ocr page 1

Training voor transfer van statistische vaardigheden 21

Tijdschrift voor Ondenvijsresearch / 191

een traditionele strategie, waarbij lerenden zelfstandig computerprogramma's moesten schrij-
ven, met de "completion strategy", waarbij lerenden onvolledige computerprogramma's moes-
ten aanvullen. Ook hij vond betere transferresultaten voor de completeerstrategie. Een verklaring
is dat zowel de bestudeerstrategie als de completeerstrategie de lerenden expliciet de mogelijk-
heden bieden om cognitieve schemata af te leiden uit de gepresenteerde probleembenaderingen
en -oplossingen; dat wil zeggen, kennisinductie bevorderen. De (gedeeltelijke) oplossingen
bewerkstelligen verder dat niet alle cognitieve capaciteit wordt opgesoupeerd door zeer zwakke
probleemoplosmethoden, zodat de aandacht gericht kan worden op de relevante taakaspecten en
de verwerving van schemata die richting kunnen geven aan het oplossen van de problemen. Zo
wordt een goede organisatie van kennis in het geheugen bereikt, waardoor tevens de toeganke-
lijkheid van deze kennis bij het oplossen van nieuwe transferproblemen wordt vergroot (Bassok
& Holy oak, 1989).

Kennisinductie en schemaverwerving zijn strategisch te beïnvloeden processen, hetgeen wil
zeggen dat de lerenden
effort moeten investeren om deze processen tp doen plaats vinden. Salo-
mon en Perkins (1987) spreken in dit verband van "mindful abstraction". Van Merriënboer en
Paas (1989) merkten op dat het niet reëel is om te veronderstellen dat een lerende altijd bereid is
om de voor kennisinductie en schemaverwerving noodzakelijke effort te investeren. Op grond
hiervan veronderstellen zij dat de completeerstrategie meer effectief zou kimnen zijn dan de
bestudeerstrategie. Bij de bestudeerstrategie heeft men immers geen enkele controle over het al
dan niet zorgvuldig bestuderen van de oplossingen door de lerenden; bij de completeerstrategie
zijn de lerenden min of meer gedwongen om de gedeeltelijke oplossingen goed tc besmderen
omdat zij anders niet in staat zijn deze correct te voltooien.

De hoofdhypothese van het uitgevoerde onderzoek is dat de bestudeerstrategie en de com-
pleteerstrategie tot meer inductieve verwerking en schemaverwerving zullen leiden dan de
oplosstrategie en daardoor tot een betere prestatie op transferproblemen die na de training
worden aangeboden; bovendien wordt voorspeld dat dit effect groter zal zijn voor "verre"
transferproblemen dan voor "nabije" transferproblemen.

METHODE

Proefpersonen

De proefpersonen waren 46 leerlingen, 45 jongens en 1 meisje (16-18 jaar) van een Middelbaar

Technische School.

Materialen.

De instructie richtte zich op het leren toepassen van drie centrale tendentiematen uit de
statistiek (rekenkundig gemiddelde, mediaan en modus). De drie trainingscondities werden
ontwikkeld op een Macintosh IIcx computer binnen de auteursomgeving Authorware Professional.
Het experiment werd uitgevoerd op MS-DOS computers. Direct voorafgaand aan het experiment
werd de algemene gang van zaken mondeling en schriftelijk toegelicht. Bijzondere aandacht
werd daarbij geschonken aan de uitleg van de gebruikte mentale inspanningsschaal, waarop de
leeringen tijdens het experiment de geïnvesteerde mentale inspanning dienden te scoren. Vervolgens
doorliepen de leerlingen (a) een algemene instructiefase, (b) een specifieke instructiefase, (c)
een nabije transfertest en (d) een verre transfertest. Tijdens de algemene instructie werd de
theorie van de centrale tendentiematen met een aantal illustratieve voorbeelden gepresenteerd.
Tijdens de specifieke instructie werden 12 problemen gepresenteerd. Hiervan hadden de eerste
zes betrekking op het gemiddelde, de volgende drie op de mediaan cn de laatste drie op de
modus. Voor alle lerenden waren zowel de formele instructie als de groep van 12 statistische
problemen gelijk.

In de oplosstrategie waren alle 12 problemen doelspecifieke open problemen. In de andere
twee strategieën werden dezelfde problemen gebruikt, maar ieder derde probleem was open,
terwijl de andere 8 samen met hun - al dan niet complete - uitwerking gepresenteerd werden.
Hierdoor bestond de kern van de training in de oplos-, bestudeer- en completeerstrategie res-