3 2 Ondervindingen
vigé feèr digt omwonden rnet een feerfyn koordef
ken, na dat ik de bal alvören met veel kleyne ipeldea
hadde verdeelt, waarom het koordeken als vaft mofb
bly ven, daar na heb ik defe omwonden bal met ftar-
ke lym beftreken en gedroogt iy nde heb ik alle de
fpéldenuyt de bal getrokken, en dus verheelt nu de
bal met het omgewonden koordeken het Criflallyne
L ighaara vanbetoog.
Ik heb het draadagtig weien van yder fchobbe in 't
rouw eerft met root &ytop 't papier getrokken, en-
de daar na een goet Tekenaar het felvige door eert
vergrootglas laten ficn, ende den Tekenaar aanbe-
volen, het ib net te tekenen als het hem doenlyk wasy
maar om dat na royn oordeel de verbeelde draden at
fe digt aan èen fyn getrokken, en dat men de drade»
van 't felvige niet wel kan onderfcheyden, fo fende
ik U £d. de rootkrydige figueren daar nevens, al
hoe wel· den Tekenaar fey de, dat wanneer het in eea
plaat gefneden is, dat het veel diftinder fal geftea
werden, als nu iyne tekening is.
ik heb voor deièngeièytdatde deelkens die iknu
klaar kan fien, datdraatgens fyn, weder uyt globa-
len beftaan , dit komt my in eenige draatgens nog
klaar voor de ogen, maar om dat myn het felvige
niet doorgaans te voren komt heb ik myn felven nu
ingebeelt, dar gelyk de draatgens ( als hier voren is
geieyt) ieer naa^jw en Vail aan een fyn Vereenigt,
door de draargens te fepareren ofte van maikandereiii
te fcheuren fodanige deelfgens van de een aande an-
der blyven fitten, die'in myn oog globulen fchynen.
Ik heb in gedagten genomen, dac het beter met haar
maak-