-ocr page 1-
yv\\W\\ tljüf- .           (ftr./MJZ:/
NIEtïW-MALTHUSIANISME.
GEEN
KINDERLOOS HUWELIJK!
OF
Man en Vader tevens
EN
Vrouw en Moeder tevens.
DOOR
arof. Dr. J. G>choondermarh Jr.
Uw Arbeid zij vruchtbaarder dan uw Huwelijk, maar ook, //Ie
besoin de créer tourmente la Nature."
Met drie Afbeeldingen.
AMSTERDAM,
W. B. MORANSARD.
-ocr page 2-
p
-ocr page 3-
NIEUW-MALTHUSIANISME.
GEEN
KINDERLOOS HUWELIJK!
OF
Man en Vader tevens
EN
Vrouw en Moeder tevens.
DOOR
cfrof. Dr. J. (bchoondermarh Jr.
Uw Arbeid zij vruchtbaarder dan uw Huwelijk, maar ook, «Ie
besoin de créer tourmente la Nature."
-;■; >^
Met drie Afbeeldingen.
--------mm~ -m—-------
AMSTERDAM,
W. B. MORANSARD.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Men spreekt van een kinderloos (atecnisch) huwelijk in de
eerste plaats in al die gevallen, waarin de gehuwde vrouw
nooit bevrucht werd, ten tweede moet men daartoe ook die
gevallen rekenen, waarin het huwelijk wel tot zwangerschap
(graviditeit) heeft geleid, doch deze telkenmale, door bepaalde
oorzaken, ontijdig is verbroken, d. w. z. niet levensvatbare
vruchten heeft voortgebracht. Ten derde kan het huwelijk
in dien zin atecnisch zijn, dat de graviditeit weliswaar haar
normale einde bereikt en dus een voldragen, rijp en levend
kind ten gevolge heeft, doch dat kind of spoedig na de ge-
boorte, of reeds na eenige maanden onder de kenteekenen
van algemeene lichaamszwakte, ten gronde gaat.
Niet eigenlijk kinderloos — althans niet in geneeskundigen
zin — moeten de huwelijken heeten, waarin het kroost, oor-
spronkelijk gezond, door snel- en doodelijk verloopende ziek-
ten, b v. door diphtheritis of ongelukstoevallen, verloren gaat
Uitgesloten eindelijk is nog de kunstmatige onvruchtbaarheid
(artificieele steriliteit).
Omtrent de beteekenis der atecnie in het huwelijk hebben
wij weinig te zeggen. Iedereen weet van welken enormen
invloed in het gezin de kinderzegen is. Arm en rijk, voor-
naam en onvoornaam, beschaafd en onbeschaafd, elk hunner
wil den kinderzegen. Een kind is de waarborg voor den
huiselijken vrede en het huwelijksgeluk; het spoort den
vader, als zijn natuurlijke verzorger, tot werkzaamheid en
rusteloosheid in het leven aan, voor de moeder is het de
drijfveer in, en voor het gezin te leven.
De onvruchtbaarheid (steriliteit, infertiliteit) in het huwelijk
is voor de vrouw van de meest diepingrijpende beteekenis,
en het is een groot geluk, dat juist in de groote menigte
des volks en wel voornamelijk in de arbeidende klassen de
atecnie betrekkelijk weinig voorkomt. Het is van algemeene
-ocr page 6-
4
bekendheid, dat de kinderloosheid zelfs in de meer beschaafde
kringen — althans in de eerste jaren van het huwelijk — steeds
een bron is van ontstemming, ontevredenheid en ongeluk.
De steriliteit in het huwelijk komt meer voor, dan men
over het algemeen denkt. Uit de onderzoekingen van betrouw-
bare vakmannen op dit gebied, als een Sl\'ENCER, een WELLS,
een SlMPSON, een SlMS, blijkt, dat van de 8 gehuwde vrouwen
gemiddeld er één steriel is. Daarbij bedenke men, dat de
onvruchtbaarheid der huwelijken in bepaalde kringen, gelijk
b.v. in adelijke familiën, die met voorliefde in de verwant-
schap huwen, veil grooter is, dan in de breede volkslagen.
In de Engelsche aristocratie b.v. is de verhouding van de
fertiele huwelijken tot de steriele, als 6 : i, bij de Engelsche
arbeidsbevolking, als 10.5 : 1.
Deze getallen omvatten natuurlijk alleen die gevallen,
waarin de onvruchtbaarheid eenc absolute is, d. w. z. waarin
de paring (cohabitatie) nooit tot bevruchting (conceptie) heeft
geleid. Wilde men ook het aantal vrouwen, die slechts
eenmaal gebaard hebben en daarna steriel geworden zijn, —
»an only-child-Sterility" der Engelschen, »Ein-Kind-Sterilitat" der
Duitschers — mederekenen, dan zouden wij tot een nog heel
wat ongunstiger resultaat komen. Ging men nog verder, en
rekende men, gelijk een bekend Duitsch gynaecoloog, met
name GRÜNEWALi), heeft gedaan, alle vrouwen mede, die,
niettegenstaande geslachtelijk verkeer en normale sexucele
verrichtingen, slechts tot op zekeren leeftijd, dus niet tot
aan het einde van het geslachtsleven, d. i. het zoogenaamd, —
in het 45ste jaar volgend — climacterium, gebaard hebben,
dan zou blijken, dat meer dan de helft van alle vrouwen
onvruchtbaar is.
De statistiek omtrent dit vraagstuk brengt velerlei hoogst
belangrijke feiten aan het licht. Zoo heeft men geconstateerd,
dat in het algemeen die huwelijken het incest kinderrijk zijn,
waarbij groote en sterk ontwikkelde mannen getrouwd zijn
met kleine vrouwen. Dikwerf voor altijd kinderloos zijn de
-ocr page 7-
5
óp te jeugdigen leeftijd gesloten huwelijken. Dat de kinder-
rijkdom in de gezinnen van de groote massa van het volk,
veel grooter is, dan bij de zoogenaamde stoffelijk en intellec-
tueel meer bevoorrechte standen, hebben wij bereids gezegd.
Natuurlijk komt hierbij in aanmerking, dat in de hoogere
standen de kunstmatige steriliteit eene grootere rol speelt, dan
bij de onontwikkelde massa; doch alleen is zij daarvan zeer
zeker niet de schuld. Daarbij zijn momenten in het spel,
welke wij onzen Lezers en Lezeressen hierna, bij de bcspre-
king van de oorzaken der atecnie in het huwelijk, nader zullen
leeren kennen.
Dat uit eene echtelijke verbinding geen kroost ontstaat, kan
of aan den man, óf aan de vrouw, of eindelijk ook aan beiden
liggen. Geheel valsch, en daarom niet genoeg te verwerpen,
is de meening, dat de vrouw alleen, of ten minste de hoofd-
schuldige daaraan is. Uit de nieuwste onderzoekingen is dui-
delijk en helder gebleken, dat bij minstens het V4 gedeelte
van alle steriele huwelijken de oorzaak alleen gelegen is in
de ongeschiktheid van den man. Telt men — en men kan
dat met het volste recht doen — hierbij de gevallen, waarin
vooraf gezonde vrouwen door hare echtgenooten, tengevolge
van ziekte dier laatsten, onvruchtbaar gemaakt zijn, dan is
de verhouding zoo, dat in meer dan de helft van alle kinder-
looze huwelijken, de man de eenige schuldige is. Het is waar-
lijk tijd, dat er een einde komt aan het ongegrond verwijt,
waardoor de vrouwen in de kinderlooze huwelijken inder-
daa\'d gekweld worden, een verwijt, te meer onredelijk, omdat
het niet alleen eene onschuldige treft, maar ook iemand,
die juist door haren echt, ziek en ongelukkig gemaakt is.
De onvruchtbaarheid van den man tot die van de vrouw
verhoudt zich volgens CoURTY, als 1 : 10; volgens Gkoss,
als 33 : 190; volgens KEHRER, als 14 : 40; volgens MANNIG-
HAM, als 1 : 30; volgens MoNlAT, als 1 : 10; volgens NöGGE-
RAT, als 8 : 14; en volgens Fajot, als 7 : 80.
-ocr page 8-
6
De onvruchtbaarheid van den Man kan veroorzaakt worden, ie
door zijn onvermogen om te bevruchten (impotentia generandi),
2e door zijn onvermogen om te paren, te cohabiteeren, d. vv. z.
den bijslaap uit te oefenen (impotentia coenndi). Wij willen
beide gevallen hier nader bespreken. Eerst sedert de laatste
jaren heeft men wat meer kennis gekregen van het bevruch-
tingsvermogen — de potentia generandi — van den man. Voor
nog slechts weinige jaren was men algemeen van meening,
dat mannen, die in staat waren den bijslaap, den coïtus, tot
beider bevrediging uit te oefenen, daarmede ook het
vermogen hadden te bevruchten. Bij de onvruchtbaarheid
van een huwelijk werd gewoonlijk de schuld op de vrouw
geschoven. Al spoedig werd dan bij haar overgegaan tot
eenig operatief ingrijpen, of ook eenige andere lokale behan-
delings methode en badkuur toegepast, meestal echter zon-
der daarmede het begeerde resultaat te erlangen. Eerst
sedert men begonnen is het mannelijk zaad (semen virile,
sperma) nauwkeuriger, microscopisch, te onderzoeken en sedert
men de ziekteprocessen, welke tot steriliteit van den man
leiden, stipter naging, is men van lieverlede ook tot de
kennis geraakt, dat de potentia coeundi (het vermogen om den
bijslaap uit te oefenen) bij den man niet altijd de potentia
generandi in zich sluit.
De potentia generandi is alleen gelegen in het bevruchtings-
vermogen van het sperma, terwijl de potentia coeundi, het ver-
mogen om te coïteeien, zeer dikwerf, ook bij geheel steriel
zaad, krachtig ontwikkeld aanwezig kan zijn.
Het is een bekend feit, dat zoogenaamde impotente man-
nen, die met een slap lid den coïtus beproeven, soms nog
in staat zijn te bevruchten, zoo zij slechts normaal sperma
hebben. Klachten over de paterniteit in zulke gevallen
komen waarlijk niet zoo weinig voor. Ook geeft de literatuur
veel gevallen van bevruchting bij maagden met volkomen
ongerept maagdevliesje (hymen), waarin de ejaculatie — ten
einde de conceptie te ontwijken — slechts in de schaam-
spleet of in hare nabijheid geschied was. Aan het einde van
dit boekje zal ik een paar dergelijke gevallen nader ter
sprake brengen. De potentia generandi is vooral afhankelijk
-ocr page 9-
7
van de deugdelijkheid van het geëjaculeerde sperma. Een
bewijs daarvoor is, dat men zeer dikwerf steriele huwelijken
aantreft, waarbij de man volmaakt potent is en zijne huwe-
lijksplichten in elk opzicht uitstekend vervult; het huwelijk
blijft niettemin steriel, omdat het sperma van den man on-
vruchtbaar is.
                                                                          ,
In de eerstvolgende bladzijden nu zullen wij een beknopt
overzicht geven van de verhoudingen ten eerste van de
potentia generandi, en ten tweede van de potentia coeundi; de
behandeling, de therapie, laten wij achterwege, omdat wij
daarmede de ons voorgestelde taak zouden overschrijden en
zij ook feitelijk de eigendom van den geneeskundige is, en
moet blijven.
Daar de potentia generandi, gelijk wij reeds opmerkten, het
meest afhangt van de goede of slechte eigenschappen van
het sperma, zullen wij in de eerste plaats spreken over het
manneljjfc zaad in gezonden, en in zieken toestand.
Het normale sperma van een\' krachtigen gezonden man is
eene eigendommelijk riekende zelfstandigheid, welke alcalisch
reageert en wel wat op gekookte stijfsel gelijkt. De hoeveel-
heid, welke bij eene ejaculatie ontlast wordt, is overeenkom-
stig de meerdere of mindere mate van onthouding, kuisch-
heid, waarin de producent leeft, verschillend, doch kan voor
den matig levenden man gemiddeld op 10 — 15 gram berekend
worden. Wordt de coïtus meermalen achtereenvolgende uit-
geoefend, dan neemt de quantiteit geleidelijk af, en wel zoo,
dat ten slotte nog slechts enkele droppels worden geloosd.
Het herhaaldelijk geëjaculeerde sperma wordt tegelijkertijd
ook armer aan spermatozoïden, zoodat deze elementen slechts
zeer afzonderlijk in het microscopisch gezichtsveld worden
waargenomen. Bevat een sperma reeds oorspronkelijk min-
der spermatozoïden, dan kunnen zij ten slotte in het laatst
geloosde zaad, ook geheel ontbreken.
De consistentie van het versch geloosde sperma is, zoolang
het nog warm is, die van eene taaivloeibare eivvitzelfstandig-
heid, honigachtig. Koelt het af, dan wordt het geleiachtig,
welke eigenschap het eenige minuten behoudt, om daarna
over te gaan in de dikvloeibare, drupvormige consistentie.
-ocr page 10-
8
Het mannelijk zaad is eene samengestelde zelfstandigheid
en bestaat in normalen toestand, uit verschillende secreten,
n.1. dat van de teelballen (testes), dat der zaadblaasjes en
het secreet van de accessorische klieren van de pisbuis, voor-
al van de voorstandersklier (prostata), van de Cowi\'ER\'sche
klieren en der slijmklieren van het pisbuisslijmvlies. Deze
gezamenlijke secreten vormen het normale sperma na zijne
ejaculatie. Ontbreekt een of ander hunner, dan kan, onder
bepaalde omstandigheden, steriliteit ontstaan.
Volgens VAUQUELIN bestaat het menschelijk zaad uit I00/0
vaste stoffen en 90% water. Van de vaste stoffen zijn er 6"/o
organisch, 4°/,, anorganisch. Nadere mededeelingen omtrent
zijne chemische samenstelling achten wij hier ter plaatse,
minder noodig. Microscopisch kan men in normaal sperma
behalve de zaaddraden (spermatozoïden) *), ook zaadcellen,
Fig. 1.
Normaal sperma, a. Levende spermatozoïden, b. Zaadcellen, c. Epithelicn
(uit de prostata), d. Zaadkorrels. — Vergrooting 300 maal.
*) Zie ook: Prof. Dr. J. SchoonDERMaRK Jr., 40 Weken leven
vóór »een Leven," of De Mensch van het Eitje tot de Wieg. Met
een Atb. Prijs / 1.— Uitg. W. B. Moransard, Amsterdam.
-ocr page 11-
9
epitheliën uit de voorstandersklier en moleculaire dretitus-
massa, zoogenaamde zaadkorreltjes (zie Fig. i), onderschei-
den. Vóór de geslachtsrijpheid (puberteit), evenals op hoogen
leeftijd, bevat het sperma geen spermatozoïden, doch slechts
zaadkorreltjes; niettemin vindt men niet zelden zeer bejaarde
mannen, die in hun sperma nog rijkelijk spermatozoïden
vertoonen. Soms vindt men deze korreltjes tot cilinders ver-
eenigd. De zaadcellen zijn de broedplaatsen der spermato-
zoïden en waarschijnlijk ontwikkelt zich uit elke kern een
spermatozoon.
Giet men het geloosde sperma in eene eprouvette (proef-
glas, reageerbuisje), om het te laten bezinken, dan vindt men
na verloop van eenige uren, twee boven elkander liggende
lagen, welke bij normaal sperma, ongeveer even dik (machtig)
zijn. De onderste laag is wit, ondoorzichtig en bestaat uit
de celachtige bestanddeelen van het sperma, in normalen
toestand, uit spermatozoïden. De bovenste laag daarentegen
is melkachtig troebel, doorschijnend en doet microscopisch
alleen enkele celachtige elementen en bovengenoemden mole-
culairen detritus (de zaadkorreltjes) zien.
Uit de dikte van de onderste, uit spermatozoïden bestaande,
laag kan men onder bepaalde omstandigheden, besluiten tot
de bevruchtingskracht van het sperma.
Normaal sperma bevat in groote hoeveelheden spermato-
zoïden, die in versch sperma, onder den microscoop, leven-
dige bewegingen doen zien. Bij één ejaculatie worden vele
duizenden spermatozoïden ontlast, en een enkele droppel
versch sperma onder den microscoop waargenomen, geeft
een beeld vol beweging, min of meer gelijkende op eene
geroerde mierenhoop.
De spermatozoïden bestaan uit een dikker gedeelte, den kop,
en een draadvormig aanhangsel, het staarteinde of staartje
geheeten. Tusschen kop en staarttinde kan men nog een
kort, een weinig dikker middenstuk onderscheiden, dat in het
staarteinde overgaat. De kop van een spermatozoon heeft
eene peervormige gedaante en is afgeplat, ietwat gelijkende
op eene spade. Het staarteinde is gewoonlijk 10 malen langer
dan de kop, soms nog langer. Een krachtig, normaal sperma,
-ocr page 12-
10
dat doeltreffend tegen licht en koude beschut is, vertoont
onder den microscoop, nog na 2 X 24 uren, levende sperma-
tozoïden. De spermatozoïden, welke na de ejaculatie van
lieverlede afgestorven zijn, vertoonen onder den microscoop,
een gestrekt, hoogstens een licht-gebogen, staarteinde, terwijl
de bewegingloos, d. z. dood geëjaculeerde spermatozoën ól
een spiraalvormig opgerold, of een geknikt staartje doen
zien. Bij spermatozoïden, die door andere schadelijk in-
werkende stoffen (urine, zuur scheedesecreet, enz.) gedood zijn,
vindt men deze eigenschap van het staartje zeer algemeen.
De beweging van de spermatozoïden is in versch sperma
ongemeen levendig. Onder zweepslagvormige windingen van
het staartje snelt het kopje vooruit en wringt zich, zonder
eenig ander celachtig element te treffen, door de meest enge
passages in het microscopisch gezichtsveld. Deze plaats-
veranderingen der spermatozoïden, welke aan willekeurige
bewegingen doen denken, zijn oorzaak, dat vroegere waar-
nemers die elementen, als georganiseerde levende diertjes be-
schouwden, gelijk dan ook nu nog uit de benaming sperma-
tozoën (zaaddiertjes) blijkt.
Water doet de bewegingen der spermatozoïden spoedig
ophouden en de staarteinden niet zelden kronkelend oprollen.
Geconcentreerde oplossingen van zouten, suiker, eiwit, pisstof
enz. kunnen die bewegingen weder doen herleven. Dierlijke
secreten, die alcalisch reageeren, — en van matige concentra-
tie — bevorderen de bewegingen der spermatozoïden, terwijl
dun-vloeibare en zure secreten, als urine, zuur slijm enz., eene
schadelijke inwerking hebben. Bijtende kali en natron doen
herleven, koude daarentegen heft de bewegingen totaal op.
Ook oplossingen van metaalzouten en zuren maken een einde
daaraan.
De pathologische veranderingen van het sperma zijn zeer menig-
vuldig. Reeds de hoeveelheid van het bij eene ejaculatie ge-
leverde sperma kan zeer afwisselend zijn. Men kan daarbij
de volgende verschillen opmerken:
1. De aspermatie (zaadloosheid), den toestand, waarin de
lijder zoowel bij den coïtus, als bij andere sexueele opwek-
kingen en prikkelingen, niet in staat is sperma te loozen. De
-ocr page 13-
ii
aspermatie kan zijn eene absolute of eene relatieve, eene per-
manente of eene temporaire. De volstrekte en blijvende vorm
der aspermatie komt zelden voor. Hij is aangeboren (con-
genitaal) of verkregen (acquisiet). In het eerste geval betreft
het mannen, die gedurende hun geheele leven niet in staat
waren sperma te ejaculeeren, noch bij den coïtus, noch bij
eenige andere sexueele prikkeling, noch ook als zoogenaamde
nachtelijke pollutiën. Zulke mannen hebben nooit hun zaad
gezien.
2- De polyspermie, een toestand, welke betrekkelijk minder
voorkomt dan het aspermatisme. Men verstaat daaronder eene
belangrijke vermeerdering van de hij eene ejaculatie geloosde
hoeveelheid sperma. Het microscopisch onderzoek van het
zaad laat daarbij geen afwijkingen kennen. Men vindt in het
gezichtsveld van het microscoop groote hoeveelheden levende
spermatozoën. De quantiteit neemt bij eene ejaculatie toe tot
het dubbele, zelfs tot het drievoud van de normale hoeveel-
heid. Laat men dit sperma in eene eprouvette sedimenteeren,
dan vindt men hier meestal, dat de vloeistof vermeerderd is;
de celachtige elementen, dus de spermatozoïden, zijn niet ver-
meerderd.
3. De oligospermie. Men verstaat daaronder de loozing van
zeer geringe hoeveelheden sperma. De hoeveelheid bij eene
ejaculatie kan wisselen van 2 tot 5 gram. Zeer algemeen
komt deze toestand op hoogen leeftijd voor, zoo ook na bal-
ontstekingen (orchitides) en ziekten van de voorstandersklier,
gelijk die plegen op te treden als gevolg van druiperbesmet-
ting. Het is zeer begrijpelijk, dat na die ontsteking in den
geslachtstoestel, de vermindering van de hoeveelheid sperma
kan volgen na het uitvallen van een der secreten, welke
vereenigd, het geëjaculeerd sperma vormen. Zoo kan b. v.
door vaatverstopping, aan het sperma geen teelbalsecreet,
en na eene afgeloopen voorstandersklierontsteking (prosta-
titis), ook geen secreet van de prostata meer geleverd worden,
en het eindresultaat van een en ander is oligospermie, welke,
overeenkomstig het niet-produceeren van spermatozoïden
uit de teelballen (testes), dan ook dikwerf gepaard gaat met
azoöspermie (sperma zonder spermatozoïden).
-ocr page 14-
12
Gelijk wij reeds mededeelden, is de klenr van het normale
sperma,
witachtig, gelijkende op gekookte stijfsel. De droge
zaadvlek, welk het linnengoed op zeer kenmerkende wijze
stijf maakt, heeft in verschen staat, eene grijswitte kleur en
een\' smallen bruingelen rand. Bij ziekten, vooral van het
geslachtsaparaat, kan het sperma nog verschillende andere
kleuren aannemen. Zoo vindt men: Roode, roodbruine en bruin-
gele spermata (gewoonlijk afkomstig van bijgemengd bloed, uit
een of ander deel van den geslachtstoestel afkomstig); gele
spermata
(afkomstig van indigo). Verder heeft men waarge-
nomen blauwe spermata, grasgroen sperma (indigo- en etterge-
halte). Indigohoudende spermata bevatten gewoonlijk levende
spermatozoïden en wel in normale hoeveelheid, en komen
veel voor bij pollutiën van zeer nerveuze individuen, vooral
na excessen in venere, of na onanie. Terloops merken wij
hier nog op, dat de pollutiën van lijders aan geelzucht (icterus),
zoolang de patiënten daaraan lijdende zijn, eene bruingele
bierkleur vertoonen.
Het versch geloosd, normaal sperma bevat eene groote
hoeveelheid levende spermatozoïden. De beweging van het
mecrendeel dier zaadelementen is eene zeer levendige, slechts
een klein aantal beweegt zich minder snel.
Met betrekking tot de hoeveelheid der spermatozoïden kan
men twee verschillende pathologische vormen onderscheiden
namelijk: de oligozoöspermie en de azoöspermie. Bij de oligozoö-
spermie
is het aantal der spermatozoïden sterk verminderd,
bij de azoöspermie ontbreken zij geheel. De oligozoöspermie
komt op hoogeren leeftijd veel voor, doch men treft haar nog
meer aan, als verkregen toestand, reeds in de jeugd. Zeer
dikwerf vindt men nog daarbij, dat de weinige spermatozoën,
welke met eene enkele ejaculatie geloosd worden, zelfs in
geheel verschen staat, zonder beweging, derhalve, meestal
dood zijn (Fig. 2). De meest voorkomende oorzaak van de
oligozoöspermie zijn de ontstekingen door druiperinfectiën van de
bijballen (epididymitis) en van de zaadstrengen. Ook tubercu-
loze en de nieuwvormingen van de testes veroorzaken spoe-
dig oligozoöspermie en azoöspermie. Zeer dikwerf gaat de eerste
vorm geleidelijk in den tweeden over. Veel zeldzamer
-ocr page 15-
\'3
geschiedt het omgekeerde, doch het kan voorkomen, en wel
alleen in het eerste jaar na afloop van de epididymitis. Zijn
er 3 a 4 jaar na afloop der bijbalontsteking verloopen, dan
valt op eene toename van de spermatozoïden, niet meer te
rekenen.
*
Fig. 2.
Sperma van oligozoöspermie. a. Levende spermatozoïden, b. Doode
spermatozoïden, c. Etterlichaampjes, d. Bloedlichaampjes,
e. Zaadkorreltjes. Vergr. 300.
De oligozoöspermie veroorzaakt alleen dan steriliteit, als de
spaarzaam uitgestrooide spermatozoën gelijktijdig onbewege-
lijk, d. i. dood zijn. Vertoonen ze echter beweging, dan bestaat
er althans nog kans op bevruchting (mits de vrouw niet ste-
riel is), hoewel in mindere mate.
Even dikwerf als de oligozoöspermie, ja zelfs nog meer, komt
de azoöspermie voor. Men vindt haar altijd vóór het intreden
\'der puberteit en soms, hoewel zelden, op hoogen leeftijd.
Komt zij op manbarcn leeftijd voor, dan is er sprake óf van
een aangeboren (congenitalcn), óf van een verkregen (acquisic-
ten) toestand. Is de azoöspermie congenitaal, dan vindt men
bij den lijder gewoonlijk ook kleine of verkwijnde (atrophi-
-ocr page 16-
14
sche) testes. Soms zijn ook nog andere aangeboren afwijkin.
gen in den geslachtstoestel aanwezig, als: cryptorchismus (te-
rughouding van de teelballen in de buikholte) •), hypospadie
en epispadie f), doch deze anomaliën veroorzaken niet altijd
de azoöspermie. Veel meer komt de acquisiete vorm voor.
Ook hier zijn het gewoonlijk weder gonorrhoïsche ontstekingen
der teelballen en der zaadstrengen met opvolgende vergroeiing
(obliteratie) dezer laatste. In enkele gevallen komt het voor,
dat eerst bloederige, daarna etterige pollutiën optreden, welke
dan ten slotte overgaan in het waterige sperma — de azoöspermie.
Ue bloederige (sanguinolente) en de etterige (purulente) sperma-
ta bevatten meestal nog spermatozoën, doch deze zijn in aantal
gewoonlijk verminderd en dikwerf ook zonder beweging, tot
zij, bij verdere waarneming, op eens geheel verdwijnen,
zeer dikwerf ziet men evenwel azoöspermie ontstaan zonder
dat bloederige of etterige pollutiën voorafgegaan zijn. De
intensiteit en de veelvuldigheid der teelbalontstekingen (or-
chitides) zijn volstrekt geen maatstaf voor het tot stand-
komen der azoöspermie. Er zijn mannen, die 6—-8 (beiderzijdsche)
bijbalontstekingen (cpididymitides) hebben doorgemaakt en
niettemin hebben zij nog een normaal; vruchtbaar sperma.
Aan den anderen kant behoeven slechts zeer geringe pijnen
in de zaadstrengen en slechts eenerzijdsche lichte bijbalont-
stekingen voorafgegaan te zijn, en de lijders hebben azoösper-
mie. De hevigste bal- en bijbalontstekingen hebben juist
dikwerf niet den minsten invloed op het sperma, terwijl soms
betrekkelijk onschuldige ontstekingsprocessen in de ballen
en zaadstrengen, azoöspermie na zich sleepen. Ook de terug-
gebleven verdikking van de bijballen bewijst volstrekt niet,
dat azoöspermie bestaat, hoewel deze van grooter beteekenis is
en het beiderzijdsch voorkomen hiervan, gebiedend het onder-
zoek van het sperma eischt. Hoewel bij de azoöspermie het
geèjaculeerde sperma nu meer bestaat uit het secreet der
*) Zie: Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., 40 Weken leven vóór
»een Leven" of De Mensch van het Eitje tot de Wieg. Bladz. 43.
f) Zie: Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., «Gevaarlijke" Huwelijks-
geheimen. 3e dr, Bladz. 59,
-ocr page 17-
•5
zaadblaasjes en dat der prostata, evenals uit dat der andere
slijmklieren van de pisbuis, en het secreet der teelballen ge-
heel ontbreekt, vindt men toch niet altijd ook gelijktijdig ver-
mindering van de hoeveelheid sperma in het algemeen- Ook
de potentia coeundi is hier niet altijd wezenlijk benadeeld. Er zijn
azoöspermische mannen, die «en\' zeer verhoogden geslachts- ,
lust hebben en die in staat zijn den coïtus dagelijks, en zelfs
meermalen per dag, uit te oefenen.
Het sperma bij azoöspermie vertoont in versch geloosden
staat, hetzelfde geleiachtig voorkomen en denzelfden reuk ("aura
seminalis), als normaal sperma. Hieruit blijkt, dat deze eigen-
schappen van het sperma niet afkomstig zijn van het secreet
der testes. Laat men azoöspermisch sperma in eene eprou-
vette sedimenteeren, dan vindt men slechts eene zeer dunne,
witachtige laag als bezinksel. Deze bestaat hoofdzakelijk
uit epithelién der zaadgeleidende wegen en van de pisbuis,
uit zaadkorreltjes en zeer dikwerf ook uit talrijke, goed
gevormde spermakristallen. Azoöspermisch zaad vertoont in
verschen toestand, onder den microscoop, niet zelden lijm-
achtige (colloïde) massa\'s, welke soms uit ovale korrels bestaan»
soms ook de meest verschillende sphaeroïde vormen in lagen
doen zien. Soms ziet men ook een vettigen moleculairen
detritus met kleine, sterk lichtbrekende korrels, alles waar-
schijnlijk afkomstig uit de zaadblaasjes In versch geëjacu-
leerd sperma vormen zich dikwerf samenhangende geelachtige
vormsels, ter grootte en in de gedaante van sagokorrels.
De zoogenaamde spermakristallen komen bij het azoösperma-
tlsme
bijna immer voor. Hoe meer vloeibaar het azoöspermisch
zaad is, des te sneller en in grooter massa komen de kristal-
len voor. In normaal sperma verschijnen zij eerst na ver-
scheidene uren, zelfs na i—2 dagen. Men kan ze echter
onmiddellijk aantoonen, als men een droppel sperma op een
voorwcrpglaasje aan de lucht laat indrogen. Onder den
microscoop vindt men dan onvolkomen gekristalliseerde, kleur-
looze wetsteenvormen, gewoonlijk in den vorm van rozetten
of van eene kristalophooping.
Omtrent de scheikundige samenstelling der spermakristallen
zijn de geleerden het nog maar volstrekt niet eens en wij
-ocr page 18-
i6
zullen hier ter plaatse dit onderwerp dan ook maar met stil-
zwijgen voorbijgaan. Zij behooren tot het rhombische stelsel
(rhombische tafels en prismata, gecombineerd tot een kruis
of tot eene rozet); bij onvolkomen kristallisatie vertoonen
zij den vorm van een scheepje ot van een\' aan de spitse
hoeken tegengesteld omgebogen, wetsteen. (Fig. 3.)
Fig- 3-
Sperma bij azoöspermie. a Spermakristallen, b Moleculaire detritus en
zaadkorreltjes. Vergr. 300.
De spermakristallen zijn geen ontledingsproducten van het
mannelijk zaad, gelijk dit vroeger werd aangenomen, want
men vindt ze in het sperma van lijders aan azoöspermatismc,
reeds ettelijke uren na de ejaculatie, en in normaal sperma,
onmiddellijk na zijne indroging op een voorwerpglaasje. Dat
de spermakristallen in het normaal sperma eerst laat, dikwerf
eerst op den 2den of 3<ien dag, verschijnen, ligt in den rijk-
dom van zulk een sperma aan levende spermatozoïden. In
eene vloeistof toch vol beweging, gelijk het gezonde sperma
er eene is, kan eene kristallisatie niet gemakkelijk tot stand
komen. Eerst als de spermatozoïden van lieverlede afsterven
en het sperma tot rust komt, kan het ook tot kristalschieting
-ocr page 19-
17
komen. Daarom vindt men de kristallen in normaal sperma
eerst na 24 uren, bij azoöspermie daarentegen reeds na
1—3 uren.
Het azoöspermatisme is meestal een blijvend verschijnsel.
Tijdelijk treedt het op, korten tijd na de balonsteking (orchitis)
en bij oligozoöspermie, als de coïtus in al te ruime mate wordt\'
toegepast. Azoöspermie veroorzaakt immer mannelijke steriliteit en
komt, bij de onvruchtbaarheid in het huwelijk,
bij den man, het meest voor.
In versch, krachtig sperma bewegen de spermatozoïden
zich zeer levendig. Is het sperma evenwel vermengd met
catarrhsecreten, met zure urine of met andere schadelijk in-
werkende storten, dan bewegen de spermatozoïden zich of
zeer traag, óf zelfs in het geheel niet, ook als men het versch
geëjaculeerde zaad onmiddellijk onder den microscoop legt.
Gedurende de ontstekingen van de teelballen, de voorstanders-
klier, en vooral van de zaadblaasjes, vindt men zeer dikwerf
beweginglooze spermatozoïden. Bij chronischen catarrh van de
zaadblaasjes vindt men gewoonlijk het meerendeel der sperma-
tozoïden, soms zelfs allen te zamen, bewegingloos. Het catar-
rhaalsecreet schijnt, hoewel het zelf alcalisch reageert, toch
ook verlammend op de spermatozoïden in te werken. Ge-
woonlijk vindt men nog, dat het aantal spermatozoïden gelijk-
tijdig verminderd is.
Een sperma, dat slechts beweginglooze spermatozoïden bevat,
is onvruchtbaar. Of de beweginglooze spermatozoïden, als zij in
den vrouwelijkcn geslachtstoestel, bij den coïtus, worden ont-
last, hare bewegelijkheid terugkrijgen, daarover is niets naders
bekend. Men heeft geconstateerd, dat in verscheidene ge-
vallen van steriliteit van het huwelijk, een bewegingloos sperma
voorkwam, terwijl het onderzoek van de vrouw, daarbij in geen
enkel geval wees op stoornissen, welke haar steriel zouden
hebben kunnen maken. Een zaad evenwel, dat naast een
groot aantal beweginglooze spermatozoïden, nog enkele
levende vertoont, komt overeen met sperma met slechts
enkele, doch levende, spermatozoïden (oligozoöspermie) en is
dus niet absoluut steriel, hoewel de bevruchting dan slechts
aan eenig gunstig toeval toe te schrijven is.
De dood geëjaculeerde spermatozoïden vertoonen hoofdzakelijk
Geen Kinderloos Huwelijk!
                                                2
-ocr page 20-
i8
geknikte, of spiraalvormig opgerolde staarteinden, gelijk wij
boven reeds mededeelden.
Van abnormale en zieke vormen der spermatozoïden noemen wij:
i. zaaddiertjes met grooten, ronden, waterzuchtig gezwollen
kop; 2. zaaddiertjes met twee koppen; en 3. zaaddiertjes met
twee staartjes. Zij komen slechts zelden en slechts afzonder-
lijk, gemengd met normaal gevormde zaaddiertjes, voor.
Onder de ziekelijke bijmengselen van het sperma vindt men
microscopisch, naast bloed- en ettercellen en epitbeliën, soms nog
prachtig blauw, kristallijn indigo, en wel in groote hoeveelheid.
Het doet zich voor in koornbloem-blauwe plaatjes en schol-
letjes en treedt niet zelden op in het sperma van nerveuze
individuen.
Het secreet van de voorstandersklier en der klieren van de pisbui?,
dat gedeeltelijk met het sperma, deels reeds daarvóór, in de
pisbuis uitgestort wordt, schijnt tot verschillende doeleinden
te dienen. Eerstens dient het tot verdunning van het sperma
in het algemeen, zoodat het daardoor de vrije bewegelijkheid
der spermatozoïden mogelijk maakt, dan ook dient dit secreet
waarschijnlijk om de pisbuis geschikt te maken, het geloosde
zaad op te nemen. De pisbuis (urethra) is namelijk over
hare geheele lengte tot aan het zoogenaamd hennclioofd
(caput gallinaginis) een kanaal, dat zoowel tot den pistcestel,
als tot den geslachtstoestel behoort. Een kanaal echter, dat,
als regel, dient om de zure urine te loozen, kan zonder meer,
niet dienen als weg voor het alcalisch sperma. De ui cthra
is in hare epitheliale lagen (vooral in hare normale uitzakkin-
gen) bedekt met de overblijfselen der zure urine, en deze
(de zuren der urine en de pisstof) werken verlammend op de
spermatozoïden. Om nu den (door de aanklevende urine) zuur
reageerenden pisbuiswand te neutraliseeren en dien voor het
alcalisch sperma voor te bereiden, wordt reeds vóór de eja-
culatio seminis, secreet uit de pisbuis in deze laatste ontlast,
dat den urethrawand, door zijne dikvloeibare, dradentrekkende
consistentie, overtrekt, en dat reeds bij volkomen erectie van
de roede, als heldere, doorzichtige droppels aan den pisbuis-
mond te voorschijn komt.
De therapie van de mannelijke steriliteit leidt slechts zelden
-ocr page 21-
19
tot genezing. Het zal den Lezers en Lezeressen uit het
medegedeelde duidelijk gebleken zijn, dat de behandeling in
handen van den geneeskundige behoort, en dat het dus steeds
raadzaam is dien te raadplegen. Aan het einde van ons
boekje zullen wij evenwel nog eenige vingerwijzingen doen,
welke velen misschien, wier huwelijk tot dusverre kinderloos
bleef, van nut kunnen zijn.
Onder impotentia coeundi verstaat men, gelijk wij boven ter
loops reeds mededeelden, het onvermogen van den man,
den bijslaap met een stijf lid uit te oefenen. Dit onvermogen
ontstaat in het eene geval, omdat de erectie in het algemeen
op het oogenblik van den coïtus volstrekt niet tot stand
komt, in een ander geval, omdat de erectie wel op dat
oogenblik bestaat, doch zij niet lang genoeg aanhoudt om
den coïtus te volbrengen. In het laatste geval is de te vroege
ejaculatie gewoonlijk de oorzaak, dat de roede nog vóór de
uitvoering van den bijslaap, verslapt. Teneinde de mannelijke
impotentia goed te begrijpen, zou het noodig zijn, dat wij
eene uitvoerige verklaring gaven van het mechanisme der erectie
van net mannelijk lid en van het mechanisme der ejaculatie van het
sperma, doch daarvoor is eene mate vooral van ontleedkun-
dige kennis van het mannelijk geslachtsapparaat noodig,
welker bezit wij van den leek, voor wien wij toch hoofdzake-
lijk schreven, niet mogen veronderstellen. Hier ter plaatse
zij het dus genoeg mede te deelen, dat de geneeskundige de
volgende vormen van de impotentia onderscheidt": i. De organische
impotentia, welke gewoonlijk eene absolute is; 2. de psychische
impotentia, waartoe ook de zoogenaamde relatieve impotentia
moet gerekend worden; 3 de impotentia door prikkelbare zwakte,
welke gelegen is in de te vroege ejaculatie, en 4 den paraly-
tischen vorm der impotentia.
1. Bij de organische impotentia kan de coïtus niet uitgeoefend
worden, omdat het mannelijk lid misvormd is, of wegens ziekte
van de omgevende deelen, ongeschikt daarvoor is. Hiertoe
behooren een hooge graad van hypospadie en epispadie*),
*) Zie Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., «Gevaarlijke" Huwelijks-
geheimen. Met 2 Afb. 3e Druk. Bladz. 59.
-ocr page 22-
20
gemis van of ook abnormaal kleine penis (micropenis\\
elephantiasis en gezwellen (tumoren) van den penis, devia-
tiën en knikkingen van het lid bij de erectie, door verande-
ringen zijner inwendige deelen als gevolg van ontstekingen
of verwondingen, eindelijk door gezwellen van de omge-
ving, als: aangegroeide breuken (herniën) en groote balzak-
gezwellen, enz. üok algemeene vetzucht (obesitas) met sterk
ontwikkelden hangbuik kan den coïtus in veel gevallen
onmogelijk maken. Bij den organischen vorm der impotentia
kan sterk ontwikkelde geslachtslust aanwezig zijn. De eja-
culatie kan op normale wijze geschieden, het inbrengen van
de roede (immissio penis) is echter, tengevolge van eene
bestaande organische verandering, onmogelijk geworden. De
organische impotentia is veelal eene absolute, en het genees-
kunstig ingrijpen leidt slechts zelden tot het gewenschte
resultaat. Men kan in elk geval den deskundige raadplegen.
2. De psychische impotentia heeft gewoonlijk een tijdelijk
karakter. Men vindt haar vooral bij nerveuze individuen en
deze zijn óf huwelijkscandidaten op wat hoogeren leeftijd, óf
zij zijn patiënten, die in hunne jeugd veel geonaneerd hebben,
öf ook zijn bij de lijders, druiperprocessen met voorstanders-
klierontstekingen (prostatitides), blaascatarrh en balontstekin-
gen (orchitides) voorafgegaan. Zulke mannen zijn door hunne
gedane huwelijksbelofte zeer zenuwachtig en vreezen hunne
huwelijksplichten niet naar behooren te kunnen vervullen.
Tengevolge van dien geprikkelden nerveuzen toestand
wordt de werking der van de hersenen uitgaande zoo-
genaamde »hemmungs"-zenuwen, versterkt, en de erectie
komt op het gewenschte oogenblik niet[tot stand (frigiditeit!.
De werking van vrees en angst op het tot stand komen van
de erectie is iederen man bekend, en vooral ook den des-
kundige, die bij zijn onderzoek gewoon is alle bizonderheden
stipt waar te nemen, niet vreemd. (Samenschrompelen, kleiner
worden en zich wormvormig krommen van den penis, als de
patiënt zich, voor het sonde-onderzoek, ontkleed, op de sofa
uitstrekt).
Bij de onanie is nog een ander moment in het spel.
Mannen, die niet gewoon zijn aan den normalen bijslaap, die
-ocr page 23-
2t
zich, ter bevrediging van hunne geslachtsdrift, van buitenge-
wone prikkels bedienen, slagen in het huwelijk niet goed,
wel zijn zij nog in staat den bijslaap met publieke vrouwen
uit te oefenen. De mislukking in het huwelijk ontmoedigt
deze lijders zoo zeer, dat zij het na herhaald beproeven, niet
meer tot eene erectie brengen, hoewel deze op een\' anderen
tijd nog krachtig tot stand kan komen.
Een zeer merkwaardig verschijnsel is het ook, dat soms
patiënten, die te voren in hooge mate potent waren, na een\'
druiper, en vooral na een\' druiper gepaard met blaascatarrh,
prostatitis en orchitis, tijdelijk impotent worden. In die ge-
vallen schijnt de druiper verlammend te hebben ingewerkt
op het zenuwapparaat van de prostata. Ziekelijke verande-
ringen van de prostata hebben dan ook op het al of niet
tot stand komen van erectiën — ook abnormale, pijnlijke
erectiën (priapismus) —, een enormen invloed. Al die proces-
sen geven meestal slechts aanleiding tot eene tjjdelyke impo-
tentie. Overal spelen hier nog de meest verschillende psychi-
sche momenten mede, en eerst na opheffing van die, worden
de patiënten weder potent. In de literatuur wordt gewag
gemaakt van gevallen, waarin de vrouw na een één- tot
tweejarig huwelijk, nog niet ontmaagd (gedefloreerd) was;
later ging de impotentia weg, en de vrouwen baarden kind
op kind.
Patiënten met psychische impotentia hebben gewoonlijk een
normaal geslachtsapparaat. In enkele gevallen evenwel kan
men azoöspermie constateeren Deze patiënten hebben, als zij
alleen te bed liggen, zeer sterke erectiën — verschil met den
paralytischen vorm der impotentia! —, doch zoo spoedig zij
tot den coïtus zullen overgaan, dien zij gewoonlijk met angst
en vrees beginnen, komt de erectie niet, of slechts zeer
onvolkomen tot stand. De prognose (voorzegging) van de
psychische impotentie is in den regel eene gunstige.
De relatieve psychische impotentia bestaat in het feit, dat de
mannen alleen niet in staat zijn met bepaalde vrouwen te
coïteeren. Zeer treurig wordt het geval, als die impotentie
zich openbaart tegenover de eigen vrouw, wat nu juist niet
zoo zelden pleegt voor te komen. In dergelijke gevallen
-ocr page 24-
22
speelt meestal een wederzijdsche afkeer, of minstens de afkeer
van een der beiden, vooral van de vrouw, eene gewichtige
rol. Bij huwelijken, welke niet uit liefde en niet uit weder-
zijdschc genegenheid (dus niet zijn een mariage d\'amour), doch
om stoffelijke belangen (mariage de raison) of uit plichtgevoel
(mariage de conscience) gesloten zijn, komt deze vorm van im-
potentia niet zelden voor. Er zijn mannen, die in staat zijn
immer en met elke willekeurige vrouw den coïtus uit te oefenen,
doch er zijn ook een groot aantal mannen, die den coïtus met
eene vrouw alleen dan vermogen te volbrengen, als deze laat-
stc hem daarbij gewillig tegemoet komt, hem daartoe aan-
haalt. Een groot contingent daarbij leveren individuen, die
een zeer teeder zenuwstelsel hebben, verder de zoogenaamde
boekmenschen, de geleerden, en het is volstrekt geen zeld-
zaam verschijnsel, dat zulke naar geest zeer potente mannen,
in het sexueel verkeer, gedeeltelijk ook wel door aangeboren
ongeschiktheid, eene treurige rol spelen.
De impotentia door prikkelbare zwakte is de vorm van impo-
tcntia virilis, waarbij immer te vroege ejaculatie geschiedt.
De mannen beginnen den coïtus met geërigeerd lid, doch
nog vóór de eigenlijke immissio penis, komt het tot ejacula-
tie en opvolgende verslapping. Deze vorm van impotentia
met praemature ejaculatie, komt zeer dikwerf voor bij indivi-
duën, die met de grootste opgewektheid tot den bijslaap
overgaan, verder bij hen, die zich geruimen tijd aan onanie
schuldig maakten en die veelvuldige nachtelijke zaaduitstor-
tingen (pollutiones nocturnae) hebben.
Bij veel mannen, die dezen vorm van impotentia hebben,
is de uitoefening van den bijslaap onmogelijk, omdat bij elke
poging daartoe, de ejaculatie te vroeg geschiedt. In lichtere
gevallen echter mislukt alleen de eerste bijslaap, terwijl de
ietwat later uitgeoefende, tweede of derde, bijslaap reeds
volkomen gelukken kan.
Onderzoekt men zulke lijders met de sonde, dan vindt
men eene overgroote gevoeligheid van de pisbuis, vooral
in haar achterste gedeelte, en juist die hyperaesthesie
van de pisbuis verklaart de praemature ejaculatie volko-
men, de pisbuis reflecteert te snel. Ook de prognose van
-ocr page 25-
23
dezen vorm van impotentia is gunstig. Soms geneest zij
zelfs spontaan.
4. De paralytische vorm der impotentia onderscheidt zich van
de overige vormen, door het volstrekt niet meer tot stand
komen van de erectiën. Zulke mannen hebben niet alleen
bij den coïtus een slap lid (frigiditeit), doch de erectie ont-
staat ook gedurende den nacht in het geheel niet meer. In
lichtere gevallen volgt nog eene partieele stijfheid, en een
coïtus is soms mogelijk bij wijde scheede, maar ook niet
zelden wordt de penis frigide, terwijl hij in de vagina is. Ook
de ejaculatie is eene abnormale, daar zij of in het geheel
niet, of slechts zeer laat geschiedt. Gedurende de ejaculatie
komt het sperma ook niet meer stootsgewijs, doch slechts
zeer geleidelijk te voorschijn, het droppelt als het ware uit
den pisbuismond af. Deze vorm is niet zelden een secundair
verschijnsel van chronisch algemeen lijden, b.v. van diabetes
mellitus (suikerziekte), van morphinisme, van hersen- en rugge-
mergziekten, en van de meest verschillende cachexiën. Het
geldt hier verlammingsverschijnselen van de erectiemiddel-
punten in het lendengedeelte van het ruggcmerg. Deze vorm
van impotentia gaat niet zelden gepaard met spermatorrhoe.
Bij het onderzoek der genitalia vindt men die slap; de
huid van den penis en den balzak weinig gevoelig, ja zelfs
anaesthetisch. De urethra is eveneens slechts zeer weinig
gevoelig, de sonde b.v. dringt gemakkelijk, en zonder eenige
pijn, tot in de blaas door. Bij electrische prikkeling vindt
men de huid van de dijen en der omgeving van den geslachts-
toestel, veel gevoeliger, dan die van den penis en van het
scrotum.
Alle oorzaken van dezen vorm der impotentia zijn nog
niet voldoende opgehelderd. Een groot contingent evenwel
leveren onanisten en bambocheurs.
De kans op genezing is twijfelachtig. Bij jongere individuen,
bij wie het erectievermogen van het lid nog niet geheel ver-
loren is, kan verbetering en zelfs totale genezing verkregen
worden, bij de ouderen van dagen, valt daarop zeker niet
meer te rekenen.
De therapie der impotentia is, overeenkomstig de verschil-
-ocr page 26-
24
lende vormen, verschillend. Bij de organische impotentie kan
door doelmatige chirurgische hulp, verbetering of genezing
verkregen worden. Bij hypospadie en epispadie kan door
plastische operatiën in enkele gevallen in zooverre verbete-
ring verkregen worden, dat een klein, vrij beweegbaar lid,
geschikt voor de immissio, kan gevormd worden. Gezwel-
len en elephantiasis moeten, zoo mogelijk, door het mes
verwijderd worden, enz., kortom de chirurg heeft ook hier
terrein om kennis en kunst ten toon te spreiden. De psychische
vorm geneest niet zelden spontaan, zoo slechts de psychische
momenten, welke de oorzaak van het lijden zijn, verdwijnen.
Mannen kunnen plotselijk impotent worden, als hun een
hunner dierbaren ontrukt wordt, als zij onverwacht hun »ver-
mogen" verliezen, enz. In die gevallen werken pijn, droefenis
en ongeluk verlammend op de erectiemiddelpunten. Worden
de verhoudingen mettertijd beter, dan keert ook de potentie
weder. Ook hier moge de geneesheer bedenken, dat »een
woord van opwekking" dikwerf meer vermag, dan een geheele
apotheek. Het meest evenwel treft men dezen vorm van
impotentie aan bij vreesachtige jonge mannen, die zich vroe-
ger aan onanie overgaven, of die hardnekkige druiperproces-
sen doorgemaakt hebben. Zenuwachtige individuen en zij,
die door het lezen van boeken, waarin de gevolgen van de
onanie en geslachtelijke uitspattingen met de meest schrille
kleuren worden afgeschilderd, in den grootsten angst ver-
keeren, lijden dikwerf aan dezen vorm. Door eene goed ge-
kozen, vooral locale, therapie, gelukt het dikwerf den man
weder »man" te maken. Sondenkuur, psychrophoor, adstringentia,
mits door den geneesheer doelmatig aangewend, doen zeer
veel. Bij den paralytischen vorm der impotentia is het resultaat
van die locale behandeling niet groot, doch men heeft er
resultaten van gezien, vooral, als de lijders een geruimen tijd
zich van den bijslaap onthouden, d.i. de abstinentie betrach-
ten. Bij dezen laatsten vorm vooral, kan ook eene electrische
behandeling van nut zijn.
-ocr page 27-
25
De onvruchtbaarheid van de Yrouw is, evenmin als die van den
Man — dit zal den Lezers thans ook wel begrijpelijk voor-
komen — geen ziekte op zich zelf, doch het noodwendig
gevolg van eene reeks van ziekten, van textuurveranderingen,
van vormafwijkingen en liggingsverhoudingen in het vrouWe-
lijk geslachtsapparaat, vanaf de uitwendige schaam (vulva),
tot aan de eierstokken (ovaria) *).
Het is de verdienste van de nieuwere gynaecologen — onder
hen vooral Marion Sims, in zijn beroemd werk »0n Uterine
Surgery" — de leer van de bevruchting der vrouw ontdaan
te hebben van alle geheimzinnige en romaneske hulsels,
waarin de phantasie en de zoogenaamde »natuurphilosophie"
haar gewikkeld hadden, en haar te hebben teruggebracht
tot eenvoudige mechanische beginselen.
Met dezelfde zekerheid, waarmede de scheikundige zegt,
dat overal water ontstaat, waar zuurstof en waterstof onder
bepaalde verhoudingen samenkomen, beweert thans de phy-
siologie, dat zich overal eene levensvatbare kiem ontwikkelt,
waar, in het vrouwelijk organisme, een gezond spermatozoon
met een gezond eitje (ovulum) in aanraking komt, zonder dat
zij zich met de vaststelling van dat feit, vermeet, het eeuwige
raadsel van het ontstaan van het individueele leven, te willen
oplossen.
Wie derhalve de kunst verstond, onder alle omstandigheden,
alle hindernissen, welke zich bij het ter rechter tijd ontmoe-
ten van het gezonde sperma en het ovulum kunnen voor-
doen, op te heffen, zou de vrouwelijke steriliteit (agenezie) ook
onder alle omstandigheden kunnen genezen. De uitspraak met
betrekking tot dit onderwerp van een bekend aesculaap: »Het
is teruggang, immer naar iets ziekelijks te willen zoeken", is
") Lezers en Lezeressen van dit boekje, die absoluut geen kennis
hebben van de ontleedkunde van den vrouwelijken geslachtstoestel,
verwijzen wij daardoor naar een ander werkje van onze hand, getiteld:
Onze «Ziekelijke" Vrouwen. Met 4 Afb Prijs / 1.25. Uitg. W. B.
Moransard, Amsterdam, waarin van dit onderwerp vooraf een be-
knopt overzicht wordt gegeven.
-ocr page 28-
26
zelf een stap terug op den weg der wetenschap. De moeilijk-
heid is alleen gelegen in het ontdekken van het ziekelijke.
Omtrent het gezonde en zieke sperma, hebben wij reeds
genoeg medegedeeld, en met betrekking tot ziekten van het
ovulum, .... weten wij niets! Het schijnt, dat daar, waar in
het algemeen ovula gevormd worden, zij ook vatbaar voor
bevruchting zijn, omdat ziekelijke, tuberculeuze vrouwen,
vrouwen met kanker van de geslachtsorganen, geconcipieerd,
en normale kinderen ter wereld gebracht hebben-
Vervolgen wij thans den weg, welken beide, sperma en
ovulum, af te leggen hebben, ten einde elkander tusschen
eierstok (ovarium) en uitwendigen baarmoedermond (os ex-
ternum uteri) — de grenspunten der bevruchtingsorganen —
te ontmoeten.
Het sperma stort zich bij de ejaculatie in de scheede
(vagina) uit, geraakt van daar, door den uitwendigen baar-
moedermond, in het kanaal van den baarmoederhals, door
de nauwe «baarmoederopening van den eileider" (ostium tubi)
in den eileider (oviductus, Fallopische buis), en van daar,
waarschijnlijk door trilhaarbeweging, tot de franjes (fimbriën),
en vermoedelijk tot aan de ovariën.
Het ovulum wordt bij het bersten van den follikel *), door
de »buikopening van den eileider" (fundibulum) ontvangen
en door de wormvorige (peristaltische) beweging van de
spierlaag van den eileider, naar de baarmoederopening van
den eileider (ostium uterinum), en daardoor in den uterus,
gevoerd.
Op elk punt van dezen weg is de aanraking van het ovu-
lam met het sperma, d.i. dus bevruchting, mogelijk, waar-
schijnlijk reeds in de ovaria zelf, gelijk blijkt uit de gevallen
van eierstokzwangerschap (graviditas ovaria). Geschiedt zelfs
in den uterus de bevruchting niet, dan gaat het eitje ten
gronde.
Een niet weinig gewichtig vraagstuk is dat van den tjjd
*) Men leze hierbij vooral ook mijn werkje, getiteld: 40 Weken
leven vóór „een Leven" of De Mensch van het Eitje tot de Wieg.
-ocr page 29-
V
der bevruchting van het eitje. Vroeger meende men alge-
meen, dat de menstruaalbloeding en het rijpworden van den
(GRAAF\'schen) follikel de gemeenschappelijke gevolgen waren
van eene maandelijks wederkeerende congestie der geslachts-
organen, welker toppunt bereikt was met het bersten van den
follikel (ovulatie). Het eitje wordt door een\' eileider ontvan-
gen en bij den eersten coïtus na de menstruatie, op zijn\' weg
bevrucht, en behoort derhalve tot de menstruaalperiode, welke
aan de bevruchting voorafgaat. Aldus de opvatting van den
grooten PFLÜGER en zijne aanhangers. Volgens de nieuwste
onderzoekingen evenwel, zijn bij vrouwen, die ettelijke dagen
vóór het menstruaaltijdperk gestorven waren, geberste folli-
kels gevonden, en ook in zes gevallen, binnen drie weken na
de menstruatie, de afgang van bevruchte eitjes waargenomen,
welke, te oordeelen naar de mate hunner ontwikkeling, niet
tot de voorafgaande periode konden behooren. Hieruit ont-
wikkelde zich de volgende theorie: Het periodiek aangroeien
der eitjes in het ovarium p.ikkelt dit laatste mechanisch, en
veroorzaakt congestie der omliggende organen, tengevolge
waarvan het baarmoederslijmvlies zwelt, d. i. hypertrophisch
wordt (decidua menstrualis). Door het bersten van den follikel
houden de prikkeling en de congestie op.. Werd het eitje
vooraf bevrucht, dan ontwikkelt zich onder voortdurende
prikkeling, de decidua vera, en de »regels" (menses) blijven
achterwege. Het bevruchte eitje behoort dus tot de niet-
ingetreden eerstvolgende periode. De ovulatie is alzoo de recht-
streeksche, mechanische oorzaak van de menstruatie.
De hindernissen in de ontmoeting betreffen zoowel het
sperma, als het ovulum.
Wij zullen eerst de hindernissen bespreken, voor zooverre
zij het sperma betreffen.
Al dadelijk kunnen wij die onderscheiden in mechanische en
chemische.
a. Mechanische hindernissen voor het indringen van het sperma.
1.    Vergroeiing (atrezie) van de schaam (volva) en van de
scheede (vagina), tengevolge van remming in de ontwikkeling,
is eene absolute hindernis.
2.    Een ongerept of niet-doorboord maagdevliesje (hymen) is geen
-ocr page 30-
28
absolute hindernis, als de afsluiting niet volkomen is, daar
zelfs in gevallen, waarin slechts eene dunne sonde indiingen
kon, conceptie had plaats gehad.
3.    Neurose van de scheede (vaginismus) en woekeringen in de pisbuis
(carunculae urethrae) kunnen zelfs afschrikken tot de uitoefe-
ning van den coïtus.
4.  Afwijkingen (anomaliën) van den baarmoederhals (cervix uteri).
De meening, dat het sperma rechtstreeks in de baarmoeder-
holte door eene soort stempelwerking van het mannelijk lid,
wordt geslingerd, hebben velen, met het oog op de dikwerf
voorkomende wanverhoudingen tusschen penis en vagina en
den hoek, waaronder het mannelijk lid en het scheedegedeelte
van de baarmoeder elkander ontmoeten, als onhoudbaar,
reeds lang laten varen. Reeds SlMS merkte op, dat zich in
de achterste scheederuimte, waarin het xcheedegedeelte van
de baarmoeder (portio vaginalis uteri) zich uitstrekt, sperma
ophoopt en dat dit, onder normale omstandigheden, den
uitwendigen baarmoedermond als het ware omspoelt. Of nu
door eene zekere erectiliteit van den baarmoederwand en
oogenblikkelijke verwijding van de baarmoederholte, eene
opzuiging, een «inslikken", geschiedt, of dat die opzuiging
tot stand komt door de capillariteit van de tegen elkander
liggende wanden, of tengevolge van de eigenbeweging der
spermatozoïden, daarover zijn de geleerden het nog maar
volstrekt niet eens. Men heeft ook, en misschien wel niet
geheel ten onrechte, gewezen op de trechtervormige verdie-
ping, welke gelegen is tusschen de langere voorste, en de
kortere achterste baarmoedermondlip, en welker basis gevormd
wordt door den achtersten en voorsten scheedewand, die, in
normalen toestand, het scneedegedeelte van alle kanten om-
geeft. Deze kleine ruimte, welke gewoonlijk met slijm gevuld
is, en welke verscheidene dioppels kan bevatten, heeft men
dan ook »receptaculum seminis" geheeten. Daar het terug-
vloeien van het daarin geraakte sperma, door het aanleggen
van den scheedewand aan de verdieping van den uitwendigen
baarmoedermond, wordt belet, moet het noodwendig in de
uterusholte dringen, en kan dit alleen verhinderd worden
door de vergroeiing (atrezie) van het baarmoederhalskanaal. Voor
-ocr page 31-
2y
deze theorie pleit de omstandigheid, dat elke vormvernnde-
ring van het scheedegedeelte van de baarmoeder, waardoor
de vorming van genoemd »receptaculum seminis" onmogelijk
wordt, gewoonlijk steriliteit tengevolge had. Daartoe behooren:
het ontbreken van het scheedegedeelte; zijn kegelvormig toe-
gespitste vorm met kleinen ronden mond en nauw kanaal; de
verwoesting der baarmoedermondlippen, vooral van de voorste,
door verzwering; de buitenwaartsche omkeering (ectropie) der
lippen; de schortvormige verlenging van de voorste of achterste
lip; verder de verschillende liggingsveranderingen van den uterus,
waarbij het scheedegedeelte naar voren gericht is, of ook
zoo ver naar achter en boven staat, dat de voorste lip het
dringen van het sperma in het receptaculum belet, d. i. dus
bij eene sterke mate van voor- en achteroverkanteling (ante-
en retroversie).
Al deze afwijkingen zijn weliswaar geen absolute hinder-
nisse:i voor het indringen van het sperma, doch zij kunnen
dit in hooge mate bemoeilijken, en de oorzaak zijn van eene
jarenlange steriliteit, tot, door eenig toeval, de hindernis
weggenomen wordt.
In elk geval neemt deze theorie, door hare waarlijk een-
voudige verklaring van het mechanisme, eene waardige plaats
in naast andere, en vooral ook naast die van KRISTELLER, die
beweert, dat de taaie slijmdraad, welke uit den moedermond neêr-
hangt, den spermatozoïden tot geleidingsweg dient naar de
baarmoederholte.
Maar ook in het baarmoederhalskanaal kan het sperma de
weg belet zijn door vergroeiing (atrezie) of vernauwing (stenose).
Deze afsluiting kan ontstaan zijn door misvorming, of door
atrezie, tengevolge van ontsteking. Verder door zwamachtige
woekeringen (fungeuze excrescentiën), welke het kanaal op-
vullen, door polypen, welke den inwendigen baarmoedermond
als een ventiel afsluiten. Eindelijk door sterke knikking,
waarbij de voorwand op de knikkingsplaats, zoo vast tegen
den achterwand aangedrukt ligt, dat dit eene volkomen af-
sluiting vormt.
De behandeling van al deze toestanden is natuurlijk de taak
van den vrouwenarts.
-ocr page 32-
3C
Is de weg naar de uterusholte vrij, dan kan het sperma
daar zijne taak vervullen, mits dat het gezond is. Maar ook
een gezond sperma kan op zijn weg daarheen, aan ziekmakende
invloeden blootgesteld zijn, en die zijn:
b. De chemische hindernissen voor het bevruchtingsvermogen
van het sperma, en als zoodanig zijn te beschouwen:
i. een abnormaal zuur secreet van het scheedesiymvlies, door
welks inwerking, gelijk wij vroeger reeds mededeelden, de
spermatozoïden hunne bewegelijkheid spoedig verliezen, hoe-
wel het sperma, met betrekking tot hoeveelheid en vorm
der spermatozoën, normaal blijkt. Dergelijke gevallen komen
meer voor, dan men gewoonlijk vermoedt, zoodat een ver-
standig geneesheer, die een onderzoek naar de oorzaken van
een steriel huwelijk instelt, ook dezen factor niet uit het oog
dient te verliezen, en het geschiedt in zulke gevallen dan
ook niet zelden, dat men de steriliteit opheft met onmiddel-
lijk vóór den coïtus, door inspuiting van eene lauwe, zwak
alcalische oplossing in de scheede, de zuren te neutraliseeren.
Verschillenden specialiteiten is het voorgekomen, dat zij
langs dezen weg, de conceptie deden gelukken.
Ook van buiten af — in den vorm van injectiën, penseel-
bcstrijkingen of baden — in de scheede geraakte vloeistoffen
kunnen, gelijk wij boven reeds vermeldden, de eigen-bewe-
gingen der spermatozoïden vernietigen. (Zuren, alcoholica,
aether, carbolzuur, metaalzouten, vetten, vluchtige oliën, enz.)
Bevorderlijk aan die beweging der spermatozoïden, dus
levenswekkend, zijn daarentegen: neutrale zouten en zwakke
alcaliën, verdunde suikeroplossing onder toevoeging van eene
geringe hoeveelheid bijtende kali (Vw °/o). eiwit, enz.
2. de catarrhale en etterige secreten van den binnen-
baarmoederwand (endometritis), welke dikwerf, hoewel niet
immer, een vernietigenden invloed op de spermatozoïden
uitoefenen.
Daar de conceptie reeds in den uterus kan geschieden, zou
eene belemmering tegen het verder voortdringen van het
sperma, geen conceptiehindernis meer zijn, als de afsluiting,
welke het indringen in de eileiders weert, niet tevens het
intreden van het eitje in den uterus voorkwam.
-ocr page 33-
3!
Wij hebben hier dan ook nog te gewagen van de hinder-
nissen, welke het ovu\'im kan ontmoeten.
i. Een eerste vereischte voor de mogelijkheid der concep-
tie is het ongestoord rijpworden van het eitje in het ovarium.
Elke ziekte van het ovarium, welke de kiembereiding en ont-
wikkeling van normale follikels stoort, moet dus, zoo zij
beide ovaria treft, steriliteit ten gevolge hebben. Zulke
ziekten zijn de waterzuchtige ontaardingen van de follikels (hydrops
folliculorum) en alle nieuwvormingen (neoplasmata) en cysten van
het ovarium, welke in haar verloop al het normale weefsel
van het ovarium kunnen verdringen of tot ontaarding (de-
generatie) brengen. Dat bij eierstokontaardingen dikwerf
toch nog zwangerschap kan ontstaan, komt, omdat niet beide
ovaria ziek zijn, of dat in het zieke ovarium nog rudimenten
over bleven, welke voor de voortplanting geschikte follikels
bevatten.
2.  Een tweede vereischte is de afstooting, de vrijwording,
van het rijpe eitje en zijne opname in den eileider. De afstooting
kan verhinderd worden door sterke verdikking van het ova-
riumgedeelte, dat het eitje bedekt, of ook door zoogenaamde
pseudomembranen. De opname in den eileider kan belem-
merd worden door ontaarding en vergroeiing der franjes tot een
gesloten zak, door vergroeiing van de bnikopening van den eilei-
der, door pseudomembranen met omliggende organen, door
nieuwvormingen, door cysten tusschen eierstok en eileider.
3.  Ook ziekten van de eileiders, vooral chronische eileider-
ontsteking (salpingitis chronica) met zwelling van het slijm-
vlies, catarrhale en etterige afscheiding, verslapping van het
spierachtig gedeelte van den eileider (atonie van den mus-
cularis) kunnen dezen doortocht van het eitje naar den uterus
verhinderen. Vooral echter kan door verdikking van het
slijmvlies of door secreetproppen, door chronische baaimoe-
derontsteking (metritis), enz., de baarmoederopening van den
eüeider volkomen afgesloten zijn, en de ontmoeting van het
sperma met het ovulum op dit punt, geheel voorkomen.
Ontstond de afsluiting eerst na het intreden van het sperma,
dan kan, door verhindering van het verder doordringen van
het thans bevruchte eitje, eileiderzwangerschap (gravlditas
-ocr page 34-
32
tubaria) volgen. Daar deze eileiderziekten meestal een chro-
nisch karakter dragen, kan het geval voorkomen, dat na
jarenlange steriliteit, de eileiders en hunne beide openingen
(baarmoeder- en buikopening) weder vrij worden en, geheel
onverwacht, zwangerschap intreedt- In de meeste gevallen
vormen al deze afsluitingstoestanden, vooral die, welke ont-
staan na ontstekingstoestanden in het eerste kraambed,
kraamvrouwekoorts, abscessen enz. nimmer op te heffen
hindernissen voor de conceptie, en tevens de meest duistere,
en voor eene behandeling geheel ontoegankelijke, oorzaken
van de steriliteit.
4. Eindelijk wordt zelfs in den uterus het reeds bevruchte
eitje met gevaren voor zijne verdere ontwikkeling bedreigd.
Door chronische ontsteking van de baarmoeder (metritis) en
die van den baarmoederbinnenwand (endometritis), door de
verschrompeling der klieren, als gevolg daarvan, schijnt de
uterus niet zelden het vermogen, zijn slijmvlies geschikt te
maken tot broedplaats voor het eitje, te verliezen, waardoor
dit abortief ten gronde gaat. In hooge mate is dit het geval
bij de zoogenaamde afbladderende (exfoliatieve) endometritis,
door veel gynaecologen ook dysmenorrhoea membranacea
geheeten, welke baarmoederziekte bijna immer met steriliteit
gepaard gaat.
Zwamachtige woekeringen, vezelgezwellen (fibromen) enz.
kunnen door mechanische stoornis, zoowel als door de ver-
anderingen van het baarmoederweefsel, aan de ontwikkeling
van het bevruchte eitje paal en perk stellen, hoewel soms,
zelfs bij belangrijke gezwellen (tumores), normaal verloopende
graviditeit is waargenomen.
Ook de behandeling van al deze toestanden behoort tot
den werkkring van den geneesheer.
Nadat wij de speciale oorzaken van de steriliteit in het
huwelijk en hare opheffing, voor zooverre voor den leek
begrijpelijk, nauwkeurig hebben besproken, willen wij — nu
de Lezers en Lezeressen daartoe beter voorbereid zijn —
overgaan tot de verklaring van de algemeene maatregelen,
-ocr page 35-
33
welke dienen, eenerzijds om de atecnie van den beginne af
te voorkomen, anderzijds, de bestaande steriliteit, zoo moge-
lijk, weg te nemen.
Bij elke huwelijkssluiting moeten in de eerste plaats uitwen-
dige, zuiver stoffelijke verhoudingen in aanmerking komen.
Om niet verkeerd begrepen te worden, moeten wij reeds nu\'
opmerken, dat wij huwelijken, welke alleen met pecuniaire
bedoelingen worden aangegaan, om verschillende redenen ten
strengste afkeuren; maar ook, niemand huwe, die in het
maatschappelijk leven niet eenige min of meer zekere positie
inneemt. Een rustig, onbezorgd leven is voor de fertiliteit van
het huwelijk van veel grooter beteekenis, dan men gewoonlijk
geneigd is aan te nemen. Het is een bekend feit, dat dieren,
die men van hunne vrijheid beroofde en in de voeding be-
perkte, kortom, die men uit hunne gewone welvaart rukte,
niet meer drachtig worden. Bij den mensch bestaan mutatis
mutandis dezelfde verhoudingen. Menschen, die plotselijk
in de gevangenis kwamen of, van welvaart, plotselijk in
materieele zorgen kwamen, bleven vanaf dat oogenblik in
hun huwelijk kinderloos. Bij hongersnood neemt de hoeveel-
heid der nakomelingschap in het gebied, waarin zulk eene
epidemie optreedt immer af. Wellicht merkt de een of
andere Lezer hierbij op, dat juist de armste gezinnen het
meest van den «kinderzegen" bedeeld zijn, doch dit bewijst
in geen geval iets. Deze menschen zijn van den beginne
af gewoon aan minder goede voeding en hebben nooit iets
beters gekend. De plotselijk ongunstige verandering in de
levensvoorwaarden is het, die zoo ingrijpend is. Indien een
jong meisje — hoewel zonder vermogen, doch door handen-
arbeid zich alleen behoorlijk kan voeden — een huwelijk
aangaat met een onvermogend man, die door eenig toeval
ongeschikt wordt te werken, en nu voor twee te zorgen heeft,
dan geraakt zij met hem natuurlijk in de meest kommervolle
omstandigheden, en alleen in die omstandigheden nu ligt de
oorzaak van het steriel blijven van hun huwelijk. Dit is iets,
wat dagelijks voorkomt, en iedereen kent in zijne omgeving
zeker daarvan een of meer voorbeelden. De zorg voor de
stoffelijke welvaart moet op het hart eener vrouw niet drukken.
Geen Kinderloos Huwelijk!                                                3
-ocr page 36-
34
Een huwelijk aan te gaan, alleen om stoffelijk voordeel, is
niet alleen zeer immoreel, maar mag — hoewel ook in be-
perkte mate — voor de misschien bestaande onvruchtbaarheid
verantwoordelijk gehouden worden. Het is bepaald noodig,
dat de vrouw voor haren man eene aanhankelijkheid gevoelt,
aan welke eene zekere mate van zinnelijkheid niet vreemd
is. Deze laatste is bij de conceptie een volstrekt beduidende
factor. Ongetwijfeld weet men, dat vrouwelijke individuen,
die slechts eenmaal sexueelen omgang gehad hebben en daar-
toe op eenige wijze zelfs, hetzij door geweld, hetzij in den
slaap of ook in dronkenschap, gedwongen werden, zwanger
en daarna moeder werden. Dit feit kan niet ontkend worden,
doch het is, als men alle soortgelijke gevallen, waarin dezelfde
resultaten niet volgden in aanmerking neemt, eene uitzonde-
ring op den regel. Hiervoor, n.1, dat de eerste cohabitatiën
gewoonlijk niet tot bevruchting leiden, pleit ook verder nog
de omstandigheid, dat de jonge vrouwen over het algemeen
zeer zelden 9 maanden na de huwelijksvoltrekking bevallen,
doch dikwerf eerst eenige maanden later. De bekende Engel-
sche verloskundige SPENCER Adells heeft waargenomen, dat
onder 7 vruchtbare huwelijken, er gemiddeld slechts 4 vóór
de ix\'2 jaar met kroost gezegend worden; een andere specia-
liteit stelt de verhouding als volgt.
Onder 10 vruchtbare vrouwen bevallen voor de eerste maal:
5 op het einde van het I»te jaar (d.i na de 10^ maand)
4 » »        ï        »       » 2\'le »
I » »        »       »       i 3de »
Waaruit nu is dit opvallend verschijnsel te verklaren?
De jonge vrouwen hebben, als zij in het huwelijk treden,
eene zeer gering ontwikkelde geslachtsdrift, en hare mede-
werking bij de cohabitatie is eene slechts zeer beperkte.
Beide evenwel zijn voor de bevruchting, gelijk men thans
uit bovengenoemde getallen kan bemerken, volstrekt onont-
bcerlijk. Van lieverlede ontwaakt bij de vrouwen het gevoel
van wellust en ten einde deze zooveel mogelijk te voeden,
wordt de vrouw onwillekeurig tot stellingen en bewegingen
gebracht, die harerzijds weder, zuiver mechanisch, noodig
zijn, om den bijslaap ook vruchtbaar te doen worden.
-ocr page 37-
35
Het is zeer moeielijk alle middelen aan te geven en juist
te verklaren, waarvan de natuur zich bediend heeft, om uit
twee levende wezens en hunne aanraking, een derde te
scheppen; zooveel is zeker, dat zij deze den mensch niet
gegeven heeft, om hem door het gevoel van wellust, geluk,-
zalig te maken, doch om hem juist daardoor tot zijne voort-
planting, d.i. de instandhouding van zijne soort, te dwingen,
het zinnelijk moment toch is geen doel, doch slechts het
middel tot het doel.
Alle schrijvers zijn het daarover eens; alleen over de wezen-
lijke veranderingen, welke door de zinsverbijstering aan de
vrouwelijke geslachtsorganen ontstaan, heerschen de meest
verschillende meeningen en hypothesen. Sommigen houden
zich aan het zuiver mechanisch principe vast. Daar zij weten, dat
het sperma, zoo het bevruchtend zal werken, in het boven-
gedeelte van de vagina moet geraken, en wel daar, waar dat deel
in het onderste baarmoedergedeelte overgaat, redeneeren zij,
moet de vrouw krachtige spierbewegingen van het geheele
lichaam maken, opdat dit doel, door het opnemen van een zoo
groot mogelijk gedeelte van den penis, bereikt worde. Door
de opwekking der gevoelszenuwen worden verder, onder leiding
van de hersenen, de motorische zenuwen medegeprikkeld en
deze doen harerzijds de spieren van den scheedewand con-
traheeren; door hetzelfde effect daalt de uterus — eene holle»
spier — en zijn mond opent zich en wordt afgerond. Houdt
de prikkeling der sensibele zenuwen op, dan geschiedt zulks
natuurlijk ook bij de beweegzenuwen, de deelen nemen hun
normalen stand weder in, vooral stijgt de baarmoeder weder
in de hoogte, en oefent, juist door dat dalen en stijgen, eene
zuigkracht uit op den in de scheede uitgestorten inhoud.
Andere auteurs houden zich meer aan het chemisme bij de
cohabitatie, d. w. z. aan de veranderingen, welke de, in nor-
malen toestand door de wanden der vrouwelijke organen af-
gescheiden, vochten ondergaan. De vliezen, welke de vagina
en den uterus bekleeden, scheiden namelijk permanent eene
geringe hoeveelheid slijmachtige vloeistof af, welke deze deelen
vochtig houdt. De vloeistof, welke uit de scheede komt,
reageert zuur, die uit de baarmoeder, alcalisch. De aanhan-
3*
-ocr page 38-
36
gers nu van deze theorie, meenen, dat bij den bijslaap, de
prikkeling van de zenuwen voor den wellust, de werking der
de slijmsecretie beheerschende zenuwen doet ontstaan, en
het slijm zelf, daardoor quantitatief en qualitatief wordt ver-
anderd. Naar hunne opvatting zijn beide noodig; door de
vermeerderde hoeveelheid vloeistof zou de beweeglijkheid
der indringende spermatoïden bevorderd worden, zij zouden
daardoor naar boven, in de inwendige deelen van den ge-
slachtstoestel gedreven worden, terwijl aan den anderen kant,
het levensvermogen dier zaaddiertjes door de veranderde
eigenschap van het genitaalslijm verhoogd en versterkt
wordt. Het zure schecdcslijm is door zijne reactie geschikt
die zaadelementen te verwoesten, het alcalische slijm van
de baarmoeder, daarentegen ze langer te behouden. Als
nu dit laatste, welks afscheiding onder gewone omstandig-
heden zeer gering is, bij den coïtus sterk wordt gesecerneerd,
dan neutraliseert het het scheedeslijm, en zijn overmaat leidt
tot het gewenschte doel.
De bewering van dien chemischen invloed der vochten
berust nog geheel op hypothese en mist nog allen steun
van de exacte wetenschap; bovengenoemde mechanische
theorie daarentegen, welke op spierpiïkkeling berust, is door
allerlei waarneming bevestigd. Bij zeer prikkelbare vrouwen
,kan de vinger van den onderzoekenden deskundige de ka-
rakteristieke bewegingen (chasmodie *), het dalen en rijzen
van den uterus en het meer erectiel worden van de uitwen-
dige schaamdcelen, bemerken. De waarnemingen hieromtrent
zijn evenwel volstrekt nog niet geëindigd; zooveel is in elk geval
met zekerheid gebleken, dat de passieve rol, welke sommige
vrouwen bij den coïtus — om verschillende redenen — spelen,
voor de fertiliteit van het huwelijk, in hooge mate ongunstig
is. Daarom is het van het hoogste belang, dat de tegenzin
van de vrouw tegen haren man, welke zich onwillekeurig ook
*) Zie Prof. Dr. J. Schooxoermark Jr., «Gevaarlijke" Huwelijks-
geheimen, met 2 Afb. 3e druk. Prijs ƒ1.26. Uitg. W. B. Moransard,
Amsterdam, bladz. 39.
-ocr page 39-
37
bij het sexueel verkeer openbaart, om zeer begrijpelijke
redenen, op elke wijze moet worden opgeheven, moet wor-
den te niet gedaan. Vooral bij pasgehuwde vrouwen, wier
zinnelijke drift, gelijk wij reeds opmerkten, zoo gering is,
moet daarnaar gestreefd worden; vrouwen, die reeds een-
maal gebaard hebben, concipieeren de tweede maal veel
spoedige/, dan de eerste maal. KlSCH deelt het volgende,
zeer treffend geval mede: Eene vrouw, wier man gedurende
zijn tienjarig huwelijk met haar, het niet mogelijk geweest
was, haar geslacht slust op te wekken, gaf zich aan een\' man
over, voor wien zij in waarheid iets gevoelde. Bij dezen
minnaar bracht zij een kind ter wereld, en in het vervolg
kon nu ook haar wettige man haar bezwangeren, van welks
zekerheid deze zich vast overtuigd kon houden.
Men ziet daaruit dus, dat de neiging van de echtelieden
tot elkander, voor de fertiliteit van het huwelijk, geen holle
klank is, en dat de opwekking van de hoogste zinnelijkheid,
een krachtige factor voor de vruchtbaarheid is. Daarom
verdienen bij weinig zinnelijke individuen desnoods positiën
aanbeveling, welke, natuurlijk in bepaalde gevallen, eene aan-
sporing schijnen te zijn tot de psychische opwekking. Zoo
kan men van gehuwde mannen niet zelden vernemen, dat óf
zij zelf, óf hunne vrouwen alleen dan in staat zijn tot een\'
bevredigenden coïtus, als zij dien op de wijze als dieren, ot
in zijdeligging, of als zij (de mannen) in rugligging zijn, uitoefenen.
Natuurlijk moet bij dergelijke niet-erotische individuen alles
weggenomen worden, wat aan de kracht der phantasie te
kort kan doen.
Reeds het eigenaardig opstaan van de vrouw van haar
bed, of de hulling in eenig kleedingstuk, en de aanwezigheid van
personen in de aangrenzende kamers, enz. moeten streng wor-
den vermeden. Verder werkt ook bij velen reeds de geringste
graad van dronkenschap, deprimcerend op het sexueel ver-
mogen, bij anderen daarentegen, wordt dit daardoor verhoogd.
Het één-zijn, d.i. het geheel in elkander opgaan, dat bij
gehuwden nu eenmaal niet gemist kan worden, kan gewoonlijk
alleen dan bestaan, als beide wederhelften in leeftijd niét
te veel verschillen. Als een oude man, eene nog bloeiende
-ocr page 40-
38
maagd huwt, is het moeilijk te denken, hoe deze voor
den man, die haar vader, misschien haar grootvader kon zijn,
iets anders, dan eene psychische voorliefde kan opvatten.
Het is dan ook niet te verwonderen, dat het huwelijk onder
zulke wanverhoudingen, zelfs bij een krachtig voortplantings-
vermogen van beide kanten, steriel blijft. Eene dergelijke
verhouding komt voor in het omgekeerde geval, als weduwen
— nog in het tijdperk van het geslachtsleven verkeerende —
overgaan tot een huwelijk met zeer jonge mannen. Over het
algemeen schijnt het met het oog op de vruchtbaarheid van
het huwelijk, wenschelijk te zijn, dat de man 5—6 jaren
ouder is, dan zijne vrouw. Bovendien is het gewoonlijk niet
onverschillig op welken leeftijd men in het huwelijk treedt.
De man moet niet vóór het 25ste jaar huwen; eerst dan
heeft zijn organisme den vollen wasdom bereikt en het is
van het hoogste gewicht, dat dit niet uit het oog wordt
verloren. Het sexueel vermogen, dat bij den man in het be-
gin van het huwelijk, zeer sterk pleegt te worden ingespan-
nen, gaat, als het lichaam niet zijne volle ontwikkeling heeft
verkregen, niet zelden verloren. Daarbij heeft men ook nog
rekening te houden met de maatschappelijke verhoudingen,
die, op zich zelf reeds, den man noodzaken den geheelen
dag door, zijne beroepsbezigheden te volbrengen en daardoor
geest en lichaam in te spannen. Zeker, wie tijd en geld tot
zijne beschikking heeft, en alleen voor zijn lichamelijk welzijn
heeft te zorgen, gelijk dat in sommige bevoorrechte klassen
het geval is, mag natuurlijk reeds vroeger aan een huwelijk
denken. Anderen, onder minder gunstige verhoudingen le-
vende, — en dit is wel met het groote meerendeel het ge-
val — is dit sterk te ontraden. Hoe nadeeiig de overtreding
van dit gebod werkt, blijkt uit het feit, dat bij volken, bij
wie de mannen gewoon zijn zeer jong te huwen, steriele huwe-
lijken, zeer veel voorkomen. Dit is o.a. het geval bij de in
Polen wonende Israëlieten. Bij hen huwen de jongelieden
reeds op 16-jarigen leeftijd; het gevolg is, dat zij hunne
meestal zeer zinnelijke vrouwen, die niet veel jonger, dan zij
zelven, doch lichamelijk belangrijk meer ontwikkeld zijn,
aanvankelijk slechts met moeite kunnen bevredigen; later
-ocr page 41-
39
echter, door de noodzakelijk geworden excessen, veelal geheel
impotent worden en daardoor kinderloos blijven.
De vrouw bereikt hare physische, volkomen ontwikkeling
vroeger, gewoonlijk in het 20ste levensjaar, en daarom moet
zij ook eerst dan tot het huwelijk overgaan. Een 17-jarig
meisje een\' man te geven, is eene dwaasheid. Hierbij hebben
wij nog niet eens op het oog, dat zij, zelf nog een kind, onmo-
gelijk eigen kinderen kan opvoeden, maar men vergete niet,
dat bij zulke jeugdige individuen, wier geslachtsorganen vol-
strekt nog niet hunne volkomen ontwikkeling bereikt hebben,
door sexueele prikkelingen, veel spoediger, dan bij ouderen,
ziekelijke toestanden ontstaan, en dat deze voor het concep-
tievermogen wederom van het hoogste gewicht kunnen zijn •).
De statistiek bevestigt dat. Het zeldzaamst komt vrouvve-
lijke steriliteit voor bij vrouwen, die huwden tusschen het
20ste en 24ste levensjaar; het meest van het 15de tot 19de
levensjaar; na het 24ste jaar neemt dan de onvruchtbaarheid
progressief toe, tot zij op een bepaalden leeftijd (± 46 jaar)
eene absolute wordt. Alles natuurlijk met onderscheid. Er
zijn meisjes, die op 17-jarigen leeftijd beduidend veel rijper
zijn, dan meisjes van 22 jaar; in de heete zonen zijn de 30-
jarige vrouwen »oud", d.w.z. volstrekt niet meer in staat
voort te planten. Met deze leeftijdsgrenzen bedoelen wij
niets anders, dan het aangeven van een\' zekeren maatstaf
voor den tijd, waarop het organisme volkomen ontwikkeld
is, d. w. o. m. z., dat het krachtig en gezond is. Zwakke
menschen, vooral mannen, hebben minder voortplantingsver-
mogen, dan sterke. Gelijk wij reeds aantoonden, behoort
ook voor den man, eene niet onbeduidende hoeveelheid,
zuiver physische kracht tot de doeltreffende uitoefening van
den bijslaap. Ziekelijke of overigens debiele personen missen
die dikwerf geheel. Zoo gewaagt Kiscil van een geval,
waarin een 19-jarig meisje huwde met een\', door vroegere
excessen in venere, uitgeputten wellusteling, die 40 jaren telde.
") Zie Prof. Dr. J.SCHOONDERMARK Jr., Onze «Ziekelijke" Vrouwen,
Met 4 Afb. Prijs ƒ1.25. Uitg. VV. B. Moransard, Amsterdam.
-ocr page 42-
4u
Hij had 4 jaren noodig, om het maagdevliesje (hymen; te
doorboren; 6 jaar daarna — dus na 10 jaar gehuwd te zijn —,
gelukte het hem, vader te worden, en sedert dien tijd is zijne
vrouw steriel gebleven. Tot diezelfde categorie kan men
ook de mannen rekenen, die verzwakt, uitgeput zijn, door
vroegere onanistische manupulatièn; ook die zijn dikwerf
niet in staat de huwelijksplichten naar behooren te vervullen.
Merkwaardigerwijze wordt de sexueele impotentie (impotentia
coeundi)
van den man mettertijd ook op de vrouw overge-
bracht; het is onwederlegbaar aangetoond, dat in zulke ge-
vallen de geslachtsorganen der vrouw degenereeren (ontaar-
denj, dat haar geslachtsdrift afneemt, en haar geheele zenuw-
stelsel aan eene verandering onderworpen is, welke de
wetenschap hysterie heeft geheeten. Zulke vrouwen zijn, zelfs
als zij later — nemen wij aan na den dood van den eersten
man — met een\' potenten man huwen, toch onvruchtbaar.
De gezondheid der echtelieden moet zich vooral ook uit-
strekken over de hersenen en hunne functiën. De statistiek
toont aan, dat in familiën, waarin zielsziekten (verschillende
vormen van krankzinnigheid) voorkomen, de leden, dispositie
tot steriliteit vertoonen. Waaraan dat toe te schrijven is, is
nog niet recht duidelijk; in elk geval hebbe men bij het
aangaan van een huwelijk, daarmede rekening te houden.
Even zoo weinig bekend in zijne oorzaak, doch daarom niet
minder waar is het, dat in huwelijken van in den bloede ver-
wanten,zelden kroost wordt verwekt. Alle hypothesendaarover
leiden tot niets. Overigens zijn zulke huwelijken reeds ook te
ontraden, omdat in geval van nakomelingschap, deze zelt
zeer dikwerf aan allerlei ziekten, vooral aan die der hersenen,
pleegt te lijden.
Zelfs als aan alle opgesomde voorwaarden voor het be-
geerde resultaat van het sexueel verkeer, voldaan is, komen
toch nog eene reeks van omstandigheden voor, welke in
staat zijn, alle eventueele hoop op kinderzegen te doen ver-
vliegen. Daartoe behooren in de eerste plaats de ondoel-
matige verhoudingen in den eersten huwelijksnacht. Men
stelle zich den met de vis in venerem ruentis tauri gewapenden
jongen echtgenoot en de schuchtere, tegenstrevende maagd
-ocr page 43-
4i
voor. De beide factoren zijn voldoende, om het ongehoord,
belachelijk schijnend feit, te verklaren, dat in den eersten tijd
van het huwelijk, in veel gevallen, afwijkingen van den natuur-
lijken weg voorkomen. Zoo behoeft b.v. alleen in plaats
van den scheedeïngang, de streek van de vrouwelijke pisbuis,
te worden getroffen, dan kunnen daardoor voor de jonge
vrouw, de ondragelijkste pijnen ontstaan. Deze nu, die vroe-
ger reeds gehoord heeft van aanvankelijke pijnen, zonder
welke »het niet zal gaan", verdraagt ze geduldig, en de jonge
man, in zijne onkunde, meent, den —• in elk geval valschen —
weg te moeten banen en gebruikt dubbele krachtsinspanning.
Dan evenwel worden de kwellingen, door de hevige prikkels
op de verkeerde plaats, voor de jonge vrouw ondragelijk,
de geringste mannelijke aanraking veroorzaakt de hev gste
pijnen, de spieren van de geheele schaamstreek zijn kramp-
achtig samengetrokken, en de uiterst treurige toestand van
het zoogenaamd vaginisme is gevolgd. Deze toestand is een
complex van symptomen, welke zich niet alleen locaal, d.i.
aan de uitwendige genitalia, openbaren, doch ook het ge-
heele zenuwstelsel in de war gebracht en de vrouw zeer ellendig
gemaakt heeft. Zij is nerveus geprikkeld («zenuwachtig");
reeds de gedachte aan een\' bijslaap wekt bij haar spierkram-
pen op, haar man doet haar walgen, en elk sexueel verkeer
is voor haar geheel uitgesloten. Zulk een toestand kan in
ernstige gevallen, jarenlang aanhouden, zelfs nadat het geringe
kwetsuur dat aanvankelijk het vaginisme veroorzaakt had,
reeds lang genezen is. De vrouw is zenuwziek geworden.
Men heeft de meest verschillende middelen beproefd om
de, door een zoo lastig üjden veroorzaakte steriliteit op te
heffen. In Amerika b.v. wordt zulk een vrouw in chloroform-
narcose gebracht en, als dan — wat steeds geschiedt — de
kramp verdwenen is, door haren echtgenoot bezocht,
maar deze handeling verdient geen aanbeveling. Ten eerste
is dit zeer onaesthetisch en onzedelijk, en aan den anderen
kant kan men eene vrouw toch onmogelijk zoo lang, en zoo
dikwerf, eenig verdoovingsmiddel toedienen tot zij geconci-
pieerd heeft, wat men toch dient te doen, omdat na elke
ontwaking uit zulk eene narcose, de vroegere kramptoestand
-ocr page 44-
42
terugkeert. Veel verstandiger en veel meer rationeel is eene
algemeen psychische geneeswijze. Men verbiedt in de eerste
plaats, den man ten strengste, elke poging tot sexueel ver-
keer, en bewerkt, zoo mogelijk, eene volkomen scheiding der
wegen van het echtpaar. De vrouw make gebruik van een
\\ersterkend zeebad; door behandeling van eventueel bestaande
plaatselijke wonden, resp. door kunstmatige verwijding van
het geslachtskanaal, wordt de pijnlijke aanraking geëlimineerd,
en haar, door gemoedelijk toespreken, kalmte en troost
geschonken.
Lichtere graden van vaginisme, welke op het nog jonge huwe-
lijksgeluk niettemin zeer storend kunnen inwerken, worden
geregeld veroorzaakt door ondoelmatige beproevingen om
te cohabiteeren, bij te sterke ontwikkeling van het hymen.
Ook in dit geval is het zeer verkeerd, dat de man door
geiorceerde krachtsinspanning, den weg tracht te openen; de
eenig vertrouwbare methode is die, welke de met mes ot
schaar gewapende hand van den chirurg uitvoert.
Het is begrijpelijk, dat ook hier op de meest subtiele wijze
rekening moet worden gehouden met het schaamte gevoel der
jonge vrouw. Hoe men te handelen heeft, hangt af van elk bizon-
der geval. In het zielsleven van de ..onge vrouw wordt eene
nieuwe snaar aangeroerd, en het is plicht, haar rust en tijd
te gunnen, opdat zij zich in de haar onbekende sfeer ge-
wenne, en tot zich zelve kome. Allerlei prikkels moeten in
de eerste weken stipt vermeden worden. Angst en schiik,
door eenig plotselijk toeval verwekt, kunnen voor de fertiliteit
van de jonggehuwde vrouw, soms zeer noodlottige gevolgen
hebben. Als met een tooverslag kan de pas ontwaakte drift,
voor altijd vernietigd zijn. In de vakliteratuur wordt gewag
gemaakt van een geval, waarin van eene vrouw, het jonge
kind werd overreden. De schrik daardoor, werkte zoo op
haar gevoel, dat zij vanat dat oogenblik, steriel was. Verder
zijn gevallen bekend, waarin jonge vrouwen door den plotse-
lijken dood van hare echtgenooten, zoo aangegrepen werden,
dat zij, niettegenstaande haar nieuw huwelijk, geen kinderen
konden voortbrengen.
Hoewel men nu dergelijke Joa\'s-boodschappen natuurlijk
-ocr page 45-
43
niet altijd kan voorzien, kan men toch trachten ze gedurende de
«wittebroodsweken" vooral, zooveel mogelijk te vermijden. Hier
ter plaatse moeten wij daarom nog eens met klem wijzen op
het verkeerde van de huwelijksreizen. Nergens en nimmer
beleeft men meer afwisseling, dan als men op reis is. De .
jonge vrouw moet evenwel in de eerste plaats volstrekt niet
zoovele, nieuwe indrukken krijgen, en ten tweede is zij bij dat
heen en weder trekken, voortdurend blootgesteld aan het
gevaar, dingen te zien of te hooren, welke haar sterk moeten
ontroeren. Het geschiedde, dat een jong paar een huwelijks-
reis naar Zwitserland deed. Beiden wilden, door het bestijgen
der bergen, de Alpenwereld van nabij leeren kennen. Op eene
kleine plaats hielden zij zich een wijle op, en het ongeluk
wil, dat juist voor hunne oogen, de lijken van tweeveronge-
lukte mannen werden voorbij gedragen. De vrouw viel bij
het zien daarvan, in onmacht, herstelde zich weliswaar spoedig,
doch sedert dien dag is haar zenuwstelsel abnormaal prikkel-
baar, en zij is daarenboven steriel, zonder dat het mocht
gelukken daarvoor eene palpabele oorzaak te vinden.
De andere nadeelen, welke huwelijksreizen tengevolge
plegen te hebben, hebben wij reeds boven ter sprake ge-
bracht, hoewel ook in verband met iets anders. Een moment
moeten wij nog eens goed doen uitkomen. Daar het onvoor-
waardelijk noodig is, dat de vrouw na afgeloopen bijslaap
eenige uren achtereenvolgende rust geniet, en dit, bij onze
moderne huwelijksreisjts, al zeer dikwerf eene totale on-
mogelij kheid is, moeten zij reeds alleen hierom ten sterkste
afgekeurd worden. De jonge echtelieden toch zijn te weinig
meester van hun\' tijd. Soms dwingt het vertrek van een\' trein,
dan weder het overvolle van een hotel, of minder aangename
nabuurschap, de voorgenomen rust te verkorten of ook
geheel op te geven.
Tot de opwekkingen, welke de vrouw schadelijk kunnen
zijn, behooren ook die, welke ontstaan uit de excessen in
venere. De pasgehuwde mannen neigen gedurende de eerste
weken zeer daartoe. Doch wij hebben reeds vroeger gezien,
dat die uitspattingen, overprikkeling in den vrouwelijken
geslachtstoestel ten gevolge hebben, en zeer dikwerf bterili-
-ocr page 46-
44
teit veroorzaken. Juist de in de «wittebroodsweken," matig
uitgeoefende coïtus is voor beiden van het grootste nut. De
man ontgaat daardoor nerveuze prikkeltoestanden, terwijl
de vrouw bovendien hare aanvankelijke schuchterheid ge-
ëerbiedigd ziet, en zij aldus haren man leert achten en
daarmede veel lichter concipieert. In het tegengestelde geval
ontstaat bij de pasgehuwde, die bij de cohabitatie aanvan-
kelijk alleen pijnen te verduren heeft, en niet het minste ge-
voel van wellust heeft, lichtelijk eene walging voor de gehcele
geschiedenis; en als de man haar met eene haar geheel
onbegrijpelijke onstuimigheid lastig valt, dan daalt hij in
hare achting en wordt hij haar tot verdriet. Uit dergelijke
volstrekt niet zeldzaam voorkomende toestanden ontwikkelen
zich dan verhoudingen, welke voor beide partijen on-
dragelijk zijn! Het eenige redmiddel onder zulke verhoudingen
is eene tijdelijke scheiding der echtelieden, en — zoo de
pecuniaire verhoudingen zulks gedoogen — een badreis van
de vrouw. In de afwezigheid verdwijnen dan die kleine zwak-
heden van de menschen; het wederzijdsch vertrouwen keert
terug, en het verlangen naar elkander vult dan het overige
aan.
Vanaf het oogenblik, dat met zekerheid zwangerschap is
begonnen, is de taak van de gezondheidsleer van het atecnisch
huwelijk nog volstrekt niet overtollig geworden. Eerst juist
dan begint voor de vrouw de verplichting, zeer bepaalde
maatregelen te volgen, zoo zij de zooeven aangelegde vrucht
niet wil vernietigen. Het is zonderling op te merken, welke
uiteenloopende denkbeelden de zwangere vrouwen omtrent
haren toestand hebben. De eenen, in de zekerlijk niet valsche
overtuiging, dat het een natuurlijk, physiologisch proces
geldt, doen, alsof in haar organisme volstrekt geen ver-
andering geschiedde, de anderen achten zich ziek, zonderen
zich af, en kunnen niet dikwerf genoeg den geneesheer raad-
plegcn. Beide is dwaas. De toekomstige moeder is geen
zieke, zij is echter ook geen gezonde in den gewonen zin.
In haar lichaam worden, vanaf het oogenblik, dat zij bevrucht
is, processen afgespeeld, welke haar noodzaken, eene ratio-
neele leefwijze te volgen, en bij deze heeft men in de eerste
-ocr page 47-
45
plaats rekening te houden met de dagelijksche gewoonten.
Hoewel men de zwangere vrouw, door bizondcre, soms
moeilijk te volgen voorschriften, niet angstig moet maken,
is het toch steeds aan te bevelen in haar dieet eenige voor-
zichtigheidsmaatregelen te treffen Alle moeilijk verteerbare,
en sterk gekruide spijzen vermijde zij. Vooral ook wachte
zij zich voor een bovenmatig gebruik van spiritualiën, hetzij
bier, wijn, enz. De maaltijden worden zoo geregeld mogelijk
genuttigd, \'s avonds mag niet laat, en altijd slechts eenige
uren vóór het zich ter ruste begeven, gegeten worden. De
zwangere vrouw lette vooral op de normale werking van
maag en darmen. Overlading dezer organen vermijde zij,
terwijl zij zorg hebbc te dragen voor geregelden dagelijkschen
stoelgang. De meest onbeduidende gastrische stoornissen
moeten rationeel behandeld worden, opdat eventueele onge-
steldheden, als maagkrampen, braken, sterke oprispingen enz.
van den aanvang af gecoupeerd worden. Van jhooge betee-
kenis, is verder de geregelde toestand van bloedsomloop en
zenuwstelsel. De gravida is meestal geneigd, deels uit gemak-
zucht, deels om aesthetische redenen, deels ook door hare
gemoedsstemming, zich af te zonderen, thuis te blijven, en
stil achter de kachel te kruipen. Dit nu is zeer verkeerd.
Want door die aanhoudende, dikwerf volstrekt niet gewone,
rust van lichaamsfunctiën, wordt de bloedsomloop belemmerd;
dikwerf volgen slapeloosheid, gebrek aan eetlust en slechte
spijsvertering. Veel beweging in de vrije natuur, in goede
zuivere lucht, is dringend noodig, en goede — natuurlijk niet
overdreven verre — wandelingen zijn zeer aan te bevelen. De
huidfunctiën worden door veelvuldig baden (350 C.) aan den gang
gehouden, en de genitaliën, door dagelijksche wasschingen, stipt
rein gehouden. Het zenuwstelsel vraagt bij gravide vrouwen
eene bizondere verpleging. De meeste zwangere vrouwen zijn
psychisch gealtereerd; zij zijn óf uitgelaten, opgewonden, ótzij zijn
melancholisch, soms hebben zij verlangen naar zeer absurde
dingen (trek in krijt, in bedorven vleesch, enz), dan weder
is hare zinnelijkheid in de hoogste mate geprikkeld, en
eindelijk, veranderen uur aan uur, hare luimen- Al die ver-
schijnselen zijn de uitdrukking van een overprikkeld zenuw-
-ocr page 48-
46
stelsel. Eene verstandige, algemeene behandeling, welke
zoowel liefderijk rekening houdt met de eigenaardige neigin-
gen, als de noodige maatregelen krachtig doorzet, vermag
veel. Men hebbe wel te letten op het geheele denken
\'van de zwangere vrouw. Stille mijmeringen, en dolce far
niente moeten ten strengste verboden worden. In sommige
gevallen is het wenschelijk, dat eene opgeruimde, kalme
en verstandige gezelschapsjufifrouw aanwezig is. Als de
vrouwen zich angstig maken voor het toekomstig baren,
dan trooste men haar met er op te wijzen, dat millioenen
harer lotgenooten, hetzelfde met goed gevolg hebben door-
gemaakt. Alle gemoedsbewegingen, verdriet, zorg, enz. moeten
zorgvuldig worden vermeden- In zeer veel gevallen is het
voor den geneeskundige echter noodig meer te doen, dan de
lijdende zwangere vrouw door woorden gerust te stellen of tot
kalmte te brengen. Een bekend verloskundige, — OsiANDER
te Göttingen — merkt hieromtrent, zeer treffend op: »In plaats
van te helpen, troostten de oude Israëlietische vroedvrouwen
de barenden, totdat zij den laatsten adem uitbliezen; eene
slechte gewoonte van veel vroedvrouwen, welke tot op onzen
tijd is blijven bestaan." De vroedvrouwen werden vroeger
daarenboven volstrekt niet door deskundigen geëxamineerd
of, zoo al, dan geschiedde dat door menschen, wier kennis
op dit gebied ook al zeer gering was. Bij dit meer historisch ge-
declte van ons onderwerp moeten wij ook nog citeeren, wat
de bekende obstetricus en gynaecoloog SCHROEDKR hierover
zegt. »Is het zoo verklaarbaar," schrijft SCHROEDER, »dat
de artsen door de vroedvrouwen, die volstrekt niet in staat
waren de moeilijkheden van eene geboorte te beoordeelen,
alleen in de laatste stadiën der meeste wanhopige geboorten
geioepen werden, bovendien traden zij ook nog als concur-
rcnten op bij het operatief gedeelte van hun vak. Zoo moest
b.v. Hertog LODEWIJK. VAN WURTENtsURG in 1580 door een
speciaal decreet, der herderinnen het doen van verlossingen
verbieden. Ja, ook in gevallen, waarin mannelijke hulp drin-
gend noodig was, werden de artsen slechts met groote moeite
toegelaten. Zoo geeft de Nederlandsche verloskundige
SAMUEL Jansen, in een, in 1681 verschenen geschrift, eene
-ocr page 49-
47
afbeelding, waarop men verloskundige en barende tegenover
elkander ziet zitten; tusschen hen is een groot beddelaken,
aan den eenen kant om den hals van den operateur, aan den
anderen kant om dien van de vrouw gebonden, en onde.1
het laken, welks kanten door twee vrouwen een weinig opge-
licht worden, geschiedt de operatie. Het natuurlijk gevolg
daarvan was, dat de arts niet in staat wao kennis te krijgen
van het natuurlijk geboorteverloop. Het eerst kwam hierin
verandering in Italië en in Frankrijk. In laatstgenoemd land
kwamen de verloskundigen in aanzien, sedert JULES CLÉMENT
in 1663, eene verlossing gedaan had bij La Valière, en door
Lodewijk XIV daarvoor met eer overladen werd. Mannelijke
verloskundige hulp werd eene mode; in de hoogere kringen
te Parijs, evenals aan de overige Europeesche hoven, behoorde
het tot den goeden toon, zich door een arts te doen verlossen.
Nog later — in het midden van de i8<\'e eeuw — werd het
smaak, verloskundigen uit Engeland te ontbieden, waar, tus-
schen hen en de vroedvrouwen, in geschriften, een met
grooten ijver gevoerde en satirerijke strijd ontstond. Het
langst wel verzetteden zich de Duitsche vrouwen, die liever
wilden sterven, dan dat zij daarbij een geneesheer of barbier
zouden hebben toegelaten."
Over den tegenwoordigen stand van deze aangelegenheid
laat ScilROEDER zich als volgt uit: »In den regel wordt deze
functie (de baring te leiden) uitgeoefend door daarvoor op-
geleide vrouwen — de vroedvrouwen. Het valt evenwel niet
te ontkennen dat deze daarvoor slechts in zeer onvolkomen
mate geschikt zijn. Want juist in de vervulling van de
prophylactische therapie in het kraambed, is zelfs niet eens een
geroutineerd verloskundige voldoende, doch is een in alle
takken zijner wetenschap goed gevormd arts noodig. Terwijl
een zoodanige, dikwerf door het meest eenvoudige middel,
in staat is, als b.v. veranderde ligging, gevaren te vermijden,
welke, niet vroegtijdig afgewend, het leven der moeder of
dat van het kind of ook van beiden, in het grootste gevaar
brengen, vermag de vroedvrouw eenerzijds alleen reeds ge-
heel ontwikkelde pathologische verhoudingen erkennen, aan
den anderen kant is zij, nadat zij die gediagnosticeerd heeft,
-ocr page 50-
48
nog genoodzaakt, zich tot den arts te wenden, wiens komst
dikwerf later geschiedt, dan voor de barende wenschelijk is.
Daar dus eene barende, die vanaf de eerste weeën onder
toezicht staat van een wetenschappelijk gevormd arts, er
veel beter aan toe is, dan wanneer het verloop van de ge-
boorte slechts door de vroedvrouw gecontroleerd wordt,
valt er niets tegen te zeggen, dat het in de hoogere standen
van de maatschappij, en vooral in de grootere steden, steeds
meer gewoonte wordt, het toezicht ook van normale geboor-
ten, op te dragen aan wetenschappelijk gevormde obstetrici."
Wij hebben gemeend van de hygiëne der zwangerschap
en der geboorte, — hoewel wij daarmede de grenzen van
onze taak een weinig verruimd hebben — met het oog op
de vele gevallen, waarin huwelijken alleen steriel gebleven
zijn, omdat de rationeele voorschriften niet opgevolgd werden,
niet te moeten afzien. Het onderwerp in deze richting — de
gezondheidsleer der pasgeborenen — nog meer uit te breiden,
zou ons te ver over de grenzen hiervan voeren. Wij meenen
de gezondheidsleer van het atecnisch huwelijk — en die te
behandelen stelden wij ons tot taak — hiermede in grove
trekken te hebben geschetst.
Menige kinderlooze echtgenoot, die ons boekje gelezen
heeft, zal het onbevredigd ter zijde leggen en zeggen, dat
al wat daarin ter sprake gebracht is, voor hem en zijne
wederhelft, geen waarde heeft, omdat zijn huwelijk onvrucht-
baar is door geheel onbekende oorzaken. Misschien heeft
hij daartoe het recht. Inderdaad komen er gevallen voor
— doch deze zijn evenwel veel zeldzamer, dan de leek meent
te moeten aannemen —, waarin voor de steriliteit absoluut
geen oorzaak te vinden is. De man is volkomen gezond en
potent; de vrouw vertoont evenmin iets abnormaals. Bij
nader onderzoek komt men tot de ervaring, dat de zusters,
óf van den kant des mans, óf van die der vrouw, dikwerf ook
atecnisch zijn. In dergelijke gevallen heeft de scherpzinnig-
heid van de geneeshceren, door alle tijden heen, getracht
middelen en wegen, ter verbetering te vinden. Men is daarbij,
daar men niets zieks kon aantoonen, tot de meening geko-
men, dat daarbij zuiver mechanische stoornissen in het spel
-ocr page 51-
49
zijn, vooral, dat het sperma niet in den uterus binnendringt,
doch onmiddellijk na de cohabitatie, weder afvloeit. Om dit
te voorkomen, heeft men voorgesteld, de vrouw bij de uit-
oefening van den coïtus zoo te leggen, dat het bekken door
een ondergeschoven kussen, verhoogd wordt, en dat zij in
die ligging nog een geheel uur na de cohabitatie, blijft.
Anderen hebben geproponeerd, de copulatie te doen ge-
schieden in de knie-elleboogligging van de vrouw (»a la vache"),
waarbij deze alleen op de knieën en de ellebogen steunt. Dan
verder heeft men zich afgevraagd, welke tijd wel de meest
gunstige is voor de conceptie, en men is algemeen tot de
overtuiging gekomen, dat de dagen kort na (1—2 dagen) de
menstruatie, en ook onmiddellijk vóór haar, de meest ge-
schikte zijn; *) beide, omdat de binnenste wand van de baar-
moeder dan het meest los, de voedende vaten het sterkst
gevuld, en de zinnelijkheid der vrouw het meest verhoogd zijn.
Zoo ook geven wjj der ons hierover raadplegende vrouwen
den raad, dat zij alleen op die tijden den coïtus moeten toe-
laten, en wij hebben hiermede in menig atecnisch huwelijk,
den kinderzegen gebracht. Een bekend gynaecoloog verhaalt,
dat eens 2 vrouwen bij hem kwamen, die sedert iojaren ge-
huwd, beiden met hunne mannen in sterielen echt leefden,
en zich daardoor zeer ongelukkig gevoelden. Bij het sexueel
onderzoek dier vrouwen vond hij bij beiden den nog volko-
men maagdelijken toestand van de uitwendige genitalia;
en het vermoeden, dat daar sprake was van eene onnatuur-
ljjke f) — hoewel niet vrijwillige — wijze van coïteeren, bleek
juist te zijn. Beide vrouwen werden later moeder. In een
ander geval consulteerde hem eveneens eene steriele dame,
die hem in den loop van het gesprek mededeelde, dat haar
man, die zeer eigenzinnig en overdreven zindelijk was, er bij
*) Zie ook: Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., «Gevaarlijke" Huwe-
lijksgeheimen. Met 2 Afb. 3e druk. Prijs ƒ1.25. Uitg. W. B. MORAN-
SARD, Amsterdam.
■[) »Van de Verkeerde Richting" of Man-Mannenliefde en Vrouw-
Vrouwenliefde. Eene pleitrede van Prof. Dr. J. Schoondermark. Jr.
Prijs ƒ045. Uitg. W. B. Moransard, Amsterdam.
Geen kinderloos huwelijk!                                              4
-ocr page 52-
haar steeds op aandrong, na eiken bijslaap, koude wasschin-1
gen van de geslachtsdeelen te doen. Dat daardoor de sper-
matozoïden vernietigd konden worden, was haar slechts met
groote moeite aan het verstand te brengen.
Andere (verouderde) geneesheeren hebben gemeend zich
niet te moeten houden aan een\' maandelijks bestaanden, voor
de conceptie gunstigen tijd, doch bevalen voor een geheel
jaar, bepaalde maanden aan, als praedilectietijdperken van de
zwangerschap. Dwaselijk genoeg dachten zij daarbij eener-
zijds aan cene vergelijking met het bronsttijdperk der dieren,
en anderzijds maakten zij berekening uit de statistische tabel-
lcn, waaruit zij de maanden leerden kennen, waarin de meeste
geboorten geschieden, en daaruit weder konden zij besluiten,
wanneer de meeste conceptiën volgden. Hieruit bleek, dat
in de maanden Februari en Maart de meeste geboortedagen
vallen, en dat dus het meest geconcipieerd werd in Mei en
Juni. Dit natuurlijk niet te loochenen feit staat bepaald in ver-
band met het lentegetij, als wanneer de winterstormen wijken
moeten voor de bloeimaand, en dit is voor het aangaan van
het huwelijk wellicht niet geheel zonder beteekenis.
CüNHSTElN wil de wet der praedilectie minder gegenera-
liscerd hebben, doch hij acht haar voor de afzonderlijke ge-
vallen van kracht, d. w. z., dat elke vrouw hare bizondere
maanden heeft, waarin zij veel lichter, of zelfs ook alleen,
zwanger wordt, dan in andere maanden. Tot dit wel wat
zonderling denkbeeld kwam hij door het, door hem mede-
gedeeld, geval. Eene vrouw bezocht hem en vertelde, dat
zij 9 malen bevrucht was geweest; daarvan had zij evenwel
6 malen geaborteerd, en slechts 3 malen levende kinderen
ter wereld gebracht; deze laatsten nu zijn, hoewel zeer ver-
schillend in leeftijd, allen in de maand Februari geboren.
Daaruit leidde hij af, dat die vrouw, omdat zij 3 malen in
de maand Februari normale geboorten heeft gehad, vooral
in Mei voor de zwangerschap gedisponeerd is. Daarop be-
rekende CoilNSTKlN uit de geboortedata van den adel, voor-
komende in den genealogischen almanak van Gotha, — waar-
lijk een niet weinig lastig werkje — in welke procentverhou-
ding de verschillende moeders in bepaalde maanden van het
-ocr page 53-
5f
jaar meer in het bizonder geschikt zijn voor conceptie. Hij
kwam tot het resultaat — wat overigens ook in niet-adelijke
familiën zeer dikwerf wordt bevestigd —, dat bijna alle vrou-
wen, hoewel ook niet in één maand, dan toch in een bepaald
kwartaal, d. w. z. voor ieder individueel verschillend, veel
meer voortplantingsvermogen hebben, dan op alle overige
tijden van het jaar. Cohnsïein meent zijne cijfers practisch
te kunnen gebruiken, naar onze meening hebben zulke feiten
slecnts alleen waarde voor vruchtbare individuen, want voor
sterielen is het natuurlijk van weinig nut, welke van de twaalf
maanden zij zich kiezen voor hare bizondere lieveling.
Ten einde alle onzekerheid met betrekking tot de betee-
kenis der steriliteit in duistere gevallen, als met een\' toover-
slag op te heffen, en de steriele vrouwen als het ware met
geweld vruchtbaar te maken, heeft de Amerikaansche gynae-
coloog Marion Sims de «kunstmatige bevruchting" (foecundatio
artificialis) in de praktijk ingevoerd. Daarover hier ten slotte
nog een enkel woord.
Nadat men door de moderne, microscopische onderzockin-
gen de bevruchting had leeren kennen, als eene samensmel-
ting van eene mannelijke zaadcel met het uit den eierstok
vrij geworden vrouwelijke eitje, lag het denkbeeld van eene
poging tot eene kunstmatige bevruchting, door de mannelijke
voorttelingsstof aan dit laatste toe te voeren, voor de hand.
Reeds op het einde van de vorige eeuw had de Italiaansche ge-
leerde Sl\'AI.LANZANI zulk eene proef practisch gedaan, daai
hij in den uterus van eene loopsche teef, onder gebruik va.
eene tot bloedtemperatuur verwarmde spuit, het sperma van
een\' reu bracht. Na 62 dagen wierp het proefdier drie levende,
mannelijke jongen. Hij zette zijne experimenten met vrouwe-
lijke dieren van verschillende geslachten, met min of meer
gunstige resultaten, voort- De Engelschman Huntkr was
daarna evenwel de eerste, die de kunstmatige bevruchting
ook bij den mensch (de vrouw) deed, en wel in een geval,
waarin de echtgenoot hypospadie had; de vrouw werd zvvan-
ger. Volgens eene in Frankrijk zeer algemeen verbreide over-
levering, zou de ecnige spruit van den vroegeren Franschen
keizer, zijn bestaan te danken hebben aan zulk eene kunst-
4*
-ocr page 54-
52
matige bevruchting. In de laatste jaren wordt deze kunst-
bewerking, vooral in Frankrijk, soms met gunstig gevolg bij
vrouwen gedaan, wier mannen niet het vermogen hebben
hun sperma op de door de natuur aangeven wijze, binnen
den geslachtstoestel van de vrouw te ontlasten.
Hoe gemakkelijk overigens ook op natuurlijke wijze — en
nog wel onbewust —■ eene kunstmatige bezvvangcring tot
stand kan komen, blijkt uit het volgende geval, dat de
Fransche medicus LOUYET in zijne praktijk leerde kennen.
Bij de dochter van een\' rechter van instructie in een der
departementen van Frankrijk, zwol, onder het wegblijven
van de menstruatie, de buik op hoogst verdachte wijze op.
De moeder consulteerde daarom haren huisarts Dr. LOUYET,
die graviditeit vermoedende, de jonge dame in verhoor nam,
doch bij haar zulk een kinderlijken eenvoud vond, d:-.t hij
alle verdenking liet varen. Tóen, na verloop van twee maan-
den, de omvang van den buik belangrijk was toegenomen,
besloot hij, op herhaald verzoek van de moeder, het meisje
nogmaals een streng verhoor te doen ondergaan. Maar ook
daarbij kwam hij tot de innige overtuiging van haar volkomen
onschuld. Thans achtte hij het noodig tot een lichamelijk
onderzoek over te gaan, en hij kwam toen tot het feit, dat
het meisje uitwendig, eene nog ongerepte maagd was. Bij
het verder onderzoek evenwel bleek met zekerheid, dat zij
sedert eenige maanden inderdaad »in gezegende omstandig-
heden" verkeerde. Op welke wijze echter het ongerepte
meisje daarin gekomen was, dat bleef, trots het meest zorg-
vuldig onderzoek van hare leefwijze, een raadsel. Want in
het door dit gezin bewoonde huis, verkeerden uitsluitend
slechts vrouwen, de bediening geschiedde uitsluitend door
vrouwelijk personeel, terwijl ook alle omgang met mannelijke
personen, èn binnenshuis, èn buitenshuis, op de meest terug-
getrokken wijze, en immer in het bijzijn van de moeder,
geschiedde- Bij zijn daarop meer nauwkeurig ondervragen
naar de intime verhoudingen van de ouders, kwam Dr. L.OUYET
tot de wetenschap, dat de betrekkelijk nog jeugdige vrouw
de gewoonte had eiken morgen met haren man de huwelijks-
plichten te vervullen, en dat onmiddellijk daarna, zij beiden
-ocr page 55-
53
opstonden en de vrouw dan in het aangrenzend vertrek zich
reinigde en daarbij gebruik maakte van warm water. De jonge
dochter evenwel, die hare slaapkamer daarnaast had, vond
het aardig bij het toiletmaken (reiniging der genitalia) telken-
male gebruik te maken van hetzelfde waschbekken, onmiddellijk
nadat de moeder daarmede gereed was, en daarmede was het
raadsel opgelost. Wij weten, dat de spermatozoïden in voch-
tige warmte wel 24 uren in leven kunnen blijven. Daar nu
de moeder onmiddellijk na de uitoefening van den coïtus
het sperma van haren echtgenoot, uit hare scheede wegspoelde
in het met warm water gevulde waschbekken en de dochter
onmiddellijk daarop ook daarvan gebruik maakte, kon het
zeer gemakkelijk geschieden, dat daarbij de in het water zich
bewegende spermatozoïden in de scheede van de dochter
werden gewasschen en daarop, tengevolge van hunne trilhaar-
beweging, zich in den uterus van den maagdelijken geslachts-
toestel voortdrongen, en dat zoo eindelijk de bevruchting van
een uit het ovarium afgestooten eitje geschiedde. Zoo was
hierdoor de nog maagdelijke dochter door de voortplantings-
stof van haren natuurlijken vader bezwangerd, zonder dat
iemand zich daarvan ook zelfs in het minst bewust was. De
vader heeft, volgens L.OUYET, onmiddellijk ontslag uit den
staatsdienst genomen. Hij, zijne vrouw, zijne dochter evenals
het op zoo ongewone wijze ter wereld gekomen kind, leven
nog (Dr. Gekard, Traite pratique des maladies de 1\'appareil géni-
tal de la femme.
Paris 18S0. Bladz. 53).
Dit geval — hoe diep treurig het steeds voor het betroffen
gezin ook is — mag zeker niet als onwaarschijnlijk, en derhalve
als ongeloofelijk beschouwd worden, want hoe lichtelijk eene
bezwangering, onder zelfs de meest bizondere omstandigheden,
kan volgen, is door eene reeks van leerrijke voorbeelden
aangetoond, want ook andere geneeskundigen doen verhalen
van gevolgde graviditeit in gevallen, waarin de spermaloozing
alleen geschied was tegen den buik van maagdelijk gebleven
jonge meisjes, terwijl de immissio penis immer angstig ver-
meden was, en het ongeschonden maagdevliesje, den introïtus
vaginae
volkomen afsloot. Volgens de talrijke gevallen, waarin
meisjes met nog maagdelijk hymen in de kraaminrichtingen
-ocr page 56-
54
worden opgenomen voor hare aanstaande baring, wordt het
ook als physiologisch niet onmogelijk opgevat, dat de sperma-
tozoïden in staat zijn door een dun maagdevliesje heen te
dringen. Dit alles bewijst de juistheid, dat eene conceptie
soms ook kan volgen door bloote aanraking van den scheede-
ingang met het pas geëjaculeerde sperma, daar een gedeelte
van dat geslachtsproduct door trilhaarbeweging *) — en ook
door den, door KRISTELLER aangetoonden, bij de cohabitatie
uit den uterusmond te voorschijn tredende, slijmdraad, die
het sperma vastkleeft, — tot in de baarmoeder wordt geleid,
en ook, omdat slechts eene zeer geringe hoeveelheid voor
de bevruchting voldoende is. Blijkt uit het medegedeelde
nu, dat de graviditeit reeds tot stand kan komen ook zonder
het inbrengen van het mannelijk geslachtsorgaan in de scheede,
dan ligt het voor de hand, dat met een kunstmatig inbrengen
van sperma, niet slechts in de scheede, doch dieper nog,
in de baarmoeder, hetzelfde resultaat verwacht kan worden.
En hieruit kan men afleiden dat zulk eene kunstmatige be-
vruchting, een zeer aannemelijk toevluchtsmiddel kan zijn,,
om in atecnische huwelijken, den kinderzegen te brengen.
Natuurlijk blijft die artificieele faecundatie immer het
ultimum refugium in dergelijke hopelooze gevallen. De ervaring
heeft geleerd — mits goed uitgevoerd —, dat zij het leven van
de vrouw met in gevaar brengt, en met het ge\\venschte ge-
volg kan geschieden. Moreele bezwaren daartegen in te brengen,
achten wij eene dwaasheid; het is veeleer de kieschheid, die
bij beide echtelieden zich daartegen verzet.
Thans iets over de wijze, waarop men daarbij te werk
gaat. Vooreerst onderzoekt men microscopisch het sperma
op zijne spermatozoïden, omdat het gedeeltelijk of geheel
gemis dier elementen, evenals de aanwezigheid van talrijke
doode of misvormde * zaaddiertjes," vooral echter die van
ettercellen, het doen van de operatie totaal uitsluiten. Daarna
*) Zie ook: Prof. Dr. J. Schoondf.rmark Jr., 40 Weken leven vóór
»een Leven," of De Mensch van het Eitje tot de Wieg. Met 1 Afb..
Prijs / 1 — Uitg. W. B. MORANSARD, Amsterdam.
-ocr page 57-
SS
doet men eene scheedeïnspuiting bij de vrouw met eenige alca-
lische, waterige oplossing, b.v. van natriumphosphaat, omdat
daardoor de schadelijke inwerking der afscheidingen uit dat
lichaamsdeel, geneutraliseerd wordt. Onmiddellijk daarop moet
de cohabitatie der echtelieden geschieden, omdat anders de
schadelijke secreten spoedig weder te voorschijn komen.
Vervolgens, d. i. na den coïtus, wordt met eene nieuwe spuit,
het geëjaculeerde sperma uit de scheede opgezogen. De
te gebruiken spuit zij immer nieuw — ter voorkoming van
het inbrengen van eenige smetstof—en worde vooraf gevuld
met eenige alcalische oplossing. Ook moet zij vooraf op de
lichaamstemperatuur gebracht worden, wat men het gemak-
kelijkst doet door haar in water van die temperatuur te
leggen, of ook door haar eenigen tijd, vóór haar gebruik,
in de scheede ingebracht, te houden. Het sperma kan nu óf
in de spuit opgetrokken worden, wat echter zeer langzaam
moet geschieden — en dit kan vooraf, met behulp van een
daartoe ingebrachten baarmocderspiegel, bijeengegaard wor-
den —, óf het kan ook verkregen worden door het gebruik
van het kapotje *), in welk laatste geval het sperma gemak-
kelijker in de spuit opgenomen kan worden en. vooral ook,
niet in aanraking komt met eventueel aanwezig schadelijk
inwerkend secreet van de scheede. Om het sperma in te voeren,
moet nu de canule van de zooeven gevulde spuit, zoo mogelijk
tot boven in de uterusholte ingebracht, en eerst daar ter
plaatse, ontledigd worden. Weliswaar zijn slechts Weinige
droppels daarvoor voldoende, doch ook eene grootere hoe-
veelheid sperma schaadt in geen geval. Onmiddellijk na de
injectie moet de vrouw eenigen tijd rustig, in rugligging,
het bed houden. Als vaste regel bij deze behandeling houde
men tevens rekening met den tijd, waarin de vrouw het ge-
makkelijkst bevrucht wordt, en die is, naar algemeene ervaring,
onmiddellijk vóör, ol ook onmiddellijk na de menstruatie.
Natuurlijk wordt het aan het echtpaar overgelaten de zuiver
*) Zie: Prof. Dr.J. SchoondermarkJr., «Gevaarlijke" Huwelijks-
geheimen, 3e druk met 2 Afb., Bladz. 63. Uitg. W. B. Moransard,
Amsterdam.
-ocr page 58-
56
ethische bezwaren tegen de behandeling weg te nemen.
Zulk eene behandeling geschiedt op de meest decente wijze,
dus wel het meest gevoegelijk door een\' deskundige, wiens
praktijk zich in die richting beweegt. De cohabitatie geschiedt
op een\' met den deskundige besproken tijd, onmiddellijk (b v.
een uur) waarna de deskundige tot de boven beschreven
inspuiting overgaat. De deskundige zorge daarbij er vooral
voor, nimmer verder in te dringen, zoodra hij in de baar-
moederholte, eenigen weerstand ontmoet.
Dat het voorstel tot de hoogst kiesche behandelingswijze
van de artiricieele faecundatie steeds van het echtpaar zelf
moet uitgaan, behoeft wel geen nader betoog. Onverstandig
en inhumaan zouden wij het achten, indien de deskundige
aan dit, door het echtpaar spontaan gedaan verzoek, niet
voldeed.
Eindelijk willen wij hier nog met een enkel woord gewagen
van eene methode van kunstmatige bevruchting, welke
door den bekenden vrouwenarts Dr. MENSINGA gevolgd
wordt, doch die in beginsel niet veel afwijkt van de boven
beschrevene. MENSINGA bepaalt, in overleg met het echtpaar,
den tijd, waarop de cohabitatie zal geschieden en laat die
den man volbrengen onder het gebruik van een condoom.
Deze laatste, die dus het sperma bevat, wordt in een bloed-
warm, vochtig flanellen lapje opgehouden, en in het capotje,
het achtereinde van eene nieuwe, daarvoor geschikte, elas-
tische catheter gestoken. Daarna wordt het nu dubbelwan-
dig sperma-reservoirtje met een wollen draad zoodanig om
de catheter gebonden, dat slechts een met sperma gevuld
bolvormig zakje, het einde van het geheele toestelletje vormt.
Dit alles geschiede zoo stipt mogelijk, zoodat er van verdam-
ping en afkoeling als het ware geen sprake kan zijri. Het
inbrengen van de catheter en de spermaïnjectie in den uterus,
hebben op de volgende wijze plaats. De vrouw bevindt
zich in de zoogenaamde knie-elleboogligging, terwijl de behan-
delende deskundige, onder gebruik van den SlMS\'schen baar-
moederspiegel en aanhaking van de .voorste lip van den
uterusmond (waardoor de baarmoederhals gestrekt wordt),
de catheter snel in den uterus inbrengt en het sperma-reser-
-ocr page 59-
57
voirtje, door samenpersing, langzaam in de baarmoeder ontlast
Mocht de vrouw zich tegen deze behandeling door den
deskundige, verzetten, dan kan deze desnoods ook — onder
nauwkeurige aanwijzing van den deskundige — door den
echtgenoot gedaan worden.
Het moreel verlangen van het echtpaar naar kroost, recht-
vaardigt, naar onze meening, de kunstmatige bevruchting ten
volle. Zoo menig huwelijk toch, voltrokken onder de meest
oprechte liefde, werd voor beide echtelieden een ramp, alleen
omdat het kinderloos bleef.
Eene »vorlaufige Mittheilung" van HAAPE (Naturwiss. Rund-
schau. n° 13, jaarg. 189c) wil ik hier nog even inlasschen. Zij
handelt »iiber das üeberpflanzen und Wachsen von Saügethier-Eiern
in einem fremden Uterus."\' en bewijst ons o. m., dat Ie Wetenschap
met de ziekelijke fijngevoeligheid van zekere «moralisten", hoe
lang zoo minder rekening gaat houden.
Aan Haai\'e\'s mededeeling dan ontleenen wij het volgende:
2J April 189c werden 2 eieren van eene voedster (konijn),
die 32 uren tevoren door een Angora-mannetje bevrucht was,
genomen. De eieren vertoonden, de »kerving" *) d. i. eene
verdeeling in 4 segmenten. Zij werden onmiddellijk overge-
bracht in het boveneinde van den eileider (oviductus) van
een Belgisch haaskonijn, dat 3 uren tevoren bevrucht was
door een mannetje van haar ras, en dat volgens opgave van
den vroegeren eigenaar, ongeveer 7 maanden oud was en
altijd van mannetjes gescheiden was geweest.
Deze Belgische voedster bracht nu 6 jongen ter wereld,
waarvan er 4 op haar zelve en op haar Belgisch mannetje
geleken, 2 jongen daarentegen waren zonder twijfel Angora\'s.
De laatste waren gekenmerkt door het bezit van het lange
zijdeachtige haar, dat aan dit ras eigendommelijk is, en zij
waren, gelijk hunne Angora-ouders echte albino\'s. Ook de
gewoonte van den kop heen en weder te neigen, welke bij
geen ander konijnenras voorkomt, ontbrak bij die 2 jonge
dieren niet.
*) Zie Prok. Dr. J. Schoon hermark Jr., 40 Weken leven vóór
»een Leven" of De Mcnsch van het Eitje tot de Wieg. Bladz, u.
-ocr page 60-
53
Drie van de Belgische haaskonijn-jongen stierven in Sep-
tember en üctober, één Belgisch jong (voedster) en de beide
Angora-mannetjes bleven in het leven. Zij schijnen krachtig
en gezond te zijn. Op het oogenblik, dat HAAPE zijn opstel
in bovengenoemd tijdschrift deed opnemen, waren zij 23
weken oud.
De Angora-jongen hadden ook niet een enkel teeken van
het Belgische ras, evenmin als het Belgisch haaskonijn eenige
overeenkomst met zijn pleegbroeders vertoonde. Het erfde
van zijn\' vader daarenboven een\' witten linker-voorpoot. Het
doel van dit experiment was, uit te maken of, en welke
werking, eene »pleegmoeder-baarmoeder" heeft, en of de
aanwezigheid en ontwikkeling van vreemde eieren in den
uterus van eene moeder, invloed hebben op de gelijktijdig
geboren nakomelingschap. Uit dit nog op zich zeil staand
geval blijkt, dat het bewijs negatief is, want zulk een invloed
bestaat niet.
Hieruit blijkt, dat het mogelijk zou zijn, dat eene vrouw,
die geconcipieerd heeft, de vrucht, wel e steeds haren oor-
sprong behoudt, door eene andere vrouw laat «uitdragen",
en zij daardoor van de bezwaren van de graviditeit ontheven
kon blijven. Gelukkig gaat dit evenwel bij haar echter nooit
zonder laparotomie, waaraan zij zich ten slotte toch niet zou
kunnen onttrekken.
Wil een atecnisch echtpaar niet overgaan tot de kunst-
matige bevruchting — omtrent welker behandeling wij hier,
met het oog op de bestemming van ons boekje, niet meer
kunnen uitweiden, — dan blijft er nog slechts één middel
over, om den kinderzegen te genieten, n.1. adoptatie (aanneming
als kind, dat tot dusverre onder vaderlijk gezag stond); of
edeler nog, de adrogatie (aanneming als kind, dat tot dusverre
niet onder vaderlijk gezag stond \\
In ons land — het land van «vrijheid" en «weldadigheid"
(clandestiene of publieke?) — is dit middel al zeer weinig
in gebruik, en toch kon men daarmede in zeer veel gevallen
den natuurlijken kinderzegen vervangen. Hoeveel duizend-
tallen van armen, door hunnen kinderrijkdom zoo twijfelachtig
gezegend, zouden door de adoptatie van eenige hunner
-ocr page 61-
59
armzalige Spruiten, door rijkgezegende kinderlooze echtelieden,
geholpen worden ; en de geadopteerden zelf, hoe geheel
anders zouden zij later als nuttige leden in de maatschappij
kunnen werkzaam zijn, dan, als zij, misschien levenslang, hon-
gerende daglooners blijven. De arme moeders verwachten
hierbij gewoonlijk dan ook meer van de »genade van bet kerkhof\'.
Honden, katten, kanarievogeltjes en papegaaien worden
door rijkbedeelden meer geadopteerd, dan »natuurlijke kin-
deren", en toch, zou het — vragen wij met een bekend
schrijver, alle wiens werken tintelen van menschelijk gevoel —,
zou het voor het menschenhart zoo moeilijk zijn bij geadop-
teerde kinderen mettertijd te vergeten, dat zij eigenlijk
vreemd zijn ?
-ocr page 62-
Uitgaven van W. B. MORANSARD, — Amsterdam.
Prof. Dr. J. ScilOüNDERMARK Jr., Te veel Menschen! 2e druk.
(Met het portret van den Schrijver). 8°.......ƒ 0.90
»Wij scharen ons beslist aan de zijde van Prof. Schoondermark."
Middelb. Courant van i Aug. "gj.
In dit werkje worden alle grondslagen, zoowel de natuurwetenschappe-
lijke als de volkshuishoudkundige, van het vraagstuk der overbevol-
king (hyperpopulatie) zeer bevattelijk aan den lezer verklaard. (Aldus
de beoordeeling van het Maart-nummer "94 van vThe Malthusian.")
Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., „Gevaarlijke" Huwelijksge-
heimen. 3e druk. 8°. Met 2 Afbeeldingen.....f 1.25
In dit hoogst nuttige en zeer onderhoudend geschreven boek worden
alle gebruikelijke voorbehoedmiddelen tegen zwangerschap
en vooral dat, wat door den schrijver in diens praktijk steeds met het
gewenschte succes wordt aangewend, uitvoerig beschreven niet alleen,
maar wordt ook een grondig overzicht gegeven van alles wat met dit
onderwerp in verband staat.
De beroemde Dr. Drysdale, President van „The Malthusian League", schrijft
in het Decembernummer \'93 van „The Malthusian":
„Dangerous Sec iets ofMarriage"by Prof. Schoondermark (Moransard,
te Amsterdam) is so plain and outspoken in its language that it would be certain,
we believe, to tempt the purists of our strange country to prosecute it in the
law courts, although te work is evidently written by a most capable physician
and with the most benevolent intentions. In Holland, however, people are
more sensible and hence to that country must we chiefly look for examples of
true freedom of the press."
Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., 40 weken leven vóór „een
Leven," of de Mensch van het Eitje tot de Wieg. 8°. Met
eene Afbeelding................ƒ 1.—
Een boek, waarin de moeilijke ontwikkelingsgeschiedenis (Embryologie)
van den Mensch op elementaire wijze wordt behandeld, gelijk zeker
alleen de pen van Prof. Schoondermark vermag te doen.
Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., Onze „Ziekelijke" Vrouwen.
8°. Met 4 Afbeeldingen.............f 1.25
In dit boek worden de hoofdwaarheden uit de Leer der Vrouwen-
ziekten (Gynaecologie) en de Verloskunde op onnavolgbaar dui-
delijke wijze uiteengezet, en daarbij vooral met den gloed der over-
tuiging gestreden tegen te veel baren (hypertokie).
Prof. Dr. J. Schoondermark Jr., Moedermelk! 8°. Met 4 Af-
beeldingen..................f 0.6b
Prof. Schoondermark aanvaardt in dit geschriftje den strijd tegen den
steeds toenemenden Zoogensnood (dystitie) en veroordeelt daarin
onverbiddelijk alle gebruik van kunstmatige kindervoedingsmiddelen,
onder aanwijzing van de middelen ter verbetering.
■i J \\V • \' *
-ocr page 63-
Uit de Diepte, voor »Menschen van de Breedte." Eene
Causerie van Prof. Dr. J. SCHOONDERMARK Jr. 8°. . / 1.30
„Uit de Diepte" is een boek van 136 bladzijden omvang, waarin de ge-
lcerde Causeur even breediiitgcmeten als welsprekend, den oorsprong
van den Mensch uit het dierenrijk verklaart.
„Van de Verkeerde Richting" of Man-mannenliefde en
Vrouw-vrouwenliefde. Eene Pleitrede van Prof. Dr. J.
SCHOONDERMARK JR. 8°.............ƒ O.45
De Pleitredenaar geeft in dit werkje vooraf eene uitvoerige beschrijving
van het leven der menschen wan de verkeerde richting", om daarna
met klem aan te toonen, dat zij niet onze verachting, doch ons mede-
lijden verdienen. Dit onderwerp is in onze taal tot dusverre nog niet
behandeld. Prof. SCHOONDERMARK schenkt ook hier weder klaren wijn.
Dr. Cu. R. Drysdale, Het leven en de werken van Thomas
Robert Malthus.
Uit het Engelsch vertaald, onder toezicht
van Prof. Dr. J. Schoondermark Jr. 8°......f 1.30
De wereldberoemde Nicuw-Malthusianist Dr. Drysdale geeft in dit
werk, na eene korte levensbeschrijving van Malthus, een critisch
overzicht van al diens volkshuishoudkundige leerstellingen met be-
trekking tot het Bevolkingsvraagstuk, op eene wijze, waardoor deze
voor ieder beschaafd lezer bevattelijk worden.
Dr. Cu. R. Drysdale, Het Bevolkingsvraagstuk volgens
Th. R. Malthus
en J. S. Mill. Uit het Engelsch vertaald, onder
toezicht van Prof. Dr. J. SCHOONDERMARK Jr., 8°. . . ƒ 1,25
Dr. DRYSDALE laat hier Malthus en Mili. aan het woord, teneinde
het moeilijkste van alle sociale vraagstukken, tot oplossing te
brengen.
Prof. Dr. H. E. ZlEGLER, Natuurwetenschap en Sociaaldemocra-
tie of Darwin en Bebel.
Uit het Duitsch vertaald, onder toe-
zicht van Prof. Dr. J. SCHOONDERMARK Jr. Groot 8°. . / 1.90
De schrijver stelt in dit werk de uitspraken van den grootsten aller
Natuurphilosophen tegenover die van den bekenden Sociaaldemocraat
Bebel, en weet daardoor meesterlijk het wapen aan dezen kampioen
te ontrukken.
Ad. Alf. Miciiaëlis. De Koffie als genot- en geneesmiddel,
naar hare Botanische, Chemische, Diëetetische en Genees-
krachtige eigenschappen. 8°. Met eene Afbeelding. Uit het
Duitsch vertaald................f 0.60
Verkrijgbaar (desverkiezende, onder couvert) bij den Uit-
gever * en in den Boekhandel.
* Bestellingen worden niet uitgevoerd, dan na ontvangst
van het bedrag.