-ocr page 1-
10-*»* *
mmy ^/4s
SCHETS
DER
i
BACTERIOLOGISCHE TECHNIEK,
DOOR
Prof. Dr. G, van Overbeek de Meijer.
(€R&iét in ie-i-v ijatibef.)
i
Utrkciit. — P. PEN BOER. — \'1893.
-\\ .-!■ ,-"                                                                            \\. > v . ."
■ \'■\'■\' \'■
-ocr page 2-
-ocr page 3-
SCHETS DER BACTERIOLOGISCHE TECHNIEK.
I. Eenvoudig onderzoek onder den microscoop.
a.  De microscoop moet voorzien zijn van :
«. — een statief van middelbare grootte, met vrij
groote voorwerpplaat.
/?. — een condensor volgens Abbe, te gebruiken met
een platten, soms ook met een hollen spiegel.
y, — diaphragmata van verschillende grootte, maar
beter nog een „iris-diaphragma, volgens Zeiss
(„Irisblende").
(f. — drie objectieven : een met zwakke vergrooting,
doch langen brandpuntsafstand, bijv. Zeiss AA; —
een objectief Zeiss F; een objectief voor homogene
immersie, liefst een apochromaat met compensatie-
oculairen.
t. — oculalren Zeiss n". I, 3 en 4.
b.  —- Dek^las-firaeparatcn. —■ Daartoe zijn noodig:
aa. — dekglaasjes van vierkanten vorm, 15 tot iS
niM. lang en breed (f 1.08—1.62 per 100).
bb. — voorwerpglaasjes, minstens 65 X 25 mM., met
geslepen kanten (/ 2.40 per 100}.
Beide deze soorten van glaasjes bewaren in glazen doozen
of fleschjes, gevuld met alcohol. — Bij het gebruik zorgvuldig
te reinigen en te drogen, en eene zeer kleine hoeveelheid
der te onderzoeken stof gelijkmatig over de oppervlakte
van een dekglaasje te verdeelen met eene vooraf gegloeide
platina-naald, ot door het opleggen van een ander dekglaasje
over de oppervlakte van beide deze glaasjes te verspreiden.
c.  Onderzoek in een hangeiulen droppel, die tegen
verdroging beveiligd is.
Daartoe kunnen dienen voorwerpglaasjes met:
«. — opgekitten glasring van 1 of 2 mM. hoogte (Bótt-
cher) (ƒ0.48 per stuk), — of wel een rond gat van
i,S mM. middellijn in het glaasje, welk gat aan eene der
beide vlakten van het voorwerpglaasje gesloten wordt met
een opgekit dekglaasje.
1
-ocr page 4-
•2
Bruikbare kit, ccne oplossing van schellak in spiritus, of,
volgens Hansen: gelatine opgelost in azijn, waarbij op
het tijdstip van gebruik fijn poeder van bichromas kalicus
gevoegd wordt.
fi. — uitgeslepene kom, formaat 55 x 32 mM. f 0.60 p. st.
of 87 x 37 „ 1.20 „ „
Bij het gebruik van « of fi glaasjes moet de droppel scer
klein
zijn, opdat tot aan het onderste gedeelte van den
droppel goed onderzocht kunne worden.
Mocht de droppel te groot gemaakt zijn, dan kan men
de fout verbeteren door het plaatsen van een klein stukje
dekglas tegen het ondereinde van den droppel.
Het dekglaasje, dat op het voonverpglaasje ligt, bevestigen
met vaseline.
De zorg voor het maken van een zeer kleinen droppel
valt zeer gemakkelijk bij het gebruik van:
y, — voorwerpglaasjes met ingesleper.e streepvormige ver-
dieping (/ 1.60 per 10 stuks.)
<f. — idem met cirkelvormige groeve, een glasschijfje
omschrijvend, dat \'/in mM. beneden de oppervlakte van het
voonverpglaasje ligt. (Ranvier).
Bij het gebruik van y of ef wordt de vochtlaag vanzelf dun,
zoodra het dekglaasje is opgelegd. Dit doel kan echter óok
bereikt worden door het gebruik van :
t. — een glazen buisje van 20 cM. lengte, welks midden
tot een platrond celletje van 2 mM. dikte geblazen en geplet
is. De uiteinden van zoodanig buisje worden door propjes
watten gesloten en het celletje wordt gesteriliseerd: door
opzuiging wordt het daarna gevuld niet eene zeer verdunde
cultuur (volgens de Bary en Geissler\'s aanbeveling, ge-
wijzigd door Br e f el d).
Alle deze modellen van vochtige kamers, desgewenscht,
in eene broedstoof te plaatsen ; de droppel kan echter ook
op eene verwarmde voorwerptafel onderzocht worden.
2". Kleiirmiddelen. Te onderscheiden in zure en alcalisehe.
a.  Zure: eosine, tropeoline, fluoresecine, purpurinc,
safranine, pierinesitur en picraten. — Zij kleuren alle dcelen
der cel gelijkmatig.
b.  -— Basische: fuchsine, gentiana-violet, methyleenblauw,
methylviolet, Bismarckbruin (synon. „vesuvine"). Zij kleuren
de kernen der cel sterker dan hare overige declen, en worden
ook door bacteriën gretig opgenomen en dikwijls zeer sterk
vastgehouden. — Moeten in verzadigde alcoholische oplossing
bewaard worden, uitgezonderd Bismarckbruin (vesuvine), dat
beter in poedervorm te bewaren is en bij het gebruik opge-
-ocr page 5-
3
lost wordt in gelijke deelen water en glycerine, tot verzadiging
toe. De andere, in verzadigde oplossing bewaarde, kleur-
stoffen bij het gebruik te verdunnen met water : i droppel
der oplossing per i cM3 water.
Andere veel gebruikte, doch samengestelde, kleurmid-
delen zijn :
«. — Ziehl\'s oplossing: i deel fuchsine, 5 deelen phe-
nylzuur, 10 dln spiritus van 900, in 100 gram water. Deze
oplossing kleurt alle micro-organismen in enkele seconden,
\'onder verhitting, uitgezonderd B. tuberculosis. — Zij is
echter niet te gebruiken in vochten, waarin bloed, etter, of
andere eiwitachtige stof, omdat het phenylzuur deze stof zou
doen stollen.
tl. — Loefflcr\'s oplossing: 30cM3 verzadigde alcoholische
oplossing van mcthylcenblauw in 100 cM\' eener oplossing
van 10 mG ICOH in 100 cM\' water.
y. — Ehrlich\'s oplossing: 1 cM3 verzadigde oplossing
van gentiana-violct in 10 cM3 aniline-water, dat telkens
versch bereid wordt uit 3 droppels witte of stroogele (door
het daglicht niet bruin gekleurde) aniline-olie in 6 tot 10
cM\' water; sterk schudden en filtreeren.
(f. — Gram\'s oplossing: 1 deel jodium en 2 deelen KJ
in 300 deelen water.
3". Kleurwijzen.
a.  Kleuring van bacteriën in vochten. — Een dekglas-
praeparaat maken (zie pag. 1, sub i°, \'>.); dit drogen en
daarna driemaal door eene donkere gasvlam halen. Ver-
volgens het dekglaasje met de bestrekene vlakte laten drijven
op de gekozene kleurende oplossing, gedurende enkele mi-
nuten. Dan goed afspoelen in water, en met eene sterke
vergrooting onderzoeken, — hetzij door het dekglaasje nog
vochtig op een voorwerpglaasje te leggen, — hetzij door
het eerst weder te drogen en daarna met Canada-balsem op
een voorwerpglaasje te kleven.
Ter besparing van tijd kan het door de vlam gehaalde
praeparaat ook d;rect met een paar droppels sterk kleurvocht
bedeeld en na een paar minuten met een waterstraaltje af-
gespoeld worden (snelkleuring).
b.  Kleuring ter beoordeeling, of de onderzochte micro-
organismen al dan niet eene eigenbeweging vertoonen. —
De cultuur, of het verdachte vocht, uitstrijken op een voor-
«w/glaasje, daarbij voegen een spoor eener oplossing van
gentiana-violct, dadelijk een dekglaasje opleggen, en bij sterke
vergrooting onderzoeken.
c.  Kleurine van swermdraden — volgens Lof fier.
-ocr page 6-
i
Daartoe is in de eerste plaats noodig ecnc oplossing van
fnchsine in aniline-water, bereid uit n cM3 eener verzadigde
alcoholische oplossing van fnchsine, iocM3 water vrij en alco-
hol, en 100 cM\' anilinewater (uit 30 droppels anilineolic per
100 cM1 water; sterk schudden en filtreeren), welk mengsel
als Jtlenrmiddé\\ dient. In de tweede plaats een ^///middel,
bereid uit 10 cM\' eener oplossing van 20 deelen acidum
gallicum in 80 deelen water, niet 5 cM* eener koud verza-
digde oplossing van sulphas ferrosus, en 1 cM3 eener alco-
holische oplossing van fuchsinc. Dit bijttniddel moet echter
zuur gemaakt worden bij alkali-vormende, en alcalisch bij
zuur-vormende bacteriën: men heeft dus nog noodig hetzij
eene 1 "/„ oplossing van NaOH, hetzij eene 1 "/„ oplossing
van H.SO,.
Het bijlmiddel op zich zelf, zonder zuur of alcali, kleurt
zeer goed de zwermdraden van Spirillum concentricum. Ter
kleuring van de zwermdraden der cholera-bacillen moet 1
droppel der zwavelzuur-oplossing bij 32 cM\' van het bijtmiddel
gevoegd worden. Voor typhus-bacillen is daarentegen eene
toevoeging van 1 cM3 der soda-oplossing bij 16 cM\' van het
bijtmiddel noodig. Voor 1>. subtilis 28 tot 30 droppels; voor
de bacterie der septichaemie 36 tot 37 droppels.
Loeffler heeft aanbevolen zich in de toepassing dezer
kleurwijze te oefenen op den B. cyanogenus, wiens zwerm-
draderi kleurbaar zijn binnen zeer ruime grenzen, van 20
droppels zuuroplossing, tot 15 droppels alcali-oplossing per
16 M3 bijtmiddel. Men maakt daartoe een zeer dun dek-
glaspraeparaat en haalt dit door eene vlam zonder het al te
sterk te verhitten; brengt daarna een droppel van het bijt-
middel op het pracparaat, met of zonder zuur- of alcali-
oplossing, en verwarmt, totdat een weinig damp gevormd
wordt, \'/, tot 1 minuut, terwijl het glaasje heen en weder
bewogen wordt. Vervolgens afspoelen in water, dan in alcohol.
Voorts een droppel toevoegen der verzadigde oplossing van
fuchsine-aniline; andermaal verwarmen, totdat een lichte
damp opstijgt; sterk afspoelen; drogen; insluiten in Canada-
balsem.
Trenkmann 1) heeft de volgende handelwijze aanbevolen
tot het kleuren van zwermdraden. < )p een voorwerp%\\aas)C
brengt men 2 tot 3 droppels kiemvrij water en men verdeelt
daarin een klein droppeltjc der cultuur; daarvan brengt men
I) S. L. Schenk, Grumlriss der Bakteriologie. Wien u.
Leipzig, Urban en Schwarzenberg, 1S93, p. 50.
-ocr page 7-
5
een droppcltjc over op een dekglaasje, spreidt goed uit, droogt
aan de lucht, en legt het glaasje, zonder het te verhitten,
in een mengsel van 2 deelcn tannine en \'/, deel zoutzuur
in 100 deelen water, gedurende 6 tot 12 uren. Daarna
afspoelen in water; vervolgens gedurende 1 uur in jodium-
water; weder afspoelen; eindelijk gedurende \'/\', uur in eene
zwakke oplossing van gentiana-violct-anilincwater (zie bladz.
3, sub y).
d.   Kleuring van sporae. — Een dckglaspraeparaat
drogen en driemaal door de vlam halen. Daarna een uur
laten drijven op eene warme oplossing van fuchsine-aniline
(5 cM" verzadigde alcoholische oplossing van fuchsine in
100 cM\' aniline-water versch bereid uit 30 droppels aniline-
olic in 100 cM3 water). Afspoelen in water. Ontkleuren in
ccn mengsel van 25 cM1 zoutzuur en 75 cM3 alcohol. Ver-
volgcns kleuren in eene verzadigde oplossing van methyleen-
blauw in water. Andermaal afspoelen in water. Drogen en
insluiten. — Ter oefening zijn zeer geschikt: B. subtilis en
vooral B. megaterium.
Snellere kleuring, volgens Möller. — Het dekglasprae-
paraat 2 minuten in watervrijen alcohol, daarna 2 minuten
in chloroform. Afspoc\'en in water. Voorts \'/, tot 2 minuten
in cene 5"/0 oplossing van chroomzuur. Andermaal afspoelen
met water. Op het praeparaat droppelen eene oplossing van
carbolfuchsinc in water (zie p. 3, sub a) en 1 minuut op-
koken in de vlam. De carbolfuchsine afgieten en het dek-
glaasje ter ontkleuring in 5"/0 oplossing van zwavelzuur.
Andermaal goed afspoelen in water. Dan nog \'/, minuut
in eene waterachtige oplossing van mcthyleenblauw of mala-
chietgroen; nog eens afspoelen. De sporae zijn dan don-
kerrood in het binnenste der blauw (of groen) gekleurde
bacterie.
e.  Kleuring, volgens Gram. — Het dekglaasje gedu-
durende 3 minuten op Ehrlich\'s oplossing laten drijven
(gentiana-violct met aniline-water, zie p. 3, sub. y). Daarna,
volgens Botkin, afspoelen in aniline-water. Het afgespoelde
glaasje gedurende 3 minuten op Gram\'s oplossing (zie p.
3, sub. <}) laten liggen, totdat het praeparaat zwart gekleurd
is. Met watervrijen alcohol afwasschen, totdat volkomene
ontkleuring verkregen is. Drogen. Insluiten in Canada-balsem.
Deze kleuringswijze is echter niet geschikt voor alle bac-
tcricn: cholera-, typhus-, kwade-droes-bacillen, B"1 coli cora-
mune, Gonokokken, Recurrens-spirillen, en nog enkele andere
bacteriën behouden de kleurstof nitt; deze eigenschap kan
dus een kostelijk hulpmiddel zijn ter onderscheiding van
-ocr page 8-
8
eenige bacteriën-soorten onderling. — De kleuring volgens
Gram gelukt overigens niet met alle kleurmiddelen: fuch-
sine, methyleenblauw en Bismarckbruin zijn niet bruikbaar
(Unna); de kleuring gelukt alleen met de pararosanilinen:
methylviolct, gentianaviolet en victoriablaww.
J. Kleuring van B. tnberculosis, volgens Ziehl-Neel-
sen. — Gedurende 3 minuten het dekglaasje laten drijven
op eene verwarmde oplossing volgens Ziehl (fuchsine en
phenylzuur, zie p. 3, sub. «); daarna gedurende slechts
enkele seconden in 1 HNO., (of H,SO.) en 3 water; vervol-
gens ontkleuren in spiritus van 6o"/u, totdat de tint niet
meer dan rooskleurig is; dan al het zuur atspoelen met veel
water; nogmaals kleuren gedurende enkele minuten in eene
verzadigde oplossing van methyleenblauw in water; eindelijk
afspoelen in water en het glaasje drogen; op het gekleurde
praeparaat een droppel xylol; ten slotte insluiten in Canada-
balsem.
Snellere kleuring, volgens Gabbe\'s wijziging, waardoor
het ontkleuren door zuur en het herkleuren met methyleen-
blauw gelijktijdig verkregen kunnen worden: na de eerste kleu-
ring volgens Zie hl-Nee Is en, het glaasje gedurende slechts
ééne minuut in eene oplossing van 2 deelen methyleenblauw
in 1 deel H^SO,, en 3 deelen water. Vervolgens afspoelen
in water, drogen, enz., als boven.
g. Kleuring van weefsel-doorsneden. — De weefseldeelcn,
waarvan doorsneden onderzocht moeten worden, plaatsen in
stopfleschjes, op wier bodem eene laag zuivere watten gelegd
is en die nagenoeg geheel gevuld zijn met watervrijen alco-
hol; in dit vocht moeten de weefseldeelcn 1 tot 2 etmalen
blijven liggen om goed hard te worden. Daarna doorsneden
maken met een microtoom en de afgesnedene dunne schijfjes
opvangen in alcohol absolutus. De schijfjes vervolgens kleuren :
«. — Volgens Gram. — De schijfjes overbrengen in
gentiana-violet met aniline-water en, na afspoeling in aniline-
water, overbrengen in Gram\'s oplossing, geheel volgens pag.
5, sub e. — Het jodium vormt dan met de kleurende stof
een nederslag, dat aan de aanwezige micro-organismen blijft
kleven, doch uit de weefseldeelen gemakkelijk weggespoeld
kan worden; na dat wegspoelen blijven alleen de bacteriën
sterk gekleurd, donker violet, terwijl weefseldeelen, bloed,
etter, enz., hoogstens eene lichtgele kleur vertoonen. 13ii
deze kleuring van weefsel-doorsneden moet het praeparaat,
na de afspoeling in absoluten alcohol, gevolgd door droging,
in xylol gelegd worden, waarin het na \'/, minuut reeds
doorschijnend wordt. Daarna insluiten in Canada-balsem-
-ocr page 9-
7
Men kan deze kleuringswijze ook verbinden met kemkleu-
ring,
bijv. door karmijn, waardoor eene zeer fraaie dubbel-
kleuring verkregen wordt.
p\'. — Volgens F rank el. — De weefseldoorsneden gedu-
rcnde \'/, uur bewaren in eene sterke oplossing van picro-
carmijn; afspoelen in spiritus van 50"/„. Daarna gedurende
\'/, uur in eene «/«/-verzadigde oplossing van gentiana-violet
in aniline-water (eenige droppels eener oplossing van 25 gram
gentiana-violet in 100 gram water vrij en alcohol, in een hor-
logeglaasjc, waarin aniline-water uit 1 deel aniline-olie en
20 deelcn water; dit aniline-water sterk schudden, 5 minuten
laten bezinken, nllrecren door een vooraf bevochtigd filter;
als het nitraat niet helder is, nogmaals schudden en filtree-
ren. Het mengsel van gentiana-violet en aniline-water moet
ondoorzichtig geworden zijn.) — Het praeparaat vervolgens ge-
durende 3 minuten in de jodium-oplossing; danin watervrijen
alcohol, waarin de roode kleur weder te voorschijn komt,
terwijl gelijktijdig het water onttrokken wordt. — Droging.
— Even in xylol. — Insluiten in Canada-balsem.
h. Onderzoek van schimmels, hoofdzakelijk volgens
O. Johan-Olscn.
a. — Een praeparaat, geschikt tot onderzoek, maar niet
ter bewaring, kan snel gemaakt worden op de volgende
wijze. Een klein vlokje der schimmel-kolonie gedurende
enkele minuten in verdunden alcohol, daarna in eene zwakke
ammonia-oplossing; het vocht wegzuigen met vloeipapier;
afspoelen in water; insluiten in glycerine en onder den mi-
croscoop brengen.
0. Duurzaam praeparaat op dezelfde manier, doch
kleuren met osmium-zuur. Daartoe in een goed sluitend,
zorgvuldig met alcohol en aether uitgespoeld, bruin stopfleschje
eene oplossing van 0,5"/,, osmium-zuur gereed houden. Twee
droppels dezer oplossing in een horlogeglaasje, waarin 8
droppels water (= ongeveer o,i°/0 osmium-zuur); hetschim-
mclvlokje daarin een dag laten liggen. Wil men de oplossing
van osmium-zuur onverdund gebruiken, clan zijn enkele minu-
tcn voldoende. Vervolgens afspoelen in alcohol, dan in
gedistilleerd water; blijft het praeparaat nog te zwart, zoo
ontkleurc men met eene zwakke ammoniak-oplossing; ten
slotte afspoelen in water en insluiten in glycerine. — Na de
aanwending van het osmium-zuur kan men het praeparaat
ook kleuren, door het gedurende een vrij langen tijd in eene
zeer verdunde oplossing van safranine te leggen.
y. — Eene kolonie van een of ander schimmelplantje kan
in haar geheel bewaard worden door haar voorzichtig over
-ocr page 10-
8
te brengen op een voorwerpglaasje en daarop zachtkens een
dekglaasje te plaatsen; door het drogen van het praeparaat
klceit het dekglaasje spoedig vast. Aan den rand van het
dekglaasje brengt men clan cenigc droppels eencr oplossing
van osmiumzuur o,i"/„ en aan den tegenovergcstcldcn rand
zuigt men dit vocht door het geheele praeparaat, door middel
van vloeipapier. Na eenige minuten spoelt men op dezelfde
wijze het osmiumzuur weg en laat daarna glycerine door-
trekken; wil men kleuren, dan ga aan de aanwending van
glycerine eenc kleuring met safraninc vooraf. — Wanneer
het praeparaat niet bestemd is om bewaard te worden, kan
men ook de sub o beschrevene snellere bereidingswijze
toepassen.
i Onderzoek vanstraalschimmels(actinomyecs). Wcnscht
men alleen te onderzoeken, of straalschimmels aanwezig zijn
in etter of eene wcefseldoorsncde, dan behoeft men het prac-
paraat slechts te behandelen met azijnzuur of een alcali, en
daarna in te sluiten in glycerine. — Wil men kleuren, dan
is, volgens F rank el, de toepassing van Gram\'s methode
aan te bevelen: de weefscldoorsnede één etmaal in gentiana-
violet-aniline-water, daarna gedurende \'/h uur in de jodium-
oplossing.
II. Het maken ymi reinkweckingen.
Alle te gebruiken werktuigen moeten zorgvuldig gereinigd
en kiemvrij zijn.
a. Werktuigen, zooals pincetten, scharen, haakjes, naaldjes,
enz., kan men snel kiemvrij maken door gloeiing in eene
spiritus- of donkere gasvlam. Maar zij lijden daardoor zeer;
koken in water, of droge hitte van 1500 C, zijn daarom te
verkiezen. — Glaswerk kan sterk verhit, of wel door af-
spoeling en uitwassching met kiemvrij gedistilleerd water,
daarna alcohol, en eindelijk aether, gesteriliseerd worden.
Gemakkelijker is het blootstellen aan stoom van 100 tot
11 o1 C, terwijl de halzen van flesschen, kolven, enz., door
eene prop ontvette watten los gesloten zijn. — Platinanaalden
in de vlam te gloeien. — Filtreerpapier, bestemd tot het
inwikkelen van gesteriliseerde glasplaten, doozen, enz., het
best in stoom van 100" C. te steriliseeren, in mijn oven; ook
watten op dezelfde wijze te behandelen. Wil men droge
heete lucht gebruiken, dan moeten het glaswerk, de watten,
het filtreerpapier, enz., gedurende \'/, tot 1 uur, in eenc
koperen stoof (desnoods in een blikken beschuittrommel,
volgens Sa lomons en) daaraan blootgesteld worden.
Nieuw glaswerk (platen, doozen, buisjes, enz.) vóór de
-ocr page 11-
o
sterilisatie 24 uren lang ondergedompeld houden in zwakke
oplossing van ruw zoutzuur, tot het verwijderen van kali.
De gewoonlijk gebruikte, rood koperen, broedstoven hebben
dubbele wanden, wier tusschenruimte gevuld is met lucht
of water, naar gelang van den graad der gewenschtc warmte.
Zij zijn in onderscheidene grootten verkrijgbaar. Wanneer
de stoven door gasvlammen verhit worden, is het gebruik
van thcrmo-regulators — bijv. van Rohrbcck (ecne wijzi-
ging van den thermo-regulator van Lot har Mcyer), van
Keichcrt, of van Bohr — onmisbaar ter verzekering van
de gelijkmatigheid der temperatuur bij het broeden.
b. Vochten, bestemd tot het kweeken van micro-orga-
nismen.
« — Vleeschnat; 0,5 kg. fijn gehakt vleesch zonder vet,
verdeden in 1 liter water en 15 uren laten staan in cene
ijskast; nu en dan ommeren. Uitpersen.
Of wel L i e b i g\'s vlecschcxtract, 5 gram oplossen in 1
liter water.
Cibil\'s extract, 5 tot 20 gram in 1 liter water.
Morris . » 5 » 20 » » 1 » »
Daarna bijvoeging van 1% pepton en o,5°/„ NaCl.
Tot het kweeken van cholera-bacillen zijn 5 gram Cibil\'s
of Morris\' extract voldoende. Morris\' extract verdient de
voorkeur in elk geval, omdat het weinig zouten bevat.
Visch-bouillon, — Uit fijn gehakte versche zeevisch te
bereiden, evenals vleeschnat.
Alle deze soorten van bouillon dadelijk na de bereiding
•/, uur koken in een bekerglas, geplaatst in stroomenden
stoom van 100" C. Na de koking carbonas natricus bijvoegen,
totdat de reactie zeer zwak alcalisch is; mocht de reactie te
sterk alcalisch zijn, dan verzwakken door het bijdroppelen
van acidum lacticum. Daarna andermaal koken, gedurende
20 minuten en laten bekoelen, opdat het vet en de bij
hoogere warmte oplosbare zouten (die het vocht later, bij
lageren warmtegraad, troebel zouden maken) worden uitge-
scheiden: ten slotte filtreeren. — Indien bijvoeging van
glycerine, glucose, enz., wordt verlangd, moet zij, even als
die van NaCl. en pepton, geschieden vóór de eerste koking.
(Pepton lost in koud water moeielijk op).
De bereide bouillon wordt dan overgeschonken in zorg-
vuldig gereinigde, doch niet vooraf gesteriliseerde, kolfjes
van Pasteur, of van Erlenmeyer, of in reageerbuisjes;
deze gevulde kolfjes of buisjes dan terstond stcriliseeren in
stoom van 1 io\'\' C. gedurende 15 minuten. De wattenproppen
daarna terstond bedekken met een papieren kapje; dit is
-ocr page 12-
10
verkieslijk boven het bedekken met een caoutchouc-kapje,
omdat de wattenprop onder het papieren kapje droger blijft
(schimmels kunnen in droge watten niet doorgroeien).
fj. Andere cultuur-vochten: eene /^/««-oplossing van
0,5 "/„ sterkte; /wtf/-aftreksel; montextracl (zeer geschikt tot
het kweeken van Mucor-soorten); //v//;«tv/-afkookscl (vooral
voor Aspergillus-soorten een goed kweekvocht); enz. — Tot
het kweeken van schimmels moeten de vochten neutraal ot
zwak zuur zijn.
Alle deze vochten kunnen ook bij logeren warmtegraad
gesteriliseerd worden: vele micro-organismen groeien beter
in koud gesteriliseerde vochten dan in warm gesteriliseerde.
Het geschiedt door middel van C ha rab eiland \'s bougies,
of de veel dunnere (pijpensteel dikte) „bougies-Roux"; het
vocht wordt daarbij opgevangen in kiemvrije glazen kolven.
Vochten, die veel eiwitstoffen bevatten, worden echter niet
gemakkelijk op deze wijze gesteriliseerd: zij verliezen veel
eiwitstoften, die op den buitenwand der bougie terugblijven,
zoodat herhaalde reiniging dezer buitenvlakte noodzakelijk is.
c. Vaste kweekbedden. — Robert Koch heeft in 1881
aanbevolen, een door bijvoeging van gelatine tot stolling
gebracht kweekbed te verkiezen boven een kweekbed be-
staande uit gekookte schijfjes of reepjes aardappel, omdat
de samenstelling van het kweekbed dan naar verkiezing-
gewijzigd kan wolden, en vooral omdat daardoor een door-
schijnend
kweekbed verkregen wordt, zoodat de cultuur
tijdens hare ontwikkeling voortdurend onder den microscoop
bij zwakke vergrooting onderzocht kan worden.
«. — De gebruikte gelatine moet zijn van de beste, witte
soort, wier smeltpunt althans niet veel onder 20" C. ligt,
wanneer op de aanvankelijk door Koch aanbevolen wijze
op drie achtereenvolgende dagen het mengsel wordt op-
gekookt. Men kan echter het smeltpunt hooger honden
door de volgende wijziging der bereiding. Bij den gereed
gemaakten bouillon van vleesch, vleeschextract, of visch,
voege men io\'i/„ gelatine, bij zachte verwaiming \'ter be-
spoediging van het smelten ; daarna andermaal zorgen voor
eene zwak alcalischc reactie, en filtreeren in een warmwater-
trechter. — Wanneer het nitraat niet volkomen helder is, moet
men het klaren met eiwit; het wit van één ei fijn knippen
en vermengen niet 100 gram water, welke hoeveelheid vol-
doende is ter klaring van 1 Liter gelatine-bouillon: deze
eiwitoplossing vermengen met het fikraat, zonder schuim te
maken, terwijl de temperatuur niet hooger zij dan 50" C.; ver-
volgens langzaam verwarmen, totdat het eiwit stolt; eindelijk
-ocr page 13-
11
weder filtreeren. Dit filtraat wordt bij 1050 C. gekookt
gedurende slechts 10 minuten, in kolfjes of buisjes, die zonder
voorafgaande sterilisatie met watteproppen gesloten zijn; liet
mengsel behoudt dan zijne lichte kleur en vormt, na be-
koeling, eene tamelijk vaste gelei, die tot ± 24" C. verwarmd,
resp. gebroed, kan worden zonder te smelten. Bij het over-
gieten van de vloeibare f nog warme) gelei, vóór de sterilisatie,
moet een trechtertje gebruikt worden, opdat de gelei de
halzen der kolfjes of buisjes niet kunne aanraken. Wil men
de buisjes gebruiken tot het maken van streepculturcn, clan
worden zij na de sterilisatie schuins gelegd, met het boven-
einde op eene houten liniaal van 2 cM. hoogte, ter afkoeling,
en verkrijging van een vast kweekbed van zoo groot moge-
lijke lengte.
ft. — Wordt een kweekbed verlangd, dat eene hoogere
broedwarmte dan 24" C. verdragen kan, zonder te smelten,
dan moet de bouillon, volgens Rob. Koch, met 1 tot 2\'/„
(lïtir-agar vermengd worden, d. w. z. met eene stof, die
uit oost-indische en japansche algen verkregen wordt en in
lange dunne, doorschijnende reepen, of in lange spons-
achtige prismen, of in poedervorm in den handel is. De
reepen of stangen moeten vóór het gebruik afgewasschen
worden in koud water, ter verwijdering van het aanhangende
vuil. De verdere bereiding van agar-agarbouillon geschiedt
op dezelfde wijze, als die van gclatine-bouillon, doch men
moet den bouillon alcalisch maken, alvorens daarbij agar-
agar gemengd wordt, omdat deze stof in zuur vocht in suiker
zou worden omgezet; de warmtcgraad bij het smelten en
filtreeren moet ook veel hooger zijn, dan bij gelatine, omdat
agar-agar eerst bij go" C. volkomen smelt. Het smelten
geschiedt het snelst door stoom in den sterilisecroven bij
100° C.; evenzoo het filtreeren.
Groote voordeden van het gebruik van agar-agar zijn, dat:
1" bij 3o tot 400 C, en zelfs bij nog hoogeren warmtcgraad,
kan worden gebroed, zonder dat de cultuur vervloeit, — 2".
de cultuur zich ontwikkelt, zonder vervloeiing van het kweek -
bed, — 3". bij het ontbreken van een steriliseeroven voor
stoom onder hoogere drukking, het koken van het mengsel
langer duren kan en menigvuldiger herhaald kan worden,
dan bij hef bereiden van gelatine-bouillon, omdat het gelei-
vormend vermogen van agar-agar daarbij niet lijdt. — Na-
deelen zijn daarentegen, dat: 1". de eigenaardige kenmerken
der grociwijze van vele bactcricn-soorten op een vast kweek-
bed over het algemeen veel talrijker en duidelijker zijn op
een gelatine-, dan op eenagar-agar-kweekbed, 2°. de berei-
-ocr page 14-
12
ding van agar-agar-bouillon, inzonderheid het filtreeren, veel
meer tijd vordert, dan die van gelatine-bouillon, — 30. plaat-
culturen gemakkelijker vallen bij het gebruik van gelatine-,
dan bij dat van agar-agar-bouillon.
/. — De laatstgenoemde nadeclcn worden zeer verminderd
door het vermengen van gelatine en agaragar in bepaalde
verhouding tot de gebruikte hoeveelheid bouillon, volgens
Jensen, en wel 5\'/, gelatine en 0,75"/, agar-agar. Dit
mengsel moet 20 minuten gekookt worden en daarna gcfil-
treerd in Erlenmeier\'s kolfjes; deze kolfjes zijn vooraf
voorzien van 1 tot 2 cM \' water, een trechter met bevochtigd
filter, en een goed sluitend dekglas, opdat het filter vochtig
blijvc; bij het begin der filtratie wordt dan het water uit het
kolfjc verwijderd, het hecte mengsel in, het filter uitgeschon-
ken, en de gchcelc toestel terstond met een bolvormig, met
de bolle vlakte naar beneden gekeerd , dekglas voorzien en
in den steriliseeroven bij ioo" C. geplaatst. Wanneer het
op deze wijze verkregene nitraat volkomen helder is, worde
het door koking gedurende 30 minuten bij 100° C, of ge-
durende 10 minuten bij 110" C, gesteriliseerd.—Ditkweek-
bed blijft vast bij 30 tot 40" C. en is uitmuntend geschikt
tot het kwecken van vele bacterien-soorten, onder anderen
de phosphoresceerende.
S. — Zoowel de gelatine-, als de agar-agar-kweekbedden
worden niet zelden nog met andere stoffen vermengd, ter
bevordering van de ontwikkeling en vermenigvuldiging van
zekere micro-organismen.
Ter kwecking van tuberkelbacillcn, bijv., isdedoorRoux
en Nocard aanbevolene bijvoeging van 5 "/„ glycerine bij
agar-agar-bouillon zeer gewenscht.
Micrococcus agilis (Ch. AH Cohen) groeit zeer goed op
gelatine-bouillon, vermengd met 5 "/„ glucose. — Het bij-
mengen van ;•/, glycerine, I •/, glucose, 17, pepton,
0.5 \'/, XaCl., en 1 tot i\'/, •/, agar-agar bij bouillon levert
een vast kweekbed, waarop bijna alle bacteriën zeer gemak-
kelijk groeien met behoud hunner eigene kenmerken.—-Een
mengsel van gelijke deelen moutextract en water, met 1,5 •/,
agar, verschaft een kweekbed, zeer geschikt voor de ontwik-
keling van gistsoorten, saccharomyceten.
f. — Ook het tot stolling gebrachte scrum van menschen-,
runder-, paardenbloed — niet van schapcnbloed \' — is zeer
dienstig tot het kweeken van vele, bepaaldelijk pathogene,
soorten van micro-organismen. Ter bereiding van zoodanig
kweekbed, volgens de oorspronkelijk door Rob. Koch aan-
bcvolenc methode, moet het bloed opgevangen worden in
-ocr page 15-
13
een hoog cilinderglas en daarin 48 uren in eene ijskast rustig
blijven. Het gele, of zeer bleek roodgekleurde bovendrijvende
serum wordt daarna door middel van eene gesteriliseerde
pipette overgebracht in gewone cultuurbuisjes; deze buisjes
worden 8 dagen achtereen, telkens 2 uren per dag, verwarmd
tot 56" C. in eene platte, met water in den dubbelen wand
voorziene broedstoof, wier bodem eene passende helling heeft
ter voorkoming van het doordringen der nog vloeibare bloed-
wei tot in de wattenprop: de stoof is gesloten door eene
glasplaat bedekt met vilt, en wordt vervaardigd meestal uit
vertind staal met koperen bodem. Na deze „gefractionneerde
sterilisatie" worden de buisjes in de stoof gedurende ongeveer
*/, uur verhit tot 68 a 70" C, zoodat het serum in de schuin-
sche ligging stremt. — Gemakkelijker is echter de bereiding
door het bijvoegen van chloroform bij het uit het cilinderglas
in een kiemvrij kalfje overgebrachte serum, in welken toe-
stand het gedurende vele dagen kiemvrij en vloeibaar be-
waard kan worden, mits de verdamping van den chloroform
belet zij; wil men daarentegen buisjes met dat serum vullen,
dan bewaart men het met chloroform vermengde vloeibare
serum slechts gedurende enkele dagen in de gcslotene kolt
en giete men het vocht daarna voorzichtig over in de vooraf
gesteriliseerde buisjes, die vervolgens in de bovenvermelde
broedstoof op den schuinsliggenden metalen bodem geplaatst
worden, gesloten door wattenproppen; door zachte, langzaam
stijgende verhitting wordt de chloroform vervolgens uitge-
dreven en het serum wordt ten slotte door verhitting tot
70" C. gestremd.
Naar beide bereidingswijzen verkrijgt men een zeer ge-
schikt geleiachtig en geelbruin gekleurd vast kweekbed. De
gevulde buisjes moeten echter, met een caoutchouckapje
gedekt, nog gedurende 3 dagen in eene broedstoof bij 37" C.
geplaatst worden, opdat blijke, dat zij kiemvrij zijn.
Veel sneller leidt de koude sterilisatie tot het doel, d. w. z.
het filtreeren van het bloedserum door eene Chamberland-
bougie onder hoogere drukking, doch men verliest dan
tamelijk veel der ciwitachtigc stoffen (zie boven, pag 10) en
men verkrijgt bij de stremming een witgrijs, ondoorzichtig
kweekbed.
Ook het bloedserum kan tot bijzondere doeleinden met
andere stoffen vermengd worden. Bij voorbeeld: tot het
kwecken van tuberkelbacillcn is de bijvoeging nuttig van
6 tot 8 \'/, glycerine, waarna bij 75 tot 780 C. gestremd
wordt. — Tot het kweeken van diphtheriebacillen heeft
Löffler een mengsel aanbevolen van 3 dcelen serum, met
-ocr page 16-
14
i deel neutralen bouillon (waarin i •/. pepton, I •/„ glucose,
en 0,5 "/„ NaCl); daarna volgt op de gewone wijze de ge-
fractionneerde sterilisatie en ten slotte de stremming bij
66" C. — Op raad van Ferd. Hüppe wordt in den laat-
sten tijd ook veel gebruik gemaakt van bloedserum met
gelatine of met 2 •/, agar-agar, die resp. door gefraction-
neerde sterilisatie kiemvrij gemaakt worden.
£ — Zeer dikwijls worden bacteriën ook gekweekt op
stukken, of schijfjes, aardappel en koolraap, die in dubbele
schaaltjes met overvallend deksel (Pctri), of in glasdoozen
(Soyka), ofwel in glazen buisjes met geringe vernauwing
even boven den bodem (Roux), of eenvoudig in glazen
buisjes met een wattenpropje op den bodem (Hüppe) gelegd
en daarna gedurende V» uur gekookt, of in stoom onder
hoogere spanning bij 107 tot iio" C. gedurende \'/» uur gc-
steriliseerd zijn. Sterilisatie der schaaltjes, doozen, enz.,
vóór de vulling, is overbodig.
— De aardappelen of kool-
rapen behoeven eenvoudig van het aanhangende vuil gerei-
nigd te worden, door afborsteling in koud water; daarna
worden door middel van eene koperen kurkboor lange
cilinders uitgeboord, ter halve lengte van een reageerbuisje;
kleine steeën worden uitgesneden, indien zij aanwezig zijn;
de cilinders van koolrapen worden in hun geheel gebruikt,
die van aardappelen daarentegen in de diagonaal overlangs
doorgesneden ter verkrijging van een langwerpig en effen
kweekbed. — De koolrapen zijn een uitnemend kweekbed
voor schimmels; de aardappelen voor zeer vele soorten van
bacteriën.
y. — Tot het kweeken van schimmels kan men zich ook
bedienen van poeder van broodkruim, die met water, bouil-
lon, enz., tot eene pap gemaakt en in dubbele glazen
schaaltjes, of in kolfjes, gesteriliseerd wordt. — Soyka
heeft ook een kweekbed aanbevolen, samengesteld uit 10
gram rijstpoeder, 15 gram melk en 5 cM3 neutralen bouillon.
De scheikundige reactie van alle\'bovengenoemde vochten
en vaste kweekbedden moet beantwoorden aan de soort der
gekweekte bacteriën. Meestal is eene zwak alcalische reactie
de het meest gewenschte. Voor enkele soorten, bijv. cholera-
bacillen, moet de reactie daarentegen iets sterker alcalisch
zijn; tot het kwecken van schimmels is een zwak zuur
kweekbed meestal geschikter, dan een neutraal of zwak
alcalisch.
Het afnemen van kiemen en het uitzaaien of overenten
moet geschieden met gesteriliseerde platinadraden. Daarbij
-ocr page 17-
IS
moeten alle mogelijke voorzorgen genomen worden tegen
het binnendringen van andere kiemen, dan de gewenschte;
vaste kweekbedden in buisjes houde men daarom, tijdens
het afnemen van kiemen of het enten, het onderst boven;
deksels van glasdoozen ligte men niet hoogcr op, dan nood-
zakelijk is; enz.
d. De afzondering van eenc aërobe bacterii-nsoort uit
reu mengsel van bacterilnsoorten.
— Vermenging van een
droppel ter te onderzoeken stof met dunnen bouillon, pepton-
oplossing, enz.; kweeking bij geschikte temperatuur, en her-
haalde overenting van een droppel van de verkregene kwee-
king in ecr.e nieuwe hoeveelheid kiemvrij kweekvocht, totdat
cene reinkweeking van ééne der oorspronkelijk aanwezig
geweest zijnde bacteriënsoorten verkregen is iPasteur). —
l)c toepassing dezer methode heeft het tweeledige voordcel,
dat de samenstelling van het vocht hoogst eenvoudig kan
zijn (gelatine of agar-agar niet bijgevoegd behoeven te worden),
en dat althans voor sommige bacteriën het groeien bevorderd
wordt. Maar daartegenover staat het nadeel, dat het volgen
van dezen weg veel tijd vcreischt, hoogst omslachtig is.
Het doel wordt in de meeste gevallen even goed, en dan
veel sneller, bereikt door het kweeken van het bacteriën-
mengsel op vaste kweekbedden, naar Rob. Koch\'s me-
thode, zoodat elke aanwezige bacterie eene eigene kolonie
vormen kan en gemakkelijk afzonderlijk overgeënt kan wor-
den. — Geschikte middelen zijn\\plaatculturen volgens Rob.
Koch, hetzij op grootere glasplaten, hetzij in buisjes (rol-
culturen, volgens E. von Esmarch), hetzij inglasdoosen.
Zoodanige plaatculturen worden gemaakt door vermenging
van een of meer droppels van het te onderzoeken vocht, of
van een klein deeltje der te onderzoeken vaste stof, met
vloeibaar gemaakten gelatine-bouillon, of gclatine-agar-
bouillon, en het gelijkmatig uitspreiden van dat vocht over
het glas; de stolling van dat kweekvocht kan bespoedigd
worden door het plaatsen der platen, buisjes of doozen, op
een horizontaal gelegd glazen bakje, waardoor aanhoudend
koud water stroomt (Roux). De aldus behandelde platen,
enz. worden daarna overgebracht in groote glasklokken of
stolpen, wier bodem met doornat filtreerpapier belegd is, en
die in cene broedstoof op de gewenschte temperatuur gehouden
kunnen worden. De zich ontwikkelende koloniën worden in
steek- of streepcultuur verder gekweekt. — Het afzonderen
van eene bepaalde bacteriënsoort gelukt niet zelden nóg
sneller door liet maken van streepen over een vast kweek-
-ocr page 18-
bed, met eene weinig beladene naald, en het atstrijken dezer
naald snel achtereenvolgens in een zeker getal buisjes, zonder
haar opnieuw te beladen, zoodat liet laatstgcbruiktc cultuur-
buisje slechts een spoor van de te onderzoekene stof ontvangt.
Kene geschikte methode tot het afzonderen van eene
pathogeiw bactcriensoort uit een mengsel van bacteriën-
soorten is het overbrengen eener kleine hoeveelheid van dat
mengsel in een voor de bedoelde ziektekiem bijzonder ge-
voelig levend dier, hetzij in de maag, hetzij onder de huid,
in de buikholte, of in eene ader, enz., naar omstandig-
heden, (zie laterj.
Pfeffer i) heeft in 1886—1888 aangetoond, dat sommige
met eigene bewegingswerktuigen voorziene bacteriën door
vele anorganische en organische stoffen worden geprikkeld,
als zij in de nabijheid dezer stoffen komen. Ch. AliCohen
heeft daarna ontdekt 2), in 1890, dat cholera- en typhus-
bacillen chemotactisch prikkelbaar zijn en vooral door ka-
liumzouten en asparagine, derhalve door het sap van rauwe
aardappelen, sterk worden aangetrokken; beide bacillen-
soorten kunnen in een, met dat sap gevuld, capillair buisje
worden gevangen, ook als zij zich bevinden in vochten,
waarin velerlei vreemde stoffen aanwezig zijn (facces, urine,
bouillon, zeer vuil water, enz.). De inhoud van het buisje
kan daarna worden gebruikt als materiaal voor microscopisch
onderzoek en voor het maken van culturen.
Het kweeken van bacteriën gelukt over het algemeen het
best in eene donkere ruimte; voor eenige, kleurstof voort-
brengende (chromogene), bacteriën is echter de duisternis
niet bevorderlijk aan de ontwikkeling der kleurstof, zoodat
de koloniën, resp. hel kweekvocht of het kweekbed, de
kenmerkende kleur alsdan niet, of slechts onvolkomen,
verkrijgen. — De reeds ontwikkelde kleurstof kan echter
ook weder verdwijnen, zelfs in eene prachtig fluoresceerende
gelatinc-massa, wanneer de dampkringslucht niet meer kan
binnendringen door de wattenprop van het kolfje, of buisje,
en de daarin reeds aanwezige zu.urstof is opgeteerd. Eene
kolonie kan voorts hare kenmerkende kleur ook verliezen
ten gevolge van zekere, meerendeels nog niet bekende, schei-
kundige veranderingen der samenstelling van liet kweekbed;
1)  UnterSuchungen aus dem botan.  Instit. zu Tiibingen, 188C—
1888.
2)   Centralblatt fiir Bakteriologie,  1890, n°, 6; Ned. Tijdschr,
v. Geneesk., 1893, J, p. 57.
-ocr page 19-
17
ecne cultuur van Staphylococcus pyogenes aureus, of van
B. prodigiosus, bij voorbeeld, kan bij herhaalde overenting
ten slotte geheel wit worden.
e. De afzondering van eene anai\'robe bacterifnsoort
uit een mengsel van bacteriënsoorten, en het overenten en
voortkweeken van analrobieln-,
bijv. de bacillen van het
oedema malignum, het boutvuur, den tetanus, enz.
Het materiaal tot eigene oefening kan gemakkelijk op de
volgende wijze verkregen worden. In een cultuurbuisje,
voor 3/» gevuld met kokenden agar-agar-bouillon, werpe men
I of 2 witte boonen; het buisje daarna te broeden bij 37" C,
gedurende 24 uren; het resultaat zal eene rijkelijke cultuur
van Ii. butyricus zijn. Eene reinkweeking van de bacillen
der septichaemie (vibrion sefitique, B. oedematis malignï)
kan verkregen worden door het inbrengen van een weinig
tuinaarde onder de huid van den buik eener cavia cobaya,
welke aarde vooraf fijn gewreven en gedurende 10 minuten
tot 100" C. verhit moet zijn. Het diertje sterft dan na 36
uren en het onder de geënte plaats van den buik aanwezige
vocht bevat de gewenschte reincultuur (Siilomonsen).
Als algemeene regel geldt daarbij, vooral wanneer obligate
anaèrobieën gekweekt moeten worden, dat de gekozene
kweekvochten vooraf goed gekookt moeten zijn, ter uitdrij-
ving der lucht, en daarna snel afgekoeld in koud water. De
gebruikelijkste der talrijke methoden tot het kweeken van
anaërobieën zijn de volgende.
«. — Het bedekken van het geënte vocht, of kweekbed,
met eene stof, die de lucht afsluit. Voor een kweekvocht
kan bijv. eene heldere en kiemvrij gemaakte laag olijf-
olie van 3 tot 5 cM. dikte dienen. — Eene met geenten
gelatine- of agar-agar-bouillon bedekte glasplaat kan men
bedekken met een kiemvrij en dun plaatje van glas of mica
(Rob. Koch), maar dit verdient weinig aanbeveling, omdat
de zijdelingsche toetreding van dampkringslucht daardoor
niet geheel afgesneden wordt, ook al zorgt men voor afslui-
ting der randen van het plaatje met gesmoltene paraffine.
Het doel wordt beter bereikt door het gebruiken van een
vast kweekbed, in gewone cultuurbuisjes. De entstof wordt
door middel van eene lange en dunne platina-\'naald tot op
den bodem van het halfgevulde buisje gebracht (diepe steek-
cultuur) en terstond daarna wordt de bovenvlakte der inge-
ënte massa bedekt met eene 3 tot 5 cM. dikke laag olijfolie,
vaseline, gelatine-oplossing, een mengsel van vaseline, of
paraffine, en een weinig witte was, enz. Het gebruik van
2
-ocr page 20-
18
eene stollende bedekking is te verkiezen, omdat het buisje
dan in alle richtingen bewogen kan worden zonder veront-
reiniging der wattenprop. Na de stolling der bedekkende
massa wordt de wattenprop met gesmoltene paraffine gesloten.
Nog eenvoudiger is het enten in reageerbuisjes, die nage-
noeg geheel
gevuld zijn met het gekozene kweekbed, met
eene zeer lange platina-naald (Liborius), Na het afsluiten
der watteprop met paraffine zullen de aërobe bacteriën van
het onderzochte mengsel in het bovenste gedeelte der massa
althans eenigermate tot ontwikkeling kunnen komen, terwijl
in de diepte der massa alleen de anaërobe soorten zich
zullen ontwikkelen. — Roux gebruikt dunne buisjes, gelijk
aan de pipette-Pa steur, die aan één der beide uiteinden
dun uitgetrokken zijn; aan het andere einde is eene vernau-
wing gemaakt en eene wattenprop geplaatst. De dun uit-
getrokkene punt wordt gedompeld in het gekozene gesmoltene
kweekbed, en het buisje wordt tot aan de vernauwde plaats
gevuld door zuiging aan het andere uiteinde. De fijne punt
wordt nu toegesmolten; het geheel wordt gesteriliseerd, na
uittrekking en dichtsmelting ook van het andere uiteinde.
De entstof wordt door middel van een fijn glasdraadje in
het buisje gebracht in het onderste puntige uiteinde, waarvan
de punt vooraf even afgebroken en na de enting terstond
weder dichtgesmolten wordt. Wanneer de cultuur gelukt en
eene der ontwikkelde koloniën als entstof of tot microscopisch
onderzoek dienen moet, behoort het buisje geopend te worden
aan het uiteinde, dat aanvankelijk met eene wattenprop
gesloten was geweest, omdat anders de koloniën misschien
uitgedreven zouden kunnen worden door de spanning der
gassen, die zich aan dat uiteinde van het buisje verzameld
kunnen hebben; eerst daarna wordt de fijne punt, waardoor
de enting heeft plaats gehad, afgebroken.
ft. — Het vermengen van het gekozene, bij afkoeling
stollende, kweekvocht met eene stof, die gemakkelijk zuur-
stof opneemt,
m. a. w. sterk reduceerend werkt.
Liborius heeft aanbevolen cultuurbuisjes voor »/, te
vullen met een mengsel van agar-agar-bouillon en i °/0 glu-
cose. Kitasato en Weyl hebben daarna stoffen gezocht,
die het tot stand komen dezer reductie verraden, met name
i "/„„ indigosulphas natricus, of 3 tot 5 \'/,« formias natricus;
zoodra de aanwezige zuurstof verdwenen is, wordt de indigo
gereduceerd door de glucose en verdwijnt de blauwzwarte
kleur, plaats makende voor eene donker gele. Wordt sulphas
indigotini gebruikt, in plaats van indigosulphas natricus, dan
wordt bij den gesmoltenen agar-agar-bouillon zooveel eener
-ocr page 21-
19
J °/„0 oplossing van sulphas indigotini gemengd, dat de kleur
lraai blauw wordt; per 10 cM3 van dat vocht voegt men 3
druppels eener oplossing van 10 "/„ KOH, en 1 "/„ glucose. —
Ook lakmoes-tinctuur is aanbevolen, 10 droppels per buisje,
zoodat het mengsel violet gekleurd wordt.
y. — De gemakkelijk zuurstof opnemende stof kan ook,
afgescheiden van het gekozene kweekbed, met dit geënte
buisje in cene grootere buis worden besloten (Hans Buch-
ner). Het op de gewone wijze geënte buisje, gesloten met
een wattenpropje, wordt op een kort en dik glasstaafje in
het wijdere buisje geplaatst, waarin vooraf eenige cM3 gegoten
zijn van eene oplossing van 1 gram acidum pyrogallicum in
10 cM\' eener 10"/,, oplossing van KOH in water. Het grootere
buisje daarna te sluiten met eene bevochtigde stop van
caoutchouc en verticaal te plaatsen in eene broedstoof bij
30° C; van tijd tot tijd moet het buisje voorzichtig geschud
worden, ter bespoediging van de opslorping der nog aanwezige
zuurstof. .Men kan op deze wijze bijv. den bacil van het
kwaadaardig oedcem zeer gemakkelijk kweeken, ofschoon
langzaam. — Een nadeel dezer methode is echter het snelle
en sterke verdrogen van het vaste kweekbed.
Op gelijksoortige wijze kunnen anaërobieën in een heiligenden
droppel
gekweekt en onderzocht worden, volgens Nikiforoff.
Een droppel bouillon, op een dckglaasjc geplaatst, waarvan
de randen met vaseline bestreken zijn, wordt geënt en op
de kom van een uitgehold voorwerpglaasje gelegd; de kom
is voorzien van 1 droppel eener sterke oplossing van acid.
pyrogallicum en bevat op kleinen afstand ook 1 droppel
kaliloog; het inccnvloeien van deze beide droppels wordt
nu bevorderd door het geven van verschillende hellingen
aan het voorwerpglaasje, gepaard met lichte schudding of
licht tikken; desnoods wordt het dekglaasje even opgelicht
tot het doorlaten van een fijnen glasdraad, die de beide
droppels doet samenvloeien.
tf. — Het verwijderen van de nog in het geënte buisje
aanwezige zuurstof door opzettelijk mede ingeslotene aSro-
bieën,
volgens Roux. — Het met agar-agar-bouillon voor
V, gevulde buisje wordt gesteriliseerd in kokend water, of
stoom van 100 tot 110" C, en daarna snel afgekoeld; na de
inenting met behulp van een langen glasdraad wordt op de
bovenvlakte van den agar-agar-bouillon eene kleine hoe-
veelheid gesmoltcne, doch bijna weder stollende, gelatine-
bouillon gegoten; zoodra deze dunne laag gestold is, brengt
men daarop een paar droppels eener cultuur van B. subtilis
en smelt men het buisje toe. Wanneer de cultuur der geënte
-ocr page 22-
20
anacrobic slaagt en andermaal overgeënt moet worden, ver-
brijzele men het onderste gedeelte van het buisje, opdat de
aanraking met den mede aanwezigen IJ. subtilis vermeden
worde.
Salomonsen heeft aanbevolen, ter zekere vermijding
van het laatstgenoemde gevaar, de anaërobe cultuur te enten
in een dun buisje, dat nagenoeg geheel met gelatine-agar-
bouillon gevuld is, dat buisje vervolgens in ecne wijdere
buis te plaatsen, en de tusschenruimte door middel van eene
pipette aan te vullen met bouillon, waarin eene aërobe bac-
terie gebracht wordt; de wijdere buis worde daarna toege-
smolten.
*. — Het verwijderen van de in het geënte buisje nog
aanwezige dampkringslucht door het doorjagen van koolzuur,
lichtgas, of water stof gas.
Het uitdrijven der lucht door een aanhoudender! stroom
koolzuur, volgens Pasteur, wordt thans zelden toegepast,
omdat dit gas de ontwikkeling van vele bacteriensoorten ver-
traagt en zelfs belet.
Hetzelfde bezwaar geldt ten aanzien van het uitdrijven
der lucht door lichtgas, volgens Wiirtz. Wil men deze
methode toch toepassen, dan vuile men buisjes voor \'/> Se~
deelte met agar-agar-bouillon en 2 "/„ glucose. Na het
steriliseeren vervange men de wattenprop door eene goed
sluitende dubbel doorboorde prop van caoutchouc; in het
eene kanaal het dunnere ondereinde van een niet al te dun
uitgetrokken glazen buisje, tot even beneden de prop; in
het andere kanaal een langer buisje, waarvan het boveneinde
horizontaal omgebogen is en het ondereinde tot dicht boven
de oppervlakte van het kweekbed reikt. Dat kweekbed wordt
daarna gekookt en terstond late men dan gas instroomen
door de langste der beide buizen; het uit de kortere buis
uitstroomende gas worde aangestoken, en deze vlam blijve
5 minuten branden. Vervolgens wordt de gaskraan gesloten
en gelijktijdig door de kortere buis kiemvrije olijfolie inge-
goten, zoodat eene laag van 2 cM. dikte op den kweekbodem
drijft. Na bekoeling wordt de olie door schuinschc richting
van het buisje van een klein deel der oppervlakte van het
thans gestolde kweekbed verwijderd, en wordt op die plek
eene met kweekstof beladcne platinanaald ingestoken, die
aan den wand van een dun buisje is vastgesmollen; door
dat buisje stroomt lichtgas, zoolang de enting duurt. Ten
slotte wordt het cultuurbuisje gesloten met eene bevochtigde
caoutchouc-stop, of in de vlam.
Waterstof gas kan gemakkelijk ontwikkeld worden in een
-ocr page 23-
21
door Jorgcnsen bedachten eenvoudiger! toestel. Een ge-
woon cilindcrglas voor cene petroleum- of olielamp wordt
in een wijd molglas opgehangen door middel van cene
doorboorde kurk, die in den bovenrand van het molglas
nauwkeurig past; het molglas is tot \'/„ der hoogte gevuld
met verdund zwavelzuur (i : 8 water), waarbij 2 droppels
eener oplossing van platina-chloruur gevoegd zijn. Boven
de vernauwing van het lampenglas is een doorboord en in
mousseline gewikkeld loodcn plaatje gelegd; daarop worden
eenige stukjes zuiver zink geplaatst, liet boveneinde van het
lampenglas wordt nauwkeurig gesloten door cene stop van
caoutchouc, waardoor een aan beide einden rechthoekig gc-
bogen glazen buisje gestoken is en het ontwikkelde water-
stotgas ontsnappen kan. Dit gas wordt van zuurstof bevrijd
in een waschrlcschjc gevuld met een mengsel van 1 deel
cener 25"/,, oplossing van acidum pyrogallicum in water, en
10 deelen eener 6oü/0 oplossing van KOH in water. — Is
het gebruikte zink niet volkomen zuiver, dan moet het gas
eerst gewasschen worden in cene alcalische loodoplossing
tot het verwijderen van misschien gevormde zwavelwaterstof;
vervolgens in cene oplossing van salpeterzuur zilver tot het
verwijderen van arsenicum; en daarna in de bovenvermelde
oplossing van acidum pyrogallicum, —• Het aldus verkregene
zuivere waterstofgas kan tot het uitdrijven der lucht gebruikt
worden op de wijze, die boven voor het lichtgas beschreven
is, doch moet door hetgesmoliene voedinqsvocht heenborrelen,
volgens Frankcl gedurende 4 minuten, opdat de aanwezige
vrije zuurstof volledig uitgedreven worde; Hiippc laat het
gas 10 minuten achtereen doorstroomen.
Het enten van het gesmoltene kweekbed kan vóór het
doorvoeren van waterstofgas geschieden, wanneer men geen
nadeel vreest van den warmtegraad, die tot het verhoeden
der stolling gedurende het doorvoeren van het gas nood-
zakelijk is. Anders is m. i. de volgende handelwijze aan
te bevelen, die tevens den last van het uitsteken van
glazen buisjes boven de caoutchouc-stop vermijdt. In
plaats van die glazen buisjes worden dunne metalen buisjes
gebruikt; na het doorjagen van waterstofgas door het ge-
smoltene, doch ongeente, kweekbed trekke men het aanvocr-
buisje op tot vlak boven de oppervlakte van het vocht en
koele men het cultuurvocht af, totdat het stolt, terwijl water-
stofgas steeds blijft doorstroomen. Het cultuurbuisje daarna
het onderste boven kceren en enten, vervolgens weder over-
eind zetten, steeds onder doorstrooming van waterstofgas;
na 10 minuten de beide gasleidingsbuisjes optrekken, totdat
-ocr page 24-
22
hunne onderste uiteinden in hetzelfde vlak liggen als de
onderste vlakte der caoulelioue-stop ; de beide buisjes eindelijk
met cene platte tang dichtknijpen vlak boven de slop, af-
knippen, en het boveneinde van het cultuurbuisje dompelen
in gesmolten kit (was en hars).
Wil men rolbuisjes maken, naar E. von Esmarch\'s
methode, dan kan dit gemakkelijk geschieden, naar F ra n k e 1,
die 3 verdunningen maakt en vóór het doorleiden van water-
stofgas ent, of naar de zoo even beschrevene methode, die
het uitsteken van de zoo breekbare stompjes van glazen
buisjes vermijdt.
Een zeer geschikt middel tot het opsporen van anaërobe
bacteriën in cenig vocht, alsmede tot het kweeken van zoo-
danige bacteriën in reincultuur op gelatine-, of gclatine-agar-
agar-bouillon platen, of op aardappelschijfjes, is bedacht
door Hans Ulücher te Giessen. \'Een glasdoosje van 7
cM. iniddellijn wordt ongedekt geplaatst in een wijder en
hoogcr glasdoosje, en daarin tegen verschuiving behoed door
een ring van koperdraad met 3 of 4 pootjes; op die uitge-
bogen pootjes rust een glasklokjc, waarvan de naar boven
gekeerde top lot een nauw buisje is uitgetrokken; over dat
buisje is een zware looden ring gelegd, ter aandrukking van
den onderrand van het klokje tegen de pootjes; in het buisje is
cene wattenprop geplaatst. Deze toestel wordt gesteriliseerd in
heete lucht van 160° C. Na bekoeling van dezen toestel wordt
het gesmoltene en geënte kweckvocht snel in het kleinste
glasdoosje geschonken, resp. de geënte aardappelschijf in dat
doosje gelegd, en met het glasklokje bedekt; vervolgens
wordt in het wijdere doosje cene oplossing van glycerine van
1:3 of 4 deelen water geschonken, totdat de onderrand van
het glasklokje goed ondergedompeld zij. Door het buisvormige
einde van het glasklokje wordt dan waterstofgas, of eenig
ander gas, ingestuwd, waardoor de lucht langs den onder-
rand van het glasklokje wordt uitgedreven; zoodra de uit de
glyccrine-oplossing opborrelende gasbellen zonder geruisch
rustig verbranden, als een brandende waslucifer dicht daarbij
gehouden wordt, is de lucht uitgedreven. Na ontwikkeling
van eene anaërobe bacterie in de broedstoof kan het kleine
glasdoosjc uit den toestel genomen en met zwakke vergroo-
ting onderzocht worden; des gewenscht, kan het anaërobe
kweeken daarna nog weder worden voortgezet.—Uotkinc
heeft eenige wijziging van dezen toestel aanbevolen. De klok
is nl. hooger en van boven gesloten, en rust op een glazen
kruis in een wijder glasschaaltje; tegenover elkander zijn
2 dunne S vormig gebogene glazen buisjes met eene der bochten
-ocr page 25-
23
onder den rand van het glazen klokje binnen deze klok ge-
schoven, bestemd lot het doorleiden van waterstofgas; de
afsluiting der lucht wordt verkregen door glycerinc-opïossing,
of door gesmoltcnc paraffine; het doorvoeren van watcr-
stofgas moet \'/, uur duren.
Wanneer groote hoeveelheden, bijv. 0,5 Liter, bouillon of
ander kweekvocht van vrije zuurstof beroofd en onder water-
stofgas gehouden moeten worden, is het gebruik van den
volgenden toestel aan te bevelen. Éenc tlesch van 1 L. inhoud
wordt van cenc dubbel doorboorde prop van caoutchouc
voorzien; in het cenc kanaal schuift men cenc scherphoekig
gebogene dunne glazen buis, die tot op den bodem der
tlesch reikt en wier andere arm tot ecne punt is uitgetrokken
en toegesmolten: in het andere kanaal ecne veel kortere
scherphoekig gebogene buis, die tot even beneden de stop
reikt, doch wier afgebogene arm van twee bolvormige ver-
wijdingen is voorzien tot het opnemen van wattenpropjes. Deze
toestel, gevuld met het gewenschte vocht, wordt 15 minuten
lang gekookt bij 1150 C. Na bekoeling wordt de buitenarm
van het eerstgenoemde buisje met eene spiritusvlam verhit
(„geflambeerd") en in de stamcultuur of het te onderzoeken
vocht gedompeld; de punt wordt met een kiemvrij pincet
afgebroken en door zuiging aan het bollenbuisje wordt eene
hoeveelheid vocht in de kolf overgebracht. Vervolgens
wordt in dezelfde richting waterstofgas doorgeleid; na 10
minuten de punt dichtgesmolten van den eenen arm, en
terstond daarna het gedeelte tusschen de beide bolletjes van
de andere buis.
£. — Het verwijderen van de in het geënte en geslotene
buisje, kolfje, enz., nog aanwezige dampkringslucht door
nitpomping, bijv. met de luchtpomp van Sprengel-H üfner,
of met eene waterstraalluchtpomp. — Dit kan zeer doelmatig
geschieden bij het gebruik van de met een langen steel voor-
ziene, door Roux bedachte buisjes; in den steel is een gedeelte
dun uitgetrokken; op die plek wordt het buisje dichtgesmolten,
nadat de uitpomping het gewenschte gevolg heeft gehad. —
Lastiger in het gebruik zijn de U vormige buisjes van Pasteur,
omdat zij zoo breekbaar zijn. Eene glazen buis wordt nl.
U vormig gebogen en aan beide uiteinden gesloten. Aan
de bovenzijde der bocht van het onderstboven gehouden
buisje wordt eene kleine opening gemaakt, en daaraan wordt
een dun buisje vastgesmolten, dat loodrecht op het midden
der bocht van de omgekeerde U staat; het is dicht bij de
bocht een weinig uitgetrokken, opdat het op dat punt dicht-
gesmolten zou kunnen worden, en het uiteinde is door eene
-ocr page 26-
21
wattenprop gesloten. Ter weerszijden van dat buisje wordt
in de bocht nog een gaatje gemaakt en een buisje aangc-
smolten, dat evenwijdig aan het resp. been der fl omgebogen,
puntvormig uitgetrokken en toegesmolten is. — Een gelijk-
soortigen toestel heeft Pasteur laten vervaardigen uit een
buisje, gelijk aan het zooeven beschrevene van Roux, doch
voorzien van een aangesmolten buisje als bij den U vormigen
toestel. — Ook de pipette van Pasteur (zie boven, p. 18)
kan tot hetzelfde doel gebruikt worden.
Tot het kweeken van anaerobiecn op een stukje aardappel
gebruikt Roux een glazen buisje met geringe vernauwing
even boven den bodem (zie boven, p. 14), en met een inden
zijwand van dat onderste half afgesnoerde gedeelte ingc-
smolten, loodrecht op dat gedeelte gericht dun glazen buisje
met vernauwing en watteprop. Na het enten van het aard-
appelschijfje smelt men de opening van het cultuurbuisjc
toe en verbindt men het zijwaarts aangebrachte buisje met
de luchtpomp; ten slotte wordt ook het laatstbedoelde buisje
dichtgesmolten.
Eene waterstraal-luchtpomp geeft slechts eene onvoldoende
luchtverdunning, wanneer het water in de leiding niet onder
hoogc drukking staat: men zou de uitpomping dan met het
doorjagen van waterstofgas kunnen verbinden (Roux). Op
een cultuurbuisje met lang uitgetrokken steel, volgens Roux
(zie boven, p. 23), wordt een —| vormig glazen buisje beves-
tigd, dat in eiken arm eene kraan heeft; het boveneinde van
dat buisje is verbonden aan de luchtpomp en het horizontale
been aan den toestel tot het ontwikkelen van waterstofgas.
Men begint dan met de uitpomping en sluit de kraan, als
het vocht al te sterk begint te borrelen; daarna wordt de
kraan voor het waterstofgas geopend; vervolgens weder ge-
sloten en de kraan voor de luchtpomp geopend, en deze
afwisseling wordt 3 tot 4 maal herhaald.
t;. — Het kweeken van anaërobe bacteriën in kippcneiercn,
volgens Hüppe en Heim. — Een versch kippenei worde
sterk geschud, afgewasschen in soda-oplossing, daarna in
water, vervolgens in sublimaat, dan in zwavelammonium-
oplossing, in alcohol en eindelijk in aether. De punt van
het ei, waarin nog lucht bevat is, worde nu geflambeerd,
waardoor eene zwarte kleur ontstaat. Op die plek worde
met eene gegloeide naald een gaatje geprikt en de entstof
met een glazen capillairbuisje of platinadraad diep ingevoerd.
Verduurzaamde culturen kunnen naar Soyka en Franz
Kral zeer gemakkelijk gemaakt worden; de afsluiting van
-ocr page 27-
2 5
de dampkringslucht geschiedt, volgens Czaplewski, in
buisjes, door het drenken van de wattenprop met gesmolten
paraffine, in glasdoozen door het bestrijken van den deksel-
rand met die stof. Zeer vele acrobc bacteriensoorten blijven
op die wijze gedurende i jaar, en nog langer, geschikt om
te worden overgeent; onder de ziektekiemen zijn er daaren-
tegen eenige, wier overentbaarheid veel vroeger verloren gaat,
bijv. Streptococcus erysipelatis. Bij nauwkeurige kennis van
deze tijdverschillen kan men zich zonder buitengewone in-
spanning een wij volledig bacteriologisch museum verschaffen,
waarin elke soort gekweekt is op daarvoor geschikte sub-
straten : de niet-vervloeiende namelijk op gelatine, agar-agar,
glycerine-agar, glyc. gluc. agar, aardappel, de schimmelsoorten
ook op koolraap, zoodat de gelegenheid tot vergelijking bij
het determineeren van een gevonden micro-organisme steeds
gegeven\' is.
III. Het nemen Tan bacteriologische proeven op lerende
(lieren. — De ziekmakende werking van een micro-organisme
op een levend dier is bewezen, wanneer : iu dezelfde kiem
altijd gevonden wordt bij de resp. ziekte, en bij geene an-
dere; en 2" na het inenten of ingeven van cene rcinkweeking
ecner kiem dezelfde ziekte ontstaat, en daarna deze kiem in
de vochten, weefsels of organen van het dier kan worden
teruggevonden.
De gebruikelijkste proefdieren zijn : gewone muizen, witte
muizen, ratten, cavia cobaya\'s, duiven, kippen, konijnen en
honden.
Het bedwelmen van het dier, in geval van pijnlijke proef-
neming, kan bij muizen en ratten gemakkelijk geschieden
met aether onder eene glazen klok, en na het binden zonder
nadeel worden onderhouden. Cavia\'s en konijnen moeten zeer
voorzichtig
met chloroformdamp bedwelmd worden op de
gewone wijze. Bij gewone inenting is het bedwelmen onnoodig.
Muizen en ratten worden met eene lange gevensterde tang
bij het oor gepakt en over de tang gelegd zoodanig, dat de
achterpooten op de tang rijden en de staart vastgehouden
worde in de hand, die de tang voert. — Cavia\'s en konijnen
worden vastgebonden op een plankje, dat aan eiken hoek van
eene waterpas ingedrevene ijzeren pen voorzien is:depootcn
van de dieren worden diagonaalsgewijze aan die pennen vast-
gebonden : eerst een achterpoot, daarna een voorpoot aan de
tegenovergestelde zijde, enz. — Een hond moet men eerst den
bek toebinden met een touw, waarvan het midden achter de
snijtanden der onderkaak gelegd wordt; de einden worden
-ocr page 28-
26
onder de onderkaak samengeknoopt, daarna naar den neus-
wortel gevoerd en aldaar mede samengeknoopt, dan nog eens
toegeknoopt onder de onderkaak en eindelijk samengeknoopt
in den nek. De hond wordt op eene met lood bekleede tafel
gelegd van i x 0,60 M. oppervlakte; eerst wordt cen voor-
poot aan de in het tafelblad bevestigde pen vastgebonden,
daarna de achterpoot der tegenovergestelde zijde, enz.
Het inenten kan op velerlei wijzen geschieden, namelijk
door: openkrabben der opperhuid met cen besmet mesje, -
inspuiting onder de huid, in eene ader (bijv. oor of poot
van een konijn), in de buikholte, in de voorste oogkamer,
of onder het harde hersenvlies. Voorts ook door inademing,
en door invoering in de maag.
De ingevoerde ziektekiem kan opgezocht worden in: het
bloed, de urine, de melk, de in lichaamsholten uitgestorte
vochten, de milt en andere organen, en in de spiere».
Daarbij is met de grootste zorg te waken voor aseptisch
werken, opdat gcenc kiemen van buiten worden binnenge-
bracht; kiem vrij maken van de in te snijden plek der huid,
de oppervlakte van een orgaan, de handen en instrumenten,
enz., en het opvangen van het afgenomene op of in kiem-
vrijc voorwerpen, tot verder onderzoek.
IV. — Onderzoek van drinkwater. — Kiemvrije stopfleschjes
van 100 cM3 op de plaats zelve vullen met het water, nadat
elk fleschje tienmaal met hetzelfde water uitgespoeld is; aan
eene pomp mag dit eerst geschieden, nadat 10 minuten
achtereen water opgepompt en weggevloeid is. De gevulde
tlcschjes terstond overbrengen in een aangrenzend stofvrij
lokaal, alwaar gereed staan: eene spirituslamp, gesteriliseerde
en geijkte pipetten van 1 cM3, kiemvrije buisjes met gelatine-
bouillon en kiemvrije dubbele glasschaaltjes met overhangend
deksel. De gelatine-bouillon smelten in lauw water; met
eene pipette cenige dezer buisjes bedeclen resp, met 1,2,4,6,
10 en 15 droppels, schudden zonder schuim te maken, */,
van den inhoud van elk dezer buisjes uitgieten in cen
schaaltje, welks deksel even en zoo min mogelijk wordt op-
gelicht; in dat schaaltje het ingegotene vocht gelijkmatig
vcrdcelen en laten stollen; het in het buisje overgeblevene
\'/, gedeelte van het vocht gelijkmatig verdeelen over den
binnenwand van het buisje (rolbuisjes). Des zomers de stol-
ling bevorderen door het gebruik van ijs; des winters het
lokaal niet boven 12° C. verwarmen. De geladene buisjes
en glasschaaltjes daarna plaatsen in een gesloten metalen
bus met vilten buitenbeklecding en met dubbelen bodem,
-ocr page 29-
27
waarin des zomers stukjes ijs gelegd zijn: de bus snel over-
brengen naar het Laboratorium tot nader onderzoek; de zich
ontwikkelende koloniën aldaar tellen en bet getal per i cM3
water berekenen; de koloniën determinecren.
\'Bij het zoeken naar typliitsbacillen de koloniën, die een
begin van vcrvloeiing vertoonen, alsmede schimmels, dadelijk
uitlichten met een kiemvrij lepeltje, en een grooter aantal
plaatculturen maken resp. met l, 2 en 3 droppels van het
verdachte water. In dat geval aan de bron ook buisjes,
waarin gewonen voedingsbouillon, met 1 cM3 van het ver-
dachte water bedcclen; broeden bij 42° C. (Vincent). —
Of wel, gelatinc-bouillon zuur maken door toevoeging van
het sap van rauwe aardappelen: typhus-bacillcn groeien
daarop zeer goed, vele der storende (als typhusbacillen
groeiende) bacteriën daarentegen niet. H. Jaeger heeft deze
goede, door Max Holz 11 bedachte methode cenigermate
gewijzigd ter vergemakkelijking der bereiding; het uitgeperste
aardappclsap wordt nl. niet gedurende 24 uren met rust ge-
laten en daarna gefiltreerd, maar (op raad van Dr. Wacker,
te Ulm) terstond bij den gelatine-bouillon gemengd en met
dezen gekookt, de slijmigc bestanddeelen van het sap worden
daardoor beter en veel sneller uitgescheiden, dan door het
cerstbedoclde bezinken en filtreeren. Jaeger 2) heeft ook
de door Holz aanbevolene bijmenging van carbolzuur bij
den zuren gelatinc-bouillon nagelaten, opdat de misschien
reeds zeer verzwakte typhusbacillen door het carbolzuur niet
nog meer verzwakt zouden worden. Elk cultuurbuisje ont-
vangt 0,1 tot 0,5 cM3 van het verdachte water. Het getal
der kiemen ontwikkeld op de platen met aardappel-gclatine,
bedraagt slechts ■/» en zelfs \'/,„ van dat der kiemen op de
platen met gewonen neutralen gelatine-bouillon (Jaeger).—
Of wel, de geënte buisjes \'/2 tot 1 uur in een waterbad tot
45° C. verhitten; de storende bacteriën, die de gelatine doen
vervloeien, worden daardoor onschadelijk gemaakt R o d e t). —
Men kan ook ecnige buisjes bcdeclen met ro cM3 neutralen
voedingsbouillon en 3 tot 9 droppels eener oplossing van 4
gram zoutzuur en 5 gram carbolzuur in 100 cM\' water, en
deze buisjes 24 uren bij 37" C. broeden; daarnacenigedrop-
pels van het verdaehte water bijmengen; bij aanwezigheid
van typhusbacillen in dat water wordt de gelatine na 24
uren broedens troebel. — Bij het toepassen van alle deze
1)  Zeitschrift fiir Hygiëne, VIII, 1890, p. 143.
2)  Ibidem, X, 1891, p. 212.
-ocr page 30-
2S
onderzoekings-mcthoden behoort altijd ccne vergelijking me
stellig echte typhus-bacillcn plaats te hebben. Er blijft nl.
nog een onderscheidingskenmerk ontbreken, dat uitsluitend
aan den echten typhusbacil toekomt; voorloopig moeten
daarom alle overige kenmerken te santen zorgvuldig vastge-
steld worden.
Hij het zoeken naar cholcrabacillen eenige buisjes bijna ten
halve vullen met vrij sterk alcalischen voedingsbouillon en
daarbij resp. i, 5, of 10 cM3 van het verdachte water voegen ;
broeden bij 37" C.; na 24 uren overenten in gelijksoortigen
bouillon, uit de oppervlakte van het gebroede vocht, resp.
uit een aan de oppervlakte gevormd vliesjc, en andermaal
24 uren broeden; vervolgens overenten in gelatine, steck-
cn plaatculturen maken, en in den overbl ij venden bouillon
de cholerarood-reactic beproeven. —Het is echter wcnschelijk
gelijktijdig ook grootere hoeveelheden van het verdachte
water te onderzoeken, namelijk 200 cM3 water te vermengen
met 10 cMa alcalischen pepton-bouillon en dat mengsel
24 uren te broeden bij 370 C. Daarna platen gieten, enz ,
als voren (Lof f Ier) en de verdachte koloniën vergelijken
met die van echte cholerabacillen.
V.   Onderzoek van narde. — Het volumen der onderzochte
hoeveelheid aarde bepalen; niet het gewiekt. Deze aarde
op de plaats zelve (dit vooral, indien de aarde uit eenige
diepte opgehaald wordt) vermengen met gesmoltencn gela-
tinc-bouillon en vrij sterk schudden, opdat de aanklevende
kiemen los geraken. Of wel, de aarde eerst schudden
in voedingsbouillon, en daarna dezen bouillon met gelijke
declen, of grootci e hoeveelheid (sterkere verdunning), gelatinc-
bouillon vermengen. Vervolgens nader onderzoeken, als sub
IV. (zie boven, p. 26) voor het drinkwater aanbevolen is: het
maken van rolculturen is niet raadzaam, omdat aarde ge-
woonlijk vele vervloeiende bacteriën bevat.
VI.   Onderzoek van daiii|>krlngslii?,ht. — Twee methoden:
cene gemetene hoeveelheid lucht in kleine bellen laten strijken
door een geschikt voedingsvocht, of wel hare stofdeeltjes
laten afzetten, of neerslaan, op een vloeibaren of vasten
kweekbodem. Het meten kan geschieden door middel van
een gewonen glazen aspirator, die geheel met water gevuld
is, en dat water in een bepaalden tijd laat uitvloeien door
eene even boven den bodem der flesch geplaatste kraan, of
wel door middel van een gasmeter, die aan eene waterstraal-
luchtpomp verbonden is.
-ocr page 31-
M
methode. - - Aeroscoop volgens Mi que), volgens R.
Emmerich, of volgens Strauss en Würtz.
Strauss en Würtz bcde&len den gesmoltenen gelatinc-
houillon, waardoor de lucht moet hecnborrelcn, met een
droppel kiem vrij e olijfolie, opdat bij betrekkelijk snelle door-
strooming van lucht (50 L. in 10 minuten tijds) geen schuim
gevormd worde.
methode. — Aeroscoop volgens Pouchet of volgens
Schoenauer. De laatstgenoemde is doelmatiger dan de
eerstgenoemde aeroscoop, omdat de lucht door een aspirator
gedwongen wordt, door cene glazen buis te strijken, wier
onderste punt slechts een m.M. boven een glasplaatje staat, dat
onder de glazen klok (met dubbel doorboorde stop) op een
bekerglaasje gelegd is. Bij den aeroscoop van het observatorium
te Montsouris staat het plaatje, waarop de luchtstoot gericht
wordt, verticaal. — De plaatjes in deze toestellen worden
bestreken, volgens M i q u e I\'s aanbeveling, met 2 deelcn
glycerine en 1 deel glucose. Het daarop neergestrekene en
vastgehoudene stof moet onder den microscoop en door
kweeking onderzocht worden.
Aëroscopen, die de kiemen der lucht terughouden in de
poriën van hun vulsel, zijn die van Petri, van Frankland,
en van Miquel. — Bij den aeroscoop van Petri bestaat
het vulsel uit kiemvrij zand; bij dien van Frankland uit
2 propjes kieinvrije glaswol; bij dien van Miquel uit riet-
suiker of anhydre zwavelzure soda. De laatstgenoemde aëros-
coop verdient de voorkeur boven de beide andere, omdat
het vulsel oplosbaar is, de opgenomene kiemen derhalve alle
in den gesmoltenen gelatine-bouillon verdeeld worden.