-ocr page 1-
fór.
/m
3% f-
WW? <!-<^LfP\'
Dr. H. M. DU PARC.
flHOLERA,
hare voorkoming,
behandeling en bestrijding
VOOltNAMELIJK
DOOR NOG NIEUWE, DOELTREFFENDE MIDDELEN.
ARNHEM—NIJMEGEN,
GEBRs. E. & M. CO HEN.
;..\'V •
-ocr page 2-
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
A06000033403787B
3340 3787
r
-ocr page 3-
«*5*
cholerS^ 1
Daare voorkoming1, \'bell.a,n.d.elIrlg,
en "bestrijd-ing*.,
VOORNAMELIJK
DOOR NOG NIEUWE, DOELTREFFENDE MIDDELEN.
>l
DOOR
Dr. H. M. D U P A R C.
Arnhem — Nijmegen,
G E B R s. E. & M. C O H E N.
-ocr page 4-
GEDRUKT BIJ KAREL F. MISSET, ARNHEM.
-ocr page 5-
Nu de cholera niet alleen in het Oosten en Rusland,
maar ook in Hongarije, Oostenrijk, Italië en Frankrijk
sedert eenigen tijd weder in meerdere of mindere mate
epidemisch heerschtJ), terwijl zij ook in België en Duitsch-
land is voorgekomen en zich in Nederland reeds op on-
derscheidene plaatsen heeft vertoond, bestaat de moge-
lijkheid, zoo niet de waarschijnlijkheid, dat de ziekte zich
ook elders in ons land zal verbreiden.
Met het oog hierop mogen de volgende wenken en
raadgevingen tot wering en spoedige bestrijding der ziekte,
gegrond op eene veeljarige ervaring en op herhaalde
proef- en waarnemingen van lateren tijd, dienen.
Zooveel is zeker, dat wij nog alles behalve met juistheid
weten hoe men in vele gevallen cholera krijgt en het
is dan ook overtuigend gebleken, dat men ondanks alle
veiligheids- en voorzorgsmaatregelen haar dikwijls niet
heeft kunnen ontkomen. Ongetwijfeld ware het verreweg
wenschelijker de kwaal te voorkomen en haar binnensluipen
te beletten dan te trachten de door haar aangetaste lijders
te genezen. Doch het eerste mocht, gelijk ik zooeven heb
aangestipt, tot hiertoe in geenen deele gelukken. Op
4) Onder anderen werden reeds in de maand Maart jl. te Halle verscheidene
personen en in het krankzinnigengesticht te Nietleben van de 700 inwoners
100 aangetast en daarvan 40 met doodelijken afloop.
-ocr page 6-
4
grond van mijne, ik mag zeggen, rijke ervaring bij de vele
verwoestingen, welke de hevige cholera-epidemieën in de
jaren 1848, 1840, 1853 en 1866 hadden aangericht en ge-
durende welke ik te Amsterdam meer dan 700 lijders
heb behandeld, meen ik het gevoelen te mogen uitspreken,
dat het ontstaan der cholera dikwijls duister en haar
spoor onzeker is. Evenmin kan men met bepaaldheid
zeggen, hoe zij haren loop neemt. Wel is waar is
het water meestal gebleken de hoofdfactor van het
aanbrengen der cholera te zijn J) en de ziekte in vele
*) De hoofdrol, die slecht drinkwater op het ontstaan en de verbreiding der
cholera speelt, heb ik in eene brochure, getiteld : De invloed van drinkwater
op de volksgezondheid (Voorzorg tegen Cholera),
in 1886 te Amsterdam ver-
schenen, bewezen. Daarom is het aanhoudend toenemen van waterleidingen,
die een goed en bij gevolg gezond drinkwater met ruimen toevoer leveren,
hoogst verblijdend en is het wenschelijk, ja gebiedend noodzakelijk, dat zij in
vele gemeenten, welke nog dringende behoefte aan zuiver en deugdelijk drink-
water hebben, zoo spoedig mogelijk aangelegd en in exploitatie gebracht worden.
De volgende statistiek pleit ten sterkste voor het gebruik van water uit eene
leiding.
De sterfte aan cholera bedroeg in het jaar 1886 in 15 gemeenten
van ons land, waar polderwater werd gedronken, gemiddeld 17,7 per 1000,
in 22 gemeenten, waar pomp-, put- of welwater werd gedronken, gemiddeld
46,8 per 1000, en in 15 gemeenten, waar regenwater werd gedronken, gemid-
deld 9,7 per 1000 inwoners.
In 1866 waren slechts Amsterdam, Haarlem en Den Helder van waterlei-
dingen voorzien. Toen waren in Amsterdam 1000 huizen aangesloten. De
sterfte aan cholera bedroeg er in genoemd jaar 4,2 op 1000 inwoners; te Den
Helder, waar sinds 1855 waterleiding in exploitatie was, was de sterfte
aan cholera in 1866 1,9 op 1000 inwoners ; te Haarlem was de aansluiting
in 1866 nog ver van algemeen en bedroeg de sterfte aan cholera in dat
jaar 7,3 op 1000 inwoners.
In de epidemieën van 1848/49, 1853 en 1866 woedde de cholera, die in ons
land heerschte, altijd het hevigst te Rotterdam, Utrecht, Seheveningen, Gro-
ningen en Leiden, dat door geneeskundigen hoofdzakelijk aan het slechte
drinkwater werd toegeschreven. Men dronk er toen alleen water uit rivieren, pom-
pen en putten, dat door de infiltratie van den bodem, door de privaten, goten,
den afval van fabrieken enz. was verontreinigd.
-ocr page 7-
5
gewesten den loop der rivieren te volgen >). Zoo heeft
zij zich, volgens het jongste officieele verslag van den Oos-
tenrijkschen geneeskundigen raad in Hongarije, langs den
Donau en later langs den Theiss en de overige zijtakken
van die rivier verspreid. Daarentegen brak de epidemie
eveneens uit onder personen, die niet op of bij het water
woonden. Ik zal zeker de laatste zijn om het nemen van
tijdige preventieve en sanitaire maatregelen tegen de vree-
selijke kwaal niet goed te keuren. Ik erken mede, dat
de hygiëne eene schoone wetenschap is, die tracht het
zwaartepunt in de geneeskunde naar zich te verplaatsen
om haren hoogsten triomf te vieren, wanneer zij alle ge-
neesheeren overbodig heeft gemaakt, doch zij zal wel
altijd naar de verwezenlijking van haar ideaal blijven
zoeken, dat heet naar de middelen, waarvan de toepas-
sing ziekten onmogelijk maakt. Niettemin druk ik den
wensch uit, dat ieder zoowel in zijn eigen belang als in
dat van het algemeen zich zooveel mogelijk beijvere om
mede te werken tot alles wat, menschelijker wijze geoor-
deeld, kan strekken om het ontstaan en de verbreiding
der cholera in de plaats zijner inwoning te voorkomen.
Naardien de uitwerpselen van choleralijders, zoowel
door braking als door ontlasting, ontegenzeggelijk eene voor-
name bron van besmetting zijn, dient, gelijk trouwens
steeds nadrukkelijk wordt aanbevolen, bovenal op de
inrichting tot afvoer van faecaliën, op de privaten, zink-
en beerputten en op de riolen te worden gelet, met name
De kleinste druppel water uit een rivier, vijver of gracht bevat talrijke
bacteriën. In een kubieken centimeter water uit de Prinsengracht te Amsterdam
vond ik zeker meer dan 8000 bacteriën en in eene gelijke hoeveelheid pomp-
water approximatief 1000 bacteriën.
\') Het ook thans weder menigvuldig voorkomen van Aziatische cholera bij
personen, die tot de schippers behooren of met deze in betrekking stonden,
pleit hiervoor.
-ocr page 8-
6
om die in tijds in goeden toestand te brengen en te
houden, omdat alle belangrijke reparatiën daarvan en
het reinigen der beerputten gedurende het heerschender
ziekte slechts in de hoogste noodzakelijkheid mogen geschieden.
Een onreine bodem en onzuiver drinkwater \') zijn on-
betwistbaar gevaarlijk. In 4883 heeft de «National Sani-
tary Corporation" te Londen het Engelsche volk dan ook
groot voordeel laten trekken van de cholera-paniek door
ieder in staat te stellen voor eene matige som zijn
drinkwater en het rioolstelsel van zijn huis te laten onder-
zoeken en vervolgens de middelen op te geven om bij
tijds herstel aan te brengen. Deze heilzame maatregel
kan als een krachtige bezweerder van epidemische ziek-
ten in het algemeen en van cholera in het bizonder niet
genoeg worden aanbevolen en behartigd. Immers de ge-
schiedenis van alle cholera-epidemieën, die sedert 18*29
in Europa hebben geheerscht, leert dat de uitbreiding der
geduchte ziekte bovenal werd bevorderd door onzuiver
drinkwater, slechte rioleering, onvoldoenden afvoer van
faecale stoffen, gebrekkige luchtverversching en morsigheid,
terwijl slechte voeding en onmatigheid daartoe verder
een niet onbelangrijk contingent leveren, zooals ik nog
nader zal aantoonen.
In 4848/49, 4853 en 48G6 hadden ook te Amsterdam de
bewoners van kleine, bedompte, morsige en sterk bevolkte
huizen — waarin derhalve de ziekte-kiemen een vruchtbaren
bodem vonden, bij gevolg de arme volksklasse, — het meest
van de epidemieën geleden. Die treurige ervaring heb ik bij
al deze epidemieën opgedaan. Nergens toch heeft de
ziekte als een ware volksramp heviger gewoed en meer
slachtoffers geeischt dan in die onzindelijke armenwijken,
f) Zie mijne bovengenoemde brochure »De invloed van drinkwater op de volks-
gezondheid (Voorzorg tegen Cholera)". Amsterdam 1886 bij Brinkman en Van
der Meulen (Adriaan Dorsman) uitgegeven.
-ocr page 9-
7
gelijk de statistieke opgaven van de door mij behandelde
lijders, welke ik dagelijks aan de respectieve burgemees-
ters der hoofdstad, de heeren Van Reenen, Fock en Boot,
had verstrekt, hebben bewezen. Zindelijke steden om te
bewonen, zuiver water om te drinken, goed en gezond
voedsel, zindelijke kleederen en matigheid in ieder opzicht
zullen bij het heerschen van cholera ontegenzeggelijk ten
zeerste moeten worden behartigd. En evenwel staat daar
tegenover, dat de zorgvuldigste leefregel en de grootste
zorg voor het lichaam niet verhinderen, dat bij eene cho-
lera-epidemie daartoe voorbeschikte personen door de ziekte
aangetast worden. Het is treurig, doch waar, dat de cho
lera dikwijls met alle hygiënische en sanitaire maatregelen
den spot drijft en in weerwil van alle voorzorgen en
voorbehoedmiddelen vreeselijk hare tuchtroede zwaait.
Men verdiepe zich daarom niet in schoonklinkende theo-
rieën, ten gunste waarvan de ondervinding tot biertoe
helaas! niet is uitgevallen en waarmede men derhalve
niet geholpen wordt, als zij bij het dreigen van het ge-
vaar niet met goeden uitslag in praktijk kunnen worden
gebracht. Zoo is het bewezen, dat men zelfs met de streng-
ste afsluitingsmiddelen de kiem der ziekte, den cholera-
bacil, niet buiten de grenzen kan houden. En evenwel
bepalen de autoriteiten en geleerden in vele rijken er
zich grootendeels toe om de cholera niet als eene ziekte,
maar als een buitenlandschen vijand, die voor de muren
en buiten de poorten der steden geweerd kan worden, te
bestrijden.
Hoe de geleerden na zooveel gewrijf en geschrijf nog
in het blinde rondtasten en nog geene schrede zijn ge-
vorderd in de kennis der middelen tot wering der ziekte,
blijkt onder anderen daaruit, dat men op de gezondheids-
conferentie, dio in de maand Maart van dit jaar te Dres-
den werd gehouden, wenschte te trachten om tot overeen-
-ocr page 10-
8
stemming ie komen betreffende het al of niet besmet ver-
klaren van eenige plaats, hoe lang men ten opzichte van
zulke plaatsen bizondere maatregelen moet toepassen,
voorts omtrent de ontsmettingsmiddelen voor reizigers en
goederen en of het rollend materieel van spoorwegen al
dan niet moet worden ontsmet en over het toezicht op
schepen uit landen, waar cholera heerscht!
Ik meen hierbij te moeten wijzen op de noodzakelijkheid
om door niets gewettigde overdreven maatregelen van
afsluiting tegen choleragevaar te vermijden, waardoor,
even als te vorigen jare het geval is geweest, het verkeer
meer dan noodig belemmerd en er dikwijls bij het publiek
een angst verwekt werd, dien men niet had behoeven te
veroorzaken. Om kort te zijn, alle overdrijving moet worden
vermeden zonder daarom eene zooveel mogelijk krach-
tige wering of beteugeling der ziekte te benadeelen.
Laat ik hier nog bijvoegen dat, bij de vrees voor het
binnendringen der cholera, vele gouvernementen en amb-
tenaren van het geneeskundig toezicht het nog steeds
voldoende meenen te achten zoowel in circulaires als anders-
zins te blijven aandringen op toepassing der wetten tot
voorziening tegen besmettelijke ziekten in het algemeen
en tegen de Aziatische cholera in het bizonder. Daardoor
blijft men in gebreke de aandacht te wijden aan middelen
om de ziekte zelve bij haar optreden te stuiten en aan-
getaste lijders zoo mogelijk spoedig te doen herstellen.
Te recht heeft om bovengenoemde reden dr. Pachiotti,
lid van den Italiaanschen Senaat, op het in 1885 te \'s Hage
gehouden congres betoogd, dat bij den tegenwoordigen
aard der betrekkingen tusschen de volkeren van Centraal-
Europa, landquarantaines, sanitaire cordons en berookingen
van personen en brieven nuttelooze en zelfs gevaarlijke
maatregelen zijn. Hij stelde daarop eene motie in dien
geest voor, welke na eene korte discussie door de ver-
-ocr page 11-
9
.#adering werd aangenomen. Doch ook nog kort geleden
heeft de commissie tot bestrijding der cholera te Berlijn
zich voor de opheffing van de quarantaine en andere in-
ternationale gezondheidsbepalingen en voorschriften ver-
Waard op grond, dat alom folianten zijn vol beschreven
over prophylactische maatregelen, die te eenenmale doel-
loos zijn gebleken, terwijl zij de bevolking noodeloos met
schrik en ontsteltenis vervullen. Hoogst bevreemdend, ja
onverklaarbaar is het echter, dat dezelfde commissie daarbij
alsware het in een adem heeft gevoegd te gelooven, dat
zij er in zal slagen het middel (!) te vinden, dat de grootst
mogelijke veiligheid verzekert en de ziekte tot een mini-
mum beperkt! 1
In Engeland, niettegenstaande het reeds 25 jaren het
quarantainestelsel had opgeheven en het verkeer derhalve
op geenerlei wijze werd belemmerd, heeftin vele jaren en
•ook in 1892 geene cholera-epidemie geheerscht. Zoo stond
het in 1866, 1872 en 1874, toen de ziekte in eenige landen
van Europa woedde, met alle in voortdurend verkeer
•en correspondentie. Toch bleef het van de cholera ver-
gehoond. Daarentegen hebben die rijken, welke de qua-
rantaine ten strengste hadden gehandhaafd, als loon voor
hunne moeite en zorg en voor de aan handel en nijverheid
berokkende nadeelen, niets gewonnen, maar verreweg meer
verloren dan G root-Brittanië en Ierland en andere landen,
■die de quarantaine niet slechts als nutteloos, maar ook
als ongegrond hadden ter zijde gesteld. De Italiaansche
regeering had dan ook in 1885 ten gevolge der ongunstige
ondervinding, die zij in 1884 had opgedaan, besloten ver-
der geene quarantaine tegenover Spanje en Frankrijk te
verordenen. Immers het uitbreken der cholera in Italië,
■waar toen de strengste afsluitingsmaatregelen tegen Frank-
rijk werden genomen, heeft het treurig bewijs geleverd
van de algeheele nutteloosheid, ja zelfs schadelijkheid der
-ocr page 12-
10
quarantaine. Integendeel heeft zij zich juist als het brand-
punt der epidemie doen kennen, waaruit de ziekte te
heviger optrad.
Wat de landquarantaine betreft, is het voortdurend ge -
bleken, dat de cholera-epidemieën geenszins de spoorwegen?
volgen. Zoo stierven b. v. in 1849 in Saksen, waar men
toen eerst met den aanleg van spoorwegen was begonnen,,
bij eene bevolking van 1,800,000 zielen, 488 personen aan
de cholera, daarentegen in 1873, bij een zeer uitgebreid
spoorweg- en postverkeer, van 2,500,000 bewoners slechts
365. Bovendien kwamen onder spoorweg- en postbeambten,.
groote handelsfirma\'s en dagbladredacteuren, die met rei-
zigers, goederen, brieven en couranten druk verkeer ens
gemeenschap hadden, zelden ziektegevallen voor.
Nu men in den cholera bacil, zooals hierachter zal blij—
ken, de eenige oorzaak en de wijze van overplanting ens
verbreiding der ziekte heeft leeren kennen, heeft de qua-
rantaine uitgediend. Zij vindt dan ook bij verreweg d&
meeste deskundigen als een nuttelooze en zelfs nadeelige
maatregel slechts verzet en afkeuring. Zij sluit geene:
cholera uit, omdat de schepen haar niet als eene lading
van de eene haven naar de andere brengen. Het is thans-
aan geen twijfel meer onderhevig, dat de quarantaine niet.
bij machte is het overbrengen der cholera te beletten-
In de toekomst zal men zich dan ook verwonderen over
de naïeve begrippen, die sommige regeeringen nog over
het nut en voordeel van quarantaine koesteren en daarom
de rivieren en havens der steden en plaatsen, waar de-
cholera heerscht, als ook laatstgenoemde voor besmet
verklaren \'). Immers wordt het ontstaan en de verbreiding der
ziekte, gelijk herhaaldelijk en ten duidelijkste is gebleken,.
*) Eveneens zijn de voorzorgsmaatregelen, welke men tegen de cholera door
het afsluiten der hesmette streken door middel van Cordons heeft genomen,
onvoldoende gebleken om de plaag in hare vaart te stuiten.
-ocr page 13-
11
eeniglijk door plaatselijke toestanden voorbereid en be-
stendigd. De tijdelijke gesteldheid eener plaats, ja zelfs
van een straat of huis, kan de ziekte doen uitbreken. In
meer dan eene stad heeft men waargenomen, dat in som-
mige huizen bij elke epidemie steeds cholera voorkwam.
Die ervaring heb ook ik in mijne praktijk opgedaan. Zoo
werden tijdens al de cholera-epidemieën der laatste jaren
(1849, 1853 en 1866) in sommige huizen, onder andere in een
perceel in de Staalstraat te Amsterdam, bewoners daarvan
door de ziekte aangetast, terwijl die der naburige huizen
daarvan verschoond bleven. Nog opmerkelijker is het dat,
naar ik mij meen te herinneren, te Scheveningen, Utrecht
en in nog andere plaatsen bij elke epidemie het eerste
geval van cholera zich telkens in hetzelfde huis had geo-
penbaard. Er moet dus eene plaatselijke gelegenheidsoorzaak
in slecht drinkwater of anderszins bestaan, waardoor de
cholera-kiem in het menschelijk lichaam wordt gebracht.
Intusschen zijn er. volgens mijne talrijke waarnemingen,
twee factoren of omstandigheden, die moeten samenwerken
om bij een mensch cholera te doen ontstaan, het is de
smetstof of de cholera-bacil, omtrent welken ik nog in
eene nadere beschouwing zal treden, en de voorbeschikt-
heid tot de ziekte. Alleen personen, die de laatste hebben
en geen weerstandsvermogen bezitten, zijn aan de cholera
blootgesteld. Wel is waar is de bacil de rechtstreeksche
oorzaak der ziekte, zooals de Berlijnsche hoogleeraar Robert
Kochdoor zijne ontdekking der kleine, ongekleurde, kromme
splijtzwammen of zoogenaamde komma-bacillen in de dar-
men J) van cholerazieken heeft bewezen, doch deze ziek-
\') Daar noch in het bloed, noch in andere vloeistoffen en organen of lichaams-
deelen, maar alleen in de darmen van overleden choleralijders komma- bacillen
worden gevonden, is het zeker, dat de ziekte alléén door water of andere
dranken en door voedingsmiddelen of spijzen bij den daartoe voorbeschikten
mensch wordt veroorzaakt. Zoo heeft men niet zelden waargenomen, dat cho-
-ocr page 14-
12
temakende stof of bacil is alléén niet voldoende om cho-
lera te doen ontstaan. Dit toch is gebleken uit de proef-
nemingen van de hoogleeraren Von Pettenkofer en Emme-
rich te Munchen, die in het vorige jaar duizende uit Ham-
burg afkomstige komma-bacillen hadden ingeslikt, zonder
dat zij cholera kregen. Voorts is in het Weener genoot-
schap van geneeskundigen onlangs door dr. Hasterlik
medegedeeld, dat hij en drie andere personen in de kliniek
van prof. Stricker en onder toezicht van prof. Drasche
cholera-bacillen hadden ingeslikt zonder daarvan ernstige
gevolgen te ondervinden.
Bij individueele vatbaarheid daarentegen vermenigvul-
digen de onnoemelijk kleine bacillen, als zij in het spijs-
verteringskanaal van den mensch komen, zich zoo verba-
zend snel !), dat zij daarin in reusachtig aantal voorkomen
en daardoor den mensch spoedig doen bezwijken, terwijl
zij tevens in zijn lijf- en beddegoed en andere kleederen,
aan zijne handen, zoomede door de privaten in de grachten,
kanalen, vaarten en rivieren komen.
lera ontstond na het gebruik van brood, dat de bakkers gekneed hadden met
water, dat door beerputten of mesthoopen was verontreinigd.
*) De wijze, waarop de bacteriën zich in de daartoe voorbeschikte maag en
darmen ontzaggelijk vermeerderen, geschiedt door. overlangsche splitsing in twee
helften; van hier de benaming splijtzwammen. Zij trekken zich namelijk in het
midden gelijk een 8 samen en hervormen zich tot twee dochtercellen, die zich
spoedig op dezelfde wijze voortplanten. Hoogst opmerkelijk is de snelheid, waar-
mede dit geschiedt. Onder gunstige uitwendige levensvoorwaarden verdeelt elke
cel of bacterie zich namelijk binnen 20 tot 30 minuten. Nemen wij aan, dat
een bacterie zich binnen een uur verdeelt en dat zijne nakomelingen hetzelfde
doen, dan zijn in het eerste uur 2, in het tweede uur .4 en in het derde uur
8 bacteriën ontstaan. Na 24 uur heeft de nakomelingschap van een enkelen
bacterie reeds het respectabele cijfer van 16,777,220 bereikt; na verloop van
twee dagen is hun aantal bereids tot de ontzaggelijke hoeveelheid van 281
billioen en na drie dagen tot die van 47 trillioen vermeerderd. Na verloop van
zeven dagen laat de massa zich slechts door een getal van 52 cijfers uit-
drukken.
-ocr page 15-
13
Aangezien de cholera kiem niet door de lucht of anders-
zins, maar uitsluitend en alleen door spijzen en dranken
in de maag en in de darmen wordt gevoerd, is het in de
eerste plaats noodig op voedingsmiddelen, water, melk en
andere dranken streng toezicht te houden. Men kan een
choleralijder straffeloos aanraken, de lucht, die hij uitademt,
inademen, men kan dus zonder gevaar cholerazieken be-
zoeken en verplegen, mits men daarbij slechts de meeste
zindelijkheid in acht neemt. De ziekte gaat dus niet on-
middellijk van een choleralijder op een gezonden persoon
over, noch door aanraking, noch door inademing. De be-
smetting geschiedt alleen, wanneer de kiem door spijzen
en dranken in het lichaam wordt gevoerd. Daarom mag in
vertrekken, waar zich choleralijders bevinden, door gezonde
personen niets gegeten of gedronken worden, .jat de ziekte
uit aangetaste buurten en huizen door gezonde menschen
niet naar andere, nog door haar onbezochte plaatsen wordt
overgebracht, wordt onder anderen duidelijk bewezen door
geneesheeren, bloedverwanten en andere personen, die
van hevige choleralijders tot hunne gezinnen terugkeeren
zonder besmetting rond te dragen of over te brengen.
Van 1882 personen, die wegens hun beroep het meest met
cholerazieken en dooden in aanraking kwamen, zooals
geneeskundigen, ziekenverplegers, apothekers, beambten
en bedienden in hospitalen, lijkenbezorgers enz., werd vol-
gens de hoogleeraren Brouardel en Boulay gedurende de
epidemie van 1884 te Parijs niet één aangetast, wel een
bewijs, dat de ziekte niet besmettelijk is, derhalve zich niet
door aanraking voortplant. Blijkens eene nauwkeurige statis-
tiek betreffende het aantal oppassers, door de cholera aan-
getast in de hospitalen en gevangenissen van Britsch-Indië
gedurende de epidemie van 1877, kwamen 5G06choIeralij-
ders voor, terwijl van de daarbij geplaatste ziekenverplegers
ten getalle van 10,599 slechts 201 of 1,9 pCt.de ziekte kregen.
-ocr page 16-
44
Opmerkelijk is het, dat ten gevolge der ontdekking
van Koen veel, wat tot nog toe duister was op het
gebied der aetiologie of oorzakenleer der cholera, al-
lengs meer en meer in helder licht werd gesteld, daar-
entegen de praktische zijde van het vreeselijke cholera-
vraagstuk, namelijk de vraag hoe aan den geesel
te ontkomen, niet het minst is opgelost. Nog steeds
schijnt bij de geneeskundigen, met andere woorden,
bij de therapie dezelfde machteloosheid tot directe be-
strijding der ziekte te bestaan !), terwijl de hygiënisten
hunne oude arsenalen weder ontsluiten en nogmaals naar
dezelfde wapenen grijpen, waarmede zij vroeger, trouwens
altijd vruchteloos, tegen de gevreesde ziekte te velde trok-
ken. Door hen werd en wordt ook thans weder zooveel
over cholera geschreven, doch alles in negatieven zin.
De sleur of gewoonte, om zich alleen tot pogingen ter
wering der geduchte ziekte te bepalen, moet plaats ma-
ken voor de troostrijke verwachting, dat men eensdeels
door individueele voorbehoeding bij eene cholera-epidemie
van de ziekte verschoond kan blijven, ten andere, dat deze
geneeslijk is, indien zij bij haar optreden, gelijk ik nader
zal uiteenzetten, onmiddellijk in haren voortgang wordt
gestuit.
De persoonlijke voorbehoeding (individueele prophylaxis)
is bij het heersenen van cholera van het grootste belang.
Zij moet ten doel hebben de lichaamsdeelen of organen,
*) In de zitting der Akademie van wetenschappen te Parijs van 29 Juli
1884 heeft dr. Vulpian een Rapport uitgebracht over niet minder dan 250
geneesmiddelen tegen cholera, welke aan de Akademie ter beoordeeling wa-
ren toegezonden. Dat groot aantal bewees echter" juist, dat men het
zekere middel tegen de kwaal nog niet had gevonden. Te recht zegt de be-
roemde hoogleeraar Schönlein: »Je mehr Mittel gegen eine Krankheit desto
unsicherer ihre Behandlung!" Bij de aanwending van de verschillendste en
tegenstrijdigste medicamenten bezweken van mijne patiënten in den regel 50
pCt., terwijl even zoovele herstelden.
-ocr page 17-
15
die door de ziektestof kunnen worden aangetast, zijnde
de maag en het darmkanaal, in normalen toestand te
houden. Op een gezond spijskanaal is de werking der
besmettelijke kiem bijna zonder uitzondering zwak; meestal
werkt deze zelfs in het geheel niet. Is b.v. het slijmvlies
van den mond gaaf, dan zullen de bacillen reeds door
de ademhaling worden verwijderd en als het darmkanaal
gezond is, dan vindt het cholera-gif daar geen gunstigen
bodem. Het kan namelijk in het menschelijk lichaam
alleen kiemen, als de organen, die daardoor aangetast
worden, niet in gezonden toestand zijn en het slijmvlies in
•denmond gekwetsten bijgevolg van zijn opperhuidje beroofd
is. Hierdoor wordt het verklaard, waarom zwakke en zie-
kelijke personen en bovenal zij, die zich aan het misbruik
van sterken drank overgeven *) of in het algemeen onma-
tig leven, meer vatbaar voor de ziekte zijn.
Eveneens wordt ongelukkigerwijs de geringe volksklasse,
die over het algemeen aan meer ziekte en sterfte onder-
worpen is dan de gegoede, menigvuldiger door cholera
aangetast. Bij alle cholera-epidemieën heeft het paupe-
risme of de armoede steeds voor den rijkdom het onder-
spit moeten delven, doordien de behoeftige bij zwaren en
ongezonden arbeid, dikwijls in de open lucht, nu eens bij
zonnehitte, dan weder bij guur weder, bij nauwe, bedompte
en vochtige woning en onmachtig zich van slecht en
schadelijk voedsel te onthouden, alsook om zich behoorlijk
te kleeden, aan zoovele nadeelige invloeden blootgesteld
4) De statistieken en ziektegeschiedenissen, alom door geloofwaardige en
in oordeel bevoegde geneesheeren bekend gemaakt, hebben geleerd, dat bij
voorkeur aan den sterken drank verslaafde personen door de cholera aange-
grepen worden. Volgens mijne aanteekeningen bevonden zich onder 1G0 cho-
leralijders dikwijls 20 onmatige drinkers, bij welke de ziekte zonder uitzon-
dering altijd doodehjk afliep, terwijl ook velen, die over het algemeen eene
ongebonden leefwijze leidden, het slachtoffer van den hevigsten en kwaadaar-
digsten vorm der ziekte (paralytische cholera) werden.
-ocr page 18-
16
is, waarvan de bemiddelde verschoond blijft. Daarom is
de cholera, als volksramp beschouwd, zeer te duchten,
want vreeselijk kan zij woeden in de verblijven der armen*
waar zoovele gelegenheidsoorzaken voor haar bestaan.
Eene merkwaardige waarneming moge hier eene plaats
vinden, zij is die dat, ook volgens mijne ondervinding, te
Amsterdam, de Israëliten altijd veel minder van de cholera
hadden te doorstaan dan de belijders van andere gods-
diensten. Dit moet worden toegeschreven aan de angst-
vallige zorg der Joden voor hun lichamelijk welzijn, met
name aan de getrouwe naleving der godsdienstige ge-
zondheids- en reinigingswetten en der ritueele voorschriften
ten opzichte van spijzen en dranken. Zoo werden volgens
eene mededeeling van dr. J. J. Reincke in de Deutsche
Mediz. Wochenschrift
1893 nr. 3, gedurende de hevige
cholera-epidemie, die in Aug. en Sept. van het vorige
jaar te Hamburg had gewoed, op het algemeen kerkhof
van 1000 inwoners 6,4 meer dooden begraven dan in
andere jaren, terwijl op de Joodsche begraafplaats slechts
3.5 meer werden ter aarde besteld.
Ik ga thans over tot de volgende raadgevingen betref-
fende den leefregel, dien ieder bij het naderen of heerschen
der cholera moet in acht nemen om, naar men mag hopen,
zoo mogelijk van den gevreesden vijand bevrijd te blijven.
In de eerste plaats moet elke plotselinge verandering
van temperatuur, voornamelijk de verkoeling van het
licnaam, na aan hitte blootgesteld te zijn geweest, zorg-
vuldig worden vermeden. Daarom is het dragen van fla-
nellen of wollen kleederen op het bloote lichaam hoogst aanbe-
velenswaardig, ja volstrekt noodig en verreweg te verkiezen
boven die van katoen of linnen. De eerste toch verwekken,
onmiddellijk op de huid geplaatst, aldaar eene zachte
wrijving, die de huiduitwaseming bevordert. Zij zijn daar-
-ocr page 19-
17
enboven op zich zelve onwerkzame warmtegeleiders. In-
tusschen zijn er, vooral onder de meer teodere kunne,
personen, die deze kleederen als te prikkelend onmiddellijk
op de huid niet kunnen verdragen. Hun raad ik aan
kleederen van neteldoek op de huid en die van flanel of
wol over deze te dragen. Zij bevorderen, gelijk ik zooeven
zeide, de natuurlijke en zoo noodige uitwaseming der
huid. Niet minder gewichtig is het de woningen rein
en frisch te houden door ventilatie, dat is het doorlaten
van versche lucht, waardoor nadeelige uitwasemingen
worden weggevoerd.
Hoewel de grootst mogelijke zindelijkheid des lichaams
in acht genomen moet worden, is echter het gebruiken
van koude baden in tijden van cholera af te raden aan
iedereen, die niet volmaakt gezond en er niet dagelijks
aan gewoon is. Voorts wachte men zich voor te veel
inspanning van den geest en voor afmattende studie, in-
zonderheid gedurende den nacht. Zij zijn hoogst nadeelig
en overspannen het zenuwstelsel, waarop de cholera, niet
rechtstreeks, maar toch hevig kan werken.
Een rustige en verkwikkende slaap daarentegen her-
stelt de door den arbeid van den dag min of meer ver-
moeide krachten en bereidt ons voor tot het werk van
den volgenden dag. Matige oefening van lichaam en ziel
en zachte beweging in de vrije lucht zijn daarentegen
voortreffelijk en verre aan te bevelen boven vadsige rust.
Laat mij thans aangeven hoe men zich ten opzichte van
het gebruiken van spijzen en dranken den geheelen dag be-
hoort te gedragen, wanneer de ziekte tot de plaats onzer
inwoning is doorgedrongen.
Eene slechte keuze van spijzen en dranken is bij bestaande
vatbaarheid voor de cholera de voornaamste, zoo niet de
eenige oorzaak van haar ontstaan bij den mensch, dewijl
-ocr page 20-
18
het cholera-gif, alleen ten gevolge van het gebruiken van
schadelijk voedsel, in het menschelijk lichaam, dat heet
in de maag en het darmkanaal, kan kiemen.
Om het darmkanaal gezond te houden, moeten daarom
alle voedingstoffen worden vermeden, welke doorloop kun-
nen veroorzaken.
Daartoe behooren:
1.    Alle vruchten, niet alleen onrijpe en bedorvene, maar
ook rijpe en versche, in elke toebereiding.
2.    Alle blad- en ook sappige wortelgroenten, met uit-
zondering van aardappelen en rijpe peulvruchten.
3.    Zure en gekaarde melk, zoomede melksoep.
4.    Alle vette, de maagbezwarende stoffen, bovenal spek,
gerookte worst, vette visch, garnalen, mosselen, padde-
stoelen (champignons), enz.
5.     Rauwe vruchten, salade, komkommers, meloenen enz.
(5. Alle veel koolzuur bevattende dranken, voornamelijk
bij personen, die daaraan niet gewoon zijn. Hiertoe behoo-
ren bier, champagne enz.
7.    Koude dranken na het gebruik van warme spijzen
en in het algomeen het drinken van koude vloeistoffen,
vooral in groote hoeveelheden.
8.    Zelfs een ongewoon glas melk of water op de nuch-
teren maag kan diarrhee veroorzaken. Trouwens mag wa-
ter evenals melk in het algemeen slechts worden gedronken
als zij eerst gekookt en daarna afgekoeld zijn. De gevaarlijkste
verbreider schijnt, ik herhaal het, in vele gevallen wel het
water te zijn. Zoowel bij de eerste verschijning der Aziatische
cholera in Europa (in 1829) als bij alle latere epidemieën
was het verband tusschen de ziekte en onzuiver drinkwa-
ter dikwijls overtuigend gebleken, dan heet de hoofdrol,
die het water op het ontstaan van cholera speelt. Behalve
water is ook melk, die veeltijds met water wordt vermengd
of vervalscht, gevaarlijk.
-ocr page 21-
19
Men mag des morgens het huis niet verlaten zonder een
versterkend en licht verteerbaar voedsel te hebben gebruikt,
liefst met eenigen warmen drank (gekookte zuivere melk,
thee of koffie). Bizondere aanbeveling verdient vooral \'s
ochtends Hornby\'s Oatmeal (Amerikaansche Havermout)
als een voedingsmiddel, dat rijk aan eiwit, mitsdien zeer
versterkend, gezond en gemakkelijk verteerbaar is. (Het
kan echter ook bij andere maaltijden genuttigd worden).
Immers een gezond en daarbij goedkoop voedsel is alleen
die spijs of zelfstandigheid, welke eene groote hoeveelheid
eiwit bevat. De scheikunde heeft daarom door hare onder-
zoekingen omtrent het eiwitgehalte der verschillende voe-
dingstoffen eene in hare gevolgen onberekenbare dienst
aan de menschheid bewezen, niet alleen voor hare gezond-
heid, maar ook voor hare beurs. Want voedsel is geld,
het brengt arbeidskracht voort. Inzonderheid is voor
zwakke gestellen, voor long- en borstlijders, ziekelijke
personen in het algemeen en voor kraamvrouwen het ge-
bruik van deze Havermout zeer heilzaam. Eerstge-
noemden ondervonden bij het voortgezet dagelijksch ge-
bruik daarvan merkbare verbetering hunner gezondheid.
Het groote nut daarvan als volksvoedingsmiddel is dan
ook zoowel door buiten- als door binnenlandsche geneeskun-
digen erkend en als zoodanig verdient het wegens zijn
groot gehalte aan eiwit verreweg de voorkeur boven tar-
wemeel, roggemeel, gerst, rijst enz. Doch vooral bij het
heerschen der cholera is de Havermout een door niets te
vervangen uitstekend dieetmiddel wegens zijne gunstige
werking op de maag en de darmen. Het ia om die reden,
dat ik het hier uitvoerig heb besproken >).
*) Volgens de analyse van den heer M. L. G. Van Ledden Hulsebosch te Amster-
dam bevat de Havermout van Hornby in procenten 16,35 pCt. aan eiwitstoffen,
welke percentische samenstelling het tot een zuiver en zeer voedzaam product
stempelt. Eveneens hebben de heeren dr. P. F. Van Hamel Roos en A. Har-
-ocr page 22-
20
"Wie door zijn bedrijf genoodzaakt wordt zich vroeg in
de lucht te begeven, moet reeds eenigen tijd het bed
hebben verlaten, ten einde de huiduitwaseming door de
koele morgenlucht niet te onderdrukken.
Het middagmaal moet uit vaste, eveneens licht ver-
teerbare spijzen bestaan, zooals erwten en boonen, rijst,
rund- of kalfsvleesch met eenige aardappelen, terwijl ook
vleesch- of broodsoep mag worden genuttigd.
De avondmaaltijd zij eenvoudig, liefst uit goed oudbak-
ken brood, wijn of eenigen verwarmenden drank.
Daarentegen is gekarnde melk, vrij algemeen, vooral
ten platten lande, in gebruik, bij het heerschen der ziekte
te ontraden.
mens Wzn. te Amsterdam deze Havermout scheikundig onderzocht en daarbij
bevonden, dat het gehalte aan eiwitstoffen daarvan 16,13 pCt. bedraagt. Zij
verklaren voorts daarin geenerlei abnormale bestanddeelen te hebben ontdekt
en op grond van hunne qualitatieve en quantitatieve chemische expertise het
als een zuiver, deugdelijk, krachtig en voortreffelijk voedingsmiddel te beschouwen
In het Pharmaceutisch Weekblad van 10 Juni 1893 heeft de heer Van Led-
den Hulsebosch dan ook evenals dr. Van Hamel Roos in het Juni-nummer
van het Maandblad tegen, de vervalschingen de aandacht op dat nieuw, door
de firma Dönszelmann & Co. te Dordrecht geïmporteerd en onder den naam
van Hornby\'s Havermout in den handel gebracht, Amerikaansch voedingsmid-
del bij uitnemendheid gevestigd, waarvan het gebruik in de huishouding ten
zeerste is aan te bevelen.
Dat het, zooals ik reeds opmerkte, de voorkeur verdient boven andere meel-
soorten en producten blijkt daaruit, dat de eiwitgehalte in tarwemeel gemiddeld
slechts 14 pCt., in roggemeel 13 pCt, in gerst 123/4 pCt. en in rijst 4 •/, pCt. bedraagt.
Trouwens is het nieuwe fabrikaat geen meel, maar geplette havermout, van
aangenamen smaak, gemakkelijker oplosbaar en beter verteerbaar dan alle
overige plantaardige levensmiddelen.
In de dubbele Amerikaansche pannen gekookt is Hornby\'s Havermout reeds
binnen 5 minuten gereed, terwijl gewone geplette haver 1 a 2 uur noodig
heeft om te koken.
De volgende gebruiksaanwijzing is de doelmatigste. Vooraf koke men flink
melk en water, beide om de helft, waarna men er behoorlijk zout bijvoege.
Vervolgens giete men er in eens voor een vierde gedeelte Oatmeal bij en koke
het geheel goed door, doch zonder roeren.
-ocr page 23-
21
Tot veler geruststelling wensch ik hier nog aan te
toonen, dat de vrees voor de cholera geen invloed op het
ontstaan daarvan uitoefent of kan uitoefenen.
Het nog vrij algemeen heerschend gevoelen, dat de
groote angst, die vele personen voor de ziekte hebben,
daartoe werkelijk zou voorbeschikken, wordt door de on-
dervinding ten eenenmale gelogenstraft. Ongerekend dat
verreweg de meeste menschen bij heerschende cholera
daarvoor bevreesd zijn, heb ik, en met mij velen, meer-
malen waargenomen, dat personen, die volstrekt niet ang-
stig voor de ziekte waren, daardoor aangetast werden,
terwijl daarentegen in huizen, in weerwil van hunne tal-
rijke bewoners en de ontzetting, ja de paniek over een
eerste ziekte- of sterfgeval, daarin toch niemand verder
werd getroffen.
Maar bovendien, nu het overtuigend bewezen is, dat
alleen een gifzwam, de cholera-bacil, derhalve iets stof-
felijks,
de drager en de bewerker der besmetting is, volgt
daaruit van zelf, dat een zielstoestand of gemoedsaandoe-
ning de ziekte onmogelijk kan doen ontstaan.
Bij de tegen de cholera te nemen maatregelen, moet
in de eerste plaats in het oog worden gehouden, dat
de cholera kiem of de smetstof — het kan niet genoeg
herhaald worden, — eenig en alleen door spijzen en
dranken in het menschelijk lichaam wordt gebracht en in
de uitwerpselen der aangetaste personen (het braaksel en
de ontlasting) voorhanden is. Om derhalve de infectie- of
smetstof onschadelijk te maken, moeten de ontlaste stoffen
onmiddellijk met geschikte en werkzame desinfectie-mid-
delen worden vermengd. Onder deze bekleedt eene 5 pCt.
oplossing van carbolzuur de eerste plaats; als zij tot gelijke
deelen met het braaksel en de ontlasting wordt vermengd,
zullen de cholera-bacillen daarbij vernietigd worden. Indien
het mogelijk ware alle uitwerpselen der choleraüjders in
-ocr page 24-
22
vaatwerk optevangen en terstond te ontsmetten, zou de
vernietiging der infectiestof eenvoudig en zeker zijn en
men zou ook reeds betere uitkomsten van de desinfectie
hebben verkregen dan tot hiertoe het geval is geweest.
Doch ieder, die choleralijders heeft behandeld en verpleegd,
weet dat veeltijds slechts een gedeelte der ontlastingen
werkelijk in de daartoe dienende potten geraakt, terwijl
het overige in het bed, op den grond, aan de handen en
kleederen der zieken en ook der ziekenoppassers wordt
verspreid, üm die reden moet ook alles, wat maar eenigs-
zins met de uitwerpselen der lijders in aanraking was of
kan geweest zijn, worden gedesinfecteerd. Hem-
den en het overige vuile linnengoed moeten onmiddellijk
in eene 5 pCt. carbol- of sublimaat-oplossing l) worden
gedompeld; kleedingstukken, die niet met vloeibare desin-
fectie-middelen kunnen worden behandeld, zoomede veeren
bedden, matrassen en andere goederen moeten in kuipen
door middel van stoom of vochtige heete lucht (waterdamp
van 100° C.) worden ontsmet. Voorwerpen, die noch met
vloeistoffen, noch door stoom kunnen worden gedesinfec-
teerd, zooals meubelen, alsook wagens, die tot vervoer van
choleralijders hebben gediend, behoorengeruimen tijd buiten
gebruik gesteld en op eene plaats afgezonderd te worden,
waar zij aan de werking van een uitdrogenden luchtstroom
zijn onderworpen, omdat de smetstof in gedroogden toe-
stand spoedig wordt vernietigd. Op het platte land en in
kleine plaatsen, waar men dikwerf geene middelen en
toestellen tot ontsmetting heeft, is het geraden alle voor-
werpen van luttele waarde, zooals oud linnengoed, oude
1) Bijtend sublimaat is reeds in eene verhouding van \\ op 10,000 deelen
■water een uitmuntend middel tot ontsmetting van linnengoed, dekens, lakens
en ander beddegoed en kleederen. Tot reiniging der handen van personen, die
met choleralijders in aanraking waren, is eene zwakke oplossing als wasch-
water voldoende.
-ocr page 25-
23
kleederen, stroozakken enz. te verbranden en kostbare voor-
werpen zeer langen tijd te laten luchten. Ventilatie en
uitdrogen door luchtstrooming zijn ook voor de desinfectie
van ziekenvertrekken het doelmatigste middel.
Wij komen nu tot de beschouwing van hetgeen moet
worden verricht als iemand aangetast wordt door diarrhee,
die in tijden van bet heerschen der cholera dikwijls de
voorlooper der ziekte is. Het spreekt van zelf, dat men
ten spoedigste om den geneesheer moet zenden. Intusschen
zal er altijd eenige tijd verloopen alvorens deze kan ko-
men. Belangrijk is het daarom te weten, wat middelerwijl
moet worden gedaan. De behandeling in dit veeltijds eerste
tijdperk der ziekte, zich kenmerkende door loslij vigheid
of min of meer sterken doorloop, belooft in hooge mate
een goed gevolg. De ziekte kan door spoeiige en zorg-
vuldige voorbehoeding in vele gevallen gemakkelijk voor-
komen en de ingetreden diarrhee door krachtdadige en
doelmatige behandeling eveneens in haren voortgang en
bare ontwikkeling gestuit worden. Minstens drie vierde
van alle choleragevallen worden door deze diarrhee inge-
leid. De patiënt moet terstond ontkleed en in een warm
bed gebracht worden. Men trachte door warm drinken,
voornamelijk door heeten rooden wijn, hem aan het zwee-
ten te brengen en de huiduitwaseming te bevorderen •)•
Voorts plaatse men gesloten of dichte kruiken of tinnen
flesschen met warmwater gevuld aan zijne voeten. Daarmede
wordt men den doorloop veeltijds spoedig meester. Meer-
dere hulp moet men van den arts, die inmiddels zal zijn
gekomen, verwachten en die zal bepalen of de diarrhee
al dan niet reeds een voorlooper van cholera is.
f) De ontwikkeling van cholera-bacillen wordt door de inwerking van wijn
dikwijls geheel opgeheven. Volgens waarnemingen in het Centralblatt für
Bacteriologie
Juli 1893 bekend gemaakt, is wijn als rationeel gedurende het
heerschen van cholera daarom zeer aan te bevelen.
-ocr page 26-
24
Volgens mijne ondervinding handelt de geneesheer ver-
keerd, als hij in het eerste geval de diarrhee niet terstond
als cholera behandelt en daartegen krachtig optreedt, maar
eerst als de periode van kramp is ingetreden. De maag
en darmen zijn, gelijk ik reeds gezegd heb, de eerste zetel
of schuilplaats der kiem en de verbazende snelheid, waar-
mene de bacillen of mikroben zich vermenigvuldigen, is
bekend evenals de kracht van het maagsap of maagzuur
ter vernietiging der bacillen. Ik heb somtijds zelfs den
eersten aanval door eenige verwarmende pillen, die een
vermeerderden toevioed van maagsap, dat een tegengifis,
tengevolge hadden, verdreven.
Indien echter wezenlijke cholera is ontstaan, dan baten
meestal geene inwendige geneesmiddelen meer. Door het
aanhoudend braken en de voortdurende ontlasting van rijst-
waterachtige vloeistof, worden zij namelijk genoegzaam
terstond weder uit het lichaam verwijderd. Hier moet men
alleen trachten den bloedsomloop daardoor te onderhou-
den, dat de wei, die uit het bloed in den darm als zoo-
genaamd rijstwater doorzweet (transsudaat), kunstmatig
worde hersteld. Dit kan alleen en uitsluitend door onder-
huidsclie inspuitingen geschieden. Zij zijn, gelijk ik nog
nader zal uiteenzetten, het tot dusver eenige rationeele
middel, waarvan de aanwending dan ook reeds zeergun-
stige uitkomsten heelt opgeleverd. Eerst in 1885, derhalve
na eene 45 jarige praktijk, hebben verschillende proef-
en waarnemingen mij deze inspuitingen onder de huid
als het tot dusver bekende eenige afdoende middel tot
spoedige, ja dadelijke en krachtige bestrijding der
ziekte en mitsdien tot genezing daarvan leeren kennen.
Sedert ben ik daarvan zoo volkomen overtuigd geworden,
dat ik, nu het monster ook ons land weder is binnenge-
slopen, met vertrouwen eenig meerder licht hoop te heb-
ben ontstoken voor de met veel kans op goed gevolg
-ocr page 27-
25
onmiddellijke behandeling van choleralijders. Indien mijne
verwachting, dat de geneeskundigen het door mij aanbe-
volen middel zullen beproeven en aanwenden, niet be-
schaamd wordt, zal het dreigend spook, naar men mag
hopen, van lieverlede verdwijnen, in stede dat het bij al
de v£rwoestingen, welke het reeds heeft aangerichtl),
«iet loslaat steeds opnieuw de harten der menschen in
trilling te brengen.
Volgens het gevoelen van velen zal het menschdom
■eerder dan de cholera zwam uitsterven en deze laatste
als de engel des verderfs hare verwoestingen voortzetten
totdat met het einde van alle leven ook zij vernietigd
wordt. Thans mag men echter met grond vertrouwen, dat
ook voor de cholera een middel, om haar te bedwingen,
■eindelijk is gevonden.
Ik ga thans over tot de beschrijving der wijze van aan-
"wending van bedoelde onderhuidsche inspuitingen. Men
bezige daartoe eene oplossing van 6 grammen zoutzure
soda (keukenzout) en 1 gram koolzure soda op 4000
grammen gedestilleerd warm water van 39° tot 40° C.
Immers als men nagaat, dat het plotselinge en buitenge-
wone verlies van zoutzure en koolzure soda en water uit
het bloed de ontlasting van zoogenaamd rijstwater bij
choleralijders ten gevolge heeft en het bij de scheikundige
analyse van het cholerabloed was gebleken, dat deze in
het menschelijk lichaam normale zoutwateroplossing bij
•cholerazieken niet meer bestaat, is het duidelijk, dat dien
ten gevolge het verdikken en indrogen van de bloed massa
•en daardoor een gestoorde bloedsomloop het wezenlijke
ziekteproces is, dat door het binnendringen van den cho-
lera-bacil in de maag en de darmen van het menschelijk
\') Op meer dan 40 millioen worden de tot hiertoe door de cholera ge-
troffen slachtoffers berekend.
-ocr page 28-
26
lichaam is ontstaan. Mitsdien is het reeds a priori aan
te nemen, dat de toevoer van deze beide normale bestand-
deelen van het bloed — zout en water, — die in het lichaam
zulk eene gewichtige rol spelen, niet anders als gunstig
kan werken. Bij gevolg is men op het denkbeeld geko-
men deze ontbrekende zouten in opgelosten toestand op
kunstmatige wijze in het lichaam, dat heet in het bloed,
terugvoeren. Het waren in de eerste plaats de hoogleeraar
Alberto Cantani te Napels x), de hoogleeraren Nothnagal
en Kohier te Weenen, prof. S. Samuel te Königsberg,
dr. Feikema te Deli. alsook de professoren Perli, Arno-
veri en Adinalfi eveneens te Napels, die deze inspuitingen
met gewenscht gevolg hebben verricht; zelfs was het re-
sultaat door eerstgenoemden verkregen altijd schitterend,
terwijl ook dr. Feikema verrassend gunstige uitkomsten
had waargenomen 2).
Voor de inspuitingen bezige men een gewonen irrigateur,
doch vervange de canule door een scherpen trocart zon-
der priem uit den aspiratie-toestel van Dieu la Foi. Dit
eenvoudig instrument heeft het voordeel, dat het zoo
noodig door iederen leek bij afwezigheid van een genees-
heer kan worden gebruikt, zooals de ondervinding bereids
\') In een brief, dien ik van hem heb ontvangen, schreef hij onder anderen :
»La hypodermaclysie de chlorure de soude et de carbonate de soude ont étê
les seuls methodes qui ont donnés un résultat positif contra Ie cholera." (De
onderhuidsche inspuiting met zoutzure en koolzure soda is de eenige methode
geweest, die een positief resultaat tegen de cholera heeft gegeven.)
2) In een schrijven, dat ik van dr. Feikema ontving, deelde hij mij mei Ie,
dat bij eene serie van 14 lijders, die hij meest allen zelfs in sterk uitgedrukt
asphyktisch stadium van cholera inspoot, de uitkomst hoogst verblijdend was.
Bij twee stervenden, die sterke opiumschuivers waren, had de operatie nage-
noeg geen uitwerking. Bij de twaalf overigen daarentegen werd het doel der
kunstbewerking bereikt en ontstond volkomen reactie. Gewoonlijk werd de pols reeds
binnen het kwartier voelbaar, verloor de huid hare klamheid, verminderde de
angst en werd de blik levendiger.
-ocr page 29-
27
in vele gevallen heeft bewezen, en voorts dat het indringen
van lucht verhinderd wordt, indien men bij het doen der
punctie slechts zorgt het reservoir zoo hoog te houden,
dat het vocht uit de opening van den trocart vloeit. Voor
de inspuiting bezige men vooral gedestilleerd water en
neme vervolgens alle aseptische voorzorgen, ten einde te
voorkomen, dat op de plaatsen der inspuitingen abscessen
ontstaan. Men steke den trocart in, een paar centimeters
beneden een der sleutelbeenderen, in de richting van be-
neden naar boven, zoodat het vocht zich verspreidt on-
der de huid der vaatrijke halsstreek \'), waar het gewoon-
lijk eene groote opzwelling (tumor) vormt, die echter in
den regel reeds na 1 tot 4 uur weder verdwijnt. In 10
a 20 minuten kan men minstens een liter inspuiten.
Somtijds is zelfs een enkele inspuiting reeds voldoende
om blijvende reactie te weeg te brengen. Bij cholera
nostras is mij dit onder anderen eenige malen met verras-
send gevolg gebleken, immers onmiddellijk na de eerste in-
spuiting hielden misselijkheid, braking en doorloop op, de
pols wei d weder voelbaar en verhief zich, de benauwdheid
verdween evenals de huidplooi, het lijkkleurig aanzien van
het gelaat maakte voor eene natuurlijke kleur plaats, de
huidwarmte keerde terug en de heesche stem hield op,
met een woord, eene gunstige, blijvende reactie volgde.
In de meeste gevallen moet de operatie echter tot drie en vier
malen herhaald worden3). Voor de tweede en volgende
•) Terwijl bij cholera de bloedsomloop reeds in alle andere deelen van het
lichaam heeft opgehouden, duren circulatie en resorptie (opslorping der zout-
water-oplossingen) aan den hals nog voort, zoodat alleen deze eene zekere-
plaats voor de resorptie biedt.
8) Bij den hevigsten graad van cholera (de zoogenaamde paralytische), dewijl
alsdan reeds een toestand van verlamming en schijndood is ontstaan, hebben
de inspuitingen somwijlen nog eene gunstige uitwerking. In deze gevallen
moeten zij, om blijvende reactie te verkrijgen, dikwijls zelfs 24 tot 36 uren
worden voortgezet.
-ocr page 30-
\'28
inspuitingen kieze men echter de nog ongebruikte hals-
streken.
De behandeling is voor den lijder niet bizonder onaan-
genaam en voor de nabestaanden en den geneesheer is
het eene groote voldoening den niet zelden alsware het
stervenden patiënt ieder kwartier in beterschap te zien
toenemen.
De methode is overigens betrekkelijk nog nieuw en zal
wellicht nog verbeterd kunnen worden. Ik bedoel hier-
mede voornamelijk het bepalen van den aard der zamen-
stelling en van den graad van concentratie der injectiestof.
Ik herhaal ten slotte, dat oeze inspuitingen, mits ter-
stond bij een door cholera aangetasten lijder aangewend,
immers wegens het dikwijls verraderlijk snel verloop der
ziekte, zoowel ten aanzien van het middel als van de
toepassing, volkomen rationeel en mitsdien het eenige af•
doende middel zijn, waarop derhalve de aandacht in de
eerste plaats der geneeskundigen, die zich tot hiertoe over
het geheel volslagen onmachtig tegenover de ziekte heb-
ben bevonden, niet genoeg kan worden gevestigd.
Het is zeer te wenschen, dat zij bij voorkomende ge-
vallen van choleia in hunne praktijk die inspuitingen
zullen beproeven en in het algemeen belang de gunstige
uitkomsten, die zij mochten verkrijgen, zullen bekend
maken, ja daaraan de grootste publiciteit zullen geven.
De toestellen voor deze onderhuidsche inspuitingen
(hypodermaclysma\'s) zijn te Amsterdam, Rotterdam en
elders verkrijgbaar. Het is daarom raadzaam, dat zooveel
mogelijk ieder zich ten spoedigste zulk een toestel aan-
schaffe, ten einde zelfs bij den lichtsten aanval van chole-
rische diarrhee (ontlasting van zoogenaamd rijstwater)
daarvan als voorzorgsmaatregel onmiddellijk en naar om-
standigheden meermalen gebruik te maken.
-ocr page 31-
29
Daar het overigens, gelijk van zelf spreekt, wenschelijkr
ja zelfs plichtmatig is elk middel, waarmede men in sommige
of vele gevallen cholera heeft mogen genezen, bekend te
maken en te beproeven, dewijl in geneeskunde voor alles
gevraagd wordt naar nut voor de praktijk, vestig ik ten
slotte nog de aandacht op de gunstige uitkomsten, die
eenige geneesheeren in Indië met de tijdige en voldoende
inwendige toediening der gezuiverde Creoline tegen cho-
lera hebben verkregen. In de eerste plaats noem ik hier
Dr. J. Groneman, geneesheer te Indramayoe, een gezag-
hebbend geneeskundige, die in Indië vele cholera-epide-
mieën heeft bijgewoond. Volgens zijne bewering, zouden
zelfs alle choleralijders, mits zij bij den aanvang der ziekte
terstond en in genoegzame hoeveelheid (5 gram, gelijk
aan 1U0 druppels, verdund of gemengd in een half glas
gekookt of zuiver gedestilleerd water) innemen en inhouden,
allen genezen. Daarentegen zullen zij, die Creoline te
laat gebruiken en weder uitbraken, aan cholera sterven.
Onder anderen deelt hij mede, dat de ingenieur Tribart
in Mei 1892 aan 7 choleralijders onder zijne onmiddellijke
omgeving Creoline, volgens Gronemans aanwijzingen,
liet gebruiken. Allen genazen, maar eene andere patiënte,
de Javaansche huishoudster van een van Tribart\'s onder-
geschikten, weigerde standvastig het leelijke middel in te
nemen en stierf.
Voorts had de officier van gezondheid Schoondermark
hem medegedeeld, dat hij in de Creoline, die Dr. Grone-
man ruim een jaar geleden tegen cholera had aanbevolen,
een werkelijk geneesmiddel tegen die ziekte, had leeren
waardeeren. In het cholera-hospitaal te Tandjoeng Priok
had Schoondermark van alle choleralijders, die daar in alle
stadiën, ook in de laatste der ziekte, werden binnengebracht,
nog 60 pCt. door Creoline zien herstellen, hetgeen in verge-
lijking met vroegere ervaringen zeer gunstig mocht heeten.
-ocr page 32-
30
Evenwel verdienen de door mij aanbevolen onderhuid-
sche inspuitingen bij choleralijders wegens hare zekerder,
spoediger en gunstiger werking de voorkeur boven de
inwendige toediening van Creoline. Immers zij herstellen,
gelijk ik heb medegedeeld, den gestoorden bloedsomloop
onmiddellijk en doen de choleralijders volkomen herleven,
hetgeen na het gebruik van Creoline, vooral wanneer het
middel niet terstond is gegeven, niet het geval is. Niet-
temin is het wenschelijk ook de aanwending der Creoline
bij voorkomende gevallen van cholera te beproeven.
De gunstige werking der Creoline bestaat volgens Dr.
Groneman in haar bacillendoodend, desinfecteerend
of antiseptisch vermogen. Als zoodanig heb ik het eenige
malen bij typhus abdominalis met uitstekend gevolg tegen
bacillen in het darmkanaal aangewend.
Voorshands is alleen de zuivere Creoline-bereiding van
Pearson (firma William Pearson & Co. te Londen) aan te
bevelen, omdat de werkzaamste bestanddeelen daarvan
zeker niet giftig zijn, terwijl het mogelijk is de min of meer
giftige, als Carbolzuur en Naphtaline, daaruit te verwij-
deren of bij de bereiding er buiten te laten. Daarentegen
is het Duitsche praeparaat van Artmann veel minder
vertrouwbaar.
De doelmatigste vorm der Creoline-bereiding voor cho-
leralijders is volgens Dr. Groneman de emulsie, die ge-
makkelijk wordt ingenomen. Ook capsules in den duur-
zamen vorm zijn doelmatig, inzonderheid voor kinderen,
doch door deze slechts 2—3 gram in éénmaal in te nemen.
Daarentegen zijn pillen af te keuren, omdat zij in den
darminhoud bij cholera niet verweeken..