-ocr page 1-
W$i ■ WfM ^^ //3^5
MEDEDEELINGEN
VAN HET
NEDERLANDSCH HULPCOMITE
•
TOT VERSPREIDING
van Gods Woord over de geheel e aarde,
,
DOOR HET
BRITSCH EN BUITENUNDSCH BIJBELGENOOTSCHAP,
i
n
aan allen, die in dezen rijk gezegenden arbeid belang stellen,
Meerdere Exemplaren zijn gratis verkrijgbaar, aan het Depot van
Bijbels van genoemd Genootschap van J. 6. KÖHLINGER,
Utrecht, achter den Dom, 6.
1893.
•
■-
;
-ocr page 2-
■■.\'<\'A ,
V
M ;;U ;
-■(j^m\'i
,
<
■ ■ •
h<*»:fcJ t>\'W-f\'
-\\-\' \'
-ocr page 3-
MEDEDEELINGEN
VAN HET
NEDERLANDSCH HULPCOMITÉ
TOT VERSPREIDING
van Gods Woord over de geheele aarde,
DOOR HET
BRITSCH EN BUITENUNDSCH BIJBELGENOOTSCHAP,
aan allen, die in dezen rijk gezegenden arbeid belang stellen,
1893.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Het Agentschap van het Britsch en Buitenlandsch Bijbclge-
nootschap
in Nederland werd, gelijk bekendis, den iste" November
1892 opgeheven, en daardoor aan een kostbaren en rijk gezegenden
arbeid voor ons dierbaar vaderland een einde gemaakt. Het
depot van Bijbels te Utrecht is voortaan slechts bestemd, om hen,
die de uitgaven van dit Genootschap boven andere verkiezen, de
gelegenheid te schenken, ze te bekomen.
Maar het heerlijke werk der verbreiding van het Woord van
God over geheel het aardrijk verdient en vindt ook onder ons
Christenvolk voortdurend belangstelling. Daarom, en om aan
onze Engelsche broeders te toonen, dat wij niet ondankbaar zijn
voor al wat zij, bijna 50 jaren lang, voor ons deden, en nog
doen voor onze overzeesche Bezittingen, werd ons hulpcomité
opgericht.
Het wenscht voor het Genootschap te Londen de gaven te
ontvangen van allen, die, hoe onderscheiden overigens in gevoelens,
daarin overeenstemmen, dat zij de verschijning onzes Heeren
Jezus Christus hebben liefgehad en zich onvoorwaardelijk buigen
voor het goddelijk gezag der door God ingegeven Schriften.
Evenals door den Vertegenwoordiger in Nederland van het
Britsch en Buitenlandsch Bijbelgenootschap telken jare een beknopt
verslag aan belangstellende vrienden is toegezonden, hopen ook
wij jaarlijks cenige mededeelingen te doen omtrent de werk-
zaamheden van dit Genootschap in de verschillende landen
der wereld.
Oppervlakkig beschouwd heeft het werk van het Bijbelgenool-
schap veel overeenstemming met dat van andere vereenigingen
-ocr page 6-
4
die het Godsrijk bevorderen. Zien wij het echter op de markt
des levens aan het werk, dan bemerken wij toch, hoezeer het
van anderen verschilt.
Het is als het ware een groot taalkundig instituut, waarin een
gansch leger van arbeiders in honderden talen aan het werk is,
om aan de volken in hun moedertaal het levend Woord van
God te brengen, hetwelk hen wijs kan maken tot zaligheid.
Met zulk een doel voor oogen werkt het Genootschap onop-
houdelijk voort; het kan niet stilstaan, zich niet terugtrekken,
zijne grenzen niet inkrimpen; de grootheid van zijn plan en de
ernst van zijn roeping verbiedt het, rust te nemen. De meeste
hoofdtalen zijn reeds door Gods Woord veroverd, maar er zijn
nog honderden in bezit te nemen. Door de talen van de volken
leidt de weg tot hunne harten.
Gedurende de laatste drie jaren is in twintig nieuwe talen de
Bijbel overgezet. Sommige, die zelfs geen eigen alphabet be-
zaten, zijn als het ware door Gods Woord van ondergang gered.
Als nu de geleerden met de hulp van den Heiligen Geest hun
arbeid hebben volbracht, dan is het werk nog slechts begonnen.
Nu gaan de honderden Bijbeleolporteurs en Bijbelvrouwen aan
den arbeid, om het eeuwige Evangelie aan rijken en armen, in
paleizen en hutten te brengen.
De verspreiding van Bijbels, N. Testamenten en gedeelten,
bedroeg in 1892 Vier millioen negen en veertig duizend zeven-
honderd zes en vijftig Exemplaren,
en zulks in driehonderd
talen of tongvallen.,
zijnde 60,541 meer dan in het vorige jaar.
Voor papier, binden en kosten van verspreiding des Bijbels
over de gansche aarde heeft het Genootschap uitgegeven de
som van ƒ 2,651,472.
Om het tekort van ongeveer zeven ton te dekken, dat het
vorig jaar opleverde, mocht het vele blijken van warme belang-
stelling, waaronder ook enkele uit ons vaderland, ontvangen
In Madagascar hebben bekeerde Heidenen een hulpgenootschap
opgericht, en een arme Colporteur in Frankrijk bracht de helft
-ocr page 7-
5
van zijne reiskosten ten offer; maar hoofdzakelijk in Engeland
hebben rijk en arm, uit alle standen der maatschappij en uit
alle protestantsche kerken, het Genootschap rijkelijk gesteund om
dit tekort te delgen.
Over het algemeen was de vraag naar Gods Woord toenemende.
De geheele wereld is als het ware door de vertegenwoordigers
van het Genootschap veroverd. Een ieder van hen heeft
tien, twintig, tot honderd colporteurs onder zich. Geen Zen-
dinggenootschap is bij machte zulk een werk te doen. In
Mohammedaansche landen als Egypte en Turkije, is de ver-
spreiding, niettegenstaande cholera en influenza, toegenomen. Van
Perzië komt de tijding, dat het volk aldaar meer dan ooit bereid
is den Bijbel te ontvangen. Ofschoon Arabic van de zijde van
Aden gesloten was, toch drongen de colporteurs van de andere
zijde Muscat en Bozrah binnen; zij zijn vol goede verwachting
voor de toekomst, omdat een ernstige geest des onderzoeks
onder de bevolking is ontwaakt. Het vertrouwen der Muzel-
mannen in hun godsdienst is op vele plaatsen geschokt, en
sedert jaren was de bereidvaardigheid om Gods Woord te lezen
niet zoo groot als thans.
In de Protestantsche landen van Europa is het verblijdend
waar te nemen, hoe de verschillende Bijbelgenootschappen, alle
kinderen van het Britsch- en Buitenlandsch, in hunne werk-
zaamheden vooruitgaan, en de taak van het Engelsch Genootschap
verlichten. Het Diti/sche verspreidde in 1881 170,000 exemplaren
en thans in 1892 326,000. Het Nederlandsche toog, na het verlaten
van het vaderland door het Engelsche, met verdubbelden ijver
aan het werk.
De Roomsche landen van Europa toonen voortdurend begeerte
naar het bezit van den Bijbel. In Oostenrijk werden 160,000,
in Italië 160,000, in Spanje 60,000, in Frankrijk 107,000, in
België 20,000 exemplaren verkocht. Het is niet mogelijk den
vrienden van de verspreiding van Gods Woord over de gansche
aarde in deze weinige bladzijden al de belangrijke ontmoetingen
-ocr page 8-
6
van de Colporteurs en dun kennelijken zegen op hun werk te
schetsen. Wie er meer van wil weten, schafife zich het geheele,
uitgebreide Engelsche Jaarverslag aan, dat weldra in het Utrechtsch
depot zal verkrijgbaar zijn.
In het, groote uitgebreide Russische rijk bedroeg de verkoop in
het afgeloopen jaar 516,379 exemplaren. Men neme eens de
kaart van dat kolossale rijk ter hand, en zie welke tochten het
groot aantal Colporteurs van uit hun centraal punten moet
ondernemen, van Polen tot hoog in het noorden aan de Witte
Zcc^
van de Baltische Zee tot in het verre Siberië; dan van
de Zwarte Zee tot over den Caucasus en tot aan de grenzen van
Perzic. In al deze landen vindt gij den trouwen, vaak onder
zijn zwaren last zwoegenden, Bijbel-Colporteur aan iedereen het
levensbrood aanbiedende. Ja in de laatste jaren zijn deze kloeke
mannen doorgedrongen tot in Centraal Azië, voor de poorten van
China en Thibet. Z\\] zijn de pionniers van het Evangelie. In
circa 30 talen verspreiden zij het onverganklijke zaad. Mijn
waarde lezer! is het niet een voorrecht, zulk een arbeid met
gebed en gaven te mogen steunen?
Richten wij onzen blik van het groote Russische rijk naar
het nog grootere Chineesche. Van de 140 Colporteurs, daar
werkzaam, zijn slechts 6 Europeanen. Hoe gaarne zag het Ge-
nootschap dit getal verdubbeld, ja verdrievoudigd, maar waar
zijn de jongelingen, die hun leven tot dezen arbeid aan den
Heere willen overgeven? Het is een beroep, dat geen eer of
aanzien geeft onder de menschen, en waarin men zich bloot stelt
aan allerlei moeite en ontbering. De Colporteur vooral is aan
den landman gelijk, die zaait en den wasdom aan den Heere des
oogstes overlaat. Wat zijn 140 Colporteurs onder 360 millioen
menschen! Toen de eerste zendeling W\\ Carey, nu 100 jaar geleden,
naar Indiè\' ging, vertaalde hij eerst het Nieuwe Testament, eer het
hem gegeven werd een enkelen inboorling te doopen. Twaalf
jaar later kwam het grootsche voorstel tot hem en zijne twee
medearbeiders, om Gods Woord in al de talen van Britsch Indie
-ocr page 9-
7
te vertolken, en in 30 jaar hadden zij in 30 talen of tongvallen
het Nieuwe Testament vertaald! Ue zendelingen in Indic kunnen
getuigen, welk een rijken zegen, ook voor hun werk, deze zware
arbeid gebracht heeft.
Het werk der Bij bel verspreiding is ook in China nu reeds
voor duizenden eene oorzaak der eeuwige behoudenis geweest.
In de meest afgelegen streken van het zoogenaamde Hemelsche
Rijk,
waar nooit de stem van een zendeling is gehoord, hebben
de Colporteurs den volke het Woord van den Heiland doen
hooren: „Komt allen tot Mij, gij die vermoeid en belast zijt, en
Ik zal u ruste geven." Gelijk de Bijbel ten tijde der Reformatie
ons geheel volksbestaan heeft vernieuwd, zal ook China met zijne
honderden millioenen zich eens voor dat Woord buigen. Het Britsch
Genootschap is daartoe het werktuig in Gods hand. In de 3 hoofd-
talen van het Chineesche rijk wordt de Bijbel herzien en verspreid
Japan, dat helaas, door staatkundige woelingen beroerd, thans
zijne gedachten van den godsdienst afwendt, hoewel het eerst zoo
veel goeds beloofde, houdt „Christen te zijn" niet voor vader-
landlievend, en beschouwt het Christendom als een plant van
vreemden bodem, niet voor dit land bestemd. „Zijt gij een
Japanees?" vroeg iemand verontwaardigd aan een Colporteur, „een
Japanees, die in vreemde boeken en leerstellingen handel drijft!"
Van dit misplaatste patriotisme heeft het Christendom veel moeten
lijden. Den oprechten Christen bloedt echter het hart, als hij
verneemt, hoe die achteruitgang ook toe te schrijven is aan het
verbasterd Christendom in Europa, wier leden onder elkander
zijn verdeeld, en in handel en wandel de leer des Evangelies
verloochenen. „Zijn dat nu de Christenen, wier leer men ons
aanbeveelt?" vraagt men. En het volk wordt hierdoor onverschillig
voor het Evangelie.
Opmerkelijk is het, dat er onder Boedhisiische schrijvers eene
moedeloosheid omtrent de toekomst van hunnen godsdienst
ontstaat, en dat zij gevoelen, hoe het vergeefs is, het Christendom
tegen te staan. Het Br. en B. Genootschap, in verbinding met
-ocr page 10-
s
het Amerikaansche en Schotsche, gaat, niettegenstaande allen
tegenstand voort liet Boek der boeken te verspreiden. Eene
nieuwe volksuitgaaf in Romeinsche letter is voor Indie ter perse.
Zoo zal ook in Japan eenmaal de Bijbel zijne-overwinnende
kracht betoonen.
Het Agentschap te Singapore met zijne werkzaamheden
op Java, Borneo, Suma/ra en andere Malcisehc eilanden
betreurt, dat er niet meer Europeesche Christenen gevonden
worden, die hunne krachten aan de Bijbelverspreiding wijden.
35788 Exemplaren werden door de Colporteurs verkocht. Binnen-
kort zal de nieuwe vertaling van den Javaanschen Bijbel en het
Maleische Nieuwe Testament gereed zijn, die meer verstaanbaar
tot het hart van het volk zullen spreken.
Dit kort bericht omtrent de werkzaamheden van het Britsch en
Buitenlandsch Bijbelgenootschap zou onvolledig zijn, zonder eenig
bericht omtrent dat Afrika te behelzen, dat tegenwoordig zoo
algemeen de aandacht trekt.
Alles op dit gebied is als het ware nieuw. Het Noorden en
Zuiden, het Westen en Oosten worden door het Bijbelgenootschap
bewerkt. Ook daar vindt gij de Bijbel-colporteurs aan het werk.
Overal, in Algiers, Tunis, Marokko kunt gij hunne sporen nagaan.
In het Zuiden treft gij deze mannen met den Bijbelwagen aan. Zij
doortrekken de Kaapkolonie, den Oranje- Vrijstaat en Transvaal,
overal, ook aan onze stamverwanten, in hunne moedertaal Gods
Woord aanbiedende. De meeste belangstelling wekt echter tegen-
woordig het binnenland. Naar Uganda zijn 30,000 Nieuwe Testa-
menten op weg; duizenden inboorlingen zien reikhalzend naar dezen
kostbaren schat uit. Ook aan den Congo en onder de Balolonegers
worden reeds enkele Evangeliën in hunne moedertaal gelezen.
Bisschop Tuckf.r van de Engelsche Kerk kon op het Kerstfeest
in eene fraaie kerk aan 5000 toehoorders te Uganda het Evan-
gelie verkondigen. Groote dingen heeft de Heere God daar in
betrekkelijk korten tijd gewrocht. Zending, Bijbelvertaling en
Bijbelverspreiding gaan er hand aan hand. Toen verleden jaar het
-ocr page 11-
9
Bijbelgenootschap een tekort had van zeven ton hebben vele Engel-
sche Zendinggenootschappen hunne giften gezonden, als zusterlijk
blijk van hooge waardeering en dankbaarheid. Ook enkele Dni/-
sche
Bijbelgenootschappen hebben hunne sympathie betoond.
In West-India, Centraal-Amerika, Chili en Peru, de Argcntijnsche
Republiek
en Brazilië heeft het Genootschap Agentschappen. Een
van deze Agenten getuigt van zijne Colporteurs: „Indien zij niet
meer hebben verricht, dan is het alleen, omdat zij niet meer
hebben kunnen doen."
Canada, Australië en Nieuw-Zeeland zijn de landen, waar
het Genootschap voor zijn uitgebreid werk een groot aantal
vrienden heeft, die de verspreiding van Gods Woord krachtig
steunen.
Het is zonder twijfel eene goddelijke beschikking geweest, dat
in 1803 op eene vergadering te Londen door enkele mannen
het voorstel werd gedaan Bijbels voor het Engelsche volk te
laten drukken. Het woord door Ds. Hugues, toen gesproken : „De
Bijbel voor de geheele wereld", was eene profetie, en is ver-
vuld: Gods Woord wordt in meer dan 300 talen verspreid. De
profetie in Daniel 7 : 13, 14, dat alle volken, natiën en tongen
den Zoon des menschen zullen gehoorzamen, moge nog verre
zijn, aan het Bijbelgenootschap heeft de Heere het voorrecht ge-
schonken, dat alle talen Hem verheerlijken zullen.
De mensen leeft niet bij brood alleen, maar van alle Woord
dat uit den mond Gods uitgaat. Alle volken der aarde zijn
dood, geestelijk dood, maar zoodra de Geest dit Woord als leven-
wekkend middel gebruikt, leeren zij den Heere Jezus kennen,
die de Waarheid is en het Leven. Den Bijbel te verspreiden is
een goddelijk gebod: het geldt een iegelijk, die het Evangelie
der genade kent en liefheeft. Daarom is het ons aller roe-
ping, als vrienden van Gods Woord, daartoe mede te werken,
wetende dat het niet ledig zal wederkeeren, maar datgene doen,
waartoe de Heere het uitzendt.
-ocr page 12-
10
De A/gemeene Vergadering van het Britsch en Buitenlandsch
Genootschap werd den 3dcn Mei 11. in het bekende schoone
gebouw der Londensche Joiigelingsvcreeniging, Exefer Ha//, ge-
houden, en bezocht door vele vrienden van de Bijbelversprei-
ding, aanzienlijken en geringen, door de liefde tot den éénen
dierbaren Bijbel saamgebracht en — gehouden.
Verblijdend was het bericht, dat de gewone inkomsten over
1892 tot 137,545.011 pd. St. (ca ƒ1,650,540.—) waren gestegen,
zijnde 23,032.6.7 pd St. meer dan in 1891; terwijl voor het
tekort nog bovendien 25,909 pd. St. (en ƒ 301,900) was ontvangen.
Toch bleek vermeerderde offervaardigheid onmisbaar, om den
arbeid naar eisch te kunnen voortzetten en uitbreiden.
Mochten in ons Vaderland velen zich gedrongen gevoelen, om
van het hunne iets daartoe af te zonderen, dan zal het ons
hartelijk verblijden, en ons een bewijs zijn, dat wij ons niet
hebben vergist in de verwachting, dat er in Nederland vele
vrienden worden gevonden van de verspreiding van Gods
Woord over de geheeie aarde door het Britsch en Buitenlandsch
Bijbelgenootschap.
Namens het Hulp-Comité,
J. POST, Voorzitter.
\\V. VAN OOSTERWIJK BRUYN,
Secr.-Penningmeester.
Utrecht, Juli 1893.
\\.l>. Daar in 1893 onze eerste ontvangst van giften en contributiën
begint, zal de eersto Rekening van ontvangst en uitgaven in het
volgende jaar worden meegedeeld. De bestaande jaarlijksche bijdragen
zullen op den ouden voet worden geincasseerd, tenzij deze mochten
worden opgezegd.
-ocr page 13-
REGLEMENT
VAN HET
3STederlandsch. IHIulpcoxn.iié
TOT VERSPREIDING
van Gods Woord over de geheele aarde,
DOOR HET
Britsch en Buitenlandsch Bijbelgenootschap.
Art. i. Het Hulpcomité voornoemd is gevestigd te Utrecht.
Art. 2. Het Bestuur bestaat uit minstens vijf Leden, die
onderling den arbeid verdeelen.
Art. 3. Jaarlijks treedt één Bestuurder af, volgens rooster
door het lot aan te wijzen, doch is herkiesbaar.
Art. 4. Bij vacatures of aftreding wordt in de opengevallen
plaats door de overige Bestuurders voorzien, door de benoeming
van een nieuw Bestuurder bij meerderheid van stemmen.
Art. 5. Leden van het Hulpcomité zijn allen, die zich ver-
binden tot een jaarlijksche bijdrage van minstens / 1,— waarover
in de maand Juli wordt beschikt.
Art. 6. Jaarlijks ontvangen de Leden een verslag van den
arbeid van het B. en B. Bijbelgenootschap tot verspreiding van
Gods Woord over de geheele aarde.
J. van \'t Lindenhout, te Neerbosch.
M. van Minnen, V. D. M., te Utrecht.
Utrecht,
April 1893.
W. van Oosterwijk Bruvn , te Zeist.
J. Post, V. D. M., te Utrecht.
J. H. Stoovke, te Amsterdam.