85 â
AANTEEKENINGEN EN OPHELDERINGEN.
ν.
De hoogste opbrengst gedurende het eerste seizoen was dus verkregen
door De min in het Lazarushuis^ uitgezonderd de eeuwgetijde-voorstel-
lingen. â Welspi'ekend maximum 1
Ziehier hoe Oorver den grooten toeloop, die dit (·) blijspel van»
Fockenbroch had, verklaart:
«Zoude men bij u (^j de Min in 't Lazarushuis wel willen zien, indien
"dit blijspel (dat vrij goed is, als 't maar wel gespeeld word·) dooï·
«geen Aapenkuren ontsierd Avierd? Op een balk, die op twee schragen
"legt, als op een koord te dansen; lieden als door betoovering stil te
"doen staan, en dan het aangezigt met stroop te besmeren, en daar
" veren op te plakken, en honderd gekhedens noch lager als op de
âstellaadjes voor de spellen te maken, doén immers uwe stadgenoten
"met menigte naar den Schouwburg loopen; en deze Aapenkuren zijn
"ZOO ruchtbaar in ons Land, dat, waar ik het gemelde stuk gespeeld
"heb, ik altijd genoodzaakt was, die gekheid te volgen, wilde ik geld
âmet hetzelve ontvangen; ja, ik maakte het hoe langer hoe gekker,
"in hoop, dat het publiek er een walg van zou krijgen. Ik heb zelf
"in 't gemelde spel een levendigen Os, in zekere stad, op het Toonee
âgebracht, dien door Marten en Klaasje laten verloten, en het Volk
âkwam waarachtig om den Os te zien! Op het laatst wierd ik het
âmoede, en liet er alhier, in 's Hage, al die Aapespellen uit, en speelde
"het stuk eenvoudig; maar toen wilde het niet vlotten, zoo zeer is
âdat Blijspel in uw Amsterdam bedorven, dat er. geen stad in Holland
"is, daar men van de Min in V Lazarushuis hoort spreken, of men
âvraagt terstond na de zoogenaamde Panthomimes.
âHet stuk zelf Îvordt door weinige verstaan. Ik heb het laatst van
"mijn Tooneel gebannen, als willende niet langer een vrij goed spel
âzien rabraken, en door aperijen bederven; maar op hunnen Helicon
âhouden die Aapenkuren noch al stand; mogelijk behoord dit ook onder
âden opbouw van Taal- en Dichtkunde, en het kan wel zijn, dat die
âfraaijigheden mijn begrip te boven gaan,"'''
Aanbevelingswaardige les voor hedendaagsche tooneeldirekteurs, om
dergelijke prullen, tegenwoordig niet minder dan toen in zwang, «van
hun Tooneel te bannen."
(1) M. i. niet ongeestige.
(2) Te weten in Amsterdam. Dit is gericht aan den schrijver van het Leven
van J. Punt, 8. Stijl,