-ocr page 1-
\'"
(Ha. I&SSJTJS
/AtzS
---
I
f
I
i
UITTREKSELS

i
\'k
1
i
Financieel Overzicht van liet Zondagsblad
VAN
s
i
I
I
I
HET NIEUWS VAN DEN DAG
DlltECT EN INDIRECT BETREKKING HEBBENDE OP EENE EVENTUEELE
CONVERTIE DER NeDERLANDSCUE NATIONALE ScHULD IN EENE
3 pCt. Algemeene Auortisable Schuld
1
*
J. H. BROEKMAN J11.
.KITHEE*
wmËm
ii,
i
1
AMSTERDAM — G. L. FUNKE — 4883
-ocr page 2-
* • \'i »i u
-ocr page 3-
UITTREKSELS
Financieel Overzicht van net Zondagsblad
HET NIEUWS VAN DEN DAG
Direct en indirect betrekking hebbende op eene eventueele
CONVERTIE DER NeDERLANDSCHE NATIONALE ScHULD IN EENE
3 pCt. Algemeene Amortisable Schuld
DOOR
J. H. BROEKMAN Ju.
AMSTERDAM
G. L. F U N K E
1885
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Zondagsblad van tiet Nieuws van den Dag.
30 Juli 1876.
Bij de tegenwoordige zeer ruime geldmarkt, welke
vermoedelijk nog wel geruimen tijd zal blijven voort-
duren, is bij ons meermalen de vraag opgekomen, of
het niet uitvoerbaar en wenschelijk zou zijn, de Ne-
derlandsche Staatsschuld te converteeren in eene 3 %
algemeene Schuld. Zulk een maatregel kan vermoede-
lijk niet anders worden uitgevoerd, dan door aflossing
der 4 % Werkelijke Schuld, waarvan thans nog ƒ 183
millioen bestaat, welk bedrag gedeeltelijk zou moeten
gevonden worden door uitgifte van nieuwe 3^ Schuld.
Van de 2\\ % zijn thans nog ƒ 638 millioen in om-
loop. Voor deze zou de conversie in 3 % algemeene
Schuld vrijwillig moeten zijn, met bijbetaling van:
stel V*%, en het is waarschijnlijk dat de groote meer-
derheid tot de verwisseling zou overgaan, waardoor
dus reeds een belangrijk gedeelte der som, benoodigd
tot aflossing der i% zou verkregen worden. Detegen-
woordige 3 % Schuld ten bedrage van ƒ 92 millioen,
zou mede moeten worden geconverteerd in de %%
alg. Schuld, voor zoover het de uitstaande certificaten
betreft.
Het Gouvernement zou, evenals België onlangs ge-
daan heeft, de administratie-kantoren moeten opheffen
en directe Obligatien v/d Staat uitgeven, waarvan de
coupon zonder eenige korting wordt betaald. Zoodanige
nieuwe algemeene %% Schuld zou, naar onze meening,
wegens hare meerdere geschiktheid voor de buiten-
-ocr page 6-
4
landsche markten, hooger in prijs staan dan de tegen-
woordige 2>% en vermoedelijk SO^ gelden. En wan-
neer zij in den smaak valt van de Londensche beurs,
tot S6^ kunnen stijgen, hetgeen dan nog altijd 10^
lager is clan de Engelsche Consols tegenwoordig gel-
den ; een verschil, dat zélfs niet gewettigd is, wanneer
men nagaat, dat de schuldenlast per hoofd der bevol-
king in Engeland / 298, en in Nederland f 263 be-
draagt. Frankrijk heeft een schuldenlast van ƒ 285
per hoofd. Het voordeel van den Staat zou zijn een
vermindering in de som voor rente benoodigd en eene
vermeerdering in het kapitaal der Staatschuld. Het
voordeel voor de houders van 2\\% en %% schuldbrie-
ven zou gelegen zijn ik een verhoogde beurswaarde
hunner fondsen, doordien alle bestaande i% zouden
worden afgelost. Dit zijn in grove trekken onze ge-
dachten over dit onderwerp. Ongaarne zouden wij de
Nationale Schuld geconverteerd zien in %% obligatiën
met premie, ook al zou daarmee de Staatsloterij en de
voordeelen welke zij oplevert, kunnen vervallen. Am-
sterdam en Ilotterdam zien hunne %% premieleeningen
thans met ruim 97^ betaald, doch hoe voordeelig
deze prijzen ook zijn, voor een rijken Staat als Neder-
land zijn premieleeningen niet wenschelijk. Ook zou
het nationaal eergevoel zich daartegen verzetten.
6 Augustus 1876.
In onze beschouwing der vorige week over eene
eventueele conversie der Nederlandsche Staatsschuld
-ocr page 7-
5
is eene drukfout geslopen; er stond »een vermindering
in de som voor rente henoodigd en een vermeerdering
in het kapitaal der Staatsschuld," dit laatste moest
zijn, en eene vermindering in het kapitaal der Staats-
schuld. Brengen wij thans onze gedachten onder cijfers
dan verkrijgen wij hij een globale berekening de vol-
gende resultaten. De bestaande / 92 millioen \'è% wor-
den, voor zoover het de certificaten betreft geconver-
teerd in %% oblig. nieuwe algemeene Schuld. Totaflos-
sing der i% is noodigƒ 1S3 millioen; eene conversie
der 1\\% in S% algemeene schuld met bijbetaling van
15^ zou opbrengen ruim/ 95 millioen. Dit bedrag te
bezigen tot aflossing der i% dan blijft nog / 8S
millioen tot aflossing der resteerende k% te vinden
door uitgifte van nieuwe 3 %.
Tegen den koers van 80^ zouden daartoe moeten
worden uitgegeven /HO millioen nieuwe %% alge-
meene Schuld, waardoor een vermindering van ƒ 73
millioen zou ontstaan in de hoofdsom der Staatsschuld.
De rente onzer staatsschuld bedraagt volgens de
bovengenoemde cijfers van de %\\%, %% en k% thans
ruim / 26 millioen, welk cijfer door de bedoelde con-
versie zou dalen tot / 25,200,000, eene jaarlijksche
besparing dus van / 800,000, welke tot jaarlijksche
amortisatie van Schuld gebezigd, den beurspnjs
der nieuwe 3 % algem. Schuld in ieder geval zou
verhoogen en de kans van slagen van zoodanige
conversie doen toenemen. Eene bijbetaling van 15 %
op de Integralen, waardoor 12 Ja meer rente wordt
verkregen, zal velen onzer lezers waarschijnlijk onuit-
voerbaar toeschijnen, doch wij voor ons geloven het
tegendeel. Bij aflossing der 4 % toch zullen de 3 %
-ocr page 8-
e
zeer zeker in waarde stijgen en daardoor het verschil
in prijs tusschen de 2^ en 3 %, thans 12 %, gemakkelijk
tot 15^ kunnen klimmen. De houders van ^\\% van
de conversie gebruik makende, zouden dan tevens
directe Obligatiën van het gouvernement ontvangen,
waarvan de halfjarige coupons zonder korting worden
betaald.
1 Oclober 1876.
De gunstige toestand der schatkist blijkt opnieuw
uit de pas ingediende begrooting, die, hoewel met een
klein tekort sluitende, waarvoor de middelen tot dek-
king ruimschoots uit vroegere overschotten voorhanden
zijn, nochthans zeer gunstig mag genoemd worden.
Evenwel, de voortdurend buitengewone uitgaven, voor-
namelijk voor spoorwegen, maken het noodig, zegt de
Minister, om aan buitengewone middelen tot dek-
king van buitengewone uitgaven te denken, en zoo
noodig daarvoor een leening aan te gaan. Gaarne
zouden wij daarbij ook gezien hebben, dat de Minister
tegelijkertijd plannen beraamt tot conversie en unifi-
catie der Nationale Schuld, hetgeen, volgens onze be-
schouwing in het Zondagsblad van 30 Juli en 6 Aug.
eene niet onaanzienlijke bate voor de schatkist zou
kunnen opleveren.
23 September 1877.
Thans is het vooruitzicht eener leening werkelijkheid
geworden en becijfert de Minister de totale som na 1877
-ocr page 9-
7
benoodigd op / 64.— millioen, en schijnt het zijne be-
doeling te zijn in den loop van dit dienstjaar daartoe
eene wet voor te dragen en ƒ 16 millioen der be-
grooting door een geldleening te dekken. Het is voor-
zeker een ongewoon verschijnsel, dat de Nederlandsche
regeering als geldnemer optreedt, en juist het buiten-
gewone van de zaak maakt, dat die. zoozeer de aan-
dacht trekt. Toch ligt daarin niets verontrustends.
Bij het indienen der begrooting voor het jaar 1S77
maakten wij in het Zondagsblad van 1 Oct. de op-
merking, dat wij gaarne zouden gezien hebben, dat de
Minister tegelijkertijd plannen beraamde tot conversie
en unificatie der Nationale Schuld, nadat wij in onze
finantiëele overzichten van 30 Juli en 6 Aug. 1876 in
een aproximatieve berekening de mogelijkheid aan-
toonden, Om bij conversie der geheele Staatsschuld in
3 % nieuwe Algem. Schuld de hoofdsom met ƒ 73 mil-
lioen, en de rentelast met f 800.000 \'s jaars te ver-
minderen, en wij kunnen het ook thans slechts betreuren,
dat de Minister, wel verre van eene unificatie of con-
versie op het oog te hebben, van plan schijnt te zijn,
een geheel nieuwe soort van Schuld daar te stellen,
want hij spreekt van een rente van 4^ %.
6 Januari 1878.
Of het plan eener nieuwe leening gepaard zal gaan
met een algemeene conversie der Nederlandsche Staats-
fondsen is ons niet bekend. In het Zondagsblad van
30 Juli en 6 Aug. \'76 betoogden wij vrij uitvoerig de
-ocr page 10-
s
mogelijkheid en liet wenschelijke eener zoodanige con-
versie. Wij berekenden toen, dat eene conversie der
Staatschulden in een nieuwe 3 % algem. Schuld het no-
minaal bedrag der Staatsschuld met ƒ 73 millioen zou
doen verminderen en op den jaarlijkschen rentelast
ƒ 800.000 zou besparen. De Nieuwe Eott. Courant
gaf eenige weken na ons ook een plan van Schuldcon-
versie aan de hand, dat in hoofdzaak zeer goed met
onze beschouwingen kon samengaan. Wij blijven een
conversie, als toen door ons bedoeld, nog altijd uit-
voerbaar achten en zien niet in waarom Nederland
een voordeel zou trekken uit het wantrouwen dat zich
voor buitenlandsche fondsen meer en meer heeft ge-
openbaard.
16 Juni 1878.
Het doet ons leed dat de Vertegenwoordiging deze
gelegenheid (het vaststellen der 4 % leening van / 43
millioen) niet heeft aangegrepen om de geheele Nati-
onale Schuld te converteeren, want wij zijn stellig over-
tuigd, dat het voordeel, daaruit jaarlijks door den Staat
te trekken, niet veel minder zou zijn geweest dan het
bedrag, jaarlijks voor rente op de nieuwe leening ver-
eischt. Reeds vroeger hebben wij aangetoond op welke
wijze dat zou kunnen geschieden. Maar nu tot dezen
vorm van leenen werd besloten, is het niet waar-
schijnlijk, dat zulk eene conversie weder spoedig ter
sprake zal worden gebracht. Dat het eindelijk tot eene
conversie komen zal, blijven wij nochtans gelooven.
-ocr page 11-
9
IS Januari 1870.
De nog altijd voortdurende oorlog in Atjeh bleef
echter zwaar wegen op liet budget der Indische uit-
gaven, hetgeen tengevolge had, dat de reeds jaren
vooruit besproken leening op 20 en 21 Juni ter in-
schrijving werd opengesteld, en wel eene 4 % leening
tot een effectief bedrag van ƒ 43.000.000.— tot de
netto prijs van 97f %. De inschrijvingen op deze lee-
ning beliepen een kapitaal van ƒ 127.917.300.— De
voorondei^telling lag dus voor de hand dat de beurs-
prijs van het nieuwe fonds spoedig boven den prijs
van inschrijving zou stijgen. Dit was echter slechts
korten tijd het geval. Het vooruitzicht van nieuwe te-
korten en de onzekere politieke toestand waren oorzaak
dat de groote inschrijvers bleven realiseeren, zonder
of met slechts zeer weinig winst. Te betreuren is het,
dat bij de uitgifte eener leening, die dan een 3 % had
moeten zijn, niet tevens eene conversie onzer Staats-
schuld werd beproefd welke, zooals wij vroeger hebben
berekend, met voordeel voor de schatkist en veel kans
van slagen had kunnen worden beproefd, wanneer een
algemeene 3 % Schuld ware daargesteld. Zulk eene, als
het ware geünificeerde 3 % Nederl. Staatsschuld, direct
uitgegeven door het gouvernement in obligatian aan
toonder, zou buitenlandsche kapitalisten ook meer aan-
leiding hebben gegeven een gedeelte van hun kapitaal
daarin te beleggen en zou de beurswaarde van het
fonds eenige procenten\' hebben doen stijgen. Nu zulk
eene conversie niet werd voorgesteld kunnen wij slechts
hopen dat de Iiegeering eerlang daartoe aanleiding
zal vinden.
-ocr page 12-
10
19 December 18SO.
Nu als vrij zeker kan worden aangenomen, dat Ne-
derland eerlang weder een nieuwe leening zal moeten
sluiten, kan het zijn nut hebben er op te wijzen, dat
de 3 % Fransche rente thans 85 %, de 3 % Engelsche
consols ongeveer 99 %, en de 4 °/Q Vereen. Staten obli-
gatiën te New-York thans 112 % genoteerd staan. In het
Zondagsblad van 30 Juli en 6 Aug. 1876 hebben wij
beknopt, doch wat de hoofdpunten betreft toch uit-
voerig genoeg aangetoond, dat een conversie der Ne-
derlandsche Staatsschuld in een algemeen 3 % fonds
mogelijk was, en daarbij een nieuwe leening kon wor-
den gesloten, terwijl de rentelast nog zou verminderen.
De bovengenoemde prijzen van mede zeer solide Staats-
fondsen doen zien, dat onze Nationale Schuld te laag
genoteerd staat, en toch, wordt de oude sleur ook nu
weder gevolgd, dan is er niet veel kans op, dat Neder-
land tot een mindere rente dan 4 % zal kunnen leenen,
terwijl, wordt een conversie ernstig beproefd en door-
gezet, het zoo goed als zeker is, dat nog een groot
kapitaal tot 3| % rente gemakkelijk zal kunnen ver-
kregen worden. De waardigheid van ons land gebiedt,
dat ons krediet niet bij andere solide Rijken ten ach-
teren staat, want Nederland is rijk genoeg om desge-
vorderd nog de helft meer of het dubbele van thans
aan rente op te brengen. Hiermede bedoelen wij niet
voorstanders van schuldvermeerdering te zijn, maar
wenschen alleen aan te toonen, dat de soliditeit onzer
nationale fondsen niet bij andere Staten behoeft achter
te staan, en het derhalve niet aangaat 4 % rente te
blijven betalen wanneer Nederland tegen 3^ % kapi-
-ocr page 13-
11
taal genoeg bekomen kan. En daarvan honden wij ons
overtuigd wanneer slechts de juiste maatregelen wor-
den genomen.
29 Hiel 1881.
Mijn lievelingsplan is nog altijd mede te werken tot
een conversie der Nederlandsche Staatsschuld in een
algemeene 3 of 3$ % rente dragende Schuld in obliga-
tiën direct door den Staat uitgegeven. Ik geloof zeker,
dat wanneer eenige aanzienlijke commissiehuizen en
bankiers zich aan \'t hoofd stellen, een unificatie op
den grondslag van 3^ % rente a pari thans vrij ge-
makkelijk uitvoerbaar is.
14 Augustus 1881.
Van Nederlandsche Staatsfondsen verbeterden inte-
gralen \\ %, de 3 JQ 1 pet., terwijl de vieren onveran-
derd nl. 104f sluiten. Integralen noteeeren thans 68^,
de 3 % 82f. Uit deze koersen valt af te leiden, dat
het denkbeeld van conversie in eene algemeene 3 %
Nationale Schuld, waarop ik reeds in \'t Zondagsblad
van 6 Aug. \'76 heb gewezen, meer en meer doordringt
en niet onwaarschijnlijk is het derhalve, dat de 3 % en
bijgevolg ook de 2-| % nog meer zullen stijgen. 3 % En-
gelsche consols staan thans te Londen lOOf genoteerd
en er is geen enkele reden, waarom onze 3 % niet den
prijs van 88^zouden kunnen bedingen. Hoe hooger
-ocr page 14-
12
de prijs der 3 % stijgt, hoe meer wenscbelijk natuur-
lijk de conversie wordt. De 4 % toch kunnen ten allen
tijde met 100 % worden afgelost en leggen het eerst
aan de beurt.
lO Oetober issi.
De Economist van Oetober bevat van de hand van
den Heer Weeveringh een opstel over eene eventueele
conversie der Nederl. Staatsschuld, in hoofdzaak neer-
koinende op een uitgifte van 3 % algem. Schuld. Ik
ben zoo vrij andermaal in herinnering te brengen, dat
de hoofddenkbeelden van zulk een conversie reeds door
mij ontwikkeld zijn in het Zondagsblad van 6 Aug.
\'76. Doch hoe de Heer Weeveringh nevens het hoofd -
denkbeeld durft voorstellen een gedwongen aflossing
der Integralen met hoogstens 67^ %, kan ik mij
van iemand, die prijsstelt op zijn goede naam, niet
begrijpen en evenmin dat de Redactie van de Eco-
nomist stukken opneemt, waarin tot schending der
goede trouw wordt aangespoord. Wel tracht de
Heer Weeveringh door 8 bladzijden druks in zijn
memorie van toelichting recht te praten wat krom is,
doch maakt daarmede een nog ongelukkiger figuur,
dan wanneer hij er maar niets meer van gezegd had.
Een gedwongen aflossing der Integralen wordt door
niets gerechtvaardigd en zou een blaam werpen op de
eerlijkheid en goede trouw van Nederland, zoo groot,
dat ik mij geen Regeering of Volksvertegenwoordiger
kan denken, die daarvan de verantwoordelijkheid zou
durven dragen.
-ocr page 15-
13
2© November 1881.
De Minister van financiën heeft in zijn antwoord
aan de 2e kamer op het hoofdstuk Nationale Schuld
der Staatsbegrooting verklaard sedert eenigen tijd zijn
aandacht gevestigd te hebhen op een eventueele con-
versie der 4 % Nat. Schuld in een schuld met lagere
rente. Naar mijne meening is de hoogere prijs boven
100^ geen beletsel de schuld af te lossen a pari, te
meer daar den houders de keuze zal worden gelaten
in eene schuld met lagere rente over te gaan. Terecht
merkt de minister daarbij op, dat de beursprijs van
het uit te geven nieuwe fonds van grooten invloed op
het slagen van zulk een maatregel zal zijn en zonder
grooten kans op een beteekenend voordeel niet moet
worden ondernomen, terwijl ook een lage rentestand
tot het welslagen moet medewerken. Deze vereischten
zijn op \'t oogenblik niet aanwezig.
In deze verklaring ligt derhalve opgesloten dat voor-
eerst geen pogingen tot conversie zullen worden gedaan.
Eenigszins opmerkelijk is het, dat de minister slechts
spreekt van een conversie der 4 % Nat. Schuld, terwijl
het naar mijne meening grootendeels zal afhangen van
de mogelijkheid om ook de 2| % in de conversie op
te nemen, tot verkrijging der voordeelen die billij-
kerwijze van zulk een ingrijpenden maatregel mogen
worden verwacht. Zeer zeker zijn de omstandigheden
thans minder gunstig dan voor twee jaar, en het is
zeker niet raadzaam in deze zaak met overhaasting ot
zonder voldoende voorbereiding te werk te gaan. Maar
toch is het ook waar, dat de beursprijs van het fonds niet
geheel onafscheidelijk is van den stand der geldmarkt.
-ocr page 16-
>
14
Zoo is nog onlangs gebleken, dat de prijs der En-
gelsche Consols, 3 % Fransche rente, en 3^ % Amerika-
nen betrekkelijk weinig geleden hebben door de hooge
geldkoersen van den laatsten tijd. En nu de Staat toch
in de noodzakelijkheid verkeert om tot schuldvermeer-
dering te moeten besluiten, komt het mij voor dat een
poging tot conversie gelijktijdig moet worden gedaan.
Wanneer tot een unificatie in 3 % algem. Schuld wordt
besloten, geloof ik zeker en heb dat steeds en bij her-
haling te kennen gegeven, dat zulk een 3 % fonds al
vrij spoedig een veel hoogeren koers dan den tegen-
woordigen zou kunnen bedingen. Het wordt dan (de
n°. 3 % Algem. Schuld) een internationaal ibnds en
het bestaan der 4 % zal dan ophouden een beletsel tot
verdere rijzing der 3 % te zijn. Aan deze laatste over-
weging wordt, naar het schijnt, geen genoegzame aan-
dacht geschonken. Wanneer zooals thans, de 3 %
Engelsche Consols 100 %, de 3^ % Amerikanen boven
pari en de Fransche 3 % 87 % gelden, is er geen enkele
reden om te betwijfelen, dat een 3 % Nederl. Algem.
Staatsschuld niet spoedig 87—88 % zal kunnen op-
brengen.
25 Februari 188».
De Minister wees dus volkomen terecht op het lager
bedrag der te betalen rente, wanneer de leening a 3 %
werd gesloten niet alleen maar zag verder, hij bleef
volhouden dat door de 4 % Schuld te vermeerderen,
de hinderpalen tegen een eventueele conversie toenamen
en wenschte de nieuwe leening reeds als een begin der
-ocr page 17-
15
conversie beschouwd te zien, doch niets mocht baten.
Met groote meerderheid verklaarde de kamer zich voor
een 4 % Leening. Den, lezers van het Zondagsblad is
het bekend, dat naar mijne meening een 3 % leening
thans het meest in \'s lands belang zou zijn geweest,
en het is mij onverklaarbaar hoe in en buiten de
kamer nog zooveel kortzichtigheid kon blijven voort-
bestaan om aan een 4 % fonds de voorkeur te geven.
Nederland toch mag zich wat soliditeit betreft gelukkig
onder de soliedste staten rekenen en zijn schuld is
groot genoeg om daarvoor een wereldmarkt te hebben,
mits er slechts een soort schuld is.
Nu bezitten Engeland en Frankrijk de 3 % rentetype
en heeft zelfs Amerika het grootste gedeelte zijner
schuld op 3 % teruggebracht, zoodat men veilig
mag aannemen, dat een 3 % fonds het fonds der
toekomst bij uitnemendheid zal zijn. Wanneer men
nu met het voordeel van minder rente te betalen,
ons 3 % fonds kan vermeerderen en tegelijkertijd den
vorm zoo kan maken, dat het fonds voor de buiten-
landsche markten geschikt wordt, dan moet men die
gelegenheid met beide handen aangrijpen, doch de
2e kamer besliste anders. Onze bestaande certif. zijn in
het buitenland niet gewild. De vreemdeling begrijpt niets
van onze administratiekantoren en koopt daarom lie-
ver geen Nederlandsche fondsen. Te Londen worden
nog \'t meest onze i% verhandeld en vermoedelijk wa-
ren de informatiën uit Londen gunstiger voor een 4 %
dan voor een 3 % leening, en heeft dit tot de gevallen
beslissing bijgedragen. Doch naar mijne meening zou
men te Londen %% Nederlandsche Schuldbrieven direct
door den Staat uitgegeven, spoedig genomen hebben
-ocr page 18-
1(5
en zouden die na verloop van betrekkelijk korten tijd
een zoodanige prijsverbetering hebben ondergaan, dat
eene conversie der bestaande 4 % in een 3 % fonds
met voordeel ondernomen had kunnen worden, terwijl
nu \' het bezwaar, dat de 4 % oblig. een rijzing in de
3 °/0 tegenhouden, niet alleen blijft bestaan, maar nog
vermeerdert en een unificatie onzer geheele Staatsschuld
nog langer op zich zal laten wachten, dan anders het
geval zou geweest zijn.
1 Juni 1884.
Nederlandsche Staatsfondsen konden zich daardoor
verder een fractie bevestigen en de tegenwoordige tijd
wordt weder bijzonder geschikt om aan eene unificatie
onzer Staatsschuld te denken, vooral nu de Engelsche
Regeering ernstige plannen heeft, om den rentevoet
van hare 3 % Schuld te verminderen. Dat zulk een
conversie onzer Staatsschuld met bijna zekerheid van
slagen te ondernemen is, heb ik reeds vroeger met
cijfers aangetoond.
fjxys
-ocr page 19-
-ocr page 20-
*
.
v.
- *
\'
i
.
.
•
.
«
.
-
.
-
!
.
Stoomdrakkcry Roelgflsscn & llübncr, Amsterdam.
\'
\'
•-
•
#
ë