| |
| Vader Theodoor van Hoogstraaten, die hem naderhant overgaf
aan het onderwijs van den beroemden Overvlieger in
die Konst, Rembrant van Ryn. Die krachtige schilderwijze
volgde hy een geruyme tijd, maar allengskens begon
hy zich die te ontwennen, en begaf zich tot het
schilderen van Konterfytsels, een byweg in de Schilderkonst,
maar voor de Gelukkigen profytelijk, waar in hy
een goeden opgang maakte, zo tot Dordrecht, als in \'s
Gravenhage.
| | Hy was een jaloers Konstenaar, doch niet uyt een nydig
grondbeginsel, gelijk als wy er, God betert, veelen konnen
aantoonen, maar uyt een eerlijke en prijsselijke heerszucht,
om zijne konstgenooten ten minsten te evenaaren,
indien niet voorby te streeven. Uyt dien hoofde schilderde
hy alles wat er in de Schilderkonst kon bedocht worden,
als Beelden, Dieren, Vogels, Gebouwen, Landschappen,
Zeen, stille Wateren, Visschen, Bloemen,
Vruchten, Kruyden, en inzonderheyt stille Leevens,
dewelke hy zo natuurlijk nabootste, dat er de beste Konstkenners
door wierden bedroogen. Zijn Wooning was gestoffeert
met veele diergelijke Voorwerpen, als daar een
geschilde Appel, Peer, of Limoen in een schotelrak;
ginds een Muyl of Schoen op een plankje gekonterfyt,
en onder een stoel of in een hoek van het Vertrek kwansuys
onachtzaamlijk geplaatst; en herwaards en derwaards
hingen achter de deuren of tegens de wanden nagebootste
zoute Schollen en Scharren, gepenseelt op uytgesneede
doekjes, zo konstiglijk, natuurlijk en bedrieglijk geschildert,
dat de Kenners zich er in kwamen te vergissen, en
die aanzaagen voor natuurlijke Scharren en voor gedroogde
Visschen. Om dat Wonder te bevestigen vertelt A. Houbraken
een voorval, dat S. v. Hoogstraaten tot Weenen gebeurde,
en dat wy alhier behoorlijke zullen uytschryven.
Samuel
|
|