-ocr page 1-
•
*\'
WEES GETROUW TOT IN DEN DOOD
De levens
igu
schiedenis van Zacharia ïihen.
I
den zendeling FEIGE.
ISTA-A-H TIET HOOQDUIT8CH.
UB-ZUID
PKE          EX DAJAKKCrlE JEUGDIGE KRIJGEIÏ.
353
AMSTERDAM — HÖVEKER & ZOON.
- «•<£>•*-=C«C=<S«^<=^=>«ï»C-<S<^<
-ocr page 2-
^^ icdoj
-ocr page 3-
A AL
136
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
A06000035671571B
3567 1571
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Htfc
ui •
WEES GETROUW TOT IN DEN DOOD
OF
DE LEVENSGESCHIEDENIS VAN ZACHAEIA TIHEN.
den Zendeling PEIGE.
XAAE HET IIOOGDÜITSCH,
136
I:
tflitgegeven door de 3%a,lfstuivers=°l!/ere6nigin.<] der fiijnsche »
AMSTERDAM. — HÖVEKER & ZOON.
-ocr page 6-
-ocr page 7-
Bibliotheek
...
In dit boekje zullen de zendingsvrienden en -vriendinnen
met den levensloop bekend gemaakt worden van een man, din
doordrongen was van het bewustzijn dat, wanneer men Christen
wil zijn, men ook werkelijk den Heer Jezus moet volgen:
daarom was hij gezegend en anderen ten zegen. Niet dat hij
volkomen geweest is; er kleefde nog veel aan hem, wat wij
liever niet aan hem gezien hadden, maar hij erkende zijne
zwakheden en streed er tegen zooals liet een waar Christen
betaamt. Hij nam dan ook toe in geloofsleven en werd zoo
standvastig dat men hem gerust verre van de gemeente alleen
onder heidenen heeft kunnen zenden zonder te vreezen dat
hij daardoor verachteren zou.
Zijne levensgeschiedenis, welke ik zoo getrouw mogelijk heb
trachten voor te stellen, zal voor zichzelve getuigen.
Zacharia Tihen was de oudste zoon uit het tweede huwelijk
van een man, dien ik eerst leerde kennen toen hij reeds hoog
bejaard, en van eene vrouw, die toen nog zeer flink was. Zij
stierf in de maand Mei 1890. Bij den dood van haar zoon
riep zij uit: ;/0 mijn kind, ware ik voor u gestorven!"
Tihen was een begaafde knaap en daar er in zijne jeugd reeds
zendingsscholeu bestonden, bezocht hij die van den zendeling
Beijer te 1\'oelo Telo. Zijn vader was er tegen en had hem dan
ook, om hem aan de school te onttrekken, op zijne reizen
medegenomen. Maar eindelijk kwam hij toch voor langeren tijd
en heeft toen lezen en schrijven geleerd, las dagelijks de schoonc
-ocr page 8-
4
Bijbelsche geschiedenissen, doch zonder dat deze een dieperen
indruk bij hem achterlieten.
Toen hij ongeveer vijftien jaar was geworden, ging hij naar
Bandjermasin, waar hij een lange reeks van jaren bij Europeanen
diende en eerst na den opstand in 1859 terugkeerde. In zulk
eene betrekking leeren jongelieden zelden wat goeds. Van de
lichtzijde der Kuropeanen krijgen zij weinig of niets te zien,
terwijl de schaduwzijden steeds een ongunstigen invloed op
hen uitoefenen. Tihen was langen tijd in dienst van een Duit-
scher, den heer Yon dem Borne, die in dienst der Xed. Re-
geering de beste kaarten van Borneo getcekend heeft. Met hem
doorreisde Tihen het land en werd op die wijze bekend met land*
streken en menschen, die hij anders nooit had te zien gekregen.
In hoeverre Tihen onder den invloed der Kuropeesche samen-
leving is gekomen, weet ik niet; maar in elk geval had hij in
dien tijd weinig gelegenheid, om zich met heidensclie dingen
bezig te houden en zal daar ook weinig aan verloren hebben.
Doch zoo lichtelijk de lieden onder veranderde omstandigheden
zich van hun heidensclie gebruiken laten afbonden, evenzoo ge-
makkelijk kecren zij weder tot deze terug, wanneer hun de
gelegenheid daartoe gegeven wordt; niet uit godsdienstige be-
lioefte, maar eenvoudig, omdat liet zoo gebruikelijk is en wegens
den rammi rammi, het vroolijke, grappige leven.
Zoo ging ook onze Tihen, nadat hij in zijn vaderland
teruggekeerd was, weder den gewonen, ouden weg. Zijn
oom, een der oudere Christenen van Mandomai, zeide mij toen:
vVVaar ergens een heidensch feest of iets dergelijks gevierd
werd, was Tihen een der eersten die kwam, en zeker een der
laatsten om het lokaal te verlaten." Aan werken werd niet veel
gedacht. Zijne vrouw plantte wel, maar meestal was er niet
veel te oogsten.
-ocr page 9-
.1
Tihen werd toch een aanzienlijk man onder de heidenen:
allerlei geheime kunsten leerde hij, zonder, wel is waar, iets
daarmede te bereiken. Maar hoewel alles slechts zwendelarij
was, verkreeg hij toch cene soort beroemdheid, daar de groote
menigte te sterk aan de werkelijkheid van deze dingen geloofde.
Gods Woord was licm onverschillig, ja, hij bood het tegenstand
en ontweek den zendeling waar hij kon. Het zou echter anders
niet hem worden ; de goede Herder ging ook dit schaap na en
zocht het, tot Hij het gevonden had.
Het was in November 187\'2 dat ik naar Mandomai moest
verhuizen en reeds in de eerste dagen van mijn verblijf aldaar,
kwam een jonge man met het verzoek tot mij om bij mij in
diensl te treden en tegelijk dooponderwijs te ontvangen. Ik
was daar zeer over verwonderd, nam hem als bediende aan en
begon hem al spoedig te onderwijzen. Ik vernam weldra dat
deze jongen gehuwd en dat zijne vrouw eene zuster van Tihen
was. Door hem werd ik ook met dezen bekend, die dikwijls
in liet huis der beide onderwijzers kwam; een van hen was
zijn oom. Meermalen had ik gelegenheid hem te spreken. Een
sterfgeval in het huis van den onderwijzer bracht ons weder te-
zaïnen en wat daar gesproken werd, bleef niet zonder indruk
op hein. Zijn tegenstand werd hoe langer hoe minder en des
te meer dacht hij na over het gehoorde. Hij begreep dat noch
zijne kunsten, noch zijne vlugheid een steun voor hem waren,
en hij kwam schrede bij schrede nader, begon er over te denken
om Christen te worden, sprak daarover met de zijnen en besloot
eindelijk tot den grooten stap.
Aan den avond van den 15en April 1873 kwam Tihen bij
mij en verklaarde dat hij met zijne moeder, broeders en zusters
gesproken had en dat zij bereid waren doopondcrwijs te ont-
vangen, doch dat zijn oude vader er nog niet toe gekomen was.
-ocr page 10-
(i
Deze kwam echter den volgendon morgen ook tot mij en na
een ernstige bespreking, waaraan ook Tillen deelnam, ver-
klaarde hij zich bereid met de zijnen te gaan lecren. Toen
werden de dagen en uren vastgesteld, waarop zij onderwijs
zouden ontvangen en daarmede was de eerste stap gedaan. Het
waren zes personen. Een broeder met vrouw en kind en een
getrouwde zuster bleven nog achter; deze zijn later ook Christe-
nen geworden. De vrouw van Tihen ontbrak, en het viel mij
op dat hij er niet op stond haar mede ie brengen. Kerst nader-
hand vernam ik dat hij dit met opzet had getracht te ver-
hinderen, omdat hij voornemens was haar te verlaten. Doch
hoe langer hij leerde, des te meer zag hij in dat zulks geheel
tegen (iods Woord in was en zoo kwamen ook nog zijne vrouw
on kinderen en hare moeder en broeder mede op de les.
In den eersten tijd had Tihen nog vele verzoekingen te
doorstaan, die echter spoedig overwonnen werden; hij was een
dergeneu van wien wij de meeste verwachtingen koesterden.
Het kwam hem goed te pas, lezen geleerd te hebben ; hij on-
(lerzocht nu werkelijk de Schrift.
Moeilijke plaatsen moesten de onderwijzers hem verklaren
ot\' hij kwam er inedc tot mij om inlichting. Welk een genot was
het, om deze lieden, wier getal tot twaalf was iiangegroeid, te
onderrichten. Zij waren mijne eerstelingen. Tihen nam toe in
kennis, zoowel in innerlijken ernst als in moed om te getuigen.
Toen eindelijk 7 Dcc. 1873 dit kleine getal (met de kinderen
zestien personen) gedoopt kon worden, hadden niet alleen de
zendelingen een vreugdc- en dankdag, maar ook de doopelingen
eu onder tien het meest wel Tihen, die nu den naam Zacharia
ontving. Hij gevoelde de «aarheid van het woord van den
Heere Jezus aan Zacheus : ^lieden is dezen huize heil weder*
varen!" Hij had toen reeds meer bij Jezus gevonden, dan
-ocr page 11-
7
liij gezoflit had en verheugde zich dezen schat te hebben.
Het zal wel in de geheele wereld zoo zijn dat in Christelijke
gemeenten waar geestelijk leven lieerseht, men tocii een kerkje
in de kerk vindt. Zoo ook in Mandomai, maar klein, zeer klein.
Zacharia was daarvoor een groote aanwinst; hij had in liet
vorige jaar zulke vorderingen in zijn geestelijk leven gemaakt
dnt wij er reeds verblijd over waren.
Ken goede wandel, moed om te getuigen en een verlangen
naar meer kennis der waarheid waren de eigenschappen, die
hem kenmerkten en die zich vruchtbaar aan hem betoond hebben.
Zijn moed om te getuigen gaf al spoedig aanleiding tot bedrei-
gingen. „Men wilde hem vervolgen, maar hij was niet bevreesd»
noch voor heidenen, noch voor .Mohammedanen," kon hij een
jaar na zijn doop zeggen.
Toen in het jaar 1875 de weg naar het binnenland voor ons
geopend werd, volgde ons Zacharia. De gedachte hem als helper
te kunnen gebruiken had ons reeds beziggehouden. Ik vond
het volgende, wat de zaak betreft, in een bericht uit dien tijd :
„Al is Zacharia nog een jong Christen, hij weet wat hij wil ;
hij heeft gaven en moed om te getuigen en toont dat hij een
Christen is, door een ander leven te leiden. Hij zal eerst als
helper aan de school in Telang geplaatst en later naar omstan-
digheden gebruikt kannen worden." Het plan om hem op het
nieuwe arbeidsveld te houden moest echter opgegeven worden,
daar zijne vrouw niet besluiten kon naar een vreemd land te
trekken; hij was dus genoodzaakt naar Mandomai terug te keeren.
Zendeling Hendrich stelde hem daar alras als helper aan in de
school; daarbij moest hij ook de veraf wonende doopcan-
didaten onderwijzen, en de heidenen bezoeken om hun het
Evangelie te verkondigen. Hij deed hierbij allerlei ervaringen
op, zoowel van verkwikkenden als onaangenamen aard. Aan
-ocr page 12-
8
bespotting ontbrak liet ook niet. Hij, die vroeger vooraan stond bij
alle lieidensche feesten, ging nu van huis tot huis om de vroe-
ger door hem bespotte blijde boodschap des vredes te verkon-
digen. Woorden zooals : „Daar komt de Heerc Jezus," of ^Heere
Jezus, kom met ons eten" en dergelijke, waren niets zeldzaams ;
maar hij liet zich niet afschrikken, en ging blijmoedig zijnen
weg. Wanneer wij zijn geloof, zijne overgave aan den Heer,
zijn geduld en zijne onderwerping, ook in de moeilijkste oogen-
blikkeu, zagen, zeiden wij dikwijls dat hij een voorbeeld was
voor alle Christenen.
In dit geloofsleven nam hij hoe langer hoe meer toe en des
te grooter werd ook zijn moed om te getuigen. Of hij tehuis
was of\' op reis, in de boot of\' op de straat, hij voelde behoefte
met alle menschen waarmede hij in aanraking kwam, een ge-
sprek aan te knoopen en hen uit te noodigen tot Jezus te
komen. Kr kwamen echter, helaas, ook andere zaken bij hem
tevoorschijn, die niet in zijn voordeel waren, maar die terwille
der waarheid niet verzwegen mogen worden. Afgezien van een
val, waarop wij later terug zullen komen, mcesten wij, zende-
lingen, veel geduld met hein hebben wegens zijne neiging tot
luiheid, waardoor het er altijd zeer armoedig bij hem uitzag;
wat merkwaardig juist het tegendeel was bij zijn broeder Sil-
vanus. Hij had zich het liefst met handel beziggehouden en
deed dit ook eenigen tijd, maar daarmede verviel hij slechts in
schulden, waaruit men hem moeilijk helpen kon. De oorzaak
daarvan was dat hij weinig verkocht, dat hij gewoonlijk ver-
keerd rekende en daardoor zooals men wel zegt, de huid ver-
kocht en verbruikte, voordat de beer geschoten was.
Wel heb ik later bemerkt dat wij hem te hard beoordeeld
hadden, want wat wij als luiheid bestempelden, in werkelijkheid
lichaamszwakte was, en men moet daarbij in aanmerking nemen
-ocr page 13-
9
dat hij bij liet volk niet zulk een ergernis daarmede gat\' als bij
ons luie, geloovige Christenen doen. Deze ondeugd heeft dus
Zacharia bij het volk geen afbreuk gedaan j hij stond bij hen
in groote achting en dit bleef zoo tot aan zijn einde. Telken-
male beproefde hij zich te verbeteren door meer te werken, maar
spoedig noodzaakten hem pijnen in de borst zich in te houden.
Daar de Heer hem rijk met kinderen gezegend had, was het
niet gemakkelijk voor hem en de zijnen het dagelijkscli brood
te bekomen. Toen hij als helper in Mandoraai aangesteld was
genoot hij een zeer [karige bezoldiging, en was het hein niet
mogelijk ervan te bestaan. Dit werd de aanleiding dat hij in
1880 deze betrekking opgaf eu niet vrouw en kinderen naar
Tameang Lajang kwam. Hier legden zij dicht in onze buurt
een rijstveld aan. Vrouw Martha werkte vlijtig en hijzelf hielp
ook zooveel mogelijk. De Heer zegende hen, gaf een goeden
oogst en zoo kwamen zij een weinig op hun verhaal; maar lie
volgende jaar was de oogst slecht, de nood steeg en men moest
trachten dat gebrek op een andere wijze te verhelpen. Daarbij
kwam nog een zware slag: de vrouw werd ziek en stierf na
een langdurig lijden. Dikwijls hadden wij gemeend dat deze
Martha slechts Christin was geworden om met haar man inede
te gaan, maar op haar sterfbed werd het ons duidelijk, welk
een vast innerlijk vertrouwen zij had en niet hoeveel blij moed ig-
lieid en vrede zij kon heengaan.
Zacharia stond nu alleen met zijn zes kinderen. De oogst was
als hierboven gezegd is,slecht. Toen hielpen wij hem aan koopwaren.
Met welk gevolg is reeds gezegd en zoo was het \'t beste te trachten
andere hulp te vinden. Vroeger was ik reeds begonnen in het
klein sigaren te maken ; ik zette hem nu aan het sigarenmaken.
In den tusschentijd ging hij naar Bandjermasin en bracht ons
mede wat wij voor de huishouding noodig hadden ; kortom, al
-ocr page 14-
10
was het dan ook karig, hij vond toch zijn brood. Zoo ging
langzamerhand een jaar v ;orbij na den dood van zijne vrouw en
Zacharia dacht aan een tweede huwelijk. Zijn oog viel op een
zeer jong meisje van de gemeente, nauwelijks ouder dan zijn
oudste zoon, wat hier, wel is waar, niets bijzonders is. Wij
waren tegen deze verbintenis, evenals de ouders van het meisje,
maar deze tegenstand werd juist de gevaarlijke klip, waaraan hij
zich stootte. Bij den dood zijner vrouw en later, toen de Heer
kinderen van hem cisehte, was hij stil en kon hij zeggen : „Heer,
uw wil geschiede*, hoezeer het hem ook ter harte ging. Hij
had geleerd om terwille van Christus veel te verduren, maar
in dit geval gelukte het hem niet aan het gevaar te ontkomen,
en op een middag ontdekten wij dat hij zich met het meisje
uit de voeten gemaakt had. De hooze had gezegevierd en wij
moesten ons diep beschaamd terneder buigen. Het was een
/.ware slag, te meer daar wij nauwelijks hadden durven denken
dat zoo iets bij dezen man zou kunnen gebeuren; hij, die zoo-
veel Tan Gods genade aan zijn hart ervaren had. Hij, was als
buiten zijne zinnen; hij wist zelf niet recht wat hij deed.
Maar de Heer is getrouw; dit mochten wij spoedig onder-
vinden. Het was ons waakzaam oog niet gelukt deze ergernis
tegen te gaan; maar Hij heeft middelen en wegen om ook het
kwade ten goede te keeren.
.la, nog denzclfden dag werd Zacharia door God in de school
genomen. Hij werd zwaar ziek aan koorts, waarbij hij vreeselijken
angst had uit te staan. Daarbij verloor hij bijna het gehoor.
Verscheidene dagen gingen voorbij. Tk bezocht hem eenige
keeren, doch vond bij hem nog niet het noodige schuldbesef,
zoodat ik hem den ernst der wet moest laten voelen; want troost*
woorden te onrechter tijd zouden het werk van den Heiligen
Geest gestoord hebben.
-ocr page 15-
11
Op den vierden dag komt tegen don avond een van zijne kinderen
met een stukje papier bij mij, waarop met bevende hand geschreven
stond: ,/Toean, ik bid u, kom mij redden; ik ben anders ver-
loren !" Nu was de tijd gekomen om mijn ambt waar te nemen
als u\'oede boodschapper van Christus wege. O, hoe heerlijk is het dat
wij dit bevel van den Heiland hebben, zoowel voor zijne knech-
ten als ook voor de arme zondaren! Ik vond hem geheel ge-
broken. Ps. 51 en Ps. 32 vs. 2 -5 had hij woordelijk in die
dagen doorleefd. Het was niet noodig langer met de wet te
komen; de gehecle zwaarte ervan lag op hem. Toen ik bij hem
kwam, omvatte hij mijne voeten met beide handen en riep:
„Red mij! lied mij!" De tijd was aangebroken om met hem te
bidden en in den naam van den Heiland hem zijne zonde te
vergeven. Joh. 20 vs. 23. Van dit oogenblik at\' was de ban
gebroken; de vrede Gods keerde weder in zijn hart terug en
<le koorts was geweken; hij was gezond. In zijn volgend leven
heeft hij bewezen dat hij het ernstig meende en met zijn gan-
sche hart kon hij zingen: „(ionade is het, niets dan genade!"
Ik zou er niet aan gedacht hebben hem spoedig hierna als
helper aan te stellen, al was hij er nog zoo geschikt voor, maar
geheel zonder mijn toedoen en zonder eenige aanstelling werd
hij toch onze helper en baanbreker voor een gezegende werk-
zaamheid. .Met den handel ging het niet, zooals wij reeds zagen,
en met den rgstbouw hier in dezen omtrek moet men zich veel
moeite geven, maar meestal zonder eenig gevolg. Intusschen
hadden ook on/e Christenen gehoord dat ver hier vandaan
zeer goede grond is. Daar zij meer noodig hebben, dan de in
de dikke duisternis van het heidendom levende lieden, was het
voor ben des te zwaarder het noodige voor hun levensonderhoud
te vinden op den mageren grond, dien wij hier hebben. Eens
ging Zacharia met zijn jonge vrouw om te zien, waar zij met
-ocr page 16-
19
het beste vooruitzicht grond konden vinden om te beplanten.
Op deze reis kwamen zij in het Ampari-gebied en wel naar
l$alai Dato. Hijst was daar volop; zij werden er goed ontvangen
en uitgenoodigd ook daar te planten. Men welgesteld man bood
hein aan om hem tot den volgenden oogst aan rijst te holpen.
Ken besluit was spoedig genomen. Vol geestdrift kwam Zacharia
terug en was spoedig gereed voor zijne verhuizing naar Balai
Dato. Zijne broeders en zusters, ja, bijna al onze gedoopten
werden er door opgewekt ook daarheen te gaan en wij bleven
bijna alleen in Tameang lajang. .Men ried mij aan met kracht
daartegen in te gaan, maar ik had daartoe geen recht en het
zou mij toeh niet geholpen hebben. Wij moesten er slechts
op rekenen dat onze kleine gemeente haar hoofdzetel ongeveer
zeven uur verder van den zendingspost nam en er voor zorgen
dat zij geen gevaar liep van schade te lijden wat haar geloof
betrof. Daardoor kreeg mijn arbeid een andere richting, die
niet nadeelig voor het geheel was. Ik liet de lieden dus trekken
en gaf hun mijne zegewenschen mede aan allen, en vooral aan
Zacharia de uoodige inlichtingen, hoe zij zich moesten houden
temidden der heidensche omgeving, opdat zij een zout en een
licht in de duisternis mochten zijn.
Het eerste jaar gingen er acht families weg; de andere volgden
later. Zij vonden een onderkomen in het huis van een man,
dien ik reeds langer kende en die tot de weigestelden behoorde.
Nu begon het licht in den stikdonkeren nacht van het heiden-
dom te schijnen. De heidenen keken met groote opmerkzaamheid
naar het doen en laten der Christenen. Kceds bij het aanleggen
der velden handelden dezen tegen alle regels in ; zij raadpleegden
niet de geesten welke grond voor hen het voordecligst was,
maar kozen dezen naar hun eigen oordcel, terwijl de heidenen
het beste veld laten liggen, wanneer hunne vraag ongunstig
-ocr page 17-
i;i
beantwoord wordt. Ja, wanneer een groot gedeelte van tien
arbeid reeds gedaan is en de bezitter van het veld ziet bijv.
eeno ree er overheen loopen, is het reden genoeg om alles er
aan te geven. De onverschilligheid van de Christenen scheen
den heidenen al te sterk. vDe Christenen hebben geen gods-
dienst,* zeiden eenigen. Zij hadden echter een tegenwicht, dat
aan de heidenen in den aanvang onbeduidend toescheen, maar
dat zich toch allengs tot eene macht vormde. Eiken morgen,
voordat de Christenen aan het werk gingen, kwamen zij bij
elkander, zongen, lazen (iods Woord en baden den Heer om
zegen o]> hunnen arbeid, ora licht voor de nog in duisternis
verkeerende heidenen. De huisheer met de zijnen bleef eerst van
verre staan luisteren, en kwam allengskens nader: vouwde einde-
lijk ook de handen, dacht na over hetgeen gesproken was en
kwam langzamerhand tot de overtuiging dat de Christenen toch
een godsdienst hebben en dat zij zelfs meer hadden dan de heide*
nen. Zoo werd langzamerhand de weg gebaand voor een ge-
zegende werkzaamheid. Alles was gereed voor het planten. De
heidenen wijdden hun veld door een bloedig offer; de Christenen
deden dit ook niet. ffDit moet verkeerd afloopen; onmogelijk
kan de rijst groeien", hee\'.te het. Maar na weinige dagen
kwam de rijst tevoorschijn en groeide dat het een lust
was. — ^.la, maar de oogst, was er nog niet; eindelijk zou de
booze zich toch wreken." De oogsttijd kwam; de rijst stond
prachtig en werd behouden ingehaald. Hiermede was een zware
stoot aan het heidendom gegeven, die ten slotte niet zonder
gevolgen bleef.
Zacharia ging welgemoed zijnen weg verder en was in zijn
vrijen tijd als Evangelist werkzaam. Allereerst vond hij gehoor
bij den huisheer, die met groote opmerkzaamheid naar het ver-
kondigde Woord luisterde.
-ocr page 18-
11
Eenigen tijd voor tien eersten oogst schreef\' mij Zacharin, lioe
de zaken stonden en vroeg mij hem te komen helpen. Bij een
driedaagsch bezoek had ik rijkelijk gelegenheid de mensehen te
leeren kennen: dag en nacht hielden zij niet op met mij allerlei
vragen te doen over het gehoorde\' uit de Schrift.
Hij mijn tweede bezoek, een paar maanden later, werd het ge-
sprek voortgezet. „De stam is reeds doorgehomven; slechts de klim-
planten houden hem nog vast, hij kan nog niet vallen!" zeidc
l\'apong, de huisheer, na een ernstig gesprek; „Zacharia hielp
mij dien trouw doorhakken." Bij het derde bezoek, in het einde
van October 1884, viel de beslissende slag; l\'apong verklaarde
Christen te willen worden.
Wel is waar ontbrak nog veel aan zijne kennis. Hoewel het
verlangen naar genade bij hem aanwezig was, zoo was het niet
geheel van nevenbedoclingen ontbloot en hem daarover te onder-
wijzen was nu de hoofdzaak. Hijzelf begon naar den doop
te verlangen; maar men moest steeds op zijne hoede zijn dat
hij niet uiterlijke dingen op den voorgrond stelde. Zacharia
zorgde er echter trouw voor dat het eigenlijke doel niet ver-
loren ging. Tegelijk met Papong werd ook het jongste zoontje
van Zacharia gedoopt. Dat was een vreugdedag voor hem!
En toen na het doopfeest nog acht personen om dooponderwijs
kwamen vragen, onder anderen ook de vrouw en de zoon van
l\'apong, werd de vreugde nog grooter. Het was een schoone
tijd, dien de Heer hem en ons schonk. Toen hij naar een
naam zocht voor den kleine, sloeg hij Gen. 4 vs. 25 op
„want God heeft mij een ander zaad gezet voor Habel." Zijn vorig
kind was gestorven, nu had hij er een ander voor in de plaat*
en noemde hem Seth. Zoo ging hij zijn weg verder, arm, maar
aan God onderworpen in alles wat hem overkwam. Den kleinen
.Seth beminde hij teeder, maar hij moest ook weder van hem
-ocr page 19-
15
scheiden; juist toen het kind den jaar oud was stierf\' liet. „ De-
Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam des
Heercn zij geloofd 1" dit bleef ook in deze moeilijke dagen de
grondtoon van zijn hart. Zacharia werd over de beproevingen
heen gedragen als op adclaarsvlcugelen, omdat hij zich geheel
jian den Heer gegeven had. De beweging ten gunste van het
Christendom verbreidde zich steeds meer. Niet lang na dit
eersle doopfeest werd ik door aanhoudende krankheid verhin-
derd iets te doen en de volgende jaren kon ik slechts met
gebroken kracht arbeiden. Daar bleef niets anders over dan
aan Zacharia den meesten arbeid over te laten, en hem, die tot
nu toe slechts in zijn vrijen tijd evangeliseerde nu geheel daar-
voor aan te stellen, te meer daar er een aantal sehoolplichtigr
kinderen waren. Bij zeer karige bezoldiging nam hij deze be-
trekking aan en heeft die trouw vervuld. De scholieren maak-
ten goede vorderingen en de doopcandidaten hadden hem gaarne.
Zijn dagboek gaf mij bet beste bewijs in welken geest hij zijn
werk opnam. Hij vond zijn grootste loon in den arbeid zelf,
zooals het bij iederen arbeider in het rijk Gods het geval moest
zijn. Ken gewichtige taak had hij aan het zick- en sterfbed
van den eersten gedoopten I\'hil. Papong. Eene nierziekte, waar-
aan deze reeds geruimen tijd lijdende was, verergerde spoedig
zoo dat de arme man ontzaglijke smarten te verduren had. De
heidensche bloedverwanten deden alles om hem tot het heiden-
dom terug te brengen, vooral toen het lijden een half jaar aan-
hield. Zacharia echter kwam hem dagelijks troosten en bemoe-
digen en betuigde hem dat al het lijden van dezen tijd niet is
te waardeeren tegen de heerlijkheid, die aan ons geopenbaard
zal worden. Toen het sterfuur naderde verzamelden zich alle
Christenen om hem heen en onder gezang en gebed, waaraan
hij zelf met gevouwen handen deelnam, ontsliep hij in vrede.
-ocr page 20-
ir»
Zes weken voor den dood van Zacbaria zag ik dat vréugde-
tranen hem over de wangen rolden toen een Mohammedaan,
dien hij onderwezen had, gedoopt werd.
Als onderling waakte hij trouw over de gemeente, vooral over
de nieuwgedoopten. Xog veertien dagen vóór zijn afsterven gelukte
het hem ecne familie te vereenigen, die gevaar liep door strijd
uit elkander te gaan. Heidensche feesten, begrafenissen enz.
waren voor hem ecne gelegenheid om het Evangelie te verkon-
digen, om liet even of liet bij dag of bij nacht was. Nog op
den laatsten dag van zijne werkzaamheid was hij op een hei-
denseli feest geweest en had daar veel gesproken. Ik kwam
juist in Balai-Dato. Hoewel hij de koorts had, bezocht hij mij
nog in den avond van dezen dag, den laatsten van zijn rijkgc-
zegenden werkkring hier op aarde.
Het was geen gewone koorts, waaraan hij leed; liet was
pleuris, die hier zoo dikwijls voorkomt en niet zelden met doo-
delijken afloop. Ik gal\' hem de passende middelen, welke hij met
goed gevolg innam. De steken in de zijde weken en op den
derden dag sprak hij er reeds over om weder de school te be-
ginnen. Den volgenden morgen echter was hij door eigen
schuld ingestort en nu was het kwaad niet meer te keeren. De
ademnood steeg en het hoesten vermeerderde. Liggen kon hij
niet; wat hem cenige verlichting gat was in een grooten stoel te
zitten, zooals ik liet ook zeventien jaar geleden ondervonden had.
„O, Heere Jezus, wilt (lij mij naar huis halen, doe het toch
spoedig: want het is bijna te zwaar om te dragen!" bad hij.
Hij wist in de laatste dagen zeker, dat hij zou heengaan.
Den laatsten morgen vroeg hij nog om het Heilig Avondmaal.
Ik kon echter niet geloovcn dat de Heer hem weg zou nemen,
want ik had hem nog zoo zeer noodig. Maar van uur tot
uur vervloog mijne hoop. Hij riep zijne kinderen bij zich,
-ocr page 21-
il
kuste ze en zeide hun dat hij nu naar den Heiland ging en
dat zij hem ook moesten volgen. Xadat hij zijne zaakjes in
orde gebraeht had, ging hij in vrede heen. Daar lag hij nu
met den vrede op het gelaat; hij had overwonnen, en het ge-
loof behouden; daarom zal hem de kroon der gerechtigheid
gegeven worden.
Vele zielen zullen hem zeker nog in de eeuwigheid danken
dat hij hun den weg des levens gewezen heeft. Aandoenlijk
was liet te zien hoe een oude vrouw, die hij ook onderwezen
had, voor zijn lijk stond en zeide: „O, waarom zwijgt gij nu,
waarom spreekt gij niet tot mij? (Jij hebt zoo dikwijls tot mij
gesproken, hebt mij onderwezen, en ik heb het verstaan, wat
gij tot mij te zeggen hadt; spreek nu ook tol mij, opdat ik uwe
stem hoore/\'
Ik was diep bedroefd. Ik kon mij niet weerhouden tranen te
storten bij de gedachte aan al deze kinderen ; maar nog meer, veel
meer aan den arbeid, waaruit de lieer hem weggenomen had.
Daar mijne gezondheid mij niet meer toeliet zulke inspan*
nende reizen te maken, had ik hem al te zeer noodig. Ik kon
hem alles toevertrouwen, daar ik wist dat hij nooit iets naliet
te doen waar hulp noodig was. Maar de Heer had hem ge-
roepen en ik kon slechts stille zijn en zeggen: tfHeer, uw wil
geschiede.* Er kwam wel een plaatsvervanger en de arbeid
werd vervolgd, maar het bleek toeli later, welk een niet te ver-
goeden verlies door zijn afsterven geleden was.
Nadat nu de zieke gestorven was, moest men daarvan bericht
geven aan alle verstrooid wonende Christenen. De heidenen
hebben hunne signalen, die zeer ver gehoord worden, maar wij
moeten ons daarvan niet bedienen, daar heidensch bijgeloof er
mede verbonden was. Daar wij nog niet zulke signalen hadden,
moesten boden de tijding overbrengen. Spoedig kwamen de Chris*
2
-ocr page 22-
18
tenen en begon men de lijkkist te maken. De heidenen hou-
wen eenc kist uit boomstammen, gelijkende op een diepe krib
of trog. De Christenen gebruiken planken, die aan elkander ge-
maakt zijn; dit is wel niet zoo dicht, maar daar een lijk zelden
langer dan vierentwintig uur in huis blijft, heeft dit niet veelte bc-
teckencn. Slcehts éen der heidenen had eenig verstand van timme-
ren, maar allen hielpen zoo goed zij konden liet werd nacht
voordat dn lijkkist gereed was. Den volgenden morgen wachtte
nog veel werk ; de weg moest tot aan de begrafenisplaats van
onkruid gereinigd worden; een brug moest men over de rivier
slaan en een grooten boom daarvoor omkappen en eindelijk moest
men het graf delven. Bovendien moest met de heidenen onder
handcld worden, daar de plaats waar wij Zaeharia wilden be-
„graven in hunne buurt lag. Kerst tegen den middag was alles
gereed. In huis sprak ik over Matth. 13 vs. 43. „Dan zullen
de rechtvaardigen blinken gelijk de zon in het koninkrijk huns
Vaders!* Aan het graf zongen wij een Dajaksch lied; ik sprak
nog een kort woord tot de aanwezige heidenen over de hoop
van den Christen en toen moesten wij het omhulsel van dezen
trouwen dienstknecht aan\'de aarde toevertrouwen.
Eindelijk had ik tijd eens rustig na te denken, wat mij nu
te doen stond. Plotseling kwam mij een persoon voor den geest:
Daniël Akar, de onderwijzer van Telang! Kerst negen maanden
later kon deze de plaats van Zaeharia vervullen; hij heeft niet
nauwkeurigheid en trouw gewerkt, maar den invloed, dien zijn
voorganger op de in den omtrek wonende heidenen gehad
heeft, gewon hij niet. Langzamerhand kwam er een stilstand
in het werk en tot lieden is zulk een goede, blijde tijd niet
teruggekeerd, als dien wij voor den dood van Zaeharia beleefden.
Die]) bedroefd over het verlies van mijn trouwen helper
keerde ik naar huis terug, maar niet de overtuiging dat de
-ocr page 23-
I!)
lieer alles tvel zou maken. Het eerste wat ik deed toen ik
terugkwam, was in üajaksche taal het lied te vertalen :
llevcel gerust uw «regen,
Al w;it u \'t harte ilccrl,
Der trouwe hoed\' en zege»
Van Hem, die \'t al regeert:
Die wolken, luelit en winden
Wijst spoor eu loop en banu.
Zal uok wel wegen vinden,
Waarlangs uw voet kan gaan.
Bfbllctheek
•BEL            N68CH0Ü,
OiGSTGEEST
-ocr page 24-
-ocr page 25-
REKENING EN VERANTWOORDING
tiEit
Halfstuivers-Yereeniging van de Rijnsche Zending,
over het jaar 1895.
Amiterdam ... door Ds. J. P. G. Westboff, van zijne
leerlingen en oud-leerlingen. . . f 393.35
„                   „ .Mej. Insinger.............. „ 58.55
„                   „ „          „         Driebergen----- „ 4G.50
v
g Mevr. Hooft Graafland, van de
Zondagavond-dienstboden\'*Veree-
niging— Bloemgracht........ ,/ 10.29
//
„ Mej. A. M. 1). Bun*....... „ 65.55
v
„ Mevr. Klinkhamer—Brediaa .. „ 216.05
;/                   „ Mevr. Hoger/.eil — Voorhoeve.. 9 64.60
//                   // O. S...................... , 8.82»
y                   „ Ds. Joh. de Meijere, van eenige
oud-leerlingen.............. „ 65.00
;/                   // den Heer van Asselt:
Zondagsseh. in Odéon, door Mej.
J. Wendelaar............... „ 22.10
Zondagsseh. de Zaadkorrel, door
Mej. VV. Wendelaar......... „ 20.59
..... / 971.40*
Transporteere. .
-ocr page 26-
22
Per transport...... /\' 971 405
door den Heer van Asselt :
\'/ondagssch. Willemstraat, door
Mej. W. Wendelaar......... „      10.00
van .Mevr. v. I.Tsselstein, Nieuw
Pekela..................... „        1.50
„ Mevr. van Asselt:
van de Dames Wendelaar..... ,/      18.00
van Mevr. Diemont.......... v        3.00
van Mevr. llinsbeek......... „        2.50
;/ Mcj. Abrahams, Zendingsbusje
scliool Kinderliefde.......... u        0.02
il Mej. Ploos van Amstel, Zondag-
scliool Lydia................ ;/        3.42 5
„ Mej. Clausing............... ,/        1.15
i, Mej. Koek, verkochte postzegels „        3.53
,, Mej. Trulsen, uit liet Ja vaantje „        4.10
Kxtra giften.................... „      24.72
door Mevr. Sehröder—Steinmetz . . . „     132.00
„ Mevr. ten Kate—van der Vechl ;/      29.27"\'
ii Mej. Tckelenburg........... „      35.675
„ „            ,, van de Mcisjes-
vereeniging................. ;/      10.00
„ Mej. Bertram............... ,/       20.06
„ den Heer .1. W. Ort........ „        5.20
„ Jongejurïr. IL de Bel........„      29.40
i, Jongejuil\'r. Teves............ g        6.00
;/ Mej. Mispelblom Beijer...... ,,      40.00
,i Ds. Barger van de Samenkom-
sten in Maranatlia........... f/      40.00
l\'ransTiorteere.........ƒ 1396.96
Anuterdam
ii
n
ii
ii
Arnhem....
Amerongen.,
Abcoude....
n
Jamt.....
Achlum. . . .
Bussum
....
Baarn.....
Brummen.. .
Bloemendaal
-ocr page 27-
Per transport.....   f  1396.96
Bloemendial .. door Mej. van den Berg—Barghoorn  ,,      59.47 5
Breda....... r Mej. Gefken...............   „         7.80
Breuktien____ „ Mej. .1. W. E. Willink van
Collen.....................   „    114.95
Beverwijk. ... „ den Heer Garms............   „        4.42
Bennekom.... „ den Heer van Slooten........   „       12.05
Brakel....... „ den Heer G. .T. Verwers.....   „        5.85
Bunnik...... ,/ Mej. VV. J. de Posters.......   „      15.00
Dordrecht.... „ den Heer Joh. Bieger........   ,.      23.70
;/ „ Mej. R van de Best.......     „      25.00
Bvelinchem ... „ Jongejuffrouw Henneman.....   ,,      19.75
Delftshaven.... „ Mej. Cupido................   „        5.85
Doorn....... „ Mej. van Keglien..........   „      14.(il
u „ Mej. .1. C. Montijn..........   „      15.80
Eibergen...... „ Mej. H. J. van Egmond.....   „      10.65
Enkhuizen.... ,/ Mej. Jonkman..............   „      46.74
Enschedé..... „ Mej. S. van Veen..........   ,,      37.50
Ee.......... ft den Heer S. P. Keuning.....   ,,      22.15
Fijnaarl...... „ Mej. N. van Dis............   „      10.00
Ginneken..... „ Mej. A. Dudok van Heel....   „       10.40
Gouda....... „ Ds. A. Wartena.............   „      21.25
Groningen.... „ Mevr. Knottenbelt—Klees....   „       49.07°
Catecliisatiebus Ds. Knottenbelt  ,,        5.92r\'
Gratnsbergen. „ Ds. Job. Vinke.............   „      23.95
\'s-Gravenhage.. „ Mej. Ketelaar..............   „    110.845
Gcrredijk..... „ Mej. E. Nijhout............   „      13.00
„ „ den Heer A. Warnar.......   „      13.00
Haarlem..... „ Mejuffr. C. H. Bierens de
Haan.....................   ,,      41.00
Transporteere........   f  2142.70
-ocr page 28-
-J\'.
1\'er transport.....   f  21-42.70
door Mej. G. E. Vlaanderen.......   „      53.60
„ den Heer Th. de lluijg......   „      21.55
„ Mej. (\'. Klaassen...........   „      15.00
„ .Mej. f.. M. Snijders........   „       13.00
„ Ds. K. A. de Groot........   „        2.81
„ Mevr. R. Dippel............   ,        3.97*
lt den lieer Jansen............   t,         1.22\'
„ den Heer Klein.............   „        5.13*
„ Mej. A. W. Keers..........   „      13.00
;/ den Heer Stoete............   v        8.00
„ Ds. \\V. Westboff............   „       14.80
,i     Mevr. Waardenburg—[denburg,
uit het Negertje............   u        5.00
„ Ds. \\V. Voors.............   „      32.65
„ Mej. .1. (J. van l.lsendijk.....   „      23.00
„ .Mej. .1. Dokkum.............   „      15.75
„      Mevr. Steehouwer—de Vries..   „        0.75
„ Mej. (\'. Zegers.............   v      18.77
„ .Mej. M. Gunning...........   „    299.50
, Ds. I\'ont..................   „       12.36
„ Mej. A. Gunning...........   „      35.00
„     den Jongenheer E. Schiethart.. „      20.80
„ Mej. E. J. van Naarsen......   „        4.00
„ Mej. Tekelcnburg..........   „       10.74\'
„ Mevr. Brandsma............   „      25.67\'
„     Jongcjnff. D. en N". Smits....   „        4.15
„ den Heer Kers bergen........   H      16.57»
„     Mevr. Boersma —Paddenburg..   „        7.80
Trans porteere........   / 2836.32
Hilversum....
//
Haarlemm.meer
Earlingen ....
HoilteH.......
]Hf ril e)i.....
// ......
11 remist ede....
Haterswoude. .
Heenuen.....
Hardenbergh..
Itens ........
Kuinre.......
Kapelle......
Kuudum.....
KoekaHffr.....
Biezelingen liij
Kapelle
....
Leiden.......
I^enwarden. . .
Loondrecht
....
Locl/em......
Mniderberg . ..
Monnikendam..
Meppel.......
Middelburg....
Ninlttetecht. . .
Nijehaske
.....
-ocr page 29-
25
Por transport  / 2836.32
door Mcj. 11. van Duin.........   „ 10.00
;/ Mevr. l\'ont—Bronsveld......   „ 3.00
„ Ds. W. Meijcring..........   „ 9.10
lt Dames Gunning.............   „ 20.00
„ Ds. .1. van Dijk.............   , 28.00
„ Mcj. do l\'aglcr............   „ 15.00
„ don Hoor I\'. Koolc.........   „ 27.02
„ Mej. Laiumerts van Bueren...   v 0.39
,i Ds. Kiemons, van do Zonda^s-~v>v
school.....................   „ 1 10.00
,f Mevr. van dor l.aud— Hüveker, ^              a*-*
netto-opbrengst.............  „ \\ 14.50 V-»
,, Mej. H......—ju.^i^i • • • _lJ i -\'2°
„ Ds. ti. J. l«immerink........   „ 10.25
u Jongeheer en Jongejull\'r. \\Ycs-
terbeek van Kerto...........   „ 25.54
lt don Heer Joh. (iuttcling.....   „ 13.00
„ don Hoor Joh. W. Tont.....   ;/ 21.57 =
„ Moj. t\'. I\'. Jansen..........   „ 11.70
lt Mej. A. Caron.............   ,, 16.90
;/ Moj. H. van f.elvvold......   „ 220.95
u Mej. J. B. Snijders..........   „ 38.50
0 Mevr. Geselschap—Jordaan.. .   v 15.60
,, Ds. Kan...................   „ 7.00
„ Mej. van \'t Hooft..........   „ 22.126
„ Mej. L. de Vries...........   „ 12.02»
„ Mej. J. Bakker.............   „ 9.625
n Mevr. Loggers.............   „ 21.025
„ den Heer Hoogebrink........   „ 2.72\'"
Transporteere.......  / 3445.32
Nijmegen..
Xme.....
Oldelamer.
Oost hem.. .
Oldemark ..
Oosthapelle
Per uit
....
Pietefsbierum.
[Rotterdam.
(
ScJteveiiiiigeii
Serootkerken
SeJturiuga...
Schiedam. . .
Stuit ......
TUI.......
/ \'t ree JU ....
J^reesicijfc ..
Vlitringm..
Velp......
Vlaardingen.
Freeland.. .
n
Velzen
....
JFolveya.. ..
-ocr page 30-
\'20
32
52 5
65
85
o:,
.15
(il
250
,38
54 6
,05
126
.20
91°
,99
00
25
81
3445.
217
13
44
24
I
16
12
70
19,
•22
6
6
6.
12
4001.
503
3437
1\'er transport.. .
dooi Ds. van Knelt..............
Jonge dames van Kempen. .. .
Mej. Bens Bruinsma........,
Mej. A. Wieder............
Mej. A. Wendt............
Mej. Wed. Mansfeld—Weiier.
Mej. I!. Itollcman.......
Mej. .1. I\'li. (ierlaeli........
Mej. van Santen...........
Mej. Cavnljé................
Jongejuftr. B. Royer.......
Mej. (\'. Gunning...........
Mej. Dijkstra, collecte voor de
Halfstuiversverecniging....... „
Gift....................... „
f
Onkosten boekjes enz.. „
Totaal...... /
Woerden.
Wedbroek
Wan* .
Weetp.
..
// "attenaat
Uht___
Zidplien..
ZeUt. . .
Xicolle. . .
u
Zeilen
ii • • •
Namen» hel Damet-Comilè,
Wed. W. KLINKHAMER—
Bbedius,
Pen n in//hl eetlere».
Amsterdam, 12 l)ee. ISH5.
-ocr page 31-
.
"
-ocr page 32-
I
2
7-