Yin INLEIDING.
mee schijnt geweest te zijn, maar zelfs getuigt van Overvest
Kup in 1817 reeds, dat hi] niet voldoende op de hoogte
is met de geschiedenis van de komedie welke in 't laatst
der voorgaande en in 't begin dezer eeuw alhier bestond.
Terwijl we daarom hier onzen dank betuigen aan hen, die
zich gaarne bereid toonden om inlichtingen te geven, blijven
wij ons ten sterkste bij hen en anderen voor op- en aan-
merkingen , alsmede voor nadere inlichtingen aanbevelen, om
later een zooveel mogelyk volledig verhaal van de komedies
te geven, waarin we dan tevens de rederijkerskamers en den
nieuwen schouwburg hopen te bespreken en tevens wellicht
een paar hoofdstukken zullen wijden aan het letterkundig
leven hier in 't Noorden.
Ten slotte nog een woord van dank aan ons gemeente-
bestuur voor het goedgunstig toestaan om van het stedelijk
archief gebruik te mogen maken; aan het bestuur onzer
hervormde gemeente, met name aan den heer Ds. Meerdink,
voor het ter inzage geven van de acta consistorii, alsmede
een woord van dank aan hen, die door de inteekening op
dit werkje van hunne belangstelling blijk gaven.