-ocr page 1-
LEERBOEK
DER
FUNCTTONEELE NEUROSEN
-- .
DOOR
Dr. G. JELGERSMA,
Geneesheer-Directeur van bet Sanatorium voor Zenuwzieken te Arnhem.
Ie AFDEELING.
PATHOLOGIE EN THERAPIE
PEK
NEURASTHENIE.
2e AFLEVERING.
>
•
\\
1
AMSTERDAM,
.
SCHELTEMA & HOLKEMA\'S BOEKHANDEL.
1898.
-ocr page 2-
mw) Iö35f
247
c
39
-ocr page 3-
i
\'
-ocr page 4-
-ocr page 5-
LEERBOEK
DER
FUNCTIONEELE NEUROSEN,
-ocr page 6-
•
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
A06000005747625B
:
0574 7625
-ocr page 7-
fyf.@.2p
LEERBOEK
DER
FUNCTTONEELE NEUROSEN
DOOR
Dr. G. JELGERSMA,
Genftesheor-Directeur van het Sanatorium voor Zenuwzieken te Arnhem.
Ie AFDEELING.
PATHOLOGIE EK THERAPIE
DEB
NEURASTHENIE.
Ie AFLEVERING.
AMSTERDAM,
SCHELTEMA & HOLKEMA\'S BOEKHANDEL.
1897.
BIBLIOTHEEK DER
RIJKSUNIVERSITEIT
UTRECHT.
-ocr page 8-
-ocr page 9-
INLEIDING.
Men is gewoon een onderscheid te maken tusschen functioneele
neurosen
en psychosen. Van een wetenschappelijk standpunt be-
schouwd, bestaat dit onderscheid niet. Niet alleen, dat beide
klassen van ziektetoestanden op de meest geleidelijke wijze in
elkaar overgaan en dat men gewoon is om de zwaardere gevallen
van neurasthenie en hysterie als insania hysterica en insania
neurasthenica onder de psychosen te behandelen; maar de
functioneele neurosen zijn ook in hunne lichtere vormen even
zuivere en goed gekarakteriseerde psychische aandoeningen, dan
de psychosen zelf.
De redenen van de scheiding in neurosen en psychosen liggen
geheel op praktisch terrein; voor den wetenschappelijken medicus
is het zelfs een groot bezwaar en feitelijk een hinderpaal
voor behoorlijke wetenschappelijke ontwikkeling, dat deze schei-
ding op praktisch gebied noodzakelijk is gebleken te zijn.
De scheiding tusschen neurosen en psychosen, van de prak-
tische zijde bekeken, komt ongeveer hierop neer, dat bij de
neurosen ziekte-inzicht bestaat, bij de psychosen niet. Een lijder
aan neurasthenie komt uit zich zelf bij den medicus hulp zoeken
voor zijne ziekte; een lijder aan vecordia zal liever iedereen
ziek verklaren, vóórdat hij er toe komt, zich zelf als lijdende
te beschouwen.
Dit gebrek aan ziekte-inzicht, zooals dat een vrij scherpe lijn
tusschen neurosen en psychosen aangeeft, heeft in praktisch
opzicht ver strekkende gevolgen voor de behandeling.
Op het gebrek aan ziekte-inzicht toch berust grootendeels
1
-ocr page 10-
2
de maatschappelijke gevaarlijkheid der psychosen. Omdat deze
lijders niet inzien, dat hunne gevoelens en denkbeelden gegevens
zijn van een gederangeerden zenuwtoestand, gebruiken zij deze
als motieven voor hunne handelingen, zonder dat ze geremd
worden door normale associaties en overwegingen. Van daar
de maatschappelijke scheiding, die noodig is geweest in zieken,
die gevaarlijk zijn voor zich zelf en de o p e n-
bare orde en anderen, die dat nietzijn. De eersten
zijn de krankzinnigen, de laatsten zijn de z e n u w-
1 ij d e r s. Voor de eersten is noodig gebleken eene opheffing
van hunne persoonlijke vrijheid, voor de laatste is het dat niet.
Deze opheffing der persoonlijke vrijheid is een moment, dat
bijna altijd schadelijk werkt op den psychischen toestand van
den lijder. Er mag dus slechts in den uitersten nood gebruik van
gemaakt worden, d. i. alleen in dié gevallen, waar of de lijder
weigert zich te laten behandelen of waar hij gevaarlijk is voor
zich zelf en zijne omgeving. Zelfs de meest intensief déraison-
neerende lijder aan vecordia wordt door het feit van zijne
opname in een gesticht voor krankzinnigen erger; dit neemt
niet weg, dat hij kan genezen door of na de ingestelde behan-
deling, wanneer zijn geest den psychischen schok der vrijheids»
berooving kan doorstaan.
Hieruit volgt een der voornaamste plichten van den prakti-
schen medicus tegenover den zenuwlijder, n.1. om de vrijheids-
berooving, d. i. de opname in een gesticht voor krankzinnigen
zoolang te verschuiven, als dat met \'t oog op den toestand
van den lijder gewenscht is. Dit neemt niet weg, dat wanneer
zulk een opname eenmaal noodig is, dit zoo spoedig mogelijk
moet geschieden en dat alle wettelijke bepalingen, die deze op-
name bemoeielijken, afgekeurd dienen te worden. De medicus
ga dus ten opzichte van den patiënt van dit principe uit, dat
de opname in een gesticht voor krankzinnigen zoo laat mogelijk,
maar wanneer eenmaal noodig, zoo snel mogelijk geschiedt. (1)
(1) Deze raad zou bij den tegen woordigen toestand gevaarlijk kunnen schij-
-ocr page 11-
3
De praktisch noodzakelijk geblekene scheiding in neurosen en
psychosen heeft aan de beoefening der neurologische wetenschap
voor den medicus schade gedaan. Een groote klasse van zieken,
de bewoners der krankzinnigengestichten wordt door dengewo-
nen medicus nooit gezien en blijven daardoor geheele onbe-
kenden voor hem; de psychiater daarentegen ziet en kent we-
derom niet die breede rij van functioneele neurosen, die de
maatschappij en de ziekenhuizen bevolken. Dat hierin op den
duur verandering behoort te komen, \'t zij door aan krankzinni-
gengestichten inrichtingen te verbinden, waar geen vrijheidsbe-
rooving plaats vindt, \'t zij door onze wetgeving op de krank-
zinnigengestichten te wijzigen, spreekt wel vanzelf. De eerste
eisch voor elke goede medische behandeling van zenuwzieken
is deze, dat een medicus, die in staat is geweest de ziekte te
leeren kennen, de behandeling leidt.
In dit leerboek behandel ik dus voor den student en voor den
praktischen medicus die categorieën van zenuwzieken, die niet
van hunne vrijheid behoeven beroofd te worden. Deze scheiding
is echter willekeurig, de lichte gevallen van psychose, melan-
cholie, imbeciliteit enz. behoeven dat ook niet; ze worden
evenwel niet behandeld, omdat vrijheidsberooving gewoonlijk
wèl noodig is, wanneer de ziekte in intensiteit toeneemt.
Een leerboek der functioneele neurosen schijnt mij in ons land
in eene gevoelde behoefte te voorzien, in de eerste plaats, omdat
het onderwerp voor Nederlandsche medici nog niet behandeld
is en verder om de belangrijkheid van het onderwerp, gevoegd b\\j
do gebrekkige opleiding aan onze universiteiten.
De belangrijkheid der functioneele neurosen behoeft tegen-
woordig niet meer betoogd te worden. Ieder leek weet, dat
het aantal zenuwzieken op onrustbarende wijze toeneemt. Een
groot aantal der hulpzoekende zieken lijdt direct of indirect aan
nen, die zoo is, dat het meerendeel der krankzinnigen te laat in een ge-
sticht wordt opgenomen. De redenen hiervoor zijn echter geheel andere en
zijn gelegen in de schande der krankzinnigverklaring in de oogen van het
publiek en in de bemoeilijking, in de opname in gestichten, die de wet stelt.
-ocr page 12-
4
functioneele neurose; direct wanneer de ziekte z. g. spontaan
optreedt, indirect wanneer de lichamelijke ziekte verschijnselen
daarvan onder zijne symptomen heeft. De praktische medicus
dient zich dus met de functioneele neurose vertrouwd te
maken.
De verwaarloozing der functioneele neurose bij het onderwijs
aan onze universiteiten is evenzoo in \'t oog vallend. Praktische
doctoren, die niet hebben geleerd een onderscheid te maken tus-
schen neurasthenie, hysterie en melancholie zijn er in menigte
te vinden, en toch zijn dit ver uit elkaar liggende ziektebeelden,
met eene zeer verschillende behandeling.
Het direct wetenschappelijk belang der studie van de functi-
oneele neurose is zeer groot. Bij de breede ontwikkeling der
tegenwoordige experimenteele psychologie levert de algemeene
pathologie van neurasthenie en hysterie de meest verrassende
aanknoopingspunten. Omdat dit boek in de eerste plaats voor
praktische medici bestemd is, zal in deze wetenschappelijke
richting slechts in zooverre ingegaan worden, als dat absoluut
noodig is voor het recht begrip der verschijnselen en elke psy-
chologische afwijking worden vermeden.
Na het boven medegedeelde blijft nog over in deze inlei-
ding het algemeene plan van het boek in korte trekken nader
uiteen te zetten.
Het eerste hoofdstuk zal handelen over Neurasthenie,
een ziekte, die in d e laatste jaren aan belangrijkheid zonder twijfel
is toegenomen. In de latere jaren is de studie dezer ziekte het
onderwerp geweest van talrijke medische publicaties en verschil-
lende bekwame neurologen hebben ze meer het eigendom van
den praktischen medicus doen worden. Toch zijn de voorstellin-
gen over deze ziekte, ook bij de medici zelf, nog zeer onvol-
doende en verkeert men algemeen nog in de meening, dat de
ziekte een verzameling is van allerhande verschijnselen, waar
men geen weg mee weet.
Eene zeer goede opmerking maakt Beard, hij zegt: „Neuras-
thenie hat bei der Generation der Gegenwart fastdasselbeSchicksal,
-ocr page 13-
5
das die Geisteskrankheiten bei der Generation der jüngsten Ver-
gangenheit gehabt haben. Wie die Symptomen des Irreseins nicht
als Krankheit, sondern als ein Besessensein von bösen Geistern
gedeutet wurden, so sind die Zeichen der Neurasthenie von
Mannern der Wissenschaft als Einbildungen des Kranken, als
Hypochondrie bezeichnet worden — ein vager Ausdruck
für allerhand an gezweifelte oder misverstandene Symptomen."
Dit zijn guldene woorden, die voor ons land nog volkomen
van toepassing zijn, en die zelfs nog in meer algemeenen zin
toegepast kunnen worden. Niet alleen de neurasthenie wordt
niet begrepen en niet naar waarde geschat, maar hetzelfde geldt
voor de meeste functioneele zenuwziekten. Ik zal niet zeggen
van de zwaardere en de acute gevallen, die worden wel als
zieken beschouwd en als zoodanig behandeld. De zwaardere ge-
vallen zijn echter niet de belangrijkste, dit zijn dikwijls toch
verloren levens, en de acute gevallen zijn ook niet de belang-
rijkste, want zij zijn zeldzaam en worden bovendien goed behan-
deld. Wel belangrijk zijn echter de lichtere gevallen, die per-
sonen, die hun werkkracht behouden, ofschoon zij zich dikwijls
boven hunne krachten moeten inspannen om te blijven wat zij
zijn en die ten slotte blij zijn wanneer zij afgeleefd hebben. Het
leven is een last en een groote last ook, wanneer men, met
behoud van ziekte-inzicht, dat moet doorbrengen vermoeid en
afgemat, bezwaren ziende, waar zij niet zijn, opziende tegen elke
moeielijkheid, en wanneer men in den arbeid niet een genot
maar een last kan vinden. Deze zoo algemeen verspreide ziekte-
toestand is voor een groot deel de oorzaak der tegenwoordige
algemeene levensmoeheid, van die pessimistische wereldbeschou-
wing, die steeds meer wortel schiet.
Het tweede hoofdstuk zal behandelen de Hysterie, een
ziekte, die wij hoofdzakelijk door Fransche onderzoekers hebben
leeren kennen en die, voor zoover ik in staat ben er over te
oordeelen, in Frankrijk meer voorkomt dan bij ons en in
Duitschland. Niet dat ze bij ons zeldzaam is, maar tegenover
Neurasthenie treedt zij toch meer op den achtergrond.
-ocr page 14-
6
Als aanhangsel op deze beide hoofdstukken zal volgen do
traumatische neurose, de hystero-neurasthenie traumatigue der
Pranschen, die merkwaardige ziekte, die uit eene dooreen-
menging der beide bovengenoemde ziekten schijnt te ontstaan;
die ook in de etiologie de beide momenten dezer ziekten in
zich bevat, n.1. de psychische schok, voorzoover die in elk
ernstig trauma is gelegen, met de hysterie als oorzakelijk
moment gemeen heeft, terwijl zij met neurasthenie hierin
schijnt overeen te komen, dat het trauma behalve zijne direct
zuiver psychologische werking, eene moleculaire invloed op
het zenuwstelsel doet gelden, de oudtijds alleen erkende schok,
en daardoor de vermoeienisverschijnselen der neurasthenie doet
ontstaan.
Aan de behandeling der beide bovengenoemde ziekten zal zich
aansluiten de bespreking van die onbepaalde nerveuse ziekten,
welke thans gewoonlijk in de handboeken der neurologie te
vinden zijn. Dit zijn Migraine, de verschillende vormen van Tic,
de gelocaliseerde krampen, Chorea enz. Het komt mij voor dat
deze toestanden, die stellig op de een of andere wijze met de
beide functioneele neurosen neurasthenie en hysterie verbonden
zijn, maar wier samenhang daarmede ons nog niet helder voor
oogen staat, zich op geleidelijke wijze aan deze functioneele
neurosen aansluiten en daardoor hier meer tehuis behooren
dan bij de organische zenuwziekten.
Ik heb getwijfeld of ook Chorea minor hier tehuis behoorde
en of het niet beter ware deze ziekte tot de infectiën terug te
brengen. De overweging dat het psychisch moment bij Chorea
zoo sterk op den voorgrond treedt, heeft mij doen besluiten de
ziekte op te nemen.
Ook Epilepsie behoort in velerlei opzicht niet onder de func-
tioneele neurosen tehuis; de klinische verschijnselen en hieronder
vooral de in zoovele gevallen aanwezige dementie, verder het
gewoonlijk ontbreken van elk psychologisch moment voor den
afzonderlijken aanval en voor de accessen van epileptische krank-
zinnigheid, wgzen met groote waarschijnlijkheid op een organische
-ocr page 15-
7
basis voor de ziekte. De organische verandering als zoodanig is
ons echter nog geheel onbekend en in de niet progressieve
gevallen, zooals er vele voorkomen, is van voor ons zichtbare
organische veranderingen geen sprake. Daarbij komt, dat de
groote meerderheid der gevallen van epilepsie buiten de krank-
zinnigengestichten blijft en door praktische medici behandeld
wordt. Dit alles samengenomen heeft mij doen besluiten ook de
epilepsie in dit werk te behandelen.
Het laatste hoofdstuk zal bevatten de Degeneratieve
psychische toestanden. Bij de behandeling van deze
moet een tamelijk willekeurige grens getrokken worden, omdat
een zeer ruim gedeelte daarvan binnen het gebied der psychosen
valt. Deze grens wordt wederom door praktische gronden aan-
gegeven. Alles wat gevaarlijk is voor zich zelf of voor anderen
en waarbij dus vrijheidsberooving noodzakelijk is, valt buiten
mijne beschouwing. Van een wetenschappelijk standpunt uit
dus zeer ongemotiveerd, maar door de praktische eischen nood-
zakelijk.
Bij de samenstelling van dit handboek heb ik mij hoofdzake-
lijk praktische doeleinden voor oogen gesteld. Daarom heb ik
zorgvuldig vermeden wetenschappelijke vraagstukken tebespre-
ken. Alleen in zooverre deze wetenschappelijke onderzoekingen
reeds praktisch resultaat hebben of dit in de naaste toekomst
beloven, ben ik daarop ingegaan. Dit is reeds in velerlei opzicht
het geval. Schijnbaar van de praktijk zoo ver liggende onder-
zoekingen, als die van de experimenteele psychologie, zullen
binnen eenige jaren blijken te zijn van groote praktische betee-
kenis en de tijd, dat van den praktischen medicus geëischt zal
worden zich een oordeel te vormen over eene vermoeidheids-
toestand bij een scholier, ligt zoo ver niet meer in de toekomst.
Wanneer de vele moeite, aan een arbeid als deze besteed,
er toe kon bijdragen om den praktischen medicus eenige kennis
en belangstelling bij te brengen voor deze hem zoo nuttige en
in ons land zoo weinig beoefende vakken, zou ik mij ruim *be~
loond achten,
-ocr page 16-
HOOFDSTUK T.
Etiologie.
De leer der oorzaken is in vele opzichten, zoowel uit een
praktisch, als uit een theoretisch oogpunt, het meest belangrijke
hoofdstuk der pathologie. Uit een praktisch oogpunt leert de
kennis der oorzaken ons de meest werkdadige manier kennen
de ziekten te voorkomen en te bestrijden, uit een theoretisch oog-
punt geeft het ons een inzicht in de wording van ziektetoe-
standen en is daardoor een onderdeel der algemeene biologie.
Bij de ziektetoestanden, die ons bezighouden, maakt men
onderscheid tusschen gelegenheidsoorzaken en praedisponeerende
oorzaken. Deze verdeeling is in menig opzicht kunstmatig; de
meest juiste voorstelling en te gelijk de meest eenvoudige verkrijgt
men door de dingen zoo algemeen mogelijk te beschouwen.
Veronderstellen wij eene geheel gezonde familie, eene soort
middelmaat, die in geene richting in \'t oog springende abnor-
maliteiten vertoont.
Het hangt dan slechts af van de uitwendige omstandigheden,
waaronder de afstammelingen van deze familie verkeeren, hoe
hun verder lot zal zijn. Onder uitwendige omstandigheden moet
men alles verstaan wat van buiten af inwerkt. Een kind verwekt
in dronkenschap zal minder solied ter wereld komen dan een
ander kind. Het eene lid der familie zal meer of min zwaren
tegenspoed ondervinden, kan aan allerlei infecties blootstaan,
kan door traumata in zijne levenskracht verminderd zyn. Wij
-ocr page 17-
\'J
hebben te maken met de tallooze meer of min gunstige levens-
omstandigheden, waarvan later in dit hoofdstuk sprake zal zijn.
Laten wij nu over het gezonde geslacht, waarvan wij zijn
uitgegaan, meerdere geslachten verloopen, zooveel wij slechts
willen, dan zullen wij na zekeren tijd, hoe lang doet er niet
toe, maar stellen wij voor de eenvoudigheid bij het tegenwoor-
dig levende geslacht, zeer samengestelde verhoudingen aantreffen.
Elk kind, dat geboren wordt, is het product van zijne voor-
ouders, die alle onder verschillende uitwendige omstandigheden
geleefd hebben.
Uitgaande van een gezonden ur-stamvader, zal het ten slotte
slechts van de hoeveelheid en van de intensiteit der schadelijke
uitwendige omstandigheden afhangen, die geslachten na elkaar
hebben ingewerkt, hoe de geheele organisatie van het geboren
wordende kind zal zijn. Dit is niet anders dan het product van
van alles wat vroeger ingewerkt heeft.
Het resultaat nu, dat de som van al deze schadelijke en
niet-schadelijke momenten op het geboren wordende individu
heeft gehad, noemen wij den aanleg waarmede het ter wereld
komt. Deze oorzaken hebben natuurlijkerwijze een grooten
invloed gehad en hebben reeds de algemeen richting bepaald,
waarin het individu zich zal ontwikkelen. Op deze groote rij
van oorzaken volgt nu eene andere rij; dat zijn de omstandighe-
den waaraan het individu zelf tijdens zijn leven is blootgesteld.
Aldus komen wij tot 2 rijen van oorzaken:
1°. De erfelijkheid.
2°. De uitwendige omstandigheden van het individu zelf.
1°. Erfelijkheid.
Het is mijn doel niet hier de etiologische momenten der erfe-
Ijjkheid uitgebreid te behandelen. Eene grondige behandeling
hiervan laat zich beter bij het hoofdstuk Degeneratie onder-
brengen, waar het als etiologisch moment veel sterker op den
voorgrond treedt. Hier zij slechts zooveel besproken, als tot
recht begrip der ziekte noodig is.
-ocr page 18-
10
De aanleg tot zenuwziekten en dit geldt in gelijke mate van
alle andere pathologische toestanden, moet wel onderscheiden
worden van die ziektetoestanden zelf. Wanneer het mogelijk
was statistisch op te maken wat uit een gegeven aanleg zich
verder ontwikkelde, dan zou men zonder twijfel getallen ver-
krijgen, die aantoonden, dat in vele dezer gevallen die aanleg
zich tot de ziekte, waarvan zij de kiem in zich hevat, vervormde.
Dit neemt echter niet weg, dat dit niet zoo behoeft te zijn, en
dat zonder twijfel bij talrijke individuen levenslang een bepaalde
aanleg blijft bestaan, die door de gunst der uitwendige omstan-
digheden, door eene verstandige levenswijze, door het ter juister
tijd sparen en gebruik maken van de beschikbare krachten, niet
verder tot ontwikkeling komt en nooit het stadium der zich
openbarende ziekte bereikt. Afgezien dus hiervan, dat de ver-
schijnselen van een aanleg tot zenuwziekte geheel andere zijn
dan de verschijnselen dier ziekte zelf, is het uit een prognostisch
oogpunt van groot gewicht onderscheid te maken tusschen den
aanleg tot bepaalde ziekten en die ziekten z e 1 v e n.
De erfelijkheid van neurasthenie en van functioneele zenuw-
ziekten in \'t algemeen is oorzaak alleen van een aanleg tot die
ziekten, zij veroorzaakt niet de ziekte zelf.
Er bestaat grond om tusschen de oorzaken, die men gewoon
is erfelijkheidsmomenten te noemen, onderscheid te maken.
In de eerste plaats moet men onderscheiden de erfelijkheids-
momenten sensu strictori; dit zijn die oorzaken welke geslachten
na elkaar op de ascendentie hebben ingewerkt en die ten gevolge
hebben gehad dat er een gedegenereerde familie ontstaan is.
De afstammelingen hiervan kan men zich niet anders denken
dan evenzoo gedegenereerd, omdat men moet aannemen, dat bij
den algemeenen ziektetoestand, minderwaardigheid zoo men wil,
van den geheelen stam, ook het kiemplasma, waaruit het nieuwe
individu zich zal gaan ontwikkelen in gelijke mate geleden
heeft. Hier zijn de kiemveranderingen dus reeds van de ascen-
dentie als ziek overgeërfd.
In de tweede plaats heeft men te onderscheiden de schade-
-ocr page 19-
11
lijkheden waaraan de kiem, die van den beginne af aan gezond
geweest is, heeft bloot gestaan door pathologische omstandig-
heden, die op de ouders hebben ingewerkt en waarvan de kiem
als deel van het geheel, op de een of andere wijze de werking
heeft ondervonden. Binswanger onderscheidt hierbij:
1°. Chronische en acute intoxicaties.
Het is door talrijke observaties bewezen, dat het onmatig
gebruik van alcohol op de progenituur een zeer ongunstigen
invloed heeft, vooral wat betreft het optreden van een aanleg
tot tallooze zenuwziekten; wij kunnen ons dit moeielijk anders
voorstellen dan door aan te nemen, dat de chronische overlading
van het bloed met alcohol een direct schadelijken invloed op
de kiem heeft en aanleiding geeft tot de ontwikkeling van een
ziekelijk individu. Wat van alcohol geldt is ook van andere
intoxicaties van belang. Zelfs schijnen er waarnemingen te bestaan,
die er op duiden dat ook de acute alcoholroes niet onverschillig
voor de progenituur is en dat een in dronkenschap verwekt kind
aanleg tot zenuwziekte kan vertoon en.
2°. Infecties. Hieronder komen vooral syphilis en tuberculose
en misschien malaria in aanmerking. De wijze waarop deze
werken is onbekend, misschien, dat het toxine van de bacil
schadelijk op de kiem werkt, misschien dat de bacil zelf in de
kiem binnendringt.
3°. Constitutioneele ziekten, zooals anaemie chlorose,
chronische slechte voedingstoestanden enz.
4°. Locale ziekten der geslachtsorganen, die zon-
der het overige lichaam ziek te maken zieke geslachtsproducten
kweeken.
Al deze oorzaken kunnen werken op de kiem, vóórdat deze
met eene andere in copulatie is getreden; zij blijven echter ook
in onverzwakte mate aanwezig na de copulatie en kunnen dus
inwerken gedurende de geheele ontwikkeling van het organisme
van kiemcel af tot rijpe vrucht toe. Is het voor de eicel en
spermacel niet onverschillig of hij door alcoholitisch of tuber-
culeus bloed gevoed wordt, voor het zioh ontwikkelende embryo
-ocr page 20-
12
is het dit evenmin. Men kan misschien voor de kiemcel eene
grootere vatbaarheid aannemen, om door de veranderingen in
het organisme getroffen te worden, dan voor het embryo, dat
steeds meer, naarmate het zich ontwikkelt, een zelfstandig
bestaan gaat voeren; echter zie ik de noodzakelijkheid niet in
om, zooals b. v. Binswanger in zijn nieuw boek over Neuras-
thenie tracht door te voeren, principieel een onderscheid te
maken tusschen schadelijke invloeden op de kiemcel en op het
embryo. Bovendien zijn deze verklaringen voor den verschillenden
invloed der erfelijkheid, zooals de klinische waarneming ons die
leert, ofschoon wij ze voorloopig niet anders kunnen denken,
nog te zeer van theoretischen aard, om nu reeds daarop voort-
bouwende, verder gaande onderscheidingen te gaan maken.
Wij onderscheiden dus die gevallen, waar de erfelijkheid ge-
slachten na elkaar is te vervolgen; van die andere, waar wij
nerveuse verschijnselen van degeneratie waarnemen, maar bij
welke de ascendentie die niet vertoonde. Hier zijn door ver-
kregen ziektetoestanden der ouders ten gevolge van een der
bovengenoemde schadelijke momenten of zieke kiemcellen ontstaan
öf heeft een ziek embryo zich ontwikkeld.
Deze laatste gevallen vormen eene tegenstelling met die
gevallen, waar de ouders ziektetoestanden verkregen, die wel
den geestelijken weerstand van hen zelven verminderde en ze ziek
deed zijn, maar waarbij deze ziektetoestanden der ouders geen
invloed hebben gehad op de kiem.
Dergelijke gevallen komen zoo zeer zelden niet voor. Het
wordt nu en dan wel waargenomen, dat b. v. na trauma capitis
eene ernstige psychose of eene neurasthenie zich bij de ouders
ontwikkelt en dat daarna gezonde kinderen geboren worden.
Hier heeft dus kennelijk de kiem en de ontwikkeling van het
embryo niet geleden.
Door dergelijke voorbeelden springt het in \'t oog, dat in de
praktijk wel degelijk een onderscheid gemaakt moet worden
tusschen de verschillende vormen van erfelijkheid en dat ook
deze min of meer theoretische uiteenzettingen voor de praktijk
-ocr page 21-
13
waarde kunnen hebben. Voor \'t oogenblik verlaat ik echter het
theoretisch bespreken der herediteit, om ze bij het hoofdstuk
Degeneratie grondiger te kunnen behandelen.
Wij komen dus nu tot den invloed, die de erfelijkheid heeft op
het zich ontwikkelen der neurasthenie. De getallen, die men hier-
voor bij verschillende schrijvers opgegeven vindt, loopen vrij aan-
zienlijk uit elkaar, samenhangende waarschijnlijk met de ver-
schillende opvattingen, die zij over erfelijkheid hebben, zoodat
sommigen van hereditaire neurasthenie spreken, waar anderen
slechts verkregene vormen meenen te zien.
Löwenfeld geeft 75 procent als erfelijk verkregen op, Bin-
swanger slechts 35,5 proc. bij vrouwen en 49 proc. bij mannen,
andere schrijvers, zoo b. v. Bouveret, Levillain, Strüm-
pel, Möbius, Kraft-Ebing, geven geene nauwkeurige ge-
tallen. Von Hösllin geeft over 828 gevallen aan, dat in 35
procent zware vormen van psychose in de ascendentie beston-
den, terwijl in nog 35 procent slechts lichtere psychische af-
wijkingen in de familie aanwezig waren.
Statistieken zijn, voorzoover mij bekend over een uitgebreider
materiaal nog niet gemaakt.
De rol, die de erfelijkheid bij neurasthenie en bij andere zenuw-
ziekten vervult, bestaat niet, zooals wij boven reeds met een
enkel woord vermeld hebben, in het te voorschijn roepen der
ziekte zelf, maar alleen van de predispositie daartoe. Wil de
ziekte te voorschijn komen, dan zijn daartoe altijd nog bijko-
mende oorzaken noodig, de agents provocateurs der Franschen, de
gelegenheidgevende oorzaken zouden wij ze kunnen noemen;
deze oorzaken kunnen verschillend sterk zijn en men kan in
\'t algemeen aannemen, dat des te geringer oorzaak noodig is
voor het tot stand komen der ziekte, naarmate de erfelijkheids-
momenten bij den lijder in sterkere mate aanwezig zijn. Van-
daar, dat om een goed overzicht te verkrijgen van de erfelijke
factoren, het niet voldoende is deze erfelijkheids-momenten bij
de zich ontwikkeld hebbende ziekte statistisch vast te stellen,
maar men heeft ook nog de moeielijker vraag te behandelen in
-ocr page 22-
14
hoeverre deze hereditaire momenten aanleiding geven tot een
meer of min duidelijken en diagnosticeerbaren aanleg tot neuras-
thenie en andere zenuwziekten; deze eisch is bij den tegenwoor-
digen stand onzer wetenschap nauwelijks te volvoeren.
In vele gevallen, waar men zware erfelijkheid kan constateeren,
zijn de oorzaken, die noodig zijn de ziekte te voorschijn te doen
komen zeer gering, het heeft den schijn of deze zich vanzelf,
als door de inwendige organisatie van den lijder zelf veroor-
zaakt, verder en verder ontwikkelt. In deze gevallen krijgt men
dus de indruk, dat erfelijkheid de eenige oorzaak is en deze
dus niet alleen den aanleg, maar ook de ziekte heeft veroorzaakt.
Men moet daarbij echter in \'t oog houden, dat de gewone om-
standigheden van elk individu steeds min of meer schade gevende
momenten bevatten en dat er niemand is, die gedurende zijn geheele
leven niet meer of min in den strijd om het bestaan betrokken wordt.
De voorgaande overwegingen en feiten leeren ons dus, dat bij
neurasthenie erfelijkheid in het te voorschijn roepen der ziekte
een belangrijke rol vervult. Men gaat naar mijne meening niet
te ver wanneer men aanneemt, dat zij in de helft der geval-
len als hoofdoorzaak mag aangenomen worden. Hieruit volgt echter
tegelijkertijd, dat in de andere helft der gevallen neurasthenie
eene ziekte is, die tijdens het leven door schadelijke omstandig-
heden, die op het individu zelf inwerken, verkregen is.
Deze laatste omstandigheid stelt ons in staat eene verklaring
te geven hoe het mogelijk is, dat deze ziekte in de laatste ja-
ren zoo sterk is toegenomen. Deze toename der neurasthenie
kan men niet verklaren door de gebrekkige medische kennis
van vroeger. Zonder twijfel is het waar, dat neurasthenie vroeger
voorkwam en dat zij niet werd herkend, maar dat hare verschijn-
selen verward werden met die van meer of min verwante ziekten,
zooals hypochondrie, melancholie, vecordia enz. Dit verklaart
echter niet in het minst de groote toename der ziekte.
Wanneer een bepaalde ziekte sterk toeneemt, komt dit omdat
de oorzaken voor deze ziekte toenemen. Is dus erfelijkheid een
oorzaak, en voor psychosen is dit een hoofdoorzaak, dan zou de
-ocr page 23-
15
erfelijkheid moeten toenemen. Om echter eene toename van
ziekten waar te nemen, welke op een vermeerderde erfelijkheid
herust, zal men eenige geslachten moeten wachten, omdat bij
ziekten, die uitsluitend door erfelijkheid veroorzaakt worden, de
degeneratietoestand zich steeds eenige geslachten na elkaar laat
vervolgen. Zoo zien wij dan ook, dat die psychosen, welke in
hoofdzaak op erfelijkheid berusten, slechts weinig of niet toene-
men, zoo b. v. de aangeboren waanzin, insania cyclica enz., terwijl
andere, waar de heriditeit eene minder groote rol speelt, snel
toenemen. Het beste voorbeeld hiervoor is Dementia paralytica.
Elke snelle vermeerdering van eene bepaalde ziekte sluit dus
in hoofdzaak het erfelijkheidsmoment als oorzaak van deze toe-
name uit. Zoo is het ook met neurasthenie; omdat deze toename
der ziekte in zoo betrekkelijk korten tijd heeft plaats gehad,
mag men aannemen, dat niet eene sterkere psychopatisch be-
hebte ascendentie hiervan de schuld is, maar komt men vanzelf
tot het besluit, dat eene vermeerdering der schadelijke uitwen-
dige omstandigheden, die op het individu zelf inwerken, de
oorzaak voor de toename dezer ziekte is.
De invloed, die de heriditeit op het optreden van neurasthenie
doet gelden, openbaart zich nog op eene andere wijze. Boven
hebben wij er reeds op gewezen hoe door schadelijk inwerkende
omstandigheden de kiem in hare normale ontwikkeling belem-
merd kan worden en hoe daardoor individuen met een aanleg
tot allerlei zenuwziekten kunnen geboren worden. Ofschoon nu
in vele van deze gevallen het zenuwstelsel in de eerste plaats
lijdt en dit zelfs een orgaan schijnt te zijn, dat het eerst van
alle op schadelijke prikkels reageert, zoo openbaren zich deze
kiembeleedigingen bij lange na niet uitsluitend in het zenuwstel-
sel alleen. Integendeel het is bekend genoeg, hoe onder invloed
b. v. van heriditaire Lues of van Tuberculose individuen
kunnen ontstaan, die behebt zijn met eene dusdanige gebrekkige
ontwikkeling van alle organen, dat men ze het best kan karak-
teriseeren met eene uitdrukking van Fournier, dat zij lijden
aan: Jncapacité de vivre*.
-ocr page 24-
16
Dit zijn de ergste gevallen, die kort na de geboorte aan
allerlei aangeboren ontwikkelingsanomaliën, gebrekkige levens-
functien of pathologische reacties op normale prikkels komen te
overlijden. De minder erge gevallen blijven taliter qualiter
in leven en groeien op tot chetive, kleine, bleekzuchtige individuen,
met langzame, vertraagde stofwisseling en stoornissen in alle
organen, geene grof anatomische, maar functioneele; zij reageeren
op eiken kleinen prikkel met pathologische hevigheid en vertoonen
in geheel hun voorkomen het cachet van den ziekgeboren mensch.
Ook de te vroeg geborene kinderen, kunnen op deze wijze groot
worden en verder die kinderen welke in hunne ontwikkeling
door ziektetoestanden van de moeder hebben geleden, zoo b. v.
de jongste kinderen uit groote families, wanneer de levenskracht
der moeder door talrijke bevallingen meer of min is uitgeput.
Dat chlorotische en anaemische en door allerhande ziekten uit-
geputte moeders evenzoo zwakke kinderen doen geboren worden
behoeft verder geen betoog. Wij betreden hier een gebied dat
in onzen tegenwoordigen tijd nog maar al te zeer verwaarloosd
wordt, hoewel het waarschijnlijk uit een algemeen hygiënisch
oogpunt van het grootste belang is. De plicht n.1. van de ouders
om eene zoo gezond mogelijke progenituur te verwekken, brengt
wel degelijk mede conceptie in tijden van ziekte te voorkomen.
Hierover verder uit te wijden ligt niet binnen het kader van
dit werk.
Uit deze boven aangegevene categorie van lijders ontwikkelen
zich talrijke neurasthenici; de vermoeidheidsverschijnselen, die
in de gewone gevallen van neurasthenie in het zenuwstelsel
alleen zich localiseeren, schijnen hier in het geheele lichaam te
zetelen. Hun zenuwstelsel reageert op den minsten prikkel met
pathologische reactie en zoo is het niet te verwonderen, dat
deze categorie van personen het eerst van alle vermoeidheids-
verschijnselen van den kant van het zenuwstelsel geven. Voor
de behandeling zijn zij zeer moeielijk, de prognose is zeer
twijfelachtig en in elk opzicht minder gunstig dan van de gewone
neurasthenie. Hoofdzaak is de algemeene voedingstoestand te
-ocr page 25-
17
verbeteren en de personen voor schadelijke prikkels te bewaren.
Men zou echter dwalen met te meenen. dat de neurasthenie
zich uitsluitend of ook maar slechts overwegend bij slecht
gevoede personen ontwikkelt; integendeel talrijke schrijvers geven
aan en ik kan dit uit mijne ondervinding geheel bevestigen, hoe
zware gevallen van neurasthenie en naar mij toeschijnt vooral
erfelijk gepredisponeerde gevallen, kunnen gepaard gaan met eene
bloeiende lichamelijke ontwikkeling. Beard heeft hier reeds
opmerkzaam op gemaakt, maar hij schijnt mij in dit opzicht te
overdrijven, wanneer hij beweert, dat neurasthenici er gezonder
uitzien dan normale menschen, evenzoo dat zij langer zouden
leven.
In het voorgaande hebben wij de erfelijkheidsmomenten in den
ruimsten zin van het woord kortelijk besproken; wij komen
nu tot:
2o. De uitwendige omstandigheden.
De uitwendige omstandigheden, waardoor neurasthenie kan
ontstaan of voorbereid worden, zijn talrijk. De algemeene gewoonte
volgende, verdeelen wij deze oorzaken in predisponeerende oor-
zaken en ziektegevende oorzaken.
Wij beginnen met:
A. De predisponeerende oorzaken.
Hierin zullen wy achtereenvolgens bespreken:
1«. het optreden der ziekte bij de verschillende sexen.
2o. de invloed van den leeftijd.
3«. de invloed van het ras.
4o. het klimaat.
5°. de maatschappelijke positie.
6». het stadsleven.
7o. de opvoeding.
Wat het voorkomen der ons interesseerend e ziektetoestanden
bij de verschillende sexen betreft, geeft dit aanleiding tot eenige
bijzondere opmerkingen.
2
-ocr page 26-
18
Voor de nerveuse degeneratie is een verschil in \'t optreden
bij den man en bij de vrouw statistisch niet aangetoond.
Dit kan ons niet vreemd voorkomen, wanneer wij bedenken,
dat de bijna uitsluitende oorzaak voor de nerveuse degeneratie
in de erfelijkheid moet gezocht worden en deze heeft gelijken
invloed op de mannelijke en de vrouwelijke progenituur. Dat
er onder den vorm, waarin de nerveuse degeneratie bij man
en vrouw zich voordoen echter nog verschillen bestaan, die
van bijoorzaken afhangen, zullen wij bespreken, wanneer wij
het hoofdstuk der degeneratie behandelen.
In het voorkomen der beide andere ziekten, de neuras*
thenie en de hysterie, is echter een onmiskenbaar verschil
waar te nemen, wat betreft hun voorkomen bij de verschillende
sexen.
Het is n.1. een ervaringsfeit, dat neurasthenie meer bij mannen
voorkomt, dan bij vrouwen, terwijl hysterie meer bij vrouwen
wordt waargenomen. Mannelijke hysterici zijn in ons land
zelden, ten minste voor zoover mijne waarneming mij dit kon
leeren. Ook in Duitschland schijnt dit volgens de opgave van
verschillende schrijvers zoo te zijn. In Frankrijk daarentegen
komt mannelijke hysterie meer voor. De opgaven hierover
zijn verschillend; er bestaan zelfs statistieken uit Parijs, die
aangeven, dat mannelijke hysterie meer voorkomt dan vrouwe-
lijke. Deze zijn later weer tegengesproken en berusten
waarschijnlijk op onjuiste diagnosen. Wij mogen evenwel aan-
nemen, dat mannelijke hysterie in Frankrijk frequenter is dan
bij ons.
Neurasthenie komt naar mijne ervaring meer bij mannen voor
en het ligt voor de hand, de oorzaak hiervoor in den aard der
ziekte te zoeken. Neurasthenie toch is, zooals wij zagen, zonder
twijfel eene vermoeidheidstoestand van het centrale zenuwstelsel
en voor deze vermoeidheid bestaan bij de sociale verhoudingen
van den man veel meer redenen, dan bij de vrouw. De man
voert den zwaren strijd voor het bestaan, wordt gedrukt door een
zwaar gevoel van verantwoordelijkheid, ondervindt uit de eerste
-ocr page 27-
19
hand alle decepties, die het tegenwoordige maatschappelijke
leven in zoo groote verscheidenheid aanbiedt, hij wordt hoofd-
sakehjk geprikkeld door de scherpe stekels van de eerzucht.
Al deze momenten voor zenuwvermoeidheid werken bij de vrouw
minder.
Het voorkomen van neurasthenie bij de vrouw is echter bij
lange na niet zeldzaam en den indruk, dien ik uit persoonlijke
ervaring daarover heb, en die ook andere onderzoekers als de
hunne hebben medegedeeld, is deze, dat neurasthenie bij de vrou-
welijke sexe frequenter gaat worden en hierbij kan men dan
opmerken, dat in deze gevallen dezelfde oorzaken van zenuw-
vermoeidheid gevonden kunnen worden, die bij den man zoo
werkzaam zijn.
Het zijn vooral de vrouwen, die den gewonen strijd om het
bestaan medemaken, de onderwijzeressen, de telegraaf» en tele-
phoonbeambten, de artiesten, die in den tegenwoordigen tijd her-
haaldelijk verschijnselen van neurasthenie en somtijds zeer zware
vormen daarvan vertoonen. Deze omstandigheden wijzen er op,
dat het mannelijk of vrouwelijk karakter als zoodanig niet aan-
leiding geeft tot het optreden van de ééne of de andere der
beide ziekten, maar dat het bijna uitsluitend de uitwendige om-
standigheden zijn, waaronder het individu leeft, die beslissend
zijn voor het optreden van een van beiden.
Neurasthenie treedt verder herhaaldelijk bij vrouwen op na
verzwakkende invloeden, na herhaalde zwangerschappen, na
ecclampsie, na veel bloedverlies, na groote operaties, vooral na
gynaecologische operaties in den vorm van traumatische neuras-
thenie met ongunstigen prognose.
Leeftijd. Over het optreden van neurasthenie op verschillenden
leeftijd bezitten wij een statistiek van v. Hösslin, die ik hier
weergeef, zij loopt over 828 gevallen:
In den leeftijd van 10—20 jaar 38 personen.
. >
                  . 20-30 , 209 ,
, ,                  „ 30—40 , 271
, ,                  , 40-50 , 205
-ocr page 28-
20
In den leeftijd van 50—60 jaar 79 personen.
, ,
                  „ 60-70 „ 24
, ,                  „ 70-90 . 2
De gevallen waar de neurasthenie tusschen de leeftijd van
10 en 20 jaar of vóór dien tijd optreedt zijn betrekkelijk zeld-
zaam, het zijn in \'t algemeen die lijders, waar eene zware
hereditaire predispositie bestaat en waar geringe schadelijk-
heden in staat zijn de ziekte te voorschijn te doen treden.
Na den leeftijd van 20 jaar zien wij een sterke vermeerdering
optreden, zoodat 83 °/o van het geheele aantal valt tusschen den
leeftijd van 20—50 jaar. Dit is dus de meest gevaarlijke leeftijd.
De invloed der puberteit op de ziekte is betrekkelijk gering
en treedt geheel terug bij de oorzaken, die later gaan werken.
Tusschen den 20 en 30-jarigen leeftijd ligt de periode, dat groote
eischen aan de werkkracht van het individu gesteld worden om
zich een zelfstandige positie in de maatschappij te verwerven,
dit is de hoofdoorzaak voor de stijging tot 24 procent der ge-
vallen. De leeftijd van 30—40 jaar is niet minder gevaarlijk
(33 proc). Hier zijn het schadelijkheden van een eenigszins
anderen aard, en terwijl de zuivere intellectueele inspanning
meer op den achtergrond treedt, komen hier de emoties
meer in het spel. Teleurgestelde verwachtingen, verlies van
vermogen, ongelukkige familieomstandigheden, de onmogelijke
vervulling van eischen van weelde enz., doen hier als oor-
zaken dienst. Ook tusschen den leeftijd van 40—50 jaar
(23 proc.) werken deze oorzaken nog, waarschijnlijk echter
reeds in mindere mate en doet zich verder hier reeds een
nieuw moment gevoelen, n.1. de seniele involutie van het cen-
trale zenuwstelsel, een oorzaak, die met \'t stijgen der jaren
steeds belangrijker wordt en op hoogeren ouderdom bijna de
uitsluitende oorzaak voor neurasthenie wordt. Hierbjj doet zich
dan echter de moeielijkheid voor, dat het symptomenbeeld der
neurasthenie op hoogen leeftijd steeds meer gaat gelijken op
de dementia senilis, zoodat steeds meer organische verschijn-
selen het ziektebeeld compliceeren. In vele gevallen wordt door
-ocr page 29-
21
dezen geleidelijken overgang de differentiale diagnose onmogelijk.
Verschillende schrijvers geven echter op, dat op hoogen leeftijd
nog zuivere gevallen van neurasthenie voorkomen. Ik zelf heb
ze nooit waargenomen.
Wanneer wij de verdeeling van neurasthenie over de ver-
schillende leeftijden nagaan, en wij construeerden ons een curve,
waar de leeftijden als ordinaten en het aantal der ziektegevallen
als abscissen werden gemarkeerd en wij deden hetzelfde voor eene
andere psychische ziekte, de Dementia paralytica, een ziekte,
die evenals Neurasthenie in de laatste jaren eene sterke toename
vertoont, dan zouden wij getroffen zijn door het parallelle verloop
van deze beide lijnen. Beide ziekten komen zeldzaam voor
in de jeugd, bij neurasthenie begint de frequentie op ongeveer
20 jaar sterk snel te stijgen, bij dementia paralytica iets later
op ongeveer 25 a 30 jarigen leeftijd; daarna komen beide ziekten
van 30—50 jaar veel voor, om met den ouderdom wederom pa-
rallel te dalen. Beide ziekten loopen verder gelijkelijk uit in de
dementia senilis, waarvan zij in de overgangsvormen niet te
scheiden zijn. Beide ziekten zijn in de laatste jaren enorm toe-
genomen, waardoor de erfelijkheid als overwegend etiologisch
moment voor beiden, zooals wij boven bespraken, moet uitge-
sloten worden. Deze uitgebreide overeenstemming is niet toevallig
en zij berust op de gelijknamige etiologische momenten van
beide ziekten. Vindt de neurasthenie zijn oorzaak in het moderne
leven en de vermoeienis, die dit veroorzaakt, de dementia para-
lytica doet dit niet minder; slechts bestaat dit doorgaand ver-
schil, dat, zal dementia paralytica ontstaan, de vermoeienis gevende
oorzaken op een organisch gepredisponeerde basis moeten inwer-
ken. In de meeste gevallen prepareert syphilis, in andere
gevallen, hoewel veel minder dikwijls, alcoholmisbruik deze
organische basis. Vermoeidheid alléén geeft neurasthenie, ver-
moeidheid plus een organisch vergif, veroorzaakt dementia
paralytica, dit is de eenvoudigste en meest juiste voorstel-
ling.
De invloed, die het ras heeft op de frequentie van het voor»
-ocr page 30-
22
komen van neurasthenie is waarschijnlijk niet groot. De ziekte
komt in alle beschaafde landen ongeveer in gelijke mate voor.
Amerikanen, Israëlieten en aristocratische Russen worden opge-
geven als bijzonder met neurasthenie bezocht te zijn. Voor
Amerikanen is dit waarschijnlijk onjuist, bij de Israëlieten is dit
geen rasbijzonderheid, maar wordt het door de onrustige levenswijze
voldoende verklaard, en de algemeene moreele degradatie der
Russische aristocratie is reden genoeg, om ook hier eene grootere
frequentie der ziekte begrijpelijk te doen zijn.
Dat het klimaat eenigen invloed zou hebben is niet aan-
getoond.
De invloed, die de maatschappelijke positie op het voorkomen
van neurasthenie heeft, laat zich het best uitdrukken door een
statistiek van v. Hösslin over 598 gevallen. Hij vond:
kooplieden................198
beambten................130
onderwijzers...............68
studenten................56
officieren................38
artiesten................33
renteniers................19
doctoren................17
landlieden................11
geestelijken...........• . . . 10
geleerden................ 6
scholieren................ 6
arbeiders................ 6
Ofschoon dergelijke statistieken slechts eene betrekkelijke
waarde hebben, wanneer daarbij niet gelijktijdig wordt opgegeven
hoe groot het aantal van deze genoemde beroepen van de geheele
bevolking is en wanneer bovendien niet de verschillende beroepen
naar rato van hunne frequentie in de statistiek voorkomen, zoo
blijken er toch wel eenige algemeene waarheden uit, die zich
trouwens ook nog op andere wijze laten verifieeren.
In de eerste plaats is opvallend, hoe groot het aantal per-
-ocr page 31-
23
sonen is, dat geestelijk werk verricht en lijdende is aan
neurasthenie. Het is een bekend feit, hoe weinig deze ziekte bij
arbeiders voorkomt en hoe weinig dus in \'t algemeen lichamelijke
vermoeienis, slechte voeding en in \'t algemeen ongunstige om-
standigheden voor zich alleen in staat zijn de ziekte te veroor-
zaken. Wel kunnen deze laatste factoren meer of min den bodem
voorbereiden en het psychisch moment een gemakkelijk aan-
grijpingspunt geven. Dit blijkt uit de frequentie van neurasthenie
bij die personen, welke naast hunne lichamelijken arbeid, of
onder slechte hygiënische omstandigheden, geestelijken arbeid
verrichten. Deze zijn zeer gedisponeerd voor de ziekte. Zoo
b. v. scholieren op middelbare scholen uit arbeidersgezinnen,
onderwijzeressen, die slecht gevoed worden enz. In het algemeen
echter is het waar, dat lichamelijke omstandigheden alléén niet
voldoende zijn, maar dat het moment der geestelijke misère
daaraan toegevoegd moet worden om de ziekte te voorschijn
te roepen. Ook hierin heeft neurasthenie overeenkomst met
dementia paralytica.
Gaan wij verder de gevallen der medegedeelde lijst na, dan
geven zij ons aanleiding tot eenige nadere opmerkingen.
Bij de kooplieden, die bovenaan staan, zijn het vooral de
emoties, die eene zeer noodlottigen invloed uitoefenen. De con-
currentie dwingt tot maximale inspanning, die op zich zelf mis-
schien nog zoo schadelijk niet zou zijn, wanneer zij niet gepaard
ging met hevige emoties en een onrustig leven. De telegraaf en
de telephoon, de groote reizen, het telkens opgeschrikt worden,
noodlottige speculaties, de groote wisselvalligheid der markt en
honderden omstandigheden meer, maken het leven van een koop-
man en niet het minst van den groothandelaar buitengewoon
onrustig. Hier vindt men ook de meeste vormen van verkregene
neurasthenie.
Weinig minder aangedaan is de positie van beambten en
onderwijzers. Hier zijn eenigszins andere oorzaken werkzaam. De
zorgen voor het bestaan, de drukkende verantwoordelijkheid bij
sommige beambten, ingespannen studie bij veel werk voor de
-ocr page 32-
24
betrekking, onvoldoende voeding enz. komen hier vooral in aan-
merking en zijn de schadelijke invloeden, die aan het beroep
zijn verbonden.
Bij studenten is het voornamelijk te intensieve geestelijke
inspanning; bij officieren dikwijls eerzucht en den eisch, die hen
gesteld wordt om een weelderig leven te voeren; artiesten
lijden veel door eerzucht, door teleurgestelde verwachtingen,
door spannende oogenblikken.
Op deze verschillende oorzaken komen wij bij de afzonderlijke
bespreking der psychische oorzaken nog nader terug.
De invloed, die het leven in groote steden heeft op \'t ont-
staan van neurasthenie is evenzoo niet te miskennen. Getallen
hiervoor zijn niet te geven, maar het is van algemeene bekend-
heid, hoezeer juist het leven in een groote stad met zich mede
brengt alle schadelijke momenten, die wij reeds hebben opge-
noemd; het leven in kleine steden kan echter reeds dikwijls
hiermede wedijveren.
Het is voornamelijk de onrust, die hier schadelijk werkt. In
de klasse der menschen, die aan neurasthenie lijden, ziet men
eene onophoudelijke bezigheid, een hollen van het een op het
ander, een bovenmatige inspanning zonder behoorlijke pauzen
om tot rust te komen. Daarbij een verhoogd gebruik van
genotmiddelen en excitantiën om te kunnen blijven presteeren,
wat geëischt wordt. Het leven op de straten, het ratelen
van trams en karren, het gejoel en geschreeuw der menschen,
is eene getrouwe, uitwendige afspiegeling van den gewonen
geestestoestand dezer klasse van menschen. Dat een dergelijke
onrust zijne offers vergt en dat de zwaksten het eerst aan de
beurt zijn, is de natuurlijkste zaak der wereld.
Wij komen nu tot een belangrijk gedeelte der algemeene
etiologie, in hoeverre n.1. de opvoeding invloed heeft op het
ontstaan van neurasthenie. Deze invloed bestaat stellig in
hooge mate en in vele gevallen kan men zeggen dat neurasthe-
nische individuen door de opvoeding gekweekt worden.
Het is hier ter plaatse niet mogelijk te schetsen, hoe eene
-ocr page 33-
25
goede opvoeding moet zijn, hoe vooral eene opvoeding van tot
zenuwziekte voorbeschikte kinderen moet zijn.
Wanneer men lijders aan neurasthenie naar de oorzaken van
hunne ziekte vraagt, komt het meermalen voor, vooral bij
erfelijk gepredisponeerde gevallen, dat de ziekte geweten wordt
aan eene verkeerde opvoeding. In zeker opzicht is dit dikwijls
wel juist, voor zoover bij eene erfelijke zenuwziekte ook ge-
woonlijk een of beide ouders nerveus zijn en deze zijn niet
de ware personen om eene goede opvoeding te geven. In een
ander opzicht hebben deze lijders ongelijk, omdat hunne ziekte
gewoonlijk reeds bij de geboorte in aanleg bestond en zij vergeten
het bijbelsche woord, dat men geen vijgen van distelen leest.
Eene goede opvoeding behoort reeds vroeg te beginnen, zelfs
reeds bij de geboorte. Het is eene verkeerde gewoonte om
angstvallig op het schreeuwen van het jonge kind te letten
en het door sussen of spelen trachten stil te houden. Een
gezond kind, dat geen honger heeft, schreeuwt niet of het
heeft geleerd te schreeuwen. Veel kwaad kunnen angstige
moeders doen, die op de kleinste stoornis letten en de onrust,
die zij voor hunne eigene gezondheid hebben, overdragen op
de kinderen.
Wordt het kind grooter, dan behoort het alleen te gaan
slapen, liefst in donker of bij een zwak olielichtje; het mag
niet in slaap gezongen of door verhaaltjes gerustgesteld worden.
Verkeerd is het op de fantasie van het kind te werken door
sprookjes of verhaaltjes, waarin allerlei verschrikkelijke dingen
verteld worden. In \'t algemeen moet alles, wat vrees en bang-
heid inboezemt, vermeden worden. Van groot belang is een
consequent doorgevoerd strafsysteem. Een straf behoort te zijn
een zoo natuurlijk en onvermijdelijk mogelijk gevolg van het
delict, dat er onmiddellijk uit voortvloeit; zoodat het kind ver-
band tusschen beide opmerkt en in het delict de oorzaak van
de straf en in de straf het gevolg van het delict gaat zien.
Veel kwaad doet het boos worden op kinderen. Het kind
bemerkt zeer spoedig de onevenredigheid van de straf met het
-ocr page 34-
26
gepleegde vergrijp; bemerkt dit nog te spoediger, wanneer,
zooals gewoonlijk bij booze menschen het geval is, de straf on-
middellijk daarna weer wordt ingetrokken ; omdat de opvoeder
zelf inziet, dat ze onbillijk is. Op deze wijze gaat, zooals
dikwijls het geval is, elk respect en eerbied bij het kind
voor den opvoeder verloren.
Is een of zijn beide opvoeders zenuwziek, dan komt men
voor de moeielijkste omstandigheden te staan en als de toe-
stand hopeloos is geworden, moet dikwijls de medicus helpen. Een
zeer kwade naam als opvoedsters hebben, zooals Binswanger
te recht opmerkt, moeders, die altijd met de dienstboden kijven,
wier prikkelbaarheid en onredelijkheid wedijveren met eene sen-
timenteele overgevoeligheid, die gepaard gaat met huilbuien
en scènes maken over nietigheden. Ook schrikachtigheid en
bangheid bij moeders worden gemakkelijk door kinderen over-
genomen. Driftbuien en onredelijke eischen vindt men meer
bij de vaders en de impressionable kindergeest kan jaren lang
de herinnering behouden van onbillijke, harde, onverdiende
straffen, door den opvoeder in driftige oogenblikken opgelegd.
Eene opvoeding kan verkeerd zijn door te groote zachtheid en
te groote hardheid. Gemoedelijke vriendelijkheid en waar het
noodig is consequente toepassing van billijke straffen zijn hoofd-
principes van een goede opvoeding.
Het kind moet ruimen tijd gelaten worden voor het spel en
de ouders behooren mede te spelen. Extra lessen buiten de
schooluren zijn voor kinderen jonger dan 12 jaar te verwerpen.
Op onverstandige wijze wordt dikwijls de eerzucht van een kind
geprikkeld. Vele kinderen behoeven geen aansporing tot werken
en bij de tegenwoordige inrichting der scholen wordt de lust
tot arbeid reeds voldoende opgewekt; sommige kinderen moeten
zelfs gematigd worden. Alleen wanneer feitelijke kenteekenen
van traagheid aanwezig zijn is eene aansporing noodig.
De uitspanning van kinderen behoort bijna uitsluitend in het
spel gelegen te zijn ; comedies, bals en in \'t algemeen elke
ontspanning voor groote menschen is altijd te verwerpen.
-ocr page 35-
27
Bijzonder moeielijk worden de eischen der opvoeding wanneer
het kind tot zenuwziekten gepredisponeerd is. Is dan te gelijk
een of beide opvoeders zenuwziek, dan kan eene tijdelijke of
zelfs duurzame scheiding aangewezen zijn; dit kan dan nog
somtijds tot goede resultaten leiden.
Bij tot zenuwziekte gepredisponeerde kinderen, zij men vooral
voorzichtig emoties en hartstochten op te wekken of de phantasie
te prikkelen door avontuurlijke verhaaltjes of sprookjes. Men
zende het nerveuse kind niet vroeg naar school, liefst niet voor
het zevende jaar, en beginne met weinig uren per dag; men
geve nauwkeurig acht of er spoedig vermoeidheidsverschijnselen
komen, vooral bij kinderen, die in een of ander opzicht groote
begaafdheid ten toon spreiden. Deze laatste kunnen daarbij nog
allerlei andere afwijkingen vertoonen, als groote gemoedsprikkel-
baarheid, emotionaliteit, eerzucht, eene zeer werkzame phantasie
enz.; de bestrijding van deze eigenschappen kan zeer moeielijk,
somtijds onmogelijk zijn; elk kind moet daarbij afzonderlijk
beoordeeld worden en bij zorgvuldige inachtneming van alle
omstandigheden kan dikwijls goed resultaat bereikt worden.
De opvoeding is, zooals gezegd, een buitengewoon belangrijke
factor, en eene goede opvoeding kan dikwijls eene voorhandene
aanleg wel niet genezen, maar toch hare verdere ontwikkeling
beletten.
B. Ziektegevende oorzaken.
Wij hebben vroeger reeds gezien, hoe eene scherpere grens
tusschen oorzaken, die een aanleg tot zenuwziekten gaven en
andere, die de ziekte te voorschijn riepen, niet was te trekken ;
een gezond mensch heeft om ziek te worden een bepaald quantum
van schadelijkheden noodig, de laatste oorzaak is de druppel, die
den beker doet overloopen en roept de ziekte te voorschijn; de
voorafgaande oorzaken geven de voorbeschikking tot de ziekte,
dit is in \'t algemeen de juiste voorstelling. Wij hebben echter
tevens gezien, dat eene zekere rij van oorzaken speciaal de
-ocr page 36-
28
herediteit en verder de algemeene voorwaarden der hedendaagsche
cultuur zelden de ziekte als zoodanig te voorschijn riepen; wij
komen nu aan eene rij van speciale oorzaken, die zelden de
predispositie scheppen en bijna altijd de ziekte doen optreden ;
daarbij is het volstrekt niet uitgesloten, dat eenzelfde oorzaak,
wanneer zij in voldoende intensiteit en gedurende langeren tijd
inwerkt, de predispositie veroorzaakt en ook de ziekte te voor-
schijn roept.
Onder de directe oorzaken voor de functioneele neurosen nemen
de eerste plaats in de eischen, die de tegenwoordige samenleving
aan het individu stelt.
Het is een onbetwistbaar feit, dat de ziekten van het zenuw-
stelsel in de laatste 20 jaar sterk zijn toegenomen. Deze toe-
name openbaart zich niet voor alle zenuwziekten in dezelfde
mate; maar wij zien sommige daarvan sneller toenemen dan
andere en onder die, welke de snelste toename vertoonen be-
hooren zonder twijfel de functioneele neurosen en onder de
organische hersenziekten de dementia paralytica. Andere daaren-
tegen, zoo b. v. de verschillende vormen van waanzin nemen
zeker niet in die mate toe.
Deze toename van zenuwziekten is een van de meest ernstige
verschijnselen van onzen tijd, vooral wanneer men daarbij in \'t
oog houdt, dat dit niet alleen geldt van de neurosen en psychosen
in engeren zin, maar even zoo waar is voor allerlei verwante
toestanden. Zoo neemt zonder twijfel toe het alcoholmisbruik,
de misdaad en de suicide. Wanneer, zooals hier het geval is,
deze toename zoo duidelijk is in een tijdsbestek van een twintigtal
jaren, dan is men gerechtigd de oorzaken daarvan te zoeken
niet in de voorvaderen, want deze waren nog niet door deze
sterke toename van zenuwziekten geplaagd, en konden daardoor
niet eene minderwaardige progenituur leveren, maar in de tegen-
woordig bestaande uitwendige omstandigheden.
De eerste vraag dus, die zich aan ons voordoet is deze: zijn
de uitwendige omstandigheden van het tegenwoordige maat-
schappelijke leven, vergeleken bij vroeger, in die mate veran-
-ocr page 37-
29
derd, dat zij eene dusdanige toename der zenuwziekten in het
algemeen kunnen verklaren of ook slechts begrijpelijk kunnen
maken. Het antwoord hierop luidt naar mijne meening beves-
tigend ; het best zal ons dit blijken, wanneer wij achtereenvolgens
de verschillende oorzaken bespreken, waarbij wij dan nog meerdere
malen gelegenheid zullen hebben meer algemeene opmerkingen
te maken.
Wij leven in den tegenwoordigen tijd midden in eenerevo-
lutie. Op elk gebied is alles in rep en roer. De natuurweten-
schappen stellen dagelijks de belangrijkste vragen aan de orde,
op praktisch, zoowel als op theoretisch gebied. Op praktisch
terrein vervormen spoorwezen en telegraaf geheel ons maat-
schappelijk leven en scheppen levensbehoeften, waaraan vroeger
niet gedacht werd. Op theoretisch gebied worden waarheden
gevonden, die oud gevestigde overtuigingen omverwerpen. De
Darwinistische leer geeft verklaringsmogelijkheden, waaraan
vroeger niet gedacht is en heeft in de laatste jaren door hare
toepassing op geestelijk gebied strijd en onrust in de wereld
gebracht, zooals nooit is geweest. De hoogste moreele eigen-
schappen van den mensch worden getracht onder te brengen
bij het beginsel van oorzaak en gevolg, worden getracht te
meten met passer en lineaal, zooals dat vroeger alleen met
materieele dingen kon geschieden.
Zal de menschelijke geest aan eene dergelijke onrust weer-
stand kunnen bieden of zal zij er zich misschien op den duur
aan kunnen accomodeeren ? Wij weten het niet.
Wat voor den enkelen ziek gewordene neurasthenicus geldt,
dat na vele emoties en na vele inspanning een rustpauze noodig is,
geldt evenzoo voor het neurasthenisch geheel. Het groote verschil is
echter, dat rust voor den enkelen mensch nog wel te vinden is; maar
wie geeft rust aan eene geheele ontwikkelingsrichting van eene
maatschappij ? Het ontbreekt niet aan fanatici van de meeste ver-
schillende politieke en religieuze richting, die elk voor zich meenen
den steen der wijzen gevonden te hebben; maar al die steenen gelij-
ken zeer weinig op elkaar en de keus daar tusschen is voor den
-ocr page 38-
30                                                    ƒ
rustigen zoeker onmogelijk. Hij weet daarentegen wèl, dat er in
den loop der geschiedenis meerdere beschavingsvormen vernietigd
zijn, en wanneer eene zoo hooge beschaving als de onze valt,
zal dat een groote val zijn.
Het is mogelijk dat de psychiater, die zoo uitsluitend kennis
maakt met de slachtoffers onzer moderne cultuur en die dagelijks
ziet hoe niet alleen ziekelijk voorbeschikte, maar ook in aanleg
gezonde naturen, bezwijken aan de eischen onzer cultuur, in dit
opzicht pessimistisch gestemd wordt; laten wij het hopen.
Het hoofdmoment, waardoor onze moderne beschaving zoo
pernicieus op het zenuwstelsel werkt, is de groote hoeveelheid
emotie, die zij geeft, slechts in de tweede plaats komt in aan-
merking de vermeerderde intellectueele inspanning. Evenwel
zijn beide momenten niet onafhankelijk van elkaar. Vermeerderde
intellectueele inspanning geeft als resultaat op theoretisch gebied
een vermeerderd aantal waarheden of vermindering van be-
staande onwaarheden, die als waarheden fungeerden; beide
resultaten en het laatste niet het minst, veroorzaken emoties,
en deze in overmaat geven zenuwziekten. Op praktisch terrein
geeft vermeerderde intellectueele inspanning vermeerdering van
uitvindingen en daardoor andere bestaansvoorwaarden, die zich
hoofdzakelijk in verhoogde emoties openbaren. Vermeerderde
intellectueele inspanning gaat echter wederom uit van een gevoel
of wat \'t zelfde is van een emotie. Zoo komen wij tot den-
zelfden vicieusen cirkel, die aan elk ziekteproces ten grond-
slag ligt.
Lombroso heeft beproefd voor de ernstige ziekteverschijnselen
onzer eeuw eene verklaring te vinden. Hij meent, dat de intel-
lectueele ontwikkeling, vergeleken met de moreele vooruitgang,
te snel gaat. Onze moreele gevoelens zijn geconsolideerde in-
tellectueele associaties. Wat een tegenwoordig geslacht door
redeneering vindt, wordt in latere geslachten door direct
sentiment gegeven en wat vroeger door verstand gevonden is,
wordt thans direct gevoeld. Daardoor ontstaat eene zekere
parallelgang tusschen intellectueel redeneeren en moreel gevoelen,
-ocr page 39-
31
eene zekere onderlinge afhankelijkheid. Intellectueele vooruitgang
kan echter veel sneller tot stand komen, dan moreele verfijning
en het kenmerk van onzen tijd zou nu zijn een snelle intellec-
tueele vooruitgang, die niet door eene daaraan evenredige moreele
ontwikkeling kan bijgehouden worden; vandaar de groote crisen
van onzen tijd.
Wij hebben gezien, dat voornamelijk in de ontwikkelde standen
der maatschappij, bij hen die psychisch intens bezig zijn, neuras-
thenie zeer toenam. De andere standen, en speciaal de onver-
mogenden, ondervinden hier weinig van. De psychische werkers
kenmerken zich bovendien door een geringe vruchtbaarheid,
\'t zij eene kunstmatige, \'t zij eene natuurlijke. Zij gelijken hierin
op de stedelingen en hun kring wordt dus evenals deze
voortdurend door individuen uit andere rangen aangevuld. Mag
men de onderzoekingen van Amtnon over dit onderwerp aan-
nemen, dan zou men hierin een moment voor een toekomstig
evenwicht kunnen zien.
Ammon toch gelooft aangetoond te hebben, dat zoowel de
trek naar de steden als. de toewijding tot geestelijken arbeid
een kenmerk der langhoofden is; de langhoofden dus zijn het,
die de toename der functioneele neurosen veroorzaken, wij zouden
lijden aan abnormale langhoofdigheid. De langhoofden echter
sterven uit en het zal nu slechts eene quaestie van tijd zijn om
onze te geprononceerde landhoofdigheid te olimineeren. Te gelijk
worden daarmede allerlei eigenschappen, die wij gewoon zijn in
hooge mate te apprecieeren, zooals intellect, gevoel, moraliteit
enz., en die de kenmerken der langhoofden zijn, geëlimineerd.
Dat in vroegere tijden er meer langhoofden waren dan thans,
dat het zelfs een karaktertrek der oorspronkelijke Germaansche
volksstammen is, behoeft niet in tegenspraak te zijn met bo ven-
genoemde redeneering. Evenals elke eigenschap, heeft langhoof-
digheid bepaalde voorwaarden noodig om zich in al hare qualiteiten
te kunnen ontplooien.
Na deze uitweiding keeren wij terug tot de invloeden van
psychische processen op het ontstaan der neurasthenie en be-
-ocr page 40-
32
ginnen met het belangrijkste psychisch moment de emotie. Het
kan niet ons doel zijn eene physiologie en pathologie der emotie
te schrijven, hoewel daarvoor langzamerhand materiaal aanwezig
is en dit onderwerp door Eibot in den laatsten tijd in zijne
Psychologie des sentiments met succes is behandeld. Niet alle
emoties predisponeeren even sterk tot het ontstaan van functio-
neele neurose; in de eerste plaats is noodig, dat de emotie in vol-
doende intensiteit en gedurende voldoend langen tijd inwerkt;
het normale, meest ordinaire leven gaat steeds met een zekere
hoeveelheid emotie gepaard en alleen overmaat kan leiden tot
ziekelijke toestanden. Verder zijn het hoofdzakelijk die emoties,
welke door een negatieven gevoelstoon begeleid worden, die
zenuwziekte geven; van vreugde wordt iemand niet ziek ; wel
daarentegen komen emoties in aanmerking, die niet door een
duidelijken gevoelstoon vergezeld worden, zoo b. v. religieuze
exaltatie en verder een karikatuur der emoties met positieven
gevoelstoon, zooals die zich openbaart in de overdreven genot-
zucht.
Hoofdzakelijk komen echter in aanmerking de emoties
met negatieven gevoelstoon. Hierbij moet men onderscheid ma-
ken tusschen acute en chronische emoties.
De acute emoties met negatieven gevoelstoon, zooals b. v.
angst, schrik, vrees enz., zijn voor het ontstaan van neurasthenie
van betrekkelijk weinig belang; in enkele gevallen kunnen zij
dienst doen als agents provocateurs, als droppel, die bij voor-
beschikten bodem den beker doet overloopen. Meer treden deze
acute oorzaken op den voorgrond als oorzaak voor hysterie.
Van het grootste belang zijn de chronische depressieve
emoties, hieronder kan men rangschikken vrees, kommer, ver-
legenheid, spanning, angst, hoop, zorg, trotschheid, deemoed,
eerzucht enz. Hoe deze emoties inwerken hangt natuurlijk in
de eerste plaats van het individu zelf af; bij een tot zenuw-
ziekte gepredisponeerde persoonlijkheid is weinig voldoende,
maar het is aan geen twijfel onderhevig, dat ook van huis
uit gezonde personen door vele depressieve emoties neurasthe-
nisch kunnen worden; dit komt zelfs dikwijls voor.
-ocr page 41-
33
De pernicieuse werking der chronisch depressieve emoties
op het zenuwstelsel wordt ons begrijpelijk, indien wij nagaan
hoe sterk reeds acute emoties op onze geheele lichaamsorgani-
satie werken. Deze invloed doet zich op bijna alle organen
gevoelen, op circulatie, op respiratie of digestie, op onze alge-
meene stofwisseling enz.; wanneer dergelijke emoties chronisch
voorkomen, kan het ons dus niet verwonderen, dat het zenuw-
stelsel schade lijdt.
Onze moderne cultuur onderscheidt zich, zooals wij reeds
hebben gezegd, van de vroegere hoofdzakelijk door eene groote
intellectueele ontwikkeling. Daardoor zijn geheel nieuwe bestaans-
voorwaarden geworden, de strijd om het bestaan heeft zich in
hooge mate verscherpt en werkt minder slecht nog door de
geestelijke inspanning, die daarvoor vereischt wordt, dan wel
door de voortdurende moreele spanning van het wèl of niet
slagen.
De moderne uitvindingen op praktisch terrein, de stoom, de
electriciteit hebben gemeenschap doen ontstaan tusschen de
menschen van onzen geheel en aardbol en hebben storend inge-
werkt op het kalme leven van vroeger. Daardoor is het geheele
handelsverkeer gewijzigd en de handel zelf van karakter ver-
anderd. De snelle omzet, met kleine winst, geeft gelegenheid
tot groote verliezen, geeft het gevoel van onzekerheid en
angst voor de toekomst.
Van groot gewicht voor het ontstaan van chronische depressieve
emoties zijn de demokratische denkbeelden van den laatsten tijd.
Hierdoor ontstaat een verwoede strijd om het bestaan, een strijd
die voor het individu onder ongunstige omstandigheden gevoerd
wordt. Door de demokratische denkbeelden van thans is men
niet meer zooals vroeger tevreden met de maatschappelijke
positie der ouders, maar tracht verder te komen. Het ligt in
den aard der zaak, dat dit dikwijls mislukt en bij dit mislukken
zijn de slachtoffers talrijk. Hierbij komt dat de geestesarbeiders
steeds bezig zijn met uit te sterven, dat het te kort door
een voortdurenden stroom uit lagere rangen der maatschappij
3
-ocr page 42-
34
wordt aangevuld en het hierbij ontstaande gedrang doet velen
schade, niet door de inspanning, maar door de emotie van
den strijd.
Een groot deel emotie geeft onze hoogere intellectueele ont-
wikkeling door het te niet gaan van vroegere religieuze over-
tuigingen; door het moeielijke en emotioneele psychologische
proces van den twijfel heen, komen sommigen tot vertwijfeling;
niet iedereen geraakt in dezen moeielijken tijd tot bezadigde
rust. Wij beleven in onzen tijd ook in dit opzicht een strijd
van overtuigingen, zooals nooit te voren en deze onderscheidt
zich nog van dergelijke overgangstijden in vroegere perioden
door de groote algemeenheid daarvan. Waren het vroeger
hoofdzakelijk de geleerden, die nu en dan tot dissidente over-
tuigingen kwamen, thans is dit verschijnsel algemeen en vindt
men ze in bijna alle rangen der maatschappij.
Eene andere quaestie, die veel emotie begint te geven is\'de
vrouwenvraag. Niet alleen, dat de strijd als zoodanig zeer
emotioneel is, maar naarmate de vrouw het werk van den
man begint over te nemen, blijkt het duidelijker, dat de organi-
satie der vrouw in menig opzicht te kort schiet. Vandaar het
belangrijke contingent van neurasthenie, dat geleverd wordt
door onderwijzeressen, telegraphisten enz. In hoeverre ook
hier accommodatie aan nieuwe toestanden mogelijk is, zal de
toekomst leeren.
Hoogere geestelijke ontwikkeling geeft nog op andere wijze
aanleiding tot vei\'meerdering van emotie en daardoor tot ver-
meerdering der functioneele neurose. Elke hoogere ontwikkeling
kenmerkt zich door den steeds grooter wordenden invloed, die op
het denken en het handelen wordt uitgeoefend door de dingen,
die niet door de directe waarneming gegeven worden, maar die
als voorstellingen of als herinneringen in onzen geest opkomen.
Bij lager ontwikkelde menschen, bij imbecillen en bij wil-
den kan men opmerken, hoe hun handelen bijna uitsluitend
bepaald wordt door hunne tegenwoordige waarnemingen en
hunne behoeften van het o ogenblik. Elk gevoel zoekt direct
-ocr page 43-
35
naar bevrediging, honger wil gestild, hartstocht bevredigd worden.
Daarbij bestaat tegen deze directe gevoelens weinig weerstands-
vermogen. Abstracte denkbeelden of voorstellingen van gebeurte-
nissen in de toekomst hebben hoegenaamd geen invloed op de
handelingen van het individu. Vandaar ontstaat een soort zorge-
loosheid, een niet zien van gevaren, een gemoedsstemming die
den indruk kan maken van vertrouwen in de toekomst, maar
die in werkelijkheid geheel iets anders is en in een geestes-
defect zijn oorzaak vindt.
De hooger georganiseerde mensch kenmerkt zich door den
grooter wordenden invloed, die voorstellingen en herinnerings-
beelden op zijn geestesleven en zijne handelingen verkrijgen;
niet een oogenblikkelijk gevoelde behoefte alleen bepaalt zijn
geestesleven, maar de voorstelling van toekomstig leed of toe-
komstig geluk verkrijgt daarbij grooten invloed en geeft daar-
door emotie.
Deze complicatie in onzen geestestoestand heeft ver strek-
kende maatschappelijke gevolgen. Zij maakt dat een huisvader,
en voornamelijk de besten onder hen, niet tevreden is met de
oogenblikkelijke zorgen voor het gezin, maar ook de wei-
vaart daarvan in de toekomst wil verzekeren. De bloei der
tallooze levensverzekeringen in den tegenwoordigen tijd is hiervan
het directe gevolg. Dit zou nog zoo erg niet zijn, wanneer de
verzekerde niet meer betaalde, dan de kans om zijn gezin
onverzorgd achter te laten billijkerwijze met zich medebracht.
Dit is echter nooit het geval en kan nooit het geval zijn. De
verzekerde toch betaalt de premie voor zijne levensverzekering
om verlost te zijn van het gevoel van onrust, dat eene onzekere
toekomst van zijn gezin hem geeft. Nu is het een feit, dat de
intensiteit dezer onrust niet in het minst in verband staat of
evenredig is met de waarschijnlijkheid van het te verwachten
ongeluk, zooals behoorlijk zou zijn. Integendeel elke kans van
ongeluk in de toekomst, hoe klein ook, geeft ongeveer dezelfde
intensiteit van onrust.
Dit bestaande gevoel van onrust legt den verzorger aan-
-ocr page 44-
36
zienlijke financieele lasten op en is, ingeval hieraan niet voldaan
kan worden, een bron voor functioneele neurose, hoofdzakelijk
neurasthenie.
De naasting der levensverzekering-maatschappijen door den
Staat, schijnt mij uit medisch-psychologisch oogpunt een eisch
des tijds te zijn en de juridisch-administratieve bezwaren daar-
tegen behooren uit den weg geruimd te worden.
De hoogere intellectueele ontwikkeling op zich zelf leert ons
steeds meer in de toekomst zien en steeds meer gebeurtenissen
voorspellen.
In hoevele gevallen, om hiervan een voorbeeld op te noemen,
is het bij de ontwikkeling van onze tegenwoordige medische
wetenschap niet mogelijk, om met meer of min groote waar-
schijnlijkheid de kiem van eene ziekte te diagnosticeeren, waar-
aan het individu zal bezwijken. De tabeslijder van vroeger kon
zich troosten met rheumatische pijnen in de beenen, de phtysicus
van vroeger wist van zijne bacillen niet af en leed aan ver-
koudheid; tegenwoordig weten zij wel beter en worden geplaagd
door de voorstelling van een lijden in de toekomst. Het is
duidelijk dat hunne wetenschap eene vruchtbare bron is voor
emotie.
Op andere wijze openbaart zich deze zorg voor de toekomst
in het aangaan van huwelijken en dikwijls in het niet aan-
gaan daarvan. Dit laatste is in meerder opzicht schadelijk,
een der gronden voor dit verschijnsel is niet te miskennen; het
is de voorstelling van mogelijk toekomstig lijden. Hierbij doet
zich wederom deze noodlottige omstandigheid voor, dat de
waarschijnlijkheid van het toekomstig verdriet niet van invloed
is op het wel of niet tot stand komen van een bepaalde daad,
in dien zin, dat een onwaarschijnlijk, maar mogelijk toekomstig
leed, evenzoo goed van eene bepaalde handeling terughoudt,
als een zeer waarschijnlijk toekomstig leed. Zonder twijfel zijn
voor de vermindering der huwelijken in de ontwikkelde standen
in den tegenwoordigen tijd meerdere redenen aan te voeren, maar
zorg voor de toekomst is zeker één daarvan. Afwezigheid van
-ocr page 45-
37
of mindere zorg voor de toekomst, euphemistisch gesproken,
vertrouwen in de toekomst, was een der oorzaken dat vroeger
gemakkelijker tot een huwelijk werd overgegaan dan thans,
en dit was een hetere toestand.
Zorg voor de toekomst openbaart zich in de uitgebreidheid
waarmede wordt toegepast het z.g. twee kinderen of dikwijls geen
kinderen stelsel, wederom hoofdzakelijk onder de ontwikkelde stan-
den. Het valt niet te ontkennen, dat hier dikwijls motieven van
twijfelachtige waarde toe medewerken, zooals b. v. het zich moeten
ontzeggen van luxe, de bezwaren der zwangerschap, het opzien
tegen de plichten van het moeder zijn enz., maar bovendien
ook motieven van groote waarde, zooals b. v. de vrees om
een ziekelijk geslacht te verwekken, een motief dat mij
in mijne praktische werkzaamheid meerdere malen is voor-
gekomen.
Het zou niet moeielijk vallen deze vrees voor toekomstig
leed als motief voor handelingen of voor \'t nalaten daarvan
nog in velerlei opzicht verder uit te werken. Het onderwerp
is waard om door een bekwaam psycho-socioloog behandeld te
worden. Voor ons is van belang te constateeren, dat het als
motief sterk toeneemt, dat het eene groote hoeveelheid emotie
geeft en daardoor veel bijdraagt tot de tegenwoordige toename
der functioneele neurose, vooral der neurasthenie.
Wij hebben vroeger opgemerkt, dat om de toename der neu-
rasthenie en der functioneele neurose in \'t algemeen te kunnen
verklaren, men moest afzien van het groote en algemeene
etiologisch moment der erfelijkheid, maar dat eene algemeene
en zoo snelle toename alleen verklaard kon worden door eene
even snelle verandering der uitwendige levensomstandigheden.
Ik geloof in de vermeerdering van de emotie alleen reeds te
hebben kunnen aantoonen, hoe ons modern leven omstandigheden
genoeg aanbiedt, om ons deze toename der functioneele neurose
begrijpelijk te kunnen maken.
Wjj komen nu tot den anderen psychischen factor: de vermeer-
derde intellectueéle inspanning.
Zonder twijfel wordt in onze tegen-
-ocr page 46-
38
woordige maatschappij door die klasse van menschen, welke
hoofdzakelijk door neurasthenie wordt geplaagd, meer intelleo
tueelen arbeid verricht, dan vroeger het geval was. Het is
echter buiten quaestie, dat de normale mensch tot groote
intellectueele inspanning in staat is en dat deze alleen in over-
maat tot vermoeidheidsverschijnselen aanleiding kan geven.
In de gewone gevallen verdwijnen door een eenvoudige rust-
periode deze weer gemakkelijk. Dit neemt niet weg, dat zij
zich, onder den invloed van dezelfde prikkels, wanneer deze
niet door behoorlijke rustpauzen worden onderbroken, verder
kunnen ontwikkelen en ten slotte aanleiding kunnen geven tot
de duurzame geestesuitputting, die wij neurasthenie noemen.
Het zijn hoofdzakelijk de met de intellectueele werkzaamheid
verbondene emotioneele prikkels, die de schadelijke werking te
weeg brengen.
Een van de verschijnselen in de klasse der menschen, waarin
neurasthenie voorkomt, die tegenwoordig zeer in \'t oogvallend
is, is de algemeene vacantiebehoefte. Slechts een beperkt inzicht
kan hierin zien eene meerdere genotzucht. Inderdaad is het een
vermoeidheidssymptoom. De gewone arbeid kan in de meeste
gevallen niet onafgebroken voortgezet worden, maar moet door
regelmatige rustpauzen worden onderbroken.
Uit mijne ervaring kan ik verschillende gevallen mededeelen.
Ik ken personen met periodiek ernstige neurasthenische klach-
ten, die door eene verstandige levenswijze en door geregelde
rustpauzen gedurende hun vacantietijd verscheidene jaren reeds
zich redelijk goed hebben staande weten te houden. Toch is
dit een meer of min labiel evenwicht en gevaar voor een crise
is niet te ontkennen.
Andere personen zijn mij bekend, eveneens geestesarbeiders,
die ik meerdere jaren achter elkaar uitgeput heb gezien bij het
begin van hunne vacantie, die jaren achter elkaar uitgerust na
afloop van hun rusttijd terugkwamen, maar waar het niet tè
miskennen was, dat het herstel elk jaar minder volkomen was,
die elk jaar minder goed hunne geestesinspanning verdroegen,
-ocr page 47-
39
en waar ten slotte neurasthenie is opgetreden ; in één geval
zelfs in een ongeneeslijken vorm.
Wij komen nu tot de quaestie der intellectueele over-inspan-
ning op de scholen, een vraag die zeer verschillend is beant-
woord geworden en die wij hier slechts in \'t kort zullen
aanvoeren.
In de latere jaren is de leeftijd waarop de kinderen beginnen
de school te bezoeken, te recht een weinig verschoven; ging
men vroeger op 5-jarigen leeftijd naar school, tegenwoordig
is dat 6 of 7 jaar geworden. De ondervinding heeft geleerd,
dat dit later naar school gaan geen invloed op de vorderingen
der kinderen op lateren leeftijd uitoefent; wat zij in de eerste jaren
ten achter zijn, wordt door hen gemakkelijk weder ingehaald
en het voordeel, dat het kinderlijke zenuwstelsel niet te vroeg
met geestelijken arbeid wordt geplaagd, is niet gering te schatten.
De eerste levensjaren van het kind tot 6 jaar toe, kunnen
niet beter gebruikt worden dan voor lichamelijke ontwikkeling
en tot geestelijken arbeid alleen in zooverre, als het kind dat
zelf zoekt. Vooral door het spel worden de geestelijke qualiteiten
van het kind reeds voldoende geoefend en bestaat er bij eene
behoorlijke opvoeding voor de ouders gelegenheid te over den
geest van het kind te leiden. Dat ouders, vooral vaders, in den
tegenwoordigen tijd weinig gelegenheid hebben zich met de
opvoeding der kinderen te bemoeien, is zeker te betreuren.
Gewenscht zou het mij toeschijnen, als algemeenen maatregel
op de scholen in te stellen, dat in het eerste of in de beide
eerste jaren de schooluren niet meer waren dan 3 per dag.
Ik heb zelfs bij gezonde kinderen kunnen waarnemen, dat de
plotselinge overgang van relatieve vrijheid tot een arbeid van
5 uur per dag in de eerste maanden niet ongemerkt voorbij-
gingen, maar dat na afloop van eiken schooltijd duidelijke
vermoeidheidsverschijnselen aanwezig waren, die door de korte
rust van eenige uren weer verdwenen, maar waarbij ik toch
ook onrustig slapen heb waargenomen. Na afloop van eenige
maanden heeft dan het normale kind zich vanzelf aan het
-ocr page 48-
40
schoolgaan geaccommodeerd en treden geen verdere stoornissen
op. Het schijnt mij toe dat deze niet zware vermoeidheids-
verschijnselen door een meer geleidelijken overgang van rust
tot arbeid zouden zijn te voorkomen.
De inrichting onzer scholen heeft in de laatste jaren tallooze
verbeteringen ondergaan. Sedert het moeielijke vraagstuk der
opvoeding door bekwame psychologen op natuurwetenschappe-
lijke wijze is bestudeerd, zijn de gezegende gevolgen daarvan
op onmiskenbare wijze aan onze scholen ten goede gekomen,
afgezien nog hiervan, dat steeds meer ernstige pogingen in het
werk gesteld worden door betere schoolhygiëne voor de lichame-
lijke gezondheid van het kind en daardoor indirect ook voor
de geestelijke gezondheid beter te zorgen.
Een belangrijke zaak is, dat de school aantrekkelijk voor
het kind gemaakt wordt; vergeleken bij vroeger is dit stellig
het geval. Evenals in zijne ouders moet het kind in zijne
onderwijzers een vriend leeren zien.
Het onderwijs, zooals dat op onze scholen gegeven wordt,
brengt eenige bezwaren mede, die in den aard van het onder-
wijs zelf liggen. Het is berekend op een middelmatig kind en
zij die daar beneden zijn, kunnen dat alleen door verhoogde
inspanning compenseeren. Daardoor is men er in den laatsten
tijd toe gekomen in groote steden scholen voor achterlijke
kinderen op te richten, een maatregel, die alleszins aanbeveling
verdient, ook omdat het onderwijs voor achterlijke kinderen
van andere principes moet uitgaan, dan voor gezonde. Op deze
scholen wordt dan van hen nog gemaakt, wat er redelyker-
wijze van te verwachten is.
Dikwijls wordt er door de ouders tegen de regelen van eene
rationeele geesteshygiëne van het kind gezondigd. Vooral in
steden is het gewoonte de vrije uren van het onderwijs door
allerlei lessen aan te vullen. Een normaal kind kan in enkele
vakken achterlijk zijn, direct moeten privaatlessen dit ver-
goeden. Het is beter het kind zijne vrijheid te laten en het
een jaar of een half jaar in dezelfde klasse te laten blijven.
-ocr page 49-
41
Muziekles, dansles, zangles, gymnastiekles, teekenles, handwerk-
les, heilgymnastiek. Zander-inrichtingen en wie weet wat al
niet meer, deugen voor een kind beneden 12 jaar niet; zulk
een kind moet vrij zijn en leeren spelen. Het spel is voor
het kind eone natuurlijke uiting van zijn gezond zijn.
Wat voor gezonde kinderen geldt, is nog meer op nerveuse
of in aanleg nerveuse kinderen van toepassing. Hier is het aan
te raden de grootste voorzichtigheid in acht te nemen en stellig
eischt voor hen in vele gevallen de school te veel. Deze ner-
veuse aanleg blijkt volstrekt niet altijd door achterlijkheid, in-
tegendeel zijn hierbij zeer vlugge kinderen, een vlugheid die
dikwijls zelfs een ziekteverschijnsel is. De pathologie van dezen
nerveusen aanleg is nog onvoldoende bestudeerd, ze verschilt
in elk geval veel van die der geopenbaarde zenuwziekte. Waar-
schijnlijk kan eene rationeele opvoeding hier veel goed doen
of veel kwaad voorkomen. Een der belangrijkste kenteekenen
op intellectueel gebied is eene abnormaal snelle vermoeibaarheid,
zooals die door de methode van Krapelin gemakkelijk is aan
te toonen. Evenzoo goed als afzonderlijk onderwijs voor ach-
terlijke kinderen noodig is, schijnt mij dit het geval te zijn voor
nerveuse kinderen. De vraag hoe dit moet ingericht worden is
nog eene onbeantwoorde ; nauwkeurig onderzoek in deze richting
volgens de nieuwe experimenteel-psychologische methode is een
eisch des tijds. De „surmenage intellectuelle" voor nerveuse
kinderen bestaat op onze tegenwoordige scholen stellig en werkt
zonder twijfel schadelijk.
Wat voor de lagere scholen geldt, kan met enkele wijzigingen
ook van de middelbare en hoogere gezegd worden. Ook deze
zijn in de laatste jaren in elk opzicht veel verbeterd. Op de
middelbare school komt het reeds voor dat neurasthenie uit-
breekt. Dit zjjn die gevallen, waar erfelijkheid of schadelijkheden,
die op de kiem hebben ingewerkt, een hoofdrol spelen. Intel-
lectueele over-inspanning, gepaard gewoonlijk met emoties, zooals
moeielijkhoden voor het examen, doen hier duidelijk hunnen
invloed kennen.
-ocr page 50-
42
Het ware te wenschen, dat hier reeds door de ouders, voor-
gelicht door den leeraar en door den medicus, maatregelen van
voorzorg werden genomen. Hier toch blijkt het reeds herhaal-
delijk, dat ook bij de best denkbare inrichting van het onderwijs,
er leerlingen zijn, die niet kunnen presteeren wat redelijker-
wijze van hen geëischt moet worden, \'t zij dat zij de intellectueele
vermogens missen om op te nemen wat noodig is, \'t zij dat zij
door abnormaal snelle vermoeibaarheid niet de noodige inspan-
ning kunnen verdragen. Hoe vroeger dergelijke gevallen herkend
worden, hoe beter en hoe vroeger een andere, voor den leerling
beter passende, opleiding gevolgd wordt, des te minder kans zal
men hebben later die ongeneeslijke vormen van zenuwlijden
te ontmoeten, die aan eene stirmenage intellecluelle, gevoegd
bij de daarmede noodzakelijkerwijze verbondene moreele misère,
hun ontstaan hebben te danken. De grootste moeielijkheid is
gewoonlijk de ouders te overtuigen van de ongeschiktheid van
hun kind voor studie, omdat door \'t aanzien waarin de beoefening
der verschillende wetenschappen zich tegenwoordig mag ver-
heugen, dit eene steeds meer begeerde carrière wordt.
Ook onder de aan onze universiteiten studeerende jongeling-
schap is intellectueele over-inspanning een nog al eens voorko-
mende oorzaak voor \'t ontstaan van neurasthenie. Deze invloed,
bij de meer onregelmatige afwisseling in de studietijden, doet
zich hoofdzakelijk gevoelen vóór of na den tijd der examina;
emotioneele momenten werken dus hier dikwijls mede.
Intellectueele over-inspanning werkt vooral daar, waar de
bodem door erfelijkheid of door andere vroeger genoemde oor-
zaken is voorbereid; alleen als oorzaak zal het zelden gevonden
worden ; een gezond, geestelijk goed geëquilibreerd mensch kan
zeer veel inspanning verdragen, en komen daar al vermoeidheids-
verschijnselen voor, dan zijn die door korte rustperioden gemak-
kelijk te verdrijven. In vereeniging, zooals gewoonlijk het geval
is met emotioneele momenten, is het echter zeer dikwijls de
oorzaak voor neurasthenie, en wij weten tegenwoordig met
zekerheid, dat de geestkracht van een volkomen gezond mensch
-ocr page 51-
43
bij voldoend intensief inwerken van deze beide momenten gesloopt
en vernietigd kan worden. Wij hebben verder gezien, dat de
groote vermeerdering der functioneele neurose bijna uitsluitend
aan een daaraan evenredige vermeerdering van emotie en intel-
lectueele inspanning, zooals de moderne beschaving die medebrengt,
moet toegeschreven worden.
Korte vermelding, als oorzakelijk moment voor neurasthenie,
verdient de physische over-inspanning. Het is zooals wij zagen
een ervaringsfeit, dat in die klasse van menschen, waar physi-
sche over-inspanning het meest voorkomt, neurasthenie zelden
is. Eene belangrijke oorzaak is het dus waarschijnlijk niet. De
physische inspanning gaat gewoonlijk met weinige geesteswerk-
zaamheid gepaard ; dit vindt niet direct zijn oorzaak in den aard
der physische inspanning zelf, maar hoofdzakelijk hierin, dat
gewoonlijk gedurende het geheele leven of in elk geval tijden
lang achter elkaar, dezelfde soort inspanning gedaan wordt.
Daardoor gaan deze werkzaamheden hoe langer hoe meer buiten
den geest om en wordt het eene volkomene reflectorische bezig-
heid. Vandaar het feit, dat geestelijk zeer zwakke menschen
tot zeer inspannenden spierarbeid in staat zijn, wanneer slechts
hun spierstelsel goed ontwikkeld is. Vandaar ook de goede
invloed, langs organischen weg dan, door verbeterde circulatie
enz., die spierinspanning somtijds op zenuwziekten kan hebben.
Niet altijd echter gaat met spierarbeid weinig geestesinspan-
ning gepaard. Voor menschen, die geen spierarbeid gewoon zijn,
is hiermede steeds geestesinspanning gepaard. Elke spierbe-
weging is hier eene willekeurige en er moet gekozen en beslist
worden. Dit is de oorzaak dat zenuwzieken, ook bij goed
ontwikkeld spierstelsel, tot weinig willekeurigen spierarbeid in
staat zijn. Meerdere malen heb ik genezende neurasthenieën
onder invloed van te grooten spierarbeid zien verergeren.
Daarom is het ook verkeerd neurasthenici ter genezing berg-
tochten en voetreizen aan te raden, zooals nog meerdere malen
gedaan wordt. Ook langs experimenteelen weg is het door
Krapelin aangetoond, dat de rustpauzen tusschen geestelijken
-ocr page 52-
44
arbeid, b. v. bij scholieren, niet door spierarbeid aangevuld
moeten worden, ten minste niet bjj nerveuse personen. Bjj
gezonden luistert dit zoo precies niet en voor dezen scmjnt
het mij zoo gewenscht niet toe ze angstvallig voor den kleinsten
schadelijken prikkel te bewaren.
Psychische infectie, die men voor verschillende zenuwziekten,
vooral voor hysterie, als een oorzakelijk moment moet erkennen,
werkt voor neurasthenie weinig als zoodanig. Het valt ook
weinig binnen het kader van het groote etiologische moment
van deze ziekte, de vermoeienis; en slechts in zooverre als
door langdurig verkeer met zenuwzieke personen en familie-
betrekkingen herhaaldelijk depressieve emoties en daardoor
geestelijke vermoeidheid ontstaan, kan psychische infectie onder
de oorzaken worden opgenomen.
Hiermede hebben wij de psychische momenten, die oorzaak
voor neurasthenie kunnen zijn afgehandeld en komen nu tot
de somatische ziektetoestanden, die het ontstaan der neurose
kunnen verklaren. Hierbij behoeft nauwelijks nog opgemerkt
te worden, dat zij nooit alleen als oorzaak fungeeren; dit
volgt reeds hieruit, dat slechts een klein gedeelte der lijders
aan eene somatische ziekte neurasthenisch wordt en het
zenuwstelsel van de meeste menschen best bestand is tegen
de meest verschillende lichamelijke ziekten.
Wij beginnen ons overzicht met de locale aandoeningen.
Over de beteekenis der locale aandoeningen, als oorzaak voor
neurasthenie, is het gewenscht enkele algemeene opmerkingen
vooraf te laten gaan, vooral omdat men in de practijk dikwijls
zal ervaren, dat de patiënt zelf het optreden van zijne neuras-
thenie positief in verband brengt met eene of andere locale
aandoening. In dit opzicht kan men de m6est avontuurlijke
ervaringen maken; kou vatten of influenza wordt zeer frequent
als oorzaak opgegeven, maar ook nog veel geringere oorzaken,
als een copieuze maaltijd, of een glas wijn, kan het begin der
ziekte zijn.
Het behoeft geen betoog dat dergelijke aandoeningen niet de
-ocr page 53-
45
oorzaak voor zulk eene ernstige ziekte kunnen zijn. Toch hebben
de lijders in hunne opgave tot zekere hoogte recht en vertellen
zij geene onwaarheden. Men is namelijk meerdere malen in de gele-
genheid te constateeren, hoe in het verloop van eene neurasthenie
kleine oorzaken zeer acute en ernstige verheffingen der ziekte te
voorschijn kunnen roepen. Wanneer de bezwaren van een neuskathar
heftig zijn, kunnen alle psychische verschijnselen onder invloed
daarvan eene vroeger niet gekende hoogte bereiken, eene genezene
neurasthenie kan daardoor acuut wederom te voorschijn worden
geroepen. Hetzelfde laat zich somtijds constateeren omtrent de
gevoeligheid van sommige lijders voor geneesmiddelen, minimale
dosen kunnen intoxicatieverschijnselen te voorschijn roepen of
tot onverklaarbaar nerveuse verschijnselen aanleiding geven.
Dit laatste wordt dikwijls ten onrechte simulatie genoemd. Ik
ken personen, die na 1 gram broomnatrium acné vertoonden en
anderen, die bij gebruik van 5 mgr. morphine halucineerden;
overgevoeligheid voor alcohol is een zeer bekend verschijnsel.
Kennelijk is ook het medicament in sommige gevallen een
schadelijken prikkel, in een dosis, dat het voor gezonden abso-
luut zonder beteekenis is. Eene neurasthenica, die goed op weg
van genezen was, viel en verwonde haar lip met de tanden, een
onbeteekenend wondje met zwelling van de lip. De gevolgen
waren niet onbeteekenend, n.1. acute verheffing harer vroegere
neurasthenische verschijnselen, met van de lip uitstralende pijnen
door het geheele hoofd en den hals, drukking op \'t hoofd en
onmogelijkheid tot geestelijke inspanning. Er waren 14 dagen
noodig voor het teruggaan dezer verschijnselen.
Hoofdzaak in deze gevallen is natuurlijk, dat eene nerveus
gepredisponeerde bodem op geringe prikkels abnormaal reageert
en in hooge mate is dit het geval in het reconvalescentie-tijd-
perk der neurasthenie.
Gaan wij nu achtereenvolgens de meer of min locale aandoe-
ningen na die eene neurasthenie te voorschijn kunnen roepen.
Aandoeningen van het maag-darmkanaal. Het is reeds van
-ocr page 54-
46
oudsher bekend hoe groot de invloed der digestie op onzen
psychischen toestand is en hoe reeds onder invloed van acute
digestiestoornissen moeielijkheden in het abstracte denken,
zwaarte in \'t hoofd, hoofdpijnen etc. optreden. De psychische
stoornissen, die echter ook bij chronische aandoeningen van
den digestietractus ontstaan zijn gewoonlijk niet van dien
aard dat zij eene goed gekarakteriseerde neurasthenie kunnen
genoemd worden en verdwijnen bij de genezing der maag-darm-
ziekte. De invloed op het ontstaan van neurasthenie door de
verschillende maag-darmaandoeningen is meer indirect, door
tusschenkomst van een verminderden voedingstoestand; bestaat
deze ten gevolge van de maag-darmaandoening gedurende lan-
geren tijd, dan behoort, vooral bij een gepredisponeerden bodem,
het optreden van ernstige neurasthenieën niet tot de zeldzaam-
heden. In dergelijke gevallen is een nauwkeurig vaststellen van
de anamnese van het grootste belang en gelukt het dikwijls
door doelmatige behandeling der dyspepsie de neurasthenie te
doen genezen.
Ook chronische obstipatie kan neurasthenische verschijnselen
te voorschijn roepen, zonder ooit goed gekarakteriseerde neuras-
thenie te veroorzaken. Het is vooral hoofdpijn, drukking in \'t
hoofd, duizeligheid, die wij bij chronische obstipanten waar-
nemen.
Veel meer dan als oorzaak, zien wij digestieafwijkingen als
gevolg van neurasthenie optreden; wij komen daar bij de sympto-
matologie nog op terug en moeten hier nog nader bespreken
de z.g. enteroptose, die door Glênard als de uitsluitende oorzaak
der neurasthenische dyspepsieën werd beschouwd.
De enteroptose kenmerkt zich volgens Glénard door de vol-
gende verschijnselen:
1°. slapte van den buikwand;
2". naar beneden zakking der geheele intestinaal-massa, maag-
darmkanaal, lever, milt, nieren;
3°. vernauwing en contractuur van den dikken darm;
4°. vergrooting en atonie van de maag.
-ocr page 55-
47
Deldinische waarneming en beschrijving van dezen pathologischen
toestand van den inhoud der buikholte door Glénard, is zonder
twijfel juist en reeds herhaaldelijk is ze aan het cadaver gecon-
troleerd kunnen worden. Ook de diagnose daarvan bij den
patiënt is niet moeielijk, de slappe naar beneden hangende
buikwand, dien men achter den lijder staande op de handen kan laten
rusten, de vernauwde dikdarm, dien men dikwijls als een streng
kan voelen, de uitgezette maag, die een sterk succussiegeluid
geeft, dit alles maakt, dat de pathologische afwijking gemakkelijk
in \'t oog springt. Eene andere vraag is echter of de enteroptose
een oorzaak voor de bestaande nerveuse dyspepsie is. Dit is
slechts in een klein aantal van de gevallen. Enteroptose treedt
op na herhaalde zwangerschappen, na extirpatie van groote
tumoren, in \'t algemeen na herhaalde rekkingen van den buik-
wand. In vele van deze gevallen bestaan wel locale bezwaren,
verschillende pijnen in het abdomen in den rug, obstipatie, maag-
bezwaren etc, maar eene duidelijk uitgesproken neurasthenie
is niet aanwezig. Bij een mijner patiënten waar verschijnselen
van enteroptose waren, ontstaan na exterpatie van een myoma
uteri, bestond gelijktijdig een zware vorm van cardiale neuras-
thenie; de anamnese leerde echter dat neurasthenische ver-
schijnselen reeds vóór de operatie bestonden en dat deze zelfs
de indicatie voor de operatie waren geweest. In plaats van
verlichting te geven had een operatie de neurasthenische be-
zwaren zeer verergerd, en was gelijktijdig eene enteroptose
ontstaan. De verergerde neurasthenie was in dit geval veeleer
op te vatten als eene traumatische neurasthenie, waar het
ziektebeeld zeer op geleek, daar de abnormale sensaties in den
buik op de meest avontuurlijke wijze verwerkt werden en als
irradiatie-verschijnsel de cardiale bezwaren gaven.
Enteroptose kan echter zonder twijfel het gevolg van neuras-
thenie zijn. Wij weten toch hoe neurasthenie zich kan openbaren
als eene algemeene spierzwakte, niet alleen van de willekeurige
spieren, maar evenzoo van de organische spieren. Uitzettingen
der maag, verslapping van den buikwand enz. behooren tot de ge-
-ocr page 56-
48
wone verschijnselen van neurasthenie en op deze wijze zijn de
voorwaarden voor het ontstaan van enteroptose gegeven. Later
komen wij hierop nog terug. De enteroptose met de daaruit
resulteerende pathologische gevoelens, de irradiatie van deze ge-
voelens bij hyperaesthetische neurasthenie, zijn dan wederom
eene vruchtbare bron voor verdere ontwikkeling der ziekte.
De losse nier, die ook bij enteroptose voor kan komen, maar
ook als zelfstandige aandoening, gaat dikwijls met nerveuse
klachten gepaard, die echter zelden het karakter van eene dui-
delijk uitgesprokene neurasthenie dragen.
Ziektetoestanden der genitaalorganen kunnen de oorzaak van
neurasthenie zijn; hiervan geldt echter \'t zelfde wat van de
aandoeningen der digestieorganen gezegd is, dat zij namelijk
evenzoo goed gevolgen van neurasthenie kunnen zijn. Wanneer
na een of andere acute oorzaak een neurasthenie ontstaat, kunnen
impotentie, spermatorrhae enz. als symptonen van neurasthenie
optreden. In een dergelijk geval is twijfel niet wel mogelijk en
niemand zal in de afwijkingen der genitaalorganen de oorzaak
der ziekte zien. Andere gevallen zijn moeielijker te beoordeelen.
Met een neurasthenischen bodem, vooral wanneer deze een
hereditair-degeneratief karakter draagt, gaat dikwijls een ver-
hoogde geslachtsdrift gepaard ; excessen in deze richting veroor-
zaken een verdere ontwikkeling van den neurasthenischen toe-
stand. Hier zijn dus de excessen zoowel oorzaak als gevolg van
neurasthenie.
Er blijven evenwel nog gevallen over, waar men de geslach-
telijke excessen verantwoordelijk voor de ziekte moet stellen,
dit is dan vooral masturbatie en te frequente coitus. Een maat
in deze zaken te bepalen is echter zeer moeielijk, wat den een
hindert, verdraagt een ander met gemak.
Behalve geslachtelijke excessen komt in aanmerking geslach-
telijke onthouding en de z.g. preventieve geslachtelijke ge-
meenschap. De eerste is zelden oorzaak voor neurasthenie. Zij
kan het echter zijn bij geslachtelijk zeer geëxiteerde personen,
welke excitatie dikwijls een nerveus degeneratief verschijnsel is.
-ocr page 57-
49
In dergelijke gevallen behoort de medicus geslachtelijk verkeer
te ontraden.
Wat men van de schadelijkheid van preventieve geslachtelijke
gemeenschap verteld heeft, is grootendeels onjuist. Eenigszins
denkbaar is de schadelijke invloed van lang voortgezette coitus inter-
ruptus. Of de preventieve coitus door moreele invloeden bij som-
mige personen indirect schadelijk werkt, zou mogelijk kunnen zijn.
Ziektetoestanden der genitaalorganen kunnen hetzelfde effect
hebben. Bij den man is dit hoofdzakelijk de chronische gonorrhoe
met zijn aanhang, vooral de strictura uruthrae en de hypertrophie
van den prostaat. Bij de vrouw zijn het allerlei chronische aan-
doeningen van het genitaalsysteem.
Het is hier de plaats op de groote overdrijving te wijzen, die
in den laatsten tijd valt waar te nemen met betrekking der
aandoeningen van het vrouwelijke genitaalsysteem, als oorzaak
voor nerveuse stoornissen. Ook ik heb gevallen ontmoet die, om
met Playfair te spreken, lijdende waren aan een pessarium in
de hersenen.
Ik ben er stellig van overtuigd, dat bij den tegenwoordigen voor-
uitgang der gynaekologie, de geslachtsorganen van de vrouw
te veel behandeld worden. Een of andere kleine afwijking
hierin wordt zoo gemakkelijk als oorzaak van eene bestaande
neurasthenie opgevat, ze wordt behandeld en genezen en de zenuw-
ziekte blijft bestaan of wordt erger. Men bedenke wel, dat de
vagina bij de vrouw een zeer suggestiebel orgaan is en dat ze
vooral bij ongehuwde personen zeer op een afstand behandeld
moet worden.
Dit alles neemt niet weg, dat er gevallen voorkomen, waarbij
de afwijking in het genitaalsysteem de oorzaak of een der oor-
zaken voor de bestaande neurasthenie is. Het is echter van gewicht
aan te toonen, dat de ziekte der genitalieën aan de neurasthenie
vooraf is gegaan. In twijfelachtige gevallen behandele men eerst
de zenuwverschijnselen, daarbij is de mogelijkheid niet uit te
sluiten, dat de genitaalafwijking na genezing der zenuwziekte
vanzelf verdwijnt.
4
.
-ocr page 58-
50
Neusaandoeningen. Het is bekend, dat in sommige gevallen
neusaandoeningen neurasthenie veroorzaken; waarschijnlijk is eene
door andere oorzaken gepredisponeerde bodem een vereischte.
Het zijn voornameljjk de adenoide vegetaties in de naso-pharyn-
geaal holte, die hiertoe aanleiding geven. Gewoonlijk draagt deze
vorm van neurasthenie een eigenaardig cachet en kenmerkt zij
zich door een bijzonder symptoom, de aprosexia, die het eerst
als gevolg van neusaandoeningen door Guye is beschreven. Ook
in andere vormen van neurasthenie kan dit verschijnsel zeer sterk
optreden, maar is dan meestal door talrijke andere verschijnselen
vergezeld. Aprosexia is, zooals wij later nog in bijzonderheden
zullen zien, de onmogelijkheid om de willekeurige aandacht te
schenken.
Omdat deze neusaandoeningen gepaard gaan met een bemoeie-
lijkte afvloeiing der lymphe, der stofwisselingsproducten dus,
voornamelijk uit het frontale gedeelte der hersenen, zoo is het
waarschijnlijk, dat aprosexia is een localiseerbaar psychisch weg-
valverschijnsel. Dat de neusaandoening in vele gevallen het wer-
kelijk etiologisch moment is blijkt hieruit, dat de neurasthenie
na locale behandeling van den neus of aanzienlijk verbetert of
geheel geneest.
Organische ziekten van het zenuwstelsel. Ofschoon functioneel
nerveuse verschijnselen niet te huis behooren onder de sympto-
men der organische ziekten van het zenuwstelsel, zoo bestaat
er toch op meerdere wijzen verband tusschen beiden. Ver-
schillende diffuse of systematische organische ziekten van het
zenuwstelsel doorloopen een begin-stadium, dat door goed gekarak-
teriseerde functioneele verschijnselen gekenmerkt wordt. Dementia
paralytica, tabes dorsalis en multipele sclerose gaan in den
beginne vergezeld van talrijke neurasthenische verschijnselen.
Kennelijk doorloopt de organische laesie hier een begin-stadium,
gedurende welke de zich voorbereidende organische veranderingen
dezelfde zijn, als die der functioneele neurose, en onderscheiden
zich hiervan alleen in hunne verdere ontwikkeling tot organi-
sche laesie.
-ocr page 59-
51
Evenwel ook bij de welontwikkelde organische ziekten kunnen
zich functioneele verschijnselen voordoen. Dit berust op eene
secundaire functioneele stoornis, ten gevolge van de organische
laesie. Het is bekend, dat lijders aan tabes dorsalis talrijke
neurasthenisch-hysterische verschijnselen geven. Bij tumor cerebri
ziet men dikwijls hysterische symptomen; dit is zelfs van dien
aard, dat de diagnose van tumor en dikwijls ook de localisatie
daarvan gemakkelijk is, wanneer men hysterie kan uitsluiten, of
onder de voorhandene symptomen de organische van de hyste-
rische kan scheiden.
In de derde plaats praedisponeeren organische ziekten van het
zenuwstelsel tot neurasthenie langs zuiver psychischen weg. De
meeste organische ziekten, die op volwassen leeftijd ontstaan,
zijn ongeneeslijk en chronisch en gaan gepaard met veel lijden.
Bij een organisch verzwakt zenuwstelsel kan het wel niet anders,
of al deze momenten begunstigen het optreden eener functioneele
neurose.
Wij komen nu tot intoxicatieën als oorzaak voor neurasthenie.
De invloed van alcohol op de ontwikkeling der functioneele
neurosen wordt zeer verschillend beoordeeld. Naar het mij voor-
komt is ze niet zoo groot, als wel aangenomen wordt; in \'t alge-
meen geeft het misbruik van alcoholische dranken meer aanlei-
ding tot het optreden van psychosen met een organischen
grondslag.
Dat neurasthenie door alcohol-misbruik alleen veroorzaakt
wordt komt zelden voor; gewoonlijk moet daarbij dan een he-
reditair moment mede aanwezig zijn. Men neemt wel waar, dat
neurasthenici gebruik maken van alcohol, misbruik slechts zeer
zelden. Meerdere malen heb ik waargenomen, dat zij dit doen
om de toniseerende en anaesthetische werking van den alcohol.
Eene kleine hoeveelheid, b.v. een enkel glas wijn, is somtijds in
staat hun den zoo drukkend gevoelden last van het leven lichter
te doen maken. Daarbij is het dikwijls opvallend, hoe zij daar-
door in staat waren hun arbeid, die hun anders onmogelijk
was, ten minste tijdelijk weer te verrichten. Dat alcohol in deze
-ocr page 60-
52
gevallen als een therapeuticum werkt, zou ik niet durven beweren;
dat het schadelijk is evenmin. In deze gevallen maak ik volstrekt
geen bezwaar alcohol als therapeutisch middel voor te schryven
en bewijst het minstens even goede diensten als morphine, chloral,
sulfonal enz.
In de groote meerderheid der gevallen is van alcoholmisbruik
bij neurasthenie geen sprake. De meeste van hen zijn geheel-
onthouders geworden en vertoonen daardoor de groote gevoe-
ligheid voor alcohol, die de onthouders kenmerkt. Tot hunne
onthouding zijn zij gewoonlijk gekomen, door de neiging alles te
vermijden, wat mogelijkerwijze van ongunstigen invloed op hunne
ziekte zou kunnen zijn. Geheel onthouding is aan te raden, maar
wordt gewoonlijk reeds beoefend in die gevallen, waar primaire
intolerantie voor alcoholica bestaat; deze intolerantie komt bij
neurasthenie zelden voor, ze is daarentegen dikwijls een ver-
schijnsel der degeneratie.
Groot is de invloed van het alcoholmisbruik op de psychosen
met organische basis. Het is dan niet uitgesloten, dat deze
psychosen enkele neurasthenische verschijnselen geven, vooral in
het begin, maar dit zijn bijkomende symptomen, die tot de
organische ziekte niet afdoen. Deze openbaart zich meer of min
duidelijk door de haar kenmerkende psychische wegvalver-
schijnselen.
Ik behandelde een alcoholist, die mijn hulp in kwam roepen
voor de hem lastige verschijnselen van agorophobie. Dit ver-
schijnsel, dat patiënt zijn eenig ziektesymptoom noemde, verdween
bij alcohol-onthouding; de daarnaast bestaande verschijnselen,
amoenomanie, onmogelijkheid om willekeurig de aandacht te
vestigen, groote spraakzaamheid over nietige dingen, bleven ook
na de genezing bestaan; dit waren de geestelijke wegvalver-
schynselen, de symptomen van het chronisch alcoholisme.
Nog in een ander opzicht is het chronisch alcoholisme voor
ons van groot belang ; dit is door den grooten invloed, die het
alcohol-misbruik heeft op de progenituur. Zonder twijfel berusten
talrijke ziektetoestanden, die wij onder het hoofdstuk ,,Degeneratie"
-ocr page 61-
53
zullen beschrijven op het alcohol-misbruik van de ouders en
voorouders. Alcohol werkt hier niet alleen op het zenuwstelsel,
maar ook direct op het kiemplasma en daardoor ontstaat eene
verzwakte progenituur, waarvan het zenuwstelsel dikwijls in
ernstigen graad geleden beeft. Naast andere defecttoestanden,
ziet men hier ontstaan de zware gevallen van hereditaire neuras-
thenie en hysterie, die gewoonlijk zulk eene ongunstige prog-
nose geven.
De invloed van alcohol, en waarschijnlijk van andere vergiften,
is in dit opzicht klaarblijkelijk zeer groot. De mogelijkheid, dat
een in alcoholroes verwekt kind de verschijnselen der degeneratie-
psychose zal geven, is niet meer van de hand te wijzen.
Ook andere vergiften kunnen neurasthenische verschijnselen
geven, speciaal geldt dit van tabak, morphine, cocaïne enz. Groot is
hun invloed waarschijnlijk niet. Trauma kan de oorzaak zijn
voor ernstige vormen van neurasthenie, die zich over het geheele
verdere leven uitstrekken. De werking van het trauma op het
zenuwstelsel is zeer verschillend en in de meeste gevallen is
de daarop volgende ziekte geen neurasthenie, maar mengen
zich daarmede duidelijk hysterische verschijnselen en ontstaat
de neuro-hysterie traumatique der Franschen. Naast dezen meest
gewonen vorm vindt men daarentegen ook aan de eene zijde
zuivere neurasthenie en aan de andere zijde zuivere hysterie.
De werking van het trauma op het zenuwstelsel bestaat in het
algemeen uit twee verschillende factoren. Het eene moment is de
zuiver mechanische invloed van het trauma op het zenuwstelsel, wat
men vroeger de s h o k noemde ; hierbij zien wij af van de directe
groffe mechanische laesieën, waarbij zenuwzelfstandigheid direct
vernietigd wordt en waar eene verbreking van continuïteit in
het centrale zenuwstelsel heeft plaats gevonden. Bij de shok
door traumatischen invloed stelt men zich voor, dat stoornissen
van moleculairen aard in het zenuwstelsel zijn opgetreden, die
bewusteloosheid met herinneringsverlies en verder de trauma-
tische neurose ten gevolge kunnen hebben. Dit is het organische
moment, dat in elk trauma min of meer ligt opgesloten.
-ocr page 62-
54:
Daarnaast bevat elk trauma een psychisch moment, een schrik,
eene emotie. Sommige traumata zijn hiervoor berucht, zoo b. v.
spoorwegongelukken, het neervallen van steigers enz. Deze beide
momenten, het organische en het psychische, kunnen in hooge
mate varieeren, zoodat in het eene geval de organische, in het
andere de psychische factor de hoofdrol speelt en neemt men
hierbij dan nog in aanmerking, dat ook het individu, waarop
het trauma inwerkt zeer verschillend is, dan kan het niet anders
of de invloed daarvan moet zeer wisselend zijn.
Eene nieuwe moeielijkheid voor de traumatische neurose spruit
voort uit de omstandigheid, dat er dikwijls simulatie bij plaats
vindt. In het algemeen is het mijne overtuiging, dat simulatie
bij zenuwziekten minder voorkomt dan men algemeen aanneemt,
omdat men geneigd is alle symptomen, die men op het tegen-
woordig standpunt der wetenschap niet begrijpt, als simulatie
te beschouwen. Het zou gemakkelijk zijn talrijke verschijnselen
op te noemen, die men uit zuivere onwetendheid of gemakzucht
tot simulatie teruggebracht heeft. Men doet, naar mijne opvatting,
het veiligst en komt het dichtst bij de waarheid, wanneer
men voorloopig alleen in die gevallen simulatie veronderstelt,
waar het directe eigenbelang van den lijder er mede gemoeid
is. Dit is dikwijls het geval bij de traumatische neurose. Hier
toch is het dikwijls de vraag of de patiënt in aanmerking komt
voor een pensioen, wanneer n.1. de bestaande zenuwziekte als
gevolg van het trauma moet opgevat worden. De nieuwe pen-
sioenwetten brengen er feitelijk vele menschen toe ziekten in
hunne betrekking voor te wenden en wel hoofdzakelijk zenuw-
ziekten, die door het subjectieve der verschijnselen zoo moeielijk
te controleeren zijn. Zoo werd een brandweerman gepensionneerd
wegens duizeligheid, die later als schoorsteenveger werkzaam was.
Evenwel, het is ook in deze gevallen reeds gebleken, dat men
simulatie in vele gevallen heeft vermoed, waar zij niet bestond.
De invloed van het trauma op eene ontstaande neurasthenie
is somtijds zeer duidelijk, wanneer de ziekte bij een tot nog
toe gezond individu in onmiddellijke aansluiting aan het trauma
-ocr page 63-
55
optreedt, hetzg dat bewusteloosheid wèl of niet op het trauma
is gevolgd, zal niemand tegenwoordig meer twijfelen dat het
de oorzaak van de ziekte is. Naar tweeërlei richtingen komen
echter in andere gevallen moeielijkheden.
Ten eerste wat betreft de intensiteit van het trauma. Van
welke intensiteit een trauma moet zijn om iemand neurasthenisch
te maken is niet te bepalen. Van huis uit gezonde menschen
verdragen zeer veel, maar aan den anderen kant kan men waar-
nemen hoe zeer onbeteekenende traumata bij nerveus gepredis-
poneerde personen tot hoogst ernstige gevolgen aanleiding kunnen
geven. Tusschen deze beide uitersten bestaan alle geleidelijke
overgangen.
In eene andere richting ontstaan moeielijkheden in de beoor-
deeling, doordat de neurasthenie zich niet onmiddellijk aan het
trauma behoeft aan te sluiten en dit in de meeste gevallen feitelijk
ook niet doet. Men ziet dikwijls na eene betrekkelijk gezonde
periode de zenuwziekte zich langzamerhand ontwikkelen; het
trauma wordt hoe langer hoe meer psychisch verwerkt of wel
men ziet allerlei irradiaties van algesieën of paralgesieën van uit
de plaats waar het trauma heeft ingewerkt zich over het lichaam
verspreiden.
Door combinatie van beide laatstgenoemde momenten, gevoegd
bij de moeielijkheden, die eene mogelijke simulatie daaraan toe-
voegt, kan bet voor den deskundige in een bepaald geval onmo-
geljjk zijn eene bepaalde overtuiging uit te spreken.
Eene andere rij van oorzaken geven on9 de chronische en acute
infectieziekten, de algemeene stofwisselings- en bloedziekten. De
chronische infectieziekten, die het belangrijkst zijn mogen het
eerst besproken worden.
Fournier heeft aangetoond, dat syphilis de oorzaak van eene
zich ontwikkelende neurasthenie kan zijn. Zij is dit op tweeër-
lei wijze.
Neurasthenie kan optreden in de eerste periode, kort na het
acquireeren van syphilis, evenals men nu en dan de ziekte ziet
verschijnen na gonorrhoe. Syphilis werkt dan als een psychische
-ocr page 64-
56
schok; het bewustzijn een ernstige ziekte te hebben, waarvan
het verloop niet met zekerheid is te bepalen; en die allerlei
noodlottige gevolgen na zich kan slepen, waarvan men met
zekerheid nooit kan zeggen, dat zij genezen is, deze psychische
momenten geven bij meer of min gepredisponeerde personen aan-
leiding tot de ontwikkeling van eene neurasthenie. De prognose
van dezen vorm van neurasthenie is in \'t algemeen gunstig.
Behalve langs psychischen, werkt syphilis langs organischen
weg. De hierdoor veroorzaakte neurasthenieën treden in een later
tijdperk der syphilis op en missen elk psychisch verband met de
ziekte. De persoon zelf meent gewoonlijk reeds langen tijd van
zijne syphilis genezen te zijn. Deze neurasthenieën zijn gewoonlijk
veel hardnekkiger en wij moeten aannemen, dat zij langs orga-
nischen weg ontstaan, door directe inwerking van het syphilitische
virus op de hersenen. Somtijds zijn deze laatste neurasthenieën
beginstadiën van tabes dorsalis of van dementia paralytica. De
differentieel-diagnose met deze laatste aandoeningen kan moeielijk
zijn en wij moeten daarvoor somtijds het verloop afwachten.
Reeds vroeger wezen wij er op, dat syphilis en alcohol meer de
oorzaken waren voor organische ziekten van het zenuwstelsel.
De werking van syphilis openbaart zich nog op andere wijze,
namelijk als hereditair moment, \'t zij dat de lues direct op de
kiem overgaat of dat de ziekte werkt als algemeen verzwakkend
moment voor het zich ontwikkelende foetus. In \'t eerste geval
vertoont het kind hereditair-luetische openbaringen, in \'t laatste
geval ontstaan die zwakke kinderen waarover wij vroeger reeds
gesproken hebben. In beide gevallen is aanleiding gegeven voor
het ontstaan op lateren leeftijd van neurasthenieën en meestal
van zware vormen daarvan.
Op analoge wijze als syphilis kan Tuberculose werken. Het
hereditaire moment is hier evenzoo aanwezig. De verkregen
tuberculose werkt hoofdzakelijk door de algemeene verzwakking,
die de infectieziekte teweegbrengt en waaraan ook het zenuw-
stelsel kan deelnemen.
Van de acute infectieziekten verdient in de eerste plaats genoemd
-ocr page 65-
57
te worden de influenza. Het is zeer gewoon dat men patiënten
hunne ziekte terug ziet brengen tot eene influenza-aanval. Zonder
twijfel wordt in dit opzicht door de lijders sterk overdreven, en
komt het dikwijls voor, dat de vermeende influenza niets anders
is dan een acuut begin van hunne zenuwziekte; dit komt vooral
veel voor, wanneer het acute begin zich kenmerkt door neural-
giforme pijnen. Bovendien moet men in \'t oog houden, dat bjj
nerveus gepredisponeerden elke kleine acute ziekte, eene verkoud-
heid b. v., in staat is om het sluimerende zenuwlijden te voor-
schijn te roepen.
Ondanks dit alles is het zonder twijfel waar, dat na influenza-
aanvallen herhaaldelijk het optreden van tallooze nerveuse ver-
schijnselen en van zeer verschillende goed gekarakteriseerde zenuw-
ziekten is waargenomen, ook bij personen die geen nerveusen
aanleg vóór dien tijd vertoonden. Wat de oorzaak is, dat influenza
zoo pernicieus op het zenuwstelsel kan werken, weten wij niet.
Wij stellen ons evenals bij de andere infectieziekten voor, dat
het door de bacterieën afgezonderde toxine eene giftige werking
op het zenuwstelsel uitoefent.
Op kinderlijken leeftijd kunnen na diphteritis, kinkhoest, maze-
len, scarlatina, uitputtingstoestanden en voedingsstoornissen
ontstaan, die predisponeeren tot neurasthenische toestanden.
Hetzelfde is op lateren leeftijd nog al eens het geval na
typhus en acuut gewrichtsrheumatisme. Ook malaria, vooral
wanneer het chronisch wordt en wanneer de malariakachexie
zich begint te ontwikkelen, kan een vruchtbare bodem zijn voor de
ontwikkeling van neurasthenie. Deze neurasthenieën geven eene
vrij gunstige prognose.
Ten slotte moeten wij nog even de aandacht vestigen op de
stofwisselingziekten.
Chlorotische en anaemische toestanden vindt men dikwijls bij
neurasthenie. Zij kunnen daarvan het directe gevolg zijn; het is
n.1. bekend genoeg hoezeer de voeding kan lijden onder invloed
van het zenuwstelsel en in ons geval van eene zich ontwikke-
lende neurasthenie, waarbij de eetlust en de stofwisseling direct
-ocr page 66-
58
verminderd zijn. In andere gevallen zijn neurasthenie enchlorose
of anaemie te zamen gevolgen van een zelfde oorzaak. Dit kan
men waarnemen in die gevallen, waar door eene gebrekkige ont-
wikkeling, b. v. door schadelijkheden die de kiem getroffen
hebben, het geheele individu geleden heeft; deze gevallen hebben
wij vroeger herhaaldelijk genoemd. In nog andere gevallen is de
chlorose oorzaak van de neurasthenie. Dit kan men waarnemen
bij meisjes aan het einde van de puberteit, die zonder dat zij
een aanleg tot zenuwziekten vertoonen, chlorotisch worden en
waar deze chlorose gevolgd kan worden door min of meer duidelijke
neurasthenische verschijnselen. Deze laatste gevallen hebben eene
gunstige prognose en de verdwijning der neurasthenische ver-
schijnselen houdt gelijken tred met de anatomisch aantoonbare
restitutie van het bloed.
Diabetis wordt gewoonlijk vergezeld door duidelijke verschijn-
selen van zenuwuitputting.
Jicht en chronisch arthritisme bezitten zonder twijfel eene
groote verwantschap tot neurasthenie; vooral door Fransche
schrijvers is dit op den voorgrond gesteld. Dat zjj in direct oor-
zakelijk verband tot elkaar staan is in vele gevallen twijfelachtig;
dikwijls zijn het coëffecten van dezelfde nerveuse predispositie
en dat het chronisch arthritisme te huis behoort in de „familie
neuropathique" is wel niet meer aan redelijken twijfel onderhevig.
-ocr page 67-
HOOFDSTUK II.
Symptomatologie der neurasthenie.
Het groote aantal verschijnselen, dat neurasthenie ons aanbiedt,
en de moeielijkheid om den aard dezer verschijnselen te bepalen,
maakt een overzicht daarvan moeielijk. In vroegeren tijd was
dit veel gemakkelijker, omdat men meende, dat op de plaats waar
eene stoornis aangetroffen werd of door den lijder gevoeld werd,
dat ook daar de oorzaak van deze stoornis gelegen was. Tegen-
woordig weten wij beter en zoeken niet meer de oorzaak van
het vermoeidheidsgevoel der beenen in de beenen zelf, of van
maagkramp in de maag, maar wij hebben leeren inzien dat in
veel van deze gevallen de verschijnselen zijn een periphere
projectie van centrale stoornissen.
Door deze vermeerdering van onze kennis zijn echter groote
moeielijkheden ontstaan in de beoordeeling van de verschijnselen.
Ons staan geen doorgaande differentieel-diagnostische momenten
ten dienste om uit te maken, wanneer eene stoornis in het centrum
en wanneer het in de peripherie zijn oorzaak vindt.
Voor sommige verschijnselen, zoo b. v. de motorische stoornissen
weten wij dit wèl; eene centrale verlamming of beter uitgedrukt
eene verlamming van het tweede neuron kunnen wij uit de
verschijnselen, die de verlamming zelf geeft, onderscheiden van
eene periphere, eene verlamming van het eerste neuron.
Voor de sensibele verschijnselen, en hiervan is bij neurasthenie
in hoofdzaak sprake, zijn wij zoo gelukkig niet; de aard van eene
cerebrale anaesthesie is dezelfde, voor zoover wg weten, als van
-
-ocr page 68-
60
eene periphere, en wij zijn hier genoodzaakt uit bijkomende om-
standigheden, zooals de verdeeling der anaesthesie, haar verloop,
enz. indirect tot de oorzaak der gevoelsstoornis te besluiten. Dit
is volstrekt niet altijd mogelijk, ook nog omdat de loop der
sensibele geleiding naar de hersenen bij lange na niet zoo een-
voudig is, als de motorische geleiding. Hieruit volgt dat eene
rationeele verdeeling der neurasthenische verschijnselen nog tot
de onmogelijkheden behoort.
De verdeeling, die wij hier aangenomen hebben, heeft niet meer
dan eene didactische waarde. Zij dient alleen om het overzicht
gemakkelijker te maken en geleidelijk alle verschijnselen na te
gaan. Wij zijn nog te weinig bekend met den aard der symptomen
om eene rationeele verdeeling daarvan te kunnen doorvoeren.
Vandaar dat wij orgaan voor orgaan de afwijkingen, die daarin
waargenomen worden, nagaan en beschrijven. Het zal daarbij
dikwijls voorkomen, dat de stoornissen in een bepaald orgaan
voorkomende, hun oorzaak geheel ergens anders vinden en wel
hoofdzakelijk in de psyche.
Neurasthenie is hoofdzakelijk, zoo niet uitsluitend, eene psychi-
sche ziekte en in het meerendeel der gevallen zijn de lichamelijke
stoornissen, die wij waarnemen, directe of indirecte gevolgen van
de cerebrale stoornis. In vele gevallen is dit slechts waarschijnlijk,
in andere is dit verband voor ons nog in \'t geheel niet aan te
toonen.
Het bovengenoemde in aanmerking nemende zullen wij de
neurasthenische symptomen volgens het volgende schema behandelen:
1.     Psychische verschijnselen.
2.     Sensibele verschijnselen.
3.     Motorische verschijnselen.
4.     Reflexen.
5.     Vaso-motorische verschijnselen.
6.     Gastro-intestinale symptomen.
7.     Sexueele en secretorische verschijnselen.
Hierbij valt op te merken, dat deze verdeeling niet beweert
rekening te houden met den aard van de oorzaak der symptomen.
-ocr page 69-
61
Onder psychische verschijnselen bedoelen wg die symptomen,
welke onmiddellijk als psychisch te herkennen zijn. Stoornissen
in den gang der denkbeelden en dergelijke meer zijn natuurlijk
wat hun aard betreft niet te miskennen.
Wat de sub 2—7 genoemde symptomengroepen betreft, zoo
zouden wij allerminst daarvan een psychisch ontstaan willen ont-
kennen; integendeel zijn ook deze in hoofdzaak psychisch, zooals
onze voortgaande ervaring steeds duidelijker aantoont. Wij heb-
ben ze echter afzonderlijk gerangschikt:
1°. omdat zij voor den lijder altijd in een of ander orgaan
worden gelocaliseerd en hij voor zich zelf, ze niet als psychisch
opvat.
2°. omdat voor sommige verschijnselen niet uitgesloten is,
dat zij door functioneele stoornis van het ruggemerg, het peri-
phere of sympathische zenuwstelsel ontstaan. Bij neurasthenie,
waar wij zeker weten, dat het centrale zenuwstelsel in een
toestand van functioneele stoornis verkeert, is echter niet a priori
uit te sluiten, dat eene analoge stoornis ook niet in het peri-
phere zenuwstelsel aanwezig zou kunnen zijn ;
3°. uit zuiver didaktische gronden om een overzicht van den
grooten chaos van verschijnselen van deze ziekte mogelijk te maken.
I. Psychische Verschijnselen.
Het eerste verschijnsel, dat wij bij eiken neurasthenicus in
meerdere of mindere mate opmerken is een uitputtingstoestand
van alle psychische vermogens. Deze kan zich op zeer verschil»
lende manieren openbaren en in enkele gevallen schijnbaar
ontbreken, hoewel nader onderzoek ze toch wel duidelijk maakt.
Elke inspanning valt moeielijk. Het eerst openbaart zich dit
bij die bezigheden, welke de hoogste eischen stellen aan onze
psychische functiën. Volgens mijne ervaring is dit het willekeurig
vestigen van de aandacht, het willekeurig concentreeren van de
gedachte op een bepaald onderwerp. Deze definitie van een der
voornaamste verschijnselen bjj neurasthenie schijnt zeer eenvoudig,
-ocr page 70-
62
ze is dat echter niet en is meer eene theoretische samenvatting
van verschillende symptomen, dan wel eene eenvoudige weer-
geving der klinische feiten.
In uitgesproken gevallen is het constateeren van dezen uit-
puttingstoestand niet moeielijk; alles wat op willekeurige psychische
inspanning gelijkt is eenvoudig onmogelijk. Bij het lezen van
een regel schrift, bij het fixeeren van een voorwerp of het volgen
van een eenvoudig gesprek, treden hevige prikkelingsverschijn-
selen op, zooals duizelingen, hoofdpijnen. Het is voor den patiënt
ondoenlijk zich ergens willekeurig-geestelijk mede bezig te houden.
Dikwijls is hij dan nog in staat zich aan een meer of min
onbewusten gedachtengang over te geven; hij kan zich desnoods
vermijden in allerlei droomerijen, phantastische plannen maken
en zijne gedachten op allerlei gebied laten rondzwerven. Dit
gaat alles meer of min vanzelf, maar hij mist volkomen de
hoogste psychische functie zich willekeurig te kunnen concen-
treeren. Dit totaal gebrek aan concentratie ziet men in acute
en in zeer ernstige chronische gevallen. Meestal is het minder
duidelijk uitgesproken en openbaart het zich in eene lichte
vermoeibaarheid, doordat b. v. de courant niet meer gelezen
kan worden, het schrijven van een brief onmogelijk is. Er zijn
mij verschillende gevallen van neurasthenie bekend, waar deze
vermoeibaarheid gedurende lange jaren het eenige verschijnsel
was. De persoon was redelijk gezond, zijne dagelijksche bezig-
heden gingen vrij goed, dat was hij jarenlang gewoon en
eischte geene bijzondere inspanning. Toch openbaarde zich in
kleinigheden zelfs reeds duidelijk de psychische invaliditeit. Eene
kleine moeielijkheid bracht den lijder geheel overstuur. Een brief
schrijven ging bezwaarlijk, vooral als het geen dagelijksche
bezigheid was, in \'t algemeen gaf alles moeite, wat niet begrepen
was in de gewone sleur van het dagelijksche leven.
Hieruit volgt een diagnostisch hulpmiddel, dat voor ons van
groot belang is bij het constateeren van neurasthenie niet alleen,
maar meer of min ook van alle andere functioneele zenuwziekten.
Dit is het constateeren der vermoeibaarheid. Het best doet
-ocr page 71-
63
men dit door eene eenvoudige rekenkunstige opgave, of het
rangschikken van woorden of getallen naar bepaalde regels enz.
Is het verschijnsel, al is het slechts in geringe mate, voorhanden,
dan is het altijd gemakkelijk te constateeren.
Een gevolg dezer vermoeibaarheid bij den patiënt is de
onmogelijkheid iets nieuws te produceeren. Ook dit verschijnsel
is alleen van belang, wanneer het in extreme mate aanwezig
is en de patiënt b. v. geen enkele gedachte op papier kan
brengen, geen eenvoudig verhaal kan lezen enz.
Behalve het algemeene verschijnsel van uitputting van alle
geestelijke vermogens, neemt men bij neurasthenie talrijke andere
psychische symptomen waar, die meer of min tot de enkele eigen-
schappen der psyche beperkt blijven en die wij wederom uit
didactische gronden volgens een schema afzonderlijk zullen be-
spreken. Men kan onderscheiden:
A.    Stoornis in het psychisch gevoelen.
B.    Stoornis in de voorstellingen.
C.    Stoornis in den slaap.
A. Stoornis in het psychisch gevoelen.
Het eerste verschijnsel, dat wij in deze sfeer van afwijkingen
ontmoeten is de psychische hyperaesthesie, die bij neurasthenie
een zeer hoogen graad kan verkrijgen. In sommige gevallen gaat
elke waarneming gepaard met een gevoel van pijn en afmatting,
elk geluid of elke lichtindruk is pijnlijk en vermoeiend. In der-
gelijke gevallen zoekt de patiënt zooveel mogelijk de eenzaamheid
en de stilte. Deze hyperaesthesie komt vooral voor geluidsindrukken
voor en geeft dan voor de behandeling moeielijkheid, omdat het
gewenscht is zoo mogelijk alle hinderlijke geluidsindrukken te
vermijden. Ook voor licht kan deze overgevoeligheid bestaan. Voor
de andere zintuigen heb ik het nooit waargenomen en wordt het
in de literatuur niet vermeld.
Strikt genomen zou men in deze gevallen niet van hyperaesthesie
mogen spreken. Hieronder zou men moeten verstaan een meer
-ocr page 72-
64
intensief waarnemen der geluiden dan normaal en dat is bij
neurasthenie niet het geval. Was dat het geval, dan zou b. v. voor
geluiden de juist nog waarneembare geluidsintensiteit zeer klein
moeten zijn, en zou verder het waarneembare intensiteitsverschil
tusschen twee geluiden evenzoo klein moeten zijn. Dit is volstrekt
niet aldus. De zintuigwaarnemingen zijn dus niet verscherpt,
zooals dat bij hysterie en ook bij normale menschen voor kan
komen, maar zij zijn door storende bijgevoelens hinderlijk, het is
meer een dysaesthesie. De naam hyperaesthesie zal ik echter ook
in het vervolg, omdat ze algemeen ingang heeft gevonden, bhjven
gebruiken.
Gaat deze overgevoeligheid met het gevoelen van pijn gepaard
dan noemt men dit psychische neuralgie.
Ook voor meer samengestelde psychische indrukken kan dezelfde
gevoeligheid bestaan. Eene kleine gemoedsaandoening, een onschul-
dige gebeurtenis, die door een gezond mensch nauwelijks opge-
merkt wordt, kan den neurasthenicus als pijn gevoelen. Vandaar
de neiging elke gemoedsaandoening, elke gebeurtenis, te ontwijken
en de gemakkelijkheid waarmede dergelijke patiënten een bedbe-
handeling ondergaan, berust gedeeltelijk op deze overgevoeligheid.
Men kan een dergelijken toestand vergelijken bij een patiënt met
een gebroken been, die angstvallig uit vrees voor pijn zijn been
in een bepaalde positie in rust houdt. Zoo ook de overgevoelige
neurasthenicus, die angstvallig elke geestesbeweging vermijdt en
zijn psyche kunstmatig in den meest gunstigen rusttoestand zoekt
te handhaven.
Eene veelvuldig voorkomende vorm van psychische hyperaes-
thesie is het optreden van emoties na oorzaken, die bij gezonde
menschen geene emotieve reactie veroorzaken. Een bericht van
overlijden van een verre kennis, het lezen van een ongeluk in
de couranten, dergelijke eventualiteiten brengen den lijder geheel
van streek en maken hem tot bezigheid ongeschikt. In ernstige
gevallen komt de patiënt van de eene emotie in de andere;
wanneer hij op een plaatje een luchtballon geteekend ziet, wordt
hij duizelig; het gezicht op een stad in vogelvlucht doet hem
-ocr page 73-
65
denken aan een toren, waar hij van afvalt. In schouwburgen of
kerken zijn zij tot tranen geroerd. De lijder zelf erkent zeer
goed het ziekelijke van zijne emoties, tobt er over en verwerkt
ze dikwijls tot allerlei nosophobische denkbeelden.
Een gevolg van deze hyperaesthesie is de prikkelbaarheid van
den neurasthenicus. Hij reageert met pijn op de kleine verdrie-
telijkheden van het dagelijksch leven en wordt onbillijk tegen
zijne omgeving. Dit geeft weer aanleiding tot nieuwe prikkels en
omdat de patiënt zeer goed zijn eigen onbillijkheid inziet, m. a. w.
steeds ziekteinzicht heeft, ontstaat er op den duur een circulus
vitiosus, die het moeiehjk kan zijn te onderbreken.
Behalve door van buiten inwerkende omstandigheden openbaart
zich de hyperaesthesie door het niet bestand zijn tegen lichamelijk
lijden. De geringste hoofdpijn, eene kleine indigeste is in staat
den patiënt verdrietig te maken. Daar neurasthenie als zoodanig
talrijke lichamelijke verschijnselen geeft, en deze hyperaesthetisch
gevoeld worden, is dit ook dikwijls een bron voor veel lijden.
Let men op bovengenoemde verschijnselen van overgevoeligheid,
en de gevolgen daarvan, dan worden ons talrijke klachten van
den neurasthenicus, die gewoonlijk als overdrijving en lastigheid
beschouwd worden, begrijpelijk en verklaarbaar. Ook de neuras-
thenicus, juist zooals vele andere zenuwzieken, heeft weinig nei-
ging tot simulatie, niet omdat hij zooveel eerlijker is dan een
gewoon mensch, maar omdat in de meeste gevallen het groote
motief tot simulatie, het eigenbelang, ontbreekt. Dit neemt niet
weg dat de fameuse en somtijds onbegrijpelijke klachten van
den neurasthenicus de grootste eischen stellen aan het geduld
en den tact van den medicus. Slechts een zich goed in kunnen
denken in den toestand van den lijder, voorkomt onbillijke
behandeling.
Aan de hyperaesthesie tegenovergesteld is de anaesthesie, een
symptoon, dat hoewel minder veelvuldig, toch nog dikwijls genoeg
bij neurasthenie waargenomen wordt. Deze anaesthesie openbaart
zich niet zoozeer voor de gewone zintuigindrukken, als wel
voor de hoogere psychische gevoelens. De patiënt neemt minder
5
-ocr page 74-
66
deel in zijne omgeving, gevoelt geene belangstelling voor dingen,
die hem vroeger na aan \'t hart lagen, doet uit gebrek aan
belangstelling zijn werk minder goed. Hierbij komt het dikwjjls
voor dat te gelijk hyperaesthesie bestaat voor den toestand van
het eigen lichaam en dus het psychisch voelen meer in eene
vicieuse richting verplaatst is. De lijder geeft dan den indruk
egoïst te zijn en valt een ieder lastig met zijne eigene directe
interessen. Dikwijls lijdt hierbij het gevoel van decorum; flatus
en ructus worden in gezelschap losgelaten, met niededeelingen
over stoelgang enz. wordt de omgeving lastig gevallen.
Deze psychische anaesthesie kan een zeer kwellend verschijnsel
voor den lijder zijn. Hij klaagt daarbij over sufheid en gevoel-
loosheid, meent dat zijn verstand weggaat, klaagt over de weinige
belangstelling, die hij gevoelt voor wat hem in normale tijden
dierbaar was. Dikwijls combineert zich deze anaesthesie met
paraesthetische gevoelens in het hoofd, die er dan veel toe bij-
dragen voor de verdere ontwikkeling dezer nosophobische denk-
beelden.
Om vooral niets te vergeten komt de patiënt bij den medicus
met een excerpt zijner klachten op papier, dagelijks wordt op
schrift de ziektegeschiedenis door hem bijgehouden enz.
De stoornissen in het psychisch gevoelen verklaren voor een
groot deel de afwijking in de stemming van den neurasthenicus.
Gewoonlijk is deze gedrukt, dikwijls veroorzaakt door de psy-
chische pijn, ook somtijds door de gevoelloosheid.
Bij tijdelijke verbetering der verschijnselen wordt ook de
stemming opgewekter, ja het is dikwijls opvallend waar te
nemen, hoe de stemming onmiddellijk het uitvloeisel is van de
andere ziekteverschijnselen. Hierdoor ontstaat somtijds een zeer
wisselende stemming. De gedrukte stemming bij neurasthenie is
altijd secundair en onderscheidt zich daardoor wezenlijk van de
primaire ongemotiveerde stemmingsafwijking bij den melancholicus.
In dit opzicht komt zij overeen met die bij vecordia, waar de
inhoud der waandenkbeelden beslissend zijn voor de qualiteit van
de stemming.
-ocr page 75-
67
De stemming van den neurasthenicus kan dus in den grond
der zaak niet als ziekelijk beschouwd worden, maar is eene
normale reactie op pathologische toestanden.
Een verder belangrijk symptoom der neurasthenie, dat gedeelte-
lijk als gevolg der gevoelsafwijkingen, gedeeltelijk ook primair
kan optreden, is de angst.
Onder angst verstaat men een centralen affecttoestand met
negatieven gevoelstoon, die als zoodanig niet nader gedefinieerd
kan worden, maar die gepaard gaat met begeleidende lichame-
lijke verschijnselen, die hier even nader beschreven moeten worden.
Als meest karakteristiek voor den angst is de daarmede gepaard
gaande algemeene spanning der willekeurige spieren; zoo zien
wij den angst bij de zware psychosen. Het komt dan voor, dat
het geheele lichaam bewegingloos, uren en dagen na elkaar,
neergehurkt is met gefronst voorhoofd, buigingscontractie in
armen en beenen, krachtig weerstand biedend aan elke beweging
van buitenaf. In dergelijke mate vinden wij dit verschijnsel
niet of slechts zeer voorbijgaand bij neurasthenie. Hier beperkt
het zich tot de z.g. angstbewegingen, waarvan de physionomie
evenwel zeer karakteristiek is.
Het voorhoofd is gefronst, de oogen, wijd opengespleten,
treden naar voren, de romp wordt naar voren, naar achter en
op zij heen en weer bewogen, de armen en beenen afwisselend
gebogen en gestrekt. Dikwijls wordt op de nagels gebeten, aan
de hoofdharen getrokken, de mondhoeken naar beneden, de
wenkbrauwen naar boven getrokken, de neusvleugels verwijd en
naar boven gericht. De ademhaling is zeer onregelmatig, de
spraak belemmerd.
Met deze spanning in de willekeurige spieren combineert zich
een spanning in de spieren van den bloedvaatwand, die zich in de
polscurve openbaart door een naar boven verplaatst zijn en
eene vergrooting der eerste elasticiteits-elevatie en door een
algemeen bleek worden, gepaard met afscheiding van koud zweet.
De angst is een zeer hevig affect met sterk negatieven
gevoelstoon. Alle andere psychische functiën zijn geremd. De
-ocr page 76-
68
spraak is somtijds onmogelijk, allerlei ongecoördineerde bewegin-
gen worden uitgevoerd. Daarbij heeft de lijder soms het gevoel,
dat hij gaat sterven, dat hij stikken zal enz.; de pols is klein,
de respiratie onregelmatig. Gewoonlijk duurt een dergelijke hevige
angstaanval bij neurasthenie niet lang en kan hij spoedig gevolgd
worden door een periode van welzijn.
Behalve deze objectief waarneembare verschijnselen worden
subjectief verschillende gevoelens waargenomen. Dikwijls bestaat
een gevoel van hevige beklemming in de hartstreek met uit-
stralende pijnen in den linkerarm. Andere personen localiseeren
den angst in de maagstreek of in den buik, soms stijgt dit op
naar den hals; in andere gevallen wordt de angst gelocaliseerd
in \'t hoofd, somtijds in het geheele lichaam.
De angst, zooals die bij neurasthenie voorkomt, is in vele
gevallen af te leiden van de algemeene overgevoeligheid. In dit
geval is er een oorzaak voor aanwezig, \'t zij eene uitwendige
of een inwendige. Een uitwendige oorzaak is er in die gevallen,
waar de angst optreedt bij \'t binnenkomen in een gezelschap
of in andere gevallen bij \'t schrijven van een brief enz. Belang-
rijker zijn die gevallen, waar de angst een interne oorzaak heeft
en optreedt als vrees voor een ernstige ziekte. Zoo ziet men
dikwijls, dat de abnormale sensaties in het hoofd den lijder
doet denken, dat hij lijdt aan hersenverweeking of geeft een
congestie het denkbeeld van een dreigende apoplexie. Op zich
zelf zeer onbeteekenende ziekteverschijnselen kunnen de oorzaak
zijn van hevige angstaanvallen. Alle bovengenoemde vormen
van angst kunnen opgevat worden als eene bepaalde vorm van
hyperaesthesie.
Moeielijker is dit reeds met die angsten, welke bekend zijn
als de verschillende vormen van phobiën. De meest bekende
hiervan is de z.g. Agorophobie. Bij het betreden van eene groote
ruimte, van een plein, een straat of een groot gebouw wordt
de lijder door een hevig gevoel van angst overvallen, dat tot
bewusteloosheid kan gaan. Een mijner patiënten had het gevoel
hoe langer hoe kleiner te worden, terwijl de omgeving steeds
-ocr page 77-
69
grooter en ruimer werd. Men moet een dergelijken aanval gezien
hebben om de hevigheid er van naar waarde te schatten. Som-
tijds, maar niet altijd blijven de aanvallen weg, wanneer de lijder
in gezelschap van een ander is.
Naast deze agorophobie, die door de beschrijving van Westphal
eene historische bekendheid heeft verkregen, komen talrijke
andere soorten van angst voor, die alleen verschillen door de
aanleiding, die ze doet optreden, maar in \'t wezen der zaak
hetzelfde zjjn. Zoo heeft men een angst voor onweer en wind,
die zoo hevig kan zijn, dat de lijder nachten achtereen slapeloos
doorbrengt; een angst voor de mechaniek van \'t heelal, die
b. v. optreedt wanneer de lijder des avonds de sterren ziet en
die gepaard gaat met een angst, dat de hemellichamen uiteen zullen
springen of tegen elkaar zullen vliegen; een angst voor gesloten
ruimten, voor spoorwegen, voor besmettelijke ziekten en eindelijk
een angst voor alles.
Over de verklaring dezer angsten, die alle in \'t wezen der
zaak hetzelfde zijn en die tot de hevigste verschijnselen der
neurasthenie behooren, is men het niet eens. De vraag is wat
in deze gevallen het primaire is, de voorstelling of de angst.
Zoo b. v. voor de agorophobie, is de patiënt angstig omdat hij
bevreesd is, dat hij bij \'t overgaan van een plein of straat in
elkaar zal zakken of vallen zal of iets anders, dan wel is hij
primair angstig en zakt hij daarom in elkaar.
Naar mijne meening is het eerste het meest waarschijnlijke.
De agorophobie en evenzoo de andere vormen van angst vinden
in het normale leven meer of min huns gelijken. Bekend zijn de
duizeligheid bij het beklimmen van hoogten, de angst voor vuur-
wapenen en snijdende werktuigen enz. In deze gevallen is het
duidelijk, dat de voorstelling van het gevaar den angst langs
associatieven weg opwekt en van deze betrekkelijk normale ge-
vallen bestaat eene geleidelijke serie van overgangen tot den meest
pathologischen angst toe. Wanneer de angst voor snijdende werk-
tuigen zoo ver gaat, dat de persoon des avonds niet durft te gaan
slapen, wanneer een mes op de slaapkamer zich bevindt of niet
-ocr page 78-
70
een messenwinkel durft binnen te treden, noemen wij dat reeds
meer of min ziekelijk, maar er gaat toch zonder twijfel een
gedachtengang aan vooraf, die zijn oorsprong vindt in de waar-
neming van het gevaarlijke voorwerp. Men heeft deze pathologische
gevoeligheid slechts een weinig meer ontwikkeld zich te denken,
om te komen tot de agorophobie, waar de eenvoudige waarneming
van eene groote ruimte langs associatieven weg gevolgd wordt
door het gevoel van angst en waar deze laatste de overige ver-
schijnselen, onvermogen tot bewegen enz. geeft. Duidelijker is
dit nog voor den angst voor onweer, den angst voor het heelal,
waar aan den angst min of meer eene samengestelde gedachten-
gang moet voorafgaan.
Op deze wijze laten zich deze angsten dus opvatten als eene
in speciale richting gewijzigde vorm van hyperaesthesie.
Anders is dit met sommige andere vormen van angst, waar
deze geheel primair optreedt en niet aan eenige waarneming of
voorstelling gebonden is. De lijder klaagt hier eenvoudig over
angst zonder meer, en geeft zelfs aan dat er geen oorzaak voor
is. Deze vorm van angst is bij neurasthenie gewoonlijk minder
hevig, dan de vroeger genoemde vormen, ze is daarentegen dik-
wijls zeer lang van duur en kan tijden achtereen aanhouden.
Dikwijls wordt ze in de maag of hartstreek gelocaliseerd, ook
wel in het hoofd. Vooral is dit verschijnsel hinderlijk wanneer
de slaap daardoor belemmerd wordt of de patiënt er wakker
door wordt.
In een geval, dat ik waarnam, was elke gedachte van angst
vergezeld. In dergelijke gevallen neemt de angst een meer onbe-
stemden vorm aan en kan het voorkomen, dat de patiënt geen
onderscheid weet te maken tusschen angst en pijn.
Dikwijls treedt de angst in aanvallen op die, wanneer zij
chronisch worden, wel niet zeer hevig zijn, maar toch door den
ljjder zeer gevreesd worden. Op deze wijze ontstaat de angst voor
den angst, de lijder weet dan niet of hij werkelijk angstig is, dan
wel of hij bang voor den angst is. Herhaaldelijk heb ik dit waar-
genomen, vooral bij vrouwen. Bij eene dergelijke ontwikkeling
-ocr page 79-
71
van het verschijnsel is het zeer hardnekkig en zij men voorzichtig
met zijne prognose, ook al is de angst niet hevig.
B. Stoornis in de voorstellingen.
De voorstellingen kunnen bij neurasthenie in verschillend op-
zicht stoornissen aanbieden; het volgende schema, dat wij achter-
eenvolgens zullen bespreken, geeft daar een voorstelling van.
a.    verandering in de snelheid der voorstellingen.
b.   veranderingen in den duur en de intensiteit daarvan (dwangge-
dachten).
c.    veranderingen in de associatie van voorstellingen.
d.    veranderingen in de reproductie daarvan.
Stoornis in den inhoud van de voorstelling (waandenkbeelden)
komt bij neurasthenie niet voor. De waan in zijne velerlei vormen
is afwezig; dit is de meest scherpe lijn, die tusschen deze ziekte
en de verschillende vormen van krankzinnigheid kan worden
getrokken.
a. Verandering in de snelheid der
voorstellingen.
Deze afwijking is voor de symptomatologie der neurasthenie
niet van zeer groot belang. Dikwijls is het moeielijk hieromtrent
betrouwbare gegevens van den patiënt te verkrijgen. In vele
gevallen mag men echter aannemen, dat de afzonderlijke voor-
stelling verlangzaamd is. De lijder heeft dan een gevoel alsof
zijn denken moeielijk wordt, alsof zijn geest leeg is. Dit geeft
dan aanleiding tot allerlei nosophobische voorstellingen, sommigen
denken dat zij geestelijk verstompen of idioot worden, anderen
vreezen voor krankzinnigheid. Slechts enkelen gevoelen direct dat
hunne voorstellingen langzamer gaan. Deze verlangzaming der
voorstellingen is niet anders, dan een der uitdrukkingen voor de
algemeene vermoeidheid van alle geestvermogens.
De afloop der afzonderlijke voorstelling kan ook versneld zijn,
-ocr page 80-
72
dit is dan gewoonlijk gecombineerd met eene snellere en dikwijls
onregelmatigere verbinding der voorstellingen onderling; wij vin-
den dus deze stoornis bij de associatieve verschijnselen weder en
behandelen die daar uitvoeriger.
b. Veranderingen in den duur en de intensiteit
der voorstellingen (dwanggedachten).
Wanneer een voorstelling of een denkbeeld een dergelijke
intensiteit verkrijgt, dat zij niet door de andere voorstellingen,
die zich opdoen, verdrongen wordt, maar zich voor onbepaalden
tijd handhaaft en binnen de bewustzijnssfeer van het individu
blijft en wanneer de hardnekkigheid van deze voorstelling niet
gemotiveerd wordt door de inhoud daarvan, spreekt men van een
dwangdenkbeeld of dwangvoorstelling. Het individu is zich daarbij
zeer goed bewust van het vreemde en ziekelijke van de voorstel-
ling. Welke moeite hij doet er zich van te ontdoen, met onver-
zwakte kracht komt het steeds weer te voorschijn. De persoon
behoudt daarbij geheel zijne kritiek over den inhoud van de
voorstelling en wanneer de inhoud van het denkbeeld onlogisch
is of wat bijna altijd het geval is, niet evenredig is aan de vast-
heid en hardnekkigheid, waarmede deze voorstelling de gewone
denkbeelden van het individu onderbreekt, heeft hij altijd een
inzicht hierin. Daardoor onderscheidt het dwangdenkbeeld zich
van de waanvoorstelling, waarvan de inhoud door den persoon
zonder verdere kritiek geaccepteerd wordt.
Het best verkrijgt men een begrip van het ontstaan en de
kracht van het dwangdenkbeeld, door van analoge maar zwak-
kere verschijnselen bij gezonde menschen uit te gaan en te zien
hoe door eenzijdige versterking daarvan het pathologische dwang-
denkbeeld ontstaat. Dat gezonde menschen zich van bepaalde
voorstellingen niet los kunnen maken, komt vooral voor na
ernstige gebeurtenissen, die diep in het leven van den persoon
hebben ingegrepen. Tijden lang kan iemand vervolgd worden
door het beeld van een gestorven familielid, door het herinne-
-ocr page 81-
73
ringsbeeld van eene of andere catastrophe. Of wel dagen lang is
iemand geplaagd door een vastgeworteld deuntje, dat hij voort-
durend opdreunt en dat zich overal tusscben inschuift. Een meer
ziekelijk karakter krijgt de voorstelling reeds, wanneer iemand
10 maal het adres van een brief beziet alvorens dien in de bus
te werpen, om dan misschien na een uur nog eens het post-
kantoor te bezoeken. Geheel in het pathologische komen wij
wanneer wij zien hoe het denkbeeld van brandgevaar, van vergif
enz. zich met onweerstaanbare kracht kan opdringen, ondanks
dat de persoon zelf er het ongerijmde volkomen van inziet.
Bij gezonde menschen bereiken deze dwangvoorstellingen niet
eene dergelijke intensiteit als onder ziekelijke omstandigheden.
Door het willekeurig vestigen van de aandacht op andere dingen
gelukt het gewoonlijk ze uit het bewustzijn te verdrijven.
Bij den neurasthenicus is dat anders en wel in de eerste
plaats, omdat de dwangvoorstelling als zoodanig reeds sterker
is; maar bovendien ook nog daarom, omdat de lijder door zijne
geestelijke uitputting zoo weinig kracht heeft om zijne aandacht
op andere dingen te vestigen. Zoo komt het, dat het hem nu
en dan tijdelijk gelukt zijn dwang te verdringen, maar deze
verschijnt weer, zoodra zijn zwak aandachtsvermogen uitge-
put is.
De vormen waarin dwangvoorstellingen bij neurasthenie voor-
komen zijn talloos, te veel om op te noemen. Nu eens gevoelt
een lijder den drang om in gezelschap onbehoorlijke woorden te
zeggen, dan weer kan hij van het denkbeeld niet los worden
dat hij iemand beleedigd heeft, zelfs dat hij een misdaad gedaan
had. Een mijner patiënten had tijdelijk het dwangdenkbeeld dat
hij een moord gedaan had, waarvan men den dader zocht. Telkens
en telkens moest hij bij zich zelf zeggen : „wat zoekt toch de
politie naar den dader, ze moesten eens weten dat hij hier zat. *
Op tweeërlei wijzen kan bij neurasthenie de dwang nog ge-
compliceerd worden:
1°. Door het in aansluiting met den dwang optreden van
angst.
-ocr page 82-
74
Dikwijls geschiedt dit bewust; de lijder is zich van het lastige
en van het vreemde van zijne dwangvoorstellingen pijnlijk be-
wust, hij zoekt er een reden voor en komt daarbij spoedig tot
het idee van ziek zijn. Het is dan de vrees voor een hersen-
ziekte, voor krankzinnig worden enz., die dezen dwang steeds
vergezelt.
In andere gevallen voegt de angst zich bg de dwangvoor-
stelling, zonder dat er een psychologisch verband tusschen beide
bestaat; beide verschijnselen zijn dan samen afhankelijk van de
ziekte zelf.
2°. Door den overgang van een dwangvoorstelling in eene
dwanghandeling.
Elke handeling is het resultaat van eene combinatie van ver-
schillende voorstellingen. Naarmate bepaalde voorstellingen ster-
ker of zwakker zijn, naarmate zij in deze of gene richting
overwegen, zal hun resultaat, de handeling, verschillend zijn.
De eene voorstelling drijft tot een zekere handeling, de andere
houdt daarvan terug. Zoo heeft er eene voortdurende strijd plaats
waarvan het resultaat het doen of het niet doen van eene han-
deling is.
Bij een neurasthenicus met dwangvoorstellingen is het ook
aldus, maar de strijd der voorstellingen heeft hier onder eenigs-
zins abnormale omstandigheden plaats. Elke voorstelling heeft
op zichzelf reeds de neiging tot een handeling te komen of van
eene handeling terug te houden. Zeer sterk bestaat deze neiging
bij voorstellingen, die zich kenmerken door eene bijzondere
intensiteit en door een langen duur, zooals dit bij de dwang-
voorstelling het geval is. Voortdurend zal er dus neiging bestaan
om tot de uit de voorstelling resulteerende dwanghandeling over
te gaan. Aan den anderen kant zijn er bij den neurasthenicus voor-
stellingen, die de handeling zullen trachten te beletten, en dit
wel des te meer, naarmate deze meer doelloos en meer dwaas
is, meer in strijd dus met de normale voorstellingen van den
lijder.
Deze strijd om niet tot de handeling te geraken is voor den
-ocr page 83-
75
lijder dikwijls zeer pijnlijk; altijd en altijd weer dringt de voor-
stelling zich op, altijd en altijd weer tracht hij de handeling te
beletten. Eindelijk bezwijkt hij en verkrijgt de dwangvoorstelling
de kracht van een dwanghandeling. Is dit eenmaal geschied, dan
gebeurt dit telkens gemakkelijker en de lijder wordt steeds meer
de willooze speelbal van zijne ongemotiveerde voorstellingen.
Of dwanghandelingen onafhankelijk van dwangvoorstellingen
voorkomen, is zeer twijfelachtig. De stoornissen, die wij hier
bespreken liggen geheel binnen de sfeer van het bewustzijn
en hier gaat aan elke handeling, ook aan de dwanghandeling,
eene combinatie van voorstellingen vooraf.
Somtijds laat zich de ontwikkeling van dwangvoorstelling
tot dwanghandeling bij denzelfden patiënt vervolgen.
Binswanger deelt een geval mede, dat iemand bij het zien
van scherpe voorwerpen de dwangvoorstelling verkrijgt, dat hij
bij \'t gebruik van deze dingen anderen of zich zelf daarmede,
zonder dat hij het wilde, letsel kon toebrengen. Bij de verdere
ontwikkeling van zijne ziekte kwam de voorstelling, dat hij dit
doen moest en dat hij met het mes zijn kind in de borst moest
steken. Hij leefde in voortdurenden angst, dat hij hiertoe zou
komen en moest alle krachten inspannen zich van de handeling
te onthouden. Hij gevoelde de spieren van zijn rechter-
hand en arm zich krampachtig samentrekken om het mes te
grijpen en het liefste wat hij had te dooden.
Dergelijke gevallen zijn bij neurasthenie zeldzaam, gewoonlijk
komt het hier niet tot gevaarlijke handelingen, \'t zij omdat
de intensiteit van de dwangimpuls niet sterk genoeg is, \'t zij
omdat de normale associaties sterk genoeg zijn om van de
handeling terug te houden. Eene reactieve angst op dergelijke
dwangvoorstellingen is zeer gewoon.
Een ander gevolg van ernstige dwangvoorstellingen van
homicide of suicide inhoud kan zijn, dat de lijder door allerlei
onzinnige handelingen, door heen- en weerloopen, door zich
zelf te slaan, door het opzeggen van versjes etc., afleiding van
zyne zoo hinderlijke voorstellingen tracht te verschaffen. Voor
-ocr page 84-
76
zoover ik er over kan oordeelen zijn ook bij neurasthenie
de dwangvoorstellingen van gevaarlijke handelingen niet zeer
frequent.
Meer neemt men waar onzinnige en onbeteekenende dwang-
handelingen. Een mijner patiënten moest wanneer zij over een
tegelvloer liep, altijd tusschen de voegen van de tegels door-
loopen; een ander moest wanneer hij \'s morgens naar zijn
kantoor ging altijd precies op \'t randje van het trottoir loopen.
Dit trok de opmerkzaamheid van voorbijgangers en was oorzaak,
dat hij over zijn dwanghandeling mij kwam raadplegen. Somtijds
weet de lijder voor dergelijke onzinnige handelingen geen motief
aan te geven. Het kan echter ook voorkomen, dat aan de
dwanghandeling de dwangvoorstelling voorafgaat, dat er een
ongeluk zou gebeuren, indien de handeling niet verricht werd.
De intensiteit der dwangvoorstellingen en handelingen is bij
neurasthenie niet zoo sterk als bij sommige vormen van krank-
zinnigheid. De ernstige vormen op degeneratief-hereditairen
bodem, waar de dwangvoorstelling en dwanghandeling komt
tot suicide en homicide, is men gewoon niet meer onder de
neurasthenie te rekenen, maar men heeft deze tot afzonderlijke
vormen van geestesstoornis gebracht. Evenwel bestaan er,
wanneer het erfelijk degeneratief karakter zich met neurasthenie
combineert, geleidelijke overgangen tot deze vormen van geestes-
afwijking.
Het effect der psychische degeneratie openbaart zich bij
neurasthenie en hysterie altijd door het op den voorgrond
komen van dwangvoorstellingen en de gevolgen daarvan.
De psychologie der dwangvoorstellingen ligt nog geheel in
het duister, wij kunnen niet meer doen dan het voorkomen
er van constateeren en hun invloed op het geestesleven nagaan;
maar hoe het komt dat dergelijke voorstellingen ontstaan, die
door hun duur en door hun intensiteit zoo boven alle andere
uitsteken, weten wij niet; bewuste motieven er voor zijn bij den
patiënt steeds afwezig.
Men is gewoon de talrijke nosophobiën, die bij neurasthenie
-ocr page 85-
77
voorkomen, ook onder de dwangvoorstellingen te rekenen. In
strikten zin zijn zij dat niet, omdat er een motief voor in het
bewustzijn van den lijder bestaat. Alle nosophobiën volgen
logisch uit de verkeerde sensaties van den patiënt en omdat
deze sensaties voor hem een droevige werkelijkheid zijn, houdt
hij daar in zijne eonclusiën rekening mede. Vandaar de vrees
voor apoplexie, voor een hartaandoening, een maaglijden, voor
krankzinnigheid enz. Door redeneering is de lijder meestal van
de ongegrondheid van zijn vrees te overtuigen, dit onderscheidt
ze van den zuiveren dwang en van dezelfde denkbeelden bij
hypochondrie. Bij den hypochonder neemt de vrees voor \'t ziek
zijn meer het karakter aan van een incorrigeerbaren waan. Toch
kan het in enkele gevallen moeielijk zijn het verschil te maken
en het verder verloop der ziekte moet het dan uitmaken. Later
komen wij hier uitvoeriger op terug.
c. Verandering in de associatie van
voorstellingen.
De verbinding der voorstellingen onderling, hunne verwerking
tot meer samengestelde voorstellingen en begrippen biedt bij
neurasthenie velerlei stoornissen aan. Zonder in onderverdeelingen
te vervallen kan men aannemen, dat de verbinding der voor-
stellingen vergemakkelijkt of bemoeielijkt is ; in het eerste geval
combineeren de verschillende voorstellingen zich vlug en ge-
makkelijk tot meer gecompliceerde eenheden, in \'t laatste geval
is dit proces vertraagd.
Eene vergemakkelijking in de verbinding der voorstellingen
komt bij neurasthenie dikwijls voor. In de handboeken vindt men
dit niet vermeld (1), ik heb echter herhaaldelijk daarvan gevallen
waargenomen, zoodat ik geloof dat het tot de gewone verschijn-
selen der ziekte gerekend moet worden.
(1) Binswanger bespreekt het in zijn leerboek, het vorige jaar be-
sprak ik het op de zomervergadering der psychiatrische vereeniging.
-ocr page 86-
78
Men zou zich vergissen, indien men in dit symptoom eene ver-
meerdering van geestelijke kracht meende te vinden. Het tegendeel
is waar. Dit wordt duidelijk, wanneer men in aanmerking neemt,
dat het niet is een willekeurig en gewild combineeren van
voorstellingen om te komen tot een meer samengesteld denk-
beeld, tot een nieuw geheel ; het is veel meer een onbesuisd
doorhollen, een herkauwen van vroeger ondervonden en door-
leefde voorstellingen, of een onwillekeurige combinatie van
voorstellingen voor de toekomst, altemaal combinaties, die het
hoogste psychische cachet, het willekeurig willen, missen; al
deze verbindingen van voorstellingen gebeuren tegen den wil van
den lijder, die ze als vermoeidheid ondervindt en er zich vruch-
teloos tegen verzet; het is een soort gedachtenjacht, zooals men
dat bij een acute manie waarneemt, maar zonder de begeleidende
motorische gevolgen daarvan.
In plaats dus van eene verhoogde normale werkzaamheid is
het een wegvallen van eene normaliter bestaande remming door
den bewusten wil.
Het verschijnsel treedt het sterkst op, wanneer de lijder
alleen is, hetzij des nachts hetzij over dag geïsoleerd van zijne
omgeving. Een onverschillig gesprek kan dikwijls eenige tijde-
lijke distractie geven, daarna vervalt hij echter weer tot zijn
vroeger jagen. Gewoonlijk is de patiënt bezig een of andere
omstandigheid van zijn vroeger leven zich voor den geest te
stellen, deze herinneringsbeelden hebben groote levendigheid;
hij stelt zich voor, hoe hij in vroegere omstandigheden gehan-
deld heeft, hoe hij het nu zou doen, maakt in zijne gedachte
ongenoegen met vroegere personen, zegt hen z.g. de waarheid,
springt daarbij van het een op het ander, en doorloopt in
zijne fantasie met eene helderheid van herinneringsbeelden,
die afmattend is, geheele tooneelen uit zijn vroeger leven. Dit
jagen der gedachten is voor den lijder zeer vermoeiend, het
dringt zich echter met onweerstaanbare kracht dagen en nachten
lang aan hem op en belemmert hem in zijn slaap, totdat een
gevoel van afmatting komt, dat hem tijdelijk tot rust brengt.
-ocr page 87-
79
De hoofdinhoud van de gedachten is bijna altijd kibbel- en
vechtpartijen. Een mijner patiënten had tijden lang voortdurend
Lombokkers en Atjehers bij hun kraag, hier begon het gewoon-
lijk mede, dan plantte zijn toorn zich over op de gevolgde
politiek in Indië en de leiders daarvan, dezen moesten het
daarna ontgelden en werden in zijne gedachten naar huis gestuurd
of openlijk aangeklaagd van plichtverzuim; voortdurend hetzelfde
vermoeiende jagen van de eene gedachte op de andere, zonder
dat hij in staat was er iets aan te doen.
Niet altijd is deze gedachtenjacht beperkt tot herinneringen
dikwijls zijn het ook plannen voor de toekomst of worden naar
aanleiding van herinneringen nieuwe redeneeringen gehouden.
Dikwijls gaat dit verschijnsel gepaard met allerlei abnormale
sensaties in \'t hoofd of met paraesthesiën in maag en inge-
wanden; het kan dan den lijder den slaap geheel beletten of
wel is hij eens in slaap, dan kan de geschiedenis zich in den
droom voortzetten en bij een of ander saillant punt in de historie
schrikt hij wakker.
Niet altijd ontstaat deze gedachtenjacht spontaan, wanneer
de lijder zich in zijn verleden verdiept, dikwijls geven kleine
uitwendige omstandigheden daartoe aanleiding, ja zelfs eene
•enkele waarneming is daartoe in staat. Hoofdzaak hierbij is
dat de waarneming eenige geestelijke inspanning kost, d. w. z.
dat zij gewild en met opzet geschiedt; wij zien hier wederom
dat het vestigen van de aandacht een der meest inspanning
vereischende psychische bezigheden is.
In zware gevallen kan deze gedachtenjacht eene contra-
indicatie voor het toepassen van therapeutische manipulaties
zijn. Ik heb gevallen behandeld, waar ik successievelijk steeds
minder ben gaan toepassen; een bad werd niet verdragen,
omdat zich daaraan onmiddellijk een gedachtenjacht aansloot,
reeds in \'t bad begon het, evenzoo electriciteit-massage etc.; einde-
lijk was \'t eenige wat te doen mogelijk bleef het toepassen van
bedrust. Ik beschouw het als een therapeutische fout deze
.gevallen te miskennen. De bedrust wordt hier niet zooals in
-ocr page 88-
80
vele andere gevallen noodzakelijk door de sterke hyperaesthesie,
maar door de op eiken kleinen prikkel volgende gedachtenjacht.
Dit verschijnsel heeft voor de verbinding der voorstellingen
ongeveer dezelfde beteekenis, als de dwanggedachte dat heeft
voor de afzonderlijke voorstelling. Evenals deze laatste is het
een dwang, waaronder de patiënt souffreert en waaraan hg
inet zijn bewusten wil niets kan doen.
Slechts zelden is dit verschijnsel in zoo hevige mate aan-
wezig, als het daar juist beschreven is, maar in de meeste
gevallen zijn er duidelijke sporen van te vinden. Het is dik-
wijls niet meer dan een zich in gedachten boos maken zonder
aanleidende oorzaak over gebeurde dingen ; evenals alle andere
verschijnselen sluit ook dit zich op die wijze aan den normalen
toestand aan.
Het tegengestelde van bovengenoemd verschijnsel is eene
verlangzaming in de verbinding der voorstellingen. Ook dit
komt meerdere malen voor en openbaart zich door het gevoel
de dingen niet te kunnen begrijpen, een langzaamheid in de
gedachten, die den lijder den indruk geeft stompzinnig te zijn.
Hiermede verbindt zich wederom gemakkelijk de vrees geheel
te versuffen en andere nosophobische denkbeelden. Ook de
bovengenoemde gedachtenjacht is met een dergelijke vrees ver-
bonden, gewoonlijk de vrees om krankzinnig te worden.
Tot de groep der associatiestoornissen behoort verder de
twijfelmoedigheid en besluiteloosheid van den neurasthenicus.
Niet zooals bij den normalen mensch combineeren voorstellingen
zich tot een oordeel of tot een handeling, maar elke combinatie
van voorstellingen roepen bij wijze van contrast tegengestelde
voorstellingen wakker en zoo ontstaat een voortdurend wijfelen,
een onmogelijkheid om tot een eindbesluit te komen.
Men is gewoon deze besluiteloosheid terug te brengen tot een
z.g. wilszwakte. De oudere psychiatrie en evenzoo de psychologie
nam een afzonderlijk vermogen van den menschelijken geest aan,
een z.g. wil, en plaatste deze als een soort heerscher over de andere
eigenschappen van den geest, waar hij naar welbehagen over be-
-ocr page 89-
81
schikte.De nieuwere experimenteele psychologie heeft te re cht inge-
zien dat een dergelijk vermogen, dat zijn oorzaak in niets vond, dat
onafhankelijk van alles voortleefde en zijne besluiten decreteerde,
een onding was. Te meer was dit het geval, omdat alle eigen-
schappen, die men aan dit zelfstandig wilsvermogen toeschreef
vanzelf verklaard werden door de associatie van voorstellingen
onderling. Wanneer men zegt, dat iemand iets wil, dan beteekent
dit niets anders, dan dat men zegt, dat de combinatie van
motieven en voorstellingen zich in eene bepaalde richting geuit
heeft; een zelfstandig en onafhankelijk vermogen hiervoor aan
te nemen is onnoodig en dus onwetenschappelijk. De studie der
geestesafwijkingen heeft slechts dit resultaat der psychologie
bevestigd.
Het zoogenaamd ontbreken der wilskracht bij neurasthenie
wil dus niets meer zeggen, dan dat er in den geest van den lijder
een voortdurend op en neer gaan der motieven en voorstellingen
plaats vindt, zonder dat het tot een eindresultaat, dat is een wil,
komt. De lijder heeft hierbij het gevoel niets meer te kunnen,
tot niets meer in staat te zijn.
In sommige gevallen kan deze willoosheid (aboulie) tot zeer sto-
rende verschijnselen aanleiding geven. Het komt n.1. voor dat deze
willoosheid zich bij wijze van contrast openbaart op oogenblikken,
dat zij juist zeer ongewenscht is. Zoo b. v. bij het zetten van
een handteekening onder officieele stukken, bij een contract, bij
een huwelijk enz. Daarbij compliceert zij zich dan met een intens
gevoel van onmacht en angst, somtijds gepaard met een sterk
schaamtegevoel over de onmacht. Hoe meer de lijder zich hier-
van bewust is, des te onmogelijker wordt het. Somtijds is het
mogelijk door distractie, door overrompeling als het ware, de
handteekening te plaatsen. Deze willoosheid is ook de oorzaak,
dat suicide bij neurasthenie slechts hoogst zelden voorkomt; de
gedachte daaraan, de vrees er voor is bij den lijder dikwijls aan-
wezig. In de meeste gevallen bestaat bij neurasthenie min of meer
een taedium vitae; altijd wordt het leven met moeite voort-
gesleept, wat, de verschijnselen der ziekte in aanmerking geno-
6
-ocr page 90-
82
men, ook niet te verwonderen is. Het is de wilszwakte, het
voortdurend weifelen tusschen ja en neen, dat de oorzaak is, dat
suicide bijna nooit voorkomt.
In meer of mindere mate is dit taedium vitae bijna altijd
aanwezig; dikwijls vindt men het in beginnende gevallen, waar
de verschijnselen slechts een geringe intensiteit hebben, sommige,
misschien zelfs wel vele menschen blijft het hun geheele leven
bij ; het vindt zijn uitdrukking in de z.g. pessimistische levens-
beschouwing, die zoovele menschen tegenwoordig eigen is, en
is niet specifiek neurasthenisch. Dit verschijnsel, dat in den
tegenwoordigen tijd, treurig genoeg, eene sociale beteekenis
verkrijgt, berust op eene verzwakking der persoonlijkheid, van
het ik.
Doordat het voorstellingsleven van den neurasthenicus bijna
voortdurend gevuld is met gedachten over zichzelf of met de
waarneming van zijne talrijke gevoelsafwijkingen en paraesthe-
siën, blijft er weinig plaats over voor andere voorstellingen.
De patiënt is wat men noemt bijna voortdurend gepreoccupeerd
en er geschiedt een massa om hem heen, wat niet tot hem
komt. Het apperceptievermogen is dus verminderd, zonder dat
dit echter berust op eene werkelijke verzwakking van dit ver-
mogen ; dit blijkt duidelijk, wanneer het gelukt den gewonen
bewustzijnsinhoud van den lijder op een of andere wijze te
ecarteeren of in perioden van beterschap.
d. Veranderingen in de reproductie der
voorstellingen.
Een der gewone klachten der neurasthenie, ook reeds in de
beginnende gevallen, is de herinneringszwakte. Dikwijls geven
de lijders zelf hiervan zeer correcte voorbeelden aan en ver-
tellen zij, dat zij eigennamen zoo moeielijk kunnen onthouden,
dat zij het gelezene zich niet meer kunnen herinneren, ja zelfs
dat beleefde gebeurtenissen uit hunne herinnering zijn ver-
dwenen. Hierbij bestaat dus een sterk bewustzijn van de memo-
riezwakte, een inzicht in den ziektetoestand.
-ocr page 91-
83
Reeds dit laatste doet ons vermoeden, dat de herinnerings-
zwakte van den neurasthenicus iets anders is, dan hetzelfde
verschijnsel bij organische aandoeningen der hersenen. Alleen
bfl zeer chronische hersenaandoeningen, zoo b. v. bij dementia
senilis bestaat ten minste in den beginne een dergelijk inzicht
in de ziekte, later verdwijnt dit geheel en bij de meer acute
gevallen van organische hersenziekten, zoo b. v. bij dementia
paralytica, heeft dit inzicht nooit bestaan.
De herinneringszwakte bij neurasthenie is bovendien voor
het grootste gedeelte slechts schijnbaar en is een gevolg van
de boven reeds besproken afwijking, de verstrooidheid en van
de onmogelijkheid voor den lijder om zijn aandacht ergens op
te vestigen. Zooals wij boven reeds hebben gezien, is het reeds
in het begin der ziekte uiterst moeielijk voor den neurasthenicus
zich gezet met een bepaald onderwerp bezig te houden, onop-
houdelijk wordt de normale gang der gedachten afgebroken,
vooral door associaties, waarbij het directe lichamelijk eigen-
belang van den lijder betrokken is. Nooit heeft men een
geregelden gedachtengang, altijd een van den hak op den tak
springen; de lijder is distrait, is zich daarvan bewust en ge-
voelt dat pijnlijk.
In deze omstandigheden is het niet te verwonderen, dat hij
voor zich zelf, en voor de omgeving evenzoo, den indruk ver-
krijgt alles te vergeten; de oorzaak hiervan echter is, dat niets
goed tot hem komt en hij het dus nooit geweten heeft.
Dezelfde verstrooidheid is de oorzaak, dat hij zoo moeielijk iets
nieuws leert.
Dit blijkt voldoende zoodra men de voorwaarden der waar-
neming goed genoeg kiest. Wanneer men er op aandringt is
het altijd mogelijk de attentie van den lijder voor korteren of
langoren tijd te vestigen en dan kan men zich overtuigen, dat
indien de patiënt werkelijk iets in zich opgenomen heeft, hij \'t
dan ook niet vergeet. Of in geringe mate niet werkelijk een
memoriezwakte voorkomt is natuurlijk moeielijk uit te maken,
omdat deze door zoo talrijke bijomstandigheden is gemaskeerd.
•
-ocr page 92-
84
De aandacht verdient nog gevestigd te worden op de omstan-
digheden, waaronder deze herinneringszwakte bij neurasthenie
hoofdzakelijk voorkomt. Vooral dan, wanneer de lijder zich
iets willekeurig wil herinneren, wanneer hij eene herinnering
noodig heeft voor een bepaald doel, is het hem onmogelijk het
gezochte te vinden. Vandaar, dat hij zich zoo sterk van zjjne
onmacht bewust is; dikwijls voegt hij daar verder zelf aan
toe, dat op zijn onverwachtst, als hij het juist niet noodig heeft,
de herinnering bij hem opkomt, en somtijds trekt hij daaruit
wederom het besluit, dat zijn memorie toch niet zoo zwak is,
als hij werkelijk nu en dan meent.
Voor ons is dit wederom een bewijs, dat de memoriezwakte
bij neurasthenie geen wegvalverschijnsel is door organische
vernietiging van hersenzelfstandigheid, maar eene functioneele
remming der hoogere geestvermogens.
Het constateeren van herinneringszwakte is voor de diagnose
en prognose zeer belangrijk. Werkelijke verzwakking van her-
inneringsvermogen toch, is een der voornaamste verschijnselen,
een psychisch wegvalsymptoom, van alle organische hersen-
ziekten en indien het in eenigszins belangrijke mate gevonden
wordt een zeer gewichtig verschijnsel voor de diagnose daarvan.
Het is daarom van belang de pseudo-herinneringszwakte van
neurasthenie goed te herkennen en zich van het feit te verge-
wissen of deze ook bestaat, wanneer men er zeker van is, dat de
persoon tijdens de oorspronkelijke waarneming zijne aandacht
daarop gevestigd had en indien dit zoo was of dan de herinnering
daaraan niet nu en dan spontaan voor den dag komt en alleen
maar weg is, als de lijder het zich willekeurig wil herinneren.
Niet altijd is dit even gemakkelijk en in twijfelachtige
gevallen moet men goed met den lijder bekend zijn.
Ook eene versterking van het herinneringsvermogen komt
bij neurasthenie voor. Ik heb dit meerdere malen kunnen
constateeren in verband met het vroeger genoemde verschijnsel
der gedachtenjacht. De herinneringsbeelden van het vroeger
doorleefde kunnen hier een groote duidelijkheid hebben, het is
-ocr page 93-
85
alsof de lijder de vroegere personen weer ziet optreden en zich
daartusschen beweegt. Men zou zich wederom vergissen, wan-
neer men er eene vermeerdering van psychischen arbeid in zag,
integendeel moet men het evenals de andere symptomen van
neurasthenie beschouwen als een zuiver uitputtingsverschijnsel.
Ook onafhankelijk van gedachtenjacht hoort men patiënten
klagen over eene vermoeiende duidelijkheid der herinneringen.
Een enkele maal heb ik in een zwaar geval van neurasthe-
nie herinneringsbedrog waargenomen. Dit verschijnsel bestaat
hierin, dat eene tegenwoordige gebeurtenis gemeend wordt vroeger
reeds doorleefd te zijn, of dat vroeger niet doorleefde gebeurte-
nissen als doorleefd worden voorgesteld. Het laatste, waar men
steeds op leugens verdacht moet zijn, heb ik dikwijls bij psy-
chosen waargenomen, speciaal in acute gevallen van dementia
paralytica; het eerste komt bij neurasthenie voor.
G. Stoornis in den slaap.
Als psychische verschijnselen beschouwen wij ten slotte nog
de stoornissen in den slaap; het is zonder meer duidelijk dat
het onjuist is de slaap als een afzonderlijk psychisch vermogen
op te vatten, dit wordt hiermede ook natuurlijk niet bedoeld ;
het is alleen om het overzicht te vergemakkelijken, dat dit
hoofdstuk op deze plaats behandeld wordt.
De stoornissen in den slaap zijn bij neurasthenie zeer gewoon;
in een minderheid der gevallen blijft de slaap gedurende de
geheele ziekte normaal, meestal is dit niet het geval.
Erkomt een meer dan een normaal slapen voor; niet alleen
zijn de nachten dan lang, maar ook over dag bestaat groote
behoefte tot slaap. De slaap kan dan te diep en te zwaar
zijn en bovendien niet dat gevoel van rust en verkwikking
geven, dat gezonde menschen daarvan ondervinden.
Gewoonlijk is de slaap te kort van duur. De patiënt kan
dan \'s avonds niet in slaap komen of wordt zeer spoedig weer
wakker. In gevallen, waar dit verschijnsel zeer sterk is uitge-
-ocr page 94-
86
drukt, kan het komen tot absolute slapeloosheid. Dit is een zeer
hinderlijk symptoom en brengt den patiënt tot wanhoop, ook
voor de behandeling kan het zeer hardnekkig zijn.
Eene zeer gewone klacht is het, dat de slaap geen ver-
kwikking geeft, ook wanneer ze overigens normaal is; de
patiënt is dan \'s morgens bij het wakker worden nog meer uitgeput
dan \'s avonds en heeft de klacht, die men bij tal van andere
zenuwzieken terugvindt, dat de morgenuren de slechtste zijn
van den geheelen dag.
De intensiteit van den slaap is zeer verschillend; men heeft
gevallen, waar de slaap abnormaal diep is, waar de persoon
moeielijk gewekt kan worden. Deze gevallen zijn waarschijnlijk
niet dezelfde waar de lijder klaagt over diepen slaap, daar dit
laatste nog met andere verschijnselen gepaard gaat. Meer komt
voor dat de slaap zeer licht is en dat de lijder door het
minste geruisch gewekt wordt. In deze gevallen ziet men ook,
dat de patiënt zegt niet geslapen te hebben, terwijl de pleeg-
zuster verzekert, dat de slaap normaal was. Dit zijn toestanden
van halven slaap, gedurende welke de gewone gedachtengang
van den lijder nog voortgaat, waarvan hij na zijn ontwaken
de herinnering behoudt, terwijl alle spontane beweging en uiting,
evenals dit in den normalen slaap het geval is, heeft opgehouden.
Dergelijke toestanden zijn in den kunstmatigen slaap door suggestie
zeer gewoon, ook hier zegt de patiënt niet geslapen te hebben,
terwijl de omgeving meent, dat het wèl het geval was; in
beide gevallen zijn de objectieve verschijnselen van den slaap aan-
wezig, terwijl het subjectieve gevoel daarvoor uitbreekt. Dit
laatste wordt door den patiënt hoofdzakelijk daarnaar beoor-
deeld, of hij in wakenden toestand zich herinnert, wat gedurende
zijn slaap om hem heen gebeurd is.
Tegen één vooroordeel moet ik waarschuwen. Het is mij
herhaaldelijk voorgekomen, dat dergelijke subjectieve slapeloos»
heid als simulatie werd beschouwd. Dit is ook van medici,
een zeer gewoon stokpaardje, eigenlijk een testimonium
paupertatis. Mijne overtuiging is, dat door zenuw-
-ocr page 95-
87
zieken weinig gesimuleerd wordt; de arme lijders verlangen in
de eerste plaats om te genezen en begrijpen, dat zij niet
moeten simuleeren. Wanneer een medicus van simulatie spreekt,
komt het gewoonlijk daardoor, dat hij zich niet de moeite
heeft gegeven, zijn patiënt te begrijpen. Naar mijne ervaring is
de eerste vraag, die men bij een geval van mogelijke simulatie
uit moet maken deze: welk belang heeft de patiënt er bij ?
Is het eigenbelang er mede gemoeid, dan simuleeren zieken
en.... gezonden.
Op velerlei andere manier kan de slaap van den neurasthe-
nicus gestoord zijn.
Dikwijls komt voor een herhaald wakker worden; de patiënt
schrikt dan telkens wakker, somtijds ten gevolge van een
droom, soms ook zonder dit, dikwijls met angstgevoelens of
abnormale sensaties in de maagstreek of in het hoofd.
Droomen gedurende den slaap zijn gewoon en kunnen zeer
hinderlijk zijn; zij gaan dikwijls gepaard met abnormale sen-
saties in het hoofd of met angstige gevoelens en duizeligheid.
De lijder meent van een hoogte naar beneden te storten, heeft
het gevoel over zijn hoofd heen achterover te vallen enz. Dik-
wijls staat \'t angstzweet op \'t gelaat. Ook kan de droom zich
in een meer of min wakenden toestand voortzetten en moet de
patiënt er zich met alle inspanning aan ontworstelen.
Slecht slapen en zware droomen zijn somtijds de meest hin-
derlijke omstandigheden, die een genezing in den weg staan.
Het niet kunnen slapen heeft dikwijls een psychische oorzaak,
de patiënt in zijn angst ziet tegen den nacht op, meent niet te
zullen slapen, neemt allerlei kunstmiddelen te baat om den slaap
te vatten, reciteert bij zich zelf verzen, maakt zelfs allerlei
eentonige bewegingen enz. en \'t eind van de geschiedenis is, dat hij
een onrustigen nacht heeft en zeer afgemat des morgens opstaat.
De droomen en angstige voorstellingen des nachts hanger
dikwijls samen met pathologische orgaangevoelens, die ook in
wakende toestanden den lijder hinderen en in den slaap tot allerlei
phantastische geestesproducten verwerkt worden.
-ocr page 96-
88
II. Sensibele Verschijnselen.
De sensibele stoornissen bij neurasthenie zijn van zeer uiteen-
loopenden aard en in vele gevallen is het moeielijk hunne be-
t eekenis naar waarde te schatten.
Voordat wij tot de gedetailleerde behandeling daarvan over-
gaan, zal het nuttig zijn eenige algemeene opmerkingen daar-
over te maken.
Een van de meest eigenaardige kenmerken, dat bij neurasthenie
zeer sterk op den voorgrond treedt, is de irradiatie der gevoels-
stoornissen. Ook onder normale omstandigheden nemen wij dit
irradieeren van gevoelens waar; hierbij valt op te merken, dat
in dit geval of het gevoel zeer intensief of zeer langdurig moet
zijn. Hevige kiespijn b. v. wordt niet alleen in de zieke kies
zelve gevoeld, maar kan uitstralen over de geheele kaak,
somtijds over het geheele hoofd. Slechts zelden irradieert een
gevoel naar de andere lichaamshelft.
Deze irradiatie, welke hoofdzakelijk voor pijngevoelens wordt
waargenomen, houdt zich niet aan de verspreiding der periphere
zenuwen; hierdoor wordt het duidelijk, dat het geen proces is,
dat in het periphere zenuwstelsel afloopt en dat men b. v.
zou kunnen verklaren door het overspringen van den pijnver-
wekkenden prikkel van de eene zenuwvezel op de andere.
Het irradieeren van pijnprikkels berust op overgaan van den
pijnprikkel in het centrum van de eene gangliencel op de
andere. Wanneer eene sensibele prikkel langs de zenuw in het
intervertebrale gangliën en in het ruggemerg aankomt, wordt
zij hier opgevangen door de zich daar bevindende gangliencellen.
Deze gangliencellen staan door middel van de z.g. strengcellen
in verband met verschillende gedeelten van het ruggemerg, en
het hangt nu slechts af van den loop der uitsteeksels van deze
strengcellen, welke andere gangliencellen evenzoo den invloed
van den ontvangen prikkel zullen ontvangen. Het is daarbij
duidelijk, dat de verspreiding van dezen pijnprikkel in de eerste
plaats afhankelijk is van de intensiteit van den prikkel. Wij
-ocr page 97-
89
stellen ons voor, dat bij het zich verspreiden van prikkels door
het centrale zenuwstelsel weerstanden zijn te overwinnen. Voor
eene prikkel van normale intensiteit beletten deze weerstanden
de verdere verspreiding van den prikkelingstoestand en blijft deze
beperkt tot het centrum van de pijngeleidende zenuw en de
voortgeleiding daarvan naar de hersenen. Wordt de intensiteit
van den prikkel sterker of in een ander geval worden de te
overwinnen weerstanden in het centrale zenuwstelsel geringer,
dan zal irradiatie der pijn optreden.
Over welke deelen van het lichaam zich deze irradiatie zal
uitstrekken is nog weinig bekend, in elk geval zijn hiervoor
nog geene bepaalde regels gevonden voor zoover het algemeene
huidgevoel betreft.
Voor de pijnen van verschillende inwendige organen, waarvan
de irradiatie ons sedert langen tijd bekend is, zijn in den
laatsten tijd belangrijke resultaten verkregen. H e a d heeft n.1.
aangetoond, dat bij pijn in de verschillende lichaamsorganen er
op de huid bepaalde en constante regionen gevonden worden,
waar deze pijn gevoeld wordt en waar eene duidelijke Hyperal-
gesie bestond. Elk gedeelte huidoppervlak vertegenwoordigt
een bepaald orgaan. Ook hier dus hebben wij een verspreiding
van den van het zieke orgaan in het centrum opgevangen pijn-
prikkel en irradiatie daarvan naar een ander centrum, volgens
bepaalde regels, met projectie naar buiten van den geïrradieerden
prikkel en ook hier volgt deze irradiatie niet het verloop van
de periphere zenuwen.
De irradiatie van prikkels is bij neurasthenie een zeer be-
langrijk verschijnsel, het onderscheidt zich van de normale
irradiatie slechts hierdoor, dat er geene hevige of lang aan-
houdende prikkels voor noodig zijn, maar dat in vele gevallen
de gewone prikkels van het dagelijksche leven en de prikkels,
die gepaard gaan met de normale functie der lichaamsorganen,
als pijn gepercipieerd worden en door irradiatie op bepaalde
plaatsen, waarschijnlijk volgens vaste, ons echter nog onvol-
doend bekende, regels naar andere lichaamsdeelen uitstralen.
-ocr page 98-
90
Wij zien dus, dat bij neurasthenie de intensiteit van den
prikkel niet verhoogd is en het verschijnsel der irradiatie alleen
verklaard kan worden door den anderen factor, die op haar
ontstaan invloed heeft, d. i. de vermindering der binnen het cen-
traalorgaan te overwinnen weerstanden. Wij nemen dus aan, dat
door de vermindering hiervan een overgaan van den prikkel van de
eene gangliencel op naburig gelegene mogelijk wordt gemaakt.
De vraag, waar deze irradiatie in het centrale zenuwstelsel
gelocaliseerd is, kan tegenwoordig nog niet uitgemaakt worden.
Men denkt onmiddellijk aan het ruggemerg, waar door de z.g.
strengcellen anatomisch de weg voor verspreiding van den prikkel
over meerdere gedeelten gegeven is. De mogelijkheid is echter
volstrekt niet buiten te sluiten, dat ook in meer centraal gele-
gene gedeelten van het zenuwstelsel en zelfs in de hersenschors
deze verspreiding van prikkels mogelijk is.
Met de irradiatieverschijnselen zijn na verwant de z.g. mede-
gevoelens. Een bepaald gelocaliseerde prikkel wordt niet alleen
op de juiste plaats, maar ook nog ergens anders gevoeld of
een gehoorsindruk geeft ook nog een gezichtsindruk. Van groot
belang zijn deze verschijnselen niet.
Nog op andere manier kan zich de irradiatie van sensibele
prikkels openbaren, wanneer n.1. deze niet op gelijkwaardige
sensibele gangliencellen overgaan, maar wanneer zij zich tot
motorische gangliencellen uitbreidt. In dit geval kunnen de
z.g. reflex-verlammingen ontstaan. Het komt b. v. bij neuras-
thenie voor, dat na onbeteekenende traumata, b. v. na een lichten
val op het been, een verlamming der geheele extremiteit ont-
staat, soms zelfs van beide. Deze gevallen kan men, indien
zooals dikwijls het geval is, men bewuste simulatie mag uitsluiten,
alleen verklaren door aan te nemen eene gemakkelijke ver-
spreiding van den prikkel in het centrum door wegvallen van
normaliter bestaande weerstanden. In vele van deze gevallen
is het duidelijk, dat dit irradiatieproces zich in de hersenen afspeelt,
niet langs psychologischen weg, door middel van de ideeën-asso-
ciatie, maar langs organischen weg buiten het bewustzijn om.
-ocr page 99-
91
Wat nu verder de aard der sensibele stoornissen bij neuras-
thenie betreft, zoo hebben wij er reeds op gewezen, dat deze
hoofdzakelijk van psychischen aard zijn.
Dikwijls wordt bij neurasthenie van spinale verschijnselen
gesproken, zelfs wel van stoornissen in het lendemerg of in
het halsmerg, echter geheel ten onrechte. Rachialgie b. v. als
een stoornis van het ruggemerg op te vatten, is wat al te
naïef en behoort thuis in een tijd, toen men meende dat s p i-
naalirritatie eene afzonderlijke ziekte was. Neurasthenie
is eene ziekte, waarvan wij weten, dat zij hare oorzaak vindt
in eene functioneele aandoening der hersenen, maar in aan-
merking genomen de algemeene en de ernstige verschijnselen, die
deze ziekte geeft, kan men vermoeden, dat ook wel andere
gedeelten van het zenuwstelsel analoge afwijkingen vertoonen.
Nu staan wij echter voor de moeielijkheid, dat de functioneele
stoornissen van ruggemerg en periphere zenuwen ons zoo goed
als geheel onbekend zijn en dat zij dus uit de verschijnselen
zelf niet kunnen opmaken, waardoor wij veroorzaakt worden,
door eene functioneele stoornis in de hersenen of van het
ruggemerg.
Het is dan ook hoofdzakelijk door de bijomstandigheden en
door de manier van ontstaan der sensibele verschijnselen, dat
wij er toe komen de oorzaak daarvoor in de hersenen te
zoeken. Zoo is het b. v. in vele gevallen opmerkelijk hoe deze
stoornissen, h. v. neuralgiforme pijnen in de beenen of in den
rug, ontstaan na psychische prikkels en hoe zij direct afhankelijk
zijn van den gemoedstoestand van den lijder. Bij elke recidive
of verergering der ziekte zien wij onmiddellijk deze pijnen
weer optreden. Eene kleine psychische inspanning kan genezen
pijnen weer te voorschijn roepen. Al deze omstandigheden laten
zich moeielijk vereenigen met eene medullaire of periphere
localisatie van het verschijnsel.
De gevoelsstoornissen bij neurasthenie zijn verder niet gebon-
den aan het anatomisch verloop der periphere zenuwen, maar
zjjn dikwijls zeer zonderling en voor ons voorloopig onbegrijpelijk.
-ocr page 100-
92
Dikwijls zijn wg in de gelegenheid te constateeren, dat zy
afhankelijk zijn van stoornissen in de inwendige organen, zoo-
als wij reeds bespraken, toen wij over de irradiatie van pijn-
gevoelens handelden.
Eene verdere oorzaak voor gevoelsstoornissen zijn zonder
twijfel de denkbeelden van den lijder zelven. Bij de bestaande
neiging van neurasthenici tot waarneming van hun eigen lichaam
en van de kleine stoornissen daarin, richten zij op elk onge-
woon gevoel zeer intensief hunne aandacht. Elke stoornis wordt in
nosophobische richting verwerkt; er ontstaan zeer gemakkelijk
angstvoorstellingen, die op hun beurt wederom de primitieve
stoornis verergeren.
Gaan wij nu de gevoelsstoornissen in de verschillende qualiteiten
na en behandelen \'t eerst de algemeene lichaamssensibiliteit.
Het eerste wat van belang is op te merken, is het ontbreken
van anaesthesiën en analgesiën, zooals die door objectief
onderzoek kunnen aangetoond worden. Dit is een der meest
belangrijke differentieel diagnostische kenteekenen tusschen
neurasthenie en hysterie, waar deze verschijnselen zeer
gewoon zijn. Hetzelfde geldt ook voor de zintuigwaarnemingen.
De gevoelstoornissen bewegen zich bij neurasthenie hoofd-
zakelijk in de richting van hyperaesthesiën, hyperalgesiën en
paraesthesiën. Of zuivere hyperaesthesiën bij neurasthenie voor-
komen is voor het huidgevoel minstens twijfelachtig en is in
elk geval niet aangetoond. Deze hyperaesthesie zou moeten
blijken of door het percipieeren van prikkels, die in normale
omstandigheden niet waargenomen worden of door het waar-
nemen van fijnere onderscheidingen in de intensiteit van prikkels,
dan normale menschen dat kunnen doen. Speciaal in deze
richting geleide onderzoekingen hebben aangetoond dat deze
overgevoeligheid voor huidprikkels niet bestond. Voor de hoogere
zintuigen en voor de gevoelens der inwendige organen is het
echter wel mogelijk dat zuivere hyperaesthesie bestaat.
Voor de algemeene sensibiliteit blijven ons dus over om te
bespreken de hyperalgesiën en de paraesthesiën.
-ocr page 101-
93
De hyperalgesie is bij neurasthenie een zeer belangrijk ver-
schijnsel. Dit symptoom kan het geheele ziektebeeld beheerschen
en daaraan een eigenaardig cachet geven. Men neemt dan som-
tijds waar, wat men heeft genoemd eene monos ymptoma-
tische vorm van neurasthenie.
Onder hyperalgesie verstaat men het als pijn voelen van
prikkels, die onder normale omstandigheden niet als zoodanig
worden gepercipieerd.
Deze hyperalgesiën komen zeer veelvuldig voor, en hebben
een grooten invloed op de gemoedsstemming van den lijder,
niet alleen door hunne hevigheid, maar evenzoo door hun langen
duur. Daardoor is het den lijder onmogelijk zich met iets anders
dan met zijne pijnen te bemoeien. Deze pijnen zijn van verschil-
lenden aard, soms is het mogelijk binnen het pijnlijk gebied
bepaalde zeer pijnlijke punten te bepalen, die vooral voor druk
zeer gevoelig zijn. Hebben zij dan verder het karakter van
schietende pijnen, dan gelijken zij veel op neuralgiën, waarvan
zij echter gewoonlijk gemakkelijk te onderkennen zijn door
hunne localisatie, die zich niet houdt aan de verspreiding der
periphere zenuwen. Somtijds zijn deze pijnen rond of binnen in
de gewrichten gelocaliseerd, waardoor deze in hunne beweeg-
lijkheid ernstig gestoord kunnen zijn. Ook komen zij voor in
de diepere weeke deelen, zoo b. v. in de spieren en worden
door bewegingen vermeerderd.
Een zeer veel voorkomende vorm van pijn, die tot groote
bezwaren aanleiding geeft is de rachialgie. De lijder gevoelt
de pijn somtijds langs de geheele lengte der wervelkolom;
daardoor kunnen de bewegingen zeer bemoeielijkt zijn en tijden
lang blijft de patiënt in een liggende houding. In andere ge-
vallen is de pijn meer op bepaalde plaatsen gelocaliseerd, met
predilectie voor de halsstreek, de maagstreek en de lendestreek;
soms zijn dan punten te vinden, die op druk exquisiet pijnlijk
zijn. Redenen, die deze ruggepijnen tot eene afzonderlijke ziekte,
de z.g. spinaalirritatie zouden stempelen zijn er niet. Het
is een lastig en hardnekkig verschijnsel, dat bovendien voor
-ocr page 102-
94
den patiënt somtijds aanleiding is te denken, dat hij een rug.-
gemergslijden heeft.
Dezelfde soort pijnen, die in den rug voorkomen, kunnen zich
ook op bijna alle andere plaatsen van het lichaam localiseeren.
Dikwijls vindt men ze in de beenen, in de lendestreek, in de
armen en in de schouders. Het komt dan voor dat zij zeer be-
weeglijk zijn, nu eens hier, dan weer daar. Daarbij kunnen zij
plotseling verdwijnen om even plotseling weer te voorschijn te
komen. Zij hebben in hun karakter, zooals de patiënt ze be-
schrijft, eenigen overeenkomst met neuralgiën, ze zijn echter niet
aan de verbreiding der periphere zenuwen gebonden. Gewoon-
lijk zijn zij hardnekkig.
Op allerlei plaatsen van het lichaam komen pijnpunten voor,
voornamelijk echter aan het hoofd; predilectie plaatsen voor
deze pijnpunten, zooals die bij hysterie voorkomen, zijn nog
voor neurasthenie onbekend.
Veelvuldig zijn paraesthesiën, ook wederom over het geheele
lichaam verdeeld. Nu eens zijn het rillingen over een of ander
lichaamsdeel, dan weer kriebelingen, ook heb ik herhaaldelijk
jeuk waargenomen, waarvoor ik geen objectieve oorzaak kon
vinden en die dan tot de verschillende vormen van p r u r i t u s
worden teruggebracht.
Onder deze paraesthesiën komt de grootst mogelijke ver-
scheidenheid voor en hier kan men dikwijls het verschijnsel der
irradiatie in hoogen mate waarnemen. Dikwijls worden deze
paraesthetische gevoelens op zeer avontuurlijke wijze verwerkt.
Talrijk zijn de gevoelens die van het hoofd uitgaan, zoo b. v.
leegheid in het hoofd, bewegingen, verschuivingen, dreunen,
pijn, die met de gedachten samenhangt enz. Deze gevoelens
beperken zich niet tot het hoofd, maar „stralen daarvan uit,"
of „hangen samen/ of „correspondeeren" met allerlei gevoelens in
\'t lichaam. Dikwijls hoort men dat zij uitstralen „naar de maag toe, *
„waar het blijft zitten," of „naar het hart," of naar de „teel-
deelen," waar de verbinding met het eerste gevoel in het hoofd
plaats heeft. De meest avontuurlijke combinaties zijn in de
-ocr page 103-
95
gevoelens van den ljjder mogelijk. Een patiënt vertelde mij,
dat het was alsof zijn hersenen zich verwrongen in een vuurbol,
die vandaar uit door zijn rug naar zijne genitaliën schoot. Eene
dergelijke klacht schijnt vreemd, dikwijls heeft men het simulatie
genoemd. Iemand, die zenuwlijders goed verstaat weet echter
beter, zulke dingen worden niet gesimuleerd. De vraag is echter,
hoe men dergelijke klachten moet opvatten en dan geloof ik,
•dat eene mogelijkheid van verklaring alleen gegeven is, wanneer
men aanneemt, dat zij op de een of andere wijze samenhangen
met de denkbeelden van den patiënt over zijn lichaam en de
same nstelling daarvan.
Hoe het lichaam is samengesteld, is ook aan het ontwikkelde
publiek hoogst onvoldoende bekend, omdat de persoon het
nooit geleerd heeft. Wanneer men bij ontwikkelde menschen
daarnaar een onderzoek doet, valt dat ontzettend tegen. Het
denkbeeld dat de nieren in de maag zitten, dat de hersenen
door den neus uitgesnoten worden, is zoo bijzonder ongewoon
niet. Het wil mij voorkomen, dat bovengenoemde zonderlinge
gevoelens bij neurasthenie, die dikwijls door den patiënt met
groote nauwkeurigheid worden beschreven, met dergelijke denk-
beelden samenhangen.
l>e patiënt, die dergelijke gevoelens heeft, is met den uitleg
daarvan minder verlegen dan zijn medicus. Hij zal niet meenen,
dat er werkelijk een vuurklomp van zijn hersenen door zijn
ruggemerg heenschiet, maar alle gevoelens samen geven hem
het denkbeeld, dat zijn hersenen, zijn ruggemerg etc, niet in
orde zijn; zij zijn verweekt, ontstoken, enz. Deze gevoelens
geven den patiënt den voornaamsten grond tot zijn nosopho-
bische denkbeelden en maken hem tot een hypochonder.
Nog talrijke andere gevoelsafwijkingen zijn in en aan het hoofd
te constateeren. Sommige lijders klagen over het gevoel of er
een band om hun hoofd zit, of hebben bepaalde punten, die
dikwijls tijden lang dezelfde ligging houden, die bij eenvoudige
aanraking zeer pijnlijk zijn. Deze pijnpunten doen sterk denken
aan dezelfde verschijnselen bij hysterie. Een mijner patiënten
-ocr page 104-
96
klaagde, dat hij voortdurend het gevoel had van een gat in
z\\jn hoofd, tot op zijn hersenen door. Anderen hebben het
gevoel dat hun hoofd te groot of te klein is, dat er mieren in
de hersenen loopen; een ander mijner patiënten had het gevoel,
dat de eene helft van \'t hoofd bij de andere helft een stukje
naar voren was verschoven. Lastig zijn de gevoelens van
bewegingen en kantelingen in het hoofd. De lijder vindt zulke
gevoelens zelf zoo zonderling, dat hij als vanzelf tot het
denkbeeld komt, dat er aan zijn hersenen iets ziek is. Zeer
algemeen is een gevoel van drukking op of in het hoofd, dat
soms niet van pijn in \'t hoofd onderscheiden kan worden.
Pijn in \'t hoofd komt veel voor; ze is zeer verschillend geloca-
liseerd, in \'t voorhoofd, in \'t achterhoofd, dwars door \'t hoofd,
door \'t geheele hoofd enz. In \'t algemeen is de pijn niet zoo
hevig, als het bij migraine en andere ziekten voorkomt.
Al deze sensibele stoornissen gemeenzaam is hunne directe
afhankelijkheid van het geestelijk leven. Eene kleine inspanning,
de lectuur van eenige regels schrift, is in vele gevallen vol-
doende ze te voorschijn te roepen. Dit geldt van deze gevoelens
nog in meerdere mate, dan van de vroeger besprokene sensibele
stoornissen, hoofdzakelijk wederom door de aanwezigheid van
een suggestief moment. De lijder is geneigd alle gevoelens om
en in het hoofd met zijne geestvermogens in verband te brengen
en deze populaire wetenschap brengt hem er toe elke geeste-
lijke inspanning met deze gevoelens te associeeren.
Tot de paraesthesiën behoort verder een belangrijk symp-
tomen-complex, de z.g. duizeligheid. Dit verschijnsel komt
veel en in verschillenden vorm voor. Gewoonlijk laat zich deze
neurasthenische duizeligheid goed onderscheiden van duizelingen,
die men bij organische zenuwziekten vindt, zoo b. v. bij aan-
doeningen der kleine hersenen, bij tabes dorsalis etc. Het
verschil is hierin gelegen, dat bij duizeligheid uit organische
oorzaken, de bewegingsstoornis evenredig is met het gevoel
van duizeligheid; elke duizeligheid heeft onmiddellijk de be-
wegingsstoornis ten gevolge. Bij neurasthenie schuift zich een
-ocr page 105-
97
psychische factor daartusschen en wel in die mate, dat men
van de bewegingsstoornis objectief niet veel bemerkt. De lijder
gaat zijn gevoel van duizeligheid beredeneeren en neemt zijn
voorzorgsmaatregelen. Kaï\'akteristiek voor aandoeningen der
kleine hersenen is de z.g. dronkenmansgang, iets dergelijks komt
bij neurasthenie niet voor, de neurasthenicus klaagt, dat de
grond onder hem golft, of dat hij naar links of rechts geduwd
wordt, maar de daaraan beantwoordende stoornis in de beweging
ontbreekt bijna, of geheel. Niet ontbreken de daarmee gepaard
gaande angstvoorstellingen en de daarop volgende voorzorgs-
maatregelen. Een verder differentiaal-diagnostisch teeken, dat
van belang is bestaat hierin, dat de duizeligheid bij neurasthenie
ook in liggende houding voorkomt; bij sommige patiënten zelfs
alleen in liggende houding.
Duizeligheid komt bij neurasthenie in den meest verschillenden
vorm voor; somtijds heeft de lijder het gevoel, dat hij zelf
beweegt, somtijds is het de omgeving, die van plaats verandert,
in beide gevallen is het gevolg, dat de patiënt zijn gevoel van
oriëntatie in de ruimte verliest. De lijder klaagt b. v. dat de
grond om hem heen eene golvende beweging aanneemt of wel
de voorwerpen wijken achteruit, of hij zelf wordt op zij ge-
trokken en heeft de neiging steeds naar rechts of links te
loopen. Somtijds is dit aan den gang en de lichaamshouding
van den patiënt te zien; deze laatste neemt dan eene lichte bocht
aan met de convexiteit naar de zijde, waar hij zich heen voelt
getrokken. Verder komen gevoelens van allerlei draaiende
bewegingen voor. Somtijds is het den patiënt moeielijk het
nader te beschrijven, soms verneemt men talrijke details.
Zeer hinderlijk kunnen duizelingen zijn, wanneer zij in lig-
gende houding optreden. De lijder meent dan, dat hij valt en
zoekt een steun voor zijn lichaam in de richting waarheen
hij meent te vallen; verder kan hij het gevoel hebben, alsof
b. v. zijn hoofd voortdurend naar beneden zakt, welk gevoel
hij door stapels van hoofdkussens voortdurend tevergeefs tracht
te voorkomen. Bij een mjjner patiënten ging deze laatste vorm
7
-ocr page 106-
98
van duizelingen zoo ver, dat hij meende om een as dwars
door de lengte van zijn lichaam te draaien. Dikwijls worden
patiënten met duizelingen wakker of hebben zij gevoelens van
duizelingen in een droom of in een halve slaap.
Hinderlijk is het, wanneer het verschijnsel voorkomt dat de
patiënt altijd aan duizeligheid moet denken of wanneer hij
zich voorstelt in een luchtballon te zitten, waarvan de touwen
breken of op een toren, die omvalt, of dat hij over de balklaag
in een huis heenloopt en uitglijdt. In de meest verschillende
vormen komen dergelijke voorstellingen zoowel slapende, als
droomende en wakende voor.
De duizelingen komen continueel of in aanvallen voor. In \'t
laatste geval kunnen zij zeer hevig zijn en hebben altijd een
ongunstigen invloed op het ziekteverloop. In de eerste plaats
omdat zij altijd aanleiding geven tot nosophobische voorstellingen
en verder ook omdat zij, zonder de tusschenkomst van het
psychisch element, de genezing vertragen. Een mijner patiënten
had ongeveer elke twee maanden een aanval van duizelingen,
in den tusschentijd kwam hij weer zooveel bij, als hij van de
vorige duizeling had geleden.
De toestand van het maag-darmkanaal is van grooten invloed
op de duizelingen. Bekend is hoe lang geduurd hebbende obsti-
patie aanleiding kan geven tot hardnekkige duizelingen, die
genezen zoodra de obstipatie genezen is. Zoo ook kunnen door
ziektetoestanden van de maag uit duizelingen ontstaan. Bekend
hiervan is de z.g. geeuwhonger. Deze ontstaat bij niet voldoende
gevuldheid van de maag, gaat gepaard met een zeer intensief
gevoel van honger, met vasomotorische stoornissen, vooral in
\'t hoofd, een gevoel van onmacht, de vrees om ineen te zakken
met vermeerderde intensiteit der hartwerking en met duizelig-
heid. Of organische ziekten der maag duizelingen kunnen ver-
oorzaken is meer of min twijfelachtig, des te meer geschiedt
dit door de verschillende vormen van nerveuse dyspepsie.
De duizelingen bij neurasthenie gelijken veel op die bij
Menièresche ziekte, in den aard der duizelingen kan men geen
-ocr page 107-
99
verschil maken, het gewicht voor de diagnose moet gelegd
worden op \'t organisch oorlijden bij de Menièresche ziekte, dat
zijn dus de oorsuizingen en de doofheid.
Een dikwijls voorkomend verschijnsel is eene gevoeligheid
voor wisselingen in temperatuur en weersgesteldheid. Wanneer
het koud is hevige klachten over de koude en de vocht, met
groot verlangen naar warme dagen en zijn deze aangebroken,
dan een terugverlangen naar de frissche kou van den winter,
die spierkracht en wilskracht geeft.
Dergelijke personen, die gewoonlijk tot de chronische neuras-
thenici behooren, zijn dikwijls ware weerprofeten geworden, zij
houden lijsten bij van de dagelijksche temperatuur, zijn in hunne
kleeding op alles voorbereid enz. Is het weder gedurende de
zomermaanden wat minder goed, dan kunnen zij in hooge
mate geïrriteerd zijn. De wind is dikwijls hun groote vijand,
en omdat een ieder zich zijn eigen misères het best herinnert,
beweren zij, dat het in ons land altijd waait. Hevige koude
is voor sommige neurasthenici een ondragelijk lijden, eenige
mijner patiënten herinneren zich nog met grooten schrik den
winter van 1890—91.
Bij neurasthenie komt voor het gevoel van spiervermoeidheid,
zonder dat eenige arbeid verricht is. Een dergelijk gevoel van
vermoeidheid kan tijden lang achter elkaar bestaan om langzaam
bij de genezing weer te verdwijnen. Het komt ook voor in
aanvallen, die vrij plotseling komen en gaan. Dit gevoel van
vermoeidheid, waarvan de cerebrale oorsprong niet te miskennen
is, kan de oorzaak zjjn, dat de lijder zich hoe langer hoe
minder beweegt, totdat hij eindelijk leeft tusschen bed en sofa.
Somtijds wordt dit gevoel in het geheele lichaam gevoeld, dik-
wijls hoofdzakelijk in de beenen en in de rugspieren.
Op de gevoelens in de digestie-, circulatie- en genitaalorganen
komen wij nog later terug.
Er komen verder voor gevoelens van zwakte en onmacht,
de lijder is bang van zich zelf te vallen, kan niet loopen, valt echter
niet neer; dit is een vruchtbare bron voor nosophobische gedachten.
-ocr page 108-
100
De stoornissen in de sensibele functiën vervolgende komen
wij tot de speciale zintuigen.
Bij het oog is het zeer moeielijk de zuiver psychische afwij-
kingen te scheiden van die, welke veroorzaakt worden door
aandoening van het oog zelf. Met verschillende oogafwijkingen,
die zuiver psychisch zijn hebben wij reeds kennis gemaakt, zoo b. v.
met de gevoeligheid voor licht, met de onmogelijkheid om te
lezen, doordat zich bij de lectuur een onaangenaam gevoel van
vermoeidheid, gepaard met duizeligheid enz. voordeed.
Andere oogstoornissen doen meer denken aan eene functio-
neele aandoening der retina, ofschoon dit voor geen enkele
strikt te bewijzen is.
Wij hebben in de eerste plaats de afwijkingen in de uitge-
breidheid van het gezichtsveld. Vernauwing van gezichtsveld in
concentrische richting komt bij neurasthenie slechts in geringen
graad voor; eenige waarnemers schijnen daar enkele gevallen
van geobserveerd te hebben; dit zijn evenwel uitzonderingen
en het is een zeer karakteristiek onderscheid met de hysterie,
waar deze gezichtsveldbeperking zeer dikwijls en in zeer hoogen
graad voorkomt.
Van neurasthenie wordt vermeld eene snelle vermoeienis van
het gezichtsveld. Deze openbaart zich aldus, dat bij onderzoek
van het gezichtsveld met den perimeter men, steeds doorgaande
met de uitgebreidheid van het gezichtsveld te bepalen, dit voort-
durend nauwer vindt. Men veronderstelt dan, dat door de
inspanning van het opvangen en verwerken der beelden de
retina in zijne periphere gedeelten gaat vermoeien. Ook heeft
men waargenomen, dat bij onderzoek van de peripherie naar
het centrum heen het gezichtsveld grooter uitviel, dan bij
onderzoek van het centrum naar de peripherie toe. Ook dit
heeft men aan eene vermoeienis van de retina willen toe-
schrijven.
Het is mij niet recht duidelijk hoe deze waarnemingen wijzen
op een uitputtingstoestand der retina. De concentrische beper-
king van het gezichtsveld wordt bij hysterie te recht als een
-ocr page 109-
101
psychisch symptoom opgevat en indien het bij neurasthenie
voorkomt, zou het naar mijne meening ook als zoodanig beschouwd
moeten worden. De vernauwing van het gezichtsveld door ver-
moeienis, gevonden bij het onderzoek met den perimeter, schijnt
mij toe evenzoo goed een psychisch verschijnsel te kunnen wezen.
Herhaaldelijk hoort men bij neurasthenie de klacht, dat het
zoo moeielijk is te fixeeren, omdat telkens het fixatiepunt
verdwijnt, om na eenige oogenblikken weer te verschijnen. Dit
is dus een analoog verschijnsel voor het fixatiepunt, als de
bovengenoemde vermoeienis dat is, voor het periphere gezichts-
veld. De opname van het gezichtsveld bij neurasthenie, vooral
in de zwaardere gevallen is dikwijls moeielijk, somtijds onmo-
gelijk door de onaangename gevoelens in \'t oog zelf of in \'t
hoofd; het is een gevoel van spanning, van branden, van dui-
zeligheid enz. De oorzaak hiervan is hoofdzakelijk, dat het voor
den patiënt eene tamelijk inspannende bezigheid is, die een zekere
mate van concentratie en oplettendheid vereischt en hiertoe is,
wij zagen dit reeds herhaaldelijk, een neurasthenicus niet in staat.
Ook ziet de patiënt bij fixatie dikwijls bewegingen ontstaan.
Hij ziet b. v. naar het behang en langzamerhand beginnen alle
figuren door elkaar heen te loopen en te draaien.
Dezelfde onaangename gevoelens in \'t oog neemt men waar,
wanneer de patiënt zijn oogen gebruikt voor naaiwerk of andere
bezigheden, waarbij hij in de nabijheid moet zien. Het komt
dan voor, dat plotseling het geheele gezichtsveld verduistert,
alles zwart voor de oogen wordt; dit kan gepaard gaan met
een gevoel van duizeligheid en onmacht.
Behalve deze stoornissen worden door verschillende onder-
zoekers opgegeven stoornissen in het spierapparaat van het
oog. Deze hangen samen met motorische stoornissen der intra-
en extra-oculaire spieren en berusten op eene abnormaal snelle
vermoeibaarheid daarvan. Zoo neemt men waar een snelle
vermoeibaarheid der accomodatiespieren, waardoor bij het zien
in de nabijheid stoornissen ontstaan als duizeligheid, pijngevoe-
lens in de oogen, verduistering van het gezichtsveld enz. De
-ocr page 110-
102
pupil zou zich bij deze accomodatiezwakte bij \'t zien in de
nabijheid niet vernauwen. Dit verschijnsel heeft men genoemd
Asthenopia accomodativa.
Langdurige convergentie is dikwijls door vermoeidheidsstoor-
nissen, duizeligheid, zelfs aanvallen van bewusteloosheid gevolgd.
In vele gevallen laat zich dit gemakkelijk constateeren wanneer
men den patiënt met de oogen een dicht in de nabijheid zich
bevindenden vinger laat volgen.
Zeer frequent zijn paraesthesiën in het gebied van het
gehoororgaan. Een eenvoudig suizen is gewoonlijk alleen hin-
derlijk, wanneer het eene belangrijke intensiteit verkrijgt. Tal-
rijke andere geluiden komen voor, bonzen, kloppen, kraken,
waaien enz. Dikwijls is het, dat de patiënt het geluid niet
nauwkeurig kan localiseeren en het in het hoofd, vooral het
achterhoofd gevoelt. Dit is dikwijls een geluid, dat de lijder
zelf moeielijk aanduiden kan en waarvoor hij allerlei avontuur-
lijke omschrijvingen en vergelijkingen gebruikt. Deze gewaar-
wordingen kunnen zeer hardnekkig zijn en behooren tot de
meest kwellende verschijnselen der ziekte.
Behalve deze paraesthesiën behooren de hyperaesthe-
siën van het gehoor tot de meest gewone verschijnselen onzer
ziekte. In geringe mate komen zij in de meeste gevallen van
neurasthenie voor. Storend en zelfs zeer storend zijn zij in de sterk
uitgesproken gevallen. Hier hindert elk geluid den lijder. Het
geringste gedruisch, het tikken van een klok, het neerzetten
van een stoel, het gonzen van water enz., al wat naar geluid
zweemt wordt als pijn ondervonden. Daarmee contrasteert soms
in opvallende mate de schelle stem van den lijder zelf, deze
wordt niet pijnlijk gehoord, evenals alle geluiden, die de lijder
zelf maakt. Hiermee gepaard is dikwijls een schrikken bij elk
geluid, waardoor de patiënt zeer verontrust kan worden en
dat door de dikwijls begeleidende hartpalpitaties wederom aan-
leiding kan geven tot nosophobische denkbeelden.
In \'t algemeen zijn alle subjectieve gevoelens van het oor
uit zeer hardnekkig.
-ocr page 111-
103
Of hyperaesthesie in zuiveren vorm, als een werkelijk fijner
gevoelen der geluiden voorkomt is mogelijk, maar door het
experiment ook hier niet met voldoende zekerheid vastgesteld.
Als verschijnsel waarover de lijder klaagt is het niet be-
kend; de z.g. hyperaesthesie is altijd vergezeld van pijnge-
voelens bij de waarneming en is dus in strikten zin meer een
paraesthesie.
III. Motorische Stoornissen.
Motorische verschijnselen openbaren zich bij neurasthenie
hoofdzakelijk in den vorm van spierzwakte en abnormaal snelle
vermoeibaarheid van verschillende spiergroepen of van alle
spieren.
Uit de aard dezer stoornissen is het zonder meer duidelijk
dat zij niet door een organisch proces veroorzaakt worden,
degeneratieve reactie en trophische stoornis ontbreken steeds.
De voedingstoestand der spieren is afhankelijk van den alge-
meenen toestand en dikwijls van de inactiviteit, waarin de
spieren door onvoldoende beweging van den lijder gedurende
langen tijd verkeeren; tropische invloeden door laesie van de
zenuw kan men niet constateeren. Wij hebben dus ook hier
wederom te doen met functioneele stoornissen.
De localisatie van deze functioneele processen te bepalen is
echter wederom moeielijk. In hoofdzaak zijn zonder twijfel de
hersenen aangedaan, maar ook hier moet met de mogelijkheid
rekening gehouden worden, dat zoowel de geleidingsbanen van
de hersenen naar het ruggemerg, als het ruggemerg zelf en het
periphere zenuwstelsel functioneele stoornissen zouden kunnen
vertoonen en differentieel-diagnostische kenteekenen, die ons
hier den weg zouden kunnen wijzen, hebben wij voor deze moto-
rische verschijnselen niet, evenmin als voor de vroeger besprokene
sensibele. In vele gevallen is het duidelijk hoe de motorische ver-
schijnselen direct afhankelijk zijn van den psychischen toestand, hoe
zelfs de directe ideeën-associatie van invloed is op de bestaande
spierzwakte. In die gevallen heeft men stellig recht om van
-ocr page 112-
104
eene psychische spierzwakte te spreken. In andere gevallen is
dit minder duidelijk en toont de betrekkelijke onafhankelijkheid
der spierzwakte van den geestelijken toestand van den lyder
aan, dat de spierzwakte niet direct psychologisch veroorzaakt
wordt. In dergelijke gevallen heeft men recht eene meer locale
functioneele stoornis in de centraal-windingen te veronderstellen.
Men kan gevoegelijk tweeërlei motorische stoornissen bij
neurasthenie onderscheiden, de verlammings- en de prikkelings-
verschijnselen; de verlammingsverschijnselen openbaren zich als
spierzwakte en spiervermoeidheid ; de prikkelingsverschijnselen
als spieronrust, spierkrampen en tremoren.
De verlammingsverschijnselen behooren tot de belangrijkste
symptomen der neurasthenie en worden in de meeste gevallen
van deze ziekte meer of min duidelijk gevonden. Zuivere para-
lysen van spieren komen niet voor, zooals wij deze zoo dikwijls
bij hysterie vinden. Dit is een der belangrijkste differentiaal-
diagnostische kenteekenen om beide functioneele neurosen van
elkaar te onderkennen.
De spierzwakte bij neurasthenie openbaart zich hoofdzakelijk
als eene abnormaal snelle vermoeibaarheid; deze kan over alle
lichaamsspieren verspreid zijn, zoodat niet alleen de locomotie
gestoord is, maar dat ook stoornissen in de animale functiën
in de ademhaling en bij het kauwen van spijzen optreden. Een
mijner patiënten had voor elk van zijne maaltijden minstens
een uur noodig omdat zijne kauwspieren zoo spoedig hunne
diensten weigerden Bijna in alle gevallen is deze gemakkelijke
vermoeibaarheid dynamometrisch aan te toonen en daarbij is
dan op te merken, dat men dikwijls gevallen ontmoet, waar de
resultaten van den dynamometer in schrille tegenspraak zijn
met den bloeienden toestand der voorarmspieren. Deze schijnbare
tegenspraak tusschen functie en anatomischen toestand der spieren
lost zich op, wanneer men bedenkt, dat willekeurige spierarbeid
ook een psychisch proces is en dat, zooals Mosso aange-
toond heeft, spiervermoeienis voor een groot gedeelte op hersen-
vermoeidheid berust. In een therapeutisch opzicht is hieruit
-ocr page 113-
105
deze leer te trekken, dat men voorzichtig moet zijn om aan
neurasthenici met het verschijnsel van spiervermoeidheid, wille-
keurigen spierarbeid aan te raden. In deze fout is men herhaal-
delijk vervallen, meenende dat voor een vermoeiden geest spier-
arbeid de beste afleiding was om tot rust te komen. Dit is
principieel een ernstige fout. Door Krapelin en anderen is
experimenteel aangetoond hoe ongunstig spierarbeid als rust-
periode, b. v. voor schoolkinderen werkt. De kliniek der
neurasthenie leert ons deze waarheid in zeer hooge mate kennen.
Herhaaldelijk kan men waarnemen, vooral in het reconvalescentie-
tjjdperk eener neurasthenie, hoe door eene kleine vermoeidheid
alle verdwenen verschijnselen weer plotseling terugkomen, som-
tijds in de oorspronkelijke hevigheid. Gewoonlijk verbeteren zij
dan weer spoedig.
Er bestaat tusschen de neurasthenische en de hysterische
spierzwakte nog een belangrijk verschil, dat naar het mij voor-
komt op een verschil in aard der beide functioneele neurosen
wijst. Er komen bij hysterie gevallen voor waar juist als dat
zooeven voor neurasthenie is vermeld, de resultaten van het
onderzoek met den dynamometer in schrille tegenspraak zijn
met den goeden voedingstoestand der spieren. Bij hysterie kan
men dan verder waarnemen, hoe deze tegenspraak verdwijnt,
wanneer de patiënt mechanisch werk doet, dat wil zeggen
dagelijksche bezigheid verricht. Hysterische dienstboden, die
dagelijks zwaren arbeid verrichten, kunnen op den dynamometer
somtijds zeer weinig kracht vertoonen. Iets dergelijks vindt
men bij neurasthenie niet. Hier ziet men, dat gespierde personen,
die weinig dynamometrische kracht vertoonen, ook huiten staat
zijn zwaren arbeid te verrichten. De oorzaak van dit verschil
is naar het mij voorkomt gelegen in deze omstandigheid, dat
bij hysterie alle verschijnselen berusten op een ziekte der voor-
stellingen en dat in casu de spierzwakte, alleen dan duidelijk
wordt, wanneer er te gelijk psychische arbeid mede gepaard
gaat, wanneer het dus bewust gewilde bewegingen zijn.
Is dit niet het geval, zooals b. v. bij mechanische arbeid, die
-ocr page 114-
106
dagelijks verricht wordt en dus tot gewoonte geworden is, dan
verdwijnt ook de spierzwakte.
Neurasthenie is niet in zoo hooge mate psychisch als hysterie,
zooals ons later bij de bespreking der traumatische neurose nog
nader zal blijken. De vermoeienisverschijnselen der neurasthenie
dragen een meer organisch cachet, dan de stoornissen in het
voorstellingsleven bij hysterie. De spierzwakte en spiervermoeid-
heid bij neurasthenie kunnen algemeen zijn. De lijder komt er
dan vanzelf toe langzamerhand meer rust te nemen.
Gewoonlijk zijn hoofdzakelijk de rug en de beenspieren aan-
gedaan. Men hoort dan klachten, dat de houding rechtop zoo
moeielijk wordt en dat er steeds meer bezwaren bij het loopen
komen. Patiënt kan niet meer recht op den stoel zitten, hij kan
geen pas meer doen, dikwijls verbinden zich hiermede klachten
over pijnlijkheid in den rug en in de beenen. Somtijds wordt
elke vermoeidheid als pijn gevoeld. Vooral in deze gevallen
komen de patiënten er toe zich absoluut van elke beweging
te onthouden en brengen zij hun leven steeds meer in liggende
houding door. Deze gevallen komen overeen met wat men
vroeger spinaalirritatie noemde. Ondanks de vele rust, die ge-
nomen wordt, blijft steeds hetzelfde hinderlijke gevoel van
spierzwakte en zeer gewoon is de klacht, dat de vermoeidheid
ook na een rustigen slaap, even zoo groot of zelfs grooter is
dan vóór het slapen gaan.
Door deze spierzwakte kunnen verder de halsspieren aan-
gedaan zijn, de lijder heeft dan moeite het hoofd rechtop te
houden, in zware gevallen wordt elke beweging met het hoofd
vermeden en maakt de lijder een ongelukkigen indruk.
Bij een mijner patiënten bestond deze zwakte in de adem-
halingsspieren De ademhaling was zeer oppervlakkig, na eenige
zwakke ademhalingen, aan het eind van welke de lijder meer of
min dyspnoeisch werd, kwam een diepe inspiratie. Patiënt viel
de omgeving op door haar herhaald zuchten, zij zelf klaagde
«teeds over benauwdheid en vermoeidheid. Het verschijnsel
maakte een zeer zonderlingen indruk en had eenige overeen-
-ocr page 115-
107
komst met het z.g. verschijnsel van Cheyne-Stoke. Deze moto-
rische zwaktetoestanden behooren tot de zeer hardnekkige ver-
schijnselen der neurasthenie. Ook zij zijn wederom een vruchtbare
bron voor allerlei nosophobische voorstellingen en hebben grooten
invloed op de stemming van den lijder.
Van motorische symptomen verdient verder vermelding de
stoornis in de spraak; deze draagt geheel den stempel van eene
psychische afwijking. De spraak is te langzaam of in andere
gevallen te gejaagd. Tn \'t laatste geval verspreekt de lijder zich
licht of zegt woorden, die eene andere beteekenis hebben. In
de articulatie der woorden is somtijds iets hesiteerends, zonder
dat men de groffere articulatiestoornissen der organische zenuw-
ziekten kan constateeren. Het verspreken Avordt door den lijder
bemerkt, en gecorrigeerd, wanneer hij de noodige energie daar-
voor bezit. Van groote beteekenis zijn deze afwijkingen in de
spraak niet en het verschil met dezelfde afwijkingen bij orga-
nische hersenziekten is gewoonlijk duidelijk genoeg. Van grooten
invloed zijn psychische toestanden, affecten etc.
Analoge afwijkingen komen in \'t schrift voor. Sommige lijders
verschrijven zich dikwijls, een gereede oorzaak hiervoor is ver-
strooidheid. De patiënt is bij \'t einde van den regel dikwijls
met geheel iets anders bezig, dan bij het begin; hierdoor komt
het dat hij plotseling midden in een woord of een regel ophoudt.
Het schrift verkrijgt daardoor dikwijls iets slordigs, met vele
doorhalingen en krabben. Onder \'t schrijven verandert dikwijls het
karakter van \'t schrift, al naar den gemoedstoestand van den lijder.
Zooals wij reeds vroeger gezien hebben is in vele gevallen het
schrijven voor den lijder een veel te inspannende bezigheid.
Hij brengt het in sterk uitgesproken gevallen niet verder dan
tot enkele woorden en is dan door paraesthesiëu, vooral in \'t
hoofd of door een gevoel van vermoeidheid niet in staat verder
te gaan.
De stoornissen in \'t schrijven zijn gewoonlijk intensiever en
treden vroeger op dan die van \'t spreken, omdat schrijven eene
meer inspannende bezigheid is, meer concentratie van den geest
-ocr page 116-
108
verlangt en omdat de gedachtengang de woorden moet volgen,
deze is dus langzamer en er bestaat meer gelegenheid tot
afdwalen.
Binnen het terrein der neurasthenie vallen naar mijne meening
de z.g. „Beschaftigungsneurosen".
Men is gewoon deze als afzonderlijke neurosen te beschouwen
en ze als zelfstandige ziekten te behandelen; ik geloof echter ten
onrechte. In de meerderheid toch der gevallen van „Beschaftigungs-
neurosen" ontwikkelt zich de aandoening in begeleiding van talrijke
andere nerveuse verschijnselen en zoover mijne waarneming gaat,
vallen die geheel binnen het gebied der neurasthenie. Het valt
evenwel niet te ontkennen, dat er enkele gevallen voorkomen waar
deze begeleidende nerveuse verschijnselen zeer gering zijn en
binnen de breedte der normale afwijkingen vallen. Dit is echter
bij neurasthenie niet zoozeer ongewoon; ook andere verschijn-
selen, als voorbeeld daarvan kan men de maag- en hartsymptomen
noemen, kunnen vrij wel geïsoleerd voorkomen; de Franschen
hebben dit genoemd eene „neurasthenie monosymptomatique".
Ook bij hysterische toestanden heeft men de „Beschaftigungs-
neurose" waargenomen. Hierbij dient men echter op te merken,
dat deze afwijking daar betrekkelijk zelden is en alleen dan
voorkomt, wanneer men geene klinisch scherp omschrevene
hysterie voor zich heeft, maar een mengvorm, een overgangs-
vorm tot neurasthenie, zooals in onze neurologische wetenschap,
waar men tot het gebrekkige hulpmiddel der zuiver klinische
beschrijving zich zoo dikwijls moet beperken, genoeg voorkomt.
Wij beschouwen dus de „Beschaftigungsneurosen" alseenmono-
symptomatischen vorm van neurasthenie; maar zijn ons zeer
goed bewust, dat deze opvatting uitsluitend op klinische gegevens
berust en achten het zelfs mogelijk, dat later vollediger onder-
zoek zou kunnen leeren, dat zij inderdaad ergens anders te
huis behoorden.
Van de „Beschaftigungsneurosen" is de meest bekende de
schrijfkranip. Deze naam is algemeen aangenomen ofschoon ze
niet geheel uitdrukt wat er mede bedoeld wordt. Het is eene
-ocr page 117-
109
coördinatie-stoornis, die uitsluitend bij het schrijven optreedt
en zoo sterk is dat het ten slotte geheel onmogelijk wordt.
Als functioneel analoge afwijking van de schrijfkramp kan
men de astasie en de abasie opvatten; hier treedt de coördinatie-
stoornis op bij de bewegingen, die noodig zijn voor het staan
en het loopen en ook hier openbaart zich de stoornis door
een ongecoördineerden kramptoestand van de spieren. Deze
beide aandoeningen vindt men echter meer bij hysterie dan
bij neurasthenie.
Dat schrijfkramp, hoewel zelden, ook bij andere zelfs organische
zenuwziekten voorkomt is geen argument tegen onze opvatting.
Elke organische ziekte geeft de hem eigene wegvalverschijn-
selen, maar geeft bovendien ook nog zeer vele functioneele
stoornissen van het zenuwstelsel.
De patiënt gevoelt in den beginne, dat het schrijven moeielijk
wordt, dat het is alsof de pen op \'t papier vastkleeft. Daarna
treden bij schrijfbewegingen krampen op in de kleine buigspieren
van de hand, terwijl de strekkers vrij blijven. De duim en
vingers omvatten krampachtig de pen en zijn niet in staat
de gecoördineerde bewegingen van het schrijven te verrichten.
Gewoonlijk komen er nu ook neuralgische pijnen bij, eerst in
de hand, daarna in den voorarm, terwijl deze zich op den duur
ook tot den schouder uitstrekken. Beproeft de patiënt, zooals
hij gewoonlijk doet met de linkerhand te schrijven, dan gaat
dat soms in den eersten tijd goed, maar spoedig komen daar
dezelfde verschijnselen.
Niet altijd zijn de verschijnselen van kramp in de verschil-
lende spiergroepen even duidelijk uitgesproken, soms zijn ze
geheel afwezig. Het is dan meer een schrijfzwakte, de pen
valt uit de handen of de schrijfbewegingen kunnen eenvoudig
niet gemaakt worden. In weer andere gevallen is het een
tremor, die het schrijven onmogelijk maakt. De pijnen en het
gevoel van moeheid zijn echter altijd aanwezig, en in de zwaar-
dere gevallen strekken deze zich tot den schouder toe uit.
De schouder kan zelfs de hoofdzaak der klachten zijn.
-ocr page 118-
110
In duidelijk uitgesproken gevallen blijkt de stoornis alleen
uit de schrijfbewegingen. Deze gevallen zijn echter zeldzaam,
meestal zijn ook andere gecoördineerde bewegingen gestoord.
Zoo b. v. laat de patiënt kleine voorwerpen uit zijne han-
den vallen, kan de speelkaarten niet vasthouden. In weer
andere gevallen zijn de bewegingen bij het verrichten van
naaiwerk of andere bewegingen gestoord zonder dat er van
een paretischen toestand van eenige spier sprake is. In nog
minder duidelijk uitgesproken gevallen klaagt de patiënt over
moeheid in den geheelen arm en schouder en is alleen de gecoördi-
neerde beweging van het schrijven in opvallende mate gestoord.
Deze laatste gevallen vormen een geleidelijken overgang tot
de hysterische paresen en paralysen. Men merkt dan dikwijls
op, hoe eene bepaalde beweging des te meer is gestoord, naarmate
zij meer psychische inspanning vereischt. Somtijds weet de
patiënt dan onderscheid te maken tusschen vermoeidheid in het
hoofd en vermoeidheid in de spieren.
Bij een mijner patiënten, een ernstig geval van neurasthenie,
ontstond, nadat de neurasthenische verschijnselen reeds sedert
langen tijd bestonden en nadat de vermoeienis van vele bad-
kuren deze hadden doen toenemen, de schrijfkamp langzamer-
hand; zich openbarende door de onmogelijkheid de gecoördineerde
bewegingen van het schrijven te verrichten; daarna pijnen in
den voorarm, den schouder en den rug; vervolgens werd elke
gecoördineerde beweging, b. v. het dichtmaken van knoopjes,
het verrichten van een handwerk en elke groffe inspannende
beweging onmogelijk, zoodat men ten slotte voor zich had eene
slappe parese van den geheelen arm, met pijnen in den arm en
rug en gevoel van vermoeidheid in \'t hoofd bij elke beweging.
Daarna ontstonden dezelfde verschijnselen
in het been der tegenovergestelde zijde.
Behalve de schrijfkramp komen nog verschillende andere
„Beschaftigungsneurosen" voor. Dikwijls neemt men waar de
pianokramp, hier is het pianospelen op dezelfde manier gestoord,
als het schrijven bjj schrijfkramp. De verschijnselen er van zijn
-ocr page 119-
111
geheel dezelfde, krampachtige of paretische toestanden der in
actie tredende spieren, met uitstralende pijnen en gevoel van
zwakte in schouder en rug. Op dezelfde wijze komen nog voor:
telegraphistenkramp ,sigarenmakerskramp enz. Allen zijn gemeen-
schappelijk naast de coördinatiestoornis, een meer of min duide-
lijken neurasthenischen geestestoestand.
Een groot onderscheid moet gemaakt worden tusschen wat
wij hier „Beschaftigungsneurose" genoemd hebben en de pare-
tische toestanden, die ten gevolge van overmatige inspanning
van spieren of door herhaalden en langdurigen druk van werktuigen
op de zenuwen ontstaat. Deze laatste zijn altijd van peripheren
oorsprong en berusten op overmatigen spierarbeid of op neuri-
tische processen. Deze arbeidsparesen zijn door het voorkomen
van atrophie en degeneratieve reactie der spieren onmiddellijk
te herkennen.
Het etiologisch moment voor beide, arbeidsparese en »Be-
schaf tigungsneurose", is hetzelfde, n.1. te langdurige en te inten-
sieve inspanning, maar dit etiologisch moment werkt op zeer
verschillende manier. Wanneer bij iemand, die dagelijks met
de schaaf omgaat de kleine handspieren verlammen, en wanneer
bij iemand, die veel schrijft of piano speelt dezelfde spieren ver-
zwakken, dan werkt in \'t eerste geval de schadelijke invloed
in op de plaats waar de schaaf in de handen gehouden wordt
en in het laatste geval is de hersenschors het aangrijpingspunt
van de schadelijk inwerkende omstandigheid. In \'t eerste geval
heeft men ten gevolge van een traumatische oorzaak eene orga-
nische ziekte, in \'t laatste geval ten gevolge van functioneele
overinspanning een functioneele stoornis. Dat bij de arbeidsparese
daardoor alle psychische verschijnselen ontbreken spreekt wel
vanzelf.
Ondanks dit scherpe onderscheid, kan het in sommige gevallen
moeieljjk zijn uit te maken, wat men voor zich heeft. Niet in
alle gevallen van schrijfkramp is het a priori uit te sluiten, dat
het langdurig schrijven direct op de daarbij in actie zijnde spieren
en zenuwen werkt, terwgl in andere gevallen, zoo b. v. bij de
-ocr page 120-
112
sigarenmakers, niet per se een centrale invloed kan ontkend
worden. Dit blijven echter uitzonderingen en kan alleen voor-
komen in het begin, wanneer de aandoening bezig is zich te
ontwikkelen.
In de schrijfkramp en de andere „Beschaftigungsneurosen"
hadden wij reeds aandoeningen voor ons waar de psychische
verlammingsverschijnselen niet meer alleen zich voordeden, maar
waar zij door prikkelingsverschijnselen werden vergezeld. Wij
komen nu tot stoornissen waar deze laatste het ziektebeeld
beheerschen.
Als eerste verschijnsel noemen wij de z.g. onrust der
spieren. De lijders klagen, dat zij geen oogenblik stil kunnen
liggen, voortdurend wentelen zij zich van de eene zijde op de
andere, of zij kunnen hunne beenen niet stil houden en bewegen
die voortdurend heen en weer. Dikwijls combineert zich deze
onrust met gevoelens van pijn, zooals wij die bij de sensibele
stoornissen hebben beschreven. Is deze onrust algemeen, dan is
ze zeer hinderlijk en werkt vooral daardoor storend, dat ze den
slaap belet. De patiënt kan in geen enkele houding stil bhjven
liggen. Sommigen hebben er de eigenaardigheid bij, dat zij in
eene bepaalde, soms zeer bijzondere positie tot rust kunnen
komen; \'t minste dat daar echter aan ontbreekt bezorgt hen
weer de onrust. Dikwijls localiseert zich deze onrust in een of
beide extremiteiten, gepaard met groote moeheid. Men heeft dan
de onaangename combinatie van drang tot beweging en moeheid;
deze gevoelens, gepercipieerd door een overgevoeligen geest, ver-
oorzaken groote bezwaren.
Deze spieronrust heb ik alleen waargenomen in de groote
spieren der extremiteiten en van den tronk met uitzondering
der ademhalingsspieren.
Een vrij veelvuldig voorkomend verschijnsel is de neuras-
thenische tremor. Men kan hier gevoegelijk twee verschillende
vormen onderscheiden, de affectieve tremor en de paretisch-
spastische tremor. De affectieve tremor vertoont een vrij snellen
onregelmatigen rhythmus, die zich verschillend kan localiseerenr
-ocr page 121-
113
maar somtijds over het geheele lichaam verspreid is. De onder-
scheiding van andere vormen van tremor, bepaaldelijk van die
waarbij organische afwijkingen in het zenuwstelsel gevonden
worden en die welke na intoxicatie met alcohol of kwik voor-
komen, is gewoonlijk niet moeielijk. Het hoofdmoment is, dat
de neurasthenische tremor in hooge mate afhankelijk is van
psychische factoren, elke gemoedsbeweging doet hem sterker
te voorschijn treden; bovendien is hij niet continueel, soms is
hij weg, soms sterk aanwezig; door geïntendeerde bewegingen
blijft hij onveranderd. Alleen wanneer de spierbewegingen tot
vermoeidheid aanleiding geven en dit is, zooals wij gezien hebben,
in vele gevallen van neurasthenie zeer spoedig het geval, kan
de tremor zeer versterkt worden. De onderstelling van Bins-
wanger, dat dit zijn oorzaak vindt in de door de vermoeidheid
verhoogde affectiviteit en emotionaliteit schijnt mij alleszins
gewettigd.
Met den tremor bij Morbus Basedowii heeft de neurasthenische
tremor veel overeenkomst. In andere gevallen vindt men over-
gang tot hysterischen tremor, die in \'t algemeen een veel lang-
zamer tempo heeft.
Wanneer de geheele musculatuur er door aangetast is, geeft
het een eigenaardig beeld, dat niet gemakkelijk te miskennen
is, wanneer men het eenmaal gezien heeft, het is een eigen-
aardig trillende beweging met korten rhythmus. Meestal is de
tremor over enkele spiergroepen verspreid.
Localiseert de tremor zich in de armspieren, dan kan hij het
beeld geven van een schrijfkramp ; het schrijven kan dan onmo-
gelijk zijn. De onderscheiding van de gewone schrijfkramp berust
op het feit, dat de tremor ook bij andere bewegingen in onver-
zwakte mate blijft voortbestaan.
In andere gevallen zag ik den tremor zich op de aangezichts-
spieren en de stemspieren localiseeren, hierdoor kreeg de stem
iets trillends en vermoeids, de tong en de facialisspieren trilden
mede. Ook de halsspieren en nog andere kunnen aangedaan zijn.
De diagnose van den neurasthenische tremor is gewoonlijk niet
8
-ocr page 122-
114
moeielijk. De anamnese, de leeftijd, de aard van den tremor, de
uitsluitende afhankelijkheid van psychische momenten helpen
ons voldoende.
Van den tremor verschillend zijn de trekkingen. Deze vorm
van tremor noemt men de paretisch-spastische. Men vindt ze
hoofdzakelijk in de benedenste extremiteiten van personen, die
de neurasthenische spierzwakte vertoonen. De trillingen zijn
van veel grover kaliber en berusten bovendien op de alge-
meen verhoogde reflexprikkelbaarheid van de lijders. Deze
tremor wordt door bewegingen, actieve zoowel als passieve, te
voorschijn geroepen en is \'t duidelijkst bij staande of zittende
houding van den lijder, in liggende houding is ze geheel ver-
dwenen. Eene kleine beweging der extremiteit kan ze dan in
vroegere hevigheid weer te voorschijn roepen. Bij eenigszins
sterkere beweging verandert de tremor somtijds in een tonische
kramp; dit wijst op het reflectorisch ontstaan van deze stoor-
nis, wat ons bij de algemeen verhoogde reflexprikkelbaaiheid
verklaarbaar wordt.
Van den gewonen tremor nog meer verschillend zijn de trek-
kingen, die in sommige spieren en spiergroepen voor kunnen
komen, zoo b. v. in het facialisgebied, in de tong, in sommige
spieren der extremiteiten enz. Somtijds bewegen slechts enkele
spierbundels, en er ontstaat dan eenige gelijkenis met de be-
wegingen zooals zij voorkomen bij organische zenuwziekten,
b. v. de progressieve spieratrophie. Zelden zijn zij echter zoo
sterk en zoo algemeen.
Krampachtige samentrekkingen in enkele spieren en spiergroe-
pen komen evenzoo voor. Hierdoor kunnen verschijnselen ontstaan,
die gelijken op Paromyoklonus multiplex, eene
aandoening die gewoonlijk als zelfstandige neurose, evenals schrijf-
kramp, beschreven wordt. De twee gevallen, die ik heb waarge-
nomen, vielen geheel binnen het beeld der neurasthenie, en ook
wat anderen daarvan mededeelen schijnt mij hiermede in overeen-
stemming. De psychische oorsprong van het symptoom wordt
bewezen doordat de krampen ophouden, zoodra de patiënt
-ocr page 123-
115
willekeurige bewegingen maakt, 7.00 is b. v. het loopen door de
aandoening niet gestoord. Elke gemoedsbeweging daarentegen doet
de verschijnselen toenemen, terwijl zij in den slaap afwezig zijn.
Men ziet eene zeer snelle contractie van sommige spieren
of spiergroepen, soms zijn dit spieren, die door den wil niet
afzonderlijk tot contractie gebracht kunnen worden, meestal
echter is dit niet het geval en zijn het gewone zeer snel
afloopende willekeurige spierbewegingen. Dikwijls is de beweging
symmetrisch en nemen beide lichaamshelften gelijkmatig daaraan
deel. Deze bewegingen kunnen zeer snel op elkaar volgen, er
ontstaat dan een soort rhythmus; dikwijls echter zijn de be-
wegingen door een langer interval van elkaar gescheiden. Som-
mige spieren schijnen bij voorkeur aangedaan te worden, zoo b. v.
de supinator longus, biceps, cucularis, qua-
dratus femoris; echter ook de rugspieren doen somtijds
mede. In een geval dat ik bij een exquisieten neurasthenicus
waarnam, contraheerden gelijktijdig met groote snelheid de beide
quadrati femoris en de lange spieren van den
rug. De aangezichtsspieren schijnen altijd vrij te blijven, hier-
door onderscheidt zich deze aandoening van wat de Franschen
genoemd hebben maladie des tics convulsifs.
Ook deze aandoening verdient bij neurasthenie even vermeld
te worden. Hiervan geldt, wat van de sterk uitgesproken dwang-
denkbeelden gold, dat zij gewoonlijk gevonden worden in de
grensgevallen van neurasthenie, waar deze een sterk hereditair-
degeneratief karakter draagt.
Volgens de beschrijving van Gilles de la Tourette, die deze
aandoening uitgebreid heeft beschreven, begint het gewoonlijk
met snelle trekkingen in het gezicht, dichtknijpen der oogen,
vertrekken der mondhoeken, happen naar lucht, bewegingen
der tong; daarna nemen ook de hals- en later de armspieren
aan de bewegingen deel. Opmerkelijk hierbij is: 1°. dat de
bewegingen gecoördineerd zijn, maar volkomen onlogisch, zoodat
z\\j geen redelijk doel hebben, b. v. de lijder grijpt voortdurend
aan zijn neus, schudt met zijn hoofd, bijt in zijn jas enz.; 2°.
-ocr page 124-
116
herhalen deze bewegingen zich op stereotype wijze, zoodat door
denzelfden patiënt altijd dezelfde bewegingen gemaakt worden ;
3". maken zij geheel den indruk willekeurige bewegingen te
zijn, maar zijn sneller dan deze; en 4°. verbinden zij zich,
vooral in ernstiger gevallen, met het gevoel van dwang en
worden het zuivere dwangbewegingen.
Is dit laatste het geval, dan komt men tot het nabootsen
van allerlei geluiden, van obscene woorden enz. (c o p r o 1 a 1 i e,
e c h o 1 a 1 i e).
Dit weinige moge volstaan over deze merkwaardige aan-
doening. Eene meer grondige behandeling van deze „maladie
des tics", vindt in dit werk zijn plaats onder het hoofdstuk
degeneratie, waar het meer te huis behoort. Bij neurasthenie
vindt men het alleen, wanneer deze het cachet van eene
degeneratieve psychose gaat vertoonen.
Eindelijk moet onder de motorische stoornissen nog vermeld
worden een verschijnsel, dat het eerst door M o e b i u s is
beschreven. Ik bedoel de Akinesia algera. Moebius
definieert dit als een gevoel van pijn bij elke willekeurige
beweging, zonder dat deze pijn ergens anders zijn oorzaak in
vindt, als in de beweging zelf. Hierbij zijn spieren, zenuwen
enz. organisch normaal.
Het eerst treedt deze stoornis op bij sterke bewegingen, en
eerst langzamerhand worden ook de kleinere bewegingen pijnlijk,
totdat er in hevige gevallen een toestand optreedt van vol-
komen bewegingloosheid, waarbij de patiënt uit vrees voor pijn
zich absoluut stil houdt. Omdat deze pijnlijkheid zich over alle
bewegingen kan uitstrekken, komt het ook voor, dat het slikken
pijnlijk is, zelfs in die mate, dat de lijder weigert voedsel tot
zich te nemen.
Bovendien kan volgens Moebius dezelfde pijn zich combi-
neeren met zintuigswaarnemingen; zoo b. v. kan elk gevoel,
elke gezichtsindruk van pijn vergezeld gaan. In de neurologie
zijn \'wij gewoon deze verschijnselen hyperaesthesie te noemen;
ik zie dus niet in, waarom wij hiervan eene afzonderlijke cate-
-ocr page 125-
117
gorie van symptomen zullen maken, dat wederom in eene
wetenschap, waar wij bijna uitsluitend op klinische beschrijving
zijn aangewezen, verwarring kan geven.
Het symptomenbeeld der Akinesia algera, zooals
Moebius dat heeft beschreven, behoort geheel binnen het kader
der neurasthenie. Geheel zuiver komt het echter zelden voor,
en wanneer er slechts aanduidingen van aanwezig zijn, zooals
dat in de meerderheid der gevallen is, zijn de verschijnselen
moeielijk van eene eenvoudige hyperaesthesie te onderkennen.
Bovendien zijn er tal van andere oorzaken mogelijk, die pijn-
lijkheid bij beweging kunnen geven ; oorzaken, die dikwijls zeer
moeielijk zijn te ontdekken. Het is dus naar mijne meening
waarschijnlijk, dat het symptomenbeeld der akinesia algera zeer
verschillende dingen zal omvatten.
Evenals schrijfkramp, „maladie des tics" en andere kan
akinesia algera meer of min het karakter eener zelf-
standige neurose verkrijgen, d. w. z. eener monosymptomatische
neurasthenie. Meestal zijn echter de begeleidende neurasthenische
symptomen onmiskenbaar aanwezig. Gewoonlijk is vrij sterke
heriditaire aanleg tot zenuwziekten aanwezig en is het degene-
ratieve karakter van de symptomen niet te miskennen. De prognose
is in de duidelijk uitgesproken gevallen vrij ernstig. Somtijds
strekt het lijden zich over het geheele leven uit.
IV. Reflexen.
De reflexprikkelbaarheid is bjj neurasthenie in het algemeen
verhoogd. Het is waarschijnlijk, dat deze verhooging berust op
eene vermindering der reflexremming door functioneele ver-
zwakking der hersenen, het orgaan waarvan bijna alle remming
uitgaat. Of ook veranderingen in het periphere zenuwstelsel
en het ruggemerg bij neurasthenie oorzaak voor deze verhooging
kunnen zijn, weten wij voorloopig nog niet.
Vermindering van reflexprikkelbaarheid komt voor, opheffing
van normaal aanwezige reflexen voor zoover wij weten, niet.
-ocr page 126-
118
Dit is een der meest stringente differentiaal-diagnostische ken-
merken met organische zenuwziekten.
Laten wij achtereenvolgens de verschillende reflexen de
revue passeeren.
Een der belangrijkste reflexen is de pupilreflex. Deze is bij
neurasthenie hoogstwaarschijnlijk altijd aanwezig. Het schijnt
mij toe, dat de intensiteit daarvan zeer verschillend kan zijn,
soms is ze betrekkelijk gering on moet men nauwkeurig toe-
zien om de aanwezigheid er van te constateeren. Ook komen
gevallen voor dat men twijfelt of de reactie aanwezig is of
ontbreekt.
Men onderscheidt drieërlei reflectorische veranderingen in de
wijdte der pupillen : 1". de vernauwing na invallend licht; 2".
de vernauwing bij convergentie-beweging der oogen ; en 3n. de
verwijding na sensibele prikkels. Al deze drie reflectorische
functiën zijn bij neurasthenie behouden gebleven.
De wel of niet aanwezigheid dezer reflectorische reactie op
licht is een der meest belangrijke kenmerken voor de onder-
scheiding van neurasthenie met sommige organische ziekten van
het zenuwstelsel, in zooverre als de reflectorische stijfheid van
den pupil na inwerking van licht een vrij zeker diagnosticum
voor eene organische ziekte schijnt te zijn en wel hoofdzakelijk
dementia paralytica en tabes dorsalis. Uthoff ten minste vond
bij 12.000 oogzieken slechts éénmaal reflectorische stijfheid der
pupillen, en bij dit geval van functioneele neurose bestond nog
vermoeden op eene organische afwijking.
Bij neurasthenie, evenals bij andere functioneele neurosen en
psychosen komt herhaaldelijk voor eene ongelijke wijdte der
beide pupillen bij gelijke verlichting. Deze abnormaliteit kan
tijdelijk zijn, b. v. eenige maanden duren, of wel ze is constant,
bestaat ten minste gedurende jaren. Door sommige schrijvers is
ook dit als een verschijnsel van organische aandoening van het
zenuwstelsel beschouwd en in verband gebracht met dezelfde
afwijking bij dementia paralytica; men meende dat deze onge-
lijkheid berustte op eene stijfheid der pupil op een oog, zooals
-ocr page 127-
119
dat bij tubes en dementia paralytica voorkomt. Het is echter
gebleken, dat aan ongelijkheid der pupillen, zonder begeleidende
reflectorische pupillen-stijfheid, deze slechte prognostische be-
teekenis niet gehecht mag worden, ook niet wanneer de onge-
lijkheid blijvende is en dat ze behalve bij functioneele aandoe-
ningen ook bij normale menschen voorkomt.
Ons inzicht in de verschillende reflectorische stoornissen der
pupilbewegingen is nog slechts gebrekkig. Waarschijnlijk be-
rusten de stoornissen, die wij bij dementia paralytica en tabes
dorsalis waarnemen, op een verlammingstoestand in de sphinc-
ter pupillae; terwijl de verschillende wijdte der pupillen bij
neurasthenie en andere functioneele neurosen en psychosen
in eene sympathicus-aandoening, in een verlamming der pupil-
verwijders wordt gezocht. Eene eenzijdige verwijding der pupil
komt ook voor bij nicotine-intoxicatie, misschien kan dit in
verband gebracht worden met de verlamming der pupilver-
wijding; wanneer men bij konijnen eene zwakke oplossing van
nicotine brengt op \'t ontblootte ganglion cervicalis superior
nervi sympathici ontstaat gelijkzijdige verwijding der pupil.
Wat van de pupilreflex gezegd is, geldt in vele opzichten
ook van de patellairreflex. Bij normale menschen is deze bijna
altijd aan te toonen, is ze soms schijnbaar afwezig, dan laat
zij zich door den handgreep van Jendraisik, het verrichten van
sterke spierbewegingen, b. v. het samenknjjpen der handen, te
voorschijn roepen. Bij neurasthenie is deze reflex evenzoo altijd
voorhanden, somtijds verlaagd, in de meeste gevallen echter
verhoogd. De diagnostische waarde van het ontbreken der
kniepeesreflex is dezelfde, als die van het opgeheven zijn der
pupilreflex, in beide gevallen is eene organische aandoening
van \'t zenuwstelsel waarschijnlijk.
De overige peesreflexen zijn bij neurasthenie meestal ver-
hoogd, slechts zelden verlaagd.
De verhooging blijkt dikwijls voor het aanwezig zijn van een
voetclonus, van een reflex der triceps en biceps brachii. Psy-
chische factoren hebben in \'t algemeen invloed op deze ver-
-ocr page 128-
120
hooging der reflexen, vooral bij spannings- en angsttoestanden
kan men dit constateeren.
Dikwijls verhoogd zijn verder de huidreflexen zooals de kittel-
reflex aan den voetzool, de gluteaalreflex, de cremaster en
de buikreflex, verder de periostreflexen, b. v. beklopping van
het capitulum radii enz.
Eene vermeerdering der mechanische spier- en zenuwprikkel-
baarheid komt evenzoo voor, zoodat beklopping van een spier
of zenuw door contractie gevolgd wordt. Zelfs zijn waarne-
mingen bekend geworden, waar het z.g. Faciales phe-
n o m e e n, dat bij t e t a n i c wordt waargenomen, aanwezig was.
Op deze verhoogde mechanische prikkelbaarheid der zenuwen
kunnen de pijnen berusten, waarover neurasthenici dikwijls
klagen, wanneer kleedingstukken knellen.
-ocr page 129-
<ty/.@
HOOFDSTUK III.
Symptomatologie der neurasthenie.
(Vervolg.)
V. VASOMOTORISCHE EN TKOPHISCHE STOORNI8SEN.
Wij zijn nu genaderd tot eene categorie van ziekteverschijn-
selen, waarvan wij de bespreking kunnen beginnen met de
vermelding van enkele experimenteele feiten, een voorrecht, dat
ons bij de functioneele neurosen slechts zelden te beurt valt.
Het is ons door proeven van Mosso by den normalen mensch
bekend, dat elke geestelijke werkzaamheid, hetzij deze is een
intellectueel proces, of wel een emotie of een eenvoudige waar-
neming, gepaard gaat met vermeerdering van bloedtoevoer
naar de hersenen. Deze vermeerdering is vrij aanzienlijk en is
aan te toonen door eene vermindering van bloedtoevoer naar
de andere lichaamsdeelen. Wanneer men den arm insluit in de
pletysmograaf, ziet men, dat bij elk geestelijk proces de
bloedvulling in den arm vermindert; deze vermindering houdt
eenigen tijd stand om langzamerhand wederom te verdwijnen.
Er zijn proeven van Anjel bij neurasthenici genomen over den
invloed van psychische processen op de bloedvulling in de extre-
miteiten. Deze toonen aan eene abnormale prikkelbaarheid van
het vasomotorische systeem onder den invloed van psychische pro-
c essen. Begint men het experiment, dan bemerkt men in den
beginne niets, en eerst wanneer men den patiënt tot rust laat
8*
-ocr page 130-
122
komen, ziet men het volumen van den arm verminderen. Dit
komt, doordat de voorbereiding van het experiment den patiënt
zoodanig agiteert, dat dit reeds reden genoeg is voor vermeerderden
toevloed van bloed naar de hersenen. Bij het begin van het
experiment is dus het volumen van den arm verminderd, en door
het optreden van psychische rust komt deze langzamerhand tot
zijn normaal volumen. Experimenteert men nu verder, dan vindt
men een abnormale reactie van het vasomotorische apparaat.
Elke waarneming heeft niet de normale vermindering van het
volumen van den arm ten gevolge, maar men neemt waar een
onregelmatig op en neer gaan van dit volumen, welke onregel-
matigheid ook nog eenigen tijd na het ophouden van het expe-
riment doorgaat.
Uit deze onregelmatigheid in de vulling der pcriphere bloed-
vaten van het lichaam bij psychische processen, mag men be-
sluiten tot eenzelfden toestand der bloedvaten in de hersenen.
Deze proeven van Anjel, die echter nog verder herhaald en
uitgebreid dienen te worden, geven eene belangrijke vingerwijzing
voor de pathologio der neurasthenie. Misschien, dat voortgezet
onderzoek in deze richting ons over den aard der ziekteverder
kan brengen. Het besluit van Anjel, dat elke neurasthenie op
eene vasomotorische stoornis zou berusten, is evenwel nog niet
voldoende gedemonstreerd.
Abnormale reactie der periphere bloedvaten komt bij neuras-
thenie herhaaldelijk voor. De kleinste psychische emotie is dik-
wijls voldoende eene sterke vulling der periphere bloedvaten
van den hals en het gezicht te geven.
Deze congesties zijn soms zeer voorbijgaande en herhalen zich
bij elke emotie. Somtijds echter duren zij langer en kunnen
dan gepaard gaan met meer of min duidelijk uitgesproken
angsttoestanden, met een gevoel van beklemming en andere
abnormale sensaties. Zelfs ziet men deze voorbijgaande hyper-
aemieën blijvend worden. Zoo heb ik een geval waargenomen,
waartyj de continuëele congestie van het gezicht eerst bij het
genezen der ziekte ophield.
-ocr page 131-
123
Plaatselijke congestietoestanden komen ook aan andere lichaams-
deelen voor. Voornamelijk de handen en voeten kunnen dit ver-
schijnsel geven. Soms staat ook dit in verband met psychische
processen, somtijds komt het spontaan voor. Een mijner patiënten
klaagde voortdurend over warme en roode voeten, en ondervond
dit als een zeer hinderlijk symptoom.
Een ander verschijnsel, dat frequent bij neurasthenie wordt
waargenomen, moet waarschijnlijk voor een gedeelte in verband
gebracht worden met uitzetting der bloedvaten. Dit zijn de z.g.
kloppingen, waarover zoo veel patiënten klagen, wanneer deze,
zooals meestal het geval is, niet gepaard gaan met eene daar-
aan geëvenredigde vermeerdering der werking van het hart.
Wanneer een patiënt over kloppingen klaagt, kan men bij onder-
zoek verschillende dingen vinden. Is de hartsactie inderdaad ver-
hoogd, dan is het zonder meer duidelijk. Is de werking van het hart
normaal, dan kan men toch vinden eene meerdere intensiteit
van den pols in de verschillende slagaderen. Zoo vindt men soms
bij normale werking van het hart de carotis of de aorta abdomi-
nalis zeer sterk kloppen. Men neemt dan aan, dat deze arterieën
abnormaal uitgezet zijn. Sphygmographische onderzoekingen over
deze abnormale verschijnselen zijn niet verricht. Klinisch neemt
men dikwijls dergelijke gevallen waar. Vooral, wanneer deze
palpitaties in het abdomen worden gevoeld, is het voor den lijder
eene onuitputtelijke bron van klachten, die op hypochondrisch-
neurasthenische manier verwekt, eene bron van ellende zijn.
De derde mogelijkheid, die men bij deze kloppingen dikwijls
aantreft, is, dat men objectief aan het hart, zoowel als aan de
bloedvaten niets abnormaals aantreft. Bij normalen hartslag en
normalen pols klaagt de lijder over palpitaties. Deze kunnen in elk
lichaamsdeel gevoeld worden en zijn oorzaak van groote onrust.
Enkele lichaamsdeelen hebben hierby de voorkeur, zoo b.v. de
ooren, het hoofd, de vingertoppen, het epigastrium. Gewoonlijk
gaan deze kloppingen met allerlei abnormale psychische verschijn-
selen, voornamelijk angsttoestanden en verder met een gevoel van
onrust gepaard, waardoor de lijder geen oogenblik stil kan liggen.
-ocr page 132-
124
In tegenstelling met bovengenoemde vasomotorische stoor-
nissen, die men angioparalytische zou kunnen noemen,
staan de abnormale vernauwingen der bloedvaten, de z.g. angio
spastische toestanden. Herhaaldelijk hoort men neurasthenici
klagen over koude handen of koude voeten. Daarbij is de radi-
aalpols dikwijls abnormaal klein. Ook het gezicht kan bleek z\\jn,
wat sterk contrasteert met de slijmvliezen, die hunne normale kleur
behouden hebben; evenzoo is het haemaglobinegehalte normaal.
In hoeverre circulatiestoomissen de oorzaak zijn van de
ziekteverschijnselen, die men in de inwendige organen en in de
hersenen waarneemt, is nog niet uitgemaakt.
Wij mogen het als eene belangrijke schrede der klinische ziekte-
beschrijving in de goede richting beschouwen, dat men de zoo tal -
loos verschillende nerveuse hartstoornissen terug heeft leeren bren-
gen onder het kader der neurasthenische verschijnselen. De
stoornissen in de hartinnervatie, die beschreven werden als angina
pectoiïs, als asthenia cardiacum, nerveus hartkloppen, verlang-
zaamde of versnelde werking van het hart, verzwakte of versterkte
hartswerking, en die als even zoovele zelfstandige neurosen
imponeerden, zijn gebleken te zijn of liever te kunnen zijn, ver-
schijnselen van eene algemeene functioneele zenuwziekte, de
neurasthenie. Het spreekt wel vanzelf, dat men door locale
aandoeningen der nervi vagi of sympathici of langs reflec-
torischen weg de meest verschillende veranderingen in de harts-
functie kan verkrijgen; elke nerveuse stoornis in deze functie
is dus niet van neurasthenischen aard; maar afgezien van deze
locale ziekteprocessen in het periphere en centrale hartzenuw-
apparaat, zooals die bij zeer veel verschillende organische zenuw-
ziekten kunnen voorkomen, en afgezien verder van de organische
stoornissen in het spierapparaat zelve, bestaan er talrijke ner-
veuse storingen in de werking van het hart, die, wanneer men
ze als afzonderlijke aandoeningen beschouwt, geen zin hebben,
doch welker beteekenis begrijpelijk wordt, wanneer men ze sa-
menvat in het kader der neurasthenie.
De physiologische werking van het zenuwstelsel op de hart-
-ocr page 133-
125
spier is eene zeer samengestelde, maar openbaart zich hoofd -
zakelijkheid in twee richtingen, eene remmende door prikkeling
der vagus on eene versnellende door sympathicus prikkeling.
Bij normale werking van het hart onderhouden beide zenuwen een
zekeren graad van tonus.
De normale hartswerking is als \'t ware de resultante van
deze beide tegengestelde invloeden.
Nu is ons reeds uit al het voorafgaande bekend, dat men bij
neurasthenie de meest mogelijke combinaties van functioneel
verhoogde en verminderde zenuwwerkzaamheid kan aantreffen ;
hoogere functies kunnen in een stadium van functioneele uit-
putting zijn, terwijl tegelijkertijd lagere centra in een\' prikke-
lingstoestand verkeeren. Deze hoogere centra hebben al naar hun
toestand invloed op de lagere, \'t zij eene remmende, \'t zij eene
bevorderende. Denkt men zich dezen invloed van het centrale
zenuwstelsel op het nerveuse hartapparaat, dan zijn de meest
verschillende combinaties mogelijk. Eene versnelling van den hart-
slagkan ontstaan door remmenden invloed der hersenen op de vagus-
centra of door bevorderenden invloed op de sympathicus centra ;
een verlangzaamde hartslag door het tegendeel. Bedenkt men
verder, dat bij de algemeene neurasthenische hyperaesthesie,
door de irradiatie, door het wegvallen van allerlei centrale en
periphere weerstanden, alle reflcxprocessen veel gemakkelijker
en intensiever verloopen, dan wordt ons verder begrijpelijk do zoo
intensieve invloed van het digestieapparaat op de hartsfunctiën.
Al deze opgesomde mogelijkheden brengen ons voor de ver-
klaring der neurasthenische hartsafwijkingen nog niet veel verder,
en wij zijn in een gegeven geval nooit in staat om bij de aan-
wezige functioneele stoornis, aan te wijzen, waarop deze berust.
Wij staan hier wederom voor dezelfde moeilijkheden, die wij
reeds bij de sensibele en motorische verschijnselen der neu-
rasthenie bespraken, dat wij de functioneele stoornis niet kunnen
localiseeren, en bij het hart is dit nog in hoogere mate het
geval, omdat de centrale functioneele stoornis inwerkt op een
zeer gecompliceerd peripheer zenuwapparaat.
-ocr page 134-
126
Toch wordt het ons door deze overwegingen duidelijk, hoe
zoo verschillende afwijkingen in de hartsfunctie onder invloed
van eene zelfde ziekte kunnen ontstaan. Wanneer men voor elke
functioneele stoornis in de werking van het hart eene afzonderlijke
neurose wil aannemen, komt men tot allerlei onwaarschijnlijk-
heden en ontmoet men patiënten, die aan drie of vier verschil-
lende neurosen te gelijk lijden; terwijl al deze op elkaar volgende
en elkaar afwisselende stoornissen in de hartsfunctie ons begrij-
pelijk worden, wanneer wij ze beschouwen, afhankelijk te zyn
van die centrale stoornis in de zenuwfunctie, die wy bij
neurasthenie aannemen.
Dit is de vooruitgang, dien de klinische ziektebeschrijving der
nerveuse hartstoornissen in de latere jaren ons gebracht heeft,
en waarop ik zooeven doelde.
De werking van het hart kan bij neurasthenie op verschillende
wijzen gestoord zijn.
De hartslag kan in frequentie vermeerderd zijn. Gewoonlijk
neemt men dit waar onder den invloed van gemoedsbewegingen.
Bij neurasthenie is dit zeer sterk en de minste emotie, somtijds
ook de minste geestelijke inspanning, is in staat eene versnelling
van den hartslag te bewerken.
Deze versnelling van den hartslag komt dikwijls in aanvallen
voor, als zoogenaamd nerveus hartkloppen, somtijds spontaan,
somtijds na eene psychische emotie of na het digestieproces.
De versnelling is somtijds aanzienlijk en kan tot 140 slagen
in de minuut gaan; dikwijls, niet altijd, is daarbij de intensiteit
der hartscontractie verhoogd, somtijds in die mate, dat de hart-
tonen tot op eenige distantie van den lijder hoorbaar zijn. Hier-
mede gaat dan gepaard een kloppen der periphere arterieën.
De subjectieve klachten bjj een dergelijken aanval zjjn gewoon-
lijk zeer intensief. De lijder klaagt over hevige benauwdheid,
over een beklemd gevoel in de borst; daarbij is hjj angstig en
meent in een aanval van ademnood en benauwdheid te
zullen sterven. Vooral, wanneer deze aanvallen des nachts
optreden, is het subjectieve gevoel van den lijder het ergst
-ocr page 135-
127
gestoord, en elk neuroloog weet van zijne nachtelijke visites te
verhalen bij aanvallen van hartpalpitaties, waarbij de patiënt
meende te succombeeren.
Naast deze aanvallen en somtijds gelijktijdig daarmede, komt an-
gina pectoris
voor. Deze kan van zuiver nerveusen aard zijn en be-
hoeft volstrekt niet te wijzen op stenose der coronair-arterieën. De
verschijnselen zijn bekend, groote angst met pijn in de hart-
streek, uitstralende pijnen naar den linkerschouder en den lin-
kerarm, vooral in het gebied van den N. Ulnaris, versnelde
hartswerking, met gevoel van oppressie, versnelde en diepe adem-
haling, met groote benauwdheid en objectief waarneembare
dyspnoe; in andere gevallen bleekheid van \'t gezicht, dat met
koud zweet bedekt is en \'t gevoel van een naderend einde, wat
in gevallen van organische veranderingen in de hartspier dik-
wijls bewaarheid wordt, terwijl bij hartneurose van een derge-
lijken afloop nog geen goed geconstateerd geval bekend is.
Deze aanvallen van hartspalpitaties, wèl of niét vergezeld
van verschijnselen van angina pectoris, zijn wel van de onaan-
genaamste en hardnekkigste verschijnselen, die bij neurasthenie
voorkomen. Na eiken aanval is de patiënt gedeprimeerd en
gaat hij met minder vertrouwen de toekomst te gemoet. Zoo
ergens, dan heeft men hier een vicieusen cirkel, daar elke
emotie en vooral elke onrust weer aanvallen van hartpalpitaties
te voorschijn kan roepen.
Bovengenoemde hartverschijnselen gaan dikwijls gepaard mot
eene overgevoeligheid der geheele hartstreek; spontaan wordt
hier over pijnen en onaangename, drukkende sensaties geklaagd;
somtijds is de borstkast in de 5<*e intercostaalruimte op de
hoogte van de hartpunt voor druk pijnlijk en stralen onaangename
gewaarwordingen van hier naar den hals en den linkerschou-
der.uit. Deze hyperaesthesie van de hartstreek is waarschijnlijk
de oorzaak, dat reeds de normale hartslag pijnlijk gevoeld kan
worden en dat bij niet versterkte werking van het hart over
kloppingen geklaagd wordt.
Deze aanvallen van hartpalpitaties kunnen reflectorisch van
-ocr page 136-
128
uit het maagdarmkanaal ontstaan; reeds de normale digestie
gaat gepaard met versterking der hartswerking, te meer is
dit het geval bij neurasthenie, waar eenerzijds het digestieproces
dikwijls gestoord is, en anderzijds door den hyperaesthetischen
toestand van het hart en zijne omgeving, elke prikkel tot stoor-
nissen in zijne functie aanleiding geeft, teiwijl bovendien de re-
flectorische processen door wegvallen van centrale weerstanden
dikwijls verhoogd zijn.
Onafhankelijk van deze aanvallen van hartpalpitaties komt
eene continuëele versnelling van den hartslag voor. De frequentie
kan stijgen tot 140 en meer slagen in de minuut, gewoonlijk
zijn deze ook minder intensief dan normaal, en bestaat er
hartzwakte. In dit geval kan gelijktijdig een arythmie van den
hartslag bestaan, eene arythmie, die door de daarnaast aan-
wezige hyperaesthesie van de hartstreek onaangenaam door den
lijder gevoeld wordt, die over trillingen, bevingen enz. van den
hartslag klaagt, waarbij wederom het gevoel van angst nooit
ontbreekt.
In deze gevallen van Tachykardie kan het moeilijk zijn de
differentiëele diagnose met de ziekte van Basedow te maken,
omdat, zooals bekend is, juist deze tachykardie gedurende lan-
gen tijd het eenige symptoom van laatstgenoemde ziekto kan
zijn, en altijd het beginsymptoom daarvan is. Bovendien kunnen
de psychische verschijnselen der Basedowsche ziekte zoozeer
een neurasthenisch karakter dragen, dat men langen tijd in twij-
fel kan zijn over den aard der ziekte; in zulke gevallen moet
men afwachten. In \'t algemeen dragen de psychische verschijn-
selen bij Basedow geen duidelijk neurasthenisch cachet, zoodat
geoefende neurologen spoedig onderscheid weten te maken.
Of ook eene continuëele verlangzaming van den hartslag voor-
komt, een z.g. Brachykardie, schijnt nog twijfelachtig te zijn.
De hartcontracties kunnen bij neurasthenie onregelmatig zijn;
men gevoelt aan den pols, na eenige normale slagen, sommige
zwakke daarop volgen, en kan door gelijktijdige controle van
het hart constateeren, dat daaraan evenredige hartcontracties
-ocr page 137-
129
beantwoorden. Is deze onregelmatigheid van neurasthenischen
aard, dan wijst dit op eene zeer labiele hartinnervatie, waarbij
centrale verzwakkingen en versterkingen in afwisselende mate
op de directe hartcentra invloed uitoefenen. Bewuste psychische
invloeden zijn hierbij buiten te sluiten.
Op andere wijze kunnen de hartcontracties onregelmatig zijn,
doordat langere pauzen van normale werking van het hart met
degelijke pauzen van verzwakte contractie afwisselen. Ook hierbij
is elke bewuste oorzaak buiten te sluiten, en komen de aanvallen
van hartzwakte geheel spontaan tot stand. In aansluiting aan
deze zwakke hartcontracties komen dan dikwijls verschillende
verschijnselen, als pijn in de hartstreek, uitstralende naar den
schouder en den arm tot aan den elleboog, gewaarwordingen
van oppressie, angst en in \'t algemeen verschijnselen, die aan
angina pectoris doen denken.
In een geval van dergelijke paroxysmale aanvallen vanhart-
zwakte, dat ik waarnam, viel in het oog, hoe zich hiermede
verbond een algemeene psychisch-gemotiveerde angsttoestand.
De patiënt dorst dan niet in donker te blijven, kreeg psychisch
gemotiveerde voorstellingen over aanrandingen, was bang uit
het venster te vallen, dacht te zullen schrikken, enz. Men had
hier de gewone verschijnselen van eene heftige emotie van een
schrik, maar met dit onderscheid, dat niet het psychische proces
primair was en de hartsreactie secundair, maar dat aan de aan-
vallen van hartzwakte zich eerst na eenige oogenblikken eene
psychische alteratie aansloot. Dergelijke gevallen, indien zij
in grooteren getale en onder verschillende omstandigheden aange-
troffen worden, zouden zeer pleiten voor de theorie van Lange
over het ontstaan der emotie.
Opmerking verdient echter, hoe constant de emotie van schrik,
angst en andere affecten met negatieven gevoelstoon, verbon-
den zijn met gewaarwordingen in de hartstreek en verande»
ringen in de hartsfunctie, somtijds naast gewaarwordingen in
de maagstreek. Zonder te willen onderschrijven de opinie van
W. James, „dat men niet weent, omdat men droevig gestemd
9
-ocr page 138-
130
is, maar dat men droevig gestemd is, omdat men weent", eene
opinie, die de meest consequente doorvoering is van de theorie
van Lange over de emotie, geloof ik toch, dat zoowel de emotie
de lichamelijke reactie te voorschijn roept, als omgekeerd ook
de lichamelijke stoornis oorzaak van de emotie kan zijn.
Eene mijner patiënten was angstig en zelfs gemotiveerd angstig
hij hare aanvallen van hartzwakte en bij de hyperaesthesie\'harer
hart en maagstreek. Deze angst verdween direct, wanneer deze
hyper- en paraesthetische gewaarwordingen zich ergens anders,
b. v. in het abdomen of de genitalieën, localiseerden.
Het innig verband tusschen emoties met negatieven gevoels-
toon en paraesthesieën in de maag- en hartstreek schijnt mij
door dergelijke gevallen duidelijk gedemonstreerd.
Aan deze gevallen sluiten zich aan andere, waar de hart-
zwakte een continuëel verschijnsel is, en waar deze zwakke
samentrekkingen aan nerveusen invloed moeten worden toege-
schreven. Dikwijls zijn in deze gevallen ongetwijfeld andere
neurasthenische verschijnselen aanwezig, en wijst ook de zwakte
der hartcontractie zelve door den grooten invloed, dien zij door
psychische processen ondergaat, op een nerveusen oorsprong.
Dikwjjls echter combineert zich deze permanente hartzwakte
met anaemisch-chlorotische verschijnselen, en met dit algemeen
terugbljjven in organische ontwikkeling, dat wg reeds vroeger
hebben leeren kennen, als een gevolg van schadelijke invloe-
den, die op de kiem of op het embryo hebben ingewerkt, en die
eene zoo rijke bron zijn voor het ontstaan van neurasthenie. Met
deze permanente hartzwakte kunnen zich aanvalsgewijze com-
bineeren alle stoornissen, die wij boven in de hartsfunctie
hebben besproken.
Als afzonderlek verschijnsel komt nog voor de hyperaesthesie
van de hartstreek. Deze kan gecombineerd zijn met alle boven-
genoemde stoornissen, maar kan ook voorkomen bij geheel normale
werking van het hart. Bij normale functie komen pijnen in de
hartstreek voor, die naar den linkerarm uitstralen en met ang-
stige gewaarwordingen gepaard gaan.
-ocr page 139-
131
De onderscheiding der neurasthenische hartzwakte van orga-
nische hartaandoeningen, vooral van de degeneratie der harts-
spier is niet altijd gemakkelijk. Dat nerveuse hartzwakte, zooals
Bouveret meent, tot degeneratie» cordis kan voeren, is altijd nog
twijfelachtig.
Het bij klepvliesgebreken aanwezig geruisen ontbreekt b(j
neurasthenie bijna constant. Nu en dan neemt men een systolisch
geruisch van de hartpunt waar. Dit geruisch is echter veran-
derlijk, vooral psychische momenten doen het verdwijnen of
roepen het te voorschijn. Hypertrophie van de hartspier komt
bij neurasthenie niet voor. Wel dilatatie der rechter ventrikel,
zoodat men demping beneden op het sternum vindt.
Moeilijker kan zijn de onderscheiding van degeneratio cordis.
Behalve op de nooit ontbrekende begeleidende neurasthenische
verschijnselen, heeft men dan te letten op den grooten invloed van
psychische momenten op de werking van het hart bij neurasthenie,
die vooral bij nerveuse hartzwakte op den voorgrond treedt. Bg
organische hartdegeneratie is daarentegen de invloed van spier-
arbeid overwegend; na inspanning ziet men hier behalve de
hartpalpitaties, objectief de verschijnselen van dyspnoe en cya-
nose. Bij neurasthenie ontbreekt dit, terwijl toch het gevoel van
prostratie en beklemming dikwijls aanwezig is. In \'t algemeen
bestaat er bij neurasthenie eene disharmonie tusschen het type
der ademhaling en de gestoorde werking van het hart, dit is
een der meest veilige principes voor de onderscheiding van ner-
veuse en organische hartafwijkingen.
De ademhaling is bij neurasthenie weinig gestoord. Onder den
invloed van psychische momenten ziet men versnellingen en
onregelmatigheden. Het tijdelijk ophouden der ademhaling bij
acute angsttoestanden is bekend.
Eene eigenaardige stoornis zijn klachten over benauwdheid
en drukking op de borst zonder hartafwijkingen; dit brengt den
patiënt er toe, voortdurend diepe inspiraties te doen. In sterk
uitgesproken gevallen is het, alsof tijdelijk, gedurende eenige
seconden de ademhaling stil staat, en dan worden plotseling
-ocr page 140-
132
eenige diepe inspiraties verricht. Deze sterke spierbewegingen,
verbonden met het gevoel van ademnood, brengt den lijder in
een gedeprimeerden gemoedstoestand. De objectieve verschijnselen
van dyspnoe ontbreken geheel, zoodat verwisseling met orga-
nische afwijkingen wol niet mogelijk is.
In sterk uitgesproken gevallen, zooals ik er twee waarnam,
kan men door de afwisselend sterke en zwakke inspiraties en
den momentanen stilstand daarvan, den indruk verkrijgen, alsof
men een Cheyne-stokes phenomeen voor zich had. Het onder-
scheid was echter duidelijk, wanneer men er op lette, hoezeer
emotie de verschijnselen deed toenemen.
Wat het uitwendig voorkomen van den neurasthenicus betreft,
kan men verschillende typen onderscheiden.
Het eerste type is dat van den gewonen mensch, waaraan
men bij den eersten oogopslag niets bijzonders merkt en bij
wien men eerst uit de klachten den neurasthenicus herkent.
Onder deze personen treft men de meeste gevallen aan van
verkregen neurasthenie; de beide andere typen zijn meer de
hereditaire vormen.
Het tweede type vertoont bleekzuchtige, slecht gevoede, ma-
gere personen, met weinig spierkracht; hunne ziekte staat hun
op \'t gezicht geschreven; de melancholische, gedrukte gemoeds-
stemming teekent zich af in de plooien van \'t voorhoofd en
rondom den mond. Met zwakke stem worden de hypochondrische
klachten medegedeeld, en de meesten vertellen van hunne ge-
waande hersen- of ruggemergsaandoeningen. Onder deze perso-
nen komen hoofdzakelijk die gevallen voor, welke berusten op
Congenitale overgeërfde ziektetoestanden, hereditaire Lues en
Tuberculose, zwak geboren kinderen, met eene zwakke functie
van alle organen.
De antipode van dit laatstgenoemde type is de gezond uit-
ziende, goed gevoede neurasthenicus, waarvan de communis
opinio
zegt, dat het ingebeelde zieken zijn. Ook dit zijn dikwijls
hereditaire gevallen, waar de overgeërfde zwakte zich in het
zenuwstelsel schijnt te localiseeren; men kan hen dikwijls over
-ocr page 141-
133
hunne angst en dwangdenkbeelden hooren klagen. Zij komen
er moeilijk toe, hunne klachten mede te deelen, maar hebben
zjj eenmaal de eerste vrees overwonnen, dan vertellen zij ge-
woonlijk alles.
Opmerkelijk is somtijds bij neurasthenici de wisseling in
hun voedingstoestand, waardoor verschillen van 10—20 K.6.,
binnen een betrekkelijk kort tijdsverloop, niet tot de zeldzaam-
heden behooren. Wordt eene vermeerdering van lichaamsgewicht
veroorzaakt door eene verbetering der digestiefunctiën, of wel
gaat de toename in gewicht gepaard met eene verbetering in
den psychischen toestand, dan is ons dat begrijpelijk, hoewel in
het laatste geval de samenhang in bijzonderheden ons natuurlijk
ontgaat. Men kan echter ook somtijds deze schommelingen in
het lichaamsgewicht waarnemen, zonder dat de digestie of de
psychische stoornissen verandering ondergaan. In dit geval bljj-
ven deze betrekkelijk aanzienlijke, schijnbaar spontane schom-
melingen ons geheel onverklaarbaar.
Trophische stoornissen komen bij neurasthenie voor in de
huid, tengevolge van den onvoldoenden voedingstoestand. Deze
is droog, dun, vertoont weinig elasticiteit en is dikwijls bleek
of vaal van kleur. Misschien kan ook de onvoldoende voedings»
toestand der spieren als zoodanig opgevat worden.
VI. DlGESTIE-STOOBNISSEN.
Digestie* stoornissen behooren bij neurasthenie tot de zeer
gewone verschijnselen; in de helft der gevallen zijn zij aanwezig.
Niets is echter moeilijker, dan een overzicht te geven van deze
digestie-stoornissen. Dit komt, doordat de aard van deze ziektetoe-
standen ons nog zeer onvolkomen bekend is, en wij bovendien
niet weten, in hoeverre deze afwijkingen in de maagfunctiën
karakteristiek zijn voor neurasthenie, of wel afzonderlijk als
zelfstandige maagaandoening bij andere functioneele neurosen
kunnen voorkomen.
Verder biedt de digestie-stoornis zelf, wat betreft den aard en
de localisatie der afwijking, groote moeilijkheden aan. Het ver-
-ocr page 142-
134
schil tusschen de organische aandoeningen van de maag, dat zijn
zulke, die met organische veranderingen in den maagwand gepaard
gaan, en de nerveuse aandoeningen, is in \'t algemeen niet
moeilijk. Bezwaarlijk wordt het echter, de verschillende nerveuse
digestie-stoornissen van elkaar te onderscheiden. Stellen wij ons
voorloopig op een anatomisch standpunt, dan is het reeds a
priori
meer dan waarschijnlijk, dat het voor de maagfunctie
niet onverschillig is, welk gedeelte van het de maag beheer-
schende zenuwstelsel aangedaan is, en toch weten wij niet bij
benadering de verschijnselen, die aan verschillende gelocaliseerde
veranderingen beantwoorden.
Eene verdere moeilijkheid bij de nerveuse digestie-stoor-
nissen is hierin gelegen, dat wij de functie-stoornissen van de
maag en van den intestinaal-tractus niet uit elkaar kunnen
houden. De digestie is ons het best bekend van den mond tot
den pylorus, en van het coecum tot den anus; wat daartusschen
ligt, is in vele opzichten, vooral bij den mensch, een onbekend
terrein. In de latere jaren zijn velerlei afwijkingen in de maag-
digestie ons bekend geworden, omdat wij het digestie-proces hier
stap voor stap konden volgen. De digestie in den dunnen darm en
vooral de stoornis in de resorptie der digestie-producten zijn ons
grootendeels onbekend gebleven, omdat wij niet in staat zjjn dit
digestie- en resorptie-proces stap voor stap te volgen. In den
dikken darm zijn de verhoudingen iets gunstiger.
Deze eenvoudige principes, die reeds voor de organische
maag-darmziekten gelden, hebben nog meer beteekenis voor de
nerveuse stoornissen van het maag-darmkanaal. Het wordt ons hier-
door begrijpelijk, hoe onze kennis daarvan nog zoo gebrekkig is.
De nerveuse maagstoornissen behooren verder niet alle bij
het ziektebeeld der neurasthenie; integendeel gaan tal van andere
ziekten, ik behoef alleen slechts aan de chlorose te herinneren,
met nerveuse digestie-afwykingen gepaard. Ook komen allerlei
nerveuse digestie-stoornissen als meer of min zelfstandige ziek-
ten voor.
In het vervolg beschrijven wij dus die digestie-stoornissen,
-ocr page 143-
135
welke in het ziektebeeld der neurasthenie zijn waargenomen en
door de frequentie met welke zjj zich voordoen, waarschijnlijk in
oorzakelijk verband met de ziekte staan. Dezelfde of analoge
afwijkingen kunnen echter ook bij andere ziekten of als zelf-
standige aandoeningen voorkomen.
Wat door Leube, Ewald enz. als nerveuse dyspepsie wordt
beschreven, heeft met Neurasthenie weinig uit te staan. Het
is eene hyperaesthesie van het maagslijmvlies, die vrij karakte»
ristieke verschijnselen kan geven, maar die met de centrale func-
tioneele neurose in geen verband staat. Bovendien is het niet
zeker of in deze gevallen niet organische afwijkingen van het
slijmvlies de oorzaak van de z.g. hyperaesthetie zyn.
Eene voor neurasthenie vrij karakteristieke aandoening is de
door Bouveret beschreven neurasthenische gastro-intestioneele ato-
nie.
Meermalen heb ik deze geconstateerd en in zijn ver-
loop kunnen volgen, zoodat ik de overtuiging heb, dat zij
met neurasthenie in eenig causaal verband staat. De hier vol-
gende beschrijving der aandoening geeft in hoofdzaak de opinie
van Bouveret weer.
Bouveret onderscheidt twee vormen, een lichteren en een
zwaarderen. Bij den lichteren vorm ontbreekt eene algemeene voe-
dingsstoornis, en de patiënten blijven er goed gevoed uitzien;
bij den zwaarderen vorm is dit niet het geval, en komt zelfs een
hooge graad van emaciatie voor, zoodat hg deze lijders in den
beginne aan carcinoom kan gedacht worden. Een herhaald onder-
zoek, in verband met de steeds aanwezige andere neurasthenische
verschijnselen, maakt echter in de meerderheid der gevallen een
juiste diagnose mogelijk.
De stoornissen in de digestie zijn in den beginne hoofdzakelijk
van subjectieven aard. De eetlust kan normaal zijn, is soms
verminderd; voornamelijk is dit afhankelijk van de stemming
van den lijder; een melancholisch, hypochondrische stemming
gaat bijna altijd gepaard met vermindering van den eetlust. De
bezwaren komen hoofdzakelijk een half tot één uur na den
maaltijd. De patiënt klaagt gewoonlijk, dat de digestie zoo
-ocr page 144-
136
moeilyk is, hij heeft een gevoel van zwaarte in de maag, het
is, alsof de maag uitgezet is en als een slappe, zware zak in de
buikholte hangt; daarbij is gewoonlijk niet objectief aan te toonen,
dat de maag uitgezet is.
Dikwijls bestaat eene verhoogde gasontwikkeling, die percu-
torisch gemakkelijk is aan te toonen. De patiënt ondervindt ver-
lichting, wanneer hij door ructus de gassen uit de maag kan doen
ontsnappen. Hiertoe ziet men hem nu en dan groote moeite doen
en de ongegeneerdheid, waarmee bij sommige neurasthenici der-
gelijke pogingen geschieden, heeft eene zekere vermaardheid ver-
kregen. Wanneer deze klachten bestaan, kan men gewoonlijk
ook een paar uur na den maaltijd door schudding of boklopping
van den buikwand het bekende successiegeluid van den maaginhoud
te voorschijn roepen; een dilatatie bestaat echter niet, tenminste
niet in eene eenigszins belangrijke mate, zooals reeds zonder
vulling der maag met koolzuur blijkt uit het onderzoek 2
uur na den maaltijd. Het sonore percussiegeluid blijft dan gewoon-
lijk beperkt tot de streek, twee vingerbreedten boven den navel.
Bovengenoemde subjectieve klachten van den lijder kunnen
bjj dezen betrekkelijk geringen graad van objectieve stoornis van
het digestie-proces een\' hoogen graad bereiken. De lijder kan
eenige uren na den maaltijd volkomen ongeschikt worden tot eiken
geestelijken of lichamelijken arbeid, en ook in den tijd tusschen
de maaltijden en \'s morgens klaagt hij over gewaarwordingen
van leegheid en druk in de maagstreek. Men vindt dikwijls een
beslagen tong en hoort klachten over een onaangenamen smaak
in den mond. Daarbij bestaat een algemeen gevoel van lichame-
lijke en geestelijke malaise.
Onderzoekt men in deze periode der ziekte de nuchtere maag
des morgens, dan vindt men dat zij leeg is. Het spiermechanisme
van de maag heeft dus weinig in zijne functie geleden.
Omdat men echter kort na eiken maaltijd eene lichte uitzetting
van de maag kan vinden, schijnt toch bij deze normale functie
van de maagspier eene algemeene verslapping van den maagwand
aanwezig te zijn.
-ocr page 145-
137
Een belangrijk verschijnsel van deze gastro-intestinale atonie,
is verder het veelvuldig ontbreken van het vrije zoutzuur in de
maag, gedurende de geheele periode der digestie. Niet altijd ont-
breekt het geheel, somtijds is de hoeveelheid vrij zoutzuur slechts
verminderd, somtijds is het in normale hoeveelheid aanwezig.
Dit ontbreken van zoutzuur in de maag is niet karakteristiek
voor neurasthenische dyspepsie, daar het ook bij andere ziekten,
b.v. bg chlorose en bij carcinoom waargenomen wordt; het is
echter belangrijk op de veelvuldigheid van dit symptoom Ie
letten, daar men het dikwijls reeds by het begin der neurasthe-
nische dyspepsie kan waarnemen.
Door de afwezigheid van vrij zoutzuur worden de abnormale
gistings-processen in de maag bevorderd, waarbij verschillende
organische zuren kunnen ontstaan, waarvan boterzuur en melk-
zuur de voornaamste zijn. Deze geven, naast de bij neurasthenici
zoo veelvuldige gasontwikkeling uit de maag, de zure en scherpe
oprispingen van vloeistoffen, het z.g. „Sodbrennen" der Duit-
schers. De maaginhoud zelf, wanneer men deze met de sonde
ledigt, heeft eene karakteristieke lucht naar sterke boter.
Met bovengenoemde digestie-stoornissen in de eerste periode
der neurasthenische gastro-intestinale atonie, is bijna altijd go-
paard eene hardnekkige obstipatie. Deze wijkt niet voor purgantia,
is ook door massage niet altijd te verbeteren, maar verdwijnt
gelijktijdig met de genezing van de digestie-stoornis. Sommige pa-
tiënten hebben slechts 4 a 5 maal per maand eene deficatie, en
dit kan jaren lang duren. Dikwijls zijn de faecesballen, tot kleine
knikkergroote stukjes vervormd, zoodat de ontlasting veel op
geitenkeutels gelijkt, somtijds door slijm omgeven. Tengevolge
van deze obstipatie kunnen hevige aanvallen van duizeligheid
optreden, die onmiddellijk verdwijnen, zoodra purgantia worden
genomen.
De kenmerken van het eerste stadium dezer neurasthenische
dyspepsie, afgezien van de subjectieve bezwaren, zjjn dus: ver-
mindering of opheffing der secretie van het zoutzuur, abnormale
fermentatie-processen van den maaginhoud, verslappin g en matige
-ocr page 146-
138
uitzetting, gedurende het digestie-proces, van de maag, met
behoud van de normale functie der maagspieren.
Het neurasthenische karakter van deze digestie-stoornis wordt
bewezen, door het gelijktijdig aanwezig zijn van andere neuras-
thenische verschijnselen, door het optreden er van na psychische
oorzaken, terwijl andere ziekten, waarbjj dezelfde verschijnselen
kunnen voorkomen, zooals chlorose en carcinoom, ontbreken.
In het tweede stadium der neurasthenische dyspepsie voegt
zich bij de beschreven verschijnselen, die in intensiteit zeer
kunnen toenemen, een nieuw symptoom; dit is de vermindering
van den algemeenen voedingstoestand.
Het uitzicht van den patiënt wordt voortdurend minder, er
heeft eene algemeene vermagering plaats, de gelaatskleur wordt
vaal, de krachten van den lijder nemen af, vooral wanneer
reeds vroeger verschijnselen van neurasthenische asthenie be-
stonden. De lijders gevoelen zich vrij wel wanhopig, desubjec-
tieve klachten worden in kleuren en geuren beschreven, en het
opvallende feit, dat de lijder steeds meer vermagert, brengt
hem op het denkbeeld, dat hij aan kanker lijdende is. Ook voor
den medicus is de differentiaal-diagnose met laatstgenoemde
ziekte niet altijd even gemakkelijk.
Naast dit verlies in lichaamsgewicht, neemt men dikwijls waar,
eene ectasie van de maag, die zich door de gewone middelen
gemakkelijk laat aantoonen. Ook begint de motorische functie
der maagspieren te lijden, en vindt men 8 — 10 uren na den
maaltijd, dat de spijzen de maag nog niet gepasseerd zijn.
De abnormale gistings-processen nemen toe en de onvoldoende
digestie met de talrijke daarmede verbonden abnormale sen-
saties, brengen den lijder in eene hoogst gedeprimeerde stemming.
Een dergelijke ectasie van de maag bij neurasthenie, bereikt
niet een dergelijken graad als wy die bij stenose der pyloris
kunnen waarnemen. Dit neemt echter niet weg, dat het eene
zeer onaangename complicatie van het ziektebeeld is, en dat
zij, eenmaal aanwezig, gedurende langen tijd hardnekkigen weer-
stand aan elke behandeling kan bieden.
-ocr page 147-
139
Het is moeilijk uit te maken, wat de oorzaak is van den
slechten voedingstoestand van den lijder. Het is onwaarschijnlijk,
hiervoor de gedeprimeerde stemming alléén verantwoordelijk te
stellen, ofschoon deze er zonder twijfel veel toe zal bijgedragen
hebben. Ook de stoornis der digestie in de maag alleen is niet
in staat de sterke emaciatie te verklaren, omdat de maag
als zoodanig voor de vertering en de resorptie der voedings»
stoffen niet uitsluitend maatgevend is. Ook reeds in het eer-
ste stadium der neurasthenische dispepsie is het digestie-proces in
de maag ernstig gestoord, en is dit gewoonlijk reeds chemisch aan
te toonen, zonder dat echter eene vermindering van den algemee-
nen voedingstoestand aanwezig is. Verminderde voedselopname
kan het ons evenmin duidelijk maken, daar deze dikwijls voldoende,
somtijds meer dan voldoende is. Wij zijn naar mijne meening
genoodzaakt, eene stoornis in het digestie- en resorptie-proces
van den darm wand aan te nemen en moeten ons voorstellen, dat
de nerveuse stoornis in het digestie-proces van de maag, bij het
voortschrijden der ziekte zich op den darm voortplant. Omdat
echter het digestie-proces in den darm ons zoo onvolledig be-
kend is, en zoo weinig toegankelijk is voor onderzoek, kunnen
wjj onze meening niet door positieve feiten ondersteunen. Wij
weten zelfs niet, of deze stoornis in de darmfunctie een primair
chemische stoornis is, of de resorptie bemoeilijkt is, dan wel
of het eene motorische atonie is; waarschijnlijk zijn deze
drie omstandigheden gelijktijdig aanwezig en dragen zij elk
afzonderlijk \'t hare bij tot de algemeene emaciatie.
Eene niet ongewone complicatie van de neurasthenische maag-
darm-atonie is de pseudo-membraneuse ontsteking van het colon.
Bij deze aandoening ziet men met de zeer harde faecesballen
eene groote hoeveelheid mucus en vloeistof het darmkanaal
verlaten. Deze mucus komt soms voor in kleine vlokken, som-
tjjds echter als meer of min groote vliezen en vellen, die een
afgietsel van den darmwand kunnen te zien geven. Bloed is in
geringe mate dikwijls aan de slijmige vliezen adhereerend. Deze
mucusvellen komen uit het colon en ontstaan door de chronische
-ocr page 148-
140
prikkeling van den darmwand door de harde faeces. De ontlasting
gaat gewoonlijk met koliekachtige pijnen en tenesmi gepaard,
ook is somtijds het geheele colon pijnlijk voor palpatie. Door
loslating der mucusvellen ontstaan erosies, die kleine bloedingen
kunnen geven, en die verder verantwoordelijk moeten gesteld
worden voor de meerdere malen waargenomen koortsaanvallen,
tengevolge van resorptie van septische producten van den darm-
inhoud, zooals dat ook wel bij de gewone chronische obstipatie
kan voorkomen. Dikwijls gaat de defaecatie gepaard met hevige
koliekachtige pijnen, die over den geheelen buik verspreid kunnen
zijn, maar hoofdzakelijk haren zetel hebben in de verschillende
gedeelten van het colon.
De laatste nog te beschrijven complicatie der neurasthenische
atonie is de enteroptose van Glenard. Deze aandoening komt
herhaaldelijk voor na andere ziekten, die ons hier niet nader aan-
gaan, maar zeker is ook, dat de neurasthenische atonie zonder meer
tot enteroptose kan voeren. Verschillende omstandigheden, vooral
de algemeene ematiatie en het slap worden van den buikwand,
bevorderen deze algemeene verzakking der ingewanden. By vrou-
wen, wier buikwand na herhaalde zwangerschappen, of door
vroeger bestaan hebbende en thans geëxtirpeerde tumoren, zeer
uitgezet is geweest en daardoor verslapt is, of die door het
dragen van nauwe corsetten den inhoud der buikholte kunstmatig
naar beneden hebben gedrongen, komt enteroptose meer voor dan
bij mannen.
Neurasthenici, die aan enteroptose lijden, vertoonen gewoonlijk
een zeer vermagerden buikwand, die in rechtopstaande positie
van den lijder in het hypochondrium naar beneden hangt, terwijl
in liggende positie de buik in de lendenen breed uitgezet is, en
de convexiteit naar voren voor eene schuitvormige uitholling
plaats maakt. De maag is uitgezet, het colon transversum hangt
naar beneden en is gewoonlijk door percussie, soms door palpatie,
gemakkelijk aan te toonen. De slappe buikwand veroorlooft eene
palpatie der verschillende organen, gemakkelijk voelt men een
verzakte nier. Overigens onderscheidt men de neurasthenische
-ocr page 149-
141
enteroptose in niets van die, welke onder andere omstandigheden
voorkomt.
De ziekte zelve wordt er op onaangename wjjze doorgecom-
pliceerd, en de therapie is dikwijls niet in staat de bestaande
bezwaren op te heffen.
De diagnose der neurasthenische digestie-stoornissen is in
\'t algemeen niet moeilijk te stellen. Gewoonlijk bestaan naast
de klachten over stoornissen in de spijsvertering en de objectieve
symptomen daarvan, talrijke andere neurasthenische verschjjn-
selen, die niet te miskennen zijn. Met chronische maagcathar
of uleus rotundum is de neurastenische atonie niet te verwarren.
De nerveuse dyspepsie, zooals die door Leube en Ewald beschre-
ven is, valt voor een gedeelte met de neurasthenische atonie
samen; uit de beschreven verschijnselen blijkt echter voldoende,
dat de laatste niet samenvalt met eene eenvoudige hyperaesthesie
van het maag-slijmvlies, zooals de nerveuse dyspepsie zou moe-
ten zijn.
De nerveuse digestie-stoornissen zijn, zooals reeds in den
beginne is opgemerkt, een nog zeer duister hoofdstuk der neu-
ropathologie; verder onderzoek zal scheiding moeten maken in
veel, wat thans nog vereenigd is.
In het tweede stadium der neurasthenische atonie, wanneer
eene progressieve emaciatie het ziektebeeld gaat compliceeren,
kan het moeilijk zijn, sommige organische aandoeningen van da
maag, vooral carcinoom of andere vernauwingen in het gebied
van den pylorus, uit te sluiten, die ook met vermagering ge-
paard gaan.
De anamnese en verder een nauwkeurig physisch onderzoek
maken de diagnose gewoonlijk mogelijk; slechts in zeldzame
gevallen zal men het verloop der ziekte moeten afwachten, om
de diagnose te kunnen maken.
In het bovenstaande heb ik hoofdzakelijk de voorstelling van
Bouveret gevolgd. Het schijnt mij toe, dat op deze manier
een symptomencomplex van digestie-stoornissen, zooals ik dat
bij neurasthenie meerdere malen heb waargenomen, tot een
-ocr page 150-
142
redelijk geheel vereenigd wordt. Of aan dit complex van symp-
tomen eene zelfde afwijking steeds ten gronde ligt, is nog
onbekend; het heeft dus niet meer dan eene descriptive
waarde.
Behalve deze atonie van het maag-darmkanaal komen bij
neurasthenie nog talrijke andere digestie-stoornissen voor.
In de eerste plaats de hyperaesthesie van het maag-darmka-
naal. Uier kan men de verschijnselen hebben der nerveuse
dyspepsie, somtijds verbonden met hyperaciditeit van den maag-
inhoud. Men kan dan hebben hevige pijnaanvallen na eiken maal-
tijd, ofschoon dit bij neurasthenie minder dikwijls voorkomt De
pijnen zijn uitstralend over den buik en den rug, men vindt pijn-
lijkheid van den buikwand bij palpatie in de streek der maag
en in den rug. Deze pijnlijkheid kan zich over den geheelen
buikwand uitstrekken of zich in de streek van het colon loca-
liseeren. Hoewel de pijnlijkheid voor druk bij neurasthenie bij
lange na niet zoo frequent en zoo hevig voorkomt als bij hys-
terie, zoo heb ik toch meerdere gevallen waargenomen, waarin de
pijn bij druk zoowel als de spontane pijn zeer op den voorgrond
trad en zeer hevig was. Opmerkelijk is het, hoezeer psychische
momenten hun invloed op deze pijnen uitoefenen; eene emotie,
een verdriet, eene kleine teleurstelling kan een genezen pijn
met groote hevigheid weer te voorschjjn roepen. Vooral in
chronische gevallen wordt ze meer en meer onafhankelijk van
het digestie-proces, en doet ze zich steeds duidelijker ken-
nen als door psychische momenten bepaald. Ze kan ook voor-
komen geheel onafhankelijk van de digestie; de spijsvertering
kan geheel normaal zijn, en de lijder kan klagen over de meest
intensieve maagpijn en maagkramp.
Herhaaldelijk vindt men bij neurasthenie abnormale opeenhoo-
ping van gassen in het maag-darmkanaal. Uit de maag worden
deze gassen door ructus verwijderd. Soms schijnt dit tengevolge
van een contractie der spieren aan de cardia, niet mogelijk te
zijn; men kan de maag dan op den buikwand afteekenen. Een
dergelijke toestand is vooral door de zich daaraan dikwijls aan-
-ocr page 151-
143
sluitende aanvallen van duizeligheid en benauwdheid met hart-
palpitaties zeer onaangenaam.
Reflexen van de maag uit op de hartcentra komen bij neu-
rasthenie herhaaldelijk voor, en dikwijls ziet men hartpalpitaties,
aanvallen van benauwdheid enz. verdwijnen, nadat de digestie-
stoornis is genezen.
Plaatselijke gasophooping kan ook in den darm voorkomen,
zoodat het somtijds mogelijk is, bepaalde darmgedeelten af te
tasten; men neemt aan, dat hierbij atonie van bepaalde gedeelten
van den darm voorkomt, gecombineerd met kramp van andere
gedeelten, zoodat de lucht in een gedeelte van den darm opge-
sloten kan zijn.
Naast de locale luchtophoopingen komen algemeene voor; de
tympanie van het geheele abdomen geeft tot zeer bezwarende
verschijnselen aanleiding, vooral wederom door reflex op \'t hart.
Mechanische verwijdering der gassen door massage kan hier
dikwijls helpen.
De peristaltiek in het maag-darmkanaal is bij neurasthenie
dikwijls gestoord. De verminderde peristaltiek is waarschijnlijk
eene der oorzaken van de dilatatie der maag. Verhoogde peristal-
tiek komt evenzoo voor, zelfs bij de gedilateerde maag. Somtijds
kan men deze door den buikwand heen zien, de patiënt onder-
vindt ze als een hinderlijk, soms pijnlijk borrelen en bewegen
der maag. In het darmkanaal kan het aanleiding geven tot lang-
durige diarrhoeën. Na gemoedsaandoeningen neemt men bij neu-
rasthenie herhaaldelijk diarrhoe waar. Sommige lijders vertoonen
hiervoor eene buitengewone gevoeligheid.
Verminderde peristaltiek, hoofdzakelijk van het colon, is oor-
zaak van de habituëele obstipatie, die bij neurasthenie, evenals
bij bijna alle depressietoestanden een zeer gewoon verschijnsel
is. Secundair geeft obstipatie aanleiding tot catharrale en ecta-
tische toestanden van het colon en het eindstuk van den darm,
die hier niet nader besproken behoeven te worden.
Qui bene purgat, bene vivat; deze schoone spreuk der oudere
eeskunde wordt door den nieuwen tijd bevestigd; ze geldt
-ocr page 152-
144
niet alleen voor neurasthenie, maar is ook voor andere ziekten
van belang. Schijnbaar zware vormen van neurasthenie heb ik
door purgatie zien genezen. Dit is een belangrijke raad voor
de praktijk. Op den duur is massage van den buikwand beter
dan purgantia, in de meer acute gevallen verdienen purgantia
de voorkeur.
Enkele afwijkingen in de digestie verdienen nog besproken
te worden.
De eetlust, onafhankelijk van het digestie-proces, kan ver-
meerderd of verminderd zijn. Een mijner patiënten had altijd
honger. Des avonds werden meerdere boterhammen medegeno-
men, om des nachts bij het herhaaldelijk wakker worden, ver-
orberd te worden. Werd aan de behoefte tot voedselopname niet
voldaan, dan ontstond geeuwhonger, met duizeligheid, bleekheid,
hartpalpitaties en een gevoel van onmacht.
Verminderde eetlust komt dikwijls voor, hetzij tengevolge van
psychische depressie, of wel door de wetenschap, dat elke voed-
selopname bezwaren geeft.
De voedselopname kan bemoeilijkt zijn door eene contractie
der pharynx- en oesophagus-spieren. Zoodra de patiënt eten ziet,
of in sommige gevallen slechts aan eten denkt, is het hem on-
mogelijk te slikken. Dergelijke toestanden komen naar mijne
ervaring slechts voorbijgaande voor; maar wanneer zij voorkomen,
zijn zij zeer hinderlijk; in een geval heb ik er ernstig over ge-
dacht kunstmatige voeding te beginnen, en alleen de algemeene
hyperaesthesie van de patiënten heeft mij er van terug gehouden;
De tong is bij neurasthenie dikwijls beslagen, soms zoo sterk,
dat het noodig is ze dagelijks te reinigen. Ook van deze aan-
doening weten wij de oorzaak niet.
Onze kennis van de digestie-stoornissen bij neurasthenie is
nog hoogst gebrekkig. Het is weinig anders dan een droge
opsomming van verschijnselen, waarvan zich in vele gevallen
de psychische oorsprong laat aantoonen, maar die overigens
zonder nader verband naast elkaar staan. Reeds vroeger hebben
wjj er op gewezen, dat dit zijn oorsprong vindt in onze geheele
-ocr page 153-
146
onbekendheid met de nervense innervatie van het maag-darm-
kanaal. Psychische en nerveus reflectorische processen kunnen
wij niet onderscheiden. Hopen wij, dat voortgezet onderzoek
nieuw licht zal brengen.
Alle bovengenoemde stoornissen in het proces der digestie
hebben een belangrijken invloed op den psychischen toestand
van den lijder. Het is bekend, hoe reeds eene acute indigestie in-
vloed heeft op iemands geestelijk welzgn, en hoe onder den invloed
hiervan geestelijke arbeid onmogelijk is. Bij de chronische di-
gestie-stoornissen der neurasthenici is dit nog veel duidelijker.
Men neemt hier verder waar eene irradiatie der abnormale gewaar-
wordingen naar allerlei richting. Niet alleen dat b. v. maag-
pijn, zooals gewoonlijk, in den rug en de zij gevoeld wordt,
maar men vindt dikwqls irradiatie naar het hart. Hevige hart-
palpitaties, pijn in de hartstreek, aanvallen van angina pectoris
zijn dikwijls het gevolg van digestie-stoornissen. Hierbij komen
nog irradiaties naar verder gelegen lichaamsdeelen, moeheid in
de beenen, pijn in de lenden, enz. Juist deze irradiatie-ver-
schijnselen wijzen ons dikwijls op den neurasthenischen oor-
sprong der digestie-stoornis.
Ook de invloed op de psyche is dikwijls zeer groot. Na eiken
maaltijd klaagt de lijder over moeheid en volheid in het hoofd,
en is hij meer nog dan gewoonlijk buiten staat eenigen arbeid te
verrichten. Alle paraesthetieën en pijnen, die wij vroeger reeds
besproken hebben, kunnen zich tengevolge van digestie-stoornis
in verdubbelde mate doen gelden. Langs zuiver psychischen
weg wordt dan dit alles weer Verwerkt tot hypochondrische en
nosophobische voorstellingen. Alles samengenomen, behooren di-
gestie-stoornissen tot de lastigste verschijnselen, en vormen zij
een vicieusen cirkel, dien het moeielijk kan zijn te onderbreken.
VII. Sexueele en seceetobische afwijkingen.
Stoornissen in de functie der geslachts-organen worden bij
neurasthenie herhaaldelijk waargenomen. De beteekenis van deze
afwijkingen is door den patiënt zoowel als door den medicus op
10
-ocr page 154-
146
de meest verschillende wijzen beoordeeld en ook nu is men
daarover nog niet tot eenstemmigheid gekomen.
Mocht men geloof slaan aan de verhalen der lijders zelven, dan
zou men er stellig toe komen de waarde dezer verschijnselen
te overschatten. Het is zeer gewoon, dat door den lijder zijne
ziekte aan onanistische misbruiken wordt toegeschreven. Is hij
een zuivere neurasthenicus, dan hoort men gewoonlijk verder,
dat de onanie al reeds sedert jaren niet meer wordt verricht,
maar ondanks dit, is hij stellig overtuigd, dat de ziekte daarin
haar oorsprong heeft gevonden. Meestal volgt dan verder de
klacht, dat patiënt aan polluties lijdt, en dat die hem zoo erg
verzwakken. Deze polluties, en dit zijn dan nachtelijke pollu-
ties, maken den lijder den geheelen dag, volgende op zulk eene
pollutie, geheel van streek; hij klaagt over paraesthesieën in
de genitaalstreek, den rug, enz. Deze voorstellingen ziyn zonder
twijfel overdreven en onjuist.
Alles, wat met de genitaal-functiën in verband staat, mag
zich bij oud en jong in eene groote belangstelling verheugen en
door het eigenaardige waas van geheimzinnigheid, dat daarover
wordt uitgespreid, wordt alles, wat hierop betrekking heeft,
op avontuurlijke wijze verwerkt, voornamelijk door een neuras-
thenicus.
Eomen gevallen als bovengenoemde in behandeling, dan kan
men, alleen reeds door voortdurend den lijder gerust te stellen,
verbetering zien intreden en op deze wijze gelukt het gewoon-
lijk de verschijnselen, die een zuiveren psychologischen oorsprong
hebben, te elemineeren. Dan blijft te behandelen over, wat
veroorzaakt wordt door de nerveuse stoornissen in het genitaal-
apparaat.
Voor de appreciatie der genitale stoornissen bij neurasthenie
bestaat echter ook bij medici groote verscheidenheid. Zonder
hierover de verschillende meeningen mede te deelen, zal ik mg
tevreden stellen mijne eigen opvattingen uiteen te zetten.
Evenals dit met de stoornissen in de digestie en de werking
van het hart het geval is, komt het voor, dat de verschijnselen van
-ocr page 155-
147
het genitaal-apparaat het ziektebeeld beheerschen. Men heeft
dan gesproken van een genitalen of sexueelen vorm van neu-
rasthenie, en meende dezen onder de z.g. mono-symptomatische
neurasthenie te kunnen rangschikken. Op zichzelf zou hiertegen
zooveel bezwaar niet zijn, wanneer men kon aantoonen, dat de
ziekteoorzaak, die men bij de neurasthenie veronderstelt, zich
tot eene enkele psychische functie beperkte, zooals dat b. v. bjj
schrijfkramp en andere aandoeningen het geval kan zfl\'n.
Op grond echter van mijne ervaring en bovendien van ver-
schillende ziekte-geschiedenissen, die anderen medegedeeld heb-
ben, geloof ik, dat de stoornissen in het genitaal"systeem zeer
zelden alléén voorkomen. Altijd vindt men duidelijk andere
neurasthenische verschijnselen, gewoonlijk zelfs zeer ernstige, en
wat men sexueele neurasthenie genoemd heeft, blijkt meestal
niet anders te zijn dan neurasthenie, waar de sexueele ver-
schijnselen meer of min op den voorgrond treden; evenzoo als
dat in andere gevallen met de maag- en hartverschijnselen het
geval kan zijn.
In één opzicht verdienen de sexueele symptomen nog onze
aandacht; dit is de invloed, dien zij langs psychologischen weg
op den algemeenen toestand hebbon. De sexueele stoornissen
worden door den lijder zeer ernstig opgenomen, en bij zijne
neiging tot hypochondrische en nosophobische voorstellingen zgn
zij eene onuitputtelijke bron voor nerveuse klachten, en dragen zij
veel bij tot achteruitgang van den psychischen toestand. öe-
woonlijk kan men in deze gevallen veel doen door verstandige
toespraak, maar het is mij ook voorgekomen, dat ik de ver-
schijnselen verder heb zien gaan, en dat er zich een ziekte-
toestand heeft ontwikkeld, die tot den hypochondrischen waanzin
gerekend moest worden. Ook in dit opzicht bestaat er geen
fundamenteel verschil tusschen de aandoeningen van de sexueele
en der andere organen. Ook de klachten over de digestie kun-
nen , zoo hevig," „zoo chronisch en" zoo on waar schijnlijk worden,
dat zij in het kader der oncorrigeerbare waandenkbeelden
vallen.
-ocr page 156-
148
Wij beschouwen dus de stoornissen der sexueele functiën,
juist als die der andere organen, als verschijnselen, en niet als
oorzaken der neurasthenie, en vinden hier alleen dit eigenaardige,
dat de sexueele verschijnselen door hunne psychische verwerking,
meer dan andere verschijnselen er toe bijdragen, de ziekte te
verergeren en dus secundair als oorzaak te fungeeren.
Zeer kan ons dit niet verwonderen, wanneer wij een oogen-
blik nagaan, hoe eng bij de geslachtsfunctiën reflectorische en
psychische processen verbonden zijn. De reflectorische of wil
men liever de spinale processen zijn erectie en ejaculatie; psy-
chisch hiermede verbonden, \'t zij als oorzaak, \'t zij als gevolg,
zijn libido sexualis en orgasmus. De normale physiologisch-psy-
chologische gang bij de geslachtsfunctie is: 1°. libido sexualis,
opgewekt door zintuig"waarnemingen of ideeën-associatie, 2°.
erectie, 3°. ejaculatie, als zuiver reflectorisch proces, opgewekt
door een peripheren prikkel, 4°. orgasmus, als psychisch correlaat
of gevolg, zoo men wil, van het voorgaande. Dit is de nor-
male gang bij den coïtus, en elke geslaehtsuiting kan tot dit
schema teruggebracht worden. Had men zich aan dit schema
meer gehouden, dan hadden vele mededeelingen en theorieën
over sexueele afwijkingen, speciaal over de z.g. contraire ge-
slachtsuitingen, ongeschreven kunnen blijven en ware men niet
in dien warboel gekomen, waarin bijna geen weg meer is te
vinden.
Wij zullen de stoornissen en de uitingen van het geslachts-
leven in de bovengenoemde volgorde behandelen, en behoeven
alleen nog slechts op te merken, dat in het verband tusschen
de bovengenoemde verschijnselen bij neurasthenie stoornis kan
optreden, zoodat het eene zwak kan zijn of ontbreken, terwijl
de volgende factoren normaal of zelfs versterkt kunnen aan-
wezig zijn. Om hiervan een voorbeeld te noemen, kan ejaculatie
optreden, zonder dat de beide voorafgaande factoren libido sexu-
alis en erectie aanwezig z\\jn. Het normale quartet van ver-
schijnselen kan dus onder ziekelijke omstandigheden gestoord
zgn; wij komen hierop bij de behandeling der symptomen van
-ocr page 157-
149
zelf terug en hebben dan gelegenheid eenigszins op de normale
verhoudingen in te gaan en de pathologische daaruit af te leiden.
Libido sexualis is een psychisch verschijnsel; het valt echter
niet te ontkennen, dat het van een zeer bijzonderen aard is, en
niet zonder meer met andere psychische verschijnselen ge-
lijk gesteld mag worden. Reeds het eenvoudige feit, dat libido
sexualis bij lagere dieren even zoo goed voorkomt als bjj
den homo sapiens, brengt ons tot de wetenschap, dat de ge-
slachtsdrift als zoodanig niet psychisch is, maar alleen psychische
oorzaken, motieven noemt men die in de psychologie, heeft. Het
verschil tusschen geslachtsdrift bij hoogere en lagere wezens is
dus niet gelegen in de geslachtsdrift zelf, maar alleen in de
motieven, die daartoe opwekken. Bij den mensch gaan zeer
samengestelde associaties daaraan vooraf, die dus motieven, oor-
zaken zijn voor de opwekking der Libido. Deze motieven worden
zelf wederom opgewekt door zintuigelijke waarnemingen of her-
inneringen daarvan, of door het nog meer samengestelde motief
der ideeën-associatie.
De libido sexualis, de geslachtsdrift, is bij den normalen mensch
zeer verschillend sterk ontwikkeld; hoe sterker zij is, des te
minder sterk behoeven de motieven te zijn, die haar opwekken;
in den leeftijd tusschen 20 a 30 jaar is zij het sterkst en wordt
zij gewoonlijk niet door gecompliceerde associaties, maar alleen
reeds door zintuigelijke waarneming tot werking gebracht; wel
kan zij door ideeën*associatie geremd worden.
Bg neurasthenie komen zeer verschillende afwijkingen voor in
de libido sexualis. Men kan in \'t algemeen zeggen, dat zij bijna
uitsluitend in quantitatieven zin veranderd is, zy kan dus ver-
hoogd of verlaagd zijn. Hierbij dient opgemerkt te worden, dat
niet alleen de geslachtsdrift als zoodanig bedoeld wordt, maar
ook de motieven, die daaraan ten grondslag liggen.
In dit opzicht verloochent de neurasthenie haar karakter niet,
zooals wij dat hebben leeren kennen bij de stoornissen in de
denkbeelden, waar wij ook alleen quantitatieve en geen quali-
tatieve afwijkingen aantroffen en waar het waandenkbeeld, als
-ocr page 158-
150
qualitatieve stoornis, de meest scherpe grens tusschen de ver-
schillende vormen van waanzin en neurasthenie aangaf. Als
qualitatieve stoornis van de geslachtsdrift, als homologon van
den waan in zijne verschillende vormen, kan men de contraire
geslachtsgewaarwordingen beschouwen. Hierbjj is de libido sexua-
lis niet gericht op het andere geslacht, maar op het gelijknamige.
Daarbij zijn de motieven, die de geslachtsdrift opwekken, geheel
dezelfde, als bij den normalen mensch, het effect is alleen van
richting veranderd. Deze zuivere contraire sexuaalgewaarwor-
diugen zijn zeer zeldzaam, in tegenstelling met de perverse
sexuaalgewaarwordingen, waarbij de geslachtsdrift normaal is,
maar waarbij de motieven, die haar opwekken veranderd zijn.
Het is zeer gewoon, dat perversen geëffemineerden en de groote
serie der andere qualitatieve sexuaalafwijkingen, die tegenwoor-
dig in onze groote steden zoo talryk zijn, als contraire sexuaal-
afwijkingen beschreven worden. Wanneer men het bovengenoemde
in aanmerking neemt, ziet men in, dat dit geheel ten onrechte
geschiedt.
De contraire geslachtelijke gewaarwordingen vallen geheel
buiten het gebied der neurasthenie, zij zijn afwijkingen in den
inhoud van de geslachtsdrift en komen als zoodanig overeen
met het waandenkbeeld.
De libido sexualis kan bij neurasthenie verhoogd zijn. Deze
gevallen kenmerken zich door eene zeer vroege ontwikkeling der
geslachtsdrift en tegelijk door eene groote intensiteit daarvan.
Dit kan op verschillende manieren tot verdere stoornissen aan-
leiding geven.
Vooreerst is de verhooging der geslachtsdrift op zichzelf reeds
ziekelijk, wanneer zij aanzienlijk is. Dit wijst reeds op eene fout
in de aangeboren eigenschappen van het individu, en wij zien
dan ook, dat het bijna uitsluitend voorkomt in die gevallen van
neurasthenie, welke op hereditairen bodem zich ontwikkelen.
Binnen deze categorie van personen vallen dan ook die zeldzame
gevallen, waar door overdreven geslachtsuitingen, \'t zij langs
onanistischen of langs natuurlijken weg, secundair neurasthenie
-ocr page 159-
151
ontstaat. Toch valt hierbij op te merken, dat door overdreven
onanie meer andere vormen van geestesstoornis ontstaan of in
hare ontwikkeling bevorderd worden, speciaal de z.g. hebe-
phrenie, die reeds door oudere Engelsche psychiaters als onanis-
tische krankzinnigheid is beschreven geworden. Bjj vrouwen heb
ik herhaaldelijk hysterie zich zien ontwikkelen. Hiermede wil
ik evenwel niet zeggen, dat de frequente masturbatie oorzaak
voor hysterie is; ik geloof eerder, dat in de meeste gevallen de
verhoogde geslachtsdrift als aangeboren symptoom van hysterie
moet opgevat worden. Aan al deze vormen van geestesstoor-
nis is gemeen hun hereditaire aanleg, zooals die gegeven is in
eene primair verhoogde geslachtsdrift.
Wanneer gedurende langen tijd veelvuldig onanie bedreven
wordt, berust dit in de meerderheid der gevallen op verhoogde
en vervroegde geslachtsdrift; een ander moment daarvoor is ver-
minderde psychische weerstand. Welk moment in het spel is,
in beide gevallen treden op den duur stoornissen op, die wij
later meer nauwkeurig zullen beschrijven.
Een frequent verschijnsel, waarover men in deze gevallen
hoort klagen, zijn de vermeerderde pollutiones. Blijven deze
binnen redelijke grenzen beperkt en treden zij niet over dag op,
dan hebben zij weinig beteekenis. Hinderlijk is dikwijls het op-
treden van erecties na de geringste oorzaken. Het zien van eene
vrouw, van vrouwelijke kleedingstukken enz. kan tot pijnlijke
erecties voeren.
Zeer ernstig kunnen de verschijnselen van verhoogde geslachts-
drift worden, wanneer de neurasthenische gedachtenjacht dit
terrein gaat omvatten. Zooals wij reeds vroeger zagen, is de
ljjder in die gevallen een willooze speelbal van al zijne ge-
dachten, en ik heb zeer onstuimige en weerzinwekkende toonee-
len bijgewoond, dat de lijder, niet in staat om eenigermate weer-
stand te bieden, tot handelingen kwam, waarover hij een oogen-
blik later groot berouw had.
Verzwakking der Libido sexualis komt bjj neurasthenie meer
voor en is in tegenstelling met de verhoogde geslachtsdrift,
-ocr page 160-
152
minder een aangeboren, dan wel een onder den invloed der
ziekte verkregen verschijnsel. Ook de verzwakking der geslachts-
drift berust meestal op eene verzwakking der motieven, die tot
geslachtsuitingen leiden, hoewel het natuurlijk niet uitgesloten
is, dat de libido zelf en ook bovendien nog de lagere spinale
centra in een uitputtings-toestand verkeeren.
Eene aangeboren verzwakking der geslachtsdrift vindt men
bjj die congenitaal zwak geboren individuen, waarvan boven
reeds herhaaldelijk gesproken is; hier is de zwakke geslachts-
drift een der vele algemeene uitputtings-verschijnselen. Ontwik-
kelt deze zwakte zich verder, dan komt men tot die toestanden,
welke men psychische impotentie heeft genoemd. Slechts zelden
vindt men dit symptomen-complex der psychische impotentie
geheel zuiver; meestal is het gecombineerd met de z.g. nerveuse
impotentie, waarover wij later spreken. Is het goed uitgespro-
ken, dan neemt men waar, eene gradueele vermindering der
libido, welke veroorzaakt wordt door eene vermindering der
motieven, die tot libido leiden, zonder dat daarbij vele andere
symptomen waargenomen behoeven te worden. Bij gehuwde
personen geeft dit dikwijls tot ernstige moeilijkheden aanleiding;
de vrouw zoekt de verkregen frigiditeit in alles, behalve in im-
potentie, en de man wordt door zijn onvermogen dikwijls psychisch
zeer gedrukt. Gemakkelijk sluiten zich hierbij allerlei nosopho-
bische en hypochondrische voorstellingen aan, die bovendien
daardoor nog eene ernstige beteekenis verkrijgen, dat zij een
slechten invloed uitoefenen op den algemeenen voedingstoestand.
De patiënt zelf herkent zeer goed den psychischen oorsprong
van zijne kwaal en stelt ze terecht op gelijke lijn met zijne
andere neurasthenische geestesafwjjkingen. Bjj verdere ontwik-
keling voegen zich nog daarbij allerlei paraesthesieën en pijnen
in de streek der genitaliën.
Na dit overzicht der stoornissen in de libido sexualis, komen
wjj tot de afwijkingen in de erectie en de ejaculatie. Deze beide
processen, die van reflectorischen aard zijn, maar waarop de
psyche grooten invloed uitoefent, behandelen wij gelijktijdig.
-ocr page 161-
153
Misschien bjj geen enkele van onze lichamelijke functiën is
de invloed der psychische factoren zóó in het oog springend,
als bij de geslachtsverrichtingen. Van de psyche uit, ondervinden
deze reflectorische functiën eene verhooging, (Bahnung noemen
de Duitschers dit) of eene remming. Dit begrip van vermeerde-
ring en vermindering van reflectorische functiën, door hooger
gelegene en speciaal door psychische centra, is in den laatsten
tijd door Duitsche schrijvers en vooral door Binswanger, in zijne
monografie over neurasthenie, zeer op den voorgrond gebracht.
Voor de overige reflectorische processen schijnt mij dit in menig
opzicht nog te weinig aan te toonen en te veel nog doortheo-
retische redeneering gepostuleerd; daarom heb ik er in dit
leerboek bijna geheel over gezwegen. Voor de geslachts-functiën
is deze dubbele psychische invloed echter zeer duidelijk, en het
blijkt reeds bij oppervlakkige waarneming, hoezeer voorstellingen
van invloed zijn op het wèl of niét tot stand komen van erectie
en den aankleve van dien. Deze invloed is zóó groot, dat onder
gunstige omstandigheden door voorstellingen willekeurig, d.i. dus
in de hoogste mate psychisch, erectie te voorschijn geroepen of
bedwongen kan worden. Door deze psychische functiën wordt
het reflectorische centrum genitale in het lendenmerg in eenen
verhoogden of verlaagden functietoestand, tonus zou men het bjj
de spieren noemen, gehouden.
Bij neurasthenie kan de invloed der hoogere centra op het
reflectorische centrum der erectie stoornis vertoonen.
Het kan voorkomen, dat bij normale of zelfs bij verhoogde
libido sexualis de erectie uitblijft, terwijl deze na periphere
prikkels normaal, of zelfs in verhoogde mate optreedt.
Het periphere gedeelte van het proces is dus ongestoord en
de afwijking bestaat hierin, dat de normaal, of zelfs de verhoogd
aanwezige libido sexualis, door eene functioneele stoornis in de
geleidingsbanen, geen bevorderenden invloed meer kan uitoefenen
op het centrum in het lendenmerg.
De omgekeerde stoornis, eene vermindering der psychische
remming op het reflectorische centrum in het lendenmerg, komt
-ocr page 162-
154
ook voor, en uit zich als verhoogde, als gemakkelijker optredende
erectie en een niet rembaar zijn daarvan door psychische processen.
Versterking of gemakkelijker geleiding der tonus-verhoogende
en vermindering of bemoeilijkte geleiding der tonus-verminde-
rende invloeden op het centrum genitale, geeft ons klinisch de-
zelfde verschijnselen. Geheel hetzelfde ziet men bij de hartsfunctie,
met dit onderscheid, dat hier de bevorderende en de remmende
werking op de hartcontracties niet in de psychische spheer vallen
en de psychische invloed, die zich evenzoo doet gevoelen, dus
meer indirect tot stand komt.
Begeven wij ons nu binnen het gebied der reflectorische ge-
slachtsfunctiën, dan hebben wij achtereenvolgens de talrijke af-
wijkingen te noteeren. Wij zullen ze behandelen in de volgorde,
waarin zij gewoonlijk ontstaan, en waarin de lijder ze ons ge-
woonlijk mededeelt.
Eerst noemen wij de gewoonte der onanie; deze wordt door
den lijder zelf bijna altijd op den voorgrond geplaatst. Bij de
vele neurasthenici, die ik in verloop van jaren gezien heb, geloof
ik niet, dat 10 procent der gevallen zich van dit euvel heeft
vrijgepleit, en door de ervaring geleerd, is het tegenwoordig
mijne gewoonte om, wanneer het liedje begint, het zelf te vol-
eindigen, dat spaart tijd, en verlicht den patiënt. Onanie is volgens
mijne overtuiging zelden eene oorzaak voor neurasthenie. Langen
tijd vóór dat het als oorzakelijk moment in aanmerking zou
kunnen komen, heeft de lijder er gewoonlijk reeds mee opgehou-
den. Het is ongeveer juist als met alcohol-misbruik. Neurasthenici
zijn dikwijls hoogstaande menschen, die alles, wat zij zich als
mogelijke oorzaak voor hunne ziekte denken, angstvallig vermij-
den, met uitzondering van het ééne groote moment, de moreele
en intellectueele overlading.
Somtijds kan het als oorzaak dienst doen, en wel bij hereditaire
gevallen en bij de congenitaal-zwakken. Hierbij vindt men
dan gewoonlijk eene verhoogde of eene vroegtijdig ontwikkelde
geslachtsdrift.
Bij neurasthenische vrouwen vindt men zelden masturbatie.
-ocr page 163-
155
Vrouwen zijn met de mededeeling hiervan gewoonlijk zeer
geheimzinnig, maar wanneer ik bedenk, dat het mij bij andere
psychische afwijkingen herhaaldelijk is medegedeeld, kan ik mij
moeilijk voorstellen, dat neurasthenische vrouwen dat zouden
hebben verzwegen.
Eene der meest voorkomende klachten is die over vermeerderde
polluties. In den beginne gaan deze gewoonlijk met wellustige
droomen, erectie en orgasmus gepaard, en zijn zij dus een nor-
maal verschijnsel, dat alleen te dikwijls voorkomt. Bij verdere
ontwikkeling kunnen de begeleidende verschijnselen verdwijnen,
en verkrijgt het proces dus een meer ziekelijk cachet.
Bg de vermelding van dit verschijnsel door den lijder moet
men steeds voorzichtig zijn met geloof te schenken aan zijne
verhalen. Men moet altijd aandringen op juiste cijfers, en wanneer
men dan bedenkt, dat neurasthenici weinig onwaarheid spreken,
kan men in de meerderheid der gevallen de ervaring opdoen,
dat het zoo erg niet is als de patiënt denkt. Eene pollutie
per week, behoeft nog niet ziekelijk te zijn, één per nacht
daarentegen wel. In den beginne klagen de patiënten veel over
verhoogde geslachtelijke neigingen en is dus een psychische
invloed daarbij dikwijls in het spel. Dit verdwijnt gewoonlijk
om plaats te maken voor het tegendeel, en het wordt dan voor
den lijder eene belangrijke oorzaak tot ongerustheid en vrees,
omdat hij weet, dat erectie en ejaculatie bij elkaar behooren.
Bij verdere ontwikkeling dezer polluties beginnen zij ook
over dag op te treden, gewoonlijk na kleine prikkelingen of bij
lichte, erotische voorstellingen; de ejaculatie komt dan dikwijls
tot stand bij verslapt lid en gaat somtijds niet met wellustgewaar-
wordingen gepaard. Op deze wijze kan eene z. g. spermatorrhoe
ontstaan, een afvloeien van sperma, dat na kleine periphere prik-
kels optreedt. Dikwijls komt dit voor bij defsecatie, vooral van
harde faecesballen, en bij het urineeren, als deficatie- en mictie-
spermatorrhoe. Het is van belang in deze laatste gevallen zich
door mikroskopisch onderzoek te overtuigen, dat in de gesecer-
neerde vloeistof spermatozoïden voorkomen, wat altijd gemakke*
-ocr page 164-
156
lijk is aan te toonen. Zijn deze laatste afwezig, dan is het secreet
geen sperma, maar is uit de prostaat of uit andere klieren af-
komstig *). Opgemerkt moet worden, dat spermatorrhoe niet uit-
sluitend een neurasthenisch verschijnsel is, maar dat het her-
haaldelijk voorkomt bjj chronische urethritis en de gevolgen
daarvan, zonder dat een enkel neurasthenisch verschijnsel aanwezig
is. Van belang is het steeds de urine, liefst mikroskopisch, op
gonorrhoedraadjes en evenzoo op gonococeen en spermatozoïden
te onderzoeken.
Tengevolge van, of tenminste in verband met polluties en
spermathorroe treden allerlei stoornissen op, vooral van sensibelen
aard, in de streek der geslachtsorganen. Men hoort klagen over
pijnlijke gewaarwordingen in de urethra en aan den glans penis,
pijnen, die in de geheel e omgeving naar het perineum, de anus,
naar de blaas uitstralen. De testikels kunnen spontaan, zoowel als
op druk pijnlijk zijn, soms is het geheele scrotum hyperaesthe-
tisch, en het gebruik maken van een suspensorium behoort in
deze gevallen niet tot de zeldzaamheden. Hierbij komen stoor-
nissen in de urineloozing, pijnen, die in de blaas gelocaliseerd
worden, krampachtige en pijnlijke, aan strangurie herinnerende,
bezwaren voor, waarbij kleine hoeveelheden urine met veel pijn
geloosd worden. Deze pijnen vat men op als een reflectorische
kramp der detrusor vesicae, tengevolge van hyperaesthesie van
het slijmvlies van de blaas. Ook krampen van den sphincter
vesicae komen voor, deze voeren dan tot retentio urinse en
spastische Ischurie.
De andere serie van klachten, die zich met vermeerderde
polluties en met spermatorrhoe verbinden, zijn van psychischen
aard. De stoornissen in het geslachtsleven maken op den lijder
een\' diepen indruk; hij verwerkt ze tot allerlei hypochondrische
voorstellingen en zelfs de boven beschrevene, gelocaliseerde
sensibele afwijkingen, ontstaan waarschijnlijk door irradiatie langs
psychischen weg. In hoe hooge mate al deze bezwaren van
\') Hierbij wordt natuurlijk afgezien van die gevallen, waarbij tengevolge
van organische oorzaak of van aangeboren defect azoöspermie bestaat.
-ocr page 165-
157
psychischen aard zijn, blijkt wel hieruit, dat ze, naar mijne
ervaring, heviger zijn bij gehuwden, dan bij ongehuwden. Een
gehuwde man, wiens potentia coeundi opgeheven is, souffreert
daar veel meer onder en vertoont veel meer alle bovengenoemde
sensibele irradiatie-verschijnselen, dan een ongehuwde. Dit geeft
ons wederom een merkwaardig kijkje in den oorsprong der neu-
rasthenische verschijnselen en toont wederom aan, hoe voorzichtig
wij moeten zijn met het localiseeren der verschijnselen op de
plaats, waar zij gevoeld worden.
Het is de vraag, in hoeverre van alle laatstgenoemde stoor-
nissen eene chronische urethritis postica, eene prostatitis of
eene ontsteking van den hals van de blaas verantwoordelijk gesteld
kunnen worden. Door specialiteiten schijnt mij hier overdreven te
worden; dat deze ontstekingen neurasthenie met de genoemde
sexueele verschijnselen veroorzaken, schijnt mij zeer onwaar-
schijnlijk; dat zij bij voorbeschikten bodem den beker kunnen
doen overloopen, is wel mogelijk. Ik heb echter een geval
van neurasthenie behandeld, dat onderhouden werd door de
behandeling der urethra door talrijke specialiteiten na elkaar;
eene psychische behandeling met rust en hydrotherapie genas
zoowel de neurasthenie als de urethritis.
De erectie kan te intensief zijn; na geringe prikkels of des
morgens bij het gevuld zijn der blaas, ontstaan pijnlijke en
hevige erecties, men noemt dit priapisme. Dit is een reflectorisch
verschijnsel, gaat dus geheel buiten de psyche om en kan gelijk
gesteld worden met de andere verhoogde reflexen, die men mj
neurasthenie veelvuldig vindt.
Wanneer men de bovengenoemde stoornissen der geslachts-
functiën in aanmerking neemt, spreekt het wel vanzelf, dat de
coïtus in menigerlei opzicht gestoord kan zijn. Is de erectie
niet meer mogelijk, dan is vanzelf de coïtus onmogelijk en
heeft men de nog al eens voorkomende impotentia coeundi. Maar
ook in gevallen, waar de coïtus mechanisch wel mogelijk is,
kan deze abnormaal verloopen. Zoo heeft men de ejaculatio
praecox.
De ejaculatie volgt dan te spoedig, somtijds reeds
-ocr page 166-
158
onmiddellijk na de emissio penis in vaginam of ook wel nog
vóór dien tijd. Dergelijke afwijkingen gaan gewoonlijk parallel
met ziekelijke polluties en spermatorrhoe.
Eene analoge stoornis is een zeer snel optreden der erectie,
zoodat zelfs van priapismus gesproken kan worden, eene erectie,
die echter even spoedig weer verdwijnt, zoodat toch coïtus onmo-
gelijk kan zijn.
Het vierde moment in de normale geslachtsuiting is, zooals
wij zagen, de orgasmus. De geslachts-acte, die als libido sexualis
begon, en in de erectie en ejaculatie hare reflectorische uiting
vond, keert nu weer tot de psyche terug. De ontleding der
vesiculae spermaticae of de rhythmische contracties der urethrae
of beiden te gelijk, geven langs centripetale banen, die op de
eene of andere, ons nog onbekende wijze, naar de hersenen ver-
loopen, hier een bewust gevoel, dat wij wellust noemen.
Dit wellustgevoel kan vermeerderd of verminderd zijn. Ver-
meerderd is het in de betrekkelijk zeldzame gevallen van
verhoogde geslachtsdrift. Verminderd is het in die talrijke gevallen,
waarin de geslachtsfunctie, evenredig met de bestaande ziekelijke
polluties of de spermatorrhoe, gestoord is. Soms ontbreekt het on-
danks normale coïtus geheel, ook bij bestaande priapismus kan
het ontbreken, het is daar zelden verhoogd. In eene vicieuse
richting uit zich de orgasmus, wanneer deze niet als wellust
gevoeld wordt, maar b. v. als pijn. Deze pijn wordt somtijds
in de penis zelf, somtijds in de geheele genitaalstreek of in de
lenden gelocaliseerd. Dikwijls hoort men daarbij klachten over
matheid en moeheid, die ook den volgenden dag nog bestaan.
Wij zijn aan het einde der bonte rij van symptomen, van
het genitaalapparaat bij de mannelijke neurasthenie. Ik heb
getracht het overzicht hiervan gemakkelijk te maken door ze
te behandelen volgens het schema der normale geslachtsuitingen;
op deze wijze is eenig rationeel verband mogelijk tusschen al
die verschijnselen, welke men in vele leerboeken redeloos door
elkaar gehaspeld vindt.
Over de sexueele verschijnselen der vrouwelijke neurasthenicae
-ocr page 167-
159
weten wij weinig, hoofdzakelijk omdat het geheele geslachtsleven
van de vrouw ons zoo onvoldoende bekend is, en het aangeboren
gevoel van schaamte, de vrouw weerhoudt hierover mededeelingen
aan een man te doen. Misschien, dat eene vrouwelijke collega
hierover gemakkelijker gegevens kan verzamelen, v. Krafft-
Ebing
deelt het een en ander hierover mede.
Herhaaldelijk hoort men van neurasthenische vrouwen klachten
over algesieën en paralgesieën in de genitaalstreek, vooral in
den tijd der menstruatie. Dit is gewoonlijk een gevoel van
zwaarte, van kloppingen en kriebelingen, van moeheid en uit-
stralende pijnen in de beenen en in de lendenen, of van alge-
meene matheid en geestelijke moeheid. Men is gewoon deze klach-
ten als gevolg van slijmvliesontstekingen, liggingsveranderingen
etc. op te vatten. In de meeste gevallen is dit onjuist, want gewoon-
lijk ziet men, dat na correctie van deze fouten, dezelfde klachten blij-
ven bestaan of in andere neurasthenische bezwaren omgezet worden.
v. Krafft-Ebing meent, dat bij de vrouw analoog als bij den
man, een ejaculatie mechanisme bestaat, en brengt dit in verband
met talrijke neurasthenische bezwaren in de genitaliën. In hoe-
verre dit juist is, zou ik niet durven beoordeelen. Dit onderwerp
blijft ons voorloopig zeer duister en wacht op nader onderzoek.
Ik heb door mijne ervaring den indruk gekregen, dat vele men-
struale en prae- en post-menstruale stoornissen van neurasthe-
nischen aard zijn.
Na de sexueele verschijnselen komen wy tot de secretorische.
Hiervan zijn reeds die afwijkingen behandeld, welke met het
digestie-proces in verband staan.
De weinig belangrijke stoornissen zijn de anomalieën in de
tranen-, in de zweet- en in de speekselafscheiding.
De vermeerderde tranensecretie berust op psychische afwij-
kingen en is eene normale reactie op de verhoogde emotiviteit
van den neurasthenicus. Ook verminderde tranenafscheiding kan
een gevolg van gemoedsaandoeningen zijn.
Stoornis in de zweetsecretie komt hoofdzakelijk voor als hyper-
hydrosis.
Zij kan waarschijnlijk van verschillende omstandigheden
-ocr page 168-
160
afhankelijk zijn en is van plaatselijken of van algemeenen aard.
Dikwijls staat het in verband met locale circulatie-stoornissen,
somtijds is ook eene psychische oorzaak waarschijnlijk.
Anhydrosis openbaart zich door abnormale droogheid van de huid.
Verhoogde afscheiding van speeksel is door verschillende
onderzoekers waargenomen. Ook ik zag er een geval van, dat ik tot
de neurasthenie rekende, en waar de patiënt steeds bezig was het
in massa wegloopende speeksel in zakdoeken en spuwglazente
verzamelen. Ook abnormale droogheid van den mond komt voor.
Belangrijker dan de bovengenoemde stoornissen in de secretie,
zijn de veranderingen die men in de urine en in de urineloozing
waarneemt.
Reeds bij gelegenheid van de Spermatorrhoe wezen wij er op,
dat gelijktijdig pijnen in de blaasstreek en bij de urineloozing
optreden. Deze doen zich ook voor onafhankelijk van sexueele
stoornissen en verder bij de verschillende afwijkingen in de
samenstelling der urine, die wij hierna zullen bespreken.
Als eerste stoornis hebben wij hier de z.g. irritable blatter
der Engelschen. Hierbij ziet men, dat de patiënt tallooze malen
kleine hoeveelheden urine loost, welke loozing met hevige
pijnen gepaard gaat. Wordt deze toestand erger, dan kan het
komen tot druppelende urine-afvloeiing, steeds gepaard met
hevige pijn. Men heeft dan verschijnselen, die herinneren aan
catharrale ontstekingen in de blaas. Het mikroskopisch onder-
zoek der urine, waarin geen ettercellen en bloedlichaampjes
voorkomen, behoedt ons gemakkelijk voor vergissingen. Om
deze toestanden te verklaren, neemt men aan, dat het slijmvlies
van de blaas overgevoelig is en dat de aanwezigheid van nor-
male urine reflex-bewegingen van de blaasspieren, zoowel van
den detrusor als van den sphincter vesicae, opwekt. In uitgespro-
ken gevallen is de urine echter niet normaal, behalve dat de
later te bespreken qualitatieve afwijkingen voorkomen, vindt
men constant eene vermindering in de hoeveelheid der urine
en daardoor eene verhoogde concentratie daarvan.
Afgezien van de verhoogde reflex-prikkelbaarheid van het
-ocr page 169-
161
blaasslijmvlies zijn psychische invloeden hierbij niet buiten te
sluiten. Het komt nu en dan voor, dat dit afdroppelen der urine
tot incontinentie voert; voor zoover ik naar de enkele gevallen,
die ik ervan gezien heb, kan oordeelen, geloof ik, dat geestelijke
inertie hiervan de oorzaak is. Nooit vindt men bij neurasthenie
de echte incontinentra urinae, zooals die bij organische ziekten
van het ruggemerg voorkomt, nooit is deze zoo constant en
volkomen onwillekeurig; maar wanneer men ze waarneemt, komt
ze en verdwijnt ze, voornamelijk volgens de stemming van den
lijder, afhankelijk van zijne oogenblikkelijke geestelijke energie.
Het nadruppelen der urine verklaart men door eene contractie-
toestand der gladde spiervezelen der urethra. De klacht niet te
kunnen urineeren, ofschoon de drang daartoe bestaat en de
blaas gevuld is, een toestand, die echter nooit tot werkelijke
retentio urinae overgaat, meent men, dat op verhoogde tonus
van de sphincter vesicae berust. Dergelijke verklaringen vinden
echter niet haren grond in objectieve waarnemingen, maar zijn
alle constructies a priori en hebben dus niet meer waarde dan
alle andere meer of mindere plausibele mogelijkheden.
Overgaande tot de veranderde samenstelling der urine, hebben
wjj verschillende afwijkingen te gedenken, die daarin aangetrof-
fen kunnen worden, en waarvan sommige meer of min duidelijk
met de psychische verschijnselen in verband staan.
De urine-secretie kan vermeerderd zijn, en wel is dit tempo-
rair of over langer tijdsverloop het geval. In het normale leven
heeft ieder gelegenheid op te merken, in hoe hooge mate de
urine-secretie afhankelijk is van gemoedsaandoeningen. Dit ge-
schiedt door tusschenkomst der werking van het hart; de vermeer-
derde urine-afscheiding is dus tijdelijk onafhankelijk van de
vocht-opname van het organisme. De verhoogde vocht-afscheiding
compenseert zich dan later weer door eene vermindering daar-
van en door vermeerderden dorst. De emotie is dus primair,
polyurie en polydipsie zijn secundair.
Dat bij eene ziekte als neurasthenie, waar de emotie zulk
een groote rol speelt, een dergelijke polyurie voorkomt, spreekt
11
-ocr page 170-
162
bjjna vanzelf. Zij komt vooral \'s morgens voor, eenige uren na
het opstaan; de urine heeft dan niet de eigenschap van de
normale morgenurine, dat ze n.1. gesatureerd is, maar over-
eenkomende met de groote hoeveelheid, die geloosd wordt,
is ze kleurloos en van laag specifiek gewicht. Het schijnt mij
toe, dat deze temporaire polyurie in verband gebracht moet
worden met de gedeprimeerde stemming, die gewoonlijk in de
morgenuren het sterkst is uitgesproken. In deze gevallen is het
dagelijksche quantum urine gewoonlijk niet vermeerderd, en het
te veel in de morgenuren corrigeert zich gewoonlijk door een
te weinig in het verder verloop van den dag. Ook kan men
herhaaldelijk de opmerking maken van hoe grooten invloed
angsttoestanden op de urine-afscheiding zijn, en hoe binnen
zekere grenzen deze polyurie een objectief teeken voor den
angst is. Een mijner patiënten met agoraphobie, urineerde
geregeld bij eiken angstaanval in hare kleeren. Een ander van
mijne patiënten geneerde zich altijd uit een gezelschap afscheid
te nemen en liep dan gevaar te urineeren. Deze urinedrang
was ten slotte het motief om na vele weifelingen op te staan.
Behalve deze temporaire polyurie, komt eene vermeerdering
der urine-afscheiding voor, die langeren tijd achter elkaar kan
duren; hierbij is het specifiek gewicht der urine verlaagd en
bestaat gelijktijdig een vermeerderde dorst. Het is gewoonlijk
niet uit te maken, wat hierbij het primaire is, de polyurie of
de polydipsie. Heeft men te doen met een sterken bierdrinker,
dan is het niet twijfelachtig. Bierdrinkers behooren echter onder
de neurasthenici tot de groote zeldzaamheden. Meer zou nog
kunnen voorkomen, dat de patiënt van het denkbeeld uitging,
dat groote hoeveelheden vocht, en in dat geval zou het dan
water zijn, voor zijn gezondheid bevorderlijk waren.
Is b\\j eene bestaande polyurie het specifiek gewicht normaal,
dan zou men kunnen spreken van eene nerveuse diabites insipidus.
Glykosurie komt volgens verschillende onderzoekers nu en
dan in de urine van neurasthenici voor. V. Hosslin vond glycose
in l—2 percent der gevallen, ook andere waarnemers troffen
-ocr page 171-
163
het nu en dan aan. De hoeveelheid glycose bleef altijd gering,
steeds beneden 1 procent; ook nam men niet de ernstige ver-
sch\\jnselen van diabetes mellitus waar, maar de glycose ver-
dween of vanzelf, of door tijdelijke onthouding van koolhydraten.
Komt echte diabetes voor, dan is deze ziekte, hoogst waar-
schijnlijk, niet een gevolg, maar eene oorzaak der neurasthenie,
daar, zooals bekend is, diabetes altijd met meer of min duidelijke
nerveuse stoornissen gepaard gaat.
Ook eiwit heeft men enkele malen in de urine van neuras-
thenici gevonden, zonder dat men recht meende te hebben eene
nieraandoening te mogen aannemen. Het was dan eene geringe
hoeveelheid, en de morphologische elementen, die in de urine
van nierlijders voorkomen, evenzoo als de afwijkingen in het
hart, ontbraken.
Eene verdere afwijking, welke meerdere malen in de urine
van neurasthenici wordt aangetroffen, is de z. g. phosphaturie.
Uit den naam der aandoening zou men opmaken, dat in deze
gevallen de hoeveelheid der in de urine aanwezige phos-
phorzure zouten vermeerderd was, en wel in die mate, dat
deze niet in oplossing bevat kunnen worden. Dit is niet het
geval, zooals bepaling van het gehalte aan phosphorzure zou-
ten van de urine in deze gevallen geleerd heeft. Daarbij is
gebleken, dat de hoeveelheid van deze zouten nooit vermeerderd
was, zoodat de afwijking van deze soorten van urine hierin
bestond, dat de normale hoeveelheid van phosphorzure zouten
niet in oplossing gehouden kon worden. De oorzaak hiervan
wordt gezocht in eene verminderde aciditeit van de urine, die
bij phosphaturie of zwak zuur, of neutraal, of zelfs alkalisch
kan zijn.
Voor de diagnose van phosphaturie heeft men op de volgende
omstandigheden te letten. De urine wordt troebel geloosd, of,
wanneer dit niet het geval is, ontstaat de troebeling door koking.
Gewoonlijk is de neerslag van phosphorzure zouten dus reeds
in de blaas aanwezig en geeft hier eigenaardige bezwaren.
De urine heeft eene grijs-witte troebeling, het sediment zakt
-ocr page 172-
164
spoedig naar beneden en is door zijne kleur gemakkelijk van
uraatsedimenten te onderscheiden. Bij mikroskopisch onderzoek
vindt men een amorph, fijn, korrelig neerslag, dat uit phos-
phorzure kalk en phosphorzure magnesia bestaat en waaronder
men soms ook meer of min talrijk de bekende kristalvormen
der tripelphosphaten vindt. Ook komen puntige kristallen voor
van neutrale phosphorzure kalk, die tot rosetten vereenigd
kunnen zijn.
Deze troebeling door phosphaten vermeerdert of ontstaat
door koking, en wordt verder opgeheven door toevoeging van
eenig azijnzuur of salpeterzuur.
Deze phosphaturie, of wil men liever een naam geven, die
op de waarschijnlijke oorzaak er van wijst, de lozing van
deze in zijn zuurgehalte verminderde urine, openbaart zich op
verschillende wijzen. Somtijds is de urine gedurende de geheele
loozing troebel, in andere gevallen alleen gedurende de laatste
perioden daarvan. Dit komt waarschijnlijk hierdoor, dat de neer-
slag zinkt en meer of min aan den blaaswand adhereert, waar-
door eenige laatste contracties van de blaas noodzakelijk zijn
om den neerslag te verwijderen.
Niet bij elke lozing der urine vindt men dezen neerslag van
phosphoszure zouten, soms vindt men ze een enkelen keer per
dag, soms nog minder en treedt ze eenmaal per week op, soms
blijft ze tijden lang weg en verschijnt dan weer plotseling; in
\'t algemeen is ze zeer onregelmatig.
Ook de subjectieve bezwaren, die daarmede verbonden zijn,
komen niet voor bij eiken aanval van phosphaturie, tenminste
niet in gelijke intensiteit. Gewoonlijk vindt men een vermeer-
derden drang tot urinelozing en ledigt de blaas zich na elke
kleine verzameling van urine. Daarbij bestaan de reeds boven-
genoemde bezwaren der strangurie, pijnen in den hals van de
blaas uitstralende naar de glans penis, pijnen, die zeer hevig
kunnen zijn, verder druppelvormig, pijnlijk, onwillekeurig afvloeien
der urine, met een gevoel van branden in de geheele geni-
taalstreek.
-ocr page 173-
165
Voor de differentiëele diagnose is van belang, die toestanden
uit te sluiten, waarbij de lozing van alcalische troebele urine
voorkomt; dat zijn dus hoofdzakelijk de verschillende vormen van
blaascathar. Beslissend voor phosphaturie is het onregelmatige,
periodieke karakter daarvan, het afwezig zijn der voor de blaas-
cathar kenmerkende vormelementen en het ontbreken van
koorts.
Over het ontstaan dezer phosphaturie bestaan verschillende
meeningen. Zooals wy boven met een enkel woord aangaven,
zijn de phosphorzure zouten niet vermeerderd, maar worden deze
door een verminderd zuurgehalte der urine niet in oplossing
gehouden.
Dit verminderde zuurgehalte der urine dient dus verklaard
te worden, wat slechts tot eene zeer beperkte hoogte mogelijk
is. Er zgn talrijke omstandigheden, die over een nerveusen oor-
sprong van deze stoornis pleiten. Elke aanval van phosphaturie
gaat gepaard met nerveuse verschijnselen, gewoonlijk angst, een
gevoel van onrust en ongedurigheid, verder pijnen van allerlei
aard. Ook kan men niet zelden waarnemen, dat phosphatorie
optreedt na gemoedsbewegingen, na een slapeloozen nacht, na
psychische depressie enz. Het wisselvallige, onregelmatige op-
treden van de aanvallen wijst er verder voldoende op, dat wg
niet te doen hebben met dieper gaande veranderingen in de
algemeene stofwisseling.
Verder kunnen wij met onze verklaring niet komen, of de
stoornis reflectorisch van uit het blaasslijmvlies veroorzaakt
wordt, of stoornissen in de niercirculatie bestaan enz.; dit alles
is ons geheel onbekend. Verschillende auteurs geven aan, dat
vooral bij chronische ontstekingsprocessen in het achterste ge-
deelte der urethra en in den hals van de blaas, verder bij sper-
matorrhoe en bij de z.g. sexueele vormen van neurasthenie phos-
phaturie voorkwam. Of het echter bij niet nerveuse personen
voorkomt, alleen tengevolge van bovengenoemde chronische ont-
stekingsprocessen, schijnt mij twijfelachtig. Dat de stoornissen
bij den aanval veroorzaakt worden dóór kristallen van phosphor-
-ocr page 174-
166
zure zouten, die in aanraking komen met een hyperaesthetischen
blaaswand schijnt mij niet onwaarschijnlijk.
Eene stoornis in de samenstelling der urine, die meer voor-
komt dan de vorige, is de oxalurie. Het voorkomen van kristallen
van oxaalzure kalk in de urine is in sommige gevallen, evenals
bij den neerslag van phosphorzure zouten, afhankelijk van een
te gering gehalte van zuur in de urine. In normale omstandig-
heden wordt het oxaalzuur, dat als oxaalzure kalk in de urine
voorkomt, in oplossing gehouden door het gehalte der urine aan
zure phosphorzure natron. Daalt dit zuurgehalte beneden een
bepaald minimum, dan slaat oxaalzure kalk neder. Geringe neer*
slag van dit zout heeft dus geene pathologische beteekenis
en wijst alleen op een te gering zuurgehalte der urine. Eerst
wanneer de neerslag van oxaalzure kalk aanzienlijk wordt en
het normale ver overtreft en wanneer deze stoornis langeren
tijd constant optreedt, kan men deze vermeerdering pathologisch
noemen.
De kristallen van oxaalzure kalk, in amorphen toestand komt
het niet voor, zijn onder het mikroskoop te diagnotiseeren. Het
zijn octaëders, die zich als de bekende kristallen in briefcouvert-
vorm voordoen. Zij zijn van zeer verschillende grootte, en wan-
neer wij bij de phosphaturie reeds aan de mogelijkheid gedacht
hebben, dat zij door aanraking met een hyperaesthetisch slijm-
vlies van de blaas tot de bekende verschijnselen van strangurie
etc., aanleiding kunnen geven, dan is dit voor de kristallen van
oxaalzure kalk nog in meerdere mate het geval.
Het is reeds een observatie van ouden datum, dat deze neer-
slag van oxaalzure kalk dikwijls voorkomt in de urine van
nerveuse personen. Beard vestigde er met nadruk de aandacht
op voor neurasthenie.
Neemt men in aanmerking, dat oxaalzure zouten in normale
urine slechts in geringe hoeveelheid voorkomen, en de vermeer-
dering daarvan niet door eene wijziging in de voedselopname
verklaard kan worden, dan blijft niet anders over, dan de oor-
zaak voor de oxalurie te zoeken in eene pathologische veran-
-ocr page 175-
167
dering in de algemeene stofwisseling. Hierdoor onderscheidt zich
de oxalurie van de daar juist besprokene phosphaturie ; b\\j beide
neemt men waar een verminderd zuurgehalte van de urine, maar
bij de eerste is gelijktijdig het percentage der zouten verhoogd,
terwijl het bij het laatste normaal is gebleven.
De vraag is, hoe deze abnormale vermeerdering van oxaal-
zure zouten tot stand komt. Met zekerheid kan hierop geen ant-
woord gegeven worden, maar het is waarschijnlijk, dat door
onvolkomen verbranding der koolhydraten, die ten slotte als
koolzuur het lichaam verlaten, een onvolkomen oxydatieproduct
ontstaat, het oxaalzuur, dat, gebonden aan kalk, het lichaam
verlaat.
Is dit het geval, dan vertoont de oxalurie overeenkomst met
andere stofwisselingsziekten, speciaal met diabetes en de piszure
diathese, en komt men voor de nerveuse verschijnselen der oxa-
lurie tot eene beschouwingswijze, die in den laatsten tijd voor
allerlei nerveuse stoornissen meer op den voorgrond treedt, n.1.
dat vele er van berusten op eene auto-ititoxicatie. Ook voor
de nerveus-dyspeptische verschijnselen is dit standpunt meer-
dere malen verdedigd; wij hebben er in dit werk tot nog toe
geen melding van gemaakt, omdat ons de gronden, die hier-
voor aangegeven worden, tot nog toe weinig overtuigend toe-
schijnen. Met een enkel woord zullen wij er in dit hoofdstuk
nog melding van maken.
Men heeft onderscheid gemaakt tusschen eene idiopathische
en eene symptomatische oxalurie. De laatste zou een verschijnsel,
een symptoom zijn van neurasthenie en veroorzaakt worden door
de nerveuse processen, die deze ziekte kenmerken. De laatste,
de idiopathische vorm, zou als zelfstandige ziekte optreden en
zou zijn de echte oxaalzure diathese. Wanneer men echter in
aanmerking neemt, dat de beschrijvers van deze oxaalzure
diathese daarbij talrijke nerveuse stoornissen vermelden, die een
duidelijk neurasthenisch cachet dragen, dan komt het mij voor,
dat men met Löwenfeld tot het besluit mag komen, dat deze beide
vormen van oxalurie alleen in intensiteit en niet in aard verschillen.
-ocr page 176-
168
Verschillende auteurs hebben gemeend een herhaaldelijk voor-
komen van oxalurie bij spermatorrhoe en bij dyspeptische ver-
schijnselen gevonden te hebben, zoodat zij tusschen beide een
causaal verband meenden te mogen aannemen, anderen spreken
dit tegen en overtuigend aangetoond is het niet.
Löwenfeld maakt melding van twee vormen, waarin hij oxa-
lurie zag optreden. Bij den eenen vorm treedt het oxalaat neerslag
op in den vorm van eene lichte wolk, van een slijmachtig voor-
komen. Bij mikroskopisch onderzoek vindt men deze wolken
samengesteld uit kristallen van het fijnste kaliber, en klinisch
kan men dan waarnemen, dat de gewoone stoornissen in de
urine en geslachtsorganen afwezig zijn. In andere gevallen daar*
entegen bestaat de neerslag uit zeer groote kristallen, waarbij
men duidelijk den briefcouvert-vorm aantreft, en juist in deze
gevallen neemt men die sensibele stoornissen in het urogenitaal
apparaat waar, die wij boven bij de phosphatorie reeds beschre-
ven hebben. Bij de betrekkelijk kleine ervaring, die ik heb, over
het urine-onderzoek bij neurasthenici, heb ik enkele gevallen
ontmoet, die mij deze opvatting van Löwenfeld waarschijnlijk
doen voorkomen.
Dikwijls kan men de ervaring opdoen, dat bij het genezen
van eene neurasthenie, ook de oxalurie verdwgnt; Löwenfeld
heeft gevallen waargenomen, dat ze na genezing bleef voort-
bestaan.
In de oxalurie zien wij dus een voorbeeld hoe door functio-
neele stoornissen van het zenuwstelsel een invloed wordt uit-
geoefend op de stofwisseling van het individu. Deze waarheid
is ons ook wel uit andere verschijnselen bekend, en wij weten wel,
dat elke chronische nerveuse depressie met eene vermindering
van den voedingstoestand gepaard gaat, maar slechts zelden zijn
wij in de gelegenheid eene dergelijke afwijking chemisch te
kunnen demonstreeren.
Bij neurasthenie komt ten slotte voor eene vermeerdering van
afscheiding van urinezuur en urinezure zouten. Bij de loozing
is de urine gewoonlijk helder, en de uraatkristallen ontstaan door
-ocr page 177-
169
afkoeling, \'t zij als kristallen van vrij urinezuur,\'t zij als zouten.
Dit geschiedt in wisselende hoeveelheden, afhankelijk van de
snelheid van afkoeling. In vele gevallen is, afgezien van het
voedsel, dat gebruikt is, de hoeveelheid urinezuur vermeerderd.
Het is nog twijfelachtig, of deze afwijking in de stofwisseling
gelijkwaardig is met de z.g. urinezure diarhese, waardoor in
vele gevallen neurasthenie zou worden eene jicht-neurose. Deze
opinie, die door verschillende onderzoekers op den voorgrond
is geplaatst, komt mij onwaarschijnlijk voor, ofschoon het uit-
gemaakt is, dat arthritis urica gepaard gaat met talrijke ner-
veuse stoornissen, die dikwijls een duidelijk neurasthenisch cachet
hebben, en het verder zonder tegenspraak waar is, dat de jicht
te huis behoort in de groote «familie neuropathique".
In aansluiting met bovengenoemde afwijkingen, moge nog met
een enkel woord de aandacht gevestigd worden op de alge-
meene stofwisseling.
Experimenteele onderzoekingen zijn hierover, voor zoover
ik weet, niet aanwezig, en zij zullen ook niet gemakkelijk te
verkrijgen zijn. Men is echter in staat daarover eenige ruwe
klinische observaties te maken, en dan heeft een ieder, die neu-
rasthenici behandeld heeft, kunnen opmerken, hoe er gevallen
voorkomen, waarbij ondanks meer dan voldoende voedselopname
en ondanks goede digestie, toch een abnormaal gering lichaams-
gewicht bestond, en hoe in enkele gevallen de 7oedingstoestand
achteruitgaande was. Bij genezing der neurasthenie zag men
dan bij dezelfde voeding het lichaamsgewicht wederom toenemen.
Wjj zijn aan \'t einde gekomen der beschrijving van de klini-
sche verschijnselen der neurasthenie en besluiten dit hoofdstuk
met een korten terugblik op het geheel der laatste 3 rijen van
verschijnselen, de vasomotorische en secretorische symptomen en
de digestie-stoornissen. Het zal aan een ieder duidelijk zijn, hoe
bont en bijna zonder samenhang alles in deze hoofdstukken is;
er ontbreekt eene samenhangende gedachte, een leiddraad, die
de verschillende symptomen onderling verbindt en uit het eene
-ocr page 178-
170
het andere doet voortvloeien. Alle deze losse symptomen zijn
bezwaarlijk te overzien, en de student kan ze zich moeielijk
eigen maken. Alleen door langdurige ervaring wordt men er
mede vertrouwd.
De oorzaak voor dezen gebrekkigen samenhang ligt voor de
hand, en het loont de moeite, dit nog even na te gaan; gedach-
tig aan het spreekwoord: ,un homme averti en vaut deux",
kan het niet anders dan nuttig zijn voor de tekortkomingen in
onze kennis gewaarschuwd te worden.
Met volkomen recht nemen wij aan, dat neurasthenie eene
psychische ziekte is, en de materiëele veranderingen, die wij als
de oorzaak van de ziekte veronderstellen, hebben zonder twijfel
haren zetel in de hoogste psychische centra.
Zeker is verder, dat deze psychische processen een zeer
grooten invloed hebben op alle bovengenoemde lichamelijke
functiën, en dat stoornissen in onze psychische vermogens af-
wijkingen in de vitale functiën na zich sleepen. Als neurasthe-
nisch zou men, van een theoretisch standpunt uit, alleen zulke
verschijnselen mogen opvatten, die direct door psychische ver-
moeidheid veroorzaakt worden.
Zoo eenvoudig is echter de zaak niet, integendeel, zij is
hoogst gecompliceerd. De psyche doet haren invloed op de vege-
tatieve organen gelden langs de meest samengestelde kronkel-
paden, en vóórdat een psychisch proces in een of ander vegetatief
orgaan eenige verandering teweegbrengt, moeten er vooraf tal-
looze nerveuse tusschenstations gepasseerd worden; hoevele en
welke banen en kernen in het centrale en in het periphere zenuw-
stelsel hierbij betrokken zijn, weten wij nog niet, maar stellig
zijn er dit vele. Vooral het sympathische zenuwstelsel komt
hierbij in aanmerking.
Wanneer wig nu bedenken, dat de ziekelijke aandoeningen
der vegetatieve organen zelf ons nog onvolledig bekend zijn,
dat de directe nerveuse-stoornissen daarvan nog slechts sedert
korten tijd de aandacht hebben getrokken en dat de invloed,
dien de psyche heeft, ons nog bijna geheel onbekend is, dan
-ocr page 179-
171
staat men bij de beschrijving van het ziektebeeld der neuras*
thenie, waarbij stoornissen in de vegetatieve organen zoo veel-
vuldig voorkomen, voor de groote moeilijkheid om uit te maken,
welke afwijkingen tot het ziektebeeld behooren, en welke toe-
vallig zijn. Het kan wel niet anders, of bij eerste pogingen
moeten fouten gemaakt worden.
De eenige weg, dien men volgen kan, is deze, dat men sta-
tistisch nagaat, welke stoornissen der vegetatieve functiën bjj
neurasthenici herhaaldelijk voorkomen, en wanneer dit voldoende
geconstateerd is, kan men met waarschijnlijkheid besluiten, dat
er tusschen deze vegetatieve stoornis en neurasthenie eenig ver-
band bestaat. Verder mag men niet gaan.
Het best is, dit door een voorbeeld op te helderen; wij kun-
nen uit een groote hoeveelheid kiezen.
Nemen wij de maagstoornissen. Het is nog maar enkele jaren
geleden, dat men alle afwijkingen in de maagdigestie tot eene
catharale ontsteking van het maag-slijmvlies terugbracht; men
nam aan eene acute maagcathar en verder eene chronische.
Tot deze chronische maagcathar werden alle chronische digestie-
stoornissen van de maag teruggebracht, en dit waren er vele.
Ik zou niet gaarne eene statistiek willen maken, hoevele ma-
gen er \'s morgens wel uitgespoeld zijn, om gunstig op het
slijmvlies te werken. Ik zelf heb mij als student geduldig drie
maanden lang eiken morgen de maag uitgespoeld voor eene z. g.
chronische maagcathar, waar het maag-slijmvlies direct niets mee
te maken had. In mijn geval was door eene chronische depres-
sieve emotie, die langen tijd geduurd had, eene nerveuse diges-
tie-stoornis ontstaan van betrekkelijk ernstigen aard, met aan-
zienlijke vermindering van het lichaamsgewicht enz. •
De diagnose in dien tijd was spoedig genoeg gemaakt; diges-
tie-stoornis plus vermagering kon, indien het geen carcinoom of
ulcus ventriculi was, niet anders zijn dan chronische maagcathar.
Tegenwoordig weten wjj beter en bezitten bovendien de ge-
lukkige wetenschap, dat onze kennis nog bijzonder gering is.
Sedert eenige jaren weten wij, dat de maagfunctie dikwijls
-ocr page 180-
172
en ik zou bijna zeggen in de groote meerderheid van gevallen,
die dagelijks onder de oogen der behandelende medici komen,
door nerveuse aandoeningen gestoord is, en men beschrijft eene
nerveuse dyspepsie.
Door de onderzoekingen van Ewald en anderen zijn wij redo-
lijk goed op de hoogte gekomen van deze nerveuse dyspepsiën en
wij denken er niet meer aan, chronische digestie-stoornissen zonder
meer, alleen door locale behandeling van het slijmvlies te genezen.
Toch is het in vele gevallen moeilijk of onmogelijk, onder-
scheid te maken tusschen eene nerveuse dyspepsie en eene
organische aandoening van de maag, b. v. een beginnend car-
cenoom. Verder is het ons onmogelijk, de verschillende vormen
van nerveuse dyspepsie te onderscheiden, en toch hebben wjj
recht, zeer veel verschillende vormen te veronderstellen, omdat
het zenuwstelsel, dat de maagfunctie beheerscht, zoo bijzonder
samengesteld is. Het is niet te voorzien, dat zuiver klinisch
onderzoek ons in dezen doolhof veel verder zal brengen, en het
zal, naar mijne overtuiging, noodig zijn, dat het experiment bij
het dier door doorsnijding der nervi vagi, enz. aan het klinisch
onderzoek een leiddraad geeft.
Verschillend van deze nerveuse dyspepsiën zijn nu wederom
de neurasthenische en hysterische maagaandoeningen, waar bfj
een intact peripheer zenuwstelsel de ziekelijke prikkel uit de
psyche komt.
Deze vormen onderscheiden zich voornamelijk door hun ver-
loop en door de begeleidende verschijnselen der functioneele
neurose. In de vorige hoofdstukken is alleen de neurasthenische
dyspepsie beschreven, de nerveuse dyspepsie is met opzet niet be-
handeld.
Op het tegenwoordig standpunt van onze wetenschap kan
men dus drie vormen van dyspepsie onderscheiden:
1 °. de dyspepsie door organische aandoening van den maagwand;
2°. de nerveuse dyspepsie door aandoening van het zenuw-
stelsel (vagus), sympathicus en ruggemerg- of medullen-
oblongata, en
-ocr page 181-
173
3°. de psychische dyspepsie bij de functioneele neurosen.
Wat voor de digestie-stoornis geldt, kan evenzoo gezegd
worden van alle andere stofwisselings-organen. Het vraagstuk
is echter te duister om uitgewerkt te worden; het moge hier
voldoende zijn er op gewezen te hebben.
-ocr page 182-
HOOFDSTUK IV.
Diagnose, prognose en verloop der neurasthenie.
Tegenwoordig neemt men aan, en naar mijne meening te-
recht, dat neurasthenie een afzonderlijk ziektebeeld is; een
ziektebeeld, dat even zoo goed als melancholie, hysterie of vecor-
dia in zijne symptomatologie een vrij goed afgesloten geheel
vormt. Vroeger meende men dat niet, en het is voornamelijk
Beard, een Amerikaansch neuroloog geweest, die de bonte rijen
van verschijnselen, die wij boven hebben nagegaan, onder één
hoofd heeft gebracht. Dit is zonder twijfel een groote verdienste,
en getuigt van het scherpe combinatie-vermogen van genoem-
den neuroloog.
De lezing echter van zijn boek, dat een paar tientallen jaren
geleden geschreven is, maakt op den tegenwoordigen neuroloog
een zonderlingen indruk. Op de allermerkwaardigste wijze worden
physiologie, pathologie en therapie door elkaar gehaspeld, uit
onvoldoende gegevens gewaagde en dikwijls onjuiste conclusies
getrokken enz., en dat alles met eene naïviteit en eene zekerheid,
die zóó vanzelf spreekt, dat men bij de lezing er van nu en
dan geneigd is aan zijn eigen inzicht te gaan twijfelen.
Hoe dit echter ook zjj, de conceptie van het boek is goed en
door het klinisch onderzoek der latere jaren juist bevonden;
Beard is de schepper van het ziektebeeld der neurasthenie en
alle verschijnselen, die hij daarvan opgeeft, kan men er dagehjks
bij waarnemen.
-ocr page 183-
175
Neurasthenie is, zooals wij zagen, in de laatste jaren sterk
toegenomen, maar toch niet zóó, of zjj kwam vroeger ook
wel voor.
Men was toen vrij algemeen gewoon, deze gevallen bij het
ziektebeeld hypochondrie te brengen, en ook na Beard zijn er
nog verschillende stemmen opgegaan, die neurasthenie en hypo-
chondrie wilden identificeeren.
Bij nader onderzoek is men echter hiervan teruggekomen,
omdat men te doorloopende verschillen vond, en langzamerhand
kwam men er toe, beide ziekten scherper uit elkaar te gaan
houden. Evenzoo ging het ook met andere psychische afwijkingen.
Het viel niet te ontkennen, dat men dikwijls gevallen ont-
moette, waarbij de verschijnselen weinig karakteristiek waren, en
waarbij men niet kon uitmaken tot welk ziektebeeld deze gere-
kend moesten worden.
Ieder, die met psychische ziekten bekend is, zal dit vanzelf
sprekend vinden; elk medicus weet, dat ziektebeelden gelei-
delijk in elkaar overgaan, en dat ziektebeelden, die in de groe-
peering der klinische verschijnselen op elkaar gelijken, he-
melsbreed uit elkaar kunnen liggen. Een typhoid kan sprekend
gelijken op acute miliaire tuberculose, en alleen hun etiologisch
moment stelt ons in staat in een gegeven geval over den aard
der ziekte te beslissen. Iets dergelijks komt bij psychische
ziekten herhaaldelijk voor, en omdat hunne etiologie dikwijls
onbekend is of in andere gevallen voor verschillende ziekten
hetzelfde etiologisch moment bestaat, zijn de moeilijkheden
hier grooter, en is men in vele gevallen op de enkele klinische
waarneming aangewezen. Voor neurasthenie verkeert men echter
voor de diagnose in eenigszins gunstiger omstandigheden, omdat
het etiologisch moment hier dikwijls zeer duidelijk is, en de ver-
schillende symptomen hier dikwijls direct op de geestesvermoeid-
heid en overspanning terug te voeren zijn.
Dat neurasthenie dus een ziektebeeld is, waarin men alles,
waar men geen weg mee weet, in samenbracht, eene bewering,
die men tot in den laatsten tijd heeft kunnen vernemen, is
-ocr page 184-
176
positief onjuist. Etiologisch, zoowel als symptomatisch, behoort
het tot de scherpst omschreven psychische ziekten. De vraag
is alleen, of men er op den duur niet toe zal komen, onderscheid
te gaan maken tusschen de verschillende vormen, waarin neu-
rasthenie zich openbaart. Dit is wel mogelijk, hoewel de tegen-
woordig geldende verdeelingen mij onjuist toeschijnen, en ik ze
daarom ook niet nader heb vermeld.
Gewoonlijk onderscheidt men centrale en spinale vormen van
neurasthenie. Deze onderscheiding mist naar mijne meening elke
waarde. Motiliteits-stoornissen, vooral de lichte vermoeibaarheid
der spieren, sensibiliteits-afwijkingen, pijnen en moeheid in den
rug, enz., noemde men spinale verschijnselen; stoornis in de
psychische vermogens, in de stemming, in de ideeën-associaties,
enz. noemde men psychische verschijnselen. Deze onderscheiding
gaat in \'t geheel niet op. Moeheid in de beenen is in \'t mee-
rendeel der gevallen, en misschien wel altijd, een centraal
symptoom, en hetzelfde kan van alle bovengenoemde verschjjn-
selen gezegd worden. Hierbij moeten wij echter steeds aan de mo-
gelijkheid en zelfs de waarschijnlijkheid denken, dat functioneele
stoornissen van het ruggeinerg en der periphere zenuwen btf
neurasthenie wel voorkomen. Wij weten echter geen onderscheid
te maken tusschen eene functioneele sensibele stoornis in het
ruggemerg en een in de hersenen, en zoolang wij dit niet
weten, is het niet geoorloofd, om, op onze onwetendheid bou-
wende, eene verdeeling daarop te doen rusten.
Verder heeft men onderscheid gemaakt tusschen eenen dys-
peptischen,
eenen cardialen en eenen sexueelen vorm vanneuras-
thenie. Tot zekere hoogte heeft deze onderscheiding wel waarde,
omdat er vormen van neurasthenie voorkomen, die zich ken-
merken door het op den voorgrond treden der ziekteverschijnselen
in eene der drie bovengenoemde richtingen. Dan is het gemak-
kelijk, dit door een woord te kunnen aanduiden. Meer waarde
kan men er echter, geloof ik, niet aan hechten. Behalve, dat in
de meerderheid der gevallen de symptomen zich niet tot eene
der drie richtingen bepalen, zoodat b. v. bij eene cardiale
-ocr page 185-
177
neurasthenie bijna altijd dyspeptische stoornissen zijn en omge-
keerd, en men dus alleen kan spreken van neurasthenieën, die
hoofdzakelijk cardiale, dyspeptische of sexueele verschijnselen
geven, bestaat er tegen deze verdeeling ook nog dit bezwaar,
dat eene sexueele neurasthenie na eenigen tijd tot een cardiale
geworden kan zijn, of dat een volgende aanval een dyspeptische
neurasthenie is.
Het meest heeft men recht, de hereditaire neurasthenie als
afzonderlijken vorm aan te nemen. Deze blijft zichzelf altijd
min of meer gelijk, en vertoont eenige kenmerken, die vrij constant
aanwezig zijn. Onder hereditaire neurasthenie verstaat men dan
die vormen, waarbij zenuwziekten in den meest uitgebreiden zin
van het woord, in de ascendentie, in de rechte lijn zoowel als
in de collaterale, voorkomen. Hierbij moet men in \'t oog hou-
den, dat in elke familie zenuwziekten voorkomen, en men dus
alleen mag letten op een groot aantal en op ernstige vormen.
Later bij de degeneratieve neurosen komen wij hierop nader
terug.
De hereditaire neurasthenie kenmerkt zich klinisch, door het
op den voorgrond treden van angst en dwangtoestanden. Men
neemt in die gevallen waar, de algemeene psychische basis der
neurasthenie, zooals die door de voorgaande klinische beschrij-
ving ons als algemeene vermoeidheids-neurose voldoende bekend
is. Hierbij voegen zich nu de angst en de dwang, en samen
geeft dit een vrij karakteristiek ziektebeeld, dat zoowel ver-
schillen aanbiedt met de verkregen vormen van neurasthenie
als met de degeneratieve toestanden, die alleen op dwang- en
angstvoorstellingen berusten.
De overgang tusschen deze vormen is natuurlijk zeer gelei-
delijk, wat ons niet mag beletten, ze als verschillende toestanden
te beschrijven.
De traumatische vorm van neurasthenie, die men heeft onder-
scheiden, biedt, afgezien van het etiologisch moment, geene
bijzonderheden aan. Wy zullen er later nog over spreken, wan-
neer wn* de traumatische neurosen in een afzonderlijk hoofdstuk
12
-ocr page 186-
178
behandelen. In het algemeen kan men hiervan zeggen, dat, hoe
meer het zuiver psychisch moment op den achtergrond treedt en
het organische moment van het trauma op den voorgrond, men
des te meer neurasthenische en des te minder hysterische verschijn-
selen waarneemt. Omdat bij een trauma beide momenten ver-
eenigd zijn, vindt men gewoonlijk eene combinatie van neuras-
thenische en hysterische verschijnselen, en behooren zuivere
neurasthenieën tot de zeldzaamheden, terwijl zuivere vormen
van hysterie meer voorkomen.
Wij komen nu tot de differentiëele diagnose van neurasthenie
met ziektetoestanden, die daarmee tijdelijk of duurzaam verwis-
seld kunnen worden.
Over de organische en functioneele aandoeningen der Vegeta-
tieve organen hebben wij reeds voldoende gesproken. Over som-
mige infectieziekten een enkel woord.
Het is eene van mijne gewone ervaringen, dat neurasthenici
tijden lang voor malaria, influenza of rheumatiek behandeld
zijn, omgekeerd komt het, geloof ik, niet voor, dat bovengenoem-
de ziekten voor neurasthenie worden gehouden. Het loont de
moeite niet, nader hierop in te gaan; een medicus, die even uit
de oogen ziet, behoeft dergelijke vergissingen niet te maken.
Natuurlijk kunnen bovengenoemde ziekten zich met neurasthenie
combineeren, of er oorzaak van zijn. Dan is het in een gegeven
geval moeilijk uit te maken, of b. v. eene bepaalde pijn rheuma-
tisch of neurasthenisch is.
Wij beginnen met de psychische ziekten.
De begrenzing der neurasthenie van de hypochondrie kan in
sommige gevallen groote moeilijkheid geven. Vroeger onder-
scheidde men beide aandoeningen niet, en beschreef de nosopho-
bische denkbeelden, die zoo dikwijls bij neurasthenie voorkomen
als hypochondrie. Ook in de latere jaren zijn er nog stemmen
opgegaan, o. a. van Jolly, om beide ziekten te vereenigen. Naar
mijne meening ten onrechte.
-ocr page 187-
179
In de duidelijk uitgesproken gevallen is het onderscheid ge-
makkelijk genoeg te maken. Bij hypochondrie heeft men een in-
corrigibelen waan, bij neurasthenie eene herstelbare vergissing.
In het eerste geval hebben alle betogen van den medicus niet
het minste effect. De hypochonder verlangt zeer, hersteld te
worden en zoekt den medicus, hij gelooft hem echter niet; alle
pogingen om hem te overtuigen loopen ten slotte uit op een
wantrouwen van den patiënt tegenover zijn medicus, zoodat
eindelijk de in den beginne zeer gezochte arts langzamerhand
door den lijder gemeden wordt. De hypochonder gedraagt zich
juist als de lijder aan een anderen vorm van vecordia.
Geheel anders de neurasthenicus. Deze kan dezelfde bewerin-
gen hebben als de hypochonder, maar deze kunnen ten minste
tijdelijk gecorrigeerd worden.
Wanneer de medicus hem zegt, dat zijne abnormale sensaties
in het hoofd niet wijzen op verweeking der hersenen, of op iets
anders, gelooft hij dit. Eene volgende maal zal dezelfde lijder
met iets anders voor den dag komen, dat zich weer laat corri-
geeren enz., maar ten slotte zijn al deze nosophobieën niet meer
dan vergissingen, verkeerde conclusiën uit werkelijk bestaande
gegevens.
Dit verschil openbaart zich verder in de prognose, die voor
den waan absoluut ongunstig, voor de neurasthenie meer of min
gunstig is.
Zoo is het in de duidelijk uitgesproken gevallen; er zijn echter
talrijke overgangen. Hypochondrie begint dikwijls als eene hy-
pochondrische neurasthenie, en dan kan men waarnemen, hoe de
vergissing langzamerhand in een incorrigibelen waan wordtom-
gezet. Op een gegeven oogenblik een onderscheid te maken,
kan dus onmogelijk zijn.
Sommige vormen van hereditaire neurasthenie geven een beeld,
dat tot hypochondrie nadert. Hier kunnen de hypochondrische
denkbeelden gecombineerd zijn met talrijke dwangdenkbeelden,
en daar deze ook bij neurasthenie dikwijls voorkomen, kan dit
eene nieuwe bron van verwarring zijn, vooral ook, omdat juist
-ocr page 188-
180
in die gevallen van neurasthenie, waar de dwang in gevoelens
en denkbeelden sterk op den voorgrond treedt, juist als bij
hypochondrischen waanzin, het degeneratieve moment aanwezig is.
Afgezien van de geleidelijke overgangsvormen, die zoowel
onder hypochondrie als onder neurasthenie gerangschikt kunnen
worden, heeft men in zulke gevallen te letten op de begeleidende
verschijnselen, die bij neurasthenie veel meer voorkomen, dan
bij hypochondrie, en op de vastheid der denkbeelden; hoe steviger
een idee zich fixeert, hoe meer het onafhankelijk wordt van
alle andere denkbeelden en motieven, des te meer neemt het
het karakter aan van een waan, en nadert het geheele ziekte-
beeld tot den waanzin.
Veel wat van hypochondrie geldt, kan van vecordia ten
opzichte van neurasthenie gezegd worden. Goed uitgesproken
gevallen van neurasthenie en vecordia laten zich gemakkelijk
onderscheiden. De neurasthenicus heeft ziekte-inzicht, en de lijder
aan vecordia heeft dit niet, dit is altijd de leidende gedachten-
gang. Gevallen, waarbij hallucinaties eenigszins op den voorgrond
treden, behooren niet meer tot neurasthenie. Moeilijkheden
komen ook hier bij de erfelijk degeneratieve gevallen, bij de
z.g. „originare Verrücktheit" der Duitschers. Hierbij treden de
hallucinaties geheel of grootendeels op den achtergrond, terwijl
de waan-denkbeelden hun absurd karakter dikwijls verliezen en
overgangen vertoonen tot vergissingen, tot leugens, tot zonder-
lingheden, tot bijgeloovigheden, enz.; ook komen dwanggedachten
hier in den meest verschillenden vorm voor. Neemt men nu
verder in aanmerking, dat ook de heriditair-degeneratieve vorm
van neurasthenie zich kenmerkt, door het sterk op den voorgrond
treden van dwang-denkbeelden, en dat bovendien afwijkingen
in het karakter voorkomen, die aanleiding geven tot dezelfde
zonderlinge denkbeelden, bijgeloovigheden, enz., dan wordt het
duidelijk, dat er gevallen kunnen zijn, waarbij vergissing in de
diagnose zeer mogelijk is en waarbij men inderdaad tusschenvor-
men waarneemt, die zoowel tot de vecordia, als tot de neurasthenie
gerekend kunnen worden.
-ocr page 189-
181
Moeilijkheid voor de diagnose kunnen sommige beginnende
gevallen van vecordia geven, waarbij de waan nog niet vast ge-
constitueerd is en waarbij de patiënt zelf nog twijfelt. Zoo b. v.
in gevallen, als de waan zich vastknoopt aan abnormale sen-
saties in de geslachtsdeelen, die ook bij neurasthenie zoo dikwijls
voorkomen. In sommige gevallen komt men niet direct tot eene
diagnose, het verloop der ziekte geeft dan uitsluitsel.
De mogelijkheid, dat een neurasthenie chronisch wordt en
ten slotte tot een vecordia zich vervormt, is niet geheel van de
hand te wijzen, ofschoon het zelden voorkomt. De gevoelens
van angst, de dwang-denkbeelden en handelingen worden dan
langzamerhand geobjectiveerd, het ziekte-inzicht verdwijnt, en
de verschijnselen worden niet aan eene inwendige ziekte, maar
aan van buitenaf inwerkende omstandigheden toegeschreven.
Ook in deze gevallen is een sterke hereditaire aanleg aanwezig.
Neurasthenie kan verwisseld worden met melancholie, waar-
mede het verschillende verschijnselen gemeen heeft. In de eerste
plaats de algemeene ontstemming, de duistere gemoedsstemming
bij beide ziekten; verder de besluiteloosheid, de neiging tot het
maken van bezwaren, het opzien tegen kleinigheden, de alge-
meene gevoelloosheid, de hypochondrische voorstellingen, enz.
Meestal is het echter niet moeilijk het onderscheid te maken. Bij
neurasthenie is de melancholische ontstemming secundair, ze wordt
veroorzaakt door de talrijke andere klachten, door de hyperaesthe-
tische en paraesthetische gewaarwordingen, door het gevoel van
machteloosheid en de pijn bij elke geestelijke inspanning.
Bg melancholie is de ontstemming primair, en volgen de
overige klachten daaruit. Een melancholicus kan geen geeste-
lijke inspanning verrichten, omdat hij ontstemd is, een neuras*
thenicus is ontstemd, omdat hij geen geestelijke inspanning kan
verrichten. Het is dus van belang om door onderzoek van den
patiënt de ontwikkeling van de melancholische ontstemming
na te gaan en doet men dit systematisch, dan is de aard der
ziekte gewoonlijk gemakkelijk te herkennen.
De stemming bg een neurasthenicus is gewoonlijk wisselend,
-ocr page 190-
182
afhankelijk van de daaraan ten grondslag liggende ziekelijke
verschijnselen. By melancholie is de ontstemming continueel.
Eene verdere overeenkomst tusschen beide ziekten ontstaat
door het voorkomen van hypochondrische en nosophobische
denkbeelden. Men heeft zelfs een hypochondrischen vorm der
melancholie onderscheiden, in elk geval kunnen de hypochon-
drische denkbeelden bij deze ziekte sterk op den voorgrond
treden.
De hypochondrische denkbeelden van den neurasthenicus zijn
meer beredeneerd, hij heeft daar zijne gronden voor in zijne
abnormale sensaties, en wanneer hij overtuigd is, dat deze sen-
saties niet wijzen op de door hem veronderstelde ziekte, laat
hij deze denkbeelden varen.
Bij den melancholicus vindt de hypochondrie haren grond in de
melancholische ontstemming. Ze is daar meer constant en ver-
dwjjnt eerst, wanneer de stemmings-anomalie geneest.
Overeenkomst in de beide ziekten vindt men in de somtijds
aanwezige geestelijke gevoelloosheid: de belangstelling in de
omgeving, het deelnemen in alles, wat er gebeurt, is verloren
gegaan. Bij beide ziekten vindt dit zijn grond in de onmogelijkheid
om iets, hoe weinig ook, te kunnen prestoeren; beide gevoelen
zich een „quantité négligeable*.
De differentiëelc diagnose tusschen neurasthenie en hysterie,
wordt uitgesteld totdat laatstgenoemde ziekte behandeld is.
De rij der organische aandoeningen nagaande, kpmen wij het
eerst aan de Dementia paralytica.
In uitgesproken gevallen is deze ziekte duidelijk genoeg en
gewoonlijk reeds a vue te diagnosticeeren. Het is alleen het
begin der ziekte, dat moeilijkheden geeft, en het somtijds tijde-
lijk onmogelijk maakt de diagnose te stellen. Het is niet zoo
zeer ongewoon, dat de paralyse met neurathenische verschijn-
selen begint, en indien dan de organische symptonen nog niet,
of nog onvoldoende zijn uitgesproken, is eene vergissing mogelijk.
De veranderingen in het karakter, eene abnormale prikkelbaar-
heid, ongemotiveerde driftbuien, een vreemd, abrupt, onlogisch
-ocr page 191-
183
gedrag, licht hesiteerende spraak, trillingen in \'t schrift, stoor-
nissen in het herinneringsvermogen, vergeetachtigheid, stoornis-
sen in den slaap, duizelingen, angsttoestanden, stoornissen in
de reflexen enz., zijn alle verschijnselen, die aan beide ziekten ge-
meen kunnen zijn.
Laten wij beginnen met de organische afwijkingen.
Vermindering of opheffing der kniepeesreflex pleit in hooge
mate voor eene organische aandoening; bij neurasthenie is deze
reflex meestal verhoogd. Stoornis der reflex op ééne zijde doet
evenzoo aan organische veranderingen denken.
Ongelijke grootte der pupillen is een verschijnsel, dat aan
neurasthenie, aan paralyse en aan andere functioneele ziekten
gemeen is, ook wanneer deze ongelijkheid eene duurzame is en
gedurende jaren is geconstateerd.
Sterk uitgesproken Myosis der pupillen is verdacht, en doet
aan organische aandoening denken; bij neurasthenie zijn de pu-
pillen gewoonlijk meer dan middelmatig wijd.
De zekerste aanwijzing voor eene organische aandoening geeft
ons de eenzijdige of dubbelzijdige reflectorische stijfheid der
pupillen bij het invallen van licht in het oog. Dit verschijnsel
is zoor kenmerkend voor beginnende tabes dorsalis en dementia
paralytica, en komt voor zoover wij weten bij neurasthenie niet
voor. Hierbij verdient opgemerkt te worden, dat bij lichtstijf-
heid der pupillen de reactie op convergentie behouden is. Om
de reactie der pupil op licht te bepalen, neme men als vaste
gewoonte don patiënt voor het raam te plaatsen en het ééne
oog met den wijsvinger te sluiten. Bij sluiting van het ééne oog
beziet men het andere om de consensueele lichtreactie te bepalen;
daarna opent men het oog en let op de directe reactie van het
geopende oog. Ook het onderzoek in de oogspiegelkamer ver-
dient aanbeveling.
Niet altijd is de bepaling dezer reactie gemakkelijk. Traag-
heid der reactie komt meermalen voor, en kan waarschijnlijk
normaal zijn; de grens tusschen traagheid en stijfheid is echter
moeilijk te trekken.
-ocr page 192-
184
Bovendien is het waarschijnlijk, dat in beginnende gevallen
van tabes dorsalis en dementia paralytica de traagheid of stijf-
heid in de reactie kan afwisselen met normale reactie.
Tremoren komen bij beide ziekten voor, de neurasthenische
tremor heeft een sneller tempo, heeft iets vibreerends en is in
hooge mate afhankelijk van gemoedsbewegingen. De paralyti-
sche tremor is meer continuëel.
De spraak kan bij beide ziekten hesiteerend zijn; de neuras-
thenicus bemerkt echter zijne kwaal, de paralyticus weinig of niet.
Het zich verspreken, het weglaten van woorden in spraak en schrift
is bij den paraliticus meer onlogisch, en gaat als het ware van-
zelf, zonder dat hij het beproeft te corrigeeren. Een neurasthe-
nicus bemerkt, en gewoonlijk met schrik, zijne fout.
Angsttoestanden zijn bij paralyse meer intensief en zoo mo-
gelijk nog meer irrationeel.
De stoornis in den slaap is bij paralyse meer onregelmatig.
Duizelingen komen bij beide ziekten voor, zonder dat zij te
onderscheiden zijn; ontstaan uit de duizelingen absenties, met
opgeheven herinneringen voor den tijd van de duizeling, dan
spreekt dit voor eene organische aandoening, wanneer epilepsie
is buitengesloten.
Herinnerings-stoornissen komen bij beide ziekten voor; ge-
woonlijk zijn zij echter wel te onderscheiden. Wij zagen reeds
vroeger, dat de herinnerings-stoornis bij neurasthenie meer schijn-
baar was, en niet berustte op een verdwenen zijn van vroeger
voorhanden herinneringsbeelden. Het vergeten, dat den neuras-
thenicus kenmerkt, wordt veroorzaakt door zijne verstrooidheid,
door zijne traagheid, door de onmogelijkheid zijne aandacht te
fixeeren en is dus geen ware herinnerings-stoornis.
Wil men bij neurasthenie naar herinneringszwakte een onder-
zoek doen, dan moet men beginnen, zeer intensief de aandacht
te fixeeren en doet men dit, dan blijkt daarvan niet veel.
Bij paralyse is het geheel anders; hier vallen vroeger bestaan
hebbende herinneringsbeelden weg, en is de memoriezwakte
experimenteel aan te toonen,
-ocr page 193-
185
De veranderingen in het karakter zijn voor beide ziekten
kenmerkend. De omgeving bemerkt, dat de persoon anders is
geworden dan vroeger, dat hij in zijn nadeel is veranderd.
Prikkelbaar, moeilijk in den omgang, driftig, irrationeel, dat
alles was hij vroeger niet en thans wel. Deze verschijnselen
verschillen bij beide ziekten niet veel; bjj paralyse zijn zjj
intensiver, zijn meer irrationeel en meer in \'t oog vallend,
dan bij neurasthenie.
De hoofdpijnen zijn bij paralyse heviger, komen bij aan-
vallen, soms onder den vorm van migraine met flikkerskotoom,
bij neurasthenie zijn de pijnen niet zoo hevig en meer con-
tinueel.
De genitale neigingen zijn bij paralyse in den beginne meestal
verhoogd, bg neurasthenie meestal verminderd.
Etiologisch van belang is, dat bij paralyse in de meerderheid
der gevallen lues is voorafgegaan. Overigens is de etiologie van
beide ziekten dezelfde.
Tumor cerebri kan in den beginne neurasthenische symptomen
geven, vooral de hoofdpijn en de duizelingen in de eerste periode
geven hiertoe aanleiding. Hierbij valt op te merken, dat bij neu-
rasthenie deze verschijnselen zelden die intensiteit verkrijgen als
by tumor cerebri. Bovendien vindt men bij neurasthenie, wanneer
hoofdpijn en duizelingen aanwezig zijn, nog talrijke andere sympto-
men, vooral angst, en nosophobieën naar aanleiding van de hoofd-
pijnen en duizelingen enz. In geval van tumor voegen zich bij
deze beide verschijnselen spoedig andere symptomen der hersen-
zenuwen, epileptoide convulsieën enz.; de differentieel diagnose
is dus gewoonlijk spoedig gemaakt. Opmerking verdient echter,
dat dikwyls gedurende het geheele ziekteverloop van tumor
cerebri en van vele andere organische aandoeningen van het
zenuwstelsel, naast de wegval-verschijnselen, talrijke andere ver-
schijnselen van functioneelen aard aanwezig zijn.
Meer moeielijkheid dan neurasthenie, kan hysterie geven in
hare onderscheiding van tumor cerebri, en vergissingen zjjn
hiervan bekend.
-ocr page 194-
186
Tabes dorsalis is eene ziekte, waarbij in den beginne verwisse-
ling met neurasthenie mogelyk is, vooral wanneer neurasthenie,
volgens het z.g. spinale type verloopt. Hier kan men dan heb-
ben : schietende pijnen in de beenen, wankelen, wanneer de oogen
gesloten zijn, paraesthesieën in de beenen, stoornissen in de
genitale functieën, impotentia coeundi, onzekerheid in den gang,
die aan ataxie zou kunnen doen denken. Een eenigszins nauw-
keurig onderzoek brengt ons echter spoedig uit de dwaling. Bij
tabes dorsalis, is de kniepeesreflex opgeheven, vindt men reflec-
torische pupillenstijf heid, omschreven anaesthetieën in de beenen,
spieratrophieën van peripheren oorsprong, trophische stoor-
nissen, eene duidelijke ataxie enz., altemaal verschijnselen, die
bij neurasthenie niet voorkomen. De psychische verschijnselen,
die bij tabes dorsalis veelvuldig waargenomen worden, doen in
menig opzicht aan neurasthenie denken; bijna elke tabeslijder is
hystero-neurasthenicus bovendien.
Progressieve spieratrophie heeft oppervlakkig cenige gelijkheid
met neurasthenie door de fibiïllaire trekkingen, die hierbij voor-
komen, welke ook bij neurasthenie dikwijls aanwezig zijn. De
atrophie ontbreekt hier echter altijd, evenzoo is de electrische
reactie der spieren bij neurasthenie steeds normaal.
De spierasthenie, die bij neurasthenie dikwijls, vooral in de
benedenste extremiteiten, voorkomt, is moeilijk met eene parese
uit organische oorzaak te verwarren.
De prognose der neurasthenie, evenals van de andere zenuw-
ziekten, is eene belangrijke zaak. Uit ondervinding is mij gebleken,
dat practische medici in tweeërlei richting zondigen: öf de zenuw-
ziekte wordt door hen niet geteld, öf zij wordt overschat. In de
beginnende gevallen is het mij meerdere malen voorgekomen,
dat de ziekte niet naar behooren geteld werd, en de verschijn-
selen aan inbeelding of iets anders werden toegeschreven, of wel
van zóó weinig beteekenis werden geacht, dat zij geene behan-
deling behoefden. In oude chronische gevallen komt het voor,
dat men elke therapie onnoodig acht, omdat het toch niets meer
geeft, en het is mij voorgekomen, dat zulke gevallen mij met
-ocr page 195-
187
een medelijdend schouderophalen ter behandeling werden over-
gegeven. Het eene is evenzoo verkeerd als het andere.
De prognose van elk geval moet afzonderlijk beoordeeld wor-
den, en is van verschillende omstandigheden afhankelijk.
Acute gevallen geven in \'t algemeen eene gunstige prognose.
De hevigheid der verschijnselen legt weinig gewicht in de schaal,
en de meest desesperate symptomen kunnen volkomen genezen.
Van groot belang is de wijze, waarop de verschijnselen ontstaan ;
hoe langzamer zij komen, des te langzamer zullen zij verdwijnen.
Ongunstig zijn die gevallen, waarbij men de verschijnselen tot in
de jeugd toe kan vervolgen, waarbij de symptomen als het ware
de verdere uitwerking zijn van de karakter-eigenschappen van
het individu, en dus zonder veel schadelijke uitwendige omstan-
digheden zijn gekomen. Het is daarbij niet noodig, dat de ver-
schijnselen eene groote intensiteit hebben bereikt, en dikwijls is
het mogelijk, dat de lijder ongeveer zyne dagelijksche bezigheden
blijft verrichten. Hij heeft voor zichzelf dan altijd een ongeluk-
kig bestaan en behoort tot de steeds aangroeiende rij van pes-
simisten.
Herediteit als zoodanig maakt de prognose voor het enkele
geval niet ongunstiger. Hierbij moet men bovengenoemde chro-
nische gevallen uitzonderen en verder die, welke ontstaan ten-
gevolge van eene gebrekkige ontwikkeling van het geheele
organisme, zooals dat voorkomt bij ziekte-toestanden van de
moeder gedurende de zwangerschap, verder door hereditaire
tuberculose en lues, en misschien in andere gevallen tengevolge
van alcoholisme der ouders.
Voor den enkelen aanval maakt erfelijkheid de prognose niet
ongunstiger; wel bestaat er na genezing meerdere kans voor
recidive, omdat bij den erfelijk gepredisponeerden aanleg de
oorzaak, die de ziekte te voorschijn roept, geringer is, dan bij
gezonde individuen, en verder nog daarom, omdat elke aanval
de geestelijke constitutie van den lijder verzwakt en hem minder
bestand maakt voor de schadelijke omstandigheden van het ge-
wone leven. Dit geldt ook voor. de normale menschen; elke
-ocr page 196-
188
psychische ziekte werkt als een trauma, dat het zenuwstelsel
ook na de genezing duurzaam verzwakt; elke psychose geneest
in dezen zin dus nooit geheel, maar altijd met een min of meer
duidelijk defect, al openbaart zich dit defect door niets anders
dan door een minderen weerstand tegen schadelijke omstandigheden.
Enkele momenten zijn voor de prognose nog van belang.
Onder neurasthenici en ook onder andere zenuwlijders komen
personen voor, die, duidelijk inzicht in hunne ziekte vertoo-
nende, daarvan den ernst inzien en die begrijpen, dat daaraan
plotseling niets te veranderen valt. Deze personen begrijpen, dat,
zullen zij ooit beter worden, zij daarvoor geduld moeten hebben
en zich als het ware met ernst op hunne beterschap moeten toe-
leggen. In deze gevallen kan men veel doen, en door de erva-
ring geleerd, durf ik hier steeds de prognose gunstiger stellen.
Misschien wijst dit geduld en deze mogelijkheid om zich voor
de genezing in te spannen, wel op een minder ernstig zijn der
ziekte, hoewel de overige verschijnselen hevig genoeg kunnen
zijn. Tot zekere hoogte geldt van neurasthenici, dat zij, die
ernstig beter willen worden, het ook kunnen.
Tegenovergesteld aan deze personen zijn zij, die eiken dag
en bijna elk uur naar hunne genezing zitten uit te kijken, die,
hoe langer de ziekte duurt, des te ongeduldiger worden en, ten
einde raad, van \'t een op \'t ander springen, en den medicus
eiken dag vertellen, dat het nog al niet beter gaat. Bij deze
personen kunnen schijnbaar weinig beteekenende ziekte-ver-
schijnselen gedurende langen tijd aan elke therapie weerstand
blijven bieden.
Neurasthenie, die na trauma ontstaat, heeft in \'t algemeen
eene ongunstige prognose; sommige neurologen beschouwen deze
gevallen als wanhopig; dit schijnt mij te veel gezegd, ik heb
ten minste sommigen zien verbeteren en anderen zien genezen.
Dit neemt niet weg, dat traumatische gevallen zeer ernstig zijn
en speciaal, wanneer men de hypochondrische verschijnselen en
de herinneringszwakte voor zijne oogen ziet toenemen, wordt
de prognose steeds ernstiger.
-ocr page 197-
189
Er bljjft ons nog over, enkele opmerkingen te maken over
de prognose der afzonderlijke symptomen. Hierbij wil ik vooraf
eene opmerking maken, die mij door eigen vergissingen en door
\'t waarnemen van vergissingen bij anderen, wordt ingegeven,
eene opmerking, die bij alle zenuwziekten, en vooral voor hyste-
rie, hare geldigheid heeft.
Zij is deze, dat men nooit mag denken, dat men door het
verwijderen, of zoo men wil door het genezen van één symptoom,
de ziekte genezen heeft, ook niet, wanneer dit een symptoom is,
dat tijdelijk het geheele ziektebeeld beheerscht.
Het genezen van een symptoom is dikwijls niet meer dan
het verschuiven daarvan en wanneer, om een voorbeeld te noe-
men, de spiermoeheid is verdwenen, kan zich een ander symp-
toom b. v. een digestiestoornis daarvoor in de plaats stellen, en
wij zijn nog even ver. Bij hysterie ziet men dit gewoonlijk, en
talrijke hypnotische resultaten berusten op niets anders, dan
op eene verwisseling der verschijnselen. Dit neemt niet weg, dat
het veranderen van symptomen zijn nut kan hebben; wanneer
voor een lastig verschijnsel een minder hinderlijk symptoom in
de plaats treedt, is dat een voordeel. Op deze wijze is het re-
sultaat secundair, omdat minder hinderlijke symptomen secundair
den geestestoestand verbeteren. Niet altijd evenwel treedt bij
verandering der symptomen verbetering op; het tegendeel is mg
meerdere malen voorgekomen.
Men mag evenwel niet alle symptomen gelijk stellen, en bij
neurasthenie zijn er verschijnselen, die, wanneer zn\' verbeteren,
inderdaad ook eene verbetering in den algemeenen toestand
aangeven.
Dit is het geval met de neurasthenische vermoeibaarheid.
Afgezien van al het andere, desnoods met verergering van
alle overige verschijnselen, is het bn\' neurasthenie een gunstig
teeken, wanneer men kan constateeren, dat de patiënt geestelijk
meer kan presteeren, wanneer men b.v. waarneemt, dat hij uit
eigen beweging eenen brief gaat schrijven of in eenig opzicht
initiatief gaat toonen. Dergelijke dingen zijn subtiel om te
-ocr page 198-
190
beoordeelen, en zij toonen aan, dat onze neurologische wetenschap
nog in vele opzichten slechts eene kunst is, en dat niet iedereen,
met eene behoorlijke dosis kennis, een goed neuroloog kan zijn.
Gewoon gezond verstand en daarbij zich niet laten afleiden door
bijkomende alarmeerende verschijnselen, dat is de hoofdzaak.
Niet iedereen is schilder, maar evenmin is iedereen neuroloog.
Sommige symptomen hebben eene prognostische beteekenis.
Zeer hardnekkig zijn de dyspeptische verschijnselen; zij zijn
dit vooral door hunnen grooten invloed op de stemming van
den lijder, en omdat zij hem ongeschikt maken tot eenigerlei
bezigheid. Hetzelfde kan gezegd worden van de slapeloosheid.
Medicamenten helpen hiervoor weinig en mogen op den duur
niet gebruikt worden, omdat zij dan hunne werking verliezen
en er intoxicatie-verschijnselen kunnen ontstaan.
Het verbeteren van den slaap is prognostisch een gunstig
teeken.
-ocr page 199-
2e AFDEELING
HYSTERIE ENT DAARAAN VERWANTE
NEUROSEN.
-ocr page 200-
-ocr page 201-
toft-ü
HOOFDSTUK I.
Etiologie.
Het hoofdstuk van de etiologie der Hysterie biedt in menig
opzicht verschil aan met dat van de Neurasthenie, terwijl in andere
opzichten overeenkomst daarmede kan waargenomen worden.
Het groote verschil in de etiologie van beide ziekten bestaat
in het meer op den voorgrond treden van het erfelijk moment
bij Hysterie; de groote overeenkomst bestaat in den belangrijken
invloed, dien bij beide ziekten de emotie als etiologisch moment
bezit.
Wij hebben gezien, dat Neurasthenie in vele gevallen eene
verkregen ziekte was, eene ziekte, die bij een\' gezonden
en eene normale lichamelijke en geestelijke ontwikkeling ont-
stond, door de deletaire werking van ongunstige, uitwendige
omstandigheden, waarvan de depressieve emotie, die gedurende
langen tijd inwerkte, en verder eene te intensieve geestelijke
inspanning, de beide hoofdfactoren waren. Erfelijkheid bleek echter
ook voor sommige vormen van neurasthenie een niet te mis-
kennen factor. Verder hebben wij voor neurasthenie de toename,
die deze ziekte in de laatste jaren onmiskenbaar vertoonde,
kunnen verklaren, door de toename der chronische, depressieve
emotie, die voor onze tegenwoordige maatschappelijke verhou-
dingen kenmerkend was, en wij hebben kunnen betoogen, dat
eene zoo snelle toename, als wij dat bij neurasthenie waarnamen,
er van zelf reeds op wees, dat erfelijkheid niet de overwegende
factor voor het ontstaan van deze ziekte kon zijn.
13
-ocr page 202-
194
Bij hysterie treedt de erfelijkheid veel sterker op den voor-
grond; het is eene meer aangeborene ziekte, die wel langeren
tijd kan sluimeren, als het ware in een latenten toestand aanwezig
kan zijn, maar door eene kleine schadelijke omstandigheid op
zijn onverwachtst te voorschijn geroepen kan worden. Deze
schadelijke omstandigheden heeft Charcot zeer karakteristiek
genoemd: 9les agents provocateurs de Vhysterie," in tegenstelling
met de erfelijkheid als etiologisch moment, die de oorzaak was
van den ziekelijken aanleg.
Door het op den voorgrond treden van erfelijkheid als etiolo-
gisch moment, nadert Hysterie meer tot de degeneratieve psy-
chische ziekten, die wij hierna zullen beschrijven.
Hysterie is eene ziekte, waarvan eene zoo snelle toename in
de latere jaren, als wij dat voor neurasthenie hebben kunnen
constateeren, niet is waar te nemen. De ziekte bestond zonder
twgfel reeds in vroegere eeuwen, en voor zoover wy daarover
kunnen oordeelen, was zij toen bij lange na niet zeldzaam.
Charcot en zijne leerlingen hebben ons over de geschiedenis der
Hysterie merkwaardige documenten medegedeeld. Deze geschiede-
nis leert ons, dat in de meest verschillende maatschappelijk om-
standigheden Hysterie is voorgekomen, en dat deze uitwendige
omstandigheden op den vorm, waaronder de ziekte zich voordeed,
wel van invloed hebben kunnen zijn, maar dat de ziekte als
zoodanig er niet minder duidelijk door was.
Tot in de middeleeuwen toe kan men de ziekte vervolgen
en de historische gegevens, waarover wij beschikken, laten ten
opzichte van de diagnose geen twijfel over. Bekend zjjn de
epidemieën van hysterie in deze tijden. Eene dusdanige epidemie
heerschte in 1574 te Aken, waar troepen mannen en vrouwen
op de straten en in de kerken dansende en delireerende een
zonderling schouwspel aanboden. De personen hadden allerlei
visioenen; door toespraak waren zij niet tot zich zelven te brengen.
Deze dansaanvallen waren dikwijls voorafgegaan door epileptische
krampen, ten gevolge waarvan de personen bewusteloos neer-
vielen. Na eenigen tijd sprongen zij op en de dans begon. Na
-ocr page 203-
195
uren lang springen, vielen zij uitgeput neder. Daarna werd de
buik samengeperst met lakens, tengevolge waarvan de zieken
weer tot zichzelf kwamen, of wel men gaf hun vuistslagen op
den buik. Deze epidemie plantte zich van Aken uit verder voort.
Ook in den lateren tijd komen dergelijke epidemieën wel voor.
Het volgende vindt men medegedeeld in de „Geschiedenissen
Amsterdams" door JanWagenaar:
„De dweepagtige Herdoopers, die zig heimelyk te Amsterdam
onthielden, verwekten aldaar in February des jaars 1535, nieuwe
opschudding. Op den elfden dier maand waren Dirk, of, gelijk
anderen hem noemen, Henrik, of, liever nog, zoals hij, in \'t Stads
Sententieboek, genoemd wordt, Henrik Henrikszoon Snyder, die
onder deeze luiden voor een Profeet doorging, en nog zes mannen
en vyf vrouwen vergaderd in de Zoutsteeg, ten huize van Jan
Syvaartszoon,
lakenkooper, die, ten dien tijde, tot voortzetting
van zijnen handel, verreisd was naar de Oostzee. In eene Kamer
van dit huis, wierp Henrik zig, kort na drie uren in de nagt,
voor over op zijn aangezigt, naar \'t scheen, yverig biddende.
Elk, die hier tegenwoordig was, werdt van een innigen schrik
bevangen, \'t Vertrek, met al den huisraad, scheen te schudden.
Na \'t gebed, verklaarde de Profeet „dat hy Hemel en Hel in
deszelfs heerlykheid gezien had; dat de jongste dag naby was,
en dat een uit den hoop, dien hij aanwees, zekerlijk verdoemd
zyn zou."
Straks daarop, viel deeze aan \'t kermen, Hemelsche Vader,
wees my genadig!
En Henrik wederom, als of hem \'s Hemels
besluit, zonder tusschenpoozing, bekend gemaakt werd: De Vader
is u genadig geweest. Uwe zonden zyn u vergeven. Gy zyt tot een
kind Gods aangenomen.
Weinig tyds daarna, hieldt dit zelfde
gezelschap, ter zelfder plaatse, wederom eene nagt vergadering:
waar de mans, immers eenigen, gewapend verscheenen. Henrik,
vier uuren agtereen, met preeken en bidden hebbende doorge-
bragt, ontdeedt zich van zynen stormhoed, zydgeweer, harnas
en kleederen, en wierp alles op \'t vuur, dryvende „dat al wat
uit de aarde voortgekomen of gemaakt was, door \'t vuur ver-
-ocr page 204-
196
teerd moest worden." Toen hy daar moedernaakt stondt, beval
hy den anderen zyn voorbeeld te volgen, gelyk beiden vrouwen
en mannen deeden. \'t Smeulen en stinken der kleederen hadt de
vrouw van den huize, die te bedde lag, doen ontwaaken. Zy
begaf zig naar boven, daar zy \'t naakte gezelschap vondt, en
terstond bevel kreeg, om zig, insgelyks, te ontkleeden ; gelyk
zy deedt. Niemant wist toen nog, wat Henrik de Snyder verder
voor hadt. Doch \'t leedt niet lang, of hy belastte den misleiden
hoop, hem te volgen, en te roepen, gelyk hij roepen zou. Met
strykt hy ter deure uit, en de overigen hem na, straat op, straat
neder, de halve Stad rond, onder een vervaarlijk gehuil van
wee ! wee ! wee ! de wrake Gods! de wrake Gods! de wrake Gods !
Het huis, waaruit zy gekomen waren, en welk wel vast geslooten
was, vloog haast in den brand, die egter door de buuren, de
deur op den vloer geschooten hebbende, nog gelukkiglyk ge-
bluscht werdt.
Midlerwyl, raakte de Stadt alomme in beweeging. De burgery
kwam in de wapenen, en de Plaatsen \'t Stadhuis bezet heb-
bende naar behooren, viel het haar niet moeielijk, de naakt-
loopers op te vangen, waarin Kornelis Dobbeszoon, voor anderen,
yverde. Zy werden allen gevat, op eene vrouw na, die men
nooit heeft kunnen agterhaalen. Toen zy verhoord werden, boodt
men hun kleederen aan; doch zy weigerden dezen te aanvaar»
den, schoon \'t February, en gevolgelijk niet warm was. De
waarheid,
zeiden ze, moest naakt zijn. Ook wildenze, in den ker-
ker, uit geen aardewerk eeten, noch drinken; maar smeeten
de aarden vaten aan stukken, en dansten op de scherven. Een
man wilde geen spyze nuttigen, ten zijze hem voorgekauwd
werdt, zeggende, dat hy een kind was. Uit alle hetwelke niet
donkerlyk blykt, dat deeze luiden de hersenen gekrenkt waren.
Eene duidelijke beschrijving van eene epidemie van hysterie
in de laatste jaren vond ik in de ideën van Multatuli Bundel I
pg. 60 seq. De epidemie had plaats in het stadsweeshuis te
Elberfeld bij gelegenheid van bedestonden, die gehouden zouden
worden van 6—13 Januari 1861. Deze bedestonden zjjn beschre-
-ocr page 205-
197
ven in eene brochure, welke Multatuli beoordeelt. De weinige
aanhalingen, die daaruit overgenomen zijn, toonen duidelijk aan,
dat wij met een epidemisch optreden van hysterie te doen
hebben, onder den invloed van een religieusen exaltatietoestand.
Men oordeele:
„Thans waren zeven jongens aangegrepen en wel zóó kracht-
dadig, dat zjj niet konden slapen. Den ganschen nacht brachten
zij door met bidden en smeeken."
„Toen werden zeven andere jongens overtuigd van hunne
zonden; den volgenden avond lagen er zestien jongens op de
knieën of het aangezicht." „De aangegrepen jongens gingen
naar den kelder en baden.\'
„Een jongen was verstokt, hg wilde niet zalig worden, al
werd ook ieder zalig." Eerst nadat zijn kracht door bidden half
gebroken was, gaat hij ook naar den kelder. Hij valt oogenblik*
kelijk neer, kermt en valt in de hevigste stuiptrekkingen neder,
zoodat hij weer naar boven gedragen moest worden. De stuip-
trekkingen duurden meer dan drie uren. Tegen vier uren ver-
toonden zich de stuiptrekkingen weder. Toen uitte hij, dat hij
gelooven kon.
„Allen waren ontroerd. Niemand kon zich inhouden, ieder
liet zjjn tranen vrijen loop. Er moesten twee volwassenen en
verscheidene meisjes naar buiten gebracht worden."
„Zeven of achtjarige kinderen riepen om genade, om een
rein hart, om den H. Geest voor zichzelven, voor andere kinderen,
voor de suppoosten, voor den onderwijzer. Een der kinderen
viel daarbij als dood neder, en bleef een langen tijd in koude
verstijving."
„Er moest weer een jongetje weggebracht worden en nog
drie anderen, die zeer over hunne zonden kermden."
„Vier kinderen vielen neder en moesten weggedragen worden."
„Vele dagen had hij moeten worstelen en was daarbij letterlijk
brullende."
„Den volgenden dag viel \'t eene kind na het andere in
zw$jm.*
-ocr page 206-
198
„De kinderen hadden stuipachtige aanvallen... verloren de
spraak... sloegen voortdurend met de handen... de engelen
in den hemel zullen zich verblijd hebben."
Het volgende is een prachtig voorbeeld van hysterische sug-
gestie.
«Een jongen van 17 jaar had zich onvoorzichtig uitgelaten.
Bij \'t zien van een kermenden knaap had hij gezegd: „Ik wilde,
dat ik ook eens in zulke worsteling viel." Dat had hij niet
moeten zeggen, want: „Plotseling zakt hij ineen, stampt met de
voeten, weent en steunt, slaat met de handen en klaagt, hoe
Satan hem heeft aangegrepen en hem den mond toehoudt als
hij bidden wil. Hij zag er ijzingwekkend uit."
Dergelijke schandelijke tooneelen waren in tijden van religieuse
exaltatie niet zeldzaam. De brochure, waarover Multatuli sprak,
maar waarvan de titel mij onbekend is gebleven, heb ik niet
kunnen krijgen; als historisch document had zij verdiend bewaard
te blijven.
Niet alleen als epidemieën is ons de hysterie uit vroegere
eeuwen bekend. De hexenprocessen zijn bekend genoeg. De dui-
vel gaf kenteekenen aan het lichaam: anaesthesieën, hyperaes-
thesieën of hysterogene plekken, die door de duivelbanners en
gerechtsdienaars met ijver en met kennis van zaken op de
ongelukkige Hysteriace werden gezocht. Een bezitter van derge-
lijke stigmata diaboli werd volgens recht en wet verbrand.
Dat een dergelijk onderzoek nog al eens voorkwam, blijkt
wel uit de bedrevenheid, waarmede deze stygmata gezocht wer-
den. Wil men eene goede beschrijving lezen, hoe men de hys-
terische analgesieën behoort te zoeken, dan kan de volgende
van Pierre de Lancre dienen *):
„Quand il (Pierre de Lancre) devait rechercher les marques,
Ie chirurgien commencait par bander les yeux aux sorcières,
puis il procédait a 1\'exploration de la sensibilité de la facon
\') Aangehaald uit P i t r e s Lecons cliniques sur 1\'bysterie. Tomé I, pag.
57 en 81.
-ocr page 207-
199
suivante: Il avoit une espingle en la main gauche, avec la teste
de la quelle il faisoit semblant de pincer la sorcière en plusieurs
lieux, qu\'elle ne pouvoit voir, ayant les yeux bandez, et en la
main droite il avoit une esguille ou une aleine bien deliée, et,
ayant pincé la sorcière avec la teste de 1\'espingle en plusieurs
lieux, elle se trémoussoit et se plaignoit artificiellement, comme
si elle eüt souffert quelque grande douleur et, néantmoins bien
qu\'en mesme temps ou lui mit 1\'esguille jusques aux os, elle
ne disoit mot."
Ook de localisatie der anaesthesieën was aan de oude duivel-
zoekers wel bekend. Men oordeele:
„Pour découvrir les marques des sorcièrs, ils ne craignaient
pas d\'explorer toutes les parties accessibles du corps, sachant
par expérience que Satan, dans Ie but d\'éluder la justice et
de tromper ses officiers, imprime souvent ses marques, ou en
des parties si sales qu\'on a horreur de les y aller chercher
comme Ie fondement de 1\'homme ou en la nature de la
femme; ou bien (comme il est extreme et dénaturé) au lieu Ie
plus noble et Ie plus précieux, qui soit en toute la personne,
oü il semble impossible de 1\'imprimer, comme les yeux ou dans
la bouche."
Op zulke gegevens afgaande zijn in vroegere jaren duizende
personen verbrand.
Het groote etiologisch moment voor Hysterie is de h e r i-
d i t e i t.
Bij de behandeling der Neurasthenie hebben wij eenigszins
over de heriditeit als etiologisch moment voor functioneele neu-
rosen uitgeweid. Wij gaan er dus hier niet nader op in, maar
stellen ons tevreden met eenige getallen op te geven, die ik
aan het bekende handboek van Gilles de la Tourette
over Hysterie ontleen.
Briquet onderzocht de families van 351 hystericae, deze be-
stonden uit }103 personen, 430 mannen en 673 vrouwen. Onder
deze bevonden zich 272 gevallen van zenuwziekte, en wel 214
-ocr page 208-
200
hystericae, 13 epileptici, 16 krankzinnigen, 1 dilirium tremens,
1 paraplegie, 3 somnambulen, 14 convulsieve ziekten, 10 apo-
plectici; dus ongeveer 25 procent der gevallen. Afstammelingen
van hysterische ouders zijn 12 maal meer blootgesteld om hys-
terisch te worden, dan kinderen van gezonde ouders. De helft
der hysterische moeders heeft hysterische kinderen. Eene doch-
ter van eene hysterische moeder heeft ongeveer 1 kans hyste-
risch te worden, tegen 3 kansen om het niet te worden.
B a t a u 11 heeft de erfelijkheid bij de mannelijke hysterie
onderzocht. Van 100 gevallen vond hij in 77 ziekelijke erfe-
lijkheid. Van deze 77 gevallen bestond in 56 gevallen directe
erfelijkheid, d. w. z. dat een der ouders zenuwziek was. Van deze
56 gevallen was in 35 de moeder alleen, in 9 de vader alleen
en waren in 12 gevallen beide ouders hysterisch of zenuwziek.
De 35 gevallen, waar de moeder alleen ziek was, waren aldus
verdeeld: 16 hysterische moeders, 17 nerveuse en 2 epileptische.
De gelijknamige erfelijkheid neemt dus de belangrijkste plaats in.
Uit deze enkele getallen blijkt dus reeds voldoende, hoe groot
de rol is, die de erfelijkheid speelt in het ontstaan der hysterie,
en hoe zeer deze ziekte, in onderscheid met neurasthenie, minder
door de uitwendige omstandigheden, dan door de aangeboren
eigenschappen van het individu zelf wordt bepaald. De uitwen-
dige omstandigheden zijn hier meer de gelegenheid gevende
oorzaken, die bij een bestaanden aanleg, de ziekte te voorschijn
kunnen roepen. Voor neurasthenie namen wij 40—50 procent
erfelijkheid aan; voor Hysterie 70—80 procent.
Invloed van de sexe.
Tot voor korten tijd meende men, dat hysterie eene ziekte
was, die alleen bij vrouwen voorkwam. Dit is gebleken onjuist
te zijn, en elk medicus weet, dat ook mannen dikwijls door deze
ziekte worden aangetast. Het zijn voornamelijk de onderzoekin-
gen der Salpétrière geweest, die hier de waarheid hebben doen
kennen.
Uit de door Marie, Souques en Gilles de la Tourette opge-
maakte statistieken blijkt, dat het aantal door deze ziekte aan-
-ocr page 209-
201
getaste mannen aanzienlijk is, en hierbij valt dan nog deze
bijzonderheid op te merken, dat het aantal mannen bijzonder
groot was in die hospitalen, waar de armere bevolking werd
opgenomen, terwjjl de vrouwen de overhand hadden onder de
meer gegoede standen.
De mannelijke hysterie onderscheidt zich in klinisch opzicht
in zjjn verloop van de vrouwelijke. De verschijnselen zijn hard-
nekkiger, de prognose is minder gunstig; het ziektebeeld heeft
een meer hypochondrisch karakter, de suggestibiliteit is minder
groot, de auto-suggestibiliteit misschien grooter.
Leeftijd.
Hysterie komt op alle leeftijden voor, zelfs de leeftijd beneden
5 jaar blijft daarvan niet verschoond. Men kan hierbij wederom
de opmerking maken, die ook voor Neurasthenie geldt, dat, hoe
vroeger de ziekte optreedt, des te sterker is het etiologisch
moment der erfelijkheid.
De volgende staat, die opgeteld is uit gegevens van Landouzy,
Briquet
en Batault geeft een overzicht van de frequentie der
hysterie naar den leeftijd bij mannen en vrouwen.
Vrouwen.
Mannen.
0—10 jaar
70
10
10—20 ,
391
78
20—30 ,
215
60
30—40 „
71
27
40—50 ,
19
11
50—60 »
13
6
779
192
De hysterie op kinderlijken leeftijd treedt nog al eens op in
den vorm van epidemieën, in scholen, werkhuizen enz. Deze
epidemieën zjjn in de boven medegedeelde getallen niet begrepen.
De kinderlijke hysterie kenmerkt zich door het weinig op den
voorgrond treden der z. g. hysterische stygmata, d. i. voor-
namelijk der anaesthesieën. Zeer frequent zijn bij kinderen deli-
rante toestanden en verder stoornissen in de beweging.
-ocr page 210-
202
De hysterische sensibiliteitsstoornissen treden vooral op gedu-
rende den leeftijd van 20—50 jaar, op hoogeren leeftijd schijnen
zij weer minder te worden, zonder daarom te ontbreken.
Hier geldt ook wederom de regel, dat hoe vroeger de hysterie
optreedt, des te sterker doet zich het moment der erfelijkheid
gelden, zooals wij dat ook reeds voor Neurasthenie hebben
besproken.
De prognose voor het enkele geval is bij de kinderlijke hysterie
niet ongunstiger, dan bij de hysterie op volwassen leeftijd. Men
moet echter steeds in \'t oog houden, dat hysterie zeer tot
recidiveeren geneigd is, en dat op lateren leeftijd zeer ernstige
rechutes kunnen optreden, wanneer reeds in de jeugd hysterische
verschijnselen hebben bestaan.
Het ras.
De hysterie komt tennaastenbij gelijkelijk voor bij alle rassen
en volken. Misschien dat een speciale karaktertrek of eene
speciale geestesrichting bij een volk, aan de ziekte een bijzonder
cachet geeft, maar dit is toch nooit van dien aard, dat het
moeielijkheden voor de diagnose zou kunnen geven. Wij hebben
reeds gezien, dat de hysterie duidelijk te herkennen is uit de
biographieën van personen uit vroegere eeuwen, toen de geestes-
toestand der menschheid stellig meer verschilde van dentegen-
woordigen, dan die van de tegenwoordig levende beschaafde volken
onder elkaar.
De opinie van Duitsche en Engelsche schrijvers, die kort na
het verschijnen van de onderzoekingen van Charcot beweerden,
dat dergelijke ziektetoestanden in hun land niet voorkwamen,
kan nu niet meer volgehouden worden.
Ook bjj minder onwikkelde volken en bij wilden is hysterie
geene zeldzaamheid. Merkwaardig schijnt het mij toe, dat bij
minder beschaafde volken, evenals dat vroeger bij Europeesche
volken in de middeleeuwen het geval was, het epidemisch
karakter der ziekte op den voorgrond treedt. Gilles de la Tourette
vermeldt: „En 1863—1864, il y eutuneépidemie de choreomanie
a Madagascar, rappelant celles du moyen age. Elle sévitprinci-
-ocr page 211-
203
palement sur les filles et les femmes de quinze a vingt ans, a,
la suite de 1\'assassinat de Radama II."
Voor dergelijke epidemieën is beslissend een idee, een gevoel,
dat de menigte beheerscht, eene algemeene emotie, waaraan de
geestelijk zwakste individuen tijdelijk bezwijken. Bij hooger
ontwikkelde volken, waar deze ontwikkeling zich openbaart
door meerdere divergentie van meeningen en gevoelens, wordt niet
gemakkelijk eene dergelijke algemeene emotie opgewekt.
Bij lager ontwikkelde volken, bij negers, bij Hindoe\'s, in
Siberië, ongeveer overal komt hysterie voor.
Een vorm van Hysterie, die in onzen Indischen Archipel bij
de inlanders voorkomt, is het z.g. Lattah. Dit bestaat hierin, dat
een persoon, die daarmede behept is, alle bewegingen van anderen
moet nadoen. Wanneer hij b.v. iemand de bewegingen van gooien
ziet maken, moet hij ook gooien, onverschillig, wat hij in de
handen heeft.
Eene dienstbode zal schotels en eetwaren uit hare handen
werpen, een ander zal in een boom klimmen, wanneer hij klim-
bewegingen ziet enz. Zonder moeite herkent men in dit ver-
schijnsel de groote suggestibiliteit, die zoo dikwijls aan Hysterie
eigen is. Bij alle volken en in alle klimaten komt Hysterie voor.
Be maatschappelijke positie.
In tegenstelling met neurasthenie zien wij, dat dit moment bij
Hysterie niet van groote beteekenis is. Men vindt hysterie in
alle rangen der maatschappij, bij dienstmeisjes zoowel als bij
dames, bij soldaten zoowel als bij geleerden. Volgens Fransche
statistieken zou in den werkmansstand de mannelijke hysterie
meer voorkomen en in de hoogere standen meer vrouwelijke
hysterie.
Het stadsleven schijnt op het ontstaan van hysterie geen
grooten invloed te hebben.
De emotie.
Eene van de meest werkende oorzaken voor hysterie is de
emotie. Ook voor neurasthenie hebben wij eene oorzaak sterk
op den voorgrond gesteld. Het is echter van belang te wijzen
-ocr page 212-
204
op de verschillende wijzen, waarop de emotie werkt. Voor
neurasthenie hebben wij gezien, dat de ziekte gewoonlijk
door eene langdurig inwerkende emotie ontstond, of wanneer ze
tengevolge van hereditairen aanleg reeds in de kiem aan-
wezig was, dat zij in haar uitbreken zeer door eene langdurige
depressieve emotie bevorderd werd. De chronische emotie als
uitputtend moment is dus hier de werkelijke oorzaak der
ziekte.
Bij Hysterie is dit eenigszins anders. Hier is de emotie meer
,agent provocateur" en geeft eene acute openbaring der ziekte.
Zij bepaalt in vele gevallen de richting der ziekte, de verschgn-
selen, die zij geven zal. De eene patiënt zal na eene emotie gaan
trillen, een ander krijgt een hysterisch insult, weer een ander
een paraplegie, of eene hyperaesthesie met contractuur enz. In
de groote meerderheid der gevallen is op de eene of andere wijze
in de aanwezige verschijnselen de emotie nog te herkennen en
zelfs als oorzaak daarvoor te herkennen. Bij de symptomatologie
komen wij op dit belangrijke vraagstuk nog herhaaldelijk terug.
De emotie is dus minder de oorzaak voor de symptomen, maar
deze laatste zijn de abnormale wijze, waarop de emotie zich
openbaart. Nergens zullen wij dit duidelijker gedemonstreerd
vinden, dan bij de hysterische accessen. De emotie werkt dus
daarom \'zoo intensief, omdat de geest, die ze ondervindt, reeds
ziek is. Een voorbeeld kan dit het best duidelijk maken.
J a n e t deelt het volgende geval mede. Een meisje begon
op 12-jarigen leeftijd te menstrueeren. De eerste menstruatie
maakte haar zeer angstig, en op terloops gehoorde verhalen
afgaande, nam zij na 24 uur een koud bad en de menstruatie
bleef weg; den volgenden dag had zij koude rillingen, kreeg koorts
en delireerde; dit hield eenige dagen aan, waarna zij weer in
orde was. De menstruatie bleef weg tot den 18-jarigen leeftijd,
en de eerste maal, dat ze weerkwam, kreeg patiënte een hyste-
risch acces. Jaren en jaren lang had deze patiënte bij elke
menstruatie haar acces, en deze geleken photographisch op elkaar.
Bij ieder acces herhaalden zich in den geest van de patiënte de
-ocr page 213-
205
gebeurtenissen, die bij de eerste menstruatie hadden plaats
gevonden. Het acces ging kort beschreven aldus: de menstruatie
kwam, gedurende 24 uur gebeurde er niets, behalve dat de
patiënte zich zeer nerveus gevoelde, daarna hield het op en
kwam het insult, dit bestond in koude rillingen, pijnen en een
deliranten [toestand; daarna was alles afgeloopen. Eene geheele
recapitulatie dus van de gebeurtenissen bij de eerste menstruatie.
Wij bespreken verder niet den invloed, dien de emotie op het
ontstaan en het verloop der hysterie heeft. Bij de behandeling
der verschijnselen komen wij er telkens op terug.
Afgezien van bovengenoemden acuten invloed, bezit de voort-
durende emotie dezelfde uitputtende werking op de geestelijke
organisatie, die wij bij Neurasthenie reeds hebben bespro
ken. Bij een gegeven aanleg tot Hysterie, wordt deze
zonder twijfel daardoor versterkt.
Over den invloed van de opvoeding en de i n t e 1-
lectueele inspanning hebben wij na het reeds bij
Neurasthenie medegedeelde niets toe te voegen.
Hetzelfde geldt van de lichamelijke ziekten, die de oorzaak
van Hysterie kunnen zjjn.
-ocr page 214-
HOOFDSTUK IL
Symptomatologie der Hysterie.
INLEIDING.
Het aantal verschijnselen, dat de Hysterie ons aanbiedt, is
legio. Zou men die alle bespreken, dan had men een groot
gedeelte der geheele medische wetenschap te behandelen. Hys-
terie is de groote nabootster van bijna alle ziekten. Indien wer-
kelijk bg deze ziekte de verschijnselen van alle andere ziekten
zouden kunnen voorkomen, dan zou dit beteekenen, dat hysterie
eigenlijk geene ziekte was; maar hoogstens een verzamelnaam,
waaronder allerlei verschillende toestanden gerangschikt wer-
den. Het is evenwel niet te ontkennen, dat de ziektebeschrij-
ving, zooals die in de handboeken voorkomt, ons eene verzame*
ling van verschijnselen geeft, waarin men te vergeefs zoekt
naar een verbindenden gedachtengang. Het is een mengelmoes
van opeengestapelde feiten, die zonder eenig verband naast
elkaar liggen, en waarvan het een ons zoo mogelijk nog onbe-
grijpelijker, sommigen zeggen nog onwaarschijnlijker is, dan het
ander.
In dit boek stel ik mij voor, dit groote feitenmateriaal naar
eene leidende gedachte te ordenen. Ik ben mij volkomen bewust
van de groote moeielijkheden, die hierbij te overwinnen zijn en
zelfs van de te kortkomingen, die mijne behandelingswijze zal
blijken te vertoonen; ik zal echter niet in gebreke blijven,
-ocr page 215-
207
daarop zelf de aandacht te vestigen. Voor zoo ver ik weet, is
dit het eerste handboek, waarin iets dergelijks beproefd wordt;
als eerste proeve twijfel ik dan ook niet, of met ter tijd
zullen belangrijke wijzigingen in mijne opvattingen noodig zijn.
Deze methode van behandeling, wordt mg gemakkelijk gemaakt
door de hoogst belangrijke onderzoekingen van Pierre
J a n e t *), wiens denkbeelden over de primitieve afwjjking der
hysterie ik accepteer, en wiens onderzoekingen ik als funda-
menteel beschouw voor de volgende periode van onderzoek.
Dit neemt niet weg, dat ik in verschillende opzichten van hem
afwijk, in andere opzichten zijne beginselen verder doortrek.
Eene vergelijking met zijne werken zal dit voldoende in het
licht stellen.
De toepassing van deze beginselen op het geheele sympto-
menbeeld der hysterie ondervindt echter nog verschillende be-
zwaren. Geheel door te voeren is het voor alle geestelijke pro-
cessen en lichamelijke afwijkingen, die ons in het normale leven
bewust zijn, d. i. dus voor de psychische processen in engeren zin
en verder voor de gevoels- en bewegingsstoornissen. Moeieljjk-
heden worden ondervonden voor die functiën, die in het normale
leven buiten het bewustzijn om tot stand komen, d. i. dus voor
alle vegetatieve functiën, de digestie-, circulatie- en reproduc-
tieve verrichtingen. In het normale leven bemerken wij van
de functie dezer organen niets, en alleen eene stoornis daar-
in komt tot ons bewustzijn, voornamelijk in den vorm van
\') De verschillende onderzoekingen van F. J a n e t zijn in de periodieken
verspreid; de belangrijkste daarvan vindt men vereenigd in de volgende
werken:
P. Janet. L\'autoumatisme psychologique. Essai de psychologie expérimentale
sur les formes inférieures de 1\'activité humaine,
P. Janet. L\'état mental des hystériques 1 Les accidents mentaux, 2 Les
stigmates mentaux.
P. Janet. Neuroses et idees fixos, Etudes expirimentales sur les troubles
de la volonté, de 1\'attentionet, de la mémoire; sur les émotions, les idees
obsédantes et leur traitem ent.
T. Raymond et /\'. Janet. Neuroses et idéé fixe. Tomé II.
-ocr page 216-
208
pijngevoel en paraesthesieën. Een direct verband met ons
bewustzijn bestaat dus voor de normale functie niet, ofschoon
het van algemeene bekendheid is, dat psychische processen den
grootsten invloed op de functie van deze organen hebben. Het
is vooral deze omstandigheid, die de studie daarvan zoo moeilijk
maakt.
Ook in anatomisch opzicht bestaat dezelfde moeielijkheid. Al
onze vegetatieve organen worden door het sympathische zenuw-
stelsel geinnerveerd. De anatomie hiervan, de verbindingen, die
bestaan tusschen de elementen onderling en met de hersenen, zijn
ons tennaastenbij geheel onbekend, en het staat te voorzien,
dat de zeer groote bezwaren, die voor het onderzoek van het
sympatische zenuwstelsel aanwezig zijn, niet gemakkelijk zullen
overwonnen worden.
Het zal dus blijken, dat de leiddraad, die ons de stoornissen
in de bewuste verrichtingen van het organisme begrijpelijk
maakt, ons voor de vegetatieve functien daarvan in den steek
laat. Niet, dat zij daarmede in tegenspraak komt, maar wij
zullen buiten staat zijn het verband aan te toonen, dat er on-
getwijfeld bestaat, tusschen de stoornis in de vegetatieve organen
en de stoornis in het bewustzijn, die wij bij hysterie ver-
onderstellen.
Op deze wijze krijgen wij twee groote groepen van verschijn-
selen:
1°. Psychische verschijnselen, die in het normale leven met
bewustzijn gepaard gaan, verschijnselen, die gebonden zijn aan
het animale leven;
2°. Psychische verschijnselen, die met het vegetatieve leven
verbonden zijn, die dus door middel van den sympathicus op
de vegetatieve organen zich doen gevoelen.
Ons bepalende tot de eerste groote klasse der verschijnselen,
onderscheiden wij daarin drie afdeelingen, en kunnen wij daar-
van het volgende overzicht geven:
-ocr page 217-
209
lo. van het algemeen e li-
chaamsgevoel; van den
smaak, van den reuk en
van \'t gehoor,
van het oog.
A. Stoornis in de
gewaarwording.
a. Anaesthesie.
2
b. Hyperaesthesie.
1». Verandering in den duur en de intensi-
teit der voorstellingen (Obsessie, Idéé
fixe).
2o. Verandering in de associatie der voor-
stellingen (Suggestie).
3o. Veranderingen in de reproductie der
voorstellingen (Amnesie).
40. Veranderingen in den inhoud der voor-
stellingen (hallucinatie, waandenkbeelden,
deliranie toestanden).
5». Verandering in de uiting der voorstel-
lingen (aboulie).
B. Stoornis in de
voorstellingen.
11,
1 2o.
C. Stoornis in de psy-
chische beweging.
Motorische
verschijnselen.
Verlammingen.
Contracturen.
Als aanhangsel hiervan behandelen wij als stoornissen, die
uit een complex van al deze afwijkingen te zamen bestaan:
D.   De hysterische accessen.
E.   Het somnambulisme.
F.   Het hysterisch karakter.
Bij neurasthenie hebben wij de verschijnselen tot een bepaald
etiologisch moment kunnen terugbrengen, tot eene geestelijke
overspanning, zoowel op emotioneel, als op intellectueel gebied.
Bij hysterie is ons dit niet mogelijk. Wij hebben hier echter
door de onderzoekingen van Janet iets anders geleerd. Het is
gebleken, dat de tallooze symptomen, die de Hysterie ons aan-
14
-ocr page 218-
210
biedt, teruggebracht kunnen worden tot ééne oorspronkelijke
stoornis, die zich op tallooze wijzen verder kan ontwikkelen en
door verschillende bijomstandigheden, die wij in bijzonderheden
niet kennen, aanleiding kan geven tot deze zoo uiteenloopende
verschijnselen.
Deze oorspronkelijke afwijkingderhysterie
is de neiging, die de ziekte vertoont om g e e s-
t e sp r o c e s sen, die bij den normalen mensch
met bewustzijn gepaard gaan, onbewust te
doen worden. Het geheele geestelijke leven
van den hystericus is naar het onbewustever-
schoven.
Bij de klinische beschrijving der symptomen, zullen wij her-
haaldelijk op deze stelling terugkomen, en de geheele kliniek
der hysterie moet als bewijs der waarheid daarvan dienen. Wij
zullen echter beginnen met deze stelling toe te lichten, opdat
de inhoud en beteekenis daarvan duidelijk worde.
Afgezien van de groote theoretische en praktische waarde,
die een dergelijk algemeen standpunt voor de beoordeeling en
het begrip der hysterische verschijnselen heeft, is ook de zuiver
didactische beteekenis daarvan niet te onderschatten. Men maakt
zich de gecompliceerde verschijnselen van eene ziekte als hysterie
het gemakkelijkst eigen, door ze tot een algemeen principe
terug te brengen, waardoor zij begrepen, en waaruit zij in
sommige gevallen zelfs afgeleid kunnen worden.
Tot recht begrip van deze beperking der bewustzijnsverschijn-
selen moeten enkele psychologische begrippen vooropgesteld
worden.
Onze persoonlijkheid, die wij voor het inwendig gevoel als eene
eenheid gevoelen, is in werkelijkheid een zeer gecompliceerd iets;
een geheel, dat eene zeer samengestelde ontwikkelingsgeschiedenis
gehad heeft, en dat uit tallooze componenten bestaat.
Onze persoonlijkheid, ons i k, bestaat op een gegeven oogen-
blik uit de resten, de herinneringen van al onze vroegere
gewaarwordingen, uit eene zeer samengestelde verbinding van
<
-ocr page 219-
211
al deze enkele elementen tot een georganiseerd geheel, dat zich
als een complex tegenover de buitenwereld plaatst en daarop
reageert. Van deze reacties blijven wederom herinneringsbeelden
bestaan, die de persoonlijkheid verrijken en haar meer samen-
gesteld doen worden. Alles, wat vroeger doorleefd, gedacht,
gedaan is, het resultaat van alles wat gebeurd is, dat is onze
persoonlijkheid.
De richting waarin, en de hoogte waartoe de persoonlijkheid zich
ontwikkeld heeft, wordt minder door de uitwendige omstandig-
heden, dan wel door den aanleg bepaald. Onder aanleg verstaat
men het geheele complex der van de voorouders verkregene,
overgeërfde eigenschappen. Alles, wat de voorouders vroeger
doorleefd hebben, stellen wij ons voor, dat in den aanleg op eene
of andere wijze weergegeven wordt, niet als feitelijke eigen-
schap, maar als neiging om op eene bepaalde wijze op de om-
geving te reageeren.
Wanneer wij nu tegenover eene op ons inwerkende buitenwereld
staan en in den meest algemeenen zin gesproken, de prikkels
daarvan opvangen, zeggen wij: „ik neem waar". Dit proces
bestaat uit twee duidelijk gescheiden deelen. Men heeft:
1°. het feit van het waarnemen. Een prikkel werkt op de
zintuigen in en veroorzaakt, naar de hersenen voortgeplant, eene
bepaalde physio-psychologische verandering, eene verandering,
die door het herinneringsbeeld, dat achtergelaten wordt, in het
centraalorgaan eene duurzame wijziging te weeg brengt. Eene
dergelijke waarneming, zonder meer, staat naast het complex
van vroegere waarnemingen enz., die onze persoonlijkheid vor-
men, is als het ware een rudiment van eene nieuwe persoon-
lijkheid naast de oude.
2°. Wanneer wij nu zeggen: „ik neem waar", beteekent dit,
dat de geïsoleerde waarneming van zoo even, zich verbindt
met onze persoonlijkheid, met het georganiseerde geheel van al
wat vroeger waargenomen en gedaan is. De nieuwe waarneming
wordt in de persoonlijkheid opgenomen, en maakt daar voortaan,
door haar herinneringsbeeld, een deel van uit.
-ocr page 220-
212
Eene dergelijke waarneming noemen wij eene bewuste
waarneming.
Hysterie is eene aandoening, bij welke de ziekelijke stoornis
in dit tweede gedeelte van het waarnemingsproces is gelegen.
De verbinding met de persoonlijkheid komt niet tot stand,
en de waarneming blijft naast de persoonlijkheid geïsoleerd
voortbestaan.
Eene stoornis in het waarnemingsproces zelf vinden wjj bij
alle organische of functioneele ziekteprocessen, die het verloop
der waarneming onderbreken, van het zintuigsorgaan af, tot de
hersenschors toe, deze laatste mede inbegrepen. Bij eene aan-
doening in de achterhoofdskwab der groote hersenen komt liet
zien als zoodanig
niet tot stand, en heeft er a plus forte raison
dus ook niet eene verbinding met de persoonlijkheid plaats.
Maar in geval van eene gedeeltelijke vernietiging van de ach-
terhoofdskwab, verbindt datgene, wat nog wel gezien wordt, zich
op normale wijze met de persoonlijkheid.
Om nu onze stelling te bewijzen, dat er bij Hysterie wel
waargenomen, maar niet bewust waargenomen wordt, zullen wij
in elk geval twee zaken moeten aantoonen:
1°. dat bij Hysterische gevoelloosheid, doofheid, herinnerings-
loosheid, willoosheid enz., er inderdaad wel gevoeld, gehoord,
herinnerd en gewild wordt, en
2°. dat dit gevoelen, hooren, herinneren, willen enz., zelf-
standig en onafhankelijk van de persoonlijkheid blijft voortbe-
staan, m. a. w. onbewust blijft.
Het is gewenscht, dit grondprincipe der pathologie van de
Hysterie direct door een voorbeeld te verduidelijken.
Wanneer men eene groen blinde Hysterica een groen kruis
laat fixeeren, zegt zij een min of meer gesatureerd grijs kruis
te zien. Laat men het negatieve nabeeld ontwikkelen, dan zegt
zij een rood kruis te zien. Een niet hysterische kleurenblinde
zou natuurlijk een grijs kruis zien.
Vroeger maakte men zich van dergelijke feiten af door te
zeggen, dat de hysterica onwaarheid sprak, dat zij simuleerde.
-ocr page 221-
213
Tegenwoordig weten wij beter en zeggen: De hysterica ziet
het groene kruis niet groen, omdat de waarneming van groen
zich niet met hare persoonlijkheid verbindt, ofschoon zij als
zoodanig in het zenuwstelsel van het oog af, tot aan de her-
senschors toe, wel op normale wijze tot stand komt. Zij ziet
verder wèl de normale nakleur, omdat deze op normale wijze
tusschen de peripherie en de hersenschors zich ontwikkelt, en
omdat deze zich wèl met de persoonlijkheid verbindt. Bij een
niet hysterische kleurenblinde ontstaat de nakleur niet, omdat
de primitieve kleur niet gezien wordt, en de nakleur zich dus
ook niet kan ontwikkelen.
In dit voorbeeld komt dus de primitieve stoornis der Hysterie
voor den dag, doordat de waarneming van groen niet met de
persoonlijkheid verbonden wordt, niet bewust is, ofschoon ze,
zooals door de normale ontwikkeling van het nabeeld bewezen
wordt, wel als waarneming aanwezig is. De complementaire
kleur wordt wel met de persoonlijkheid verbonden en is dus
bewust.
Een ander voorbeeld.
Eene mijner patiënten wilde gaarne, maar kon niet eten; zij
kon hare handen en armen overal voor gebruiken, behalve om
te eten. Dezelfde psychische verlammingen, die bij astatie-abasie
het staan en het loopen onmogelijk maken, maakte haar het eten
onmogelijk. Zij moest gevoed worden.
Op grond van zelfbeschuldigingen had patiënte in vroegeren
tijd niet willen eten, zoodat zij kunstmatig en met dwang gevoed
moest worden.
In somnambulen toestand gebracht vertelde patiënt, dat zij niet
mocht eten, omdat zij zoo slecht was; precies dezelfde bewering
dus van vroeger, ofschoon de verschijnselen geheel anders waren.
Het idéé van slechtheid was onbewust geworden, had zich
van de persoonlijkheid afgescheiden, kon daarom dus niet door
den normalen bewusten gedachtengang gecorrigeerd worden, en
openbaarde zich nu naar buiten door de onmogelijkheid om de
spierbewegingen te maken, die voor het eten noodig zijn.
-ocr page 222-
214
Dit voorbeeld toont reeds aan, tot welke complicaties het
onbewust zijn van voorstellingen aanleiding kan geven. Daarover
vernemen wij later wel meer. Deze primitieve stoornis der hysterie
openbaart zich in al de geestesprocessen; niet, dat alle te gelijk
daardoor aangedaan zijn, maar nu eens is het dit, dan weer een
ander gedeelte der psyche, dat buiten verband komt te staan
met de bewuste voorstellingen.
Worden de verschillende gevoels-, gezichts- of gehoorswaar-
nemingen niet met de persoonlijkheid verbonden, dan heeft men
de hysterische anaesthesieën; deze worden in een afzonderlijk
hoofdstuk behandeld.
Het niet met het bewustzijn verbonden zijn der bewegings-
beelden geeft de hysterische paralysen, ook deze worden
afzonderlijk besproken. De stoornis beperkt zich echter niet
tot de eenvoudige waarnemingen en bewegingen. Integendeel
alles, wat psychisch geschiedt, ook de denkbeelden en emoties,
kunnen afzonderlijk komen te staan, afgescheiden van de per-
soonlijkheid; zoo ontstaan hysterische amnesieën en
a b o u 1 i e ë n. Eene complicatie ontstaat verder, doordat in
dit afgescheiden gedeelte der persoonlijkheid de associatie der
verschillende voorstellingen op abnormale wijze geschiedt, omdat
in dit afgescheiden gedeelte, de associatie niet onderbroken
wordt door de elk oogenblik aan het normale bewustzijn toe-
vloeiende waarnemingen van buiten. Op deze wijze ontstaat de
hysterische suggestibiliteit.
Neemt een onbewust geworden denkbeeld den vorm van eene
obsessie aan, dan ontstaat het idéé f i x e.
Zeer gecompliceerd worden verder de verschijnselen, doordat
al deze onbewuste processen plotseling, zonder voor ons begrij-
pelijke redenen, als het ware eene invasie in het bewustzijn
kunnen doen. Zoo ontstaan ten gevolge van het idee fixe
zeer dikwijls hysterische accessen en hyperaesthesieën; de hyste-
rische suggestibiliteit kan plotseling bewustzijnsverschijnselen
geven enz.
Eene andere complicatie is gelegen in de hoeveelheid der
-ocr page 223-
215
psychische elementen, die zich niet met de persoonlijkheid ver-
binden. Wanneer dit enkele gevoelswaarnemingen zijn, of een
systeem van andere eenvoudige indrukken, is dit voor het individu
gewoonlijk van weinig beteekenis. Het behoeft echter geen
betoog, dat hoe grooter het gedeelte wordt, dat zich afzondert,
des te meer zal de overgeblevene normale persoonlijkheid
schade lijden. Wanneer geheele systemen van denkbeelden on-
bewust worden, die elk voor zich weer bestaan uit talrijke
eenvoudiger componenten, kan het niet anders, of de overge-
blevene persoonlijkheid moet hierdoor alleen reeds schade lijden,
afgezien nog hiervan, dat deze onbewuste denkbeelden de meest
ernstige stoornissen in het normale gedeelte van het bewustzijn
kunnen veroorzaken.
Door eene steeds grootere toename in de hoeveelheid dei-
denkbeelden en gewaarwordingen, die afzonderlijk worden en
zich afzonderlijk organiseeren, kan het ten slotte komen tot de
vorming van eene nieuwe persoonlijkheid, naast de oude. Op
deze wijze ontstaan de zoo dikwijls besprokene en de voor ons
nog zoo raadselachtige verschijnselen van het somnambu-
1 i s m e, waar twee personen in één vereenigd, naast elkaar
bestaan en naast elkaar voortleven, zonder van elkaar iets te
weten.
In deze neiging tot onbewust worden van geestesverrichtingen,
die in het normale leven met bewustzijn gepaard gaan, zien wij
dus eene fundamenteele afwijking der Hysterie. Het behoeft
echter geen betoog, dat dit niet de eenige en in zeker opzicht
niet de oorspronkelijke afwijking bij Hysterie kan zijn. Immers
de vraag doet zich onmiddellijk voor, hoe het komt, dat deze
eigenschap bij Hysterie zich voordoet, in tegenstelling met andere
ziekten, waar men dit niet ziet. Wij zijn dan genoodzaakt onze
toevlucht te nemen tot algemeene weinig zeggende uitdrukkingen,
en noemen het een zwaktetoestand, die in de meeste gevallen
door erflijkheid verkregen is, en welke zwaktetoestand de oor-
zaak is, dat een verschillend groot aantal psychische verschijn-
selen niet met bewustheid gepaard gaat. Deze zwaktetoestand
-ocr page 224-
216
maakt, dat afgezien van het defect, dat ontstaat door het onbe-
wust worden van bepaalde rijen van psychische processen, ook
de overgeblevene bewuste persoonlijkheid niet normaal is.
In het bovenstaande hebben wij een schema gegeven van de
behandeling van ons onderwerp. Het is voldoende om aan te
toonen, hoe samengesteld dit is, en voor welke moeielijke
vraagstukken wij zullen komen te staan bij de doorvoering
dezer beginselen.
Na deze inleidende opmerking overgaande tot de beschrijving
der verschijnselen, komen wij tot:
A. STOORNIS IN DE GEWAARWORDING.
a. Anaesthesieën.
Ia Het algemeene lichaam sgevo el, de smaak,
de reuk en het gehoor.
Tot de belangrijkste stoornissen bij de hysterie behooren de
afwijkingen in de algemeene lichaamsgevoeligheid, de anaesthe-
sieën
of de hypaesthesieën, al naardat de gevoeligheid geheel of
gedeeltelijk is opgeheven.
Een overzicht der anaesthesieën verkrijgt men door het volgende
schema, dat door P i t r e s is opgesteld, en dat in de verschil-
lende leerboeken over Hysterie ingang heeft gevonden.
lo. Totale anaesthesie,
gelijkelijk verdeeld over
alle gevoelsqualiteiten.
a.   volledig, anaesthesie sensu-stric-
tori.
b.    onvolledig, hypaesthesie.
verlies der pijngevoeligheid, met behoud
van de gevoeligheid voor tastindrukken:
analgesie.
verlies der temperatuursgevoeligheid met
behoud der tast- en pijngevoeligheid:
thermo-anaesthesie.
verlies van tast- en pijngevoeligheid met
behoud van temperatuursgevoeligheid: an-
aesthesie met analgesie.
2«. Gedeeltelijke
anaesthesie.
-ocr page 225-
217
d.   verlies der gevoeligheid voor electrische
2o. Gedeeltelijke
anaesthesie.
prikkels: electro-anaesthesie.
e.   alleen behouden blijven van de gevoelig-
heid voor electrische prikkels anaesthesie
met electrosie.
Het is van belang voor het klinisch onderzoek der gevoels-
stoornissen bij hysterie, dat dit geschiedt met zoo eenvoudig
mogelijke hulpmiddelen. Voor het onderzoek naar de huidgevoe-
ligheid gebruikt men den vinger, een reepje papier of een
penseel. Men laat de oogen van den patiënt door een anderen
persoon sluiten, rake den patiënt aan en spreke af, dat hij
telkens, wanneer hij iets gevoeld heeft, dit aangeeft door
„ja" te zeggen. Wanneer men het onderzoek met een reepje
papier of met een penseel verricht, is het goed, zich vooraf
bij zich zelf met gesloten oogen te overtuigen, of men de
aanraking gevoelt.
Op het onderzoek der tastgevoeligheid volgt dat der pijnge-
voeligheid. Dit verricht men \'t eenvoudigst met een speld.
Men zegge den patiënt, dat hij moet aangeven, of hij de aanra-
king als pijn gevoelt, door \'t zeggen van \'t woord „pijn". Hierbij
moet men er op drukken, dat hij geen hevige pijn behoeft te
gevoelen en bovendien, dat hij er op moet letten, of hij alleen
eene aanraking, dan wel of hij pijn gevoelt. Dit is van belang,
omdat bij opgeheven pijngevoeligheid de tastgevoeligheid onge-
schonden kan zijn, en dus de pijngevoeligheid onopgemerkt zou
kunnen blijven, wanneer de patiënt die door zijne tastgevoelig-
heid beoordeelde.
De gevoeligheid voor temperatuurindrukken onderzoekt men
door een T vormig instrument, waarvan de horizontale lijn een
metalen thermometer is en de vertikale lijn een handvat. De
voet van den thermometer kan breed uitloopen; deze plaatst men
op de huid. Gewoonlijk onderzoekt men voldoende, wanneer men
laat aangeven, of de metalen thermometer bij kamertemperatuur
als koud wordt gevoeld en bjj 40 graden als warm. Fijnere on-
-ocr page 226-
218
derzoekingen over de temperatuur-gevoeligheid bij hysterie zijn
zeer moeielijk, tijdroovend en dikwijls onbetrouwbaar.
De electrische gevoeligheid onderzoekt men met den inductie-
stroom en het faradisch penseel. Zijn grootere huidgedeelten
ongevoelig, dan kan men ook met goed gevolg een kleine elec-
trische rol gebruiken.
Hoofdzaak voor het onderzoek naar de gevoeligheid is altijd,
dat men zoo eenvoudig mogelijk en zoo snel mogelijk onder-
zoekt. Onderzoek met gecompliceerde instrumenten kan tot
de meest avontuurlijke resultaten leiden. Bij de groote ver-
anderlijkheid, die de gevoelsstoornissen bij Hysterie kunnen
vertoonen, in verband met de suggestibiliteit van den patiënt,
kunnen tijdens een langdurig onderzoek allerlei tijdelijke
veranderingen optreden; men vindt dan gesuggereerde stoor-
nissen, die weinig gelijken op de feitelijk aanwezige afwij-
king.
Moeielijker nog dan de anaesthesieën zijn de hypaesthesieën
voor het onderzoek. Men vergelijke steeds twee symmetrische
plaatsen, en vrage den patiënt na eenige aanrakingen, aan welke
zijde hij beter voelt.
Het onderzoek der sensibiliteit bij hysterie kan moeielijk
beschreven worden; alleen door praktische oefening is het te
leeren, terwijl het bij goede toepassing een der belangrijkste
factoren voor het maken van de diagnose is.
Het onderzoek van den smaak geschiedt met 4 verschillende
soluties: een oplossing van suiker, van keukenzout, van azijn-
zuur en van quinine. Men laat den patiënt de tong buiten den
mond houden, en wanneer hij iets proeft, wijst hij met den
vinger op den naam van hetgeen hij proeft. De tong mag gedu-
rende het onderzoek niet in den mond teruggetrokken worden.
Het achterste gedeelte van den rug van de tong is voor het
onderzoek het belangrijkste.
Voor den reuk kan men met voordeel gebruik maken van den
Olfactometer van Zwaardemaker.
Het gehoor onderzoekt men met het horloge, en bepaalt, in
-ocr page 227-
219
de richting naar het oor heengaande, het maximum van den
afstand, waarop het tikken gehoord wordt. Hetzelfde kan men
doen met fluisterend gesproken woorden. Gedurende het onder-
zoek houdt de patiënt met een vochtigen vinger het andere oor
dicht, hierop moet gelet worden, omdat men bij Hysterie dik-
wijls met halfzijdige verschijnselen te doen heeft.
De verdeeling der anaesthesieën. De wijze, waarop de anaesthe-
sieën over de oppervlakte van het lichaam verdeeld zijn, is voor
hysterie in vele gevallen zeer kenmerkend, en kan ons dikwijls
in staat stellen reeds hierdoor alleen de diagnose te stellen.
Men onderscheidt:
1°. eene algemeene anaesthesie; deze is zelden van langeren
duur; men vindt ze hoofdzakelijk tijdens de hysterische kramp-
aanvallen en korten tijd daarna; spoedig verdwijnt ze dan om
plaats te maken voor den gewonen toestand. Als meer continueel
verschijnsel nam ik ze waar bij eene hysterica, die van huis
uit hemi-anaesthetisch was, en die na hevige emoties eene acute
verheffing van haren ziektetoestand vertoonde, waarvan een der
verschijnselen eene complete anaesthesie was.
2°. Hemianaesthesie; dit is een zeer karakteristiek hysterisch
symptoom. De ongevoeligheid is hier juist over één der lichaams-
helften verdeeld, somtijds vindt men kleine afwijkingen. Met
deze hemianaesthesie gaat dikwijls gepaard eene ongevoeligheid
van een of meer der gelijktijdige zintuigorganen, waarbij even-
wel opgemerkt moet worden, dat deze ongevoeligheid der
zintuigen ook op de andere lichaamshelft kan voorkomen. Merk-
waardig is, dat de linker lichaamshelft bij voorkeur door deze
anaesthesie wordt aangedaan; in 142 gevallen van hemianaesthesie
was 105 maal de linker en slechts 35 maal de rechter lichaams-
helft ongevoelig.
3°. Ook kan de anaesthesie op onregelmatige wijze in eilanden
over de geheele lichaamsoppervlakte verdeeld zijn, zonder dat
men daarvoor eenige oorzaak kan vinden. Het is dikwijls eene
moeielijke zaak, in een gegeven geval alle anaesthetische plekken
op het lichaam te omschrijven.
-ocr page 228-
220
4°. De anaesthesie volgens omschreven segmenten. Hier vindt
men bepaalde gedeelten, zoo b. v. een schouder, een geheelen
arm of been anaesthetisch, of wel een anaesthetischen band om
den arm. Het merkwaardige van dezen vorm van anaesthesie is,
dat de localisatie daarvan in nauw verband staat met eene functie-
stoornis in de spieren. Zoo b. v. vindt men bij eene verlamming
der spieren, die de hand bewegen, de hand tot aan de polsen
toe anaesthetisch. Bij eene paralyse der schouderspieren kan
men de huid boven den schouder anaesthetisch vinden. Later
hebben wij gelegenheid hiervan verschillende voorbeelden te
behandelen.
Het bestaan van eene dergelijke anaesthesie is wederom een
bewijs voor den psychischen oorsprong der ziekte. Er is natuurlijk
in het geheele zenuwstelsel geen anatomische localisatie denkbaar,
die eene dergelijke verdeeling der anaesthesie zou kunnen ver-
klaren. Indien spierverlamming en huidanaesthesie als zoodanig
van elkaar afhankelijk waren, zou men bij eene verlamming der
spieren, die de hand bewegen, mogen verwachten, dat de huid
boven deze spieren ongevoelig zou zijn en niet de huid aan de
hand zelf. Kennelijk hangt dus deze anaesthesie samen met het
idee, dat de patiënt van zijne hand heeft; deze kan niet bewogen
worden, en daarom is de huid aan de hand zelf ongevoelig.
Deze topographische verdeeling der anaesthesieën geldt voor
alle qualiteiten van het algemeene lichaamsgevoel en bovendien
voor den smaak; voor de andere zintuigen is eene dergelijke
localisatie natuurlijk niet te constateeren.
De hysterische anaesthesieën vertoonen enkele algemeene
eigenschappen, die zeer kenmerkend zijn, en die hen van zulke,
die eene organische oorzaak hebben, doen verschillen.
Een hoofdkenmerk der hysterische anaesthesieën is dit, dat
het individu zelf er geen bewustzijn van heeft; hij weet niet,
dat hij ongevoelig is; nooit komt hij met deze klacht tot den
medicus, maar deze moet ze aan den patiënt openbaren als een
resultaat van zijn onderzoek. De patiënt is geregeld hierover
verbaasd. Weet hij het eenmaal, dan erkent hij dat wel, maar
-ocr page 229-
221
eigenaardig is het op te merken, hoe hij zelf herhaaldelijk door
methodisch onderzoek zich er van overtuigt.
J a n e t deelt een sprekend geval hiervan mede. Een patiënt
kwam zich beklagen over een ongevoelige plek aan zijne hand.
Bij onderzoek bleek dit zijne oorzaak te vinden in de doorsnijding
van een zenuw na een trauma. Wat echter verrassend was, er
bleek bij onderzoek, dat de patiënt met de geheele lichaamshelft
niet voelde; dit wist hij echter niet; maar wèl wist hij de orga-
nische anaesthesie, die secundair in kleine uitgebreidheid op de
anaesthetische lichaamshelft was ontstaan.
Een dergelijk voorbeeld bewijst ten duidelijkste, hoe groot het
verschil is tusschen eene organische en eene hysterische anaes-
thesie ten opzichte van het bewustzijn.
De verklaring hiervan is, na hetgeen wij daarover reeds
gezegd hebben, gemakkelijk. Bij eene organische anaesthesie
bestaat een bewust wegvallen van normale prikkels, en daar-
naast nog het aanwezig zijn van allerlei pathologische
gewaarwordingen van paraesthesiën, die evenzoo bewust zijn.
Het afwezig zijn der normale, zoowel als het aanwezig zijn
van ziekelijke prikkels, komt dus den lijder tot bewustzijn. De
patiënt weet het. Bij hysterie heeft men een normaal verloop
van den geheelen prikkel in al zijne nerveuse consequenties, het
eenige abnormale is, dat de prikkel niet tot het bewustzijn
komt. De patiënt weet dus niet, dat hij niet voelt. Een zeker
aantal prikkels, overeenkomende met de uitgebreidheid en de
intensiteit van de anaesthesie, blijft ongebruikt liggen, vormt als
het ware een rudiment van eene persoonlijkheid naast het
normaal bestaande bewustzijn.
Eene verdere eigenschap, die de hysterische anaesthesieën
kenmerkt tegenover de organische aandoeningen van het periphere
zenuwstelsel en van het ruggemerg, is het normaal zijn van de
reflexen. Van uit elk anaesthetisch gedeelte van de huid kun-
nen de normale reflexbewegingen opgewekt worden. Dit bewijst,
dat de geheele reflexboog normaal functioneert.
De hysterische anaesthesieën kenmerken zich verder door
-ocr page 230-
222
het afwezig zijn van paraesthetische verschijnselen; men hoort
hystericae bijna nooit klagen over gevoel van doof zijn, van kriebe-
lingen, van mierenkruipen in de anaesthetische gedeelten. Ook
dit is een belangrijk differentieel diagnostisch moment met orga-
nische aandoeningen, waar de anaesthesie gewoonlijk met ver-
schillende paraesthetische gewaarwordingen gepaard gaat.
De temperatuur van de huid en de bloedvulling is in de
anaesthetische gedeelten normaal gebleven. Eene bijzonderheid,
die gewoonlijk waargenomen wordt, is deze, dat na speldeprikken
in de anaesthetische gedeelten veel minder of in het geheel
geene bloedpunten ontstaan; in de gezonde gedeelten daaren-
tegen wel. Pi tres, die dit verschijnsel nader heeft nagegaan,
zag rondom de plaats waar geprikt werd een anaemische hof
ontstaan, en ziet hierin een verhoogde prikkelbaarheid van den
wand der kleine bloedvaten. Rondom deze anaemische zone
vormt zich daarna een roode rand, terwijl het anaemische cen-
trum een kleine papula gaat vormen, uit den top waarvan men
somtijds een druppel helder serum kan zien te voorschijn komen.
Op verdere vasomotorische stoornissen komen wij later nog
terug; deze zijn niet noodzakelijkerwijze gebonden aan eene
bestaande anaesthesie.
De gewone trophische stoornissen, die wij bij organische anaes-
thesieën van het eerste neuron vinden, ontbreken bij de hyste-
rische anaesthesie ten eenenmale. Nooit vindt men decubitus
of andere voedingsstoornissen in de huid of in de diepere deelen,
al is de ongevoeligheid hiervan ook totaal.
Onder alle afwijkingen der gevoelsqualiteiten is die van het
pijngevoel de meest voorkomende. Het is moeielijk hierover
statistieken te maken; de meest bevoegde waarnemers Charcot
en Pitres bij de Franschen en Oppenheim bij de Duitschers
geven dit gelijkelijk aan. Dit heeft voor Hysterie zijn goeden
grond.
Het pijngevoel is van alle vormen der algemeene lichaams-
-ocr page 231-
223
gevoeligheid, die qualiteit, welke met het meeste bewustzijn
gepaard gaat. Elk pijngevoel is per se bewust; iedereen, die
pijn heeft, weet dat zeer goed, het verbindt zich onmiddellijk
met de persoonlijkheid, met het geheel van alle vroegere en
tegenwoordige waarnemingen. De physiologische vraagstukken,
die hierbij betrokken zijn, hebben voor het ons hier bezig hou-
dende vraagstuk slechts weinig belang. Zijn er afzonderlijke
periphere eindapparaten, die voor de perceptie van het pijnge-
voel dienen; wordt het pijngevoel langs afzonderlijke wegen
naar het ruggemerg en van hier langs daarvoor bestemde zenuw-
geleidingen naar de hersenen voortgeplant; of wel is het pijn-
gevoel niets anders dan een zeer intensief werkend tastgevoel ?
Al deze vragen zijn zeker in hooge mate interessant en de
physiologie en pathologie van het zenuwstelsel geven belangrijke
aanknoopingspunten voor debat in deze quaestie.
Wij hebben ons hier daarmede voorloopig niet verder te bemoeien
en kunnen ons tevreden stellen met het feit, dat elk pijngevoel
met een hoogen graad van bewustzijn gepaard gaat, en dat het
bij eene ziekte als hysterie, waar de bewustzijnsprocessen in
de eerste plaats gestoord zijn, niet meer dan natuurlijk is, dat
dit gevoel groote afwijkingen vertoont.
Het verschil tusschen het pijngevoel, benevens enkele andere
gewaarwordingen, zooals b. v. het kittelgevoel, en het tastgevoel
tegenover het bewustzijn is in het oog vallend; de dage-
lijksche ervaring geeft ons hiervan de meest sprekende illu-
straties. Wanneer iemand in gedachten verdiept over straat
wandelt, volvoert hij alle mogelijke reflexreacties op gevoels-
en zintuigprikkels. Het loopen zelf is reeds een gecompliceerd
reflexmechanisme, maar onder \'t loopen door is nog gelegen-
heid voor allerlei andere reflexen, die zelfs weer zeer samen-
gesteld kunnen zijn. Men ziet iemand en groet, men wijkt uit,
men schikt zijn kleeren recht enz. Van dit alles herinnert men
zich later niets meer. Geheel anders wordt het, wanneer één
enkele pijnprikkel dit hoogst gecompliceerde reflexmechanisme
komt onderbreken. Men trapt in een spijker, en gedaan is het
-ocr page 232-
224
met alles. Deze prikkel verbindt zich zeer intensief met het
bewustzijn, wordt zeer levendig bewust herinnerd, onderbreekt
alle bewuste denkprocessen enz.
Men zou kunnen meenen, dat het alleen de hooge intensiteit
van den prikkel was, die zoo storend in de psychische wereld
ingreep, dat dus het pijngevoel alleen daarom zoo intensief werkte,
omdat de prikkel zoo hevig was. Dit is echter niet het geval.
De geheele symptomatologie der hysterie is er om het tegendeel
te bewijzen.
Het is eene algemeen doorgaande wet, dat bij eiken ziektetoe-
stand, waar bepaalde functiën verloren gaan, de kleinere, de minder
intensieve het eerst verdwijnen en langzamerhand eerst de sterkere.
Wanneer pijngevoel niets anders was, dan een zeer intensief
tastgevoel, zou het tastgevoel het eerst verdwijnen en daarna
het pijngevoel. Wij zien echter bij hysterie, vrij constant, juist
het omgekeerde, en hieruit mag men opmaken, dat eene intensiteits-
verschil alléén niet het onderscheid kan zijn tusschen beide soorten
van prikkels. Alles wijst hier op een verschil in de soort van
den prikkel.
Dit geeft ons aanleiding tot een tweetal opmerkingen, die
praktisch van belang zijn.
In de eerste plaats eene opmerking over simulatie. Onder
simulatie behoort men te verstaan, het plegen van bewust, van
vooraf bedacht en overlegd bedrog. Dit bedrog is des te moeie-
lijker, naarmate daarmede een meer intensief gevoel van bewustzijn
gepaard gaat. Dit blijkt ons zeer duidelijk bij het pijngevoel,
dat met een zoo hoogen graad van bewustzijn gepaard gaat.
Het ontbreken van pijngevoel, als het werkelijk aanwezig is, kan niet
gesimuleerd worden.
Wanneer men een huidplooi kan opnemen
en, terwijl men den patiënt door een of ander gesprek bezig houdt,
ongemerkt door die plooi een speld kan steken, zonder dat door
een enkele beweging blijkt, dat er iets van gevoeld wordt, dan
is stellig elke simulatie buiten gesloten. Dit is bij hysterie dikwijls
mogelijk. Men is gemakkelijk in de gelegenheid een spelde-
prik te geven, zonder dat iemand het bemerkt, en het uitblijven
-ocr page 233-
225
van eene reactie daarop is een belangrijk diagnostisch moment.
Het op den voorgrond stellen van simulatie, zooals dat zoo
herhaaldelijk voorkomt, is bijna altijd een testimonium paupertatis,
een bewijs van onwetendheid. Bij de bespreking der traumatische
neurose, waar de simulatie een groot praktisch belang is geworden,
kom ik hierop uitvoeriger terug.
De andere opmerking, die van gewicht is, betreft de reflex-
bewegingen.
Eeflexbewegingen zijn van tweeërlei aard.
De eerste soort zijn de oorspronkelijke, die, welke men bij de
laagste dieren kan terugvinden ; een prikkel en eene motorische
reactie, die daarop volgt, zonder eenig psychisch verband. Deze
reflexbewegingen zijn bij hysterie altijd bewaard gebleven, som-
tijds zijn zij verhoogd.
Bij de andere soort van reflexbewegingen is de psyche min
of meer betrokken. Eene beweging kan vroeger geheel psychisch
zijn geweest, en tengevolge van voortdurende herhaling reflex-
torisch geworden zijn, zoo b.v. het loopen, dat eerst geleerd,
langzamerhand van zelf gaat. In weer andere gevallen krijgt de
psyche door den prikkel kennis van de te verrichten reflexbe-
weging, hier volgt de reflex dus niet den eenvoudigen boog, maar
er bestaat eene vertakking, die over de psyche gaat. Dit is het
geval met alle reflexbewegingen na pijnprikkels. Wanneer men
de hand brandt, wordt deze onmiddellijk teruggetrokken, maar
tegelijk gevoelt men den prikkel.
Kenmerkend voor deze reflexen na pijnprikkels is de groote
verscheidenheid daarvan, zoodat op eiken prikkel eene doelma-
tige afweer-beweging volgt.
Het kenmerk der hysterische gevoelloosheid voor pijn is nu,
dat de reflexbeweging na de inwerking der pijn opgeheven is,
terwijl alle andere reflexbewegingen behouden zijn gebleven ;
alleen de kittelreflex der voetzolen gedraagt zich als de pijnreflex.
Het is echter wederom duidelijk, dat in de kitteling, evenals in
de pijn, een psychisch moment ligt opgesloten, in zoo verre de
kitteling zeer duidelijk van bewustzijn vergezeld is en dat dus
15
-ocr page 234-
226
de reflexuitingen daarvan de psyche niet voorbij kunnen gaan.
In den boven aangegeven zin is het echter niet geheel juist,
dat reflexbewegingen na pijnprikkels ontbreken. Was dit het
geval, dan zou men bij hysterische analgesie veel meer trauma-
tische en trophische stoornissen moeten aantreffen, wat bijna
nooit voorkomt. Eene analgetische hysterica trekt in den slaap
evengoed haar been terug, wanneer dit b.v. op een scherpen kant
komt te liggen, als een normaal mensch dat doet, en het verschil
met eene organische laesie, b.v. van het ruggemerg, is zeer
sprekend.
Dit wordt verklaarbaar, wanneer men bedenkt, dat elk pijn-
gevoel ook een tastgevoel in zich bevat, en de reflexprocessen
van het tastgevoel zijn altijd behouden gebleven.
Hierdoor wordt het ook begrijpelijk, dat in wakenden toestand
de pijnreflexen verdwenen zijn, zoo b. v. het terugtrekken na
speldeprikken. Van den pijnprikkel blijft hier niets anders over,
dan het tastgevoel, en dit geeft in wakenden toestand gewoon-
lijk geene reflexbeweging, in slapenden toestand daarentegen wel.
Op deze wijze schijnt het mij toe, dat de tegenstrijdige ver-
schijnselen der stoornissen in de reflectorische functiën zich
het gemakkelijkst laten verklaren.
Onverklaard blijft een feit, waarop Pitres de aandacht heeft
gevestigd. Het is bekend, dat na pijnprikkels de pupil zich
reflectorisch verwijdt. Bij analgetische hystericae is deze reflex
bewaard gebleven. Het is niet mogelijk, dat in deze gevallen
de reflex tot stand komt door het tastgevoel alléén, omdat dit
niet een verwijdenden invloed op de pupil uitoefent. Het pijnge-
voel kan hier dus niet werken door het gedeelte tastgevoel, dat
daarmede verbonden is, zooals dat voor de andere pnnre-
flexen wel het geval is.
Het niet gevoelen van pün, de hysterische analgesie, is niet
alleen beperkt tot de huid en de slijmvliezen, maar is ook
gezeteld in de diepere deelen en zelfs in de zenuwen zelf.
Pitres toonde aan door het prikken met een speld in den N.
Ulnaris, dat ook de zenuwstam ongevoelig kon zijn en dat in
-ocr page 235-
227
dit geval de zenuw wel degelijk door den prikkel getroffen
was, bleek hieruit, dat de spieren, die door de zenuw geïnner-
veerd werden, in contractie kwamen.
Het zelfde vindt men in de spieren, ook deze zijn voor pijn
ongevoelig en kunnen geknepen worden zonder dat de patiënt
het gevoelt. Beenderen, gewrichten en gewrichts-ligamenten
hebben somtijds hun pijngevoel verloren; men kan het knie-
gewricht draaien en rekken, zonder dat het gevoel van pijn
ontstaat. Het is voorgekomen, dat een voetverstuiking met
zwelling enz. door eene hysterica niet gevoeld werd. Dergelijke
extreme graden van analgesie behooren tot de zeldzaamheden,
afgezien nog hiervan, dat complete analgesieën zeer veranderlijk
kunnen zijn.
Pitres vermeldt, dat hevige traumata op het epigastrium
kunnen verdragen worden, zonder dat de bekende toestand van
syncope optreedt, die nu en dan bij hevige traumata in deze
streek plaats vindt. Een zijner patiënten verzekerde hem in-
tegendeel, dat hevige stooten daar ter plaatse haar een aange-
naam gevoel gaven.
Eene patiënte, die ik waarnam in een hysterischen exaltatie-
toestand, beukte met haar linkerhand op de deuren van de
isoleerkamer; wat aanleiding gaf tot ernstige kneuzingen. Zij
deelde mede, dat zij dit deed, omdat zij daarmede toch niet
voelde en in de kneuzingen geen pijn had.
Eesumeeren wij in \'t kort, wat wjj over het pgngevoel gezegd
hebben, dan blijkt, dat dit gevoel bjj hysterie \'t eerst en het
meest intensief gestoord is, en dat dit alléén hierin eene na-
tuurljjke verklaring kan vinden, dat dit gevoel onder normale
omstandigheden altijd bewust is; dat het zich dus altijd met de
persoonlijkheid verbindt, daarin opgenomen wordt. Hierin open-
baren zich dus bij Hysterie het eerst en het duidelijkst de stoornis-
sen. Alle andere gewaarwordingen en zintuiglijke waarnemingen
zijn niet per se bewust en kunnen dus, afgezien van hare
verbindingen met het bewustzijn, normaal verloopen; dit blijkt
voldoende uit het aanwezig zgn van de normale reflexbe-
-ocr page 236-
228
wegingen, met uitzondering van die van het pijngevoel.
Eene variëteit van de afwijkingen in het pijngevoel is de z.g.
haphalgesie, die door P i t r e s is beschreven. Het zijn pijnlijke
paraesthesieën in verschillende vormen, die optreden in de huid
door het contact met bepaalde metalen en andere harde licha-
men. P i t r e s beschrijft eene vrouw, die hemianaesthetisch was
en die op deze zgde de aanraking van koper niet kon verdra-
gen. Zij vermeed, alle kopere voorwerpen aan te raken. Ook
Gilles de la Tourette heeft deze afwijking waargenomen,
ik zelf zag er nooit een geval van. Het maakt op mij echter den
indruk, alsof bij deze afwijking suggestie niet met voldoende
zekerheid kan buitengesloten worden. In elk geval komt het
zelden voor.
De afwijking in het temperatuurgevoel en het drukgevoel
bieden geene belangrijke eigenschappen aan. In hunne verschijn-
selen dragen zij het kenmerk der hysterische gevoelsstoornissen,
zooals dat boven is beschreven, ook hunne localisatie is dezelfde.
Met een enkel woord bespraken wij reeds, dat de pijngevoe-
ligheid in de spieren verdwenen kan zijn ; men kan die dan
kneden en drukken, zonder dat de patiënt het bemerkt.
Ook andere stoornissen in de spiergevoeligheid komen nog
voor. Zoo kan het spiergevoel in engeren zin, d. w. z. het
gevoel, dat ons onderricht over den contractietoestand van de
spieren, gestoord zijn.
Is dit het geval, dan bemerkt men klinisch een zekeren graad
van ataxie, die gewoonlijk niet zeer sterk is. De patiënt ver-
richt dan de fijnere bewegingen niet correct, is onhandig en
laat kleinere voorwerpen dikwijls vallen.
Deze stoornis is nooit zoo sterk, als wij dat gewoon zijn bij
tabes dorsalis te vinden. Verder verdwijnt ze gewoonlijk geheel,
wanneer het oog de bewegingen kan controleeren, juist zooals
wij dat bij tabes dorsalis zien, wanneer de ataxie zich begint
te ontwikkelen.
-ocr page 237-
229
In enkele gevallen, die beschreven zijn door Lasègue en
waarvan Htres ook een geval waarnam, is dit verschijnsel
echter veel sterker. Men verkrijgt dan een eigenaardig ziekte-
beeld, dat niet zoo gemakkelijk te verklaren is. Wanneer de
patiënt de oogen open heeft, bemerkt men niets; wanneer echter
de oogen gesloten worden, is de extremiteit, die in al zijne
qualiteiten anaesthetisch is, geparalyseerd en er kan geen enkele
beweging, ook niet de eenvoudigste, gedaan worden. Hetzelfde
heeft plaats, wanneer men de oogen open laat, maar wanneer
men den arm voor het gezicht verbergt. De groote vraag in deze
gevallen is echter, in hoeverre het verdwijnen der spiergevoe-
ligheid in engeren zin de oorzaak van deze verlamming is.
Alle andere sensibiliteiten waren in het geval van Pitres evenzoo
opgeheven, en kunnen tot de verlamming zonder twijfel het
hare hebben bijgedragen. In deze gevallen bestond verder
nog de eigenaardigheid, dat het gezichtsvermogen door het
tastgevoel kon vervangen worden. Wanneer men b.v. den onge-
voeligen arm op het gevoelige been legde, waren ook de bewe-
gingen mogelijk.
Dergelijke gevallen, hoe interessant zij zijn, bewijzen echter
niet veel, omdat zij te samengesteld zijn om en detail beoordeeld
te worden. Speciaal bewgzen zg niet veel voor het spiergevoel;
omdat ook alle andere gevoelsqualiteiten ontbreken. Eén ding
volgt er echter, naar het mij toeschijnt, met zekerheid uit, dat
er namelijk geene beweging begonnen kan worden, zonder dat
door voorafgaande prikkels, informaties zou men ze kunnen
noemen, de psyche voldoende op de hoogte gesteld is van den
aard van de beweging, en verder gedurende de beweging vol-
doende op de hoogte gehouden wordt. Dat het spiergevoel alleen
hiertoe in staat zou zijn, is echter zeer on waarschijnlijk; de
geheele stroom van alle sensibele prikkels te zamen is hiertoe
noodig, en is hiertoe elk oogenblik noodig. Een gecoördineerde
beweging uit zich zelf bestaat niet; maar doordat ieder oogenblik
sensibele prikkels op bepaalde wijze en in bepaalde hoeveel-
heden toevloeien wordt eene beweging gecoördineerd; evenmin
-ocr page 238-
230
kan eene beweging zonder sensibele prikkels begonnen worden.
Met ataxie is bij hysterie dikwijls verbonden het verlies van
het vermogen om gewichten te schatten. Het voelen van gewich-
ten is eene samengestelde functie; een der belangrijkste com-
ponenten daarvan is het beoordeelen van de inspanning en van
den contractietoestand der spieren. Ook dit vermogen kan bij
hysterie in de anaesthetische ledematen gestoord zijn, en voor
de lagere gewichten, b.v. van 1 kilogram, is dit dikwijls het geval.
Het spiergevoel kan ten slotte nog op andere wyze gestoord
zijn, n.1. doordat het gevoel van vermoeidheid verminderd of
opgeheven is. Opgeheven is het zelden; en dan voornamelijk
in die gevallen van katalepsie, die hier nu niet besproken worden.
Meerdere malen kan men echter experimenteel aantoonen, dat
anaesthetische ledematen minder spoedig vermoeien dan normaal
voelende. Eene proef, die P i t r e s vermeldt, heb ik nagedaan.
Een hysterica, die rechtszijdig anaesthetisch was, kon met den
gezonden linkerarm de machine voor statische electriciteit slechts
drie minuten lang ronddraaien, daarna was z\\j vermoeid; met
den anaesthetischen rechterarm kon zij dit wel tien minuten doen.
In eene positie met zijwaarts uitgestrekte armen werd de linker-
arm veel eerder moe, dan de rechterarm.
In dergelijke gevallen komt dus het vermoeidheidsgevoel, dat
door te groote inspanning der spieren ontstaat, niet of gebrek-
kig tot perceptie.
Een verder zeer samengesteld gevoel is de kennis van den
stand onzer ledematen. Dit gevoel bestaat niet alleen uit de
gegevens van den contractietoestand der spieren, maar tallooze
huidprikkels en prikkels van de oppervlakte der gewrichten
dragen tot deze kennis het hunne bij. Bij Hysterie, evenals bij
verschillende organische zenuwziekten, zooals tabis dorsalis,
myelitis enz., komt het voor, dat de patiënt niet weet, in wei-
ken stand zijne ledematen zich bevinden. Wanneer men b. v.
bij Hysterie aan den anaesthetischen arm een bepaalden stand
geeft, kan die somtijds door den gezonden arm, bjj gesloten
oogen, niet nagemaakt worden. Deze afwijking komt bij Hyste-
-ocr page 239-
231
rie niet dikwijls voor; het is noodig, dat alle gevoelsqualiteiten
opgeheven zijn, daar elk gevoel, dat overgebleven is, min of
meer inlichting kan geven over den stand van een der lede-
maten. Bij organische zenuwziekten is dit verschijnsel gewoon-
hjk veel duidelijker uitgesproken.
Eindelijk kan het voorkomen, dat de hysterica hare ledematen
in het geheel niet meer gevoelt, dat zij niet meer weet, dat zij
ledematen heeft, wanneer zij ze niet ziet. Ook dit neemt men
slechts waar bij zeer intensieve gevallen van anaesthesie, wan-
neer alle gevoelsqualiteiten opgeheven zijn.
Bij al deze afwijkingen in de verschillende soorten van sen-
sibiliteit van de spieren, blijft de contractiliteit daarvan op elec-
trische en andere prikkels geheel normaal.
Wij gaan nu over tot de beschrijving der anaesthesie van
de slijmvliezen. Hun voorkomen is reeds langen tijd bekend.
De ongevoeligheid der conjunctiva behandelen wij bij de oog-
stoornissen.
De anaesthesieën op de slijmvliezen vertoonen dezelfde eigen-
schappen als de huidanaesthesiën.
In de mondholte vindt men ze herhaaldelijk; wanneer eene
hemianaesthesie bestaat is de verdeeling in de mondholte
gewoonlijk over beide zijden gelijkmatig. Het is ook hier de
pijngevoeligheid, die het eerst is aangedaan, terwijl thermo-
anaesthesie zelden schijnt waargenomen te worden.
Deze anaesthesie der mondholte strekt zich dikwijls over de
geheele pharynx tot aan den epiglottis toe uit. Deze vorm van
anaesthesie komt dikwijls voor, en het is een van de zekerste
en van de gemakkelijkst te constateeren verschijnselen der Hys-
terie.
Ook hier verloochent de hysterie zich wederom niet en geeft
zij verschijnselen, die ons zonderling toeschijnen.
Zelfs in zeer intensieve gevallen vindt men hierbij, dat alle
Blikbewegingen ongestoord zijn; de reflex, die in deze gevallen
een tastreflex en geen pijnreflex is, verloopt geheel normaal.
Beproeven wij daarentegen de reflex op kunstmatige wijze door
-ocr page 240-
232
den vinger in de keel te steken, dan vinden wij, dat ze geheel
ontbreekt; men kan met den vinger de geheele pharynx en zelfs
de epiglottis aftasten, zonder dat de bekende worgbewegingen
ontstaan.
Deze anaesthesie kan zich verder over de geheele larynx
uitstrekken, zoodat men met een stylet de stembanden kan aan-
raken, zonder de hevige reflexbewegingen op te wekken, die in
normale gevallen plaats vinden. Ook nu weer vindt men in het
hoesten geen stoornis, en bij een cathar wordt op normale wijze
de slijm naar buiten gedreven.
In nog andere gevallen neemt het slijmvlies van de neusholte
aan de ongevoeligheid deel.
De afwijkingen in den smaak zijn somtijds onafhankelijk van
de sensibiliteit in de mondholte, zij kan daarmede samengaan,
maar dit behoeft niet noodzakelijk zoo te zijn; over \'t algemeen
geldt echter hier ook de door Charcot gevonden regel, dat de
speciale sensibiliteit zich voegt bij de functiestoornis; is het oog
blind, dan is de conjuctiva ongevoelig; is de mondholte onge-
voelig, dan is de smaak opgeheven.
De smaak kan totaal voor alle qualiteiten opgeheven zijn,
de patiënt proeft dan niets meer, klaagt, dat alles naar hout
of stroo smaakt; en is zich van zijn gebrek aan smaak gewoonlijk
bewust, evenals eene totaal blinde hysterica, zooals ik dat wel
na hysterische accessen heb waargenomen, ook hare blindheid
bemerkt. Het kan echter ook voorkomen, dat alleen sommige
qualiteiten van den smaak niet geproefd worden. Dan is b. v.
de smaak voor bitter of voor zout verloren gegaan. Hierbij kan
het bovendien nog voorkomen, dat sommige smaken bijzonder
lekker gevonden worden, zoo b. v. bitter of zuur, of wel, dat
een ongemotiveerde tegenzin tegen gewone spijzen bestaat.
Bekend zijn die gevallen, waar hystericae er toe komen, allerlei
oneetbare zaken te eten b. v. modder, houtskool enz.
De localisatie der smaakstoornis kan verschillend zijn, soms
bestaat die slechts aan ééne zijde en dan aan denzelfden kant, waar
hemianaesthesie gezeteld is. Ook komt het voor, dat alleen op
-ocr page 241-
233
het voorste of op het achterste gedeelte van de tong de smaak
afwezig is.
Stoornis in en afwezigheid van den reuk, z.g. anosmie, wordt
meerdere malen bij hysterie aangetroffen; zij kan enkelzijdig en
dubbelzijdig optreden.
Bij de anaesthesie der mond- en pharynxholte, van de smaak,
de reuk en van de neusholte zijn alle secretorische reflexen
behouden gebleven; het speeksel wordt in normale hoeveelheid
afgescheiden; bij prikkeling der neusholte, die niet gevoeld
wordt, neemt men normale afscheiding van mucus waar enz.
Doofheid in meerdere of mindere mate komt herhaaldelijk bij
hysterie voor. Complete doofheid op beide ooren is zeldzaam.
Voorbijgaande vindt men het nu en dan na hysterische accessen.
Is het gecombineerd met hysterische mutisme, dan kunnen der-
gelijke patiënten den indruk van doofstommen maken; de aard van
de stoornis is echter spoedig genoeg te herkennen.
De doofheid richt zich gewoonlijk naar de aanwezige anaesthesie,
bij eene hemi-anaesthesie is dikwijls het oor aan dezelfde zijde
doof. Ook meer of minder omschrevene anaesthetische plekken
kunnen met doofheid aan één oor gepaard gaan. Yan het oor
geldt, wat ook van de andere zintuigen geldt, dat bij eene
bestaande doofheid, alles, wat tot het oor behoort, ongevoelig is; zoo
b. v. de oorschelp, de geheele oorgang en gewoonlijk ook de
membrana tympani. Féré meent hieruit te mogen besluiten,
dat de gevoelscentra van de omgeving van het oor en de eigen-
lijke gehoorcentra in de hersenen in eikaars nabijheid gelegen
zjjn. Het is wel mogelijk, maar dit wordt door deze klinische
feiten bij Hysterie niet bewezen. Zij bewijzen naar mijne meening
niet meer, dan dat de hystericae, en waarschijnlijk vele gezonde
menschen ook, denken, dat de oorschelp en de gehoorgang bij
het oor behooren. Men moet bij hysterie niet te veel naar
physiologische en anatomische verklaringen zoeken.
Het meest komt eenzijdige doofheid voor, en dan nog wel
alleen als verminderde gehoorscherpte; deze is zeer frequent.
De diagnose der hysterische doofheid of vermindering van
-ocr page 242-
234
gehoorscherpte is niet altyd gemakkelijk. De begeleidende ver-
schijnselen geven natuurlijk altijd een gewichtig aanknoopingspunt.
Evenwel men moet bedenken, dat een hysterica ook een orga-
nisch oorlijden kan hebben, en hiervoor is een otologisch onderzoek
noodig, waarop hier niet nader ingegaan behoeft te worden.
Vindt de otoloog geene organische aandoening, dan heeft men
alleen onderscheid te maken tusschen functioneel" en organisch-
nerveuse doofheid; dit gaat gemakkelijker, en wordt uitsluitend
beslist door de begeleidende verschijnselen, die voor hysterische
en organische doofheid verschillende zijn.
Anaesthesie van slijmvliezen komt nog voor aan het rectum,
aan de genitalieën en aan de urinewegen.
Of de anaesthesie van het rectum nog met andere stoornissen
speciaal in de defaecatie gepaard gaat, is niet bekend; waar-
schijnlijk is het niet.
Evenmin is het bekend, of ongevoeligheid der urethra ver-
schijnselen geeft.
De anaesthesie der vagina en der omgevende deelen heeft
somtijds wel bijkomende verschijnselen. Het is duidelijk, dat
men bij het onderzoek naar de sensibiliteit der hystericae
gewoonlijk de vagina overslaat. Men komt er op door andere
verschijnselen. In een geval, dat ik behandelde, bestond niet
alleen totale ongevoeligheid voor den coïtus, maar bovendien
afkeer van den echtgenoot. De vraag in dit geval was, welke
van beide verschijnselen primair was. Bij een onderzoek, dat ik
mij in dit geval gerechtigd achtte in te stellen, bleek een
volkomene anaesthesie der vagina. Deze heb ik als primair
beschouwd, en het verloop van het geval heeft mij in mijne
opinie bevestigd.
Janet deelt een nog duidelijker geval mede, waar de echtelijke
frigiditeit met de ongevoeligheid van de vagina kwam en
verdween.
-ocr page 243-
HOOFDSTUK DL
Symptomatologie.
(Vervolg.)
2. De gezichtswaarnemingen.
De stoornissen in het gezichtsvermogen nemen eene belangrijke
plaats in onder de bonte verschijnselen der hysterie. Ze zgn,
afgezien van de menigvuldigheid waarmede zij voorkomen, voor
ons belangrijk, omdat zij, evenals de reeds besprokene sensibele
afwijkingen, ons in de beteekenis der hysterische verschijnselen
een juist inzicht geven.
De afwijkingen in de uitgebreidheid van bet gezichtsveld bij
hysterie zjjn zeer kenmerkend.
Voor het onderzoek hiervan bedient men zich van den gewonen
perimeter. Het onderzoek geschiedt op de gewone wijze, en wordt
verondersteld bekend te zijn.
Het eenige, waarop men moet letten, is, dat men het niet te
nauwkeurig en met te veel acuratesse moet willen doen. Dit
is eene fout, waarin beginners gewoonhjk vervallen. Het doet er
weinig toe, of men het gezichtsveld 5 of 10 graden grooter
of kleiner vindt. Men verplaatst de perimeterboog telkens
45 graden, zoodat men in het geheel 4 standen van den boog op-
neemt, eiken stand eenmaal naar links en eenmaal naar rechts van
het fixatiepunt, zoodat men in het geheel acht waarnemingen
verkrijgt. Dit is voor de bepaling van het gezichtsveld volkomen
-ocr page 244-
236
voldoende. Maakt men het onderzoek uitgebreider, door den peri-
meterboog telkens 10 graden te verdraaien, dan duurt het
onderzoek te lang, en men verkrijgt door vermoeidheidsver-
schijnselen bij den patiënt veel grootere fouten, dan wanneer men
snel volgens het eerste procédé handelt. De opname van het
gezichtsveld mag niet langer dan 3—5 minuten duren.
Bij eenige oefening kan men, wanneer men zich tevreden wil
stellen met het constateeren, of er gezichtsveldvernauwing is of
niet, den perimeter missen. Men laat dan den patiënt, een oog
sluiten en sluit zelf het tegengestelde oog. De onderzoeker plaatst
eenen vinger midden tusschen hem en den patiënt, en beproeft hoe
ver hg naar links, rechts, boven en beneden kan gaan en de
patiënt den vinger nog ziet. Ziet de onderzoeker den vinger verder
dan de patiënt, dan is diens gezichtsveld in die richting ver-
nauwd.
Dit is mjjne gewone methode van onderzoek, men heeft er
alleen op te letten, dat de vinger zich ten naasten bij in \'t
midden tusschen onderzoeker en patiënt bevindt.
De gewone afwijking in het gezichtsveld der hystericae is
de concentrische vernauwing daarvan. Wanneer men één oog
laat sluiten, vindt men, dat in periphere gedeelten van het
netvlies niet gezien wordt; men kan het voorwerp, dat gefixeerd
wordt, van de peripherie van den perimeter somtijds tot dicht
bij het centrum daarvan brengen, zonder dat de patiënt, wiens
aandacht daarop gevestigd is, het ziet. De vernauwing van
het gezichtsveld is dus dikwijls vrij aanzienlijk. Somtijds wordt
alleen in eene uitgebreidheid van enkele graden rondom het
fixatiepunt het voorwerp waargenomen. In andere gevallen is
het gezichtsveld uitgebreider, en is ongeveer de helft daarvan
verdwenen. Vindt men bij het onderzoek, dat nog meer dan
de helft van het normale gezichtsveld blijft bestaan, dan heeft
een dergelijke vondst voor de diagnose hysterie slechts weinig
waarde. Hieruit blijkt dus reeds voldoende, dat men vooral
voor de periphere gedeelten van het netvlies niet al te nauw-
keurig behoeft te onderzoeken.
-ocr page 245-
237
De vernauwing van het gezichtsveld hg hysterie is altjjd con-
centrisch.
Dit wil zeggen, dat men van alle richtingen uit het
gezichtsveld gelijkelijk vernauwd vindt. Bij hysterie komen dus
niet voor periphere scotomen, dat zijn ongevoelige stukken gezichts-
veld, die met breede basis aan de peripherie, naar het centrum
meer of min puntig toeloopen, of wel onregelmatig gevormde
eilanden in de peripherie, als plekken, waar niet gezien wordt.
Bij hysterie ontbreken scotomen; dit is een belangrijk differen-
tiëel-diagnostisch kenteeken tegenover allerlei organische aan-
doeningen van het oog en van het zenuwstelsel, vooral wat
betreft de intoxicatieën, zooals door tabak-alcohol.
De gezichtsveld-beperking blijft verder altijd concentrisch. Het
eerst verliezen de periphere gedeelten van het netvlies hunne
gevoeligheid, langzamerhand gaat dit naar het centrum verder,
en slechts in zeldzame gevallen komt het zóó ver, dat het
fixatiepunt, de macula lutea, zijne gezichtskracht verliest.
Hysterische blindheid komt zelden voor. De gezichtsveld-
beperking doet gewoonlijk beide oogen aan; in de meeste geval-
len heeft het eene oog, en wel het oog aan de zijde, waar de
hemianaesthesie gelegen is, meer geleden dan het andere;
slechts zelden beperken zich de stoornissen tot één oog. In
die gevallen kan men volkomen blindheid op één oog vinden.
Wanneer men dus de stoornissen in het gezichtsveld bij
Hysterie vergelijkt met die in het algemeene gevoel, dan vindt
men het kenmerkende onderscheid, dat de oogstoornissen dubbel-
zijdig,
en de sensibiliteitsafwijkingen enkelzijdig zijn.
Nooit vindt men bij hysterie hemianopie. Dit is het prototype
van de stoornissen van het gezichtsveld bij alle organische
aandoeningen, die centraal van het chiasma opticum gelegen zijn.
Niet altijd is eene dergelijke organische hemianopie even dui-
delijk uitgesproken, maar nooit vertoont zij het karakter van
eene concentrische gezichtsveldbeperking op beide oogen.
De hysterische blindheid op één oog zou men kunnen ver-
warren met organische aandoeningen van den nervus opticus,
peripheer van het chiasma opticum. Afgezien van de ophthal-
-ocr page 246-
238
moskopische aantoonbare veranderingen van atropine der papilla
nervi optici in het laatste geval, blijven bij hysterische blindheid
de lichtreflexen der pupil bestaan.
Het hoofdkenmerk van alle hysterische gezichtsveldbeperkingen
is, dat zij buiten het bewustzijn blijven. Evenals wij dit voor de
hysterische anaesthesieën op den voorgrond hebben gesteld, weet
de patiënt ook van zijn gezichtsstoornis niets. Het komt nooit
voor, dat een hysterica komt klagen, dat zij zoo slecht ziet, dat
zij niet georiënteerd is, ondanks dat de stoornis op beide oogen
zetelt, en ondanks dat het gezichtsveld van bewust duidelijk
zien slechts tot enkele graden rondom het fixatiepunt zich uitstrekt.
Hoe geheel anders is dit, dan hij de organische aandoeningen
van het oog, die een analoge stoornis geven. Nemen wjj als
voorbeeld de retinitis pigmentosa. Hier vindt men evenzoo eene
gradueele vernauwing van het gezichtsveld van uit de periphe-
rie naar het centrum, ook hier wordt het fixatiepunt, de fovea
centralis het laatst aangedaan. De klachten van den lijder zijn
echter geheel andere. De gezichtsveldbeperking wordt hier door
den patiënt bemerkt, ook als ze nog slechts gering is. De lijder
klaagt, dat hij zich moeielijker oriënteert, dat het ten slotte is
alsof hij door eene donkere buis ziet. De gedeelten van het ge-
zichtsveld, die wegvallen, geven den indruk van zwart en de
patiënt wordt geheel hulpeloos.
De hysterica met eene gezichtsveldbeperking van 5 graden
rondom het fixatiepunt op beide oogen weet daar niets van af,
zij beweegt zich even vrij als iemand met gezonde oogen, en zij
bemerkt de weggevallene gedeelten van haar gezichtsveld vol-
strekt niet als eene zwarte vlakte. Zij is zeer verwonderd over
haar slecht zien, als men het haar demonstreert, maar moet
het ten slotte erkennen. Hier zien wij wederom een fundamenteel
karakter der hysterie.
Wij kunnen in de eerste plaats opmerken, dat alle refiec-
torische processen van uit het anaesthetisch gedeelte der retina
op de gewone wijze plaats vinden; voor de gezichtsveldbeper-
king even zoo goed, als voor de totale hysterische blindheid.
-ocr page 247-
239
De directe, zoowel als de consensueele reactie der pupil op
lichtindrukken blijft onveranderd bestaan.
Zooals bekend, wordt met het periphere gedeelte van het
netvlies slechts weinig duidelijk gezien: voor bewuste waarne-
ming doet het slechts zelden dienst. Wanneer men iets goed
zien wil, moet het beeld op de fovea centralis vallen.
De periphere gedeelten hebben echter eene zeer belangrijke
functie. Zjj hebben grooten invloed op onze oriëntatie in de
ruimte. Duizende prikkels vloeien elk oogenblik toe en hebben
reflechorisch of automatisch invloed op alle bewegingen. B(j
retinitis pigmentosa, is deze reflex gestoord, en daarom zijn deze
patiënten zoo hulpeloos. Bij hysterie blijven deze reflexen op
normale wijze aanwezig, en daarom blijft de oriëntatie in de
ruimte normaal.
Evenwel ook funties, die hooger staan dan reflexen, kunnen
ongehinderd verloopen. Beter dan lange uitweidingen, kan de
verkorte mededeeling van eene ziektegeschiedenis, die J a n e t
ons geeft, dit duidelijk maken.
Een kind van 10 jaar vertoonde na eene heftige emotie, een
hevigen brand, die hij in een nacht uit zijn bed kon waarnemen,
hysterische insulten met volkomen verlies van bewustzijn. Bij
onderzoek bleek verder, dat tegelijk hiermede eene aanzienlijke
beperking van het gezichtsveld aanwezig was, zoodat hij bij
perimetrisch onderzoek slechts enkele graden rondom het fixa-
tiepunt kon waarnemen. De hysterische insulten traden, zooals
gewoonlijk het geval is, op na kleine emoties; vooral alles, wat
op een brand geleek, kon een hysterisch insult te voorschjjn
roepen, zoo b. v. een brandende kachel, een lucifer enz. J a n e t
onderzocht de patiënt en vond, dat deze hysterische insulten
niet alleen optraden, wanneer de patiënt de lucifer werkelijk
zag, maar ook wanneer het lichtbeeld van de kaars, die langs
den boog van den perimeter bewogen werd, viel op plaatsen van
de retina, die ongevoelig waren voor licht. Ook dan trad het
hysterisch insult op.
Niet alleen dus, dat van uit de ongevoelige gedeelten van het
-ocr page 248-
240
netvlies de gewone refiectorische processen hun gewoon verloop
nemen; maar ook het geheele samenstel van zeer gecompliceerde
nerveuse stoornissen, die bij een hysterisch insult in werking
treden, kan door prikkeling van een zoogenaamd ongevoelig
gedeelte van het netvlies, te voorschijn worden geroepen.
Wij hebben dus hier wederom eene stoornis in de hoogste
psychische functie van het zien, in het bewuste en het gewilde
zien. Eene hysterica kan niet zien, wanneer het bewustzijn er
mede gemoeid is, wanneer zij het juist doen moet, b v. als men
het haar vraagt bij het onderzoek met den perimeter. Psycho-
logisch uitgedrukt, de waarneming verbindt zich niet met de
persoonlijkheid, maar blijft als onverwerkt materiaal liggen,
naast, maar niet verbonden met de groote massa van waarne-
mingen enz., die als geheel de persoonlijkheid vormen.
Zooals wij zagen, doet de hysterische gezichtsveldbeperking
gewoonlijk beide oogen aan. Niet altijd is dit het geval, en het
komt enkele malen voor, dat het eene oog geheel blind is, ter-
wijl het andere een ten naasten bij normaal gezichtsveld ver-
toont. Van deze blindheid op één oog weet de patiënt zelf niets
af, en het moet door den medicus ontdekt worden. Ook bij
organische blindheid op één oog, komt het wel eene enkele maal
voor, maar nooit zoo langen tijd achter elkaar.
De hysterische blindheid op één oog heeft echter wederom
allerlei zonderlinge eigenschappen. In de eerste plaats kan men
aantoonen, dat het stereoskopisch zien, dat natuurlijk alleen met
twee oogen mogelijk is, ongestoord blijft voortbestaan.
Eene eenvoudige proef is de volgende. Men plaatst een pot-
lood tusschen het oog van den patiënt, die op één oog blind is,
en het boek, waaruit hij leest. Ziet hij werkelijk slechts met
één oog, dan verdwijnen een aantal letters achter het potlood,
ziet hij met twee oogen, dan verdwijnen de letters niet. Een
hysterica, die op één oog blind is, ziet, als zij beide oogen ge-
opend houdt, de letters niet verdwijnen. Een positief bewijs dus,
dat zij met het blinde oog ziet.
Nog beter kan men dit bewijzen met het kastje van Fles.
-ocr page 249-
241
Dit wordt gewoonlijk gebruikt om simuleerende militairen te
ontmaskeren. Het is te hopen, dat er dan maar geen hysterici
onder loopen.
Dit kastje is zóó ingericht, dat het linksche beeld, wanneer
men er in ziet, met het rechter oog gezien wordt en omgekeerd
het rechter beeld, met het linkeroog. Gewoonlijk wordt een rood
en een groen lak op deze manier in het tegengestelde oog
geprojecteerd. Met het oog op de hysterische kleurenblindheid
is het echter beter de inrichting zóó te maken, dat een soldaat
en eene vrouw gezien worden; men heeft dan alléén te vragen:
wat ziet gij, den soldaat of de meid, zooals dat bij militaire
keuringen de gewoonte is, en men behoeft dan de kleurenblind-
heid niet in aanmerking te nemen.
Eene hysterica, die op één oog blind is, ziet altijd den ver-
keerden persoon, en toch simuleert zij niet; wanneer men daar-
onder tenminste wil verstaan, dat zij geen bewust bedrog pleegt.
De hysterische gezichtsveldbeperking is, wanneer zij eenmaal
aanwezig is, een van de meest constante symptonen der ziekte;
eene genezing daarvan geschiedt alleen op den langen duur.
Dit neemt niet weg, dat de uitgebreidheid van de gezichts-
veldbeperking in het zelfde geval zeer variabel is en afhankelijk
van allerlei omstandigheden; vooral van emoties. Ook het peri-
metrisch onderzoek is hierop van invloed, waarschijnlijk door
de inspanning, die het veroorzaakt. Hysterische insulten kunnen
eene matige gezichtsveldbeperking tijdelijk tot eene absolute
blindheid maken, zoowel op één oog als op beide.
Blindheid op beide oogen komt na insulten nu en dan voor.
Duval deelt een geval mede, waar elk oog afzonderlijk onder-
zocht, geheel blind was, en waarbij toch, indien de patiënt
binoculair zag, het zien niet was opgegeven.
Op grond van deze feiten, dat 1°. het blinde oog deelnam
aan het stereoskopisch zien, en 2°. dat bij dubbelzijdige blindheid
toch nog gezichtswaarnemingen bestonden, heeft men (Parinaud)
gemeend, dat het binoculaire zien door een afzonderlijk cerebraal
mechanisme beheerscht werd. Deze gronden schijnen ons onvol-
16
-ocr page 250-
242
doende toe en deze feiten moeten langs psychologischen weg
verklaard worden.
Het met twee oogen zien is geen bewustzjjns-proces. Een per-
soon is het zich niet bewust, dat hij met twee oogen anders ziet
dan met een. De samensmelting der beelden van de twee oogen
in onzen geest gaat buiten het bewustzijn om, en alle processen
bij Hysterie, die niet met het bewustzijn te maken hebben,
verloopen ongestoord. Wanneer dus eene hysterica op één oog
blind is, dan beteekent dit niet meer, dan dat zij de gezichts-
indrukken van dit oog niet bewust verwerkt; deze indrukken
bestaan echter nog evengoed. Wij merkten echter daareven op,
dat de psychische combinatie der gezichtsbeelden buiten het
bewustzijn om geschiedt, en deze functie kan bij op één oog
blinde hystericae evengoed tot stand komen, als bij normale
menschen. Hieruit volgt bovendien, dat zelfs bij op twee oogen
blinde hystericae, zooals in het geval van Janet het binoculaire
zien niet opgeheven behoeft te zijn.
Deze verklaring der verschijnselen komt mij juister voor dan
die van P a r i n a u d. Men is bij Hysterie telkens en telkens
tot physische en physiologische verklaringsmethoden gekomen,
en even dikwijls is het gebleken, dat dit de juiste manier niet
was. De zetel der stoornis, wij zagen het reeds herhaaldelijk, is bij
Hysterie gelegen in het bewust worden der geestesprocessen.
Wij komen nu tot de afwijkingen in het zien van kleuren
bij hysterie.
In het normale gezichtsveld vinden wij eene standvastige
opeenvolging der verschillende kleuren, wat betreft de uitbrei-
ding van het gezichtsveld daarvan. Het gezichtsveld voor wit
is het meest uitgebreid. De andere kleuren worden minder ver
naar de peripherie gezien, en wel op die manier, dat zij ver-
schillende gesloten kringen vormen, die steeds nauwer worden,
met het fixatiepunt als middelpunt. Deze opeenvolging van
steeds nauwer wordende gezichtsvelden voor de verschillende
-ocr page 251-
243
kleuren is bij den normalen mensch tennaastenbij constant,
en van de peripherie naar het centrum gaande, vindt men de
volgende rij.
Als het grootste gezichtsveld: wit, verder:
blauw,
geel,
oranje,
rood,
groen,
en als kleinste gezichtsveld: violet.
In het algemeen is de gang, dien de stoornis in hetkleuren-
zien bij hysterie neemt, de volgende. De kleuren, die het meest
peripheer gezien worden, welker gezichtsveld dus het grootst is,
verdwijnen het laatst, wit natuurlijk het allerlaatst, terwijl de
kleuren, die een klein gezichtsveld hebben het eerst verdwijnen.
Men neemt dus vooral violet» en groenblinden waar, terwijl
blauwblinden zelden voorkomen; deze laatsten zijn dan tegelijk
reeds groenblind. Men kan zich voorstellen, dat het normale
gezichtsveld voor wit, eene vernauwing ondergaat, dat daarbij
alle kleurvelden telijkertijd zich concentrisch vernauwen en
successievelijk wegvallen. Bij hysterische kleurenblindheid vindt
men dus steeds eene daaraan evenredige gezichtsveldsbeperking.
Ook deze aandoening is gewoonlijk dubbelzijdig, en op het
oog aan den anaesthetischen kant het sterkst uitgesproken.
Bovengenoemde regels gelden algemeen voor de hysterische
kleurenblindheid; er zijn echter enkele merkwaardige uitzonderin-
gen, die even vermeld moeten worden. Gewoonlijk verdwijnt
bij hysterische kleurenblindheid de gevoeligheid voor rood het
laatst; terwijl blauw reeds niet meer gezien wordt, kan rood
nog onderscheiden worden.
Hoogst waarschijnlijk vindt deze abnormaliteit haren grond in
de bekende voorliefde van hystericae voor rood, waarmede zij
zich bij voorkeur tooien, of welke kleur in andere gevallen met
hunnen gedachtengang verbonden is, of op eene of andere wijze
in een idee fixe of in droom is bevat. In elk geval is er een
-ocr page 252-
244
psychisch moment in opgesloten, dat als oorzaak, gewoonlijk
langs onbewusten weg, dienst doet.
Eene andere nog zonderlinger afwijking is de volgende. Het
komt nog al eens voor, dat de uitgebreidheid van het gezichtsveld
voor wit kleiner is, dan voor rood, daarna volgen gewoonlijk blauw
en groen. Deze verhouding is natuurlijk eene physische onmoge-
lijkheid; in wit zijn alle kleuren bevat, dus ook rood en het
gezichtsveld voor wit, moet, physisch gesproken, dus minstens
even groot zijn, als voor rood. Ook dit wijst dus zonder twijfel
op eene psychische omstandigheid, die de oorzaak moet zjjn
voor de hysterische gezichtsveldbeperking.
Ter nadere verklaring der verschijnselen der hysterische kleuren-
blindheid zijn eenige experimenten te vermelden. Verschillende
hysterische verschijnselen zijn experimenteel door suggestie na
te bootsen, dikwijls ook bij gezonde personen, bijna altijd bij
hystericae.
Bij niet hysterische kleurenblinden openbaart deze aandoening
zich niet alleen in het niet zien van bepaalde kleuren, maar
evenzoo in de vorming van het nabeeld. Wanneer iemand rood
ziet, als een meer of min gesatureerd grijs, zal het daarop volgend
nabeeld niet groen zijn, maar evenzoo grijs. Rood wordt niet
gezien, en het oog wordt dus ook niet voor rood vermoeid.
Wanneer men bij eene roodblinde hysterica of bij een\' per-
soon, aan wien men roodblindheid gesuggereerd heeft, dezelfde
proef doet, valt deze geheel anders uit. Er ontwikkelt zichna-
melijk hetzelfde nabeeld als in normale omstandigheden, m. a. w.
in het nabeeld blijkt van de bestaande kleurenblindheid niets.
Nog op andere wijze is hetzelfde aan te toonen. Wanneer de
z.g. sectorenschijf van Newton, die in de gewenschte verhou-
ding groene en roode sectoren bevat, laat ronddraaien, ziet het
normale oog eene min of meer witte of grijze vlakte. Een niet
hysterische groenblinde persoon, ziet groen als min of meer
grijze kleur. Draait men voor hem de schijf, dan doet groen
aan de compositie met rood niet mede, en hij ziet grijs en rood,
die samen een min of meer rosé tint geven. Bij de groenblinde
-ocr page 253-
\\
245
hysterica neemt het groen, dat niet gezien wordt, wel degelijk
aan de compositie deel, en zij ziet evenals het normale oog
bij draaiing der schijf grijs.
Deze experimenten leveren het duidelijke bewijs, dat bij de
hysterische kleurenblindheid de retina aan de ziekte geen deel
neemt; hierop brengen alle kleuren hare normale reactie te
weeg; de stoornis is eene zuivere psychische en bestaat alleen
hierin, dat de kleuren niet bewust gezien worden; dat de waar-
neming zich niet in verband stelt met de persoonlijkheid. De
gezichtsscherpte is bij Hysterie, ook wanneer het gezichtsveld
aanzienlijk vernauwd is, in het algemeen niet verminderd. Dit
wordt ten minste door Fransche schrijvers opgegeven (Charcot,
Parinaud)
; Wilbrand daarentegen vond ze dikwijls verminderd.
Vermelding verdient de z.g. monoculaire diplopie. Zooals be-
kend, ontstaat het dubbelzien doordat bij fixatie van een bepaald
punt de oogassen niet zoodanig gericht zijn, dat het beeld van
dit punt op gelijkwaardige plaatsen der beide retinae wordt
opgevangen, waardoor in onzen geest versmelting der beide beel-
den tot stand komt. Het onmiddellijk gevolg hiervan is, dat het
dubbelzien verdwijnt, zoodra men één oog sluit.
Bij hysterie komt het nu en dan voor, dat ook met één oog
dubbel gezien wordt. Men heeft gemeend, dit te moeten ver-
klaren door aan te nemen, dat er van één voorwerp, twee
beelden op dezelfde retina ontstonden. Dit zou dan zijne oorzaak
vinden in ongelijkmatige krommingen van de lens, zoowel door
den laagsgewijzen bouw daarvan, als door partiëele kramp der
accomodatiespieren. Het feit blijft op deze wijze moeielijk te
begrijpen; zelfs zal het moeielijk zgn, willekeurig een lens te
construeeren, die twee duidelijke, volkomen gescheidene beelden
geeft.
Veel waarschijnlijker, dan eene physische, schijnt ons eene
psychologische verklaring toe. De dubbelbeelden nemen eene
plaats in, die physisch niet te verklaren is. Zoo wordt b.v. op
zekeren afstand een staaf dubbel gezien, de beelden staan even-
wijdig dicht naast elkaar; laat men op denzelfden afstand een
-ocr page 254-
246
hoofd fixeeren, dan wordt ook dit in zijn geheel dubbel gezien, en
de beide beelden staan even ver van elkaar. Volgens physische
wetten zouden zij elkaar grootendeels moeten bedekken. Ook
wanneer men in het kastje van Fles laat zien, verkrijgt men
resultaten, die physisch niet te verklaren zijn.
Psychologisch is de verklaring van dit monoculaire dubbel-
zien waarschijnlijk voor elk geval verschillend. Men heeft ge-
vallen waargenomen, waar tegelijk strabismus bestond. Hier
werden dus de resultaten van het binoculaire zien door den
patiënt eenvoudig langs psychologischen weg op het zien met
één oog overgedragen.
J a n e t deelt een ander geval mede. Eene hysterica, die het
verschijnsel van het monoculair dubbelzien vertoonde, gebruikte,
wanneer zij binoculair zag, slechts één oog. Dit kon gemakkelijk
aangetoond worden door eene dunne staaf te houden tusschen
het oog en het boek, waaruit ze las. Er verdwenen dan steeds
eenige letters achter de staaf, wat natuurlijk bij binoculair zien
nooit het geval kan zijn. Door deze gewoonte van monoculair
zien bij het geopend zijn van twee oogen, ontstond gebrekkige
fixatie met twee oogen te gelijk, en was de voorwaarde voor
binoculair dubbelzien gegeven; dit laatste langs psychischen weg
op één oog overgedragen, zou in dit geval het monoculair dub-
belzien kunnen verklaren. Op deze wijze moet elk geval van
monoculair dubbelzien afzonderlijk beoordeeld worden, en bij de
groote moeielijkheid van eene physische verklaring daarvoor,
zal in de groote meerderheid der gevallen eene psysische oor-
zaak gevonden kunnen worden.
Niet alleen, dat dubbelzien voorkomt, maar van één voorwerp
kunnen 3 en meer beelden ontstaan.
Mikropsie en Makropsie of, omdat het bij den zelfden
patiënt gewoonlijk gelijktijdig voorkomt, m i k r o-m akropsie,
noemt men het verschijnsel, dat een voorwerp in de nabijheid
veel te groot en op distantie veel te klein wordt gezien. Het
schatten van de grootte van de dingen rondom ons is eene
zeer samengestelde functie, die ook onder physiologische omstan-
-ocr page 255-
247
digheden nog onvoldoende verklaard is. Geen wonder, dat de
hysterische stoornis in deze functie nog minder begrijpelijk
voor ons is.
Aan alle bovengenoemde hysterische oogstoornissen gemeen-
schappelijk is het verschijnsel der z.g. anaesthetische bril. Evenals
de oogstoornissen zelf vindt men deze gewoonlijk dubbelzijdig.
De conjunctiva oculi en palpebrarum zijn in deze gevallen
anaesthetisch.
Gewoonlijk neemt de cornea, aan deze anaesthetie geen deel,
ten minste niet in zijne geheele uitgebreidheid. Behalve dit,
bestaat er ook gewoonlijk eene anaesthesie van de huid der
oogleden, zoodat het geheele oog door eene circulaire zone
van ongeveer 2 c.M. is omgeven, waarin niet gevoeld wordt.
Vandaar de naam anaesthetische bril.
Enkele bijzonderheden moeten over deze anaesthesie nog opge-
merkt worden. Wanneer men de conjunctiva met een strookje
papier aanraakt, ziet men, dat de reflectorische sluiting der
oogleden niet tot stand komt. Indien men echter de cornea, die
dikwijls meer of min gevoelig gebleven is, aanraakt of wan-
neer het papiertje gezien wordt, vertoont zich de reflex. Bij
aanraking der conjunctiva volgt echter wel de reflectorisch
vermeerderde traanafscheiding. Dit verschil in de pijnreflex,
die opgeheven is en de tastreflex, die blijft bestaan, vindt men
herhaaldelijk bij hysterie. Het vindt zijn\' grond hierin, dat pijn
altijd een psychisch moment in zich bevat en de zuivere pynreflex
daardoor ook; dit psychische proces, en niet de reflex als zoodanig
is het, waarin bij Hysterie de stoornis is gelegen.
De ongevoeligheid der huid rondom de oogen gaat gewoonlijk
gepaard met afwijking in de bewegelijkheid der oogleden. Hier
geldt de wet van Charcot, dat de anaesthesie zich plaatst op
het functioneerende gedeelte. Deze wet of regel zoo men wil,
openbaart zich evenzoo in de gevoelsstoornis der conjunctiva.
Het idee, dat de hysterica zich maakt van haar oog, en
volgens hare denkbeelden behoort de conjunctiva daarbij, bepaalt
de uitgebreidheid van de gevoelsstoornis.
-ocr page 256-
248
Men heeft vroeger getwist of de localisatie der hysterische
aandoeningen volgens anatomische of volgens physiologische
principes beoordeeld moet worden; J a n e t lost deze quaestie
zeer tersnede op en zegt, dat ongetwijfeld alleen physiologische
principes geldend zijn, maar men moet dan eene zeer populaire
physiologie den doorslag laten geven, en illusteert deze waarheid
met de beschrevene oogstoornissen.
Ik zou er echter nog iets anders aan toe willen voegen en
wel dit, dat deze populaire physiologie, die zegt dat conjunctiva
en oog en palpebrae bij elkaar behooren, misschien nog zoo erg
verkeerd niet^is, wat den psychischen kant van het vraagstuk
betreft. De conjunctiva moge geinnerveerd worden door den
trigeminus, de retina door den opticus, de palpebrae door de
facialis en oculomotoruis, in de hersenschors zijn voor deze
verschillende deelen in de achterhoofdskwab de centra gelegen;
dit wordt steeds waarschijnlijker.
Wij zijn aan het einde gekomen van onze beschrijving der
hysterische anaesthesieën. Voordat wij overgaan tot de beschrij-
ving der hyperaesthesieën, is het dienstig op enkele bijzonderheden
in te gaan, omtrent den aard dezer aandoeningen, en dan met
een enkel woord op overeenkomstige verschijnselen te wijzen,
die wij bij organische ziekten van het zenuwstelsel aantreffen.
Onze kennis omtrent het wezen der hysterische verschijnselen
is in de laatste jaren, dank zij de Fransche onderzoekingen
daarover, veel vooruitgegaan. Uit mijn studententijd herinner ik
mij nog, dat gesproken werd over de localisatie daarvan in het
zenuwstelsel, en ernstig de vraag werd behandeld, in hoeverre
daarbij het ruggemerg was betrokken.
In het verloop van een 15-tal jaren is in dit opzicht veel
veranderd; niemand denkt er tegenwoordig meer aan hysterische
verschijnselen in het ruggemerg te localiseeren.
Het is uit hetgeen medegedeeld is reeds duidelijk genoeg, dat
ze alleen te localiseeren zijn in de groote hersenen. Deze stelling
-ocr page 257-
249
geeft echter naar mijne meening nog niet voldoende juist weer
den aard der verschijnselen. Uit onze geheele hersenpathologie
toch zijn ons geen symptomen bekend, die eenigszins de hyste-
rische verschijnselen kunnen nabootsen. Men mag zich, waar
men wil, in de hersenen eene locale aandoening denken, nooit zal
men daarbij vinden eene concentrische vernauwing der gezichts-
velden of eene variabele hemianaesthesie of een algemeen
verhoogde suggestibiliteit enz. De aard der hysterische ver-
schijnselen is door eene organische, locale aandoening niet te
verklaren. Dit komt, omdat deze verschijnselen een psychologischen
grond hebben, dat zij de onmiddellijke gevolgen zijn van de
denkbeelden en de gevoelens van den persoon zelf, en omdat deze
van psychischen aard zijn, zijn de hysterische verschijnselen dat
in niet mindere mate.
Op verschillende manieren is dit direct experimenteel te be-
wijzen; men kan aantoonen, dat in de ongevoelige lichaams-
helft zeer goed gevoeld wordt, dat er dus van eene anaesthesie
in den gewonen zin van het woord geen sprake is, maar dat het
eenige verschil is, dat de gevoelens niet met bewustzijn gepaard
gaan. Zooals wij reeds boven hebben besproken kan niet elke
hysterica voor dusdanige experimenten gebruikt worden, hierbij
zijn nog vele omstandigheden, die wij niet kunnen overzien.
Wanneer wij echter kunnen aantoonen, dat in sommige gevallen
van hemianaesthesie of van oogstoornissen, werkelijk wèl waar-
genomen wordt, maar dat de waarneming alleen niet bewust
is, dan is er geen reden om aan te nemen, dat dit ook in andere
gevallen, waar de stoornis geheel van denzelfden aard is, niet
aldus zou zijn.
Eene hysterica geef ik in wakenden of in hypnotischen toestand
de suggestie, dat wanneer ik, als zij in gewonen wakenden toe-
stand is, haar in den analgetischen arm knijp, zij zal beginnen te
hoesten. Ik stel dit experiment tot den volgenden dag uit, en
spreek over niets; onverwachts kngp ik in den arm, zij zegt
niets gevoeld te hebben, maar begint te hoesten.
Het behoeft geen betoog, dat indien werkelijk het gevoel van
-ocr page 258-
250
pijn in den arm afwezig was geweest, dat zij dan ook niet ge-
hoest zou hebben.
J a n e t deelt het volgende mede. Hij maakte gebruik van
eene eigenschap der hystericae, die wij nog nader zullen be-
spreken, dat zij namelijk zeer aan distracties lijden. Een patiënt,
die eenen totaal anaesthetischen arm had, hield hij bezig; de onge-
voelige arm was door een scherm gemaskeerd. Haar werd eene
schaar in de hand gegeven, die zij niet alleen vasthield, maar
waarmede zij knipbewegingen maakte. Het geheele samenstel
van spier-, tast- en kinesthetische gevoel, dat hiervoor noodig
is, was dus nog ongeschonden aanwezig.
Boven hebben wij reeds mededeeling gedaan van een jongen,
die bij \'t zien van een lucifer een hysterisch insult kreeg, ook
wanneer het beeld van de lucifer viel op een ongevoelig gedeelte
van het netvlies.
De hysterische anaesthesieën en oogstoornissen kan men ex-
perimenteel te voorschijn roepen. Zeer gemakkelijk kan dit bij
hysterici door suggestie, maar ook bij gezonden is dit mogelijk.
Bernheim vond, dat de door hypnose verkregene oogstoor-
nissen, zoo b.v. de experimenteele kleurenblindheid, zich volkomen
gedroeg, als wij dat voor de hysterische kleurenblindheid hebben
beschreven. De kleurenblindheid door hypnose is eene experi-
menteele, monosymptomatische hysterie. Bij eene dergelijke
overeenkomst in verschijnselen mag men tot eene overeenkomst
in oorzaak besluiten, en evenzoo als de hypnotische kleuren-
blindheid van de denkbeelden, van het geheele psychische be-
staan van de persoon afhangt, is dit met de hysterische kleuren-
blindheid en verder met alle andere hysterische anaesthesieën
het geval.
Zoo komen wij tot het besluit, dat de hysterie, ook in hare
zoogenaamde lichamelijke verschijnselen, altijd haar psychisch
cachet blijft behouden en bovendien, dat niet eene locale aandoening
hierbij in \'t spel is, maar dat er alleen sprake kan zijn van eene
functioneele verandering in de hoogere psychische processen.
In de hysterische anaesthesieën vinden wij de fundamenteele
-ocr page 259-
251
eigenschap der Hysterie terug, tot het vormen van afzonderlijke
complexen van waarnemingen, gevoelens enz. Eene geheele
serie van waarnemingen, die, welke door de anaesthetische huid
worden opgevangen, verbindt zich niet met de persoonlijkheid,
blijft afzonderlijk, vormt als het ware een rudiment van eene
nieuwe persoonlijkheid, naast de oude. Natuurlijk, dat een com-
plex van huidgewaarwordingen alleen een zeer onvolkomen persoon
vormt; het is geen geheel, maar is slechts een willekeurig
onderdeel van een persoon. Van af dezen rudimentairen persoon,
die voor de hysterische anaesthesie alleen uit huidgewaarwordingen
bestaat, tot aan eene volkomene verdeeling der persoonlijkheid,
zooals in het somnambulisme, bestaan alle overgangen. Het
hangt er slechts van af, hoe groot het aantal waarnemingen,
gevoelens, denkbeelden enz. is, van het gedeelte, dat zich afzon-
derlijk organiseert, of men met meer of min recht kan spreken
van een nieuwen persoon. In principe zijn al deze hysterische
dêsagrêgaties van de persoonlijkheid gelijk; in de gewone geval-
len zijn het enkele gevoelens, die zich afzonderlijk organiseeren;
in ernstige gevallen zijn het groote groepen.
De hysterische anaesthesie biedt groote overeenkomst aan met
het normale leven. Verreweg het allergrootste gedeelte van
wat wij dagelijks gevoelen en doen, komt nooit tot ons
bewustzijn. Wie zou kunnen vertellen de duizende en duizende
dingen, die hij elk oogenblik gevoelt en waarop het organisme
reageert! Nog grooter wordt deze overeenkomst, wanneer men
zeer intensief met iets bezig is. In dit geval verkeert de persoon
willekeurig in eenen analogen toestand, als eene hysterica dat
zonder haar wil doet. Eene intensieve aandacht sluit de poort
voor andere bewuste waarnemingen. Archimedes was analgetisch
toen hij, gedoken over zijne vraagstukken, gedood werd. De
martelaars uit den tijd der hervorming, die zonder een gezicht
te vertrekken, zich lieten verbranden, waren zonder twijfel
analgetisch, en hunne geheele aandacht was gericht op hunne
religieuse bespiegelingen, of wel zij waren hysterici en waren
van meet af analgetisch.
-ocr page 260-
252
Het groote verschil tusschen de normale en de hysterische
anaesthesie is echter, dat de eerste willekeurig is, met opzet
geschiedt, en naar willekeur veranderd kan worden, terwijl dit
met de hysterische anaesthesie niet het geval is; met den besten
wil ter wereld kan de hysterica de pijnindrukken van hare
ongevoelige lichaamshelft niet bemerken.
Wij komen dus by de analyse der hysterische anaesthesiën
wederom terug tot de hoogste psychische functie: het schenken
der willekeurige aandacht.
-ocr page 261-
HOOFDSTUK IV.
Symptomatologie.
(Vervolg).
B. De hyperaesthesieën.
Tot de belangrijkste verschijnselen behooren de z.g. Hyper-
aesthesieën. Zij komen misschien niet zoo constant voor
als de anaesthesieën, en zijn, wanneer zij voorkomen, dikwijls
meer wisselend; maar daartegenover staat, dat zij, indien zn\'
aanwezig zijn, een veel grooteren invloed op den psychischen
toestand van den lijder hebben.
Van de anaesthesieën hebben wij gezien, dat zij aan den patiënt
zelf onbekend waren, en dat deze ze uit zich zelf eerst ontdekt,
wanneer zij totaal zijn, wat slechts in zeldzame gevallen voor-
komt.
Bij de hyperaesthesieën is dit niet het geval; integendeel komt
de patiënt daarover zelf klagen en hulp zoeken als voor hem
lastige verschijnselen. Het zal ons blijken, dat dit verschil een
zeer begrgpelijken grond heeft.
De naam hyperaesthesie is strikt genomen onjuist;
reeds bij neurasthenie heb ik dezelfde opmerking gemaakt; voor
de pathologie der Hysterie heeft deze opmerking echter meer
belang.
Zuivere hyperaesthesie komt bij Hysterie in tegenstelling van
Neurasthenie wèl voor. Hieronder verstaat men eene zintuige-
-ocr page 262-
254
lijke perceptie van waarnemingen, die te kleine intensiteit be-
zitten om onder normale omstandigheden waargenomen te worden;
terwijl het maximum van waarneming evenzoo bij mindere
intensiteit van den prikkel optreedt, dan in normale gevallen.
De geheele waarnemingsbreedte is dus naar beneden verschoven.
Eene dergelijke afwijking kan men vinden in kataleptische toe-
standen.
Deze worden echter niet bedoeld bij de hyperaesthesie, welke
wij hier bespreken. Hier hebben wij op het oog een abnormale
gevoeligheid, die dit eigenaardige heeft, dat een prikkel, die in
normale omstandigheden als tastprikkel of als geluidprikkel
gevoeld wordt, zonder eenig bijgevoel, nu vergezeld is van
p ij n. Bij elk normaal gevoel mengt zich het gevoel van pijn,
men zou dus van een hyperalgesie kunnen spreken, en
kunnen aannemen, dat de afzonderlijk verloopende organen voor
het pijngevoel abnormaal gemakkelijk prikkelbaar waren, of wel,
dat in het centraal orgaan, door te gemakkelijke associatie met
elk ander gevoel, zich pijngevoel associeerde. Hoe dit ook zij, alle
hier te bespreken hyperasthesieën ontstaan door bijmenging van
pijngevoel; hierdoor wordt het normale gevoel vervalscht en
heeft men dus dysaesthesieën.
Deze opmerking is niet zonder belang voor het recht begrip
der verschijnselen. Bij de bespreking der anaesthesieën hebben
wij er op gewezen, hoe het pijngevoel tegenover de andere gevoels-
qualiteiten in zijne verschijnselen eene afzonderlijke plaats innam,
en hebben dit terug kunnen voeren tot de eigenschap van het
pijngevoel om per se bewust te zijn. Pijngevoel is niet denkbaar
zonder intensieve verbinding met de geheele persoonlijkheid.
Deze waarheid wordt door de hyperaesthesieën wederom duide-
lijk bewezen.
Wanneer zich met een tast- of een gehoorsgevoel een pijngevoel
mengt, moet dus de geheele waarneming bewust zijn, en dit is
de oorzaak, waarom de patiënt zich zoo goed rekenschap weet
te geven van zijne hyperaesthesieën.
Het is duidelijk, dat in psychologisch opzicht dit een enorm
-ocr page 263-
255
groot verschil maakt met de anaesthesieën. Alle pijngevoel
wordt met de persoonlijkheid verbonden, het maakt deel daarvan
uit, wordt bewust herinnerd, en moet natuurlijker wijze een
grooten invloed hebben op het bewuste handelen en denken van
het individu.
De invloed van deze hyperalgesieën bij hysterie is dan ook,
zooals wij reeds opgemerkt hebben en later nog zullen zien,
zeer groot.
De pijnen hebben grooten invloed op de stemming en daardoor
op den voedingstoestand van den lijder. Hysterici, die veel pijn
hebben, zien er dikwijls slecht gevoed uit.
In het voorkomen der hyperaesthesieën bij hysterie bestaat
groote overeenkomst met de reeds besprokene anaesthesieën.
Wat betreft hare localisatie, onderscheidt men ook hier, 1°. eene
algemeene hyperaesthesie, 2°. eene halfzijdige, 3°. eene hyper-
aesthesie in onregelmatig verspreide eilanden en 4°. eene
hyperaesthesie in geometrische segmenten.
De algemeene hyperaesthesie is een ondragelijk, maar gelukkig
zelden voorkomend lijden. Voorbijgaand neemt men het nog
al eens waar na hysterische insulten. De patiënten zijn zeer
ongelukkig, elke aanraking, waar ook aan het lichaam, doet hun
pijn; zij kunnen de drukking en wrijving der kleedingstukken
niet verdragen, en houden het geheele lichaam kunstmatig in
rust. Het komt voor, dat te midden van hyperaesthetische huid-
gedeelten plekken voorkomen, waar de gevoeligheid normaal of
zelfs subnormaal is. Waarschijnlijk is dit wel bijna altijd het
geval. De zintuigen nemen niet altijd aan deze algemeene hype-
ralgesie deel, maar zijn daarvoor toch niet buitengesloten.
Evenzoo komt zelden voor de hemi-hyperalgesie; gelijktijdig
daarmede kan de andere lichaamshelft anaesthetisch zijn, prak-
tische beteekenis heeft dit verschijnsel niet.
Een mijner patiënten was totaal analgetisch, behalve het linker
been, had verder volkomene anaesthesie der mondholte, met
agustie en ontbreken der pharynxrefiex, en bovendien aanzien-
ljjke vernauwing der gezichtsvelden.
-ocr page 264-
256
In de linker analgetische lichaamshelft bestonden hevige spontane
pijnen, die op verschillende plaatsen gelocaliseerd werden, maar
die niet op de andere lichaamshelft overgingen. Deze pijnen
waren zoo hevig, dat de natuurlijke slaap daardoor onmogelijk
was. Suggestieve slaap was gewoonlijk gemakkelijk te ver-
krijgen.
Van des te grooter belang zijn de beide andere vormen der
hysterische hyperalgesie, n.1. de verdeeling daarvan in geometri-
sche segmenten en in onregelmatige eilanden.
Wij treffen hier wederom een beginsel aan, dat door C h a r c o t
in het juiste licht gesteld is, dat n.1. de hyperalgesie in verband
staat met de functie. Hierbij heeft men dan dit eenvoudige
principe, dat eene paralyse zich combineert met eene anaesthesie
en een\' contractietoestand met eene hyperaesthesie. Wanneer dus
eene bepaalde functie verricht wordt, zoo b.v. wanneer een
kniegewricht in contractuur is, vindt men de huid rondom het
kniegewricht hyperalgetisch. Evenals bij de anaesthesieën ziet
men hier wederom, dat niet de huid boven de spieren, die in
contractuur zijn, hyperalgetisch is, maar dat een psychisch
beginsel voor de localisatie der hyperalgesie beslissend is. Niet
de functie zelf beslist de localisatie daarvan, maar het idee, dat
de patiënt van de functie heeft.
Het verband tusschen deze hyperalgesieën en de functie is
echter in sommige opzichten nog onbekend. Wij weten niet,
wat het primaire is, het idee, dat de lijder van de functie heeft,
of wel de hyperaesthesie. Het is best mogelijk, dat deze laatste
de oorzaak is, en dat het denkbeeld der functiestoornis daarop
volgt. Het behoeft hier geen betoog, dat de patiënt niet bewust
de redeneering maakt, dat hij zijne knie niet bewegen kan, omdat
de huid daaromheen zoo overgevoelig is. Dit is nooit het geval ;
maar wij zijn reeds herhaaldelijk in de gelegenheid geweest om
den invloed van het onbewuste, het halfbewuste enz. bij de
hysterische verschijnselen aan te toonen. Het is hier steeds een
geheele, een halve of een rudiment van een persoonlijkheid, die
als het ware achter den normalen persoon verborgen is; waarvan de
-ocr page 265-
257
normale persoon niets af weet, en die een groot deel van alle
ziekelijke verschijnselen op hare rekening heeft.
De hyperalgesie in geometrische segmenten hangt voor het
grootste gedeelte samen met de gewrichten en met de functie
van bepaalde spiergroepen; wij hebben hier, dan altijd contrac-
turen en de streek in den omtrek, waar de patiënt meent, dat
de functie tot stand komt, is hyperalgetisch.
Wanneer wij de oorzaken nagaan, die voor deze hyperalgesiën
van belang zijn, dan treft ons, hoe dikwijls trauma hier een
rol speelt. Charcot heeft ook hier het juiste getroffen, en sprak
van suggestion traumatique. Dit is dikwijls het geval. Gegeven
eene algemeene nerveuse constitutie, dan werkt in het meeren-
deel der gevallen het trauma meer psychisch dan organisch.
Gewoonlijk vinden wij beide soorten van verschijnselen, en het
hangt slechts van de verhouding van beide componenten af,
welke verschijnselen wij zullen vinden. Nemen wij een geval,
zooals ik dit heb waargenomen, en dat tot de uitersten behoort.
Eene hysterica, rechtzijdig analgetisch, viel op haar linkerknie,
zonder dat in den eersten tijd daar, afgezien van eene lichte
pijnlijkheid en eene onderhuidsche bloeduitstorting van weinig
beteekenis, veel aan op te merken was, ontwikkelde zich
spoedig daarna een kniegewrichtsaandoening, met zwelling, flexie
in het gewricht, sterke hyperalgesie rondom het gewricht en
volkomene onbewegelijkheid daarvan.
In andere gevallen kan het trauma van ernstiger aard zijn,
en verschillende andere omstandigheden, die wij nader zullen
beschrijven, kunnen de diagnose moeielijk doen zijn.
Zooals ook in het daareven genoemde geval duidelijk is, sluit
zich de gewrichtsaandoening gewoonlijk niet direct aan het
trauma aan. Meestal verloopt een korte tijd, wat Charcot ge-
noemd heeft eene periode de meditation; dit is geen bewust
nadenken over het trauma, maar een idee fixe, dat op een gege-
ven oogenblik een invasie doet in de bewuste persoonlijkheid.
Eene omstandigheid, die deze hysterische arthralgeeën voor de
diagnose dikwijls moeielijk maakt, is deze, dat zij dikwijls als
17
-ocr page 266-
258
eerste verschijnsel der ziekte optreedt. Een sluimerende hyste-
rische aanleg kan door eene of andere schadelijke omstandigheid
tot openbaring komen, en de geheele hysterie kan zich dan als
een of andere arthralgie aan ons voordoen. Dit is dan eene mono-
symptomatische
hysterie. Voor de diagnose is men dan aange-
wezen op het onderzoek van het gewricht alleen, en dit is bij
lange na niet altijd even gemakkelijk. Vooral de hysterische
arthralgie van de heup kan moeielijkheden geven, en in elk ge-
val van eenigszins twijfelachtigen aard bij een heupgewrichts-
ontsteking, is het van groot belang naar hysterische verschijn-
selen te onderzoeken.
Zooals reeds vermeld is, vindt men bij de hysterische arthralgie
de hyperalgesie, in een geometrisch segment rondom het gewricht.
Voor den elleboog en de knie zijn dit ronde banden om het lidmaat,
die zich 3 tot 4 vingersbreedte naar boven en beneden uitstrek-
ken; voor den schouder en de heup hebben deze zones een anderen
vorm. Hierbij valt op te merken, dat de pijnlijkheid exquisiet
in de huid gelocaliseerd is. Wanneer deze eigenschap sterk is
uitgesproken, is ze bijna alleen voldoende voor de diagnose,
daar men dit bij eene organische aandoening nooit in die mate
weervindt. Het lichtste strijken langs de huid veroorzaakt pijn,
en gewoonlijk zelfs eene zeer hevige pijn.
De lijders zijn altijd ijverig bezig, hun pijnlijk lid te beschermen,
dit maakt dikwijls een indruk van overdreven angstvalligheid.
Bij het onderzoek valt dan verder op, dat de pijnlijkheid niet
meer wordt, wanneer men in de diepte doordringt, of wanneer
men de gewrichtsvlakten tegen elkaar tracht te bewegen.
Behalve door de pijn, kenmerken de hysterische arthralgieën
zich door contractuur van de spieren, die het gewricht bewegen.
Deze contractuur bepaalt zich somtijds wel, in andere gevallen
niet tot deze spieren; zij heeft in \'t algemeen de neiging zich
uit te breiden tot het geheele lidmaat, waarin de pijn zetelt. In
dat geval wordt de stand van het lidmaat een andere, dan wij
bij de organische aandoeningen waarnemen, en is dit dan een
belangrijk diagnostisch hulpmiddel.
-ocr page 267-
259
De hysterische arthralgeeën kunnen gepaard gaan met atrophieën
der spieren rondom het gewricht. Volgens Charcot is dit niet
dikwijls het geval, minder dan bij de organische gewrichtsaandoe-
ningen. De spieratrophie is bij de hysterische aandoeningen
eene meer algemeene, zij strekt zich over grootere uitgebreidheid
uit, dan bij organische gewrichtsziekten, evenzoo als dit met
de contractuur het geval is.
Voor de diagnose in twijfelachtige gevallen is van gewicht
het onderzoek van den patiënt in chloroformnarcose. Deze moet
dan voldoende diep zijn, zoo dat alle gecontractureerde spieren
goed verslapt zijn. Bij onderzoek vindt men dan, in tegenstel-
ling met de organische gewrichtsaandoeningen, dat er volkomen
normale bewegelijkheid bestaat.
Kenmerkend is volgens Charcot het ontwaken van den patiënt
uit de chloroformnarcose. Hij is reeds grootendeels compos mentis,
antwoordt reeds op de vragen, de contracteur ontwikkelt zich
reeds, maar van pijnlijkheid in de gewrichten of in de huid is
nog niets te bemerken. Deze komt terug, wanneer de lijder
ontwaakt is. Dan zijn alle verschijnselen weer zooals te voren
aanwezig. Bij de organische gewrichtsziekten vindt men het
tegendeel. Het eerste, wat daar terugkeert, is de pijnlijkheid
bij de bewegingen van het gewricht.
Het begin der hysterische arthralgieën is gewoonlijk vrij plotse-
ling. In de periode van meditatie bemerkt men weinig of niets,
daarna komen de verschijnselen in eens, terwijl bij organische
laesie een langere tijd van gestoorde functie vooraf gaat, vóórdat
het ziektebeeld zich tot op zijne geheele hoogte ontwikkeld heeft.
Het bovengenoemde geeft de voornaamste kenmerken der
hysterische arthralgieën weer, die aan alle gemeen zijn. In
enkele woorden zullen wij nu de afzonderlijke gewrichten, die
het meest aangedaan worden, gedenken.
De aandoening van het kniegewricht komt volgens Charcot
het meest voor. De diagnose geeft hier gewoonlijk weinig moei-
lijkheden, ofschoon Brodie 1), drie gevallen mededeelt, waar, bij
\') Geciteerd naar Gilles de la Tourette.
-ocr page 268-
260
eene hysterische aandoening van het gewricht, de amputatie
verricht is en waar de gewrichtsvlakte normaal gevonden zijn.
Het kniegewricht verkeert gewoonlijk in lichte buiging, wordt
geheel onbewegelijk gehouden en is zeer pijnlijk. Deze pijnlijk-
heid is dikwijls beperkt tot een breeden band om het gewricht,
strekt zich echter somtijds over het geheele been uit. Door
betasting van het gewricht vindt men echter geen enkel aan-
knoopingspunt voor eene organische aandoening. Wat voor de
diagnose moeilijkheid geven kan, is de aanwezigheid van een
hysterisch oedem, eene trophische stoornis, die wij later nog
zullen bespreken, maar die herhaaldelijk naast arthralgieën en
contracturen voorkomt. Dit oedem is echter niet scherp geloca-
liseerd, neemt grooteren omvang aan, zetelt in de huid en daar-
onder en vertoont niet de locale eigenschappen van een abces,
ten minste niet, wanneer het niet door tinctura Jodii of andere
prikkelende stoffen al te rood is geworden.
De hysterische coxalgie kan voor de diagnose groote moeie-
lijkheden geven. Wanneer men het lijden in zijnen geheelen
ontwikkelingsgang heeft kunnen volgen, is de aard daarvan
gewoonlijk wel te herkennen. Afgezien van het etiologisch
moment, ontwikkelt de aandoening zich anders dan organische
coxitis. De periode van het hinken duurt maar kort en heeft
iets zeer overdrevens, gewoonlijk liggen de patiënten spoedig
te bed; vraagt men ze om op te staan, dan geschiedt dit met
moeite en met schokken, ze dreigen herhaaldelijk om te vallen
en hebben kennelijk veel meer pijn dan een lijder aan orga-
nische coxitis.
De stand van het lidmaat is verschillend. Vindt men den patiënt
met de dij tegen den buik gebogen of met het been rechtuit
gestrekt, dan is de nerveuse natuur daarvan duidelijk genoeg.
Het komt echter ook voor, dat de pathagnomische stand van
coxitis nauwkeurig gecopiëerd wordt. Men vindt dan: verkorting,
adductie en draaiing naar binnen, of in eene verdere periode
verkorting, abductie en draaiing naar buiten. In deze gevallen
is men aangewezen op de bovengenoemde algemeene kenteeke-
-ocr page 269-
261
nen der hysterische arthralgeeën, en wanneer men nauwkeurig
genoeg over den patiënt geïnformeerd is, zal eene vergissing
slechts zelden voorkomen.
Nog moeielyker zjjn die gevallen, welke Charcot genoemd
heeft „oVune forme mixte hystero-organique,* d. w. z. waar eene
organische aandoening zich combineert met hysterische verschijn-
selen. Voor de praktijk is alleen belangrijk, wanneer de orga-
nische aandoening eene tuberculose is, en in narcose is ook hier
de diagnose wel te maken.
De overige hysterische arthralgeeën, zoo b.v. die van het
voetgewricht, de schouders en de elleboog, zijn met in acht-
neming van het bovenstaande wel te herkennen.
Haar verloop is zeer wisselend, soms genezen zij spoedig. In
andere gevallen recidiveeren zij spoedig, en meerdere malen na
elkaar. Volgens Charcot verdwijnt de hyperaesthesie het laatst,
en wanneer deze verdwenen is, bestaat er weinig gevaar meer
voor recidief. In andere gevallen is de aandoening zeer hard-
nekkig, en kan zij jaren achtereen onveranderd blijven bestaan.
Vooral het heupgewricht heeft een slechte naam.
Wij komen nu tot de hyperalgeseeën, die in onregelmatige
eilanden over de lichaamsoppervlakte en over de slijmvliezen
verdeeld zijn. Dit zijn zeer belangrijke en zeer veelvuldig voor-
komende verschijnselen bij Hysterie; zjj komen veel meer voor
dan de arthralgieën; hunne diagnose is gewoonlijk gemakkelijker,
omdat zij meer vergezeld zijn van andere hysterische verschijn-
selen, en omdat de hyperalgesie eene voor hysterie tamelijk
karakteristieke localisatie vertoont.
Verwant met deze pijnlijke plekken zijn de zoogenaamde
hysterogene punten. Hieronder verstaat men bepaalde, gewoonlijk
scherp omschrevene plekken van kleine uitgebreidheid, b. v. van
de grootte van een\' gulden of van een\' rijksdaalder, van waaruit
men door drukking een hysterisch acces kan opwekken.
Men heeft er veel over getwist, waar deze hysterogene pun-
-ocr page 270-
262
ten hun zetel hebben, in de huid, in \'t onderhuidsch bindweefsel,
in de spieren of in de lichaamsorganen. Waarschijnlijk kan
drukking van de meest verschillende weefsels aanleiding geven
tot de ontwikkeling van hysterische crisen. Somtijds ziet men,
dat lichte aanraking van bepaalde huidgedeelten voldoende is,
in andere gevallen moet men eenen krachtigen druk uitoefenen,
zoodat inwendige organen waarschijnlijk geprikkeld worden.
Hoofdzaak is, dat het centraalorgaan op deze bepaalde ziekelijke
wijze op den peripheren prikkel reageert. Een mijner patiënten,
die op het hoofd was gevallen, vertoonde een hysterogeen punt
op de vertex capitis.
Ook hier zien wij, dat de hysterogene punten afhankelijk
zijn van den gedachtengang van den patiënt. Wanneer wij de
beschrijving dezer punten voltooid hebben, komen wij hierop
nog terug.
Dat de stammen der periphere zenuwen en hun eindver-
takkingen de zetel dezer hysterogene punten zouden zijn, zooals
Pitres en Gilles de la Tourette meenen, schijnt mij door niets
bewezen. Dat de zenuwen voor de geleiding der pijnprikkels
noodig zijn, spreekt wel van zelf.
Van uit deze hysterogene punten kan niet alleen een acces
opgewekt worden, in andere gevallen is het ook mogelijk van
daaruit een acces te doen ophouden. Dit is somtijds mogelijk
door sterker te drukken, zoodat bij zachten druk een acces op-
treedt, \'t welk bij sterkeren druk weer verdwijnt. In andere ge-
vallen zijn de plaatsen, van waaruit accessen opgewekt en van
waaruit zij bedwongen worden, verschillend gelegen.
De hysterogene punten komen niet altijd overeen met de hy-
peralgetische plaatsen van de huid. In sommige gevallen is dat
wel aldus; men kan dan zien, dat door sterker drukken van eene
hyperalgetische plek eerst pijn en daarna een hysterisch acces
ontstaat. In andere gevallen bestaat echter dit verband niet, en
het kan voorkomen, dat een hysterisch acces kan opgewekt
worden van uit eene anaesthetische huidplek, waarbinnen het
hysterogene punt gelegen is. Somtijds vindt men meerdere hys-
-ocr page 271-
263
terogene plekken op de anaesthetische lichaamshelft. Eindelijk
komt het voor, dat het hysterogene punt zelf anaesthetisch is.
De huid, waar de hyperalgetische en de hysterogene punten
gelegen zijn, vertoont niets bijzonders; speciaal ontbreken vaso-
motorische en trophische verschijnselen.
De plaats der hysterogene punten is dikwijls kenbaar door
de spontane pijnen, die van hier uit over het lichaam in ver-
schillende richting uitstralen; ook neemt men meerdere malen
waar, dat de aura-verschijnselen vóór den aanval van een dezer
punten uitgaan.
Deze hysterogene en hyperalgetische plaatsen kunnen zeer
hardnekkig zijn, zoodat zij jarenlang onveranderd voortbestaan;
bekend hiervoor is het ovariaalpunt, dat hysterogeen en hy-
peralgetisch te gelijk kan zijn, en dat men eerst dan ziet ver-
dwijnen, wanneer de ziekte zelf is genezen. In andere gevallen
zijn deze plaatsen meer veranderlijk, en kunnen onder den invloed
van verschillende omstandigheden allerlei wijzigingen ondergaan.
De hysterische accessen zelf hebben hierop grooten invloed, en
men ziet door hun optreden herhaaldelijk pijnpunten en hyste-
rogene punten komen, verdwijnen en van plaats veranderen.
Onder den invloed van allerlei agentieën kunnen de hystero-
gene punten tijdelijk verdwijnen, zoo b. v. na chloroform of
ether narcose, zij komen dan echter spoedig terug. Eene meer
duurzame werking heeft gewoonlijk de electriciteit, zoowel de
statische als de galvanische, zoowel een locale als eene alge-
meene behandeling.
Eene analoge maar minder duurzame werking hebben hypo-
dermatische injecties, ook van gedistilleerd water, verder applicatie
op de plaats van koude gevende mengsels, locale anaemie enz.
De hoeveelheid en het verschil dezer therapeutisch werkende
middelen en verder de tijdelijke werking daarvan, toonen voldoende
aan, dat psychische invloeden hierbij in het spel zijn.
Bij de bespreking der verschillende hyperalgetische gedeelten
volgen wij eene ruwe topographische verdeeling, en bekommeren
er ons verder niet om, hoe en waar deze pijnen gelocaliseerd
-ocr page 272-
264
zijn. Waarschijnlijk wordt bij deze beschrijving allerlei ongelijk-
soortigs tegelijk behandeld ; wij hebben echter geene hulpmiddelen
hier eene rationeele scheiding te maken.
In de eerste plaats dan hebben wij de hysterische
hoofdpijnen. Deze zijn van verschillenden aard. In sommige
gevallen gelijken zij veel op de in \'t vorige hoofstuk beschreven
neurasthenische pijnen.
Dit zijn dan dikwijls verschillende gewaarwordingen van druk
op het hoofd, van leegheid of beweging in het hoofd. Zij ver-
toonen dikwijls eene afhankelijkheid van psychische inspanning.
Gewoonlijk vindt men in deze gevallen een of meerdere punten,
die pijnlijk zijn voor druk, en die de ljjder gewoonlijk zelf aan-
geeft.
In de meerderheid der gevallen heeft de hysterische hoofdpijn
een ander karakter, is ze veel heviger, en draagt zij meer
het cachet van zuivere pijn, dan dit bij neurasthenie het geval
is. De patiënten beschrijven de pijn als borend en stekend,
dikwijls gaat die van één punt uit, dat op de vertex capitis
gelegen is, en het is hun, alsof van hieruit een spijker in hunne
hersenen geslagen wordt. Van dit punt uit, dat dikwgls ex-
quisiet hyperalgetisch en hysterogeen is, ontstaan de meest
verschillende irradiaties door en over het hoofd heen. Sommigen
spreken daarbij van een hersenkramp, een samenknijpen van de
hersenen, alsof deze dooreengewoeld worden.
Deze pijnen kunnen bijzonder hevig zijn, en ik heb sterke
mannen zien kermen van de pijn. Gewoonlijk komt deze
pijn in aanvallen, die echter dagen lang kunnen duren. Een
lichtere pijnlijke toestand blijft dan dikwijls stationair, en kan
tijden lang bestaan. Zeer frequent is hierbij eene algemeene
hyperalgesie van de geheele behaarde hoofdhuid, waarbij de
minste aanraking pijnlijk is. De patiënten gebruiken dan allerlei
voorzorgsmaatregelen bij het kammen van het haar, bij het
opzetten van den hoed enz. Meestal zijn er meerdere pijnlijke
en hysterogene punten, over de huid van het hoofd verspreid,
aanwezig, en op al deze punten kan hetzelfde doorborende gevoel
-ocr page 273-
265
van een in \'t hoofd indringenden spijker bestaan. Zoo komt het
nog wel eens voor, dat aan weerszijden aan de slapen dergelijke
pijnpunten bestaan. Eene mijner patiënten voelde een stang
dwars door haar hoofd dringen.
Deze aanvallen van hoofdpijn kunnen vergezeld gaan van
allerlei andere verschijnselen, die nu en dan voor de diagnose
moeielijkheden kunnen geven. Het is een betrekkelijk gewoon
verschijnsel, dat de hoofdpijnen gepaard gaan met brakingen,
met digestiestoornissen, trillingen, lichtschuwheid enz. Men
kan dan op een gegeven oogenblik denken een migraine aanval
voor zich te hebben. Deze opinie is echter gewoonlijk gemakke-
lijk te corrigeeren. Migraine aanvallen hebben vroeger ook
bestaan, en vertoonen bij denzelfden patiënt een zoo karakteris-
tieke ontwikkeling en verloop, dat vergissing met clavus hyste-
ricus zelden zal plaats vinden. Evenwel is het mogelijk, en
zelfs wel waarschijnlijk, dat aanvallen van regelmatigen migraine
zich bij hysterische lijders kunnen ontwikkelen. In dat geval
kan men natuurlijk geen onderscheid maken.
Behalve met bovengenoemde digestiestoornissen kan de hyste-
rische hoofdpijnaanval zich met andere verschijnselen combi-
neeren. Somtijds vindt men delirante toestanden, zooals die bij
acute hysterische aanvallen herhaaldelijk voorkomen. Verder
neemt men nu en dan nekstijfheid waar, gewoonlijk is deze
wel niet zoo zeer intensief, maar meerdere gevallen zijn bekend,
dat zij duidelijk aanwezig was. "Wanneer zich nu bij deze ver-
schijnselen nog voegt constipatie en zelfs verhooging der
temperatuur, dan kan het niet anders, of bij het gegeven complex
van verschijnselen: hevige hoofdpijn, obstipatie, nekstijfheid,
deliren, koorts en verlangzaming van den pols, denkt iedereen
aan meningitis. Heeft men dan bovendien nog tuberculeuse
antecedenten bij den patiënt zelf of in de familie, dan is eene
dergelijke diagnose nog meer voor de hand liggend.
De beginselen, die ons hierbij moeten leiden, zijn de volgende:
Door de anamnese moeten wij hysterische antecedenten trachten
vast te stellen. Dit is niet altijd gemakkelijk, omdat alleen van
-ocr page 274-
266
hysterische verschijnselen sprake kan zijn, die aan de omgeving
opvallen. Het onderzoek zelf moet gericht zijn op hysterogene
en hyperalgetische punten. Zelfs in hevige aanvallen van deze
z.g. pseudo-meningitische clavus hystericus kan men door druk
van hysterogene punten reactie verkrijgen. Ik kon eenmaal door
druk op de ovariaalstreek een regulier hysterisch acces te voor-
schijn roepen. In zulk een geval is twijfel niet mogelijk.
Het veiligst gaat men op de temperatuur af; deze kan in
dergelijke gevallen verhoogd zijn, maar gewoonlijk is dit slechts
weinig, en neemt men den patiënt meerdere dagen waar, dan is
twijfel niet meer mogelijk. Polsveriangzaming is slechts zeer
zelden waargenomen. Pitres deelt er een geval van mede. Ik
het) het nooit waargenomen.
Eindelijk geeft Gilles de la Tourette als differentieel diagnos-
tisch hulpmiddel nog op het onderzoek der urine, waarbij de
gewone veranderingen gevonden worden van het hysterische
acces, zooals wij dat nog zullen bespreken.
De gevallen, dat er ernstig sprake kan zijn van verwisseling
van een aanval van hysterische hoofdpijn met meningitis, zijn,
geloof ik, zeldzaam.
Onze topographische indeeling der hysterische neuralgieën
vervolgend, komen wij tot het aangezicht, tot de hysterische
Prosopalgie. Hier kan men verschillende pijnpunten aantreffen.
- Deze pijnpunten vallen dikwijls samen met de uittreding der
zenuwstammen uit de beenderen, zoo vindt men een supra- en
een infra-orbitaalpunt, een mentaalpunt.
Drukking op deze punten veroorzaakt een aanval van pijn,
die in vele opzichten met de gewone Prosopalgie overeenkomt.
In andere gevallen hebben deze punten hysterogene eigen-
schappen, zoodat drukking daarop een krampaanval kan ver-
oorzaken.
Een dergelijke pijnaanval kan somtijds ook opgewekt worden
door drukking van een elders gelegen hysterogeen punt, zoo
b.v. in een geval van Gilles de la Tourette van uit een punt
in een der intercostaalruimten. Neemt men dit in aanmerking,
-ocr page 275-
267
dan is het voorkomen van hysterische aangezichtspijn niet aan
redelijken twijfel onderhevig.
De pijnaanval zelf verschilt gewoonlijk niet veel van de z.g.
tic douloureux; ze vertoont dezelfde pijnpunten, waarvan de
aanval uitstraalt, en de aanval kan even hevig zijn. Charcot
zegt, dat de hysterische prosapalgie voornamelijk \'s avonds
optreedt, terwijl de andere vorm zich meer \'s morgens vertoont.
Hoofdzaak voor de diagnose moet gelegd worden op de bege-
leidende hysterische verschijnselen en op de mogelijkheid van
het opwekken van een krampaanval door druk op de pijnpunten.
De differentieele diagnose is met het oog op de verschillende
prognose der beide aandoeningen van gewicht; de hysterische
vorm geeft eene goede prognose, ofschoon ze somtijds zeer
hardnekkig kan zijn, de zuivere tic douloureux is minstens
dubieus, gewoonlijk ongunstig te noemen.
Niet ongewoon is de hysterische tand- en kiespijn. Somtijds
zijn dit enkele tanden, somtijds zijn het er meerdere, die pijnlijk
zjjn. In Meer-en-Berg heb ik eene epidemie daarvan bijgewoond
onder de hystericae. Zij kwamen, de een voor en de ander na,
om zich kiezen te laten trekken. Herhaaldelijk werden carieuse
kiezen verwijderd, somtijds ook gezonde. Deze epidemie vie"
samen met een evenzoo besmettelijk bloeden uit het oor. De
gemakkelijkheid, waarmee hyper-sensibele patiënten zich de kiezen
lieten trekken, wees op eene analgesie der mondholte en der
dieper liggende deelen, die, zooals wij weten, bij hysterie nog al
frequent is. Toen het karakter der epidemie opviel, was ze, bij
de weigering om verder kiezen te trekken, spoedig voorbij.
Hier lette men dus op het merkwaardige feit, dat bij een
hysterica, die hevige kiespijn heeft, het trekken van de kies geen
of weinig pijn doet, m. a. w. dat het doorscheuren van de zenuw,
die pijn doet, onpijnlijk is; dat is natuurlijk niet altijd zoo,
maar het komt voor. Dergelijke zonderlinge toestanden kunnen
alleen psychologisch verklaard worden, en zij bewijzen, dat
de pijn, die eene hysterica in een gezonde kies gevoelt, op
de een of andere wijze met haar gedachtengang verbonden is,
-ocr page 276-
268
evenzoo als gelijktijdig bestaande onpijnlijkheid van een ruw
ingrijpend geweld dat is. Wjj hebben trouwens reeds gezien,
dat in anaesthetische lichaamsgedeelten van hystericae, hevige
spontane pijnen kunnen voorkomen.
De hysterische R a c h i a 1 g i e, die nu besproken moet worden,
is een zeer veel voorkomend verschijnsel. Bijna elke patiënt
vertoont dit in meerdere of mindere mate. Somtijds vertoont deze
veel overeenkomst met hetzelfde verschijnsel bij Neurasthenie.
Gewoonlijk is echter de pijn bij Hysterie heviger. De paraes*
thetische gevoelens van moeheid, kriebelingen enz., in den rug
kunnen beide ziekten gemeen zijn.
De hysterische rachialgie kan over den geheelen rug verspreid
zijn, deze gevallen zijn zeldzaam. Wanneer men dan met de
vingers over de doornuitsteeksels van de wervels strijkt, wordt
eene hevige pijn gevoeld, die aanleiding kan geven tot een kramp-
aanval. Gewoonlijk eehter zijn de hyperalgetische plekken niet
van zoo groote uitgestrektheid, en bepalen zij zich tot enkele
wervels, die in het hals-, borst- of lendegedeelte van de wervel-
kolom gelegen kunnen zijn. Deze pijnlijkheid is, evenals vele
andere hysterische pijnen, hoofdzakelijk in de huid gelocaliseerd.
Eene lichte aanraking reeds kan hevige pijnen te voorschijn roepen,
en de patiënt doen opspingen, wanneer men er slechts naar wijst.
In dit opzicht doen de pijnpunten en de rug niet onder voor
dezelfde punten op den schedel. Men neemt in zulke gevallen
waar, hoe de patiënten zich instinctmatig voor hunne pijnen
beschermen, hoe zij b. v. de schouders kunstmatig naar achter
richten, wanneer de pijnlijke plaats daartusschen is gelegen.
Deze rachialgieën bij hysterie bieden verder geene bijzonder-
heden aan.
Wij moeten echter nog op eene omstandigheid den nadruk
leggen, omdat die praktisch van belang kan zijn. Het kan onder
sommige voorwaarden mogelijk zijn, de hysterische Rachialgie
te verwarren met eene beginnende caries van de wervelkolom.
Wanneer de hysterische verschijnselen zich beperken tot eene
eenvoudige Eachialgie zonder meer, zou eene dergelijke vergissing
-ocr page 277-
269
niet plaats kunnen vinden. De Hysterie geeft ons echter zoo
talrijke verschijnselen te zien, dat er zeer goed eene combinatie
van symptomen mogelijk is, die wèl tot vergissing aanleiding
kan geven. Eene dergelijke combinatie is herhaaldelijk waar-
genomen.
Met de boven beschrevene rachialgie kunnen zich allerlei an-
dere locale en uitstralende pijnen combineeren; er kunnen para-
plegische toestanden in de beenen aanwezig zijn, die zelfs een
spastisch karakter kunnen vertoonen, en die gepaard gaan met
verhoogde reflexen; verder kunnen de beenen anaesthetisch
zijn, ofschoon dit bij gelijktijdig aanwezige spastische paralyse
niet zeer dikwijls zal voorkomen. De difformiteit van de wer-
velkolom, die in uitgesproken gevallen van caries, voldoende
zekerheid voor de diagnose geeft, is niet aanwezig in begin-
nende gevallen, en bovendien kan men zich met eene niet te
sterk uitgesprokene difformiteit gemakkelijk vergissen. Gilles de
la Tourette
deelt een geval mede, waar men rondom eene begin-
nende difformiteit, die later bleek niet abnormaal te zijn, vier
groote brandwonden had aangebracht. Gelukkig bleek hier tevens
eene groote anaesthetische plek aanwezig te zijn, zoodat de patiënt
voor pijnen bewaard was gebleven. Het schijnt mij toe, dat men
zeer voorzichtig moet zijn om kleinere verkrommingen van de
doornuitsteeksels der wervels als ziekelijk op te vatten, vooral
wanneer men niet met zekerheid weet, dat zij vroeger niet be-
stonden.
In dergelijke gevallen, als ik hier schetste, moet men met
de diagnose zeer voorzichtig zijn. Ofschoon ik er zelf nooit een
waarnam, schijnen zij nu en dan wel voor te komen. Wanneer
men eenigen grond tot twijfel meent te hebben, zoekt men
nauwkeurig naar andere hysterische verschijnselen. Verder be-
denke men, dat bij spondylitis de motorische verschijnselen,
de spierstijfheid en de verhoogde reflexen het eerst verschijnen,
dat de anaesthesieën gewoonlijk eerst later komen, wanneer de
paralyse reeds volledig ontwikkeld is, dat daarentegen paraes-
thesieën in verschillenden vorm by spondylitis meer voorkomen
-ocr page 278-
270
dan bij hysterie. De pijnljjkheid in den rug is bij spondylitis
gewoonlijk meer locaal; pijnlijkheid op de plaats van het zie-
kelijk proces kan hier ontstaan door drukking op de schouders,
wat bij hysterie niet het geval is. Door inachtneming van deze
regels zullen vergissingen zelden voorkomen.
De hyperalgetische plekken op de wervelkolom kunnen aan
het benedengedeelte daarvan gelegen zijn. Men heeft dan de z.g.
sacrodynie en coccygodynie. Hier bestaan dan hevige pijnen, die
naar verschillende richtingen kunnen uitstralen, en waar de
aanraking der huid zeer pijnlijk is. Dit laatste kenmerkt de
aandoening voornamelijk tegenover organische ziekten. In een
geval, dat als zoodanig herkend was, heb ik de resectie van het
os coccygis zien verrichten, zonder eenig resultaat.
Met de pijnlijke plekken op de wervelkolom kunnen zich
combineeren allerlei uitstralingen van pijn om den thorax, den
hals en den buik heen. Het komt voor, dat bij druk van eene
hyperalgetische plek op de halswervelkolom gevoel van samen-
knijping in de keel ontstaat. Hetzelfde neemt men waar voor
de borst en de buikorganen, wanneer de wervelkolom op deze
hoogte gedrukt wordt; ook kunnen deze gevoelens spontaan
optreden. Hierdoor komt overeenkomst tot stand met dergelijke
verschijnselen, die wij bij tabes dorsalis waarnemen.
Door uitbreiding van eene hyperalgetische plek naar de
tusschenribruimten kan eene localisatie ontstaan, die aan eene
intercostaulneuralgie doet denken, en kunnen de pijnen een
pleuritisch karakter aannemen. Veel praktisch belang heeft
dit niet.
Van meer gewicht is de hysterische aanval van angina
peet oris.
Reeds bij neurasthenie heb ik er op gewezen, dat volgens de
belangrijke onderzoekingen van H e a d, elk orgaan, wat het pijn-
gevoel betreft, door een bepaald huidgedeelte vertegenwoordigd
was. Pijn in zulk een orgaan wordt in dit huidgedeelte gevoeld,
en tegelijk is dit huidgedeelte hyperalgetisch voor tastgevoel,
voor druk enz. Verder bestond bij neurasthenie, en bij hysterie
-ocr page 279-
271
is dit in niet mindere mate het geval, een irradiatie van pijn-
prikkels, d. w. z. een pijnindruk, die in bepaalde gangliencellen
opgevangen wordt, plant zich voort naar andere gangliencellen
en wordt dus op eene andere plaats aan de peripherie gevoeld.
Op deze wijze ontstaat er eene soort van wisselwerking tusschen
uitwendige huid en inwendige organen.
Deze wisselwerking vinden wij terug bij de hysterische
angina pectoris.
Hier vindt men eene hyperalgetische plaats in de hartstreek,
en tegelijk de bekende verschijnselen van angina pectoris, zooals
wij die bij neurasthenie hebben beschreven. Ook bij neurasthenie
vonden wij eene overgevoeligheid van de huid der hartstreek,
welke zich b. v. openbaarde door het gevoelen van pijn bij
normaal sterke hartcontracties.
Voor de differentieele diagnose met aanvallen van organische
angina pectoris kunnen wij naar het daarvoor medegedeelde
onder het hoofdstuk neurasthenie verwijzen.
In de huid van het epigastrium is dikwijls eene hyperalgetische
plek gelegen. Deze zullen wij bespreken, wanneer wij de talrijke
hysterische maagstoornissen behandelen.
Bij hysterische vrouwen komt voor de pijnlijke borst, dikwijls
ook is beneden elke mamma een pijnpunt, somtijds met hysterogene
eigenschappen gelegen. De pijnlijke borst kenmerkt zich door
eene sterke hyperalgesie van de normale huid daar ter plaatse.
Dit geeft dikwijls groote moeielijkheid met de kleeding, de
lichte wrijving hiervan tegen de hyperalgetische huid kan hevige
pijnen veroorzaken. De mamma zelf kan gezwollen zijn, en
dit kan zelfs gepaard gaan met vermeerderde warmte en rood-
heid van de huid daarboven. Aanvalsgewijze kunnen hevige,
spontane neuralgiforme pijnen optreden. Deze aanvallen kun-
nen enkele dagen na elkaar duren, of meer of min chronisch
voorkomen.
Eene belangrijke hyperalgetische en hysterogene plaats is
boven de beide ovarieën gelegen. Hier vindt men de sedert
langen tijd reeds bekende O v a r i e.
-ocr page 280-
272
Hieraan heeft Charcot voor \'t eerst de eigenschappen der
hyperalgetische en hysterogene plaatsen beschreven en zjjne
beschrijving daarvan heeft historische waarde verkregen.
Bij het groote meerendeel der hystericae bestaat meerdere of
mindere pijnlijkheid in deze streek, zoowel bij druk als spontaan.
Het is den prakticus bij het onderzoek naar hysterie aan te
raden, steeds in de eerste plaats onderzoek te doen naar de
aanwezigheid van deze ovarie; het is gemakkelijk en geeft een
gewichtig feit voor de diagnose. De ligging der pijnlijke plaats
is ten naasten bij constant. Wanneer men de horizontale lijn,
die de beide darmbeenkammen verbindt, in vier deelen verdeelt,
ligt het punt in quaestie ongeveer op de grens van het eerste
en tweede vierde gedeelte. Men leert het natuurlijk gemakkelijk
genoeg op het gezicht vinden.
Charcot is van meening, dat de pijnlijkheid in het ovarium
zelf gezeteld is. Hij grondt deze bewering vooral hierop, dat
de ovarieën als zoodanig zijn te voelen. Wanneer men in de
diepte doordrukt is het bij slappe buikwanden mogelijk om den
beenrand van den bekkeningang te voelen, en tusschen dezen
beenrand en den vinger kan men het ovarium heen en weer
schuiven, verondersteld namelijk, dat de pijnlijkheid niet zoo
groot is, dat de patiënt het kan verdragen, of dat er voor dien
tijd niet reeds een hysterisch acces is opgetreden. Het ovarium
is in deze gevallen volgens Charcot dikwijls vergroot, somtijds
zelfs zoo groot als een klein ei, en is dan exquisiet pijnlijk bij
het aanvoelen. Men kan dan constateeren, dat deze pijnlijkheid
alléén in het ovarium zelf gelocaliseerd is.
Wat mij betreft, heb ik mij nooit met deze zekerheid hiervan
kunnen overtuigen. Gewoonlijk vindt men deze streek bij druk
zoo exquisiet pijnlijk, dat men er moeielijk toe komt, om bg
wijze van experiment hierop niet te letten en door te drukken.
Misschien, dat dit voor een groot gedeelte juist de gevallen zijn,
waar het ovarium vergroot is, en dat die dus daardoor aan mijne
waarneming ontsnapt zijn. Bij magere personen met slappen
buikwand is het mij wel eene enkele maal gelukt, een pijnlijk
-ocr page 281-
273
ovarium te vinden; het schijnt mij echter toe niet gemakkelijk,
en eerst na langdurig onderzoek, uit te maken, of het werke-
lijk een pijnlijk ovarium is, wat men voelt.
F é r é deelt mede, dat in een geval van zwangerschap bij eene
hysterica met ovarie, hij het kon vervolgen, hoe met het voort-
gaan der zwangerschap en met het stijgen van den uterus en
van de ovarieën, tegelijk de hyperalgetische plek zich naar boven
verplaatste. B a r a d u c kon in een geval van retroversio en
retroflexio uteri, van uit de vagina door druk op het ovarium
aura-verschijnselen te weeg brengen.
Het pleit echter zeer tegen den zetel der ovarie in het
ovarium, dat ook bij mannen, terzelfder hoogte als bij de vrouw,
zich op den buikwand eene plaats bevindt, van waaruit men
dezelfde verschijnselen kan opwekken, als die de ovarie bij de
vrouw kenmerken. Uit het ontbreken van de ovarieën bij den
man, zou men, zoo komt het mij voor, ook mogen besluiten tot
een ontbreken van pijn in de ovarieën.
De pijnlijkheid in deze streek kan zeer hevig zijn. Ik heb
meerdere patiënten gehad, die er hunne kleeding naar inrichtten.
Vooral het corset geeft moeilijkheden, zooals dit misbare meubel
dat ook in allerlei andere opzichten doet. Gezondheidscorsetten
helpen hiervoor maar weinig.
Spontane pijnlijkheid is dikwijls aanwezig; deze is verschillend,
somtijds zijn het zeer onbepaalde gewaarwordingen van pijn, die
onafgebroken gevoeld worden en alleen bij aanvallen zich ver-
heffen en heviger worden. In andere gevallen zijn het lanci-
neerende naar het epigastrium opstijgende pijnen, die groo-
ten invloed hebben op het welbevinden van den patiënt. Bij
de beschrijving der aanvallen zullen wij zien, dat de aura-
verschijnselen dikwijls van deze streek uitgaan, en hun bekend
verloop nemen. Het kan dan ook voorkomen, dat langeren
tijd na elkaar eene soort van aura-gevoel bestaat, zonder dat
het tot een acces komt.
De verschijnselen der ovarie zijn in hooge mate afhankelijk
van de hysterische accessen. Sommige patiënten kunnen het
18
-ocr page 282-
274
komen van hunne aanvallen daaruit opmaken, en als het daar
begint te spoken, wordt het mis. In andere gevallen bhjft de
ovarie na den aanval nog langoren tijd bestaan.
Niet altijd zijn beide ovarieën pijnlijk; in vele gevallen één
van beiden en dan meestal het linker. Dit komt overeen met
het meerder voorkomen van linkszijdige anaesthesie, en in de
meerderheid der gevallen zijn aan de zijde, waar de ovarie het
sterkst is uitgesproken, ook alle andere hysterische verschijnselen
(anaesthesieën, paresen enz.) het sterkst ontwikkeld.
Behalve dat door druk op het ovarium een hysterisch acces
te voorschijn geroepen kan worden, is het somtijds mogelijk
daardoor een hysterisch acces tot stilstand te brengen. Door
zwakkeren druk wordt dan het acces geboren, dat door sterkeren
druk weer verdwijnt. De hystericae der Salpétrière droegen
comprimeerende gordels, wanneer het gewenscht was, een drei-
genden aanval niet tot uitbarsting te laten komen.
Men moet zich echter niet voorstellen, dat eene dergelijke
compressie therapeutisch effect heeft. Een aanval, die tijdelijk
bedwongen wordt, komt op andere wijze wel terug. Bovendien
van de hystericae der Salpétrière wordt medegedeeld, dat zjj
zich door de malaise, die zij tengevolge van de compressie
ondervonden, zich zoo spoedig mogelijk van hunne gordels
ontdeden om den aanval te laten doorbreken. De oudere voor-
stelling, dat door een dergelijken aanval, kwade sappen eenen
uitweg vinden, is in dit opzicht nog zoo kwaad niet.
De huid van het scrotum en verder de testes zijn somtijds
de zetel van pijnlijke punten of van hysterogene zonen. Hierbjj
treedt evenzoo de pijn zoowel spontaan, als bij lichte drukking of
aanraking op. Het komt voor, dat er te gelijkertijd uitstralende
pijnen en paretische toestanden in de benedenste extremiteiten
optreden. Ook de auraverschijnselen kunnen in het scrotum
beginnen.
De hyperalgetische verschijnselen zjjn bij Hysterie niet beperkt
tot de uitwendige huid; ook op de slijmvliezen, voor zoo ver
-ocr page 283-
275
die voor inspectie en onderzoek voor ons toegankelijk zijn; d. z.
dus de slijmvliezen van oog, oor, neus, mond, vagina en anus.
vindt men deze. Dat ook het slijmvlies der inwendige organen
dezelfde verschijnselen kan geven, is wel mogelyk ; wij weten
daarover echter geen enkele bijzonderheid aan te voeren.
Het slijmvlies der neusholte is meerdere malen voorzien van
dergelijke pijnlijke plaatsen, van waaruit, zooals de Rinologen
ons mededeelen, herhaaldelijk reflexneurosen te voorschijn geroe-
pen worden. Het is waarschijnlijk, dat in deze gevallen, zoo
b.v. van reflectorisch asthma, waar de asthma-aanval opgewekt
kan worden door aanraking van het neusslijmvlies, of waar
eene of andere verandering in het neusshjmvlies gevonden wordt,
dat hier de asthma-aanvallen van hysterischen aard zijn. Is in
deze gevallen de neus behandeld, dan blijft de oorspronkelijke
kwaal, d. i. de hysterie, in onverzwakte mate voortbestaan.
Bekend is het, hoe dikwijls de spina in den neus aanleiding
geeft tot reflectorische, nerveuse aandoeningen.
De hyperalgetische punten op de slijmvliezen kunnen gelegen
zijn te midden van eene anaesthetische of van eene normaal
voelende omgeving. In den neus en de pharynxholte bestaan ech-
ter dikwijls te gelijker tijd anatomische veranderingen in het
slijmvlies. In het algemeen is het gewenscht, deze locaal te be-
handelen.
Gilles de la Tourette meent, dat ook het cavum tympani en
ook de membrana tympani hysterogene en hyperalgetische pun-
ten kunnen vertoonen. Worden deze op eene of andere wijze,
hetzij spontaan of door een of anderen therapeutischen handgreep
actief, dan kan volgens hem, een aanval van Ménière\'sche dui-
zeligheid ontstaan.
Een tamelijk frequent voorkomend hyperalgetisch punt is ge-
legen in de introïtus vaginae. Hiermede combineert zich dan
een contractie toestand van den constrictor cunni, volgens den
door Charcot aangegeven regel, dat hyperaesthesie en spierkramp
te zamen gaan, en wij hebben in dit geval voor ons de bekende
verschijnselen van vaginismus, eene aandoening, die berucht is
-ocr page 284-
276
om hare hardnekkigheid. Het is niet bewezen, dat elk vagi-
nismus van hysterischen aard is, maar de waarschijnlijkheid
hiervoor bestaat. Hierbij is natuurlijk niet uitgesloten, dat eene
of andere locale verandering bij wijze van reflex vaginismus
veroorzaakt. Evenals echter voor de veranderingen in hetneus-
slijmvlies vermeld is, kan de causale behandeling alleen ten
doel hebben, de zenuwziekte te behandelen, die oorzaak is, dat
eene dergelijke reflex tot stand kan komen. Bovendien stelle
men zich als regel, de vagina van hystericae zoo weinig mogelijk
te behandelen.
In het bovenstaande hebben wij de belangrijkste hyperalge-
tische toestanden bjj Hysterie besproken. Alvorens dit hoofdstuk
te eindigen, hebben wij nog enkele algemeene opmerkingen te
maken.
De neuralgiforme pijnen bij Hysterie kunnen, uitgaande van
scherp omschreven plaatsen, in accessen optreden, zoodat zij
ware aanvallen vormen.
Zoo kan het zijn met de hysterische prosapalgie, met de
hysterische aanvallen van meningitische hoofdpijn, van oog-
migraine enz. Gilles de la Tourette stelt deze aanvallen gelijk
met de hysterische accessen, en grondt zijne opinie hoofdzakelijk
op het onderzoek der urine. Hij vond, dat de urine, die geloosd
werd gedurende de 24 uur, waarin het neuralgiforme acces be-
grepen was, vergeleken met de urine van de 24 uur na het
acces, de bekende wanverhouding vertoonde van de alcali- en
de aardphosphaten. Wij zullen daarop later nog de aandacht
vestigen, maar wijzen er hier slechts op, dat het ons van groot
belang toeschijnt, de resultaten van Gilles de la Tourette en der
andere Fransche onderzoekers nader te controleeren.
Zijn bovengenoemde toestanden werkelijk te vergelijken met
de gewone hysterische accessen, dan zou dit eene zeer merk-
waardige bijdrage tot de leer der monosymptomatische vormen der
hysterie zijn. Wij bezitten die in andere opzichten ook wel, zoo
b.v. bjj de hysterische gewrichtsaandoening, maar wjj kunnen
dit hier niet op eene dergelijke objectieve wjjze aantoonen, als
-ocr page 285-
277
dit met de chemische analyse der urine bij de hysterische accessen
het geval is.
Over de hysterogene eigenschappen van al deze besprokene
plaatsen nog enkele opmerkingen. Men heeft hier twee meeningen
tegenover elkaar. Charcot en zijne leerlingen gelooven, dat van
de hysterogene punten uit bepaalde prikkels op het centrum,
waarmede zjj dan den menschelijken geest bedoelen, inwerken, en
dat door den pathologischen toestand daarvan, het hysterisch acces
te voorschijn wordt geroepen. Deze opinie veronderstelt dus een
ziekelijken toestand van den geest, waartegen niemand bij hysterie
bezwaar zal maken, maar bovendien ook nog een ziekelijken
toestand van de plaats, waar gedrukt wordt.
Wanneer men b. v. op het ovarium drukt, en er ontstaat daar-
door een hysterisch acces, dan moet hier ter plaatse, hetzij in
het ovarium zelf, hetzij ergens in de omgeving daarvan, eene
verandering in de opname van prikkels plaats vinden. Zooals
wij gezien hebben, zegt Charcot, dat, in overeenstemming hiermede,
het vergroote ovarium door palpatie te voelen is. Bestond deze
verandering niet, dan was er geene enkele reden, waarom niet
van elke andere plaats van het lichaam eene hysterisch acces
zou kunnen opgewekt worden, wat, zooals wij weten, niet het
geval is.
De hysterische verandering in cerebro, gepaard met eene ver-
andering in de peripherie, dit zijn volgens Charcot in de meest
algemeene termen uitgedrukt, de voorwaarden voor het aanwezig
zijn van hysterogene punten.
Bernheim heeft eene andere opvatting. Hij gelooft, dat de sug-
gestie uitsluitend invloed heeft op het ontstaan van hysterogene
punten. Hij kan deze door suggestie bij hystericae willekeurig te
voorschijn roepen. De peripherie, de hysterogene plaats, heeft daar
dus, volgens hem, niets mee te maken, maar de ziekelijke toestand
zetelt alléén in het cerebrum, en hangt af, zooals zoovele andere
hysterische verschijnselen, van den gedachtengang van den patiënt.
Een volkomen gezond ovarium, kan dus hysterogene eigenschappen
bezitten. Daarom, zegt Bernheim, loont het niet de moeite deze
-ocr page 286-
278
hysterogene punten te beschrijven. De patiënt maakt ze zelf,
evenals een hysterica nog zooveel anders verzint.
Het is moeilijk, tusschen deze heide opvattingen eene keuze
te doen. Voor de meening van Bernheim is veel te zeggen, al
was het alleen maar dit, dat zij geheel past in het kader van
alle andere hysterische verschijnselen. Het valt echter niet te
ontkennen, dat in vele gevallen de psychische oorsprong van
een hysterogeen punt voor ons onverklaarbaar blijft, evenzoo
als wij niet kunnen begrijpen, waarom zoo talrijke hystericae
altijd dezelfde plaatsen daarvoor uitzoeken, zonder dat zij het
vooraf afgesproken hebben, of zonder dat wjj kunnen aanwijzen,
dat door omstandigheden hunne aandacht juist op deze punten
gevestigd is. *)
\') Voor de verklaring der hyperalgetische verschijnselen raadplege men de
hoofdstukken over idéé fixe en suggestie.
-ocr page 287-
HOOFDSTUK V.
Sy m pto m ato I ogi e.
(Vervolg.)
B. Stoobnis in de voorstellingen.
Nadat wij de stoornis in de psychische gewaarwordingen
hebhen besproken, sluiten wij hierbij aan de stoornissen, die
wij waarnemen in de verwerking van de geestelijke gewaar-
wordingen; dat zijn dus de stoornissen in de voorstellingen.
Deze stoornissen in de voorstellingen zijn bij Hysterie omvang-
rijker, dan bij neurasthenie het geval was. Bij neurasthenie zagen
wij, dat ze alleen van quantitatieven aard waren, d. w. z. dat
er alleen stoornissen voorkwamen in den duur en in de intensiteit
van de voorstellingen; men heeft dit ook formeele stoornissen
genoemd. De inhoud daarvan bleef ongestoord. Bij Hysterie is
dit niet het geval. Hier komen ook stoornissen in den inhoud
van de voorstellingen voor, en hier zien wy het waandenkbeeld
te voorschijn komen.
Wij zullen evenwel zien, dat het waandenkbeeld, en evenzoo
geldt dit van de hallucinatie, bij Hysterie een geheel anderen
vorm aanneemt, dan bij de verschillende vormen van waanzin.
De waanvoorstellingen bij Hysterici hebben gewoonlijk een
objectief begin, eene oorzaak, die buiten den geest van den patiënt
is gelegen, en de waan is daar het psychische gevolg van. Bjj
den echten waan der vecordia bestaat deze uitwendige oorzaak
-ocr page 288-
280
niet; zij is een geheel subjectief product van een kranken geest.
Wij zullen dit later nog nader demonstreeren.
Het op pagina 209 gegevene schema volgende, behandelen
wfj dus eerst:
1. Verandering in den duur en de intensi-
teit der voorstellingen.
(De obsessie en het idee fixe).
In onze inleiding hebben wij gezien, dat de primitieve eigen-
schap der hysterische geestesafwijking bestond in een onbewust
worden van een variabel aantal psychische processen, die in
normale omstandigheden bewust zijn. Deze eigenschap van den hys-
terischen geest veronderstelt op zich zelf reeds eene abnormaliteit.
In den normalen menschelijken geest heeft dit onbewust worden
niet plaats, en het is nu hetzelfde, hoe men deze pathologische
eigenschap noemt, zij moet bestaan; laten wij haar met de niet
veel zeggende uitdrukking van „zwakheid" betitelen. Deze
zwakte geeft, afgezien van de neiging tot onbewust worden van
voorstellingen, hare eigene symptomen; eene dezer eigenschap-
pen is de obsessie, een verschijnsel, dat wij reeds bij Neurasthenie
hebben besproken.
Onder obsessie verstonden wij een gevoel, eene voorstelling,
eene handeling, die zich door abnormalen duur en door abnor-
male sterkte in den menschelijken geest staande hield; die, in
duur en sterkte onevenredig aan de oorzaak, die haar te
voorschijn riep, zich handhaafde, ondanks alle tegenstrijdige
associaties en geestesprocessen, die in normale omstandigheden
haar stellig buiten de spheer van het bewustzijn zouden hebben
gedrongen.
De obsessie komt bij Hysterie in denzelfden vorm voor als dit
bij neurasthenie het geval is.
Eene van mijne patiënten heeft bij tijden den drang om in
het water te springen, op andere tijden boven uit haar raam.
Deze dwangdenkbeelden komen niet tot dwanghandelingen,
maar zij gaan gepaard met een heftig gevoel van angst, zooals
-ocr page 289-
281
wij dat bij neurasthenie nader hebben toegelicht. Karakteristiek is
verder het volkomene inzicht in de ziekte. De lijder is zich bewust
van het ziekelijke van de neiging, tracht het op alle mogelijke
manieren te bestrijden, maar is volkomen onmachtig, het denkbeeld
uit zijn bewustzijns-spheer te doen verdwijnen.
Eene van mijne patiënten heeft somtijds den dwang, allerlei
onkuische woorden te willen zeggen, zulke als de jongens ge-
woonlijk met krijt op de schuttingen schrijven; tegelijk daar-
mede heeft zij dan de neiging zich te ontkleeden, zelfs naakt
te zijn, als iemand binnen komt. Deze obsessie is des te opval-
lender, wanneer men weet, dat patiënte van nature zeer kuisch, zelfs
zeer preutsch is. Ik beschouw deze obsessie dan ook als ontstaan
te zijn door contrast-associatie. Juist omdat zij kuisch is, komen
in dezen ziekelijken toestand onkuische woorden in hare gedachte.
Dikwgls vervormt eene beleefde gebeurtenis zich tot eene
obsessie, zooals wij dat in het volgende voorbeeld kunnen waar-
nemen.
Eene hysterica, waarvan de zeer samengestelde ziektegeschie-
denis hier niet nader behoeft vermeld te worden, vertoonde op
grond van talrijke zelfbeschuldiging, het verschijnsel van voedsel-
weigering. Tengevolge van den begeleidenden exaltatietoestand
was het noodig, haar gedurende eenige dagen in eene isoleer-
kamer te verplegen; de toestand ging toen spoedig terug.
Sedert dien tijd heeft het idee van die isoleerkamer en van krank-
zinnigheid haar niet verlaten. Telkens moet zij daaraan terug-
denken, ziet hare omgeving aldoor met de duidelijkheid van eene
hallucinatie, en heeft het gevoel, alsof zij daar weer heen moet.
Nu en dan verheffen zich deze aanvallen tot delirante toe-
standen. Zij heeft dan een persoon in zich, die haar toeroept,
dat zij naar de isoleerkamer moet, zij wil zich daartegen ver-
zetten, tegen dien inwendigen persoon gaan spreken enz. Die
persoon zegt haar, dat zij juist als vroeger in de isoleerkamer
tegen den wand op moet springen, dat zij den boel stuk moot
slaan enz. Deze delirante aanval duurt van eenige uren tot
enkele dagen, en verdwijnt dan plotseling. De herinnering voor
-ocr page 290-
282
den aanval is tot in bijzonderheden juist, ook het idee, dat haar
obsedeert, en dat zij ook in gezonde dagen altijd min of meer
bij zich heeft, is haar geheel bewust.
Wij hebben in dit geval dus eene emotie, berustende op eene
doorleefde gebeurtenis, op een samenstel van waarnemingen en
gevoelens, die zich telkens en telkens in den geest van den patiënt
reproduceeren en aanleiding zijn voor eenen exaltatie toestand. Het
pathologische hierin is de reproductie van eene gebeurtenis tegen
den wil van den patiënt, eene obsessie dus, en de abnormale
reactie van den patiënt op de emotie, afwijkingen die beide in
den hysterischen geestestoestand hare verklaring vinden. De
obsessie als zoodanig komt in denzelfden vorm voor bij talrijke
andere psychische ziekten; bij neurasthenie, en bij verschillende
degeneratieve neurosen, vindt men ze dikwijls; ook de emotio-
neele reactie daarop is niet ongewoon.
Een specifiek hysterisch cachet kan deze obsessie verkrijgen
door het onbewust worden daarvan. Zooals wij gezien hebben,
is de verschuiving van het geestesleven naar het onbewuste
een fundamenteel kenmerk van de hysterische ziekteverschijn-
selen, en juist verschijnselen, die op zichzelf reeds ziekelijk zijn,
zooals in dit geval de obsessie, hebben meer of min neiging het
cachet van het bewust zijn te verliezen. Wordt de obsessie
onbewust, dan noemt men het een idéé f i x e.
Het volgende voorbeeld vertoont deze vervorming van de
obsessie tot idee fixe.
Dames zijn dikwijls bang voor allerlei beesten. Een mijner
patiënten was bang voor katten. Op een middag zag zij eene
plaat, waarop eene leelijke kat geteekend was. Zij vergeet dit,
denkt er niet meer aan, en \'s avonds droomt zij van eene kat,
die bij haar in het bed is. Toen ik toevallig op de kamer kom,
vind ik de patiënte buiten het bed, met de handen voor de oogen,
delireerende over eene kat en volkomen analgetisch. Nadat zij
met moeite te bed wordt gebracht, ontwaakt zij langzamerhand
en heeft absoluut geene herinnering van haren deliranten toe-
stand, zij zegt alleen over eene kat te hebben gedroomd.
-ocr page 291-
283
Wij hebben hier dus eene gewone waarneming, die, gegeven
de speciale geestestoestand van patiënte, indruk maakt; deze
waarneming wordt vergeten of liever wordt onbewust; ze repro-
duceert zich in den droom, is in den droom weer bewust en wordt
bewust herinnerd, maar geeft bovendien aanleiding tot eenen deli-
ranten toestand, die niet herinnerd wordt. Het idee fixe geeft hier
dus eenen bewusten droom en een niet bewusten deliranten toestand.
Het geheel onbewust worden van het idéé fixe kan men in
het volgende voorbeeld waarnemen.
De bovengenoemde patiënte met voedselweigering, bij wie
de scène van het verblijf in eene isoleerkamer zich voortdurend
reproduceerde, kreeg plotseling, nadat zij weer was begonnen te
eten, het verschijnsel, dat zij hare armen en handen niet kon
gebruiken om te eten en om te schrijven. Zij had geen enkel
verschijnsel van verlamming, maar kon eenvoudig niet eten en
niet schrijven, en moest door de verpleegster gevoed worden.
Deze onmogelijkheid om de armen te gebruiken voor het eten,
kan volkomen op één lijn gesteld worden met de onmogelijkheid
om de beenen te gebruiken voor het staan of het loopen, zooals
men dat bij astatie-abasie vindt. Het is eene z.g. systematische
paralyse, waarover wij later nog nader zullen spreken. Zij be-
greep er zelf niets van, hoe dit kwam, en klaagde er zeer over;
aan simulatie kon in het minst niet gedacht worden.
De oorzaak voor deze systematische psychische paralyse van
de arm werd duidelijk, zoodra men de patiënt in somnambulen
toestand bracht. Zij vertelde dan direct, dat het kwam door het
denkbeeld, dat zij niet mocht eten, omdat zij zoo slecht was,
dat zij slecht voor haar man was enz.
Uit haar somnambulen toestand teruggebracht, was patiënte
zich weer van niets bewust en vond hare onbruikbare armen
even vreemd en onbegrijpelijk als vroeger.
Demonstratief is nog het volgende voorbeeld, waar de in
wakenden toestand gegevene inlichtingen ons op een dwaalspoor
zouden brengen.
Eene patiënte kreeg eiken avond, als zij naar bed ging, een
-ocr page 292-
284
hysterisch insult, had krampen en sprak wartaal. Op andere
tijden kwamen geen insulten voor. De accessen waren twee jaar
te voren opgetreden, nadat zij geschrokken was van eene koe
in de wei, toen zij bij eene tante logeerde. In hypnose gebracht,
zij was somnambule, kreeg zij een hysterisch insult. Na eenige
mislukkingen bleef dit weg, en toen vertelde zij in somnambulen
toestand het volgende: Toen zij twee jaar geleden bij hare tante
op \'t land logeerde, had zij bij de tante in het bed moeten slapen,
waarin zij een tegenzin had. Zij droomde toen, dat zij naast
het lijk van haar oom in \'t bed lag, en deze droom reproduceert zich
eiken nacht en is de oorzaak van het hysterisch acces. In
wakenden toestand weet zij hier niets meer van af, en vindt hare
accessen zeer onbegrijpelijk en lastig.
De beide laatste voorbeelden vertoonen ons het volledig ont-
wikkelde idéé fixe. Dit is dus eene waarneming, een idee, een
gemoedstoestand, die eenmaal ondervonden is, die vergeten wordt,
onbewust voort blijft bestaan, en die buiten weten van den patiënt
zich plotseling op de eene of andere wijze kan reproduceeren en
op die wijze de oorzaak kan worden van de meest ernstige
hysterische verschijnselen.
Om den invloed van het idéé fixe op de hysterische ziekte-
verschijnselen nader toe te lichten, ten slotte nog eene ziekte-
geschiedenis in meerdere details.
In mijn sanatorium werd opgenomen eene patiënte met het
dwangdenkbeeld van sterken drang tot suicide; zij geraakte in
grooten angst, wanneer zij een mes zag, had de neiging zich
daarmede te suicideeren, voelde een mes door haar hals en hare
polsen steken. Zij was bang voor een touw, alleen door den
drang zich daarmede te suicideeren. Deze toestand duurde reeds
een drietal jaren en had patiënte in eene deplorabele conditie
gebracht; zij kon niets meer doen en was reeds eenigen tijd in
een gesticht voor krankzinnigen in Duitschland verpleegd. Bij
hare opname vertoonde zij talrijke hysterische stigmata, hemi-
naesthesie, pharynxanaesthesie, beperking van het gezichtsveld,
ovarie enz. Dit dwangdenkbeeld van suicide was bij patiënte
-ocr page 293-
285
plotseling ontstaan bij wijze van aanval, toen zij in een rijtuig
zat. Sedert dien tijd had haar dat denkbeeld niet meer verlaten;
somtijds gevoelde zij door haar hals en door hare polsen een
mes steken. Op verschillende tijden was het verschillend sterk,
voornamelijk afhankelijk van emotioneele toestanden.
Uit de talrijke inlichtingen, die ik ontving, en waaruit bleek,
dat patiënte eene tot zenuwziekte voorbeschikte persoonlijkheid
was, valt weinig belangrijks te vermelden. Eene gebeurtenis
trok mj)\'ne aandacht, n.1. de volgende. In den tijd, dat zy nog
geëngageerd was, deed zij met haren verloofde eene wande-
ling. Zij schrok toen van een ongunstig uitziend persoon, die
een mes in de hand had. Zij was echter spoedig gerust gesteld,
liep verder en ging op eene bank zitten. Toen zij daar eenigen
tijd gezeten had, keek zij toevallig om, en zag op korten afstand
denzelfden persoon staan, wederom met een mes in de hand.
Daarna was zij hevig geschrokken en weggeloopen.
Patiënte, die gemakkelijk in somnambulen toestand gebracht
kon worden, vertelde, daarover ondervraagd, dat bij het eerste
optreden der neiging tot suicide, zij het visioen had gehad van
den man met het mes, dat zij dit nog meerdere malen had ge-
had, en ook thans nu en dan nog. In wakenden toestand wist
zij hiervan niets.
Het ligt voor de hand, een verband aan te nemen tusschen
de vroeger vermelde gebeurtenis van den man met het mes, en
de tegenwoordig bestaande neiging tot suicide.
Het laatste voorbeeld is zeer sprekend voor de werking, de
geheel onbewuste werking van het idee fixe bij Hysterie. Jaren
en jaren lang kan een idee, een gemoedstoestand zich buiten
weten van den patiënt reproduceeren en de ernstigste verschjjn-
selen te weeg brengen. Het bljjft beneden het bewustzijn van
den patiënt bewaard, en van tijd tot tijd, als een verborgen mijn,
exploideert het, of wel het geeft, zooals in ons laatste geval,
chronische verschijnselen, die een ernstig lijden kunnen veroor-
zaken.
Er bestaat in de groote symptomengroep der Hysterie bijna
-ocr page 294-
286
geen verschijnsel, waarvan het idéé fixe niet de oorzaak kan
zijn. Zelfs die verschijnselen, die wij als fundamenteel voor de
Hysterie hebben beschouwd, de amnesie en de anaesthesieën, kun-
nen in sommige gevallen haar ontstaan hebben te danken aan het
idéé fixe. Hysterische accessen, hyperaesthesieën, contracturen,
stemmingsanomalieën, al dergelijke verschijnselen kunnen er door
veroorzaakt worden. Bij de behandeling dezer verschillende groe-
pen van symptomen komen wij daarop terug.
Ook op de intensiteit der reeds bestaande stygmata heeft het
idéé fixe invloed; eene reeds aanwezige anaesthesie is op het
oogenblik, dat het idéé fixe verschijnselen geeft, veel sterker,
de verschijnselen van aboulie bereiken hun maximum. Ook op
de zuiver lichamelijke functiën kan de invloed van het idéé
fixe zeer groot zijn. Eene mijner patiënten had tijdens hare
delirante phase, volkomen lichtstijve pupillen.
Digestiestoornissen, trophische en vasomoterische afwijkingen
zijn zeer gewoon.
Zeer groot is de invloed van het idee fixe op de stemming
van den patiënt. De grillige, onberekenbare stemmingsafwijkingen
bij Hysterie, die door de vermelding, dat zij grillig zijn, of dat
het maar kunsten zijn, ons absoluut onbegrijpelijk blijven, kunnen
in sommige gevallen door dergelijke onbewuste geestesprocessen
verklaard worden. De grilligheid, het onredelijke van de stem-
ming valt den patiënt dikwijls zelf op, en was in een van de ge-
vallen, die ik waarnam, de oorzaak van vele zelfbeschuldi*
gingen. „Dokter, ik ben een nul, ik weet het eene oogenblik
niet, hoe ik een volgend oogenblik zal zijn, nu eens denk ik
over een ding zóó, en een volgend oogenblik is dat weer anders,
nu eens ben ik boos, dan weer bang, ook wel eens blij, maar
dat is zelden. Ik weet niet, wat ik wil, ik ben boos om niets,
alles ergert mij, het is soms, of ik dat zelf niet ben, maar of
er iets anders in mij werkt; ik doe dingen, die ik niet wil, en
ik wil dingen, die ik niet doe. Ik deug voor niets, ik kan niets
en ik weet niets." Het bovenstaande is genomen uit een\' brief
van eene ontwikkelde vrouw. Dergelijke wisselvallige grillige
-ocr page 295-
287
stemmingen, het gevoel, alsof er een ander binnen in den persoon
zit, die tot opinies en tot handelingen drijft, worden begrij-
pelijk, als men weet, dat de patiënt gevoelt en handelt onder
invloed van een geestestoestand, dien zjj zelf niet weet. Eene
handeling, eene stemming, waarvan de patiënt zelf de motieven
niet kent, moet een vreemden indruk maken en moet leiden tot
eene geheele desorganisatie van den geest. In sterk uitgesproken
gevallen wordt er van een verborgen persoon gesproken, die
tot handelingen drijft. Een mijner patiënten noemde dat haar
zieken persoon.
Het idee fixe neemt altijd zijn oorsprong uit een werkelijk
feit, of uit eene emotie. Deze feiten kunnen van honderderlei
aard zijn. Eene hysterica heeft eene angina. De hoest, die daarop
volgt, is echter niet afhankelijk van de angina, maar alleen van
het idee, dat zij van de angina heeft. Dit idéé behoeft niet
bewust te zijn, is dat zelfs gewoonlijk niet. De hoest is echter
in hooge mate bewust, dat is de ziekte geworden.
Een van mijne patiënten beweerde, een beentje ingeslikt te
hebben, wat niet, of hoogstwaarschijnlijk niet waar was. Zijne
klachten over pijngevoel in de keel, over strangulatie jaren lang,
waren wel waar. Hier was het idee steeds bewust gebleven, en
werden de verschijnselen voortdurend aan het beentje toege-
schreven.
Op dezelfde wijze ontstaan tremoren, hyperalgesieën, contrac-
turen, oogstoornissen, dubbel zien, enz. enz., door idees fixes;
\'t z\\j, dat ze bewust blijven, \'t zy, dat de patiënt ze niet meer
weet. Traumata zijn dikwijls de uitgangspunten voor idees fixes;
deze blijven gewoonlijk bewust, maar hiermede combineert zich
dikwgls eene pathologische emotioneele reactie, die onbewust is,
zoo b.v. wanneer een hysterisch acces of een deliran te toestand
er het gevolg van is.
Hysterische paraplegieën kunnen van traumata of van beweerde
traumata afhankelijk zijn. De geheele kliniek der traumatische
neurose leert ons het trauma als psychische oorzaak kennen
voor de verschijnselen daarvan.
-ocr page 296-
288
Eene van mijne patiënten had in een sous-terrain geslapen
en beweerde daarvan rheumatiek te hebben. Deze was echter
van eenigszins zonderlingen aard. Afgezien van eene diffuse
pijnlijkheid, bestond er eene hyperaesthesie en manchette rondom
de gewrichten, bovendien waren er analgetische plekken op de bee-
nen en eene hysterische paraplegie der benedenste extremiteiten.
Op grond nu van deze voorbeelden, die gemakkelijk door
verschillende andere gecompleteerd zouden kunnen worden,
kunnen wij het idéé fixe op de volgende wijze beschrijven.
Het neemt zijn uitgangspunt uit een waargenomen, een beleefd
feit, en deze waarneming gaat gepaard met de eene of andere
emotie. Het feit maakt indruk. Deze bewuste indruk kan als
zoodanig blijven bestaan en zich in het bewustzijn handhaven.
Wanneer hij ondanks alle andere waarnemingen, bewust blijft
bestaan, desnoods in intensiteit toeneemt, wordt het tot eene
obsessie en geeft als zoodanig zijne verschijnselen. Dit is dikwijls
het geval. Voornamelijk zien wij dit bij de traumata, die bijna
altijd meer of min bewust blijven.
Het kan echter ook zijn, dat de primitieve, emotie of het
primitieve denkbeeld, geheel of gedeeltelijk de eigenschap van
bewustzijn verliest, juist zooals dit het geval is voor de reeds
besprokene anaesthesieën. De primitieve emotie blijft dan even-
goed bestaan; ze wordt alleen niet meer geweten door den patiënt.
Het feit, dat aan de emotie ten grondslag ligt, blijft gewoonlijk
bekend en de patiënt kan dat mededeelen. Het heeft echter
voor het bewustzijn zijne waarde verloren, en de lijder spreekt
er over als van eene onverschillige herinnering.
Een dergelijk onbewust geworden denkbeeld onttrekt zich aan
de controle der dagelijksche waarnemingen, juist omdat het uit
bewustzijn getreden is. Dit is een belangrijke factor voor zijne
intensieve werkzaamheid. Al onze denkbeelden worden dagelijks
door onze waarnemingen gewijzigd en gecorrigeerd, gaan voort-
durend nieuwe associatieve verbindingen aan en worden daardoor
veranderd. Dit is met het idéé fixe niet het geval. Eens
bestaande, blijft het bestaan, en associeert zich altijd op dezelfde
-ocr page 297-
289
manier; zijn associatie is ongeremd en kan niet gecorrigeerd
worden door nieuwe waarnemingen. Bij de bespreking der sug-
gestie komen wij hierop terug.
De diagnose van het idee fixe tegenover andere afwijkingen
is, wanneer men de wording er van kent, niet moeielijk. Het
onderscheid met een waandenkbeeld is in \'t oog springend. Een
idee fixe begint met een waargenomen feit; aan het denkbeeld
of aan de emotie ligt altijd eene objectieve zintuigwaarneming
of eene combinatie van waarnemingen ten grondslag. Bij het
waandenkbeeld is het uitgangspunt eene hallucinatie of een ander
ziekelijk proces in den geest van den lijder. Het waandenkbeeld
is en blijft steeds bewust. Het idéé fixe is in meerdere of min-
dere mate onbewust.
De groote moeielijkheid is het idee fixe zelf aan te toonen.
Aan de symptomen, die het geeft, kan men het niet herkennen.
Wij zagen reeds, dat de meest verschillende verschijnselen er
door veroorzaakt kunnen worden.
In vele gevallen blijft men in het duister rondtasten en komt
men niet verder dan tot vermoedens. Men begint met de opname
der anamnese en zoekt, of hierin feiten voorkomen, die de oogen-
blikkelijk aanwezige verschijnselen kunnen verklaren; op die
wijze kan men tot een vermoeden komen. Het komt namelijk
voor, dat de emoties, die tot het ontstaan van een idee fixe geleid
hebben, in de tegenwoordige ziekteverschijnselen gecopiëerd
worden. Zoo ziet men b. v. een hysterisch acces, waarin telkens
delirante uitdrukkingen voorkomen, die betrekking hebben op
het feit, dat de eerste oorzaak was van het acces. Het mede-
gedeelde geval, waar in het acces over een lijk gesproken werd,
waarnaast de patiënte meende te liggen, is hiervan een voorbeeld.
Verder kan men belangrijke aanwijzingen verkrijgen, wanneer
het gelukt den patiënt in somnambulen toestand te brengen. Dan
kan men waarnemen, dat het herinneringsvermogen terugkeert
voor de vergeten emotie; dat deze dus weer bewust wordt en
is dit het geval, dan is het somtijds mogelijk de geheele wordings-
geschiedenis van het idéé fixe na te gaan. Dikwijls stuit men
19
-ocr page 298-
290
hier echter op groote moeielijkheden, en komt men ook in som-
nambulen toestand niet verder.
Janet deelt mede, dat hij over den inhoud van het idee fixe
somtijds nadere inlichtingen kon krijgen door het z. g. automa-
tische schrift Dit bestaat hierin, dat men den patiënt in een
distractietoestand vragen stelt, en dat hij het antwoord opschrijft.
Een tweede persoon spreekt met den patiënt en neemt zijne aan-
dacht in beslag, wat met eene hysterica gewoonlyk zoo moeie-
lijk niet is. Onderwijl stelt de medicus met zachte stem de
bedoelde vragen, en geeft ongemerkt aan den patiënt een potlood
in de hand. Het is dan mogelijk, dat de patiënt de antwoorden
opschrijft, zonder dat hij het zelf weet, en dat deze antwoorden
de gewenschte inlichtingen bevatten. Deze zijn dan in onbe-
wusten of half bewusten toestand gegeven, juist als die, welke men
in somnambulisme verkrijgt. Mij is het niet gelukt, op deze wijze
informaties te bekomen.
Afwijkende van den regel, dien ik mg in dit boek gesteld heb,
om het therapeutisch gedeelte in een afzonderlijk hoofdstuk te
vereenigen, voeg ik, in aansluiting aan de beschrijving van het
idéé fixe, er tegelijk enkele therapheutische wenken aan toe.
Ik doe dit, omdat de therapie onmiddellijk voortvloeit uit de
studie van het verschijnsel zelf, en bovendien, omdat ze ons
leert, dieper in de beteekenis daarvan door te dringen.
Wanneer men in het verloop der ziekte een of meerdere
symptomen heeft waargenomen, die men tot een idee fixe heeft
kunnen terugbrengen, is de weg voor de therapie van zelf
aangewezen; men behandelt dan niet meer het verschijnsel,
maar het idee fixe. Is de oorzaak verdwenen, dan houdt ook
het verschijnsel op. Van groot gewicht is dan, dat men den
patiënt in somnambulen toestand kan brengen, d. w. z. in eene
hypnose, die met volkomen amnesie voor den tijd van de hypnose
gepaard gaat. In vele gevallen is dit wel mogelijk, ten minste voor
zoover ik er ervaring van heb. Is men zoover, dan tracht men het
idee fixe weg te praten; men ondervindt dan meestal, dat dit zoo
gemakkelijk niet gaat; alleen is het wel eens mogelijk in recente
-ocr page 299-
291
gevallen; meestal echter ondervindt men, dat het „sta op en wees
genezen," niet doorgaat. In dit geval beproeft men het indirect
door het idéé zijdelings te attaqueeren. Wanneer men b. v. in
het bovengenoemde geval, waar de patiënt een man met een
mes zag, zegt, dat die er niet is, heeft men geen succes,
en ontmoet men eenvoudig tegenspraak. Dan kan men op de
volgende manier te werk gaan. Die man ziet er zoo erg niet
uit; hij is vrij goed gekleed; kijk hem maar eens aan; ziet
ge wel, ge behoeft niet bang voor hem te zijn; geef hem maar
een hand enz. In het geval, dat patiënt naast een lijk meende
te liggen, kan men zeggen: het is geen lijk, voel maar, het is
warm, voelt ge de warmte niet enz. Op deze wijze heeft men
in vele gevallen succes; is het idéé fixe weg, dan is ook het
symptoom weg.
In verreweg de meeste gevallen heeft men door het verschiju-
sel te doen verdwijnen, de ziekte niet genezen; dat blijkt
meestal spoedig genoeg. Vele idees fixes zijn uit hun aard
hardnekkig, en men heeft veel geduld noodig, ze weg te suggeree-
ren. Men bemerkt na de verdwijning dikwijls spoedig, dat er een of
ander nieuw denkbeeld zich op den voorgrond stelt. Dit is niet
meer dan natuurlijk. Immers, door een of ander denkbeeld weg
te praten, maakt men den bodem, die het vegeteeren van een
dergelijk denkbeeld mogelijk maakte, niet beter. Men ziet in
een dergelijk geval dikwijls een vroeger denkbeeld, dat zich
aan eene vroegere gebeurtenis vastknoopt, op den voorgrond
treden, en men heeft dit nieuwe idee te bestrijden. Dergelijke
opeengestapelde denkbeelden noemde Janet „des idees fixes
stratifiées.
Ook kunnen er willekeurig nieuwe idees fixes, naar
aanleiding van de meest alledaagsche gebeurtenissen, gevormd
worden. Al deze nieuwe denkbeelden moeten wederom afzon-
derlijk bestreden worden.
Zoolang de oorspronkelijke geestestoestand niet verbeterd is,
zoolang de neiging bljjft tot het onbewust worden van in gezonden
toestand bewuste geestesprocessen, zoolang mag men niet van
eene genezing spreken. Dit alles neemt niet weg, dat de ont-
-ocr page 300-
292
dekking van het idéé fixe, als psychische oorzaak voor talrjjke
hysterische symptomen, voor de therapie een belangrijk feit is,
en dat het ons naast de andere therapeutische maatregelen een
machtig wapen is ter bestrijding van de ziekte. Het idee fixe
en de verschijnselen, die het geeft, op de gewone wjjze behandeld,
zijn buitengewoon hardnekkig; de eenige doeltreffende manier,
het te laten verdwijnen is de suggestie in somnambulen toestand;
daarna blijft de oorspronkelijke hysterische zwaktetoestand te
behandelen over. De zoogenaamde secundaire idees fixes, die
na het verdwijnen van het eerste idee fixe ontstaan, zjjn meestal
minder hardnekkig; omdat men ze direct bij hun ontstaan
in behandeling krijgt, en ze daardoor niet die vastheid verkre-
gen hebben, die de oudere denkbeelden kenmerkt.
Een idéé fixe is verder des te moeielijker te bestrjjden, naar-
mate de emotie, bij het ontstaan er van, grooter is. Men heeft
dan te maken met den gewonen invloed van eene hevige emotie,
die nog intenser geworden is door het voortwoekeren daarvan,
beneden het bewuste leven van den patiënt. Toch heeft de
suggestieve behandeling van het idéé fixe het groote voordeel,
dat het eene causale behandeling is.
2. Verandering in de associatie der
voorstellingen.
(Suggestibiliteit).
De psychologische studie der hysterie is nog in haar begin,
ondanks de belangrijke feiten, die reeds gevonden zijn. Het
onderwerp is zeer gecompliceerd, en het onderzoek zelf zeer
subtiel. Wanneer men een of ander hysterisch verschijnsel wil
onderzoeken, is het daarom zeer gewenscht, de sprekende geval-
len te nemen; zulke gevallen, waar het te onderzoeken ver-
sclujnsel zeer zuiver en zeer duidelijk aanwezig is. Van uit een
dergelijk geval laten zich dan de minder duidelijke gevallen
afleiden, en komt men er gemakkelijker toe het gemeenschap-
-ocr page 301-
293
pelijke, dat oogenschijnlijk zeer verschillende toestanden verbindt,
naar waarde te schatten.
Bij de beschrijving der suggestibiliteit gaan wij dus uit van
de duidelijke, precise gevallen, en naar de resultaten, die wij
hier verkregen hebben, beoordeelen wij de andere.
Gilles de la Tourette, in navolging van Charcot, meende alle
hysterische verschijnselen uit deze suggestibiliteit te kunnen
verklaren. Met Janet geloof ik, dat dit niet het geval is. Er
komen gevallen van Hysterie voor, waar deze eigenschap slechts
matig ontwikkeld is, vooral bij mannelijke hysterie scheen ze
mij dikwijls gering toe of te ontbreken.
Evenals voor de andere hysterische verschijnselen, zullen wij
trachten aan te toonen, dat de suggestibiliteit zich ontwikkelt
uit de oorspronkelijke afwijking der hysterie, n.1. uit de ver-
schuiving van alle psychische processen naar het onbewuste.
Deze vernauwing van het bewustzijn kan zich in vele gevallen
als suggestibiliteit openbaren. Niet altijd is dit echter zoo, en
vandaar, dat men kan opmerken, hoe deze eigenschap somtijds
slechts gering ontwikkeld kan zijn.
„La suggestion, c\'est 1\'acte par Ie quel une idee est introduite
dans Ie cerveau, et acceptée par lui"; op deze wijze défini-
eerde Berheim de suggestie. Wij kunnen ons hiermede niet
vereenigen. Deze definitie zegt alles of niets. Op deze wijze
worden al onze waarnemingen, gevoelens en denkbeelden tot
suggesties teruggebracht. Alles wordt ons door de omgeving
opgedrongen; w jj nemen al wat wij geestelijk bezitten, op de eene
of andere wijze uit de omgeving op en de geheele psychologie
zou tot suggestie teruggebracht worden. Men zou tegen eene
dergelijke terminologie geen bezwaar behoeven te maken, wan-
neer het woord suggestie niet reeds in een geheel anderen zin
gebruikt werd, en daardoor, bij accepteeren van de bovengenoemde
definitie, geene groote verwarring zou ontstaan.
Bij de beschrijving der suggestibiliteit zal voldoende blijken,
hoe geheel anders wij de beteekenis daarvan opvatten en binnen
welke enge grenzen de zuivere suggestie beperkt blijft. Wij
-ocr page 302-
294
zullen beginnen met het geven van enkele voorbeelden, en
merken slechts op, dat deze suggesties alle in z. g. wakenden
toestand van den patiënt, geschied zijn. Wg beschouwen den
z. g. hypnotischen slaap slechts als een speciaal geval, als een
indirect middel, dat er toe. kan bijdragen, sommige medische
suggesties beter te doen slagen.
Wij beginnen de studie der suggestie met de mededeeling
van een typisch geval, een geval, dat eene enorme suggestibi-
liteit vertoonde, zooals zelden zoo sterk zal voorkomen, maar
dat daardoor bij uitstek geschikt is, om de eigenschappen der
suggestie in het volle licht te stellen.
N. N. is in wakenden toestand even sterk suggestibel als in
hypnose. Ik heb een gewoon gesprek met haar, en zeg een
klein weinig met nadruk: Ziet gij die kat wel? Eerst ziet zij
die niet; dan noem ik een paar eigenschappen van de kat op,
of zeg, dat zij iets doet, en patiënte ziet deze dan ook; zij
geeft op vragen eene nauwkeurige beschrijving van het beest,
streelt het dier, speelt er mede enz. Men verkrijgt absoluut den
indruk, dat zij geheel met de suggestie bezig is en er in opgaat.
Van de geheele omgeving bemerkt zij niets, op vragen van
anderen aard geeft zij geen antwoord; zij gaat op in haar kat en
in niets anders. Haar geheele voorkomen, de stand van haar
oogen enz., toonen dit ten overvloede ook aan. Gedurende de sug-
gestie is patiënte geheel gevoelloos. Laat men haar aan zich
zelf over, dan eindigt de suggestie spontaan; onderbreekt men
ze, dan ontwaakt zij met een kleinen schrik. Na de suggestie
is zij deze geheel vergeten; zij herinnert zich niets meer van de
kat en van alles, wat zij gezegd of gedaan heeft. Brengt men
haar een volgenden keer dezelfde suggestie bij, dan vindt men
in het verloop daarvan eene merkwaardige overeenkomst tot
in details met de voorgaande; het is haar suggestie, die zij
altijd \'t zelfde zal verrichten, en die verschilt van dezelfde
suggestie bij een anderen patiënt.
Aan dit voorbeeld kunnen wij de eigenschappen der volledige
suggestie bestudeeren.
-ocr page 303-
295
De eerste indruk, dien elkeen hiervan verkrijgt is, dat men
met eene hoogst ernstigen pathologischen toestand te doen heeft.
Wanneer men bij een gezond mensch zoo iets beproefde, zou
men eenvoudig uitgelachen worden. Hij zou de kat niet zien,
en zou die niet kunnen zien.
Om dit verschil te begrijpen, moeten wij de verschijnselen
eenigszins nader ontleden. Wanneer wij eene of andere eigenschap
van eene kat of den naam daarvan waarnemen, associëeren
zich daarmede de andere eigenschappen van de kat. Al deze
associaties staan echter onder den invloed van voortdurend
toevloeiende andere waarnemingen, en van den geheelen ge-
dachtengang van het individu; zij worden daardoor gewijzigd
en willekeurig of niet willekeurig onderbroken. De geheele
serie van associaties wordt daardoor nooit zoo volledig als
voor het geval, dat men werkelijk eene kat ziet. Neemt men
eene kat waar, dan ziet men haren vorm, hare bewegingen, hare
pooten, men hoort haar geluid, men gevoelt hare huid, hare haren
enz., in een woord men verkrijgt eene ononderbroken rij van
tallooze gewaarwordingen en deze rij is, wat men noemt, de
objectieve waarneming van een kat. Bij den normalen mensch
is de waarneming van ééne van de eigenschappen van de kat,
dus ook b.v. het hooren van het woord, nooit in staat om die
lange rij van eigenschappen, langs associatieven weg in het
leven te roepen, die bij de waarneming van eene kat in onzen
geest ontstaat, en hieruit volgt, dat het waarnemen van eene
eigenschap, in casu het gehoorde woord, nooit geassocieerd is
met de objectieve voorstelling van de kat.
Dit is bij hysterie wel het geval, en hierin vinden wij de fun-
damenteéle stoornis der suggestie.
Wanneer bovengenoemde hysterica het woord kat hoort,
associëeren zich daarmede onmiddellijk alle andere voorstellingen,
die zij van eene kat heeft, en deze geheele rij van voorstellingen
geeft, evenals dat bij den gezonden mensch het geval zou zijn, de
objectieve waarneming van de kat; in dit geval dus eene
hallucinatie.
-ocr page 304-
296
Dit aangenomen, komen wij onmiddellijk voor de andere vraag:
hoe is het mogelijk, dat bij hysterie deze associatie der andere
eigenschappen zoo onbeperkt doorgaat, zoo weinig gestoord
wordt ? Deze stoornis laat zich terugvoeren tot de oorspronkelijke
eigenschap van alle hysterische symptomen, de verschuiving
daarvan naar het onbewuste, de beperking van het veld van het
bewustzijn, zooals Janet dat genoemd heeft.
In bovengenoemde observatie hebben wij gezien, dat de patiënt
geheel in hare suggestie geabsorbeerd was, en dat van de ge-
heele omgeving niets tot haar kwam. De stem van dengene,
die de suggestie gegeven heeft, maakt hierop eene uitzondering.
Men kan waarnemen, dat, wanneer de suggestie-gever plotse-
ling van onderwerp verandert, de geheele suggestie onder-
broken wordt; blijft hij daarentegen in denzelfden gedachtengang
doorgaan, dan heeft dit ten gevolge, dat de suggestie intenser
wordt.
Ook komt het wel voor, dat eene plotselinge waarneming
uit de buitenwereld tot bewustzijn komt; is dit het geval,
dan is meteen de suggestie onderbroken, en deze wordt dus
daardoor niet gewijzigd, zooals eene normale waarneming, maar
houdt daardoor op. Het verloop der suggestie wordt dus niet
door intercurrent opgevangene en bewust gewordene waar-
nemingen onderbroken, en hiermee is eene groote stoornis in
elke associatieve werkzaamheid reeds geëlimineerd. Dit is echter
nog niet de voornaamste oorzaak daarvoor.
Deze oorzaak vinden wij in het geïsoleerd blijven van de
associaties, in het feit, dat zij zich niet verbinden met den in-
houd van de persoonlijkheid. Zjj loopen geheel automatisch af,
en treden niet in verband met het bewustzijn. Het geheele ge-
drag van den patiënt, zijn uitwendig voorkomen gedurende het
verloop van de suggestie, wijzen hier reeds op. Wjj merkten op,
dat hij niet deed, zooals een gewoon mensch, en de latere
amnesie voor het gebeurde tijdens de suggestie bewijst dit
ten overvloede. De suggestie in haar associatief verloop kan
dus geheel tot stand komen, en daardoor kan ongehinderd de
-ocr page 305-
297
objectieve voorstelling, de hallucinatie, ontstaan; hare ontwikke-
ling wordt noch door uitwendige prikkels, nbch door inwendige
prikkels, d. z. de voorstellingen, gevoelens, ideeën enz. van den
persoon zelf, onderbroken. De redenen, die eene associatie kunnen
wijzigen, vallen weg, en dus komt deze ongehinderd tot stand.
Hiermede hebben wg het zoo opvallende verschijnsel der
suggestibiliteit teruggebracht tot de primitieve hysterische stoor-
nis, en haar leeren kennen als eene bijzondere ontwikkeling
daarvan. Dit automatisch verloop der suggestie, waardoor ze niet
door intercurrente voorstellingen en waarnemingen gestoord
wordt, maakt ons verschillende van hare eigenschappen duidelijk.
Eene suggestie verloopt onvermijdelijk, d. w. z. zonder na-
denken, zonder toedoen en zonder medeweten van de pcrsoon-
lijkheid wordt tot de daad, indien deze gesuggereerd is, over-
gegaan. Hierdoor verkrijgt eene gesuggereerde daad dat vaste,
niet hetiseerende karakter, en hierdoor worden de crimineele
suggesties ons begrijpelijk, die niet alleen in het laboratorium
voorkomen, maar die in het maatschappelijke leven eene groo-
tere plaats innemen, dan men algemeen wel denkt. Bekend zijn
de gevallen van violatie door suggestie in somnambulen toe-
stand.
Treedt de suggestie niet in verband met de overige elementen
van de persoonlijkheid, dan volgt daaruit ook hare amnesie
gedurende het bewuste leven, terwijl de herinnering er aan terug
komt, zoodra men dezelfde suggestie weer te weeg brengt. Hier-
door wordt een belangrijk aanknoopingspunt gegeven met de
somnambule toestanden, waarover wij later nog zullen spreken.
Een afzonderlijken vorm neemt de suggestibiliteit aan door
de z. g. post-hypnotische suggestie. Het is n. 1. mogelijk, eene
suggestie eerst over eenigen tijd te laten plaats hebben. Deze
komt dan in de goed uitgesproken gevallen even zeker en geheel
onder dezelfde verschijnselen tot stand, als bij de directe suggestie.
Men zegt den patiënt, dat hij over eenigen tijd iets doen zal, iets
zal gevoelen of denken.
Ook dit verschijnsel laat zich verklaren door de automatische
-ocr page 306-
298
associatie der denkbeelden, die onafhankelijk van het bewuste
leven, niet gestoord wordt door de bewuste geesteswerkzaamheid,
maar als het ware daar beneden zijn eigen bestaan voortzet.
Dagen en weken lang blijft eene dergelijke suggestie, zonder
medeweten van den patiënt zelf, bestaan, totdat zij zich op het
vooruit bepaalde oogenblik in eene handeling omzet.
Ook voor deze post-hypnotische suggestie vindt men dezelfde
amnesie; de patiënt weet zich absoluut geene rekenschap te geven
van wat hij gedaan heeft. Men moet het hem mededeelen. Hierop
komen min of meer sprekende uitzonderingen voor, die een
eigenaardig licht op deze feiten werpen.
Het komt n. 1. herhaaldelijk voor, dat de amnesie niet compleet
is, of dat de persoon zijne eigen daad bemerkt. Hij staat dan
voor een raadsel, omdat de motieven tot zijne daad hem onbekend
zjjn. Ook komt het voor, dat hij de daad weet, voordat die gedaan
is; de persoon bemerkt dit door de neiging, die hij heeft om
iets te doen, eene neiging, die hij in vele gevallen kan bedwingen,
maar waarvan het vreemde en ongemotiveerde hem altijd hinder-
lijk opvalt.
In andere gevallen is de zich verwezenlijkende suggestie
geheel bewust, en blijft alleen het motief, d. i. in dit geval
dus de suggestie zelf, voor den persoon verborgen, zoo b. v. bij
eene gesuggereerde post-hypnotische hallucinatie, waar de patiënt
voor hare eigene hallucinatie verschrikt. Bij de behandeling
van het idéé fixe hebben wij dergelijke verschijnselen reeds
vermeld, en iedereen zal getroffen zijn door deze bijna volledige
overeenkomst.
Het is in het oog vallend, hoe groot de overeenkomst is
tusschen het volledig ontwikkelde idéé fixe, en de daar
juist besprokene suggestie. Het idee fixe hebben wjj
beschouwd, als eene afwijking in den duur in de intensiteit der
voorstellingen; omdat het, nauw verbonden met de obsessie,
daarvan de hardnekkigheid, de intensiteit en de extensiteit ver-
toonde. In een ander opzicht nadert het idéé fixe tot de suggestie,
en verschilt het van de obsessie. Het idéé fixe is evenals de
-ocr page 307-
299
suggestie eene associatiestoornis, in dien zin, dat de associatie,
onttrokken aan de correctie van de bewuste waarneming en
niet daardoor gecorrigeerd, ongestoord en onvermijdelijk haren
gewonen gang neemt. Wij zullen deze eigenschap bij de hallu-
cinatie wederom terugvinden.
Het idee fixe is dezelfde associatiestoornis langs natuurlijken
weg, wat de suggestie is langs kunstmatigen weg. Zij vertoonen
beide dezelfde automatische ontwikkeling en zijn beide afgeschei-
den van de bewuste persoonlijkheid. Beide bestaan onafhankelijk
van den bewusten wil, en op een gegeven oogenblik kunnen beide
tot handelingen aanleiding geven, die bewust of onbewust het
geestelijke evenwicht verstoren. Het is vooral de bijzondere
vorm der suggestie, die de post-hypnotische suggestie genoemd
wordt, waarin deze gelijkenis het meest duidelijk is. Beide
beginnen met een waargenomen feit, in \'t eene geval de gegeven
suggestie, in \'t andere geval de gebeurtenis, waarvan het idee
fixe uitgaat. Daarna worden beide onbewust, totdat de explosie
komt; in \'t eene geval de zich verwezenlijkende suggestie, in \'t
andere geval de verschijnselen van het idéé fixe.
In het bovenstaande hebben wij de eigenschappen der sugges-
tibiliteit beschreven, wanneer deze volkomen ontwikkeld is.
Hare beide hoofdeigenschappen, het ongestoorde associatieve
verloop en de amnesie, hebben wij kunnen terugvoeren tot de
vernauwing van het bewustzijn.
De suggestibiliteit komt in talrijke graden voor, wat zich open-
baart door het niet geheel automatisch associatieve verloop der
suggestie, en eene niet volkomene amnesie daarvan in het bewuste
leven. De normale waarnemingen en denkbeelden van de persoon
grijpen als het ware storend in op het verloop van de suggestie, en
corrigeeren ze, waardoor de hallucinatie niet tot stand kan komen.
Meerdere malen is men in de gelegenheid eene suggestie zich half
te zien verwezenlijken; de patiënt denkt er aan, voert het echter
niet uit, of bljjft gedurende eenigen tijd weifelende. Ik nam eens
waar, hoe eene gegevene suggestie niet opgevolgd werd; maar hoe
zij voor den dag kwam, toen onder den invloed van eene schade-
-ocr page 308-
300
lijke omstandigheid, momenteel de ziekteverschijnselen erger wa-
ren. Zeer verwonderd was een andere patiënt, bij wien eene sug-
gestie niet slaagde, toen ik zijne gedachten kon raden.
Belangrijk is de suggestibiliteit voor de prognose van de
Hysterie. Zoolang deze onverzwakt blijft bestaan, zoolang is
Hysterie niet genezen, ook al zijn alle hinderlijke symptomen
verdwenen. Hierdoor wordt het getal der z.g. genezene gevallen
van Hysterie met minstens 90 procent gereduceerd. Dit neemt
niet weg, dat ondanks de bestaande suggestibiliteit de subjectieve
toestand van den patiënt aanzienlijk verbeterd kan zijn.
De suggestie is, zooals wij naderhand nog zullen zien, een
uitstekend hulpmiddel in de therapie der hysterie, de genees-
krachtige werking daarvan is in haar pathologisch karakter zelf
opgesloten; men zou hierin een voorbeeld kunnen zien, om aan
te toonen, dat homoeopathie geene kwakzalverij zou zijn. Dit
echter daargelaten; wij komen voor de vraag te staan, in hoe-
verre wij over therapeutische maatregelen beschikken om deze
suggestibiliteit zelf te doen verminderen, voor zooverre die niet
reeds alleen door de verdwijning van hinderlijke ziekteverschijn-
selen genezen wordt. In het hoofdstuk therapie komt dit nader
ter sprake.
De beschrijving der suggestibiliteit zal een ieder hebben doen
zien, dat dit heel wat anders is, dan Bernheim en zijne school
daarmede bedoelen, en dat zij een zeer onvoldoend onderscheid
maken tusschen de hypnosen met amnesie, die waarschijnlijk
alleen bij hysterici voorkomen en de hypnosen uit welwillendheid.
Het komt niet in het minst bg mij op de therapeutische waarde
van laatstgenoemde hypnosen te ontkennen, integendeel pas ik
ze zelf herhaaldelijk en met goed gevolg toe. Ik wil er alleen
op wijzen, dat men hemelsbreed verschillende dingen niet mag
verwarren en niet denzelfden naam mag geven.
Eene stoornis in de associatie, waaraan wij nog even moeten
herinneren, is de versnelde associatie, die, zooals wij dat uit-
gebreid bij neurasthenie hebben beschreven, tot gedachtenvlucht
kan voeren. Eene van mijne patiënten, die door suggestie in
-ocr page 309-
301
somnambulisme genezen was van een idee fixe, dat jaren lang
bestaan had, vertoonde dit verschijnsel in hooge mate. Zij kon
nachten lang niet slapen, omdat zij voortdurend van \'t een op
\'t ander kwam, en altijd maar moest blijven „denken." Het
verschijnsel is geheel hetzelfde als bij neurasthenie.
3. Verandering in de reproductie der
voorstellingen.
(Amnesieën).
In het voorgaande is reeds herhaaldelijk sprake geweest van
amnesieën. Dit was echter onder bijzondere omstandigheden.
Zoowel bij het idee fixe, als bij de suggestie, hebben wij ge-
zien, dat altijd een of ander gedeelte vergeten, dat wil in
deze gevallen zeggen, onbewust werd. Wij hebben er op ge-
wezen, dat van een verdwijnen van de herinnering geen sprake
kon zijn, want dan zouden de gevolgen daarvan ook moeten
verdwijnen, en zou het idéé fixe niet die symptomen kunnen
geven, die wij dageljjks hebben te behandelen.
Bij de nu te bespreken amnesieën is het niet anders. Ook
hier is nooit sprake van een te niet gaan van herinnerings-
beelden, evenmin als bij neurasthenie. Bij neurasthenie zijn de
omstandigheden echter anders, dan bij Hysterie. Wij zagen daar,
dat van eene eigenlijke amnesie geen sprake kon zijn, tenminste
in de meerderheid der gevallen niet, omdat er gewoonlijk niets
opgenomen werd, en er dus ook niets herinnerd kon worden.
Yan echte amnesieën was bij neurasthenie geen kwestie, herin-
neringszwakte komt misschien nu en dan wel voor.
Bij Hysterie vinden wij zuivere amnesieën, echter niet in den
vorm, zooals wij ze bij organische hersenaandoeningen aantref-
fen, waar het herinneringsbeeld geheel verloren gaat of verzwakt
wordt; maar in eenen bijzonderen vorm, die karakteristiek is voor
de ziekte. De stoornis bij Hysterie zetelt wederom in het onbe-
wust zijn der herinnering; als zoodanig bestaat ze wel, maar
de herinnering wordt niet geweten door den patiënt. Evenzoo
-ocr page 310-
302
als men voor anaesthesieën, verlammingen enz. kan aantoonen,
dat in werkelijkheid het gevoel en de beweging wel bestaat,
evenzoo kan men ook aantoonen, dat de herinnering wel aan-
wezig is, en dat ze, ofschoon door den patiënt niet geweten,
haar invloed op het normale geestesleven kan blijven behouden.
De amnesieën komen bij Hysterie zeer veel voor, en in zeke-
ren zin kan men het meerendeel der hysterische verschijnselen
daartoe rekenen. Eene anaesthesie is ook eene stoornis in de
bewuste herinnering; van eene paralyse kan men zeggen, dat
het eene amnesie is van bewegingsvoorstellingen enz.
De amnesieën komen bij Hysterie veel meer voor, dan
men algemeen wel meent. Wij kunnen in onze behandeling
van deze verschijnselen echter kort zijn, omdat veel, wat
vroeger reeds gezegd is, speciaal wat bij de beschrijving
der anaesthesieën is opgemerkt, ook van toepassing is op de
amnesieën.
De amnesieën behooren tot de z.g. oorspronkelijke verschijn-
selen der ziekte; zij zijn de ongecompliceerde openbaringen van
de neiging tot onbewust worden van de psychische processen,
juist als de anaesthesieën dat zijn.
Vele andere hysterische verschijnselen kunnen eerst secundair
tot deze oorspronkelijke hysterische afwijking teruggebracht
worden. Sommige worden b.v. veroorzaakt door een idee fixe;
het idéé fixe is echter eene geheel of gedeeltelijk onbewust ge-
wordene obsessie. Het verschijnsel, dat door een idéé fixe veroor-
zaakt wordt, is dus slechts een indirect gevolg-van de primi-
tieve hysterische afwijking. Op dergelijke manier zijn allerlei
complicaties in de verschijnselen dezer ziekte mogelijk, die wij
bij lange na nog niet alle tot hare eenvoudigste componenten
kunnen terugbrengen.
Wij zullen onder dit hoofdstuk niet alle amnesieën behan-
delen, die bij Hysterie voorkomen. Aan het somnambulisme
wordt een afzonderlijk hoofdstuk gewijd, evenzoo aan het hys-
terisch acces en aan de hysterisch delirante toestanden. Al deze
afwijkingen gaan met eene meer of min volledige amnesie gepaard,
-ocr page 311-
303
die afzonderlijk bij het syptoom in quaestie besproken zal worden.
Hier behandelen wij die amnesieën, die om zoo te zeggen,
onder het gewone hysterische leven doorloopen.
Zeer algemeen is de klacht over een zwak herinneringsver-
mogen; in elk zwaarder geval van Hysterie kan men dit con-
stateeren. In vele gevallen is het zeer sterk, en de patiënt is
niet bij machte iets te onthouden. Laat men hem een kort eenvoudig
berichtje uit de courant lezen, dan is het hem onmogelijk, ook al
heeft hij het talrijke keeren gelezen en herlezen, er iets van
na te vertellen. Soms blijven de laatste 2 of 3 woorden een
oogenblik lang hangen.
Bij een van mijne patiënten ging deze memorie-zwakte gepaard
met de bekende nerveuse gedachtenjacht. Zij las in één dag
een geheelen roman uit, maar wist daarna absoluut niets meer
van den inhoud, wist zelfs den titel van het boek niet meer.
By neurasthenie hebben wij een dergelijk verschijnsel gezien;
ook de neurasthenicus kan somtijds niet weergeven, wat hij in
een paar regels schrift gelezen heeft. Hier heeft het echter een
anderen grond; omdat er tyj hem niets opgenomen wordt,heeft
hij dus niets, wat hij onthouden kan. Dit blijkt, wanneer men
tijdelijk de aandacht kan boeien; dan blijkt gewoonlijk, dat de
neurasthenicus zich zeer goed iets herinnert. Bij hysterie komt
eene dergelijke pseudo-amnesie ook wel voor. De aandacht van
eene hysterica is gewoonlijk gemakkelijk in beslag genomen, en
van al, wat er dan om haar heen geschiedt, bemerkt zij niets
en kan zij zich dus ook niets herinneren.
Deze memoriezwakte maakt, dat de lijders niets nieuws kun-
nen leeren. Dit verschijnsel valt hun gewoonlijk op, en zij
deelen dit aan den medicus mee. Zij miskennen er echter
gewoonlijk de oorzaak van, en weten niet, dat hunne amnesie
daarvan de schuld is, evenals dit met de anaesthesieën het
geval is. Deelt men het hun mede, neemt men met hen de
proef, dan zien zij het in.
De eigenschappen der Hysterische amnesie bestudeeren wij
het best aan de hand van een voorbeeld. Omdat ik niet be-
-ocr page 312-
304
schik over een zeer karakteristiek geval, ontleen ik er een
aan J a n e t, dat ik verkort weergeef.
„Mm D .... heeft naar aanleiding van eene hevige emotie
een hysterisch acces gehad. Uit dezen aanval is zij ontwaakt in
eenen eigenaardigen geestestoestand: 1°. was zij vergeten, alles
wat gedurende de twee vorige maanden gebeurd was, en 2°. was
zij ongeschikt geworden één enkele nieuwe herinnering te verkrij-
gen en te behouden.
In dezen tijd werd zij gebeten door een dollen hond, zg kwam
naar Parijs, werd door Pasteur ingeënt enz. Van dat alles wist
zij niets meer. Acht maanden na het acces, kon zij nog niet
een naam of een feit langer dan eene minuut onthouden, daarna
was zij alles vergeten. Zij herinnerde zich niet den naam of het
gezicht van de verpleegsters, met wie zij dagelijks omging. Deze
complete amnesie heeft negen achtereenvolgende maanden
geduurd, rekent men hierbij de twee maanden annesie vóór het
acces, dan duurde alles te samen dus 11 maanden.
Deze amnesie had hare eigenaardige eigenschappen. Het kwam
voor, dat Mevr. D. in haar droom sprak over den dollen hond,
die haar gebeten had, over de doktoren in de Salpétrière, in een
woord over alles, wat zij beleefd had en wat zij geheel vergeten
scheen te zijn. Zij kende, zooals gezegd, de verpleegsters niet,
maar wanneer zij ging wandelen, nam zij altijd plaats naast de
verpleegster, waarbij zij behoorde; of wanneer zij een hond zag,
nam zij onmiddellijk de vlucht, ofschoon zij vroeger nooit bang
voor honden was. Ook wederom dus zonder twijfel bewijzen,
dat zij herkende, en dat zij dus herinnerde.
Hieruit is het duidelijk, dat er van een werkelijk te niet
gaan van herinneringen geen sprake is. Wanneer de geest
automatisch bezig is, wanneer niet met bewustheid naar de
herinnering gezocht wordt, blijkt het, dat deze aanwezig is. Alleen
wanneer de persoon zich iets wil herinneren, wanneer hij de
herinnering zoekt, is deze spoorloos verdwenen. Dit is juist
hetzelfde, als wij dat vroeger voor de anaesthesieën hebben in
het licht gesteld, en zooals dat voor alle hysterische stygmata
-ocr page 313-
305
geldt. Vandaar, dat in vele gevallen de amnesie aan den patiënt
zelf onbekend is, en dat deze zich zeer verwonderd toont,
wanneer men hem demonstreert, dat hij zooveel vergeten is.
De herinneringstoornis mag dan echter niet zoo volledig zjjn,
als in het bovengenoemde geval, zooals wij dat ook bij de
anaesthesieën hebben opgemerkt. Een patiënt weet het niet,
dat hij eene extreme gezichtsveldbeperking op beide oogen heeft,
maar wèl ontdekt hij het, wanneer deze gezichtsveldbeperking
geheel tot blindheid wordt.
Het voorgaande voorbeeld is eene algemeene en continueele
amnesie, die alle psychische processen in gelijke mate aandoet.
In vele andere gevallen is de amnesie minder algemeen. Het
volgende voorbeeld is zeer demonstratief, ook voor de combinatie
van amnesie met idee fixe.
Eene van mijne patiënten is sedert eenige dagen angstig en
ongedurig. Zij weet volstrekt niet, hoe hare abnormale stemming
komt; maar omdat zij dat van zoo vele andere verschijnselen
van hare ziekte ook niet weet, stelt zij zich tevreden met de
verklaring, dat het uit haar zelf komt.
Zij weet zich alleen te herinneren, dat zij gedurende eenige
nachten slecht geslapen heeft.
In somnambulisme vertelt zij echter het volgende.
Een van de verschijnselen van hare ziekte is de ook bij
neurasthenie voorkomende gedachtenjacht. Wanneer zij alleen
is, vooral wanneer zij slapen gaat, vliegen hare gedachten van
\'t een op \'t ander; zij werkt dan bij zichzelf allerlei avontuurlijke
geschiedenissen uit, maakt zich boos, is onrustig enz. Dit was
de laatste nachten ook het geval geweest. Zij had nu hare
ziekte tot onderwerp van hare gedachtenjacht, stelde zich voor,
dat zij voortdurend erger ziek werd, dat zij boos werd, met
iedereen vocht, dat men haar sloeg, haar opsloot, dat zij zich
de kleeren van het lijf scheurde, en dat zij eindelijk naakt rondliep.
Telkens had zij getracht haren gedachtenloop te wijzigen, maar
telkens viel zij in denzelfden kring van denkbeelden terug. Dit
had haar zeer angstig gemaakt, vooral ook daarom, omdat zii
20
-ocr page 314-
306
zich steeds moest voorstellen, dat zij erger ziek werd. Bijna den
geheelen nacht had zij aldus onrustig in wakenden toestand door-
gebracht. Dit was de verklaring, die zij in somnambulen toestand
van het ontstaan van haren angst gaf.
Welnu, in wakenden toestand weet zij van dit alles niets. Zij is
het totaal vergeten; het eenige, wat zij weet te vertellen is, dat
zij eenige onrustige nachten heeft gehad, en dat zij zoo angstig
en ongedurig is.
Wij hebben dus in dit geval een systeem van denkbeelden,
een groep ideeën, die zich om eene bepaalde voorstelling rang-
schikt en daarmede associatief verbonden is, zoodat het geheel
een systeem vormt, en dit systeem is spoorloos verdwenen. Zelfs
wanneer ik aan patiënte in wakenden toestand de wording van
haren angst mededeel, weet zij daar niets van af, en gelooft zij
mij alleen, omdat zij van meening is, dat ik haar niet zal
bedriegen. Toch bestaan de herinneringsbeelden nog ongeschonden,
want in somnambulisme deelt zij alles nauwkeurig mede, en
bovendien blijkt ook in wakenden toestand, dat de emotioneele
reactie op deze denkbeelden, de angst, nog in onverzwakte mate
aanwezig is.
Dergelijke amnesieën, waar een geheel systeem van psy-
chische processen verloren gegaan is, heeft men gesystematiseerde
amnesieën
genoemd. Zij komen overeen met de z. g. gesyste-
matiseerde paralysen, waar een systeem van bewegingen is
teniet gegaan, zoo b. v. de astasie-abasie, waar de bewegingen,
die voor het staan en loopen noodig zijn, zijn opgeheven;
terwijl alle andere bewegingen op normale wijze verricht kunnen
worden.
Andere voorbeelden zijn die goed geconstateerde gevallen, waar
de patiënt plotseling eene taal, die zij gekend had, vergeten was,
of waar eene belangrijke gebeurtenis uit het leven, met al de
gevolgen daarvan, uit de herinnering was verdwenen.
In wederom andere gevallen is de herinnering opgeheven
voor bepaalde tijden uit het leven; men noemt dit gelocaliseerde
amnesieën,
evenals men spreekt van gelocaliseerde anaesthesieën.
-ocr page 315-
307
De amnesieën treden voornamelijk op voor toestanden, gedu-
rende welke men min of meer acute verschijnselen waarneemt.
Een van mijne patiënten kan midden in een gesprek, dat ik
met haar houd, plotseling beginnen te divergeeren. Zij miskent
dan de omgeving, begint b. v. plotseling te vertellen, dat zy
in Duitschland is, zegt, dat zij mij niet kent, vraagt, of ik de
dokter ben, of zij ziek is, en of zij nu Duitsch moet spreken enz.
Dergelijke toestanden, die voornamelijk na hysterische accessen,
na exaltatietoestanden enz. voorkomen, worden bijna nooit
herinnerd. Men vindt hierbij allerlei overgangen tot hysterische
accessen, tot spontane somnambulismen, tot delirante en katalep-
tische toestanden, welke alle te zamen zich kenmerken door eene
meer of min volledige amnesie voor de periode van den aanval.
Wij hebben reeds gezegd, dat amnesieën b\\j hysterie zeer veel-
vuldig voorkomen. Zij moeten echter gezocht worden, omdat
de persoon zelf ze niet weet, juist als zijne anaesthesieën.
Zoo komt het herhaaldelijk voor, dat eene hysterica meent, iets
niet gedaan te hebben; zoo komt het verder, dat sommigen personen
de woorden „wat zei ik ook al weer" of „waar was ik" in den
mond bestorven liggen. Deze soort van amnesieën vermengen
zich met de oneindige distracties, waaraan hystericae kunnen
lijdon; elk oogenblik zijn zij absent, en wanneer men dan vraagt,
waaraan zij dachten, is het gewone antwoord: „ik geloof, dat ik
aan niets dacht."
Een voortgezet onderzoek van de amnesieën is zeer gewenscht.
In het bovenstaande heb ik niet meer gedaan dan enkele sail-
lante punten te releveeren. Een systematisch overzicht blijft
voor later bewaard.
4. Verandering in den inhoud der
voorstellingen.
(Delirante toestanden en Hallucinaties).
Wg hebben achtereenvolgens de meest verschillende psychi-
sche afwijkingen bg Hysterie de revue laten passeeren. Dit
aantal is vrij aanzienlijk. Wij hebben beschreven eene amnesie,
-ocr page 316-
308
wij hebben beschreven, hoe sommige denkbeelden met abnor-
male hevigheid zich binnen en buiten het normale bewust-
zijn ontwikkelden; hoe de associatieve werkzaamheid, buiten
de controle der normale waarnemingen, eene abnormale hoogte
bereikte enz. Zoo talrijke en zoo intensieve psychische afwij-
kingen gegeven, zou men a priori verwachten, dat de ideeën
van den patiënt ten opzichte van zijne omgeving en van zijn
eigen persoon in betrekking tot de omgeving, in gelijke mate
gestoord zouden zijn. Men zou met andere woorden verw achten,
dat bij hysterie delirante toestanden voorkomen, waarvoor boven-
genoemde eenvoudige psychische afwijkingen de elementen zou-
den opleveren.
Deze onderstelling wordt echter door de waarneming slechts
gedeeltelijk bevestigd. Delirante toestanden komen bij Hysterie
wel voor; maar zij zijn in het algemeen niet zeer frequent
en bepalen zich hoofdzakelijk tot de ernstige gevallen van hysterie.
Gewoonlijk geeft de hysterica zich vrij goed rekenschap van
hare omgeving en verwerkt zij hare elementaire psychische
afwijkingen niet tot waandenkbeelden. Evenzoo komen hallu-
cinaties niet zeer veel voor, en wanneer zij voorkomen, worden
zij dikwijls niet geobjectiveerd, en worden zij als foutieve, niet
met de werkelijkheid overeenkomende waarnemingen herkend.
Het délire kan optreden in acute aanvallen, zooals zij voor-
komen in laatste periode van het hysterisch acces, of ook als
afzonderlijke delirante aanval. Deze aanvallen duren gewoonlijk
niet lang, maar kunnen zeer hevig zijn. Gewoonlijk gaan zij uit
van eene emotie of van een denkbeeld. Dit hebben zij gemeen
met vele der hysterische hallucinaties. Deze acute aanvallen
gaan gewoonlijk gepaard met eene meer of min volledige amnesie
voor den tijd van den aanval. Hierin toonen zij dus groote
overeenkomst met het somnambulisme. Deze overeenkomst wordt
nog grooter, doordat in deze aanvallen dikwijls eene herinnering
bestaat aan vroegere dergelijke aanvallen en ook wel aan het
normale leven. Door suggestie laten zij zich somtijds in somnam-
bulisme vervoeren.
-ocr page 317-
309
Het idéé fixe kan dikwijls als oorzakelijk moment van deli-
rante verschijnselen aangetoond worden. Een zeer sprekend
voorbeeld daarvan is het volgende.
Afgezien van talrijke andere hysterische verschijnselen leed
eene mijner patiënten aan op onregelmatige tijden optredende
melancholische aanvallen. Deze waren verschillend hevig en
duurden ongelijk lang, sommige slechts enkele dagen, andere
enkele weken. Overigens geleken zij volkomen op elkaar. Het
begon met een onrustigen dag, patiënte was ongedurig, zocht
zich op allerlei manier af te leiden, wist niet, hoe ze het had,
en ofschoon een dergelijke dag de voorlooper was van de me-
lancholisch-delirante periode, had zij daar zelf geen weet van.
Den volgenden dag bestond de aanval in zjjne volle kracht. De
patiënt gevoelde zich hoogst ongelukkig, wilde met niemand iets
te maken hebben, gaf op haar gestelde vragen slechts bij sterk
aandringen een kort antwoord, had de neiging alleen weg te
loopen om, zooals zij het noemde, in de eenzaamheid zich te kun-
nen uiten over haar grenzenloos ongeluk. Dit zich uiten bestond
hoofdzakelijk in het zingen van een bepaald lied, dat eene
fantazie van haar was. Dit lied zong zij alléén in haren melan-
cholisch-deliranten aanval. Was de aanval afgeloopen, dan was
zij zoowel het lied, als den geheelen aanval zelf vergeten. Het is
mij niet kunnen gelukken, dit lied, dat altijd hetzelfde was en
dat door kenners zeer mooi, en zeer melancholisch werd gevon-
den, te laten opschrijven. De herinneringsstoornis voor den tijd van
den aanval is zeer intensief, zij weet slechts enkele dingen zeer
flauw en zeer gebrekkig. Hoe heviger de aanval is, des te ge-
brekkiger is de herinnering daaraan. Van een aanval, die twee
maanden lang geduurd heeft, weet zij absoluut niets meer. Een
der meest op den voorgrond tredende verschijnselen van eenen
dergeljjken aanval is de neiging tot suicide. Deze neiging open-
baart zich altijd op precies dezelfde wijze. Zij wil zich door
verdrinking van het leven berooven. Zij nadert altijd het water,
en tracht altijd zich daarin te werpen. Na veel moeite en zoe-
ken is het mij gelukt, de oorzaak van deze delirante aanvallen
-ocr page 318-
310
op te sporen, en door het vermijden daarvan ook de aanvallen
te doen ophouden.
Het is mij gelukt, een der aanvallen, terwijl deze op zgn einde liep,
over te voeren in kunstmatig somnambulisme. In een dergelijken
toestand van somnambulisme kreeg ik de volgende inlichtingen.
De melancholische aanvallen zijn ontstaan op 16 jarigen
leeftijd; zij is thans 39 jaar, dus 23 jaar geleden. Dit is geschied
naar aanleiding van de volgende gebeurtenis.
Als 16 jarig meisje was zij op eene kostschool te M. Zij maakte
een boottocht op de rivier met andere meisjes. Op de boot
werd zij getroffen door de aanwezigheid van een jongen man,
die, zooals zij vond, een ongunstig uiterlijk had. In bijzonderheden
beschrijft zij in haar somnambulisme nu nog, hoe de man er
uitziet. Deze man deed, zegt zij, vreemd. Hij keek op veel-
beteekenende wijze telkens naar het water, alsof hij zeggen
wilde, dat zij zich moest verdrinken. Te vergeefs trachtte zij
op de boot het beeld van dien man van zich af te zetten. Zjj
ging alleen op eene bank zitten, om aan iets anders te denken.
Toen zij opkeek, zat de man naast haar, en begon een gesprek.
Nu 23 jaar later, vertelt zij tot in de kleinste bijzonderheden
dit gesprek, dat over geheel onbeduidende dingen liep, als het
weer enz. Daarna nam dit echter een minder onschuldig karakter,
en de man werd onkiesch. Zij stond op, liep weg en begaf zich
onder de meisjes. Op de wandeling, na de boottocht, volgde de
man hen. Zij bleef echter onder de meisjes, en heeft later nooit
meer iets van dien man bemerkt.
Summa summarum is dit eene onbeteekenende geschiedenis,
waarvan men zich echter kan voorstellen, dat zij op een bak-
vischje van 16 jaar, vooral wanneer deze nerveus gepredis-
poneerd is, grooten indruk kan maken.
Dit is hier het geval geweest. In aansluiting met deze
gebeurtenis zijn de boven beschrevene melancholisch, delirante
aanvallen opgetreden. Vroeger bestonden zij niet. In somnam-
bulisme geeft patiënte dit positief als de oorzaak op. Zij deelt
echter nog meer interessante détails mede.
-ocr page 319-
311
Den avond na deze gebeurtenis, terwijl zij op haar bed lag,
had zij het visioen van bovengenoemden man; bovendien hoorde
zij hem zeggen, dat zij zich moest verdrinken. Wederom eene
gebeurtenis, die voor een meisje van 16 jaar nog begrijpelijk
is, maar die toch reeds duidelijk op een sterk nerveusen aan-
leg wijst.
Den volgenden dag was zij melancholisch, en sedert dien tijd
zijn de aanvallen regelmatig opgetreden. In den beginne waren
zij niet zoo hevig, maar onder den invloed van andere schadelijke
omstandigheden, die hier niet genoemd behoeven te worden,
zijn zij veel ernstiger geworden, en hebben zij successievelijk den
vorm aangenomen, dien wij boven hebben beschreven.
Eene verdere belangrijke omstandigheid is, dat bij het begin
van eiken melancholischen aanval, zij de hallucinatie heeft van
bovengenoemden man. Deze zegt haar de stereotype uitdrukking:
„het moet toch gebeuren," d. w. z.: zij moet zich verdrinken.
Dit gebeurt altijd \'s nachts. Den volgenden dag is zij onrustig.
Dit verklaart zij in somnambulisme, als te zijn, eene reactie op,
een zich verzetten tegen den opkomenden melancholischen aanval.
Den daarop volgenden dag is zij melancholisch" delirant. Altijd,
gedurende 23 jaren lang, geschiedt dit op dezelfde manier.
Van dit alles, wat zij mij in somnambulisme heeft medege-
deeld, wat zij altijd precies op dezelfde manier vertelt, van dit
alles weet zij in wakenden toestand niets. Eigenlijk weet zij van
hare geheele melancholische aanvallen niets. Zij weet alléén,
dat zij tijden heeft, dat zij zich zeer ongelukkig gevoelt.
Het beste bewijs voor de juistheid van bovengenoemde ge-
beurtenis, als oorzakelijk moment van de beschrevene melan-
cholische aanvallen, is het resultaat van de ingestelde the-
rapie.
Nadat ik over de wordingsgeschiedenis voldoende op de hoogte
was, en nadat het mij gelukt was, haar steeds in kunstmatig som-
nambulisme te brengen, hetgeen na den eersten keer niet moeielijk
meer was, heb ik haar gesuggereerd, dat zij de stem van dien
man nooit meer zou hooren; maar dat zij in plaats daarvan
-ocr page 320-
312
mijne stem zou hooren, en dat ik haar natuurlijk nooit zou zeg-
gen, dat zij zich moest verdrinken.
Na dien tijd heeft zij nooit meer een melancholischen aanval
gehad.
In dit geval was dus de geheele psychische wording van den
hevigen deliranten aanval te vervolgen. Gewoonlijk duurde deze
maar eenige dagen, zij heeft echter éénmaal in haar leven een
dergelijken aanval doorgemaakt, die l1/» maand geduurd heeft.
Deze waarneming leert ons het hoogst merkwaardige feit,
dat een idéé, eene emotie, 23 jaar lang zonder medeweten
van de patiënte, een onder-bewust bestaan kan voeren, en bij
wijze van explosie tot de ernstigste verschijnselen kan aanlei-
ding geven.
Delirante aanvallen kunnen optreden in aansluiting aan droo-
men in den slaap.
De slaap is bij Hysterie in de overgroote meerderheid der
gevallen gestoord. Er zijn maar weinige gevallen van eenigszins
ernstige Hysterie, waarbij de slaap normaal is. Zonder twijfel is
dit een belangrijk verschijnsel. Het schijnt mij echter onjuist
toe, om, zooals Sollier in zijn laatste werk over Hysterie
doet, deze ziekte terug te brengen tot eene stoornis in den slaap.
Bjj Neurasthenie vindt men dit symptoom in niet mindere mate,
maar daarom zal niemand er over denken hierom alleen in
de stoornissen in den slaap de oorzaak, het grondverschijnsel der
neurasthenie te zoeken.
De stoornissen in den slaap bepalen zich slechts zelden alléén
tot quantitatieve afwijkingen; dat deze dus alleen te zwak, te
kort van duur of te lang en te diep is. Gewoonlijk zijn er andere
afwijkingen.
In den slaap is het normale bewustzijn geëlimineerd. De weer-
stand, die dit dus biedt aan de bij hysterie zoo veelvuldig voor-
komende onder-bewuste geestesprocessen, is in den slaap geheel
opgeheven. Deze onder-bewuste processen kunnen zich als droomen
en als delirante toestanden openbaren, gewoonlijk gepaard met
talrijke hallucinaties en visioenen. Hierby komt verder, dat de
-ocr page 321-
313
droom zich zeer dikwijls in den wakenden toestand voortzet. De
patiënt zegt dan gewoonlijk, dat hij door den droom is wakker
geworden, en dat hij tot zijn grooten schrik bemerkte, dat met
het wakker worden zijn droom niet voorbij was. Integendeel
deze drong zich met dwang aan hem op en eerst na langeren
tijd begon ze te verdwijnen. In dit geval bestaat er nog inzicht
in het verschijnsel en begrijpt de patiënt, dat het een droom is.
In andere gevallen gaat dit inzicht verloren, en ontwikkelt zich
uit den droom een delirante aanval, die gewoonlijk een accuut
karakter heeft en spoedig weer verdwijnt. In andere gevallen
kan een droom tot idee fixe worden en op den duur ver-
schijnselen geven.
Zeer frequent zijn hallucinatoire verschijnselen tijdens en na
den slaap. Dikwijls zijn dit schrikverwekkende visioenen, doods-
hoofden, vlammen enz., die hun oorsprong kunnen vinden in een
beleefd feit, of buiten verband hiermede, als oorspronkelijke
symptomen der ziekte moeten beschouwd worden.
Gemoedsbewegingen zijn dikwijls de oorzaken voor delirante
aanvallen. Hierbij kan de emotie als zoodanig den inhoud van
het delire geven, of wel tusschenbeide bestaat geen psycholo-
gisch verband. De emotie werkt dan alleen als schadelijk moment
verzwakkend, en het delire is het symptoom van dezen zwakte-
toestand.
Eene van mijne patiënten vertoonde na eene emotie dikwijls
eene delirante phase van enkele uren. De overkomst van haren
echtgenoot kon hiertoe aanleiding geven. De inhoud van het
delire stond dan niet in het minste verband met den aard van
de emotie. Zij was in een labiel geestelijk evenwicht, en de emotie
was niet anders dan de druppel, die den beker deed overloopen.
Het hysterisch delire vertoont als zoodanig weinig kenmerken,
die voor de ziekte karakteristiek zjjn; de diagnose kan nooit
op het delire alleen gemaakt worden. Men zou kunnen onder-
scheiden een delire met een melancholisch, een maniacaal en een
vecordiaal cachet.
Van het melancholisch delire hebben wjj boven een voorbeeld
-ocr page 322-
314
gegeven. Gevaar voor suicide bestaat bjj hysterisch-melancholi-
sche toestanden evenzoo goed, als bij de gewone melancholieën.
Het is alleen daarom minder,\'omdat deze aanvallen korter duren,
doordat de hysterica veel veranderlijker is, dan de raelancholica.
Het onberekenbare, het wisselvallige van de hysterica blijkt
nergens meer dan in haar delire. Dit komt, omdat de motieven
tot handelingen aan de hysterica zelf en ook aan ons grooten-
deels onbekend zijn. Eene van mijne patiënten had bij tijden
hierin inzicht en deelde mij zeer kenschetsend mede: „ik han-
del of gevoel eerst, en daarna beredeneer ik bij mij zelf de mo-
tieven, die ik daarvoor gehad heb of liever gehad zou kunnen
hebben; daarom begrijp ik van mij zelf niets." Het behoeft geen
betoog, dat hier wederom dikwijls het onbewust worden van
motieven eene groote rol speelt.
De melancholische gemoedsstemming kan ook secundair ont-
staan en kan dan in sommige gevallen zeer hevig zijn. De pa-
tiënt ziet in zijne goede tijden in, dat er niet op hem te reke-
nen valt. Dat hij \'t eene oogenblik dit meent en \'t volgende
oogenblik weer wat anders; hij begrijpt, dat zijn doen en laten
elk oogenblik verandert, hij gevoelt booze buien opkomen te-
genover personen, die hij lief heeft enz. Een van mijne patiënten
kon hierdoor radeloos worden, en dit was zij dan in hare goede
tijden, in hare periode van ziekteinzicht.
Het maniakale delire draagt dikwijls een raisoneerend-dege-
neratief karakter. De patiënt zoekt naar motieven voor haar
gedachtenvlucht, en vindt die gewoonlijk in tekortkomingen der
omgeving, die van allerlei beschuldigd wordt. In deze geval-
len, die altijd zeer zware en erfelijk gepredisponeerde zijn,
kan men overgangen vinden tot periodieke manie, waarvan
het degeneratief karakter voldoende bekend is. Dit zijn die
weinige gevallen van Hysterie, waar de neiging tot leugen en
achterklap, tot simulatie en vreugde in het verdriet van an-
deren, uitkomt; eigenschappen, die de publieke opinie geneigd is
ten onrechte aan hysterie in het algemeen toe te schrijven. Ook
komen gevallen voor, waar deze afwijkingen gecombineerd voor-
-ocr page 323-
315
komen met imbecilliteit, die, zooals wij weten, dergelijke moreele
verschijnselen vertoont.
Wij staan hier op een grensgebied, en de diagnose is in vele
gevallen niet met voldoende zekerheid te stellen.
De maniakale aanvallen kunnen zeer hevig zijn. Zij vinden
dan dikwijls hunnen oorsprong in eene vermeende onbillijke behan-
deling. In dergelijke gevallen kan isolement noodzakelijk zijn. Ook
in heftige maniakale aanvallen openbaart zich dikwijls het raiso-
neerend karakter. Eene patiënt met linkszijdige analgesie beukte
met haar linkerhand op de deur van haar isoleerkamer, omdat zij
daar geen pijn van had, en zij dus leven kon maken zonder pijn.
De delirante toestanden kunnen een vecordiaal karakter aan-
nemen. Men vindt daar voornamelijk waandenkbeelden van
vervolging.
Deze waandenkbeelden van vervolging zijn gewoonlijk vrij
gemakkelijk te onderkennen van de echte, zooals wij die waar-
nemen bij vecordia.
Bij een lijder aan vecordia is het waandenkbeeld een product
van lang denken en overwegen; het is een uitvloeisel van de
geheele bewuste persoonlijkheid. De lijder overweegt, wat hij
gevoelt en waarneemt, weifelt nog langen tijd en trekt na veel
aarzeling zijn besluit, waarvan hij, eenmaal overtuigd, alle con-
sequenties aanvaardt.
De hysterica doet anders. Men heeft het, zegt zij, op haar
gemunt; ,waarom krijg ik altijd de schuld van alles? Ik heb
dit gedaan, maar daarom heeft zij (d. i. dan iemand uit de
omgeving) niet het recht zus of zóó te doen."
In andere gevallen missen de vervolgingsdenkbeelden dit
raisoneerende karakter, en worden het meer los heengeworpen
gezegden. Dit is vooral in halfbewuste toestanden het geval.
De patiënt meent wel, wat hij zegt, en gelooft wel, dat hij het
mikpunt is van vervolgingen en achteruitstellingen, maar hij
motiveert het niet. Het is meer een direct opkomend gevoel.
Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat er geen motief voor is, maar
alleen, dat de patiënt het motief niet weet.
-ocr page 324-
316
Eene andere soort van delirante denkbeelden verklaar ik mij
wederom anders. Als voorbeeld kan het volgende dienen.
Eene van mijne patiënten geeft mij in hare goede dagen de
meest ondubbelzinnige blijken van genegenheid. Plotseling is
dit uit en ze slaat over in het tegendeel, doet alle mogelijke
verwijtingen, wordt grof, spreekt onwaarheid, meent zichveron*
gelijkt enz. Na eenige dagen is dit voorbij. Dan volgt hevig
berouw, zelfverwijt en de beste voornemens voor de toekomst.
De aanval gevoelt zij zelf opkomen en waarschuwt er voor. Zij
is eene goede somnambule, maar kan in somnambulisme even-
min als in wakenden toestand reden voor hare handelingen geven.
Op allerlei manier heb ik beproefd, of een of ander idee fixe
daarvoor de oorzaak zou kunnen zijn, maar nooit heb ik iets kun-
nen vinden. Dezelfde dingen vertoont zij bovendien tegenover
anderen, die zij hoogacht, zoo b. v. tegenover haar echtgenoot.
In dergelijke gevallen verklaar ik deze delirante aanvallen
door eene associatie door contrast.
Het nadert tot de zoo dikwijls voorkomende neiging om van
eene hoogte af te springen of tot het dwangdenkbeeld van eene
moeder om haar kind te dooden. Juist omdat de patiënt het
niet wil, komt het bij haar op.
Dikwijls heb ik bij delirante aanvallen waargenomen, dat de
patiënt zelf een voorgevoel had van het opkomend delire. Het-
zelfde vindt men bjj een naderend hysterisch acces. Het naderend
delire of de toeval geeft een gevoel van onwelzjjn; de patiënt
gevoelt, dat er iets komen moet. Sommige patiënten zeggen
dan, laat het maar spoedig komen, dan ben ik er af, ik ontsnap
er toch niet aan.
Het is mijne meening, dat wij in deze gevallen gewoonlijk
met onder-bewuste psychische processen te doen hebben, waarvan
de patiënt geene bewuste kennis heeft, maar waarvan eene
algemeene malaise tot het bewustzijn doordringt. In enkele
gevallen is het mij gelukt een idee fixe aan te toonen, in
andere niet. Bijna altijd komen de voorspellingen van den
patiënt uit.
-ocr page 325-
317
De beschrijving der delirante toestanden bij Hysterie is, zooals
ik ze in het bovenstaande gegeven heb, meer of min onsamen-
hangend. Onze kennis daarvan is nog gering. Toch is eenige samen-
hang niet geheel te miskennen en komt telkens de grondeigen-
schap der Hysterie te voorschijn, de neiging tot het onbewust
worden van in normale omstandigheden bewuste geestesprocessen.
Ook in hare delirante openbaringen is de hysterie ,la grande
simulatrice*
, zooals Charcot haar heeft genoemd. Men heeft
eene hysterische pseudo-melancholie, eene pseudo-manie en
eene pseudo-vecordia. Alle psychische verschijnselen worden
hier als het ware nagemaakt. Dit komt, omdat de motieven voor
de symptomen der hysterie en voor die van bovengenoemde
ziekten verschillend zijn.
Bij bovengenoemde psychosen neemt de geheele bewuste per-
soonlijkheid deel aan de verschijnselen der ziekte. Deze laatste
is niet anders dan het gevolg van al hetgeen bewust gebeurd is.
Bij hysterie is dat anders. Hier weet de patiënt in vele
gevallen niet, wat er al zoo omgaat in zijnen geest. Hier en daar
wordt een idee onbewust. De associatie der onder-bewuste denk-
beelden is niet meer onder den invloed der normale waarnemingen,
verloopt dus geheel anders. Enkele waarnemingen, gevoelens
of opinies verkrijgen daardoor eene abnormale intensiteit en
op een gegeven oogenblik uiten zij zich als een waandenkbeeld
of als eene stemmingsanomalie, dikwijls tot groote verwondering
van den lijder zelf, die zijn waan beschouwt als een van bui-
ten hem opgelegde dwang.
Eene korte bespreking verdienen nog de hallucinaties, die in
de zwaardere gevallen van hysterie zelden ontbreken; ook in de
lichtere gevallen komen zij wel voor.
De studie hiervan is zeer interessant, omdat ons hier nu en
dan de gelegenheid gegeven is, verder in het mechanisme der
hallucinatie door te dringen, dan dit bij andere psychische ziekten
tot nog toe het geval is.
Onder eene hallucinatie verstaat men eene waarneming, waar-
voor geen uitwendige prikkel aanwezig is.
-ocr page 326-
318
Het aanwezig zijn van eene hallucinatie kan tweeërlei ge-
volgen hebben. De patiënt kan de hallucinatie gelooven, ofwel
hij kan die als hallucinatie, als zinsbegoocheling herkennen.
Gelooft hg de hallucinatie, dan wil dat zeggen, dat hij deze ge-
bruikt in zijn psychisch leven als gelijkwaardig met elke andere
waarneming, die een uitwendigen grond heeft. De hallucinatie
bepaalt het denken en het handelen van den patiënt, evenals alle
andere waarnemingen dat doen.
In dit geloofschenken aan de hallucinatie ligt dus opgesloten,
dat de patiënt door zijne andere zintuigelijke waarneming zich
niet overtuigt, of niet overtuigen kan, van het afwezig zijn van
eene uitwendige oorzaak voor de waarneming. Behalve de hallu-
cinatie, is dus hier aanwezig, een gebrek aan correctie van foutieve
waarnemingen, zooals dat bij elk normaal mensch wèl voorkomt.
Dergelijke hallucinaties komen bij Hysterie hoofdzakelijk voor
in de acute perioden, wanneer gelijktijdig een of ander delire
aanwezig is.
In de tijden van de chronische ziekteverschijnselen wordt zelden
aan de hallucinaties geloof geschonken.
Dikwijls echter twijfelt de patiënt en tracht hij op allerlei
manier zekerheid te verkrijgen. Een van mijne patiënten hoorde
telkens \'s morgens iemand kermen; het was zoo duidelijk en zij
hoorde het zoo gewoon, dat zij telkens, wanneer zij het gehoord
had, ging zoeken, wie of dat toch wel gedaan kon hebben.
Toen al het zoeken geen resultaat had, kwam zij ten slotte tot
de overtuiging, dat zij wel gehallucineerd zou moeten hebben.
Nu en dan hoort zij zich bij haren naam noemen, maar nooit
kan zij nalaten, onderzoek te doen, of er inderdaad niemand ge-
roepen heeft. In den grond der zaak is dit niet anders dan
natuurlijk. Zij doet, wat een ieder zou doen, die zijn naam hoort
noemen. Tegelijk bewijst dit echter de juistheid van de hallu-
cinatie, het is eene volkomen volledige waarneming zonder uit-
wendigen prikkel.
In sommige gevallen kan men de wording der hallucinatie
eenigszins nader vervolgen.
-ocr page 327-
319
Eene van mijne patiënten deed een rustkuur. Zij had een
buurman naast zich, die telkens de kamer op en neer liep;
ofschoon men moest opletten om het te hooren, hinderde haar
dit. Eenigen tijd daarna had zij de hallucinatie van dit heen en
weer loopen. Ik kon met zekerheid constateeren, dat er niet
geloopen werd. Hier ging de hallucinatie dus uit van een her-
inneringsbeeld.
Tusschen eene herinnering en eene hallucinatie of eene waar-
neming bestaat echter een fundamenteel verschil. Iedereen weet,
dat aan eene herinnering geene uitwendige oorzaak verbonden is;
deze wordt hier nooit verondersteld en bjj eene hallucinatie of
waarneming altijd.
Men kan dus niet aannemen, dat eene herinnering en eene
waarneming of hallucinatie alleen door hare intensiteit ver-
schillen ; er moet nog iets anders bijkomen, dat maakt, dat men
voor eene waarneming en eene hallucinatie eene uitwendige
oorzaak aanneemt en voor eene herinnering niet.
Eene eenvoudige waarneming is reeds een samengesteld
psychisch proces. Om bij het bovengenoemde voorbeeld van het
hooren van een stap te blijven, dan vindt men bij de ontleding
daarvan talrijke psychische gewaarwordingen, die in bepaalde
volgorde samen verbonden, de totale waarneming geven. Men
hoort in een\' stap eene bepaalde maat, men onderscheidt een
bepaald geluid van dengene, die loopt en een geluid van waarop
geloopen wordt. Men hoort eene bepaalde wijze van kraken, er
komen gezichtswaarnemingen bij van den persoon, die loopt en
van de omgeving, waar geloopen wordt enz. Dit alles samen in
eene bepaalde volgorde is de waarneming van iemand, die stapt.
De herinnering aan dit loopen is nooit eene dergelijke vol-
ledige serie van gewaarwordingen en waarnemingen, en daarom
staat zij nooit gelijk met eene feitelijke waarneming.
Bij hysterie zijn echter de voorwaarden gegeven, waardoor
de herinnering van eene waarneming tot eene werkelijke waar-
neming, tot eene hallucinatie kan worden. Deze voorwaarden
zijn gegeven in de primitieve eigenschap van deze ziekte om
-ocr page 328-
320
sommige geestesprocessen onbewust te doen worden. Wij hebben
reeds vroeger opgemerkt, dat daardoor de associatieve werk-
zaamheid zeer verhoogd wordt. Elk onbewust psychisch proces
is onttrokken aan de correctie der bewuste waarnemingen, en
juist de elk oogenblik bij duizenden toevloeiende waarnemingen
zijn de groote hinderpaal voor elke associatie. Wanneer men
goed wil associeeren, goed wil denken, moet men zich wille-
keurig of onwillekeurig aan andere waarnemingen onttrekken.
Welnu, de onbewuste geestesprocessen der hysterica zijn geheel
aan deze van buiten toevloeiende waarnemingen onttrokken, juist
omdat zij onbewust zijn en een zelfstandig bestaan voor zich alleen
voeren. Eene hysterica herinnert zich het hooren van een\' stap,
dat wil zeggen eene of andere elementaire gewaarwording daarvan.
Bij \'een gewoon mensch blijft het daarbij, en het is eene herinnering.
Bij de hysterica echter niet. Bij haar associeert zich daarmede
alles, wat bij de oorspronkelijke waarneming daarmede verbonden
was en zij komt, juist als bij de gewone waarnemingen, tot
eene geheele serie, in eene bepaalde volgorde en hiermede is
de hallucinatie d. w. z. de volkomene waarneming gegeven.
Dit is de wordingsgeschiedenis van talrijke hysterische
hallucinaties.
Eene van mijne patiënten woonde de begrafenis bij van haren
vader. Bij deze gebeurtenis zelf was zij vrij gewoon. Gedurende
langen tijd daarna, vertoonde zij echter het verschijnsel, dat,
wanneer zij door een familielid bezocht werd, zij de geheele
scène van haren vader in een doodkist enz. hallucineerde. Alles
wikkelde zich automatisch af. Somtijds, vooral onder den invloed
van kleine schadelijke omstandigheden, ontwikkelde zich deze
hallucinatiën nog verder. Zij was dan in haar vaders huis, was
geheel in het leven van hare kindsheid en miskende hare
tegenwoordige omgeving. Er ontwikkelde zich dan een volkomen
delirante toestand op grond van hare hallucinaties.
In deze gevallen, en zij zijn niet zeldzaam, vinden wij dus
voor de hallucinatie dezelfde oorzaak, als voor het idee fixe.
Beide gaan uit van eene werkelijke gebeurtenis, beide worden
-ocr page 329-
321
meer of min onbewust en onder den invloed van schadelijke omstan-
digheden, geven zij hunne verschijnselen. Bij elk verschijnsel van
hysterie, waarin het ons gelukt, meer of min tot de oorzaken
daarvan door te dringen, stuiten wij, zooals ook hier weer het
het geval is, op die oorspronkelijke eigenschap dezer ziekte,
dat die geestesprocessen, die in gewone omstandigheden bewust
zijn, onbewust worden.
Niet alle hallucinaties kunnen wij met onze tegenwoordige
kennis op deze wijze verklaren; alleen die, welke herhalingen
zijn van vroegere waarnemingen, kunnen tot deze groep gebracht
worden. Andere hallucinaties treden op, zonder dat er in het
verleden van den patiënt een aanknoopingspunt is te vinden.
In acute verheffingen der ziekte zijn hallucinaties zeer gewoon.
Een acuut delire gaat met hallucinaties, en acute hallucinaties
gaan met een delire gepaard. Deze wisselwerking is constant,
nu eens treedt het eene, dan het andere op den voorgrond.
De indruk, dien eene hallucinatie te weeg brengt, ook al wordt
ze niet geloofd, is altijd zeer onaangenaam. Een van mijne pa-
tiënten voelt zich nu en dan van achter om haar middel aan-
gegrepen. Zij weet, dat dit niet zoo is, maar ze is er den ge-
heelen dag van onder den indruk. Soms hoort zij haar naam
noemen. Ook dit impressioneert haar.
Visioenen komen dikwijls des nachts voor, vooral in aanslui-
ting met droomen; zij worden gewoonlijk als zoodanig herkend.
In den nacht komen ook vele hallucinaties van het spiergevoel
voor, een gevoel van verkeerden stand der ledematen of van
het hoofd, van bewegingen enz.
In verband met delirante toestanden vormen de hallucinaties
dikwijls zeer hardnekkige verschijnselen bij Hysterie, en kunnen
zij periodisch jaren lang bestaan.
5. Veranderingen in de uiting der
voorstellingen.
De oudere psychologie nam verschillende van elkaar min of
21
-ocr page 330-
322
meer onafhankelijke eigenschappen, vermogens of hoe men het zou
willen noemen, van den menschelijken geest aan. Een der belang-
rijkste was het vermogen om te willen. De wil was dan eene of
andere kracht, die onafhankelijk van alle andere geestelijke
eigenschappen, de daden der menschen bepaalde. Afgezien nu
hiervan, dat het gewone determinisme reeds een onafhankelijk
vermogen vaneden geest als iets onmogelijks heeft leeren kennen, is
de leer van dit wilsvermogen door een natuurwetenschappelijk
denkend mensch reeds daarom niet te aanvaarden, omdat het
geheel overbodig is. Wat als waarneming onzen geest binnen
komt, wordt verwerkt, wordt gecombineerd met al het aanwe-
zige, wordt bewaard als herinneringsbeeld en komt op de eene
of andere manier als handeling weer naar buiten. Tusschen het
zintuig en de spier ligt onze geest. Dit is het schema, waar-
onder zich ook de meest samengestelde psychische processen
laten brengen, en in dit schema is voor een afzonderlijken wil
geen plaats.
Wanneer wij nu over de stoornissen in den wil spreken, dan
is dit niet meer, dan eene gemakkelijke verkorting. Wij bedoelen
daar eenvoudig mede, dat de uiting der voorstellingen niet kan
plaats vinden, dat het spel der motieven en contra-motieven
niet tot een resultaat komt, dat er geene eindvoorstelling is, die
de overhand heeft.
Deze eindvoorstelling, die zich openbaart door \'t verrichten
van eene handeling of door het verhinderen daarvan, noemen
wij onzen wil.
Deze definitie van den wil heeft met bewustzijn alleen in zoo-
verre iets te maken, als de oorzaken daarvan bewust zijn. Bij
een reflex kan men den prikkelingstoestand in de motorische
gangliencel, den wil tot de reflexbeweging noemen. Wanneer
echter de oorzaken, die voorafgaan, bewust zijn, is de wil of de
eindvoorstelling dat ook. In dit geval noemt men deze oorzaken
de motieven.
Deze definitie van den wil als eene eindvoorstelling, die het re-
sultaat is van al wat voorafgaat, toont aan, dat deze wils-
-ocr page 331-
323
voorstelling iets anders is, dan de later in een afzonderlijk
hoofdstuk te behandelen bewegingsvoorstellingen. De ziekelijke
afwijkingen in deze laatste, geven de hysterische bewegings-
stoornissen.
Dit vooropgesteld, kan het ons niet verwonderen, dat bij
Hysterie stoornissen in den wil iets zeer gewoons zijn.
Naar mijne ervaring te oordeelen, kan men in bijna alle gevallen
van Hysterie deze wilzwakte aantoonen. In de lichtere gevallen
slechts weinig, in zwaardere gevallen soms zeer sterk, en zij kan
tijdelijk of duurzaam aan het ziektebeeld een eigenaardig cachet
geven.
De mededeeling van een zwaar geval zal het best de ver-
schijnselen doen kennen.
N.N. is een geval van Hysterie, waarvan de verschijnselen
reeds op den leeftijd van 16 jaar duidelijk waren. Bij mijne ken-
nismaking met haar, was zij links anaesthetisch, had links ovarie,
een hysterogeen punt onder de rechter mamma en zij was apho-
nisch. Dit waren de verschijnselen, die men bij een gewoon me-
disch onderzoek ontdekte. Ook van de familieleden verkreeg men
geene nadere inlichtingen, zij imponeerde als normaal.
In mijn sanatorium opgenomen, kon ik door dagelijksche waar-
neming het volgende constateeren:
Patiënt is feitelijk tot niets in staat. Toen zij bezig was haren
koffer uit te pakken, kwam zij er niet toe. Zij ging op een stoel
voor den geopenden koffer zitten en bleef daar. Door toespraak en
aanmoediging, kon men het zoover brengen, dat zij een kleeding-
stuk in hare kast bracht, daarna was zij weer even inert als te
voren. Het einde was, dat het voor haar gedaan moest worden.
Zoo was het met alles. Elke verandering was voor haar een
besluit. Moest zij gaan wandelen, dan kon zij er niet toe komen,
haar hoed op te zetten. Ging zij eten, dan kwam zij er niet toe
haar servet los te maken enz.
Patiënte kan uren lang in een stoel voor het raam zitten,
omdat zij er niet toe komen kan een boek te openen, dat zij
zou willen gaan lezen.
-ocr page 332-
324
Deze aboulie, die kennelijk bij Hysterie zulk een eenvoudig
verschijnsel is, kan tot allerlei complicaties in het ziektebeeld
aanleiding geven; complicaties, waarvan wg er enkele kunnen
aangeven, maar die in al hare afwisseling zich grootendeels
aan nadere beschrijving onttrekken.
Eene dezer complicaties is bij de jnist genoemde patiënt bijzon-
der duidelijk.
In hare goede tijden, want deze aboulie is gewoonlijk nog al
wisselend, komt patiënte herhaaldelijk tot mij met de volgende
vraag: „Dokter, ik weet niet, of ik het niet wil, of dat ik het
niet kan." Deze questie kan voor haar een onderwerp van
tobberij worden, welke zich door de volgende redeneering ont-
wikkelt: „Wil ik het niet, dan ben ik slecht; kan ik het niet,
dan ben ik ziek." Voor de behandeling red ik mij uit deze
moeielijkheid, door te zeggen: gij kunt het niet willen; gelukkig
heeft zij mij nog niet gevraagd, of zij het soms niet zou willen
kunnen.
Dit metaphysische woordenspel nu daargelaten; een feit is,
dat patiënte tengevolge van hare aboulie zeer elementaire
psychische gevoelens niet meer weet te onderscheiden ; zij weet
geen verschil meer tusschen het gevoel van willen en van kun~
n e n, wat voor elk normaal mensch hemelsbreed uit elkaar ligt.
Dergelijke verwisselingen brengen in den menschelijken geest
eene groote verwarring te weeg en zijn zonder twijfel de oor-
zaak van vele onbegrijpelijkheden der hystericae. Het is vol-
doende er hier op gewezen te hebben.
Een zeer ongelukkig gevolg van deze aboulie is gelegen in
de besluiteloosheid der patiënten en in de onmogelijkheid, die
zij ondervinden om aan hunne directe neigingen, aan de lagere
driften van den persoon voldoenden weerstand te bieden.
Eene van mijne patiënten roept op wanhopige wijze mijn hulp
in, om haar te beletten, dat zij zich overgeeft aan hare neiging
tot onanie. Zij vroeg mij, of ik bij haar wilde blijven, want
indien de verpleegster bij haar was, wist zij, dat dit niet vol-
doende zou zijn, en wist zij, dat zij het toch in stilte zou doen»
-ocr page 333-
325
Tyden lang heb ik beproefd patiënte in hypnose deze hebbe-
lijkheid af te leeren, zonder eenig gevolg. Zij was eene goede
somnambule, en zelfs in wakenden toestand zeer suggcstibel,
zoodat ik haar contracturen, verlammingen enz. met het grootste
gemak in wakenden toestand kon suggereeren. De suggestie van
weerstand te kunnen bieden aan hare neiging tot onanie mis-
lukte echter geregeld, in wakenden, zoowel als in somnambulen
toestand. Het eenige, wat men door suggestie kon verkrijgen,
was een huilbui en de verzekering, dat zij er toch geen weerstand
aan zou kunnen bieden. Door een kunstgreep kon ik haar de
acte der onanie onmogelijk maken. Wanneer ik haar in som-
nambulisme suggereer, dat, indien zij zich wil masturbeeren,
zij het niet zal kunnen, omdat hare armen dan lam zullen wor-
den, is het haar inderdaad onmogelijk. Dit middel is echter er-
ger dan de kwaal, want zij geraakt daarbij in een angsttoestand,
die haar meer schade doet, dan de onanie, omdat zij hare armen
dan zoo onmachtig voelt.
Bij deze aboulie staan wij, evenals dat bij den anaesthesie en
bij de amnesie het geval is, voor de oorspronkelijke afwijking
der hysterie, voor d e neiging tot onbewust worden van in nor-
male omstandigheden bewuste geestesprocessen. Deze oorspron-
kelijko afwijking is natuurlijk voor suggestie ontoegankelijk.
Dit kan alleen genezen worden door eene hygiëne van den geest,
door versterking, door opvoeding van de zwakke persoonlijkheid.
Geheel anders is dit met het idéé fixe, dat wij besproken
hebben, en dat men een secundair verschijnsel van Hysterie
zou kunnen noemen. Hier is het eene toevallige gebeurtenis,
die grooten invloed op den zwakken geest gehad heeft, welke
men moet elemineeren, en dit is door suggestie mogelijk, is zelfs
dikwgls mogelijk. Wjj hebben er bij het idee fixe echter reeds
op gewezen, dat men bij genezing daarvan, de zwakke, zieke,
oorspronkelijke persoonlijkheid, de normale hysterica, nog over
hield, en dat deze alleen door eene „moral training* te genezen
was. Deze normale hysterica lijdt nog aan anaesthesie, amnesie,
suggestibiliteit, aboulie, enz.
-ocr page 334-
326
Op eene andere wijze kan de aboulie zich openbaren door de
machtelooze wijze, waarop de hysterica aan hare stemmingen is
, overgeleverd. Wij hebben gezien, dat de oorzaak voor deze
onberekenbare stemmingen haar zelf gewoonlijk onbekend is, en
bovendien niet gegeven is door de oogenblikkelijke uitwendige
omstandigheden. In vele gevallen berust deze ongemotiveerde
stemmingen echter ook op de onmogelijkheid om eenigszins weer-
stand te bieden aan eene opkomende neiging. Eene hysterica
is boos, en daarmee is het uit; zij weet niet waarom, en weet
niet waardoor, maar zij is overgeleverd aan hare boosheid; zij
vermag daar niets tegen. Hare aboulie kan dan te voorschijn
komen door de hulp, die zij zoekt. Eene van mijne patiënten
komt dikwijls naar mij toe en zegt: ,Dokter, help mij, ik ben
weer kwaad." Even breng ik haar in hypnose, even spreek ik
haar toe en weg is de boosheid. De hypnose is in dit geval
slechts het middel, waardoor een gemoedelijk praatje beter werkt.
Ook zonder hypnose, kan een persoon, die invloed op haar heeft, en
dit is gewoonlijk de dokter, hetzelfde bereiken. De hoofdzaak is,
dat de zwakke persoon, aan zich zelf overgelaten, geen weerstand
kan bieden; zij heeft de hulp, den steun van een ander noodig.
Dit machteloos overgeleverd zijn van de hysterica aan hare
stemmingen doet denken aan sommige der nieuwere artisten,
die echter hierin van de hysterica verschillen, dat zij hunne
stemming inderdaad als het hoogste beschouwen, en willens en
wetens zich daarvan de speelbal maken; de hysterica staat
hooger, zij heeft dikwijls ziekte-inzicht en zoekt daarvoor hulp,
de stemmings-artist, zonder ziekte-inzicht, vertoont meer nog,
dan de hysterica, de verschijnselen der degeneratieve psychose. Ook
de z.g. fijnere nuance der stemming kan men bij de hysterica terug
vinden. Hetgeen Nordau over deze dingen gezegd heeft, ver-
dient meer overweging, dan men wel algemeen schijnt aan te nemen.
Met deze zoo algemeen voorkomende aboulie bij. Hysterie is
schijnbaar in tegenspraak de ijver en werklust, die men nu
en dan kan waarnemen.
N.N. heeft buien, dat alles af moet. Zij is dan met koorts*
-ocr page 335-
327
achtigen ijver bezig met het maken van handwerken, het eene
stuk na het ander. Gewoonlijk zijn dit lang uitgestelde stukken,
en had alles reeds lang gereed moeten zijn. Ook kan zij het
hebben, dat zij eiken dag een roman uitleest, alles gaat dan in
één jacht door, en zoo moeielijk het eerst was om te beginnen;
zoo moeielijk is het nu, om op te houden.
Bezien wij deze bezigheden een weinig nader, dan vallen ons
verschillende bijzonderheden op, die ons deze schijnvertooning
van arbeidzaamheid begrijpelijk maken.
Wanneer N.N. een roman heeft gelezen, weet zij van den
inhoud absoluut niets af. Zij kan de hoofdpunten van het ver-
haal niet weergeven. Deze onwetendheid berust niet op eene
amnesie, zoodat zij het eens begrepene vergeten zou zijn. De
waarheid is, dat zij het niet begrepen heeft, op het oogenblik,
dat zij het las. Men kan dit beproeven, wanneer zij bezig is
met lezen, en kan dan constateeren, dat zij het dan evenmin
weet. Haar lezen is dus niet een doorloopend vergeten, van
wat zij gelezen heeft, maar het is een niet opnemen van het
gelezene. Dit niet opnemen berust verder op een niet kunnen
vestigen van de aandacht, en niet op een gebrek aan psychische
vermogens; zij is eene ontwikkelde dame.
Aandacht is eene uiting van den wil; om continueel aandachtig
te zijn, moet men dat voortdurend blijven willen, en hiertoe is
eene hysterica niet in staat. De aandacht is verder in de hoog-
ste mate een bewustzijnsproces, en als zoodanig is zij bij
Hysterie het eerst blootgesteld, om den invloed der ziekte te
ondervinden. Dit gebrek aan aandacht is de Aprosexia, die door
Gye het eerst beschreven is.
De Hysterica, die in één dag haar roman uitleest, toont dus
haar zwakken wil door haar gebrek aan aandacht. Evenwel het
valt niet te ontkennen, dat door het feit, dat zij blijft lezen,
ook al begrijpt zij van het gelezene niets, dat zij door dit feit
toch eenigen wil ten toon spreidt. Zonder dit te willen ontkennen
is deze hoeveelheid wil toch veel minder, dan men op het
eerste gezicht zou denken.
•
-ocr page 336-
328
Eene wilsuiting bestaat ter laatster instantie in eene veran-
dering van het bestaande; het is eene inwerking van het indi-
vidu, op de omgeving of op zich zelf.
Het laten voortduren van een toestand is eene afwezigheid
van wil, het veranderen van een toestand is een aanwezig zijn
van wil. Zoo moet men het begrijpen, wanneer eene hysterica
met aboulie niet kan ophouden met het lezen van een roman,
of een geheelen dag maar door niet anders doet, dan hand-
werken en er niet toe kan komen, zich tijd te gunnen voor
\'t eten.
Zij kan niet zooveel wil aan den dag leggen, dat zij haren
toestand veranderen kan; het gaat altijd maar door, en zij kan er
geen verandering in brengen. Sommige patiënten hebben daar
eenig inzicht in. Bovengenoemde patiënt, eene ontwikkelde
vrouw, zei me: «dokter, u moet niet denken, dat ik zoo ijverig
ben, ik kan niet anders; ik doe het, maar ik kan niet ophou-
den." Een feit is, dat het „ophouden-, evenzeer eene wilsuiting
is als het „beginnen".
Wij behoeven niet verder op deze afwezigheid van wil in te
gaan en kunnen besluiten met eene kleine opmerking.
De aboulie is een der meest algemeene hysterische ver-
schijnselen. Zelfs in de lichte gevallen ontbreekt zij bijna nooit.
Te oordeelen naar de ervaring, die ik over Hysterie heb, kan
ik constateeren, dat in de gevallen, die ik onderzocht heb, \'het
altijd aanwezig was, en dat het even goed tot de stygmata der
Hysterie behoort als de anaesthesie.
De groote moeielijkheid is echter het constateeren van der-
gelijke afwijkingen. Het is betrekkelijk gemakkelijk zich te
overtuigen van het wel of niet aanwezig zijn van eene anaesthesie,
een enkel onderzoek is daarvoor voldoende. Zoo is het niet met
eene hysterische aboulie, of met eene amnesie. Om zich hiervan
te overtuigen moet men met den patiënt omgaan, met den patiënt
dagelijks bezig zijn, en dit is heel wat anders, dan een gewoon
medisch onderzoek.
Het kan ons dus niet verwonderen, dat de hysterische
-ocr page 337-
329
anaesthesieën veel beter bekend zijn, dan de hysterische amne-
sieën en aboulieën. Het is natuurlijk onder zulke omstandigheden
onmogelijk eene behoorlijke statistiek te maken. Eene statistiek
over amnesieën en aboulieën is eenvoudig onmogelijk. Alleen
een algemeene indruk kan aanwezig zijn, en wanneer ik deze
uit mijne ervaring verkregen zou mogen doen gelden, dan is
het, dat zij in elk zwaarder geval van hysterie voorkomen.
Voortgezette studie van medici, die tegelijk psycholoog zjjn,
en die niet alleen zweren bij materieel zieke organen, maar die
ook een open oog hebben behouden, voor abnormale geestelijke
functie, zonder bekend materieel substraat, aan deze studie
hebben wij groote behoefte.
-ocr page 338-
HOOFDSTUK VI.
Symptomatologie.
(Vervolg.)
Motorische verschijnselen.
Wij komen, nadat wij hebben behandeld de opname der
indrukken en de uitwerking daarvan tot voorstellingen, tot die
functiën, waardoor de psyche zich naar buiten uit, tot de moto-
rische stoornissen in den meest algemeenen zin van het woord.
Elke waarneming, elk psychisch proces vindt ten slotte zijne
uiting in eene beweging of in eene verhindering van eene
beweging. Reeds bij de bespreking der Ahoulie hebben wij
melding moeten maken van stoornissen in de beweging en van
verschijnselen, die ons eene psychische paralyse der wilsbewe-
gingen deden zien. Wij hadden daar echter steeds het gecom-
pliceerde spel der psychische associaties voor ons, de patiënt
kon door het ontbreken van bewuste motieven niet tot eene
wilsuiting komen. In het nu te bespreken hoofdstuk hebben wij
alleen te maken met het laatste eindlid van het geheel der
geestelijke processen, zooals dit in de bewegingen gegeven is.
Deze stoornissen in de beweging zijn bij Hysterie uitsluitend
van psychischen aard, en onze tegenwoordige kennis stelt ons
in staat, ondanks de groote verscheidenheid der hysterische
verschijnselen, in bijna alle gevallen de differentiëele diagnose
met organische aandoeningen te stellen.
-ocr page 339-
331
De etiologie der hysterische paralysen en contracturen is
eene zeer samengestelde, en blijft ons voor het afzonderlijke
geval dikwijls onbekend. Wij kunnen slechts enkele algemeene
regels opgeven, die in vele gevallen de verschijnselen duidelijk
maken, d. w. z. die eene psychologische verklaring daarvoor
geven.
Vele der hysterische stoornissen in de motiliteit zijn een
gevolg van de primitieve afwijking der hysterie, de vernauwing
van het bewustzijn; dit zijn vooral de amyosthenieën. In dit
geval zijn de bewust gewilde bewegingen verzwakt, terwijl de
bewegingen, die buiten het bewustzijn om geschieden, die door
de voortdurende herhaling tot gewoonte zijn geworden, met veel
kracht kunnen worden verricht. Een dienstmeisje, een werkman,
die dagelijks zwaar werk verrichten, die sterk ontwikkelde
spieren bezitten, kunnen deze spierzwakte vertoonen. Dit blijkt,
wanneer men ze den dynamometer in handen geeft en nagaat
hoeveel ze aan spierkracht door gewilde inspanning kunnen
presteeren. Dit blijkt dan zeer weinig te zijn, en is in flagrante
tegenspraak met den bloeienden toestand van het spierstelsel.
In deze gevallen, en ze zijn vrij talrijk, hebben wij dezelfde
afwijking als die, welke wij bij de anaesthesieën hebben bespro-
ken. Evenals daar wel gevoeld, maar niet bewust gevoeld wordt,
zoo wordt hier wel bewogen, maar niet bewust bewogen.
De hysterische stoornis openbaart zich dus uitsluitend in die
bewegingen, welke het cachet van het bewuste met zich mee
dragen; dat zijn die, waarbij inspanning, d. i. oplettendheid
noodig is, en bij de gecoördineerde bewegingen. Alleen deze
beide eigenschappen der beweging ontbreken bij de hysterische
aandoeningen, al het andere is behouden en dit karakteriseert
hen tegenover de paralysen op organischen bodem.
In vele andere gevallen berust de stoornis in de beweging op
andere omstandigheden. Vooral het idéé, \'t zij in den vorm van
een idéé fixe, dat bewust of onbewust kan zijn, \'t zij in den
vorm van eene emotie hebben op het ontstaan van bewegings-
stoornissen grooten invloed.
-ocr page 340-
332
Féré vermeldt een geval, dat na een\' avond van ingespannen
pianospelen, den volgenden dag eene parese van linkerarm en —
been ontstond. Het volgende voorbeeld is nog meer demonstratief.
Eene mijner patiënten, eene begaafde musicienne, droomde des
nachts met eene groote helderheid van voorstellingen, dat zij
een piano-concert gaf. Zij ging er geheel in op en vond, dat zij
het goed en met succes gedaan had. Daarna werd zij wakker
met eene groote vermoeidheid in de armen; deze verschijnselen
van amyosthenie gingen in den loop der volgende dagen weer
over. Patiënte, die zich den droom nauwkeurig herinnerde, zocht
zelf verband tusschen den droom en de amyosthenie, en verwon-
derde zich alleen, dat zij zoo moe en zwak in de armen kon
zjjn, zonder die gebruikt te hebben.
Eenen grooten invloed heeft het trauma, natuurlijk niet door
directe laesie, maar indirect langs psychischen weg, door het
idee, dat de patiënt over de werking van het trauma heeft.
De traumatische neurose is bekend door de groote hoeveelheid
bewegingsstoornissen, in den vorm van paresen, contracturen
en tremoren, die het ziektebeeld te zien geeft. Na een val op
den schouder zal een parese van den arm ontstaan, na een val
op den rug eene paraparese der benedenste extremiteiten, zon-
der, dat eenige organische oorzaak te vinden is, die deze ver-
lamming kan verklaren. Merkwaardig hierbij is, dat in de meeste
gevallen de bewegingsstoornis niet direct op het trauma volgt,
maar eerst na eenigen tijd ontstaat; dit tijdsverloop heeft Char-
cot
genoemd, „la periode de meditation". Deze zeer kenmerkende
en juiste uitdrukking mag echter niet in dien zin opgevat wor-
den, als zou daarmede eene bewuste simulatie bedoeld worden,
die slechts in enkele gevallen aanwezig is en die gewoonlijk
wel ontdekt kan worden.
Een groote invloed op de motorische stoornissen heeft de
emotie. Iemand, en eene hysterica nog gemakkelijker dan een
gewoon mensch, kan van schrik verlammen. Gevallen zijn bekend
van paraplegieën, die jarenlang bestaan hebben en die na een schrik
waren opgetreden. In een volgend hoofdstuk zullen wjj het hys-
-ocr page 341-
333
terisch acces als eenen bepaalden vorm van emotie leeren ken-
nen. Het hysterisch acces is een machtige factor voor moto*
rische verschijnselen. Vóór het acces, bij wijze van aura-ver-
schijnselen, nemen alle motiliteitsstoornissen in intensiteit toe.
Amyosthenieën, verlammingen, tremoren, contracturen ontstaan
of worden duidelijker; dan volgt het acces, met een storm van
gecoördineerde en ongecoördineerde bewegingen en na het acces
kunnen alle bewegingsstoornissen in versterkte intensiteit dagen
lang blijven bestaan.
De stoornissen in de motorische functiën bij Hysterie dragen,
zóoals wij reeds hebben medegedeeld, een psychisch cachet,
anatomisch-physiologisch gesproken, zijn zij dus zoo centraal
mogelijk, en onderscheiden zich daardoor van alle verlammingen,
die veroorzaakt worden door organische aandoeningen van het
periphere zenuwstelsel en van het ruggemerg.
Hysterie is echter eene zeldzame nabootster van allerlei or-
ganische aandoeningen en zoo komen hier ook wederom om-
standigheden, die bij niet juiste waardeering, iemand gemakkelijk
op een dwaalspoor kunnen brengen. Wij zullen dit hier kort
memoreeren.
Hysterische verlammingen kunnen gepaard gaan met een
spieratrophie, die gelijkt op de atropine, die bij aandoeningen
van het eerste motorische neuron ontstaat.
Deze spieratrophie ontstaat gewoonlijk snel, b. v. in het
verloop van 2—4 weken, in een geparaliseerde of gecontrac-
tureerde spiergroep. De spieren kunnen tot onaanzienlijke bundels
samenschrompelen, en er zijn gevallen bekend, dat een been
een skeletachtig voorkomen verkreeg. Daarenboven kan zich
een ander verschijnsel vertoonen, dat men als vrij karakteristiek
voor eene organische aandoening mag houden, n.1. de z.g. fibril-
laire
contractiën in de geparalyseerde spiergroepen, zooals men
die zoo sterk kan vinden bij progressieve spieratrophie en bij
andere organische aandoeningen van het eerste motorische neuron.
Deze beide symptomen, de atrophie van den spiervezel en
de nbrillaire contracties in de verlamde spier, kunnen bij
-ocr page 342-
334
Hysterie voorkomen; ze zijn echter betrekkelijk zeldzaam en
hebben, wanneer zg voorkomen, eene andere beteekenis, dan
bij de organische zenuwaandoeningen van het eerste neuron.
In dit eerste neuron bij Hysterie hypothetische veranderingen
aan te nemen, waarvan wij nooit iets waarnemen, heeft naar
mijne meening geen zin; de onderstellingen winnen op deze
manier wel aan uitgebreidheid, maar niet aan waarschijnlijk-
heid. Het ligt naar mijne opvatting meer voor de hand, deze
atrophieën op gelijke lijn te stellen met andere zuiver tro-
phische stoornissen bg Hysterie, met de hysterische oedemen,
maagstoornissen enz. en dus aan te nemen, dat de psyche door
middel van het sympathische zenuwstelsel haren invloed op de
spier doet gelden. Deze onderstelling heeft dit voor, dat wij
tallooze andere verschijnselen op dezelfde wijze verklaren.
Hoe dit echter ook zij, men mag de atrophie na organische
aandoening van het le neuron, niet gelijk stellen met de hyste-
rische. Een doorgaand verschil is het ontbreken bij Hysterie
van de goed uitgesprokene degeneratie-reactie der spier. In de
nieuwere Fransche litteratuur vindt men enkele gevallen van
z.g. degeneratie-reactie der spier bij Hysterie van Gilles de
la Tourette, Vigouroux, Dutil, Souques; deze
gevallen zijn naar mijne meening tegen eene strenge kritiek niet
bestand. Het is te uitvoerig in een leerboek als dit, hierop in
te gaan.
Het volgende is bekend over de electrische veranderingen
der spier bij Hysterie.
De prikkelbaarheid kan zoowel in de zenuw als in de spier
verminderd zyn. Soms komt het voor, dat galvanische en fara-
dische prikkeling der zenuw geen effect meer heeft, terwijl men
door directe spierprikkeling nog contracties verkrijgt.
Van geheele opheffing der spierprikkelbaarheid van omkeering
der normale reactie van de spier en van duidelijk trage contractie,
zijn geen gevallen bekend. In de groote meerderheid der gevallen
van hysterische paralyse is zoowel de faradische, als de galva-
nische prikkelbaarheid van spier en zenuw volkomen normaal.
-ocr page 343-
335
Wjj hebben ten slotte een tweetal eigenschappen derhysteri-
sche paralysen te bespreken, die zeer eigenaardig zijn, die eigen-
lijk alle hysterische verschijnselen kenmerken, maar die wij tot
nog toe niet besproken hebben, omdat zij nergens zoo duidelijk
te voorschijn komen, als bij de motorische stoornissen.
Eene hysterische paralyse is gelocaliseerd of gesystematiseerd;
het eerste ziet op een eenheid van plaats, het laatste op een
eenheid van functie; beide wijzen op eene psychische eenheid,
eene eenheid in gevoel, idéé of wil.
De localisatie der hysterische paralysen is niet eene locali-
satie in de anatomische beteekenis van het woord, in dien zin,
dat een enkele spier of eene zenuw geparalyseerd is. De loca-
lisatie is meer grof, wij bespraken het reeds; een arm of een
been is lam, het gezicht of het hoofd kan niet meer bewogen
worden. Het is eene anatomische eenheid in het idee van den
patiënt.
Van grooter belang is echter, de systematische verdeeling
der paralysen. In dit geval valt een bepaald systeem van
bewegingen weg. De beenen b.v. kunnen niet meer gebruikt
worden om te loopen, maar voor alle andere bewegingen zijn de
beenspieren nog volkomen geschikt. Hier is dus eene functioneele
eenheid te loor gegaan, een systeem van bewegingen, dat door
de frequentie, waarmede het in het normale leven voorkomt,
voor het individu eene eenheid is geworden. Dergelijke systema-
tische
paralysen zijn bij hysterie zeer gewoon. In andere ge-
vallen kan de patiënt de bewegingen niet meer verrichten,
die voor het geluid geven, of voor het spreken of voor het
fluiten of voor het schrijven of pianospelen noodig zijn. In
elk geval is het een verlies van bewegingen, waarvan de
combinatie in het idee van den patiënt eene functioneele een-
heid vormen.
De amyosthenie en evenzoo de verlammingen, hebben veel over-
eenkomst met de vroeger besprokene anaesthesieën en vertoonen
daardoor even duidelijk haar hysterisch cachet. "Wg zagen, dat de
anaesthesieën in hare localisatie onafhankelijk waren van de
-ocr page 344-
336
periphere zenuwen; dit geldt evenzoo voor de amyosthenieën
en voor de paralysm.
Wanneer eene of andere verlamming of verzwakking der spie-
ren zich openbaart, is dit, zooals gezegd, altijd in een gedeelte,
dat in het idee van den patiënt eene eenheid is. Een hand, een
been of een arm is lam; het hoofd kan niet rechtop gehouden
worden, of de oogen vallen dicht. Dit sluit natuurlijk eene Io-
calisatie in de periphere zenuwen uit. Voor de motorische func-
tiën kunnen wij echter verder gaan. Het is ons n.1. bekend,
dat verschillende functioneele eenheden, zoo b.v. debuigersvan
de hand, de strekkers van de wervelkolom, de keelspieren enz.,
die in normale omstandigheden gelijktijdig functioneeren, in
hare anatomische localisatie bij elkaar behooren, d. w. z. dat
centra daarvan in het ruggemerg en ook in de hersenschors, bij
elkaar gelegen zijn. Vandaar, dat men bij gelocaliseerde
organische processen in hersenen en ruggemerg dikwijls bepaalde
spiergroepen, buigers of strekkers van een extremiteit gestoord
vindt. Bij hysterie is dit zelden het geval. Hier is de localisatie
meer van het idéé afhankelijk, zoo b.v. eene geheele extremiteit
of een gedeelte daarvan, buigers en strekkers tegelijk. Wat
in het idee van den patiënt eene eenheid is, wat gezamenlijk
gebruikt wordt, is gelijktijdig aangedaan.
Een eigenaardig verschijnsel der hysterische paralyse is de
bijna standvastige combinatie met sensibiliteitsafwijkingen, voor-
al met de gewone analgesieën. Het is evenwel niet zeld-
zaam, ook hyperaesthesieën aan te treffen; deze laatste combi-
neeren zich bij voorkeur met contracturen, terwijl de anaesthe-
sieën meer de verlammingen vergezellen. Een doorgaande regel
is hiervoor echter niet aan te geven.
Wij zullen achtereenvolgens alle motorische afwijkingen der
hysterie naar het hierbijgaande schema behandelen.
1.  Amyosthenie.
2.  Contractuur-diathese.
3.  Tremoren.
A. Algemeene be-
wegingsstoornissen.
-ocr page 345-
337
1. Hemiplegie en
Hemispasmus.
der beenen.
astasie-abasie.
aphonie.
mutisme.
spasmus glossolabi-
alis.
facialis paralyse.
contractuur en para-
lysen der oogspieren,
contractuur en para-
lyse der halsspieren,
dito van den arm en
van het been.
2. Paraplegie en
paraspasmen.
B. Gelocaliseerde
bewegingsstoor-
nissen.
3. Monoplegieën
en monospasmen.
A. Algemeene bewegingsstoornissen.
1. Amyosthenie.
Hieronder verstaat men eene vermindering der willekeurige
spierkracht en gewoonlijk ook der spiercoördinatie. Ze komt
in vele opzichten overeen met de hysterische anaesthesie en
heeft ook dezelfde oorzaak, d. w. z. eene vermindering van het
bewustzijn bij de bewegingen. Deze geschieden geheel zonder
of met minder bewustzijn. Evenals bij de anaesthesie zijn
de wilsuitingen naar de zijde van het onbewuste verschoven.
De amyosthenie berust dus op de primitieve hysterische eigen-
schap, die wij vroeger reeds voldoende hebben besproken.
Een meer of mindere graad van deze spierzwakte bestaat
in de meeste gevallen van Hysterie. Dat zij zoo weinig wordt
opgemerkt, en dat dus er zoo weinig de aandacht op gevestigd is,
berust hoofdzakelijk hierop, dat zij gezocht moet worden; en
zij, evenals de hysterische anaesthesieën, aan den patiënt zelf
onbekend is. De lijder komt er nooit over klagen, en weet het
verschijnsel alleen dan, wanneer de medicus het hem experi-
22
-ocr page 346-
338
menteel heeft aangetoond. Men onderzoekt de spierkracht met
den dynamometer, en wanneer het andere spiergroepen, dan die
van den voorarm betreft, door passieve weerstandsbewegingen;
men laat dus den lijder op de eene of andere wijze het maxi-
mura van zijne willekeurige spierkracht praesteeren. In geval
van amyosthenie vindt men deze dan in hooge mate geredu-
ceerd. Gemakkelijk is dit te constateeren, wanneer ze geloca-
liseerd is, op een arm, of een been of op eene geheele zijde
van het lichaam. Door vergelijk met de gezonde zjjde vindt
men dan groote verschillen in de willekeurige spierkracht.
De amyosthenie is echter gewoonlijk algemeen over het ge-
heele lichaam verspreid. Ze kan dan zoowel met eene goede
als met eene slechte ontwikkeling van het spierstelsel gepaard
gaan. In sommige gevallen zijn de spieren slecht ontwikkeld, en
is do spierkracht in harmonie met deze dunne, magere spieren
en met den algemeenen onvoldoenden voedingstoestand. Deze laat-
ste is in die gevallen dan gewoonlijk afhankelijk van de gelyk-
tijdig bestaande anorexie, en heeft als zoodanig met de
amyosthenie niets uit te staan. Dit wordt hierdoor waarschijnlijk
gemaakt, dat men in andere gevallen dezelfde amyosthenie kan
vinden bij eenen bloeienden toestand der spieren. De amyosthenie
veronderstelt dus geen zwakke spieren, maar eenen zwakken
geest, die de spieren doet functioneeren.
In vele gevallen openbaart zich de amyosthenie door eene
bemoeielijkte coördinatie der spieren. Niet alleen, dat dan de
gewilde spierbewegingen in kracht verminderd zijn, maar ook
de samengestelde bewegingen kunnen niet verricht worden. Dit
verschijnsel heb ik alleen bij gelocaliseerde amyosthenie met
voldoende zekerheid kunnen constateeren. Het komt den patiënt
gewoonlijk tot bewustzijn, en hij geeft spontaan aan, dat hij met
de eene hand geen fijne bewegingen kan doen, b. v. niet kan
schrijven, wanneer het de rechterhand is. In enkele geval-
len neemt men waar, dat gecoördineerde bewegingen alleen
goed verricht worden, wanneer de patiënt ze kan zien; dan
dient het gezichtsvermogen als controle voor de coördinatie.
-ocr page 347-
339
In sterkere mate vindt men dit verschijnsel terug bij de gelo-
caliseerde verlammingen.
Met de amyosthenie gaat in de meerderheid der gevallen ge-
paard eene anaesthesie van de verzwakte gedeelten.
Met de amyosthenie gecombineerd, of ook wel afzonderlijk
voorkomend, is wat de Franschen genoemd hebben:
2. De contractuur-diathese.
Hieronder verstaat men de neiging van wèl of niet paretische
spieren om in contractuurtoestand te geraken. Dit openbaart
zich b.v. na periphere prikkels, of volgt na elke krachtige
inspanning van spiergroepen; deze kunnen dan niet gerelaxeerd
worden, maar blijven gedurende eenigen tijd in contractuur.
Deze contractuurtoestand verhoudt zich tot de werkelijke
contractuur, evenals de amyosthenie tot de paralysen.
De beide boven besprokene symptomen, de amyosthenie en
de neiging tot contractuur, vinden hunnen oorsprong in de
primitieve eigenschap der hysterie, de verplaatsing van alle
geestelijke processen in de richting van het onbewuste. De
hysterische verlammingen en contracturen, die eene sterkere
ontwikkeling van deze symptomen zijn, hebben dikwijls eene
meer gecompliceerde wordingsgeschiedenis, door dat voorname-
lijk het idee fixe eene groote rol vervult in het eptreden daar-
van. Wij weten echter, dat het idéé fixe slechts eene complicatie
is van de primitieve hysterische stoornis, eene obsessie, die meer
of min onbewust is geworden. De etiologie van amyosthenie
en paralysen berust dus tenslotte op \'t zelfde moment.
3. Tremoren.
De hysterische tremoren zijn in elk opzicht, wat hunne eigen-
schappen betreft, zeer wisselend. Zij kunnen alle mogelijke
vormen aannemen, en kunnen talrijke andere vormen van Tremor
nabootsen.
Wat hunne verdeeling betreft het volgende: de Tremor kan
algemeen zijn; dan ziet men elke spiergroep in verschillende
-ocr page 348-
340
intensiteit in beweging, zoodat de willekeurige bewegingen
ernstig gestoord en bijna onmogelijk kunnen worden. Verder kan
de tremor eenen hemiplegischen of paraplegischen vorm aannemen,
wel of niet gecombineerd met hemianesthesie of hemiplegie, ook
wel met contractuurverschijnselen; eindelijk kan de tremor een
enkel lidmaat of een gedeelte daarvan aandoen; de arm, de
hand, het hoofd kan trillen.
De instentiteit der trillingen is zeer verschillend, somtijds
moeten zij gezocht worden; in andere gevallen zijn zij zoo sterk,
dat de willekeurige bewegingen er onmogelijk door kunnen
worden.
Eene vrij standvastige eigenschap der hysterische trillingen
is de regelmaat daarvan, zij zijn bij hetzelfde geval onderling
gewoonlijk even groot en even frequent; dit geeft eene bepaalde
rythmus.
De tremoren kunnen door bewegingen zoowel versterkt, als
verzwakt worden, soms zgn zjj in de rust duidelijker, somtijds
bij beweging, in andere gevallen worden zij door rust of door
beweging eerst te voorschijn geroepen. Hieruit alleen blijkt reeds
voldoende, hoezeer de hysterische trillingen verschillend zjjn
van die, welke eene organische oorzaak hebben, van die trillingen,
die voorkomen bij kwik- en alcohol-intoxicutie, bjj multiple,
selerose, dementia paralytica enz.
Een verder moment is de snelheid van de trillingen, die uit-
gedrukt wordt door de hoeveelheid daarvan, die per seconde
plaats vinden. Dit aantal varieert van 4—9 en op grond hiervan
heeft men eene verdeeling der tremoren gemaakt, in snelle,
middelmatige en langzame, die in de verschillende leerboeken
is opgenomen en die ik ook hier weergeef. x) Zij is afkomstig
van Charcot en later door een zijner leerlingen gewijzigd. Het
\') Voor de telling der trillingen bedient men zich van een registreer trommel,
waarop zij worden opgeschreven. Jn de praktijk zijn deze instrumenten niet
in gebruik, de praktische medicus is dus niet in staat het hier medegedeelde
te controleeren.
-ocr page 349-
341
schema geeft een goed overzicht der tremoren, vooral ook met
\'t oog op den verschillenden vorm der organische tremoren, die
door hysterie worden nagebootst.
Trillingen, die in de
rust blijven voortbe-
staan, niet of weinig
gewijzigd door gewilde
bewegingen.
a.  Remitteerende, in-
tentioneele trillingen,
die door beweging in
intensiteit toenemen, en
in de rust wèl of niet
aanwezig zijn.
b.  gelocaliseerd in de
beenen, z.g. paraplegi-
sche vorm.
c.   zuivere intentie-
trillingen, die in de
rust niet bestaan en
alleen bij gewilde be-
wegingen te voorsclnjn
1 komen.
Trillingen, die in de
rust bestaan en niet
door gewilde bewegin»
gen gewijzigd worden.
Bootsen na: Ziekte
van Basedow, chronisch
alcoholisme,
dementia paralytica.
Bootst na de trillin-
gen bij kwikvergifti-
ging en op onvolkomene
wjjze de trillingen bg
multiple selerose.
Bootst na de trillin-
gen bij spastische parese
der beenen.
1°. Vibree-
rende trillingen,
(8—9 en meer
per seconde).
2°. Trillingen
vaneene middel-
matige rythmus
51/*—71/* per
seconde.
Bootst na de trillingen
bij multiple selerose.
3°. Langzame
trillingen,4-57»
per seconde.
Bootst na de trillin-
gen bij paralysis agitans
en de senile tremor.
In aansluiting aan dit schema zullen wij nog enkele opmer-
kingen maken en daarbij in hoofdzaak den nadruk leggen op de
differentiëele diagnose met de trillingen bij organische aandoe-
ningen van het zenuwstelsel.
De vibreerende vorm, waar het trillingsaantal per seconde
8—9 bedraagt, is continueel, wordt door bewegingen niet sterker
-ocr page 350-
342
en hindert de bewegingen weinig. Alleen fijne bewegingen, zooals
b.v. het schrijven, vertoonen stoornis en worden daardoor be-
moeielijkt.
Dit snelle trillen vertoont eene verschillende mate van in-
tensiteit bij denzelfden patiënt. Vooral gemoedsaandoeningen
en hysterische accessen hebben daarop grooten invloed, de
intensiteit er van wordt dan zeer verhoogd, terwjjl de trillings-
frequentie dezelfde blijft.
Er bestaat tusschen dezen vorm van tremor en dien bij dementia
paralytica en de ziekte van Basedow, groote overeenkomst.
Afgezien van de gelijke frequentie, berust dit voornamelijk op de
algemeenheid van de trillingen, die zich ook in het gelaat ver-
toonen, en vooral bij gemoedsbewegingen duidelijk worden. Hier-
door kan ook de spraak bemoeilijkt zijn. De differentieele diag-
nose tusschen deze verschillende ziekte behoeft geene nadere
bespreking, de begeleidende verschijnselen wjjzen van zelf
den weg.
De volgende afdeeling der trillingen van eene gemiddelde
frequentie van 5£—7£ per seconde is de meest voorkomende
vorm. De drie onderverdeelingen hiervan, die in het bovenge-
gevene schema zijn opgenomen, zijn meer of min kunstmatig.
Men vindt verschillende overgangsvormen, vooral tusschen de
le en de 8e cathegorie.
Het karakteristieke van den eersten vorm is, dat de trilling alge-
meen is, het geheele lichaam, de armen, de beenen, het hoofd,
dikwijls de tong en de gelaatspieren trillen. Deze trilling bestaat
ook, wanneer de patiënt gezeten is; de beenen, waarvan de
voeten met de punt op den grond staan, zijn in trillende bewe-
ging in het kniegewricht, de armen trillen in het schouder* en
in het ellebooggewricht, het hoofd schudt. Al deze trillingen
zijn steeds voor het bloote oog waar te nemen. Ze worden door
willekeurige bewegingen versterkt. Wanneer met de hand een
glas naar den mond gebracht wordt, gaat de arm hevig schudden,
zoodat dit met groote moeilijkheid gepaard gaat. Het schrijven
is door de trillingen bijna onmogelijk, het spreken kan ondui-
-ocr page 351-
343
delijk worden. Reeds het aannemen van de staande houding
heeft eene toename der tremoren ten gevolge. Daarentegen ver-
dwijnen ze of worden aanzienlijk verminderd, door de horizon»
tale houding; een arm, een been of het hoofd, dat in de hoogte
geheven wordt, gaat echter onmiddellijk weer trillen.
Gemoedsbewegingen, hysterische accessen hebben grooten
invloed op de intensiteit van dit trillen. Een mijner patiënten
had het dan alleen op eene voor hem hinderlijke wijze, wanneer
hij in gezelschap was. Alle willekeurige bewegingen, zelfs het
loopen, worden er door bemoeielijkt.
Deze vorm van trillen kan zich in de benedenste extremi-
teiten localiseeren. In dit geval heeft het denzelfden vorm als
het trillen, dat men bij de spastische paraplegie waarneemt.
De gelijktijdige spastische toestand der spieren waarborgt vol-
doende voor verwisselingen.
De derde vorm van trillingen, die men waarneemt, zijn de
zuiver intentioneele. In de rust bestaan zij dus niet, maar bij
elke willekeurige beweging kunnen zij zeer intensief optreden.
Deze vorm bootst dus geheel het trillen bij multiple selerose na.
Deze soort komt slechts zeldzaam voor; wij zullen hier niet
nader op de differentiëele diagnose met multiple selerose in-
gaan. In een gegeven geval kan dit moeielijk of tijdelijk onmo-
gelijk zijn.
Ten slotte komen wij tot de trillingen met langzamen ryth-
mus van 4—51/* per seconde. Deze trillingen bootsen dus na,
die van paralysis agitans. Zg komen weinig voor, zijn continueel,
worden door willekeurige bewegingen niet versterkt en zijn
gewoonlijk over het geheele lichaam verspreid.
B. Gelocaliseerde bewegingsstoobnissen.
1. Hemiplegie en Hemispasmus.
De verschijnselen der Hysterische hemiplegie bespreken wg
het best door ze te vergelijken met de gewone, aan ons allen
bekende verschijnselen, der organische hemiplegie.
-ocr page 352-
344
Gewoonlijk zijn de beenen het sterkst aangedaan. Het geheele
been wordt als eene inerte massa achter het lichaam aange-
sleept. De patiënt loopt als iemand, die zijn eene been niet kan
gebruiken, omdat het lam is. Dit geeft een karakteristiek ver-
schil met den gang bij de organische hemiplegieën. Bij deze
laatste zijn niet alle spieren gelijkelijk aangedaan, maar over-
weegt de parese van de beenbuigers. Hierdoor kan, by het bren-
gon van het been naar voren, dit niet gebogen worden, en zou
het dus tegen den grond stuiten. Dit wordt voorkomen door
eene zijwaartsche draaiing van het bekken, waardoor het verlamde
been eene boogbeweging maakt, rondom het gezonde, en op deze
wijze daar vóór komt te staan. Daarna wordt het zieke been
als steunpunt gebruikt voor het lichaam, om het gezonde been
naar voren te brengen; dat is mogelijk, omdat van het zieke
been de strekkers weinig of niet in hunne functie belemmerd zijn.
Bij de hysterische hemiplegie is een dergelijke gang niet
mogelijk, omdat het geheele been, strekkers zoowel als buigers,
verlamd is. Hier ziet men, dat het zieke been meegesleept,
langs den grond getrokken wordt door de werking der Ileo-psoas;
dan komt het naast, en niet vóór het gezonde been te staan,
dient als zwak steunpunt van het lichaam en zoo spoedig
mogelijk plaatst het gezonde been zich daar dan weer vóór. Op
deze wijze verkrijgt men een gang, zooals kinderen dat doen,
wanneer zij een trap opklimmen, altijd met het zelfde been
vooruit.
De hysterische hemiplegie is in de groote meerderheid der
gevallen aan het been sterker uitgesproken, dan aan den arm,
wat bij de organische hemiplegie, niet, of liever juist omgekeerd,
het geval is.
De intensiteit der hysterische hemiplegie is zeer verschillend.
De geringste gevallen zjjn die, waar de eene helft van het
lichaam zwakker gevoeld wordt, dan de andere, en waar alle
gewilde sterke bewegingen en alle fijner gecoördineerde bewe-
gingen onmogelijk zijn; dit is eene hemi-amyosthenie. De sterkste
gevallen zijn die, waarbij arm en been absoluut niet bewogen kun-
-ocr page 353-
345
nen worden, waarbij de arm zelfs niet gebruikt kan worden tot
steun voor een kruk. Daartusschen bestaan alle overgangen.
De reflexen zijn bij hysterische hemiplegie gewoonlijk normaal
gebleven, afgezien van de pijnreflexen, die den algemeenen regel,
zooals wij die reeds herhaaldelijk op den voorgrond hebben
gesteld, volgen.
De pijnreflexen, die hun weg over het bewustzijn nemen, zijn
behouden, indien het pijngevoel behouden is. Gewoonlijk echter
is dit in de paretische helft afwezig, en dan verdwijnen ook de
reflexen. De peesreflexen, die van het bewustzijn onafhankelijk
zjjn, blijven gewoonlijk onveranderd. Bij organische hemiplegie
zijn de reflexen bijna altijd verhoogd.
Met de hysterische hemiplegie is gewoonlijk gecombineerd eene
gelijkzijdige hemi-anaesthesie, zooals wij dat ook reeds besproken
hebben voor de amyosthenie. Deze anaesthesie heeft de gewone
hysterische eigenschappen. Ook de andere zintuigen aan de pa-
retische zijde kunnen meer of min ongevoelig zijn.
Op grond van deze anaesthesie van de huid en van de zin-
tuigen meende C h a r c o t, dat de hysterische hemiplegie geheel
overeen kwam met de organische hemiplegie, die veroorzaakt
werd door aandoeningen van het achterste gedeelte der capsula
interna.
Dit is onjuist. In tegenstelling met wat C h a r c o t
meende, is het voldoende gedemonstreerd, dat organische ver-
anderingen in de capsula interna, altijd gepaard gaan met
hemianopsie en nooit met blindheid op een oog. Als diagnostisch
kenteeken mag men stellen, dat blindheid op één oog slechts
mogelijk is in twee gevallen: 1°. door organische aandoening
van het oog en van de opticus tot en met de kruising in
het chiastna opticum; in dit geval zijn of komen er organische
veranderingen in het oog zelf en 2°. bij hysterie; dan is het
eene blindheid door idéé of door beperking van het bewust-
zijn. In dit geval zijn er nooit organische afwijkingen in het
oog te constateeren, en bestaan er nooit afwijkingen in het
zien zelf.
De afwijkingen in de lichaamsgevoeligheid en in de zintuigen,
-ocr page 354-
346
speciaal het oog, zjjn dus van groot belang voor de onder-
scheiding van hysterische en eene organische hemiplegie.
Eene andere eigenschap der hysterische hemiplegie bestaat
hierin, dat het gelaat in de meerderheid der gevallen niet aan
de verlamming deel neemt, in tegenstelling met de organische
hemiplegie, waar het hangende gezicht en de naar de zijde der
verlamming afwijkende tong een karakteristiek verschijnsel zijn.
Er zijn echter ook eenige gevallen bekend van hysterische he-
miplegie, waar het gelaat aan de verlamming deel nam. Bjj de
bespreking der facialis paralyse komen wij hierop terug.
De hysterische hemiplegie is gewoonlijk eene slappe verlam-
ming, en blijft dit gedurende de geheelen tijd van haar bestaan
Ook hierin onderscheidt zij zich van den organischen vorm, waar
contracturen zich op den duur ontwikkelen. Het komt even-
wel nu en dan voor, dat ook bij Hysterische hemiplegie zich
contracturen vertoonen. Deze onderscheidt men zonder veel
moeite van de organische contracturen, doordat niet de eigen-
aardige stand daarvan aanwezig is, die voor den arm ontstaat
door het overwegen der flexie-contractuur, voor het been door
overwegen der extensie-contractuur. Bij hysterie vindt men
eenen aan de borst gedrukten arm, in \'t elbooggewricht gebogen
en een dicht geknepen vuist; een been, dat in toto rigide is en
dergelijke standen meer. Wij zien ook in dit verschijnsel wederom
iets psychisch, iets, dat van de denkbeelden, al zijn het dan
ook geen bewuste denkbeelden, van den patiënt afhankelijk is.
De contractuur is bij de hysterische hemiplegie een zeldzaam
voorkomend verschijnsel.
De diagnose is gewoonlijk niet moeielijk te stellen, ook wan-
neer andere hysterische verschijnselen ontbreken.
In plaats van eene hemiplegie komt nu en dan, hoewel betrek-
keiijk zeldzaam, eene contractuur van eene geheele lichaamshelft
voor. Deze contractuur treedt nog al eens op, tengevolge van
hysterische accessen of van emoties. Het voorkomen van deze
contractuur is nog al karakteristiek.
De arm ligt tegen de voorzijde van den borstwand aan, en is
-ocr page 355-
347
in het elbooggewricht en in het handgewricht sterk gebogen,
de duim is in de hand geslagen en bedekt door de gebogen
vingers; de hand is dus tot een vuist gebald. Enkele gevallen
zijn bekend, dat de arm in strekcontractuur gefixeerd is.
Het been is in strekcontractuur en gewoonlijk is het bekken
een weinig naar boven getrokken. De punt van den voet naar
beneden, de buitenrand naar beneden gericht, zoodat de voet
hierop neergezet wordt. De planta pedis ziet naar binnen en
boven.
Met de hemi-contractuur kan gepaard gaan eene anaesthesie;
meer gewoon zijn echter hyperaesthesieën, die zich dikwijls bij
contracturen voegen.
De diagnose der hysterische hemi-contractuur is gewoonlijk
niet moeielijk. Wanneer zij volgt op eene hemiplegie, zou men
aan organische secundaire contractuur kunnen denken. Het
plotseling optreden er van, de localisatie, de aanwezigheid van hy-
peraesthesieën zijn karakteristieke kenmerken. Misschien, dat men
bij kinderen het gemakkelijkst eene vergissing zou kunnen maken.
2. Pabaplegieën en Paraspa smen.
a. Van de beenen.
De symptomatologie hiervan bespreken wij het gemakkelijkst,
wanneer w\\j ze vergelijken met de paraplegie uit medullaire oor-
zaak, waarmede zij in sommige gevallen verwisseld kan worden.
De intensiteit der hysterische paraplegie der beenen is zeer
verschillend. Zeldzaam zijn de gevallen, dat de patiënt op bed
ligt met volkomen onbewegelijke extremiteiten, meestal is eenige
beweging, vooral onwillekeurige beweging, mogelijk. Een mijner
patiënten klaagde zelfs over onrust in de beenen en er werden
voortdurend kleine bewegingen verricht. Gewoonlijk is echter
het loopen en het staan hoogst bezwaarlijk of onmogelijk. Door
den patiënt aan te moedigen, ziet men meestal eenige verbetering
optreden. Dikwijls gaan deze bewegingen dan met pijn gepaard.
Men vindt niet, zooals bij organische paraplegieën, de bewege-
-ocr page 356-
348
lijkhcid in sommige spiergroepen totaal opgeheven, terwjjl an-
dere groepen meer of min gespaard zijn. De extremiteiten
zijn in toto paretisch of paralytisch, dit is altijd een diagnostisch
kenteeken van groot gewicht, waarop men \'t eerst moet letten.
Tengevolge van deze algemeene parese of paralyse der spieren,
neemt de extremiteit in de liggende positie eene houding aan,
zooals die door de zwaartekracht bepaald wordt. Met name ziet
men dezen stand aan den voet, die met de punt naar voren en
beneden gekanteld is. Ook de zwaarte der dekens is van invloed
op de onderlinge verhouding der verschillende deelen. C h a r c o t
heeft gevallen medegedeeld, bij welke door langdurige fixatie
van een gewicht in eene verkeerde houding, vergroeiingen waren
ontstaan, die later, nadat de paralyse genezen was, eene operatie
hebben noodig gemaakt. Men lette er dus op, dat de extremiteit
haar normalen stand behoudt. Dit is door een steun van den voet
en door bescherming voor den druk van de dekens gemakkelijk
te bereiken.
De electrische reactie der spieren blijft normaal. Op dezen
regel komen misschien enkele, in elk geval zeer weinige uit-
zonderingen voor. Dit is een belangrijk differentieel-diagnostisch
kenmerk met alle paralysen, die ontstaan, door aandoeningen
van het periphere zenuwstelsel. Eene paraplegie, tengevolge
van medullaire aandoeningen in het ruggedeelte, of hooger ge-
legen, geeft echter in dit opzicht dezelfde verschijnselen.
In overeenstemming met de normale electrische reactie komt
organische atrophie der spieren niet voor. Wel ziet men in langdu-
rige gevallen de musculatuur sterk vermageren en slapper worden.
In \'t algemeen worden deze stoornissen echter veroorzaakt door in-
activiteit, en door den onvoldoenden algemeenen voedingstoestand,
dien men nu en dan bg Hysterie tengevolge van digestiestoornis
etc. kan waarnemen. Echte atrophie, te niet gaan van spier-
weefsel, zooals die voorkomt bij aandoeningen van het eerste
motorische neuron, ontbreken bij Hysterie.
Spastische symptomen in de spieren kunnen voorkomen. Zij
zyn niet frequent en dragen gewoonlijk een duidelijk hysterisch
-ocr page 357-
349
cachet. Het geheele been is in stijve strekking en in adductie,
waardoor de knieën tegen elkaar drukken. De voet is gewoonlijk
gestrekt. Ook deze contracturen kunnen aanleiding geven tot
fibro-tendineuse vergroeiingen.
De contracturen bij de hysterische paraplegie zijn dus geheel
verschillend van die, welke door druk op het ruggemerg ont-
staan, hoewel in sommige gevallen de differentiëele diagnose
moeilijkheden kan geven.
De sensibiliteit verhoudt zich bij de Hysterische paraplegie
der benedenste extremiteiten verschillend. In vele gevallen,
vooral wanneer de verlamming eene slappe is, vindt men eene
anaesthesie van het geheele been, of eene anaesthesie, die door
eene horizontale lijn begrensd wordt, of eenen anaesthetischen
band om het been. Nooit vindt men anaesthesie volgens het
verspreidingsgebied der periphere zenuwen. Ook kan de anaes-
thesie zich meer of min ver over den buik en den rug uitstrekken,
en door eene horizontale lijn begrensd worden. In dit geval is
er overeenstemming met de anaesthesie bij de transversale
myelitis, en kan dit tot verwarring aanleiding geven. Men onder-
zoeke dan de gevoeligheid van genitaliën en van de anus. Bij
Hysterie is deze dikwijls normaal, bij myelitis transversalis niet.
De anaesthesie bij Hysterie volgt den algemeenen regel, die ons
door C h a r c o t geleerd is, dat zij zich associeert met de functie
van het orgaan, en de genitaal-functieën behooren niet bij het
been, ten minste niet in het idéé van den patiënt.
Hyperaesthesieën komen bij de Hysterische paraplegie even-
zoo voor, vooral indien er gelijktijdig contracturen aanwezig
zjjn. Men kan bij Hysterie zelfs als regel stellen, dathyperaes-
thesieën en contracturen, en anaesthesieën en paralysen bij
elkaar behooren, en dat evenals anaesthesieën en hyperaesthe-
sieën gemakkelijk in elkaar overgaan of met elkaar afwisselen,
dit ook met paralysen en contracturen het geval is.
In een geval, dat ik waarnam, bestond bij eene para-parese
der benedenste extremiteiten, rondom de knieën en de voetge-
wrichten exquisiete hyperaesthesie, als een breede band daarom-
-ocr page 358-
350
heen. Overigens waren afwijkingen der sensibiliteit, gedurende
het geheele ziekteverloop afwezig, jaren achter elkaar.
De hyperaesthesieën kunnen verder een vorm aannemen, die
aan tabes dorsalis doet denken, vooral wanneer daarmede sa-
mengaat het phenomeen van Homberg en blaasstoornissen, zoo-
als dat wel voorgekomen is. In deze gevallen zjjn het voorna-
molijk de oculo-pupillaire stoornissen en het ontbreken der knie-
peesreilex, die tabes dorsalis met zeer groote waarschijnlijkheid
doen aannemen. Ondanks dit, zijn er toch nog enkele vergissin-
gen bekend geworden; en zijn er te Lourdes gevallen genezen,
die door erkende autoriteiten als tabes dorsalis gediagnosticeerd
en behandeld waren. Het is echter bekend, hoezeer religieuse
praktijken gunstig kunnen werken op hysterische paraplegieën,
zelfs op zulke, die jarenlang geduurd hebben.
Trophische stoornissen in de huid komen bij hysterische pa-
raplegie weinig voor. Anaemie en vooral veneuse hyperaemie
nu en dan wel. Zeldzaam is echter het ontstaan van doorleg-
wonden, zooals wij die bij aandoeningen van het ruggemerg
vinden, en nooit zijn daarmede die ernstige verschijnselen ge-
paard, die wij bij medullaire aandoeningen waarnemen.
De peesreflexen verhouden zich bij hysterische paraplegie ge-
woonlijk normaal. Een ontbreken der kniepeesreflex wijst in elk
geval op eene organische aandoening. In sommige gevallen zijn
bij Hysterie de peesreflexen verhoogd; dit geldt voornamelijk
voor de kniepeesreflex. Voetclonus is bijna nooit aanwezig.
Komt het voor, dan neemt het gewoonlijk niet dien regelmati-
gen vorm aan, welke wij bij medullaire aandoeningen vinden,
maar bestaat uit een meer onregelmatig schokken.
De huidreflexen zijn dikwijls afwezig, vooral geldt dit van
de plantair reflex; dit laatste is een belangrijk differentieel-
diagnostisch kenmerk tegenover organische aandoeningen.
Om het klinische beeld der hysterische paraplegie te voltooien,
moeten wij ten slotte nog de blaas- en rectum-stoornissen ge-
denken.
De stoornissen in de functie van het rectum zijn zeldzaam;
-ocr page 359-
351
incontincntia alvi wordt alleen nu en dan waargenomen in zeer
oude gevallen van hysterie, bjj hystericae, die jarenlang zich
met paraplegische extremiteiten hebben voortgesleept.
Stoornissen in de urineloozing zijn menigvuldiger. Toch komt
incontincntia vesicae zeer zelden voor. Daarentegen dikwyls
retentio urinae in den een of anderen vorm. Daarbij is gewoon-
hjk de gevoeligheid der urethra behouden, zoodat het inbrengen
der sonde als pijn gevoeld wordt. Bg medullaire aandoeningen
is dit meestal niet het geval. Voor de beschrijving der blaas-
en rectum «aandoeningen verwyzen wij verder naar het later
te behandelen gedeelte daarover.
Bij de beschrijving der hysterische paraplegieën zou men den
indruk verkrijgen, dat de diagnose tegenover de verschillende
organische paraplegieën gemakkelijk ware te stellen. Dikwijls
is dit inderdaad het geval. Maar dit neemt niet weg, dat het
in sommige gevallen met de grootste moeielijkheden gepaard
kan gaan en zelfs op een gegeven tijdstip onmogelijk kan zijn.
De diagnose kan nooit uit enkele symptomen gemaakt worden,
maar alleen uit eene combinatie daarvan. Een bijzondere vorm
der hysterische paraplegie aan de benedenste entremiteiten is:
b. Astasie-abasie.
Hieronder verstaat men eene aandoening, waarbij de gecoörde-
neerde bewegingen en spierspanningen, die bij het staan en het
loopen in actie treden, gestoord zijn, zonder dat de overige
bewegingen eenige afwijking vertoonen.
Wanneer de patiënt in zittende of liggende houding zich
bevindt, bemerkt men niet de geringste stoornis; alle bewegingen
met de beenen zijn dan op normale wijze mogelijk. Hierdoor
wordt voldoende aangetoond, dat er van geen paralyse, van
geen ataxie of van verhoogde spanning van eenige spiergroep
sprake kan zijn.
De stoornis treedt op, wanneer men den patiënt verzoekt te
gaan loopen. In de goed uitgesproken gevallen is dit geheel
onmogelijk; de lijder maakt allerlei ongecoördineerde bewegingen,
-ocr page 360-
352
die somtijds een atactisch, in andere gevallen een spastisch of
een trillend en vibreerend karakter hebben; het resultaat is,
dat geen stap gedaan kan worden, en dat de patiënt in elkaar
zakt. Ook het staan is onmogelijk; evengoed als voor het
loopen een gecoördineerd samenwerken van spierbewegingen
plaats heeft, is dit noodig voor de houding rechtop. Ook dit
mechanisme is gestoord, en wij zien den lijder in elkaar zakken.
Al naar de verschillende stoornissen, die de spierbewegingen
vertoonen, heeft men verschillende vormen van Astasie en
Abasie onderscheiden. Men sprak van een trillenden, choreatischen,
paralytischen, spastischen en een springenden vorm. Deze onder-
scheidingen zijn nutteloos en doen tot den aard van de stoor-
nis weinig af.
De vruchtelooze bewegingen om te loopen of om zich staande
te houden gaan steeds gepaard met eenen reactieven angst, die
niet eerder verdwijnt, voor dat de patiënt zich heeft laten
vallen of in zittende of liggende houding is gebracht; dan zijn
alle bewegingen wederom op normale wijze mogelijk.
De aandoening is gemakkelijk te herkennen en kan niet met
eenige organische ziekte van het zenuwstelsel verward worden.
Groote overeenkomst kan bestaan met eene dergelijke neuras-
thenische aandoening. Het schijnt namelijk nu en dan voor te
komen, dat bij Neurasthenie, de Agoraphobie eenen dergelijken
vorm aanneemt. Niet alleen, dat de lijder dan bang is ruimten
te doorloopen, maar zijn angst strekt zich tot de handeling
van het loopen zelf uit, en hij is daardoor in de onmogelijkheid
een stap te doen. Het verschil tusschen de neurasthenische en
de hysterische Astasie-abasie is in \'t oogvallend. In het eerste
geval bestaat er een bewuste vrees, de lijder zegt zelf, dat hij
angst voor het loopen heeft; in het tweede geval bestaat
deze bewuste angst niet, maar zegt de patiënt eenvoudig, dat
hij niet kan loopen. Het onderscheid is dus duidelijk genoeg.
Behalve bovengenoemde stoornis komen bij hysterie nog andere
analoge afwijkingen in de functie der spieren voor. Ik behan-
delde eene hysterica, die afgezien van talrijke andere verschijn-
-ocr page 361-
353
selen, tijdelijk niet de spierbewegingen van het eten, het schrijven
en het opstaan vertoonde. Gaf ik haar eene vork of eene pen in
de hand, dan sloten de vingers zich krampachtig daaromheen
en van eenige gecoördineerde beweging kon geen sprake zijn.
Simulatie kon met zekerheid buitengesloten worden.
De genese van deze coördinatorische stoornissen voor bepaalde
systemen van bewegingen, bij een volkomen intact zijn van
andere systemen, die door dezelfde spiergroepen verricht worden,
kan bij hysterie in sommige gevallen duidelijk zijn. Het spreekt
vanzelf, dat de oorzaak eene psychische moet zijn. In het geheele
periphere zenuwstelsel is geene aandoening denkbaar, die zou
kunnen bewerken, dat alleen de spierbewegingen, die voor het
loopen noodig zijn, wegvallen.
In het geval, dat ik boven beschreef, stond de stoornis in
verband met vroegere afwijkingen. Voor eene voorbijgaande
voedselweigering, was ik genoodzaakt geweest, patiënte tweemaal
met de sonde te voeden. Daarna begon zij weer zelf te eten, dat
wil zeggen, zij kon de bewegingen daarvoor niet verrichten,
maar gebruikte de haar voorgehoudene spijs. In een geval van
Ballet was Astasie opgetreden bij een\' werkman uit eene cautchuc-
fabriek, die twee zijner medearbeiders had zien lijden aan
zwavel-koolstof intoxicatie, de een met paralyse der benedenste
extremiteiten.
In vele gevallen zijn dus de verschijnselen terug te brengen
tot een „idéé fixe". Reeds dikwijls hebben wij gelegenheid gehad,
den grooten invloed te doen opmerken, die een dergelijk onbewust
denkbeeld kan uitoefenen in het te voorschijn roepen der hys-
terische verschijnselen. Het is niet gemakkelijk, dit altijd met
zekerheid aan te toonen; wanneer de verschijnselen zijn, zooals
in de beide bovengenoemde gevallen, ligt het gegronde vermoeden
voor de hand. Aangetoond is het echter alleen, wanneer de
patiënt in hypnose of door distractie het zelf mededeelt.
De paralyse, die beperkt is tot de beide beenen, komt, zooals wij
opgemerkt hebben, vrij dikwijls voor bij hysterie. Het valt in het
oog, dat dezelfde verschijnselen aan de armen alleen, zoo goed
23
-ocr page 362-
354
als nooit voorkomen. Ook bij de organische paralysen is dit
het geval. Hier heeft het echter eenen zeer begrijpelijken grond.
De organische paraplegieën zijn bijna altijd van medullairen
aard, en elk medullair proces, dat de armen aandoet, moet
natuurlijk ook de beenen paretisch maken.
Bij hysterie zou dit niet aldus behoeven te zijn, omdat het
ruggemerg hier buiten spel blyft. Wjj hebben hier dus naar
eene andere oorzaak te zoeken.
Het komt my voor, dat de armen niet gelijktijdig verlammen,
omdat zij zelden gelijktijdig gebruikt worden, terwyl bij de
beenen dit bijna altijd het geval is. In het idee van den patiënt
behooren de beenen bij elkaar en de armen niet; het eene been
doet het andere na en als het eene lam wordt, wordt het andere
dat ook, wat van de armen niet gezegd kan worden. De oor-
zaak is naar mijne opvatting dus eene psychische, maar geen
bewust psychische, wat geheel overeenkomt met het standpunt,
dat wij ten opzichte der hysterie hebben ingenomen.
Dat symmetrisch samenwerkende spieren bij hysterie samen
ziek worden bewijst ons verder:
c. De hysterische aphonie *)
Deze aandoening is altijd dubbelzijdig, en als zoodanig behoort
zij te huis onder de hysterische paraplegieën.
Één stemband afzonderlijk wordt in het normale leven nooit
\') De hysterische aphonie wordt in de leerboeken gewoonlijk behandeld
onder het hoofdstak der respiratie-stoornissen. Naar mijne meening zeer ten
onrechte. De beweging onzer stembanden is eene bijzonder fijne en is in
hooge mate van onzen wil afhankelijk, niet minder dan al onze willekeurige
bewegingen dat zijn. De stoornis in dit mechanisme behoort dus te huis bij
de stoornissen in de willekeurige bewegingen. Dat de beweging der stern-
banden ook verband houdt met de respiratie, is zonder twijfel juist. Dit is
echter eene geheel andere functie, dan de gearticuleerde beweging der spraak
en is van zuiver reflectorischen aard.
-ocr page 363-
355
gebruikt en bij hysterie verlamt nooit één stemband alleen;
altijd is het eene paraplegie.
Deze paraplegie der stembanden is een van oudsher bekend
symptoom der hysterie, dat door zijne frequentie en door de
gemakkelijkheid, waarmede het waargenomen wordt, eene zekere
vermaardheid heeft gekregen.
De etiologie dezer hysterische aphonie biedt ons dezelfde
momenten, als die der andere hysterische paralysen. Hysterische
accessen en emoties spelen eene hoofdrol; in vele gevallen is
een of ander idéé fixe de oorzaak. Eene mijner patiënten leed
aan hysterische slaapaanvallen. Gedurende hare lethargie kon
men door herhaald aandringen enkele uitingen van haar verkrij-
gen. Het bleek dan, dat zij zeer beangst was, omdat zij alles
waarnam, wat om haar heen gebeurde en toch niet kon spreken,
zich niet kon uiten. Na afloop van den aanval was zij apho-
nisch.
In dit geval ligt het voor de hand, verband te zoeken niet
alleen tusschen den slaapaanval en de aphonie, die in aanslui-
ting daaraan optrad, maar bovendien meer speciaal tusschen het
denkbeeld in den aanval, dat zij niet kon spreken, en de latere
aphonie. Patiënte zelf was vergeten, dat zij in den aanval niet
kon spreken, en wist dus ook niet, dat dit de oorzaak voor
hare aphonie was. Het niet kunnen spreken was idéé fixe
geworden en uitte zich door aphonie.
Hoezeer het idéé fixe na den aanval zijn invloed deed gelden,
bleek uit de karakteristieke uitdrukking van patiënte, „dat zij
niets verwonderd was, dat zij niet kon spreken." Het denkbeeld
van niet te kunnen spreken bestond dus kennelijk na den aan-
val, ofschoon zij er zich niet van bewust was.
Eene andere patiënte was bevreesd aan phtysis te lijden en
had daardoor eene aphonie.
Dikwijls zijn locale ontstekingen van de pharynx en larynx
oorzaak voor hysterische aphonie. In sommige gevallen geeft
eene acute laryngitis op zich zelf reeds heeschheid, en kan men
in twijfel zijn of de onbewegelijkheid der stembanden niet door
-ocr page 364-
356
het organische proces in de keel veroorzaakt wordt. Deze twgfel
verdwijnt, wanneer men de laryngitis ziet genezen en de aphonie
ziet blijven bestaan. Vele andere accidenten, die bg den nor-
malen mensch geene aphonische verschijnselen geven, doen dat
bij hysterie wel, en wij hebben dan weer voor ons het idee fixe,
dat van zoo talrijke hysterische verschijnselen de oorzaak is.
Het laryngoskopisch beeld der hysterische aphonie is ons
niet altijd duidelijk, en is ook in de verschillende gevallen niet
hetzelfde. Eén ding vindt men constant, n.1. dat de stembanden
bij de phonatie niet meetrillen en niet naar elkaar toegebracht
kunnen worden. In de meeste gevallen vindt men de stembanden
verder dan gewoonlijk van elkaar, wat kan komen door eene
verlamming der adductoren, maar ook door een spasmus van
de abductoren. Wij hebben reeds meerdere malen opgemerkt,
dat verlamming en contructuur elkaar bij hysterie kunnen
afwisselen. Voor de keel staan wij hier voor dezelfde moeielijk-
heden, als bij de bewegingen van het oog.
Wij nemen aan, dat in alle gevallen het bewuste of niet
bewuste idéé van niet te kunnen spreken, welk idéé in tallooze
momenten zijn oorzaak kan vinden, de oorzaak is voor de
aphonie. Deze aphonie komt physisch tot stand door onbewegelijk-
heid der stembanden, en dit is, te oordeelen naar hetgeen daar-
over bekend is, het eenige standvastige in het laryngoskopische
beeld der hysterische aphonie.
De klinische verschijnselen der aphonie zijn spoedig genoemd.
De patiënt kan geen geluid geven, maar kan wel spreken. De
phonatie is opgeheven, de articulatie blijft bestaan. De patiënt
spreekt duidelijk, maar fluisterend. Het is hem onmogelijk ook
ongearticuleerde geluiden te voorschijn te roepen. Hierop kan
men somtijds uitzonderingen waarnemen, doordat de patiënt
plotseling onder den invloed van eene emotie, als het ware reflec-
torisch, een schreeuw kan geven. Verder zijn er gevallen bekend,
waar in den droom overluid gesproken werd. Andere gevallen
zijn nog zonderlinger; de patiënt kon alleen fluisterend spreken,
maar kon luid zingen.
-ocr page 365-
357
Het verloop der hysterische aphonie is in \'t algemeen gunstig,
zij geneest gewoonlijk, maar is tegelijkertijd zeer onberekenbaar
en wisselvallig. Zij gaat, zooals zij gekomen is, plotseling, zonder
dat onze therapeutische middelen van veel nut schijnen geweest
te zjjn. In andere gevallen geneest zij met bijna elk therapeu-
thicum, om dikwijls spoedig weer te komen. De duur der
aphonie is zeer verschillend, somtijds zijn het slechts uren of
dagen, in andere gevallen zijn het maanden en jaren, dat de
patiënt de fluisterspraak behoudt. Met de aphonie verwant is het:
d. Hysterisch mutisme.
De etiologie van het hysterisch mutisme is dezelfde als
van de hysterische aphonie, en dit brengt ons op het vermoeden,
dat beide aandoeningen ook nadere verwantschap in hare ver-
schijnselen vertoonen.
Locale ontstekingsprocessen in de keel, emoties, vooral schrik,
verder hysterische accessen spelen eene hoofdrol. Kennelijk is
het idéé wederom de machtige factor, in den vorm van een
meer of min bewust idéé fixe.
De verschijnselen zijn gemakkelijk te beschrijven en bestaan
uit twee groepen:
1°. kan, evenals bg de hysterische aphonie, geen geluid meer
gegeven worden. Meestal is dit meer absoluut, dan bij de ge-
wone aphonie; waar soms nog gelachen of gezongen kan wor-
den, waar soms overluid gedroomd wordt, enz.
Deze onmogelijkheid om geluid te geven openbaart zich in
het laryngoskopisch beeld, door de onmogelijkheid om willekeurig
de stembanden tot elkaar te doen naderen. Eene speciaal patho-
logische, standvastige plaatsing der stembanden, zooals men die
bjj periphere verlammingen vindt, worden hier, evenmin als by
aphonie, aangetroffen.
2°. Bestaat er onmogelijkheid om te articuleeren; er
kan dus ook niet fluisterend gesproken worden, zooals bij apho-
nie, maar de patiënt is geheel stom. Zooals wij weten, berust de
articulatie niet op de beweging der stembanden alleen, maar op de
-ocr page 366-
358
fijn afgepaste bewegingen der keel, tong en aangezichts-spieren.
Deze spieren zijn bij de hysterische mutismus niet verlamd in
den gewonen zin van het woord, want alle andere bewegingen
kunnen daarmee nog verricht worden; de patiënt kan b. v.nog
fluiten. Hij kan alleen die spieren niet gebruiken om te spreken.
Wij hebben hier dus volkomen dezelfde verschijnselen, als bij
Astasie-abasie, waar de spieren van het been ook niet verlamd
waren, maar waar zij niet gebruikt konden worden om te loo-
pen. De hysterica kan niet loopen, niet zien, niet voelen, niet
hooren enz., al naar het geval. Er valt eene functie weg, die
in het idee van den patiënt een geheel is, en het idee van den
patiënt is, zooals wij reeds zoo dikwijls gezien hebben, beslis-
send voor het karakter van de stoornis.
Deze opvatting van het hysterisch mutisme wijkt af van die
der gangbare autoriteiten (Charcot, Pitres, Gilles de la Tourette,
Natier, Cartaz, Löwenfeld, Mendel enz.), die alle het hysterisch mu-
tisme beschouwen, als eene aphonie plus eene motorische aphasie.
Deze opvatting schijnt mij om verschillende redenen onjuist.
Ik geef deze hier in \'t kort op.
Motorische aphasie gaat altijd gepaard met een psychisch
defect, en gewoonlijk met rechtszijdige hemiplegische verschijnse-
len, mutisme nooit. Andere cerebrale wegval verschijnselen, die
bij motorische aphasie zeer gewoon zijn, zóó b. v. agraphie,
sensorische aphasie, komen bij hysterisch mutisme zoo goed als
niet voor. Er schijnen enkele gevallen voorgekomen te zijn van
gelijktijdige agraphie. Deze gevallen kunnen echter zeer goed
op andere wijze verklaard worden. Het merkwaardige geval van
Mendel van hysterisch mutisme met doofheid, van hysterische
doofstomheid dus, wijst evenmin op aphatische stoornis.
Bij het hysterisch mutisme ontbreken dus de concomitteerende
verschijnselen van eene op organische oorzaak berustende apha-
sie. Dit alleen reeds maakt het onwaarschijnlijk, dat bij mutisme
sprake kan zijn van een cerebraal haardsymptoom.
Er is echter een andere grond, die de laatstgenoemde onder-
stelling geheel onmogelijk maakt.
-ocr page 367-
359
Er is in de geheele kliniek der hysterie geen enkel verschijnsel
aanwezig, dat door eene locale centraalaandoening verklaard kan
worden. Altijd stuit men bij de verklaring der hysterische sympto-
men op een idee, eene emotie, een gevoel enz., en dit zijn geestes-
processen waarbij de geheele psyche betrokken is. Achter elke
stoornis bij hysterie schuilt een psychologisch proces, en dit sluit
eene anatomische localisatie in cerebro uit. Evenmin als men
Astasie-abasie in cerebro kan localiseeren, evenmin kan men
dit het mutisme doen; beide aandoeningen zijn z. g. gesystema-
tiseerde paralysen, waar een geheel systeem van psychische
bewegingen buiten het bewustzijn blijft. Dit psychisch systeem
is niet weg, is niet vernietigd, zooals bij een organisch proces
het geval zou moeten zijn, want men kan het onder geschikte
omstandigheden experimenteel weer te voorschijn roepen. Van
daar, dat er ook nooit verschijnselen van een psychisch defect
aanwezig zijn.
Op grond van het bovenstaande, maken wij dus niet dat
principieele verschil tusschen aphonie en mutisme, dat Charcot
en anderen aannemen, als zoude aphonie op een peripheer of een
algemeen centraal proces en mutisme op een locaal centraal
proces berusten. Integendeel beide aandoeningen hebben veel
gemeenschappelijks. Het zijn beide gesystematiseerde paralysen,
aphonie van het phonatie mechanisme en mutisme van het pho-
natie- en van het articulatie-mechanisme.
Hiermede is reeds het principieele verschil aangegeven tusschen
mutisme en aphasie.
Mutisme is eene stoornis in de articulatie, die ontstaat
tengevolge van een of ander psychologisch proces, is dus eene
functioneele aandoening, waarbij het geheele cerebrum betrok-
ken is.
Aphasie is eene locale aandoening van de directe cerebrale
centra der articulatie. Men kan het ook aldus uitdrukken:
Bij mutisme ontstaat door eene algemeene cerebrale stoornis
(de hysterische afwijking) eene locale, functioneele paralyse der
cerebrale centra voor de articulatie en voor de phonatie.
-ocr page 368-
360
Bij apliasie ontstaat tengevolge van eene locale aandoening
der articulatie-centra, afgezien natuurlijk van de verschijnselen,
die deze geeft, eene diffuse cerebrale stoornis, de meer of minder
duidelijke graad van dementie. Bij beide heeft men dus eene
locale en eene algemeene aandoening; bij mutisme is de alge-
meene aandoening primair en de locale is secundair, bij aphasie
is het omgekeerd.
In vele gevallen bestaan naast het mutisme allerlei contracturen
der spieren, die bij de spraak dienst doen, zoo b.v. van de tong,
van de aangezichtsspieren enz. Of wel bij de pogingen om te
spreken geraken sommige spieren in contractuur. In weer andere
gevallen ontstaan bij de pogingen tot spreken contracties in de
borst- of buikspieren.
Het verloop van het mutisme is zeer verschillend. In vele
gevallen duurt het slechts kort. Löwenfeld meent, dat het
daardoor dikwijls niet herkend wordt, zoo b.v. wanneer het na
een hysterisch insult ontstaat, of bij mutisme door schrik. De
duur van de aandoening kan ook zeer lang zijn. Er zijn gevallen
van hysterische stomheid bekend, die tien jaar en langer geduurd
hebben. De genezing kan plotseling tot stand komen. In andere
gevallen gaat het langzaam; dan komt het voor, dat de patiënt
eene periode van stotteren doormaakt. In het algemeen is de
prognose gunstig.
Het hysterisch mutisme kan moeielijk met eene andere aan-
doening verward Worden. Het meest zou men kunnen twijfelen,
wanneer er zich eene hysterische rechtszijdige hemiplegie mee
combineerde. Dan moet men letten op het hysterisch karakter
daarvan: de facialisparalyse, de spasmus glosso-labialis, op de
onmogelijkheid een enkel geluid te kunnen geven enz.
Het hysterische stotteren is nauw verwant met
het mutisme. Men kan waarnemen, hoe een aanval van mutisme bij
genezing somtijds overgaat eerst in stotteren, en daarna in de
normale spraak. Aphasie geneest natuurlijk nooit op deze wijze.
Het stotteren is eene ataxie van dezelfde spieren, als waarvan
het mutisme eene verlamming, d. w. z. eene psychisch gesystc-
-ocr page 369-
361
matiseerde verlamming is. Deze ataxie treedt echter alleen op
bij het begin van woorden of van lettergrepen, terwyl, als het
begin gemaakt is, de rest van het woord of van de lettergreep
goed verloopt.
Het hysterisch stotteren is zelden zuiver. De etiologie daar-
van komt evenals by de aphonie en het mutisme in \'t kort
hierop neer, dat de patiënt bewust of onbewust het idee van
eene spraakstoornis heeft, en onder deze omstandigheden is het
niet te verwonderen, dat het zeer karakteristieke organische
stotteren gebrekkig nagedaan wordt.
Wij vermelden de aandoening zonder er nader op in te gaan l),
en zijn nu genaderd tot de beschrijving der:
3. MONOPLEGIEËN EN MONOSPASMEN.
De hysterische monoplegieën hebben meer dan eenige andere
aandoening eenen traumatischen oorsprong; vandaar, dat zij meer
bij mannen voorkomen dan bij vrouwen.
Het zjjn vooral de personen, die meer of min duidelijk de
boven reeds besprokene amyosthenie vertoonen, die voorbeschikt
zijn, om dikwijls na de onbeteekende oorzaak, spastische en
paralytische verschijnselen te vertoonen. Deze zijn dan als het
ware de sterkere uitdrukking van de reeds bestaande spier-
zwakte.
Een ander moment, dat grooten invloed heeft, zijn de hyste-
rische accessen. Reeds korter of langer tijd, vóórdat het acces
uitbreekt, worden de motilitets-stoornissen sterker; dan volgt
het acces, en na het acces kunnen allerlei monoplegieën en mo-
nospasmen optreden.
Het trauma werkt natuurlijk niet organisch, maar zuiver psy-
chisch. Dikwijls volgt na het trauma de reeds meerdere malen
genoemde periode van meditatie, en het hangt van den geestes-
toestand van den patiënt en van de reeds vóór het trauma be-
\') De overige aandoeningen der spieren, die aan de phonatie en de respiratie
deelnemen, behandelen wij bij de beschrijving der respiratiestoornissen.
-ocr page 370-
362
staande verschijnselen af, welke de invloed van het trauma op
de localisatie der paralysen of der spasmen zal zijn.
Bij de behandeling der verlammingen en der spasmen zal het
ons voldoende blijken, hoezeer zij afwijken van de organische
verlammingen. Zeer dikwijls zijn zij gesystematiseerd, waardoor
slechts een bepaald systeem van bewegingen, die eene physio-
logische of psychologische eenheid vormen, is opgeheven. Ver-
der combineeren spasmen en verlammingen zich op de meest ver-
schillende manieren. Vandaar, dat wij ze gezamenlijk behandelen.
Wij beginnen met:
a. Spasmus glosso-labialis.
Deze aandoening, hoewel niet zeer frequent, komt nu en dan
wel voor. Zij ontleent hare belangrijkheid voor een gedeelte
aan de vergissingen, waartoe zij aanleiding heeft gegeven.
Zooals de naam aanduidt, is het een spasme van de tong en
der lippen. Van dezen contractietoestand bemerkt men in de
rust niet veel. Men ziet nu en dan in de facialisspieren fibril»
laire contracties, en bij vergelijk met de normale zijde, ziet men
de naso-labiaal plooi duidelijker uitgesproken; maar dit behoeft
niet zeer duidelijk te zijn.
Deze verschijnselen alleen zouden doen denken aan eene fa-
cialsparalyse der tegenovergestelde zijde. Deze vergissing wordt
voorkomen, wanneer men op de oogspieren let, die normaal zijn.
De stoornissen worden echter zeer in \'t oogvallend bij bewe-
gingen; dan neemt men waar, dat de beide lippen excessief
worden bewogen, de geheele mond staat scheef, is aan de ge-
contractureerde zijde veel wijder open, de tanden zijn meer
ontbloot, de naso-labiaalplooi is veel sterker gemarkeerd. Hierbij
komt nu verder de bewegingsstoornis in de tong. Vraagt men
den patiënt, deze uit te steken, dan wijkt ze meer of min naar
de gecontractureerde zijde af, staat gewoonlijk zelfs zeer scheef.
Dit kan zóó sterk zijn, dat de tong, als een haak omgebogen,
met de punt tegen de wang aanstuit en niet of moeielijk naar
buiten gebracht kan worden.
-ocr page 371-
363
De spasmus glosso-labialis zou men kunnen verwarren met
de secundaire contractuur, die op eene periphere facialis-paralyse
kan volgen. Men is echter spoedig op de hoogte, wanneer men
bedenkt, dat in \'t laatste geval de oogspieren mede aangedaan
zijn, en dat de secundaire facialis contractuur in de rustduide-
lijker is dan bij bewegingen.
De spasmus glosso-labialis kan zich over naburige spieren
uitstrekken, en doet dat gewoonlijk in de meer ernstige gevallen.
Zoo kunnen de oogspieren aan de kramp mededoen; het oog
wordt dan bij lip- en tongbewegingen gesloten. In andere ge-
vallen nemen verschillende halsspieren daaraan deel. Vooral
komt dit voor bij de platysma, die, wanneer hij in kramptoe-
stand verkeert, een demarkatielijn op de voorvlakte van den hals
geeft. Andere halsspieren aan dezelfde zijde verleenen, wanneer
zij in constractie toestand komen, aan het hoofd een gebogen
stand. Er zijn enkele gevallen beschreven, o. a. een door
D e 1 p r a t, waar de spasmus aan beide kanten van het aange-
zicht aanwezig was.
De spastische verschijnselen in het gezicht zijn zeer variabel,
nu eens zijn zij sterk uitgesproken, terwijl zij een volgenden dag
nauwelijks aan te toonen zijn. In andere gevallen blijven zij
tijden lang onveranderd bestaan.
"Wanneer de verschijnselen zich voordoen, zooals wij die boven
hebben beschreven, is de diagnose niet moeilijk. Dit is dikwijls
niet het geval, omdat er, naast de spasmus, andere momenten
aanwezig zijn, die de beoordeeling moeilijk maken, dit zijn de
paralytische, de z.g.:
b. Hysterische facialis paralyse.
Deze aandoening heeft reeds eene geschiedenis achter zich.
Langen tijd werd zij ontkend, en de stelling gold, dat indien
bij eene hemiplegie de facialis was aangedaan, men met eene
organische hemiplegie te doen had. Dit is onjuist. De hysterische
paralyse der facialis komt niet dikwijls voor, maar zjj is zonder
twijfel meerdere malen waargenomen en beschreven. In de
-ocr page 372-
364
meerderheid der gevallen is zij gecombineerd met eene hyste-
rische hemiplegie, en de verschijnselen hiervan brengen ons
vanzelf op het spoor van den aard der facialis-paralyse. Gecom-
pliceerd worden de verschijnselen echter hoofdzakelijk door de
gelijktijdig bestaande spastische symptomen aan de tegengestelde
zijde. Bedenkt men, dat spasmen altijd meer of min den indruk
geven van eene paralyse van den tegenovergestelden kant, dan
is het niet te verwonderen, dat het niet altijd gemakkelijk is,
de verschijnselen naar hunne rechte waarde te schatten.
Wanneer de facialis-paralyse ongecompliceerd is, ziet men
ongeveer het volgende.
In de rust bemerkt men niet veel. De naso-labiaal plooi aan
de geparalyseerde zijde is meer of min verstreken, de mond
staat een klein weinig scheef, hangt even aan den verlamden
kant. De stoornissen worden duidelijker, wanneer de patiënt
de aangezichtsspieren gaat bewegen. Dan ziet men de zieke
zijde minder aan de bewegingen deelnemen; bij het openen van
den mond zjjn de tanden aan de gezonde zgde verder ontbloot,
bij het spreken doet de zieke kant niet mede, als de patiënt blaast
of fluit wordt de zieke zijde passief opgeblazen enz. Gewoonlijk
is de intensiteit dezer stoornissen niet zeer sterk, minder dan bij den
organischen vorm der facialis-paralyse. Zelden of misschien wel
nooit zijn de oogtakken van de facialis aangedaan; dit is dus een
doorgaand verschil met de organische periphere facialis-paralyse.
Het bovenstaande is de beschrijving der paralyse, wanneer
zfl in een zuiveren vorm voorkomt. Dit is zelden het geval.
In de eerste plaats vindt men dikwijls, dat de paralyse z. g.
gesystematiseerd is. Zooals wij weten, verstaan wij hieronder, dat
niet alle, maar slechts een bepaald systeem van bewegingen
onmogelijk is geworden. Zoo b.v. wanneer de patiënt zijn mond
opent, of wanneer hij fluit, bemerkt men niets, terwijl de stoornis
in de beweging duidelijk wordt, zoodra hij gaat spreken. Ook
gevallen, waarin het omgekeerde plaats had, zijn waargenomen.
Wij vinden hier dus dezelfde verschijnselen als bij astasie-abasie
of als bij hysterisch mutisme.
-ocr page 373-
365
In de tweede plaats vertoont de facialis paralyse complicaties,
doordat zjj in de meeste gevallen gepaard gaat met contractuur-
toestanden in andere spieren, vooral van de tong en van de
gelaatsspieren der tegenovergestelde zijde. Dit kan, zooals te
begrijpen is, tot zeer samengestelde complicaties aanleiding geven,
die niet altijd gemakkelijk zijn te ontleden, te meer daar zij
van den eenen dag tot den anderen kunnen veranderen.
Kenmerkend voor de hysterische facialis paralyse zijn ten
slotte de sensibele stoornissen, die bijna altijd aanwezig zijn.
Deze vindt men zoowel bij de spasmen, als bij de paralyse.
Gewoonlijk is dit eene anaesthesie in de streek van de verlamde
spieren. In andere gevallen komen oogstoornissen daarbij, een
amaurose op het oog aan de verlamde zijde is meerdere malen
waargenomen.
De diagnose en speciaal de differentiëele diagnose tegenover
den organischen vorm is gewoonlijk gemakkelijk. Soms is moeie-
lijker de differentiëele diagnose tegenover de organische hemi-
plegie. Men heeft dan echter het karakteristieke der hysterische
hemiplegie en verder de eigenaardige sensibiliteitsafwijkingen
der geheele lichaamshelft, waaraan ook het gelaat deelneemt.
c. Gontracturen en paralysen der
oogspieren.
De klinische beschrijving der afwijkingen in de motiliteit der
oogen is zeer moeielijk. Wy hebben hier, zooals ook elders, eene
combinatie van verlammings- en contractuurversclnjnselen, die
voor het oog, zoowel wat de inwendige als de uitwendige spieren
betreft, slechts zeer gebrekkig uit elkaar zijn te houden. Hierbij
komt verder, dat wij nog niet geleerd hebben voor de bewegingen
van het oog uit elkaar te houden de gesystematiseerde en de gelocw
liseerde
paralysen, zooals wij dat b.v. voor de beenspieren en
de musculatuur van den larynx en van het gezicht hebben
kunnen doen. Eene laatste moeielijkheid is de gecompliceerdheid
van de oogmusculatuur, een spierstelsel, dat aan den eenen kant
in hooge mate van den wil afhankelijk is, maar dat aan den
-ocr page 374-
366
anderen kant zeer gecompliceerde automatische en reflectorische
functieën verricht, die alle afzonderlijk stoornissen kunnen aan-
bieden. Deze stoornissen worden nog moeielijker te beoordeelen,
omdat er zich afwijkingen mee kunnen combineeren van de
inwendige oogmusculatuur, die van onze willekeur onafhankelijk
is, en die zoowel door het animale, als door het vegatieve zenuw-
stelsel beheerscht worden.
De oogspierstoornissen zijn nog een bijna onontgonnen terrein
van de hysterie. Wij behandelen ze hier slechts zeer kort, en
bepalen ons tot enkele opmerkingen.
De rij afgaande komen wij het eerst tot de: Blepharospasmus
hystericus.
Deze aandoening, die nog al eens wordt waargenomen,
ontstaat dikwijls in aansluiting met hysterische accessen. In
andere gevallen kan men eene periphere aandoening vinden
b.v. een lichte conjunctivitis, een corpus aliënum in het oog enz.
Deze periphere aandoening is dan de druppel, die dengevulden
beker doet overloopen, evenals wij dat b.v. voor de paralysen
der keelspieren hebben aangetroffen. Door de periphere aan-
doening ontwikkelt zich het idee fixe, dat zijne werking doet ge-
voelen, nog langen tijd, nadat de periphere prikkel is verdwenen.
In andere gevallen laat zich voor de Blepharospasmus geene
oorzaak vinden, en schijnt hij te zijn eene spontane uiting van
de hysterische ziekte, die ons voorloopig onverklaarbaar blijft.
Onder Blepharospasmus verstaat men eene actieve contractie
van den m. Orbicularis oculi. Deze openbaart zich, doordat de
oogleden actief gesloten zijn, en dat er meer of minder sterke
weerstand geboden wordt bij elke poging, die men doet om de
oogleden uit elkaar te trekken. De oogleden zijn door dwarse
plooien gevouwen, en het bovenste ooglid ligt boven het bene-
denste. Bij de pogingen van den patiënt de oogen te openen, is
dit in \'t geheel niet of slechts onvolkomen mogelijk. Men ziet
dan in de oogleden gewoonlijk fibrillaire contracties ontstaan,
die zelfs ook aanwezig kunnen zijn, wanneer de oogleden gesloten
blijven en eene belangrijke aanwijzing zijn voor het constateeren
van den kramptoestand.
-ocr page 375-
367
Met de Blepharospasmus zijn verschillende sensibele en sen-
torieele verschijnselen verbonden. Het oog of de oogen kunnen
beperking van het gezichtsveld vertoonen, de conjunctiva kan
ongevoelig zijn. Gewoonlijk echter bestaan er allerlei irritatie-
verschijnselen, voornamelijk lichtschuwheid, verhoogde secretie
van tranen en roodheid der conjunctiva, bovendien nu en dan
sensibele prikkelingsverschijnselen in de orbita en de omgeving
daarvan.
De Blepharospasmus doet één of beide oogen aan; is zij dub-
belzijdig, dan zijn de sensibele verschijnselen gewoonlijk sterk
ontwikkeld, terwijl de enkel zij dige geheel pijnloos kan verloopen.
Niet altijd zijn de verschijnselen van actieve contractuur even
duidelijk uitgesproken. Het best kan men dat bij zich zelf weer-
geven, door het oog actief sterk en weinig sterk te sluiten. In
beide gevallen is het geheel gesloten, maar de intensiteit der
contractie is zeer verschillend. Zoo is het bij hysterie ook het
geval. Er komen gevallen voor, dat de dwarse plooien in het
ooglid ontbreken, dat de weerstand bij opheffing van het ooglid
zeer gering is en dat het ooglid terugvalt, zoodra men het, na
het openen, heeft losgelaten. Gewoonlijk zijn dan ook de sensi-
bele prikkelingsverschijnselen gering.
In deze gevallen bestaat er groote overeenkomst met de pa-
ralytische vormen van ptosis. Deze overeenstemming wordt nog
grooter, wanneer men den patiënt vraagt het oog te openen. Hij
brengt dan het hoofd naar achter, tracht door de contractie van
den M. Frontalis het ooglid op te heffen en komt er zoo ge-
woonlijk toe eenige uiteenwijking der oogleden tot stand te
brengen. Dit zijn dus dezelfde manipulaties, die men waarneemt
bg den organischen vorm van paralytischen ptosis.
Eene differentiëele diagnose tusschen dezen vorm van hyste-
rischen Blepharospasmus en de paralytische ptosis is van ge-
wicht. C h a r c o t heeft hiervoor opgegeven den stand van den
wenkbrauwboog; bij den paralytischen vorm is deze hooger, bij
den spastischen vorm lager, dan aan de gezonde zyde. — Ver-
der neemt men bij den spastischen vorm waar, het eigenaardige
-ocr page 376-
368
fibrillaire trillen van het bovenste ooglid, dat wij reeds boven
noemden; het ooglid valt bij den spastischen vorm, wanneer men
het naar boven trekt, altijd sterker naar beneden, dan bij den
paralytischen vorm, en verder bedekt het bovenste ooglid het
benedenste.
In deze gevallen van zwakke contractuur neemt men verder
waar, eene anaesthesie der oogleden en van de conjunctiva en
bovendien dikwijls eene anaesthesie van de retina.
Deze kenteekenen zijn voldoende dezen z.g. pseudo-paralyti-
schen vorm van de Blepharospasmus te onderkennen van de
organische paralyse van het bovenste ooglid.
Eene hysterische paralyse der oogleden komt, voor zooverre
wij weten, niet voor.
Spastische verschijnselen aan de uitwendige oogspieren komen
in verschillenden vorm voor. Het meest bekende symptomen-
complex is het hysterische scheelzien.
Bij het hysterisch Blepharospasme, vooral bg die vormen, welke
met sterke contractuur gepaard gaan, zijn de oogappels dikwijls
naar binnen gedraaid en bestaat dus een spastisch convergent
scheelzien. Dit geeft natuurlijk geen verschijnselen. In het hys-
terisch acces komt het als voorbijgaand verschijnsel dikwijls
voor. Als permanent symptoom ziet men het zelden, en met
Mauthner kan men vermoeden, dat dit zijn oorzaak vindt
in de moeielijkheid om willekeurig scheel te zien. Enkele ge-
vallen, zoowel van convergent, als van divergent scheelzien,
zijn beschreven.
Bjj de overige oogspieraandoeningen heeft men de groote
moeielijkheid paralysen te onderscheiden van contractuur der
antagonisten. Vele onderzoekers beweren, dat paralysen niet
bestaan, en dat alle afwijkingen berusten op spastische toestan-
den, die zeer gering kunnen zijn, evenals dat met den boven-
beschrevenen pseudo-paralytischen vorm van ptosis het geval is.
Ook zuivere systematische paralysen en spasmen worden zelden
waargenomen. Het komt voor, dat het oog in zijn geheel onbewege*
lijk is, het kan dan niet naar boven, beneden, links of rechts gedraaid
-ocr page 377-
369
worden. Verder komt voor de z.g. geconjugeerde deviatie van
beide oogen, zooals wij die uit de organische neurologie kennen.
Dit zijn de beide eenige systematische afwijkingen, die in de
oogbewegingen voorkomen.
Op allerlei andere manieren kunnen de oogbewegingen nog
gestoord zjjn. Klachten over dubbelbedden, die bij sluiting van
één oog verdwijnen, zijn bij hysterie niet ongewoon. Gewoonlijk
laten deze oogstoornissen zich onvoldoende tot hare componen-
ten terugbrengen. Wij gaan er dan ook niet nader op in. De
hysterische natuur daarvan blijkt gewoonlijk voldoende uit de
begeleidende hysterische verschijnselen, uit de wijze, waarop zij
ontstaan en weer verdwijnen. Wij hebben hier een terrein, dat
nog ontgonnen moet worden.
Ook over de aandoeningen der inwendige oogspieren zijn wij
onvolkomen onderricht. Wanneer men daarvan een verslag wil
geven, komt dit neer op de mededeeling der afzonderlijk waar-
genomen gevallen, wat in een leerboek als dit, niet geoorloofd
is. Wij spreken er dus slechts met enkele woorden over.
Bij hysterie komt voor een kramp der accommodatie-spieren,
gepaard met eenen myotischen toestand van de pupil, en evenzoo
eene verlamming van beide spierstelsels.
De pupillen kunnen abnormaal wijd of nauw zijn, het eerste
neemt men dikwijls waar gedurende hysterische accessen.
Ook stoornissen in de reflectorische werking van de pupil
komen voor, hoewel uiterst zeldzaam, in den vorm van pupilstijf-
heid en pupiltraagheid, tegelijk kan men waarnemen eene onge-
lijke wijdte der pupilopening. In een geval, dat ik waarnam,
ontstond pupil stijfheid na een deliranten hysterischen aanval.
d. Contracturen en paralysen der h a 1 s-
en romp spie ren.
Wij beginnen de behandeling hiervan met de torticollis spastica
hysterica.
Het is eene aandoening, die nog al eens wordt waar-
genomen, en die, wanneer zij bestaat, langeren tijd onveranderd
24
-ocr page 378-
370
kan duren, terwijl zij in andere gevallen plotseling komt en
verdwijnt. Het laatste neemt men nog al eens waar op den
kinderlijke leeftijd, na emoties.
Evenals bij de spieren van het gelaat, neemt men ook hier
gewoonlijk waar, dat er eene anaesthesie van het gecontrac-
tureerende lichaamsdeel mede verbonden is. Verder ziet men
in sommige gevallen, dat de contractuur zich niet tot den hals
bepaalt, maar dat ook andere lichaamsdeelen er aan deel nemen.
Wij hebben reeds gezien, dat de contractuur der plastysma nu
en dan de contracturen van het aangezicht vergezelde. Ook de
overige halsspieren kunnen daarbij betrokken zijn. Verder komt het
voor, dat er eene contractuur van den gelijkzijdigen arm aanwezig
is, die, zooals in een geval van R i c h e r, als een stijve stok
langs den voorwand van het lichaam uitgestrekt kan zijn.
Bestaat er torticollis alleen, dan nemen bijna in alle gevallen
verschillende spieren daaraan deel. Nooit komt éen spier alleen
in contractuur. De eenige uitzondering, die mij daarop bekend
is, is de contractuurtoestand van den Sterno-cleido-mastoideus, die
door Gilles de la Tourette eenmaal is waargenomen.
Wij hadden bij hysterie niet anders kunnen verwachten.
De verschijnselen der Torticollis spastica zijn spoedig beschre-
ven. Het hoofd is naar de zijde gebogen; dit is dikwijls zoo
sterk, dat het oor op den schouder komt te liggen; daarbij is
dan de schouder te gelijkertijd naar boven geheven. Oor en
schouder zitten stevig tegen elkaar aan. In sommige gevallen
bestaat tevens eene meer of minder sterke draaiing van het
hoofd naar de tegengestelde zijde van de contractuur.
De diagnose levert geene moeielijkheden op, wanneer men let
op de gewoonlijk aanwezige stoornissen in de sensibiliteit. Zijn
deze afwezig, dan zouden er gevallen kunnen voorkomen, waar
door een onderzoek in chloroformnarcose eene organische aan-
doening der gewrichten zou buitengesloten moeten worden.
Eene enkele maal is ook paralyse der halsspieren waargenomen.
De stand, die hierbij ontstaat gelijkt veel op die der contracturen;
men mist echter het scherp afgeteekend zijn der spierbuiken
-ocr page 379-
371
en der pezen. Gemakkelijk is de differentiëele diagnose door
de repositie van het hoofd. Bij contracturen is deze onmogelijk,
bij paralysen zeer gemakkelijk.
Contracturen en verlammingen der rompspieren komen nu en
dan, voor zoover ik weet niet dikwijls, voor. Verhaagen
beschrijft een contractuur van den M. serratus anticus.
Als contractuurtoestand wordt de hysterische scoliose beschre-
ven. Zij komt bijna uitsluitend in het lendengedeelte der wervel-
kolorn voor, terwijl in het halsgedeelte eene lichte secundaire
compensatieve scoliose zich kan ontwikkelen. Deze lendenscoliose
berust op eenen eenzijdigen contractuurtoestand der verschillende
lendenspieren en gaat bij zijn ontstaan gewoonlijk gepaard met
uitstralende pijnen in deze streken. Wanneer andere hysterische
stigmata aanwezig zijn, is de diagnose gewoonlijk niet moeiel ijk.
Eene eigenaardige complicatie was aanwezig in een geval, waar
de scoliose zich acuut ontwikkelde, bij eene gelijktijdig bestaande
paraplegie der benedenste extremiteiten. De eerste mogelijkheid,
waaraan men in een dergelijk geval denkt, is natuurlijk wervel-
caries. De differentiëele diagnose is zelden moeielijk, wij be-
hoeven er niet nader op in te gaan.
e. Contracturen en paralysen aan den arm.
In de groote meerderheid der gevallen gaat aan deze aan-
doeningen een trauma vooraf. Ook een hysterisch acces kan, bij
een gegeven aanleg, als oorzaak optreden.
De arm kan op zeer verschillende manieren verschijnselen
van contractuur vertoonen. Men kan er van zeggen, wat van
alle andere contracturen geldt, dat zij standen te zien geeft,
die men willekeurig na kan maken. Het is niet doenlijk alle
waargenomen vormen van contractuur te beschrijven, men zou
per se onvolledig blijven en gevaar loopen, dat de eerstvolgende
contractuur, die men waarnam, niet in de beschrijving was
opgenomen. Enkele opmerkingen zullen wij maken.
De arm kan in toto en strekstelling gecontraheerd zijn. Hij
is dan gewoonlijk als eene stijve stang eenigszins naar voren
-ocr page 380-
372
gebracht door contractie der schouderspieren, en is aan de voor-
zijde der borst gelegen. De hand is gewoonlijk gebogen en de
vingers zijn in vuiststelling.
In andere gevallen is de arm in het elleboogsgewricht of in
het handgewricht gebogen. De hand kan op verschillende ma-
nier gecontraheerd zijn. Dikwijls zijn de vingers en de duim
in vuiststelling gebracht, met den duim over de vingers heen
of door de vingers omsloten. In andere gevallen zou men de
contractuur eene systematische kunnen noemen, omdat eenebe-
paalde houding, zoo b. v. de houding van de hand bij het schrij-
ven, nagebootst wordt.
De contractuur is dikwijls van hyperaesthesie vergezeld.
Vooral komt dit voor, wanneer er een of ander arthralgie ge-
lijktijdig met de contractuur aanwezig is. De localisatie is dan
weer voor hysterie karakteristiek, en breidt zich in geometrische
segmenten rondom den arm, en boven de gecontraheerde spie-
ren, uit.
De diagnose der hysterische contracturen is niet moeielflk.
Duren zij langen tijd, dan kunnen zij gepaard gaan met spier-
atrophieën en trophische stoornissen der huid. Verwisselingen
met andere aandoeningen, speciaal met arthritische, is door de
manier van ontstaan en door de begeleidende verschijnselen niet
licht mogelijk.
De verlammingsverschijnselen aan den arm, doen deze in haar
geheel of slechts gedeeltelijk aan. De etiologie is dezelfde als
van de contracturen. Zij komen vooral na traumatische inwer-
king nogal eens voor.
De paralyse doet den geheelen arm aan of een gedeelte daar-
van; zoo b.v. den bovenarm, den benedenarm of de hand; buigers
en strekspieren zijn te gelijk aangedaan.
De verschijnselen der arm-monoplegieën zgn nogal kenmer-
kend. Is de geheele arm lam, dan weet de patiënt niet meer,
dat hij een arm heeft; het geheele lid hangt als eene inerte massa
aan den romp. De sensibiliteit is bijna altijd in al hare qualiteiten
gestoord. Het huidgevoel, in den vorm van tast-, pjjn- en tem-
-ocr page 381-
373
peratuurgevoel, is opgeheven. Bovendien is het spiergevoel en
het gevoel voor den stand der gewrichten verloren gegaan.
Brengt men den arm in eenen bepaalden stand, dan kan deze
door den gezonden arm bij gesloten oogen niet nagemaakt worden.
De localisatie der anaesthesie is de gewone. Is de hand lam,
dan eindigt de anaesthesie met een\' kring boven het handge-
wricht; is de benedenarm lam, dan is de grens boven het
ellebooggewricht; is de geheele arm lam, dan wordt de
anaesthesie begrensd door een cirkelvormige lijn rondom den
schouder.
Trophische stoornissen komen bij deze armverlammingen nogal
dikwijls voor. Somtijds zijn deze niet alleen tot de spieren be-
perkt, maar gaan over op de beenderen en op de huid, bij deze
laatste dikwijls onder den vorm van rood, blauw of wit oedem,
waarover wij later nog zullen spreken.
De electrische reactie der spieren is normaal, hoogstens in
quantitatieven zin veranderd.
De diagnose heeft in de meerderheid der gevallen geene
zwarigheid. Bij de verlammingen tengevolge van aandoeningen
van het ruggemerg en van de plexus cervicalis komt op den
duur degeneratieve reactie der spieren tot stand, en is de localisatie
der sensibiliteitsafwijkingen gebonden aan de verspreiding der
periphere zenuwen.
Een gelocaliseerd organisch proces in de centraalwindingen
of in de capsula interna kan eene monoplegie van den arm geven.
Dan mist men echter de karakteristieke sensibiliteitsstoornissen,
en op den duur komt het tot de eigenaardige contractuurstelling
van den arm, met verhoogde reflexen.
f. Gontracturen en paralysen aan het been.
Over de motiliteitsafwijkingen aan het been kunnen wij kort zijn.
Meer dan aan den arm combineeren zich de contracturen met
hyperalgesieën, en voornamelijk met arthralgieën. Wij bespraken
reeds de hysterische coxalgie, en zagen, hoe hier contractuur en
hyperalgesie het ziektebeeld beheerschten. Dergelijke toestanden
-ocr page 382-
374
kunnen, hoewel veel zeldzamer, rondom de andere gewrichten
voorkomen.
Afgezien van deze verschijnselen komen andere contractuur-
verschijnselen voor, die ook dikwijls met hyperalgesieën gepaard
gaan, maar die zich niet rondom de gewrichten localiseeren.
Het been kan in toto gecontraheerd zijn. Het is dan in stijve
strekstelling, met de punten van de toonen naar beneden gericht.
Het tegengestelde komt ook voor, dat n.1. het been in het heup-
gewricht gebogen is, en evenzoo in het kniegewricht, zoodat de
kuit tegen de dij en de hiel op de nates komt te liggen.
De stand van den voet is verschillend. Dikwijls vindt men den
gewonen equino-varus stand; de voet is gestrekt en van binnen
naar buiten gedraaid, de teenen zijn gebogen. Ook andere posities
komen voor, zoodat b.v. de patiënt op zijn hiel loopt
Wij gaan op deze contracturen niet nader in; het kost weinig
moeite ze als zoodanig te diagnosticeeren.
De hysterische monoplegieën aan het been komen, zooals wft
reeds opgemerkt hebben, zeer zelden voor. In de gevallen,
die waargenomen zjjn bestonden meer of min duidelijke ver-
schijnselen van hysterische hemiplegie, en was dus de beenver-
lamming een verschijnsel hiervan.
-ocr page 383-
\\
HOOFDSTUK VIL
Sy m pto m ato I ogi e.
(Vervolg.)
D. Hysterische accessen.
De hysterische accessen behooren tot de belangrijkste ver-
schijnselen der ziekte. Ongeveer de helft van de in hospitalen
verpleegde hysterische patiënten vertoonen ze. Zij zijn van den
grootsten invloed op het verloop en op de verschijnselen van
de ziekte.
In vroegere jaren onderscheidde men ze niet, of gebrekkig
van de epileptische aanvallen, waarmede zij niets te maken
hebben. B r i q u e t en later C h a r c o t hebben echter definitief
het onderscheid tusschen deze beide soorten van aanvallen in
het licht gesteld, en tegenwoordig twijfelt niemand daar meer
aan. Dit neemt niet weg, dat in een gegeven geval zij veel
op elkaar kunnen gelijken, en dat de differentieel e diagnose dan
moeilijk kan zijn.
Wij laten de beschrijving der accessen direct op die van de
psychische verschijnselen volgen; eigenlijk moest zij daarmede
vereenigd zijn. De uiterlijke verschijnselen zijn echter zoo ver-
schillend daarvan, en het alles is een zoo samenhangend geheel,
dat eene afzonderlijke behandeling noodig is.
Reeds B r i q u e t heeft opgemerkt, dat de accessen bijna uit-
sluitend na emoties optreden. Hierbij is het van belang op te
-ocr page 384-
376
merken, dat, wanneer de accessen eenmaal begonnen zijn, de
emotie niet telken male weer verschijnt, dat eene serie accessen
éénmaal begonnen, als het ware automatisch verder afloopt.
Het begin van de serie is echter eene emotie, een denkbeeld,
eene waarneming of een ander psychisch proces. Ook bij het
eerste optreden der accessen vindt men eene emotie, deze be-
hoeft niet direct aan het acces vooraf te gaan, maar kan van
vroegeren tijd dateeren, kan onbewust geworden zijn, zoodat de
patiënt ze vergeten is en niet de minste kennis heeft van den
samenhang van het acces met de vroegere emotie. Het acces
treedt dan quasi geheel spontaan op, en hoe men ook zoekt en
vraagt, in het bewuste leven van den lyder vindt men niet den
minsten samenhang tusschen beide.
Omdat het van het grootste belang is, zoowel uit een thera-
peutisch, als uit een wetenschappelijk oogpunt, de accessen tot
hun ware oorzaak terug te kunnen voeren, moet men dan op
andere wijze te werk gaan.
Wij staan hier weer voor hetzelfde verschijnsel van onbe-
wuste, automatische geestesprocessen, waarop wij bjj de psychi-
sche verschijnselen reeds hebben gewezen, en die bij de sympto-
matologie van de Hysterie zulk eene belangrijke plaats innemen.
Een psychisch trauma, het behoeft in vele gevallen slechts zeer
gering te zijn, wordt vergeten, onttrekt zich evenals b.v. het
pijngevoel van de eene lichaamshelft, aan het bewustzijn, maar
ondanks dit blijft de onbewuste herinnering daaraan voortbe-
staan niet alleen, maar plotseling doet de emotie eene hevige
invasie in het normale geestesleven, en geeft aanleiding tot het
zoo hevige hysterische acces.
Wanneer men zich op de hoogte wil stellen van de ziekte-
geschiedenis van eene hysterica met accessen, staat men voor
een der moeielijkste vraagstukken, die de neurologie aanbiedt.
Elk geval is afzonderlijk te beoordeelen, en eischt de kennis
van het geheele vroegere leven van den patiënt. Geene bijzonder-
heid is zoo onbeduidend, dat zij kan overgeslagen worden. Men
kan eigenlijk niet beginnen, voordat men vertrouwd genoeg met
-ocr page 385-
377
den patiënt geworden is. Dan moet alles verteld worden, op
elke emotie, eiken schrik, angst enz. moet gelet worden. Is
men zoo ver, dan is het van veel gewicht, dat men een acces
bijwoont en nauwkeurig waarneemt.
In elk hysterisch acces komt de oorspronkelijke emotie, de oor-
zaak van het acces, meer of min te voorschijn, soms scheef, soms
overdreven, maar zij is dikwijls te herkennen.
Is men van het vroegere leven van den patiënt goed op de
hoogte, dan kan men somtijds op deze wijze reeds een belang-
rijk aanknoopingspunt voor eene rationeele suggestieve therapie
vinden.
In vele gevallen echter zijn niet één, maar meerdere emoties
de verborgen oorzaken voor de accessen. Verschillende idée\'s
fixes bestaan naast elkaar, en in het acces zelf vindt men eene
dusdanige verwarring en combinatie van elkaar weersprekende
emoties, dat er niets uit is op te maken. Dit zijn moeielijke
en meestal oude gevallen.
Men heeft gezegd, dat men de emotie niet in het acces terug
vond, omdat de uitdrukkingsbewegingen in het acces zoo eenvor-
mig waren. Het aantal feitelijk mogelijke en aanwezige emoties,
die zich alle in het normale leven, door eene verschillende uit-
drukking, en eene verschillende harmonische samenwerking van
spieren openbaren, is veel grooter, dan men in het acces waarneemt.
Dit is tot op zekere hoogte wel waar, maar men kan hierbij
verschillende dingen opmerken. Het aantal emoties in de hyste-
rische accessen is zoo klein niet; men vindt uitdrukking van
angst, toorn, vrees, verwondering, boosheid, vreugde enz. Bg
denzelfden persoon echter verloopt het acces gewoonlijk tijden
achtereen op dezelfde wijze, en eerst intercurrente emoties of
denkbeelden kunnen het wijzigen.
Verder vertoont het hysterisch acces ons geene zuivere, geene
normale uitdrukking van emoties; het is daarvan eene karikatuur;
de emotie ad absurdum gevoerd, maar hevig, zooals die door eenen
zeer zieken geest wordt opgevat, nadat ze langeren of korten
tijd als idéé fixe buiten het bewustzijn en buiten controle van
-ocr page 386-
378
normale geestelijke remprocessen heeft bestaan. Dit laatste
is ongetwijfeld eene der omstandigheden, waarom het idéé fixe,
als pathologische emotie, zoo plotseling en met zoo hevige kracht
in het hysterisch acces kan uitbarsten. Al ons\' gevoel staat
onder controle, onder remming van ander bewust gevoel en
denkbeelden; wat aan een bepaald gevoel verkeerd is, wat
niet met ander gevoel overeenkomt, wordt gecorrigeerd; al-
les samen accomodeert zich aan elkaar en vormt een organisch
geheel. Bij het idéé fixe, bij de onbewust geworden emotie, is
dit niet het geval. Zonder weten van den persoon zelf, kiemt
hier eene door niets tegengehoudene wookerplant, oen niet cor-
rigeerbaar hevig gevoel, dat op een gegeven oogenblik explo-
deert. Dat onder zulke omstandigheden geene normaal uitge-
drukte emoties voor den dag komen, spreekt wel vanzelf.
Deze emoties zijn altijd zeer hevig; het zijn altijd extreme
graden, en bij toename van intensiteit der emotie, gaan zij
alle in hare uitdrukkingsbewegingen op elkaar gelijken. Men
kan huilen van vreugde, hevige vrees en hevige angst gelijken
op elkaar. Met de hevigheid der emotie worden alle uitdruk-
kingsbewegingen steeds meer ongecoördineerd en doelloos, en
dit is het, hetgeen wij in het hysterisch acces zien.
Afgezien van de uitdrukkingsbewegingen, kunnen wij in het
acces bovendien nu en dan, door hetgeen de patiënt zegt, inlichting
verkrijgen omtrent de denkbeelden, die in zijn\' geest omgaan.
Soms zijn dit korte zinnen, die denkbeelden van vervolging
uitdrukken, soms angstuitroepen of zinnelooze woorden. Somtijds
lange verhalen, met weinig samenhang, maar die door personen,
die de voorgeschiedenis van den patiënt kennen, zeer goed
begrepen kunnen worden. In een mijner gevallen werden ver-
halen gelispeld van eene afgeloopene en mislukte liefdeshistorie.
In een ander geval beteekende de schreeuw: „Daar is hij," een
slagersjongen, die de patiënte indertijd met een mes gedreigd had.
Zooals wij reeds gezien hebben, bezitten wij nog andere mid-
delen om ons over de onbewuste gedachten van onze patiënten
inlichtingen te verschaffen.
-ocr page 387-
379
Vooral het kunstmatig somnambulisme is hiervoor geschikt;
wij kunnen dan somwijlen door den patiënt de directe oorzaak
van zijne accessen hooren vertellen; vooral in de meer recente
gevallen. De herinneringen, die in wakenden toestand ontbreken,
kunnen in somnambulen toestand met helderheid aanwezig zijn,
en kunnen ons over het ontstaan der ziekte merkwaardige in-
lichtingen leveren. In somnambulen toestand is, zooals wij reeds
vermeld hebben, gewoonlijk ook de herinnering voor de gebeur-
tenissen van het normale leven goed bewaard.
J a n e t kon inlichtingen over het oorzakelijk moment ver-
krijgen door het z.g. automatische schrijven. Dit bestaat, zooals
reeds medegedeeld, hierin, dat aan den patiënt, die op de eene of
andere wijze in distractie is, wat bij de meeste hystericae ge-
makkelijk geschiedt, een potlood gegeven wordt. Op allerlei
vragen kan zij dan antwoorden opschrijven, zonder dat zij later
herinnering heeft, van wat zij heeft geschreven. Ook in een
dergelijken toestand is dikwijls de oorzaak der accessen haar
bekend en vermeldt zij het.
Wanneer de accessen eenmaal opgetreden zijn na een of
ander idee fixe, is het niet noodig, dat dit telkenmale gere-
produceerd wordt in zijn geheel. Langzamerhand vervalt het or-
ganisme gemakkelijker tot dezelfde pathologische emotieve reac-
tie; de daarvoor gebruikte zenuwbanen komen steeds gemakke-
lijker in functie, en steeds is een kleinere prikkel voldoende om
dezelfde reactie te veroorzaken. Een kleine prikkel, eene om-
standigheid, die dikwijls in \'t geheel niet in verband staat met
de oorspronkelijke emotie, kan in vele gevallen voldoende zjjn
het acces op te wekken, dat dan altijd de eigenschappen van
de primitieve emotie blijft behouden, wanneer ten minste de
laatste prikkel niet zoo sterk is, dat zijne motorische resultaten
mede in het acces worden opgenomen en dit dus gecompliceer-
der wordt. J a n e t kon, door suggesties in somnambulen toestand
of in eene distractie, den oorspronkelijken vorm van het acces
wijzigen.
Deze korte algemeene mededeelingen meende ik aan de klini-
-ocr page 388-
380
sche beschrijving der hysterische accessen te moeten laten voor-
afgaan. Zij geven het standpunt aan, van waaruit de accessen
beschouwd zullen worden. Het is een psychologisch principe,
dat misschien nog niet in alle gevallen doorgevoerd kan worden,
dat echter voor zoover ik weet, door geen enkel klinisch feit
wordt tegengesproken, en dat dus in de toekomst wèl aanvulling
zal behoeven, maar waarvan de algemeene juistheid niet in
twijfel zal kunnen worden getrokken. Dat dergelijke zeer van
elkaar afwijkende toestanden onder één gezichtspunt gebracht
worden, is niet alleen uit een wetenschappelijk oogpunt zeer
gewenscht, maar heeft ook groote didactische waarde.
Uit het bovenstaande blijkt voldoende, hoe groot het verschil
tusschen een hysterisch en een epileptisch acces moet zijn.
Een epileptisch acces heeft eene organische oorzaak, heeft met
de momentane gedachten en gevoelens van den patiënt niets te
maken en is eene explosie in de schors der groote hersenen,
die door eene of andere onbekende organische oorzaak te weeg
gebracht wordt.
Het hysterisch acces is een psychologisch verschijnsel en
geheel afhankelijk van een gevoel, eene gedachte of welk ander
psychologisch proces. Natuurlijk is niet het psychologisch moment
als zoodanig de oorzaak, maar dit werkt alleen, wanneer een
abnormaal geestesleven reeds aanwezig is, wanneer dus alle andere
psychische functiën reeds abnormaal zijn. Deze hypothetische
verandering is de hysterische geestestoestand.
Het heeft dus verder geen zin, naar de localisatie van de
hysterische accessen te vragen, zooals dat bij de epileptische
accessen wèl het geval is. Hier kan een bepaald gedeelte der
hersenschors het uitgangspunt van het epileptisch acces zijn.
Bij het hysterisch acces is eene gedachte of een gevoel de oor-
sprong, en evenmin als men van eene localisatie van denkbeelden
kan spreken, evenmin kan men dat doen van een hysterisch acces.
Wanneer dus het hysterisch acces een zuiver psychologisch
proces is, dan neemt dit niet weg, dat wij gelijktijdig daarmede
en tengevolge daarvan, de meest verschillende lichamelijke
-ocr page 389-
381
afwijkingen vinden. Het is toch bekend genoeg, hoezeer emoties
op de lichamelijke functiën inwerken en hoe de algemeene
stofwisseling zelfs den invloed daarvan ondervindt. Bij eene
dergelijke hevige emotie, als wij dat van een hysterisch acces
moeten aannemen, zijn de lichamelijke gevolgen van het grootste
gewicht. Wij zullen daarop nog meerdere malen terugkomen,
en volstaan hier alleen, met er aan te herinneren, dat de samen-
stelling der urine tengevolge van het hysterisch acces in de
eerste uren, die daarop volgen, belangrijke wijzigingen ondergaat.
Het voorkomen van het hysterisch insult bij de verschillende
sexen en op verschillenden leeftijd is niet van belang ontbloot.
Bij vrouwen komen hysterische accessen veel meer voor dan
bij mannen, dat was reeds aan B r i q u e t opgevallen. Het ligt
voor de hand dit in verband te brengen met eene meerdere
emotionaliteit b\\j de vrouw. Wanneer zij echter bij den man
voorkomen, zijn zij veel heviger, gaan met grooter uitslag
gepaard.
Het hysterisch acces is verschillend in de verschillende leeftij-
den. Het kind vertoont daarvan hoofdzakelijk het convulsieve
element. Op zeer jeugdigen leeftijd komt het waarschijnlijk niet
veel voor. Men heeft dit indertijd overdreven, en naar Gilles
de la Tourette terecht opmerkt, heeft men vele aanstaande
epileptici onder de hystericae gerangschikt. Worden de kinderen
ouder, dan begint zich langzamerhand het deliran te gedeelte van
den aanval te ontwikkelen.
Eene mijner patiënten, een meisje van 16 jaar, vertoonde naast
eenige kleine krampen eene duidelijke delirante phase, die bijna
het geheele acces uitmaakte. De volledige aanval met alle
symptomen ontwikkelt zich tusschen 18 en 50 jaar. Dit is de
bloeitijd van het hysterisch acces. Men kan niet zeggen, dat
het geleerd moet worden, maar wel is het afhankelijk van wat
de patiënt geleerd heeft en van zijne geheele geestesontwikke-
ling. Na 50 jaar worden de convulsieve openbaringen van de
hysterie zeldzamer, om in den ouderdom geheel te verdwijnen.
Dit wil evenwel niet zeggen, dat op lateren leeftijd de hysterie
-ocr page 390-
382
niet meer bestaat. Verre van dien. De ziekte, om eene uitdruk-
king van Gilles de la Tourette te gebruiken, verliest
haar uitwendigen vorm, maar wint in diepte der verschijnselen.
Het zijn in den ouderdom voornamelijk viscerale verschijnselen
en een massa pijnen, die het leven van den patiënt vergallen.
De ziekte is in den ouderdom even taai, als zij actief was in
den tijd der volledige organische ontwikkeling. Van eene werke-
lijke genezing door ouderdom alleen kan nooit sprake zijn; het
is alleen de vorm, waaronder de ziekte voorkomt, die verandert.
De klinische beschrijving der hysterische accessen hebben wij
in hoofdzaak aan Charcot te danken, reeds anderen zooals
Briquet, Le Grand du Saule enz. waren hem hierin
voorgegaan, maar hunne waarnemingen waren meer fragmentair.
Bovendien gaf Charcot een overzicht van alle vormen der
aanvallen en leerde ons, in samenwerking met zijne leerlingen,
menige belangrijke bijzonderheid daarvan kennen.
Wij beginnen onze beschrijving met den zoogenaamden volle-
digen aanval. Deze aanval kan men als type beschouwen, daarin
komen alle verschijnselen vereenigd voor, terwijl de andere
soorten van aanvallen zich hieruit laten afleiden, als het ware
een gedeelte vormen van den completen aanval.
I. De complete aanval.
Wij houden ons in onze beschrijving in het algemeen aan het
schema, dat door de onderzoekingen van Charcot is vastge-
steld, en brengen hierin alleen eenige vereenvoudigingen. De
waarneming van een vrij groot aantal hysterische accessen, heeft
mij de overtuiging gegeven, dat dit schema, ook in verband
met de talrijke wijzigingen en de vele abortieve aanvallen, die
men in de praktijk vindt, in \'t algemeen juist is. Het schijnt
mij echter toe, dat het te veel gespecialiseerd is, en dat, moge
het in enkele gevallen geheel verwezenlijkt worden, eenige ver-
eenvoudiging daarin de voorkeur verdient. Om echter aan de
groote beteekenis van dit schema, ook uit een historisch opzicht,
niet te kort te doen, geef ik het hier terug, en voeg daaraan
-ocr page 391-
383
toe een vereenvoudigd schema, dat aan de door mij waarge-
nomene gevallen is ontleend.
Het schema van Gharcot is aldus:
Psychische stoornissen en
hallucinaties.
Stoornissen der organische
functiën.
Stoornissen in de beweging.
Stoornissen in de sensibiliteit.
Prodomen.
Voorafgaande
periode.
Aura hysterica.
met bewegingen,
met tetanische onbewe-
gelijkheid.
Beginstadium
Tonisch stadium
Ie periode, epi-
leptoide periode.
Glonisch stadium.
Stadium van algemeene resolutie
2e periode, periode der
verdraaiingen en der groote
Stadium der verdraaiingen of
van de attitudes illogiques.
bewegingen. Clownisme.
Stadium van de emotioneele houdingen of
der plastische posen.
Stadium van den verderen duur, (deliren, hallu-
cinaties, zoopsie, stoornissen in de beweging).
3e periode.
4e periode.
De vereenvoudigingen, die wij in dit schema aanbrengen, komen
hoofdzakelijk hierop neer, dat wij de Ie met de 2e en de 3e met
de 4e periode vereenigen, en daarbij eene eenigszins andere
omschrijving daarvan geven. Deze vereeniging ligt in den aard
der verschijnselen; gewoonlijk zijn deze perioden niet scherp
gescheiden, en maken zij door haren geleidelijken overgang ook
den indruk een geheel te zijn. Het onderscheid tusschen wat
ik noem de Ie en de 2e periode, is hoofdzakelijk dit, dat in de
le periode de bewegingen geene duidelijke psychische bedoeling
hebben, niet de directe uitdrukking van emoties zijn, terwijl dit
in de 2e periode wel het geval is.
-ocr page 392-
384
Men heeft dan het volgende schema.
1°. Prodromen en auraverschijnselen.
Ie periode (niet
bedoeld psychische
bewegingen).
Epileptoide periode, met klonische en
tonische krampen en opvolgende spierver-
slapping, daarna groote bewegingen van
tonisch en clonisch karakter.
2e periode (be- Periode der groote uitdrukkingsbewe-
doeld psychische be- gingen, hallucinaties (door herinnering)
wegingen).
                   waandenkbeelden, delirante toestanden.
Fransche schrijvers maken in de, aan het hysterisch acces
voorafgaande periode onderscheid tusschen de z.g. prodromen en
de auraverschijnselen, en gronden dit onderscheid voornamelijk
hierop, dat na de voorafgaande verschijnselen het acces niet
noodzakelijkerwijze behoeft op te treden. Alles kan na de pro-
dromen nog gecoupeerd worden, dikwijls door eene psychische
inspanning van den patiënt zelf; zijn eenmaal de aura verschijnselen
aanwezig, dan neemt het acces zijn voor het individu kenmerkend
verloop.
Deze onderscheiding schijnt mij eenigszins kunstmatig toe.
Het feit als zoodanig, d. w. z. de invloed van den persoonlijken
wil op het optreden van het acces is van beteekenis. Praktisch
is een dergelijk vermijden van toevallen slechts weinig van
belang; het tijdperk van malaise, dat er voor in de plaats treedt,
is dikwijls voor den lijder schadelijker dan het acces zelf. Men
heeft de opmerking gemaakt, dat hystericae met accessen, die
een genoegelijken dag in \'t vooruitzicht hebben, gewoonlijk geen
toevallen krijgen; ook ik heb dit kunnen waarnemen. Een thera-
peutisch moment is dit echter niet in het minst.
Het hysterisch acces kondigt zich gewoonlijk aan door een
tijdperk van malaise; dit kan zeer kort zijn, enkele minuten;
maar ook eenige dagen duren. In het laatste geval verlangen
de patiënten gewoonlijk, dat de toeval aanbreekt. Zij zijn
onaangenaam gestemd, prikkelbaar en veeleischend. Des nachts
-ocr page 393-
385
hebben zij gewoonlijk onaangename, schrikverwekkende droomen
met hallucinaties. Zij worden wakker en kunnen hunne visioenen
niet van zich afzetten; gewoonlijk zijn het hoofdzakelijk gezichts-
hallucinaties, die in het hysterisch acces eene hoofdrol spelen, in
tegenstelling met de hallucinaties van het gehoor.
In dit stadium maken vele hystericae, die weten, dat hun
aanval zal komen, hunne preparatieven; zorgen, dat zij zich niet
zullen verwonden etc.
Op deze prodromen volgen na korter of langer tijd de aura-
verschijnselen. Deze zijn zeer verschillend; een zeer veelvuldig
complex van verschijnselen gaat uit van de ovariaalstreek. Hier
is dikwijls bij hystericae eene pijnlijke plek gelegen, waarover
wij reeds hebben gesproken. Van hieruit ontstaan pijnen, die
gewoonlijk naar boven opstijgen, de maagstreek bereiken en een
gevoel van groote benauwdheid geven, dat nog vermeerderd
wordt doordat ook in de hartstreek een gevoel ontstaat, dat veel
overeenkomst heeft met angina pectoris. De hartswerking is
gewoonlijk versneld en versterkt. Dit gevoel van benauwdheid
stijgt verder naar boven, langs de oesophagus tot in de keel;
de patiënt voelt daar een bol zitten, heeft het zeer benauwd en
het gevoel, alsof hij gestranguleerd wordt.
Gelijktijdig hiermede hebben zich gewoonlijk reeds andere gevoels-
gewaarwordingen ontwikkeld, voornamelijk aan het hoofd. Deooren
beginnen te suizen, de patiënt hoort allerlei geluiden, klokken
luiden enz.; hij is duizelig, dreigt tegen den grond te vallen,
het gezichtsveld wordt vernauwd of geheel verduisterd, de pa-
tiënt heeft onaangename reukgewaarwordingen of proeft onaan-
gename smaken. Verder komen alle normaal bestaande pijn-
punten in actie, van daaruit stralen pijnen over het geheele
lichaam enz.
Deze storm van pijnen en oppressiegevoelens wordt vermeer-
derd met allerlei kramptoestanden van spieren, vooral de kramp
der pharynx- en oesaphagus spieren verhoogen het gevoel
van dreigende suffocatie. Deze kramp der pharynxspieren kan
zeer intensief zijn en tot feitelijke dyspnoe en ademnood aan-
25
-ocr page 394-
386
leiding geven, waardoor in enkele gevallen een doodelijke
afloop is opgetreden. Men hoort dan een heftige inspiratorische
stridor, terwijl de expiratie normaal is.
Het gezicht wordt bleek of donkerrood, en de krampen gaan
beginnen.
Het uitgangspunt van de aura in de ovariaalstreek is het
meest voorkomende; het kan echter ook op alle andere plaat-
sen van het lichaam gelegen zijn. Gewoonlijk in eene z.g.
hysterogene streek, plaatsen, die wij reeds hebben beschreven.
In \'t algemeen kan men zeggen, dat in de aura aan het acces
voorafgaande alle pijnpunten en alle hysterogene punten in
vermeerderde werkzaamheid komen.
Is het zoover, dan begint de eigenlijke aanval met het op-
treden van epileptoide krampen. Deze periode heeft de meeste
overeenkomst met een epileptisch acces, en kan daarmede dan
ook licht verwisseld worden. Men onderscheidt ook hier drie
stadiën, een tonisch, een clonisch en een stadium van resolutie.
Het bewustzijn is in het epileptoide stadium van het hyste-
risch acces volkomen verloren gegaan, pijnprikkels worden niet
meer gevoeld, en na den aanval bestaat er volkomen herinne-
ringsverlies.
Het verlies van het pijngevoel is volkomen, zelfs de hyper-
aesthetische plekken van het lichaam hebben dit geheel ver-
loren, en op geen manier is eenige reactie te verkrijgen.
Wanneer het bewustzijn verloren is gegaan valt de patiënt;
de tonische krampen beginnen, het hoofd draait zich gewoonlijk
naar ééne zijde of beweegt zich langzaam heen en weer, de
oogen zijn naar ééne zijde gedraaid, de pupil is achter de oog-
leden verborgen, de mond is geopend, de tong beweegt zich
dikwijls van de eene zijde naar de andere. Het voorhoofd is
geplooid, de tanden knarsen op elkaar, het geheele gezicht maakt
op eene langzame wijze grimassen.
De ademhalingsbewegingen zjjn onregelmatig, en somtijds
blijven zij gedurende eenige seconden weg. Hierdoor ontstaat een
verschijnsel, dat wij ook bij epileptische insulten kunnen waar-
-ocr page 395-
387
nemen, het opzwellen van de venen aan den hals en van den
geheelen hals. Reeds op de schilderijen van Rubens vindt men
dit verschijnsel weergegeven. Het berust op eene bemoeielijkte
afvloeiing van het veneuse bloed naar het hart, en openbaart
zich verder door een donkerrood worden van het gelaat.
De ledematen nemen aan deze tonische convulsiën deel. Aan
de armen zijn het ronddraaiende bewegingen in het schouder-
gewricht, terwijl de arm gestrekt is; het handgewricht is ge-
bogen en de hand gewoonlijk tot een vuist gebald. De beenen
maken verschillende bewegingen, het voetgewricht is gewoonlijk
gestrekt, terwijl in de knieën en heupen verschillende buigbe-
wegingen verricht worden. De romp beweegt zich heen en weer.
Het einde van dit stadium, dat meestal slechts kort duurt, is
eene tonische verstijving van het geheele lichaam, met sterke
cyanose en opzwelling van den hals. Daarna beginnen de clo-
nische contracties, die zeer onregelmatig zijn, en uit snel op
elkaar volgende bewegingen der ledematen, van het gelaat en
der rompspieren bestaan. Vooral de ademhaling is zeer onregel-
matig, soms piepend en fluitend, zoodat de ademnood der eerste
periode zich slechts langzaam herstelt.
De laatste phase van dit stadium is de nu volgende alge-
meene verslapping der willekeurige lichaamsspieren. De patiënt
ligt, alsof hij vermoeid is op den rug, de ademhaling wordt
regelmatig en langzamerhand verdwijnt de cyanotische kleur
van het gelaat. Nu en dan blijven nog enkele contracturen
bestaan, die aan het lichaam of aan een lichaamsdeel een be-
paalden stand kunnen geven.
De geheele duur van dit epileptoide stadium van den aanval
bedraagt gewoonlijk niet meer dan eenige minuten. Zooals men
ziet, komt het in meerdere opzichten overeen met een epileptisch
acces (verlies van bewustzijn, tonische en daarna clonische
krampen, algemeene verslapping der willekeurige lichaams-
spieren).
Deze eerste periode van het acces is niet meer dan eene
inleiding van hetgeen volgen zal. Met de periode der aura te
-ocr page 396-
388
zamen zijn het de preparatieven van de zich baan brekende
emotie. Evenals in het normale leven de hevige emotie zich
in den beginne door eenige ongecoördineerde bewegingen aan-
kondigt, die voor alle hevige emoties dezelfde zijn en hierop eerst
de hevige uitdrukkingsbewegingen der emotie zelf volgen, zoo
zien wij dat ook hier, maar in versterkte, in ziekelijke mate.
De tweede periode van den completen aanval begint wederom
met een tonisch contractie-stadium. Dit is de zoo algemeen
bekende are de cercle. Het lichaam rust hier met \'t achterhoofd
en de voeten op het bed, terwjjl het lichaam in een meer of
min sterk convexen boog naar boven gewelfd is; soms is ook het
hoofd sterk naar achter gebogen, en rust het lichaam op het
aangezicht. Is het lichaam in zijligging, dan kan ook de are
de cercle
tot stand komen door dezelfde contractie der rug-
spieren; het blijft dan in zijne geheele lengte op de onder-
vlakte liggen. In andere gevallen contraheeren zich de spie-
ren aan de voorzijde van het lichaam, en komen de beenen en
de romp naar voren, terwijl de rug convex gebogen op de on-
derlaag rust.
Op deze tonische contractie volgen clonische contracties met
een zeer grooten uitslag. Men kan hier zeer verschillende be-
wegingen zien, sprongen, groetbewegingen, neigingen van den
romp tot aan de voeten; de patiënten woelen en wentelen
door het bed met groote kracht. Vooral bij mannen is dit
stadium zeer hevig. Zij zijn slechts met moeite in hun bed te
houden. In dit stadium beginnen de delirante denkbeelden, die
in de meeste gevallen eenige herinnering nalaten.
Deze delirante denkbeelden, of wat op hetzelfde neerkomt de
hallucinaties, die in dit stadium voorkomen, vormen de basis
van het geheele hysterisch acces. De bewegingen, die de patiënt
verricht, zijn de uitdrukking van de emoties, die hg ondervindt.
Hierbij is bovendien het bewustzijn niet geheel opgeheven, zoodat
men zich somtijds met den lijder in contact kan stellen, vooral
wanneer men door omgang vertrouwd met hem of haar is. Het
zijn vooral de gebeurtenissen van het dagelijksch leven, die op
-ocr page 397-
389
eene of andere wijze gereproduceerd worden, vooral die, welke
aanleiding gegeven hebben tot het optreden van het eerste
acces. Men vindt hier de meest verschillende gemoedsuitdruk-
kingen van schrik, boosheid, toorn, vrees, angst, ook wel van
vroolijkheid. In het algemeen zijn echter de emoties met nega-
tieven gevoelstoon verre in de overhand, zooals dat bij alle
pathologische toestanden het geval is. Behalve door deze
houdingen vinden de emoties en de denkbeelden van den patiënt
uiting door woorden en vervolgingsdenkbeelden, deuren; ook uit-
roepingen van verwondering en vrees, hoewel kort en onduidelijk,
kan men in dit stadium waarnemen. Beter dan eene beschrijving
kan de mededeeling der ziektegeschiedenis van een patiënt van
J a n e t dienen, om ons van dit stadium een denkbeeld te geven.
Het is een duidelijk geval, zooals men er weinig zal vinden;
maar dat daardoor als voorbeeld geschikt is.
„Marie veranderde bij het begin van elke menstruatie geheel van
karakter, z\\j werd somber en heftig, wat zjj anders niet was;
verder had zij pijnen en zenuwschokken door alle ledematen.
Overigens ging alles gedurende den eersten dag der menstruatie
vrij normaal, maar ongeveer 20 uur na het begin hield de
menstruatie plotseling op, en eene rilling ging door het geheele
lichaam; daarna steeg eene hevige pijn uit den buik in de hoogte
naar de keel en het acces begon. De krampen, ofschoon zeer
hevig, duurden slechts kort en geleken niet op epileptoide krampen,
maar zfl werden gevolgd door eene zeer intensieve delireerende
periode. Nu eens uitte zij hevige kreten van schrik en sprak
onophoudelijk over bloed en brand, en zij vluchtte om aan het
vuur te ontkomen; dan weer speelde zij als een kind, sprak
tot haar moeder, klom op de kachel of op de meubels en bracht
alles in de zaal in de war. Dit delire en deze krampen
wisselden gedurende acht en veertig uur af met korte perio-
den van welzijn. Het acces eindigde met herhaalde bloedbra-
kingen en daarna was alles in orde. Na twee dagen rust,
was Marie weer kalm en herinnerde zich niets van hetgeen
gebeurd was."
-ocr page 398-
390
Dit is de beschrijving der hysterische accessen, waaraan
patiënte bij elke menstruatie lijdende was, en die jaren lang in
denzelfden vorm bestaan hadden. De andere verschijnselen, die
nog aanwezig waren, gaan wij met stilzwijgen voorbjj.
Door patiënt in diepen somnambulen toestand te brengen, kon
men het volgende constateeren:
„De menstruatie was bij patiënte opgetreden op 13jarigen
leeftijd, en tengevolge van een kinderlijk idee of tengevolge
eenige niet goed begrepene uitlatingen, had zij zich in het
hoofd gesteld, dat zoo iets onbehoorlijk was, en had zij naar
middelen gezocht de vloeiing zoo spoedig mogeljjk te doen ophou-
den. Twintig uur na het begin der menstruatie ging zij uit,
en ging zij een koud bad nemen. Het succes was volkomen, de
menstruatie hield plotseling op, en ondanks eene hevige koude
rilling kon zij naar huis gaan. Zij was daarna eenigen tijd ziek
en had daarna verscheidene delirante dagen. Alles ging echter
voorbij, en de menstruatie bleef gedurende vyf jaar weg. Toen
zij terugkwam, kwamen tegelijk daarbij de boven beschrevene
stoornissen."
Wij zien nu bij elke menstruatie de scènes, die bij de eerste
menstruatie voorgekomen waren, zich in het hysterisch acces
herhalen; elke menstruatie is tegenwoordig eene repetitie van
de eerste. De geschiedenis van het koude bad, de rillingen
komen telkens voor; tengevolge daarvan telkens ophouden der
vloeiing, daarna den deliranten toestand, die alleen wat erger
is, en zelfs de bloeding uit de maag komt eiken keer terug.
Van dit alles weet de patiënte zelf niets, in wakenden toestand
is de herinnering aan de eerste menstruatie niet verloren gegaan,
maar wordt beschouwd als geheel onbeteekenend; alleen in som-
nambulen toestand weet ze zich er rekenschap van te geven en
blijkt tevens de groote beteekenis van het idéé fixe, dat auto-
matisch, zonder bewuste reactie blijft voortbestaan, maar dat op
gezette tijden explodeert.
Het bovengenoemde voorbeeld heb ik uitgekozen, omdat het
met groote duidelijkheid de phasen van het hysterisch acces in
-ocr page 399-
391
dit stadium weergeeft, en ze terugbrengt tot werkelijk door-
leefde gebeurtenissen. Niet altijd is dit even duidelijk, omdat
zeer verschillende gebeurtenissen van het vroeger leven in het
hysterisch acces kunnen gereproduceerd worden, en ze dan moeie-
lijk te ontwarren zijn.
Dat in dit stadium verschillende hallucinaties en gepassio-
neerde houdingen herkend kunnen worden, zonder dat men
zijn toevlucht behoeft te nemen tot een onderzoek in somnam-
bulisme, is bekend genoeg, en elk neuroloog zal uit zijne on-
dervinding daarvoor waarnemingen kunnen bijbrengen.
Eene mijner patiënten copiëerde de hysterische accessen van
eene harer medepatiënten; een ander zag den bedelaar, waarvoor
zij erg geschrokken was, en herhaalde in elk acces de typi-
sche woorden op het typische oogenblik: «daar is hij."
Meerdere malen komen in dit stadium mystische, religieuse en
erotische toestanden voor, en maken zich door gebaren enhou-
dingen kenbaar. Een mijner patiënten kuste haar beminde, bij
een ander wisselden biddende en ectatische houdingen elkaar
gedurende een half uur regelmatig af. Zeer gewoon zijn ook
nog toestanden van schrikverwekkende hallucinaties (zoöpsieën),
in welke de lijders allerlei beesten zien, en gedurende welke
zij zeer angstig zijn.
De aanval eindigt met een steeds zwakker wordend delire;
men bemerkt dit, doordat de emotioneele uitingen steeds minder
worden, en het bewustzijn steeds helderder. Ongevoelig gaat het
delire in den normalen toestand over. Dit kan verschillend lang
duren.
Deze beschrijving beantwoordt aan het volledige hysterische
acces; dit is een meer of min kunstmatig geconstrueerd type,
dat men in de praktijk slechts zelden ontmoet. Het geeft alle
verschijnselen, die bij de hysterische accessen worden waarge-
nomen, weer.
Het aantal verschillende hysterische accessen is echter zeer
groot, zooals wel te verwachten is van eene aandoening, die haar
naaste oorzaak in eene emotie of een denkbeeld vindt. Elk
-ocr page 400-
392
psychisch proces toch uit zich bjj verschillende personen ver-
schillend, vooral onder pathologische omstandigheden.
Toch is het opmerkelijk, hoezeer bij een zelfden patiënt de
aanval hetzelfde blijft, d. w. z. geheel zijn zelfden vorm behoudt,
zoolang hij blijft bestaan. De wijzigingen, die daarin voorkomen,
hebben slechts plaats op den langen duur, onder invloed van
nieuwe emoties en nieuwe idees fixes; ook suggesties in som-
nambulen toestand kunnen den aanval wijzigen.
Herhaaldelijk heeft men zich afgevraagd, hoe het met den
toestand van het bewustzijn was gedurende het hysterisch acces.
Is dit verloren, of wel bestaat het in meer of min veranderde
mate gedurende het acces voort? Het is niet gemakkelijk deze
vraag met voldoende zekerheid te beantwoorden, te meer omdat
men het niet eens is over de criteriën, die men voor bewuste-
loosheid moet stellen. Wanneer het acces is afgeloopen, herinnert
de patiënt zich van zijn aanval zeer weinig, en van het eerste
stadium niets meer. Verder is het gedurende het eerste stadium
niet mogelijk eenig antwoord op eene gestelde vraag te verkrjjgen,
of iets waar te nemen, waaruit zou blijken, dat de patiënt iets
van zijne omgeving percipiëert.
Toch is het onwaarschijnlijk, dat ook in deze periode van den
aanval bewusteloosheid bestaat, in dien zin, dat alle psychische
processen opgehouden hebben, zooals wij dat voor epilepsie
meenen te moeten veronderstellen. In sommige gevallen is het
mogelijk door sterken druk op de ovariaalstreek het acces in de
epileptoide periode te doen ophouden. R i c h e r deelt een geval
mede, waar hij dit bewerkstelligen kon, en waar de patiënt hem
mededeelde, dat hij door benauwde droomen gekweld werd.
In de tweede periode, die der psychische bewegingen, geeft
de patiënt ons daardoor reeds voldoende te kennen, dat hij
geestelijk intensief bezig is, ook is hij hier toegankelijk voor
indrukken van buiten. In dien zin bestaat daar dus stellig geen
bewusteloosheid. Toch is het herinneringsvermogen voor deze
periode, na het ontwaken, zeer gebrekkig, en ziet men dit dikwijls
alleen in somnambulen toestand terugkeeren.
-ocr page 401-
393
Het aantal en de opeenvolging der hysterische accessen kan
zeer verschillend zijn. De aanvallen behoeven niet volkomen op
elkaar te gelijken; sommige perioden kunnen in opvolgende
aanvallen ontbreken, lichte en zware aanvallen kunnen elkaar
afwisselen. Het kan voorkomen, dat een nieuwe aanval begint,
vóór dat de vorige nog geheel is afgeloopen. Op deze wijze kan
een z.g. status hystericus ontstaan, die in sommige
opzichten veel overeenkomst heeft met de bekende status
epilepticus. In beide gevallen is het bewustzijn opgeheven,
of ten minste niet toegankelijk voor indrukken van de buiten-
wereld. De hoofdzaak is echter, dat de status epilepticus steeds
gepaard gaat met eene snelle en aanzienlijke verhooging der
lichaamstemperatuur, wat in de status hystericus niet of ten
minste zeer zelden het geval is.
De duur der hysterische insulten is zeer verschillend, zoowel van
den enkelen aanval, als van den status. De duur van den enkelen
aanval is van eenige seconden tot eenige uren en langer. De
duur der serie kan zich over weken uitstrekken, en is in \'t
algemeen veel langer dan de status epilepticus.
Nadat het hysterisch acces is afgeloopen, gevoelt de patiënt
zich in vele gevallen verlicht; het is, alsof hg in betere conditie
is, dan voor den aanval. Vooral in gevallen, waar de accessen
zeldzaam zijn, kan men dit opmerken. Een mijner patiënten was
weken lang onprettig, prikkelbaar en driftig. Hg wist dan, dat
een acces zou komen, dat eenige dagen kon duren en zich voor-
namelijk kenmerkte door delirante toestanden, die hun oorzaak
vonden in een idee fixe. Nadat alles was afgeloopen, gevoelde hij
zich veel beter, en kon hij zijne bezigheden verrichten, totdat
eene nieuwe malaise een nieuw acces aankondigde.
Met bovengenoemde verschijnselen van het hysterische acces
combineeren zich andere, die wij nu zullen gaan beschrijven
en waarvan wij de kennis hoofdzakelijk aan Gilles de la
Tourette en Cathelineau hebben te danken.
Het hysterisch acces wordt gevolgd door een tijdelijke polyurie.
Deze polyurie is voor de eerste urineloozing na den aanval vrij
-ocr page 402-
394
aanzienlijk. Eene gewone loozing bedraagt 150 a 200 gr.,
terwijl de eerste loozing na het acces 700 gr. kan bedragen.
Verder is deze polyurie slechts zeer tijdelijk en wordt onmiddel-
lijk gevolgd door eene verminderde afscheiding van urine. Ver-
zamelt men de urine, die in het tijdsverloop van 24 uur wordt
afgescheiden, en begint men deze 24 uur te rekenen bij het
begin van het acces, dan neemt men zelfs gewoonlijk een kleine
vermindering waar, wanneer men deze hoeveelheid vergelijkt
met de hoeveelheid urine, die in 24 uur wordt afgescheiden,
wanneer de patiënt geen hysterische accessen heeft.
Men kan dus zeggen, dat de urine-afscheiding gedurende het
acces verhoogd is, en dat reeds onmiddellijk na het acces eene
compensatie plaats vindt.
De urine onmiddellijk na het acces is helder, heeft weinig
reuk, een specifiek gewicht van 1004—1010. De daaropvolgende
urine is geel, gesatureerd, wordt in verminderde hoeveelheid
geloosd en heeft een specifiek gewicht 1025—1026.
De onderzoekingen van Gilles de la Tourette en
Gathelineau over de samenstelling der urine na het acces,
vergelijken de urine, die in de eerste 24 uur na het acces ge-
loosd worden, met de urine, die in 24 uur van de interparoxys-
malen tijd wordt geloosd.
Hierbij blijkt nu, dat de hoeveelheid vaste bestanddeel en van
de urine in de eerste 24 uur na het acces regelmatig is ver-
minderd; deze vermindering betreft alle samenstellende bestand-
deelen ongeveer gelijkmatig. De voornaamste bijzonderheid, die
deze urine kemerkt en die volgens beide bovengenoemde onder-
zoekers kenmerkend is voor de urine na het hysterisch acces,
bestaat hierin, dat de verhouding van het phosphorzuur, dat
gebonden is aan de alcalische aarden (calcium en magnesium)
vergeleken met de hoeveelheid phosphorzuur, die gebonden is
aan de alcalimetalen (kalium en natrium) omgekeerd is aan de
verhouding, die in normalen toestand bestaat.
In normale omstandigheden en ook bij hysterie, in tijden dat
er geen accessen worden waargenomen, is de verhouding van het
-ocr page 403-
395
phosphorzuur, dat gebonden is aan alcalimetalen, tot het phos-
pborzuur, dat gebonden is aan de alcalische aarden, ongeveer
als 3 : 1. In de urine, die na het acces geloosd wordt, is deze
verhouding als 2 : 1 of als 1 : 1. Hierbij is gelijktijdig de totale
hoeveelheid phosphorzuur verminderd, evenals alle vaste bes tand-
deelen dat zijn.
Ongeveer 24 uur na het begin van het acces is de urine weer
normaal, vóór het begin van het acces is zij dat ook. Wil deze
verandering bemerkbaar zijn, dan moet het acces eene middel-
matige intensiteit bezitten; de lichte accessen gaan niet met
duidelijke veranderingen in de urine gepaard.
De vraag van de verandering der urine, tengevolge van het
hysterisch acces, is, zooals men begrijpt, van het grootste belang,
niet alleen uit een klinisch, maar ook uit een wetenschappelijk
oogpunt. Verschillende Fransche medici hebben er onderzoe-
kingen over verricht en in \'t algemeen hebben zij de resultaten
van Gilles de la Tourette kunnen bevestigen, die wij dan ook
als juist aannemen.
Gilles de la Tourette onderzocht verder de samen-
stelling der urine na het epileptisch insult en vond, dat hier
eene vermeerdering der vaste bestanddeelen kon aangetoond
worden, terwjjl de verhouding der phosphorzure zouten dezelfde
was gebleven. Hjj beschouwt dit in twijfelachtige gevallen, als
een belangrijk differentieel diagnostisch moment tusschen hysterie
en epilepsie. Zelfs in die gevallen, waar hysterie en epilepsie
bij denzelfden patiënt gelijktijdig voorkomen, meent hij de aan-
vallen door het onderzoek der urine te kunnen onderscheiden.
De prognose van het hysterisch acces kan in het alge-
meen gunstig gesteld worden en een exitus lethalis behoort tot
de groote uitzonderingen. Toch zjjn enkele gevallen bekend, waar
eene lethale afloop is geconstateerd. Dit geschiedt dan hoofd-
zakelijk op het einde der aura-verschijnselen door een kramp
der larynxspieren, die zooals wij reeds gezegd hebben zeer
hevig kan zijn.
-ocr page 404-
396
II. De aanval het pisedomineeren der verschijnselen
VAN DE AURA.
In het algemeen kan men zeggen, dat alle verschijnselen, die
den completen aanval vormen, op zich zelf kunnen voorkomen
en voor zich alleen een hysterisch acces kunnen uitmaken. De
gang van den completen aanval nagaande, behandelen wij eerst
die toestanden, waar alleen of in hoofdzaak alleen, aura-ver-
schijnselen worden waargenomen.
Bjj het optreden van aura-verschijnselen is het niet nood-
zakelijk, dat het hysterisch insult in zijn geheel volgt. Somtijds
blijven de verschijnselen tot die van de aura beperkt, en volgt
het acces niet.
Zoo komt bij hysterische personen voor, dat zij niet anders
dan aura-verschijnselen vertoonen, zonder dat het ooit komt tot
de convulsieve verschijnselen van het acces. Omdat deze aura-
verschijnselen niet altijd zeer karakteristiek zijn, is het dikwijls
moeielijk, de beteekenis daarvan naar waarde te schatten en
kan men dikwijls alleen het vermoeden uitspreken, dat de aan-
valsgewgze optredende verschijnselen met een hysterisch acces
moeten geïdentificeerd worden. Om dit met eenige zekerheid
uit te maken is het noodig, dat de algemeene diagnose van hys-
terie, door het aanwezig zijn van hysterische stigmata (ge-
voelsstoornissen of motorische symptomen) gewaarborgd is.
Dit gegeven, dan is het waarschijnlijk, dat verschillend ge-
voel van malaise, van melancholische ontstemmingen, van
verheffingen van pijngevoel en paraesthesieën; in andere ge-
vallen aanvallen van prikkelbaarheid, achterdocht, ongemoti-
veerde ijverzucht enz. binnen het kader der gewijzigde hysteri»
sche accessen vallen. Deze onderstelling wordt waarschijnlijker,
wanneer men kan aantoonen, dat zij ontstaan onder invloed
van eene emotie of in verband staan met een idéé fixe. Wan-
neer men op de eene of andere manier kan aantoonen, dat bij
een patiënt een of meerdere idees fixes bestaan, is het zeldzaam,
dat men niet tegelijkertijd toestanden vindt, die niet meer of
-ocr page 405-
397
min recht tot hysterische accessen teruggebracht kunnen worden.
Verschillende nerveuse verschijnselen, die aanvalsgewijze bij hys-
terici optreden, zijn naar onze meening in vele gevallen op te
vatten als atrophische hysterische accessen.
Uit een therapeutisch oogpunt zou het in deze gevallen van
belang zijn, het idéé fixe te vinden, dat de oorzaak van deze
aanvallen is. Voor zoover ik er ondervinding van heb, is dit
slechts zelden mogelijk. De patiënt zelf weet van het idee
fixe niet af, en in deze gevallen is het slechts zelden mogelijk
in somnambulen toestand daarover nadere inlichtingen te ver-
krijgen, omdat naar mijne ervaring de lichtere graden van hyste-
rie niet gepaard gaan met somnambulisme.
Enkele aanvallen van aura-symptomen verdienen nog genoemd
te worden.
In de eerste plaats heeft men de aanvallen van glottis-kramp,
de «attaques des spasmes* der Franschen. Deze zijn reeds
door B r i q u e t beschreven. De diagnose daarvan is alleen
mogelijk of waarschijnlijk, wanneer andere hysterische verschjjn-
selen aanwezig zijn.
De aanval bestaat hoofdzakelijk hierin, dat de glottiskramp,
die meer of min in elk hysterisch acces wordt waargenomen,
een zeer hoogen graad bereikt, zoodat zij zelfs een lethaal ver-
loop kan nemen. De aura-verschijnselen zijn de gewone. Na
eene periode van onwelzijn, van prikkelbaarheid volgt een
gevoel van benauwdheid en compressie in het epigastrium; daarna
komen verschijnselen van uitstralende pijnen in de hartstreek,
pijnen in den rug en in de lenden met sterke hartpalpitaties en
benauwdheid en zeer versnelde ademhaling. Deze benauwdheid
neemt in intensiteit toe en stijgt naar de keel, met een gevoel
van strangulatie en hevigen ademnood. Dit kan van enkele
minuten tot enkele uren duren en gaat gepaard met krampachtige
bewegingen, terwijl het bewustzijn ongestoord blijft; daarna volgt
een aanval van snikken en alles komt langzamerhand in orde.
Wanneer een dergelijke aanval hij hysterie eenmaal voorge-
komen is, moet men bedacht zijn op herhalingen.
-ocr page 406-
398
Men neemt hier waar, wat ook geldt voor alle andere hysteri-
sche accessen, dat, indien eenmaal eene bepaald type van acces
zich ontwikkeld heeft, dit in de toekomst in denzelfden vorm
blijft bestaan.
Het bestaan van dergelijke aanvallen is, naar het mij voor-
komt, met voldoende zekerheid geconstateerd. Ik zelf nam
ze nooit waar. Men heeft gevallen beschreven, waar de glottis-
kramp eene dusdanige intensiteit bereikte en zóó lang duurde,
dat de dood daarop volgde.
De diagnose van dergelijke aanvallen is moeiehjk. Organische
hartsaandoeningen, angina pectoris, asthma moet men kunnen
uitsluiten. Het herhaald voorkomen daarvan bij een ontwijfel-
baar hysterischen patiënt en de ontwikkeling van eene duidelijk
ontwikkelde aura, moeten ons den weg wijzen.
Een andere vorm van aanval, uitsluitend bestaande in aura-
verschijnselen, is het acces, waarin een aanval van de ziekte
Ménière wordt gecopiëerd. Wij hebben reeds gezegd, dat in de
aura subjectieve gehoorswaarnemingen, suizen en fluiten in de
ooren voorkomen, en dat daarna gewoonlijk spoedig het acces
begint.
Dit verschijnsel kan zich in enkele gevallen tot eenen afzon-
derlijken aanval ontwikkelen. Men heeft dan de voorafgaande
aura-verschijnselen, en daarna worden de oorsuizingen en de
duizeligheid zóó hevig, dat de patiënt nedervalt, echter zijn
bewustzijn behoudt. Déze verschijnselen duren verschillend lang,
en daarna herstelt de patiënt weer.
Zooals men ziet, hebben dergelijke aanvallen veel overeenkomst
met die van de ziekte van Ménière. De diagnose wordt gemaakt
door de coneomiteerende hysterische verschijnselen, door de
aura en door de afwezigheid van doofheid. Het blijft echter
altijd mogelijk, dat bij eene hysterica zich de verschijnselen der
ziekte van Ménière ontwikkelen, in dat geval heeft men twee
ziekten.
Volgens Gilles de la Tourette kunnen ook de pgn-
gewaarwordingen in het gelaat, die op het laatst van de aura zich
-ocr page 407-
399
kannen vertoonen, zelfstandig een hysterisch acces constitueeren.
Dit is dan een aaval van hysterische prosopalgie.
Ook andere pijnaanvallen kunnen waarschijnlijk equivalenten
van hysterische accessen zijn. Een mijner patiënten kreeg na
bijna elke emotie een acces van hevige halfzijdigo pijnen, met
verhooging der interparoximaal aanwezige hoofdpijnen; deze aan-
vallen duurden eenige dagen.
Gilles de la Tourette vond, dat na aanvallen van hysterische
duizeligheid en prosopalgie, indien de aanval hevig was, dezelfde
veranderingen in de urine aanwezig waren, als na den com-
pleten aanval.
III. De hysterische aanval met predomineeren
DER 1" PERIODE.
Hieronder zijn verschillende soorten van hysterische accessen
te rangschikken.
Reeds Briquet heeft gezegd:
„Une attaque d\' hysterie simple n\'est que la répitition exacte
des troubles, par les quels se manifestent les impressions morales
vives et pénibles. Je choisis pour exemple, ce qui arrive a une
femme un peu impressionable, qui eprouve une emotion brusque
et vive. A 1\'instant même, cette femme a de la constriction a
1\'épigastre, elle ressent de 1\'oppression, son coeur bat, quelque
chose lui monte a la gorge et 1\'étrangle, enfin elle ressent dans
tous les membres une malaise, qui la fait en quelque sorte
tomber; on bien elle éprouve une agitation, un besoin de mouve-
ment, qui lui fait contracter les muscles. C\'est bien la Ie modèle
exacte de 1\'accident hystérique Ie plus commun, du spasme
hystérique Ie plus ordinaire.
Wjj onderscheiden bij deze aanvallen
A. Den gewonen hysterischen aanval.
Dit zjjn de aanvallen, die het meest worden waargenomen.
De aura-verschjjnselen vertoonen weinig bijzonders, men heeft
-ocr page 408-
400
het gewone gevoel van een naar de keel opstijgenden bal met
strangulatie gevoel. In lichte gevallen sluiten zich daaraan
eenige ongecoördineerde krampen en snikbewegingen, en na eene
huilbui is alles weer in orde. Het bewustzijn is dan niet ver-
loren geweest en door koud water, eau de cologne enz. is de
patiënt gewoonlijk weer tot kalmte te brengen.
In zwaardere gevallen begint met het optreden der krampen
de bewusteloosheid. Neervallen en zich verwonden, op de tong
bijten en de ruwe epileptische gil komen gewoonlijk niet voor.
De krampen beginnen dikwijls met een algemeenen tremor,
met een knippen der oogen en met een snel voorbijgaande
algemeene stijfheid der willekeurige spieren. Hierop volgt een
stadium van zeer onregelmatige bewegingen, waartusschen allerlei
meer of min geïntendeerde en gecoördineerde bewegingen zich
vertoonen. De armen en beenen worden op onregelmatige wijze
gebogen en gestrekt, nu eens heen en weer geslingerd, dairweer
in de hoogte geworpen. De rompspieren komen in plotselinge
contractie, waardoor de romp in de hoogte geworpen kan wor-
den. Somtijds ziet men coïtus-bewegingen. Het hoofd wordt heen
en weer geworpen, de mond wijd opengesperd, de tong beweegt
zich van den eenen mondhoek naar den anderen. Somtijds worden
grijpbewegingen gemaakt, de patiënt steekt de gebalde vuist in
den mond, of wil zich krabben. Wanneer men tracht den lijder
vast te houden en hem rustig in \'t bed wil laten liggen, volgen
groote worstelpartijen, en het maakt den indruk, dat dergelijke
lijders zeer sterk zijn, zoodat meerdere verpleegsters noodig zijn
eene zwakke vrouw in haar bed te houden. Ik voor mij heb den
indruk, dat hoe minder men dergelijke patiënten aanraakt, des
te beter en des te minder zijn de bewegingen. Het schijnt soms,
alsof eene worstelpartij gewenscht wordt. Vrees voor verwondingen
behoeft men niet te hebben. De beste manier van verpleging
schijnt mij te zijn in eene diepe, niet gematelasseerde krib, die
in een isoleerkamer staat. Hoe minder men op de bewegingen
let, des te beter.
Tusschen dit spel van onregelmatige bewegingen, mengen zich
-ocr page 409-
401
tonische strekkrampen, nu en dan een are de eerde, na welke
het spel der krampen met vernieuwde hevigheid begint. Ook
enkele rustpauzen komen wel voor.
Deze aanval kan verschillend lang duren. Soms een kwartier,
soms enkele uren. Na een lichten aanval is de patiënt direct
weer goed; na een zwaren aanval volgt gewoonlijk een slaap
van enkele uren.
Dikwijls komt het voor, dat in den aanval, de hysterogene en
hyperalgetische punten zeer prikkelbaar blijven, zoodat men bij
druk daarvan eene zeer pijnlijke vertrekking van het gelaat kan
opmerken. In andere gevallen kan door sterken druk op een
hysterogeen punt de aanval bedwongen worden; dat hierbij
psychische en suggestieve momenten medewerken, schijnt mij
zeer waarschijnlijk toe.
B. Hysterische aanvallen van een epileptoid
voorkomen.
Deze variëteit der aanvallen komt nu en dan wel voor, zij
gelijken in vele opzichten op aanvallen van epilepsie, en het is
van groot belang, ze daarvan te kunnen onderscheiden.
Het eerste punt van gelijkenis bestaat hierin, dat de aura
korter wordt, dan men dit gewoonlijk bij hysterie waarneemt;
ja, dat ze zelfs bijna kan ontbreken. Eindigt deze atrophische aura
dan, tengevolge van den glottiskramp, met een luiden schreeuw
en valt de patiënt op den grond, dan wordt de gelijkenis nog grooter.
Het verloop van den epileptoiden aanval gelijkt verder in hoofd-
zaak op den vorigen, zooals wij dien beschreven hebben. Het
verschil is, dat de groote bewegingen en de geintendeerde be-
wegingen minder worden.
Men neemt na de aura eene algemeene tonische kramp waar,
die meestal niet lang duurt, daarna volgen allerlei klonische
krampen. Hierop volgt een resolutie stadium en alles kan
hiermee geëindigd zijn. Wanneer men hierbij verder een congestief
aangezicht, gezwollen hals en daarna bleekheid en stertoreuse
26
-ocr page 410-
»
402
ademhaling ziet, dan is het duidelijk, dat een dergelijk hyste-
risch acces zeer veel op een epileptisch insult kan gelijken.
Hysterie kan ook de partiëele epilepsie imiteeren. Een geval,
dat ik waarnam, kan de beschrijving daarvan vervangen.
Een jongen van 12 jaar uit een arbeidersgezin kreeg eiken
dag klokslag tien uur een insult. Dit begon met eene tonische
contractie in den linkervoet, daarna werd het onderbeen kramp-
achtig gestrekt, en verspreidden de krampen zich langzaam maar
zeer regelmatig naar boven. Bij het begin van de krampen was
het bewustzijn behouden, en eerst langzamerhand bij het meer
algemeen worden daarvan trad bewusteloosheid op. Het was
een aanval van Jackson\'sche epilepsie, zoo zuiver, als ik bij wer-
kelijke organische epilepsie er zelden een heb waargenomen.
De aanval was voornamelijk daarom zoo gemakkelijk te over-
zien, omdat de verschillende krampen elkaar langzaam opvolgden,
en men het voortschrijden daarvan van been op arm, hals en
gelaat gemakkelijk kon volgen. In de litteratuur zijn meerdere
dusdanige gevallen beschreven, die bij het eerste onderzoek niet
aan hysterie, maar aan een organisch proces in de buurt van de
centraal-wendingen zouden doen denken.
Zoowel de hysterische accessen, die een epileptoid karakter
vertoonen, als de aanvallen, die op partiëele organische epilepsie
gelijken, hebben de neiging, meer dan dat bij andere hysterische
aanvallen het geval is, in seriën op te treden. Deze seriën
kunnen zeer groot zijn, somtijds eenige honderden per dag. In
zulke gevallen volgen de accessen kort op elkaar, de aura
onderscheidt zich in niets van eene gewone aura, dan volgen
spoedig de krampen, na een oogenblik rust of ook zonder dat
weer een schreeuw en het begint van voren af aan. De accessen
loopen z.g. in elkaar, en na het einde van een dergelijke serie
ontstaat een z.g. status hystericus, die veel overeen-
komst heeft met de op dezelfde wijze ontstaande status
epilepticus.
Het is van groot belang, deze toestanden uit elkaar te houden,
en wanneer men den patiënt van vroeger kent, is dat ook ge-
-ocr page 411-
403
woonlijk niet moeilijk; dikwijls is dit echter niet het geval en
moet men oordeelen naar de oogenblikkelijk aanwezige ver-
schijnselen. Dan zijn de zwarigheden grooter, en komt het er op
aan, elk symptoom naar juiste waarde te schatten. Bij de diffe-
rentieele diagnose tusschen een hysterisch en een epileptisch
acces heeft men op het volgende te letten.
Wanneer een hysterisch acces volkomen ontwikkeld is, kan
van verwarring geen sprake zijn. De aura en de krampen zelf
verschillen in elk opzicht. De aura is bij epilepsie veel korter
en wanneer zij langer is, is zij veel eentoniger. Het is» niet die
massa opeenvolgende en elkaar afwisselende sensaties, wier re-
sultaat eindelijk de bewusteloosheid van het acces is. Bij epi-
lepsie is de aura een gevoel, eene hallucinatie, eene pijn enz.
en daarna plotseling een schreeuw en bewusteloosheid.
Bij epilepsie komen door het plotseling neervallen dikwijls
verwondingen, verbrandingen enz voor, bij hysterie bijna nooit.
De hysterica prepareert zich voor het acces. In het epileptisch
toeval wordt herhaaldelijk op de tong gebeten, bij hysterie niet.
De krampen der epilepsie komen alleen overeen met de epi-
leptoide periode van het hysterisch acces. Ook hier vindt men
echter dikwijls enkele groote bewegingen daartusschen, waar-
door de hysterische natuur van het acces waarschijnlijk wordt.
Onwillekeurige loozing der urine komt bij Hysterie zeer zelden
voor.
Het hysterisch acces duurt in \'t algemeen veel langer, dan het
epileptisch acces, dat in 5—10 minuten is afgeloopen. Na het
hysterisch acces is de patiënt veel eerder tot zich zelf gekomen,
vooral wanneer het geen zwaar acces was. Na een epileptisch
insult blijft eene periode van sufheid na, met hoofdpijn en de
patiënt valt in een zwaren slaap.
Het delirante stadium van het hysterisch acces kan over-
eenkomst vertoonen met een epileptisch delire, dat na of in
plaats van een insult kan optreden. Het hysterisch delire wijst
echter altijd terug op een idee, eene emotie, een doorleefd iets;
het epileptisch delire doet dat niet en verschijnt zondereenigen
-ocr page 412-
404
psychologischen grond, als gevolg van een organischen prikke-
lingstoestand. Het hysterisch delire mist het brutale, agressieve,
niets ontziende karakter van het epileptische, dat gevolgd is door
eene volkomene amnesie, wat bij het hysterisch delire niet geheel
het geval is, daar, zooals wij zagen, het bewustzijn met het begin
der psychische bewegingen, meer of min begint terug te keeren.
In verband met hun oorzakelijk moment beschouwd, zijn een
hysterisch en een epileptisch acces natuurlijk twee totaal ver-
schillende zaken. Een hysterisch acces is eene psychologische
gebeurtenis, wel is waar ziek en zwaar ziek ook, maar de com-
ponenten van een psychologisch proces, d. z. dus gewaarwordin»
gen, waarnemingen, sentimenten, herinneringen enz. zijn aanwezig,
verbinden en associeeren zich en hebben invloed op elkaar. In
het epileptisch acces is dit nooit het geval, het is een storm,
die gewoonlijk van een punt uit, het hersenoppervlak in beroe-
ring brengt, een storm, die in zijn\' loop gebonden is aan de
rangschikking der hersenelementen naast elkaar, en waarvan de
organische oorzaak zich in de symptomen weerspiegelt.
Evenwel, wat wij bij hysterie reeds dikwijls hebben gezien,
de psychologische symptomen der hysterie kunnen op bedrie-
gelgke wijze verschillende organische zenuwziekten copiëerem
en zoo wordt ook het epileptisch insult nagebootst.
De onderstelling van C h a r c o t, dat in deze gevallen van imita-
tie van organische zenuwziekten, er eene functioneele verandering
aanwezig is in die gedeelten, in welke bg de organische zenuw-
ziekte de organische verandering zetelt, schijnt mij niet waar-
schijnlijk toe. Voor alle hysterische symptomen is op de eene
of andere wijze een psychologische grond aanwezig en dit sluit
elke grovere organische afwijking, als oorzaak voor die verschijn-
selen, buiten.
Wij komen nu tot de onderscheiding van den status hyste-
r i c u s en den status epilepticus. Het cardinale punt
is hier de loop van de temperatuur. Deze is bij den status hyste-
ricus normaal, terwijl men bij den status epilepticus van den
beginne af aan eene stijging daarvan waarneemt, die tot 40
-ocr page 413-
405
graden en hooger kan gaan. De stijging der temperatuur is,
wanneer nog hoogere graden bereikt worden, een prognos-
tisch ongunstig teeken, en de gevallen van status epilepticus,
die mortaal verloopen, gaan dikwijls gepaard met temperaturen
van 41 graden en daarboven. Zoo iets vindt men bij hysterie
nooit.
Omgekeerd is het echter niet uitgesloten, dat bij status epi-
lepticus, vooral wanneer die eenige dagen duurt, de temperatuur
weer normaal wordt. De verhooging der temperatuur is voor
een gedeelte stellig afhankelijk van het epileptisch insult als
zoodanig, en in een status epilepticus kan elk afzonderlijk insult
ontbreken.
De status epilepticus gaat dikwijls gepaard met acute trophische
stoornissen in de huid; op het sacrum ontstaat dikwijls eene
acute roodheid en zwelling der huid met daarop volgende
decubitus. Ook dit wordt bij Hysterie niet waargenomen.
Het verloop van den status hystericus is niet zoo gelijkmatig,
als van den analogen toestand bij epilepsie. Nu en dan komen
er brokstukken van het hysterisch acces tusschen in, men neemt
waar een of andere gepassioneerde pose, die uitdrukking geeft
aan een gevoel of aan een herinnering daarvan, in andere
gevallen mengt zich een lichte delirante toestand daarmede.
Als laatste kenmerkend verschijnsel voor de onderscheiding
dezer beide toestanden kan het onderzoek der urine dienen.
Wij hebben bij de beschrijving van het complete acces er reeds
op gewezen, dat elke aanval, in de 24 uren, die op het acces
volgen, gepaard gaat le eene vermindering der hoeveelheid urine,
2e eene vermindering van alle vaste bestanddeelen, en 3e eene
omkeering in de verhouding van het phosphorzuur, dat gebon-
den is aan de alcalische aarden en aan den alcalimetalen.
Deze veranderingen vindt men bjj den status hystericus terug.
Men vindt dan, bij het begin van het optreden van de accessen,
dat al deze verschijnselen plotseling ontstaan, maar in plaats, dat
deze daling van alle bestanddeelen zich spoedig weer herstelt,
blijft zij als zoodanig bestaan. Gedurende de geheele status
-ocr page 414-
406
vindt men eene vermindering van alle vaste bestanddeelen en
eene omkeering in de verhouding der phosphorzure zouten.
Tegen dat de status hystericus zal gaan eindigen, ziet men
deze pathologische verhouding weer normaal worden. Gilles de
la Tourette en Cathelineau, aan wie wij deze resul-
taten te danken hebben, meenen zelfs, dat men aan de snelle
stijging van de vaste bestanddeelen der urine, kan voorspellen,
dat de status hystericus den volgenden dag zal eindigen.
Bij epilepsie en bij den status epilepticus is dit anders. Hier
vindt men eene vermeerdering van alle vaste bestanddeelen van de
urine, en niet de veranderde verhouding der phosphorzure zouten.
Uit al het vermelde is duidelijk, dat in de meerderheid der
gevallen, wanneer men in de gelegenheid geweest is, den patiënt
waar te nemen, er geene moeielijkheden zullen zijn om hysterische
en epileptische accessen en de toestanden, die zich daaraan
aansluiten, te onderscheiden. Wel kan dit het geval zijn, wan-
neer men zonder nadere inlichtingen, direct voor een geval
komt te staan en daarom is het ook voor den praktischen
medicus gewenscht, bovengenoemde criteria steeds goed voor
den geest te hebben.
C. Aanvallen van Chorea Rhytmica
Hysterica.
De eerste periode van het complete acces eindigde, zooals wij
gezien hebben, met groote bewegingen, die, hoewel zij gecoördi-
neerd waren, toch niet het kenmerk droegen, dat zij de bedoelde
uitdrukking waren van gemoedstoestanden. Dit stadium van het
acces kan zich tot een afzonderlijken aanval organiseeren, en
men heeft dan die accessen van St. Vitus dans, die in de
middeleeuwen, b\\j wijze van epidemieën hebben geheerscht, en
waarvan in teekeningen en in beschrijvingen de merkwaardigste
voorbeelden bewaard zijn gebleven. Talrijke personen van beiderlei
sexe sprongen en dansten, verwrongen hun lichaam in de meest
avontuurlijke bochten en kronkelingen en vormden groote op-
tochten.
-ocr page 415-
407
Dergelijke epidemieën schijnen niet meer voor te komen, wat
waarschijnlijk wel samenhangt met den veranderden tijdgeest. Het
waren in vroeger tijd meestal religieuse exaltatietoestanden, die
tot dergelijke epidemieën aanleiding gaven.
Wanneer deze toestanden nog epidemisch voorkomen, is het
gewoonlijk bij jongelieden van 12—18 jaar, in kostscholen en
pensionaten. Bij volwassen individuen wordt het slechts sporadisch
gevonden.
Het heeft zijne bezwaren, deze eigenaardige rythmische krampen
onder de accessen op te nemen. In vele gevallen komen
zij aanvalsgewijze, maar in andere zijn het toestanden, die
maanden lang zonder ophouden voortduren, zonder dat men
dan gerechtigd is van een status hystericus te spreken. Ook
in een ander opzicht komen sommige gevallen niet overeen met
wat men als kenmerkend voor den aanval mag stellen. Dit is
voornamelijk de toestand van het bewustzijn. Er zijn enkele
gevallen gepubliceerd, waar het bewustzijn geheel behouden was,
waar de patiënt de omgeving waarschuwde voor zijne gevaar-
lijke bewegingen. Een patiënt van J a n e t vroeg aan den dokter
nog even te wachten, want dan was de aanval voorbij. In die
gevallen, waar in verloop van tijd de toestand meer chronisch
wordt en de aanvallen verdwijnen, om plaats te maken voor de
verschijnselen van chorea rhytmica hysterica, is het bewustzijn
gedurende de bewegingen geheel behouden.
Het bovenstaande in aanmerking genomen, komt het mij voor,
dat onder chorea rythmica hysterica verschillende toestanden
samengevat worden, die bij vollediger onderzoek zullen blijken
van verschillende aard te zijn. De gewoonte der Pransche auteurs
volgende, behandel ik ze echter bij de accessen.
Wanneer de chorea rythmica in aanvallen voorkomt, volgt na
eene korte aura, zonder vele epileptoide beweging, een stadium,
dat Charcot zeer kenmerkend „het clownisme" heeft genoemd.
Dit kunnen zeer verschillende bewegingen zijn, die echter ge-
kenmerkt zijn door een rythmus, altijd keert dezelfde beweging
regelmatig terug en vormt op deze wijze een aanval. Frequent
-ocr page 416-
408
zijn de z.g. groetbewegingen. De patiënt maakt, terwijl hij te bed
ligt, diepe bewegingen van het bovenlijf, zoodat de kin op de knieën
terecht komt, of wel omgekeerd de toonen op het voorhoofd.
In andere gevallen worden bewegingen met de ledematen
gemaakt, alsof de patiënt een hamer hanteerde, of worden met
de voeten voortdurend springbewegingen gereproduceerd. Ook
snik- en huilbewegingen komen voor. C h a r c o t vermeldt een
geval van zeer samengestelde dansbeweging.
De beschrijving van deze aanvallen kan men zeer gedetailleerd
verder vervolgen; voor ons doel is dit echter niet noodig en is
het voldoende op den psychischen aard van deze bewegingen te
wijzen, die dikwijls tot een idee fixe teruggevoerd kunnen wor-
den en die een gebeurtenis voorstellen, die op de een of andere
manier indruk op den patiënt heeft gemaakt, die verder, zooals
wij dat reeds zoo herhaaldelijk hebben kunnen constateeren,
onbewust is geworden, en zich daarna in het acces openbaart.
De suggestieve aard en daardoor ook de psychische infectio-
siteit van deze soort van aanvallen wordt begrijpelijk door een
experiment van Janet, die door suggestie in distracten toestand,
den inhoud van het acces, dat bestond in monotone herhalingen
van woorden zonder beteekenis, kon wijzigen.
Deze accessen van chorea rythmica kunnen overgaan in een
status hystericus, waarvan Gilles de la Tourette heeft aangetoond,
dat zij met de gewone veranderingen in de samenstelling der
urine gepaard ging, en waardoor hij meent, dat het hysterisch
karakter daarvan overtuigend wordt bewezen.
Behalve dergelijke gevallen, waarbij ontwijfelbaar de chorea
rythmica als hysterische accessen optreden, komen andere voor,
waarbij dit minder duidelijk is. Men ziet dan na eene emotie en
vooral na een trauma of na beide gelijktijdig bewegingsstoor-
nissen ontstaan, die volkomen op de boven beschrevene gelijken,
en die nu en dan erger worden, als het ware een acces vormen,
maar een acces, waarbij het bewustzijn geheel behouden blijft.
Deze bewegingsstoornissen kunnen dan tweeërlei zijn, of wèl
het zijn z.g. gesystematiseerde bewegingen, waaraan een geheel
-ocr page 417-
409
systeem van spieren deelneemt, en die daardoor in hooge mate
de eigenschap der coördinatie vertoonen, of het zijn eenvoudiger
bewegingen: buigingen en strekkingen van het hoofd, trekkingen
in het gezicht, van de oogen, in het kniegewricht enz. Aan deze
bewegingsstoornissen gemeen is haar rythmisch karakter. Omdat
zij zich hoe langer hoe verder verwijderen, van wat wij onder een
hysterisch acces verstaan, eindigen wij de bespreking hiervan
te dezer plaatse, en verwijzen wij naar hetgeen wij daarover
bij de motiliteits-stoornissen der hysterie hebben gezegd.
IV. De aanval met pkedomineeren der 2\' pebiode.
De tweede periode van het groote hysterisch acces kenmerkte
zich door bedoelde uitdrukkingsbewegingen. Deze zijn altijd de
gevolgen van emoties of denkbeelden; in het algemeen genomen
is het dus het delire, dat hier tot uitdrukking komt, en dat zich
op de meest verschillende wijzen kan uiten.
Men onderscheidt tweeërlei vormen hiervan:
A.  de hysterische slaapaccessen, en
B.  aanvallen van hysterisch delire in engeren zin.
A. De hystekische slaapaccessen.
Onder dezen naam vat men samen eene groote verscheiden-
heid van allerlei toestanden, die in den loop der tijden onder
den naam van hysterische apoplexie, narcolepsie, lethargie, schijn-
dood enz., zijn beschreven geworden Ofschoon het ons niet
mogelijk is deze verschillende toestanden, zooals wij die bij
oudere en nieuwere schrijvers vermeld vinden, met zekerheid te
identificeeren, zoo is het toch aan geen twjjfel onderhevig, dat
veel hiervan behoort tot de hysterische slaapaanvallen.
Wanneer wij ons de beschrijving van het complete acces her-
inneren, dan zien wij in het eerste stadium na de epileptoide
krampen eene phase van resolutie ontstaan, in uitwendig voor-
komen gelijkende op den slaaptoestand na een epileptisch acces.
De hysterische slaapaanval wordt beschouwd als een equivalent
van dit post-epileptoide stadium van den grooten aanval. Het
-ocr page 418-
410
komt echter zelden voor, dat het geheele acces bestaat in een
gewonen aanval van slaap, meestal mengen zich daar allerlei
andere verschijnselen bij en wordt vooral ook hierdoor de diag-
nose gemakkelijker.
Wij beginnen met de beschrijving van de meest typische ge-
vallen, en laten daarop de naar verschillende richtingen voor-
komende afwijkingen volgen.
In de meeste gevallen is een aura aanwezig. De verschijnso-
len van prikkelbaarheid en lichtgeraaktheid, gepaard met allerlei
paraesthesieën kunnen uren lang voorafgaan. Een gevoel van
malaise, verder maag- en hartstoornissen, van benauwdheid enz.
keeren bij denzelfden patiënt gewoonlijk bij eiken aanval in
denzelfden vorm terug. Hierbij kunnen zich ook enkele krampen
en trekkingen voordoen. In sommige gevallen volgt hierop een
regelmatig ontwikkeld epileptoid stadium, in andere gevallen is
dit zeer kort en slechts in sporen aanwezig. Ook neemt men
waar, dat in den beginne dit krampstadium in normale sterkte
voorkomt, maar dat, naarmate de phase van het slapen duide-
lijker wordt, de krampen meer en meer op den achtergrond
komen en zelfs geheel kunnen verdwijnen.
Het stadium van den slaap kan plotseling intreden. Zoo komt het
voor, dat te midden van gewone bezigheden de patiënt als het
ware omvalt, echter niet zooals een epilepticus, die als eene
levenlooze massa neerstort, maar de patiënt zakt meer ineen.
De diagnostische kenteekenen van den slaap zijn de volgende.
De patiënt is volkomen gevoelloos; sterke pijnprikkels komen
niet tot bewustzijn. Dit is een differentieel-diagnostisch kenteeken
tegenover den normalen slaap, waarbij ontwaken optreedt na sterke
pijnprikkels. Wij hebben in deze anaesthesie dus waarschijnlijk
niets anders te zien, dan eene verhooging der bij hysterie bijna
altijd aanwezige locale anaesthesie. De anaesthesie strekt zich
ook uit over de andere zintuigorganen, zoodat hel licht,\'sterke
geluiden of sterk riekende stoffen evenmin in staat zijn om den
patiënt uit zijn\' slaaptoestand te wekken, of om reacties te
voorschijn te roepen. Niet altijd is deze anaesthesie volkomen,
-ocr page 419-
411
somtijds ziet men, dat de patiënt zich beweegt, in andere ge-
vallen, dat hij half ontwaakt om na het ophouden van den prik-
kel weer tot zijn vorigen slaaptoestand terug te keeren.
Ook de hysterogene punten kunnen ongevoelig zgn en de
druk hiervan blijft zonder resultaat. Er zijn echter gevallen
beschreven, waar men door druk op deze plaatsen een slaap-
toestand, ten minste tijdelijk, kon doen ophouden, of waar men
deze in een gewoon hysterisch insult kon veranderen.
De reflexen op pijnprikkels, zoo b.v. de reflex na aanraking
der cornea, de pharynxreflex enz. zijn afwezig; de andere reflexen
zijn behouden gebleven of verhoogd.
De motiliteit is, evenals in den normalen slaap, opgeheven. De
willekeurige spieren zijn verslapt; wanneer men eene extremiteit
omhoog heft, valt deze slap neder.
Deze verslapping der willekeurige spieren is gewoonlijk niet
over het geheele spierstelsel gelijkmatig verdeeld. Eene merk-
waardige uitzondering hierop zijn de oogspieren. Gewoonlijk ziet
men in de oogleden contracties, die meer of min fibrillair zijn,
maar die tevens gepaard gaan met eenen tonischen contractie-
toestand van de orbicularis oculi, waardoor men eenige kracht
moet gebruiken, het oog te openen. Daarbij vindt men gewoonlijk
de bulbus oculi naar binnen en boven gericht.
Evenzoo maakt een andere spiergroep in de meeste gevallen
eene uitzondering op deze algemeene verslapping. Dit zijn de
sluitspieren van de onderkaak; deze zijn meestal gecontractu-
reerd, waardoor de kaken tegen elkaar gedrukt zijn en waar-
door men kracht moet gebruiken den mond te openen. De
algemeene spierverslapping kan ontbreken, hoewel de willekeu-
rige bewegelijkheid geheel opgeheven is. Men neemt dan een
contractuurtoestand waar, die alle spieren gelijkelijk aandoet.
Elke poging tot passieve beweging ondervindt een meer of min
grooten weerstand. Er zijn zelfs gevallen beschreven van sterke
algemeene contractuur.
In een ander opzicht kan de spierverslapping onvolkomen
zgn, doordat men kataleptische verschijnselen waarneemt en een
-ocr page 420-
412
arm of been de houding blijft bewaren, die men het kunstmatig
heeft gegeven.
In nog andere gevallen wordt de slaap door enkele clonische
krampen onderbroken, of verkeeren sommige spieren in con-
tractuur.
De respiratie is gewoonlijk kalm en regelmatig, 10—20 adem-
halingen per minuut. Ze kan echter ook zeer zwak zijn, zoodat
het moeite kost, of enkele gevallen misschien wel onmogelijk
is, hare aanwezigheid met zekerheid te constateeren. De pols
is niet frequent, kan zeer langzaam en zwak zjjn. De tem-
peratuur is normaal.
De psychische toestand kenmerkt zich hoofdzakelijk hierdoor,
dat geen reactie is te verkrijgen. De slaap is kalm en reg«l-
matig, en de patiënt is het toonbeeld van volkomen rust. Deze
rust is echter slechts schijnbaar. Het blijkt n.1. in sommige
gevallen, na het ophouden van den aanval, dat de lijder voor
sommige zintuigindrukken eene herinnering heeft behouden,
vooral wanneer men den patiënt spoedig na zijn ontwaken onder-
vraagt. Ook echter in die gevallen, waar na het ontwaken
geene enkele herinnering is achtergebleven, gelukt het somtijds
door andere methoden van onderzoek, vooral door het ondervragen
in somnambulen toestand, inlichtingen te verkrijgen over de
psychische werkzaamheid gedurende den slaapaanval. Dan blijkt
het dikwijls, dat een of ander idee fixe, eene of andere emotie
den patiënt geheel innam, dat hij wel verre van geestelijk geheel
werkeloos, zeer intensief door eene emotie gefixeerd was. Het
bijzondere was alleen, dat deze geestelijke werkzaamheid zich
niet naar buiten kan openbaren.
In een geval, dat ik waarnam, bestonden aanvallen van ver-
schillende intensiteit.
De aanvallen werden voorafgegaan door een gevoel van
malaise, waardoor patiënte ze kon voorspellen. Ofschoon ik
mij in somnambulisme niet kon overtuigen van eene aanleidende
oorzaak voor den aanval, deelde zij mede, dat zij gedurende
den aanval zeer angstig was, door het idee, dat zij alles om
-ocr page 421-
413
zich heen waarnam, maar daarop niet kon reageeren, en zich
niet kon uiten.
In de kleinere aanvallen kon zij door toespraak gewekt worden,
in de grootere, die 2—3 dagen duurden, kon dit niet.
Kleine, zoowel als groote aanvallen werden regelmatig gevolgd
door eene periode van hysterische aphonie. Kennelijk zette het
denkbeeld van niet te kunnen spreken, zich als idee fixe voort
in het wakende leven en veroorzaakte hier eene aphonie.
Een patiënt van J a n e t kreeg telkens een slaapaanval in
de kerk, en draaide haar hoofd constant naar links. In somnam-
bulen toestand vertelde zij, dat deze aanvallen begonnen waren,
naar aanleiding van een van hare buren, een leelijk oud man-
netje, en dat dit visioen zich bij eiken aanval herhaalde.
De slaapaanval kan in sommige gevallen van zeer langen
duur zijn; ze gaat dan geleidelijk over in een status hystericus,
die wij ook voor andere aanvallen, speciaal voor de epileptoide
aanvallen, hebben beschreven.
Deze toestand kan weken en maanden lang duren, zonder dat
eenige verandering in den toestand van den patiënt is waar te
nemen. In andere gevallen wordt echter de slaap door enkele
krampen of groote bewegingen onderbroken, ook kunnen con-
tracturen van verschillende spiergroepen bestaan. Het ontwaken
uit den aanval of uit een langdurige slaapperiode gaat somtijds
gepaard met verschijnselen van krampen of delirante toestan-
den, somtijds ook met een hysterisch acces.
Belangrijk zijn de onderzoekingen over de samenstelling der
urine gedurende den geprolongeerden slaapaanval van Gilles
de laTourette, onderzoekingen die ook door anderen zijn
bevestigd.
Bij het optreden van den aanval ziet men, afgezien van eene
mogelijke vermeerdering van de urineloozing, onmiddellijk na
het intreden van den aanval, de hoevelheid urine aanzienlijk ver-
minderen en evenzoo het gehalte aan vaste bestanddeelen, zoo- ,
wel absoluut, als procentisch. Hierbij komt wederom de reeds
vroeger besprokene eigenaardige wanverhouding van het phos-
-ocr page 422-
414
phorzuur, dat aan kalk en dat aan kali en natron gebonden is,
het eerste vermeerdert relatief, terwijl de laatste zoowel ab-
soluut, als relatief verminderen.
Het geheel der phosphorzure zouten is verminderd. Deze ab-
normaliteit in de samenstelling der urine blijft gedurende den
geheelen tijd van de slaapperiode op dezelfde wijze voortbe-
staan.
Tegen het einde van den aanval, bij langdurige aanvallen
gewoonlijk in de laatste dagen, die het ontwaken voorafgaan,
bemerkt men eene aanzienlijke stijging van de hoeveelheid urine
en van de vaste bestanddeelen daarvan. Alles keert vrij spoedig
tot den norm terug. Als diagnostisch en prognostisch kenteeken
is deze stijging van het volumen en van de vaste bestanddeelen
van de urine dus van groote beteekenis. Neemt men het waar,
dan kan men het einde van den slaaptoestand verwachten.
Het onderzoek der urine gedurende de status hystericus wijst
er op, dat de stofwisseling tot een minimum is gereduceerd, wat
ook overeenkomt met de zeer verzwakte hartswerking en de
zwakke ademhaling. Men zou daarin kunnen zien een over-
eenkomst met de dieren gedurende hunnen winterslaap of in
anderen zin, eene accomodatie van het lichaam aan een patho-
logischen emotie-toestand.
Het resultaat der onderzoekingen van de urine kan men niet
verklaren door eenen eenvoudigen inanitie-toestand. In dit geval
ziet men eene gelijkmatige vermindering van alle bestanddeelen
en niet de plotselinge overgangen, die aan den slaaptoestand eigen
zijn. Ook is de samenstelling der urine niet afhankelijk van de
voedselopname, daar men de afwijking zoowel bij voedselont-
houding, als bij kunstmatige voeding vindt. Men komt dus tot
het besluit, dat de bovengenoemde afwijking in de urine ver-
oorzaakt wordt door den eigenaardigen toestand van het lichaam
gedurende het hysterisch acces.
De voeding gedurende den hysterischen slaaptoestand kan moeie-
lijkheden geven. In vele gevallen is het mogelijk door ingieten in
den mond de normale Blikbewegingen op te wekken, omdat, zooals
-ocr page 423-
415
wg weten, alle reflexen op normale wijze verloopen. Men kan
hierbij echter bezwaren ondervinden door de dikwijls aanwezige
trismus, waardoor de kaak slechts moeielijk geopend kan worden.
In die gevallen is het aangewezen, de sonde door den neus in te
brengen. Ook dit kan tot onaangename complicaties aanleiding
geven, omdat de zwakke ademhaling en hartswerking slechts
een gebrekkige maatstaf is om te beoordeelen of de sonde de
oesophagus binnen gedrongen is. Ook kunstmatige voeding per
anum kan toegepast worden.
De hysterische slaaptoestanden zijn reeds in vroegere eeuwen
waargenomen; verschillende beschrijvingen zijn tot ons gekomen,
die omtrent de diagnose geen twijfel overlaten. Wanneer een
dergelijke slaaptoestand langeren tijd duurde en vooral, wanneer
de vitale functiën tot een minimum werden gereduceerd, zooals
dat in goed geconstateerde gevallen is waargenomen, kwam men
tot de overtuiging, dat de patiënt overleden was. Dit is de z.g.
hysterische schijndood. In dezen toestand zijn ademhaling en
hartswerking zoo gering, dat zij door de gewone middelen niet
waargenomen worden, de patiënt ligt roerloos, is zonder gevoel,
en hoewel het zeer goed mogelijk is, dat enkele zintuigelijke
waarnemingen tot bewustzijn komen, ontbreekt het vermogen
daarop op eenigerlei wijze te reageeren. Wanneer men geloof-
waardige beschrijvingen leest van gevallen, die tijdens de begra-
fenis tot levensuiting zijn gekomen, dan is de mogelijkheid niet
van de hand te wijzen, dat er ook gevallen zijn voorgekomen,
waar deze herleving eerst na de ter aarde bestelling heeft plaats
gevonden.
Met onze tegenwoordige kennis toegerust, zal een differentiëele
diagnose tusschen den dood en den hysterischen schijndood geen
bezwaren opleveren. De temperatuur is eene hoofdzaak; deze
moge bij den schijndood subnormaal zijn, het lichaam neemt nooit
de temperatuur der omgeving aan, zelfs wanneer ademhaling
en pols niet meer te constateeren zijn. Rigor mortis, electrische
spier- en zenuwprikkelbaarheid, eindelijk ontbindingsverschijnselen
moeten ons ten slotte voldoende zekerheid geven.
-ocr page 424-
416
De mogelijkheid, dat een ontwijfelbare hysterische slaap-
toestand met den dood eindigt, is verder niet van de hand te
wijzen, en het zou juist een dergelijk geval zijn, dat de grootste
moeielijkheden zou geven.
De diagnose van een hysterisch slaapacces is, wanneer men
voldoende van de antecedenten van den patiënt op de hoogte
gesteld kan worden, niet moeielijk. Slechts zeer zelden is de
slaapaanval de eerste openbaring der hysterie; in de meerderheid
der gevallen heeft deze aanval zich uit gewone accessen ont-
wikkeld en is daar eene vervorming van. Alle mogelijke andere
hysterische verschijnselen kunnen voorafgegaan zijn. Niet altijd
is men zoo gelukkig, dat te kunnen constateeren. Het kan ge-
beuren, dat een patiënt op straat neervalt en in een ziekenhuis
gebracht wordt. Men heeft dan den toestand te beoordeelen naar
de oogenblikkelijk aanwezige verschijnselen.
Wij behoeven de differentiëele diagnose van het hysterisch
slaapacces met apoplexie, coma uit verschillende oorzaak enz. niet
in bijzonderheden aan te geven; de temperatuur is eene hoofdzaak
en verder heeft men op die symptomen te letten, welke wij
boven in bijzonderheden hebben beschreven.
B. Aanvallen van het hysterisch delire.
De laatste periode van het complete hysterisch acces, ken-
merkt zich, zooals wij gezien hebben, door eenen deliranten toestand,
die gewoonlijk vergezeld is of veroorzaakt wordt door hallu-
cinaties. Deze hallucinaties berusten dikwijls op vroegere waar-
nemingen, geven vroeger beleefde feiten weer, en staan in
verband met het in vele gevallen aanwezige idee fixe.
Deze delirante toestand kan zich bij den aanval zeer ver-
schillend sterk ontwikkelen en kan, even als dat met de andere
perioden het geval is, zich tot een afzonderlijken aanval orga-
niseeren. Men vindt dan van al de andere stadiën slechts meer
of min duidelijke sporen, terwijl het delire den geheelen aanval
beheerscht. Van dezen deliranten aanval onderscheiden wij twee
-ocr page 425-
417
vormen: 1° het acces van hysterische catalepsie, en 2° den eigen-
lijk deliranten aanval; achtereenvolgens bespreken wij beide.
1°. De aanval van hysterische catalepsie.
Onder catalepsie verstaat men dien eigenaardigen toestand
van het willekeurige spierstelsel, waarbij de spontane bewege-
lijkheid grootendeels is opgeheven, en waarbij verder de lede-
maten een eens aangegeven stand gedurende langen tijd blijven
innemen, ook wanneer voor de fixatie in dezen kunstmatig aan-
gegeven stand, groote spierinspanning noodigis. Verandert men
kunstmatig de positie van het ledemaat, dan ondervindt men geen
weerstand.
De catalepsie is geene afzonderlijke ziekte, men vindt het als
symptoom bij verschillende ziekten, soms meer, soms minder
duidelijk uitgesproken. De terminologie dezer ziekten is in \'t
algemeen nog al verward, vooral wanneer men Fransche en
Duitsche schrijvers vergelijkt. Cataleptische verschijnselen komen
in melancholische toestanden voor, bij de stille inactieve melan-
cholie en verder bij hebephrenie, vooral in de latere stadiën
dezer ziekte.
Bij hysterie komt juist als in de beide genoemde ziekten
catalepsie als symptoom voor. Men neemt hierbij enkele bijzon-
derheden waar, die het de moeite loont te vermelden.
De cataleptische toestand kenmerkt zich, doordat een of ander
ledemaat gedurende langen tijd in eenen bepaalden stand wordt
gehouden. Het gevoel van vermoeidheid schijnt dus te ontbre»
ken, en men heeft het recht dit verschijnsel, d. i. het ontbre-
ken van een gevoel, op ééne Ijjn te stellen met de andere hys-
terische anaesthesieën, die in de meeste gevallen gelijktijdig
aanwezig zijn. Toch is de tijd, dat de bepaalde stand aangeno-
men wordt, niet zoo bijzonder lang, na 15 a 20 minuten ziet
men den in de hoogte geheven arm langzamerhand naar beneden
zakken; een recht uitgestrekt been blijft nog korteren tijd
in deze positie.
27
-ocr page 426-
418
De aard dezer bewegingsstoornis bij hysterie draagt een
duidelijk psychisch cachet. In vele gevallen zijn de cataleptische
houdingen directe uitdrukkingen van een of anderen gemoeds*
toestand, vooral van een ectatisch karakter. Wij hebben reeds
vroeger opgemerkt, dat de bewustzijnsinhoud by hysterie ge-
reduceerd is, dat de hystericae, wat hunne bewuste geestelijke
capaciteit betreft, slechts armelijk bedeeld zijn. In deze cata-
leptische toestanden is het bewustzijn door één enkele emotie
geabsorbeerd; men neemt dan de uitdrukkingsbewegingen van
angst, verwondering, vrees, devotie enz. waar. Dikwijls waar-
genomen is de houding van den gekruisigde, de houding tijdens
het gebed enz.
Opmerkenswaard in vele gevallen is de groote suggestibiliteit
gedurende een dergelijken cataleptischen aanval, eene sugges-
tibiliteit, die zich voornamelijk openbaart van uit het spierstelsel.
Door n.1. aan de ledematen bepaalde standen te geven, door de
handen samen te vouwen, wordt de geheele houding bij het
gebed gesuggereerd; door de handen samen te knijpen ontstaat
de houding van toorn enz.
Nog in een ander opzicht blijkt de psychische oorsprong
van de bewegingsstoornis. Wanneer men den arm rechtuitstrekt,
en deze die houding blijft bewaren, kan men een betrekkelijk
aanzienlijk gewicht aan de hand laten hangen, zonder dat de
stand van den arm verandert. Buigt men echter den arm of
drukt men dien naar beneden, dan ondervindt men niet den minsten
weerstand. In het eerste geval wordt dus kennelijk de vrjj
groote hoeveelheid kracht, die noodig is, om den met het gewicht
beladen arm in de hoogte te houden, gesuggereerd, en de patiënt
heeft onbewust het denkbeeld, dat hij den arm in de hoogte
moet houden.
Dikwijls kan men dezen cataleptischen toestand kunstmatig op-
wekken door suggestie, en wanneer men den patiënt in somnam-
bulisme kan brengen, vindt men die dikwijls. Zij komt geheel
overeen met de spontane aanvallen van catalepsie.
De cataleptische aanvallen zijn dikwijls voorafgegaan door de
-ocr page 427-
419
verschijnselen der aura. Zij duren verschillend lang en op de
eene of andere wjjze zjjn zg vergezeld van ectatische verschgnse-
len. Nu en dan neemt men ook contracturen waar. Het einde
van den aanval kan plotseling zijn.
Wanneer de aanval lang duurt, kan evenals bij den hysteri-
schen slaapaanval, een status hystericus catalepticus optreden.
In dat geval ligt de patiënt onbewegelijk, de ectatische houdin-
gen verslappen dan en verdwenen; de catalepsie blijkt echter
duidelijk, doordat een bepaald gegeven stand zich tijdelijk fixeert.
Hierdoor kan men dezen toestand altijd van een slaapaanval
onderscheiden.
De veranderingen in de urine bij den aanval van catalepsie
en bij den status catalepticus zijn volgens Gilles de laTourette
en Cathelineau dezelfde, als bij de andere hysterische aanvallen.
Door de stjjging van het volumen der urine en door de vermeer-
dering van het procentisch gehalte der urine aan vaste bestand*
deelen, kan men dus ook hier het einde van den status voorspellen.
Uit de beschrijving van den cataleptischen toestand blijkt
voldoende, dat wij hier een deliranten toestand voor ons hebben.
De bewustzijnsinhoud, de hallucinatiën, de waandenkbeelden enz.,
zijn de oorzaak voor de catalepsie. Omdat deze uitdrukking
van eenen gemoedstoestand een eigenaardige is, kan men ze als
eene bijzondere soort van aanval opvatten. Wij komen nu tot:
2°. Den eigenlijken aanval van hysterisch delire.
De delirante aanvallen der hysterie zijn moeielijk te beschryven,
voornamelijk door hun polymorph karakter. Al wat in een men-
schengeest kan geschieden, kan in het hysterisch delire gerepro-
duceerd worden. Alle psychische afwijkingen kunnen op hare
beurt voorkomen. Men neemt deze aanvallen nog al eens waar
bij kinderen, soms als eerste openbaring der hysterie. Omdat
bij kinderen de hysterische stigmata dikwijls ontbreken, kan in
die gevallen de diagnose moeielijkheden opleveren. De herinne-
ringsstoornis voor het delire wijst ons echter in vele geval-
len wel den weg.
-ocr page 428-
420
Een mijner patiënten, een meisje van 16 jaar, vertoonde geen
enkel hysterisch stigma. Zij leed aan dikwijls optredende deli-
rante aanvallen. Deze begonnen gewoonlijk met enkele huil-
crisen, met globusgevoel in de keel, en met angsttoestanden
zonder eenig krampverschijnsel trad daarna een delirante toestand
op. Zg reproduceerde dan op allerlei wijzen scènes uit haar vroeger
leven, die indruk op haar gemaakt hadden. Zij zag de geschie-
denis van het sterven van haar vader weer voor hare oogen
passeeren, hoorde hem spreken, gedroeg zich als ware zij een
kind; zij was in den aanval geheel gevoelloos, en er bestond
na dien tijd eene hoogst gebrekkige herinnering aan den aanval.
Een andere van mijne patiënten, eene dame van ongeveer 40 jaar,
kreeg na eene sterke emotie, zij had eene ongelukkige liefde,
een aanval van hysterisch delire, die 14 dagen achtereen duurde.
In dien tijd maakte zij de geheele liefdeshistorie door, sprak
er over, dikwijls op onsamenhangende wijze, maar toch zóó,
dat het voor ingewijden geheel begrijpelijk was. Tegelijk hier-
mede was zij in eenen lethargisch-cataleptischen toestand en pre-
velde de woorden voor zich heen, scheen te slapen en vertoonde
cataleptische verschijnselen der ledematen.
De aanval van het hysterisch delire kan tallooze vormen
aannemen, te veel om te beschrijven. Hallucinaties en waan-
denkbeelden, die uit een idéé fixe ontstaan en na den aanval
eene onvolkomene herinnering nalaten, benevens verschillende
stemmingsanomalieën en emoties, die met deze hallucinatiën en
waandenkbeelden verbonden zijn, kenmerken den aanval; tijdens
den aanval bestaat somtijds anaesthesie.
De duur van den aanval is onbepaald; duurt hij lang, dan
spreekt men van een status. Volgens Gilles de la Tourette gaat
deze status gepaard met de gewone veranderingen in de samen-
stelling van de urine, en kan men door het urine-onderzoek het
einde van den aanval reeds een paar dagen te voren voorspellen.
In het voorgaande hebben wij een overzicht gegeven van de
-ocr page 429-
421
verschillende vormen van het hysterisch acces. Van af de ge-
ringste zenuwcrisen, die als gedeelten van de gewone aura, eene
afzonderlijke eenheid gaan vormen, tot aan de zwaarste vormen
van acces, die uren en dagen kunnen duren, bestaan alle moge-
lijke overgangen. Nu eens zien wij dit gedeelte van het acces,
dan weer een ander gedeelte daarvan, afzonderlijk optreden en
de geheele hysterische crise vormen. Eene dergelijke polymorphie
vindt men niet bij de organische aandoeningen, sensu strictori,
van het zenuwstelsel. Men vindt die ook niet bij de intoxicatiën,
die, hoewel ze niet met grove anatomische veranderingen in het
zenuwstelsel gepaard gaan, die voor ons tegenwoordig onderzoek
toegankelijk z\\jn, toch niet zonder wijzigingen in de organische
structuur van de zenuwelementen gedacht kunnen worden.
In een vorig hoofdstuk hebben wg getracht waarschijnlijk
te maken, dat neurasthenie eene intoxicatie van het zenuwstelsel
was, eene intoxicatie, met de ons tot nog toe onbekende ver-
moeidheidsproducten van het zenuwstelsel zelf. Vergeleken met
Hysterie en speciaal met het hysterisch acces, vinden wij daarom
bij neurasthenie eene grootere eenvormigheid der verschijnselen.
Het polymorphe karakter der hysterische verschijnselen maakt
eenen psychologischen oorsprong daarvan waarschijnlijk. Elk
psychologisch verschijnsel, eene waarneming, een denkbeeld, een
handeling, gaat natuurlijk ook met organische veranderingen
gepaard, en in dien zin zijn alle hysterische symptomen ook van
organischen aard. Dit is echter geheel iets anders, dan wat wij
gewoon zijn onder organische veranderingen te verstaan, in welke
niet eene dergelijke verscheidenheid mogelijk is, als bij de gewone
psychische processen. Wat wjj onder organische processen ver-
staan, kan alleen eene functie te niet doen of in den beginne
eene functie prikkelen, verhoogen in zekeren zin; maar kan niet
op de qualiteit van de functie invloed uitoefenen, kan den inhoud
van eene waarneming, van een denkbeeld enz. niet veranderen,
tenminste niet van de meer gecompliceerde geestelijke processen.
Het hysterisch acces in al zijne vormen hebben wij getracht
als eene emotie duidelijk te maken; aan de emotie kan allerlei
-ocr page 430-
422
-ten grondslag liggen, dikwijls een idéé fixe, in andere gevallen
volgt de emotie en dus het acces op eene waarneming. Het
moge vreemd schijnen, dat de uitdrukking der emotie zulke
ongewone vormen aanneemt, als wij dat bij het hysterisch acces
.waarnemen. Men bedenke echter de diepgaande verandering, die
wij bij hysterie in den men schel ijken geest moeten onderstellen.
Wanneer wij op de eene of andere manier er in geslaagd zjjn
het hysterisch acces te bedwingen, wil dat ook niet zeggen,
dat de patiënt genezen is; het beteekent alleen, dat wij het idéé
fixe, dat aan den aanval ten grondslag ligt, onschadelijk hebben
kunnen maken. De hysterie zou eerst genezen zijn, wanneer wij
de psyche, die op zulk eene abnormale wijze reageert, hadden
kunnen veranderen. In dit opzicht moet men zich bij hysterie
geen illusies maken.
-ocr page 431-
HOOFDSTUK VIII.
Symptomatologie.
(Vervolg.)
E. SOHNAHBULISHE.
Wij komen nu tot een der duisterste punten in de geheele
kliniek der hysterie, tot de bespreking van het somnambulisme.
Omdat het voorloopig onmogelijk is dezen toestand in eene
definitie weer te geven, zullen wij trachten, door eene korte
omschrijving der voornaamste verschijnselen, nader aan te duiden,
wat daaronder gewoonlijk verstaan wordt.
Een persoon in natuurlijk of kunstmatig somnambulisme, be-
hoeft zich oogenschijnlijk in niets van een normaal en gezond
persoon te onderscheiden. Men kan met hem spreken, hem laten
antwoorden en vragen stellen, die hij op geheel natuurlijke wijze
beantwoordt. Men heeft verschillende kenmerken opgegeven,
waardoor eene somnambule zich van een normaal persoon zou
onderscheiden. Deze kenteekenen waren gewoonlijk zeer onbe-
paald ; de stand van de oogen zou anders zijn, de gedachtengang
zou vertraagd zijn enz. Van dit alles is mij uit mijne ondervinding
niets gebleken. Het geeft mij den indruk, dat de wijze, waarop
het somnambulisme verkregen wordt, op de verschijnselen van
het somnambulisme zelf, van grooten invloed kan zijn. Verkrijgt
men zooals gewoonlijk het geval is, het somnambulisme door
middel van den z.g. hypnotischen slaap, dan zal men meestal zien,
-ocr page 432-
424
dat in het somnambulisme verschijnselen van dezen slaap te
voorschijn komen, men zal lethargische symptomen waarnemen,
of indien men door een gesprek in den hypnotischen slaap aan te
knoopen, de verschijnselen van den slaap gedeeltelijk maskeert, zal
men eenen abnormalen stand der oogen, een staren in de verte
enz. daarvan overhouden.
Bij een van mijne patiënten, waarbij er mij veel aan gelegen
was, om het ontstaan harer idees fixes na te gaan, suggereerde
ik geen slaap, maar eene buitengewone helderheid van al hare
herinneringsbeelden, eene gemakkelijkheid om zich uit te drukken
en hare gevoelens en denkbeelden weer te geven. Het was
interessant om te zien, hoezeer deze suggesties zich in somnam-
bulen toestand verwezenlijkten. Ik kon de kleinste bijzonderheden,
die jaren geleden gebeurd waren, duidelijk in hare herinnering
te voorschijn roepen. Ik kon haar uren lang verhalen laten doen
over de meest onbeteekende gebeurtenissen, van jaren her, die
in haar normale leven geheel vergeten waren. Het was een
werkelijke hypertrophie van het herinneringsvermogen.
ƒ Een dergelijk voorbeeld bewijst weer, hoe er psychisch bjj
f Hysterie nooit iets verloren gaat, en hoe de amnesieën, an-
aesthesieën, paralysen enz. bij hysterie, alléén berusten op de
tijdelijke of duurzame afwezigheid van het bewustzijn.
Deze vormen van somnambulisme, waarbij de persoon zich in
niets van een normaal persoon onderscheidt, zullen wjj het volledig
ontwikkelde somnambulisme
noemen, en aan dezen vorm laten zich
het best de eigenschappen van het somnambulisme demonstree-
ren; de minder duidelijke gevallen kan men daaruit afleiden.
Eene van mijne patiënten vertoont dit volledige somnambu-
lisme. Zij geraakt momentaan in somnambulen toestand. Hare
linkszijdige anaesthesie is plotseling geheel verdwenen; was zij
boos, dan is de boosheid geheel over. Zjj vindt die dan zeer
ongemotiveerd, en begrijpt niet hoe zij daartoe kwam. Tegelijk
zegt zij echter ook, dat zij gevoelt weer boos te zullen worden,
wanneer zij weer normaal is. Zij herinnert zich in somnambu-
lisme alles uit haar normale leven en tegelijk uit hare vroegere
-ocr page 433-
425
somnambule toestanden. Bovendien herinnert zij zich de dingen,
die gebeurd zijn, tijdens vroegere perioden van exaltatie en van
verwardheid; eene herinnering, die zij onvolledig bezit in haar
normale leven. De suggestibiliteit is niet veel veranderd. In
normalen tijd is zij zeer suggestibel; dit is zij ook in somnam-
bulen toestand. De meening, dat de suggestibiliteit in somnam-
bulisme altijd zooveel grooter zou zijn, is onjuist.
Zoodra het somnambulisme is opgeheven, is dezelfde persoon
weer terug. De hemi-anaesthesie en de andere hysterische styg-
mata verschijnen weder. Patiënt herinnert zich absoluut niets
van haren somnambulen tijd en van de verschillende psychische
aanvallen, die daarmee min of meer gelijkgesteld moeten worden-
De herinnering in somnambulisme is dus vollediger, dan die
van den normalen toestand, en bovendien zijn de ziektever\'
schijnselen. die gedurende den normalen tijd bestaan, in som*
nambulisme spoorloos verdwenen, zoodat de hysterica niet meer
te demonstreeren is. J a n e t beschryft een dergelijk geval
van somnambulisme, waar het gelukt is om genezing te ver-
krijgen door het somnambulisme ad infinitum te verlengen. In
mijn geval heb ik dat te vergeefs beproefd.
In dit complete somnambulisme heeft men dus eene volkomene
verdeeling van de persoonlijkheid in twee afzonderlijke personen,
die niet gelijktijdig, maar afwisselend na elkander bestaan. Deze
beide personen zijn niet gelijkwaardig, de normale persoon, of
liever de tusschen de aanvallen bestaande persoon, is de min-
derwaardige; dit is de zieke, met alle symptomen der hysterie;
bovendien heeft deze persoon alleen kennis van zich zelf, hor-
innert alleen, wat hij zelf gedaan en gevoeld heeft. Afwisselend
met dezen persoon bestaat een andere, de somnambule. Deze is
gezond, zonder hysterische stygmata en zonder de psychische
afwijkingen der hysterie. Bovendien heeft deze persoon een veel
ruimer veld van herinnering, want hij herinnert zich niet alleen
de gebeurtenissen van het somnambule leven, maar geeft ook
de meest vertrouwbare inlichtingen over alles, wat in het normale
leven gebeurd is.
-ocr page 434-
426
In dit opzicht is dus de somnambule persoon meerderwaardig
aan het individu in den gewonen toestand.
Van dit complete somnambulisme leiden allerlei overgangsvorm
men tot andere toestanden.
Het herinneringsvermogen kan meer beperkt zijn, en zich
alleen bepalen tot soortgelijke toestanden als de somnambule.
In dit geval is alles van het gewone leven vergeten. Er bestaan
dus twee volkomen onafhankelijke personen naast elkaar, die
niets van elkaar af weten.
In een ander opzicht ondergaat het somnambulisme wijzigin-
gen door beperking van de psychische capaciteit in de somnam-
bule periode. De persoon is niet meer geheel ongeschonden, en
met name is de suggestibiliteit enorm verhoogd. Dikwijls is
dan het geheele bewustzijn vervuld van één enkel denkbeeld
en het individu heeft daar de uitdrukkingsbewegingen van. Een
dergelijk denkbeeld kan eene gegevene suggestie zijn, maar
ook een droom of een op andere wijze ontstaan natuurlijk donk-
beeld. Eene dergelijke suggestie of denkbeeld eenmaal ontstaan,
ontwikkelt zich automatisch verder, evenals een idéé fixe dat
kan doen, en kan gepaard gaan met hallucinaties en delirante
toestanden, altijd in de richting van het oorspronkelijk idee.
Daarbij is de geest meer of min voor de toevloeiende waarne-
mingen uit de omgeving gesloten. Dikwijls is de persoon anaes-
thetisch en reageert niet op toespraak.
Eene van mijne patiënten is in hare aanvallen van somnabu-
lisme behept met het idéé zich te verdrinken. Het eenige, wat
zij zegt te gevoelen, is een groote angst en steeds door heeft zjj de
neiging in het water te loopen. In dien aanval is zij voor niets
anders toegankelijk. Na den aanval is zij alles vergeten.
Een andere patiënt in kunstmatig somnambulisme is zeer
hallucinable. Ik suggereer de hallucinatie, dat zij een katje op
den schoot heeft. Zij absorbeert zich daar geheel in, heeft voor
niets meer oogen, is anaesthetisch en vertoont een delire, dat
zich concentreert rondom het denkbeeldige katje.
Deze vormen van somnambulisme hebben dus groote overeen*
-ocr page 435-
427
komst met bekende hysterisch delirante toestanden, zooals die
als afzonderlijke aanval of in het verloop van een hysterisch
acces voorkomen. Ook voor deze toestanden is, zooals bekend,
het herinneringsvermogen geheel of gedeeltelijk na den aanval
opgeheven.
Nog eenvoudiger wordt de inhoud van het bewustzijn bij de
cataleptische vormen van het somnambulisme. Hier is
het spreken onmogelijk geworden, en er bestaat hoegenaamd
geen contact meer met de buitenwereld. Het bewustzijn is
met één idee vervuld, en als uitdrukking hiervan vindt men
standen, die gemoedsbewegingen weergeven. Zoo ziet men uit-
drukking van vrees, van schrik en angst. In sommige gevallen
kan men door kunstmatig het lichaam in bepaalde standen te
brengen, de gemoedsbeweging secundair te voorschijn roepen.
Wanneer men b.v. de handen vouwde, nam de patiënt de hou-
ding van bidden aan. Dit wijst op eene zeer verhoogde sugges-
tibiliteit.
Nog meer verminderd is de bewustzijnsinhoud bij de 1 e t h a r-
g i s c h e vormen. Hier heeft elke spontane beweging opgehou-
den en valt een ledemaat neer, wanneer het in de hoogte geheven
wordt. Deze vormen van somnambulisme komen als equivalent
van hysterische accessen voor als z.g. slaapaanvallen en hebben
wij reeds beschreven. Wij hebben toen ook reeds vermeld, dat
in sommige gevallen de perceptie bijna normaal kan zijn, maar
dat voornamelijk elke mogelijkheid tot uiting ontbreekt.
Door deze overgangtoestanden zien wij dus, dat het somnam-
bulisme door geleidelijke tusschenvormen verbonden is met al-
lerlei andere bekende hysterische verschijnselen, waarvan allen
gemeenschappelijk is, dat zij na den afloop geene herinnering
nalaten.
Naast deze complete gevallen van somnambulisme, komen
allerlei andere minder volledig ontwikkelde vormen voor.
Als hemi-somnambulisme heeft men beschreven, die
gevallen waar, gedurende het wakende leven, handelingen ge-
daan werden, zonder dat de patiënt er weet van heeft, zoo b. v.
-ocr page 436-
428
het automatische schrift. Dit kan men bij sommige lijders op
de volgende manier te voorschijn roepen. Door een gesprek
boeit men de aandacht van een patiënte, en dit is bij eene hys-
terica gewoonlijk niet moeielijk. Onbemerkt geeft een andere
persoon, liefst de hypnotiseur, aan patiënte een potlood in de
hand. Dikwijls gaat zij daarmede schrijfbewegingen maken en
al schrijvende antwoordt zij op haar gestelde vragen. Dit schrij-
ven gaat onder het gesprek, dat haar bezig houdt door en na
afloop van het gesprek heeft zij niet de minste notie van wat
zij geschreven heeft. Door dit z.g. automatische schrift kan men
van de patiënte allerlei inlichtingen verkrijgen over onder-be-
wuste geestesprocessen, over idéé fixes enz., evenals dat bij het
volledig ontwikkeld somnambulisme het geval is. Men heeft in
deze gevallen 2 personen gelijktijdig naast elkaar; den normalen
persoon, die spreekt en den somnambulen persoon, die schrijft.
De normale persoon kent de somnambule wederom niet, terwijl
men van den somnambulen persoon allerlei inlichtingen omtrent
den normalen kan verkrijgen. De spiritisten hebben dit verschijnsel
van het automatische schrift, dat hun reeds jarenlang bekend
was, op geheel andere wijze verklaard. Zij zien daarin eene
openbaring van een in den persoon zich bevindenden anderen geest
en zijn niet geneigd, daarin een ziekelijk verschijnsel te zien.
Behalve door schrift kan deze tweede onder-bewuste persoon-
lijkheid zich op andere wijze door spraak en door andere han-
delingen openbaren. Altijd geldt de regel, dat alles, wat deze
onder-bewuste persoon doet, door den normalen persoon niet ge-
weten wordt.
Wij zien hierin principieel hetzelfde verschijnsel als b. v. bij
de hysterische anaesthesie, maar het is veel samengestelder.
Bij de hysterische anaesthesie zijn het enkele rijen van eenvou-
dige gewaarwordingen, die niet met de bewuste persoonlijkheid ver-
bonden en daardoor niet geweten worden. Bij het automatische
schrift zijn het geheele rijen van voorstellingen en wilshande-
lingen, die op zich zelf blijven staan, en daardoor aan de nor-
male persoonlijkheid onbekend blijven.
-ocr page 437-
429
Bg de bespreking der verschillende sensibile en sensorieele
stoornissen en evenzoo tyj de motorische verschijnselen, hebben
wjj gezien, dat het verband met de bewuste persoonlijkheid niet
altijd totaal was opgeheven; de meerderheid der hysterische
anaesthesieën zjjn eigenlijk hypaesthesieën de meerderheid der para-
lysen zijn paresen. Zoo is het ook met de somnambule-toestanden.
Bij lange na niet altijd is de herinnering voor den somnambulen
toestand, \'t zij die natuurlijk is, \'t zij dat zij kunstmatig door
suggestie is verkregen, geheel opgeheven. In vele gevallen be-
staat daarvoor eene meer of min flauwe herinnering. Dikwijls
neemt men waar, dat de patiënt de denkbeelden, die hem in
somnambulen toestand bezig hielden, na zijn ontwaken vervolgt.
Niet, dat hij dit met bewustzijn doet; hij weet gewoonlijk niet,
dat zij hem in zijn somnambulisme bezig hielden, maar deze
gedachten of deze gesprekken zijn toch de geestelijke band,
die beide toestanden aan elkaar verbindt.
Duidelijker wordt nog deze verbinding, wanneer er meer of
min herinnering bestaat aan het somnambulisme. Deze is ge-
woonlijk het duidelijkst, onmiddellijk na het ontwaken uit het
somnambulisme. Ditzelfde verschijnsel konden wij constateeren
voor sommige delirante toestanden bij hysterie, b.v. bij \'t eindigen
van het hysterisch delire, na den grooten hysterischen aanval.
Hetzelfde ziet men voor de droomen gedurende den normalen slaap.
Onmiddellijk na dergelijke toestanden wordt meer of min
duidelijk herinnerd, wat gebeurd is; maar spoedig verdwijnt deze
herinnering, wanneer zij tenminste niet kunstmatig levendig
wordt gehouden. Bij het hysterisch acces is dit een der methoden,
zich op de hoogte te stellen van den inhoud der delirante phase
en daardoor de oorzaak van het acces op te sporen.
Bjj het kunstmatig somnambulisme zien wij hetzelfde. Hier
bestaan alle mogelijke graden van herinnering, al naar de diepte
van het somnambulisme. Bij eene volkomene herinnering is het
gewone dagelijksche leven doorgegaan, bij meer of min ge-
brekkige of volkomen opgehevene herinnering hebben wjj de
verschillende graden van het somnambulisme.
-ocr page 438-
430
Bij hysterie ziet men bij de acute psychische verschijnselen
dezer ziekte hetzelfde. Sommige delirante perioden, of ook wel
andere kortere aanvallen, kunnen in \'t geheel geene herinnering
nalaten, andere slechts eene gebrekkige. Niet zelden is het
mogelijk eenen dergelijken deliranten aanval, door den patiënt in
de richting van zijn delire te suggereeren, in gewoon somnam-
bulisme over te voeren.
Eene hysterica, in een acuten deliranten aanval, kon ik door
suggestie somnambule maken, en op deze wijze was het mogelijk
haar zonder eenige moeite te vervoeren.
Met het somnambulisme verwant is het verschijnsel, dat ik
dikwijls in zwaardere gevallen van Hysterie heb waargenomen,
dat de patiënt zelf aangeeft twee personen te zijn. — Hij is zich
dan dus bewust van de verdeeling van zijnen persoon, en beide
personen weten van elkaar af. Zij spreken tegen elkaar. Sommige
handelingen worden aan den eenen persoon, andere aan den twee-
den persoon toegeschreven. Een mijner patiënten weet zijn ziekte-
verschijnselen aan den zieken persoon en zijn gewone bestaan aan
eenen anderen. Dikwijls sprak de patiënte: „zij heeft dit of dat
gedaan; maar ik vond het niet goed," of wel: ik heb het bed
voor haar opgemaakt, dan kan zij er in gaan liggen, want ik
wil niet," of wel: „ben ik het nu of is zij het, die spreekt."
Gewoonlijk bestaat er inzicht in een dergelijken toestand en
de patiënt weet zelf, dat zoo iets niet mogelijk is. Hij beschrijft
het echter als een gevoel, waarvan hij niet af kan komen. In
acute psychische aanvallen gaat dit ziekte-inzicht verloren.
Het behoeft geen nader betoog, dat individuen, mj wie een
dergelijke toestand als het somnambulisme is, kunstmatig te
voorschijn geroepen kan worden, of in andere gevallen op z.g.
natuurlijke wijze ontstaat, geestelijk zeer ziek zijn. Men beproeve
bij een gezond persoon alles, wat men wil, maar nooit zal men
een somnambulisme te voorschijn kunnen roepen.
Vooral door spiritisten zal deze bewering tegengesproken
worden, en zij zullen verschillende voorbeelden aanhalen, dat
volkomen normale personen in somnambulisme kwamen. Hieraan
-ocr page 439-
431
geven zij dan dikwijls andere namen, helderziendheid, état
second enz. Bij al deze gevallen valt echter op te roerken, dat
schijnbaar gezonde personen zeer zenuwziek kunnen zijn. Hysterie
en evengoed andere zenuwziekten kunnen in aanleg aanwezig
zijn, en bij een onderzoek blijkt dan dikwijls van de ziekte niet
veel. Men zou dan kunnen vragen, hoe blijkt het dan, dat zulke
personen ziek zjjn, en waarin onderscheiden zy zich van ge-
zonde personen. Het antwoord hierop is niet moeiehjk, hoewel
het bewijs dikwjjls alleen a posteriori te geven is.
Dergelijke personen, die latent zenuwziek zijn, kenmerken zich
vooral daardoor, dat de ziekte na eene uiterst geringe oorzaak
in haar volle kracht uitbreekt. Men kan dan onherstelbare ziekten
waarnemen, na zeer onbeteekenende oorzaken. Elk verschijnsel
en dus ook elke ziekte heeft eene serie oorzaken, die in inten-
titeit evenredig zijn met de intensiteit van het verschijnsel zelf.
Ontstaat eene ernstige ziekte na eene kleine oorzaak, dan is een
gedeelte der serie van oorzaken voor ons verborgen, en zetelt
in den ziekelijkcn aanleg, die op zichzelf slechts onduidelijke
verschijnselen gaf.
Op deze wjjze moet het somnambulisme verklaard worden,
dat bij quasi gezonde personen is waargenomen. Het somnam-
bulisme zelf is altijd een ziekelijk verschijnsel van hoogst ernstigen
aard.
Bovendien zijn de goed geconstateerde gevallen van
somnambulisme bij geheel gezonde personen zeer zeldzaam,
gewoonlijk bestaan daarnaast allerlei hysterische stygmata.
Eene andere vraag is, of somnambulisme bij andere zenuwziekten
dan hysterie voorkomt, en of het constateeren daarvan voldoende
is om de diagnose van hysterie te stellen.
Een volkomen zeker antwoord kan bij onze tegenwoordige
kennis niet gegeven worden. Men kan echter zeggen, dat vol-
komen ontwikkeld somnambulisme nog bij geene enkele zenuw-
ziekte buiten Hysterie, met voldoende zekerheid is aangetoond.
Het is van belang hierop den nadruk te leggen, omdat men in
den laatsten tjjd heeft beweerd, dat aan het ziektebeeld der
Hysterie eene ongemotiveerde uitbreiding werd gegeven, en dat
-ocr page 440-
432
daardoor toestanden als Hebephrenie, Vecordia enz. op kunstmatige
wijze binnen het ziektebeeld der Hysterie werden beschreven.
Voor deze verschillende ziekten is echter nog nooit aangetoond,
dat zij gepaard gingen met werkelijk somnambulisme, en zoolang
dit nog niet het geval is, beschouwen wij elk somnambulisme
als hysterisch, maar zijn ten volle bereid onze opinie te wijzigen,
zoodra de feiten ons voorgelegd kunnen worden.
Een enkel voorbehoud zou men hiervoor voorloopig nog moeten
maken. Onder epilepsie worden toestanden beschreven, die veel
op somnambulisme gelijken. Dit zijn gevallen, waarbij personen
maanden lang hebben rondgeloopen en schijnbaar geheel bewust
handelden, en waar na het verdwijnen van eenen dergelijken toestand
absolute amnesie voor den duur van dezen tijd bestond. Het is echter
aan zeer gegronden twijfel onderhevig, of deze toestanden als
epileptisch zijn op te vatten. Vroeger, toen men de hysterie niet
kende, werden zij meermalen beschreven en als epileptisch be-
schouwd. Tegenwoordig, nu zij nauwkeuriger onderzocht worden,
en men op Hysterie bedacht is, blijken het steeds hysterische
toestanden te zijn. Men leze het interessante gerechtelijk genees-
kundig geval van Demmers in de psychiatrische bladen, jaargang
1898, waar de somnambule aanval met een lethargischen toestand
eindigde, en waar schrijver toch meent met epilepsie te doen
te hebben.
Anders is het met de epileptische verwardheid en half-slaap
en met de epileptische fugues. Deze laten ook geen herinnering
na, maar kenmerken zich door de afwezigheid van leidende
motieven, die in het somnambulisme altijd meer of min te vin-
den zijn. Zuiver somnambulisme komt naar mijne opvatting bij
epilepsie niet voor.
Men mist bij deze epileptische toestanden het „idéé obsedante" ;
het is eene „Dammer-"toestand, zooals de Duitschers dien noe-
men, en door dit woord wordt reeds voldoende aangetoond, dat
er stoornissen van de geheele geestelijke persoonlijkheid bestaan,
die zich openbaren als sufheid, als traagheid, als gebrek aan
associatieve werkzaamheid.
—«*>n
è
• t*
.
-ocr page 441-
Uitgaven van SCHELTEMA & HOLKEMA\'S BOEKHANDEL, Amsterdam
-
ARNTZENIUS, Br. A. K. W., De Pneumatische Therapie, f 1.25.
COSTEB, Dr. D. J., Inleiding tot de kennis van de Plantaardige en Dierlijke
Grondstoffen, vermeld in de derde uitgave v.in de Nederlandsche Pharmocopoea,
f 1.50, met wit papier doorschoten ƒ 1.80.
Jl
COSTEB, Dr. D. J., De Bouw van de Plar*<iardige en Die rijke Grondstoffen,
vermeld in de derde uitgave van de Nederlau\'lsche Pharmaeopoea, f 2.90, met
wit papier doorschoten ƒ 3.50.
COSTEB, Dr. D. J., Giften en \'foeüeüingsvormen der in de Pharmaeopoea Neder-
landica Ed. lila vermelde en van enkele andere oudere en nieuwere Geneesmiddelen.
Tweede druk, geheel herzien door Dr. H Zeehuizen, ƒ1.—.
Met Medicamontorum Formnlat» in een geheel lederen bandje gebonden, ƒ 1.75.
DIEEEN, E. VAN, Berri-Berri, Eene Rijstvergiftiging. Critisch-Historische bijdrage
tot de kennis der Meelvergiften, ƒ1.90.
DIEBEN, E. VAN, Kantteekeningen op Dr. Vonderman\'s Berri-Berri, Rapport en
nog iets, ƒ1.90.
EVERSBUSCH, Dr. 0., De Verzorging van het Oog in huis en huisgezin. In het
Nederlandsch bewerkt door Dr. C. H. A. Westhoff, ƒ0.50.
Medicamontorum Fornmlae in usum medicorum. Editio Septima, ƒ 0.30. Met wit
papier doorschoten en met Coster, Giften in een geheel lederen bandje gebonden, ƒ1.76.
Medisch Weekblad voor Noord- en Zuid-Nederland, gewijd aan de Practische
Genees-, Heel- en Verloskunde, onder Redactie van Dr. D. de Bdck, Dr. A. Clatjs,
Dr. A. N. Nolst Trenité, Dr. C. N. van de Poll, Dr. W. Renssen,
Dr. A. Sikkel Azn., Dr. J. van der Spek, Dr. A. Voute, J. A. Vkijheid,
Dr. C. H. A. Westhoff. Prijs per jaargang voor Noord- en Zuid-Nederland,
fr. p. p. ƒ7.50 (fr. 15.75), voor de Koloniën ƒ9.—.
STBATZ, Dr. C. H., De Vrouwen op Java, Eene gynaecologische Studie. Met 41
afbeeldingen, ƒ2.50.
                                                                                                  _,,
Temporatuurlijsten voor Geneeskundigen, vervaardigd volgens aanwijzing van een
praktiseerend Doctor. \',< stuks in couvert ƒ 0.45, 20 stuks in couvert ƒ 0.90.
TREUR Prof. Dr. BECTOX Universitfit und Vaterland, Eine Wehrschrift, ƒ0.60.
WIJSMAN, J. W. E., Voorlezinc, m over Psychiatrie voor Studenten, Artsen en
Juristen. Met een inleiding van J. van Deventer Szn. 7 afbeeldingen in den
tekst, ƒ3.25.
7
•/
. i -