-ocr page 1-
IEDEREN
ffl
!{f Gedichtjes
f
VOOR DE
1
ZONDAGSSCHOOL
/ 0.60.
-ocr page 2-
-ocr page 3-
LIEDEREN
EN
EDICHTJES
48
&
VOOR DE
ZONDAGSSCHOOL
24e Duizend
N IJ M E G E N
H. C. A. TH IE ME
-ocr page 4-
-ocr page 5-
VOORBERICHT.
Toen in September des vorigen jaars de ondergeteekende, in het
voorbericht van het thans in een tweede uitgave verschonend bundeltje,
den wensch uitte, dat de arbeid der Dames Mossel en Fles ook andere
Zondagsscholen mocht ten goede komen, had hij zich niet durven vleien
met de hoop, dat dio wensch zoo spoedig en zoo ruimschoots zou worden
vervuld. Binnen enkele maanden toch was de gansche oplage van 5500
exemplaren zoo goed als uitverkocht, en op de laatste te Rotterdam
gehouden vergadering van Dames onderwijzeressen onzer Zondagsscholen
werd van verschillende zijden de zeer gewaardeerde verklaring gehooid,
dat het bescheiden bundeltje der Utrechtsche Dames inderdaad in een
bestaande en dringende behoefte had voorzien.
Toch verheelden zich de Dames-redactrices \'t allerminst de leemten en
gebreken van haar werk. In enkele hebben zij bij deze nieuwe uitgave
trachten te voorzien. Bij een vergelijking met de eerste uitgave zal het
den belangstellenden blijken, dat sommige, naar der redactrices eigen of
naar anderer gewaardeerd oordeel, minder geschikte gedichtjes werden
geschrapt en eenige nieuwe werden opgenomen.
Voorts onderscheidt zich deze uitgave door de opname van melodieën
voor het meerendeel der gedichtjes. Hiermede is aan een van verschil-
lende zijden geuiten wensch voldaan. Bij de keus en de samenstelling
dier melodieën werden de Dames-redactrices welwillend ter zijde gestaan
door den Heer Richard Hol, die niet alleen het bundeltje met enkele
zangwijzen van eigen compositie verrijkte, maar ook zijn zoo bij uitstek
bevoegd oordeel over het geheele muzikale deel ton beste gaf. Hij ont-
vango voor die zeer gewaardeerde medewerking den hartelijken dank
der Dames-redactrices en der Directie van de Utrechtsche Zondagsschool.
Naast den Heer Hol zijn wij mede groote erkentelijkheid verschuldigd
aan Mej. C. van Rennes, die voor vele liedjes lieve en geschikte melo-
dieën componeerde. Zij houde zich verzekerd, dat haar groote bereidwil-
ligheid door het Bestuur der Utrechtsche Zondagsschool zeer wordt op
prijs gesteld.
Nog blijft mij over, mede te deelen, dat de meeste liederen alleen met
begeleiding kunnen worden gezongen. Op aanvrage aan haar adres:
Domplein, Utrecht, is Mej. A. Fles, aan wie de Utrechtsche Zondags*
school voor haar ijverige bemoeiingen op muzikaal gebied bijzonderen
dank schuldig is, bereid omtrent die begeleiding de noodige inlichting
te geven.
Moge het bundeltje, ook in nieuwen vorm, een gunstig onthaal vinden,
en het alzoo blijken, dat de Dames Mossel en Fles niet alleen de Utrecht"
sche, maar vele Zondagsscholen met haar arbeid hebben verplicht.
Utrecht, 15 October 1882.                                         NOLST TRÉNITÉ.
Bij de tweede uitgave.
Op de vergadering van onderwijzeressen aan Zondagsscholen in moderne
richting, gehouden te \'s Hage in Mei \'84, werden bezwaren geopperd
tegen eenige onzer zangwijzen.
-ocr page 6-
Dit was ons eene aanleiding alle melodieën te herzien, sommige te
doen vervallen en enkele nieuwe daaraan toe te voegen. Wij zijn, onder
vriendelijke medewerking van den Heer Hoi, ernstig en nauwgezet te
werk gegaan, zooals blijken zal uit do veranderingen, die vele liederen
ondergingen. Aan de gegronde bezwaren, ons op bovengenoemde verga-
dering kenbaar gemaakt, meenen we thans te gemoet te zijn gekomen.
Vele onzer melodieën (o. a. I n*. 15, 52, 08, — III n°. 9) zijn niet
zonder begeleiding bruikbaar.
Gaarne hadden wij bij I n°. 71 de bekende wijze van Verhulst opge-
nomen; de uitgever meende echter, ons dat niet te kunnen toestaan.
Men vindt die melodie in „Ned. Zangwjjzen (I» bundel)", uitgave van
Gebr. Beljnfahte te \'s Hage.
utrecht, )_.,,„                                                    A. F.
....             { Februari 85.                                                   T -n r, *x
Nijmegen, )                                                                          3. F. D. M.
Bij de derde uitgave.
Aan ons herhaald verzoek ons nieuwe liederen toe te zenden om
daarmee dezen druk te vermeerderen werd slechts door enkelen govolg
gegeven.
Terwijl we dezen daarvoor vriendelijk dank zeggen, berichten wij, dat
het ons wenschelijk voorkwam met de opname hunner inzendingen te
wachten tot een volgende uitgave, wanneer we hopen in staat te zullen
zijn een grootere uitbreiding aan ons werkje te geven.
Utrecht, )                                                                          A. F.
Nijmegen, ) Mel 87,                                                           J. F. D. M.
Bij de vierde uitgave.
De vierde uitgaaf van ons bundeltje „Liederen en Gedichtjes" wordt hier-
mede aan de Zondagsscholen aangeboden. Het boekje is met een 16tal num-
mers vermeerderd, terwijl onder sommige versjes, die vroeger niet gezon-
gen konden worden, thans melodieën geplaatst zijn. Aan hen, die ons
hierbij met hunne gaven ter zijde stonden, zeggen we vriendelijk dank.
Bijna alle melodieën zijn geharmoniseerd ; wie copie van de begeleiding
wenscht, kan die bij de eerst-ondergeteekende aanvragen; de copie-kosten
bedragen 20 ets. per liedje. Voor de begeleiding van sommige liederen
verwijzen wij naar Vry en Vroom.
Voor enkele drukfouten, die tot onzen spijt in den tekst zijn gebleven,
vragen wij verschooning.
Utrecht, ) _ ,„„                                                          A. F.
Jan. \'89.
Nymegen, )         \' \'                                                          J. F. D. M.
-ocr page 7-
I.
KINDERLIEDJES.
1.
QOIBSH MORGèBH. *)
Duitsche volks wij ze.
P
£
£
De mor • gen-stond is ge
ko
- men, ik
fr-fr-ft
.
ta
*=Mt
!ÈfeS
:s!ii*
Ü^i^
-É=3fc-#-
groet u, o vrien-de-lijk licht, u troos-ter! gij baadt mij in
mf
^1=^:
f
*
*=F
F-F
stroo - men van kracht het aan - ge - zicht.
De
ï
ÏEÉfc
?-v*—t—1—»—ï
£0
t
mor-genstondis ge • ko-men ; schudt af al-le loomheid, ont-
f                                                                                _
4
#
É
^*=:p=
4?
waak 1 met blijd-schap en moed on- der - no - - men de
=t
JLiéi
üzzfcc
r\\—*--
ï
dank - bre Ie - vens - taak.
*) Bij de kruisjes moet men ademhalen.
A. PIERSON.
-ocr page 8-
2
2.
BB HEEB1R,
LEONHARD DE CAIX.
i
tetfcCS=p:
•—•
f * =#
»
fit±
^zzi:
-i—h
Daar bui-ten op de wei • de gaan lamm\'ren, klein en
ftr-r-£
fL-0-
-0—0-
*—*
*±É
Ê*
groot: zij gra - zen van den mor - gen tot aan het a » vond-
.*
$=^==to»=
£q
m
?-ë-T
t:
*
rood. Op - dat geen leed hen dee • ren, geen lam ver-dwa-len
3BEdËB£
i
be - waakt een wak - kre her — der de
zou,
fcc
s
#^
y è è
ï
kud -\' de vroom en trouw.
Hij ziet van uit den hemel
Behoedend op ons neer,
En waar we onwetend dwalen,
Voert Hij ten goede ons weer.
HEIJE.
Maar meer nog dan de herder
De lammerkens bewaakt,
Waakt God voor al zijn kindren,
Dat hen geen onheil naakt.
-ocr page 9-
^BOTS 1TOOR8EB3LB.,
Wijze Gezang 68.
/Ts
i
atf:
$S
Za - lig, die van de eer - ste ja - ren, \'t hart ge - richt op
/7\\
fc
-6>-
i
Gods ge - boon, leer - de op \'t hei - lig beeld te sta - ren
I:
£
-G>-
i
_,------S------=------—X---------------------------X-------------------------------
van den groo • ten men - schen - zoon; die, als hij, wat
*
I
toe
-G-
§
-s-
ï
t:
goed is mint, — za - lig, want die is Gods kind.
Zalig, die door Jezus\' leven,
Wandel, voorbeeld, geest en woord
Aangetrokken, voortgedreven,
Naar Gods stem voor alles hoort,
In Gods wil zijn vreugde vindt; —
Zalig, want die is Gods kind.
Ce Génestet gevolgd.
REU TOT Ml$ KOMEI
ItAAT ©E
P
~%&3^-
£
-G-
3Ö=2Ö
ï
1.    „Laat de kin-d\'ren tot
2.     „Laat de kin-d\'ren tot
mij        ko - men," is uit
mij ko - men," noodt nog
-ocr page 10-
mf
i
1
m
\'-£
-G-
-g
" Je - -
steeds
- zus
zijn
mond ge -
zach - te
boord. Hebt gij
stem ; al • Ie
\'t al - len
goe - den,
l ,
,
U* , 1 — *
i\\_ J _j
f? n
fm J—
jU-:J J
,
r, y #
v \\) è \'J
jKT»
A
1 1 \'
, M 1
%J •
° A
wel         ver - • - no • men? U, u geldt dat
al - - • Ie           vro • men, vin - den troost en
P
i
ISI
-G-
-G-
-o-
-G-
G-
-G-
heer - lijk woord; \'t arm-ste kind wordt niet ver •
steun bij hem ; uit be - droef - de kin - der
t\\ i i
• stoo - ten,
•  har - ten,
V —
JL f? m J
1
i
i
fm i *
•— ] \'
A ^J
\'V
m
G J. 0
" 1-2
J \'
0 J.^,
é
nie - mand           is            er          uit • ge - • • slo • ten,
weert hij           ang • • sten, bant hij         smar < ten;
i
-#=é
-G-
&ZZ&
f.
al - len roept hij te - • - ge - - lijk
grijpt de hand, die hij
           u biedt:
tot zijn
die hem
rrv
t
\'t
-G-
2
Ko • nink - rijk!
dwa - len niet.
heer - - lijk
vol - • gen
WAT Wl* TAK ^E^ÜS
Engelsche zangwijze.
feï
i±tz
Van Je - zus kan ik lee - ren, wat e - del is en
-ocr page 11-
:|P§3r:jg
=t
5=*
m
*3=£
5
goed, hoe ik mijn ou-ders ee - ren en naar hen luis-tren
m
G-¥=?-
ï=±jt
*&É
_#«—«
moet; hoe \'k steeds er aan moet den-ken, dat God mij al • les
ï
1
h:
*=
-*—*-
_#«—0.
afc
geeft, hoe wie maar braaf wil we - • • zen hier
-f                                               
=vfc^-
££=£
-0-.-m----0.
±-±
Széz
i
&±-0-
ook ge - luk-kig leeft; hoe\'kandrengraagmoethel-pen te
I
±
Fd*
.#i_#—e
&=&=*
T=tZ=zt=
vree en wel • ge - moed,—van Je • zus kan ik
m
».—0.
ï:
»\' »
Ui-P—g
lee • ren, wat e • del is en goed.
6.
Zacht.
CATH. VAN RENNES.
$
EE
z=fr
5
3-
-«-
-oi-
Kin - dren van éen Va » der reikt el-kaar de hand;
-ocr page 12-
>*i
:fa—^ j ÏF35Ê
-«—é-
i=f^=
«••-s~
waar we mo-gen wo - nen, in wat streek of land,
i
-*%
-o-
-»-É-
3=£
-G-
i
-s>-
«
-i—é—*—0-i
hoe wij mo • gen spre - ken, in wat tong of         taal,
—=                      ~~r=^ p             rit. p
=t
1
PU
ff-&
:3:
TE" g
I \' I     ^
kin - dren van éen Va • - • der zijn wij al • Ie • maal.
J. F. D. M.
7.
"STOOR GO© GEO^K,
Niet te snel.
inf
CATH. V. RENNES.
||Seg
r=&=8
T=t
1
#---*-
Er is geen rang of stand op aard of God zijn ze al - len
Ö
^^^g^
§
lief en waard; \'t zij klein of groot, \'t zij arm of rijk voor
i?
ï
s
gzpr
£££ *
Êil=Éis§llil
±y
\'t oog van God is elk ge • lijk, als hij maai- braaf is,
-ocr page 13-
^r e J*J
-#-^-»-:
-J-
±afc
v:
vroom en goed en in zijn kring het zij - ne doet, als
~~~
                                              rit.
Éfte
:^±3
-#-i-
«\'
hij maar braaf is, vroom en goed en in zijn kring het
;fe=Ë
5
zij - ne doet.
GOUVERNEUR.
¥RMGr
f
iö=£:
frf
^bzÉ
u
ï
Weet ge hoe - veel hel - dre ster - ren aan het
Weet ge hoe • veel don - kre wol • ken zwe • ven
3SEÈES
^
blau-we lucht-ruim staan ? n , , TT          ,. , , ,
langs des he-mels baan? God> de Heer\' die zal"len
to=a:
=t
m
1
£==*:
£
±ot
&
tel - de, God, die z\'op hun plaat - sen stel - de, kent hen
i
éS
*-»-
fcttj:
al-len, grooten klein, kent hen al - len, groot en klein.
-ocr page 14-
8
Weet ge hoeveel mugjes dartlen
In den held\'ren zonnegloed ?
Weet ge hoeveel vischjes spartlen
In den koelen watervloed?
God, de Heer, riep ze bij namen
Dat zij alle in \'t leven kwamen
En nu blij en vroolijk zijn.
Weet ge hoeveelkind\'ren \'s morgens
Opstaan van hun legerstee,
Om wat goeds en schoons te leeren
En te spelen wel te vree ?
God daarboven kent hen allen,
Heeft aan hen zijn welgevallen,
Kent ook u en heeft u lief.
ZOIHIBLIBXNTBi
Niet langzaam.
KRANS ABT.
*
ï
fr-ft-trfr
iS
SEÏEÖEÖÉE
*~H—è-
-g±-0i
1.   Zie hoe het vriendlij - ke zon-licht schit-tert op weide en op
2.    U kan geen win-ter ver • ja - gen, stra-lenuit za-li-gen
ÈEEiEEÉÖ
h
I
w^&
zie hoe zich vel - den en
trouw zal mijn hart u be
hei - de
• wa - ren,
woud;
tijd;
mf
£
P
b-
SgÖÖiÈ
i
ba - den in stroomen van goud! Lief - lij-ke zon • ne zoo
re - gen en stor-men ten spijt, \'t Hart, eens verkwikt door uw
p
è
ï
i—«t—ï—T-—f^—%~
i
hel • der, zoo rein, diep in mijn hart dringt uw
vriend -lij - ken schijn, zal ook des win - ters vol
-ocr page 15-
i
heer - lij - ke schijn, en uit een dank-baar ge-
zon - ne -glans zijn; daar - om uit dank-baar ge-
moed breng ik u blij - de mijn groet,
moed breng ik u, Zon - ne, mijn groet.
A. F.
10.
HUGO NOLTHENIUS.
|üi
-&-
3
3
Als \'t zon-licht dat neer • straalt op arm en op
En diep in ons har - - te daar leg • de de
Voor zoo groot een ze • - • gen wie ju - belt er
fSl
t=P
W
rijk zoo da » len Gods ga - - ven op al • len ge-
Heer de schoon-ste der ga — ven, de lief - de, ter-
niet ? Wie zingt er niet dank • baar den Va - der een
Ï
3
TC;
«^ B
ttc
-v
lijk. Hoe zin - gen de voog - len zoo lief - • Ijjk en
neer; de lief - de, die \'t Ie - ven zoo schoon maakt, zoo
lied ? Maar niet slechts der zan - gen wel - lui • - den-de
\'
-ocr page 16-
10
É?mm
-G-
SS
53
blij..; hoe geu - ren de bloe - men voor u en voor
rijk .., God gaf z\' aan ons al • • len, zijn kin-dren, ge-
klank : een Ie - ven vol lief - de ver -kond\' on - zen
=fc*
i
n
-G-
i5£35B£3
9siT-é—
*=}
*
mij, hoe geu-ren de bloe - men voor u en voor mij.
lijk, God gafz\'aanons al - - len, zijn kin-dren, ge • lijk.
dank, een Ie - ven vol lief - de ver-kond\' on- zen dank.
11.
MmT LIEFSTE KÏÏSBi
C. K. T5. D. C.
*=:
tt
1
I
U------é±.
E » ven als on - ze ei - gen va
der
ft
i
=t
£
-o-
al zijn kin-dren teer be - mint, nim - mer vraagt naar
i
£¥
%
»
-P-
3EEÏ
£
•O-----0
mooi of lee - - lijk maar het bes - te \'tlief-ste vindt.
*
ê
s
±±=É=t
Al - zoo vraagt de He-mel - va - - der niet naar \'t uit -zicht,
m
t
£=F
5=
^
-#—0-
blank of zwart, maar Hij noemt dat kind het lief • • ste,
-ocr page 17-
11
S7\\
------a^-
I:
ï
dat het meest is         rein van hart.
1. F. D. M.
12.
HET OOG BES IIEEII,
Of \'t kleed niet fijn is, —
Als \'t hart maar rein is,
Dan is het goed.
Het oog des Heeren
Ziet door de kleeren
Ons in \'t gemoed ;
13.
ET HET
JEUK.
FRIEDRICH KÜHMSTEDT.
p
6rt
n*=P*4q
te
EEÖEÖEÖÖ
£35
ft
Een kin-derhart moet zijn als de le-li-è\'n zoo rein, als de
i
:«=«
*=£:
dauw zoo klaar, als de spie - gel zoo waar, zacht en
È
3 h J-r
£=£:
£
1
É
s2
^C__
teer als de roos, als de voog - len al - toos zoo
mf.
sr\\
h i Jm
ï
-©i
£=*:
i-?izt
^3
taÊ=#
blij, zoo blij, als • of het vloog naar \'t He-mel-rijk, bij
-ocr page 18-
12
14.
MET lOIHTJ\'l TAH MIMWmWt
ïdbfr
fc=fr
Ö
*=*=*
-Ï-
zfirzÉ
m
Het zon-ne-tje schij - ne zoo hei-der als ooit, het
t^^m^^^m
koes-te-re heu-vels en da - len, en al-les waar-me-de de
•=?
£gg
btf^
schepping zich tooit, ver - lich - te het met zijn stra - len, — de
q?
MJ h-
SB
t==tc
S
i
\'^ «i
«I* \' g\'
schoon • ste zo - mer - zon • ne - schijn ver - vroo - lijkt hart noch
^^
w                    —
zin • nen, wan - neer wn niet ver - vroo - lijkt zijn door
^»ga
i
*=s
"ï*""!"
È
H—1-
»♦ P
*=
ë^-é—r
\'t zon • ne - tje van bin-nen, door \'tzon-ne-tje van bin-nen.
MOLSTER.
15.
III ZOÜSHESTR2UUU *)
„IiUStfg. tnf                                                                   CATH. VAN RENNES.
^3
2=*
£=*:
0
4
^
Wie \'s mor-gens uit den slaap ver - re - zen, zijn
*) Dit nommer kan niet zonder begeleiding gezongen worden.
-ocr page 19-
13
§yiÉil
-H —i\\----^H----1——1-
3ïSÊSiöïE5l
-#---#-
huis-ge-noo-ten gul be-groet, hen met een held\'ren blik ont-
«£*
*=*
ï
feS(*
e
j * £
-=f
moet, waar-in zij vrede en lief • de Ie - zen,
cres —--------------- een - • • • do
en
f^B^Eg
«:
-g—±
heel den dag met blij ge-zicht, hulp-vaar-dig vriend-lijk hen be-
*=*
m
i
«t
-#—#-
F
#
f
je-gent, is als een zon-ne-straal vol licht en maakt zijn
r
t=
dag • taak rijk ge - ze-gend, is als een zon • ne - straal vol
ƒ                                         o. A           ^_
ö
i
I
^
s
=t
i
^izi
t=tC
=ö-
licht en maakt zijn dag - taak rijk ge - ze
gend.
16.
HET LXEFSTB PkEK^E.
ftlf                                                            Volkswijze.
--t-
Ö
Waar zou wel \'t lief - ste plek • je zijn van
-ocr page 20-
14
m
*~è-
133
•—•-----^
heel de schoo • ne aard? ei, wijs mij dat eens
u
ö
•ut
i •
m
V
mm
e - ven aan, hier op de we - - reld kaart. Ik
4=
-W\\
F
É
i^^^
reis er vroo - lijk dan naar toe, mijn pak - je ligt ge
m
reed; ver » tel mij waar ik \'t vin-den kan, gij,
tfc
-p«-
Ö
:t-#:
*
-9-
zwer-ver, die het weet.
Wèl zijn de bergen trotsch en
Is lieflijk menig dal; (schoon,
Wèl boeit de wijde, wijde zee
En lokt de waterval;
Wèl streelt u in het heerlijk bosch
Het murmlend geruisch ; —
Maar nergens,nergens is \'t zoo goed
Als in uw vriend\'lijk thuis.
Zou \'t wezen op der hergen top,
In \'t weeldrig bloeiend dal ?
Waar zich de wilde bergstroom
Met klaterenden val ? (stort
Of aan de wijde, wijde zee,
Die machtig schuimt en loeit?
Of in het diepe, stille bosch
Waar \'t murmlend beekje vloeit?
-ocr page 21-
15
Bind vrij uw bundeltje weer los,
Waar zoudt ge henengaan ?
Denk aan uw vaders liefde en trouw,
Zie slechts uw moeder aan.
Hier, waar ge hart\'lijk wordt bemind,
Hier aan uw ouders haard
Vindt gij de liefelijkste plek
Van heel de schoone aard.
J. F. D. M.
17.
HSI LIBFi
Heb lief, zoolang \'t u is gegund ...
Wie weet, hoe spoedig de ure slaat,
Dat gij uw hart niet op\'nen kunt
Voor de uwen, aan wier graf gij staat!
Elk grievend woord, dat aan uw mond
Ontsnapte in haast en half gemeend,
Gij zoudt zoo graag het in dien stond
Herroepen ... \'t Is te laat. — Gij weent...
Wees zonnig, vriendlijk, zacht en trouw,
Zoolang nog de uwen \'t licht beschijnt:
O, moogt g\' eens vrij zijn van berouw,
Als \'t liefste in donkren nacht verdwijnt.
Overgenomen uit de Zwaluw. Vrij naar het Duitsch van freiligrath.
18.
Opgewekt en duidelijk.
CATH. VAN RENNES.
ÈEÖEEÖ
•f—fr
Wat kan ik doen? Wat kan ik doen? Mijn
y j j;; j\' j\'i «uy J1 / j\'
£*
han-den zijn nog zwak en klein; ach was ik maar een groo-te
-ocr page 22-
16
rif.
fes
$
*
h t J1 hl
3?—*-
-#*-0—m—•—S^#
man, ik hielp mijn lie-ve moe-der dan en kon een ze - gen
W7" J\' J\' JiTT"J >" J\'f *-U
zijn." „Wat of je doen kunt, lie - ve kind? Wel
i
*=*F
ÖE5E
£
Ö
BC
f=ÉI
j------i—a—-—L.
w^-ï—é é •—*
houd je jon-ge hart»je rein; doe ie-dren dag je kin-der-
f
-v--
#^-•—#—•—*—ï—i—i—,—a—
plicht, en doe het met een blij ge • zicht: zoo zult ge een
i
-©-
&—£_
£=
ze • gen zijn, zoo zult ge een ze - gen zijn."
j. f. n. m.
19.
BE MACHT "ITAJt \'t KtBSME,
Deensche Volkswijze.
I
F
;
ï
£rj:
-i-«"l-
i
£
ÖJÉÊE
EÏ-*
i-#-
*^
Klei-ne wa - ter-drop-p\'len, klei • ne korr\'-len zand
|§|jj||^jgg|j||f|ifg
bfacH
vor - men saam de trot-sche zee, \'t wonderschoo-ne land.
-ocr page 23-
17
ft
5=f*
I
ï
*
«
*—#-
at
»i#-
Klei - ne lief • de - da-den, woord-jes, teer en zacht,
-f-
*
£a=fr
£
-m±
ttt
i
heb-ben vaak in \'t kleinste huis \'t grootst ge-luk ge-bracht.
Uit het Engelsch.
                                                             j, i\\ u. ».
20.
HET ÏIIÏMiPIfllLISLTJïBi
Veracht het nederige niet;
Heb liefde ook voor \'t geringste goed ;
Wie schamper op het kleine ziet,
Verraadt een klein gemoed.
De Helm, hoe spichtig, schraal van vorm,
Zoo schijnbaar nutteloos als kleen,
Behoedt voor d\' almacht van den storm
De duinen om zich heen.
HELV. V. D. BERGH
21.
STOTTIG
1HI»
Tamelijk levendig.
mf
CATH. VAN BENNES.
£
-0\'-
znqc
Fg^-fF£-^-*-«-*zi:-
Een ie - der kan, al is hij jong, veel goeds doen als hij
                                                         
=fc
£==fc=£=:*=:*:
-f2-
-G-
wil; wie vlij • tig is, die vindt ook werk, slechts
2
-ocr page 24-
18
2>
Ep
±a
ze
?
t
-G-
lui - aards zit ten stil, slechts lui - aards zit-ten stil. \'t waar
ï
Üiüste
{?—9±--
•—e—*
treu - rig zoo gij, jong en klein, aan nie-mand nog van
*=*
ï
ö
Ö
£=#
Ö
g—É5=ft
*C±
nut kondt zijn, \'t waar treu -rig zoo gij, jong en klein, aan
:i
??-
jt?-
nie - mand nog van nut kondt zijn.
Een vriendelijk,vertroostend woord,
Een kleine liefdedaad.
Hoe schijnbaar onbeduidend ook,
Is als het nietig zaad,
Waaruiteen schooneplant ontstond,
Toen \'t wortel schoot in vrucht-
bren grond.
Als gij maar tracht om iedren dag,
Elk uur van vroeg tot laat
Het weinigje, dat elk vermag,
Te doen, zoo goed als \'t gaat,
Dan kunt ook gij, schoon jong en
klein,
Vaak helpen reeds en nuttig zijn,
_____                  Uit het Engelsen.
22.
Wie zijn handjes schoon wil was-
schen,
Moet ze wasschen met elkaar;
\'t Baat jeniet,probeerhetmaar —
Om met een voor een te plassen:
Als je ze niet samen wrijft,
Wed ik dat er vuil aan blijft.
Wascht ge dan zoo de een door
de ander
Leer er uit: dat vroeg of laat
\'t In de wereld ook zoo gaat:
Helpen moeten wij elkander! —
Wie maar werken wil voor loon,
Krijgt zijn handen nimmer schoon.
HE ME.
23.
Houdt uw heele leven lank
Ziel en lichaam even blank.
HKIJX.
-ocr page 25-
19
24.
HUGO NOLTHENIUS.
m
ben ik jong toch zie ik veel, dat
Al
E|B=gEEEè*E
:£=*:
*=pc
j;j
ter mij be-droeft, zoo me • nig - een die treu - rig
bit -
i
~é.-
*=&
~g~~i
is, die troost en steun be - hoeft.
Zoo menigeen, die weent en klaagt,
Omdat hem \'t harte breekt,
Ook menig die nog zwaarder lijdt,
Schoon hij er niet van spreekt.
Zie ik zoo groote droefheid aan,
Dan is \'t alsof mijn hart,
Dat soms zoo vroolijk kloppen kan,
Te zamenkrimpt van smart.
25.
iéi,doe;
Kustlg.
CATH. VAN RENNES.
rnf
^
:=J:
X=-X
ï=t
-ë—m-
Sas
Met in - nig wel - be - ha - gen ziet God op ie - der
-9—
m
ja
t
X~-
Éfeü
VZ3
-<**-
kind, dat gaar - ne smar - ten         Ie - nigt, in
-ocr page 26-
20
tnf
yvr-^
ÖI
=t
wel - doen vreug - de vindt. O, leer het vroeg be-
Ü
i
=t
:$
-»-
££
-6»-
grij - pen door wel te doen op        aard, komt
p          rtiard.
i
~0=ï—0~
-S-
a*t
•5—F
?=3E
£
=1:
«?
-i**-
gij aan de en-glen na-der, maakt ge u den he • mei waard.
Naar het Duitsoh van el. kulmann.
26.
mmm hart yam aouD.
Opgewekt, niet te langzaam.
A. F.
~k
ƒ
i
=Pp
i«^-
ÖÖESÖ
q=3
V-i:
Ja, als ik rijk was, wist ik \'t wel, dan wist ik wat ik
m
=t
i
--tt-
H-
rx
deê; ik gaf aan el - ken ar - men bloed iets
V
*
ï
2
^-t—ï-
•** ê ê ér
p±3ÖÉ:
tt
van het mij • ne meê. Neen, gie-rig waar ik ze • ker niet! had
-ocr page 27-
21
m
i
-0*-
t=P=
*=
ik
een beurs met goud, ik toon • de aan al mijn
m
^
3
ïS:
-(©-
\'#=»\'
mak • kers dan, hoe - veel ik        van hen houd.
Maar ach, mijn beursjen is zoo plat,
\'k Ben niet veel schatten rijk.
Hoe geef ik van mijn gulheid dan
Aan arme stumpers blijk ? —
Wel, \'k geef een zacht en vriend\'lijk woord,
Mijn hulp, voor \'t wordt gevraagd,
En \'k breek mijn eigen brood in twee,
Als éen zijn honger klaagt.
Zoo kan ik geven gul en goed
Al heb ik zelf niet veel;
Zoo kan ik toonen met de daad,
Hoe gaarn\' ik mededeel.
Dan zien mijn makkers \'t mij wel aan,
Hoeveel ik van hen houd,
En zeggen : heeft hij al geen geld,
Hij heeft een hart van goud 1
i. f. i>. m.
27.
Er leeft op aard een goede fee,
Die duizend wondren doet,
En dies geëerd is en bemind
Bij elk, die haar ontmoet.
Tot jong en oud, tot groot en klein,
In hutjen en paleis
Spreekt ze altijd op denzelfden toon,
Heerscht ze op dezelfde wijs.
Het zwaaien van haar tooverstaf,
Het ruischen van haar woord,
Brengt liefde, vrede, vreugde weer,
Waar de eendracht was verstoord.
Voor lijders heeft zij zoete troost.
Voor zwakken \'t kloekst geduld,
Zij oordeelt, maar veroordeelt nooit,
Zoekt nooit bij andren schuld.
Die fee, door iedereen geliefd,
Tot alles goeds bekwaam,
Moet wonen in elk meisjeshart,
Want zachtheid is haar naam.
J. F. D. M.
-ocr page 28-
22
88.
Zeg, o zeg, hoe zou \'t u smaken ,
Trof n zulk een droevig lot,
En gij werdt, mismaakt en leelijk,
Voorwerp van eens anders spot?
Zacht wat, zacht wat, kleine spotter,
Denk eens na voordat ge spreekt.
Kan een geestigheid u eeren,
Als gij \'t hart vanandren breekt?
Schooner stond u medelijden,
Toont ge wel bij al uw praats,
Dat gij, zoo volmaakt van buiten,
\'t Hart draagt op de rechte plaats ?
J. F. D. M.
29.
DIBRBHPLAQERi
Hl\'QO NOLTIIENIUS.
m
Ê
»
É=É
Een jon-gen, eer - lijk, flink en goed, ver - vuld met
:^ÏEË=I
Ö?
zprz*.
i£=fr±£
le-vens-lust en moed, zal nooit een schuld-loos dier-tje
ÜÜ
ÏEÊ^EE^
±=±
pla - gen, dat of \'t al klein en nie - tig schijn\', voor-
ife^^=^=^Ë^
±3
ze - ker smart ge • voelt en pjjn al kan \'t zijn
i
iJËÉü
leed niet kla - gen.
-ocr page 29-
23
Hoe naamloos wreed is ieder kind,
Dat in mishand\'len vreugde vindt;
Wat goeds kan men van hem verwachten?
Hij wordt — ik ben er zeker van —
Is hij eens groot, een slechte man,
Dien ieder moet verachten.
A. F.
30.
T YOGBLKBSTJBi
Jongens! Ginder zitten spreeuwen I
Laat ons klimmen om het best;
Ziet, ze kijken over \'t nest:
Hoort dat jonge goed eens schreeu-
\'tOudje dat vliegt af enan, (went
Net alsof hij \'t raden kan.
Och, wat kijkt dat beest verslagen;
\'k Vind het wel een beetje naar;
Jongens of \'t niet beter waar,
\'t Arme beest maar niet te plagen ?
Denkt eens, als er iemand kwam,
Die ons zoo van moeder nam!
HEI JE.
81.
Denk, hoe dikwijls \'t is gebeurd,
Dat gij anderen hebt bedroefd,
Hoe ge bijna ied\'ren dag.
Zelf vergiffenis behoeft.
O, wees zacht, vergeef, vergeet;
Sluit uw hart voor haat en nijd ;
Zie, dan volgt ge Jezus na,
Toont ge, dat ge Christen zrjt.
i. F. E>. M.
Heeft uw makker iets misdaan,
U beleedigd of geplaagd,
Wees dan spoedig weer verzoend,
Als hij om vergeving vraagt.
Meet zijn schuld zoo breed niet uit,
Wees niet hard of norsch en stug;
Wijs toch de uitgestoken hand
Nooit uit boozen wrok terug.
32.
EEHöRJkCHT,
Fransche gezangwijze.
/T\\
ï
f-
Lief-drijk met elk - aar te spe-len, smart en blijd-schap
-ocr page 30-
24
/T\\
S7\\
f
&
-t-
:é=#-
-t-—jt
S-
saam te dee-len, geeft van trou-we vriend-schap blijk,
f
S:
^=pz=ïi
:=t
£
niet slechts voor ons zelf te Ie - ven, maar aan an-dren
|tegï
•-----^-
vreug • de ge - ven, maakt ons hart aan lief - de rijk.
=t
3=
Ö
-«-
-<5-
-«-
ëzzjê:
-<5>-
vre-de! vre-de zij uw be • de!\'t klinkt u te - gen
i
$=t
3
É=*
#—é-
£:
al-ler-we-gen: eendracht kweekt ge - luk en ze - gen.
33.
/t\\
T~% \'/W
3EE±
O ziet, hoe goed, hoe lief-lijk is\'t waar zo-nenvan
r^
fc=F
Ö=
^
*s
*=*
:
ï=t
i
\'t zelf - de huis als broe - ders sa - men wo - nen, daar
-ocr page 31-
25
/T\\
±—±
\'t lief - de - vuur niet wordt ver-doofd! waar lief-de woont, ge-
rrv
fÊ^l
t=t=
biedt de Heer zijn ze - gen, daar woont Hij zelf, daar
:i
3:
*
±z±
*
wordt zijn heil ver - kre-gen en \'t Ie -ven tot in Eeu-wig-heid.
34.
Neen, afgunst, \'k hoor niet naar uw
Die stem vol haat en nijd, (stem,
Want wie afgunstig zich betoont,
Toont ook ondankbaarheid.
Heeft al een ander meer dan ik,
Dat doet mij geen verdriet.
Zou \'k deelen in mijn broeders
En in zijn vreugde niet ? (smart
De lieve zon beschijnt mijn pad,
Het veld bloeit ook voor mij;
En ben ik als mijn broeder goed,
\'k Word dan bemind als hij.
Neen, afgunst, neen, ik ken u niet,
\'k Ben met mijn deel tevreên;
De grootste schatten, die er zijn,
Geeft God aan iedereen!
J. F. D. H.
35.
AAN \'t tB-FEM?
A. F.
WIT QBSFT C»E
ffffrJ J J JU j,i
F
jétSz
\'s Mor-gens tij - dig op te staan, moe-dig aan den
-ocr page 32-
26
3
=1=
-9-
et:
-G--\\
gang te gaan, lust en vlijt, werk - zaam - heid
SE
-*-ir
3J3T
G-
ven.
geeft ge - not         aan \'t Ie
Hart\'lijk, liefderijk en trouw
Deelen in de vreugd en rouw,
Die een vrind
Ondervindt,
Geeft genot aan \'t leven !
Doen, wat God, de Heer, gebiedt;
Denken, dat Zijn oog ons ziet;
Goede daad
Vroeg en laat,
Geeft genot aan \'t leven!
GOUVERNEUR.
36.
Tamelijk levendig.
n mf
RICIIARD HOL.
0-f-i
ö
Je
•SF
Wat vraag ik veel naar geld en goed, naar kleê-ren fraai en
£Ö:
:i
&
ï-P
jj 1 h
*
ZÖI
fijn ? Ik zou in weelde en o-vervloed dan slechts ge-luk-kig
ƒ                                                 
=fi:
*=£=&
fc±
4J-L-E
P-#
*
Zie, \'k ben ge-zond, \'k ben jong en sterk, ik
zijn ?
mÊËêmgË^Ë}
i
*=*=*
leer met vlijt en lust,— en als ik klaar ben
-ocr page 33-
27
ft\\
fa
fat
±=£
*=
:^
m
y*-*
met mijn werk, hoe zoet smaakt dan de rust!
Wie dan nog zucht:, ach had ik geld
En kleeren, fraai en fijn:"....
Hoe droevig is \'t met hem gesteld,
Nooit zal hij vroolijk zijn !
A. F.
We zitten samen dan bij \'t vuur
En \'t is, alsof zijn gloed
In dat gezellig avonduur
Weerkaatst in mijn gemoed.
37.
A. F.
ÉH
*=t*
3EE
S
t$
Wat uw ou-ders zeg - gen doe dat flink en vlug ;
f
£
wm
t
-S-
wees niet on - ge - hoor-zaam, nim-mer dwars of stug.
Weet, uw klein verstand geeft
Dikwijls slechten raad,
En het ouderharte
Hoedt het kind voor kwaad.
Als ge gauw gehoorzaamt
Met een blij gezicht, —
Ook al valt het moeilijk, —
Doet ge uw kinderplicht.
A. F.
38.
KEkP U ZBUF,
Opgewekt.
mf
CATH. VAN RENNES.
&*=&
•Si-
Help u zelf! vraag an-dren niet. ie -der heeft zijn
-ocr page 34-
&
e
^r
M
±±
ê • è •
*---------
les ziet,
ei - gen zor - gen ; Hem die elk
al •
en
i
É-f-£-
x:
zijn uw noo - den niet ver-bor-gen. bid en ar - beid I
ï
=t
.03..
3=«:
*-ÈZ
=tc=fc=H
uw be - zwu, • ren zul - len al - len
he
nen - va
ren,
m
ff «I gJ
1» »
it:
-k*
God helpt, wie zich zei - ven helpt, God helpt, wie zich
Ï^
zei - ven helpt.
39.
Marsch tempo.
A. F.
/
J
3^
m
ff
ÈÊ
£e
Vooruit! voor-uit is on-ze leus, vooruit met ie-dren
Wie stil blijft staan, gaat ach- ter-uit; wij stre -ven ver-der
P
F*
Üiü^liSli
dag! Voor - uit in kracht en moed en geest, voor-
op ; al is de bei-g wat steil en hoog, wij
-ocr page 35-
29
f£fe
H----1-
i_____t-_____
t
m
tst
-0---0-
uit! voor • uit in lief - de \'t meest; wie of er
hou - den vast ons doel in \'t oog,
         wij klim-men
           
i
%
*
*=t
J
rt
t
I3tZ*r.
tal - men, dra - len mag, wij niet I wij niet I Voor-
dap - per naar den top ! voor • uit! voor • uit! Voor-
u
:u
r=
•—*—F
^-#
uit, voor - uit is on - ze leus, voor - uit met ie • dren
ï=ö
3b^r—tr-ii-\'y—k
I
-jg—ar
dagl Voor - uit, voor» uit, voor-uit 1
J. F. D. M.
40.
Rustig.
OATH. VAN RENNES.
*
i
i**-
-G-
Ee
3fc±J
am
-#—#-
Ont - wik - kei al • Ie ga-ven, die op uw Ie - veus-
ö
-X
f
pad door God u zijn ge • ge - ven, een on - waar-deer-bren
rÉiS
=*
-e>-
ï
schat. Dan leeft gij Hem ter          ee - • re, dan
-ocr page 36-
30
s
-Ï-0-
e*
^m
:t
volgt gij Zijn ge - - bod en op de rein - ste
i
y-
•-p
«^
i^=F
S
wij - ze ver - heer - lijkt gij uw God.
Naar het Duitsch van el. kulmann.
41.
TTEïtSTliKB IK HJLRT,
God gaf twee hemelsche geschenken
Den mensch in alle vreugd en smart:
Verstand om scherp en goed te denken,
Om zacht en goed te doen het Hart.
HEUE.
42.
FLIHKi
Wat flink en eerlijk is en goed,
Hoe zwaar het ook moog lijken,
Zal licht en handig blijken,
Wanneer men \'t pittig wil en doet;
Hoe of\'t dan loopen mag en runnen,
Zeg steeds met ernstig vroom ge-
,\'t Moet kunnen.\'" (moed:
HEUE.
„Ja, als \'t niet kan, dan kan het
Zoo hoor ik alle dagen (niet!"
Van flauwerds en van tragen ;
Maar ik — ik haat dat laffe lied,
En zoo mij God de krachtwil gunnen
Dan zeg ik, wat er ook geschiedt,
.\'t Moet kannen!"
43.
YOLSXAR&IHQi
=t
t
33
IOC
3tJ
Vol-breng uw werk met vlijt en lust, hoe wei • nig
-ocr page 37-
31
J=£
-&±
ï
s-
wie tel • kens treu-zelt, zucht en
t nog be - duidt;
S
SËÈ
E
ï
rust, hij komt ook nooit voor — uit!
Vang eiken dag met frisschen moed
Uw arbeid weder aan ;
En gaat het heden nog niet goed,
\'t Zal morgen beter gaan.
Geen moed verloren, is \'t ook zwaar,
Steeds wakker bij de hand!
Och zonder moeite - weet dat maar-
Kwam nooit iets goeds tot stand.
44.
Q E, D ü L, S,
Murscli tempo.
tnf
*5F
A. F.
Ö]
Ö
-9-É-
•=£
is een vriend - lij - ke en • gel Gods met
waar een ar - me lij - der roept, wil
4^:
=t
=t
-f=è-
:fc£
zacht en schoon ge • - laat,
hij ten ze - gen zijn;
die licht en vre - de
want, zoo hij al niet
PS
¥=*=*
35*
I
¥
•Z3L
:t=.
spreidt al - - om, waar hij zijn ten-ten slaat.            De
hee - len kan, hij Ie - nigt ie- dre pijn.             Ja,
~fSr
£EJ
£
-*—*-
** é
4=t
I fy J-J J-J?
steil - ste ber • gen trekt hij op met vas-ten, fie-ren
met zijn vaan • del in de hand ver - wint hij zon de en
-ocr page 38-
$
ö
m
Ö:
t
tred,        hij heeft op me - nig reu - zen - werk zijn
schuld ; die en - gel van zoo groo • te kracht is
Ü
£=n
HE
schoo - nen naam ge - - - zet.
d\'en - gel van \'t ge - - duld.
j. f. d. m.
45.
T R
Mnrsch tempo.
A. F.
*=*:
*:
Een man een man, een woord een woord 1 ge-
i:
terf*
f
jtz!=Èi
JË-éJJjl
trouw tot in den dood! Dat was oud-Hollands fie - re leus, zoo
-**-
ft
ëSt-
m
^—1-
o-
werd oud - Hol-land groot, zoo werd oud -Hol-land groot.
Eerst kloek bedacht en dan aanvaard
En dan \'t volbracht met moed,
\'t Mocht kosten, wat het kosten zou,
Al ging \'t om lijt en goed.
Jong-Holland, streef dat vooi-beeld na,
Het maakt u vrij en groot;
Uw hart, gewijd aan plicht en recht,
Zij trouw tot in den dood.
-ocr page 39-
33
46.
©B 1MR11I9.
Duitsche Volkswijze.
*
3
i
*
^
feEÖ
i
©-*-
Kin-dren, och be • denk het wel: wacht u voor den lo-gen;
i
3
*
È
-F
*=±
4=
^
m
•*-ï~--------------"-------7*------------------------"------*-J-«>—•"
bij de les en bij het spel houdt dit steeds voor oo-gen :
f
P
£
ï
-«—0-
rr
ie - der woord-je, groot of klein, moet de stip-te
*:
e
waar-heid zijn, ie - der woord-je, groot of klein,
i
I
fcrjfc
I
3
a
moet de stip - te waar-heid zijn.
Ieder leugentje, hoe klein,
Dat wij maar verzinnen,
Maakt reeds dat we onrustig zijn,
Rooft den vree daar binnen;
En alleen \'t oprecht gemoed
Smaakt hier vreugd en heeft het goed.
JACOBA.
-ocr page 40-
47.
VJLARi EERLII1 EU OPRECHT.
Wie de waarheid niet bemint,
Niet oprecht en eerlijk leeft,
Is een ongelukkig kind,
Dat geen vreugd of vrede heeft,
Wijl \'t de oogen neer moet slaan,
Ziet een eerlijk oog het aan.
Waar en eerlijk en oprecht
Moet ge wezen te allen tijd.
Wat ge doet of wat ge zegt,
Drage \'t merk van wat ge zijt.
„Recht door zee," dat zij uw leus,
Weet, het is de beste keus.
Wenscht ge u een benijdbaar lot
Zoo in voor- als tegenspoed ?
Wilt ge zijn een kind van God
Met een vrij en frank gemoed ?
Wees dan, wat gij doet of zegt,
Waar en eerlijk en oprecht.
I. F. D. M.
48.
Flinke beweging.
f
RICHAPD HOL.
10
jj^Pzag
Braaf is braaf en slecht17 is slecht, — of het vriend of
*
iS
M\'
-G-
-*—*-
W=v=?
vij - and doet,... daar - om jon-gens houdt je goed, daar - om
*
|||
£=*
-m—j-é-
ɱZ
•—#-*
jon-gens! houdt je goed, dat je trouw je mee-ning zegt,
-ocr page 41-
35
I,» ^    1
^
ÊH
• -*
*J     
dat je spre • ken durft in \'t recht: „2>a< is goed" ot:
££
i
1
e=
r
==je
3tt
ta
U
is slecht"; „.Dai is goed" of: tdat is slecht.\'
Maar — bedenkt jezelf wel goed,
Eer je tot een ander spreekt
Of jezelf ook wat ontbreekt,
Dat je nog verhelpen moet,
Zegt dan eerlijk, wat je ook doet:
„Dit was slecht en dat was goed."
HEIJE.
49,
R B G H T
RICHARD BOL.
*=5=
Ë
P=*
*=
£
^-5=d
l=d:
d
Recht - op van lijf, recht - op van ziel,
f
-i^-
«—*-
4c=tc
5|Eö
i=£
is een stand naar mijn be - ha-gen. \'t Zij, dat ge een
?3
ÖE
3E
a
i
©
^
£=t
staat - sie - rok moogt dra - gen, \'t zij,         dat ge een
*=5=
i
1
-«-
Ö
Sfc
i
buis draagt of een kiel... Recht-op van lijf, recht
i
ï
±
van ziel.
op
-ocr page 42-
36
En buig\' men ooit zijn hoofd en knie,
\'t Zij dan alleen voor God, den Heere,
Voor elk, dien men als braver eere,
Voor ieder, dien men als wijzer zie ....
Voor die slechts buig\' men hoofd en knie.
Maar anders — recht van lijf en ziel
In vreugd of leed door heel ons leven!
Niet links, niet rechts, maar \'t hoofd geheven,
Wat of er buig\', wat of er kniel\'....
Rechtop van lijf, rechtop van ziel!
HEIJK.
50.
Eenigszins snel»
mf
A. F.
i
$
fez^z^:
ic#
fcjctay
tktr
Het is geen moed zich roe - ke-loos te wa-gen ;
jfe^^kj^EE^
±=±5:
het is geen moed een zwak-ken vriend te pla-gen,
                             
s
*=£=£:
S
±z
te wre - ken \'t leed, dat men U doet, dat is geen
.
II
M^&tft
^m
dat
geen moed!
moed, .
is
Maar wel met goed geleden kwaad vergelden ;
Volgaarne Uw vijand \'t onrecht kwijt te schelden,
Al is de wraak zoo licht als zoet;
Dat noem ik moed I
-ocr page 43-
37
51.
A.JLH ^Ü.KT^E PEBMTi
Gij, die u zelf zoo wijs gelooft,
Ei, let eens op die korenschoven, —
De volle halm buigt needrig \'t hoofd,
De leege — steekt het trotsch naar boven.
TEN KATE.
52.
BEI WOUBBÏ^OBMF^S.
RICIIARD HOL. *)
£
£=35
n
—i
v v v i^i v y * v
Eenzaam bloempjen in het bosch, diep ver- scho-len on-der
feè
±=£
Ê
É3
F ^
\'t mos, nie • mand slaat uw bloei - en ga • de,
maar gij
±&±±
*
ï#?--
-Jt=tt
Ff
w
bloeit toch e - ven - zeer God ter eer, God ter eer.
Ie Stem.                                         I                                                 \\
~~                                  ~                    2e Stem. / y
En gij dankt voor Zijn ge- na- de, en gij dankt voor Zijn ge-
•) Dit nummer, dat niet zonder begeleiding kan gezongen worden, is als Op. 53 no. 1
uitgegeven door Alb. Boothaan, die welwillend de overname der zangstemmen beeft
toegestaan.
-ocr page 44-
38
^
J=t
m
u
I
W=Ji
ra
=*—t
s
G-
HSEZfcJ
W-
ctt
na - de Hem, der schep - ping wij - - zen Heer ! Hem, der
J Jt J-J
i
m
**
FFF
F
-s>-
schep - ping wjj - zen Heer!
O, dan juicht ge, dat Gods hand
U zoo eenzaam heeft geplant,
Om uw laaf\'nis daar te geven,
Waar de bij op \'t doornig pad
Moede en mat,
Anders van gebrek zou sneven,
Als zij geen verkwikking had.
Als een bij, in \'t woud verdwaald,
Op uw knopjes nederdaalt,
Sluit ge uw kelkjes wijder open
En gij denkt in uw gemoed,
Hoe uw zoet
\'t Moegevlogen, \'t moegekropen
Diertje nu verkwikken moet.
Vrome, die in nedrigheid
Heil op \'t eenzaam pad verspreidt,
In uw lot en stand tevreden.....
Euil ze niet voor ijd\'len schijn,
Bloemelijnl —
Zalig hij, die hier beneden
\'t Eenzaam bloempje in \'t woud mag zijn.
53.
IJDBLHEIDi
Wat baat het, kleine ijdeltuit,
Of gij de mooiste kleeren draagt,
Of ge altijd aan u zelf behaagt,
Als gij voor and\'ren niets beduidt ?
De pauw met al zijn pronk en praal,
Wat haalt die bij een nachtegaal ?
Neen, \'t zit niet in een mooi gewaad,
Niet in een uiterlijken tooi;
Een mooie jurk maakt u niet mooi l
Maar weet ge wat bekoorlijk staat ?
Het is een oog vol liefdegloed,
De spiegel van een rein gemoed.
-ocr page 45-
39
Och, wees niet ijdel op uw kleed
En is \'t armoedig, schaam u niet,
Wanneer ge net en proper ziet,
Dan zijt ge goed genoeg gekleed;
En — of een pauw eens op u smaal\' —
Denk aan den grauwen nachtegaal.
J. F. D. II.
54.
IERIÏÏCHTi
Het schoonst blazoen op aarde,
Al schittre \'t niet het meest,
Is innerlijke waarde,
Een eedle, wakkre geest!
Naar rodert burns.
55.
ZBIrFYBUXOOCHSIIIHOi
Want weet, als in uw sombren blik
In uw mistroostig wezen
De leus: „Mij zelf verloochen ik !"
Voor ieder staat te lezen....
Dan is uw offer goed noch groot
En zal geen hart verrukken: (lood
Wat meer dan goud kan zijn — als
Zal \'t op uw naasten drukken.
U zelf wilt gij verloochnen ? goed !
Dat is een edel streven ; (moed
\'t Is de eerzucht van een vroom ge-
Voor and\'ren slechts te leven.
Doch wie zichzelf verloochnen wil
In woorden en in werken,
Hij doe het vroolijk, needrig, stil
En laat zijn strijd niet merken.
Dan wekt ge liefde noch ontzag
Maar weerzin, medelijden ;
De kunst is: met een milden lach,
Als streedt ge niet te strijden 1
DE GÉNESTET.
-ocr page 46-
40
56.
S T E t E I,
„Stelen... foei een vreeslijk ding!\'
Dunkt je \'t vriendje ? die soms uren
Zit te hangen of te turen,
Eer je flink aan \'t werken ging...
Zeg me dan eens, jongenlief.
Is een dagdief ook geen dief?
57.
KLATERGOUD EIS E!
DEJLSTBEMBM,
CATH. VAN RENNES.
Duidelijk, niet te langzaam
i
33
BS
«
i_f_
Al wat er blinkt is        nog geen goud, hoe
m
qp
e
Ö
\'t schit-tren moog in de oo - gen; zoo - ve - len gre - pen
k
i
rx
£Ö
tzJ-É:
zsz
=t
m&B
naar den schijn en za - gen zich be - - dro - gen, zoo
i
33
a^
"•—#-
Ir i r
3tZ3fc
Seö
ve - len gre - pen naar den schijn en za - gen zich be-
£
i
1
dro - gen.
-ocr page 47-
41
En menig steentje, vuil en ruw,
Gedolven diep uit de aarde,
Bleek, toen \'t nauwkeurig werd be-
schouwd,
Een steen van groote waarde.
Wil dan uw hart aan glans en
schijn
Niet al te willig leenen:
De wereld heeft veel klatergoud,
Veel ruwe edelsteenen!
J. F. D. H.
58.
EE1 B@MM.B XHJIHMAH.
Ik ken een tuinman, dom en dwaas,
Die schaars zijn eigen tuintje wiedt,
Maar liever met gewapend oog
Zijns buürmans hof bespiedt,
En dan zich druk er mee bemoeit,
Ontdekt hij onkruid, daar gegroeid.
Licht — als j\'eens in den spiegel
kijkt -
Gebeurt het, dat j\' er een ontmoet,
Die schoon bij al geen tuinman is,
Juist als die tuinman doet;
Die voor zijn eigen fouten blind,
Ze graag bij andren zoekt en vindt.
j. f. d. si.
59.
Zie toe van wien gij spreekt en hoe
En waar en in wat zin,
Is eens het woord de lippen uit,
Het komt er nooit weer in.
Rijmpje uit de 13e eeuw.
CO.
EEH SIMFBI, WOORD.
Rustig.
A. F.
V
®ms3^g^^m
\'t Was nie-men-dal, een sim-pel woord,zoo los den mond ont-
-ocr page 48-
42
i
**
=*=&;
«
^=JE
t-
-9-
:t
gleén, ver - ge - ten, toen \'t pas was ge - zeid, ver-
i
i
*
—-£—I------^=*-----«-----d-----®—
staan, licht door niet éen, ver-staan, licht door niet een.
Doch ziet ge niet, hoe vaak de wind
Een zaadje mederaapt,
Waar of de kiemderschoonste bloem
Of \'t giftigst kruid in slaapt ?
Zoo zal misschien een simpel woord
Eens komen tot zijn end
En daden wekken, schoon en goed,
Of — jammer en ellend!
GOUVERNEUR.
61.
HST HUMEUR.
Kijk, het haantje van den toren
Wendt en keert zich duizendmaal;
Nu eens blinkend in het zonlicht,
Straks door mist en regen vaal.
Ja, het draait met alle winden,
Spelt ons mooi of leelijk weer;
\'t Doet zijn plicht en — schijnt het nukkig —
\'t Strekt het haantje slechts tot eer.
Maar zoo\'n haantjen is uw hartje,
Dat bij \'t minste draait en pruilt,
Toont ons, — zoudt gij \'t ook niet denken ? —
Waar een boos humeurtje schuilt!
J. F. D. M.
62.
DRIFT»
Weerhoud het ruw en hard verwijt,
Dat toorn u op de lippen legt;
Oe weet niet hoe het wonden kan,
Het woord in drift gezegd.
Want drift is als het hollend paard,
Dat alles neertrapt voor den voet,
Geen rede kent, van recht niet weet,
Maar blind \'lings schade doet.
-ocr page 49-
43
Gij, die verstand hebt en gevoel,
Leer u beheerschen, \'t is uw plicht,
Opdat ge niet als \'treed\'loos dier
Ellende en onheil sticht.
J. F. D. M.
63.
BE BESTE "TRIEMB.
Hij jaagt mij van de liefste plek,
Hoe zoet de morgen lacht,
En sluit mij op in \'t eng vertrek,
Daar lastige arbeid wacht.
Hij baart mij strijd, hij geeft mij rust,
In zorg en zweet verdiend;
Hij is mijn Last, hij is mijn Lust,
Mijn Plaag en toch—mijn Vriend.
Ik heb een vriend met ijz\'ren hand
En koel gebiedend oog,
Met recht gevoel en kloek verstand,
Doch vaak wel norsch en droog.
Zijn woord voor mij, zijn wil is wet,
Zijn wenken is gebod.
Wee zoo mijn ziele zich verzet —
Hij rooft mij elk genot.
Want volg ik hem, dan rondom mij
Schept hij mij vrede en licht,
En stemt mij \'t hart zoo ruim zoo vrij...
Hoe is zijn naam ? — De Plicht.
DE GÉNESTET.
64.
PLICHT.
En gaan wij \'s avonds slapen,
Dan weer de vraag gedaan:
tHeb \'k niets mij te verwijten,
Kan \'k rustig slapen gaan ?"
,Ben \'klief geweest voor andren?
Heb \'k trouw mijn werk verricht?
Was \'k ijvrig en hulpvaardig ?
Dat alles was mijn plicht."
Nooit zijn wij soo gelukkig
Als na volbrachten plicht;
Dan juichen wij zoo blijde,
Dan valt ons alles licht.
Een ieder op deez\' aarde,
Het zij dan groot of klein,
Heeft hier iets te verrichten,
Moet bezig, nuttig zijn.
Al zijn \'t maar kleinigheden,
Een ieder heeft zijn plicht,
En niemand is gelukkig,
Die hem niet trouw verricht.
Bij \'t opstaan iedren morgen
Zij dus onze eerste vraag
Aan \'t nauwgezet geweten :
„Wat is mijn plicht van daag ?"
-ocr page 50-
u
65.
lil KLBIKi MIMIM M2kMMWlT$m.
Ik ken een klein, klein hamertje,
\'t Hangt in een donker kamertje
En tikt en klopt er dag en nacht,
Nu luid dan zacht.
Meest klopt dat wonderhamertje
Heel prettig in zijn kamertje:
Tik tak, tik tak, —\'t is of uw voet
Ban dansen moet.
Wel u, zoo vreugde, rein en zoet,
Het hamertje steeds kloppen doet;
Maar wee, zoo \'t om bedreven kwaad
Zich hooren laat.
Dan zijt gij angstig, treurig, bang,
Het klopten klopt,ja,bonstzoo lang,
Totdat ge u tot uw ouders wendt
En schuld bekent.
En krijgt ge dan vergiffenis
Voor \'t kwaad, dat straks bedreven is,
Dan klopt dat klein, klein hamertje
"Weer rustig in zijn kamertje.
Uit Leopold\'s Mosroosjes. Groningen Wolters.
GOUVERNEUR.
65a.
WJ&T HET (JEWET11Ï S0ET,
Heb ik iets kwaads bedreven
Of ook iets goeds verzuimd,
Dan ben ik niet tevreden,
Niet blij en opgeruimd.
Dan klopt mijn hart onrustig,
\'Terwijl ik loop en speel,
En \'k voel mij niet gelukkig,
Al heb ik nog zooveel.
Maar als ik \'t kwaad bestreden,
En \'t goede heb gedaan,
Dan maakt mij \'t minste vrooljjk
En lacht mij alles aan.
Zoo heeft mij God geschapen,
Die, onuitspreeklijk goed,
Het hoogst geluk wil geven
Door reinheid van gemoed.
66.
KIHDERMED.
Opgewekt, tamelijk snel.
m.f
A. F.
*
S
é—0
-#^-
1 Ons hart klopt zoo vroolijk, ons hart klopt zoo blij; wij
2, Al wie er zijn Ie -ven niet dankbaar ge-niet, maar
3t\' Wij ken • nen geen zorgen, wjj ken-nen geen leed, geen
-ocr page 51-
45
ï^ï-
P-
«C
o-s—
*
*=t
s-0-
tint\'-len van le-ven en kracht; wij de • den ons werk en wij
zuch-tend en klagend het slijt, die deed er zijn best bij zijn
angst of berouw drukt ons neer; —o God, die geen on-zer, hoe
fm
F
-¥-
JÊT.
V\'-
bij, nu vlie - gen wij uit als de
niet, die gaf aan zijn va - der of
geet, zoo éen soms be - droefd is, om-
zon - gen er
dag - taak wel
klein ook ver
u
1
h—K-
I
:#É=jSjSl
voog\' - len zoo
moe - der ver -
dat hij mis -
ƒ
vrij en sla • pen als ro - zen te
driet en kan\'s nachts niet sla • pen van
deed, geef Gij hem z$jn vroo - lijk-heid
öc
\\
l
¥***
*
i
nacht, en sla
spijt en kan
weer, geef Gij
• pen als ro -
\'s nachts niet sla -
hem zijn vroo
- zen te nacht.
•  pen van spijt.
•   lijk - heid weer.
J. F. D. M.
67.
TBRZOBKIHQ,
Soms hoor ik in mijn hart een stem,
Die tot mij spreekt met kracht en klem:
„Doe deze maal toch wat u lust,
Het kan geen kwaad, wees maar gerust!"
Vaak heb \'k geluisterd naar dien raad;
Maar ach 1 \'t berouw kwam vroeg of laat;
Ik was bedroefd en nam mij voor:
Nooit geef \'k meer aan die stem gehoor.
-ocr page 52-
46
Maar weldra, zie daar is ze weer:
Verlokkend klinkt zij eiken keer;
Wat doe ik dat ik haar ontvlied ? —
Ach, zoo ze mij met ruste liet!
Een woord van moeder, vriend\'lijk, zacht,
Een blik van vader geeft mij kracht;
Heb ik hen lief, dan doe \'k mijn plicht;
Het zwaarste wordt door liefde licht!
Neen, \'k aarzel niet, want \'k min hen teer,
Zwijg, slechte stem, ik hoor niet meer!
A. F.
68.
SCHÜAIiTl,
Blijve, o blijve uw gansche leven
Schaamte als engel aan uw zij;
Blijv\' de blos u immer bij,
Die u naar het gelaat gedreven
Van een teer geweten spreekt;
En sla \'t oog nooit vrij in \'t ronde
Eer ge voor de kleinste zonde
God vergiff\'nis hebt gesmeekt.
J. F. D. M
Als een blos vliegt naar uw wangen
En ge de oogen nederslaat,
Om een slechte, booze daad,
Die ge haast had aangevangen
Of misschien al hebt verricht —
O, weersta dan niet dat teeken,
Laat de stem der schaamte spreken
En u brengen tot uw plicht.
B R O V W.
Ernstig.
CATH. VAN RENNES.
£
=y=iHP
-G-
H-
1.    Wie zou \'t niet ken - nen dat ge - voel van
2.    Hoe diep en bit - ter is de smart, die
*
-H
h-
*
P
schaam - te, spijt en leed, dat, hebt ge som - tijds
door de tra - nen spreekt, uit waar be • rouw door
-ocr page 53-
47
i>
£
±±:
f* ff-
-#i-
^
kwaad ge-daan, be-droefd u de oo - gen neer doet slaan, schoon
u geschreid,wanneer ge oot-moe - dig schuld be - lijdt, en
/?
/T\\
:fc:
f
ï
53
3
*—#-
£^S*
niemand er van weet ? „ ,r            ,                  . . ,
God ver - ge-ving smeekt. 3\' Maar van be" rouw ë^ë* geen
m
i
*
P
H j
6*
a=t
-5?-
1
traan in \'t eer-ste uur ge-weend ; slechts dan als gij door
I--
i
•MHr
fe
ö
*
da-den toont \'t be-rouw, dat in je hart • je woont, slechts
I
ï
]
G-
£
dan is \'t waar, slechts dan is \'t waar ge - meend.
A. F.
70.
Of je moedig wordt of laf,
Arm of rijk — en slecht of braaf,
Kind van God... of zondeslaaf...
Hangt meest van uw jonkheid af,
Als de Jongen is de Man,
Hou je goed dan — watje kan!
Wie niet leert, die weet ook niet;
Wie niet spaart, raakt alleskwijt;
Tijd is geld — en geld is tijd;
Werk je niet—dan eet je ook niet!
\'t Lijkt eenvoudig, is \'t niet waar?
Doch ik bid je, onthou het maar!
-ocr page 54-
48
"Weetje hoe in vroeger tijd (bloedHeette Oud-Hollands aard en
„ Vrank en Vrij en Vroom en
Vroed
Wordt dat — zoo ge \'t nog niet zrjDoe \'t: want in der Jonkheid hanLigt de toekomst van ons land
1?   God Almachtig, leen Uw gunst
Aan de Nederlandsche Jeugd!
1        Zegen alle trouw en deugd,
!"   Allen arbeid, vlijt en kunst;
it:      Daaglijks bidde u ons gemoed :
id      Maak ons goed — olmaakonsgoed!
Il
flEIJE.
71.
Gij schittrende kleuren van Nederlands vlag,
Wat wappert gij fier langs den vloed;
Hoe klopt ons het harte van vreugde en ontzag,
Wanneer het uw banen begroet.
Ontplooi u, waai uit dan bij nacht en bij dag;
Gij zijt ons het teeken, o heilige vlag,
Van Trouw en van Vroomheid en Moed.
Of is niet dat Blauw in zijn smetlooze pracht
Der Trouw onzer Vadren gewijd ?
Of tuigt niet dat Rood van hun manlijke Kracht
En Moed, in zoo menigen strijd;
Of wijst niet die Blankheid, zoo rein en zoo zacht,
Op Vroomheid, die zegen van Gode verwacht?
Den zegen, die éenig gedijt!
Waai uit dan, o Vlag 1 zij een tolk onzer beö
Om Trouw en om Vroomheid en Moed!
De wereld ontzie U op golven en reê.....
Doch — daalt Gij op Strand weer of Vloed,
Wij heffen uw Wit uit de schuimende zee,
En voeren naar \'t Blauw van den Hemel u mee —
Al kleurt zich uw Rood met ons bloed.
HEUE.
72.
TROUWE UEFDB.
Vriend en vreemde mogen \'t weten,
Dat ik fier ben op uw roem,
Dat ik met een dankbaar harte
Neêrlands vrijen zoon mij noem.
Trouwe liefde heel mijn leven
Zweer ik u, mijn Vaderland;
U, mij boven alles dierbaar,
Wijd ik hoofd en hart en hand.
-ocr page 55-
49
Trouwe liefde heel mijn leven
Zweer ik u, mijn Vaderland;
U, mij boven alles dierbaar
Wijd ik hoofd en hart en hand I
a. f. (Gevolgd.)
Niet in woorden slechts en zangen
Is mijn hart tot dank hereid;
Met de daad wil ik dien toonen,
Trouw u zijn in nood en strijd.
73.
„Jr
ALTRaOITMCH, SABEI» EI GEWEER .
Opgewekt.
A. F.
-Ö-
te
mi
H----h
•-j-
33
Ik.
JÜZÉL
i
1.     Pa - troon-tasch, sa - bel en ge - weer, dat
2.    Een hel - der oog, een rap » pe hand, een
u
3gf*
*;
•w
^^
PU
maakt nog geen sol - daat; een hart vol moed, een hart vol
on - verschrokken zin, een ziel, die voor de vrij - heid
3=1
£
m
^
daar komt het
lief • de
ei - gen - lijk op neer, mijn
tot het va - der- land: daar
m
bra - ve ka- me - raad, mijn bra - ve ka - me
jon-gens zit het in, daar jon-gens zit het
raad.
in.
HEIJE.
74.
\'STRI^HBEBs
De vrjjheid is het hoogste goed,
Maar meestal is ze zwaar te dragen;
Dus wie als kind verstandig doet,
Zal, waar hij twijfelt, wijzer vragen
Hoe hij zich best gedragen moet.
HEIJE.
-ocr page 56-
50
75.
YABERtü.WBStlBFDEi
Vast.
O. K. V. D. C.
fc
i
ü
i
rfff r r rr f
Mijn Ne-der-land, mijn va - der-land, o dier-baar plek - je
ÉEl^S^
r
mijn! Nooit maak ik u - wen naam te schand, ik
É3^
PB
z=£=2:
r^m
^S^
p r
zal met hoofd en hart en hand, u steeds tot ee - re
ï
m
-e-*--
3
^s
Tf
Irtt
zjjn, U steeds tot ee - re zijn!
76.
©MS PRIKSBStfBi
Opgewekt.
taf
*=tc
N—r-i
3Jfa
^=
^a
f
•^-L-«----------
Daar is een aar-dig kind-je, haar naam is Wil • le-
-ocr page 57-
51
\'m
~w—sr
&
4*-
mijn; dat zal, laat God baar Ie - ven, eens
£=$=£=£
tn
tt
-t m
3-¥
zijn. het bloei\' in \'sko-nings
ko • ning - in - ne
-N—N-
±±3.
5
ɗ*~
I
fc
ï
wo-ning, heel Ne-der-land tot vreugd, het jongste Oran-je-
&
fc
3E
sprui-tje, de bloem van Neer-lands jeugd.
ZWOLSCHE SCHEURKALENDER.
77.
HET KLSI1XB IlIISERTJl,
*=
ï
g^ !
±
Ö
-!-----Ür
-«^
§
-H
zit een aar - dig vo - gel • tje
Er
fc
i
P=)
i:
E
ö
*=tc
on - • zen buur • mans hof; hij zingt zijn lied - je
*
53
i
*=5=É
vroo-lijk op tot \'sHee-ren prijs en
lof.
Hij zingt van al de bloemetjes,
De bloempjes, wit en rood,
H jj zingt van al de boompjes ook,
Van boompjes, klein en groot.
Hij zingt van al de kindertjes,
Die zoet zijn en gedwee,
Zing\' op maar, vroolijk zangertje,
Wjj zingen met u mee.
-ocr page 58-
52
78.
7XrEUGBX,EIt.
FT-p
------k-
—I
c
K. V.
0
D. C.
m^
-^
d=
a1
—ê—
—#—
••
J
=t
Een lied, een lied uw
ven lang, ach
Ie
f
*:
fc
±
mocht ge \'t we - ten, lie • • ve vrin - den,
dat
•* b »
i
-©-*
*—•
*=#=&
m
zij uw har - te blij of bang, gij be - ter weerklank niet kunt
ï
m
*
-e>*
y
vin • den dan in ge • zang, dan in ge - - zang
Van wat er aamt in veld en vloed,
Heeft niets een schooner, zaal\'ger leven
Dan \'t voog\'lijn, dat met frisschen moed
In duizend lied\'ren, onder \'t zweven
De schepping groet.
Of — zoo het diertje vroolijk schijn\'
Omdat het vleug\'Ien heeft ontvangen,
Gij vliegt zoo goed als \'t vogeliju;
Laat maar de dankbaar blijde zangen
Uw vleug\'Ien zijn !
IIEIJE.
-ocr page 59-
II.
LOFZANGEN.
i.
Wijze Gezang 7.
fe
ö-
•—é
Op ber-gen en in da - len en o - ver - al is God! waar
Zijn trou-we Vader - oo -gen zien al - les van na - bij, wie
n\\
i
i-
3
•-è-
&*-
-G-
wij ook im-mer dwa • len of zit-ten, daar is God! waar
steunt op zijn ver - mo - gen, dien dekt en ze-gent Hij! Hij
p
/r\\
i
-e±-é
3F
*-*-
•*-* è •
mijn ge-dach-ten zwe • ven of stij-gen, daar is God! oin-
hoort de jon • ge ra - ven, be-kleedt met gras het dal,\'heeft
/*\\ f.                                 rt\\
%
TfSL
-è-*
•é—é
laag en hoog ver » he-ven, ja! o - ver - al is Godl
zalft voor wor-aaen ga - ven, ja zorgt voor \'t gansch heel • al.
-ocr page 60-
54
II
KINDREIT ^IHGTi
IJ
I:
ï
ifc
5
-«-
f
-4—S-
-ö»i-
1.    Kin-dren zingt ver - heugd en blij! Looft den
2.    Lie • ve, trou • we He - mei - heer, die ons
I:
±±~±
s
±±.
J9-
Heer met blij - de klan - ken! nie - mand is zoo
zoo - veel goeds wilt schen -ken, zie vol lief - de
i
É=±
-o*-
goed als Hij, al - les
op ons neer; laat ons
hebt ge Hem te
dik - wijls aan U
S=3=Ï=F3=±
2
=^=q
-o-
i
t=\\
dan • ken. Juicht, o juicht uit vroom ge - moed:
den - ken.
         Help Uw kin - dren, zwak en klein,
-i-
qac
=É=#-
ï
G>±
God de Va - - der
help hen, goed en
is zoo goed!
vroom te zjjn
il
O GIJ HEILIGE,
»>
Siciliaansche Volkswijze.
Zacht en rustig.
^3
G-
O, G(j Hei • li - ge, Al • barm - har- ti - ge,
-ocr page 61-
55
ï
£
3t
-6»-
-S-
fc±
Heer en Schep- per der aar - • de! geef ons Uw
Ê^E^I
ï=
J—é—J—é
ze - gen op on - ze we - gen; hoor ons,
I
f
i
jgr
hoor
ons, o Va - - der!
4.
G: W B, E D,
/ï\\
ï—F
:t
O God, die nooit een kind ver-geet, maar \'tliefhebt als een
i
?C
Va - der, duld dat ik met een dank - baar hart U
ï
3
met mijn be - de na - der.
O God! wat is Uw liefde groot!
Gij riept mij in het leven,
En alles wat ik dierbaars heb,
Is mij door U gegeven.
Vrouwe Bilderduk.
Ofschoon ons oog u nimmer ziet,
Toch zijt gij in ons midden,
Wanneer wij met oprecht gemoed
Vertrouwend tot U bidden.
-ocr page 62-
56
5.
Wij, kindren, knielen dankend neer,
En loven U, o Lieve Heer!
Na wij uit zoeten slaap ontwaken.
Uw hand maakte onze peluw zacht,
Uwe Englen waakten heel den nacht,
Dat ons geen onheil mocht genaken;
En thans geeft gij ons nieuwe kracht:
O Vader! U zij dank gebracht 1
6.
Oud-Ned. Volkswijze.
i
»w-
fFf=?
S
Lief - lijk is de mor-gen - stond als men dien met
i
É
9—é-
-G-
God be- gint; vreugd\'in \'t hart, dank in den mond
ï?
fc
±-Ê~
-&-
^g
voe - gen ie - der deugd-zaam kind, dat na een ge-
ï
±-----
H^=
i I i E-----Z------T~         
Zj
^=
n
^^h^SruTJIJ
-é—
rus - ten nacht in des Schep-pers trou - we wacht
#
ï
a
^=F?*ffi£i
zon-der leed en zon-der zorgen \'t licht groet van den morgen.
GOEVERNEUR.
-ocr page 63-
57
KIHOBRTTRBUCbDE .
Opgewekt.
mf
e
èê£
ï
1.      0, wij kin-d\'ren,wij Ie • ven als de voog-len zoo
2.    Van ons al - les te ge - ven wordt de Heer nimmer
3.      O, wat rijk • dom van ze - gen geeft die liefd-rij - ke
feÉS
$=i-
bljj, want de Va • der daar bo - ven zorgt voor
moe,
        el - ken dag dui • zend ga - ven strooit Hij
God, mocht ik         al - tijd maar Ie • ven naar Zijn
ï
m
2zi
u en voor mrj.
vriend-lijk ons toe.
wil en ge - bod.
8.
A. BRAUN.
•fr-Cü-fr
":Ö
S
v 0 »
JE3
É=*-ÉLË1
i
W?E^3=E^
Van U zijn al - Ie din-gen van U, o God, al-
leen I Van U de ze - ge"- nin - gen, o Hoor-der der ge-
-ocr page 64-
58
P
*
&=
S
^3
JP—Pé-
been. Uw lief • de en trouw om - rin — gen mijn
fsg^
»
-#i#-
é-iJL
wankelende schreên, en wat we ooit goeds ont-vin-gen het
i
P ==—             
t*
*
tt=T
0=*:
*
s
-K-#-
3fcj£±
komt van TJ al - leen, het komt van U al - leen.
ï, O F !. I E Bi
Matig.
K. F.
ï
m
*=&
P
^Z=É
*—»-
*=jfc
Met dui - zend stemmen klinkt al-om langs bosch en veld en
b : Esn=±
vloed, een vroo-lijk lof - lied U ter eer, o Va • der, groot en
i
*
•^r
i
goed. De vo - gel, die in \'t lucht - ruim zweeft, hij
jt
i
fe
e
J>
£93
«=*
zingt dat ou - de lied, dat ruischt door \'t loover van den eik en
-ocr page 65-
59
JLJL
ei é
e
2=fcf:
I:
• *•
5
i
speelt door \'t golvend riet. Ons hart verstaat dien blij-den toon en
§:
i
•fn
*
J±=fT-
*=\\
9
met dien ju - bel - klank, waar - in zich gansch \'t Heel-
I:
i
*
JgEJ=ggi*j
*=
al ver - eent, ver - heft zich on - ze dank.
10. (88)
FRANS ABT.
^w
#—#
mWWTTrr
De lof-zang rjjst naar bo-ven in \'t stil-Ie mor-gen-
dsl
I                                                               
4*
«E*
^77
uur, om dankbaar Hem te lo - ven, den Schepper der n»
m
^m
f^FT^
r
tuur. Van hem daalt al — les           ne - der, de
-ocr page 66-
60
n £
m¥¥%mm
:P
Va • der, trouw en tee - der, houdt o - ver ons de
ttEÖE
wa
pi/ —ii i T"
wacht, houdt o • ver ons de wacht bij dag en
Sii#i#^
nacht, bij          dag en nacht.
11. (89)
LOOFT SIK HEERi
j4—
i
S
Se
-ɗ9-
P^gg^
Dat ons lof-lied vroo-lijk rij - ze! Dat het klin • ke
i
m
—i----------------^—i—^
:FZZ#
•-È1
tot uw eer; dat der kin - dren mond U prij - ze
I
Ï=Ö
*=t
S
--$
voor uw gunst en goed-heid,Heer! Looft den Heer!
^—^
^ffe^
±
#—r-#
I
Looft den Heer! Hal - Ie • lu-ja, Hal - le-lu-ja,
-ocr page 67-
61
Ï
=?=F=^
ï
ï
-s>-
Hal - Ie - lu - ja! zingt zijn eer l
Boven bidden, boven denken
Hebt Gij aan ons welgedaan,
Ach, wij kunnen U niets schenken,
Neem ons staamlend lied slechts aan!
Looft den Heer, looft den Heer I
Halleluja ! Zingt zijn eer I
De eng\'len en der zaal\'gen koren
Prijzen U in \'t hemelhof.
Ook naar kinderen wilt Gij hooren ;
Uit hun mond bereidt Ge U lof,
Looft den Heer! Looft den Heerl
Halleluja, Halleluja,
Halleluja, zingt zijn eerl
12.
H T » Et m.
Wij knielen voor uw troon, o heilig Hemelvader,
En bieden u met vreugd ons vurig danklied aan;
Gij milde bron van \'t goede en rijke levensader,
Hoe hebt Ge uw kindren welgedaan.
Aan \'t lichaam schonkt gij kracht en deedt den geest ontwaken;
De rijke gaav\' der taal hebt Ge aan \'t verstand gehecht,
En eindlijk, groote God, omdat Ge ons woudt volmaken,
Hebt Gij ons liefde in \'t hart gelegd.
O neem ons danklied aan en hoor de reine bede,
Die uit ons kinderhart den weg vindt naar omhoog,
Sterk onze zwakke kracht, leid onze wankle schrede,
Trek Gij tot U ons zoekend oog.
Wg willen niet alleen U in een loflied eeren,
Maar heel ons leven zij aan uwen dienst gewijd;
De liefde, die Ge ons gaaft, moog\' tot u wederkeeren
Als \'t offer onzer dankbaarheid.
J. F. D. H.
-ocr page 68-
G2
13. (90)
BIJ T
Fransche Zangwijze.
é&e
mm
=P
=Ê=H*=»
5
i=H
©
Bij \'t heen-gaan vra-gen weU, o Heer: zie
s
$
-0—^—0-
1=:
zeeg\'-nend op uw kin - d\'ren neer, wil on - ze leids - man
ï
-i-------1-
we - zen ; als Gij ons steunt, als Gij ons hoedt, gaan
^T\\
/C\\
ï
ÖESEÏ
-F=*-
f-Ê-i
i±±
-G-
wij zoo vei - lig en zoo goed, dan is er niets te vree-zen.
.
m
--X
-«-
-o-
-G-
3t=Êl
A- men, A- men! Help ons stre-ven, vroom te Ie - ven,
\'§.
ö^
3
*=*.
*=*=*
at*
breng ons na-der tot uw troon, o He - mel-va- der!
-ocr page 69-
03
14.
D A I 1 & I ^ Bi
Opgewekt. <mf
ANBBLÜS WEBER.
m
-,"*>-
*==*
S=*
- -É-
Ja, nog een* maal klin - ke hier ons kunst - loos
Dat nu \'t uur van schei» den slaat,
lied
i
42
Wm
hart en mond ont-vliet.
Deedt Ge ons niet gevoelen:
Ware liefde alleen
             (luk,
Schenkt een mensch het hoogst ge-
Maakt met U hem éen ?
Nooit vergete ons harte,
Onder lief en leed,
Wat Gij van onze eerste jeugd,
Vader voor ons deedt.
U ter eere klink\' het
God, wiens liefde en trouw
Tot den grooten kindervriend
Ook ons leiden wou.
Leerdet Ge ons niet luistren
Naar Uw heiige stem,
Sprekend ook in \'t kinderhart
Vol van ernst en klem ?
Dat wij heel ons leven,
Al wat kwaad is vliên.
Blijde en dankbaar \'t goede doen,
Moge Uw oog dat zien!
E. TER HAAR BZ.
-ocr page 70-
64
15.
il
MIJN 1IG1EREK/
Oude \'wijze.
Niet te langzaam.
P
Jte
=F
-a»-
s-#
-«-
Is mijn be - gee • ren dik - wgls on • rein,
*?
Ö
J-IÉZ
3
st=ÉL
FF=3=f=ï
i
wie zal mij lee - ren, hei • lig te zijn ? God on - ze
*
^
3Z3I
£
Ic
tefc
-o-
-(9-
-o
Heer
mint mij zoo teer;        als ik Hem na-der
a
-©-
«—Ê-
ö»-\'
-S-
t
3St±
ï
-<9-
voel ik mij rein.        Met mijn ge • dach-ten, woorden en
^ /
m^m
SI
-.<9-
t:
i
daan, met al mijn krach • ten         bid ik Hem aan.
16.
Koraalmelodie.
Langzaam.
pPSEfcg
E
»^—ê-
Geef mjj een rein en tee - der hart, een
I
^^
^
hart dat U zoo - zeer be-mint, dat het in
-ocr page 71-
65
3
BEË
:£h£
*7             
al - Ie vreugd\' en smart in U een Va - der zocht en vindt
Geef mij een vasten, fleren wil,
Die enkel op uw pad wil gaan
Om zoo blijmoedig, nedrig, stil,
Geloovig in Uw dienst te staan.
Geef mij, o Heer, het hoogste goed
Dat ooit gevonden werd op aard:
Een diep, een rijk, een vroom gemoed,
Uw godd\'lijk welbehagen waard.
17.
YERTROUH
OP GODi
Ev. Gez. 199.
Epp
:1:
•TF-ê
s~
Een God in den he-mel vol lief-deen ge • na slaat
f
=t
:t=:
-s-
he - den en im - mer zijn kin - de - ren ga. Hij
5
-&--------
hoort hun ge----be • den Hij let op hun smart, Hij
5
:t=d
-s-
redt ze uit hun noo - den Hij hei - ligt hun hart. Hij
ï
•ó—*"
ziet uit den hoo • gen vol lief-de op hen neer: dies
fe
*=3F
vast en big • moe • dig ver - trouwt op den Heer.
5
-ocr page 72-
66
18.
il
„SS7SSL GERUST VW WEGEN,
Oudduitsche koraalwijze.
/7\\
0=^=^\'-
2
Ete:
^F
ï
Be - veel ge-rust uw we- gen, al wat u \'t har - te
/^\\
i
=t
S
£
Êzta—Ê.
deert, der trou-we hoe-de en ze - gen van Hem, die \'t al re-
rrv
*==;
f
5 1 fi P-
t--
£
geert. Die wol - ken, lucht en win - den wijst
fes
i
-^r
T-rï~r-
^z=i:
tsc
-^-
spoor en loop en baan, die zal ook we - gen
rr\\
3:
zt
3E
4-
t-l
vin - den waar langs uw voet kan gaan.
Uit Ev. Gez. No. 73.
19.
b m
Psalm 65.
(O
i:
i
Geef mij, o Heer I een o - pen har • te, dat
-ocr page 73-
67
/T\\
fi£g^
F
£
£
ik uw stem ver - sta, en nim - mer on - der vreugd of
T\\
I
3EE£
5
smar-te mijn ei - gen we • gen ga. Geef me on-der
H-
t
3:
i
£
al uw
ze •
ge -
nin
\'gen
een
rein
en vroom ge-
J B
.
i
f " l J
3 -
:
fm W
»~
rd J m
iu * .
1
» "
a é *
"é~
moed, dat dank • baar u zijn lied kan zin - gen, o
f*\\
s
&
Va - der, groot en goed.
-ocr page 74-
III.
FEESTLIEDEREN
EN
GELEGEN HEIDSLIED E REN.
1. (72)
OUD£aJAAR.
Rustig.
CATH. VAN RENNES.
=t=5*=l
fc
»
J^jtzÉzzJ:
fet^
-m—#-
jfczt
est
Ou • de jaar! O laat ons rus-ten, om-zien eer wij
*
=t
»
*
£*
•~è-
4=
-«-
ver - der gaan ; \'t Nieu-we jaar word\' niet be • gon-nen,
ft
1
\'X
t=4»
^l-i
6*
eer wij heb - ben stil - ge • staan; eer we in ernst ons
ï§Ëg
fyÉT—1----
-ér
3=3FW==F
ven vraag-den: „Deed ik waar • lijk, wat ik kon?
zei -
*
-**-g-----#—*-
ÉOtZ*\'
ffl
ta=±=JCDt
É
9
l
Ben ik wij-zer, be - ter, vro-mer dan toen \'t jaar zijn
ï
±=ÉL
loop be • gon?"
-ocr page 75-
69
Oudejaar! De jaren vlieden
En zij keeren nimmer weer;
Ieder jaar dan vinde ons verder
In den dienst van God, den Heer.
God gaf ons zijn zon en regen,
Gaf ons vreugde, gaf ons smart;
Maakten wij genot en lijden
Tot een zegen voor ons hart ?
2. (73)
Matige beweging.
SCHULTZ.
3
_r3c?f__w-
Wat brengt ge ons, nieu • we jaar - kring, meê ? Be-
4
±
•i-
JSZJE
mm
:t:
V.
--Ï
looft ge ons voorspoed, vreugd en vree ? brengt ge ons veel blij-den
S>J
ï:
G-
zon - ne - schjjn en zul - len wjj ge - luk - kig zijn ?
Wij weten \'t niet, dat weet niet éen,
Dat weet de goede God alleen.
Slechts weten wij, in vreugd en pijn,
Dat we in Gods hoede veilig zijn.
Hij is ons nu ook weer nabij,
En daarom juichen wij zoo blij,
Met dankbaar hart, met frisschen moed:
„Wees, nieuwe jaarkring, wees gegroet I"
JACOBA.
-ocr page 76-
70
3.
lOSUY-fAAfU
Wijze No. 3 II.
Alle menschen
bidden, wenschen,
op den eersten dag van \'t jaar,
Heil en zegen
op hun wegen,
en zij bidden \'t voor elkaar.
„Geef ons vrede,"
zegt hun bede
tot den trouwen Zegenaar;
„Schenk ons krachten,
leer ons trachten,
beter worden in dit jaar!"
G. w. van rosse».
KERSTFESSTi
Wijze No. 11.
Wij willen \'t goed onthouden,
En, — zijn wij thuis bijeen —
Dat licht van dankbre vreugde
Ook spreiden om ons heen. —
Steeds vriendlijk zijn, vol liefde,
Vergeven, wie ons griefde,
En helpen, waar men leed,
Als Jezus deed. —
Wij danken u, o Vader,
Voor wat ge ons hebt bereid;
Wij danken voor den zegen,
Dien \'t Kerstfeest heeft verspreid»
Geef, trouwe, lieve Vader,
Dat voor ons al te gader
Dit Kerstfeest, schoon en blij,
Gezegend zij!
O Kerstfeest, heerlijk Kerstfeest!
Wat vreugde bracht ge ons weer!
Wij keerden dankbaar huiswaarts,
En juichen telkens meer :
„O mocht een ieder \'t weten,
Wij zullen \'t nooit vergeten,
Wat bracht een heil en vree
Dit feest ons meê !"
VTO hoorden veel van Jezus,
Dio met een grooten schat
\'Van liefde, trouw en teeder,
Het kind heeft liefgehad...
Wij zongen blijde koren,
Wij zagen lichtjes gloren,
Als \'t licht, in duistren nacht,
Aan ons gebracht.
-ocr page 77-
71
4a.
YBLKOMSTGROBTi *)
Matig langzaam.
RICHARD HOL.
UUU
&
P=Ê
s
Weer is het Kerst-feest aan • ge
Een vriend\'-lijk „wei-kom I" klinkt u
bro-
te-
ken, de vreug- de - • licht - jens zijn ont • - sto-
gen; het Kerst-feest breng\' u vreugd en ze-
sterk.
-J—-N
-9.—3=
toenemend.
*
-s-
t3E=hdt
ï
p
r
1
ken,
de
boom met
al
gen,
het
leer\' aan
al
zijn glans en gloed -
len groot en klein -
£q
^
hij wil u ook weer
hij aan wiens lief - de
M
he - den too • nen, dat
wij ge - den • ken, wil
*) Den kinderen op het Kerstfeest toe te zingen. Zie voor do begeleiding
«Vrij en Vroom" No. 4.
-ocr page 78-
72
eö=*^yu^:
cresc.
PW^Ê^
1 ü iH
lief - d\' en vreug-d\' al - • om moet wo - nen, in
dat wij
          an • d\'ren vreug - de schen-ken, aan
i^a^u
i
^f=ri
-G-
al - Ier har - ten heer - schen
ve - len tot een ze - gen
moet.
zijn.
E. M.
5. (77)
KERSTLIED.
Siciliaansche Volkswijze.
^m
$
i
\'\'ir*»
-»-
i
g B
OZ
J
gg—#>--
Hal - Ie - lu - ja! God zij ee - - re 1 Zoo, zoo
-G-
-JSL
-j—é* —eh
-0*~
klinkt ons dank-baar lied. Zingt in blij • de ko - ren,
è
ss;
•fe.«-g>
ï&
e
Je - zus is ge - bo - ren, schoo - ner feest - dag
t
m
O------p
is er niet I
-ocr page 79-
73
Naar den hoogen
Slaan wij de oogen.
Liefd\'rjjk God ! U bidden wij:
Leer ons heel ons leven,
Jezus na te streven:
Maak ons heilig, zooals hij!
H. K.
Want het leven,
Hem gegeven,
"Was ten zegen voor heel de aard
Jezus bracht ons nader
Tot den Hemelvader;
Zingt, hij is uw loflied waard!
6. (77)
KERSTNACHT. *)
RICHARD HOL.
kh II
È
Éi
«
#• 1 fT3
ui
Fr i
| r p |
De Kerst-nacht is ge - ko - men, de stil - Ie, heil- ge
te
l
^
I
nacht, die sinds zoo ve-le eeu - wen op aar - de ze • gen
i
m
^f—*-
:*=*
bracht. Laat Go-de ons daar-voor dan - ken, en prij-zen zijn ge*
;fc
M
JUiLlJ JU -
:*=p:
(B—P-
f
r=T
i i                                   i i | t i
na; zingt al • len Hem ter ee - re, looft God, looft
*) Dit nummer kan niet zonder begeleiding gezongen worden.
-ocr page 80-
74
1
É^
r
God, looft God, Hal - Ie - lu - • ja!
A. F.
7. (80)
BM ©EM SERSTBOOM.
NIELS W. GADE.
:=Ö
:£=£
De kerst-boom prijkt, \'t is kin-der-feest, ziet hoe de licbt-jes
fc=±
fs:
Bg
^
-g-----#
=V:F
3Ëi__gl_g
t
glo - ren; „weest" roe-pen zij»ver-heugd van geest, want
f^EgEE^
£
•4 JVF-
Je - zus is ge - bo - ren. Hij kwam als \'t licht in
i
«E
i^
3
duis-tren nacht, en heeft ons \'t boogste goed ge-bracht; ge-
-ocr page 81-
75
f
ë3^
qnzr-
SEÊ
-G-
-G-
JÖZ
loofdzij God, ge-loofd zij God, Hal - Ie - lu • ja."
8. (79)
KBR8TI#ISDJBa
Dit liedje kan niet zonder begeleiding gezongen worden.
f
RICIIARD HOL.
§
f*SF
Mp
fi%=:^#^ïJ=i4
I
?**rf?=f
Vers 1 en 5. Juicht, juicht,           kin - dren, juicht!
^*
ï
Ê=±S:
juicht nu blij van geest, en laat uw lof-lied hoo-ren!
3St
±^=p^
i^r
-<©-
l
Zingt, zingt rer-heugd van \'t heerlijk feest, dat Je - zus, dat
tóÖ
m
$
-G-
£=
=.m
Je • zus werd ge - bo - • - - ren!
-ocr page 82-
76
Vers 2, 3 en 4. mf
fefe=!
m-
**
SE
s^-r—e
-erJ
2. Zingt van den groo - ten kin - der-vriend, die ons zoo
ïsm
mm.
m
^=m
graag wou lee - • - ren, dat God ons als een
f4
3te
FF^
t=
ï
P=»^F—p1
p^
Va - der mint: zingt hem een        lied ter
^r=
ZE
fe*
Ep
-«-
rfa capo /
ee - ren.
Zingt hem een lied en hebt hem lief,
Volgt hem geheel uw leven,
En wilt als hij uw gansche hart
Aan God, den Vader, geven.
Hijjdie zoo goed,zoo vroom,zoo rein,
Zijn hart aan God wou geven,
Heeft ons geleerd Gods kind te zijn
En naar zijn wil te leven.
Juicht! kindren, juicht nu blij van geest,
En laat uw loflied hoorenl
Zingt, zingt verheugd van \'t heerlijk feest,
Dat Jezus werd geboren 1
JAMAC.
-ocr page 83-
77
T IS YOLBRACHTi
Oud-duitsche
koraalmelodio.
/rs
^^
3=^
=t
-^
\'t Is vol-bracht. Het oog ge - lo - ken in de om-hel-zing
Heeft de Mees • ter \'twoord ge -spro-ken en de laat-ste
|C\\
i
Ö
35
ï
Dtat
t
van den dood, ,. T , , ,. , .                  , j
a - dem vlood.
\' Is Vo1 " bracht> het 1S 8» \' *» \' den\'
«
*
^
£
=3=
tp
3
-Q-
heel de gru - wel werd ge-pleegd, en de kelk is
rs\\
f
3\\
e
-----a------h-H
ver - be - den, maar ten bo - dem toe ge - leegd.
niet
\'tls volbracht. Geen wanhoopsteeken
Vraagt de held, die dus ontsliep;
Zalig, wie \'t hem na mocht spreken
Eer zijn God hem tot zich riep.
\'t Is volbracht. Het is gedragen,
En des vijands wapen faalt.
Naar des Vaders welbehagen
Heeft het kind gezegepraald.
j. f. d. si.
-ocr page 84-
78
10 (82).
A.
Engolsche Gezangwijze.
. .
Iggldfe:
3
^_
3
iZ3t
F
„Ho-zan-na! Ho-zan-na, Ge - ze • gend is Hij, die
Ho-zan-na! Ho-zan-na!\'t Gejuich neemt geen eind, ja,
Èfe
i
q
4
ö
ï
"tzM:
(5^
komt in den naam van den Heer!\'
waar • lijk die in - tocht is schoon.
Zoo ju - belt de
Maar \'t oog van den
i
M
*
>=
scha - re, die Je - zus ont • moet, ter - wijl zij met
mees - ter blikt ern - stig in \'t rond, hij voelt, hoe zijn
=t
S
*
S
ï
pal • men en bloe • men Hem groet, be - wij - zend Hem
woord te ver - geefs heeft ver-kond :\'k Ben ko-ning, maar
&
i
më$
e
ko - nink - lij - ke eer.
niet voor een troon.
Hozanna! Hozanna! De waan is voorbij,
De vorst wordt gesmaad en gehoond.
En „kruisigt hem!" klinkt het verwai\'d door elkaar,
Maar Jezus spreekt kalm tot de woedende schaar:
a\'k Ben koning — met doornen gekroond."
-ocr page 85-
79
„Hozanna! Hozanna! Gezegend is hij,
Die kwam in den naam van zijn Heer!"
Weer trekt hem de jublende schaar te gemoet,
Die ;t offer der liefde hem legt aan den voet,
D\' onsterflijken koning ter eer.
F. D. M.
11. (83)
OHSTERFBLMX.
I ,
T. !. SCIIÜLZ.
I               I
-i-
£*
Bl—É
3^
m^rvn
*gf*
F*
ï
Goe • de Vrij - dag, toen uw mor - gen o • ver
£
i
k
&
sL
tt
.
p^EEEf
r
de aar-de lich - ten zou, hield de zon \'t ge - laat ver-
Lh
fe
mm
-G-
?wm
3t±
*-*-
-f^
"Js
bor - gen, dreef de gan - sche schep • ping rouw.
En met wanhoop in het harte
Sloegen zijn getrouwen \'t ga.
Hoe de groote Man van Smarte
Stierf aan \'t kruis van Golgotha.
Maar de Paaschdag is verschenen,—
En de zon kreeg dubb\'len gloed,—
En de wanhoop is verdwenen
Uit der vrienden droef gemoed.
-ocr page 86-
80
Want.ging Jezus heen van de aarde,
Leefde niet zijn geest en woord,
Nu erkend in volle waarde,
In het hart der zijnen voort?
Neen, het Goede zal niet sterven
En de Liefde niet vergaan,
Zou men die ook duizendwerven
Aan het kruis der schande slaan.
j. f. d. h.
12. (84)
PIRKSTERUEQ.
Opgewekt, niet te langzaam.
§
ft
E
£=-É
ï
*—**—*~
Geest van God 1 be - straal mijn pa - den, schenk mij
:^=P^-
*—>*=-
£=r
€—*
^m
1
m
*~=££d
sterk - te, troost en moed; houd mij af van boo • ze
p
1^=m
*rr
3
r.
±±
-G-
da - den; maak mij wijs en vroom en goed; toon het
=t
£
HE
rech - te spoor mij aan om het Gods-rijk in te gaan.
-ocr page 87-
81
13.
PïüïKSTERBETOE,
Engelsche gezang-wijze.
Matige beweging.
±
$
±:
m.
3t
-°r-É:
G----g—£—*
-G*-
-&-
-G-
1.    Word in ons wak - ker, Hei - li - - - ge Geest,
2.     Leer ons het goe • - de vaar dig te doen;
i
ir—F
a-*-
-&*
W
G-----G-^é
-G-
• - ren \'t Pink - • ster - feest;
- - de kwee - ken en voên.
leer ons te vie •
leer ons de lief -
m
1&-
-G-
-&-
jGZ
-°*-
-G-
Stzfr^I
-G-
wek in de har - ten krach -ti - gen gloed,
Leer ons te vlie - den
         al wat on • - rein,
\'G-
-G-
£=3=£
G-
ÏSt
G-
f.
i
-G±-
hei - lig ons Ie - ven, sterk ons ge - moed I
ons voor \'t ge - we • ten schul • dig doet zijn.
i
V-
-&*
-G-
-G-
-&\'~
8. Word in ons wak - ker, Hei - li
ge Geest,
^
9P-
-G-
s!±?^ö=i:
i-
leer ons te vie - ren \'t Pink - - - ster • feest.
I. F. II. JI.
6
-ocr page 88-
82
14. (87)
LBIITBUBDi
Opgewekt, vroolijk.
C K. V. D. C.
=t
*
^=^
*
.—#—en
t
Wie roept ons daar - gin - der in bos-schen en veld
ffi
*
Ï
*c
S
È
fcc
fat
jaagt er de wo-ningons uit? Wie lokt ons door geuren ver-
Ê
*
i
¥=\\
^
ö
^t
4C
de - lijk zoet en komt ons bij ie - de • ren
lei
J|S
q
£=Ê
1
*=
1?:
tred te ge - moet, ons boei - end door lief - lijk ge-
i
*
Ï=Ê
f=f
luid, ons boei- end door lief - lijk ge - luid.
Het schijnt wel, als riep er een machtige stem:
„Ontwaak toch, gij sluim\'rende knop,
Uw schitterend groen tooie heuvel en dal,
Luid klinke der vogelen jubelgeschal,
En heffe zich hemelwaarts op."
Gij zijt het, o lente, uw lieflijk gebod
Klinkt diep in het harte mij weer;
Het is mij als fluistert een stemme zoo zacht:
Ontwaak, dank en — arbeid met moed en met kracht,
Uw liefdrrjken Schepper ter eerl
-ocr page 89-
83
15. (86)
"L, E N T E,
Ik prees dien God in mijn gezangen.
Die veld en woud (hangen.
Weer \'t groene kleed heeft omge-
Na zooveel maanden van verlangen,
Zoo blijde aanschouwd.
Had ik uw adem, nachtegalen!
Uw zilvertoon,
Langs alle heuvlen, alle dalen,
Zou ik uw smeltend lied herhalen,
Zoo vol, zoo schoon.
Ik zou dien grooten Schepper loven,
Die ongezien
Zijn troon gevestigd heeft daarboven,
En wien de bloempjes onzer hoven
Hun offers biên.
16.
Z O XL B Ri
Daar ruischt door\'tvollebladerdak
Een hooggestemd accoord;
Een zelfde zang: des Hemels lof,
Wordt heinde en ver gehoord.
0 God, wat is Uw wereld schoon,
Wat is het leven zoet,
Hoe dankt U voor die zaligheid,
Ons kinderlijk gemoed.
J. F. D. M.
Naar buiten! Op naar veld en woud
Het is er nu zoo schoon;
De zomer is in vol ornaat,
Gezeten op zijn troon.
Waar of uw voet zich wenden moog,
Waar of uw oog ook rust,
\'t Is alles gloed en kleur en geur,
\'t Is alles levenslust.
17.
Met gloed.
CATH. VAN RENNES.
war men zon-ne-schijn ! In lui - de, hel • dre to • nen juicht
*) Zie voor de begoleiding »Vrij en Vroom," no. 25.
-ocr page 90-
84
mf
ËË
:=l
-*—*-
-G-----#-
— ie - der vo • ge - lijn. De gan • sche schep-ping
P
m
r >• i\\ * éR
£
22=?
•*—±
%
^ss
at*
iizt
tooit zich met kleur en geur en glans; de mug-jes zwie - ren
tejczS:
rf
t
1
ö
t
lus - tig in wil - den dwar - rel - - dans.
mf
ir.
r=^
q
5
Daar klinkt door bosch en vel - den een
f
^=^-
-é—*-
3^
É=˱
ÈT±
blij-de ju - bel - toon: „ Hoe heer-lijk is het le-ven,wat
poco rit.
                      mf a tempo
u
^^p
*-*
.0-----0
is de we-reld schoon 1" En al wat leeft en a»dem stemt
/
*
=S=p5=z$s:
ï-
«
?
«3*Eg:
tz.
in met war-men dank; Tot in de hoog-ste heem\'-len dringt
-ocr page 91-
85
breed ff
ife
¥
ZfEZZïZZ?.
luid
die b
ilii - de
blank 1 Tot in de hoog - ste
t
fc
heem\'-len dringt luid die blij - de klank ! c. k. v. d. c.
18.
H1RFSTLIEDJE,
Vin?.
HÜGO NOLTHENIUS.
£=#
d:
*n
*=tt
£=£:
1.   Met zijn vlug - ge wie - ken snelt de zo - mer
2.   Wat er bloeit gaat dor - ren, \'trits-lend loof ver-
-h—tr
:$=*:
£
*
P
t
S?-
voort, en het lied van schei • den wordt al - om ge-
telt : aan het schoo - ne Ie - ven is een perk ge-
ifrx^\'ffj\'J\'J\'JI
£=*:
hoord.          3. Maar de vruchten la-chen ach * ter \'t ge - lend
steld.          4. Doch wij blij • ven o - ver; Storm en dood ten
Ü
blad:            Ja, de herfst mocht treu
spijt           Leeft in ons de          bloe
ren
sem
j 1
f
f
M^
*=£
ɱÉZ
zoo hij ons niet had.
tot in eeu
wig-heid.
j. f. n. m.
-ocr page 92-
86
19.
WlMtMB-ZMlüQ,
HUGO NOLTHENIUS.
ifczat
De gu - re win • ter
in \'t land,
is
zijn
fr-z^s:
*d
£=
^-.£±-s
a - dem streek langs veld en sü-oo-men; ik zie
fct
&
-o-
it*::
Él
5=£
-l—
5P
plaats van \'t groe-ne         loof, be - » vro -
zen
-G-
drop-pels aan de boo - men.
Herinnering, gij zoete droom
In lange, droeve winternachten,
Gij zijt het, die mij hopen doet;
Vol moed, vertrouwend, wil ik
wachten.
Mij is, als was het gistren eerst
Dat ginds men \'t gouden koren
maaide,
Do groene wei vol bloemen stond,
Het zoele zuidewindje waaide.
Niet langer lijkt de winter koud,
Ik voel de lieve lente komen
En \'k zie, door \'t witte sneeuwkleed heen,
Reeds groene blaadren aan de boomen.
A. F.
-ocr page 93-
87
20.
Zacht en tamelijk langzaam
S. JADASSOH.N.
ft
BE
P
i
-ϗ
-Q-
Zie, d\'a - vond is zoo stil - Ie, de he- mei a- deint
s
m
a
-X
*
t
#—#-
-s>-
-0—O-
? T*7
rust; de bloe-men en de vo-gels zijn nu in slaap ge-
—=:P
                                           
\'M
^
-©-
B3
•-#*:
»i
kust. Slaapt zacht en droomt, gij vo-gels en bloe-men al te-
i
S=ëê33
*=!
©-
gaar 1 Ook u be- hoedt de         He - mei en
I
ff¥
E5
feï
4=
-6>
-jH£
:U£d
zij - ne eng - len • schaar ! Ook u be - hoedt de
P
ffcg
-e±-
He - mei en zij - ne eng - len-schaar!
Zie, alle sterren blinken, vergaan is d\' avondpracht,
En met zijn donkren sluier verschijnt de stille nacht
Straks sluimeren zij allen, wien God het leven geeft,
En drooinen, dat vol liefde een engel hen omzweeft.
-ocr page 94-
88
Ja, slaapt gerust gij allen, al daalt de donkre nacht;
De sterren ook verschijnen voor \'s Heeren wondre macht.
Zij fluisteren al zachtkens door hunne stille pracht,
Des Vaders englen waken, zij houden trouw de wacht!
(Gevolgd.)
21.
II
„SST IS QOBS VII*!
Adagio IHCS90.                                                      uuoo nolthenius.
ft
P
ï
*
3S
-£r
2*
•• * u
Een schoo - ne bloem welkt\' in den hof; een
Wij treu - ren om de schoo • ne bloem, zoo
i
H
*
--X-
-*-jr?
• •*•
blij • de kin • der-stem werd stil; twee vriend -lij - ke oo-gen
vroeg ge- knakt, eer - bie - dig stil spreek\', die den naam der
rit. mf^_
ë3EE*EÈ?3Ep5
Pp£
wer - den dof, en droef-heid heerscht in \'t ou- der - huis ; tt ,
lie - ve noem\': zij is ver - plant naar be - ter oord;
fggjp^
m
is Gods wil.
J. F. D. M.
*) Dit liedje kan niet zonder begeleiding gezongen worden. De begelei-
ding komt voor in «Vrij en Vroom." •
-ocr page 95-
89
22.
HES EOO
." *)
„GEEI
Moderato.
HUGO NOLTHENIUS.
J-
fe=te*
iEÉ
t-^
-fi>-
-!©-
"-TT
r
Geen lied zoo schoon heeft in Gods oo - gen
*T\\
"M- r\'TT
&
$±§^
m
waar - de, zoo \'t Ie -<«ven niet het ze • gel daar - op
J^p
é
*
S>-
£
Ö
É
*
zet. Dit zij on • ze eer, ons hoog • ste heil op
Ie
ven
/7\\
f
w-
aar • - de, te Ie - ven          naar der lief - de
heil - ge wet. Meer el • ken dag op Je - zus te ge-
j^Mj
§^
3
-*—é-
Yy f*               itrr
heil • ge wet.                                                       Meer
*) Dit nummer kan niet zonder begeleiding gezongen worden.
-ocr page 96-
90
lij - - - ken,
±
==t
i
p
3t
75 ï ♦
1 1
el - ken dag op Je • zus te ge — lij — ken, 7.00
t
f /
p
izab
3
P1 ^ M^ ^f^rT
•waar, zoo rein, zoo ern • stig en zoo blij, zoo
t
£
ï
*~ë
«
:*=#
-
r^r-^f
I
vol van moed, wat wan
kien           mo - ge of
zoo als
mólto rit.
feë
é
fcs=
iSÖ
gj-p.im.l-. V
*=
ff
P^
ö
zoo         als
wij - ken, — Gods kind te wor • den
Hij!__________
S-
rrj
I
Hjj!
B. TER HAAR BZ.
-ocr page 97-
INHOUD.
Bladz.
80 \'t Vogelnestje......23
31  Vergeven en vergeten ... 23
32  Eendracht........23
33  Psalm 133........24
34  Afgunst........25
35  Wat geeft genot aan\'t leven? 25
36  Tevredenheid......26
37  Kinderplicht.......27
38  Help u zelf.......27
39  Vooruit.....• ... 28
40  Gods gaven.......29
41  Verstand en Hart.....80
42  Flink.........80
43  Volharding.......30
44  Geduld.........31
45  Trouw.........82
46  De waarheid.......83
47  Waar, eerlijk en oprecht . . 84
48  Onpartijdig.......84
49  Rechtop........85
50  Moed.........36
51  Aan Jantje pedant .... 37
52  Een woudbloempje .... 87
58 IJdelheid........38
54  Eerzucht........39
55  Zelfverloochening.....89
56  Stelen.........40
57  Klatergoud en edelsteenen . 40
58  Een domme tuinman ... 41
59  Babbelen........41
60  Een simpel woord .... 41
61  Het humeur.......42
i.
Kinderliedjes.
BUdi.
1   Goeden morgen.....1
2  De Herder.......2
3  Jezus voorbeeld ..... 3
4  Laat do kindren tot mij komen 3
5  Wat wij van Jezus leeren . 4
6  Kindren van éen Vader . . 5
7  Voor God gelijk.....6
8  Vraag.........7
9  Zonneliedje.......8
10  Dankbaarheid......9
11  Het liefste kind.....10
12  Het oog des Heeren. . 11
13  Zoo moet het zijn . . . .11
14  Het zonnetje van binnen. . 12
15  Een zonnestraal.....12
16  Het liefste plekje.....13
17  Heb lief!........15
18  Wat kan ik doen? .... 15
19  De macht van \'t kleine . . 16
20   Het helmplantje.....17
21  Nuttig zijn.......17
22  Helpt elkaar!......18
23  Bladvulling.......18
24  Medegevoel.......19
25  Weldoen........19
26  Een hart van goud .... 20
27  Zachtheid........21
28  Spotten......... 22
29  Dierenplagen......22
V\'."
-ocr page 98-
Bladz,
14  Danklied........63
15  ,Is mijn begeeren" .... 64
16  Bede..........64
17  Vertrouw op God.....05
18  „Beveel gerust uw wegen\'\' . 60
19  Bede..........66
III.
Feestliederen.
EU
Gelegenheidsgedichten.
1  Oudejaar........68
2  Nieuwe-jaar.......69
3  Nieuw-jaar........70
4  Kerstfeest........70
4a Welkomstgroet......71
5  Kerstlied........72
6  Kerstnacht.......73
7  Bij den Kerstboom .... 74
8  Kerstliedje.......75
9  \'t Is volbracht......77
10  Hozanna........78
11  Onsterfelijk......79
12  Pinksterlied.......80
13  Pinksterbede......81
14  Lentelied........82
15  Lente.........83
16  Zomer.........83
17  De zomer kwam.....83
18  Herfstliedje . ,......85
19  Winterzang.......80
20  Avondlied........87
21  „Het is Gods wil" .... 88
22  Geen lied zoo schoon ... 89
Bladz.
62  Drift..........42
63  De beste vriend.....43
64  Plicht.........43
65  Een klein, klein hamertje. . 44
65» Wat het geweten doet . . 44
66  Kinderlied.......44
67  Verzoeking.......45
68  Schaamte........46
69  Berouw.........46
70  Jong-Holland......47
71  Vlaggelied.......48
72  Trouwe liefde......48
73  Patroontasch,Sabel en Geweer 49
74  Vrijheid........49
75  Vaderlandsliefde.....50
76  Ons Prinsesje......50
77  Het kleine zangertje. ... 51
78  Vleugelen........52
II.
Lofzangen.
1  God is overal......53
2  „Kindren zingt".....54
S „O, Gij Heilige".....54
4  Gebed.........55
5  Ochtenddank......56
6  Morgengedachte.....56
7  Kindervreugde......56
8  Alles van God......57
9  Loflied.........58
10  Lofzang.........59
11  Looft den Heer.....60
12  Hymne......"... 61
13  Bij \'t heengaan. . .\' . . . 62 |
-ocr page 99-
-ocr page 100-
Bij H. C. A. THTEME te Nijmegen wordt uitgegeven:
VRIJ EN VROOM. Maandblad voor de Zondagsscholen in
vrijzinnigen geest, onder Redactie van Mej- J. F. D. Mossel.
Abonnementsprijs per jaar, franco per post, ƒ2. —.
LIEDEREN EN GEDICHTJES VOOR DE ZONDAGS
SCHOOL.
Prijs ƒ0.60.
25 Ex. ƒ6.75; 50 Ex. ƒ12.75; 100 Ex. ƒ19.50; 200 Ex. ƒ33. —.
KERSTCANTATE VOOR KINDEREN door B. tkr HaarBz.
Prijs ƒ0.10.
100 Ex. ƒ0.40; 200 Ex. ƒ9.40; 300 Ex. ƒ11.66; 400 Ex. ƒ13.50
en 500 Ex. ƒ15.". Elke 100 Ex. boven de 500 ƒ2.50.
WELKOMSTGROET/.Kerstcantato. Woorden van C. M., Muziek
van Richard hol. Prijs ƒ0.10.
25 Ex. ƒ1.25; 50 Ex. ƒ1.50; 100 Ex. ƒ2.—.
BLOEMLEZING uit de Godsdienstige Geschriften der Israë-
lieten, door Dr. J. Herderschee. Tweede, vermeerderde druk.
Prijs ƒ1.50, gebonden ƒ1.90.
BLOEMLEZING uit de Oudste Godsdienstige Geschriften der
Christenen, door Dr. J. Herderschee. Prijs ƒ 1-50, gebonden ƒ 1.90.
BLOEMLEZING uit de- Apocriefe Boeken des Ouden Verbonds,
door Dr. J. Herderschee. Piys ƒ1.25, gebonden ƒ1.75.
VERHALEN uit het Oude Testament, door Dr. J. Herderschee.
3 Stukken. Elk Stuk a ƒ0.40. •
NAJAARSBLOEMEN, door Joh. Hooykaas Herderschee.
Pi-u\'s ƒ0.75.
HERDENKING AAN UWE GELOOFSBELIJDENIS.
Prh\'s ƒ0.10.
25 Ex. ƒ1.75; 50 Ex. ƒ3. —; 75 Ex. ƒ4.25; 100 Ex. ƒ5. -.
EEN WOORD TER HERDENKING UWER TOETRE-
DING TOT DE CHRISTELIJKE GEMEENTE.
Prijs ƒ0.10.
25 Ex. ƒ1.75; 50 Ex. ƒ3.— ; 75 Ex. ƒ4.25; 100 Ex. ƒ6.—.
B. TER HAAR Bz., Grafbloemen uit den Vreemde en van
Eigen Grond. Iugen. f 1.25, gebonden f 1.50.
B. TER HAAR Bz., Zonnestraaltjes in de Ziekenkamer, in
linnen band f 1.60.