-ocr page 1-
. ■ ■ ■
T_
£^___A_...gra
-/
rï-TFT^TTr^TrrrriTrfTyiiTrrr^T^r^riTi\'ir^\'TrTiTnrrf\'
f
i
ABC
KIEZERS EN NIET-KIEZERS
C. TE LINTUM,
Leeraar aan het Instituut „Prins" te Haarlem.
8
*
J. C. VAN DILLEN. — NOORDWIJK (Binnen).
si
-ocr page 2-
-ocr page 3-
ABC
VOOH
KIEZERS EN NIET-KIEZERS
C. TE LINTUM.
Leer aar aan het Instituut „Prins" te Haarlem.
Ii. V
..
—>■>■
...
J. C. VAN DILLEN. - NOORDWIJK (Binnes)
-ocr page 4-
-ocr page 5-
VOOR R E D E.
Dit kleine woordenboekje wil, door weinig te geven veel
bereiken. Het is een nieuweling en dankt zijn ontstaan aan
de volgende overweging:
Ons volk heel\'t van oudsher zich niet veel met de politiek
opgehouden ; vele eeuwen lang was de leus : „laat de Heeren
maar begaan." Na 1848 is dat gelukkig anders geworden
en vooral in de laatste jaren is de belangstelling zeer ver-
meerderd. Hoe kan het anders in een tijd van stoom en
couranten ? De blik moet verruimd worden : de gedachten
van een burger blijven niet meer hangen bij huis en gemeente
alleen ; ieder verlangt ook te weten, hoe het in provincie en
Staat toegaat; in de eerste plaats, hoe daar met de dub-
beltjes wordt omgesprongen.
Hoe dat nu gewaar te worden en vooral, hoe dit altijd
tot zijne beschikking te hebben? De kiezer kan toch niet
meer naar school gaan en de bestaande handboeken over
staatsinrichting raadplegen; ja, daar zijn wel heele goede
bij, maar zij hebben twee gebreken: 1". zijn ze te duur,
2". vereischen ze eene gezette studie. Dit A B ü-boekje
komt voor een groot deel aan die twee bezwaren te gemoet:
de prijs is laag en ieder, die \'t alphabet kent, kan er te
allen tijde vinden, wat hij zoekt.
Het werkje is geschreven voor het algemeen publiek en
daarom zooveel mogelijk in populairen stijl gehouden : de
taal der wetten toch, hoe bewonderenswaardig dikwijls,
schrikt den gewonen burger nog altijd eenigszins at\'. Ook
-ocr page 6-
VOORBEDE.
IV
is gestreefd naar de meest mogelijke duidelijkheid en kort-
heid : meer dan eens zijn kleine bijzonderheden weggelaten,
om de hoofdzaken beter te doen uitkomen.
De Schrijver verzoekt vriendelijk, aan eventueele HH.
beoordeelaars hem daarover niet al te hard te vallen.
Hier en daar zijn enkele opmerkingen bijgevoegd, om
den kost wat smakelijker te maken, evenals zout en specerijen
bij den maaltijd.
De inhoud omvat: de grondtrekken van staats-, provinciaal-
en gemeentebestuur, benevens enkele daarmee verwante en
veel voorkomende zaken. De behandeling der stof is natuur-
lijk van dien aard, dat geen burger, van welke richting-
ook, zich zal behoeven te ergeren.
Behalve voor den gewonen staatsburger, zou dit boekje
wellicht ook zijne diensten kunnen bewijzen op Hoogere
Burgerscholen. Kweek- en Normaalscholen, waar de staats-
inrichting leervak is (schrijver dezes weet bij ondervinding,,
hoe verzot een schooljongen is, op gemakkelijke en handige
boekjes en ook, welke moeite hij meestal heeft, om reed»
behandelde zaken terug te vinden in zijn gewoon leerboek).
Zelfs ambtenaren, studeerenden, gemeenteraadsleden, etc.
kan het te pas komen, om snel iets op te slaan.
Aan \'t slot brengt de Schrijver een woord van hartelijken
dank aan zijn veeljarigen vriend, den heer 11. A. Bekkmax,
hoofdcommies ter secretarie van Deventer, die het boekje
nazag en op vele plaatsen verbeterde, zooals dit van iemand
van langdurige ondervinding en gezette studie te verwachten
was. Verscheidene personen, staatslieden, journalisten, be-
stuurders van kiesvereenigingen, enz. betuigden hunne inge-
nomenheid met het doel van dit werkje ; S. hoopt dat het
algemeene publiek van dezelfde meeniug zal zijn.
Voor op- en aanmerkingen (welwillend of onwelwillend),
bijvoegingen etc. houdt de Schrijver zich ten zeerste aan-
bevolen.
Haarlem, April \'92.                                   C. te Lintum.
-ocr page 7-
Aanmunting geschiedt van rijkswege; wèl mogen
particulieren gouden tientjes en negotiepenningen laten
aanmunten (guldens, halve guldens en rijksdaalders op
\'t oogenblik niet, in \'t algemeen wel).
Aanslagbiljet is een stuk, waarop aangegeven is het
bedrag der te betalen rijks-, provincie-, gemeente- of
waterschapsbelasting. Het vermeldt in den regel ook
grondslagen, klasse en opcenten.
Aantal inwoners van gemeente, provincie of rijk
wordt meestal berekend volgens de laatste openbare
volkstelling. Zoo\'n telling heeft om de 10 jaar plaats,
\'t laatst is ze gebeurd 31 Dec. 1889.
Aantal leden van den gemeenteraad is tusschen 7 en
39, naar gelang van \'t aantal inwoners der gemeente;
aldus:
Inwoners :
                                           Aantal Raadsleden :
Beneden 3000.............7
van 3000-6000..........11
6000-10000.........13
, 10000—15000.........15
15000—50000 telkens 2 leden meer voor 5000
inwoners.
» 50000-80000 „ 2 „
         „ voor 10000
inwoners.
» 80000—100000 altijd 37 leden, boven 100000
altijd 39 leden.
1
-ocr page 8-
■>
Het aantal raadsleden is dus steeds oneven.
Aantal scholen in iedere gemeente wordt bepaald
door den gemeenteraad; de besluiten hierover en omtrent
de vakken van onderwijs moeten echter aan Gedep.
Staten worden medegedeeld. Als dat aantal of de om-
vang van het onderwijs onvoldoende is, bevelen Ged.
Staten vermeerdering.
Aantal wethouders: voor gemeenten beneden 20.000
inwoners twee, boven 20.000 inw. 3 of ± ad libitum.
Abolitie is een besluit, waarbij bevolen wordt, met
een begonnen rechtsgeding niet verder voort te gaan;
alleen de wet mag dit uitspreken.
Absolutisme is de onbeperkte regeering door één
persoon, zooals men die vindt in Perzië, bij de Negers,
etc, niet geheel en al in Rusland.
Academie Tan beeldende kunsten is eene rijksschool
tot opleiding van schilders en beeldhouwers, te Am-
sterdam.
Accijnzen zijn belastingen op het verbruik van levens-
middelen of andere waren. In ons land heft het Eijk
ze tot heden op gedistilleerd, suiker, wijn, zeep, zout.
bier, azijn
en rundvleesch. Vroeger (vóór 1855 en 1863)
ook op meel, brandstoffen en varkens en schapenvleesch.
De gemeenten (behalve enkele uitzonderingen) mogen
ze niet meer heffen sedert de wijziging der Gemeente-
wet in 1865 (zie Gemeente-accijnzen). Enkele, vooral die
op zout en zeep, drukken sterk op den minderen man:
ze zullen daarom wel binnen niet te langen tijd afge-
schaft worden.
Additioneele (bijgevoegde) artikelen van de Grond-
wet vindt men achteraan die wet. Ze dienen, om den
overgang van de oude op de nieuwe wetgeving te re-
gelen. Er wordt in gezegd, wat afgeschaft is en wat
in stand blijft, alsmede, dat, zoolang er niet eene wet
gemaakt is tot uitvoering van eenig artikel der Grond-
-ocr page 9-
8
wet, zal gelden, wat in de addition. artikelen is neer-
geschreven. Zoo vindt men er nu al sedert 4 jaar de
gedeeltelijke regeling van het kiesrecht.
Adeldom was vroeger een voorrecht, een hoogere
stand. Hij werd afgeschaft in den Franschen tijd, bij
ons wee\'r ingevoerd bij de Grondwet van 1814. Sedert
1848 moet zijn eenige voorrecht zijn het voeren van
titels, die de Koningin verleenen kan (tegen vrij hooge
kosten van registratie). Vreemden adeldom mag niemand
aannemen zonder toestemming der Koningin.
Ad interim (tijdelijk) kan soms een minister benoemd
worden.
Administratie is alle beheer van zaken, zoo ook van
den Staat, de Provincie of de Gemeente; ze berust bij
regeering en ambtenaren.
Administratieve rechtspraak is de beslissing van
geschillen over de juiste toepassing van wetten en voor-
schriften. Ze wordt uitgeoefend door de Regeerings-
lichamen, als de Gemeentebesturen, de Waterschaps-
besturen, de Provinc. Staten, de Gedep. Staten en de
Koningin (deze laatste wordt daarbij voorgelicht door
een der afdeelingeh van den E. v. State). Het plan be-
staat, in dezen verandering te brengen.
Advocaat-generaal heet de plaatsvervanger van den
beschuldiger bij den Hoogen Raad en bij de Gerechts-
hoven.
Afdeelingen heeft de Raad van State (voor ge-
schillen van bestuur, koloniën, financiën, etc.) en in af-
deelingen kunnen de andere regeeringscolleges zich
splitsen, om voorstellen te onderzoeken (vóór 1887
moeden de Eerste en Tweede Kamer dit doen).
Afdeeling voor geschillen van bestuur (in den
R. v. State) zie Administr. rechtsspraak.
Af- en overschrijving kan plaats hebben op de
begrootingen van Rijk, Provincie, Gemeente enz., indien
-ocr page 10-
4
op den eenen post geld te kort komt, terwijl er op den
anderen over is. Bij eene gemeente-begrooting moet die
af- en overschr. apart goedgekeurd worden door de Ged.
Staten, bij eene Provinc. begrooting door de Koningin.
Afkondiging\' der gemeente-verordeningen is alleen
verplicht, als in die verordeningen straf bedreigd is,
van de overige kan echter ieder ingezetene inzage ver-
krijgen en ook (op eigen kosten) afschrift.
Afkondiging eener wet moet plaats hebben zoo
spoedig mogelijk, nadat ze door de Koningin ondertee-
kend is, door plaatsing in het Staatsblad, (zie aldaar).
Als de wet zelf geen ander tijdstip vaststelt, treedt ze
20 dagen na de afkondiging in werking.
Afkondiging der Provinciale verordeningen geschiedt
in het Provinciaal blad; ze treden 8 dagen later in
werking.
Afkondiging van een algem. maatr. van bestuur
geschiedt in het Staatsblad (na 20 dagen in werking)
of in Staatsblad en Staatscourant tegelijk (na 5 dagen
in werking).
Algemeen belang (bij de Romeinen „res publica,"
waarvan „Republiek,") is datgene, wat voor verreweg
het grootste deel der maatschappij nuttig is. Elk moet
er iets voor over hebben, anders kan geen maatschappij
of Staat bestaan. Tegenover algemeen belang staat par-
tijbelang of persoonlijk belang.
Algemeene maatregel van bestuur is een konink-
lijk besluit (ook door den minister onderteekend en
genomen na verhoor van den Raad van State), dat
meestal dient, om eene wet nader uit te werken (b.v.
de regeling van examens en de inrichting der schoollo-
kalen ingevolge de wet op het L. onderwijs).
Aftreding der leden van de Eerste Kamer moet
plaats hebben iedere drie jaar voor een derde deel,
zoodat elk lid 9 jaar zitting heeft.
-ocr page 11-
5
Aftreding der Gemeenteraadsleden heeft plaats om
de twee jaar voor een derde deel, zoodat ieder lid (5
jaar zit.
Aftreding van de leden der Prov. Staten heeft
plaats om de drie jaar voor de helft, zoodat ieder lid
G jaar zit.
Aftreding van de leden der Tweede Kamer moet
geschieden om de vier jaar, allen tegelijk, dus in 1895,
1899, 1903 enz.
Vroeger trad om de 2 jaar de helft af, doch in 1887
is dit veranderd; de meening der kiezers kan zich nu
ieder 4 jaar zuiver openbaren.
Ambten zijn opdrachten, die volgens zekere voor-
schriften {instructies) moeten vervuld worden. Er zijn
rijks-, provinciale-, gemeentelijke-, waterschapsambten, enz.
Ambtenaren zijn de personen, die de ambten beklee-
den; zij vooral moeten het algemeen belang boven het
bijzondere stellen. Over hunne benoeming, jaarwedde en
ontslag zie aldaar.
Amendement noemt men elk voorstel tot veran-
dering of wijziging van een ontwerp. De Tweede
Kamer heeft het recht van amendement, de Eerste niet,
wel de Vereenigde Kamer le en 2e samen, sedert 1887;
ook hebben het de Prov. Staten en de Gemeenteraad.
Amnestie is de wettelijke verklaring dat zeker mis-
drijf niet de gevolgen zal hebben, die de wet er aan
verbindt. Het komt er hierbij niet op aan, of eene ver-
volging reeds is ingesteld en of men de schuldigen al
dan niet kent. Een modern voorbeeld van amnestie
leverde Chili na den burgeroorlog.
Amortisatie is delging of afbetaling van schuld. Bij
de vaste staatsschuld is aflossing niet verplicht, bij de
vlottende wel (zie aldaar). Toch wordt bij ons jaarlijks
ook iets van de vaste schuld gedelgd, maar daarentegen
nu en dan weer bijgeleend.
-ocr page 12-
o
Anti-revollltionnairen zijn zij, die volgens de gewone
munier van spreken, „tegen de beginselen der revolutie
van 1789 zijn." Eigenlijk zijn het diegenen, die den
Staat willen ingericht zien volgens den geest der Ortho-i
doxe Kerk. De grondlegger der partij was Groen van
Prinsterer omstreeks 1840.
Antwoord op de troonrede geeft zoowel de Eerste
als de Tweede Kamer in \'t laatst van September. Het
moet nog wel eens dienen, om de regeering een beetje
aan te zetten of\' om nadere verklaringen uit te lokken;
dat het hiervoor echter altijd helpt, willen wij niet
beweren.
Armenzorg is staatszorg volgens de Grondwet. De
armenwet zegt echter, dat de regeering pas hulp mag
verleenen, als de arme niet terecht kan bij kerkelijke of
particuliere instellingen. Die zorg komt dan neer op
het Burgerlijk armbestuur in iedere gemeente.
B.
Begroeting is eene lijst van uitgaven en ontvangsten
die in een toekomstig tijdperk vermoedelijk te doen
zijn. Bij \'t Eijk, de provincie en de gemeente wordt ze
ieder jaar door Ministers, Gedeputeerde Staten of B. en
W. aangeboden. Meestal komt ze echter niet vóór \'t
Nieuwe jaar klaar. De begrootingen van provincie en
gemeente hebben natuurlijk hoogere goedkeuring noodig.
Ónder Willem I had men tienjaarlijksche Bijksbegroo-
tingen, onder Willem II tweejaarlijksche.
Begrootingswetten. De rijksbegrooting is verdeeld
in 11 hoofdstukken, die ieder op zichzelf door de Sta-
ten-Generaal goedgekeurd, en door de Koningin ondertee-
kend moeten worden, die dus ieder eene begrootingswet
vormen.
Beheer der gelden van het Bijk, bij den Minister
-ocr page 13-
7
van Financiën en de Rekenkamer (onder hen betaal-
meesters en ontvangers), van de provincie bij de Gede-
puteerde Staten en betaalmeesters, van de gemeente bij
B. en W. (onder hen staat de ontvanger).
Belastbare waarde is de som, waarvan men voor
een gebouwd of ongebouwd eigendom grondbelasting
moet betalen. De grondbelasting is n.1. zoo ingericht,
dat deheele opbrengst altijd dezelfde is (sedert 1835), maar
pondspondsgewijze over de eigendommen wordt aange-
slagen. Hiervoor bepalen de schatters de belastbare
waarde, die natuurlijk veranderen kan bij verbetering
of achteruitgang van den grond.
Belasting is het geld, dat een ingezetene moet betalen,
om de staats-, provinciale- en gemeentelijke huishouding
aan den gang te helpen houden. Ze is voor menigeen
een ergernis, een nachtmerrie; ten onrechte: ieder geniet
van de overheid bescherming tegen onrecht, diefstal,
etc, de regeering zorgt voor waterstaat, verkeerswegen,
onderwijs etc. — men moet dus met plezier belasting
betalen, mits — ieder naar zijn vermogen!
Benoeming der Rijksambtenaren geschiedt door
de Koningin of van Harentwege, der provinciale door de
Provinciale of door de Gedeputeerde Staten, of door den
Comm. in de provinciën, der gemeentelijke, door den
Raad of door B. en W., of door den Burg. alleen.
Benoeming der leden van den Hoogen Baad
geschiedt door de Koningin uit eene voordracht door de
Tweede Kamer opgemaakt. Evenzoo van de leden der
Rekenkamer.
Benoeming der officieren van leger en vloot geschiedt
ook wel door de Koningin, doch volgens eene wet. Voor
verschillende andere takken van dienst bestaan regle-
menten voor benoeming, bevordering en ontslag, bij
andere heerscht nog eene al te groote mate van vrijheid,
b.v. bij het burgemeestersambt.
-ocr page 14-
8
Beperkte monarchie is eene regeering, waarbij een
vorst aan \'t hoofd staat, wiens macht echter beperkt
wordt door voorschriften (in de Grondwet vervat).
Beperkte monarchie is dus gelijk aan Constitutio-
neele monarchie.
Bescherming wordt door den staat verleend aan
personen en goederen, zooveel mogelijk voor ieder gelijk.
Betrekkelijke meerderheid heeft b.v. bij eene ver-
kiezing iemand, die meer stemmen ontvangen heeft dan
een van de anderen. Ze heeft alleen waarde bij her-
stemmingen.
Bezoldiging der rijksambtenaren geschiedt door het
rijk, der provinciale eveneens door het rijk of door de
Provincie, naar den aard der betrekking (b.v. Cdk. door
het Eijk, opzichter v. d. Prov. Waterstaat door de Prov.),
der gemeentelijke door de gemeente, der particuliere
door hunne werkgevers. — Uitzonderingen:
Bezoldiging der gemeentelijke onderwijzers geschiedt
gedeeltelijk door het rijk (sinds 1889 voor ieder onder-
wijzer eene vaste som). — Evenzoo die der onderwij-
zers aan bijzondere scholen met minder dan ƒ 80 school-
geld, die geen middel van bestaan zijn.
Bezoldiging der predikanten en pastoors geschiedt
gedeeltelijk door het Rijk, behalve bij de afgescheidenen,
die het geld niet hebben wilden en bij niet wettelijk
erkende genootschappen. Bij de Ned. Herv. Kerk is deze
bezoldiging eene rechtmatige schadevergoeding voor haar
in den Franschen tijd ontnomen goederen, voor de andere
genootschappen is ze alleen ingesteld voor de gelijkheid
(Grondw. art. 171).
Bewijs VOOr toelating moeten pas aangekomen
vreemdelingen halen bij den burgemeester der plaats,
waar ze aankomen. Hebben ze geen middelen van bestaan
of geen stukken met naam en vroegere verblijfplaats,
dan worden ze over de grenzen gezet.
-ocr page 15-
9
Bezittingen van Nederland en andere werelddeelen
zijn de Oost-Indische eilanden, voor het grootste deel.
Bezwaren tegen den aanslag in de Kijks directe belas-
tingen kunnen ingebracht worden bij de Gedeputeerde Sta-
ten, zooals op het biljet staat gedrukt, (belastingwet 1845).
Bedragen van België moeten jaarlijks in onze
schatkist vloeien, n.1. f 10.000 voor werken ter uitloo-
zing van Vlaamsche wateren (in Staatsvlaanderen) en
ƒ 50.000 voor vuren en bakens op de Wester-Schelde.
(Het in 1839 voor België vastgestelde aandeel in de
renten der staatsschuld is sedert lang afgekocht).
Bijzonder Onderwijs is alle onderwijs, dat niet van
overheidswege ingesteld is, ook al wordt het gedeeltelijk
door de regeering betaald (gesubsidieerd onderwijs). Het
kan zijn lager, middelbaar of hooger onderwijs.
Buitengewone rechtbanken zijn bij ons gelukkig
niet meer geoorloofd, behalve in eene streek of plaats,
die in staat van beleg of oorlog verklaard is. In de
tijden van Oldenbarneveldt had men ze wel.
Buitengewone zitting der Provinciale Staten heeft
bijna alleen plaats, als tusschentijds een lid van de Eerste
Kamer moet verkozen worden (door bedanken of sterf-
geval). De gewone beginnen op den lcn Dinsdag in Juli
en op den lon Dinsdag in November. De buitengewone
worden door den Commissaris der Koningin na machti-
ging van de Koningin bijeengeroepen.
Buiten staat om te regeerenis de Koning of Koningin
bij gemis aan verstandelijke vermogens of bij zware ziekte
of bij afwezigheid (Willem III begin 1890).
Burgemeester is het hoofd van het gemeentebestuur,
vertegenwoordiger van de uitvoerende macht (benoemd
door de Koningin voor 6 jaar), hulpofficier van justitie
en hoofd van politie. Dus een belangrijk ambt. Toch
kan ieder het verkrijgen, die maar 25 jaar oud is en
zijne burgerrechten heeft.
-ocr page 16-
10
Burgerlijk wetboek is «Ie verzameling van wetsbe-
palingen, die de verhouding der burgers onderling regelen,
met betrekking tot bezit, familieverhouding, enz. Ons
11. AV. is van ÏK.\'IK; voor dien tijd hadden we het Code
civil, in vorige eeuwen een chaos. Hier is dus duidelijk
vooruitgang. Teder dient het 15. W. Ie hebben.
Burgerlijke rechtsspraak is de beslissing van ge-
schillen tusschen bnrgers over vermogen, familiezaken,
etc. Zij boort in \'t algemeen hij den kantonrechter lliuis.
Burgerlijke stand (geboorten, huwelijken, sterfge-
vallen, echtscheidingen) wordt, bijgehouden in registers
op het Raadhuis der gemeente. AVie geboorten niet aan-
geeft binnen ;i dagen (en overlijden binnen .r> dagen) is
strafbaar. Nederlanders in China, Japan of Turkije enz.
geven aan bij de consulaire ambtenaren.
Burgerscholen (M. O.) zijn: 1". Hoogere Burger-
scholen ivoor handel, nijverheid en wetenschap). 2". Hur-
geravondscholen (voor handwerkslieden). 8». Burgerdag-
scholen (idem, hiervan maar l exemplaar te Leeuwarden).
Burgerrechten zijn: 1°. recht op bescherming van
persoon en goederen burgerlijke vrijheid, voor ingeze-
tenen en vreemden);
2°. vrijheid van drukpers, onderwijs, van verceniging
en vergadering, recht van petitie, (persoonlijke vrijheid,
idem);
:>". kiesrecht (staatkundige vrijheid, voor Nederlan-
ders alleen).
C.
Cassatie van een vonnis in hooger beroep (zie aldaar)
kan de beschuldigde of het Openbaar Ministerie (zie
aldaar) aanvragen bij den lloogen Raad, die de zaak
nieuw onderzoekt, en het vonnis goedkeurt of verbreekt.
(casseert), omdat, hij van de zaak een andere opvatting
heeft dan de betrekkelijke rechtbank. Zoo\'n uitspraak
-ocr page 17-
11
bevordert, de eenheid van uitlegging \'>ü dn rechters.
Cassatie is ook mogelijk hij ver/uim vhii formaliteiten;
<lo Hooge Itaad verwijst dan de /aak aan eene andere
rechtbank.
Censuur (Latijn eenseo = ik schat,) is beoordeoling door
de overheid van drukwerken, vóórdat ze uitgegeven wor-
den. Ze bestaat hier niet, wel in Frankrijk o.a. Wel kan
bij ons een burgemeester het geven van onzedelijke
tooneolvoorstellingen verbieden.
Centralisatie van bestuur is vereeniging van de
mocht in één middelpunt, b.v. in Rusland in den (\'/.aar,
in Frankrijk (voor een groot, deel) in President, Senaat
en Kamer. Hij ons is de centralisatie niet groot; pro-
vinciale en gemeentezaken staan voor een deel alleen
onder rijkstoc/.ichf. Ze was groot, onder de (iw. van
1798, ongeveer 0 in den tijd der republiek.
Collecten mogen in eene gemeente niet gebonden
worden, dan met, toestemming van burgemeester en wet-
houders, met beroep op de Koningin, anders /.ouden de
lijsten te dikwijls komen.
Comité-generaal is eene vergadering der Eerste of
Tweede Kamer met, gesloten deuren; ze kan alleen plaats
hebben, als de Kanna- er toe beslotfin heeft op voorstel
van den voorzitter of van een tiende der leden.
Commissarissen kunnen door de Koningin benoemd
worden, om een minister bij \'t verdedigen van een wets-
voorstel te helpen, als hij \'t, zelf niet afkan.
Commissaris van politie is de persoon, die (onder
den burgemeester) den politiedienst der gemeente — voor
zoover de gemeentepolitie betreft, is hij ondergeschikt
aan den burgemeester — en onder don eonim. der Kon.
den rijkspolitiedienst bestuurt.
Commissiën van bijstand treft men in alle grootere
gemeenteraden aan; ze dienen om advies aan den raad
uit to brengen over belangrijke zaken, de eene over
-ocr page 18-
12
financiën, de andere over openbare werken, de derde
over het gas, etc.
Gommissiën van onderzoek hooren meer in de
Tweede Kamer thuis; ze zijn bestemd om wetsvoorstellen
van belang te behandelen voor ze bij de Kamer komen.
In grootere landen, b.v. in Frankrijk, zijn ze dikwijls
aan \'t werk.
Competent (= bevoegd) tot beraadslagen zijn Kamers,
Provinciale Staten en Gemeenteraad alleen, als er meer
dan de helft der leden aanwezig zijn. Incompetent
(= onbevoegd) zijn ze bij ons zelden, tenzij een gemeen-
teraad soms werkstaking houdt. Bij de derde oproeping
voor eene zelfde zaak is de vergadering echter steeds com-
petent, al is er maar één lid (Dinxperloo).
Comptabiliteit is de wijze van beheer en verant-
woording van geldmiddelen.
Conservatieven (behoudsmannen) zijn zij, die sterk
aan \'t oude hangen en altijd bang zijn, dat men te snel
vooruitgaat. Men zegt, dat ze in onze Tweede Kamer
niet meer zijn.
Constitutie is de grondwet of wel de wet, die de
algemeene grondregelen der regeering vaststelt. Ons
land heeft gekend 10 constitutiën: van 1798, 1801,
1805, 1806, 1810 (die van \'t Fransche rijk), 1814,
1815, 1840, 1848 en 1887.
Constitutioneel = met of volgens eene grondwet.
Consulaire ambtenaren (consuls, vice-consuls en
leerling-consuls) moeten waken voor de belangen van
Nederlanders in het buitenland; ze zorgen dus voor
handelsberichten en handelsconnecties, voor ondersteu-
ning van werkelijk in nood zijnde Nederlanders, en,
b. v. in Turkije, China, etc, voor Burgerlijken Stand,
notariszaken en rechtsspraak.
Contraseign (= tegenteekening) is de handteekening
van den minister, die naast die der Koningin onder
-ocr page 19-
13
iedere wet en ieder koninklijk besluit moet voorkomen.
Conversie der schuld is niets dan vermindering van
de rente; de schuldbrief houder, die er niet mee tevre-
den is, kan zijne effecten terugbrengen.
Corypheeën. (b. v. eener partij) zijn de meest uit-
stekende leden.
Credietwetten zijn voorloopige begrootingen, die
(gewoonlijk voor zes maanden) den minister in staat
stellen te leven, als hij door weinig tijd of andere
omstandigheden niet bij tijds eene echte begrooting heeft
zien aannemen.
Crimineel wetboek is het wetboek van strafrecht,
ingevoerd in 1886, tot vervanging van het gewijzigde
Code pénal. Een apart crimineel wetboek is er voor
het leger en ook een voor de vloot.
D.
Dagelijksch bestuur vormen in de gemeente Bur-
gemeester en Wethouders, in de provincie de Gedeputeerde
Staten met den C. d. K., in het rijk de Koningin met
de Ministers.
Degressieve inkomstenbelasting is eene zoodanige,
waarbij met een hoog percent (voor groote inkomsten)
begonnen wordt en (bij kleinere inkomsten) dit percent
verminderd wordt.
Democratie (van demos = volk) is eene regeering,
die geheel door het volk of zijne vertegenwoordigers
gevoerd wordt (beste voorbeeld is nu Zwitserland).
Departementen (afdeelingen) zijn de takken van
bestuur en (bij overdracht) de zetels der ministeriën,
ook wel eens deelen van \'t rijk (b. v. bij ons in den
Pranschen tijd).
Departementen van eeredienst zijn er niet meer
bij ons sedert 1863: de zaken der Katholieke kerk zijn
-ocr page 20-
14
toen bij het Departement van Justitie, die der overige
kerkgenootschappen bij dat van financiën gebracht.
Despotiën zijn regeeringen, waarin een despoot
alles te zeggen heeft (zie absolutisme).
Dienstplicht is de plicht om soldaat te worden of
een remplacant te koopen. Hij geldt voor alle ingeze-
tenen, ook al zijn ze geen Nederlanders, die geen reden
tot vrijstelling hebben.
Diensttijd onder de grondwet van \'48 altijd 5 jaar,
is tegenwoordig verschillend, al naar dat de wet hem
vaststelt, dikwijls b. v. 7 of 8 jaar.
Differentieele rechten zijn alle in- en uitvoerrech-
ten, die verschil (differentie) moeten maken tusschen
den handel van binnen- en buitenlandsche kooplieden.
Ze zijn in ons land laag, geheel anders dan in Prank-
rijk, Duitschland, Rusland, enz. — De veelbesproken
diff. rechten voor Indië zijn in 1874 afgeschaft.
Dijkgraaf heet meestal het hoofd van een dijk- of
watersenapsbestuur.
Dijkstoel wordt dikwijls het bestuur van een dijk
genoemd.
Dijklasten moeten de belanghebbenden of ook wel-
eens een deel van hen, voor het onderhoud van een dijk
betalen. Ze zijn dikwijls nog al hoog.
Directe belastingen zijn: grondbelasting, personeel,
patent (zie aldaar); ook de gemeenten heffen dir. bel. in
den vorm van Hoofd, omslag.
Dispensatie van een wet of een kon. besluit is ophef-
fing er van voor een zekeren tijd of een zeker geval;
de Koningin (of ambtenaren in Haar naam, b.v. officier
van Justitie, Consulaire ambtenaren) kan die verleenen,
als dit bepaald in de wet of het kon. besluit staat.
Doctrinairen zijn zij, die altijd naar eenmaal vast-
gestelde grondregels (doctrines) te werk gaan en dus
met den tijd hunne denkbeelden niet veranderen.
-ocr page 21-
15
Domeinen zijn eigendommen en rechten (tienden, etc.)
van de Koningin of van het rijk.
Drankwet van 1881 is een voorbeeld voor het buiten-
land en heeft goede gevolgen gehad.
E.
Eeden moeten Kamers en Koning of Koningin doen
bij eene troonsbestijging, regent of regentes bij zijn of
haar optreden; verder ieder, die lid van een vertegen-
woordigend lichaam wordt. In de laatste gevallen is
echter een gelofte ook goed. Verder is bij het vervullen
van vele betrekkingen van vertrouwen, als rechter, burge-
meester, enz. het afleggen van eed- of gelofte vereiscbte.
Eerste Kamer is een lichaam van 50 personen, geko-
zen door de Provinc. Staten, en moet de wetsontwerpen
behandelen, als ze door de Tweede K. goedgekeurd zijn.
Zij is de vertegenwoordiging der grondbezitters en der
hooge ambtenaren, dus een „remschoen voor al te grooten
vooruitgang" ; ze voorkomt plotselinge omkeeringen in
de regeering, als de partijmeerderheid in \'t land eens-
klaps verandert. Behalve het recht van stemmen over
de wetsontwerpen heeft de Eerste Kamer het recht van
enquête en van interpellatie (zie aldaar). De leden zitten
voor 9 jaar. Om de 3 jaar treedt J deel af.
Eersten minister noemt men hier gewoonlijk den
persoon, die de opdracht gekregen heeft het ministerie
te vormen.
Enquête is onderzoek (naar het gedrag van een
minister, naar den toestand van den landbouw, etc).
Essayeurs zijn rijksambtenaren, die de gouden en
zilveren werken moeten keuren.
Evenwicht van de staatsmachten is het hoogste
doel eener regeeringsinrichting. Er is een bestuur, om
te regeeren, een volk of zijne vertegenwoordiging om
-ocr page 22-
16
toe te zien; dit zijn de twee staatsmachten. Zoekt de
regeering niet meer te doen dan ze mag en het volk
niet meer te controleeren dan noodig is, dan is er even-
wiclit. Dit is alleen mogelijk bij eene goede grondwet,
die voor den volksaard past.
Examens zijn ingesteld voor de meeste staatsambten;
„ze zijn een noodzakelijk kwaad," zegt men.
P.
Fabrieksinspecteurs zijn de 8 ambtenaren, die op
de inrichting der fabrieken moeten toezien (voorname-
lijk voor de gezondheid der werklieden).
Faciliteiten zijn de groote afdeelingen, waarin men
de wetenschap verdeeld heeft, om hare beoefening voor
menschelijke hersens mogelijk te maken. Ze zijn: de
faculteit der geneeskunde, der rechtsgeleerdheid, der
godgeleerdheid, der wis- en natuurkunde en der lette-
ren en wijsbegeerte, dus vijf in getal.
De faculteiten zijn nog weer te uitgebreid voor diepe
studie, daarom heeft men ze verdeeld in vakken ; b.v.
die der letteren in Grieksch, Latijn, Nederlandsch, geschie-
denis, aardrijkskunde.
In elk der faculteiten kan men aan de academie pro-
moveeren, d. i. doctor worden; men heet dan „volleerd"
of „uitgestudeerd."
Financiën zijn geldmiddelen: inkomsten en uitgaven
hooren er toe, ook — schulden. Zij voeren het hoogste
woord bij elke regeering, soms wel eens te veel. Verder
wordt er altijd over geklaagd.
G.
Gebouwde eigendommen zijn de stukken grond,
waarop gebouwen staan; ze zijn apart aangeslagen in de
grondbelasting.
-ocr page 23-
17
Gedeputeerde Staten zijn zes leden, (in Drente 4)
gekozen uit en door de Provinciale Staten, die met den
commissaris der Koningin het dagelijksch bestuur der
provincie vormen en tevens het toezicht hebben op de
gemeentebesturen. Ze zijn dus een deel van de uitvoerende
macht.
Geheime vergaderingen van Eerste en Tweede
Kamer (zie comitê-generacd), Provinciale\'Staten en Gemeen-
teraad zijn alleen geoorloofd in bij de wet bepaalde
gevallen (personenbesprekingen, koopkwesties etc).
Geloofsbrieven zijn onderteekende verklaringen van
de stembureau\'s, waaruit blijkt, dat iemand werkelijk
gekozen is tot lid van een of ander bestuurslichaam.
Elk nieuw gekozen lid moet er een meebrengen, anders
wordt hem de deur gewezen.
Gemeenebest (eigenl. algemeen welzijn, res publica)
wordt dikwijls gebruikt voor republiek.
Gemeenten zijn grootere of kleinere stukken van
eene provincie, die weer eigen regeering (gemeentebestuur)
hebben. Ons land telt er 1129. Ze zijn meestal in geld-
verlegenheid.
Gemeenteaccijnzen mogen gelukkig niet meer gehe-
ven worden, behalve in 7 gemeenten.
Gemeentebegrooting is de lijst van inkomsten en
uitgaven der gemeente. Ze wordt jaarlijks vóór 1 Sep-
tember den raad door B. en W. aangeboden, ligt dan
tot 15 September voor ieder ter inzage en wordt nu
door den raad behandeld. Na aanneming moet zij nog
door Gedep. Staten goedgekeurd worden, die trouwens
tevoren de inrichting der begrooting al hebben voorge-
schreven.
Gemeentebelastingen zijn (volgens de gemeentewet):
1.     Opcenten op de grondbelasting (zie opcenten).
2.     Hoofdelijke omslagen of andere directe belastingen
(zie hoofd. omd.).
2
-ocr page 24-
18
3.     Opcenten op de personeele belasting en (mettertijd)
op de te wachten inkomstenbelasting (zie opcenten).
4.     Hondenbelasting.
5.     Belasting op openbare vermakelijkheden (comedie
etc).
Ze moeten, na verslag van Gedeput. Staten, door de
Koningin worden goedgekeurd; zelfs daarna kunnen ze
nog, zoo ze strijden met eene wet of met het algemeen
belang, door de wet worden geschorst of vernietigd.
Gemeentebestuur bestaat uit: den gemeenteraad,
gekozen door de Ingezetenen der gemeente. Voorzitter
er van is de Burgemeester; de Burgemeester wordt
door de Koningin benoemd en behoeft geen lid van den
Raad te zijn.
In elke gemeente zijn Wethouders (2 of meer leden
v. d. Raad) die met den Burg. het Dag. bestuur uitmaken.
Gemeenteinkomsten zijn:
1.     opbrengsten van gemeente-eigendommen en ver-
goedingen voor gemeentelijke diensten, als gasleve-
ring, waterleiding, straatreiniging, rioleering enz.,
(deze vergoedingen behooren te zijn naar gelang
van het genot en van de kosten voor aanleg en
onderhoud: ze moeten geene geldwinning wezen).
2.     een vast aandeel in hoofdsom en rijksopcenten van
de personeele belasting, en wel */s van de gemid-
delde opbrengst daarvan over de jaren 1882—\'85.
Deze regeling moet vóór 1896 herzien worden.
3.     belastingen (zie Gemeentebelastingen).
Gemeenteontvanger wordt benoemd door den Raad
uit eene aanbeveling van twee personen, in te dienen
door B. en W. De secretaris kan dit baantje er bij waar-
nemen, als de gemeente niet meer dan 5000 inw. telt,
de burgemeester niet (die heeft het toezicht): ook kan
iemand ontvanger en zelfs secretaris erbij zijn in twee
of meer gemeenten, ieder met minder dan 5000, samen
-ocr page 25-
19
met minder dan 10.000 inwoners. Ieder Nederlander kan
gemeenteontvanger worden, mits hij eene zekere som als
borgtocht kan stellen (zie verder Inzage).
Gemeenteraad („de heeren die wijzen") is de ver-
tegenwoordiging der burgers; hij neemt besluiten en
maakt verordeningen, onder goedkeuring van Ged.
Staten; hij wordt gekozen door de kiezers (zie aldaar)
uit de burgerij. De burgemeester is voorzitter en kan
ook lid zijn. (Zie aantal, lid, aftreding.)
Gemeenteraadslid kan ieder Nederlander worden in
de gemeente, waar hij \'t laatste jaar gewoond heeft,
ook al is hij niet te geleerd, als hij maar 23 jaar is,
en geen minister, comm. d. Kon., lid van Gedep. Staten,
griffier der Prov. Staten, comm. van politie, gemeente-
ambtenaar,geestelijke, onderwijzer bijhet Lag. of Midd. oud.
of soldaat
is. O.k mag hij geen vader, zoon, broer of
zwager in het gemeentebestuur hebben. Aftreding, zie
aldaar.
Gemeenteraadsverkiezing heeft plaats om de 2
jaar, den 3e" Dinsdag in Ju\'i, als •ƒ■ der leden aftreedt,
en ook als er tnsschenti;\'^ een heengaat. (Zie verder
verkiezing.)
Gemeenteraadsvergaderingen kunnen alle dagen
plaats hebben (ook \'s nachts) als de burgemeester den
Raad bijeenroept of een zeker aantal leden het verlangt
met opgave van redenen. Zes maal per jaar moeten ze
gehouden worden.
Gemeentesecretaris wordt men op dezelfde wijze
als gemeenteontvanger; alleen is geen borgtocht noodig.
De secretaris houdt aanteekening (notulen) van alles.
wat in den Raad gezegd wordt en heeft gewoonlijk
(met zijn personeel) al het schrijfwerk voor zijn rekening.
Evenals de ontvanger mag hij 2 of meer gemeenten
dienen. (Zie Ontvanger.) De burgemeester kan ook, met
goedkeuring der Koningin, secretaris worden.
-ocr page 26-
20
Gemeente-verordeningen (op politie, straten, onder-
wijs, enz.) worden gemaakt door den Raad. Als er straf
in genoemd is, worden ze binnen 2 dagen aan Ged.
Staten medegedeeld, eene maand na vaststelling afge-
kondigd en nog 3 dagen later in werking gesteld. (Zie
verder Afkondiging.)
Iedere 5 jaar moeten alle verordeningen weer in den
Kaad ter tafel gebracht worden. (Tijdkorting voor de leden.)
Gemeenteverslag\' moet ieder jaar in April door B.
en W. aan den Raad gegeven worden. Het moet den
toestand der gemeente (straten, wegen, onderwijs, etc.)
opgeven.
Gemeentewet (van Thorbecke 1851) regelt het bestuur
der gemeenten en het toezicht daarop van hooger hand.
Gerechtshoven zijn er vijf (Amsterdam, Den Haag,
Arnhem- Leeuwarden en Den Bosch). Ze staan boven
kantongerechten en arrondissementsrechtbanken en dienen
alleen om door de laatste behandelde zaken in hooger
beroep te beslissen.
Gerechtelijk Onderzoek naar misdaden geschiedt
alleen op last van den officier van justitie.
Gerechtelijke vervolging kan alleen plaats hebben
na gerechtelijk onderzoek, ook al weer op bevel van
den officier van justitie.
Geschillen van bestuur — zie Administratieve
rechtspraak.
Gezag is noodig in eiken geordenden staat. Het moet
echter niet aangematigd zijn en niet enkel op den ster-
ken arm berusten.
Goedkeuring van Gedeputeerde Staten is noodig
voor elk besluit van een gemeenteraad, dat de gemeente-
geldmiddelen raakt (ook voor aanvaarding van schen-
kingen). Keuren de Ged. St. af, dan kan de Raad zich
binnen 30 dagen op de Koningin beroepen, keuren ze
goed, dan kan de Koningin het besluit nog vernietigen.
-ocr page 27-
21
Goedkeuring van de Koningin is noodig voor elk
besluit der Provinciale Staten, dat de Provinciale geldmid-
delen raakt, verder voor alle Provinciale en waterschap.s-
verordeningen (zie aldaar) en voor gemeentebelastingen
(zie aldaar).
Goedkeuring\' bjj de wet is noodig voor alle Pro-
vinciale belastingen.
Godsdienstonderwijs mag gegeven worden in de
lokalen der lagere scholen; het wordt echter niet veel
gedaan (wet L. O. 1889).
Gratie (vermindering of kwijtschelding van straf)
kan de Koningin verleenen, als ze eerst de betrokken
rechtbank geraadpleegd heeft.
Grensveranderingen tusschen provinciën of gemeen-
ten kan alleen de wet bepalen. De belanghebbenden en
Gedeputeerde Staten mogen alleen te voren hunne mee-
ning zeggen aan de Regeering. Om die meening te
uiten, wordt in de gemeenten een extra raad gekozen.
Grenzen van den staat zijn geregeld bij traktaten
(met België\' in 1843, met Pruisen in 1867). Voor elke
verandering is een nieuw traktaat en ook eene wet noodig.
Griffier (bij de twee Kamers en bij de Prov. Staten)
is niets anders dan de secretaris.
Grondbelasting is de van oudsher bestaande belas-
ting op het grondbezit (vroeger „morgentalen"); ze is
verdeeld in twee hoofden: 1 voor gebouwde, 2 voor
ongebouwde eigendommen.
Voor beide is in \'t geheel eene bepaalde som vastge-
steld (in 1834 voor 1835 en volg. jaren). Men betaalt
zijn aandeel naar de getaxeerde waarde van den grond
(zie Belastbare ivaarde).
Grondgebied van onzen staat bestaat uit Nederland,
Java en Madoera en het grootste deel van de overige
Oost-Indische eilanden, benevens Suriname, Curaijao,
Aruba, Bonaire, St. Eustatius en een deel van St. Martin.
-ocr page 28-
22
Grondwet, zie Constitutie.
Grondslagen van de personeele belasting zijn, zoo
zegt men, de kenmerken, waarnaar men de draagkracht
van den bewoner eens huizes kan afmeten. Ze zijn :
1. de huurwaarde, 2 de meubelen, 3 dienstboden en
equipage, 4 deuren en vensters, 5 stookplaatsen.
Vooral de 4e en 5e grondslag zijn vreemd: ze wijzen
aan, in hoeverre de behoefte aan lucht, licht en warmte
grooter zijn dan de zuinigheid.
Grondslagen van den Hoofdelijken omslag mogen
niet dezelfde zijn als die van het personeel. — Men
neemt ze meestal naar inkomen of vertering.
Grondwetsherziening gaat niet gemakkelijk. Eerst
moet bij de wet worden aangenomen, dat eene voorge-
stelde herziening noodig is. Dan worden de twee Kamers
ontbonden en nieuwe gekozen, die de voorgestelde ver-
anderingen alleen met minstens 2/3 der stemmen kun-
nen aannemen. Veranderingen (amendementen) mogen zij
er ook niet meer in maken. Gedurende een regentschap
mag geen grondwetsherziening plaats hebben.
Grootboek van den staat is het boek, waarin de
nationale schuld op naam van particulieren of kantoren
is aangeteekend. Het wordt gehouden te Amsterdam.
Gymnasiën zijn scholen, die eene zgn. klassieke oplei-
ding (met Latijn en Grieksch) geven voor de academie.
H.
Handelsrecht bepaalt de rechten en verplichtingen
van kooper en verkooper. Men vindt het in het wetboek
van Koophandel van 1838, dat ieder koopman in huis
dient te hebben.
Handelsverdragen of tractaten regelen den handel
(in- en uitvoerrechten, etc.) tusschen Nederland en andere
staten. De Koningin kan ze sluiten na goedkeuring der
Kamers. Wij houden ons zoo wat aan vrijen handel,
-ocr page 29-
28
wat op den duur den meest geregelden toestand geeft.
Heeniraden is dikwijls de titel van leden van water-
schapsbesturen.
Heerlijke jachtrechten zie Jachtreeht.
Herstemming heeft plaats, als bij eene verkiezing
niemand meer dan de helft (volstrekt? meerderheid) van
alle stemmen gekregen heeft. Ze valt meestal veertien
dagen na de eerste stemming. Wie dan van twee perso-
nen de meeste stemmen heeft, is gekozen.
Herziening der belastbare waarde van de ge-
bouwde eigendommen moet plaats hebben om de 20
jaren, van de ongebouwde eigendommen nu en dan; (de
laatste is in 1890 geëindigd).
Herziening der gemeenteverordeningen heeft plaats
zoo dikwijls de behoefte zich doet gevoelen of de wet
het beveelt. Voor zooveel s^m/verordeningen betreft moet
de Raad om de 5 jaar verklaren welke daarvan nog
geldende zijn.
Homogeen is een ministerie als de leden in hoofd-
zaak goed met elkaar over weg kunnen.
Hoofdelijke omslag is de belasting per hoofd (inge-
zetenen), die de gemeente heft (naar ieders draagkracht!),
als ze met hare andere inkomsten (zie aldaar) niet toekan.
Hoofdstukken der Staats-Begrooting zijn:
I. Huis der koningin, voor 1892. . f 810.000
II. Hooge staatscolleges (Kamers, R.
v. State, etc.).........„ 653.000
III.   Justitie.........ruim „ 5 millioen.
IV.   Binnenl. Zaken......ruim „ 11-J „
VI. Marine............„14         ,
Vila. Nationale Schuld.......„35        „
VII6. Financiën...........„ 19         „
VIII. Oorlog..........ruim „ 21         „
IX.   Waterstaat......., ruim „20        „
X.   Koloniën.........ruim „1         „
-ocr page 30-
24
XI. Onvoorziene uitgaven......f 50.000.
Hoogere Burgerscholen. Zie Burgerscholen.
Hooger Onderwijs is het onderwijs aan Hooge
scholen en Gymnasie\'n (niet dat aan de Polytechnische
school). Het is openbaar of bijzonder (wet van 1876).
Hooge Raad is de hoogste rechtbank in ons land.
Hij ziet toe op de andere rechtbanken, legt soms wet-
ten uit (zie Cassatie). Direkt voor den Hoogen Raad
worden alleen gedaagd hoog geplaatste personen of
lichamen.
Hooge Staatscolleges zijn: Staten-Generaal, R. van
State, Rekenkamer, Kanselarij der drie ridderorden en
Kabinet der Koningin.
Hoogstaangeslagenen in elke provincie zijn zij, die
het meest betalen in de rijks directe belastingen,
hierbij opgeteld alleen de Rijks opcenten. Ze worden
jaarlijks door Ged. Staten op lijsten geplaatst, van
iedere 1500 inwoners 1, (in Noord-Holland b. v.
, 900.000 rftn.
Hulpofficier van justitie is de burgemeester in
iedere gemeente waar geen Commissaris van politie is.
Verder zijn hulpofficieren de off. en onderoff. der mare-
chaussee, de Commissaris van Politie, waterschouten
en Kantonrechters. Deze allen zijn bevoegd, aanklachten
in ontvangst te nemen, en de vervolging daarvan aan-
hangig maken.
Hypotheekrechten zijn eene vrij hooge indirecte
belasting, te betalen bij het nemen van hypotheek (belee-
ning op vaste goederen).
I.
IJkwet schrijft voor, dat jaarlijks alle maten en ge-
wichten en weegschalen, van rijkswege, moeten onder-
-ocr page 31-
25
zocht worden; een merk geeft goed- of afkeuring aan.
Toch weegt nog menigeen met afgekeurd gewicht: de
afgekeurde moesten verbeurd verklaard worden.
Imperatief mandaat (bevelende opdracht) werd in
vroeger eeuwen meegegeven aan alle afgevaardigden;
geen stedelijk burgemeester ging naar de Staten van
zijn gewest, of hem werd thuis gezegd, hoe hij te
stemmen had: evenzoo was het met de provinciale af-
gevaardigden ter Staten-Generaal. Tegenwoordig is dit
absoluut verboden ; een afgevaardigde moet stemmen
„volgens plicht en geweten".
Incompetent zie Competent.
Indirecte belastingen zijn:
1.  zegelrecht op contracten, verzoekschriften, enz.
2.  registratierecht, (zie aldaar).
3.   Hypotheekrechten.
4.   Successie van- (erfenis) rechten.
Ingelanden van een waterschap of eenen polder zijn
allen, die grondbezit daarin hebben.
Ingezetene is ieder, die drie jaar in het land ge-
vestigd is. Hij is nog geen Staatsburger (heeft geen
kiesrecht).
Initiatief (initium == begin) nemen voor eene zaak
= met die zaak een begin maken. — Voor eene wet
neemt gewoonlijk de minister (voor de Koningin) het
initiatief; de leden van de Tweede Kamer kunnen het
echter ook doen (wet van Van Houten, etc). In pro-
vincie en gemeente mogen leden van de Prov. Staten
en van den Gemeenteraad evengoed voorstellen indienen
als Gedep. Staten en B. en W.
Inkwartiering van soldaten is een genot, dat iederen
gezeten burger kan worden beschoren, tegen 60 ets.
per man en ƒ1 per paard; voor officieren wordt na-
tuurlijk meer betaald.
Inkomen der Koningin is betrekkelijk niet hoog:
-ocr page 32-
26
/\' 600.000 -f- opbrengst van bepaalde domeinen, samen
ongeveer een millioen. De Koningin-weduwe heeft
/\'150,000 en, als regentes, een deel van het inkomen
der Koningin. Een prins van Oranje krijgt, ongetrouwd,
/\'100.000, getrouwd f 200.000.
Inrichting der schoolgebouwen is geregeld bij
Koninkl. Besluit.
Inspecteurs hebben het toezicht op het onderwijs,
op dokters en apothekers en gezondheidstoestand op
fabrieken, op stoomketels, op den landbouw (in de
toekomst).
Inschrijving op openbare registers (geen regis-
tratie) moet plaats hebben met akten van overdracht
van onroerende goederen, met hypotheek-akten en met
huwelijksche voorwaarden.
Instituut VOOr de Marine te Willemsoord (Nieuwe
Diep) leidt jongelui op voor zee-officier; ze kunnen
worden toegelaten van 14—17 jaar. Voor driejarige
opleiding wordt betaald /\'1000, te betalen in 6 termrj-
nen (om het half jaar), aldus 250, 200, 200, 150, 100
en 100.
Die langer dan 3 jaar moeten blijven omdat zij niet
aan de overgangsexamens voldoen, betalen ƒ\'300 per jaar.
Iemand die dus het Ie overgangsex. niet doet. betaalt
450 3 300, enz.
Instructies krijgen haast alle ambtenaren; ze vinden
daarin, wat ze te doen hebben (beleefde behandeling
van \'t publiek, etc).
Integriteit (sterken samenhang) heeft ons rijk tame -
lijk wel, beter dan in vroeger eeuwen.
Interpellatie is het stellen van eene vraag aan iemand.
De Kamerleden mogen dit doen aan den minister waar-
voor ze maar willen ; ze hebben het recht van iiiterpel-
latie.
De minister is natuurlijk vrij om al of niet te ant-
woorden.
-ocr page 33-
27
Intrekking van een wetsvoorstel kan nog geschieden
door de Koningin, zoolang dat wetsontwerp niet door
de Eerste Kamer aangenomen is.
Inundatie (onder-water-zetting) meer bepaald van eene
strook land van 1 a 2 uur breedte tusschen Muiden en Gor-
kum (UtrecMsche waterlinie) en van eene dergelijke strook
om Amsterdam, kan de regeering bevelen in tijd van oorlog.
Invoerrechten hebben wij nog altijd, doch lage. Op
grondstoffen is niets of 1% (levensmiddelen niets), op
halffabrikaten (b. v. gesponnen garens) 3%, op geheel
afgewerkte stoffen 5%. Bij waren, waar accijns op is,
is het invoerrecht natuurlijk even hoog als die accijns.
Die rechten zijn voor alle buitenlanders dezelfde.
Inwoners van den staat zijn alle personen, die zich
op zijn grondgebied gewoonlijk ophouden; een inwoner
is dus nog niet altijd een ingezetene.
Inzage van de kas en de boeken des gemeente-
ontvangers kunnen Burg. en Weth. en ook Ged. Staten
op ieder oogenblik van den dag eisenen. Toch wordt de
kas nog wel eens door den ontvanger bestolen !
J.
Jaarwedden van rijksambtenaren worden door het Rijk,
van gemeente-ambtenaren door de gemeente, van Provin-
ciale ambtenaren door de Provincie of door het Rijk be-
taald. De burgemeester krijgt zijn geld ook van de Gemeente.
Jachtakten zijn vergunningen om op eigen ofafge-
huurden grond het wild weg te schieten. De jachtakten
zijn hier te lande hoog in prijs.
Jachtrecht (Heerlijk) is een ouderwetsch, lastig recht,
dat sommige landheeren zich uit vroeger tijden op ver-
kochte of verhuurde landerijen voorbehouden hebben.
Het behoorde al lang opgeheven te zijn, zoodat ieder
op zijn eigen grond het wild kon verdelgen.
-ocr page 34-
28
Jacht wet werd gemaakt in 1852 (door Thorbecke\'s
ministerie).
Justitie (Jus = recht) is de instelling, die le geschil-
len moet beslechten en 2e. wetsovertredingen straffen. Er
is dus le burgerlijke rechtspraak, 2e strafrechtspraak.
K.
Kabinet = ministerie (de 8 ministers samen).
Kabinet des KoningS wordt gevormd door eenige
ambtenaren met een directeur aan ?t hoofd, die de
correspondentie met de ministers, den E. van State en
de Staten-Generaal bezorgen.
Kabinetskwestie stelt een minister, als bij tot de
Kamers zegt: neemt ge dit wetsvoorstel niet aan, dan
gaat het heele ministerie bedanken. Hij zegt zoo iets
natuurlijk niet, of het moet een wetsontwerp van belang
gelden (b.v. begrooting, belastingwet, etc).
Kamers van Koophandel zijn vergaderingen, geko-
zen door de meerderjarige handelaars en nijveren in
eene gemeente, die een zekere — niet hooge — som
in het patentrecht betalen. Deze census wordt door de
Koningin vastgesteld en varieert. Leden der Kamer moeten
30 jaar oud en minstens 5 jaar bij handel of fabrieks-
nijverheid werkzaam geweest zijn.
Zij worden om de 2 jaar gekozen in de maand No-
vember. Tot de oprichting er van is goedkeuring der
Koningin noodig.
Kadaster is de teekening en beschrijving van allen
grond, in eigendom bezeten, in ons vaderland. Voor het
samenstellen daarvan zijn zeer nauwkeurige opmetingen
gedaan, welke herhaald worden, zoo dikwijls er over-
gang van eigendom plaats heeft. Behalve de namen dei-
eigenaren en de grootte van den grond, vermelden de
registers van het kadaster ook de huurwaarde van den
-ocr page 35-
2!»
grond. Deze huurwaarde strekt tot grondslag bij de
berekening der grondbelasting.
De kadastrale registers kunnen ook dienst bewijzen
bij beslissing van geschillen over grondbezit. Ze worden
bewaard in de kantoren van het kadaster.
Kantongerechten zijn de laagste rechtbanken in
ons land. Ze worden bediend door: kantonrechter (die
vonnissen velt), griffier (secretaris) en ambtenaar van
het Openbaar Ministerie (beschuldiger). Ze behandelen
de meest voorkomende burgerlijke zaken (voogdij, ge-
schillen, etc.) en van strafzaken alleen overtredingen van
politiereglementen, en enkele bijzondere wetten, waarvan
wel de meestbekende jacht- en visscherijwet, drankwet
en arbeidswet. Er is altijd hooger beroep mogelijk.
Katholieke partij wordt gevormd door hen, die den
Staat zooveel mogelijk naar den geest der Katholieke
kerk willen inrichten.
Kerkgenootschappen zijn nog niet geheel los van
den Staat: deze betaalt een deel der predikantstrakte-
menten (zie bezuldi;/in(/, etc), beveelt de openbaarheid
der godsdienstoefeningen en bepaalt, dat geene plechtig-
heden op den publieken weg mogen plaats hebben, die
andersdenkenden kunnen kwetsen (in Limburg zijn echter
nog processies geoorloofd).
Keur op de gouden en zilveren werken, bevolen in
1852, beveiligt den oplettenden kooper voor bedrog,
doch is veel meer te beschouwen als eene belasting.
Keuren is een oude naam voor verordeningen; hij is
nu nog alleen in zwang bij de waterschappen, die hunne
politie-verordeningen veelal aldus betitelen.
Kiesdistricten voor de Tweede Kamer zijn de 84
stukken, waarin het land verdeeld is voor het kiezen
der leden van de Tweede Kamer. Ze zijn alle enkel-
voudig (kiezen maar 1 lid), behalve enkele (Amsterdam 9,
Rotterdam 5, Utrecht 2, Den Haag 3, Groningen 2).
-ocr page 36-
30
Kiesdistricten voor de Provinc. Staten zijn weer
andere stukken, waarin de provincie\'n verdeeld zijn voor
de verkiezing. Ze zijn doorgaans meervoudig.
Kiesrecht voor Tweede Kamer, Provinc. Staten en
Gemeenteraad heeft:
1.  ieder, die f 10 grondbelasting betaalt, of meer.
2.   ieder, die op zijnen brief van personeele belasting
hoog genoeg aanges\'agen is naar de huurwaarde
van zijn woning. Deze huurwaarde verschilt naar
het zielental der gemeente.
3.  ieder, die een of meer kamers van een huis
bewoont, die, ah ze in de personeele belasting
werden aangeslagen, hoog genoeg zouden komen
(zie 2e). De bewoner moet, om dit te weten, die
kamers laten schatten (aanvragen ter secretarie).
Is dit alles in orde, dan kan hij nog niet op de kiezers-
lijsten komen, tenzij hij 9 maanden op die kamers
gewoond heeft. Laten we hier bijvoegen, dat de be-
ïasting (volgens 1 en 2) over het laatst verloopen jaar
betaald moet zijn en dat een kiezer meerderjarig Neder-
lander
moet zijn en de laatste 18 maanden in
Nederland of de koloniën moet gewoond hebben
(dit is de tijd voor kiezers voor de Tweede Kamer:
voor Prov. Staten en Gemeenteraad is een jaar
wonen in provincie of gemeente voldoende).
Kiesrijk is een rijk, waarin de vorst gekozen wordt
(zoo b.v. Polen van 1572 — 1795, het oude Duitsche
rijk, enz.). Ze zijn nu uit de mode wegens de onlusten,
die bij iedere verkiezing plaats hadden.
Kieswet is voor ons Nederlanders nog steeds een
voorwerp van verlangen; het kiezen gaat sinds 1887
volgens de wet van 1851 en het voorloopige kiesreglement,
te vinden in de additioneele artikelen der grondwet (zie
add. art.).
Kiezerslijsten. In iedere gemeente worden jaarlijks
-ocr page 37-
31
in Februari door B. en W. lijsten van alle Kiezers
aangeplakt. Wie meent, hierop vergeten te zijn, kan
zich beklagen bij den Raad en als deze hem zijn
zin niet geeft, kan hij zich wenden tot de rechtbank.
Kinderarbeid, aanvankelijk geregeld bij een wet van
1881 van v. Houten, is nu geregeld in de arbeidswet.
Kinderen beneden 12 jaar mogen geen ai-beid verrichten,
van 12 —16 jaar niet meer dan 11 uren daags; na 7 uur
\'s avonds mag er door hen niets meer gedaan worden.
Kohieren zijn lijsten, b.v. van de grond-, personeele
en patentbelasting of van den hoofdelijken omslag. De
laatste worden jaarlijks opgesteld door B. en W., vast-
gesteld door den Raad en goedgekeurd door Ged. Staten:
inmiddels liggen ze 5 maanden ter lezing op de secre-
tarie en daarna wordt pas de belasting geheven.
Koloniën (nederzettingen) van Nederland zijn plaatsen
buitenslands, waar eenige Nederlanders bijeen wonen.
In de grondwet verstaat men er onder Oost- en West-
Indië, ook wel eens alleen het laatste.
Koningin heeft bij ons de geheele uit roerende macht
(zie aldaar), een deel der wetgevende en de geheele
rechterlijke macht, hetgeen wil zeggen, dat in Haar naam"
recht gesproken wordt, en zij de rechters aanstelt. Ook
kan zij gratie verleenen. Zij is het hoofd van den staat
en zijne koloniën, haar naam is het schild der ministers
en het wachtwoord van alle partijen. Zij is onschend-
baar, d. i. de ministers krijgen van alles de verantwoor-
delijkheid en doen daarom bijna alles.
Koningschap is erfelijk in de familie van Oranje-
Nassau (zie troonopvolging). Het beteekende vóór 1848
veel, nu minder, doch toch nog tamelijk wat; het
Koningschap bevordert de eenheid der burgers; een
koning behoort uit den aard niet tot eene partij, doch
tot alle partijen, terwijl in eene republiek de president
zoo goed als zeker partijman is of geweest is. Ook leert
-ocr page 38-
:12
de ondervinding, dat eene republiek duurder geregeerd
wordt dan een koninkrijk.
Koninklijke besluiten zijn alle maatregelen die door
de Koningin, zonder medewei\'king der Kamers, doch
niet zonder die van een minister, genomen worden,
b. v. benoemingen, ontslag, etc. (zie ook aly. maatr. van
bestuur).
Koninklijke boodschap is een stuk schrift, dat door
de Koningin (den minister) gevoegd wordt bij ieder
wetsvoorstel, dat naar de Tweede Kamer gaat. In die
kon. boodschap staan de redenen van het voorstel.
Krankzinnigen; de laatste bepalingen omtrent ver-
pleging dateeren van 1884 (Oct.). De wet zegt, dat het
Bestuur van elke provincie zorgt voor oprichting en
instandhouding van gestichten voor de in de provincie
wonende krankz., voor zoover nl. niet op andere wijze
in de behoefte is voorzien.
Er is 1 rijksgesticht (te Medemblik) bestemd voor verple-
ging van hen die op \'s Kijks kosten verpleegd worden. Als
er ruimte is, mogen ook anderen opgenomen worden. In
\'t algemeen komen de kosten van verpleging ten laste van
den krankz. of diens familie ingevolge de armenwet,
ingeval van onvermogen betaalt de gemeente. In dat geval
kunnen het Kijk en de Prov. een subsidie geven voor iederen
lijder (het Rijk ƒ40, niet weer: de Prov. minstens f 40).
Krankzinnigen-gestichten mogen niet opgericht
worden zonder Koninklijke goedkeuring.
Krijgsdienst doen de ± 3200 vrijwilligers uit lief-
hebberij. De kleinste helft der 20-jarige burgers moet
jaarlijks bij loting 11000 soldaten leveren, die bij de
infanterie geplaatst, 1 jaar of 15 maanden, bij de kava-
lerie, bij de artillerie en bij de genie 2 jaren, bij de marine
5 maanden werkelijk moeten dienen en verder bij de
4 eerstgen. wapens nog nu en dan voor hun 25e jaar
kunnen opgeroepen worden.
-ocr page 39-
38
Wie echter geld heeft kan een plaatsvervanger of
nummerverwisselaar koopen. Misschien staat echter hierin
verandering voor de deur. — Voor de schutterij zie aldaar.
Krijgsraden zijn de gewone rechtbanken voor de
militairen, ze spreken recht volgens het Crimineel wet-
boek voor het krijgsvolk te land of volgens dat voor
het krijgsvolk te water.
L.
Liberalen zijn zij, die zich voorstanders rekenen van
een geregelden vooruitgang. Zij staan in tusschen de
conservatieven (behoudenden) en radicalen (harddravers).
Lid van de Eerste Kamer kan alleen worden hij,
die hoogstaangeslagene is (zie aldaar) of die een hoog
ambt bekleed heeft (welk ambt\'? — men zie hieromtrent
de wet van 12 Aug. 1890) l); bij die hooge ambtenis
!) Wet van 12 Aug. \'90 Stbl. n°. 148.
Hooge betrekkingen bedoeld in art. 90 Gw.
Voorz. en Lid van eene der Kamers St. Gen.
Vice-President en Lid Raad v. State.
Staatsraad in B. ü.
Pres. en Lid der Alg. Rekenkamer.
Dir. van het Kab. der Koningin.
Hoofd van een Dep. van Alg. Bestuur.
Buitengewoon Gezant en gevolmachtigd Minister.
Minister-Resident.
Consul-Generaal in Nederl. dienst.
Pres., Vice-Pres. en Lid van den H. Raad.
Proc.-Generaal en Adv.-Generaal bij den H. Raad.
Pres., Vice-Pres. en Lid van een gerechtshof.
Proc.-Generaal en Adv.-Generaal bij een gerechtshof.
Pres. en Lid van het Hoog Militair gerechtshof.
Advocaat-Fiscaal van \'s Konings zee- en landmacht.
Comm. des Konings.
3
-ocr page 40-
34
ook o. u. dat van burgemeester eener gemeente boven
20.000 zielen (zie verder hieronder de noot). — Verder
moet men 30 jaar oud zijn en zijne volle staatsburger-
lijke rechten bezitten. Van de Eerste Kamer zijn nitge-
Gedeputeerde.
Burgem. gemeente boven 20.000 zielen.
Curator-Rijks-Universiteit.
Curator-Gemeente-Universiteit te Amsterdam.
Hoogleeraren dezer Universiteiten.
Hoogleeraar en Hoogleeraar-Directeur aan de Pol. school.
Voorz. en Lid van de Kon. Academie van wetenschappen.\'
Luit.-Adm., Vice-Adm., Schout bij Nacht, Kapit. ter zee.
Generaal der Infant., Luit.-Generaal, Generaal-Majoor.
Kolonel bjj Nederlandsch en Indisch leger.
Voorzitter van het muntcollege.
Hoofding.-Adviseur en Hoofding, van scheepsbouw.
Hoofdinspect., Inspect. en Hoofding, van den Rijkswater-
staat.
Voorz. van den Raad van Toezicht op de spoorwegdiensten.
Voorz. van het Coll. voor de Zeevisscherijen.
Voorz. van K. v. K. en Fabrieken in gem. van meer dan 20.000
i nwoners.
Gouverneur-Generaal van Indiè\'.
Luit.-Gouv.-Generaal.
Vice-Pres. en Lid van den Raad van Indië.
Pres. en Lid van de Alg. Rekenkamer in Indië.
Algemeen Secretaris.                                       ,
Hoofd van een Dep. van Alg. bestuur.
Pres., Vice-Pres. en Lid-Hooggerechtshof.
Proc.-Generaal bij het Hooggerechtshof.
Adv.-Piscaal van de Land- en Zeemacht.
Gouverneur van Celebes, Sumatra\'s Westkust en van Atjeh.
Resident van Batavia, Soerabaija, Djokjokarta, Soerakarta
en Samarang.
Gouverneur van Suriname, en van Cura^ao.
Voorz. en Proc.-Generaal bjj het Hof van Justitie in Suri-
name.
-ocr page 41-
35
sloten de heele Hooge Raad en Eekenkamer, de Com-
miss. der Koningin en de leden der Prov. Staten.
Lid van de Provinciale Staten kan ieder worden,
die 25 jaar oud is, zijne staatsburgerlijke rechten heeft,
en het. laatste jaar in de provincie woonde. Dit is dus
nog al gemakkelijk. Men mag natuurlijk hierbij niet
minister, lid van de Eerste Kamer, Comm. der Koningin,
Griffier der Staten, provinciaal ambtenaar of geestelijke
zijn. Ook mag men niet tegelijk met zijn vader of schoon-
vader zitten.
Lid van de Gedeputeerde Staten kan ieder worden.
die lid is van de Prov. Staten, mits hij geen onderwijzer
bij Lager, Middelbaar of Hooger onderwijs is, ook geen
notaris- of procureursambt bekleed, niet lid is van een
waterschapsbestuur, noch zich in dienst bevindt van eene
gemeente of in den Raad zit. Advocaten worden even-
zeer geweerd, ten minste als ze hun vak willen uit-
oefenen en eindelijk mag niemand met zijn vader, zoon,
broer, zwager, schoonvader, schoonzoon, oom of neefin
de Gedeputeerde Staten zitten.
Lid van de Tweede Kamer kan bijna ieder worden.
Men heeft alleen 30 jaar oud te zijn en het Nederlander-
schap te bezitten. Ook mag men geen lid zijn van R.
v. State, Hoogen Raad of Rekenkamer. Wie bij rechterlijk
vonnis zijne staatsburgerlijke rechten of de beschikking
over zijn persoon of goederen verloren heeft, is niet
meer verkiesbaar.
Linkerzijde is bij ons, evenals in de meeste consti-
tutioneele landen, de liberale partij (hare leden zitten in
de Kamer links van den voorzitter).— zie Libekalen.
M.
Marechaussee is een der vijf wapens van ons leger;
het is speciaal bestemd, om de grenzen te bewaken en
-ocr page 42-
86
politiedienst te doen in Zeeland, N.-Brabant, Limburg,
Gelderland, Overijsel en Friesland.
Marken of Meenten zijn gronden, die aan ver-
scheidene personen gemeenschappelijk behooren. Ze zijn
eene Oud-Germaansche instelling en bestaan hoofdzakelijk
nog in Drente en Gelderland. Het wordt tijd, dat ze
alle verdeeld worden.
Markten of marktdagen mogen niet door den Raad
worden ingesteld of veranderd, dan met goedkeuring
der Gedep. Staten. Immers andere gemeenten konden
hierdoor te veel schade lijden.
Medische politie is door den Staat ingesteld, om\'
toe te zien op uitoefening der geneeskunde, op apotheken
en op den gezondheidstoestand. Ze bestaat uit inspec-
teurs en geneeskundige raden.
Memorie van toelichting\' wordt bijna altijd naast
de koninklijke boodschap bij een wetsontwerp gevoegd;
ze dient, om eene nadere uitlegging van de kort opge-
stelde wetsartikelen te geven.
Middelbaar onderwijs werd ingesteld in 1863 onder
Thorbecke. Het omvat de Burger dag- en avondscholen,
de Hoogere Burgerscholen, de handel-, landbouw- en
industriescholen en de polytechnische school te Delft.
Het dient dus tot voortzetting van het lager onderwijs
en ook dikwijls tot voorbereiding voor de academie.
Middelen zijn inkomsten, b.v. van Staat, provincie,
gemeente. Ze moeten ieder jaar door de Kamers, de
Prov. Staten, de Gemeenteraden worden vastgesteld, (zie
ook begrooting en Prov. en gemeentebegrooting).
Mijnrechten zijn belastingen, te betalen door ontgin-
ners van mijnen, op \'t oogenhlik dus nog alleen door de
eigenaars van de particuliere mijn te Kerkrade.
Militieraden zijn colleges, die belast zijn met het
leiden der loting voor de N. M. en met het onderzoek der
redenen van vrijstelling, die een loteling meent te hebben\'.
-ocr page 43-
37
Zij bestaan uit: een lid van de Prov. Staten als voor-
zitter;
een lid van den gemeenteraad, behoorende tot het
rechtsgebied van den Militieraad;
een hoofdofficier der landmacht en een secretaris.
Bijstand wordt verleend door een dokter en een off.
van gezondheid. In elke prov. zijn één of meer militieraden.
Militie (Nationale) is de legerbende, die ieder jaar uit
de 20jarige jongelingen gelicht wordt. Ze is ingesteld
door Napoleon in 1810 (en behouden door koning Willem
I, ook door Willem II en III).
Militaire rechtspraak is eene andere dan die voor
de burgers: ze wordt uitgeoefend door de krijgsraden
en het Hoog Militair Gerechtshof te Utrecht.
Militair onderwijs zal van af 1893 alleen gegeven
worden: a. aan jeugdige knapen, die voor soldaat stu-
deeren, op de Pupillenschool te Nieuwersluis, b. aan hen,
die hoogerop willen, te Kampen op het Instructie-ba-
taillon, te Breda op de Militaire Academie (voorberei-
dingsschool te Alkmaar) en te Kampen op den Hoofd-
cursus (voor onderofficieren). Voor zeeofficier kan men
alleen terecht te Willemsoord (Nieuwediep).
Minimum (geringst mogelijk bedrag) der onderwij-
zers-jaarwedden is voorgeschreven in de wet op het
Openbaar L. O.: f 400 voor een onderwijzer zonder
verplichte hoofdacte, f 600 voor een met die acte, ƒ 700
voor het hoofd eener school.
Ministerie of kabinet vormen de acht ministers samen ;
het wordt benoemd door de Koningin, doorgaans uit de
partij, die de meerderheid in de Tweede Kamer heeft.
Ministerieele crisis. Als er oneenigheid is tusschen
Ministers en Kamers, is de regeering ziek: die ziekte
bereikt haar toppunt (crisis), als de ministers bedanken,
die crisis duurt zoolang tot er weer nieuwe ministers zijn.
Ministerieele verantwoordelijkheid bestaat daarin,
-ocr page 44-
88
dat de ministers voor iedere regeeringsdaad kunnen
worden ondervraagd door de Kamers {recht van inter-
peHatie);
zijn de Kamers met het antwoord niet tevreden,
dan kannen ze een onderzoek instellen (recht van enquête).
Blijkt hierbij hoogverraad, bedrog of iets dergelijks, dan
kan de minister voor den Hoogen Raad gedaagd worden.
Die verantwoordelijkheid bestaat bij ons sedert 1840,
doch werd eerst flink geregeld bij dé wet van 1855
(ingevolge de grondwet van 1848).
Ministers zijn de eerste dienaren der Koningin. Zij
staan haar bij in de regeeringstaak. Er zijn acht ministers:
van Binn. zaken, Buitenl. zaken. Justitie, Koloniën,
Waterstaat, Financiën, Oorlog
en Marine.
Ministerie van fusie (samensmelting) is een minis-
terie, waarvan de leden tot verschillende partijen be-
hooren. Het kan dus zijne diensten doen, als geene
partij een eigenlijke meerderheid heeft, maar zal natuur-
lijk doorgaans geen groote zaken afdoen, \'t Is het
tegengestelde van een homogeen ministerie (zie aldaar).
Monarchie is eene regeering. waarin één persoon, de
vorst, aan \'t hoofd staat. Bij eene republiek is de
volksvertegenwoordiging nummer één en de president
alleen haar dienaar.
Motien zijn voorstellen, waarbij goed- of afkeuring
wordt te kennen gegeven over regeeringsdaden; motie
van orde is de zoodanige, waarbij men zich van oordeel
onthoudt. Ze behooren eigenlijk alleen thuis in de Kamers
en Statenvergaderingen; doch de gemeentebesturen be-
ginnen er ook behagen in te scheppen.
Motie van wantrouwen is een voorstel, „om den
minister of den ministers liet vertrouwen der Kamer te
ontzeggen" ; wordt het aangenomen, dan gaat de bedoelde
persoon heen of wel de Kamer wordt ontbonden en
een nieuwe gekozen. In Duitschland en elders acht men
dit echter niet altijd noodig in zoo\'n geval.
-ocr page 45-
39
Muntwezen. De muntwet bepaalt, dat alleen het rijk
mag aanmunten (te Utrecht). Er worden gemaakt gouden
en zilveren standpenningen (dubbele Standaard), pasmunten
en negotie-penningen (dueaten en gouden Willeins met ver-
anderlijke waarde). Particulieren mogen op \'t oogenblik
alleen gouden standpenningen laten slaan.
Mutatie-recht is de belasting, te betalen bij mutatie
(overgang, verkoopen bv.) van goederen, voor onroerende
5,52°/o, voor roerende 3° o van de waarde. Ze zijn zeer
drukkend en zullen wel spoedig verminderd worden.
N.
Naamlooze vennootschappen zijn vereenigingen van
personen, die niet op hunne eigen namen ondernemingen
op touw zetten (ze kiezen voor de geheele firma een
naam als „de Batavier," „de Katoenbaai," etc). — Men
komt licht in de verleiding, om aandeelhouder te worden,
daar men niets heeft te doen dan eene som geld te
storten en de winst in den zak te steken, terwijl niemand
meer dan de gestorte som verhezen kan. Om misbruiken
te voorkomen in dezen, heeft de regeering er bepalingen
op gemaakt (Wetb. van Koophandel art. 36 56): de
statuten moeten o. a. door de Koningin worden goed-
gekeurd en vele omstandigheden moeten openbaar be-
handeld worden.
Nationale militie. Zie militie.
Nationalisatie (van natie = volk) is het brengen in
de handen van den staat, zooals b.v. in de vorige eeuw
met de post en in deze gedeeltelijk met de telegraaf
gebeurd is. Sommigen verlangen nationalisatie van den
bodem, nog anderen (de socialisten) zelfs van allen
eigendom.
Naturalisatie (oningewijden zeggen „neutralisatie")
is het maken van een vreemdeling tot Nederlander (in
-ocr page 46-
40
naam en rechten altijd). Die vreemdeling moet daarvoor
23 jaar oud zijn, zes achtereenvolgende jaren in Neder-
land of Indië\' gewoond hebben en verder aanvrage doen
bij de Koningin. Deze maakt hiervan dan een wetsvoorstel
en de Kamers hechten hieraan (gewoonlijk) hare goed-
keuring. Voor de brieven van naturalisatie betaalt men
registratierecht, ten bedrage van ƒ75.
Nederlanders (voor de grondwet) zijn: 1°. zij, die
geboren zijn uit Nederlandsche ouders ; 2°. zij, die geboren
zijn uit vreemde ouders, als deze maar 1 V« jwar hier
gewoond hebben en aan het gemeentebestuur hunner
woonplaats hun voornemen tot vestiging verklaard heb-
ben (zijn ze reeds 3 jaar hier, dan is dit niet meer noodig):
3°. zij, die hier geboren zijn uit niet hier gevestigde
ouders, mits ze binnen het jaar na hun 23en rerjaarday
hun voornemen om hier te blijven wonen aan hun ge-
meentebestuur mededeelen; 4°. zij, die genaturaliseerd zijn.
Nederlandsche Bank is eene instelling voor het
voorschieten en opnemen van geld evenals iedere andere
bank. Zij is echter de eenige staatsinstelling voor geld-
zaken in Nederland : zij alleen geeft bankbiljetten uit, maar
zorgt, dat ze steeds een deel der waarde van die biljetten
(bepaald bij Koninkl. besluit op *jt deel) aan goud en zilver
in de kelders heeft. Hare geheele inrichting is geregeld
bij de Bankwet. Ook dient ze als bankier voor de schatkist.
Njjverheidspolitie is de zorg, dat de uitoefening van
een of ander bedrijf niet lastig wordt voor een ander.
Ze is opgedragen aan de gemeentebesturen. Wil iemand
b.v. eene smederij, lakstokerij of iets dergelijks oprichten,
dan kunnen de buren bij den burgemeester bezwaren
inbrengen. Eveneens kunnen bezwaren worden ingebracht
tegen bestaande fabrieken; want B. en W. kunnen altijd
nieuwe voorwaarden opleggen.
Normaalschol en voor opleiding van onderwijzers zijn
door het rijk op vele plaatsen opgericht. Ook bestaan
-ocr page 47-
41
er enkfile Christelijke en Katholieke normaalscholen. Te
Amsterdam in het Rijksmuseum is de normaalschool
voor teekenonderwijzers.
Nominale waarde (van effecten of aandeelen) is de
waarde, op het papier aangegeven, de reëele of werke-
lijke waarde is de som, die men er werkelijk voor
betalen moet.
Notulen zijn verslagen (b.v. van gemeenteraadszit-
tingen).
O.
Ochlocratie is de regeering door een teugellooze volks-
menigte, zooals men ze kon zien in Rome even vóór
Cesar en in Frankrijk in 1793 en \'94.
Octrooi (vergunning om eene uitvinding alleen te
verkoopen) kan ieder krijgen in de meeste landen van
Europa en Amerika, zelfs voor de kleinste uitvinding:
in ons land echter sedert jaren niet meer. Men noemt
dit ook patent.
Officier van justitie heet de aanklager bij de arron-
dissements-rechtbanken. Men kan bij hem dus klachten
inbrengen tegen misdadigers, öf door middel van den
hulpofficier, öf direct.
Oligarchie is eene regeering door enkele voorname
familiën (zooals in ons land tijdens de Republiek der
Vereenigde Nederlanden).
Onafhankelijkheid der rechters is hoog noodig.
In ons land wordt ze gewaarborgd, ten le doordat
salaris en pensioen bij de wet geregeld zijn, ten 2e door-
dat ze alleen kunnen ontslagen worden door den Hoogen
Raad en dan om bepaalde redenen. Ontslag op verzoek
wordt door de Koningin gegeven.
Onbeperkte monarchie, zie absolutisme.
Onbevoegdheid der Kamers bestaat, als er minder
dan de helft der leden aanwezig zijn.
-ocr page 48-
42
Onderwjjs is grootendeels regeeringszaak geworden,
omdat, toen liet aan particulieren was overgelaten, de/en
er bitter weinig werk van maakten.
Onderwjjskwesties, b.v. tusschen burgemeester of
schoolopziener en gemeenteraad, komen voor Ged. Staten,
met beroep op de Koningin.
Onderzoek der geloofsbrieven (zie Geloofsbrieven)
heeft plaats, voordat iemand als lid in Raad of Staten
of Kamer wordt toegelaten.
Onderzoek der wetsontwerpen heeft in de Kamers
plaats vóórdat de openbare behandeling begint. Bij dit
onderzoek spreken soms leden een belangrijk woordje
mee, die men in \'t publiek zoo niet hoort.
Ongebouwde eigendommen zijn gronden, waarop
geen gebouwen staan (zie Grondbelasting en Herziening).
Onschendbaarheid der wetten is een eerste ver-
eischte. Ze bestaat daarin, dat niemand de wet straffeloos
mag overtreden. Men mag niemands wetsovertredingen
in den doofpot stoppen.
Ontbinding der Kamers of van één der Kamers
kan de Koningin gelasten, als er b.v. oneenigheid is
tusschen de ministers en die Kamer of Kamers en de
Koningin de ministers niet wil ontslaan. Ze moet dan
echter nieuwe verkiezingen doen plaats hebben binnen
40 dagen en doet dus voor de ministers een beroep op
het volk, (\'t laatst gebeurd in 1886 tijdens het derde
ministerie-Heemskerk).
Ontbinding der Prov. Staten en der Gemeenteraden
is niet mogelijk en ook natuurlijk niet noodig: immers
die staan onder hooger toezicht.
Ontduiking van belasting (knoeien bij de aangifte
voor patent of personeel of bij de betaling der accijnzen
en invoerrechten) wordt voor den strafrechter gebracht.
Onteigening. Voor werken van algemeen nut (spoor-
wegen, straten, forten(!) etc.) kan de staat, bij de wet,
-ocr page 49-
43
de eigenaars dwingen, hunne gronden of huizen tegen
geschatte waarde te verkoopen. Dit is onteigening. Wie
met de schatting geen genoegen neemt, kan voor de
rechtbank zich beklagen.
Ontginning van venen mag alleen plaats hebben
na voorafgaande Kon. vergunning, op een boete van
f 100. De aanvraag tot vervening moet gericht worden
tot Ged. Staten, die belanghebbenden hooren en daarna
advies uitbrengen aan den min. v. W., H. en N.
Voor ontginning van laag veen moet eerst eene som
gelds gestort worden, waarvoor Ged. St. den uitge-
veenden plas kunnen droogmaken, als de vervener dit
mocht vergeten.
Ontslag der ambtenaren geeft de benoemer (zie
Benoeming), behalve in sommige gevallen bij de rech-
terlijke macht (zie onafhankelijkheid etc).
Onvoorziene uitgaven. De begrooting is maareene
schatting van de uitgaven in ?t volgend jaar: licht
worden deze hooger dan men wel dacht: om nu niet
in zoo\'n geval om iedere kleinigheid bij de Kamers te
moeten aankloppen, zet de minister onder ieder hoofdstuk
een sommetje „onvoorziene uitgaven" en eindelijk achter
de heele begrooting nog een hoofdstuk van dien naam.
Bij Prov. en gem. begrooting heeft iets dergelijks
plaats.
Oorlog verklaren mag de Koningin, doch de minister
moet de verklaring weer onderteekenen en de Kamers
moeten het geld verschaffen.
Opcenten zijn een gemakkelijk middel, om bestaande
belastingen te verhoogen. Iedere opcent maakt, dat ƒ1
belasting één cent hooger gerekend wordt (ƒ 50 wordt
dus met 6 opcenten ƒ58). Het rijk zelfheeft nu en dan
opcenten gelegd op grondbelasting en personeel, zgn. als
tijdelijke maatregel, doch maar al te vaak is dit een
eeuwige maatregel geworden. De gemeente mag leggen:
-ocr page 50-
44
1°. op de belasting van gebouwde eigendommen 40 %,
2°. op die van ongebouwde 10 %; 3°. als ze die 40 °/o
en die 10 % heft en ook nog hoofdelijken omslag, dan
mag ze op het personeel nog opcenten leggen, doch
moet zorgen dat de geheele opbrengst daarvan onder
de opbrengst van den hoofd, omslag blijft. De provincie
mag opcenten heffen, zooveel ze wil; natuurlijk moet
rekening gehouden worden met de behoeften der pro-
vincie; — het heffen van opcenten voor de provincie
wordt bij bijzondere wetten toegestaan.
Openbaarheid der beraadslagingen is voorgeschreven
voor Staten-Generaal, Prov. Staten en Gemeenteraad,
ook voor de rechtbanken: alleen in bijzondere gevallen
mogen geheime zittingen gehouden worden (zie aldaar).
Ze is een van de grootste zegeningen der Grondwet
van 1848.
Openbaarheid der godsdienstoefeningen is ook ver-
plicht.
Openbare vergaderingen mogen vrij gehouden wor-
den; alleen kan de gemeente belastingen heffen van
tooneelvoorstellingen en andere vermakelijkheden. Het
Rijk doet dit trouwens ook (Patentrecht).
Openbare optochten en vergaderingen in de open
lucht mogen niet anders plaats hebben, dan met ver-
gunning van den burgemeester.
Openbaar ministerie (verkorting van ambtenaar van
het openb. ministerie) noemt men den aanklager bij eene
rechtbank, meer speciaal bij het kantongerecht.
Openbare zaak is het belang van iedereen, het alge-
meen belang. De toestand moet zoo worden, dat ieder
de openbare zaak stelt naast en boven zijn eigenbelang:
dan is de gouden eeuw bereikt.
Oppositie (eigenlijk tegenstand) heeft men bij over-
dracht de leden van een regeeringslichaam genoemd, die
het in hoofdzaken niet met de regeering (de ministers
-ocr page 51-
45
b.v.) eens zijn en dus dikwijls tegenstand bieden aan
voorstellen van die regeering. Als ze niet kinderachtig
is, kan ze groot nut doen; ze wijst immers op leemten
en fouten in de bedoelde voorstellen en geeft wrijving
van gedachten. Zonder oppositie wordt eene regeering
licht overmoedig en onvoorzichtig. Op \'t oogenblik vor-
men katholieken en anti-revolutionnairen de oppositie.
Openbaar onderwijs is al het onderwijs, dat van
staatswege of van gemeentewege gegeven wordt. Het
rijk heeft echter niet veel scholen.
Opportunisten zijn zij, die niet naar vaste onveran-
derlijke grondregels te werk gaan, maar zich geheel
schikken naar de omstandigheden (opportunité: gelegen-
heid). Zij zijn de domsten niet. — Ze staan dus lijnrecht
tegenover de doctrinairen (die altijd hunne eenmaal aan-
genomen regels (doctrines) volgen).
Oprichting van kerkgebouwen mag niet geschieden
zonder voorafgaande kennisgeving aan het gemeentebe-
stuur. Vindt het gemeentebestuur de plaats ongeschikt, dan
kan het verlof weigeren, doch ook alleen om deze reden ; in
alle andere gevallen mag het verlof niet geweigerd
worden. Beroep bij Staten der prov. en Koningin.
Oprichting van fabrieken en bergplaatsen kan
door het gemeentebestuur onder bepalingen gesteld wor-
den; zijn de bedoelde inrichtingen lastig voor de buren,
dan moet, volgens de wet, permissie van het bestuur
verkregen zijn (zie Nijeerheidspolitié).
Organieke wetten zijn alleen die, welke dienen, om
regeeringscolleges, die in de Grondwet genoemd zijn,
nader te organiseeren (in te richten), b. v. de Provinci-
ale- en Gemeentewet. Eene kieswet is echter al geen
organieke wet meer, daar zij alleen rechten en verplich-
tingen van burgers omschrijft.
-ocr page 52-
46
P.
Passen. Men onderscheidt binnen- en buitenl. passen.
De eerste worden uitgereikt door den Burgemeester der
gemeente en kosten niets, de laatste door den min. van
Buitenl. Zaken, deze kosten db f 8 aan zegel- en leges-
gelden. Beide gelden slechts voor 12 maanden, doch kun-
nen dan verlengd worden. Men vraagt ze gewoonlijk aan,
om eene buitenlandsehe reis te ondernemen. In de meeste
vreemde landen wordt dan genoegen genomen met een
binnenl. pas, voor \'t Noorden en Turkije is een buitenl.
pas echter wenschehjker.
Aan in ons land vertoevende vreemdelingen kunnen
door den Burgemeester verblijfpassen worden uitgereikt.
Patent is de vergunning, om een vak (in handel of
nijverheid) uit te oefenen. Ieder, die een patentplichtig
bedrijf wil uitoefenen, moet vooraf aangifte doen bij den
Eijksontvanger. Om het den inenschen gemakkelijk te
maken heeft jaarlijks in de maand Mei eene algemeene
beschrijving plaats aan de huizen der ingezetenen. Alleen
die na Mei beginnen, hebben dus een wandeling te
maken naar het kantoor des ontvangers. Na afloop der
beschrijving worden kohieren opgemaakt en ontvangt
men zijn aanslagbiljet. Het eigenlijk patent of patentblad
is gewoonlijk in de maand Aug. ter secretarie verkrijg-
baar. Bij sommige bedrijven moet de belasting dadelijk
betaald worden; bij verreweg de meeste echter niet.
Peraequatie der grondbelasting (na eene herziening
der waarde van gebouwde èn ongebouwde eigendommen)
is de nieuwe, gelijkmatige verdeeling van de belasting
over die eigendommen.
Personeele belasting is eene soort verteringsbe-
lasttng, zeer bezwaarlijk voor kooplui en logementhou-
ders, etc, ook voor hen, die van lucht, licht en warmte
-ocr page 53-
47
houden, gemakkelijk voor millionnairs, die een klein huis
hewonen (zie Grondslagen. Pierson heeft betere inrich-
ting voorgesteld).
Persoonlijke vrjjheid is de vrijheid, om aan onzen
zedelijken en verstandelijken vooruitgang te arbeiden,
dus b. v. vrijheid van onderwijs, van vereeniging en
vergadering, van drukpers.
Petitie is ieder verzoekschrift. Alle inwoners hebben
het recht, petities aan een regeeringspersoon of lichaam
te richten. De geadresseerde heeft echter weer recht, ze
„voor kennisgeving aan te nemen", d. i. ter zijde te leggen.
Polder is ieder stuk land waarop men het water
meester is (gewoonlijk is het omringd door dijken). Een
drooggemaakt meer is dus ook een polder, een polder
echter niet altijd een drooggemaakt meer.
Polderbesturen worden gekozen op verschillende
wijzen; soms door de Koningin uit eene voordracht van
ingelanden of van \'t bestuur zelf, soms ook direct door
de ingelanden.
Wanneer aan het Polderbestuur eenig beheer over
rivier- en zeewaterkeerende dijken is opgedragen, woi\'den
de leden benoemd door de Koningin; evenzoo, wanneer
de benoeming van bestuursleden vroeger, d. w. z. voor
1795, aan eenig souverein lichaam was opgedragen. In
alle andere gevallen door ingelanden, — \'t zij door allen,
\'t zij door hen, die zekere som aan lasten betalen — al
naar dat het reglement bepaalt. De reglementen ver-
eischen evenwel goedkeuring van Ged. Staten, als zijnde
dat college belast met het toezicht volgens de Grondwet.
In Zeeland vooral vindt men zgn. „Calamiteuse polders",
d. z. de zoodanige, die niet bij machte zijn, op den duur
alle kosten te dragen, die voortvloeien uit het onder-
houd van dijken. Zij worden gesubsidieerd door eigenaren
van daarachter gelegen landen, door den Staat of door
de provincie.
-ocr page 54-
48
Politie is de zorg voor openbare veiligheid, gezond-
heid en orde, ook (bij overdracht) het ambtenaars-
personeel, dat die zorg op de schouders heeft. Er is
gemeente-politie (burgemeester, commissarissen, inspec-
teurs. agenten, veldwachters) en ryfcs-politie (directeur,
commissaris en veldwachters: de laatsten onderscheiden
in verschillende rangen en klassen, als majoor, brigadier,
rijksveldwachter 1° kl. enz.), veiligheids- en gezondheids-
politie. Ook de marechaussee (zie aldaar) neemt politie-
diensten wa.ir.
Polytechnische school is de school te Delft, bestemd
voor opleiding van ingenieurs en architecten. Zie de
wet op het Midd. ond. 1863.
Praeventieve (voorioopige) hechtenis kan iemand
worden opgelegd, als hij beschuldigd is van eene niet\'
lichte misdaad, en dan nog alleen op bevel van den
rechter, nooit willekeurig. Ook is voorgeschreven, dat
de gevangene binnen zekeren tijd moet verhoord worden.
Bij veroordeeling wordt de praeventieve hechtenis van
de geheele gevangenisstraf afgetrokken, bij vrijspraak
krijgt men echter geen schadeloosstelling, in Frankrijk wel.
President van de Eerste en van de Tweede Kamer
wordt ieder jaar in September benoemd door de Koningin,
doch de laatste uit eene voordracht van de Tweede
Kamer zelf.
Prins van Oranje heet de eerste zoon van den Koning
of andere mannelijke nakomeling, die de vermoedelijke
troonopvolger is. Hij wordt met 18 jaar meerderjarig
en krijgt dan zitting in den Raad van State. Vóór zijn
huwelijk heeft hij f 100,000 inkomen, daarna /\'200,000
(zie ook Troonopvolging).
Privilegiën (voorrechten) op \'t gebied van belastin-
gen mag niemand meer hebben, behalve de Koningin en
een prins van Oranje, (zie vrijdom).
Processen tusschen gemeente en provincie mogen
-ocr page 55-
4!»
niet gevoerd worden zonder goedkeuring der Koningin.
Bij een proces met den Staat is dit natuurlijk niet noodig.
Procesverbaal is een schriftelijk verslag.
Proclamatie van 6 Dec. 1813 was de aankondiging
van het nieuwe rijk der Nederlanden. Willem T nam
daarbij de souvereiniteit op zich.
Procureur-generaal heet de aanklager bij een ge-
reehtshof. Hij is verkiesbaar in de Eerste Kamer.
Progressieve inkomstenbelasting is eene zoodanige,
waarbij men (tot zekere grens) een hooger percent betaalt,
naarmate men meer inkomen heelt.
Provinciën zijn de 11 deelen, waarin ons land op
administratief (regeerings) gebied verdeeld is. Ze zijn
een schakel tusschen Rijk en gemeente.
Provinciale belastingen moeten tot nu toe, na
aanneming door het Provinciaal bestuur, worden goed-
gekeurd bij de wet. Volgens de Grondwet van 1887
moet echter binnenkort eene wet worden gemaakt, die
de algemeene regelen voor Prov. belastingen vaststelt.
Dan zal misschien nog alleen koninkl. goedkeuring
verlangd worden.
Provinciale begrooting van uitgaven en inkomsten
moet ieder jaar in de zomervergadering (die begint op
den 1°" Dinsdag in Juli) door (4ed. Staten ter tafel
gebracht worden. Na aanneming door de Staten is nog
koninkl. goedkeuring vereischt.
Provinciaal Blad wordt uitgegeven, als het noodig
is voor Prov. verordeningen, besluiten enz.
Provinciale griffie is het bureau van den griffier
(secretaris).
Provinciaal huishouden is het bestuur der provincie,
voor zoover dit niet een deel van het staatsbestuur is
(vooral de waterstaatszaken).
Provinciale inkomsten zijn /. opbrengsten van eigen-
dommen (b.v. voor Noord-Holland die van Meeren-
4
-ocr page 56-
50
berg). 2. belastingen (zie Prop. belust.) en 3. opcenten.
Provinciale eigendommen mogen niet worden ver-
kocht, ook geen nieuwe bijgekocht, dun met goedk. dei-
Koningin.
Provinciale Staten zijn de vertegenwoordigers der
bewoners van de provincie, die moeten helpen regeeren
en voor de belangen hunner provincie-genooten optreden.
Ze kiezen ook de leden der Eerste Kamer. Het aantal
leden hangt ongeveer af van de bevolking der provincie.
De Prov. St. moeten tweemaal \'sjaars vergaderen:
den 1\'" Dinsdag in Juli en den len Dinsdag in November.
De leden zitten voor 6 jaar, om de drie jaar treedt de
helft af. (Zie Lid en Aftreding).
Provinciale verordeningen moeten, na aanneming
door de Staten, door de Koningin worden goedgekeurd;
dan komen ze in het Provinciaal Blad en verbinden 8
dagen later. Ze kunnen geen hooger straf bedreigen dan
/\'75 boete en 2 dagen hechtenis.
R.
Baad van State is een hooggeplaatst college, dat
geraadpleegd moet worden voor ieder wetsontwerp en
iederen „Algem. maatregel van bestuur" (zie aldaar),
dadelijk nadat ze opgesteld zijn. Zijne 14 leden worden
door de Koningin benoemd. Met 18 jaar komt ook de
Prins van Oranje er in. Is een koning gestorven of
buiten staat om te regeeren verklaard, dan neemt de
R. v. St. de regeering waar, zoolang er geen regent is
(voorbeeld in 1890). (Zie verder Afdeelingen).
Badikalen noemen zicli de menschen, die sneller
vooruit willen dan de meesten. Ze hebben dikwijls goede
bedoelingen, doch rekenen niet genoeg met de traagheid
der massa\'s.
„Raming van inkomsten" is de term bij de staats-
-ocr page 57-
51
lieden, tegenover „begrooting van uitgaven." Alle twee
zijn schattingen.
Rapporteurs zijn zij, die rapport (verslag) uitbrengen.
Vroeger, toen het onderzoek van een wetsontwerp in
afdeelinyen (zie aldaar) verplicht was, werden ook steeds
rapporten uitgebracht; tegenwoordig gebeurt dit alles
alleen, als de Kamers het willen.
Recht van Petitie. Zie Petitie.
Rechterlijke macht is de macht, die geschillen beslist
en misdrijven opspoort en straft. Ze bestaat uit de
Koningin (zie gratie en Koningin), den minister van justitie
en de rechtbanken (kantongerecht, arrondissements-recht-
bank, gerechtshoven en Hoogen Raad). Ook de Raad
van State heeft rechterl. macht (zie Afdeeling, etc).
Rechterzijde is bij ons de clericale (kerkelijke) partij;
Katholieken, Anti-revolutionnairen en Conservatieven (?).
Rechtshedeeling is de uitoefening der rechterlijke
macht.
Rechtspraak wordt in Turkije, China en Japan ook
uitgeoefend (over Nederlanders) door de consulaire amb-
tenaren, doch alleen in burgerlijke geschillen en in straf-
zaken, waartegen geen zwaardere straf dan gevangenis
bedreigd wordt.
Referendum (van refero = terugbrengen) is een beroep
op de kiezers; men kan het o. a. toepassen in Zwitser-
land ; als daar 15000 burgers het verlangen, moet over
ieder besluit der vertegenwoordiging door het volk nog
eens gestemd worden. Bij ons kennen we het referendum
alleen in den vorm van Kamerontbinding.
Regeering is dikwijls (bij overdracht) de naam voor
het ministerie.
Regeeringsreglementen voor de koloniën en bezit-
tingen zijn de organieke wetten, die het bestuur in Oost
en West omschrijven.
Regentschap moet bij minderjarigheid des Konings
-ocr page 58-
52
of der Koningin iloor de Kamers bij vereenigde zitting
opgedragen worden aan één persoon. Ook wanneer de
Koning of Koningin ,buiten staat om te regeeren" ver-
klaard is, moet een regent de staatszaken waarnemen.
Registers van den Burgerl. Stand liggen op ieder
Raadhuis (zie Burg. Stand). Zij worden in dubbel gehou-
den; het tweede ex. gaat jaarl. naar de Arr. rechtbank,
om daar te worden bewaard.
Registratie is het schrijven in (niet openbare) regis-
ters (lijsten). Vonnissen, testamenten, onderhandsche akten
voor onroerend goed en schepen boven 3 last, notariëele
akten, enz. moeten ingeschreven worden in de registers
bij den ontvanger van registratie; dit kost alweer geld
(zie Registratie-recht). Voor de overige onderhandsche
akten is het niet noodig, doch zonder registratie zijn
ze niet rechtsgeldig.
Registratie-rechten zijn de belastingen en vergoedin-
gen, die men bij het registreeren moet betalen; ze zijn eene
verwarde verzameling van oude belastingen, gedeeltelijk
uit de Middeleeuwen overgekomen. De meest drukkende en
onbillijke zijn wel de mutatie-rechten op onroerende en roe-
rende goederen, op hypotheken, pandrecht en borgtocht.
Reglementen van orde hebben b.v. de Kamers; zij
regelen de manier van beraadslagen, den tijd van ver-
gaderen, enz. Ze zijn erg noodig in hartstochtelijke
vergaderingen, als de Fransche Kamer b.v.
Rekenkamer is een nuttig lichaam. Zij kijkt zeer
precies na, hoe \'s lands gelden besteed worden en
houdt ook een oog op die van de provinciën. Er zijn 7
leden, die uit voordrachten van de Tweede Kamer benoemd
worden en ook alleen op voordracht dier Kamer kunnen
worden ontslagen, bij rechterlijke uitspraak. Ontslag op
verzoek door de Koningin.
Rekening en verantwoording moeten na \'t eind
van \'t jaar de ministers doen aan de Hiaten-Generaal,
-ocr page 59-
53
de Gedeputeerde Staten aan de Prov. Staten, Jiurg. en
Weth. aan den Gemeenteraad.
Renten heeft Nederland jaarlijks — maar/\'35 millioen
te betalen. Dit is voor een groot deel een cadeau van onze
voorouders.(Republiek, Fransche tijd, Belgische opstand.)
Representatief Stelsel is het mederegeeren van het
volk door representatie (vertegenwoordiging). Het is pas
in de Middeleeuwen uitgevonden (in Engeland) en in den
nieuwen tijd algemeen toegepast na de Fransche Revo-
lutie. \'t Is een mooie middelweg tusschen volksregeering
en alleenheerschappij.
Republiek is een land, waar eene vergadering regeert
met een of meer bestuurders, die onder haar staan.
Tegenwoordig hebben alle republieken een hoofd van
bestuur, den president.
Ridderorden zijn er op \'t oogenblik 3 in Nederland :
a. de Militaire Willemsorde, b. de orde van den Ned.
Leeuw. c. de orde van Oranje-Nassau (pas ingesteld en
ook voor de dames bestemd). Wie eene vreemde ridder-
orde wil aannemen, moet daarvoor toestemming van de
Koningin hebben.
Rjjk of „het rijk in Europa" is dikwijls de officiëele
naam voor Nederland.
Rijksbelastingen zijn: A. de directe. B. de indirecte,
C. accijnzen, I). invoerrechten.
Rjjkspostspaarbank is eene hoogst nuttige instelling
van \'t jaar 1880. Ze geeft eene gemakkelijke gelegen-
heid tot sparen (men begint desnoods met 5 cent) en is
heel wat beter te vertrouwen dan vele notarissen, ban-
kiers en effecten.
Ruggespraak was eene der grootste gebreken van
onze staatsinrichting in den tijd der Republiek. De
heeren vroedschapsleden, die naar de Prov. Staten gingen
en ook de leden der Prov. Staten, die naar de Staten-
Generaal gingen, kregen over de te voren opgegeven
-ocr page 60-
54
onderwerpen van bespreking commissies mee (of ze vóór
of tegen moesten stemmen {imperatief mandaat); kwam
er iets onverwachts tei tafel, dan moesten de heeren
naar hunne commitenten (afvaardigers) terug. Dit mis-
bruik kon pas afgeschaft worden, toen de Franschen
kwamen (als zoovele andere verkeerdheden). Ruggespraak
der afgevaardigden met de kiezers is nu geheel verboden:
ieder moet stemmen „volgens plicht en geweten."
s.
Saldo is het overschot op eene rekening: voordeelig
of batig, als de inkomsten hooger, nadeelig als ze lager
zijn dan de uitgaven; de eerste soort is bij de schatkist,
etc. zeer zeldzaam.
Sanctie (heiliging) noemt men de goedkeuring (hand-
teekening) der Koningin, noodig onder iedere Wet en
ieder Besluit.
Schatkist = Rijks kas, waarover het beheer gevoerd
wordt door den min. v. financiën.
Schatkist-biljetten of promessen zijn schuldbrieven
van den Staat, die dienen om een tijdelijk tekort te
stoppen en hoogstens een jaar in omloop mogen zijn.
Ze vormen de vlottende schuld.
Schatters zijn zij, die, onder eede, zijn aangesteld,
om de waarde van eigendommen te begrooten (voor
grondbelasting, personeel, onteigening enz.).
Schooltoezicht bestaat: voor Hooger Ond. uit inspec-
teurs en curatoren, voor \'t Middelbaar uit inspecteurs en
schoolcommissies, voor* \'t Lager uit inspecteurs, districts-
schoolopz., arrondissements-schoolopz. en schoolcom-
missies.
Schorsing1 eener gemeentebelasting kan, ook na
goedkeuring, door de Koningin geschieden bij de wet.
-ocr page 61-
55
Schorsing van gemeente-verordeningen kan geschieden
door de Koningin.
Schorsing van onderwijzers kan geschieden door het
gemeentebestuur, dat ook ontslag verleent.
Schorsing van Provinc. besluiten kan plaats hebben
door de Koningin.
Schutterij is eene krijgshaftige instelling tot „ver-
dediging der haardsteden" en tot handhaving der orde.
Ieder moet er in dienen van 25—35 jaar, ten-zij hij
vrijloot of ongeschikt is. In gemeenten beneden 2500
zielen in de kom wordt echter niets van den schutter
verlangd (rustende schutterij), in de andere moet hij
gedurende 5 jaar nu en dan exerceeren (dienstdoende
of dd.).
De schutterij hoort onder Binnenl. Zaken, is
niet erg in aanzien en zal wel spoedig verbeterd of
afgeschaft worden. De dd. schutterij telt ± 42000 man.
Senaat heet in vele landen de Eerste Kamer (naar
\'t voorbeeld van den Romeinschen Senatus); bij ons
wordt die kamer ook soms zoo genoemd (door deftige
menschen).
Socialisten zijn eigenlijk zij, die zich met de inrich-
ting der maatschappij (societas) bemoeien. Het woord
wordt echter het meest gebruikt voor hen, die direct
streven naar eene maatschappij, waarin de Staat alles
bezit en alle zaken drijft.
Specialiteiten zijn menschen, die in een vak bij-
zonder (speciaal) uitmunten. Bij ons vindt men ze veel
op staatkundig gebied (zegt men); ze genieten soms de
eer minister te zijn in een ministerie van fusie (zie aldaar).
Staand leger is een leger, dat altijd onder de wapens
is. Het werd in West Europa (ook bij ons) eerst
ingevoerd in de 15e eeuw: voor dien tijd riep men de
„ridders en mannen" alleen op bij geval van oorlog.
Bij ons vormen eigenlijk alleen de vrijwilligers het
staande leger; de lotelingen vormen de militie.
-ocr page 62-
56
Staat is een land, waar dezelfde regeering en dezelfde
algemeene wetten heersenen. Ook wordt het woord voor
de gezamenlijke bewoners en voor de regeering gebruikt.
Staathuishoudkunde is de wetenschap, die zich
bezi.if houdt niet de studie der samenleving van men-
schen en die de regels wil samenstellen, waarnaar
maatschappij en staat zich dienen te richten. Zij is dus
de leer, de staatsinrichting is de toepassing. Ieder, die
mee wil praten in politiek, moest eerst de staathuishoud-
kunde bestudeeren.
Staatkunde Of -kunst is een onderdeel van de staat-
huishoudkunde: zij leert alleen hoe een staat geregeerd
moet worden. Velen meenen, dat ze hier iets van weten.
Staatkundige vrgheid is de vrijheid of het recht,
om deel in de regeering te hebben, dus om lid van de
regeering te worden of om alleen maar mee te Mezen.
Dit recht is alleen voor Nederlanders.
Staatsbeleid is (goed) staatsbestuur.
Staatsblad is het blad dat van staatswege uitge-
geven wordt, om eene nieuwe wet (ook wel eens een
algem. maatr. van bestuur (zie aldaar) en andere Konink.
besluiten) af te kondigen. De wet wordt aangeduid
met het nummer van het staatsblad.
Staatscourant is een dagblad, dat besluiten, benoe-
mingen, goedkeuringen, enz., in één woord regeerings-
nieuws bekend maakt. Ieder kan het inzien ten raad-
huize; buitendien nemen de meeste dagbladen het voor-
naamste van den inhoud over.
Staatsbankroet is eene geheele of gedeeltelijke staking
van betaling vanwege den staat. Wij hebben hier geluk-
kig maar één voorbeeld \' gehad, nl. de beruchte „tier-
ceering" onder Napoleon I (1811; er werd voortaan
maar van \'s der schuldbrieven meer rente betaald; in
1842 zijn de overige schuldbrieven tegen den loopenden
(zeer lagen) koers weer ingenomen).
-ocr page 63-
57
Staatsinkoinsten zijn: 1 opbrengst van eigendommen
(domeinen); 2. vergoeding voor diensten, aan particu-
lieren bewezen (b. v. de post); 3. belastingen: 4 uit-
keeringen van België (zie aldaar); 5. Inkomsten uit de
koloniën [samen in 1892 ongeveer 120 mill.].
Staatsregeling\' is de inrichting van \'t staatsbestuur,
te vinden in de Grondwet en de organieke wetten (zie
aldaar).
Staatsschuld kan zijn cast (voor onbepaalden tijd
aangegaan, hier ± ƒ1100 millioen) of\' vlottend (voor
hoogstens één jaar).
Staatsspoorwegen zijn spoorwegen, aangelegd door
den Staat (vlgs. de wet van 1861, —eene maatschappij
heeft ze echter meest in huur en gebruikt (exploiteert) ze).
Staat van beleg is een buitengewone toestand, waarin
de Koningin een of ander deel des lands kan verklaren
te zijn, doch alleen in bepaalde gevallen, bij de wet
geregeld. Ts dit gebeurd, dan kan de vrijheid van druk-
pers en vergadering worden geschorst, de politie mag
vrij in de woningen doordringen, ze mag zelfs somtijds
brieven openen. Ook kan het gezag somwijlen in mili-
taire handen gelegd worden.
Staat van Oorlog is nog een graadje erger. In
werkelijken oorlog kan zelfs de rechtspraak aan buiten-
gewone rechters worden opgedragen, \'t Ts hier: „nood
breekt wet."
Staking van stemmen (b. v. 50 vóór en 50 tegen)
heeft in eene voltallige vergadering tot gevolg, dat het
onderhavige voorstel afgekeurd gerekend wordt: in eene
onvoltallige gaat dit natuurlijk niet zoo: men behandelt
het voorstel nog eens in eene volgende vergadering:
staken dan de stemmen weer, dan is \'t voorstel afge-
keurd. In een voltalligen Gemeenteraad kunnen de stern-
men niet staken (altijd oneven getal leden), tenzij een
lid zich onthoudt.
-ocr page 64-
58
Stelten-Generaal = algemeene standen. Het woord
dateert uit de tijden der Bourgondische vorsten (1465),
toen voor \'t eerst eene algemeene vergadering werd belegd
uit de staten der\' verschillende Bourgondische landen.
Men zou nu beter zeggen: de Kijksstaten; nog beter,
„de vertegenwoordiging", want staten (standen) zijn er
niet meer in.
Statistiek is eene opgave met cijfers van den toe-
stand van een of ander onderwerp (bevolking, landbouw,
geboorten, huwelijken, etc).
Stembiljet (eigenl. kiesbiljet) is het briefje, dat ieder
kiezer ontvangt vóór eene verkiezing en dat ieder moest
brengen op het stembureau.
Stembureau is de plaats, waar burgemeester en twee
raadsleden (in groote gemeenten, waar meer bureau\'s
zijn, ook wel 3 raadsleden) de stembus bewaken.
Stembus is de blikken bus met nauwe opening, die
de biljetten opneemt. De stembussen moeten zoo spoedig
mogelijk na de verkiezing naar de hoofdplaats van het
district gebracht worden. Daar worden ze geopend daags
na de verkiezing (in eiland-districten 2 dagen er na),
de stemmen geteld en proces-verbaal van den uitslag
opgemaakt (zie geloof\'abrieven).
Stemmachine is eene machine, uitgevonden door den
Belg Robin, die den vorm heeft van eene piano. Voor
iederen candidaat is eene toets; de kiezer gaat op het
voetstuk staan, drukt op eene der toetsen en — de
stem is opgeteekend. In ons land is dit gemakkelijke
instrument nog niet in gebruik.
Stemopnemers benoemt de burgemeester in iedere
raadszitting; ze moeten bij iedere stemming de stemmen
opteekenen: in de Kamers doen dit de onder-voorzitters.
Stemrecht is het recht om te stemmen (over een
wetsontwerp of voorstel); alleen de leden van regeerings-
lichamen hebben dat bij ons (in Zwitserland ook het
-ocr page 65-
59
volk). Het is dus iets geheel anders dan kiesrecht.
Stenografen zijn snelschrijvers, die o. a. van rijkswege
bij de Kamers zijn aangesteld, om verslag te maken van
al het gesprokene; ze bedienen zich van bijzondere tee-
kens, die soms een geheelen zin aanduiden. Particuliere
stenografen vindt men tegenwoordig in alle belangrijke
vergaderingen.
Strafrecht is het berechten van wetsovertredingen.
Men vindt de bepalingen van ons strafrecht in het straf-
wetboek.
Strafwetboek (zie crimineel wetboek).
Strand vonder zijn tegenwoordig gelukkig alleen maar
burgemeesters der aan zee liggende gemeenten of enkele
bepaald hiertoe aangestelde ambtenaren. Alles, wat
gevonden wordt, moet bij hen gebracht worden. (Zie de
artt. 550 en 551 van het W. van Kooph.)
Successie-recht is de belasting, die men betalen
moet bij het aanvaarden van eene erfenis (veel voor een
erfenis van verre bloedverwanten, weinig voor een kinds-
deel). Ze hoort bij de indirecte belastingen en werkt
goed. (Wet van 1885).
Supplementaire begrooting (supplement = aanvul-
ling) wordt door den minister gemaakt, als hij op de
begrooting van \'t jaar geen geld genoeg kan vinden en
de „onvoorziene uitgaven* ook op zijn (b. v. bij rampen).
De Kamers moeten hierover ook weer stemmen.
T.
Takken van bestuur zijn onderdeelen van dat bestuur
(Financiën, oorlog, etc).
Tarieven, prijslijsten, bestaan o.a. wettelijk voor
tollen, invoerrechten, belooningen van procureurs, nota-
rissen en advocaten, voor spoorwegvrachten (hier -zijn
-ocr page 66-
60
voor de maatschappijen de hoogste prijzen, die ze eischen
kunnen, voorgeschreven), enz.
Tekort is hetzelfde als een nadeelig saldo of slot
(zie aldaar). Het komt bijna jaarlijks terug en moet
maar weer gedekt worden.
Toezicht van hooger hand bestaat voor alle openbare
takken van dienst in provincies, gemeenten en water-
schappen. Het is lang niet overbodig (zie goedkeuring
en insuecteurs).
Tollen, van \'t Rijk, op wegen en vaarten zullen
hopelijk spoedig afgeschaft worden.
Troonopvolging. De kroon is erfelijk in \'t Huis van
Oranje, in de mannelijke en in de vrouwelijke linie,
doch in de laatste alleen, als er geen mannelijk afstam-
meling uit de mannelijke lijn („mannelijk oir") van
Willem I meer over is (zooals nu). Mocht onverhoopt
onze Koningin kinderloos komen te sterven, dan zou
de kroon komen aan de naaste vrouwelijke bloedver-
want van Willem III, nl. de Groot-hertogin van Saksen-
Weimar (haar man zou dan echter tusschen Saks.-W.
en Nederl. moeten kiezen); mocht deze, met hare
nakomelingen, ook gestorven zijn, dan was de prinses
von Wied, dochter van Prins Frederik, aan de beurt en
eindelijk na \'t uitsterven van geheel de nakomelingschap
van Willem I, zou men moeten zoeken onder de nako-
melingen van zijne zuster, die in Brunswijk gehuwd is.
Nooit kan echter onze kroon met eene andere op één
hoofd vereenigd worden.
Troonrede is de redevoering, die door de Koningin-
regentes (of een minister als gemachtigde) ieder jaar in
September van den troon aan de Vereenigde Kamers
wordt voorgelezen. Ze schildert in korte woorden den
toestand des lands en vermeldt, ook erg kort, wat voor
wetsontwerpen de regeering in \'t beginnend jaar denkt
in te dienen.
-ocr page 67-
(il
Tweede Kamer bestaat uit 100 leden, gekozen in
de kiesdistricten (zie aldaar) door de Kiezers (zie aldaar)
uit de mannelijke Nederlanders, die minstens 80 jaren oud
■zjjn. Ze krijgt de wetsontwerpen, als de Eaad van State
ze gezien heeft, kan amendementen aannemen (zie aldaar)
en dan stemmen. Verder heeft ze het recht van initiatief
(zie aldaar), van enquête (zie aldaar) en van interpellatie i zie
aldaar). De leden treden om de 4,jaar allen af (nu voor \'t
eerst in 1895), doch zijn herkiesbaar — vóór 1848
werden de leden der Tweede Kamer voor drie jaar
gekozen door de Provinciale Staten. — Ze moet minstens
20 dagen in \'t jaar vergaderen, te beginnen den
3en Dinsdag in September, verder zoo dikwijls de
Koningin het, goed vindt. De regel is, dat, de Tweede
Kamer bijna \'t heele jaar bijeen is. De leden krijgen
ƒ 2000 reis- en verblijfkosten.
ü.
Universiteiten (hooge scholen) voor alle faculteiten
(zie aldaar) zijn er in ons land 4: te Leiden, Utrecht,
en Groningen van het Rijk, te Amsterdam van de
Gemeente. De Vrije Universiteit te Amsterdam, opge-
richt door D1\'. Kuiper en de zijnen, is wel hooge school,
maar geen Universiteit (er zijn maar drie faculteiten
en men kan er niet promoveeren).
Uitlevering geschiedt met personen, die bepaalde,
bij de wet aangeduide misdaden gepleegd hebben in een
vreemd land, waarmee wij een uitleveringstraktaat
hebben.
Uitvoerende Macht is de macht, om de wetten uit
te voeren, ze berust bij de Koningin en hare Ministers:
verder (onder dezen) bij Gedep. Staten en bij Burg. en
Weth. — [n \'t algemeen kan men zeggen, dat elk
-ocr page 68-
62
regeeringscollege of elke ambtenaar met een deel der
uitv. macht is belast.
Uitvoerrechten bestaan hier gelukkig niet meer,
sedert in 1865 dat op de geraffineerde suiker opge-
he ven is, nog wel in Indië.
Uitzetting\' van den vreemdeling, die geene middelen
van bestaan kan aanwijzen of geene stukken heeft,
waaruit naam en vroegere verblijfplaats blijken, kan
geschieden door den burgemeester, als die vreemdeling
pas is aangekomen. Is hij toegelaten en blijkt hij later
geen bestaansmiddelen te hebben, dan kan alleen een
vonnis van den kantonrechter hem uitwijzen. Is hij
gevaarlijk voor de publieke rust, dan gaat hij ook.
V.
Va GCinatie (pokkeninenting) is bij ons verplicht voor
ieder, die naar school wil gaan om dezelfde reden
waarom men verplicht is de schoorsteenen te laten
vege n. Ze heeft geen kwade gevolgen meer, sinds er
allee n met koepokstof wordt ingeë"nt.
Vaste schuld zie Staatsselmhl.
Veeartsenijschool is de rijksschool voor veedokters
te Utrecht. Na goed examen kan de leerling er inwonen
voor weinig geld.
V eenschappen (stukken veengrond onder één ont-
ginningsbestuur) en veenpolders staan onder toezicht van
Prov. St. en Koningin, evenals de waterschappen.
Veiligheidspolitie is de zorg voor de veiligheid der
burgers, dus het waken tegen misdrijven, besmettelijke
ziekten, brand, ongezonde inrichtingen, enz.
Verandering van woonplaats (domicilie) moet bin-
nen 1 maand ter secretarie van de nieuwe woonplaats
worden opgegeven. Wie \'t niet doet, beloopt boete.
-ocr page 69-
68
Veranderingen in de Grondwet zie Grondwetsher-
ziening.
Verantwoordelijkheid der Ministers zie Minister-
riëele verantw.
Verbeurdverklaring van goederen kan niet meer
plaats hebben, dan alleen van het corpus delicti (het
voorwerp, waarmede \'t misdrijf gepleegd is) bij de recht-
bank. Hierin hebben we andere tijden gekend.
Verdragen met vreemde mogendheden sluit de Koningin.
Zij brengt ze echter ter kennis van de Kamers, tenzij
geheimhouding noodig is voor \'t belang of de veiligheid
des Rijks.
Vereenigde zitting der kamers moet plaats hebben:
1. Bij de opening en de sluiting der zitting, 2. bij de
inhuldiging des Konings (of der Koningin), 3. bij het
regelen der voogdij en benoemen van een voogd voor
den Koning (of de Koningin), 4. bij het benoemen van
een regent, 5. als de Koning (ofKoningin) „buitenstaat
om te regeeren" verklaard moet worden.
Vereenigde zitting in dubbelen getale (te voren
overal buitengewone verkiezing) is nog gewichtiger. Zij
is noodig voor elke verandering in de orde der erfop-
volging en voor het benoemen van een troonopvolger
(bij mogelijke geheele uitsterving der Oranjes).
Vergaderingen Eerste en Tweede Kamer, 1\'rov. St.
en Gemeenteraad /.ie aldaar.
Vergaderingen tot gemeenschappelijke beraadslaging
in de open lucht mogen alleen gehouden worden na toe-
stemming van den Burgemeester.
Vergunningen voor den verkoop van sterken drank
in \'t klein mogen door het gemeentebestuur worden
afgegeven tot het hoogste getal (maximum) bereikt is.
Is het maximum bereikt, dan moeten eerst Ged. Staten
machtiging geven aan B. en W.: dit geschiedt alleen in
zeer bijzondere gevallen.
-ocr page 70-
64
Vergunningen voor "t dooden van schadelijk wild
kan de Comm. der Koningin afgeven. Hij doet dit echter
niet te veel.
Verkiezing voor de Eerste kamer heeft plaats om
de 3 jaar in de maand Juli (1892 voor \'t eerst), voor
de Tweede Kamer om de 4 jaar in Juni (1895 voor
\'t eerst), voor de Prov. Staten om de 3 jaar in Mei
(1892 voor \'t eerst), voor de Gemeenteraden om de
2 jaar in September (1893 voor \'t eerst). Wie in twee
of meer districten gekozen wordt tot lid der Tweede
Kamer of der Prov. Staten, mag maar voor één aan-
nemen ; in de andere heeft eene nieuwe verkiezing plaats.
Verlies van staatsburgerschap zit er op voor hem,
die 1. in een vreemd land burger wordt, 2. buiten toe-
stemming der Koningin buitenlandsch militair wordt, 3.
vijf jaar in \'t buitenland woont en niet denkt terug te
komen.
Vernietiging van Prov. en Gemeenteraadsbesluiten
kan geschieden door de Koningin, indien ze tegen de
wet of het algemeen belang zijn.
Vernietiging van Gemeentebelastingen kan door de
wet geschieden, zelfs na goedkeuring der Koningin.
Verplichte gemeenteuitgaven zijn b. v. die voor
onderwijs, burgerlijken stand, politie, enz. Als ze niet op
de begrooting voorkomen, zetten Gedep. Staten ze er
desnoods op.
Verslagen zijn nauwkeurige aanteekeningen, b.v. over
\'t gesprokene in de Kamers, over den toestand van Land-
bouw, Onderwijs, Armverzorging.
Vertegenwoordiging is waarneming van belangen
van anderen; de leden der Eerste Kamer vertegenwow-
digen
de groote bezitters van vaste goederen en de
staatswijsheid, die der Tweede Kamer vertegenwoordigen
een groot deel des volks (zie Representatief).
Verwaarloozing van zijne taak door het gemeente-
-ocr page 71-
er.
bestuur kan ten gevolge hebben, dat bij de wet het
bestuur der gemeente aan anderen wordt opgedragen.
Vischakten zijn vergunningen om te visschen met
het net of ander vischtuig. Hengelen is zonder akte vrij
in publiek water, eveneens het bevissehen van vischwater
(door den eigenaar of rechthebbende) dat niet geen ander
in verbinding staat.
Vlottende schuld is de staatsschuld, die binnen het
jaar weer afgedaan moet worden (zie schatkistproines-
sen).
Vloot van Nederland bestaat uit 147 vaartuigen met
10840 man. _
Volkstelling is eene goede uitvinding van den nieu-
weren tijd. Ze geschiedt in ons land iedere 10 jaar,
sedert 1829. De uitkomsten der volkstelling gelden als
grondslag voor de meeste berekeningen.
Voltallige vergadering is eene vergadering, waar
alle personen aanwezig zijn, die lid der verg. zijn.
Volstrekte meerderheid is het grootste deel van
alle uitgebrachte stemmen, b. v. 40 van de 79, 51 van
de 100.
Voogdij w01\'dt over den persoon van een minderja-
rigen koning of eene koningin beneden 18 jaar uitge-
oefend door één of meer voogden, benoemd door de
Staten-Gen. in vereenigde zitting. De voogdij is dus afge-
scheiden van \'t regentschap.
Vreemdeling is ieder, die geen Nederlander (zie
aldaar) is.
Vrede sluiten doet de Koningin.
Vrijdom van belastingen heeft niemand ; alleen beta-
len de Koningin en een prins van Oranje geen personeel.
Buitendien zijn de volgende eigendommen vrij:
«. Eigendommen van Staat, provincie of gem., pol-
ders en waterschappen, uitsluitend gebezigd voor den
openbaren dienst;
5
-ocr page 72-
66
b.     de gebouwen, uitsluitend dienende tot openbaren
eeredienst;
c.     begraafplaatsen met aanboorigheden ;
d.     inrichtingen voor alle onderwijs, ook semenariëu
voor opleiding tot geestelijke:
e.     gebouwen, die dienende als instellingen van wel-
dadigheid, voor zoover de arm verzorging in de gebou-
wen plaats heeft;
f.     gebouwen, uitsluitend ingericht voor kunsten en
wetenschappen (musea).
Van gebouwen, gesticht op woeste gronden, op ont-
gonncn grond of op polders wordt in de eerste jaren
geen belasting geheven.
Vrijheid van drukpers is de vrijheid, om te laten
drukken en uitgeven, wat men goedvindt. Men behoeft
daar niemand naar te vragen; wel kan men achterna
voor laster of kwetsing der zeden vervolgd worden.
Vrjjheid van eigendom, d. i. beschikking over \'t geen
hem toebehoort, heeft ieder eigenaar; doch niet geheel:
hij kan b.V. onder curateele (zorg van anderen) gesteld
worden, het eigendom kan voor \'t algemeen belang out-
ngend
worden (zie, aldaar). Ook kan de vrijheid van
eigendom beperkt worden in het belang der openbare
orde (men kan b.v. niet overal een huis bouwen).
Vrjjheid van godsdienst is de vrijheid om den eere-
dienst in te richten, zooals men verkiest. Ze bestaat hier
niet geheel volledig: alles, wat andersdenkenden moet
hinderen, is verboden, b.v. ambtsgewaad van geestelijken
op den openbaren weg, processies, etc. (de processies
worden echter in Limburg toegelaten).
Vrjjheid van onderwijs is de vrijheid om onderwijs
te geven. We hebben die hier in zooverre, dat ieder er
toe komen kan, maar — hij moet eerst zijne akten van
bekwaamheid hebben en ook een bewijs van goed gedrag
kunnen toonen. — Zonder deze mag men zelfs voor
-ocr page 73-
• 17
niemendal geen les geven, tenzij de leerlingen uit \'één
huisgezin zijn (in dit geval ook voor geld).
Vrijheid van vereeniging en vergadering hebben
alleen de ingezetenen. Oproeiïge en onzedelijke vereeni-
gingen of vergaderingen kunnen echter verboden wor-
den en in de open lucht mag zonder toestemming van
den burgem. niet vergaderd worden, als er in die ver-
gaderingen nl. beraadslagingen zullen worden gehouden.
Vrijheid van Spreken hebben de leden van Kamers,
Prov. St. en Gemeenteraden geheel en al. De laatsten
maken er dikwijls niet genoeg gebruik van.
Vrijwilligers zijn er in leger en vloot omstreeks
3200. Zij vormen de kern, waar de militie aan sluiten
moet. Ze zijn de beste soldaten, maar niet de beste
menschen.
W.
Waarborg wordt de keur genoemd, die de essayeurs
(zie aldaar) zetten op gouden en zilveren voorwerpen,
ten bewijze van echtheid.
Wapenoefening mag buiten leger en schutterij op
openbare plaatsen niet gehouden worden dan na verlof
van \'t gemeentebestuur.
Waterschappen (zie ook polders) zijn vereenigingen
van eigenaren van gronden, met het doel, den water-
stand op die landerijen te regelen. Ook noemt men die
gronden met elkaar wel het waterschap. Ze staan onder
toezicht van Provinciaal- en Rijksbestuur. Waterschappen
bestaan sedert de 13° eeuw of eerder.
Waterschapsbesturen worden soms door de Koningin
uit eene voordracht, soms door de Ingelanden gekozen.
Waterschapslasten zijn de gelden, die de Ingelanden
moeten opbrengen tot onderhoud van dijken, molens,
waterloozingen enz. Ze zijn dikwijls erg hoog.
-ocr page 74-
68
Waterstaat is de toestand van het water in de zee,
de rivieren, de kanalen en meren (besloten boezems), enz.
Hij is bij ons vrij goed ingelicht, doch er is nog niet
genoeg eenheid in. Ook dijken en wegen behooren tot
den waterstaat nl. tot den z.g. „drogen waterstaat."
Waterstaatswet behoort nog steeds (sedert 1848)
tot de vrome wenschen; zij zou de zoo noodige eenheid
kunnen brengen. We moeten ons nu nog behelpen met
„voorloopige regelingen."
Wet is een voorschrift, gemaakt door Koningin en
Kamers te zamen en gezien en besproken door den Raad
van State.
Het wetsontwerp wordt gewoonlijk door den minister
opgesteld (zie initiatief), dan moet de kaad van state
worden gehoord; van hier gaat het naar de Tweede
Kamer
(met memorie van Toelichting). Daar wordt het
eerst onderzocht en dan openbaar behandeld; stemt de
Kamer het nu af, dan krijgt de minister het terug;
keurt ze het onveranderd of met veranderingen (amen-
dementen) goed, dan gaat het naar de eerste kamer.
Verwerpt deze het, dan krijgt alweer de minister het
ding terug, neemt ze het (onveranderd) aan, dan moet
het naar de Koningin, die er nu gewoonlijk de Sanctie
(kracht) aan geeft door middel van hare handteekening.
De minister zet het contraseign.
Neemt een lid van de Tweede Kamer het initiatief,
dan is de gang iets anders: Tweede Kamer, Eerste Kamer,
Raad van State, Koningin. — Zie verder afkondiging en
onschendbaarheid.
Wet op de verantwoording der geldmiddelen, moet
nog gemaakt worden, evenals die op het kiezen, op den
waterstaat, op den krijgsdienst, op de inkomstenbe-
lasting enz.
Wet Op de middelen is de wet, die jaarlijks de inkom-
sten van den Staat vaststelt.
-ocr page 75-
60
Wetboek van burgerlijk Recht zie Burgerlijk
Wetboek.
Wetboek van Burgerl. Rechtsvordering is liet
wetboek, dat de wijze van behandeling der Burgerlijke
Zaken aangeeft, \'t Kwam in werking in 1838, in Lim-
burg in 1842.
Wetboek van Koophandel regelt de betrekkingen
tusschen handelaars: schuldvordering, compagnieschap,
vennootschappen, faillissementen, enz. \'t Is in 1838 inge-
voerd. Ieder koopman moet er van op de hoogte zijn en
het minstens thuis hebben.
Wetboek van Strafrecht zie Crimineel wetboek.
Wetboek van Strafvordering is ook in 1886 inge-
voerd.
Wetenschappelijke graad is de titel van Doctor (Dr.),
dien men aan de academies te Amsterdam, Leiden, Utrecht
en Groningen kan verkrijgen na volbrachte studie en
het schrijven van een boekje (dissertatie).
Wetgevende macht berust bij ons bij de Koningin
(initiatief en sanctie) en de Kamers {initiatief, amende-
ment, aanneming of verwerping).
Wethouders zijn de raadsleden, die door den Raad
worden gekozen, om den burgemeester in het dagelijksch
bestuur ter zijde te staan. Twee wethouders zijn er in
gemeenten beneden 20,000 zielen, drie of vier (naar
verkiezing) in grootere gemeenten.
Wetsuitlegging wordt nog al eens verschillend gege-
ven door verschillende rechters; de uitspraken van den
Hoogen Raad brengen dan, als orakelspreuken, eenheid.
z.
Zeemilitie vormen die lotelingen, die in den zeedienst
komen; ze hebben maar eenen oofeningstijd van vijf
maanden
en behoeven ook geen schutter te worden, \'t Is
-ocr page 76-
70
dus een buitenkansje, moest weggelegd voor schippers en
visschers.
Zeevisscherijen staan onder toezicht en bescherming
van den Staat (college voor de zeevisscherijen).
Zegelrecht is niets dan eene indirecte belasting. De
wet schrijft eenvoudig voor, dat notariëele akten, von-
nissen, verzoekschriften, etc. op gezegeld papier moeten
gezet worden en de burger betaalt zooveel als het zegel
aanwijst.
Zetters zijn de boëedigde personen, die de huurwaarde
en de overige grondslagen voor de peisoneele belasting
moeten bepalen (zie Schatters) en tevens den aanslag
in het patentrecht regelen.
Zuiveringseed legt ieder verkozene in Kamer, Prov.
Staten of Gemeenteraad af, om te bewijzen, dat hij niet
door giften of beloften middellijk of onmiddellijk zijne
verkiezing heeft bevorderd.
Zuiveringsverklarillg legt iedere verkozene af, die
bezwaar heeft tegen het doen van een eed.
£. 0#J<?