-ocr page 1-
YftW G\\<>b<f2.
&/3 <%,$--
»
Êk ■
-ocr page 2-
-ocr page 3-
DE AKTIEHANDEL IN 1720 TE ROTTERDAM
EN DE
MAATSCHAPPIJ VAN ASSURANTIE, DISCON-
TEERING EN BELEENING DEZER STAD,
DOOR
G. VAN RIJN.
In het uitmuntend werk van Etienne Laspeyres, „Ge-
schichte der volkswirthschaftlichen Anschauungen der
Niederlander und ihrer Litteratur zur Zeit der Republik"
Lpz. 1863, zijn twintig bladzijden gewijd aan den actie-
handel in Nederland in 1720. Hij leidt dit hoofdstuk op
bl. 270 in met de volgende beschouwingen:
„Vóór de geweldige staatsschulden een hoofdbestand-
deel van den spekulatiegeest der kooplieden uitmaakten,
waren het de aandeden van de O. en W. Indische
maatschappij. Werd dit door velen schadelijk geacht, ook
de Staten-Generaal in de eerste plaats verzetten zich
tegen dezen spekulatiehandel en verboden dien herhaal-
delijk, \'t Hielp echter niet veel, want juist de leden der
wetgevende vergadering deden er aan mede, ja \'t ergste
omdat zij \'t meest op de hoogte waren van alles wat op
den koers invloed hebben kon."
Nicolaas Muys van Holy geeft dan ook reeds lang
vóór 1720 in „Middelen en motieven, om het kopen en
-ocr page 4-
J>c Kkhps Jcr Znidei\' Zon &et ivaU int Juister zitten l\'civorzaJk-t (hor Je onpjlitile .\'/laan Her3rr....
De JtOTTBge BLAAS-balg-.en de GeeR van 1Z11A. SMITS wervende uit =yn Geboocte-Stad
Jianr de JJRIE Onqre.ACTIOneei\'de Vl^ystedexi van
Naar een prent uit het Groot Taferul der dwaasheid (1720).
-ocr page 5-
verkopen van Actiën, die niet getransporteerd worden,
te beswaren met een Impost" een middel aan de hand
om, naar hij meent, het kwaad te stuiten. Geen handel
acht hij zoo schadelijk als het verhandelen van aktiën.
Door alle denkbare middelen wordt op den koers inge-
werkt. Dat hij tegenstanders vond is begrijpelijk. Een uit
hen viel Muys van Holy aan, over het belasten van den
toen reeds zoo genoemden windhandel. Die tegenstander
beweerde, dat niet deze laatste, maar de belastingen juist
den waren handel benadeelden. De „negotie van optie-
partijen" (koopen op tijd) dient slechts om het verlies
op de aktiën binnen zekere grenzen te brengen, terwijl
de beschuldiging, dat men alle middelen aanwendt om
ze te doen rijzen, evenzeer in alle andere zaken gold.
Hoe men er tegen schreef, de aktiehandel was niet te
keeren en toen in 1720 de aktiekoorts Nederland aantastte,
bereikte die zwendelgeest een hoogte, als waarvan slechts
weinig eeuwen kunnen spreken.
\'t Schijnt echter van tijd tot tijd noodig dat de maat-
schappij eens uitspat, en, als een echte losbol, zich hals
over kop werpt in een maalstroom van dwaasheden, die
ze zich een oogenblik later beklaagt. Hoe zijn de men-
schen toch tot zulk een dwaasheid gekomen, vraagt een
later geslacht zich af, als \'t de verhalen leest, waarin deze
losbandigheid wordt beschreven of bespot, en men be-
denkt niet hoe in eigen boezem dezelfde kwaal in meerder
of minder mate schuilt en zich op onrustbarende wijze
chronisch vertoont, waar ze vroeger nu en dan acuut
uitbarstte. Of is niet iedere rel, die vooral in den erTek-
tenhoek, ter beurze, in denkbeeldige waarden een groote
rijzing veroorzaakt, aan denzelfden geest van winstbejag
toe te schrijven?
Sints 1638 had Nederland rust gehad van zulk een
uitbarsting van dwaasheid, als waarvan het in 1720 het
-ocr page 6-
3
tooneel werd. Had toen de tulpenhandel een aan krank-
zinnigheid grenzenden vorm aangenomen, zoodat voor
een enkele bol soms een gansch vermogen werd betaald,
ditmaal voer een geest van onderneming, zooals men
oppervlakkig zeggen zou, door alle steden en stadjes van
Nederland; bij nadere beschouwing ziet men echter alles
als waterbellen uiteenspatten, wat met den ijver, een betere
zaak waardig, was ontworpen.
Verscheen er in 1638 een enkele spotprent op den
tulpenhandel, bekend als „Flora\'s Geckskap", de wind-
negotie van 1720 deed in ons land een kleine honderdtal
platen verschijnen, terwijl een menigte spotdichten, tooneel-
stukjes, brieven en andere gedrukte stukken het licht zagen.
„Het groote tafereel der dwaasheid, Vertoonende
de opkomst, voortgang en ondergang der Actie, Bubbel en
Windnegotie, in Vrankryk, Engeland, en de Nederlanden,
gepleegt in den Jaare MDCCXX. Zynde een Verzame-
ling van alle de conditien en projecten Van de opgeregte
Compagnien van Assurantie, Navigatie, Commercie etc.
in Nederland, zo wel die in gebruik zyn gebragt, als die
door de H. Staten van eenige Provintien zyn verworpen:
als meede konst-plaaten, comedien en gedigten. Door ver-
schelde Liefhebbers uytgegeeven, tot beschimpinge deezer
verfoeijelyke en bedrieglyke Handel, waar door in dit
Jaar, verscheiden Familien en Persoonen van Hooge en
Lage stand zyn geruineerd, en in haar middelen verdor-
ven, en de opregte Negotie gestremt, zo in Vrankryk,
Engeland als Nederland. Zolang den Gier\'ge Mensch Is
voorzien van geld en goed, Krygt den Bedrieger tog zyn
wensch, Want hem de Gier\'ge en Onnooz\'le altyd voed.
Gedrukt tot waarschouwinge voor de Nakomelingen, in
"\'t noodlottige Jaar, voor veel Zotte en Wyze 1720." is
de titel van een folioboek, waarin een groot deel der toen
"verschenen losse stukken herdrukt werden en dat meer
-ocr page 7-
4
dan zeventig prenten bevat, op den windhandel doe-
lende.
Hoe aanlokkelijk een nadere omschrijving van dit werk
voor mij zijn zoude, deze alleen zou reeds meer ruimte
eischen dan mij hier is toegestaan. Daar dit echter voor
het tegenwoordig doel ook minder noodzakelijk is en ik
de gelegenheid hoop te hebben de geheele literatuur
over dit onderwerp elders te behandelen, moge een enkele
losse mededeeling hier volgen, als inleiding voor \'t verhaal
van het aandeel, dat Rotterdam in dezen windhandel
toekomt.
Indien John Law, omstreeks 1670 te Edinburg geboren,,
niet na den dood van Lodewijk XIV in Frankrijk ware
opgetreden, om door behendige financieele operatiën den
Regent ter zijde te staan tot regeling en verbetering der
Fransche staatsschuld, welke door den uiterst verkwis-
tenden en steeds oorlogenden koning tot 1400.000.000-
gulden was opgevoerd, en met zijn „Compagnie van
Louisiana" niet de eerste maatschappij had opgericht, die
denkbeeldige winsten afwierp, misschien ware Nederland
niet in dit voetspoor getreden. Maar de Louisiana-bubble
in Frankrijk en de Southseabubble in Engeland hadden
zulk een succes, de aandeden hadden zich in zulk een
ongekende rijzing mogen verheugen, dat de flegmatieke
Hollanders, ofschoon zij het weinig standhoudende van
dezen handel in 1720 reeds ten duidelijkste waarnemen
konden, er de aktiekoorts van kregen en in eigen land\'
beter meenden te kunnen doen, wat in Engeland en
Frankrijk zulke treurige gevolgen had en waartoe de
Nederlanders reeds groote sommen, op „nimmer weder-
zien" gezonden hadden.
Waren die groote sommen toen en daarmede reeds
verloren, men was nu eenmaal aan groote cijfers gewend
en wilde, blijkbaar in navolging van de ontzettende kapi-
-ocr page 8-
5
talen, die in Frankrijk en Engeland verhandeld werden,
al was \'t dan ook maar op papier, hiermede groote
winsten bejagen. Dat Rotterdam niet achterbleef, zou
alleen reeds bij het doorbladeren van het „Tafereel der
dwaasheid" blijken.
Onder de prenten van dit boek is er een, die direkt op
Rotterdam betrekking heeft. Het volgend onderschrift en
vers, onder de voorstelling gedrukt, wekte den lust bij
mij op, de dwaasheid der Rotterdammers, in het aktiejaar
zoo duidelijk gebleken, eens tot afschrikwekkend voor-
beeld mijner tegenwoordige stadgenooten te schetsen. Zoo
meende ik ten minste en ik vraag elk, die \'t volgende
leest, of er geen reden toe scheen te bestaan.
De ROTTEge BLAAS-balg, en de Geest van ERASMUS
zwervende uit zyn Geboorte-Stad naar de DRIE
0/igeACTlOneerde Fry steden van W.
i Bedrog komt met liaar Rotte val,
In Neerland eerst de beest te speelen;
Papier- en Windschat uit te deelen;
Te broejen \'t volk, van lialf, heel mal.
Zy blaast 2 de Rotzak bier in de ooren,
Die snoek en katvis lokt in \'t net,
Heeft zegens, angels uitgezet,
Een molleval tot stoel verkooren,
Waar in hy blinde graavers vangt,
Heeft touw-provisie mee genomen,
■Om alle de dollemans te toornen,
Eer menig deser zich verhangt,
Hy wil gerechtigheid vertreeden,
Terwyl hy de Acties waajcn laat;
Waarom Erasmus Geest verlaat
Zyn wieg stad, en spreekt dese reden.
De Geest van ERASMUS spreekt.
3 Helaas! Mercuur, waar zwerf ik heen?
*k Wil myn geboorte plaats begeeven,
-ocr page 9-
6
Schoon zy m y praalryk had verheeven,
Waar is verstand? in welke steen?
Ik moet van dees malle Acties klaagcn.
4  Wees maar wat zoet! myn hand er qp:
Goe handel krygt niet heel de schop:
Drie plaatsen zich nog deftig draagen;
Het Y, het Sparen, de Oude Ryn,
AVier Waapnen hier aan de eerzuil hangen;
Zoek daar bestendige belangen:
Daar wil ik Directeur in zyn;
Dog niet van Windse Compagnien:
Wat winds is, dat \'s niet in den haak:
Kom! trekken wy een lyn een zaak,
Jn dese maatschappy van drïen.
5  Laat Rasmus met Mercuur wat maaien l
Met wind wy blaazen narren op,
Die wy (alschoon met magre sop)
Slet zoete basterdkool onthaalen.
Ik draag de Sleutel van de kist,
Daar de Actie schat in legt geslooten
Ik geefze niet weer uit myn pooten,
Als, toen de vryheid wierd verquist.
6  Ik kan geen basterd kool verdraagen;
Zy walgd, ja zy bezwaard my veel
\'k Ga graaven; op dat ik geheel
Hersteld, myn beurs vol geld mag jaagen.
7  Men spiegle zig aan Gentelmans,
Die als Steenbokken van de toppen
Afvallen, die zig lieten foppen,
Met Ofirs Goud, dat \'s op zyn Frans.
8  Hun schip komt snel weerom gevloogen»
Wyl \'t met dat goud niet was belast.
Kool ook nu in die tnynen wast:
9  Zie ze in het zuid nat voor uw oogen
Verzuipen. Een die biesen heeft
Een wynig uitstel heeft van leven,
Gelyk \'er hier een werd beschreeven,
Die help! roept; maar voor de afgrond bcefd-
10  In \'t zuid de Zon wil eklipseeren:
11  Hun schip wou al te schielyk voort;
-ocr page 10-
7
Nu helpt het menig uit de poort
Daar van ook 12 \'t West wou vliegen leeren.
13 Dees oojevaar voor-spellen zal
Der windbuils opkomst en haar val.
„De ROTTEge BLAAS-balg," is \'t geen dubbele zin-
speling, zoowel op de stad, waar Rotte, Maas en Schie
samenvloeien, als op de onbetrouwbaarheid des wind-
handels?
En bezie die plaat eens: Erasmus heeft reistasch, stok
en veldflesch opgenomen en drukt, als ten afscheid, Mer-
curius de hand, om zijn geboortestad te verlaten en naar
Amsterdam, Haarlem of Leiden te trekken, bedroefd over
de dwaasheid van het stadsbestuur, dat niet, als de vroede
mannen dezer drie steden, heeft weerstand geboden aan
de aktiekoorts, die eerst over Engeland en Frankrijk, en
nu ook over ons land gekomen was. Waarlijk ze ver-
dienden het wel, dat de teekenaar de wapens dezer drie
steden in \'t midden der plaat afbeeldde, hangende aan
een eerezuil. En de Faam kroont deze nog bovendien
met een bloemkrans, want „Hoe quader naam de nyd
verkrygt Hoe meer de Faam der wysen stygt." \'t Spreekt
als een boek, niet waar? Zie eens rechts; Bedrog blaast
den bewerker van al dit onheil zijn gif in \'t oor en met
kwistige hand strooit de man, die de schaal der gerech-
tigheid vertreedt, brieven uit, waarvan de inschriften reeds
genoeg zeggen: „Rottege Actie" „Wij zijn met de Rotte
Maas", „Narre schat," duidt het niet alles op de onbe-
dachtzaamheid, dwaasheid, zwendelgeest van Rotterdam?
En links die twee mannen, bij een open geldkist, alleen
met kool, een blaasbalg enz. gevuld, zijn ze geen sprekend
beeld van de teleurstelling, waarop de voorspiegeling van
al die luchtkasteelen uitloopen moest?
Men zou \'t zoo zeggen; en te verwonderen zou het
niet zijn geweest, dat ook Rotterdam volkomen fiasco
-ocr page 11-
8
gemaakt had, zooals dit het geval was met de overige
compagniën, die genoemd worden in de „Aanwyzinge
der projecten" aan het einde van het eerste gedeelte tekst
van het „Tafereel der dwaasheid". Wat wij het wonder-
lijkste moeten achten in al deze maatschappijen, laat ik
den lezer zelf liefst beoordeelen en ik geef daarom hier
de lijst der steden, het doel dat elke compagnie zich voor-
stelde en het cijfer van het kapitaal waarmede zij het
voorgestelde plan zoude trachten te bereiken.
Gouda
Commercie en assuran-
tie........
10
Harlingen
Navigatie, commercie
en indien raadzaam ook
assurantie.....
16
Vlissingen
Commercie, negotie en
Dordrecht
Commercie en assurant.
8
Hoorn
Commercie, navigatie .
20
Purmerend
Assurantie, commercie,
5
Monnikendam
Commercie, navigatie,
assurant., scheepsbouw,
lijnslaan, houtzagen. .
20
Alkmaar
Commercie, navigatie
en assurantie ....
24
Edam
Commercie, navigatie
en assurantie ....
Medemblik
Commercie en navigatie
i6
Enkhuizen
Commercie, navigatie,
assurantie en visscherij
20
\'s Gravenhage
Compagnie van belee-
ning, disconteering en
10
millioen.
-ocr page 12-
9
Provinciale Gel-
dersche Com-
pagnie van Com-
mercie.
I. Negotie met Duitsch-
land. II. Fabrieken. III.
Negotie van tabak,
koorn, papier, houtge-
was, wol, honig, was. IV.
Loterijen. V. Beleening
en assurantie. VI. Eenige
geheime zaken van de
uiterste importantie, die
daarom geheim moesten
blijven......18 millioen.
Manufacturen, naviga-
tie, assurantie, visscherij,
bodemerij, en, als lig-
gende aan de uitmon-
ding van de Vecht in de
Zuiderzee: Havenstad. 5 „
Commercie en assuran-
tie. Wisselbank op den
voet van de Amsterdam-
sche. Loterijen. Het plan
te verwezenlijken, door
Jhr. E. Meyster in 1669
ingediend, om de Eem
en de vaart van de Eem
naar Utrecht te verbree-
den en zoo van deze stad
een havenstad te maken. 10 „
Compagnie van manu-
facturen, als lakens, zijde
stoffen,fluweel,rogge en
boekweitnegotie, tabak-
planting en spinnerij . 5 „
Commercie, navigatie,
Muiden
Provinc. Utrecht-
sche Comp.
Naarden
Weesp
-ocr page 13-
10
trafiek, assurantie en
bodemerij.....15 millioen.
Zwol                     Expeditie,commercie en
assurantie.....10 „
Hasselt                  Commercie, navigatie
en assurantie .... 8 „
Kampen               Commercie, navigatie
en assurantie, beleenin-
gen en expeditie. . . 8 „
Schiedam              Assurantie.....6 „
Middelburg Assurantie . . . 200000 ponden.
„
                   Commercie.....10 millioen.
Veere Commercie, assurantie,
walvischvangst naar
Groenland en Straat
Davis......25 „
Delft                     Commercie.....6 „
Rotterdam            Commercie, assurantie,
enz........12 „
\'t Is kenmerkend; 21 maatschappijen, meerendeels in
de kleinere steden van Holland opgericht, met het enorme
kapitaal van 342 millioen gulden; geen beter bewijs dat
deze maatschappijen slechts zwendelarij ten grondslag had-
den, is er dunkt mij aan te voeren, dan dit verbazende
cijfer. Hoe toch zouden overigens niets beteekenende
plaatsen zulk een kapitaal tot zaken kunnen gebruiken?
Er werd dan ook slechts een onbeduidend gedeelte op de
aktiën gestort; \'t was er enkel om te doen voorwerpen
voor den windhandel te hebben. Hoe werd door minder
realistischgezinde tijdgenooten den gek gestoken met de
kleine steden van Noord-Holland, die met hun zevenen
alleen 121 millioen aan aktiën creëerden. Het plan van
de provincie Utrecht om haar hoofdstad tot een haven-
-ocr page 14-
II
plaats te maken in concurrentie met Amsterdam, was
vijftig jaar te voren door den avontuurlijken Jonkheer
Everard Meyster, bewoner van Nimmerdor bij Amersfoort,
en vader van alle Amersfoortsche keitrekkers, reeds opge-
worpen en even snel afgekeurd, maar in dezen tijd van
dwaasheden scheen alles mogelijk.
\'t Was zeker geen wonder dat ik, bij \'t voornemen om
Rotterdams aandeel in deze dwaasheid voor ons jaar-
boekje te schetsen, met het oog op de boven beschreven
prent voorzag een minder vleiend oordeel over de toen-
malige bewoners onzer goede stad te zullen moeten neer-
schrijven. En toch bedroog ik mij deerlijk.
Uit dit algemeen bankroet, dat velen rijk en nog meer-
deren arm maakte, is Rotterdam glorierijk ontkomen met
zijn „Maatschappij van Assurantie, Disconteering en Be-
leening dezer stad," welke nog heden bestaat en door de
tegenwoordige Directeuren de Heeren J. M. A. Bicker
Caarten en C. M. C. Obreen te goeder naam en faam
gehouden wordt.
Toen ik er zeker van was, dat deze Maatschappij in
historische en onafgebroken lijn van de Assurantie-com-
pagnie uit 1720 afstamde, was de vraag: zijn er nog be-
scheiden uit dien tijd? even spoedig gedaan, als boven ver-
wachting beantwoord. Ik dank het der welwillendheid van
voornoemde Directeuren, dat ik de uitnemend bijgehouden
Resolutieboeken dezer Maatschappij mocht raadplegen en
daardoor in staat gesteld werd een schoone bladzijde der
handelsgeschiedenis van Rotterdam te schrijven, die zoo-
wel getuigt van onbaatzuchtigheid, praktischen blik en
stalen volharding, als van een stadsbestuur, bij uitstek
bedacht op de belangen harer burgers. Dat daarbij de
wording, strijd en opkomst der Maatschappij uitteraard
het belangrijkst zijn en in dit opstel de grootste plaats
zullen innemen is begrijpelijk.
-ocr page 15-
12
De ontwerpers der Maatschappij hebben een even goed
vertrouwen in de ligging der stad en hare geschiktheid
voor den overzeeschen handel gehad als de Amsterdammer
Pieter Langendijk, die toen reeds overtuigd scheen, dat
Rotterdam met de oprichting dezer Assurantie-Compagnie
beter deed, dan zijn eigen stad, wier vroede mannen geen
deel -wilden hebben aan de algemeene aktiezwendelarij.
In: „De windhandel of bubbels-Compagniën", Tweede
bedrijf. Eerste tooneel, zegt Snoever, nadat Wingaren voor
Utrecht als de uitnemendste aktieplaats gesproken heeft,
op de vraag van dezen, welke stad hij boven Utrecht
achten zou:
„Ik?" Rotterdam,
Daar is de Zcvaart wis;
Daar hoefd men eerst geen vaart te graven om de schepen,
Ruim seven meilen ver dwars door liet land te slepen,
Want \'t is vier miren cör men tot de Eems geraakt.
Daar moet men aan den Kcnis nog eerst een haven maken,
De kust verdiepen, en meór diergelijke zaken;
Daar die van Rotterdam lioe svvaar, hoe vol gclaan,
Terstont syn uit de Maas tot in den Oceaan;
Dies so ons Amsterdam ooit voor een stad sal wyken.
Ilct sal voor Rotterdam alleen syn vlaggen stryken."
Op den ien Juli ijio vergaderden de gekozen Direc-
teurs der Compagnie van Assurantie te Rotterdam, voor
de eerste maal, in de voormalige kamer van het Zeerecht,
op de Oude Hoofdpoort, hun door de regeering der stad
voorloopig welwillend ten gebruike gegeven. De Heeren
George Roeters en Edmond Hoyle, beiden uit Londen,
•waren de ontwerpers en speciaal naar Holland overge-
komen om de Compagnie op- en in te richten en de
uitslag der verkiezing voor bestuurders was, dat, uit de
36 personen, die bij eerste stemming de meeste stemmen
op zich vereenigden, tot Directeuren gekozen werden de
-ocr page 16-
13
Heeren „Jan van \'t Wedden, oud-Commissaris der Zee-
Regten en Kamer van Assurantie, Jacob Senserf, oud-
Schepen, George Barons, Commissaris der Zee-Regten en
Kamer van Assurantie, Daniel van Keerbergen, Isaac
Verdoes, oud-Commissaris der Zee-Regten en Kamer van
Assurantie, Franco Cordelois, Mr. Herman van Zuylen
van Nyevelt, Secretaris dezer stad, Jean Charron, Benjohan
Furly, Mr. Jacob Viscb, Hendrik Haasbroek, Schepen van
Schieland."
De Heer Jacob Noorthey, als twaalfde Directeur be-
noemd, bedankte, en in zijn plaats werd later de Heer
Robert Pantoune gekozen.
De akte van constitutie, hieronder in haar geheel opge-
nomen, bevatte onder andere de bepaling, dat Directeuren
zonder eenige vergoeding hun betrekking moesten waar-
nemen, een bepaling, die strikt gehandhaafd is en zeker
niet weinig heeft bijgedragen tot de soliditeit, welke de
„Compagnie" bleef betoonen, ondanks de vele tegenwer-
king bij den aanvang ondervonden, en de tegenspoeden,
die haar troffen gedurende de eerste jaren van haar be-
staan.
De Heer George Roeters sprak de gekozen Directeuren
op de volgende wijze aan:
„Mijn Heeren.
Wij zijn herwaarts overgecomen om te proponeren
een Maatschappij van Assurantie in dese stad, zoo als
reeds bij ons in Engeland was geschiet, d\' Ed.G.A. Hee-
ren Burgermeesteren deser Stad hebben ons voorstel ook
gunstelijk gehoort, en vervolgens 6 Heeren als gecom-
mitteerden toegevoegt, die wij d\' Eere hebben nu ook
hier present als Directeurs te zien, met name d\' Heer en
Mr. Herman van Zuylen van Nyevelt, Secretaris deser
stad, d\' Heer Jacob Senserf, Franco Cordelois, Jean Char-
-ocr page 17-
\'4
ron, Mr. Jacob Visch en Hendrik Haasbroek, door wel-
kers onvermoeijde ijver dese saak in ordre is gebragt.
Wij komen dan Mijn Heeren, om hetselve aan UEd. alle
over te geven, met hertelijke wensch, dat soo als d\'ijver
en Eenighijt in wijnig dagen dit groote werk deed tot
Zijn Eijnde komen, UEd. met veel Eenighijt, en onder
den Segen des Allerhoogste dese Saak tot algemeene nutte
mogen bestieren en dat God UEd. alle Mijn Heeren ver-
leene Lengte van vernoegde dagen."
De voorzitter van Directeuren, Jan van \'t Wedden,
bedankte voor deze „verpligtende aanspraak" en was
verheugd bij de aanleggers te zien „den Eerwaardige
Heer George Roeters", wien hij uit naam van allen ver-
zocht „haar d\'Eere te doen omme met sijn wijse raat en
soo lang dese stad \'t geluk van sijn verblijf zal hebben,
bij te willen blijven, op dat zij mogte profiteren van
zijn E. Hulpe, en is verders door d\' Heer Jan van \'t Wed-
den, in name der gansche Vergaderinge, de voornoemde
Heeren aanleggers bedankt voor haare Segenwenschen,
haare hulp en bijblijven, soo lang hier te Lande zijn
versogt, met versekeringe dat Directeuren altoos betragten
zullen het gemeene nut, en Eere deser Maatschappij, met
al hun vermogens, t\' ondersteunen en te vervorderen
opdat door alle goede Overleg de Maatschappij niet alleen,
maar dese geheele stad, gelukkige voortgangen mogen
ondervinden van soo salutaire en ten gemeene Beste
opregte Maatschappij."
Na deze ofhcieele opening van de vergaderingen der
Maatschappij „is door voorsz. Heeren Gecommitteerdens
van de Ed.G.A. Heeren Burgermeesteren deser Stad, mits-
gaders de Heeren Aanleggers na een wijdloopig verhaal
van al het gepasseerde, aan de Heeren Directeuren over-
gelevert de gedrukte conditie" (ook als het laatste der
Projecten van verschillende Maatschappijen in den tekst
-ocr page 18-
15
van het „Tafereel der dwaasheid" afgedrukt) „die voor
de Inschrijvinge in de Busch op de Beurs, alom bekent
•waren, Luijdende van woort tot woort als volgt":
„Nademaal het assureren van Schepen en Koopman-
schappen, zoo voor de Gevaaren van de Zee, van die
van Orloge, Piraterijen noodsakelijk is voor de Negotie
en Zeevaart, en dat men ziet in Engeland een Maat-
schappij daartoe opgerigt om door een groot samen ge-
voegt Capitaal, die geenen zoo zig willen doen assu-
reren, volstrektelijk gerust te stellen, Soo hebben d\' aan-
leggers deses gelooft, dat immers zoo propoostelijk was
soodanige een Maatschappij, ofte samenvoeginge van Capi-
taal, in dese stad Rotterdam wierde gemaakt, als reeds
in Engeland met succes geschied is, en proponeerde ten
dien eijnde, d\' Intekeninge op de volgende voorwaarden:
i. dat het geheele Capitaal bestaan sal uyt Een Hondert
en Twintig Tonnen Gouds.
2.  dat ijder Intekenaar in handen van suffisante koop-
luijden, hier naar te noemen, zal betalen van zijne Inteke-
ning een \'/„ P.C., dat is vier Stuijvers van ijder Hondert
Guldens, of twee guldens van ijder Duijsent guldens.
3.  Voor de Maant van Julij, of eerder, soo men vroeger
Gereed zal zijn, zal men alle Geintresseerdens doen bijeen-
komen, om bij meerderhijt van Stemmen Directeuren te
kiesen van dese Maatschappij uijt de Geïnteresseerdens
deser Stad Rotterdam.
4.  Men zal noijt meer Geld Eijschen van de Geintres-
seerdens als de Geintresseerdens selfs in der tijd bij meer-
derhijt van Stemmen sullen nodig oordeelen, omme dese
Maatschappij zoo gerust te doen sijn voor den Geassu-
reerde als eenige gerusthijt kan verijst worden.
5.  Niemant sal minder mogen Intekenen als vijf Duij-
sent Guldens, en niet meer als vijftig duijsent guldens.
6.   Men behoud voor sig, dat men die geenen, die in
-ocr page 19-
\'t Public niet geconcipieert zijn, of gerecipieert werden,
voor vijf duijsent guldens te zijn gegoed, haar Intéken-
Brievie hier naar te noemen, zal mogen weder geven en
zoo wijders geproportioneert.
7. Verders soo wert gereserveert, soo bij aldien datter
meerder somme werd ingetekent, als \'t bovengemelde
Capitaal Articul 1. dat men \'de Intekenaars naar rato zal
mogen verminderen.
Die dan in dese gelieve deel te nemen, brenge sijn
Inteken Brievie aan \'t Huijs van d\' Wed. Paulus Boe-
kenes en Zoon, Boekvercoopers op de Beurs tot Rotter-
dam, alwaar een verzegelde Blikke Bus zal zijn Zaturdagh
den 22 Juny des s\'morgens ten 7 uren."
Daar al het voorgevallene, van dezen dag af, zoo uit-
nemend is te boek gesteld, mogen wij het betreuren dat
\'t „wijdloopig verhaal" (zie bl. 14) ons niet is bewaard
van alles, wat „gepasseerd" was eer men tot deze eerste
officieele daad komen kon. Een tijdgenoot, de bewerker
van het zeer lezenswaardig artikel „Actie-handel" in Hoog-
straten\'s „Groot algemeen historisch, geographisch, genea-
logisch en oordeelkundig woordenboek" heeft eenigszins
in dit gemis voorzien, door de volgende mededeelingen
omtrent den gang van zaken in Rotterdam:
„Het was in de maandt aan Juny van den jare 1720, als
het (aktie)spel .in Vrankryk zo goed als ten einde en in
Engelandt noch op zyn best was, dat de Actieziekte, die
by velen de Actie-pest genoemd is, in Hollandt mede
oversloeg. De eerste vertoning daar van was te Rotterdam,
daar men op een avondt in de koffiehuizen en elders een
gedrukt biljet zag, zonder naam of bekendmaking van
wie het quam, waar by een iegelyk, die lust hadt, op de
voorwaarden, daar in uitgedrukt, genodigd wierd om in
te tekenen tot het oprechten van eene compagnie van
Assurantie ... Hier op quam des anderen daags \'s mor-
-ocr page 20-
17
gens vroeg een onnoemelyk getal koopluiden, winkeliers
en alderhande slag van menschen op de beurs aan zeker
boekverkopers huis, daar men met veel moeite door het
krachtig gedrang de deur in, maar de meeste de vensters
weder uit geraakten, en alwaar men gedrukte briefjes
vond, waar in men schreef en ondertekende voor hoe
veel Actiën men deel in \'de compagnie wilde nemen,
welk briefje men dan in een gesloten blikke bus stak.
Dit duurde des morgens van zeven tot omtrent tien uuren,
wanneer de bus wierdt weggenomen, en het intekenen
ophieldt, naar allen schyn om dat de gene, die het werk
aangevangen hadden, door den verbaasden toevloedt wel
begrepen, dat reeds ver over de somme van 12 millioenen
guldens, waar op de compagnie bepaald was, was inge-
tekend. Het leedt geen twee uuren of men dreef al handel
in deze Actiën, die niet qualyk, zo om haar schielyke
geboorte, als om dat men noch niet wist of ze goed of
quaad waren, want de compagnie was noch niet bekend,
by champinjons vergeleken wierden: en de drift was zo
groot, dat men aan malkander verkocht, en premie gaf
en trok op \'t geen noch niet in de werreldt was, en \'er
misschien nooit in komen zoude... De dag geraakte niet
ten einde of de prys der Actiën was al ver boven de
intekening gesteigerd, en men zag des avonds ten elf
uuren noch byna zo veel menschen, en veel meer ge-
woels op de beurs, dan anders van twaalf tot een uuren
des middaags, de gewone vergadertydt. Op den volgenden
dag was de beweging door de gansche stadt onbeschryflyk:
daar quamen veel menschen op het gerucht, en door
expressens ontboden, van Amsteldam en elders, om Actiën
te kopen; zo dat de zelve die beurstydt noch hoger rezen,
en des avonds (want de Actie-beurstydt hieldt niet op)
tot 186 het honderd geraakten. Daar op begon men iets
van de compagnie te horen".
1
-ocr page 21-
i8
Wat toch was het geval? Sedert de oprichting der
O.-I. Compagnie in 1602 werd een handel in hare aan-
deden gedreven, die hoe langer zoo meer aangewakkerd
werd, door de enorme winsten, die werden uitgekeerd
aan de aktiehouders en van 30—75 pet. bedroegen.
Begrijpelijk was \'t dat aanzienlijk en gering deelen
wilden in deze winsten en zoo kwam de altijd beden-
kelijke levering op tijd in zwang, die tegen de betaling
van een kleine premie, partijen verplichtte op zekeren
datum tegen bepaalden koers te leveren of het verschil
in koers bij te passen.
Kunnen we, de gejaagdheid der geesten in dezen aktie-
handel in aanmerking genomen, begrijpen, dat er heel
wat drukte aan voorafgegaan is, de gecommitteerden uit
de Vroedschap gaven door hun optreden als mede-direk-
teuren, reeds dadelijk een zeker gewicht aan de zaak.
De verdere werkzaamheden der eerste bijeenkomst be-
stonden o. a. in het overnemen van het „Boek der
Inschrijvinge van 12 Millioenen, bij welk slot is geblee-
ken dat aan de Maatschappij vervallen zijn ƒ65000 of
13 actiën," waarover nader zou gedisponeerd worden.
Verder werd besloten een opperboekhouder, een kontro-
leur, die tevens kassier was, twee klerken en een kamer-
bewaarder aan te stellen en aan Krispijn van Outgaarden,
tot dien tijd koopman, het opperboekhouderschap aan te
bieden. Ook werd bepaald, dat elk der Direkteuren vier
aktiè\'n „vrij en onveralieneert" moest hebben en dit ook
bij de verkiezing van nieuwe Direkteuren voorwaarde bleef.
Verder werden nog eenige zaken van dagelijksch bestuur
en administratie geregeld en hiermede was voor deze
bijeenkomst de taak ten einde.
Den volgenden dag vergaderde men weder, stelde Krispijn
van Outgaarden tot opperboekhouder aan op een salaris
van ƒ 2500, en Melt Leeflang als boekhouder-controleur
-ocr page 22-
19
«n kassier op een tractement van ƒ000 en ƒ100 als
vereering, zoo hij de zaken goed behartigde; beiden onder
borgstelling, de eerste van ƒ6000, Leeflang van ƒ 1500,
•ook benoemde men een kommissie voor de Boeken.
Op den 4en Juli had men de „geïntresseerdens" samen-
geroepen in den Doele, waar hun werd medegedeeld dat
5 pet. van het ingeschreven bedrag moest betaald wor-
den en wel van 15 Augustus tot 15 December elke maand
1 procent; dat men reeds begonnen was met verzekering
op schepen en goederen, dat de heer Robert Pantoune in
de plaats van den heer Jacob Noorthey, die bedankt had,
-als Direkteur was gekozen en men hoopte dat „de Albe-
stierder door eendragtig werksaam blijven" van Direkteuren
den „Glans deser Illustre Maatschappij" zou bevorderen.
Toen nu in de vergadering van 8 Juli d. a. v. was
besloten de akte van constitutie te doen drukken in de
Fransche, Engelsche en Duitsche talen, begon hiermede
meer direkt de aanraking met de buitenwereld. Die akte
-van constitutie luidde als volgt:
Constitutie van de Compagnie van Assurantie der stad Rot-
terdam, met voorgaande authorisatie en goetvinden van
de Regeringe der voorsz. Stad opgeregt.
Art. 1.
Dese Compagnie wert geregeert door twaalf directeuren
bij meerderhijt van Stemmen door d\' geïntresseerdens
-verkoosen, die sonder tractement uyt liefde voor \'t ge-
tneene intrest deze Last op sig hebben genomen.
Art. 2.
Tot de bestaanbaarhijt van dese Compagnie is inge-
schreven twaalf Millioen guldens, waarvan voor dit Jaar
ingeroepen is 5 pQo. te betaalen in de maanden Augus-
-ocr page 23-
20
tus, September, October, November en December telkens
i pCt.
Art. 3.
Dese Compagnie assureert reeds, en zal assureren schepen
en goederen, Huijsen, Pakhuijsen, Koopmanschappen voor
brand en voorts alle andere dangieren, waarvoor den ge-
assureerde aan dese Compagnie sal willen betaalen een
convenante Premie en de te vallene schadens (die Godt
genadiglijk verhoede) sullen altoos ten vollen sonder de
minste korting betaalt worden.
Art. 4.
De Compagnie sal met de gelden soo van Inlegh als
van Incomende Premien, ten Profijte van de geïntresseer-
dens, Wisselbrieven disconteren, goederen beleenen en
diergelijke Reële saken doen, waarmede Renten kunnen
werden verkreegen, waarvan den dag bij nader advertis-
sement sal werden bekent gemaakt.
Art. 5.
De Compagnie sal publique Rekening doen op i° Aug-
1721 en vervolgens alle ses maanden aan de geintresseer-
dens en uijtdélingen naar mate van \'t Progres, dat zal
werden bevonden gedaan te sijn.
Te Rotterdam den 9. July 1720. bij D\' Wed. Boekenes
en Zoon, op ordre van d\' Heeren directeuren van de
Compagnie van Assurantie."
De publiciteit aan deze „Constitutie" gegeven maakte
de Engelschen naijverig en in een extra-ordinaire ver-
gadering den 9 Juli belegd werd dan ook besloten zich
schriftelijk tot Burgemeesteren te wenden met het volgend
vertoog:
-ocr page 24-
21
„Edele Groot Achtbare Heeren,
In Ervaringe gecomen sijnde met de laatste Engelse
Brieven, dat de Engelse Compagnie, de Maatschappij van
Assurantie deser Stad van alle kanten tragt te benadelen
€n swart te maken brakende daar tégens al haar gal uijt,
onder voorwending dat deselve niet kan bestaan, bij
Mangel van Octroy, en een wettige authoritijt en ver-
gunning, noemende deselve met de veragte naam van
Bubbel, dat is Waterbel, en die in \'t korte zal moeten
verdwijnen.
Soo keeren de supplianten wegens de gemelte Maat-
schappij deser stad haar aan uEd G.A. verzoekende dat
deselve de goedhijt gelieven te hebben van de gemelte
Maatschappij te munieren met een schriftelijke autoritijt
en vergunning onder \'t segel deser Stad, ten eijnde zij
daardoor en onder de auspices van U Ed. G. A. mogen
•werden gedekt tegen alle sodanige Insultes van de Engelsen
•en alle anderen Maatschappijen."
Van Edmond Hoyle, den Engelschen „aanlegger" (ont-
werper) der Maatschappij, verneemt men na de vergade-
ring van i Juli niets meer; George Roeters schijnt echter
nog eenigen tijd de vergaderingen te hebben bijgewoond,
want in deze zelfde vergadering wordt hij gecommitteerd
om het cachet der Maatschappij te ontwerpen en den
2Öen Juli verbond hij zich op zijn naam, als aanlegger,
14 aktiën te nemen „sonder daarvan te disponeren soo
lange als dese tegenwoordige Directeuren continueren" en
den 2 Augustus nam hij aan, op zijn partikuliere reke-
ning, nog 8 aktiën te houden.
Van den aanvang af bleef er ijver in de zaken, en het
stedelijk bestuur liet zich niet onbetuigd in het verkenen
van steun. Zoo werd in de vergadering van 3 Augustus
een extract uit de Vroedschapsresolutiën medegedeeld, dat
van dezen bijstand loflijk getuigde. Het voorgestelde uit-
-ocr page 25-
22
voerige plan, om de Wisselbank aan de Maatschappij van
Assurantie te verbinden werd n.1. „gedesapprobeerd" door
de Vroedschap, maar, om de Maatschappij te steunen ten
dienste van den handel zijn Burgemeesteren gemachtigd
„uijt de ledigh leggende gelden en bijsonderlijk dewelke
provenieren uijt de Weeskamer en uijt de Posterij," haar
tegen een rente van i pet. te leenen en zijn die pen-
ningen niet genoeg voorhanden, dan zal men tot een mil-
lioen negotieeren, terwijl tot waarborg in de Wisselbank
moet „gedepositeert" worden een even groot „Capitaal aan
goede gedisconteerde Wisselbrieven of gout of silver Munt-
materiaal" en er eens per jaar moet „geliquideert" worden.
De heeren Senserf, Zuylen van Nyevelt en Visch wor-
den dan ook gecommitteerd om den dank der vergadering
aan de Vroedschap over te brengen voor deze krachtige
hulp.
Indien er nog naar een oorzaak moest gezocht worden
ter verklaring van het feit, dat alleen deze Maatschappij
uit het algemeen bankroet ongedeerd te voorschijn trad,
dan vond men die zeker in de bedachtzaamheid harer
Direkteuren. Zoo achtten zij het b. v. verkeerd dat eenig
bezitter van de aktiè\'n dezer maatschappij deel hebben
zou aan een andere assurantie- of commerciecompagnie
hier te lande, en men besloot daarom te bepalen, dat wie
aktiè\'n daarin hadden, zich er van moesten ontdoen. Toch
bleek de zucht naar winst zoo in de lucht te zitten, dat
men den heer H. Pantoune, mede-directeur, 20 aktiè\'n
verkocht „met 90 pet. advans". Had dit den 2oen Augus-
tus plaats, den 2en September d. a. v. wordt in het Reso-
lutieboek A nog gemeld de verkoop, door Cordelois en
Gharron, van 12 aktiè\'n tegen 92 pet. en 28 a 93 en
aan D. Clarkson van 3 tegen 92 pet. Dit is in den tijd
van den windhandel de eenige aanwijzing, waarbij door
cijfers uit de boeken blijkt hoe de koers der aktiè\'n
-ocr page 26-
= 3
•was. Omdat \'t niet onbelangrijk is, daaromtrent iets meer
te weten, neem ik uit de Rotterdamsche Courant enkele
data en prijzen over; eigenaardig is het, dat het exem-
plaar der courant, waaraan ik dit ontleen, hetzelfde is,
waaruit toen de Direkteuren \'t nieuws van den dag lazen
en dat thans op de gemeente-archief berust.
In de courant van 29 Juli 1720 komt het eerst een
uitvoerig bericht omtrent de aktiè\'n der Maatschappij voor:
„Onze Actiën," zoo leest men daar, „waren eergisteren op
56 per cent, en gisteren hebben dezelve gerolleerd tus-
schen 50 en 52 per cent, en bleven des avonds willig op
de hoogste prys rusten. Zedert een dag 4 a 5 zyn \'er
verschyde menschen, die voor 1 en een vierde per cent
een uytdeling van 6 per cent of daar over verzekeren:
zoo dat men kan zeggen dat deze Actiën Reëel 150 per
cent avans waard zyn, gestelt als iemand een interest van
3   en een half per cent verzekert van zyn Kapitaal te
konnen trekken vernoegt is."
Op dezen zelfden datum stonden de aktiën der O. I.
Compagnie 1135 pet., die der Westindische 254 pet., terwijl
deze laatste den vorigen dag zelfs tot 340 pet. waren ge-
loopen. De Zuidzeecompagnie van Engeland deed 900 pet.
2 Augustus stonden de aktiè\'n 54 pet, maar ook de
animo bleef toenemen, zooals uit de „Maandaagse Courant"
van 5 Augustus d. a. v. duidelijk blijkt. „Men had nooit
konnen vermoeden," zoo schrijft de korrespondent vol
geestdrift, „dat de Compagnie van Assurantie in deze
Stad voor zoo weinig weken eerst opgeregt, van zulken
considerabelen effect zoude geweest zyn, als men nu be-
vind; nog veel minder dat \'er zoo veel lust en Liefheb-
bery van te verwagten had geweest; men kan zeggen dat
\'er honderden van menschen in deze Stad zyn, die met
4   pond 50, 60 en 100 guldens gewonnen hebben; den
aanloop van allerhande Vreemdelingen is aanmerkelyk
-ocr page 27-
=4
en vermeerderd nog dagelyks; den Actienhandel gaat zoo
heet, dat het aan anderen die \'t zelfs (zelf) niet zien,
ongelooffelyk is; den 29 wierd\'er om 3000 guldens ge-
wed, dat de prys der Actiën dit lopende jaar op 70 per
cent avans zouden zyn, maar die wedder heeft eer de
week ten einde was, die 3000 guldens al gewonnen, want
de Actiën zyn zedert die tyd gestadig gemonteert, en met
de gisteren aangekomene Engelsche brieven, zijn \'er zware
Commissien opgekomen, zoo dat een Engelsch Heer een
Remise van 100 duizend ponden sterlings in een enkelde
Wisselbrief ontfangen heeft, en de Actiën wierden gis-
teren agtermiddag tusschen de 80 en 100 gestadig met
10 en 5 per cent variatie hoger of lager verhandeld.
Zekeren Engelschen Heer stelden voor in een gezelschap
van meer als honderd menschen, tegens wien die maar
lust had, om duizend guldens te willen wedden, dat de
Actiën dit lopende Jaar op 150 per cent avans zouden
komen, en na \'t myn voorkomt, zyn \'er wel 10 partyen
van deze conditie gedaan en aangetekent."
Den 7en Augustus heet het weder: „Onze Compagnie
van Assurantie heeft aanmerkelyke zommen, op Schepen
na de West-Indien, de Oostzee en andere plaatzen gaande,
voor rekening van Amsterdamsche Koopluiden, verzekert;
de Actiën daar van zyn heden 80 a 81 per cent."
Zooals men aannemen mag, was het om dezen tijd met
de koersen op het toppunt. Is dit de reden geweest, dat
men 19 Augustus besloot op nieuw „een subscriptie" van
3 millioen gulden uit te schrijven, het is een bewijs te
meer, dat zelfs deze Maatschappij aan den invloed van
den algemeenen tuimelgeest niet kon ontkomen. Nu, ze
had zelfs een vorstelijke deelneemster bij de eerste inschrij-
ving gehad en waar de weduwe van Joan Willem Friso,
Maria Louisa van Hessen-Cassel, het niet beneden zich
geacht had de Maatschappij bij hare oprichting te steunen
-ocr page 28-
»5
met haar geld, daar is \'t den Direkteuren niet zoo erg
kwalijk te nemen, dat ze van de omstandigheden gebruik
maakten om \'t kapitaal in kas te vergrooten. Men liet
dan den ipden door den bode op de Beurs uitroepen, dat
geïnteresseerden verzocht werden den volgenden morgen
te 9 uren te komen in de Stads Doele om het voorstel
der leening te hooren, waarna onmiddellijk gelegenheid
zijn zou tot inschrijving. De toevloed van inschrijvers was
zoo groot, dat men den 21 en besloot geen aktiën van
ƒ 5000, maar van ƒ 1000 te maken, waarvan 15 pet.
moest worden gestort. Dat er, met de gejaagdheid, die
over allen gekomen was, enkele „abuijsen in \'t uijtgeven
der subscriptie" begaan waren, verwondert ons niets. Ze
werden echter geredresseerd op den i4en September,
zooals uit het volgende blijkt. Men besluit dat aan „Jurf.
Ida Catarina van Belle een brief van ƒ3000 zal worden
thuijs gesonden, aan Francois van den Honaart, Contro-
leur in de Wisselbank, gelijke ƒ3000, aan de Makelaar
Abraham van Overzee ƒ 1000, aan Jan Patijn de Jonge,
in plaats van Jan Patijn de vader ƒ 2000, aan Henrij
Hoope in plaats van John Hoope ƒ2000, aan Simon de
Buck in plaats van Jan de Buk ƒ 1000, en blijven de
naarvolgende geconfisqueert om reden van haar minder-
jarighijt, ƒ5000 gedestineert voor Diedrik van Hoogen-
dorp, Heer van Hofwegen; ƒ4000 voor Volkert van
Koopstad, ƒ 1000 voor Pieter de Ruijter, en ijndelijk
ƒ1000 voor Stanton Ward."
Vijf dagen te voren (9 September 1720) was „d\'Heer
George Roeters in de vergaderinge verscheenen, om wegens
zijne menigvuldige affairens afschijd van deselven te
nemen," en heeft gezegd dat het hem ten hoogste aan-
genaam was „deze maatschappij, soo gelukkig begonnen,
tegenwoordig gestabileert te sien, door den ijver der Direc-
teuren, over wiens Persoonen en familie den Hemel zijne
-ocr page 29-
26
Segen wilde uijtstorten en door derselver goed bestuur
dese Maatschappij duursaam maken, waar door den Koop-
handel in de Maas, tot welzijn van dese stad, mogte
werden vermeerdert," terwijl hij zijne diensten ten allen
tijde aanbood. De president bedankte hem daarop voor
zijn moeite en vlijt aan deze Maatschappij besteed.
Had men in de vergadering van 14 September de
heeren Keerbergen, Cordelois en Charron verzocht uit
te zien naar een bekwaam huis, \'t zij dat van den heer
van Hees of een ander, bekwaam voor de Maatschappij,
in de vergadering van den 23en werd medegedeeld dat
de heer van Nyevelt het huis op den hoek van de Beurs
aangekocht had voor ƒ 12000. Men besloot de huurders
uit te koopen en „bij Burgemeesteren, ware \'t mogelijk,
op voorbeeld van \'t ander huys op de Beurs een dier-
gelijk terrein voor de Maatschappij te versoeken." Van
\'t in gebruik nemen van dit huis kwam niets. Toen in
1721 de Regeering besloot een nieuwe Beurs te bouwen,
nam zij daartoe ook dit huis over en deed door den heer
van Zuylen van Nyevelt tevens mededeelen aan de ver-
gadering, dat er op die Beurs „Comptoiren en apparte-
menten" voor de Maatschappij zouden worden gemaakt.
Ook den 25en September 1720 blijkt ons weer hoe
alle geslachten en standen aan de inschrijving deelnamen,
daar aan Robert Hennebo, den wispelturigen man die
den „lof der jenever" zong en een rouwklacht dichtte op
Jac. Veenhuyzen\'s „goudvink, kanary, hond en paerd", en
aan Kolonel John Steward tot \'s middags 4 uur gelegen-
heid werd gegeven tot betaling der 15 pet. van hunne
inschrijving, „bij faute" waarvan de aktiè\'n zouden worden
geconfiskeerd. Of zij betaalden, wordt niet vermeld, \'t is
echter bekend, dat Hennebo schatten met den aktiehandel
verdiende en er o. a. een buitenplaats voor kocht bij Gouda
gelegen, die hij „Aktiehove" noemde.
-ocr page 30-
17
Het eerste klinkend bewijs voor de soliditeit der Maat-
schappij werd den aktiehouders den i/en Oktober gegeven.
In September had er in een koffiehuis een rekwest ter
teekening gelegen, waarbij verzocht werd dat de aktiè\'n
door de Direkteuren zouden beleend worden. Een menigte
kooplieden onderteekenden het, en, wilde men dit ver-
zoekschrift toen niet des- of approbeeren voor men \'t ge-
lezen had, den 9en Oktober besloten heeren bestuurders,
van 17 Oktober af, de aktiè\'n met 40 pet. te beleenen.
Ten tweeden male kon nu de regeering der stad het
bewijs leveren, dat haar toestemming tot oprichting der
Maatschappij en het aanstellen van zes gedeputeerden uit
haar midden als mededirekteuren geen bloote vorm was,
maar dat zij de verplichting* die daardoor zedelijk op
haar rustte, n.1. om de compagnie ook met stoffelijke
middelen te steunen, ernstig opnam.
Had men, toen de Maatschappij besloot wisselbrieven
te diskonteeren, van de stad reeds ƒ300.000 aan bankgeld
gevraagd en verkregen onder persoonlijke verbintenis van
elk der Direkteuren, men wendde zich ook nu (ten einde
de aktiè\'n te kunnen beleenen?) tot de regeering en ont-
ving opnieuw drie tonnen gouds tegen een rente van één
percent, zonder persoonlijke verbintenis, maar onder ver-
band der penningen en effekten van de Compagnie.
Veertien dagen na het besluit om de aktiè\'n te belee-
nen, achtte men het noodig om tegen i° November twaalf
tot vijftien van de „notabelste geïntresseerdens bijeen te
roepen om met hen raad te pleegen over den toestant
van saken en particulier over \'t stuk van beleeninge."
Wat toch was er voorgevallen? De contramineurs hadden
den prijs der aktiè\'n tot een ongekende laagte gebracht en
daarom hadden de heeren Richard Pikfatt, Hendrik van
Meel, Willem van Rijkevorsel en Henry Hope verzocht
voorstellen te mogen doen tot herstel der zaken. Zij,
-ocr page 31-
28
vreesden, dat er nog kans was van een verdere daling en
noodigden Direkteuren uit tot het doen van al zulke stap-
pen als leiden konden tot meerdere zekerheid. Het bestuur
der Maatschappij achtte het voorgestelde onaannemelijk,
maar deed een bemiddelend voorstel. Daar echter in mar-
gine van \'t relaas dezer onderhandeling staat „Nota de
geintresseerdens niet voldaan hebbende aan haar Contract,
ist zelve bij Directeuren gehoude voor geannulleert,"
hebben wij bij dit voorstel geen belang, dan in zooverre
dat het de aanleiding was tot de hierboven reeds vermelde
bijeenroeping in den Doele van belanghebbenden, „die
het voorige Request niet hebben getijkent," eene bijvoe-
ging, die reeds doet vermoeden, dat er ernstige beraad-
slagingen werden verwacht.
Op den bepaalden datum verschenen nu in den Doele
de heeren Philip van Kloon, Johan Timmers, Gerard
Roos, Pieter de Ridder, Izaac Le Petit, Adriaan Brouwer,
Jan van den Anker, Daniel de la Motte, Joan de Haas en
Anthonij Eelboo. De heer van Nyevelt doet opening van
zaken en vertelt, dat, wat de Maatschappij doet aan dis-
konto en beleeningen, jaren lang begeerd was, en assu-
rantie en diskonto dan ook zoo bloeiden dat er onder
bestuurderen waren, die ondanks de verdachtmakingen,
deze zeer gaarne voor eigen rekening zouden nemen; dat
de desastre des tijds echter, door de daling ook dezer
aktiè\'n, dreigt deze Maatschappij ten gronde te richten;
dat bovendien de ongeoorloofde handelingen van som-
mige makelaars en de kwade geruchten, die verspreid
worden, zeer gevaarlijk voor haar zijn; dat men dien
ondergang had trachten te voorkomen door de aktiën
tegen 40 pet. te beleenen, in dier voege dat wie drie
akties had er één beleenen kon: dat de belangstelling van
Direkteuren en regeering waarborg genoeg was voor den
goeden gang van zaken; dat men uit de geïnteresseerden
-ocr page 32-
29
gaarne een kommissie benoemd zag, om den stand van-
zaken op te nemen, maar dat het doel van dit samen-
komen hoofdzakelijk was middelen tot herstel van den
geschokten toestand aan te geven.
De vergaderden bedankten voor de eer een kommissie
tot kontrole te benoemen, daar zij de Direkteuren vol-
komen vertrouwden. Zij vroegen echter of het niet goed
zijn zou met de beleening over alle aktiën door te gaan
en stelden voor, als men \'t niet raadzaam achtte voor de
Maatschappij zelve aktiën aan te koopen, dan Burgemees-
teren door een deputatie te laten verzoeken een twee
honderd of meer partijen voor rekening van de stad te
nemen, om „aan al de werelt te doen sien dat deselve
sig aan \'t welwesen van de Maatschappij kragtig lieten
gelegen leggen;" men bedankte de aanwezigen en toen
den volgenden dag de heeren Philip van der Hoeven,
Philip Jacob van Kloon, Gerard Roos, Pieter de Ridder,
Willem van Rijkevorsel, Daniel de la Motte, Henry Hope
en Hendrik van Meel de aanneming van het voorstel der
opgeroepenen van den vorigen dag nog eens kwamen
aanraden en zich aanboden mede in deputatie naar Burge-
meesteren te gaan, namen Direkteuren dit aan. Zoo gin-
gen dan den 4en November de heeren van \'t Wedden,
Senserf, Cordelois, van Nyevelt en Visch, aan wien uit
de „Gedispiceerden der Geïnteresseerden," waren toege-
voegd Philip van der Hoeven, Gerard Roos en Pieter de
Ridder, naar Burgemeesteren en deden het verzoek een
paar honderd aktiën voor de stad te koopen „om daar-
door spoedig al verdre val der Actiën voor te comen,
die niet in tijts werdende gestuijt, eyndelijk na sig zal
slepen de Ruine van veele Ingesetenen en Totale Dis-
credit van dese Maatschappij, die nu onder Gods Zeegen
zoo verre geconstitueert is, dat alle quade gerugten tot
desselfs nadeel versprijt, haast sullen moeten vervallen,"
-ocr page 33-
terwijl zij om dit te bewijzen gaarne opening van zaken
zullen doen. Burgemeesteren beloven hierop „serieuse
reflexie" te zullen nemen.
Terwijl nu Burgemeesteren hierover „serieus aan \'t reflec-
teeren" waren, hield men niet op met \'t aanbieden van
voorstellen tot verzekering van het voortbestaan der Maat-
schappij. Zoo bracht de heer Charron in de vergadering
van 5 November zelfs een in \'t Engelsch gesteld projekt
ter tafel en werden de heeren van \'t Wedden en Barons
benoemd, om dit te onderzoeken en den nen d. a. v.
werd aan de heeren Senserf, Keerbergen, Nyevelt en
Visch opgedragen, zoowel over de door enkele Direk-
teuren als door verschillende belanghebbenden ingediende
voorstellen, verslag uit te brengen. Het resultaat hiervan
was dat den i4en November de heeren Senserf, Keer-
bergen en Visch, Cordelois en Charron werden aange-
wezen om naar Burgemeesteren te gaan met twee projekten
van de heeren van \'t Wedden en Visch. Den azen brengen
zij verslag uit van hun bezoek. Zij hadden er op gewezen,
dat, ofschoon de disconto\'s en assurantiën op een favora-
belen voet stonden, vele geïnteresseerden Direkteuren zoch-
ten te blameeren, wat aanleiding geven kon dat deze
moedeloos hun taak erbij neerlegden, dat zij daarom
2 projekten aan Burgemeesteren aanboden ter kennis-
neming. Een dezer projekten werd door den President
Burgemeester voorgelezen „en is hetselve niet onsmakelijk
voorgecomen", zoodat men beloofde dat men over dit
punt \'t eerst besoigneeren zou. Ook besloten Direkteuren
in deze vergadering 50 aktiën uiterlijk tot den prijs van
20 pet. of zooveel minder als zij te bekomen zouden zijn,
aan te koopen. Franco Cordelois zou dit doen en nu op
naam van dezen, dan van dien Direkteur koopen. Zij bleven
€chter eigendom van de Maatschappij, winst zouden zij
er persoonlijk niet van genieten; deze bleef c. q. aan de
-ocr page 34-
3i
Maatschappij; de verliezen, die er op mochten vallen,
zouden ze echter elk in zijn privé dragen, waartoe zij de
ƒ100.000 aan aktiè\'n, die elk van hen bezat, als waarborg
stelden.
Voor de volledigheid moet ik hier tusschen al het ge-
harrewar over den welstand der Maatschappij melden,
dat den 25en November de eerstgeleende ƒ300.000 met
dankzegging aan de regeering werden terugbetaald. Dit
mag, dunkt mij, als indirekt bewijs worden aangemerkt
van den goeden gang harer administratie.
De zaak der projekten schijnt de belanghebbenden buiten
de direktie te lang te hebben geduurd, ten minste in de
vergadering van 2 December werd een request door velen
onderteekend, en een Memorie van Gerard Roos c. s.
gelezen, die aan Burgemeesteren waren gericht en nu
door dezen aan Direkteuren ter kennisneming en beoor-
deeling toegezonden. Het voorgestelde werd door de ver-
gadering „gansch niet suftisant en nogh veel minder
Equitabel bevonden." Men zou zich echter gaarne naar het
oordeel van Burgemeesteren gedragen. Deze concepten
werden door den heer van Nyevelt, met dit bericht, aan
Burgemeesteren teruggebracht, door de Vroedschap com-
missoriaal gemaakt en gesteld in handen van Burgemees-
teren en Rekenmeesteren. Direkteuren achtten het nu
zaak, klaar uiteen te zetten wat naar hun oordeel het
wenschelijkst was en zij deden dit in een meesterlijk ge-
stelde memorie aan Burgemeesteren, welke ik hier in
hoofdzaak weergeef.
Zij beginnen weder met de verzekering dat disconto\'s
en assurantiën uitnemend loopen, en wijten dit niet aan
hun wijsheid, „maar veeleer aan een geluk grooter als
men sig. kan verbeelden," zonder bijzondere precautie,
vooral in „\'t beleenen der Actiën (door veele voorname
Geintresseerdens, \'t zy uijt onkunde, of om andre redenen
-ocr page 35-
de Vreemdelinge mogelijk best bewust, soo onverstandig
en dangereus, selfs door een circulatie van Papiere Geit
geproponeert), dat dese Maatschappij noodwendig daardoor
alleen hadde moeten te gronde gaan en het geit selfs van
de stad, door UEd. G. Agtb. tot soo een favorable Cours
op Intrest gegeven, hadde groot gevaar geloopen, daar
nu geen de allerminste vreese voor overig is, soo lange
de vereijste voorsigtighijt wert gecontinueeert."
Een der wezenlijkste redenen, zoo gaan zij voort, varr
de dalinge der aktiè\'n is het „Exorbitant Groot Capitaal
door de aanleggers sonder eenig fondament, of overleg
in dier voegen genomen, of mogelijk om andre Redenen
die beter gepasseert, als ten nauwste uijtgepluijst dienen."
De middelen aangegeven om dit te remedieeren zijn
verschillend, zoo willen sommigen der geinteresseerden
de „mortificatie van ses millioenen Oude Actiën bij forme
van Lijfrente," terwijl de subscriptie van 3 millioen in
wezen zou blijven en tot 80 pet. volgestort zou moeten
worden; aan het meerendeel bevalt dit echter niet en zij
hebben aan Direkteuren de regeling overgelaten.
Die mortificatie achten Direkteuren dwaasheid, daar elk,
die den toestand maar een weinig kent, zal begrijpen dat
een pas opgerichte maatschappij zulk een last van lijf-
renten niet dragen kan. Ook het fourneeren der subcriptie
tot 80 pet. is dwaas en onredelijk, daar er reeds meer
dan de oude aktiën nu waard zijn, n. 1. 15 pet. op de
subscriptie is gestort en nu nog 65 pet. daarboven te
vragen hoogst onbillijk zijn zou.
De subscriptiè\'n zijn reeds voor 38 pet. verhandeld, dit
maakt met den inleg van 15 pet samen 53 pet., moet
hierop nu nog 65 pet. bijgestort worden, dan komen
deze aktiè\'n ten laatste op 118 pet., „iets wat immers
d\' onredelijkhijt selfs is" voor menschen, „die met mal-
kanderen soo veel alleen hebben gecontribueert als de
-ocr page 36-
33
negen millioenen aan oude actiën, en daardoor de Dis-
conto\'s, en andere nutte saken voor de Maatschappij heb-
ben in train gebragt"
Dat men subscriptiè\'n kan en mag vernietigen blijkt. In
Engeland had men twee of drie subscriptiè\'n vernietigd
en de bezitters daarvan restitutie gegeven in oude aktiè\'n.
\'t Was echter niet voordeelig voor de bezitters van oude
aktiè\'n, die, daar zij deze als zekerder achtten, daarvoor
groote prijzen hadden betaald.
Wilden Burgemeesteren echter de subscriptie tot be-
houdenisse van \'t gansche lichaam geheel doen vervallen,
Direkteuren zouden zich in alles gaarne naar hunne be-
slissing schikken en met „alle Respect deselve obediéren
voornamentlijk dewijle de meergemelte subscriptie door
HEd. Gr. Agtb. was geconsenteert."
„Maar," dus voeren ze zeer bescheiden aan, en men
kan den Direkteuren geen behendigheid ontzeggen, „Maar
om anders d\'een en d\' andre Geintresseerdens so van
d\' oude als van de nieuwe Actiën wat genoege te geven,
proponeren Directeuren voor \'t laatst een Concept seer
voordelig voor de Maatschappij, en dat zij verwagten
UEd. G. Agtb. niet onsmakelijk kan voorcomen, te meer
om dat het gerigt is tot merkelijk faveur der oude Actiën,
waardoor niemand ongelukkig zal sijn als die geene, die
maar alleen subscriptiè\'n hebben, dat waarlijk een seer
klijn getal sal uitmaken en ten quaatste genomen nog
voordeliger als voor i pet. en nog minder deselve moeten
afsetten, gelijk daarvan de dagelijkse Exempelen sijn."
Om dit project (\'t is 18 December 1720 dat ze dit
voorstellen) tegen Januari 1721 echter met goed gevolg
uit te voeren zou het niet ondienstig wezen (onder ge-
heimhouding), Direkteuren voor stadsrekening twee a drie
honderd aktiè\'n te laten koopen; daardoor toch zou „de
gansche wereld soo binnen als buyten Lands" overtuigd
3
-ocr page 37-
34
worde», dat de regeering „door cordate resolutiën" de
Maatschappij staande wilde houden; \'t krediet zou er in
een tijd als deze zeer door groeien en „apparent" waren
er later groote voordeden uit te wachten.
Of stond de Maatschappij van Assurantie in Engeland
niet reeds te waggelen? En zou ze niet spoedig moeten
vallen ? Als men naging welk een som zij aan het gouver-
nement had moeten betalen, welke traktementen of liever
emolumenten hare Direkteuren moesten hebben en welke
onkosten door de „splendidhijt," dien landaard eigen, er
af moesten, dan leed dit geen twijfel.
Hier, daarentegen, nemen Direkteuren ter contrarie alle
moeite op zich, zonder eenig profijt, alleen ten dienste
van \'t gemeen en zij zorgen dat alles zoo zuinig mogelijk
beheerd wordt. Ja, wat meer is, er zijn er zelfs onder, die
tot nog toe merkelijk schade hebben willen lijden.
\'t Is dan ook duidelijk dat deze compagnie \'t tegen die
Engelsche en alle andere gemakkelijk uithouden kan en
dat zij „om haare Genereuse behandelingen bekent ge-
worden, d\' Assurantie uijt alle Gewesten van de Wereld
naar sigh zal trekken, want de geassureerdens soo een
secuur Lighaam zullen prefereren boven Particuliere Per-
soonen."
Het concept, waarvan zij in deze memorie spreken,
komt op het volgende neer: Men zou de ƒ450.000 van
de subscriptie, ingekomen tegen den koers van 75 pet.,
converteeren in aktiën, ieder van ƒ1000, zoodat dit 600
aktiën zouden worden. Zóó, het is duidelijk, werd op
eens nominaal 2.550.000 gulden van het geheele kapitaal
der subscriptie, die uit 3 millioen bestaan had, geannu-
leerd.
Was er op de oude aktiën, d. z. de bewijzen van deel-
neming aan de eerste inschrijving van 12 millioen, die
5000 gulden groot waren, 75 pet. gestort, dan waren
-ocr page 38-
35
dezen ƒ3750 waard, dus een van duizend gulden ƒ750.
Om nu een nieuwe aktie van duizend gulden te krijgen
uit deze subscriptiën, had men vijf van deze laatste noodig
en daar er op ieder 15 pet. was gestort d. i. ƒ150, was
voor zulk een nieuwe aktie reeds ƒ750 betaald. Deze
zouden daarom tot geen storting verplicht zijn vóór ook
de oude aktiè\'n 15 pet. hadden gefourneerd.
Zou de Compagnie op deze wijze 600 aktiè\'n grooter
worden, dit kapitaal, tegen 1 \'/4 pet. berekend, belastte de
Maatschappij met ƒ9000 rente of 2 pet. van het reeds
gestorte kapitaal van ƒ450.000, terwijl dit geld minstens
4 pet. zou opbrengen en de Compagnie met 2\'/2 mülioen
kapitaal ontlast werd.
Dat men aktiè\'n van ƒ 1000 maken wilde, had drie
redenen:
i° verloor men de transportgelden, die ƒ5 voor ieder
transport bedroegen.
20 zou men aktiè\'n van ƒ5000 makende, te veel sub-
criptiè\'n noodig hebben voor iedere nieuwe aktie.
3° (men betrachtte de zuinigheid ook) kon men dan
een groot aantal zegels gebruiken, die men in voorraad
had en slechts dienen konden voor transporten van ƒ1000.
In de vergadering van 27 December besloot men, naar
aanleiding van voorgaande missive, geen subscriptiën meer
te transporteeren tot Burgemeesteren geantwoord hadden.
Hoe de beweeglijkheid der tijden als weerspiegeld werd
in de zaken dezer Maatschappij, blijkt tusschen dit alles
door telkens uit de notulen, die van dag tot dag een
konflikt met aandeelhouders, tusschenpersonen, enz. ver-
melden. Daar de gang der hoofdgebeurtenissen reeds meer
dan overvloedig stof voor dit opstel levert, ga ik de kleine
twisten stilzwijgend voorbij.
Terwijl men nog steeds het antwoord van Burgemees-
teren wachtte, kwamen de heeren Philip van der Hoeven,
-ocr page 39-
36
Daniel de la Motte en Anthonij Eelboo bij Direkteuren
de betuiging brengen dat zij de toewijding van dezen
zeer op prijs stelden, maar tevens uit naam van een „nota-
bel getal geintresseerdens" een remonstrantie aanbieden,
waarbij de „mortificatie" van de geheele „Subscriptie"
werd aanbevolen als het beste middel tot herstel der
zaken. Men zou dan voor ƒ25.000 aan subscriptiën een
oude aktie van ƒ5000 aan den bezitter willen geven.
De inhoud van deze remonstrantie was gelijk aan die
van het stuk door geinteresseerden in November reeds aan
Burgemeesteren gezonden, en van den president-direkteur
vernemen wij in zijn antwoord aan de deputaten uit de
belanghebbenden, dat zij dit Project reeds kenden, doch
ook dit met terzijdestelling van eigen belang aan Burge-
meesteren opzenden en met dezen spreken zouden.
Toen nu op 21 Januari 1721 de Direkteuren weder
vergaderden en allen aanwezig waren, deelde de heer
van Nyevelt mede dat Burgemeesteren geresolveerd had-
den de zaken aan de vergadering terug te zenden, om
daaraan in overleg met de geinteresseerden een einde te
maken, te meer daar de overgelegde ontwerpen in strijd
met elkander waren.
Men besloot nu de belanghebbenden in den Doele bij
een te roepen en door den „uytroeper" Stakenbeek daar-
aan op de volgende wijze openbaarheid te laten geven:
„de Geintresseerdens in de Maatschappij van assurantie
deser Stad en wel voornamentlijk die de onlangs ge-
daane remonstrantie aan Directeuren niet hebben onder-
tijkent, werden versogt sig in de Stads Doele te laten
vinden tegens aanstaande Saturdag namiddag ten 3 uren,
om \'t aanhooren de Propositien die door Directeuren ge-
daan sullen worden, tot veranderinge van de laast gedane
Subscriptie van drie Millioene guldens."
Ten gevolge van deze bekendmaking waren een groot
-ocr page 40-
37
getal belanghebbenden en al de Direkteuren Zaterdags-
middags op het bepaalde uur in den Doele. Toen Direk-
teuren plaats hadden genomen „aan een tafel geplaast
binnen de Balluster aldaar staande," deed men de aan-
wezige belanghebbenden in de zaal verzoeken. Men ziet,
het ging alles in den vorm en de nauwkeurigheid, waar-
mede dit alles is te boek gesteld, doet reeds van te voren
een gespannen verhouding vermoeden. De voorzitter van
Zuylen van Nyevelt neemt het eerst \'t woord en zijn
inleiding is niet vrij van scherpe uitdrukkingen al is ze
waardig tevens.
„Eenige voorname Geinteresseerdens in de Maatschappij
van Assurantie deser stad hebben kunnen goet vinde,"
zoo begint hij, „in de maand van November laastleden
sig te addressere aan de Heeren Burgermeesteren deser
Stad, en aan haar Ed. G. Agtb. over te geven eenige
propositien tenderende quasi tot verbeteringe en maintien
van de Maatschappij. Wij oordelen dat het wel soo be-
tamelijk hadde geweest, dat saken van die natuur de Maat-
schappij concernerende door Directeuren waaren voort
gebragt geweest." Zoo, dus gaat hij voort, dachten ook
Burgemeesteren er over en zij hebben dat ontwerp daarom
in onze handen gesteld en wij hebben met allen eerbied
er ons gevoelen over gezegd. We zullen ons niet uitlaten
over de verdiensten en eigenaardigheden van die projec-
ten „om geen kitteloorige \'t offenseren", maar wij nebben
ze „impracticabel en ook schadelijk voor de Maatschappy
bevonden. Ons eigen voorstel achtten wij nog het beste,
wij hebben echter aan Burgemeesteren voorgesteld om
ons hun oordeel te doen kennen, waaraan wij beloofd
hebben ons te zullen onderwerpen en het trouw te zullen
uitvoeren. De remonstrantie, ons Zaterdag 1.1. door den
heer Philip van der Hoeven c. s. aangeboden, zonden
wij ook aan Burgemeesteren en het is naar aanleiding van
-ocr page 41-
38
het besluit van de Vroedschap om al de stukken aan
ons, onder vriendelijke betuiging van ingenomenheid met
de handelingen van Direkteuren tot nu toe, terug te zen-
den met verzoek deze zaak in overleg met belangheb-
benden te regelen, dat wij deze convocatie deden.
„Mijnheeren, Soo wijnig als wij ons hebben gekreunt
over de Lastertaal en onbeschaamde bejegeningen van
sommige lafhartige Persoonen, soo sensibel is ons het
plaisir geweest te mogen hooren het vergenoegen dat
Burgermeesteren en Geintresseerdens in onse conduites
ontrent \'t behandelen van de Saken, de Maatschappij
rakende, verklaart hebben te nemen.
„Wij kunnen ook niet verbergen dat wij van tijt tot
tijt hebben ontdekt, dat eenige quaadaardige menschen
met alle sinistre streeken, versiende Leugenen, en ver-
digtsels de Comp. hebben soeken \'t ondermijnen en was
het doenlijk omverre te werpen, anderen wederom op
valse gronden, en specieuse Pretexten, om oneenighéden
te verwekken, en te fovéren, waardoor men metter tijt
wel sal ontdekken wat vergiftige Slang sig hier int gras
verborgen houd," zoo herneemt hij zijn rede en spreekt
den wensch uit, dat belanghebbenden, gedachtig aan de
oude spreuk „dat door Eendragt klijne Saaken dagelijx
aannemen en groot worden", wel zullen willen mede-
werken om de zaken ten beste te leiden. Na nu nog eens
het plan van Direkteuren te hebben uiteengezet, stelt de
president voor te stemmen. Dat ging echter zoo maar
niet. De heeren Jacob Le Maire en Pieter de Ridder
verzochten kopie van \'t plan van Direkteuren en van
de remonstrantie der belanghebbenden en nadat zij die
verkregen hadden, begaven zij zich met Jan de Haas,
Jacob Mispelblom, Robert Gordon en Isaac Elsevier, zooals
zij voorgaven gemachtigden van vele belanghebbenden,
naar beneden om te zamen te overleggen. De uitslag van
-ocr page 42-
39
dit overleg was, dat de heer Le Maire mededeelde dat
zij „voorbijgaande de hatelijke Expressien in opsigte van
veele van haar gedaan" met het ontwerp van heeren Direk-
teuren niet instemden, dat deze zaak volgens „advis van
fameuse advocaten", met algemeene en niet bij meerder-
heid van stemmen te beslissen was en zij heden niet
zouden stemmen, noch tot een beslissing wenschten te
komen.
\'t Schijnt dat het daarop tamelijk rumoerig in de ver-
gadering werd. De president antwoordt dat in alle ordent-
lijke vergaderingen bij meerderheid van stemmen beslist
wordt, dat men heden beslissing wenschte over het project,
en, (nog al tamelijk meegaand) Direkteuren zich bij de
meerderheid zouden voegen.
Uit de stemming, die nu volgde, en waaraan de ge-
machtigden weigerden mede te doen, blijkt dat door de
overige aanwezigen en zij, die de remonstrantie teekenden,
790 oude aktiè\'n en 951 subscriptiè\'n werden vertegen-
woordigd, terwijl Direkteuren 240 oude aktiè\'n en 346
subscriptiè\'n op hun rekening hadden.
Direkteuren gaan na deze stemming in een ander ver-
trek en na eenig overleg doen de gemachtigden, met uit-
zondering van den heer Le Maire, hun verzoeken om
een „minnelijke conferentie." Als dit toegestaan is, ver-
zekeren zij dat na veel moeite hun principalen zich heb-
ben laten vinden tot een vergelijk en zich zouden schikken
naar \'t plan van Direkteuren, mits dat de nieuwe aktiè\'n
uit de subscriptie voortkomende, steeds met de oude aktiè\'n
tegelijk zouden moeten storten, indien er storting noo-
dig was.
Direkteuren blijven volhouden dat dit een „hardighijt"
tegenover de houders der subscriptiè\'n was, waaraan zij
niet gaarne deel hadden, maar zij raden genoemde ge-
machtigden aan zich te verstaan met de heeren, die de
-ocr page 43-
laatste remonstrantie ingediend hadden. Daniel de la Motte,
Philip van der Hoeven, Hendrik Roosevelt en Anthonij
Eelboo worden daartoe voorgesteld. Vóór deze conferen-
tie begint, raden Direkteuren hun aan*, te zien dat zij
zooveel mogelijk de „differenten" trachten te „termineren"
maar het er op aan moeten houden dat de definitieve
regeling bij Direkteuren verblijft.
Er werden lange debatten gevoerd tusschen deze beide
kommissies, maar men kon tot geen vergelijk komen;
eindelijk ging men te zamen naar Direkteuren. \'t Scheen
eerst of men de beslissing der verschillen aan deze wilde
overlaten, maar „buijten alle verwachting braken de oppo-
santen in eens de zaken af met de mededeeling, bij monde
van den heer Abraham van der Pot, dat zij bleven bij
hun idee dat oude aktiën en subscriptiën gelijke inroeping
(storting) zouden subject zijn.
Jacques Le Maire, die bij dit alles tegenwoordig was,
wilde zich in niets uitlaten. Donderdags 30 Januari d.a.v.
brachten Philip van der Hoeven en Pieter de Ridder, be-
hoorlijk op schrift, bij Direkteuren in de toen belegde
vergadering hetzelfde voorstel van gelijke storting in.
Direkteuren namen dit aan, met de opmerking dat de
165 onderteekenaars nog niet de geheele meerderheid der
belanghebbenden uitmaakten, en zij er bij bleven zich te
zullen aansluiten bij de meerderheid. Toen men nu het
aantal der vertegenwoordigde aktiën opnam, bleek dat dit
getal 1075 oude aktiën en 795 subscriptiën bedroeg, waarbij
van Direkteuren 1048 oude aktiën en 1246 subscriptiën
kwamen, zoodat in den zin van het voorstel besloten
en afgekondigd werd dat men .,in de gedane Remon-
strantie" consenteerde. Wie reeds 5 pet. voor de tweede
inlage gestort had, kon van 4 Februari tot 10 Maart
telkens des morgens van 9—11 ën des middags van 4 tot
6 uur restitutie daarvan krijgen. Wie echter het in zijn
-ocr page 44-
4i
belang mocht achten tot 80 pet. (den koers van uitgifte)
door te fourneeren, kon dit doen vóór 10 Maart; na dien
tijd werden elke 5 subscriptiën in een oude actie van
ƒ1000 veranderd», de boeken ter transporteering van de
subscriptie zouden 3 Februari reeds open zijn. Na de
conversie zouden de kosten van transport voor alle stukken
gelijk zijn; alleen dan, wanneer een enkele geconverteerde
aktie van ƒ1000 moest getransporteerd worden, zou deze
fi moeten betalen om \'t zegel.
In de eerstvolgende vergadering, 8 Februari 1721, kwam
de uitbreiding der assurantie ter sprake en men besloot
middelen in \'t werk te stellen om ook in Amsterdam
assurantiën te sluiten, voorloopig tot geen hooger bedrag
dan ƒ50.000 op één schip, \'t zij de gecommitteerden \'t doen
op eigen naam of voor de Maatschappij.
In de vergadering van 28 Februari 1721 wordt de
termijn van conversie der subscriptiën verlengd tot 1 April
1721 op de boete van ƒ 3.— voor elke oneffen subscriptie
ten profijte van den armen.
Ook besloot men, daar er zooveel geld ledig lag, tot
verhooging van het crediet der Maatschappij door Direk-
teuren aktiën te doen opkoopen, doch tegen geen hooger
koers dan 16 pet. Beleening kon er gesloten worden op
de aktiën, doch hoogstens 15 pet. en niet meer dan 50 stuks
van één persoon tegelijk.
In de vergadering van 6 Maart d.a.v. gaf de heer
G. Roeters eenige middelen aan de hand om de ledig
liggende gelden op „secure wijze" winstgevend te doen zijn
en deed een voorstel om de Maatschappij van een mer-
kelijk aantal aktiën te ontlasten. Hij bracht dit op schrift,
de heeren van \'t Wedden, Senserf, Charron en Visch
werden aangewezen om het plan te onderzoeken en uit
het verslag, dat zij daaromtrent vier dagen later uitbrengen,
blijkt dat dit projekt bestond om op voorbeeld van de
-ocr page 45-
42
O. I. Compagnie, die dit vroeger met goed gevolg deed,
combinatiè\'n van aandeelen te maken; zij stelden voor in
beginsel dit aan te nemen, maar het aantal personen niet
uit 21, doch uit 28 te doen bestaan en voorloopig de proef
te nemen met een millioen guldens. Den volgenden dag
werd dit besluit op de Beurs aangeplakt en ter kennis
van het publiek gebracht. De voorwaarden werden in de
vergadering van 27 Maart op de volgende wijze vastgesteld:
Acht en twintig personen vereenigen zich en koopen
even zooveel aandeelen, de baten worden als bij niet
vereenigde aandeelen genoten, de stortingen moeten als
bij de enkele aktiè\'n plaats hebben, maar met deze laatste
wil de Maatschappij zich belasten tegen een vergoeding van
4 pet. in \'t jaar. De Maatschappij is steeds een der con-
stituanten, de inkomsten worden als lijfrenten beschouwd,
zoodat bij den dood het kapitaal vervalt aan de deel-
nemers, en wanneer hun getal van 28 tot 4 verminderd
is, zal aan dezen het geheele gemeene kapitaal „vrij ygen
en onbelast, als Patrimoniael goet toecomen." Er zouden
zeven klassen zijn, van 1 —10 jaren, van 10—20 enz.
Den 2en April 1721 wordt aan de heeren van Nyevelt,
Charron en Haasbroek opgedragen een recueil te maken
van alle resolutiën, in \'t bizonder belangende de huis-
houding van de Maatschappij, de manieren omtrent de
verkiezing van nieuwe Direkteuren enz., om alzoo een
bekwaam reglement voor altoos vast te stellen.
16 Mei 1721 besluit men om ten dienste van den handel
de gelegenheid voor de kooplieden open te stellen hun kas
bij de Maatschappij te houden, voor \'/10 pet. zal het per-
soneel der Maatschappij dit waarnemen.
21 Mei d.a.v. komt men weder overeen de heeren
Charron en Visch te machtigen 50 aktiè\'n voor de Maat-
schappij te koopen, doch voor niet hooger dan 15 pet.
30 Mei was de eerste klasse der combinatie kompleet.
-ocr page 46-
43
i6 Juni 1721 had de Maatschappij 360 aktiën in eigen
bezit; men besloot nu dit getal tot 400 te verhoogen,
zoodat dan \'/G van \'t geheele aantal oude aktiè\'n in haar
bezit was.
Een voorstel, den 9 Juli 1721 ingediend, om wissels op
Londen te koopen werd niet verworpen, maar aangehouden.
Belangrijk was de mededeeling door de „Heeren van de
Boeken" aan de vergadering gedaan over den staat en
balans der Maatschappij van de oprichting tot uit0. Juni
1721 en de daaruit gevolgde beslissing om 50 gulden per
aktie of 20 pet. van \'t gestorte kapitaal als dividend uit
te deelen, zeker een gunstig resultaat voor het eerste jaar.
Na de keuze van zes gequalificeerden tot het opnemen
der rekening op 19 Juli, had vier dagen later de instal-
latie en opneming der rekening plaats, waarbij de heer van
Nyevelt een zeer degelijke rede hield, welke in \'t kort op
het volgende neerkwam:
Nu de uitdeeling van het dividend vastgesteld was,
stelden Direkteuren er prijs op dat geïnteresseerden den
staat van zaken in den grond zouden kennen, zij waren
daarom bereid de boeken, die ter verificatie noodig waren
open te leggen en zóó de kwaadaardige contramineurs
met reden tegen te gaan. Sedert de oprichting-waren er
wel vele middelen aan de hand gedaan om de Maatschappij
meer te doen floreeren, maar het meerendeel daarvan was
zeer wisselvallig en daarom onaannemelijk. Alleen hadden
zij in overweging genomen een voorstel om de Maatschappij
met eenige millioenen te verminderen door het formeeren
van lijfrenten; een ander om aktiën voor de Maatschappij
zelf op te koopen was hun echter \'t voordeeligst voorge-
komen en zoo was zij dan nu in \'t bezit van 520 aktiën,
die door elkander i5\'/8 pet. hadden gekost, zoodat met
de amortisatie der subscriptiën het kapitaal nu van 15 tot
10 millioen was gereduceerd.
-ocr page 47-
44
Men had niet stil gezeten, maar voortdurend getracht
der Maatschappij verdere voordeden toe te brengen en
was ook nu nog in onderhandeling met het Spaansche
Hof, het Fransche Hof en de Engelsche O. I. Compagnie,
mocht men hierin slagen, vooral met Spanje, dan waren
er belangrijke winsten te wachten. Spanje toch, en de
markies de Beretti Landi had de uitnemendste getuigenis
voor de soliditeit der onderneming gegeven, Spanje wilde
goederen uit eigen land en uit West-Indiè\' aan de Maat-
schappij ten verkoop geven en daarvoor andere artikelen
in de plaats nemen. Direkteuren hadden dan ook be-
sloten Baron de Bette, die dit wel wilde op zich nemen,
met een concept-contract en met de noodige reisgelden
daarheen te zenden.
De Direkteuren verzochten over dit laatste stilzwijgend-
heid en meenden zonder grootspraak te kunnen zeggen
dat ze alles gedaan hadden wat dienstig kon zijn aan den
bloei der maatschappij.
In de vergadering van 28 Juli bracht de daartoe be-
noemde commissie verslag uit van hare zending naar Bur-
gemeesteren om ƒ300.000 van de stad „te hebben" en
daarmede dan een deel der ƒ500.000 te betalen, door de
Engelsche O. I. maatschappij gevraagd op 60.000 pd. st.
in obligatiën als pand. Burgemeesteren waren wel gunstig
voor dit verzoek gestemd, doch konden niet beslissen
omdat de president afwezig was, maar bij nadere over-
weging achtten Direkteuren het toch beter niet verder op
deze zaak in te gaan, daar zulk een beleening niet veel
voordeel aan de negotie toebracht en de schaarschheid van
geld op de Beurs zeker zou toenemen, terwijl Burge-
meesteren met reden zulk een gebruik der toegestane
gelden niet zouden goedkeuren.
In deze vergadering werd ook de rekening gearresteerd en
de balans door Direkteuren en gevolmachtigden geteekend.
-ocr page 48-
45
Ondanks al dit goed beheer daalden de aktiën nog steeds,
zoodat Direkteuren den 22 Augustus 1721 besloten voor
de ƒ45.000, bij de subscriptie overgehouden, aktiën aan te
koopen tegen 10 of uiterlijk 11 pet., maar om alle sus-
picie te voorkomen dat men ze voor de Maatschappij
kocht, zou men den Secretaris der stad Johan Timmers
uitnoodigen uit liefde voor de Maatschappij zich daarmede
te belasten.
In Oktober gaf de daling der aktiën reden om zonder
aanzien des persoons surplus te vragen tot 12 pet. van
hen, die hunne aktiën hadden beleend, terwijl tevens be-
sloten werd voorloopig van Ostende naar China niet meer
te assureeren, tenzij de geassureerden de clausule „vrij
van Christen molesten" in de akte toelieten.
Den heer Baron de Bette, die reeds voor ƒ 12.000
aktiën had, wordt in beleefde termen medegedeeld om
welke redenen de Maatschappij thans zijn verzoek om
nog ƒ10.000 niet inwilligen kon.
Den 22 Oktober 1721 worden de boeten in de armbus,
bedragende ƒ 136.15, gelijkelijk onder de Fransche, Duitsche
en Engelsche diakonie verdeeld. In deze zelfde vergadering
besloot men voorloopig niet aan wissel handel te doen,
maar er zich verder over te zullen beraden, ofschoon ze
aan sommigen niet „onsmakelijk" voorkwam.
Den 21 November 1721 werd het concept-reglement
voor het aftreden van Direkteuren gelezen en den 24en
daarna vastgesteld; één der voorwaarden om verkiesbaar
te zijn was dat men vrij en onbelast twee oude aktiën
had. Ook maakt men in deze vergadering het voorstel
commissoriaal om bij den lagen stand der aktiën een
millioen bij vorm van lijfrenten te nemen. Dit plan werd
den 29 November, na gedane oproeping op de Beurs,
den geïnteresseerden medegedeeld en more majorum door
den heer van Nyevelt ingeleid.
-ocr page 49-
46
De bus, waarin de stemmen over dit voorstel werden
opgenomen, werd den 8en December geopend, maar men
besloot haar nog acht dagen te laten staan, wat den
i5en December nogmaals verlengd werd tot het einde
der maand.
De laatste sporen der subscriptie werden den 6en Januari
1722 uitgewischt, toen het subscriptieboek overgebracht
werd in de oude aktieboeken. Met deze overbrenging
der subscriptiën kunnen wij de Maatschappij als voor
goed gevestigd beschouwen, want al bleef de koers der
aktiën dalende ondanks de uitkeering van een eerste
dividend, van mogelijke opheffing, door inwendig ver-
schil, is geen sprake meer.
Ofschoon nu de keus uit de tamelijk uitvoerige notulen
der vergaderingen, die gedurende anderhalve eeuw ge-
houden zijn, eenigszins moeilijk is, kan ik om langdradig-
heid te vermijden, hier en daar een greep doende in de
voorvallen, die plaats hadden gedurende al die jaren, naar
ik meen den lezer \'t best een overzicht van den gang
der zaken geven en den toenemenden bloei en het daar-
door gevestigd vertrouwen in de Maatschappij schetsen.
6 Januari 1722 werd bij monde van den heer Charron
namens den koning van Portugal het voorstel gedaan een
contract aan te gaan om jaarlijks een zekere hoeveelheid
St. Ubeszout tegen den prijs van 1400 reis te nemen; de
commissie tot onderzoek bracht den i4en daarop rapport
uit. Zij meende dat \'t niet onaannemelijk was en zelfs
groot voordeel beloofde, maar dat \'t gevaarlijk was aan
gekroonde hoofden zulke groote avances te doen. Men
besloot collegialiter met Burgemeesteren te confereeren.
Deze conferentie had plaats in een extra-ordinaire ver-
gadering op den i8en Februari. De zaken werden daarin
uitvoerig aan Burgemeesteren voorgesteld, zoowel wat
dit zoutcontract als de vorming eener lijfrente op aktiën
-ocr page 50-
47
van de Maatschappij betreft, maar nergens vond ik iets
vermeld van den uitslag der beraadslagingen, door Bur-
gemeesteren over deze zaak toegezegd.
In de vergadering van 27 Januari 1722 deelt de heer
van Nyevelt mede dat hij met de hoofdlieden van \'t bak-
kersgild overeengekomen was van hen de kamer te huren
op de Oude Hoofdpoort, naast de tegenwoordige, bij de
Maatschappij in gebruik, totdat de Assurantiekamer op de
Beurs klaar zou zijn. Hoewel deze hun toegezegd was, is
zij echter nooit betrokken; bij \'t ontruimen van de Oude
Hoofdpoort, in 1848, werd die toezegging door Direkteu-
ren gereleveerd, die daarin een grond meenden te zien
om van \'t gemeentebestuur een ander kantoor te vragen,
dat zij zonder vergoeding konden gebruiken. Na elfjarig
gebruik, kwamen de bakkers, den 11 Februari 1733, op
hun verzoek aan Burgemeesteren, weder in \'t bezit van
deze tweede kamer en werd de huur opgezegd van de
kamer in den Doele, die gedurende dien tijd, op kosten
van Direkteuren, bij de bakkers in gebruik was geweest.
Dat de Maatschappij zich aanvankelijk in veel mede-
werking mocht verheugen, blijkt bij verschillende ge-
legenheden. Zoo verscheen in de vergadering van 5 Augus-
tus 1722 de „Archdiacon" John, die den persoon van
Philip Roche, welke op valsche gegevens een assurantie
van ƒ3000 sloot, aanklaagde. Hij had hem in Londen
doen achterhalen en vroeg nu eenige tegemoetkoming in
de door hem gemaakte kosten, daar hij de Maatschappij
voor schade gevrijwaard had en hem dit aansporen zou
steeds mede toe te zien. In een latere vergadering (^12 Aug.
d. a. v.) werd besloten zijn gemaakte kosten van het aan
Roche verschuldigde af te houden. 3 Februari 1723 kreeg
hij daarvoor ƒ510.
Steeds bedacht men nieuwe middelen tot uitbreiding
van de Maatschappij en van haren werkkring, zoo werd
-ocr page 51-
48
in ditzelfde jaar (1722) voorgesteld en aangenomen goud
uit Engeland te doen komen en de proef omtrent de
winst, welke daarop te verkrijgen zou zijn, te nemen met
30 a 35.000 gulden. De eerste proef, waarover 3 Februari
1723 werd gerapporteerd, leverde een winst van ƒ1064.
Ondanks dit alles waren de aktiën nog steeds dalende
en besloot men 2 December 1722 nog 50 a 60 aktiën
voor de Maatschappij te koopen tegen 7\'/j pet. uiterlijk.
In de vergadering van 4 Maart 1733, dus ongeveer 12
jaar nadat de combinatiën van aktiè\'n waren toegestaan,
deelde de heer Philip van der Hoeven mede, dat hij en
zijn broeder Johan van der Hoeven de beide alleen over-
gebleven leden der combinatie D waren en hij dus ver-
zocht dat zij, krachtens de bepaling van \'t contract, in
\'t bezit der aktiën gesteld zouden worden en er de „vrije
dispositie" over „erlangen" zouden. (Zie bl. 42 hier voren.)
In dezelfde vergadering kwam een verzoek van eenige
geïnteresseerden in om nieuwe combinatie van aktiën bij
wijze van lijfrenten; een daartoe benoemde kommissie
bracht den 6en Mei d. a. v. hierop rapport uit. Twee
manieren werden voorgesteld: de eerste in alles gelijk
aan die van 1721; de andere op de voor de Maatschappij
minder bezwarende voorwaarden dat zij geen voorschot
bij stortingen behoefde te geven, indien deze mochten
noodig zijn en dat zij ontvangen zou ƒ 3 voor inboeking
van elke aktie, 2 pet. van de dividenden en ƒ 3 van iedere
aktie bij het eindigen der combinatie. Men besloot dan
ook op deze laatste conditiën een nieuwe combinatie toe
te laten.
                                                                         .;:
Van de zijde van Direkteuren werd alles gedaan wat
dienen kon om den goeden naam der Maatschappij op té
houden. Zoo gebeurde het dat de Middelburgsche korres-
pondent der Maatschappij, Pieter Kops, den 2en Februari
!735 per brief twee assurantiën opgaf, één van ƒ 1800 op
-ocr page 52-
49
\'t schip „Anna Catharina" en een van ƒ2100 op \'t schip
„Westhoven", beide schepen bestemd voor Batavia. De
boekhouder Jan Bout ontving dien brief den 6"en d. a. v.
en maakte de polissen Zondags nog gereed om die door
Direkteuren Maandag te laten teekenen en dan dienzelf-
den dag per beurtman naar Middelburg te zenden. Ter-
wijl men nu wachtte op de aan de beurt zijnde Direk-
teuren, die dagelijks kwamen teekenen, bracht de meid
van Jan Bout twee brieven uit Middelburg, waarvan er
één gedateerd was op den 5 en Februari, en waarin de
korrespondent mededeelde, dat het schip „Anna Catha-
rina" met volle zeilen gezonken was. In verband met dit
bericht teekenden Direkteuren wel de polis op \'t schip
„Westhoven", maar de andere niet. Dat hierover moeilijk-
heden ontstonden is te begrijpen, de korrespondent werd
zelfs voor Burgemeesteren van Middelburg geroepen, en
om processen te vermijden besloot men 65 pet. te betalen
van het bedrag, dat verzekerd had moeten worden.
In 1737 en 1738 werd ƒ200.000 aan de stad afgelost,
daar er veel geld in kas was, en bijna geen „koopman-
schappen ter disconteringe", zoodat men in November
zelfs bovendien besloot om tegen 2X\\% pet. geld op obli-
gatiën te leenen.
Tn December 1738 gaven „de Heeren van de Boeken"
gevolg aan een herhaalde opmerking van hen, die tot het
nazien der rekening telken jare werden aangewezen en
deelden in de vergadering mede, dat de rekening in de
boeken voorkomende onder \'t hoofd: „Actiën voor Reeke-
ning van de Maatschappye", aanleiding gaf om \'t kapitaal
der Maatschappij vrij wat grooter te achten dan \'t wer-
kelijk was, waarom \'t naar hun oordeel „convenabel weezen
zoude, de voornoemde Reekening... af te schrijven en
de Reekening van Kapitaal daarvoor te belasten"; con-
form dit voorstel wordt besloten.
4
-ocr page 53-
\'Tengevolge van een besluit in December 1739 genomen,
waarbij bepaald werd dat het sluiten dèr boeken gemak-
kelijker uit. Juni kon gebeuren, zooals dit in den beginne
geschiedde, dan zooals het in den laatsten tijd plaats had
op 31 December, deed men in dat jaar geen rekening,
maar werd dit uitgesteld tot Juni 1740.
Overvloed van geld door gebrek aan geschikte artikelen
ter beleening kwam nu en dan nog al eens voor. Zoo
besloot men uit die oorzaak, ofschoon de Secretaris van
Belle namens Burgemeesteren in dezelfde vergadering
teruggaaf verzocht der laatste honderd duizend guldens,
welke de Maatschappij nog van hen in gebruik had, den
7 Augustus 1743, om de ordonnantiën der solliciteurs-
militair te beleenen, „bij provisie met bepalinge tot één
honderd duyzend Guldens toe" en tegen geen lager rente
dan 2 \'/2 pet. In de vergadering van 2 October d. a. v.
verscheen Mr. Lodewijk van Thun, solliciteur-militair al
dadelijk om ƒ22.000 te vragen op ordonnantiën, die hij
wilde beleenen; ze werden hem tegen den 2 2en toege-
zegd voor 6 maanden tegen 2\'/a pet. In dezelfde vergade-
ring stond men tegen 3 pet. eene som van 33.000 gulden
toe aan Johan Bourcourd, notaris en makelaar te \'sGra-
venhage, die ook ter vergadering verscheen, en dit ten
behoeve van den „Heer Antony Patras, ter beleeninge
van 40.000 Gis. Capital in Obligatiè\'n ten lasten zijne
Hoogheyt den Prince van Oranje & Nassau, Stadhouder
van Vriesland &c. &c." De notulen van deze vergadering
eindigen met het verslag van den Secretaris der stad van
Belle omtrent de teruggave der laatste ƒ100.000 en de
daarbij van weerszijden gedane aanspraken, die nog al zeer
langdradig, maar blijkbaar goed gemeend zijn en paal
boven water vastzetten dat de onderlinge verhouding van
stadsbestuur en Direkteuren, onder welke trouwens meer-
dere leden der Vroedschap waren, niets te wenschen overliet.
-ocr page 54-
5i
Eén der Direkteuren, Mr. Vlaardingerwoud, werd in
1744 tot burgemeester van Wageningen benoemd en
kreeg daardoor zitting in de Generaliteit te \'s Gravenhage.
Hij meende daarom in de vergadering van 7 Oktober
van dat jaar zijn ontslag als Direkteur der Maatschappij
te moeten nemen; na deliberatie hierover „zoo heeft yder
der Heeren voor zig in \'t bysonder betuygt, dat het der-
ven van zodanig een dierbaar geè\'stimeert Lidt (waar
meede tot dus lange in een gewenschte volkomene har-
monie en intime vriendschap, geconverseert hebben) hen
extra smerten ende ontzetten zoude! Weshalven unanime
verzoeken, ende wel kraghtigh insisteeren, van dit voor-
nemen dogh gelieft aftezien? ende het daar heenen te
derigéren dat de Maatschappie van zijn goede officie,
hulpe en raad, magh blyven gaudéren". De genoemde
heer repliceerde dat hij \'t verzoek overwegen zou. Die
overweging was gunstig, want tot 2 Augustus 1752 bleef
hij mede-direkteur, maar toen ook nam men van elkaar
een zegenwenschend afscheid.
In de vergadering van 1 Februari 1747 werd de eed
gewijzigd, door Direkteuren in handen van Burgemeesteren
af te leggen. De eed, vroeger door hen gedaan, hield
n.1. een clausule in, waaruit een zekere verplichting tegen-
over de magistraat sprak door de gelden, die deze aan
de Maatschappij leende. Op bovengenoemden datum kwam
daarvoor de volgende in de plaats: „Ik belove en sweere,
dat ik mij, in mijne bediening als Directeur van de
Compagnie van Assurantie, Discontos en Beleeninge dezer
stadt, getrouwelijck zal gedragen; dat ik den dienst en
het beste van gemelde Compagnie in alle gelegentheden
naar mijn vermogen zal helpen betrachten.
„Dat ik geene uijtdeelinge zal helpen decretéren, als uijt
suijvere winstpenningen, dewelke zullen bevonden worden
te zijn ruijm ende boven het in wezen zijnde Capitaal,
-ocr page 55-
52
van viermaal honderd negen en twintig duijzend seven
honderd en twintig guldens, zooals het capitaal bij de
Boeken van de Compagnie bekent staat, uijt hoofde van
J7i8"/2S Actiën.
„Dat ik niet en zal consenteeren in den inkoop van
eenige actiën in de gemelde compagnie voor Reekening
van dezelve compagnie."
De heer Isaac van Alphen was de eerste, die den eed
in dezen vorm aflegde op i Maart van datzelfde jaar.
Den derden November 1747 werd in de vergadering
de dood medegedeeld van den eersten boekhouder Jan
Bout, die van de oprichting der Maatschappij af die be-
trekking had bekleed. De plaats, door dit sterven open-
gekomen, werd niet vervuld, maar de daaraan verbonden
•werkzaamheden verdeeld over den anderen boekhouder
Melt Leeflang, den kassier Dirk Hammevel en den klerk
Evert van den Abeelen, die voor die vermeerderde taak
respectievelijk ƒ500, ƒ350 en ƒ100 opslag kregen, zoodat
hunne traktementen nu ƒ2000, ƒ1100 en ƒ550 werden.
Het jaar 1751 scheen een belangrijk jaar voor de Maat-
schappij te worden. De kapitein Holm bracht uit Suriname
een brief mede van eenige planters in die kolonie, breede
uiteenzetting bevattende van een op te richten duurzame
korrespondentie tusschen Rotterdam en Suriname. Uit dé
copie van deze propositiè\'n, die in extenso in de notulen
is opgenomen, blijkt duidelijk dat verschil met Amster-
damsche kooplieden, die van het oogenblikkelijk geldgebrek
der planters misbruik makende hun hypotheken gaven
tegen 8 pet. rente en meer, oorzaak was van dit schrijven.
De Maatschappij interesseerde zich genoeg voor de zaak;
brieven werden er gericht tot verschillende overheids-
personen in Suriname, waarvan de kopieën ook alle in de
notulen opgenomen zijn. Kort daarop kwamen er brieven
van gegadigden uit Suriname, men beantwoordde die
-ocr page 56-
53
weder; men gaf een brief mede „Aan den Heer Eddo
Hendrik van Teekenburg present a Amsterdam, staande
op zijn vertrek naar Suriname", alles vol goede hope naar
\'t schijnt, want meer dan uitvoerig is in de reeds zeer
minutieuse boeken alles dienaangaande opgenomen. Toch
was \'t een vergeefsch werk, want (met ééne uitzondering)
wordt er na 1751 geen verdere melding van deze zaak
gemaakt. Den 7 Januari 1756 nl. vraagt en verkrijgt de
firma de Wed. A. Hamilton en Meyners /"30.00c» op de
plantage „Adrichem" in Suriname voor 6 of 9 maanden
en tegen 4 pet. rente.
Niet altijd ging het pad op rozen. Was telken jare het
dividend ƒ 12.50, in 1756 is het slechts ƒ 6.25. Wat was er
gebeurd? De Maatschappij had in 1755, voor een firma hier
ter stede, 885 vaten tabak met meer dan een ton beleend,
de leden dier firma verdwenen met de noorderzon en
toen men op dit bericht vanwege de Maatschappij de
pakhuizen, waar deze vaten opgeslagen waren, inspecteerde,
bleek \'t dat met hen 486 vaten vertrokken waren zonder
bericht. Dat deze slag niet spoedig te boven te komen was,
blijkt uit het dividend: eerst in 1763 kon men weder
ƒ12.50 uitkeeren.
De dood van den kassier Hammevel in November 1769
bracht weder mutatie in het personeel. Govert Veegens,
in 1767 als eerste klerk aangesteld,\' werd in zijn plaats
benoemd en bij deze gelegenheid werden tevens de in-
structiè\'n der beambten herzien. In ditzelfde jaar kwam
Cr ook een verzoek van eenige geïnteresseerden om cer-
tificaten van hun aandeel van aktiè\'n te mogen ontvangen,
dit werd ingewilligd en er werd bepaald dat deze zouden
geschreven worden op een zegel van twaalf stuivers.
Een geest van bezuiniging is er doorloopend merk-
baar en openbaart zich nu en dan in \'t een of ander be-
sluit. Zoo werd den 9 December 1772 bepaald, dat er in
-ocr page 57-
54
het vervolg kolen in plaats van turf zouden gestookt
worden; dat er voor kantoorgebruik niet meer kaarsen
in eens zouden worden opgedaan dan tien steen van vijf
kaarsen in een pond en één steen lantaarnkaarsen en ein-
delijk dat er niet meer bier voor de bedienden zou
worden ingeslagen dan maandelijks een half vat; alles
om de loopende onkosten te verminderen.
Dat de Maatschappij door zulk een zuinig beheer voor-
uitkwam bleek dan ook in 1774, onder anderen, toen een
algemeene malaise veroorzaakt werd door \'t staken der
betaling van eenige Joodsche kantoren te Amsterdam;
hoewel zij daarbij ook aanzienlijke schade leed, konden
Direkteuren toch nog ƒ10.— dividend uitkeeren.
Daar de boekhouder Evert van den Abeelen sedert
Oktober 1775 door ziekte verhinderd was zijne betrekking
waar te nemen, gingen twee commissarissen in Januari
d. a. v. hem bezoeken om den verderen gang van zaken
met hem te regelen. Met zijn goedvinden hielden ze van
zijn halfjaar traktement, dat met 1 November was inge-
gaan, ƒ150 af en verdeelden die tusschen de drie gesalari-
eerde bedienden, terwijl aan den volontair Brem uit de
kas ƒ50 geschonken werd. Beterschap kwam er in \'s mans
toestand niet en daarom verzocht en verkreeg hij den
1 o April 1 jj6 zijn ontslag als boekhouder, met een pensioen
van ƒ650, dat hem „uijt singuliere consideratie van zijn
trouwe 4ojarige dienst, zijn leven lang" toegelegd werd;
Dit pensioneeren gaf natuurlijk weder mutatie onder
het personeel. Getrouw aan den in den laatsten tijd ge-
volgden regel werd geen nieuwe boekhouder benoemd,
maar de kassier Govert Veegens werd boekhouder, de
klerk Frans van Stipriaan Leendertzn. kassier, Samuel Rabie
werd eerste klerk en de volontair Brem jongste klerk.
Veegens had geen geldelijk voordeel van deze opschui-
ving; zijn traktement bleef ƒ1000; Stipriaan werd op
-ocr page 58-
55
ƒ700 gebracht; Rabie kreeg ƒ150 opslag en had dus nu
ƒ600 salaris, terwijl de jongste klerk mét geldverdienen
begon en zich ƒ150 \'s jaars zag toegelegd. Bij deze ge*
legenheid werden tevens de werkzaamheden voor elk der
bedienden vastgesteld en \'t is, dunkt mij, niet onaardig
om eens te weten hoe die verdeeling was. De boekhouder
moest houden „Het Groot Boek, Notitie der Wisselbrieven,
Resolutie Boek, Belening Boek, Vier Actie Boeken, \'t Com-
binatie Boek, Assurantie Boek en Contra Assurantie
Boek." De kassier was belast met „De Kas, het Memoriaal
Agio Boek en Onkostboek." De klerk Rabie moest hou-
den „\'t Journaal, Uitreekening van Discontos, Uitneem en
inleg Boek der Wisselbrieven", terwijl Brem „in \'t Wis-
selboekje Copieeren en de Wisselbrieven Naar ontfangst
of Afschrijven in vullen (zou en het) Uitdeeling Boek
der Dividenten" (houden).
Niet lang verheugde Veegens zich in zijn boekhouder-
schap; in November 1776 vinden wij reeds over zijn persoon
als over een doode gesproken. Door dit overlijden ver-
anderde de toestand alweer. Stipriaan blijft kassier, maar
krijgt er den specialen titel van „Eerste Bediende" bij;
de eerste klerk Rabie wordt boekhouder en in diens plaats
komt Pieter Maronier; de werkzaamheden werden weder
anders geregeld.
Zoo zou er hier en daar van jaar tot jaar veel meer te
vinden zijn, dat medegedeeld worden kon over de lotge-
vallen der Maatschappij, maar ik vrees eentoonig te worden,
als ik dit op deze wijze voortzet, daarom nog enkele meer
gewichtige gebeurtenissen, waaronder ik bijv. reken het
ontslagnemen van Paulus Gevers, één der Direkteureni
een ontslag, door zoo buitengewone oorzaak genomen,
dat de heer Gevers uitdrukkelijk opname van den tekst
zijner missive in de notulen verzocht.
Die brief, gedateerd uit Parijs, 19 April 1790, vermeldt
-ocr page 59-
5<J
dat de schrijver ten eeuwigen dage uit Holland gebannen
is, een sententie die over hem gekomen was om zijn
mede-optreden tegen den prins van Oranje, een verban-
ning, die hem met tal van voorname patriotten trof en
niet eindigde vóór de prins op zijn beurt, door de Fran-
schen gedrongen, het land verlaten moest om er nimmer
weder te keeren.
Ook deze maatschappij bleef niet vrij van ontrouwe
bedienden en soms was \'t deficit in de financiën niet ge-
ring. Namen te noemen zou echter niet edelmoedig zijn,
en daar de schade door borgstelling of op andere wijze
gedekt werd, leed de Maatschappij er betrekkelijk weinig
schade door. De brief, door één zoo\'n schuldige „Aan
Heeren Directeuren" geschreven, is om zijn vorm en
inhoud te karakteristiek dan dat ik ze niet afschrijven zou.
Aan Heeren Directeuren.
De dade welke ik gepleegt hebbe zal UE. zeker reeds
ondekt hebben, Zij zijn van dien aart dat ik geen Hoop
kon voede van Gratie bij UE. te zullen verwerven mijn
roekeloos leeven in de weerelt van mijn Prille Jeugd af
zijn daar ook reeds oorzaak van, dan ten Tweede dat ik
altijd mijn Ouderen door geld geeving meer als ik doen
kon heb gegeeven, dat alles zijn reedenen van mijn agter-
stallige het koopen van mijn huis het welke geheel vrij
is, want hebbe daar nooijt geld op kunnen krijgen en het
laatste de Loterij op hoop van een groote prijs dit alles
heeft mij heede doen resolveeren mij weg te helpen, en
wanneer gij deeze leest zal ik op dit halfrond niet meer
zijn, ik weet wel dat een Zelfs Moord groot zonde is,
dog ik ben er toe geresolveert om mij Vrouw en Kind
en famielje tot geen verdere Schande te zijn wanneer gij
lieden eens mij aan den regter aangaf, nu mijn Heeren
ik recommandeer een ongeluk weduwe en kind, in u
-ocr page 60-
57
protextie en Eyndigen met een wenscht dat Heeren die
regeert u Heden alle Zodanige Zegeningen mag toe dra-
gen als een Sterfveling op aarde kan verlange ik moet
eyndige wan de pen ontglip mij.
              16 Jan. 1798.
De zelfmoord bleef, \'t zij tot aller geruststelling gezegd,
achterwege, maar de schuldige werd in Januari 1799,
door den onderschout Plaat te Emden gevat, waarvoor
deze ƒ105 ontving.
De in 1805 door Dr. van Marum en C. Onderdewijn-
gaard Canzius in den handel gebrachte draagbare brand-
spuiten gaven tot wisseling van gevoelen aanleiding, die
tot provisioneele aankoop van ééne spuit ten dienste van
het kantoor deed besluiten.
Dat zoowel het Proveniershuis als de Remonstrantsche
gemeente gelden op beleening namen van de Maatschappij
is een bewijs dat deze steeds uitgebreider relatiën kreeg,
terwijl de mededeeling dat in 1818 per actie van ƒ5000
nominaal, doch waarop slechts ƒ250 gestort was, een
dividend werd uitgekeerd van ƒ50 of 20 pet., van den
bloei der Maatschappij getuigt. Deze voorspoed kwam
ook het personeel ten goede. Aan den „eersten bediende
en kassier" Pieter Maronier werd een douceur van ƒ650
gegeven, aan den boekhouder Jan van der Vliet, ƒ500, aan
den klerk Philip Jacobi ƒ300 en aan den klerk Ary Smalt
ƒ200, waaraan bovendien voor de eerste drie elk nog
ƒ200 en voor den jongsten klerk nog ƒ150 extra werd
toegevoegd „in aanmerking genomen hebbende de nog
aanhoudende duurte der meest benodigde Levensmidde-
len,... zonder Consequentie voor het Vervolg." Waarlijk
Direkteuren verdienden dat \'t hun goed ging en brachten
vorstelijk „de gulheid van de winnende hand" in praktijk.
Ook in \'t volgend jaar werd hetzelfde dividend en wer-
den dezelfde douceurs, ja zelfs de extra-douceurs aan
-ocr page 61-
58
de bedienden uitgedeeld; de\' laatste, zopals het nu gef
motiveerd wordt, om „de gevolgen van voorgaande duurte
der levensmiddelen, meerdere belasting, zoo voor Patenten
als anders", goed te kunnen lijden. Met welk een blij en
ruim gemoed zullen Direkteuren de feestviering te gemoet
hebben gezien, die in 1820 hen wachtte. Immers, de
Compagnie in 1720 opgericht en door de wijzen en voor-
zichtigen als een bubbel-compagnie uitgekreten, was na
honderdjarig bestaan geen afgeleefd besje, maar een kracht
tige figuur geworden, met milde hand gaven om zich
heen strooiende, maar ook arbeidzaam, zorgvuldig en
eerlijk. Reden te over om feest te vieren en Direkteuren
mogen zich al reeds plannen hebben gemaakt voor een
waardige herdenking, toen de altijd waakzame fiskus
hunnen vrede voor een tijd kwam verstoren in den vorm
van een zeer verhoogd patent. Dit werd in 1819 berekend
op den voet van 2 pet. van het geheele Uitgedeelde divi-
dend en bedroeg ƒ 1955, een som, dié in het feestjaar zelfs
steeg tot ƒ3910. Dat men dit niet gewillig betaalde, is tö
begrijpen; maar noch een bezoek bij den Directeur-generaal*
noch een herhaald schrijven aan Gedeputeerde Staten, ja
zelfs geen adres aan den Koning, persoonlijk door de heeren
G. van Gennep en C. van Stolk aan Z. M. overhandigd*
niets mocht baten. Vier jaren lang bleef men tegen het
onrecht protesteeren, maar het einde der zaak was dat
2 November 1825 het laatste verzoek om terugbetaling,
van ƒ4022.41, dat men meende te veel te hebbén betaald,
werd „gewezen van de hand."
Was de feestelijke stemming voor \'t eeuwfeest er mis-
schien een oogenblik door verstoord, op den 22en Juli
zag men op het buiten van den heer Cornelis van Stolk,
het nu nog bekende Schooneberg onder Delfshaven\'f
Direkteuren met hun eersten bediende en boekhouder aart
een gezelligen disch bijeen. Daar zat aan \'t hoofd van
-ocr page 62-
59
de tafel, als voorzitter, de grijze Pieter Baelde, twee en
tachtig jaar oud en twee en vijftig jaar Direkteur, en met
hem Mr. Jacob Reepmaker, Oud-Burgemeester, Jonkheer
Mr. Adriaan Willem Beelaarts, President-Hoogheemraad
van Schieland, Oud-Hoofdoffkier der stad, Mr. Johan
Fredrik Hoffman, Gerrit van Gennep, Cornelis van Slolk
en Paulus Hoyer van Brakel, allen Raden dezer stad;
Jan van der Wallen van Vollenhoven, Hendrik Christiaan
van der Hoeven, Johannes Theodorus Wilkens en Pieter
Smeer, allen oud-rechter en Nicolaas Jan Agatho Chris-
tiaan Hoffmann, Raad dezer stad. \'t Ging er gezellig toe,
en al kostte het heel wat moeite den bescheiden man er
toe te bewegen, eindelijk bezwijkt de oude heer Baelde
voor den algemeenen drang en verklaart zich bereid té
poseeren voor een „bekwamen, schilder", die \'t beeld van
den Nestor der Direkteuren schilderen zal om het daarna
in de gewone vergaderkamer der direktie een blijvende
plaats te geven. Nu dit denkbeeld, door den heer Hoyer
van Brakel geopperd, is aangenomen, gaat er een luid
hoezee op voor den ouden vriend. Daar vraagt de heer
Maronier, sints Juli 1790 eerste bediende en kassier def
Maatschappij, het woord en brengt in vloeiende, welmee-
nende verzen hulde en dank aan de Maatschappij en als
hij \'t heeft herinnerd, dat hij reeds drie en veertig jaar
bij haar werkzaam was, prijst hij allen naar verdienste,
om dan zich tot den heer Baelde té richten met de
woorden: ■
                                                      ..... -v/
En wien toch voegt zij (die hulde> meer dan U, rechtschapen Baelde!
Wier grijsheid de achtbre kruin versiert;
Wiens \'s levenszon meer dan de helft eens eeuws bestraalde, •\' v.<
Sints gij deez\' Maatschappij bestiert:                       ..          " -.-,\'-■
Ja, zoo wij ongeveinsd U onzen Nestor, noemen,
. . Wiens wijze raad ons werk verligt;
                         ....
Gij vestte mijn bestaan, en k mag mijn lot vrij roemen,
Dat me eeuwig aan U heeft verpligt.
-ocr page 63-
6o
Blijf lang de raadsman nog bij onze werkzaamheden,
De vraagbaak van \'t bestuur, de gids der maatschappij,
De Palinuur aan \'t roer bij storm en tegenheden,
Wien s\'levens avond van alle onspoed veilig zij!
Met een heilbede voor de gansche Maatschappij en hare
Direkteuren besloot de heer Maronier zijn dichterlijke
ontboezeming, die op verzoek gedrukt en aan elk der
deelnemers van dit feest gegeven werd.
Om de herinnering aan dit feest te bewaren, werd be-
sloten op het naambord der regenten te doen stellen:
„Op den 22e Julij 1820 is het Eeuwfeest dezer Maat-
schappij gevierd zoo als te zien is, in de notulen van den
4e November van \'t zelfde Jaar." In overeenstemming
hiermede is op dien datum in die notulen een kort ver-
slag van dit feest opgenomen.
Met een vorstelijk douceur aan de bedienden, de eerste
bediende en kassier ontving ƒ1300, de boekhouder ƒ1000,
de eerste klerk ƒ600, de tweede klerk ƒ400, werd voor
hén dit eeuwfeest onvergetelijk gemaakt en de aktiehouders
ontvingen behalve een dividend van ƒ 12.50 een extra
uitdeeling van ƒ87.50 uit de „accressen" over elke aktie,
welke vorm gekozen werd omdat de fiskus voor het
patent 2 pet. van het geheele bedrag der uitgekeerde
dividenden berekende, terwijl een uitdeeling uit de „accres
sen" niet in de termen daartoe viel.
Nog twee jaar bleef de door allen om het zeerst ge-
waardeerde heer Pieter Baelde Direkteur. \'t Laatst bezocht
hij de vergadering van 23 April 1822 en de notulen van
dien dag eindigen met de mededeeling dat hij met den
heer G. van Gennep op zich nam de rekening-courant
der Maatschappij met het Leprooshuis aan Burgemeesteren
ter hand te stellen. De vierentachtigjarige was dus tot
\'t eind zijns levens werkzaam Direkteur. Weinig zal men
misschien vermoed hebben dat op 13 Juni van dat jaar
-ocr page 64-
6i
zijn dood de aanleiding tot een extra-vergadering zou zijn
op verzoek van den heer Cornelis van Stolk belegd, die
voorstelde om bij het treffend verlies, dat de Maatschappij
op den iien Juni geleden had door den dood van haar
algemeen geachten en beminden Voorzitter, door een
brief aan de weduwe hunne „deelnemende gevoelens van
Rouw te betuigen." \'t Was iets nieuws, nooit was dit
nog gebeurd, maar uit „overweging van zijn 54-jarig lid-
maatschap als directeur" en „algemeen erkende voortreffe-
lijke hoedanigheden" besloot men hier een uitzondering
te maken en een in waardeerende woorden vervatte con-
doléantiebrief te zenden.
Daar we van lieverlede met ons verhaal den tijd ge-
naderd zijn, waarop mannen tot Direkteuren verkozen
werden, aan vele nu nog levenden persoonlijk bekend of
verwant, zal ik mij onthouden van de mededeeling der
verdere handelingen onzer Maatschappij, daarvan de vol-
gende uitzonderende.
Den 2en April 1834 verzocht het bestuur der droog-
gemaakte polders van Bleiswijk en Hillegersberg om een
geldleening met hen te sluiten tot herstel der Rotte- en
Boezemdijken, veroorzaakt door de doorbraak in den
vorigen winter. De Maatschappij bood ƒ65.000 aan tegen
4!/i pet. op behoorlijke obligatie, die door notaris van
der Looy werd gepasseerd.
Den 2en November 1836" vroeg de heer Maronier zijn
„honorabel" ontslag als Eerste bediende; 87 jaar oud en
met 60 dienstjaren, voelde hij zijn krachten verminderen
en verzocht een toereikend pensioen „om zijn overige
dagen zonder kommer te kunnen eindigen." Met harte-
lijken dank voor zijne ongemeene toewijding verleende
men hem dat ontslag en legde hem een pensioen van
ƒ2000 toe, „wenschende Heeren Direkteuren het de Voor-
zienigheid behagen moge den waardige Grijsaard, in de
-ocr page 65-
6i
winter zijns Levens met zijnen vaderlijken zegen en
ondersteuning te willen begenadigen, en hij alzoo in eene
welverdiende Rust en met kalmte den eindpaal zijner
aartsche loopbaan moge te gemoed zien, en zal Extract
dezer Resolutie door alle Heeren Directeuren getekend
aan voorgemelden Heer Pieter Maronier werden uitgereikt."
13 April 1842 kwam er een vordering in van de erfge-
namen van W. van Berckel over sints 1753 niet ontvan-
gen uitkeeringen tot een bedrag van ƒ20.178,20. Men
besloot te betalen onder vrijwaring van de Maatschappij
door elk der erfgenamen.
In Juli 1842 sloot men een leening van f 60.000 a 4V1
pet., ten behoeve der gemeente Delft, maar een tweede
aanvraag in 1844 gedaan om opnieuw ƒ20.000 werd van
de hand gewezen.
■ 27 Maart 1844 wordt Jan van der Vliet, ie bediende,
op zijn verzoek na 54-jarigen dienst ontslagen met zijn
volle traktement van ƒ2000 als pensioen, terwijl hij ver-
vangen werd door den heer Ary Smalt.
We zijn hiermede genaderd tot den tijd, waarop een
groote gebeurtenis voor de Maatschappij plaats had.
De aanleg van den Rijnspoorweg, het aanplempen van
grond achter de huizen aan \'t Haringvliet en de daarop
gevolgde, nog altijd niet genoeg te betreuren, afbraak van
de Oude Hoofdpoort beroofden de Maatschappij van haar
kantoorlokalen, welke zij in 1820 op nieuw voor vijftig
jaar, tegen een huur van ƒ 50, had ingehuurd, en men
verzocht dus op 29 September 1847 aan de Regeering
der stad bij uitvoerig rekwest om aanwijzing van andere
lokalen ter vervanging van het te amoveeren kantoor.
Burgemeester en Wethouders antwoordden, dat zij der
Maatschappij in overweging geven dit verzoek in te trekken,
men besluit echter dit niet te doen, maar een memorie,
opgesteld door Mr. A. S. van Reesema, in te zenden, die
-ocr page 66-
63
uitvoerig de rechten van de Maatschappij bepleit- Op de
omstandigheid dat de Regeering gedurende al dien tijd de
qualificatie van Direkteuren heeft uitgeoefend in verband
met het door haar toestaan van kantoorlokalen, wordt in
deze memorie vooral de nadruk gelegd. Niet genegen het
reeds aangeboden rekwest terug te nemen, erkennen zij
dat zij lijdelijk zullen berusten, in hetgeen door Burge-
meester en Wethouders mocht worden besloten, omdat
het verstrekken van kantoren niet op een overeenkomst
berustte, maar op eene in 1720 „vrijwillig op zich ge-
nomen en in het verband met de van haar uitgegane
qualificatie voor haar als verpligtend beschouwde en tot
nu toe vervulde taak en zorg." Dat zij echter hun ver-
zoek om schadevergoeding voor gedane werken aan de
oude lokalen, als het maken van een brandvrijen kelder
handhaven en meenen dat het stadsbestuur daarop wel
zal gerekend hebben bij de regeling der zaken met de
Rijnspoorwegmaatschappij.
Ook deze memorie bleef echter zonder gevolg en daar
er periculum in mora bestond, werd, na kort doch rijp
beraad, besloten het huis in de Wijnstraat, waar nu nog
de kantoren van de Maatschappij gevestigd zijn, te koopen.
Dit ging met eenige moeite gepaard. De eigenaars, die
bemerkt hadden, wie gegadigden waren, trachtten partij
te trekken van hun verlegenheid en bleven met onwan-
kelbare volharding op den „onmatig" hoogen prijs van
ƒ10.000 aandringen. Wat zou men doen? Er was geen
vooruitzicht iets anders te vinden en de koop werd met
den eigenaar Dr. H. F. Folmer gesloten. Voor de regi-
stratie wilde men \'t echter tegen dien prijs niet aangeven
en een beëedigd schatter H. W. van den Heuvel werd
benoemd, om \'t daarvoor te waardeeren. Deze taxeerde
het huis op ƒ7500.
Direkteuren machtigden den 5 April 1848 den heer
-ocr page 67-
64
G. Obreen om een in steen gehouwen afbeeldsel van de
Oude Hoofdpoort te doen maken, dat in den gevel van
het nieuwe huis zou worden geplaatst. Aan deze opdracht
werd voldaan, maar de daartoe gebruikte steen was zeer
slecht tegen den tand des tijds bestand, brokkelde van
lieverlede af en moest door een anderen vervangen wor-
den, welke nu nog in den gevel prijkt.
Of de vergadering van 26 September nog gehouden is
op de Oude Hoofdpoort wordt niet vermeld en geen der
Direkteuren ter tijde schijnt behoefte te hebben gevoeld
om het afbreken van dit heerlijke stukje bouwkunst met
een enkel woord te gedenken.
1 November had de eerste vergadering plaats in het
nieuwe gebouw. De heer Wilkens opende deze met een
toespraak, waarin hij de stedelijke regering laakte over
haar onhandelbaarheid in de kwestie van een nieuw ver-
gaderlokaal, nu door het afbreken van de Oude Hoofd-
poort het oude verviel en hulde bracht aan wijlen Mr. A.
S. van Reesema, die de kwestie „op meesterlijke wijze in
het helderst daglicht geplaatst" had in zijn Memorie aan
het stedelijk bestuur. Opwekkend tot algemeene samen-
werking in het belang der Maatschappij, achtte hij dit
feitelijk onnoodig, waar de vergaderzaal versierd is met
de beeltenis van Pieter Baelde, een man die „onder de
Edelsten der Menschen gerangschikt worden" kon en wiens
onwankelbare regtschapenheid, hem ten voorbeeld voor
allen maakte \').
i) Dit portret, een kniestuk op levensgrootte, hangt nog in de ver-
gaderzaal, \'t Is geschilderd door C. Groenendael in 1820 en stelt den
heer Baelde voor met een pen in de rechterhand, waaronder een papier
ligt met het opschrift: „Eeuwfeest der Maatschappij van Assurantie &
der stad Rotterdam Gehouden 22 Julij 1820." Tegenover dit schilderij
is op zwarte borden, met gulden letters, de naamlijst der Direkteuren
geschreven, die als bijlage achter dit opstel afgedrukt is.
-ocr page 68-
<*5
In deze vergadering werd besloten het betrekkelijke
onderscheid, dat er tot nu toe gemaakt werd tusschen
de zes oudere en de zes jongere Direkteuren te doen
vervallen en daar na \'t betrekken der nieuwe lokalen,
de zoogenaamde voortgezette vergaderingen talrijker wer-
den, die \'s avonds ten huize van één der leden gehouden,
meer \'t karakter droegen van gezellige bijeenkomsten en
waar dan ook menigmaal een vroolijke toon heerschte,
mag men opmaken, dat dit besluit „con amore" genomen
werd.
Door den vreeselijken brand, die 13 Mei 1849 de suiker-
raffinaderij aan de Leuvehaven in den asch legde en waarin
de Maatschappij tot een groot bedrag betrokken was, kromp
het credit der assurantierekening zeer in, maar de uitdeeling
kon toch nog /\' 20 zijn per aktie, zoodat zij er zich
schitterend door redde.
In 1850 vierde men tweemaal feest. Op 3 Augustus had
de heer J. F. Hoffman zijn mede-directeuren en het kan-
toor-personeel te gast op zijn buitenplaats „Welgelegen"
ter viering van zijn vijfentwintigjarig direkteurschap en vóór
het jaar ten einde was herdacht de heer Browne hetzelfde
voorrecht. De zaken gingen overigens op den ouden voet
door en wij spoeden alzoo naar het einde van dit verhaal.
Tusschen deze feesten en een ander dat in 1870 gevierd
werd, waarover straks nog een enkel woord, scheen het
echter, dat er een storm losbarsten zou over Direkteuren,
die zich dreigend liet aanzien. De heer Wilkens deelde
in de vergadering van 14 Juli 1855 mede dat eenigeaktie-
houders hun verlangen te kennen zouden geven om
rekening en verantwoording te hebben van de admini-
stratie van Direkteuren. Men achtte dit belangrijk genoeg
om \'t advies in te winnen van Mr. Faber van Riemsdijk
te \'s Gravenhage, en op diens raad werd besloten de
aktiehouders te voorkomen en zelf \'t initiatief in deze
5
-ocr page 69-
66
zaak te nemen. Men belastte den heer Hoffman het con-
cept te maken eener aankondiging ter benoeming van
visitatoren, deze werd blijkbaar gepubliceerd, want den
28 Juli d. a. v. werd de bus geopend en werden de stem-
men opgenomen, waaruit zes visitatoren werden gekozen.
„Nomina sunt odiosa" mag ik hier zeker wel in toepassing
brengen, ik vermeld daarom slechts de feiten. De ont-
moeting tusschen visitatoren en Direkteuren was niet
malsch, harde woorden vielen er, snel werd er kopie ge-
nomen van de rekening, zooals later bleek met het doel
om Direkteuren te dwingen deze openlijk ter inzage te
leggen, daar visitatoren dit anders zelf zouden doen met
de kopie. Zich even verwijderende om over dit dilemna
te spreken, besluiten Direkteuren „van den Nood een
Deugd" te maken en zelf te voldoen aan dit verlangen.
Een tweede bezwaar was het akkoordteekenen der reke-
ning, dat echter na eenig gekibbel geschiedde, terwijl op
1- Augustus bij advertentie van het voorliggen der balans
kennis werd gegeven. Op de buitengewone vergadering
van 26 April 1856 werd, misschien wel ten gevolge van
een opmerking der visitatoren, besloten geen nieuwe certi-
ficaten te doen maken, wat ƒ2000 zou kosten, maar de
oude aandeelen te doen stempelen. Hiertoe werd besloten
evenals tot het afschrijven van s\'/j pet. op iedere aktie.
In de gezellige avondvergadering van Woensdag 6 April
1870 deelde de heer C. E. Viruly mede, dat de vesti-
ging der Maatschappij in de maand Juni en niet in
Juli heeft plaats gehad. Dit was \'t enkele punt, dat in
die bijeenkomst behandeld werd, maar doet reeds ver-
moeden dat men den isoen verjaardag der Maatschappij
niet onopgemerkt wilde laten voorbijgaan. Op de verga-
dering van 7 Juni d. a. v. besloot men dan ook dit feit
feestelijk te herdenken door op Zaterdag 2 Juli de wer-
ken aan den Hoek van Holland te gaan bezien en zich
-ocr page 70-
67
daarna te Scheveningen aan een gezelligen maaltijd te
vereenigen; de heeren C, E. Viruly, C. E. Dutilh en
G. Kolff zouden voor de organisatie van het feest zorgen.
Dat ze dit uitnemend deden, mag men opmaken uit de
dankbetuiging door den heer Browne, namens de overigen,
aan deze drie heeren gebracht in de gewone vergadering
van 5 Juli daaraanvolgende.
Noch slechts vier jaren na dit lustrum zou de Maat-
schappij op denzelfden voet blijven voortbestaan.
De laatste zes bladzijden van het derde der notulen-
boeken, die, sedert hare oprichting aangelegd, een over-
zicht geven van hetgeen de Maatschappij wedervoer, geven
verslag van de reorganisatie, welke door tijdsomstandig-
heden en veranderde toestanden aan de meerderheid
van Direkteuren noodzakelijk voorkwam. Was er reeds
vroeger ter loops over deze reorganisatie gesproken, op
den tweeden September 1873 had de eerste der vergade-
ringen plaats in een afzonderlijk hoofd „geheime Ver-
gaderingen betrekkelijk de Reorganisatie der Maatschappij"
genoemd. Ik zal dus bescheiden zijn en de huishoudelijke
overleggingen, de verschillende inzichten der Direkteuren
in sommige artikelen der vast te stellen statuten et-tutti
quanti niet vermelden, iets waarbij trouwens de lezer,
die geen aandeelen in deze Maatschappij heeft, geen be-
lang heeft, terwijl zij, die ze wel bezitten, in hare tegen-
woordige statuten \'t resultaat der toen gevoerde beraad-
slagingen kunnen vinden. De grootste verandering was
dat twee verantwoordelijke Direkteuren werden aangesteld
en dat op hunne schouders de taak nu kwam te rusten,
vroeger door een twaalftal volbracht. Daartoe werden in
die vergaderingen voorgesteld en gekozen de heeren
J. M. A. Bicker Caarten en C. M. C. Obreen, die dat
ook nu nog zijn, zoodat men het doorzicht te prijzen
heeft van hen, die in dezen te beslissen hadden.
-ocr page 71-
68
De laatste avondvergadering onder den ouden vorm
had plaats Woensdag den 8 April ten huize van den
heer G. Kolfif, Haringvliet 46. Wat daar officieel voorviel
staat op de laatste bladzijde van \'t Notulenboek C. Daarin
wordt o. a. nog het besluit vermeld om aan het Archief der
gemeente aan te bieden de Staats- en Haarlemsche Cou-
ranten van 1851 —1860 en de Nieuwe Rotterdamsche
Courant van 1852—1872. Stelde de Archivaris er geen
belang in, dan zou men ze door de bedienden laten ver-
koopen. Hij stelde er belang in, de verkoop had dus
niet plaats en Archief en Bibliotheek verheugen zich nog
steeds in \'t bezit van deze serie, die slechts een aanvul-
ling is van een veel kostbaarder geschenk, dat aan het
hier genoemde in datzelfde jaar was voorafgegaan en als
laatste bizonderheid door mij met dubbele ingenomenheid
medegedeeld wordt, omdat ze der stedelijke bibliotheek een
kollektie couranten deed verkrijgen, zooals er zeker geene
in gansch Nederland bestaat. In de avondvergadering van
5 November 1872 had er n.1. een langdurige discussie plaats
gehad over \'t opruimen der oude papieren (couranten
enz.), maar men kwam tot geen resultaat, om de afwezig-
heid van den heer Browne. Toen deze nu in de vergade-
ring van 4 Februari 1873 dat onderwerp ter sprake bracht,
stelde de Wethouder C. E. Viruly, toen reeds voorzitter
van de Commissie voor het Archief, als mede-direkteur
voor „dat wat niet bewaard zal worden" aan het Archief
aan te bieden. Men nam dit aan en in de vergadering
van 4 Maart d. a. v. werd een missive van de Commissie
van het Archief voorgelezen ter dankzegging voor eenc
hoogst belangrijke verzameling van couran-
ten, brochures enz. Dat zij met recht deze benaming
hebben mocht, zal ieder duidelijk worden, die de gespeci-
ficeerde opgave daarvan inziet, voorkomend op bl. 27/28
van het verslag der Gemeente over 1873, waarbij o. a.
-ocr page 72-
69
om enkele der oudste te noemen, een twaalftal nommers
van de Rotterdamsche Courant van 1720 voorkomen en
de kompleete serie dezer Courant van 13 Mei 1738 tot
1820, de Amsterdamsche Courant van 4 Juli 1720 tot
1820, de \'s Gravenhaagsche Courant van 15 Juli 1720 tot
1820, en zoo meer.
„Niets meer te behandelen zijnde, wordt de Vergade-
ring door den Voorzitter gesloten." Zóó eindigt zeer
prozaïsch dit stuk Rotterdamsche geschiedenis. Of men
daarna als gewoonlijk nog eenigen tijd gezellig bijeen-
bleef, wordt niet vermeld en wij weten dus niet of deze
of gene der leden nog aanleiding gehad heeft op meer
aesthetische wijze een afscheidswoord te spreken. Of mis-
schien één der Direkteuren thuisgekomen als in een visioen
voor zijn geestesoog zag voorbijtrekken al den strijd en
het lijden, maar ook de gevolgen der eendrachtige samen-
werking en volharding, die \'t deel waren van deze Maat-
schappij, wie zal \'t zeggen; maar al heeft men dan ook
Rotterdam bespot, toen het geen weerstand biedend aan
de razernij door de Aktiekoorts over ons land gebracht,
eene Assurantiemaatschappij oprichtte op den voet van
alle Bubbekompagniën uit dien tijd, ik zou nu als tegen-
hanger van de spotprent, waarin Rotterdam toen gehekeld
werd \'), voor deze Maatschappij een eereprent willen
doen graveeren, waarin de heengaande Erasmus afgebeeld
wordt, wederkeerende tot zijn vaderstad, aan een andere
zuil, niet kleiner dan die, waaraan de wapens der drie
verstandige! steden van 1720 hangen, het wapen bevesti-
gend van zijn Rotterdam, met het inschrift van het
Zeeuwsche wapen: „Luctor et emergo" er boven en de
spreuk onzer vaderen „Concordia res parvae crescunt"
er onder. Ik zou er de Oude-Hoofdpoort bij teekenen,
\') Zie de reproductie bij dit opstel gevoegd.
5*
-ocr page 73-
die als monument van den krachtigen bouwtrant onzer
vaderen mij \'t beeld zijn zou van de degelijkheid der
bestuurderen, aldaar zoo lang vergaderend tot behoud der
Compagnie en op den achtergrond beeldde ik de Maas af
wijd en breed, en ik zou er Neptunus op zijn schelpkar
door Tritons omgeven, van de zee doen binnenkomen,
gevolgd door zeekasteelen, zooals in gansch Nederland
geen andere stad bereiken kunnen en in de wolken tee-
kende ik Mercurius, de snelvoetige, nederdalende Neptunus
tegemoet. En onder deze plaat zou ik in sierlijk schrift
griffen, de woorden, waarmede Dr. C. P. Tiele reeds het
Rotterdam van 1854 prees tegenover Amsterdam, woor-
den ook in 1898 niet minder waar:
.....Hoor! aan Maas- en Rottestroomen
Daar galmt een hymne, een lied, uit volle borst gekomen,
Zich statig uitend in voltonig feestnniziek;
Een lied van kracht, een lied van jeugd, een lied van leven!
Daar is de polsslag zooveel voller dan bij u.
Daar heft zich uit den vloed, van nieuwen glans omgeven,
Een stad nooit grootscher, en nooit schooner nog dan nu.
-ocr page 74-
B IJ L A G E.
REGISTER van de Respective Directeuren der Maat-
schappij van Assurantie, Discontering en Beleeningen
met consent van de Ed. Gr. Agtb. Heeren Burge-
meesteren.
1720 Jan van \'t Wedde
Obiit
12 Febr.
1736
Jacob Senserf
Afgegaan
5 Aug.
1722
George Barons
«
20 Febr.
1726
Daniel van Keerbergen
»
14 Jan.
1721
Isaac Verdoes
n
20 Febr.
1726
Franco Cordelois
"
5 Aug.
J722
Mr. Herman van Zuylen
van Nyevelt
Obiit
22 Juni
1735
Jean Charron
Afgegaan
11 Febr.
1728
Benjohan Furly
Obiit
2 Aug.
1738
Mr. Jacob Visch
Afgegaan
5 Aug.
1722
Hendrik Haasbroek
»
20 Febr.
I72Ó
Robbert Pantoune
»
26 Dec.
I72O
1721 Philip van der Hoeven
Obiit
30 Oct.
1747
Adriaan Brouwer
Afgegaan
7 Sept.
1746
1722 Roeland van Hersele
Obiit
5 April
1739
Mr. Johan Timmers
>5
15 Febr.
1738
Pieter de Ridder
Afgegaan
6 Maart
I726
1726 Christiaan Boonen
Obiit
28 Febr.
I750
Anthony Eelbo
Afgegaan
2 April
1732
Cornelis van Son
Obiit
6 Maart
1750
Mr. Maerten Vlaerdinger-
woud*
Afgegaan
2 Aug.
1752
1728 Paul Charron
»
1 Mei
1737
-ocr page 75-
72
I732 Arnout Leers
Afgegaan
2
Maart 1
1-35 Jacob van Belle
"
5
Aug. 1
1736 Schalkius van Beeftingh
n
5
Aug. 1
1739 Mr. Jacob Gerst
»
5
Dec. 1
Johan Verstolk
»
6 Jan. 1
Johannes Leuven
Obiit
1 1
Jan. 1
1747 Isaak van Alphen
»
9
Sept. 1
1750 Mr. Francois van der Hoeven „
2
Dec. 1
Rudolf Baelde
Afgegaan
4
Nov. 1
Adriaan Reepmaker
Obiit
\'4
Febr. 1
Mr. Johan Gerard Francois
Meyners
Afgegaan
1-
Juli 1
1755 Mr. Gerrit Meerman
»
4
Nov. 1
1760 Hendrik Caan
»
2
Maart 1
1762 Adriaan Verstolk
Obiit
11
Juni 1
Johan Frederik Hoft\'man
Afgegaan
20
Nov. 1
Isaac Hubert
w
7
Nov. 1
Willem Prins
99
7
Dec. 1
1767 Bastiaan Molewater
n
\'4
Dec. 1
Mr. Cornelis Groeninx van
Zoelen
«
4
April 1
1768 Pieter Baelde
Obiit
11
Juni 1
Jacob Diderik van de Wall
»
25
Juni 1
1770 Michiel Viruly
»
\'4
Juli 1
Cornelis van der Hoeven
»
22
Maart 1
Mr. Paulus Gevers
Afgegaan
1."
Juni 1
1773 Mr. Dirk Rudolph Wijcker-
held Bisdom
»
6 1
1777 Jan Pott
Obiit
30
April 1
Mr. Jacob van Zuylen van
Nyevelt
Afgegaan
4
April 1
Hendrik Adriaan Hoffman
Obiit
20
Jan. 1
1781 Mr. Johan Adriaan van der
Hoeven
Afgegaan
4
April 1
1787
-ocr page 76-
73
1781 Mr. Jacob Reepmaker Obiit 15 Nov.    1828
1787 Pieter van Oordt Afgegaan 18 Juli     1804
Pieter van der Wallen van
Vollenhoven „ 3 April   1811
Adriaan Willem Beelaerts Obiit 23 Dec.    1829
1790  Michiel Plemp „ 15 Nov.    1809
Mr. Adriaan Gevers Dey-
noot Afgegaan 7 Dec.    1791
Mr. Johan Frederik Hoff-
man Obiit 16 Mei      1825
1791   Leendert van Staveren „ 3 Oct.     1817
Jacobus Willemsen Afgegaan 21 Nov. 1798 \')
„1797. Geresolveert Bij Vervolg geen Eere-titels
 agter
de Namen te stellen."
1797 Gerrit van der Pot van
Groenevelt Obiit 19 Maart  1807
Anthony Petrus van der
Kun „ 23 Aug.    1808
1799 Gerrit van Gennep Afgegaan 2 Nov.    1831
1805 Theodore van Zeiler Obiit 11 Oct.     1817
1809  Cornelis van Stolk Afgegaan 7 Maart  1827
Paulus Hoyer van Brakel Obiit 19 Aug.
    1827
1810  Mr. ClaudiusPieter Gevers Afgegaan 22 Febr.   1817
1811   Johan van der Wallen van
Vollenhoven Obiit ió Nov.    1846
Hendrik Christiaan van der
Hoeven. Honorair 1824. „ 9 Dec.     1852
1817  Johannes Theodorus Wilkens „ 25 Juli      1864
1818  Pieter Smeer „ 23 Juni    1833
Mr. Nicolaas Jan Agatho
Christiaan Hoffmann „ 5 Nov.    1833
\') Tot hiertoe werden steeds de waardigheden en beklcede ambten
bij de namen gevoegd.
-ocr page 77-
74
„Op den 22 Juli) 1820 is het eeuwfeest dezer Maat-
schappij gevierd zoo als te zien is in de notulen
van den 4 November van \'t zelfde Jaar."
4 Jan.
1826
6 April
1825
16 Aug.
1870
25 Sept.
1845
25 Juni
1857
20 Aug.
1865
17 Oct.
1838
19 Juni
1852
3 April
1833
8 Aug.
1848
31 Aug.
1868
1822 Rudolf Pieter Baelde         Afgegaan
1824  Francois. Browne                      „
1825  Johannes Frederik Horlman Obiit
Robert Ives Browne.
1826  Mr. Abraham Gevers Deynoot „
1827  Mr. Adrianus Theodore Prins „
Pierre Jean Marie Fauchey „
1828  Mattheus Willem Reepmaker „
1830  Bartholomeus Verbrugge          „
1831   Edward Twiss                    Afgegaan
1833  Matth. Eleonor Charles Jou-
haneau Laregnere              Obiit
Dirk Lodewijk Willem van
Mierop
                                  „
1834  Mr. Johan Hendrik Wil-
lem Swellengrebel.
1838 Gerrit Obreen
                  Afgetreden 11 Juli 1848
1845  Franciscus Willem Cor-
nelis Blom                            „          8 Jan. 1867
1846  Francais AntoineLabouchère Obiit 14 April 1849
1848  Bernardus Ewoud Cankrien
1849  Cornelis Eliza Viruly
Isaac Reepmaker             Afgetreden 6 Nov. 1866
1852 Michiel Marinus de Monchy
1857 Christiaan Elie Dutilh              „ 30 Juni 1873
1865 Gualtherus Kolff.
Jan Jacob Gleichman.
1867 Pieter Cornelis Loopuyt.
Pierre Charles Jean Fauchey.
1869 Alexander Caspar Fraser,
-ocr page 78-
75
„Op den 2 Julij 1870 is het 150-jarig bestaan dezer
Maatschappij gevierd zoo als te zien is in de notulen
der vergadering van den 5 Julij daaraanvolgende."
1871 Hendrik Theodore Wilkens.
„Op den 12 Januarij 1874 is, in de algemeene ver-
gadering van aandeelhouders, op voorstel van Direc-
teuren besloten tot wijziging der Statuten dezer
Maatschappij; en zijn benoemd tot Directeuren":
Johannes Martinus Annes Bicker Caarten.
Christiaan Marie Cornelis Obreen.
Tot Commissarissen:
3 Maart
1874
6 Juli
1878
7 Aug.
19 Juni
1875
1892
Robert Ives Browne Overleden
Mr. Johan Hendrik Wil-
lem Swellengrebel
                „
Bernardus Ewoud Can-
krien
                             Afgetreden
Cornelis Eliza Viruly Overleden
Michiel Marinus de Monchy.
Christiaan Elie Dutilh.
Gualtherus Kolff.
Jan Jacob Gleichman.
Pieter Cornelis Loopuyt Afgetreden 6 Jan. 1875
Pierre Charles Jean Fauchey „           6 Jan. 1875
Alexander Caspar Fraser           „         13 April 1893
Hendrik Theodore Wilkens
1879 Adriaan Milders.
Mr. Jan van Gennep               „         27 Juli 1894
Anthony van Hoboken van Cortgene.
1893 Francois Ebeling.
Frederik Gransberg          Overleden 22 Nov. 1895
1896 Willem Ruijs.
Cornelis Marius Viruly.