-ocr page 1-
(k\\ ipasmrj5".                            n w *
WETENSCHAPPELIJKE MEDEDEELINGEN
OVER DEN
FILTER CHAMBERLAND,
Systeem PASTEUR.
UKB11KVITlillt» l> FRANKRIJK EN IN HIT BMTKNLAND.
699824
Gezondheids Tentoonstelling te Londen 1884. Gouden Medaille.
Internationale
            »              » Antwerpen 1885. Eere-Diploma en Gouden Med.
Voedings-                    »              » Amsterdam 1887. Gouden Medaille.
Veiligheids-                »              »         id. 1890. Gouden Medaille.
Wereld-                      »              » Pahms         1889. Eenige Gouden Medaille.
Académie des Sciences         (21 December) 1885. Prys Montyon (fr. 2.500.)
FILTER CHAMBERLAND
Systeem PASTEUR.
NEDERLAND
CRANS & Co.,
\'s Gravenhage.
\\£
-ocr page 2-
«•
-ocr page 3-
FILTER. CHAMBERLAND. Systeem PASTEUR.
Dit systeem is, na vergelijkend onderzoek, uit-
sluitend voor het Fransche Leger aangenomen (zie
Rapport blz. 37);
In gebruik bij:
Het Leger hier te Lande.
H. II. de Koningin-Regentes, Paleis \'t Loo.
Het Leger in Oust- en Wcst-liidiê.
De koninklijk*\' Militaire Academie, te Breda.
De Pupillenschool, te Nienwersluis.
Be fflaatschappü tot Exploitatie van Staatsspoorwcgen.
Be Hollaiidschc IJzeren Spoorwcg-Idaatschappy.
He Nedcrlandsche Xiiid-Afrikaaiische Spoorweg-Maatschappij.
He Heli Spoorweg-Maatschappij.
He Stoonnaart-Hlaatschappy „Nederland", a/b der Steaniers.
He Nederl. Aiiierikaaiische Stoonnaart-illaatschappy, a/b der
Steaniers.
He Koninklijke Pakketvaart-Dlaatschappy, a/b der Steaniers.
He Hollandsche Fabriek van Melkproducten „Holland!»",
Bolsward.
liet Krankzinnigen-gesticht „Mecrenbcrg", te Bloemeiidaal.
Het Weeshuis Lindelaan, te Maarssen.
en bij tal van andere inrichtingen en particulieren.
Concessionarissen voor Nederland,
Koloniën en Transvaal,
CRANS <& C°.
\'S-GRAVENHAGE.
500—7—95.
-ocr page 4-
INHO U D.
Wenken bij het naderen der Aziatische Cholera, door
Prof. Dr. 6. van Overbeek de Meijer.......Blz. 3
Rapport vun Prof. Dr. 6, van Overbeek de Meijer....., 6
Rapport aan Z. Exc. den Minister van Oorlog , door de
Off. v;m gezondheid M. Straub en H. Offerhaus ..... 9
Middelen tot het kjemvrij maken van groote hoeveelheden
drinkwater, door Prof. Dr. O. van Overbeek de Meijer „ 25
La Fièvre typhoïde dans l\'armée. Rapports de M. de Freyeinet „ 33
Rapport au Président de la République francaise de M,
Gal Zurlinden......•..........43
-ocr page 5-
WENKEN
BIJ HET NADEREN DER AZIATISCHE CHOLERA,
DOOR
Prof. Dr. G. VAN OVERBEEK DE MEIJER.
(Overgenomen uit het „Nieuws v/d üag." 2de herziene uitgave.)
Zorg vooral voor de zuiverheid van uw drinkwater, want het drink-
water is de hoofdweg, waarlangs de cholera tot n doordringt! Zoo
menigeen is in dit opzicht al te roekeloos. De mecsten gevoelen zich
gerust hij de redeneering, dat zij dat water reeds zoo lang gedronken
hebben; anderen vertrouwen op de verzekering van hunnen apotheker
of van een anderen scheikundige, dat zij dat water veilig drinken
kunnen; en toch kan ieder oogenblik, geheel onverwachts, de cholera-
kiem uit een nabijgelegen zinkput, een riool, eene mestverzameling,
een goot, enz. den weg naar den pompput vinden en op die wijze
een of meer personen besmetten , zouder dat men vermoedt van waar
die smetstof gekomen is Als algemeene regel behoort te gelden, dat
in choleratijden geen drinkwater te vertrouwen is, tenzij uit de
diepere lagen van een onbewoonden en onbebouwdeu grond, of het
regenwater van een zindelijk dak en uit een reinen regenwateiput
afkomstig. Rivierwater is altijd zeer verdacht, ook dan, wanneer het
door een zandSlter gezuiverd is, want geen gewoon zandfilter eener
waterleiding is in staat ziektekiemen volledig uit dat water.af te
scheiden en terug te houden. Nog veel grooter wordt het gevaar wan-
neer de rivier, zooals bijv. te Rotterdam, te Dordrecht, en aan de
Vecht, gebruikt wordt als een open riool, d. w. z. al het vloeibare
vuil, ook de excrementen van de bevolking opneemt. Niemand ver-
trouwe in gemeenten, die hun drinkwater uit zoodanige rivier putten,
op den goeden roep, waarin „de waterleiding" staat, want dat water
-ocr page 6-
4
kun gebeel onverhoeds cholerakiemen opnemen en door de geheele
stad verspreiden. Ouder deze omstandigheden zullen de besturen der
gemeenten — die de loodzware verantwoordelijkheid hebben te torsen,
dat zij eene drinkwaterleiding hebben laten aanleggen, zonder te zor-
gen, dat het in het buizennet overgepompte water uit eene zuivere
bron werd geput, of althans uit eene bron, die niet moedwillig ver-
ontreinigd werd ■— voorzeker trachten den minderen man te helpen,
door het uit de leiding getapte water tijdelijk althans zoo veel mogelijk
kiemvrij te maken, bijv. door scheikundige klaring met chloorijzer
(chloretum ferricum), of, beter nog, poeder van aluin. Maar wie zich-
zelf helpen wil, zonder afhankelijk te zijn van „de overheid," wete,
dat hij zijn drinkwater uiterst gemakkelijk vrij van cholerakiemen
maken kau, door het even te koken of door het goed te filtreeren.
De cholerakiem sterft reeds bij eene temperatuur van uog geen 00° C.
Maar gekookt water is altijd een weinig onsmakelijk, omdat het
kalk- en magnesiazouten en ook de opgeloste zuurstof verliest. Veel
beter is het daarom, het water te filtreeren. Er is echter slechts ééne
filtreerwijze, die stellig vertrouwen verdient: het filtreeren namelijk
door bougies van onverglaasde porseleinaarde, bet (\'hamberlailll filter,
in Nederland verkrijgbaar bij de firma Cratis Sr Co., te \'s-Gracenhage
(Wagenstraat 106). Misschien is ook het Berkefeld filter goed, maar
dit staat nog niet voldoende vast. Alle audere filters daarentegen,
die in Nederland in den handel zijn — bijv. de filters van Maignen,
Breyer, Piefke, Cheavin, Barstow, Lorenz, Crease, Spencer, Bischof,
en vele andere „uitvinders" — deugen niet in tijden van cholera-
epidetuie, want zij zijn stellig niet in staat om de cholerakiem uit
het water volkomen af te scheiden.
Hetgeen hier ten aanzien van rivierwater gezegd is, geldt even-
zeer voor polderwater, grachtwater enz. Het is raadzaam dat water
niet te gebruiken tot drinken, wasschen, schrobben enz., zonder dat
het vooraf gedurende een kwartier gekookt, of door een €haillbeiiand-
filter van kiemen bevrijd is.
Bij deze zorg voor het drinkwater heeft men nog te bedenken, dat
niet alleen het water uit de eigene pomp, of uit eene slechte leiding,
onverhoeds cholerakiemen kan bevatten, maar dat ook anderen zich
van onzuiver water kunnen bediend hebben bij het leveren van eet-
waren of dranken aan uw huis, bijv. tot het omspoelen van melk-
-ocr page 7-
5
emmers, hel bodricgelijk verdunnen vim koemelk (ook karnemelk).
liet wasschen van vruchten, salade cu andere groenten, die gewoonlijk
rauw gegeten worden. Daarom moet de melk gekookt worden, wat
trouwens algemeen, in elk huishouden, behoorde te geschieden,
wegens het gevaar der aanwezigheid van tuberkelbacillen in dat vocht.
Wanneer men groenten en vruchten rauw wil eten en niet vol-
komen zeker is van de herkomst dezer artikelen uit een onbesmet
huis, of van een onbesmetten (d. w. z. niet met verdunde faecale
stoffen „gegierden") grond, behoort men die voedings-of versuaperings-
middelen terstond na de ontvangst gedurende minstens 10 minuten
onder te dompelen in water dat met zoutzuur bedeeld is (1 gram
sterk zoutzuur per Liter water); dit behoort ook te geschieden met
vruchten, die geschild, doch rauw gegeten worden. Na de onder-
dompeling moeten de vruchten afgewasscheu worden in zuiver water.
De smakelijkheid lijdt ouder deze zuivering niet.
Een frissche drank is onschadelijk, wanneer het daarbij gebruikte
water inderdaad zuiver is, doch men vermijde het gebruik van zeer
koude
dranken , jong bier, scherp zure limonades, spilitwater, waarvan
de zuiverheid niet vaststaat.
üp dit laatste wensch ik nog meer bijzonder nadruk te leggen,
omdat zoovelen spuitwater drinken, afkomstig uit een vuilen put,
eene gracht, eene rivier en vóór de bedeeling met koolzuur gefiltreerd
door een slecht filter; het is toch algemeen bekend, dat de meeste fabri-
kanten van koolzuur- en andere minerale wateren geen Chamberland-
tilters
gebruiken, maar een van de vroegere, in mijn eerste artikel
genoemde en stellig onbetrouwbare filters.
Oct. 1892.                                                          v. O. d. M.
-ocr page 8-
6
RAPPORT van Prof. Dr. G. van Overbeëk de Meijer,
HOOÜLEKRAAR AAN DE RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT.
Tot eene volkomene zuivering van het water van alle daarin
voorkomende georganiseerde ziektekiemen is alléén liet filtreertoestel
Ch a m berin n d-P ii steur in staat. Alle andere tot dusverre be-
kende soorten van filters zijn daartoe op den duur stellig niet bij
machte; evenmin is de z. g. scheikundige klaring door chloorijzer of
aluin in staat, het water van micro-organismen te zuiveren.
De afwezigheid van die kiemen kan alléén vastgesteld worden
door eeu nauwkeurig bacteriologisch onderzoek. Een scheikundig on-
derzoek kan in dit opzicht geen betrouwbaar licht geven.
De Heer van He tt inga Tromp en de Heer Das hebben
beiden op nieuw doen uitkomen, dat alle uagenoemde wijzen van zui-
veriug van drinkwater, waarvoor achtereenvolgens door middel van
onware verklaringen reclame is gemaakt, «t>l doen, wat men van haar
verlangt. Wel zijn er verscheidene filters, die het aantal micro-orga-
nismen in het water aanwezig belangrijk verminderen, enkele zelfs,
die in het allereerste begin volstrekt geene bacteriën doorlaten, maar
dit is slechts van korten duur; de z. g. leksteenen, de zandfilters,
de filters van vaste kool, de niet korrelvormige kool of met kool-
houdende mengsels gevulde, met name de hooggeroemde filters vim
Maguire, Cheavin, Crease, Vedel-Bernard, zijn niet in
staat om water voldoende te zuiveren; evenmin de filters van Thomas
Spencer, Stöuuer, Gust n af Bi se hof, Korthals en de onder-
scheideue soorten van asbestfilters: vau Judson, Maignen of
Breyer. — De Heer Das heeft zich meer bijzonder met het bepalen
van het zuiveringsvermogen dezer asbestfilters beziggehouden en heeft
met het volste recht, na een nauwkeurig onderzoek, verklaard, dat
zij niet in staat zijn om het water van micro-organismen te bevrijden.
De vertooningen van Maignen\'sche filters bij de voedingstentoon-
stelling in 1887 te Amsterdam, de gekleurde afbeeldingen aan de
spoorwegstations, de aanbevelingen in de dagbladen en in losse ge-
drukte blaadjes, verdieuen dus geen vertrouwen. Deze filters kunnen
vuil water wel voor het oog kristalhelder maken , maar houden de kiemen
van aziatische cholera, typhus abdominalis en andere ziekten niet terug.
Tot vóór korten tijd was de zuiveringswijze door middel der filters
vau onverglaasd biscuit, van Cha mbcrlan d-Pasteu r, wel veel
beter dan eene der zoo even genoemde in staat het water volkomen
-ocr page 9-
kicmvrij te maken, maar schenen ook uc/.e nougics, ofschoon nu zeer
langdurig gebruik, len slotte toch eveneens haar zuiverend vermogen,
althans eenigerniate, te verliezen. Evenals Plagge e. a. mankte ik
daarom in het „Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde" van 24
September 1887, een voorbehoud ook ten aanzien der bougies. Eerst
na het verschijnen van dat opstel, „Onderzoek en zuivering van
drinkwater",
beu ik iu het bezit gekomen van de nieuwere bougies
en filters, die thans door de firma Crans & Co te \'sHage, namens
de „Société du filtre Chamberland-Système Pasteur" te Parijs, in den
handel gebracht worden. In October van het vorig jaar heb ik die
nieuwe toestellen ontvangen en sedert dien tijd is het mij duidelijk
geworden, waarom de vroegere Chamberlandsche filters somtijds niet
geheel voldaan hebben. De bougies namelijk hadden eeue zeer ruwe
oppervlakte; het viel daardoor moeielijk het beslag, dat uit het te
filtreeren water op de buitenvlakte der bougies werd afgezet, te ver-
wijderea. Geschiedde dit ruw, met een zeer harden borstel of zelfs
wel door afkrabben , dan werden de wanden der bougies na korteren
of liingeren tijd dunner en daardoor eindelijk buiten staat om be-
hoorlijk te werken. Dit verklaart ook de uiteenloopende beoordeeling
van de werking dezer bougies: waar het water veel zwevend vuil
bevatte eu de bougie daarom dikwijls en krachtig gereinigd moest
worden , werd geklaagd, dat de bougies op den duur niet betrouw-
baar waren. Bovendien liet de bevestiging van de bougies iu een
metalen omhulsel, resp. ook de aansluiting van een zeker getal bou-
gies aan één „collecteur" vroeger te wenschen over. Alleen bij zeer
voorzichtige behandeling bleef de toestel bij het, als bij elk ander
filter, nu en dan noodzakelijk reinigen iu goeden staat.
Bij de nieuwere bougies en toestellen is dat alles afdoende ver-
beterd; de oppervlakte der bougies is zéér glad en kan uiterst gemak-
kelijk gereinigd worden, terwijl de bevestigiug in de toestellen of aan
de „Collecteurs" niets te wenschen overlaat.
Bij goede verzorging kunnen daarom, naar mijne overtuiging, de
thans verkrijgbaar gestelde Chamberland\'sche filters ook op den duur
volkomen deugdelijk blijven.
De werking der gewone bougies van Ch am herland -Pas te u r
is eene zuiver mechanische, d. i. de in het water aanwezige onopgeloste
of zwevende stoffen, met name ook alle micro-organismen, worden
met volkomen zekerheid teruggehouden, terwijl alle opgeloste stoffen,
die liet water bevat, daarin behouden blijven.
Deze eigenschap maakt deze zuiveringswijze zoo uitstekend geschikt om
toegepast te worden op alle vloeistoffen
, die men in een volkomen
-ocr page 10-
8
slaat van helderheid iveuschl te brengen, llierduur toch worde/t uil de
vloeistof alle onopgeloste bestanddeeleu teruggehouden, die bederf of
gisting kunnen veroorzaken.
Zijn de opgeloste stoffen geeue andere dan de gewone, uit dun
bodem afkomstige en van plantaardigen oorsprong, dan kunnen zij
zonder gevaar in het lichaam gebracht worden. Opgeloste giftige
metaalverbindingen moeten daarentegen uit het water worden verwijderd;
in verreweg de meeste gevallen zal dit kunnen geschieden door het
gebruik van bougies, die met gezuiverde dierlijke kool gevuld zijn.
De laatstbedoelde bougies zullen ook de onschadelijke stoffen, die het
water kleuren, terughouden. De keuze tusschen de gewone en de met
gezuiverde dierlijke kool gevulde
bougies wordt derhalve bepaald door
de scheikundige samenstelling van het water en hierover beslisse een
scheikundig onderzoek.
Utkecht, 16 April 1888.                  (get.) v. O. de MEIJER.
-ocr page 11-
9
Separaat-Afdruk van het Nederlandsch Militair Geneeskundig Archief.
Jaargang 1891. — lc Aflevering.
RAPPORT
uitgebracht aan Zijne Excellentie den Minister van Oorlog,
betreffende het onderzoek naar de wetenschappelijke en praktische
waarde van eenige filter-soorten, verricht door den Officier van
gezondheid \\e W. M. Straub en den Officier van gezond-
heid 2e hl. H. Offerhaus.
Nadat in den loop der jaren 1888 en 1889 verschilleude soorten
van filters, die ter beproeving aan het Ministerie van Oorlog waren
aangeboden, op het Bacteriologisch Laboratorium van het Militair
Hospitaal
te Utrecht waren onderzocht, werd, ten gevolge vau de
over dit onderzoek uitgebrachte rapporten, bij missive van den Heer
Oeneraal Majoor Inspecteur van den Geneeskundigen Dienst der Land-
macht
, dd. 28 Maart jl. N° 651 aan de Officieren van gezondheid
M. Straub en H. Offerhaus opgedragen, omtrent de porcelein-
filters van
Chamberlaud (systeem Pasteur) en de asbest-filters
van
Piefke een nader onderzoek in te stellen, thans meer speciaal
met de bedoeling, om de waarde der onderzochte filters voor de
praktijk, en in de praktijk der waterverzorging na te gaan.
Er werd toegestaan een bepaald model van de filters C ha mber-
land, het veld-filter op kruiwagen, in gebruik te geven bij het
Korps Genietroepen gedurende het kampeeren in de Legerplaats bij
Soesterberg, ten einde te kunnen nagaan, of dit filter in genoegzame
hoeveelheid water geeft, dat, wat reuk en smaak betreft, door de
verbruikers op prijs wordt gesteld, en dat voldoet aan de theoretische
eischen voor goed drinkwater.
Ten gevolge van deze opdracht werden de beide genoemde soorten
van filters in het Laboratorium onderzocht op hun vermogen om
bacteriën terug te houden , en werden de aangeduide proeven in de
Legerplaats bij Soesterberg genomen. Daarenboven werd van de voor-
gekomen gelegenheid, om ook een Barstow-filter te onderzoeken,
gebruik gemaakt.
Waar omtrent de resultaten van dit onderzoek thans zal worden
bericht, achten stellers dezes hel noodzakelijk, vooraf een beknopt
overzicht te geven van den tegenwoordigen stand van het weten-
schappelijk en practisch vraagstuk: de verschaffing van goed drink-
water.
-ocr page 12-
10
Behalve de methoden die de scheikundige en biologische weten-
schappen aanwenden voor het onderzoek v;in drinkwater, bezit de
mensch in zijn gezichts-, reuk- en smnakzintuig hulpmiddelen , die
niet gering zijn te schutten en zeer dikwijls tot eene juiste beoor-
deeling aanleiding zullen geven.
Helder, reukeloos water van zuiveren smaak , dat niet in aan-
raking is geweest met onreine zaken of schadelijke metalen op den
weg van de bron naar de plaats van verbruik , en welks bron ook
tegen periodieke verontreiniging is gewaarborgd , is in de meeste ge-
vallen geschikt, te achten als drinkwater.
Zulk water is evenwel niet overal te bekomen. De bodem waarop
groote steden zijn gebouwd , is gewoonlijk ten gevolge vuu de be-
zoedeling met den afval van menschen en dieren , doortrokken met
vuil, zoodat het uit den bodem opgewelde water te wantrouwen is.
Regenwater, dat in de dakgoten Diet verontreinigd is, en dat in
goede hakken wordt bewaard is, wel is waar, als drinkwater te ge-
bruiken , maar de hoeveelheid is meestal niet voldoende om in de
behoeften te voorzien. Van daar, dat vele steden vroeger of later
in het bezit zijn gekomen van waterleidingen. Het spreekt van zelf,
dat de waarde daarvan in de eerste plaats afhankelijk is van de
plaats der prise d\'eau. Gewoonlijk dient daarvoor eene rivier, of het
sakwater van duin- of heidegrond.
Dit laatste is meestal voortreffelijk. Het is regenwater , gefil-
treerd door eene grondlaag van belangrijke dikte , opgevangen in
eene niet of zeer spaarzaam bewoonde duin- of heidestrook , zoodat
het met inenschelijken afval slechts uiterst zelden zal worden ver-
on trein igd.
Een rivier is gewoonlijk eene veel minder vertrouwbare brou
voor eene waterleiding. Wanneer zij bevaren wordt, wanneer steden
en dorpen aan hare oevers gelegen zijn , dan worden hare watereu
voortdurend bezoedeld.
Wel is waar tracht men hieraan te gemoet te komen , door het
water stroomopwaarts van de stad te nemen , doch bij uitbreiding
der stad wordt toch de prise d\'eau bedreigd en daarenboven maakt
men zich door dezen maatregel niet onafhankelijk van de schippers-
bevolking, en van de hooger op gelegen dorpen en gehuchten. Slechts
weinige steden zijn zoo gelukkig , in de nabijheid te liggen van duin-
of heidegronden en daardoor in de gelegenheid zich onberispelijk
water te verschaffen. Velen zullen haar drinkwater niet met vol-
komen zekerheid kunnen beschermen tegen eene verontreiniging, die
geacht wordt de gezondheid te bedreigen.
-ocr page 13-
11
Hoewel meu reeds langen tijd en in vele gevallen een samen-
bang tusscheu het gebruik van onrein drinkwater en liet ontstaan
van ziekten heeft vermoed, zijn evenwel de gevallen , waarin deze
samenhang op afdoende gronden is aangetoond , uitteraard gering in
aantal. Daar het bestaan van dezen samenhang voor het in dit
rapport behandelde vraagstuk van fundamenteel belang is , zullen wij
twee van die gevallen , welke ons de epidemiologie in de laatste
jaren heeft leeren kennen , vermelden.
Het eerste geldt eene typhus-epidemie, die in het dorp Laufen
is voorgekomen. Daar heerschte in de laatste vijf maanden van het
jaar 1882 de febris typhoidea in zóó hevige mate, dat van de 780
bewoners er 130 door de ziekte werden aangetast. Er waren in het
dorp 90 bewoonde huizen , waarvan er slechts zes zonder een enkel
geval der zie\'cte bleven. Nu hadden in het algemeen de huizeu geeue
pompen, maar werd het benoodigde water uit. de dorpspomp ge-
haald. Slechts de zes huizen , wier bewoners van de febris typhoidea
gespaard bleven, waren van eigen pompen voorzien. Op de dorps-
poinp kwam daardoor een zeer zwaar vermoeden te rusten, dat
zij de bron der epidemie zoude zijn. Nader onderzoek leerde den weg
Kennen, langs welken de dorpspomp met typhus gif was veront-
reinigd. De beek, welke deze pomp van water voorzag, was nanie-
lijk afkomstig van een gletscber, doch zij werd daarenboven gevoed
door een sprankje van eea andere beek , die langs eene hoeve stroomde.
In deze hoeve was op 10 Juni 1882 iemand met febris typhoidea
te huis gekomen en daar verpleegd. De latrines kwamen in de beek
uit. Het liuuen werd in de beek gewasscheu. Dit geval der ziekte
mag alzoo aansprakelijk worden gesteld voor de epidemie , die in
Augustus daaraan volgende in het dorp uitbrak.
Het tweede voorbeeld betreft eene waarneming , die men telkens
weder te Parijs heeft kunnen doen. Aldaar heeft men in hoofdzaak
twee waterleidingen. De oudste put haar water uit de Seine stroom
opwaarts van Parijs, doch de uitbreiding\'der stad is oorzaak ge-
worden, dat hare prise d\'eiiti langzamerhand tasseben de bewoonde
oevers is komen te liggen. Haar water is troebel , slecht van smaak
en wordt in gewone tijden alleen voor de straatreiniging en fonteinen
gebruikt. De tweede waterleiding ontleent haar water aan de Fa/,>/e.
eene onbevaarbare en daardoor voor dit doel zeer geschikte bij-
rivier der Seii/e. Zij levert helder, zeer nncteriën-nrm water van
goeden smaak en juist genoeg om geheel Parijs van drinkwater te
voorzien. Zoodra evenwel deze leiding om de eene of andere reden
te weinig oplevert, moet op andere wijze in de behoefte worden
-ocr page 14-
12
voorzien cu sluit de administratie een arrondissement van Parijs
aan de Seine-watcrleiding aan. Dit geschiedt telkens voor cenige
dagen. Dan wordt een ander arrondissement genomen en zoo ver-
volgens, totdat de ^««««-waterleiding weder hersteld is. In elk
arrondissement, waar gedurende eenige dagen Seine-wnter is ver-
strekt, ziet men drie a vier weken later het aantal gevallen van
febris typhoïdea, dat in de hospitalen is opgenomen, belangrijk
toenemen. De juistheid van deze stelling wordt telkens en telkens
weer door nauwkeurige statistische onderzoekingen bevestigd.
Dergelijke waarnemingen geven klem aan den eisch, dien men
trouwens vroeger zonder haar reeds heeft gesteld, om of onberispelijk
water te leveren, of, waar men slechts over niet ontwijfelbaar goed
water kan beschikken, dit te zuiveren. Men heeft dit laatste gedaan
door het water te laten bezinken, door het te koken, of te klaren
door volumineuse ijzer- of aluminium-verbindiugen; men heeft ge-
bruik gemaakt van het feit, dat gesmolten ijs water van goede
hoedanigheid levert; men heeft het last not least gefiltreerd.
Voor de beoordeeliug van de werkzaamheid dezer methoden is
het wetenschappelijk drinkwater-onderzoek op zijne plaats. Dit onder-
zoek is in de laatste jaren meer en meer in omvang en aantal van
methoden toegenomen.
Aanvankelijk stelde men zich tevreden met de verbetering van
helderheid, reuk en smaak. Toen de scheikunde dit gebied betrad
en de verschillende verontreinigingen, die het menigvnldigst werden
waargenomen, chemisch definieerde, ging men van de zuiverings-
middelen eischeu, dat zij deze stoffen zouden terughouden. Met het
stijgen der eischen, aan goed drinkwater gesteld, nam het aantal
der voldoend geachte reinigings-methoden af. De scheikunde hand-
haafde, afgezien van het dure destilleereu, eigenlijk alleen:
1° de filtratie door hooge lagen kiezel en zand.
2° de filtratie door kool.
De zandlagen, maar vooral sommige koolsoorteu klaren het water
niet alleen, maar bezitten daarenboven het vermogen om opgeloste
stoffen van organischen en anorganischen aard terug te houden.
De scheikundige onderzoekings-methoden zijn evenwel slechts in
een enkel opzicht voldoende, namelijk waar het geldt vergiften
(bv. lood) op te sporen. Voor het overige speurt de scheikundige
naar stoffen, die op zich zelf niet schadelijk zijn , doch waarvan hij
op theoretische gronden aanneemt, dat zij wijzen op het gelijktijdig
aanwezig zijn van niet direct aantoonbare schadelijke stoffen. Van
de stelling uitgaande, die thans nog heerschende is, dat rotting
-ocr page 15-
13
en besmetting verwante processen zijn, zette bij zich ann liet werk,
oin de rottingsproducten te leereu kennen. Gevoelige methoden om
stoffen, die bij de rotting optreden, ammonia, nitrieteu , aan te
toonen, werden aangegeven. Deze stoffen, uitingen van de ontbinding
van organische stof, werden, evenals de organische stof zelve, suspect
verklaard, en minima vastgesteld, boven welke water, op straffe
van ongeschikt-verklaring, niet mag gaan. Deze wijze van onderzoek
heeft hare deugden. De practische hygiëne is veel aan haar verplicht.
Vele malen heeft zij tot eene juiste beoordeeling van eenig drink-
water geleid. Men heeft echter in de laatste jaren de gebreken van
deze zeer indirecte methode, helder leeren inzien , toen de bacteriologie
een beter inzicht in het wezen der besmetting verschafte. Wel is
waar stelde de bacteriologie tot dusverre nog geen betere methode
in de plaats, maar zij leerde de aandacht meer op de prise d\'eau,
dan op de chemische analyse te vestigen, en de uitkomsten der
chemische analyse juister dan vroeger het geval was, in gevolg-
trekkiug om te zetten.
Scheikundig drinkwater-onderzoek op rottingsproducten is eigen-
lijk een iudirect bacteriologisch onderzoek. Geen wonder, dat de
ontwikkeling der bacteriologie alras tot directe bacteriologische drink-
water-onderzoekingen leidde.
In rottende en gistende vloeistoffen, bij sommige ziekteu ook in
het levende lichaam, doet het mikroscoop een ontzaggelijk aantal
zeer kleine, tot het plantenrijk behoorende leveude wezens waar-
nemen, die meestal als microben of bacteriën worden aangeduid. Deze
kleinsten aller planten hebben meestal den vorm van kogeltjes of
staafjes, enkele malen van schroeven of spiralen. Deze eentonig-
heid harer vormen heeft vroeger vele onderzoekers tot de voorstelling
gebracht, dat zij allen tot ééne enkele plantensoort behooren, die
rotting, gisting of ziekten teweeg brengt, naarmate van de midden-
stof, waarin zij voor het oogenblik verkeeren, Gaandeweg echter is
men er in geslaagd, andere kenmerken dan den vorm te vinden,
waardoor men onder de microben een groot aantal verschillende
soorten heeft leeren onderscheiden. Deze soorten zijn geeuszins alle
schadelijk voor den mensch. Integendeel, sommigen zijn den mensch
bepaald nuttig, bewijzen hea groote diensten; vele soorten zijn vrij
onverschillig. Slechts weinige soorten, n.1, degenen, die als parasieten
in het inenschelijk of dierlijk lichaam kunnen leven, zijn schadelijk.
Tot deze groep behooren o. a. de miltvuur-bacteriën, de bacteriën,
die bij onze huisdieren zekere bloedziekten veroorzaken, de bacillen
der tuberculose, der diphtheritis, de bacillen der cholera en der
-ocr page 16-
14
fehris typhoïdea. De meeste dezer schadelijke soorten komen in driuk-
w.-iter niet voor; van slechts enkelen meent men, dat zij met het
drinkwater in het lichaam binnendringen, met name van de bacteriën
der cholera en der febris typhoïdea.
Blijkens deze beschouwing is er dus volstrekt niet in alle gevallen
reden tot ongerustheid, wanneer er in het drinkwater bacteriën
worden aaugetroffen. Als die bacteriën tot de onschadelijke soorten
behooren , is daarin niet het minste bezwaar gelegen. Het doel der
waterzuivering is dus niet, alle bacteriën uit het water te ver-
wijderen. De hygiënist heeft zijn streven slechts tegen de ziekte-
makende bacteriën te richten. Aan deze taak kan hij boven alles
voldoen, wanneer hij zorgt, dat meuschelijke noch dierlijke afval,
waarin parasitaire microben aanwezig zouden kunnen zijn, in het
drinkwater kan geraken, m. a. w. wanneer hij zorgt, voor eene goede
prise d\'eau en eeue goede leiding. Schrijft hij, zoo de onniogelijk-
heid om dit te bereiken gebleken is, filtratie voor, dan zoude het
te kiezen filter reeds voldoende zijn, indien het de parasitaire bac-
teriëu tegenhield. Het zoude de andere, onschadelijke soorten , veilig
moiien doorlaten. Zulke filters echter zullen er wel nooit worden
gevonden. Van daar, dat eeu goed filter aan den eisen moet voldoen
om alle bacteriën, de onschadelijke en de gevaarlijke, tegen te
houden, en dat dus aan gefiltreerd drinkwater een zwaarder eisen
wordt gesteld , dan aan drinkwater uit eene goede bron geput.
Aan deze voorwaarden voldoen de kool- en zandfilters en het
door hen geleverde water niet. Hoe goed deze bij scheikundig onder-
zoek ook schenen , het bacteriologisch onderzoek heeft geleerd , dat
het tegenhouden van bacteriën hunne zaak niet is. De bacteriologen
hebben daarom naar andere stoffen omgezien, die, fijner van poriën,
meer geschiktheid beloofden te bezitten , om de uiterst kleine,
weinige duizendste millimeters metende bacteriën terug te houden.
Men vond twee stoffen , die onder gunstige omstandigheden en goed
aangewend, dit vermogen hebben, nl. asbest en porcelein.
Omtrent het asbest zijn van tijd lot tijd gegevens verstrekt door
Duitsche onderzoekers. Zoo berichtte in 1886 Hesse, dat hij door
eeu dikke laag van asbestvezels water filtreerende, dit bacteriën-
vrij had gemaakt. De pogingen , die daarna iu het werk werden ge-
steld om uit dit materiaal practisch bruikbare filters te vervaar-
digen, leidden tot de vervaardiging van eeltige vormen vau asbest
filters. Dr. Das, die in het laboratorium van Professor van O ver-
beek de Meijer werkzaam was, onderwierp de tot 1887 bekend
geworden vormen aan een bacteriologisch onderzoek en kwam tot, het
-ocr page 17-
15
resultaat,- dat geen viin allen de sporen van den hooi-bacillus kon
terughouden en dat alleen de besten tijdelijk het vermogen bezitten,
het water van de grootere vormen van microben te ontdoen.
Na dien tijd heeft Piefke een nieuw systeem van asbest-filters
doen vervaardigen, en in den handel doen brengen. Dit is een zeer
vernuftig uitgedacht werktuig, dat aan het water een groot filtreerend
oppervlak aanbiedt. Het asbest wordt daarin bij voorkeur aange-
wend in den vorm van dunne schijfjes asbest-papier; men kan
echter ook van asbest-poeder een pap maken en deze uitbreiden
op de metalen roostertjes, die gewoonlijk het asbest-papier dragen.
In Piefke\'s toestel vormt het asbest-laagje een tusscheuscbot in
een klein metalen kamertje, waardoor het water zijnen weg moet
nemen. Op dit tusschenschot laat het water een grooter of kleiner
deel der verontreinigingen achter, en gaat er gereinigd doorheen.
Naar mate van den graad der zuivering, die verlangd wordt, kan
men papier van verschillende qualiteit in het kamertje leggen en
daardoor de filtratie min of meer nauwkeurig doen geschieden. Hoc
meer men van de quantiteit van het gefiltreerde water eischt, des
te geringer is de qualiteit van het geleverde water, daar het papier
met zeer fijne poriën moeielijk water doorlaat. Elk filter beslaat uit
eene reeks op elkaiider gestapelde kamertjes , waardoor de filtreeren/le
oppervlakte in een klein bestek zeer groot kan zijn. Daarenboven
kan men eenige filters Piefke tot eene batterij vereeuigen. De
uitkomst der proeven, welke met een ter onderzoek aangeboden
filter Piefke werden genomen, zal later worden vermeld.
De aanwending van onverglaasd porcelein als filterstof is eene
ontdekking van Pasteurs\' laboratorium. Daar filtreerde men in
1877 voor wetenschappelijke onderzoekingeu bouillonculturen van
bacteriën , en bloed van aan miltvuur gestorven dieren door dunne
gipslagen. Deze werden later vervangen door porceleinen buisjes,
waarin aan het eene uiteinde bouillonculturen veerden ingegoten.
De traagverloopende filtratie werd bespoedigd door den luchtdruk
aan de buitenzijde van het porceleinen buisje door een luchtpomp
te verminderen. Daarloe werd het buisje in den hals eener flesch
luchtdicht bevestigd en de flesch zelve luchtledig gemaakt. Duitsche
onderzoekers verbeterden de techniek dezer uit een wetenschappelijk
oogpunt zeer belangrijke methode, zonder dat daaruit voorshands
een praktische metbode van filtratie zich op grooter schaal out-
wikkelde.
Voor de praktijk werd dit materiaal eerst bruikbaar, toen
Chamberland op het denkbeeld kwam, om de filtratie van buiten
-ocr page 18-
16
naar binnen te doen geschieden; waardoor het teruggehouden vuil
zich op de buitenvlakte der porceleinen buizen afzet en de reini<»iu<r
der buizen mogelijk wordt. Hij neemt porceleinen buizen van 21
c.M. lengte, 2,7 cM. doorsnede en 2 mM. wanddikte, sedert als
bougie\'s Chamberland of porceleinen filterkaarsen bekend, en
maakt daarvan zijn filtereenheid.
De filterkaars vernauwt zich aan het eind en loopt in eene soort
van tepel uit. waarin zich eene kleine opening bevindt. Deze tepel
is verglaasd. Eéne enkele kaars levert ten gevolge van haren grooten
weerstand betrekkelijk weinig water, zoodat het in den regel nood-
zakelijk is, de tepels van meerdere bougie\'s door middel van caout-
chouc buizen te zamen te verbinden en zoo eene batterij samen te
stellen en daarenboven door verhooging der drukking buiten de
filterkaars of verlaging der drukkiug van binnen (door zuiging of
hevelwerkiug) de waterlevering aan te zetten. Door de verschillende
toepassiugen dezer beginselen zijn tal van filtervormen ontstaan,
waarvan elk onder bepaalde omstandigheden de beste aanwending
vindt.
De filters Chamberland systeem Pasteur, zijn van vele
kanten aanbevolen, doch hebben ook bedenkingen uitgelokt. Sommigen
hebben aan de omstandigheid, dat de bacteriën niet op den duur
door de filters worden tegengehouden, een oogenschijulijk gewich-
tigen grond van oppositie ontleend. Over de waarde van dit argu-
ment zal later worde» gesproken en aangetoond, dat daarin geen
bezwaar gelegen is. Anderen hebben de groote breekbaarheid der
bougie\'s op den voorgrond gesteld en de vrees uitgesproken , dat
kleine scheuren, die aan de opmerkzaamheid ontgaan, ougefiltreerd
water zouden doorlaten en daardoor de geheele filtratie illusoir
maken. Hoe zwaar deze bedenking mag wegen en hoe men zich
tegen dit gevaar moet wapenen, zal nader blijken. Voorshands is
onze taak alleen de beschrijving der filtertoestellen en is aan de
filter viin Barstow de beurt der bespreking.
De kool, welke een bestanddeel der andere filtersoorten uit-
maakt, heeft eene groote deugd, waardoor men ze ongaarne mist.
Zij heeft naarmate van de qualiteit van het praeparaat in meerdere
of mindere mate het vermogen om opgeloste kleur- en reukstoffeu
vast te leggen. In het filter Barstow heeft men getracht, de
goede eigenschappen der oude en der nieuwe filters te vereenigen;
zij bestaan uit poreusen steen en kool. Een vele centimeters dikke
poreuse pot van natuurlijken steen neemt het water op. Dit druppelt
door den steen naar beneden en bereikt dan, gezuiverd, de kool-
-ocr page 19-
17
laag, welke op huur beurt het water aan het reservoir afstaat.
Blijkbaar heeft men in deze filters, wat aan fijnheid van poriën
verloren werd, willen winnen in de dikte van den filtreerenden steen;
eene zóó dikke laag porcelein zou niets doorlaten. De steen van
Barstow geeft een met betrekking tot het filtreurende oppervlak
ruime opbrengst.
De inrichting van dit filter geeft een gelukkig détail van decon-
structie Chamberland prijs. In de filters Chamberland is bij
geringen inhoud door den vorm der kaarsen een betrekkelijk groot
oppervlak aanwezig. Men kan door vermeerdering van het aantal
bougie\'s zeer gemakkelijk het filtreerend oppervlak vergrooten. Dit
is bij de B a r s t o w-filters niet mogelijk. De slanke vorm der bougie\'s
wordt hier in den poreusen pot niet terug gevonden. Neemt dit
tegen de Barstow-filters in; anderzijds moet worden erkend, dat
de plaatsing der kool zeer gelukkig is. In de oude filters vervuilt
de kool spoedig. Hier, waar het gesuspendeerde vuil geacht wordt
in den poreusen pot achter te blijven, is de kool veel meer tegen
spoedige vervuiling beschermd en zou dus niet zoo spoedig ver-
nieuwing behoeven.
Wij gaan thans over tot de bespreking der genomen proeven
en laten nu de filters Piefke en Barstow voorafgaan, dewijl
gebleken is, dat deze onvoldoende bacteriën terughouden en dus
weinig plaats vragen, terwijl aan de filters Chamberland die
voorwaardelijk goed zijn, veel meer ruimte moet worden gegeven.
Wij gaan thans over tot de vermelding der met bet filter Ch am-
berland genomen proeven. De melkproef viel gunstig uit, daar
verdunde melk volkomen helder werd door filtratie. Het was niet
noodig te constateeren, dat nieuwe bougie\'s bacteriën tegenhouden.
Zulks was vroeger in het laboratorium reeds dikwijls gebleken. In
den loop van het onderzoek hadden wij echter gelegenheid, dit
telkens weer bevestigd te zien.
De eerste vraag, die moest worden opgelost, luidde : hoe lang
houden de bougie\'s bacteriën tegen?
Deze vraag is nauwelijks voor een geheel correcte beantwoording
geschikt. Het staat vast, dat de bougie\'s, wanneer water, dat bac-
teriën bevat, door hen wordt gefiltreerd, op den duur deze gaan
doorlaten. Om uu te weten, na hoeveel tijd dit geschiedt, zou men
elke soort van bacterie afzonderlijk moeten onderzoeken. Dit is niet
geschied. Ook wij hebben slechts proeven genomen met water, dat
mengsels van bacteriën bevat, b. v. met het natuurlijke water der
a
-ocr page 20-
18
Legerplaats te Soesterberg. Maar ook wanneer dit wordt toegestaan
is het nog moeilijk, eene hillijke proef te nemen. In het laboratorium
beschikt men over één enkele voortdurende vloeiende waterbron,
de leiding, die gelegenheid geeft eene bougie gedurende een onbe-
paalden tijd te laten doorstroomen. Wil men deze bron daarvoor
niet gebruiken (te Utrecht is het leidingwater zóó bueteriëarm , dat
het voor deze proeven nauwelijks geschikt bleek), dan komt men
tot eene proeflnrichting, die ver van de praktijk der filtratie afstaat,
en voor de bougie\'s ongunstig is, eene inrichting, die echter meerdere
onderzoekers, en ook wij, door den nood gedrongen, hebben toe-
gepast. Men plaatst de bougie u.1. in eenig vat, met bacteriëu-houdeud
water gevuld, en wacht, zonder haar te laten doorstroomen, af,
na hoeveel tijd in de bougie bacteriën zijn doorgedrongen. Wij
vonden, dat de tijd, die benoodigd is, afhangt van de temperatuur.
Bij 40o C. hadden de bacteriën na 5 dagen, in de warme Juni
maand van het vorige jaar na 8 dagen, in de koude December
maand op het laboratorium (toenmaals tien uur per dag slecht
verwarmd) na 13 dagen het inwendige der bougie bereikt. Deze
proeveu dienen voor een groot aantal soorten en verschillende tempe-
ratuurgraden te worden herhaald. Voor het tegenwoordig doel zijn
zij echter voldoende, vooral, omdat deze proeven met stilstaand
water van de praktische filtratie te ver afstaan. In de praktijk toch
is de geregelde voortdurende stroom van versch water niet gunstig
voor den bacterie-groei en brengt het versche water in den regel
eene lagere temperatuur mede, zoodat de bougie daar betrekkelijk
beter verdedigd is dan in de laboratorium proeven.
Deze proeven leeren ons evenwel een zeer belangrijk feit, u.1.
dat de bacteriën in staat zijn, door de bougie\'s heen te groeien.
Te Parijs in het Instituut Pasteur meent men, dai juist op deze
wijze de weerstand der bougie\'s door de bacteriën wordt overwonnen,
dut het stroomende water geen bacteriën, ook de kleinste niet,
medesleept, maar dat de op de buitenvlakte der bougie terugge-
houden bacteriën, door haren groei, in de fijne kanalen der bougie
doordringen. Men zegt daar, dat de poriën van het porcelein niet
door hare kleinheid de bacteriën tegenhouden, maar door den grooteu
weerstand, dien zij aan het water bieden, door de geringe stroom-
snelheid in de poriën, waardoor de bacteriën reeds vlak onder de
buitenste oppervlakte „bezinken", zich tegen den wand der poriën
aanleggen.
Voor deze zienswijze pleit krachtig, ja zelfs afdoende, het feit,
dat elke goede bougie minstens eenige dagen uit stroomend water
-ocr page 21-
19
alle bacteriën terughoudt. Ware de kleinheid der poriën op zich
zelve de oorzaak der terughouding van bacteriën, dan moesten de
kleinste soorten er onmiddellijk doorgaan. Ook wij nemen daarom
aan, dat de bacteriën, die op den duur in het gefiltreerde water
geraken, door den wand van het filter zijn heen gegroeid. Daarom
heeft in onze oogen de waarneming groote waarde, dat de temperatuur
invloed op de doorgroeiing heeft en dat, evenals de temperaturen
tusschen 20° C. en 40° C. in het algemeen voor het groeien der
bacteriën zeer bevorderlijk zijn, deze temperaturen voor de goede
functie der Cham be rl a n d-filters zeer nadeelig zijn. Het is dus,
ziedaar een praktisch resultaat van deze beschouwing, zaak, de
filters op een koele plaats te zetten, en verder ze druk te gebruiken ,
veel te laten doorstroomeu , opdat het versch aangevoerde koele
water de temperatuur van het filter lager houde dan die der omgeving.
De genomen proeven hebben ons alzoo wel iets geleerd, maar
toch op de gestelde vraag geen antwoord gegeven. Toch is de vraag
van praktisch belang. Immers de bougie, die onvoldoende gaat werken ,
moet door anti-bacterische reiniging, door opkoken , door uitgloeien
of door een ander ontsmettingsmiddel weder geschikt worden ge-
maakt. Wanneer is de tijd voor deze reiniging gekomen? Alle acht
dagen
in den zomer reinigen ! Zoo schijnt uit een onzer proeven te
blijken. Elke maand zegt de brochure, die tot reclame voor dezen
filter dient, en stellig onder toezicht van Chamberland is opge-
steld.
Voor de beantwoording van deze vraag was de proef op de
heide in de legerplaats bij Zeist geschikt. Zij leerde ons een tijdstip
kennen, dat streng genomen alleen geldt voor heidewater en voor
de omstandigheden, waaronder het filter overigens op de beide ver-
keerde. Maar zij leerde ons nog meer, dat ons omtrent deze moeie
lijkheid volkomen gerust stelde en deed zien, dat iu de praktijk
van deze zijde althans geen bezwaren te wachten zijn. Zulks zal
blijken uit de thans volgende beschrijving der ervaring, welke met
het filter op de heide werden verkregen.
De bouw van den toestel is boven reeds in het kort aangegeven.
Wij zullen noodig hebben, daarop hier en daar nog eens terug te
komen iu ons rapport omtrent de proef. In het algemeen mag reeds
nu worden gezegd, dat de filter met perspomp op kruiwagen, die
werd beproefd, een solied, degelijk stuk werk is, dat gedurende
den geheelen duur der kampeering dienst heeft gedaan, zonder
defect te raken, met uitzondering van een klein gebrek aan den
manometer, dat aan de geregelde filtratie geen afbreuk kon doen.
-ocr page 22-
20
De kleppen van den perspomp (kegelkleppeu), waardoor naar een
ruwe berekening 30,000 liters water zijn doorgelaten, respectieve
teruggehouden, en die het teere punt van het apparaat geacht
werden te zijn, hieven tot het einde toe in goeden staat. Anderer-
zijds bleek het, dat pas na eenige dagen het geregeld functioneereu
van het apparaat verzekerd was, daar eerst toen het geheele per-
soueel, dat het filter verzorgde, alle moeilijkheden had leeren kennen,
en daardoor kon overwinnen.
Door tusschenkomst van den Heer Luitenant-Kolonel, commandant
van het korps Genietroepen, was het noodige personeel voor de
bediening eu verzorging van den filter beschikbaar, en het bleek,
dat een korporaal en twee man in staat waren, om het filter zeer
nauwgezet te verzorgen en acht uur per dag te doen werken. Het
filter werd stevig vastgezet, zoodat bij draaiing aan het rad geen
verplaatsing van het filter in zijn geheel kon volgen en in eeue
afzonderlijke tent geplaatst, waaronder tevens een groote ton met
te filtreeren water en een groot aantal bidons plaats vonden, waarin
het water naar tenten en cantines kon worden vervoerd.
Het in het kamp door de pompen geleverde water was verre
van helder, doch de troebelheden, die het water bevatte, waren
slechts ten deele van bacterischen aard, daar het bij herhaald onder-
zoek slechts tusschen de 250 en 300 bacteriën in eene cubieke cent i-
meter bleek te bevatten; smaak en reuk waren goed.
Op den eersten dag der kampeering werd aangeleerd hoe de bougie\'s
en het reservoir van gegoten ijzer zeer langzaam met water moeten
worden gevuld en hoe het reservoir eerst gesloten moet worden,
wanneer alle lucht er uit verdreven en door water vervangen is.
Dezen eersten dag leverde het filter water, dat naar porcelein
en caoutchouc smaakte, hetgeen aan de vernieuwing der bougie\'s
en de rust waarin het toestel in de laatste 14 dagen verkeerd had,
moest worden toegeschreven. Den volgenden dag was deze bijsmaak
verdwenen en het water zóó glashelder, dat het weldra populair
begon te worden. Wij kunnen te dezer plaatse vermelden, dat de
werkzaamheid van het filter in de legerplaats zeer werd op prijs
gesteld.
Den tweeden dag deed zich een ander bezwaar voor. Het filter
dat den vorigeu dag ongeveer 120 liters water per uur gegeven had,
begon veel geringer opbrengst te geven en dat wel bij veel sterker
inspanning der soldaten, die het rad draaiden, dan den vorigeu
dag uoodig geweest was. Op den eersten dag had de manometer
geschommeld tussoheu | en 3 Kg.; thans was de schommeling tusschen
-ocr page 23-
21
2 en 5 Kg. Toen nu hei reservoir werd geopend, bleek de oorzaak
van dit verschijnsel. I)c oorspronkelijk witte bougie\'s waren donker-
bruin gekleurd door een dikke laag van stoffen, die nit het gefil-
treerde water waren teruggehouden. De bougie\'s, stuk voor stuk
voorzichtig losgemaakt van de verzamelbuis die hen verbindt,
werden nu een voor een niet water afgespoeld en afgeborsteld. De
witte kleur kwam terug, doch niet geheel. Na de reiniging was de
opbrengst nagenoeg evenveel als den vorigeu dag. Het bleef wensche-
lijk deze afspoeling en afborsteling dagelijks te herhalen. Opmerking
verdient het feit, dat daarbij geene enkele bougie werd beschadigd.
De eenige beschadigde bougie\'s welke wij bezitten, werden gebroken
gedurende het vervoer van den leverancier naar het Kamp. Zij
worden als curiosum hewaard om het inwendige der bougie\'s en de
wauddikte te demonstreereu.
Acht en twintig dagen na het betrekken van het Kamp werd
het gefiltreerde water bacteriologisch onderzocht. Tien druppels
daarvan bevatten geen enkele bacterie.
Omstreeks dezen tijd begon zich een nieuw bezwaar te doen
gevoelen. Ondanks de reiniging nl. verminderde gaandeweg de op-
brengst en vermeerderde de inspanning, die noodig was om de
800 liters drinkwater, die dagelijks werden verlangd, te verschaffen.
Enkele bougie\'s werden vervangen door nieuwe (voor zooverre toen
de voorraad strekte). Dit verlichtte het werk veel, inaar het bleek
bij de afborsteling, dat de nieuwe bougie\'s al het werk deden. Op
de oude zat nu groen vuil. Blijkbaar hadden zich de poriën van
de eeue maand lang gebruikte bougie\'s verstopt inet kleine deeltjes
uit het water. Hoe ze te reinigen? Voor zooverre de verstoppende
deeltjes van organischen aard waren , zou uitgloeien (door C h a m-
berland aanbevolen) een goed redmiddel geweest zijn. Prof. van
Overbeek de Meijer uit Utrecht had echter een veel eenvoudiger
middel aangegeven tegen de verstopping der bougie\'s, dat wij eerst
wenschten te beproeven en dat voortreffelijk bleek te zijn, nl. een
bad van 10°/o zoutzuur. Daarmede zagen wij de bougie\'s weer helder
wit worden, en de permeabiliteit was na het bad minstens de oor-
sproukelijke. Wij hebben niet anders dan dit middel noodig gehad.
Natuurlijk werd gezorgd het zoutzuur eerst weg te spoelen, vóór
het water, dat door de bougie\'s gestroomd had, als drinkwater
werd verstrekt. Het zoutzuur doet tevens als ontsmettingsmiddel
dienst, zoodat de bougie\'s niet slechts gereinigd, maar ook ontsmet
worden. Misschien is het daaraan toe te schrijven, dat na zes weken
in tien druppels water slechts drie bacteriën werden gevonden, het-
-ocr page 24-
22
geen praktisch nog als l>;icterie-vrij te beschouwen is, vooral omdat
de methode van onderzoek, die gevolgd moest worden (plaatcultuur
in rolbuisjes zonder voorafgaande sterilisatie van het filter) andere
bronnen van bacteriën dan de filterwand, niet geheel uitsloot.
De ervaring in het kamp verkregen is dus eensdeels, dat 21
bougie\'s bijna eene maand lang bij rijkelijke filtratie alle bacteriën
hebben teruggehouden, maar anderdeels en dit komt ons voor van
nog meer belang te zijn, dat de verstopping der bougie\'s van zelf
de energieke reiniging noodig maakt, die tevens de in de bougie
gedrongen bacteriën doodt. Slechter water dan dat der legerplaats
zal waarschijnlijk spoediger de bougie\'s onveilig maken, maar zij
zullen ook spoediger zijn verstopt en dus reiniging door gloeiing
of met zoutzuur behoeven. Het bezwaar, dat ons aanvankelijk het
grootste had ^toegeschenen , hebben wij bij deze praktische proef ge-
leerd licht te tellen.
Wij zullen nu nog kortelings andere bezwaren bespreken, die
reeds vroeger door anderen werden geopperd of waarop zich onze
aandacht vestigde:
1°. De lichte breekbaarheid van het materiaal. Dit is ons zeer mede-
gevallen , zooals wij reeds boven deden opmerken.
2o. Het gevaar van kleine scheurtjes, die , als zij voorhanden zijn,
het meeste water zullen leveren en de filtratie illusoir maken. Dit
gevaar schijnt vroeger zeer groot te zijn geweest, daar er toen vele
slechte bougie\'s werden geleverd. Thans worden alle bougie\'s vóór
de levering zorgvuldig gecontroleerd. Van daar zeker, dat men
thans geene slechte bougie meer ontmoet. Men waakt er tegen door
de volgende proef: Bevestig aan den tepel der bougie een gutta-
percha-buisje en daaraan een ballonspuitje, zoodat de drukking der
lucht in de ledige bougie door de ballonspuit (of door een pers-
pompje) kan worden verhoogd. Plaats de bougie in een diep glazen
vat, zoodat ze geheel is ondergedompeld, en wacht eenige minuten
tot dat de wand der bougie geheel bevochtigd is. Vermeerder de
luchtdrukking in de bougie. Waar een scheurtje is, zullen er lucht-
belletjes in bet water opstijgen.
3°. Hel filter vereischt veel arbeidskrachten, drie man. Dit be-
zwaar geldt slechts voor het filter niet perspomp. Waar men eene
leiding heeft of kan aanleggen of met hevelfilters volstaan kan,
is zooveel personeel niet noodig. De reiniging met zoutzuur of door
gloeiing en het onderzoek of de bougie\'s nog goed sluiten , vereischt.
eene grootere intelligentie dan een eenvoudig werkman bezit, of van
een gemiddelden soldaat mog worden verwacht. Bij toepassing der
-ocr page 25-
23
filters Chambe.rland in hot leger is hut evenwel wenschelijk het ont-
smetten en weer perii\'eiibel maken der bougie\'s om zoo te zeggen
den centralen dienst der filters aan het Bacteriologisch Laboratorium
te Utrecht
op te dragen, van waar uit goede bougies kunnen worden
gezonden en waarheen de onvoldoend (of al te goed!) werkende
bougies kunnen worden opgezouden. In dat geval is ter plaatse
slechts één nauwgezet man noodig.
4°. Er is water dal moeielijk door de bougies heen gaat, dHt der-
halve voor de spijziging der filters ongeschikt is. In het laboratorium
vonden wij, dat onverdunde of weinig verdunde melk, en eiwit-
houdende vloeistoffen slecht filtreeren, zonder twijfel, omdat de
melkbolletjes en de groote (colloïde) eiwitmoleculen de poriën dadelijk
door grootte of kleverigheid afsluiten. Buiten het laboratorium vonden
wij zulk eeue vloeistof in het grachtwater van het fort Vechten,
dat reeds na een uur de bougie\'s volkomen verstopte. Br was dan
op de bougie\'s een groen beslag, dat bij microscopisch onderzoek
bleek te bestaan uit algen, halfvloeibare kleurige bolletjes, die op
dezelfde wijze hinderlijk zijn als bij de laboratorium-proeven de vet-
bolletjes van de melk. Zulk water is dus bij het gebruik der fillers
Chamberlaud te vermijden. (*)
De conclusien, waartoe ons onderzoek ons heeft gebracht, zijn in
het voorgaande zonder moeite op te sporen. Wij meenen te kunnen
volstaan met een korte opsomming :
1°. Filters behooren slechts een redmiddel te zijn, daar toe te
passen, waar geen met zekerheid betrouwbaar water te verschaffen
is. De typisch goede waterverzorging is die door uit de diepere aard-
lagen opwellende wateren (Norton-pompen, artesische putten), door
heide of duinwaterleidiugen of door regenwater, wanneer goed wordt
toegezien op den toestand der dakgoten en regenbakken.
2°. Bij het onderzoek naar de qualiteit van drinkwater, staat
het onderzoek naar de prise d\'eau boven aan en verre boven het
bacteriologisch en zelfs het chemisch onderzoek.
3°. Er is reden tot filtratie van het beste voorhandeue water over
te gaan,
a. Wanneer geen met zekerheid, op den duur betrouwbaar drink-
water te verkrijgen is.
(*) Aan dit bezwaar kan tegemoet gekomen worden dooi\' gebruikmaking
van een doelmatig vóór-filter of door voorafgaande behandeling van bet
water met chloorijzer-oplossing.
-ocr page 26-
24
6. Wanneer het heersenen van febris typhoidea of cholera aan
de qualiteit van het drinkwater doet twijfelen.
4°. De filters Chamberland zijn voorshands de eenige, welke ver-
trouwen verdienen. Voor eene blijvende inrichting zijn de door
drukking werkende filters (leiding in kazerne of hospitaal met drukvat
op de bovenste verdieping) aan te bevelen, met uitsluitende toe-
passing van het „filtre simple", zooals zulks in het Fransche leger
geschiedt. De filters met perspomp op kruiwagen zijn voor tijdelijke
voorziening het beste model.
5°. Bij de opstelling der filters moet er met zorg acht worden
gegeven, dat het filter op eene koele plaats staat. Waar dit
onmogelijk zijn mocht, dient door waterverdamping of ijssmelting
de noodzakelijke temperatuur te worden teweeggebracht.
Utrecht, den 7 Januari 1891.
De officier van gezondheid Ie klasse
M. Straub.
De officier van gezondheid 2e klasse
H. Offerhaus.
-ocr page 27-
25
MIDDELEN TOT HET KIEMVRIJ MAKEN VAN GROOTE
HOEVEELHEDEN DRINKWATER, VOORAL IN
WARME KLIMATEN,
DOOK
Prof. Dr. G. VAN OVBRBEEK DE MEIJER.
Na til hetgeen in mijn bacteriologisch laboratorium en in dat
van den Heer M. Straub(*) in het Militair-Hospitaal te Utrecht
ten aanzien van het filtreervermogen van onderscheidene toestellen
is gebleken, behoeft thans wel niet meer te worden aangetoond,
dat slechts één flltersoort verdient ten volle vertrouwd te worden :
het „filter Chamberland, systeem Pasteur." Alle mij geleverde
soorten van koolfilters, ook het Cheavin-, Maignen-, Barstow-
filter, alsmede de aanbevolene soorten van asbestfilters, zijn niet
in staat het drinkwater kiemvrij te maken en behooren daarom te
worden afgekeurd. Het asbestfilter van Piefke te Berlijn, mij ge-
leverd door den Heer P. Bel te Rotterdam voor/46.15, laat
mioro-organismen bijv ter grootte van bac. prodigiosus bijna even
gemakkelijk door, als een fijn zeefje dit zou doen.
Onder de nieuwere filters is er slechts een, dat eeniger-
raate nabijkomt in werking aan hetgeen men van het Chamber-
land-filter mag verwachten, namelijk het filter van Berkefeld,
eigenaar van Kieselguh/••mijnen, te Celle; maar het staat volstrekt
nog niet vast, dat het bevredigend werkt; integendeel. Het bestaat
uit fossiele aarde („Kieselguhr"), d. w. z. uit kiezelzuur-geraamten
van diatomaeèn, die op zekere, door Berkefeld na 6jaren tobbens
gevonden wijze tot een vaste massa, met tallooze zeer fijne poriën, in
den vorm eener filterbuis samengebakken worden, uitkoking en
gloeiing verduren kunnen, met water en spous gemakkelijk van het
(*) Zie het Rapport aan den Minister van Oorlog betreffende het onder-
zoek naar de wetenschappelijke en practische waarde van eenige filter-
soorten, door de Officieren van Gezondheid M. Straub en H. Offerhaus,
in Ned. Müü. Qeneethmdig Archief, 1891, 1ste Allev.
-ocr page 28-
26
vuile beslag op hunnen buitenwand kunnen worden bevrijd, aan vrij
sterke waterdrukking weerstand kunnen bieden, — in één woord
zeer veel op de Ch amber 1 n n d-bougies gclijkeu en ook op ongeveer
dezelfde wijze als reisfilter (een buis van 25 cM. lengte en 3.125
cM. inwendige iniddelliju), of wel als huisfiltcr, kampfilter, euz.,
in den handel worden gebracht; zij zijn verkrijgbaar bij „the Berke-
feld-fllter-Company"; te Londen E. C, Mark Lane, 70.
Uit filter is beproefd door Prof. Dr. H. Nordtmeyer in het
Hygiënisch Instituut te Breslau en bleek verschillende in water
zwevende micro-organismen (B. cyanogenus, B. typhi Eberth,
staphylococcus-soorten, enz.), niet door te laten; na eenige malen
gebruikt en weder afgewasschen te zijn, had een buis slechts onge-
veer 10 pCt. van haar filtreervermogen verloren. Later heeft Dr. H.
Bitter, assistent aan het Hygiënisch Instituut te Breslau, soort-
gelijke uitkomsten verkregen, o. a. met water bedeeld met B. muri-
septicus, rottende bloedwei, melk, enz.; hij heeft ook een zeer bruik-
baar middel aan de hand gedaan om de buitenvlakte der buizen van
het aanklevende vuil te zuiveren, het schuiven namelijk van ceu
veerenden geelkoperen ring, inwendig bekleed met „Loofah", over
de buis, terwijl aan den ring twee stevige metalen draden bevestigd
zijn , waarmede hij langs de buis op en neder gefcboven kan worden
in spiraalsgewijze beweging. — In the Lancet van 12 September
1891 (p. 628) zijn eveneens zeer guustige uitkomsten medegedeeld
van een beproeving van het Berk efe ld-filter met water, waarin
zweefden resp. bariumsulphaat, zuringzure kalk, ultramarijn; ook
met hooiaftreksel, versche koemelk, enz. — ür. P roch n i k, Officier
van Gezondheid le klasse van het Ned. Oost-Indische leger, heeft
in het Hygieuisch Instituut van Prof. Dr. Mac Gruber, te
Wecnen, 6 filters beproefd van het model H en eenige filters van
het Model M; het „huisfilter" model H bestaat uit een buis van
45 cM. lengte en 7.5 cM. inwendige middellijn, besloten in een
stevig omhulsel van gegoten ijzer, uitwendig gebronsd, inwendig
verglaasd, met vernikkelde tappen, schroeven en kranen; het is
geschikt om aan een waterleiding verbonden te worden en kost
(excl. vracht en invoerrecht) / 25.20; het filter model M gelijkt op
model H, doch is tevens voorzien van eene inrichting tot zelfreiniging
en kost in Engeland ƒ 42. Prochnik heeft zijn proeven genomen
met water, waarin B. prodigiosus, en heeft het gefiltreerde water
kiemvrij bevonden, ofschoon het filter in korten tijd groote hoeveel-
-ocr page 29-
27
heden water leverde (bij slechts 1 atmospheer overdrukking onge-
veer 1000 Liter per cel en per dag); de filtreerende werking ver-
minderde slechts weinig na langdurig gebruik en steeg weder tot de
aanvankelijke hoogte na reiniging van de cel. De filters van het
model M (met zelfreiniging) leverdeu eenigszius geringere hoeveel-
heden gefiltreerd water, doch stellig kiemvrij (*).
Wat ik van andere zijden vernomen heb, stemt echter volstrekt
niet overeen met deze gunstige oordeelvellingen. Reeds bij een voor-
loopig onderzoek door inpersing van dampkringslucht in de met water
gedrenkte cel blijkt, naar men zegt, dat bij slechts 0.5 atmospheer
overdrukking de poriën lucht doorlaten, terwijl bij de Chamber-
1 and-bougie, onder een persing zelf van 1 atmospheer en hooger,
daarvan geen sprake mag zijn; het Be r kefel d-filter heet dan ook
niet bij machte te zijn om drinkwater kiemvrij te maken. Men be-
weert voorts, dat de Berk ef eld-bougie bij aanhoudende werking
in water weldra zeer zacht wordt in. a. w. zeer breekbaar , zoodat
zij ook in dit opzicht verre achterstaat bij het C ha m berl and-filter.
Hier is dus weder een gelijksoortige tegenspraak, als bij zoovele
andere filters, bijv. die van Bischof, Spencer, Maignen,
Breyer, Piefke, e. a., en het is zeker noodig om nauwkeurig
te onderzoeken of er verschillende fabrikaten in den handel gebracht
worden, de eerstgenoemde waarnemers toevallig buitengewoon goede
exemplaren ter beproeving ontvangen hebben , enz. Wanneer de
Berkefeld-cellen inderdaad zacht worden bij eenigszins langdurigen
dienst, dan is reeds daarin een voldoende reden tot afkeuring ge-
legen; immers, één cel (zonder metalen omhulsel, of ander toebe-
hooren) kost in Engeland f 3.00 met vracht eu invoerrecht der-
halve f 3.50. Ik heb het B e r k e f e 1 d-filter nog niet kunneu beproeven ,
omdat de zeer beperkte ruimte in mijn laboratorium tijdelijk voor
andere werkzaamheden dienen moest; binnen zeer korten tijd zal
eehter dat bezwaar voor goed vervallen zijn, zoodra het nieuwe en
prachtige gebouw in het Sterrebosch alhier gereed is.
De vraag, of het Chambe r la n d-filter al dan niet in staat is
om drinkwater volkomen kiemvrij te maken, is reeds zoo menigmaal
(*) Zie het Rapport in het Bijvoegsel bij de Ned. Staatscourant van 26
Nov. 1891, No. 278, betredende het verhandelde in dn 4de zitting der 2de
sectie van het VIIC internationale Congres voor hygiëne en demographie
te Londen, in Aug. 1891.
-ocr page 30-
28
door tal vau betrouwbare onderzoekers bevestigeud beantwoord, dat
zelfs niet de geringste twijfel dienaangaande thans nog zou mogen
geopperd worden. De bewering, dat men niet zoo bijzonder uauw-
lettend voor het kiemvrij maken van drinkwater behoeft te zorgeu,
is volkomen in strijd met de lessen der ervaring; zij wordt dan ook
alleen vernomen vau personen, die zich niet de moeite hebben ge-
geven de zaak nader te onderzoekeu. Toch bestaat het bedroevende
feit, dat gezaghebbenden, die voor de gezondheid van het volk
hebben te zorgen — ministers, legerbestureu, gemeenteraden, fabri-
kanten, enz. — en wien het voorzeker niet aan deskundige voor-
lichting behoeft te ontbreken, dezen plicht ten aauzieu van het
drinkwater op zeer betwistbare wijze behartigen, zich tevreden
stellende niet het verschaffen van filters, wier onbetrouwbaarheid
sedert lang onwederlegbaar gebleken is. Bij het Nederlandsen leger
bijv., in de kazernen, ziekeninrichtingen en forten, ziet men niet
zelden in het geheel geen zuiveringswijzen bevolen, of wel toestellen
in gebruik , die niets meer kunnen verschaffen, dan hetgeen van een
zand- en koolfilter mag worden verwacht, derhalve niets meer dan
eeu valsche gerustheid geven. Er moet dus iets haperen aan de
practische inrichting der Ch am berland-filters en dit kan wel niets
anders zijn dan het bezwaar, dat het genoemde filter bij het zuiveren
van vuil water reeds na weinige dagen gereinigd moet worden en
deze reiniging voorzichtig behoort te geschieden.
Het uitmuntende, boven reeds aangehaalde rapport van de H.H.
M. Straub en H. Offerhaus heeft bij vernieuwing geleerd, dat
het laatstvermelde bezwaar volstrekt niet onoverkomelijk is; de tech-
niek in bacteriologische, scheikundige of andere werkplaatsen is
immers tegenwoordig zoo ontwikkeld, dat het in menig geval vol-
doende is een of ander bezwaar der praktijk te kennen, om daarvoor
betrekkelijk spoedig een passende oplossing te vinden. Men behoeft
in dit geval slechts na te volgen wat het Fransche legerbestuuv ge-
daan heeft, door te zorgeu voor het verbinden van doelmatig inge-
kokerde Ckum herland-cellen aan de aauvoerbuis eenergoede water-
leiding, of wel aan een „accuinulateur de pression" iu de kazernen
en legerkampen, en door het opdragen van het onderhoud dezer
toestellen aan geoefende personen. De uitkomst, zoowel in technisch
als hygiënisch opzicht, is in Frankrijk inderdaad schitterend geweest (*):
(*) Zie hierachter Blz. 47 Journal offieiel de la République franfaite
mereredi
24 fèvrier 1892, N». 54.
-ocr page 31-
29
in de garnizoenen, die vroeger veel van febris typhoïdea te lijden
badden, is die ziekte na het in het werkstellen der Ch am berland-
fllters verdwenen; waar men de onvoorzichtigheid beging ongezuiverd
drinkwater uit putten of slechte waterleidingen te gebruiken, is
men daarentegen menigmaal gestraft door een epidemie van de ge-
noemde ziekte (met name, in 1891, te Montargis, Avesnes Lisieux,
Evreux, Nantes en Perpignan, — in Januari en Februari 1891
ook te Parijs, toen de waterleidingspij pen bevroren waren en de
soldaten, in plaats van bronwater, het vuile water der Seine moesten
drinken). Het ziektecijfer, vergeleken met de gemiddelden voor de
jaren 1886 en 1887, is ten gevolge van den iugrijpenden gezond-
heidsmaatregel meer dan 50 pCt. gedaald, het sterftecijfer aan
febris typhoïdea meer dan 60 pCt. Naarmate ook de Gemeeutebe-
sturen dezen plicht beter zullen gaan behartigen, zullen de gelegeu-
heden voor de manschappen, om buiten de kazernen de smetstof
der febris typhoïdea op te nemen, mede zeldzamer worden; men
mug dus nog grootere verbetering der ziekte- en sterfteverhouding,
zoowel ten aanzien van de genoemde ziekte, als in het algemeen,
met grond verwachten. — Waarom zou het in Nederland anders gaan ?
In Nederlandsch Oost-Indië, evenals in andere warme lucht-
streken, heeft men echter rekening te houden met een paar be-
zwaren, die althans ten deele de lijdensgeschiedenis der pogingen
tot het verschaffen van het Ch a m b erl an d-filter aan de Indische
garnizoenen en troepen te velde verklaart. In de eerste plaats Dame-
lijk het bezwaar, dat het water in de metalen toestellen onaange-
naam warm wordt; dit kan echter gemakkelijk verminderd, zoo niet
geheel weggenomen worden, door het opvangen van het uit de cellen
afvloeiende kiemvrij gemaakte water in steenen of porceleinen,
beter nog in poreuse potten van voldoende grootte, naar het voor-
beeld der in Indië hoog gewaardeerde onverglaasde waterkruik van
poreuse aarde („gendie").
Een ander bezwaar is gewichtiger: de bevordering van het door-
groeien van bacteriën door den wand der Chamberland-cel bij
hooge luchtwarmte.
De HH. M. Straub en H. Offerhaus hebben
iu hun reeds aangehaald rapport ook dit belangrijke punt niet uit
het oog verloren, zij hebben waargenomen, dat in de warme Juni-
maand van 1890 de bacteriën na 8 dagen, in water van 40» C.
zelf reeds na 5 dagen, in de koude Uecember-maaud van 1890 daar-
entegeu in hun slechts tijdelijk en slecht verwarmd laboratorium
-ocr page 32-
30
eerst na 13 dagen, het. inwendige der bougie bereikten. Daaruit
volgt, dat tusschen de keerkringen het doorgroeien van bacteriën
zeker wel vrij snel zal plaats hebben , en men verplicht zal zijn om
die reden elke cel na verloop van 3 of 4 dagen uit te koken of te
gloeien. Dat is voorzeker een groote last. Maar het zal toch wel
niemand in den zin komen, alleen daarom van het gebruik van deze
filters af te zien en zich met de gebrekkige werking van een anderen
toestel te vergenoegen. Het kan trouwens ook in koudere klimaten
noodig wezen de cellen, nadat zij een paar dagen dienst gedaan
hebben, van het vuile beslag op haren buitenwand te ontdoen, en
wanneer het water buitengewoon vuil is, kan het ontstaan van dit
beslag zelfs na één enkel uur tot het reinigen van het filter dwingen;
in dat geval is echter een goed hulpmiddel aan te wenden: vóór-
filtratie door een zand- en koolfilter. Het doorgroeien van bacteriën
zou daarentegen op die wijze zeker niet vertraagd worden; hier baat
geen ander middel dan het uitkoken of gloeien.
Het staat intusscheu nog volstrekt niet vast, dat ziektekiemen in
tamelijk warm water snel door de poriën van C hamberland-filters
heengroeieu: nadere proefnemingen zullen dit moeten leereu, voor
elke ziektekiem afzonderlijk. In de meeste gevallen heeft men tot
dusver zich daartoe bepaald, een Ch am b erland-bougie in een bak
met bacteriën-houdend water te plaatsen, en daarna het tijdstip
vast te stellen, waarop het gefiltreerde water niet meer kiemvrij
afvloeide; doch men wist niet, welke bacteriën-soorten in het vuile
water aanwezig waren, en evenmin welke bacteriën soorten in het
Altraat waren te vinden. Misschien zou men anders wel ontdekt
hebben, dat alleen enkele soorten van zeer fijne en volkomen onschade-
lijke water-bacteriën door den wand der bougie heengegroeid waren. Dr.
M. W. Reijorinck, te Delft, heeft in dit opzicht reeds vroeger
een vingerwijzing gegeven.
Zoolang wij de zaak niet nauwkeurig onderzocht hebben, moet
niettemin toegegeven worden, dat het wenschelijk is om elkeCham-
b er land bougie, die in een warm klimaat dienst doet, regelmatig
om de 3 dagen uit te koken.
In de derde plaats heeft men nog het bezwaar geopperd , dat het
voordeel der filtreerende werking van de Cha mberlan d-cellen
ongemerkt geheel verloren kan gaan, zoodra er een barstje ontstaan
is in een bougie, een caoutchouc-verbinding, of wel in de metalen
plaat, die het vuile en het gefiltreerde water in den toestel van
-ocr page 33-
31
elkander scheidt. Muur dit bezwaar is zeer gemakkelijk op te heffen
door verbetering van de inrichting der toestellen.
Als vierde bezwaar eindelijk, wordt nog genoemd het onver-
mogen van het Chn m berl and-filter, om opgeloste onzuiverheden
uit het water te verwijderen, en wel in het bijzonder de toxinen
of andere oplosbare producten der stofwisseling van ziektekiemen.
Voorzoover de bedoelde onzuiverheden de physische eigenschappen
van zuiver drinkwater wijzigen , kan men verbetering verkrijgen door
het opvullen van de cellen met zuivere dierlijke kool, terwijl dezelfde
stof ook in staat is sommige schadelijke metaalverbindingen uit het
wnter af te scheiden; de kool-bougies kunnen dus ongeveer dezelfde
ongewenschte stoffen terughouden, die in een goed koolfilter terug-
blijven. Het valt echter niet te ontkennen, dat het oxydeereud ver-
mogen der kool in de bougies eenigermate lijdt door de eigenaardige
inrichting dezer cellen en de wijze van haar gebruik, alsmede dat
het verwisselen van die kool bij de reiniging der cellen vrij lastig
en tijdroovend is. — Voorzoover het bezwaar de toxinen betreft, is
het daarentegen m. i. zeer overdreven; immers, nog niemand heeft
bewezen, dat die stoffen in gevaarlijke hoeveelheid aanwezig kunnen
zijn in de grootste massa drinkwater, die een mensch in het etmaal
in zijn lichaam kan brengen. Om dit theoretisch bezwaar mag het
Cha di b er 1 and-filter stellig niet worden afgekeurd, terwijl men
dat bezwaar niet doet gelden tegen het gebruik van een der andere
filtersoorten , die toch in dit opzicht even onvermogend zijn.
Het aanhoudend op den voorgrond stellen der hier vermelde,
ten deele onjuiste of onbillijke en overdreven bezwaren heeft in-
tusschen de maatschappij, die de Cham berland-filters in den
handel brengt, tot het bedenken van afdoende verbeteringen der
inrichting geprikkeld: met zeer goed gevolg. Dit zal, naar ik meen,
het best uitkomen door een beschrijving (*) van het thans verkrijgbaar
gestelde nieuwe veldfilter, dat zich van de vroegere inrichtingen
hoofdzakelijk in de volgende opzichten onderscheidt:
1°. Het gevaar, dat de cellen bij eenigszins onhandige reiniging
gemakkelijk kunnen gebroken worden, is weggenomen.
2». De bacteriën, die in de poriën van den celwand aan het
doorgroeien zijn, kunnen snel en gemakkelijk gedood worden.
(*) De volledige beschrijving dezer filters wordt op aanvraag toegezonden.
-ocr page 34-
32
3°. Op zeer eenvoudige wijze kan aanhoudend worden toegezien
op den goeden staat der bougies en der overige onderdeden van
den toestel.
4°. Zoodra de bougies tijdelijk buiten werking gesteld worden,
kan men ze laten leegloopen.
5°. Wil men niet alleen kiemvrij water verkrijgen, maar ook de
zuivering, die een filtratie door dierlijke kool geven kan, dan kan
het filter voorzien worden van kool-bougies.
-ocr page 35-
33
LA FIÈVRE TYPHOÏDE DANS L\'ARMÉE.
RAPPORT de M. de Freycinet. Ministre de la Guerre
a. M. Ie Président de la République.
Paris, Ie 18 Février 1890.
Monsieur Ie Président,
Mon rapport du 16 Juin 1889 vous a fait connuitre les principales
mesures adoptées par mon département pour améliorer 1\'état sanitaire
des troupes, et notamment les efforts poursuivis depuis dix-huit
mois pour combattre les ravages de la fièvre typhoïde.
J\'ai exposé que la suppression des fosses d\'aisance lixcs et surtout
la pureté des eaux potables apparaissaient comme les deux conditions
les plus süres pour atténuer, sinon pour conjurer entièrement cette
terrible maladie.
Grace aux crédits votés par les Chambres, des résultats importauts
out été obtenus en 18S9; la réforme sera a peu prés complete a la
Gn de 1\'anuée 1890. Les renseignemeuts statistiques fournis par la diree-
nou du service de santé témoignent que Ie prop;rès hygiénique, est déja
sensible en 1889. C\'est Ie résumé de cette statistique que j\'ai
Pbonneur de placer sous vos yeux.
D\'après un état dressé avec beaucoup de soin par Ie service du
génie, a la suite des analyses bactériologiques exécutées au laboratoire
du Val-de-Grace, un tiers envirou des établissement» militaires éiait
alimenté, au mois de juillet 1888, par des eaux susceptibles de
développer des épidémies; car la bacille caractéristique de ia fièvre
typhoïde ou d\'autres germes infectieux y avaient été observés en
quantités parfois tres considérables. Les deux autres tiers, bien
qu\'alimentés avec de 1\'eau réputée boune, ont donué sur plusienrs
points de dures déceptions, dues Ie plus souvent a ce que des
précautions suffisantes n\'ont pas été prises \'pour protéger les
sources ou les réservoirs contre Ie mélange avec les eaux conta-
minées.
Les établissements ou 1\'eau est défectueuse représentent, tantcn
3
-ocr page 36-
34
Franoe qu\'en Algérie, 230,000 places dispouibles correspondant a un
effectif réel d\'environ 175,000 hommes. >)
Les niesures prises pour protéger ce uombreux persoimcl out
varié suivaut les localités. Depuis Ie mois de juillet 1888 jusqu\'au 31
décembre 1889, 92 établissments ont, repu des eaux de souroe de bonne
qualité, B4 ont été dotés de filtres perfectionnés; dun 122, des puits
contaminés out été sêrèremeut coudamnés. Les 156 établissemeiits oü
1\'eau a été soit, changée, soit puriflée par la filtrage, représenteut
77,000 places dispouibles et Ie tiers euviron de la taclie totale est
accompli. La réforme, quoique partielle, a déja eu sou coutre-coup
dans les relevés de la statistique médicale. Si 1\'ou compare en effet
la morhidité et la mortalité, dues a la flèvre typhoïde er. 1889, avec
la moyeune des trois anuées précédentes, on trouve, pour l\'ensemble
des dixhuil corps d\'armée de France, les chiffres suivants:
Phoportion
pour cent
e n in o i n s.
Moyenne
des 3 années
précédentes. 2)
DlMINUTION
en 1889.
1889
UES1GNATION.
Nombre des cas de fièvre
typhoïde.........
Nombre des décès par la
fièvre typhoïde.....
6.215
1.803
4.412
\'29
202
843
24
641
Ainsi la mortalité a diminué d\'uu quart et la morbidité dans
uue poportion encore plus grande.
Ces résultats sont d\'autant plus satisfaisants que la statistique de 1889
se trouve excepl ionuellement grossie des suites d\'un accident qui, on
doit Pespérer, ue se renouvellera plus. Je veux parier de la terrible
épidémie de Dinan, due a 1\'iufiltration de liquides itnpurs dans les
eaux alimentaires des caserues de cavalerie, et qui produit a elle
seule, plus du huitième des cas de fièvre typhoïde dans toutel\'aunée.
Les travaux se poursuivrout tres activement en 1890. Des marchés
vicnueut d\'être passés pour 1\'installation de filtres dans tous les
établissemeiits oü uue bonne eau de source ne parait pas pouvoir
être amenée prochaiuement. Ces filtres, qui ont donné lieu a de
\') On sait que Ie nombre des places dispouibles est toujours supérieur
a 1\'effeotif de la garnison, en prévision de 1\'appel des réservistes et des
territoriaux.
2) A partir du Ier janvier 1888 la flèvre dite continue, priScédemment
distinguée de la fièvre typhoïde, est confondue aveo eelle-oi dans la statistique
médioale: les ohiffres de 1886 et 1887 ont été reotiflés en eonséquence.
-ocr page 37-
35
laborieux essuis, sont de deux sortes, suivant que les eaux a
purifier arriveiit en pressioii naturelle ou sout dépourvues d\'uue
pressiou suffisaute. Daus Ie secoud cas, 1\'appareil filtrant est complete
par uu recipiënt ïnétallique daus lequel, a 1\'aide d\'uue pompe a
bras, on produit artificiellement une pressiou de 2 a 3 atniosphères.
Cette pressiou est nécessaire pour assurer uu débit convenable a
travers les bougies (Ie poreelaine, du sjstème Chamberland, servant
il la puriiicalioil et sujettes , on Ie sait, a uu encrassement rapide.
(■race h eet appareil ingénieur, 15 bougies ioiiritisseiit largemeiit
l\'alimeiitation de 100 hommes.
Il reste actuellemeut a installer,
en Trance et en Algérie, 23,000 bougies et 600 caisses a pressiou.
Les livriiisons sont écbelonuées a raisou de 2,000 bougies et de 50
appareils par mois. Dans uu au tout Ie travail sera termiué. L\'eu-
semble de nos établissemeuts sera dès lors doté d\'eau de bonne qualité.
D\'autre part, la suppression des fosses fixes et leur placement
par des fosses mobiles ou par 1\'évacuation a 1\'égout serout tres
avances, en même temps que les cabiuets auront été pourvus d\'obtu-
rateurs et, autant que possible, des moyens de lavage qui leur man-
queut tro|> souvent aujourd\'hui.
A ce moment je ne crois pas trop m\'avaucer en disant que la
mortalité et la niorbidité de la fièvre typhoïde serout diuiinuées des
trois quarts. Le fait u\'apparaltra pas entièrcnient dans la statistique
de 1\'anuée 1890, puisque les travaux vont s\'échelonner de inois en
mois; mais il sera manifesté en 1890. Cette prévision ne sera pas
jugée téméraire, si 1\'on songe que dans le gouvernement militaire de
Paris, oii les casernemcuts intra-muroa out été pourvus d\'eau de source
en 1888, mais ou il existe eucore uu certain nonibrc de casernemeuts
a Courbevoie, a Vincennes, a Versaillss, etc, alimentés avec de Peau
défectueuse, les résultats déja obtenus sont les suivauts:
Moyenne
des 2 années
1886-1887.
Diminution; Pboportiov
pour cenl
1889
riliSIUNATlUN.
en 18«9.
en moins.
Nombre des cas de fièvre
typhoïde.........
Nombre des décès par la
fièvre typhoïde.....
531
1.270
73!)
58
54
130
40
82
Sans doute on coutinuera toujours a ohserver des cas de fièvre
typhoïde dans nos établissements militaires; cara défaut de causes
engeudrant la maladie sur place, elle sera nécessaireiiient apportée
du deliors, de temps a autre. Mais la plus grande partie des ravages,
-ocr page 38-
se
une fois Ie programnie exécuté, sera évitée a 1\'avenir par des soins
et des précautions convenables. Les chefs de eorps devront veiller
a ce que les filtres soient bien entretenus et a ce que les hommes
s\'alimentent exclusivement aux robinets d\'eau pure, au lieu de con-
souimer, comme ils Ie fout souveut pour s\'eviter quelque pas, Peau
servant au lavage et aux besoins géiiéraux du cnsernement. Les
médecins, de leur cöté, devront surveiller attentivement les moindres
symptómes de la fièvre typhoïde; car ce sont ces symptómes, relevés
a temps, qui mettent sur 1» voie des causes de 1\'épidémie et donnent
ainsi la possibilité d\'en conjurer Ie développeraent.
Je ne terminerai pas saus rendre hommage au zèle et a la com-
pétence avec lesquels Ie service du génie et Ie service de santé se
sont, chacun en ce qui Ie concerne, consaorés a cette oeuvre mimi-
tieuse et delicate.
Veuilles agréer, monsieur Ie Président, 1\'hommage de non res-
pectueux dévouement.
Le ministre de la guerre ,
C. DE FllEYCINEÏ.
-ocr page 39-
37
Journal Offieiel de la République Frangaiie, 15 Février 1891 , u°. 45.
LA FIÈVRE TYPHOÏDE DANS L\'ABMÉE.
RAPPORT adressé au Président de la République par
Ie Ministre de la guerre sur les mesures prises pour
atténuer les effets de la fièvre typhoïde dans 1\'armée.
Paris, Ie 12 Février 1891.
Monsieur Ie Président ,
Dans uies rapports du 16 juin 1889 et du 18 février 1890, j\';ii
exposé les principales mesures prises par mon administratiou pour
atténuer les ravages de la fièvre typhoïde daus 1\'armée. Ces mesures
consistent essentiellement dans la suppressiou des fosses d\'aisances
fixes et dans 1\'awélioration des eaux potables. Cette der nier e précau-
tion surtout exerce uu effet décisif sur la naissance et Ie dévtloppe-
ment de la maladie. Une expérience de prés de trois années a.
démontré que, cbaque fois qu\'une eau pure a été substituée dans
les casernes a uue eau contaniinée, 1\'épidémie qui s\'était déelarée
n\'a pas tardé a diminuer et a s\'étcindre entièreu)ent; et, inverse
ment, chaque fois que 1\'eau, jusque-la bonue, avait été contaminée
par suite de circonstances quelcouques, la maladie avait bieutöt fait
sou apparition et s\'était développée tant que la cause elle menie
avait dure.
C\'est cette conviction qui m\'a engagé a poursuivre avec persé-
vérance 1\'iustallatiou de (Utres nerfectioilllés (*) dans tous les éta-
hlissemeuts oü il u\'était pas possible de faire arriver des eaux
naturelles d\'une qualité irréprochable. Au Ier janvier 1889 , il existait
uu nombre de casernements représentant 230,000 places disponibles,
dans lesquels 1\'installation de filtres était reconnue nécessaire. Au
Ier janvier 1890, ce nombre était tombe a 153,000; il n\'cst plus
actuellemeut que de 61,000, et j\'ai tout lieu de croire qu\'il aura
disparu a la fiu de 1\'année. En ce moment, il existe 18,759 bougies
lillraiiles , fonctionnaut dans 264 établissements. Après quelques taton-
ueinents, 1\'iustallatiou et 1\'eutretieu u\'ont plus rieu laissé a désircr
et la régularité des appareils est devcnue parfaite.
(*) Le ministre a déoidé d\'après Ie rapport des médeoins militairos
basd sur de nombrcuses expérieuoes et d\'après des concours auquels plusieurs
fabrioauts out pris part) que lo Filtre Ckambcrland, système Pasteur serait
exclusivomout employé puur les oasoriiemeuts de 1\'armée.
-ocr page 40-
88
Lu diuüuution de la fièvre typhoïde a suivi mie niarche pariillèle.
Ün eu pourra juger par Ie tableau ei après, daus lequel les nombres
des cas de maladie et des décès, pendant chacune des amices 1889
et 1890, sont comparés avee la moyenne des deux années 1886 et
1887; je laisse de coté 1\'année 1888, année de transition, dans In-
quelle j\'ai fait procéder aux premiers aménagements.
MOYENNE
des années
1886 et
1887.
ANNÉES
DIMINUTION.
PROPOKTION
|>our 100 en moins.
1889.
1890.
en 188!).
en 1890.
en 1889.
en 1890.
Nombre des cas de
fièvre typhoïde . . .
Nombre des décès par
la fièvre typhoïde .
6.881
864
4.412
641
3.491
572
2.469
229
3.390
292
36
25
49
34
Ainsi, en 1890, la réduetion sur Ie nombie des cas est de la
inoitié, et sur Ie nombre des décès, d\'un tiers. Il est assez remar-
quable que, dans chacune des années 1S89 et 1890, les cas ont
diminué dans une proportiou plus grande que les décès. Cela tient
saus doute a ce que, parmi les eaux remplacées ou améliorées, il
s\'en trouvait qni contenaient Ie germe typhique eu proportion rela-
livement faible et qui déterminaient peu de cas mortels. Il faut
considérer aussi que les soins et précautious de tous genres, qui ont
redoublé dans les corps de troupes, sont d\'autant plus efficaces que
les influences morbides sont moins fortes, et qu\'il est dès lors plus
facile de prévenir les épidémies bénignes que d\'arrêter les épidémies
meurtrières.
Les résultats de 1890 auraient été encore plus satisfaisants si
1\'épidémie d\' „influenza" qui a sévi dans les premiers mois de 1\'année
n\'avait aggravé uu certain nombre de cas, ainsi qu\'elle a fait pour
d\'autres roaladies, et si, d\'autre part, des épidémies locales de fièvre
typhoïde n\'avaient brusquetnent éclaté dans plusieurs garnisons, oü
rieu ne les faisait prévoir, par suite de la coutamination , constatée
après coup, des couduites muuicipales qui fournissaient 1\'eau aux
casernes. Il y a tout lieu d\'espérer que ces accidents deviendront de
plus en plus rares a mesure que Pattention des autorités civiles est
davantage appelée sur cette nature de dangers.
Quoi qu\'il eu soit, en teuant compte que les améliorations intro-
duites eu 1890 ont été graduelles et ne porteront leur plein effet qu\'en
1891 , il est permis de penser, ainsi que je 1\'iudiquais dans mos
rapport du 18 février 1890, qu\'une fois la réforme termiuée, Ie
-ocr page 41-
;{9
nombre des oas sera reduit des trois quarts et celui des décès des
deux tiers (*). Cette prévision est confirmée par les résultats obtenus
dans Ie gouvernement de Paris, ou la substitution de la bonue eau
a pu utre réalisée, dans tous les établissements intra muros, dès la
tin de 1889.
GOIJVERNEMKNT
MOYENNE
des années
1886 et
1887.
ANNÉES
D1MINUTION.
PROPORTION
pour 100 en moins.
MILITAIRE I1E PARIS.
1889.
1890.
en 1889.
en 1890.
en 1889.
en 1890.
Nombre des cas de
fièvre typhoïde . . .
Nombre des décès par
la fièvre typhoïde .
1.270
136
531
82
309
52
739
54
961
84
58
40
75
62
Quand les établissements extra muros, qui entrent dans cette statis-
tique, seront pourvus des filtres dont rinstallation est ordonnée, Ie
resul tut annoncé sera largement atteint ou plutót dépassé. Il n\'y a
pas de motif pour qu\'il n\'en soit pas de menie sur l\'ensenible du
territoire, et j\'ai la confiance que la statistique générale de 1892
en fournira 1\'éelataut témoignage.
Je suis d\'autant plus foudé a 1\'espérer que je rencontre de toutes
parts dans 1\'armée les concours les plus dévoués. Le cominandement
et le service de santé rivalisent de zèle, a tous les degrés de la
hiërarchie, pour assurer le bien-être des hommes et améliorer 1\'bygiène.
Ce n\'est pas seulement sur la qualité des eaux que leur sollicitude
s\'exerce; mnis elle porte sur divers points qui intéressent le déve-
loppement des épidémies, tels que surmenage, propreté corporelle,
désinfection des casernements, etc. Ces efforts combines auront cer-
tainement pour résultat d\'abaisser dans une proportion notable la
niortalité générale dans 1\'armée aiusi que le nombre des journées
d\'hospitalisation.
Venillez agréer, monsieur le Président, 1\'hominage de mon res-
pectueux dévouement,
Le président du conseil, ministre de la guerre,
C. db Freycinet.
(*) On ne peut espórer faire disparaitre entièrement la fièvre typhoïde
de 1\'arméo, paree qu\'elle y est journellement iutroduite par des causes
extérieures (arrivée des reorues, des róservistes, alimentatiou en dehors
des oasernements, ete.)
-ocr page 42-
40
Journal Official de la liépublujue Francaise, 24 Février 181)2 u°. 54.
LA FIÈVRE TYPHOÏDE DANS 1/ARMEE.
RAPPORT adressc au Président de la République par
Ie Ministi e de la guerre sur les mesures prises pour
atténuer les effets de la fièvre typhoïde dans Farmée.
Paris, Ie 22 Février 1892.
Monsieur Ie Président,
La décroissiinoe de la fièvre typtaoïde daus 1\'armée, eu 1891, a
confirmé les principes sur lesquels j\'avais basé les mesures prophylac-
tiques exposées dans mes rapports en date des 16 juin 1889, 18 février
1890 et 12 février 1891. Partuut oi\'i 1\'on a pu substituer mie eau
irréprochable it 1\'ean reeoniuie mauvaise, ou purifier eelle-ci
par Ie tiltrage ii 1\'aide des bougies du système Chamber-
la nd, la fièvre typhoïde a disparu. C\'est ainsi que dans les
garnisons autrefois Ie plus souvent ou Ie plus cruellement éprouvées,
telles que Compiègue, Ie Mans, Domfront, Melun , Verdun, Luuéville ,
Lérouville , Mézières, Auxonne, Poitiers, Vitré, Dinan, Cherbourg ,
Lorieut, Brest, Tulle, Angoulème, Clermout-Ferrand, Moutpellier,
Carcassouue, Agen, la fièvre typhoïde ne sévit plus sous l\'onne
épidéinique, inais seulement par cas isolés, a de longs intervalles.
Partout au contraire ou 1\'ou a eu a déplorer Ie développement
d\'une épidémie, on a Oonstaté qu\'il suivait iinmédiatement la sub-
stitution d\'une eau fortuitement coutamiuée h 1\'eau pure dont ou
avait jusque-la fait usage. Telle est 1\'origine des épidémies de Mon-
targis, d\'Avesnes, de Lisieux, d\'Evreux , de Nantes, de Perpiguan,
qui ont éclaté, soit a la suite de la réouverture de puits précé-
demment condamnés, soit a la suite d\'accidents survenus aux con-
nuites aliinentaires de la ville. Dans Ie uiême ordre d\'idées, on doit
citer 1\'épidémie dont a souffert la garuison de Paris en janvier
et février 1891, alors que les grands froids avaieut occasionné la
congélatiou des tuyaux d\'eau de sourcc et obligé de recourir a 1\'eau
de la Seine.
-ocr page 43-
41
Ces cnuses puremenl accidentelles ei qui, 011 doit 1\'espêrer, sont
destinécs a disparaitre, ont élevé les statistiques de la fièvre typhoïde
en 1891 de plus d\'un cinquième comme chiffres totaux de maladies
et de décès.
Nonobstant ces circonstances défavorables, 1\'amélioration déja
signalée les années préeédentes a continue et s\'est raême développée,
ainsi que 1\'indique Ie tableau ci-aprés:
DÉSIGNATION
MOYENNE
des anaees 1886
et 1887.
ANNÉES
DIMINUTION
PHOPORTION
P. 100 en moin».
1889
1890
1891
1889
1890 1891
1889
1890
1891
Nombre de cas de
fièvre typhoïde . .
Nombre des décès
par fièvre typhoïde
6.881
864
4.412
641
3.491
572
3.225
534
2.469
2291
3.390
292
3.556
330
36
25
49
34
52
38
En faisant la part des accidents spéciaux que je viens de rappelet
et en tenant coinpte de 1\'extension donnée a 1\'installatiou des filtres
dans les casernes, il est vraisemblable qu\'en 1892 la diminution des
décès, par rapport a la moyenne des années 1886 et 1887, dépassera
50 p. 100 et la diminution des cas dépassera 60 p. 100.
Ces résultats sont destinés a s\'accroitre encore dans les années
suivantes, et s\'accroïtrout d\'autant plus rapideraent que 1\'hygiène
municipale, de sou cöté, fera des progrès plus sensibles. Il ne faut
pas perdre de vue que toute cause d\'insalubrité dans les ville» a sa
répereussiou dans les casemes et qu\'il n\'est pas possible de maintenir
une gamison complèteraent indemue au milieu d\'une population
atteinte par 1\'épidémie. Aussi mon département s\'applique-t-il a être
en communication constante avec Ie département de 1\'iutérieur pour
attirer i\'attentiou des municipalités sur toutes les particularités
d\'hygiène que les investigations du service de santé militaire per-
mettent de constater.
Le service du génie a poursuivi en 1891 1\'installatiou des filtres
pei\'fectionncs dans nos divers établisseuients. Le ïioiubre total des
appareils poses au 31 décembre dernier correspond a 200.000 places
de caserncment disponibles, dont 185,000 en Prance et 15,000 en
Algérie et eii Tuuisie. Le nombre des appareils a poser encore, pour
la réulisatiou complete du prograuime, ue corrsspond plusqu\'a 45,000
-ocr page 44-
12
place», distribuées dans des établissements ou 1\'euu laisse peu a
désirer (*).
Je me plais a coustater qae si, sur quelques points, la surveillance
a parfois fait défaut, les chefs de corps et les médecins militaires,
d\'une maniere générale, montrent nne sollicitude digne des plus grands
éloges. C\'est par leur attention soutenue, les prescriptions précises
données a la troupe, les précautions de loute nature a imposer dans
les casernements et pendant les manoeuvres, qu\'ils arriverout non
seulement a faire dipsaraitre la fièvre typhoïde, mais encore a ré-
duire considérableinent la mortalité générale, dans 1\'armée.
Veuillez agréer, monsieur Ie Président, 1\'hommage de mon res-
pectueux dévouement.
Le président du conseil, ministre de la guerre,
C. de Fheycinet.
(*) Le surplus des places afteoté\'es a la troupe est situó dans des ctablisse-
uients oü 1\'inBtallation do filbres a été rooonuue inutile.
-ocr page 45-
43
RAPPORT au Président de la République
Francaise.
Paris, Ie 9 Avril 1895.
Monsieur Ie Président,
Duns les rapports itdressés au Président de la République fran-
caise de 3 889 ü 1892, M. de Preyoiuet, 1\'iin de mes prédécesseurs,
définissnit les causes priucipales de la morbidité militaire en Frnnce
et les mesures par lesquelles Ie service de santé s\'eftbrce de la com-
battre. Il constatait les résultats heureux obteuus pendant cette
période; il démontrait en particulier que la fièvre typhoïde, qui
avant 1887 atteignait chaque année pres de 8,000 hommes, avait
diminué en 1890 et en 1891 dans la proportion de 36 et de 49 p.
100: il faisait voir que dans Ie gouvernement militaire de Paris
cette réduction avait atteint 75 p 100, et que partout la progres-
sion dans 1\'abaissement du chiffre de la morbidité avait immédiate-
ment suivi Ie changement du régime des caux, c\'est-a-dire la sub-
stitution de 1\'eau de source ou de 1\'eau flltrée a l\'eau des rivières
ou des puits dont on faisait autrefois usage. Si les principes qui
avaient présidé a 1\'institution de cette mesure prophylactique étaieut
les véritables, on devait s\'attendre a voir la morbidité typhoïdique
se réduire encore bieu davantage, et ue plus s\'appesantir que sur
les garnisons encore dépourvues d\'eau de source ou d\'appareils de
filtrage et la oü Padultération accidentelle des eaux de source ou
la détérioration fortuite des filtres ramenaieut la troupe a tous les
dangers d\'autrefois.
L\'expérience des trois dernières années a pleiuement justiflé ces
principes de prophylaxie rationnelle: Ie développement progressif de
1\'adductiou de l\'eau de source ou des appareils de filtrage a été
suivi d\'une diminution de plus en plus scusible dans la morbidité
typhoïdique, ainsi que Ie montrent les chiffres suivauts :
-ocr page 46-
14
ANNÉES
CAS
DÉCÈS
1886
7.771
964
1887
6.130
763
1888
4.884
801
1889
4.274
701
1890
3.901
607
1891
3.603
561
1892
4.820
739
1893
3.314
550
1894
3.060
530
Muis pour se rendre uu comptc plus exact de ce progrès, il
convicnt d\'ex umin er ce qui s est produit duns quelquel-unes des gar-
nisons on la öèvre typhoïde constituait autrefois uu fléau aussi
permanent que redoutable.
Daus Ie gouveruement militaire de Paris Ie numbre des cas était
mouté de 824 en 1888 a 1,179 en 1889; depuis que 1\'eau de Vaune
a été substituée a 1\'eau de Seiue, la morbidité typhoïdique ue
s\'exprime plus que pur les chiffres 299, 276, 293, 258... Au com-
inencement de 1894, la Vaune est accidentellemeut contaminée;
aussi, penduut que la fièvre typhoïde sévissait daus tous les arron-
dissements qu\'elle dessert, la garnisou a-t-elle eu 436 typhoïdiques,
dont 310 dans les seuls mois de février, mars et avril; pendant les
deux premiers mois de cette année, elle u\'a eu que 8 cas. La con-
tumination de 1\'eau de source d\'Avesues a élevé brusquement Ie
chiffre des maludes, de 2 et 3 par an pendant trois ans, a 105 en
1891; rétablissemeut des filtres 1\'a fait retomber a 1 pendant
chacune des trois anuées suiviintes.
A Beauvais, il y avait eu pendant trois anuées cousécutives 20,
96 et 72 cas de fièvre typhoïde: 1\'adduction de 1\'eau de source
depuis 1891 abaisse Ie chifi\'re des mulodes a 2, 9, 8 et 5 pour
chacune des auuées suiviintes.
La grave épidémie d\'Auxerre en 1892 avait atteint 129 hommes;
des\' filtres ont été établis, il n\'y a eu qu\'un seul typhoïdique en
1893 et uu en 1894.
A Meluu, et c\'est uu fait sur lequel ou-ne saurait trop insister
parce qu\'il est de nature a déterminer cette ville a faire tous les
sucrifices nécessaires pour s\'affranchir de 1\'obligation de boire de
1\'eau de Seine, si gravemeut polluée bien avant la traversée de la
villc qui la souille encore plus; a Meluu de 122 en 1SS9, les cas
de fièvre typhoïde sont, depuis rétablissemeut des filtres Chamber-
laud, tombes a 15, 6, 2, 7 et 7. Il a été péremptoirement établi
-ocr page 47-
45
que 1\'épidémie qui vient de se produire cette année même et a
atteint 28 dragons, alors qu\'elle a épargné complètement Ie bataillon
d\'infanterie logé daus la même caserne qu\'eux, est exclusivement
due a 1\'usage qne les hommes loges daus les deux meilleures cham-
brées du caseruemeut out, malgré les défenses les plus formelles,
fait de 1\'eau des auges qui provient de la Seine; les flltres étant
gelés, la troupe ne devait boire que 1\'iufusion de thé reglementaire;
les esoadrons et Ie bataillon d\'infanterie qui en ont fait exclusivement
usage ont été preserves.
Dans la garnison de Cherbourg, on avait observé 110 et 119
cas en 1888 et 1889; ou installe des flltres en 1890, la morbidité
typhoïdique tombe successivement a 21, 8, 11, 3, 3 eas. On ne
saurait omettre de citer la garnison de Dinan qui, ayant eu en
trois ans 835 typhoïdiques, n\'en a plus eu annuellement, depuis Ie
filtrage de son eau de boisson, que 1, 2, 3 et 1.
L\'endémieité de la fièvre typhoïde s\'affirmait d\'aunée eu année a
Lorient; il y avait eu, en 1888 et 1889, 179 et 171 cas de fièvre
typhoïde; des flltres sont places dafis la caserne fiisson: en 1890,
depuis cette époque leur fonctionnement a été si bien surveillé et si
efficace que la morbidité ne s\'exprime plus que par les chiffres 58,
2, 2, 1; elle n\'est remontée a 11 en 1894 que par suite de 1\'utili-
sation accidentelle d\'une source nouvelle exposée a des causes de
contamination, et condamnée depuis; et cependant il est notoire que
la fièvre typhoïde reste endémique dans la population civile, et 1\'on
doit ajouter que, tandis que cette population était si cruellement
éprouvée pendant 1\'épidémie de cholera en 1893, la garnison n\'a eu
qu\'un seul uholérique; encore avait-il contracté sa maladie a Vannes
prés de sa mère qui venait d\'en mourir.
Des résultats absolument identiques, dus a la même cause, ont
été constatés d\'année en année a Montpellier, oü lc chiffre des
typhoïdiques est tombe de 391 a 49, puis a 14; a Perpignan oü,
après avoir été de 131 et de 197, il n\'est plus que de 18; il en a
été de même a Blois, Vendöme, Lure, Auxonne, Vitré, Tulle,
Clermout-Perrand, Chambéry, Privas, Avignon, Toulon, Nice,
Tarascon, fiéziers, Lunel, etc, etc. Dans Ie 15e corps, d\'une
maniere générale, de 1,018, il n\'est maintenant que de 337; dans
Ie 12e corps, de 616 il se reduit a 68; dans la garnison d\'Angou-
lême, en particulier, il est tombe de 326 a 25. Enfin, dans Ie 18e
corps, Ie chiffre, qui s\'élevait, en 1888, a 292 cas, n\'arrive maiute-
nant qu\'a 38.
Une diminution progressive si constante justifie donc pleinement
-ocr page 48-
46
]:i certitude du jugement qui avait été porté sur les effets de la
substitution progressive de Peau de source 011 de Peau filtrée a Peau
dont Parmée faisait communément usage a Pintérieur de ses caserne-
nients; saus doute, Pexeinple des infirmiers niilitaires, qui, c\'étant
pas, daus les hópitaux , exposés a boire une eau contaminée, payent
cependant un si lourd tribut a la uialadie, suffirait a prouver la
réalité de sa contagion; uiais Pexpérience de chaque épidémie fait
voir qu\'ils oontractent surtout la maladie lorsque la fatigue, résultat
inévitable de la permanenoe d\'uu service de jour et de nuit prés des
ma lades, a miué leurs forces et épuisé leur résistauce a Paction
dangereuse des germes morbides auxquels ils sont si directenient
exposés pendant qu\'ils prodigueut a leurs camarades les soins les
plus péuibles, les plus répugnants et les plus utiles.
Eu résumé, les chiffres 7,771 et 3,060 représenteut, de 1886 a
1894 iuclus, pour Pensenible des garuisons de France la diniinut\'on
constante et progressive des cas de fièvre typhoïde: la moyenne
anuuelle des décès, qui, avaut 1888, était de 843, u\'est plus, de
1888 a 1894, que de 590; eucore Ie chiffre de 1894 ue dépasse til
pas 530. En sorte que Pon peut nffirnrer que les seules niesures
d\'hygièue ont, en égard a la mortalité nioyeuue des anuées anté-
rieures a 1888, conservé en ciuq ans a la France 1,265 de ses
soldats. Plus d\'ailleurs on entre dans la recherche exacte des causes
des cas isolés qui se produisent, plus on arrive a cette convictiou
que les soldats, qui disposent dans leurs casernes d\'une eau salubre,
n\'en restent pas moins exposés a prendre Ie gerine de la fièvre
typhoïde dans les cabarets, débits, restaurants et autres établis-
senients publiés qu\'ils ont tant d\'occasions de frequenter; c\'est aiusi
que pendant deux années de suite, alors que dans la garnison de
Nantes, ou les filtres ont reduit a 1\'état de cas isoles la fièvre
typhoïde autrefois endémique, les 17 cas observés en 1893 et les
30 constatés en 1894 Pont été, pour la niajeure partie, sur des
soldats ordonnauces prenant leurs repas dans des cabarets dont Peau
était évidemineut contaminée par les infiltrations des fosses d\'aisauce.
Le même fait s\'est produit a Saint Germaiu , a la Flèchc, a Blois,
a Maubeuge, etc, et il donne Pexplication la plus plausible des cas
sporadiques dont la répétition ne peut, pour une armee de 450,000
hommes, manquer de s\'élever a uu total assez cousidérable, en
Pabsence de toute épidémie, et que Pon ue pourra vraisemblablemeut
jamais éviter.
La diminution qui s\'est produite pour la fièvre typhoïde n\'a pas
eu lieu, malheureusement, dans la même proportion pour la dysen-
-ocr page 49-
47
terie, eet autre fléau des armées en garuison et en campagne; ce
n\'est pas que la mortalité ait été désastreuse, ni menie considérable,
puisque pour Ie uouibre des cas indiqués ei-après depuis 1888 jusqu\'a
1893 inclus, savoir, 2,953 3,870, 3,451, 2,843, 5,580, 4,950,
elle n\'est représentée que par les chiffres 73, 117, 74, 60, 96,88;
en 1894, 1\'amélioratiou s\'accentue, puisque la mortalité n\'a été que
de 77 eas sur les 3,800 atteintes dont on trouve tracé dans les
premiers états sommaires de la statistique; toujours est-il que depuis
1892 sa diminution est d\'environ 1,000 cas par au. Cependant la
dysenterie, autrefois si terrible, constitue une éventualité épidéniique
redoutable, dont on ne saurait trop se piéserver par la vigilance
constante dans 1\'application des mesures hygiéniques; aussi, dans la
récente instruction du 30 raars 1895, qui complete les dispositious
du reglement sur Ie service intérieur des corps de troupes, relative
a 1\'hygiène des casernements, ai-je tout particulièremeut insisté sur
les obligations qui inconibent au service de semaine et aux uiédecins
militaires relativement a la surveillance et a la désiufection jour-
nalière des latrines a fosses flxes et des tinettes mobiles. Dans cette
même instruction, j\'ai fait les recommandations les plus expresses
pour que 1\'on établisse dans chaque casernement, pour la nuit, des
baquets mobiles dans les meilleures conditions de désiufection préa-
lable, afin que les hommes pressés par un besoin urgent ne soient
plus, en traversant les cours, exposés a 1\'action du refroidissement
nocturne, qui, s\'exerpant brusquement sur les entrailles et sur les
orgaues respiratoires, est une cause si frequente des maladies doulou-
reuses ou graves que 1\'on peut éviter.
Le progrès de 1\'hygiène des troupes tire des épidémies de cholera
en 1893 et en 1894 une confirmation bien précise.
J\'ai eité plus haut la ville de Lorient, oü la garnison est restée
intégralement indemne, a Marseille, bien qu\'il n\'en ait pas été
ainsi, la morbidité militaire n\'a pas dépassé le chiffre de 19, et la
mortalité n\'a été que de 3.
A Brest, la garnison militaire est restée a peu prés indemne
(2 cas) au milieu d\'une population gravement éprouvée.
Je ne parlerai du typhus, si émiueinment contagieux, que pour
constater que, sévissant sur plusieurs points du territoire, il y a
presque complètement épargné 1\'armée: sur les 6 cas observés pen-
dant les deux années 1893 et 1894, on relève deux infirmiers mili-
taires, sur les trois qui étaient sillés volontairement soigner les
typhiqnes civils de 1\'ile de Tudy, et un gendarme que ses fonctions
avaient mis en contact avec des chemineux en incubation de typhus.
-ocr page 50-
48
Vous avez, monsieur Ie Président, bien voulu me faire oonnattre
1\'intérêt avec leqnel vous avez examiné la statistique médicale de
1\'armée pour 1892 récemment publiée; les faits que j\'ai 1\'honneur
de vous exposer établisseut que Je progrès déja considérable en 1892
s\'est tres sensiblement accru en 1893 et 1894: 1\'augmenter encore
est une tache bien digne de toute notre sollicitude.
Veuillez agréer, monsieur Ie Président, Thommage de mon profond
et respectueux dévouemeut.
Le ministre de la guerre,
Gal ZURLINDBN.