VERKLARING β Î R Ρ L Î Î Ï Î Î.
Flg. ÎÎ. Het .scheele InÃrument Ã-immgzvos%A m aaugelej^c!: h / de Luis, die om
cien Wonel van het üicwas geOagen is. e De khine diibbale Canul tot digt aan de ope-
rängea der beiden Kokers omhoog gefchoven. m in, k /, De groote duhbde Canui met
hare ringen. κ η η η η Gekleurde draadjens, weike op zekere afftiindea aan het'
Bindfel zijn vastgemaakt.
# Ï
Tig. II. Het GafFelvorrat^ Werktuig, ffiaarmede gelijk Flg. la. ο ftaat afgetekend
èz kleine dubbele Caiiul iii de hoogte word geichoveo.
F/g. 13.. De Tang van eckholt v^'aarvan op Bladzijde 415:, itt de Bijvoegfèls ge-
wag gemaakt is. Î en Î de twee Armen. Î is onbeweeglijk, Î beweeglijk, beiden
worden zij door de Schroef c aan het'ilot des onbewee.g:ijken > en het gat c aan den
bcweegltjken Arm met elkander, veréétiigd, sodat a^s dan de Ring /λ op het vooruir-
ftaande dee! b van beweeglijken greep d aan de zijde van den beweeglijken Arm komt
re leggen; de andere Greep is even gelijk A, waarmede hij een ituk uitmaakt, on-
beweeglijk. e Is de Veêr tusfchen de twee Armen, die aan Πboven c van binnen'
vastzit, en Πvan Πverwijderd houd. α α Zijn de Punten van de Tang rost il.iiven:
aan ds binaenzijden^ Da Tang ftaat lilcr naar liaare juiste grootte afgebeeld.·
LAAT XXXIX.
Ftg. r, 3 5 4' en 5. Hat Trihukon van percy, of Het Werkiuig fsr wegnee-
minge van vreemde ligchamen uit gefchoteii Wonden, zie Bijvoegtèis Ãladzijdä 4Ã4«
Het ftaat hier bijna tot op de helft verkleind.
Fig' I. Is het gebeele famengevoegde Werktuig, h Πdè geüotene Lepelvormigs
Bekken. Î Î Het flot. c De over dwars gedraaide Scliroef, waartnede de beiden ftuli-
ken veréénigd worden. ΠDe geöogde of ringvormige Greep , die bij Πis aangc-
fsbroefd. D de Lepelvormige Greep.
Fig, De Vrouwelijke Arm alléén. ΠDs Lepdvorm'ge Bek. Πde Slotflauf..
e C Een ki-ine bogt. D D De Lepelvormige Greep. Deze Lepel is op^ zich zelve;
alléén zeer gefcbikt om kogels uit te neemen..
Fig. 3. De Manneliike Arra op zich zelve, zonder Greep. Î De Lepel. C De'
vSchroef^ waarmede de beiden Armen met malkander worden faiamgevoegd. E De Bais
waarin de Greep word vastgefchroefd-
Fig. 4. Een Kogelboor, Î Î De dubbele fterk gefpleten fpits of punt, waarin de
Schroef Î Î uitloopt. C; C Di S'eel. F Drie of vier Schroefningeringen. G De ge-
öogde Greep. - Dezs Kogelboor kan op zich zelve alléén gebruikt worden, maar'
dient ook, bij het gebruiken van het famengevoegd ïn^i^/coff, tot een Greep des Maa«·
«dijken Arffis, Fig. i.. ΠE-
Fig» 5. De Lepehormige Bek Πvan de binnenzijde voorgeMd.
FJg. 6, 7, 8 en 9. da Toeftel van bug kin g voor de Kniefchijfbreuk- Zie Bi|r
voegiels Bladzijde 455 ^n 45-·
Fig. 6. De Beenlade, νεη buiten, α c Derzelver bre;dte; α h de lengte, d'fÃ"
De fpleeten of openingenwdke tiisfclien de Spaanilroken zijn doorgifnedenj / de i^i«-
raea
Ï5·