ocr page 1

LIOTKEIi ^

«ALLE·

DE

BODEM ONDER AMSTERDAM,

ONDERZOCHT EN BESCHREVEN

ΰοοιι

Ι». Η ΛΗΤ i Ν G.

Vidi factas ex aequore terras.

OriDius.

EERSTE HOOFDSTUK.

INLEIDING.

Men hoort wel eens beweren, dat de bodem van ons Vaderland weinig: geschikt
is voor geologische nasporingen, en dat hierin de reden moet gezocht worden van
het geringe getal dergenen hier te lande, die zich aan zullie nasporingen toewijden.

Dit is voorzeker eene dwaling. Wel is waar biedt die bodem, laag en vlak
gelijk hij is, veel minder afwisseling aan, dan elders, waar bergen en dalen telkens
eenen nieuAven gezigleinder openen. Ook is zijne vorming van zeer jonge dagtee-
kening, in betrekking tot die der meeste overige formatiën, en derhalve niet, zoo
als deze, gehuld in Jiet eerwaardige kleed van hooge oudheid, waardoor juist de
overigens zeer natuurlijke nieuwsgierigheid geprikkeld wordt van hen, die de ge-
schiedenis der aardkorst trachten te lezen in de sporen, welke vroeger plaals gehad
hebbende omwentelingen daarin hebben achtergelaten. Te vergeefs eindelijk zal men
in den Nederlandschen bodem zoeken naar de gCAveldige, doch tevens groolsche uit-
werkselen der plutonische en vulkanische krachten, die elders bergketenen hebben
opgeheven en andere hebben doen verdwijnen, aldus dikwerf veel oudere formatiën
door de jongere doende heendringen, die slechls wachten op het geoefend oog des
waarnemers, om aan de Avetenschap nieuwe werkelijkheden te leveren, en haar eene
schrede verder in den tijd te doen terugtreden. , '

Maar hoewel in onzen bodem Λveinig te vinden is, wat getuigt van snelle en
plotselijke veranderingen, of, de verbeelding prikkelende, reeds daardoor tot onder-
zoek aanspoort, zoo is het niet minder waar, dat de vormingswijze van een land

eerste klasse. verh. 3® reeks, 5® deel. 10

Universit^s-
bibüothöek
UTRECHT