-ocr page 1-
lïSZf
#K
m
\\*ë-44 1
HET Rekm^GER.
OPEN BRIEF
AAN
DE HEEÈEN PREDIKANTEN EN LEDEN
DEI;
Nederlaudscü Hervormde Kerk
IN
NEDERLAND.
-~£-S=S~-
JACQUES JDUSSEAU & C°, UITGEVERS,
AMSTERDAM — ItOKIN 16C>.
Prijs f O.IS.
-ocr page 2-
-ocr page 3-
HET KEKKLEGER.
OPEN BRIEF
AAN
DE HEEREN PREDIKANTEN EN LEDEN
DEK
Nederlandsch Hervormde Kerk
IK
NEDERLAND. /#iv%x
JACQUES DUSSEAU & O", UITGEVERS,
AMSTEEDAM - ROKIK 100.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
OPEN BRIEF
aan de Heèren Predikanten en Leden der Neder
landsch Hervormde Kerk in Nederland.
eerwaarde Jèroeders en mede-Qhristenen !
Met bescheidenheid, maar tevens met vrijmoedigheid,
richten wij ons tot u allen.
Wij hebben \'n ernstig woord te spreken in \'t alge-
meen volksbelang. Met \'n enkelen pennestreek hebben
wij dit reeds gedaan aan \'t einde van de onlangs ver-
schenen brochure, getiteld: „Een Protest tegen het
Leger des Heils".
Wij spraken daar van de wenschelijkheid om een
kerk-leger, ondergeschikt aan en onder controle van
de kerk, op te richten en deden den Predikanten een
uitnoodiging tot \'t houden eener conferentie ter verdere
bespreking van deze questie.
Vóór dit echter geschieden kan, dienen wij ons
nader te verklaren aan allen, die ambtshalve als
anderszins belang stellen in elke degelijke poging, ten
doel hebbende de opheffing der lagere volksklassen",
die buiten het bereik der kerk staan en \'n duidelijk
omschreven denkbeeld te ontvouwen van het door ons
ter sprake gebrachte middel om dat doel te bereiken.
-ocr page 6-
4
Als wij de kluw der Nederlandsclie kerkgeschiedenis
af winden tot op \'t laatst der 16<le of \'t begin der
17de eeuw en \'n opmerkzamen terugblik slaan op den
door ons afgelegden loopbaan, kunnen wij niet anders
dan tot de erkentenis komen, dat wij ons kerkelijk
hoogtepunt reeds lang achter den rug hebben. Alles
is onderworpen aan de onverbiddelijke wet der evolutie,
\'n Gedachtenstroom, \'t zij wetenschappelijke of letterkun-
dige, philosofische of artistieke, sociale of godsdienstige,
ondervindt in het begin van zijn materialisatie-proces,
tegenstand, vervolging, verdrukking en eindelijk ver-
werping. In de volgende phase der evolutie openbaart
zich altijd \'n reactie. De thans niet langer iets ge-
waande vijand spant zijn boog, voor \'t laatst wellicht,
maar — om doel te treffen. De zwakste wordt de
sterkste en de stroom vloeit met kracht voort, met
\'n kracht, die in zuiver wiskunstige evenredigheid
staat tot de belemmering, die hij aanvankelijk onder-
vond en graaft zich \'n bedding, die in \'t begin eng
en diep, van lieverlede breed en zandig wordt.
Gaat \'t niet altijd zoo? In alles?
Vond niet in ons land \'t Godsdienstig idéé in \'t laatst
der 10de eeuw, in den vorm van de naar Eenheid en
vastheid strevende Calvinistische en presbyteriaansche
Kerkordening, uiting op een wijze, die den verziende
moest doen vermoeden, dat strijd ontstaan en over-
winning volgen zou ? Het kon niet anders. De Leeraars,
waarschijnlijk vol van de questies, die toen \'t her-
vormd Europa in beroering brachten door Calvijn\'s
repliek op Bolsec\'s opening der theologische dispu-
taties, en al de gevolgen daarvan, stonden op \'n te
scherp afgebakend standpunt, naar hun overtuiging,
-ocr page 7-
o
waren te onvex-zettelijk, evenals de banierophouders
van de vraagstukken omtrent den vrijen wil en de
Eucharistie in de eerste kerk, om het verzoek der
Staten in te willigen, van ondergeschiktheid der Kerk
aan de overheid. De Kerk eisc/ite steun, maar ver-
klaarde ook bereid te zijn, wat trouwens haar plicht
was, om de overheid te ontzien, waar \'t slechts gold
\'t tijdelijk staats-belang.
Aan dat flinke en krappe standpunt der leeraars
werd nog verdere kracht bijgezet door \'t gereformeerd
oligarchisme.
De godsdieiiststroom was krachtig dus, — bijna even
krachtig zou spoedig de tegenstand worden. Verdeeld-
heid tusschen Kerk en Staat kon niet uitblijven, want
de Kerk eischte, en te recht, vrijheid van geweten,
en maakte op heerschappij aanspraak. In nauw verband
daarmede staat de verdeeldheid onder de Protestantsche
richtingen onderling.
Luther, in zijn strijd tegen Erasmus, had \'t zaad
dier verdeeldheid gestrooid. Maar \'t zaad was zaad ge-
bleven, althans in ons land, zoolang \'t verband, tusschen
Kerk en Staat nog niet verbroken was.
Maar thans komt de Leidsche leeraar, die, partij
trekkende van dat verbroken verband, en met zijn
volgelingen naar eer en heerschappij streefde, vrij-
willig en ter bereiking van zelfzuchtige doeleinden zich
onder \'t juk der overheid, zoo die hem slechts bescher-
men wilde, poogde te stellen.
Deze poging trof doel. De onafhankelijkheid dei-
Kerk begon den Staten zorg te baren, en zij werd, zoo
niet direkt tegengewerkt, dan toch werd oogluikend
toegestaan, dat de vijandige partij haar tegenwerkte
-ocr page 8-
6
en tegenstond. Het werd \'n harde dobber voor de Kerk.
Er kwam spanning, die zich spoedig omzette tot weder-
stand en strijd. Maar de Kerk verloor macht. Haar
kreet om vrijheid en onafhankelijkheid begon langza-
merhand te gelijken op \'n kreet in de woestijn. De
Staat werd dubbelhartig, koos niet beslist partij, kon
dit om politieke redenen ook niet doen, daar ook in
dien boezem twee partijen zich hadden gevormd. Gaat
niet \'t kleine wiel steeds met \'t groote meê ? De Kerk
moest bijeen en in haar verband gehouden, en de Reinon-
stranten in gelijke rechten worden gesteld. Er moest
zijn, op zijn minst, n uitwendige eendracht en eenheid,
en er moest \'n einde komen aan \'t inwendig getwist
en aan de ijverzucht der beide partijen.
Welk een bewijs van kort en beneveld doorzicht in
geestelijke zaken gaf de Staat ook wederom hier!
Doch de leeraars bleven krap staan. In dit tijds-
gewricht, waarin de Voorzienigheid hun een gewichtige
rol te vervullen had gegeven, waarvan de min of meer
getrouwe en nauwgezette afspeling de verdere omwen-
teling en \'t toekomstig lot der Nederlandsch Her-
vormde Kerk grootendeels, zoo niet geheel, zoude be-
slissen, kon het wel haast niet anders, of zij, die leeraars,
moesten met fierheid en opgeheven hoofde, den Staat
toeroepen: „Wat? een politiek Pausdom? Neen! Onze
Meester kent geen staatkundige Overheid; evenmin als
een Ecclesiastische. Zijn dienstknechten zijn dienaars
van \'t Evangelie en van Zijn Gemeente. Wij zijn allen
gelijk en aan elkander ondergeschikt."
Ja, de kracht, die van zoo\'n stroom uitgaat kan
verdrukking en vervolging kalm wederstaan ! De toe-
stand werd niettemin ellendiger en ellendiger, tot ein-
-ocr page 9-
7
•delijk de boog gespannen werd en Maurits zijn mees-
terlijken ^Coiq) d^ètat" sloeg.
De Engel des Heeren had zich over Israël ontfermd,
maar zou zich thans wreken op de Arminianen, door
hen te slaan met ongeloof en ze terug te voeren naar
\'n Pausdom.
De zwakste werd inderdaad de sterkste. Het kerk-
begrip van vrijheid en onafhankelijkheid zegevierde,
•en het schoonste tijdperk, dat de Gemeente van Christus
ooit gehad heeft, brak thans krachtig aan. Maar ook
tevens vormde zich langzamerhand de bedding. Kon
\'t anders? Had de maagd niet haar standvastige en
reine liefde in tijden van moeielijkheid en waarin het
scheen als liet de bruidegom op zich wachten, getoond ?
Was niet die liefde en die trouw bekroond geworden met
\'n kus? Maar moest ook niet \'t eerste vuur dier liefde
haar natuurlijken loop hebben, door in een minder enthou-
siastische, meer kalme, beredeneerde, in een, als ik
\'t zoo noemen mag, meer bejaarde en vrouwelijke te
veranderen ? Natuurlijk! De eerst zwakke en gedweeë
maagd geraakte in vuur en vol ijver voor de zaak
van haar Heer, wilde voor Hem en niet slechts met
Hem medestrijden, waande die zaak als \'t ware niet
langer in genoegzaam krachtige handen, en werd vrouw.
Te veel vuur, te vol ijver! Zij vergat haar positie,
■en wilde mede leiden in plaats van zich tevreden te
stellen met \'n meer maagdelijke, passieve rol.
Het wetenschappelijk Europa werd door reflex-invloed
•der Reformatie met \'n vernieuwerwetscht oud licht
beschenen. Bacon deed \'t stelsel van Aristoteles her-
leven, en zelfs tot op de kansels drong \'t flikkerlicht
■daarvan door. Wijsbegeertens, zoo bespiegelende als
-ocr page 10-
8
zedelijke, werden gesmeed, overeenkomstig \'t kader, dat
sommigen zich gevormd hadden van het hoogste doel
van zedelijke verplichting.
De wet klonk niet meer: „Hebt God lief boven
alles", maar: „Hebt \'t Recht lief boven alles", „Hebt
\'t geen \'t nuttigst is lief boven alles", „Hebt Plicht
lief boven alles", „Hebt \'t schoone, \'t Ideale lief boven
alles". Europa en Amerika verwierpen den gekruisig-
den Christus, om \'n Cousin en \'n Coleridge in hun
transcendentalisme te volgen.
De Kerk in een woord werd polemisch, symbolisch,
scholastisch.
Ook de invloed van \'t leven der Parijsche 9Grand
monde"
is niet gering te schatten, als factor in \'t
langzaam ondergaan der Nederlandsche Zon.
De geschiedenis der 18de eeuw is te treurig om er
bij stil te staan. De vrouw, die in de p\'aats van haar
Heer was getreden, de ziel, die \'t werk van den Geest
op zich had genomen, had noodwendig misgetast, en
was slechts vleeschelijk en niet meer dan zielkundig
te werk gegaan in hare keuze van middelen om \'t
Gods doel te verwezenlijken. Van het mysticisme, op
zich zelf reeds verkeerd, verviel de kerk in rationa-
lisine.
De gevolgen bleven niet uit. Er werd geenerlei
werking des Geestes meer geopenbaard. Er kwam al-
gemeen ongeloof en gegrond wantrouwen in al wat
priester was.
Of zag de wereld soms niet, dat men den kansel
beschouwde als \'n middel om munt te slaan? Merkte
men niet, dat \'t aantal nauwgezette en voor de een-
voudige waarheid oprecht strijdende predikers steeds
-ocr page 11-
9
geringer werd, en wereldsgezindheid in de plaats trad
van \'t Dienaarschap?
Wat zou het thans baten zoo de waarheid al ver-
kondigd werd, want die vond toch geen weerklank
meer in de gemoederen.
Het Democratisch beginsel won veld. De groote Demo-
craat kroonde zijn zoon tot Keizer van den zetel der Moe-
derkerk. De volkeren, nog niet rijp om met zulk een kras
ingrijpen tegen den nog sluimerenden eerbied voor \'t
ecclesiastisch gezag, kalm meê te gaan, Averden bang
en angstig. Zij wisten wat \'t verleden hun gegeven
had, maar de toekomst konden zjj en durfden zij nog
niet doorzien, en evenals \'t kind zich vreesachtig
vastklemt aan moeders rokken op \'t plotseling hooren
van \'n leeuwengebrul in \'n Dierentuin, zoo ook snelden
de volkeren in allerijl naar de eilanden en naar de
bergen en naar de heuvelen, om steun en protectie
der Kerk. De positie der Kerk en Kerken werd door
deze slingerbeweging der volkeren natuurlijk in niet
geringe mate versterkt. Maar het beginsel, dat de
volkeren afstootte, trekt hen thans weder aan, en heeft
dat reeds sedert geruimen tijd gedaan. In alle oorden
van Europa en ook in \'t Westen, wordt den volkeren
geleeraard wat democratie, gezond of ongezond opge-
vat eigenlijk is, en voor hen worden kan. Zij verliezen
hun vrees, en meenen kloekmoedig de toekomst te kun-
nen ingaan, steunende op de holle beloften van zelf-
zuchtige en dikwijls eerzuchtige leiders, omtrent een
gouden eeuw, waarin priesterheerschappij en gewetens-
dwang ongekende zaken zullen zijn en allen een vol-
komene en ongebondene vrijheid zullen genieten; waarin
een ieder naar zijn intrinsieke waarde zal worden
-ocr page 12-
10
geschat en beloond, en geen knie meer te buigen zal
hebben voor vorst of overheid; waarin alleen \'t men-
schelijk genie, de wetenschap en de kunst zullen triom-
pheeren over al wat niet goed is en onedel, en de
rechten van alle burgers gelijk zullen zijn.
Hoe zij, die volkeren, zich vergissen zullen, aan
welke wanhoop zij ten prooi zullen komen, na of te
midden reeds der ontgoocheling, wanneer in de beslist
naderende volheid der tijden, de verschillende maatschap-
pelijke duisternissen zullen worden verlicht met Het Licht
dat spoedig komen moet, daarvan kan alleen de waar-
achtige Bruid zich eenigszins \'n denkbeeld vormen.
Velen, die \'t naderend gevaar inzagen, hebben met
of zonder de hulp der bestaande kerken, met of zonder
Evangelie op zuiver Catholischen grondslag berustend,
maar in elk geval met reine bedoelingen, en warme
harten in het belang van \'t volk, den arbeid trachten
te doen, waaraan de kerken zich schenen te onttrekken.
William Booth b. v., bijna tot wanhoop gedreven door
de laksheid zijner Anglikaansche kerk, was, naar hij
aanvankelijk meende, \'t middel waarvan de Godheid
zich bedienen zou om \'n laatste poging in het werk te
stellen tot redding van \'t menschdom.
Dit wanbegrip moest natuurlijk slechte gevolgen
hebben, en had die ook. Maar toch heeft de Booth-
beweging en andere analoge bewegingen, met al haar
voor en tegen, \'n algemeen bewustzijn in den boezem
der kerken doen ontwaken van plichtsverzuim en
plichtsverzaking. In Engeland, Frankrijk en Neder-
land zijn priesters en predikanten wakker geschud en
aangevuurd geworden, om philanthropische instellingen,
zendingen, genootschappen en wat al niet, als zoovele
-ocr page 13-
11
steunsels der kerk in \'t leven te roepen. Als verschijn-
selen van den wakker wordenden kerkgeest, verdienen
die inrichtingen alle goedkeuring, en wie om hare
zwakheden niet haar den spot zou willen drijven, of
er de neus voor ophalen, omdat zij slechts gevoels-
uitingen zijn, ofschoon redelijke van geïsoleerde indi-
viduen, en allen min of meer slechts de kleur van
haar leiders, in plaats van een besliste kerkkleur
weergeven, is een dwaas, die nooit gevoeld heeft wat
het zeggen wil het juk van \'n ander te dragen.
Maar \'t is niet te ontkennen, en \'t wordt ook niet ont-
kend door godgeleerden, dat „de Eeuwige" zich van deze
onvolkome hulpmiddelen, als bv. \'t Leger des Heils, heeft
bediend om Zijn doel met, in en door de kerk te bereiken.
Dat er een vaag algemeen verlangen in de kerk
bestaat om tot den idealen toestand van voorheen terug
te keeren, staat onbeweeglijk vast. Velen zijn zich
zelfs bewust van de dringende noodzakelijkheid van
zulk een terugkeer.
Wij beloofden aan allen die belang stellen in de
uitbreiding en bevestiging van Gods koninkrijk, om
ons nader te verklaren omtrent de redenen waarom
wij een zuster-organisatie, ondergeschikt aan en onder
controle van de kerk noodig achten.
Dit hebben wij thans gedaan.
Ons blijft nu nog over \'n duidelijk omschreven denk-
beeld te geven van \'t door ons ter sprake gebrachte
middel om die uitbreiding en bevestiging meer onder
\'t Nederlandsche volk te verwezenlijken.
Wij willen \'n Kerkleger, — maar uitgaande van en
bestuurd en onderhouden door de Nederlandsche Her-
vormde Kerk.
-ocr page 14-
12
Onze eenige drijfveer is de liefde voor \'t Kruis.
Onze eenige theologie: God lief\'te hebben boven alles
en onze naasten als ons zelven, en praktisch op te treden.
Wij richten ons tot de Nederlandsen Hervormde
Kerk, omdat die niet alleen de nationale en de oudste
is, maar trots hare gebreken en vele zwakheden, gedu-
rende drie eeuwen en meer, door alle stormen heen, de
toets doorstaan heeft.
Wij hebben menschkundige en praktische ondervin-
ding opgedaan als officieren in het Leger des Heils, —
waarom wij dat Leger verlieten, deelden wij mede in
ons „Protest" — zijn op de hoogte van \'t vóór en
tegen van \'t Legerstelsel, weten de klippen te ver-
mijden waarop \'t Leger reeds zoo dikwijls gestrand is
en eindelijk onvermijdelijk schipbreuk lijden zal, en
hebben dus \'n oordeel aangaande de wijze Avaarop \'n
dergelijke organisatie zou moeten worden ingericht.
Dat oordeel spreken wij echter niet apodictisch als
het beste uit, maar verklaren ons integendeel bereid,
het voor een beter in te ruilen. Sommigen mogen
wellicht vallen op de eenigszins Anglikaansche of Epis-
copaalsche tint, die ons organisatie-plan zal kenschetsen,
maar daarop antwoorden wij eenvoudig, dat wij Neder-
landers niet weten wat organisatie op groote schaal
is, en dus \'t voordeel er van ook niet kunnen beoor-
deelen.
Het kerkleger, of hoe men het noemen moge, moet
hebben: \'n Bestuur, bestaande uit:
1. Een Algemeenen Raad van Toezicht,
samengesteld uit predikanten der Nederlandsch Her-
vormde Kerk.
-ocr page 15-
13
Ieder lid moet eerelid zijn.
Aan dezen Raad moet worden toevertrouwd en op-
gedragen de geestelijke leiding van alle arbeiders.
Hij moet hebben liet oppertoezicht over alle fmantiën.
De leden van dezen Raad moeten minstens eenmaal
in de maand vergaderen, om de algemeene sociale
belangen van \'t volk te bespreken, en dienovereenkom-
stig besluiten te nemen en orders uit te vaardigen.
Daar het Kerk-Leger in de eerste plaats \'n Natio-
naal en in de tweede plaats \'n Provinciaal karakter
moet dragen, dient elke Provincie haar Sul)-Raad van
Toezicht te hebben, die èn de Provinciale èn de
verdere plaatselijke belangen behartigt. Maar waar
\'t geldt \'t treffen van nationale en ingrijpende sociale
maatregelen, als de onderwijs-questie, enz., moeten
de Provinciale Kaden zich in contact stellen met den
secretaris van den Amsterdamschen Raad, die \'n Comité
bijeenroept, bestaande uit al de Hoogleeraren van den
Algemeenen Raad, door welk Comité alleen in derge-
1 ijke questies zal worden beslist, en dat de bevoegdheid
heeft, zoo het dit wenschelijk en noodig mocht achten,
om den Algemeenen Raad in zijn geheel op te roepen.
2. Een Secretaris van den Algemeenen Baad.
Zijn standplaats moet zijn Amsterdam.
Door hem moeten alle besluiten en orders aangaande
de sociale operatiën der organisatie, door de Raden
van Toezicht uitgevaardigd, worden getransmetteerd
aan de verschillende Districts-Hoofden.
Hij vormt de eenige schakel — (voor geestelijke
zaken uitgezonderd, daar die met de zuiver administra-
tieve en sociale questies niets te maken hebben, en
-ocr page 16-
14
direkt door de Raden kunnen worden behandeld met
de Districts-Hoofden en verdere „ arbeiders") — tus-
schen de Raden van Toezicht en de .arbeiders "
Hij houdt de notulen, voert de correspondentie, roept
Comités van Hoogleeraren bijeen, houdt de administratie
der boeken, benevens de administratieve controle over
alle Districts- en sociale boeken. Natuurlijk wordt hij
in dit werk bijgestaan door assistenten, die zaakkundig
op de hoogte zijn.
Zijn salaris moet bedragen f 15.— in de week en
vrij wonen. Hij moet niet \'n van zich zelf gefortu-
neerd man zijn. Zijn liefde voor \'tmenschdom moet
practisch blijken uit \'t feit, dat hij of \'n goede positie
of zeer goede vooruitzichten prijs geeft ter behartiging
van \'t algemeen belang.
Van \'n ander slag .arbeiders" kan \'t volk onmoge-
lijk gediend zijn.
3. Districts-Hoofden.
Zij op hun beurt centraliseeren weder de admini-
stratieve zaken der .arbeiders" in hun districten, be-
hartigen tevens hun sociale belangen en dragen die
voor aan de Raden van Toezicht van de Provincies,
waartoe zij behooren.
De Districts-Hoofden bekleeden ongetwijfeld de be-
langrijkste en de meest verantwoordelijke positie in het
Kerk-Leger. Op hen rust de verplichting zich op de
hoogte te stellen en te blijven stellen van den aard
en den omvang van hun werk, de geestelijke en
sociale toestanden en nooden van \'t volk te bestudeeren,
de resultaten hunner studies aan hun arbeiders mede
te deelen, hen te inspireeren en eens in de maand
-ocr page 17-
15
nauwkeurig, getrouw en gemotiveerd verslag aan de
Raden van Toezicht hunner Provincies uit te brengen.
Zij belasten zich met het innen en administreeren der
gelden voor huur, belasting, gas, enz. door hun „arbei-
ders" in de verschillende „corpsen" bijeengebracht, en
verantwoorden die maandelijks aan den Secretaris, opdat
deze aan het einde van \'t jaar nauwkeurig verslag zou
kunnen opmaken van al de geïnde en uitbetaalde gelden.
Zij moeten zorgen, dat de , arbeiders" hun finan-
tieele verplichtingen, zoo veel als in hun vermogen
ligt, nakomen. Zij zorgen verder door speciaal te
houden collecten en andere gewettigde middelen, dat
alle finantieele tekorten in hun districten gedekt wor-
den. Zij moeten van het beginsel uitgaan zich zelven
te onderhouden. Alleen in hoogen nood, en wanneer
er duidelijk blijkt, dat hunne krachten hierin tekort
schieten, zullen zij zich wenden tot de Raden van
Toezicht hunner Provincies, die hun steun ook niet
ontzeggen zullen.
Zij ontvangen wekelijks van den secretaris het bedrag
der gezamenlijke salarissen hunner „arbeiders", keeren
die regelmatig uit en zorgen voor de „kleeding" en
„zieken"-fondsen dier „arbeiders", door daarvoor weke-
lijks kleine bedragen van de salarissen af te houden.
De salarissen der District-Hoofden moeten bedragen
f 13.50 in de week en vrij wonen. Ook zij moeten
de bewijzen leveren, dat zij hun positie niet aanvaard-
den om der wille van tijdelijke belangen, maar uit
liefde tot God en de menschen.
„De arbeiders".
Met „arbeiders" bedoelen wij wat \'t Leger des
Heils noemt „corps officieren".
-ocr page 18-
16
Deze personen maken de kern van de organisatie
uit Zij zijn de uitvoerende macht, de volksleiders, de
evangelisten, de vrienden der armen en der behoeftigen,
der zwakken en der verdrukten. Zij moeten onder
\'t volk leven, met \'t volk medeleven, zijn lasten helpen
dragen en het opheffen uit \'t slijk en de ellende en
uit de geestelijke armoede waarin het verzonken ligt.
Het volk heeft behoefte aan liefde, aan warme liefde,
\'n hartelijken handdruk, en \'n waarachtig en gemeend
„God zegen u\'\'.
De „arbeider\'\' moet zich ten doel stellen het ver-
troinven van \'t volk te winnen. Heeft hij dit eenmaal,
dan vindt zijn woord ingang, clan wordt zijn raad aan-
genomen. Liefde wekt liefde, en vertrouwen opent de
harten. Maar zonder Liefde wordt meer kwaad dan
goed gesticht, omdat de geheele verdere tverkelijke
geestelijke opbouwing en ontwikkeling van den mensch
op dat beginsel berust en daarvan uitgaat. Vormt de
liefde dus niet den grondslag, en de drijfveer van
\'t zielkundig evolutie-proces, dan vormt zich in de
conscientie van den mensch \'n koud fatalistisch geloof,
dat in zich zelve dood en doodend en voor geen verdere
opbouwing en ontwikkeling vatbaar is.
\'t „Gaat heen in de lieggen en steggen, en noodigt
ze tot den bruiloft", door Christus bevolen, en \'t niet
minder als bevel klinkend „Geeft gij hun te eten",
moeten de grondslagen vormen hunner „orders" en
„reglementen".
Hieraan moeten ze gehoorzamen. Hiernaar moeten
ze leven. Hiervoor moeten zij strijden. Dit is de
zending, en er is er geen andere.
Maar om deze roeping goed te begrijpen is volko-
-ocr page 19-
17
men overgave van Geest, ziel en lichaam aan God,
\'n noodzakelijke voorwaarde.
Dat wij dit (dien duidelijk beseffen mogen!
\'n Arbeider is zijn loon waard!
De salarissen der „arbeiders" moeten bedragen
ƒ12.— in de week en vrij wonen.
De Kweekscholen.
Waar iemand vormend wensclit op te treden, moet
hij eerst gevormd zijn, en om dat te worden is de
kweekschool de eerste vereischte. Om \'t volk iets te
geven, moet men eerst iets ontvangen.
De kweekschool is de aangewezen jtlaats voor
\'n anderhalfjarige streng dogmatische onderlegging in
de waarheden der Heilige Schrift, en onderwijzing in
de kerkgeschiedenis, zoo algeineene als nationale. Alle
scholastiek, philosophie en doode talen moeten ver-
meden worden. Wij moeten niet vergeten, dat deze
„training" volksmannen, volksvrienden en volksleiders
moet maken.
De kweekschool moet in Amsterdam haar zetel hebben.
De Directeur der kweekschool moet \'n salaris ge-
nieten van f 13.50 in de week en vrij wonen.
Zonder twijfel zal de geschikte man voor deze be-
trekking gevonden worden. De predikanten konden
beurtelings in de kweekschool lezingen houden.
Het sociale werk.
Deze branche van werkzaamheid, in verband tot den
nood der tijden, is beslist noodzakelijk. Wij moeten
niet alleen de zielen voeden, maar ook de maag, en
-ocr page 20-
18
zooals Mark Guy Pearse zegt, zorgen dat de ruggen
gedekt worden. Aan \'t verheven geestelijke, moeten
wij \'t alledaagsche weten te verbinden. En wat is meer
alledaagsch clan voedsel en kleeding?
De fondsen waarmee dit werk moet worden gedre-
ven en in stand gehouden, moeten verkregen worden
door kleine jaarlijksche contributies van b.v. f\\.— tot
\'t geven waarvan de predikanten hunne gemeenteleden
van den kansel kunnen uitnoodigen.
Deze fondsen moeten, zoo noodig, worden gestijfd
door giften en door gelden, bijeengebracht door speciale
collectanten.
Het publiek moet verzocht worden om kleederen te
geven. De dakloozen moeten bij hun eerste intrede
in de shelters gebaad en geheel verschoond en gekleed
worden met de ontvangen kleederen.
Zij krijgen acht dagen kosteloos logies en voeding,
terwijl zij worden aangespoord om in de Maatschappij
werk te vinden. Zij worden gecontroleerd in hoever
zij dat doen. Zoo zij na acht dagen zoeken nog geen
werk hebben gevonden, krijgen zij een tweede en laat-
ste „ticket" voor acht dagen kosteloos logies en voeding.
Zoo er blijkt, dat zij in die veertien dagen geen
moeite hebben gedaan, om aan werk te komen, wor-
den zij eenvoudig voor goed geweerd. Zoo zij daaren-
tegen wel moeite gedaan, maar vruchteloos geloopen
hebben, verschaft het „Sociale werk" hun arbeid, als:
houtkloven, matten en borstels maken enz., waar-
voor zij krijgen vrij logies en voeding, na voor ƒ0.30
per dag kracht te hebben omgezet.
Er moet zijn:
\'n bureau van werkverschaffing.
-ocr page 21-
1!»
Zoo er werk voor den daklooze door dit bureau
gevonden wordt, verbindt de werkman zich tot \'t betalen
van 5 pet. van zijn verdiensten, gedurende hoogstens
één jaar, bij wijze van „commissie". De werkzaamheden
van dit bureau kunnen een groote vlucht nemen, daar
\'t plan van de Kerk uitgaat.
De dakloozen komen onder behoorlijken geestelijken
invloed en bij \'t verlaten van den shelter blijven zij
onder toezicht van huisbezoekers of bezoeksters.
Er moeten zijn verschillende branches van Industrie.
Er moeten bosjes brandhout gemaakt volgens Fransch
model, en voor den verkoop contracten met buiten het
Kerkleger staande particuliere handelaars worden aan-
gegaan, teneinde dezen geen concurrentie aan te doen,
en daardoor niet in strijd met de belangen van den
handel te geraken.
Dergelijke contracten moeten worden aangegaan ook
ten opzichte van andere te exploiteeren branches van
Industrie.
Er moeten verder zijn :
Volkslogementen,
Beddingshuizen voor Gevallen Vrouwen,
enz. enz.
Dit alles moet van de Kerk uitgaan, en op groote
schaal worden georganiseerd. Anders is geen ingrijpen
in de rotte en ziekelijke toestanden der maatschappij
mogelijk.
De salarissen van de directeuren der verschillende
branches van „het sociale werk" moeten bedragen
f 13.50 in de week en vrij wonen.
Ieder gesalarieerde „arbeider" in \'t Kerkleger moet
geheel onthouder zijn.
-ocr page 22-
20
Een eenvoudig, maar niet militair uniform, is zeer
aan te bevelen.
De Evangelische „ arbeiders" dragen een klein rood
knoopje op den kraag der jas.
De administratie-mannen, die als \'t ware de middel-
schakel vormen tusschen de Evangelische en Sociale
„arbeiders", daar zij over beiden administratieve con-
tröle uitoefenen, dragen op den kraag der jas \'n klein
wit knoopje, en
De Sociale „arbeiders" onderscheiden zich door \'t
dragen van blauwe knoopen, terwijl de „zusters" het
oranje voeren.
Dat \'t Nederlandsche Kerkleger zijn plicht moge
nakomen, geïnspireerd door \'t geschiedkundig gewicht
aan deze kleuren verbonden !
Tabel van salarissen en fondsen.
Ter
hand te
stellen
salaris.
lil
Zieken-
fonils.
Klee-
ding-
fonds.
Totaal.
Secretaris.
Gehuwd.
Ongehuwd.
15.—
10.50
1.60
l.CO
0.60
0.50
3.90
3.40
21.—
15.—
Districts- Hoofden.
Redact\'. van K. L. Cr\'.
Direct", van het soeiale
werk en de kweekschool.
Gehuwd.
Ongehuwd.
12.50
9.—
1.60
1.60
0.50
0.50
3.90
2.40
18.50
13.50
Mannelijke arbeiders.
Gehuwd.
Ongehuwd.
Gehuwd.
Ongehuwd.
10.—
7.50
0.—
1.60
1.60
0.50
0.50
3.90
2.40
16.—
12.—
Vrouwelijke arbeiders
voor Reddingshuizen,
enz.
1.60
0.50
1.90
10.—
-ocr page 23-
21
Om met ijver, moed en volharding en frissche energie
te arbeiden en gedurende een reeks van jaren dat te
blijven doen, terwijl men slechts \'n salaris geniet, dat
juist in de behoeften voorziet, maar ook niets meer,
is het noodig, dat de toekomst der „Arbeiders" in het
kerk-leger zoo riant mogelijk gemaakt worde.
Na 20 jaren harden arbeid, kan men rekenen dat
\'n niensch voor \'n groot deel versleten is en naar een
rustiger werkkring of\' althans naar minder arbeid ver-
langt. Dit verlangen is trouwens billijk.
Voor de hierboven vernielde wekelijks te betalen
assurantiepremie, verzekert de „arbeider" of\' „arbeid-
ster" zich na 20 jaren een kapitaaltje van ƒ 2000, dat
deze bij de Maatschappij op rente kan uitzetten, zoo
deze eventueel in het werk mocht wenschen te blijven.
Wij hebben als maatstaf\' voor de berekening der
premie aangenomen den ouderdom van 25 jaar voor de
in verzekering treding der , arbeiders".
Bij haar trouwen houdt de „arbeidster\'\' op haar
premie aan de Maatschappij te betalen. Bij overlijden
van haar man wordt haar \'t door hem verzekerd bedrag
van f 2000 uitgekeerd, en na de verstrijking van haar
20 jarige verbintenis met de Maatschappij, krijgt zij
even zoo veel maal l/ao van * door haar verzekerd
bedrag van /\' 2000 als zij als ongetrouwde, jaar-premies
gestort heeft.
Komt zij daarentegen te overlijden, dan krijgt haar
man dat bedrag.
Blijven man en vrouw leven, dan krijgt de man na
de verstrijking der 20 jaren /\' 2000 plus de som, die
hij krijgen zou als zijn vrouw vóór dien tijd kwam te
overlijden.
-ocr page 24-
22
Nemen wij dus als algemeenen regel aan, dat de
vrouw 5 jaren na haar in dienst treding in \'t Kerk-
Leger trouwt en beiden langer dan 20 jaar blijven
leven, dan ontvangt \'t echtpaar op plus minus 45 jarigen
leeftijd f 2500, voorzeker \'n aardig sommetje, waarmee
zij zich desgewenscht kunnen retireeren, om verder hun
krachten als auxiliaires aan den zaak des Heeren te
wijden.
De Kerk-Leger Courant.
Het doel van \'n „Blad" is om \'n stroom te leggen,
en voeling te houden met partijgenooten.
Dat zou voor \'t Kerk-Leger doel bepaald onontbeer-
lijk zijn.
De strekking der courant moet den ruimen geest
der kerk weergeven. Onder ruimen geest verstaan wij
den Christelijken en niet den over allerlei spitsvondig-
heden rittenden en kibbelenden geest van sommige
Christelijke partijbladen, ook niet wat men algemeen
verstaat onder „modernen" geest.
De redactie moet zijn degelijk, opbouwend, praktisch,
populair-wetenschappelijk, li.tterarisch, in een woord,
flink. En wij voor ons twijfelen er niet in \'t minst
aan, of die redactie zal aldus wezen, daar zij zal wor-
den toevertrouwd aan de bevoegde handen der Neder-
landsche kerkmannen.
De „arbeider", die over dit blad zal staan, moet
\'n salaris genieten van f 13.50 in de week en vrij
wonen.
De meest geschikte wijze om de courant snel en
zeker, en zonder de minste geldelijke risico ingang te
doen vinden door \'t geheele land, is haar in handen
-ocr page 25-
2.\'!
te geven van \'n energieken, en veel connecties heb-
benden Christelijken uitgever, die voor de administratie,
expeditie en exploitatie van de zaak zorgt, en con-
tracteert, op een voor \'t Kerk-Leger voordeeliger
wijze, dan wanneer het zelf de kosten zou willen
dragen van \'n eigen drukkerij, personeel, papier, lo-
kaalhuur, enz. enz., om bij garantie van \'n zeker aantal
exemplaren, bijv. van 3000, 5000, 10.000, 15.000, of
meer aan die getallen geëvenredigde sommen aan het
Kerk-Leger uit te betalen.
Ziehier in \'t kort \'n vage en onvolkomen schets van
\'t denkbeeld, dat al reeds sedert eenigen tijd in ons
sluimerde. De Neêrbossche conferenties, wij bekennen
\'t gaarne, deden ons besluiten om aan ons denkbeeld
vorm en zoo mogelijk leven te geven.
Wij zijn ons bewust van de vele moeilijkheden, die
de realisatie van zulk \'n plan in den weg staan, en
voorzien vele van de tegenwerpingen waarmede de
kerk te strijden zal hebben, maar waar wij vrijmoedig-
heid hebben om te gelooven, dat \'n hoogere lei-
ding de kerk tot dusver heeft bestuurd en geholpen,
zijn wij verzekerd, dat zij dezen strijd moedig het
hoofd bieden en overwinnen zal.
Tout découragement vient du diable!
Wij herhalen, dat wij ons oordeel over de inrichting
en samenstelling en regeering van \'t op te richten
Kerk-Leger niet, als ware dit het beste, hebben uit-
gesproken — dit zou voorzeker te aanmatigend zijn —
maar gaarne daarvan de zwakke punten zouden zien
aangetoond.
Toch meenen wij, na kalme overdenking en voorzien
-ocr page 26-
24
van de kennis, die wij in de laatste jaren hebben op-
gedaan van \'t werkelijk goede en praktische der orga-
nisatie van \'t Leger des Heils, en diep overtuigd van
de behoefte, die alom gevoeld wordt aan \'n krachtigen
arm om die gevallenen en verlorenen, die nu eenmaal
niet onder het bereik der kerk komen, de hand te reiken,
onzen plicht te hebben gedaan met de aandacht der
kerk te vestigen op de noodzakelijkheid tot het in \'t leven
roepen van een zuster-organisatie.
Als "n „Leger des Heils" met zijn nevenbedoelingen
er in geslaagd is zich \'n weg te banen door de pu-
blieke opinie heen, en zich de sympathie van velen
heeft weten te veroveren, wat zal dan \'n werk, met
zuivere bedoelingen en op \'n grondslag van wezenlijke
liefde berustend, niet tot stand kunnen brengen?
Als \'n „Church Army" in Engeland gunstig, zeer
gunstig zelfs werkt, waarom zou \'n „Kerk-Leger\'\' dat
clan in Nederland niet kunnen?
De zaak is slechts, dat het idéo \'n weinig ingang
vindt in de publieke opinie, en het plan van\'t „Church
Army" op Nederlandschen leest wordt geschoeid.
Wij erkennen gaarne al het goede, dat er gedaan
wordt voor en onder \'t volk in den boezem der Kerk.
Maar wij zouden het wenschelijk vinden dat er meer
gedaan werd en dat op groote schaal en dat eendrachtig.
Wij zijn overtuigd, wij weten, dat groote gaven in
de Kerk sluimeren, en slechts op \'n gelegenheid wachten,
maar op \'n afdoende, om te ontwaken en zicli naar
buiten met kracht te openbaren. Men glimlacht en
haalt de schouders op voor zwakke pogingen, als
„Christelijke Jongelings-Vereenigingen\'\' en zoo voort.
Ligt \'t al weer in de wet der jjsychische omwente-
-ocr page 27-
25
ling, dat \'t initiatief\' voor bewegingen, die een jongen
en krachtigen en middelstandschen geest kenschetsen,
niet genomen kan worden door \'n richting of school,
reeds lang bestaand en in den strijd des levens bejaard
en ietwat philosofisch, ietwat critisch misschien, te
wereldwijs, geworden is?
Wij moeten terug naar de kinderjaren, toen wij
ons nog klein gevoelden, en met meer eenvoud en
vertrouwen tot onzen God opzagen.
Hier is thans geen sprake van persoonlijk belang.
Tot dusverre zijn wij kapitein geweest van \'t schip,
dat als gedachte slechts, de zee der ideeën-wereld be-
varen heeft, maar als dit schip het enge kanaal der
gedachte verwezenlijking\' in zal stevenen, komt de
„Loods" aan boord en neemt \'t commando over.
Dit zij zoo!
Hoogachtend hebben wij de eer te zijn
Uw Dw. Dienaren
TOM LE GLERCQ.
E. J. VELLEMA.
J. NONHEBEL.
K. WEGKAMP.
JACQUES VAN VEEN.
D. J. VELLEMA.
G. A. BONTHUIS.
\'Mie ommexgde.
-ocr page 28-
Bij de Uitgevers JACQUES DUSSEAU & Co. te Amsterdam
(Bokin 160) is verschenen:
EEN PROTEST
tegen het
Leger des Heils
DOOR
TOM LE CL ER CO,
Met een naschrift van P. H. v. d. VELDE-
84 blz., groot 80. Prijs ƒ0.45.
De schrijver is volkomen op de hoogte van de toestanden
in het „LEGER DES HEILS\'\\ De Brochure bevat mede-
deelingen en feiten aan het publiek, tot nu toe onbekend.
De Arnhemsche Courant schrijft in haar nummer van
29 October 1892:
....» Wij bevelen de lesing van dit werkje met nadruk aan, ten
einde men een grondig oordeel kunne vellen over de werking van
het „Leger des Heils" in Nederland.
Maar meer nog bevolen wij die lezing aan om de laatste acht
bladzijden, gericht „aan allen die belang stellen in de uitbreiding
en bevestiging van „Gods Koninkrijk." W(j zouden wensehen, dat
daarvan konnis genomen werd door iedereen, van welke belydenis
ook en ook door hen, die aan geen geopenbaarden godsdienst
gelooven.
Het is een vurig, welsprekend beroep op allen die gevoel, ja
nok maar besef hebben van den. hoogen plicht der monsehenliefde.
De rede van Dr. Makk Guï Feaksk over het volmaakto gebed,
diens verklaring van het „Geeft gij hun te eten" is een aangrijpend,
diep gevoeld woord en eene overtuigende inleiding tot zyno con-
clusio: in Nederland een kcrklcgcr of hoe men het hecten mag op
to richten, maar waarbij niet het dogma, maar de liefde op don
voorgrond staat...... Men leze het vlugschrift van TOM
LE CLERCQ. \'t Is een woord uit het hart en het kost maar
eenige stuivers."
Verkrijgbaar bij alle Boekhandelaren en na ontvangst
van het bedrag bij de Uitgevers, aan bovenstaand adres.