-ocr page 1-
*/•«
-
DRIE
POETRETTEN UIT NIAS,
DOOR OEN ZENDELING
Joh. Ad. FEHE, te Ombolata.
tylUgetjeven door de MalfstmverS\'lPereeniging der TZijnsche Zending,
i
UBU
PKE
395
AMSTERDAM,
HÖVEKER & ZOON.
\\
-ocr page 2-
-ocr page 3-
llbllc.
DRIE
QBG: st
PORTRETTEN UIT NIAS,
DOOR DEN ZENDELING
Joh. A.d. FEHFt, te Ombolata A 4^
•*Ivllwll ïW\'
IHH \'ft" Ijl\'flCM\'f*
"Uitgegeven door de S^alfstuivers^ereeniging der föijuscïïie ^tehdïng.
AMSTERDAM,
£J Q V I? v T? T> f- vnr»AT
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
A06000035677503B
3567 7503
-ocr page 4-
•
-ocr page 5-
fübisot
8BJERL ZENDINÊ-
OKSTQEEST
Ombolata, 30 Juli 1889.
Bij een zijner laatste bezoeken te Ombolata heeft de zendeling
Sundermann drie van onze oudste Christen-vrouwen gephotogra-
feerd, uit wier leven ik u hier het een en ander wil mededeelen.
Maar het zijn geen wonderverhalen, die ik van\'haar zou weten
te vertellen; het is mij te doen u duidelijk te maken, hoc ook
zij, nadat zij langen tijd zonder God en Heiland in de wereld
geleefd hadden, door Hem nog zijn gezocht en gevonden en
zich nu in Hem mogen verblijden.
I.
De eene is de moeder van onzen trouwen helper Jonala, en
van haar wil ik u in de eerste plaats wat verhalen. Haar jeugd
was zeer moeilijk en zonder vreugde. Zij was nog een kind,
toen haar vader stierf en kort daarna stierf ook haar eenige
broeder; andere broeders en zusters had zij niet, en nu moest
zij heel wat moeielijkheden doorworstelen; vaak leed zij hon-
ger en veel gebrek. Nadat ook haar moeder gestorven was,
werd zij door haar bloedverwanten aan een vreeraden man
uitgehuwelijkt, zonder dat zij zelve daarin verder gekend werd.
Dit gebeurt dan ook in het geheel niet op het eiland Nias; de
meisjes en vrouwen worden, of zij willen of niet, als eene
koopwaar, ja, men mag wel zeggen, als een stuk vee verkocht
-ocr page 6-
4
aan een ander, en of die man nu goed is of slecht, gezond of
krank, dat doet er niet toe, als hij maar den prijs voor dien
koop opbrengt. Zelfs heel kleine kinderen, ja zuigelingen wor-
den hier reeds uitgehuwelijkt. Het komt zelfs bij de Heidenen
hier niet zelden voor, dat reeds kinderen worden verloofd, die
nog moeten geboren worden. Zoo zijn hier bijv. met drie doch-
ters van het inlandsche hoofd, maar wier toekomstig bestaan
nog geheel in \'t onzekere ligt, reeds jonge mannen verloofd;
dat is, zij hebben aan hun aanstaanden schoonvader reeds geld
daarop betaald. Gij kunt daaruit zien, lieve kinderen, dat het
lot van de meisjes en vrouwen op Nias alles behalve benijdens-
waardig is.
Zoo was het ook met de moeder van onzen helper in hare
jeugd. Niet lang nadat zij aan den eersten man was verkocht,
stierf deze, ofschoon zij gedurende zijne ziekte bijna haar gan-
sene have en goed voor zijn herstel aan de afgoden en booze
geesten geofferd had. Spoedig daarop werd zij weder ten huwe-
lijk gegeven aan een anderen man, maar die vóór haar al een
andere vrouw had. Het gebeurt ook niet zelden, dat eene
vrouw reeds op den dag van de begrafenis van haren man
dadelijk aan een ander wordt verkocht. De heiden weet nu
juist niet wat barmhartigheid is, hij zoekt slechts zijn voordeel
en gewin. Al is het ook, dat zulk een arm schepsel zich van
smart en tegenzin de haren uit het hoofd rukt, en kleine kin-
deren smeekende met de moeder weenen, toch laten de bloed-
verwanten zich daardoor niet vermurwen, enkel maar om weer
opnieuw aan geld te komen.
Bij dezen tweeden man ging het haar in \'t geheel niet goed,
omdat \'s mans eerste vrouw haar op alle mogelijke wijze poogde
te verdrukken en te kwellen. Nadat onze lieve Heer haar twee
kinderen had geschonken, moest zij met haar beide jongens in
-ocr page 7-
5
kleine hutten op het veld heen en weer trekken en soms in
groot gebrek leven. Daarbij was zij door aanhoudende ziekten
zoo afgevallen, dat zij niets meer kon werken en daarom ook
door haar man zoo goed als verstooten werd. Yan een Verlosser
en Heiland, tot wien zij de toevlucht had kunnen nemen, had
zij toen nog niets gehoord, daar de blijde boodschap van het
Evangelie toen nog niet tot Nias was doorgedrongen. In de
velerlei nooden en angsten van haar armoedig leven wist zij
nog geen anderen weg tot uitredding, dan de toevlucht te nemen
tot de doode, stomme afgoden, die haar toch niet helpen kon-
den, maar die hare droefheid slechts vermeerderden. Doch heel
zichtbaar heeft de Heer haar reeds toen uit allerlei nood en
gevaren gered en bewaard, totdat Hij zich later als haar Heiland
en Verlosser aan haar kon openbaren. Een voorbeeld uit vele.
Öp zekeren dag kwam namelijk een stormwind met regen de
hut waarin de arme vrouw woonde, omverwerpen, zoodat zij er
gansch onder begraven werd. Eenige balken waren zoo hard op
hare borst gevallen en hadden deze zoo ingedrukt, dat men niet
anders dacht of zij zou sterven. Geneesmiddelen had men hier
destijds ook nog niet en toen heeft zij maar, zooals zij verhaalt,
eenige kruiden gebruikt, die de bewoners van Nias in het bosch
opzamelden, en deze heeft de Heer zoo gezegend, dat zij reeds
na eene maand weer hersteld was.
Intusschen waren haar beide zonen wat ouder geworden, zoo-
dat zij hunne arme moeder in haar werk wat konden helpen.
Evenwel moest zij nog een langen en zwaren weg door, voordat
zij ten laatste na zooveel leed bij den Heer Jezus rust en vrede
vond. Met het oog op haar vele krankheden had zij namelijk
geld bij het heidensche hoofd moeten opnemen, om offers te
kunnen brengen. Daardoor kwam zij in schuld, en zulk eene
schuld is op Nias in één jaar verdubbeld, en in het volgende
-ocr page 8-
G
jaar wordt daarvan nog eens 50 percent in rekening gebracht.
Hierdoor was zij nu zoodanig in de schuld gekomen dat zij in
\'t geheel geen uitweg meer wist en de schuldeischer reeds
dreigde, dat hij haren zoon tot slaaf zou maken. Maar toen de
nood op \'t hoogst was gestegen, toonde de Heer haar Zijne
machtige hulp. Kort te voren had de zendeling Thomas zich op
Ombolata gevestigd, en tot hem nam nu de vrouw in hare
benauwdheid de toevlucht. Onder tranen en smeekingen stortte
zij haar hart voor hem uit en riep zij zijn bijstand in.
Zij was de eerste van de vrouwen op Nias, die het waagde,
tot den zendeling te gaan; de anderen waren toen nog allen
bang voor den blanken man, die daar juist in het land gekomen
was. Maleiers en Niassers vertelden de ongeloofelijkste dingen
van de zendelingen, om de lieden maar af te schrikken. Som-
migen zeiden: ,/Gaat toch niet des Toeans huis voorbij,
want daar zijn booze geesten." Anderen weer zeiden: ,/A.llen
die Christenen worden, komen later op schepen en worden in
stilte naar Europa gevoerd.\'\' Ja, eenige kwaadaardige menschen
gingen zóó ver dat zij in \'t geheim vertelden: „De ïoean is ge-
komen om mensclienhoofden te halen." Doch al heel spoedig
bleek het, dat de Heer onze vrouw juist langs dezen weg had
geleid, en dat, al had zij ook in \'t eerst aardsche dingen bij
den zendeling gezocht, zij toch weldra de hemelsclie zou. vinden.
Van nu aan kwam zij met haar jongsten zoon — de oudste
was inmiddels naar Padang gegaan — en met nog eenige andere
Niassers des Zondags getrouw ter kerk en ging in de week
ook het godsdienstonderwijs bijwonen. Zij meenden het oprecht
en van harte, zoodat de zendeling groote vreugde van zijne
leerlingen had, vooral toen hij weldra bemerkte, dat Gods Geest
aan hunne harten arbeidde. Maar eerst nadat zij lang en
grondig was voorbereid en ook reeds proeven daarvan had
-ocr page 9-
7
geleverd, dat het er haar in den diepsten grond des harten
om te doen was het eigendom van den Heer Jezus te worden,
werd zij gedoopt. Dat het haar werkelijk ernst was, blijkt
ook daaruit, dat van hare familie niemand anders gedoopt werd
dan haar jongste zoon ; haar man en zijn andere vrouw met
hunne kinderen hadden toen nog niet den minsten lust om
haar te volgen en ook Christenen te worden. Tot bewijs van
hare beslistheid en trouw gaf\' zij spoedig, nadat zij gedoopt was,
haar eenigen aavdschen steun, haar zoon, aan den zendeling over,
om hem te vormen en voor den dienst der zending geschikt te
maken, en op dat otter heeft de Heer zijn rijken zegen ge-
schonken. Gelijk de Heer het overal den oprechte wel laat ge-
lukken, zoo ook hier. Weldra bleek het uit haar gansche leven
en wandel, dat er met haar eene verandering had plaats gegre-
pen, die ook op anderen een heilzamen invloed uitoefende. Zij
ging hare omgeving met een goed Christelijk voorbeeld voor,
daardoor werden alras weder anderen opgewekt, om de afgoden
prijs te geven en Gods Woord te gehoorzamen. Men kon toch
duidelijk aan haar zien en waarnemen, dat zij niet bang meer
was voor de booze geesten en haav toevlucht niet meer bij de
doode, stomme afgoden zocht, omdat zij Hem gevonden had, die
alleen haar voor tijd en eeuwigheid gelukkig en zalig maken kon.
Twee jaren daarna had zij ook de vreugde, dat zij den doop
van haar man met zijne eerste vrouw en hunne kinderen mocht
bijwonen. En nu had zij ook nog overvloedig gelegenheid, om
vurige kolen te hoopen op het hoofd van hem, die haar in
vroegere jaren bijna geheel verstooten had. De andere vrouw
stierf weldra en haar man was oud en zwak geworden, zoodat
hij verpleging noodig had. Zes jaren lang heeft zij toen nog
voor zijn levensonderhoud gezorgd en hem trouw tot zijn uit-
einde toe verpleegd, waarvan ik dikwerf getuige ben geweest.
-ocr page 10-
8
Ook andere kranken en noodlijdenden heeft zij vaak bezocht,
hen vertroost, vermaand en hun ook op andere wijze hulp ver-
leend. Als in de gemeente het Heilig Avondmaal stond gevierd
te worden, ging zij in de week te voren met de moeder van
onzen ouderling Simona samen tot de vrouwen, om haar per-
soonlijk toe te spreken en om bij haar te vereffenen, als er iets
niet in orde was. Het ligt echter geenszins in haren aard, om
in de gemeente iets bijzonders te willen zijn, of ook maar
eenigszins op den voorgrond te treden. Integendeel, zij leidt
een stillen, ootmoedigen wandel, en heeft het ook nooit verge-
ten, dat zij alles, wat zij heeft en geworden is, enkel en alleen
aan de genade en barmhartigheid van haren God te danken heeft.
Tot Hem neemt zij dagelijks hare toevlucht in het gebed, en zij
is blijde, dat Hij nu ook in haren ouderdom haar troost en
haar steun is.
Gedurende al den tijd, dat zij Cliristinne is, hebben wij nooit
over haar te klagen gehad. Zij heeft ons steeds vreugde verschaft
en haren Christennaam altijd eere aangedaan. Wij zijn verblijd,
dat de Heer haar voor onze gemeente zoo lang gespaard heeft.
Ondanks haar hoogen leeftijd en vaak groote zwakte, laat zij het
zich niet ontnemen nog eiken Zondag geregeld naar de kerk te
gaan, om Gods Woord te hooren. Daarin heeft zij ook een schat
gevonden, die grooter is dan alle schatten der aarde. Niets is
voor alle Heidenen meer troosteloos en hopeloos dan de ouder-
dom en het uitzicht op den naderenden dood, omdat zij geen
Verlosser en Verzoener hunner zonden kennen, en juist dit alles
heeft de Heer bij onze oude trouwe Christinne zoo liefelijk ver-
anderd. Moge Hij ons nog menigmaal zulke trouwe zielen
toevoegen tot steun onzer gemeente. Haar grootste blijdschap
op aarde is nu haar jongste zoon, die in der tijd gelijk met
haar werd gedoopt en nu reeds jaren lang onze beproefd bevon-
-ocr page 11-
9
den onderwijzer en helper is. Met dezen woont en leeft zij
samen, totdat de Heer ook haar na al het leed en den strijd
dezer aarde zal doen ingaan in de ruste van het volk van
Cod, daar boven.
II.
Onze Heiland zegt in zijn Woord, dat er blijdschap is bij de
engelen in den hemel over éénen zondaar, die zich bekeert. Hoe
veel te meer moeten wij ons dan ook hier op deze arme, zondige
aarde reeds verblijden, als menschen, die lang onder de macht
van zonde en duisternis gebonden lagen, zich laten redden en
verlossen door het zaligmakend Evangelie van onzen trouwen
God. Poch hier in het land der Heidenen hebben de booze
geesten nog veel meer macht over de menschen dan bij ons,
en valt het ook dubbel moeielijk, om van die banden werke-
lijk losgemaakt en vrij te worden. Daarom is het hier ook
meer noodig te strijden en te overwinnen; doch des te meer is
men dan ook verblijd, wanneer er zich zielen tot den Heiland
bekeeren. Dergelijke gedachten vervulden mijn hart, toen ik mij
een en ander liet verhalen uit het leven van eene anderevrouw
onzer gemeente, van Ina Simona, over wie ik u nu verder in
dezen brief schrijven ga. Haar jeugd heeft zij verre van hier in
het noorden van dit eiland doorgebracht en eerst in latere jaren
kwam zij hierheen, naar Ombolata. Als kind heeft zij nooit iets
van goddelijke en eeuwige dingen gehoord, maar wel veel van
booze geesten en hoe men zich door allerlei toovermiddelen tegen
hen moet beschermen. Als zij krank was, werd de priester daarbij
geroepen en werd aan de afgoden geofferd, opdat de boozen
geesten zouden verzoend worden en\' het zieke kind weer uit
-ocr page 12-
10
hunne macht loslaten. Gij weet, dat de Heidenen bij ziek-
ten en ook nog in vele andere gevallen in het bosch gaan
en daar allerlei hout, bladeren en ook soms steenen halen; en
als zij ze dan net gesneden en saamgebonden hebben, vereeren
zij ze door offerande en aanbidden ze, opdat zij hen zullen
helpen in hunne nooden en zegen geven op hunnen arbeid.
Ina Simona was nog maar tien jaren oud, toen zij aan een
ouderen man ten huwelijk werd gegeven, waarover zij letterlijk
ontroostbaar werd, omdat zij reeds zoo vroeg tegen haren wil
van hare ouders werd losgescheurd. Doch daar hielpen geen
smeeken en geen tranen, daar toch hare ouders geld voor hare
jeugdige dochter ontvingen, Dat zulk een arm schepsel dan ook
vaak meer slavin is dan vrouw, laat zich licht denken. Allengs
voegde zij zich in haar lot en het ging ook tamelijk goed. La-
ter schonk onze God haar twee kinderen, waarvan het oudste
haar eens tot grooten zegen zou worden. Thans was zij naar
het uitwendige gelukkig en tevreden. Maar gelijk overal hier op
aarde de vreugde niet lang van duur is, zoo ook hier. Haar man
was dikwijls sukkelende, en er moest veel voor zijn herstel ge-
otterd worden, maar na eenige jaren nam de dood hem toch
weg; en kort daarop werd zij door hare betrekkingen aan een
anderen man uitgehuwelijkt. Deze was echter een afgodspriester
en stond daardoor met vreeselijke machten en booze geesten in
betrekking. Hierdoor kwam natuurlijk ook Ina Simona ander-
maal geheel in de macht van het duistere Heidendom, en het
scheelde niet veel, of zij zou daarin gebleven en zonder God en
Heiland gestorven zijn. Maar de Heer had ook in dezen don-
keren weg gedachten des vredes met haar, en deze wilde Hij
ook weldra bij haar in vervulling brengen. Om velerlei redenen
verlieten zij destijds hunne oude woonplaats en trokken naar
Ombolata. Ongeveer een jaar hadden zij hier gewoond, toen
-ocr page 13-
•11
voor het eerst een verkondiger van het Evangelie in deze streek
kwam, en al mochten zij hem ook in den beginne met vreeze
en wantrouwen beschouwen, zoo werd hij hun toch al spoedig
ten zegen. De zendeling Thomas had nog niet eens zijn huis
gereed, of hun oudste zoon kwam bij hem in dienst en ook in
het werk. Door hem kwam nu ook zeer dikwijls de moeder met
den zendeling in aanraking en deze gebruikte van den aanvang
af elke gelegenheid, om hun het Evangelie aan het hart te leg-
gen en hen op den Heiland te wijzen. In het begin kwam hun
alles vreemd en wonderlijk voor, wat zij van God en de eeuwig-
heid vernamen, maar al heel spoedig werd aan hun hart de
eeuwige levenskracht van het Goddelijk Woord kenbaar. Des
Zondags en ook in de week hoorde zij telkens weder de
blijde boodschap, dat Jezus alleen de zondaren zalig maakt,
en dat zij daar ook toe behoorde. Wel duurde het nog
een geruimen tijd, voordat zij zich werkelijk als een arme
zondares leerde kennen en den Heiland om vergeving bid-
den kon. Maar nadat zij ongeveer een jaar lang zeer gere-
geld des Zondags de godsdienstoefening en in de week het
onderwijs had bijgewoond, was zij zooverre voorbereid, dat zij,
met nog eenige anderen den heiligen doop kon ontvangen. Tot
deze laatsten behoorde ook haar man, de vroegere afgods-
priester; hij had zich uit de strikken en ketenen van de booze
geesten en van den Satan laten losmaken, zijn bijzondere af-
goden, die hij als priester had, weggeworpen en zich den
Heer overgegeven. Ja gewis, er zijn krachten Gods, er zijn
eeuwigheidskrachten toe noodig, zal een in zonde- en afgoden-
dienst vergrijsde heiden nog van de machten der duisternis bevrijd
worden. Doch het allermoeilijkst bekeeren zich op Nias de aanzien-
lijke hoofden en de afgodspriesters, omdat zij met tal van banden
en strikken in de netten van den Booze zijn verward geraakt.
-ocr page 14-
42
Aangezien Ina Simona tot de allereersten behoorde, die hier
op Ombolata gedoopt werden, zoo bleef de spot en de smaad,
die zij van de zijde der heidenen moest ondervinden, niet lang
uit. Sommigen zeiden: ;/Pas op, de afgoden en booze geesten
zullen zich heel spoedig op u wreken, als gij hen niet meer
vereert." Anderen zeiden: ,/De gedoopten worden allen meege-
nomen naar Europa en in de eerste rij voor het geweervuur
gesteld wanneer er oorlog uitbreekt." Daarop had de vrouw
kort na haren doop met haar gezin een verlaten huis gekocht
en betrokken, waarin naar het zeggen der lieden vele booze
geesten huisden, en daarom geloofde men vast, dat het ongeluk
niet lang bij haar zou uitblijven. Maar ziet, juist het tegendeel
kwam uit, de Heer was haar nabij en zegende haar naar geest
en lichaam, omdat zij Hem gezocht en op Hem vertrouwd had.
Ook voor andere Niassers beleed zij nu den Heer en trachtte
Hem bij hen ingang te doen vinden. Uit eigen ervaring konden
zij en haar man de ellende en het bedrog van den afgodendienst
recht duidelijk en overtuigend aantoonen. Bij verschillende
gelegenheden is zij daarom ook beslist tegen zulke leugen-
dienaars opgetreden en heeft den priesters de waarheid gezegd
en ze belet hun bedrijf uit te oefenen. Bij haren man bleef
het na zijn doop een telkens vallen en opstaan, maar zij heeft
zich steeds als eene trouwe, oprechte Christinne getoond en den
zendeling blijdschap gegeven.
Maar gelijk christen-vrouwen meer door een stillen en op-
rechten wandel voor den Heer invloed hebben uit te oefenen
op hare omgeving en hebben te getuigen dan door vele en lange
redeneeringen, zoo is dit ook eigen aan Ina Simona. Door haar
bescheidenheid en geheel gebrek aan aanmatiging, zoowel als
door hare ongeveinsde vroomheid, oefent zij op anderen ook
zonder veel woorden een heilzamen invloed uit. Haar eenige
-ocr page 15-
13
zoon, die destijds met haar samen gedoopt was, is reeds sedert
eene reeks van jaren de beproefde ouderling van onze gemeente
en de steun zijner oude zwakke moeder. Groote vreugde beleeft
zij van hare vijf kleinkinderen, welker verzorging bijna geheel
op hare schouders rust. Toen ik voor eenigen tijd in de school
aan een van deze kinderen vroeg: pWie heeft u toch het bidden
zoo geleerd?" zeide het terstond met levendigheid : „Mijne groot-
moeder!" Intusschen is zij nu zeer oud en zwak geworden,
maar het is een genot om te zien, hoe zij al haar hoop en ver-
trouwen alleen op den Heer gesteld heeft, die haar troost is in
leven en in sterven. Van ouderdom gansch krom en neerge-
bogen komt zij des Zondags bij mooi weder nog altijd ter kerk,
om met de gemeente de godsdienstoefening bij te wonen en
opgebouwd te worden in haar geloof. Moge de Heer, als haar
laatste uurtje gekomen is, haar uit genade en barmhartigheid
een zalig uiteinde bereiden. En ons allen, moge de Heer steeds
meer tot Zijne kinderen en tot Zijn eigendom maken, opdat
wij eenmaal ook deel mogen hebben aan Zijne eeuwige hemel-
sche heerlijkheid.
III.
„Ik heb lief, die Mij liefhebben, en die Mij vroeg zoeken
zullen Mij vinden." Weet gij wel, waar dit schoone woord in
uwen Bijbel staat? Niet waar, er is niets heerlijkers in deze
wereld dan dat kinderen reeds in hun eerste jeugd den Heiland
zoeken en zich aan Hem geheel met lichaam en ziel overgeven.
En Hij wil zich toch zoo gaarne door hen laten vinden. Vele
Heidenen kunnen dat niet, omdat de Heer Jezus hun nog niet aan
het hart gelegd is, omdat zij nog niets van hem gehoord hebben.
-ocr page 16-
14
Zoo was het ook met Ina Safira, die in haar jeugd nooit iets
van een Heiland en Verlosser had gehoord. Van haar wilde ik
u nu nog wat vertellen. Zij heeft veel lijden, ziekte en smart
moeten doormaken, voordat zij den Heer heeft gezocht en ge-
vonden. Het gaat dan ook zeer verschillend bij dezen of genen
Heiden. Aan sommigen heeft de voorbereidende genade reeds
lang gearbeid en zij nemen dan het Evangelie weldra aan; maar
anderen zijn verstokte heidenen, die maar niet van hunne too-
verijen en afgoden kunnen los komen, ook dan niet nadat zij
het Evangelie reeds lang hebben gehoord. Met hen moet dan
de Heer wel vaak heel moeilijke wegen gaan, voordat zij zich
onder Zijn genadige en machtige hand buigen en aan Hem
overgeven. Zoo was het ook met Ina Safira.
Haar ouders waren, naar de verhoudingen op Nias beoordeeld,
welvarende menschen en hadden voor het uiterlijke geen gebrek
te lijden, wat op dit eiland maar bij de minsten het geval is.
Zij hadden drie kinderen, van welke echter de jongste zoon
reeds na een jaar stierf, terwijl kort daarop de moeder volgde,
zoodat Ina reeds vroeg wees werd. Toen zij wat ouder was
geworden, kon zij ook niet veel werken, omdat zij steeds leed
aan een hoest, die bij de geringste inspanning telkens en zeer
hevig opkwam. Bij alle mogelijke afgoden en priesters zocht
haar vader hulp en offerde veel geld. Het is niet te gelooven,
wat die arme menschen in zulke gevallen al doen en hoe groot
de macht is van het bedrog en het bijgeloof. Zeer dikwijls meende
zij dat zij zou moeten sterven, en zeker zou dit ook gebeurd zijn,
had niet de Heer met haar, nog Zijn bijzondere genadebedoe-
lingen gehad. Heel merkwaardig was het, dat na eenige jaren
haar oude kwaal door een andere krankheid, die haar een tijd
lang aan huis bond, bijna geheel verdween.
Maar droefenissen van anderen aard bleven niet lang uit. Zij
-ocr page 17-
15
■was nog maar twee jaar getrouwd, of haar man stierf\', waardoor
zij weer op nieuw in grooten nood kwam. Bij sterfgevallen toch
is bij de Niassers de smart en het verlies als het ware van
drieërlei aard: de rouw en smart om den geliefden doode, de
angst en onzekerheid om zijne ziel en de zorg voor het grafmaal,
dat nu moet gegeven worden. In vele gevallen weegt deze laatste
zorg het zwaarst van alle, en brengt arme stakkerts vaak in
groote verlegenheid. Gewoonlijk moet reeds op den dag der
begrafenis meer dan één varken gegeven worden, al naar gelang
de overledene rijk of arm was, en dan wordt den achterblijvenden
vaak het allerlaatste ontnomen wat zij nog bezaten. Barmhartig-
heid en medelijden met arme weduwen en weezen kent de hei-
den nu juist in zulke gevallen niet. En kort daarop werd Ina
weder aan een anderen man gegeven. Yan nu aan scheen het
dat haar verdere levensweg wat vroolijker zou zijn; met haar
man, die zeer verstandig! was, werkte zij ijverig samen op
het veld, en de Heer gaf er Zijn zegen op. Na eenige jaren
hadden zij het zoover gebracht, dat zij een net huis konden
bouwen en allerlei vruchtboomen planten. En ten laatste brachten
zij het zoover, dat zij zoo wat goud konden smeden, hetgeen
op Nias een heel groote eere is, waartoe maar weinigen
kunnen opklimmen. Doch haar grootste geluk op aarde be-
stond hierin, dat onze God haar drie allerliefste kinderen ge-
schonken had.
Maar het geluk is nooit bestendig hier op aarde, en zoo was
het ook bij haar. Het jongste van haar kinderen, dat naar hei-
densche begrippen een zeer lieve jongen was, werd ziek en
bezweek ondanks alle middelen van afgoden en medicijnen die
door de priesters werden aangewend. Dat was voor de moeder
eene heel moeilijke en smartelijke zaak, daar zij juist dit kind
zoo b jzonder liefhad. Het moet ook een heel aardig en gehoor-
-ocr page 18-
16
zaam kind zijn geweest, dat zijnen ouders nooit smart heeft
aangedaan, en daarom wilde zij maar niet vertroost wezen en
tot rust gebracht worden. Den waren Trooster in leven en in
sterven kende zij toen nog niet, en zoo klaagde zij God en
menschen aan, omdat zij meende dat haar kind was betooverd
of behekst, zooals op Nias bij plotselinge sterfgevallen haast
altijd wordt geloofd.
Ongeveer een jaar verliep sedert en de wonde was reeds ge-
heeld, toen haar man het in den zin kreeg, zijn oudsten zoon
uit te huwelijken, hetgeen evenwel op Nias veel geld kost en
de menschen niet zelden in zeer groote verlegenheid brengt.
Menigeen is daardoor reeds tot slaaf van de geldgierige hoof-
den geworden. En al kwam het nu ook met Ina Safira niet
zoover, zoo kwamen zij daardoor toch in schulden, en deze
werden na eenige jaren zelfs zeer groot, toen haar man zoo
onverstandig was om voor zijn zoon er nog eene tweede vrouw
bij te nemen. Alles wat zij vroeger met moeite hadden bijeen-
gebracht, was daarbij weer opgegaan en de nood deed zich
gevoelen. Inmiddels was nu ook Gods woord in het land en
ook herhaaldelijk tot Ina Safira gebracht geworden, maar zij had
toen nog geen lust, het op te volgen. Lijden en ellende moesten
daartoe eerst haar hart gewillig en bereid maken en traden dan
ook heel spoedig in. Haar eenige zoon werd kort na zijn tweede
huwelijk zeer ernstig ziek, zoodat het ergste te vreezen was. In
het begin haalden zij voor hem geneesmiddelen bij den zendeling
Thomas, die haar ook reeds dikwijls en dringend had uitge-
noodigd, om toch Gods woord te volgen en de afgoden prijs te
geven. Maar toen de krankheid niet dadelijk wijken wilde,
keerde zij zich weder geheel en al tot de afgoden en luisterde
slechts naar hetgeen de tooverpriesters haar voorlogen. Vergeefs
was elke waarschuwing en smeeking van den zendeling; maar
i
-ocr page 19-
•17
hoe meer zij offerde, des te erger werd de ziekte en weldra
volgde de dood. Dat was evenwel voor Ina Saflra ontzettend,
en liefst ware zij ook dadelijk mede gestorven. En ofschoon de
Heer al zoo dikwijls bij haar had aangeklopt, kon zij toch maar
niet besluiten, Hem te volgen en christen te worden. Nog
eenmaal moest de dood haar zeer nabij komen en zij een lang-
durige krankheid doormaken, voordat haar hart gebroken en
bereid was zich aan den Heer over te geven. Wederom werd
haar gezin door ziekte geteisterd en begon het gruwelijk offeren
opnieuw, maar nu zou het dan ook de laatste maal zijn. Of-
schoon de afgodspriester zich geducht inspande, wilde de krank-
heid maar niet wijken en zoo namen zij nu ir. haar nood de
toevlucht tot den Heer en lieten zij zich ook door den zendeling
geneesmiddelen geven, die ras en goed werkten. Hoewel dan
ook eerst zware beproevingen waren noodig geweest, eer zij zich
onder de krachtige en genadige hand des Hecren vernederde,
zoo gaf zij zich nu evenwel volkomen en geheel over.
Van nu af bezocht zij met haar gezin geregeld des Zondags
de kerk en in de week het godsdienstonderwijs. Zij waren op-
gewekte Christenen geworden, en, zoo sterk als zij vroeger zich
tegen Gods woord woord hadden verzet, zoo veel te blijmoediger
namen zij het nu ter harte; trouwens het viel in eene door
lijden en droefenissen wel toebereide aarde. Doch de Booze hield
nu ook van zijne zijde sterk op hen aan. Toen namelijk het
inlandsche hoofd zag, dat het haar wezenlijk ernst met het
Christendom was, deed hij alles wat in zijn vermogen was om
haar familie daarvan af te schrikken en hen in het heidendom
vast te ketenen. Ook de afgodspriesters oefenden hunnen ouden
invloed nog eens uit en trachtten de betrekkingen door allerlei
listen en bedreigingen tegen te houden, omdat zij wisten dat
zij anders bij hen niets meer te winnen hadden. Doch het
-ocr page 20-
18
was alles te vergeefs. De familieleden bleven getrouw en
werden Christenen. Op alle vreesaanjagingen zeiden zij: „Wij
volgen en geven ons nu op leven en dood over in de armen
van den Heere Jezus." Maar eerst nadat zij grondig waren
voorbereid, ontvingen zij den heiligen doop.
Nu had Ina Safira ten slotte rust en vrede gevonden. De
vele afgoden in haar huis had de zendeling reeds vroeger ver-
wijderd en nu bad zij dagelijks Hem aan, die alle vermoeiden
en beladenen verkwikt, welke tot Hem komen. Na haren doop
werkte zij weder ijverig samen met haar man en de Heer
zegende hem ook. Ongeveer anderhalf jaar later evenwel klopte
weder de engel van ziekte en dood aan haar huis aan en nu
moest het openbaar worden, of zij inderdaad met het gansche
hart den Heer aanhing of niet; haar geloof moest door eene
zware beproeving bevestigd worden. Haar man toch werd zeer
ernstig ziek en ondanks alle middelen en veel gebeds stierf hij.
Hij had nog kort vóór zijn dood tot haar gezegd: „Word ik
weer gezond of niet, tot de afgoden keeren wij niet meer terug;
en moet ik sterven, o, houd u alleen vast aan God en luister
niet naar de lieden die u willen verleiden. Scheid ook niet van
den leeraar, maar hoor naar hetgeen hij zegt, in leven en in
sterven." Gedurende zijn krankheid hadden de afgodspriesters
nog eenmaal getracht haar tot afgodendienst te verleiden, maar
te vergeefs; en ofschoon deze slag haar ook zéér diep trof,
nochtans boog zij zich stil en overgegeven weder onder de ge-
nadige en machtige hand haars Gods. Haar laatste aardsche
steun was ten grave gedragen, maar des te meer vestigde zij
nu als een ware weduwe al haar hope op Hem, die beloofd
heeft Zijne kinderen op te richten en te steunen, ook als zij
zouden oud en zwak geworden zijn. Een zeer bijzondere troost
en hulpe heeft de Heer haar nog gegeven in haar jongste dochter
-ocr page 21-
19
Safira, die bij baar is en baar in haar ouderdom trouw verpleegt
en verzorgt. Maar dit is ook een zeer lief Christenmeisje, dat
den Heiland van harte liefheeft en ook ons door haar vromen
en oprechten wandel reeds veel vreugde heeft verschaft. Aan
leven en wandel van de moeder kan men het zien, hoe zij door
veel lijden is gelouterd; in haar wezen en hare betrekking tot
anderen heeft zij iets vriendelijks en vredigs, zooals ik het tot
dusverre nog bij geen andere vrouw op Nias heb gevonden.
Zij heeft een medelijdend, ontfermend hart jegens een ieder, en
daarom hebben ook alle menschen achting voor en vertrouwen
in haar. Eeeds menigmaal was zij zoo zwak, dat zij haar einde
voelde naderen, maar de Heer heeft haar altijd weder opgericht.
Moge haar uiteinde, als het werkelijk komt, zacht en zalig zijn.
Eens zalig daar te zijn, dat is en blijft op aarde onze hemelsche
roeping.
Met hartelijke liefde groet u
Uw vriend,
J. A. F e h r.
mm. zBiDiNi