-ocr page 1-
WnSHAISUDL
Zeg, nijvre werkman, acht ge het geen zonde,
Tot eeuw ge slavernij te zijn gedoemd-
De rijkaard drukt u meer en meer te gronde
Terwijl hij spottend u kanalje noemt !
Gij zwoegt en tobt om \'t daaglijksch brood te winnen,
Wijl hij van \'t leven alle goeds geniet!
Kunt gij cog langer uw verdrukkers minnen?
Begrijpt gij werkman uwe waarde niet? (bis)
Gij, werkman, hebt voor d\' aard\' de meeste waarde,
Wijl gij de bloem der samenleving zijt,
Gij zijt het die veel schoons en goeds vergaarde
En toch, gebrek is \'t loon voor al uw vlijt.
Uw meester plukt de vruchten van uw werken.
Wijl hij nog met verachting op u ziet,
Kom, wil zijn macht nu eindlijk eens beperken,
Begrijpt gij, werkman, uwe waarde niet? (bis)
Een machtig vorst, een keizer of een koning,
Die men in weeld\' en wellust schittren ziet,
En die paleis en slot bezit tot woning,
Heeft lang de waarde van de werkman niet.
Want zulk een vorst kan men op aarde derven,
Doch u als nijv\'ren zwoeger echter niet.
Hij zou gewis weldra van honger sterven,
Begrijpt gij werkman uwe waarde niet? (bis)
De snoode rijkaards die ons steeds verachten
En met minachting op ons nederzien,
Zij zouden wis in eigen vuil versmachten
Bestond voor hen de nijv\'ren werkman niet
Te trots, te lui om zelf den kost te winnen,
Onthouden z\' u de vruchten van uw vlijt,
Kom, wil ook hen tot nutten arbeid dwingen
Begrijp toch, werkman, dat ge machtig zijt. (bis)
BIBLIOTHEEK DER
RIJKSUNIVERSITEIT
UTRECHT.
-ocr page 2-