-ocr page 1-
KORTE BESCHRIJVING
• •
*
GROOTE VASTE
*
SPOORWEGBRUGGEN
IN NEDERLAND
Jhr. P. H. Av MARTINI BUYS es A. W. Th,
N
KOCK
•
Ingenieurs bij don aanleg van Staataapoor wegen
MET EEN VOORWOORD VAN
V\' ^
f\'1 N. Th. MICIIAËLIÖ
•
Directeur voor de Spoorwegen
•
•-
-
Met een atlas van 18 platen
•
•
•
•
.
-
•
ROTTERDAM
-
\\ A. EELTJES
1885
L
1
•
•
-ocr page 2-
yflV* lO<f£0
AA. oct.
«««Stf^j
n
GESCHENK
VAN DEK HEER
>v
-ocr page 3-
Spoorwegbruggen in Nederland
-ocr page 4-
-ocr page 5-
,
•
-ocr page 6-
W/a
SPOORWEGEN
IN
NEDERLAND.
CHEMINS DE FER
DANS LES
PAYS-BAS.
1 1350000
r/////               mm ^
m \'mm, \\ W
_____Spoorwegen (\'hemtnx d* fèr
____Spoorwegen ui aanbouw (\'hetmttadelèret/wu/vdeconattHu-Ucn
Deciifers I-XFUI geven de püiatsen unitwHtu* de brnggen zijn
«eboiiwd.eii komen tivei\'caii mei de volgnummers der |fl.iten .
/<w chifïivK I.Xmi imitattent ieaiwittf* de MMN dÜHipotttÊ. ei
tktw VUMWUttWt ert mè\'/te leiitpa tut.v niuiie\'tHM de*plnnehes.
tf tf, fteszeréorg o>/
Steent/r* 5et>r JJft v. ls»^huyssn
-ocr page 7-
KORTE BESCHRIJVING
DER
GROOTE VASTE
SPOORWEGBRUGGEN
IN NEDERLAND
DOOR
Jhr. P. H. A. MARTINI BUYS en A. W. Th. KOCK
Ingenieurs bij den aanleg van Ktaatespoorwegen
MET EEN VOORWOORD VAN
N. Th. MICHAËLIS
Directeur voor de Spoorwegen
Met een atlas van 18 pluten
• • <*.i 7\'.
ROTTERDAM
A. EELTJES
(C. VAN OHUEUEN)
1885
-ocr page 8-
V
RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT
A06000004798405B
0479 8405
-ocr page 9-
Behalve do uitvoerige bescli rij vingen van de bruggen
over den IJsel bij Westervoort, over de Maas te Maastricht
on over de Lek te Kuilenburg in het Tijdschrift van het
Koninklijk Instituut van Ingenieurs, jaargangen 1856—1857,
1858—1859 en 1871—1872, zijn omtrent de spoorwegbruggen
over de Nedorlandsche hoofdrivieren slechts enkele verspreide
opgaven te vinden, zoowel in vreemde tijdschriften als hoofd-
zakeljjk in de „Notiee sur les travaux publics en Hollande"
van den Heer Croizette Desnoyers en in de „Waterbouw-
kunde" van de Heeren N. II. Henket e. a.
Het was daarom eene gelukkige gedachte van de Heeren
Martini Buys en Kock om van al die bruggen (met uit-
zondering evenwel van die over de Maas te Maastricht)
teekeningen en beschrijvingen te vervaardigen.
Die teekeningen met beschrijving waren bestemd voor
de algemeene tentoonstelling te Antwerpen, om een over-
zicht te geven over de algemeene inrichting der bruggen,
waarvoor zij uitnemend geschikt zijn, daar het gebruik maken
van dezelfde schaal voor geljjksoortige figuren op alle teeke-
ningen, ook aan hem die geen technicus is, met een oog-
-ocr page 10-
VI
opslag con denkbeeld kan geven van de betrekkelijke grootte
dier werken en al verlangt nu ongetwijfeld de ingenieur, die
eenig uitgevoerd werk wil bestudeeren, eene brecdere omschrij-
ving en vooral meer uitvoerige teekeningen, waardoor hij
zich rekenschap kan geven van de gevolgde wijze van
samenstelling, toch is ook voor hem het geleverde werk, dat
schijnbaar eenvoudig als het is, om de vele, niet altijd ge-
makkelijk te bereiken bronnen, die men heeft moeten raad-
plcgen, veel arbeid heeft gekost, niet zonder nut, vooral
niet wanneer het ten spoorslag kan strekken aan hen die
met de leiding en uitvoering van die werken belast waren,
om, wanneer de drukke bezigheden aan den togenwoordigen
werkkring van de meeste hunner verbonden, hun daartoe
den tijd laten, eene meer volledige, van uitvoerige teeke-
niugen vergezelde beschrijving te leveren.
MICHAËLIS.
Augustus 1885.
-ocr page 11-
INHOUD.
Bladz.
Inleiding...................1
Brug over den IJsel bij "Westervooi t in den Nederlaudschen Rlujn-
spoorweg van Arnhem naar de 1\'ruissische grens bjj Zevenaar. 6
Brug over den IJsel bij Zwolle in den Nederlaiidsclien Centraal-
Spoorweg van Utrecht over Amersfoort en Zwolle naar Kampen. 14
Brug over den IJsel te Zutt\'en in den Staatsspoorweg van
Arnhem naar Leeuwarden.............18.
Brug over de Maas te Vonloo in den Staatsspoorweg van Maas-
tricht naar Breda en van Nijmegen naar Venloo.....24
Brug over de Lek bij Kuilenburg in den Staatsspoorweg van
Utrecht naar Bokstel...............32
Brug over do Waal bij Bommel in den Staatsspoorweg van Utrecht
naar Bokstel..................39
Brug over de Maas bij Crevecoeur in den Staatsspoorweg van
Utrecht naar Bokstel...............46
Brug over het Hollandsch Diep bij Moerdijk in den Staatsspoorweg
van Rotterdam naar Breda.............53
Brug over de Oude Maas bij Dordrecht in den Staatsspoorweg
van Rotterdam naar Breda.....\'........61
Brug over do Maas te Gennep in den Spoorweg van Bokstel
naar Wesel..................68
Brug over de Maas te Ravestein in den Nederlandsclieu Zuid-
Oosterspoorweg van Tilburg naar Nijmegen.......73
-ocr page 12-
VIII                                                INHOUD.
Blad*
Brug over de Nieuwe Maas te Rotterdam in den Staatsspoorweg
van Rotterdam naar Breda.............78
Brug over de Koningshaven op Feyenoord in den Staatsspoorweg
van Rotterdam naar Breda.............84
Brug over den Rijn bij Arnhem in den Staatsspoorweg van Arnhem
naar Nijmegen.................91
Brug over de Waal bij Nijmegen in den Staatsspoorweg van
Arnhem naar Nijmegen..............98
Brug over de Maas bij Ileumcn in don Staatsspoorweg van Njjme-
gen naar Venloo................105
Brug over den Rijn bij Reenen in den Staatsspoorweg van Amers-
foort naar Nijmegen...............113
Brug over de Beneden Merwede bij Baanhoek in den Staatsspoor-
weg van Dordrecht naar KIst............121
Kosten der bruggen................130
Verbeteringen..................13:2
-ocr page 13-
Nederland, wegens zijn natuurlijke gesteldheid, een land
waar de aanleg van spoorwegen kostbaar is, zoowel ten
gevolge van de vele vaarten en rivieren, als door de groo-
tendeels moerassige polderlanden, bleef tot ongeveer de helft,
dezer eeuw nagenoeg geheel van spoorwegen verstoken.
Tot op dien tijd telde het toch slechts de volgende lijnen,
die door Maatschappijen waren aangelegd en werden geëxploi»
teerd:
le. de Hollandsche IJzeren Spoorweg van Amsterdam over
\'s Gravenhage naar Rotterdam, lang 84.400 K.M., in exploi-
tatie gebracht van 1839 tot 1847;
2e. de Nederlandsche Rijnspoorweg van Amsterdam over
Utrecht en Arnhem naar de Pruissische grenzen in de rich-
ting van Emmerik, lang 110.856 K.M., in exploitatie gebracht
van 1843 tot 1856;
3e. de Aken-Maastrichtsche Spoorweg van Maastricht tot
de Pruissische grenzen in de richting van Aken, lang 27.795
K.M., sedert het jaar 1853 in exploitatie;
4e. de spoorweg van Moerdijk over Rozendaal naar de
Belgische grenzen in de richting van Antwerpen, lang 30.736
K.M., met een zijtak van Breda naar Rozendaal , lang
24.044 KM., beide in 1855 in exploitatie gekomen.
De aanleg van meer spoorwegen en aansluitingen aan de
buitenlandsche stuitte echter steeds af op de groote onkosten,
ï
-ocr page 14-
2
die de overbrugging der rivieren mede brengt, zonder welke
geen behoorlijke verbindingswegen te verkrijgen waren.
Dit maakte dan ook dat noch de reeds bestaande, noch
nieuwe Maatschappijen, geneigd waren om den aanleg van
spoorwegen op zich te nemen, zonder belangrijke subsi-
diën van Staatswege, die de volksvertegenwoordiging echter
weigerde te verleenen. Terwijl men algemeen meer tot de
overtuiging kwam dat aanleg van spoorwegen niet langer
mocht worden uitgesteld, nam de Staat de taak zelf op
zich en kwam de wet. van 18 Augustus 1860, vervolgens
die van 21 Mei 1873 en later die van 10 November 1875
tot stand, waarbij bevolen werd de aanleg van Staatswege
der spoorwegen die sedert gebouwd en thans bijna geheel
voltooid zijn.
Middelerwijl zijn in aansluiting met de zooeven genoemden,
door Maatschappijen ook nog enkele spoorwegen aangelegd ,
waarin belangrijke rivierovergangen voorkomen, zooals de
Nederlandsche Centraal Spoorweg van Utrecht over Zwolle
naar Kampen, lang 100.629 K.M., van 1863 tot 1865 door
die Maatschappij in exploitatie gebracht; de Noord-Brabantscb
Duilsclie Spoorweg van Boxtel naar de Pruissische grenzen
in de richting van Wesel , op Nederlandsch grondgebied lang
52.548 K.M., sedert 1873 in exploitatie; benevens de Zuid-
Oosterspoorweg van Tilburg over \'s Hertogenbosch naar Nij-
megen, lang 65,233 K.M., sedert 1881 in gebruik.
Nu Nederland een spoorwegnet van ruim 2500 K.M. bezit,
waarin verscheidene groote rivieroverbruggingen voorkomen,
en het zich niet laat voorzien dat er in de eerste tijden
meerderen aangelegd zullen worden, komt het ons voor dat
die spoorwegbruggen wel verdienen meer bekend te worden
gemaakt.
Het is echter geenszins ons plan ze hier volledig te be-
schrijven en toe te lichten. Wij hebben ons slechts voor-
gesteld min of meer uitgewerkte schetsen , opgehelderd door
-ocr page 15-
3
een beknopte omschrijving, van de achttien groote Neder-
landsche spoorwegbruggen te geven, onder verwijzing naar
de werken uitgegeven door het Koninklijk Instituut van In-
genieurs, waarin zeer volledige beschrijvingen, ofschoon van
slechts enkele der hier bedoelde bruggen, door voorname
Nederlandsche Ingenieurs geleverd zijn, en naar het werk
van Ph. Croizette Desnoyers, Ingénieur en chef des Ponts
et Ghaussées, getiteld: wNotice sur les travaux publics en
Hollande", Paris, Dunod, 1874, waarin, ofschoon ook van
slechts sommige der hier voorkomende bruggen , uitvoerige
opgaven te vinden zijn.
De korte omschrijving heeft, voor zooveel de bovenbouw
betreft, alleen belrekking op de niet beweegbare gedeelten.
De inrichting der draaibruggen, die bij sommige der over-
bruggingen voorkomen, is voor schelsmatige behandeling min-
der geschikt. In de opgegeven kosten zijn echter ook die
van de beweegbare gedeelten begrepen, ten minste voor
zooveel zij een direct onderdeel van de beschouwde bruggen
uitmaken.
De hierbij gevoegde platen zijn , even als de toelichtingen, in
chronologische rangorde geplaatst, zoodat het geheel tevens
een historisch overzicht geeft. De gegevens zijn bijeenver-
zameld hoofdzakelijk naar de bestekken volgens welke de
werken zijn uitgevoerd en voorts ontleend aan opgaven ons
met de meeste bereidwilligheid door verschillende Ingenieurs
verstrekt, waarvoor wij hun hier gaarne en ten zeerste
onzen dank betuigen.
Terwijl zooveel mogelijk gedetailleerde opgaven en cijfers
zijn medegedeeld, is het ons echter niet mogen gelukken,
die van alle bruggen te kunnen verkrijgen. Van daar dat
wij ons hebben moeten vergenoegen mot van enkelen slechts
meer algemeene opgaven en cijfers te geven.
Wat de teekeningen betreft, wijzen wij er op dat de meeste
bruggen gedeeltelijk in opstand en gedeeltelijk in lengledoor-
-ocr page 16-
4
snede voorgesteld zijn, hetgeen wenschelijk voorkwam, ten
einde den aard van het bouwwerk zoo duidelijk mogelijk te
maken.
Waar bij eenige dwarsdoorsneden, op de teekeningen voor-
komende, niet uitdrukkelijk is vermeld het vlak waarover zij
genomen zijn, daar heeft de doorsnijding steeds in het mid-
den van de overspanning plaats gehad.
Voor de lengte der bruggen, waarna de kostende prijs per
strekkenden meter is berekend, heeft men steeds aangenomen,
de afstand tusschen de beide uiteinden van den bovenbouw.
Alle hoogte- en diepte-maten zijn op de teekeningen aan-
geduid door -|- (boven) A.P. en -f- (beneden) A.P.
Met een enkel woord moge hier nog tot verduidelijking
vermeld worden , dat bij alle bruggen door den Staat gebouwd,
den regel streng volgehouden is om de brugbalken nooit op
meer dan twee steunpunten te leggen. Dit heeft zijn ont-
staan te danken aan de vrees voor de mogelijkheid van
verzettingen der pijler-fundamenten , die nu, al mochten ze
onverhoeds ontstaan, den bovenbouw nog niet direct in gevaar
zullen brengen, hetgeen al zeer spoedig het geval kon wezen,
indien de brugbalken in meer dan twee punten waren onder-
steund.
Ook bij de, in lateren tijd, niet door den Staat gebouwde
bruggen is deze regel gehuldigd. Slechts de eerstgebouw-
den, in spoorwegen door Maatschappijen aangelegd, maken
hierop een uitzondering, namelijk die over den IJsel bij
Westervoort, in den Nederlandschen Rhijnspoorweg, welke
brugbalken heeft op drie steunpunten gelegen, en de brug
over dezelfde rivier bij Zwolle, in den Nederlandschen Cen-
traal Spoorweg, waar de brugbalken rusten op drie, vier
en zelfs op vijf pijlers.
De dwarsdragers zijn bij de bruggen, gelegen in de spoor-
wegen door den Staat gebouwd, over het algemeen aan de
-ocr page 17-
5
brugliggers vastgeklonken. Bij sommige bruggen, heeft men
deze verbindingen beschouwd als werkelijke verbindingen in
den theoretischen zin, bij anderen daarentegen zijn zij alléén
als ondersteuningen opgevat. Afhankelijk van deze beschouwing
zijn dan ook de afmetingen der dwarsdragers bepaald. Maar
bij twee der laatstgebouwde bruggen , te weten bij die over
de Maas te Heumen en die over den Rijn te Reenen, zijn
de dwarsliggers, overeenkomstig de opvatting van vrije onder-
steuning, in werkelijkheid dragende gelegd op de onderran»
den van de brugbalken, en wel door middel van horizontale
ondersteuningsassen.
-ocr page 18-
Brug over den Usel bij Westervoort in den Nederlandschen
Rhmnspoorweg van Arnhem naar dë Pruissische grens
bij Zevenaar.
Plaat I.
Het aanleggen en exploiteeren van spoorwegen in Nederland
is door de Nederlandsche R h ij n s p o o r w e g m a a t -
schappij eerst ongeveer vier jaren later dan door de
Hollandsche IJ z e r e n S p o o r w e g m a a t s c h n p p ij aan-
gevangen; van daar dat haar, in dit opzicht, een tweede plaats
toekomt. De Nederlandsen e Rh ij n spoor wegmaat-
schappij begon den aanleg harer lijnen met die van Amster-
dam tot Utrecht, welke den 28en December 1843 geopend
werd. Zij verlengde dezen weg weldra tot Arnhem, welke
verlenging den 16cu Mei 1845 gereed was.
Het duurde niet zeer lang of men begon in te zien dat
een verdere verlenging en aansluiting aan het Pruissiscbe
spoorwegnet wenschelijk was, hetgeen er toe leidde, dat na
langdurige onderhandelingen, de lijn van Arnhem naar do
Pruissische grenzen en over Emmerik werd ontworpen, zich
te Oberhausen aansluitende aan den spoorweg van Keulen
naar Minden. De vaststelling van dezen weg sloot in zich
een overbrugging van do rivier de Usel bij Westervoort.
Do spoorweg van Arnhem naar do Pruissische grenzen
word den 15eu Februari 185G geopend.
Het volgende geeft een kort overzicht van de overbrugging
van den Usel.
-ocr page 19-
/
Als eerste spoorwegbrug in Nederland is zij merkwaardig.
De brug heeft zes openingen waarvan vier elk wijd 50 M.,
en twee voor de scheepvaart, in het midden der rivier, ieder
wijd 15.24 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het linker landhoofd tot de lengteas
van pijler I.............52.285 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II . 54.57 •
• . . . . II • . . . UI . 21.795 ,
» » M ff * 111 n ff H ii IV . 21.795 »
n « * * * IV i ff i* * V . o4.o7 ff
»» i. » » V » den voorkant van
het rechter landhoofd.........52.285 »
Lengte tusschen de landhoofden . . . 257.30 M.
De afstand van de voorkanten der landhoof-
den tot de uiteinden van de hoofdliggers be-
draagt..............4.28 »
Totale lengte der brug . . . 261.58 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De middenpijler waarop de draaibrug rust, bestaat uit een
hollen ijzeren cilinder, die met beton en metselwerk gevuld
is; de overige pijlers zijn elk uit twee dergelijke, doch kleinere
cilinders samengesteld, welke door een boogvormig tusschen-
vak aaneengekoppeld zijn. De onderste gedeelten van de
cilinders zijn over 3 M. hoogte van plaatijzer, doch overigens
van gegoten ijzer gemaakt.
De ijzeren cilinders voor de pijlers zijn met beton en
metselwerk gevuld, terwijl de landhoofden geheel uit met-
selwerk bestaan en op betonbeddingen rusten.
De hoeken der landhoofden zijn bekleed met Schotschen
-ocr page 20-
8
zandsteen van Cromarthy, afgedekt met een laag van zoo-
genaamd petit granit van de Ourthe bij Luik.
Voor de koningsspil der draaibrug is in den middenpijler
een hardsteenen blok ingemetseld.
Tot verdediging van de brug tegen ijsgang, zijn in de rivier
en op de wederzijdsche oevers , twaalf ijsbrekers van eiken-
bout gesteld.
Verder zijn in de rivier, nabij den middenpijler, ten be-
hoeve van de draaibrug twee houten steunpijlers gebouwd,
waarvan die, welke stroomopwaarts is geplaatst, een verlen-
ging van den aldaar aanwezigen, reeds genoemden, ijsbreker
is, terwijl de benedenste door zijn vooruitspringenden en
driehoekigen vorm, tegelijk als ijsgeleider dient.
Eindelijk zijn nog ter beveiliging van de pijlers II en IV
in de rivier twee paalwerken beneden de brug gemaakt.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
sloffen verwerkt:
Metselwebk in
o s
<
a
IJzi.it.
OMSCHKIJVING.
Beton.
• "
——~~
Lood.
GEBAKKEN
STEEN.
HABD-
STEEN.
« n
GEGOTEN.
GE-
SMEED.
M3
M3
M3
M3
KG.
KG.
KG.
196,469
434,279
56,507
0,251
13775
672
100
Pijler I (oeverpijler)....
229,174
294,430
—
—
89176
10514
—
„ II (rivierpjjler ....
359,160
305,531
—
—
104776
10594
—
„ III (midden-of draaipijler)
565,867
174,532
1,237
—
73348
9207
—
„ IV (rivierpijler) . . .
359,160
305,531
—
—
104776
10594
—
„ V (oeverpijler). . . .
229,174
294,430
—
—
89176
10514
—
Rechter landlioofd ....
261,958
466,877
2275,610
56,507
0,251
0,502
13775
488802
672
100
Totaal . . .
2200,962
114,251
52767
200
-ocr page 21-
9
Samenstelling van den bovenlouw.
De bovenbouw is ingericht voor dubbel spoor.
Op de beide landhoofden en de pijlers I, II, IV en V
zijn ijzeren liggers geplaatst die ieder twee openingen over-
spannen, waardoor de geheele brug kan beschouwd worden
uit drie afzonderlijke bruggen te bestaan, namelijk twee
vaste bruggen en één beweegbare in het midden.
Van de genoemde liggers, grootendeels van plaatijzer ver-
vaardigd, liggen er drie in de breedte van de brug, namelijk
één tusschen de beide sporen en de twee anderen buiten
ieder spoor, ook de draaibrug bestaat in hoofdzaak uit drie
zoodanige liggers ofschoon van mindere hoogte.
De afstand der sporen, midden op midden, is. . 4.60 M.
• » van de lengteassen van elk der buiten-
liggers tot die van den middenligger .... 4.60 »
De buitenliggers zijn elk lang 108.25 M., de middelste ge-
deelten, ter lengte van 54.60 M., hebben eene hoogte van
3.35 M., terwijl de overige gedeelten naar de einden tot
op 0.60 M. in hoogte verminderen en aan de bovenzijden een
afgeronden vorm hebben.
De middenliggers zijn elk lang 109.45 M., de middelste
gedeelten lang 54.60 M., zijn hoog 4.27 M., terwijl zij verder
evenals de buitenliggers naar de einden zijn afgerond.
De spoorbanen liggen over de geheele lengte der brug
waterpas met de bovenvlakken op 16.67 M. A.P., terwijl de
onderkant der ijzeren vloerbalken op 16.22 M. -f- A.P. ligt.
De hoofdliggers zijn van getrokken en gegoten ijzer met
volle wanden, welke laatsten zijn samengesteld uit verticale
platen, voor het grootste gedeelte twee hoog geplaatst en
aaneengeklonken. De verbinding der platen onderling heeft
in verticalen zin plaats door T-ijzer en in horizontalen zin
door plaatijzeren strooken, terwijl om de zes staande naden,
hoekijzers en plaatijzeren verticaalverstijvingen zijn aange-
-ocr page 22-
10
bracht, die hoofdzakelijk dienen om de randen in recht-
hoekigen stand op de wanden te houden. Elke buitenligger
bestaat uit één zoodanigen wand, terwijl de middenliggers
ieder twee wanden hebben , op 0.58 M. van elkander ver-
wijderd en door middel van kleine vierkante ijzeren platen
aan de verticaal verstij vingen verbonden.
De breedte der onder- en bovenranden bedraagt:
voor de buitenliggers .... 0.91 M.
» » middenliggers .... 1.10 »
De wanden hebben, ter plaatse van de pijlers, een grootere
dikte dan boven de brugopeningen, omdat zij, voornamelijk
midden boven de oeverpijlers, aan grootere krachten onder-
worpen zijn.
De bovenranden zijn daarom in het midden over eene
lengte van 19 M. door gewalst ijzeren platen verzwaard;
bovendien zijn zij in het midden over een lengte van onge-
veer 28 M. versterkt door horizontale plaatijzeren randen
die door hoekijzers aan en op de gegoten ijzeren randen
verbonden zijn.
De benedenranden, waarop steeds grootendeels een trek-
kende kracht werkzaam is, hebben de minste dikte bij de
oeverpijlers, die voor de buitenliggers slechts 20 m.M. en voor
de middenliggers 26 m.M. bedraagt, omdat aldaar de kracht
van uitrekking ophoudt te bestaan, doch daar verderop naar
het midden der openingen deze kracht grooter wordt, zoo
worden daar de benedenranden ook dikker, tot op ongeveer
15 M. afstand van de pijlers, alwaar zij een dikte van 60 m.M.
verkrijgen, welke verder tot aan de einden behouden is.
De liggers zijn van boven onderling verbonden door boog-
vormige stukken, uit plaat- en hoekijzer samengesteld, waar-
van er zich vijf op elke vaste brug bevinden, als: drie boven
iedere brugopening en één boven de oeverpijlers. Deze
stukken zijn eenigzins boogvormig gemaakt, ten einde aan
de vereischte vrije ruimte niet te schaden.
-ocr page 23-
11
De liggers rusten aan de einden op ijzeren roltoestellen, om
hunne beweging bij het uitzetten en inkrimpen toe te laten
en zijn in het midden bevestigd op ijzeren dwarsliggers,
waarvan er in eiken oeverpijler één is aangebracht.
De vloer der vaste bruggen, die tevens een hechte ver-
binding aan den onderkant vormt, bestaat uit getrokken
ijzeren liggers van 0.30 M. hoogte, zij zijn door middel van
30 m.M. schroefbouten tegen do onderranden der hoofdliggers
bevestigd en gaan over de volle breedte van de brug door.
De onderlinge afstand der ijzeren dwarsdragers, midden op
midden, bedraagt 75 c.M.
Bovendien zijn de dwarsdragers, langs de beide kanten van
de benedenranden der hoofdliggers, opgehangen aan de wan-
den dier liggers door middel van gesmeed ijzeren stroppen,
die aan de dwarsdragers en aan de zooeven genoemde wan-
den zijn vastgeschroefd. De schroefbouten van ieder paar
stroppen gaan door gegoten ijzeren vul- en draagstukken,
tea einde het draagvlak der dwarsdragers te vergrooten.
Door deze wijze van ophangen is de vrije dracht der d\\vars-
dragers aanmerkelijk verminderd.
Loodrecht op de dwarsdragers zijn onder de rails door-
gaande plaatijzeren langsdragers vastgeklonken, zoodanig inge-
richt, dat zij tevens als veiligheidsbalk dienst doen, waar-
door liet voordeel is verkregen dat de balken hooger zijn
* en dus de brugvloer grooter stijfheid heeft. De geheele
vloer is tusschen de sporen met plaatijzer gedekt, waar-
onder, tusschen de dwarsdragers, windkruisen van T-ijzer zijn
aangebracht.
In de sporen bevinden zich, bij de aansluitingen aan de
landhoofden, gesmeed ijzeren compensatie-inrichtingen.
-ocr page 24-
12
Aan den bovenbouw zijn de navolgende materialen ver-
werkt :
IJZEB.
Bezaagd hout.
OMSCHRIJVING.
Staal.
Metaal.
Lood.
OETBOK-
KEN.
GEGOTEN.
EIKEN.
DENNEN.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M3.
M3.
Twee vaste bruggen, elk over-
spannende twee openingen
1242810
32088G
—
—
—
27,300
18,500
Draaibrug lang 41 M. met twee
openingen, elk van 15,24 M.
231569
52367
80
550
25
7,750
35,050
—
Totaal . . .
1474379
373253
80
550
25
18,500
De hierboven in hoofdtrekken gegeven beschrijving van
de brug geldt voor die van dit oogenblik. Oorspronkelijk
was de bovenbouw anders ingericht. Het bleek namelijk
eenige jaren geleden, dat hij niet meer in ieder opzicht vol-
doende was voor het tegenwoordig verkeer. De bovenranden
van de hoofdlangsliggers zijn in het jaar 1881 verzwaard
met gewalst ijzeren platen en hoekijzers in horizontalen zin
daarop aangebracht, terwijl de onderranden versterkt zijn
door gewalst ijzeren platen, ter weerszijden van de balken
aan de verticale wanden en de benedenranden geklonken.
De eikenhouten dwarsdragers, die met geringe tusschenruim-
ten aan de onderranden gehangen waren en zoo het brug-
dek vormden, werden reeds tusschen de jaren 1865 en 1870
vervangen door getrokken ijzeren dwarsdragers, terwijl ook in
plaats van de houten strekbalken, die de spoorstaven droegen en
de houten veiligheidsbalken, naast de rails gelegen, ijzeren
langsliggers met verhoogingen waren aangebracht, die als
veiligheidsstaven op de dwarsdragers zijn geklonken.
De kosten van de overbrugging zijn niet met juistheid
-ocr page 25-
13
op te geven, omdat de bouw begrepen is geweest in een over-
eenkomst, die den aanleg van meer andere werken omvatte.
Het bouwen der Iandhoofden, pijlers en ijsbrekers werd
in September 1853 aangevangen en was in 1854 nagenoeg
afgeloopen. In de laatste helft van 1854 werd met het
stellen van den bovenbouw begonnen en den 24en Juli 1855
was de brug zoover gereed, dat zij aan eene proefbelasting
kon onderworpen worden. Daarna hadden nog twee beproe-
vingen plaats op 9 October 1855 en op 8 Januari 1856.
Het ontwerp der brug is opgemaakt door den Engel-
schen ingenieur Edwin Clark.
De aannemer van dit werk was de Heer Thomas Brassey
te Londen, die het maken van de ijzerwerken der brug-
pijlers en van den bovenbouw heeft opgedragen aan de
fabrikanten Joseph Bulier & Gie. te Stanningly bij Leeds in
Engeland.
Bij den bouw der brug zijn van wege den aannemer Th.
Brassey, zijne ingenieurs S. Ballard en S. Willcox werkzaam
geweest.
Van wege de Bhijnspoorwegmaatschappij had de uitvoering
plaats onder leiding van den Ingenieur-directeur W. C. P.
Baron van Reede van Oudtshoorn, terwijl onder hem met
het dagelijksch toezicht over de werken belast was wijlen
de hoofdopzichter G. B. van der Tak, later Directeur der
gemeentewerken te Rotterdam.
-ocr page 26-
Brug over den Usel bij Zwolle in den Nederlandschen
Centraal-Spoorweg van Utrecht over Amersfoort en
Zwolle naar Kampen.
Plaat IL
De Nedorlandsche Cent r aal-Spoor weg ma at-
schap p ij bouwde in de eerste plaats den spoorweg Utrecht—
Hattem, die 20 Augustus 1863 in exploitatie kwam, daarna
het gedeelte Hattem—Zwolle, waarop de dienst 6 Juni 1864
werd geopend en eindelijk den spoorweg van Zwolle naar
Kampen, den 10c" Mei 1865 in gebruik genomen.
De door haar gebouwde spoorwegen worden door de Maat-
schappij zelf geëxploiteerd.
In het gedeelte spoorweg van Hattem naar Zwolle is de
overgang van de rivier de Usel gelegen.
Deze brug heeft elf openingen, waarvan:
drie op den linkeroever, ieder wijd.....37.50 M.
één draaibrug met twee openingen, ieder wijd . 16.— »
twee openingen ieder wijd........70.— »
vier           *          op den rechteroever, ieder wijd . 37.50 •
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het linkerlandhoofd tot de lengteas
van pijler I............38.85 M
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 40.20 »
Il . .
fl
»
III 41.10 .
III . .
J>
»
IV 20.50 •
IV . .
*
n
V 20.50 .
V • .
ngen
n
VI 74.50 >
Overbrei
. . 235.65 M.
-ocr page 27-
15
Overgebracht . . .  235.65   M.
van de lengteas van pijler VI tot die van pijler VII    74.50    »
, . . . > VII . . . » VIII    41.10   .
. . > . . VIII > . . . IX    40.20   .
» » » » » IX » „ » » X    40.20   *
• • » i * X » den voorkant van
het rechterlandhoofd.........    38.85    »
Lengte tusschen de landhoofdcn .... 470.50 M.
De afstand van de voorkanten der landhoofden
tot de daarachter gelegen einden dor hoofdlig-
gers bedraagt 2 X 1.575 M.......3.15 .
Totale lengte der brug.....473.65 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De landhoofden en pijlers zijn gefundeerd op beton, be-
sloten binnen omkistingen van dampalen.
Voor de stroompijlers III tot VII is de dikte der dampa-
len 0.25 M., voor de overige pijlers en landhoofden 0.15 M.
De uiteinden van de stroompijlers zijn tot ijsbrekers in-
gericht.
De pijlers en landhoofden zijn opgetrokken van metselwerk
in gebakken steen, alleen de stroompijlers hebben een hard-
steenen bekleeding.
Alle pijlers, even als de landhoofden, zijn met gehouwen
steen gedekt.
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor, zijn as ligt
op een afstand van 2.60 M. bezuiden die der brug.
Hij bestaat uit vier doelen en wel uit drie vaste brug-
gen en één beweegbare over de openingen tusschen de
pijlers III, IV en V.
-ocr page 28-
16
De eerste overspant de drie openingen op den linker-
oever, ieder wijd 37.50 M., tot een gezamenlijke lengte
van...............122.85 M.
de tweede vormt de draaibrug, lang . . . 37.71 »
de derde maakt de twee groote rivieroverspan-
ningen uit en is lang........151.694 »
de vierde overspant de vier openingen op den
rechteroever, ieder wijd 37.50 M., tot eene
gezamenlijke lengte van.......161.396 •
Totale lengte van den bovenbouw . 473.65 M.
De lengte der hoofdliggers van de brug, overspannende
twee openingen elk van 70 M., gemeten tusschen de assen
der eindverticalen, bedraagt........149 M.
de afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers is 5 »
De spoorbaan ligt over de geheele lengte der brug water-
pas, met den bovenkant op 7.04 M. -j- A. P.
De onder- en bovenranden van de hoofdliggers zijn recht
en evenwijdig, hun breedte bedraagt 0.65 M. De liggers,
gemeten tusschen de horizontale platen der onder- en boven-
randen, zijn hoog 6.242 M.
De beide openingen van 70 M. worden overspannen door
twee liggers van getrokken ijzer, waarvan de randen door
verticalen en gekruiste diagonalen aan elkander verbon-
den zijn. De onderlinge afstand der verticalen bedraagt
1.774 M.
De draagwanden zijn aan den onderkant gekoppeld door
plaatijzeren dwarsdragers hoog 0.45 M., en aan de bovenzijde
door getrokken ijzeren liggers van 0.20 M. hoogte.
Op de dwarsdragers zijn houten strekbalken gelegd, waarop
de spoorstaven benevens het houten brugdek bevestigd zijn.
De beneden- en bovenzijde der hoofdliggers zijn van plaat-
ijzeren windkruisen voorzien. De bovenwindkruisen, opgehan-
gen aan de dwarskoppelingen, rusten op hoekijzers in de
lengteas van den bovenbouw aan die koppelingen verbonden.
-ocr page 29-
17
De dwarsdragers zijn aan de bovenzijde voorzien van
driehoekvormige schoren die de verbindingen aan de verticalen
verstijven. Dergelijke versterkingen zijn aan de bovenzijde der
liggers verkregen, door schoren van hoekijzers tusschen de
verticalen en de koppelingen aan te brengen.
De overspanning die over de beide groote openingen door-
gaat , is op den middelsten pijler bevestigd en rust aan de
beide uiteinden op rollen, zoodat zij vrij kan uitzetten en
inkrimpen.
Voor het gedeelte van de brug op den rechteroever, met
vier openingen, elk van 37.50 M., is de lengte der hoofd-
liggers , gemeten tusschen de assen der eindverticalen,
160.85 M.; voor het gedeelte op den linkeroever, met drie
openingen, elk van 37.50 M., is de lengte der hoofdliggers,
op dezelfde wijze gemeten, 120.65 M. De afstand tusschen de
assen der hoofdliggers bedraagt hier 4.70 M.
De onderkant dezer overspanningen ligt op 6.26 M.
A. P.
De samenstelling van den bovenbouw voor de openingen
van 37.50 M., komt in hoofdzaak overeen met die van de
rivieroverspanningen, evenwel met dit verschil dat de hoofd-
liggers, wegens hun mindere hoogte, aan de bovenzijde niet
gekoppeld zijn. Om in dit gemis te voorzien, zijn aan de
ijzeren dwarsdragers en verticalen, driehoekvormige scho-
ren, uit plaat- en hoekijzer samengesteld, vastgeklonken.
De hoogte van de liggers is 3.542 M., gemeten tusschen de
horizontale randplaten, die 0.40 M. breed zijn. De onder-
linge afstand der verticalen bedraagt 1.748 M.
De doorgaande liggers van elke oeveroverspanning zijn,
aan de zijde naar de draaibrug gekeerd, op den aldaar aan-
wezigen pijler bevestigd, terwijl zij op de andere pijlers en
het landhoofd op rollen rusten en dus vrij kunnen uit-
zetten en inkrimpen.
Met den onderbouw werd aangevangen in Juni 1862;
i
-ocr page 30-
18
de brug was in de eerste helft van het jaar 1864 voltooid,
terwijl de dienst geopend werd in Juni van dat jaar.
Het ontwerp van den bovenbouw is opgemaakt door den
Ingenieur Moreaux; de uitvoering werd opgedragen aan de
Heeren Parent, Schaken, Caillet & Go. en J. F. Cail & Go.
te Parijs.
De bouw had plaats onder toezicht van den Hoofd-Inge-
nieur van den Waterstaat N. J. van der Lee en den opzichter
Verhaar, beiden te Zwolle.
Brug over den IJsel te Zutfen in den Staatsspoorweg
van Arnhem naar Leeuwarden.
Plaat III.
De brug over den IJsel heeft tien openingen, waarvan:
één wijd..............98.— M.
zes ieder wijd............30.— »
twee »        i............16.82 »
en een opening wijd..........15.70 »
allen gemeten op 11 M. A.P.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het linkerlandhoofd tot de lengteas
van den landpijler I.........18.20 M.
van de lengteas van den landpijler I tot die van
den landpijler VII, 6 x 32.76 M.....196.56 .
van de lengteas van den landpijler VII tot die van
den rivierpijler VIII.........20.50 •
Overbrengen . . . 235.26 M.
-ocr page 31-
19
Overgebracht         . 235.26 M.
van de lengteas van den rivierpijler VIII tot die
van den rivierpijler IX........20.30 »
van de lengteas van den rivierpijler IX tot den voor-
kant van het rechterlandhoofd , gemeten in eene
richting evenwijdig aan en 4 M. beneden de as
der brug.............100.30 .
Lengte tusschen de landhoofden .... 355.86 M.
De afstand van den voorkant van het Iinkerland-
hoofd tot het achtereinde van de hoofdliggers
bedraagt.............1.60 »
en die bij het rechterlandhoofd......3.20 •
Totale lengte van de brug.....360.66 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor twee bruggen , waarvan
de eene voor spoorweg", de andere voor gewoon verkeer.
De landhoofden en pijlers zijn gefundeerd op beton, bin-
nen omkistingen van dampalen.
De landhoofden zijn opgetrokken van metselwerk in ge-
bakken steen, de afgeronde hoeken met hardsteen bekleed, en
de lijsten, de bovendeklagen , de grondmuurtjes en de parapets
mede van dezelfde steensoort.
De landpijlers zijn opgetrokken van metselwerk in ge-
bakken steen, terwijl de spitsboogvormige uiteinden, van
4.80 M. AP. tot den onderkant der deklaag, met hardsteen
bekleed zijn.
Ook de slroompijlers bestaan uit metselwerk in gebakken
steen, bekleed met hardsteen , waarvan eveneens de lijsten en
dekstukken der pijlers zijn gemaakt.
Aan de landhoofden en pijlers werden de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
-ocr page 32-
20
OMSCHRIJVING.
Bkzaagd
GREENEN-
HOÜT.
Beton.
MetseL"
WERK.
Hard-
STEEN.
Gesmeed
ijzer.
Stoiit-
STEEN.
M?
M!
M?
KG.
Lust
Linker landhoofd .
48
230
693
130
2400
—
Zeven Iandpijlers . .
190
840
2506
910
15400
—
Twee stroom- of rivier-
588
2052
1420
960
9500
1600
Rechter landhoofd
44
246
827
140
2400
—
Totaal . . .
870
3368
5446
2140
29700
1600
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw Is ingericht voor dubbel spoor, zijn as ligt
4 M. benoorden die der brug.
De openingen worden overspannen door acht vaste bruggen,
en door een draaibrug, lang 38.80 M., over de pijlers VII,
VIII en IX heengaande.
De lengte der hoofdliggers bedraagt bij de over-
spanning van 98 M..........104.— M.
de afstand tusschen de lengteassen is ... . 5.45 »
de wijdte tusschen de leuningen......4.40 *
de spoorbaan ligt waterpas met den bovenkant
op.............11.85 M. A.P.-
de onderkant van den bovenbouw der vaste
bruggen ligt op.........11.— » »
De onder- en bovenranden van de hoofdliggers
der overspanning van 98 M. zijn recht en even-
wijdig en ieder breed......... 1.25 M.
de hoogte der hoofdliggers is aan de einden. . . 10.196 *
en in het midden . . . 10.316 »
Iedere overspanning bestaat uit twee getrokken ijzeren
-ocr page 33-
21
hoofdliggers, waarvan de onder- en bovenranden door dia-
gonalen en verticalen aan elkander verbonden zijn; elke
ligger is een balk met verticalen en getrokken diagonalen
van de derde orde.
De afstand tusschen de verticalen bedraagt 3.40 M.
De randen van de hoofdliggers bestaan uit horizontale
platen waaraan met hoekijzers twee verticale platen van dub-
bele dikte, hoog O.öOM., op onderlinge afstand van 0.834 M.
geklonken zijn; de dikte der enkele platen is 17 rn.M.
De diagonalen zijn dubbel, iedere helft bestaat uit twee
platen van 17 m.M. dikte; zij zijn tegen de opslaande platen
van de randen bevestigd. De verticalen, samengesteld uit plaat-
en hoekijzer, vertoonen in horizontale doorsnede den dubbelen
T-vorm.
De hoofdliggers zijn bij de verticalen aan de benedenzijden
onderling verbonden door getrokken ijzeren dwarsliggers, hoog
0.57 M., waarop het spoor en de vloer zijn gelegd ; aan de
bovenzijden door dwarskoppelingen, bestaande uit stempels
met kruisen en schoren van hoek- en plaatijzer.
Bij iedere verticaal zijn twee stempels, samengesteld uit
twee hoekijzers, met 2 M. tusschenruimte, boven elkander
geplaatst.
De boven- en de onderranden der beide hoofdliggers zijn
buitendien onderling verbonden door windkruisen van hoek-
ijzer.
De spoorstaven zijn bevestigd op bereid greenen dwars-
liggers, ruslende op ijzeren langsliggers, hoog 0.44 M., die
onder de spoorstaven en tusschen de ijzeren dwarsdra-
gers aangebracht en daaraan met hoekijzers vastgeklonken
zijn.
Voor de overspanningen van 30 M. bedraagt de lengte
der hoofdliggers...........32.40 M.
de afstand tusschen de lengteassen.....5.30 »
-ocr page 34-
22
de wijdte tusschcn de hellende schoorijzers, ge-
meten ter hoogte van 0.75 M. boven de spoorstaven,
overeenkomende met 12.G0 M.-|-AP., bedraagt 4.00 M.
de onder- en bovenranden der hoofdliggers zijn
recht en evenwijdig en breed.......0.40 *
de hoogte dier liggers is aan de einden . . . 3.27 •
en in het midden..........3.322 »
Iedere overspanning bestaat uit twee hoofdliggers, waarvan
de onder- en bovenlanden door diagonalen en verticalen aan
elkander verbonden zijn, zoodanig dat het geheel een stelsel
van stijlen en gekruiste schoren vormt. De afstand tusschen
de verticalen bedraagt 3.20 M.
De randen van de hoofdliggers zijn samengesteld uit hori-
zontale platen waaraan met hoekijzers één staande plaat van
dubbele dikte, hoog 0.42 M., geklonken is, de dikte der
enkele plaat is 13 m.M.
De diagonalen bestaan uit opeen geklonken platen en
liggen in het vlak der opstaande randplaten.
De verticalen zijn van hoekijzers gemaakt.
Bij de verticalen zijn, aan de benedenzijde der hoofdlig-
gers, ijzeren dvvarsdragers, hoog 0.621 M., bevestigd. De
verbindingen der verticalen en dwarsdragers, zijn verstijfd
door driehoekvormige schoorplaten.
De langsdragers, hoog 0.50 M., en de spoorbaan zijn op
gelijke wijze geplaatst als bij de overspanning van 98 M.
De uiteinden der hoofdliggers zijn bevestigd op stoelen,
rustende op stalen assen, liggende in onderstoelen, aan het
eene einde der hoofdliggers bevestigd op de draagsteenen , en
aan het andere einde, door middel van rollen, rustende op
glijdplaten in de draagsteenen ingelaten.
Aan beide einden van iedere overspanning zijn in de sporen
compensatie-inrichtingen van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden ver-
werkt ;
-ocr page 35-
23
IJzer.
Staal.
OMSCHRIJVING.
GE-
Metaal.
Hout.
TROKKEN ,
GESMEED
GEGOTEN.
GE-
TROKKEN.
PUDDEL.
EN OERIBT.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
Een overspanning van 98 M.
743568
24122
3055
—
35.410
Zes „ elk van 32.76 M.
363765
15072
—
—
—
76.490
Een , van 18.20 M.
26438
886
—
---
—
7.849
80136
14086
668
—
114
7.794
Compensatie-inrichtingen .
241
297
—
2146
—
0.979
Verf- en herstellingstoestel-
12262
1226410
852
55315
—
—
8
0.830
Totaal . . .
3723
2146
122
129.352
De onderbouw werd uitgevoerd volgens de bestekken Nos. 3
en 17, de bovenbouw volgens overeenkomst.
De werken omschreven in bestek N°. 3 (het bouwen van de
lanri- en stroompijlers en van het linkeiiandhoofd) werden den
16en Juli 1861 besteed, die volgens bestek N». 17 (het bouwen
van het rechterlandhoofd), den 17en December d. a. v.; de ge-
heele onderbouw werd in de tweede helft van 1863 afgewerkt.
De overeenkomst wegens het maken van den ijzeren
bovenbouw werd den 23en Juni 1863 door den Minister van
Binnenland-che Zaken goedgekeurd; de oplevering had plaats
1 December 1864, terwijl de beproeving geschiedde den
28cn Januari 1865.
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van ont-
eigening, rivierverbeteringen, grondboringen, spoorstaven
met klein ijzerwerk en buitengewoon toezicht, hebben de
uitgaven bedragen:
voor den onderbouw.........f 419001.—
„ bovenbouw..........338159.—
Te samen
f 757160.-
gevende per M. brug ƒ 2099.—
-ocr page 36-
24
De werken zijn ontworpen en uitgevoerd onder de leiding
van den toenmaligen Eerstaanwezend Ingenieur der Staats*
spoorwegen, thans Hoofd-Ingenieur van den Waterstaat
L. A. Reuvens, van den Ingenieur J. Kalff, thans Hoofd-
Ingenieur, Chef van de dienst van weg en werken bij
de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, en
van den Ingenieur A. K. P. T. R. van Hasselt, tegenwoordig Ad-
ministrateur der Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij.
Het maken van den onderbouw werd aangenomen door
den heer L. J. de Rorst Verdoorn te Ameide, terwijl de bo-
venbouw door den heer J. G. Harkort te Harkorten en de
Kölnische Machinenbau-Gesellschaft gemaakt werd.
Rrug over de Maas te Venloo in den Staatsspoorweg van
Maastricht naar Rreda en van Nijmegen naar Venloo.
Plaat IV.
De brug heeft vier openingen, ieder wijd 53.50 M., ge-
meten op 21 M. 4- A. P.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het rechterlandhoofd tot de lengteas
van pijler I...........55.675 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 57.85 *
n * » » » II * » - * III 57.85 »
- • * i o Til * den voorkant
van het linkerlandhoofd........55.675 »
Lengte tusschen de landhoofden . . . 227.05 M.
De afstand van de voorkanten der landhoofden
tot de uiteinden der hoofdliggers bedraagt
2 X 2.10 M............4.20 »
Totale lengte der brug . . . 231.25 M.
-ocr page 37-
25
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De landhoofden en pijlers zijn gefundeerd op beton, dat
bij de pijlers besloten is binnen schermen van dampalen.
De landhoofden zijn opgetrokken van metselwerk in ge-
bakken steen, de afgeronde gedeelten met hardsteen be-
kleed, de lijsten en deklagen mede van hetzelfde materiaal.
De pijlers , eveneens opgetrokken van metselwerk in ge-
bakken steen, zijn bekleed met hardsteen, waarvan ook de
lijstwerken en voorsprongen gemaakt werden.
Langs den voorkant der landhoofden en om de pijlers zijn
steenstortingen aangebracht.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
Gecreo
SOTEEKD
DENNEN-
HOUT
(palen
voor de
schermen.)
IJzer.
Bezaaod
EIKEN-
HOUT.
METSEL\'
WKltK.
STOBT-
STEEN.
H.VED-
STEEN.
OMSCHRIJVING.
Beton.
GE-
GOTEN.
oe-
SMEED.
KG.
KG.
3783
—
6619
2049
6619
2049
6619
2049
3783
—
27423
6147
M?
644
529
529
529
644
M?
356.274
521.868
521.868
521.868
356.274
M?
1755
786
786
786
1755
M?
so
581
581
581
80
1903
Rechterlandhoofd
Pijler I. . .
„ IL . .
„ III. . .
Linkerlandhoofd
Totaal .
28.800
28.800
28.800
32.502
32.502
32.502
86.400
97.506
2875
2278.152
5868
Tot het jaar 1884 behoefde de brug te Venloo slechts
dienst te doen voor den spoorweg van Breda naar Maastricht.
Toen evenwel in dat jaar ook de spoorweg van Nijmegen
naar Venloo gereed kwam, was de voor één spoor ingerichte
bovenbouw niet meer voldoende, en werd een tweede
-ocr page 38-
2G
ontworpen, welke op dit oogenblik in uitvoering is. Deze
bovenbouw wordt voor twee sporen ingericht, terwijl waar-
schijnlijk do bestaande geheel ten gerieve van het gewoon
verkeer voor rijtuigen en voetgangers zal komen.
Samenstelling van den bestaanden bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor en voor ge-
woon verkeer. Zij bestaat uit vier ijzeren bruggen, die allen
van gelijke afmetingen zijn.
Van iedere brug is:
de lengte der hoofdliggers. . . : . . 55.50 M.
de lengte der hoofdliggers, gemeten tus-
schen de assen der eindverticalen . . 54.50 »
de afstand tusschen de lengteassen der
hoofdliggers.........7.28 »
de wijdte gemeten tusschen de verticalen 7.— »
de spoorbaan ligt over de lengte der brug
waterpas met den bovenkant op . . 22.07 » -J- A. P.
de randen van de hoofdliggers, breed
0.52 M., zijn recht en evenwijdig; do
hoogte gemeten tusschen de zvvaarte-
punten der boven- en onderranden be-
draagt...........6.79 .
Elke opening wordt overspannen door twee hoofdliggers
van gelrokken ijzer, waarvan de randen door diagonalen en
verticalen aan elkander verbonden zijn. Iedere hoofdligger
is een balk met verticalen en getrokken diagonalen van de
tweede orde. De afstand tusschen de verticalen bedraagt voor
de middenvakken 3.40 M. en voor de eindvakken 3.45 M.
De randen van de hoofdliggers bestaan uit horizontale
platen , waaraan met hoekijzers twee staande platen van enkele
dikte geklonken zijn. De diagonalen zijn dubbel en bestaan uit
platen die tegen de staande randplaten bevestigd zijn. De
-ocr page 39-
27
verticalen, uit plaat- en hoekijzer samengesteld, vertoonen
in horizontale doorsnede den dubbelen T-vorm.
Tusschen de hoofdliggers zijn, aan de benedenzijde der
verticalen, ijzeren dvvarsdragers met hookijzers bevestigd; aan
de bovenzijde zijn de brugbalken gekoppeld door plaatijzeren
liggers, hoog 0.30 M.
De spoorstaven en de vloer der brug zijn bevestigd op
bereid greenen dwarsliggers, welke rusten op ijzeren langs-
liggers, tusschen de dwarsdragers geplaatst en daaraan met
hoekijzers bevestigd. De beide middelste langsliggers zijn
oniler de spoorstaven aangebracht, de overigen op onderlinge
afstanden van 1.25 M.
Ter weerszijden van het spoor zijn rijwegen, breed ruim
2 M. en verhoogde voetpaden getimmerd.
De hoofdliggers rusten aan de uiteinden op ijzeren stoe-
len, die aan het eene einde op de pijlers bevestigd zijn en
met het andere op stalen platen en ijzeren rollen dragen,
die op stalen glijdplaten rusten en zoodoende aan de over-
spanningen gelegenheid geven om vrij uit te zetten of in
te krimpen.
Aan beide einden van iedere overspanning zijn in het spoor
compensatie-inrichtingen gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden ver-
werkt :
IJZEB.
Staal.
Metaal.
Meskant
BEZAAGD
OMSCHRIJVING.
GETBOK-
k en en
GESMEED.
GEGOTEN.
EN
BEREID
GBEENEK-
HOUT.
Vier overspanningen, elk
van 53,50 M. . . .
Compensatie-toestellen .
Verf- en herstellings-
KG.
716049
163
12476
KG.
15315
538
8654
KG.
776
691.5
3.5
KG.
10
M?
220.856
0.390
2.054
Totaal. . .
728688
24507
1471
10
223.300
-ocr page 40-
28
Samenstelling van den in uitvoering s\'ynden boveribouto.
De tweede bovenbouw wordt ingericht voor dubbel spoor.
De lengteas van dezen komt te liggen op 3.97 M. be-
westen de as van den bestaanden bovenbouw.
De lengte der overspanningen, gemeten tus-
schen de assen der opleggingen, bedraagt 56.70 M.
de afstand tusschen de lengteassen der
hoofdliggers is.........8.27 »
de wijdte, gemeten tusschen de verticalen,
bedraagt...........7.66 »
de spoorbaan, voor zoover waterpas, ligt
met den bovenkant op......22.38 • -f A.P.
alleen de noordelijkste overspanning heeft een helling van
200 op 1.
De boven- en onderranden der hoofdliggers, breed 0.86 M.,
zijn recht en evenwijdig, terwijl de hoogte tusschen de zwaarte-
punten 6.80 M. bedraagt.
Elke opening wordt overspannen door twee hoofdliggers
van getrokken ijzer, waarvan de randen door schoren en
door verticalen aan elkander verbonden worden, zoodanig
dat iedere hoofdligger een balk met verticalen en getrokken
diagonalen van de eerste orde is, waarvan de middenvakken
een lengte hebben van 6.80 M. en de beide eindvakken
van 4.55 M. In de eindvelden zijn de boven- en beneden-
randen door hellende eindstijlen verbonden.
De beide randen der hoofdliggers bestaan uit horizon-
tale platen, waaraan met hoekijzers twee staande platen
geklonken worden, van dubbele dikte, hoog 0.80 M., de dikte
der enkele platen is 13 m M. voor den binnen- en lOm.M.
voor den buitenwand; de onderlinge afstand der staande rand-
platen bedraagt 0.55 M.
Het binnenwaartsch gelegen gedeelte der diagonalen wordt
samengesteld uit twee platen, ieder dik 15.5 m.M., het bui-
-ocr page 41-
29
tenwaartsch gelegen gedeelte uit twee platen, ieder dik
12m.M.; zij worden door laschplaten aan de randen beves-
tigd.
De verticalen en de hellende eindstijlen bestaan uit een
samenstel van hoekijzers en platen.
De hoofdliggers zijn bij elk bovenknooppunt gekoppeld door
balkjes, gevormd uit platen en hoekijzers, die door kruisen
van platte staven en door i_J-ijzers lot een geheel verbon-
den zijn. Zij worden door schoren , uit kanaalijzers bestaande,
ondersteund.
Tusschen de boven- en de onderranden van de hoofdlig-
gers worden windkruisen uit i—i-ijzer samengesteld, beves-
tigd.
Aan de binnenzijde der hoofdliggers zijn bij de hellende
eindstijlen en bij de verticalen, getrokken ijzeren dwarsdra-
gers aangebracht.
De langsdragers onder de spoorstaven en tusschen de
dwarsdragers geplaatst, worden daaraan door middel van vier
hoekijzers geklonken.
De spoorstaven zullen door klemplaten met schroefbouten,
bevestigd zijn op getrokken ijzeren dwarsliggers , die op de
langsliggers rusten, welke laatsten tevens moeten dienen tot
dracht van den vloer.
De langsliggers van ieder vak worden op ongeveer de
helft der lengte, gekoppeld door dwarsverbindingen, be-
staande uit hoekijzers en platen.
Dwars op deze langsliggers zullen, in plaats van de
tot heden gebruikelijke houten, getrokken ijzeren d\\vars-
liggers worden gebezigd. Deze dwarsliggers zullen zóó lang
zijn, dat zij telkens de vier rails van de beide sporen
dragen. Tot steun van hunne uiteinden worden nog lichte
ijzeren langsliggers, naast de beide hoofdbrugbalken, aan de
dwarsdragers geklonken.
Aan elke spoorstaaf is op twee plaatsen een inrichting
-ocr page 42-
30
ontworpen , waardoor het opschuiven, dat de Westinghouse-
rem kan veroorzaken, wordt belet.
De onderranden der hoofdliggers worden aan de uiteinden
bevestigd op bovenstoelen van gesmeed ijzer, rustende op
stalen assen, bij de beweegbare opleggingen dragende op ge-
smeed ijzeren onderstoelen, die steunen op stalen rol-
len, rustende op getrokken ijzeren glijdplaten, inde draag-
steenen ingelaten en bij de vaste opleggingen op gesmeed
ijzeren onderstoelen , insgelijks in de draagsteenen verankerd.
Bij elke overspanning worden in de gelegde sporen com-
pensatie-inrichtingen van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zullen de navolgende hoeveelheden
verwerkt worden :
IJzer
Geha-
•ë a Ê
5 ° o
5 < a
OMSCHRIJVING.
OETBOK-
KEN.
GESMEED.
GE-
GOTEN.
GEBIBD.
MEBD
STAAL.
H
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M?
Vier overspanningen, elk van 53.50 M.
1077COO
59200
800
28000
8400
70
Compensatie-inrichtingen ....
—
150
—
—
1500
—
Verf- en hcrstellingstoestellen voor
12000
2000
2000
—
—
5
Opleggingen der bestaande brug . .
—
24000
—
—
3000
—
Volgens aanwijzing te verwerken voor
ladders, liggers boven de pijlers, enz.
20400
2650
2200
2000
30000
3100
16000
—
Totaal . . .
1110000
88000
5000
75
De onderbouw werd uitgevoerd volgens bestek N°. 9 en de
bestaande bovenbouw volgens overeenkomst. De in uitvoering
zijnde bovenbouw wordt gemaakt volgens bestek N°. 926.
De werken omschreven in bestek N°. 9 werden aangevangen
in December 1861 en den l8ten Juni 1863 opgeleverd.
-ocr page 43-
SI
De overeenkomst wegens het maken van den ijzeren boven-
bouw werd den 238tcn Juni 1863 door den Minister van Bin-
nenlandsche Zaken goedgekeurd; in de eerste 1 iel Ft van 1865
kwam de brug gereed en had tevens de beproeving plaats.
Met de uitvoering van den tweeden bovenbouw is nog niet
begonnen, de detailteekeningen van het ontwerp zijn in
bewerking.
Met uitzondering van de iilgemeene kosten, die van ont-
eigening, rivierverbeteringen, spoorstaven met klein ijzerwerk
en buitengewoon toezicht, bedragen de uitgaven:
voor den onderbouw........f 305612.—
„ „ bestaanden bovenbouw.....„ 208181.—
i * tweeden bovenbouw.....» 307900.—*)
Te samen . / 821693.—
gevende per M. brug f 3553.—,
terwijl de kosten, zonder den tweeden bovenbouw, bedroe-
gen ..............f 513793.—
dus per M. brug f 2221.—.
Het ontwerp van de brug met den bestaanden bovenbouw
werd opgemaakt en de uitvoering had plaats onder de leiding
van wijlen den Eerstaanwezend Ingenieur der Staatsspoor-
wegen J. A. Kool en den Ingenieur N. H. Nierstrasz, thans
Ingenieur, Chef van weg, werken en mouvement bij de Hol-
landschc IJzeren Spoorwegmaatschappij; dat van den tweeden
bovenbouw is opgemaakt en de uitvoering heeft plaats onder
de leiding van den Eerstaanwezend Ingenieur L. J. Kesper te
Arnhem en den Sectie-Ingenieur Jhr. O. J. H. Repelaer van
Diïel te Nijmegen.
De aannemer van den onderbouw was de firma Keiler,
Stevens & Gio. te Maastricht, de bestaande bovenbouw werd
") Onder deze som zijn begrepen het zijdolings verschuiven van de vier bestaande
overspanningen, het maken van opleggingen voor dezen en eenige bijkomende
werken.
Het maken en stellen van den tweeden metalen bovenbouw is onlangs aan-
besteed.
-ocr page 44-
32
aangenomen door den Heer J. G. Harkort te Harkorten en
de Kölnische Machinenbau-Actien-Gesellschaft.
Het maken van den tweeden bovenbouw is aangenomen
door de Actien-Gesellschaft für Eisen-Industrie und Brücken-
bau, voorheen J. G. Harkort te Duisburg.
Brug over de Lek bij Kuilenburg in den Staatsspoorweg
van Utrecht naar Bokstel.
Plaat V.
De rivier de Lek behoort onder de belangrijkste rivieren
in Nederland, met het oog op de gevolgen van ijsverstoppin-
gen, die zich kunnen voordoen. Het is daarom van het hoogste
belang de gelegenheid tot het ontstaan daarvan niet alleen
zooveel mogelijk te voorkomen , maar die ook op geenerlei
wijs in de hand te werken. De gevolgen van doorbra-
ken in de rivierdijken , die allicht door ijsdammen veroorzaakt
worden, kunnen bij deze rivier bijzonder noodlottig zijn.
Van daar dat men bij het opmaken van het plan der
overbrugging zooveel mogelijk in het eigenlijk bed der rivier
geen pijlers heeft ontworpen, maar dit met één opening
van 150 M. heeft overspannen. Die grootc wijdte tusschen
den pijler VIII en het linkerlandhoofd, maakt dat de brug te
Kuilenburg een eerste plaats verdient onder de Nederlandsche
spoorwegbruggen.
Zij biedt het afstroomend water negen openingen aan,
-ocr page 45-
33
waarvan één wijd 150 M., één wijd 80 M. en  zeven  elk
wijd 57 M., gemeten op 10.10 M. A.P.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het rechterlandhoofd
tot de lengteas van pijler I.......    59.—  M.
* i) » «ui tot die van pijler II    61.—    »
n n * n ft U > I I n 111      61.—     »
n ft tt ji tt 111 i» rt » ft IV        61*-----      »
» » » » * IV ft ft ti ft V       61.—      »
n» » ft n V»»» i» VI       Dl.—      ft
t * * • » VI » i) » » VII    61.50   »
»t . . VII . . VIII    86.—    •
ft f, * i * VIII » den voorkant van
het linkerlandhoofd..........  153.50   »
Lengte tusschen de landhoofden.....665.— M.
De afstand van den voorkant van het rechter-
landhoofd tot de achtereinden van de hoofd-
liggers bedraagt........... 1.75 •
en die van het linkerlandhoofd......3.50 «
Totale lengte der brug . . . 670.25 M
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De pijlers en landhoofden zijn aangelegd op betonfun-
deeringen, besloten binnen omkistingen van dampalen.
Aan het linkerlandhoofd is een viaduct bijgebouwd.
De uiteinden van de pijlers en van het linkerlandhoofd
zijn over een gedeelte der hoogte tot ijsbrekers ingericht.
De pijlers en landhoofden zijn hoofdzakelijk van metsel-
werk in gebakken steen. De oeverpijler VII is grootendeels,
de stroompijler VIII, benevens het linkerlandhoofd, zijn ge-
heel met gehouwen steen bekleed.
-ocr page 46-
34
Lijsten, draag- en deksteenen zijn allen van hardsteen.
Langs het linkerlandhoofd en rondom de pijlers zijn steen-
stortingen aangebracht.
Aan de landhoofden en pijlers werden de navolgende
bouwstoffen verwerkt:
OMSCHRIJVING.
H
o B
2 w
1*1
Beton.
Metselwerk
IN GE- 1 IN
BAKKEN HAKD-
STEEN. | STEEN.
Ge-
smeed
UZEB.
•r f*
. <
is»
I § i
1 S a
CO O j
o ö
N
Stobt-
STEEN.
M?
M3
SR
KG.
Kö.
Last.
Rechterlandhoofd . .
32
226
362
65
692
697
—
Pijler I . .
39
412
452
210
1543
—
80
„ II
39
458
496
221
1543
—
80
„ III
39
412
506
210
1543
—
80
„ iv
38
412
526
210
1543
—
80
„ v
39
458
561
210
1543
—
80
„ VI
39
412
581
210
1543
—
80
„ VII
109
863
800
389
2401
—
197
„ VIII
470
2729
1895
728
4817
—
1800
Linkerlandhoofd
584
2635
1737
597
3050
3919
535
1657
Totaal
1428
9017
7916
21087
1232
4134
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor dubbel spoor, ofschoon
voorloopig slechts één spoor is gelegd.
Voor de overspanning van 150 M. bedraagt
de lengte der hoofdliggers.....157.— M.
en de lengte, gemeten tusschen de assen
der eindverticalen.......154.40 »
-ocr page 47-
35
de afstand tusschen de lengteassen der
hoofdliggers is.........9.26 M.
de wijdte der brug tusschen de leuningen
bedraagt..........8.— •
de spoorbaan ligt op deze overspanning
waterpas met het bovenvlak op. . . 17.30 » -f A.P.
de onderkant der overspanning ligt op 16.— » » »
De benedenranden van de hoofdliggers zijn recht, de
bovenranden hebben den parabool vorm.
De liggers zijn hoog aan de uiteinden .... 8.06 M.
en in het midden..........20.21 »
De opening van 150 M. wordt overspannen door twee
hoofdliggers van getrokken ijzer, waarvan de randen, ieder
breed 1.80 M., door verticalen en diagonalen aan elkander
verbonden zijn. Elke hoofdligger is een balk met vertica-
len en getrokken diagonalen van do derde orde.
De onderlinge afstand der verticalen bedraagt voor deze
en de andere overspanningen 4 M.
De randen van de hoofdliggers bestaan uit horizontale pla-
ten, waaraan met hoekijzers twee verticale platen van dub-
bele dikte, hoog 1.04 M., op een onderlingen afstand van
1.06 M., geklonken zijn; de dikte der enkele platen is
15 m.M.
De diagonalen bestaan uit opeengeklonken strooken en lig-
gen in het vlak van de staande randplaten, waaraan zij met
dubbele koppelplaten verbonden zijn.
De verticalen, samengesteld uit plaat- en hoekijzer, ver-
toonen in horizontale doorsnede den dubbelen T- vorm , zij zijn
tusschen de staande randplaten besloten en daaraan bevestigd.
De wanden van deze overspanning zijn bij de verticalen
aan de bovenzijde voorzien van dwarskoppelingen, bestaande
uit een traliewand van plaat* en hoekijzer, waarvan de
hoogte afhankelijk is van die der verticalen; op de dwars-
koppelingen is, in de lengteas van de brug, een ligger van den
-ocr page 48-
36
T-vorm aangebracht, dienende tot dracht van de na te mei-
den windkruisen; aan de onderzijde zijn de wanden gekop-
peld door de dwarsdragers, uit plaat- en hockstaal samen-
gesteld. De dwarsdragers zijn hoog 0.90 M. en met hoekstalen
aan de opstaande randplaten en de verticalen bevestigd.
Tusschen de dwarsdragers zijn de stalen langsliggers, lang
8.20 M., aangebracht, zij hebben een hoogte van 0.40 M.
en liggen op afstanden van 0.90 M. en 2.70 M. ter weers-
zijden van de as der brug; aan de dwarsdragers zijn zij be-
vestigd door hoekstalen en horizontale platen , die door de
platen van de dwarsliggers gaande, de randen van twee
opvolgende langsdragers verbinden.
Tegen de boven- en de benedenranden der hoofdliggers
zijn stalen windkruisen aangebracht.
Op de langsdragers rusten de greenenhouten dwarsliggers
waarop de spoorstaven bevestigd zijn.
Tusschen de spoorstaven is een geribd plaatijzeren- en ter
weerszijde van het spoor een eikenhouten dek aangebracht;
bovendien zijn langs de binnenzijden van de brug verhoogde
voetpaden gemaakt.
Voor de overspanning van 80 M. bedraagt de
lengte der hoofdliggers........85.50 M.
die gemeten tusschen de assen der eind-verti-
calen..............83.50 »
de afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers
is...............8.86 »
de wijdte der brug, gemeten tusschen de leunin-
gen, bedraagt...........8.— »
De spoorbaan ligt op deze overspanning onder een hel-
ling van 120 op 1.
De onder- en bovenranden der hoofdliggers zijn recht en
evenwijdig.
De liggers zijn 8 M. hoog, gemeten tusschen de randplaten;
de geheele hoogte in het midden is 8.18 M.
-ocr page 49-
37
Deze opening wordt overspannen door twee hoofdliggers
van getrokken ijzer waarvan de randen, ieder breed 1.20 M.,
door verticalen en diagonalen aan elkander verbonden zijn,
zoodat elke ligger een balk is met verticalen en getrokken
diagonalen van de tweede orde.
De bovenbouw is in hoofdzaak van gelijke samenstel-
ling als die voor de opening van 150 M., met uitzondering
dat de opstaande platen, die aan de boven en benedenran-
den bevestigd zijn, een hoogte hebben van 0.70 M., terwijl
de onderlinge afstand dier platen, midden op midden, 0.63 M.
bedraagt.
Voor de overspanningen van 57 M. is:
de lengte der hoofdliggers........60.50 M.
die tusschen de assen der eindverticalen . . . 59.50 »
de afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers
is...............8.734 «
de wijdte der brug, gemeten tusschen de leuningen, is dezelfde
als bij de andere overspanningen.
De spoorbaan ligt op deze overspanningen onder een
helling van 120 op 1.
De onder- en bovenranden der hoofdliggers zijn recht en
evenwijdig; zij zijn, gemeten tusschen de randplaten, 8 M. hoog,
de geheele hoogte in het midden is 8.08 M.
De samenstelling van de hoofdliggers en van de overige
gedeelten dezer overspanningen komt nagenoeg overeen met
die van de opening van 80 M., met dit onderscheid, dat de
beide randen der hoofdliggers hier een breedte hebben van 1 M.,
dat de opstaande platen, die aan de boven- en benedenranden
bevestigd zijn, hier een hoogte hebben van 0.60 M. en uit één
dikte van 17 m.M. bestaan, terwijl bovendien de onderlinge
afstand dier platen, midden op midden, 0.517 M. bedraagt. Bij
deze overspanningen zijn de windkruisen van getrokken ijzer.
De onderranden der hoofdliggers van alle overspanningen
rusten aan de uiteinden op stalen stoelen, die in het midden
-ocr page 50-
38
een draaiende beweging toelaten, aan de eene zijde zijn zij
in den hardsteen bevestigd en aan de andere zijde rusten de
onderkanten op stalen rollen, dragende op in den hardsteen
ingelaten stalen platen.
Bij iedere overspanning is in liet gelegde spoor eene com-
pensatie-inricliting van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden ver-
werkt :
IJzEl
t.
Staal.
Loop.
Meskant
bezaaod Hout.
OMSCHRIJVING.
GE-
OE-
OE-
QE-
OETEOK-
GE-
EIKEN.
OREE-
TROKKEN.
SMEED.
RIÜI).
OOTEN.
KEN.
HAMEK1).
NEN.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M\'.
M\\
Een overspanning van 150 M.
2027468
1420
8418
3528
127592
81727
1300
50.706
37.700
» idem » 80 »
59790C
869
4595
1446
55119
32825
572
27.569
20.578
Zeven overspanningen van
1764140
3325
22764
8358
2G7239
62902
1603
138.723
168
Compensatie-inrichtingen .
—
171
—
—
—
622
50
—
—
—
20270
—
10491
—
—
—
13.360
—
—
672
—
—
—
—
—
230.358
—
Totaal. . .
4389514
2C727
35777
23823
449950
178076
3525
226.278
De onderbouw werd uitgevoerd volgens bestek N°. 51, de
bovenbouw volgens bestek N°. 224.
De werken omschreven in bestek N°. 51 werden aangevangen
in het begin van 1863 en opgeleverd in April 1867, die vol-
gens bestek N°. 224 zijn in den aanvang van 1866 begonnen,
en den l8ten April 1868 opgeleverd, terwijl de beproeving den
25stcn en 288teu Mei d. a. v. plaats had.
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van
onteigening, grondboringen, rivierverbeleringen, spoorstaven
met toebehooren en buitengewoon toezicht, hebben de uitga-
ven bedragen:
-ocr page 51-
39
voor den onderbouw......../ 752.993.—
» . bovenbouw.........1.825.628.—
Totaal . . f 2.578.621.—
dus per strekkende M.........•
          3847.—
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en de uitvoering
had plaats onder leiding van den Eerstaanwezend Ingenieur
der Staatsspoorwegen, thans Hoofdingenieur van den Water-
staat G. van Diesen en van de Ingenieurs J. D. Evers, thans
Eerstaanwezend Ingenieur der Staatsspoorwegen te Hoorn en
J. Rouppe van der Voort.
De aannemer van den onderbouw was de heer P. Quant
te Amsterdam, terwijl die van den bovenbouw was de heer
J. G. Harkort te Harkorten in Westfalen.
Brug over de Waal bij Bommel in den Staatsspoorweg van
Utrecht naar Bokstel.
Plaat VI.
De brug bij Bommel heeft elf openingen, waarvan drie
elk wijd 120 M. en acht elk wijd 57 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het rechterlandhoofd
tot de lengteas van pijler I, gemeten op
> • •
.
.
59.—
M.
: die van
pijler
II
61. -
»
n n
ii
III
61.—
«
H II
ii
IV
61.—
n
u »
n
V
61.—
n
II II
H
igen
VI
61.—
n
Overbren
364.—
M.
12.75 M. A.P. . .
II   •
III   »
IV   *
V
   »
-ocr page 52-
40
Overgebracht . . .  364.—    M.
van de lengleas van pijler VI lot die van pijler VII    61.—     „
« „ n „ « VII „ « „ „ VIII    62.50     ,,
ii n n ii i> VIII h ii u u IX    127.—        h
h n n v » IX n n ii ii X    127.—         ii
ii » ii H ii X * den voorkant van
het linkeiiandhoofd..........  123.308   ,
Lengte tusschen de landlioofden.....  864.808  M.
Do afstand van den voorkant van het rechter-
landhoofd tot de achtereinden van de hoofd-
liggers bedraagt..........
      1.750   »
en die van het linkerlandhoofd......      3.327    »
Totale lengte der brug . .  869.885  M.
Samenstelling van den onderbomv.
Do onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De landhoofden en pijlers zijn gefundeerd op beton, ge-
dragon door heipalen binnen omkistingen van dampalen.
De pijlers zijn opgetrokken van metselwerk in gebakken
steen; hun koppen en die van het linkerlandhoofd, zijn, tot
de hoogte van 9.50 M. -f- A.P., als ijsbrekers afgewerkt en
gedekt met hardsteen.
De dagzijden van het rechterlandhoofd en de pijlers I tot
en met VII zijn, van 4 M. AP., rondom met hardsteen
bekleed, terwijl verder ook de ijsbrekers met gehouwen
steen zijn opgezet.
De pijlers VIII, IX en X en het voorste gedeelte van het
linkerlandhoofd zijn geheel met hardsteen bekleed , terwijl alle
pijlers en de landhoofden met doorgaande hardsteenen lijsten
gedekt zijn, die bij de laatsten ook over de vleugelmuren
doorloopen.
-ocr page 53-
41
Langs den voorkant van het rechterlandhoofd, rondom
pijler VIII en vóór het linkerlandhoofd zijn bevloeringen
gemaakt, als steenglooiing afgewerkt.
Rondom de pijlers VII, VIII, IX en X en langs den voor-
kant van het linkerlandhoofd zijn rijzen stukken gezonken
en daarop steenstortingen aangebracht onder glooiingen van
5 op 1.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
Heipalen.
R ™
S 3
B 1
w <
E 5
y m
B 5
O
H
H
«
Metselw
EEK
i s
N -
§ i
O M
O 2 fc
£ > W
B 1
02 N
a
w
N
i
3
9
BB
H
O
Gegoten uzeb.
1
< s
2 P
« u <o
« O
g (-
O 00
OQ
Puin.
P
OMSC\'HRIJ
VING.
i y. •
uwe,
o a a
- -
b * a
J m B
s, g -
O
31
00
«
M.
M\'.
M3.
M3.
BI3.
M3.
M2.
KG.
KG.
M3.
M3.
M3.
Rechterlandlx
>ofd 4713
158
1086
2059
179
—
1115
4054
960
—
—
—
Pijler I
. 2543
70
524
717
303
—
—
2287
—
—
—
—
» II .
. . 3339
116
494
735
307
—
—
2287
—
—
—
—
» III .
. 2773
70
524
764
312
—
—
2427
—
—
—
—
» IV .
. 2488
7G
524
780
316
—
—
2481
—
—
—
—
» V .
. 236C
74
524
808
321
—
—
2495
—
—
—
—
» VI .
. 2GGÖ
7G
526
827
325
—
—
2039
—
—
—
—
» VII .
. 28G3
162
791
854
329
159
—
2776
—
205
1037
300
» VIII.
. 11132
361
3090
2989
1225
—
807
10507
570
1023
1853
1168
» IX .
. 7593
279
1870
1951
982
—
—
8013
—
2009
2983
460
» X .
. 7772
283
1864
1932
982
—
—
8518
—
26G3
3146
460
Linkerlandhoc
fd 11485
543
5263
4095
807
-
175
5990
490
826
1470
1133
Te zamo
u . G1733
2268
17080
18511
6388
159
2097
55074
2020
6726
10489
3521
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor.
Voor de overspanningen van 120 M. bedraagt de lengte
der hoofdliggers........126.27 M.
en de lengte, gemeten tusschen de assen
der eindverticalen,.......124.30 •
de afstand tusschen de lengteassen der
hoofdliggers is........ 5.25 »
-ocr page 54-
42
de breedte der brug gemeten tusschen
de verticalen bedraagt...... 4.50 M.
de spoorbaan ligt waterpas en met het
bovenvlak op......... 18.08 . A.P.
terwijl de onderkanten dezer overspannin-
gen liggen op........ 17.— » * »
De benedenranden van de hoofdliggers zijn recht, de
bovenranden zijn cirkelvormig gebogen. De breedte van iederen
rand bedraagt 1.30 M.
De liggers zijn aan de uiteinden hoog . 7.32 M.
en in het midden . . . 13.40 •
Elke opening van 120 M. wordt overspannen door twee
hoofdliggers van getrokken ijzer, waarvan de randen door
diagonalen en verticalen aan elkander verbonden zijn, zoodat
het geheel een stelsel van de tweede orde met getrokken
diagonalen en met vertikalen vormt.
De onderlinge afstand der verticalen bedraagt 4.55 M.
De randen van de hoofdliggers bestaan uit horizontale
platen, waaraan met hoekijzers twee verticale platen van
dubbele dikte, hoog 0.81 M., geklonken zijn, iedere enkele
plaat heeft een dikte van 15 mM.; de onderlinge afstand
der verticale platen, midden op midden, bedraagt 0.72 M.
De diagonalen bestaan uit opeen geklonken platen en
liggen in het vlak van de verticale randplaten, waaraan zij
dubbel gekoppeld zijn.
De verticalen samengesteld uit plaat- en hoekijzer, vertoo-
nen in horizontale doorsnede den dubbelen T-vorm en
zijn tusschen de verticale randplaten besloten en daaraan be-
vestigd.
De koppeling van de beide hoofdliggers van iedere over-
spanning is verkregen door de verbinding van de randen en
overeenkomstige verticalen. Zij heeft plaats voor de beneden-
randen en verticalen door middel van de dwarsdragers der
brug, en voor de bovenranden door een samenstel van plaat»
-ocr page 55-
43
en hoekijzer, waarvan de hoogte afhangt van de lengte der
verticalen. De boven- en benedenranden zijn bovendien in
horizontalen zin verbonden door windkruisen van plaat- en
hoekstaal.
De dwarsdragers uit plaat- en hoekstaal samengesteld, zijn
hoog 0,54 M., en met hoekstalen aan de verticale rand-
platon en aan de verticalen zolven bevestigd.
Tusschen de dwarsdragers zijn stalen langsdragers, hoog
0.44 M., op afstanden van 0.75 M. ter weerszijden van de
lengteas van den bovenbouw onder de spoorstaven geplaatst.
De langsdragers zijn aan de dwarsdragers bevestigd met
hoekstalen en met twee horizontale platen, waarvan de een
over den bovenrand en de andere door de staande plaat
van iederen dwarsdrager gaat.
Op de stalen langsdragers rusten de greenenhouten dwars-
liggers waarop de spoorstaven bevestigd zijn.
Tusschen de spoorstaven en ter weerszijde van het spoor
ligt een dek van geribd plaatijzer, terwijl bovendien langs de
binnenkanten van de brugbalken, verhoogde houten voet-
paden zijn gemaakt.
Voor de overspanningen van 57 M. bedraagt de lengte
der hoofdliggers........60.50 M.
en de lengte gemeten tusschen de assen
der eindverticalen.......59.65 »
de afstand tusschen de lengteassen der
hoofdliggers is........ 4.80 »
de wijdte der brug gemeten tusschen
de verticalen is....... 4.50 »
de spoorbanen liggen op deze overspanningen onder een
helling van 140 op 1.
De boven- en de benedenranden der hoofdliggers, ieder breed
0.57 M., zijn recht, evenwijdig en aan elkander verbonden
door verticalen en getrokken diagonalen; het geheel vormt
een stelsel van de tweede orde.
-ocr page 56-
44
De liggers zijn hoog 7.22 M. gemeten tusschen de rand-
platen; de geheelo hoogte in liet midden is 7.30 M. De
onderlinge afstand der verticalen bedraagt 3.475 M.
De samenstelling van den bovenbouw dezer overspanningen
komt in hoofdzaak overeen met die der brugvakken van
120 M. wijdte, uitgezonderd evenwel dat hier de verticale
randplaten, uit één dikte bestaan. Die dikte is 14 m.M., bij
een hoogte van 0.42 M. terwijl de onderlinge afstand dier
platen, midden op midden, 0.314 M. bedraagt.
De dwarsdragers zijn hoog 0.54 M. en de langsliggers
0.45 M., beiden zijn van getrokken ijzer.
De bevestiging van de dwars- en de langsliggers geschiedt
hier op dezelfde wijze als bij de overspanningen van 120 M.
De bovenkoppelingen bestaan uit een boven- en een onder-
ligger van plaat- en hoekijzer, onderling verbonden door
kruisen van hoekijzer. De boven- en benedenwindUruisen
zijn uit plaat- en hoekijzer samengesteld.
De onderranden van alle hoofdliggers zijn aan de uiteinden
bevestigd op stoelen, rustende op assen. Deze liggen in
onderstoelen, die aan het eene einde der hoofdliggers op
draagsteenen bevestigd zijn, en aan het andere einde steu-
nen op rollen, rustende op glijdplaten in de draagsteenen
ingelaten. Voor de bruggen van 120 M. opening zijn deze
inrichtingen van staal en gesmeed ijzer, voor die van 57 M.
geheel van gesmeed ijzer.
Tusschen iedere twee overspanningen zijn, in het gelegde
spoor, compensatie-inrichtingen van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden
verwerkt:
-ocr page 57-
45
OMSCHRIJVING.
IJzer.
Staal.
Lood.
Meskant
bezaagd hout.
GETHOK-
KEN.
QE- GEGO-
SMEED. TEN.
GERIBD.
GETROK-
KEN.
GEHA-
MERD.
EIKEN.
GREENEN
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M3.
M3.
3 overspanningeneik van 120 M.
2201790
17085
687
29652
134067
66282
1428
35.841
97.500
8 » , » 57 »
125305G
4504
880
37976
—
30896
808
45.776
124.—
Compensatie-inrichtingen . .
—
231
—
—
—
898
—
—
—
21433
7017
7221
...
—
—
—
4.879
—
723
39
—
—
—
—
—
Totaal ....
3477002
2887G
8788
67628
134067
98076
2236
86.496
221.500
De onderbouw werd uitgevoerd volgens beslek N°. 154, de
bovenbouw volgens bestek N°. 300.
De werken omschreven in bestek N°. 154 werden aange-
gevangen in December 1864 en opgeleverd den len Septem-
ber 1868, die volgens bestek N°. 300 zijn in Juli 1867 be-
gonnen en waren in September 1869 gereed; de beproeving
der brug had plaats op den 4C" October 1869.
Ter voltooiing der brug zijn van Juni 1869 tot Juli 1870
nog eenige werken, volgens bestek N°. 388, uitgevoerd,
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van
onteigening, grondboringen, rivierverbeteringen, spoorstaven
met toebehooren, en buitengewoon toezicht, hebben de uit-
gaven bedragen:
voor den onderbouw.......f 1,746,642.—
en * n bovenbouw.......« 1,068,274.—
Totaal . . . f 2,814,916.—
de kosten per strekkende meter zijn dus . »
          3236.—
Het ontwerp der brug werd opgemaakt en de uitvoering
had plaats onder de leiding van den Eerstaanwezend Inge-
nieur der Staatsspoorwegen, thans Hoofdingenieur van den
Waterstaat G. van Diesen en van de Ingenieurs Dr. E. F. van
-ocr page 58-
46
Dissel, tegenwoordig Ingenieur van het Hoogheemraadschap
van Rijnland, en J. M. ïelders, thans hoogleeraar aan de
Polytechnische school te Delft.
De aannemers van den onderbouw waren de Heeren
R. G. Murinan te Geldermalsen en G. van Thiel te Rossum;
het maken van den bovenbouw werd aangenomen door den
Heer J. G. Harkort te Harkorten in VVestfalen.
Brug over de Maas bij Crevecoeur in den Staatsspoorweg
van Utrecht naar Bokstel.
Plaat VII.
De rivier de Maas voert dikwijls weinig water af, maar
kan niet zelden in korten tijd sterk zwellen, zoodat bij de
overbrugging hiermede rekening moest worden gehouden.
Van daar dat één groote overspanning over het eigenlijke
rivierbed gaat en de tien kleinere op de uiterwaarden zijn
gelegen.
Van de overbrugging heeft men gebruik gemaakt om een
bocht, die de rivier maakt, af te snijden.
Van de elf openingen dezer brug, is één wijd 100 M,
elk der tien overigen 57 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
-ocr page 59-
47
Van den voorkant van het rechterlandhoofd
tot de lengteas van pijler I gemeten op 6.87 M. A.P. 59.11 M.
I tot die
van pijler II
61.195 .
II
n
i
n
111
61.145 ,
III
1
i
»
IV
61.095 .
IV
n
*
»
V
61.045 .
V
n
•»
ti
VI
62.085 .
VI
m
H
*
VII
106.15 .
VII .
%
n
71
vin
62.075 .
VIII .
n
n
w
IX
61.015 .
IX .
1
1
ff
X
61.045 »
X
den
voorkant
, op 8.58 M.
A.P.
• •
59.03 ,
hoofden
714.99 M
van
Lengte tusschen de landhoofden
De afstand van de voorkanten der land-
hoofden tot de achtereinden der hoofdliggers
bedraagt 2 X 1.75.........
        3.50
Totale lengte der brug . . 718.49 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor. De land-
hoofden en pijlers zijn gefundeerd op beton, binnen omkis-
tingen van dampalen.
De pijlers en landhoofden zijn opgetrokken van metsel-
werk in gebakken steen, terwijl de koppen der pijlers tot de
hoogte van 6.50 M. A.P. tot ijsbrekers afgewerkt en van
hardsteen zijn.
Van de landhoofden en de landpijlers zijn de dagzijden
gedeeltelijk met hardsteen en moëllons piqués bekleed.
De pijlers VI en VII zijn geheel met hardsteen bekleed.
Alle pijlers en de landhoofden zijn met doorgaande hard-
-ocr page 60-
48
steenen lijsten en borstweringen gedekt, die bij de landhoof-
den ook over de vleugelmuren doorloopen.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
Q
* 1
rd W
" W
1 B w
w •?. ri
5 fc
< w
a u
3 H
K w \'.
1
OMSCHRIJVING.
.*> ni    2  "i N
/ «  f. 4   S  > g
S O  S5 S    o  JhIK
H S H
O ° ö
O
H
w
H
WW*
ö « E
t> w
3
E B 3 Sf © « 8 »
on SS P* /.
H                    O |_______
M.
2052
1120
1280
1316
1296
tl3.
816
hst
113
•135
1511
180
1152
1152
188
174
162
106
KG.
1167
1488
1485
1488
1485
1488
4908
4912
1485
1488
1485
971
M\'.
M-\'.
M\'.
63
68
58
58
58
58
2IIII
200
58
58
58
60
M\'.
691
li\'.IT
897
897
897
897
1215
1215
897
897
897
500
M\'.
llll
190
194
197
200
202
579
583
205
201
200
102
Jl\'
M-\'
Bechterlandhoofd.
Pijler I . . . .
II  ... .
III     . . .
IV. . . .
V   . . . .
VI  ... .
VII    .. .
VIII  . . .
IX     . . .
X  . . . .
Linkerlandhoofd .
26
53
58
68
66
73
176
176
1345
1346
1351
1352
75
71
68
19
Totaal
987
7064
6797
6624 2963
2691
572
23850
2703
952
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor.
Voor de overspanning van 100 M. be-
draagt de lengte der hoofdliggers. . . 106.— M.
en die gemeten tusschen de assen der
eindverticalen.........104.02 »
de afstand tusschen de lengteassen der
hoofdliggers is.........5.10 «
de breedte der brug gemeten tusschen de
verticalen..........4.50 »
de spoorbaan ligt op deze overspanning
waterpas met het bovenvlak op . . . 12.50 r, -f A.P.
de onderkant der overspanning ligt op . 11.— » » »
-ocr page 61-
49
De benedenranden van de hoofdliggers zijri recht, de bo-
venranden hebben den vorm van een cirkelboog.
De liggers zijn aan de uiteinden hoog . . . 7.274 M.
en in het midden...........12.825 •
De opening van 100 M. wordt overspannen door twee
hoofdliggers van getrokken ijzer; bij ieder zijn de beide
randen breed 1.04 M. en door verticalen en diagonalen aan
elkander verbonden; het geheel vormt een brugbalk met
verticalen en getrokken schoren van de tweede orde.
De onderlinge afstand der verticalen bedraagt 4.46 M.
De randen der hoofdliggers bestaan uit horizontale pla-
ten, waaraan met hoekijzers twee verticale platen van
dubbele dikte, hoog 0.70 M., geklonken zijn; de dikte dei-
enkele platen is 12 m.M., de onderlinge afstand der verticale
platen, midden op midden, bedraagt 0.624 M.
De diagonalen bestaan uit opeen geklonken platen en lig-
gen in het vlak van de verticale randplaten, waaraan zij
verbonden zijn.
De verticalen vertoonen in horizontale doorsnede den dub-
belen T-vorm en zijn samengesteld uit plaat- en hoekijzer,
zij zijn tusschen de verticale randplaten besloten en daaraan
bevestigd.
De koppeling van de beide hoofdliggers is verkregen door
de verbinding der overeenkomstige verticalen en randen. Zij
heeft plaats aan de benedenzijden der verticalen en aan de
benedenranden door middel van de dwarsdragers der brug, en
aan de bovenzijden der verticalen door dwarskoppelingen,
beslaande uit een boven- en een onderligger, de eerste van
den dubbelen T-, de laatste van den T-vorm, samengesteld
uit plaat- en hoekijzer, verbonden door een kruis van hoek-
ijzer; de hoogte der dwarskoppelingen hangt af van de lengte
der verticalen.
Zoowel de boven- als de benedenranden zijn bovendien
in horizontalen zin onderling verbonden door windkruisen,
-ocr page 62-
50
waarvan de ondersten van plaat- en hoekstaal, de bovensten
van getrokken ijzer zijn.
De dwarsdragers, uit plaat-en hoekstaal samengesteld, zijn
boog 0.71 M. en met hoekstalen aan de opstaande randplaten
en de verticalen bevestigd.
Tusschen de dwarsdragers zijn stalen langs]iggers aange-
bracht; zij hebben een hoogte van 0.52 M. en zijn op af-
standen van 0.75 M. ter weerszijde der lengteas van den
bovenbouw onder de spoorstaven geplaatst. De langsliggers
zijn aan de dwarsdragers bevestigd door hoekstalen en
hoekijzers en met twee horizontale platen, waarvan de
een over den bovenrand en de andere door de staande plaat
van eiken dwarsdrager gaat.
Op de stalen langsliggers rusten de greenenhouten dwars-
liggers, waarop de spoorstaven bevestigd zijn.
Tusschen de spoorstaven en ter weerszijden van het spoor
ligt een dek van geribd plaatijzer, terwijl bovendien langs
de binnenkanten der brugbalken, verhoogde voetpaden zijn
gemaakt, die op kanaalijzers rusten.
Voor de overspanningen van 57 M. bedraagt de
lengte der hoofdliggers.........60.50 M.
en die, gemeten tusschen de assen der eind-
verticalen .............59.65 »
de afstand tusschen de lengteassen der hoofdlig-
ger.s is.............4.80 «
de breedte der overspanningen genieten tusschen
de verticalen...........4.50 *
De spoorbaan ligt van het rechterlandhoofd tot het hart
van pijler VI onder een helling van 125 op 1, en van het
hart van pijler VII tot het linkerlandhoofd onder een helling
van 200 op 1.
De boven- en benedenranden der hoofdliggers zijn recht
en evenwijdig. Zij zijn aan elkander verbonden door verti-
calen en diagonalen, zoodanig dat het geheel een balk vormt
-ocr page 63-
51
met verticalen en getrokken diagonalen van de tweede orde.
De breedte der randen bedraagt 0.52 M.
De liggers zijn hoog 7.22 M., genieten tusschen de rand-
platen, de buitenwerksche hoogte in het midden is 7.305 M.
De onderlinge afstand der verticalen en dwarsdragers is
3.475 M.
De samenstelling van den bovenbouw dezer overspanningen
komt in hoofdzaak overeen met die van het brug vak van
100 M., behalve dat de opstaande platen , die aan de boven-
en de benedenranden geklonken zijn , hier slechts uit één dikte
van 15 m.M. bestaan en een hoogte hebben van 0.46 M.
terwijl de onderlinge afstand dier platen, midden op midden,
0,315 M. is.
De dwarsdragers, hoog 0.75 M., en de langsdragers, hoog
0.52 M., zijn beide van getrokken ijzer en bevestigd op de-
zelfde wijze als bij de overspanning van 100 M.
De bovenkoppelingcn bestaan uit een boven- en een onder-
ligger van den T-vorin, van plaat- en hoekijzer, onderling
verbonden door kruisen van lioekijzer.
De boven- en benedenwindkruisen zijn uit plaat- en hoek-
ijzer samengesteld.
De onderranden der hoofdliggers van alle oversp.mningen
rusten aan de uiteinden op stalen stoelen, die in het mid-
den een draaiende beweging toelaten; aan de eene zijde zijn
deze laatsten op hardsteen bevestigd, aan de andere zijde
rusten zij op stalen rollen, dragende op in den hardsteen
ingelaten stalen platen.
Bij iedere overspanning zijn in het gelegde spoor compen-
satie-inrichtingen van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden
verwerkt :
-ocr page 64-
52
Meskant
IJzer.
Staal.
BEZAAGD
HOUT.
OMSCHRIJVING.
GETROK-
KEN.
GE-
SMEED
GEGO-
TEN.
GE-
RIBD.
GE-
TBOK- ÖEHA_
KEN. MEKD\'
Loo
EIKEN.
GREE-
NEN.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M».
M1.
Eén overspanning van 100 M.
468892
4711
271
8065
34785
17285
74
9.800
11.700
Tien » elk » 57 »
1673460
5400
8030
46360
—
31180
300
5B.-
66.—
Compensatie-toestellen . . .
26
148
—
—
—
771
9
—
—
—
20791
3183
6.720
Ladders........
—
383
—
—
—
—
—
—
—
Totaal . . .
2142378
31433
11484
54415
34785
49236
383
64.800
84.420
De onderbouw werd uitgevoerd volgens bestek N°. 310,
de bovenbouw volgens bestek N°. 348.
De werken omschreven in bestek N°. 310 werden aan-
gevangen in September 1867 en opgeleverd den len Augus-
tus 1869; die van bestek N°. 348 werden in Juli 1868
begonnen en waren in het laatst van Juli 1870 gereed,
terwijl de beproeving plaats had den 16eu Augustus d. a. v.
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van
onteigening, grondboring, rivierverbeteringen, spoorstaven
met hun toebehooren en die van buitengewoon toezicht heb-
ben de uitgaven bedragen f 1,116017 waarvan voor den
onderbouw /\'569,206 en voor den bovenbouw /\'546,811 of
per strekkende meter f 1553.—.
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en de uit-
voering had plaats onder de leiding van den Eerstaanwezend
Ingenieur der Staatspoorwegen, thans Hoofdingenieur van
den Waterstaat G. van Diesen en de Ingenieurs H. Nierstrasz
thans Ingenieur Chef van weg, werken en mouvement bij
de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, J. Rouppe
van der Voort en Jhr. J. E. de Savornin Lohman.
De aannemer van den onderbouw was de Heer R. van
der Vlugt Jr. te Warmond; de bovenbouw werd by onderhand»
-ocr page 65-
53
scho overeenkomst aangenomen door den Heer J. van de
Wall Bake te Utrecht.
Brug over het Hollandsch Diep rij Moerdijk in den Staats-
spoorweg van Rotterdam naar Breda.
Plaat VIII.
Het Hollandsch Diep, dat een deel uitmaakt van de grens-
scheiding tusschen de provinciën Zuid-Holland en Noord-
Brabant, is een zeearm, waarin het water zeer onstuimig
kan zijn.
Beoosten de brug staat het in onmiddellijke verbinding
met de, in 1421 ontstane watervlakte, genaamd de Biesbosch
en door deze met de rivier de Oude Merwede ook enkel
Merwede geheeten, welke het water van de Waal langs
Dordrecht en Rotterdam naar zee voert.
Daar deze weg langer is dan die door Biesbosch en Hol-
landsch Diep, en het van groot belang voor de omliggende
landen is, het water van de Waal en dus ook van de Mer-
wede, spoedig te kunnen loozen, is sedert geruimen tijd
het maken van een nieuwe ruime rivier, de Nieuwe Mer-
wede geheeten, in uitvoering, dwars door de Biesbosch,
-ocr page 66-
54
uitmondende in het Hollandsen Diep. Aan de brug is een
lengte gegeven moeten worden die haar, in dit opzicht,
merkwaardig maakt onder de Nederlandsche spoorwegbrug-
gen. Zij telt namelijk veertien openingen, elk wijd 100 M.,
gemeten op 5.40 M. -f A.P.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het zuiderlandhoofd tot de
lengteas van pijler I, gemeten op 5.40 M. -f- A.P. 102.50 M.
voor de 13 pijlers, midden op midden gerekend ,
105 M..............1260.— ,
van do lengteas van pijler XIII tot den voor-
kant van het noordelijk landhoofd, gemeten op
5.40 M. A.P...........102.50 .
Lengte tusschen de landhoofden. . 1465.— M.
De afstand van do voorkanten der landhoofden
tot de achtereinden der liggers bedraagt. . . 4.30 •
Totale lengte der brug. . . 1469.30 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor enkel spoor.
Met het oog op de gevormd wordende rivier de Nieuwe
Merwedo en do daardoor toenemende diepte, ook ter
plaatse waar de pijlers I, II en III zijn gebouwd, zoowel als
tengevolge van de resultaten dor grondboringen, heeft men
het noodig geoordeeld, die pijlers te fundeeren met behulp
van luchtdruk, op diepten van 22 M. en 18 M. onder A.P.
De fundeering van ieder dier pijlers beslaat in hoofdzaak
uit een ijzeren werkkamer gevuld met metselwerk, een plaat-
ijzeren mantel, gedeeltelijk dienende tot bekleeding van het
pijlerfundament, het pijlerfundament van metselwerk in ge-
-ocr page 67-
55
bakken steen en beton, en den eigenlijken pijler van metsel-
werk in gebakken steen met eene bekleeding van hardsteen.
De overige pijlers en landhoofden zijn gefundeerd op beton,
gedragen door heipalen, binnen omkistingen van dampalen.
Deze pijlers en de landhoofden zijn evenals de pijlers I,
II en III, allen opgetrokken van metselwerk in gebakken
steen; de pijlers zijn geheel en de landhoofden gedeeltelijk
met hardsteen bekleed. Lijsten, draag* en deksteenen zijn
van hardsteen.
Rondom de pijlers zijn rijzenstukken gezonken en daar-
op steenstortingen aangebracht.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende mate-
rialen verwerkt:
-ocr page 68-
56
o
t-
o
•\\Tn.T.BI!IO,T.S H3
E
i
Cl
1
•ISVTIVa
3
t£>
i-i
•**
s
Cl
*K
CO
t-
m
•HUISHNIZ NHZrlJI
*
3
co
O)
in
i
w
ii
•aooi
6
1
1
<*
co
i
a
<M
o
O
-ii:ijom aooji
M
1
o
co
1
350
,\' •aaansao
IS
i-O
o
o
[ Na aaaas
M
§
co
o
co
i
-isv.vavoao
*
| \'naxooao
1
i
s
co
600
Q i
*"H
•aaausao
1
1
oo
i
Cl
c4
q.
3
•NaHHoaiao
w
1
1
°o
\'-D
O
CO
co
co
co
•NüsisaavH
S
3
30
CO
§
**
•Kaais sairavaso
m
M
1
aO
-*
o
m
1
xaaAnasxapj
o
ta
co
B"
co
•NOiag
a
2
o
eo
<*
2
•iQOHsania
.
1
o
o
§
aovvzaa xNVHaaiA
a
ei
3
•xaoHNaKaaao
•
o
§
aovvzaa xnvHaaiA
M
00
i
•iflOHKaNKaa
•
O
§
aovvzaa XNVxaai\\
M
1
I
"Naivawva hooa
iflOHMaNKaa
o
1
Ka -N3Naaao aowzag
CN
in
05
o
o
•"j
\'iraivjiaH
a
co
?
co
iH
VING.
g
a
B
1
I
den
Tot
1
i-r
15
o
m
co
A
9
s
T3
o
:pp
a
Ph
K
A
-ocr page 69-
57
Samenstelling van den bovenbouiv.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor, zijn as valt
samen met die der brug.
De lengte van iederen hoofdligger be-
draagt............104.30 M.
De lentge van iederen hoofdligger ge-
meten tusschen de eindverticalen is . . 103.25 »
De breedte der brug tusschen de verti-
calen is...........4.50 »
de afstand tusschen de lengteassen der
beide hoofdliggers bedraagt .... 4.98 »
de spoorbaan ligt waterpas en met het
bovenvlak ter hoogte van .... 6.89 » -\\- A.P.
de onderkant van den bovenbouw ligt op 6.13 » » *
De hoofdliggers zijn van getrokken ijzer. De boven- en
onderranden zijn door schoren en stijlen zoodanig aan
elkander verbonden dat het geheel een brugbalk vormt met
verticalen en getrokken diagonalen van de tweede orde,
waarin de vakken een lengte hebben van 4.10 M., met
uitzondering der beide eindvakken die slechts 0.75 M.
lang zijn.
De bovenranden van de hoofdliggers hebben den vorm van
een veelhoek, waarvan de hoekpunten gelegen zijn op een
cirkelboog, beschreven met een straal van 225 M.; de onder-
randen zijn recht; allen zijn 1.01 M. breed.
De liggers zijn hoog:
in het midden............12.411 M.
en aan de einden..........6.283 »
De randen der hoofdliggers bestaan uit horizontale platen
waaraan met hoekijzers twee staande platen, van dubbele
dikte, hoog 0.60 M., geklonken zijn op een afstand, mid-
-ocr page 70-
58
den op midden, van 0.522 M.; de dikte der enkele platen
is 12.5 m.M.
De diagonalen zijn dubbel en bestaan uit opeen geklon-
ken platen dik 25 m.M., gelegen in het vlak der verticale
randplaten, waaraan zij verbonden zijn.
In horizontale doorsnede hebben de verticalen den vorm
van twee T\'s. Zij zijn samengesteld uit strooken plaat- en hoek-
ijzer; de strooken, welke de steelen der T\'s vormen, zijn
in een richting, loodrecht op de lengteas van de brug, door
koppelstaafjes aan elkander verbonden.
De beide hoofdliggers van iedere overspanning zijn bij de
verticalen onderling verbonden, aan den bovenkant door
dwarskoppelingen, bestaande uit stempels en schoren van
plaat- en hoekijzer, en door verticale kruisen, aan den onder-
kant door de stalen dwarsdragers, die het spoor en het
brugdek dragen.
Bij iedere verticaal bevinden zich twee stempels, de een
ter hoogte van 4.85 M. boven de spoorstaven, en de an-
der aan het boveneind; daarenboven zijn bij de verticalen
Nos. 5, 7, 9, 11 en 13 tusschenstempels aangebracht, ver-
sterkt door verticale kruisen, die bij de eind verticalen door
een volle plaat vervangen zijn.
Van iedere twee hoofdliggers eener overspanning zijn
de bovenranden nog gekoppeld door ijzeren, de onderranden
door stalen windkruisen. De bovenwindkruisen zijn samen-
gesteld uit ongelijkzijdige hoekijzers, de benedenwindkruisen
bestaan uit stalen strooken.
De dwarsdragers, van plaat- en hoekstaal gemaakt, zijn
hoog 0.51 M. en met hoekijzers aan de opstaande randplaten en
aan de verticalen bevestigd; zij zijn aan de uiteinden nog
versterkt met driehoekige platen, door hoekstalen aan de
verticalen verbonden.
De stalen langsliggers, hoog 0.41 M., zijn op afstanden
van 0.85 M. uit de lengteas der brug, tusschen de dwars-
-ocr page 71-
59
dragers aangebracht; zij rusten op de benedon-hoekstalen
der dwarsdragers en zijn met hoekijzers aan dezen bevestigd.
Elk paar langsliggers is gekoppeld door horizontale kruisen
van hoekijzers, tegen de dwarsdragers en in het midden der
langsliggers bevestigd. Op de langsliggers rusten de eiken-
houten dwarsliggers, die de rails van het spoor en het ijzeren
brugdek dragen. Over de dwarsdragers zijn, ter weerszijden
van het spoor, houten voetpaden getimmerd.
De onderranden van de hoofdliggers zijn aan de uit-
einden verzwaard, en bevestigd op gesmeed ijzeren stoelen
rustende op stalen assen. Deze assen dragen op onderstoelen,
die op de pijlers rusten. Aan het eene einde dor hoofdliggers
zijn de laatstgenoemden op de pijlers bevestigd, terwijl zij
aan het andere einde dragen op gesmeed stalen rollen, die
op glijdplaten van hetzelfde metaal rusten, en zoodoende
aan de overspanningen de gelegenheid geven om vrij uit
te zetten of in te krimpen.
Bij iedere overspanning zijn in het gelegde spoor compen-
satie-inrichtingen van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden ver-
werkt :
IJZKB.
Staal.
OOD.
tf
H
s
Mf.skant
bezaaüd hout.
OMSCHRIJVING.
GETBOK-
GE-
GEGO-
OE-
GETROK-
OE-
l-l
M
EIKEN.
geee-
KEN.
SMEED.
TEN.
KIBD.
KEN.
SMEED.
NEX.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M».
M3.
Veertien overspanningen,
elk van 100 M. . . .
5648754
—
—
—
465495
—
—
—
—
—
Opleggingen.....
--
148447
—
—
—
115532
8119
—
—
—
Corapensatie-inricli tingen
—
721
770
—
—
147
168
—
—
—
Dek, vloer en leuningen.
19600
7784
—
75582
—
—
—
—
322.265
161 355
Verf- en herstellingatoe-
12569
3203
8761
—
—
—
—
—
—
—
Bijkoniende werken . .
5392
3949
3760
—
—
—
59
242
5.390
-
Totaal . .
56K6315
164104
13291
75582
465495
115679
8346
242
327.655
161.355
-ocr page 72-
GO
Met de pijlers, gebouwd volgens bestek N°. 332, werd in
het einde van Februari 1868 aangevangen, deze kwamen den
25eu Augustus 1870 gereed; het maken der landhoofden, over-
eenkomstig bestek N°. 411, werd in den loop der maand Maart
1870 begonnen en was don len September 1871 afgeloopen.
De bovenbouw, omschreven in bestek N°. 367, werd in
den aanvang van Januari 1869 begonnen en was 27 Decem-
ber 1871 gereed.
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van
onteigening, riviervorbeteringen, grondboringen en spoor-
staven met klein ijzerwerk, hebben de uitgaven bedragen:
voor den onderbouw...../\' 2.407.339
% » bovenbouw......1.470.767
Totaal . . . /\' 3.878.106
dus per M. brug f 2639.—.
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en de uitvoe-
ring had plaats onder leiding van eene commissie bestaande
uit do Hoofdingenieurs J. A. A. Waldorp en wijlen J. A. Kool
en de Eerstaanwezend Ingenieurs N. Th. Michaëlis, nu
Directeur voor de Spoorwegen en J. G. van den Bergh, thans
Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Laatst-
genoomde bestuurde het werk on onder zijn leiding waren
daarmede belast, de Ingenieurs F. G. Bako, nu Hoofdinge-
nieur van den Provincialen Waterstaat van Noord-Brabant
en S. J. Vermaes, tegenwoordig Hoofdingenieur van den
Provincialen Waterstaat in Friesland.
De werken volgens bestek N°. 332 werden besteed in
twee perceelen, waarvan het eerste perceel, het maken van
de drie pijlers, te fundeeren met luchtdruk, is aangenomen
door de firma E. Gouin et Gie. te Parijs, terwijl van het
tweede, het maken der overige pijlers en van de landlioof-
den, overeenkomstig bestek N°. 411, aannemers waren de
heeren D. & A. Vrolker Lzn. te Sliedrecht.
-ocr page 73-
61
Het maken van den bovenbouw werd aangenomen door
de heeren Paul van Vlissingen en Dudok van Heel te
Amsterdam.
Brug over de Oude Maas bij Dordrecht in den Staats
spoorweg van Rotterdam naar Breda.
Plaat IX.
De spoorweg van Rotterdam naar Breda snijdt de rivier
de Oude Maas even beneden Dordrecht, waar de scheep-
vaartbeweging zeer groot is, omdat alle vaartuigen, die van
Dordrecht naar zee gaan of omgekeerd, alsook die welke
zich tusschen de Provincie Zeeland en de Noordelijker ge-
legen Provinciën bewegen , dien weg moeten volgen.
Het was daarbij te voorzien dat ook het spoorwegverkeer
over de brug groot zou wezen.
Om die redenen zijn in de overbrugging twee draai-
bruggen gebouwd, waarvan de grootste gelegen is in het
vaarwater voor zee- en diepgaande schepen bestemd, de
kleinste daarentegen in dat voor de vaartuigen van minder
afmetingen.
De brug heeft acht openingen met vier vaste en twee be-
weegbare overspanningen, waarvan :
-ocr page 74-
62
twee openingen ieder wijd........85.—  M.
twee » » »........60.—   »
eene draaibrug lang 53.64 M. over twee openin-
ningen, elk van..........21.06   »
eene draaibrug lang 34.78 M. over twee openingen,
elk van.............11.445 *
De onderlinge afstand der landlioofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het linkerlandhoofd tot de
lengteas van pijler 1 op 5.477 M. A.P. . . 25.498  M.
van de lengteas van pijler 1 tot die van pijler II 27.533   »
i 7i » i) » 11 • » » w 111 oö.4i/7      »
» • > i > III » » • t IV 89.645    *
» n » » » IV n n n n V 18.----        »
n n n * b Vjïij» n V118.----        n
» VI . . » , VII 66.785   »
» » i » » VII tot den voorkant van
het rechterlandhoofd op A.P.......63.960   „
Lengte tusschen de landhoofden . . . 397.918 M.
De afstand van den voorkant van het linkerland-
hoofd tot de achtereinden der hoofdliggers be-
draagt.............
         1.23 •
die bij het rechterlandhoofd.......         2.68 »
Totale lengte der brug.....401.828 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De landhoofden en pijler VII zijn gefundeerd op roos-
terwerken, gedragen door \'heipalen, het linkerlandhoofd is
aan den voorkant en de beide zijden voorzien van dam-
planken.
De pijlers IV, V en VI zijn gefundeerd op één doorgaand,
-ocr page 75-
63
onderheid roostervverk, de overige pijlers op beton, gedragen
door heipalen en besloten binnen omkistingen van darapalen.
Landhoofden en pijlers zijn opgetrokken van metselwerk
in gebakken steen; de pijlers zijn met hardsteen bekleed.
Alle lijsten, borstweringen, draag- en deksteenen zijn van
hardsteen.
Langs het linkerlandhoofd en om de pijlers I tot VI
is de bodem der rivier met zinkstukken bezet, verder zijn
om deze pijlers steenstortingen aangebracht.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
MESKANT BE-
ZAAOD HOUT.
Metselwerk.
IJzer.
OMSCHRIJVING.
a
H
W
° M I
5 <
S> pq
IS
•< a a
> m S
H E
KG.
6050
2656
M3.
33
M\'.
159
142
409
593
983
290
173
KG.
908
2138
1418
1968
5044
1668
968
M.
4666
3168
6448
7984
13076
4096
5547
M.\'.
54
222
383
447
132
10
11
M\'.
320
1123
1383
M\'.
(iOO
410
120
330
2359
500
770
Linkerlandhoofd
Pijler I . .
» II . .
III . .
» IV
V
I gekoppelde fun-
deering
98
VI |
» VII . .
Rechterlandhoofd
16
23
Totaal.
44985
8706
1259
170
2826
5191
2809
14272
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De lengte van de hoofdliggers der twee groote overspan-
ningen, gemeten tusschen de assen der eindverticalen be-
-ocr page 76-
64
draagt............87.64 M.
De lengte der hoofdliggers van de twee klei-
nere overspanningen, op dezelfde wijze
gemeten, is.........64.54 »
De groote draaibrug is lang.....53.64 »
De kleine         »         »......34.78 »
De afstand der sporen midden op midden is 3.60 „
De afstand tusschen de lengteassen der
hoofdliggers van de vaste overspannin-
gen bedraagt . .......8.99 »
De spoorbanen liggen over de lengte der
brug waterpas met de bovenvlakken op 7.50 » -j- A.P.
De benedcnianden van de liggers der vaste bruggen zijn
recht; de bovenranden zijn cirkelvormig gebogen.
De liggers van alle overspanningen zijn aan de ein-
den hoog..............2.— M.
en in het midden.......... 12.50 »
gemeten tusschen de zwaartepunten der randen.
Elke opening der vaste bruggen wordt overspannen door
twee hoofdliggers van pkiatijzor, waarvan de randen, breed
1.20 M., door verticalen en diagonalen aan elkander ver-
bonden zijn.
Ieder hootdligger is een balk met verticalen en getrokken
diagonalen van de tweede orde.
De afstand tusschen de verticalen bedraagt bij de
overspanningen van 87.64 M........4.375 M.
die bij de overspanningen van 64.54 M. ... 4.61 »
De randen van de liggers der vaste bruggen bestaan uit
horizontale platen, waaraan met hoekijzers twee verticale pla-
ten van enkele dikte, hoog 0.60 M., geklonken zijn, voor de
groote overspanningen dik 20 m.M., en voor de kleinere
13 m.M., de onderlinge afstand dezer platen bedraagt 0.75 M.
De diagonalen bestaan uit strooken plaatijzer, dik 20 m.M.
voor de groote, en 13 m.M. voor de kleinere overspanningen.
-ocr page 77-
65
Zij liggen met de verticale randplaten in één vlak en zijn
met dubbele koppelplaten aan dezen verbonden. De mid-
delste diagonalen zijn echter direct tegen de verticale rand-
plaat geklonken.
De verticalen vertoonen in horizontale doorsnede twee T\'s,
ieder samengesteld uit een plaat, waartegen twee hoekijzers
geklonken zijn, en onderling verbonden door een stelsel van
gekruiste platte staven. Bij de eindverticalen zijn die kruisen
vervangen door een volle plaat.
De wanden der vaste bruggen zijn bij alle verticalen, behalve
bij die aan de einden, aan de bovenzijde gekoppeld door d\\vars-
verbindingcn, bestaande uit een boven- en een onderligger,
vanden T-vorm, van plaat-en hoekijzer, onderling verbonden
door een stelsel van gekruiste hoekijzers; hiervan zijn uitge-
zonderd de verbindingen aan de einden, waar de kruisen ver-
vangen zijn door volle platen. De hoogte der bovcnkoppelingen
hangt at van de lengte der verticalen. In de as der brug
is tusschen de dwarskoppelingen een ligger aangebracht.
Aan de onderzijde geschiedt de koppeling door stalen
dwarsdragers, waarop de vloer der brug rust.
Bovendien zijn tusschen de boven- en de benedenranden
windkruisen aangebracht, bestaande uit dubbele hoekijzers,
die met koppelplaten aan de vanden verbonden zijn.
De dwarsdragers, hoog 0.75 M., uit plaat- en hoekstaal
samengesteld, zijn bij de verticalen geplaatst, zoodat hun
normale afstand voor de groote overspanningen 4.375 M.
voor de kleinere 4.61 M. bedraagt, aan de uiteinden zijn
echter die afstanden slechts 0.87 M. en 0.71 M. Zij zijn met
hoekstalen aan de benedenranden en verticalen bevestigd.
De langsdragers, hoog 0.47 M., gevormd uit plaat- en hoek-
staal, zijn onder de spoorstaven en tusschen de dwarsdragers
aangebracht en met verticale hoekstalen aan deze laatsten
verbonden. Tot dwarskoppeling zijn in het midden, tegen de
randen, hoekijzers geklonken.
s
-ocr page 78-
(50
Op de stalen langsdragers rusten de eikenhouten dwars-
liggers, waarop de spoorstaven bevestigd zijn.
Tusschen de spoorstaven ligt een dek van geribd plaatijzer
en tusschen de spoorbanen een vloer van greenenhoul.
Aan de binnenzijden der brugbalken zijn verhoogde voet-
paden gemaakt.
Bij liet rechterlandhoofd en bij de pijlers II, IV en VI,
rusten de vaste bruggen, door middel van daaraan bevestigde
en aan de onderzijde cirkelvormig uitgeholde stalen kussens,
op gesmeed ijzeren platen, welke aan de bovenzijde zijn afge-
rond en gedragen worden door stalen rollen, die zich bewegen
over gesmeed ijzeren platen in den hardsteen ingelaten, üp de
overige pijlers zijn geen rollen aangebracht en rusten de stalen
platen onmiddelijk op, in den hardsteen ingelaten, gegoten
ijzeren draagkussens.
Voor elke overspanning zijn in de sporen compensatie-toe-
stellen van staal gemaakt, die op de pijlers II, IV en VI
op geslagen ijzeren liggers en bij het rechterlandhoofd op
hardsteen rusten.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende materialen verwerkt:
Heskant
bezaaqd hout.
IJzEB.
Staal.
OMSCHRIJVING.
GETBOK-! GE-
KEN. iSMEED
GETBOK-] GE-
GREE-
NEN.
GE-
EIKEN.
GERIBD.
SMEED. GOTEN.
M\\
58.363
42.598
8.785
5.600
0.830
KG.
106850
2562
12973
KG. KG.
106850
83473
102811 7519
2793
46268
KG.
M\'.
45.496
31.960
2.670
1.950
0.550
KG.
Twee overspanningen, elk
van 87.64 H.....1146241
Twee overspanningen, elk
van \'64.64 M......563105
Een groote dr&aibrug lang
53.64 M.......27138
KG. KG.
2944 \' 20693
15105
6035
3885
3113
46081
2949
33417
9624
31850
80814
794
347
Een kleine draaibrug lang
34.78 M.......76713 ii\'! i,
Compensatie" en oplegtoe-
14386
9293
stellen.......
Totaal. . . 1822490 J 147218
116.176
82.626
56580 I 1141
293134
-ocr page 79-
67
De onderbouw werd uitgevoerd volgens bestek N°. 227, de
bovenbouw volgens bestek N°. 419.
De werken, omschreven in bestek N°. 227, werden aange-
vangen in Februari 1866 en opgeleverd in de tweede
helft van 1869, die van bestek N°. 419 werden in Maart
1870 begonnen, terwijl de beproeving der brug plaats had
21 October 1872, waarna zij 1 November d. a. v. in exploitatie
gegeven is.
Met uitzondering van de algemeene onkosten , die van ont-
eigening, grondboringen, rivierverbeteringen, spoorstaven
met toebehooren en buitengewoon toezicht, hebben de uitgaven
bedragen :
voor den onderbouw......../\' 927.114.—
» « bovenbouw........« 648.071.—
Totaal . . /" 1.575.185.—
dus per strekkende M. /\' 3920.—.
Het ontwerp werd opgemaakt en de uitvoering had plaats
onder de leiding van den Eerstaanwezend Ingenieur, thans
Directeur voor de Staatsspoorwegen N. Th. Michaëlis, en van
de ingenieurs A. Simons, en A. K. P. F. R. van Hasselt, thans
Administrateur van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaat-
schappij.
Het bouwen der landhoofden en pijlers met bijbehoorende
werken werd aangenomen door den heer L. J. de Borst
Verdoorn te Ameide; het maken en stellen van den metalen
bovenbouw door de Butterley Company te Alfreton.
s*
-ocr page 80-
68
Brug over de Maas te Gennep in den Spoorweg van Borstel
naar Wesel.
Plaat X.
Deze brug heeft vijf openingen, ieder wijd 58.50 M., ge
meten op 10.80 M. A.P.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het linkerlandhoofd tot de
lengteas van pijler I.........61.30 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 63.60 •
it ii           n          n „ II i, » i, „ III 63.60 n
n n            ii           n h III ii n H ii IV 63.60 *
h ii          n         n ii IV n\' den voorkant van
het rechterlandhoofd..........61.30 »
Lengte tusschen de landhoofden . . 313.40 M.
De afstand van den voorkant der landhoofden tot
de achtereinden van de hoofdliggers bedraagt
2 X 1.65 M............3.30 „
Totale lengte der brug . . . 316.70 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
Één der pijlers werd in de rivier, een oeverpijler, een
landpijler en een landhoofd op den linker-, een oeverpijler
en een landhoofd daarentegen op den rechter Maasoever ge-
bouwd.
De pijler, het dichtst aan den linkeroever gelegen, werd
-ocr page 81-
GO
zooveel landwaarts geplaatst, dat een jaagpad, breed 8 M.,
daarvóór kan worden aangelegd.
De oeverpijlers, de landpijler en de landhoofden zijn ge-
fundeerd op beton, besloten binnen dampalenwanden; de
stroompijlor eveneens, doch deze is daarenboven onderheid.
De pijlers en landhoofden zijn opgetrokken van metselwerk
in gebakken steen. De pijlers hebben, over de kussenblokken
gemeten, 4 M. bovenbreedte; hun koppen zijn tot ijsbrekers
afgewerkt.
De dagzijden der landhoofden zijn met moëllons piqués
bekleed; de afrondingen der hoeken, de afdekkingen en de
borstweringen zijn in hardsteen bewerkt.
De stroompijler is geheel met gehouwen steen bekleed.
Van de oever- en landpijlers zijn de dagzijden in moëllons
piqués bewerkt tol de onderkanten der lijsten, die evenals
de koppen, de banden en de afdekkingen bij alle pijlers van
hardsteen zijn.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
VlEKKANT
BEZAAGD
Metselwerk
GEOALVA-
OMSCHRIJVING.
DENNEN-
HOUT VOOR
Beton.
IN
IN
IN
QESMEED
DAMPALEN.
GEBAKKEN
STEEN.
IIAI1I1-
8TEEN.
MOËLLONS
PIQUÉS.
M.
M3.
Ji3.
M3.
M3.
Ka.
Linkerlandhoofd .
1612
560
546
52
60
1544
Pijlers I, II en IV
3713
1361
1326
719
186
5734
Stroompijler III .
2453
607
372
412
—
1664
Rechterlandhoofd .
1639
489
552
52
61
1544
Totaal . .
9417
3017
2796
1235
307
10486
-ocr page 82-
70
Samenstelling van den bovenboutv.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor, zijn as ligt
3 M. benoorden die der brug.
De lengte der hoofdliggers bedraagt voor elke
overspanning............62.33 M.
en die, gemeten tusschen de assen der opleggingen 61.48 »
De lengte van het vlak van oplegging bedraagt voor elke
overspanning 0.85 M., de breedte 0.60 M.
De wijdte tusschen de verticalen is 4.50 M. en de afstand
tusschen den bovenkant der spoorstaven en den onderkant
der bovenkoppelingen 5 M.
Over hare geheele lengte ligt do brug waterpas en met den
bovenkant der spoorstaven op 17.20 M. • AP.; de onder-
kant van den bovenbouw ligt op 16.28 M. -f AP.
De beide randen der hoofdliggers zijn recht en even-
wijdig; zij hebben eene breedte van 0.60 M.
De afstand tusschen de zwaartepuntslij non van de onder-
en bovenranden is in het midden 6.80 M., terwijl de geheele
hoogte van de brug diiar 7.036 M. bedraagt.
Elke opening wordt overspannen door twee hoofdliggers
van getrokken ijzer, waarvan de beide randen door verticalen
en diagonalen aan elkander verbonden zijn. De hoofdliggers
zijn balken met verticalen en getrokken diagonalen van de
tweede orde.
De afstand der verticalen onderling is 3.805 M., zoodat
elke hoofdligger is verdeeld in zestien vakken.
De beide randen der hoofdliggers bestaan ieder uit horizon*
tale en twee verticale platen , die met hoekijzers aan elkander
geklonken zijn; de onderlinge afstand der verticale platen
is 0.27 M., de hoogte bedraagt voor den bovenrand 0.46 M.
en voor den benedenrand 0.40 M., de dikte is 15 m.M.
-ocr page 83-
71
De diagonalen bestaan uit strooken plaatijzer die tegen de
buitenzijden der verticale randplaten geklonken zijn.
Ue verticalen, uit plaat- en hoekijzer samengesteld, ver-
toonen in horizontale doorsnede den dubbelen T-vorm. Zij
zijn aan de staande randplaten geklonken.
De brugwanden zijn bij do verticalen van boven gekoppeld
door dwarsverbindingen, hoog 0.80 M., bestaande uit een
onder* en een bovenligger, van don T-vorm, van plaat- en
hoekij/.er, die onderling vereonigd zijn door kruisen van
hoekijzor. Aan de onderzijde bevindt zich, tusschen elke twee
overeenkomstige verticalen, een plaatijzeren dwarsdrager,
hoog 0.78 M.; deze dwarsdragers zijn aan de slaande rand-
platen en aan de verticalen geklonken, en vormen alzoo
tevens de benedonverbindingon van de hoofd liggers.
In ieder vak zijn tusschen de dwarsdragers, plaatijzeren langs-
liggers aan deze laatsten vastgeklonken. De langsliggers, hoog
0.55 M., bevinden zich onder do spoorstaven, en dus op
een onderlingen afstand van 1.50 M. Zij dragen, door middel
van eikenhouten dwarsliggers, de spoorstaven en hel geribd
plaatijzeren dek. Aan de beide zijden van het spoor zijn over
de dwarsdragers verhoogde looppaden van greenenhout ge-
timmerd.
De overspanningen zijn zoowel boven als beneden, voor-
zien van windkruisen, samengesteld uit hoekijzers.
De onderranden der hoofdliggers zijn aan de uiteinden
versterkt door ijzeren platen, die met een cilindrisch uitge-
hold gedeelle rusten op stalen onderstoelen, welke volgens
een concentrisch cilindervlak zijn afgewerkt.
De beweegbare opleggingen van iedere overspanning zijn
gevormd door het aanbrengen van stalen rollen, onder de
genoemde stoelen. Het aantal dier rollen bedraagt bij elk
toestel negen stuks.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden
verwerkt:
-ocr page 84-
72
IJzer.
(IERIBD.
Gesmeed
staal.
Eiken-
hout.
OMSCHRIJVING.
OE-
TROKKEN.
GESMEED.
OKOOTBN.
GREENEN-
HOUT.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M».
M».
Vijf overspanningen, elk
von 58.50 M. opening
819459
—
—
—
—
—
—
Dek , vloer , leuning,
schroef bouten, enz. .
2150
21585
—
12576
—
34.800
40.300
Compensatie-inrichtingen
—
—
4360
—
13700
—
—
Arerf- en herstellingstoe-
—
9700
5698
—
—
—
2.600
Totaal . . .
821609
31285
10058
12576
13700
34.800
42.900
Zonder de afgravingen der beide Maasoevers, hebben de
kosten van de brug bedragen f 551.102 waarvan: voor den
onderbouw /\' 324.000 en voor den bovenbouw /\' 227.102,
dus per strekkende M. /\' 1740.
De bouw der brug is aangevangen in Augustus 1871 en
geëindigd in November 1872.
De bovenbouw is gemaakt door de firma John Gockerill
te Seraing, de onderbouw werd in eigen beheer uitgevoerd
onder leiding van den Ingenieur G. Rijperman, thans Secre-
taris van de Noord-Brabantsch Duitsclie Spoorweg-Maatschappij
te Gennep.
-ocr page 85-
73
Brug over de Maas te Ravestein in den Nederlandsohen
ZuiD-OoSTERSPOORWEG VAN TlLBURG NAAR NlJMEGEN.
Plaat XL
De brug to Ravestein heeft zes openingen, waarvan vier,
ieder wijd 60 M. en twee, ieder wijd 40 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van liet linkerlandhoofd tot de lengteas
van pijler I, op 13.53 M. AP. gemeten. . 61.90 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 63.54 «
Il 11        II          II      II IJ II n il       II lil 63.54 „
K       n           ii              il         ii III n ii        n         il IV 63.54 n
ii ii             ii                n h IV ii n ii H V 43.46 H
» i>         n           h n V » den voorkant van
het rechterlandhoofd op 11.76 M. AP. . . 41.90 „
Lengte tusschen de landhoofden. . 337.88 M.
De afstand van de voorkanten der landhoofden tot
aan de achtereinden der hoofdliggers bedraagt
2 X 1.60 M............3.20 ,
Totale lengte der brug . . 341.08 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De pijlers en het rechterlandhoofd zijn gefundeerd op
beton. Bij de rivierpijlers I en II zijn die fundeeringen be-
sloten binnen omkistingen van dampalen.
-ocr page 86-
74
Het linkei\'landhoofd is gefundeerd op eon paal rooster werk.
De pijlers en landhoofden zijn opgetrokken van metsel-
werk in gebakken steen, slechts de uiteinden der pijlers
zijn over een gedeelte der hoogte tot ijsbrekers ingericht en
met hardsteen bekleed.
Lijsten, draag- en deksteenen zijn allen van hardsteen.
Rondom de landpijlers is rijsbeslag gelegd, met steen
gedekt.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
OMSCHRIJVING.
Heipalen.
Dennen-
hout
voob
Bezaagd
DENNEN-
Beton.
METSEL-
WEEK VAN
GEBAKKEN
HAP.D-
STEEN.
DAMPAEEN.
STEEN.
M.
M\'.
M3.
M:1.
M*.
M\'.
Lirikerlandhoofd .
1935
—
18
—
637
22.400
Pijler I . . .
—
122
—
728
572
91.600
, II • • •
—
122
—
729
572
91.600
«UI ...
—
—
—
311
417
80.100
„ IV . . .
—
—
—
307
400
78.600
. v . . .
—
—
—
290
380
69.600
Uecliterlandhoofd .
—
—
—
390
393
23.170
Totaal . .
1935
244
18
2755
3371
457.070
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor enkel spoor; zijn as ligt
op een afstand van 2.80 M. bezuiden die der brug.
De lengte van elk der vier groote overspanningen, gemeten
tusschen de assen der opleggingen, bedraagt . . 62.24 M.
de lengte van elk der twee andere overspannin-
gen, op gelijke wijze gemeten, is.....42.38 *
Do lengte der hoofdliggers bedraagt:
bij de bruggen van 60 M. opening......63.04 »
ii ii            ii            H 40 n             ii......42.98 H
-ocr page 87-
75
De afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers van
alle overspanningen is..........4.80 M.
De wijdte gemeten tusschen de verticalen bedraagt:
bij de bruggen van GO M. opening......4.50 »
w »           ii           ir 40 ii           ii......4.52 h
Do spoorbaan ligt van hel linkerlandhoofd tot de as van
pijler II, waterpas met den bovenkant op 14.894 M. A.P.
en vertier onder een holling van 120 op 1.
Do onderkanton der twee rivieroverspanningen liggen op
13.94 M. A.P.
De hoofdliggers der overspanningen van GO M. zijn
van getrokken ijzer met, dubbele wanden en rechte en even-
wijdige ondor- en bovenranden, ieder breed 0.50 M., die door
verticalen en diagonalen aan elkander verhonden zijn. Iedere
ligger is een balk met verticalen en getrokken diagonalen van
de tweede orde.
Van de hoofdliggers der overspanningen van 40 M. zijn de
wanden enkelvoudig, terwijl do randen recht en evenwijdig on
0.50 M. breed zijn. Iedere ligger is een balk mot verticalen
en getrokken schoren van do eerste orde.
De hoogte der hoofdliggers bedraagt:
bij de bruggen van 60 M. opening.....7.28 M.
n ii         ii           , 40 .         ......4.28 „
Elke hoofddraagwand der bruggen van 60 M. is verdeeld
in 18 vakken van 3.43 M.
Elke hoofdligger der bruggen van 40 M. telt 14 vakken,
ieder lang 3.027 M.
Iedere rand van de liggers der overspanningen van 60 M
bestaat uit horizontale platen, waaraan met hoekijzers twee
verticale platen geklonken zijn van 15 m.M. dikte, hoog
0.45 M. en op onderlingen afstand van 0.30 M. De diagonalen
bestaan uit strooken plaatijzer; de verticalen verloonon in
horizontale doorsnede den dubbelen T-vorm.
Tusschen de verticalen zijn aan de benedenzijde ijzeren dwars-
-ocr page 88-
7G
dragers bevestigd, die tevens de benedenkoppelingen uit-
maken.
De bovenkoppelingen bestaan uit plaatijzeren boven- en
benedenliggers van den T-vorm, die door kruisen van hoekijzer
onderling verbonden zijn.
De langsdragers zijn op afstanden van 0.75 M., ter weers-
zijde van de lengteas der brug, tusschen de dwarsdragers
geplaatst en daaraan met hoekijzers bevestigd.
De windkruisen, zoowel boven als beneden, tusschen de
hoofdliggers aangebracht, zijn uit hoekijzer samengesteld.
De onderranden der hoofdliggers zijn aan de uiteinden
verzwaard on daar bevestigd op gesmeed ijzeren bovenstoc-
len, rustende op assen; deze dragen op onderstoelen van
hetzelfde metaal, die ieder op vijf stalen rollen, liggende
op gesmeed ijzeren glijdplaten, in do draagsteenen ingelaten,
hun steunpunt vinden.
Elke opening van 40 M. wordt overspannen door twee
hoofdliggers van getrokken ijzer.
De randen dezer hoofdliggers bestaan uit horizontale platen
waaraan met hoekijzers één verticale plaat van dubbele dikte,
samengesteld uit twee strooken, elk dik 10 m.M. en hoog
0 45 M., geklonken is. De diagonalen bestaan uit strooken plaat-
ijzer en de verticalen uit vier aan elkander geklonken hoekijzers.
Aan de benedenzijden der verticalen zijn de ijzeren dwars-
dragers bevestigd. Het raam, gevormd door de verticalen en
de dwarsdragers, is verstijfd door driehoekvormige platen,
welke door hoekijzers aan de dwarsdragers en aan de ver-
ticalen verbonden zijn.
Tegen de onderkanten der hoofdliggers zijn windkruisen
van hoekijzers aangebracht.
De langsdragers zijn op gelijke wijze geplaatst en verbon-
den als bij de openingen van GO M., ook de oplegging heeft
op dezelfde wijze als daar plaats, met uitzondering dat de
onderstoelen hier op vier gesmeed stalen rollen dragen.
-ocr page 89-
77
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden
verwerkt:
IJzer.
Gehamerd
STAAL.
GREENEN-
HOUT.
OMSCHltIJVING.
GE-
TBOKKEN.
GESMEED.
GEGOTEN.
GERIBD
1M.AAT-
Loon.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M».
Vierbruggen,elk van 60M.
788800
16800
—
—
—
140
—
Twee „ „ ,4(1,
212400
7000
—
—
—
60
—
Arloer, borstwering,
schroefbouten enz. . .
—
2000
3500
27000
—
—
108
Compensatie" toestellen .
—
—
500
—
350
35
—
Totaal . .
1001200
25800
4000
27000
350
235
108
De bouw der brug is aangevangen in Juni 1872 en de
oplevering had plaats 15 April 1875.
De kosten van den onderbouw, zonder de bijkomende
werken op de oevers, hebben bedragen . . /\' 297.395.—
die van den bovenbouw waren.....» 487 730. —
Totaal . /\' 785.125.—
dus per strekkende M. / 2300.—.
De brug is ontworpen door wijlen den Ingenieur J. H. Muller;
de uitvoering geschiedde onder toezicht van den Ingenieur
J. IL van Hasselt.
-ocr page 90-
78
Brug over de Nieuwe Maas te Rotterdam in den Staats-
spoorweg van rotterdam naar blïeda.
Plaat XII.
Deze brug heeft vijf openingen, waarvan drie, elk wijd
84.20 M. en twee, elk wijd 61.60 M., genieten op 8.50 M. A.P.
De onderlinge afstand tusschen landhoofden en pijlers,
gemeten op 8.50 M. A.P., bedraagt:
van den onderkant van liet linkerlandlioofd tot de lengteas
van pijler 1............64.50 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 90.— «
n n             n             n          11          II 11 n n             n III         90. — »
nu            n            ii         n III n n n            ii IV        90.— n
il » n ii ii IV n den voorkant van
het rechterlandhoofd........ . 64.50 »
Lengle tusschen de landhoofden . . 399.— M.
De afstand van de voorkanten der landhoofden tot
de achtereinden der hoofdliggers is ... . 3.23 n
Totale lengte der brug . . 402.23 M.
Samenstelling van den onderbouiv.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De pijlers III en IV zijn met behulp van luchtdruk ge-
fundeerd en bestaan in hoofdzaak uit:
een ijzeren werkkamer gevuld met beton;
-ocr page 91-
79
een plaatijzeren mantel, gedeeltelijk dienende tot bekleeding
van het pijlerfundament;
het pijlerfundament van metselwerk in gebakken steen en
den eigenlijken pijler van metselwerk in gebakken steen
met een bekleeding van hardsteen.
Het linkerlandhoofd en pijler I zijn gefundeerd op roos-
terwerken, gedragen door heipalen.
Pijler II en het rechterlandhoofd zijn gefundeerd op beton,
gedragen door heipalen en omsloten door beheiingen van
dampalen.
Tusschen de palen van het rechterlandhoofd is daarenboven
een zandkisting aangebracht.
De landhoofden en de pijlers zijn opgetrokken van met-
selwerk in gebakken steen met een bekleeding van hardsteen ,
voor de pijlers reikt deze echter slechts tot 4 M. | A.P.
Lijsten, draag- en deksteenen zijn allen van hardsteen.
Rondom de pijlers zijn rijzen stukken gezonken en daarop
steenstorlingen aangebracht.
Aan de landhoofden en pijlers werden de navolgende materi-
alen verwerkt:
27304 M. heipaal,
24 M3 dennenhout,
570 i
          i            voor dampalen,
45r> i bezaagd eikenhout,
2791 > belon,
1293 •        » in portland-cementmortel,
10350 » metselwerk,
2060 • hardsteen,
461560 KG. plaat- en getrokken ijzer,
11480 • gesmeed ijzer,
14470 M2 zinkstuk,
15660 scheepston ballaststeen,
145 M3 puin.
-ocr page 92-
80
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor dubbel spoor; de afstand
der sporen, midden op midden bedraagt. . . . 3.60 M.
De lengte van de hoofdliggers is bij de over-
spanningen van 84.20 M..........87.40 M.
en bij die van 61.60 M..........64.54 ,,
gemeten tusschen de assen der eindverticalen.
Tusschen de lengteassen der hoofdliggers van alle
overspanningen is de afstand.......8.50 »
De spoorbanen liggen over de geheele lengte waterpas
met de boven vlakken op 10 M. -\\- A.P.
De bovenranden van alle hoofdliggers hebben den parabool-
vorm, de onderranden zijn recht.
Van de overspanningen van 84.20 M. zijn de liggers hoog:
aan de uiteinden...........6.65 M.
en in het midden...........14.65 »
van die van 61.60 M. zijn zij aan de uiteinden hoog 6.65 «
en in het midden...........12.53 »
deze hoogten zijn gemeten tusschen de zwaartepunten van de
randen.
Iedere overspanning bestaat uit twee hoofdliggers van
plaatijzer, waarvan de beide randen, breed 1.20 M., door
verticalen en diagonalen zoodanig aan elkander verbonden
zijn, dat iedere hoofdligger een balk met verticalen en ge-
trokken diagonalen van de eerste orde vormt.
Bij de drie groote overspanningen bedraagt de afstand der
verticalen onderling 4.37 M., bij de beide anderen 4.61 M.
De randen der liggers bestaan elk uit horizontale platen
waaraan met hoekijzers twee verticale platen, op een onder-
lingen afstand van 0.76 M, geklonken zijn; iedere plaat is
hoog 0.60 M., voor de groote overspanningen 20 m.M.,
voor de kleinere 13 m.M. dik.
-ocr page 93-
81
De diagonalen bestaan uit opeen geklonken platen, dik ge-
deeltelijk 10 m.M. en gedeeltelijk 13 m.M., bij de zwaarste
diagonalen zijn vier platen van 10 m.M. op elkander geklonken.
In horizontale doorsnede vertoonen de verticalen den dub-
belen Q-vorm, samengesteld uil platen, waartegen hoekijzers
geklonken zijn, bij de randen en bij de na te melden dwars-
koppelingen onderling verbonden door een plaat, en over de
verdere hoogte door een stelsel van hoekijzers en strooken; de
eindverticalen bestaan ieder uit vier Q -vormige gedeelten,
waarvan telkens twee in het midden door één volle plaat over
de geheel e hoogte aan elkander verbonden zijn.
De hoofdliggers zijn aan de bovenzijde der verticalen ver-
bonden door dwarskoppolingcn, beslaande uit een boven- en
een onderligger, ieder samengesteld uit één plaat en vier hock-
ijzers, met uitzondering van die bij de eerste en de laatste
verticaal, waar zij uit een plaat en twee hoekijzers bestaan,
en den T-vorm hebben; bij de overigen is de dubbele T-vorm
gebruikt. Zij zijn gekoppeld bij verticaal 1 door staande
hoekijzers, bij verticaal 2 door een loodrecht hoekijzer in
het midden en door twee kruisen, bij de overigen door een
kruis van plaatijzeren strooken.
De hoogte der dwarskoppelingen is afhankelijk van de lengte
der verticalen.
Volgens de lengteas der overspanningen zijn zoowel de
boven- als de benedenliggers der dwarskoppelingen door
hoekijzers onderling verbonden.
Bovendien zijn de hoofdbalken, zoo aan de boven- als aan de
onderzijde, van windkruisen, uit hoekijzers bestaande, voorzien.
De dwarsdragers, hoog 0.77 M., uit plaat- en hoekstaal
samengesteld, zijn tusschen en aan de benedenzijden van de
overeenkomstige verticalen aangebracht, en met hoekstalen
aan dezen en aan de onderranden verbonden.
De langsliggers, hoog 0.47 M., gevormd uit plaat- en hoek-
staal, zijn onder de spoorstaven en tusschen de dwarsdrosrers
6
-ocr page 94-
82
geplaatst. De uiteinden dier liggers rusten op hoekstalen
die aan de dwarsdragers geklonken zijn; zij zijn bovendien
aan de dwarsdragers verbonden. In het midden zijn de langs-
dragers twee aan twee door lioekstaal gekoppeld.
Op de stalen langsliggers rusten de eikenhouten dwars-
liggers met de spoorstaven. Tusschen de spoorstaven ligt
een dek van geribd ijzer en tusschen de sporen een houten
vloer, rustende op greenenhouten ribben ; aan de binnenzijden
van de brugbalken bevinden zich nog verhoogde voetpaden.
De onderranden der hoofdliggers rusten aan de achter-
einden op stalen stoelen, die in het midden eene draaiende
bewoging toelaten; deze stoelen zijn bij het rechterlandhoofd
en bij de pijlers I en III ingelaten in hardsteen, bij het lin-
kerlandhoofd en bij de pijlers II en IV rusten zij daarentegen
op stellen rollen, dragende op in den hardsteen ingelaten
platen.
Op het rechterlandhoofd en op de pijlers II en IV zijn
in de sporen stalen compensatie-toestellen gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende materialen ver-
werkt :
-ocr page 95-
83
Meskant
bezaagd hout.
IJüEB.
Staal.
OMSCHBIJVING
AS
S S
GBEE-
NEN.
OETKOK-
KEN.
GE-
SMEED
CE-
GOTEN.
ÜETBOK-
KEN.
GE-
HAMEBD.
M\'.
KG.
1887387
GG3940
KG.
KG.
2010
KG.
090
324
KG.
M\'.
KG.
KG.
191700
91694
Drie overspanningen, elk van
87.40 M........
Twee overspanningen, elk van
04.54 M........
Bevestiging der beneden wind-
kruison aan de koppelijzers
der langsdragers . . . .
Opleggingen.......
Langsdragers buiten de brug-
gen uitstekend.....
Bijkomende langsdragers op
den noordelijken landpijler
Leuning........
Dek onder de brug bij de land-
hooiden........
Geribd ijzer.......
Compensatie-toestellen . . .
Verftoestellen......
Schroefboutcn ......
Vloer .........
203
25061
21797
1472
2180
04050
4401
4047
0834
1252
2982
0896
982
12562
3200
41940
958
1275
4974
133.682
112.073
Totaal
112.073
133.082
52130
3266
8522
291842
05614
2582835
41940
Het linkerlandhoofd en de pijlers zijn uitgevoerd volgens
bestek N°. 413 en het rechterlandhoofd volgens bestek N°. 519.
De bovenbouw is gemaakt volgens bestek N°. 586.
De werken, omschreven in het bestek N°. 413, werden aan-
gevangen in Januari 1870 en opgeleverd in de tweede helft
van 1871; het rechterlandhoofd kwam in het einde van 1874
gereed.
Het maken van den bovenbouw, omschreven in bestek
N°. 586, is in September 1874 begonnen en was in de laatste
helft van 1876 voltooid.
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van ont-
eigening, rivierverbetering en spoorstaven met klein ijzerwerk
-ocr page 96-
84
zijn de uitgaven geweest, voor den onderbouw /\' 924,692.—
voor den bovenbouw........• 853,193.—
Totaal ..../\' 1,777,885.—
of per M. brug f 4420. — .
Het ontwerp van de brug is opgemaakt en de uitvoering
had plaats onder leiding van den Eerstaanwezend Ingenieur
der Staatsspoorwegen, N. Th. Michaëlis, thans Directeur
voor de Spoorwegen, door den Ingenieur A. K. P. F. R. van
Hasselt, nu Administrateur van de Hollandsche IJzeren
Spoorwegmaatschappij, voor zooveel den onderbouw betreft,
en door den Ingenieur Dr. E. F. van Dissel, thans Ingenieur
van het Hoogheemraadschap van Rijnland, voor wat den
bovenbouw aangaat.
De aannemers van het linkerlandhoofd en der pijlers wa-
rcn de Heeren J. Verwaayen te Arnhem on J. Kooy te
Amsterdam, die van het rechterlandhoofd de Heeren P. Schreu-
ders te IJsselmonde en G. Sterk Hz. te Heukelom; terwijl
het maken van den metalen bovenbouw aangenomen is door
de firma Gail & Gio. te Parijs.
Brug oveu de Koningshaven op Fe yenoord in den Staats^
srookweg van rotterdam naar breda.
Plaat XIII.
Toen voor den aanleg van den spoorweg van Rotterdam
naar Dordrecht, de rivier de Nieuwe Maas bij de eerstge-
noemde stad moest worden overbrugd, en voor de voorge-
nomen uitbreiding van Piottcrdam aan de overzijde van de
-ocr page 97-
85
Maas besloten was tot het graven van een kanaal door
Feyenoord, dat eerst den naam van Noorder-, later dien van
Koningshaven verkreeg, kon het maken van een beweegbaar
deel in de brug over de rivier vermeden worden. Dat
kanaal, waarover de hier beschreven brug is gebouwd, dient
om de gemeenschap voor vaartuigen te onderhouden, tusschen
het gedeelte der Nieuwe Maas, boven Rotterdam gelegen
met dat daar beneden en met de Noordzee. Van daar dat
de brug ingericht moest worden om groote schepen, die de
masten niet kunnen strijken, door te laten.
Zij is daarom aangelegd met een dubbele draaibrug, waar-
van de openingen 20 M. wijd zijn, tusschen twee vaste over-
spanningen, elk wijd 75.35 M.
De twee vasle overspanningen zijn ieder lang 80.26 M.
de draaibrug is lang.........54.45 »
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het zuidelijk landhoofd tot de as
van pijler I, gemeten op 8.50 M. -f A.P. . 77.355 M.
van de as van pijler I tot die van pijler II. . 28.52 »
«nu»
        n II » » » » III •         28.o2 »
» • • • » III » den voorkant van het
noordelijk landhoofd.........77.355 »
Lengte tusschen de landhoofden . . .211.75 M.
Tusschen de voorkanten der landhoofden en de
achtereinden der hoofdliggers bedragen de af-
standen te samen..........4.48 »
Totale lengte der brug .... 216.23 M.
De voorkanten der landhoofden en de assen der pijlers, ma-
ken een hoek van ruim 93° met de as van den spoorweg.
Samenstelling van den onderlomv.
Van den onderbouw, ingericht voor dubbel spoor, zijn de
landhoofden gefundeerd op roosterwerken door palen gedragen
-ocr page 98-
80
en de pijlers op beton, besloten binnen omkistingen van
dampalen.
De landhoofden en pijlers, in den droge gebouwd, vóór dat de
Koningshaven werd gegraven, zijn opgetrokken van metselwerk
in gebakken steen; de laatsten zijn geheel, en van de land-
hoofden alléén de afrondingen der frontmuren met hardsteen
bekleed.
Alle lijsten, parapetten, draag- en deksteenen zijn van
gehouwen steen.
Rondom do pijlers zijn rijzen stukken gezonken en daarop
steenstortingen aangebracht, terwijl de palen der remming-
werken van de draaibrug, door een rijzendam zijn geheid.
Aan de landhoofden en pijlers zijn do volgende bouw-
stoffen verwerkt:
14140 M. heipaal,
94 M3. bezaagd dennenhout,
358 » >
                »          voor dampalen,
15 » « greenenhout,
179 » boschkant beslagen eikenhout,
146 > bezaagd eikenhout,
1860 • beton,
4359 » metselwerk in gebakken steen,
1445 » hardsteen,
19537 KG. gesmeed ijzer,
2494 » gegoten ijzer,
6738 scheepston stortsteen,
7825 M? zinksteen van 0.50 M. dikte,
2867 M3 rijzen dam.
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor dubbel spoor.
Van de vaste overspanningen is de lengte der hoofdliggers,
-ocr page 99-
87
gemeten tusschen de assen der eindvorticalen 78.60 M.
terwijl de lengte dor draaibrug, op gelijke wijze
gemeten, bedraagt...........53.85 »
De afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers
van de vaste bruggen is.........8.99 »
Over de geheele lengte liggen de spoorbanen waterpas
met de bovenvlakken op 10 M. A. P.
Van den bovenbouw der vaste overspanningen zijn de
onderkanten op 9.047 M. A. P. gelegen.
De onderranden van de hoofdliggers der vaste bruggen
zijn recht, de bovenranden hebben den paraboolvorm.
De liggers zijn hoog aan de uiteinden . . . 5.23 M.
en in het midden...........12.— »
deze hoogten zijn gerekend tusschen de zwaartepunten der
randen.
Elke opening der vaste bruggen wordt overspannen door
twee hoofdliggers van plaatijzer waarvan de beide randen,
ieder breed 1.20 M., door stijlen en schoren aan elkander
verbonden zijn, zoodanig dat iedere hoofdliggor een balk
mot verticalen en getrokken diagonalen van de eerste orde is.
De afstand der verticalen bedraagt 4.37 M.
De randen van iederen hoofdligger bestaan uit horizontale
platen, waaraan met hoekijzers tweo verticale platen van
enkele dikte geklonken zijn; de afstand dezer platen is
0.75 M., de dikte 17 m.M. en de hoogte 0.50 M.
De diagonalen bestaan uit strooken plaatijzer, dik 17 m.M.,
behalve die, voorkomende in de eerste twee vakken, welke
20 m.M. dik zijn. Zij liggen met de verticale platen der
randen in eenzelfde vlak. In de eerste drie vakken is tus-
schen de genoemde diagonalen nog een derde aangebracht,
aan den rand bevestigd door een verticale plaat, die met
hoekijzers aan de horizontale randplaten geklonken is.
Iedere verticaal heeft in horizontale doorsnede den dub-
belen [_j-vorm, samengesteld uit plaat- en hockijzor, onder-
-ocr page 100-
88
ling verbonden door gekruiste staven. De eindverticalen bc-
staan uit kruisen van hookijzers die door volle platen aan
elkander verbonden zijn. Alle verticalen zijn aan de opstaande
randplaten geklonken.
De hoofdliggors zijn bij de verticalen aan de bovenzijden
gekoppeld door dwarsverbindingen, ieder bestaande uit een
plaatijzeren onder- en een bovenligger van den T-vorm, die
vereenigd zijn door een kruis, waarvan de staven bestaan uit
twee tegen elkander geklonken hoekijzers; bij de eerste dwars-
koppeling zijn de kruisen vervangen door een plaat. De hoogte
dor bovenkoppelingen hangt af van de lengte der verticalen.
In de lengteas der brug is tusschen de bovenliggers der
dwarskoppolingen een ligger van hoekijzer geplaatst.
Aan de onderzijden heeft de dwarskoppeling plaats door
do stalen dwarsdragers waarop de vloer der brug rust.
Zoowel aan de onder- als aan de bovenranden der hoofd-
liggers zijn windkruisen aangebracht, gevormd uit dubbele
hoekijzers.
Tusschen de overeenkomstige verticalen van twee brug-
balken zijn de dwarsdragers, hoog 0.75 M. geplaatst, uit
plaat- on hoekstaal samengesteld en met hoekstalen aan do
verticale randplaten geklonken.
Do langsliggers van plaat- en hoekstaal, hoog 0.47 M.,
zijn tusschen de dwarsdragers en onder de spoorstaven aan-
gebracht. Zij rusten op en zijn aan de dwarsdragers geklonken,
terwijl zij in het midden twee aan twee met eon hoekstaal
gekoppeld zijn.
Op do langsliggers zijn eikenhouten dwarsliggers bevestigd
en op dozen do spoorstaven.
Tusschen de spoorstaven ligt een dek van geribd ijzer
en tusschen de sporen een vloer van greenenhout, rus-
tendo op groenen ribbon. Langs de binnenzijden der brug-
balken zijn bovendien verhoogde houten voetpaden gemaakt.
De onderranden van de vaste overspanningen rusten op
-ocr page 101-
89
stalen stoelen, die in het midden cirkelvormig zijn uitgc-
boord. In dit iiilgeboorde gedeelte past een stuk staal van
halfcirkelvormige doorsnede; het platte gedeelte daarvan
draagt op een trapeziumvormige plaat, die bij de pijlers I en
III op een hardstcenen draagstuk en bij ieder der landhoofden
op een stel rollen rust. Deze rollen steunen op in de diang-
steenen ingelaten platen.
Voor elke vaste brug zijn compensatietoestellen van staal
gemaakt die op de frontmuren van de landhoofden rusten.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden
verwerkt:
Ui
EB.
OE-
OOTEN.
GERIBD.
Staal.
getrok- oe-
ken. smeed.
Metaal.
Mëskant
behaagd hout.
OMSCHRIJVING.
OETROK-
KEN.
GE-
SMEED.
EIKEN.
BEREID
GREE-
HKM.
Twee overspanningen, elk van
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M3.
M3.
91C390
2392
976
18194
109406
—
—
40.500
51.210
Draaibrug van 54.70 M. . .
40920
2798
7232
5975
120809
571G
—
3.8G9
8.058
1842
13120
23830
—
—
20700
—
—
—
Compensatietoostellen . . .
2181
451
1894
445
1114
58
—
1.815
0.948
Aansluitingen tnsschen de
vaste en beweegbare over-
532G
794
2935
392
2032
—
-
—
0.995
333G
725
1020
—
—
—
47
—
1.009
Verticale bekleeding van do
einden der hoofdliggers en
hoekijzers op do dwarskop-
pelingen bij de verticalen
4C71
—
334
—
Totaal . . .
974072
20280
38227
25000
239481
32474
47
40.184
62.22G
De onderbouw is uitgevoerd volgens bestek No. 483, de
bovenbouw volgens bestek No. 571.
De werken, omschreven in bestek No. 483, werden aan-
gevangen in het begin der tweede helft van 1871 en op-
-ocr page 102-
00
geleverd in do laatste helft van 1874; die volgons bestek
No. 571 zijn begonnen in den aanvang van 1874 en kwamen
in de tweede helft van 1876 gereed, bovendien zijn in dat
tijdvak nog gemaakt de werken tot voltooiing van de steun-
pijlcrs der brug, uitgevoerd volgens bestek No. 005.
Met uitzondering der algemeene onkosten , die van ont~
cigening, grondboringen, rivierverbeteringen, spoorstaven met
klein ijzerwerk en van buitengewoon toezicht, hebben do
uitgaven bedragen:
voor den onderbouw.........f 340,027.—
» i bovenbouw........» 501,098.—
Totaal . . . f 848,325.—
en dus per M. brug /\' 3923.—
Het ontwerp werd opgemaakt en de uitvoering had plaats
onder de leiding van den Eerstaanwezend Ingenieur, thans
Directeur voor de spoorwegen, N. Th. Michaëlis, door den
Ingenieur A. K. P. F. R. van Hasselt, nu Administrateur
van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij, voor den
onderbouw, en den Ingenieur Ph. J. Wal Ier voor den bovenbouw.
De aannemers van den onderbouw waren de hoeren
J. Verwaaijen te Arnhem en J. Kooy te Amsterdam, terwijl
het maken en stellen van den bovenbouw is aangenomen
door de Actiën Gesellschaft für Eisen-Industrie und Brückenbau
te Duisburg.
-ocr page 103-
91
Brug over den Rijn rij Arnhem in den Staatsspoorweg
van Arnhem naar Nijmegen.
Plaat XIV.
De brug te Arnhem heeft zeven openingen waarvan twee,
elk wijd 90 M. en vijf, elk wijd 53.50 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van hot rechterlandhoofd tot de lengteas
van pijler I gemeten op 15.30 M. -f A. P. . . 55.50 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 57.50 »
»     II
.    III
»    IV
,     V
III  57.50 .
IV  58.25 »
V 95.50 .
VI 95.50 »
• • * * » VI » den voorkant van
het linkerlandhoofd..........56.25 »
Lengte tusschen de landhoofden. . . 476.— M.
De afstand van den voorkant van het rechtor-
landhoofd tot de achtereinden der hoofdliggers
bedraagt.............1.16 »
en die van den voorkant van het linkerlandhoofd
tot de achtereinden der hoofdliggers aldaar is . 1.24 *
Totale lengte der brug . . 478.40 M.
Samenstelling van den ondcrlomv.
De landhoofden en pijlers zijn ingericht voor dubbel spoor,
zij zijn gefundeerd op beton, besloten binnen danipalen, en
-ocr page 104-
02
opgetrokken van metselwerk in gebakken steen. Zij zijn bijna
geheel met hardsteen bekleed, uitgezonderd de kassen tot
opneming van den metalen bovenbouw, in de beide land-
hoofden en in de pijlers IV en VI.
Lijsten, draag- en deksteenen zijn allen van gehouwen
steen.
De benedenste gedeelten der glooiingen van de aardebaan
zijn langs de voorzijden der beide landhoofden met schrot-
basalt bezet, evenals de onmiddelijke omgeving der pijlers
I, II en IV, die van do noordzijde van pijler 111 en die van
de zuidzijde van pijler VI.
Rondom pijler V en benoorden pijler VI zijn rijzen stuk-
ken gezonken en daarop steenstorlingen aangebracht.
Aan de landhoofden en pijlers zijn verwerkt:
28100 M. heipaal,
1190 M3. dennenhout,
6
» bezaagd eikenhout,
9250
» beton,
6010
» metselwerk,
2968
» hardsteen,
17823
K.G. gegalvaniseerd gesmeed ijzer,
300
n gegoten ijzer,
1700
M2. zinkstuk,
140
M3. metselwerk van zuilenbasalt,
3760
scheepston basalt,
2240
M3. puin,
1739
M2. Russisch zeildoek.
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor dubbel spoor.
Van ieder der twee overspanningen van 90 M. wijdte, is de
lengte, gemeten tussehen de assen der eind verticalen, 93.06 M.
en die, van ieder der vijf overige overspanningen, op gelijke
-ocr page 105-
93
wijze gemeten............  55.825  M.
De afstand der sporen, midden op midden, is    4.—     »
De lengte der hoofdliggers bedraagt:
bij de bruggen van 90.— M. wijdte.....  94.49    M.
» » » » 53.50 » ».....  56.825    »
Tussehen de lengteassen der hoofdliggers is de
afstand bij de bruggen van 90.— M. wijdte . .    9.25     »
» » » n 53.50 » t .         7.40     »
De wijdte tussehen de leuningen bedraagl:
bij de bruggen van 90.— M. opening ....    8.30     »
» n            »             » Oo.üO ïi            n           .... 8.90 ft
Over de gehcele lengte der brug liggen de spoorbanen
waterpas en met de bovenvlakken op 22.60 M. -\\- A.P.,
terwijl de onderkanten der livicroverspanningen op 21.30 M.
-f- A.P. gelegen zijn.
B|j de bruggen van 90 M. zijn de benedenranden der
hoofdliggers recht; de bovenranden daarentegen vortnen een
veelhoek, waarvan de hoekpunten gelegen zijn op den
omtrek van een cirkel met 122.78 M. straal beschreven.
Van de hoofdliggers der bruggen van 53.50 M. zijn de
beide randen recht en evenwijdig.
De liggers zijn hoog:
bij de bruggen van 90 M. wijdte, aan de einden 6.882 M.
en in het midden...........16.326 *
bij de bruggen van 53.50 M. wijdte, aan de einden 6.82 »
en in het midden.......... . 6.88 »
Elke opening der bruggen van 90 M. wijdte wordt
overspannen door twee hoofdliggers van getrokken ijzer.
Van iederen ligger zijn de randen, breed 1.22 M., door
schoren en stijlen aan elkander verbonden, zoodat het geheel
een balk met verticalen en getrokken diagonalen van de
eerste orde vormt, waarin de vakken een lengte hebben
van 7.26 M., met uitzondering der beide eindvakken, die
slechts 6.60 M. lang zijn.
-ocr page 106-
94
De randen der hoofdliggers bestaan ieder uit horizontale
platen waaraan met hoekijzers twee staande platen van
dubbele dikte geklonken zijn; zij zijn 0.68 M. hoog en
30 na.M. dik, terwijl de afstand lusschen deze platen 0.695 M.
bedraagt.
Iedere diagonaal is samengesteld uit twee op elkander ge-
klonken platen van 15 m.M. dikte, behalve die in de mid-
delste velden, welke slechts uit één plaat, dik 15 m.M., be-
staan.
De verticalen zijn een samenstel van platen en hoekijzers
en vertoonen in horizontale doorsnede twee T\'s, de mid-
denwand die de steel der T\'s vormt, bestaat bij eenige
verticalen uit een volle plaat en bij de overigen uit twee
zijplaten die door kruisen van staven en hoekijzers aan
elkander verbonden zijn.
Tusschen de verticalen zijn de hoofdliggers aan den boven-
kant onderling verbonden door dwarskoppelingen; aan de
onderzijde heeft de koppeling plaats door de dwarsdragers.
De hoogten der bovenkoppelingen, bestaande uit een boven-
en een benedenligger, waartusschen een kruis van kanaal-
ijzer, hangen af van de lengten der verticalen. Zij zijn onder-
ling en in de richting van de as der brug verbonden door
twee dubbele T-ijzers, op den bovenkant der bencdenliggers
bevestigd. Iedere boven- en benedenligger is van plaatijzer en
heeft den T-vorm.
Tusschen de boven- en de benedenranden der beide hoofd-
liggers zijn windkruisen, uit plaat- en hoekstaal samengesteld,
aangebracht.
De dwarsdragers, waarvan de staande platen eene hoogte
hebben van 1 M., zijn tusschen de overeenkomstige verti-
calen geplaatst; ieder hunner is aan de opstaande rand-
platen en verticalen bevestigd door vier hoekijzers en door
twee drielioekvormige sclioorplaten, die aan de bovenzijde
van den dwarsdrager en legen de verticalen zijn bevestigd.
-ocr page 107-
95
De langsdragers, mede van den dubbelen T-vorm, hoog
0.77 M., zijn tusschen de dwarsdragers geplaatst op afstan-
den van 1.25 M. en 2.75 M. ter weerszijde van de as der
brug, zij zijn door vier hoekstalen aan de dwarsdragers beves-
ligd; voorts zijn de boven- en de benedenranden van iedere twee
opvolgenden aan elkander verbonden door horizontale koppel-
platen over den dwarsdrager en door de staande plaat van
dezen laatsten gaande. De langsdragers die tot één spoor-
baan behoorcn, zijn aan de bcnedenzijde onderling gekoppeld
door horizontale kruisen van staven en hoekstalen.
Op de langsdragers zijn de eikenhouten dwarsliggers, die
de spoorstaven dragen, bevestigd.
Tusschen de spoorstaven is op de dwarsliggers een dek
van geribd ijzer aangebracht en aan de buitenzijde der spoor-
staven, even als tusschen de spoorbanen, liggen vloeren
van eikenhout. Aan de binnenzijden der brugbalken zijn ver-
hoogde voetpaden gemaakt, beslaande uit een eikenhouten
dek op ijzeren langsliggers.
De onderranden van de hoofdliggers zijn aan de uiteinden
verzwaard en daar bevestigd op gesmeed ijzeren stoelen, die
eene draaiende beweging toelaten; aan het eene uiteinde der
hoofdliggers zijn de stoelen in hardsteen bevestigd en aan het
andere uiteinde dragen zij op gesmeed stalen rollen, die op
ijzeren glijdplalen rusten, welke in den hardsteen zijn inge-
laten, zoodat de liggers vrij kunnen uitzetten en inkrimpen.
Van de bruggen van 53.50 M. wijdte is elke opening over-
spannen door twee hoofdliggers van getrokken ijzer, waarvan
de randen door diagonalen en door verticalen aan elkander
verbonden zijn.
Elke hoofdligger is een balk met verticalen en getrokken
diagonalen van de eerste orde, waarin de vakken eene lengte
hebben van 5.075 M.
De randen bestaan ieder uit horizontale platen waaraan door
hoekijzers twee staande platen van 17 m.M. dikte en 0.60 M.
-ocr page 108-
96
hoogte geklonken zijn; zij zijn op een afstand van 0.60 M. uit
elkander geplaatst.
Iedere diagonaal is samengesteld uit twee op elkander ge-
klonken platen van 16.5 rn.M. dikte, met uitzondering van
de laatsten bij het midden der hoofdliggers, die slechts uit
één plaat, gemiddeld 16 m.M. dik, beslaan.
De verticalen zijn een samenstel van hoekijzers en platen
van dezelfde doorsneden als bij de overspanningen van 90 M.
met dit verschil, dat behalve de eindverticalen, allen een
volle plaat tot middenwand hebben.
Bij de overeenkomstige verticalen zijn de hoofdliggers aan
de bovenkanten gekoppeld door de dwarsdragers, van 1.20 M.
hoogte en aan de onderkanten door dwarsverbindingen 0.50 M.
hoog, beide van plaatijzer en van den dubbelen T-vorm.
De dwarsdragers zijn aan de hovenranden en aan de
verticalen bevestigd door hoekijzers en door driehoekvormige
schoorplaten, tegen de benedenzijden der dwarsdragers ge-
klonken.
Het raam gevormd door de verticalen, de dwarsdragers
en de dwarskoppelingen, is verstijfd door een kruis van
kanaalijzer.
Zoowel de boven- als de benedenranden der hoofdliggers
zijn voorzien van windkruisen uit hoekijzers gevormd.
De getrokken ijzeren langsdragers, 0.85 M. hoog, zijn op
afstanden van 1.25 M. en van 2.75 M. ter weerszijde van
de lengteas der brug tusschen de dwarsdragers geplaatst, aan
dezen met hoekijzers bevestigd, en op gelijke wijze als bij
de bruggen van 90 M. gekoppeld.
De inrichting der vloeren komt overeen met die van de
overspanningen van 90 M., ook de opleggingen hebben op
dezelfde wijze als daar plaats.
Bij elke overspanning zijn in de gelegde sporen compensatie-
inrichtingen van staal gemaakt.
-ocr page 109-
97
Aan den bovenbouw zijn de navolgende bouwstoffen verwerkt:
IJZH
it.
(IEOO-
TEN.
GEUIHIl.
OETKOK-
KEN.
lAL.
OEIIA-
HEltD.
Meskant
BEZAAOl) HOUT.
OMSCHRIJVING.
GETHOK-
KEN.
OE-
SMEED.
GREE-
NEN.
EIKEN.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M3.
M\'.
Twee overspanningen, elk van
90 II.........
1260222
48877
2006
20819
41662
13892
12.964
91.695
Vijf overspanningen, elk van
1388489
61651
5013
30733
—
10480
18.557
142.471
Compensatie-inrichtingen . .
—
442
—
—
—
2077
—
—
Verf- en herstellingstoostellen
28636
1568
1794
—
—
2
—
1.601
Voor ladders, liggers boven
4450
1554
-
—
—
—
—
—
Te samen . .
2G70797
114092
8813
51552
41U62
26451
31.521
235.767
De onderbouw werd uitgevoerd volgens bestek Nu. 609,
de bovenbouw volgens bestek N°. 623.
De werken, omschreven in bestek N°. 609, werden aange-
vangen 4 Juli 1875 en kwamen 1 December 1877 gereed,
die van bestek N°. 623 werden in Januari 1876 begonnen
en waren 11 Juni 1878 voltooid.
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van
onteigening, grondboringen, rivierverbeteringen , spoorstaven
met klein ijzerwerk en buitengewoon toezicht,
uitgaven bedragen:
voor den onderbouw........f
» n bovenbouw........»
hebben de
647.531.-
792,568.—
f 1,440,099.—
Totaal .
en dus per strekkenden meter /\' 3010.—.
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en de uitvoe-
ring had plaats onder de leiding van den Hoofdingenieur der
Staatsspoorwcgen, J. G. van den Bergh, thans Minister van
Waterstaat, Handel en Nijverheid, en den Ingenieur J. M. Tel-
ders, thans Hoogleeraar aan de Polytechnische school te Delft.
-ocr page 110-
98
Het maken van den onderbouw werd aangenomen door
de hceren D. Volker te Dordrecht en A. Volker Lz. te Slie-
drecht; het maken en stellen van den metalen bovenbouw
werd besteed aan de Actiën Gesellschat\'t Kir Eisen-Industrie
und Brückenbau, voorheen J. C. IJarkort te Duisburg.
Bhug over de Waal bij Nijmegen in den Staatsspoorweg
van Arnhem naau Nijmegen.
Plaat XV.
De brug te Nijmegen heeft acht openingen, waarvan drie,
elk wijd 127 en vijf, ieder wijd 53.50 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het noordelijk landhoofd tot de
lengteas van pijler I, gemeten op 15 M. -f- A.P.. 55.50 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 57.50 »
n           »                   %                       «               ff            11       *
71          Jl                   ff                      ff              ff         III       ff
ff          ff                  ff                      ff              ff         IV       ff
n        n              n                »          n        V     *
ff          ff                   ff                       »              »         VI       ff
» III 57.50 „
» IV 57.50 n
» V 58.50 »
» VI 133— „
» VII 133— „
* »         »           > » VII » den voorkant van
het zuidelijk landhoofd, gemeten op 20.80 M. -f- A.P. 130.— „
Lengte tusschen de landhoofden .... 682.50 M.
-ocr page 111-
99
Overgebracht . • . 682.50 M.
De afstand tusschen den voorkant van het noor-
derlandhoofd en de uiteinden der brugliggers
ten noorden is...........1.69 »
terwijl die tusschen den voorkant van het zuider-
landhoofd en de uiteinden der brugliggers ten
zuiden bedraagt..........2.48 »
Totale lengte der brug . . 686.67 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De landhoofden en pijlers, ingericht voor dubbel spoor,
zijn allen gefundeerd op beton, besloten binnen dampalen,
het zuidelijk landhoofd en de pijlers V, VI en VII zijn bo-
vendien onderheid. Zij zijn allen opgetrokken van metsel-
vverk in gebakken steen, terwijl de landhoofden gedeeltelijk
en de pijlers geheel met hardsteen bekleed zijn, uitgezonderd
de kas voor den metalen bovenbouw in pijler V.
Lijsten, draag- en deksteenen zijn van hardsteen.
De voorzijde van het linkerlandhoofd is voorzien van een
steenstorting.
Rondom en tusschen de pijlers VI en VII zijn rijzen stuk-
ken gezonken en daarop steenstortingen aangebracht.
7*
-ocr page 112-
100
Aan den onderbouw zijn de navolgende hoeveelheden ver-
werkt :
ÜMSCHRIJ-
PALEN.
uj O <
s i s
Beton.
METSEL-
WEBK.
IJZEB.
UKKEN.
1
ISTEEN.
SlfeCH
DOEK.
VING.
H
m S o
< k
«se
« n o
a g
WH»
o 9 w
Ij. W
(Sgu
H co
ia
§2
o
si
co
GESMEEI
EN
GEGALVA
NISEEBD
co
g
M
O
H
CC
«il
M.
M3.
M3.
M3.
M:\'.
KG.
KG.
KG.
M2.
Scheeps-
ton.
M».
Noordelijk
landhoofd
—
108.—
925
1721
107
16643
675
1411
—
—
—
Tijler I
—
93760
576
198
227
—
—
1460
—
—
—
. II
—
93.760
576
213
245
—
—
1590
—
—
—
, III
—
95.380
576
213
246
—
—
1590
—
—
—
. IV
—
94.710
576
229
258
—
323
1711
—
—
—
. v
7231
300.900
1957
1209
809
804
1601
5742
—
—.
—
. VI
8534
410.400
2890
1250
917
—
1411
«101
1 23700
i 5726
> 9630
867
„ VII
8815
405.120
3079
1250
906
—
2715
5960
)
\' 6350
955
Zuidelijk
landhoofd
8266
296.230
2405
2402
298
18893
2906
1909
—
1949
—
Totaal . .
32846
1958.320
13500
8685
4013
36340
9631
27474
23700
23055
1822
Samenstelling van den bovenbouw.
De bovenbouw is ingericht voor dubbel spoor.
Van ieder der drie overspanningen van 127 M. wijdte, be-
di aagt do lengte der hoofdbalken, genieten tusschen de assen
der eindverticalen...........129.94 M.
De lengte der hoofdbalken, van ieder der vijf
overige overspanningen, op gelijke wijze genie-
ten, is..............55.825 .
Tusschen de sporen , midden op midden , is een
afstand van.............4.— »
De lengte der hoofdliggers bedraagt:
bij de bruggen van 127 M. wijdte.....131.95 •
. .        •         . 53.50 M. wijdte .... 56.825 .
De afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers is:
bij de bruggen van 127 M. wijdte.....9.56 *
, t t . 53.50 M. wijdte .... 7.40 »
-ocr page 113-
101
Tusschen de leuningen bedraagt de wijdte:
bij de bruggen van 127 M. opening .... 8.30 M.
• » #
          i 53.50 M. opening . . . 8.90 »
De spoorstaven liggen over de drie groote overspanningen
waterpas en met de bovonvlakken op 23.80 M. -j- A.P. de on-
derkanten van den bovenbouw zijn gelegen op 22.50 M. -f A.P.
Op de bruggen van 53.50 M. zijn de spoorbanen onder
een helling van 200 op 1 geplaatst.
De benedenranden van de hoofdliggers der overspannin-
gen van 127 M. wijdte zijn recht, de bovenranden vormen
een veelhoek, waarvan de hoekpunten gelegen zijn op den
omtrek van een cirkel, beschreven met 155.44 M. straal.
Beide randen van de hoofdliggers der overspanningen van
53.50 M. wijdte, zijn recht en evenwijdig.
De buitenwerksche hoogte der liggers is:
bij de bruggen van 127 M. wijdte, aan de einden 7.28 M.
en in het midden 21.885 >
bij de bruggen van 53.50 M. wijdte, aan do einden C.82 »
en in het midden 6.88 »
Elke opening der bruggen van 127 M. wijdte, wordt over-
spannen door twee hoofdliggers van getrokken ijzer, waar-
van de beide randen, ieder 1.50 M. breed, door schoren
en stijlen aan elkander verbonden zijn, zoodanig dat iedere
ligger een balk met verticalen en getrokken diagonalen van
de tweede orde is. De afstand der verticalen bedraagt in
de eindvakken 4.14 M., terwijl de afstanden in de overigen
toenemen volgens eene rekenkunstige reeks, totdat die in
het middenvak 8.28 M. bedraagt.
De randen der hoofdliggers bestaan ieder uit horizontale
platen, waaraan met hoekijzers twee staande platen, ieder
van dubbele dikte, geklonken zijn; zij zijn 1 M. hoog en
1.01 M. uit elkander geplaatst, de dikte der enkele platen is
12.5 m.M.
Iedere diagonaal is samengesteld uit twee gedeelten, elk van
-ocr page 114-
102
twee op elkander geklonken platen, 12.5 m.M. dik, behalve
die in de middenvakken der hoofdliggers, welke slechts uit
één plaat bestaan; de laatstbedoelden zijn dik 22 m.M.,
15 m.M. en 12.5 m.M.
De verticalen zijn ieder van vier kanaalijzers gemaakt, geklon-
ken op een gedeeltelijk dichten on gedeeltelijk opengewerk-
ten middenwand. Het dichte gedeelte van den wand bestaat
uit een volle plaat; het opengewerkte uit twee zijplaten die
door kruisen van staven en hoekijzers aan elkander ver-
bonden zijn.
Bij elke overspanning zijn de overeenkomstige verticalen
aan de bovenzijden gekoppeld door ijzeren dwarsverbindingen
en aan de onderkanten door de dwarsdragers.
De bovenkoppelingen bestaan uit een boven- en een be-
nedenligger, die met een kruis van kanaalijzer één geheel
vormen; haar hoogte hangt af van die der verticalen. Zij zijn
nog onderling en volgens de lengteas der brug verbonden
door twee dubbel-T-ijzers, op de bovenzijde der benedenlig-
gers bevestigd.
De boven- en de benedenranden der beide hoofdliggers zijn
gekoppeld door windkruisen van plaat- en hoekstaal.
De dwarsdragers, die tusschen en aan de onderkanten van
de overeenkomstige verticalen zijn geplaatst, zijn van den
dubbelen T-vorm met een staande plaat van 1.— M. hoogte;
zij zijn aan de randen en verticalen bevestigd door hoek-
ijzers en door driehoekvormige schoorplaten die aan de
bovenzijden der dwarsdragers en tegen de verticalen zijn
geklonken.
De langsdragers, op afstanden van 1.25 M. en 2.75 M. ter
weerszijde van de as der brug tusschen de dwarsdragers
geplaatst, hebben eveneens den dubbelen T-vorm. De staande
platen zijn 0.686 M. hoog. De boven- en de benedenranden
van twee opvolgende langsliggers zijn aan elkander ver-
bonden door horizontale platen, die door de verticale plaat
-ocr page 115-
103
der dwarsdragers gaan. Bovendien zijn hun staande platen
aan die van do dwarsdragers vastgeklonken.
Beide langsliggers onder één spoorbaan zijn aan de be-
nedenzijdc door kruisen gekoppeld.
Op de langsliggers zijn eikenhouten dwarsliggers, waarop
de spoorstaven rusten, bevestigd. Tusschen de spoorstaven
en op de dwarsdragers ligt een dek van geribd ijzer. Aan
de buitenzijden der spoorstaven en tusschen de spoorbanen
is een vloer van eikenhout getimmerd. Aan de binnenzijden
der brugbalken zijn nog verhoogde voetpaden gemaakt,
bestaande uit eikenhouten dekken op plaatijzeren langs-
liggers.
De onderranden der hoofdliggers zijn aan de uiteinden
verzwaard en daar bevestigd op stalen stoelen, op welker
midden zij eene draaiende beweging kunnen aannemen; aan
het eene uiteinde der hoofdliggers zijn de laatsten op draag-
steenen gelegd en aan het andere uiteinde rusten zij op ge-
smeed stalen rollen, waaronder stalen glijdplaten, die op
de draagsteenen bevestigd zijn. Door deze inrichting kunnen
de liggers vrij uitzetten of inkrimpen.
De samenstelling van den bovenbouw der bruggen van
53.50 M. wijdte is geheel dezelfde als die der bruggen
van gelijke grootte over den Rijn bij Arnhem (zie blz. 95)
met uitzondering evenwel, dat bij de oplegging de gesmeed
stalen rollen, in plaats van op een ijzeren, op een stalen
glijdplaat rusten.
Bij iedere overspanning zijn in de sporen compensatie-in-
richtingen van staal gemaakt.
-ocr page 116-
104
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden ver-
werkt :
IJzer.
Staal.
Meskant
bezaagd hout.
OMSCHRIJVING.
OETBOK-
ge-
GEGO-
GETBOK-
GEHA-
GREE-
KEN.
smeed.
TEN.
KEN.
MERD.
NF.N.
EIKEN.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M*.
M3.
Drie bruggen, elk van 127.— M.
3215013
13330
1207
43755
239184
148338
30.035
189.467
Vijf „ „ „ 63.50,,
143295G
22G87
4383
30899
—
52010
18.737
134.545
Compensatie-inrichtingen . .
—
175
—
—
—
2090
—
—
Verf- en hersteUingstoestellen
2C0O0
1410
1594
—
—
—
—
2.020
Voor ladders, liggers boven
2725
1097
—
—
1
—
—
—
Totaal . . .
4G7C694
38705
7184
74654
239185
203038
48.772
326.032
De onderbouw werd uitgevoerd volgens de bestekken
Nos. 595, 624, 631 en 722, de bovenbouw volgens bestek
No. 621.
De werken omschreven in bestek N°. 595, (het maken der
pijlers) werden aangevangen 7 Maart 1875 en opgeleverd
1 November 1877, die van bestek N°. 624 (het maken van
het zuidelijk landhoofd) werden den 4den Februari 1876 be-
gonnen en opgeleverd in de eerste helft van 1878; de wer-
ken volgens bestek N°. 631 (het maken van het noordelijk
landhoofd) werden 8 Mei 1876 aangevangen en waren den
14den Mei 1879 gereed, die van bestek N°. 722 (het vol-
tooien van de pijlers V, VI en VII) in Juli 1879 begonnen,
zijn den 3aen Mei 1880 voltooid.
Het werk volgens bestek N°. 621 (bovenbouw) werd in
December 1875 begonnen en in Augustus 1878 opgeleverd.
Met uitzondering van de algemeene onkosten, die van
onteigening, grondboringen, rivierverbeteringen, spoorstaven
met klein ijzerwerk en buitengewoon toezicht, hebben de
uitgaven bedragen:
-ocr page 117-
105
voor den onderbouw ....,...ƒ 1,189,004.—
en voor den bovenbouw.......» 1,524,622.—
Totaal.....f 2,713,626.—
en dus per strekkenden M. ƒ 3952,—.
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en de uitvoe-
ring had plaats onder de leiding van den Hoofdingenieur
der Staatsspoorwegen J. G. van den Bergh, thans Minister
van Waterstaat, Handel en Nijverheid en de Ingenieurs
J. M. Telders, nu Hoogleeraar aan do Polytechnische school
te Delft, on Jhr. O. J. H. Repelaor van Driel.
Het maken van de pijlers en het noordelijk landhoofd werd
aangenomen door de Heeren W. P. de Vries en H. de Vries
te Rossum, het maken van het zuidelijk landhoofd door den
Heer K. van Wijngaarden IJz. te Sliedrecht.
Als aannemer van het maken en stellen van den boven-
bouw trad op de Union Actiën Gesellschaft für Bergbau,
Eisen- und Stahl-Industrie te Dortmund.
Brug over de Maas bij Heumen in den Staatsspoorweg van
Nijmegen naar Venloo.
Plaat XVI.
De brug te Heumen heeft zeven openingen, waarvan:
drie elk wijd............70.— M.
en vier elk wijd...........30.— »
-ocr page 118-
10G
De onderlinge afstand der landlioofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het rechterlandhoofd tot de lengteas
van pijler I, gemeten op 13.20 M. -f- A.P. . 32.C4 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 74.— »
»»        »          suil»»»» III 74.--- n
» »        »            i        » III n »        7i       n IV 74.— n
» »        » » » IV » » n » V    33.84    s
»»         » » • V » » » » VI    33.—    »
» »        » i i VI i den voorkant
van het linkerlandhoofd.........    31.80    *
Lengte tusschen de landhoofden . . . 353.28 M.
Do afstand tusschen den voorkant van het rech-
terlandhoofd en de rechter uiteinden der hoofd-
liggers bedraagt.......... . 0.72 »
en die tusschen den voorkant van het linkerland-
hoofd en de linker uiteinden der hoofdliggers. 0.83 »
Totale lengte der brug .... 354,83 M.
Samenstelling van den onderhouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De landhoofden en pijlers zijn gefundeerd op beton, om-
sloten door wanden van dampalen, alleen de fundeeringen
van de slroompijlers worden bovendien door heipalen gedra-
gen. Zij zijn opgetrokken van metselwerk in gebakken sleen ,
terwijl de pijlers met hardsteen en de landhoofden gedeelte-
lijk met hardsteen en gedeeltelijk met bekapte breuksteen
bekleed zijn.
Lijsten, draag- en deksteenen zijn van gehouwen steen.
Nadat de rivierbodem rondom den pijler III eerst met
zinkstukken was voorzien, is daarop een steenstorting aan-
gebracht.
Langs de landhoofden en om de overige pijlers zijn steen-
bezettingen gemaakt.
-ocr page 119-
107
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
OMSCHRIJVING.
Heipalex.
«HC,
y ~ H
B o J
h a 3
u /. —
S»a
0 R a
< 0 M
•< o
s ft °
H0>
Betox.
Metselwerk rx
GEBAKKEN STEEN, j
Metselwerk in
hardsteen.
Metselwerk ix be-
kapte breuksteen.\'
i
Gesmeed ijzer.
1
Gesmeed es
gegalvaniseerd
IJZER.
> ê
i a
ZIXK-
ES STORTSTEEX.
j
Zetstees.
M
U
o
O
1
H
N
5
n
03
X
P
M.
M3.
M3.
M3.
M3.
M\\
KG
KG.
M\'.
M3.
M3.
MJ.
Rechterlandhoofd. .
—
41.700
111
427
35.—
17
150
1000
—
—
SI)
—
Pijler I ....
—
100.980
612
654
383.339
—
50
2086
—
—
115
—
. II ....
3G12
104.355
604
633
893.—
—
500
2200
—
—
80
3G9
„ III ....
6816
103.575
748
535
581.—
—
700
3200
—
—
—
486
, IV ....
5970
105.375
612
654
342.—
—
500
1800
800
2500
80
373
„ V . . . .
33.811
104
248
146.—
—
—
1100
—
1800
90
—
„ VI ... .
—
33.811
14G
248
180.339
—
60
1386
—
—
90
—
Linkerlandhoofd niet
doorgang ....
—
52.042
297
553
05.—
50
150
1450
—
—
90
—
Totaal . .
16398
041.709
3234
3952
2131.078
j
07
2100
14222
800
4300
625
1228
Samenstelling van den bovcnlouiv.
Van den bovenbouw, die voor enkel spoor is  ingericht,
ligt de as op een afstand van 3.08 M. beoosten  de as der
brug.
De lengte van ieder der drie overspanningen van 70 M., geme-
ten tusschen de assen der eindverticalen, bedraagt    72.GOM.
die van ieder der vier overige overspanningen,
op gelijke wijze gemeten........    31.68 •
De lengte der hoofdliggers is :
bij de openingen van 70 M........    .73.40 •
ii i * 30 ».......    32.08 i
Tusschen de lengteassen der hoofdliggers is de afstand:
bij de openingen van 70 M........      4.84 »
» i i i 30........      3.25 »
-ocr page 120-
108
De wijdte tusschen de leuningen is:
bij de openingen van 70 M........ 4.20 M.
. >        .            • 30........4.84 .
Het bovenvlak van de spoorbaan ligt waterpas en op
18 M. A.P.
De onderkanten dor rivieroverspanningen liggen op 1G.84 M.
A.P.
Van do hoofdliggers der bruggen van 70 M. zijn de be-
nedonrandon recht, do bovenranden daarentegen gebogen,
volgons oen parabool van 103.GO M. parameter.
Van de hoofdliggers der bruggen van 30 M. zijn do beide
randen recht en evenwijdig.
Bij do bruggen van 70 M. bedraagt de hoogte der hoofd-
liggers, gemeten tusschen de horizontale randplaten,
aan do einden............0.— M.
bij de eerste verticaal.........6.74 »
en in het midden..........11.24 »
Bij de bruggen van 30 M. is de hoogte in het
midden..............3.483 »
Elke opening van 70 M. wordt overspannen door twee
hoofdliggers van getrokken ijzer, waarvan de randen, ieder
breed 0.70 M., door stijlen en schoren zoodanig aan elkander
verbonden zijn, dat zij balken met verticalen en gelrokken
diagonalen van de eerste orde vormen.
Iedere hoofdligger is verdeeld in elf vakken van G.60 M.
lengte.
De randen dor hoofdliggers bestaan ieder uit horizontale pla-
ten, waaraan met hoekijzers twee staande platen van 20 rn.M.
dikte zijn geklonken, die voor de bovenranden van 0.51 M.
tot 0.54 M., en voor de benedenrandon 0.47 M. hoog zijn,
terwijl de afstand tusschen die beide platen 0.46 M. bedraagt.
Alle diagonalen zijn dubbel, terwijl iedere helft is samen-
gesteld uit platen van 20 m.M. dikte.
De verticalen bestaan uit vier hoekijzers, in horizontale door-
-ocr page 121-
109
snede geplaatst als [], die door kruisen van strooken en
kanaalijzers aan elkander verbonden zijn.
Tusschen de verticalen zijn aan de bovenzijden dwarskop-
pelingen en aan de benedenzijden dwarsdragers van plaat- en
hoekijzer aangebracht en bevestigd. De bovenkoppeliugen
bestaan ieder uit een boven- en een benedenligger, door een
kruis van hoekijzer onderling vereenigd, terwijl hare hoogten
afhangen van die der verticalen. Ieder dezer boven- en
benedenliggers is samengesteld uit twee liggers van den
T-vorm , door kruisen van platte staven en kanaalijzers aan
elkander verbonden.
Zoowel de boven- als de benedenranden der beide hoofdlig-
gers zijn van windkruisen, uit platen en hoekijzers gevormd,
voorzien.
De verbindingen der dwarsdragers aan de hoofdliggers zijn
in zooverre van de gebruikelijke onderscheiden, dat de
dragers niet aan de onderranden der laatstgenoemden vast-
geklonken, maar vrij dragende daarop gelegd zijn; hunne
uiteinden rusten namelijk door tusschenkomst van gesmeed
stalen assen op de onderranden, waartoe tusschen de verti-
cale randplaten verstijvingen of dwarsschotten zijn aange-
bracht. Aan de onderzijden der omgebogen gedeelten van
de benedenranden der dwarsdragers zijn driohoekvormige pla-
ten bevestigd, die door hoekijzers met schroefbouten in lang-
werpige gaten, aan de opstaande randplaten der hoofdliggers
verbonden zijn.
De getrokken ijzeren langsdragers, hoog 0.748 M., zijn op
een afstand van 0.75 M., ter weerszijden der lengteas van den
bovenbouw, tusschen de dwarsdragers geplaatst en aan deze
verbonden. De randen van twee opvolgende langsdragers zijn
door horizontale platen, die door de verticale plaat der dwars-
dragers heengaan, aan elkander verbonden, terwijl de staande
platen aan die van de dwarsdragers, doormiddel van hoek-
yzers zijn vastgeklonken. De onderranden dezer langsdragers
-ocr page 122-
110
zijn aan elkander gekoppeld door horizontale kruisen van sta-
ven en hoekijzers.
Op de langsdragers rusten getrokken ijzeren dwarsliggers
die het spoor en het brugdek dragen.
Het dek is tusschen de spoorstaven van geribd ijzer en
daarbuiten van eikenhout.
De onderranden van de hoofdliggers zijn aan de uiteinden
verzwaard en daar bevestigd op gesmeed ijzeren stoelen op
welker midden zij een draaiende beweging kunnen aannemen.
Aan het eene einde der hoofdliggers zijn de stoelen in draag-
steenen bevestigd en aan het andere uiteinde rusten zij op
gesmeed stalen rollen, waaronder gesmeed ijzeren glijdplaten,
in de draagsteenen verankerd , zoodat aan de overspanningen
gelegenheid wordt gegeven om uit te zetten of in te krimpen.
ledere opening van 30 M. wordt overspannen door twee
hoofdliggcrs van getrokken ijzer, waarvan de 0.50 M. breede
randen, door schoren en verticalen zoodanig aan elkander
verbonden zijn, dat zij balken met verticalen en diagonalen
van de eerste orde vormen, waarin de vakken eene lengte
hebben van 3.52 M.
De randen van iederen hoofdligger bestaan elk uit één of meer
horizontale platen, waaraan met hoekijzers twee staande platen
van 14 m.M. dikte geklonken zijn; deze laatste hebben een
hoogte van 0.42 M. en bevinden zich op 0.28 M. afstand
van elkander.
Alle diagonalen zijn dubbel en samengesteld uit platen van
14 m.M. dikte.
De verticalen vertoonen in horizontale doorsnede in hoofd-
zaak den dubbelen T-vorm en bestaan uit een samenstel van
hoekijzers en platen met één plaat tot middenwand.
De hoofdliggers zijn bij de verticalen aan de beneden-
zijde voorzien van dwarskoppelingen van den T-vorm en
aan de bovenzijde van ijzeren dwarsdragers, hoog 0.631 M.
De ramen, gevormd door de verticalen, de dwarsdragers
-ocr page 123-
111
en de dwarskoppelingen, zijn ieder verstijfd door een kruis
van hoekijzer.
Tegen de onderkanten der dwarsdragers en tusschen de
benedenranden zijn windkruisen , uit staven en hoekijzers ge-
vormd, aangebracht.
De langsliggers, hoog 0.50 M., op een afstand van 0.75 M.
ter weerszijde van de lengteas der brug, tusschen de dwars-
dragers geplaatst, zijn aan deze verbonden. Iedere twee op-
volgende langsliggers zijn aan elkander verbonden met horizon-
tale platen , door de verticale plaat der dwarsdragers gaande.
Bovendien zijn hunne staande platen aan die van de dwars-
dragers met hoekijzers vastgeklonken.
De onderranden der langsliggers zijn gekoppeld door hori-
zontale kruisen van ijzeren staven.
De spoorstaven zoowel als de vloer, die gedeeltelijk van
geribd ijzer en gedeeltelijk van eikenhout is, worden door
de langsliggers ondersteund , evenals bij de overspanningen
van 70 M., door tusschenkoinst van getrokken ijzeren dwars-
liggers, waarop zij bevestigd zijn. De vloeren aan de buiten-
zijde der randen worden gedragen door ijzeren consoles.
De oplegging heeft hier op gelijke wijze plaats als bij de
bruggen van 70 M.
Bij elke overspanning zijn in het gelegde spoor compen-
satie-inrichtingen van staal gemaakt.
-ocr page 124-
112
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden
verwerkt:
IJz
Eli.
GEGOTEN.
GERIBD.
Gehamekd
gietstaal.
Mes kant
OMSCHRIJVING.
GETBOK-
KEN.
GESMEED.
EIKEN-
HOUT.
Drio overspanningen, elk van
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M?
1
Vier overspanningen, elk van
^982135
44997
1786
22193
10875
44.949
Doorgang nabjj het Iinker-
i
lundhoofd, wijd 5 M. . .
J
Compensatie-inrichtingen
—
428
—
—
386
—
Vcrf- on herstollingstoestcllen
2583
870
1299
—
—
1.038
Totaal . .
984718
46290
3085
22193
11261
45.987
De onderbouw werd uitgevoerd volgens de bestekken Nos. 723
en 851, de bovenbouw volgens bestek N°. 779.
Het maken van den onderbouw werd aangevangen op het
einde van Augustus 1879 en was den 31e" October 1881
gereed; de werken, omschreven in bestek N°. 779, werden in
Januari 1880 begonnen en den le" Mei 1882 opgeleverd,
terwijl met de voltooiingswerken van de pijlers I en IV (be-
stek N°. 851) eerst in den loop van December 1882 een begin
kon worden gemaakt; deze kwamen 24 Februari 1883 gereed.
Met uitzondering van de algemeene kosten, die van ont-
eigening , grondboringen, rivierverbeleringen, spoorstaven met
toebehooren en buitengewoon toezicht, hebben de uitgaven
bedragen:
voor den onderbouw *).......f 389,609.—
» bovenbouw.........190,292.—
. . /\'579,901.—
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en de uitvoe-
du
1) Zonder overweg, jaagpad en rivierdyken.
-ocr page 125-
113
ring had plaats onder de leiding van den Hoofdingenieur der
Staatsspoorvvegen J. G. van den Bergh, thans Minister van
Waterstaat, Handel en Nijverheid en de Ingenieurs K. H. van
Brederode, tegenwoordig Hoofdingenieur van de Kon. Ned.
locaal-spoorwegmaatschappij «Willem 111" te Apeldoorn en
J. M. Telders, nu Hoogleeraar aan de Polytechnische school
te Delft.
Het maken van den onderbouw werd aangenomen door de
Meeren G. A. van Ilattem te Sliedrecht en G. Goedhart te
Dordrecht, terwijl de bovenbouw gemaakt is door de Heeren
Nicaisc en Delcuve te La Louviére.
Bkug oveh den Bun bij Reenen in den Staatsspoohweu van
Amersfoort naak Nijmegen.
Haat XVII.
De brug heeft acht openingen, waarvan drie, ieder wijd
90 M. en vijf, ieder wijd 45 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het rechterlandhoofd tot de lengteas
van pijler I op 17.40\'M. A.P. genieten . . 93.108 M.
van de lengteas van pijler I tot die van pijler II 95.50 »
» x                   n               »            « 11 n n             ï» 111 Jo.oO j»
> s          »        • i III i • • t IV 49.75 i
i »          »        » » IV » » » » V 49.— »
Overbrengen . . 382.858 M.
8
-ocr page 126-
114
Overgebracht . . . 382.858 M.
van de lengteas van pijler V lot die van pijler VI 49.— *
» n                »             »          nVlnnj)          » Vil 41).—- »
» »           »         » » VII" » de voorzijde van
het linkerlandhoofd op 12.38 M. -f- A.P. . . 47.— ,
Lengte tusschen de landhoofden . . . 527.858 M.
üe afstand van den voorkant van het rechter-
landlioold tot de uiteinden der hoofdliggers
daar ter plaatse, bedraagt.......2.35 »
de afstand van den voorkant van het linkerland-
hoofd tot de uiteinden der liggers aldaar is . 1.66 „
Totale lengte der brug . . . 531.868 M.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De landhoofden en pijlers zijn gefundeerd op belon , bin-
nen omkistingen van dainpalen ; de fundeeringen der pijlers
1, Il en III worden bovendien door heipalen gedragen.
De landhoofden en pijlers, opgetrokken van metselwerk in
gebakken steen, zijn met hardsteen bekleed.
De kegelvormige afrondingen van de benedenglooiingen der
aardebaan langs de voorzijden der beide landhoofden zijn,
evenals de onmiddellijke omgevingen der op de uitervvaar-
den gebouwde pijlers I, 111, IV, V, VI en VII, met schrot-
basalt bezet.
Rondom pijler II werden steenstortingen aangebracht,
nadat de rivierbodem eerst met zinkstukken tegen ontgron-
ding was verdedigd.
Aan de landhoofden en pijlers zijn de navolgende bouw-
stoffen verwerkt:
-ocr page 127-
115
Heipalen.
IÉI
N E |
8 w e
go
Beton.
MET8ELWERE.
Hardsteen.
IJzer
O J.Q
M . ^ fl
~ K - -
\'• ~ < -
O 5«
K ui
w u
« J
W 2
IS
a
Stobtsteen.
Zetsteen van-
basalt.
\\i
OMSCHRIJVING.
o
B
UI
M
00
9
a
H
H
O
O
M
O
S o
ï o
M.
M3
M\'
M3
M3
KG.
KG.
KG.
il»
M3
M3
MJ
Bechterlandhoofd.
—
274.540
1879
1310
295
2000
400
2050
—
735
—
Pijler I . . .
8205
277.130
1063
847
503
—
—
3170
—
—
135
504
„ II . . .
11967
309.110
1909
853
682
300
—
4375
1500
1800
—
755
„ III .. .
8530
222.—
1063
773
470
—
—
2870
—
—
135
504
. IV . . .
—
66.480
399
263
208
—
—
1435
—
—
70
—
V . . .
—
06.480
399
263
208
—
—
1435
—
—
70
—
, VI . . .
—
72.250
399
244
201
—
—
1435
—
—
70
—
, VII .. .
—
72.250
399
244
201
—
—
1435
—
70
—
Linkerland hoofd .
5398
79.760
452
749
110
300
—
980
—
—
260
—
Totaal . .
34100
1440.—
7962
5546
2878
2600
400
19185
1500
1800
1545
1763
Samenstclliiig van den bovenbouw.
Van den bovenbouw, ingericht voor dubbel spoor, is de
lengte van ieder der drie overspanningen van 90 M., gemeten
tusschen de assen der opleggingen.....93.50 M.
en van ieder der vijf overige overspanningen, op
gelijke wijze gemeten.........47.52 »
de afstand der sporen midden op midden is . . 4.— »
De lengte der hoofdliggers bedraagt:
bij de openingen van 90 M........94.70 »
» »         »            « 45 >.......48.32 »
De afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers is:
bij de openingen van 90 M........9.25 »
» »         »            » 4o ».......7.30 »
De wijdte tusschen de leuningen bedraagt:
bij de openingen van 90 M........8.28 »
» i»          i>             » 45 ».......8.80 »
Op de groote overspanningen liggen de spoorbanen water-
pas en met de bovenkanten op 22.30 M. -f- A.P.; de onder-
kanten dier overspanningen bevinden zich op 18.90 M. -f- A.P.
8*
-ocr page 128-
116
De kleine overspanningen zijn gelegen onder hellingen van
ongeveer 198 op 1.
De benedenranden van de hoofdliggers der bruggen van
90 M. zijn recht, de bovenranden daarentegen gebogen vol-
gens een parabool van 180.506 M. parameter.
De boven- en benedenranden van de hoofdliggers der brug-
gen van 45 M. zijn recht en evenwijdig.
Genieten tusschen de hoekijzers der randen bedraagt de
hoogte der hoofdliggers voor de bruggen van 90 M.:
aan de einden...........0.80 M.
bij de eerste verticaal.........7.24 •
in het midden...........16.— »
voor de bruggen van 45 M.......5.65 »
Elke opening van 90 M. wordt overspannen door twee
hoofdliggers van getrokken ijzer, waarvan de randen door
diagonalen en verticalen zoodanig aan elkander verbonden
zijn, dat zij balken met verticalen en getrokken diagonalen
van de eerste orde vormen, waarin de vakken eene lengte
hebben van 7.26 M., met uitzondering evenwel van de eind-
vakken die 7.82 M. lang zijn.
De beide uiterste velden van eiken brugbalk bestaan uit
een enkelen onderrand en eene schoor die tevens boven-
rand is.
iedere rand van de hoofdliggers bestaat uit horizontale
platen, breed 1.22 M., waaraan met hoekijzers twee verti-
calc platen, van dubbele dikte, op een afstand van 0.684 M.
geklonken zijn, voor de bovenranden 0.70 M. en voor de
benedenranden 0.60 M. hoog; de dikte der enkele opstaande
platen is 18 m.M.
De diagonalen zijn dubbel en iedere helft is samengesteld
uit twee op elkander bevestigde platen, elk van 18 m.M. dikte.
De verticalen worden gevormd door vier hoekijzers, in
horizontale doorsnede geplaatst als [] en met kruisen van
staven en hoekijzer aan elkander verbonden.
-ocr page 129-
117
Aan de bovenzijden van de verticalen zijn de hoofdliggers
onderling verbonden door dwarskoppelingen; aan de beneden-
zijden van alle stijlen doen de daar geplaatste dwarsdragers
van plaat- en hoekijzer tevens als zoodanig dienst.
De genoemde dwarskoppelingen bestaan ieder uit een bovcn-
en een benedenligger, door een kruis van kanaalijzer aan elkan-
der verbonden, terwijl baar boogte afhangt van de lengte der
verticalen. Iedere boven- en benedenligger is samcnge-
steld uit twee liggers van den T-vorm, die door kruisen
van platte staven en kanaalijzers tot een geheel vereenigd
zijn.
Tusschen do boven- en de benedenranden der beide hoofd-
liggers zijn windkruisen, uit platen en hoekijzers gevormd,
aangebracht.
De dwarsdragers zijn hier, evenals bij de overspannin-
gen van 70 M. van de brug te Heumen, niet aan de onder-
randen der hoofdliggers vastgeklonken, maar vrij dragende
daarop gelegd; hunne uiteinden rusten daarom ook op ge-
smeed stalen assen, die, door dwarsschotten tusschen de
verticale randplaten aangebracht, steun op de onderranden
vinden, en waartoe de benedenranden der dwarsdragers aan
de einden zijn omgebogen. De met hoekijzers verstijfde
driehoekvormige platen zijn ook hier aangebracht, en opge-
lijke wijze als daar aan de opstaande randplaten der hoofd-
liggers verbonden.
De plaatijzeren langsliggers, hoog 0.837 M., zijn op afstan-
den van 1.25 M. en 2.75 M., ter weerszijde van de lengteas
der brug, tusschen de dwarsdragers geplaatst en aan deze
verbonden. Zij zijn aan de einden verhoogd door ombuiging
der benedenhoekijzers en rusten daardoor op de onderranden
der dwarsdragers.
De langsdragers tot één spoorbaan behoorende, zijn aan de
benedenzijden onderling gekoppeld door horizontale kruisen
van staven en hoekijzers.
-ocr page 130-
118
Op do langsdragers ruston do getrokken ijzeren dwarsliggers
die het spoor en het brugdek dragen.
Tusschen de spoorstaven is het dek van geribd plaatijzer,
daar buiten van eikenhout.
De onderranden der hoofdliggers zijn aan de uiteinden
verzwaard en daar gelegd op gesmeed ijzeren stoelen , op vvel-
ker midden zij oono draaiende beweging kunnen aannemen.
Aan het eene einde der liggers zijn de stoelen in draagstoe-
nen bevestigd, aan het andere uiteinde vinden zij steun op
de pijlers door middel van gesmeed stalen rollen , die zieh over
ijzeren glijdplalen bewegen kunnen.
Bij de bruggen van 45 M. wordt elke opening overspan-
nen door twee hoofdliggers van getrokken ijzer, waarvan de
randen , breed 1 M., door schoren en stijlen zoodanig aan
elkander verbonden zijn, dat zij te zamen balken met verti-
calen en gelrokken diagonalen van de eerste orde vormen,
waarin de vakken eene lengte hebben van 5.28 M.
Iedere rand bestaat uit horizontale platen waaraan met
hoekijzers twee opstaande strooken van 18 m.M. dikte en
0.50 M. hoogte geklonken zijn; de afstand dier strooken is
0.G0 M.
De diagonalen zijn dubbel; iedere helft is samengesteld
uit twee op elkander bevestigde platen , elk 18 m.M. dik.
De verticalen vertoonen in horizontale doorsnede hoofdza-
kelijk den dubbelen T-vorm en bestaan uit een samenstel van
hoekijzers en strooken met een volle plaat tot middenwand.
Tusschen de verticalen zijn aan de bovenzijden ijzeren
dwarsdragers, in het midden hoog 1.20 M., en aan de be-
nedenzijden dwarskoppelingen van den dubbelen T-vorm en
hoog 0.50 M. aangebracht, die door hoekijzers en drie-
hoekvormige schoorplaten aan de randen en verticalen be-
vestigd zijn. De ramen, gevormd door de verticalen, de
dwarsdragers en de dwarskoppelingen, zijn verstijfd door
kruisen van kanaalijzer.
-ocr page 131-
119
Ter hoogte van den onderkant rlcr dwarsdragers, als ook
aan de beneden randen , zijn de hoofdliggers van windkrui-
sen, uit staven en hoekijzers gevormd, voorzien.
De langsdragers, hoog 0.81 G M., op afstanden van 1.25 M.
en 2.75 M. ter wederzijde van de lengteas der brug tusschen
de dwarsdragors geplaatst en daaraan niet hoekijzers verbon-
den, zijn aan de benedenzijdon onderling gekoppeld door hori-
zontale kruisen van ijzeren staven.
De inrichting dor vloeren komt in hoofdzaak overeen met.
die der bruggen van 90 M.; de vloeren langs de buitenzijden
der hoofdliggers worden gedragen door ijzeren consoles.
De oplegging heeft op gelijke wijze plaats als bij de brug-
gen van 90 M.
Bij elke overspanning zijn in de sporen compensatie-inrich-
tingen van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden ver-
werkt:
IJZEU.
Gehamerd
staal.
Meskant
BEZAAGD
EIKEN-
OMSCHRIJVING.
GE-
TROKKEN.
GESMEED.
GEGOTEN.
GEBIED.
HOUT.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M3.
Drie overspanningen, elk van 90 M.
2089457
89058
1048
32251
22154
71.128
v\']f ,. .. „ 45 „
1224281
46170
—
27659
10074
68.412
Compensatie-inrichtingen . . . .
194
1422
—
—
1199
—
Vert\'- en herstelliiigstoestellen
5750
1409
2325
—
—
2.709
Voor ladders, liggers boven de
700
59
—
—
—
0.089
188124
3373
59910
33427
142.338
-ocr page 132-
120
Do onderbouw werd uitgevoerd volgens bestek N°. 725;
do bovenbouw volgens bestek N°. 816.
De werken omschreven in bestek N°. 725, zijn aangovan-
gcn den 21stön September 1870 on opgeleverd den 9\'1™ No-
vember 1881 ; die van bestek N". 810 werden in November
1881 begonnen, terwijl de beproeving plaats had den 11*"
October 1883.
Met uitzondering van de algemeeno onkosten, die van
onteigening, grondboringen, rivierverbeteringen, spoorstaven
met toebehooren en buitengewoon toezicht, hebhen de uit-
gaven bedragen:
voor den onderbouw......../\' 041,381.—
» * bovenbouw........» 835,540.—
Totaal . . . / 1470,921.—
dus per strekkenden motor . . •
          2777.—
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en do uitvoe-
ring bad plaats onder de leiding van den Hoofdingenieur
der Staatsspoorwegen J. G. van don Bcrgh, thans Minister
van Waterstaat, Handel en Nijverheid en den Ingenieur
J. M. Telders, tegenwoordig Hoogleeraar aan de Polytech-
nische school te Delft.
De aannemers van don onderbouw waren de Hoeren
W. P. de Vries en H. do Vries te Rossum; de bovenbouw
werd aangenomen door de Gute Hoffnungshütte, Actien-Veiein
für Bergbau und Hüttenbeliieb te Oberhausen II.
-ocr page 133-
121
Brug over de Beneden Merwede bij Baanhoek in den
Staatsspoorweg van Dordrecht naar Ei.st.
Plaat XVIII.
De brug bij Baanhoek heeft zes openingen, waarvan:
twee, ieder wijd...........104.75 M.
één, wijd.............64.41 »
en drie, ieder wijd, gemiddeld......55.— »
gemeten ter hoogte van 5 M. -f- AP., terwijl de lengte van
elk der overspanningen, gemeten tusschen de assen der op-
leggingen, respectievelijk bedraagt 109.395 M., 67.73 M. en
57.75 M.
De onderlinge afstand der landhoofden en pijlers bedraagt:
van den voorkant van het linkerlandhoofd tot de lengteas
van pijler I, op 10 M. -f- AP. gemeten . . . 59.50 M.
van de lengteas van pijler I tof die van pijler II . . 59.50 *
»»
        n » » II • o » het verhoogde
gedeelte van pijler III . . . 61.72
»
» f>         * » liet verhoogde gedeelte van pijler
»
III tol de lengteas van pijler IV 110.50
> pijler IV tot die van het ver-
hoogde gedeelte van pijler V. 110.50
• het verhoogde gedeelte van
pijler V tot den voorkant van
het rechterlandhoofd . . . 71.72
Lengte tusschen de landhoofden . . . 473.44 M.
De afstand van den voorkant van het linkerland-
hoofd tot de linker uiteinden der hoofdliggers
bedraagt.............1.83 »
Overbrengen . . . 475.27 M.
-ocr page 134-
122
Overgebracht. . . 475.27 M.
en die van den voorkant van het rechterland-
hoofd tot de rechter uiteinden der hoofdlig-
gers is..............2.02 »
477.29 M.
Totale lengte dor brug.
Samenstelling van den onderbouw.
De onderbouw is ingericht voor dubbel spoor.
De pijlers on landhoofden zijn gefundeerd op beton, ge-
dragon door heipalen binnen omkislingen van dampalen. Zij
zijn opgetrokken van metselwerk in gebakken sloen ; do pij-
Iers en de vooruitspringende godooi ton der landhoofden zijn
mot hardsteen bekleed, terwijl de lijsten, borstweringen,
draag- on dokstoonen ook van gehouwen sloen zijn gemaakt.
Rondom de stroompijlers 111, IV on V en tusschen de
beide laatsten is de bodem dor rivier met rijzon zinkstnkken
bezet, gedekt door steens tor tingen.
Aan do landhoofden en pijlers zijn de navolgende boovoel-
heden verwerkt:
y,
«
Bezaaod
DEXXENHOU r VOOB
DAMPALEN.
Betox.
Metselwerk
Gesmeed ijzeu.
%™ï
SfEEX VOOR
HET ZIXKEX DER
STUKKEX.
Steexbestortixg.
Russisch
zeildoek.
OMSCHRIJVING
y. y\'
2 33 ai
ca BI 9
ü« g
° l m
M.
M\'
M:\'
JP
M3
KG.
BI»
Sclieeps.
ton.
Sclieeps-
tou.
M2
Linkerlandhoofd
G145
180
2000
2073
189
3979
—
—
—
—
Pijler I . . .
2746
77
495
328
264
5555
—
—
53
—
, II . . .
2740
77
495
328
264
5555
—
—
53
—
„ III .. .
8517
349
2030
1311
678
14266
2500
—
3500
—
„ IV . . .
9501
482
2120
1504
687
14457
3475
960
3560
1013
„ V . . .
10564
406
2788
1313
678
14266
5208
1670
9370
1152
Rechterland hoofd
13464
308
2080
2583
165
3472
-
—
-
—
Totaal .
53683 |
187!)
12008
9440
21)25
61550
11183 \')
2630
16536 «)
2165
1)    Waarvan 1075 Ma tueschen de pijlers IV en V.
2)           „ 430 scheepston „ „ „ IV „ V.
-ocr page 135-
123
Samenstelling van den bovenbouw.
De as van den bovenbouw, ingericht voor enkel spoor,
ligt 3.70 M. beoosten die der brug.
De lengte der hoofdliggers bedraagt:
voor de twee rivieroverspanningen, elk van
104.75 M. opening.......110.695 M.
voor de drie zuidelijke overspanningen, elk
van gemiddeld 55 M. opening.... 58.75 »
voor de noordelijke overspanning van
64.41 M. opening........68.73 .
De afstand tusschen de lengteassen der hoofdliggers, be-
draagt:
bij de twee rivieroverspanningon.... 5.34 M.
» » overige overspanningen .... 4.— »
De breedte, gemeten tusschen de verticale binnenrand-
platen bedraagt:
bij de twee rivieroverspanningen .... 4.61 M.
» i» overige overspanningen.....3.472 »
De spoorbaan ligt bij de twee groote overspanningen water-
pas en met den bovenkant op ... . 14.31 M. -f- A.P.
de onderkanten dier overspanningen zijn
gelegen op..........18.21 * » »
De andere overspanningen liggen onder een helling van
200 op 1.
De benedenranden van de hoofdliggers der rivierover-
spanningen zijn recht, de bovenranden hebben den vorm
van een kubischen parabool van 3873.252 M. parameter.
Voor ieder der beide overspanningen van 104.75 M. is de
hoogte der hoofdliggers in het midden . . . 13.478 M.
en aan de einden..........6.926 »
Over elke opening gaan twee liggers van getrokken ijzer,
waarvan de beide randen door schoren en stijlen zoodanig
-ocr page 136-
124
aan elkander verbonden zijn, dat zij balken met verticalen
en getrokken diagonalen van de eerste orde vormen, met
vakken van 6.435 M. lengte.
De boven- en benedenranden bestaan uit horizontale en
verticale platen, de eersten breed 1.15 M. en de laatsten
hoog 1.18 M. De afstand tusschen de beide staande pla-
ten bedraagt 0.70 M.; de dikte van do binnenste is 15 m.M.
en die van de buitenste 13 m.M.
In het midden van ieder vak is tusschon deze opstaande
randplaten oen kruis van plaat- on hoek ijzer aangebracht.
De diagonalen bestaan uit twee evenwijdige deelen, samen-
gesteld uit strooken plaatijzer, voor do binnensten dik 15 m.M.
en voor de buitensten dik 13 m.M.
De verticale randplaten en do deelen der diagonalen aan
do binnenzijden van de hoofdbalkon gelegen, hebben hier,
bij de verschillende overspanningen niet dezelfde doorsneden,
als de overeenkomstige, aan do buitenzijden der hoofdliggers
zich bevindende gedeelten. De eersten zijn grootcr dan de
laatsten; hunne verhouding is van 15 tot 13, voor de beide
groote en van 14 tot 12 voor de andore overspanningen.
Tot deze constructie is men overgegaan, omdat de bin-
nengelegcn gedeelten aan de werking van grooter krachten
zullen onderworpen zijn dan die aan de buitenzijden der
brugbalkeu, vooral bij breede randen, waar dus de afstand
tusschen de beide verticale platen, en evenzoo die tusschen
de beide deelen van iedere diagonaal, groot is.
Deze wijze van samenstelling is echter eerst van lateren
tijd, en bij deze brug voor het eerst toegepast.
Bij den tweeden in uitvoering zijnden bovenbouw, die op de
pijlers van de brug te Venloo wordt geplaatst, zal deze
constructie ook worden gevolgd , zooals uit de beschrijving
der diagonalen op blz. 28 voorkomende, blijkt.
ledere verticaal is een samenstel van hoekijzers en platen
die door twee kruisen onderling gekoppeld zijn.
-ocr page 137-
125
Tusschen de overeenkomstige verticalen van twee liggers
zijn aan de bovenzijde dwarskoppelingen en aan de beneden-
zijde getrokken ijzeren dwarsdragers aangebracht.
De bovenkoppelingen bestaan ieder uit een boven- en een
benedenligger, bij de twee eersten van den T-vorm, bij
de overigen van den _vorm en door een kruis van hoek-
ijzers gekoppeld, uitgezonderd bij de eerste verticaal, waar
deze hoekijzers vervangen zijn door een volle plaat en bij
de tweede door platte staven.
Tusschen de boven- en de benedenranden der hoofdliggers
zijn windkruisen aangebracht die voor de eersten uit hoekijzers
en voor de laatsten uit strooken plaatijzer bestaan.
De ijzeren dwarsdragers, hoog 0.746 M., zijn aan de verti-
calen geklonken.
De plaatijzeren langsliggers, hoog 0.67 M., onder de spoor-
staven en tusschen de dwarsdragers geplaatst en daaraan
door vier hoekijzers verbonden, zijn in ieder vak gekoppeld
door hoekijzers en plaatslrooken.
Op de langsliggers rusten eikenhouten dwarsliggers die het
spoor en\' het brugdek dragen, dat tusschen en naast de
spoorstaven van eikenhout is en voor zooveel de spoorbaan
betreft, gedekt is met geribd ijzer.
De onderranden der hoofdliggers zijn aan de uiteinden
bevestigd op bovenstoelen van gehamerd staal, welke op
stalen assen rusten; voor de beweegbare opleggingen dragen
deze assen op gesmeed ijzeren onderstoelen, liggende op
gesmeed stalen rollen, waaronder gegoten ijzeren glijdplaten,
die op de pijlers bevestigd zijn, en voor de vaste opleggin-
gen op gegoten ijzeren onderstoelen in hardsteenen blokken
ingelaten en verankerd.
De overige openingen worden ieder overspannen door
twee hoofdliggers van getrokken ijzer, waarvan de beide
rechte en evenwijdige randen door schoren en stijlen zoo-
danig aan elkander verbonden zijn, dat zij balken met verti-
-ocr page 138-
126
calen en getrokken diagonalen van de eerste orde vormen,
waarin de vakken een lengte hebben van 5.21 M. voor de
overspanning van (34.41 M. opening, en van 5.25 M. voor
de drie van gemiddeld 55 M. wijdte, terwijl de hoogte der
liggers in het midden respectievelijk bedraagt 6.041 M. en
6.052 M.
De boven- en benedenranden bestaan hier uit horizontale
en verticale platen door hoekijzers aan elkander verbonden,
de eersten zijn breed 1 M., de laatsten hoog 0.60 M. De
afstand tusschen de verticale randplaten is 0.50 M., terwijl
de dikte van de binnenste 14 m.M. en van de buitenste
12 m.M. is.
De diagonalen beslaan uit twee evenwijdige gedeelten,
waarvan hel binnenste is samengesteld uit platen dik 14 m.M.
en het buitenste uit strooken dik 12 m.M.
ledere verticaal is gemaakt van hoekijzers en plaatstrooken
die door twee dwarsplaten onderling gekoppeld zijn.
Tusschen de verticalen zijn aan de benedenzijde dwars-
koppelingen van den T-vorm en aan de bovenzijde ijzeren
dwarsdragors van den dubbelen T-vorm en hoog 0.62 M.
aangebracht, door hoekijzers aan de randen en verticalen
bevestigd.
De ramen, gevormd door de verticalen, de dwarsdragers
en de dwarskoppelingen zijn verstijfd door twee kruisen van
hoekijzers.
Tegen de onderkanten der dwarsdragers, en tusschen de
benedenranden zijn windkruisen aangebracht, die voor de
eersten van plaatijzer en voor de laatsten van hoekijzer
zijn gemaakt.
De plaalijzercn langsdragers, hoog 0.58 M., bevinden zich
onder de spoorstaven en tusschen de dwarsdragers. Zij zijn
aan deze laatsten door vier hoekijzers verbonden en onder-
ling gekoppeld op dezelfde wijze als dit bij de groote rivier-
overspanningen plaats heeft.
-ocr page 139-
127
De inrichting der vloeren komt in hoofdzaak overeen met
die dor bruggen van 104.75 M. wijdte, terwijl de oplegging
ook op gelijke wijze als daar plaats heefl.
Bij elke overspanning zijn in het gelegde spoor compen-
salie-inrichtingen van staal gemaakt.
Aan den bovenbouw zijn de navolgende hoeveelheden
verwerkt:
IJzer.
Geha-
KOPER.
a
j§s
MERD
G EET-
w
m a
OMSCHRIJVING.
< g
GE-
QE-
OH-
GERIBD
STAAL.
H
S w
TROKKEN.
SMEED.
ÜOTEN.
PLAAT.
m
a
S
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
KG.
M3.
Twee overspanningen, elk van 104.75 M.
1422036
14800
30702
—
—
20048
—
120
Een overspanning vau G4.41 M. . . .
322953
3224
9350
—
—
5110
—
28
Drie overspanningen, elk van gemid-
delcl 55 M. .........
705510
440
9504
1720
26970
:
—
15330
798
--
75
Compensatie-inrichtingen......
Verl\'- on herstcllingutoestellen ....
9082
880
1890
—
—
—
22
—
28083
898
4500
27430
1780
—
—
12
Totaal . .
2489304
31098
73424
27436
1780
4728G
22
235
De onderbouw werd gemaakt volgens bestek N°. 750,
de bovenbouw volgens bestek N°. 852.
De werken, omschreven in bestek N°. 750, zijn aanbesteed
den 288tc" April 1880 en waren den 291"01\'September 1882
voltooid; het maken en stellen van den bovenbouw werd
den 2\',e" Augustus 1882 aanbesteed en kwam in Juni 1885
gereed, nadat de beproeving den 288ton Mei van dat jaar
had plaats gevonden.
Behalve de algemeene onkosten, die van onteigening,
-ocr page 140-
128
grondboringen, rivierverbeteringen, spoorstaven met toebe-
hooren en buitengewoon toezicht, zijn de uitgaven:
voor den onderbouw . /\' 905,887.—
t          • bovenbouw. » 699,000.— (bedrag der aaimemingssom).
Totaal . /\' 1,604,887. -
dus per strekkenden M. /\' 3362.—
Het ontwerp van de brug werd opgemaakt en de uitvoe-
ring had plaats onder de leiding van den Eerstaanwezend
Ingenieur der Staatsspooi wegen L. J. Kesper te Arnhem en
den Sectie-Ingenieur Ph. J. Waller te Dordrecht.
De aannemers van den onderbouw waren de hceren
D. Bolier te Scherpenisse en P. P. Seret te Sliedrecht en die
voor den bovenbouw de firma F. Kloos & Zonen te Alblas-
serdam.
•
-ocr page 141-
•
•
KOSTEN DER BRUGGEN
•
-ocr page 142-
130
131
KOSTEN DER
BRUGGEN.
De kosten zijn die waarvoor de werken zijn uitgevoerd.
Bij de berekening van den prijs per kilogram van iederen bovenbouw
dat van bereid greenenhout 0.7.
Onder de kosten zijn niet begrepen die van onteigening, grond-
gewoon toezicht.
is aangenomen voor het soortelijk gewicht van eikenhout 0.84 en voor
boringen, rivierverbeteringen, spoorstaven met toebehooren en buiten-
® *5
*w eo_c|
Sa g
o 1
rf<5
IX.
•8
Ei
3SÖ
pi
VIII.
13
s
il!
1° =?
^3 «;
n
iS:
iil
SF x
ea-3 3
t 3 a
o ö s
sc^m
-_ 60
w
r
ui.
° GcSi
6C B (L
r^ O Sn
XIII.
O l-s
6C*"
CS
6c** O
OMSCHRIJVING.
gag
ffl a
VII.
XVII.
E M
pa
XI.
a -
m
pa
8 s
O
.SM
pq W
£ 2\' oa #
PQ
PQ
IV.
II.
VI.
XVIII.
XII.
XIV.
XV.
XVI.
X.
dubbel
dubbel
spoor.
spoor.
enkel
. spoor.
idem.
Gld.
Gld.
579901
1476921
389609
641381
190292
835540
0.17
0.23
1634
2777
enkel
dubbel
dubbel
dubbel
dubbel
dubbel
spoor.
spoor.
spoor.
spoor.
spoor.
spoor
idem.
idem.
enkel
spoor.
enkel
spoor.
idem.
idem.
Gld.
Gld.
Gld.
Gld.
Gld.
Gld.
3878106
1575185
551102
785125 2)
1777885
848325
2407339
927114
324000
297395
924692
346627
1470767
648071
227102
487730
853193
501698
0.21
0.25
0.24
0.433)
0.26
0.355
2639
3920
1753
2300
4420
3923
twee brug-
gen, waar-
van een
voor
spoorweg-
de andere
voor ge-
woon ver-
keer.
enkel j
spoor 1
Gld.
7571(30
419001
338159
0.245
dubbel
spoor.
dubbel
spoor
dubbel
spoor
dubbel
spoor
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
De onderbouw is ingericht voor
enkel spoor
en gewoon
verkeer. 1)
Gld.
enkel
spoor.
enkel
spoor.
Gld.
2814916
1746642
1068274
0.26
enkel
spoor.
Gld.
1116017
569206I
546811
0.22
en de bovenbouw voor....
De geheel e brug heeft gekost . .
de onderbouw alléén ....
de bovenbouw ,, ....
en de bovenbouw per kilogram .
De kosten van onder- en boven-
bouw per strekkenden meter brug
idem
Gld.
idem
Gld.
idem.
Gld.
2713600
1189000
1524600
0.27
idem.
Gld.
1604887
905887
699000 *)
0.24
idem.
Gld.
1440099
647531
792568
0.25
13793 2578621
305612
208181
0.23
2221
752993
1825628
0.33
3847
2099
1553
3230
3952
3010
3362
1)  Zie bl. 31. Het maken en stellen van den tweeden bovenbouw is aangenomen voor ƒ307.900.—,
grepen het verschuiven van de vier bestaande overspanningen en het maken van eenige
2)  De geheele brug is aan de Zuid-Ooster Spoorweg-Maatschappij in rekening gebracht voor
3)  Bij de berekening van dezen prijs, is het gewicht van den bovenbouw ontleend aan he\'t
4)  Bedrag der aannemingssom.
waarnaar de kosten van deze overspanningen per kilogram bedragen f 0.23. Hieronder
bijkomende werken.
f 827.125.— waarvan ƒ42000.— voor bijkomende werken op de oevers.
bestek, volgens hetwelk, onder meerdere werken, ook de brug gebouwd is.
is be-
-ocr page 143-
130
131
KOSTEN DER
BRUGGEN.
De kosten zijn die waarvoor de werken zijn uitgevoerd.
Bij de berekening van den prijs per kilogram van iederen bovenbouw
dat van bereid greenenhout 0.7.
Onder de kosten zijn niet begrepen die van onteigening, grond-
gewoon toezicht.
is aangenomen voor het soortelijk gewicht van eikenhout 0.84 en voor
boringen, rivierverbeteringen, spoorstaven met toebehooren en buiten-
® *5
*w eo_c|
Sa g
o 1
rf<5
IX.
•8
Ei
3SÖ
pi
VIII.
13
s
il!
1° =?
^3 «;
n
iS:
iil
SF x
ea-3 3
t 3 a
o ö s
sc^m
-_ 60
w
r
ui.
° GcSi
6C B (L
r^ O Sn
XIII.
O l-s
6C*"
CS
6c** O
OMSCHRIJVING.
gag
ffl a
VII.
XVII.
E M
pa
XI.
a -
m
pa
8 s
O
.SM
pq W
£ 2\' oa #
PQ
PQ
IV.
II.
VI.
XVIII.
XII.
XIV.
XV.
XVI.
X.
dubbel
dubbel
spoor.
spoor.
enkel
. spoor.
idem.
Gld.
Gld.
579901
1476921
389609
641381
190292
835540
0.17
0.23
1634
2777
enkel
dubbel
dubbel
dubbel
dubbel
dubbel
spoor.
spoor.
spoor.
spoor.
spoor.
spoor
idem.
idem.
enkel
spoor.
enkel
spoor.
idem.
idem.
Gld.
Gld.
Gld.
Gld.
Gld.
Gld.
3878106
1575185
551102
785125 2)
1777885
848325
2407339
927114
324000
297395
924692
346627
1470767
648071
227102
487730
853193
501698
0.21
0.25
0.24
0.433)
0.26
0.355
2639
3920
1753
2300
4420
3923
twee brug-
gen, waar-
van een
voor
spoorweg-
de andere
voor ge-
woon ver-
keer.
enkel j
spoor 1
Gld.
7571(30
419001
338159
0.245
dubbel
spoor.
dubbel
spoor
dubbel
spoor
dubbel
spoor
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
dubbel
spoor.
De onderbouw is ingericht voor
enkel spoor
en gewoon
verkeer. 1)
Gld.
enkel
spoor.
enkel
spoor.
Gld.
2814916
1746642
1068274
0.26
enkel
spoor.
Gld.
1116017
569206I
546811
0.22
en de bovenbouw voor....
De geheel e brug heeft gekost . .
de onderbouw alléén ....
de bovenbouw ,, ....
en de bovenbouw per kilogram .
De kosten van onder- en boven-
bouw per strekkenden meter brug
idem
Gld.
idem
Gld.
idem.
Gld.
2713600
1189000
1524600
0.27
idem.
Gld.
1604887
905887
699000 *)
0.24
idem.
Gld.
1440099
647531
792568
0.25
13793 2578621
305612
208181
0.23
2221
752993
1825628
0.33
3847
2099
1553
3230
3952
3010
3362
1)  Zie bl. 31. Het maken en stellen van den tweeden bovenbouw is aangenomen voor ƒ307.900.—,
grepen het verschuiven van de vier bestaande overspanningen en het maken van eenige
2)  De geheele brug is aan de Zuid-Ooster Spoorweg-Maatschappij in rekening gebracht voor
3)  Bij de berekening van dezen prijs, is het gewicht van den bovenbouw ontleend aan he\'t
4)  Bedrag der aannemingssom.
waarnaar de kosten van deze overspanningen per kilogram bedragen f 0.23. Hieronder
bijkomende werken.
f 827.125.— waarvan ƒ42000.— voor bijkomende werken op de oevers.
bestek, volgens hetwelk, onder meerdere werken, ook de brug gebouwd is.
is be-
-ocr page 144-
VERBETERINGEN.
Bladz. 10 regel 7 v. b. staat: onder- en bovenranden, te lezen: on-
derranden.
„ 16 regel 14 v. b. staat: 5 M., te lezen: 4.70 Bt.
„ 25 achter alinea 7 bij te voegen: en was het verkeer op dien
weg toen reeds zóó sterk toegenomen dat de bovenbouw ter
nauwernood in de behoeften kon voorzien.
„ 28 regel 8 v. b. staat: 8.27 M., te lezen: 8.256 M.
„ 28 de laatste zinsnede van alinea 5 te vervangen door: De
eindvelden bestaan uit een enkelen onderrand en eene schoor
die tevens bovenrand is.
„ 30 regel 1 en 2 v. b. staat: dat de Westinghouse-rera kan
veroorzaken, te lezen: dat door het gebruik van de Wes-
tinghouse-rem zeer toeneemt.
„ 34 aan het hoofd van kolom 7 staat: K.G., te lezen: M\'J.
„ 34 achter alinea 4 bij te voegen: Tijdens het afdrukken wordt
een tweede spoor op de brug gelegd.
36 regel 7 v. b. staat: 8.20 M., te lezen: 3.9915 M.-
„ 39 regel 9 v. b. achter Hoorn te lezen: Jhr. E. J. de Savornin
Lohman.
„ 51 regel 3 v. b. staat: 7.22 M., te lezen: 7.18 M.
regel 4 v. b. staat: 7.305 M., te lezen: 7.265 M.
„ 58 regel 1 v. b. staat: 0.522 M., te lezen: 0.525 M.
„ 71 regel 9 v. o. staat: versterkt, te lezen: verzwaard.
„ 85 regel 15 v. b. staat: 54.45 M., te lezen: 54.70 M.
„ 86 regel 5 v. o. staat: zinksteen, te lezen: zinkstuk.
„ 100 aan het hoofd van kolom 10 bij te voegen: van 0.43 M1
rijsvulling.
^. /2#/