22 ondervindingen "
gen , datter meerder dieren inde vuyligheyt die aan.
de tanden inde mond van een menich fyn , als'er
menichen in een gantfch Koninkryk leven, en voor-
namentlyk in die geene die haar mond niet en reyni-
gen ; waar door fo een ilank iiyt veele haar mond
komt, dat het verveelt datmen tegen haar fpreekt,
't welk by veele gefeyd werd een ftinkende Adem te
fyn , daar het inder daad meeil doorgaans een Hin-
kende mond is. Wat my belangt ik oordeel van
myn ièlven ( hoewel ik myn mond foo reynig als ik
hier voren hebben verhaalt) datter ibo veel menfchen
niet leven in oniè vereenigde Nederlanden j als ik he-
den levende dieren in myn mond draag, want fiendc
dat een van myn agtcrfte klefen, tegen het tandvlees
aanontrent de dikte van een paarts-hairmet de ver-
haalde materie beièt was , daar na alle apparentie iti
weynig dagen het ïbut niet en was tegen gefchuyrt j
ib een overgroot getal van levende dierkens waren ,
dat ik my imagineerde wel looo levende dierkens te
iien in een quantiteyt materie die niet grooter was als
een honderfte part van eeaiand groote.
Na dat men weder tot myn gefegt hM » dat men
uytièeker Mans-perlbon een meenigte van wormen
uyt fyn aangefigt hadde gehaald , veriögt ik delèlve
peribon t* mynen huyiè te komen, en haalde fo uyt
fyn neus als aangefigt, een meenigte vande geimagi-
neerde wormen, die ik alle pp een ièhoon glas neder-
leyde » omme defelve in myn eenigheyd te exami-
neren, gelyk ik dede- maarik heb daar inne nieta»'
ders können fien , als myiie Obfervatie vervac > in
mya Milïïvc vaa den4, Novemb. ló^i. als alleen dat
eeni-