Tijdschrift voor ondeiTvijsresearch / 162
rational task analysis, it was first hypothesized that there would be a developmental diffe-
rence in the adaptive use of the two procedures, and according to the second hypothesis this
adaptive use would result in better estimation accuracy. Converging evidence from different
kinds of data (i.e., patterns of response times and of correct and incorrect estimations on the
100 experimental items, and retrospective reports) supported both hypotheses. From a me-
thodological point of view, the study shows the potential of Beem's (1995a) 'segmentation
analysis' for unravelling subjects' adaptive choices between different procedures in cogniti-
ve tasks and for examining the relationship between these adaptive choices and performance.
INLEIDING
Volgens Lemaire en Sieglet (1995) kan een prestatieverbetering op een cognitieve leertaak
minstens vier verschillende soorten strategische veranderingen ('strategie changes') reflecte-
ren: (1) de verdwijning van oude en de opkomst van nieuwe strategieën, (2) een verschuiving
in de frequentie waarmee bestaande strategieën gebruikt worden, (3) een toename van de vlot-
heid en de accuraatheid waarmee deze strategieën gehanteerd worden en (4) een toename van
het adaptief karakter van de strategiekeuzen.
Op basis van een beknopt overzicht van de beschikbare literatuur rond 'strategie change'
komen Lemaire en Sieglet (1995) tot de conclusie dat'(...) usually, when the contribution of
strategic change to learning is recognized at all, it is viewed solely in terms of acquisition of
new, more effective approaches' (p. 94). Op basis van eigen en ander recent onderzoek bij
verschillende soorten van leertaken uit diverse inhoudsgebieden komen zij echter tot de con-
clusie dat de drie overige vormen van 'strategie change' minstens even essentieel zijn. Zo
blijkt uit hun eigen studie in verband met het leren van 'de tafels van vermenigvuldiging' dat
de prestatieverbeteringen van een groep tweedeklassers in de loop van het schooljaar juist niet
voortvloeiden uit het gebruik van nieuwe strategieën - immers, van meetaf aan maakten de
leeriingen zowel gebruik van 'fact-retrieval strategies' als van 'backup strategies' -, maar eer-
der toe te schrijven waren aan veranderingen in de drie andere aspecten van 'strategic change'.
Vooral veranderingen met betrekking tot het laatste aspect - nl. de optimale afwisseling tussen
het gebruik van de 'fact-retrieval strategy' en de 'backup strategy' in functie van de moei-
lijkheid van de taak - bleken cruciaal te zijn voor de verbetering van de leerprestaties gedu-
rende het schooljaar.
Ook andere onderzoekers hebben geconstateerd dat kinderen - soms reeds op erg jonge
leeftijd - verschillende strategieën op adaptieve wijze gebruiken bij allerlei soorten van leer-
taken, zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, kloklezcn, lezen en spellen van woorden
(Geary & Brown, 1991; Lefevre, Greenham & Wahecd, 1993; Siegler, 1988; Siegler & Jenkins,
1989) en dat dergelijk adaptief strategiegebruik een sterke samenhang vertoont met goede
leerprestaties (Geary & Buriingham-Dubree, 1989).
In onderhavige studie wordt de ontwikkeling van adaptief strategiegebruik en de samen-
hang daarvan met leerprestaties bestudeerd bij een ander soort van cognitieve c.q. wiskundi-
ge taken, nl. het schatten van hoeveelheden. Sowder (1992) onderscheidt drie soorten reële
(probleem)situaties waarin er sprake is van schatten: (1) het schatten van de uitkomst van een
berekening (ofwel in de plaats van ofwel ter controle van een preciese berekening), (2) het
schatten van meetkundige grootheden (bijv. lengtes, oppervlaktes, volumes^..) en (3) het schat-
ten van hoeveelheden (bijv. het aantal mensen dat aanwezig is op een receptie, de plaats die
iemand inneemt in een rij wachtenden...). Het verschil tussen de tweede en de derde vonn is
dat bij het schatten'van afmetingen gewerkt wordt met continue grootheden, terwijl het bij
schatten van aantallen om discrete aantallen gaat (Sowder, 1992). De taak waarmee in on-
derhavige studie gewerkt is, heeft zoals gezegd betrekking op de derde soort van schattaken,
nl. het schatten van hoeveelheden.
Hoewel algemeen aanvaard wordt dat schatten een vonn van rekenen is die bij uitstek beroep