-ocr page 1-
Léf*..j-,P                rnnj/i&ï
Hel ïivisectie-VraagsluL
^P
REDE,
Gehouden in „Patrimonium" te Amsterdam
en te Utrecht.
DOOR
J. B. T. IICGEXIIOLTZ,
Predikant te Axel.
**7=z=$G$&=i==
Uitgegeven door den Nederlandschen Bond tot
Bestrijding der Vivisectie.
Utrecht.
J. BOKMA. Hzn.
1892.
-ocr page 2-
-ocr page 3-
Het Vivisectie-Vraagstuk.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
\'8 •
lel
visectic -Vraagstuk.
REDE,
Gehouden in „Patrimonium" te Amsterdam en te Utrecht.
DOOR
.1, B. T. HUGEiHUOLTZ,
Predikant to Axel.
Uitgegeoen door den Nededaadschen Bond tot
Bestrijding der Vivisectie.
Utrecht.
J. BOKMA. Hzn.
1892.
-ocr page 6-
Daar waar de zedelijke kracht is, dótir moet de regeering zijn.
Lavbknt , llist. du Droit des Reus.
V. p. 44.
De misbruiken zijn onafscheidelijk van liet volstrekt gezag, dat de 7iicnseli
over den mensch uitoefent.
                                                                  Dezelfde III p. 22\'J.
Hoe moet het dan gaan als hij zich een volstrekte heerschappij toekent over
de dieren?
                                                                                                               Andhoc.i.ks.
Er is geen wreeder dwingelandij dan die uitgeoefend wordt in de schaduw der
wetten en met de kleuren van het recht, als men om zoo te zeggen de ongclukkigen
gaat verdrinken op de plank, die zij gegrepen hadden om zieh te redden.
Moktksquiku, Grandeur et Décadence des Bomnins.
Zie over onze vreeselijke wetgeving voor de dieren onder het hoofd VIV1SKCT1K
Weekblad van het Recht, 5 Deo. 18\'JO, waar de geleerde en humane schrijver
de volgende merkwaardige woorden bezigt:
«Ken dierenbeul is een dierenbeul, al is hij een geleerd plnsio\'oog."
»flet beste middel om een goede oplossing van het inderdaad hoogst gewichtige
vraagstuk voor te bereiden ware cenc parlementaire enquête."
Verder merkt de schrijver op, dat een bijzondere wettelijke regeling der
vivisectie, waarover ook bij de behandeling van het Wetboek van Strafrecht is ge-
sproken, vooral preventief zou moeten werken.
-ocr page 7-
I let was in den winter van het jaar 1889, dat mij
/
          zeker Hoogd. Tijdschrift in handen kwam, waarin
eene oproeping, uitgaande van de „Internationale Vereeniging
tot bestrijding der wetenschappelijke Dierenmarteling" te
Dresden, mijne aandacht trok. Na eene korte uiteenzetting
van de gruwelijke wijze, "waarop de dieren aan de Hooge-
scholen, ten nutte dor wetenschap en in \'t belang der mensch-
heid, zooals men voorgeeft, levend gemarteld worden, —
wordt men dringend opgewekt, om zich bij gonoenido Ver-
eeniging aan te sluiten. Had ik vroeger reeds een enkele
maal het woord Vivisectie hooron noemen, nooit had ik er
verder over nagedacht. Toen ik evenwel zag, hoezeer zij
zich aan alle zedelijkheid vergreep, aarzelde ik geen oogenblik
mij bij de bestrijders daarvan aan te sluiten. Niet lang daarna
werd mij als Lid, door het Bestuur dier Vereeniging zekere
Hoogd. Brochure toegezonden, getiteld: „Verborgene Grauel"
door 11 e r m a n n S t e n z, — een werkje, dat eene samenspraak
bevat tusschen een voor- en een tegenstander der vivisectie, ter-
wijl de eerste den laatste, zoowel op wetenschappelijke als zede-
ljjke gronden, voet voor voet weerlegt, en zoowel het wetenschap-
pelijk nut, als het zedelijk recht der vivisectie ontkent, hetgeen
met bewijzen wordt gestaafd. Met het oog nu op de groote on-
kunde, die er niet betrekking tot de vivisectie in ons vaderland
heerscht, en de noodzakelijkheid, dat in dien nacht licht ont-
stoken worde, besloot ik, bedoelde Brochure in \'t Holl. te ver-
talen en zoo voor een ieder toegankelijk te maken.
Wilde ik toch de gruwelen der vivisectie, die letterlijk alle
beschrijving
te boven gaan, bekend maken, ik moest dan zoo-
veel mogelijk Ex. van: „Verborgen Gruwelen" onder \'t volk
verspreiden. Dat was evenwel spoediger gezegd, dan gedaan.
Minstens 2000 Ex. zouden er noodig zijn, wilde ik op eenig
succes kunnen rekenen. Met het oog op de tamelijk hooge
-ocr page 8-
o
kosten, aan het; drukken van zooveel Ex. verbonden, trad ik in
overleg met liet Hoofdbestuur dor Ned. Vereen, tot bescherming
van dieren to \'sHage, waarvan ik op logische gronden verwach-
ten mocht, dat het niet alleen gewon?, dierenmishandeling be-
streed, maar zich ook bovenal tegen de rivi*ertie, het toppunt
van alle denkbare dierenmarteling, verklaarde. En dio verwach-
ting werd niet beschaamd; na verloop toch van eenigen tijd ont-
Ying ik van den Voorzitter bericht, dat men besloten had, mij
tot het doen drukken van bedoelde brochure eene tegemoetko-
ining van ƒ 25 te schenken. Met deze som ecliter, die slechts
1/0 gedeelte der kosten uitmaakte, was ik nog lang niet geholpen.
Reeds voornemens zijnde, uit liefde en ijvrr voor de goede
zaak, de verdere kosten zei/ te dragen, ontving ik op zekeren
dag een schrijven van den WelEerw. lieer S. E. "NV. Il oor da
van E ij s i n g a , te \'s Gravenhage, mede-redacteur van het Maand-
blad Androcles, aan de belangen der dieren gewijd, waarin
ZEw. met de meeste waardeering over mijn streven sprak
en zijne blijdschap te kennen gaf, dat er weer een nieuwe stem
tegen de gruwelen der vivisectie aan onze Hoogescholen was
opgegaan. Na eenigen tijd over dit onderwerp gecorrespondeerd
te hebben, stelde ik ZEw. ten slotte voor, ten einde de
vivisectie krachtig te kunnen bestrijden, een Bond er tegen op
to richten, zooals dat ook in andere landen was geschied. Mijn
voorstel vond aanstonds volle sympathie.
Door „Androcles" kwam ik in kennis met de menschen- en
dierenvrienden, die reeds lang in Nederland het terrein ontgon-
nen hadden. Hoe door hun krachtige medewerking de Neder-
landsehe Bond tot Bestrijding der Vivisectie tot stand kwam,
kan ik hier niet in bijzonderheden verhalen. (*) (lenoeg dat wij
(*) De Redactie van Androcles verklaarde zich aanstonds bereid om
„Verborgen gruwelen" eerst bij gedeelten in haar tijdschrift op te nemen
en voor het afdrukken van 20U0 Ex. als eerste gift f 100.— te schenken.
Androcles had steeds tegen de vivisectie geijverd en stond in nauwe be-
trekking met de Nederlandsche Vereeniging tot bescherming van dieren en
de vurige dierenbeschermers, den heer en mevrouw van Manen, den heer
en mevr. van der Hucht, den heer Rombouts, de heeren P. Romijn en
Salomon, den heer Serrurier enz. die in ons land den strijd tegen de vivi-
sectie geopend en ons reeds een belangrijke literatuur over dit onderwerp
-ocr page 9-
7
in staat worden gesteld ons eerste geschrift: „Zullen wij nog
„langer lijdelijk blijven tegenover de gruwelen der vivisectie?"
hadden geschonken. Wij begonnen dus met deze beproefde ijveraars voor
de menscheljjkheid kennis te geven van ons voornemen, met hen in overleg
te treden en hunne hulp in te roepen. Het Hoofdbestuur der Nederlandsche
Vereeniging tot bescherming van dieren schonk ons een krachtigen steun,
door de belangrijke geschriften ter bestrijding der vivisectie die zij reeda
had uitgegeven, en waarvan zij nog een aanzienlijk getal exemplaren bezat,
aan den jongen bond ten geschenke te geven, waardoor wij reeds aanstonds
middelen verkregen om propaganda te maken. Onze meest bekende dieren-
beschermers juichten ons voornemen toe en verblijdden ons met de aan-
zienlijke giften van f25.—, f200. — , f 250.—.
Door hunne betrekking met beroemde buitenlandsche dierenbeschermers
en genootschappen ontvingen wij van dezen belangrijke bijdragen voor onze
bibliotheek, waaraan zij zelve kostelijke boekgeschenken toevoegden. Een
hunner die in langdurige vriendschapsbetrekking stond met Elpis Melena
gaf haar kennis van ons voornemen, waarop deze beroemde schrijfster ons
met de aanzienlijke gift van f240.— verblijdde.
Wij korden nu door de voorhanden geschriften, door dagblad-artikelen,
door particuliere brieven aan vrienden en bekenden, door mondelinge ge-
sprekken beginnen, met leden te werven. Treffend was het uit de antwoorden
die wij ontvingen de hevige verontwaardiging te vernemen, waarmede de
onbevangen kinderen des volks, de zedelijk denkende menschen tot wie
onze stem doordrong, cie gruwelen der vivisectie vernamen; gedurig kregen
wij nieuwe bewijzen van sympathie, vooral van dezulken die reeds langer
op het gebied der dierenbescherming werkzaam waren geweest; en de
jjverigsten bewezen ons hun ernst door ons steeds nieuwe leden toe te
voeren. Zoo kregen wij de overtuiging dat onze zaak waarlijk een volks-
zaak is. En bij het meer bekend worden onzer pogingen stelden ook die
dierenvrienden die tot nog toe minder op den voorgrond waren getreden,
en die ons soms door hun offervaardigheid en apostolischen ijver verrasten,
zich met ons in betrekking en vloeiden ons weer nieuwe giften toe tot
een bedrag van f50.—, f300.—, f425.—.
Maar die blijde uitkomsten waren nog niet verkregen, toen de eerste
oprichters zich moesten voorbereiden tot het nemen van een besluit. Diep
gevoelden zij hunne zwakheid; en de geduchte tegenstand der Regeering,
der Wetgeving, der Rechtspraak, der Hooge Scholen, der Pers en der
Openbare meening, waarvan onze voorgangers reeds zoovele treurige bewij-
zen hadden ontvangen, waren wel geschikt hen te ontmoedigen. Toch
mochten zij zich niet laten afschrikken; en na alles wel overwogen te
hebben, besloten zij den Nederlandschen Bond tot bestrijding der vivisectie
op te richten. Bij het ontwerpen der statuten werden geen kerkelijke ge-
loofsregelen, maar eeuwige ziel- en zedekundige waarheden tot richtsnoer
aangenomen.
-ocr page 10-
8
tot een getul van 2000 Exeinplnren te verspreiden, waarop wij
uit alle oorden des lands, van menschen van allerlei stand en
denkwijs betuigingen van instemming en medewerking ontvingen.
Onze eerste brochure lokte echter van verschillende zijden
ook tegenspraak uit, inzonderheid bij Prof. W. Koster, Hoogl.
in de geneeskunde aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, die in
den Tijdspiegel van Januari 1891 met een soort van kritiek, ge-
titeld: „hoe de vivisectie bestreden wordt?" tegen ons optrad.
Wel verre van de vivisectie op zedelijke gronden, waarvan de
schrijver de onmogelijkheid inzag te verdedigen, trachtte bij rus
streven in discrediet te brengen en voor \'t Publiek belachelijk
te maken. Het stuk ademde zulk een geest van minachting en
verregaanden hoogmoed, — was zoo onbeduidend en vol onbe-
wezen phrases, dat het niet moeielijk was, het nagenoeg op
alle punten te weerleggen. Nadat ik bedoeld stuk doorgelezen
had , besloot ik in overleg met de medeoprichters van den Bond,
Dr. Koster te antwoorden. Zoo zag dus onze tweede brochure,
getiteld: „Open Brief aan Dr. "VV. Koster" het licht, waarvan
G00 Ex. werden gedrukt en 1 Ex. aan het adres van Dr. Koster
toegezonden werd. Zooals te verwachten was, zag Z.Hooggel.
evenwel geen kans, het zedelijk argument, daarin door mij tegen
de vivisectie aangevoerd, te weerleggen; althans in zijn in het
Alg. Handelsblad van 24 Febr. 1891 ingezonden stuk, dat geen
antwoord op mijne brochure kon heeten, stond daarvan geen
spoor. Integendeel: dat stuk was zoo onwaar, zoo min, daarin
werden sommige mijner woorden zóó verdraaid, dat zelfs onze
tegenstanders een antwoord beneden onze waardigheid achtten.
Vervolgens werd een derde brochure getiteld: „Onwetenschappe-
lijke wetenschap" reeds vroeger door den heer J. C. van der
Hucht vertaald, maar thans uitverkocht, door zijne weduwe,
voor eigen rekening herdrukt en door den Bond verspreid.
Na u zoo in korte trekken het ontstaan en de geschiedenis
van den Bond meegedeeld te hebben, — willen wij vervolgens
stilstaan bij de zaak zelve, die velen uwer misschien nog geheel
of gedeeltelijk onbekend zal zijn.
Allereerst staan wij stil bij het wezen en doel, ten tweede
bij de wetenschappelijke waarde, ten derde bij het al of niet
zedelijk geoorloofde der vivisectie.
-ocr page 11-
o
"Wat is vivisectie eigenlijk? Zietdaar de vraag, die wij aller-
eerst duidelijk te beantwoorden hebben, ten einde ons een helder
begrip van de zaak te vormen. liet woord vivisectie, ook wel
zoötornie genoemd, is afgeleid van de Latjjnsche taal en samen-
gesteld uit de beide woorden: vivus (levend), en Sectio (insmj-
ding), zoodat viviseetie derhalve „insnijding in het levende" be-
teekent. Men neemt op lovende, zeer gevoelige hooggeorganiseerde
dieren de meest smartelijke en wreede proeven; de arme dieren,
bij voorkeur: konijnen, katten en honden worden in z.g. Labo-
ratoria, de werkplaatsen der Physiol. Professoren, tusschen
allerlei schroeven vastgeschroefd, zelfs op de martelbank vast-
gespijkerd, om vervolgens levend opengesneden, doorstoken,
gebraden, de oogen uitgestoken, en in kokend of bevriezend
water geworpen te worden. Ja, men boort hun gaten in den
kop, om met een roodgloeiend ijzeren staafje de hersens uit te
branden of door kokend water uit te spoelen. Men zaagt hun
levend de beenderen door, laat ze doodhongeren, vult de maag
op kunstmatige wijze met kokend water, en de aders met zand,
geeft hun een braakmiddel in, na vooraf den bek met gips
gesloten te hebben, men neemt het ruggemerg weg, galvaniseert
doorgesneden zenuwen, ja! wie weet, aan welke duivelsche,
geraffineerde martelingen men de dieren nog meer onderwerpt.
In dien ellendigen toestand worden de aldus gemartelde dieren
nog niet eens gedood, maar dikwijls nog weken lang geobser-
veerd, om, zoo ze niet aan hunne vreeselijke wonden bezwijken,
in een donker vertrek opgesloten en weer voor nieuwe proeven
gebruikt te worden. Gij zoudt u echter een onjuist en onvolledig
denkbeeld van de vivisectie vormen, indien gij meendet, dat
zij alleen in het stuksnijden van, en insnijden in levende dieren,
dus alleen in bloedige proeven bestond. Het veld der vivisectie
toch strekt zich oneindig verder uit. Men laat de dieren ook
levend verbranden, verschroeien, bevriezen, verhongeren, ver-
dorsten , men dient hun vergif toe, onderwerpt ze aan electrische
prikkelingen, maakt ze kunstmatig ziek enz. enz. En al die
martelingen geschieden, zonder dat de dieren vooraf bedwelmd
zijn. En al wordt hot tegendeel door de voorstanders der vivi-
sectie verzekerd, het is, om het publiek zand in de oogen te
strooien, op lichtzinnige wijze te misleiden en omtrent het
-ocr page 12-
10
vrecselijke der diercnmai teling als \'t ware in slaap te wiegen.
Men bedient zich, zooals men voorgeeft, tot bedwelming der
dieren beurtelings van Chloroform, Morfine en Curare. Wat
de werking der Chloroform aangaat, wijs ik u op de uitspraak
van dr. Riegel in Pflügcr\'s „Arehiv für Physiologie," waar hij
zegt: „in het geval in qvaettie is het gehikt, den hond althans een
„tijd lang in volkomen narcose te houden. Dergelijke proven ge-
plukken zelden voor langeren tijd; het is moeielijk, juist dien graad
„van bedwelming der dieren te vinden, die zonder dieper gaande
„storingen der functies te veroorzaken, het centrum van het bewuste
„zieleleven volkomen ophe/t."
— En wat voorts de Morphine be-
treft, de groote Fransche vivisector, Claudo Bernard zegt
er van: „Morphine verdooft de pijn niet, maar verzacht ze slechts.
„ Wanneer men daarmee een hond behandelt, dan tracht hij niet
„meer te ontkomm; hij weet niet tcaar hij is; hij bemerkt zijn
„meester niet. Gevoel evenwel bezit hij nog, want als men hem
„nijpt, dan beweegt hij zich en huilt!"
En wat ten slotte de curare aangaat, dezelfde Fransche
vivisector Claude Bernard zegt er van: „de curare werkt slechts
in zooverre op het zenuwgestel, dat het do beweegzenuwcn
verlamt, het gevoel daarentegen onveranderd hetzelfde laat;
het is geen bedwelmingsnüddel."
De aanwending der curare is dan ook hot ontzettendste van
al de misbruiken, bij de vivisectie in zwang. Zoodra dit vergif,
dat uit het sap van een boom bestaat, de Strgchnos To.vifera,
die in Spaansch Guiana en in het noorden van Brazilië groeit,
en waarmee de Indianen aan de Orinoco hunne pijlen doodelijk
maken, in het bloed van een dier ingedrongen is, ontneemt het
hein elke beweging; het is volstrekt weerloos, is als het ware
een levend lijk, terwijl, en dat is niet minder schrikkelijk, zijne
gevoelszenuwen ongeschonden blijven, ja! daar het zich in zijne
smart niet eens bewegen kan, nog verhoogd worden ! In zulk
een geheel verlamden, schijndooden toestand, moet nu het onge-
lukkige, roerloos neerliggende dier, dat zelfs niet meer adem
halen kan, zoodat eene machine het kunstmatig adem inblaast,
uren of dagen lang, zoowel dag als nacht, de vreeselijkste
martelingen verduren, b. v. : stuksgewijze ontleding bij levenden
lijve, — opensnijden van den buik, — afzetten van sommige
-ocr page 13-
11
lichaamsdeelen, — doorzagen van den schedel, — uitbranden
vim een gedeelte van het ruggemerg, — martelingen in één
woord, waarbij die, welke een Torqucninda zijn slachtoffers
deed ondergaan, eenvoudig kinderspel zijn! Ik vraag het u:
kunt ge u duivelachtiger misbruik van den sterkere over den
zwakkere denken!-\'
Zagen wij dus. hoc de curare alleen de beweging der dieren
verlamt, maar het gevoel als \'t ware nog verdubbelt, m. a. w.
hoe het den dieren onder do vrecselijkste martelingen elke be-
weging onmogelijk maakt, zij wordt nochtans, zooals ons uit de
reeksen van proeven , in de geneeskundige tijdschriften vernield ,
blijkt, veelvuldig toegepast. Een Cl. Be mar d, die ons mede-
deelt, dat de curare het ontzettendst lijden veroorzaakt, dat
de mensch zich denken kan, zegt ronduit: „de curare wordt
„tegenwoordig in vele gevallen gel/ruikt, om de dieren elke beweging
„te ontnemen."
Wat beteekenen derhalve de z. g. verdoovingsmiddelen, die
de geleerden voorgeven, aan te wenden? De chloroform, zooals
wij zngen, werkt doorgaans slechts kort, terwijl bovendien de
juiste graad der bedwelming moeielijk te bepalen is. De morpliive
verdooft niet, maar verzwakt slechts de pijn. De curare eindelijk
heeft in \'t geheel geen pijnverdoovende kracht, maar wordt het
dier alleen toegediend, opdat liet zich gedurende de vivisectie
niet bewegen en de vivisector zoodoende gemakkelijk zijn schan-
delijk martelwerk verrichten kan. Het dier moet dus de ontzet-
tendste folteringen doorstaan, zonder tot verzachting daarvan ook
slechts een lid te kunnen bewegen of een smartkreet te kunnen
uiten! Bovendien zijn bij de meeste physiologische experimenten
de verdoovingsmiddelen meer of min onbruikbaar, zooals b. v.
bij alle proeven op de hersenen, het ruggemerg en de zenuwen,
daar zij de functies dier organen benadeelen en verlammen!
Onbruikbaar voorts bij alle toxicologische (vergiftigings) proeven,
daar de verdoovingsmiddelen zelve uit giftstoffen bestaan, en
als zoodanig de uitkomst der proeven zouden benadeelen. On-
bruikbaar verder bij alle proeven aangaande de klopping van
het hart, de temperatuur en afscheidingen, daar de verdoovings-
middelen ook hier te storend zouden werken.
Verder \'\\t het duidelijk, dat de oogenblikkelijke ongevoeligheid,
-ocr page 14-
12
zelfs al bestond zij, bij langdurige proefnemingen weer moet
verdwijnen, en van geen nut kan zijn bij dieren, die men dagen,
weken, ja maanden lang observeert, om den voortgang eener
kunstmatig veroorzaakte stoornis weg te nemen; ook is in vele
gevallen de pijn, die het dier bij de operatie ondervindt, hoe
ontzettend ook, niet de ergste; de nakomende en blijvende
smarten, tengevolge van inwendige verwondingen. zijn dikwerf
veel zwaarder, en deze kunnen natuurlijk door bedwelming niet
weggenomen worden.
Nadat wij nu gezien hebben, dat de dieren te midden van do
ontzettendstc operaties zoo goed als niet bedwelmd worden, zal
ik trachten, al is het met weerzin en walging, u nader met
de greuzelooze wreedheden, die er geschieden, bekend te maken,
terwijl ik intusschen aan u de beantwoording der vraag zal
overlaten, of zij, die zich aan dergelijke ergerlijke schanddaden
schuldig maken, nog op den eernaam van mensch aanspraak
hebben ?
Eenige voorbeelden mogen hier dus volgen! Allereerst vestig
ik uw aandacht op zekere proefneming van Dr. Brac het,
hoogleeraar te Parijs, waardoor hij de grenzen der toegenegenheid
van den hond wilde bepalen. Eerst stak hij het dier de oogen
uit, opdat het hem niet zou kunnen kennen; en toen dit nog
niet voldoende bleek, doorboorde hij het trommelvlies der ooren
en vulde ze met gesmolten was, waarna hij, zooals hij zich niet
schaamt te zeggen, het arme dier nog maanden lang op allerlei
wijzen martelde. Het resultaat er van was, dat do hond, ofschoon
hij zijn meester niet meer zien noch hooren kon, hem nochtans
de handen likte. Diezelfde man van eer. neon! diezelfde ge-
vleesde duivel, die niet minder dan 200 honden aan dergelijke
belangrijke proefnemingen opofferde, sneed.een hond, die weldra
jongen zou werpen, levend den buik open, om het gewichtig
feit té constateeren, dat de stervende moeder hare, op zoo
gruwzame wijze ter wereld gebrachte, jongen nog lekte.
Vervolgens wijs ik u op zekere proef van Prof. Bouillaud,
waarbij hij den kop van een levenden hond op 2 plaatsen met
een dik ijzeren boor doorboorde en een rood gloeiend ijzer in de
hersens stak. Het dier huilde en kermde bijna zonder ophouden
6 dagen lang, niettegenstaande men het gedurig door slagen tot
-ocr page 15-
18
rust trachtte te brengen, maar liet huilde nog des te meer,
zoodat men het eindelijk uit vrees voor burengerucht moest
dooden! Daarna herhaalde hij diezelfde proef op een levendigen,
zeer leerzamen, jongen hond, dien hij met doorboorde hersenpan
in het water wierp, om te zien, of hij in dien toestand nog
zou kunnen zwemmen, terwijl het ongelukkige dier eerst na
16 dagen van het smartelijkst lijden bezweek. Mij dunkt,
zulke, zonder oonig menschelijk gevoel gepleegde wreed-
heden, die alle menschclijkheid en zedelijkheid als met voeten
treden, belmoren tot de grootste schanddaden, die er ooit op
aarde zijn gepleegd. —■ Hier zien wij de kroon der Schepping
zich verlagen tot verre beneden het redeloos dier, zoodat wij
wenschen, dat hij zich eenmaal tot het redeloos dier moge ver-
heffen. Barbaren, die dergelijke gruwelen kunnen plegen, acht
ik tot de grootste misdaden, ja! tot alles in staat. Ook de
Parijsehe Hoogl. Magen die veroorloofde zich jegens zijne onge-
lukkige slachtoffers zulke wreedheden, dat wij hem met alle
recht tot de snoodste on laaghartigste misdadigers kunnen
rekenen, die er ooit op aarde hebben geleefd. Zoo spijkerde
hij b. v. op zekeren dag een hond met de vier pooten en de
lange zijdeachtige ooron op de inartelbank, wel te verstaan,
zonder hem vooraf bedwelmd te hebben, om zijnen leerlingen
gemakkelijk en ongestoord liet doorsnijden der oogzenuwen, het
doorzagen van den schedel, liet doorsnijden van de ruggegraat
en het ontblooton der verschillende zenuwbundels te kunnen aan-
toonen. Daarna sloot hij liet arme, altijd nog levende diertje
op, om het weer voor de proeven van den volgenden dag te
gebruiken. Diezelfde man sneed een hond levend de maag uit
en bevestigde eene blaas in de plaats, om nauwkeurig de phy-
siologische verschijnselen te kunnen waarnemen, waarmee het
langzaam sterven van dit dier gepaard ging. Roerend mag
het heeten, hoe Dr. Hoggan, eon ijverig tegenstander der vivi-
sectie in een zijner vlugschriften de wijze beschrijft, waarop de
ongelukkige slachtoffers als \'t ware om genade smeeken. „Gedu-
„rende de drie campagnes
, zegt hij, heb ik weer zeer treurige too-
„neelen gezien, maar ik heb niets bijgewoond zoo hartverscheurend,
„als wanneer de voor de vivisectie, bestemde diiren uit den kelder
„naar het laboratorium werden gebracht; in plaats van vreugde te
-ocr page 16-
u
„ioonen, dat zij weer in hel daglicht kwamen, schenen zij van af-
„grijzen aangegrepen, zoodra zij de lucht der folterkamer roken,
„als raadden zij bij voorbaat het lot, dat hen wachtte. Zij naderden
„de
3 of 4 personen, die zich in het vertrek bevonden, overlaadden
„hen met liefkozingen, als om ze te winnen, een stom, icaar wel-
„sprekend beroep doende op het medelijden hunner beulen; maar de oogen
„de ooren, de staart spraken te vergeefs. Ruw aangegrepen en op
„de snijtafel geworpen, hoorde men slechts een zacht gekreun, ter-
„wijl zij voortgingen nog de hand te lekken, die hen vastbond, tot
„hun ook de bek dicht gebonden iverd, en hun niets meer overbleef
„als laatste middel, om nog barmhartigheid in te roepen , dan zacht
„met den staart te kwispelen. Ja! zelfs in hun doodstrijd toonden
„zij zich nog dankbaar, als men hen liefkoosde, zijnde de eenige
„troost,
zegt Dr. Hoggan, dien ik die arme martelaars kon
„brengen, aan wier gruwelijke smarten alleen de dood een einde
„zou maken.
—
„Als het gevoel der physiologen door de praktijk der vivisectie
„niet geheel verstompt ivas, sou het hun onmogelijk zijn, hunhand-
„werk voort te zetten. Ik heb vaak gezien, wanneer een dier zich
„ivringende van smart, de iveefsels bewoog of verplaatste, die zij
„niet zorg ontleedden, dat zij het arme beest nog sloegen en met
„hardheid toespraken."
Na verhaald te hebben, zegt Dr. Hog-
gan, — „wat ik gezien heb, behoef ik er niet bij te voegen, dat
„ik er meer dan genoeg van heb , en bereid ben niet alleen de wetenschap ,
„maar met haar heel het memchdom te zien vergaan, liever dan
„zulke middelen te gebruiken , om het te behouden."
—
Zoo dreef zeker Prof. Schiff te Florence zijne wreedheid zoo-
ver, dat hij de openbare mcening tegen zich kreeg, en de sjouwer-
lieden daar ter stede onderling tegeii hem samenspanden, zoodat
zijn leven ernstig in gevaar verkeerde. Hij mocht zich daarom
gelukkig rekenen, een beroep naar Geiièvo te krijgen en Florence
te kunnen verlaten. —
Deze onder den naam vau proefnemingen gepleegde gruwelen,
die ik tot in het oneindig zou kunnen vermeerderen, zijn in
buitenlandsche physiologische werken nauwkeurig beschreven;
maar wij kunnen daar niet met juistheid uit afleiden, wat bij
ons geschiedt, weshalve ik u thans nog een paar proefnemingen
ga mededeelen die uit ons land worden bericht. — Ten-
-ocr page 17-
15
einde de gasspanningen in de pleuraholte van een hond te be-
studeeren , sneed Dr. W. E i n t h o v e n te Leidon , honden levend
den buik open, en bracht een gasmengsel in de rechter pleuraholte.
De dieren waren daarbij meer of min genarcotiseerd, en alle
waren getrachotomeerd, d. w. z. een snede in de luchtpijp toe-
gebracht. •—
Wat ondraiglijke folteringen de dieren moeten verduren , moge
u verder uit een tweede voorbeeld, afkomstig van de gemeente-
lijke Universiteit te Amsterdam, blijken. Men moet weten, dat
in den hals vlak onder de huid de z. g. zwerfzenuw ligt, die
de beweging van het hart regelt. Wanneer die zenuw geprik-
peld wordt, dan klopt het hart sneller. — Dit nu wordt den
studenten niet verteld, — neen! Zij mogen het zien. Een levend
dier werd daar op een tafel gebonden, waarna het hart door
het uitzagen van eenige ribben wordt blootgelegd. Door middel
van electriciteit wordt vervolgens de zwerfzenuw, die ook bloot-
gelegd is, geprikkeld, terwijl de studenten met lange halzen
zien, hoe de hartklop sneller gaat, hoe het angstige hart van
het weerloos en gemarteld dier zich schokkend uitzet, en dan
weer plotseling inkrimpt. En wie weet, hoevele leerlingen dan
te huis de proef herhalen. — „Die gruwel — zoo laat de
N. Zwohvlie Courant, waaraan ik de laatstgenoemde proefneming
ontleende er op volgen, mag niet voortduren! Dat is het werk
van heidenen! Wij moeten Christelijke Universiteiten hebbeu!"
Tevens spreekt het blad de hoop uit, dat, nu er in ons land
een stem van verontwaardiging en toorn tegen de gruwelen der
vivisectie opgaat, de leiders der Anti-vivisectie beweging het ijzer
zullen weten te smeden, terwijl het warm is. Zoo werd ook, om
niet meer te noemen, volgens het Dagblad van Zuid-Holland
en \'s-Gravenhage
in een onzer gasthuizen een konjjn gevonden
met uitgestoken oogen, waarvan de bloedende holten met watjes
waren gevuld, terwijl het dier in het leven werd gehouden voor
een volgende proef, ofschoon er tal van andere konijnen aan-
wezig waren, waarop de geleerde hoeren hunne proeven konden
nemen. — Gij bemerkt dus: ons land is van de gruwelen der
vivisectie niet uitgesloten; het is bij ons niet veel beter gesteld
dan in het buitenland; en geen wonder, want de vivisectie is inter-
nationaal. Heeft men b. v. in Duitschland, Frankrijk of eenig
-ocr page 18-
10
ander land de een of andere proef genomen en kwam men tot
een zeker resultaat, dan duurt het niet lang, of ook in ons
land neemt men diezelfde proef. — Gij ziet derhalve, hoe nood-
zakelijk liet is, dat een ieder, die nog eenig zedelijk gevoel
bezit, met alle kracht tegen die gruwelen getuige, en de schande
der vivisectie uit den weg helpe ruimen, teneinde de eer van
ons Vaderland te redden. Maar het zijn niet alleen de gruwelen,
de schier ongelooflijke folteringen der vivisectie op zichzelf,
die wij u schetsten, die ieder weldenkend mensch met diepe
verontwaardiging moeten vervullen, neen! er is nog een andere
reden, waarom zoovelen uit alle rangen en standen zich te recht
tegen de vivisectie verzetten, en niets vuriger wenschen, dan
dat die gruwel afgeschaft worde; en die reden ligt daarin, dat
die dieren bij voorkeur wetenschappelijk misbruikt en gemarteld
worden, die wegens hunne roerende toegenegenheid en trouw
jegens den mensch, voorwaar allereerst op bescherming aanspraak
hebben, ik bedoel het dier, dat door zijne zenuwgevoeligheid en
zielsvermogens reeds zooveel menschelijks heeft . . . den hond.
Hij is het zinnebeeld der trouw.
En vragen wij, waarom juist de hond het meest voor de
vivisectie wordt gebruikt? men antwoordt droogweg, omdat geen
ander warmbloedig dier zoo goedkoop te verkrijgen is! Welk
een platte ruwheid! Welk een lage gierigheid bij dienaren der
wetenschap, om voor schoone en zedelijke doeleinden, zooals zij
het noemen, niet het kleinste geldelijk offer over te hebben!
Hebben wij zoo getracht, u den aard te schetsen van de
afschuwelijke experimenten , die er bjui digalijksin de phys iolo-
gische Laboratoria plaats hebben, wij willen vervolgens aan de hand
van deskundigen nagaan, of al dat vreeseljjk lijden voor het
welzijn van den mensch en ter bevordering der wetenschap
onontbeerlijk is? Vragen wij den vivisectoren, met welk doel zij
die onmenschelijke wreedheden plegen, dan wordt ons door die
geleerde heeren natuurlijk geantwoord, dat zij deze martelproeven
op levende dieren slechts noodgedrongen nemen en dat dit alles
met een menschlievend doel geschiedt! Gij leeken, zoo roept
men ons toe, moet niet denken, dat dit alle3 zonder goede
gronden geschiedt. Neen! wij zjju er op uit, uw lichamelijk
heil en welzijn te bevorderen en de wetenschap verder te bren -
-ocr page 19-
17
genl En met zulke schoonklinkende woorden, wordt als met
een tooverslag het zwijgen opgelegd. En mocht zich iemand op
zedelijke gronden te recht tegen de zedelooze praktijken der
vivisectie verzetten, dan wordt hij als een menschenhater be-
schouwd, die het leven der dieren boven dat der menschen
zou stellen. En hoevelen worden er niet gevonden , die dergelijke
schandelijke proefnemingen op levende dieren goedkeuren , omdat
hun dokter zegt, dat het nut aanhrengt; men neemt zulk een
klakkelooze bewering eenvoudig als goede munt aan, terwijl
men zoodoende alleen op gezag gelooft, en zich maar al te zeer
laat misleiden.
Maar bevat de bewering van vele geleerden, dat men die proeven
neemt in \'t belang van menschheid en wetenschap, dan werkelijk
waarheid ? Helaas! het goedgeloovig publiek laat zich, zonder
ooit eenig nut van de vivisectie gezien te hebben, door dit
schoonklinkend voorwendsel der geleerden, als \'t ware narcoti-
seeren, en neemt zulks op goed geloof aan, te meer nog, daar
het grootendeels door egoïsme gedreven, niet vraagt naar het
middel, zoo het slechts dienen kan, om het een of ander nut
te bejagen.
Het moet evenwel ons leeken, die den strijd, voorzoover hij
tusschen voorstanders en tegenstanders der vivisectie alleen van
wetenschappelijk standpunt gevoerd wordt, slechts met behoed-
zaamheid mogen volgen, al aanstonds in \'t oog vallen, dat de
gronden, waarop de nutteloosheid der vivisectie bestreden wordt
en die door hare bestrijders aangevoerd worden, voor ieder-
leek zoo helder en duidelijk zijn, dat men er geen oogenblik
meer aan twijfelen kan, zich aan hunne zijde te scharen, —
terwijl de voorstanders der vivisectie zich daarentegen gedurig
in breedvoerigheden verliezen, zonder ons door scherpe bewijzen
van de juistheid hunner meening te overtuigen.
Te vergeefs zoeken wij naar de eene of andere praktische
ontdekking, die wij aan de vivisectie zouden te danken hebben,
terwijl hare voorstanders tot nog toe in gebreke bleven, eenig
positief nut der vivisectie aan te toonen. In eenen adem gewaagt
uien van eminente ontdekkingen, die der menschheid ten goede
zottden komen, van onbeschrijfelijk gewichtige resultaten op het
gebied van natuurwetenschap eji geneeskunde, vervolgens van
-ocr page 20-
18
ontelbaar vele gevallen, waarin het loven van velen door het nut
der vivisectie gered zou zijn geworden, terwijl geen enkel bewijs
voor deze bewering bijgebracht wordt. Zooveel is zeker: de
kennis der moest uitstekende geneesmiddelen , zooals kina, opium,
chloraal enz. hebben wij niet aan de vivisectie te danken. Uit-
komsten van grooto boteekenis zijn evenmin door vivisectie ver-
kregen. Willen de voorstanders^ van de vivisectie liet tegendeel
beweren, — wij antwoorden hun dat „beweren" zeer gomakke-
ljjk is. Niet door beweringen echter zijn wij te overtuigen. Wij vra-
gen naar bewijzen en feiten. Zijn de uitkomsten der vivisectie
werkelijk zoo merkwaardig, als onze tegenpartij ons wil doen gc-
looven, welnu, dan eischen wij, dat zij ons een staat zal leveren
van waarlijk belangrijke resultaten van proefnemingen en onder-
zoekingen op levende dieren Maar dat kan zij niet; want die
uitkomsten zjjn zeer schraal.
Is het werkelijk waarheid, wat de vivisectoren steeds blijven
voorwenden en verzekeren, dat de vivisectie der menschheid zoo-
veel nut aanbrengt, dan mogen wij ook met recht verwachten,
dat het sterftecijfer in de laatste jaren ook werkelijk verminderd
is, en al meer en meer verminderen zal, —-verwachten, dat men
daardoor het leven des menschen verlongen kan, — verwachten
eindelijk, dat deze of gene, tot nog toe ongeneeslijke ziekte,
thans genezen kan worden. Maar wel verre, dat het sterftecijfer
tengevolge der vivisectie verminderd zou zijn, en het leven des
menschen ook slechts mot ééno minuut verlengd of de een of
andore tot hiertoe ongeneeslijke ziekte genezen zou kunnen wor-
den, is veeleer het tegendeel aan te toonen. — Zoo is b.v. het
sterftecijfer der choleralijders heden ton dage nog even hoog,
als in het jaar 1831.
Niet alleen vele ontwikkelde leeken, ook vele deskundigen
hebben de taak ter hand genomen, om die zaak voor de rocht-
bank der leeken te brengen; zij doen een beroep op ons gezond
verstand, dat zeer goed in staat is, de ongerijmdheid der vivi-
sectie in te zien; zij roepen de leeken op, om er tegen te
getuigen, en spreken hunne hoop uit, nu de vakmannen zoo
ontaard en voor beter overtuiging onvatbaar zijfi, dat bij de leeken
menscheljjkheid en gezond verstand, bij de christenen zedelijk en
godsdienstig gevoel in opstand zullen komen en beterschap aan-
-ocr page 21-
1!)
brengen. Daartoe beroepen zij zich op de volgende argumenten.
De menscli is één, en er kan geen onverzoenlijke tweespalt zijn
tusschen zijn zedelijk gevoel en zijn verstand. Wat dus zedelijk
ongeoorloofd is, kan niet wetenschappelijk voordeelig zijn. —
Een dierlijk organisme is niet als een stuk steen of hout of ijzer.
Levenlooze lichamen kan men in stukken slaan, zonder dat hun
wezen en gesteldheid verandert, maar een dierlijk organisme
wordt door de vivisectie in een ounatuurlijken toestand gebracht.
Door de gruwelijke folteringen der vivisectie komen de dieren
in zulk een toestand, dat zij voor de waarneming ongeschikt
worden, terwijl bij de waarnemingen zelve zoowel de hand als
de blik onzeker wordt. Is het dier slechts eenigszins verdoofd,
maar heeft het niet het gevoelsvermogen verloren, dan moet bij
de verwoestende en verminkende werking van zaag en ontleed-
mes in het lichaam teweeg gebracht, nog de reflexbeweging
gevoegd worden van het door angst en pijn verstoorde zenuw-
stelsel. — Is het dier volkomen bewusteloos, wat slechts zelden
geschiedt, — dan is de toestand der zenuwen niet minder
abnormaal, waardoor het nog moeielijker wordt uit den zenuw-
toestand van een gewelddadig verminkt dier conclusies te trekken.
In geen der beide gevallen bevindt het dier zich dus in een
normalen physiologisehen toestand, zoodat logisch geredeneerd,
de door vivisectie verkregen resultaten nimmer met natuurlijke
en normale levens verschijnselen gelijk gesteld kunnen worden.
15ij de vivisectie worden de beleedigingen gewelddadig van
buiten naar binnen aangebracht, terwijl bij natuurlijke ziekten
de kwaal door organische oorzaken inwendig ontstaat en zich
naar buiten openbaart. — Eene gewelddadige door vivisectie ver-
oorz.takte uitwendige verwonding is met het natuurlijk ziekte-
proces geheel in strijd, en kan in geen enkel opzicht daarmee
vergeleken worden, daar zij op mechanische wijze wordt teweeg
gebracht, en de gevolgen daarvan niet de minste overeenkomst
hebben met den loop der ziekte, die zich in een lijdend orga-
nisiue ontwikkelt.
Verder wijs ik u op het groot verschil van het ééne dierlijk
organisme met het andere, en het groot verschil van dier en
menscli. Om van het eerste slechts één voorbeeld te noemen:
paarden kunnen eeuige oneen braakwijnsteen verdragen zonder
-ocr page 22-
20
te braken, honden daarentegen slechts één gram; omgekeerd
werkt aloë bij kleine hoeveelheden op paarden ; op honden slechts
in hoeveelheden, die achtmaal grooter zijn, dan men bij den
mensch pleegt te gebruiken. En wat de ongelijksoortigheid van
dier en mensch betreft: ïjzcrcliloricd werkt in zeer geringe kwan-
titeit doodclijk bij den mensch, terwijl één gram daarvan bij een
hond in \'t geheel niet werkt. — Dit wordt trouwens door de
vivisectoren zelve toegegeven, daar zij een proefneming op een dier
voor onvolledig houden , zoolang zij niet door een proefneming op
den mensch is bevestigd. Maar zoo blijkt dan ook logisch en
practisch dat proefnemingen op dieren tot proefnemingen op
menschen moeten leiden , wat de geschiedenis en de dagelijksche
ervaring dan ook bewijzen. — Wat de getuigenissen derdeskun-
digen aangaande de vivisectie betreft: Dr. A. Lefingwell vraagt
u: „ Hebben de proeven op levende dieren zulke duidelijke vorderin-
„gen in de geneeskunde mogelijk gemaakt, dat wij in de afnemende
„sterfte aan eene bepaalde ziekte daarvan een zeker bewijs hebben?
„ Kan tner. één enkele ziekte noemen, die vóór
30 jaar alle genees-
„middelen trotseerde, maar waarvoor de meer verlichte wetenschap
„onzer dagen thans hoop op herstel kan geven? Wat voor
50 jaar
„ongeneeslijk ivas, zooals: kanker, tering, Brightsche nierziekte,
„hartziekte, suikerziekte, cholera, epilepsie, dat alles is ook heden
„nog ongeneeslijk. In weerwil van de vele honderdduizende der op
„de wreedaardigste wijze ter dood gemartelde dieren , staat de genees-
„kunde in bijna alle gewichtige gevallen nog steeds radeloos!"
—
Zoo zegt Dr. G. Voigt in zijn werk „Für oder wider die Vivi-
sektion: — „het is den vivisectoren gelukt, de openbare meening
„met betrekking tot de vivisectie te misleiden, daar men het publiek
„door holle phrases en schoonklinkende woorden, dat zij n.l. ten
„dienste der wetenschap en ten nutte der lijdende menschheid toege-
„past ivordt, op een dwaalspoor zoekt te leiden. En zoo komt het,
„dat duizende deskundigen de vivisectie afkeuren, maar
SLECHTS
„TEGENOVER AMBTGENOOTEN EX ONDER VIER OOGEN. — Elk Ver-
„schil van gevoelen onder de vivisectoren, doet een nieuwe reeks van
„martelingen ontstaan, toelker uitkomsten menigmaal nog tegtnstrij-
„diger zijn dan de vorige, daar zij van zoozeer verschillende en
„geheel onbekende invloeden afhangen.
— Hoe treurig inderdaad
„klinkt de bekentenis van een groot Engelsch deskundige, dat geen
-ocr page 23-
21
„enkel menschenleven, geen enkel lijden ook maar één enkel uur
„dragelijker is geworden door de martelingen van millioenen dieren,
„die aan de hersenschimmen der vivisectoren opgeofferd worden,
„xoier streven is, niet om het lijden der menschheid te verzachten,
„maar om zich door die proefnemingen een naam te maken.
— De
„vivisecties zijn onuitputtelijke bronnen van geleerde meeningen,
„iedere onderzoeker heejt andere resultaten en een andere opvatting.
„Tallooze dieren worden gemarteld, om hypothesen te stellen, die
„later onhoudbaar blijken.,,
— Voornamelijk maken jeugdige ijveraars
van de vivisectie gebruik, om zich spoedig een naam te verwer-
ven. Deze of gene vroegere proef biedt het punt van uitgang;
en wanneer er dan eenige dozijnen honden, konijnen of andere
dieren ter dood gemarteld zijn, verschijnt er een opstel in het
een of ander deskundig blad, waarin gezegd wordt, dat b.v.
Claude Bernard, F e r r i e r of Ludwig de volgende proef
genomen en het volgende gevonden heeft, maar dat nu X, Y,
of Z. die proef heeft herhaald en tot een ander resultaat geko-
men is. —
Het doel is bereikt; de heer X, Y, of Z. staat in eens naast
Cl. Bernard, Ferrier of Ludwig. Hoelang zou hij zich
onder moeielijke, voortgezette studie aan het ziekbed hebben kun-
nen aftobben, zinder nog een beroemd man te worden! Dan
gaat het met eenige stukgesneden honden toch heel wat spoediger.
— Zoo zegt verder de groote Duitsche anatoom Strauss Dürk-
heiin: „De studenten leeren niets uit de afschuwelijke vivisectie-
„methode. In het organisme van dieren
, in zulk een afgrijselijken,
„abnormalcn toestand gebracht, worden alle functies zoozeer verstoord,
„dat zij ons dien tengevolge niets nieuws kunnen leeren.
— Maar
„dweepzucht is een besmettelijke ziekte; zij breidt zich overal uit,
„en het aantal der vivisectoren neemt al meer en meer toe.
— Men
„martelt uit nieuwsgierigheid, uit gewoonte, omdat het mode is."
Ja, de schrikbarende wijze, waarop de vivisectie zich uitbreidt,
bewijst, dat zij niet alleen een treurige mode, maar ook een
alledaagsche manie, ja! men zou kunnen zeggen, eene epidemie
geworden is, zoodat elk medicaster, die nauweljjks een mes te
hanteeren weet en nauwelijks de organen kent, die hij seceeren
wil, zich veroorlooft, op de meest wreede en nuttelooze wijze
weerlooze dieren te martelen, in de hoop zich daardoor een naam te
-ocr page 24-
22
zullen maken, of, zot als Dr. Gützlaff te recht zegt, „om raad-
sels op te lossen, welker oplossing reeds lang in de boeken te
lezen staat, maar om welke te bestudeeren, hij te traag en te
onkundig is." —
Ik wijs u veider op den wereldberoemden Engelschen chirurg
prof\'. Lawson Tait, die aan het einde zijner brochure: ,.de
Nutteloosheid der Vivisectie als methode van wetenschappelijk
onderzoek" zpgt: „Ik hoop duidelijk aangetoond te hebben, dat ik —
„hoe diep ook de sterkte gevoelende van de tegenwerping tegen de
„vivisectie op verschillende gronden in \'t begin mijner voorlezing ont-
„wikkeld
, een vele sterker bewijsgrond er tegen aanvoer, n.l. dat zij
„nutteloos is en op een dioaalspoor leidt,
— dat in het belang van
„ware wetenschap haar gebruik moest verboden worden
, zoodat de
„geestkracht en bekwaamheid van wettnschappelijke onderzoekers in
„beter en veiliger kanalen gevoerd konden worden. Ik begroet met
„welgevallen het ontwaken der openbare meening in deze zaak, en
„vast geloof ik, dat het niet lang duren zal of de verandering van
„mcening, icelhe ik van mijzelf moest bekennen, zal wijd en zijd
„verspreid worden onder de leden van mijn nuttig vak."
— Ook in
een redevoering, die hij 26 Mei 1801 op verzoek van de Anti-
Vivisectie vereeniging te Londen, hield, zegt hij, „dat de proef-
„nemingen op levende dieren de wetenschap
12 jaar hebben aehter-
„uitgezet
, en de vivisectie in de chirurgie niets dan kwaad heejt
„gedaanf"
Ook Prof. Uyrtl te W\'eeuen , een medische autorl-
teit van den eersten rang, zegt in zijn „Lehrbuch der Anatomie",
blz. 20: „Voor de vorming van practische artsen, en dat is toch
„het hoofddoel der medische studiën, ware het nuttiger indien de
„Physiologie zich meer bezig hield met den mensch, dan met kikvor-
„schen, konijnen en honden, en meer de behoefte van den arts in
„\'t oog vatte. Wat bij levend gesecceerde dieren, icordt gezien, kunnen
„de vivisectoren ook bij pas gedoodc zien. liet moest bij de wet
„verboden zijn, de gapende menigte in de scholen met wreedheden
„bezig te houden, icaarvan de resultaten elkaar zoo dikwerf xceer-
„spreken. Het goddelijk ambt van den arts legt hem de verplichting
„op, dit verbod met allen nadruk te eischen. Wie het bedaard, mee
„kan aanzien, hoe de professor een op de pijnbank gebonden, hond
„levend de jongen uit het lichaam snijdt, om ze een voor een der
„moeder voor te houden
, die ze al huilende lekt en zich woedend in
-ocr page 25-
23
„een stuk hout [verbijt, die moet villersknecht maar geen arts worden!
„liet gebeurt niet dikwijls
," zegt Prof\'. Uoltz, eeu groot vivisec-
tor, — „dat twee geleerden omtrent zaken de physiologie der hersens
„betreffende, van dezelfde meening zijn."
— Ook Dr. Nó la ton
wereldberoemd Fransen chirurg getuigt: „dat elk stelsel, gebouwd
„op c.vperimenteele pligsiologie, valsch is , en men over de onderlinge
„tegenstrijdiglieden der phixiologische kunstbewerkingen een zeer be-
„langrijk boek zou kunnen schrijven!"
En wat getuigde een Cl.
Bern ar d, een der grootste vivisectoren, aan het einde zijner
bloedige loopbaan? „Onze handen zijn nog ledig, maar onze mond
„is vol beloften voor de toekomst."
Ook Magendie, eveneens groot
vivisector, getuigde vóór zijn dood, „dat zeker geen enkel geneesheer
„aan het ziekbed een dokter zou roepen, die zijne kennis uit eene
„zoo bedriegelijke bron, als de vivisectie gebleken is te zijn, had
„geput."
Voorts zegt Dr. Kin gs ford: „de vivisectie is geen weten-
„schappelijke methode; haar gelieele wezen is onwetenschappelijk; want
„zij berust in principe op een dwaling , terwijl de gevolgtrekkingen, daar-
„uit afgeleid, wegens aard en strekking onjuist zijn. En die dwaling ,
„waarop de vivisectie berust, bestaat hierin, dat zij de dieren ont-
„lecdt,
— niet om HUNNE organen en levensverrichtingen te bestu-
„deeren
— maar integendeel die van MENSCHEN. De vivisectie gaat dus
„van de ongerijmde veronderstelling uit, dat het dierlijk organisme
„aan dat van den mmsch gelijk zou zijn."
— Voorts wijs ik u op
den grooten Oh. Bell. „Verwarring, zegt hij, is het meest
„schitterend resultaat der vivisectie!" „De vivisectie is nimmer het
„middel geweekt, om ontdekkingen te doen, en uit de beschouwing
„van hetgeen de pliysiologie in de laatste jaren heeft verricht, blijkt
„duidelijk, dat het openen van levende dieren er meer toe bijgedragen
„heeft, om dwalingen in het leven te roepen, dan om waarheden aan
„den dag te brengen, die de studie der anatomie en der natuurwelen
„schap ons leeren. In een buitenlandsch Tijdschrift, waarin mijne
„vroegere geschriften besproken zijn, heeft men de resultaten van
„mijnen arbeid aan de vivisectie toegeschreven. Zij zijn integendeel
„gevolgtrekkingen, die ik uit de anatomie heb afgeleid, en indien ik
„experimenten heb gedaan, zoo is dit niet geschied, om daarop mijn
„eigen meeningen te vestigen, maar om die bij anderen ingang te
„doen vinden. Het moge in dit opzicht tot mijne verontschuldiging
„strekken, dat al mijne overredingskracht vergeef sch is geweest, zoo-
-ocr page 26-
24
„lang ik mijne beweringen op de anatomie baseerde. Ik voor mij
„kan niet gelooven,
zegt hij elders, dat het de bedoeling der Voor-
„zienigheid sou zijn, dat wreedheid hel middel moet wezen, om de
„geheimen der natuur te ontdekken , en ik ben overtuigd, dat mensvhen,
„die zich voortdurend aan tallooze wreedheden schuldig maken, niet
„in staat zijn
, de toetten der natuur naar waarde te schatten." —
„Aan te nemen, dat het geoorloofd zou zijn, wreedheden — die
„toch altijd in strijd zijn met ons instinctief gevoel
— te begaan,
„ten einde de geheimen der natuur te doorgronden , zou gelijk staan
„met eene aanklacht der Voorzienigheid
/"— Ook Dr. Bowie zegt:
„omdat de geneeskunde gewoon was op de resultaten van het physio-
„logisch Laboratorium te rekenen, is zij zoo diep ge:onken,<1atvele
„beroemde artsen er aan beginnen te twijfelen, of zij wel den naam
„van wetenschap verdient." „Sedert
2000 jaar heeft de vivisectie ons
„geen geneesmiddel geleverd, icaarvan ivij zouden kunnen zeggen , dat
„het ons in staat gesteld zou hebben, een enkele ziekte meester te
„worden
ƒ" Ook Prof. Felix Niemeyer zegt: „dat de proeven
„op dieren met medicamenten, ondanks hunne wetenschappelijke
„ivaarde, voor de behandeling van ziekten geheel onvruchtbaar zijn
„gebleven en over "\'t algemeen de geneesheeren tegenwoordig geen haar
„beter aan
\'i ziekbed gewapend zijn, dan vóór 50 jaar f
Ik zou u nog on tal van andere geleerden kunnen wijzen, die
eveneens de vivisectie afkeuren, indien ik niet vreesde, u te lang
bezig te houden. Uit de geciteerde uitspraken evenwel is het u,
dunkt mij, voldoende gebleken, dat door zeer vele deskundigen
de vivisectie verre van onmisbaar voor de wetenschap wordt
geacht, — en zij volgens hen geenerlei practisch nut voor de
menschheid aangebracht heeft. — Gaarne geven wij toe, dat
sommige proefnemingen ons iets kunnen leeren, wat wij vroeger
niet wisten; wie b. v. niet weet, of een hond met doorboorde
hersenpan, in het water geworpen, kan zwemmen, komt
door de proefneming van Prof. Bouillaud, tot de conclusie, dat
hij nog kan zwemmen en eerst na eenige dagen van vreeselijk
lijden sterft; maar dat de kennis, langs dien weg verkregen, ook
ten zegen der menschheid zou zijn, kunnen wjj niet inzien. Wat
toch hebben wij aan abstracte wetenschap, indien zij niet prac-
tisch toegepast kan worden ?
Nadat aldus het oordeel van beroemde deskundigen over de
-ocr page 27-
25
wetenschappelijke waarde der vivisectie te hebben vernomen,
wenschen wij hair thans van zedelijk standpunt te beschouwen,
en u vervolgens de vruchten der vivisectie in de behandeling van
menschelyke lijders te toon*>n. Wat ons den strijd tegen de
vivisectie deed aanbinden, is niet alleen de wijze, waarop men
levende, hoogst gevoelige dieren martelt, maar ook de zedelijke
verharding, die daarvan een onvermijdelijk gevolg is. De vivisec-
toren schijnen te meenen, dat zucht naar vermeerdering van
kennis op zichzelve voldoende is, om alle mogelijke wreedheid te
rechtvaardigen, en schijnen het feit niet te willen erkennen,
dat de zedeleer grenzen stelt ook aan onderzoekingen op weten-
schappelijk gebied en het streven naar genot, rijkdom, macht en
kennis nimmer inbreuk m.-g maken, op de wetten der recht-
vaardigheid en menschelijkluid m. a. w. dat alle menschelijke
daden voor de rechtbank der zedelijkheid gerechtvaardigd moeten
kunnen worden.
De vivisectoren beweren op het dier een onbeperkt recht te
hebben; een levend dier is voor hen, wat een stuk hout voor
den timmerman is , waarmee zij dus geheel naar willekeur handelen.
De mensch heeft evenwel het recht niet, met het dier te doen,
wat hij wil; hij is wel zijn heer en meester, maar mag zich
geenszins als tiran gedragen. Integendeel! wij hebben plichten
jegens het dier te vervullen, evengoed als tegenover den mensch ;
wie de eerste niet vervult, handelt even slecht en laag als hij,
die zijne plicht tegenover den mensch verwaarloost. Wie echter
nochtans zou willen beweren, dat hij, daar het dier zijn eigen-
dom is, er geheel naar willekeur mede zou kunnen handelen,
dien wijzen wij op zekeren man, die er ook dergelijke eigendoms-
begrippen op na hield en zijn hond met de woorden : die hond
is van mij, ik kan er mee doen wat ik wil, onbarmhartig sloeg,
maar daarvoor onder den uitroep: „die stok is van mij, ik kan
er mee doen, wat ik wil!" op gevoelige wijze met den wandel-
stok van een voorbijganger kennis maakte.
Dat de mensch geen onvoorwaardelijk recht op het dier bezit,
zal, dunkt mij, geen weldenkend mensch kunnen ontkennen, al
is het ook, d;»t de vivisectoren het tegendeel beweren.
Maar is de vivisectie zedelijk geoorloofd? Zoo vragen wij
verder. Ter einde op deze vraag een duidelijk en waar antwoord
-ocr page 28-
211
te geven, herinner ik u slechts aan de afschuwelijke wreedheden,
waarin zij bestaat, en dan kan het antwoord niet anders dan
ontkennend luiden. Wie uwer, die zich nog aan een zedewet
gebonden acht en gelooft, eenmaal rekenschap van zijn daden
te moeten geven, ja! die nog eenig zedelijk en nienschelijk gevoel
bezit, geeft zulks niet aanstonds toe? Wie moet niet erkennen,
dat de vivisectie met alle begrip van menschelijkheid en zedelijk -
heid den spot drijvende, elk beginsel van liefde en medelijden
met voeten treedt, en den mensch tot beneden het dier verlaagt ?
Wie, die in den geest, die moordholen der wetenschap binnen-
treedt, waar niet alleen dieren worden geviviseceerd, nianr ook
aan alle menschelijk en zedelijk gevoel de doodsteek gegeven
wordt, wordt niet met weerzin en verachting voor een
z. g. wetenschap vervuld, die door zulke middelen gediend moet
worden? I\'ehoort alle wetenschap met humaniteit en zedelijkheid
gepaard te gaan, en de vorming en verheffing der menschheid
ten doel te hebben, welk een snijdend contrast vormt hiertegen
de vivisectie, die integendeel den mensch demoraliseert, ja! hem
tot beneden het rpdeloos dier verlaagt. „Eene wetenschap, die op
„marteling gebaseerd is,
zegt daarom Dr. A. Kingsford, kan
„evenmin ware wetenschap zijn
, als een op marteling gegronde gods-
„dienst, ware godsdienst kan heeten." Ja, de vivisectie vergrijpt zich
aan de wet der zedelijkheid; of pleegt de mensch door dergelijke
gruwelen op levende dieren, om het even met welk doel het
geschiedt, geen geweld tegen zijn eigen gevoel, smoort hij niet
opzettelijk de stem des gewetens, die zich verwijtend in zijn
binnenste verheft, teneinde, al druischt het tegen zijne natuur
in, zich met geweld aan zulke wreedheden te gewennen? En
die stem des gewetens, die zich meer of minder luide in het
binnenste van iederen vivisector doet hooren , klaagt de vivisectie
als onzedelijk aan. Ons menschelijk en zedelijk gevoel moet er
tegen in opstand komen, wanneer wij die gruwelen zien, en de
vivisectie als onzedelijk veroordeelen.
Ja, zij kan niet anders dan verhardend en demoraliseerend op
het hart des menschen werken, kan niet anders dan zijn zedelijk
gevoel verstompen, tot eindelijk elke vonk van barmhartigheid
en medelijden uitgebluscht is. De proeven op levende dieren
met schandelijke wreedheid uitgevoerd, leeren ons , hoe de vivi-
-ocr page 29-
27
sectoren hun menschelijk gevoel en geweten ten eenenmale tot
zwijgen hebben gebracht. En is het wonder, dat bij de meesten
hunner de inwendige stem des gewetens en des harten, alsmede
het bewustzijn hunner verplichtingen jegens de gefolterde dieren,
van lieverlede geheel insluimeit, en door den brandenden dorst,
om zich een wttenschappelijken naam te verwerven, eindelijk
geheel verstikt?
Uit dit een en ander volgt dus, dat de vivisectie van zedelijk
standpunt, daargelaten of zij nut aanbrengt of niet, beslist te
veroordeelen is en als zoodanig, gelijk elk ander kwaad behoort
bestreden te worden. Gesteld echter voor een oogenblik, dat zij
werkelijk veel, zeer veel ni\'t aanbracht — wat intusschen door
vele groote geleerden wordt ontkend — ook dan nog ware zij
op dezelide zedelijke gronden te verwerpen. Immers iets, dat
gebleken is zedelijk slecht en dus ongeoorloofd te zijn, mag nimmer
noodzakelijk worden geacht, liet nuttigheidsbeginsel kan en mag
toch niet tot veiontschuldiging dienen voor schandelijke daden,—
het doel wordt toch door de middelen niet gerechtvaardigd. Waar
ware anders de grens van liet geooiloofde? Op het standpunt der
vivisectoren evenwel schinit elk middel geoorloofd , zoo het slechts
nut kan aanbrengen; en zoo zoekt men het middel, — het
raartelen van levende dieren — docr het voorgewend doel, ten
nutte der lijdende menschheid, te rechtvaardigen.
Ware de vivisectie werkelijk om haar gefingeerd nut te ver-
ontschuldigen , dan heeft ook elke andere daad , zoo zij slechts
nut kan aanbrengen, evenzeer op verontschuldiging aanspraak.
Dan was het ook zedelijk geoorloofd, dat -/.eker beroemd schilder,
de uitwerkselen willende bestudeeren van een gewelddadigen dood,
een negerslaaf deed onthoofden, en dat een ander kunstenaar,
die wegens zijn groot trlent bij de kerk in hooge gunst stond,
een ongelukkigen jongeling liet kruisigen, ten einde een geschikt
model te verkrijgen voor een altaarstuk, dat den stervenden
Christus voorstellen moest, — dan ware ook zeker berucht
struikroover in zijn recht, toen hij zeide: ik heb slechts ketters
bestolen, en wel met het doel, om de schatkist van de alleen
zaligmakende kerk te stijven, — ja! ware de vivisectie met een
beroep op haar nut te rechtvaardigen, dan is ook de leugen, ja!
ineiueed en alles geoorloofd, zoo het slechts nut of voordeel
-ocr page 30-
28
aanbrengen kan. „Evenmin als we het reeht hebben, zegt Dr.
M ait land, ons te verrijken, tenzij op eerlijke wijze, evenmin
„hebben mij hel reeht onze kennis te vermeerderen, tenzij door
„wettige middelen."
— Door verminking zijner natuur, door ver-
moording van het zedelijk gevoel kan de mensch zijn waarheidszin
en waarnemingsvermogen slechts verstompen.—Door onmensche-
lijkheid maakt hij zichzelven onbekwaam, om de natuurwetten
waar te nemen. — De menschheid kan niet gebaat noch bevoor-
deeld worden door daden, die voor de rechtbank der zedelijkheid
niet kunnen bestaan.
Het behoud van de gezondheid en het physieke leven ware
te duur gekocht, indien het ten koste der zedelijkheid verkregen
moest worden. Groote ontdekkers onderscheiden zich door hun
fijn gevoel en hoeveel schade is aan de wetenschap berokkend,
door dat fijn gevoel te verstompen. — Door de inenschelijke be-
stemming, (d. i. de plicht, om in alles eerst mensch te zijn en
daarna vakman) te miskennen, en het groote doel der wetenschap
uit het oog te verliezen, heeft men uit kleingeestige beweeg-
redenen (b. v. eerzucht en naijver) zich in materialistische detail-
studiën verloren en verwaarloosd, — de praktische waarnemingen
aan het ziekbed geraakten op den achtergrond — en nuttige lessen ,
die in oude geneeskundige boeken te vinden zijn, worden met
minachting voorbijgegaan. Er is evenwel nog iets anders, wat ons
dringt, ons met hand en tand tegen de vivisectie te verzetten:
ik bedoel den schadelijken invloed, dien de practijk der vivisectie
noodzakelijk op onze toekomstige geneesheeren uitoefenen moet.
Huldigt de vivisectie de leer, dat het doel door de middelen
gerechtvaardigd wordt, elk middel is dan ook geoorloofd, zoo het
slechts dienen kan, eer. zeker doel te bereiken.
Door uitsluitend het nuttigheidsbeginsel te laten gelden, zou
de vivisector zich ook gerechtigd kunnen achten, om idioten ,
misgeboorten of andere zeer onontwikkelde individu\'s te viviseceeren.
Er is dan ook slechts ééne schrede tusschen het viviseceeren van
dier en mensch. — Niet alleen goed onderrichte leeken , maar
geneeskundigen zelts hebben herhaaldelijk op de schadelijke gevol-
gen der vivisectie gewezen, die zich maar al te zeer in de zieken-
huizen openbaren. Zoo zegt Dr. Guardia: „Men neemt in de
„hospitalen te veel proeven op zieken. Men kan niet gelooven
,
-ocr page 31-
29
„hoezeer de gewoonte van proeven te nemen op levende dieren,
„op de operaties in de ziekenhuizen van invloed is."
— „Evenals
„andere verboden hartstochten,
zegt Edw. Maitland, neemt ook
„de hartstocht voor proefnemingen op levende icezens toe en wordt
„door deze proefnemingen gevoed.
— De vivisectie heeft dermate
„de overhand aan de geneeskundige faculteiten, dat de armen gevaar
„hopen in het gasthuis slechts een laboratorium te vinden, waarin
„zij zelcen onderworpen worden aan allerlei, pijnlijke en levensge-
„vaarlijke proefnemingen
, die niet in het geringste verband staan
„tot hun eigen ziektegeval.\'\'\'\'
— En hoe kan het anders ? Mannen toch ,
die gewoon zijn, dieren levend te ontleden, — die geen oog meer heb-
ben voor het bloed, dat stroomt, noch een oor voor de smartkreten
der slachtoffers, — mannen, in wie alle zedelijk en inenschelijk
gevoel zoo goed als uitgedoofd is , — wat zou hen weerhouden , oui op
zekeren dag als een geschikte gelegenheid zich voordoet, ook op het
hoogstgeorganisaerde dier, den mensch , een proef te nemen? Heeft
niet in vroeger tijd datzelfde beginsel Fransche geneesheeren te Mont-
pellier er toe gebracht, om ter dood veroordeelde misdadigers te
viviseceeren ? En hieruit blijkt zonneklaar: de moraal van het
Laboratorium en der operatie-zaal is dezelfde als die van het zieken-
huis; men slaat hier evenmin acht op het lijden der kranken,
als daar op het lijden der dieren. Om u daarvan te overtuigen , vestig
ik uwe aandacht op zekere Novelle, getiteld : St. Bernhard , Roman
van een jongen Medicus door Aesculapius Scalpel, een zeer merk-
waardig boek, daf wij een ieder kunnen aanbevelen, die achter
de schermen van zekere Academische Ziekenhuizen een blik wil
werpen. ;— De schrijver is een Engelsch Medicus, die alles uit eigen
ervaring meedeelt en schildert, en wel van den materialistischen
tijdgeest diep doordrongen moet zijn, daar het hem door de uit-
gave van dit werk, waarvan reeds een tweede druk verscheen ,
te doen is, om de schandelijke en gevaarlijke experimenten,
waaraan de kranken in het St. Bernhard-Hospitaal te Londen
gewaagd werden aan \'t licht te brengen. In 44 hoofdstukken
tracht hij de praktijken in dit ziekenhuis te beschrijven. Daartoe
laat hij zekeren Harrowby Elsworth, een jongmensch, die arts
wenscht te worden , optreden. Hij komt aan de Universiteit, toe-
gerust met uitmuntende kennis en vol van ideale bezieling voor
zijn gekozen vak zoowel als voor alles , wat goed en schoon en nuttig
-ocr page 32-
30
is! Maar helaas! hij wordt door zijne inede-stud?nten , die in de snij-
kamcr met hunne »objecten" van proefneming allerruwst omgingen ,
wel eenigszins bedorven. — Na verloop van 2 jaren werd den stu-
denten toegestaan, zich ook praktisch aan het ziekbed te oefenen.
In \'t bizonder was men er op uit, om te trepaneeren, dat is, den
schedel te openen, het kuiegewricht uit te snijden, de keizersnede
te doen etc. en dat alles op patiënten. Die operaties even-
wel werden niet verricht, omdat zij voor de patiënten onmis-
baar noodzakelijk waren, maar alleen tot onderwijs voor de stu-
denten. Zag men geen kans, zekeren patiënt van het quasi
noodzakelijke eener operatie te overtuigen en zijne toestemming te
verkrijgen , dan werd een predikant geroepen , wien dan diets ge-
maakt werd, dat de een of andere operatie het eenige middel was,
om den patiënt te redden. Dezo richt zich dan tot den zieke
en tracht hem van de noodzakelijkheid daarvan te overtuigen.
Ook onze Elsworth had dagelijks gelegenheid, chirurgische kennis
op te doen, tot hij eindelijk zelf practisch optreden, van elk
ziektegeval verslag geven , en den voortgang der ziekte observeeren
moest, iteeds bij zijn eersten gang door de ziekenzalen , bracht
zeker Ur. Wi 1 son hem aan het ziekbed eener vrouw, die kenne-
lijk nog slechts kort zou leven. Op deze nu wil hij als chef der
chirurgische-af deeling onzen Elsworth een groote operatie toonen ,
ofschoon hij niet de geringste verwachting koestert, haai daardoor te
zullenredden; hij wilde zijnen leerlingen slechts iets bizonders toonen.
In zulke gevallen zijn de ziekenverpleegsters wel onderricht
om den patiënten te doen gelooven, dat de operatie noodzakelijk
is. Aan de orde was de operatie eener »buiksnede". De zaak
is onverantwoordelijk, zoo dacht Elsworth bij zich zelven , ofschoon
hij het nauwelijks waagt zijne gedachten daaromtrent op de een
of andere wijze te uiten. — Hij wist toch reeds, dat hij zich in
St. Bernhard tegen dergelijke dingen moest harden.
Na de operatie volbracht te hebben, ging men verder. »Die
vrouw daar," zeide Wilson, ziet scheel. Zij werd wegens het
breken van een arm hier binnen gebracht; zij zal echter na
eenige overtuigende woorden wel over te halen zijn, om een
operatie aan het oog, die ik altijd zoo gaarne verricht, toe te staan.
Trouwens, in de andere zaal ligt een vrouw op sterven, die een
prachtige (!) ontsteking der gezichtszenuw heeft, zij zucht wel een
-ocr page 33-
èi
weinig, als zij gestoord wordt; maar ik laat haar vóór de opè-
ratie een glas wijn geven en dat heeft ze gaarne. —
Vervolgens de zaal voor mannelijke patiënten binnen getreden
zijnde, maakte Dr. Wïlson zijn leerling opmerkzaam op een
man, die lag te sterven. „Hij kan nauwelijks tot morgen leven,
maak daarom van de gelegenheid gebruik, en onderzoek hem
met uw gelnorbuis een kwartier lang. Gij zult dan tonen ver-
nemen , die bepaald typisch zijn." Welk een ruwheid , een st»r-
vende nog in zijne laatste oogenblikken te storen ! Kom nu eens
in deze zaal, Elsworth, zeide de chef. Hier ziet ge een geval,
met betrekking waartoe ik thans een proef neem. —
„Dezen man heb ik gedurende de laatste 70 uur tot aan zijn
middel in een koud waterbad laten zitten, zooals gij ziet In
die houding eet hij, slaapt en leest, zonder er uit te komen."
Op de vraag, of de patiënt dit dan behaaglijk vond, antwoordde
Dr. Wilson: „neen! dat kan ik nu juist niet zeggen; maar de
proef is zeer interessant, er zal een buitengewoon bericht over
geschreven kunnen worden. — Dit is wel het beste geval, waarbij
ik deze behandeling heb beproefd. Drie andere zijn mij mis-
lukt, maar deze zal het, geloof ik, wol uithouden." Na verloop
van het 2de jaar werd Elsworth tengevolge eener gelukkige
praktijk eindelijk tot assistent benoemd en kreeg als zoodanig
met lastige patiënten te doen. Op zekeren dag wordt onver-
wachts een man binnen gebracht, die van een steiger was ge-
vallen. Na hem onderzocht te hebben, besloot Dr. Wilson, hem
het eone been af te zetten en wel volgens een nieuwe methode.
De patiënt evenwel verzette zich daartegen, zeggende, dat hij
zonder dat baen vrouw en kinderen niet meer zou kunnen onder-
houden. — Hij smeekte dus, van de operatie verschoond te
blijven. Men moest, zeide hij, de wonde maar verbinden en
hein laten gaan, God zou hem wel bijstaan of hem anders wel
rustig laten sterven. Dr. Wilson was daartoe evenwel niet te
bewegen. "Wilde de man niet in de operatie toestemmen, dan
moest de predikant O\'Grady te hulp geroepen worden. Is de
operatie dan werkelijk noodzakelijk? zoo vroeg de predikant.
Beslist, was het antwoord, want ik sta er niet voor in, dat hij
anders nog zal kunnen leven. Te goeder trouw tracht nu de
predikant don man over te halen, wat hem ook gelukt. Dr.
-ocr page 34-
32
Wilson floot nu een vroolijk deuntje voor zich heen, terwijl hij
aan de kapitale operatie denkt, die hij nu verrichten kun. Nadat
het been evenwel afgezet was, maakte Dr. Bishop, de op-
merking zeggende : „ik had zeer goed kans gezien , het been nog
te redden, maar het zou hard voor Dr. Wilson geweest zijn,
indien ik hem die gelegenheid ter operatie ontnomen had." —
Zietdaar eenige vruchten der vivisectie. Nog op meer dergelijke
gevallen zou ik u kunnen wijzen, indien de tijd het toeliet.
Hoe duidelijk blijkt hieruit, hoe verstompend en demoraliseerend
de vivisectie werkt. Trouwens, dat men ook menschen vivise-
ceert, is psychologisch zeker te verwachten. Want de verregaande,
schier grenzelooze hardvochtigheid, die den vivisectoren als tot
een tweede natuur geworden is, beroept zicli, waar het proeven
op menschen geldt, op dezelfde gronden, als bij de proefnemin-
gen op dieren, op het belang der wetenschap n. 1. en het gefin-
geerd nut voor den inenscli. En nog te meer kunnen wij verwachten ,
dat men ook menschen viviseceert, daar het menschelijk orga-
nisme voor de physiologische kennis en geneeskundige behandeling
van den mensen zelven, logisch geredeneerd, oneindig geschikter
is, dan het dierlijk lichaam, dat van het menschelijk organisme
in velerlei opzicht zoo hemelsbreed verschilt. —
En is het dan wonder, dat men over \'t algemeen, vooral de
armen, met huivering aan de ziekenhuizen deukt, en vreest,
daar binnen te treden ?
Vraagt gij, of dergelijke dingen ook bij ons geschieden? Ook
in ons vaderland is de vivisectie in vollen gang, ook in de zieken-
huizen onzer hoogescholen , die de draagsters moesten zijn van ware
wetenschap en beschaving, komen misschien dergelijke gevallen
voor; de moraal van het Laboratorium is de moraal van het
ziekenhuis; dat kan niet anders en nu moogt Gij zelve uwe
gevolgtrekking maken. Maar wie zal ons openbaren, wat daar-
binnen geschiedt? Dat blijft alles, evenals de gruwelen der vivisec-
tie, met een sluier bedekt. Er is van regeeringswege geen de minste
controle, evenmin als er controle in het Laboratorium is. En geen
wonder, want de vivisectie groeit op den bodem van het Materia-
lisme. De vivisectie vertegenwoordigt een régime, dat door en
door materialistisch is. Alle vivisectoren nagenoeg toch zijn voor-
standers van de Leer der Evolutie, wel te verstaan volgens
-ocr page 35-
33
die materialistische richting, — die een almachtigen Schepper
buitensluit, en het ontstaan aller dingen toeschrijft aan de onbewuste
natuur, aan stof en kracht. *) Volkomen stem ik dan ook in met de
woorden van den Heer de H., waar hij in No. 19 van Patri-
monium van 7 Maart j.1. over de Vivisectie sprekende, zegt:
„wel verre van een weldaad is zij — en w/j heb/jen hier zeker liet
„overgroote deel van on-s volk aan onze zijde
— een godonleerend
„schandaal ie achten, eene medische operatie, die alle menschelijk ge -
„voel uit ter aard, in het hart van onze medische studenten, in toier
„tegenwoordigheid zulke proeven genomen worden , dooft en uitbluscht,
„en dus zeer demoraliseerend inwerkt op de toekomende praktijken
„onzer nieuwe doctoren en heelmeesters. Doch boven dit stuitende
„tegen alle waarachtig menschelijk medegevoel, dat de vivisectie als
„zoodanig heeft,
—- is er nog een andere factor in heel deze proef •
„neming op levende dieren, waarvoor de oogen onzer mede-christenen
„wel geopend mogen worden. Die andere factor schuilt in de algeheele
„gelijkstelling van den tnenseh aan het dier, door den gruwel der
„vivisectie. Wat icil de moderne loctcnschap anders, dan ons te ver\'
„staan geven: de mensch is een hoogontwikkeld dier en icat dus op
„een dier gelijkt, behoeft straks in een gegeven ziektegeval op den
„mensch toegepast, ten einde hem, zooals men voorgeeft te redden, wat
„bij verzuim van zulk eene proefhoog waarschijnlijk niet mogelijk is!"
—
De heeren vivisectoron erkennen dan ook geen objectieve zedewet,
voortgekomen uit een onveranderlijken, goddelijken wil, maar
slechts een zedelijkheid, die het uitvloeisel is van de gewoonten
en conventies der menschen, die verschillen, al naar gelang van
tijd, plaats en volk. Da begrippen van rechtvaardigheid, mede-
lijden etc. verschillen naar gelang van het temperament van elk
individu, en worden door physieke en toevallige oorzaken be-
heerscht. En wat betookent dan het woord „menschheid" in welker
belang de vivisectoren voorgeven proeven op levende dieren te nem en?
Die menschheid bestaat volgens hen in niets anders, dan in een
bizonderen pliysischou vorm van schepselen, die met den aap van een
gemeenschappelijke diersoort afstammen, maar bij wie de organen ,
*) Zie de Aanteekening in de Bijlage waar ik tot verklaring van het
wijsgeerig standpunt van den Bond het woord geef aan een medewerker
van iiAndrocles\'i.
-ocr page 36-
34
de bouw der beenderen en hersenen slechts een hoogeren vorm
van ontwikkeling vertoonen. De geloovige school daarentegen
erkent een Schepper, die alles heeft geschapen, — regeert,
onderhoudt en bestuurt, — uit wiens hand ook de redelijke en
zedelijke mensch is voortgekomen, wien Hij zijne wet gegeven heeft,
de mensch, die krachtens zijne zedelijke meerderheid hooger staat
dan het redolooze dier; waaruit volgt dat daden, zooals wij die
onder den naam van vivisectie hebben leeren kennen , ook zelfs in-
dien daardoor physiek menschelijk leven gered kon worden, van liet
standpunt der menscliheid beschouwd, niet te rechtvaardigen zijn.
De voorstanders der vivisectie trachten de zedelijkheid terug
te brengen tot bet peil van oorspronkelijk instinct, van het
zuiver dierlijk bestaan, nl. het behoud des levens tot eiken
prijs. Zietdaar M. H. de wereldbeschouwing, die zich tegen-
woordig al meer en meer uitbreidt. Zietdaar de wereldbe-
schouwing, die aan onze 4 hoogescholen op den troon zit en
den toon aangeeft. En kan het dan anders, ot onze medische
studenten, die in zulk oen atmosfeer opgeleid worden, moeten
zedelijk achteruitgaan, (*) ja! ten slotte geheel verdorven worden?
Waar de leermeesters voorgaan, daar volgen de leerlingen,
en moeten zij den demoraliseeronden invloed der vivisectie onder-
vinden.
Met het oog nu op dien materialistischen tijdgeest, ware het
een volstrekt onbegonnen werk om te trachten met de voorstanders
der vivisectie door mondelinge bespreking tot een vergelijk te
komen. Hunne en onze grondbeginselen verschillen te veel.
Te vergeefs zou het daarom zijn, hun een juist begrip van het
eigenlijk wezen hunner daden te willen bijbrengen , daar juist
hunne hersens, door de wetenschappelijke epidemie der vivisectie
aangetast, niet toerekenbaar zijn. Eu waar de tijdgeest alzoo op
dwaalwegen is geleid, waar de Hoogescholen hot voorbeeld geven
van dien verkeerden zin, waar het onmogelijk is, om met
de wapenen des gevoels, in de hirien dor vivisectoren,
die als met oen pantser omgeven zijn, in te dringen, waar
helaas ook de kerken van ons vaderland en zoo velen harer
(\') Qui proficit in literis, sed deficit in moribus, plus deficit, quain
proficit!
-ocr page 37-
65
predikanten liet gevaar niet inzien on te zwak zijn, het te be-
kampen , waar de dagbladpers onder den materialistischen invloed
der Academiën medeplichtig wordt aan het kwaad, daar blijft
ons als laatste redmiddel slechts over, het voorbeeld van Jezus
te volgen, om ons te wenden tot de scharen, do barmhartigen,
de zachtmoedigen, de reinon vanhart, de ware kinderen Gods,
die niet vergeten hebben , dat God liefde is; door hen heeft Christus
het koninkrijk der hemelen gesticht; ja! het Evangelie heeft
de Academiën gesticht on zal, al zou ook geheel de wereld
tegen ons samenspannen, in staat zijn de Academiën te her-
vormen. De wetenschap op zich zelve toch kan en zal er niet
bij verliezen, zoo de gruwelen der vivisectie afgeschaft worden;
integendeel, zij zou er bij winnen; want zedelijkheid staat
boven wetenschap. Wij richten ons derhalve rechtstreeks tot
het geweten des volks, als zijnde de eonige weg om het doel te
bereiken. Toen in vroeger tijden de priesters van de kerk
der middeleeuwen door middel van de inquisitie de menschen
martelden en verbrandden voor het heil hunner ziel, toen
heeft men zich niet tot de hoogste kerkelijke autoriteiten
gewend, om aan dien gruwel een einde te maken. De
priesters van den godsdienst der .Middeleeuwen wisten even
goed als de hedendaagsche priesters der wetenschap sehoon-
klinkende argumenten te vinden, otn hun handelingen als nood-
zakelijk en geoorloofd te rechtvaardigen. Eu toch werd de
strijd tusscheu kerk eu wereld door het leekenpubliek ten nadeele
van de leden dor kerkelijke corporatie beslist; en nog nimmer
heeft men reden gehad, zich over de opheffing van kerker, pijn-
bank en brandstapel te beklagen. — Men moge dan al heden
ten dage de moderne inquisitie; eveneens verdedigen, ook zij zal
eenmaal, wanneer geheel het Xederlandsche volk de afsclmvve-
lijkheid daarvan ingezien zal hebben, onder hooger bijstand tot
hot verleden belmoren. Daartoe is het ons allereerst te doen,
het publiek met de gruwelen der vivisectie bekend te maken,
want dat is dringend noodig. Hoe toch zal het anders die gru-
welen kunnen verwerpenP en daarom: ons volk moet weten,
waarin de vivisectie bestaat, en onder welk een leugenachtig
masker zij voortgezet wordt! Juist daarin toch, dat zoo weini-
gen slechts weten, wat vivisectie is, ligt de kracht der vivisec-
-ocr page 38-
3G
toren en de reden van haar voortbestaan; die onkunde is als \'t
ware de grond, waarin de boom der vivisectie groeit. — Men
houdt daarom het publiek zooveel mogelijk dom en draagt nauw-
lettend zorg, dat die gruwelen niet aan het daglicht komen.
Daaruit is ook te verklaren, dat ik op mijne vraag, aan de pedels
onzer 4 Hoogescholen gedaan, of er veel geviviseceerd werd,
een ontwijkend antwoord kreeg. Men hoedde zich wel, die din-
gen te openbaren. Men houdt die gruwelen dus liever geheim,
ziet er liever het daglicht niet op vallen, daar men de duister-
nis liever heeft dan het licht. Vandaar, dat men nooit van
proeven op levende dieren hoort, en zoo het publiek dom wordt
gehouden.
En helaas! daarvan zien wij de droevige vruchten in de onkunde
van zoovelen, die zoo goed als nooit van de vivisectie hoorden.
Bewaren dus de physiologen in ons vaderland een doodelijk
stilzwijgen over de gruweldaden, die zij verrichten, — waken zij
zorgvuldig, dat geen enkele proefneming ooit onder de oogen
van het publiek kome — treden zij voortdurend menscheljjkheid
en zedelijkheid als met voeten, door de gruwelen, die zij verrichten,
en dat alles onder het bedriegelijk masker van liefde tot den
mensch en bevordering der wetenschap — wij zullen voortgaan,
gelijk wij begonnen zijn, hunne schanddaden aan het licht te
brengen, door in die folterkamers der wetenschap een helder
licht te doen vallen, en hun dat masker van het aangezicht te
rukken, opdat het publiek hen in hun ware gedaante aanschouwe.
Of wordt daarbinnen in die Laboratoria niet de spot gedreven
met alle zedelijk en menscheljjk gevoel — daar de mensch niet
verlaagd tot verre beneden het dier, — worden daar geen gru-
welen gepleegd , die niet alleen de vivisectoren zelve, maar de
geheele menschheid, ja den Schepper onteeren ?
En al is hot ook, dat het materialisch ongeloof onzer dagen
geen goddelijke vergolding wil erkennen en brutaalweg voort-
gaat den Schepper in zijne schepsels te onteeren, —er zal huns
ondanks een dag van vergelding aanbreken , die de misdadigers
straffen zal. Ja! reeds in dit loven wordt die vergelding menig-
maal openbaar. Zoo overleed de bekende vivisector Dr. Reid
onder vreeselijk lijden door kanker aan de tong. Door berouw
geprangd, bekende hij meer dan eens aan degenen, die zijn
-ocr page 39-
\'M
ziekbed omringden, dat hij zijne kwaal als eene straf Gods
moest beschouwen, daar hij , een bizondere studie van de tong-
spieren makende, daarbij honderde honden doodgemarteld had;
en om niet meer te noemen, herinneren wij u nog slechts aan
Dr. Alb. Halier en Prof. Nicolai Tirogoff, 1881 gest.,
die beiden op lateren leeftijd van de herinnering aan de vele
door hen ter doodgemartelde dieren zwaarmoedig werden.
De laatste zegt o. a. in zijne Memoire, getiteld: Levensvragen,"
het volgende : „ Dertig jaar geleden, beschouwde ik elk medelijden
„met de ter dood (jemavlelde dieren en elke gehechtheid aan hen, als
„sentimentaliteit. De tijd evenwel brengt in vele dingen verandering,
„en ik, die vroeger geen medelijden met ter dood gemartelde dieren
„had, zou thans met geen mogelijkheid uit wetenschappelijke nieuios-
„gierigheid een hond levend kunnen opensnijden; nu eerst kan ik
„rjelooven, iaat ik vroeger niet gelooven wilde, dat
Dr. Halier
„op lateren leeftijd zwaarmoedig werd en dat toeschreef aan de
„vele vivisecties
, die hij verrichtte^
Zietdaar cenige voorbeelden, waaruit blijkt, hoe de stem
des gewetens, al werd zij ook een tijdlang onderdrukt, niet
voor altijd tot zwijgen gebracht kan worden , en wat er verder
uit blijkt is dit: dat de vivisectie in lijnrechten strijd is met de
menschelijke natuur. Niet ten onrechte noemde Victor
IIugo de vivisectie eene misdaad, niet ten onrechte noemde
Dr. Lee haar zoo afschuwelijk en duivelscli, dat God, de
Schepper des Heelals, zulke beulen niet den eeuwigen dood straf-
fen zal en dat het volk moet zeggen: wij eisehen, dat van nu
aan, aan die gruwelen een eind gemaakt en elke vivisectie op
een schepsel Gods, als misdaad gestraft worde.
En geen wonder, stellen wij ons de folteringen, die de dieren
in de Laboratoria hebben door te staan, voor, welk eene ge-
dachte, dat zulke dingen geschieden niet bij toeval, niet in
verafgelegen of onbeschaafde landen, maar in ons vaderland
door zelfbewuste, vrijwillige, systematische, ja! zelfs door
de Regeering toegelaten en bevorderde handelingen; dat is het,
wat de gedachte doet ontstaan, dat alles wèl beschouwd: de
vooruitgang, de beschaving der menschheid toch eigenlijk niet
veel meer dan een hersenschim, een ijdele, zinnelooze waan
mag heeten. Het is niet alleen de vivisectie, het zijn niet
-ocr page 40-
38
alleen hare stomme slachtoffers, die de vivisectie aanklagen!
„Hoe menig mcnschenhart, zegt Dr. Anna Kingsford, ?\'••>• van
„één gereten, hoe menig menschenleven is verbitterd,
— hoeveel on-
„schuldige. vreugde in verstoord en verwoest, door het bewustzijn,
„dat er dagelijks in de tempels van de moderne Heeate der zoo-
„genaamde wetenschap zooveel onbeschrijfelijke gruwelen worden
„gepleegd! Mij is meer dan één buitengewoon door de natuur be-
„gaafd man bekend, wiens carrière gebroken ü en wiens streven
„van het eigenlijk en natuurlijk doel afgewend werd, omdat de strijd
„tegen toetenschappelijke wreedheid al zijn energie, al zijne vermogens
„in beslag nam, en die in stede, van een schitterende plaats te be-
„kleeden onder de letterkundigen of kunstenaars, zich met hart, en
„ziel gewijd heeft aan de bestrijding van de schandelijke feiten,
„wier donkere schaduw al de vreugde en het licht zijns levens
„verduisterd heeft!
— Dat is in \'t algemeen ook mijne ervaring,
en daarom hoop ik, wat in mijn vermogen is, — aan te
wenden, teneinde dien gruwel te bestrijden. En voegen de
mannen der wetenschap ons toornig toe: waarom bemoeit
gij u met onze onderzoekingen, waarover gij niet oordeelen
kunt? met nog grootere verontwaardiging antwoorden wij hun:
„Met welk recht overtreedt gij de grenzen der menschehjkheid
en werpt een schandvlek op geheel de menschheid? Helaas! de
mannen der wetenschap toonen onbekwaam te zijn, de verplich-
tingen te begrijpen, die de zedewet aan iedereen oplegt; indien
het dus geoorloofd is, met betrekking tot de physiologie het
groote publiek als uit onbevoegde beoordeelaars bestaande te
beschouwen, dan kan met evenveel recht hetzelfde gezegd wor-
den van de vivisectoren ten opzi hte van de grondbeginselen
der zedeleer. — Maar helaas! de vivisectoren bedrijven hun
schandelijk handwerk zelfs onder do bescherming der wet.
En hoc onrechtvaardig is de bestaande wet. De arme man,
die het trekdier, waarmee hij zijn levensonderhoud verdient,
overmatig belast, wordt gestraft, maar de professor die honderdo
levende schepsels ontleedt, wordt beschermd. — Welk een on-
rechtvaardigheid zulk een armen man te straffen, die, hoe hij
zijn dier ook moge mishandelen, toch nog altijd verre, oneindig
verre benoden de wreedheid blijft, die in hot Laboratorium
wordt begaan! De regeering handelt hier schromelijk inconsequent
-ocr page 41-
39
en heeft geen zedelijk recht, gewone dierenmishandeling te straf-
fen, zoolang zij de gruwelen der vivisectie laat voortbestaan!
Men meet met twee maten! Ja, de Regeering geeft aanleiding
tot openbare ergernis. De kleine dieven laat men hangen , maar de
groote dieven laat men loopen ! En toch wreedheid blijft wreedheid!
om het even, of zij onder den dekmantel der wetenschap wordt
gepleegd of niet. Eén van beide: of er is geen kwaad in het
mishandelen van dieren — en dan is het ongerijmd wetten te
maken, die hen beschermen — of de man die een levend dier
in het Laboratorium ontleedt, verdient evenzeer straf, ja hooger
straf nog, dan do man, die op straat een dier mishandelt.
En nu kom ik ten slotte tot u met de vraag: Kunt gij,
na al \'t geen gij heden avond gehoord hebt, nog een oogenblik
de vivisectie goedkeuren en tegenover dien gruwel nog langer
lijdelijk blijven ? — Zult ge u nog langer laten verblinden en
misleiden door de bedriegelijke taal der vivisectoren, die u zoo-
veel nut beloven, maar het tot nog toe schuldig gebleven zijn?
Kunt gij nog langer die helsche gruwelen mode aanzien, waar
gij ze als godonteerend en monschverlagend hebt leeren kennen
en weet, wat er geschiedt? Moogt gij, die een deel uitmaakt
van het I^ederlandsehe Christenvolk, door langer lijdelijk te
blijven en de handen in den schoot te leggen, medewerken, om
de schande van dat volk te vergrooten?
Daarom, in naam van godsdienst en zedelijkheid roep ik u
tegen de afgrijselijke! vivisectie ten strijde op.
De storm der verontwaardiging, die overal in het buitenland
reeds tegen de vivisectie losgebarsten is, wordt Oode zij dank! na
door een lange, doodelijke stilte voorafgegaan te zijn, ook in ons land
gehoord. Er beginnen zich al meer en meer stemmen te verheffen, die
tegen haar getuigen! Die stemmen evenwel moeten zich steeds
krachtiger en luider doenhooren, en dat zal geschieden, naar-
mate die gruwelen meer en meer aan \'t licht gebracht en de
oogen van het publiek voor de eerlooze en verachtelijke prak-
tijken der vivisectie in ons vaderland geopend worden. Zoolang
die gruwelen voor het publiek bedekt worden met den ondoor-
dringbaren sluier der wetenschap, zal het wel uiterst moeielijk
blijven, het publiek op de hoogte der zaak te brengen en te
bezielen met lust en ijver, om daartegen te strijden. Maar wan-
-ocr page 42-
At)
neer die dichte sluier met moedige hand van één wordt gereten
en de wreedheden der vivisectie in hare naakte afschuwelijkheid
aan het licht gebracht en aan de kaak gesteld worden, wanneer
de zonnestralen der openbaarheid eindelijk de donkere muren
verlichten der folterkamers, waarin, gedekt door de vlag der
wetenschap en onder de leugenachtige verklaring der noodzake-
lijkheid voor menschelijk welzijn , onuitsprekelijke gruwelen en
misdaden tegen de zeden bedreven worden dan, maar ook dan
alleen mogen wij zeer zeker vertrouwen, dat de storm der
verontwaardiging in ons vaderland niet rusten zal eer hij die
ergernis heeft weggevaagd.
Daarom, Christenen in Nederland! Getuigt, protesteert tegen
eene dusgenaamde wetenschap, die onder eene schoone vlag,
eene schandelijke lading dekt, die menschelijkhcid en zedelijk-
heid met voeten tredende, geen middel, hoe slecht ook, ont-
ziet, zoo het slechts dienen kan, om haar doel te bereiken,
tegen eene wetenschap, die niet anders dan schadelijk en demo-
raliseerend op de harten onzer toekomstige geneesheeren kan
werken, tegen de vivisectie, die wel onder Kanibalcn, maar
niet in een beschaafd land thuis behoort en een smet op ons
vaderland , een smet op onze hoogescholen , een smet op ons chris-
tendom en een smet op de beschaving werpt. Tracht allen met
wie gij in aanraking komt, van het zedelijk .slechte en onmensche-
hjke der vivisectie te overtuigen. Het zedelijk argument zal
een krachtig wapen zijn in uwe hand, waarmee gij eiken
aanval af kunt slaan.
Laat u niet ontmoedigen , wanneer gij misschien hier of daar als
tot een doove spreekt, maar gaat met het oog op God gemoedigd
voort. Eenmaal toch zal de overwinning aan onze zijde zijn, —
eenmaal, hoe lang het misschien ook duren moge, zal het kwaad
door het goede overwonnen worden, — eenmaal zal, al zullen
wij misschien het niet aanschouwen, een volgend geslacht maaien
\'t geen wij en misschien ook zij nog, gedeeltelijk hebben gezaaid.
Dat heerlijk vooruitzicht, die schoone toekomst, de innerlijke
overtuiging, dat gij strijdt een goeden strijd, doe u medewerken,
opdat de schandelijke vivisectie weldra als een schadelijk onkruid,
met wortel en tak uitgeroeid worde. Gaan wij de geschiedenis
van de Inquisitie en de slavernij en het Despotisme na, dan zien
-ocr page 43-
41
wij de toekomst met vertrouwen tegemoet. Er is een beter
Evangelie dan dat van intellectueele kennis, er is een hooger
wet dan die van physieke nuttigheid. En daarom, doen wij slechts
wat wij kunnen, en de Heer zal doen, wat wij niet kunnen.
Wij hebben een strijd aanvaard, dien wij niet zullen laten varen
voor de overwinning is behaald, een strijd eindelijk, waarbij de
Almachtige aan onze zijde staat; en waar Hij voor ons is, wie
zal tegen ons zijn?
-ocr page 44-
BIJLAGE.
De Nederlandache Bond tot bestrijding der Vivisectie stelt zich geen
piirtij in dogmatische en wijsgeenge vragen, die in haar eigen sfeer tot
oplossing moeten gebracht worden. Hij staat op den bodem der zedelijk-
heid, die wel in strijd kan wezen niet een eenzijdig ontwikkeld verstand,
maar niet met de Rede. Terwijl wij een beroep doen op de menschelijk-
heid van ieder mensch, die wij hooger stellen dan de speciale geleerdheid
van een vakman of den ijver van het dogmatisme, is de hulp van alle
oprechte menschen •— en dierenvrienden ons welkom, hetzij ze hunne
kracht putten uit hun kerkelijk geloof, ot uit hunne wijsgeerige overtui-
ging of uit hun natuurlijk menschelijk gevoel. Ten bewijze dat An d ro cl e s,
de eigenlijke Stichter van onzen bond, geenszins een onvoorwaardelijk
bestrijder is der Evolutie-leer, m.ar alleen van die materialistische richting,
wier praktische gevolgen zich in de Vivisectie zoo vreeselijk openbaren,
laten wij hier een opstel uit ons tijdschrift volgen, waarin de twee meest
strijdige richtingen der afstamniingsleer beknopt tegen elkander worden
overgesteld:
De ontwikkelingsgeschiedenis
ii\\ het Dierenrijk.
Intusscben heeft 11 o ru b o u t s de ontwikkelingsgeschiedenis in het Dierenrijk
op de dagorde gesteld, en zijne schoone gedachte, die wij met vreugde
hebben begroet, blijkt nu de blik goweest te zijn van een Ziener die aan
Androcles den weg der toekomst wijst. Het voornemen , dat hij niet zoovi.el
liefde koesterde en ons zoo hartelijk aanbeval, maar slechts voor een klein
deel mocht verwezenlijken, wordt nu voor ons het testament van een
trouwen medestrijder, die op zijn post is bezweken, dat wij met vrome
liefde aanvaarden en naar ons beste vermogen willen helpen ten uitvoer
brengen.
De groote waarheid door Rombouts in zijne laatste schoone studie
verkondigd is deze, dat men de uitkomsten van het jongste natuurweten-
schappelijk onderzoek veilig kan aanvaarden, zonder dat men tot het
atheïsme van Haeckel, Carus Sterne, Büchner en hunne geestverwanten
behoeft te vervallen.
Maar het blijft toch zeer opmerkelijk dat de atstammingsleer, door mate-
rialist en idealist met gelijke geestdrift verdedigd, voor den een een tuig-
huis wordt voor het ongeloof, voor den ander een opleiding tot vrome
aanbidding. Wat is daarvan de reden V Ter beantwoording van die vraag
moeten wij korl en bondig de grondstellingen vermelden, waardoor mate-
rialist en idealist tegen elkander overstaan.
-ocr page 45-
4;-!
1e. Volgens den materialist is de oorzaak der wereld een onbewuste
kiem, waaruit zich al het bestaande ontwikkelt evenals de plant uit het zaad.
De idealist ontkent dit niet, maar beweert dat die kiem geschapen is
door een persoonljjk zelfbewust Opperwezen, met wien de niensch zich
verwant voelt als het kind met zijn vader. Die schepping is geschied met
een wijs en liefderijk doel en volgens een volmaakt plan. Manr de mate-
rialist die geen God erkent wil ook niets weten van een redelijk doel dat
aan de Schepping heeft voorgezeten Het Heelal, beweert hij, ontwikkelt
zich volgens vaste wetten, en alles wat geschiedt is noodzakelijk; maar
een redelijk doel erkent hij niet.
\'2e. Volgens den materialist bestaat er maar één wezen, en dat wezen is
stof; dio stof wijzigt zich tot in het oneindige; en in hare voortgaande
ontwikkeling verkrijgt zij een fijnheid zooals wij waarnemen in de men-
schelijke rede, die de bewonderenswaardigste gewrochten van kunft en
wetenschap voortbrengt, maar toch is die rede gesublimeerde Stof.
Volgens den idealist zijn Geest en Stof twee verschillende bestanddeelen,
die wel nauw verwant, maar toch ook tegen elkander gekeerd zijn; al wat
aanzijn ontvangen heeft bestaat uit geest en stof; God is de eenige zui-
vere geest, Mij is de Schepper der stof; maar alle schepselen blijven voor
immer in het dualisme van Geest en Stof bevangen.
3e. Volgens den materialist wordt ieder levend wezen door den dood op-
gelost. Als zenuwen en hersenen ophouden te werken, houdt ook gevoel
en gedachte op. Met de ontbinding van het stoffelijk organisme vervalt
ook persoonlijkheid en zelfbewustzijn De ziel kan na den dood des lichaains
niet voortleven, omdat een van het lichaam onafhankelijke ziel niet be-
staat.
Volgens den idealist wordt alleen het lichaam der levende wezens ont-
bonden, maar verlaat de ziel het stoffelijk hulsel, om in een volkomener
organisue een nieuw en hooger leven te beginnen.
De vraag wordt nu, wat de dierenbescherming met die verschillende
wijsgeerige stellingen te maken heeftV Kn waarom de dieren vrienden ge-
roepen worden in dien strijd partij te kiezen ?
Ons antwoord is, dat het dierenrijk het groote slagveld is, waar de strjjd
uitgestreden moet worden; en zoo het gelukken mag den strijd in den zin
van het godsdienstig geloof te beslissen, dan zal er een overwinning be-
liaald zijn die voor opvoeding en onderwijs, en voor de menschelijke behan-
deling der dieren de heilzaamste gevolgen moet hebben.\'
Onzen denkenden lezers bevelen wij aan het geheele opstel te lezen (*)
waarvan de strekking is om de aandacht, vooral van onderwijzers en op voe-
ders, op het zieleleven der dieren te vestigen, als een schoone aanleiding
oin kinderen menschelijkheid te leeren en hun waarnemingsvermogen te
ontwikkelen en zoo te reageeren tegen de ruwheid der vivisectoren, die de
(*) Dierenliefde en Onder w ij s in 4 vervolgarlikelen. Androclea AU.
Jan. — April, ÏSH\'J, 11. L. Smits deu Iluug. Abonnement f 1,90.
-ocr page 46-
44
lichamen der dieren, als waren het stukken hout of sleen, met snijden,
zagen, branden, verwoesten en vernielen.
De noodzakelijkheid om de afstammingsleer in hare verschillende rich-
tingen te bestudeeren, bljjkt reeds uit de wei-ken harer beide stichters,
Alfred Russel W allace en Charles Dar win, bij wie
men de kiemen moet zoeken van die strijdige richtingen, waarin de beoe-
fenaars dier leer uit elkander zijn gegaan. Maar hier blijkt ook hoezeer
de materialistische richting de overhand heeft in den tijdgeest tn hoe weinig
het godsdienstig geloof onzer hedendaagsche christenen in staat was die
strooming te stuiten, laat staan te overwinnen. Wat mag wel de reden
zjjn dat, terwijl de werken van Dar win alom verspreid zjjn, het schoone
werk van W allace «Ccntributions to the theory of Natural Selection* (*)
zoo weinig bekend is?
Het is thans schaarsch geworden en nog slecht antiquaar te verkrjjgen.
Ons exemplaar heeft ons f 12,— gekost, maar het tiende hoofdstuk alleen,
waarin de schrjjver aantoont, »Wat de natuurlyke teeltkeus niet vermag" en de
»slotsom" opmaakt «van de ongenoegzaamheid der argumenten der natuurlyke
teeltkeus om reden te geven van de ontwikkeling des menschen» — is met
geen goud te betalen.
Het Godsbegrip van Darwin is zoo gebrekkig, de rol die hrj den
Schepper in de Schepping toekent is zoo beperkt, dat zijn vurigste leerling
en apostel Ernst Haeckel logisch meende te handelen, door zulk een
Schepper geheel op zij te zetten en het geheele begrip van »Sehepping«
te vervangen door dat van een noodzakelijk »Evolutie-proces«.
Wall ace daarentegen, terwijl hij de waarhtden der afstammingsleer
door menigte van oorspronkelijke waarnemingen en feiten bevestigt, voelt
toch de ongenoegzaamheid dier enkele waarheden om alle en vooral de
«belangrijkste" verschijnselen, n.1. die van het zieleleven te verklaren. Als
nauwgezet waarnemer, als diepzinnig wjjsgeer vindt hij een volkomene ver-
klaring alleen in het Goddelijk Albestuur Maar dit was voldoende om
hem door de meerderheid zijner vakgenooten te doen verloochenen. Maar
waar zijn de Christenen die het voor hem hebben opgenomen?
Wie het onderwerp verder wil bestudeeren, leze in Androcles nog de
opstellen: De onderlinge vernietiging der levende wezens; De Dieren; bij Zschokke:
De geleidelijke opklimming in de Schepping, in zijn schoon werk: Gods grool-
heid en goedheid in de natuur;
verder Flainmarion. Dieu el la Nature
Renée Caillé, Dieu et la Création; D. Burger, De mensch en zijne be-
stemming naar de uitkomsten der ervaringswetenschap
en de daar aan-
gehaalde geschriften. En wie dan nog lust mocht hebben om de Evolutie-
leer te bestudeeren bij Aristoteles, Leibnitz, Lessing, Goethe, Herder, Bon-
net, kan zich overtuigen, dat hij ook op dien weg van onderzoek over-
vloedige stof kan vinden tot versterking van zijne godsdienstige overtuiging.
TERENTIUS.
(*) bonden, Macmillan aud Co. 1870