-ocr page 1-
0r-W&.} lu.fy
.
Prijs IS et.
•*■\'■ 6y
,
• -\\ ■ , r. ■> \'\\-v/\\,->. v . >
Boaz\' t\\Veede Jaardag.
V
,EN WOORD VAN CrITIEK
f
EN ERNSTIGE
EDENKING
nnnn
EEN ETP VAN
PATRIMONIUM.
•M^J»
:
.1. M. P.nEDÉE. — Rotterdam.
-ocr page 2-
-ocr page 3-
Boaz\' tweede Jaardag.
f
EN WOORD VAN L,RITIEK
p
EN ERNSTIGE "DEDENKING
f
norm
\' ■■■■. > ;. ■>*;. \'\\    ■■\'• ƒ,\'«, I
■"\' \'l - ■ ■ \'il..-            -\'•*.\'/
\' \\ *" •. ■,\'\' -•               V
..          ...
EEN LTD VAN
PATRIMONIUM.
4«£fc2-
J. M. BREDÉE. — Rotterdam.
1893.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
liet was de tuiste September 181)3.
Ook ik had mij begeven naar <le groote Holtestad en
landde aan in de schoone Diergaarde, waar, door de zorgen
van de Rotterdamsche afdeeling, aan Boaz een plaatse van
samenkomst was bereid.
\'k Was tamelijk vroeg en zoo bad ik de gelegenbcid,
vóór ik de ruime restauratiezaal binnentrad, nog even rond
te dolen, verwijderd van bet gedruiscb der drukke koopstad,
in den fraai aangelegden dierentuin.
Verschillende gewaarwordingen maakten zicb in die
(•ogenblikken van mij meester; gewaarwordingen van blijden
en van droeven, van zoeten, maar ook van bitteren aard.
Ik kon mij verheugen, al scheen dan niet de zon van
onbewolkten hemel, in Gods heerlijke schepping en mijne
gedachten leidden mij terug naar het verloren Paradijs, waar-
aan elke stille en schoone plek des aardrijks zoo onweerstaan-
baar herinnert en dat een heimwee wekt naar het Betere
Land, waar geen zonde meer verderfenis zal brengen en geen
ellende meer jammeren zaaien, waar ook geen sociale kwestie
meer om oplossing zal schreien.
Maar somber tegelijk stemde mij de aanblik van die
dieren, welke, ontrukt aan hun levenselement, al hun lierheid
en sterkte schijnen afgelegd te hebben, om met dollen blik
u aan te staren, als vertelden ze, dat door zoo smadelijke
gevangenschap hun kracht gebroken wierd en hun moed in
wanhoop verkeerde. En meer dan ooit greep thans de wee-
moedige ernst van het zinrijke woord des Apostels mij aan:
„Want het schepsel als met opgestoken hoofde verwacht de
openbaring der kinderen Gods, want wij weten, dat het
gansche schepsel te zamen zucht."
liet rjcmsche schepsel. Mensch en dier. En zoo leek
het mij niet ongepast, om te midden van de zuchtende, door
willekeur geknevelde dieren,-een vergadering te beleggen in
-ocr page 6-
4
hot belang van hen, die inenschen zijn, maar in dat opzicht
zoo treffende, zoo pijnlijk treffende overeenkomst met de
dieren vertoonen. Ken overeenkomst, die immers ook reeds
een volksvertegenwoordiger, vóór nog Boaz in een diergaarde
bijeenkwam, in het oog was gevallen en hem het „recht"
gaf, onzen arbeiders den streelenden naam van stemvee
te geven.
Ik sprak van bitterheid, liet was bij die laatste over-
denking, dat ze mijn ziel als een wolk overdekte en mij
somber, diep somber stemde. Sarrende vergelijking, maai\'
die toch waarheid bevatte: De arbeider een stuk vee. En
daarom wordt zijn belang zoo vaak verwaarloosd, zijn reclit
vertreden, zijn geluk verwoest. En daarom onthoudt men
hem zijn rechtinatigen invloed op den algemeenen gang van
zaken. En daarom staat een gansche vergadering van Chris-
telijke en niet-Christelijke volksvertegenwoordigers niet
als één man op, om in naam van waarheid en recht protest
aan te teekenen tegen zoo schandelijke verguizing, den werk-
lieden aangedaan. Maar daarom ook vergaderde thans, daar
gindsch in dat trotsche gebouw, een schare van christelijke
patroons, om het op te nemen voor het recht der verdrukten
en voorziening te schenken in den bitteren nood van de
honderden en duizenden, van wie zij de door God aange-
wezen natuurlijke beschermers zijn.
Komaan dan, op ter vergadering! Ik spoedde mij heen
naar de aangewezen verzamelplaats.
Het scheen wel, dat ik dien 2üsten van herfstmaand
bijzonder critisch was uitgevallen. Pas had ik de schoone
zaal, waar ik als gast van Boaz (want ik ben geen patroon)
twee dagen zou doorbrengen, betreden, of alweer kwam een
aanmerking mij op de lippen en vroeg ik mij af: waarom
nu juist in zulk een schitterende zaal, die men niet in gebruik
krijgt, dan tegen hooge huur, de patroonsvereeuiging wierd
saaingeroepen. Was het misschien om door een snijdende
tegenstelling te beter te doen uitkomen, in wat ellendige krotten
vele arbeiders hun dagen moeten slijten .\' Of was het mogelijk
de ijdele zucht naar wat schitterend is en schoon, die een
commissie den aard van eene vereeniging, geboren uit een
-ocr page 7-
noodkreet van gebrek en ontbering, over het hoofd deed
zien, en niet een vergaderplaats deed kiezen meer passend
voor liet doel 1
Maar ernstiger werden mijne bedenkingen en erger
mijne grieven, nadat de vergadering geopend en in gang was.
Die opening bad, in stede van te tien uur, om half elf
plaats. Dit vond ik jammer, baat ons toch als christenen
de vermaning betraebten, dat alle dingen eerlijk en met orde
geschieden moeten en alzoo ook van onze christelijke ver-
gadeiingen in dat opzicht een goede reuke naar buiten doen
uitgaan. Als we in bet kleine zoo gemakkelijk ontrouw zijn,
wat waarborgt dan getrouwheid in bet groote ? En geeft bet
wel een boogen dunk van de ernstige opvatting zijner taak.
indien bet Bestuur van Boaz zoo weinig zich er op uit toont, te
woekeren met de enkele uren van twee dagen .\' Niet over-
liaasting, maar toch zeker bekwame spoed, komt te pas, waar
uien een poging wil wagen ter oplossing van zoo brandende
kwestie. Maar men gevoelt niet, hoe hoor/ het water reeds
steeg en — heeft den lijd.
Dat bleek mij uit die „kleinigheid," maar bet bleek
mij veel meer uit bet geheele verloop der vergadering.
Xeen, bet is geen onbillijke critiekzucbt, maar een
woord van gegronde en ernstig gemeende aanklacht tegen
JJuaz\' tweeden jaardag, als ik verder ga en gehoor vraag
voor de volgende bedenkingen.
Na gezang, gebed en het lezen van Gods Woord, sprak,
gelijk dit de gewoonte is, de Voorzitter zijn openingswoord uit.
.Maar ik vraag: Is die gewoonte een goede.\' Wierp ze
o<ik hier baar nut af? Ik wil de waarde van bet woord van
den lieer Van Kempkx niet onderschatten. Aan den rijken
inhoud en de literarische schoonheid betaal ik gaarne den
tol mijner eerbiedige hulde. Maar ik doe in allen ernst
twee vragen. Was het niet te lang? Was het ter zake?
Jk wil den vorm niet geheel verwaarloozen. Ik ben
niet tegen een welkomstgroet. Maar dat die kort zij. Vooral
voor een vergadering, tot welke uit duizend keelen de roep
komt om daden, daden. Ja, de arbeiders, de leden ook van
„Patrimonium", wachten ondoden. Woorden, mooie woorden,
-ocr page 8-
o
groote woorden, wanne woorden, woorden hebben we genoeg
gehoord, ook van Boaz. Maar wat wezenlijks bracht nu die
vereeniging reeds tot stand in overeenstemming met den
eisch van haar eigen Statuten, ter behartiging, stoffelijke .en
zedelijke, van de arbeidersbelangen, krachtens de recht-
streeksche en zijdelingsehe verplichtingen, die een christelijk
patroon heeft ten opzichte van ziju knechts .\'
Eu daarom beviel het ons niet, dat ook hier weer
aan het woord zulk een ruime plaats gegund wierd en de
openingsrede alleen zulk een stuk wegnam van den
beschikbaren tijd.
Maar wat nog erger is, ze was niet ter zake, omdat ze
ter opening van een Hoazvergadering niet op haar plaats was.
Ze gat\' niets specifieks i\'oaz-achtigs. Ze gaf een overzicht
van den diepsten grond, den droeven aard en de schrikkelijke
gevolgen van de sociale kwestie, in betrekking vooral tot
het vraagstuk van den arbeid en was als zoodanig uit-
nernend op haar plaats geweest als inleidingswoord ter
opening van een sociaal congres. .Maar wierp ze eenig
helderder licht voor de aldaar vergaderde patroo)is ten
opzichte van de plichten, die met name hun als patroons in
ilezen door God op de hand zijn gezet.\' We luisterden er te
vergeefs naar en zoo was reeds dit openingswoord, hoe waar
ook en waardig op zichzelf, een profetie, dat Boaz op deze
vergadering haar doel zou voorbijloopcn; welke profetie zoo
jammerlijk in vervulling trad.
We gaan verder.
Na het openingswoord, \'t welk met warmte werd
toegejuicht — och ja, waarom niet.\' — werd een commissie
benoemd voor het nazien der rekeningen, die, we twijfelen
er niet aan, goed haar plicht deed en alles in orde vond,
maar over die finantiêele aangelegenheden werd verder een
stilzwijgen bewaard, dat ons niet beviel. Juist wijl cijfers,
meer dan woonlea. in zoo nauwe betrekking staan tot daden,
hadden we zoo gaarne daaromtrent iets vernomen. Twee
jaren bestaat Boaz reeds. Welk een tal van scJienkingen
van schatrijke christenen, die immers zoo gaarne iets doen
èn uit liefde voor den arbeider èn uit haat tegen het socialisme,
-ocr page 9-
7
maar nog altijd ter leniging van den bitteren nood hunne gaven
inhielden, wijl ze niet goed wisten, aan welke handen ze toe
te vertrouwen; ja wie weet, wat rijke schenkingen in die twee
jaren zijn ingekomen bij het bestuur van Boa:, \'t welk immers
zoo uitnemenden waarborg biedt, dat die liefdegelden besteed
worden in overeenstemming met het doel, waarvoor onze
christelijke millionairs zoo gaarne hun duizenden afstaan.
Wie weet het! En daarvan hoorden wij nu niets! Heelemaal
niets. Waarlijk, dal viel tegen.
En nu, nu kwam aan de orde, wat wel elk P.oazlid,
dat zoo gaarne nader ingelicht wierd omtrent de beste
manier, om handdoid z\'n plicht tegenover zijn ondergeschikten
te behartigen, wat zeg ik, wat vooral ieder Patrimoniumlid,
elk werkman, daar tegenwoordig, en zoo gaarne vernemend,
wat de patroons voor hun knechts al deden, al doen, al
zullen doen, het hart deed trillen van ongekende verrukking.
Er kwam, er kwamen, ja waarlijk er kwamen twee
voorstellen aan de orde — ach, laat ik de bitterheid van mij
houden en bedenken, dat er meer onverstand is dan\'onwil —
die het Hoofdbestuur wel ten ernstigste op het hart drukten
zich tot de hooge Hegeering te wenden, ten einde te
verzoeken, spoed te maken met pensionneering van oude en
gebrekkige werklieden, met een nauwkeuriger toezicht op
werkplaatsen en fabrieken, met een betere armenwet, met
maatregelen tegen werkeloosheid, enz. enz., neen, waarde
lezers, van dat alles niets: Plotseling had er een ommekeer
plaats en wie nog meende in een Boaz-vergadering te zitten
zag op eens, o wondere droom, zich verplaatst in het
midden van een aannemers-hïjeeu komst.
Natuurlijk, die voorstellen, welke ieder op het ruim
verspreide program kan nalezen en die wij zoo weinig Boaz-
achtig vinden, dat we ze niet eens een plaats gunnen in
een brochure betrelfende Boaz, waren van belang. Natuurlijk.
Maar wat hier alles zegt, ze waren op deze vergadering niet
op hun plaats
en dat het Hoofdbestuur, als dan de afd.
Leiden zoo zonderling van streek was en onbekend met
art. 2 van de Statuten, dit bij de samenstelling van het
Program niet inzag, is ons waarlijk onbegrijpelijk en zou ons
-ocr page 10-
8
bijna doen vragen, of het in een volgende Doaz-vergadering,
als men dan toch samenkomt voor woorden, woorden, woorden,
niet wenschelijk zou zijn, eeniglijk zijn tijd zoek te brengen
met het lezen en nog eens lezen en een tot inliet oneindige
lezen van art. 2 van Boaz\' Statuten, welk artikel toch waarlijk
geen onzeker geluid geeft.
We gaan verder.
De namiddagzitting splitste zich in twee sectiën: één
voor Landbouw; één voor Handel en Nijverheid.
Weer zoo\'n welsprekende proeve* van de juiste opvatting
van Boaz\' roeping. Ken vereeniging van Nederlandsche
patroons, die door onderlinge samenwerking, nu ja...... we
weten \'t. Maar in ernst, hoe krijgt men het dan toch in
zijn hersens, om van Boaz1 tweede jaarvergadering een
Sociaal-Congres in miniatuur te maken en een verdeeling
in \'t leven te roepen, op zulk een Congres natuurlijk op
haar plaats, maar hier ten eenenmale ongepast en onpraktisch ?
We weten het niet. Hoe langer we op de vergadering
waren, hoe duisterder het ons werd, hoe minder we begrepen,
van wat om ons voorviel. .Maai\' we zaten in \'t schuitje en
lieten ons maar drijven. Op die vergadering zelve tegen
die verloochening van Boaz\' eigen aard een krachtig
protest te laten hooren, paste ons als gast heel weinig. En
zoo aten we, al was het met lange tanden, wat ons voorgezet
werd, al was het ons somwijlen, als werd er «getrakteerd"
op de overgeschoten brokjes, op de «kliekjes" van den rijken
disch van het in \'ül gehouden Sociaal-Congres.
De vergadering verdeelde zich aldus in tweeën. De
mannen van den landbouw naar boven, de lieden van
handel en nijverheid beneden. En de rest? Zij, die noch
landbouwers, noch handelsmannen, noch industriëelen waren
en toch ook waven opgekomen om verlevendigd te worden in
hun besef, wal hun ah patroons ten opzichte van hun knechts
te doen stond,
zij mochten gaan waar ze wilden, naar de
papegaaien luisteren, of naar de apen kijken, of ook, zoo ze
daaraan den voorkeur gaven, van landbouwzaken of de
woningkwestie iets vernemen, om straks te stemmen over
wat ze niet konden beoordeelen.
-ocr page 11-
Met name geldt dit laatste de landbouwsectie. Wel zeker,
ook hier werden (niet minder dan 15) gewichtige onderwer-
pen behandeld. Vooral den Neer Okma hoorden we met
genoegen op zijn origineele manier, gezouten en gepeperd,
oen lans breken voor hoog noodige Staatsbemoeiïng ter
betering van sociale misstanden op landbouwgebied, al
haalde hij zich ook daardoor van de zijde van een deftig
bestuurslid het zacht uitgesproken verwijt op den hals :
halve socialist.( De heeren zien overal het spook van het socialisme,
behalve in hun angstvallige vrees, om eens ter dege in den
buil te tasten en geld te schieten als waterbeken, die in de
dorre arbeiderswoestijn, wat verfrisschend groen konden te
voorschijn roepen). Ook was het der moeite wel waard, de
Tleeren Dingemanse en Van Namen een warm pleidooi te
hooren leveren voor het scheppen van betere toestanden op
landbouwterrein. Maar we herhalen het wederom: Zulke
zaken waren uitnemend op hun plaats op een Sociaal-Congres,
niet, dan zijdelings, op een Boaz-bijeenkomst.
Minder treft deze bedenking het uitnemend referaat
van den Heer T. E. Kuipers, die het onderwerp behandelde:
»Do woning-kwestie voor den arbeidenden stand, hare
norzaken en middelen tot verbetering." Indeidaad van
alle behandelde onderwerpen is dit nog het minst afwijkend
van Boaz\' roeping, al zouden we het in overeenstemming
met deze liever volgenderwijze geformuleerd hebben gezien:
»IIoe kunnen de patroons in het stoffelijk en zedelijk belang
hunner ondergeschikten medewerken aan de oplossing der
woningkwestie voor den arbeidenden stand."
Daaruit zou zich dan ten minste een vruchtbare
discussie hebben kunnen ontwikkelen en deze misschien,
want de wonderen zijn de wereld niet uit, Boaz van praten
tot handelen gebracht hebben, door, om maar iets te noemen,
liet besluit b. v.: »IIet Hoofdbestuur van Boaz, gehoord
hebbende het referaat van den Meer Kuipers en de discussie
daaruit voortvloeiende, gevoelt zich in zijn conscientie tot
een handelend optreden gedwongen: noodigt de Vergadering
dies uit, haar machtiging te geven, dien conscientiekreet op
te volgen, en bij het woord de daad voegend, onmiddellijk
-ocr page 12-
10
over te gaan tot het nemen van al zulke maatregelen, die
een beteren woningen-toestand zullen scheppen. Onder
welke maatregelen het vooral verstaat, ter navolging, terstond
als vrije gift van de leden des Hoofdbestuurs, f 50.000 te
deponeeren en het opzoeken van de christelijke millionairs,
die ze heel deftig maar krachtig zullen bewegen tot gelijke,
of desnoods tienmaal grootere, geldelijke bijdrage voor zulk
een schoon doel."
Zie, was er nu maar één zulk een motie aangenomen,
dan kon men ten minste zeggen, dat, hoe jammerlijk Bnaz
op haar tweeden jaardag ook veelszins haar doel voorbij liep,
toch kracht van die vergadering was uitgegaan, en althans
één deugdelijk, onhedriegelijk levensteeken.
Maar, ai mij! Het liep zoo heel anders af. De fleer
KriPERS heeft zoo bitter weinig plezier gehad van zijn
werkstuk, dat uitgaande van een gezond idee, en krachtig
als een goed geheel ineengezet, ongetwijfeld hem menig uur
ingespannen arbeid zal gekost hebben. In de sectie-verga-
ilering, in welker midden hij het neerlegde, heeft hij, gelijk
ons later bleek (we waren er niet bij, omdat we hij den
landbouw waren) met geduchten tegenstand te kampen gehad,
waarschijnlijk tengevolge hiervan, dat het velen te radikaal
was. Men houdt meer van lapwerk. En ook liep er een
rood draadje door, gelijk sommigen meenden. We vernemen
hier straks meer van.
We gaan weer verder.
De volgende dag brak aan: de 27e September van het
jaar onzes Heeren 1S(.K5.(*) De zon was ondergegaan en de
nacht had zijn vleugelen gespreid ook over de tweede jaar-
vergadering van Boaz en zoo konden voor een aantal uren
ook de pogingen rusten om Nederlandsche, patroons hun
roeping tegenover hun onderhoorigen nog duidelijker te
maken, dan die reeds is. En de zon verrees weer en l\'oaz
kwam ten tweeden male samen in Rotte\'s Diergaarde, om
(") De gezellige samenkomst iinn tien avond van den 2Gsten hebben we
niet bijgewoond, liet onderwerp was natuurlijk in overeenstemming niet
liet overige van bet eehtn lioaz-progrnm. \'t Ging er over, boe men bet best
Christelijke patrams kan bevooraeelen.
-ocr page 13-
H
weer die pogingen gaande te\' maken, om weer, nog duide-
lijker dan den vorigen dag, te doen uitkomen, hoe Boaz op
verkeerd spoor liep.
We kregen alsnu een referaat van den Voorzitter over
het alweer belangrijke, maar Oj> een Sociaal-Congres thuis
behoorend
onderwerp: f>De afschaffing van den middens/mul
een ideaal der moderne wereldbeschouwing."
Daaruit ontspon zich een levendige discussie, waaraan
uiteraard zij, die zulk een sociologische kwestie liet best
bestudeerd hadden, hot meest deelnamen, maar waarbij
alweer goen der aanwezigen ook maai" eenigszins werd
herinnerd aan artikel 2 van Boaz\' Statuten. Och, kijk, zooals
men daar zat, was er geen reden, om zich te beklagen, dat
men, terwijl buiten de regen kletterde, zeer broederlijk in
liet Gebouw van den Rotterdamschen dierentuin bijeen was. Er
werd veel gesproken, goed gesproken, slecht gesproken, het
regende woorden, zooveel als buiten de zaal druppels, maai\'
gedurig moest ik het mijzelf berinneren (want het onderwerp,
noch de gevoerde discussie vertelde het mij), dat ik op een
patroonsvevg&deving zat. Ik was dan ook blij, toen de pauze
daar was, èn om mijzelven (want ik wilde art. 2 van de
Statuten eens lezen) èn om den geachten Voorzitter, die het
door een der sprekers «tusschen de regels" zoo telkens onder
den neus gewreven werd, dat hij met zijn groote goud- en
zilverindustrie ook zijn aandeel had in het dooddrukken
van den middenstand (in Schoonhoven b. v.,) voor welks
bestaan hij het in zijn referaat zoo krachtig opnam, en die
daardoor in een soort gedrongen toestand kwam, die men
in de Oost «onlekker" noemt.
De conclusiën, uit dit referaat getrokken, we zouden
haast zeggen: gezogen, gaan we hier niet na, wijl we ons
niet schuldig willen maken aan wat we in Boaz zoo strengelijk
afkeuren: een hopen uit het spoor. Alleen merken we op
(en dit past wèl in een brochure, die ook ten doel heeft
een ernstig protest te doen liooren tegen de tijdverspilling
door woorden, ivoorden, moorden, waaraan Roaz zich schuldig
heeft gemaakt), alleen merken we op, dat de vier conclusiën
zeer gevoegelijk in ééno waren saam te vatten; dat ze eigenlijk
-ocr page 14-
42
niets bevatten, waarover niet alle Roazmannen, waarover niet
alle ehristenmenschen het eens zijn; en eindelijk, dat, waar
men er den nadruk op liet vallen, dat het behoud van den
middenstand voor een gezond maatschappelijk leven zoo
algemeen als een onmisbare voorwaarde werd erkend, dat
niemand aan dat behoud met opzet zou tornen, het vreemd
mocht heeten dat men toen niet tot de slotsom kwam, dat
bet woord ideaal in de verdedigde stelling had behooren
vervangen te worden door vloek.
(lelijk we reeds zeiden, een pauze brak weer de
werkzaamheden in den geest van art. "2 van Boaz\' Statuten
af en voor een wijle rustten dus weer de pogingen om
onder de christelijke patroons het besef te verlevendigen,
dat___enz., gelijk art. 2 van Boaz\' Statuten dit zeer duidelijk,
voor geen tweeërlei uitlegging vatbaar, uitspreekt.
En na die pauze — komaan ik was dan toch niet
heelemaal te vergeefs twee dagen uit mijn werk gebroken:
aan het begin der laatste zitting zou ik dan toch eindelijk
iets hooren, dat me de werkelijk verkwikkelijke overtuiging
schonk, dat ik niet de eenige was, die wist, dat er een
artikel i? van Boaz\' Statuten bestond. De Heer De Vhjks,
naar ik meen, industrieel te Zaandam, vroeg het woord en
begon met de verklaring, dat hij van plan was, wat roet in
Boaz\' middagpot te gooien. Als ik den hamer in banden
had gehad, zou ik na die verklaring onmiddellijk dien
spreker het woord ontnomen hebben, maar onze welwillende
Voorzitter, mogelijk overtuigd dat er toch niet veel te
bederven viel, wijl er, bij gebrek (!) aan heusehe Roar-spijzen,
toch niet anders dan surrogaten ter tafel waren gebracht,
onze Voorzitter liet den roetgooier zijn gang gaan en daar
begon het lieve leventje.
Er volgde een woord van scherpe critiek, die in \'t kort
hierop neerkwam, dat de tweede jaarvergadering totaal het
doel van Boaz voorbijgeloopen was en ontaard deels in een
aannemers-, deels in een landbouwers-, deels in een
ik-weet-niet-wat-bijeenkomst, welke al den indruk gaven,
dat de patroons om de behartiging van hun eigen belangen
ter vergadering waren gekomen en dat het waarlijk meer
-ocr page 15-
43
dan tijd werd, dat Boaz met zoo grove miskenning van haar
eigen levensdoel terstond ophield en zich harer roeping, zoo
duidelijk aangewezen in haar eigen statuten, bewust wierd.
Een levendig applaus viel den welbespraakten opponent
ten deel, waaruit ik tot mijn blijdschap opmaakte, dat
waarlijk eigen levensgedaehte in Boaz nog niet geheel om
zeep was.
De houding van het Bestuur was na deze interpellatie
allerzonderlingst. In plaats van volmondig te erkennen:
»lfé, ja, grootendeels was hot programma niet ter zake: we
waren niet op onze qui-vive,\' we zien het nu eerst in en
zullen deze onpraktisch ingerichte vergadering op staande
voet ontbinden, met belofte van beterschap" werd de schuld
van de ongelukkige samenstelling van het programma op de
afdeelingen geworpen, die zulke onderwerpen hadden
toegezonden.
Maar, zoo vroeg ik mij ai\' en vraag ik nog: Waarvoor
is er een Hoofdbestuur? immers om aan Woaz goede
leiding te geven? Kn hoort dan ook niet tot die taak,
dat het steeds strikt van het programma weert, wat er. abt
strijdig met liet eigenlijk doel van Boaz,
niet op behoort?
Na dit incident werd de vergadering voortgezet. Maar
wat was nu die gansche voortzetting anders dan een wei-
sprekend pleidooi voor de waarheid van de stelling, dat Boaz
in verkeerd vaarwater was gekomen. Een behandeling van
de conclusiën in de beide sectievergaderingen van den vorigen
dag was nu aan de orde, in zake landbouw en de woning-
kwestie.
In plaats van nu het laatste als nog het minst
afwijkend van Boaz\' eigenlijke roeping het eerst te nemen,
ging men aan \'t »landbouwen." De vruchtbaarheid van die
verdeeling in seetiën kwam opnieuw aan \'t licht. Wijl vele
leden van de vergadering (een patroonsbijeenkomst om te
bespreken, enz. — zie art. 2 van Boaz\' Statuten) niet het
minste verstand hadden van de lfï land- en tuinbouwonder-
werpen, werd nu in de gecombineerde vergaderingen voor
een deel nog eens precies hetzelfde herhaald, wat in de sectie
ter inlichting van patroons, die... (art. \'2 van Boaz\' Statuten)
was gezegd.
-ocr page 16-
14
Aan \'t slot van de zeer ,,geregelde" beraadslagingen
werd tot een zeer „zuivere" stemming overgegaan (staan en
zitten, zoodat wie er geen jota van begrepen en dus van
stemming zieli onthouden wilden, gedwongen werden, vóór
te stemmen) en enkele conclusiè\'n aangenomen, waarvan
eene bepaalt, dat ah onderdeel van Boaz (Statuten art. 2) een
afdeeling R zal worden opgericht als commissie van advies voor
landbouiubelangen,
wat natuurlijk weer geheel op de lijn ligt
van een sociaal congres of een landbouwersvereeniging.
Nu kwam nog aan de orde de woning kwestie. De Ueer
Kvipers, die den vorigen dag goed begrepen had, dat hij met
zijn «stoute" stellingen veel te radicaal was, trok nog vóór de
discussie die stellingen in. Blijkbaar gevoelde hij geen zin,
ze verder te verdedigen. Hij had zijn scheepje niet opge-
tuigd om het in conservatieve wateren te laten afdrijven. En
zoo haalde hij het weer op de reede. Dit speet ons. Liever
hadden we gezien, dat hij met klem van redenen voor het
goed recht van zijne stellingen ware opgekomen. Maarenfin,
zijn reieraat heeft dan toch vrucht gedragen. Ten eerste
gaf het den Heer Waller, lid van het Hoofdbestuur, tian-
leiding, om te waarschuwen tegen een te hard oordeelen
over de conservatieven (want waarlijk ze meenen het. zoo
goed en ze doen zoo ontzagelij k veel ook ter oplossing van
de woningkwestie) en ten tweede werd, was het dan niet
als rechtstreeksche, dan toch als zijdelingsche vrucht van
KriPEiis\' arbeid een voorstel aangenomen, dat tot de oplossing
der kwestie tenminste weer een schrede nader heeft gebracht.
01\' er verder af? Ook dit zou kunnen zijn. Want vergeten
we het niet: Een half ei is wel meer dan een leege dop en
als zoodanig verkieselijk, maar het bezit er van staat het
verkrijgen van een vol ei niet zelden in den weg. De halve-
ei-politiek heeft ook in ons goede land reeds ontzettend veel
bedorven. Fin dat zoo algemeen de Jïoaz-leden aan het voor-
stel Van der Velden hun sympathie schonken en Kuipers\'
stellingen zoo weinig instemming verwierven, gaf mij te
denken en deed mij, huiswaarts keerende, de vraag overwegen,
een vraag, die ik ook hier aan al de Boaz-leden ten ernstigste
voor oogen stel, of Boaz, om (want dit is meer dan tijd)
-ocr page 17-
. 15
tot daden te komen, wel vadkaal genoeg is? O, ik kon het
verstaan, hoe het den gcachten referent, in veler oog wat „rood
op de graat", hard moest vallen, wél van de bestuurstafel
een vermaning op te loopen, om toch steeds met respect van
de edele, hoogaanzienlijke conservatieven te spreken en
ook ja een complimentje te ontvangen, maar uit al het
applaus, waarmede men op Boaz\' tweeden jaardag zoo
kwistig was, feitelijk niet één enkelen krachtig en danktoon op te
vangen voor zijn warm en zaakrijk pleidooi, ten gunste van
een grondige oplossing der woningkwestie. Het ontmoedige
hem niet, om in woord en geschrift voort te gaan, de derik-
beelden, in zijn uitnemend referaat neergelegd, ingang te
doen vinden bij Boaz en Patrimonium, opdat allengs meer
het besef levendig worde, dat slechts een aantasten van het
sociale kwaad in den wortel voeren zal tot betere, tot menschc-
lijker toestanden.
Met de discussie over Kuipers\' referaat, was Boaz\' tweede
jaardag geëindigd. Als volgende plaats van samenkomst
werd Leiden aangewezen. Een kleinigheid, maar de manier,
waarop die aanwijzing toeging, beviel ons ook al niet. Waarom
niet ingegaan op het voorstel van den lieer Ok.ma, die zoo
gaarne Woaz eens in Friesland zag? Ons docht, een heel
praktisch voorstel. In Friesland, waar de sociale kwestie
het meest brandend, waar ook dat onderdeel der kwestie,
waarmee de Patroonsvereeniging inzonderheid te rekenen
heeft, zoo zeer om oplossing schreit. Want waarlijk, in de
Noordelijke provinciën is het, wat betreft de verhouding van
patroons tot ondergeschikten, alles behalve couleur de rosé.
Maar neen, Leiden zou het zijn, want, zei de Voorzitter —
en in die weinige woorden kwam weer zoo roerend schoon
uit, hoe het Hoofdbestuur zelve van Boaz\' roeping geen
steek begrijpt — in Leiden is de woningkwestie juist aan
de orde. Twee vragen. Toneerste: Is dan de woningkwestie
iets zóó specifiek l!oaz-achtigs? Ten tweede: Kan mijnheer
de Voorzitter wel een plaats noemen — gesteld, dat Woaz
zich daar allereerst mee in te laten had — waar die kwestie
niet aan de orde is?
Maar de Vergadering stemde in met het voorstel van
-ocr page 18-
16
haar President. Want — toen, wie er tegen waren, verzocht
werden op Ie staan, deed de »zuivere" stemming terstond
ontwijfelbaren uitspraak. Natuurlijk, als wie er vóór waren,
op hadden moeten staan, was de uitslag krek andersom
geweest. Wie doet de moeite, om op te staan voor de
sociale kwestie!? Bovendien, in Leiden is...... een woning-
kwestie. Wat u zegt!
Uit Leiden zal dus het volgend jaar Boaz haar licht
doen schijnen. Welk licht? Het schijnsel van een nacht-
larrippit? 01\' de heldere glans van het zonlicht?
Dat zal er van afhangen.
Hier van afhangen ook* of Boaz, — maar ik durf \'t
mij haast niet vleien — den goeden, den weigemeenden,
den warmen raad van een lid van Patrimonium ter harte
wil nemen, dat haar toeroept: O, Nederlandsche Patroons-
vereeniging, boven wier geboorteacte met zoo helderen letter
geschreven staat, wat uw levensdoel moet zijn, keer terug
van den weg, dien ge ter kwader ure betreden hebt, en
brand u zelve met vlammende letters de woorden van artikel
twee uwer Statuten in het hart, welke u zoo duidelijk het
spoor aanwijzen, waarin ge loopen moet.
Critiek moet niet slechts afbrekend, ze moet. zal ze
vrucht geven, ook opbouwend zijn. Daarom aan het slot
van dit »woord van critiek en ernstige bedenking" tegen
Boaz\' ontrouw aan eigen roeping nog een enkel woord
van praktische terechtwijzing.
Weledele Heeren van het Hoofdbestuur, als ge niet
anders dan tot nog toe, uw taak ter hand kunt nemen,
vraagt dan, hoe eer hoe liever, eervol ontslag en laat meer
praktische mannen uwe plaatsen innemen. En lacht u dit
voorstel niet toe, iaat u dan aan de hand van een
Patrimoniumman op een beteren weg voeren: Begint met
artikel twee van lioaz\' Statuten uit hel Jioofd te leeren.
Weert van een volgend program alles, wat met dat artikel
in strijd is. Stelt u in verbinding met Patrimoniurn\'s
Hoofdbestuur en geeft allerwegen uw afdeelingen den raad,
het zeilde te doen met betrekking tot de afdeelingen van
dat christelijke-werklieden-verbond. Ik verzeker u, waarde
-ocr page 19-
17
hoeren, dat uw programma voor een volgend maal meer ter
zake
zal zijn en uw vergadering vruchtbaarder dan die van
de tuisten en 27«ten Septb. 180,\'}. Om die vruchtbaarheid nog
meer te bevorderen, zou ik u ook in overweging willen
geven, de referaten, een paar weken, zoo \'t kan, een maand
vóór den tijd van behandeling, te laten drukken en rondzenden.
Dat kost geld. Maar zonder succes vergaderen, kost nog
meer geld. Bovendien bemerkte ik, dat de bestuursleden
zei ven en ook de reporters der verschillende bladen het
verslag gedrukt voor zich hadden. Welnu, \'t papier is
goedkoop, het zetten is het ergst: waar dat eenmaal geschied
is, kan een ruimere oplaag dus niet zoo\'n overgroot bezwaar
heeten. Ook het openingswoord zij kort. ledereen weet wel,
dat de toestanden ellendig zijn. Wie daaraan door een lang
openingswoord nog herinnerd moet worden, hoort thuis in
een magazijn van slaapmutsen, niet op een vergadering, die
ten doel heeft den patroons in te scherpen wal, en op te wekken
tol wat, hun tegenover hun arbeiders en arbeidsters dure
plicht is.
En dan, Meeren leden van T\'eaz\' Hoofdbestuur, de
meesten uwer zie ik aan voor mannen van groeten invloed.
In kringen, waar de noodkreten uit de arbeiderswereld niet
doordringen, óf\', zoo ze \'t al doen, toch afstuiten op de dubbele
wanden van de brandkast, kunt gij door uw naam, door
uw positie, door uw geld, u toegang verschaffen. Maakt
allen tegen een volgende jaarvergadering daarvan eens
gebruik en brandt het den onaandoenlijken rijken christenen,
met Gods Woord in uw eenc en de beeldtenis van een
armen, ongelukkigen, uitgemergelden proletariër in uw
andere hand, op het hart en in de conseientie, dat ze allaten
van hun tergend egoïsme, want dat God in den Hemel, de
(irooteigenaar, het van hun eischt, dat ze ook aan Woaz een
deel hunner millioenen (want duizenden helpen niet) schenken,
opdat de Nederlandsche 1\'atroonsvereeniging ook daardoor
in staat zij, bij het woord de daad te voegen en alzoo niet
enkel in theorie maar in praktijk een dam op te werpen
tegen den steeds wassenden en woester bruisenden stroom
der Revolutie, wiens onheilspellend gedruisch, als van een
-ocr page 20-
18
naderenden donder, geheel Europa in de ooren klinkt.
Mogelijk dat door uwe warme woorden, (want »een man
uit het volk" geven ze een „niet thuis",) uitgesproken onder
de balken hunner weelderige salons, het ijs hunner koude
onaandoenlijkheid, dat als een harde korst hun hart houdt
afgesloten, ging smelten, en ge op de volgende vergadering,
als weer de rekening van ontvangsten en uitgaven te berde
komt, ge ons verblijden kondt met verrassende getallen.
En hiermede basta.
Het woord, dat mij op het hart lag, het woord vun
critiek en ernstige bedenking, heb ik in deze bladzijden
neergelegd.
Moge het niet geheel nutteloos zijn uitgesproken en
onder den zegen Gods, die wel in heiligen gloed toornen
moet over zooveel lauwheid bij zóó ijselijken jammer, als
waarin, tegen Zijne liefderijke bedoeling, een groot deel der
menschheid ligt verzonken, over zooveel lauwheid ook onder
christelijke strijders, ook onder de mannen van Boaz, er toe
bijdragen, om de Nederlandsehe Patroonsvereeniging, door
zulk een warmen geestdrift en met zulk eene schoone be-
stemining in \'t leven geroepen, te brengen in liet rechte spoor.
Ik heb gezegd.
\\