ocr page 1

VooHteelinge der Boomen, ^e. f

moet voortkomen, is, boven de vaten waar uit de rib-
bens van het blad komen j ende die men wel voor de
pit van het hout Ibude können nemen, noch verzien
met feer veel vaten; ende omme defelve klaarder voor
de oogen te ftellen, heb ik de verbeelde wortel offtam
over dwars doorfneden 5 als Β G. ende dat doorgefne-
de deel voor mijn geficht gebracht, ende het felvigej
foo veel my doenlij k, met alle de vaten, die my daar
in te vooren quamen , afgeteikent > als hier Fig
2.
IK LM, In welk kleine deel, ik niet alleen oordeel-

de, dat feer na duifend opgaande vaten waren j maar
hec vertoonde my ook de gantfche gedaante van een
dwars doorgefnede klein takje van een Boom: want de
buitenfte ommekring verbeelde de bail, ende de twee-
de ommekring, vvaar in dat alle de duiftere ofroode
ftipjensftaan, vertoonde het hout; welke bruynigheid
of duifterheid alleen veroorzaakt wierd, om dat de ftof-
fe, diezeerfagtis, door het fnyden van het mes, de
pypjesals toeftrykt offtopt: de binnenfte kring befluit
in zich het pit ofté de vaten , die een ftam of tak heeft,

A3, ea