-ocr page 1-
U lUo*I §>
^Wtrl /l2^>*
-ocr page 2-
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
~ I
3453 4895
-ocr page 3-
VAN HET
BRITSCH EN BUITENLANDSCH BIJBELGENOOTSCHAP.
•
1 KV" MBHKiJf IfeVf\'iMliMlIMM
1 r\' «\'iHi i\'*üw> üftn^tf"* • •\'
ÉÜS &-
i
1
1
1 BH 1 \'^Kw ^ VjT - JK^U^jSlBB]
«
Bj7 . »\'- Jr/1 * ^flfl
t,
bb* Jk \' V
j
bb^h ^h bVbbV bb -\'
j
KfifflHrcw R^B fel
1
^K^^^^F BsÊÊt: B
.
1
B^ShF^"\'\'\'\'^\'^ I^p^.T V3MSJH
*
IBBBBÉÈeHÈr^^^^B
i
^iFrï*"\' nSAnt^ -»^
!
:
|nfiou6.
Nederland als schadepost op de Balans van het Britsch
en Buitenlandsch Bijbelgenootschap.
De jaarlijksche algemeene vergadering van het Britsch
en Buitenlandsch Bijbelgenootschap gehouden te Lon-
den, op 7 Mei i8go.
Verslag van de eerste algemeene vergadering van de
Nederlandsche Afdeeling van het Britsch en Buiten*
landsch Bijbelgenootschap.
Mededeelingen van den heer Grelinger, agent van het
Britsch en Buitenlandsch Bijbel Genootschap.
-ocr page 4-
s
«s
-ocr page 5-
MEDEDEELINGEN
VAN DE
NEDERLANDSCHE AFDEELING
VAN HET
BRITSCH
EN
BUITENLANDSCH BIJBELGENOOTSCHAP.
-ocr page 6-
-ocr page 7-
NEDERLAND ALS SCHADEPOST OP DE BALANS
VAN HET BRITSCH EN IiUlTENLANDSCH
BIJBELGENOOTSCHAP.
werd hij hierin aangemoedigd en dra trok
men hier onder zijne leiding aan het
werk.
Een drietal personen bood zich aan als
colporteurs. Met twee anderen, die reeds
in België eenige ervaring hadden opge-
daan, werd de arbeid aangevangen.
Ook hier was de uitkomst verrassend.
In 14 weken werden 12000 exemplaren
van de Schrift verkocht.
Brieven uit dien tijd schilderen de
geestdrift waarmede de gelegenheid om
voor weinig geld in het bezit van een
Bijbel te komen, zoo door Roomschen
als Protestanten werd begroet.
Wij laten hier eenige volgen.
Rotterdam.
„Dingsdag begon de hollandsche coIpor-
teur, vergezeld van een uit Brussel, zijn
tocht door de stad: in vier dagen ver-
kocht hij 274 Bijbels. Heden was de afzet
100 exemplaren reeds vóór den namiddag:
de lieden zonden naar de woning van
den colporteur, om Bijbels te koopen."
Amsterdam.
,/De verkoop neemt hier zulk een vlucht,
dat mijn voorraad spoedig uitgeput zal
zijn. Een colporteur verkocht gisteren 376
Nieuwe Testamenten — benevens 19
roomsche Bijbels.
Zaturdag bleef onze colporteur te huis,
daar hij geen N. Testamenten meer had;
Geboren uit de dringende behoefte, die
zich op het laatst der vorige eeuw, bij de
arme bevolking van Wales naar het be-
zit van Gods Woord openbaarde, doch
daarbij van meetaf bezield met liefde ook
voor de belangen van wat buiten eigen
erf lag, heeft het Britsch en Buitenlandsch
Bijbelgenootschap eerst dertig jaren na
zijne oprichting in 1804, aan deze ruimere
opvatting van zijn taak gevolg kunnen
geven.
Dit geschiedde voor Zuid en Noord
Nederland in 1835 toen het Genootschap
den heer W. Pascoe Tiddy, tot Agent
voor België aanstelde.
Tiddy vond daar een nog onontgonnen
veld. Bijbels waren er slechts uit Noord
Nederland te verkrijgen en met hoe groote
opoffering dat gepaard ging, bleek onder
meer, toen men Tiddy een Bijbel toonde
waarvoor niet minder dan éénentwintig
gulden betaald was. Twaalf behoeftige
dorpelingen hadden het geld bijeenge-
bracht en een hunner was daarop naar
ons land gegaan om het zoo hoog ge-
waardeerde boek te halen. Het exemplaar
aan Tiddy getoond, wordt nog bewaard
in de bibliotheek van het Genootschap.
De uitnemende vruchten die Tiddy op
zijn poging tot Bijbelverspreiding door
middel van colportage, in het Zuiden
mocht zien, deden hem ook op het Noor-
den het oog vestigen. Bij een bezoek in
het voorjaar van 1842 ten onzent gebracht,
-ocr page 8-
NEDERLAND ALS SCHADEPOST.
4
de lieden vervoegden zich toen aan zijne
woning, reeds des morgens vóór 8 uur
tot na middernacht. Ruim een honderdtal
exemplaren van gedeelten der H. Schrift
werd op die wijze geplaatst.
Het is mij niet mogelijk de geestdrift
te beschrijven die onder alle klassen der
bevolking heerscht. Wij hebben een tal
van bestellingen die wij niet kunnen uit-
voeren. Een ieder is verwonderd en ver-
hcugd over den uitslag."
De heer Tiddy zelf schrijft:
„De verkoop aan de Depots gaat alle
verwachting te boven. In een week ver-
kochten wij 2250 exemplaren van ver-
schillende soort en de vraag waaraan wij
door gebrek aan voorraad niet konden
voldoen, beliep bovendien een duizendtal.
In vijf weken werden 10000 exemplaren
verkocht, waaronder 600 aan de Bijbel-
vereeniging te Nijmegen. Hadden wij over
20000 exemplaren meer kunnen beschik-
hen, wij hadden ze zonder moeite alle
geplaatst."
Een predikant te Rotterdam schrijft
in 1845.
„Sedert jaren is er niet zulk een dorsten
naar Gods Woord aanschouwd, als thans
door de bemoeiingen van uw Genootschap
is opgewekt. De verkoop van duizende
Bijbels gedurende de laatste 12 of 15
maanden bewijst dit: het is een oorzaak
van vreugd te weten dat die duizende
hun weg gevonden hebben onder alle
klassen der bevolking, bij rijk en arm,
bij jong en oud, bij Protestant en Catho-
liek, bij priester en leek."
Een zevental jaren ging dit zoo voort.
In 1845, toen hier onder Tiddy\'s lei-
ding twee jaren gewerkt was, waren 46155
exemplaren verkocht, het jaar daarna
76515! In die zeven eerste jaren bedroeg
de verkoop 260000 exemplaren, waarvan
50000 aan Roomschen.
Sedert kwam er in de aanvraag eenige
achteruitgang.
Drieerlei oorzaak was hierbij in \'t spel.
Allereerst de tegenstand die van room-
sche zijde opkwam. Vooral nadat de
Bisschop van Dardanie twee mandemen-
ten had uitgevaardigd, waarbij hij den
arbeid van het Britsch en Buitenlandsch
Bijbelgenootschap op het hevigst veroor-
deelde, kreeg men de roomsche geeste-
lijkheid tegen.
Met den verkoop aan roomschen had
het zoo goed als uit.
Daarbij kwam een zekere gejaagheid bij
vele aanvragers. Men wilde dadelijk ge-
holpen en nu werd wel met spoed oplaag
na oplaag ter perse gelegd, doch deze
spoed moest uiteraard getemperd door de
eischen eener zorgvuldige bewerking en
dan geschiedde het wel eens, dat als ein-
delijk de oplaag gereed was, men te laat
kwam. Het gunstigeoogenblik was voorbij,
het wachten had de geestdrift afgekoeld.
En eindelijk moet hier als oorzaak van
vermindering van aanvraag die het Brit-
sche Genootschap ondervond, nog gewezen
op iets waarover het zich, op zichzelf ge-
nomen, eer te verheugen dan te bedroe-
ven had. Juist zijn arbeid toch had het
Nederlandsche Bijbelgenootschap geprik-
keld tot meerdere activiteit en gedrongen
om met de buitenlanders te wedijveren.
Men had van Tiddy\'s arbeid geleerd
en wilde het geleerde in toepassing
brengen.
In het Nederlandsche Bijbelgenootschap
gingen stemmen op voor het verbeteren
van den vorm der Bijbels en het verlagen
yan den prijs. Ook de wijze waarop Tiddy
liet werken en waardoor zijn Genootschap
zulk een goede plaats in het hart des
volks had gekregen, werd als voorbeel-
dig geroemd. Doch ook hier bleek, dat
de kennis van een betere theorie nog niet
altijd leidt tot een betere praktijk.
Het is niet onbelangrijk uit de verslagen
van het Nederlandsche Bijbelgenootschap
-ocr page 9-
NEDERLAND ALS SCHADEPOST.
5
het Britsch en Buitenlandsch Bijbelgenoot-
schap Middelburg vele Nieuwe Testa-
menten heeft aangekocht en wederom tot
geringen prijs afgeleverd.
Uit dit alles blijkt hoe het Britsch
Genootschap van meet af geen tegenwer-
king van het Nederlandsche bedoeld heeft,
maar tevens wat dank Nederland aan dit
Genootschap sedert Tiddy hier in 1843
optrad, op het stuk van Bijbelverspreiding
verschuldigd is.
En ook toen Tiddy naar Engeland
terugkeerde droeg zijn Genootschap zorg,
dat de door hem aangevangen arbeid ten
onzent werd voortgezet.
In het jaar 1854, waarin het Genoot-
schap zijn vijftigjarig bestaan mocht vie-
ren, ontving Nederland even als andere
landen, een geschenk van 7320 Bijbels.
Hiervan zijn toen 5231 exemplaren kos-
teloos uitgereikt aan 99 scholen, bezocht
door 9400 leerlingen, die gezamenlijk
slechts in het bezit van 1656 exemplaren
waren. Onder deze scholen waren er 36
met 3000 leerlingen waar niet een Bijbel
werd gevonden.
Zeer aanzienlijk zijn de uitgaven die
het Genootschap zich ten behoeve van
Nederland heeft getroost.
Wel daalden deze uitgaven in de laatste
jaren, maar bedroegen nog over het jaar
1888—89 :
Gedrukte Bijbels.......... £  2183. 2.4
lohaalhuur en andere kosten
van depot..............     394.18.7
salaris en reiskosten colport. „      47.13.4
salaris en reiskosten Agent. „    252. 4.5
£ 2877.18.8
Hiertegen komt als opbrengst
van verkochte Bijbels.. £ 1998. 6.4
Alzoo een slechte post van. £ 879.12.4
Mag deze schadepost op de Balans
blijven ?
Mag dit, waar het Genootschap in zijn
laatste boekjaar de ontvangsten door
dier dagen, den indruk waartenemcn door
Tiddy\'s optreden in Nederland gemaakt.
Zij verhalen o. m. van een voorstel
door hem gedaan, om het Nederlandsche
Genootschap bij contract van hollandsche
en fransche Bijbels, volgens de Staten
vertaling en die van Martin, fraai van
druk, op goed papier en deugdelijk van
band, te voorzien. Te Brussel zou hij die
voor bizonder lagen prijs doen drukken
en binden. Tiddy verzekert hierbij, dat
hij met zijn colportage het Nederlandsche
Genootschap volstrekt niet wil tegenwer-
ken en voegt er aan toe, dat hij den heer
M. I. Chevallier, Amanuensis van het
Nederlandsche Genootschap verzocht heeft,
zich te belasten met het houden van het
Bijbeldeput dat het Britsche Genootschap
in de hoofdstad wil vestigen.
Men ziet Tiddy wil samenwerking.
Zijn voorstel wordt ernstig overwogen.
De exemplaren die hij aanbiedtzijn voor-
treffelijk. Ingaan op zijn voorstel zal tot
een aanzienlijke besparing van kosten lei-
den en toch... na rijp beraad besluit men
vooralsnog van Tiddy\'s aanbod geen ge-
bruik te maken.
Ook de verslagen der afdeelingen zijn
hier leerzaam.
Zoo schrijft de afdeeling Rijsoort:
„Verschillende oorzaken maakten het
moeilijk de zaak te bevorderen, terwijl
daarbij gevoegd kan worden de goedkoope
verkoop van Bijbels en Nieuwe Testa-
menten van het Britsch- en Buitenlandsch
Bijbelgenootschap."
De afdeeling Doetinchem meldt: dat
haar toestand niet gunstig geworden is
en geeft als een der oorzaken op: de
werkzaamheden van het Britsch- en Bui-
tenlandsch Bijbelgenootschap in ons land.
Ook uit Drenthe wordt den verkoop
van Bijbels tot geringe prijzen, door het
Britsch- en Buitenlandsch Bijbelgcnoot-
schap gemeld.
Alleen de afdeeling Zeeuwsch-Vlaande-
ren bericht dat zij bij den Depositaris van
-ocr page 10-
NEDERLAND ALS SCHADEPOST.
6
De schadepost van £ 879.12.4 is een
schandepost voor Nederland.
Doch er is iets anders.
De zedelijke steun van het Britsch Ge-
nootschap kan nog niet worden gemist.
Het is toch een algemeen bekend feit,
hoe ons volk aan dit Genootschap nu
eenmaal zijn vertrouwen heeft geschonken,
aan de uitgaven van dit Genootschap
bizonder is gehecht en naar de Bijbels
van dit Britsche Genootschap bij voorkeur
vraagt.
Ook hiermede zijn de heeren Wood
en Paull bij hun bezoek ten onzent in
kennis gesteld en toen heeft het Bestuur
van het Britsche Bijbelgenootschap beslo-
tcn zich nog niet terug te trekken.
Dit besluit is echter genomen onder
één beding en wel dat men zou afkomen
van de schadepost.
Het Britsch Genootschap heeft steeds
met blijmoedigheid zijn offervaardigheid
aan Nederland betoond. Maar het kan,
het mag niet langer voortgaan.
Van wat groote beteekenis de arbeid
des Genootschaps hier nog altijd is, blijkt
uit het feit, dat in het laatste boekjaar
alleen in Nederland 16488 Bijbels en
r 1290 N. Testamenten zijn verkocht.
I Iet doel dat wij ons dus voorstellen en
waarvoor wij uwe medewerking vragen is :
1 • bevordering van het werk der Bijbel-
verspreiding ;
20. dit te doen door het Britsch en
Buitenlandsch Bijbelgenootschap in zijn
arbeid ten onzent te helpen ;
30. te zorgen dat Nederland niet langer
als schadepost op de Balans van het
Britsch en Buitenlandsch Bijbelgenoot-
schap voorkome.
Een volgende maal hopen wij den
arbeid van het Britsch* en Buitenlandsch
Bijbelgenootschap in onze Oost-Indische
koloniën te bespreken.
H. W.
W. G.
een uitgave van £ 14000 ziet overschrijden?
Mag dit, waar nog zoovele landen ge-
heel of gedeeltelijk van Bijbelverspreiding
zijn verstoken ?
Raakt dit niet de eere van Neder-
land?
Daarbij komt, dat men in Engeland het
onhoudbare van zulk een toestand is gaan
inzien.
Reeds voorlang toch is het Bestuur
van het Britsch en Buitenlandsch Bijbel-
genootschap bedacht op beperking van
zijne bemoeiingen in landen, waar de ver-
spreiding van de Heilige Schrift aan in-
heemsche krachten kan overgelaten.
Zoo deed het Genootschap reeds tegen-
over Zweden en Zwitserland.
Het Zweedsche Bijbelgenootschap en
de Nationale Evangelisatie verecniging
namen het werk geheel over en al wat
het Britsch Genootschap in Zwitserland
nog doet, bepaalt zich tot de goedkoope
levering van Schriftexemplaren aanplaat-
selijke vereenigingen.
Zoo wilde men ook tegenover Dene-
marken doen, doch op een verzoekschrift
door 9000 Deensche burgers tot het ge-
nootschap gericht, waarin zij den wensch
uitspraken, dat het zich althans voorloo-
pig niet terug zou trekken, besloot men
nog te wachten.
En nu ligt Nederland aan de beurt.
Volgens het laatst verslag is de vraag
overwogen of het Genootschap ook in
Nederland zijn taak niet als geëindigd
mag beschouwen. In het voorjaar van
1889 zond het Genootschap dan ook de
heeren T. I. VVood en W. M. Paull als
afgevaardigden naar ons land om zich
van den stand van zaken op de hoogte
te stellen.
De overtuiging dat althans de geldelijke
steun van het Britsche Genootschap kon
worden gemist is toen eer gesterkt dan
verzwakt.
Hiertegen kan dan ook niets worden
aangevoerd.
-ocr page 11-
BERICHTEN.
7
BERICHTEN.
De jaarlijksclie algemeene Vergadering
van ons genootschap werd den 7de Mei
te Londen gehouden in den bekenden
Exeter Hall. Des morgens te elf uur,
toen zij door den voorzitter de graaf van
Harrowby werd geopend, was de groote
bovenzaal geheel bezet, aan het einde
waren er vele onder de aanwezigen, die
verklaarden, dat deze samenkomst een
der beste was, die door het Bijbel-
genootschap waren gehouden. Zeker heb-
ben de woorden der sprekers daartoe het
meest bijgedragen en voor allen, die in
haar gezegend werk, de verspreiding van
Gods dierbaar woord over geheel de aarde
willen mededoen, is het van belang te
weten in welken geest bet geschiedt door
van de toespraken een en ander te ver-
nemen. Achtereenvolgens werd het woord
gevoerd door den voorzitter, den aarts-
bisschop van York, de Hoeren predikanten
F. W. Macdonald, C. H. Spurgeon en
J. Mc. Neill. i)
De toespraak van den voorzitter was
vooral belangrijk van inhoud. Hij wees
er al dadelijk op, hoe verblijdend het
was, in een tijd waarin de goddelijk-
hcid van het gewijde ]bijbelboek van zoo
vele zijden werd aangevallen zulk een
groote schare te zien samenstroomen, waar
het de verspreiding daarvan gold. Ilij
zou ditmaal niet vele bijzonderheden van
onzen arbeid mededcelen, maaropecnige
hoofdzaken wijzen, die in het jaarverslag
worden omschreven.
Het afgeloopen jaar was buitengewoon
voorspoedig geweest. De pogingen om
I) Men vindt de toespraken in hun geheel in het
Juninummer van: The Bible-Society Monthly-Rcpor-
ter, uitgegeven door het Br. en Buit. Bijbelgenootschap.
voor het oude gezelschap jonge vrienden
te werven waren met het schoonste ge-
volg bekroond. Het bleek, dat er niets
meer noodig was, dan de zaak meer alge-
meen bekend te maken, om voor haar
vele harten te winnen. De vrijwillige
contributiën en giften namen dan ook
algemeen toe. Toch is er meer geld
noodig ; vooral om den Bijbel in hun
eigen taal te brengen aan die volken, die
nog van den onschatbaren zegen zijn ver-
stoken.
Ons werk breidt zich voortdurend uit.
Twee nieuw benoemde secretarissen zijn
ijverig bezig. Het maandblad wordt in
20000 exemplaren verspreid. Zeer merk-
waardig was hetgeen op de Tentoonstel-
ling geschiedde, waar haar uitgaven
werden te aanschouwen gegeven en gc-
deelten der Schrift aangeboden aan hen,
die ze verlangden; 270,000 stuks werden
op die wijze verspreid, waarvan de eeuwig-
heid de vruchten zal openbaren. De waarde
onzer werkzaamheden voor de kennis der
talen wordt meer en meer in geheel de
wereld op prijs gesteld, en ik vermeen,
dat wij het verwonderlijke feit, dat de
Heilige Schrift in 300 talen werd over-
gezet niet genoeg kunnen waardeeren.
Ook hierin gingen we onzen ouden gang.
Belangrijk was vooral de vraag naar
Bijbels in de drie Latijnsche Landen,
Frankrijk, Italië en Spanje. De colpor-
teurs, die in ieder deel des lands met het
volk in aanraking komen en het best in
staat zijn het te leeren kennen, vinden,
dat het meer en meer vervreemdt van de
Roomsche Kerk. Hoe treurig dit zij van
den eenen kant, het opent aan den ande-
ren de deur voor het verkoopen van den
-ocr page 12-
BERICHTEN.
8
gelden, Europa zou daardoor te grooter
schade lijden. Kunnen wij in de Latijnsche
landen met Bijbelvertaling het meest
winnen, in de overzeesche gewesten
schijnt het mij beter de voetstappen der
zendelingen te volgen. Wij vragen daarvoor
om de noodige fondsen, om overal den
soldaat, den reiziger, den koopman op de
voeten te volgen met de boodschappers
die de Heilige Schriften verspreiden.
Dit is de wijze, waarop wij steeds hebben
gehandeld, wandelend in de voetstappen
onzer vaderen, die ons zijn voorgegaan
in het brengen van den Bijbel aan iederen
mensch, wetende, dat hij voor alle ge-
slachten en natiën geschikt en bestemd
was. Volgens dit beginsel gaan wij voort
te werken; 50 jaren hebben er ons van
overtuigd dat het proefhoudend is. Wij
wenschen hun geloof na te volgen tot
ons einde, en dan het heilig werk over
te geven in de handen der zonen, die na
ons zullen komen.
Dr. J. Sharf bracht een kort verslag
uit van hetgeen in het afgeloopen jaar is
gedaan, waaruit o. a. bleek dat de
ontvangsten, verkoop van Bijbels en giften
£ 212,077, de uitgaven £227,566,08 be-
drocgen zoodat hierop een tekort is
van £ 15,488. De giften in Engeland
en Wales waren £ 1.022,115 meer dan
het vorig jaar. Het getal Bijbels, N. Tes-
tamenten en gedeelten der Schrift dat
werd verspreid klom tot 3,792,263, zijnde
115,959 meer dan m 1888/1889.
De aartsbisschop van York begon met
op Engelsche wijze als motie (resolutie)
voor te stellen, dat het verslag zoude
worden gedrukt en het bestuur voor het
volgend jaar zou bestaan uit de Heeren
wier namen werden opgenoemd, met
vrijheid openvallende plaatsen aan te
vullen.
In eene welsprekende redevoering
deed hij daarna uitkomen, dat het Br. en
Bijbel, waarin de bevolking meer en meer
lust vertoond. De verbittering jegens de
priesters neemt toe, maar die tegen de
godsdienst vermindert. Het onderwijs is in
Frankrijk en Italië zeer verbeterd, maar
zonder de minste godsdienst, daar de onder-
wijzers zelven ongeloovig zijn.
Een ander verblijdend feit is, dat in
sommige Europeesche landen het volk
den arbeid voor eigen rekening voort-
zet. In zulk een geval trekken wij ons
terstond terug. Zoo geschiedde het in
Zwitserland. In Duitschland was de
vraag naar den Bijbel grooter dan ooit
te voren, 45000 werden er meer verkocht
dan in het vorig jaar. Datzelfde Duitsch-
land dat door zijn afbrekende kritiek het
gezag des Bijbels zoozeer heeft bestreden,
betoonde buitengewonen ijver om het
woord Gods te brengen in ieders bezit.
Een ander feit verdient niet minder
onze belangstelling; onze voortreffelijke
uitgever en secretaris, Dr. Mighs werd
naar China afgezonden, welk ongemeen
uitgebreid gebied zijn diensten in dezen
tijd vooral noodig heeft, nu de Bijbelver-
sprciding er zoozeer toeneemt. Op dit-
zelfde tijdstip wordt in Shanghai een con-
gres gehouden van alle protestantsche
zendelingen, ten einde de beste middelen te
bespreken, om dit groote doel te bevor-
deren. Dr. Mighs, die het bijwoont zal
vooraf trachten licht te verkrijgen om-
trent de vraag, welke vertaling voor
dat onmetelijke rijk het best geschikt is
tot verspreiding ?Na China hoopt hij Japan
te bezoeken, \'t welk ook zoozeer onze
aandacht verdient.
Wanneer men op de groote bewegingen,
letdie thans in de Mohamedaansche en Hei-
densche landen worden waargenomen, moet
men gevoelen, hoezeer deze onze hartelijkste
belangstelling verdienen. Europa komt
meer en meer in aanraking met honder-
dc millioenen, die zonder Christus voort»
leven. De gevolgen daarvan zijn niette voor-
zien; doet het Christendom niet zijn invloed
-ocr page 13-
BERICHTEN.
9
Buit. Bijbelgenootschap een groot boekhan-
delaar is, en als zoodanig schijnbaar
niet voorspoedig omdat de ontvangsten
niet zijn toegenomen, \'t geen echter enkel
het gevolg is van de altoos mindere bate
van legaten. Hieromtrent treft men echter
nergens in verslagen of mededeel ingen
eenige bezorgdheid aan. De hoofdzaak is,
dat wij in de laatste tien jaren onbegrij-
pelijk zijn vooruitgegaan en dit in elk
opzicht. Niet alleen werden de Bijbels
in 294 talen overgebracht en verspreid;
somtijds moest de taal zelve worden ge-
schapen ; maar ook dit is niet het voor-
naamste. Boven alles gewichtig is het
feit, dat de volken der aarde, die een
prediker noodig hebben, om te kunnen
gelooven, den Bijbel, die voor ons het
woord des Levens is, dien als zoodanig
ontvangen, opdat het blijke het woord de
behoudenis te zijn voor hunne zielen.
Voor ons is de Bijbel de hoogste auto-
riteit; hij beslist in laatste instantie; wij
erkennen geen gezag boven hem. Hij is
dit voor hoogkerkelijken en laagkerke-
lijken (indien we deze alledaagsche uit-
drukking mogen gebruiken), voor iedereen,
die in Jezus naam het Evangelie van Je-
zus Christus verkondigt. Hij is het ook voor
iedere geloovige, die zich niet kan inlaten
met de geleerde kritiek onzer dagen. Op-
merkelijk is het echter, hoe deze kritiek,
waar zij afbreekt, later werd tentoonge-
steld in haar dwaasheid, zoodat b. v. waar
de boeken, die zij heeft uitgemaakt, dat
eerstin de tweede eeuw onzer jaartelling
waren geschreven, in de eerste gevonden
zijn te hebben bestaan! Zoo zal het ook
met de andere aanvallen gaan; een beter
wetenschap zal de valsche beschamen.
Wij gaan van het middenpunt uit, om den
buitencirkel te bereiken; de tegenstanders
integendeel van den buitencirkel om, zoo
mogelijk, het middenpunt te vernietigen.
Zonder het bovennatuurlijke, kan er geen
Goddelijke openbaring zijn en Christus,
het middenpunt van onzen godsdienst
wordt ons niet door de kritiek bekend;
Hij zelf openbaart zich aan ons.
Ik geloof in den geheelen Bijbel, het
Oude en Nieuwe Testament, omdat ik in
Christus geloof. De Bijbel brengt ons tot
leven en overtuigt ons van Zijn Goddelijk
gezag. Hij zelf getuigt daarvan en be-
roept zich daarop en wie Hem tegen-
spreekt ontkent Zijne goddelijke natuur.
Er is thans een beweging in Europa, om
dit gezag te ondermijnen en dit roept
ons, die den Bijbel als Gods woord eeren
tot dubbelen ijver, om het te verspreiden.
en dit is een heerlijk voorrecht. Niet
alleen in Europa, maar over geheel de
wereld, dat Woord te mogen helpen ver-
spreiden. Het moge waar zijn, dat menig
exemplaar wordt gebracht, waar het geen
nut sticht; maar wanneer en waar is dit
niet het geval; in de natuur, bij de pre-
diking ? Maar de zielen der menschen, die
verloren gaan door gebrek aan kennis;
de behoefte aan vergeving en verlossing,
die zich overal openbaart, roepen om hun
het Woord van God te brengen, dat hen
alleen kan helpen en verlossen, om hen
bekend te maken met den liefdevollen
Heiland en uit zijn mond het woord te
vernemen, dat nooit door eenig ander is
overtroffen: „Kom tot mij, gij allen, die
vermoeid en belast zijt, en ik zal u ruste
geven."
Ds. F. W. Macdonalu begon met de
resolutie te ondersteunen. Dat ze zou wor-
den aangenomen leed geen twijfel. Hij
wenschte echter dat de feiten, die de ge-
schiedenis van het verloopen jaar in her-
innering brengt, die bijna elk gebied des
menschelijken levens op geheel de aarde
raken, politiek, moraal, handel, geluk,
ellende, de toekomst en het lot van ons
geslacht in zijn diepste belangen, — in de
verbeelding zijne hoorders worden inge-
prent. Hij sprak hier van die verbeelding die
de innerlijke beteekenis der dingen vat
en bewaart, de sleutel grijpt, die haar
-ocr page 14-
io                                                         BERICHTEN.
goddelijke waarde daarvan, dat de geloo-
vige kan verlangen. Dat getuigenis is door
de geschiedenis van achttien eeuwen be-
vestigd. Zonder Christus, van wien het
getuigt, is het O. T. een doode letter;
een orgel zonder wind, zonder stem, zon-
der leven. In Christus\' naam brengt het
mij de verwachtingen, die Israël thans
mist; het getuigt van Hem en het groote
instrument vervult met zijn melodien ge-
heel de wereld. De Wet, de Profeten, de
Psalmen getuigen van onzen Heer en Mees-
ter Christus. Hij alleen doet de dooden
ontwaken ten leven.
Nu volgde, nadat de resolutie was aan-
genomen, Ds. C. H. Spukgeon, die op
zijn eigenaardige en welsprekende wijze
eenige gedachten ontwikkelde, waarvan
slechts het een en ander kortelijk kan
worden weergegeven. Ook hij begon met
het voorstel:
„Dat deze vergadering, God oot-
moediglijk dankend voor de versprei-
ding van zijn woord en de daarop
rustende zegeningen, Hem bidde om
de middelen en personen, die het Ge-
nootschap kunnen in staat stellen de
thans bestaande gelegenheden op de
beste wijze te gebruiken om de Heilige
Schriften in grooter aantal en in
meerdere talen dan ooit te voren uit
te reiken, ter voorziening in den
grooten nood der wereld.
Allereerst wenschte hij getuigenis af
te leggen van zijn eigen diepen eerbied
voor het Boek, dat het genootschap ver-
spreidt. Over \'s menschen woord kan men
denken zooals men wil; maar voor het
Woord onzes levenden Gods beeft mijn
ziel en zij heeft slechts lof.
Alle andere boeken zijn anders; zij
missen den toon, de ziel, de majesteit,
de diepte van dit wonderlijke boek. De
Bijbel staat alleen ; hij is eenig, omdat
het Gods Boek is. Het is tegen alle kritiek
bestand. Het staat de proef door, het
verborgenheden ontsluit. Door het woord
Gods worden nieuwe elementen in het
leven der natiën gewekt. Wij stellen, zoo
zeide hij o. a., vertrouwen in de onmetelijke
en onuitputtelijke kracht van dat Woord,
om levend te maken \'t geen waarmee
het in aanraking komt. Wij weten wat
het heeft uitgewerkt en uitwerken zal.
Bovendien vindt het overal bondgenooten,
in het hart des menschen ; in zijn behoefte
aan gemeenschap met God; in het schuld-
gevoel, in zijn smarten en wenschen, in
het diepe, teedere, onbeschrijfelijke wezen
onzer natuur. Bovenal, wanneer ik dit
woord hier mag gebruiken, heeft het een
bondgenoot in den Geest Gods, wiens
voornaamste werk het hart des menschen
tot voorwerp heeft en wiens voornaamste
werktuig het woord van God is. Hij wees
vervolgens op de aanvallen tegen het ge-
zag der Schrift als iets wat geenszins
nieuw kan heeten, maar ook op het ge-
halte, de zedelijke waarde van bestrijden.
Maar het genootschap mengt zich niet in
dezen strijd. De Bijbel blijft — blijkt al.
toos onmetelijk veel grooter dan al zijn
tegenstanders, en terwijl er altoos onop-
losbare moeielijkhcden voor de weten •
schap zullen blijven ten opzichte van dit
Boek. Alle waarheden in ons Christelijk
geloof blijven onverklaarbaar voor ons
menschelijk begrip. Zoo de menschwor-
dingvan Gods Zoon, de leer der voldoening
en verzoening, zoo ook de goddelijke
ingeving der Heilige Schriften; maar deze
waarheden worden toch open zonder
voorbehoud gepredikt. Zoo gaf de Heer
Jezus aan degenen, die het verlangden
geen buitengewoon teeken uit den hemel
ten bewijze zijner zending; maar al zijn
woorden en daden waren daarvan het
bewijs. Evenzoo helpt en troost ons het
woord Gods gedurende al de jaren van
onzen arbeid en pelgrimstocht.
Het getuigenis van den Heere Jezus
Christus zelf, omtrent het Oude Testament
is bovendien het zekerst bewijs van de
-ocr page 15-
BERICHTEN.
11
Ik voor mij zie niet in, waarom wij daar-
bij niet in vele dingen zouden kunnen
verschillen; want overtuigingen die vol-
gens geweten, worden aangekleefd, waarom
zouden wij die niet kunnen behouden?
en nogthans zouden wij eén punt hebben
gevonden, waarin allen overeenstemmen.
Ik heb een welgevallen in Gods Woord,
ten opzichte de verwachting, dat de kerken
gezamenlijk zullen terugkeeren tot het
geloof, eenmaal den heiligen overgeleverd.
Eerbied voor dat woord zal ons terug-
brengen tot de oude waarheid, want Gods
Woord is niet veranderd en het evangc-
van Gods genade evenmin. Eer wij dus
terugkeeren tot den onbewegel ijken grond-
slag, komen wij terug tot de waarheid zelf,
zooals zij in den aanvang werd geopenbaard.
God geve, dat het alzoo moge geschieden.
Vervolgens wees hij op het gewicht
van ons genootschap voor de zending.
Het is een groot-zendinggenootschap.
I Iet brengt overal het Evangelie ; het is
de vriend en helper van elk ander zen-
delinggenootschap en van eiken zendeling.
Het bestuur wordt, doordien het telkens
in aanraking komt met de ellende der
heidenwcreld, uitgedreven tot het gebed,
en het vertrouwen op Gods bijstand. Het
werk vormt de arbeiders en is hun tot zegen.
Daarom eindigt hij met een warm
pleidooi, om het genootschap rijkelijk te
steunen met giften en legaten. Geen beter
gebruik van ons geld is denkbaar, dan
tot het verspreiden van Gods Woord. Een
N. T. is thans zoo goedkoop dat iedereen
het moest koopen en weggeven; of liever
zooveel mogelijk, flink ingebonden, duur-
zame exemplaren. Maar het genootschap
moest bovendien worden geholpen voor
de nieuwe uitgaven, den verkoop, de
vertaling, de colportage van Gods woord.
Bij dit genootschap moest van geen te
kort sprake zijn. Een ieder geve naar
vermogen; het gebruik van ons geld
geeft eerst aan dat geld zijn waarde. Ge
wordt rijk om mede te deelen aan het
wordt verlichting in hen, die het aan-
nemen, in alle omstandigheden des levens.
Het is volkomen wonderlijk in \'t geen
het uitwerkt. Een oude vrouw wees hem
eens haar Bijbel; hij vond telkens T. a.
P. bijgeschreven ; op zijn vraag, wat dit
beteekende antwoordde zij: „tried and
proved*, dat wil zeggen : beproefd en waar
bevonden. Zoo gaat het iedereen, die
het Boek als Gods woord gebruikt, on-
verschillig of hij op den troon zij, of in
de keuken. In iedere omstandigheid
brengt het nieuwe bewijzen voor zijn
geschiktheid, om U alles te brengen wat
gij daaruit behoeft. Wie zijn voorschriften
nakomt vindt weder telkens opnieuw de
bewijzen zijner goddelijke ingeving. De
Bijbel is niet alleen een Boek; het is een
kaars, een weg, een gids op den weg van
gerechtigheid en vrede.
Ik wilde, zoo vervolgde hij, bij deze
gelegenheid uiting geven aan een ernstige
hope mijner ziel, die mij het Bijbelge-
nootschap doet lief hebben. Ik hoop na-
melijk, hoewel ik het bijna niet luid durf
uitspreken, maar fluisterend zal zeggen,
ik hoop somtijds dat de Bijbel alle ge-
loovigen in Christus zal samenbrengen.
Ken ieder, hier tegenwoordig, heeft de
kerk lief waartoe hij behoort; anders
verlaat hij haar! maar niemand onzer
heeft de verdeeldheid der Christenen lief.
Wij zouden daaraan, indien het moge-
lijk was, een eind willen maken. Op
welke wijze weet ik echter niet. Ik heb
de eensgezindheid lief, maar elke poging
om ze te bevorderen heeft altoos ver-
nieuwde oneenigheid ten gevolge gehad.
Wanneer wij allen het woord Gods zou-
den aannemen en verklaren dat wij alles
wilden herroepen, wat daarmede niet over-
eenstemt;dat wij allen ons wilden beijveren,
overeenkomstig Christus gebod te wandelen
dan zouden wij ook tot elkander worden
gebracht. Al wat eén punt nadert, nadert
ook tot elkander. O mocht het zoo worden
door samen Gods woord nabij te komen.
-ocr page 16-
BERICHTEN.
12
verspreiden der hemelsche schatten van
het Bijbelgenootschap.
Nu trad Ds. I. Mc. Neii.l op, een man
om zijn welsprekendheid beroemd.
Hij begon met de motie van den vo-
rigen spreker te steunen.
Daarna ontwikkelde hij de navolgende
gedachten.
Een muilezel met Bijbels belast was
naar Soudan heengezonden. Dit dier be-
nijdde hij. Zeker vinden vele geleerden
hier, dat men een ezel zijn moet, om zoo
iets te wenschen; maar den Bijbel te
verspreiden is een heerlijk werk. Ik weet
wat b. v. in Londen geschiedt, waar hij
onder de diepst gezonken bevolking wordt
verspreid. Het Genootschap moet meer
algemeen worden gesteund. Het is het
middel, om het Woord des Levens, het
hemelsch manna, op aarde uit te deelen
onder de scharen aller volkeren. Dit brood
moet worden uitgestrooid rondom hun
tenten, opdat zij het kunnen oprapen en
verzadigd worden. Even als het manna
is de Bijbel voedsel, geestelijk voedsel;
niet om over te redeneeren, maar om te
worden gegeten. Het beste middel tegen
den twijfel aan de waarheid des Bijbels is
het toepassen der Bijbelserie waarheid in
het leven; haar te brengen, waar troost
verlangd wordt. Wat het Boek voor hem
geweest was, was hem het zekerst bewijs
voor de goddelijke ingeving. Hij had het
als Gods Woord leeren eerbiedigen en
gelooven en het had hem tot Christus
gebracht. Overal zal het dezelfde uitwer-
king hebben, als in zijn vaderland, Schot-
land, waar de Bijbel de kracht en het
middelpunt is van het Christelijk gezin.
De wereld is thans gereed, om het te
ontvangen. De natiën zitten als in waard-
schappen, als toen de Heer Jezus het
brood uitdeelde onder de scharen. Wij
moeten hun de manden brengen, vol van
het brood des levens.
Ten slotte vergeleek hij den Bijbel bij
het brandend braambosch, dat Mozes aan-
schouwde. Op dezelfde wijze moet hij
worden genaderd. Wie hem met een hoog-
moedig, oneerbiedig doel nadert, voor
dezen wordt het licht een vernielend
bliksemvuur. Hij noemde toen Darwin,
die zelf was geëindigd met te getuigen:
„mijn geest is niets meer geworden dan
een machine, die algemeene wetten vast-
stelt, als gevolgtrekking uit welbewezen
feiten." God geve ons allen een heilige,
eerbiedige geest bij het beschouwen van
Gods openbaring, op de afstand, die ons
betaamt. Hij eindigde aldus: „Niet inde
verwonderlijke werken der natuur, in den
Bijbel leeren wij het vleesch geworden
Woord kennen. Christus is ons heerlijk
Braambosch, want Zijn stem, de stem van
Hem zelven, verzekert ons, dat wij in Zijn
Woord alles zullen vinden, wat wij het
meest noodig hebben te weten."
De motie werd daarna met algemeene
stemmen aangenomen. De voorzitter werd
voor de leiding der vergadering bedankt,
en daarop door hem met eenige woorden
geantwoord.
De Deken van Ripon sloot desamen-
komst met het uitspreken van den
zegen.
Mij dunkt de Lezers van dit blad zul-
len met genoegen van dit verslag
hebben kennis genomen. Het waren ver-
schillende stemmen, die werden vernomen;
maar het was een melodie; de grondtoon
van allen was, de Bijbel is het woord van
onzen God ; de Bijbel te verspreiden over
geheel de aarde is het schoonste werk, ter
Zijner verheerlijking en tot heil der
menschheid, dat Zijne vrienden gezamentlijk
kunnen ondernemen. Vinde daarom en in
den geest ook ons Nederlandsch hulpge-
nootschap meer en meer belangstelling
en steun bij allen, die den Bijbel als het
Bock der Boeken, beminnen.
W. V. O. B.
-ocr page 17-
VERSLAG VAN DE EERSTE AI.GEMEENE VERGADERING.                 tj
VERSLAG VAN DE EERSTE ALGEMEENE VERGADERING
VAN DE NEDERL. AFDEELING VAN HET BRITSCH- EN
BU1TENLANDSCII BIJBELGENOOTSCHAP OP DON-
DERDAG 20 MAART 1890 TE UTRECHT.
als Gods Woord, wel voldoende is Gods
koningrijk uit te breiden, ook zonder
verdere toelichting. Wij hebben het slechts
te verspreiden. Allen die in Nederland
het Woord Gods lief hebben, kunnen
zich met ons vereenigen om alzoo zoo-
lang dit noodig blijkt voor Nederland te
blijven zorgen, en ook daarna nog als hulp-
genootschap uit dankbaarheid Gods Woord
te helpen verspreiden over de geheele
aarde. Terwijl er nu een uitnemende
Bijbel van het Nederl. genootschap is
uitgegeven, blijkt toch dat er van het
Britsch Bijbelgenootschap nog evenveel
Bijbels gevraagd worden als in vroegere ja-
ren en dit werk niet overbodig is gewor-
den. Verschillende sprekers volgen nu
en lokken een debat uit, waardoor het
duidelijk wordt, dat dit werk nuttig en
noodig is, en men met blijdschap mag
opmerken, dat de belangstelling aanvan-
kelijk aanwezig is. Reeds hebben zich
een negentig correspondenten bereid ver-
klaard in alle deelen van ons Vaderland
in eigen kring te werken voor onze ver-
eeniging en hopen wij dat dit getal lang-
zamerhand nog zal worden vermeerderd.
De agent van het Britsch- en Buitenl.
Bijbelgenootschap de heer Grelinger
mede ter vergadering tegenwoordig, geeft
aan enkele belangstellenden verschillende
inlichtingen, deelt voorts mede dat de
gelden, die vroeger door hem voor
het Britsch- en Buitenlandsch Genootschap
geïnd werden, nu zullen worden ontvan-
gen voor de Ned. afdeeling. Hij blijft
\'s Morgens ten 10Va ure was in \'t
gebouw voor Kunsten en Wetenschap-
pen eene vergadering van het Bestuur
met de Correspondenten. Niet velen
waren opgekomen, toch waren de bespre-
kingen van zeer veel nut. Wenken
werden gegeven omtrent den arbeid,
vragen werden zoo goed mogelijk beant-
woord, en den wensch uitgesproken dat
de arbeid van de correspondenten geze-
gend zoude worden voor de Nederl. af-
deeling.
Ten eén ure werd er eene vergadering
met afgevaardigden en belangstellenden
gehouden, en door den Voorzitter den
Heer van Oostervvijk Bruijn met gebed
en het lezen van een gedeelte van Gods
woord geopend. Voorts zegt de Voor-
zitter waarom wij dit werk ter hand heb-
ben genomen, en waartoe het zal moeten
leiden. Onze begeerte is in ons vaderland
den arbeid van hetBritsch en Buitenlandsch
Bijbelgenootschap voort te zetten, ie
omdat het Ned. genootschap nog niet naar
den wensch en aard van ons volk in al
zijne behoeften kan voorzien, 2. omdat
wij het verplicht zijn als een bewijs van
dankbaarheid jegens onze Engelsche broe-
deren die zooveel voor ons deden. 3. om-
dat wij ook de Bijbelverspreiding in
onze koloniën door colportage wenschen
te steunen en 4. omdat wij vooral het
werk van het B. en B. genootschap door
de geheele wereld hopen te kunnen be-
vorderen. De grondslag van dit alles
moet wezen de gedachte dat de Bijbel
-ocr page 18-
14                VERSLAG VAN DE EERSTE ALGEMEENE VERGADERING.
De hh. Waller en Geesink nemen op zich
van tijd tot tijd een blaadje uit te geven
tot opwekking van meerdere bclangstel-
ling in deze zaak. Men blijft nog een
wijle bijeen met het bespreken van ver-
schillende belangen aan deze zaak ver-
bonden, waarnevens de voorzitter de aan-
wezigen dank zegt voor hunne tegen-
woordigheid en deze eerste algemeene
vergadering met gebed wordt gesloten.
Utrecht, Aug. 1890.
W. V. Oosterwijk Bruijn, Voorz.
W. H. I. va\\ Heemstra, Sccrt.
NB. De heer Ds. J. Post heeft zijne be-
noeming als bestuurlid niet aange-
nomen.
De heer H. Grei.ingkr, agent voor Nc-
dcrland van het Britsch- en Buitenlandsch
Bijbelgenootschap
heeft zijn jaarverslag
gericht : aan de vrienden van de versprei-
ding van Gods Woord over de gansche
aarde.
Wij ontleenen daaraan de navolgende
bijzonderheden. Hij schrijft o. a.:
„Uit dank en liefde tot de vrienden
die een warm hart voor ons gewich-
tig werk hebben getoond, wil ik
gaarne kort mededcelen, dat het afge-
loopcn jaar weder rijk gezegend is ge-
weest: 115,057 expl. van Gods Woord in
294 talen werden weder meer verspreid
dan in het afgeloopen jaar. Het totaal
bedroeg 3,792,263. In I880 was het
2,780,362 dus in tien jaren een milliocn
exemplaren meer. De uitgaven voor dit
uitgebreide werk bedroegen f 2,730,793
de ontvangsten
                         - 2,544,924
dus een tekort van                  f 185,878
Dit tekort is hoofdzakelijk door mindere
legaten ontstaan, daarentegen zijn de vaste
bijdragen met/ 12000 toegenomen.
„Het is een verblijdend teeken, dat
Christenen uit de Heidenen in China,
Japan en Afrika ook hunne gaven tot
verspreiding van den Bijbel onder de vol-
keren inbrengen.
bereid zoover zijne krachten liet toelaten,
met raad en hulp bij te staan, en is
gaarne genegen, om altoos waar zulks
mocht blijken gewenscht te worden een
woord ter opwekking tot dezen arbeid te
gaan spreken. Van heengaan van het
Britsch- en Buitenl. Bijbelgenootschap is
nu vooreerst nog geen sprake. Het Hoofd-
bestuur te Londen wenscht dan eerst dit
arbeidsveld te verlaten, wanneer het zal
gebleken zijn, dat de Nederl. afdeeling
goed en zeker zal kunnen voortgaan. Nu
is er nog veel werk, door het verkoopen
van Bijbels, die voortdurend in menigte
worden verkocht en die men steeds bij
voorkeur blijft begeeren. Zeer interessant
zijn de mcdedeelingen over het werk van
de Bijbelverspreiding in Amerika, Afrika
en onze overzeesche bezittingen. De kos-
ten tot nu meestal uitsluitend door En-
geland gedragen, zijn zeer belangrijk te
noemen en de groote getallen duiden dit
zeer duidelijk aan. In 1882 bedroegen de
kosten ƒ 20.000. Wanneer men het ver-
slag raadpleegt zal men met bewondering
zien hoc veel door Engeland, bij wijze
van giften en collekten werd bijgedragen
Na deze komt de secretaris, die tevens
penningmeester is, aan het woord, en
alhoewel hij nog weinig heeft om over te
beschikken, en de uitgaven ook nog niet
belangrijk zijn geweest, zoo doet hij toch
niededeclingcn over zijne ontvangsten en
uitgaven. Daarna wordt het definitief Be-
stuur gekozen, en wordt de heer van
Oosterwijk Bruijn tot Voorzitter benoemd
en de heer VV. H. J. van Heemstra te
Driebergen tot Secretaris-Penningmeester.
De hecren Professor Bavinck uit Kampen,
Ds. v. Minnen uit Utrecht, Ds. Post van
Blaauwkapel, de heer Stoové uit Amster-
dam, Dr. Geesink uit Rotterdam en de
heer J. van \'t Lindenhout met Jhr. A. Th.
M. van Asch v. Wijck uit Utrecht, blijven
bestuursleden, terwijl voor den heer Roos-
malen Nepveu, die bedankte, de heer H.
Waller uit Amsterdam wordt benoemd.
-ocr page 19-
VERSLAG VAN DEN HEER GRELINGER.
\'5
„Is de afval en het ongeloof in alle
Christenlanden helaas toenemende, hoe
verblijdend is het dan dat in Roomsche en
Heidensche landen Gods Woord des te
meer ingang vindt. In Frankrijk, Spanje,
Italië en Oostenrijk vindt de Bijbel ieder
jaar meer vrienden, ook uit Rusland komen
verblijdende berichten. De verkoop in
dit land bedroeg in het afgeloopen jaar
311,264 Expl., 21,014 Expl. meer dan in
het vorige jaar.
„In ons land werden van het hoofd-
depót te Utrecht afgeleverd : van 1 Maart
1888—1 Maart 1889
Bijbels. N. Test. Ged.
16,488 9344 I946
ten behoeve van
Nederlanders naar
het Buitenland 10,296 2166 539
„Het verlies op de verspreide Heilige
Schriften alleen in ons land bedroeg in
het afgeloopen jaar
                     f 7314.40
aan giften en contributiën
werd ontvangen                       - 1915.15
blijft dus verlies                  f 5399.25
„Wij leven in een tijd van ontzettende
problcma\'s, op staatkundig en maatschap-
pclijk gebied, maar geen menschelijk ver-
nuft is in staat deze op te lossen, alleen
de eenvoudige kracht en de majesteit van
het woord van God. Derhalve streeft het
Britsch enBuitenlandschBijbelgenootschap
ernaar, het Woord onder alle volken der
aarde te brengen. Daartoe trekken ruim
800 colporteurs door alle landen, en het
is zeer belangrijk hunne eenvoudige ver-
halen te hooren. Nu eens zien wij deze
moedige mannen door de woelige straten
van Europeesche steden, of op de bevolkte
bazaars in het Oosten. Dan leidt hun
pad over de bergen tusschen Italië en
Frankrijk, en dan ontmoet gij hen in de
woestijnen van Siberië en langs de rivieren
van China. Dan spreken zij over het
eene noodige met Hongaarsche boeren,
dan met Perzen, met Joden en Arabieren
in de woestijn ; dan weder met de Fellahs
aan den Nijl en dan ook met Malciers
en bewoners van Corea. Gij ziet hen de
hutten en paleizen binnentreden in Noor-
wegen en Palestina, en gij vindt hen zitten
onder de palmboomcn van Hindostan.
„Het is nu bijna 90 jaar, dat het Bijbel-
genootschap bestaat. Hoe klein begonnen,
en hoe uitgebreid thans ! Hoe veel ver-
anderingen omtrent de beschouwing van
den Bijbel heeft het in al die jaren onder-
vonden. Het is pal blijven staan bij het
woord : „Alle schrift is van God inge-
geven."
„Moge de Nederlandsche Afdeeling hoe
langer hoe meer ook den zegen onder-
vinden, dien het moedergenootschap nu
reeds 90 jaar heeft mogen ontvangen !
„Om misverstand te voorkomen deel
ik den vrienden mede, dat voortaan alle
contribuanten van ons werk beschouwd
worden als leden van de Nederlandsche
Afdeeling. Het doel van de Afdeeling is,
niet ons werk in Nederland te bestendigen 1)
maar uit dankbaarheid ons te steunen we-
gens de weldaden nu bijna 45 jaar lang
aan Nederland bewezen; te steunen in
ons gewichtig werk onder alle volkeren
der aarde."
1) Hier zouden wij wenschen bij te voegen:
„Wanneer hel blijken zou niet meer noodig te zijn,
gelijk dit vooralsnog het geval is."
(Red. der Jfeded.)
-ocr page 20-
Bijbel-Statistiek van het Britsch en Bui-
tenlandsch Bijbelgenootschap gedurende
de laatste 9 jaren in Nederland.
Verspreid
ing hier
tc lande.
Hijbels.
Tcstam.
Ge deelt.
II
!oll Bijbels naar anncrc
Verlies, gezonden
: landen
16961
10725
5850
/
20.908
—.—
1882
17896
11941
5383
20.208
2.908
18S3
I833I
11216
6595
>>
15.692
2.244
1884
18713
15487
5776
»
12.130
8.893
1885
17989
6350
4193
n
II.803
10.717
1886
1S260
7470
4298
1*
11.323
8.730
1887
I9181
9813
2864
ti
10.179
16.522
1888
16488
9344
1946
>)
8.228
9483
1889
l6353
7645
1820
ïï
7.414
13.001
189O
-ocr page 21-
Tyj>. ROELOFFZEN &• HÜBNER, Amsterdam.
i\'~