-ocr page 1-

-ÎÎ

•t:

U\'

•z»

♦r»

I\'

m

Î.-

-•TL*

V

-ocr page 2-

J . -

V- \'

I

-ocr page 3-

II

âVà.i [üßj

Söiif/\'\'^

Crlinuiolugi.^cK Insti

stiliTrit

I\'

24 8

:

* ■. . ■-ocr page 4-

-ocr page 5-

i

är*

Vi.

3»-ocr page 6-

m

s

/

k

1-.

V

-ocr page 7-

VERHANDELING

DER

LYFSTRAFFELYKE

MIS DA A DE N

E N

HA ARE BERECHTINGE!)

N A A R T
voorschrift des gemeenen rechts,
getrokken uyt de schriften
van den heer

BENEDICTUS CARPZOVIUS, R. g.

raad van t keurvorstendom

. saxen,

]En daaruyt in de Nederduytfche Spraake overgebragt

DOOR

M^. DIDERIK VAN HOGENDORR

tweede deel.

tweede druk.

By

TE A M ST E R. D A M,
petrus schouten.

MDCCLXXII.

-ocr page 8-

ISlB. Iemand genegen zynde dît Werk in twee ftukken
te verdeelen, moet dk
Tpei-blad voor bladzjde
761 gefteld wordea.

u

-ocr page 9-

\'VAN -ocr page 10-

52 E E N E N T ACHT IG S T E H O Ü F D S T U K

trekkinge tot de ftraxFe in \'t gemeen, dies de onderneeming des dief-\'
ftals niet in \'t geheel behoore ongeftraft te blyven, zal echter de ftraf
der koorde in de onderneeminge des diefftals geenfins können ftand .
grypen.

IV.-ocr page 11-

\'VAN -ocr page 12-

12 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

, XII. En mitsdien zal ook niet in dit geval, waarin iemand zyn ey-
\'gen goed, \'t welk door een\'ander\'bezeten wordt, fteelt en wegdraagt ^
de ftraf van diefllal ftand grypen. Waaruytte beüuytenis, datdedood^
ftraf den dief geenfins behoort te worden opgelegd, \'t en waare door dea
gepleegden diefftal den eygenaar een groot nadeel zy toegebragt.
Trouwens, zo iemand zyn eygen goed fteelewie ziet niet, dat in
zulken gevalle bykans geen het minft nadeel met betrekkinge tot den
eygendom aan een\' ander\' wordt toegebragt ? Want ik handel ftechts
van den eygendom des goeds, en geenfms van\'t recht, op dat goed ge-
veftigd^ ten welks opzigte de fchuldenaar, die zyn eygen goed\'t
welk verpand wierdt, den infchulder ontfteelt,. by wege van naamr
wisfelinge diefftal van zyn eygen goed pleegt, en ten dien opzigte aan
opfpraakevan diefftal gehouden wordt
L. 12. §:. 2. L. 10. tt. de furt,
L, 4. §. 2 j. TT. ds ujucap.

XIII,-ocr page 13-

\'VAN -ocr page 14-

14 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

beklaagden geenfins van de ftrafFe bevryden kan, want anders zou waar-
lyk niemand over misdaad aangeklaagd, zynde eener vrouwe man, met
eenige doodftraffe in \'t geheel können aangedaan worden. Waarvan een
ieder de ongerymdheydzou können nagaan, vooral, daar de ftrafder
misdaad door den dekmantel des huuwelyks niet moet worden qpge-
\'houden,
L. 27. C. ad L. Jut de adulUr.

XXI.-ocr page 15-

VÄTSf DE TE VERLIGTEN STRAFFE DES DIEFSTALS. 767

XXV. En is^geen dfer^gevoelens van redenen ontbloot. Want zy,.
dfe de laattgemelde gedachte voorftaan, zeggen, dat\'er nyt het vallen
des diefs twyffeling ontftaat, of hy fchuldig, dan onfchuldig, geweeft
zy
F In \'t onzekere is het toch niet min rechtmaatig, dan veylig, het
zachtft
vonnis optevolgen; L. 56. L. 168. L. 192. ■tt. deR. J. voor-
d.io lyfftraffelyke zaaken,L.- 32. -tt.
de p(En. L. i^S\' fi^^- deR.J^
waarin niet van deeze of gééne geringe zaake, maar van \'s menfchen
eerci en leeven\', gehandeld^wordt: en daarom moet
men in deezen met
te; meerdere omiigtigheyd^\'te\' werk gaan, en- \'t is beter den fehuldigen
wy te fpreeken ^ dan één onfchuldigen. te verwyzen-, L.
5. \'tc. de poen,.

XX V B Ze\'Voegen\'erneg.ditby datgeval is toetefchryven of aan-;
de fchuld en lifedes Scherprechters, of wel aan GODS Raad en Voor-
zienigheyd; Nu is \'t niet waarfchynelyk, dat diergelyk geval door de
lift of fchuld dés Scherprechters is voorgevallen; , omdat die onder-
fteld wordt,zyn openbaar Ampt behoorlyk te hebben waargenomen;
als ,omdät hy wel weet, dat hy niet buyten leevens-gevaar is,in-
dien hy de\'uytvoering van het tegen den beklaagden ge weezen vonnis
c^ geene behoorlyke wyzevolbragt hebbe. Gevolgelyk wordt dit ge-
-ocr page 16-

768 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

\'t omkoopen des Scherprechters diergelyke ontkoming kon te wege ge-
bragt worden, deswegens geene moeyte fpaaren zouden.

. XXVIII. Gevolgelyk hebben ze nietgetwyfFeld ftaande te houden,
dat de dief op nieuws moet worden opgehangen, opdat naamelyk de
Rechter niet zachter dan de Wet zy, willende, dat de dief ter zaake
van gepleegden diefftal met den dood ftraf baar zy, van welke Wet de
ter aarde vallende dief nergens uytgezonderd te zyn bevonden wordt.
En mitsdien kan ook niet op loffen voet zonder Rechts-gezag aan hem
verfchooning vergund worden,
Nov. i8. cap. 5. in pr. L. 19. C. de
collât. C. is ., qui in ecclefiâ. 18. in fin. pr. extr. de fent. excomm.
in 6to.

XXIX. Doch, hoezeer dit gevoelen, de ftrengheyd des Rechts en
de kracht der woorden ingezien zynde, niet moeylyk zou können wor-
den ftaande gehouden, vooral, indien ook de zin der hoofdftrafFelyke
gewysdens worde naagegaan, waaraan gewiffelyk nooit anders te vol-
doen is, \'t en zy\'er de dood op volge,
arg. (w) L. 7. in fin. -ocr page 17-

\'VAN -ocr page 18-

770 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

wordt, om den zin van de L. i. C. ubi de crim. agi oport. L. 2. C,
eod. tit.
Maar dit moet dus worden opgevat, zo geene quytfchelding
vereyfcht worde, want anders moet zekerlyk de daader naa de piaatfe,.
w^aar hy misdaan heeft, heenen gezonden worden, L. 7. §.
uit. Tt. de
acQufat. L.
7. \'7t.de cußod.-ocr page 19-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIÉN.

\'t

ftaat, daarin einige bepaaling te maaken,en mitsdien hetzelve Plakkaat-zom
behooren woordlyk
gevolgd te worden. Doch, dewyl het dagelyks Rechtsge-
bruyk heeft
goedgevonden, de ftraffenop deeze misdaad van diefftal willekeu-
riglyk te
behandelen, en het ook niet wel raadzaam fchynt, in deezen zo ftip-
telyk de letter van dit Plakkaat aantekleeven, zou men können in bedenken gee-
ven,
of niet in het ft raffen deezer misdaad zeer veel aan \'s Rechters befchey-
denheyd zy overtelaaten, die naa overweeginge van alle omftandig- en
hoe-
daanigheden derzelve beft zal können oordeelen, wat ftraf op enkelen en niet
gequalificeerden diefftal toepaifelyk zy ? Oproerige en geweldaadige hnysbraak
en diefftallen als voore gequalificeerd, dwang op \'s Heeren ftraaten of wegen ^
in huys of op andere plaatfen, opbreeking vanhuyzen, winkels; pakhuyzen,
fchuuren, fchepen, fchuyten of andere beflooten erven of plaatfen , en
het
fteelen van goederen by die gelegenheyd, word uyt krachte van datzelfde
Plakkaat van den 19«. Maart 1614 met de koorde geftraft -ocr page 20-

772 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

€11 welke zy de ftraf mn dïergelyken roo- 19. Straf van Kerhroovers ^ die on-
wr? IS\' \\6.-ocr page 21-

van kerkroof en de straffe van dien. 773

zaaken t\'zamenloopende, is \'t onwraakbaar, dat waarlyk en in der daad
Kerkroof gepleegd is. Doch, eéne dier beyde ontbceekende, neem
eens, zo \'t Heylige uyt eene onheylige plaatfe, of \'t onheylige uyt
eene Heylige plaatfe geftolen worde, is het zeker, dat eygentlyk geen
Kerkroof gepleegd wierdt.

ge uyt eene Heyhge plaatfe, wegdraagt,C/ quis contumax\\facri-
legium ergo efl.ij. qucefl.
4. naar \'t welke driederhande foorten vanKerk-
roof gefteld worden, i. Zo iemand eene zaak, welke Hey lig of den
Heyligen Dienft is toegewyd, op eene Heylige plaatfe; 2. Eene Hey-
lige zaak op zekere onheylige plaatfe; 3. Eene onheylige zaak op ze-
kere heylige plaatfe fteele en onderfcheppe.

VI. Doch, fchoon de Rechtsgeleerden \'t onder den anderen niet eens
zyn, of de fchikking des Burgerlyken, dan wel die des Geeftlyken
Rechts, aamieemelyk zy, ib \'t echter onwraakbaar, dat hedensdaags
naar \'t Geeftlyk Recht op deeze driederhande wyzen Kerkroof gepleegd
wordt: hoewel die doorgaans op verfcheyden wyzen ftrafbaar zy, en
zulk een diefftal zwaarer ftraf verdiene, die aan Heylige zaaken uyt eene
Heylige plaatfen gefchied is, en naar \'t BurgerlykKecht eygentlyk Kerk-
roof genoemd wordt. Dies het ter betere onderfcheydinge van dien
raadzaam zal zyn, van deeze driederhande foorten van Kerkroof on-
derfchey dentlyk te handelen.

V JI. De Eerste Soort van Kerkroof is, zo iemand eene Hey-
lige
of GODE , dat is, den Heyligen Dienft toegewyde zaak, op ze-
kere Heylige plaatfe fteele en wegdraage.

VIIL Dit is ook waarlyk en in der daad naar \'t Burgerlyk Recht
Kerkroof, die op eene Heylige plaatfe en aan Heylige, dat is, den Hey-
ligen Dienft toegewyde zaaken, gepleegd wordt,
L. 5. L. 9. ad
L. Jid. peculat.
naamelyk, dat deeze twee zaaken t\'zamenloopen;
Eerßelyk de zaak heylig;ten anderen, dat die uyt eene Heylige
plaatfe weggedraagen zy. -ocr page 22-

774 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

fchroomen te beweeren, dat de ftraf van Kerkroof altyd die des natnui%
iyken doods is. En, omdat de doodftraffen veele en verfcheyden zyn,
dat \'s Rechters willekeur daarin ftechts begreepen wordt, dat hy zelfs
behoort uyttekiezen zulk eene ftraf, met welke de Kerkroover moet
beteugeld worden, doch geenfms, dat hy van de doodftrafFe kan afgaan.
Hierom zegt Ulpianus, de Rechtsgeleerde, in de
L. 6. jt, adL. Jul.
peculat. \'k Weet, dat veele Rechters de Kerkroovers tot verfcheuringe
der heeften verweezen ,en fommige %e leevendig verbrand., doch ook
andere aan de galge gehangen hebben.

X.-ocr page 23-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. 773

dom en Kunne, \'t zy ftrenger ofzagter, tegen de Kerkrovers te rech-
ten. Want
hetis met diergelyke omftandigheden dermaate gelegen,
dat men doorgaans uyt hooide derzelve\'t zy de ftraf des doods, of ook
wel deeze of gééne lyfftraf, mooge opleggen. De hoedaanigheyd des
perfoons wordt naamelyk in acht genomen, zo men overweege, of
die eerlyk geweeft zy, dat is, van goeden naame, en ook, of die
te
misdoen gewoon zy; insgelyks, of de menfch zy vry, of fiaaf; of hy
den Kryg volge, danwel onder het gemeen volk behoore,
L. lO. §. i.
L. 28. §. uit. TT. depmn. De geileldheyd der zaake wordt nagegaan in.
de heyligheyd der vaten, bekers, fchaalen, gewigten, tafel-lakens,
linnens, kandelaars enz. Doch te tyd; of de Kerkroof by dag, dan
wel by nacht, gepleegd zy,
d. L. 6. tt, ad L. Jul. peculat. danwel ,-of
dit feyt op\'s Heeren-of anderen Heyligen dag, ter eere GODS inge»
fteld, begaan zy. Insgelyks wordt \'s Kerkroovers ouderdom in acht
genomen ten opzigte van minderjaarige en oude luyden. Want min^
derjaarigen worden zachter, dan wel meerderjaarigen, geftraft,. L.
27.
§. . w . de minor. Ook worden oude luyden zachter beteugeld. L. 2.
JT. term. mot. L. 5. tf. de Jur. immun. Eyndelyk wordt op de Kunne
acht gegeeven ten opzigte van vrouwen, welke, zachter dan de man-
men, geftraft worden,
L.-ocr page 24-

24 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

XVL Eli hiermede ftrydt niet de L. 9. z.tt. ad L. Jul peculat.
Xe vef dienen meer als dieven, en minder als Kerkroovers ^ w^dimjt
te
volgen ichynt, dat in dit geval den beklaagden zwaarer ftraf, dan die
des diefilals, behoort te worden opgelegd.

X V11. Eyndelyk is de Derde Soort van Kerkroof, zo onhey-
lige zaaken uyt
eene heylige plaatfe weggedraagen en geftolen worden.
Neem eens, zo iemand zaaken, welke niet heylig,of den Heyligen
Dienft niet toegewyd, maar onheyiig zyn, moogelyk deezen of géé-
nen by zonderen perfoon toebehoorende, en in de Kerke bewaard wor-
dende , fteele en wegdraage, hoedaanig een ook Kerkroof pleegt.

XV III. Maar ook deeze foort van Kerkroof wordt naar \'t Burger-
lyk Recht ook geen Kerkroof; maar liever enkele diefftal, genoemd,
L. TT. ad L. Jul. peculat. want, gelyk boven gezegd is, naar\'t Bur-
gerlyk Recht worden tot eygentlyken Kerkroof twee zaaken van elkan-
dere onaffchey dentlyk gevorderd:-ocr page 25-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. 773

drie en tachtigste hoofdstuk

Van Roof en de Straffe van dien.
I N H O U D.

25. In de door veelm gepleegde mij\'\'
daad worden ze alle voor
V geheel geljou-
den.

16. Edelen zyn zo wel, als geringe
menfchen, aan de deflraffe des roojs onder-
hevig.

27. Roof van de minße zaake verdient
zelfs dood ftraf.
28. 29.

30. Het is ten opzigte van de flraffe
des roofs om V even, wat zaaken met ge^

■den? 33. 34-

37. Straf der medefianders in misdaad
van roof
38. 39.

40. Straf eetier geweldaadige kneeve-
laarye of afperßnge-
41. 42. 43.

44. Op wat wy7.e de roovers, den roof

J. Roevers worden loozere dievm ge-
memd.

2. Somwylen wordt ook roof genoemd
firaatfchendery.

3- JVelke twee echter van elkandere
mderfcheyden zyn. 4, 5.

6. Roof wordt ook doorgaans genoemd
plundering en flruykroovery.

1. De misdaad van roof is .zwaar en
grmnxtLaam.

8. Op wat wyze de roovers geftraft weid zyn weggenomen!
worden.
9.-ocr page 26-

778 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

zelfs een beruchte ftraatfchender enkelyk genoemd zulk een, die zich
het fteelen heeft gewoon gemaakt.

III.-ocr page 27-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. 773

ook doorgaans plundering en ftruykroovery genoemd wordt. Want,
hoezeer fommige een fpitsvindig onderfcheyd deezer woorden ftellen ,
willen echter andere, die deeze onderfcheyding in de wind liaan, dat
voor deeze woorden roof zonder onderfcheyd worde betekend.

VII. Doch, of deeze misdaad zwaar en gruuwzaam zy, is gan-
fchelyk onwraakbaar, en wel daarom, dat ze is boozer
, dan diefftal-ocr page 28-

28 DRIE EN.TACHTIGSTE HOOFDSTUK,

hooren, maar ook, voor zo verre de Keyzer recht heeft, de Room-
fche Burgers en de Overheden van elk Wingeweft en Rechtsgebied te
noodzaaken, om die wegen te befchermenen beveyligen.

XII. Het is toch den Keyzer en alle andere Burgerftaaten^ opgelegd
datgene te verzorgen, \'t welk tot beveylinge
der wegen vereyfcbt
wordt, opdat
die naamelyk van booze menfchen gezuy verd, en nooit
door ftraatfchenders of itruykroovers befprongen worden. Waarom
ook de aloude Keyzeren voor zich deeze zorg, naamelyk met zeke-
re Opzienders over de openbaare wegen aanteftellen, behouden hebben.

Xin. En können de Landen en openbaare wegen genoegzaam door
geen ander middel voor roovers en itraatfchenders zeker en geruft ge-
fteld worden, dan door de oefteninge van zwaare ftraffen tegen de daa-
ders, opdat naderhand andere van diergelyk feyt worden afgefchrikt.
Want de ondervinding leert, dat in die plaatfe, waarin tegen de over-
treeders ftrengelyk gerecht wordt, een veyliger doortogten overgang
zy, dan in de zulke, waarin de ftruykroovers ftraffeloos ontkomen. Om^
dat door de uytvoeringe der ftraften niets Üechts de beklaagden zelis
uyt het midden weggenomen, maar ook andere verbeterd, en van \'t
misdoen afgefchrikt worden, L. 6.L. 20. 7r.dep(En. \'t welk gewiifelyk
voor geene der geringfte
vruchte van \'t ftraffen te houden is.

XIV.-ocr page 29-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. 773

op een rad gefteld worde, fchoon hy Hechts eene enkele reyze op den
weg geroofd hebbe. Het is my toch onbekend, dat fommige Rechts-
geleerden niet
fchroomen vaftfteftellen, dat roof met doodilraffe niet
behoort
beteugeld te worden, \'t en zy de roover dien meer dan ééns
gepleegd
hebbe, volgens deL. 28. §. 10. tt. depten, maar wordt deon-
waarheyd deezer beweeringe opgemaakt daaruyt, dat in deeze foor-
te van misdaad inzonderheyd de beveyliging des openbaaren wegs,
die
door alle Vorften en Overheden moet ongefchonden bewaard wor-
den, tot het ftraffen aanleyding geeft,
L. i.§. ii. tt. de offic pr^efeél
urb. L, 13. sr. de offic. prafid.
Gevolgelyk, de veyUgH^ddes open-
baaren wegs eenmaal gefchonden zynde, kan de misdaad jiiet ontkend
worden gepleegd te zyn , en mitsdien moet het ^-aan -riiemand won-
der voorkomen, dat het ftraffen derzelve in deezen opzigte ftand
grype.

XVII.-ocr page 30-

782 DRIE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

%^attmge niet weynig verzwaard worde, in zo verre, dat de misdaad,
welke in zich zelve niet hoofdftrafFelyk is, om de hervattinge van die
met den dood ftraf baar wordt, meen ik echter geenfins, dat des wegens
de ftraf, welke anderfms die des doods is, tegen dedaaders ingevoerd,
behoort verzwaard
te worden; en wel daarom, dat het gezag der Wet
ontbreekt,
zonder welke doorgaans noch ftraf verzwaard noch wat op
eygen gezag moet verzekerd worden , L. 5. C.
de repud. JSlov. 2.
cap. 3,

X X, Maar wat, %o de roover met zynen roof niet te vreden vjyndt.
den beroofden bovendien zwaarlyk treffe en quetfe, of niet deswegens
de firaf dzs roofs zal moeten verzwaard worden
? Het gebeurt toch
veeltyds, dat roovers op openbaare wegen de menfchen gewapender-
hand aanranden, en hen, indien ze weêrftand bieden, doodelykquet-
.-ocr page 31-

VAN PvOOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. , 78

de ftrafFe des doodflags vermengd wordt: op gelyke wyze wordt hy, die
een\'ander\'quetft en berooft, niet dan over roof en beroovinge geftraft,
en de ftraf der
wonde met de ftrafFe des roofs vermengd.

xxïli. Ten Anderen: Het bovengemeld richtfnoer wordt uyt-
gebreyd daarin, zo verfcheyden medegenooten in
ééne en dezelfde
misdaad gevonden worden, die alle (myns oordeels) ter z-aake van
gepleegden roof met den dood geftraft, en hunne doode lighaamen
op een rad moeten gefteld worden.

XXIV.-ocr page 32-

784 DRIE EN.TACHTIGSTE HOOFDSTUK,

zeer geriftge zaake, als den roover van iets van meerdere waerde,
eene en dezelfde ftraf worden opgelegd.

XXVIII.-ocr page 33-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. 773

Want dit verzet is niet voldoende, dat de roover zich daarmede zou
konnen verdeedigen. Trouwens, gelyk meer dan ééns gezegd is, in
roof moet geenüns de toegebragte fchaade, maar vooral \'t fchenden
der veyligheyd, worden opgemerkt. Welke by den roover eener ge-
ftolen
zaake ook verftoord wordende, zal hy niet ten om-echte de ftraf-
fe
van roof ondergaan moeten.

XXXIÏ. Ten V y f d e n : Het boyengefteld richtfnoer wordt uy tge-
breyd, fchoon de met geweld beroofde en ontdraagen zaak weêrgekree-
gen, en zynen eygenaar ter hand gefteld worde, zal echter niet te min
de roover aan de ftraffe des roofs gehouden zyn. Want nergens wordt
dit geval van het algemeen richtfnoer uytgezonderd, Wie zal toch
ontkennen, dat hy, die de afgezette zaak heeft weêrgegeeven, een
roover en beroo ver is ? Dies het geen wonder zy, dat zulk een met den
dood geftraft worde; dewyl de misdaad van roof door hem éénmaal
volbragt, en de veyligheyd des openbaaren wegs, welke door de
weérgeevinge van \'t geroofde met wederom herfteld wordt, gefchon-
den is.

XXXIII. Waarmede geenfins ftryden zal, dat in misdaad van dief-
ftal , \'t geftolen goed zyner
eygenaar weêrgegeeven zynde, de ftraf
der koorde quy tgefcholden, en de dief gegeeffeld, en voor eeuwig
moet gebannen worden, gelyk
boven aan \'t 9®. onderdeel des drie en
feventigjïen Hoofdfiuks
gezegd is, fchoon de diefftal meer dan de waer-
de van vyffchellingen mogte te boven gaan. Want dit \'s in diefftal wel
onwraakbaar, maar
geenfins op misdaad van roof betrekkelyk ; om \'t
onderfcheyd der reden, welke eene onderfcheyden beüiftiDg uytle-
vert, L. 83. §. 5. 5r.
de verb, oblig. wantin diefftal moet de gewoone
ftraf verligt worden om de wêergeevinge
des goeds, welke in die mis-
daad ganfchelyk moet in opmerkinge komen; maar \'t is meer dan ze-
ker , dat in roof niet zo zeer de berooving zelve, als wel \'t geweld,
aan de veyligheyd gepleegd, in opmerkinge komt, welke veyligheyd
door \'t weêrgeeven van \'t geroofde geenfins herfteld wordt. En mits-
dien zal ook nooit de ftraf, hoezeer ook \'t geroofde zy weêrgegeeven,
moeten verligt worden.

. ^XXIV. En zulks meen ik waar te zyn, fchoon de roover, eerhy
m verzekeringe gebragt wierde, van zyne misdaad berouw gekree-
gen üeDbende de met geweld afgezette zaak den beroofde weêrga-

Ggggg-ocr page 34-

34 DRIE EN.TACHTIGSTE HOOFDSTUK,

ve, arg. (a) L. 65. äe furt. (b). L. 54. §• 3. t. \'eod. Ut. (c) L. r.
§. 25.
-TC. depofit. (d) L. J7. §. 1. de Mdilit. edidi. (e) L. 5. 7r.de
vi bon. rapt.

XXXV. Want, hoezeer de dieven, eer ze in gevangenifle gebragt
zyn, van hunne misdaad berouw gekreegen hebbende, indien ze de
ge-
Holen
goederen weêrgeeven, de ftraffe des doods ontduyken, en ftechts
met eene buytengewoone ftraffe beteugeld worden, is dat echter in
misdaad van roof ganfch anders gelegen;
zo, omdat nergens deeze gunft
den ftruykrooveren verleend te zyn gevonden wordt;
als ook, omdat
het berouw naa \'t
voltooyen der misdaad dan eerft de ftraf verligt, zo
de zaak naa \'t
volbrengen derzelve in haaren voorigen ftand herfteld
worde, \'t weikin diefftal te gefchieden bekend is.
En gewiftelyk, de
roof voltooyd zynde, wordt de gefchonden veyligheyd niet herfteld:
want hetgene éénmaal gedaan is, kan niet wederom vernietigd worden.
En mitsdien moet ook niet de ftraf verligt, maar ten voorbeelde en af-
fchrik van anderen met alle ftiptheyd ter uytvoeringe gebragt
worden.

XXXVL

(al Hy^ dtê eens anders goed met die gedachte ontrokken heeft om daarmede gewin
te zoeken, echter zyn voorneemen veranderd hebbende hetzelve naderhand zynen eyge-
naar heeft weêrges^eeven, is een dief. want niemand heeft door zyn berouw oVer dier-
gelyke zonde opgehouden fcbuldig te zyn.

( b) Dewyl de opfpraak van diefftal tot het vervolgen der flraffe^ doch de weêreysr
fching en eyge^iing tot het herkrygen der zaake^ gericht is,blykt het.y dat^ de zaak
herkreegen zynde, niet te min de opjpraak van dieiftal in haar geheel blyft, doch de
eygening en weéreyjfching opgeheven wordt: gelyk ook aan den anderen kant naa \'f vol-
doen van deßraffe des twee oj viervouds de eygening en weéreyjfching in haar geheel
èfyft.

(c)-ocr page 35-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. 773

XXXVI. Hoewel in dit geval de Hooge Overheyd den beklaagden
met alle recht mooge verfchooning geeven. En het is\'er zo verre van-
daan , dat zulks door my zou beftreeden worden, dat ik veel eer aante-
raaden genegen ben, dat, met achterftellinge van de ftrengheyd des
Rechts, de beklaagde, die zyne misdaad betreurt, en\'t geroofde weer-
geeft , door \'t ontduyken der doódftraffe de vruchten zyns berouws
plukke en geniete,

XXXVIL Ten S e s d e n : Het bovengefteld richtfnoer wordt uy t~
gebreyd in zulke roovers, die fchoon zelfs niet handdaadig zynde ,
noch de goederen den reyzigers afzettende, echter tot het pleegen van
roof hulp bieden, en de reyzigers aanranden, hen met woorden of drey-
gementen vrees aanjaagende, en\'t vlugten belettende, of hen, indien ze
al moeten vlugten, noodzaakende hunne goederen achter te laaten, en
daarna van den roof deelende, die (myns oordeels) zo wel als de zulke,
die de goederen rooven, aan de tegen ftruykroovers ingevoerde ftraf-
fe gehouden worden.

XXXVIIL Het is toch zeer om\'t even, of iemand zelve zynen even-
menfch eygener-hand van zyne goederen beroove, dan, of hy zulks door
een\' ander\' verrichte, en dat door eenig geweldaadig middel te wege
brenge, met dat oogmerk, om van den roof te deelen? Wantin beyde
gevallen wordt geweld toegebragtenroof gepleegd , dies het onwraak-
baar zy, dat de ftraf van roof ftand grypt.

XXXIX.Waarheenen ook fchynt gericht te zyn de L. i. §. i. de re-
ceptator. In geljk geval worden %e gehouden, dle^ %oanneer %e de
flraatfchenders konden vangen^ geld
of een gedeelte van\'t geroofde ont-
vangen hebbende., hen hebben laaten heenen gaan
enz. Waaruyt volgt,
dathy, die de roovers heeft konnen vangen, en dat echter niet heeft
willen doen, aan de tegen ftraatfchenders en ftruykroovers ingevoerde
ftraffe gehouden wordt. Hoeveel te meer zullen dan de zulke, die |li
\'t eygentlyk bedryf des roofs hulp bieden, en zo veel te wege brengen,
dat de roof gepleegt worde, die anders moogelyk te beletten was, aan
de^e ftraffe gehouden, zyn?

XL. Hieruyt blykt, wat van de zodaanigen tedenkenzy, diedea
reyzigers \'t geld afperffen. Het gebeurt toch veeltyds, dat ftruykroo-
vers den reyzigers niet in \'t geheel met geweld afzetten, echter hen
door dreygementen noodzaaken , hun geld en andere zaaken door
dwang aantebieden en overtegeeven, en dus den buy t te laaten volgen.

Ggggg 2-ocr page 36-

788 DRIE EN.TACHTIGSTE HOOFDSTUK,

Ten welker opzigteik weet veeltyds getwyffeld te zyn, of de 7^odaa-
nige waarlyk komen roovers genoemd y en met de firajfe van roof
moeten aangedaan worden.

\' XL 1. Schoon toch deeze wyze van den reyzigers geld of andere zaa-
afteperlfen eene foort van kneevelaarye mooge genoemd worden. Waar-
om hy, die een\' door \'t aanjaagen van fchrikonftelten beroert, knee-
velaary te pleegen gezegd wordt. Waarvandaan ook de misdaad.van;
kneevelaarye genoemd is, zo iemand door middel van Rechtspleeginge „
Overheyds-ampt of andere magt, welke hy in handen heeft, door \'t
aanjaagen van fchrik of vreeze geld afperfle,
L. i. L.-ocr page 37-

VAN KERKROOF EN DE STRAFFE VAN DIEN. 773

Waarby ook door fommigen, ten vierden\\ gevoegd wordt , dat naa-
melyk \'t openbaar gerucht tegen hem werkzaam zy. Waaruytte vol-
gen fchynt, dat roof eygentlyk nooit, dan
langs openbaare wegen, ge-
pleegd wordt, op diezelfde wyze, waarop ftraatfchendery genoemd
wordt
de zodaanige, door welke iemand op eene heymeiyke en dief-
achtige wyze in boffen en andere van \'t ooge des volks afgezonderde
plaatfen door geweld beroofd en bovendien gedood wordt.

XLVI. Echter twyffel ik geenfins, of ftruykroovers, die ophoeveo
en in huyzen roof pleegen, ende menfchen berooven, worden aan de
gewoone ftraffe van roof gehouden.

^ XLVII. Want, wie ziet niet, dat diezelfde reden,. waarom de beroo-
ving , langs openbaare wegen gepleegdzo zwaar geftraft wordt, ook
in eldersgepleegden roof ftand grypt, naamelyk, dat iemand zo wt
li-
op den openbaaren weg, als in zya eygen huys, \'twelk aan een\' iedei-ocr page 38-

Soo\' ■ VIER EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

VIER EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

/

Van de te verligten flralFe des Roofs.
INHOUD.

I. In ht heßuyten van de ßraffe des
roofs moet de Rechter met omxigtigheyd
handelen.

3 De gewoone ftraf houdt op in roof^
die niet is vyandig noch ge-weldaadig.

4. IVat roof genoemd worde vyandig en
geweldaadig? 5\' 6. 7- 9.

10. Welke zy de ftraf eener geweldaa-
dige en afgeperfle verruylinge ?
11. 12.

13.-ocr page 39-

VAN DE TE VERLIGTEN STRAFFE DES ROOFS. 791

de geftraft, en hunne hghaamen naa de uytvoeringe der ftrafFe op een
rad moeten gefteld worden, niet altyd en overal gevolgd wordt, maar
ook nu en dan zekere bepaalingen toelaat , van welke nu ftaat gehan-
deld te worden.

ï11. Dit ricHtfnoer wordt toch bepaald, Eerstelyk: ïn roof,
die juyft zo vyandig en geweldaadig niet bevonden wordt. En moet
hier wederom herhaald worden,\'t welk aan\'t 29^
onderded des voor-
gaanden HoofdftuksgQZQgdiis,
dat de ftruykroovers in veelerhande op-
zigten met de fchenders der openbaare rufte te vergelyken zyn, en de
openbaare ruft door \'t pleegen van roof langs openbaare wegen verbro-
ken wordt. Waar het op eene zeer kennelyke wyze blykt, dat niet aller
hpde verflooring en geweldaadigheyd wordt beteugeld, maar enkelyk
die, welke door hooggaand en vyandlyk geweld gepleegd wordt, waar-
aan naauwlyks weérftand gefchieden kan, L. i. §. 3.5r.
devi -ocr page 40-

40 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

v/as, L. r./TT. adL.Jiil.de vi publ. en aan niemand buyten \'s Vors-
ten kennifle en zonder delTelfs raads-pleeginge de magt van eenige hoe-
genoemde wapenen te vloeren verleend wierdt.
L. un. C. ut ar mor. uf.
infc. princ. interd. \'^m.mjt
moogelyk te befluyten is, dat ftruykroo-
vers dan eerft met den dood moeten geftraft worden, indien ze eenen
geweldaadigen roof door toedoen van wapenen gepleegd hebben, \'t
Welk eygentlyk uyt de (f)
L. 28. §. 10. \'^r. de poen. niet duy-
-fterlyk beweezen wordt.

Vni. En, fchoon ik ditgaerne zou willen toeftaan, dewyl roof be-
zwaarlyk op eene geweldaadige wyze zonder gebruyk van wapenen ge-
fchieden kan, onder wier benoeminge niet flechts fchilden, zwaerden,
pylen, fpieflen, en allerhande fchietgeweer, begreepeii worden, maar
ook ftokken, fteenen, fchoppen, en all\' wat eenigüns ter quetfmge die-
nen kan, L. 3. §. 2.
5r. de vi -ocr page 41-

VAN DE TE VERLIGTEN STRAFFE DES ROOFS. 41

worden , de opfpraak over lift en lyfftraffelyke aanklagte ophoudt,

XII.-ocr page 42-

Soo\' ■ VIER EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

roofde niets deele of verwachte; Trouwens, roof of berooving wordt
eygentlyk nooit zonder hoope van winfte of voordeel gepleegd. Want,
ey lieve, wat zal \'t voor eenen roof zyn, waaruyt geen het minft voor-
deel te wachten is ? Waarom ook, naar \'t Burgerlyk recht, ftruykroo-
vers met den dood geftraft worden, indien ze iemand ter verkryginge
van buyt hebben aangerand , gelyk in de
L. 28. §. 10. tt. de pmn. ge-
zegd wordt.

X VIL, Ja \'t is ook kennelyk, dat ftruykroovers, die op bevel en
gebod hunner meefters roof pleegen, met zo groote boosheyd niet mis-
doen , als wel de zulke, die dat uyt eygene beweeginge verrichten.
Gevolgelyk zullen ze dan ook niet aan de ftraffe des doods gehouden
worden, welke alleen aan boosaartige roovers te wachten ftaat.

XVIIL Doch, zvat %-ocr page 43-

VAN DE TE VERLIGTEN STRAFFE DES ROOFS. 795

liftige wyze aanleyding geeve? arg. (g) 15.5, i. -n-. adL.Cornd.
deficar,
(h) L. 11. §. 3- ^^-ocr page 44-

44 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

§. 12. T. quod. md: cauf.L.^^^. C. de Epifc. -ocr page 45-

VAN DE TE VERLIGTEN STRAFFE DES ROOFS. 797

leeven, L. 2. tt. dt fiat. hom. L. 44. ît. de Mdilit. edi-ocr page 46-

Soo\' ■ VIER EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

XXXIV.-ocr page 47-

VAN DE TE VERLIGTEN STRAFFE DES ROOFS. 799

^t gezigte van alle menfchen zouden blootgefteld zyn. Gevolgelyk zal
iemand niet ongerymdelyk kennen denken, dat deeze ftraffen gelyk-
¥ormigzyn, en geene derzelve, met betrekkinge tot haare zwaarheyd,
boven andere moet gefteld worden.

XXXVII.-ocr page 48-

Soo\' ■ VIER EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

wegens geleeden, te vergoeden. En mitsdien zal ook dit niet zonder
Wet moeten gedreeven worden,
L. 5. tt. de probat. L. C. de col-
lütion.
§.28. Infi, de a-ocr page 49-

VAN DE TE VERLIGTEN STRAFFE DES ROOFS. 49

van de reyzigers, moet echter daaruytzonder\'tgezag van eenige Wet
niet worden opgedrongen, datze deswegens tot vergoedinge van \'t ge-
roofde aan hunne zyde zouden verpligt
zyn.

XLV. Dewyl \'t recht om tollen te heffen aan Vorften, Graaven en
andere Overheden verleend is, \'t zy ter vertrooitinge
van de fchraalhey d
J^unner inkomften, L. lo. C.
dt ve-ocr page 50-

So2 VYF en tachtigste HOOFDSTUK

VYF EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

Van Valsliejd en haare Straffc-
I N H O U Dv

I:. Vdsheyd is eene foort van dief-
ftal

2.-ocr page 51-

VAN VAL.SHEYD EN HAARE STRAFFE. 803-

Lok is aan diefftal zeer gelyk de misdaad van valsheyd, zo dié
_ \' voor geene foorte van diefftal te houden zy. Het is toch eene
•argüitige en heymelyke foort van fteelen, deeze of gééne zaak met een
valfch, boosaartig en uytgedacht voorneemen te
bederven, en door ze-
ker blanketfel van valsheyd naa zich te trekken.
Want, al wie eene
zaak door zeker uy terlyk en baarblykely k blanketfel verkort, en op eene
bedriegelyke wyze bederft, die wordt gezegd valsheyd te pleegen,
L. 23.
ad L. Cornel de falf. C. tua nobis. extr. de offic. vkar.

II. Welke misdaad niet is ligt, maar zwaar en hooggaande,omdat
ze den menfch, zynen ftand en goöden naam, by uytftek verachtelyk
maakt. En mitsdien zyn fommige van gedachten, dat ze zwaarer en
verfoeyelyker is, dan doodilag en gifmenging.

lil. Doch wordt in eene zeerruymebetekeninge valfch te zyn ge-
nomen
air \'t gene niet waar is, fchoon \'t niet uyt iemands lift en be-
drog voortfpruyte,
L. 13. §. de reb. dub. onder welken naame

ook allerhande leugen begreepen wordt, die echter niet valt in misdaad
van
valsheyd.

ï V. Maar valsheyd wordt eygentlyk genoemd die misdaad, welke
door de
Wet Corndia van valsheyd ftrafbaar is. Want deeze wordt
doorgaans genoemd eene bedriegelyke verandering der waarheyd.

V.-ocr page 52-

8c4 VYF EN tachtigste HOOFDSTUK

in de waarheyd, dan wel in de verbeeldinge, zyn kan, L.\\.-ocr page 53-

YAN VALSHEYD EN HAARE STRAFFE. ^05

X L Waaruyt te volgen fehynt, dat hy, die eenig befchey d of fchrift,
\'^t welk nietig en krachteloosüs, ontrekt en verduyftert, niet geftraft
wordt, L. 38- §. 6.
de pœn. Hoewel de zodaanige eene buytenge-
woone ftraffe bezwaarlyk zal ontduyken.

XII. Echter is men doorgaans van gedachte , dat het ter aanloopin-
ge van de ftraffe der valskeyd genoeg is , dat de valsheyd hebbe kon-
nen benaadeelen, fchoon ze door \'t bedryf niet benaadeeld hebbe,
L. 5.

ïi. TT. de bis, qui dejec. vel effud, dewyl \'t vermoogen, de bedry-
vinge naaft aankomende, voor\'t eygentlyk bedryf gehouden wordt, L.
pen. TT. de milit: teflam. Gevolgelykhoezeer uyt valfch bewys nie-
mand befchaadigd worde,is\'techter genoeg,dat zulks hebbe konnen
gefchieden. En is ( 1 ) zeker Rechtsgeleerde daarom van die gedach-
te,, dat hy, die valfche getuygen voortbrengt,fchoon hunne verklaa^
ringen hem niet bevoordeeld, noch zynen tegendinger benaadeeld had-
den, echter,, omdat ze zouden hebben, konnen benadeelen, aan de
ftraffe van valsheyd gehouden wordt.

Xllï. \'t Welk ik gaerne wil toeftaan met betrekkingetot buytenge-
woone en zachtere ftraffe. Want, gelyk in andere misdaaden de on-
derneeming met ligtere ftraffe word
beteugeld, fchoon die tot het naaft
aangrenzend bedryf gekomen zy,zo zal ook dè pleeger van valsheyd,
zoekende te benaadeelen, hoe zeer ook zyn fey t geene fchaade toebrag-
te,met deeze of gééne doch zsrhtere ftraffe moeten beteugeld wor-
den.

XIV. Dit zyn de drie vereyfchtens, welke de misdaad van valsheyd

uytmaakem Waarby andere nog voegen het uytgedrukt kenmerk der
Wet, dat naamelyk niemand om eenig feyt in misdaad van valsheyd
vervalt,\'ten zy de zodaanige door
àQ JVetCornelia ( ló. )Libo-
niaanfchRaad-ocr page 54-

■Soó VYF EN TACHTIGSTE.HOOFDSTUK

veele en verfcheyden wyzen gepleegd worden, fchoon eene by de Wet
uyrgedfukte betekening ontbrake: want eene algemeene bètekening dec
IVet Cornelia is voldoende, welke gebiedt allerhande verandering ,der
waarheyd, ten naadeele van een ander\' gefchied te ftralFen,
arg. (^m)
L. I. (n) L. 23. -TT. L.Cör/fd/. ß\'d/ö/y^.-ocr page 55-

YAN VALSHEYD EN HAARE STRAFFE. ^05

XIX.-ocr page 56-

•SoS VYF EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

op veele en verfchey den wyzen kan gepleegd worden, welke alle te by-
zonderen onmoogelyk is. Trouwens, gelyk zo even gezegd wierdt, alle
gevallen, die in misdaad van valsheyd vallen, zyn geenüns door uyt-
gedrukte woorden der
Wet Cornelia en van andere inftellingen bete-
kend en bepaald geworden. Echter können (myns oordeels) bykans
alle gevallen zonder onderfcheyd tot deeze vier volgende wyzen niet
ongevoegelyk gebragt worden: dat naamelyk valsheyd gepleegd wor-
de of in den perfoon, of door woorden, of door gefchriite, of door
misbruyk. Welke wyzen het my luft door voorbeelden naader op-
;tehelderen.

XXIV.-ocr page 57-

VAN VALSHEYD EN HAARE STRAFFE 809

XXV IL Insgelyks kan hiertoe gebragt worden de volgende foort
van valsheyd naamelyk, zo iemand den éénen vooi den anderen per-
foon in deeze of gééne overkomfte, uyterften wille. Gerechts-hande-
linge of anderfins op eene andere hoegenoemde wyze verwiifele.

xxviii.-ocr page 58-

58 TWEE EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

XXXIII.-ocr page 59-

YAN VALSHEYD EN HAARE STRAFFE. ^05

ken, valfghe verzetten, bewyzen enz. toelaaten, dezulken, die ze kon-
den overtuygen, \'t geding laaten winnen,
L. i. §. 6. yr. adf-ocr page 60-

812 VYF EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK.

deï{1%) (Vet vanverboodengiftenaanteneemen, willekenriglyk
beteugeld,
L. 7. §. fin. \'x. adL. Jul. repetimd. ook uyt het (i 9) bevel
van lafteringe gehouden,,
tot. tit. C. de poen. jud. qui mal. judic.
dies het geen wonder zy, dat de Rechter, die op eene argliftige en be-
driegelyke wyze qualyk oordeelt, met banniifement of geeffelinge be-
hoore geftraft te worden.

XL. \'t Welk niet flechts van Rechters, de Vierfchaar fpannende,
maar ook van Rechtsgeleerden, Schepenen en andere kundige Mannen,,
die over\'t Recht geraadpleegd worden, te verftaan is, dat naamelyk de
zulke uyt quaadwilligheyd, haat of liefde tot geld, willens en weetens
valfchelyk raad geevende, en van de misdaad der valsheyd overtuygd
zynde, met de ftraffe derzelve moeten beteugeld wordeni \'t W\'elk
fchoon iemand zou moogen denken zeer zeldzaam te können gefchieden
ter zaake van dien afgelegden heyligen Eed, door wien ze der gerech-
tigheyd verbonden worden, fpreekt echter de zaak van zelve,dat de
liefde en genegenheyd tot het goud dikwerf ten huydigen dage de
00-
gen en ooren der Rechtsgeleerden en kundige luyden derwyze verblin-
de en betoovere , dat ze willens en weetens vaadenweg der waarheyd
afwyken, en de zaaken van
eerlyke en oprechte menfchen t\'onderfte bo-
ven keeren in weêrwille
van GODS allerftrengft Verbod, Kvod. 23 :
Deuter. t6: 19. Levit. i():is- Deuter, i r lö. 17. dies deLeeraar der
Wysheyd Salomo te recht gezegd hebbe, \'t
Geld verantwoordt alles^
Ecclefiafl. lo: 19.

XLI. Maar, %al het niet den Rechter tenminflen tot een goed eyndd
en in, eene rechtvaerdige zaake vry ßaari y giften engaaven te ontvan-
gen\'^

(iS) By deeze Wet Julia van verbooden giften aantenemen, gegeeyen by
Julius CEefar, was goedgevonden, dat geen Overheyds-perfopn,noch iemand
onderdeflèlfs gevolg behoorende, mogte aanneemen eenige giften, gaaven of
gefchenken,. waardoor hy in weerwille va- ^ den by hem afgeledenEed zon kön-
nen bewoogen worden wat te doen of niet te doen, fpruytende uyt deeze Wet
zo wel burgerlyke als lyfftraffelyk opfpraak j de burgerlyke- tot viervoud van
datgene, \'t welk op eene onrechtmaatige wyze genooten was,, de lyfli\'affelyker
tot buytengewoone ftraffe naar maate van de
zwaarheyd der misdaad...

(19) Uyt krachte van dit bevel wierdt de Rechter, die verbooden giften
ontvangen had, in burgerlyke zauken tot drievoud^ van ^t.gegeevene, tot; twee-
voud van ^t beloofde , met veiiies. vaa. zyn Ämpt of waerdigheyd,, in; lyfftraf^
fdyke zaaken tot banniffement met verbeurd-verklaaringfe zyner gpedereii;^.,.

vv,

-ocr page 61-

VAN VALSHEYD EN HAARE STRAFFE. 813

gen\'-ocr page 62-

gT4 VYF EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

fchaadigd, bedorven, veranderd, vermeerderd, verminderd, gefcheurd ^
uy tgewift, vernietigd, valfclielyk ondertekend, valfche zegels daaraan
gehangen , of op eene argliftige wyze de hand-tekeningen van anderen
naagebootft. AU\' het welk door de
fVet Corndia van valsheyd geftraft
wordt,
L. i. L. 16, L. 23. L. 28. tt. ad L. Cornel. de falf. L. n.
L.
23. C. eod. tit. §.7. Inß. de publ. judic. waarin men de gefchree-
ven zaak dan zegt gefchonden te zyn, zo die tegen de waarheyd zy op-
gefteld, of, zo iemand ganfch anders gefchreeven en getekend heb-
be, dan de waarheyd vordert, met dat gevolg, dat iemand uyt hoof-
de van dusdaanige valsheyd nadeel lyde Want valsheyd wordt nooit
geftraft, dan, zo het één oft ander nadeel, fchaade, onrecht of eens an-
ders oneer, daaruyt voorfpruyte.

XLIV. Wie derhalve eenige valsheyd aan fchriften en befcheyden
op eenige der voorzegde wyzen tot eens anders naadeel zal gepleegd
hebben, moet buyten allen twyffel met de ftraffe van valsheyd, wel-
ke is willekeurig, naamelijk die van gevangeniffe, banniffement, of
ook wel
van geeffelinge, naar de hoedaanigheyd des feyts en der toe-
gebragte en opgevolgde fchaade, beteugeld worden. Gevolgelyk zal
de Rechter naa voorgaande
overweeginge van de omftandigheden ei-
ker valsheyd, aan fchriftuiiren gepleegd, uyt het voorzegde de ééne
of de
andere ftraf met veyligheyd können opleggen.

XLV^ En worden aan deeze ftraffe van valsheyd gehouden niet
flechts de zulke, die valfche befcheyden fchrijvenen opftellen, fomwij-
len ook wel daaraan zegels hangende; maar ook de zodanige, die val-
fche zegels of andere tekenen maaken, fchoon een ander die gebruykte
om te bedriegen,
L. 30. w. ad L. CorneL de falf.

XLVI. Hiertoe moeten ook gebragt worden valsheyd pleegende be-
delaars , die in gefchrifte tegen de waarheyd voorgeeven het één of \'t
ander onvoorzien geval van brand, ziekte, bederf enz. om daardoor
openbaare aalmoeffen intezamelen, en de menfchen te bedriegen, en
ten deezen eynde een anders letteren en zegels te misbruyken; die
(naar de gedachten van voornaame Rechtsgeleerden) deswegens met
de ftraffe van geeffelinge en eeuwig banniffement moeten, beteugeld
worden.

XLVII. Ja, fchoon bedelaars geene letteren en zegels misbruyken,
indien, ze flechts ziekte, wonden of eenig aangeboren gebrek, voorgee-
ven , en onder diergelyke voorwendfels geld inzamelen, daar ze met ge-
zonde

-ocr page 63-

VAN VALSHEYD EN HAARE STRAFFE, gis

zonde ledemaaten begaatd zyn,is \'t onwraakbaar,dat ze aan de ftralfe
van geeffelinge worden gehouden: Deeze misdaad heeft toch eene beeld-
ten i^ van valsheyd, en is zeer gelyk aan diefftal.

XLVIII. Eyndelyk wordtten Vi e r d e n , misdaad van valsheyd
gepleegd door misbruyk, zo iemand deeze ofgééne zaak op eene arg- ^
iiftige wyze om een\' ander\' te bedriegen misbruyke. \'t Welk gefchiedt
in\'tmeeten, weegen en dry ven van Koopmanfchap. Want al wie
valsheyd pleegt met op eene boosaartige en bedriegelykewyzetemis-
bruyken valfche maaten, fchaalen, gewigten, evenaars, weegfchaalen
en andere vervalfchte ofbedurvenKoopmanfchap ,-en die als oprechte
te gebruyken en ten toon te ftellen, wordt aan de ftraffe van valsheyd
gehoudenen moet ^naar de Burgerlyke Wetten, met tweevoud of ban-
niilément geftraft worden,
L. 32. §. i. ad L. Cornel de falj. L. 6.

2. TT. de extrord, crim. L. 23. C. ad L. Cornel. de falf.

X L I X. Welke valsheyd in deeze vuylaartige eeuwe niet zeldzaam
-ocr page 64-

64-ocr page 65-

VAN WOOP.DLYKEN HOON EN OPSPRAAKE TOT HERR. 82S

SES EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

Van woordlyken hoon en opfpraake tot herroc-

pinge.

INHOUD.

dig zy? 15\' 11\' 18.

19. Wat f zo de beklaagde voortvlugtig
en af weezen de zy?
20.Zt.

22 Wat flraf den hooner moet worden
opgelegd?
23. 24. 25. 26

27. Of het den Rechter geoorlofd zy ^
den beklaagden om dezwaarheyd des hoons
de doodßraf opteleggen?
28.

29 Of opfpraak van hoon tot herroe-^
pinge zy lyfliraffelyky dan burgerlyk?
30.
31. 32. 33. 34 35.. 36.

37. Of de herroeping met eerloosheyd

tekene? 38- 39-

40. Of en wanneer in deeze Landen de
over hoon ver weezen eerloos worde?
4I.
42. 43. 44 45. 46. 47. 48. 49. 50.
51. 52. 53- f4-
55\' 56.

I. Hoon is eene gruimiaame mis-
daad.

Op noat wyzen de hoon gepleegd
vjorde ?

^ fVat eygentlyk woordlyke hoon ge-
noemd worde?

4 Straf van woordlyken hoon. 5.

6. Op wat wyze y naar heaensdaags
gehruyk^ tvoordlyke hoon geßraft wor-
de?
7.

8 De herroeping des hoons betreft de
aangelegenheyd der beleedigde partye.
9.
10.
II.

12 Op wat wyze de herroeping gedaan
worde? 13.

14. Op wat wyze te handelen zy tegen
den halfierrigen beklaagden, die
weygert
herroeping te doen^ indten hy tegenixoor-

I. 1\\ /ret diefftal en valsheyd, voor zo veel de zwaarKeyd der mis-
J. daad betreft,zoude ook konnen famen wandelen de misdaad
van HOON , fchynende even zwaar te zyn, en zo veel zwaarer, als
\'t verlies van eere en achtinge, welke niet flechts boven \'t goed, maar
ook boven \'t leeven en de gezondheyd, gefchat wordt, aan eerlyke
mannen ondraagelyk voorkomt. Deeze met hoonende woorden ge-
fchonden zynde, zou het gewiflelyk aan iemand tot oneere verftrekken,
den hoon, op wat wyze die ook zy aangebragt, ongewrooken te laa-
^^^{j^rJ^- i 3--ocr page 66-

8J8 SES EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK.

de daad, dan wel met woorden: waarom alle hoon is of woordlyk, of
daadelyk. Want de by gefchrifte toegebragte hoon is ook zeker woord-
lyke hoon, gelyk
laeger zal worden aangetoond.

I n. Woordlyke hoon wordt genoemd, zo lafterlyke woorden tegen
iemand worden uytgefproken. Neem eens, zo iemand een\' ander^
voor doodflager, ftraatfchender, ketter, hooren-draager, achterklapper,
dief, guyt, pleeger van valsheyd, Jood, of woekeraar, verraader,
eerloozen, onechteling of baftard hebbe uytgemaakt, of eenig ander
woord, waardoor zyne achting en goede naam verminderd wordt, met
drifte en voorneeminge om te hoonen voorgeworpen, \'^t Welk ook
doorgaans fchelden genoemd wordt,X. 15. §. 4, è
feqq. -ïï.de injur,
L. 5. L-ocr page 67-

VAN WOOP.DLYKEN HOON EN OPSPRAAKE TOT HERR. 82S

VIII.-ocr page 68-

820J8 SES EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK.

vraagt, niet ftilzwygende den aangebragten hoon herfoepe, dan wel
zulk een, die de herroeping met uytgedrukte woorden naakomt, want,
terwylhy de verklaaring of afbidding doet, belydthy eygentlyk daar-
door, onrechtvaerdiglyk gehandeld en leugen gefproken te hebben,
die hy wel wenfchte van zich niet te zyn uytgegaan, wordt echter
naar de gedachte van \'t gemeen, de herroeping voor zwaarere ftralfe
gehouden, dan wel de bloote afbidding, als welke niet is naam- quet-
fende, en den naame des beklaagden geenfms benaadeelt, hoezeer ik
ook niet zou konnen denken, dat de herroeping altyd en in alle geval-
len zonder onderfcheyd den beklaagden eerloos maakt, gelyk
laeger
ftaat te v/orden aangetoond.

XIII.-ocr page 69-

VAN WOOP.DLYKEN HOON EN OPSPRAAKE TOT HERR. 82S

XVI.-ocr page 70-

8-22 S-ocr page 71-

VAN WOOP.DLYKEN HOON EN OPSPRAAKE TOT HERR. 82S

XXV.-ocr page 72-

824 SES EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

XXXI.-ocr page 73-

VAN WOOP.DLYKEN HOON EN OPSPRAAKE TOT HERR. 82S

felyk. Want deeze redenkaveling heeft dan eerft kracht, zo bey de
ftraffen, zo wel de burgerlyke als de lyfftraffelyke, tot wraakneemin-
ge gericht zyn. Het wierdt toch
boven aangetoond, dat de herroeping
geenlïns tot wraakneeminge gericht is, maar enkelyk op de byzondere
aangelegenheyd betrekking heeft.

XXXVL Bovendien, fchoon anderfms de burgerlyke opfpraak met
de lyfftraffelyke opfpraake geeniins t\'zamengevoegd en opgeftapeld,
noch de beklaagde tot vergoedinge van fchaade mooge verweezen wor-
den in dat geval, indien hy met lyfftraffe wierde beteugeld, is ech-
ter zulks in opfpraake van hoon wat byzonders, en voornaamelyk ter
gunfte des gehoonden ingevoerd, dat naamelyk de herroeping ftand
grype, \'t zy burgerlyker - wyze tot banniffement, ftraffe van gevange-
nifle of geldboete , of wel lyfftraffelyker-wyze ter opiegginge van lyf-
ftraffe , gerecht worde, en met die bey de m^ooge t\'zamenloopen, en
wel daarom, dat diergelyke herroeping van hoon uyt byzondere
gunfte voor den gehoonden, om de herftellinge des goeden naams
en van de achtinge, ten naadeele des hooners is ingevoerd en aan-
genomen. \'t Gene toch uyt byzondere gunfte is ingevoerd, moet
met datgene, \'t welk in \'t befchreeven Recht bevolen wierdt, niet door-
een gemengd worden. AU\'\'twelk (myns oordeels) in aUe plaatfen zal
moeten aangaan, dies de herroeping met de lyfftraffelyke opfpraa-
ke, waarmede tot willekeurige ftraffe gerecht wordt, moet worden
opgeftapeld, wat ook andere voor het
tegendeel zouden moogen
by
brengen.

XXXVIL Verders fchynt daaruyt, dat ik gezegd heb, dat de Op-
fpraak tot herroepinge, als zodaanige aangemerkt, geenfms is lyfftraf-
felyk, te volgen, dat de hooner ter zaake van de herroepinge, als zo-
daanige aangemerkt, met geene eerloosheyd getekend wordt; Trou-
wens, deeze ziet flechts op de byzondere aangelegenheyd, en geen-
fins op de wraakneeminge,\'t welk zo veel te waarachtiger voorkomt,
als het meer zeker is, dat de herroeping, by \'t Burgerlyk Recht on-
bekend, door\'t gebruyk wierdt ingevoerd. Hoezeer ik niet ontkenne,
dat de ver weezen door de opfpraake des hoons, waarmede de beklaagde
tot Herroepinge en willekeurige ftraffe te gelvk is aangefproken, met

eerloosheyd getekend wordt.

Mmmmm-ocr page 74-

826 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

XXXVIII.-ocr page 75-

V AN WOORDLYKEN HOON EN OPSPRAAKE TOT HERR, m

XLL Doch deeze gedachten fteunt op valfchen grond. Want ik
ontken, dat de
ftraf van hoon door de gezegde Landwet verzwaard is,
en, hoe zal men\'t zelve toch bewyzen? Trouwens, de gezegde Land-
wet wil hen, die over hoon beklaagd worden, met willekeurige ftraffe
hebben aangedaan, aan welke willekeurige.ftraffe ook eygentlyk de
hocJner naar \'t gemeen Recht gehouden wordt, gelyk zulks uyt de
L,
uit. L.
40. L. 43. Te. de, injur. kennelyk is.

XLIL En, fchoon in de gezegde Landwet aan de willekeurige ftraffe
die van herroepinge zy toegevoegd, welke op \'t Burgerlyk Recht niet
gegrond is, wordt echter daarom geene nieuwheyd ingevoerd, om-
dat zelfs naar \'t gemeen Recht deezer Landen, en van de algemeene
gewoonte, doorgaans den hooner de herroeping wordt toegeweezen,
en mitsdien is die in de gezegde Landwet niet op nieuws ingevoerd,
maar liever bekrachtigd. Ja kan ook de herroeping eygentlyk geene
ftraf genoemd woorden, als welke ziet op de herftellinge des goeden
naams, en dus op de aangelegenheyd der partye, in weêrwille van de
eygentlyke hoedaanigheyd der ftraffen, welke meeft tot wraakneemin-
ge gericht zyn.

XLIIL Van betere gedachten zyn dan die Rechtsgeleerden, welke
het daarvoor houden, dat ten deezen opzigte door de gezegde Land-
wet niet nieuws ingevoerd, noch verandering gemaakt is, en mitsdien,
dat de over hoon verweezen beklaagden in deeze Landen zo wel als el-
ders
met eerloosheyd geteekend worden , volgens \'t gene boven uyt het
Burgerlyk
gemeen Recht is bygebragt, en gewiffelyk nergens by eenige
Landwet veranderd wierdt. Waarom zou het dan niet moeten ftand
grypen?
arg. (d) L. 6.5r. de condidl. cauf. dat.

XLIV,

(d) InSen een vreemde voor zekere vrouwe huuwelyh-goed gegeeven, en ledongen
hadde, dat, op wat wyze ook V huuwehk gefch^yden wierde, het huuwelyh-goed hem
zou weêrgegeeven worden, en huuwelyk ook niet waare opgevolgd, zal men ter
oh-ocr page 76-

828 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

XLÏV. \'t Welk nogtans uytzondering lydt, Eerßelyk, in ligten en
maatigen hoon; neem eens, zo iemand een\' ander\' voor boeiich, onge-
leerd , qualyk gemaakt enz. uytgemaakt hebbe. De Schout laat zich
toch aan geen kleyntje gelegen leggen, en onderneemt ook geene naam-
quetfende opfpraak om eene geringe zaake, L. 4.57-.
de in integr. reßit,
L.
9. §. uit. L. 4. TT. de dolo malo. En, zo de ftralfen naar de mis-
daad moeten worden afgemeeten, volgens de L. 11. §. 12.
adL. Jul,
de adulter. L. 4. de incend. ruin. naujr. L.
ló. tt. de p(En. zou
gewiflèlyk de beklaagde voor ligten hoon met de ftralfe van eerloosheyd
niet moeten worden aangedaan; omdat dezelve zeer zwaar is, en met
de
doodftraffe vergeleeken wordt, arg. (e) L. 8. §. pen. tt. quod met.
cauf.
(f) L. 9. \'ïï. de manutnijf. mndidt. (g) L. 38. §. fin. tt. ad L,
Jul. de adulter.

XLV. En dit is\'t eygentlyk, dat in deL. 17.§. tt. de injur. de
ligtehoon , door vrye menfchen toegebragt, niet veel fchynt geacht te
worden. En, dat hy, die over ligten hoon verweezen is, in den rang
der Tien-mannen zyn kan, de fluytreden van, den tegenftrydigen zin
genomen zynde uyt de
L. 40. tt. de injur. Doch hy, die met de vlek-
ke van eerloosheyd getekend is, kan \'t Ampt van Tien-man geenfms
bekleeden,
L. 5. L. 6. §. 3. -tt. de decurion. L. 8. C. eod. tit. Hierop
ziet ook, dat niemand voor eene geringe zaake tot opfpraake van arg-
lift gerechtigd is; en dat wel om geene andere reden, dan, omdat de
opfpraak over arglift is naamquetfende, en eerloosheyd oplegt, C. i.
§. 4.
it.de dolo mah. Dit blykt toch ten allerklaarften uyt C,.cum.te^
23. extr. de f entent. -ocr page 77-

VAN WOOP.DLYKEN HOON EN OPSPRAAKE TOT HERR. 82S

gebragten hoon veel eer voor ligten, dan wel voor zwaaren hoon,
houden zaL Dit \'sechter zeker, dat alle hoon, voor wien de Recii-
ter den beklaagden geene herroeping, maar wel afbidding of verklaa-
ring
oplegt, voor ligten hoon te houden is: En moet ook niet in zwaa-
ren hoon zo hgt de herroeping worden quytgefcholden ^ en mitsdien
wordt ook de beklaagde, die ter afbiddinge des hoons verweezen is,
geeniins met de vlekke van eerloosheyd getekend: \'t welk de zeker-
heyd zelve, en dopr \'t gebruyk meer dan genoeg geftaafd is.

XL VIL Ten anderen, zo de Rechter uytdrukkelykinzpgewys-
de den beklaagden zyne eer bewaard hebbe. Want (h) zeker Rechtsge-
leerde is van die gedachte, dat de Rechter zulks uyt deeze of gééne
rechtmaatige oorzaake doen kan. Dewyl hy toch ftilzwygende in ftaat
is, voor des beklaagdens goeden naam door \'t opleggen van zwaarere
ftraffe zorg te draagen, L. 13. §.
1. ir. de bis, qui not. infam, meent
hy, dat\'er geene reden zich opdoet, waarom hy zulks nietuytdruk-
kelyk zou doen können, vooral, zo \'t op die wyze door de gewoonte
of ftyle van Rechtspleeginge, welke in plaatfe eener Wet moet gehouden
worden, zy aangenomen, L. 2. C,
quemadm. teftam. aper. L. 3. C.
de bon. vacant. Ja zyn zelfs andere Rechtsgeleerden van gedachten,
dat zulks wel en te recht niets ftechts naar -ocr page 78-

830 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

bevels voor geenen eerloozen gehouden worde, hy echter naar het
denkbeeld der menfchen de eerloosheyd der daad niet ontduyken kan,
L. 2. TT. de obfeq.parem. -ocr page 79-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -831

wordt. Want op die wyze bevrydt zich de beklaagde van de verwy-
zinge tot herroepinge, en kan buyten deeze verklaaringe of af biddinge
met geene meerdere ftraffe worden aangedaan. Want, de herroeping
ophoudende, wordt de beklaagde ter zaake van de bl-oote af biddinge of
verklaaringe nooit eerloos, gelyk reeds gezegd is.

L V. Bovendien wordt de beklaagde met geene vlekke van eerloos ^
heyd getekend, indien hy in\'t gerechte niet verfchyne ,maar uyt hoof-
de van halfterrigheyd verweezen,. en als overtuygd gehouden zy.

L VI. \'t Welk niet flechts in opfpraake van hoon, maar ook in an-
dere misdaaden, dus ftand grypt, dies naamelyk de beklaagde, uyt
hoofde van halfterrigheyd verweezen,. aan de ftraffe van eerloosheyd
niet onderhevig worde, fchoon anderfms de misdaad zy de zodaani-
ge, dat ze den goeden naam van hem, die beleeden heeft of overtuygd
is, bevlekke.

ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK
Van opfpraake des Hoons tot waerdeeringe.
I N H O U D.

I.-ocr page 80-

832 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

27. TVanneer en in wat gevallen zulks
uytzondering lyde?
28.

29- Tot hoeverre het onderzoek de op-
fpraake van hoon voorkome?

30 Tot hoeverre in zaaken van hoon
een gemagiigde worde toegelaaten?
31. 32.

33- Of de van V vlugten verdachte be-
klaagde in de zaake van hoon borg te ftel-
len gehouden zy^
34. 35.

36.-ocr page 81-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -833

toch genoeg, zo de aanlegger zonder eenige betrekking te maaken
voorgeeve, zodaanigen hoon geleeden te hebben , dien hy op zo veel
gelds waerdeert., en eyfcht, dat de beklaagde in die hoeveelheyd ver-
weezen worde. Ja, fchoon de gehoonde de waerdeering tot winfte
betrekkelyk maake, voorgeevende , dat hyzo veel niet zou willen ge-
nieten, en dusdaanigen hoon ondergaan, zal echter de eyfch, naar de
meer aanneemelyke gedachte beftaan konnen,

V.-ocr page 82-

834-ocr page 83-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -83

wyzlng tot zo veel, als by den aanlegger begroot en gewaerdeerdis,
zonder tot meer of min te komen.

XIII.-ocr page 84-

84-ocr page 85-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -837

met omzigtigheyd\' daarop letten,-dat zyn eyfch behoorlyk ingefteld,
en \'t geding, naar
de Wetten toegericht worde. Waarin onderzocht
wordt,
Eerteeyk: Of äe aanlegger vermoogens , de herroeping
met de waerdeeringe des hoons te gelykopteftapelen ,en diehtyde in Sy-
rien eyfch te vervloeken}-
welk men eenvoudiglyk moet ontkennen,
\'t zy tot lyfftraffe gerecht worde, dan niet ? En fchoon al eens de ftraf
van geeflelinge inden eyfch wierde uytgedrukt, is \'t echter onwraak-
baar, dat die opfpraak niet beftaan kan , omdat hedensdaags niemand
tot lyfftraffe en vergoedinge van fchaade te gelyk kan verweezen wor-
den.

XX. Doch,zo geene lyfftraf worde uytgedrukt,zal niet te min de
eyfch ondeugdzaam zyn, dewyl de aanlegger onmoogelyk tweemaal
ey flehen kan: want bey de die eyflchen, naamelyk van herroepinge en
van waerdeeringe, zyn tot één en \'t zelfde gericht, naamelyk tot her-
ftellinge des goeden naams, en tot vergoedinge der toegebragte fchaa-
de ; en mitsdien zal de ééne door den anderen verzwelgd worden.

XXL Ten A der e n- : wordt getwyffeld, Of tyd en plaats, waar
en wanneer de booning gefchied is .behoor e teworden uytgedrukt ^
Gq-
wiflelyk niemand kan van andere gedachte zyn, oft jaar en de maand,
ook de plaats, moet worden aangeduyd; in zo verre, dat, zo dit al-
les worde overgeflagen, die eyfch ondeugdzaam is, hoezeer ook de
party dit gebrek niet voorwierpe, moetende echter dit eygentlyk tot
zulk geval alleen bepaald worden, waarin
lyfftraffelyker-wyze tegen
den beklaagden gerecht wordt.

XXIL Maar met betrekkinge tot den dag , is men \'t niet eeïis , of
Gok die in den eyfch behoore te worden uytgedrukt, en, of de verzwy-
ging van dien den eyfch over hoon ondeugdzaam
maake? Dit wordt
doorgaans by de Rechtsgeleerden ontkenddie \'t meenen voldoende
te zyn, zo jaar en maand zy uytgedrukt.

XXIiï. \'t Welk ze nogtans bepaalen, indien zulks eygentlyk door
de beklaagde partye geëyfcht zy: Want dan moet de dag en de lyf-
ftraffelyke opfpraak van hoon worden uytgedrukt, met dat oogmerk
opdat de beklaagde zou konnen bewyzen, dat hy op dien dag elders
geweeft
IS; Want de verzwyging des dags zou den beklaagden zyne

^r ^ ^^ Derden: wordt onderzocht: Indien, eenig geding
tuffctm dec%m en tujfchengéénen aangevangen zynde, de één act^ ^^^

Nnnnn 3.-ocr page 86-

838 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

anderen door \'t voorwerpen van dit of dat verzet in de voornaame
zaake hoon toebrenge, en de gehoonde over hoon betuyge, en ey ffche.,
dat hem recht en gerechtigheid gefchiede, of in één en\'t zelf de geding
dit puntßip des toegebragten hoons met de voornaame zaake beßiß, en
de opfpraak van hoon behoore op het tapyt gebragt te worden, hoezeer
ook de voornaame zaak baar beflag nog niet erlangd hebbe\'?

XXV.-ocr page 87-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -839

Ja, zo in eenige zaake, o.ver deeze of gééne openbaare misdaad burger-
lyker-wyze ondernomen, tegen den aanlegger eenig verzet worde voor-
geworpen , en de verzetter eyiTche, dat de Rechter ampts-halve tegen
den van eene zwaare misdaad befchuldigden aanlever onderzoeking in-
richte, is \'t kennelyk, dat de Rechter met betrekking tot de Burgerlyke
Rechtszaake behoort ftil te zitten, totdat de lyfftrafFelyke Rechts-zaak,
als zynde een onderzoek van grooter nadeel, ten eynde gebragt worde.

XXX.-ocr page 88-

840 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

de ftraf van hoon eene buytengewoone en willekeurige ftraf is, welke
tot geeifelinge en zelfs tot\'den dood (gelyk fommige willen, wierge^
dachte echter
boven ter toetfe gebragt is) indien de zwaar- en gruuw-
zaamheyd der misdaad zulks vereyfchte, kan worden uytgeftrekt, d.
§. 10.
infl, de Injur. Het is toch kennelyk, dat in hoofdftraffelyke
zaaken, waarin zwaarer ftraf dan die van banniffement, moet worden
opgelegd, gemagtigden en voorftanders nooit worden toegelaaten. Volgt
dan, dat de beklaagde, door opfpraake van hoon tot herroepinge en
willekeurige ftraffe aangefproken, zich door geenen gemagtigden ver-
deedigen kan.

XXXÏII. Ten V y ,f d e n : \'t Gebeurt fomwylen, dat de beklaagde
door opfpraake van hoon aangefproken^ eer hy verweezen zy, voor-
vlugtig wordt, en dus noch ftraf lydt, noch den aanlegger voldoening
geeft, met herroeping te doen: Gevolgelyk wordt onderzocht,indien
hy geene onroerende goederen bezitte, en zyne vlugt gevreesd wor-
de,
Of hy geene zekerheyd te geeven en borg te ßellen genoodz-ocr page 89-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -841

Rechtsgebruyk zulks aan de hand geeft. Doch, dewyl om zwaaren
hoon niet zelden
lyfftraffelyker-wyze tot herroepinge en lyfftraffe ge-
recht wordt, is \'er zekerlyk niets, \'t welk zou können verhinderen,
waarom ook in dat geval van den beklaagden geene zekerftelling be-
hoore gevorderd te worden.

XXXVI.-ocr page 90-

842 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

L. in. C. ds\'

zon, welke aan den middag fchynt, vereyfeht worden,
probat.

XL IL En komt in geen bedenken, dat opfpraaktot herroq)inge
en willekeurige ftraffe gericht, riiet altyd lyfftraffelykis; Trouwens,
zulke zaaken worden eerft lyfftraffelyk genoemd, welke ter aandoenin-
ge van lyfftraffe gericht zyn, hoedaanige zeer zelden den hooner wordt
opgelegd, gelyk dat onwraakbaar is:Het is toch genoeg,dat tot wil-
lekeurige ftraffe gerecht worde. Want, fchoon doorgaans wel meeft
voor hoon eene ligter ftraf worde beftooten, neem eens,die van geld-
boete, gevangeniffe of banniffement voor eenen tyd, echter, dewyl
men ook tot zwaarere ftraffe kan overgaan, om de gepaftheyd en on-
zekere uytkomfte , kan niet te min de zaak van hoon onder de hoofd-
ftraffelyke zaaken, voor zo veel de aanbieding des Eeds aangaat, be-
greepen zyn.

XL III. Ja, fchoon de aanlegger in zynen eyfch ftechts eene geld-
boete of ftraf van gevangeniffe uytdrukke,.of enkelyk herroeping eys-
fche, en dus.de ondernomen opfpraak, met betrekkinge tot deo ge-
hoonden ,
niet lyfftraffelyk, maar burgerlyk zy, als zynde naam - ver-
volgende , L. I. ÓP tot. tit. de injur. is \'t echter zeker, dat ze ten op-
zigte van hem, die den hoon pleegt, aan de lyfftraffelyke opfpraaken.
meeft naby komt, en den hooner eene vlek van eerloosheyd aanwryft,
en tot wraakneeminge gericht is,dies het van de konfte der billyk-en
rechtmaatigheyd minft afwyke, wanneer men zegt, dat in opfpraake
van hoon, tot herroepinge ondernomen, hoezeer die burgerlyk zy, ech-
ter de aanbieding des Eeds zo wel als in lyfftraffelyke zaaken geenen
ftand grypt.

XLIV. En dit\'s alzo gelegen in gerechtlyke Eedzweeringe, welke
de aanlegger den beklaagden, en de beklaagde den aanlegger, door-
gaans aanbiedt: Want uyt de gelykheid der reden wordt ook.geenfms-
de beklaagde, die over het door hem voorgeworpen verzet in de lyf-
ftraffelyke zaake van hoonden aanklaager het doen vaniEedzweeringe;
aanbiedt, toegelaaten.

XLV. Doch, wat den Eed van zuyveringe aangaat, is \'t onwraak-
baar\', dat die
den over hoon beklaagden, \'t zy burgerlyk- of lyfftraffe--
lyker-wyze aange%roken, door den Rechter kan wordeu aangebooden
als welken doorgaans
in lyfftraffelyke zaaken de Rechter Ampts-halve
den beklaagden aanbiedt,
arg. C. ex tuarum. 8. C. uk. extr., de purgati.

XLVI:

-ocr page 91-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -843

XLVL Waarin tot aantemerken, dat de Eed van zuy veringe den
beklaagden nooit behoort te worden opgelegd, dan, zo deeze en géé-
ne
onderftellingen, vermoedens-blyken en aanneemelyke giffingen, voor-
afgaan, tat Eedzweeringe voldoende, en tegen den beklaagden pley-

tende;: \'t welk ook met het gemeen Recht overeenkomt, L. uit. §. 4.
C.
de bis., qui -ad ecdef. confug. auth. novo jure. C.de peen. Jtidic. qui
male judic. Nov.
124. cap. 2. L. 26. §. uit. C. de ujur. L. uit. §. 10.
C de jur. delib. d. C. ex tuarum. C. uit. extr. de purgat. Gevolge-
lyk, deeze en gééne onderftellingen en vermoedens-blyken t\'zamen-
loopende, is \'t onwraakbaar, dat in zulk geval de Eed van zuy ve-
ringe den beklaagden behoort te worden opgelegd.

XLVII. Ten Zevenden: Doch wat, de beklaagden, door
opfpraake nm hoon aangefproken^ en wettiglyk gedaagd zynde., niet
verfchyne, hoe %al in dat geval tegen hem moeten gerecht worden ?
Het is zeker, naar \'t Burgerlyk Recht, eene kennelyke zaak, dat, zo de
beklaagde doordrie bevelen, of door een enkel zaak- eyndigend bevel,
gedaagd zynde weygerig bly ve door zich zeiven of door eenen gemag-
tigdentekomenen verweering te doen, of, indien hy zich quaadaar-
tiglyk verfchuyle, of op eene andere wyze verhindere, dat de dag-
vaarding tot hem niet kome, de ftelling in \'t bezit zyner goederen uyt
krachte van \'t eerftebefluyt ftand grypt
, C. quoniamfrequenter, extr. ut
Ut. non contefl.
L. 1. L. z. L. 1. in pr. -ocr page 92-

§44 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

-ocr page 93-

VAN OPSPRAAKE DES HOONS TOT WAERDEERINGE. -93

LIL Ten Achtsten: Wordt getwyfFeld, Of de Recbier \'en Over-
heyd vermoogens %y, den hoon, hem of
baar Ampt s-halve als Rechter
en Overheyd
toegebragt, van flonden aan vlonder andere aanklagt e en
met voor by gang van den gerechtlyken weg te ivr eckenden den hooner te
flraf en
?\' Welk onderzoek Mlender-wyze by (k) zekeren Rechtsge-
leerden beflift wordt. En gewiffelyk, m datgene, \'t welk kennelyk en
onwraakbaar te zyn gehouden wordt, is\'t niet raadzaam kennis te nee-
men of vonnis te wyzen, maar wel uyttevoeren en te ftraffen, C
de
manlfefla. C. manifefla.
2. qu^efl. i. C. evidentia. de accujat. Waar
gezegd wordt, dat in eene kennelyke en onwraakbaare misdaad alle
plegtigheyd des gemeenen Rechts ontbonden te zyn verftaan wordt,
vooral, indien \'t kennelyke zodaanig zy, dat niet mooge getwyffeld
worden.

LIII. En komt hiertegen in geen bedenken, dat niemand in zyne
eygene zaake behoore te oordeelen,
L. tin. C. ne quis in fud caufa.
Want, zo den Rechter, als Rechter, hoon worde toegebragt, en die
kennelyk en onwraakbaar zy., dan wordt de Rechter, dien hoon ftraf-
fende, gezegd niet in zyne eygene zaake, maar in die van een\' ander\',
te werk te gaan, en den beklaagden te verwyzen.

LIV. \'t Welk nogtans by den aangehaalden Rechtsgeleerden bepaald
wordt tot deeze ofgéénebuytengewoone ftraffe naar de hoedaanigheyd
van plaatfe, perfoon enz.
L. 4. §. i. tt. de incend. ruin. naufr.L.fin.

de injur. Doch geenfms, zo de ftraf mofte opgelegd worden met
betrekkinge tot zyne eygene aangelegenheyd , wanneer de hoon
geleeden
hebbende Rechter zo tot byzondere wraakneeminge, als tot herroepinge
en waerdeeringe dis hoons, rechten wilde, in welk geval hy geenfms
Rechter in zyne eygene zaake zou konnen weezen.

LV. Gevolgelyk, opdat de Rechter van ftonden aan, zonder aan-
klagte en met voorbygang des wegs van rechten, den hooner zou
konnen ftraffen, worden \'er (mar de gedachte des voornoemden
Rechtsgeleerden) drie zaaken gevorderd, i. Dat de hoon aan den
Rechter Ampts-halve zy toegebragt.
2. Dat de hoon kennelyk en on-
wraakbaar zy, en geene verder bewyzing vordere.
3. Dat de be-
klaagde enkelyk tot willekeurige ftraffe verweezen worde, en geenfms
tot herroepinge en waerdeeringe des hoons. Waarvan het één oft an-

Goooo 3-ocr page 94-

84€. .ZEVEN E.N TACHTIGSTE HOOFDSTUK. .

ander ontbreekende, zal de Rechter geenen rechtsdwang konnen oef-
fenen, maar tot hoogeren Rechter moeten toeviugt genomen worden^
opdat die als een bevoegd Rechter kennis neemen.
L.un. C. mquisin
fuä caufd,

EVI. Ten Negenden: Eyndelyk wordt ook hieraan getwyf-
feld ,
Of de gehoonde,, den hem toegebragten hoon niet willende wree-
ken, zynen goeden naam in gevaar fleUen, en zyne achting deswe-
gens benaadeeld worde\'?

L VIL Aanleyding om te twyffelen wordt hierdoor gegeeven, dat
de gehoonde, tot herroepinge of waerdeeringe des hoons rechtende,
vooral daarop fchynt toeteleggen, dat de hem ontdraagen eerbied,
die op geenen prys te waerdeeren is, herfteld worde: Gevolgelyk^ de
opfpraak des hoons achterwege gelaaten^ £n geene
hLerftelling der eere
gedaan zynde, is \'er naauwlyks eenige twyffel over, of de eer en ach-
ting des gehoonden blyft gefchonden en bevlekt.

LVIII. Echter is het tegendeel meer aanneemelyk, dat de gehoon-
de door \'t rechten op geenerhande wyzen zynen goeden naame en ach-
tinge benaadeele, als wien\'t vryftaat, den hem aangedaanen hoon te
wreeken, of wel den hooner
vergiffenis te fchenken. Hy is toch buy-
ten alle gevaar,
welken weg hy ook hebbe ingeilagen. Want, ge-
lyk de achting desgenen, die door hem, welke geenen den minften lof
waerdig is, gepreezen wordt, weynig of liever in \'t geheel niets aan-
groeyt, zo wordt ook door hoonende woorden, van den éénen of den
anderen loskop teegen eenen braaven en eerlyken man voortgebragt,
van zyne
eere en achtinge niets verminderd noch afgetrokken.

LIX. En komt hiertegen in geen bedenken, dat de gehoonde, die
tot herroepinge recht, herftelling zyner
eere eyifche, waaruytte vol-
gen fchynt, dat hy met hoon bevlekt wierdt. Trouwens, deeze op-
fpraak is meer gericht tot verklaaringe des ongefchonden goeden
naams, danv/eltot herftellinge der beleedigde achtinge,
naamelyk,op-
dat de beklaagde zich zeiven openbaarlyk
van leugen befchuldige, en
belyde,
dat hy all\' \'t gene by hem tot lafte des aanleggers gezegd,
is, voor valfch
houdt, en gevolgelyk , dat hy hem daarmede
gehoond heeft, en mitsdien, \'t zy de gehoonde rechte, of zwyge,
loopt zyn goede naam geen het allerminft gevaar: echter is het ze-
ker, dat hy, die den hoon wreekt, een openbaar blyk van zynen
ongefchonden en niet bevlekten goeden naam ontvangt, en daar-
door

-ocr page 95-

VAN DE GEVALLEN, WAARIN OPSPRAAK VAN HOON enz. 85^

door eygentlyk aan het gemeen te gemoet komt, \'t welk uyt een
quaad en. valfch begrip doorgaans denkt ^ dat iemands eer door hoon
gefchonden wordt.

ACHT EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

Yan de gevallen, waarin opfpraak van Hoon
ftand grypt.

i N HOU D.

I. Opfpraak van hoon heeft met altyd
en zonder onderfcheyd\' plaats.
2,.

3 - De Rechter kan tegen den hooner
onderzoekender-wyze te -merk gaan\', en
wanneer zulks uytzöndering: lyde?
4. 5.
6. 7.

8.-ocr page 96-

848. ACHT EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

I. /^P wat wyze in opfpraake van hoon, zo burgerlyker- als lyfïlraf-
felyker - wyze ondernomen, te handelen zy, en wat ftraf tegen
hen, die over hoon zyn aangeklaagd, behoore ftand te grypen, is op
eene voldoende
-ocr page 97-

VAN DE GEVALLEN, WAARIN OPSPRAAK VAN HOON enz. 85^

^krachte van de gewoonte des tegenwoordigen tyds ophoudt. Ja zou
men ook moogen zeggen , dat het onderzoek met het Burgerlyk Recht
niet zeer ftrydig is, dewyl hetzelve dn de plaatfe der aanklagte komt,
L. pen. fe. de publ judic, en dus de onderzochte buyten aanklagte
nooit verweezen wordt. Enis\'t mitsdien zeker , dat vaftgefteld zyn-
de, dat ten minften eene wettige aanzegging of betigting te
gelyk met
voldoende vermoedens-blyken moet voorafgaan, \'t geding van onr-
derzoek niet flechts naar \'t Geeftelyk, maar naar \'t Burgerlyk Recht,
wordt toegelaaten.

V.-ocr page 98-

B50 ACHT EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

IX.-ocr page 99-

VAN DE GEVALLEN, WAARIN OPSPRAAK VAN HOON enz.

I

den wordt, \'t Welk min onzeker is, zo aan deeze ofgééne gemeen-
fchap, maatfchappy e of Raads-vergaderinge, welke te meer tot herftel-
linge van haare eere en achtmge gehouden is, door den toegebragten
hoon
eene zwaarer oneer worde aangewreeven.

XV. Maar, wat te denken met betrekkinge tot Geeßljke perfoonen\'^
Dat deeze van de ftraffe der herroepinge bevryd zyn, fchryft (n) ze-
ker Rechtsgeleerde; doch zonder grond. Want nergens worden by d^
algemeeneW^et,naar welke de hooners tot herroepinge verpligt wor-
den , de Geeftlyke perfoonen van dezelve uytgeflooten te zyn bevon- -ocr page 100-

acht en taghtigste hoofdstuk

Want naa den aanvang der Rechtspleeginge is de zaak. niet-ocr page 101-

VAN DE GEVALLEN, WAARIN OPSPRAAK VAN HOON enz. 85^

ze. echter ten opzigte van den hooner en van den aangefproken be-
klaagden ftiraftelxk en naam-quetfende, en. mitsdien zal ze op zyne
erfgenaamen geenfins overgaan.

XXIV.-ocr page 102-

B54 ACHT EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

- XXVIII. Maar, wat van zulk eenen te denken, die voorgeeft,dat
hy eens anders echtgenoot«, eene maagd of weduwe, vleefchlyk be-
kend heeft, \'t welk gewilfelyk niet zelden gebeurt, dat lofFe men-
fchen zich dus beroemen, zynde het wel zeker, dat zulke deswegens
ftraf baar zyn: maar zou konnen in twyffel getrokken worden,
C^\' de
%odaamge ook zich zeiven aan opfpraake van boon onderhevig maake^

XXIX.-ocr page 103-

VAN DE GEVALLEN, WAARIN OPSPRAAK VAN HOON enz. 85^

herroeping uyt deeze of gééne rechtmaatige oorzaake in afbiddinge
te „veranderen. AU\' het welk door het dagelyks Rechtsgebruyk ge-
ftaafd wordt.

XXXIII.-ocr page 104-

§5(5 ACHT EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

den wordt. Welke afgelegd zynde, is hy doorgaans tegen de lafire-
rende vrouwe tot geene opfpraake van hoon gerechtigd, en moet ook
niet in dit geval aan de vrouwe herroeping worden opgelegd, en wel
daarom, dat de befchuldiging, zo niet ten vollen, ten minften door gis-
lingenen vermoedens-blyken, tot den Eed van zuyveringe voldoende,
half volkomen beweezen, en dus door de lafteraarelfe eenigermaate be-
waarheyd is, dies het geen wonder zy, dat de opfpraak van hoon te-
gen haar ophoude.

XXXVIIL Maar, deez Eed van zuyveringe door eenen gehuuw-
den afgelegd zynd, geheugt my meer dan ééns onderzocht te zyn.
Of
de vrouw.,
welke door V befchuldigen van hem het overfpel beleeden
heeft ^ en in die belydeniffe volflandig blyft, met de flraffe van
over-
fpel, naamelyk met die van îfelinge , moege beteugeld worden-ocr page 105-

^ VAJ^DE GEVALLEN, WAARIN OPSPRAAK VAN HOONecz. 857

XL. Echter indien uyt \'s mans verantwoordinge, en uyt andere by-
\'kans onwraakbaare vermoedens-blyken, ontdekt worde, dat hetoverfpel
geenfms gepleegd is, maar de betigtende vrouw op eene hardnekkige
en quaadaartige wyze in de belydenifle des overfpels volftandig bly-
ve,of die om eenige andere reden niet in te trekken genegen zy, komt
het my al aanneemelyk voor, dat de Rechter met quy tfcheldinge van
de ftraffe der geeffelinge baar eene ligter ftraf kan voorfchryven.

XLL Ten V y f d en : Dit richtfnoer wordt uytgebreyd in de zul-
\'ken, die den hoon, by hen van anderen gehoord, tegen iemand voort-
.brengen en uytftrooyen. \'k Weet zeer wel, dat het bedenkelyk is, of
ook zulk een door opfpraake van hoon tot herroepinge en willekeuri-
ge ftraffe mooge worden aangefproken, die den hoon voorgeeft van au-*
-deren gehoort te hebben, en zynen naam aanwyft? !t welk (o) zeker
Rechtsgeleerde te ontkennen fehynt.

XLII. Maar is het tegendeel, naar de gedachte Tan andere Rechts-
geleerden, meer aanneemelyk., dat ook dengeenen,. die zynen man.
aanwyft, herroeping, en zulk eene ftraf, als op \'t hoonen gefteld is,
moet worden opgelegd; om den zin van de
L. un. C. de jamof
ImlL waaruyt blykt., dat zo wel de fchryver als de verfpreyder des
hoons aan gelyke ftraffe gehouden wordt. Want, fchoon de gezeg-
de
L. un. flechts fpreeke van naam-quetfende gefchriften, kan echter
bez waarlyk worden getwyffeld, of hetzelfde grypt ook ftand in ande-
ren woordlyken hoon: en dat wel om de gelykheyd
van reden, welke
één en \'t zelfde recht uytmaakt, L. 32. ad L.j^^qüil. als ook, om-
dat hy, die den hoon, welken hy van een\' ander\' gehoord heeft, voort-
brengt en uytbraakt, eens anders goeden naame en achtinge niet min
benaadeelt, dan de man zelve, die den hoon valfchelyk uy tgedacht, en
aan een\' ander\' geopenbaard heeft: dies het geen wonder zy, dat die
beyde tot herroepinge en dezelfde ftraffe v verweezen worden.

XLIIL Ten Sesden: Dit richtfnoer wordt uytgebreyd daarin,
dathy, die de waarheyd door verwytinge gezegd heeft, ook aan op-
fpraake van hoon is gehouden, ja zelfs tot herroepinge en willekeuri-
ge ftraffe moet verweezen v/orden, omdat (naar de gedachten van
voornaame Rechtsgeleerden) de waarheyd van \'t verwetene niet ver-
fchoont.-ocr page 106-

acht en tachtigste hoofdstuk

XLIV. Gevolgelyk, fchoon de hooner genegen zy, het verwetene
te bewyzen, wordt hy echter niet gehoord. In opfpraake van hoon
wordt toch niet zo zeer de waarheyd van\'t verwetene, als wel de
wil en begeerte om te hoonen, in acht genomen, L. 3. C.
de offic.
redtor. provinc. L.
6. C. de poftul En is \'t ook zeker, dat het
boos voorneemen des ontdekkers de zaak quaad maakt, en de misdaad
voltrokken
wordt, zo de wil om te benaadeelen tuifchenbeyden kome,
I. C. adL. Cornel. de ficar. En, wanneer in of buyten gekyf ver-
wyting gedaan wordt, fchynt die op eene hoonende wyze gefchied te
zyn, en zal ook de waarheyd derzelve geene verfchooning bybren-
gen
; omdat het voorneemen om te hoonen tegenwoordig is, en ftraf
verdient.

XL V. \'t Welk eygentlyk niet te min by de voorzegde Rechtsge-
leerden bepaald wordt, zo de nuttigheyd van \'t Gemeenebeft vorde-
re,. dat het verwetene geopenbaard zy, neem eens\', zo aan iemand
ftraatfehendery, roof, diefftal, melaatsheyd\'enz. wierde voorgewor-
pen; want in dat geval zal de verwyter, \'t verwetene bewyzeride,
geenfms gehouden zyn; opdat de misdaaden niet ongeftraft blyven^
L.» 51.
T. ad L. Aquil. en \'t verrot lid des menfchlyken lighaams-
worde afgefneeden,
C. hoe ipfum 33. qiicEft. 2. C. i. de conjug. Ie-
pros.

XLVI. Waarom in dit geval\'t bewys des hooners wordt toegelaa-
ten, indien flechts uyt andere omftandigheden van\'t voorneemen omte:
hooneu niet blyke; dies naamelyk de hooner dan eerft herroeping te
doen gehouden
worde,indienhyvalfchelykde verwyting gedaan heb-
be, \'t welk te weeten de nuttigheyd van \'t Gemeenebeft vordert,

XLVII. Waaruyt verder volgt, dat ook hy, die zynen evenmenfche
eenige misdaad voorgeworpen heeft, welke door den Vorft is quy tge-
fcholden , of waarvoor hy ftralFe heeft ondergaan, of welke hy door dé
pyniginge gezuyverd heeft,aan opfpraake van hoon gehouden wordt.
Want, zo de waarheyd
van\'t verwetene niet verfchoone, gelyk reeds
beweezen is, zal hy, die
aan een\' ander\' eene quy tgefcholden mis-
daad heeft
voorgeworpen, veel min voor opfpraake des hoons bevey-
iigd zyn.

XLVIII. Waartoe ook veel gedaan heeft, dat door\'s Vorften gunfte
en herftellinge alle vlek, uyt de misdaad voortvloeyende, uy tgewift
te gehouden wordt , L. ulu §. fin. C. de fent. paffi. -ocr page 107-

VAN DE GEVALLEN , WAARIN GEENÊ OPSPRAAIt ciiz. Só?

L. 2. C. de bon. vacant, \'t Is_ dan onmoogelyk, dat door t voot-
wèrpen eener
quytgefcholden misdaad geen hoon worde toegebragt.

negen en tachtigste hoofdstuk

Van de gevallen, waarin geene opfpraak van Hoon

ftand grypt.
N H O U

D.

ï. Men ts tot geene opfpraake van hoon-ocr page 108-

8.6q neg e n;en . t a c h ti\'g s t e^^h o gf d s tuk;

44- Opfpraak mn hoon .houdt op, wan-
neer .de gehoonde recht uyt de L, 5. C.
de tngen. manum.
45. 46.

47-ocr page 109-

VAN DE GEVALLEN , WAARIN GEENÊ OPSPRAAIt ciiz. Só?

■

al gehcord worden:en,zo hy dat aangetoond en zyne onfchuld be-
weezen hebbe, wordt hy zo wel van de herroepinge als van de ge-
woone ftralFe ontheven,
L. .5, C. de injur.

V. Ter bewyzinge deezes, dat naamelyk iemand geen opzet om te
hoonen gehad heeft, worden geene ftipte en volkomen bewyzen gevor-
derd , doch zyn gillingen en onderftellingen voldoende. Het is toch
zeker, dat de onderftellingen en omftandigheden van eenig feyt het op-
zet van een\' ieder\', en, of wat opzetlyk als anders gefchied zy, ver-
klaaren^X.
16. ir.. de poen. L. 5. C.^de inflit. -ocr page 110-

g52 NEGEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

Z,. ló. §. 3. TT. de pœn. En zal hy nooit op elks verzoek tot deeze
Eedzweeringe zo aanftonds plaats geeven,\'t en zy deeze of gééne
onderftelling ten voordeele des beklaagden tegenwoordig zy.

X.-ocr page 111-

VAN DE GEVALLEN , WAARIN GEENÊ OPSPRAAIt ciiz. Só?

doe, wanc naderliand wordt hy niet gehoord. 3. Dat de beklaagde
deeze verklaaring voor den Rechter in \'t by weezen des aanleggers af-
lesge.
Want anderfins moeten verklaaringen en afbiddingen, met de
hä
-roepinge niet veel verfchillende, in \'t Gerechte gedaan worden. Deé-
ze drie zaaken t\'zamenloopende, zoude ik denken, dat de verklaaring
van den door opfpraake van hoon aangefproken beklaagden
behoorde
te worden toegelaaten.

XIII.-ocr page 112-

.864 .NEGEN EN-TACHTXGSTE •HOOFÖST.ÜIC

neerainge gedaan te hebben gehouden wordt, L. 45. jt..ad L.. Aquil
Want, de beleediging nog duurende,en\'tgevaar boven \'t hoofd han-
gende, moet noodwendiglyk de weêromkaatfing m den eygentlyken
ftryd, ontmoetinge en \'t gevecht nog blaakende, gefchieden, zo an-
ders de verweering mooge wettig genoemd worden, gelyk de Reclits-
geleerden eenftemrniglyk over de (p) L,. i.. C
unde z^/. gedacht heb-
ben.

XVII.-ocr page 113-

VAN DE GEVALLEN , WAARIN GEENÊ OPSPRAAIt ciiz. Só?

dere woordlyke hoon by wyze van lafteringe toegebragt is, en mits-
dien ter
verdeediginge zyner eere zegt en fchryft, dat die verwyter,
hem deezen hoon toebrengende, als een dief of roover geloogenheeft.
Waarin ftaat aantemerken, dat de veyligfte weg van weêromkaatfinge
daarin gelegen is, zo hy, die met woordlyken hoon wordt aangedaan,
aan eenen ßeampt-fchryver en zekere getuygen, daartoe byzonderlyk
t\'zamengeroepen, \'t behoorlyk opgefteld en door hem eygenhandig on-
dertekend gefchrift van weéromkaatfmge overgeeve, en \'tzeke in het
openbaar door dieozelfden Beampt-fchry ver laate voorleezen, \'t welk
geleezen zynde, hy van hem vorderen moet, dat hy in \'t aanweezen
van getuygen den hooner dat gefchrift uyt zynen hoofde wettiglykaan-
kondige, deüHfs daarop gegeeven antwoord met alle omzigtigheyd
aantekene, en een openbaar befcheyd dit alles betreffende opftelle, eé.
den gehoonden ler bewaaringe overgeeve, däarby voegende een voor-
fchrift om \'t briefje of gefchriftje der weêromlaatiiiige behoor- en wettig-
lyk optefteilen, en den Béamptfchryver te behandigen.

XX.-ocr page 114-

g6\'6 NEGEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

ceffante. 6q. extr. de appel. C. cum infirmltas. 13. extr. de pœnit.
-ocr page 115-

VAN DE GEVALLEN , WAARIN GEENÊ OPSPRAAIt ciiz. Só?

XXV. \'t Welk nogtans (myns oordeels) tot zo verre waar is ^ zo
de wettiglyk gedaane weêromkaatfing en haare vereyfchtens, naamelyk
die des tyds en eener rechtmaatige beft:iiuringe, wel en ter deege zyn
waargenomen. Waaruyt dan ook verder moet worden opgedrongen,
dat de hooner van de opfpraake des hoons niet is ontheven, fchoon de
■gehoonde hem
eenen kinnebakflag toegebragt, en hem met iiagen af-
geweerd hebbe :Â¥/ant, omdat het niet geoorloofd is, woordlyken hoon
met
ilagen en wapenen afteweeren, wordt ook gewiüelyk deeze ver-
decdiging voor geene wettige weêromkaatfinge gehouden, noch daar-
door de hoon opgeheven, noch de fmaad gezuyverd, dies het geen
wonder zy, dat de opfpraak van hoon niet te min fi;and grype.

XXVL Verders fi:aat ook het volgende aantemerken, dat, fchoon de
opfpraak des hoons door weêromkaatfinge worde opgeheven,echter daar-
uyt de Overheyd geen het minft naadeel kan ontvangen, dat die Ampts-
halve den hooner niet zou moogen ftraffen, want weêromkaatfing be-
treft enkelyk \'t recht des partye, en herftelt als \'t waare de eer en ach-
ting derzelve, terwyl ondertuffchen den Rechter het vry vermoogen
om de misdaad zelve te beteugelen wordt overgelaaten.

XXVII.-ocr page 116-

868 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

fcheyden fey ten en een verdeeld oogmerk verkeeren. Gééne is tot tref^
finge en daadelyken hoon, doch deeze ter toebrenging van fmaad en
woordlyken hoon, gericht, en mitsdien wordt de woordlyke hoon veel
ligter met deeze dan met geene vergeleeke; omdat gelyke misdaaden
dän eerft door onderling vergelyk ontbonden worden, indien ze ten
aanzien van één en \'t zelfde feyt gepleegd zyn: Doch geenftns zo ze in
onderfcheyden fey ten verkeeren, in dat geval blyven beyde misdoeners
verbonden.

XXX. \'t Welk ook zo veel te meer zal moeten worden toegeftaan,.
als de Rechter daardoor te minder wordt benaadeeld. W^ant, fciioon
onderlinge hoon met betrekkinge tot de aangelegenheyd van partyen
wierden vergeleeken, naamelyk, dat geene dier beyde den hoon te her-
roepen gehouden wierde, zoude echter de wraakneeming der Overheyd
in haar geheel blyven, en beyde aan, dea Rechter tot ftraffe verbon-
den zyn.

XXXÏ. Doch, wat hiervan ook zyn mooge, de gemeene gedachte
der Rechtsgeleerden wordt hedensdaags onderhouden, en de onderlinge
hoon geenfms door vergelykinge ontbonden, maar konnen beyde, zoo
hooner als gehoonde, op zich zeiven rechten.

XXXIL. \'t Welk nogtans op tweederhande wyze merkelyke uytzon^
dering
lydt. i. Zo iemand den aanklaager van leugen befchuldige,
met op de hem voorgeworpen misdaad te zeggen, gy liegt l of op eene
andere wyze zyne onfchuld verdeedige. Want alsdan zal de opfpraak
des hoons van weerkanten ophoudenomdat het eene rechtmaatige en
wettige weêromkaatiiBg is , welke de fmaad zuyvert, gelyk boven mxi.
het 13e. onderdeel gezegd is. 2. Zotwee perfoonen den anderen over
en weer gefcholden hebben , en \'t niet blyke, wie van beyde de eerfte-
geweeftzy, die de hoonende woorden heeft uy tgefproken, in dat ge-
val ,, fchoon- ze aan eikanderen over en weer verfcheyden misdaadea
hadden voorgeworpen,, zal echter geen dier beydenaan opfpraake van
hoon gebonden worden, maar van weerskanten de. vergelyking ftand
grypen,.
L. 45.-ocr page 117-

VAN DE GEVALLEN , WAARIN GEENÊ OPSPRAAIt ciiz. Só?

zelfs door geene herftellinge in \'t geheel weer leevendig mooge ge-
maakt worden.-ocr page 118-

870 ZEVEN EN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

\'t BurgerÏykRecht door plaatfelyke verjaariiige niet moet gehouden wei-
den uytgebreyd of verlengd, maar veel eer beperkt te zyn.,
arg, (r)
L. 3, (s) L. 4. C de prœjcript. 30. vel 40. ann.

XX\'XÏX. Doch wordt onderzocht, Of dit jaar profytlyk %y, en
niet dan van den tyd der weetenjchap beginne te loopen?
\'t Welk
fchoon
konnende in twyffel getrokken worden, ik echter niet fchroom
met de eenpaarige gedachten der Rechtsgeleerden flellender - wyze te be-
veftigen. En brengt ook de gemeene fteUing mede, dat in verjaaringe
van een jaar de tyd nooit loopt ten naadeele des onkundigen.

XL. Ook is wel nu en dan het volgende onderzocht geworden: Ze-
ker perfoon, door hoon getergd, had tegen den hooner opfpraak van
hcnon ingefteld, en den hooner gedaan dagvaarden ; doch, de aanlegger
ten geftelden dage niet verfchynende, was de beklaagde van het tydperk
van rechten vrygefproken, en tegen den aanlegger vonnis gegaan van
by vervolg niet toegelaaten te worden, eer hy de koften van \'t eerfle
tydperk van rechten voldaan,
en borg voor de vervolginge des gedings
gefteld hadde, doch, eer de aanlegger aan dit gewysde voldaan hadde,
met de koften weêrtegeeven en borg te ftellen, waaren\'er eenige jaaren
verloopen, gevolgelyk heeft men getwyffeld,
Of de aanlegger ook nu
de opfpraak van boon %ou konnen vervolgen, en behoore toegelaaten te
worden?

XLI. De reden om deswegens te twyffelen was voor de hand. Want
de aanlegger had den beklaagden ééns gedaan dagvaarden, waardoor
eygentlyk niet kan ontkend worden, dat de verjaaring van een jaar
was afgebroken., dies de beklaagde zich met dit verzet niet verwee-
ren kon.

XLIL

(r) Docj) deeze opfpraaken worden door dertig achtereenvolgende jaaren vernietigd,
welke eeiiwigdmrende fcheenen^ niet de zulke, welke binnen de oude tyden bepaald mer-
den.

(s) Alle Konften, welke alle fins konnen benaadeelen, aan eW en een^ ieder^ affny-
dende beßuyten wy, dat -joel alle tydlyke verzetten, welke uyt het oud Recht of uyt
de Vorftlyke hefluyten afdaalen, even en als of ze by deeze Wet hyuonderlyk en hy
naame waar en opgeteld, met haare kracht en uytwerkinge duur en, ja hun vermooge
en hy ftand aan eT en ieder\' een\', wien ze toehehoorig zyn, of hy vervolg zullen toe-
lehoorig woorden, te ixeeten naar hunnen inhoud, ten eeuwigen dage verleenen. Doch
alles, wat i^an de voorheden verjaarivgen, ^tiy m woorden of in gedachten min he-
greepen wordt ^ gebieden iji^ ^ dat ten dien opzigte deeze Wet voor eeuwig fland grypt.

-ocr page 119-

VAN DE GEVALLEN, WAARIN GEENE OPSPRAAK enz. 871

XLII Doch de Rechter heeft het tegendeel van dien uytgefproken,
dat naamelyk de opfpraak van hoon door de verjaaringe van een jaar
ganfchelyk was opgeheven, en de aanlegger niet verder m.oft worden
toegelaaten; want, de-beklaagde van het tydperk vrygefprokenzynde,
is de uytwerking der d\'agvaardinge zo wel als die van de opfpraake t\'ee-
nemaal vernietigd, en dus ook het middel, waardoor \'t geding anders
doorgaans vereeuwigd blyftopgeheven geworden. Waarom de aan.
legger ter afbreekinge van de verjaaringe binnen \'t jaar had moeten
borg ftellen voor de achtervolginge des gedings, en den beklaagden op
nieuws had behooren te doen.dagvaarden,\'t welk naagelaaten zynde,.
volgt, dat hy
\'t recht van opfpraak te doen verboren heeft.

XLIII. \'t Welk eygentlyk hedensdaags te meer ftand grypt, waar
de opfpraak van hoon door den enkelen aanvang der Rechtspleeginge
vereeuwigd te zyn gezegd wordt. Ja men denke geenfins, dat het
wachten den beklaagden zou können geweten worden, dewyl de aan-
legger zelve in fchuld verkeert,en door\'t niet v/eêrgeeven der koften
en \'t niet ftellen van borge te wege gebragt heeft, dat de beklaagde tot
den a-anvang der Rechtspleeginge niet heeft können noch heeft moeten
overgaan.

X LIV. Ten S e s den: Dit richtfnoer wordt bepaald, zo de ge-
hoonde, de opfpraak van hoon ter zyde gefteld hebbende, uyt de
(t)
L, 5. C. de-ocr page 120-

NEGEN ÉN TACHTIGSTE HOOFDSTUK

des gefchonden goeden ïiaams en der te kort gedaane achtinge, noch
tot de aan den betigter opteleggen ftraiFe gericht is: waarom \'t hem
laadzaamer toefchynt van de opfpraake des hoons tegen den hooner eene
proef te neemen, echter, zo de gehoonde uyt deeze Wet liever \'LOii
willen rechten, is \'t onwraakbaar, dat hy zulks ook zou doen konnen.
Trouwens, het hulpmiddel deezer Wet ftaat voor elk\' een\' open, die
X)f wegens ftand en waerdigheyd, of over. misdaad, of wegens andere
zaaken, welke zynen goeden naam of goederen mogten beireften, be-
tigt., of over eenig hoegenoemd feyt bemoeylykt wordt.

XE VI. Gevolgelyk, zo de gehoonde zich van dit hulpmiddel be-
diene , en uyt de bovengezegde W^et rechte, wordt de hooner of be-
tigter met geene herroepinge bezwaard, m.aar is gehouden^
tegen den
betigter op ftraffe van eeuwig ftilzwygen opfpraak te doen, en den hoon
te bewyzen. Want de P.ecbter is gewoon, de beklaagde verfchynen-
de en de betigting bekennende, in het tot onderzoek der betigtinge aan-
gelegd Gerechte een zeker tydperk van rechten te betekenen.

XEVn. Die echter niet ftiptelyk verpligt wordt, voor dienzelfden
Rechter de voornaame opfpi aak inteftell
en, maar zal\'t genoeg zyn, in-
dien hy Hechts binnen zekei
en hem betekenden tyd zyne opfpraak in de
voornaame zaake
voor eenen anderen bevoegden Rechter des betigten
voordraage: en dus is het zeker, dat voorkoming, in \'t Gerechte tot on-
derzoek van betigtinge aangelegd, geen naadeel in de voornaame zaake
toebrengt.

XLVilL Hoewel ik ook weet, dat in diergiyke Rechtspleeginge,
.tot onderzoek van betigtinge aangelegd, dikweif den beklaagden, die
de
betigting belydt,het bewyzen van ftonden aan wordt opgelegd,en
dat voor naamelyk
, zo de opfpraak, welke uyt de betigtinge voortfpruy t,
zy kortbegrypeiyk of uytvoerelyk, opdat naamelyk den betigter in
kortbegrypelyke zaaken geen gewoon geding worde opgedrongen, en
de Rechts-zaaken, welke in eene korte en gemaklyke handeUnge zyn
aftedoeii, met geenen langen naafteep behandeld worden.

XLIX. Doch, de onteerende beklaagde niet willende rechten, of
ook wel niet verichynende, wordt hem een eeuwig ftilzwygen opge-
legd : \'t welk nogtans doorgaans in \'t eerfte tydperk zo niet aanftonds
gefchiedt. Want, fchoon anderfms de halfterrigheyd van hem, die
£jen Rechter niet gehoorzaamt, door \'t verlies der rechts-zaake beteugeld
wordej L. 53.
\'tt.üc rejudic. is hem echter,zo van de waare halfter-
righeyd

Ii ■

i? 1

J: I

31

-ocr page 121-

\' van de gevallen, Waarin geene opspraak enz. 873

Kgheyd des betigters nog niet blyke, zo van ftonden aan op \'t eerfte
tydperk van rechten geen eeuwig ftilzwygen opgelegd, doch moet
de betigter op nieuws gedagvaard worden; die, fchoon in zyne hals-
terrigheyd volftandig blyvende, en zelfs niet op het tweede tyd-
perk van rechten verfchynende, zal niet te min het opleggen van
eeuwig ftilzwygen nog geenen ftand grypen, doch wordt in dat ge-
val eene derde dagvaarding onder bedreyginge van zekere ftraffe ver-
leend.

L. Doch, zo naderhand de betigter op die dagvaardinge niet ver-
fchyne, en d\'ééne halfterrigheyd op de andere laate volgen, wordt
hem eyndelyk op de herhaalde aanklagte derzelve een eeuwig ftilzwy-
gen opgelegd.

LI. Ten Z e v e n d e n : Eyndelyk wordt het voorzegd richtfnoer
bepaald in hen, die iemand vervloeken, en hem alles quaads toewen-
fchen. Die eygentlyk (myns oordeels) geenen hoon pleegen, noch
verwyting doen: alle hoon is toch tot quetfinge en verminderinge van
iemands goeden.naam en achtinge gerichtet welk eygentlyk van ver-
vloekingeniet kan gefteld worden.

LIL Hoewel ik niet ontken, dat diergelyke vervloekers en quaad-
fpreekers ook aan willekeurige ftraff\'e gehouden zyn, welke ook wel
fomwylen tot lyfftraffe kan worden uytgeftrekt; neem eens, zo iemand
den Vorft of eenen anderen aanzienlyken Perfoon gevloekt hebbe,
moet echter aan diergelyke quaadfpreekers geene herroeping worden op-
gelegd, ook niet
den zulken, die vuyle en oneerlyke woorden tegen
iemand uytbraaken, wiens goede naam en achting echter daaruyt niet
eygentyk gequetft wordt, fchoon die by gevolg wierde benaadeeld.

Sffff

:NEGEN-

-ocr page 122-

«74-ocr page 123-

VAN NAAM-QUETSENDE GESCHRIFTEN EK DE êaz. 8ff

IL Gevolgelyk is het zeker, dat de by gefchrifte toegebragte hoon
diezelfde
betrekking tot naam-quetfende gefchriften heeft, als het alge-
meene tot het byzondere. Trouwens, \'er kan uyt hoofde van alle
naam-quetfende gefchriften over hoon gerecht worden, doch wordt
geenfms daarentegen om allerhande in gefchrifte toegebragten hoon op-
fpraak van naam - quetfend gefchrift verleend, en mitsdien
dezelve
geenfms met de ftraffe van naam-quetfend gefchrift beteugeld.

III.-ocr page 124-

NE GE N T IG S T E H O O F D S T UK

moeten worden opgelegd. Gééne, naamelyk de ftraf des doods^ in-
dien de misdaad, welke in de naam - quetfende gefchriften wordt uyt--
gedrukt, hoofdftraffelyk en der doodftraffe waerdig zy, dies de be-
klaagde, zo die misdaad waar te zyn bevonden wierde, de ftraffe des^
doods niet zou konnen ontduyken. Doch deeze» naamelyk de ftraft
van banniffement of zendinge hi ballingfchap, zo de voorgeworpen
misdaad niet hoofdflraffelyk zy, en geene ftrenger ftraf verdiene. Zo-
dat in-diervoegen de ftraf van gelyke vergeldinge ftand grype, en de
betigter met diezelfde ftraffe beteugeld worde, Waarmede elke misdaad;
en wanbedryving, by den gefchrifte. voorgeworpen., indien ze waar
bevonden wierde, zou moeten geftraft worden...

VIL En, fchoon de woorden der gezegde Lmn.m \'t algemeen fpree-^
ken , kan ^echter, niet ontkend worden , dat daar ter plaatfe van zulke-
misdaaden wordt gehandeld, welke tot het openbaar welweezen betrek-^
kelyk,en mitsdien hoofdftraffelyk zyn:Zodat in diervoegen uyt de
woorden der
gQxegée L. \' un. gemaklyk zy optemaaken, dat de ftraf:
des doods tot zulk geval, waarin eene zwaare en hoofdftraffelyke mis-,
daad befchreeven is, moet bepaald worden...

Â¥111. Hiervandaan ftel ik dit algemeen Richtfnoer: Dat naaraelyk.
ELK OPSTELLER VAN EENIG NAAM-QUETSEND GE^-
SCHRIFT AAN ZULK .EENE STRAFFE GEHOUDEN\'
WORDT, ALS DE MISDAAD MEDEBRENGT, WELKE
AAN IEMAND IN.-DAT .GESCHRIFTE ...IS TOE.GER.E-,
KEND./

I;X: Welk richtfnoer op alle recht en billykheyd gegrond is. Want
het is
eene oude ftraf vanlafteringe , dat geiykheyd van ftraffe haar tot
ftraffe voortrukt,
Levit. 19. L. uit. C. de calumniator.^rx \'t zou zeer-ocr page 125-

vänynaam-QUETSENDE GESCHRIFTEN EN DE enz. 8^7,

en tot bera, die een naam-quetfend gefchrift op ftraat vallen laat, of°t
zelve voorleeft, ook tot den vinder van dusdaanig gefchrift, dat niet
fcheurende noch verbrandende, maar in \'t openbaar voortbrengende,
hoezeer ook diergelyke vinder, die \'t naam^quetfend gefchrift gemeen •
maakt, den maaker noeme en aanwyze..

XIï.\' Maar deeze gedachte komtmy te hard voor. Want, hoezeer
ik;gaerne zou willen toeftaan, dat de vinder en verhreyder van eenig
naam-quetfend gefchrift van alle ftraffen geenfms ontheven is, echter zal
ik noit durven zeggen, dat hy met de
ftraffe des doods zou moeten be-
teugeld worden.

XIIL, Derhalve komt het my voor, dat de vinder en verbreyder
van eenig naam - quetfend gefchrift, hoezeer hem ook ftraf zal dienen
opgelegd te worden, enkelyk eene willekeurige ftraffe ondergaan moet.

XIV.-ocr page 126-

N E G E N TI G S T E ■ H O 0:F, D S T UK

L. TT. de pm. L. 2. tt. de publ. judic. L. 103. w. de verb. ßgmf.
En, zo anders gezegd wierde, zou noodwendiglyk de maaker van
naam-quetfend gefchrift in allen gevalle en zonder onderfcheyd met den
dood geftraft worden.

XVI.-ocr page 127-

VAN NAAM-QUETSENDE GESCHRIFTEN EN DE enz.

kén-,„doch niet te min ter zaake van\'t naam-quetfend gefchrift met eene
buytengewoone en willekeurige ftraffe beteugeld worden; omdat hy zich
in \'tGerechte ter bewyzinge dier misdaad had moeten aanbieden, en
geenfins zynen evenmenfch door naamlooze infteekingen en buytenge-
rechtlyke betigtingen had behooren te beleedigen,/..
tm. c. de famof.
UbelL

X X. Maar gevoelen dit de Keyzeren Valentinianus en Valens niet
anders, den onteerer,indien \'t blyke,dat de misdaad, welke hy voor-
geworpen heeft, waarachtig is, niet flechts ongeftraft laatende, maar
hem ook bovendien zeer grooten lof en belooninge waerdig achtende
in: de L.
Mn . C. de famof libell:

X X I. Waarlyk dit \'s geenfms het oogmerk der Keyzeren. En is dat-
gene, \'t welk in de gezegde
L.un.v^n belooninge gezegd wordt, niet
betrekkelyk tot den maaker van eenig
naam-quetfend gefchrift, maar
weLtot zulk eenendie voor zyne naauwgezetheyd, gelyk de.woor-
den dier Wet luyden, en voor-\'t gemeen welweezen zorg draagende
uyt eygene beweeginge de Overheyd aanfpreekt, en zynen naam op-
geevende datgene,\'t welk hy gemeend heeft door den weg vari naam-
quetfend gefchrift te moeten achtervolgen, met eygenen monde in \'t
Gerechte brengt ; en wettigiyk bewyfti -Wien de Keyzeren lof en be-
looninge waerdig achten: Doch den anderen, die aan iemand in eenig
naam quetfend gefchrift deeze of gééne misdaad voorwerpt, indien hy
zulks in \'t
Gerechte niet volbrenge, fchoon hy de waerheyd derzelve
bewyze, niet ongeftraft laatende.

XXII. Ten Vierden: Dit richtfnoer wordt bepaald, indien hy,
wiens goede naam door \'t voorwerpen van deeze of gééne misdaad in
eenig naam-quetfend gefchrift gefchonden wordt, met opfpraake van
naam - quetfend gefchrift te rechten ongenegen zy, maar tot opfpraa-
ke van hoon toeviugt neeme, \'t welk hem vryteftaan by niemand zal
ontkend worden. Want, zo^emaud tot meer dan éen hulpmiddel be-
voegd zy, ftaat de keur aan hem zeiven, van welk middel hy eene
proef te neemen geneegen zy, en,het ééu ondernomen zynde,. wordt
daardoor het anfc te niet gedaan,
L. 6. tt. fle injur. Bovendien
wordt dat ook eygentlyk uyt de
L. 5. §. 9. ^r. de wy^/r. niet duyfter-
lyk beweezen, waarin uyt de
PFet Cornelia tegQïi den maaker van
eenig naam-quetfend gefchrift over hoon te rechten wordt
toegelaaten.

XXIIL Ge.

-ocr page 128-

€3o N E G E N T I G S T E H 0 O F D S T Ü K

XXIIL Gevolgelyk , zo hy, die door eenig mam-quetfend gefchrift
gehoond is, eene lyfftraffelyke opfpraak van hoön tegen den onteerer
inftelle, en herroeping ey ffche, is de Rechter verpHgt, den beklaagden,
van \'t.maaken-eens naam-quetfendengefchriftsovertnygd zynde of dat
beleeden hebbende, naar den inhoud van zynen eyfch tot herroepin-
ge en willekeurige ftraffe des hoons te verwyzen.

XXIV.-ocr page 129-

VAN NAAM-QUETSENDE GESCHRIFTEN EN DE enz. 88i

^igte van de onderfchryvinge. Want voorheenen is beweezen, dat tot
de weezendlykheyd vaneen naam-quetfend gefchrift de verzwyging en
verberging des naams noodwendiglyk gevorderd wordt. Gevolgelyk,
zo \'s maakers naam wierde uytgedrukt, zal dat gefchrift wel voor ge-
fchreeven hoon, doch geenfms voor naam-quetfend gefchrift, te hou-
den zyn. 3. Ten opzigte der
verjaaringe. Want gefchreeven hooa
wordt op diezelfde wyze,als woordlyke hoon,naa verloop van een
jaar opgeheven. Doch de kennis-neeming van een naam - quetfend ge-
fchrift duurt dertig jaaren met byvoeginge van jaar en dag.

XXV II. Hiervandaan is\'t openbaar,dat alle hoonende woorden,
fchoon ze gefchreeven waaren, indien echter daardoor den gehoonden
geene merkelyke misdaad worde aangewreeven, geenfms voor naam-
quetfend gefchrift te houden zyn, noch met de ftraffe van\'t zelve moe-
ten beteugeld worden. Waarom ik my ook niet voegen kan by de zul-
ken, die van gedachten zyn, dat ook hy, die tot iemands oneere op
zyne deure of voorpootte manlyke of vrouwelyke ledemaaten fchildert,
aan de ftraffe van naam quetfend gefchrift zou gehouden worden. Het
is toch meer dan zeker, dat door diergelyke fchilderye den Heere des
huyzes noch eenige misdaad toegerekend noch eerloosheyd aangewree-
ven wordt.

XXVIII.-ocr page 130-

882 TWEE EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK

èer daarvan de verfpreyding én gemeenmaaking volbragt zy; of hy
de misdaad uyt eygene beweeginge belyde, of om andere redenen,
welke aan \'s Rechters beoordeehnge en willekeure worden overgelaa-
ten. Want, hoe zwaarer deeze ftraf is, hoe ligter ze moet quytge-
fcholden en in zachtere ftraffe verwiffeld worden. (M)

(M) Volgens het Rechtsgebruyk onzer Landen wordt de hoon, zo by mon-
de als by gefchrifte toegebragt, met eene willekeurige ftraffe beteugeld, welke
ook naar de omftandig- en hoedaanigheden van feyt en perfooneü tot lyfftraf-
fe, ja tot den dood, kan. worden uytgeftrekt. Tegen naam-quetfende gefchrif-
ten is by de Plakkaaten van den Lande van tyd tot tyd, en wel inzonderheyd
by die van datis 9« Maart 1589, 19= Juny i6i8, 17. January 1650, 28«. Mey
1669, September 1675 , l^. December 1676, 19« September 1679,
28! November 1681, 15«. December 1683, 24= Juny 16S4, 21« February
1686, 29. December 1688, 18^. January 1691 , 9= December 1702, onder
het ftellen van arbitraire ftraffen, waarvan \'er fommige tot lyfftraffen worden
uytgeftrekt, gewaakt. Voorts kan de gehoonde, indien hy woordlyken hoon
ontvangen hebbe, tot amende zo honorabel als profitabel rechten, met benoe-
minge van de hoegrootheyd der lomme ten behoeve van de armen, met ver-
dere aanbiedinge van te zweeren, dat hy om zo veel, ja zelfs om meer geld,
diergelyken hoon niet zou willen ondergaan , ftellende de begrooting dier fom-
me
aan \'sRechters willekeure, en dit alles onverminderd de Crimineele A die,
welke uyt
den toegebragten hoon by de Hooge Overheyd, of dengenen, die
het recht derzelve waarneemt, zou konnen geintenteèrd worden.

EEN EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK

Van daadelyken Hoon.
INHOUD.

1.-ocr page 131-

VAN DAADELYK EN HOON.-ocr page 132-

884-ocr page 133-

VAN DÄADELYKEN HOON. 885

fmarten der wonden en verhinderde arbeydsloonen, te waerdeeren
zyn.

X. Maar, hoedaanige en hoe groot zal deeze voldoening van pyne en
fmarteweezen, welke dengequetflen voor den toegebragten hoon en 7 ver-
minkt lid verfchuldigd wordt
? Gewiffelyk, dit moet den Rechter wor-
den overgelaaten ^hoedaanige
fchikking hy deswegens in elk geval naar
maate der omftandigheden en naar de hoedaanigheyd der wonde zal
willen maaken, terwyl hy aan geene bepaalde voldoeninge van py-
ne en finarte verbonden is, maar den gewonden zulk eene moet toe-
wyzen,welke als voldoende zal voorkomen naar de hoedaanigheyd
der wonde of van de verminkinge der leden, en naar maate des per-
foons , die den hoon geleeden heeft. Want geenfins kan ééne en de-
zelfde voldoening van
pyne en fmarte zonder onderfcheyd op alle won-
den en perfoonen toegepaft worden. Wie ziet toch niet, dat het ver-
lies van ooge, tonge en hand, veel zwaarer is, dan dat van ooren, of
van den éénen of den anderen vinger of tand? Wie merkt ook niet,
dat door \'t afzetten van vinger of hand meer naadeel of hoon wordt
toegebragt aan eenen fchry ver of werkbaas, dan wel aan eenen boode\'
of iemand andeis,die diergelyk lid met minder naadeel miffen kan?\'
Welke en andere diergelyke omftandigheden de Rechter, eer hy
dem
beklaagden tot zekere voldoeninge van pyne en fmarte verwyze, met
alle oplettendheyd moet
overweegen en naagaan.

XI.-ocr page 134-

886 EEN EN NEGENTiGSTE-ROOFDSTUK

hy gemid heeft, of nog miffen zal, om die reden, dat hy onbruykbaar
gemaakt is,
L. 13. t. ad L. Aquïl.

XIIL Alles met dien verftande nogtans, dat tot de koften ter zaake
der geneezinge als anders voorgevallen, waarvan reeds gefproken is,,
de quetfer enkelyk in dat geval gehouden wordt, indien hy moed wil-
lens en quaadaartiglyk den onnoozelen eene wond toegebragt; doch
geenfms, zo hy getergd en eerft getroffen zynde den eerften aanval-
ler door weêromtreffinge gequetft hebbe. Want, fchoon hy alsdan
om de in geval van verweeringe gepleegde overmaate geenfins van alle
ftraffe ontheven zy,is hy echter ganfchelyk niet gehouden,de loonen
der Heelmeefters en andere diergelyke fchaaden aan den gequetften te
vergoeden.

XIV. Het Derde, waartoe de quetfer verpligt wordt, is de
STRAF. W^ant boven en behalve de voldoeninge van pyne en fmarte
en de ter zaake van geneezinge gevallen onkoften, en andere dierge-
lyke fchaaden, waarvan tot hiertoe gefproken is, en welke den gequets-
ten moeten vergoed worden, behoort ook de beklaagde met willekeu-
rige ftraffe van gevangéniffe, banniffement of geldboete, beteugeld te
worden.-ocr page 135-

VAN DAADELYKEN HOON.

goeding van fchaaden en onkoften worden eygentlyk niet ih plaatfe der
llrafie gehouden, en zyn ook geenfms tot wraakneeminge gericht;
maar zien enkelyk op \'t recht der beleedigde partye, en zyn ten op-
zigte der gepleegde argliftigheden en des toegebragten hoons verfchul-
digd.

XVII. Air het welk ook hedensdaags in diervoegen onderhouden
wordt, fchoon de gequetfte \'sRechters hulp aangezocht, en die we-
derom teil verzoeke van den gequetften Ampts - halve langs den weg
van onderzoek te werk gegaan hebbe. Want de beleedigde party
fchynt geenfms door \'t aanzoeken van \'s Rechters Ampt van haar recht,
waartoe zy uyt hoofde der voldoeninge van pyne en fmarte en vergoe-
dinge der fchaaden gerechtigd is, afteftaan: dies het t\'eenemaal onwraak-
baar zy, dat de aangezochte Rechter, Ampts-halve te werk gaande,
den beklaagden ter voldoeninge van pyne en fmarte, en ook te ge-
lyk van de fchaade, ja zelfs tot ftraffe, verwyzen kan.

X V111. En dit heeft in deezervoegen plaats, zo Burgerlyker - wyze
gerecht worde. Doch, indien de gequetfte om \'t verminken zyner le-
den of om het toebrengen van wonden
Lyfßraffelyker - wyze zou willen
rechten, moet het volgend Richtfnoer gehouden worden, DAT DE
RECHTER,ZO DE BEKLAAGDE VAN DE QÜETSINGE
OVERTUYGD ZY, OF DIE BELEEDEN HEBBE,NAAR
DE HOEDAANIGHEYD DER WONDE, EN NAAR MAA-
TE DER OMSTANDIGHEDEN, LYFSTRAF KAN OF-
LEGGEN.

XIX.-ocr page 136-

888 TWEE EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK

boven maate doe pynigen, L. 15, §. 34. §. 41. ?r. de injur. of on-
rechtmaatiglyk gevangen houde, of weygere de gevangenen voor geld-
boete onder voldoende borgtogte te ontllaan, L. 3 2.
\'tc. de injur. Doch
van de ftrafte deezes byzonderen hoons zal
laeger aan het 48. onder-
deel diO.?, honderd en derden Hoofdjiuks,
en aan het onderdeel des
honderd en negentienden Hoofdjiuks, gehandeld worden.

TWEE EN NEGEN Tl GS TE HOOFDSTUK

Van den aan Overheden en Ouders toegebragten

Hoon.

INHOUD.

de met doodflrajfe worden aangedaan. 15.
16.

11. Op wat wyze hy, die aan de Over-
heyd eenen kinnebakjlag geeft, geßraft
worde

18.-ocr page 137-

mm

VAN DEN AAN OVERHEDEN EN OUDERS TOEGEBR. enz. 889

naategaan, en daaruyt zyn gewysde en willekeur aanterechten. In
welke zaake het van de grootfte nuttigheyd is, het onderfcheyd van
zwaaren en ligten hoon te onderkennen. En, fchoon hetzelve bin-
nen een bepaald richtfnoer niet kan beflooten,maar aan \'sRechters
willekeur moet overgelaaten worden, is \'t echter zeker,dat de hoon,
die aan Overheden en Ouders wordt toegebragt, voor
den zwaarften
te houden is: waarom die ook met zwaarere ftraffe zal moeten beteu-
geld worden.

II.-ocr page 138-

Spo TWEE EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK

gerechtigheyd en in \'t voorftaan van zynen rechts - dwang bedienen moet,
aan geene mindere ftraffe gehouden wordt, dan hy, die Rechter en
Overheyd in eygenen perft^on treft en beleedigt.

V1. En dit is niet buyten reden: dewyl hy, die de dienaars der
Gerechts-oeffeninge, op \'s Rechters laft dit of dat verrichtende, belee-
digt , den Rechter zeiven te beleedigen en te hoonen fchynt. Doch
\'t is min twyffelachtig, dat hier onder den naame van Overheyd be-
greepen worden alle zulke perfoonen, die tot eenig gebied en rechts-
dwang bevoegd zyn, en dien ontvangen hebben, als zyn Schouten en
Schepenen in de fteden
en ten platten Lande, Raadsheeren, Edelen,
Landvoogden, Ontvangers, en Beftuurers van hooge en laege Schoo^
len, zo dat, iemand der leerlingen hen met daadelyken hoon aandoen-
de , hy naar maate der omftandigheden, en naar de hoedaanigheyd des
hoons en der belydeniffe van dien, met de ftraffe des doods mooge
beteugeld worden.

VIL Insgelyk verpligt en verbindt de gezegde inftelling elk\' en een\'
ieder\', die de Overheyd, of zulke perfoonen, die door de Overheyd
zyn afgezonden, geweldaadiger-hand tegengaat. Waarom hiertoe ze-
ker geval (in deeze zeer booze en quaadaartigeeeuwe niet zelden ge-
beurende ) moet gebragt worden, zo in \'t ontftaan van oprtDer de luy-
den ten platten Lande, te gelyk met hunne knechts, vrouwen en dienft-
maagden vereenigd, de Overheyd met ftokken, houten, fteenen, hou-
weelen, fpaden, eggen, vorken, gaffels en andere wapentuygen te-
gengaan, ja met ftaan en ftooten dreygen,de uytvoering beletten,ge-
hoorzaamheyd weygeren, en als waare het eene wederfpannigheyd koes-
teren ; zynde het onwraakbaar, dat die alle als medepligtigen deezer
misdaad aan de willekeurige ftraffe der bovengezegdeanftellinge gehou-
den worden, echter met gebruyk der volgende beftuuringe, dat de
veroorzaakers des oproers en der weêrfpannigheyd, ook de zulke, die
de Gerechts-dienaars gequetft en getroffen hebben ^ met eene zwaarere
ftraffe van geeffehnge, of eeuwig banniffemait; doch de andere mede-
pligtigen zachter, en om de enkele byftand en goedkeuringe des oproers
met gevangmiTe of geldboete beteugeld worden.

VIII. Eer men echter in dit geval den daaders eene bepaalde ftraf
voorfchryve,moet van de veroorzaakers des oproers en vaa \'t feyt^
door eiken perfoon gepleegd, in \'t zekere blyken.

IX. Tm

-ocr page 139-

VAN DEN AAN OVERHEDEN EN OUDERS TOEGBR. enz. 891

IX.-ocr page 140-

892 TWEE EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK

van fchaaden en onkoften den beklaagden zy opteleggen, zo dezelve
met banniflement, doch geenfms met lyfftraffe, worde beteugeld. Wel-
ke verklaaring niet weynig daardoor gehulpen wordt, dat alle plaatfelyke
inftellingen ten allerftipft moeten worden opgevat, opdat, zo veel doen-
lyk is, het gemeen Recht niet dan in den uyterften nood veranderd
worde.

XIV. Ten Vierden: Eyndelyk ftaat ook aantemerken, dat om
daadelyken aan de Overheyd toegebragten hoon, zo die van den aller-
zwaarften zy , de beklaagde dien beleeden hebbende,of daarvan over-
tuygd zynde, met de ftraffe des doods, ofwel met die des zwaerds,
kan worden aangedaan; neem eens, indien hy de Overheyd op eene
wreedaartige wyze gequetft hebbe, fchoon hy dezelve niet ganfchelyk
gedood hadde.

X V. En dit \'s wat byzonders in den allerzwaarften daadelyken hoon,
dat naamelyk deez nu en dan. met de doodftraffe gewrooken wordt:
\'t welk ook in den allerzwaarften woordlyken hoon nooit ftand te gry-
pen
boven aan het 28^- onder deel fe? en tachtigflen Hoofdfluks ge^
zegd is. En dit verfchilt in geenen deele met het gemeen Recht, naar
\'t welke de Réchter zyne willekeur in \'t geval des allerzwaarften daa-
delyken hoons tot de ftraff\'e des
doods kan uytftrekken.

XVI. Ja zal iemand ligtelyk konnen toeftaan, - dat de allerzwaarfte
treffing of quetfmg der Overheyd nooit zonder fchendinge der open-
baare rufte gefchieden kan; in welk geval het anderfins zeer bekend is,,
dat de ftraf des zwaerds moet ftand grypen, L.
fin. tt. de re milit.

X V H. Echter moet in dit geval de doodftraf zo hgt niet worden op-
gelegd , \'t en zy de omftandigheden den daadelyken hoon in zo verre.
verzwaaren, dat voor denzelven eene hgter ftraf niet fchyne voldoende
te weezen. Waarom de zulke, die ftellen, dat hy, die aan Overheyd of
Rechter eenen vuyftftag toebrengt, met den dood ftraf baar is, niet moe-
ten gehoord worden. Want, fchoon ik zou konnen toeftaandat de:
allerzwaarfte daadelyke hoon, aan de Overheyd toegebragt, hoedaa-
nige is de doodlyke quetfing op eene bevoorrechte plaatfe, met de dood-
ftraffe kan gewrooken worden, moet het echter te hard en ftreng voor-
komen, om. eenen enkelen vuyftftag, aan Overheyd of Rechter toege-
bragt,. den hooner tot de doodftraffe te verwyzen.

X VUL t Is ook niet minder een daadelyke hoon, die aan Ouder«,
wordt loegebragt^als welken^^zo niet meeider,.ten minften eene even-
gelyke

-ocr page 141-

VAN DEN AAN OVERHEDEN EN OUDERS TOEGEBR. enz. 893

gelyke eer en hoogachting verfchuldigd wordt, L. 7. §. %.7F.de injur.
Want, gelyk der Ouderen pligt wel meeft daarin beftaat, dat de kin-
deren gevoegd, opgequeekt, groot gebragt en wel onderweezen wor-
den, zo vordert aande andere zyde de kinderlyke fchuld, dat kinderen
aan hunne Ouders eerbied en gehoorzaamheyd bewyzen
en afleggen,
en hen, tot den gryzen ouderdom gekomen, en daardoor
buyten ftaat
geraakt zynde zich van leevens - onderhoud te verzorgen, daarvan te
voorzien,\'t gene zelfs by de redenlooze dieren niet verzuymd wordt.

XIX.-ocr page 142-

894 TWEE EN NEGENTIGSTE HOOFDSTUK

byzondere gevangenhuyzen by\'t recht verbooden zyn, gelyk hy, die