-ocr page 1-
<7b. /M. X/S
ymr^ |/y/$
NEERBOSOH.
HET RAPPORT DER COMMISSIE
BESPROKEN DOOK
H. PIERSON,
Directeur der Heldring-Gestichten.
Ton voordeole van de Weesinriohting te Neerbosch.
\'s-Oravenhage,
W. A. BESCHOOR.
1894.
Prijs 10 Cent. 25 Ex. f 2.—. 100 Ex. f 6.— .
-ocr page 2-
OV RRG E DR ö KT
UIT
DE BODE
der HELDRING-GESTICHTEN
onder redactie van Ds. H. PIERSON,
te Zetten.
Dit blad verschijnt den isden van elke maand
bij den uitgever W. A. Beschoor te \'s-Graven-
hage. Abonnementsprijs f 1.25 per jaargang;
franco per post / 1.37.\'.
BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT UTRECHT
A06000031574068B
3157 406 8
-ocr page 3-
Tot nog toe heeft de Bode over Neerbosch ge-
zwegen en niet zonder reden. Toen de commissie
tot onderzoek werd benoemd, heb ik de redenen
aangegeven, waarom ik daar voor bedankte en
men heeft die geëerbiedigd. Het zou onkiesch
zijn geweest, als ik mij daarin had gemengd. Toen
voorts de heer van \'t Lindenhout herhaaldelijk
in zijn weekblad verklaarde, voorloopig beslist te
blijven zwijgen , heb ik dit mijnerzijds geëerbiedigd
en er ook het zwijgen toegedaan. Met dat al
volgde ik met groote belangstelling al wat dien-
aangaande hier en daar geschreven en gesproken
werd. Thans is het rapport verschenen en de
rechtbank heeft bijna terzelfder tijd uitspraak
gedaan. Voor mij is dus het oogenblik gekomen,
om te spreken zonder vrees van onkieschheid te
worden beschuldigd.
Allereerst breng ik gaarne hulde aan den spoed
der commissie. Zij, die klaagden over hare lang-
zaamheid, weten gewis niet, wat werken is. Als
-ocr page 4-
4
de commissie traag was geweest, zou zij in vier
weken gereed zijn gekomen. Nu zij hard werkte,
had zij veel tijd noodig. Dit is een paradox ge-
wis , maar die gauw begrepen zal worden. Luiaards
zijn spoedig klaar, omdat zij oppervlakkig over
hun taak heenloopen. Zij die weten, hoeveel werk
men vaak doen moet, om tien regels vol te
schrijven, oordeelen anders en als ik dan bedenk,
dat bijna al de leden der commissie met arbeid over-
laden zijn, komt het mij voor dat haar ijver buitenge-
woon groot is geweest en boven onzen lof verheven
Toch ontbreekt er iets aan het rapport, dat
niet behoefde gemist te worden en waardoor het
beter had kunnen zijn. Het rapport is billijk en
onpartijdig, maar het ware dit nog meer geweest,
indien men vóór het afdrukken het oordeel had
gevraagd van sommige mannen , die in soortge-
lijken arbeid als de heer van \'t Lindenhout bezig
zijn. Ik had aangeboden haar van advies te dienen,
mijn advies is niet gevraagd en ook niet dat van
andere mannen, die als collega\'s konden beschouwd
worden. Ik heb duidelijk doen uitkomen, dat het
oordeel moest verblijven aan mannen die buiten
den arbeid staan, maar dat dezen zich behoorden
te laten voorlichten door deskundigen. Dit laatste
heeft de commissie niet gedaan en het is ten na-
deele van het rapport uitgevallen.
Tot voorbeeld daarvan noem ik al vast de
tractementskwestie. Gaarne geef ik toe, dat de
financiën slecht geregeld zijn en Heldring heeft
ook veel beter daarvoor gezorgd, toen hij aan
alle gestichten door hem opgericht een penning-
-ocr page 5-
s
meester verbonden heeft, op wiens schouders de
verantwoording rustte. Dié traditie heb ik dank-
baar aanvaard en in de twee stichtingen door mij
opgericht — Magdalenahuis en Opleidingshuizen
— steeds gevolgd.
Maar dit neemt niet weg, dat het oordeel over
de traktementskwestie scheef is. De Standaard
van r Maart is dientengevolge ook op een dwaal-
spoor geleid en heeft de onbillijkheid begaan het
tractement van den Directeur te vergelijken met
dat van een predikant ten platten lande, alsof
die vergelijking opging. Aan de Heldringgestichten
is een behoorlijk tractement verbonden, dat ik
nog bezig ben voor mijn opvolger te verhoogen,
maar die daaraan eenige waarde wil hechten,
antwoord ik doodeenvoudig: „wilt gij mijn geheele
tractement hebben, gij kunt het tot den laatsten
cent toe krijgen, mits gij al de financieele lasten
die persoonlijk op mij drukken met betrekking
tot mijn arbeid ook voor uw rekening wilt nemen.
Gij zult er geen zijde bij spinnen, dat verzeker
ik u, maar ik wel."
Uit het rapport blijkt, dat de heer van \'t L.
zijn tractement soms niet eens verlangt. Het ligt
dus voor de hand, dat het dien naam niet ver-
dient en misschien hetzelfde beteekent als aan de
Heldringgestichten.
Een tweede punt had ook beter kunnen zijn
toegelicht, wanneer de commissie eenige deskun-
digen had geraadpleegd al. de verhouding van
mevr. van \'t L. tot de inrichting. In menig opzicht
sta ik tot de verpleegden in de Heldringgestichten
-ocr page 6-
6
in dezelfde betrekking als de heer van \'t L. met
dit onderscheid, dat diens echtgenoot er alleen
voor staat, terwijl ik zeven directrices naast mij
heb, elk voor de inrichting aan haar zorg toe-
vertrouwd. Eiken dag heb ik gelegenheid te zien,
hoeveel toewijding, hoeveel geduld er noodig is
bij vrouwen, die dagelijks met al de groote en
kleine humeuren in aanraking komen, welke «ij
hebben te dragen en te overwinnen. Heeren
hebben reeds in een gewone huishouding heel
wat gemakkelijker taak dan hun respectieve
vrouwen. Het zijn juist de details, die het leven
moeielijk maken en in groote inrichtingen is dit
nog veel meer het geval. Zeer dankbaar ben ik
steeds aan de directrices, die mij bijstaan, dat
zij het onaangenaamste deel van den arbeid mij
afnemen en daardoor juist de prediking des Evan-
gelies gemakkelijk maken, want de verpleegden
zien nu in den prediker niet den persoon , die alle
kleinigheden weet en beoordeelt. Indien de man
er dus beter afkomt dan de vrouw, beteekent
dit in mijn oog niets en terecht heeft de heer
van \'t L. dat in het Oosten van 28 Februari
1 reeds aangewezen. Het eenige, wat men met
recht kan zeggen is, dat de taak te Neerbosch
voor een vrouw alleen te zwaar is , maar tot ver-
ontschuldiging kan dienen, dat dit ook zeer ge-
leidelijk en als onmerkbaar is gegaan.
Beschuldigt men mevr. van \'t L. van te groote
hardheid, men erkenne tevens, dat in al die jaren
zich geen enkel geval van ontucht heeft voorgedaan
en dat is geen geringe reden van dankbaarheid.
-ocr page 7-
7
Hiermede kom ik van zelf op de straffen in
het algemeen. Met te meer vrijmoedigheid doe
ik dit, omdat wij te Zetten anders tegenover
deze kwestie staan dan op Neerbosch.
Daarmee bedoel ik niet, dat wij hier alleen met
meisjes te doen hebben, omtrent welke zich
heeren allicht voorstellen , dat zij altijd met zacht-
heid te leiden zijn. Tot zulke wijze heeren zeg
ik: gij zoudt wel anders spreken, als gij sommigen
van nabij kendet. Een meisje of een vrouw kan
sarren, zooals geen enkele jongen het kan en er
is heel wat christelijk geduld noodig, om dan
kalm te blijven. Brutaliteit bereikt bij meisjes
soms een toppunt, als knapen en mannen zelden
vertoonen. Toen ik in 1877 Heldring\'s taak aan-
vaardde, wist ik niet, dat er zulke toestanden
bestonden, als ik sedert heb gezien en zij, die in hun
hooge wijsheid een afkeurend oordeel vellen over
lichaamsstraffen, spreken over dingen, waarvan
zij geen flauw begrip hebben. Herhaaldelijk zijn
mij gevallen voorgekomen, waarin een flinke
lichaamsstraf, ook aan meisjes, voor haar een zegen
zou geweest zijn.
Op Neerbosch heeft men dit ook begrepen, en
niet geaarzeld krachtig op te treden. Dat dit een
enkele maal de grenzen heeft overschreden van
het betamelijke, kan moeilijk aanleiding tot wan-
trouwen tegen de inrichting geven. Enkele oud-
weezen hebben dit gul erkend en later gedankt
ook voor de kastijdingen.
Te Zetten wordt bij toeneming minder gestraft.
Dit is geen bewijs van onze voortreffelijkheid,
-ocr page 8-
8
maar een gevolg van-. 1" ons verleden en 2° ons
stelsel. Wij hebben veel te danken aan onze voor-
gangers; te Neerbosch zal de opvolger het ook
gemakkelijker hebben dan de oprichter, ten minste
wat het regeeren betreft — in andere dingen weer
veel moeielijker. Steenbeek is reeds bijna een
halve eeuw oud. Talitha bijna 40 jaar. Die tijd
is niet voor niet geweest. Onze voorgangers
hebben heel wat kleine ongeriefelijkheden weg-
genomen , zij maakten ons den weg effener, alles
krijgt meer zijn eisch en men loopt dus minder
gevaar van onbillijke klachten. De onbeduidendste
kwesties kunnen in een jonge inrichting vaak een
storm verwekken, die oudere stichtingen zich niet
meer kunnen voorstellen. Bovendien : er is erva-
ring opgedaan, er is wijsheid verzameld, er is
een traditie gegroeid, er is tact verkregen en van
dit alles profiteert het thans werkend personeel
meer dan het zelf vermoedt, onder de leiding van
het nog werkzaam deel van vroegeren datum.
Onbillijk is het zich te verheffen boven zijn voor-
gangers, in plaats van hun werk met dankbaar-
heid te erkennen.
Maar behalve ons verleden, waardoor het ons
gemakkelijker werd hardheid te vermijden en,
zooals meer dan eens geschiedde, tot een oorzaak
van ontslag te maken, is er nog een verschil van
stelsel, waaromtrent ik niet met een enkel woord
kan zeggen wat beter is.
Wij behoeven te Zetten niet zoo forsch op te
treden, omdat wij het stelsel huldigen: de aller-
onhandelbaarste weg te zenden. Dat heeft zijn
-ocr page 9-
9
voordeden niet alleen in dien zin, dat ons de
taak lichter wordt, maar ook daarin, dat de
anderen beter geleid kunnen worden en dienten-
gevolge de algemcene geest verbetert, zoodat
een onwillige niet zoo veel kwaad kan uitrichten
en door den stroom meegevoerd wordt in een
betere bedding.
Maar niet te min blijft het waar, dat men nu
ook weg moet zenden, die wellicht nog te be-
houden waren geweest, want de onhandelbaarste
karakters zijn nog niet altijd de meest bedorvene.
Daar komt nog een nadeel bij, nl dat menig
verpleegde zich verbeeldt bij de geringste onbil-
lijkheid te mogen klagen. Iedereen weet bij
eigen ervaring, dat hij soms meer geleerd heeft
van harde dan van vriendelijke meesters en
men in elke betrekking onaangenaamheden moet
leeren dragen. Wanneer men nu in een gesticht
onder de leiding van verstandige, christelijke per-
sonen is opgevoed, valt de werkelijkheid daar
buiten wel eens wat heel koud op het lijf en
menigeen, die zich hier goed gedroeg, deed alles
juist andersom, zoodra zij ons verlaten had.
Nu beweer ik niet, dat men met opzet Spar-
taansch moet zijn, opdat het leven later niet
tegenvalle, maar ik wijs alleen op de voor- en
nadeelen van twee systemen, opdat een ieder
zou gevoelen, dat het zeer onbillijk is Neerbosch
hard te vallen, wanneer daar de tuchtroede wordt
gebruikt. OppervlakkigeChristenenzullen misschien
oordeelen, dat het Zettensch systeem beter is,
ik ben er zoo vast niet op en zie de nadeelen
-ocr page 10-
IO
daarvan te helder in, om eens anders methode
te veroordeelen. Durft men te Neerbosch de
publieke opinie trotseeren en de lichamelijke kas-
tijding handhaven, men laadt een groote verant-
woording op zich, waarvoor ik echter te veel
eerbied heb, om ze te durven afkeuren. De publieke
opinie is sedert lang op dit punt aan het dwalen
en bespottelijk sentimenteel.
Zoo is het, om op een ander punt te komen,
uit hygiënisch oogpunt niet gemakkelijk te zeggen,
wat beter is: een flinke badinrichting, of het reinigen
in tobben. Wij hebben badinrichtingen op al onze
gestichten, maar ook hieraan is een nadeel ver-
bonden en wel het zeer groote, dat later de
verpleegden, in diensten komende, nog leeren
moeten zich met gebrekkige middelen te behelpen.
Daardoor gebeurt het soms, dat zij die van der jeugd
aan steeds aan de uiterste zindelijkheid gewend zijn,
nauwelijks de inrichting verlaten hebben , of zij
zijn door luiheid en onhandigheid spoedig vervuild.
Moeten wij daarom de badinrichtingen afschaffen ?
Wie beweert dat? Mijn doel is alleen te doen
uitkomen, dat men aan alle systemen nadeelen
ziet en de keus vaak zeer moeielijk valt.
Dat er te Neerbosch verbeteringen in de hygiëne
kunnen worden aangebracht, is daarmede niet
ontkend. Trouwens de heer van \'t L. had reeds
vóór deze strijd begon ernstige pogingen daartoe
in het werk gesteld en zal niet nalaten daarin
verder te gaan. Evenzoo heeft hij gevoeld, dat
er meer en beter hulp moest zijn, maar alles wat
de Commissie als verkeerd heeft aangewezen, kan
-ocr page 11-
11
veranderen. Hoofdzaak is, dat er principieel geen
veranderingen noodig zijn, en dat is dunkt mij
een gezegend resultaat van dit onderzoek te
noemen.
De indruk van het rapport is ten slotte eer
gunstig dan ongunstig. Wat van Deth heeft be-
vveerd is zoo zonneklaar weerlegd, dat men den
heer van \'t Lindenhout geluk mag wenschen met
de uitkomst.
Wanneer een inrichting zoo van alle kanten
bezien en nauwkeurig onderzocht, een inrichting
zoo groot van omvang, met veelvuldige aanraking
van jongens en meisjes, met zoo onderscheiden
en zoover uiteenloopende belangen, aldus uit de
vuurproef komt, mag de beste stuurman aan wal
staan, maar past het menigeen, die zijn eigen
huishouden wellicht niet beheeren kan, zich
ernstig af te vragen: „ziet gij kans het te ver-
beteren ?"
De publieke opinie kentert dan ook niet weinig
in de laatste dagen. Alleen bladen, die met haar
eigen houding nu verlegen zijn en diedeonzinnigste
beschuldigingen voetstoots hebben aangenomen,
trachten nog vol te houden, dat alles te N. even
slecht is, maar het gezond verstand begint terug
te keeren. Trouwens niemand kan zich voorstellen,
aan hoe schmdelijke en opzettelijke leugens men
blootstaat in gestichten als de onze. Toen ik nog
niet lang hier was, kreeg ik een brief van iemand ,
die mij allervriendelijkst waarschuwde tegen een
persoon, hier werkzaam, wiens houding jegens
de verpleegden meer dan schandelijk mocht heeten.
-ocr page 12-
12
Die persoon nu bestond niet, en bad nooit bestaan!
Zij, die dezen laster verbreid had, beweerde hier
twee jaren geweest te zijn, maar gaf een naam
op, die hier nooit gehoord was; zij had den
berichtgever eenvoudig een sprookje opgedischt,
om haar onwil en hardnekkig volharden in de
zonde te vergoelijken. Hij had het geloofd en
meende moreel verplicht te zijn, mij te waar-
schuwen en hij deed dit in de meest bescheiden
vormen, doch gedachtig aan het onware spreek-
woord: „men noemt geen koe bont, of er is een
vlek aan." Hier bestond niet eens de koe.
Dit is maar een staaltje uit velen, want de
leugens zijn legio, die slechte lieden weten te
verspreiden. Die leugens zijn soms van dien aard,
dat zij precies andersom vertellen , wat er gebeurd
is en de feiten niet verdraaien, maar doodeenvoudig
omkeeren, zoodat wit zwart en zwart wit wordt
in den meest letterlijken zin des woords.
Intusschen al verblijdt het mij, dat deze aanval
op Neerbosch ten slotte tot een zegen voor de
inrichting kan zijn, diep treurig is het, dat men
in Nederland geen verweermiddel heeft tegen
zulke aanvallen. De advokaat van den heer van
\'t Lindenhout heeft dit in zoo duidelijke woorden
uiteengezet, dat het moeielijk valt er iets bij te
voegen. Letterlijk machteloos staat men tegen-
over zulke aanslagen. Er moest een raadvan eer
bestaan, die de feiten kon onderzoeken en als zij
gebleken waren onwaar te zijn, den aanklager
kon dwingen, openlijk in te trekken, of gevange-
nisstraf te ondergaan, Thans is de man die het
-ocr page 13-
13
meest lastert het veiligst en het Fransche spreek-
woord: „laster maar toe, er blijft altijd wat
van hangen", is ten slotte maar al te waar.
Een reputatie bederven is gauw gedaan, maar
belangen van honderden kunnen er mede ge-
moeid zijn.
De heer van \'t Lindenhout zal, gelijk een
Christen betaamt, ook met deze dingen inkeeren
tot zichzelven en zich voor God verootmoedigen,
die ook uit dezen strijd hem leeren zal, wat hij
noodig mocht hebben te bedenken.
Ook tot ieder ander, tot ons in de eerste plaats
heeft deze geschiedenis gesproken van onze hooge
en heilige roeping, om steeds te waken tegen alle
gevaar, dat men zien kan, en te bidden tegen
alle gevaar, dat men niet zien kan.
Nederland miskenne een man als van \'t Linden-
hout niet. Laat ons niet vergeten, dat in deze
zaak een groote rol toekomt aan jaloezie jegens
een man, die zich een naam gemaakt heeft en
die met niets begonnen, wat hem op succes kon
doen hopen, door de kracht van Gods belofte
gesteund, thans de sympathie van duizenden in
den lande verworven heeft. Dat steekt in de oogen
en menigeen wil zich ook een naam maken, doch
langs gemakkelijker wegen, dan die van opoffe-
rende en aanhoudende persoonlijke toewijding.
Heldring is de geestelijke vader van van \'t Lin-
denhout geweest en beide mannen zijn baanbrekers
geworden op zeer verschillend terrein. Ik heb
Heldring\'s arbeid als den mijnen aanvaard en ik
heb er geen berouw van. God geve van \'t Linden-
-ocr page 14-
14
hout de zekerheid, dat ook zijn arbeid niet
vruchteloos zijn zal en na hem zullen komen, die
zijn voetstappen zullen volgen, die van zijn mis-
stappen profijt zullen trekken, daar hij de spits
voor hen heeft afgebeten en die zijn gedachtenis
in zegening zullen houden, als de aanvallers met
hun aanhang reeds lang vergeten zullen zijn
-ocr page 15-
DE HELDRING-GESTICHTEN
zijn tweeërlei: A. Gestichten tot redding.
B. Inrichtingen voor onderwijs. Alle onder
leiding van Ds. H. Pierson.
A. 1. Asyl Steenbeek. Voor gevallen vrouwen,
ƒ 25 entree, f 2 per week. Verblijf: 2 jaren.
Directrice: mej. J. H. Kruijf.
A. 2. Het Magdalenahuis. Voor ongehuwde
moeders. Verblijf: minstens een halfjaar; f 25
entree, ƒ 2 per week voor de moeder alleen,
f 3 voor moeder en kind samen. Kinderhuis ƒ 2.
Directrice: mej. C. W. Swellengrebel.
A. 3. Bethel. Voor meisjes van 15 jaar en
daarboven, die gevaar loopen te vallen. Verblijf:
minstens 2 jaren , zoo noodig langer; ƒ IO entree,
/ 2 per week. Directrice: mej. F. SjOERS.
A.   4. Talitha Kiimi. Voor meisjes beneden
16 jaar, die men voor verkeerde invloeden wil
bewaren. Verblijf: meestal tot 18 jaar; ƒ 10entree,
ƒ 114 jaarlijks Directrice: mej. A. OliVTER.
B.  1. Clirist. Normaalschool voor onderwijze-
resscn.
Vereischte leeftijd: 14 jaar; f 400 per jaar,
zonder meer. Prospectus verkrijgbaar bij de
-ocr page 16-
Directrice, mej. J. J. WEIJLAND. Toelatings-examen
in Maart, Juni, September, December.
B. 2. Christ. Oplcidingslmizcn voor meisjes.
Directrice van het eerste: mej. M. DE PUY, van
het tweede: mej. E. DE Mol van Otterloo.
Opleiding tot leerling der Normaalschool, bewaar-
schoolhouderes of voor eene huishoudelijke be-
trekking, enz. Leeftijd van 6 jaren af. ƒ 25 entree,
ƒ 200 per jaar, waaronder ook kleeding begrepen is.
Bevattende deze Gestichten, met inbegrip van
het personeel, te zamen een bevolking van
ongeveer 500 personen.
NB. Zetten bereikt men per Staatsspoor over
Wageningen, verder 5 kwartier te voet of per
part. rijtuig. Voorts per Holl. spoor over de halte
Zetten, 20 minuten gaans. Directe biljetten te
Arnhem, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht, Amstcr-
dam (via Amersfoort) en sommige tusschenstations
verkrijgbaar. Per Rijnstoombooten (Lexkesveer)
of Waalstoombooten (Loenen in de Betuwe).
Bezoeken op de Gestichten toegelaten, op
Steenbeek en het Magdalenahuis echter bij uit-
zondering.
*. /