-ocr page 1-
■fó./b
o\'.
;;$f.*.\'.c**______ ::
EXTRACT
7
ï
*
l
•I-
ï
i
•;<
ULT ItET
*
CRIMINEEL WETBOEK,
VOOR ITET
KRIJGSVOLK TE LANDE,
vastgesteld bij beschikking; van den
M. van O. dd. 28 Februari 1887,
Ie Afd. Secr. No. 46.
\'1\'
ï
V
V
V
„ ^ERTOGENBOSCH.
C. N. TEULINGS,
1892.
w mmw *»w ■■\'¥\'»I»L
- - -^^» "           -------           - - .11
»v» ; ■•■rv^r------*ry------->rw-----yvf-
-ocr page 2-
\'YAf* lofaj
A06000009923123B
3123
-ocr page 3-
A<;p
<f
=
EXTRACT
/
UIT HET
CHIMI^EEL WETBOEK,
VOOR HET
KRIJGSVOLK TE LANDE.
Van Verraad.
* Art. 55. Elk militair zonder onderscheid van
rang. welke eenige stad, sterkte, vesting, plaats
of post bij verraad aan den vijand overgeeft, zal
met den dood met vervallenverklaring van den mili-
tairen stand of van de betrekking van militairen
geëmploijeerde gestraft worden.
Art. 61. Militaire of andere personen, tot de armee
behoorencle, die, zouder daartoe bevoegd te zijn, eenige
onderwaterzetting verhinderen of inundatie aftappen,
of eenige andere middelen van verdediging tot af-
wering en afbreuk van den vijand aangewend, te-
gengaan, bederven of nutteloos maken, zullen met
den dood met vervallenverklaring van den militai-
ren stand of van de betrekking van militairen ge-
ëmploij eerde gestraft worden.
-ocr page 4-
2
Art. 62. Militaire of andere personen tot de ar-
mee behoorende, welke, zonder last van hunnen
superieur, en zonder gewigtige redenen, eenig kanon,
mortier, affuit of ander aangelegen werktuig van
oorlog of amunitie vernagelen, bedorven, wegwerpen
of onbruikbaar maken, zullen met den dood met
vervallenverklaring van den militairen stand of van
de betrekking van militairen geëmploijeerde gestraft
worden.
Art. 03. Wagenknechts, voerlieden en derge-
lijken, welke in een gevecht met den vijand, of
bij eene nederlaag ol retraite, in deszelfs nabijheid,
zonder last van hunnen superieur en zonder behoor-
lijke redenen, du strengen van de trekpaarden los
snijden of eenig stuk van den artillerie-trein, aan
hunne zorg toevertrouwd, moedwillig breken of
onbruikbaar maken, zullen alsmede met don dood
met vervallenverklaring van den militairen stand of
van de betrekking van militairen geëmploijeerde
gestraft worden.
Art. 64. Elk persoon, zonder onderscheid van
rang of stand, zich in de armee bevindende, welke
in de nabijheid van den vijand geroep of geschreeuw
mogt maken, strekkende om schrik en verwarring
onder de troepen te brengen, zal insgelijks met
den dood met vervallenverklaring van den militai-
ren stand, of van do betrekking van militairen
geëmploijeerde gestraft worden.
Art. 65. Elk en een iegelijk, zonder onderscheid
van militairen of burgerlijken stand, die zich in
een leger of kampement tegen den vijand, of in eene
berende of belegerde plaats bevindende, geruchten of
tijdingen verzint of verspreidt, strekkende om het
volk van oorlog te verleiden, te misleiden cf te ont-
moedigen, zal met den dood met vervallenverklaring
van den militairen stand of van de betrekking van
-ocr page 5-
3
militairen geëmploijeerde worden gestraft; ingeval
echter cle voormelde misdaad niet met zoodanig boos
opzet gepleegd was, zal hij met militaire gevangenis
of met eenige mindere straf, naarmate van het mis-
drijf en den aard der omstandigheden, gestraft worden.
Art. Gó. Elk kommandant van een post, of elk
schildwacht, die in de nabijheid van den vijand,
hel zij in de armee, hetzij in eene belegerde plaats,
moedwillig eene valsche of verkeerde order of
consigne overgeeft, door welker gevolg, de veilig-
heid van dezelve, of eenige andere plaats of post
zoude hebben in gevaar gebragt kunnen worden,
zal met den dood met vervallenvcrklaring van
den militairen stand of van de betrekking van
militairen geëmploijeerde gestraft worden; ingeval
echter de voorschreven misdaad door verzuim of
onoplettendheid mogt zijn bedreven, zal hij met den
dood gestraft worden.
Art. 68. Met den dood met vorvallenverklaring
van den militairen stand of van de betrekking
van militairen geëmploijeerde, zal gestraft worden
elk kommandant van eene patrouille, in de nabij-
heid van den vijand ter recognoscering uitgezonden,
die opzettelijk nalaat te voldoen aan de orders
hem gegeven, of alzoo de ontdekkingen, bij hem
gedaan, verborgen houdt of verkeerdelijk rapporteert.
Art. G\'J. Elk militair, die het geheim van een
post, de orders of het orderwoora, op eonigerlei
wijze aan den vijand openbaart, zal mede met den
dood met vervallenvcrklaring van den militairen
stand óf van de betrekking van militairen <>;eëm-
ploij eerde gestraft worden
Art. 70. Militairen of andere personen, tot de
armee behoorende, gelijk ook alle anderen, die zich
in dezelve ophouden en die bevonden worden eenige
OOj: respondentie hoegenaamd te houden of te doen
-ocr page 6-
4
houden met den vijand, zonder daartoe behoorlijke
toestemming of last van hunnen superieur bekomen
te hebben, zullen almede met den dood met ver-
vallenverklaring van den militairen stand of van
de betrekking van militairen geëmploijeerde gestraft
worden.
Van Ronselen en Spioniieeren.
Art. 73. Elk militair, die manschappen aanwerft
voor eene mogendheid, met welke dit land in oorlog
is, of zich aan zoodanige werving meclepligtig maakt,
zal met den dood, met vervallenverklaring van den
militairen stand of van de betrekking van militairen
geëmploijeerde gestraft worden.
Art. 75. Elk militair, gelijk ook elk ander
persoon in de armoe of eenig gedeelte derzelve
gevonden wordende, die den vijand als spion dient
of gediend heeft, zal insgelijks met den dood met
vervallenverklaring van den militairen stand of van
de betrokking van militairen geëmploijeerde gestraft
worden.
Art 78. Een iegelijk, wie hij zoude mogen zijn,
en zonder onderscheid van militairen of burgerlijken
stand, die in tijd van oorlog, uit of in een leger-
kampement, beleg, stad, vesting of eenige andere
verschanste plaats, in de nabijheid van den vijand
gelegen, mogt komen langs eenen anderen dan den
gewonen weg, poorten, bruggen of barrières, zal
voor spion gehouden en als zoodanig met den
dood met vervallenverklaring van den militairen
stand of van de betrekking van militairen geëm-
ploijeerde gestraft worden, tenzij uit de omstandig-
heden van zijne onschuldige of min-schuldige
inzigten ten genoegen der regters kwam te blijken.
Art. 79. Elk militair, zonder onderscheid van
-ocr page 7-
5
rang, welke tusschen de vijandelijke voorposten
en het leger, kampement, beleg, stad, vesting of
eenige andere verschanste plaats, in de nabijheid
van den vijand gelegen, gevonden wordt, in eene
andere dan militaire kleeding, zonder order van
zijnen superieur, zal voor spion gehouden en als
zoodanig, met den dood met vervallenverklaring
van den militairen stand of van de betrekking
van militairen geëmploijeerde gestraft worden, ten-
zij uit de omstandigheden van zijne onschuldige of
min-schuldige inzigten ten genoegen der regtors kwam
te blijken.
Tan Misdaden tegen den Dienst en de
Subordinatie.
Art. 80. De subordinatie is het wezen en de
ziel van den militairen dienst.
Elk militair derhalve is verpligt in den dienst
de orders, hem gegeven door clengene die boven
hem gesteld is, terstond en zonder daartegen te
redeneoren, te gehoorzamen en getrouwelijk te vol-
brengen, behoudens het regt, om, wanneer hij
zich door die orders bezwaard vindt, daarna zijne
klagten in te brengen.
Art. 81. In geval van oproer en algemeenen
opstand van militairen tegen hunne superieuren,
zullen de aanstokers, bewerkers en hoofden van
den opstand met militaire gevangenis van ten
hoogste tien jaren (in tijd van oorlog met den
dood) gestraft worden.
Art. 84. Wanneer militairen van welke rang
ook, welke bij eene executie van een doodvonnis
onder de wapenen zijn, zich veroorlooven pardon
of gena.de te roepen, zullen zij naar omstandigheden
en zelfs met militaire gevangenis van ten hoogste
-ocr page 8-
6
tien jaren (in tijd van oorlog met den dood) kunnen
gestraft worden.
Art. 85. In geval van zamen rotting van mili-
tairen, of van personen, tot de armee behoorende,
zal elk superieur ordonneren dat men zich scheide
en ieder zijnen weg ga; indien hij niet op «taanden
voet gehoorzaamd wordt, zal hij eenigen bij hunne
namen mogen noemen, en, wanneer deze niet dade-
lijk hunnen pligt betrachten, zullen dezelven als
aanleggers en hoofden van de zamenrotting of
den opstand gerekend, en als zoodanig met mili-
taire gevangenis van ten hoogste tien jaren (in
tijd van oorlog met den dood) gestraft worden.
Art. 86. Indien de zamenrotting op het daartoe
gegeven bevel niet scheidt, zullen de superieuren
bevoegd zijn zoodanige middelen van geweld te
gebruiken, als zij tot demping van het oproer dienstig
zullen oordeelen.
Elk die zich daartegen verzet of daarna in de
zamenrotting of den opstand blijft volharden, z*l met
militaire gevangenis van ten hoogste tien jaren (in
tijd van oorlog met den dood) gestraft worden.
Art. 88. Elk militair, die van eene voorgenomene
of bestaande muiterij, zamenzwering of komplot kennis
draagt, is verpligt daarvan behoorlijke bekendmaking
te doen, en zal bij nalatigheid daarvan, naar de
grootheid van het verzuim en naar de omstandig-
heden worden gestraft.
De enkele verzwijging van eenige muiterij, zamen-
zwering of komplot, zal echter nimmer en in geen
geval met militaire gevangenisstraf van ten hoogste
tien jaren (in tijd van oorlog met den dood), en
altijd met een ligtere straffe worden gestraft dan
de daders van- of deelgenooten aan die muiterij,
zamenzwering of komplot.
Art. 89. Indien een medepligtige aan eenige
-ocr page 9-
7
muiterij, zamenzwering ot komplot, dezelve open-
baart, voor en aleer die op eenigerhande wijze is
ontdekt geworden, zal aan den zoodanige slechts
eene ligte straf opgelegd worden, naarmate de om-
standigheden: hij zal zelfs, redenen daartoe dienende,
van alle straffen mogen vrijgesteld worden, inzonder-
heid zoo een of meer der overige medeplichtigen in
handen van de justitie geraken en van de misdaad
overtuigd worden.
Art. 91. Een schildwacht, die op zijnen post
in de nabijheid van den vijand of in eene belegerde
ot berende plaats aan zijne orders of consigne niet
voldoet, of van zijnen post afgaat zonder bevorens
afgelost te zijn, zal met den dood met vervallen-
verklaring van den militairen stand of van de be-
trekking van militairen geëmploijeerde, den dood,
of naar den aard der omstandigheden gestraft worden.
Art. 92. Een schildwacht, die op zijnen post
in de nabijheid van den vijand of in eene berende
of belegerde plaats, slapende of dronken bevonden
wordt, zal met den dood met vervallenverklaring
van den militairen stand, of van de betrekking van
militairen geëmploijeerde, den dood, of met andere
straf, naar gelang der omstandigheden gestraft worden.
f Art. 94. Elk militair, die in eene actie tegen don
vijand, of in deszelfs nabijheid, zijne wapens lafhartig
wegwerpt of verlaat, zal met den dood gestraft worden.
Art. 95. Elk militair, die in eene affaire tegen
den vijand, of in eene plaats, welke dadelijk belegerd
of berend is, uitdrukkelijk weigert of opzettelijk
nalaat, de orders van dengenc, die boven hem gesteld
is, te gehoorzamen of na te komen, zal met den dood
gestrait worden, en wanneer de misdaad in andere
gelegenheden wordt gepleegd, zal dezelve, zoo het
een onderofficier of mindere is, met militaire gevan-
genis gestraft worden.
                                     ~
-ocr page 10-
s
Art 96. Een onderofficier of soldaat, die zich in een
gevecht met den vijand, of in eene plaats, welke
dadelijk belegerd of berend is, slechts met woorden
tegen de orders zijner superieuren verzet, zal met
militaire gevangenis gestraft worden, naar de om-
standigheden.
Art. 97. Wanneer een gearresteerde is aan de
wacht ontkomen, aan welke zijne bewaring was toe-
vertrouwd, zullen alle de onderofficieren en soldaten,
door wier schuld of onachtzaamheid zulks is ver-
oorzaakt, gestraft worden ten hoogste mét militaire
gevangenis; alles naar gelang van den persoon en
van de misdaad van den ontkomene, van den tijd
van de plaats en verdere omstandigheden.
Art. 98. Een schildwacht, die in tijd van vrede
niet op zijnen post, of daarop slapende of beschonken
wordt bevonden, zal naar omstandigheden, zelfs met
militaire gevangenis van ten hoogste tien jaren
kunnen gestraft worden.
Wanneer echter het verlaten van zijnen post of
het slapen of de beschonkenheid op dezelve tot geene
schadelijke gevolgen aanleiding heeft gegeven, zal
hij aan de krijgstucht worden overgelaten.
Art. 99. Elk onderofficier of soldaat, die zijn
meerderen in rang met woorden of gebaren beleedigt
of dreigt, zal gestraft worden met militaire detentie
van ten hoogste één jaar.
Art. 100. Ingeval hij zich tegen denzelve met
de daad verzet, het geweer tegen denzelve trekt,
denzelve aangrijpt, slaat, kwetst, of eenige andere
daden van geweld tegen denzelve pleegt, zal hij
met militaire gevangenis van ten hoogste tien jaren
gestraft worden, ten ware mitigerende omstandigheden
aanwezig en bewezen waren, in welk geval den
regter den schuldige eene mindere straf zal mogen
opleggen.
-ocr page 11-
9
Art. 102. Een militair, die een schildwacht op
zijnen post, met woorden of gebaren beleedigt of
dreigt, zal gestraft worden zoo het een onderofficier
is, met militaire detentie van ten hoogste één jaar
en, zoo het een minder militair is, met militaire
detentie van ten hoogste acht maanden.
Art. 103. Doch elk militair, wie het zij, die een
schildwacht op zijn post gewelddadig aanrandt, of
op oenigerhande wijze dadelijk mishandelt, \' zal,
indien zulks in tijd van oorlog gebeurd is, met
den dood, en, zoo het in tijd van vrede geschied is,
met militaire gevangenis van ten hoogste tien jaren
gestraft worden.
Art. 104. Elk onderofficier en minder militair,
die zich van eens anders verlofpas of van een val-
schen verlofpas bedient, of in den verlofpas voor
hem zelven geschikt, eenen anderen naam dan zijnen
eigenen doet plaatsen, of zijn verlofpas zal hebben
verlengd, zal met militaire detentie van ten hoogste
één jaar gestraft worden.
Art. 106. Elk werver, die een persoon, behoo-
rendo tot de troepen van den staat, aanneemt, zonder
dat dezelve van een behoorlijk ontslag uit den dienst
is voorzien, zal, zoo het een militair beneden den
rang van officier is, gestraft worden met militaire
gevangenis van ten hoogste vijf jaren.
Van Desertie naar den Vijand.
Art. 107. Elk militair of ander persoon, tot de
armee of derzelvor gevolg behoorende, die naar den
vijand deserteert of zonder schriftelij ken last "van
zijnen chef naar den vijand overgaat, zal met den
dood met vervallen verklaring van den militairen
stand of van de betrekking van militairen geëm-
ploijeerde gestraft worden.
2
-ocr page 12-
10
Art. 108. Die gepoogd heeft dit een of ander
te doen, doch in de uitvoering daarvan is verhin-
derd, zal gestraft worden met den dood met ver-
vallen verklaring van don militairen stand of van
de betrekking van militairen geëmploijeerde, den
dood, \'of militaire gevangenis van ten hoogste tien
jaren, naarmate van de omstandigheden, mits de
Soging door uiterlijke daden of bedrijven aan den
ag gelegd zij.
Art. 109. Elk militair of ander persoon, tot de
armee of derzolver gevolg behooreude, die zonder
sehriftolijken last of toestemming van zijnen supe-
rieur overtreedt de grens of scheidingsliniën, door
den kommandant van het korps, waartoe hij be-
hoort, gemaakt aan die kanten, langs welke men
met den vijand gemeenschap zouden kunnen hebben,
zal als deserteur naar den vijand worden beschouwd,
en als zoodanig met den dood met vervallen ver-
klaring van den militairen stand of van de betrekking
van militairen geëmploijeerde of met den dood, naar
de omstandigheden, gestraft worden.
Art. 110. Op gelijke wijze zal beschouwd en
gestraft worden elk militair of ander persoon, be-
hoorende tot de armee of derzelver gevolg, die zich
veroorlooft te gaan uit eene plaats, door den vijand
belegerd of berend, zonder daartoe bekomen te
hebben de schriftelijke toestemming van den kom-
mandant dier plaats.
Art. 111. Elk onderofficier, de wacht hebbende
op don voorpost, en elk militair, aldaar op schild-
wacht staande, die van zijn wacht of post deserteert,
zal als deserteur naar den vijand beschouwd en als
zoodanig met den dood met vervallenverklaring van
den militairen stand of van de betrekking van
militairen geëmploijeerde gestraft worden; alle an-
dere militairen, van de wacht in voege voorschre-
-ocr page 13-
il
ven deserteerende, zullen met den dood gestraft
worden.
Art. 112. Elk militair, die oen ander militair
tot desertie naar den vijand verleidt, zal insgelijks
met den dood met vervallen verklaring van den
militairen stand of van de betrekking van militairen
geëmploijeerde gestraft worden.
Art. 113. Elk militair of ander persoon, be-
hoorende tot de armee of derzelver gevolg, die
eenig persoon, aan een der misdrijven in de zes
eerste artikelen van dit Hoofdstuk\' aangeduid, schul-
dig, willens en wetens verbergt, deszelfs misdrijf
begunstigt of denzelve aan do nasporingen en ver-
volgingen tegen hem ingerigt onttrekt, zal op de-
zelfde wijze gestraft worden als in de voorzoide
artikelen ten aanzien van zoodanig persoon zelve
is vastgesteld.
Art. 114. Wanneer tusschon twee of meer per-
sonen, hetzij militairen, hetzij andere, tot de armee
of derzelver gevolg bchoorendc, komplot of afspraak
tot desertie naar de vijand is gemaakt, zonder dat
echter de desertie werkelijk hooft plaats gehad, zal
het hoofd van het komplot of van de afspraak met
den dood met vervallenverklaring van den mili-
tairen stand of van de betrekking van militairen
geörnploijeordo en de overigen, die in het komplot
of in de afspraak gedeeld hebben, met den dood
of militaire gevangenis van ten hoogste tien jaren,
naarmate van do omstandigheden, worden gestraft.
Art 115 Indien het hoofd van het komplot
of van de afspraak niet bekend is, zal onderscheid
gemaakt worden, of het complot of de afspraak
alleen tussehen militairen, of alleen tusschen per-
sonen, bij het gevolg van de armee geëinploijeerd,
dan wel tusschen een of meer militairen en een
-ocr page 14-
12
of meer personen, bij het gevolg van de armee ge-
ërnjploijeerd, onderling gemaakt is.
Wanneer het complot of de aanspraak gemaakt
is tusschen militairen alleen, of alleen tusschen
personen, bij het gevolg der armee geëmploijeerd,
zal in zoodanig geval de hoogste in rang van hen
voor hoofd van het komplot of de afspraak gehou-
den en als zoodanig met den dood met vervallen-
verklaring van den militairen stand of van de betrek-
king van militairen geemploijeerde gestraft worden.
Doch wanneer het komplot of de afspraak ge-
maakt is tusschen een of meer militairen en een
of meer personen, bij het gevolg der armee geëm-
ploijeerd, onderling, zal, in zoodanig geval, de
militair of degene der militairen, die de hoogste
in rang is, voor hoofd van het komplot of van de
afspraak gehouden en als zoodanig met den dood
met vervallenverklaring v#n den militairen stand
of van de betrekking van militairen geemploijeer-
de gestraft worden, ten ware het tegendeel kwam
telblijken.
Ingeval van gelijkheid van rangen,\\ zal de oud-
ste in dienstjaren voor hoofd van het complot of
van de afspraak gehouden en als zoodanig gestraft
worden voor zooverre het tegendeel niet mogt
komen te blijken.
Van andere Desertie in\'lijd van oorlog.
Art. 116. Elk militair, diej in\'ltijd van oorlog,
uit de armee of eenejvestinggin^de*nabijheid van
den vijand deserteert, zonder zoodanige verzwaren-
de omstandigheden nis in het voorgaande Hoofd-
stuk zijn aangeduid of in dit hoofdstuk worden
aangewezen, zal gestraft worden, zoo het een onder-
-ocr page 15-
13
officier of soldaat is, met militaire gevangenisstraf\'
van ten hoogste vijf jaren.
Art. 117. Een militair, welke deze desertie
pleegt, terwijl hij is dienst doende, zal op dezelfde
wijze gestraft worden voor den tijd van ten hoogste
zeven jaren, of wanneer hij dezelve begaat, terwijl
hij op schildwacht staat, voor den tijd van ten
hoogste tien jaren.
Art. 118 Een militair, die, terwijl hij is dienst
doende, of op schildwacht staat, uit de armee of
uit eene vesting in de nabijheid van den vijand
deserteert, met medeneming van zijn schietgeweer,
zal met den dood gestraft worden, edoch met me-
deneming van zijdgeweer of bajonet, met militaire
gevangenis van ten hoogste tien jaren, tenzij een
dezer beide laatste wapenen aan een ander mili-
tair toebehoort, in welk geval hij mot den dood
zal gestraft worden; edoch een cavolerist, de voor-
schreven misdaad [liegende met medeneming van
een kompagniespaard, zal altijd mot den dood ge-
straft worden.
Art. 119. Die gepoogd heeft een of ander der
misdrijven te plegen, in de drie voorgaande artikelen
aangewezen, doch in de uitvoering daarvan is ver-
hinderd, zal, wanneer hij een onderofficier of soldaat
is, met militaire gevangenisstraf gestraft worden,
mits do poging der uiterlijke daden of bodrijven
aan den dag gelegd is.
Art. 120. Elk militair, die in tijd van oorlog,
bij de armee te velde of in eene vesting in de
nabijheid van den vijand, niet verschijnt binnen de
vier-en-twintig uren Da het appèl, zonder schrifte-
lijke toestemming van zijnen chef, of zonder behoor-
lijk verlof, zal voor deserteur gehouden en als
zoodanig gestraft worden.
Art. 121. Insgelijks zal voor deserteur gehou-
-ocr page 16-
14
deu en als zoodanig gestraft worden elk militair,
die in een kampement of kantonnement, zonder
zoodanige; toestemming of verlof, zal gegaan zijn
over de grensscheidingen aan de tegenovergestelde
zijde van den vijand, door den kommandantbepaald.
Art. 122. Een militair met verlof afwezend
zijnde, die in tijd van oorlog, in de armee of vesting
in de nabijheid van den vijand, niet terug is bin-
nen tweemaal vier-en-twintig uren, na het eindigen
van zijn verlof, zal almede voor deserteur gehouden
en als zoodanig gestraft worden.
Art. 123. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van oorlog, zonder behoorlijk paspoort of ont-
slag bekomen te hebben, zich bij oen ander korps
van do armee of in \'slands zeedienst engageert zal
voor deserteur gehouden en als zoodanig gestraft
worden met militaire gevangenis van ten hoogste
één jaar en zes maanden; en, ten tweede male zich
aan de voorschreven misdaad schuldig makende, met
militaire gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren
Art. 124. Elk militair die in tijd van oorlog
een ander militair verleidt tot desertie uit de armee
of uit eene vesting in de nabijheid van den vijand,
zonder dat zulks gepaard gaat met verleiding tot
desertie tot den vijand, zal gestraft worden met
dezelfde straf als de deserteur zelf.
Art. 125. Elk militair of ander persoon, behoo-
rende tot de armoe of dorzelver gevolg, die een
deserteur in tijd van oorlog uit do armee of uit
eene vesting willens en wetens verbergt, deszelfs
misdrijf begunstigt, of denzelve aan de nasporingen
■ en vervolgingen, tegen hom ingerigt, onttrekt, zal
oj) dezelfde wijze gestraft worden als-ten aanzien
van zoodanigen deserteur zelven, hiervoren in do
onderscheidene gevallen is vastgesteld.
Art. 126. Wanneer tusschen de militaire of andere
-ocr page 17-
15
personen, tot de armee of derzelver gevolg behooren-
de, in tijd van oorlog, komplot of afspraak is ge-
maakt tot desertie uit de armee of ecne vesting
in de nabijheid van den vijand, zonder dat zulks
gepaard gaat met complot of afspraak tot desertie
naar den vijand, zal indien de desertie werkelijk
gevolgd is, het hoofd van het komplot of van de
afspraak met den dood en de overigen, die in hot
komplot of de afspraak gedeeld hebben, met mili-
taire gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren
gestraft worden.
Art. 127. Indien de desertie niet werkelijk heeft
plaats gehad, zal wel het hoofd van het komplot of
de afspraak met den dood, doch do overigen met
militaire gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren
gestraft worden.
Art. 129. Wanneer echter de afspraak tot desertie,
in do vorenstaande artikelen vermeld, alleen gemaakt
is tusschen twee militairen of andere personen, tot
de armee of derzelver gevolg behoorende, en de
desertie werkelijk gevolgd is, zullen dezelven beiden
gestraft worden met militaire gevangenisstraf van
ten hoogste twee jaren.
Art. 130. En wanneer de desertie niet gevolgd
is, zullen dezelven gestraft worden met militaire
gevangenisstraf van ten hoogste één jaar.
Art. 132. De desertie uit een garnizoen of kan-
tonnement, binnen \'s lands en van het tooneel des
oorlogs verwijderd, zal schoon in tijd van oorlog
gepleegd, op dezelfde wijze gestraft worden als in
tijd van vrede, met uitzondering, dat zoodanig deser-
teur geene aanspraak zal kunnen maken op het regt,
aan de vrijwillige terugkomst In tijd van vrede
hierna toegekend.
-ocr page 18-
10
Tan Desertie in tijd van vrede.
Art. 132a. Wegens desertie in tijd van vrede
wordt gestraft de militair, die zich schuldig maakt
aan ongeoorloofde verwijdering met het oogmerk
\'s lands dienst voor goed te verlaten.
Art. 134. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van vrede voor de eerste maal deserteert, en
gearresteerd wordt, zal gestraft worden met militaire
detentie van ten hoogste één jaar.
Art. 135. De correctie van\' onderofficieren en
soldaten, welke in tijd van vrede binnen vier weken
vrijwillig en zonder achterhaald te zijn, terugkomen
of zich aangeven, zal aan de krijgstucht worden
overgelaten.
Art. 136. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van vrede, ten tweede male deserteert, en ge-
arresteerd wordt, zal met militaire gevangenis van
ten hoogste één jaar en zes maanden gestraft worden.
Art. 137. Wanneer een onderofficier of soldaat,
ten tweede male gedeserteerd zijnde, zonder achter-
haald te wezen zich binnen vier weken vrijwillig
aangeeft of terugkomt, zal hij met militaire detentie
van ten hoogste twee jaren gestraft worden.
Art. 138. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van vrede voor de derde maal deserteert, nadat
hij reeds tweemaal in voege voorschreven is gestraft,
zal hij met militaire gevangenis van ten hoogste drie
jaren gestraft worden.
Art. 139. .Na de ten derde male gepleegde desertie
in tijd van vrede, zal geene vrijwillige terugkomst
bateu,
Art. 140. Een soldaat, die in tijd van vrede
deserteert en eonige van zijne kleine montoring-
stukken of zoogenaamde kompagniosgoederen mede-
neemt, boven de zoodanige, welke hij op dien tijd
-ocr page 19-
17
aanheeft, of, gekleed zijnde, moest of kon aanhebben,
zal gestraft worden met militaire detentie van ten
hoogste twee jaren.
Art. 144. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van vrede met zijn schictgcweer deserteert, zal
gestraft worden met militaire gevangenisstraf van
ten hoogste één jaar en zes maanden.
Art. 145. In geval een cavalerist zich aan desertie
in tijd van vrede schuldig maakt, met modeneming
van zijn kompagniespaard, zal hij gestraft worden
met militaire gevangenis van ten hoogste driejaren.
Art. 146. Wanneer hij de misdaad pleegt met
medeneming van zijn kompagniespaard, ■ zadel en
chabrak, voor den tijd van ten hoogste drie jaren
en zes maanden.
Art. 147. In geen dezer twee laatste gevallen
zal den cavalerist vrijwillige terugkomst kunnen
baten, tenzij hij tevens zijn paard, en, wanneer hij
deszelfs zadel en schabrak medegenomen heeft ook
deze terug brenge.
Art. 149. Een onderofficier of soldaat van de
wacht deserterende in tijd van vrede, zal gestraft
worden met militaire detentie van ten hoogste twee
jaren.
Art. 150. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van vrede, met geladen geweer deserteert, zal
naar gelang der omstandigheden, zelfs met militaire
gevangenis van ten hoogste tien jaren worden gestraft.
Art. 151. Een schildwacht, die in tijd van vrede
van zijn post deserteert zonder geweer, zal gestraft
worden mot militaire gevangenisstraf voor den tijd
van ten hoogste twee jaren; zoo met geweer, voor
den tijd van ten hoogste drie jaren, en mot geladen
geweer, voor den tijd van ten hoogste vijf jaren.
Art. 152. Een militair, die in tijd van vrede
deserteert, doch wiens desertie gepaard gaat met
-ocr page 20-
18
ontvreemding van eens anders goed uit de kazerne
of van een zijner kameraden, zal worden gestraft
met militaire gevangenis van ten hoogste één jaar
en zes maanden.
Art. 153. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van vrede, zonder behoorlijk paspoort of ont-
slag bekomen te hebben, zich bij een ander korps
van de armee of in \'s iar.ds zeedienst engageert,
zal voor deserteur gehouden en als zoodanig ge-
straft worden met militaire detentie van ten hoogste
twee jaren; en, ten tweede male zich aan de voor-
schreven misdaad schuldig makende, met militaire
gevangenis van ten hoogste drie jaren.
Art. 156. Een onderofficier of soldaat, die in
tijd van vrede gepoogd heeft te deserteren, zal
gestraft worden met militaire detentie van ten
hoogste één jaar.
Art. 157. Een onderofficier of soldaat, die bin-
nen een uur buiten het garnizoen of kantonnement
in zijne desertie is verhinderd of gestoord, zal met
militaire detentie van ten hoogste één jaar gestraft
worden.
\' Art. 159. Elk militair, die in tijd van vrede
twee dagen of langer van zijn korps, detachement
of garnizoen afwezig is of langer dan acht dagen
na het eindigen van zijn verlof afwezig blijft, zal
als deserteur beschouwd worden, ten ware hij de
reden van afwezigheid ten genoegen des regters
konde bewijzen.
Art. 161. Elk militair, die in tijd van vrede
een ander militair tot desertie verleidt, zal gestraft
worden met militaire gevangenis, ten iioogste voor
drie jaren, naar mate van de omstandigheden.
Art. 163 Een onderofficier of soldaat, die in tijd
van vrede een ander militair in het plegen van
desertie behulpzaam is, of een deserteur willens en
-ocr page 21-
19
wetens versteekt of verbergt, zal gestraft worden
met militaire gevangenisstraf van ten hoogste drie
jaren.
Art. 165. Een onderofficier, die in gebreke blijft
van eene voorgenomene of volbragte desertie kennis
te geven, of de plaats aan te geven waar een de-
serteur zich ophoudt, wanneer dezelve hem is be-
kend geworden, zal naar mate der omstandigheden
met militaire detentie van ten hoogste één jaar ge-
straft worden. Een soldaat zal gestraft worden met
militaire detentie van ten hoogste acht maanden,
naar mate der omstandigheden.
Art. 160. Wanneei\' tusschen militairen in tijd
van vrede onderling komplot of afspraak tot deser-
tie gemaakt is en de desertie werkelijk is gevolgd,
zal de onderofficier of soldaat, welke overtuigd wordt
het hoofd van het komplot of van de afspraak ge-
weest te zijn, met militaire gevangenis van ten
hoogste tien jaren worden gestraft en do overigen
met militaire gevangenisstraf van ten hoogste drie
jaren.
Art. 167. Indien de desertie niet werkelijk heeft
plaats gehad, zal de onderofficier of soldaat, welke
overtuigd wordt het hoofd van het komplot of van
de afspraak geweest te zijn, gestraft worden met
militaire gevangenisstraf voor den tijd van ten hoogste
vijf jaren, naarmate van de omstandigheden; en de
overigen voor den tijd van ten hoogste één jaar en
zes maanden.
Art. 169 Wanneer echter alleen afspraak tot-
desertie in tijd van vrede tusschen twee militairen
emaakt en de desertie werkelijk gevolgd is, zullen
ezelven beiden gestraft worden met, militaire ge-
vangenisstraf van ten hoogste één jaar en zes maanden.
Art. 170. En wanneer de desertie niet gevolgd
-ocr page 22-
20
is, zullen dezelven gestraft worden met militaire
detentie van ten hoogste één jaar.
Tan Geweldenarijen en Strooperijen.
Art. 172. Elk militair of ander persoon, be-
hoorende tot de armee te velde of derzelver gevolg,
die hot op hot leven van vreedzame in en opge-
zetenen, derzelver vrouwen of kinderen toelegt, de-
zelven moedwillig en zwaar wondt, verminkt, hun
eenig werkelijk lichaamsgebrek toebrengt, of hen
door slaan, pijnigen, knevelen, binden of anderszins
zwaar mishandeld, zal met den dood met of zonder
vervallenverklaring van den militairen stand of van
de betrekking van militairen goeinploijeerdo gestraft
worden, naar den aard der omstandigheden.
Art. 173. Elk militair of ander persoon, tot de
armee te velde of derzelver gevolg bohoorende,
die, in welk land het ook zijn moge, zonder order
van zijnen superieur, eenige magazijnen, arsenalen,
land- of woonhuizen, bosschen, te velde staand of
gemaaid graan, of eenige andere publieke of bijzon-
der eigendom in brand steekt, zal op dezelfde wijze
gestraft worden.
Art. ] 74. Insgelijks zal op dezelfde wijze gestraft
worden elk militair, die gewapenderhand, hetzij
alleen, hetzij te zamen met anderen, de inwoners in
hunne woningen of bezittingen plundert of zonder
order van zijnen superieur derzelver goederen ver-
woest.
Art. 175. Elk militair of ander persoon, behoo-
rende tot de armee of derzelver gevolg, die, bij ge-
legenheid dat dezelve armee op marsch of te velde
is, in welk land het ook zijn moge, zich openlijk of
heimelijk, alleen of te zamen met anderen, bij dag
of nacht, of op welke wijze ook, in de huizen, hoven,
-ocr page 23-
21
tuinen of andere besloten plaatsen der ingezetenen
begeeft, en daaruit vee, gevogelte, vleesch, vruchten,
groenten of andere eetwaren ontvreemdt, zal gestraft
worden met militaire gevangenisstraf of met militaire
detentie van ten hoogste acht maanden, naarmate
van de omstandigheden.
Art. 176. Wanneer nochtans de strooperijen, in
het voorgaand artikel aangcduidt, met braak, geweld
aan personen of zware bedreigingen zijn vergezeld
geweest, zal degeen, die zich hieraan schuldig heeft
gemaakt, met den dood, met vervallen verklaring van
den militairen stand of van de betrekking van mili-
tairen geëmploijeerde gestraft worden.
Art. 177. Elk militair of ander persoon, tot de
armee of derzelvor gevolg behoorende, die, bij ge-
legenheid dat dezelve armee op marsch of te velde
is openlijk of heimelijk, alleen of te zamen met
anderen, bij dag of nacht, runderen, kalveren, schapen
of varkens uit ae open volden der landbouwers ont-
vreemdt, zal gestraft worden met den dood, met
vervallenverklaring van den militairen stand of van
de betrekking van militairen geëmploijeerde, met
militaire a;evano\'enisstraf of mot militaire detentie
Tl
van ten hoogste acht maanden, naarmate van de
omstandigheden.
Art. 178. Wanneer nochtans de strooperijen, in
het\' voorgaand artikel aangeduid, met geweld aan
personen of zware bedreigingen zijn vergezeld ge-
weest, zal degeen, die zich hieraan schuldig heeft
gemaakt, altijd met den dood, met vervallenverklaring
van den militairen stand of van de betrekking van
militairen geëmploijeerde gestraft worden.
Art. 179. Wanneer de strooperijen, in de vijf
voorgaande artikelen aangeduid, wei zonder geweld
aan personen en zonder zware bedreigingen maar
nogtans troepsgewijze en gewapenderhand zijn ge-
-ocr page 24-
22
pleegd, zullen allen, die bij de strooperij zijn tegen-
woordig geweest, gestraft worden met den dood,
met vervallenverklaring van den militairen stand
of van de betrekking van militairen geëmploijeerde
of met militaire gevangenisstraf.
Art. 184. Elk militair of ander persoon, tot de
armee of derzelver gevolg behoorende, die willens
en wetens gestroopte goederen koopt of ontvangt,
zal als deelgenoot der misdaad beschouwd, en met
dezelfde straf als de hoofddaders gestraft worden.
Van Diefstal en Roof.
Art. 188. Elk militair, die dengene, bij wien
hij op schildwacht of sauvegarde geplaatst is besteelt
of berooft, of ook het goed, waarbij hij invoege
voorschreven geplaatst is, of eenig gedeelte daarvan
steelt of rooft, zal rnet militaire gevangenisstraf van
ten hoogste twintig jaren (in tijd van oorlog met
den dood, met vervallenverklaring van den militairen
stand of van de betrekking van militairen geëm-
ploijeerde) gestraft worden.
Art. 189. Elk militair of ander persoon, tot de
troepen van den Staat behoorende. die, hetzij bij
nacht of dag, dengene bij wie hij op publiek gezag
is ingekwartierd, besteelt of berooft, zal met militaire
gevangenis gestraft worden.
Art. 190. Elk militair of ander persoon, tot de
troepen van den Staat behooici;de, die buskruit,
kogels, eenigerlei amunitie van oorlog of andere,
goederen, tot de artillerie behoorende, ontvreemdt
uit.de parken, magazijnen, bewaarplaatsen of con-
vooijen, bij welke hij niet op schildwacht is gesteld,
zal gestraft worden met militaire gevangenis.
Art. 191. Elk militair, die zijnen kameraad in
het slaapkwartier, iu de chambrée of in de stallingen
-ocr page 25-
23
besteelt, zal, hoe gering de ontvreemding ook wezen
mag, gestraft worden met militaire gevangenis.
Art. 192. Een cavalerist, welke het paard, hem
van Gouvernementswege ten gebruike gegeven ver-
koopt of verpandt, zal gestraft worden met militaire
gevangenis van ten hoogste twee jaren.
. Art. 193. Een onderofficier of soldaat, die zijne
wapenen, kleederen of équipement, hem van Gouver-
nementswege ten gebruike gegeven, verkoopt of
verpandt, zal gestraft worden met militaire detentie
van ten hoogste acht maanden, naarmate de omstan-
digheden.
Art. 194. Elk militair of ander persoon, tot de
troepen van den Staat behoorende, die eenige kazer-
nering-, equipements- of kampements-goederen ont-
vreemdt, zal gestraft worden, zoo het een onderofficier
of minder militair is, met militaire gevangenis van
ten hoogste één jaar en zes maanden.
-ocr page 26-
24
EXTRACT uit de wet van 19 Augustus
1861, betrekkelijk de Nationale
Militie (Staatsblad N". 72.)
---------s.-j-j&j-Sf---------
Artikel 130.
Het crimineel wetboek en het reglement van krijgs-
tucht voor het krijgsvolk te lande zijn op de man-
schappen der militie te land, dio zich onder de wape-
nen bevinden, van toepassing, en met opzigt tot de
verschillende gevallen van desertie, op al de bij de
militie te land ingolijfden.
Die manschappen worden geacht onder de wape-
nen te zijn:
1". zoolang zij zicli bij hun korps bevinden;
2°. gedurende den tijd, dien het in art. 138 be-
doeld onderzoek duurt;
3°. in het algemeen, wanneer zij in uniform zijn
gekleed.
Artikel 138.
De verlofgangers van de militie te land .worden
jaarlijks ten minste eenmaal op den door Ons te be-
palen tijd door den militie-commissaris onderzocht.
Artikel 145.
De verlofganger der militie, die niet voldoet aan
eene oproeping voor de werkelijke dienst, wordt als
deserteur behandeld.
Rtoomsnelpersdruk van C. N. TEULINGS te \'s-Boseh.