-ocr page 1-
V
,rwv (o8^3
HSHKKKHyCHHüHKHreöOöüKyüHHSÏ^^
Zenflinpslectuur voor liet Volk.
$mxiMtfa=éhm&m,
DOOK
JAC. VAN BELKUM,
Predibanl te Steen wijk.
•-*—
Steenwijk. H. Spanjaard. 1887.
UB-ZUID
PKE
658
Men Irltc op de achterzijde van den omslag. 9 je I
-ocr page 2-
-ocr page 3-
DE ZENDING OP DE SANDW1CHS-EILANDEN.
Wie zich zelven God maakt of zich goddelijke eer
laat bewijzen, wordt voor die euveldaad door God, die
den hoogmoedige vernedert, streng gestraft.
Dat heeft Koning Herodes ondervonden, die met
kennelijk welbehagen het volk hoorde roepen : „een
stemme Gods en niet eens mcnschen."
Eveneens heeft dat ondervonden de beroemde en wel-
bekende James Cook, do ontdekker en onderzoeker van
de eilanden-groepen in den grooten Oceaan. Hij had in
het jaar 1778 do Sandwichs-eilanden ontdekt en was
door de inboorlingen als een God ontvangen en gehul-
digd. Nog nooit hadden zij eenen blanken man gezien
en vol verbazing over zijne komst, brachten zij zijne
verschijning in verband met cene algemeen onder hen
verbreide legende uit oude dagen. Een hunner Koningen,
Lono , had zijne liefste vrouw doodgeslagen. Vol onrust
over die daad was hij per schip het eiland ontvlucht,
maar zijne onderdanen geloofden, dat hij eenmaal zou
terugkeei\'en. Toen nu de Sandwichs-eilandors Cooic zagen,
meenden zij dat hij hun teruggekeerde Vorst was, be-
schouwden hem als een God, voerden hem naar hun
heilige plaats Heian, waar de priester hem met een rood
stuk doek bekleedde en het volk voor hem zich neerboog
in het stof, terwijl een zwijn voor hem geofferd werd.
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
A06000035860372B
3586 0372
-ocr page 4-
2
Waren de arme onkundige eilandbewoners te beklagen,
niet minder Cook. Lang duurde dit spel niet. Daar
het arme volk telkens nieuwe offers moest brengen en
zoo doende uitgezogen werd, ontstond er misnoegen,
ontevredenheid onder de inboorlingen, die met Cook twist
kregen, waarbij een speerworp bem doodelijk wondde.
Zijn lichaam werd vaneen gescheurd, bet vleeseb den
goden geotterd, een deel zijner beenderen den Engelschen
gegeven, een ander deel als reliquie bewaard. Dit ge-
scbicdde den 14 Februari 1770, in de nabijheid van de
Kealakekuabaai op bet eiland Hawai.
Naar dit eiland, bet grootste van allen wordt bij
de andere volken van Europa deze groep tegenwoordig
meestal de Hawai-eilanden genoemd. Zij bestaat uit 4
groot o , Hawai, Maoewi, Oaltoe , Kaoeai, 4 kleinere,
Lawai, Malóhai, Kahoclawi, Niïhaoe, en eenige zeer kleine
meestal koraal-eilanden, die tot verblijfplaats van zec-
vogels dienen en de zoo geroemde guano of vogelmest
ojdeveren. Samen beslaan zij ongeveer 2cSö vierk. mijlen,
cene oppervlakte bijna als onze provinciën Friesland,
Groningen, Drenthe, Overijssel
en Gelderland, die met
elkander 302 vierk. mijlen groot zijn. Deze eilanden-groep
is gelegen in bet Noordelijk halfrond van onzen aardbol,
ongeveer 8 a !) dagen stoomens van Kan Francisco. De
vorm dezer eilanden is meest rond, enkele zijn langwer-
pig smal, wat toe te schrijven is aan deze omstandigheid,
dat het meest boogc vulkanische bergen zijn, omgeven
met een smalle kuststrook. De algemeene richting der
eilanden is van bet Zuid-oosten naar het Noord-westen.
Hawai is bet Zuid-oostelijkste en ook bet grootste. De
bergen op dit eiland bereiken eene verbazende hoogte,
aan die van Zwitserland bijna gelijk. Do Maunakea moet
4253, de Maunaloa 41i)4 en de Hnalalai 3000 meter.
Deze laatste is nog in 1801 als vulcaan in werking ge-
-ocr page 5-
:;
woest, en heeft toen een vreesolijke uitbarsting doen zien.
De inwoners der Sandwichs-eilanden noemen zich zelven
kauaka d. i. menschen. Ze zijn over liet algemeen bij
liet eerste voorkomen vriendelijk en behulpzaam, maar
later blijkt dat ze zeer diefachtig, slim, valsch en ijdel
zijn. Wellust en daaruit geboren ontucht is eene vreeselijke
kwaal in het volksleven. Ofschoon monogamie regel is,
wordt het huwelijk licht ontbonden. Vooral de wellust
en ontucht bij de vrouwen moet vreeselijk zijn en den
afkeer zelfs van zeer ruwe matrozen opwekken. Dooi-
den invloed van het warme klimaat, dat veel werken
moöielijk en van den wcelderigen plantengroei die het
onnoodig maakt, zijn zij ook zeer op hun gemak gesteld en
liefhebbers van pretjes. Na de invoering van den brande-
wijn zijn zij zeer dikwijls dronken; ook rooken zij gaarne
tabak, waarop de vrouwen geen uitzondering maken.
In de geschiedenis der nieuwe zending komt het zeer
menigvuldig voor, dat de eerste Evangelie-prediking juist
aanvangt in een tijd, dat de grondslagen der oude hei-
densche godsdiensten ondermijnd zijn en vooral is dit
het geval op de Zuidzee-eilanden. Wij zien daarin de
machtige hand van den Koning der Gemeente, onzen
verheerlijkten Heiland, die gezeten aan de Rechterhand
zijns Vaders, de tijden en de gelegenheden kent.
Kort voor de komst van Cook had koning Kaliniopu
van Hawai den vorst van Maoewi overwonnen en zijne
heerschappij over dit eiland uitgestrekt. Zijn neef Kame-
HAMEHA I zette zijn werk voort. Hem gelukte het met
behulp van den Engelschon scheepskapitein Vancouver
en don Amerikaan C. Young zijn gezag uit te breiden
en to bevestigen ovor alle eilanden van dozen Archipel.
Deze man was wel de grootste onder zijn volk. Duiten-
gewoon begaafd, moedig, ijverig on volhardend in een-
-ocr page 6-
4
maal opgevatte plannen, begeerde hij zijn volk in de
zegeningen der Europeesche beschaving te doen deelcn.
Daarom nam hij Youxo en Vaxcouvkb als zijne raads-
lieden en zoelit in verbinding te komen met Engeland.
Dit was in de jaren 1702—17!)4. Maar in deze jaren
hadden de Europeesche staten het veel te volhaudig om
naar de roepstemmen dier wilde volken te luisteren. De
revolutie-koorts woedde in Europa; het oorlogsvuur was
ontbrand; de zendingsgeest was nog niet wakker gewor-
den in de oude christenheid. Wel werden zendelingen
gevraagd — daar Youxg en Vancouver, ofsehoon geen
christenen in den strengen zin des woords, toch wel
eenigen indruk van een beteren en milderen godsdienst
hadden gegeven — maar in plaats van zendelingen
kwamen kooplieden, die den brandewijn invoerden en
het volk vreeselijke ziekten bezorgden, zoodat het zijnen
ondergang mot rassche schreden te gemoet ging.
Eerst 30 Maart 1820 landden de eerste zendelingen
op Ilawai.
God zelf had hun den weg gebaand! —
Op de Sandwichs-eilanden zoowel als op alle eilanden
van den Grooten Oceaan heeft men zeer veel ontzag gehad
voor al hetgeen Tapu, d. i. heilig was of heilig verklaard
was. Dit Tapu rustte van zelf op sommige dingen, of
kon er door aanzienlijke inboorlingen opgelegd worden.
Tot het van nature onreine (Xoa) behoorde het vrouwe-
lijk geslacht. Daarom mochten de vrouwen dan ook niet
met de mannen aan eene tafel eten en drinken, ja zij
moesten hunne spijs in afzonderlijke manden bewaren,
in afzonderlijke keukens en boven afzonderlijke vuren
kooken. Raakte eene vrouw de spijzen van den man aan,
dan werden deze onrein en voor de zwijnen geworpen.
Zwijnen, hoenders, sommige soorten van kokospalmen,
sommige vischsoorten waren haar, als gaven aan de goden,
-ocr page 7-
.-,
verboden te eten. Ofschoon de toestand waarin de vrouw
zich bevond voor het overige niet zoo slecht was, rustte
door deze instelling van het Tapu toch eenen verschrikkc-
1 ij ken last op haar. Reeds in de laatste levensdagen van
Kamehameha was cene bres geschoten in deze stevige
omwalling. Nu en dan had een inboorling in zijn dron-
kenschap of uit lichtzinnigheid het heilige aangeraakt
zonder door de goden gestraft te worden. De spotternij
der blanke matrozen, soms ook wel het uit kracht eener
christelijke overtuiging door kooplieden of andere blanken
uitgesproken minachtend oordeel over de goden en hunne
machteloosheid, had bij het volk twijfel aan hun bestaan
en macht gewerkt. Men was het juk van dezen gods-
dienst , van het T a p u moede. Evenals in de dagen van
Rome\'s verval en de opkomst van liet Christendom was
bij dit volk cene begeerte naar eene beteren godsdienst,
een afkeer van de voorvaderlijke inzettingcn. Een grooto
stoot aan den val van het oude stelsel gaven twee hoog-
geplaatste vrouwen, de koninglijko weduwen Kaahumanu
en Keopuolani. De laatste was de hoogste in rang en
hare beide zonen Liiio-Liho en Kauikëaouli bestegen
als Kamehameha II en ITI na elkander den troon. Deze
beide vrouwen wisten den jongen koning Liho-Liho te
bewegen met het Tap u-stelsel te breken. Feestelijk
uitgedost zat hij met haar aan tafel aan — als een loo-
pend vuur verspreidde zich het gerucht door het volk:
„het Tapu is verbroken." Om te beproeven of men
ook nog de wraak der goden te vreezen had, werden
nu ook allo tempels en afgodsbeelden verbrand — geen
der goden nam wraak. Het volk had zijne goden weg-
gedaan — van waar kwam de redding?
Juist omtrent dezen tijd waren de oogen der christenen
op de Sandwichs-eilanden gevestigd geworden. Verschei-
dene inboorlingen hadden voor en na hunne eilanden
-ocr page 8-
li
verlaten, om in de landen der blanken iets te zien en
te leeren. Zoo o. a. een zekere Obukahaja, die als
scheepsjongen aan boord van een schip gekomen, na
vele omzwervingen aan den drempel van bet eollege te
Newhaven weenend neerzat, omdat bij niet genoeg leeren
kon. De predikant S. Mills nam hem ter opvoeding
aan, later werd bij te Cornwall in do school voor uit-
wendige zending geplaatst, nadat bij den Heiland in bet
geloof bad aangenomen; bij stierf evenwel in 1818. Ook
een zekere George Kaumaliï, zoon van den gewezen
koning van Kaoeai, was met nog vier andere kanaken
in Cornwall. George\'s vader bad hem ter opvoeding
aan een sebeepskapitein medegegeven.
Vooral bet bericht van bet zalig sterven van Obuka-
haja was oorzaak, dat bet Amerikaansehc gezelsehap
voor uitwendige zending te Boston [American Board of
Comnvisftioncrs for Foreign Miss&ona)
den 15 October 1819
als zendelingen onder de beidenen op de Sandwichs-
eilanden ordende, Hiram Binoham en As.v Thurston
met hunne vrouwen, twee leeraars Ruggles en Whitney,
een doctor Holzman, een boekdrukker Loomis, en een
boer Chamberlain en drie inboorlingen IIopu, Honuri
en Kanüi, terwijl ook Georg Kaumaliï zich bij hen
aansloot. 23 October gingen deze menseben met de brik
„Thaddaem" onder zeil en 30 Maart 1820 landden zij op
Hawai. Bij hunne aankomst boorden zij voor bet eerst
„Kamehameha is dood! — Liho-Liho is Koning! —
Hot Tapu is uit! — De afgoden zijn verbrand!" —
Groot was hunne verbazing voorzeker. God zelf bad
dezen akker voor ben gereed gemaakt en ben nu gezon-
den tot bet zaaien van bet Evangelie-woord!
Men zou verwacht hebben dat de zendelingen nu ook
aanstonds op de eilanden werden opgenomen. Toch was
djt niet het geval. Twaalf dagen lang moesten zij aan
-ocr page 9-
7
boord blijven van bun scheepke, en ook toen werd hun
slechts vergund gedurende één jaar op Hawai te ver-
toeven. Hoe dit zoo kwam? Het is bier ook weer de
zelfde oude geschiedenis. De Satan wilde zijn rijk niet
verstoord zien en gebruikte nu de in zonde diep geval-
len menschen als hiderpalen, om den toegang tot de
eilanden te versperren. Liuo-Lmo, de koning, begreep
met zijne hoofden, dat zij ook maar ééne vrouw mochten
houden, evenals de zendelingen er ook slechts ééne
hadden, en dat streed met hunne wellustige natuur.
Ook de blanke naam-christenen verzetten zich tegen de
zendelingen, wier komst en verblijf een einde zou ma-
ken aan hun schandelijken omgang niet de Hawaiïtiscbe
vrouwen, aan hun dronkenschap en winstbejag. Wel
zeiden zij dit niet even openlijk als Liho-Liho: zij be-
weerden : de opname van Amerikaansche zendelingen zou
Engelands koning beleedigen. Gelukkig verhieven zich
ook andere stemmen. Keopuolani en Kaahumani wa-
ren den zendelingen gunstig gestemd, trokken hunne
belangen zich aan, en bezochten zo op hun schip; de
opperpriester Hkwa-IIewa zcide: „ik wist dat de houten
beelden, onze met handen gemaakte goden, ons niet
konden helpen, maar ik diende ze, omdat het do over-
levering onzer vaderen was. Mijne gedachten zijn het
altijd geweest, dat er maar één eenigo groote God is,
die in den hemel woont." Zoo bleven dan Thurston
en Holzman op Hawai; do anderen gingen naar Ilono-
lulit,
de tegenwoordige haven van de Sandwichs-eilanden,
toen een ellendig dorp op het eiland Oahoei Whitney en
Ruggles voeren naar Kaoeai, waar zij aan KaüMALII
zijnen zoon terugbrachten en uitstekend ontvangen werden,
(leen wonder voorwaar! Deze koning was voor een paar
jaren door een Amerikaan aangezocht Christen te worden,
maar had daarop geantwoord*: „Wat praat ge mij van de
-ocr page 10-
8
voortreffelijkheid van uwen godsdienst; hebt ge niet mijnen
zoon tot slaaf gemaakt? Behandel hem goed en breng
hem mij met een goede opvoeding of met zijn eigendom
terug en dan kan ik mij van de voortreffelijkheid van
uwen waren godsdienst laten overtuigen. En toen nu
de Christenleeraars gekomen, wilde hij hen niet meer
laten heengaan; hij zou hun tot een vader zijn.
Zoo kon dan nu, dank zij Gods genadige leiding en
voorbereiding, liet werk der Evangelisatie beginnen.
Maar hoeveel luidden zij nog te doen, die zendelingen,
eer zij konden prediken. Wel was hun matig, ingeto-
gen , arbeidzaam, gezellig familieleven eenc prediking,
eene getuigenis tegen de zonden des volks en der andere
Europeanen en blanken. Doch zij kenden de taal niet
en deze moesten ze natuurlijk eerst leeren. Hoe moesten
zij zieh behelpen. Liho-Liho had op Iiawai aan Tnru-
ston met zijne vrouw en doktor Holzman een luit aan-
gewezen tot verblijfplaats, met één kamer, zonder houten
vloer, A\'enster, of iets van dien aard. Zij hadden geen
stoel om op te zitten; geen tafel, niets wat ons het leven
aangenaam en gemakkelijk maakt; rondom zieh een vuil
en vies volkje, wellustig, tot dronkensehap geneigd,
rumoerig en daarbij nog tot vijandschap opgezet door
naam-christenen. Maar zij wisten, wien zij dienden, den
Heer Jezus; zij wisten wat hen dreef, de liefde tot Hem;
zij wisten, op wiens hulp zij konden rekenen, des mach-
tigen ()ods. Daarom kenden zij geen versagen; moedig
gingen zij voort.
Langzamerhand werd hot beter voor de Evangelische
zending. Liho-Liho leerde spoedig lezen — maar zijn
dronkenschap bedierf allo goeds. De blanke vijanden des
Evangelies vertelden, dat de zendelingen politieke agenten
waren , die het volk tot slaven maakten en het land in
bezit namen, gelijk zij op Tahiti gedaan hadden; dat
-ocr page 11-
!)
hunne aanwezigheid eene beleediging voor Engeland
was — maar Engelands koning zond ter voldoening
eener aan Kamehameha gegeven belofte een schip ten
geschenke, welk schip de Engelsche zendeling Ellis op
Tahiti medebracht, die na een paar maanden begon te
prediken, en ook een paar Tahitische hoofden, die ver-
telden wat goeds de zendelingen bij hen hadden gedaan.
Hier werd vervuld wat ook de Apostelen ondervonden:
„de Heer wrocht mede. (Mare. 1(5:20.)
Het kost bij do Evangeliseering van gansche volken
zeker de grootste moeite hun bijgeloof te overwinnen en
de oude afgoderij uit te roeien. Daartoe is dikwijls eene
sterk sprekende daad van een der aanzienlijkste inboor-
lingen of van een dapper zendeling noodig. Wie herinnert
zich b.v. niet, hoe de groote zendeling van Duitschland
BoxiFAcirs den aan den Dondergod Thor gewijden eik
bij Goismar, ten aanschouwe van vele heidenen omhakte
en door die daad aan de afgoderij in Duitschland een
geduchte knak toebracht? Welk Nederlander weet niet,
hoe de groote zendeling in eigen vaderland WlLLEBRORD
het afgodsbeeld van Wodax bij Westkapellc op Walcheren
opgericht, eigenhandig aangreep, heen en weer schudde
en ter aarde deed vallen en door deze stoutmoedige daad
het Heidensch bijgeloof op Walcheren fnuikte?
Eene bijna gelijke daad werd op Hawai door eene
vrouw verricht. Op dit eiland bevindt zich de groote vul-
kaan Kilauca welks krater oenen omvang van 3—4 uren
gaans en eene diepte van 1)00 voet heeft. Deze gewel-
dige ketel kookt voortdurend met groot geweld en de
lava bruischt en woedt als de golven eener onstuimige
zee. Ook deze plaats was voor de inboorlingen een
heilige plaats, gewijd aan Pet,e de moeder der goden.
Ofschoon reeds velen christenen waren geworden, was
tot op 1825 bij het volk de vrees voor deze Pki.e zeer
-ocr page 12-
10
groot. Zoolang die vrees bleef bestaan, zou ook de
invoering van het christendom onder het volk hierop
schipbreuk lijden. Wel was de invloed der Heidensche
priesters veel verminderd, maar het spreekt van zelf, dat
een deel der priesters en van het volk nog altijd aan de
afgoden bleef hangen en voor die Pele en hare wraak
angstig was. Dien invloed te breken was een waagstuk,
was een opnemen van den strijd tegen gewoonte en volks-
meeningen. Wie zou dat bestaan? — Ecne vrouw uit
een koninglijk geslacht, echtgenoot van een der aanzien-
lijkste hoofden Keopulani heeft het gedaan. Toen de
zendelingen in 1820 haar voor het eerst zagen, zat zij op
oenen rots en zalfde haar lichaam: toen was zij nog zeer
bijgeloovig, aan zingenot verslaafd, had zij zelfs twee
mannen. Maar het Evangelie werd haar eene blijde bood-
schap, eene kracht tot zaligheid, eene kracht tot bekeering.
De H. ({eest nam in haar zijne woonstede. Zij brak haar
huwelijk met een der mannen, kleedde zich ordentelijk,
hield hare huishouding in orde, en zorgde voor zinde-
lijkheid en netheid. Zij werd een toonbeeld van de
heiligende kracht des Evangelies, van den beschaveiidcn
en veredelenden invloed des Christendoms. Wat Christus
in het harte uitwerkt, heeft zij in haar later leven ge-
toond. Welnu — deze vrouw heeft in 1825 den krater
van den Kilauea zijne toovermacht ontnomen. Toen zij
haar voornemen daartoe bekend maakte, ried haar geheele
omgeving, ook haar man, het haar af. Kalm antwoordde
zij : „Kom ik om het leven, dan moogt gij aan de macht
van Pele blijven gelooven, maar blijf ik gespaard, dan
moet gij ook het Evangelie gelooven."
Zij ging den berg op. De priesteres van Pelk wil
haar tegenhouden. „Niemand mag zonder offer den berg
beklimmen" zegt deze. Keopulani laat zich niet weer-
houden. Begeleid van eene menigte inboorlingen, ver-
-ocr page 13-
11
gezeld rloor een zendeling komt zij boven. Aanstonds
loopt zij op den rand van den krater toe. Zij keert zich
tot de menigte en zegt: „JEHOVAH is mijn God. Hij
heeft dit vuur aangestoken. Voor Pele vrees ik niet.
Wanneer Pele\'s macht mij in het leed stort, dan moet
gij voor hare macht vreezen. "Word ik beschermd door
JEHOVAH, op wien ik vertrouw; word ik bewaakt door
Hem, terwijl ik het Tapu van Pele verbreek, dan moet
gij vreezen voor JEHOVAH, den Heer der heirscharen, en
Hem alleen dienen. Alle afgoden van Hawai zijn ijdel
en niets." Daarop wascht zij hare handen, giet het
vuile water in den bruisenden ketel, zingt lofliederen ter
eere van JEHOVAH — en gaat ongedeerd naar beneden.
Zoo werd de vrees voor de macht van Pele gebroken en
de weg voor het Evangelie gebaand. — „Eere aan deze
dappere en geloovige vrouw!" — Hoe beschaamt zij
velen van ons!
Langzaam en ongestoord kon nu de Evangelieprediking
zich ontwikkelen en ingang vinden.
Of zij ingang vond? Dit leert ons het volgende.
In 1820 waren de eerste zendelingen op Hawai geland.
Ruim zes jaren later, in den herfst van 1820 waren meer
dan 10000 inboorlingen te Kailooa bijoen om het Evan-
gelie te hoorcn. In dat zelfde jaar werd een lokaal voor
de godsdienstoefeningen gebouwd, dat bijna 5000 personen
kon bevatten. Wel een bewijs, dat de begeerte om liet
Evangelie te hooren groot was. Merkwaardig vooral is
het feit, dat op de Sandwichs-eilanden voornamelijk de
aanzienlijkste inboorlingen het eerst christenen werden.
Dit verschijnsel, eene uitzondering op den regel, treft
ons in deze zending zeer sterk. De eerste besliste chris-
tenen waren Keopui.ani , de vrouw van een koning, de
moeder van Kamehameha II en III, Kaahumanu ,
regentes gedurende de minderjarigheid van Kamehameha
-ocr page 14-
12
III, Kaumaliï een der meest woeste krijgslieden onder
den eersten Kamehameha , Kalaimoku , eerste minister
onder Liho-Liho. Van elk dezer deelen wij enkele bij-
zonderheden mede.
Keopulani was in de dagen van het Heidendom bijna
afgodisch vereerd geworden. Zij had twee mannen. Doch
toen zij in 1823 tot den Heiland bekeerd werd, liet zij
een dier mannen Hoapili komen en zeide tot hem: „Ik
heb onzen ouden godsdienst, het geloof aan de oude goden
afgezworen. De godsdienst van JEZUS heb ik aangenomen.
Hij is mijn Koning en Heiland on Hem wil ik gehoor-
zaam zijn. Daarom kan ik maar één man hebben en
voortaan met u niet meer leven." Zij stierf kort na de
inwijding der kerk op Lahaina (1823) en legde op haar
sterfbed in tegenwoordigheid van vele vorsten deze schoone
belijdenis af: „JEHOVAH is een goede God; onze vroe-
gere . goden waren valsch, maar Hij is de God, door
wien wij allen eeuwig in den hemel leven. Ik kan u
zeggen, ik heb den Heer JEZUS lief; ik weet, Hij heeft
mij ook lief en Hij zal mij tot zich nemen." Zij verbood
bij hare begrafenis do oude onzedelijke gebruiken te vol-
gen en wilde op christelijke wijze begraven worden. Zoo
was ook de dag harer begi\'afenis van groote beteckenis
in de geschiedenis van Hawai.
Haar zoon Liho-Liho volgde haar op. Hij was zeer
diep in de zonde dor dronkenschap gezonken. Soms had
hij oogenblikken van betere gezindheid, maar deze duur-
den niet lang. Eene maand na den dood zijner moeder
besloot hij met zijne eerste gemalin eene reis naar Amerika
en Engeland te maken. Den 27 November 1823 ging hij
onder zeil. Zijne vrouw riep als door een angstig voor-
gevoel gedreven een „vaarwel aan haren vaderlandschen
grond" toe. Zij zouden de eilanden niet weer zien.
Gastvrij in Engeland ontvangen, werden zij met beleefd-
-ocr page 15-
13
heden overladen, maar — de doodsengel greep hen aan.
Met zijn gansche gevolg werd Liho-Liho ziek aan de
mazelen en stierf met zijne vrouw in Engeland. Toen
in 1825 een Engelsch oorlogschip zijn lijk en dat zijner
vrouw naar Oahoe terugbracht, zeide Kalaimoku, ook
reeds voor het Evangelie gewonnen: „Wij mogen wel
weenen, maar laat ons geen kwaad denken van God. Niet
Hij , maar wij hebben onrecht gedaan. Wij willen ons
vernederen onder zijne hand. Alle feesten worden ge-
schorst; onze dagelijksche arbeid sta stil. Laat geheel het
volk gedurende 14 dagen zich voor God verootmoedigen."
Gedurende do minderjarigheid van Kaoekeaoeli , als
koning Kamehameha III genoemd, de broeder van Liho-
Liho was Kaahoemanoe regentes over de Sandwichs-
eilanden. Vroeger de meest trotsche, en heerschzuchtigste
vrouw, was zij als christin ootmoedig, vastberaden, ver-
standig. Den jongen koning liet zij door de zendelingen
onderwijzen. Met recht kan zij de hervormster van
Hawai worden genoemd. Aan het einde van 1825 werd
zij gedoopt en genoot zij voor het eerst het H. Avond-
maal. Had zij in 1822 reeds alle afgodsbeelden laten
opzoeken en vernielen, ofschoon toen nog niet voor het
Evangelie gewonnen, bij haren overgang tot het chris-
tendom beval zij dat dit ook de godsdienst des volks
zou worden. Overeenkomstig dit besluit bevorderde zij
ook de Evangelic-prediking en het oprichten van scholen ,
beperkte door strafwetten kindermoord, ontucht, dron-
kenschap , ontheiliging van den Zondag en diefstal over-
eenkomstig do 10 geboden. Wel veroorzaakte dit eenige
straatkal >alen van vreemde matrozen, die nu hunne zin-
lijke lusten niet konden bevredigen, maar zij wist van
geen wijken. En toon op verzoek der zendelingen, die
van alles de schuld kregen en in Amerika als heersch-
zuchtige indringers werden belasterd, een zekere kapitein
-ocr page 16-
14
Jonas in 1826 aankwam, om een onderzoek in te stellen,
moest deze verklaren, dat de zendelingen als eerlijke
lieden veel goeds hadden bewerkt, aan menige zonde een
einde gemaakt en het volk van slavernij haddon bevrijd.
En wat Kalaimokü betreft, op zijn ziekbed bad hij:
„Heer gij kent mijne daden van mijne jeugd af tot op
dezen oogenhlik, gij kent mijne zonden. lieer vergeef
ze, en maak mij zalig door JEZUS CHRISTUS, den
eenigen Heiland." Het Evangelie had ook dezen wolf
in een schaap veranderd.
Er ruste kennelijk zegen op dit arbeidsveld. In 1820
in bewerking gekomen, had het in 1825 reeds G zen-
dingsposten, t. w.: Honolulu, waar een drukkerij was,
en ecne reeds vergroote kerk: Waimea, met druk bc-
zoelite kerk, 2 seholon en 120 leerlingen, LaJiaina,
Kailoca
met een kerkje, Waiake en Kaauxdoa.
Maar ook de vijand des Godsrijks sliep niet. Hij zocht
op Hawaï zijn verloren invloed te herwinnen. Ter be-
reiking van dit doel gebruikte hij — de Roomsche kerk-
Het is bekend, dat Rome overal, waar het protestan-
tisme wortel schiet, ook op verovering van gebied uit
is. Wij erkennen gaarne het vele goede, dat zij in vele
landen heeft tot stand gebracht; wij hebben eerbied voor
hare priesters, die in zelfopoffering zich groot betoonden.
Echter — haar listig binnensluipen op ons zendings-
gebied , wraken wij. Is er niet nog plaats genoeg voor
haar, anders dan onder onze zendingsposten. Zij ver-
stoort onze zending in de Minahasse — o regeering van
Nederland, waarom hebt gij hiervoor niet gewaakt ? —
Indisch bestuur, waarom is bij u de Roomsche priester
-ocr page 17-
ir»
meer in tel, clan de Evangelische zendeling? — Zij
tracht nu nog de zending op Madagascar te vernietigen.
Zij heeft zich ook op do Sandwichs-eilanden zoeken te
nestelen, onder de beschutting van Fransche kanonnen.
Waarlijk, zoo iets kan alleen in de duisternis van Satans
rijk worden bedacht. — om christenen te gebruiken tot
verstoring van het werk der Evangelisatie.
Doch laat ons bij de Sandwichs-eilanden blijven!
Een Fransche avonturier, Rives genaamd, had zich
in den dienst van koning LihoLiho weten in te dringen.
Naar Frankrijk teruggekeerd snoefde hij op zijnen invloed
bij de inboorlingen en gaf daardoor aanleiding tot eene
Roomschc zending. Zoo gebeurde het, dat Pater Bachelot,
een Jczuit, met 2 Priesters en u\' broeders afgevaardigd
werd en 7 Juli 1S27 te Honolulu landde. Wel werd
hun het verblijf aldaar ontzegd, maar de kapitein van
het schip, dat hen overgcvocrd had, zette hen aan land,
voer weg — on zoo moesten zij dan wol blijven. De
Evangelische zendelingen toonden zich volstrekt niet
onverdraagzaam; zij loonden Pater Bachelot zelfs nog
de Hawaische boeken om de taal te loeren en hielpen hem
voort. \'In Januari 1<S2(> opende deze Pater eene kleine
kapel. De inboorlingen, door nieuwsgierigheid gedreven,
gingen eens zien, wat hij dood en zeidc — on zij kwa-
men terug met de mededeeling dat een nieuwe heelden-
dienst was ingevoerd. Toen hij nog al bijval vond, worden
de inboorlingen door Kaahumanü , ofschoon de Evange-
lische zendelingen dit afrieden, met boote en gevange-
nisstraf bedreigd wanneer zij dezen dienst bijwoonden;
maar den priester en den Roomschen vreemdelingen ge-
schiedde geen leod. Toen echter het gevaar voor oproer
ontstond, daar allerlei slechte menschon zich bij Pater
BaCHELOT aanslooten en de ontevredenheid over do strenge
tucht der zendelingen door dezen gevoed werd, besloot
-ocr page 18-
16
Kaahumanu hen te verzoeken het eiland te verlaten;
daar zij bleven, liet hij hen (1832) op kosten der regee-
ring naar Kalifornie brengen.
Men zon zeggen — de Roomschen zonden het nu op-
geven. Maar neen, Rome weet niet van wijken. Zij is
immers ook de alleen zaligmakende! 30 September 183b\'
kwam de priester Robert Walsch op üahoe aan, om
nu niet weer te vertrekken. Wel werd hem gezegd heen
te gaan, maar de sluwe Jezuit wist te bewerken, dat hij
langer kon blijven op voorwaarde, zijn godsdienst niet
te zullen uitbreiden. Openlijk deed hij hot dan ook niet,
in het geheim zooveel te meer, en dit had hij ook niet
beloofd. In April 1837 kwam ook Pater Bachelot weer.
Ofscboon de inboorlingen van hen niet gediend waren,
wisten zij toch te blijven en om zich voor goed toegang
te verschaften, riepen zij do hulp in van Frankrijk\'s
koning. In Juli 1839 verscheen dan ook een Fransch
oorlogschip, welks kapitein den koning een verdrag wist
af te persen, dat de Roomsche godsdienst vrij mocht
uitgeoefend, en wijn en brandewijn tegen eene belasting
van 5 % mocht worden ingevoerd. Ten gevolge van dit
verdrag nam liet brandewijn-drinken toe daar de Room-
sche kerk, zoo men weet, en ook de Jezuïten een veel
meer toegevende zcdeloer huldigen dan de Evangelische
zendelingen. Men denke slechts aan bet beruchte twee
borreltjes debat, van een bekenden Roomschen afgevaar-
digde in onze eigene Tweede Kamer. Zefs nu nog is
helaas op dit zcndings-terrein de macht van Rome toe-
nemende ; men berekent dat hare aanhangers Va dor
bevolking uitmaakt.
Nog een andere storende invloed dook op. In het
zelfde jaar 1832, waarin de Roomsche priester het land
werd uitgezet, stierf Kaahumanu. Dat was voor de
zendingszaak een groot verlies, daar haar zoon, die als
-ocr page 19-
17
Kamehameha III haar opvolgde, in spijt zijne goede op-
voeding, een speelbal was zijner lusten en van slechte
vrienden. Hij schafte de strenge zedewetten van Kaa-
humanu af, en velen vervielen tot het oude Heidendom.
De scholen stonden leeg en zelfs inlandsche predikanten
vielen af; dronkenschap, ontucht en andere zonden na-
men toe. Alleen Kinau , \'s Konings halve zuster, eene
vrome vrouw, bleef, trots allen tegenstand en sj>ot,
standvastig, hoewel haar invloed weinig vermocht.
Gelukkig duurde deze storm niet lang. De zwakke,
dubbelhartige Vorst begon weder te luisteren naar zijne
zustor, voerde de oude wetten weer in en beperkte den
invoer van sterke dranken. Daardoor kwam ook het
volk langzamerhand in het goede spoor.
Na hem is zulk een storm, God lof, niet weer opgestoken.
Wij willen nog in het kort op enkele feiten in de
zending van de Sandwichs-eilanden wijzen, om daarna
eene vergelijking te maken tusschen het vroegere en
tegenwoordige.
In het jaar 1831 werd te Lanaihaluna op Maoewi, eene
opleidingsschool voor inlandsche predikanten gesticht, die
daar gedurende vier jaren onderwezen en voorbereid wer-
den voor hun ambt, en bovendien geoefend in landbouw
en andere handwerken.
De boekdrukkerij te Honolulu leverde in 1838 een
geheele vertaling van de H. Schrift in de Hawaïsche
taal en gaf een tijdschrift uit Lo Kama Ilawai, de
Ilawaische leeraar.
Eene geestelijke opwekking in 1838 veroorzaakte eene
diep gaande beweging op deze eilanden, waardoor het
christelijk leven dieper wortel schoot onder het volk en
het getal der leden van 1259 in 1837 tot 19210 in
1S42 steeg.
-ocr page 20-
18
In het jaar 1848 begon het Amerikaansche zending-
genootschap zich langzamerhand van dit gebied terug
te trekken. Men meende, dat de tijd gekomen was de
gemeenten op eigen boenen te kunnen laten staan. Wel
bleven de meeste zendelingen als Opzieners en Herders
achter, maar zij werden burgers des lands en hadden te
zorgen, dat inlanders hunne plaats konden innemen.
Tegelijk ontstond „Het Hawaische Evangelische Gezelschap",
welks doel was te zorgen voor de instandhouding en
verbreiding des Evangelies. In 1885 hield dit gezelschap
van 31 Mei tot 7 Juni zijne 22e jaarvergadering. Op
deze vergadering waren vertegenwoordigd 67 gemeenten
met 58 leeraars, met l!).O0ü leden en 6000 Avondmaal-
gangers. In die 22 jaren zijn 95 inlanders als leeraars
bevestigd, en hebben de inboorlingen voor hunne eigene
behoeften ongeveer 1 rnill. 300 duizend gulden opgebracht.
Wanneer een mensch of oen volk den zegen des Evan-
gelies is deelachtig geworden, dan zoekt hij op zijne
beurt ook anderen tot Christus te brengen. Dan geldt
liet woord van den Apostel: de liefde van Christus
dringt ons.
Zoo is het ook met dit gezelschap gegaan.
Men hoorde, dat de inboorlingen van de zoogenoemdc
Mikronesische Archipel, bekend geworden met de veran-
deringen op Hawai tot stand gekomen, begeerig waren
naar Evangelieboden. Men kwam tot het inzicht, dat
elke gemeente die bloeien wil, ja zelfs leven, zelf den
zendingsarbeid moet drijven, en men besloot tot het
uitzenden van zendelingen. Dit geschiedde. 15 Juli 1852
reisden drie Amerikaansche zendelingen met 3 inlandschc
en den secretaris van het Hawaische zendinggenootschap
van Honolulu naar de (\'arolinen, Gilbert en Maarschalk-
eilanden. Sedert dien tijd zijn 39 mannen en 38 vrouwen
uitgezonden om op die eilanden de blijde boodschap te
verkondigen. Voor deze zending is door de Hawaische
-ocr page 21-
1!)
christenen ruim :5l)().ÜOO gulden opgebracht. Aan <le
verzameling dezer gelden wordt ook deel genomen door
een dames-comité voor de zending, en een kinder-zending-
vereeniging welke 850 leden telt. De jeugdige Gemeenten
o}) de Sandwichs-eilanden toonen dus goed het testament
des Heilands, Mare. 16 : 15, te kennen, en ze zijn
trouwe uitvoerders van dien uitersten wil.
Vergelijkt men den toestand der Sandwichs-eilanden
van heden met dien van vóór honderd jaren — wolk
eene verbazende ommekeer!
Toen een ongeordende troep wilden, aan afgoderij en
allerlei zonden ten prooi — thans een geordende maat-
schappij, bestuurd door een koning, die zijne macht
beperkt ziet door eene vertegenwoordiging uit liet volk
en goregeld door verstandige wetten. Toen een volkje
vuil en onrein levende in onoogelijke hutten, bijna naakt
rondloopend, overgegeven aan ontucht, kinderen moor-
dend om geen last van hun kroost te hebben — thans
een volk wonende in nette huizen, in behoorlijk rein
gehouden steden of dorpen, behoorlijk gekleed, een af-
keer hebbende van zonde tegen het zevende gebod, niet
minder kuisch dan de gekerstende volken, de kinderen
leerende. Toen in de macht van vorsten en priesters, die
door willekeurig opleggen van bet Tapu alles zich kon-
den toeëigenen — thans in vrijheid levende, beheerscht
alleen door den invloed dos Evangelies. Toen als Kain
vragende, èn hoofdelijk èn als volk: „Ben ik mijns
broeders hoeder?" tuk op menschcnvlecsch, zonder na-
tuurlijke liefde — thans onderwezen door het voorbeeld
der christelijke barmhartigheid, met ontferming bewogen
-ocr page 22-
^_J                     20
i
over stamverwante volken, op hunne beurt brengers dei-
blijde boodschap van Gods liefde in Christus geopenbaard.
Niet dat alles daar nu volmaakt is. Verre van dien —
maar de omkeering door het Evangelie gebracht, is groot.
En al betreuren wij het, dat de inboorlingen uitsterven
en naar menschelijke berekening spoedig van den aard-
bodem zullen verdwijnen — moeten wij ook daarin een
Gods-oordeel zien over de vroegere vroeselijke zonde van
ontucht en kindermoord — toch is het waar, het Evangelie
heeft dien ondergang zoo al niet kunnen verhoeden —
toch zeer vertraagd.
Ook aan dit volk is gezien, dat het Evangelie eene
kracht Gods is tot zaligheid, een iegelijk, die gelooft —
dat het volken en personen redt, een zuurdecsom is,
dat zijn gezegenden invloed overal doet gelden.
Doorzure het meer en meer de geheele wereld! —
-ocr page 23-
Bij den uitgever dezes is tegelijk verschenen:
J. C. Ei.ikman Jk., pred. te Steenwijk: Marrison, Zen-
deling m China
...........10 ets.
S. Ulfers, pred. te Oldemark: liet Optimisme in de
Zending
........................ . 30 ets.
l£g~ Ter verspreiding zeer aanbevolen.
Geschikte lectuur voor Jongelings- en Jongedocnters-
en Zendings-vereenigingen.