-ocr page 1-
Drie Toespraken
iRLINGEN, OOK
Vak 89
ZEER DIENSTIG
x cc c£-5c
-
DOOR
KARDINAAL SARTO
PATRIARCH VAN VBNBTIB
(PAUS PIUS X)
ïg ££2 do-ex >
ICC ï

ܫM^
M
.
. . 3
j
:
i
>?-:ï.ïj;
.
>
: ! I
!
88
ERDAM
5iSS5c?co.
-ocr page 2-
Prijs der Drie Toespraken
voor Religieuzen
Per 1   ex.......f0.15
„ 12   „.......0.12*
„25........- 0.10
„ 50    „ en meer . . . - 0.07s
DDD
Prijs der Drie Uitnoodigingen
ter vereering van het Heilig
Sacrament des Altaars
Per 1 ex.......   f 0.20
» 12 ,.......   -0.17\'
,, 25 ,,......   - 0.15
„ 50 „ en meer . . .   - 0.12*
-ocr page 3-
DRIE TOESPRAKEN
VOOR KLOOSTERLINGEN, OOK
VOOR LEEKEN ZEER DIENSTIG
DOOK
KARDINAAL SARTO
PATRIARCH VAN VENETIË
(PAUS PIUS X)
BIBL. CO NV.
F. :.\\
WIJ         .NS
AMSTERDAM
C. L. VAN LANGENHUYSEN
-ocr page 4-
EVULGETUR.
Amstelodami,
hac. 15 Vllbris 1911.
Dr. H. VAN AARSEN,
Censor depats.
-ocr page 5-
INLEIDING
Deze toespraken, werden door den
H. Vader toen Hij nog Patriarch
van Venetië was, voor eene bepaalde
geestelijke orde aldaar gehouden.
Ofschoon niet alles wat hier gezegd
werd voor elke orde in zijn geheel
van toepassing is, kunnen toch deze
onderrichtingen vooralle geestelijke
standen nuttig zijn. Alle religieusen
kunnen er hun voordeel mee doen,
zoowel de overwegende als de wer-
kende, de vrouwelijke evenzeer als
de mannelijke. Allen zullen in het
hart des H. Vaders zijne groote
liefde tot den kloosterlijken staat
lezen, maar ook zijne zorg, dat allen
die tot dien heiligen staat geroepen
zijn trouw volharden en zich steeds
meer op de volmaaktheid toeleggen.
In de kloosters bestaat het schoone
-ocr page 6-
gebruik, elke maand één dag voor
de zoogenaamde geestelijke afzon-
dering te bestemmen. \')
Ware het niet aan te raden in die
dagen, dan de eene, dan de andere
dezer toespraken aandachtig te lezen
en te onderzoeken, hoe men hetgeen
daarin voorgehouden wordt in be-
oefening heeft gebracht. Het zou
voorzeker voor den H. Vader eene
groote vreugde zijn, wanneer Hij
wist, dat deze onderrichtingen zulk
eene uitwerking hadden, dat zij
vruchten voortbrachten in de harten
der kloosterlingen, alsook in die van
vele leeken Mogen wij deze genade
bekomen door de Onbevlekte Ont-
vangenis van onze teedere goede
Moeder, waarvan wij indien wij Haar
trouw vereeren alle goed, ook de
genade van onze roeping en de vol-
harding daarin, bekomen.
Haar zij ook de vertaling van deze
drie toespraken gewijd.
:) Ook voor leeken is deze vrome
oefening zéér aan te bevelen.
-ocr page 7-
EERSTE TOESPRAAK
Gehouden op 5 October 1896
LIEFDE TOT GOD EN DEN EVENNAASTE
OVEREENKOMSTIG DEN GODDELIJKEN
WIL
Wanneer wij iemand werkelijk
beminnen, dan geven wij ons alle
moeite hem gelijkvormig te zijn.
„Amor aut parém invenit aut parem
facit," zoo zegt een oude wijsgeer.
„De liefde vindt gelijkvormigheid,
of maakt zich gelijkvormig." De
liefde zoekt gelijkvormigheid met
den beminden persoon, en zoo men
die niet vindt, tracht men aan hem
gelijkvormig te worden. Wanneer
deze persoon aanzienlijker is dan
wij, ontzien wij geene opoffering en
is ons geene moeite te groot om
aan hem gelijk te worden. Is de
beminde persoon minder dan wij,
dan vernederen wij ons, wij maken
-ocr page 8-
6
TOESPRAKEN
ons klein om met hem overeen te
stemmen. Wanneer wij nu Godonzen
Heer beminnen meteene meer dan
gewone liefde, dan moeten wij er
ook naar streven, om ons aan Hem
gelijkvormig te maken, zoodat wij
niets anders willen, dan Zijnen aan-
biddelijken wil.
Alle Christenen zijn verplicht de
geboden van God te onderhouden,
echter is dit voor kloosterlingen een
gansch bijzondere plicht, zij toch
kennen den Goddelijken Heiland
inniger, volgen Hem van meer nabij.
Daarom behooren zij ook meer dan
anderen er zich op toe te leggen,
om hunnen eigen wil te verzaken
en den Wil van Jezus Christus
boven den hunne te stellen.
Door een voorbeeld wil ik u aan-
toonen, hoezeer het den lieven Zalig-
maker mishaagt, wanneer gij uwen
wil niet verloochent.
Gij weet, dat eene bruid zich
tooit op den dag harer bruiloft. Haar
kleed is wit, wit zijn ook de bloemen
die haar sieren, wit is alles van
-ocr page 9-
7
TOESPRAKEN
het hoofd tot de voeten. Dat is het
beeld der ziel, die slechts één ver-
langen, slechts één gedachte, slechts
één streven heeft, namelijk „Gods
H. Wil te volbrengen." Gelijk echter
de kleinste vlek de schoonheid van
dit blanke kleed beneemt, zoodat het
zijne bekoorlijkheid verliest, even-
zoo beneemt het weerstreven van
den Goddelijken Wil, het moge nog
zoo weinig zijn, de schoonheid der
ziel en is daardoor minder aange-
naam aan de oogen van God. De
overeenstemming met den wil van
God, dat is de zon, welke ons
geestelijk leven verlicht, zij is het
onderpand onzer heiliging. God
is heilig — en de ziel, die in alles
zijnen heiligen wil doet, is heilig.
God is onfeilbaar — en de ziel die
zijnen wil doet, valt niet in dwaling.
God is de Allerzuiverste — en de ziel,
die zijnen wil doet, is geheel zuiver.
God is de goedheid zelve en de
ziel, die zijnen wil doet, is onge-
twijfeld vol liefde en goedheid.
God is oneindig volmaakt — en
-ocr page 10-
8
TOESPRAKEN
de ziel, die steeds zijnen wil doet,
wordt volmaakt en aan Hem gelijk.
„Maar" zoo zal wellicht iemand
zeggen, „ik bid echter reeds zoo
lang om iets, en de Heer hoort mij
niet; reeds zoo vele jaren bid ik
om deze genade en Hij verhoort
mij nimmer". Let nu goed op, de
verhooring bestaat niet hierin, dat
inplaats dat gij u geheel en al aan
den wil van God overgeeft, God
zijnen wil naar den uwen regelt.
De goede God kan u niet ver-
hooren, wanneer gij Hem als het
ware dwingen wilt. Veeleer rust dan
zijne hand zwaar op u. Dan moet
gij in alle nederigheid bidden, dat
Hij u niet in een toestand van koel-
heid laat komen, waar Hij immer
zwijgt..., waar Hij zich doof houdt
voor de ziel die Zijnen wil weder-
staat.
De naald is in de vingers van den
kleermaker een gewillig werktuig,
hij kan die om te naaien gebruiken
gelijk hij wil. Evenzoo de zaag in de
handen van den timmerman, hij doet
-ocr page 11-
9
TOESPRAKEN
er mee naar goedvinden. De naald,
de zaag, welke niet geschikt zijn
waarvoor men ze gebruiken wil, wor-
den als ongeschikt ter zijde gelegd.
God verlaat de ziel die zijn wil
wederstaat. Weliswaar beproeft ook
God dikwerf met tegenspoed de
zielen dergenen die Hij bijzonder
lief heeft. Dan echter wordt haar
deze heilige oefening, van gelijkvor-
migheid met Gods H. Wil dubbel
kostbaar, want dat kruis, is voor haar
eene onschatbare vreugde. Zij voelt
zich gelukkig, wijl zij den hemelschen
Bruidegom niet slechts mag volgen
in zijn lusthof, maar ook in zijn lijden,
met Hem den Kalvarieberg beklim-
men, met Hem den kelk des lijdens
tot den bodem ledigen. Voorzeker,
deze zielen weten het, Jezus is welis-
waar schoon in Bethlehem, schoon
is Hij in Nazareth, schoon in zijn
openbaar leven, doch het schoonste
is Jezus in zijn lijden. Als kind op
de armen zijner zoete Moeder, wekt
Hij ons op tot liefde en brengt ons
de volheid der genade. Wij bewon-
-ocr page 12-
10                   TOESPRAKEN
deren Hem, in zijn zoo arm en ver-
borgen leven te Nazareth en zoeken
Hem daarin na te volgen. Wij be-
wonderen de grootmoedige teekenen
Zijner liefde, de weldaden die Hij
als het ware met volle handen in
Jeruzalem uitdeelde, wanneer Hij
de menschen die Hem volgden,
onderrichtte en genas.
Het beminnenswaardigste echter
verschijnt Hij ons, wanneer Hij
onschuldig aangeklaagd is voorden
rechterstoel en toch zwijgt.
Allerbeminnenswaardigst verschijnt
Hij ons, wanneer Pilatus Hem aan
\'t volk vertoont „Ecce homo," „Ziet
den mensen" waartoe de liefde Hem
gebracht heeft. Allerbeminnenswaar-
digst ook aanschouwen wij Hem,
wanneer Hij van de hoogte des
kruises, alle harten tot zich trekt,
wanneer Hij zijne zoo barmhartige
armen uitstrekkende, ons uitnoodigt,
ons vergiffenis der zonden aanbiedt,
en alsdan met onuitsprekelijke liefde
ons smeekt, dat wij toch zouden
binnen treden in zijne opene bloedige
-ocr page 13-
11
TOESPRAKKN
harte wonde, om aldaar voorgoed
onze woning te vestigen. Deze over-
wegingen over het lijden en de liefde
van Jezus maken het ons licht, ons
geheel aan den wil van God over te
geven. Echter dit eene mogen wij
daarbij niet vergeten: Wij moeten
dikwijls en innig tot God smeeken
om deze groote genade.
„Vraagt en gij zult verkrijgen."
Wanneer gij het Onze Vader bidt,
overweegt dan aandachtig deze
schoone woorden: „Uw wil ge-
schiede op de aarde als in den
hemel" en spoort u zelve aan om
Gods heiligen aanbiddenswaardigen
wil zoo volkomen te vervullen, gelijk
de engelen in den hemel hem vol-
brengen, wier zuiverheid en liefde
gij behoort en wilt navolgen. Deze
oefeningvan vol komen onderwerping
aan den wil van God zal ook bewerken,
dat onder u op voortreffelijke wijze,
de ware liefde en de ware eensge-
zindheid des harten heerscht, want
indien allen slechts één doel heb-
ben, namelijk God te behagen, zoo
-ocr page 14-
12                   TOESPRAKEN
zal wat de een wenscht ook den
anderen welgevallig zijn. Wanneer
allen van de zelfde gedachten ver-
vuld zijn, indien allen de zelfde
gevoelens hebben, dan wordt de wil
van allen in éénen wil vereenigd
n.1. in den wil van God. Dan zullen
alle religieusen met ijver en bereid-
willigheid den Overste gehoorzamen,
hij moge dan terugstootend en
streng zijn, ofwel vriendelijk en wei-
willend, zij zullen hem dezelfde
hoogachting toedragen, en vol harte-
lijke zorg voor hem zijn. De Oversten
zullen liefdevol en welwillend zijn
jegens de onderhoorigen. In één
woord, allen zullen elkander behulp-
zaam zijn, om van dag tot dag meer
vooruit te gaan op den weg, die voert
tot ons eeuwig vaderland, waareen
geluk zonder einde dit korte leven,
van lijden en rampen bekronen zal.
God zij gezegend!
-ocr page 15-
13
TOESPRAKEN
TWEEDE TOESPRAAK
gehouden 21 Juli 1897
L1F. OOTMOED
1
De H. Thomas verklaart den oot-
rcioed van het verstand aldus: Wij
hebbenden ootmoed van het verstand
wanneer wij in ons verstand de
meening van ons hebben, die wij
voortdurend hebben moeten, n.1.
dat wij ons eenvoudig beschouwen
als een werktuig in de handen des
Heeren, om Zijn wil te volbrengen.
Wij moeten ons zelven daarvan
overtuigen dat wij niets zijn. Doch
dat is nog niet genoeg. Wij moeten
ook weten, dat wij minder zijn dan
niets. Hoe is \'t echter mogelijk,
minder als niets te zijn? Ja het is
zoo, want de neiging tot zonde, de
hartstochten, de persoonlijke gebre-
ken, de onvolmaaktheden vernede-
ren ons en maken ons minder als
niets, zij brengen er ons toe dat
-ocr page 16-
14                   TOESPRAKEN
wij lager staan, dan de gevoellooze
schepselen, lager dan de redelooze
dieren, want deze gehoorzamen God,
en alleen de mensch wederstaat
aan God.
Ja, wij wederstaan den wil Gods
indien wij de vrijheid die Hij ons
schenkt misbruiken, om Hem te
beleedigen en onze verkeerde wen-
schen en zondige gedachten op te
volgen. Wanneer nu de ootmoed
des verstands hierin bestaat, dat
wij onze nietigheid erkennen, zoo
moet de ootmoedigheid van den wil
bewerken, dat wij opzien naar den
hemel, dat wij ons losrukken van
de aarde; de ootmoedigheid van den
wil moet ons daar heen voeren, dat
wij afstand doen van de bevrediging
onzer wenschen, om ons in God te
verheugen, die slechts zijn behagen
in ons schept, wanneer wij Zijn wil
volbrengen. Wij kunnen Hem alleen
vreugde verschaffen, als Hij in ons
een afbeeldsel ziet van Zijn bemin-
nenswaardig Hart.
-ocr page 17-
15
TOESPRAKEN
II
Wij gelooven zoo graag dat wij
iets zijn. In onze hoogvaardigheid
verbeelden wij ons toonbeelden van
deugd te zijn. Wanneer echter de
ootmoed ontbreekt, zoo is de ont-
hechting van aardsche zaken slechts
schijnheiligheid ; ontbreekt de oot-
moed, zoo zijn de gestrengheden
van den boeteling niets anders dan
eene verachting des levens. Ont-
breekt de ootmoed, zoo wordt de
heldenmoed van den martelaar, dat
verhevenste offer, in plaats van ver-
dienstelijk te zijn een voorwerp van
bespotting van den duivel.
III
De H. Augustinus vergelijkt de
menschen met een nietig aard-
wormpje, dat angstig het zwakke
stemmetje verheft, om niet van de
voorbijgangers vertreden te worden.
Doen wij gelijk het worpje, ja dan
ziet de Heer ons aan, dan buigt Hij
-ocr page 18-
16                   TOESPRAKEN
zich om onze ootmoedige verzuch-
tingen te aanhooren.
Echter Hij doet het niet, indien
dat nietige wormpje meent, dat het
zich op moet richten om zijn stem
goed te doen hooren en den wil des
Allerhoogsten te wederstaan.
IV
De ootmoed is zoo zeer door uwen
heiligen stichter bevolen, deootmoed
omvat geheel uwen regel. Mag de
ootmoed ook niet onder uwe gelofte
vallen, zoo zal deze toch een zeer
groote steun voor uwe deugd zijn,
om datgene wat gij beloofd hebt ge-
trouw na te komen. Alzoo zal van
den ootmoed de liefelijke geur der
minzaamheid, der goedheid en der
zachtmoedigheid uitgaan. Ootmoe-
digheid en minzaamheid zullen, wan-
neer zij volkomen beoefend worden,
eene schoone vereenigingdes harten
vormen.
Op die wijze zult gij elke deugd
bekomen. Wees ootmoedig en gij
veroorlooft u geene aanmatiging.
i
-ocr page 19-
17
TOESPRAKEN
Wees ootmoedig en gij zult van
niemand iets kwaads vermoeden.
Wees ootmoedig en gij zult met een
ander medelijden hebben. Wees
ootmoedig en gij zult nimmer geloo-
ven dat gij verlaten zijt; gij zult niet
meenen, dat men u gering acht, dat
men u onrecht doet. Wees ootmoedig
en gij zult uwe hartstochten bedwin-
gen en niets kan den vrede dezes
kloosters storen. Wees ootmoedig
en gij zult heilig worden.
Aanmerking: Zeer aan te be-
velen is het gouden boekje: „De
oefening der ootmoedigheid van
Joachim Kardinaal Pecci, den voor
ganger van Onzen H. Vader Pius X,
onder den naam Leo XIII. Dit boekje
is verschenen bij den boekhandelaar
Herder in Freiburg Baden.) Eene
der meest belangrijke en gewichtig-
ste leeringen in dit uitstekende
werkje is het volgende."
„Willen wij ootmoedig worden, zoo
moeten wij ons vernederingen laten
welgevallen; willen wij ootmoedig
-ocr page 20-
18                   TOESPRAKEN
blijven, zoo moeten wij opnieuw ver-
nederingen ondergaan."
Hetgeen ons deze twee roemrijke
Pausen Leo XIII en Pius X over
de ootmoedigheid zeggen is de weer-
klank van datgene, wat alle Heilige
Ordestichters ons leeren.
De H. Ignatius, een der grootste
Ordestichters, gaat zóó ver, dat Hij
ons het volgende voorhoudt „Men
zal er naar trachten zoozeer de deugd
der ootmoedigheid te beminnen, dat
alle krachten der ziel daar op gericht
zijn en slechts daar alleen naar
streven."Gelukkig die kloosterlingen,
gelukkig ook alle menschen in de
wereld, welke door gebed en zelf-
overwinning het fondament der
ootmoedigheid steeds dieper graven.
Deze gelukkigen vinden den waren
vrede. Jezus heeft het ons zelf be-
loofd :
„Leert van mij, dat ik zachtmoedig
en ootmoedig van harte ben," en gij
zult de rust vinden voor uwe zielen.
-ocr page 21-
19
TOESPRAKEN
DERDE TOESPRAAK
gehouden op 4 Mei 1901
Ik lees in het Evangelie deze
woorden : Het hemelrijk is gelijk
aan eenen schat, welke in eenen
akker verborgen is: wanneer een
mensch denzelven vindt houdt hij
zulks geheim en gaat vol vreugde
weg, verkoopt alles wat hij bezit en
koopt dezen akker." (Math. XIII.)
Deze schat, die in den akker ver-
borgen is, kan vooreerst een zinne-
beeld des geloofs zijn, welke ons bij
het H. Doopsel in gestort werd en
ons verrijkt met hemelsche gaven.
Ook kan men onder dien schat
verstaan de bovennatuurlijke genade,
die ons tot God brengt en ons met
Hem vereenigt.
Dat geldt voor alle Christenen.
Voor u echter die kloosterlingen
zijt, is deze schat het zinnebeeld
van de verheven gave uwer roeping.
Dat is een schat, die gij zoo maar
-ocr page 22-
20
TOESPRAKEN
niet genomen hebt, want gij kendet
hem in uwe eerste levensjaren nog
niet, hij was nog verborgen. Het is
een schat, die gij gevonden hebt,
toen de inspraken Gods hem u open-
baarde.
Op zekeren dag zag Jezus Natha-
naël onder den vijgeboom en Hij
spoorde hem aan Hem na te volgen.
Jezus ging voorbij het tolhuis
waar Matthias gezeten was.
Matthias hoorde de woorden van
Jezus „Volg mij", toen verliet
Matthias alles, stond op en volgde
Jezus.
Evenzoo werden ook de overige
Apostelen door Jezus uitgenoodigd.
Zij verlieten vol liefde, vol groot-
moedigheid alles, om Hem te volgen.
En ook u zag Jezus op zekeren
dag aan met goddelijken blik. Hij
zag u aan in dat huis, in die kerk ...
en Hij riep u, om u geheel tot zich
te trekken. Hij liet u de woorden
hooren, welke Hij reeds tot Abra-
ham gesproken had, „Gaat uit uw
land, verlaat uwe familie en het
-ocr page 23-
21
TOESPRAKEN
huis uws vaders, en kom in het
land dat ik u geven zal." (Gen. III)
Gelijk nu die mensch van het
Evangelie, verheugd over den ge-
vonden schat, hem verborg, alzoo
hebt ook gij eenigen tijd met angsti-
ge zorg het geheim uwer roeping
in uw hart verborgen. Zooals echter
die mensch vol vreugde heen ging,
zoo zijt ook gij weggegaan ver van
de wereld; vol vreugde hebt gij u
gescheiden van uwe ouders, van uwe
broeders,van al uwe bloedverwanten.
Want gij hoordet, hoe de Goddelijke
Heiland u zei „Wie Vader en Moe-
der meer bemint dan mij, is mijner
niet waardig." Vol vreugde hebt gij
de rijkdommen verlaten, welke gij
van geringe waarde achtte, daar God
die ook aan slechte menschen
schenkt. Vol vreugde hebt gij elk
aardsch genoegen vaarwel gezegd,
„want wie zijn kruis niet opneemt
en mij niet na volgt is mijner niet
waardig".
Gij wachtte getrouw tot God u
uitkoos. Niemand van u bekom-
-ocr page 24-
22
TOESPRAKEN
merde zich om het opzien, dat deze
stap in de wereld maakte; „Hij
verkocht alles wat hij bezat en
kocht den akker", door de intrede
in het klooster, om Jezus van nabij
te volgen, om met Hem te zamen
te leven, om voortdurend lofliederen
te Zijner eer te zingen; om zich
geheel aan zijnen dienst te wijden.
De toespraak, die ik heden in den
naam van God hier tot u richt, heeft
ten doel, dat gij uwen blik terug
zoudt werpen, om te zien hoe gij
tot heden den kostbaren schat uwer
roeping gebruikt hebt, wat hij u
gebracht heeft; om te zien — Gij
moget jong of oud zijn of gij in
de vervlogen jaren ook iets ontdekt
hebt, waarover gij u zelven iets
te verwijten hebt, wegens geringe
medewerking met de genade der
roeping; om te zien of gij de be-
lofte, welke gij uwen Goddelijken
Heiland bij de professie gedaan
hebt, ook geheel en al trouw ge-
bleven zijt. O, het was een hemelsche
vereeniging met Jezus, die bezegeld
-ocr page 25-
TOESPRAKEN                    23
werd door plechtige belofte. — En
hoe komt het dan, dat deze band
die u met Jezus vereenigde, als gij
in heiliger, jubel de kloostergelofte
aflegde, weder verbroken werd ? —
In de wereld gebeurt het, dat zij,
die voor het altaar, zich door den
band der innigste gemeenschap
vereenigden, later om verbreking
vragen; men vordert scheiding, men
wil de ontbinding goed noemen.
Gij verstaat, wat ik daarmee zeggen
wil, ik behoef het u niet te ver-
klaren. Waardoor komt het nu, dat
de band, welke u met Jezus ver-
eenigde, verbroken werd ? Het komt
hierdoor, dat uwe ziel, zich van
Jezus verwijdert, dat zij koel wordt
jegens Dengenc, welke hare eenige
liefde moet uitmaken. Het komt
hier vandaan, dat alhoewel gij nog
als religeus in het klooster verblijft,
uwe ziel in de wereld teruggekeerd
is. Het komt hierdoor, dat gij in-
wendig weliswaar geen slechte ge-
dachte God beware u daarvoor!
— maar toch ijdele gedachte hadt,
-ocr page 26-
24
TOESPRAKEN
welke de wereld betroffen, die gij
geheel vrijwillig voor eeuwig vaar-
wel gezegd hadt. Het komt hierdoor,
wijl gij na alles verkocht te hebben,
om den kostbaren akker, met den
daarin verborgen schat te bezitten,
thans uw gedachte stelt op iemand
of iets, wat verre van u blijven moet.
Jezus is, gelijk gij weet, op dit
punt vol heilige jalouzie. Hij wil
het hart, hetwelk Hij zich uitkoos,
geheel voor zich. En wanneer Hij
ziet, dat een ander binnendringt, om
dat hart een weinig van Hem te
vervreemden, dan trekt hij zich terug
met heilige verontwaardiging. Even-
wel moet gij dit niet zoo verstaan,
dat het vaarwel, hetwelk gij aan de
wereld gezegd hebt, u niet veroor-
looft u nog eenigermate met haar
bezig te houden. Gij kunt ook aan de
wereldsche dingen denken, echter
slechts om u te bedroeven, dat
zoovele wereldlingen een zoo slecht
gebruik daarvan maken. Gij moogt
ook de treurige misslagen weten,
die buiten uw klooster voorvallen.
-ocr page 27-
25
TOF.SPRAKFN
alleen echter, om vurige gebeden
ten hemel te zenden, opdat God
zich erbarme. Gij kunt ook hooren
van de onteeringen v. h. Allerhei-
ligste Sacrament en van de hevige
vervolgingen, waaronder de Kerk
gebukt gaat, doch alleen om daar-
over te treuren, om het Goddelijk
Hart eerherstel te brengen, en om
de Kerk door geestelijke hulpmid-
delen te troosten.
Gij moogt aan uwe dierbare bloed-
verwanten denken en behoort aan
hen te denken maar niet, om u op
buitengewone wijze te bedroeven
over het leed, dat hun treft, maar
om kracht voor hen te bekomen,
dat kruis met overgeving te dragen,
om voor hen de genadeaf tesmeeken,
een heilig gebruik te maken ook van
de zware beproevingen, die de Heer
hen overzendt.
O Gij gelukkigen, uitverkoren om
immer bij Jezus te zijn !
„Vele dochters hebben rijkdom-
men verzameld gij hebt hen allen
overtroffen". (Spreuken XXXI-29.)
-ocr page 28-
26                   TOESPRAKEN
Weliswaar noodigt Jezus er velen
uit Hem te volgen in den hof, waar
de schoone roode rozen bloeien,
maar velen ook wekt Jezus op, om
met Hem het steile pad naar den
Kalvarieherg te beklimmen en Hij
is uw schoonste voorbeeld. Gij treedt
in de voetstappen der vrome vrouwen,
die Jezus eerst stap voor stap volg-
den en dan naast Hem stonden aan
den voet van het kruis, om de smar-
ten met Hem te deelen, om mede-
lijden te toonen met Zijn bitterlijden,
om aan Zijne beschimpingen deel-
achtig te zijn.
O Gij gelukkigen, die altijd en
overal bij Jezus zijt, gelijk die vrou-
wen ! Ver van de gevaren der wereld,
omringd van goede voorbeelden van
zoo velen uwer medeleden die u
zonder ophouden tot de deugd aan-
sporen, gij moet wel in dit oord van
vrede een geheel hemelsch leven
leiden. Dan zijt gij in waarheid de
lievelinge van het Goddelijk Hart
van Jezus. Ten einde nu Zijn lieve-
linge te blijven en in Zijn liefde
-ocr page 29-
TOESPRAKEN                   27
niet te verkoelen, hoort dan nog de
volgende ernstige vermaning uitzijne
eigen mond : „Wie van u, die een
toren bouwen wil, zal niet van te
voren overleggen en de noodige
kosten beramen of hij genoeg bezit
om zijn plan te volvoeren, opdat niet,
wanneer hij den grondslag gelegd
heeft, den bouw niet voltooien kan,
alle die het zien hem bespotten en
zeggen : „Deze man begon te bouwen
en kon niet voleindigen." (Lucas
XIV.)
Deze geheimnisvolle toren, die
gij bouwen wilt, is die hooge vol-
maaktheid, waartoe de roeping tot
den kloosterlijken staat u verplicht.
Toen gij in den gelukkigen tijd van
het noviciaat waart hebt ook gij in
heilige afzondering ver van elke
andere zorg, uwe krachten moeten
berekenen, hebt gij u gereed ge-
maakt tot den geestelijken strijd,
door zorg te dragen voor alles
wat noodig was om te volharden.
Vermits nu de arbeid begonnen is
met het afleggen der gelofte, moet
-ocr page 30-
28                    TOESPRAKEN
men met geduldige volharding voort-
gaan en niet meenen dat men in
één dag den ouden Adam kan
afleggen. Men moet niet meenen,
dat men zich met de snelheid der
duif tot den hemel kan verheffen
en de vleugels uitslaan niettegen-
staande den hevigsten storm.
Men mag niet meenen in eens
zoo hoog te stijgen, dat men zelfs
de ceders van den Libanon kan
hereiken.
Veel meer stelle men zich tevre-
den, zooals de Heilige Franciscus
de Sales aanraadt, de kleine bloem-
pjes in het dal te plukken, die
dikwerf veel geuriger zijn dan die
verheven ceders. Men moet nederig
zijn, men moet zich zelf aansporen
om met geduld zijn eigen heiliging
te bewerken. Dit zal zeer goed ge-
lukken, wanneer de ziel er naar
streeft, eiken dag de booze natuur
eenigszins meer ten onder te bren-
gen, den eenen steen na den ande-
ren in het geestelijk gebouw te
voegen en langzamerhand datgene
-ocr page 31-
TOESPRAKEN                    29
te doen, waartoe onze zwakke krach-
ten, ondersteund door de Goddelijke
genade, in staat zijn. Zonder dien
steun zouden onze pogingen gelijken
op een stroovuur, op een plas regen,
dat wil zeggen, dat het slechts een
oogenblikkelijk verlangen naar de
volmaaktheid is. Aangezien een
stroovuur op eens uitdooft, een pias-
regen geen vruchtbaarheid schenkt,
en spoedig opdroogt.
Moeten wij dat op ons toepassen,
dan is het onze eigen schuld, dat
wij bespot worden door degenen
welke getuigen waren van ons groot-
moedig begin. En wanneer men
dan ziet, dat wij geen voortgang
maken, moet men van ons zeggen
evenals van den man in het heilig
Evangelie:
„Hij was begonnen te bouwen doch
kon niet voleindigen."
Welaan dan mijne dierbare kloos-
terlingen, daar gij uwen kostbaarste
schat n.1. Jezus gevonden hebt, zoo
moge Hij in alles uwe vreugde zijn.
Hij zij geheel uwe bezitting.
-ocr page 32-
30
TOESPRAKEN
Neemt Jezus tot grondslag van
het geestelijk gebouw,hetwelkgij wilt
optrekken en werkt geduldig daar-
aan hier beneden. Dan zal Jezus u
naar den hemel geleiden, om daar
degeheele eeuwigheid door te prijzen
de Almacht des Vaders, de Wijs-
heid des Zoons en de Liefde des
Heiligen Geestes. Amen.
God zij geprezen !
Gebed met aflaat voor
kloosterlingen.
Hart van Jezus, offer van liefde,
maak mij tot een levendige, heilige,
Godvallige offerande voor U.
50 dagen aHaat telkens.
Pms X, 27 Febr. 1907.
-ocr page 33-
Vraagt uw boekhandelaar:
HET LEVEN VAN DE
H. THERESIA
vertaald door Th. Kwakman, Pr.
512 bladz. slechts ingenaaid ƒ 0.90,
geb. ƒ 125, in prachtband ƒ 1.50.
Bij getallen bijzondere prijsno-
teering.
Voor weinig geld koopt ge een boek,
i dat U heel Uw leven lang dienst zal
doen, dat U, terwijl het U boeit door
| zijne schoonheid, in het leven van een
! der beminnelijksten onder Gods lieve
Heiligen, doet zien wat Gods genade
ook in ons zwakke menschen vermag.
HET LEVEN VAN DEN
H. ALOYSIUS
vertaald door L. Steger S. J.
De prijzen zijn: ing. ƒ 1.—, geb.
ƒ 1.40, in prachtband ƒ 1.90, met
goudsnee ƒ 2.50.
Bij getallen bijz. prijsnoteering.
„ Den jongeren schenkt dit leven van den
H. Aloysius geestdriftige bewondering
voor hun beminlijken Patroon, den oude-
ren een belangrijk stuk geschiedenis."
-ocr page 34-
Vraagt Uw boekhandelaar het
schoone devotieboekje:
DE MAAND VAN MARIA.
VAN
MGR. DE SÉGUR.
Een heerlijk Mariaboekje, vol
vrome verhalen.
Dit werkje is een dier meester-
stukjes van klaarheid en eenvoud
en tegelijk van leerzaamheid en
duurzaamheid, gelijk alleen Mgr.
De SÉGUR ze kon schrijven. Het is
thans opnieuw uitgegeven onder
de leiding van den bekenden Pater
Redemptorist Th. Bensdorp.
Het boekje bevat ruim 300 bladz.
in formaat van Pesch, Godsdienstig
leven.
De prijzen zijn; geb. in linnen
ƒ 0.60, in leder roodsnee ƒ 1.—,
in leder, goudsnee, ƒ 1.25, in leder
eerste keuze ƒ 1.75, in fijn dames-
bandje ƒ 2.25.
-ocr page 35-
-ocr page 36-
Bij Uitgever dezes in een zelfde
uitvoering verscheen:
Drie Uitnoodigingen
TER VEREERING VAN HET HEILIG
SACRAMENT DES ALTAARS
DOOR
KARDINAAL SARTO
PATRIARCH VAN VENETIË
(PAUS PIUS X)
i " Vraagt Uwen Boekhandelaar:
Het Godsdienstig Leven
Naar het Dultach van TILM ANN-PESCH S.J.
Door Dr. R. VAN OPPBNRAAIJ
nieuwe keur van gebeden vermeen».—
In bandjes vanaf 0.90 tot 7.50.
Een allerkeurigst boekje. Het is keurig om
de sierlijke uitvoering, maar keurig vooral
om de degelijke inhoud. „De Gelder 1."