-ocr page 1-
fit. Mf£
ADVIEZEN
Dr. A. W. BRONSVELD,
IN ZAKE
de Beheerskwestie in ie Nel Herv. Kerk,
1EOORDEELD
a. A. PIJNVANDRAAT.
Predikant Ie Beesd.
UTRECHT,
KEMINK & ZOON.
(Over ile Domkerk.)
1896.
-ocr page 2-
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
A06000035424633B
3542 4633
-ocr page 3-
IDE ADVIEZEN
VAN
Dr. A. W. BRONSVELD,
TN ZAKE
de Beheerskwestie in de Ned. Herv. Kerk.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
DE ADVIEZEN
Dr. A. W. BRONSVELD,
IN ZAKE
de Beheerskwestie in ie Nel Herv. Kerk,
liEOORDKEU)
DOOR
ö. A. FIMVAOMAT.
Predikant Ie Beesd.
UTRECHT,
KEMINK & ZOON.
(Over de Domkerk.)
1896.
-ocr page 6-
-ocr page 7-
jétn @l. Qjtf. W. MvHövc/i/.
Amice!
Overeenkomstig uwe nadrukkelijke opwekking \') heb
ik kennis genomen van het Opstel door wijlen Ds.
H. steenberg, 24 jaren geleden, geplaatst in het
jaarboekje voor de Ned. Herv. Kerk. Den tijd,
waarin het geschreven werd , in aanmerking nemende ,
heeft het onmiskenbare verdiensten; vooral wat het
geschiedkundig deel betreft, waarin hij herhaaldelijk
de onloochenbare en toch nog dikwerf voorbijgeziene
of zelfs bestredene waarheid uitspreekt: „Xooit zijn
bestuur en beheer in de Hervormde Kerk van ons
vaderland vereenigd geweest." 2)
De geschiedenis van het beheer der goederen onzer
Kerk kunnen wij toch niet missen, willen wij een
juist oordeel vellen over de aanhangige beheerskwestie.
Al wie tot zulk een oordeel genoeg meent te hebben
aan de redeneering: overeenkomstig Art. 55 Alg.
1)  St. v. \\V. en V. 18<K> bl. i005.
2)  Ibidem bl. 976 en 988.
-ocr page 8-
6
Regl. zijn de algemeene belangen der gemeenten, be-
hoorende tot de Ncd. Ilcrv. Kerk, toevertrouwd aan
de Algemeene Synode; tot die algemeene belangen
bchooren de kerkelijke goederen; ergo heeft de Synode
niet alleen het recht, maar rust op haar de plicht,
om het beheer dier goederen te regelen; — doet beter
met het zwijgen te bewaren, en zich niet te mengen
in cenc kwestie, waarvan hij niets weet. Het deed
mij daarom aangenaam aan, in uwe Kroniek te lezen:
„Onder de zaken, welke thans tot alle vrienden van
onze Kerk komen met een dringend verzoek van be-
langstelling en studio, behoort ongetwijfeld het beheer
van onze kerkelijke goederen." \')
Juist; studie vereischt de zaak, ernstig onderzoek
van de historische bronnen; en niet slechts van de
beekjes, welke de cene of andere hand hieruit heeft
afgeleid. Want, gaat men op berichten uit de tweede
of derde hand af, dan laat men zich zoo gemakkelijk
misleiden. Gij zelf hebt het ondervonden, door ge-
loof te slaan aan eene inlichting omtrent het aantal
der gemeenten, welke aan het Alg. College zijn aan-
gesloten. Later bleek het u, dat deze inlichting een
treurig dwaallicht was geweest. *)
Zulke ervaringen zijn droevig, en dient men zich-
zelven te besparen door „belangstelling en studie."
Om nu voor hen, die een dringend verzoek om
1)  Ibidem bl. 1001.
2)    Ibidem bl. 1148.
-ocr page 9-
7
belangstelling en studie noodig mochten hebben, het
onderzoek ecnigszins gemakkelijk te maken, \') gaaf\'t
gij een herdruk van Stccnberg\'s opstel. Van harte
hoop ik, dat velen zich hierdoor tot „onderzoek"
zullen laten leiden. Het opstel is, gelijk gij zegt,
„helder" geschreven, en wel in staat, om belangstel-
ling te wekken en tot studie te dringen.
Doch nu voegt gij bij de qualificatie „helder" ook
die van „afdoende."
Hoe heb ik dit te verstaan? Gij zult hiermede
toch niet bedoelen, dat, indien iemand dit opstel gc-
lczen heeft, hij genoeg op de hoogte is, om over de
hangende beheerskwestie te oordeelen? Want dit zou
gecne „studie" wezen, maar hoogstens eene eenzijdige
kennismaking met de beheerszaak, zooals zij zich be-
vond in do phase van 1871.
Gij zult met dit „afdoende" zeker nog veel minder
bedoelen, dat, na lezing van dit opstel, de vraag
welke tegenwoordig alles beheerscht: „is de Synode al
of niet tot regeling van het beheer bevoegd" afgedaan
is ; en wel afgedaan in den zin van: „zij is volkomen
bevoegd; hieraan is nu geen twijfel meer; laat de
Synode gerust een Reglement op het beheer conci-
pieeren en vaststellen; zij heeft geen andere uitspraak
van eenige Rechtbank of zelfs van den Hoogen Raad
te duchten."
Gij stemt mij gewis toe, dat het woord „afdoende"
dan nog erger zou zijn dan een „groot" woord.
1) Ibidem bl. 1001.
-ocr page 10-
8
Gij hebt immers, om niets anders te noemen, de
Conclusie gelezen van den Procureur Generaal van
het Gerechtshof te Leeuwarden in zake het geschil
te St. Anna Parochie, waarop het Arrest van dit
Gerechtshof is gevolgd. Welnu, in deze Conclusie
staat te lezen,1) dat „de bestaande, strenge onder-
scheiding en afscheiding tusschen het geestelijk be-
stuur der Kerk en het beheer harer goederen mede-
brengt, dat de kerkelijke besturen geene bevoegdheid
hebben tot regeling van dat beheer noch tot inmenging
daarin,
2) en zulks evenmin ten aanzien van gemeen-
ten, die zich in zake dat beheer hebben aangesloten
aan de Organisatie bij het Alg. Regl. van 21 Juli
1870 uitgevaardigd, als ten aanzien van die, welke
zoogenaamd vrij beheer hebben gekozen."
Wel bestaat er, naar zijne meening, verband tus-
schen de gemeenten, wat het beheer harer kerkelijke
goederen betreft, en de kerkelijke organisatie, dewijl
die goederen verkregen zijn en bezeten worden door
de gemeenten als deel uitmakende van de Ned. Herv.
Kerk en met bepaalde bestemming ad pios usus; en
„ontleenen de leden der gemeenten hunne rechten op
die goederen en hunne bevoegdheid tot regeling van
het beheer daarvan uitsluitend2) aan hun lidmaat-
schap, hun lid zijn van de Kerk." Niet dus aan
eenig Reglement.
1)  Weekblad van het Recht No. 6720.
2)  Ik cursiveer.
-ocr page 11-
9
„Als zoodanig \') — (niet als Kerkvoogden of Nota-
beien) — staan de leden der gemeenten, ook in die
met vrijbeheer, onder en zijn afhankelijk van de
synodale verordeningen en besturen, en onderworpen
aan kerkelijk opzicht en tucht naar de onderscheiding
bij Art. 3 van het betrokken synodaal reglement- ge-
maakt."
\') En hierin is van Kerkvoogden en Notabelen
geene sprake.
„Vrijbeheer sluit wel het recht in tot zelfstandige
regeling en uitoefening van het beheer zonder centraal
toezicht in strikt administratieven zin
\'), maar geeft
den leden goene vrijheid tot straffolooze overtreding
der kerkelijke verordeningen, ook niet wanneer de
gepleegde vergrijpen direct of indirect in verband staan
tot de beheersregeling of het voeren van beheer."
Tot deze kerkelijke verordeningen behoort niet —
want het bestaat niet — en kan of mag nimmer be-
hooren: een Synodaal Reglement op het beheer.
Want, gelijk de Procureur Generaal zeide: „de kerke-
lijke besturen hebben geene bevoegdheid tot regeling
van dat beheer, noch tot inmenging daarin", en „vrij-
beheer sluit het recht in tot zelfstandige regeling van
het beheer zonder centraal toezicht in strict adminis-
tratieven zin."
Elke Synodale regeling van het beheer mist dus
een wettigen grondslag. Zich hieraan niet te onder-
werpen, kan dus nimmer als „vergrijp" worden be-
schouwd en erkend.
1) Ik cursiveer.
-ocr page 12-
10
Deze Conclusie met het hiernaar genomen Arrest
van het Priesche Hof is oene providentieele waar-
schuwing voor de voorstanders van eene Regeling
door de Synode.
Maar wat bedoelt gij dan toch met dat „afdoende",
hetwelk, naar uwe meening, het Opstel van Ds.
Steenberg is? Gij hebt voor deze meening zeker
goede gronden. Want welk ernstig mensch spreekt
in eene zaak, door u met recht van het grootste be-
lang voor de Ned. Herv. Kerk geacht, !) ongegronde
meeningen uit?
Het spijt mij, dat gij geen enkelen grond genoemd
hebt, en dit te meer, dewijl ik in het bedoelde Op-
stel ook geen enkelen grond voor dat „afdoende"
gevonden heb, in welken zin ik ook dit woord opvat.
Want dit Opstel heeft eene geheel andere strek-
king, dan het doel, waartoe men thans, met het oog
op het mandaat aan de vijf leden der beheerscom-
missie, zjjne belangstelling en studie aan de beheers-
zaak moet wijden.
Wat beoogde toch Ds. Steenberg met zijn Opstel?
Laten wij de historie raadplegen.
Den len October 1870 was door het dubbel Alge-
meen College een Alg. Regl. op het beheer enz. vast-
gesteld. De Synode had tot het in stand brengen
dezer nieuwe regeling vrijwillig en krachtig medege-
werkt. „Zij betaalde — zoo schreef Ds. Steenberg 2) —
1)  Ibidem bl. 1001.
2)  Ibidem bl. 1111.
-ocr page 13-
11
duizenden uit de Classicale kas, om in de kosten van dit
nieuwe staatscollegie*) te voorzien;2)
en toen de tegen-
woordige regeling was tot stand gekomen, zonder dat
zij zelfs op het Alg. Regl. voor het beheer was go-
hoord, en het Alg. College hare medewerking inriep
ter bevordering van eene algemeene invoering, gaf zij
hare blijdschap te kennen over het tot sta>\'d komen
van dit werk, en verklaarde zich bereid, om aan het
te kennen gegeven verlangen te voldoen\'\'\'
Niet alle gemeenten toch hadden zich bij deze
nieuwe Organisatie aangesloten. Velen hadden „vrij
beheer" gekozen. De werking van dit vrij beheer
drong de Class. Vergadering van Gouda, reeds in
hetzelfde jaar 1870, tot het verzoek aan de Synode3)
„om de wederkeerige verhouding te bepalen en uit te
spreken, die er tusschen de kerkeraden en kerkvoogden
der gemeente bestaaV
Dit adres werd door de Synode
overgebracht naar de Alg. Syn. Commissie met den
wensch, dat zij hare aandacht op dit onderwerp mocht
vestigen, en overwegen, op welk eene wijze aan het
doel der Class. Vergadering kon worden te gemoet
gekomen, en hieromtrent de Synode te adviseeren. 4)
De Syn. Commissie nam de zaak in behandeling en
antwoordde aan de Synode, dat aan het verzoek van
1)  Deze benaming blijft voor rekening van den Schrijver.
2)  Ik cursiveer.
3)  Bijl. dor Syn. Hand. 1871. bl. 200.
4)  Syn. Hand. 1870. bl. 138.
-ocr page 14-
12
de Class. Vergadering van Gouda zou kunnen voldaan
worden door het beginsel toetepasson, neergelegd in
Art. 65 al. 2 Alg. Regl. onzer Kerk. Doch de pogiDg,
om uitvoering te geven aan het eerste lid dezer
alinea: „omtrent de administratie der bijzondere kerk-,
pastorij-, kosterij- en andere gemeentefondsen zullen
nadere bepalingen worden ontworpen", had schip-
breuk geleden. Dit nam echter, naar het oordeel der
Syn. Commissie, niet weg, dat niemand de Synode
mocht bemoeielijken in de uitvoering van het tweede
lid der alinea van genoemd Art., te weten: „omtrent
de betrekking tusschen bestuurders der kerkelijke ge-
meentefondsen en de kerkeraden nadere bepalingen
te ontwerpen."
Zij dacht er dus niet aan, en het was haar ook
niet gevraagd, om een Reglement op het beheer der
kerkelijke goederen te ontwerpen. Hoe zou dit ook
mogelijk geweest zijn? De Synode had vrijwillig en
blijmoedig hare medewerking tot de nieuwe Organi-
satie verleend, en ook voor het vtrvolg beloofd. De
Syn. Commissie bepaalde zich dus bij de verklaring,
dat de Synode gerechtigd en geroepen was, om de
betrekking tusschen kerkvoogden en kerkeraden nader
te regelen. Een ontwerp van zulke bepalingen te
maken, scheen haar te liggen buiten haar mandaat;
en dewijl zulk eene regeling naar de meening van de
meeste leden der Syn. Commissie onoverkomelijke
bezwaren zou ontmoeten, zoo liet zij" het gaarne
aan de wijsheid der Synode over, of en in hoe-
-ocr page 15-
13
verre het geraden was, zulke regeling ter hand te
nemen.x)
In de Synode van 1871 werd dit schrijven tegelijk
met enkele ingezondene adressen, rechtstreeks of zijdc-
lings dezelfde zaak betreffende, ter fine van rapport
gesteld in handen van Prof. W. Muurling, Ds. II.
Steenberg en Ds. Chr. "Krabbe. In eene afzonderlijke
nota sprak Ds. Steenberg, afwijkende van het gevoe-
len der meerderheid van de Commissie ad hoc, als
zijne meening uit, dat de betrekking tusschen beheer
en bestuur moest geregeld worden, en stelde hij aan
de Synode voor, om hieromtrent een schrijven te
richten aan de Prov. en Class. Besturen, de Kerke-
raden en Collegiën van kerkelijke Administratie. Van
zulk eene circulaire gaf hij een ontwerp. 2)
Na gehoudene discussiën besloot de Synode, om
het rapport met daarbij behoorende stukken naar de
Syn. Commissie te zenden, welke der Synode in 1872
zou dienen van advies. Tevens besloot zij, om als
hoofdzaken, waaromtrent het gevoelen der Vergadering
aan de Syn. Commissie kenbaar gemaakt zou worden,
op te noemen: 1°. de regeling der verhouding tus-
schen de kerkeraden en kerkvoogdijen is voor de Kerk
eene dringende behoefte; 2°. tot die regeling acht
de Synode zich in het belang der gemeenten ver-
1)  Bijl. dor Syn. Hand. 1871. bl. 208.
2)  Syn. Hand. 1871. bl. 314. Dit ontwerp is to lozen: St, v.
W. en V. 1893. bl. 1117—1120.
-ocr page 16-
14
plicht; 3°. zij ontleent hare bevoegdheid hiertoe aan
den aard harer betrekking tot de Kerk en de bepa-
lingcn van het Alg. Reglement. \') Vervolgens besloot
zij — al werden niet alle besluiten met eenparige
stemmen genomen — om de door Ds. H. Steenberg
ontworpene circulaire te zenden aan alle Kerkelijke
Besturen, Kerkelijke Administratiën en Colleges van
toezicht; en wel aan het Alg. College van toezicht
in de eerste plaats. Na de verzending aan genoemde
adressen zou genoemde Circulaire geplaatst worden in
de kerkelijke Courant. 2)
De geheele beweging gold dus niet een Reglement
op het beheer, maar enkel en alleen de regeling van
de betrekking tusschen kerkeraden en kerkvoogden;
on
wel zoodanige regeling, dat het ecne lichaam gcene
opperheerschappij mocht voeren over het andere , maar
dat beiden, kerkelijke instellingen zijnde, zich ieder
vrij op zijn gebied zou bewegen. 3)
Om nu de Circulaire der Synode aan allo Kerkelijke
Besturen enz toetelichten schreef Ds. Steenberg zijn
Opstel, door hem in het jaarboekje voor de Ned.
Herv. Kerk geplaatst.
Hoe zou dus dit Opstel in cenig opzicht „afdoende"
kunnen zijn in onze dagen, waarin de beheerskwestie
cene veel uitgebreidere afmeting heeft gekregen P De
1)  Syn. Hand. 1871. 1.1. 337 «/.
2)  Zie St. v. W. en V. 1871. bl. 1115.
3)  Ibidem bl. 1118.
-ocr page 17-
15
Synode heeft immers aan de Commissie van Prof.
Cannegieter c. s. volstrekt niet het beperkte mandaat
gegeven, om bepalingen te ontwerpen tot regeling
van de betrekking — en dat nog wel eene broeder-
lijke betrekking — tusschen bestuur en beheer. Neen ,
de Synode besloot:1) „Ter voldoening aan Art. 65
al. 2 Alg. Eegl. neme de Synode nogmaals ter hand:
eene regeling van het beheer der goederen in dat Artikel
genoemd.
2) Zij benoeme daartoe eene Commissie van
5 personen, ten einde bij de Synode van het volgend
jaar in te dienen een Reglement op het beheer dier
goederen." 3)
Dit is wat anders, dan waartoe de Synode van
1871 besloot. Van de benoemde beheerscommissie
wordt nu gevraagd: een Reglement op het beheer van
al de goederen in Art. 65 al. 2 Alg. Regl. genoemd;
een Reglement dus op de bijzondere kerkgoederen, op
de pastorijgoederen, op de kosterygoederen en andere
gemeentegoederen. 4)
Denk eens aan, welk eene reuzentaak ! Hiervan is
de regeling van de betrekking tusschen Kerkeraden
en Kerkvoogden slechts een klein onderdeel; mis-
schien zelfs in \'t geheel geen deel.
1) Syd. Hand. 1895. bl. 137.
■2) Ik cursiveer.
\\\\) Dit besluit werd met ééne stern meerderheid genomen.
4) In genoemd Artikel wordt gesproken van „fondsen". Doch
ik heb het mandaat terug te geven, zooals de Synode het heelt
vastgesteld.
-ocr page 18-
lfi
Dit schijnt gij geheel vergeten te hebben, amice!
Want gij schrijft:1) „Het is \'t ontwerpen van eene
regeling tusschen beheerders en bestuurders , wat de
Synode dezes jaars heeft opgedragen aan de Commissie
van 5 leden."
Ware hun mandaat zoo beperkt geweest, het zou
mjj iets minder verbaasd hebbon, dat zij het hebben
aanvaard, ofschoon zij slechts met 5 tot 7 van de 19
stemmen benoemd zijn, zoodat hunne benoeming alle
zedelijke waarde mist. Maar neon, zij hebben een
volledig Reglement te concipieeren op al de goed-eren
in Art. 05 al. 2 Alg. liegl. genoemd.
Waarlijk, daar-
toe zal het Opstel van Ds. Steenberg hun al bitter
weinig bouwstoffen opleveren, terwijl de vrienden der
Kerk, welke gjj terecht tot belangstelling en studie
opwekt, hierdoor allerminst op zulk eene hoogte van
de nu hangende beheerskwestie zullen komen, dat zij
naar waarheid kunnen zeggen: nu is de kwestie voor
mij uitgemaakt; dit Opstel is „afdoende".
Gij schijnt echter in dit Opstel meer gevonden te
hebben, dan ik er ook na herlezing in vinden kon.
Gjj hebt in de Synode omtrent dit Opstel beweerd:?)
„Daarin leest men: dat de Regeering in 1842, 1848
en 1852 verklaard heeft, dat de Synode bevoegd is
het beheer te regelen." Waar staat dit toch te
lezen ?
1)  st. v. W. on v. 1K!>:.. i.i. 1004.
2)  Syn. Hand. 1«!ir>. I.I, 131.
-ocr page 19-
17
Ja, ik lcos \'), dat in 1842 bij de Synode een
ministerieel schrijven is ingekomen, hetwelk o. a. in-
hield, „dat het, noch met de bepalingen der Ned.
Grondwet, noch met de bedoelingen der regeering zou
overeenkomen, dat dezelve zich een jus in sacra zoude
aanmatigen, noch zelfs eenig jus circa sacra uitoefenen
buiten de bestaande reglementaire verordeningen" —
zegge: buiten de bestaande reglementaire verordenin-
gen
— „en dat mitsdien alle veranderingen in de
bestaande Kerkorde" — zegge de bestaande Kerkorde —
„voortaan alleen van de Kerk kunnen uitgaan, en
dus derzelver hoogste vergadering uitsluitend bevoegd
is, om, indien zulks noodig mocht bevonden worden,
volgens de bestaande reglementen, de vereischte maat-
regelen te nemen, of ook, wanneer het belang der
Kerk verandering dier reglementen vordert, na rijp
beraad en wettig Kerkelijk overleg, te besluiten,
buiten eenigen invloed der hooge regeering, die, wan-
neer hare bekrachtiging daar vervolgens gevorderd
werd, alleen zon hebben toe te zien, dat daarbij niets
toegelaten werd, strijdig met de Grondwet of met
de rust2) en de veiligheid van den Staat."
Schoone woorden! Maar wat beteekenen zij ? Voor-
eerst bevatten zij de zienswijze van één Minister,
niet van de regeering. Ten tweede betreffen zij de
bestaande kerkorde.
Doch tot die bestaande Kerkorde
1)  St. v. W. en V. 1895. bl. !)83.
2)  Ik cursiveer.
-ocr page 20-
18
behoorden niet: de Prov. Reglementen op het beheer
bij Koninklijke besluiten vastgesteld.
Deze Reglemen-
ten steunden niet op Art. 92 van het destijds vigee-
rende Alg. liegl. voor het bestuur der Ned. ITcrv.
Kerk , maar evenals geheel dit reglement op het recht
en do macht, welke de Koning meende te bezitten.
Dat dit waarheid is, heeft de 2<^\' Beperking in 1852
geleerd.
De Heer Steenberg prijst het dan ook niet, dat
de Synode in 1848 ecne stoute greep deed in de
administratie der Kerkelijke goederen. „Wilde zij —
zoo schreef hij \') — zich aangorden , om eene betere
beheersregeling in het leven te roepen, en aan de
Kerk te brengen, wat der Kerk steeds onthouden
was , dan had zij vooraf met alle kalmte een onderzoek
naar haar recht in dezen moeten instellen
3) en langzaam
de kerkelijke regeling voorbereiden."
Ds. Steenberg kende dus geene verklaring van de
regeering anno 1842, dat de Synode bevoegd was,
om het beheer te regelen. Want zulk eene verkla-
ring had alle onderzoek „naar het recht der Synode
in dezen" overbodig gemaakt.
Verder lees ik:)), dat „tenjarc 1848 de Minister —
niet de Regeering maar de Minister — had doen weten,
dat hij met belangstelling kennis genomen had van het
1)   Ibidem bl. 985.
2)  Ik cursiveer.
3)  Ibidem bl. 1095.
-ocr page 21-
19
gerevideerd Alg. Regl. en voorshandsl) aan de zijde
van den Staat geenc bezwaren zag, waardoor de bc-
handcling bjj de Synode ccnigcrmatc zou kunnen
belemmerd worden". Een volgend minister, tijdelijk
met de zaken van den Hervormden ccredienst belast,
gaf te kennen, dat het voor het tegenwoordige1) mot
de inzichten van \'s lands Hooge regcering strookte,
om de banden van kerk en staat — do kerk was toen ook
in haar bestuur nog niet vrij — op den voet der bc-
staandc Reglementen, voorzooverre zij met de tcgen-
woordigc instellingen niet overeenkomen, niet los te
scheuren, maar met voorzichtig beleid los te maken.
Zich vereenigende mot het denkbeeld van ecne meer \')
kerkelijke regeling van het beheer, maar de noodzako-
ljjkheid niet dat al van deugdelijke waarborgen voor
ecne geregelde en zorgvuldige administratie, in hot bc-
lang ook van den Staat, erkennende, had hij gecne
bedenkingen voorloopig l) in te brengen tegen het con-
cipieeren en arresteeren van zoodanig Kerkelijk regle-
ment, altoos, na nauwlettend en volledig onderzoek,
het eindoordeel aan zich blijvende reserveer\'en.
." \')
Wie leest hierin nu, dat de Regeering verklaard
heeft, dat de Synode bevoegd is, om het beheer te
regelen ? Zooveel volzinnen, zooveel reserves.
Zulk eene verklaring las zelfs Ds. Steenberg hierin
niet. Hij schrijft2) „van den kant\') der regeering
scheen \') dus geene bedenking te rijzen tegen de poging
1) Ik cursiveer.
3) Ibidem bl. 10%.
-ocr page 22-
20
der Synode" enz. En dat het slechts schijn was,
is maar al te duidelijk gebleken, en kunt gij lezen
op de diepen weemoed ademende bladzijde van Steen-
berg\'s geschrift. \')
Eindelijk lees ik2), dat de Minister van Justitie,
voorloopig belast met het bestuur van het Departement
voor de zaken van den Hervormden eeredienst, den
13,k\'" Januari 1852 aan den Koning heeft voorgesteld,
om sanctie te geven aan het gerevideerd Alg. Regie-
ment. Ja, dit deed hij. Maar — tegelijk stelde hij
aan den Koning de elf Beperkingen voor, welke door
Zijne Majesteit zijn bekrachtigd,3) en waarvan de
tweede aan de Synode de deur wees, indien zij zich
bevoegd achtte tot het vaststellen van bepalingen
omtrent de administratie der bijzondere Kerk-, Pastorij-,
Kostenj- en andere Gemeentefondsen en goederen.
Ds. Steenberg spreekt dan ook van de landsvaderlijke,
trouwe zorg van den Staat, die de geliefde pupil bij
hare meerderjarigheid niet kon loslaten. *)
Wat blijft er nu over van uwe bewering: „in het
Opstel van den Heer H. Steenberg leest men, dat
de Regeering in 1842, 1848 en 1852 verklaard heeft,
dat de Synode bevoegd is, het beheer te regelen?"
Op uwe grieven tegen enkele Kerkelijke administra-
1)  Ibidem  Ijl.  10\'J8 mj.
2)  Ibidem  bl.  1095.
IS) Ibidem
  bl.  1099.
4) ibidem
  bl.  1100.
-ocr page 23-
21
tien wil ik niets afdingen. Ik vind ze wel niet allen
met juistheid omschreven, maar ik stem toe: er ge-
beuren sommige dingen, welke ook mij bedroeven.
Doch de schuld hiervan ligt niet in de tegenwoordige
Organisatie, maar in de gemeenten. Overeenkomstig
het thans vigeerend Alg. Regl. op het beheer enz.
zijn het dezelfde stemgerechtigden in de gemeente, dio
de Notabelen als die de Kerkeraadsleden kiezen. In
enkele gemeenten met vrij beheer, zoo als Amsterdam,
mogen de leden der Kerkelijke administratie al in
gewijzigden vorm gekozen worden, men komt toch
overal bij de gemeenten terecht, wanneer men zoekt
naar den wortel, waarop alle lichamen van Kerkelijke
administratiën en besturen stoelen. Welnu, waarom
zorgen dan de stemgerechtigde leden eener gemeente
niet, dat zij niet alleen goede Kerkeraadsleden krijgen,
maar ook goede Notabelen, die op hunne beurt dege-
lijke mannen tot Kerkvoogden kiezen, waarvan men
geene aanstootelijke handelingen of oneerlijke prak-
tijken te wachten heeft, en die even degelijke mannen
in de Colleges van Toezicht plaatsen? Hebben zij
zich, wat mogelijk is, vergist in hun waardeerings-
oordeel, welnu, er is eene periodieke aftreding, er
is ook schorsing, er is ook ontzetting uit het ambt.
Laat dus elke gemeente haar plicht doen. Doet zij
dit niet, dan is zij zelve de oorzaak van alle ellende.
Gij meent toch niet, dat alle ellende zal voorkomen
worden, en alles naar eerlijkheid en trouw zal ge-
schieden, indien men de Kerkvoogden onder Kerkelijk
-ocr page 24-
22
bestuur heeft gebracht? Want ach! de diakonieën,
welke onder Kerkelijke besturen staan, leeren anders.
Wat te Klaaswaal is gebeurd, behoef ik niet te zeg-
gen; de nieuwsbladen hebben het genoegzaam mede-
gedeeld. Uit N......is een administreerende diaken
met de diakoniekas naar Amerika verdwenen. l) Te
B......werd door den Kerkeraad aan den diaken-
boekhouder f 2000.— ter hand gesteld, om schuld
der diaconie af te lossen; maar de man gebruikte
deze som in zijne zaak, ging hierin achteruit en kon
geen cent terug geven. Zoo zou ik kunnen voort-
gaan; doch waartoe? Geen Class. Bestuur of Prov.
Kerkbestuur, geene Synode of Syn. Commissie is
evenmin als eenig College van Toezicht in staat, om
alle knoeierij te voorkomen of ongedaan te maken.
Hieraan eenig verwijt te ontleenen, is hoogst onbillijk.
Och! de beste stuurlui staan aan wal. Maar zijn
zij aan boord, dan weten zij ook niet alle averij te
ontgaan, maar strandt soms het geheele schip..
Zulk een gevaar dreigt, wanneer de Synode de
door hare voorgangsters mede in het leven geroepen
en aan de gemeenten aanbevolen beheersregeling tor
zijde duwt, om aan de gemeenten eene beheersrege-
ling op te dringen, welke geconcipieerd, bediscussi-
eerd, voorloopig aangenomen, beoordeeld en vastge-
steld is door mannen, aan wien de gemeenten geen
1) Ik schrijf de namen der gemeenten niet voluit, dewijl dit
aanstootelijk /nu zijn voor onschuldige familieleden.
-ocr page 25-
28
mandaat tot beheersregeling hebben gegeven, daar zij
dit aan andere mannen hebben geschonken.
Of tikt gij mij hier op de vingers, en zegt gij tot
mij wat gij in de Vergadering der Synode gezegd hebt:
„men spreke toch niet van eene regeling door do
Synode, maar van eene regeling door de Kerk"?1)
Dan is mijn antwoord: ik houd mij aan het Alg.
Reglement onzer Kerk. In Art. 61 van dit Reglement
lees ik niet: bij de Kerk, maar: „bij de Synode be-
rust de hoogste wetgevende macht." En het volgende
Artikel zegt niet: de Kerk, maar: „de Synode stelt
de Reglementen vast."
Met vriendoljjke groete
G. A. PI.TNVANDRAAT.
Iieesd, Dec. 1895.
1) Syn. Hand. 1895. bl. 131.