargam, een Siad en tamelijk Graaffchap. Gaster, een klein
Jandjen tusfchen twee meiren in liggende.

De gemelde zijn Duitfche Zyfitferfdie onderdaanen, omdat ze naar dien kant
Jïgggjj^

Aan den kant van Frankrijk hebben zij nog vier Landvoogdijen; naamiijk
Murten, Grande, Cbalans, Scliwartzenburg, die zij ook door Landvoogden
laaten regeereti, en dezen zijn de
Franfche Zmtfrfche onderdaanen. ^

Hunne Itaüaanfche onderdaanen, wonen aan de kant vanof liever
vooraan in dat Rijlc, en zijn de Landvoogdijen
Lugano, Locarno,^ Mendrifio,
yalmega^ Bellenz, Falbrenm, Riviera-

De befcherna-©nderdaanen der Zmtfers bewonen voords negen fteden meer
en minder groot, benevens een klein, doch vermaaklijk vlek.

DÊ BöNDGÉNOOtEN Ό Et ZWITSERS-
Dezen liggen tea dele binnen en ten d^e bûicen
Zmtferland, en zijn de vol-
gende agt delen:

De Graubmdâfs oî Grifons y 'Τ Vorstendom Nenchateii De Repabliek
Geneve, De Muhihaufen, WaaUifrland. 'Tlandjeti iiM De Stad
Gai. De Stad Rotwiei.

het Qrauyfhmdsrland betreft, <ie lucht is aldaar «eer zuiver en gezond.

-en mede vol van hoage bergen, voornaamlijk tegen het Noordefs, tan dien kant
is Iret derhalven niet zeer vruchtbaar, vooral niet in vergelijking van den kant
naar het zuiden, die tegen
Italien ligt, aldaar heeft het goed Boww- en ÎFH'
land,,
en valt ook zeer fchoon vee, en goed wijn-gewas, zoo zelfs dac men ei
van getuigt, het geeft geen land tej wereld daarin iets toe.

Het Graauwbunderland wordt verdeeld in de eigenlijke Repuhliekder Gfi/ö/ïj,
en in haare onderdaanen welken drie kleine landjensaan de
zen bewoonen, die de Graubundcrs oïGrifons, in den oorlog gewonnen hebben.

De Grifons worden gezegd, zeer eenvoudige, gogdaartige, en vergenoegde
menfchen te wezen, die weinig werks maken van overvloed, hovaardij envvçl-
lust, levende nog op eene thans zeer verouderde wijze: zij zijn gastvrijen tegen
de vreemdelingen ' zeer beleefd en dienstwillig ; generen zich meest met de vee
'fokkerij; velen houden ook eenige muil-ezels en paarden na, ten diende van:dc
igenen die goederen over de gebergten te vervoeren hebben, mee welke overv-os-
;ring zij een eerlijk beitaan gewinnen.

I De IVallifers, komen in aart veelal met de Grifons overeen, vooral daarin
idat zij tegen de vreemdelingen meer vriendlijk en dienstvaardig zijn, doch oq-
der eikanderen zijn zij wat ruw en onbeleefd.

Van de overige Bondgenooten der Zwitfers, bovengemeld, valt niets meer
bijzonders aantetekenen ; alleenlijk zouden wij nog van de Stad
Geneve kunnen
zeggen dat zij gehouden worde voor reeds
1006 Jaren vóór 's Heilands geboorte
aanwezig geweest, en derhalven reeds omtrent agt-en-twintig honderd Jaren
bud te zijn.

Om ten flotte van die artijkel nog iets wegéns Zwitf rland in 't algemeen re
melden, en wel met nadruk iets dat onze Landgenooten ais vijanden van alle
overheerfching en despotii^ue tirannij, kan behaagen, zullen wij hier een kort
verhaal doen, van het gedrag van den wereldberoemden Vrijheidszoon
will ε m
TELL, aan wien de Zvdtfers hunne vrijheid te danken hebben.

Zmtferland dan, onder het Rôomfche Rijk gekomen zijnde, werd door Land·
voogden geregeerd;, dezen nu, om zekere reden, geboden zijnde te moeten be-
proeven of de. inwooners langs goede of kwaade wegen tot eene onderwerping
aan het huis van
Qostenrifti, naamiijk in hoedanigheid van Erflanden, te bren-
gen waren, gingen ibnimigen van dezen daarin gruuwzaamlijk tewerk, waar-
door de inwooners verdrietig werden, en naar de vrijheid haakten : voornaam-
lijk gaf daartoe aanleiding het ftrengen onmenschlijk gedrag van den Landvoogd
geisler; want deze, eenige muiterij vermoedende, beiloot de kwalijkgezin-
den van de welmeenendjn te onderfcheiden: hiertoe plaatfte hij naast zijne wo-
ning aan den gemeenen weg, een hoed op een' ftaak, met het gebod', dat elk
daar voorbij gaande, zijn* hoed er voor zoude ligten, velen hadden geen raoeds
genoeg om aan die lage dwingelandij ongehoorzaam te wezen; maar de edele
WILLEM TELL, had het hart te hoog geplaatst, om zich tot zoo verre te ver-
nederen ; des ging hij met gedekten hoofde den ftaak voorbij, waarvan het ge-
volg was dat
hij terilond in eene harde gevangenis gefmeten en weldra wreedlijk
gevonnisd werd, om naamiijk van ket hoofd van zijn'zoon, een appel aftefchie-
ten, (de dappere
tell was berucht voor een uitgeleerd fchutter, zoo wel als
voor een ongemeen ièrvaren ftuurmanen dat indien hij den appel raakte zon-
der zijn' zoon te kwecfen, hij vrij zoude wezen van alle verdere ftraf-wreed

vonnis! gewis niet harder voor een braaf gevoelig vader uit;edenken: tell vond
geen baat bij zijne finekingen om een ander vonnis, want hoe groot zijne erva-
renheid in de kunst van fchieten ware, mistrouwde hij zich echter in deze voor
hem zoo nijpende omftandigheid ; hij moest derhalven de verfchrikkelijke daad
ondernemen ; hij fchiet, en treft den appel zonder een hair van het dierbaare
hoofd zijns zoons te beroeren: dan dit geluk, of deze uitmuntende blijk vaa
voorbeeldloQze kunst, reddede den veroordeelden vrijheidszoon niet; men zag

naamiijk öac hij twee pijlen in zijnen koker had, waarvan men hem naar de re-
den vroeg; „ Τ is jagers wijze," zeide hij; dan, dit voldeed niet; men drong;
verder aan, en vertoornde hem daarmede dermate, dat hij beleed, hadde hij zijn
2oon getroffen, de twede pijï zoude door het hart van den tijran gegaan zijn :
dit kloekmoedig antwoord, vertoornde den wreeden Landvoogd derwijze dat hij
TiiLL andermaal in kluisters liet flaan : verders gebeurde het dat degruuwzame
geisler, zijn gevangene in eene andere gevangenis, over een groot meir gele-
gen, willende voeren, zelf met hem overftak; doch een zware ftorm Hak op,
en bragt de fchepelingen in levensgevaar; hierom werd
tell ontboeid, en gebo-
den aan het ftuur te gaan, om door zijne kunst, en bekwaamheid ware het mo-
gelijk, de kiel te behouden; doch deze brandende van ongeduld om zich op
zijnen dwingeland te wreken, ftuurd
het fchip op eene droogte, die niet verre
van- het vasrte land was: naauvvlijks had de kiel den fchok doorgeftaan, of de
kloekmoedige
Zwitfer ipringt buiten boord, en ontvlugt zijnen tyran, terwijl ie-
der nog door den fchrik genoegzaam buiten zich zeiven was: de Landvoogd werd
vervolgens ook gered ; en
tell , die intusfchen weder een pijl en boog had we-
ten magtig te worden ,
hem op zijnen weg waarnemende, trof hem zoo gewis
dat hij van zijn
paard dood ter aarde plofte.

Deze val was als het fein tot vrij worden ; aanllonds wierp tell zich tea
dien einde op, en drie Landfchappen verbonden zich met hem: dezen veresoig-
den waren in hunne ondernemingen zoo gelukkig, dat weldra de andere Land-
fchappen tot hun verbond toetraden, waardoor zij zoo vermogend werden dac
zij zich geheel vrij vochten.

D U I Τ S C H L A Ν D,

Dit oude en vermaarde Rijk, wordt gehouden groot te zijn, van 'c Oosten
tot hec Westen, of van
Polen tot aan Frankrijk, cco Duitfche mijlen, en vaa
het Noorden naar hec Zuiden, dat is van de Oostzee tot
Italien 150 zulke mij-
len : inderdaad eene uitgebreidheid gronds wier Vorst met veel reden onder de
voorname magten van
Europa mag gerekend worden.

Wegens deze zelfde uitgebreidheid van grond is de lucht er ook niet overal
het zelfde; offchoon men verzekere dat de ondervinding leert, dat dezelve er
over het algemeen genomen, zeer getemperd en derhalven gezond is; zij is ech-
ter in noordelijke delen vrij kouder dan in de Zuidelijke: ten bewijze van dege-
remperdheid der lucht brengt men bij dat de
Duitfchers over het algemeen , ge-
zonde , fterke en robuste menfchen zijn, die een hogen ouderdom bereiken en
ook allerlei andere climaten, het zij warme het zij kouder kunnen verdragen,
indien zij zich ilechts behoorlijk in acht neemen. Zeker eene eigènichap voor
die lieden, meer gelukkig dan de zelve voor eenige andere natie zoude vvezen ;
want geene natie verfpreidc zich zoo algemeen door de geheele wereld; zoude
men wel een plek op den gantfchen aardbodem vinden alwaar
^een Duit/cher is?
Behalven dat de
Duitfchers als met eene aangeborene lust tot reizen bedeeld zijn-,

be-

C*) Deze maken derhalven het vierde seèleeite van Zwitferland volgent de ver-
deeting b»ven door ons omgegeven.

B^E κ Ν ο ρ τ Ε Β Ε s CH R IJ ν I Ν G VAN DE GE HEEL Ε W Ε R D.


ocr page 7

BSKNOFTX VÎMG VAN DE CÊHEEL-B WÊRELÖ. f

fch gehîià \ welk als een aûnhartgzeî befcHoüwd wordt: dö getîîëîdé twaalf kfeil«
ien dragen de volgende namen ; als dé "

BunzlauTj, Caurzimer, Prachiner^ Leiitmeritfer, ^onmgi-atzef ^ ''f ^Ûm*
Îauer, PiÎsnêr, Rakowmtzer, Chrudimer\ BecUntr^ Saazer^ F&MmJei',^*}
Behalven Rohomen worden de volgende Landen ook nog als blizondererî^i»»

νζη Duitschland it^TtÎTpy'mr, 1

bshdven ook -a« m gemwriiji op han tóacht . o^ terenÎ'motl

•ve te volmaken; offchoon zij dao zeldzaam weaer t f""

men de reden dac^if overal geLden worden voornaaml.jk «^'n m den

tutti wiiffi^

eene gewoone zaak, en dii zamengenomen maakc dac duizenden van "" ,
fluiten hunne zoons, bij alle mogelijke gelegenheden, naar elders te ver^

___wnn iiion n-o-J------- . ..

. —vwj^ij^ wcieeraannet
,76, onder den Koning ^gÏS' "

Silezièn wordt mede verdeeld in Omer- i>n Tvl^^ j.jî

weder zijne onderdelen heeit. " Neder^St^ezien, ieder va« wdk^iS

Bij de bovengemelde delen, zou men Îriîiin«« ^ η ■ i

middelbare RijkSanden, we7keu onder teene k^^^^^ verfchejdene ofl.

Gemeen- erffchaplijke plaa.fen, ^ behoren, ais mede eenigö

De bovengemelde Kreitfen waarin Duitschland, gelijk wij zeiden, verdüeï^
is, worden weder op de volgende wijze onderdeeld als de
OOSTENRIJKSCHE, in eigenlijk OOSTENRIJK, (het welk weder verdeeld Wordt itl
Neder, en Opper Oo^enr^jk ) Smrmark. (dat mede verdeeld JordTS!
der Stiermark, en Opper-Stiermark Carinthiën, rdat almede mOptef
en Neder-Carinthiën worde gedeeld;) Carniole of Krain, (hetzelve wordï
verdeeld in Oppsr-Carmole, A eder>^ Carniole, en Windisch mark Λ
OOSTENRIJK, of de OOSÏENRIJKSCHE KREiTs heeic ook nog in eigendom gedeöÏ-

tens van andere Landen, de voornaamfle vnn dezelvenzijn , Hlsterrèich FrU
oui, Brisgau;
eenige leggen ook

in den Zwahifchen kreis; vpords be/,ic Oos*
tenrijk
op Duiifchen bodera Tirol, Trent en Brixen; en behalven dezea ηοίτ
eenige andere bezittingen van een mindere aangelegenheid.
De
BEiëRSCHE KREITS, wordt verdeeld in het Aarisiïift, Saltzhurg, het Hertóg^
dom
Beieren, en de Opperpaltz: Beieren wordt weder verdeeld in Opper- ert *
Neder-kléren, (ieder van welken ook zijne onderdelen heeft; wordende dê
opper paltz verdeeld in het ZuukUjke, en Noordelijke deel:) de overige de>
len van de
Beierfche hreits, zijn de'Vorstendommen Neuhurgy Suhhach^ \
Hoogftift ΐαφη-, voords eenige Heerlijkheden, Proosdijen, en de Rijksltad

lieiensburg. . j τ τ η

DezvvABiscHii KREITS, verdeelt men m de Hoogiliften Οοηβαηί. en Jugsimrg^
de Proostdij Ehangen^ de Abtdij Kempten, de Hertogdommen/^F^^rié/jfepj»
en Beek, (die weder in verfcheide Ampten, Heerlijkheden enz. verdeeld wor*
den;; het Markgraaffchap dat verdeeld v?ordt in ^ö^ê» Badenden

Baden-dur lach i ^ dezen zoo als mede alle de natemeldenen, hebben wedef
hunne onderdelen:) de Hohenzollernfche Landen, die verdeeld worden in d0
bezittingen van
Hohenzollern. Hechingen, en die vsn Hohenzollern- Sigma,
ringen;
de Geverstede Abtdijen Lundau en Buchau, het Graàffchap Ihengen^
de Landen van het huis Furstenberg, de Landen der Vorsten Graven van

hec Landgraaffch^ J^letfgai/; 'c VorsüijkhmsZieh/enj^e/n, de Com-
manderijen van de
Lfukfche Ordensbalij Elfas en Burgundkn, de Landgraafï»
fchappen
Sthulingm, en Brag, de Heerlijkheid Wiefenfieig, de Furstenbèrg*
(che
Heerlijkheden, en die der Graven van Montfort. De Landen van heE
Graaflijk huis
Oettingen WalkrJïem,^^^^ en Heerlijkheden vail

de Rijiis· en F
Unien
verdeeld

van hunnen heldenaarc ten gevolge, dat men alom in meest alle arm^^"
βhefs ingelijfd ziet, en
de voornaamile Mogendheden gaarse DuitCch'^^
ren
hebben. ^ Officie

Deze Natie is ook alom bekend als ongemeene achting te hebbe

IS ùi\ Λυυ wci vciL'dsi'''" iNederlar

ΤηηΓνοοΓ een duur gezworen eed plagten te houdea, doch
het gegeven wo^ord ook voor ee ^ ^ ^^^^^^ oorfpmghj-

«P eene frisfcher wijze dan a.en wel over't
De
Duitfchers SwaÎ zindelijkheid Un zeggen; voords zijn zij van ouds

envoorherbergzaamen vriend

jijk omtrent de Jf zijn bewijzen de ongemeen groote vorderin-

Dat ZIJ vooral in de fchoone letteren, welken

^^clntni " blijft op

olaatfen een voorbeeld van bijgelovigheid.

η vrouwen noemt men fchoon, doch âij hebben içts hards in hun gelaat en
• dat tedere 'c welk by de Nederlandfche vrouwen zoo algemeen gevonden
'^^^'"dt- 21] worden van hare mannen vrij opperhoofdig behandeld, het geen men
^^iâ ζ echter niet moet geileld worden te ontilaan uit eenen geringen graad van
liefdheid die bij hen plaats zoude hebben ; geenzins, een
Duitfcher is geheel
gefchikt oni een ferai! te bewaken ; maar de vrouwen zeiven hebben als van
TSJ^fUTe eene zekere onderdanigheid voor hare mannen.

De velerlei voordbrengzelen van het Duitfche Rijk, en de goede geïegenbeid
, Lands, vooral de voovraad van aanzienlijke rivieren aldaar,
maken er den
uitgebrei'^' de arbeidzaamheid des volks levert ook veleilei hana-

iers, dié
'en, doch

------- ^ ^^^ levert ook vel·

werkfelen op, Â« «erk naar elders verzonden worden.

Het gantiche Duitjctie^ zeer gefchikt verdeeld in negen

Als de Oosmrijkfihe, ^^^^^
Neder.rhijnfche, mf^^^he Neder.Saxifche, Opper-Saxijche.

Bij dezen kan men als een tiende gedeelte van voegen het Koningrijk

Een Rijk het welk weieer verkiesbaar ; doch thans in 'c huis van Oostenrijk
erfelijk is: de verdeling van dit Rijk zullen wij hier eerst laten volgen, en daar-
na opgeven hoedanig de gebelde kreitfen verdeeld worden. .... „ ^^och

Bohemen op zjch zeif wordt verdeeld iq twaalfI-reitfen, ^ ' Λν/;

drie daarvan zijn naderhand in drie anderen ingelijfd,; de Stad Praag en J^g

Het Markffraaffchao Moraviën wordt aïs een verder gedeelte van Bohemen . gehoü^

= Dir Ma.|gra.ifcl.ap wordtverdeeld mde vulgenac

pe Oîmmzer, Znoijmer, Prerauer, Iglauer , Hrad^he , Srunmr.
Van dit MarkKraaffdiap hebben wij elders aangetekend , dat de lucht er ^eeï niw eti köüd
•ç zoo dat men er zich op fommigeplaaifen den ganfchen
zomer ooormoet verwafmerjS
Intusfchen wasfen op dezen bodem meer granen, dan de bewooners daarvan zeiven kUtliiert
verteren: bennip en vlas, ooit en tuinvruchten vallèn pr niP.

den

ViPnr.;,, ^ 1------j.· ......· δ·""·^"» '-"«11 ue cewooners aaarvan zelvpni

. "ennip en vlas, ooit en tuinvruchten vallen er niet minder; xir^r L* , .....-

zonder betreft, het zelve wordt er 200 menigvuldiricSeld? ?at S ίΐΓϊ bij-

het veld als „let eene blaauwe doek overtofef SS Zonderde aliei

wegen

, ---------- blaauwe doek overtogen ziet: onder de hn^ bl?eitijdalleï-

S '"/"iSvuldig. dater jaarlijks veele duizende tonnen πootp ®^

pZMden worden : de wijn valt er zwaar en kalkSrwaardoor de^

"uS^^'r^J Ü^K^IÏ?/- podagra gekw^wSS

Men vind er ook z'ware bosfehnn
(ü '^pijs op drager,
Β a

en groevea van marmerfteen, · âiamante«, eiili.

^ ______________cii iieenijKne-

uatiüc" dertig vrije Rijksfleden waaronder Augsburg de voof^

den, voorts me

naarafte is. j^j^^its, t^ei^e derkleinfte van geheel DuiSschïand, wordt ver-
De Fï^ ^^f^'^^^^Tjgojrftiften-Söm^^rg,
IVurzburg, de Vorsicndommen Culmhach
deeld in de ^f^Meit Onohbach of Augihach, uitmakende het Burggraaf-
of en behorende aan de Markgraven van
Brandenburg; ds

fchap ^^^^^Ιγ,γοφ, of de Pvidders van de iVJaagd maria, heeftin deze kreiti
Duitfche , voords behoren tot de delen van die kreits, deGevors-
ook eenige
 'fientienber, Schwari^burg; bet Vorstendom, eertijds

tede de Graaffchappen Castell, Wertheim, Rieneck^ Er*

Giaaffchap ^ ^^^^^ Heerlijkheden en Rijksfteden, van welke laatstsremeldeï!

bach. f^i'^e voornaamile is. Â»

i^urenberg ^ kreits, wordt voornaamlijk verdeeld in, de HoOgfriftéii
De
ονν^^-γΐ^γ^^ Straatsburg, Ba/el, F Ma: de Vorilendommen Simmtrn^
Iforms-^ y^i^^fjs, Tweebrugge, Hesfen,
(waaraan verfcheidene Heeren deel
^fu^^·) Voords 't Vorstendom
Hersfeld, het Graaffchap, Sponheim,
ri oTsci Graaffchap Salm, de Nasfaufche landen-, (welke mede de eigen-
van verfcheidene huizen van dien naam zijn;) de Graaffchappen ^ö/e
Hanau-munzenb, de Heerlijkheid Hanau·Lichtenberg, de Landen vati
fgrVorstlijk en Graaffchaplijk huis
Solms, de Graaffchappen
Opperij^^^^^^'g» Wild-ej\ Rhijn-Graven, het Graaffchap , verders^

j^fhalven nog eenige kleinere delen, de vrije Rijksiïeden, PForms en Spier^ ·
prankfun am Main, Friedberg,
en Wetzlar,

ng Mi0ER of KEURRJjiNscHE KREITS, wotd verdeeld in de Keumenttfchê Ïandéfi^

c Arrts-

Wat de voordbrenffzeT^''''meteenen onverlJaauwden moea oeKiimmen
ven die van vele andere dezelven munten mede bo

plaatfen ongemeen mild in Cr ί ^^ ^^ ^^ ^^

fen; vele en aangename ooftvjpi tuin-gewas-

jnindermild is hecin 'c voordbrenalîf" ' granen, peulvruchten, vlas, enz. met
onder anderen,
zijn door geheel ' às Rijnfcbe en Moezel-mjn,

Dit Rijk pronkt oök met de heerSa
tam vee; waarom de
Duitfchers ook 4tn Ãª'^^off^erd met allerlei

vioed hebben, van melk, boter, ^^^^ " met alleen, maar groten os^er-

ongemeene fmaakiijkheid: dewijl'de Natn^?' vsn eene

iloffeerd heeft met groote en digte bosichV"^ ■ ^^^^^

vogelte, er in eene rm'me hoeveelheid ' ^^ gedierte als ge-

nationale uitfpanning der Duitfchers · banden; zijnde de jagt ook eene

grootheid van bosfchen is het hout m'ede^ ^o^'^ake van de gemelde veelheid en
dem; vele bergen die almede in dit oordT^
^^nzienlijk produft van dezen bp-
ongeraeene voorraad van ileenen
voorhand worden zijn oorzaak dat er

onvoorbeeldig groot, flechts als van op eJk" ^^ ^^^^ gebouwen die

gefield; fchoon anderen ook ten bewjjze S^^^peMe fteenen zija zamen

^ oorraaH . P^^rvioed van hout getuigen ·

„„o--------------------. ^^ '^ijuen is; van dàar de vele gebouwen die

onvoorbeeldig groot, üecats ais van op elkander geftapelde fteenen zijn zamen
gefteïd; fchoon anderen ook ten bewijze van de overvloed van
hout getuigen ^
mee aanmerking van de groote voorraad van beide gemelde produften, wordt
het begrijpelijk het geen dat naamiijk aldaar een groot en fraai

huis voor flechts ruim honderd daalders kan gebouwd worden: en offchoon de

voorraad van alles op alle p.aatxen van het Rijk niet even grooc ziï, worde de-
zelve echter, door de vele rivieren, die er doorftromen ligthjk algemeen gemaakt;
om die reden kan men van
Dmtscàlandzeggen dat het Λ^^ algemeen ge

„ , -----------" - ' , ■ ligtlijk algemeéti

Tm dVreden kan men van Duit schM zeggen zelf van alles kan voorziet

De Bergen, boven reeds gemeld, verfchaiFen ^^y. ^jer en daar

'rii^ mfnen van allerlei metalen en mmera en ; als pud, koper, ijzer,

Ïnnd kwik, aluin, vitriool, enz. uit welke bedeling van de Natuul· het L-a

rpL%eTin/e iilomsten trekt: wij vmden aangerekend dat de bergwerken

& ied^^^^^^ twehonderd jaren, meer dan uen duizend mili loenen aan

rSt-w^'n ^tboveVSs ffraken, leveren eenen grooten over-
^'"cLTab^-en fn "vTaVme baden φ er , en .ou al

van het Duitiche Ruk rf» ?--Istei ;

de ge

....----------------eerlijke,

cetrouwe, ilandvastige en dappere menfchen z)jn; van vroege tijden af

beroemd wegens hunne ft^^^

beroemd weg 3 ^ , ^ ^,

Der fanz es mit den Teutfihen an.
die in den oorlog o%elukkis ^^^^^^

ro

van het DuitfcU Rijk te geven?- wij oordeelen het daarbij grond

en eer wij tot de verdeeling des Lands overgaan, nog iets te zeirrren""^" '
aardheid van deszelfs bewooners. Wij vinden van hur gïmeld dat ze
rechte, cetrouwe, ilandvastige en π-,ηπρΓθ menfchen ziin i «o»

a ' TT — —rr*·" «-^w^-inj^iicue!! vaiî

^ . ,, ----------------.......... ο —η,,ι, I u. ErJtruchmn W vo^ Qàeze worden in verfchciden^

ie Duitfchers; evenwel kan men van de Franfchen zeggen dat zu j Unien verdeeld.) De Heerlijkheden Mwdel/iam, en Schwabeck; omtrent twin-

dat fpreekwoord logenachtig gemaakt hebben: intusfchen heefr de βΓ"^^? "-^^'f t'^ /\btdijen; de Kreisianden van de Graven Fugger, (dezen worden in drfö

van hunnen heldenaarc ten gevolge, dat men alom in meest alle arn. -^^ H^dtakken verdeeld; en nog eenige kleine Graaffchappen en Heerliikhè^
infrcliîf/ï â€žâ€ž _________------- ""^een DnhA . ... Hnn dertii? vrife RiiksffpHAT-. i.ron^^—^____. ·'

ocr page 8

BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN DE GE HEEL Ε WERELD.

'c Aartsftift THer^ \ Aartsftift Keulen^ 't Hertogdom Wzsthalen, Oq Palts
mn den Rhijn:
dezen allen hebben weder hunne hoofd- onder- en mindere
onder-delen: het overigé dat men in de2e kreits kan aantekesen is van wei
nig belang.

De WESPHAALSCHE KREITS Verdeelt men in 't Hoogftift Mumtef ^ (*twelk op
zich zelf weder in vier quartieren verdeeld wordt,) \ Hertogdom
Kleef, dat
ook weder zijne onderdelen heeft, gelijk mede het Graaffchap
Mark, een
volgend deel van de
PFestphaalfche h eus ; waarop volgt het Graaffchap Ra-
ymberg^
de Hertogdommen Gulik, Berg, het Hoogftift Paderborn, dat
van
Luik, van Osnabrug; voords het Vorstendom Minden3 dat van Ferdun;
eenige Abtdijen; het Vorstendom Oosivrkslandy en dat van Meus: alle wel-
ken ook wederom hunne onderdelen hebben.
De OPPER-5AXISCHE KREITS wordt verdeeld
inàeKeur - Saxifche landen, beftaan
de in 't Hertogdom
Saxen het grootile gedeelte van hec Markgraaffchap Meis-
fen,
een gedeelte van Voigtland en de roordelijke helft van het Landgraaf-
fchap
Thuringen, zijnde voorts in onderfcheidene kreitfen verdeeld: een ver-
der gedeelte van de
Opperfaxifche kreits beftaat ook in het Mark - Branden
hufg,
*c eigendom van den Koning van Pruisfen: het wordt verdeeld in Ou
de mark, ''x. Middenmark, hei Ucker-mark ^
en hetNeumark; voortsbehoo
ren onder deze kreits de Vorstendommen
Weimar, Eifenach, Cohirg, Gotha,
Altenburg^ Querfun, Ρ ommeren, Cammin, Anhalt^ Schwarzhurg,
het Graaf-
fchap
Mansfeldj eenige Heerlijkheden, en andere kleinere delen, Velen van
de opgenoemde delen van dezen Kreits hebben weder, gelijk meestijds plaats
heeft, hunne onderverdelingen.
De NEDERSAXISCHE KREITS
Verdeeld men in 'c Hertogdom Maagder/burg, de Lan-
den van het Keurhuis
Brunswijk - Lunenhurg (deze beilaan in 'c Hertogdom
Breemen, de Vorstendommen Lunenhurg o^ Celle, Grubenhagen, de Harsh,
àeVoÏStenâomvaen Calenberg, en IVolffenbuttel
't Vorstendom Halberflad,
het Vorstendom Mecklenburg-Schwerin , en Mecklenburg Guflro, het Her-
togdom
Holftein met de Heerlijkheid Pinneberg en de ftad Altona^ ^t Bisdom
Hildensheim, 't Hertogdom Saxen-Lauenburg, ^thnà Hadeln, voords nog
eenige kleinere gedeelten, benevens zes vrije Kijksfteden, aisLw^e/^,Goj-^/izr,
Muhlhaufen, Noordhaufen, Hamburg, en Breemen^ zijnde allen zeer aan
zienlijk.

De plaats verbiedt ons bijzonderheden wegens dit uitgebreide Rijk medetede-
len, dezelven zijn intusfchen menigvuldig: die de voornaamftendaarvanbeknopt-
lijk bij elkander gebragt begeere nateflaan, wijzen wij naar onze volkomen
reis
ATLAS van Duïtschland^ in den jare ij-pi bij den Uitgever dezes van de pers
gekomen.

D Ε Ε Ν Ε JVE A R Κ Ε N.

Dit rijk houdt men voor zeer oud, ilellende dat het deszelfs naam ontvangen
zoude hebben van zekeren
dan ,* die er vóór de geboorte van ' s werelds Heiland,
de eerfte Koning zoude geweest zijn.

Hetzelve wordt gerekend groot te zijn van het zuiden tegen het noorden, na
. genoeg 56 Duitfche mijlen, en van het westen naar het noorden 40 zulke mijlen.
Offchoon hec aan
Duitschland grenze, is de lucht, daar het noordelijk ligt,
kouder, echter niet minder gezond, zelfs kunnen de zomers 'er zeer warm we
zen, en de menfchen 'er eenen hoogen ouderdom bereiken: de vruchtbaarheid
van dit land is ook niet gering, voordbrengende veelerlei veld-en tuingewasfen,
en granen in Zulk eenen overvloed, dat 'er zelfs een groot gedeelte buiten het
Rijk gezonden kan worden : men vindt 'er ook een overvloed van paarden en
runderen, alsmede allerlei ander vee, aïs varkens, fchapen, enz. wat de over-
vloed
van het rundvee Vetreft, daarvan kan /Îo/la^id bijzonderlijk getuigen, we
gens de groote menigte magere ooiW ^^lu-^·» j^^rtijKawT; derwaards

overgevoerd, en aldaar vet geweid worden, geen geringe hoeveelheid van dat
allernuttigst produdl wordt ook uit
Deenemarken naar Duitschland gezonden :
ter oorzake van dezen overvloed in rund- en ander flagtvee, levert
Deenemarken
ook eene aanzienlijke voorraad op van huiden, tjalk, wol, borilels, en wegens
deszelfs vele vogelen, niet weinig vederen.

Door dien 'er weinige, en althans geene groote bosfchen zijn, heeft het Rijk
ook weinig voorraad van groot wild; doch water- en laod - vogels zijn 'er in over-
vloed , en geen mindere voorraad van visch.

Bergen zijn 'er niet, eenige hoogten, als in de Nederlanden, uitgezonderd;
Deenemarken brengt derhalven ook geene Metalen voord.

De aard en zeden des volks komen genoegzaam overeen, met die der Dui$Jchers;
men getuigt van hun dac ze welgemaakt, dapper en geestig zijn, een goedleven
beminnen, tevens echter ilaan zij bekend voor wat geveinsd, achterhoudenden
trotsch: „ Eertijds," dit vinden wij van hun aangetekend, waren zij plomp,
,, onervaren in kunsten en wetenfchappen, en het was in de oudile tijden een
,, revers volk, inzonderheid ter zee, deed vele invallen en ftrooperijen in de
„ naburige landen, voornaamlijk in het oude
Friesland, Holland enz. meestal
,, van de vijfde tot de agtfte eeuw; doch na dat de
Deenen den Christelijke Gods-
,, dienst omhelsd hebben, zijn zij allengskens veranderd, en inzonderheid in de
„ laatstvoorgaande eeuwen zoodanig befchaafd geworden, datze hedendaagsch
,, geene andere befchaafde Natiën iets daarin behoeven toetegeven:" 'c is met
dat alles evenwel ook waar, dat er niet zoo vele voordbrengfelen van hun ver
nuft, of vorderingen in de kunsten en wetenfchappen tot ons overkomen als wel
uk de naburiger landen, Frankrijk, Engeland, en Duitschland gefchiedt. Dir
tnoet men tot lof der
Deenen zeggen, dat de pijnbank in hunne rechtsoefeningen
geen plaats heeft.

Van de Deenfche vrowwen zegt men datze zeer bevallig en vruchtbaar zijn: om
welke laatstgemelde eigenfchap hec land ook zeer volkrijk is: men begroot het
getal der inwooners op weinig minder dan tien millioen en vijftig duizend menfchen.

Dit Rijk wordt gemeenlijk onderfcheiden in Eilanden, en Jutland, dat ook
vast land genoemd wordt. De volgende zijn de

EILANDEN
Zeeland, Falfler, Amak, Funen, Moenen, Soltholm, Lan geland. Ar ave ^
Bum, Laland, Samfoe, Bornholm, Tasfing, Niding, Lesfouw,

Vericheidenen van dezen pronken met aanzienlijke fteden, als Coppenhagen y
Rofchild, Helfingor, Odenzee, Nybourg,
enz

JUTLAND wordt weder verdeeld in Noord en Zuid-Jutland, \ iaatile gedeel-
te draagt thans den naam van
Sleeswig, naar het Hertogdom, van dien naam.

Noord-Jutland, verdeeld men weder in vier Stiften; evi Zuid-Jutland i'à
eenige lieden en verder velé eilanden, hebbende verfcheidene goede fteden·

Onder de gemelde vier ftiften waarin, gelijk wij zeiden , Noord- 'Jutland ver-
deeld is, telt men dat hec welk den naam van
Rijpen draagt; en in hetzelve is
een dorp,
Galbus genaamd, waaromtrent men vertelt, dat inden Jare 1739, een
b^ere dochter, aldaar woonachtig?
zich op weg bevindende, met haiir voet te-
gen ïe'S. hards aanftiet, en benierkendè das het iecs bijzonders wasi, groef zij
het op, en nam het mede: men bevond hec te ztjn eene gedaaoce '-'an eenhoorn
meer dan een el lang, beilaande uit hec fijnfte goud, en met veelezinnebeeldige
figuren daarop, dezelven ftonden tusfchen zeven kringen; doch alle figuren tot
nog toe door de geleerden niet volkotaelijk verklaard hebben kunnen worden;
dit zonderlinge iluk werTïs werd gefchat op de waarde van 1200. rijksdaalders,
en wordt nog heden in de KoningUjke kunstkamer te
Coppenfiagm bewaard.

Wlen gist dat deze hoorn gediend zal hebben toe eene drinkichaal, zoo als de
oude
Friezen en andere Noordfche volken ^e'woor^ waren te gebruiken ; de Rij-
ken hadden dergelijken van goud of zilver, en de-minderen bedienden zich van
osfenhoornen.

In den Jare »734, zegt men, dat in dezelfde landilreek, door een'boer, een
dergelijken hoorn, in uitgegraven leem gevonden is.

Behalven het Koningrijk Noorv/egen waarvan de befchrijving volgci heeft
Deenemarken nog eenige bezitcingen'in Azia, Africa en America.

NOORWEGEN.

Even als men, gelijk wij boven gezien hebben, gisfingen maakt omtrent dee
naam van
Deenemarken, maakt men__ ze omtrent Noorwegen : fommige menen
naamlijk dat dit Rijk zijnen naam bekomen heeft van deszelfs legging, als noor-
delijk in
Europa zi}r\de·, anderen echter menen die naamsoorfprong te vinden in
den naam van deszelfs eerften Koning,
norns genaamd, zijnde een broeder ge-
weest van den bovengemelden eeriien
Deen/chen Koning ώα

Van de luchtsgeileidheid getuigen de reizigers dat dezelve ruw enkoud is,een'
natuurlijk gevolg van de legging des Lands ; de zomers, benevens de voor- en ·
na-jaaren zijn er kort; offchoon men des zomers er ook eene vrij zware hette,
althans naar evenredigheid van de luchcgefteïdheid desganfchenjaars,kan hebben.

Wat de voordbrengfelen des Lands betreft, dezen zijn niet zeer menigvuldig»
wegens de vele bergen en bosfchen die er gevonden worden, inzonderheid in
de Noordelijke delen ; hiervan is het gevolg dat er geen koorn genoeg gewon-
nen wordt om de eigene inwooners te voeden ; waarom er vele granen van bui-
ten ingevoerd moeten worden; zelfs lezen wij dac de bewooners van de noorde-
lijke delen zich meest generen mee visch; eecende dezelve, gedroogd zijnde, als
brood bij de verfche; want van dezen is er in grooten overvloed, gelijk dezelve,,
gedroogd zijnde, (naamlijk ftokvisch,) ook een der voornaamile handeliakken
van dit Rijk uitmaakt; fchoon de
Nooren ook vele houtwaren buiten hun Rijk
verzenden, ter oorzake van de bosfchen die er, gelijk gezegd is, lo
groote hoe-
veelheid voorhanden zijn; dezen maken aldaar den handel in pek, teer, harst,
gom, enz. vrij algemeen; de Noordfche bergen leveren ook eene menigte ijzer
en koper op. Onder de visch die aldaar veel gevangen wordt moet men ook de
Noordfche zalm tellen, welk mede gerookt zijnde naar buitens lands worde ver-
zonden ; dezelve is echter op verre na niet zoo fmaaklijk als de
Nederlandfche,

De Noordfche bergen leveren ook fraaje fijne gefteenten op, als agaten, gra-
naten , amathisten, jaspis, en anderen; zware keiileenen zijn er in overvloed,
die ook met heele fcheepsladingen vervoerd worden ; vooral naar
Holland, ai-
waar men aezelven gebruikt om de dijken te verfterken — in fommige rivieren
worden ook paerlen gevonden; ook zijn er eenige zoutgroeven, enzoutpannen,
weiken echter niet zoo veel zouts uitleveren als men voor den vischhandel no-
dig heeic, zoo dat men nog van buiten een menigte zout ten dien einde moet
ontbieden.

De aart der inwooneren vinden wij dus befchreven : ,, De inv/ooners van dit '
,, Landfchap zijn fterk en worden gezegd openhartig en oprecht te wezen, maar
„ zijn daarbij plomp en boersch, inzonderheid hoe verder zij naar
het noorden
„ wonen ; verfchiilen derhalven in befchaafdheid veel van de Deenen : kunsreni
>j en wetenfchappen zijn er in *t algemeen weinig bekend; behalven de noodige
,,
ambacHter. cij Kunnen misren: zij maken hun werk zeer veeï van de

visfcherij, jagt en zeevaart; zij zijn goede zeelieden, en men zegt dat ze veel
„ van fterjke dranken houden, dat aan de
Noordfche volken eigen fchijnc."

Het Rijk worde gemeenlijk verdeeld in de volgende ;

L A Ν D S C Η A Ρ Ρ Ε N. >
Aggurhus, Dronthdm, Bergen, Wordhus.

Anderen verdelen het volgends het ftaatkundige en kerklijkein vierftifceu, ab
Christiania, Qhsistiaanfund, in het zuiderdeel, en
Bergen en Drontheïm^ in het noorderdeel.

In ieder van deeze Laodichappen worden-verfcheide goede Steden gevonden.

Bij de gemelde delen van moeten ook gevoegd worden, alsnog

andere delen van het Rijk, de volgende:

Ε I L Λ Ν D E- N.

Tsland, de Eilanden i^im, de Hitlandfche, Hitteren, Nomendal^
Lofferden^ Samiën, Surroy.

Tsland Is zeergroot, doch van alles armlijk bedeeld, tot zoo verre, dat het
weinige brood en meel, 'c welk er jaarlijks ingevoerd worde, alleenlijk devoor-
naamilen :en dele valt; de minderen moeien zich met gedroogde visch generen)»

Naauwlijks valt er ^ras genoeg om er het vee mede te voeden; zö^o dat de
fchapen er ook gedroogde visch eeten, zoo wel als de gemeene inwooners ; ge-
heele kudden van deze dieren worden fomtijds onder de fneeuw bedolven, waar-
onder zij echter niet omkomen; want door hunnen adem blijven er
gaten in waar-
door zij lucht fcheppen; met moeite worden zij vervolgends door de inwooners
weder opgezocht en gered.

Onder de bergen op her groote Eiland Tsland zijn velen die vuur fpuwen, on-
der ander de vermaarde berg
Hecla,

De inwooners zijn er klein doch ilerk ; maar worden niet zeer oud ; zij zijq
evenwel niet misgedeeld van veriland en gezond oordeel : men wil dat er weleer
goede Hiftorieichrijvers gevonden werden

De Eilanden Ferro zijn meest all' rots - gronden, overdekt met een e'l hoog
aarde, die zeer vruchtbaar is, beilaande meest uit weilanden,
waardoor de fcha-
penfokkerij er vrij groot is: als eene aanmerkelijkheid van een dezer Eihnden,
L'isle Dune genaamd, tekent men aan, dat de witte fchapen welken men van
elders derwaards voert, er binnen korten tijd zwart u^orden, welke verandering
van kieur met zwarte vlekken aan dè pooien begint, en
allengskens naar boven
opklimt, tot dat de geheele vacht verkleurd wordt.

De Hitlandfche Eilanden, welken zes-en veertig in geta^ belopen, zijn bijn?
geheel onvruchtbaar, en worden derhalven weinig bewoond.

Ζ W Ε Ε D E Ν.

Dit is de derde van de drie Noordfche Rijkenx van hec zuiden naar hec noor-
den beilaat het 225 mijlen lang, en van het westen naar het oosten ruim 250 mijlen.

De Zweeden ademen een zeer koude lucht in ; de winter is in' dat werelddeel
zeer lang; doch waarop dikwijls een heete zomer volgt: de koude
maakt, gei ijk
doorgaans ia 't noorden plaats heeft, den grond zeer onvruchtbaar in graan- en

tuin-


ocr page 9

mïn.gewasfen, hoefcïmklijk in de meest noordïi)ke delen : Zweedenhte^già&v.
halven geene granen genoeg voord om zich zeiven te kunnen voeden, waarom
hec toevoer desaangaande van buiten nodig heeft; men meenc echter dac zoo er
den behoorelijken arbeid aan beileed werd, Zwseden vrij meer granen zoude kun-
nen
voordbrengen dan het thans doet; de gemeene Zweeden verkiezen tog Jiever
zeker brood uit den gemalen
rchors van Dennehomen bereid te eeten, dan meer
se werken orn zich beter te voeden.

Het Land is verder redelijk wel voorzien van tam vee, inzonderheid van fcha-
pen, want er zijn goede weiden: de grooce bosfchen die men er vindt leveren
ook overvloed van wild op, als rheën, herten, elanden, en runderen, wüde
varkens, hazen en vosfen, als mede beeren, wol yen enz. : gevogelte is er me-
de in groote hoeveelheid-,

De vele rivieren en meiren die in Zweeden gevonden worden, bezorgen den
ïnwooneren eenc rijke overvloed van visch ; en de bergen
die er zijn een menig-
te van metalen en mineralen; doch voornaamlijk veel ijzer en koper, daarbij
echter ook christal, araathist, topaas, porphijr, agaat, zeilfteen; enz.

Deze vrij rijke voordbrengfelen maken er den koophandel bloejend; ook is
er in den Jare
j/SSj ^ene Oon-Indifche Compagnieinzonderheid naar
Canton en China, zijnde ieder t'huiskomend fchip verpligt 50000 dalers zilve
ren munt aan de kroon oprebrengen —. voorwaar geen gering inkomen '

Wat de geaardheid der Zweeden betreft ; nien houdt de inwooners in het alge-
meen voor gezonde en fterke lieden, die alle ongemakken kunnen verdrag----

^«nrfl-Qani daarbü houd men ze voor vroom en getrouw, doch tevens wat

jen en

doorilaan; daarbij houd men ze voor vroom en getrouw, aocn tevens wac traag
van aart; waarvan wij boven onder het fpreken over hunnen landbouw reeds
een enkel
woord gezegd hebben — de lledeiingen zijn beleefd en welgema-
nierd; zij zijn ook thans groote liefhebbers van kunsten en werenfchappenrdat
zij ongehoorde daden durven ondernemen, is onlangs aan het moorddadig om-
brengen van hunnen Koning gebleken.
Wat
de verdeling van die Kijk betreft; men maakt dezelve als volgt:

LAN DSCHAPP EN.
Sulonie of het eigenlijk Zweeden^ ook Oud-zweeden genoemd»
GoMandp Finland^ Noordlandj Zweedsch- Lapland.

eilanden.
Olandy Gothland^ Aland.

Ieder der gemelde Landfchappen word weder op de volgende wijze onderdeeld : al s
SULONIE, of ouD-zwEEDENT, in de Piovincïën
 Sudermanie^ Nerkie^

fVestermame en Dalecarlie.

ÖOTHLAND, in Oost' West en Zuid- GoïMand.-De Eilanden Olandtn Goth-

land^ behoren eigenlijk toe Om- Goïhlandy gelijk Jlandtoi Zuid-Gothland,
en zouden derhalven, op zich zeiven niet als hoofddelen van het Zweedfche
Rijk aangemerkt kunnen worden.
ïiooRDLAND, in
GestHde^ Uelfmgen, Medelpadie, Angermanie^ Westhoshnie ^

Jemtie, Herndal^ dragende ieder den naam van Provincie.
FINLAND, in de volgende vijf Provinciën, als die van'ceigenlijk
Oost-
Bothnia^ Nijland^ Savolaxie
en Kexholm, van welk laaclle een groot ge

deelte aan Rusland behoort.
zweedsch-laplano, in de volgende vijf delen : Zapmarhn genoemd ;
ù%Uma
lapmark, Pitha- lapmark, Lula lapmak , Torne- lapmark
, en Kuni lapmark.
De legging van die gedeelte van Zweedm maakt dat er in de noordeiijkfte
plaatfen 's winters geen zon gezien wordt; doch de goedgunftigeNatuur, heefc
de inwoonders daarvoor het heldere
Noorderlicht, dat er aanmerkelijk fterk is
weder gefchonken ; dit zonderlinge licht fchijnt aldaar op die tijden zoo ilerk,
dat de inwoners er bij kunnen zien te gaan en reizen waar ze wiilen: het land
zelf is er woest en onvruchtbaar; houc vak ergenocg^, doch er wordt geheel
niet gezaaid; en er groejen
ook ilechts weinige harde planten: ûe JLapCanders
leven derhalven alleenlijk van hunne beruchte Rendieren ^ als mede van visfçhen
en de vogeljagt; de gezegde rendieren, die de gedaante van herten hebben, ver-
llrekken den inwoners in alles even als de runderen aan andere Europefche vol-
3ïen; zij fpannen dezelven ook voor hunne ijs- of fneeuw- fleden: men verhaalt
dat als een reiziger zulk een flede met een rendier huurt om met hetzelve hier of
daar heen te gaan, de eigenaar derzelven het beest iets in 't oor fluistert, en dat
ietzelve dan niet verder loopt, als tot die plaats, en het niet verder gaan zou-
de indien men het verder wilde hebben, al floeg men het ook dood; men wil
echter dat dit een vertelling zij, naamlijk het fluisteren in 't oor van het dier, of
fchoon het overige van de zaak waarheid zij, en ook begrijpelijk is, indien men
Hechts in aanmerkingneemt
àudeLaplanders voorieder bijzondere plaats eenbijzon-
der
rendier hebben, daC gewoon is niet verder dan tot die bepaalde plaats te lopen.

Ten genoege van onze Lezers moeten wij het volgende hier nog bijvoegen —
De
Laplanders bewoonen huizen welken ilechts eeneibort van tenten zijn, die
ze zeer gemakiijk kunnen opbouwen, beftaande uit houteneftaken, bij wijze van
eene van boven afgekorte piramide in den grond geplant; dezen
om vangcnze met
huiden van rendieren of grof linnen: in 't midden van de tent is de vuurhaard,
welks rook door het opengelaten gat, boven in de tent, uitgaat; dat zelfde gat
verftrekt hen voor venster: rondom in de tent ftroojen ze wat rijfen, waarover
zij gedroogde huiden van rendieren of ook grof linnen fpreiden, 't welk hun
voor bed en ook voor zitplaats dient, want zij hebben iloelen noch banken; als
ge flapen gaan, hangen ze hunne kleden die uit grof linnen of pehwerk beilaan,
rondom den wand, voor de tocht: deze woningen, waarin wel twintigmen-
fchen te gelijk logeeren, zijnmec palen afgefchoten op'dat het wild gedierte de
Ï)ewoners _g«en ontijdige bezoeken geven: zij verplaatfen hunne huizen of ten-
ren
zoo dikwijls als hunne rendieren den grond rondom dezelven ledig gegeten
liebben; want het Land is groot doch weinig bevolkt.

Men zegt van de Laplanders, die zeer klein van gedaante zijn, maar groot
yan hoofd en mond, dat ze zachtzinnig en goedaartig van aard zijn, en zeer
vreedzaam onder elkander leven ; doch men verhaalt tevens dat ze lui en wellus
ïig
genaamd mogen worden.

P. 0 0 L E N.

Dit Rijk ^^^ ^"gte van het oosten tot het westen bi] de zeven hon-

derd Engelfif^^ mileii beflaac, ]igt onder eene zeer gematigde en gezonde lucht·
ftreek ; hoewel 't er in net noorden uitnemend koud zij ; het weder is er 's win-
ters
zoo wel als zomers meer goed en vast dan in andere landen : 's winters,
lezen wij desaanga^j^"^ ' worden de landen zoo zeer niet van fneeuw bedekt, of
men wenscht fomtijds na nog meer, om het gezaaide voor den vorst te bewa-
ren, die echter, ten minsten in
de zuidelijke delen, daar niet, of niet veel
zwaarder dan in , of in
Nederland is.

Deze gematigdheid van liichc, en de vettigheid van den grond zetten hst Ko-
nipgrijk Poolen eene buitengemeene vruchtbaarheid bij, vooral in granen, waai'
van aldaar altoos meer voorr^^^ ergens elders gevonden wordt, waardoor de

graanhandel ook een voornaam beilaan der inwoonercn is ;■ men- reken!: dar jaar->
lijks wel honderd-en-twintig duizend lasten koorn, uit/Jj.^i-üg nsar fchm d·
der landen
gevoerd worden, welken ten minsten wel drie miiljoènen rijksdaal-
ders belopen; en dit, verzekert men, is nog naauvvlijks een derde gedccke vaa
de granen, die het Rijk voordbrengt: lijnzaad wast er ook in groote hoeveel-
heid, zijnde uit het een en ander te beiluiten dat de landbouw een vooniau;n
gedeelte van den arbeid der ingezetenen moet wezen.

Er zijn ook heerelijke velden, en welgronden, die voor eene aan^ienlfjke me-
nigte van vee gebruikt worden; ja men wil dat er op ééne markt wei 30C00 friikS'
rundvee verkocht wordt, en dat er jaarlijks meer dan tweemaal zoo veel ui; de i
overvloed
aan buitenlanders'verkocht worden: de Pooljche paarden i^à mmx
mede onder de meestgeachtilen ; en daar het Rijk niet van bosfchcn ontbiooC
is, zijn er ook herten, hazen , wolven , vosfen, beeren, elanden, wilde ezels
en wilde osfen, voorhanden.

Vruchten, kruiden, wortelen en andere warmoeskruiden, heeft men ér mede
in grooten overvloed; doch de wijngaarden die men er aangelegen heeft, geven
genen wijn, fchoon de druiven in een droog jaar vrij wel fmakeu.

De Poolfche rivieren geven overvloed van fmaaklijke visch; „ men ilopter,'*
lezen wij elders, „ menigmaal visch^ijke beken op, en laat het land n>ratijds
„ een
Duitfche mijl'va 't ronden onderlopen, binnen opgeworpene dijkjens:als
,, men dit dus een jaar twee of drie heeft laten ilaan, tapt men het water af eii
„ vangt de visch daar uit; fchoon dezen tot een kleinen prijs verkocht
wordt,
„ gebeurt het echter v.-eJ des mcnvandezelvenog ^o,oco Poolfche guldens matAt.,
l3e beiënteelt is in dit Rijk zekerlijk ongemeen ilerk, aangezien dezelve veel
honig en wasch oplevert, en er ook veel mee gebrouwen wordt.

Bergen zijn er in Poolen ook voorhanden, en deze leveren zilver, lood, ij^er,
en koper uit; men heefter ook marmergroeven van allerlei kleuren, als mede
falpeter- vitrioel- en andere mijnen : met de zoutmijnen die er zijn wil men echter
dat de
Poolen hun meeste voordeel doen; er wordt er onder anderené^nirevon·
den van drie honderd fclircden diep; op den grond zijn duizend door elkander
geitrengelde wegen, cn verfcheidc galderijen en ilraten, even als in eene ilad
plaars heeft, en om welken allen te zien ïiicn, volgends verzekering van gelooi·-
-waardige Reizigers^ een gcheele week zoude nodig hebben: fomiijds zijner
zulke ilormwinden in deze onderaardfche hooien, dat men er niet gemakiijk te-
gen op kan gaan, en meestijdsis 'c er zoo koud, dat men
't er nset uithouden
kan' deze eene grooce mijn levert, verzekert men, jaarlijks, wel voor agtmaal
honderd duizend
Poolfche guldens aan.zout uit.

Wat de geaardheid der Poolen betreft, daarvan vindt men bij de Geographis-
ten breede befchrijvingen: wij zullen de voornaamfte pointen daarvan hier bij el-
kander brengen, vermics zulks in ons plan voldoende is.

De uito-eftrektheid van grond, maakt dat er een zeer aanmerkelijk verfchiÏ
tusfchen de geaardheden der bewoneren daarvan gevonden wordt: wat dan de
Poolen in 't algemeen betreft, men wil dat zij alle volken van JEwfo^iZin leven-
digheid van geest, ilerkte van ligchaam, en langheid van leven te boven gaan:
zij zijn zoo gehard tegen de ongemakken, dat zij de Di/zV/cAen zelf voor een ver-
wijfd volk houden ; zij fchromen niet zich in den winter met hunne armeen m
de fneeuw te legeren, en men verzekert dat, hadde een goede krijgstugt onder
hen plaats, zij zouden onverwinnelijk wezen; zij zijn ilandvastig in wederwaar-
digheden, en omtrent die van een ander zeer koel, zeker het natuurlijk gevolg
van hunne gehardheid, want de meêwaardigheid is tog eene tederheid: zeldea
zegt men, zouden zij eene hand ter hulpe van een ander uicftrekken, al
ware hec
ook dat zijn huis voor hunne oogen afbrandde; dezelfde koelheid
heerscht bij
de
Poolen ook tusfchen de ouders en kinderen, en wel wederkeriglïjk ; dit gaat
ZClt^ IOC Zi^J^ vc:rx*c· cjac de
ouders zeer wel kunnen gedogen dat hunne kinderen
bij de
Tariaaren gevangen, en in harde ilaverni] bU^ven, offchoon zij voor klein
geld te losfen zoude wezen: zij zijn voords vol vuurs, en leren zeer gemakiijk.
vreemde talen; doch fchijnen verder meer gefchikt om iets na te doen dan iets
nieuws te verzinnen : de
Poolen zijn verder in den loop der Hiiloriën bekend van
vrienden der vrijheid; doch dit heeft voornaamlijk onder den adel plaats,
althans
vrij njinder önder de burgers, en de boeren zijn aan de flavernij geheel overge-
geven: men befchrijft de natie over 't algemeen verder als zeer eerbiedig zijnde
jegens hunne overheden, openhartig en eerlijk, en meer in ilaat van te kunnen
bedrogen worden dan te kunnen bedriegen: zij zijn haastig maar echter ook ge-
makiijk te bevredigen; hoilijk en gastvrij jegens vreemdelingen, die zij menig-
maal tot een langer verblijf uitnodigen,

Wegens hunne geilalte vinden wij aangeteekend, dat zij veel eer lang dan k ore
kunnen genaamd worden, hellende wat naar den vette, alle morgen wasfchen
zij hals en aangezicht met koud water; dit doen zij zelfs in het ilrengfte jaarge-
tijde, en zodra zij opilaan; welke gewoonte bij hen zoo algemeen is, dac oo'fC

de kinderen van hunne jeugtî af aan daaraan onderworpen WOrden : zij Zijn fraai

van kleur, en de vrouwen doen alles wat mogelijk is om mager^n teng-er re bJjjven.

Dit oordelen vvij genoeg te zijn, om eenig denkbeeld van de geaardheid der
Poolen te verkrijgen, derhalven kunnen wij nu overgaan tot de verdeling des-Rijks
Hetzelve wordt dan gemeenlijk verdeeld in agt groote delen, zijnde naamlijk.
Het eigenlijk
Poolen^ 'c Groothertogdom van , Pools Ρ ruisfen. 'Sa-

mogitia en Courland, Warfovia^ oi Masfovia, Podlochia en Polefiaf Rq4
of klein Rusland^ Podolia, VolMniaen Ükrain.
De meeste dezer delen worden weder in kleiner onderdelen gedeeld; als:
'T eigenlijk polen, in Groot en Klein Polen j bevattende het eerile zeven Pala»
tinaten, Waiwoodfchappen, of Landvoogdijen,
en klein Poolen, drie- De
eerile zeven zijn:
Posnanea^ Kalisch^ Siradia^ Rava, Lemfchet^ Bretîijen.
Inowlocz^
(welke twee laatilen Kujavia uitmaken:} de andere dnezijn: Cra-
cow, Sandomir^
en LuUin.
lithauen, in agt Palatinaten: naamlijk. Wilna^ Breslaw, Polosch., Wiiipsky

'iroki^ Menskin Meislaw, Novogrodek,
POOLSPRUISSEN, in vier, Pomerelia, of kleiS Pomeren, Bulm, Marien-'.'urg, fFamw,
couftLAND, in *t eigenliik C»urland ten westen, en Semigallia ten ooisttn.
WARSoviA, in drie 'Waiwoodfchappen. .
PODLACHIA, (eene Provincie^ in drie Rechtsgebieden.
ROOD of KLEIN RüsLAisD (*), in drie Waiwoodfchappen.
voOQUAy in Opper-en Neder. Podolia.

voLHiNiA, wordt even dus verdeeld, naamlijk iii Opperen Nedet ^ zljr.de het
laastgemeide de
Ukrain, boven als een bijzonder deel van Poolen opgegeven.
Anderen verdelen
Poolen eerst in twee algeme'ene Hoofddelen, als

't Koningrijken 't Groothertogdom Ltthamn. Voorts,
't Koningrijk poolen, ïh Groot-Poolen^ Klein■ Pookn Qn Rood Rusland.

' 't Groût

C*) ^Izo genoemd om hei van Groot Rusland Mnicovië te onderfcheiden

R

L D

BEKNOPTE beschrijving VAN DE GE HEEL Ε WE


ocr page 10

ÎO

Groot Hertogdom lithauen, ,iti'c eigenlijk i/iZ/iizii» , Rüefisch, Lithau-
en, Samogitia^ Poolsch Lijfland,
en 't Hertogdom Courland.
Voords delen dezen Groot Poolen weder in 't eigenlijke Groot. Poolen ^ Cuja·
v/ö, Moravie, en Pools Pruisfen —-- Klein Poolen^ ais voren, in drie Wai-

woodfchappen, ïLbCracon^ Sandomer en Luhlin-Kldn Rusland

Rusland, Volhinia^ Podolia,

H O Ν G A R IJ Ε N.

Dit Koningrijk, 't welk men fteld zijnen naam ontleend te hebben van àeHun
nen, waarom men ook deszelfs naam Hungarijen, in plaatfe van Hongarijen
gelijk het meestijds genaamd wordt, gefpeld vind, wordt van het oosten naar het
westen gerekend op 80
Duitfcjie mijlen, en van het noorden nsar het zuiden
op 75 zulke mijlen

De luchcfgeileldheid is er zeer ongezond, inzonderheid voor de vreemdelin-
gen; het welk men fteld veroorzaakt te worden,
door de fchieiijke verandering
van weer, waaraan het cliraaat aldaar onderworpen is ; de dagen zijn er des zo-
mens uitneemend heet, en de nachten, gelijk zulks meermaals het
geval is, on-
gemeen koud: de grond zeer moerasfig zijnde, werpt de walgelijkile dampen op,
door welke vele vreemdelingen,
vooiA^o-Buitfchers, ten gravegefleept worden.
Door verfcheide rivieren bewaterd wordende, alfchoon verre van de zee ge
legen, levert het overvloedig visch op, in zoo verre zelfs, dat ze er ongemeen
goedkoop in prijs is: er worden ook v&le heete baden gevonden; er zijn fontei-
nen van zonderlinge hoedanigheden, onder anderen is er een die, zegt men, een
vitriool water uitwerpt, het welk na korten tijd,
ijzere platen in koper veran-
dert; andere waters zijn er, die voor het gedierte voiftrekt doodüjk zijn

Men heeft er hooge bergen; en ook uitgeilrekte vlakke weiden, waarop het
gras tot de lengte van ruim drie voeten opichiet, het welk cene gelukkige
vee-
iükkerij ten gevolge heeft —— er wast ook goede wijn.

Wegens den grond van Hongarijen vinden wij in 'c algemeen aangetekend,
dat dezelve voor zeer vruchtbaar gehouden wordt: ,, Maar," voegt deSchrjjver
er bij, „ men wil dater de rogge in drie jaren blank wordt, en in tarwe véran-

j, derc -- alles wast er zondér mesten,"

Alen heeft er ook bosfchen die overvloed van hout opleveren.
De aart der
Hungaren vinden wij op deze wijze befchreven: De reizigers
zeggen ons, dat zij een wakker oorlogszuchtig volk zijn; zelfs hebben hunne
vroûwen weêrgaélooze voorbeelden van oorlogsdapperheid gegeven: fommige
ichrijven de oorzaak daarvan toe aan hunne fpijs en drank, dewijl Zïj veel knuf
look en uiën eecen, en wijn en brandewijn drinken: men wil dat zij verilandig
en fchrander zijn; zij worden aan den anderen kant van trouwloosheid befchui-
digd, en dat zij niet fchroomen hunne aangegane verbonden te breken, zodra
zij daarmede hun voordeel kunnen doen; dat zij een lui en traag foort van volk
zijn , waartoe de groote vruchbaarheid van hun land aanleiding geeft: het wordt
bevestigd dat zij van den wapenhandel meer werks maken dan van den veldbouw
en bergwerken, waartoe zij meestai
Duitfchers te werk ftellen; hunne traagheid
. wordt ook gedeeltelijk veroorzaakt, door hunne gewoone overmaat in eeten en
drinken, waarover zij door de
Duitfchers, die echter in allen delen zei ven de
füberflen niet zijn, befch^mpt vvoiden; bij deze mengeling van goed en kwaad,
noemt men nog ais hunne grootile fout, dat zij zeer ligt tot oproerigheid over-
flaan, fchoon anderen zulks toefchrijven aan eene on verdoof bare zucht voor de
vrijheid, waarvan zij meermaals uitneemende bewijzen gegeven hebben, gelijk
de historie huns Lands aantoont. Lieden van aanzien en adel, laten zekere
grootmoedigheid en deftigheid in hunne houding blijken : \ gemeen wordt van
wreedheid befchuldigd, 't geen men meent dat hunne gedurige oorlogen ook
oorzaak zijn, dat de beoefening van kunsten en wetenfchappea bij "hea zoo
Ichaars gevonden wordt.

De bevalligheid en fchooïiUeid der Hungaarfche vrouwen, wo'rden bij uitnee-
mendheid geroemd.

Men verdeeld Hungarijen in twee deïen, n^mlijk in

Opper Hungarijen, en Neder - Hungarijen :
Deze beide delen worden weder onderdeeld in zeven, ^hec eerfte in vier5 en
het andere in drie)

l a ν d v o o g d ij ε n.
2ijnde Presburg, Eergfiet, Nieuw hawfel Kafchaw^

Buda, Raah, Kanifia.

Anderen vtxMen Opper-hungarijen^ in 3S Gefpanfchappen, dat is Genoot,
fchappen, of
Palatinaten, en ISeder· hungarijen in dertien; weder anderen tel-
len maar 32 Gefpanfchappen in
Opper hungarijen, en nog anderen geven dat
getal weder anders op

Een der hedendaagfche Geographiscen , betrekt onder de verdeeling van Hun
garijen
ook de volgende Landfchappen, die daar aangrenzende zijn, en door den
Keizer beheerscht worden; wij zullen van ieder nog iets zeggen. Het eerite
dat ons voorkomt is

TRANSILVANIEN of ZEVENBERGEN.
Een Landilreek of Vorstendom het welk door de oude
Saxzn bijzonder ver-
flerkt is: het is omtrent veertig uren gaans lang van 'c noorden naar het zuiden,
en ook zoo veel van 't oosten naar het westen.

De lucht is er uitnemend heet; het land met bergen en bosfchen omringd; de
bronnen die er gevonden worden zijn ongezond, het geen aan de zwavelachtig-

heid der gronden geweten moet worden -er zijn verfcheide goede'rivieren.

Het Land worde door de volgende natiën bewoond, als
Saxêfiy een volkplanting van de oude Zennbergers; dezen bewonen een Land-
fchap dat men
Siehenhurgen noemt. Secklers, die in het noordoosten bij het
Krapaks gebergte wonen. Hufïgaaren, die aan de grenzen van Bungarije7i
hun verblijf houden Polakken worden er ook velen gevonden. Grieken^
jlrmeni&rs, Bulgaren, Walachiers,
en Cingalen, behoren mede onder de
bewoners van
Tranfilvajiiën gevoegd te worden.

Van alle deze bewoners worden de Hungaren, Secklers en Saxen tot de re
geering toegelaten·

Uic àeze veelvoudige verfcheidenheid van bewoners, kan men ligtlijk bcilui-
ten, dat nien geene aïgemeene befchrijving van den aart des volks kan geven.
SLAVONIEN.
Dit Landfchap, een van 's Keizers frontieren zijnde, wordt gerekend meer
^an aoo
Engelfcèe mijlen in de langte te bellaan, en tusfchen de 50 en 6o in
de breedte — de lucht is er goed, het land merendeels eiFen, en niet veel met
bosichen en bergen
vervuld; maar uitneemend wèl bevochtigd door zijne rivie-
ren, behalven andere
ftroomen: hier uit is ligtlijk aftenemen, dat het een zeer
vruchtbare landftreek moet zijn, hoewel men verzekert dat het niet naar behoo·
ïen behandeld worde.

De iiiwoners ^ijn echter vsn een« wakkere gedaante, -gezonde geileltenis en
zeer wèl gefchikt tot eenen waren arbeid.

In dit Landfchap worden verfcheide voorname fteden gevonden.

C R O A Τ I A.
Dit Landfchap is eene andere grensplaats van den Keizer en beiîaat in de Jang-
te omtrent 80
Engelfche mijlen, en even vele zulke mijlen breed.

Het land is van narure vruchtbaar, brengt koorn, olij en wijn voord, daâr
naamlijk, alwaar het met ijver bebouwd wordt, hoewel het thans niet meerop-
leverd dan de bewoners voor zich zeiven nodig hebben, om dat het niet in zijn
geheel iiangekweekt wordt. ^

Het volk heeft eene goede geilalte, en is bijzonder gefchikt voor foldaten.
Croatia heeft voords vijf voorname fteden, ùsKaalflad, Sifeg, Kastanoyitz,
welke drie aan den Keizer onderworpen zijn ; de overige twee, die den Turk
behoren, zijn Dubiel en Wurtz.

MOSCOVIEN of RUSLAND.
Onder dezen naam verilaat men eigenlijk
Europisch Rusland, een ander ge-
deelte van
Rusland in het algemeen, ^ioxài Aziatisch Ruslandgéntien-. het Eu-
ropisch Rusland
op zich zelf wordt gefield 400 mijlen lang en even zoo breed te
zijn; doch als men het
Aziatisch Rusland ex bij rekent, bevat het in de leng:e,
van her westen naar het oosten meer dan laoo mijlen, zoo dat er geen Rijk in
de geheele wereld is, welks aaneengehechte Provinciën zoo groote uitgebreid-
heid gronds .beflaat.

Door deze zelfde uitgebreidheid is de lucht er ook niec overal hetzelfde : in
de noordelijkfte gewesten, worden de graanvruchten maar nnauwlijks rijp, we-
gens de aanhoudende koude welke aldaar plaats heeft; ook kunnen er geene bo-
men en tuin - gewasfen groejen, zoo min als alle foorten van bomen en heesters;
voornaamlijk tieren er de Pijn- en Denne-bomen, en eenige foorten van hees-
ters , die harde besfen dragen. Tam vee wordt aldaar niet gevonden, maar in
tegendeel eene groote menigte van allerlei wild gedierte, die heerelijke pelterij-
en opleveren: ook valt er overvloed van veelerlei gevogelte, en in de rivieren
eene menigte van visch.

In de middenile landilreken is de lucht getemperd, en de grond brengt er ook
allerlei granen en andere gewasfen voord; even vruchtbaar is dat gedeelte van
net Rusfifche Rijk in boom- en tüin - vruchten, als mede in allerlei tam vee; de.
bosfchen, die aldaar gevonden worden, zijn vol wild, en de rivieren brengen
veel visch voort De zuidelijke landilreken liggen onder eene zeer warme lucht,
die echter niet verhindert dat de grond er niet mede vruchtbaar zoude Wezen ; er
zijn ook fchoone weiden, offcboon er tevens vele onbewoonde piaacfen of woes-
tijnen gevonden worden,· er vak ook wijn, doch men wil dat dezelve door de
falpeterigbeid van den grond niet zeer gezond
zij: over 'c algemeen wil men, dac
de
Ruspn een gedeelte van den aardkloot bewonen, welk alles oplevert hec
geen de niensch tot zijn gebruik en onderhoud nodig heeft, zoodanig naamlijk,
dat het geen de eene Provincie niet voordbrengt, in de andere gevonden wordt;
het geen ten gevolge heefc dat de levensmiddelen, inzonderheid het vleesch er
vrij middeiïmaiig van prijs is —~ Bergen worden mede in dit werelddeel gevon-
den, waardoor men ook ertzen onder de Landproduclen telt, voornaamlijk,
zilver, goud, en voortrefTelijk koper ; men vindt er ook edele geileenten ; zouc
wordt er mede gewonnen, en het ontbreekt er niet aan gezondheids-bronnen.

Wat den aart der bewoners van dit Rijk betreft, men komt daarin overéén dac
zij van natuure ilerk en welgemaakt zijn, doch eenigzins ruw en onbefchaafd,
hoewel zulks alleenlijk van de mindere clasfe der bewoneren kan gezegd wor-
den: de aïgemeene onbefchaafdheid is ook zeer verminderd door de ijverige en
recht vaderlijke pogingen welken
de groote Czaar peter de eerste desaan-
gaaade gedaan heeft; hunne ortbefchaafdheid beftaat nu voornaamlijk in eene
robuste levenswijze, en men noemt ten bewijze daarvan voornaamlijk hunneon-
verwinnelijke trek naar brandewijn en andere fterke dranken, waardoor de dron-
kenfchap eeSe van hunne hoofdöndeugden genoemd mag
worden.

De Rusfen nouaen veel van zich te baden en te reinigen, hetwelk onder hen
zoo gewoon is, dat men, ten dien einde, in de meeste huizen een bad vind,
en die geen eigen bad heefc, gaat in de openbare baien, welken er niet fchaârs
aangetroffen worden ■■■ - hunne woningen zijn niet zeer aangenaam zamsngefteld;
in de gemeene huizen is in ieder vertrek een groote ilook- ofbak-oven, die bo-
ven plat is, en van binnen geilookt wordt, dienende niet alleenlijk tot verwar-
ming van het vertrek, maar tot het kooken en verder gereedmaTien van fpijzen.

Voor den tijd Czaar p^tfr wen eersten , met recht bijgenaamd de Groote,
v»?as de Geleerdheid in Rusland, op een zeer lagen trap; maar die doorluchti-
ge vader zijns volks, en bijzondere verbeteraar zijns Rijks, fpairdemoeitenocïi
kosten om de onwetendheid onder zijne kinderen uitteroejen, en er de liefde toe
kuosten en wetenfchappen tc doen plaats hebben; ten dien einde ilichttehij meer
dan één hoogefchool, en maakte ter bereiking van zijn oogmerk andere nuttige
inrigtingen; ook ontbood hij voorname Geleerden
mi Duitschland, Frankrijk,
Engeland
en Holland, ja vergenoegde zich daarmede niet, maar ging zelf op
reis om ondervinding te
bekomen: te Amfleldam heeft hij opeenfcheepstimmer-
werf in perfoon medegewerkt, zonder anders geheten te vdllen zijn dan
Pietet"
baas:
het gevolg van deze handelwijze is geweest, dat de Rusfen, welken vóór
dien tijd, bijna van niets anders wisten, dan van landbouwerij, veefokkeri},
de visfcherij en de jagt, nu allerlei kunsten en handwerken beoefenen: hunne
negotie is thans zeer uitgebreid, vooral leveren zij
Eurapa velerhande foorten
van pelterijen.

Onder onze befchrijving van het Poolfche Rijk hebban wij reed»^eziea in hoe-
verre de benaming van
Rusland, op dat Rijk betrekking heeft ; het eigenlijk
Ru&lanà in 'c algemeen, ook tot ondericheiding Groot. Rusland genoemd,
waarvan wii thans moeten fpreken, wordt, gelijk in den aanvang van dit artij-
kel reeds bleek, verdeeld,
m Europisch Rusland eü'm Afiatisch Rusland : wij
moeten derhalven eerst fpreken van

EUROPISCH RUSLAND.
Sommige verdelen hetzelve
'm Noord-rusland 3 Zuid· rusland, en de op
Zweeden veroverde Landfchappm.

Anderen verdelen het met de gemelde veroverde Landen in de volgende :

gouvernementen.
Lijfland, Novogorod, Nifi-Novogarod, Jngermanlandy J'rchangel ,Smokns-
ko, IVijburg, Moscouv, Kiow, Belgorod, ïVorqnesch

Ieder van deze Gouvernementen worden weder in verfcheide Stadhouderfchap-
pen verdeeld, als:

lijfland, in \Bigafche, en 't Revelfche Stadhouderfchap.
ingermanland , dat men ook het Peterbur^he Stadhoudtrfchap noemt, en
waarin
Petersburg, de Hof- en Hoofd-ftad van geheel het Rusfljche Rijk
wordt gemeenlijk in vier quartieren verdeeld,

WIJ-

BEKNOPTE BESCHRIJVING VA Ν DE GEHEELE W Ε R Κ L D.


ocr page 11

beknopte β ε s c h r ij ν 1 g van de g ë h ε ε l ε w ë a ë l ο

Wordt ef mede gevonden* en verfcheid^nè foortén ^àil édele ^^

Aan de oevers van de Obl, Jefiifei, Lena, en îrùis.'* lezen Wij, ^
„ den de zogenaamde
Mammombeenderen, of Hoornen uit de àarde gègïàvéfi
j, die naar groote olijfantstanden gelijken;" ^εblijft echter ôene duistere
hoedanig deze hoornen of tanden aldaar gekömen zijn.

De Ingezetenen zijn van drieërlei hoofdfoorten, naaitilijk de otidè SibêSHi^
de Tartaaren en de Rusfen: de beide eerstgenoemde hebben de HeidtnfthA
Godsdienst^
fchoon ook eenige onder hen zijn; deüUsfenb^bM'A.

zich federt jaren herwaards in groote menigte onder hen neêrgezéti

„ De Sibenërs," lezen wij^ „ zjjn lui van aart, en zeer aan den drâtik êü
ontucht overgegeven, hetwelk uit de Goedkoopheid der levensmiddelen iri dé
,, meeste plaarïen van hun land voorkomt:" ^/ècnf» is gewoonlijk de plaàiâj
werwaards
de Rusjifche ballingen gezonden worden ^ als mede die welken ïtiëti
om euveldaden mee een bannisfement ftrafc^ en dit getal is doors^aans niêü gë^
rmg, hoewel ze allen aldaar niet even ftreng behandeld worden ; men vindt fchiij-'
vers of reizigers die voorgeven, dat de ballingen weeklijks een zeker getal Si^
beldieren moeten vangen en leveren; doch die van
een aanzienlijken ftaac zijn^
worden er in huizen opgefloten en bewaakt, anderen genieten er eene zekere bë-
paalde vrijheid, leven er als inwooners, en mogen er zelfs eenigen koophandel
drijven; doch weder andere moeten er aan de vestingwerken - op de vaarEuisëïi
of in de bergen arbeiden.

• De Siberifche koophandel is zeer aanzienlijk, want meti verzekert dat er hïim
geene Stad in Rusland is^ van waar nier kooplieden nnar en door Vari d^

eene plaats tot de andere, en op de groote jaarraarlïten reizen, buftenlandfcïiê!
waren inkopen en ruilen, op welke reizen zij dikwijls drie of vier jaren toebrengeiij
en in dien tijd, zoo zij ervaren en gelukkig zijn, wel drie c^pitalea kunnen winneii

EÜROPISCH TURKIJEN en GRIEKENLANa

Dit, naar onze verdeling, laatile gedeelte vzn Europa^ is een deel van hgg
Turkfche Rijk welks andere deel in Azia ligt. ^

De grootte van die Europisch deel, wordt gefield te zijn van bet tmé^m tëü
noorden gemeten iSo mijlen, en van het westen ten oosten 150 mijlen.

De lucht in lurkijen is niet ongezond, offchoon de pesc er veeltijds Wée/ti
inzonderheid in de hoofditad
Conflantinopolen ; men ileld het als eene Ê^kerö
waarheid, dat de Turken door hunne morsfige levenswijze zelve oorzaak vari
deze gruuwzame geesfel zijn ; ook meent men dat het pestgif dikwijls
uic Egim^
un tot hun overgebragc wordt.

De Turkfche grond houdt men voor zeer vruchtbaar, eii bekwaam tot het dail^
kweken van veld- en :uin-vruchten, gelijk er dan ook eene menigte van allerlei
granen, moeskruiden, en andere nutcige gewasfèn gebouwd, en allerlei veege^^
foktv.'ordt; otïchoon meo verzekert dat de grond het dubbelden meervoud daar»
van zoude kunnen opbrengen, ware hec niet dut de niet zoo groten af keëff

van den arbeid hadden: gemeenlijk laten zij het bebauwcn van hunne velden aart
de
Christenen over.

Na een enkel woord wegens den aart der Turken gezegd te hebbefi^ ffiöeféö
wij desaangaande de volgende trekken hier nog inlasfchen: „ Oe
Turken z\\rk
groot en iterk van ligchaam, deftig van wezen, en kunnen allerlei ongemak-»
„ ken ultfta-an, zonder grooten hinder daarvan te gevoelen; maar zij zijn ^ (bë-s
halven hunne luiheid, bovengemeld) onwetend, onbeleefd, geveinsd en trots^
'' wreed en wellustig;" wat hunne wreedheid betreft, desaangaande wil men
echter dat dezelve niet in ζοΌ hogen graad is, als men hun wel nageeft4 teil
minsten hedendaags niet; men verzekert zelfs datze zeer barmhartig omtrent hün^
ne naasten zijn, en ten bewijze daarvan brengt men bij, dater op ieder dorfS
eene openbare herberg'is, bij hen,
Hane, οΐ Carevanferij genoemd, die vaW
weldadige lieden geit/chc is, en waarin een reiziger, van wat gezindheid of
natie hij ook zij, zich drie dagen, zonder iets te betalen, ophouden kan ^ hiï
vindt er niet alleen allerlei gerief, maar in iommige
Carevanferiji wordt henî
zelfs de kosC voor niet gegeven : ook doen de
Turken^ uit een beginfel van Wii·^·
re menschlievendheid, bronnen langs de wegen maken: hunné flaven behatidë-^
len ze in 'c begin wel v«c ilreng, en zoeken ze tot hun geloof overtehaletil
echter niet door zeer geweldige middelen ; maar wanneer dezelve in hun geloot
ilandvastig blijven, en hunne pligten van dienstbaarheid wel waarnemen. Wofdett
ze niet kwalijk niet alleen, maar zelfs veel beter behandeld, danfommige Cfim.
tenen hunne dienstboden doen ; de Turkfche jlaven, die zich de goedkeuring Vati
hunne meesters hebben weten te verwerven, genieten veel vrijheid, voornaam-
lijk wanneer zij een ambach kennen of kunst oefenen, of vali die gunilelinSi
der Natuur zijn, welden fich tot ahes kunnen bekwamen ; men wil .elfs dafef

voorbeelden zijn van Lhmtcn 'j]avm d,e onillag hadden kunnen bekomendocH
de ilavernij, zog

;;,eten te persfei, gevogelte, en de vele rivieren en meiren dieer

Er IS ook overv oed v^" v^n visch op.

vonden worden leveren overviucu

.vonden worden leveren overvio ^^^^ ^^^^^^^ ^^^ ^^

Verfcheide ketens I ook zilver · erts gevonden wordt ;

X er veel koper- en â€žeen wij lezen

e) Dit getal ilenn niet o.^reen Sed 191,: alwaar d.t getal 137^9 be^P

J^f^^'^l'^S Van Rusland m\lu die echter o^

.^ifl.e^fL? wél over A.ia^^^^^^^ wy

Turken ais dij anc αυν.^.- - ------- —., ««l kwuuc zoo wel ais goede mentctiëtl

ZL oevonden worden: de gewoonte van flaven te houden, veÎftrekt in geettêti
Vele ten getuige van hunne wreedheid, want dat gebruik heeft van eeuwenhif^,
taards onder de Oosterlche volken p!aa:s gehad.

In eeten en drinken zijn de Turken zeer gematigd; zij eetén onder an^éiêt!
zeer veel rijst, en coflij is hun gewoone drank ^ ^h mede for bet, zijnde een mërtg-
2ei van honig, fpecerijen, en fap van vruchten toebereid, dien ze in de pjàâtâ
van wijii drinken: intusfchen hebben zi] bij deze raatigheid een gruuwzamefledh-»
IQ gewoonte, naamlijk van veel opium te kaauwen, de kracht van Welken hêti
het hoofd berooid en dronken maakt, bijna even geweldig als de fterke drankétt
4oen , zoo dat het aan de
Turken fchijnt, of dezuchttotdronkenichap allen nieti-
ichen gemeen is ; zi j dis dezelven niet mnirpn invnlopn door het sebrulk vat!

ge

dat

ffeWle ^iJ'^ i-'ïat. naamlijK zou wo-,-- --

bedoelde hier voor onzen lezer vertalen; dus luidt hetzelve:

Jantck^ning van het ^'^^^oof'^kerksn d'(>or geheel Rusland.

2) 'i Moicovifchet
4).V Cafanijche ^
0 ) 't Krutizkifche y ,
8) het Twerifche
IS») 't Nïfchigoderodshifche
12) 'X. Kdomemkifche ^
14) 't ÏVoronefifche ,
ló) 't Kortromifche ^
iZ^ hciTambevifchet
20j
't Ssvikifche^

Kerken.

1085

98P.

723·
642·
805·
870.
741.
727.

859;

τ Nûvogradifch» Gouvernement, 1005.
Refantje"^^.

'5)

7) \Refantjcw,
ç) 'ί SchmolensMfche ^
li) 't Smdalifche^
13} 't Wirîskifche,

Ï5) *t Pereslamkîfcke,

17) 't Tfûlodomirifche,
19) 't Oljheskîfche,

Q05·
477- -

619·

399.

613.
690.

400.

8229

zatnen 13729

........ menfchen, Y^^ëidQ Schrijver er bij, in Pefers^urg^Xis^^

»-pScnd'"onder weiK talrijke bezetting niet mede ί^Γ.® betreft, men rekent

^ Wat de hoSeid der vai het g«ntfc& Rusfifc^e R^^^S'eene armee van

ifet de honderd vijf-en-zejentigfte inwoner gekozen wordende, in dat Rijk be-

<0 000 man i:oude uitbrengen, en naar deze proportie is de ftaana? t,e]iomt men voorde
ieLnd; indien men nu het getal der vrouwen even groot ftelt te

bewoneren van 't geheele fOi^» van 17,509,000. die tribuit betalen , als

Onder dit getal zijn echtei weder met betrokken de Tartaarf ' ^hitland, Ingerman-
mede nog anderen; ook niet de veroverde Provinciën van Lijfi'*''^ '
Imi't no·^^ Kasjack gedeelte van ttnland : '

Het aantal van

............. .ww.jMh,

Sn gemeen is ; zij die dezelven niet mogen bei

' eescrijke dranken of wijnen, gebruiken er d. opaim

Idelite gefchenk van God, het denkvermogen, dat, ^el geoeie

O vele aangenaamheden door geheel bet leven kan verhei . ^erooved > eil
ce bene,velen; zich van alle deszelfs zoete vruchten «^f^en deiain^a^
^Qt eens altoos door zoete Imaaldiike wijnen, m gelden ook door bit-

als verleider zoude künnen befchouwen, ' van den menscb omtrenf.

tere onfmaaklijke dranken Î — zulk eene hande ^^^^^^ ^ ^^ voor eùit

zich zei ven, llaat gelijk met dezelven verftoken te wezen,

djd van het aangenaam en nuttig gebruik v.n aeze ^ctenfchappen zeêf éir^
De Turken Sjn intusfchen lu vericbeidene ^^^^^^^^ inzonderheid vérfoaii
.aren, eti het ontbreekt bun niet aan goede ^^ gorden onder ben ook

zij het leêrbereiden, verwen van zijden en ^^ geweven; voorts is öiider
fraaje tapijten, gouden- zilveren- en 'tiandelijken tak
van dezen is bet

.hen eenenuitgebreiden koophandel; en eenen i^ç^de mannsn gedureiide ee^

kopen en veW^ v^^n menfchen ; dat, wat echter onder dé

rige van de laatstverlopene jaren Ã«^der grondbeginsel darî ^

]t

.η gedeelte ^

wijBüRG, befttat uï£ een

NOVOGOROD, in de Provinciën Novogorod, Pleskowt Wemwun.^, ^^ „ ---------

ARCHANGEL, 1« ^e Proviaclëii, Jrchangel, Ustingy Wologda en Galitsch.
wöscow, een der besteen meest bebouwde Stadhouderfchappen van geheel
land^ verdeelt nien in de Provinciën Moscow, Ugliisch, Jaroslow, Kostro-
ma^ Jurjew■ polskoi^ Pereslaw-fuleskoi, Wolodimift Pereslauw-rjafamkoi^

Ku/aja, en Ίαία,

mede Provinciën.

tlT flr'^r Γ. ÏÏ' behoort; het heeft gene Pronnciën.

Kiowr,_ wordt verdeeld in deze quartieren , nis htt Kiouwjche nefchlnfche, ( voor-

^"^maduhiche, Pemlawfche, PriïuMfche,

lÏMhTiègfrnenten. ~ ^ - ^^^^ ^ogen.amde

-vo^om^c^, in de Provinciën Woronescl, ^elez, SchatfihTanhow^n Bachnm.

^^misciRus and overgzzn, zullen wij hier

nog aantekenen, dat er e Peter.burg voornoemd, meer dat 6000 huizen iaar
-nder vele v.kizen geteld worden ;%r zijn ^ voons hebban

yy - ·

nw worat UCAC 4""···—- ' 3 τ r-L ΌίΎ(

Senrién·) Tfhermkowfche. Staradubfche^
ifnifche, Mirgorodfihe^ daditfch,
,εΓοοκοο, in de Provinciëa Belgorod, i^ewsk, O^el,

® Â» ΐ'Γτ . ·η .^iMomtPfi.

en

rnir;eTaïei.en geteld, wo.^^^^

„L „n^erfcheideiie natiën de hunnen, want de Â®idaar isarliikJ m

ni νΓη Gotóenst; het geal der v.eemde lchepe«. c welk .1 ^ ^J
kSJn knmt wordt geteld op omtrent zes h(

een rekend men op u^,--------... ^^ _________

uitmaken: van deze ilad tot Mosùow, heêfc"peter ds eerstü ------

maken van 143 uren lang; op ieder mijl ihac een paal, en de bosfchen zijn aan
wederzijden tot op honderd fchreden uitgeroeid· de weg is in
45 pïeisterplaac-
fen afgedeeld, op ieder van welken altoos
20 paarden yoor de reizigers gereed (laan.

De laatstgenoemde Stad Mosco^v de oude hoofdilad ^^^ ^^ ^^^
jnerkelijker dan Petershurg; wij vinden wegens deze aangetekend dat zij 572 mijlen
in haren omtrek heeft; binnen bare murà ftaan ιóoo kerken waarvan vele ver-
gulde
torens hebben; onder de klokken welken in deze torens hangtis er één

die i8i Rbîjnlanârcbe voeten hoogjg, coo ooc '

gevaarte is eens van boven neer gevallen en daudoor zeer befchadigd.

In geheel Rusland tek reen 619 ^^ ^^.^^vven-kloosters, hier on-
der
ilek men echter niet dis in de veroverde landen op Zweeden gevonden wor-
den: men telt in
Rusland meer dan 16000 fce ken behalven die der kloos-
ters:
Rusfifchs kerk, bezit Vele goederen tot volgends eetie lijs.
in'c jaar 174.6 op Keizerlijk t>evel g^îc^ ,. 'ο^„ció huislieden van
de manlij.

jke fexe behoren '

' fexe behoren.^ s I A Τ ï S C Η RU S L A ^^f^^ijst in eenander
-nie s-edeelte van Rusland het welk zoo als deszelfs ^^^^^ verhandeld: hec
werelddeel lige, is groter dan het gedeeJ^^

Jlgc, io --------

bevat een ftuk van het JfiaUsch Grooi-^^arMrha
Het wordt verdeeld in de volgende ·

STADHüUDERsrwAPP^^·
'i Astracanfche, 't Orenburgfche ^ Siherifche.

Sommige van deze Stadhouderichappen hebbenhunne onderdelen,

vocral h Siberifche, 't welk verdeeld ^.^rdt in de Provinciën

TuboM, ^mi/lsk Jrkuisk,
Die Stadhouderfchap houdt men groot'te wezen va» h^i westen tegen het oos-
ten, omtrent 800 mijlen, en gco mijje„ i^gj zuicïen naar het noorden-

de lucht is er zeer koud, zelfs ook in de zuidelijkile pl^'^^ren kouder dan in de
Europeejche vzn " ---'-i—··- wpfen z,Vh reoen die-

koude op allerlei wij^cu .. ^^i^aermen- »
hier ^eer overvloedig zijn, en Waar„,ede .y^/ch"kleden, oeu.enen z.j

"s· waarun. ,ίΐ srooteftukken uithakken, die ze voor

- ----

de zuidely^H. ......

koude op allerlenfjzer^ doch de inwoners weten zich tegen dw
hier zeer overvloedig zin, en
 want bchalvea de pelterijen, die

ten dien einde van het^^ ^^^ ..eb k ed,, ^ bed

devenfteropeningenzetten^roote iïukken uuhakken, die ze voor

gevrozen ziende f zoàanÙ'^^t'' )

--··■. ... tittl ' er onmogehjk kan doordringen;

ίοηη.η n..vensrers ook met geheel betimmerd wordt'

de

Siadhou·

geVrOiCU^.ju^^ , -------^ O ___ ^

terwijl het licht door deze foorten ven ijsv£nscersooiin]eigv.iitcx "cuui

Hoe ftreng nu de winters in Sibenên z\](i, ζψ de zomers echter zoo aange-
naam en heet, dat zij, offchoon kort
z\]nde genoegzaam krachrs hebben om de
vruchten die er vallen te doen rijpen; het zuidelijke gedeelte van'dit StadhoU'
derfchap is echier bij voorkeur, in vergelijking van de noordelijker ftreken, vrucht-
baar in veld- en tuin -gewasfen, zoo dat er een groote overvlced van graan, en
eene groote menigte van hoornvee, paarden en geiten gefokt worden

Vele bo?rchen xvordea in dit gedeelte van het waar-

„Mïr^ ,ς, σ ^ bos-

cen«.""r - - -

baar in veld- ^^ _ ^

nsarden en genen gefokt xxr^

;ke van het R^-i/^/ch
foon van wiid is; ondÎ

7eer zoet f^n Ceder-bomen, die nooten vnnJ^

zeer zoet en aangenaam van fmaak zijn, en waaruit de inw. " ' ,··

·< Â«Â« ^"^oners eene zoeie olij

Vele bosfchen worden in άϊψά^ ,vild is ; onder de gemelde bos-
voor er ook geen gebrek aan allerlei lo ^^^^^^^ voortbrengen, welken
fcben zijn er van Pijn- of Ceder-_ _______^^p.ie olM

7 ^ η 1· ^ ----11H.U Vïii utit Cl

Voorbeelden zijn van Chmten-jlaven die onillag hadden kunnen bekomen 5 docH

de flavernij, zogenoemd, voor dat ontflag verkozen t dit is in 'c algemeen bij dö

Turken als bij alle andere Mtien waar, dat er kwade zoo wel als goede menfchëti
______f^r· tworden: ae a:ev,roonre van Oaxror. r^i------. . ____

Christenen nog grooie voorftanders vmat, uic g

, t

C%

ocr page 12

I·

BEKNOPTE beschrijving VAN DE GEHEELE V/ERELD.

tÈ

van jreldziicht. De wreedheden die in dezen fchandelijken tak van handel doof
de flaafhaalders gepleegd worden zijn 'de menschheid onteerende. Doch 'ï is
thans onze taak niet over dit punt, hoe gewigtig ook, verder te fpreken.

Om ee« denkbeeld van Europaasté Tarkijen te geven, moeten wij eerstop.
telien, de vaste Landen daarvan welke in
Europa liggen : dezen zijn dan de
volgende:

landschappen.
Romanie^ Bulgarie^ Servië3 Bosnie^ Albanie, met EpirusMaceâom'é,
Thesfalia^ oî Janna t Levadie^ Mor ta.

Dezen worden weder in onderfcheidene delen verdeeld, welker benamingen
men echter niet algemeen genoeg gebruikt, om ze hier aantetekenen , daar wij
de overige plaats van ons beftek ook nog tot iets gewigtigers nodig hebben.

In Romanïe leggen verfcheidene hooge gebergten ; .en eenige aanzienlijke ri-
vieren , in het zelve ligt ook
Conflantinopel, de hoofdftad en zetel desgeheelen
Turlfche Rijks ^ zijnde, met de voorlieden, vier in getal ,eenp der grootfteen volk-
rij kile van de geheele wereld: zij is ook zeer bekwaam geleg|n tot den koophandel.

Bulgarie is mede zeer bergachtig doch tusfchen dezelve zijn de dalen en vlak-
ten zeer vcuchtbaar: de arenden zijn aldaar zeer gewoon, en waarop de
- gemeenlijk ook groote jagt maken; zij gebruiken fommige vederen van deze vo-
gelen tot hunne pijlen.

Bosnië-, was weleer een bijzonder Koningrijk, dat ook genaamd wordt.
Macedonië3 is mede zeer vruchtbaar, voornaamlijk in koorn, wijn en vlas;
en over 't algemeen, in alles wat tot's menfchenonderhoud vereischt wordt.

In Macedonië legt de ftad Saknichiy eertijds genoemd, zijnde

groot en. rijk, en die ftad aan wier eerste de Apostel paulus zijne twee

brieven fchreef,

In dit zelfde gedeelte van Griekenland legi ook die reeks van bergen, bekend
onder den naam van
Athos-^ nu Monte Santo geheten: intusfchen draagt een, die
ongemeen hoog is, ja voor de hoogfte van geheel dc wereld gehouden wordt,
in 't bijzonder den naam van
Athos; op deezen zijn twee en-twintig kloosters van
Griekfche Monniken, als mede vele grotten en onderaardfche holen. daar zich
kluizenaars in onthouden, en van welke dit gebergte ook waarfchijnelijk den
boven opgegeven naam van
Monte fanto, of heilige berg gekregen h eefc : deze
Monniken zijn echter niet, als elders, luie moordenaars van den dierbaren tijd;
geenzins, men verzekert dat zij bij hunnen Godsdienst ook allerlei handwerken
oefenen, ja
olijf- en wijn - bergen bebouwen : men fchat het getal der Geestlij-
ken, welke,dit gebergte bewonen, op niet minder dan 6000.

In Levadie legt de ftad, oudtijds Delphos, nu Cafiri genoemd, en zeer ver
maard wegens den tempel en het orakel van
Mpollo-, thans is het echter een ge-
ring plaatsjen.

Athenm^ het wereldberoemde Menen! is mede eene ftad van dit Landfchap ;
'twas oudtijds den zetel der geleerdheid, thans niet meer, daar de Godin der ge-
leerdheid haar Rijk nu over geheel
Europa uitgebreid heeft; men vind te Athe
' nen
echter nog vele oudheden en overblijfl'eïs van haren vorigen luister.

Bij de opgegevene Landfchappen moeten wij nu voegen de volgende Ziz/^/cAö

ei l an den.
Deze zijn vooreerst die vele welke men zamengenomen, ArcUj^d
zijnde zeer fchoon en vruchtbaar: dit zijn hunne namen:

Samocirachi, Sciatho, ^ndro&, Zia, Delos, Siphantó. Paras^ ^heJrs, Emhro , Pi-
peri, Macronifi, Jour a, ^dilï^ Argenture, Nafia, Calojéroy Thasjus, leus y Co-
iouri^ line, Syra, Prepefinthus, Amorgus, Νιο, Stalomene, Jtcrio, uiegina, My-
cone, Thermia, Milo, . Radia, Sikmo , Pelugifi-, Negroponte, Parus, Jragonïji,
Serpho , uintiparos, Skinofa, Pelicandro.

Deze Archipel heette eertijds Ega^fche.zee, en maakt eene affcheiding tus-
fchen
Europa en Azia.

Onder de Turkfche mianden, volgen nu die in de Middelandfche gelegen
. zijn, bedragende tien in geral, nnamviju ee voigeuae;

Canàa, Scharpantho, Cotzo, Staamala, Gaiâuvonifia ^ Namphio y Christina ^ San-
tor in, icandie y Cerigio.

Het Eiland Candia is aanmerkelijk wegens deszelfs grootte; het beflaat 70
mijlen in de langte, en 10 in de breedte; heeft vele onvruchtbare gebergten,
en een gezonde lucht; er wonen vele
Turken, en voor het overige Jooden en
Armeniërs: ,, Meer dan honderd fteden,'' lezen wij, ,, zijn op dit Eiland ver-
,, woest, onder de Regeering van Keizer
valentiaan den eersten."

De eilanden in de Jonifche zee, mede tot Europeïscb Turkijen behoorende
zijn flechts twee in getal, naamlijk

Sapienze, en Strivaii
Nu behoort als het laatst gedeelte van Europeesch Turkijen, nog genaamd te
worden,

WA LACH IJ EN, MOLDAVIE N,
en DALMATIEN,
Mede behoorende
onder da befcherraing van de Ouomanifcheporte.
Walachijen is
van het westen naar het ooiten 45, en van het zuiden naar het
noorden 40 mijlen groox; 'c heeft vele aanzienlijke rivieren, en is vruchtbaar in
wijnen en granen: de Inwooners zijn de
Oosterfche Griekfche Christelijke religie
toegedaan, en houdende kerkgebruiken ά^ΐ Rusfen,

Walachijen bevat verfcheide fteden en vlekken, waarvan de Hoofdftad Tergo-
vista
de voornaamfte is, zijnde een goede koopftad en tamelijk fterk; doch de
an iere fteden van
Walachijen zijn van een groot belang.
Moldavie heeft mede verfcheidene Steden.
Dalmatië behoord ook gedeeltelijk onder Europeïsch Turkijen,
Zie daar een beknopte fchets van geheel Europa, breed genoeg ter vergezel-
linge van het volgende uitmuntende ftel naauwkeurige kaarten.

Wij kunnen nu zeer gefchikt hier op laten volgen, een zelfde beknopte fchets van

azia.

Wegens de luchtgefteldheid van dit werelddeel kan in 't algemeen niets met
zekerheid
gezegd worden: hebben wij in onze beknopte fchets van Europa ge-
zien, dat de lucht in dat allezins gematigd werelddeel zeer verfchillende kan we-
zen, in
Azia heefc zulks nog veel meer plaats; in de noorder delen van hetzel-
ve is 't ongemeen ruw en koud, zodanig zelfs, dat er vele woestijnen zijn, daar-
entegen is het in 't zuiden van
Azia weder verbazend heet: intusfchen geeft het
't vruchtbaar
Europa weinig toe in rijkheid van voortbrengzelen, zoo wel van
koorn, weiden, allerlei vruchten als vee; \ overtreft het laatstgemeldewereld-
deel zelfs
ver in 'c leveren van metalen, edele gefteencenen perlen; vooral munt
her boven alle andere werelddelen uit in het voortbrengen van fpecerijen, thee,
coffij» zijden, catoenen, welriekend hout, als anderzins,· ook in voortbreng-
zelen van kunst, als keurelijke chitfen, porceleinen, en vele andere kostbaarheden,
Is
Asia desaangaande uitmuntend, niet minder is het wegens het ongemeene
O Dit mes ώ volgendi Landfchappen maken, eigenlijk het ouds en vermaarde Qûq-
kenlaudiii;/?.·

gedierte, 't welk daarin gevonden wordt, als kameelen, elephantœ, ook frat-
je vogels, als papegaajen, paradijsvogels en anderen.

Men verdeeld dit groote wereldeel gemeenlijk in de volgende zes delen, aïé:
i^Het Turkfche gebied2) Het Perfîaanfche gebied, 3 ) Oostindiën, 4) câî-
5) Groot Tartarijen^ bevattende Chinees, en onaf hangiijk

Tartarijen^ 6) Aziatifche Eilanden»

Groote zeeën en aanmerkelijke rivieren worden mede in gevonden, ge-
lijk het ook vele groote gebergten, heeft: onder een en ander ontmoet men vele
van welken in de H. Bladen gefproken wordt ; want in dit werelddeel zijn alle de
gefchiedenisfen, in die bladen voorkomende, gebeurd.

Wat de aart en zeden der Aziatifche volken betreft, deze zijn in alle delen
onderfcheiden van die der
Europeanen·, doch onderling ook zeer verfcheiden,
naar de land- en luchtftreeken welken zij bewoonen : wij vinden er deze korte
fchets van geboekt: „ De worden gezegd, droefgeestig, graviteits, en

„ traag, maar ftreng in de religie te zijn: ùePerfiaanenWgùaxùgi vermaaklijk»
en ongeftadig: de
Arabieren bijgelovig en roofzuchtig: de Tartaaren domen
diefachtig: de
Chineezen geestig en fcherpzinnig, enz. het is in Azia hetge-
» bruik dat niemand een groot Heer kan komen fpreken, zonder hem een ge-
j? fchenk aantebieden : de
Mohomedanen hebben volgends hunnen Alcoran de
„ vrijheid om zoo vele wijven te neemen, als ze onderhouden kunnen ; doch
waarvan ze meest altoos ééne voor de voornaamfte achten ; en ze houden de-

>5

zelven meest in hunne vertrekken opgefloien, die zede Har amnoemexi'., wor-
„ dende gediend door gefnedene oppasfers, dat tevens hunne bewaarders enbe-
„ fpieders zijn wij mogen met den Schrijverdien wij volgen, hier bijvoegen:
„ Dit zal genoeg gezegd wezen van
Azia ia't algemeen; want als we alle din-
„ gen wilden aanmerken, en zulks inhetbreedç, zouden wij buiten onsbeftek
„ gaan.^' Wat de bekwaamheid der
Aziatifchevolken betreft, daarvan heefcmen
reeds een denkbeeld kunnen opmaken uit het weinige dat wij boven van hunne
kunstgewrochten gezegd hebben.

Dit weinige vooraf hebbende laten gaan, moeten wij volgens onze orde, in
de fchets van
Europa gevolgd, weder iets zeggen van ieder deel van Azia in
bijzonder; derhal ven ftaat ons thans eerst te fpreken van

het turksche GEBIED.
Het geen wij boven, van
Europisch Turkijen fpreekende, wegens den aard
der
lurken gezegd hebben, is voor ons plan voldoende, alleenlijk moeten wi)
er nog bijvoegen, 't geen wij thans in het doorbladeren van de befchrijvingen
van
Azia, desaangaande nog aangetekend vinden ; het luid als volgt :

„ De leer van het noodloten der voorfchikking heefc hier zulk een invloed,
„ dat niemand in een pesttijd, die onder hen zeer gemeen is, zijn huis verlaat;
„ zij zenden ook geenen flaaf weg, die daarvan befmet is, maar pasfen den zieken
„ op, als of het geene befmettelijke ziekte ware: dit vertrouwen geefchunook
„ moed in het veld, zoo men zegt, alzo zij geloven, dat de tijd van elks fter-
„ ven vascilaat, en dat geene omftandigheden ze verhaasten, of voorkomen kun-
nen; maar het zij met dit hun geloof zoo als het wilde in den eerften opilag;
de
Christenen zijn le dikwijls ooggetuigen van derzelver vlugt in den aanvang
van eenen flag geweest, en dat zij het geweld van hunne wapenen ontvloden
zijn, om te geloven, dat dit gevoelen altijd de overhand heeft: zij worden
meest geprezen om de groote eerbied, welke zij yoor al wat heilig is hebben,
om hunne naauwkeurige onderhouding van de uren des gebeds, en de Gods-
dienstigheid, waarmedezij ze opoiFeren.""

Het Aziatisch Turkijen wordt eerst verdeeld in OosterschQvilFesterschTurMj·
welke beide hoofddelen weder onderdeeld worden in de volgende
PR OVINCIËN.
Irak Ar abt of Chaldea^ Diarbek of Mefopotamia^ Een deel van Kurdistan y
of Asfijria, Turkomania, of het groot Armenia dex Ouden, Eén deel van Ge·-

orgie c^ï Mingrelza ^ lien deel van hec Steenig Arahia^ en Woest--i4rabia ^ Pa-
lestina
en Sijria, JSatoliën of klein Azia,

Van fommigen dezer delen moeten wij nog hunn? onderdelen, van anderen
iets merkwaardigs aantekenen, derhalven voegen wij het volgende hier nog bij.
IRAK ακλβγ, is de. Provincie waarin weleer het beruchte Babel ikond.
diareek: in deze Provincie heefc Ninivégelegen.

MiNGRELiA, wordt verdeeld in\e\gQw\ï]kMingrelia^Imeretta^ oïlberia, en Guri'éU
NATOLiëN, wordt verdeeld in het iegenlLjk Natoliën ^ Amafîa, Aladulia^ en
Karmania, wordende ieder van deze delen verder weder in bijzondere Land-
fchappen onderfcheiden.

Bij deze Aziatifche delen van het Turkfche Rijk, moeten nu nog gevoegd
worden de volgende:

eilanden.
Samos, Ikaria, Patmos ^ nu Palmof à, Lora^ Koos^ Stampalia, RarpaP^
hus^ n\ï Scarpanto, Rhodus, Cijprus, Tenedos, Lesbos^ Chinos^ ai Scio,

Van deze allen kunnen in de uitgebreide befchrijvingen van Azia vele merk-
waardige bijzonderheden nageilagen worden.

het persiaansche gebied.

De grootte van het Perfifche Rijk wordt gefteld van het noorden naar het zul*
den lang te zijn twaalfhonderd
Engelfche mijlen y en de breedte houd men vooi
niet veel minder te wezen.

Door deze grocte uicgeftrektheld van grond is weder de luchtsgefteldheid op
onderfcheidene plaatfen van het Rijk mede onderfcheiden; men geeft de befchrij-
ving daarvan in dezer voege :

ij In het midden van het Koningrijk begint hunnen winter in flagtmaand, tn
), duurd tot lentemaand, met ftrenge vorsten fneeuw, die zeer overvloedig öp
„ hunne bergen , maar op de vlakten zeer weinig valt: van de maand Maart f^ç
Mei, is de wind gemeenlijk hoog, en na dezen tijd tot September,
hebben
eene bedaarde heldere lucht, zonder wolken, fchoon het er bij dag zeer he^
zij, maken echter de koele luchtjes die.geftadig
's morgens en 'savonds zoo
wel als bij nacht wajen, den zomer zeer dragelijk, inzonderheid dewiji de
nachten bijna tien uren lang zijn; de lucht is zoo zuiveren de fterren fchij*
nen zoo helder, dat de een den
ander bij hun licht vrij wèl kan kempen, en
het volk reist er meer
bij nacht dan bij dag," enz. er is geen gedonder Land
dan hier in 't midden van
Perfïën; de bewooners daarvan z^j bijna aan geene
ziekte onderhevig.

In de zuidelijke delen is het integendeel zeer ongezond, in de lente en het na-
jaar; de zuidewinden zijn er wel koel maar zeer vochtig ; de iiuiiÎ^'^s^Ûke droog,
brandigen heet, en de oostelijken zijn weinig beter ; de noordlijken gevoelt raea
er zelden, om de hooge bergen welken aan dien kant ligg®"·» noorderde-
en is het in den zomer droog en warm; maar
in den en men hesfc

er meer dan zes maanden vors..

■ 'Tis-

en.

P>

»

ocr page 13

BEKNOPTE EESeHRiJVING VAN DE GEHEÊLE.WËÏlEtB,

er mede gevonden. Men heeft er ook wit, zvpart en roodmarmer: uit deze kop
IQ fchets van de Perfifche voordbrengzelen is te beiluicen dat dit gedeelte van
zich over de mildadigheid der Natuur al mede niet te beklagen heefc. _

Wac der Perjen aart betreft, zij worden gemeenlijk gehouden voor lieden van
zser brave hoedanigheden; zij zijn bijzonder beleefd; hunne hoofdzwakheid is
de zucht cot eene prachtige levenswijze, en een groot getal van bedienden; de-
ze zucht maakt hen ook fchraapachtig, hoewel niet gierig, want Z'j vergaderen
•alleenlijk om te verteeren: zij zijn beminnaars der dichtkunde, alsmede van rid-
derlijke oefeningen; zij beoefenen ook allerlei handwerken, onder anderen zijn
^ij bijzonder afgericht op het weeven van keurlijke zijden en andere iloiFen ;
gij drijven ook fterken koophandel.

Wat de verdeeling van Perfiën betreft, de Landbefchrijvers zijn het desaan
saande niet ééns: fommige verdelen het in de volgende twaalf
^ landsch appen.

Vhorasfan, Maker an, Chuftfian, SaUmtan, Kerman, Kurdifian^ Segistan,
'farfian., Erak agem^ Cilan, Adenheitzen^ Scherran,

Anderen maken er met zekeren Koning abas,· vijf delen van naamlijk dezen :

Fears^ het zuidelijk gedeelte, en eigenlijk genoemd 't welk in twin-

tig Landvoogdijen verdeeld wordt. Chorafen, of Chorasmin, het oostelijke deel,
dat in veertig Landvoogdijen verdeeld wordt.
Jaferbajedsjaan , het zuidelijke
deel, en wordt verdeeld in vijf-en-veertig Landvoogdijen.
Gilaan^ het noord-
ïijke deel, waaronder een-en-twintig Landfchappen behooren»
Media ^ waar-
in menige Landfchappen gelegen zijn.

Wij zullen bij hetgeen wij wegens gezegd hebben, nog een crekjen

ïiiï de volksgebruiken .aldaar hier bijVcegen; en verkiezea daartoe het geen wij

wegens hunne huwelijken aangetekend vinden.-Daar de vrouwen lezen wij

desaangaande, bij deAr/è^ nooit gezien worden , moet een jongeling zich ver-
genoegen met eene befchrijving van de minnares die hem aangeboden wordt;
ïiaar de wetten mag hij 'c getal zijner vrouwen tot vier vermeerderen, fchoon
zij er gemeenlijk maar ééne wettig nemen, zekerlijk uit ftaatkundige inzichten;
met dat al leven de
Perfm onredelijk omtrent hunne vrouwen, want dezen heb-
ben dikwijls het verdriet van hare plaats in 't bed aan eene flavin ^ of zelfs ge-
lïieene ligtekooi te mc-etea overladen, en daarna een befmetten man te moeren
ontvangen.

In de kinderjaren worden zij door hunne ouders reeds uitgehuwelijkt; den tijd
van trouwen dââr zijnde, dat is na beide partijen hunne toeilemming gegeven heb-
ben, en de voorwaarden door wederzijdfche vrienden gemaakt zijn, worde daar-
van door de Burgerlijke Overheid
eene aantekening gedaan, zonder dat de on-
dertrouwden zelve aldaar verfchiinen : daags voor
dat de bruidegom zijne bruid
t'huis haalt, zend hij haar
een kleed, opfchik, en juweelen, naar haren ilaat,
en hij gaat den volgende avond,
ten kostelijkften uitgedost, te paard, verzeld
van zijne vrienden, muzijk en danfers; zijne bruid die hem ten halven wege, op
een kemel reeds te gemoet rijdt, is zodanig beüuierd en bedekt, dat haar gelaat
aiiec gezien kan worden,··zij wordt van hare vrienden, flaven, klederen en pa
Jsaadjen gevolgd: tot eikanderen genaderd zijnde, rijden zij zamen na des brui-
degoms woning, ondereen
ongemeen gejuich van alle de aanwezenden , die voor
iiet jonge paar ook hunne zegenwenfchen uitgalmen.

Ter beftémde plaats gekomen zijnde, worde de bruid naar het vertrek, voor
haar gereed gemaakt, geleid,-en welhaast volgd de bruidegom haar; 'twelk de
eerfte maal is dat zij elkander van aangezicht tot aangezicht zien : intusfchen ilijt
Ijec gezelfchap den overigen avond, en fomtijds verfcheide dagen achter één ,
met banketteeren en vrolijkheden aan 't huis van den bruidegom; doch de mans
en vrouwen ieder in afzonderlijke vertrekken,

ÏVIet hunne zogenaamde bijwijven, maken zij ook voor de Overheid een ver
dras, of voor hun leven, of voor een zekeren tijd ter bijflaping; en wanneer
een'man van zulk eene vrouw atllapt, moet zij veertig dagen een afgezonderd
leven leiden, om te zien of zij ook zwanger is; want in dat geval moet de man
ïiaar houden tot zij gebaard heeft, blijvende haar kind zoo ook alle anderen die
hij bij haar
verwekt rnogt hebben, ten zijnen laste; alle deze kinderen worden
ook voor wettig erkend, en erven van hunnen vader, naar gelang van ieders ou-
derdom , dat is, ^^ ^"iVSE iiec grootfte deel, of het kind van de wettige
vrouw of van een bijwijf zij: dit echter gefchiedt alleenlijk als de manzonderui-
terfte wil
gemaakt te hebben iterft, want bij uiterfte wil mag hij zijne goederen
naar goedvmden onder zijne gezamentlijke kinderen verdelen: fterfc hij zonder tes
cament, en is hij volgens huwelijksaccoord niet verpligc iets van zijne goederen

aan eene bijzondere vrouw te laten, dan krijgt de oudfte zoon alware hij ook het
kind van een bijwijf, twee derde gedeelten van zijne goederen, en het overige
v/ord onder de andere kinderen verdeeld. Zoo zonderling als de
Perfen in bun
huwelijk zijn, zijn zl) ook in andere gebruiken, die wei verdienen elders nage-
ilagcn te

worden. ii

O O S Τ - Î Ν D ί Ε ft

Dit gedeelte van den aardbodem wordt alzo genoemd, om het Va^^
gedeelte 't welk men den naam van West-indien geeft te ondericheiden'

Het worde gerekend van het zuiden naar het noorden te beüaan een uic^eifféi^i^
heid van
iqBo mijlen lengte, en van het westert naar het oosten jcoo miilgiA
breedte ; zijnde een der grootfte gedeelten van
Jzia.

Het noordelijkile gedeelte van Indiën is gematigd; maar in hst Zuiden k
aan uitermate hette onderhevig: de winden hebben aldaar hunne beurten, cm
keeren op gezette tijden weer naar hunne hoeken, gelijk in de meeste Landeö
tusfchen de keerkringen op gezette tijden gefchied, onder deze winden f>m ^

die men heetennoemd, en welken zoolang kunnen wajen dat men bijna fmoort._^

Omtrent vier maanden Jang is 'c er regentijd : de plasregens welken er als<4at!
vallen, zijn zoo zwaar dat het vlakke land in een paar dagen overilroomd wofsICS
over 'ε algemeen is ter gezond wonen, waar van het lang leven
derIndiaar^e^
getuigt, hoewel hunne fobere levenswijze niet weinig daaraan toebrengt: weï
is waar dat de
Europeer s ^ daar komende, meest al een ongezond leven leiden «
dan zulks halen zij meestal zich zeiven op den hals, terwijl de groote verande-»
ring van voedzel en drank er mede veel toedoet.

Wat de voordbrengfelen betreft, dezen zijn rijk; diamanten levert het genoeg
op om er de gantiche wereld van te voorzien; doch men laat flechts op eenige
bepaalde plaatfen graven^ om dat produit van zoo groote waarde mee te alge*
meen te maken; wegens zekere Mijn, Cwrr^re genaamd, verhaalt men dac
zû^
ker
Portugees^ in de verwachting van een diamant te zullen vinden aldaar lieS
graven, hebbende alles wat hij had, zelfs de meeste van zijne klederen, ver-
kocht om den gravers te betalen, die van tijd tot tijd arbeiden zonder eenigs
vrucht: toen de werkers de laatften dag voor zijne rekening arbeidden » had hij
eene beker met vergif gereed gezet, om in den aanilaanden nacht den laatftert
dronk te doen; doch de werklieden bragten hem des avonds een aanzienlijken
ileen : ter gedachtenis daarvan liet hij op de plaats een teken oprichten , waar op
versjen te lezen was, dat men in onze taal dus vertaald heeft,

Ferkoop uw wyf\ en kind^ en goed, uw ganfche haav"
Spaar ook uw kleedren niet; ja maak u m een βαα/.
Zie geld te krijgen, ga dan na
Currure fpoeden.
Den Mijn doorwroeten, zij zal 'i u in Η eind vergoeden,
Behalven de kostbare diamanten levert de grond van Indiïn nog velerlei pm
duften op; m Bengalen en de noordelijke gedeelten, heeft meiï zoo «ïoedetarw^
en garst als ergens in de wereld; rijst wast er in eenen grootsn overvJoed en de
inborelingen eeten er ook bijna niet anders : dewijl zij een overvloed van koe^
jen, buifels en geiten hebben, maken zij goede boter en kaas; olijfanten zijner
veel; ook tijgers, en vele venijnige ongedierten; bloemen vallen er niet veel§
doch boomen in overvloed, waaronder ook al de kokos liraesjes-limoen-eti
oranje-boomen: de moestuinen zijn er rijk in voordbrengfelen: voeg hier
bij de
peperplant, de gember, de kardomom, faljfraan, kurkuma, opium,
indigo, ca*^
tsen, en geheele plantagiën van fuikerriet; mee één woord de
Oost-indiën leve-<
ren zeer veel op;
zóó veel dat Europa het zich zekerlijk zal beklagen , daar ha-
ren vaart op dat werelddeel door eene overfchoonbare verroekeloozing welhaasÈ
geheel te niet zal galopen wezen.

Wat betreit de geaartheid des volks, men moet desaangaande onderfcheid mâ^
ken tusfchen de
Mooren^ Mogollers, en Heidenen of oorfprongiijke Indiërs: dö
Mooren ^ijn een mengfel van Tarters, Perfen, Arabieren en bijna allerlei Ma*
homedaain^n'.
de Heiae^ien zijn er door den omgang âitx: Europeaanm
fchaafd, doende door hun gedrag anderen zoo weinig leed als eenig volk op dent
aardbodem: zij zijn niet zeer kloekmoedig, uitgeuomenin de uure des doods^
als wanneer ^zij zich toonen groote helden te zijn: hun vernuft zegt
men is zoo
groot dat zij alle patroonen die men hun brengt, op het eerfte gezicht
kunnen
namaken: het porcelein, en decitfen, neteldoeken, enz, die zij Ie veren bewij-
zen genoeg dat zij hunne handen vernuftig weten te gebruiken-zij eeten niée

dan des morgens en \ avonds, brengende het midden van den dag, als wanneeC
het zeer heet is, meestal met flapen door.

Zeker reiziger zijne togt na Indiën verhalende zegt: „ Toen ik bij een rijketf
„ Zwart ten eeten genodigd was, werd ik in een zaal of buitenverblijf gebragt,
„ die een bank van aarde, omtrent van drie voeten breed, en bijna zoo hoog
„ rondsom het vertrek had: wanneer het gezelfchap, krnisbeens op deze bank;
„ ter neder zat, bragteen dienaar bladen, zoo groot als koolsbladen, en legdes
„ voor elk van het gezelfchap één, in de plaats vaneen tafelbord; hijbragtkore
„ daarna een groot koperen bekken met gekookte rijst, en legde een vierde
,, pints of drie,
op eiks bord of blad; een ander bragt een groote ichocel mee
„ lierk
vleeschnat, mee het vleesch waaraan hec gemaakt was, in kleine iluk-^
„ jens gefneden daarin: hij deelde aan elk mensch een deel van de foep uit, om
» met de rijst te mengen, en omtrent een bordvol vleesch, dat zeer fmaaklijfe
« was, en aan de zijde van ieders fchotel lag;" Zij drinken onder, hunnen maal-
tijd klaar water; het gemeen drinkt echter, als zij heet en moede zijn, liever
melk
met knoflook : aJs zij rijst zonder foep eeten, kneeden zij van dezelve tel-
kens een kluit zoo groot als een ei, die zij dus gevormd iu hunnen mond fteken.. *
Maar h2t wordt tijd dat wij tot de verdeling der
Indiën overgaan; want. ook zon
men van 's volks aart en gewoonte een geheel boekdeel kunnen vol fchrijven,
ter oorzake van de varfchüiende foorten van volken welke aldaar gevonden wor*
den, gelijk wij boven reeds aangetekend hebben.
Indien wordt dan gemeenlijk verdeeld in de drie volgende hoofddelen, als
Het Rijk van den
Mogol. De westiijke uithoek van de Ganges, De oostlij<5
ke uithoek van dezelfde rivier.

Dit is de gemaklijkfte verdeling van dit zeer groot gedeelte gronds, dac ver«»
der
in een overgroot aantal van onderdelen weder verdeeld is.

In het Rijk van den grooten Mogol hij voorbeeld, dat men ook met den naam
van
India benoemt, worden door ibmmige genoemd negentien groote Provin-
ciën; wij tellen twaalf zuidelijke, 'en vijf-en-twintig noordelijke, naamlijk
volgende: zynde

Bisnagar, of Karnate, Golkonda, Orixa, Bengalen, Malabar, Fifa.
pour, Dekan, Guzaratte, oï Kambaya, Kandich, Berar, Chitor, Malva,
iiahul, Haikan, oïBallochi, Muitan, Buckor, Tatta, oïSuida, JmfeU
meer, Soret, \ hnnd àer Bindoiws, Jenupar, oïjengapour, Penkah, oïLa·^
hor. Dellij, oïlndofian. Ban do, of Jfhier, Gualeor, Naryaf,

. · . KaU

(*) Die geenen der tot dus verre genoemde Landfchappen, -weike aan de oosmjch
liggen,
worden de Kust van KoxommétX genoemd, ^n de vier eerstvofgende, aie ten
westen liggen , de Malabaaffche Kust.

Φ De Stad vm dien naam m deze irov'mcie gelegen, is de hoofαβαίί van hot Mo-ï
golfche Rijk, en dê zeteJ des Keizers. - Â·

D

'T is aanmerkelijk dat er geen Land in de wereld isj zoo groot als Perfiër. ., en
«iat van
zoo weinig vaarbare rivieren doorfneden is : men verzekert dat er in "
Jiartje van hec Land geen een rivier is, bevaarbaar door een fchuit die maar iets
hoegenaamd kan laden ; en men kan op verfcheidene plaatfen dagen aan één rei-
zen, zonder eenig water te ontmoeten; men
is er derhalven zeer zuinig met het
water waarvoor de regeering ook bijzondere zorg draagt.

Geen tiende gedeelte van Perfiën, verzekerd men, wordt bebouwd : op fom-
jnige plaatfen is de grond zwaar zand, op andere ftijve witachtige klei, doch wèl
bewerkt, is hij vruchtbaar te maken, waarin de P^r/ê/? echter traag zijn; er zijn
zeJfs verlcheide vlakten die weleer bebouwd doch nu nutloos liggen, bij gebrek
van water, dat
men er weleer doorleidde : indien men oude ichrijvers geiooven
jnag was er voorheen geen vruchtbaarder land op de geheele
î^ià^ άνΆ Perfiën—
rijsc, tarw en garsc zijn thans bijna de eenige granen dieer groejen. Hunne war-
nioestuinen, zijn vrij
wei voerzien van de,raeeste v/ortelen en faiaden, welken
in
Europa gevonden worden ; zij hebben verfcheidene foorten van druiven , waar-
van eenigen zoo groot van bes zijn, dat elke druif een mond vol is. De-dadels
houdt men voor eene der aangenaamiïe vruchten van het Land er groejen voorts
allerlei
boomvruchten. Dat de moerbeziën er in eene overgroote hoeveelheid ge-
vonden moeten worden, is afteleiden uit hunnen zijdenteelt; de boom die gal-
nooten draagt,
anderen die gom, masiik en wierook geven, zijn m Perfiën ZQer
gemeen ; anderen geven onderfcheidene foorten van gommen ; de kerienboom is
voorts door geheel
Perfiën zeer gemeenzaam.

Onder hunne dieren munten uit, de kemels, paarden, ezels, osfen en buffels;
zeker gedeelte des lands is vol Hangen, padden, fcorpioenen en ander venijnig
ongedierte. Het gevogelte in
Perfï'én is bijna gelijkfoortig met dat het welk in
Muropa gevonden wordt : arenden, havikken, valken, en dergelijken zijn er
jTieer dan ergens elders.

De bergftoiFen welken er gevonden worden^ befiaan meest in ijzer, ftaal, kó-
per, en een weinig lood, geen goud noch zilver-zwavel en ihlpeterworden


I ■

ocr page 14

Î4

Kalfimeer^ BanMschy qÎ Karkar es » Naugrakut^ en Siha^ Jemha^ en Bekar,
Gor, liauduana^
en Batan, Sambal enMevat^ Halaba^ Rotas^ Patna^Jefu-
üt,
dat men houdt voor een gedeelte van Eengalen.

De wesdijke uithoek van de Ganges ^ begrijpt voornaamlijk de drie Landfchap-
pen boven genoemd, raamlijk
Bisnager^ Golkonda^ en Vifapour^ die ook den
tijtel van Koningrijken dragen^

De oostlijke kust van meergemelde rivier, bevat de Koningrijken, Ava^Pe-
gu^ txiArracan, Tonquin^ Cmchinchina > Siam, Comhodia Malacca,

Van alle deze delen zouden veie bijzonderheden aant^etekenen zijn, die wij
echter allen met ftrlzwijgen moeten voorbijgaan, uit aanmerking van 'tbeftek,
dat wij ons voorgefteld hebben. Wij gaan dan over tot het Keizerrijk

CHINA.

Dît mede aanzienlijk gedeelte van Azia^ is van eène uitgebreide grootte-

hetzelve is zodanig gelegen, dat de noordelijke Landfchappen er gemeenlijk een
vrij ftrengen winter, van omtrent vier maanden hebben;
dan in de zuidelijke Land-
fchappen ziet men noch vorst, noch fneeuw, de
hette is er echter zoo groot
niet, of men kan dezelve verduren, evenwel niet dan met Isehulp van onderaard,
fche hooien, en verkoelende fchaduwen; als de
Chineezen van die hulpmiddelen
gebruik maken, heerscht overal eene diepe ftilte, en eene algemeene rust van
âlle bezigheden, even
als of het middernacht ware: 't is te China als in alle an-
dere heete gewesten; de ochtend en avond maken er den dag uit, en de middag
zowel als de middernacht, is tot de rust gefchikt.

Wat de natuurlijke voordbrengfeien des lands betreft: de grondbeilaatuitber-
gen en dalen, en
beiden wordendoor hen bebouwd: er groeit tarwe , gersc, enz.,
maar voornaamlijk rijst: voords hebben zij vele vruchten die ook in
Europa be-
kend zijn, als appelen, peeren, perfiken, abricozen, vijgen, druiven, (voor-
al de muskadel,) okernooten en kastaniën: zij hebben ook granaatappelen , me
loenen, oranjeappelen, chinasappelen en olijven: men getuigt,
àuàQ Chinee-
zen
overvloed hebben van kruiden, wortelen, er weten, boonen, en vele ande
ren foorten van peulvruchten; dat de thee een voornaam produft van dit land is,
is genoeg bekend; voords brengt het gengber, fuikerriet, caneel, kruitnagelen
en dergelijke fpecerijen voort: de rottingen komen uit China; er zijn geheele
bosfen van moerbezieboomen, waardoor de zijdeteelt er ongemeen voofdeligis ;
Zïj hebben ook een plant Co genaamd, die zij als vlas behandelen, en er fijn ne-
teldoek van weeven·

Voords hebben zij vele olijfanten, harten, hazen, en andere dieren , als me-
de velerlei visch.

Wat aangaat àe Chineezen zelve; tot dat àe Europeaanen onà^t \xQn k^z
men, befchouwden zij zich als boven alle andere menfchen verheven ; enfchoon
in dien trots vrij wat vernederd, geloren zij echter nog dat zij iets groots onder

het menschdom uitmaken -— zij zijn ecrziek , en Ichroomen niet de gevaar-

lijkfte onderneemingen te doen. Maar vooral zijn zij geborene dievenen bedrie-
gers, zoo onbeichaamd zelfs, dat zij hunne bedrogelingen in 'topenbaarbegek-
ken '— hunne vrouwen zijn bijzondere iiei hebilers van kleine voetjens, era wel-
ken te verkrijgen, de meisjensj zoo dra zij ter wereld komen, de voetenftijfbe-
kneld worden, opdat dezelven niet uitzetten. -—- De CÂràmew zijn bekwame
ftoffeweevers; hunne porceleinen zijn door de geheele wereld vermaard; papier;
vooral vloeipapier, maken zij zeer veel, en hunne inkt is mede alomme bekend.

Het Rijk van China wordt voegelijk verdeeld in de volgende zestien
PROVI NCIËN.

Leaommt oïLaotung, Peking, oïPekin^ Xanfi^ Xenfi^ Honan, Nankin^
Xamum^ Chekiam, Kiamft, Huquam, Suchuen^ Queichuy lunan, Quamft,
Qjiantiim^ Fokten.

Volgens lommigen behoore*v <1© Koninamken. Corea, Tonquin eia Stam, (zie
in de voorgaande col om) cijnsbaar aan
China.

In de gemelde zestien Provinciën worden gezegd te zijn 155 voorname ile-
den, 1312 van minderen rang, 3357 befchanfteileden, en're, 128, 789 huizen»

NiEüWHOP verzekerd, dater, volgens hethoofdregisterboek, hetwelknaauw-
keurig gehouden wordt^ meer zijn dan agt-en-vijftig millioenen volks in het
Koningrijk China^ en zulks is zeer gemaklijk te weten, wanneer men in aan-
merking neemt, dat ieder hoofd van het huisgezin, onder zware ftraf, gehou-
den is aan zijn deur te hangen een klejn bordjçn, gevende een bijzonder bericht
van alle de Jeden zijns gezins : voorts is er over leder tiental
huizen, een be-
amte, die de waarheid van
dit bericht onderzoekt, en zulks weder een-hooge-
re Overheid opgeeft.

Een der merkwaardigheden vaii China, is zekere groote muur, welk dat Ko-
ningrijk van
Tartarijen affcheid ; deze muur is volgens de geloofwaardigile be-
richten, met alle zijne bogten vijftien honderd mijlen ; hij is meest van gebak-
ken ileen, en zodanig vast aangelegd, dat hij, fchoon reeds meer dan agtden
honderd jaren geftaan hebbende, nog zeer weinig vervallen is , fommigeberich-
ten verhalen, dat hij vele voeten dïk is en uitneemend hoog; maar anderen ge-
tuigen, dat hij maar vier vademen of omtrent dertig voeten hoog zij, en dik ge-
noeg voor agt man om er in een gelid op te kunnen rijden. —~ Vele rivieren
jopen door bogen onder door den muur heen : er zijn vier poorten in denzelven :
een daarvan wordt dus beichreven: „ omtrent vijf honderd vademen van denzel-
„ ven was een dal, aan weêrskanten met eene vastigheid van gehouwen ileen
„ voorzien, en van de eene tot de andere, een muur van drie vademen hoog
,, dwars door het dal getrokken , den ingang van den grooten mt.ur was van een
,, wachttoren van agt vademen hoog voorzien, van gehouwen Heenen, over-
„ welft, hebbende fterke deuren met ijzer beflag" ^— muur is op de hoog-
ile bergen zoo hoog, als in de laagfte dalen: hij is op verfcheidene plaatfen ge-
ilerkt met burgten: voor dezen werd hij doof een millioen
foldaten bewaakt;
maar thans worden de wachten alleen gelegd op zulke plaatfen die gemaklijkst
aangedaan kumien Worden.

GROOTTARTARIJEN.

„ Wij komen nu," mogen wij met zeker Schrijver zeggen, „ tot de woon
„ plaatfen van een volk, dat wijd verfpreid onder verfcheide namen weleer een
„ fchrik der grootile
Oosterfche geweest is, en geheely/si'^r, overftroonad

j» hebbende, tot in Europa is doorgedrongen, alwaar het zelfs zijnen fchrik
,, omgevoerd en zijne nakoradingen gelaten: tegenwoordig is het in Verfcheide
„ heerfchappqen verdeeld, of aan meer dan één Vorst cijnsbaar:" naamlijk aan
Chinu^ en Muscoyie/i, gelijk wij reeds gezien hebben, C^ie onder onsariij-
iel
Rusland )

Geheel Tartarijen wordt verdeeld in Muscovisch oïRusfisch, m Chineesch ytn
Onat bangelijk Tartarijen,

Van h.QX. Müscovisch reeds gefproken hebbende, ter plaatze boven genoemd,
ftaat ons tbans alleenlijk van de beide overige delen iets te zeggen , en welke
J>eide delea onderden naam van
GrQQï-Tartarijm begrepen moeten worden.

Niettegenftaande deze verdeling, wordt dit gedeelte der wereld echter gemak-
lijkst befchreven naar deszelft bewoners, naamlijk:

Moiingalen ^ Kalmukken ^vl Ushckkèrs:
De Moungalen^ zijn à\Q Tartaren^ welken aan China onderworpen zijn: die
van hun welke in het westlijke woonen, onthouden zich in tenten, en verhui-
zen van plaats tot plaats, naad 't gemak van hunne kudden; dezen en de jagt
zijn hun eenigst onderhoud:
à& Oosterfche Tartaren bewonen fteden, doch die
lieden komen in geen vergelijking bij die van
China ; verfcheidene zijn bijna .
puinhopen en fommigen geheel verlaten. .

Tartarijen is voords vol onvruchtbare woestijnen: *t is waar, fommigen heb-
ben tarw, en andere granen; maar de
Tartarân maken iotvsfchen hun meeste
werk van vleesch, en voornaamlijk van wild; h^t Land heefc voorts overvloed
van goede paarden; en de paardefokkerij wordt er niet alleen ilerk aangemoedigd,
ten gebruike van de jagt en den ocylog, maar ook worden die grove trekbees-
ten onder de
Tartaren gegeten; zij zijn er zelfs groote liefhebbers van,· gelijk
zij de paardenmelk ook zeer beminnen

Het kruid Ginfeng^^ waarvoor de ChineezemxÀkt hooge achting hebben, en
dat zij verfcheidene uitileekende namen geven, als die van 't
geestige kruid^ de
nieuwe geest-der aarde ^
en dè plant die de onflervelijkheid verleent^ om dat zij er
verfcheide heilzame geneeskrachten aan toeichrijven : wordt veel gevonden op de
bergen van
Tartarijen^ in zeerdigte bosfchen, en ook aan de boorden der be-
ken, op de rotfen, aan den voet der hoornen, en onder alle foorten van krui-
dèn , zoo dat het althans niet zeldzaam kan genoemd worden.

Wegens Kunsten en Wetenfchappen zijn de Tartaren niet berucht; men leest
ook niet veel van hunne wetten: „ De wet hunner Vorsten," vinden wij aan-
getekend, „ fchijnt de eenige richtfnoer hunner gehoorzaamheid te wezen: ook
„ hebben zij noch boeken, noch gefchrifcen onder hen, die eenige onderrich-
„ ting van hunnen oorfprong geven: hnnne Godsdienst is volkomen
Eeidmsch:
hunne Afgod, of Lama h een levendig mensch, na wiens dood zijne pries-^
„ ters eenen anderen, hem zoo veel mogelijk gelijkende, in zijne plaats zetten,
„ en den naam van een
eeuwigen Vader geven."

De Momgalen, /in 't bijzonder, hebben gewigcen noch maten, bemoejen zich
met geenen koophandel, maar ruilen met de
Rusfen en Chineezen ^ voor bees-
ten, 'tgeen zij van doen hebben.

Κ Λ L M υ Κ Κ Ε Ν.
Dezen met de
Ushekkers^ (van welken wij rader moeten fpreken,) maken he,c
Onafhangljk Tartarijen uit: dat, het geen wij hier tysfchen beiden nog kunnen
aantekenen, ook verdeeld wordt in het westlijke en oostlijke deel, bevattende
het oostlijke deel
Thibet^ met de Landen der Calmukfche oxi Tarters, en het
westlijke deel bevat de Landen
Circasfien en beide gemelde delea

worden door de Caspifche zee van elkander gefcheiden.

Het land der Kalmukken is in de beste luchtftreek der waereld gelegen, be-
flaande eene uitgebreidheid van 500 Duitfche mijlen lengte, en goo zulke mij-
len breedte : dit volk ilaat onder geenen buitenlandfchen Oppervorst, maar is
aan verfcheide horden of itammen verdeeld.

Zij hebben hooge bergen met rijke goud- en zilvermijnen ; doch de bewoners
doen er hun voordeel niet mede; verkiezende liever gemaklijker van hun vee te
leven : er worden voords ook edele geileenten gevonden.

De paarden der Kalmukken zijn zeer goed en moedig, het rundvee is groot,
zoo ook de fchapen die tevens zeer vet zijn, en een dikken ilaart hebben, wel-
ken dikwijls eenige ponden weegt: hunne kemels zijn er ongemeen ilerk en heb-
ben twee bulten.

De Kalmukken zelve zijn kort en dik, niet aangenaam van houding, en van
een olijfkleur: de Heer
motraije zegd van hun, dat zij plat en vierkant van
aangezichc zijn; kleine oogen hebben, àie hun diep in 'c hoofd zitten, en zul-
ke platte neuzen, dat iemand, die hen wat van verre zag, zoude meçnen, dat
zij er geen hadden: „ De baard," zegt men, „ groeit hun eil en dun, zoo
„ dat men er gemakiijk de hairen van zoude kunnen tellen, die hen menigmaal
tot op het midden van den wang groejen, en zoo hard en lang zijn , dat men
ze bijna voor paardehair zoude aanzien:" zij hebben groote ooren zonder
zoom; hun hoofdhair is grof en hard; zij hebben een kleinen mond, witte klei-
ne tanden en fraaje beenen.

De Kalmukfche vrouwen zijn biina van dezelfde gedaante, maar wat fijn der 5
zij zijn fraai van lijf en wel gemaakt. \

Oifchoon, gelijk gezegd is, de beste luchtftreek bewoonende , maken zij geen
werk van den landbouw, maar zwerven in groote horden verdeeld, van de eene
plaars naar de andere ; ieder dezer horden bevat ten minsten een tal van agt of
tien duizend meifchen, die groore kudden van vee voor zich uitdrijven; zij be-
ginnen hunne zwervingen gemeenlijk in Maart als het gras uitfpruit, en daar zij
gemaküjke dagreizen nemen, laten zij gemeenlijk weinig gras op de plaats alwaar
zij vertoefd hebben; bij het aflopen des jaars keren zij weder in hun eigenlijk
vast verblijf, alwaar zij eene foort van hutten hebben, weinigen blijven in de-
ze hunne woningen het geheele jaar door

U S β Ε Κ Κ Ε R S
Deze
hmontn Turkefian^ Charasmi en Groot Buchari'én,^Qn^xonàvmhïl·'
m ι ζ,ο Duitfche mijlen in hv'iQrkznt.

Deze volken leven van den koophandel, zijnde de handel van alle hunne Land-
fchappen in hunne hand: voornaamljk echter beilaan zij meest van vee- en ak-
ker-bouw, en wonen even als de
Kalmukken \xi tenten, zich nederflaande waar
goede weiden zijn: velen van hen leven ook van den roof: doch in de verfchil-
lende Landfchappen welken zij bewonen heerfchen ook bijzondere volksgebrui-
ken; fommigen drijven hnnne roverijen zelfs zoo verre, dat zij alle vreemdelin-
gen welken hun in handen vallen, uitfchudden en tot ilaven maken: allen beho-
ren onder
onafhangUjk Tartarijen, vermits zij gene Opperhoofden hebben dan
uit hun eigen volk,

AZIATISCHE EILANDEN.

Deze worden gemeenlijk onder de volgende hoofdverdelingen gebragt: naamlijk
'^japanfch, Larrones, oi JDieve eilanden, Philippijnfche^ Molukfche, Sun-
dafche, Maldavifche, Ciehn.

Sommigen van deze algemeene benamingen, begrijpen verfcheidene gedeelten:
wij zullen dezelve hier opgeven, en voorts konlijk het een en ander desaan-
gaande aantekenen.

JAPANSCHE EILANDEN;.
Drie verdelingen hebben hier weder eerst plaats; naainlijk,
^apan, οΐ Nipon , Saikokf, oï Kiusju{^) Sikokf{\)oiTonfa,
Dezen bevatten weder de volgende onderdelen i onder

JA-

(*) Dit zegt, het Land van negenen) na^r pndfiöOQrige Landfchapperj,
Ct)
Lmd y0n 'f leren.

Β Ε κ Ν Ô F τ Ε Β ES C H R IJ ν IN G VAN D Ε G É II Ε Ε L Ε W Ε R Ε L ö.


ocr page 15

BEKNOPTE Β Ε S C H R ÎJ V î M G VAN D É C Ê M Ë Ë L Ë

JAPAN Of WTPON is begrepen, Tooikaido; zijnde weder rerdeeld in vijfden ηύη
dere
delen of Landfchappen, Toofando , dit bevac agt gewesten ; 7Roku^
do,
bevattende zeven Landfcbappen ; Sanjodo, dit bevït mede agt Landfchappen

^^Spe^gSjf" reedsgezegdhefbennegenZand:

SÎKOKF, ofTONSA, vier Landfchappen bevat
„og de eilanLof ell

e anden van Rtuku of Tfiofij^ Jefo, Gînfîma, Kinfima ^ FatMo

alle deze Landfchappen, enz. maken de

^elen, waarin zij ook gemeenlijk verdeeld worden. Î¿ " ^w^^u^

Deze zamenftelling van eilanden, onder den-algemeenen raam van Ϋαΰαη be
liend is een Oostersch Keizerrijk ^ hebbende rondsom de Qanlijke Oceaan - 'ti'
ten minsten
tweehonderd duitfche mijlen lang, '

De grond daarvan is in 't algemeen door bergen, heuvels, en rotfen, van al-
lerlei foorc, zeer oneven cn ongelijk; want naauwlijks is er eene Provincie die
daardoor, of niet omringd, of hen midden in 2 ch heeft; bergachtigst is 'tmid-
den des
eilands: er is onder anderen een berg die drie dagreizens hoog is. In
verfcheiden delen van het Rijk beeft men ook brandende bergen; men wil dat
onder dezen
een is die verfcheiden eeuwen gebrand heeft.

iXiectegenftaande nu deze berg- en rors-ac htigheid van den Japanfchen grond
is hec echter de onvermoeide naariiigheid der bev/oners gelukt denzelven zoo
vruchtbaar te maken, dat hun niets ontbreekt; waartoe niet weinig helprdatzij
allerlei kruiden tot fpijzen wecen te gebruiken. De onbebouwile plaatfenleve.

j-en hen lekkernijen op.'

Alle de gemelde bergen veroorzaken ook veel koude, warme en altoos vlie-
tende bronnen, beeken en rivieren, waardoor het geheele Rijk overal doorfne-
^en is, er zijn ook verfcheiden binnenlandfche mciren, en draaikolken.

'Japan, verzekerd men vcorts, is zoo zeer aan aardbevingen onderworpen,
iat men dezelve aldaar zoo weinig vreesc als
âe Europeaanen de donderbuien.
Wat de geaartheid der
Japanders betreft, gelijk er veel verfchil in hunnege-
flaante is naar het eiland dat zij bewonen, is er ook een groot verfchil io hunne
geaardheid: in algemeen wordt van hun gezegd dat zeverilandig, voorzichtig,
redelijk, liefhebbers van manieren, befchaafd in hun doen, en beleefd in hun-
011 omgang zijn: zij /Jjn nieuwsgierig naar 'tgeen buiten hun land gelchiedc;
genegen tot wetenfchappen; naarilig, waarvan, gelijk gezegd is, de vruchtbaar
van hun bergachtig land ten bewijze verftrekr; voorts worden zij befchre
vfiH te zijn handig en vaardig in hun bedrijf; zij zijn zuinig in 'c gebruiken van
jiijnne goederen; tegen allerlei ongemakken gehard, kunnen zij verfcheiden
j^jchten zonder flapen doorbre-Dgen ; zij zijn zindelijk in hunne huizen; meeran-
dere deugden hebben zij, die echter door verfcbeidenezwakhedenbezwalktwor-
^gti'· ζή zijn zeer bij.en-ongeloovig: weten vanfpooken, nachtgezichten en

^jeren, nergens anders dan in hunne arme herfenen te vinden,· van beiinetdn<»-en

' ^ ----ίίησρπ ennnren: van 't p-enef-

^jeïQl'i 5 neiguua auucta ueii m ---------------

ponder aanraken ; van gelukkige en ongelukkige dagen en uuren ; van 't genee-

door de preveltaai der Priesters; zij hebben veel op met de hemelteicenen

waaronder zij geboren worden; zij beelden zich in daceen gebouw op menfchen-

jjgchamen gebouwd onwrikbaar is, en dit gelooven zij zdfs zoo vast dat Ibm-

hunne ligchamen den Keizer ten dien einde aangeboden hebben; voorts

^ijii zij trots en op eerbewijzingen geiléld; worden gaarne geprezen, en kunnen
^ - - 1 . , , ., i">rir»lipdpn niet verdracea---

„ ... . _ -, na uUiS·

Laten wij hic^* bijvoegen c geen zeker fchrr.ver van hmine taïencèn zégtl
IS luidt het. ,> De luiheid der inlanderen en klemheid van hunnen nooddrufe
hebben gemaakt, dac ons van hunne kunsten niets merkwaardigs is voorgê·»
komen."

pe Heer salmon zegt ; „ Het is aanmerkelijk dat de volken van eêiiige dé^
zer eilanden, (maar vooral van Jlforen,') voormaals onder de menfchsneetefS
geteld werden ; fchoon deze gedachte mogelijk niet gegrond zij, dan op
heè
wreede onthaal van eenige Christenen, welken in hunne handen vallende j vait
^ hun levendig gebraden , of op andere wijzen om hals mogten gebragt zijn :
de
verftandigfte reisbefchrijvers welke deze Landen bezocht hebben berichtert
" dat die wreede handelwijze uit den moedwil en 'c harde gedrag, waarmede dt?
" poriügeezen inzonderheid de iiiborelingen bejegenden, is voortgekomen ί iM
heb nooit
een Europeer gevonden, die daarvan daan gekomen,, ooggetuige
van die woesce gewoonte van zijn geflacht te eeten geweest was"
Van de
yele Molukfihe Eilanden zullen wij alltenlijk ds volgende, als
yoornaaraften, opnoemen. Ï„,/τ ί t-

Ternate, Tidor, Motijr, Makjan, Bais jan, Gilolo, oï Dfilolo^ Maka^f^
of Celebes, Amboina, Ceram, Alforcn, Boero, Banda, Neira hooge Idnd
van Banda, Goenong Api, Poelo 'jij^ Poelo Rhan, Rofingei

dus

Ttmor, enzi

sundasche eilandeïn.

De voornaamfte van dezen gn, Î³Â·^.^^ Lomhatié»

Bornéo Sumatra, VJS Nikomr, Andoman^ Ei^

loT, Serhite, Floris, oï Ende, Sumbawa, naiy]

landen, tm. j-r deze eilanden bewoont, verfcîiiît

De aart des volks, over het algemeen, De

' niet veel van

de overigereeds door CH»-^ ^^

D2

L· hebben weinig vrees νηηΐ T^ Ϋ" dood van hnnne vijanden te bevredigen:
'
moord ontzien zi η et win " onv.rwwnehjk van g.ruoedde

i/en eevallen Γηίΐ/1 · ziym de handen hunner vijanden vallen; in

^ ^^ ^elfs den buik op, om zeker te zijn van te zul

μ fet Xdii" ÎTào^f!'' ' gebruik van hoeren ftaat er ieder vrij,
Japanders, dat ziï e^l openDaar gepleegd: de Heer salmo.v, gecuigc van
dat zij dezelven nnr, magcover hunne kinderen hebben, tot zoo

iiezing van kant kunnen en de geborenen naar ver-

if hen ten dienste να,Ι.ίι^':! ^^ '' ^^^gen,

opgevoed worden overgeven, in welk gevai zij ook door heczeï^

waarden,^'^of een n^^^^Ï·· " verkopen hunne dochters, zelve aan hoere-
'^•en der fchoonheid v/n^T^^ vopreenige Jaren: naargelang dier jaren,
'gaarden doen de fonfferp%7 ^^^^werpen, bedingen zij den prijs:" deze hoere-
dflgen, ipelen en
Λι , der wellust door die ouder zijn leren danfen,

gelijke dienstbaarheid SS'S'^Ï tu bekwaam zijn om te bekoren: dezefchan·

ijijivelijk geraken · ^on · · ^ kunnen zij echter nog tot een goed

Lcht te zijn geworden betekent hec onder de Japanders voor hoer ver

Mg van de zeden eens vTïl^i®^ veranderd hec zogenaamde kwaad nieC, naarge-

^der dat zelfde vojfe I â€” intusîchen is hec ichenden van eene maagd,

.Qffenomen, dat 7îî ^,ν? j " contrast.' menigmaal door de onteerdezoo hoog

L A R Vo 'n i^et Jeven beroofd hebben. ·

peze eilanden zijn eet^c onM f ƒ> i Ε V E-e ί L A Ν D Ε N.
^f
jiaGellanes, in zijne · zekeren Ferdinand magliane s

doen, en welke reis zijne fcbe^'^^^^*^ kelken hij voorhad rondsom de waereJdte

jjugen had, omgekomen ^vas^^" t ^^^

hebbeîT deze eilanden dien veÏa^h hebben: bij die eer/Ie ontdekking

mogelijk wel uit eene opwelhn ^ Dien-eilanden gekregen ;

ontijdig omkomen ^ defchepelingen vanMAGELLANSs,

Deze eilanden zijn veel in eerni ^

Cuaniy of Iquana^ ^arpam voornaamilen daaraan zijn de volgende:

^fran. Almamn, Pa^on-rt^'' ^^^^nvifla, Saespara, Jnatan, Sarigan.Gu-
nocida, Maiakigo, ' C) Ïha, Manga, Urrak, Patas, Disco·

van Leden; hunne kleur is wat f« , g^^^akt, ilerk van hgehasm, engro£

gen klein; zij hebben dikke hair zwart en lang, hunneoo-

lunne houding is ftuursch: zij """ iangachng wezen;

deTuchtftreek waaronder zij Jon^ naakt, en leiden een armiijk ieven :

Benige v^n deze eilanden geven rifstriiSels meloenen, oranjeappelen,

Jimesjens, kokernoten, en eene fooi/; P^^^PP^^®» ^

van broodvrucht bekomen heeft, ST^wdks vkesch

200 wit en zacht als

brood is. ' J'™® eene foort van appereu,
de°klem"vSig;' lec malen v.» booten e„ an-

(*) Em brandends ber^.

W Ê il Ε L ί%

Ε î L A Κ D Ë li.

H'

Ρ h I L ί Ρ Ρ I] Ν s C H Ë
Öe voornaamilen van dezen zijn: Â». *

Luconia, oïManila^ Tandava, oÏSamor; Μα^Γαίέ^ Miudord, Lutâfl, i'â'î
ragua, Panaij, Leijiel, Bohal, Sibu, Zehu, Negros, S^. Jchm^

Xollo, Musdanao' ^ ^

Deze eilanden brengen voort, goud, zilvei·, enz., wasch^ taoak^ Veèlêriêt
bomen, rijst, meiocTisn en andere vruchten, katoen, gommen: koejen^ birfi
fels, harten
en ander wild; flangen, iivet-katten, vliegende katten^ en aüdê?
gedierte: er is overvloed van paauwen, korhoenen; andere vogelen^ zijn er fflë-

de overvloedig, aïs ook vele foorten van visch,-er groeit ook eene fc>örl

van rotting, en velerlei kruiden. - ,

De lucht der FiUppijnfche Eilanden, is heet én vocbtiSj doch de beité is if
zoo groot niet a!e in eenige noordelijker landen, het welk aan fommige oorÉà*
ken töegefchrevén wordt, onder anderen aan de zware regens die er vaiiert.
Deze Eilanden zijn ook onderworpen aan aardbevingen.
Men getuigt dat er in
de FiUppijnfche Eilanden, wel vier- of vijf-derblndê
foorten van volken gevonden worden; er zijn er onder die geel van kleur zijfl*
en hunne ligchamen mee vlekken befchilderen : over het algemeen zijn zij Vâtl
eene midden bare lengte en wèl gemaakt; fommigen zijn zwart, anderen bianki,
eenigen van hun dragen lang, anderen kort hair.

Men vindt onder hen veel flaven; want hunne Wetten brengen mede dat ^ij?
die hunne fchuidcn niet kunnen betalen, verpligc zijn flaven te worden^ tÖÊ
die fchuld afgedaan is:
't is er ook niets ongewoons dat de ouders hunne kindg^
ren tot flaven verkopen.

moluksche eilanden.

Dezen zijn oneindig veel in getal, de Koningen van lidor, Térnate euBati-^
jan
, voeren er heerfchappij over.

jan.

ΛΊΙ J "·7---- —""hf'J wvtt.

en mAdten S" ^Hp- rots-achiig; offchoon^in meeP

en raindaen graaa. weimgen uitirezonderd. hébben 7,·; ^^

rivieren, van de

^ ____^ v/ll.v.U<JWH Uil ΙίΙΰ^ί

ad: weinigen uitgezonderd, hebben zij verfcheide beekjens erS

______ _______bergen nederv! ie tende , waarvan velen niet vaarbaar zijn. s

Men heefi er ook verfcheiden brandende bergen.

„ Dat de meeste van deze eilanden,''* getuigt men van bun; deeigeiîàtêîî
„ van een vruchtbaren grond zijn, vercoonende aUijd groenende, vruchtdragen-
„ de en andere bomen, planten cn gewasfen, waarmede de Natuur, hun géért
„ lliefmoeder, zij zoo digr. bcset en bezaaid beeft ^ of döen begroejen, daterdë
„ reizigers ons dikwijls eene verrukkelijke befchrijving van maken: hunne bef^
„ gen, rotfen, valeien, velden en ilranden worden ons veeltijds met groene ver-
maaklijke gezichten in eene aangename verfcherdenheid afgemaaid, men Vér-
' haak ons dat er op eenige plaatfen van v^ege hec digc van moscb begroeidé
" geboomte, geen doorkomen aan is, welken daardoor zoo lommerijk zijn, daû
" de dampen uiet kunnende optrekken, bij nacht daaronder een vrij koudelüchf

1,- n/r rr-""-"» -'J uaaionuer een vrij Koudelüchi
t geen hier, uitgezónderd, de grond verleent is doinKo

reiing aan deszelfs deugdlijkheid meer dan aan hunne kunst of arbeid veS'
di-d : de arbeid is van hunne gading niet: deze eilanden zijn de eenigftepto

(op fommio-e - "«o^®' bomen voort-

--O O-------1> Viv-t.»^ WilUU

„ fen op den gantfchen aardbodem, welken de nagel-en noote ^ uomen voort

„ brengen;' (op fommige van dezelve zijn zij door de Oost - indi/chê Com^

pagnie uizgevoeiàQ men beeft crgroote bosichen van kokosnooten-bomen- wel·

ken den mboreling brood, meik en olij verfchafl^n: bij gebrek aan ijzer nrT-
dig tot den landboow, vindt-men er naauwlijks rijst of koorn; ook zijn de irfl
wooners te lui om den landbouw te beoefenen: zij winnen meer dan vooreiffeng
nooddruft van de vruchten die het land van zelf geeft: 2ij hebben hec gelukdaê
Ibmmigen van hunne eilanden overvloedig zijn in wiid, en visch.
Oe
 zijn^ gelijk wij boven reeds te kennen gaven, doorgaan^ lui

blode, engroorsch; fchelmsch, bedriegelijk, geveinsd ^ en verraderlijk, oproe-
rig, logen- en laster - achtig ; vleiend en ilaafsch als zij wat goeds van iemancï
hoopen; maar wispelturig zodra zij van verwachting veranderen, en zoo zij bes
vatting van eenig gevreesd of ondergaan leed hebben, onverzoenlijk wreed ja^
moorddadig, nemen zij als dan hua ilag waar cm zich te wreken: in 'tilukin
den Godsdienst zijn zij zeer ligtvaardig.

Hunne vrouwen zijn vriendlijkvan fpraak, verdaan zich wonder wel oö dé
kunst van de manlijke drilcen opte wekken; hoererij is ook daar geen zonde· Lf®
lijk echter geven de vrouwen, zodra zij gewaar worden dat zij medevrïistersbdie
ben, de mannen iets m waarnoor zij ton de voordtecling onbekwaam worSs
men zegt evenwel dat zij
hm daarvan ook weder kunnen genezen

Wat hunne levenswijze betreft, veel zóu daarvan gezegd kunnen wörden, dat
wij mee ftilzwijgen moeten voorbijgaan; onder anderen zii η zij gewoon ώ de
geboone van een kind een kokosboom te planccn, om bij deszelS leden de
ren des kinds ce cellen: vieren dien tijd ook met grooce vrolijkheid! Zm
zij het
vrijster, worden v.n hunne docbcors ook mee vrolijke maalti d^nve e?r6ni
ieder brengt op hunne leekten wat toe, en doet zich van zoo vX dilnare^^^^^^
zijn ftaac vermag vergezellen ; ieder krijgt op de nuaUijden zyn deel, eTvan V
nti-rrchoc neemt ook ieder zijn portie na hn^^^. ^ ' ' van i

ocr page 16

® Ε'Κ Ν ο ρ τ Ε Β Ε S C Η R IJ V Î Ν G VAN DE G Ε Η Ε Ε L Ε WERELD,

'de hiéest merk^liardîgften onder hen ; deze wordeΉ gezegd te zijn, matig van '
langte, welgemaakt, doch gedrongen van leden, breed van wezen, hocgen uit-
püiiend van kaken, piat van neus, rond van oogen, én zeer dik vin oogleden:
'lïun hair glinu gelijk dac der
zndere Indiaanen van zwartheid.

Schoon zij gaarne den naam hadden, van de gefchiktile onder alle de Indiërs
te zijnj worde hun echter nagegeven dat zij lui en diefachtig zijn: de moedigilen
van hun, gaan als zij oorlog hebben op 'c ftroopen uit : voorts zijn zij moord-
dadig, UOtsch,. en onverzoenlijk, waarom het in den oorlog al door hunne han-
den fiieeft, wat niei ontvlugten kan, fchoon zij
anders voor de vuist grootebloo·
Maarts zijn : zij jyechten fomtijds Ook «oo dol als zij ligt lopen ; zij zijn berucht
voor trouwloos, en dat eene geringe het zij ware of valfche belediging hun een
moord kan doen begaan ; daarna amfioen ingeflokt hebbende, doen zij als dolle
fchepfels ailes ombrengen, hoe onnozel de voorwerpen van hunne woede ook
mogen wezen; menigmaal ontveinzen zij ook meesterlijk hun leed to: zij gele-
genheid krijgen om zich door ilaal of venijn te wreken : zij zijn voorts of onge-
meen trotsch ofxïngemeen ilaafsch: 't is een boos volk, en men ziet er fommige
van idoor de wreedfte ftraiïen , zonder een traan te laten of woord te fpreken,
omkomen-- zie daar genoeg om dezé zonderlinge menfchen te leren kennen.

Intusfchen bewonen zij eenen ongenieenen vruchtbaren grond, waarvan ieder
reiziger even breed opgeeft: twee mijlen zeewaards in zijti de geuten der bomen
reeds te rieken: men vindt er kokosnooten, orange- limoen- en citroen-bomen,
pompoenen, water·meloenen, mangas, mengostens, durions, jakas, bananas-
ien, gulden-appelen, ananasien, pompeimoes, piesfangs: de kruiden die het
oplevert zijn menigerlei: erwten, boonen, kool, kers, petercelij, falade, a-
ipergies, wasfen er in overvloed ; rijs, fuiker, kurkema, indigo, kardemom,
nardis, enz. zijn
^ava/che Produ&en, wijngaarden zijn echter alleenlijk omtrent
Βαΐαήα; de cacao en koiBj wil er ongemeen wel groejen, tamarinde wast ermede

De Javafche bosfcheït krielen voorts van gedierten , vooral zijn er vele apen,
men vindt er ook de zoo beruchte als wonderbare
Ourang- outang, of'tbosch·
mensch; men heeft er verflindende land- en zee- gedrochten, onder anderen de
tijger^ de rhenoceros heeft er zijn vaderland : flangen, fchorpioenen, crocodil
ien, enz zijn er mede vele : men heeft in de boslchen ook de vliegende eik
hoortjens; paauwen, "kranen, hagedisien, kameleons, enz. zijn ook
Javafche
dieren
— de wateren leveren vele visichen op.

Van de wetenichappen der Javaanen vindt men niet veel bijzonders aangete-
kend: de weinige kennis die zij van de medicijne-n hebben noemt men alleenlijk
eene werking van 't geval : iniusfchen bloejen onder de
Hollanders op Batavia
allerlei kunsten en handwerken.

M A L D A V I s C Η Ε EILANDEN.

Dezen worden aldus genaamd naar het Eiland Mala^ het voornaamile van al-
len, en waarop de Koning zijn verblijf houdt: het getal dezer Eilanden is zeer
groot, en tevens zoo twijfekchtig dat de eene er duizend en de andere er twee
duizend telt: doch dewijl fommigen van dezelve alleenlijk kleine rotfen zijn, of
ftukken land, die maar pas boven water uitileeken en naauwlijks den naam van
eiland verdienen, worden waarfchijnelijk deze van eenige reizigers daar niet
onder geteld, 't welk mogelijk oorzaak van de 200 zeer ongelijke opgave van hun
getal kan wezen: alle deze Eilanden zijn meest met rotzen en zandbanken om-
ringd, enderhalven niet met fchepen te naderen, niet ayg,ders
dan op twee of drie
plaatfen : zij zijn gemeenlijk laag en vlak ; en waarfchijnelijk van
Ar ober s bevolkt :
zij zijn allen onder de regeering van éénen vorst : de waters welken tusfchen ver-
fcheiden dezer Eilanden doorlopen, 2ijn waadbaar, en geen fteenworp wijd:
velen zijn onvruchtbaar en onbewoond, en op
geen van allen groeit rijst of koorn·
de kakosbomen zijn het voornaamile van hunne voordbrengfeJen ; deze dienen
de
bewoners tot eeten en drinken , touwwerk, tot het bouwen van hunne hui-
zen , en andere veelvuldige gebruiken t
men vergaderd aldaar de kleine horent-
jens welke men morentanden of
Korks noemt, en door gantsch India geld
voor koopwaren van kleine waarde gangbaar zijn : de bewoners hebben ook over-
vloed van visch, die hen mede toe een hoofdartijkel van hunnen tafel verftrekt:
wat hun vleesch betreft, daarvan zijn zij even fchraal voorzien als van hun
koorn-men vindt fomtijds eenige
ambregri\s^ over 't algemeen echter bren-
gen de
Maldavifche eilanden niets voort, dat de Europeërs tot nog toe heeft
kunnen bemoedigen om zich aldaar met der"* woon nederteflaan.

C E I L O N.

Dit aanzienlyke Eiland fchac men lang te zijn omtrent 1250 Engelfehe mijlen ,
en omtrent î200 zulke mijlen breed; het is een der beste wingewesten in de In-
àiïn, zijnde het eenigfte land het welk de oprechte kaneel voort brengt.

Het beftaat uit vlak land, uitgenomen een weinig laag gebergte, dat vol bos-
fchen is en wild en woest ligt.

Men getuigt van de beivoners van Ceilon, dat zij goedertieren zijn omtrent
vreemdelingen ; d0ch zoo jalours omtrent hunne vrouwen en dochters, dat een
vreemdeling dezelve naauwlijks kan aanzien, veel min aanraken, zonder een
man des doods te zijn: hnnne geftalte is klein, doch gedrongen, enwèlgefcha-
pen; zij zijn fnel in het lopen en hunne kleur is bruin: de vrouwen, zoo wel
als
de mans gaan van boven naakt; hebbende de eerllen een grof lijnwaat, van de
midden tot de knieën om het lijf gewonden, dat van achteren tusfchen de bee-
nen doorgehaald is : hunne fpijs beftaat in hartevleesch, honig, aardakers enfrui
ten: zij hebben weinig van nooden en daardoor drijven zij niet veel handel : ver-
ongelijkt zijnde, gaan zij voor de deuren van hunne overheden zitten, onder ee-
ne boom, terwijl zij eene groene
tak in de hand houden, tot dac hun gevraagd
worde wac zij te Uagen hebben ; gefchiedt dit in geen zeven dagen, dan fteekt de
klager de verdorde tak in de aarde, en wreekt zich zeiven, of verlaat zijn geflacht

Cei/on levert verfcheide foorten van vruchten op, onder andere ontbreekt het
geene pijnappels, meloenen, pompoenen, orangeappelen vanverfcheidenefoor-
ien, citroenen, liraoenen, enz. wortelen en kruiden zijner mede in eene rui-
me hoeveelheid; zij hebben fraje bloemen
zoo van reuk als geur: ergroejenook
vele bomen, als de rallipot, reffulai, de kaneelboom, en anderen: osfen, buf-
fels, geiten, varkens, harten, olijfanten, beeren, tijgers, jakhalzen, paar-
den, ezels, fchapen, leeuwen, wolven, apen, zijn er in groote hoeveelheid
Voorhanden ; er is ook geen gebrek aan gevogelte en visfchen ; mijnwerken zijn
'er niet, geene anderen dan
die ijzer voordbrengen.

Op het Eiland Cei/on heeft men het Keizer- of Koning-rijk van Kandij^ en
de volgende binnenlandfche gewesten ; als;

Nourecalava^ dat nog vijf andere landilreeken'bevat. Hot Kourly ^ dat in
zeven zogenaamde
Graaffchappen verdeeld is. Moutalij hetwelk drie kleinere
landilreeken bevat.
Tamaguod, Bintana, Fellas, Panao. Ouvah, bevattende
die rechtsgebieden.

Waïaponahoij\ Goddaponahoi] · Poncipot, Hevaijhattaij ^ Kottemul Horfa-

i^ii Tamuyar, ImponaUoijy O^dipollat^ Dolushangi UomrakQurlij^ 'm

het welk vier kleinere landilreeken liegen. Tufikourlij.

Onder à& Aziatifche. eilanden betrekken fommigen ook Rhodus ^ Cijprus, dis
echter, offchoon eilanden zijnde, van anderen in hunne breedere beichrijvinge»
van dit werelddeel, onder
Aziatisch Turkijen verhandeld worden j alzo zij vaa :
hetzelve af bangelijk zijn : wij hebben ze mede daaronder geileld.

A F R I c A.

Dit vrerelddeel waarvan wij nu kortlijk iets moeten zegge®, wordt gefchat
groot te gijn,
1025 mijlen breed, en 1125 mijlenlang.

jüe lucht is er zeer heet, het welk ten gevolge heeft dat het ook minder dan
eenig der andere werelddelen bewoond wordt,· le meer daar het hier en daar ve-
le en zeer groote woestijnen heeft, waarin niemand wegens het zand en gebrek
aan water kan woonen-

Daar het bewoond wordt is 't met dat alles zeer vruchtbaar, brengende aller-
lei granen en andere gewasfen voort : in
Barbarijen onder anderen, zegt men
dat de landen zoo vruchtbaar zijn, datze bijna geheel niet bearbeid behoeven te
worden; het tamme vee is aldaar ook zeer vruchtbaar, inzonderheid de fchapen ;
woest gedierte vale er overvloedig, voornaamlijk elephanten, leeuwen, tijgers,
phanters, ihenocerosfen , apen, draken, ftruisvogels en vele andere ; in de ri-
vieren zijn ook crocodillen, een vreeslijk gedierte dat alles wat leven heeft ver-
llind: metalen zijn bovenal de produften van dit werelddeel; en wel inzonder-
heid goud, dat door de
Europeaanen in menigte van daar gehaald wordt: uit de-
ze rijkheid van metalen volgc dat er ook veie bergen in
Africa moeten wszcn:
rivieren zijn er minder maar die men er ontmoet zijn zeer groot.

Wat de bewoners van dit werelddeel betreft : de MahomeJaanen welke er zijn,
zijn ilaafsch en tirannisch ; de overige
Heidenfche volken zijn wiid van aart, en
weten weinig van wetten en orde, fchoon ze echter hunne opperhoofden of Ko-
ningen hebben: „ Van hunnen wilden aart,'^ lezen wij, „ kan men ligtiijkoor-
„ delen, daaruit, dat de zwarten, welken er gevonden worden, zich niet ont-
„ zien hunne wijven en
k'mdQVQn dQ Europeaanen te verkopen: gelijk daa
„ op de
Kust der Zwarten oïNegers ^ omtrent CaapFerde^ eenen groocen men-
„ fchenhandel met Zwarten gedreven wordt, die de
Spanjaarts^ Porêiigeezen,
„ en anderen aldaar voor flaven kunnen opkopen, en naar Américain elders
„ voeren, tot allerlei arbeid : men zegt zelfs, dat er in de woestijnen menfchen
„ zijn, zoo woest datze als beesten leven; zonder Koning, zonder geloof, ea
„ zonder werten, ja dat er ook zijn die menfchenvkesch eetôn.

„ In de heetile gewesten gaan de AfricaanenmQQZimzki^ alleenlijk de fchaani·
„ delen met eenig dekfel verbergende; van kunsten en wetenfchappen weten ze
geheel niet, te weten de wil&e
Africaanen^ ten zij wat ze alleen tot hunne
hoogfte noodzaaklijkheid uit geringe dingen weten te maken, als boog en pij-
„ len, geringe hutten, touwen, canos uit bomen enz. weshalven ze ook zoo
„ gretig zijn naar de geringfte dingen, die bij ons fchier geene waarde hebben,
,, als ('pelden, naalden, doosjens, raesjens, fchaartjens, en honderd andere der-
„ gelijke zaken meer, waarmede
de Europeaanen hm yootdQQlviQim t^ àoeri^
„ om daartegen goud, zilver, ijvoir, paarlen, edele geileenten, enz interuilen;
„ maar 't fchijnt echter dat die menfchen federt eene eeuw, na dat ze verkeering
„ met de
Europeaanen geh^dhehhen, alïengskens kundiger worden, en hunne
„ waren nu op meer prijs houden dan eerst.'*.

De Geographisten zijn 't wegens de verdeling van Ajrïca niet ééns, gelijk zij
zulks omtrent andere werelddelen dikwijls niet zijn; de oude
Romeinen deeldea
het in de volgende twaalf delen :

1} Mauritania, Tingitana^ a) Mauritania Cctfarienfis^ 3) ISumidia^ 4)
Africa, m't bijzontler, 5} Africa Cijrenaica, Africa Marmorica, ?) Li'
bia^ B) Egijptus fuperior 3
9) Ε gijp tus in ferior ^ 10) Libia interior^ iijAt'
hiopia iuf ra Egijpto^ 12) Ethiopia interior,
Laceren verdelen het dus ;

l) Barbarijen ^ ü} Biledulgerid, 3) de woestijnZara, ^Nigriti'ên^ 5) Guï-
nea, 6) Epjpten^ Nubi'én, Abijfmie'n ^
9) Congo, îoj Ca ff er land,
ïi) Zangubar, 12) Monomotapa,
13) De eilanden rondfom Africa,

Weder anderen verdelen het nog anders; doch wij zullen ons bij delaatstge-
raelde verdelmg bepalen en dezelve volgen: derhalven moeten wij dan eerst
fpreken van

Β A R Β A R IJ Ε N.

Deze landilreek worde bepaald lang te zijn f80 en breed 90 Duitfche mijlen*
Er wast eene ongemeene lekkere druif, offchoon de bewoners dezelve niet
tot wijn uitpersfen , maar kooken, en het ikp eenen anderen naam geven.

Gezegde bewoners ziin Moor^;;; en Arabieren^ de eerstgemelden bewonende
ieden, en de
Arabieren de gebergten ; deze generen zich meest met rooven : in
Barbarijen legt men- zich voornaamiijk toe op het maken van goud, op de to-
verij en het gochelfpel; de minsten van him leren handwerken.

Wat hunne gewoonte betreft, zij eecen op den grond, zonder mes, vork of
lepel, alleenlijk mee de vingers, die zij met fmaak aflikken, of aan het hair hun-
ner flaven afvegen —— al hun vermaak beftaat in eeten, drinken en gochelen_-

de veelwrijverij is bij die van Barbarijen ook in gebruik: bij den dag, zegt men,
raag een man eene bijzit beilapen, maar bij nacht geene andere dan één zijner
echtlijke wgven.

De dooden geven zij eenen teerpenning mede, en metfelen de graven toe, op
dat ze, zeggen zij, ten jongften dage, de beenderen niet lang zouden behoeve»
te zoeken.

Barbarijen wordt voords verdeeld in de volgende zes

R IJ Κ Ε Ν.

Barcan, Tripoli^ Tunis^ Algiers^ Fez, Marokko» >
Sommigen van dezen hebben weder hunne onderdelen ; zoo wordt
ALGIERS, verdeeld in vijf ftukken, zgnde
naamlijk, de Republiek van dien naan^;
Tefenfin, een Koningrijk ; Τcnez, mede een Koningrijk , dat echter zeer klein
is;
Bugia, ook een klein Koningrijk; Conflamine een Koningriik.

verdeelt men in de volgende Landfchappen; als: Fez, Teme'^na, Asgara,
Habata, Evrif, Gareta, exïChaus.
MAROKKO, wordt verdeeld in het Koningrijk van dien naam ; Sus, eenLandfchap;
Tafilette, een Koningrijk; D^^^> een Landfchap: de drie Jaatstgemelde
gen wel in
Biledulgerid, maar behooren aan den Keizer van het ge-

melde Koningrijk van dien naam heeft weder deze zes Landfchappen, Maroc-
co. Ducale, Hea, Haskore'' Tedle, en Geruh.

Er zou van alle deze onderdelen nog vele merkwaardigheden aantetekenen
z|n; niemand, bij voorbeeld, zal weigeren als zodanig te erkennen, v/anneer
hij leest dat de Stad
Fez in het Rijk en Landichap van dien naam, en ïevens de
fchoonfte en volkrijkfte Stad van geheel
Barbarijen, 8ö poorten, aooilraaren,
en ÎOO kerksn heeft: buiten de ringrnuren zijn er 32 voorfteden, en eenige du ν


ocr page 17

eenden van tuinen; waaruit fomtijds des daags wel 500 wagens met vrucht in de
Had k@men.

Algiers·, de hoofdftad van het Rii'k van dien naam, is niet minder aanzienlijk:
2ij bevat
170 Turkfche kerken : rondom de ilad leggen een tal van i8coo tuinen;
men verzekert dat de inwooners veelal zeerovers zijnde, omtrent het midden der
zeventiende eeuw, in flechts een tijd van nog
geen twee jaren, 2^45 zoo groo-
ce als kleine fchepen van de
Engelfchen genomen hebben.

Β I^LEDULGER LD.

Dit gewest is bol zand, dat door den wind gelijk het water bewogen wordt,
en bijna zoo geiladig Huift, dat de inwooners meestal zeere oogen daarvan heb-
ben; men verzekert dat de wind wel eens eene geheele caravane van reizigers

onder het zand bedolven heeft.

In gevolge van deeze eigenfchap des Lands is gemaklijk het befluit optema-
ien, dat de vruchtbaarheid
ïw Biledulgend^ niet groot kan wezen; er groejen
echter lekkere dadels—~ in de bosfchen zijn veele wilde dieren, en onder de-
zelven zijn de leeuwen van eene ongemeene grootte,

In de lieden van Bthdulgêrid worden de oudiïe lieden, maarop het platte land,
de iierkften voor de voornaamften gehouden: de inwooners kunnen niet als fte-

len en rooven, en begeeren niet anders te Ieren-door gebrek aan water dat zij

hebben, zijn er fommigen onderhen àiezich van hua Isven mecgewasfchen hebben

Het land wordt verdeeld in de volgende :

Κ O Ν I Ν G R IJ Κ Ε N.

Sus, lafilette. Bar a., (*) Tes/es, Segelmesfe, ThoueP, Tegogarin, Zeb^
Techort, GuargaÏa, Biledulgerid, Gademes-, Fezzen^ TmregUy Barcan.
De W O Κ S Τ IJ Ν Ζ A R A.

Deze woestijn is 8oomijien lang en 150 breed: 'c wordt dus kortlijkbefchre-
Ven ; is ten westen vol zand, in het midden vol iteenen, en ten oosten

P^ vol moerasfen»"

Van Augustus tot in Wintermaand regend het in dit Land zonder ophouden,
en daardoor fpruit er wat gras uit den grond, waarvan het vee leeft.

en daardoor ipruit er wul gies uii. «cu giwuu, ....................

Leeuwen, tijgers, en pantherdieren zijn nergens in grooter hoeveelheid dan
ΪΠ deze woestijn; tegen de ilangen en fcorpioenen moeten de inwooners altijd ge-
wapend
zijn : de kameelen doen hun aan den anderen kant weder ongemeene
diensten op hunne reistogten; deze dieren kunnen een voorraad van water voor
twaalf dagen verbergen; en 't gebeurt wel eens dat de reizigers door den dorst
gepersd, zulk een dier ilagten, om zich met het water dat zij in hetzelve vinden

jCe lesfchen.

Men teld er de volgende tien

Κ O Ν I Ν G " R IJ κ Ε N,
Zanhaga^ Azoat^ Tegaza^ Zuenziga, Gugden, Targa, Lmpa^Berdoa,

Gaoga^ Borno'

Hec is intusfchen uit het geen wij wegens den aart dezes Lands gezegd hebben
5vel optemaken dat deze Koningrijken van weinig betekenis zijn.

Ν I G R I Τ I Ë N.
f Dit deel van A/i'/ca ileld men lang te zijn poo en breed 300 mijlen.

Er is zeer weinig van bekend-de voordbrengfeien des Lands zijn osfen,

koejen, fchapen , geiten, paarden, en kameelen; de bosfchen zijn vol leeuwen,
tijgers, olijfanten, ilruisvogels en apen: er groeit gierst

rijst, manna, meloe-

vijgeia, ... -------------- _ ^ ^

iien, pompoenen, dadels, vlas, enz. goud, zilver, en koper valt er ook.

De flavenhandel is eene hoofdbezigheid der bewoners,
j- Men verdeeld het Land in de volgende zestien»
"" KONII^GRIJKEN.

Galata^ Tombus, Jgades, Cano, Cafenia, Guangara, MM, Mandmga,
Ca^o. Guber, Zegzeg, Zanfara^ Genehoa, Gambia, Jaloffi, Biufarr.

G U I Ν Κ A.
Deze fchoone kust is 585 mijlen lang, en 180 mijlen breed.
Van het land en deszelfs bewoners vinden wij het volgende aangetekend.
De inwoners, waaronder er
ook zijn die gaarne menichenvleesch eeten, ver-
ruilen al wat zij hebben, tegen ijzere bouten, degens, oorringen, ijpiegeis, en
klein ijzerwerk, 'c welk zij hoger fchatten dan goud, dat bij hen een gewoon

en rijklijk landproduft is.

Lange nagels aan de vingers en witte tanden worden op deze kust voor fchoon
gehouden; de vrouwen hebben zulke lange borsten, dat ze dezelven over de

~ ■ ' - - Â·Â· fl/^h alla mm-n-an,

ren zich om de vliegen; zij hebben,
niet liever dan flangen, honden en katten;

të ho den mVtzX b^urz^^^^ en dekens van bascen zijn hun arbeid, eenigen ge
ce noeden, mutzen, oeu â€žmouwen zijn er in dit Land ilecht aan, dewijl

neeren zich met visfchen — de v^o^e ^^^ ^^^

de mannen haar kunnen verkopen_als «U wmen » Ã¶

fcïo7d7r7kuTne7leggenr ^^den zich alle morgen om het ongedierte, en fme-
_____; . brood, *giersE: enz.
maar eeten mtusfchen

de landbouw, 'c maken van gevJoch-

Jieeren zich met visfchen
ce mannen haar kunnen

lijk komt de bruidfchat op agt hollandfche guldens voor de ouders,
den voor de bruid; in ieder dorp, zegt men, worden driegemeene vrouwen on-
> die ordentelijk beroepen worden, en ζ
a eren moeten dat zij aan nie-
mand hunne gunsten
zaUen weigeren, daarvoor hebben ze vrij eeten en drinken :
indien zulk eene vrouw een blanke
Europeaan bij haar laat ilapen, wordt zii met
4en dood geftrafc. ^ ' ''

De kust van Guinea wordt verdeeld in drie

Landschappen

Zijnde naamlyk 'T eigenlijk Guinea, Ualaguete, oï Grein^hust, Benin,
Anderen verdelen het dus; Noordelijk Guinea, Zuidelijk Guinea,
't noordelijk güinea , in eenige eilanden.

't ZUIDELIJK ουίΝΕΛ, ]„ Malagu&ie y 'ί eigenlijk Guinea, en het Koningryk
' . ^ Guinea wordt weder verdeeld in twee kusten, 'als

de tandkunst ten westen, en de goudkust ten oosten.

^G Ypxe]^.
Deze
landftreek ^egt me„ zy^gj, ^^^^^^^^ ontleend te hebben, van zekeren Ko-
ning 1 tijden daarin geregeerd zoude hebben; de
Geographisten uitgebreidheid van den grond niet ééns ; fom-
inigen
fchatten de grootte op iSo mijien, en de lengte op 150.

Egypten eene ongezonde landftreek te wezen;de

pest woed er zekerlijk dikwijls, dan men verzekert dat het wegnemen der men-
ichen door
dien.gruuwzamen geesfel vergoed wordt door de vFuchtbaarheid der
vrouwen welken, gelijk wij aangetekend vinden, meermaals drie kinderengelijk
ter^ wereld brengen — ^^
^Sypien ongemeen vruchtbaar voor

al m koorn, waarom dat de Turken ook nooit meer in verlegen

heid ZIJD dan als er in EgyP^» .f ««« opftand plaats heeft

Egypun levert ook wijn, fuiker, citroenen,oranjeappelen, meloenen, noo^
ten, coffij, boomwol, vlas, enz. de bekende fenebladenwil men een oorfprong-
Q*} f^an àeze 4rh is reeàs onér Barbarijen
lijk
Egptisch kruid té gijn, gelijk in dat gewest nog vele andere kruideiï, én
zonderiinge gewasien, gevonden worden.

I i·^.-

De dieren welken aldaar t'huis behoren, zijn velen en geene onaanmerkeh'j-
kcn; als daar zijn paarden, bufièjs, koejen, fchapen, en ezels; of ook
wilie
dieren als leeuwen, tijgers, luipaarden, panthers, olijphanten, eenhoanj-s
dromraedarisfen, kafuarisfen, kamelen, apen, en ftruisvogels—
- aan vi.scii
en gevogelte ontbreekt het de Egypienaren niet; voords is 't het vaderland dtr
crocodillen; het nijlpaard behoort mede aldaar t'huis; naamlijk, en gelijk des·
zelfs naam aanvirijst, in de rivier-de
Nyl, een droom in Egypten, om hare ei-
genfchap door geheel de wereld bekend — die eigenfchap beftaat daarin dat 21]
alle jaren over hare oevers ftroomt, daardoor de landen inundeert, en dienahec
weder aflopen des waters zodanig vettig bevonden worden, dat men verzekei c
er behoort zand aangebragt te worden, om de overtollige vettigheid wat terem-

peren-- deze geregelde zwelling nu, en overilrooming, gefchieden in gcvoU

ge eene zoo wijze als wonderbare fchikking Godes, want zonder die ovcrihoo-
ming z'oude
Egypten weldra in een dorre woestijn veranderen, daar er alleenlijli:
een kleine tijd van 't jaar regen valt.

Wat den aard des volks betreft, zij zijn altijd als fchrandere lieiien beroemi
geweest, waarvan gewijde en ongewijde Schrijvers getuigen; dan, indien men
geloof mag flaan aan de berichten wegens den aart der hedendaaglche
Egygtena^
ren,
zijn zij vuile, luie, en beescachdge menfcjbende veelwijverij heei't niec

alleen onder hen plaats, maar ook de ichandelijkile hoererij ; de vrouwen zege
men zijn nog fchrander vrolijk en levendig, doch beileden alle hare talentenaaa
den opfchik van haar lihchaam , latende de mannen voor de hnishouding zorgen.

Men vindt onder de hedendaagfche Egijptcnaren vele AraUers en Mooren ; de
Joden die er zijn worden op niet minder dan een miilioen gefchat; incuslchenis
er de
Christelijke Godsdienst zeer gemeenzaam bekend. Î½

Egijpten wordt verdeeld in

Neder-egijpten. Midden· egijpten, en Opper-egijpten,
In loeder-egijpten,
zijn, vinden wij aangetekend , groote veranderingen voor-
gevallen, en vele fchoone ileden in puinhopen verkeerd; evenwel is hec nogals
opgepropt van menfchen —
Cairo, de hoofdftad van geheel Egijpten\ Jijrc ia

dit gedeelte-ook ontmoet men in {yeizehedeaXomheroemdeEgijpiifche Pij-

ramiden, die onder de zogenaamde zeven wonderen van de wereld gerekend wor-
den --
Jlexandria, en het beroemde Damiate, liggen mede in dit gedeelte

van Egijpten.

In Midden-egijpten, ontmoet men hec aloude HeliopoUs, nngenaaraàBethfi'
mes
men zegt dat in Miûden-egijpten, nabij het meir Moer is een doolhaf
van enkel marmer gebouwd gevondeu wordt, en men wil dac de 'Koningp.s ^ m-
M Ε ΝI τ ü s, die 500 jaren voor de geboorte vancHRisTUs heeft geleefd
, het-
zelve zoude gebouwd hebben : men befchrijfc het als beilaande uit vijftien non-
derd gangen boven, en even zoo veel onder den grond.

In Opper - egypten ligt het beruchte Thehen, dat echter een ander Τΐΐ6ΐ;·βί2ΐ^ ·)η
tiet Griekfche geweest is; met dar al was het volgends de ovi-erleveringen mede
eene aanzienlijke Itad, hebbende honderdpoorten en evenveelKoninglijkepaleizen.

nubien.

Dit Koningrijk is 25 DuitfcJie mijlen lang, en 150 breed, ligt onder een gé-
zonde luchtllreek: 't is er des daags zeer warm, maar 'snachts koel: 'tlegt me-
de aan den
Nijl, aan welks oever daar ter plaaife fchoon fuikerriet groeit, en al-
waar
Nubien ook fterk bewoond is, maar inwendig zijn er zeer groote woestij-
nen, die vol leeuwen, tijgers, panthers, olijfanten en kameelen zijn.
Nubien brengt hier en daar ook goud voort.

De inwoners zijn klein van geftalte, zwart van verw, goede foldacen, eti
vooral le paard.

Dit zogenaamd Koningrijk heeft meer dan één zeer groote ilad. Nubia is de
hoofdftad.

A Β IJ S S I Ν I Ë N.

Indien men hier toe brengt, het geen er weleer toe behoord heeft toen heg
naamlijk den naam van
Aitiopiën of Moorenland droeg, is het een ongemeen
uitgebreiden grond.

Wat den aart van denze]ven betreft, hij is wegens de gematigde luchtllreek,
waar onder hij legd , zoo vruchtbaar, dar men er in één jaar wel driemaal kan

o©gften-- behalven de granen die in Abïjsfimi'èn gevonden worden, vallen et

citroenen, oranjeappelen, granaten, perfiken, vijgen, rozijnen, faikerriet, gem-
ber, wierook, mijrrhe, zout, honig, wasch, boomwol, vlas> wijn,
ook le-
vert het ijzer, lood , zilver en goud op; doch de goudmijnen worden er niet aan-
gekweekt uic vrees dac de Turken er Jusc toe mogtcn krijgen.

Olijfanten, leeuwen, panthers, luipaarden, tijgers, wolven, en ander wiU
gedierte is er mede niet fchaars.

De bewoners zijn Mooren, pik zwart van kleur; ds reizigershouden hen voor
fchrander en befchaafd, vriendlijke en vrolijke lieden, doch te veel aan de traag-
heid, of liever volflagene luiheid overgegeven: men verzekert dat zij gaarnemcc
verftandige lieden te doen hebben ; ook lezen wij dat zij twee univerfiteiten in
hun Land hebben; oflchoon er tevens bij aangerekend ftaat, dat zij noi^ geene
gedrukte boeken kennen, maar alle aantekeningen in handfchriften bezicren ; er
worden ook vaste Schrijvers gehouden die de benodigde copijen aanfchafFcn.

Abijsfmiën wordt door h υ β ν ε κ, ορ geleide der Portugeezen, verdeeld in de
volgende dertig

KONING R' II K E N.
Amhara, Angot, Bagemder, Balij, Bizamo, Bugna, Camhat, Conmt-^
Damot, Dawara, Demhtja^ Enarea, Fatagar, Gaf at, Gaighe,Gan, Ganz^
Gedtn^ Gojam,. Gomho, Gonga, Guragie, Ijat, Samen, Set, Sswa, Shaï^
Tegre, Walatka, Wed,

De zelfde Schrijver geeft voords nog de volgende alphabetifche ïijstvan twee-
en - twintig Koningrijken, welken voor dezen
ondei Jbijsfiniën behoord hebben ;
maar nu meest door eigene Koningen geregeerd worden, zij zijn de volgen ie:
Alaba^ jlmula, Amano, Anquin, Bahargamo, Belon, Buzana^ Dobes,
Gingiro, Granze, Gumar, Macaco, Magaza, Marrabet, Matanea^ Muja-
co, Nimeamaije, Sangara^ Sennar, Sufgama, Xunemhe, Zendero,

„ Eindelijk,'' vervolgt hubniïR, „ zijn er nog zeventien natiën, die ook
„ onder
Abijsjini'ên gereitend worden, maar zij leven als Republikeinen in vnj.
„ heid, en dulden genen Koning over zich; denamen dezer volken zijn,

Babargamo, Balli, Barganasje, Batrazana, Beckla, Caffefs, Fungenes ^
Gallan, Gesche, Giackes, Gumar j Jages, Majiaola, Marabet i Miingm\
Schanckcda, Mopenda, Famba,

Men is het echter omtrent de grensfcheidingen van alle deze delen niet ééns,
het welk daaraan toegefchreven wordt, das deeise volken zich nu eens

■k
■f

BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN DE GEHEELE WERE L Ü.


ocr page 18

18

den, <3an weder door hunne vijanden binnen engere palen gedreven worden,

CONGO.

De lengte van dit Landfchap wordt gefield op 249 en de breedte op omtrent
350 Dui^che mijlen: „ Als 'c een heldere lucht is," zegt de Heer hubner, is
de hette op deze plaats onverdraaglijk, maar door de winden, door de wol-
,, ken, en door de ilroomen wordt de lucht gematigd."

„ Landwaards," vervolge dezelfde Schrijver, „ heeft men veel zand, en
„ groote wildernisfen, waarin zich allerlei verfcheurende dieren ophouden, in-
,, zonderheid olijfanten, luipaarden, tijgers, apen en verfchrikkelijke flangen;
„ maar aan den zeekant is het aardrijk vruchtbaar, en draagt niet alleen allerhan-
de foorien van koorn waaruit brood gebakken wordt, maar ook citroenen,
oranje · appelen en inzonderheid ichoone palraboomen waaruit zij wijn enolij
persfen: onder het tamme vee hebben de fchapen den voorrang, die in één
,, jaar wel viermaal jengen krijgen,

„ Men vindt hier en daar wac zilver en koper; maar de goud- en ijzer-mijnen
,, hebben niet veel cm
't lijf; daar iseene foort van raare fchelpen, die men op
het ftrand vindt, hiermede betalen de inwoners elkander, als of het daalders
of ducaten waren.

„ De meeste inwoners zijn zwarte Heidenen, die zon, maan, en fterren, ja
heel afgrijzelijke flangen en veldduivels aanbidden; maar daar zijn oük vele
Mahmnedanen en Christenen in 't land."
CongQ wordt verdeeld in de volgendè drie.

Κ O Ν i Ν G R IJ Κ Ε N,
Loango^ Congo, en Jngola In deze Rijken zijn verfcheide goede ileden.
Wegens den Konmg van
Loango Jeesc men, dat hij niet minder dan 7000 vrou-
wen heeft, want hij erfc altijd de minnaresfen van zijne voorzaten.

Hij moet op een zeker uur eeten, en als dat gefchiedt, lopen alle zijne be-
dienden weg, want die den Koning zien eeten, zijn kinderen des doods, al wa-
ren het gedierten»

Als hij zich zat gegeten heeft, gaat hij in zijn drinkvertrek, txizuipty vier
uuren achter een, tot dac het vocht niet meer door zijnen keel wil: dit drinken
mag weder van geen mensch gezien worden; uitgenomen twee fchenkers, en
dezen moeten zich nog eerst de oogen laten blinden : na's Konings zwelgerij
geeft hij zijne vrouwen eene viiice, enz.

Achter de kust van Congo^ ontmoet men Mono-Emugi^ en eenige vol-
ken welken nu tot deze dan tot geene Koningrijken behooren, ais à^Jages of
Giages, die eene vervloekte natie genoemd worden —- de Makmba, de An-

CAFFER LAND.

Dit Land is over h algemeen zeer ongelijk; men vindt er wèl bebouwdeland-
flreken, daar alles groeit wac men begeerd; maar tevens groote woestijnen, vol

wilde dieren - Caffe-.land wordt verdeeld in

't Westlijke deel, V Zuidelijke deel, en 'i Oostelijke deel,
In het zuidelijke godeehe ontmoet men de beroemde Kaap de goede hoop^ en
de even beruchte hoewei niet beroemde
Hottentotten ; van weik volk de Heer
scHoijTE ons in de beichrijving zijner reize door
Oostindiën het volgende be-
richt geeft : .

„ De zogenoemde Hottentotten 7Λ]η van eene kleine geftalte, en zien er zeer
lelijk en haveloos uit: hun hair is zwart en als wol in malkander gekronkeld,
het welk voornaamlijk veroorzaakt word, doordien zij het nooit kammen noch
reinigen , ichoon het ook uit de natuur zoo is, Zij zijn ook zeer diefachtig,
ftelende al wat zij krijgen kunnen. Zij zijn zoo vaardig in het lopen, dat men
een goed paard moet hebben, om ze te agterhalen. Deosièn, fchapen, enz.
die zij van hunne naburen uit de - baai, enuis^e zwdeiijkaegewes·^
ten van
Monomopata weten te halen, brengen zij den onzen in de Tafel-baai
te koop, dezelven tegen een weinig koper, tin, kralen, tabak, en andere
fnuisteriiën verhandelende- Wij hadden hier ook dagelijks overvloed en goed
koop fchapen en rundvleesch. Aan goede groente, fruiten, alsook aanvisch
hadden wij geen gebrek. -Deze wilde menfchen kwamen op de komst on-
zer vloot met geheele benden van mannen, vrouwen en kinderen uit de om-
liggende kwartieren naar de 'latelbaai, en legerden zich omtrent het kasteel
onder den blauwen hemel. Schoon het nu in den zomer was, liepen zij eg-
ter nog met hunne Hinkende beestenvellen om het lijf ; zommigen hadden ook
darmen van beesten, in plaats van hals- of armbanden, om de armen en om
den hals geflingerd, bengaalfche hoorntjens, die men noemt, inhethair,
een koperen plaatje aan den hals, en koperen, tinnen of ijzereti ringen om de
armen ; en dezen fchenen wel de voornaamften onder hen te zijn. -Hun-

5J

5?
»

Î?

»

,ï>
»

pf

9f
i'

Si

9>

5?
»

W

ne huid fmeren zij met het vet der geflagte beesten, welker ingewand bij hen
„ met fmaak gegeten word, zonder zich de moeite te geven van het te koken,
j, gelijk ook de doode visch, die aan ftrand komt drijven, zelfs de fchillen der
,, waterlimoenen en andere vruchten, die wij wegwierpen, lazen zij wel zorgvul-
dig weêr op. Dikwijls zagen wij,,hoe zij de pens, darmen enz. der osfen of
fchapen, die bij ons geflagt warden, na dezelve fiegts ten ruwften vandevui-
„ ligheidgezuiverd te hebben, om den hals hongen ; en onder de hand daar van aten.
,, Den landbouw oefenen zij niet, zij
hebben ook geen vaartuigen, en bou-
wen geen woningen, maar leven niet anders dan de wilde dieren, van het geen
bet aardrijk hun van zelve oplevert, van wilde wortelen, kruiden, vrugten,
en dergelijken. Des nagts kruipen zij bij troppen in de holen, kuilen, of in
de ruig e digt bij malkanderen. Verfcheide malen hebben wij ze op die wijs,
hier of daar in kuilen gelijk de verkens, bij en genoegzaam op eikanderen
vinden liggen, om dus elkander te verwarmen.

„ De eenigfte tekenen van godsdienst, d;e wij onder deze lieden befpeurden,
waren, ('at zomtijds eene geheele vergadering van mannen, vrouwen en kin-
deren in eene fpeJonk, of andere akelige plaats te zamen kwam, alwaar zij
dan eenige tijd met zingen en dansfen, onder
een geftadig handgeklap, en zeld-
zame grillen, doorbragten, llaande zommigen
nu en dan de oogen hemel vraard,
vervolgens met een' rooden fteen elkander eenige llreepen in het aangezigcge-
vende; waarna de vergadering dan weer icheidde, en elk zijnen weg ging-

Onder de vrouwsperfoonen waren er zommigen, die een, twee, of meer Ie
dtn van den klemften vinger miscen: men zeidemij, dat men hieraan zien
kon, hoe vele mans zulk eene gehad had; wordende haar telkens als zij her-
trouwen een lid van den kleinften vinger afgefneden. — Zo welde mans- als
de vrouwsperloonen zijn zeer verilingerd op den tabak; want dagelijks kwa-
men zij ί tot vervelens toe,, daarom bedelen. Op ijzer, dn, kralen en glazen-

ringen zijn zij ook zeer gezet.-Wanneer zij, gelijk wel gebeurd, door de

inacroolen beledigd worden, weten zij zich wel aan dezelven te wreken, door
hen dapper mee ileenen te werpen; gelijk er verfcheidenen, terwijl wij daar
waren,
in zulk eenea ftrijd geiiwesc werden, 200, dac één zijn leven daar
„ bij verloor. De wilden zulks vernomen hebbende, hadden allen devlugtland-
„ waards in genomen; doch weinige dagen daarna kwamen zij met geheele trop-
„ pen weêr terug, zonder eenige vrees meer té betonen "

J 7

Î?
»

JJ

J»
3Î

Ζ A Ν G ü Β A R.

Deze kust ligt: nevens het bovengemelde Koningrijk Mono - Emugi ; is 270
mijlen lang, doch niet meer dan 100 breed: de lucht, verzekert men, iserzeei
ongezond, waarom het land ook niet ilerk bevolkt is, 't is echter vrij vrucht-
baar, offchoon de hette er onverdragelijk zoude wezen, indien er gene koele
winden waaiden.

Zangülar wordt verdeeld in de volgende zeven,

Κ O Ν I Ν G R IJ κ Ε N.

Mongaly dngoche, of JngQs, Mofamhique^ Quiloa^ Mombaza^ Meiindei
Chetiete,

M O Ν O M O Τ A Ρ A.

Deze kust welke wel dertig kleinere Koningrijken onder zich begrijpt, wordt;
daarom, meestal een Keizerrijk genoemd : de
lengte en breedte wordt bepaald
iediQÏ οψ 2.00 Duitfche mijlen.

Wegens den aart des lands lezen wij, dat het over *t algemeen vet en goed is,'
en dat het fuikerriet er overal groeit, even als het zoogenaamd onkruid in Eu-
ropa en elders.

„ Olijfanten," zegt hubner meergemeld, „ zijn er zoo veel in 'c land, dat
er alle jaren vier duizend kunnen gevangen worden; weshalven de handel in
elpenbeen er zeer bloejend is.

„ Maarhec beste," vervolgd dezelfde fchrijver, „ is 't goud, dat nergensiri
de wereld in grooter menigte gevonden wordt,· want de bergen ileken niet al-
„ leen vol goudmijnen, maar de rivieren rollen ook vele en groote goudkorrels
„ met zich;" dees fchrijver getuigt dat velen
Monomotapa voor s alomon's
Opbir houden.

Wat de Inwoners betreft, dezen zijn zwartbruine - lieden ; met het bovenlijf
gaan zij bloot, maar van onderen dragen zij een kleed, eene foort van rok, tot
op de voeten : de meisjens gaan geheel naakt ; de fpijs van dit volk is gierst,
rijst, melk, koeken, en gerookt vleesch; men verzekerd dat zij zoo rasch en
vlug ter been zijn, dat zij om ftrijd, tegen een paard kunnen lopen.

Veel wordt er wegens de Keizers gezegd van dit Rijk, het welk echter door
de voorhanden zijnde Reisbefchrijvers niet in alle delen bevestigd wordt; wi]
verkiezen ten vermaak van onzen Lezer iets desaangaande overtenemen, zonder
over de echtheid of onechtheid daarvan eenige aanmerkingen er bijtevoegen:
dus luid het:

„ De Keizer regeerd met de grootfte Souver.einniteit, en die gehoor bij hem
„ wil hebben, moet zulks op de knieën ontvangen, uitgenomen zijn lievelin-
„ gen, die verlof hebben om ilaande met hem te fpreken.

„ Als hij niest, niest de hele ftâd, en als hij drinkt roept de hele Stad dac
„ het hem wel mag bekomen. Zijn drank is een
foort van meê , uit honing, mus-
„ kus en amber beilaande. Daar wordt daaglijks over 500.kronen bedraagt.

„ Hij heeft ïooo ichoone Vrouwsperfonen tot zijn vermaak, en die hem den

eerften zoon baart, is zoo veel als Koningin, dewijl haar zoon de Erfprins is.

,, De onderdanen hoeven geen ichatting te betalen, maar die bij den Keizer
,, wat te verzoeken heeft, moet hem een gefchenk brengen, en zekere onder-
„ danen moeten hem van go dagen
7 dagen vroondienften bewijzen.

„ Hij houd beftendig een fterk leger op de been, daaronder zijn 200OO Ιο-
ί, pers, dewijl de paarden in 't land niet overvloedig zijn.

„ Zijn lijfwacht beftaac uit i aooo fterke en moedige vrouwsperfoonen, en 200
„ groote honden. Deze vrouwen zijn beter foldaten dan mans, want zij behou-
„ den do overwinning, of laten zioh op <Je plaats doodflaan. Zij branden in haat
„ jeugd haar linker borst af, en wonen zonder mans in een bijzonder land. Maar
„ op zekere tijden worden zij tochtig als het vee ; brengen zij dogters ter we-
,, reld, zoo behouden zij dezelve bij zich; maar zijn het jongetjes zoO moeten
„ de mans voor
hunne opvoeding zorgen.

„ Zijn Vafaïlen moeten benevens hunne onderdanen een heilig vuur onderhou-
„ den: maar alle jaar komt er een Keizerlijk gezant, die het uitblust, en een
„ nieuw ontfteekt; die is even zoveel, als of zij den Keizer van nieuws af aan
„ gehuldigd hadden ; zulke vafallen moeten ook eenige van hunne Prinfen aan
„ 't Hof laten opvoeden, op dat de Keizer van hun trouw te beter moge ver-
„ zekerd zijn.

„ Zij hebben een God, en ook een Godin, die zij op de Heidenfche wijze
,, aanbidden. Daar zijn ook veel Mahomedaanen, insgelijks veel Christenen on-
„ der hen, Anne 1570 liet zich een Koning met zijn moeder van de JezuitcoN-
„ SALVO DE siLvA dopen, maar de toveraars en Afgoden-Priesters maakten hem
,, zoo zwart bij den Keizer, dat
deze hem liet verworgen, waardoor hetChris-
„ tendom in dit Land
een groofen krak gekregen heeft."

Andere verdelingen van Jfrica, hebben, gelijk wij boven zagen, ook nog
Jjan, en ^bech of Jbex, welken echter door anderen niet genoemd worden,
om dat zij geene vaste grenzen hebben: wij gaan ze dan ook met ftilzwijgen voor^
bij, om nog iets te zeggen van de :

EILANDEN RONDOM AFRICA.

Dezen worden verdeeld, als volgt: naamliik in de CananfcheàiQVzx\deGrTOi'
ne kaap,, die onder Guinea, die van Madagascar , àe Mascarennsfche.

Anderen verdelen dezelven in Westlijke en Oostlijke

Deze worden weder verdeeld als voïgt : de

WESTLIJKE, in de Jcores eilanden, Madera, à.t Canarifche^ die van Cahy
v.rde,
of de Groene Kaap, en die van Guinea.

De OOSTLIJKE, in Madagascar, Bourbon, Commora, Socotora.

Deze laatfte verdeling, als de nieuwile zijnde zullen wij blijven volgen : De

ACORES EILANDEN üg^n Vrij ver van Jfrica af, en tusfchen dat werelddeel
en
America, waarom zij door fommigen ook onder de befchrijvingvan America.

gebragt worden -zij dragen den naam van Acores of Azores, dat is Büviks'

eilanden, om de groote menigte dier vogelen welken men aldaar aantreft : zij

worden ook Vlaamfche eilanden genoemd, (InfuL· Flan^ricœ,) om dat zij door
de Mederlandefs ontdekt zijn, hoewel zij thans den Koning van
Portugal b&]\o-
ren; zij zijn negen in getal, naamlijk de volgende.

Coryo, Faijal, Flores, St Georgio, Gratiofa, Marïa, Migue l, Pico, Ter fera.
Wij vinden aangetekend dat deze eilanden, zeer door ilerke winden en aard-
bevingen geteisterd worden,-het voornaamfte van allen is
Terfera, hebben-
de zestien mijlen omtreks-op
Pico was veeleer een vuurfpuwende berg, die

echter in 1683 f^eds uitgebrand is.

MADERA, is een eiland van groot aanbelang, liggende bij de kusten van Bar'
barijeni men zegd dat het dikwijls zodanig van nevels omringd is, dat de (chip-
pers

Beknopte beschrijving van de geheele wereld.


ocr page 19

BEKNOPTÊ BESCHRIJVING VAN D Ε G Ε H E. Ε L Ε VV Ε R Ε L D.

î9

T-'

ii overtreden zij haare gelofte: als een voornaam man van zijns gelijkenbezochc
wordt, biedt hij hem een fchoone
Dame tot tijdverdrijf aan, en die moet hij
niet verfmaden: en diergelijk wild worde ook wel den Europeaan eershalveit
„ voorgezet.

„ Zij.zijn zeer aan de verkiezing van dagen vast: die een huis bouwt, breng:
wel 4 jaren daarmee door; want alles moet op gelukkige dagen gefchieden:
1» de helft van de dagen zijn kwaad, de jPriescers kunnen daarin hec gemeena
volk wijs maken· wat zij willen : de heele maand
Jpril, en op ieder maand de
agcile dag , wordt voor ongelukkig gehouden.

i, Deze bijgelovigheid is den nieuwgeborene kinderen zeer fchadelijk: want
'c zij zij zeiven een inval krijgen, of dac de Priesters in hen argwaan verwek-
ken, dat het kind iw geen goed teken geboren is, en met er tijd veel onheil
» veroorzaken kan, zoo flaan zij het zonder enige formaliceit dood, of drageri
het in een boseh, daar het van,de wilde dieren, gegeten wordt: men heef na-
j> gerekend dac er een ij ds in een jaar ιοο,οοο nieuwgeboren kinderen op deza
wijze naar de andere wereld gezonden zijn.

BOVRBON, COMMORA ensocoTORA, zïjö de overige Africafche Eilanden waar-
van wij nog een enkel woord moeren fpreken; zij liggen rondsom
Madagascar
voornoemd, doch zijn flechts de voornaamilen van die omliggende eilanden; wanc
tot dezelven teJt men nog
Sî, Maurice, Diego Ruijs^ Baxos de lajudea. Zin-
zehar, de Admirante - eilanden,
en die van des Sept Freres ^ oïZeven gebroeders i
alle deze eilanden v/orden ook betrokken onder den naam van Mascare^rnas, ea
welke naam mede afzonderlijk gegeven wordt aan het eiland ,·
Mascareg-

nas, heet het naar zijnen ontdekker, welke dus genoemd was, eviBourbon, on-
der welken naam het nu algemeen bekend is, naar de
Franfchen die er m 1654
eene volkplanting heen zonden, en deszelfs vruchtbaarheid moet dezen ongetwij-
feld zeer voldaan hebben; want om die vruchtbaarheid, hebben zij \ ook dea
naam van
Eden gegeven; welke vruchtbaarheid echter voornaamlijk in de colo-
nie der
Franfchen plaats heefc; ongemeen hoog wordt daar van opgegeven, on-
der anderen niet minder dan dac men, in het water gaande, ζ ch door middel van
een' ilok moet behoeden om door de visfchen omver gefmeten te worden :
„ Het gehele jaar door," lezen wij, „ is hec eiland vol van de fchoonfte vruch-
„ ten en die zijn zoo gezond, dat een ziek niensch ten eerilen genezen is, als hij
„ maar op dit eiland komt;'' dit echter fchijnt ons toe, vrij wat naar groot'/

fpraak overtehellen.

Het eiland Diego Ruijs is ongemeen rijk in fchüdpadden ; de landfchildpaddeti
wegen er in 't gemeen 400, en die la de zee gevangen worden dikwijls wel 500 ponden
Van het eiland
Socotora halen de Portugeezen hnnne wierook, en de beste aloë.
Hier mede weder onze korte befchnjvmg van
Africa, en met dez-lve van de
<reheele oude wereld beQuitende, Haat ons
nog een klein reisje naar de nieuwe

wereld te doen; naamlijk,naar . ..----------:,..............................

A M Ε R I C A.

Wii siaven er elders deze befchrijving van :

De ontdekker daarvan is, zonder twijfel, christoforüs columbus, die
'U06 ffeilorvenis; zijn eigenlijke naam was kolon of coloivi, en hij wasge-
" boren te
Cogoreto, dat een kleine plaats in het gebied van de Republiek Genua
" is · zijn vader was een visfcher, maar zijne voorzaten waren edellieden geweesr."

het voornaamile van dezel-

ven is St. Jago.

«n,. ^n7e voorgemelde ver4eling, nu ia
De GÜINEESCHE EILANDEN, Welken, naar on^^^ ^^^ ^^ ^^^^ ^^

De güineesche EILAKUIiN, weiKCU, ---- , τ ι J i . -t-

orde volgen, behoren mede aan Portugal; men houd ^at de lucht er voorde

^uropeaanen doodlijk is: zij zijn zeven in getal naamlijk Jscenmn,

peJnando Pao, SX Mauhei, Del Principe. Ct.' i'^· J^ZZL ' f/SlLa
1)3 voornaamile dezer eilanden, zijn OelFrinctpe. S Thomas; enS^.Hclena

W^c de vruchtbaarheid derzelv'en^in 't algemeen betrek,

ni^rgroot, maar de arbeidzaamheid der bezitters heeft ze Î–Γ

Deze COLUMBUS
van daan mogten komen,

O--- ' .

ren van vruchten en dieren, weiken er vrij cicw^- , nog al eenig·

^ins jaKmerkelijk gemaakt.

a?ADACAscAR, ligt ten oosten van ------,

ïcende Ei.Unden, men houdt hec 230 Dukfche mijlen lang, enomtrwju /v.ν
öiijien breed te zijn : het word in
54 Landfchappen onderfcheiden : r heeft om
verfchillende redenen ook den naam van
St Laurenlius, en van Dauphme ge-
dragen ; doch bij den naam van
Madagascar, (betekenende Eiland der Maan,j

is het m 't algemeen bekend; wij zullen hier de volgende befchrijving daarvan

voor onze Lezers overneemen; dus luidt zij letterlijk:
„ De lucht in 't Land is zuiver en gez&nd, en hetaardrijkzoualiesvoordbren·
^indien hec nog beter bebouwd wierd: daar zijn inzonderheid nog veel

mon vnil kun

V w» — I 1

voordgeieeld ziia.

ff

en daar

'' overvloedige bosiche'n op dit eiland, die men zou kunnen "»"oejen, u.
, akkers van maken:
riist, erwten en boenen, groejen er in men'gce,
koorn wil niet
recht Voortkomen, dewijl het niet met

Aan dieren is er ook geen

^en v ndt er ook fprinkhanen, ^jegoed om te

nn er zoo aroot, dat la man onder een fchnlp

kunnen ftaan: „.en ^ndt'er iï Wl^gajel - veel ^^ ^

vuur leven: maar daar zijn ook fchadelijke dieren, â€žXf

krokodillen: maar dengrooten vogel to,
ken, gelijk ^ülüs vene?üs gefchrÎ.^n heeft, J'^'f.r^ÉT Zn^^^^
„ Andere fchoone gewasfen In gaven der Natuur zijn fuiker, zijde hoorn-

U, oranje.appelen, cûroenen,^meloenen, faifraan,

i^n r.ïM^..^^ j:-----j!^ , _ . ebben βπ gandeihout.

gen

begon te overpeinzen, waar tog zoo vele westen winden
u û.vmen, en befloot daaruit, dat er ten westen, noodzakelijk
nog een gtOoc }and liggen moest, dewijl toch alle winden uit een land huïme
oorfprong hadden; derhalven voer hij naar 't westen, maar kon niet verder
komen dan het eiland
Bladera, daar hij zich een geruimen tijd ophield; eens
deed hij een togtjen naar den kant van de
Azorifcle eilanden, van waar twee
ligchamen kwamen aandrijven, die er heel anders uitzagen dan andere men-
fchen; ook eenige planken van onbekend hout, waardoor hij in zijne mening
bekrachtigd werd, dat er ten westen nog meer lieden moesten wonen."
,, Te
Madera kwam een Spanjaard, alphonsüssanchezgenaamd, enuit^/ï%
dalufi'én van geboorte, bij hem, na dat hij door een* ftorm naar dit eiland was
gejaagd: deze had
America met zijne o<ogen gezien, maar had het land nog
niet kunnen betreden : deze Spanjaard deed
columbus alles góeds in zijn huis
tot zijn dood toe, en daarvoor maakte hij hem zijn dagregister en zeekaarten,
waardoor hij nog meer lichts kreeg,"

„ Behalvendit, zegt men, dat columbus ook" de dochter van een-Pori^g^iicit
fchipper, peristella genaamd, getrouwd, en van dezen zijnen fchoonvader
verlcheidene reisbefchrijvingen geërfd heeft, waaruit hi] veel naricht hcefr
kunnen krijgen."

„ Nu ontbrak er niet meer dan een goed capitaal, waarvoor eenitre 'cneper»
konden uitgerust worden; hier om verzocht hij de Gff/wé'èi;? ; ■ z ^'tortHtl':·^
nen, en ook de Portugeezen-, maar dewijl er eenige bedri.;; rici' ,vorer ge-

??
yy

9>

V
??

gemak vangen kan, en de vogels
overal de fchoonfte weiden : men vindt er 00
eeten zijn: de fchüdpadden zijn er zoo groot

werd hij
,, Zoo ging

'ö

het ook

zijn

«/er-mijnen en rivieren die goudzand rollen, iosgelijk ebben <
maar het goud en zilver is veel flechter dan het Europefche

maarneuö"--

„ De Inwoners zija veVrJe?.""·

naakt gaan , en gruweljjjfç ι," ^ bosfchen wonen veel wilde lieden, dieheeï
den rug, en dragen ze daar ^f^^ec·* de huizen in de dorpen nemen zij op
kleêren,maarhetgemeenevoikn.
"^^beti willen: de voorname lieden hebben
„ Zij eeten des morgens en des ίScan de vrouwen nog meesc bedekt,
zen
zijn φΐ, boonen, erwten, eenigen ook den helen dag: hunfpij

is warm water, maar op grootè ' vogels: hun gewooaedrank

Zij arbeiden niet graag, rj^^^^ ^^^(-dagen drinken zij Meê van honig enfaiker.
en goede zeüemakers; doch dansfei ^^^^"gö^^^efmeden, goede linne we vers,

mediën en gogchelfpelen mogen zfen^" fpringen is hun vermaak, en als zij co

in den onigang zijn zij bedriep-iij!,* ^^nhoogilen graad vergenoegd.

tig. en achten hun leven zeer gering· wraakgierig, twjsczucb-

„ Ieder njag zoo veel vrouwen neme τ houden zij voor deugden,
den worden^ maar de bruid moeten - ' kan ook zeer lichtgefchei-

den oorlog zijn, leven de vrouwen zee^Î ^^ oaders afkopen : als de mans in
ders niet weêr zouden komen , mag^. [ ^P'^ch, dewijl zij meenen dat zij an-

,, door da,

-vmJ ^^^^^ Ssnmamdom d^t de Â«r mede onder betrekken.

fmf. -^^oofiprins vm Ponugal er de inkoimien

If

V

ff

pasfeerd, en toen een tijde ieder fchipper een nieuwe wereld wj iw zoeken,
urerd hii overal afgevlezen," ■

broeder bartholomeus coLUMBas, die uen rijken
hun voorilag ook oiidekt, maar van

Koning van Engeland, hendrik vii,
gelijken een blauwen fcheeti gelopen had/' ... .. ^
„ Éindelijk lei de Gemaiin van Koning flrdinand den elisabeth,

en een rijk Secretaris te Madrid, een capitaal van i^oco Dnkaten zamen»
waarvoor drie matige fchepen uitgerust werden, en waarmeé hij van Palos, in

Andalufièn, 1492, afgezeild is " .......

„ Na dat nu deze fcheepvaart 30 dagen geduurd had ^ en zijn volk niets voor
zich zag, als water en lucht, gaven zij niet onduidelijk te verilaan, dac zij
hem, als een bedrieger, in zee wilden fniijten
, indien de gezochte nieuwe we-
reld niet binnen drie dagen ten voorfchijn kwam."'

„ Ondertusfchen dac alzo de eerlijke columbus zyn'^ood voor oogen zag,
begon een bootsgezel in de masc te roepen :
Β zie vuur ! 'c Welk een teken
was, dac er menfchen digt bij moesten wonen, hier op vielen alle zijn reis·
gezellen voor hem op de knieën, en baden om genade."
„ De man die
America \ eerst gezien had, heette escobedo;^ deeze beeldde
„ zich
zoo veel daar meê in, dat hij er van den Koning van .S^^^/^eengrootebe-
„ looning voor eischte, en toen hij zich in zijne hoop bedrogen vond, werdhy
„ zoo wanhoopig, dat hij naar Jifnoa ging, en bij de
Mooren hec Christenge-

„ /oo/verzaakte." Î¿ c r . ,

Dit vuur was op hec eiland Guanahania, dat nu ύί àaivater heet: columbus
trad aldaar aan land, viel op zijne knieën en dankte god: vervolgens is hij nog
een en andermaal derwaards gelievend; doch heeft geene volkomene onderwer-
ping aan den Koning
van Sp^w/ö kunnen bewerken, waarom deze, naderhand,
het beüuit nam om de inwoners uitteroejen, en men heeft ook nagerekend, dac
hij, van tijd cot tijd, twintig miilioenen, op eene jammerlijke wijze heeft doen
Ε 2 ' om

pers *t niet kunnen vinden, offchoon ze er reeds zeer nabij zijn.

Wegens de historie des lands wordt gezegd: „ In 'c begin vonden de

niet anders dan booraen op hetzelve; waarom zij het den naam van illf/jr-
derày (betekenende een bosch,) gaven; maar zij legden vuur in dat hout en
5, lieten het zeven jaren na elkander uitbranden; hierop hebben zij bec Jand on
^^ vergelijkelijk bearbeid j zoodachet, wegens zijne vruchtbaarheid,
de Konin.
g/» Eilanden genoemd worde — fuiker en wijn groejen er ingrooteine
en de.druifcrosfen z\]n dikwijls twee voeten lang'* ' '--------------

■ de inwoners z]j η

nigte ,

'De CANARISCHE EILANDEN

bijna zWe gehoten Pormgeezen.

" ,^τηοΜ _ ]ig;gea ten

zuiden vanhecEiland^M^^^/·^, en ten

westen van de Barbarijfche kusten.
De lucht die men er inademt is zeer zoel en het aardrijk ongemeen vruchtbaar :

men wil zelfs" tot zoo ver da: zij daarvan voorheen den naam van Gelukzalige Ei

landen droegen: men zier er, zege men, meer dan i8o airen opéén'koori halm,

en één fchepel brengt dikwijls 130 fchepels voort.

De bosfchen zijn er vol wild en gevogelte, waaronder ook de canarievogelen

behoren; füikerriet groeit er veel g en waaruit de zogenaamde canariefuiker ge-

tr ;---„^„I natunliilr Hezen Γ

Gratiofa^ Lanceloi-

Οί naamlijk dezen:
FÎrro^ Forieventura f G amere.

IJbiivis.it y ----^

maakt wordt; zij zijn elf in getal
Alegranza, Canaria, Ferro,
Uf Ρ alma, Roccap Souyages, Teneriffa
De voornaamile van dezen zijn Canaria, Ferro y en Teneriff'e.
Op het laatsrgemelde Eiland, vindt men den beruchten berg Pica, dehoogile
van de geheele wereld, waarvan men deze befchrijving geeft; „ zijne hoogte is
„ S0274 voet, dat derdehalve
DuUfche mijl uitmaakt: men kan er wegens de
menigvuldige omwegen naauwlijks in drie dagen opkomen, en dan heefc men
negen
Duhfche mijlen geklommen; van de punt af kan men alle Canarïfche
Eilanden
zien liggen, en de berg ziet men reeds in zee, wanneer men er zeifs
nog zestig mijlen van daan is; hij is in het midden altijd met wolken, en van
boven met fneeuw bedekt: boven is de top plat; daar is een poel, een boog-
fcheut breed, die vol zwavel is en onophoudelijk dampt: men meent dac dit

eiland eens ten eeneraaale in vuur heefc geilaan, en dac deze berg van de uit-

ggj-gj j^gtj rijden, maar nader-

wel moet zaiks bepaaldiijk omtrent

tauu, --------;;

g;wo"rp'e'n"'zwavd"en-ileenen ontdaan is; eerst kan men rijden

Ρ 1______ _____ 1.1________Λ1-1 l^t-ninon · ΡΠ 1

σ -

hand moet men kloareren en kruipen; en wei muat .

de maand Junij gefchieden, of men kan 't er niet uithouden van de koude : de
klipppen rondsom den berg zien er ten dele als koper-, ten dele als ztlver ert--
uit: in 1704 werd men op dit Eiland eene aardbeving van drie honderd ichud-
dingen gewaar, waarna de berg weder vuur uitwierp."
De
caap VERDISCHE EILANDEN, zijn tien in getal, naamlijk de volgende:
St. Jntonius, Boavifla^ Brava, Fuogo, St.Jago, Si. Lucia, Majo, St.

JSicolo, Della Sak, St fincent.
Op dezelve groeitrijtt, "füikerriet, en boomwol; er zijn ook velefchilJpad

den en geiten ; insgelijks veel zout.
Deze Kaap draagt den naam van
Groene kaa^, om dat de zee aldaar met groen

wier bedekt is,
Alle deze eilanden behoren
san de Foriugeezen :

ocr page 20

BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN DE G EH Ε EL Ε WERELD.

ÛO

om hals brengen.

Dit werelddeel 5 welks inwoners de Antipoden zijn van huti die de oude we-
reld bewonen, is van eenezoogroote uitgeilrektheid, dat men van deszelfs luchts-
geileldheid niets algemeens kan bepalen: het middenfte gedeelte ligt onder de
verzengde luchtftreek, daar het opperile éind tegen de noord- en het onderfte te-
gen de zuid-pooi ligt, waaruit de verfchillendheid
der climaten optemaken is:
en ook is daaruit bij natuurlijke gevolgtrekking, te beiluiten, dat de inwoners
zeer verfchillende van aart en gewoonten moeten wezen: ondenusfchen is de
vruchtbaarheid des lands zeergroot; er zijn
vele goud-, en zilver-mijnen, en
de groote fchatten welken dit werelddeel bevat, hebben de
Europeaanen uitge-
lokt, om zich, voor het gröotile gedeelte, van hetzelve meester te maken, en
den inboreling te noodzaken, voor hunne overweldigers die fchatten opiedelven,
op welken de vreedzame landszoon alleen recht had.

America wordt bepaald, ten noorden, door de Noordpools'landen ^ ten oos-
ten door de
Noord- ten zuiden door de Sraai van Magellana, en ten wes-
ten door de
Zuid zee.

Men fteit dat America^ bijna tweemaal zoo groot 2\sEuropa\r. van *tzuideia
»aar het noorden, bepaald men eene lengte van omtrent 1800
Duitfche mijlen-,
de onbekende landen niet medegerekend : recht in 't midden dringen de Zuidzee
en Noordzee y zodanig in *t land, dat er niet meer dan 12 of 15 mijlen gronds
overig is; maar ten noorden is de grootfte breedte 130©, en ten zuiden bedraagt
dezelve meer dan 800
Duitfche mijlen.

JMen verdeeld America in 't algemeen, in Noord-America-, en Zuid-America.

Noord- America ΛΝΟΐάζ weder op verfchillende wijze verdeeld: doch gemeen-
lijk in,
Nieuw ' Spanje, Florida^ Nieuw-Mexico, Canada oï Nieuv Frankrijk,

Waarbij wij thans kunnen voegen,

DE DERTIEN VEREENIGDE VRIJE STAATEN

VAN AMERICA

Dezen liggen in Canada y doch kunnen nu als een bijzonder gedeelte aange-
merkt worden: zij zijn.

Nieuwe Bampshiere, Penfelvaniën ^ Mufachufet-hai] ^ Delawor^ Rhode-ei
land^ Manjland^ Conne&icui, Virginiïn^ Nieuw'Tork, Noord - Carolina ^
Nieuw Jerjey^ Zuid - Car olina , Georgi'én.

Het vrijverklaren van deze Americafche Staaten, is een gewigtige ftuk in de
gefchiedenis van onzen tijd, en zou eene breedvoerige befchrijving vereifchen,
ware hec dat ons voornemen zulks toeliet, thans moeten wij het voor een ander

«

overlaten ; doch met tegenzin; ieder rechtaartig Nederlandsen S>chrijnr^ moet
vermaak fcheppen in her vereeuwigen van zulke gebeurtenisfen, waardoor het
Rijk der vrijheid uitgebreid is geworden.

Zuid America verdeeld men, in, Ter m Firma ^ 'i Land der Amazoonen^
Peru^ Paraguaij ^ Chili, Braziliën, Magellanica.

Voorts behoren tot America in \ algemeen, nogeenige menigte van Elïlanden',
een gedeelte van dewelken in den
Golf van Mexic9 liggen, en bekend zija bij
den naam van
fFest Indien.

Frankrijk heeft in America rijke volkplantingen, die de bezittingen des Ko-
nings, op eene aanzienlijke wijze vermeerderen, en jaarlijks meer dan honderd
en twintig millioenen aan produéten voordbrengen.

ρ O O L s L A Ν D Ε Ν.

De vier werelddelen dus kortelijk afgehandeld hebbende, moeten wij nog een
enkel woord fpreken van de zogenaamde onbekende, maar beter -genoemd/«ίΛ-
hkende landen^ ook den naam dragende van omdatzeaande Poolen

gelegen zijn: zij zijn zeer onvolmaaktlijk bekend, enalleenlijk langs hunne kus teR«

Naar de beide poolen waaronder zij gelegen zijn ; worden ze verdeeld ia
Noordpoohlanden ^ en Zuidpoolslanden. De voornaamst bekende-
NOORDPOOLSLANDEN.

Zijn, Groenland^ Spitsbergen,,Nova^SemUa^-Jesfo.

Groenland i heeft dezen'naam bij zijne ontdekking gekregen, alzoo men niet
anders dan groen zag, zijnde de oever met gras en mosch bewasfen
— ε r ik,
zoon van torwald, een Noordsch edelman, ontvlugtte om het doen van eea*
manflag,
Tsland^ (werwaards zijn vader om het zelfde bedrijf mede de vlugt ge-
nomen had,) en ontdekte op deze zijne vlugt
Groenland, alwaar hij eene ftad
bouwde, enz: het is een koud, ruw, onvruchtbaar en nevelig Land; de inwo-
ners zijn klein van geftalte en woest van manieren : men weet dat de walvisfchett
nabij hetzelve hun verblijf hebben-meer groote zee- en landgedierten ont-
houden zich in en nabij de noordpoolslanden.

Ζ u I D Ρ O O L S L A Ν D Ε N.

Van dezen worden flechts genoemd Nieuw Guinea, Nieuw Holland, ^Tön*
bekende Zuidland, Het Vuurland, Nieuw^ Zeeland.

Sommigen van deze Poolslanden, en ook van die welken onder den Noord-
pool liggen, worden wel weder in onderdelen verdeeld, doch wij meenen me£
het bovengezegde daarvan aan ons plan voldaan te hebben.


i.

BERICHT VOOR DEN B I N D E R.

De Kaarten moeten in deeze orde op elkander volgenl

i}. Be Tijtelplaai»
a.) De Planifpheru
3 ) Sterrekaart,
^ 4.) Mappe-Monàe,
Φ SO Kaart van
Europa·

. ö) Historifche en Geographifche tafel vixi Europa,

7.) Kaart van Spanje en Portugal,

8.) â€” Frankrijk,

^ p,) ^ Grooibrittamiên*
^ 10.) —— ~ Italien.

11.)--— Napels,

f* 12.) ---der zeventien Nederlattdfcfu Provincitn,

,13.) Carte Nouvelle des Ρ ah Bas.
14.) Kaart van de zeven Veremigk Pminci'én,
ί-15.) —— — Zwitferlanâi

3Ö.) -—---Düitschland·

-.ai.) Kaart van Hongarijen.
„as.) Carte de Moscovie.

^53.) Partie Meridionale de Moscovie,
^ 24») Kaart van Taurie,

25O —— — Azia.
»26 ) —— —· het Turkjchc Rijk,
φ
2/.) Carte De la Perfe,,

^ a8.) Kaart van het beloofde Land.
^ sp.) Carte /f Ostinàe,
^ 30O —~ — Ostinde Meridionale»
^ 31,) i—,— — $ Ouinde Orientale,
ί 3 a.) — ~ £ Ostinde Septentrionalei

33,) Kaart van Africa,
, 34.) Carte de V Afrique MeridionaUi
^ 35·) Kaart van Barbarijen, enz,
, 36,) —^ Egijpten ^
enz.
-37·) Carte de Γ Amerique Septentrionale^

,38)--— V Amerique Meridionale»

39') Kaart van de Golf van MexicQ,
4ο·> De
Stedewijzer·

. 17.) —— — Pruisfen.

Cartes des trois Régnés du Nord»
ao.) Kaart van ^ooU^

28.)
19·;]

M

fii^