-ocr page 1-
B
j^
DE
ZENDING OPMADAGASCAR.
DOOR
J. P. G. WESTHOFF.
l
\\
I . Witgegeven deer de Mttlfstuivtrs-V»retnipng dtr ïïijnsche Pending.
V
HB-/.UII)
PKE
643
AMSTERDAM — HÖVEKER & ZOON.
«*m
-ocr page 2-
-ocr page 3-
A 15c
336,2
DE
ZENDING OP MADAGASCAR. \\J
J. P. G. WESTHOFF.
tylitgtgeven door de SlSctlfstuivers^ereeniging der 7lijnsc7t,e Zending.
BIBLIOTHEEK
-HENDRIK KRAEMER
INSTITUUT
Leicteest raat weg 11
2341 QR OEGSTGEEST
AMSTERDAM
HÖVEKER & ZOON.          , ft fv .
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT               L w          ■
A06000035891682B
3589 1682
-ocr page 4-
-ocr page 5-
DE ZENDING OP MADAGASCAE.
,/In de wereld znltg ij angst of ver drukking
hebben/\' Zoo sprak de Christus Gods tot zijne discipelen in
een der merkwaardigste oogcnblikkcn zijns levens. Zijn werk op
aarde was afgedaan. En welk een oogenblik van onuitsprekelijk
genot voor Hem : door zijne getrouwen erkend en begrepen te
worden ! Zij geloofden in zijn Goddelijke zending.
Maar op welk een zware en smartelijke proef zou
de gelegde band spoedig gesteld worden. ])e vereeniging zou,
uiterlijk althans, ontbonden worden. De Herder zou worden ge-
slagen. Die slag zou hen treffen en verbijsteren. De schapen
zouden verstrooid worden. Maar dit niet alleen. Een v r e e s e-
1 ij k e s t r ij d met de wereld wachtte hen. Veel benauwdheid
zouden zij ondervinden. Angsten en verschrikkingen zouden
hun deel zijn. Wat nood echter! Jezus bemoedigt hen, door
hen te wijzen op z ij n e zegepraal. Hij had bij voorbaat den
vijand, dien zij zouden moeten bestrijden, overwonnen, aan zijne ver-
zoekingen weerstand geboden, hem krachteloos gemaakt. //Hebt
goeden moed, want Ik heb de wereld overwon-
nen." Na zijn dood aan het kruis vierde Hij zijne opstanding
en zijne hemelvaart.
-ocr page 6-
i
Zoo gaat het ook nog li c d e n. Deze wereld is voor hem,
die in haar dienst is getreden, geen oord van vreugde en ver-
kwikking. In haar zijn angst, verdrukking en benauwdheid. Slechts
over het kruis tot de kroon. Door den strijd tot de overwinning.
ffG e 1 ij k II ij was, zoo z ij n o o k d e z ij n e n i n deze
Avere ld." En wie, die den koning den eed der trouw heeft
gezworen, zou niet gaarne alle angsten willen verduren en
elke verdrukking kalm over zijn hoofd laten heengaan? Kern
is de overwinning gewaarborgd. Hem kan de
lcvenskroon niet ontgaan.
En gelijk het gaat met elk Christen in het bijzonder, zoo gaat
het ook met de gemeente in haar geheel. En dies ook
met het grootste werk onzer eeuw, met liet zendingswerk!
De zendingszaak of de uitbreiding van het Godsrijk in de
wereld is eene lijdenszaak.
"Wanneer men een jaarlijksch bericht vaneen of ander zendings-
genootschap in handen neemt en de vraag doet : wis het werk
der zending vooruitgegaan?" dan lijdt het wel geen twijfel, dat
het antwoord bevestigend moet luiden. Zeker, het gaat
vooruit. Maar niet dan door veel verdrukking.
Hier verneemt gij den noodkreet: Zoo er geen hulpe
daagt, moeten wij den arbeid staken, of dien met onvol-
doende middelen voortzetten. Na in de laatste jaren zulke rijke
gaven ontvangen te hebben, is er plotseling stilstand gekomen.
Yanwaar dit verschijnsel ? Slapen onze vrienden, of wel, hebben
zij hunne handen door den Mammon in boeien laten slaan ? Wij
maken ons waarlijk voor de toekomst bezorgd. Ja, het is zoo,
in de wereld hebt gij angst.
Daar verheft een ander zendingsgenootschap zijne stem : Onze
zcndingspostcn zijn verwoest. De krijg in Ashantee in West-
Afrika, waar de bloeddorstige koning van Commassc het onder*
\')
-ocr page 7-
5
spit heeft gedolven, heeft, helaas, menigen bloeienden zendings-
post geheel vernietigd. De oorlog te Tobn op Sumatra, waar
door een krachtig optreden van ons gouvernement de grootste
onheilen gelukkig zijn afgewend, heeft, helaas, veel schade be-
rokkend en vele zendingspostcn bij het Tobamcer in de asch
gelegd. Elke krijg laat verwildering en verwoesting na en ver-
hindert de zaaiers, het goede zaad des vredes uit te strooien.
Ja, het is zoo, in de wereld hebt gij angst.
En ach, hoeveel wordt er bedorven door de zonde der
Christenen! De booze zaait zooveel onkruid tusschen de
tarwe, Gelooven wij niet in een heilige, algemeene, Christelijke
kerk ? En ach, hoe is zij door de zonde der menschcn verdeeld
en gesplitst ! Wat al kerkgenootschappen en sekten en partijen !
Wat al zendingsvercenigingen, die menigmaal vijandig tegenover
elkaêr staan en vaak op een onverstandige wijze ijveren! Voor-
waar, niet tot voordeel, maar tot gropte schade der uitbreiding
van liet Koninkrijk onzes Heeren. Ja, het is zoo, in de wereld
hebt gij angst.
En o, wat al angst en nood ondervinden al de zendbo-
den, die daar arbeiden op den grootcn wcrcldakker ! De moes-
ten hunner zaaien met tranen. Deze heeft al vele jaren trouw
en onvermoeid gearbeid en, trots al den arbeid der dienende
liefde, geen vrucht gezien. Gene, door het moordend klimaat
aangetast, moest den strijd opgeven en herstel van krachten in
het vaderland zoeken. Ken derde zette na een gevaarlijke zee-
reis den voet in het vreemde land, maar bezweek, hoe gehard ook,
na weinige weken of maanden, zonder dat hij iets met zijn
gloeienden ijver voor zijn lieer mocht tot stand brengen. Een
vierde ziet zijn arbeid met zegen bekroond. Hij mag een ge-
meente uit de heidenen rondom zich vergaderen. Daar is geest-
drift, ontwaking, ja, wat meer zegt, daar is een weinig geloofs-
-ocr page 8-
6
leven. Maar ach, daar kwam verslapping-, vertraging. Op stil-
stand volgde achteruitgang. De trouwsten werden ontrouw, en
zij, die niet zeer vast stonden, lieten zich opnieuw tot allerlei
heidensche gruwelen en zonden overhalen. Welk een namelooze
smart voor den zendeling, die tocli reeds zooveel ontberen moet
in de heidenwereld. Ken vijfde.....maar neen, wij gaan
alzoo niet voort. Uier in de Christen —, ginds
inde heidenwereld: veel angsten, verdrukkin-
gen en benauwdheden.
Is het niet, om allen arbeid te verlammen en ons den moed
te doen ontzinken ?
Maar neen, nochtans vol moed! ffIk heb", zoo spreekt
de Heiland, ,.d e w e r e 1 d o v c r w o n n e n V\' De zee is vree-
selijk onstuimig. De baren gaan ontzettend hoog. Zij beuken het
schcepkc der zending. Geen nood ! J)e Heer houdt het roer ia
zijn almachtige hand. Wat al tegenstand en vijandschap ! List en
geweld hebben samen een verbond gesloten. Al het mogelijke
wordt gedaan, helaas, ook van de zijde dergcnen, die zich Chris-
tenen noemen, om het Evangelie den weg te versperren en zijne
komst tot de heidenwereld te belemmeren. Geen nood ! De
Heer is bij de zijnen al de dagen tot aan het einde der wereld. Hij
opent allerwegen deuren. Zegevierend dringt het Berlijnsch Zen-
dingsgenootschap in het zuiden van Afrika vooruit. Steeds ver-
der zet het Rijnschc Genootschap zijne posten uit; en waar het
reeds wijzen mag op tal van onafhankelijke Christengemeenten,
daar vindt het juist in onze dagen een geopende deur onder
het machtig volk der Batta\'s. Op het voetspoor van een Living-
stone en Stanley dringen Engelsche zendelingen het hart van Afrika
binnen, om onder het zuiderkruis aan den hemel de banier des
kruises te ontplooien.
Hoe rijk gezegend is de arbeid van de zendelingen der Rroe-
-ocr page 9-
7
dergemeente in Afrika, Amerika en Groenland ! Hoe bovenmate
rijk aan gevolgen is de arbeid der Gosznerschc mannen onder
de Kolils in Engelsch-Indië ! Welk een vruchtbaar arbeidsveld
hebben de Rijnsche zendelingen op Sumatra gevonden! Met
welk een zegen hebben onze Hollandsche broeders op Java,
Celebes, Nicuw-Cuinea en elders gearbeid! Overal geopende;
deuren. Zelfs China, het eeuwige rijk, en het eiland Japan zijn
toegankelijk geworden en wel is het de moeite waard, zich eens
in bijzonderheden bekend te maken met alles, «at daar op Chris-
telijk gebied plaats vindt. In écn woord, onder alle hemelstreken,
talen en natiën is het menschenhart hetzelfde, een hart vol angst
en vreeze, een hart vol smachten en verlangen, een hart, dat
niet eerder rust vindt, eer het in het geloof in Jezus Christus
tot de levensgemeenschap met God is gekomen. In Hem wordt
men zalig, want Hij brengt onder den invloed des Heiligen
Geestes de van God afgedwaaldcn tot het hart des Vaders terug.
En ondervinden dan ook allen, die in zijn dienst staan, hier of
elders angst en nood, verdrukking en benauwdheid, wat nood !
Hij heeft de wereld overwonnen ! En dat Hij die wereld
overwonnen heeft, zal eenmaal voor aller oogen luisterrijk aan
het lieht treden.
„Hoe de wereldzee ook bruisend woede
In des lleilands arm is rust en hoede."
Ja, in de wereld angst en verdrukking; maar nochtans goeds-
moeds ! Want de zege is behaald.
Heerlijke belofte ! Troostvolle waarheid ! Dat zij het is, ziet,
dat hebben wij in het algemeen- aangetoond. Maar zou liet u
niet welkom zijn, u deze vertroostende waarheid voor oogen ge-
steld te zien in een treffende bladzijde uit de geschiedenis der
nieuwere zending ?
-ocr page 10-
s
Vergun mij dan, dat ik uwen blik vestig op Madagascar.
M a d a g a s e a r, terecht „de koning van den I n <1 i-
schen Oceaan" geltfeeten, zoowel om zijn uitgestrektheid als
om den rijkdom zijner plantenwereld, is slechts door dezeeëngte
van Mozambique van het vasteland van Afrika gescheiden. Grooter
dan Spanje en bijna zoo groot als geheel Duitschland, is het na
Borneo en Nieuw-Guinea het grootste eiland der wereld.
Een bergketen, die zich op enkele punten twaalf\' duizend voet
boven de oppervlakte der zee verheft en met prachtige wouden
is begroeid, loopt van het noorden naar het zuiden. ])it eiland
munt uit door de schoonste en treffendste natuurtafcreelen. Eei-
zigers en natuuronderzoekers prijzen het om het zeerst. Op
zijne hoogvlakten vindt men prachtige rijstvelden en uitgestrekte
weilanden, waar grootc kudden vee in het wild grazen. Won-
derschoone meren liggen hier en daar verspreid. Tal van beken
en rivieren storten door diepe ravijnen naar beneden. ïtondom
het eiland strekt zich als een brcede zoom de vruchtbare, maar
ongezonde kustvlaktc uit. Kostbare houtsoorten heeft Madagas-
car in overvloed. Kruiden, artsenij- en voedingsplantcn groeien
er zeer weelderig. De schoonste bloemen en bladeren bedekken
als een bont tapijt den vruchtbren grond. Goud- en zilver-, koper-
en loodaderen doorsnijden het gebergte, terwijl het ijzer hier en
daar zelfs op de oppervlakte wordt gevonden.
Niet, gelijk in andere tropische gewesten, heeft de mensch
hier een voortdurenden strijd met het wild, verscheurend gedierte
te kampen. Het eenige gevaarlijke dier is de krokodil, terwijl
de sprinkhanen, hoewel eene landplaag, door de inboorlingen
gevangen en, na door de zon gedroogd te zijn, als eene lekkernij
beschouwd worden.
-ocr page 11-
\'.I
Op Madagascar wonen vier of vijf inillioen menschen, deels
Negers, deels een Maleisen, vermengd ras. /ij spreken allen éene
taal en wel een Maleische. Onder de vele volksstammen be-
kleeden die der Sakalawa\'s en der II o w a\'s de voornaamste
plaats. Het geslacht der Howa\'s, in de met bergen als met een gor-
del omringde provincie Ankowa wonend, lichter van kleur dan
de andere eilandbewoners, en boven alle geslachten het meest ont-
wikkeld, zijn de tegenwoordige beheerschers van Madagascar.
/ij munten boven de Negers van liet vasteland van Afrika
uit door eerlijkheid en trouw. In hunne gelaatstrekken hebben
/.ij iets melancholieke en ernstigs. Ook /.ij zijn van Gods ge-
slacht. Het beeld (Jods is ook in hen niet geheel verloren.
Maar, al zijn er ook nog sporen van het oorspronkelijk Gods-
beeld bij hen aanwezig, toch treden de verwoestingen, die de
zonde heeft aangericht, aldaar op een\' ontzettende wijze aan liet
licht. Hunne geschiedenis is een aaneenschakeling van de bloe-
digste oorlogen. Tusschen de onderscheidene stammen heerschte
onophoudelijk krijg. Terwijl duizenden in slavenketcnen smacht-
ten, veroorloofden zich de heeren de grootst mogelijke willekeur
tegenover hunne dienstbaren, o, Hoeveel onschuldig bloed is
op Madagascar gevloeid! Ook de heidenen moesten het onder-
vinden : //In de wereld hebt gij angst/\' Iets ontzettend» — benevens
de ellendigste afgoderij — was op -Madagascar de zoogenaamde
tangena-procf. Do tangena is een vergiftigde noot. Was een
toovcnaar en waarzegger jegens zijn broeder niet goedgezind,
dan beweerde hij: „(iij zijt door de goden vcrstooten. Reinig u
door den vergiftigden tangena drank." Wantrouwde een heer zijn
knecht, aanstonds moest hij het tangcna-brouwsel drinken. Stierf
hij tengevolge van het vergif, dan was hij schuldig; zoo niet, dan was
zijn onschuld bewezen. Natuurlijk stierven verreweg de mcesten.
Ouder alle standen heerschte de polygamie of de veelwijverij,
-ocr page 12-
-10
zoodat de vrouwen zeer geminacht werden. De ouders verkeer-
den omtrent hunne kinderen in voortdurenden angst. Was
een kind op een ongeluk ki gen dag geboren, dan moest het op
bevel des toovenaars door de klauwen van liet rundvee vertreden
worden. Uit vrees voor booze geesten betraden zij geen graf;
en ieder, die het onwillens had aangeraakt, werd op een gruw-
zame wijze gestraft.
o Madagascar, dat gij en uwe bewoners zoolang niets hebt
geweten van den Heiland, van Hem, die door zijn angst onzen
angst heeft weggenomen ! De eene eeuw na de andere verging,
en ach, geen heldere morgenster ging over u op.
Maar zie, liet is anders geworden. Voor vele eeuwen mislukte
de eerste poging van een Franschen zendeling, om er liet Chris-
tendom in te voeren. Pater Ktienne werd in het jaar 1642 we-
gens zijn onverstaudigen ijver door het opperhoofd Manongo
met zijne begeleiders om het leven gebracht.
Kerst in deze eeuw zou het 1\'rotcstantsche Engeland de reu-
zcntaak aanvaarden, om dit eiland als een schoone parel aan
de kroon des Heilands te hechten.
Madagascars vorst heeft eens gezegd: /7lk heb twee officieren,
die mijn land beschermen. De eene heet generaal llaso, of\' wel
het woud, dat mijn gebied omringt; en de andere generaal Taso,
of wel de koorts, die doorgaans moorddadig op de kust heerscht
en tienduizenden ten grave sleept. Komt slechts, gij Europeanen,
met uwe heirlegers. Ik ben niet voor u bevreesd."
En o, op welk een smartelijke wijze hebben de meeste zend-
boden het verdervend vermogen dezer twee verschrikkelijke
machten ervaren.
Hoc bezwaarlijk zijn de reizen door de dichte wouden ! Men moet
zich op een stang, waaraan een doek is vastgebonden, of\' wel in
ecu korf, laten dragen, wat altijd met levensgevaar gepaard gaat.
-ocr page 13-
11
Xog oer de Engelsche regeering handelsbetrekkingen met Ma-
dagascar aanknoopte, had liet Londensch Zendingsgenootschap
zijn blik op dat eiland geslagen. Toen het in het jaar 1 798 onzen
bekenden landgenoot, Dr. Van der Kemp, naar Zuid-Afrika uitzond,
gaf het hem den last mede, de noodige inlichtingen in te winnen.
Na daaraan voldaan te hebben, verklaarde hij zich bereid, daar
zelf den arbeid te beginnen. Eer hij zich echter naar Mauri-
tius kon inschepen, nam de lieer hem in 1811 op in de eeu-
wige rust.
Van de eerste twee zcndingsf\'amiliën Jones en Bevan, die in
1818 naar Madagascar werden gezonden, stierven alle leden,
behalve de zendeling Jones, aan de koorts. Maar ook hier
zou het weder waarheid worden: de weg tot de zegepraal gaat
in eiken strijd over de lichamen der gevallenen heen. Dat
zon Jones ondervinden. Door tusschcnkomst van den handels-
agent Farquhar gelukte het hein, tot de prachtig gelegen hoofd-
stad van koning Radama I door te dringen. Minzaam werden hij en
later zijne medearbeiders door den koning ontvangen. Wel was liet
hem in geenen deelc om de invoering van het Christendom, maar
alleen om de meerden; ontwikkeling en beschaving van zijn volk te
doen. Niettemin hadden de zendboden de meeste vrijheid om door
sehoolonderwijs en prediking op het volk invloed uit te oefenen.
Onder veel angsten en benauwdheden werd het zaad des Evan-
gelies uitgestrooid. En ziet, niet zonder vrucht. Op het einde
van 1827 kon Jones den koning verlof vragen, om aan vijftig in-
boorlingen dooponderwijs te mogen geven. Het verzoek werd
toegestaan, maar korten tijd daarna stierf Radama I tengevolge
van zijn onmatig en onkuisch leven. Hij had wel zijn land,
maar niet zijn hart geopend voor de koesterende zonnestralen
des Evangelies!
Radama had tot zijn opvolger benoemd zijn achttienjarigen neef
-ocr page 14-
12
Rakotobe, die, door de zendelingen was onderwezen. Met de hulp
eener oud-heidensclie partij gelukte het echter\' aan ELanawalona,
cene van Radama\'s vrouwen, den troon te bestijgen. WelkChris-
ten, die iets van de geschiedenis der nieuwere zending weet, spreekt
haar naam -/.onder huivering en beven uit? Üanawalona was een
vrouwelijke Nero. /ij heeft van 1828 lot 1801 gehcerscht en stierf
eerst oj) drie en zeventigjarigen leeftijd. Haar regeering was eene
heerschappij van bloed en tranen, van jammer en ellende, een
aaneenschakeling van enkel gruwel en misdaden !
Terwijl de trouwe Heiland door den dienst zijner knechten de
heidenen van de banden der duisternis bevrijdde en ze uit hun
diepe ellende verloste, bracht Itanawalona, de aardsche koningin,
de bekeerden in groote droefenis en angst, /iet, het Godsrijk
breidde zich uit. Steeds meerderen werden toegedaan tot de
gemeente dergenen, die zalig worden. Vele Madagassische jonge-
lingen stonden de zendboden terzijde. Als Christenen waren zij
trouwe onderdanen en aan de heidenschc vorstin gehoorzaam.
Maar wat baatte het ?
Ranawalona was hcidin gebleven en in haar hart woonden de
moordlust en vervolgingszucht. Al haar bloedverwanten en de
geheele familie van Radama liet zij op allerlei gruwzame wijzen
ter dood brengen; daarna haar vroegere vrienden; ten slotte
onschuldige vrouwen en kinderen, zoodat zij in de eerste twaalf
jaren harer regeering meer dan honderdduizend luirer onderdanen
heeft geofferd.
Natuurlijk deden zulke gebeurtenissen de zendboden het
ergste vreezen. Niet aanstonds gingen echter hunne bange voor-
gevoelens in vervulling. Een gelukkig gevoerde oorlog tegen
Frankrijk, waarin de koningin door de Engelschen werd onder-
steund, gaf den zendelingen ruimschoots gelegenheid om in de
hoofdstad de blijde boodschap te prediken. Ecu kleine Chris-
-ocr page 15-
13
tengemecntc ontstond. Den 20stcn Mei 1831 werden twintig
lieden gedoopt. Anderen volgden. Slaven en leden van het konink-
lijk huis kwamen onder den invloed des Evangelies. In de
verste provinciën brachten Christelijke officieren de zaadkorrels
der Waarheid. De zendingspcrs drukte duizenden Bijbels, die
om niet, heinde en ver werden uitgedeeld. Wie lezen kon, gaf
zich alle moeite, de leermeester zijner vrienden te worden. Een
nieuw volk stond geboren te worden. De discipelen, die tot het
jaar 1835 de zcndingsscholen bezochten, schatte men op tien a
vijftien duizend.
Zulk een gezegend werk moest natuurlijk den haat van den
vorst der duisternis opwekken. Spoedig begonnen de toovcnaars
en afgodenbcwaarders der koningin haar op het gevaar van den
nieuwen godsdienst te wijzen. Zij vaardigde het besluit uit,
dat niemand zich meer mocht laten doopen. De officieren, die
voor Christenen bekend stonden, werden gedegragcerd. Steeds
dreigender werden de voorboden van een naderenden storm. En
toen in den aanvang van 1835 de zoon van een hooggeplaatst
beambte weigerde aan het afgodeuoft\'er der koningin deel te
nemen, werd bij den oppersten rechter een aanklacht tegen de
aanhangers der nieuwe leer ingediend van den navolgenden in-
houd: „Zij verachten de goden; zij bidden voortdurend; zij
willen niet zweren; hunne vrouwen zijn kuisch; zij houden
den Sabbath voor ecu heiligen dag." Welk een schoon ge-
tuigenis ! Op aansporing echter van haar eersten minister en
andere rijksgrootcn besloot Ranawalona, buiten zichzclve van
woede, het Christendom uit te roeien. De angst greep de ge-
moederen aan.
„Heerc, help ons, wij vergaan!" zoo luidde den 20stcn Februari
1835 de tekst, waarover in de kapel van Ainbatonakanga werd ge-
predikt, toen een bode der koningin de zendelingen opriep,
-ocr page 16-
14
om een schrijven van haar te hooren voorlezen. //Ik kan niet//,
zoo luidde do inhoud, „gedoogcn, dat de door mijne voor-
ouders gemaakte verordeningen (\'enige verandering ondergaan. l)c
openbare godsdienstoefeningen, zoowel op /on- als op andere
dagen, benevens de Doop, zijn verboden. Mij is het echter goed.
zoo gij mijne onderdanen in kunsten en wetenschappen wilt
onderwijzen."
Zoo was aldus met een slag aan de openbare verkondiging
des Woords een einde gemaakt. Tevergeefs dienden de zende-
lingen een verzoekschrift, in. De prediking over den noodkreet
der discipelen op de stormachtige zee was de laatste inliet oude
kerkje en voorloopig op geheel Madagascar. De algemeenc schrik
was groot. Is het wonder, dat enkelen tot het heidendom terug-
keerden? Verblijdend was echter de standvastigheid der mees-
ten. Velen verborgen hunne Nieuwe Testamenten, terwijl niet
weinigen zich des nachts onder groot levensgevaar naar de woningen
hunner leeraars begaven, om zich door het gebed en de overdenking
des Woords te versterken. Welke pogingen de zendelingen Johns
en \'linker ook aanwendden, niets mocht baten. Hunne kapellen
werden gesloten, hunne discipelen verstrooid, hun drukpers
hun ontnomen. IJverig gingen zij nu zelf aan het werk en
nog eer zij in de maand Juli 1836 door de koningin uit het
land werden verbannen, hadden zij de overzetting des Bijbels en
Bunyans pelgrimsreis voltooid.
Welke kostbare kleinoodcn in den tijd der vervolging, die nu
aanbrak !
Met een bezwaard hart hadden de Europeesche vrcdeboden hunne
broeders en zusters als schapen onder de wolven achtergelaten.
Maar zij zouden daarom toch geen weezen zijn. De grootc Herder
was bij hen, wanneer zij zich in afgelegen dorpen, in rotskloven,
in het dichte woud in Jezus\' naam vcreenigden, om zijn Woord
-ocr page 17-
15
te overdenken, hunne harten voor Hem uit te storten of de
gedachtenis van zijn bitter lijden en sterven te vieren.
Vijl\' en twintig jaren duurde de storm der vervolging, hoewel
niet altijd met dezelfde hevigheid en in denzelfden graad. .Maar
viermaal, in de jaren 1837, 1840, 1849 en 1857, werd de hitte
der aanvechting zóo groot, dat slechts Gods macht de geloovigen
tot zaligheid kon bewareu. Waar wij die bladzijden uit Mada-
gascars geschiedenis, met bloed geschreven, opnieuw lazen,
daar was het ons, alsot wij ons verplaatst vonden in de dagen, toen
Itoines keizers in hun rijk de Christenen alom vervolgden.
Eene vrouw, llafarawawy, uit een aanzienlijk geslacht, mocht
de eerste zijn, die om den naam des Heercn Jezus sinaadheid
moest lijden. Op wonderbare wijze van den vuurdood gered, als
slavin verkocht, door haar meesteres in vrijheid gesteld, ontkwam
zij met enkele geloofsgenooten naar Engeland, van waar zij later
naar haar vaderland terugkeerde. Op haar volgde een jeugdige
Christin, Kasalama. Onder al haar martelingen vloeide haar
mond over van den lof haars Heilands. En hoe zalig en heer-
lijk was haar marteldood ! Aan het zuidelijk einde der rots, waarop
de hoofdstad gebouwd is, daalt deze loodrecht naar beneden. Op
deze rotspunt ontving Madagascars eerste martelares haar hlocd-
doop. Toen zij de kapel voorbijkwam, waarin zij was gedoopt,
riep zij vol blijdschap uit: //Zie toch, daar heb ik de woorden
mijns Heilands gehoord." Geestelijke liederen zingend, ging zij
naar de plaats des gerechts. Zij knielde neder. Terwijl zij bad,
werd zij met een lans doorstoken. Onder de getuigen bevond
zich een jeugdig Christen, die, als verrukt over zulk een ster-
ven, uitriep : „Kon ik zoo zalig sterven, dan ware ik ook be-
reid, ter wille van den Heiland mijn leven te laten." En ziet,
een jaar later mocht hij op dezelfde plaats zijn Heer verheerlij-
ken. Xog veel anderen volgden later op deze twee eerstelingen
-ocr page 18-
16
en wijdden dooi- hun bloed den grond, waarop thans ccn sclioone
kerk van verre reeds wordt gezien. Maar waar zouden wij begin-
nen en waar eindigen? Letterlijk werd aan de Christenen op
Madagascar het woord vervuld : In de wereld hebt. gij angst.
Dezen werden naar de kust gezonden, om weldra een prooi der
moorddadige koortsen te worden. Genen werden in de kerkers aan
onuitsprekelijke martelingen en aan den hongerdood prijsgegeven.
Nog anderen werden met spiesen doorboord of van liooge rotsen
naar beneden gestort. Aan hen, die aan een touw over een diepen
afgrond zweefden, werd gevraagd: ^Wilt gij Christus vloeken V\'
Zij antwoordden: ^Neen !\' Het touw werd doorgehakt, zij stort-
ten in de diepte, o, Hoeveel angst hebt gij toen uitgestaan,
gij mannen, vrouwen en kinderen ! Hoevelcn werden in slaven-
boeien geklonken ! Hoevelcn verloren hun ambt en al hunne
waardigheden ! Maar al moesten zij ook nameloozcn angst uit-
staan, de Hcerc was bij en met hen. Het getal der Christenen
groeide bij den dag aan. Het bloed der martelaren is het zaad
der kerk. Het geloof nam onder de verdrukking in kracht en
diepte toe. De inlandsche Christenen namen den dienst des Evange-
lies waar. Zichtbaar breidde zich het Godsrijk uit, overeenkomstig
het woord der Schrift: /;Tenzij dan, dat het tarwegraan in de
aarde valt en sterft, zoo blijft liet alleen; maar indien het sterft,
y.oo brengt het veel vrucht voort."
Na den storm van het jaar 1849 brak er een oogcnblik van rust
aan. Nu meende het Londcnscli Zendingsgenootschap, dat de tijd
weder gekomen was, om den Christenen op Madagascar de behulp-
zame hand te bieden. Zij ordenden hun secretaris, den Eerw.
Ellis af, die in 1816 in de Zuidzee zijn zendingsarbeid had
begonnen. Wel werd hij in 1856 vriendelijk door de koningin
in haar hoofdstad ontvangen, maar al zijne pogingen, om
eene verandering in het verbod tegen het Christendom te be-
-ocr page 19-
17
Werken, mislukten. Toch was zijne reis niet tevergeefs ge-
weest. Hij had zich persoonlijk overtuigd van den wasdom
des Evangelies, trots vijandschap en vervolging, en niet minder
van den geloof\'smoed der jeugdige Christenen. Weldra zou
deze op de zwaarste proef worden gesteld. Tengevolge van een
mislukten aanslag op het leven der koningin keei\'de zich al haar
gramschap tegen de Christenen, die geheel onschuldig waren.
Binnen weinige dagen werden een en twintig Christenen ge-
steenigd en tien onthoofd. Anderen werden van de rotsen ge-
worpen, met ziedend water overgoten, of tot den giftdrank en
de slavernij veroordeeld.
Maar, Godlof, weldra zou nu ook het uur der verlossing slaan.
Tn het jaar 18G1 stierf Ranawalona. Den lOden Augustus werd
zij opgeroepen voor den rechterstoel van Hem, die het zuchten
der gevangenen hoort en zijn volk op zijn tijd de verlossing
bereidt.
Haar zoon Rakoto besteeg onder den naam van ltadama II
den troon. J)e zon, schrijft de zendeling Ellis, ging dien dag
niet onder, of de koning had verklaard, dat het een iegelijk
vrijstond, zonder vrees en angst God naar de inspraak van zijn
geweten te dienen. De gevangenen werden bevrijd, de vcrbanne-
lingen teruggeroepen. Tiet jubeljaar was aangebroken. Alom was
vreugde ! Want ook zij, die nog geen Christenen waren, sympa-
thiseerden met de vervolgden en verheugden zich over hunne be-
vrijding. Nauwelijks was die blijde boodschap in Engeland ge-
hoord, of de zendeling Ellis vertrok naar JMadagascar. Weemoedig,
en toch met vreugde vermengd, was het wederzien in de hoofd-
stad. Zes der uitnemendste Christenen hadden de martelaarskroon
ontvangen, o, Hoe wisten hunne bloedverwanten veel van hun
lijden te verhalen, maar ook in rijke mate Gods genade te roe-
men. Van bitterheid jegens hunne vervolgers was geen sprake.
-ocr page 20-
18
Geen mor- of klaagtonen werden gehoord; slechts dank aan
God, die hun genade geschonken had, om de smaadheid van
Christus te dragen. Hoe verheugd was de oude zendbode, toen
hij op des Hoeren dag met honderd Christenen aanzat aan den
disch des Nieuwen Vcrbonds !
Met kracht werd nu het werk voortgezet. ])e koning hoorde
Ellis gaarne spreken. Maar, helaas, tot vernieuwing des harten
kwam liet niet bij hem. Wel bevorderde hij op elke denkbare
wijze de verkondiging des Evangelies; maar verslaafd\' aan den
drank en daardoor een gebondene des Boozen liet hij zich niet
brengen tot de zalige vrijheid der kinderen Cods. Na ten-
gevolge van zijn halsstarrig weigeren aan een billijk verzoek
der rijksgrooten vermoord te zijn, volgde zijn echtgenoote
Easoaherina hem in de regeering op. Hoewel deze gedurende
de vijf jaren harer heerschappij den afgodendienst niet vaarwel
zeide, was zij den zendelingen altijd genegen en trad de uitbrei-
ding van het Christendom nooit hinderend in den weg. En eer
zij stierf, kon den 22steu Januari 1867 de eerste martelaarskerk
op den heuvel van Ambatonakanga ingewijd worden, en wel
door een inlandsch prediker, wiens vrouw als martelares in ke-
tenen was gestorven.
Eerst onder haar opvolgster steeg de opgegane zon ter mid-
daghoogte. Hen 2<lcn April besteeg Ranawalona TI als koningin
den troon der Madagassers. En wat deed zij ? Zij nam zelve
het Christendom aan. Door den inlandscheu predikant onder-
wezen, ontving zij in 1869 den heiligen Doop en het heilig
Avondmaal. Haar ministers en raadsheeren volgden haar voetspoor.
Verrassend waren de gebeurtenissen bij haar kroning. Dans
en spel waren ten strengste verboden. Aan de vier zijden der
koninklijke tribune las men de woorden : ,/Kere zij God in de
hoogste hemelen; vrede op aarde; in de ïncnschcn een wclbe-
-ocr page 21-
19
hagen ! God zij met ons \\" Naast de kroon lair de Bijbel. En
in de toespraak aan liet volk zeide zij onder anderen : /rWat
het bidden betreft, dit is noch ge- noch verboden, want God
maakte u." /ij beloofde dus, op geenerlei wijze tusschen God,
den Schepper, en haar onderdanen, zijne schepselen, te komen.
En inderdaad, zij heeft zich tot heden een ware Christin
betoond.
Uit- en inwendig nam de gemeente toe. Dagelijks werden
tot haar toegedaan, die zalig wierden. Op het einde van 1870
naderde de vierde martelaarskerk haar voltooiing. Welk een om-
keering ! Voor drie en dertig jaren had Madagascars eerste mar-
telares geheel alleen op de gerechtsplaats hart en hand ten he-
mel verheven. Thans, den 1 7deu November, stroomden groote
scharen volks naar dezelfde plaats samen en ook nu waren weder
aller oogen op éene vrouw gericht, geen gevangene, maar de
koningin. Ten toeken van haar buitengewone belangstelling
stond zij voor den kansel haar eigen Bijbel af. De eerste mi-
nister, wiens voorganger de Christenen ter dood had veroordeeld,
vermaande hen thans op dringende wijze, in Jezus te gelooven,
dien ook hij als den Heiland der wereld had leeren kennen ;
terwijl de koningin verklaarde: ;/lk heb mijn koninkrijk op
God gebouwd en ik verwacht van u allen, dat gij wijs en recht-
vaardig zijt eu in de wegen Gods wandelt.*
Dat na den Doop der koningin steeds meerderen de bijeen-
komsten der Christenen bezochten en den Doop begeerden, zal
gewis niemand uwer bevreemden. Natuurlijk bevond zich ook hier
veel kaf onder het koren, maar het is evenmin te ontkennen,
dat er veel goede tarwe op den akker groeide. Op het grootste
deel van het eiland hcerschte een chaotische toestand, maar een
warme levensadem vanboven woei toch over Madagascars wou-
den en beemden. Hier hcerschte nog diepe nacht; daar had reeds
-ocr page 22-
20
het (ioildclijk scheppingswoord: „Er zij licht \\" de duisternis
weggevaagd. Voorwaar, zulk een toestand levert niets bevreem-
dends op voor den Christen, die eenigszins bekend is met de
jeugdige Christengemeenten in den apostolischen tijd. En wij stem-
men het den zendeling Sewell gaat\' toe: nu den Rooze zijn eerste
poging, om liet Christendom door vervolging uit te roeien,
mislukt is, zal hij al het mogelijke beproeven om het werk te
verderven, dat hij niet kan verhinderen.
Xiet minder dan honderd duizend heidenen begeerden in het jaar
18G9 Christelijk onderwijs te ontvangen, terwijl het getal in het
daarop volgend jaar nog toenam. Bijna vier honderd inlandsche
predikers arbeiden trouw, hetzij zelfstandig, hetzij aan de zijde der
zendelingen. Rn nog komen er krachten tekort. Te prijzen is
het daarom, dat ook andere zendingsgenootschappen op het
groote oogstveld den arbeid hebben begonnen, hoewel zich ook
hier, helaas, de zwakheid van het Protestantisme niet verloochent.
Naast de zendboden van het Londensch genootschap arbeiden
sedert 1804 aan de oostkust ook kerkelijke zendelingen, terwijl
ook hoog-kerkelijke Evangeliepredikers te Tamatawe het Evangelie
verkondigen. Te Besafo in het Betsileoland hebben in 1806 de
Noorwcegsche vrienden een Liithersche zending gesticht en thans
trachten zij in de hoofdstad een seminarie op te richten. Terwijl
de kerkelijke zendelingen eendrachtig samenwerken met de Lon-
densche, meenden de Noorweegsche broeders geen gemeenschap
met hen te kunnen oefenen, omdat zij niet met de Luthcrsche be-
lijdenis instemmen. De koningin ziet natuurlijk deze verdeeld-
heid der Evangelische kerk, die voor heidenen en jeugdige Chris-
tenen een onloochenbare ergernis is en blijft, met lcede oogen
aan, en is wegens de partijzucht van haar volk voor staatkun-
dige beroeringen bevreesd.
In weerwil van dit alles, en trots den fanatieken ijver der Ka-
-ocr page 23-
21
tholickc zending, die allerlei ongeoorloofde middelen aanwendt,
breidt zich echter het evangelie naar alle zijden uit. Onlangs kwa-
men twintig duizend Nieuwe Testamenten van Londen, die echter
bleken ontoereikend te zijn om aan alle behoeften tegemoet te
komen. Uit de verte kwamen de nienschcu reeds en boden een
groote som, om slechts in het bezit van een Nieuw Testament
te komen. Een nieuwe voorraad van vijftig duizend exemplaren
wordt in gereedheid gebracht.
Hoeveel zou ik u noï kunnen verhalen ! Slechts nog- een enkele
bladzijde sla ik voor u open. Op den lü<l™ September 1870 stond
op den heuvel van Farawohitra, waar den 28stcu Maart 1849
eene vuurvlam den dood van vele bloedgetuigen had verkondigd,
de derde martelaarskerk voltooid, door de bijdragen van En-
gelsche kinderen gebouwd. Men had bij het graven nog ver-
brande beenderen gevonden, en op dezelfde plaats den eersten
steen in den naam des Hecren Jezus gelegd. De koningin zond
bij de inwijding haar ministers met deze boodschap : fflk dank
de zendelingen en de vrienden over de zee, die geholpen hebben,
om dit gebouw te voltooien; want de oprichting van zulk een
steenen huis, waarin God geprezen en aangeroepen en Jezus
voor de door Hem volbrachte verlossing verheerlijkt «orden
moet, is eene zaak, die mij evenals u tot blijdschap tnoet zijn.
Maar niet slechts dit gebouw moet een huis Gods genoemd
worden, maar ook ons hart, wijl 1\'aulus zegt: Gij zijt de tem-
pel des levenden Gods. Daarom zal het mijn hart verheugen,
wanneer wij allen doen, wat wij vermogen, om het rijk Gods
op aarde uit te breiden. Dat heeft immers Jezus Christus bevo-
len. En onze vrienden van gene zijde der zee zijn gekomen en
streven er met alle krachten naar, om ons wel te doen, opdat
wij Jezus Christus grondiger leeren kennen ; des te meer moeten
wij het hun in dit land nadoen. Mogen daarom allen, man
-ocr page 24-
>)\')
en vrouw, allen ijver aanwenden, want ieder heeft een werk
te verrichten. Zoo laat ons dan allen ijverig medearbciden om
liet Godsrijk uit te breiden, want Salomo zegt: Al, wat u
voorkomt om te doen, doe dat spoedig."
                                      .,
Zinke dit woord van Ranawalona II, Madagascars koningin,
diep in onze zielen, \'tzij bij aanvang, \'tzij bij vernieuwing.
Kn zoo ook wij ons aangorden tot dezen heiligen arbeid,
dan mogen wij ons verzekerd houden van de waarheid van
s Heilands belofte : Hebt goeden moed, Ik heb de wereld over-
wonnen. Dies steken wij de banieren op. Zijns is de zegepraal.
En zoo wij met en onder en voor Hem arbeiden, zullen ook wij
eenmaal de volkomen zegepraal aanschouwen, met alle verlosten
instemmende in het nieuwe lied, dat ter eere des Lams in hemel
en op aarde zal weerklinken.
Heer en Heiland, Koning der eere en der heerlijkheid ! Uw
woord verbrijzelt rotsen als een sterke hamer. Alleen door uw
woord en door de angsten en smarten der uwen doet Gij zulke
groote daden. Want Gij zijt de wereldoverwiunaar. o Heer,
help, dat wij allen trouw op onzen post staan, o Heer, help,
dat wij door het lijden om uws naams wil uw groote, heerlijke
werken helpen volvoeren. Zegen alle werelddeelcn, alle eilanden,
alle volken! De naam des driemaal Heiligen zij hooggeloofd
tot in eeuwigheid.
Amen !
-ocr page 25-
\'23
Rekening en Verantwoording der Half-Stuiversvereeniging
van 1 Oct. 1886—1 Oct. 1887.
Uit Amsterdam van onderscheidene personen .... ƒ 582.72
                    door Ds. J. P. O. Westhoff van
zijne leerlingen en oudleerlingen........... „    462.52
„ Amsterdam door J. A. Klinkenberg van zijne
leerlingen\'.............................. „ 44.75
,, Leiden door Mevrouw M. Segers—Westhoff
en Mevrouw Kvelein—Evelein............. „    389.50
„ Arnhem door Mevrouw Schrüder—Steinmetz.. „    205.50
,, \'s (Jravenhage door Mej. Ketelaar.........,,    164.08
,, Zutphen door Mej. ltingeling.............. ,, 84.33
„ Groningen door Mevrouw Knottenbelt......... 62.24
„ Franeker door                  dito                  ...... „ 12.50
„ Nichtevecht door den Heer Kersbergen...... „      33.68
„ Abcoude door Mej. Tekelenburg........... „ 46.34
„ Wassenaar door Mevr. ter Haar—Hotte...... ,, 27.92
„ Zeist door Mej. van Santen................ ,.      17.54
„ Deventer door Mej. M. Smeding........... „ 16.77
„ Haarlem door Mej. Westerouwen van Meeteren. „ 9.75
„ Vlissingen door Mevrouw Gezelschap.........,      21.13
„ Delfshaven door Mej. Kaman.............. „      11.36
„ Utrecht door Mej. A. Schuurman........... „ 13.—
„ Driebergen door Mej. Jakobs................ 6.571/2-
„ Sluis door Mej. Jansen................... „      11.—
Transporteeren____ ƒ 2223.20%
-ocr page 26-
Per Transport. ... ƒ 2223.201/g
Uit Harlingen door Mej. Snijder................, 19.50
,, Amersfoort door Mej. Vreede.............. „ 2.70
„ Enkhuizen door Mej. Tensen.............. „ 3.95
„ Velp door Ds. Kan......................., 5.—
,, Zwolle door het Dames-Comitë............... 36.00
Extra gaven en verkochte hoekjes.............. „ 17.89
ƒ 2308.841/2
Uitgaven aan de H.H. Höveker & Zoon voor den
druk.................................. „ 411.20
--------------------
ƒ 1897.64 Va
Amsterdam,                           Mejoxkvr. M. INSINGER.
-31 December 1887.                                           Penningmeester es.

I
i