. Î.μ .Î Î D Î Î D Î Î G s C ft Î Î L G Î Î Î Î N E
Eene zekere witte Zslfftandigheld, bellaoten tuiTciien de bekieedzels der Ze-
mrven, en die als van eenen Kraakbeenigeii aart fchynd, maakt het binnenfte
gedeelte déezer gebz-ekén, welke hieroai , op hst gevoel uitermaaten weêrftree-
' vvigzyn-. ^· ' : - â ^ ^ - ' â â
§. 662, ' - ·- "
Geenerlye Heelmlddden, zyn in dit geval van eenige uitwerking. De wegnee-
ming alleen bewerkü deszelfs geneezing. By gelegenheid der Kunftbewerklngen,
«uilen we dezelve in alle haare byzonderheden voordraagen/
I '
Het Forfchgez'wsl.
§ 653.
Ranuh. VoRsctïGEZ WEL, noemt mén een zagt, flap, meer ofmin grOOt, 6ή in
't algemeen, ^onpynlyk gezwel, geplaatfl: onder en aan het voorfte gedeelte van
de Tong, aan de eêne óf andere, - of wel aan bside zyden van het Tongdemtje.
â â¢Â§664.
⢠"'Som wytert'wordt het gera'aakt door eene ophooping van Kwyl, inde Ontlaft-
buis van de Ãiidertongrche,'of Onderkaaksklier ; fomwylen door eene Wyeägtige
veizaamühg in de Vakjes 'van' het Cèlwyze Weefzel. De ingeOooten ftof is in de
twee eerfté gevallen niet anders dan meer of min veranderd Speekzei; in het laa·
fte heeft ze de Natuur van het Eiwic, en wordt fomwylen Gips en Steenagtig.
§ 655.
Schoon het niet zeer gemeen zy, dat het Vorfchgezwel tot eene zeer groote
uitgebreitheid aanwaiTche, vind men hier van egter voorbeelden. Het iaafte
foort, is daar voor byzonderlyk vatbaar, en miifchien zelfs, is dit wel het eenig
foort onderfcheidend kenmerk.
- 5 665.
De Geneezing der twee eerile gevallen, kan in den beginne, en zelfs zoolang
de Stof niet te veel ontaart is, /^-erkreegen worden , alleen door een aanhoudend
gebruik van fterke Waterdryvende Purgeermiddelen, en eenigiints faamentrek-
kende'Mondfpoelingen. In het laafte Geval is zulks onmooglyk, en de Kunft.
bewer-