-ocr page 1-
:
J           m»>\'i *A$«C$           0WÜ./V
de Viouw uit het Tolk.
(tyvij- naat htt Scanscfc.)
\'k Ben Marianne, proletaren,
Mijn naam is overal bekend;
\'k Draag om mijn losgebonden haren,
De roode muts der vrijheidsbent.
\'k Ben uit het ruwe volk geboren;
Den dag als \'t uur der wrake staat,
Zal bij als man mij toebehooren,
Die \'t moedigst aan mijn zijde gaatl
Koor van Arbeiders.
Ga, ga, Marianne,
O, voer ons aan, verlos de maatschappij
Nu van tirannen
En maak ons vrij!
Gij, norsche smid, gij, die bedolven
In \'s aardrijks schoot geen dag aanschouwt
Gij, die moet zwei ven op de golven.
Gij, akkerman, die \'t land bebou- t,
Uw meesters — lage parasieten —
Bevelen U: Gelooft aan God!»
Wijl zij een hemel hier genieten
En gij een hel, tot schande en spot.
Koor: Ga, ga, enz.
Wanneer de grijsaard neergebogen,
Het leven lijdende verlaat
Wanneer Uw dochters vuig bedrogen,
Tot schande ïoopen langs de straat
As \'t zwervend spook van \'t arbeidstaken
Met al zijn wee te voorschijn treedt,
Dan vloek \'k hen die hun plicht verzaken
En de oorzaak zijn van zooveel leed!
Koor: Ga, ga, enz.
Nog altijd zie ik om mij henen,
Mij lokkend met gestolen geld,
Dien kaalkop met zijn kromme beenen:
tBaron van List tot Ruw Geweld!»
BIBLIOTHEEK DER
•
RUKSUNIVERSITEif
UTRECHT.
-ocr page 2-
Van afschuw voel ik mij gedrongen,
Hem te verplettren met den voet,
En \'t ongedieit, met al zijn jongen,
Te wen tien in zijn eigen bloed!
Koor: Ga, ga, enz.
Ik haat den krijg der dwingelanden,
\'k Haat altaar, kroon en veldheerstaf.
Het vrijheidsvuur moest hen verbranden,
Die ons verdrukken tot in \'t graf.
\'k Zal die ontmenschte teugelhouders
— Vampieren dezer maatschappij —
Het brandmerk drukken op de schouders
En ketenen in slavernij 1
Koor: Ga, ga, enz.
Wanneer de honger, bleek en mager,
Zich tegen de overdaad verzet,
Gewapend optreedt als beklager
En eischt voorziening door de wet;
Dan weet ik dat door lang te praten,
Men toch het volk geen uitkomst biedt..
Maar koningen en advokaten
Verdwijnen slechts door dynamiet.
Koor: Ga, ga, enz.
Mijn republiek, o proletaren,
Door de eeuwen heen omvergehaald.
Zal aan denzelfden disch U scharen,
Wanneer gelijkheid zegepraalt.
\'k Eisch van den man dezelfde plichten,
Dezelfde rechten voor de vrouw,
Zoo zullen wij der menschheid stichten
Een vrij en vreedzaam staatsgebouw.
Koor: Ga, ga, enz.
Stort neder, oude vestingwallen,
Zoodra het licht der rede gloort.
Dat troon en beurs en altaar vallen,
Maar ook de laatste kerkerpoort.
Dan zal de vrijheid de aarde ontginnen,
Hoe langzaam ze ook haar weg bereidt,
Doch \'t moeilijkst werk, om te overwinnen,
Is \'t bolwerk der Onwetendheid\'f
Koor: Ga, ga, enz.