-ocr page 1-
m ^ U5 tfZ
•
SAINT FOIX,
EEN VROOLIJK ÏOONEBLSPBL IN EEN BEDRIJF DOOR
HANS SOMMER, Op. 20,
(gedicht naar een stuk van A.LEXANDBE Duvai, door Hans von Woi.zogkn).
Onder de zeer vele dramatische componisten, die ik uit den laatsten tijd
heb leeren kennen, olijft Sommbb mij de facile princeps, d. w. z. de eerste,
die de volgenden ver achter zich laat. Om een voorbeeld te noemen : onlangs
verscheen een inuziektooneelspel in twee bedrijven, van Eugkn d\'Albert:
der Rubin. Te Carlsruhe is het onder Mottl reeds met succes opgevoerd.
Nu vergelijke inen dit werk, dat door verschillende Duitsche critici erg in
de hoogte is gestoken ij met Sommer\'s arbeid en \'t wordt aanstond» duidelijk
dat wij in der Rubin met een zeer zwakken eersteling te doen hebben van
iemand, die wel buitengewoon muzikaal is, maar zijn eerste schreden zoo
augstig op den gladden gletscher van een onbekend gebergte zet, dat hij
het ergste voor den goeden afloop van zijn tocht doet vreezen, terwijl Sommer
hem voorgaat met den vasten tred van den stoeren lang beproefden gids,
die volkomen weet wat hij doen moet, voor wien geenerlei gevaren in de
ijswereld bestaan.
Ook liederen worden in üuitschland gecomponeerd, niet meer bij het stuk,
geloof ik, maar bij het gewicht, van het papier natuurlijk. Daaronder zijn
ontzettend bedroevende prullen, bij groote uitgevers zelfs verschenen. Onder
hen, die van de nog levenden van meer dan gewone beteekenis zijn, staat
ook Sommer vooraan en Hugo Wole, een hier te lande nog totaal onbekende.
Brahms tel ik daarom niet mede omdat hij m. i., ondanks dat hij nog leeft,
1) Ik vertrouw die berichten slechts van enkele mij bepaald als onomkoopbare bekende mannen.
Der Rubin is uitgegeven bij JJreitkopf en Hürtki,, en, ga ik eens na hoe het ook bij hen ver-
schenen werk „Kranziscus vau Tiucl", te Amsterdam, ondanks een lliuke uitvooering zoo tamelijk
„dnrchgefallen", in vele muziekbladen wordt aangeprezen, dan vraag ik: „geilt das mit rechten
Dingen zur"
-ocr page 2-
2
altijd tot een vroegere (eigenlijk verouderde) periode heeft behoord en zal
blijven behooren. Sinds we weten hoe anders een lied kan zijn, kunnen
we onmogelijk vrede hebben met de talrijke, vrij monotone, weinig in karak-
teristiek afwisselende uitingen van Bkahms\' allerpositiefst absoluut muzikaal
talent. Zijn liederen zijn meest zeer vage stemmingsuitingen. M i. deed hij
beter slechts bij zuiver:absolute muziek te blijven, waarin hij buiten kijf
werkelijk veel grootsch heeft voortgebracht.
Doch nu naar Sommer\'s Saint Foiu\\
Het onderwerp is vroolijk, de tekst van Hans von Wolzogkn; hoe is
dat mogelijk ? vraagt wellicht de een of ander, die den hoogen ernst van
onzen grooten WAGNER-apostel kent. Zie hier hoe het gegaan is. Sommek
heeft het onderwerp gevonden in een der werken van Alexandre Duval. l)
De uitwerking van het zelfgemaakte scenarium, die aan een dichter opgedragen
was, beviel hem weinig, en de raad werd ingeroepen van zijn vriend
v. Wolzogkn. Dezen nu beviel liet nieuwe tekstboek evenmin en hij zag
zoo weinig heil in een omwerking, dat hij tot niet geringe aangename ver-
rasssing van den componist hein eene geheel nieuwe bewerking aanbood.
Zou men nu ook niet bevroed hebben dat v. W. zich spoedig voor een
vroolijk, ja in Frankrijk spelend onderwerp kon interesseeren, niemand, die
hem maar eenigzins kent, zal er ook maar even aan twijfelen, dat hij niet
door en door bekend is met en doordrongen van de eischen, gesteld aan
een tekst voor een muzikaal-dramatisch werk, hij, die als weinig anderen in
Wagner\'s denken en willen is opgegaan. Bij allen ernst voor de hoogste
levensvragen behoeft men het lachen dan toch ook niet voor altijd te hebben
afgezworen en hij is werkelijk uitstekend geslaagd; de tekst kan niet anders
dan voortreffelijk genoemd worden, er is een gang in de handeling, die ons
totaal ongemerkt tot het einde voortstuwt, de woordekeus en versificatie
zijn uitmuntend. Het geheel is gezond, los, geestig, humoristisch, en\'t spreekt
wel van zelf: zijn herkomst van iemand van hoogste beschaving nimmer
verloochenend, kenmerkt het daarbij een ineengedrongenheid die, zooals bij
den Meester zelf, ieder dichter tot voorbeeld zij, die een tekst voor een
muziekdrama schrijft, de situaties geknipt voor muzikale behandeling, en
nog wel heel in \'t bijzonder geknipt voor het talent van onzen Sommer,
m. a. w. we hebben hier met een werk te doen, waarin de tekstdichter geheel
1) Fransch theater-dichter, geb. 6 April 1767 te Remies; hy begon zijn loopbaan als ingenieur
eu architect, maar in 1791 voerde hem zijn eigenlijke roeping naar het tooueel; na eenigen tijd
lid van het Théntre fraucais te ziju geweest, wijdde hij zich verder geheel aan de literatuur in
behoorde tot de blijspeldichters, die ouder het eerste keizerrijk het meest in de mode waren. In
1812 werd hij lid der Academie en is 10 Jauuari 1842 te Parijs gestorven.
-ocr page 3-
8
te werk is gegaan zooals de toondichter zelf het zou hebben gedaan, als hij
er zich toe in staat geacht had. — Ja, Wagner was dichter èn van tekst
èn van muziek, en dit heeft enkelen reeds aanleiding gegeven om te be-
weren, dat wanneer het geheele muzikale drama niet van \'n dichtercomponist
stamt, een werken in Wagnkr\'s geest niet mogelijk wordt, laat staan dat
Wagner nooit te evenaren is. Het laatste wil ik gereedelijk toegeven: gaan
we na dat onder de groote kunstenaars Sophocles de laatste is geweest, die
èn tekst èn muziek dichtte, dan hebben we (dit we in Pythagoreïschen zin)
zeg maar 20(30 jaar den tijd, vóór een wónder-verschijning als die van den
Zauberer van Bayreuth zich herhaalt. Maar met de eerste opvatting kan ik
niet meegaan; ze heeft reeds slechte gevolgen in de werken van die eompo-
nisten, die waarschijnlijk onder den druk dezer meening en in de verbeelding,
dat hun toondichterlijk talent hen ook een even groot woorddichterlijk had
meegebracht, zelf aan het dichten van hun tekst zijn gegaan. Een goed
voorbeeld van de slechte gevolgen hiervan geeft bijv. d\'Aj.bekt in zijn
Eubin. Zelfs het scenarium is vrij kinderachtig (en hieromtrent moet de
toondichter zeker goede poëtische begrippen hebben) maar de uitvoering is
zoo jongensachtig hier en daar; dat men er over versteld staat hoe een
artist van beteekenis als d\'Ai.bert zoo naïef kan zijn om met een dergelijk
werk als ernstige kunst voor den dag te komen na Wagnkr, dien hij kent
en naar ik goed weet vereert. Neen, het geheele werk door twee vervaardigd
kan hooge kunst worden, mits bij volkomen goede verstandhouding, bij
geestverwantschap tusschen woord- en toondichter; wederzijdsch moeten zij
elkaar inspireeren, tot opofferingen moeten beiden in staat zijn, dan, ik
weet het, behoeft geen spoor van eenig dualisme, in elk waar kunstwerk
een onmogelijkheid, te bestaan; en zoo scrupuleus dat een volhouden haast
onmogelijk wordt behoeft bovendien door den tekstdichter niet gewerkt te
worden. Men denke niet dat Wagnkr bij het dichten altijd aan de muzikale
uitwerking heeft gedacht; enkele gevallen wijzen op het tegendeel; zóó te
gelijk als sommigen het wel meenen ontstond muziek en tekst bij Wagner niet.
Heb ik nu reeds gezegd dat de tekst ,/an sich" allen lof verdient, een
gedetailleerde behandeling kan bij een muziekdrama niet anders dan in
verband met de muziek plaats hebben; daartoe wil ik nu overgaan.
Het stuk speelt om en bij 1700 in een Fransche stad in de Vogezen; de
dramalis personae zijn: Chkvat.ikr von Saint-Foix, van het hof van
Loükwijk XIV, baryton, Florbki,, zijn neef, een officier, tenor, Markies
von Bkllkviixe, bas, Manon, diens dochter, sopraan, Nina, haar kamenier,
sopraan, Picaru, dienaar van St. Foix, tenor. Het tooneel stelt voor: inden
voorgrond de tuin van den markies, rechts de villa (in sierlijken rococo stijl) tot
welke een buitentrap toegang geeft; links en in de grootste helft van den
-ocr page 4-
4
achtergrond sluit een muur den tuin af van het hooger gelegen terrein van
een buitenlogement. Ter hoogte van den muur strekt zich op den achter-
grond een breed terras uit, dat zich aan de achterzijde van het logmentsge-
bouw aansluit en aan den linkerkant van het tooneel in geringere hoogte en
breedte zich naar voren voortzet, waar een belvedère juist boven den
tuininuur het terras afsluit. Dicht onder die belvedère in den tuin van
Bellevillk een door struikgewas omgeven steenen bank.
Na een paar maten, die het eigenlijke motief van den held dikwijls voor-
afgaan, de verwachting naar hem uitdrukken, brengt het voorspel een echte Sara-
bande, waarin deze oude vorm fijnen geestig met de nieuwe elementen onzer kunst
verbonden is: //Es klang so alt und war doch sonëu!" Verschillende andere
motieven worden ons dan voorgesteld, ten slotte het prachtige, breede,
SAiNT-Foix-inotief, (we zullen het zien, liet kenmerkt den held volkomen,
het is zijn //wil") dat de mooie inleiding, uitstekend geschikt voor een
afzonderlijke concertuitvoering, na een kleine thematische, draraatischen strijd
aanduidende bewerking in vollen glans herhaald, afsluit. Met een snellen
diatonischen gang in C (om ook deze handeling te illustreeren ?) gaat het
scherm open.
Een feestelijk uitgedoscht gezelschap van heeren en dames is op het
terras tot ontvangst van St. F. vereenigd. In een echt modernen koorsatz,
natuurlijk zooals de Meester het ons allen voor goed gewezen heeft, beklaagt
men zich over het uitblijven van den lang verwachten //Unser theurer, unser
grosser, heissbegehrter, Frankreichs einziger Saint-Foix." Men hoort de post
aankomen en schikt zich reeds den gast waardig te ontvangen, muziek (op
het tooneel) laat zich hooren, daar komt Florbel, die ging om S. F. af te
halen, terug, berichtende dat zijn oom, dien \'/als Helden der Bravour, des
(icistes und der Frohnatur, als Virtuos mit Wort und Schwert wir Alle
lange sclion verehrt", met de post niet is aangekomen, en welke reden
heeft hij gehoord? \'/Hort! (p.p.) Auf der letzten Station, scliickt er bei Seite
den Postillon — \'s gab einen kleinen Fhrenstrauss — den ficht er nur eben
vorher noch aus". Meesterlijk is de geheele behandeling dezer inleiding in
tekst en muziek, (ook de kleine herhalingen van Flokbei.\'s woorden, die
mij in den eerst afzonderlijk ontvangen tekst wat banaal leken, zien er in de
muziek al heel anders uit en zullen zeker een grappig effect maken) en, als
het gezelschap, is de hoorder niet minder gespannen om met den held kennis
te maken; dit duurt echter nog een poosje.
Onder een Menuet, als tooneelmuziek, waarvan geheel hetzelfde geldt
als van de Sarabande van zoo even, begeeft het gezelschap zich naar binnen;
als de deuren gesloten worden houdt ook de tooneelmuziek op. Florbel is
alleen achtergebleven, voorzichtig komt hij naar voren bij de belvedère en
-ocr page 5-
5
begint bij zijn guitaar een serenade van een gewis ieders hart winnende
bekoorlijkheid. Manon huppelt zacht de trappen der villa af, door Nina
aanstonds gevolgd; met behulp van raket worden niet Florbel teekenen
gewisseld tot afspraak van een samenkomst. Nog is die niet geheel geregeld
of de markies verschijnt. Met zijn meermalen herhaald : „o diese Nachbarsehaft!
(het drukke logement) sie tódtet mich bald", wordt wellicht wel wat al te
goedkoop succes gekocht. Hoe het zij, als de zanger den juisten toon treft
wil ik wei eens zien wie er niet hartelijk om lachen zal, en we hebben
immers met »ein heiteres Bühnenspiel" te doen! Belleville bemerkende
dat er door zijn dochter niet geheel gehandeld wordt zoo als het hem aan-
staat, tracht ter rechter tijd tusschen beiden te komen. Zeer komisch zal het
werken als, door de sluwe Nina geprikkeld, de markies ten slotte zelf
zonder het te weten het verwachte antwoord van Manon aan Florbel
omtrent het vstell dich ein" laat toekomen. De markies heeft met kracht
den bal van Manon met een rozentakje, het teeken der afspraak, dien Nina
\'n aller ijl op zijn raket tegen zijn eigen bal verwisseld heeft, op het terras
geworpen. //He" vraagt hij, „\\st er oben" ? //Ach nein, Herr Papa" zegt
Manon. ^Wie (Belleville) wagst du den Wurf nicht zu loben." "O ja,"
roept nu Nina, Manon aanstootende, //Herr Papa! Eures Preises (met
ondeugende buiging) sind wir voll", und Alles gcht so wie es soll." Florbel,
die den bal op het terras heeft gevonden, herhaalt van zijn serenade://Wenn
auf bunten Matten, dunkler schon die Schatten, naht dein Galan " Deze
scène nu moet men minstens in het klavieruittreksel voor zich zien om een
idee te krijgen van den in-vroolijken indruk, dien zij op den hoorder moet
maken. De muziek is keurig en kostelijk; men hoort wel eens aanmerking
maken op al dat recitatief in de moderne dramatische werken en ingewijden
weten dat dan meestal declamatorische zang bedoeld wordt. Nu moet. ik
bekennen dat enkelen van \'s Meesters zoogenaamde volgelingen reeds dikwijls
oorzaak gegeven hebben voor zulke opmerkingen van het publiek; ik denk
weer aan //der Rubiii" van d\'Albkrt, waarin herhaaldelijk plaatsen voorkomen,
die, \'t scheelt niet veel, zelf aan secco-recilatief doen denken. Met den
muzikaleu stroom, de niet eindigende melodie, staat liet dan bitter treu-
rig. Niets hiervan bij Sommer! De stroom der sehootie muziek kabbelt zoo
heerlijk onder den dialoog en de geheele handeling voort, dat de bekoring der
muziek op zich zelf geen oogeublik ophoudt te werken. Tusschen den
dialoog bevinden zich nu en dan ook nog stukjes //ensemble", geheel logisch
door de handeling gemotiveerd, o. a. als de markies stilletjes achter de
meisjes komen wil, zoo h, la quintet uit Die Meister zing er weet ge, lezer;
nu behoef ik niets meer te zeggen.
Bklleville deelt Manon, onder allerlei lof voor St. F., mede dat hij
-ocr page 6-
I
6
haar tot echtgenoot van den gevierden man bestemd heeft, hij verwacht zijn
a. s. schoonzoon elk oogenblik. //() weh das ist entsctzlich" roept Manon
uit, doch Bellkville besluit met het pathos ietwat van den landgraaf uit
Tawn.hS.user (bepaalde gelijkenissen zijn mij anders weinig of niet opgevallen): »Ioh
gab mein Wort, werd\'s nicht verletzen, und Manon wird die hohe Ehre schiitzen/\'
Picard dringt te voorschijn door eenige dienaren heen, die hem willen
tegenhouden, hij is een echt opgewonden standje, zoo\'n Davidehen", een
goede voorbereiding voor het optreden van zijn meester, wiens komst hij
aankondigt; een levendig druk motief kenschetst hem uitstekend.
Ook Picard gaat voort den held steeds meer en meer te karakteriseeren,
de wijze, waarop hij dit doet, vooral wat hij omtrent zijn lichtgeraaktheid
vertelt, doen Manon het ergste vreezen; als zij alleen met haar vader is
achtergebleven, barst ze in tranen los en als Belleville bezorgd vraagt :
//In Thranen, sprich, mein Kind, was giebt\'s?" (in zijn toon herinnert de
markies mij wel eens aan Pogneu) antwoordt Manon aan zijn borst: \'/der
Mann ist mir fiichterlich".
Zij krijgt van haar vader de belofte: //Bricht er den Frieden, dann uiuss
er mir forti"
Acht lakeien ijlen druk-ijverig uit het huis: //der Gast ist da!"
In wat volgt is aan elk onderdeel het kenmerkende van het echt natuur-
lijke te vinden. De ridder toont zich van zijne galante- zijde, als Manon
zegt: "den Buhm der Poesie wird Niemand Euch zu rauben je gelingen,"
heft Saint Foix een Hymnus aan, die ik tot de schoonste paarlen der
geheele lyriek reken; hier iti \'t geheel past hij als elk onmisbaar orgaan in
een levend wezen. Meester Somjikk heeft zichzelf hier overtroffen: #ftühmt
ihr der Götter stolz Geschlecht, Olympos hehre Pracht: Seht, auch ihr
König wird zum Knecht, und, Venus, Dir, (Manon\'s hand kussende) bleibt
die Macht!" //Kin Sanger ohne Gleichen!" zegt Bklleville van zijn gast,
wij herhalen het van ganscher harte van den meester, ook Manon blijft
niet buiten den invloed. //Er verwirrt uiit zarte.111 Ton, wo Florbel mich
beglückt!" Bkllkvillk kan zich niet weerhouden te verklaren hoe aangenaam
hem de persoonlijke kennismaking is na hetgeen de faam van des ridders
z/raschen Heldenthaten von Zank und Zwist, von heikien Aventiuren" enz.
in \'t algemeen vooruit van hem had gemeld. Zoo komt het tot bijzonderheden:
"Aber, aber mein Herr Bitter, was die Fama hier geraunt das blieb!" zegt
Manon. //Das blieb" herhaalt Bkllkviu.e. //Marchen", brengt nu St. Foix
in, nog lachende en vraagt na Belleville\'s dreigend //Histörchen" licht
geraakt: //Par exemple"? //Hundert für Eines", lacht Manon. Geprikkeld vraagt
nu St. Foix op nieuw //Par exemple?" en Manon verwijt: //Ihr wisst sie am
besten!" Allervermakelijkst is nu hoe St. Foix zijn //Par exemple" luid en
-ocr page 7-
7
heftig begint, maar dadelijk zich bezinnende, lief en beleefd tegen Manon eindigt.
,/Nun par exemple" doet Manon hem geheel in denzelfden toon na;
//Karnen sie nicht nur eben von einem Blutgericht?" St. Foix lacht harte-
lijk, „Das haben Sie vernomrnen?" i/Kein Menschistganz vol/kommen! brengt
hij op de beide inleidingsmaten van zijn motief in \'t midden, dezelfde
maten, die aan de Sarabande in het voorspel nog voorafgaan. Toch niet als
een motto soms van den autenr, den in-bescheiden kunstenaar, als toespeling
op zijn eigen opvatting van het geheele werk ? Later herhaalt St. Foix dit,
zijn devies naar \'t schijnt, op gelijke wijze. — Echt galant een buiging makende
voor Manon, verzacht hij zijn scherp oordeel ,/vorzüglich neben Mademoiselle."
En nu moet hij vertellen hoe het toegegaan is, maar hiervan kan ik u zeker
geen denkbeeld geven, dat moet ge zien, \'k wed dat er heel wat gezond
gelachen zal worden in de plaatsen, die het voorrecht krijgen Saint-Foix
te ontvangen; en bij al deze grappen steeds een muziek, lezer, zoo geestig
en pikant, zoo interessant ook voor den absoluten muzikant, weet ge, als
men zich maar wenschen kan; altijd polyhoon in den goeden zin, met.
beteekenis aan de zelfstandige stemmen, niet van die veelstemmigheid om
haar zelfs wille te pas of te onpas aangebracht, zooals bijv. in dat vervelende
werk van E. Tinel: Franziscus.
Saint-Foix windt zich bij zijn verhaal zoo op, dat Bkli.uvillk, die het
ergste begint te vreezen, hem onder handen neemt.//Wolltest hier du Handel
wagen — Davon dein Heldenherz getraumt, Du musstest demi mir unge-
saumt entsagen" ! //Entsagen" vraagt de held driftig, //Entsagen" herhaalt
Belleville met nadruk en nu ontspint zich een driestemmige episode, die
door haar innige schoonheid niet het minst zal bijdragen om het werk een
ongekend succes te bereiden. Somjier blijkt door zulke trekken vooral een
componist //von Gottes gnaden" te zijn. Elk der personen is in zich zelf
gekeerd. De held geeft zijn karakter hier het duidelijkst te kennen : //Ehre
und Liebe, Liebe und Ehre, sie ringen urn mich wie feindliche Heere l" //Wer
will mein Beistand sein? oder bliebe Saint Foix allein?!" Zijn laatste
vraag doet reeds vermoeden dat de kiem voor zelfopofferende daden voor
ontwikkeling maar op het juiste moment wacht, eu veel beteekenend voor
den dramatischen gang, komt Picard nu juist zeer haastig uil het huis
geloopen : //Mein guad\'ger Herr, ich hab\' ihn schon!" Met dien //ilin" is
Florbel bedoeld, den neef van St. Foix, die in het stadje in garnizoen
ligt, naar hij wel weet; hem persoonlijk kermen doet hij niet. „Ich kannb
und liebt\' ihn in den Jahren, als er ein Kind, wir jünger waren ! O schone
Zeit!" — Saint Foix wil vertrekken om zijn neef op te zoeken, doch de
markies, steeds voor het ergste bevreesd, weet hem de villa binnen te doen
gaan, die hij, hem volgende, met zorg ai si uit.
-ocr page 8-
8
De avond begint te vallen en Florbel treedt op aan zijn afspraak ge-
trouw. Na zijn lieflijk melodisch verzoek aan dag en nacht om door ver-
dwijnen en optreden hein zijn liefste nabij te brengen, komen Manon en
Nina ; de laatste houdt zich op behoorlijken afstand en de beide geliefden
vinden gelegenheid tot een nieuwe en schoone varriatie op het eeuwig jonge
liefdes-thema. Zonder nog bijzonderheden te kennen weet Florbel nu dat
een gevaarlijk rivaal bestaat. „Zu neuem Abenteuer kehr ich wieder, steigst
Du nieder in der Diiinin\'rung Schleier." Als Belleville, die onraad ver-
inoedt, naar de meisjes in den tuin zoekt, sluipen St. Foix en Picard onge-
merkt achter hem aan het huis uit en weten te ontsnappen. Belleville
begeeft zich weer naar binnen en op het terras wordt het weer levendig;
de gasten zoeken de frissche lucht en liet voorstel van een hunner .om een
dansje in de vrije lucht wordt aanstonds aangenomen. Ken Sarabande?!
,/Wohlan! Fangt an! l>och tanzt mit viel Gefühl!" Als muziek op het
tooneel hooren wij nu de Sarabande van het voorspel nog eens, zoo karak-
teristiek voor den tijd o. a. der handeling. Wat zal die zich goed maken
ook door de kleederdracht van het eind der 17e eeuw!
Saint Foix, die naar zijn neef zoekt, verschijnt onder de gasten, en om
zijn afbrekend onomwonden geuit oordeel over hun dansen steekt er spoedig
\'n heftige storm van onaangenaamheid op, die Florbel (ook de neef kent
natuurlijk zijn oom niet) weet te bezweren. St. Foix is Florbel zeer
dankbaar, maar in zijn vriendschapsbetuigingen wordt hij den laatsten zeer
lastig, die op tijd ter met Manon afgesprokener plaatse wenscht te zijn.
Als hij geen kans ziet anders van den zich opdringenden man af te komen,
bekent hij hem maar waarom hij op zijn tegenwoordigheid niet gesteld is.
"Drum lasst mich allein." Doch de bekentenis heeft een heel andere uit-
werking dan verwacht werd. //Da bin ich grad der rechte Mann, vertraut
mir Fiure Sache an." Dit is Florbel te veel en het duurt niet lang of de
degens kletteren. Saint Foix, wiens eene hand bij de vorige gelegenheid
reeds is gewond, wordt nu ook nog aan de andere getroffen. Florbel betreurt
den afloop hartelijk, de vriendschap wordt op nieuw gesloten en op de steeds
aanhoudende vragen vertelt Florbel iets meer. //Nun denn! Mich drama\'s
zu der Liebsten zu eilen. Sie hat einen Namen mir mitzutheilen: ihr
Vater führt einen Freier ein!" Onbetaalbaar klinkt hierop dadelijk uit Saint
Foix\' mond: //Das wird ein alter Esel sein!" bij zijn eigen motief in volle
overtuiging! Als hij ten slotte belooft den jongen officier te helpen //sowahr
mir die, schone Manon beschieden", wordt het Florbkl op eens duidelijk
dat hij met een rivaal te doen heeft, en in zijn woede hem op nieuw tot
duelleeren willende dwingen, wijkt St. Foix al meer en meer achteruit en .. .
valt over den muur in den tuin van Belleville; daarover heeiigebogeu
-ocr page 9-
9
krijgt Ft.orbel op zijn berouwvolle vragen: //Hort ihr niich, lebt ihr noch?"
geen antwoord (het is intusschen zeer donker geworden). Daar ijlt Picaed
stormachtig het logement uit en op Fi.orbel toe, blijde den neef eindelijk
gevonden te hebben; spoedig weet deze nu ook wat hij zoo even gedaan
heeft. Onder luid geschreeuw om hulp verdwijnen ze in het logement. ..
Saint Foi\\ is intusschen bijgekomen van den schrik en moet vernemen
van de in pikdonker naderende Manon, die hein in Fi.orbel meent te herkennen,
hoe zij den neef boven den oom de voorkeur geeft; doch het reddingswerk
begint. Pxcakd aan het hoofd van het gezelschap met een groote stallantaarn,
ladders en touwen op het terras, Florbkl aan den andereu kant, na van
binnen de deur der villa opengetrapt te hebben, Belleville hem na, die
in Picard, welke vau een ladder in den tuin afdaalt een dief ziet, ja op het
plechtige algeiueene fortissimo //Saint Foix is todt!" den moordenaar; op
zijn roep //Wo steekt der Verführer der Tochter/1 komt de held eensklaps
tot aller groote vreugde uit de struiken te voorschijn. Alles wordt behoorlijk
aan Belleville verklaard en niet zonder eenige moeilijkheid overreedt
Saint Foix in ridderlijke zelfopoffering, waarbij hij zijn karakter steeds vol-
komen getrouw blijft, Belleville toe te stemmen in de vereeniging van
Manon en Florbkl, die den edelen oom door een innig gevoelden juichtoon
danken. //So kam ich ehrenvoll aus Liebesqualeu und darf der Liebe Zoll
in Ehren zahlen" eindigt de held en na Picard\'s vraag «was sagt ihr non
Ist das ein Held?" en Nina\'s aangedaan antwoord: //Ganz anders als alle
in der Welt!" wordt het geheel afgesloten met een echt verdiend: //Heil!
dem Parchen, Heil dem Papa, Heil dem edlen Herrn Saint Foix!"
Zoo hebt ge dus eenigen indruk gekregen, hoop ik, van den geen zweem
van slechtheid of ondeugendheid, geen idee van hatelijke toespelingen be-
vattenden goeden mooien tekst; omtrent de muziek kan die niet anders dan
veel vager zijn; ik had voorbeelden moeten gebruiken en dit gaat
moeilijk. Voor een heerlijke instrumentatie staat ieder met mij borg, die de
Lorelei-partituur kent en voor den zang is geschreven zoo goed, dat ik mij
een strijd voorstel onder de zangers om voor de rollen in aanmerking te
komen, wetende dat hun een reusachtig succes wacht. Mocht ik u, lezer,
nu maar zoo ver gebracht hebben, dat ge een klavieruittreksel aanschaft en
gaat bestudeeren 1). Ik ben zielsovertuigd dat ge reeds hierdoor u groot
en duurzaam genot zult bereiden; en dan later zeker niet zult verzuimen
een opvoering van het werk bij te wonen, kon \'t zijn, door uwe sympathie
zoo\'n opvoering tot stand te helpen brengen. Nog iets tot slot over het
1) Het is verschenen in commissie bij C. F. Leede, te Leipzig en kost 9 Mark netto, een
eer billijken nrijs!
-ocr page 10-
•*
10
geheel; men mocht mij soms verwijten het volgende niet opgemerkt te
hebben. De geheele behandeling zoowel in handeling, tekst en muziek ver-
raadt een onvoorwaardelijke vereering voor den Grootmeester van Bayreuth
en enkele gedeelten zullen u toeschijnen als vrij wel van Wagner afkomstig
te kunnen zijn. Geen sprake intusschen van ongeoorloofde navolging of
plagiaat, geen gelijkenis van motieven, die den hoorder het geloof aan
wezenlijke eigen vinding te moeilijk maken.
Neen, niets van dit al. De overeenkomstige behandeling alleen bestaat —
en die kan ook niet uitblijven, — wanneer eenmaal de heldere dag van het
zonnegenie is aangebroken, dan is <U weg tevens waargenomen voor alle
tijden, waarnaar men zoolang in \'t duister tastent zocht. Daardoor ook zal
men zeker vooreerst niet iets goeds vinden, waarin de invloed van den ge-
weldigen Richard niet duidelijk te herkennen is. Mag ik nog een vraag
stellen ? Wien is niet de groote aansluiting van Schubekt aan Beethoven
opgevallen ? Er komen tal van plaatsen bij Schübert voor, die den naam
des allergrootsten symphonikers niet zouden ontsieren. Welnu, zou er ooit
iemand gevonden worden die Schubert kan missen in den rei der onsterfelijken ?
Het zal, naar mijn vaste overtuiging, later bij de beoordeeling van Sommer
niet anders gaan. Men geve slechts zijn wonder vruchtbaar talent nieuw
voedsel. Hoe ? Alleen door aan zijn bestaande scheppingen de volle aandacht
te schenken, die zij boven veel anders zoo zeer verdienen, en zeker zal, na
tijden, onder de groote dramatische componisten naast Wagner onze groote
vriend Hans Sommkr met eere worden genoemd!
Dat een volgend onderwerp nu weer eens aan de ernstige muze worde
gewijd, waag ik te wenschen. Ook naar de steile hoogten der tragedie
brengen hem zijn krachtige vleugelen gewis!
j)riebergen, einde December 1893.                               Hugo Nolthenius.