-ocr page 1-
dh./t*
J3r
Cent.
\'$**&
mm \\\\lp2.
GIDS
VOOR INLEGGERS BIJ DE
RIJKSPOSTSPAARBANK, ï|
EN VOOR HEN,
DIE HET WENSCHEN TE WORDEN,
BRWERKT INton
P. J. F. du BOIS,
Hoofdcommies ter Directie dier Bank.
i
1
ZESDE, HERZIENE DRUK
Verkrijgbaar aan de kantoren der Posterijen,. J]
Gedrukt bij
WED. S. BENEDICTUS, Rotterdam.
i
■\'^\'\'■■r
).p,..........^pQC.......\'. QQC.......1..1. <&Q..........OOQ
-**(£ * <«™™» * * «•"■» * • «mm» • * ^üüh» * • ^üiüB» * • «am* » * «w ♦ * ^h» *l **£ I
i f^ -jn "• \'2Jl.li \' lil li»           __„ \' wlll ......11_         ■ ■^■■■_ .........■<<■„■...; .....^..j ^^ I
-ocr page 2-
-ocr page 3-
GIDS
«oor inleggers bij de
F^IJKSPOSTSPAARBANK,
EN VOOR HEN, DIE HET WENSCHEN TE WORDEN,
HKWKRKT UOOll
P. J. F. du BOIS,
Hoofdcommies ter Directie dier Bank.
ZESDE, HERZIENE DRUK.
Verkrijgbaar aan de kanteen der Posterijen,
-ocr page 4-
-ocr page 5-
Sparen is zeker moeilijk, maar
toch wordt dagelijks menig stuivcr-
tje nutteloos weggeworpen, dat,
goed belegd, in de toekomst een aar-
ilig dllitje zou vertegenwoordigen.
In dezen gids is, zoo beknopt en volledig mogelijk —
naar we nieenen, zonder der duidelijkheid te schaden —
in het oog vallend, alles opgenomen, wat dienstig kan
zijn, om het den inlegger bij de Rijkspostspaaibnnk, in
zijne betrekking met die instelling, zoo gemakkelijk mo-
gelijk te maken ; om hem, onder de verschillende omstan-
digheden, welke zich bij het inleggen en terugbetalen
van gelden kunnen voordoen, den juisten weg te doen
kennen, dien hij, ter bereiking van zijn doel, zonder
noodeloos tijdverlies en veel moeite, heeft te bewandelen.
We hebben daarbij er naar gestreefd, bestaande on-
julstc
begrippen aangaande de wijze waarop de hier be-
sproken instelling werkt, wegtetiemen.
Hier en daar gaven wij wenken en toelichtingen, waar-
van de kennisneming wellicht menigeen van nut kan
zijn, of voor teleurstelling kan vrijwaren.
Ofschoon de Directeur—daarin op hoogst welwillende
-ocr page 6-
IV
wijze ook door de pers gesteund—-steeds groote zorg
besteedt aan de openbaarmaking van alles, wat op de
Rijkspostspaarbank betrekking heeft, gelooven wij toch,
met de samenstelling van dezen gids geen overbodig werk
te hebben verricht.
Immers — de ervaring leerde zulks — worden er nog
velen gevonden, die geheel onbekend schijnen, zoo al
niet met het bestaan van die instelling, dan toch met de
wijze waarop zij werkt; ook anderen — tal van brieven
ter Directie ontvangen, getuigen het — die daaromtrent,
vaak tot hun\' schade en teleurstelling, onjuiste denkbeel-
den toonen te hebben.
Trouwens, in onze eeuw wordt ieders aandacht ook
voor zooveel en zoo velerlei gevraagd, dat het niet wel
aangaat te mogen veronderstellen, dat de groote massa
een behoorlijk verband zou kunnen brengen tusschen de
losse mededeelingen, die, betreffende meergenoemde
instelling, nu en dan, in de pers de ronde doen.
Over de taak, die de Rijkspostspaarbank te vervullen
heeft, zullen wij hier niet uitweiden.
Wellicht is daarover het laatste woord nog niet ge-
sproken.
Zij werd — gelijk men weet — in de voornaamste
plaats opgericht voor die breede schaar onzer bevolking,
die des zomers haren arbeid behoorlijk beloond ziet, doch
gedurende de wintermaanden, bij geringe verdiensten,
aan grootere uitgaven het hoofd moet bieden, en voor
allen, wier inkomsten wisselvallig zijn, en wier toekomst
niet behoorlijk is verzekerd.
Dat zij, met hare talrijke vertakkingen tot in de klein-
ste plaatsjes, in de behoefte van velen voorziet, bewijst de
voortdurende aanwas harer operatiën, getuigen de hon-
-ocr page 7-
V
derdduizenden van heinde en verre, van allerlei rang
en stand, met wie zij reeds eene rekening heeft geopend.
Toch zouden wij nog velen, zeer velen wenschen toete-
roepen: maakt met sparen een begin.
Brengt maar eens een enkelen gulden naar het post-
kantoor, en neemt een boekje.
Ge zult eens zien, hoe spoedig het u een genot wordt
iets te bezitten, dat gij in den volsten zin des woords
het uwe kunt noemen, en dat gij in veiligheid weet.
Alle begin is moeilijk.
Hier wegen niet de eerste, maar de laatste loodjes het
zwaarst. Enkele stuivers worden spoedig een gulden, en
iedere gulden is er een.
Dat kleine boekje in huis, waarin wekelijks wat bij-
geschreven wordt, kan wonderen doen ; het geeft eene
kleine rente in geld, maar een onberekenbare rente van
zede.lijken aard.
Niemand die het beproeft, zal worden teleurgesteld.
Het brengt niet alleen orde in huis, maar ook wei-
vaart.
En, wij herhalen met instemming wat reeds elders
gezegd werd:
„De welvaart van het individu is voor een zeer groot
„deel afhankelijk van zijn zin voor sparen, en de wel-
„vaart der individu\'s maakt den bloei eener natie."
AMSTERDAM, Maart 1889.
d. B.
-ocr page 8-
VOORBERICHT
voor den zesden druk.
Tn dezen zesden druk hebben wij ons beijverd, kleine
verbeteringen en verduidelijkingen aan te brengen,
welke de nauwkeurigheid on doelmatigheid van het
boekje kunnen verhoogen.
Veranderingen van ing rijpenden aard zijn er, in den
loop der jaren, niet in gemaakt. Wel is de Gids hier
en daar bijgewerkt, en, waar de ervaring dit wen-
schelijk deed zijn, van nog enkele ophelderende aan-
teekeningen voorzien.
Dat het boekje als vraagbaak even gunstig ontvangen
worde, als bij zijn vroeger verschijnen, hopen we
van harte!
Sopt. 1892.
d. 15.
-ocr page 9-
Inhoudswijzer.
Blz.
Adres van brieven voor den Directeur der Rijkspost-
spaarbank...............                2
Adressen der inleggers (Duidelijke aanwijzing van de) .        14, 17
» (Poste restante)...........              14
Afbetaling van boekjes............              32
Bankpapier (Insluiting van) in de boekjes.....              32
Beperkende bepalingen, die, bij den eersten inleg, kunnen
worden gemaakt.............  9, 10, 38
Briefport (vrijdom van) voor de correspondentie met den
Directeur der Rijkspostspaarbank........                2
Duplicaat-boekjes (afgifte van).........        14, 15
Executeur-testamentair (terugbetaling aan).....              27
Geheimhouding van spaarbankzaken.......                 2
Gehuwde vrouwen (Inleg door).........                7
:> » (Terugbetalingen op boekjes van). .        21, 22
Bandmerk van inleggers, die niet kunnen schrijven . .  6, t8, 24
Handteekening der inleggers..........    3, 5, 16
Inleg (eerste) op de Post en Bijkantoren.....                3
» ( » ) » » hulpkantoren........           5, 6
» (volgende)..............                4
» door tusschenkomst der postboden......                6
» (kleinste)..............               10
* (grootste, rentegevende).........              29
» ten behoeve en ten name van anderen ....         9, 10
» ten name van meer dan één persoon.....                "
» door minderjarigen...........                 7
» door gehuwde vrouwen.........                7
door weduwen............                7
» door vennootschappen, vereenigingen en zedelijke
lichamen ...........           7, 8
» door middel van frankeerzegels.......   10, II, 12
» met eene beperkende bepaling.......  9, 10, 38
» van het handgeld voor soldaat-schrijvers in Ned.-Indie              38
Inlegger (wat verstaan wordt onder).......                 I
Kas (ontoereikendheid der) op de hulpkantoren ...              20
Kennisgevingen van inleg aan de inleggers.....               13
>                » ■- •» personen, die voor ecu
ander inlegden ....               14
Krankzinnigen (terugbetaling op boekjes ten name van)              37
-ocr page 10-
VIII
Blz.
Machtiging (het verstrekken van) tot het opvorderen en in
ontvangst nemen van gelden........22, 24, 36
Machtiging (herroepen eener)...........          36
Minderjarigen (Inleg door) . . ,........            "
»            (Terugbetaling aan).........          21
Omslagen (met gedrukt adres) voor de briefwisseling met
den Directeur der Rijkspostspaarbank.......            2
Openstelling van de kantoren der posterijen voor den
dienst der spaarbank............            4
Orders van betaling (Terugbetaling op) afgegeven door den
Directeur der Rijkspostspaarbank......           19
»        van betaling (Termijn van geldigheid der). ...           20
»          »          » (Telegraphische)........25, 26
»          »          » (Vermelding van het tegoed op) . .          20
Overdracht van spaarbankgelden op een Belgisch boekje .          33
Overledenen (Terugbetaling op boekjes ten name van) . .          27
Overschrijving van spaarbankboekjes op naam.....           16
»               »               »                 op een ander kantoor.           15
Pasmunt (maximum van in betaling aantenemen) ....          35
Registratie (Vrijdom van het recht van) voor stukken , den
spaarbankdienst betreffende..........          37
Rente (hoegrootheid der jaarlijksche)........          28
» (opzending der boekjes, ter bijschrijving van) . .29,30,31,35
» bij opvrage van het geheele tegoed......          32
» (wijze van berekening der).........          29
» in het internationaal verkeer........          33
» (tijdstip van ingang der) bij den inleg.....          29
» (Berekening der) hij gedeeltelijke terugbetalingen . .           29
Spaarbankboekjes (wijze van aanduiding der).....            5
»                (duplicaat-)..........           14
»                (volgeschreven).........           16
»                (vervolg-)...........           16
»                (overschrijving van)........15, 16
»                (vermissing van) . .         ......           15
»                (verbranding van)........           15
Tegoed (vermelding van het) op de kennisgevingen ...           13
» (         »            » » ) op de orders van betaling. .          20
» (maximum rentegevend).........          29
» (opvrage van het geheele) ........18, 19
» (terugbetaling van het geheele).......          32
Terugbetaling (dadelijke)............           18
«•             op een order van betaling......           19
*             op een Ncderlandsch boekje in België . .          34
»               » » Belgisch               » » Nederland .          34
-ocr page 11-
1X                                           Blz.
Terugbetaling (grootst bedrag der dadelijke)......           18
» van het gelieele tegoed........          32
» op boekjes ten name van meer dan één persoon          21
» op boekjes ten name van soldaat-schrijvers
in Ned.-Indië..........          38
» per telegraaf op telegraphische aanvrage . .    25, 26
» » » » aanvrage per post ....          25
» aan gemachtigden van de inleggers ....   22, 36
» (identiteitsbewijs ter verkrijging van) . . .    18, 26
» (verzet tegen)........ . .          21
»            aan de wettelijke vertegenwoordigers der
inleggers............          22
» aan een executeur-testamentair.....          27
» op boekjes ten name van overledenen . . .   27, 38
» » » van gehuwde vrouwen . . . .   21, 22
» » » ten name van minderjarigen . .    21, 37
» » » » » » krankzinnigen . .          37
» » » met eene beperkende bepaling .    19, 38
» » » ten name van vennootschappen,
vereenigingen en zedelijke lichamen .          23
» door tusschenkomst der Postboden en Brieven-
bestellers..........   24, 32
»            op boekjes ten name van verpleegden in een
gesticht van weldadigheid.....          36
Uiterste wilsbeschikking (niet rechtsgeldige vorm eencr)
betrekkelijk spaarbankgelden..........          38
Verhuizing (opgave der adressen bij) der inleggers ...           17
Verpanding van boekjes............          35
Verzet tegen terugbetalingen...........           21
Volmacht (het geven van) om gelden op te vragen en te
ontvangen................    22, 36
Voorwaarden, die, ten aanzien der terugbetalingen, bij den
inleg van gelden kunnen worden bedongen ... 9, 10, 38
Vrijdom van briefport voor de briefwisseling met den
Directeur der Rijkspostspaarbank........            2
Vrijstelling van zegel en registratierecht voor alle stukken,
den spaarbankdienst betreffende ....           38
» » het recht van overgang bij overlijden voor
spaarbankinlagen.........          36
■Waarborg van den Staat voor betaling van hoofdsom en rente             1
Weduwen (inleg door)............            7
Zegel (Vrijdom van) voor stukken, den spaarbankdienst
betreffende................          38
Zekerheidsstelling door middel van spaarbankboekjes. , .          36
-ocr page 12-
5*fo
X
«nu
* *****
> ^ #-j?
♦$♦$■\'\'
-ocr page 13-
1
Do Rijksnostsuaarbank werkt over het gansche land,
en geeft gelegenheid tot veilige en rentegevende belegging
van spaarpenningen. In de wet van 25 Mei 1880
(Stbld. No. 88), waarbij die Bank werd opgericht, staat
uitdrukkelijk geschreven:
De Staat waarborgt, zonder eenlg voorbehoud, aan
de inleggers de teruggave hunner inlagen, en de be-
taling der aan ben verschuldigde rente.
Hierdoor is de cisch, welke vóór en boven alles aan het spaarbank-
wezen mag worden gesteld, in de hoogste mate vervuld. Men
behoeft niet bang te zijn voor verlies van zijn geld, voor daling van
de papieren, waarin het wordt belegd, of wat ook. De Slaat zou
bankroet moeten gaan, eer hij in zijne verplichtingen tegenover de
spaarders te kort zou schieten.
ALGEMEENE BEPALINGEN.
Onder inleggers worden verstaan: de personen, te
wier behoeve, \'t zij door henzelvcn, \'t zij door anderen
de inleg geschiedt.
Ten aanzien van de beteckenis, aan het woord inlegger te hechten,
schijnt menigeen zich een verkeerd denkbeeld te hebben gevormd.
Wanneer het geldt een eersten inleg, die ten behoeve van een
ander wordt gedaan, beschouwt de persoon, die feitelijk dien inleg
doet, zich maar al te dikwijls als inlegger, in den zin der wet. Als
zoodanig meent hij dan ook recht te hebben om het door hem
gestorte geld, naar goedvinden, weder te kunnen opvorderen. Uit
het feit alléén, dat hij dit geld naar de spaarbank bracht, vloeit
echter geenszins voort, dat hij ook gerechtigd zou zijn, het weder
terug te halen.
Als inleggers, met al de rechten aan die hoedanig-
heid verbonden, zijn te beschouwen: zij, te wier name
de boekjes zijn gesteld.
-ocr page 14-
2
Geheimhouding is den postainbtenaren opgelegd ten
aanzien van aangelegenheden, den dienst der spaarbank
betreffende.
Zoowel omtrent het bestaan van eenig boekje, als omtrent den
stand eener rekening, mag aan niemand eenige inlichting worden
gegeven, behoudens in de gevallen, bij de wet of bij wettelijke
verordening voorzien.
Brieven en verdere stukken, den dienst der Rijks-
postspaarbank betreffende, kunnen ongefrankeerd aan
den Directeur dier instelling worden verzonden. Daar-
toe zijn aan de kantoren der posterijen omslagen met
gedrukt adres kosteloos te verkrijgen.
Die stukken moeten geadresseerd worden:
Aan
den Heer Directeur der Rijkspostspaarbank
te
AMSTERDAM.
Men zij er op bedacht, aan voornoemd adres niet den familienaam
van dien Directeur toetevoegen; doet men dat, dan vervalt niet
slechts de portvrijdom, maar blijft tevens de brief, totdat hij den
geadresseerde persoonlyk in handen is gekomen, onafgedaan.
Spaarbankboekjes mogen aan de
kantoren der posterijen niet in be-
waring worden genomen.
-ocr page 15-
3
INLEG.
Eerste inleg op de Post- eu Bijkantoren. Om gelden
bij de Rijkspostspaarbank te beleggen, vervoege men
zich aan eenig kantoor der posterijen en geve aldaar op:
zijn naam en voornamen, zijn woonplaats met vermel-
ding van straat, gracht en huisnummer, het jaar, den
dag en de plaats zijner geboorte, benevens zijn beroep
of betrekking.
Deze opgaven, welke met nauwkeurigheid dienen
gedaan te worden, opdat men later bij de terugbetaling
geene moeilijkheden ondervinde, worden op een gedrukt
formulier overgenomen, hetwelk tevens de verklaring
bevat, dat men wcnscht inteleggen. Het formulier, aldus
ingevuld zijnde, moet door den aanstaanden inlegger
worden geteekend.
Nagenoeg dezelfde gegevens omtrent zijn persoon wor-
den ten kantore ook in een register vermeld, waarin
hij eveneens zijne handtoekening moet stellen.
Deze dubbele handteekening is noodig, omdat, zoowel op het
postkantoor ter plaatse als bij de Directie te Amsterdam, bij latere
aanvrage om terugbetaling, die aanvrage steeds vergeleken moet
worden met de eerste handteekeningen. Men drage dus zorg altijd
op dezelfde wijze te teekenen.
Hot teekenen der hier bedoelde stukken en het
verstrekken der voornoemde gegevens kan men ook
door een ander laten doen.
De lastgever, of in het algemeen, de persoon, te wiens
name wordt ingelegd (de inlegger in den zin der wet),
behoort dan bij een der volgende inlagen, of althans
vóór de eerste terugbetaling, zijne handteekening ten
postkantore te stellen.
Naar de ontvangen aanwijzingen, wordt het titelblad
-ocr page 16-
4
ingevuld van een spaarbankboekje, hetwelk, nadat daar-
in de eerste inleg is vermeld, en voor ontvang van dien
inleg door den postambtenaar is geteekend, kosteloos
aan den belanghebbende wordt uitgereikt, en hem tot
eigendomstitel strekt.
In dit boekje worden voorts alle verdere inlagen en
terugbetalingen aangeteekend; men moet het dus altijd
vertoonen, als men geld inbrengen of terughalen wil.
Eenmaal iu het bezit van een boekje zijnde, kan men
daarop overal kier te lande inleggen.
De postkantoren en het meerendeel der hulpkantorcn
zijn daartoe op werkdagen, gedurende hunne gewone
kantooruren, steeds open, doch niet vóór 9 uur \'smorgens,
en niet na 9 uur \'s avonds.
Op Zon- en erkende feestdagen is de dienst der
spaarbank tot de morgenuren beperkt.
De gelegenheid tot inbreng van gelden is dus ruim genoeg gc-
geven. Wie sparen wil, kan het geheelo land door, waar maar
een kantoor voor den spaarbankdienst is opengesteld, zijn geld
dadelijk storten, behoeft het niet zelf te bewaren tot den volgenden
dag, en heeft zich niet bloot te stellen aan de verleiding om het
aan onnoodige dingen of erger te besteden. —
Hij kan, waar hij ook gaat wonen, steeds het inleggen ongestoord
voortzetten, en evenzoo terugbetaling erlangen. Dit is een groot
voordeel, dat de postspaarbank heeft boven alle andere spaarbanken,
welke steeds een plaatselijk karakter houden.
Velen meenen nog, dat aan den inleg van gelden lastige formali-
teiten verbonden zijn. Uit het voorafgaande blijkt, dat dit niet zoo
is. De spaarder heeft meestal niets anders te doen dan in enkele
gevallen zijn\' naam te zetten onder stukken, welke allen kosteloos te
verkrijgen zijn. Verdere bemoeiingen neemt het postkantoor op zich;
daar wordt men overigens in elk opzicht terecht geholpen.
-ocr page 17-
5
Zooals men ziet, werkt de postspaarbank eenvoudig genoeg. De
hier bedoelde luttele formaliteiten — noodig vooral in het belang
der inleggers zelven, om hen tegen misbruik van hunne boekjes te
vrijwaren — komen bovendien alléén te pas bij de uitgifte van bet
boekje en vinden haren grond in de beslissing des wetgevers, die
aan de spaarbankboekjes het karakter van schuldvorderingen
op naam
heeft gegeven. Het deponeeren der handteekening is
een uitvloeisel van het aangenomen beginsel dat, in vergelijking van
handteekening, het hoofdmiddel dient gezocht te worden, ter ver-
zekering van terugbetaling aan den richtigen persoon.
Het spaarbankboekje draagt den naam van het post-
kantoor waar het is genomen, is voorzien van een
gedrukt volgnummer, en behoort ook altijd met kantoor-
naam en nummer te worden aangeduid.
Het is van veel belang dat, telkens als een spaarbankboekje het
onderwerp uitmaakt van eene briefwisseling met de Directie, het
hiervóór vermelde stiptelijk worde in acht genomen. De Directie
bezit nog geen vol ledigen alphabetischen aanwijzer op de namen
der inleggers. De rekeningen-courant (op losse kartonnen bladen
gehouden) zijn kantoorsgewijze en op volgnummer in de daarvoor
bestemde kasten opgeborgen. Een en ander in aanmerking genomen,
zal — indien het boekje, waaromtrent men inlichtingen verlangt, niet
bepaaldelijk door het nummer waaronder, en het kantoor alwaar het
werd uitgegeven, wordt aangewezen — niet altijd aan het uitgedrukt
verlangen kunnen worden voldaan.
Eerste inleg van gelden op de hulpkautoren. De te
vervullen formaliteiten, tot het bekomen van een spaar-
bankboekje op een ^M/pkantoor, zijn dezelfden als die,
welke, bij den inleg van gelden op een post-of bijkantoor,
worden vereischt, met dien verstande echter, dat de
inlegger aldaar zijne handteekening niet in een register,
doch op eene losse strook heeft te stellen, en het ver-
langde boekje hem niet dadelijk wordt uitgereikt.
-ocr page 18-
K
Naar de gegevens, welke hij te zijnen aanzien verstrekte,
of deed verstrekken, en waarvan door den brieven-
gaarder mededeeling geschiedt aan het hoofdkantoor,
waaronder deze ressorteert, m. a. w., waaraan hij reken-
plichtig is, wordt dat boekje aldaar opgemaakt, en
vervolgens aan dien brievengaarder toegezonden.
Deze waarschuwt dan den inlegger, neemt den eersten
inleg in ontvangst, schrijft dien in het boekje, en reikt
het daarna aan den inlegger uit.
Voor het doen van verdere inlagen heeft men slechts
zijn boekje te vertoonen, waarop door den brievengaar-
der het verlangde b3drag wordt ingeschreven, terwijl
diens handteckening, ter zijde van elke inschrijving
gesteld, den inlegger tot bewijs zijner storting dient.
Spaarbankboekjes kunnen ook ten plattelande worden
verkregen door tusschenkomst der daarvoor aangewezen
postboden.
De postbode neemt den eersten inleg tegen ontvang-
bewijs over, en de inlegger teekent, in diens bijzijn, een
formulier en eene strook, waarop de gewone gegevens
omtrent naam, ouderdom, woonplaats enz. (zie op blz. 3)
worden ingevuld.
Kan de inlegger niet schrijven, dan worden die
gegevens door den postbode overgenomen.
Nadat de inleg op het, voor den spaarbankdienst
aangewezen, naastb ij gelegen kantoor, waarmede de
postbode in betrekking staat, in het verlangde boekje is
aangeteekend, wordt dit hem weder terhandgesteld, om
het den inlegger, tegen intrekking van het bewijs van
overneming, te doen teruggeworden.
De verdere gelden, die men daarop wenschtintcleggcn,
-ocr page 19-
7
geve ïiioii, met het boekje, tegen bewijs van ontvang,
den postbode mede, die dan voor de inschrijving dier
gelden, en de terugontvangst van dat boekje zorg draagt.
Ook formulieren, waarop eene geldswaarde van één
gulden aan gave frankeerzegels (zie op blz. ll)isvast-
geheclit, worden, als een inleg van gelijk bedrag in
geld, van den belanghebbende overgenomen.
Men kan ook zijn boekje in gesloten omslag medegeven.
De terugzending geschiedt dan eveneens onder couvert.
Boekjes kunnen ook genomen worden ten behoeve van
meer dan één persoon,
bijv. ten behoeve van kinderen
van hetzelfde gezin; ze worden dan gesteld ten name
dier kinderen. Allen behooren dan ten eenigen tijde op
het kantoor te teekenen, tenzij hunne wettelijke ver-
tegenwoordigers
(zie op blz. 22) het saldo opvorderen,
vóór dat aan hen eene terugbetaling heeft plaats gehad.
Minderjarigen worden, zonder tusschenkomst van vader
of voogd, tot inleggers bij de Rijkspostspaarbank toe-
gelaten. Plet vruchtgenot van de goederen der kinderen,
hetwelk, ingevolge art. 3G6 van ons Burgerlijk Wetboek,
den ouders toebehoort, totdat de kinderen den leeftijd
van 20 jaar hebben bereikt of eerder mochten zijnge-
huwd, is op hunne spaarbankinlagen niet van toepassing.
Ook gehuwde vrouwen kunnen, zonder bijstand van
hare echtgenooten, gelden bij de Rijkspostspaarbank be-
leggen. De, ten kantore, door die personen afteleggen
verklaring van toetreding, moot beide familienamen in-
houden. Weduwen behooren, nevens den naam, door
huwelijk verkregen, ook haar eigen naam optegeven.
Wenscht eene vennootschap, eene vereeniging of een
-ocr page 20-
8
cedeltyk lichaam als inlegger optetreden, clan behoort het
verzoek daartoe, aan de Directie der spaarbank, desver-
langd door tusschenkoinst van eenig kantoor der poste-
rijen, te worden overgebracht.
Overlegging, zoo mogelijk, der statuten dier corporaties
is zeer gevvenscht, vermits de Directeur der spaarbank
over hunne al dan niet bevoegdheid om inteleggen, te
oordeelen heeft. Bij velen, ook bij fondsen, is het beleg-
gen van gelden bij do Rijkspostspaarbank in de statuten
opgenomen.
Eene Verceniging behoeft overigens, om als inlegster optetreden,
niet noodwendig rechtspersoonlijkheid te bezitten. Ook niet-erkende
vereenigingen van allerlei aard kunnen als inlegsters worden toegelaten.
Het gebeurt niet zelden, dat iemand een spaarbankboekje op
eigen naam neemt, terwijl later blijkt, dat hij dat deed in hoedanigheid
van bestuurslid van een\' of andere Vereeniging. Deze wijze van
handelen moet worden ontraden, wijl daaruit, bij overlijden van
zoodanigen inlegger, moeielijkheden voor de corporatie, bij den inleg
betrokken, kunnen voortspruiten. Immers, uiteraard kan de spaar-
bank, bij uitbetaling van het saldo tegoed, geen rekening houden
met de hoedanigheid, waarin werd ingelegd, tenzij het boekje luide
ten name dier hoedanigheid zelve, bijv. „de Penningmeester der
Kolfvereeniging Sparta," zonder vermelding van den persoonsnaam.
In laatstbedoeld geval kan het nagelaten boekje aan den opvolgenden
titularis worden overgedragen, aangezien dan de opvolger, ook ten
aanzien van het opvorderen van de ingelegde gelden op dat boekje,
•qualitate qua" in de rechten van zijn\' voorganger treedt.
Ook meenen wij de penningmeesters van vereenigingen tot uut en
vermaak, zooals sociëteiten, lees-, zang- of gymnastiekgezelschappen,
kegelclubs enz., tegen het beleggen van gelden, aan zulk eene ver-
eeniging toebehoorende, op hun eigen naam, te moeten waarschuwen.
Bij mutatie van het Bestuur of bij overlijden van den penning-
meester, keeren de betrokken vereenigingen, vaak niet zonder moeite
-ocr page 21-
9
en goeden wil van de zijde der erfgenamen van den overleden
penningmeester, in het genot van hun kapitaal terug.
Men neme dus bij de belegging de voorzorg, het geld te doen
inschrijven op naam der Vereeniging.
Zóó ook handele men met fondsen, fooienbussen, boetenpotten enz.
Bij den inleg ten behoeve en ten name van anderen
kan ook do voorwaarde worden bedongen, dat het terug-
halen pas na verloop van een\' aangewezen tijd knnge-
schieden, bijv. bij meerderjarigheid, bij het aangaan
van een huwelijk, bij de geboorte van een kind, bij het
verliezen van een ambt of eene betrekking, enz.
Dit middel kan er krachtig toe medewerken om het sparen te
bevorderen Het wordt aanbevolen aan hen, die eene dienstbode,
een\' knecht, een\' bediende, inplaats van zoo lichtelijk wegrollende
centen en guldens, eenig geschenk, in den vorm van een spaarbank-
boekje, wenschen te geven. Tegen de verleiding om het aldus ge-
schonkenc spoedig op te vorderen, verzet zich het gemaakte beding.
De eerste grondslag tot sparen inmiddels gelegd zijnde, bestaat de
kans, dat de gang naar het postkantoor weldra menigvuldiger worde.
De hier bedoelde voorwaarde van inleg is verbindend
voor alle verdere inlagen, welke op het boekje, onverschil-
lig door wien, mochten worden gedaan. Zij wordt daar-
in aangeteekend en door dengene, die ze maakte, aldaar
met zijne handteekening bekrachtigd.
AVenscht men dus ten behoeve van denzelfden persoon
een\' onvoor waardelij ken inleg te doen, of wil die persoon
voor zichzelven inleggen, om over het ingelegde bedrag do
vrije beschikking te hebben, dan moet een ander boekje
op denzelfden naam worden genomen, met weglating van
voorwaarden.
Het bezit van meer don één boekje op eigen naam is
geoorloofd.
-ocr page 22-
II)
In de te maken voorwaarden is men beperkt. Zij moeten, in
het algemeen, eene tijdsbepaling bevatten, en mogen natuurlijk niet
in strijd zijn met ons Burgerlijk Recht, bijv. geene bepalingen van
testamentairen aard inhouden ; o. a. niet zoodanige, waarbij de voor-
waarde wordt bedongen dat de inleg, na overlijden van den in-
legger, aan den persoon, die feitelijk dien inleg deed, of aan een
ander moet worden uitgekeerd.
De beschikking over het ingelegd bedrag mag ook niet afhankelijk
gesteld worden van de toestemming van anderen.
Zoo zijn er meer gevallen, en daarom is het wenschelijk, bij den
minsten twijfel, de Directie vooraf over de al dan niet aanneembaar-
heid der gewenschte bepaling te raadplegen. Allicht kan zij het
terrein effenen, en hinderpalen uit den weg ruimen.
Bij een\' eersten inleg ten behoeve van anderen wordt,
indien de persoon, die het boekje neemt, niet in staat
is volledige gegevens omtrent ouderdom, woonplaats enz.
van den titularis te verschaffen, genoegen genomen met
de strikt noodige opgaat\' van diens naam en domicilie.
Later kunnen dan, door den inlegger zelven, de ver-
eischte gegevens worden aangevuld.
Hij, die, bij het doen van een\' inleg ten behoeve van
anderen, eene voorwaarde stelt, kan die voorwaarde
te allen tijde opheffen.
Het tegendeel zou — gelijk voor de hand ligt — tot
onmogelijke toestanden kunnen leiden.
De minste inleg bedraagt 25 cent.
Hij, voor wien 25 cent opeens nog te veel is, kan
kleinere bedragen aanvankelijk ter zijde leggen door
middel ran frankeerzegels,
tot welk doel aan de kan-
toren, bij de rijksdepöthouders van postzegels, en ook
-ocr page 23-
11
bij de postboden ten plattelande, kosteloos formulieren
te bekomen zijn.
Wie zich van zulk een formulier heeft voorzien, heeft
slechts, zoo vaak hij 5 cent kan afzonderen, een fran-
keerzegel van die waarde te koopen, en het er op te
hechten. Hij gaat daarmede voort, totdat het formulier
vol is (het bevat 20 vakjes voor even zooveel frankeer-
zcgels van 5 cent), d. i. totdat hij aldus één gulden
aan vijfcents-frankeerzegels bijéén heeft, en als hij dan
met dat formulier aan het kantoor komt, kan hij daar-
voor, op de hiervóór omschreven wijze, een boekje
bekomen, waarop voornoemd bedrag als eerste inleg
wordt vermeld.
Zóó zal men de luttele bedragen, welke men van dag tot dag kan
afzonderen, gaandeweg in de spaarbank kunnen storten en zoodra
de stuivers tot één gulden zijn aangegroeid, rentegevend maken.
Wie kleine fooien te geven heeft, en dat in den vorm van formu-
lieren met frankeerzegrts wil doen, kan daardoor menigeen het goede
pad wijzen, dat men lichtelijk zal blijven volgen, wanneer men ziet,
dat vele kleintjes één groote maken. Wie eenmaal een spaarbank-
boekje heeft, gaat allicht door met sparen. Aanzien doet gedeuken.
In verband met het doel, dat aan de invoering der formulieren
ten grondslag ligt, worden inlagen van één gulden door middel van
frankeerzegels op die formulieren gehecht, zoo zij bij korte
tussohenpoozen
worden aangeboden, niet meer dan twee- of drie-
maal \'s weeks toegelaten.
Reeds voorgekomen misbruiken hebben aanleiding gegeven,
scherper dan tot dusver geschiedde, op de naleving dier bepaling
te doen toezien.
Uitsluitend ten behoeve der scholieren worden aan
de Hoofden der scholen, op hunne aanvrage, door de
-ocr page 24-
12
Directie der spaarbank, kosteloos formulieren verstrekt,
tot aanhechting van 100 ééncentspostzegels.
Deze aldus benuttigde formulieren moeten voorzien
zijn van de handteekening van het Hoofd der school, en
kunnen dan op dezelfde wijze als die, waarvan hiervóór
sprake, als inlage van f\\.— worden aangenomen.
Langs dezen weg kan het vaak ingewikkelde en tijdroovende
eener schoolspaarbank tot onbeteekenende afmetingen worden herleid.
De kinderen te oefenen in de moeielijke kunst van het sparen, is
een heilzaam werk. Niet geldelijke, maar zedelijke en opvoedkundige
overwegingen beheerschen hier het terrein. Hoofddoel moet zijn:
de jeugd van jongs af aan sparen te gewennen.
De veelal, al weder ten onrechte, gevreesde formaliteiten aan den
eersten inleg verbonden, behoeven waarlijk evenmin afteschrikken.
De onderwijzer vrage een aantal formulieren van toetreding (Ver-
klaring), geve de noodige instructie omtrent de invulling, en late die
daarna — eene goede schrijfles, evenals het uitschrijven van eene
rekening of iets dergelijks — verrichten door de leerlingen zelven.
Als dit werk achter den rug is, zou, ter voldoening aan de regle-
mentaire voorschriften :
I" öf de onderwijzer zelf, de voormelde formulieren, en in het
register ten postkantore of op de strooken— dat register op een
hulpkantoor vervangende — kunnen teekenen; de kinderen-
inleggers zouden dit dan later op een geschikt oogenblik kunnen
doen ;
2" öf de kinderen zelven zouden zich tot dat einde al dadelijk
groepsgewijze of beurtelings naar het kantoor kunnen begeven.
Formulieren, waarop eene kleinere geldwaarde dan
van jfl.— aan frankeerzegels mocht zijn vastgehecht,
kunnen niet in betaling worden aangenomen.
Mochten zij een hooger bedrag dan van ƒ1.— verte-
genwoordigen, zoo wordt den inlegger de gelegenheid
gegeven, de overtollige zegels van het formulier te
scheiden.
-ocr page 25-
13
Het verschijnsel, dat schoolkinderen, die van deze formulieren
gebruik maken, het geldelijk bedrag der daarop gehechte céncents-
frankccrzcgels tegen geld trachten intewisselcn, zoodra zij ook maar
zooveel bije\'éngegaard hebben, dat hun een spaarbankboekje kan
worden uitgereikt,
doet zich meermalen voor. Dat in dergelijke
gevallen het doel, waarmede, langs dien weg, de gelegenheid tot
sparen werd geopend, geheel wordt gemist, spreekt van zelf. Voor
dezulken zou dan ook het bezigen van z. g. spaardoozen, boven het
gebruik maken van de Rijkspostspaarbank, te verkiezen zijn.
Intusschen, wie een eersten inleg in frankcerzegels doet, en dade-
lijk daarna
dien inleg terugvraagt, moet 14 dagen op zijn geld
wachten.
Kennisgeving van inleg. Van eiken inleg, die f 25 of
meer bedraagt, wordt den inlegger, binnen 14 dagen,
van wege de Directie der spaarbank, eene deels ge-
drukte, deels schriftelijk ingevulde kennisgeving gezon-
den, houdende de mededeeling, dat die inleg behoorlijk
op zijne rekening is geboekt.
In die kennisgeving is ook opgenomen: het tegoed
des inleggers, hetwelk, tengevolge van den hierbe-
doelden inleg, is verkregen, zoodat hij, door zijn boekje
te raadplegen, kan zien, of liet daarin vernielde tegoed
overeenkomt met de rekening, die de Directie der Spaar-
bank niet hem heeft geopend.
Ontdekt hij, bij het vergelijken, eenig verschil, dan
is hot, om meer dan één reden, van veel belang, dat
hij de Directie daarvan onverwijld verwittige. Ook
melde hij het aan die Directie, wanneer die kennisgeving
niet binnen den bovengonoemden termijn mocht zijn
ontvangen.
Het kan gebeuren, dat de inlegger, onder zekere omstandigheden,
het bezit van een spaarbankboekje voor zijne omgeving wenscht
-ocr page 26-
14
geheim Ie houden. In dit geval kan er, desgevraagd, voor gezorgd
worden, dat geene stukken, waaruit zijne betrekking tot de Rijks-
postspaarbank zou kunnen blijken, te zijnen huize worden besteld.
Hij geve dan, bij het nemen van het boekje, het adres op, waaraan
hij c q. die stukken wcnscht te ontvangen. Tot dat einde kan hij
zich ook van het adres «Poste restante" bedienen.
Zij, die ten behoeve en op naam van anderen inleg-
gen, kunnen verlangen, dat niededcelingen betreffende
het boekje, waarop werd ingelegd (bijv. de kennisgevin-
gen nopens inlagen van ƒ25 en hooger, liet jaarlijksch
verzoek tot opzending van het boekje naar de Directie te
Amsterdam ter rentebeschrijving, enz.), aan hen persoon-
lijk worden gericht.
Dit verlangen behoeft slechts mondeling of schriftelijk
te worden kenbaar gemaakt aan den postambtenaar,
bij wien de bedoelde inleg werd gedaan.
Van veel nut kan deze bepaling zijn voor hen, die de gedane
gift vooralsnog jegens de bevoordeelden wenschen geheim te houden,
of hun daarmede eene verrassing wenschen te bereiden.
Boekjes die verloren of in het ongereede geraakt zijn,
kunnen door duplicaten worden vervangen. Deze behooren
door de inleggers aan de Directie te worden aangevraagd
op een daartoe bestemd formulier, kosteloos aan de kan-
toren verkrijgbaar, en worden, behoudens bijzondere ge-
vallen, ter beoordeeling dier Directie, eerst afgegeven, na
verloop van zes weken na het indienen der aanvraag.
Bij de aanvrage moet 50 cent in frankecrzegels worden
gevoegd, want, al krijgt men het eerste boekje kosteloos,
wie dat niet heeft weten te bewaren, moet het nieuwe
betalen. De aanvrager moet ook zijne, op voornoemd
formulier te stellen, handteekening door den Burge-
-ocr page 27-
15
meester zijner woonplaats, doen legalisceren, en, kan
hij niet schrijven, dan moot dit door laatstgenoemden
uitdrukkelijk vermeld worden.
Als bijzonder geval hiervóór bedoeld, kan bijv. worden aangemerkt
het geval van brand, waarbij het boekje verloren ging. Indien, door
een daarnaar ingesteld onderzoek, zoodanig feit wordt bevestigd, dan
wordt dadelijk tot de afgifte van een duplicaat overgegaan.
Het aanvragen van een duplicaat kan echter met bedriegelijke
doeleinden geschieden. Zoo is de mogelijkheid niet buitengesloten,
dat het oorspronkelijke boekje, inplaats van verloren of in het
ongereede geraakt, zoogenaamd in pand is gegeven, of dut het door
anderen om deugdelijke redenen in bewaring ivordt gehouden.
Daarom is het goed, dat niet zoo voetstoots aan het verzoek om een
duplicaat wordt gevolg gegeven, en wenschelijk, dat — gelijk geschiedt —
van wege de Directie een nauwkeurig onderzoek worde ingesteld
naar de omstandigheden, waaronder het boekje verloren ging.
Intusschen zij, die hun boekje vermissen, behoeven zich geenszins
ongerust te maken, dat hun dit zou kunnen schaden, indien
zij der Directie maar onmiddellijk van die vermissing kennis geven.
Alsdan worden door haar aanstonds maatregelen genomen, teneinde
te voorkomen, dat een ander op het vermiste boekje terugbetaling
erlange. Trouwens, die terugbetaling zou, ook zonder die maatregelen
— tenzij men onopgemerkt valschheid in geschrifte pleegde — niet zoo
gemakkelijk worden verkregen, wijl aan de uitbetaling altijd vergelijking
van handteekening voorafgaat.
Overschrijving van een boekje op een ander kantoor
dan dat, alwaar het oorspronkelijk werd uitgegeven,
geschiedt kosteloos, en heeft alleen ten gerieve en op
verzoek van den belanghebbende plaats.
Dit verzoek behoort aan het post- of bijkantoor te
worden gedaan, op een aldaar te verkrijgen formulier,
dat aan de Directie wordt overgebracht.
De hier bedoelde overschrijving van kantoor op kantoor heelt
-ocr page 28-
16
alléén ten doel, den inleger in de gelegenheid te stellen, op zijn
boekje ook elders dan op het kantoor van uitgifte rechtstreeksche
(dadelijke) terugbetaling te erlangen. Hiertoe wordt ook nog
vereischt, dat de inlegger zijne handtcekening deponeere ten
kantore, waarop hij zijn boekje wenscht te zien overgeschreven.
Een verzoek om overschrij vin? door den inlegger
aan een hulpkaatoor gedaan, wordt door den brieven-
gaarder aan het hoofdkantoor overgebracht. Hij moet
daarbij het boekje overleggen, hetwelk dobrievengaarder
te dien einde tegen bewijs overneemt. Van den belang-
hebbende worden overigens dezelfde formaliteiten
(behalve natuurlijk het teekenen eener zoogenaamde
„verklaring") gevorderd, als gold hot de uitgifte van
een nieuw spaarbankboekje.
Bij overschrijving van een boekje ondergaat het
titelblad eenige verandering. Er wordt namelijk daarop
een formulier gehecht, waaruit die overschrij ving blijkt.
Overschrijving van boekjes, Op naam — gelijk dikwijls gevraagd
wordt — past niet in het stelsel der Administratie. Wil men het
saldo tegoed van cenig boekje op naam van anderen overbrengen,
dan zou dit alleen kunnen geschieden, door het boekje, langs den
weg van afbetaling, uit den omloop te trekken, en het daarop te
ontvangen bedrag op een nieuw boekje ten name van derden te
doen overbrengen.
Een boekje, dat volgeschreven is, of er om ecu of
andere reden onoogelijk uitziet, kan kosteloos door een
nieuw worden vervangen.
Men brenge liet naar een kantoor der posterijen,
alwaar het, desverlangd tegen bewijs, wordt ingehouden.
Het nieuwe exemplaar (vervolgboekje) wordt ter Direc-
tic gereed gemaakt, en daarna den inlegger uitgereikt.
Up dat vervolgboekje wordt als eerste post overge-
-ocr page 29-
17
nomen: het saldo van het oude, nadat dit ter Directie
deugdelijk vergeleken is met de daarop betrekking
hebbende rekening-courant.
Alvorens het te vernieuwen boekje uit handen te geven, houde men
aanteekening van het daarop vermelde tegoed, wenscht men althans
te beoordeelen, of dat tegoed al dan niet juist in het vervolgboekje
werd overgenomen.
Aan het meermalen uitgedrukt verlangen der inleggers om hun
volgeschreven boekjes te mogen behouden, kan, op grond der
reglementaire voorschriften, niet worden voldaan. De afgeloopen en
de vernieuwde boekjes zijn bovendien voor de Administratie van
veel gewicht. Zoowel in een burgerlijk rechtsgeding, als bij een
onderzoek voor den strafrechter, kunnen zij belangrijke diensten
bewijzen.
Het is raadzaam dat de inlegger, van elke verhuizing,
ook in dezelfde plaats, aan het postkantoor of aan de
Directie der spaarbank kennis geve, en het titelblad
van zijn boekje op voornoemd kantoor late veranderen.
Verzuimt hij dit, dan loopt hij gevaar, dat de stukken — kennis-
gevingen van inleg (zie op blz 13,) oproepingen tot het inzenden van zijn
boekje, ter bijschrijving van rente, de boekjes zelven enz.(zie op blz.30)—
hem door de Directie toetezenden, hunne bestemming niet bereiken.
Immers, voor de adresseering van die stukken wordt zijne, ter
Directie aangehouden, rekening-courant geraadpleegd, aan het hoofd
waarvan zijn adres is vermeld, hetwelk met dat, gesteld op het
titelblad van zijn boekje, overeenstemt.
TERUGBETALINGEN,
Wil de inlegger gelden op zijn boekje ontvangen, dan
vervoege hij zich, mét dat boekje, aan ecu kantoor der
posterijen.
-ocr page 30-
18
I leeft de eerste inleg op dat kantoor plaats gehad,
m. a. w„ is het boekje, waarop hij terugbetaling ver-
langt, door dat kantoor uitgegeven, dan wordt aan den
geldopvrager dadelijk, tegen voldaanteekening eener hem
voortelejrgen quitantie, uitbetaald, wanneer slechts eene
som van f
25 of minder wordt terruggevraagd, en die
som niet zijn
geheele tegoed uitmaakt
Gelijke terugbetaling kan hij verkrijgen aan het kan-
toor, waarop zijn boekje is overgeschreven (zie op blz.
16), benevens aan de, onder de beide laatstbedoelde kan-
toren ressorteerende, hulpkantoren.
Kan de geldopnemer niet schrijven, dan teekent hij
de quitantie, hiervóór bedoeld, met een handmerk, dat
door twee getuigen moet worden voor echt erkend.
De postambtonaren mogen ook, op hunne eigen ver-
antwoordelijkheid,
een bedrag van hoogstens ƒ100, on-
verschillig waar het boekje is uitgegeven, terstond
terugbetalen.
Dadelijke terugbetalingen, als waarvan hiervóór sprake
is, kunnen slechts éénmaal in de zeven dagen plaats
vinden.
Het behoeft wel geen nader betoog, dat, vermits de boekjes
schuldvorderingen op naam zijn, de postambtenaren de bevoegdheid
hebben, zich op eenigerlei wijze te verzekeren van de identiteit des
persoons, die zich om terugbetaling aanmeldt, zoodra bij hen daar-
omtrent gegronde twijfel bestaat.
Geldt het eene terugbetaling aan een persoon, te wiens behoeve
door een ander is ingelegd, en wiens handteekening nog niet ten
kantore bekend is (zie blz. I), dan kan de postambtenaar eene ver-
klaring vorderen van hem, die den eersten inleg deed, houdende
de inededeeling dat hij, die terugbetaling vraagt, daartoe werkelijk
bevoegd is.
Dadelijke terugbetaling op eigen verantwoordelijkheid van den
-ocr page 31-
19
postambtenaar dient in elk geval te geschieden, wanneer deze den
geldopnemer persoonlijk kent, en weet, dat hij de rechthebbende is.
De terugbetaling van grootere sommen dan van 25
gulden (de hiervóór bedoelde terugbetaling, op eigen
verantwoordelijkheid van den postambtenaar natuurlijk
uitgezonderd) wordt verkregen door tusschenkomst van
de Directie der spaarbank.
Die tusschenkomst is ook noodig:
1". voor elke terugbetaling aan een ander kantoor dan
dat waar het boekje is uitgegeven, of dat waarop
het is overgeschreven;
2°. bij de opvrage van het geheele tegoed;
3°. voor terugbetalingen op een boekje, hetwelk onder
beding eener voorwaarde (zie blz. 9) werd genomen.
Niet dadelijke terugbetalingen, als waarop hier gedoeld
wordt, moeten aangevraagd worden op een formulier,
hetwelk aan de kantoren der posterijen kosteloos is te
bekomen, en aldaar, in tegenwoordigheid van den post-
ambtenaar, dient ingevuld en geteekend te worden.
Heeft de aanvrage betrekking op een boekje, waarop
onder zekere beperkende bepaling werd ingelegd, dan
moet bij die aanvrage, ook overgelegd worden: het
bewijs, dat aan die bepaling hare kracht ontneemt.
Het postkantoor zorgt, dat de aanvrage de Directie
bereike, die, op hare beurt — verzet zich niets tegen
de terugbetaling — den belanghebbende een order van
betaling doet toekomen, waarop hij de verlangde som.
-ocr page 32-
ao
tegen kwijting van dat stuk, ten kantore, door hem
zelven aangewezen, kan ontvangen.
Op elke order van betaling wordt het tegoed vermeld, hetwelk
den inlegger volgens zijne, ter Directie aangehouden, rekening-
courant overblijft, na aftrek van het hem, op die order, uittebetalcn
bedrag. Hierdoor kan do geldopnemer nagaan, of voor-
noemdo rekening-courant al dan niet sluit met bet tegoed
in zyn boekje aangewezen.
Ontdekt hij verschil, dan geve
hij der Directie hiervan onverwijld kennis.
Ofschoon de wet der Directie eene tijdruimte toelaat van 14 dagen,
binnen welke zij aan elke opvraag van gelden heeft te voldoen, gaat
zij daartoe reeds zoo spoedig mogelijk — doorgaans binnen 2 a 3
dagen — over, overtuigd als zij is, dat zij daarmede, in vele gevallen,
de inleggers kan gerieven.
Evenals men overal in den lande kan inleggen (zie op bh. 4);
zoo kan men ook overal zijn geld terug krygen.
Wenscht men uitbetaling van het aangevraagd bedrag elders
dan aan het kantoor van zijne woonplaats, dan moet op de aan-
vrage duidelijk vermeld zijn : het adres, waaraan het betalingsstuk
moet worden gezonden, en, als het uitbetaling aan een\' gemachtigde
geldt, ook diens adres.
De orders van betaling zijn 4 weken geldig. Na het
verstrijken van dien termijn zijn zij nietig, en kan te-
rugbetalmg alléén verkregen worden, door eene nieuwe
aanvrage intedienen.
Wanneer — gelijk gebeuren kan — bij de ontvangst van de ge-
wenschte order van betaling de oorzaak, die tot de aanvraag van
gelden heeft geleid, niet meer aanwezig mocht zijn, m. a. w. wanneer
men de aangevraagde gelden niet meer noodig mocht hebben, behoeft
men van het betalingsstuk niet noodwendig gebruik te maken, maar
kan men het aan het postkantoor, of aan de Directie, met opgaaf
van redenen, doen teruggeworden.
-ocr page 33-
21
Terugbetaling op boekjes ten name van meer dan één
persoon
kan, alleen op verzoek of met medewerking
van allen, of aan den gemachtigde van allen geschieden
(zie op blz. 7 en 22.)
De Wetgever heeft, door minderjarigen en gehuwde
vrouwen als inleggers bij de Uijkspostspaarbank toete-
laten (zie op blz. 7) hen ook bekwaam verklaard om
zelf terugbetaling te erlangen (dus tot het zelfstandig
verrichten eener rechtshandeling) doch heeft tevens ook
aan de wettelijke vertegenwoordigers der eerstgenoemden
(vader, voogd enz.) en de echtgenooten der laatstgc-
noemden de bevoegdheid toegekend, om tegen terug-
betaling aan de hier bedoelde personen verzet aante-
teekenen.
De rechtstoestand van deze categorie der zoogenaamde „personae
miserabiles" is dus, met betrekking tot het inleggen en terughalen van
gelden bij de Rijkspostspaarbank, een geheel andere dan die waarin
zij, ten aanzien hunner overige goederen, volgens de regelen van
ons Burgerlijk Recht verkeercn.
Het is overigens wel niet twijfelachtig, dat hoe algemeen ook, in
de wet, de uitdrukking «minderjarigen" mocht luiden, daarmede niet
anders kunnen bedoeld zijn, dan dezulken, in staat tot handelen.
Voornoemd verzet moet schriftelijk gedaan worden
bij de Directie der Spaarbank, die daarvan bericht van
ontvang geeft, en ook mededeeling doet aan de titu-
larissen der boekjes, waarop alzoo terugbetaling ver-
hinderd is.
Aan de gehuwde vrouw wordt intusschen de gelegenheid gegeven,
de bevoegdheid van haren echtgenoot tot het doen van verzet, te
betwisten. Immers het zou kunnen zijn, dat zij, bij haar huwelijk,
ingevolge art. 195, 3c lid, v/h B.W., zich het beheer harer goederen
had voorbehouden.
-ocr page 34-
22
De inleggers kunnen op de keerzijde der tormulieren
„aanvrage om terugbetaling" „quitantie" en „order van
betaling" ook iemand machtigen, tot het in ontvangst
nemen der teruggevraagde gelden. Ook kan, tot dat
doel, eene doorloopende volmacht worden afgegeven.
Ten gerieve der belanghebbenden zijn formulieren
van zoodanige volmacht, op aanvrage aan de Directie
der spaarbank, kosteloos te bekomen. Ze zijn, evenals
alle andere akten en stukken, noodig voor de terug-
betaling van spaarbankgelden, vrij van zegel- en regis-
tratierechten. (zie op blz. 38).
De inrichting der hiervóór vermelde stukken maakt het alzoo
mogelijk, dat iemand een of ander lid van zijn gezin, of wien ook,
in de gelegenheid stelle om, bij zijne afwezigheid, over het in de
spaarbank geplaatst bedrag te beschikken, hetzij slechts tot eene
aangewezene, hetzij tot eene onbepaalde som.
De inlegger, die om een of andere reden nog niet zijne handteekening
ten kantore deponeerde, zij er op bedacht, dat hij bezwaarlijk iemand
zal kunnen machtigen om te zijnen behoeve op zijn boekje gelden
te gaan ontvangen. Immers, in dergelijk geval, bezit de postambtcnaar
geen enkel bewijs, dat hij, die de machtiging gaf, de daartoe bevoegde
persoon is. Voorts dient nog opgemerkt, dat de gemachtigde, ter
bekoming van terugbetaling, moet kunnen schrijven.
Terugbetaling kan ook worden verkregen in hoe-
danigheid van wettelijken vertegenwoordiger van den
inlegger, krachtens de bepalingen van ons Burgerlijk
Wetboek, bijv. in qualiteit van vader of voogd; in die
van moeder-voogdesse (zie ook op blz. 37) over een
minderjarige; in die van curator in een faillieten boedel
of over onder curatecle gestelde personen, enz. . .
Aan de, door deze vertegenwoordigers, te stellen
handteekening op de stukken, noodig tot het erlangen
-ocr page 35-
23
van terugbetaling, moet de vermelding van de hoe-
danigheid, waarin de terugbetaling gevraagd wordt,
voorafgaan.
De hier bedoelde personen behooren hunne bevoegdheid om voor
den inlegger op te treden, door vertoon van deugdelijke bewijsstukken,
te staven. Wierd zoo maar zonder behoorlijk bewijs van rechts-
bevoegdheid terugbetaald, clan zou een der voornaamste voordeden
der spaarbank, de volstrekte zekerheid der terugbetaling aan den
rechthebbende, denkbeeldig worden gemaakt.
Bestuurders eener Vereeniging enz., op naam waarvan
een spaarbankboekje is genomen, kunnen bepalen, dat
alleen aan hen terugbetalingen mogen plaats vinden.
De aanvragen daartoe moeten dan door alle leden
van het bestuur geteekend worden.
Natuurlijk kunnen zij ook een\' gemachtigde aanstellen,
door middel van eene algemeene of speciale volmacht
(zie op blz. 22).
Zulk eene machtiging blijft van kracht, tot het bestuur
die schriftelijk heeft ingetrokken.
Met het oog op het doel, dat aan het stellen der handteekening
in het register (zie op bl. 6) ten grondslag ligt, moet, zoo een
nieuwe gemachtigde wordt aangewezen, deze in het register teekenen,
en is een nieuwe machtiging, als bewijs der opdracht, noodig.
Wie terugbetaling wenscht door tusschenkomstvan een\'1
postbode (zie op blz. 6), geve aan dezen, desverlangd
tegen ontvangbewijs, zijn boekje mede ter overbrenging
naar het naastbijgelcgen post-of hulpkantoor, dat voor
den dienst der spaarbank is aangewezen.
Verlangt men eene terugbetaling, die dadelijk (zie
op blz. 18), d.i., in het gegeven geval, per keerenden
bode kan geschieden, dan wordt dezen, door voornoemd
kantoor, het aangevraagde geld, met het boekje, waarop
-ocr page 36-
•24
het geld als terugbetaald werd ingeschreven, medege-
geven, ter uitreikinsr aan den belanghebbende, tegen
voldaanteokoning eener quitantie.
Geldt het eeno terugbetaling, die alléén op machtiging
der Directie
kan worden verkregen (zie op blz. 19), dan
vraagt de inlegger die aan, op een daartoe bestemd
formulier, hetwelk de bode bij zich drangt.
De aanvraag wordt door den bode naar bot kantoor
der posterijen medegenomen, ter opzending aan de
Directie.
Het, hierop door die Directie at\'tegcven, betalingsstuk,
wordt den inlegger rechtxtreekt; toegezonden.
Het kantoor, dat van die toezending bericht ontvangt,
geeft, zoodra mogelijk, met den postbode mede: de
aangevraagde som, met het boekje, ter uitreiking aan
den belanghebbende, die het betalingsstuk voor voldaan
teekent, en dit in handen van don bode laat.
Ook de tusschcnkomst der brievenbestellers ten
plattelande, voor zooveel de zoogenaamde buitenwijken
betreft, kan, ter verkrijging van terugbetaling, op ge-
lijke wijze als hiervóór omschreven, worden ingeroepen.
Inleggers, die niet schrijven kunnen, teekenen met
een kruisje, gewaarmerkt door twee getuigen, in bijzijn
van don bode. Zij kunnen niet als gemachtigden optreden.
Terugbetaling (mits niet van het geheele tegoed) kan
ook, op werkdagen, |>er telegraaf worden aangevraagd,
on langs dienzelfden weg worden verkregen, in plaatsen,
waar, nevens oen kantoor der posterijen, een rijks-
telegraaf- of telcphoonkantoor bestaat.
Men lette hier op het woord rjjkstclcgraa f kantoor; want er zijn
ook plaatsen, waar alléén een telegraaf kantoor eener bijzondere
onderneming is gevestigd, plaatsen dus, welke niet te rangschikken
-ocr page 37-
25
zijn onder die, welke de gelegenheid openen tot bespoedigde over-
brenging van geldaanvragen en van de, daarop door de Directie der
spaarbank aftegeven, betalingsstukken.
Wie terugbetaling per telegraaf verlangt, vervoege
zich, met zijn boekje, aan het kantoor der posterijen
zijner woonplaats, of aan dat van zijne tijdelijke ver-
blijfplaats, vuile daar oen gewoon formulier „aanvrage
om terugbetaling" (zie op blz. 19) in, en betale de
seinkosten van die aanvrage, benevens die voor de
telegraphische overbrenging van de order van betaling.
Het kantoor der posterijen zorgt, dat die aanvrage
ter overseining naar de Directie te AMSTERDAM, het
telegraafkantoor bereik e.
Het bedrag der seinkosten wisselt naar gelang van het aantal
woorden, voor de aanvrage te bezigen, doch gaat doorgaans 20 a. 25
woorden niet te boven. In den regel zullen die kosten dus niet
meer bedragen dan 40 a 49 cent, terwijl, als kosten van het vooruitbetaald
antwoord, voor de telegraphische overbrenging der verlangde order
van betaling, een vaste som van 49 cent wordt geheven.
De hiervóór vermelde seinkosten worden verlaagd resp. tot 25 en
30 cent voor de zoogenaamde locaal-telegrammen, d. z. telegrammen,
die tusschen een rijkskantoor en de in dezelfde gemeente bestaande
bijkantoren worden gewisseld.
Wenscht men de overbrenging op den voet van een dringend
telegram, dan betaalt men dubbel telegraaftarief.
Aan de hier bedoelde aanvraag om terugbetaling wordt
door de Directie der spaarbank onverwijld gevolg
gegeven, indien althans daartegen geen bezwaar bestaat.
Indien daartegen wel bedenking mocht rijzen, dan wordt
het kantoor, dat de aanvrage afzond, hiervan per telegraaf,
ter mededeeling aan den belanghebbende, verwittigd,
on per post, wanneer slechts voor een gedeelte aan de
aanvrage kan worden voldaan.
-ocr page 38-
26
Is laatstbedoeld geval aanwezig, bijv , wanneer méér wordt op-
gevraagd dan volgens de rekening-courant ter Directie kon geschieden,
zoo wordt aldaar een order van betaling opgemaakt, tot een bedrag
weinig beneden het tegoed, hetwelk den aanvrager toekomt. Het
bevonden verschil tusschen aanvrage en rekening kan dan daarna
worden opgelost.
De geldopnemer zij er op bedacht, dat de telegraphische aanvrage
— al is die, naar den gewonen loop van zaken, tijdig genoeg aangeboden
om vóór de sluiting der Directiebureelen (4!/^ u, \'s av.) aldaar te kunnen
aankomen — pas later hare bestemming kan bereiken, in welk geval
die aanvrage, terstond bij den aanvang van den eerstvolgenden dienst,
(9 u. voorm.) in behandeling wordt genomen.
Voorts zij hier nog opgemerkt, dat er, meer nog dan bij gewone
terugbetalingen, voor den postambtenaar alle aanleiding bestaat, het
identiteitsonderzoek naar den geldopnemer te doen plaats hebben,
speciaal ten aanzien van houders van boekjes, die elders zijn uitgegeven,
en ten aanzien van terugbetalingen, die per post (zie hieronder) of
bij een ander kantoor zijn aangevraagd.
Men zorge dus met ecnig identiteitsbewijs gewapend te zijn, wil
men zich niet bloot stellen aan de mogelijkheid, dat de postambtenaar
tegen terugbetaling bezwaar make.
Men kan ook alléén de overbrenging per telegraaf
van de order van betaling verlangen. In dat geval
voegt men bij zijne aanvrage om terugbetaling (het
gewone formulier), welke aan de Directie per post wordt
toegezonden, een bedrag van 49 cent in teley rawzegels.
Indien de telegraphische aanvrage om terugbetaling
wordt gedaan op een hulpkuntoor der posterijen, en
aldaar de kas ontoereikend mocht zijn, om tot dadelijke
uitbetaling te kunnen overgaan — iets waarmede de
Directie al aanstonds op de betrekkelijke aanvraag in
kennis wordt gesteld — dan kunnen de verlangde
gelden per verste pmtgelegenheid door het hoofdkantoor,
-ocr page 39-
27
waaraan in het bedoelde geval de aangevraagde order
van betaling wordt gericht, den Brievengaarder, ter
uitreiking aan deu belanghebbende, worden toegezonden.
Terugbetaling op boekjes ten name van overledenen
geschiedt onder toepassing van de bepalingen van ons
Burgerlijk Recht.
Zij, die meenen aanspraak te kunnen maken op na-
gelaten spaarpenningen, geven hiervan kennis aan het
postkantoor hunner woonplaats, of rechtstreeks aan de
Directie der spaarbank, onder mededeeling van al die
inlichtingen, welke, tot staving van hun goed recht,
kunnen strekken.
Heeft de overledene een testament nagelaten, dan
worde dit overgelegd.
Wanneer de verkregen inlichtingen geen feitelijke
of juridische onjuistheden bevatten, wanneer zich, in
één woord — naar het oordeel van den Directeur der
Rijkspostspaarbank — niets tegen de terugbetaling
verzet, dan wordt daartoe order gegeven, door toezending
van een betalingsstuk, hetwelk door alle erfgenamen
moet worden geteekend.
Heeft de erflater een executeur-testamentair benoemd, en
aan dezen het recht van inbezitneming der nagelaten goederen
toegekend, dan kan die titularis voor de erfgenamen, optreden.
In alle gevallen waarin de ontvangen gegevens,
waaruit de rechtsbevoegdheid van de personen, die zich
om terugbetaling aanmelden, zou moeten blijken, der
Directie niet afdoende toeschijnen, wordt, ter verkrijging
dier terugbetaling, de overlegging gevorderd van eene
akte van erfrecht, afgegeven door een\' kantonrechter of
een\' notaris.
(Zie voor zegel- en registratierecht op blz. 38)
Vermits, op grond van art. 881 van ons Burgerlijk Wetboek, de
-ocr page 40-
2s
erfgenamen de afgifte der, in de Postspaarbank belegde, som kunnen
vorderen van de Administratie, die voor de uitkeering aansprakelijk
is, keert die instelling alléén uit aan de erfgenamen, of aan de, voor
dezen, rechtens in de plaats tredenden.
Tegen de uitkeering van nagelaten spaargelden, met voorbijgang
van eerstbedoetde personen,
aan anderen, die een wettelijk verhaal
zouden kunnen doen op die gelden, bestaat dus bezwaar.
Een Armbestuur bijv., welks recht tot verhaal der kosten van
verpleging en begrafenis van een verpleegde op de, door dezen, bij
de spaarbank belegde som [zie art, $o der wet van 2$ Juni 1X54
fStbl. 110. 100J, zooals zij is gewijzigd bij de wet van 1 funi 1870
(Stbl. 110. Ss)J
onbetwistbaar schijnt, zoude, o, i. zijne rechten op
die som moeten doen gelden, niet tegenover de spaarbank, maar
tegenover de erfgenamen van den verpleegde.
RENTE.
De Rjjkspostspaarbank koert voor de bij haar inge-
legde gelden een jaarlijkschc rente uit van 2.64 gl.
ten honderd, overeenkomende met 11 cent van elke
100 gulden in eene halve maand.
Deze betrekkelijk lage rente schijnt menigeen nog te weerhouden
om als inlegger toetetreden. Men denke hier echter aan het hoofd-
beginsel, dat bewaren en teruggeven doel is der spaarbank,
waarbij de rente nevenzaak wordt, en neme in aanmerking, dat, bij
de voortduring van eenen zoo lagen rentevoet, als sedert lang algemeen
wordt waargenomen, vele particuliere spaarbanken hare rente zullen
moeten verminderen.
Menige instelling van dien aard ging trouwens daartoe reeds vóór
lang over (ook de belangrijke spaarbank voor de stad Amsterdam
verlaagde die rente tot 2.64°.^), zoodat het verschil van voordcel in
de belegging gaandeweg minder wordt of — zooals bij de hiervóór
genoemde spaarbank het geval is — reeds geheel is verdwenen. Ook
wegen, o. i., het nationaal karakter der postspaarbankboekjes
(zie blz. 4) en andere faciliteiten voor het inleggen en terughalen
-ocr page 41-
2!»
van gelden verleend, wel op tegen eene kleinigheid meer rente, die
elders wordt verkregen. Wij merken dit niet op ten nadeele der
vele goed georganiseerde en goed beheerde particuliere zusterinstel-
lingen, doch alléén ter bestrijding van het hiervóór vermelde argu-
ment, dat inderdaad menigeen nog van de rijkspostspaarbank terug-
houdt.
Overigens wenschen wij voor niemand ondertedoen in waardecring
van de belangeloo/.e toewijding, waarmede zoo velen tijd en moeite
veil hebben om, langs den weg van het spaarbankwezen, een waar-
achtig volksbelang te behartigen.
Wanneer het tegoed des inleggers, op één of meer
boekjes verkregen,
hetzij door inlagen, hetzij tengevolge
der daaraan toegevoegde rente, een totaal bedrag van
f 800 heeft bereikt, wordt van verdere bedragen geene
rente uitgekeerd.
De rente begint reeds van eiken gulden te loopen:
op den lstl" of op den 16\'Ju" der maand, welke volgt
op den dag, waarop de inleg is geschied.
Onderdeden van een gulden blijven renteloos. Bij
de renteberekening worden gedeelten van een cent
verwaarloosd, en wordt elke maand op 30 dagen ge-
stol d.
Voor teruggevraagde gelden is geene verdere rente
verschuldigd dan tot en met den 15den of den laatsten dag
der maand, welke den dag, waarop wordt terugbetaald,
voorafgaat.
De rente wordt elk jaar in het spaarbankboekje bij-
geschreven, hetwelk daartoe in de maand, overeenkomende
met die waarin het is genomen,
desverlangd door tusschen-
komst van het kantoor der posterijen of den postbode
(zie op blz. 6.), en tegen bewijs van overneming, aan
de Directie te Amsterdam moet worden opgezonden.
-ocr page 42-
30
Is de inlegger te dien aanzien nalatig gebleven, dan
wordt hij aan die opzending door de Directie herinnerd.
Uiteraard wordt tot die herinnering pas overgegaan na verloop
van de maand, waarin het boekje moest zijn ingezonden.
Velen meenen de uitnoodiging tot inzending te moeten afwachten,
alvorens daartoe te kunnen overgaan, ja sommigen geven er vaak
hunne bevreemding over te kennen, in:lien die uitnoodiging langer
dan gewoonlijk — iets, wat bij buitengewone drukte allicht gebeuren
kan — uitblijft.
Dit is een dwaalbegrip. De inlegger behoort er zelf voor te
zorgen, dat zijn boekje de Directie bereike, tot het doen bijschrijven
der rente.
Dat hij daaraan, bij verzuim, wordt herinnerd, is hoofdzakelijk
daarom, wijl de Directie er hoogen prijs op stelt, dat zoo véél boekjes
mogelijk éénmaal \'s jaars in hare handen komen, niet zoozeer om
daarop de rente te kunnen bijschrijven (op de betrekkelijke rekc-
ningen toch, wordt zij reeds in het begin des jaars uitgetrokken) dan
wel, ten einde in staat te zijn, om de daarin vermelde posten te
kunnen vergelijken met die, op de betrekkelijke rekeningen-courant
geboekt, naar de gegevens haar, door de kantoren der posterijen
verstrekt. Een maatregel, die als controle-middel uitstekend werkt.
Overigens heeft het stellen van een bepaald tijdstip voor de in-
zending van boekjes, tot het daarin opnemen der rente, ten doel :
opéénhooping dier boekjes ter Directie te voorkomen en, als gevolg
daarvan, vertraging in de terugzending dier boekjes te vermijden.
Het, te dier zake, voorgeschrevene bevordert ook in hooge mate
eene zekere regelmaat in de werkzaamheden, aan het bijschrijven
der rente verbonden.
De rente, aau het tegoed des inleggers toegevoegd, is
die, welke op 31 December van het laatstverloopen jaar
werd verkregen. Zij wordt met den eersten dag van
het nieuwe jaar rentegevend.
Een boekje, bijv. in November 1892 uitgegeven, zal dus in die
-ocr page 43-
31
maand van het jaar 1893 moeien worden ingezonden, ter bijschrij-
ving der rente, welke over het jaar 1892 werd gemaakt.
Op een in de laatste helft van December 1892 uitgereikt boekje
hetwelk, overeenkomstig het voorafgaande, in diezelfde maand van
het volgend jaar tot voornoemd doel behoort te worden ingezonden,
zal dus een rentebedrag van „nihil" moeten worden vermeld.
Velen zien, bij het nacijferen van het hun tegoedgeschreven rente-
bedrag, het hiervóór vermelde voorbij. Zij berekenen de rente dik-
wijls tot aan den dag, waarop hunne boekjes werden ingezonden.
Men lette op den stempelafdruk, gesteld ter zijde van het rentecijfer,
dat in het boekje werd aangeteekend.
De boekjes, die, ter rentebijschrijving, bij de Directie
zijn ingekomen, worden, nadat die handeling aldaar is
verricht, zoo spoedig mogelijk aan de inleggers weder
teruggezonden.
De organisatie der instelling gedoogt niet altijd : de gelijktijdige
terugzending van gelijktijdig ontvangen boekjes. Het is zelfs
mogelijk, dat vroeger ontvangen boekjes pas kunnen worden
teruggezonden na later ontvangene. Dit geval kan zich o. a.
voordoen met die boekjes, waarop even vóór de toezending nog eene
handeling (inleg of terugbetaling) plaats vond. Dan toch kan het
gebeuren — in verband met den verantwoordingstermijn der post-
kantoren — dat die handeling eerst na verloop van eenige dagen ter
kennis van de Directie komt, en tot zoolang moet met de vaststelling
van het tegoed worden gewacht.
Men make zich dus over eenige vertraging in de terugontvangst
van eenig boekje niet noodeloos ongerust.
Natuurlijk kunnen, gedurende den tijd dat de boekjes
tot bovengenoemd dool bij do Directie berusten, daarop
geene inlagen en terugbetalingen plaats vinden.
In de maand Januari wordt ter Directie de rente bijgeschreven
op alle rekeningen-courant; een omvangrijke arbeid, waartoe, wel is-
waar, hulppersoneel wordt gebezigd, doch wat niet voorkomt, dat
het gewone werk eenigen tijd moet worden ter zijde gelegd. Boekjes,
-ocr page 44-
:-J2
welke in die maand, ter opneming van den interest, worden inge-
zonden, zijn dus blootgesteld aan vertraging in de terugzending.
Aantebcvelen is het derhalve, die inzending niet in de eerste dagen
van het jaar te doen plaats hebben.
Voorts zij hier nog aangestipt, dat meermalen in de boekjes, die
ter bijschrijving van rente bij de Directie worden ontvangen, bank-
of muntpapier, ja zelfs zilvergeld wordt aangetroffen, blijkbaar daarin
gelegd met de bedoeling om het geldswaardig bedrag dier stukken,
op die boekjes, als inleg te doen inschrijven.
Tegen die insluiting van geldswaardig papier dient te
worden gewaarschuwd. Eerstens, omdat zij gevaar voor verlies
oplevert; tweedens, omdat de centrale Directie zich met het doen
van inlagen, ten behoeve der inleggers, niet kan belasten. Aan haar
is het algemeen administratief helieer der instelling opgedragen, terwijl
— gelijk uit het vermelde op blz, 4 blijken kan — voor het in
ontvangst nemen van inleggelden de kantoren der Posterijen zijn
aangewezen.
Uitkeering dor loopende route geschiedt alléén, wan-
neer het geheele tegoed wordt teruggevraagd. Die rente
wordt, met inachtneming van de wettelijke renteter-
mijnen (zie op blz. 29), berekend tot den dag, volgende
op dien, waarop de toezending van de order van be-
taling plaats vindt.
Behoudens het geval, waarin het hier bedoeld betalingsstuk niet
wordt aangeboden, ter inning van het daarop vermelde bedrag (zie
op blz. 20), kan de inlegger, al houdt hjj dat stuk eenigen t\\jd
onder zich. op gecne hoogere renteuitkeering aanspraak maken.
Het is gebleken, dat velen, die hun\' boekjes lieten afbetalen,
later op nieuw inleggers werden. Zij, die aldus handelen, zien voorbij,
dat, zoo zij ook maar cene kleinigheid op hun\' boekje laten staan,
ilit hun het vervullen der formaliteiten, verbonden aan het ver-
krijgen van een nieuw boekje, bespaart.
-ocr page 45-
33
Internationale Dienst
Tusschon Nederland en België is ceno overeenkomst
gesloten, waardoor liet mogelijk is:
1°. liet tegoed, te vorderen op een Nederlandsen post-
spaarbankboekje <rchoel of gedeeltelijk, op een Bel-
gisch boekje, (uitgegeven door de algemeene spaar-
en pensioenkas te; Brussel), en omgekeerd, zonder
kosten
te doen overschrijven;
2°. op een Nederlandsch boekje in België, en op een
Belgisch boekje in Nederland kosteloos, goheel of*
gedeeltelijk, terugbetaling te erlangen.
De herleiding der Nederlandsche in de Belgische munt,
en omgekeerd, geschiedt nanr den maatstaf van 1 gulden
gelijk 2 francs H\\ centimes.
Het verzoek om overdracht van gelden moet gedaan
worden, in dubbel, aan een kantoor der posterijen, op
een formulier, aldaar kosteloos verkrijgbaar, en tegen
afyifte van het boekje.
Binnen weinige dagen daarna wordt den belang-
Bebnsch
hebbende medegedeeld, dat het ^ , , j , boekje,
ten bedrage der verlangde som, op vermeld kantoor
te zijner beschikking is, welk boekje hem wordt ter
hand gesteld, zoo noodig, tegen overlegging van stukken
tot sta vin»\' van zijne identiteit. Geldt het de over-
ilracht van het geheele tegoed des inleggors, dan wordt
de loopende rente, welke in het nieuwe boekje in de
overgeschreven som wordt begrepen, berekend tot <koi
hef einde der maand,
waarin de overdracht gevraagd is.
Wordt echter vóór dien tijd nog geld teruggehaald,
-ocr page 46-
84
dan wordt de rente evenredig: verminderd, te rekenen
van den lsten of 16den van de maand vóór den dag
der terugbetaling.
Bij overdracht van een gedeelte van zijn tegoed, ont-
vangt de inlegger, niet het nieuwe boekje, ook het
oorspronkelijk boekje, waarin de overgedragen som
vermeld wordt, terug.
De bijzondere voorwaarden betreffende terugbetalingen
, . ,, „ ..., Nederlandsch
(zie blz. y), welke bij net nemen van het-----ö T-"—1—
boekje, mochten zijn bedongen, worden in het nieuwe
boekje overgenomen, tenzij hij, die ze stelde, ze wenscht
opgeheven te zien.
Wenscht men in Nederland geheele of gedeeltelijke
terugbetaling op een Belgisch boekje, of in België
gelijke terugbetaling op een Nederlandsch boekje, dan
ver voege men zich aan een kantoor der Posterijen,
voor den dienst der spaarbank aangewezen, teekene
aldaar, op een daartoe bestemd formulier, eene aanvrage
om terugbetaling, en geve zijn boekje tegen ont-
vangbewijs af.
Er wordt niet dadelijk terugbetaald.
Altijd zullen er eenige dagen moeten verluopen, alvorens de
inlegger in het bezit van het verlangde geld komt, wijl het boekje
moet worden opgezonden naar de Directie der spaarbank, die het
heeft uitgegeven, opdat daar het tegoed kunne worden vergeleken
met de betrekkelijke rekening-courant.
Bestaat er geen bezwaar tegen de aanvrage des
inleggers, dan krijgt hij, weinige dagen na de indiening
dier aanvrage, eene uitnoodiging om het verlangde
geld en, zoo het eene gedeeltelijke terugbetaling betreft,
-ocr page 47-
35
ook zijn boekje ten postkantore zijner woonplaats in
ontvangst te komen nemen.
De toezending van de hier bedoelde boekjes aan de
Directie der spaarbank van het land, waar zij zijn
uitgegeven, ter bijschrijving van de rente, geschiedt
kosteloos door tusschenkomst der postkantoren.
Enkele wetsartikelen en bepalingen, waarvan de
kennisneming voor sommige inleggers van
belang1 kan worden geacht.
Volgens het 2e lid van art. 20 der wet van 2G November
1847 (Stbl. no. 69), is niemand verplicht zilveren pasmunt
(stukken van 25, 10 en 5 cent) tot een hooger bedrag
dan van f 10 in betaling aantenemen.
Voor bronzen pasmunt bedraagt dat maximum, inge-
volge art. 5 der wet van 28 Maart 1877 (Stbl. no. 43),
25 cent.
Bijzondere voorschriften, afwijkende van voornoemde wetsbepalingen
zijn aan de postkantoren niet verstrekt, zoodat deze ook voor
hen gelden.
Verpanding van het tegoed op spaarbankboekjes is
nergens verboden.
Om het pandrecht echter van kracht te doen zijn,
moet het gevestigd worden volgens het nieuwe artikel
1199 van ons Burgerlijk Wetboek, vastgesteld bij de
Wet van 8 Juli 1874 (Stbl. no. 95), door eene kennis-
geving, in den vereischten vorm, van den pandnemer
aan den Directeur der Rijkspostspaarbank.
Komt de pandgever te overlijden, vóórdat zijne schuld is afbetaald,
dan zal o. i., de uitbetaling van het tegoed, mits niet hooger dan het
beloop der schuldvordering, aan den schuldeischer kunnen geschieden.
Zij, die dikwijls genoegen nemen met eene zoogenaamde «verklaring
-ocr page 48-
116
wegens borgstelling" — gelijk reeds meermalen door ondergeschikten
in
cene of andere betrekking werd afgegeven — welke verklaring
veelal slechts inhoudt: eene eenzijdige, zuivere machtiging aan derden,
om het, als zekerheidsstelling, op een spaarbankboekje gestort
bedrag te kunnen opvorderen, ten einde bijv. boeten en schade-
vergoedingen op deze gelden te verhalen, behooren te bedenken, dat
zoodanige machtiging kan worden herroepen.
Gewapend met zoodanige verklaring, en in het bezit van het
boekje, wordt somtijds — doch ten onrechte — aan het bestaan
cener pandovereenkomst gedacht.
Het is daarom wenschelijk, den inhoud van dergelijk stuk of
dergelijke akte, behelzende eene overdracht der geldvordering onder
zekere, hier bedoelde, omstandigheden, vooraf aan het oordeel van
den Directeur der Rijkspostspaarbank te onderwerpen.
De inleg bij spaarbanken tot een bedrag van /"800
is vrijgesteld van het recht van overgang bij overlijden
[art. 7 der wet van 31 Dee. 1883, (Stbl. no. 263).J
Minderjarigen, die in eenig gesticht van weldadigheid
zijn opgenomen, zijn onder de voogdij van de regenten
van dat gesticht, zoolang zij zich daarin bevinden, of
daartoe behooren. (art. 421 van ons 13. W.)
De hier bedoelde voogdij blijkt, naar de meening van een groot
aantal gezaghebbende juristen, te zijn: eene werkelijke voogdij, en
dus niet eene, naast de eigenlijke voogdij bestaande, aan haar onder-
geschikte bewindvocring.
Het toezicht en het bestuur van den wettigen, testamentairen of
benoemden voogd dier minderjarigen houden op, zoolang de band
tusschen deze en het gesticht bestaat.
Op grond hiervan zou, o. i. aan de aanvragen om
terugbetaling van het college van Regenten, op een
boekje ten name van een verpleegde, gevolg kunnen
worden gegeven.
-ocr page 49-
37
Wanneer de moeder, in de voogdij bevestigd, tot
een volgend huwelijk overgegaan is, wordt haar echt-
genoot van rechtswege medevuogd en zijn beiden aan-
sprakelijk wegens handelingen, de voogdij betreffende
(art. 406 van ons B. \\V.).
Indien dus zoodanige moeder-voogdesse terugbetaling mocht
verlangen op een boekje van haar minderjarig kind uit vorig huwelijk,
zal de aanvrage om terugbetaling ook door haren echtgenoot, als
medevoogd, moeten worden onderteekend.
Volgens art. 33 der Wet van 27 April 1884, (Stbl.
no. !10) tot regeling van het Staatstoezicht op krank\'
zin iiigcn, wordt, zoo noodig, de waarneming der belangen
van een verpleegde in een krankzinnigengesticht aan
een\' door de rechtbank te benoemen provisioneelen
bewindvoerder opgedragen, en kan de vrouw van een\'
verpleegde als zoodanig in aanmerking komen.
bewindvoerster
In quahteit van ,-----—— - kan men echter geen andere daden
bewindvoeider
dan van zuiver beheer verlichten, tenzij op machtiging van den
kantonrechter.
Overeenkomstig die bepalingen, zou dus c. q. aan de vrouw of
aan een ander alleen terugbetaling Op een boekje ten name van
haren krankzinnigen echtgenoot ,                   , . ,                       zij ,
--------------------- —.— ----- kunnen geschieden, wanneer — - als
een\' krankzinnige                                                              hij
bewindvoerster                ,                         . .. ,., .            , .
, ----------------Kan optreden,en tevens — indien althans ae opvordert/tg
bewindvoerder
eener inschuld niet als een daad van zuiver beheer kan worden
beschouwd
— door den kantonrechter, tot terugvordering van het
saldo tegoed op zoodanig boekje gemachtigd werd.
Volgens art. 982 van ons B. W., kunnen, bij een
enkel onderhandsch, door den erflater geheel geschreven,
gcdagteekend en onderteekend stuk, zonder verdere
formaliteiten, beschikkingen na doode worden gemaakt,
doch alleen en bij uitsluiting, ter aanstelling van
-ocr page 50-
38
executeuren, ter bestelling van begrafenis, tot liet
maken van legaten van kleederen, van lijfstoebehooren,
van bepaalde lijfsier ad en en van bijzondere meubelen.
Niet zelden echter worden in de boekjes schriftelijke verklaringen
aangetroffen, waarbij de inleggers verlangen, dat hun saldo-tegoed,
na hun overlijden, aan een of meer door hen aangewezen personen
zal worden uitgekeerd. Deze vorm van beschikking na doode
moet worden ontraden.
Eerstens en vooral, wijl de Postspaar-
bank slechts uitkeert aan hen die, na deugdelijk onderzoek, blijken
zullen, volgeus de regelen van ons Burgerlijk Recht, erfgenamen of
rechthebbenden krachtens anderen titel te zijn; tweedens, omdat.
op grond van voornoemd wetsartikel, de rechtsgeldigheid van zoo-
danige verklaring, welke toch slechts het karakter draagt van het
daar bedoeld onderhandsch stuk, kan worden betwist.
Kracbtens Koninklijk besluit van 19 Januari 1882
no. 17, is vrijstelling van zegel en registratierechten
verleend voor alle akten en stukken, noodig voor den
inleg van gelden in- en de terugbetaling daarvan door
de Rijkspostspaarbank, mits in of op die akten of
stukken van die bestemming melding worde gemaakt,
en daarop gesteld worde :
Vrij van zegel en van het recht van registratie,inge-
volge Koninklijk besluit van 19 Januari 1882 no. 17."1
Bij Koninklijk besluit van 27 Juli 1881, no. 30, is
bepaald, dat een gedeelte van bet handgeld, toetekennen
aan personen, die zich als soldaat-schrijver bij de
Militaire Administratie van het leger in Nederlandsch-
Indië verbinden, te hunnen name bij de Rijkspost-
spaarbank zal worden belegd,
Over den inleg en de daarop verschenen rente kan niet worden
beschikt, dan nadat de belanghebbende daartoe machtiging van den
Minister van Koloniën zal hebben bekomen, bij wien de boekjes
in bewaring blijven.
a. ///<?
-ocr page 51-
Bij H. GERLINGS Amsterdam, verscheen:
P. J. F. du BOIS.
Naai\' aanleiding van het tienjarig bestaan
der Rijkspostspaarbank, ƒ 0.40.
Oordeel der pers
Amsterdamsche Courant.
In \'t kort, eene brochure, die wij gaarne ter lezing en
bestudeering aanbevelen.
Het Vaderland.
Hoogst lezenswaardige beschouwingen niet alleen voor
allen, dip in de schoone instelling, welke hel geldt, belaDg
stellen, doch in de eerste plaats voor hen, die geroepen zijn,
misschien reeds eerlang tot wijzigingen in de wet van 1880
mede te werken.
Utrechtsen Prov. en Sted. Dagblad.
Het geheel vormt eene belangrijke studie, die den
vrienden dor Rijkspostspaarbank zonder twijfel zeer welkom
zal zijn.
Algemeen Handelsblad.
Wij wsnschen het nuttig geschriftje in veler handen.
Dagblad v. Zuid-Holland en \'s Hage.
Geschriften als deze brochure kunnen, tot bevordering
van het sparen, krachtig medewerken.
Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Een zeer nuttig boekje, waarin met helderheid uiteen-
gezet wordt, wat er anders en wat er nieuw geregeld zal
moeten worden, opdat de Rijkspostspaarbank, meer nog dan
zij thans reeds is, eene bron van zegen en welvaart worde
voor velen.
De Standaard.
Het boekje bespreekt denkbeelden en bevat opmerkingen,
die zeer zeker wel ter sprake zullen komen, als de kring
waarbinnen de Rijkspostspaarbank thans arbeidt, wordt
uitgebreid.
Limburgsch Nieuwsblad.
Ieder, die het wel meent met eigen welvaart en met
die van anderen, neme bedoeld werkje ter hand.
Middelburgsche Courant.
Het werkje bevelen wij ter kennisname aan bij allen,
die belangstellen in zaken van algemeen nut.
(zie ommezijde)
-ocr page 52-
Nieuwe Financier en Kapitalist.
Een nuttig geschrift, ilat menige behartenswaardige op-
merking ten beste geeft.
De Amsterdammer.
Daardoor is deze brochure eene belangrijke en le/.ens-
waardige studie geworden.
Het Nieuws van den Dag.
Het bevat tal van bijzonderheden, welke in ruimen kring
verspreiding verdienen.
De Nieuwe Groninger.
Tiet onderwerp reeds, afgezien nog van de heldere uit-
eenzetting, verdient aller belangstelling.
Nieuwe Brielsche Courant.
Op duidelijke en onderhoudende wijze wordt hier veel
omtrent een algemeen belang in helder licht gesteld.
Thoolsche Courant.
Wij kunnen de lezing van dit boekje niet genoeg aan-
bcvelen.
Zaanlandsche Courant.
Het bezit zulk een overvloed van bijzonderheden, dat
het de moeite van te lezen ruim beloont.
Rotterdamsch Nieuwsblad.
Behandelt belangrijke vragen, der beschouwing overwaard.
Kamper Courant
Ken boekje van groote waarde.
Nieuwsblad van het Noorden.
Nut zal het stichten, wanneer het slechts algemeen ge-
noeg bekend wordt
De Post.
Een merkwaardig, belangwekkend vlugschrift.
De Kapitalist.
Het bevat eene menigte opmerkingen, die de aandacht
van ieder, die op economisch en sociaal gebied iets goeds
lezen wil, ten volle verdient.
Gelria.
Een aardig boekje, dat o m. een blik geeft in de groote
beteekenis van het kleine, zooals dit zich in het sparen
openbaart.
L\'Union Postale.
Instructive brochure pour ceux, qui s\'intéressent au sujet,
que 1\'auteur a étudié tres sérieusement.
Enz. Enz.