-ocr page 1-
v^w\\ \\\\
Politieke en
Soeiale Programma\'s.
óBijeen verzameld
N. OOSTEf(BAAN.
Pi^ogranttiia\'s in ulphabetische volgorde van :
De Antirevolutionaire Partij,
(Circulaire Commissie van Advies).
Den Christelijk-Historischen Kiezersbond.
De Katliolieke Kamerleden.
De Liberale Unie.
Den Radicalen Bond.
De Sociaal Democratische Arbeiderspartij.
Circulaire Vrijzinnige Kiesvcreenigingen
«Vooruitgang.*
Het Algemeen Nederlandsch Werklieden-
Verbond.
Den Bond van Nederlandsche Onderwijzers.
Patrimonium.
Nederl. Roomsuh-Kath. Volksbond.
Den Socialisten-Bond.
Utrecht,
H. IO NIG.
1897.
�9999999993999999999999999999999�
Ti
-ocr page 2-
-ocr page 3-
Politieke en
Sociale Programma\'s.
bijeenverzameld
I10OK
N. OOSTEÏ^BAAN.
Programma\'s in alphabetische volgorde van :
De Antirevolutionaire Partij,
(Circulaire Commissie van Advies).
Den Clirislelijk-Historischen Kiezersbond.
De Katholieke Kamerleden.
De Liberale Unie.
Den Radicalen Hond.
De Sociaal Democratische Arbeiderspartij.
Circulaire Vrijzinnige Kiesverenigingen
»Yooruitgang.«
Het Algemeen Nederlandsch Werklieden-
Verbond.
Den Hond van Nederlandsche Onderwijzers.
Patrimonium.
Nederl. Koomseh-Kath. Volksbond.
Den Socialisten-Bond.
Utrecht,
H. HONIG.
1897.
-ocr page 4-
Stoomdruk van C. SNOEK Wz., Woerden.
-ocr page 5-
De Nederlandsche pers heeft met lofwaardigen ijver
en over het algemeen met verblijdende onpartijdig/leid de
programma s der partijen, die bij de Jnni-stembus op-
treden of daarop invloed oefenen, aan hare lezers voor-
gelegd. De politiek meelevende kiezers kunnen dus weten,
wat de verschillende partijen in \'t schild voeren.
Kranten zijn echter bij de overgroote massa als de
vlinders: ze leven slechts enkele dagen. Vandaar dat
ik het een niet geheel nutteloozen arbeid oordeelde, de
politieke en sociale programma\'s naar officieclc gegevens
te verzamelen en afzonderlijk uit te geven.
De saamlezing was me door de welwillendheid van de
Icidslieden der partijen een aangename taak. Ik zeg hun
voor de verstrekte inlichtingen bij dezen hartelijk dank.
Met de aaiiteekeningen moest ik zoo sober mogelijk
zijn, om eiken schijn van partijdigheid te mijden en het
boekske voor alle partijen bruikbaar te maken.
Programma\'s, meer van locale bcteekenis, op te nemen,
gedoogde het bestek niet.
Beter kennen is niet zelden beter waardeeren. Lcidc
ook deze poging, ter verbreiding van meerdere bekendheid
met de politieke en sociale programma\'s, tot meerdere
wederzijdsche waardeering!
N. ÜÜSTERBAAN.
Naarden, i Mei \'97.
-ocr page 6-
INHOUD.
liladz.
I. Anti-Hevolutionaire Programma\'s........     4
a. Program van Beginselen...........      4
/». Phogham van Actie..............    12
(Commissie van advies.).............    10
II. Christelijk-Historische Kiezersbond.......    1H
III.    Phogham dek Katholieke Kamerleden.......    23
IV.    Programma\'s van dk Liberale Unie........    28
I. Hervormingsprogramma............    30
II. Programma van Urgentie...........    34
V.    Programma\'s van den Radicalen Bond.......    37
Verkiezingsprogram van idem..........    41
VI.    Program van dk Sociaal Democratische Arbeiders-
partij ....................
    44
VII.    Circulaire Vrijzinnige Kiesvereenigingen „Vooruit-
gang" ....................
    47
VIII.    Algemeen Nederlands Werklieden Verbond. ...    50
IX.    Hond van Nederlandsche Onderwijzers......    55
X.    Program van Patrimonium............    56
XI.    Nederlandsche Roomsch Katholieke Volksbond . .    00
XII. Socialisten-Bond. Beginselenverklaring.....
    63
-ocr page 7-
programma\'s.
Een program of programma op staatkundig-maat-
schappelijk terrein is de saamvatting van geformuleerde
inzichten of wenschen.
Men kan onderscheiden:
a.     Program van Beginselen. Dit omschrijft de
beginselen, welke de partij op staatkundig-maatschap-
pelijk terrein belijdt en de toepassing, welke deze be-
ginselen in de practische staatkunde vragen. Het geeft
de theorie en bouwt hieruit de praktijk op. Het is een
staatkundige geloofsbelijdenis.
b.     Stembusprogram. Het is de meer of minder
breed uitgewerkte toelichting op de leuze, waarmee de
partij in den verkiezingsstrijd optrekt. Een stembusleuge
moet een slembuspregram in zich bevatten.
Als stembiisprograin of verkiezingsprogram is ook te
beschouwen het Program van Actie, een naam vooral
in anti-revolutionaire kringen gebezigd. Het Program van
Actie bedoelt ook grondslag voor de verkiezingen te zijn.
In een stembusprogram, verkiezingsprogram, program
van actie, spreekt een parlij zich uit, wat ze op een
-ocr page 8-
2
bepaald oogenblik in "t belang des lands noodzakelijk acht.
De kandidaten der partij beliooren met dit program,
evenals met het program van beginselen, instemming
te betuigen, ten einde »een eenparig optreden der ge-
kozenen in de Kamer mogelijk te maken*. Juist hierin
toch moet het resultaat der kiezers-organisatiën voor
een goed deel gezien worden. Een huis, dat tegen zich
zelf verdeeld is, kan niet bestaan. Dit geldt ook van
elke staatkundige party.
Program van Urgentie. Het is getrokken uit het
breedere program en bevat die punten, welke naar het
oordeel der parlij, het eerst aan de orde beliooren te
komen, die geen uitstel gedoogen. Een extract uit het
program van actie of dat van beginselen.
De Sociaal-Democratische Arbeiderspartij heeft haar
Strijdprogram en het daaruit afgeleide verkiezingsprogram.
Ter verduidelijking diene. dat in \'t algemeen de grenzen
tusschen deze programma\'s: Program van Beginselen,
Stembusprogram, Program van Actie, Program van
Urgentie en Strijdprogram, niet zuiver te trekken zijn.
Waar de Anti-Revolutionairen in het Program
van Beginselen hunne beginselen voor het staatkundig-
maatschappelijk leven omschreven, doen andere partijen
dit in een inleiding op haai- program of in andere
officiëele geschriften.
De benamingen verschillen bij de onderscheidene
groepen.
Waar de anti-revolutionaire partij spreekt van
Program van Beginselen en Program van Actie heeft de
Liberale Linie haar >Hervormingsprogramma* met voor-
afgaande »overwegingen*, en als verkiezingsprogram het
Program van Urgentie; de Radicale Bond eenvoudig
-ocr page 9-
3
zijn > Programma*, inct eenige omschrijving van zijn
doel in de Statuten en het verkiezingsprogram; de
Sociaal-Democratische Arbeidersparty haar Strijdprogram
met inleiding en Verkiezingsprogram en de Socialisten-
Bond (revolutionaire Socialisten) niets anders dan een
«Beginselenverklaring», omdat deze Bond het terrein
der practische staatkunde niet betreedt.
De Hooinsch-Katholieken hebben een «Program», dat
èn als program van beginselen èn als verkiezingsprogram
dienst moet doen.
Van alle staatkundige partijen trad de anti-revolu-
lionaire partij het eerst op met een Program. Haar
Program van Beginselen dagteekent van 1<S7S. De pro-
gramma\'s der andere partijen zijn hoofdzakelijk van de
laatste jaren: de verkiezingsprograms voor de a. s.
Juni-stembus meerendeels van dit jaar. De anti-revo-
lutionaire partij kwam met haar Program van Actie
het laatst.
Dat de onderscheidene partijen hare inzichten en
wenschen in een bepaald programma formuleeren is in
hooge mate bevorderlijk aan de politieke ontwikkeling
des volks. Ze kunnen grondslag voor gemeen overleg
in de Kamer zijn. De Regeering zal er mee rekenen,
wanneer ze voor de nieuwe Kamer komt met haar:
c. Regeeringsprogram. Dit program wijst de taak
aan, welke de Regeering zich voorstelt in een bepaalden
termijn af te werken. In de troonrede is het op zijn
plaats.
-ocr page 10-
I.
Anti-Revolutionaire Programma\'s.
a. Program van Beginselen.
Dit program dagteckent van 1 Januari 1878. Het
Centraal-Comité (hoofdbestuur van den Bond van anti-
revolutionaire kiesvereenigingen), waarvan ook toen,
gelijk nu, de heer Dr. A. Kuyper voorzitter was, stelde
het op. In de Standaard lichtte Dr. Kuyper het in
tal van artikelen toe, welke in 1879 uitgegeven werden
onder den titel „Ons Program". Jn 1880 verscheen een
volksuitgave van .,Ons Program" een boekdeel van
400 bladzijden.
Vooral door dit Program ontwikkelde de anti-
revolutionaire partij ongenieene werkzaamheid en
werd, door het machtig organiseerend talent van den
voorzitter, de organisatie van jaar tot jaar vervolledigd.
Het anti-revolutionaire Program van Beginselen
bestaat uit de volgende 21 artikelen:
Art. 1.
Richting.
De anti-revolutionaire of Ghristelyk-historische richting
vertegenwoordigt, voorzooveel ons land aangaat, den
grondtoon van ons volkskarakter, gelijk dit, door Oranje
geleid, onder invloed der Hervorming, omstreeks 1572,
-ocr page 11-
5
zijn stempel ontving: en wenscht dit, overeenkomstig
den gewijzigden volkstoestand, in een vorm, die aan
de behoeften van onzen tijd voldoet, te ontwikkelen.
Art. 2.
Het Gezag.
Noch in den volkswil noch in de wet, maar alleen
in God vindt zij de bron van het souvereine gezag:
en verwerpt mitsdien (-enerzijds het beginsel van volks-
souvereiniteit, terwijl zij anderzijds de sonvereiniteit van
Oranje eert, als onder de leiding Gods in onze ge-
schiedenis geworteld: door de mannen van 1SIH in
den Nederlandschen Staat tot ontwikkeling gebracht;
en door de grondwet als zoodanig bevestigd.
Art. 3.
De ordinantïcn Gods.
Ook op staatkundig terrein belijdt zij de eeuwige
beginselen van Gods Woord;
zóo evenwel, dat het staatsgezag noch rechtstreeks
noch door de uitspraak van eenige kerk, maar alleen
in de consciëntie der overheidspersonen, aan de ordi-
nantiën Gods gebonden zij.
Art. 4.
De Overheid.
De overheid, zoo leert ze, is als dienaresse Gods,
in een Christelijke en dus niet-godsdieustlooze natie,
gehouden tot verheerlijking van Gods naam en behoort
diensvolgens:                                                        ,
a.   uit bestuur en wetgeving alles te verwijderen, wat
den vrijen invloed van het Evangelie op ons volksleven
belemmert;
b.   zichzelve, als daartoe in volstrekten zin onbevoegd,
-ocr page 12-
8
te onthouden van elke rechtstreeksche bemoeiing met
de godsdienstige ontwikkeling der natie:
c.   alle kerkgenootschappen ol\' godsdienstige vereeni-
gingen, en voorts alle burgers, onverschillig welke
hunne denkwijze aangaande de eeuwige dingen zij. te
behandelen op voet van gelijkheid; en
d.   in de consciëntie, voorzoover die het vermoeden
van achtbaarheid niet mist, een grens te erkennen voor
haar macht.
Art. 5.
Zij belijdt, dat de overheid regeert bij de gratie
Gods, en. hieraan hare regeeringsmaeht ontleenende,
het recht heelt,
den eed te vragen, en,
ter vrijlating van den dag des Heeren, en alzoo mede
in \'s volks belang, na wijziging der bestaande Zondags-
wet, zoowel zelve zooveel doenlijk in al haar vertak-
kingen op dien dag behoort te rusten, als
in haar concessiën aan maatschappijen van vervoer
geheelen of\' gedeeltelijken stilstand van zaken voor
dien dag heelt te bedingen.
Art. C).
Staatsvorm.
Op zichzelf geen enkelen staatsvorm den eenig
bruikbaren keurende, erkent zij het aan de grondwet
gebonden koningschap, gelijk zich dit ten onzent ge-
leidelijk uit de republiek der vorige eeuw heelt ont-
wikkeld, als den voor Nederland moest geschikten
regeeringsvorm.
Art. 7.
De Grondwet.
De Grondwet, gelijk die in 1848 gewijzigd is, aan-
-ocr page 13-
/
vaardt zij als uitgangspunt om langs wettigen weg tot
een heïvorming van onze staatsinstellingen naar eisch
der Christelijk-historisehe beginselen te geraken.
Art. 8.
Volksinvloed.
Zij verlangt daartoe bevestiging van den rechtma-
tigen volksinvloed, die, krachtens den zedelijken band
tusschen kiezers en gekozenen, door de Staten-Gene-
raal, naar eisch van onze historie, op het staatsgezag
wordt uitgeoefend.
Art. 9.
Begrootingen.
Het verwerpen van begrootingen, om redenen buiten
die begrootingen gelegen, keurt ze, tenzij in zeer bui-
tengewone omstandigheden, als machtsoverschrijding al\'.
Art. 10.
Centralisatie.
Zij wil dat de gewestelijke en gemeentelijke auto-
nomie, voor zoover deze niet strijdt met de eisenen der
staatseenheid en de rechten van de enkele personen
niet onbeschermd laat, door decentralisatie worde
hersteld.
Art. 11.
Staten en Raden.
Opdat de Staten-Generaal in de natie wortelen;
het volk niet slechts in naam vertegenwoordigen; en
in hun saamstelling niet langer een krenking van
het recht der minderheden opleveren;
eischt zij de invoering van een ander kiesstelsel
en, ter voorbereiding daartoe,
verlaging van den census.
-ocr page 14-
H
Art. 12.
Van de Scholen.
Zij wil dat de staat (voor zoover ontstentenis van
veerkracht bij de burgerij hiertoe niet noodzaakt) het
beginsel late varen, alsof de overheid geroepen zou zijn
om van harentwege onderwijs te doen geven;
voorkome dat de overheidsscholen, voor zoover
noodig, tot propaganda van godsdienstige of tegen den
godsdienst gekeerde begrippen misbruikt worden; en
alzoo ook in zake onderwijs aan alle burgers, onver-
schillig welke hunne godsdienstige of paedagogisehe
zienswijze zij.
gelijke rechten gunne.
Art. 13.
Justitie.
Van den souverein wil zij. dat door eene onafhan-
kelijke rechtspraak, die onder ieders bereik valle en
in verband sta met bet zedelijk rechtsbesef der natie,
volgens wetten, die op de eeuwige rechtsbeginselen
rusten.
1R beslissing uitga voor alle geschillen van partijen,
zoowel van burgen-echtelijken als van administratieven
aard:
ten 2e vonnis kome tegen een iegelijk, die zich ver-
grijpt aan de gemeene orde der dingen: en
ten Be voltrekking van straf aan den gevonniste volge,
niet sleehls om de maatschappij te beschermen of den
overtreder te beteren, maar allereerst tot herstel van
de geschonden gerechtigheid.
Desnoods door de doodstraf, waartoe het recht in
beginsel aan de overheid toekomt.
-ocr page 15-
(t
Art. 14.
Publieke eerbaarheid.
Op de overheid, zoo oordeelt ze, rust de plicht om
te waken voor de publieke eerbaarheid op den weg en
in publieke plaatsen;
de gelegenheid tot het gebruik van sterken drank
te beperken :
den uitstal te verbieden van onzedelijke boek-, plaat-
of prentwerken;
verleiding van minderjarigen tot onzedelijke daden
strafbaar te stellen en
met de hoererij op geenerlei wijze, noch prevenlief,
noch beschermend, en derhalve anders dan werend, in
aanraking te treden.
Onder dien verstande echter, dat ze zich bij eiken
maatregel, die uit deze verplichting voortvloeit, stipte-
lijk ven-e houde van wat tot het terrein des luiise-
lijken levens behoort.
Art. 15.
Gezondheidsleer.
In het belang der openbare gezondheid acht ze,
dat de overheid te waken heeft tegen vervalsehing
van levensmiddelen;
tegen verontreiniging van den publieken weg en tegen
vergiftiging van den dampkring of hel water;
zorg heeft te dragen voor zindelijkheid in haar eigen
huishouding;
en een eerbare begrafenis der lijken ;
en voorts bij het zich vertoonen van besmettelijke
ziekten (behoudens de vrije beschikking van een iegelijk
over zijn eigen lichaam en zijn eigen consciëntie) al
zulke maatregelen beeft te nemen, als strekken kunnen en
-ocr page 16-
10
onmisbaar zijn om te voorkomen, dat iemand, onwillens
of onwetens, met de smetstof dezer ziekten in eene
voor hem gevaarlijke aanraking zon treden.
Art. lü.
Financien.
Zij wenscht, dat bij het linantiëel beheer van den
staat de verhouding tusschen overheid en burgers niet
die van verdrag, maar een zedelijk organische zij. en
dat het evenwicht tusschen ontvangsten en uitgaven
geregeld worde, niet door drukkende vermeerdering van
de lasten der natie noch door bezuiniging op het noo-
dige, maar door beperking van staatsbemoeiing;
en dat voorts ons belastingstelsel hervormd worde
in den zin,
dat de ontwikkeling van het volksleven minder
schade lijde,
de hooge opbrengst der middelen niet eenige maatstaf;
de druk minder ongelijkmatig zij;
en de kosten van inning afnemen.
Art. 17.
Nationale zelfstandigheid.
Kracht tot handhaving van onze nationale zeltstan-
digheid zoekt zij in de versterking van het rechtsbesef;
in de bevordering van kennis onzer historie:
in de bevestiging van onze volksvrijheden;
in eene ervarene diplomatie;
en voorts in een wettelijke organisatie van de doode
en levende strijdkrachten te land en te water. die. na
verbetering van het scheeps- en kazerneleven, met prijs-
geving der plaatsvervanging, bovenal kracht zoeke in
het moreel van den soldaat.
-ocr page 17-
11
Art. 18.
Koloniaal besit.
Voorzooveel liet koloniale vraagstuk aan belangt, belijdt
zij, dat de baatzuchtige neiging van onze staatkunde,
om de koloniën voor de kas van den staat of van den
particulier Ie exploiteeren, dient plaats te maken voor
een staatkunde van zedelijke verplichting;
en diensvolgens in de lijn, herhaaldelijk dooi- anti-
revolutionaire staatslieden, wier inzicht op bestudeering
der quaestie gegrond was. aangegeven, alle belemmering
voor de vrije prediking van het Evangelie dient op-
gebeven;
bij het lager onderwijs het bijzonder initiatief van
het Europeesch bestanddeel aanvankelijk dient gesteund;
tegenover liet Mahomedanisme liet Christelijk karakter
der natie niet verloochend;
en zoo de politieke als sociale en oeconomische ver-
houding in overeenstemming gebracht worde met den
eisch der Christelijk-llistorische beginselen.
Art. 19.
De Sociale kwestie.
Zij erkent de noodzakelijkheid om ook door middel
van onze wetgeving, beter dan tlians. er toe mede te
werken, dat de verhouding tusschen de verschillende
maatschappelijke standen zooveel doenlijk beantwoorde
aan de eischen van Gods Woord.
Art. 20.
Staat en Kerk.
Zij verklaart, dat noch voorliet rijk in Europa noch
voor de Indien, door de overheid eene staatskerk, van
wat vorm of naam ook. mag worden in stand gehouden
of ingevoerd;
-ocr page 18-
12
dat het den staat niet toekomt, zich met de inwendige
aangelegenheden der kerkgenootschappen in te laten;
en dat, ter bevordering van een meer dan dusge-
naamde scheiding tusschen staat en kerk. de verplich-
ting, uit art. 1(58 der grondwet voor de over-
heid voortvloeiende, na uitbetaling aan <le rcchtheb-
benden van het rechtens verschuldigde, dient te worden
opgeheven.
Art. 21.
Partijbeleid.
Dat zij. om deze beginselen ingang te doen vinden,
de zelfstandigheid van hare partij handhaaft;
zich bij geen andere partij Iaat indeelen;
en slechts dan samenwerking met andere partijen
aanvaardt, indien die door een vooraf wel omschreven
program, met ongekrenkt behoud van haar onafhanke-
lijkheid, kan worden verkregen.
Reden, waarom zij bij eerste stemming gemeenlijk
met een eigen candidatuur aan de staatkundige ver-
kiezingen deelneemt, en, bij herstemming zich voorbe-
houdt te handelen naar omstandigheden.
b. Program van Actie.
Vastgesteld door de Deputaten vergadering van 29 April.
De Antirevolutionaire Partij, op den29*tel> April 1897
in vaste Deputatenvergadering saaingekomen, besluit:
1". dat harerzijds aan het werk der verkiezing voor
de keuzen van Juni aanstaande dit navolgende! Program
van Actie
ten grondslag zal worden gelegd:
I. In zake de SOCIALE QUAESTIE.
A. Voor Arbeid en Landbouw beide:
-ocr page 19-
13
1. Ministerie van Arbeid en Landbouw (met
Handel en Nijverheid).
B.  Voor wat den Arbeid aangaat:
1.     Verplichte pensioenregeling voor loontrekkende
personen met aanvankelijke ondersteuning uit
\'s Rijks schatkist.
2.     Kegeling van het Arbeidscontract.
2bis. Verzekering van Zondagsrust.
3.     Maatregelen ter verbetering van den woning-
toestand.
4.     Wet regelende de onteigening in het belang der
Gemeenten ten behoeve harer bevolking\'.
5.     Uitbreiding en wijziging van het tarief van
invoerrechten op bewerkte artikelen.
C.  Voor wat den Landbouw aangaat:
1.     Oprichting van Kamers van Landbouw, alsmede
van een Raad van Landbouw, door de land-
bouwers zelven gekozen.
2.     Nadere regeling van het Pachtcontract.
3.     Afschaffing van den accijns op het Geslacht.
4.     Tijdelijke tegemoetkoming aan den graanbouw
door premieverleening in verband met heffing
van invoerrechten.
II. In zake ONDERWIJS.
A. Lager Onderwijs:
1.     Verhooging van de Rijksuitkeering aan Ge-
meentebesturen en Schoolbesturen.
2.     Regeling van Jaarwedden en Pensioenen.
3.     Examen-Commissiën van Overheidswege, onder-
scheiden naar de opvoedkundige beginselen,
waarvan de onderscheidene groepen van scholen
uitgaan.
-ocr page 20-
14
\\. Losmaking van het Vaccine-vraagstuk van de
school,
ö. Bevordering van het Ambachtsonder wgs in
verband met de invoering van het leerlingen-
stelsel.
B.  Middelbaar Onderwijs:
1. Herziening van de wet op het Middelbaar
Onderwijs, o. m. leidende tot:
a.    Gelijkstelling van de diploma\'s der Over-
heids- en der Vrije Scholen.
b.     Rijksnitkeering aan de Vrije Scholen op
voet van die aan Gemeentescholen.
C.  Hoogcr Onderwijs:
1.    Afschaffing van het privilegie, toegekend aan
de diploma\'s der Overheidsscholen.
2.     Rijksuitkeering aan de Vrije Gymnasia op den
voet van die aan de Geineente-Gymnasia.
In zake JUSTITIE.
1.    Herstel van het recht der Overheid om den
moordenaar aan het leven te straffen.
2.    Opheffing van het verbod van onderzoek naar
het vaderschap.
8. Bescherming van het verwaarloosde kind.
Mis. Verbod tegen het houden van openbare
huizen van ontucht.
3ter. Strafbepaling op de openbare aanbeveling
van het gebruik der neo-malthusiaansche mid-
delen.
\'iquater. Tegengaan vau de vergiftiging der be-
volking door den sterken drank.
4. Herziening van de militaire rechtsbedeeling.
-ocr page 21-
15
ó. Nadere voorziening tegen de vervalsehing van
waren en oneerlijke concurrentie.
IV.    In zake DE KOLONIËN.
1.    Onttrekking van de inlandsche Christenen
aan het Mohammedaansche recht.
2.    Bevordering van de Kerstening van Indië:
a.    door het beschikbaarstellen van vaste
uitkeering aan de Bijzondere Scholen,
b.    en door het steunen van de Medische
Zending.
3.    Tegengaan van de vergiftiging der bevolking
door den Opium.
V.    In zake de DEFENSIE.
1.     Bezuiniging op het beheer.
2.    Organisatie bij de wet van onze levende strijd-
krachten, overeenkomstig art. 17 van ons
Program van Beginselen; en in afwachting
hiervan voorziening in de behoefte aan be-
zettingstroepen.
3.    Voortgaande verbetering van het kazerne- en
scheepsleven.
2°. dat zij in alle districten, waarin zij georganiseerd
is, bij de verkiezing en bij de eerste stemming met een
eigen kandidaat zal optreden.
3n. dat te candideeren zijn zoodanige candidaten, als
voor het lidmaatschap der Kamer geschikt worden
geoordeeld, en die behalve van hunne algeheele instem-
ming met het \' Program van Beginselen ook van
hunne instemming met het Program van Actie vol-
doende zullen hebben doen blijken, om een een-
parig optreden der gekozenen in de Kamer mogelijk
te maken.
-ocr page 22-
II)
\'t", dat bijaldien iemand, die voor eandidatuur in
aanmerking komt, tegen liet Program van Actie op eenig
punt bedenkingen heeft, de Kiesvereeniging hem om
schriftelijke verklaring van zijn gevoelen op dit punt
zal verzoeken, en deze verklaring tijdig openbaar
zal maken.
5°. dat, voor zoover aan het sub 3 en 4 genoemde
voldaan is, noch het gebeurde bij de stembus van 1894,
noch ook min gewenschte persoonlijke verhouding,
beletsel is te achten tegen iemands eandidatuur.
en 6°. dat bij herstemming in den regel diegene der
beide candidaten zal te steunen zijn, die ons Pro-
gram van Actie
het meest in het gevlei komt.
Commissie van advies.
De ondergeteekenden, allen instemmende met het pro-
gram van beginselen der anti-revolutionaire partij:
saamgekomen ter bespreking van den tegenwoor-
digen toestand der anti-revolutionaire party;
van oordeel, dat, ter verdediging van de in dat pro-
gram neergelegde beginselen, eenparige samenwerking
noodig is van alle anti-revolutionairen in den lande:
dat zulke samenwerking voorafgaande, openlijke,
vriendschappelijke doch rondborstige bespreking eischt
en onderstelt:
dat echter in de laatste jaren zoodanige bespreking
bemoeielijkt en schier onmogelijk is geworden:
dat dientengevolge vele anti-revolutionairen in de tegen-
woordige leiding der partij geen voldoenden waarborg
vinden, dat de in voormeld program neergelegde begin-
selen behoorlijk zullen worden gehandhaafd en toegepast
-ocr page 23-
17
hebben zicli geconstitueerd als eene voortdurende
Commissie van Advies, ten einde; die anti-revolutionairen,
welke met hen bovenstaand oordeel onderschrijven, wan-
neer zij met het oog op de aanstaande verkiezingen
zulks verlangen, te dienen van raad; hen, indien zulks
noodig mocht blijken, te steunen bij het oprichten van
eigen kiesvereenigingen of het stellen en doen slagen
van eigen candidaten; en de gelegenheid open te stellen
tot overleg zoowel met geestverwanten, die in bedoelde
bezwaren niet deelen, als met andere partijen.
Te dien einde hebben zij uit hun midden gekozen
eene Commissie van Uitvoering, bestaande uit de H. H.:
Mr. 13. .1. 1.1. baron De Geer van Jutphaas,
B. .1. Gerretson Jr..
J. C. Heesterman,
Jhr. Mr. J. H. .1. Quarles van Ufïord, en
Mr. R. van Veen,
welke heeren zich bereid hebben verklaard om op vaste
vooraf gepubliceerde tijdstippen; en wel voorloopig op
den laatsten Maandag van elke maand, te Utrecht te
vergaderen, ten einde in samenwerking met onderge-
teekenden, en in overleg met de geestverwante leden
der Staten-Ueneraal, die zich bereid hebbon verklaard
hen in dezen hij te staan, mondeling zoowel alsschrif-
telijk raad en ondersteuning te verschaffen.
(November 1896.)
■j
-ocr page 24-
I!
Christelijk-Historisclie Kiezersbond.
Deze Kiezersbond, in \'t begin dezes jaars opgericht,
is gevestigd te Utrecht, Art. 1 en 2 van het Reglement
luiden:
Artikel 1.
De Christelijk-Historisclie Kiezersbond stelt zich ten
doel, de keuze te bevorderen van leden der Tweede
Kamer, der Provinciale Staten en der Gemeenteraden,
van wie hij verwachten mag. dat zij zijne beginselen
zijn toegedaan, behoudens het bepaalde in Art. 14. Ook
wil hij trachten, door de pers, het verspreiden van ge-
schriften, het levend woord en alle andere geoorloofde
middelen, de kennis van zijne beginselen te verspreiden,
en het aantal voorstanders er van te vermeerderen.
Art. 2.
Niemand kan lid worden van den Bond, die niet be-
hoort tot een protestantsch kerkgenootschap.
Het Hoofdbestuur is aldus samengesteld:
Prof. Dr. E. H. van Leeuwen te Utrecht, ie Voorzitter.
Dr. J. Th. de Visser te Amsterdam, 2de Voorzitter.
C. M. J. Muller Massis te Amsterdam, ie Secretaris.
Prof. Dr. P. J. Muller te Haarlem, 2de Secretaris.
F. Labouchere te Doorn, Penningmeester.
-ocr page 25-
1!)
A. A. Bredius te Amsterdam,
Dr. A. W. Bronsveld te Utrecht.                     \' j^e(jeri
W. .1. .1. Koole te Middelburg.                          |
N. J. A. C. Swellengrebel te Deventer.
De beginselen van den Bond zijn omschreven in de
volgende negen artikelen.
I.
Ofschoon wij van God geen stelsel van staatkunde
ontvangen hebben en evenmin eene oplossing van vraag-
stukken, die een speciaal onderzoek vereischen, zoo
erkennen wij toch, dat in het Evangelie van Jezus
Christus beginselen liggen opgesloten, die bebooren ge-
ëerbiedigd te worden op elk levensgebied, dus ook waar
sprake is van de verhouding tusschen overheid en
onderdanen, tusschen moederland en koloniën, tusschen
patroons en werklieden.
Op dien grond erkennen wij onze Overheid als eene
maclit van God over ons gesteld, en dulden wij geene
verkorting van gewetensvrijheid.
Terwijl wij onze constitutioneele vrijheden en regeering
willen handhaven, gevoelen wij ons innig verknocht aan
aan het Stainhnis van Oranje, waarmede wij door ge-
meenschap van geloof, door saamgedragen leed en
saamgenoten zegen onafscheidelijk verbonden zijn.
III.
Wij steunen niet wat leiden kan tot scheiding van
staat en godsdienst;
tot verkrachting van rechten op
wettige wijze door kerkgenootschappen verkregen; tot
het verdringen van de Ned. Herv. Kerk van de plaats,
welke zij inneemt in ons openbare leven; tot het
-ocr page 26-
20
uitwisschen van hetgeen ons kenmerkt als eene prote-
stantsche natie. Wij zijn tegen het herstel der Nederl.
Legatie bij den pauselijken stoel, en tegen het behoud
van den nuntius bij ons Hof\', dewijl deze alleen specifiek-
roomsche belangen behartigt en geen wereldlijk vorst
meer vertegenwoordigt.
IV.
In de moeilijke en ingewikkelde omstandigheden,
waarin de maatschappij verkeert, worde niet allereerst
aan den Staat opgedragen om in alles helpend en
oppermachtig op te treden.
Het eigen initiatie!\' worde aangemoedigd, opdat het
aantal hulpbehoevenden niet voortdurend grooter, maar
dit, zoowel door spaarzaamheid, vlijt en matigheid,
als dooi- het sluiten van verzekeringen tegen ziekte en
ouderdom steeds kleiner worde. Wel zij het streven
van den staat daarheen gericht, dat de Zondagswet al-
gemeen geëerbiedigd, dronkenschap en ontucht beteugeld
worden, terwijl verder de Staat heeft te waken voor
de veiligheid van het leven der werklieden in fabrieken
enz.; tegen den fabrieksarbeid van vrouwen, die jonge
kinderen te verzorgen hebben, tegen overmatigen arbeid
vooral van kinderen. Hij bevordere daarbij alle pogingen
om kranken, tot arbeid ongeschikt gewordenen, en ouden
van dagen te vrijwaren tegen gebrek.
V.
Armenzorg blijve een zaak van Kerkgenootschappen
en particulieren. Die taak over te dragen aan den
Staat, of dezen in de uitoefening der liefdadigheid te laten
ingrijpen, achten wij voorloopig onnoodig en bedenkelijk.
VI.
Wat het Onderwijs betreft: het zij en blijve het
-ocr page 27-
21
streven, voor onze kinderen scholen te verkrijgen ofte
behouden, waar, bij degelijk maatschappelijk onderwijs,
alles is doortrokken van den geest des evangelies, en
\'s lands historie niet verminkt, maar onvervalseht wordt
voorgesteld. Vooral worde gelet op het zedelijk en
godsdienstig gehalte der onderwijzers. Ook worde niet
vergeten, dat het zwaartepunt der opvoeding niet moet
liggen in de school, maar in het huisgezin.
De wetten op hel middelbaar en hooger onderwijs
vereischen herziening.
VII.
liet beset dat hel bezit aan een volk van Koloniën
dure verplichtingen oplegt, worde meer en meer
openbaar. De Regeering vorloochene in onze Indien
het christelijk karakter der natie niet, maar bevordere
de Zending met wijsheid en beslistheid; verbetere den
rechtstoestand der inlandsche Christenen; trachte. door
opwekking van veerkracht en arbeidzaamheid, den
inlander in vrijen arbeid te doen deelen in hel partij-
trekken van de vele bronnen van welvaart, die onder
zijn bereik liggen. Ook zie de Regeering toe, dat de
eene Christelijke Zendingsarbeid niet verstorend iugrijpe
op bet terrein van den ander.
Het onderwijs, van regoeringswege aan inlanders
gegeven, zij niet op Europoesche leest geschoeid, en
trachte niet de goede scholen der Zendelingen te ver-
dringen.
VIII.
Onze weerbaarheid mag, bij betrachting van zeer
noodige zuinigheid, niet worden verzwakt. Persoonlijke
dienstplicht is een eisch van billijkheid en in het belang
van leger en vloot. De Regeering steime alles wat bij
-ocr page 28-
22
onze legermacht in Vaderland en Koloniën de zede-
lijkheid bevordert.
IX.
Landbouw, handel en binncnlandschc nijverheid hebben
aanspraak op de zorg en den steun der Regeering, van
welke verwacht mag worden, dat zij trachten zal alles
weg te nemen, wat deze bronnen van bestaan drukt.
-ocr page 29-
III.
Program der Katholieke leden van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal,
vastgesteld 20 October i8q6.
PROGRAM.
I. Sociale Vragen. (\')
Vo or de Katholieke leden van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal is de Encycliek Rerutn Novarum op
dit stuk de grondwet.
Met haar verwerpen zij het Socialisme als waanzinnig,
onrechtvaardig en leidende tot vernietiging van alle
recht, alle vrijheid en alle orde.
De sociale vragen zijn in de eerste plaats zedelijke
vragen en alleen in den geest van het Christendom
kunnen zij tot eene goede oplossing worden gebracht.
Godsdienst, huisgezin en eigendom zijn de van God ge-
wilde grondslagen der maatschappij.
Voornamelijk in den nood dezer tijden moet de Staat
zijn macht op dit gebied doen gelden, altijd met eer-
biediging van de natuurlijke rechten van persoon en
huisgezin.
\') De Encycliek over het Arbeidersvraagstuk 1891, uitgegeven te
Amsterdam. — C. L. Langenhuüsen.
-ocr page 30-
24
De Wetgever heelt dus o. ra. zijn aandacht te wijden
aan de volgende punten :
Zondagsrust;
Zedelijke en stoffelijke verheffing van den ambachts-
stand, voornamelijk met betrekking tot de leerlingen;
Het vraagstuk der arbeiderswoningen;
Verbod of beperking van den arbeid voor vrouwen
en kinderen voor zooveel mogelijk en naar den aard
der werkzaamheden en verbod van dien arbeid in fabrieken
en werkplaatsen voor vrouwen met de zorg voor eigen
kinderen belast:
• Bestrijding van overmatigen arbeid ook voor mannen ;
Kegeling der uitbetaling van loon:
Verzekering tegen ziekte, ongevallen, invaliditeit en
ouderdom.
Terwijl het recht van den arbeider op een pensioen
van Staatswege als zoodanig beslist wordt ontkend, wordt
even beslist erkend, dat de Staat ertoe behoort mede te
werken, dat het lot van den invalieden en den ouden
werkman niet aan de openbare weldadigheid zij over-
gelaten. Dit brengt zijne roeping mede : „uit het samen-
stel en uit het bestier van den Staat moet de welvaart
van de gemeenschap en van de enkele personen op-
bloeien". Ene. Re rum Novarum.
Verbetering van de Armenwet met behoud van het
thans gehuldigd beginsel: „de ondersleuning der armen
wordt... in hoofdzaak ... „ overgelaten aan de ker-
kelijke en bizondere instellingen van weldadigheid".
//. Onderwijs.
Hoofdbeginsel blijft; onderwijs als wezenlijk deel dei-
opvoeding is plicht en recht der ouders.
-ocr page 31-
25
Er behoort naar gestreefd te worden de bizondere
school regel te doen zijn.
De rechtsgelijkheid door de pacificatie van 188!) er-
kend en gevestigd moet over het geheele gebied van
het onderwijs, ook over dat van Hooger en Middelbaar
Onderwijs worden uitgebreid.
Getuigschriften van bekwaamheid afgegeven door bi-
zondere gymnasia verleenen dezelfde rechten en be-
AToegdheden als die afgegeven door openbare instellingen
van dien aard.
„mits de eischen voor het verkrijgen van die getuig-
schriften gesteld ongeveer overeenstemmen met die van
het programma bedoeld in het derde lid van art. 11
der Wet op het Hooger onderwijs," art. 8öbis Wet H.
0. Wet van 23 Juli 1885 S. 141,
en een eindexamen zij afgenomen door de leeraren
der genoemde gymnasia in tegenwoordigheid van een In-
specteur en van gecommitteerden door de Regeering
te benoemen.
Aan erkende Kerkgenootschappen en Vereenigingen
tot bevordering van Hooger Onderwijs, die rechtsper-
soonlijkheid bezitten, moet het recht tot vestiging van
leerstoelen aan de Rijksuniversiteiten en aan de ge-
meentelijke Universiteit van Amsterdam worden verleend.
Aan bizondere gymnasia en bizondere scholen voor
Middelbaar Onderwijs, die aan zekere bij de Wet te
stellen voorwaarden voldoen, moet van Rijkswege een
bijdrage in de kosten van het onderwijs worden ver-
leend.
III. Leger.
Vermindering van financiëele en persoonlijke lasten
moet richtsnoer en doel blijven.
-ocr page 32-
26
De vraag moet worden onderzocht of bij den tegen-
woordigen stand van zaken een uitgave van meer dan
twintig inillioen \'s jaars voor het leger gewettigd is.
Voor miliciens, die geacht kunnen worden geheel of
ten deele kostwinners te zijn, wordt schadeloosstelling
verleend.
Naar verheffing van het zedelijk leven bij land-en
zeemacht moet worden gestreefd.
IV. Zaken van recht.
Als beginsel sta de uitspraak, dat de Overheid, die
uit God is, het recht bezit om te straffen met de straffe
des doods.
Rijksopvoedingsgestichten en gevangenissen voorjeug-
dige misdadigers moeten worden toevertrouwd aan er-
kende Kerkgenootschappen en daartoe in het leven ge-
roepen liefdadige instellingen behoudens het toezicht
van den Staat.
Inzonderheid voor jeugdige beklaagden is kort recht
een eisch van zedelijk en stoffelijk belang.
Over het geheel moet naar vereenvoudiging in de
rechtspleging worden gestreefd.
Art. 449 van het Wetboek van Strafrecht moet worden
afgeschaft en art. 136 13. W. dienovereenkomstig ge-
wij zigd.
De formaliteiten gevorderd bij het sluiten van het
burgerlijk huwelijk moeten zoo veel mogelijk worden
vereenvoudigd.
Schadeloosstelling kan volgens wettelijke regeling worden
toegekend aan ben, die uit preventieve hechtenis zijn
ontslagen, zonder dat eene veroordeeling gevolgd is,
zoomede aan onschuldig veroordeelden.
-ocr page 33-
■21
Toezicht van overheidswege op levensverzekeringen
zieken-begrafenisfondsen.
Verbod van huizen van verkoop met recht van weder-
inkoop.
V. Belastingen.
Geen verdere uitbreiding of verhooging van \'s Rijks
directe belastingen.
Afschaffing van het recht van successie in de rechte
lijn-
Versterking van ?s Rijks middelen, zoo die noodig is,
worde verkregen door indirecte heffingen, o. a. door
eene belasting op de transactiën ter beurze.
VI. Landbouw en Nijverheid.
De Regeering behoort den Nederl. Landbouw en de
Nederl. Nijverheid te steunen en te ontwikkelen door
maatregelen van overheidswege te nemen.
Met name behoort zij, waar zij optreedt als werk-
geefster en aanbesteedster, op de belangen van den
Nederl. arbeid te letten en zich niet dan om gewichtige
redenen te wenden tot het buitenland.
Bescherming van landbouw en nijverheid door herzie-
ning van ons Ned. tarief van invoerrechten.
Wederinvoering van octrooien
Vermindering van lasten bizonder drukkende op den
landbouw als b. v. door afschaffing van tollen op wegen
en vaarten ; vermindering van kosten van zegel voorpacht-
contracten : vergemakkelijking van den tiendafkoop.
Wijziging der grondbelasting.
VII Koloniën.
Herziening der verordeningen op het toelaten van
-ocr page 34-
28
christenleeraars, priesters en zendelingen in Nederlandsch-
Indië.
Krachtiger ondersteuning der Missiën.
Bij het inlandsch onderwijs behoort de invloed der
erkende Christelijke Kerkgenootschappen langs wette-
lijken weg te worden verzekerd.
Voorziening in den rechtstoestand der inlandsche
Christenen.
Verbetering van den financiëelen toestand door krachti-
ger ontwikkeling der natuurlijke hulpbronnen.
Ten slotte wenschen de Katholieke leden der Tweede
Kamer nog het volgende te verklaren.
De opheffing der Nederlandsche legatie hij den H.
Stoel blijven zij afkeuren en betreuren. Voor het
belang en de eer des lands vorderen zij haar herstel.
Zoo spoedig dit herstel met eenige hoop op goeden
uitslag kan worden beproefd, zullen zij geen middel
ongebruikt laten om daartoe te komen.
Zij hopen en vertrouwen, dat al hun katholieke
landgenooten aan bovenstaand program hun krachtigen
en onontbeerlijken steun zullen verleenen.
(Volgen de namen der 25 Katholieke Kamerleden.)
-ocr page 35-
IV.
Liberale Unie.
Nadat door de Liberale Unie sinds 1894 aan een
programma gewerkt was, is dit in November des vorigen
jaars uitgevaardigd.
De programma\'s der Liberale Unie luiden aldus:
I. Hervormingsprogramma.
De uLibcralc Unie* in hare Algemeene Vergadering
van 14 November 1896;
Overwegende:
dat voor haar de tijd gekomen is tot het vaststellen
van een staatkundig programma, geschikt om te strekken
tot vereenigingspunt voor alle vooruitstrevende v rij -
zinnigen;
dat voor de gezonde ontwikkeling van ons staatkundig
leven noodig blijft de handhaving van onze constitu-
tioneele instellingen en volksrechten tegen iederen aan-
val, van welken kant ook ondernomen, maar dat daar-
mede gepaard moeten gaan ingrijpende hervormingen
ter bevordering van de geestelijke en stoffelijke wei-
vaart van het geheele volk;
dat bovenal op het gebied der sociale vraagstukken
krachtig de hand aan het werk moet worden geslagen,
opdat in de wetgeving: elke bevoorrechting van het
kapitaal ophoude, de belangen van den arbeid en den
-ocr page 36-
30
arbeider tot hun recht komen, en in het algemeen,
voor zoover de wetgeving invloed uitoefent op de ver-
deeling der maatschappelijke goederen, meer rechtvaar-
digheid worde betracht;
Besluit:
vast te stellea het volgend
HERVORMINGSPROGRAMMA.
§ 1. Ten aanzien van het kiesrecht blijft de
Liberale Unie, in overeenstemming met wat in 1891 en
in 18Ui door haar beleden werd, een zoo ruim moge-
lijke uitbreiding van het kiesrecht, los van eiken band
met belastingen, noodzakelijk achten.
§ 2. Ten aanzien van de sociale-vraagstuk-
ken worde van den wetgever verlangd:
instelling van Kamers van arbeid, \'met toe-
kenning van gelijke rechten aan werkgever en werkman;
regeling van het arbeidscontract, tot betere
verzekering van de wederzijdsche rechten en verplich-
tingen;
de nadere regeling van de pachtovereenkomst,
ter voorkoming dat de eigenaar alle risico ten nadeele
van den pachter brenge en hem rechtmatige vergoeding
voor aangebrachte verbeteringen onthoude
beperking van over matigen arbeids-
d u u r, ook voor volwassen mannelijke arbeiders, en
verzekering van een wekelijkschen rustdag,
zooveel mogelijk den Zondag;
invoering van een stelsel van verplichte
verzekering tegen de nadeelen, waaraan de arbeid
blootstaat, tengevolge van ongevallen, ziekte, invaliditeit
en ouderdom, en zulks, althans voor invaliditeit en
-ocr page 37-
:5I
ouderdom, zoo noodig, ten deele op kosten van den
Staat:
vaststelling van bepalingen tot ingrijpende verbetering
van woningstoestanden;
hervorming van het onteigening s-r echt, nood-
zakelijk niet alleen met het oog op woningbouw, maar
ook ter bevordering van productieve bearbeiding van
onontgonnen gronden en van doelmatige uitbreiding
van de bebouwde kommen der gemeenten:
meer afdoende behartiging van de volksgezond-
heid, ook door toezicht op de volksvoeding en het
tegengaan van vervalsching van levensmiddelen;
meer ingrijpende maatregelen tegen drank mis-
b r u i k;
herziening der armenwet, tot verzekering der
samenwerking van alle armbesturen en tot erkenning
van den plicht der overheid, om voortwoekering van
het pauperisme te keeren en de armenverzorging niet
aan te merken als uitsluitend uitvloeisel van haar
politiezorg.
£ ;?. Onafhankelijk van wettelijke maatregelen be-
hoort de o v e r h e i d, waar zij, rechtstreeks of mid-
dellijk, als werkgeefster optreedt, tegen misbruik
van werkkrachten te waken, o. a. door voorschriften
omtrent arbeidstijd en loon.
§ 4. Ten aanzien van de volksopvoeding zijn
dringend noodzakelijk:
invoering van leerplicht, ook voor voortgezet of
voor herhalingsonderwijs; en betere regeling der onder-
wijzerstraetementen;
uitbreiding van vakonderwijs en bevordering
van een practische richting by het onderwijs;
-ocr page 38-
32
behartiging van het lot van verwaarloosde
kinderen, waar noodig onder opheffing of beperking
van de ouderlijke macht.
$ 5. Herziening van het personenrecht en
van het er f re c h t, met name tot:
verbetering van den rechtstoestand der vrouw, zoo
wat haar persoon als wat haar vermogen betreft, en
in \'t bijzonder tot waarborging van het recht der ge-
huwde vrouw op de opbrengst van haar arbeid;
verbetering van den rechtstoestand van natuurlijke
kinderen, in het bijzonder door opheffing van het ver-
bod van onderzoek naar het vaderschap;
uitbreiding van het erfrecht van den langstlevenden
echtgenoot:
opheffing van de wettelijke erfopvolging van venvij-
derde bloedverwanten.
$ 6. Behartiging van de ontwikkeling van 1 a n d-
b o u w. veeteelt, handel e n n ij verhei d, niet
door beschermende rechten, maar door andere maat-
regelen, o. a. door verbetering van verkeers- en gemeen-
schapsmiddelen, ook tusschen afgelegen streken en de
centra van bevolking: en, wat den landbouw aangaat,
o. a. door verbreiding van landbouwonderwijs, door
samentrekking van de bestuurstaak ten aanzien der
landhouwbelangen bij één der departementen van alge-
meen bestuur, door herziening van de bepalingen op
het stuk van de jacht.
£ 7. Ten aanzien van het defensiewezen, - bij
welks inrichting rekening worde gehouden met de
internationale verhoudingen die in redelijkheid kunnen
worden voorzien, en met de financiëele lasten, die zoo-
veel mogelijk behooren te worden verminderd — ■:
-ocr page 39-
33
regeling der levende strijdkrachten, met invoering van
het stelsel der persoonlijke vervulling van
den dienstplicht en met opheffing van
de s eli u 11 e r ij e n in haar tegenwoordigen vorm;
nieuwe regeling van den rechtstoestand van
den militair.
§ 8. Invoering van administratieve recht-
s p r a a k ;
vereenvoudiging van het procesrecht
tot verkrijging van snel en goedkoop recht en tot be-
spoedigde berechting van lichte vergrijpen.
§ 9. Herziening der gemeentewet ter verze-
kering van een krachtiger werkzaamheid der gemeente-
besturen, vooral op sociaal en hygiënisch gebied.
§ 10. Op het gebied der financiën:
A.    G e m e e n t e-f i n a n c i ë n : aan de gemeenten
worde van staatswege tegemoet gekomen in den druk.
die het gevolg is van uitgaven, liaar in het rijksbelang
opgelegd;
haar belastinggebied worde verruimd.
B.  R ij k a-f i n a n c i ë n : een zuinig beheer, ter voor-
koming van belastingverhooging, sta op den voorgrond:
mochten niettemin ingrijpende sociale hervormingen
versterking van middelen onvermijdelijk maken, dan
belmoren daarvoor in aanmerking te komen, niet ac-
cijnsen op eerste levensbehoeften, maar debietrechten
en soortgelijke indirecte hellingen op voorwerpen of
verteringen van weelde, alsmede belasting op goederen
in de doode hand:
hervorming in het samenstel der belastingen worde
voortgezet, door, met verlichting van den druk der
minder gegoeden, het beginsel van progressie, ook bij
3
-ocr page 40-
34
de successiebelasting, ruimer in toepassing te brengen.
§11. Op het terrein der koloniale staat-
kunde:
bevordering van de vrije ontwikkeling der particu-
liere nijverheid, onder krachtdadige bescherming van
de rechten en belangen der inlanders;
hervorming van het bestuur onzer Oost-Indische be-
zittingen, met name in de richting van overbrenging
van een deel der bestuurstaak van het centraal gezag
naar onderdeden:
maatregelen tot verbetering van de welvaart der
West-Indische koloniën.
II. PROGRAMMA VAN URGENTIE.
De »Liberale Unie* in hare Algenieene Vergadering
van 11 November 1896:
Overwegende :
dat, met het oog op de algemeene verkiezingen van
18!)7. het noodig is. eenige der in haar >Hervormings-
programma* genoemde maatregelen
        wegens hunne
bijzondere beteekenis voor de welvaart van het geheele
volk en voor de verbetering dei- maatschappelijke ver-
houdingen - in dien zin op den voorgrond te brengen,
dat zij van de te stellen candidaten verlangt, niet
enkel dat zij instemming betuigen met de strekking van
het geheele Hervorinings-programma, maar ook dat zij
van na te noemen maatregelen met volle overtuiging
de urgentie erkennen;
dat de omstandigheden meebrengen, kiesrecht-her-
vorrning onder de urgente maatregelen voor het oogen-
blik niet op te nemen, omdat, hoe onbevredigend de
tot stand gekomen regeling van het kiesrecht ook moge
-ocr page 41-
35
wezen, het eiseh van goede staatkunde is, niet op eeue
nieuwe aan te dringen, zoolang de ervaring omtrent de
uitkomsten der vastgestelde kieswet met betrekking tot
het aantal kiezers nog geen uitspraak heeft gedaan :
Verklaart,
als zoodanige hervormingen te beschouwen:
—  regeling van het arbeidscontract, tot betere
verzekering van de wederzijdsche rechten en verplich-
tingen, beperking van overmatigen arbeids-
duur, ook voor volwassen mannelijke arbeiders, en ver-
zekering van den wekelijkschen rust d a g, zooveel
mogelijk den Zondag:
—  invoering van een stelsel van verplichte
verzekering tegen de nadeelen waaraan de arbeid
blootstaat, ten gevolge van ongevallen, ziek t e,
invaliditeit en o u d e r d o m, en zulks, althans
voor invaliditeit en ouderdom, zoo noodig, ten deele
op kosten van den Staat:
vaststelling van bepalingen tot ingrijpende ver-
betering van woningstoestanden en de daartoe
noodzakelijke hervorming van het onteigeningsrecht.
herziening der armenwet, tot verzekering der
samenwerking van alle armbesturen en tot erkening van
den plicht der overheid om voorlwoekering van het
pauperisme te keeren en de armenverzorging niet aan
te merken als uitsluitend uitvloeisel van haar politiezorg.
- Invoering van leerplicht, ook voor voort-
gezet of voor berbaliugsonderwijs, en verbetering der
onderwijzerstractementen.
verbetering van den rechtstoestand der v r o u w,
zoo wat haar persoon als wat haar vermogen betreft,
en in \'t bijzonder tot waarborging van het recht der
-ocr page 42-
36
gehuwde vrouw op de opbrengst van haar arbeid ; behar-
tiging van het lot van verwaarloosde kinderen,
waar noodig onder opheffing of\' beperking van de ouder-
lijke macht.
maatregelen ter behartiging van de ontwikkeling
van landbouw, veeteelt, handel en n ij v e r-
heid, niet door beschermende rechten, maar o. a. door
verbetering van verkeers- en gemeenschapsmiddelen,
ook tusschen afgelegen streken en de centra van be-
volking: en, wat den landbouw aangaat, o. a. door
verbreiding van landbouwonderwijs, dooi- samentrekking
van de bestuurstaak ten aanzien der landbouwbelangen
bij één der departementen van algemeen bestuur, door
herziening van de bepalingen op het stuk van de jacht.
regeling der levende strijdkrachten, niet invoering
van het stelsel der persoonlijke vervulling
van den dienstplicht en met opheffing van
de schutterijen in haar tegenwoordigen vorm.
-ocr page 43-
V.
Radicale Bond.
De Radicale Bond, goedgekeurd bij K. 15. van ö Febr.
1894, telt op dit oogenblik 34 aangesloten Vereenigingen
met een gezamenlijk aantal van pi. m. 2300 leden :
Het bestuur is aldus samengesteld :
C. V. Gerritsen, Amsterdam, Voorzitter
Mr. Z. van den Bergh, \'s Gravenhage.
P. Nolting, Amsterdam.
I*. W. .1. van Hassel, Utrecht.
H. A. van der Houwen. Delft.
S. Jansnia, Leeuwarden.
H. L. van der Sleen. Hoogeveen.
J. de Jong Pzn. - Rotterdam.
Een officieel orgaan heelt de Hond niet. De ..Badi-
cale Hervorming", waarvan hel eerste nominer 17 April
j. 1. verscheen, kan als officieus worden aangemerkt.
Het Bestuur geeft op ongeregelde tijden blaadjes uit,
„Democratische schetsen", welke als een toelichting op
het program kunnen aangemerkt worden.
Het doel van den Bond is omschreven in art. 1
der statuten.
Art. I.
De hond stelt zich ten doel het eendrachtig optreden
in Nederland te bevorderen van allen, die eene her-
ziening van ons Staatswezen in democratischen geest
op de volgende grondslagen zijn toegedaan :
-ocr page 44-
38
I.
Gelijkstelling der meerderjarige Nederlanders ten aan-
zien van de uitoefening van staatsburgerlijke rechten:
II.
Bestrijding van de sociale afhankelijkheid en verhoo-
ging van liet stoffelijk en zedelijk welzijn der niet- en min-
dervermogenden dooi\':
a.  afschaffing van die wettelijke bepalingen.welke opeen-
hooping van kapitaal in de handen van enkelen bevorderen ;
b.    invoering van wetten die;
1". Zonder te streven naar den gemeenschappelijken
eigendom der productiemiddelen, de uit den persoonlijken
eigendom voortvloeiende bevoegdheden binnen engere
grenzen beperken en eene meer gelijkmatige verdeeling
van het maatschappelijk inkomen iu de hand werken ;
2°. de nadeelige gevolgen der werking van vraag en
aanbod op de arbeidsmarkt zooveel mogelijk tegengaan.
Programma van den Radicalen Bond.
1.
Algemeen kiesrecht.
II.
Een kiesstelsel, dat de vertegenwoordiging ook der
minderheden zooveel mogelijk waarborgt.
III.
Afschaffing der Eerste Kamer.
IV.
Uitbreiding van het onteigeningsrecht.
V.
Een regeling van het arbeidscontract en oprichting
van kamers van arbeid, ten einde;
a. te voorkomen overmatigen of onvoldoend betaalden
loonarbeid;
-ocr page 45-
39
b.   te verhinderen eiken arbeid van kinderen, welke
schadelijk is voor hun lichamelijke of geestelijke ont-
wikkeling;
c.   te waken voor gezondheid en veili gheid in fabrieken
en werkplaatsen;
d.    te voorkomen dat arbeiders, wier arbeidskracht
door ouderdom, ziekte of ongeval is verminderd of\' te
looi\' gegaan, afhankelijk worden van openbare, kerkelijke
of particuliere liefdadigheid;
e.    te zorgen, dat de rechten der arbeiders niet minder
dan die der werkgevers zijn gewaarborgd.
VI.
Dadelijke toepassing van de in punt V neergelegde
beginselen door de overheid, wanneer zij zelve direct
of indirect als werkgeefster optreedt.
VU.
Bestrijding van werkeloosheid en instelling van arbeids-
beurzen door de overheid.
VIII.
Beperking der armenzorg door verplichte verzekering
tegen de gevolgen van ziekte, invaliditeit, ouderdom
werkeloosheid.
IX.
Concentratie van armenzorg.
Zorg van de overheid voor voldoenden onderstand
van hulpbehoevenden, zoo dikwijls die niet of\' niet vol-
doende wordt verstrekt door kerkelijke en particuliere
liefdadigheid.
Ontheffing der gemeenten van overmatigen en onge-
hjken druk der armenzorg.
Zorg van de overheid voor verwaarloosde kinderen.
Toezicht van overheidswege op instellingen ter ver-
-ocr page 46-
10
pleging van ouderlooze en verwaarloosde kinderen.
X.
Maatregelen van overheidswege voor betere huisves-
ting der niet- of min-vermogenden.
Scherper toezicht tegen vervalsching van levensmid-
delen.
Opheffing van het staatsbelang bij en krachtige be-
strijding van drank- en opiummisbruik.
XI.
Invoering van leerplicht.
Oprichting en instandhouding van openbare lagere
scholen en herhalingsscholen, en verschaffing van am-
bachts-en landbouvv-onderwijs door den staat, overal
waar het noodig is.
Kosteloos onderwijs voor onvermogenden.
Als overgang tot algemeen kosteloos onderwijs pro-
portioneele schoolgeldheffing met afschaffing van dein-
deeling der scholen naar het schoolgeld, bij alle open-
bare inrichtingen van onderwijs.
Dienstbaarmaking van de lagere school door den
staat ook aan de lichamelijke ontwikkeling der kinderen.
Invoering van een uitgebreid beurzenstelsel van
staatswege.
XII.
Herziening der rijks directe belastingen naar het be-
ginsel van belasting naar draagkracht.
Afschaffing der accijnsen op levensbehoeften.
Invoering van progressie in de successie-belasting.
Betere regeling in de verhouding tusschen rijks-en
gemeentefinanciën.
XIII.
Exploitatie van overheidswege van ondernemingen die
-ocr page 47-
II
een monopolistisch karakter dragen.
XIV.
Afschaffing van de dienstvervanging en beperking
der uitgaven voor leger en vloot tot het volstrekt on-
vermijdehjke.
XV.
Volledige scheiding van kerk en slaat.
XVI.
Eenvoudige en goedkoope rechtspleging.
Administratieve rechtsspraak.
Hulp van overheidswege\' aan misdadigers bij hun te-
rugkeer in de maatschappij.
XVII.
Gelijkstelling der burgerlijke rechten van de ongehuwde
vrouw met die van den man.
Herziening onzer huwelijkswetgeving.
XVIII.
Ongeschonden handhaving der vrijheid van vereeni-
ging en vergadering.
XIX.
Wettelijke regeling van het landbouwcrediet; ophef-
fing van het heerlijk jachtrecht; verbetering der rechts-
verhouding tusschen eigenaar en gebruiker van het land;
herziening der wetgeving op den grondeigendom en op het
notariaat.
XX.
Ontwikkeling en zelfbestuur en volledige toepassing
van het stelsel van vrijen arbeid in Ned.-lndië.
Scheiding der financiën van het moederland en de
koloniën.
VERKIKZINSPROGRAM.
(Vastgesteld in de algemeene vergadering van 3
Januari 1897.)
-ocr page 48-
42
De Radicale Bond spreekt als zijn oordeel uit:
dat de nieuwe kieswet zoodanig strijdt tegen de demo-
cratische beginselen dat, zoolang grondwetsherziening
niet te verkrijgen is, een uitbreiding van het kiesrecht
tot de uiterste grens der grondwet een der voornaamste
eischen blijft; dat het tot stand komen der navolgende
hervormingen niet mag worden vertraagd:
a. Verplichte verzekering tegen de gevolgen van onge-
vallen, ziekte, invaliditeit en ouderdom niet geldelijken
steun van den Staat.
Wettelijke regeling van het arbeidscontract, met name
ter voorkoming van overmatigen arbeidsduur en van
kinderarbeid zoolang het kind leerplichtig is.
Kamers van Arbeid, welker samenstelling voldoenden
waarborg bevat, dat het belang van den arbeider tot
zijn recht komt.
Maatregelen tot onverkorte handhaving van het ver-
eenigingsrecht.
Bepalingen omtrent loon en arbeidsduur in bestekken
en concessiën van de overheid uitgaande.
Reorganisatie en uitbreiding der afdeeling Arbeid van
het ministerie van Waterstaat.
b.  Vermeerdering van den productieven landarbeid door-
de overheid of met haar steun. Verbetering der woning-
toestanden. Uitbreiding van het onteigeningsrecht voor
die maatregelen noodig.
c.   Herziening der armenwet ten einde te komen tot
een stelselmatige en afdoende leniging van armoede.
Ter voorkoming van armoede, maatregelen tegen
werkeloosheid en hare gevolgen.
d.   Leerplicht tot 14-jarigen leeftijd en verplicht herha-
lingsonderwijs.
-ocr page 49-
V.)
Wettelijke regeling van het vakonderwijs.
Wettelijke regeling van het voorbereidend onderwijs.
Betere regeling van de opleiding, de zelfstandigheid
en de traetementen der onderwijzers.
e. Voortzetting van de herziening der belastingen en
wel volgens het beginsel: belasting naar draagkracht,
met name progressie; in de successiebelasting.
Vervanging der accijnzen op levensmiddelen door
belasting van weeldeartikelen.
/. Samentrekking der staatszorg voor den landbouw.
Pachtcominissies die. door den steun der overheid,
allerwegen de bemiddelaars en de seheidslieden kunnen
worden tusschen eigenaar en pachter en het uitgangs-
punt eener wettelijke regeling van het pachtcontract,
voldoende aan plaatselijke behoeften.
Afschaffing der tollen.
g. Afschaffing van de plaatsvervanging en beperking
der uitgaven voor leger en vloot tot het volstrekt
onvermijdelijke;.
h. Verbetering van den rechtstoestand der vrouw.
Afschaffing van het verbod tot onderzoek van het
vaderschap.
Bescherming van verwaarloosde kinderen, met de
daarvoor noodige beperking der ouderlijke macht.
i. Ingrijpende maatregelen ter bestrijding van het
drankmisbruik.
k. Sneller en goedkooper rechtspleging.
Schadeloosstelling aan hen die ten onrechte zijn ge-
vangen genomen.
Invoering der voorwaardelijke veroordeeling.
Administratieve rechtspraak.
-ocr page 50-
VI.
Sociaal democratische Arbeiderspartij.
Dit program vastgesteld 18 April iSpy.
Grondwetsherziening om te komen tot algemeen
enkelvoudig kiesrecht voor mannen en vrouwen.
Pensionneering van oude en invaliede werklieden
op kosten van den Staat.
Inwilliging der eisehen, door de vakvereenigingen
gesteld aan den Staat, als: uitvoering van rijkswerken
in eigen beheer, maxiniumarbeidstijd en mininium-loon
in bestekken van rijkswerken, afschaffing van nacht-
arbeid van bakkers en dergelijke.
Schadeloosstelling aan onschuldig veroordeelden en
preventief\' gevangenen. Kostelooze rechtspleging.
Handhaving der vrijheid van denken, spreken,
drukpers, vereeniging en vergadering, ook voor ambte-
naren en militairen.
Afschaffing van het militarisme en invoering van
algemeene weerplicht. Bezuiniging op de uitgaven van
leger en vloot.
Kosteloos verplicht lager onderwijs tot het 14ejaar.
Algemeene invoering van herhalings- en ainbachtson-
derwijs. Wettelijke regeling van het voorbereidend
lager onderwijs. Meerdere zelfstandigheid van den klasse-
onderwijzer. Kindervoeding en kleeding. IJ ij gebleken
-ocr page 51-
45
bekwaamheid gratis openstelling van inrichtingen voor
hooger- en middelbaar onderwijs, ook voor minver-
mogenden. Gratis verstrekking der leermiddelen.
Betere regeling van het pachtkontrakt ten bate van
boeren en arbeiders, berustende op het beginsel, dat
alleen pacht behoeft te worden betaald van de netto
opbrengst van het bedrijf, dus nadat van de totale
opbrengst zijn afgetrokken de noodzakelijke on-
kosten, waaronder ook een voldoend inkomen voor den
pachter en zijn gezin en een voldoend loon voor de
arbeiders zijn begrepen.
Uitbreiding der bepalingen van art. 1628 en 1629
B. W. in het belang van den huurder en verbod van
schending dezer bepalingen in de pachtkontrakten.
Becht van den vertrekkenden pachter op vergoeding
wegens de door zijn arbeid of kapitaal aan het gehuurde
aangebrachte verbeteringen.
Opneming in de pachtkontrakten van het minimum
getal arbeiders, dat de boer zomer en winter vast in
dienst moet houden, te bepalen naar den aard en den
omvang van het bedrijf en de plaatselijke omstandigheden.
Instelling van pachtkommissies in alle landelijke ge-
meenten, gekozen door en bestaande uit vertegenwoor-
digers van grondbezitters, pachters en arbeiders, met
bepaling dat geen pachtkontrakt geldig is, dat niet
door de gemeentelijke pachtkommissie is goedgekeurd.
Uitbreiding van het onteigeningsrecht der gemeente,
zoowel ter verbetering der woningtoestanden als ter
voorziening in de werkloosheid en ter verbetering van
den toestand dei- arbeiders, met name wat de lande-
lijke gemeente betreft, om deze in staat te stellen, aan
ingezetenen arbeiders zooveel grond en bedrijfsmate-
-ocr page 52-
u>
riaal tegen de Laagst mogelijken prijs in gebruik te
geven, dat zij van hun arbeid op dien grond geheel
kunnen bestaan.
Afschaffing van alle bevoorrechting in zake het
jachtrecht.
Belasting van uitwonende eigenaren. Meerdere zelf-
standigheid der gemeenten op belastinggebied. Invoering
van staatserfrecht in de zijlinie. Sterk opklimmende
belasting op vermogensinkomsten. Afschaffing der be-
lasting op de levensmiddelen.
Opheffing der wetsbepalingen, die de vrouw ten
achter stellen bij den man. Maatregelen tot bescherming
van verwaarloosde kindereu en met het oog daarop
beperking der ouderlijke macht. Opheffing van liet
verbod van onderzoek naar het vaderschap en ver-
plichting van den natuurlijken vader om zijn kind te
onderhouden.
Verbetering der beslaande arbeidswetgeving en uit-
breiding daarvan tot den veldarbeid en de huisindustrie.
Bestrijding van het drankmisbruik, door aan de
meerderjarige mannen en vrouwen van iedere gemeente
het recht te geven, bij meerderheid van stemmen den
drankverkoop in de gemeente te beperken of te ver-
bieden (local option).
-ocr page 53-
VII.
Vrijzinnige Kiesvereenigingen
„Vooruitgang"
in flo negen districten van Amsterdam.
We ontleenen aan »het manifest op de basis waarvan
deze kiesvereenigingen zijn opgericht," het volgende :
»Waar men zich van alle zijden reeds toerust tot den
strijd, die in het jaar 18(.)7 zal gestreden worden, is
ook voor de vrijzinnigen de tijd aangebroken om zich
te vereenigen willen zij dat hunne beginselen bij de
stembus van het volgende jaar de overwinning behalen.
De liberale partij dient daarom eendrachtig op te
treden.
Geenszins is het onze bedoeling, allen die, hoe ook
van staatkundige zienswijze verschillende, zich liberalen
noemen, onder een vage leuze te vereenigen, en aldus
eene partij te vormen, die wel een groot getal leden
hebben zou, maar aan innerlijke kracht tekortschieten.
Integendeel : onze leidende gedachte is, om uit de
verschillende vereenigingen, groepen en combinatiën,
hen allen samen te lezen en te vereenigen, die inwer-
kelijk vooruitstrevende richting den Staat bestuurd willen
zien: die, prijs stellende op het behoud van onze con-
-ocr page 54-
Ï8
stitutioneele instellingen en vasthoudende aan de begin-
selen der liberale partij, omtrent de groote vraagstukken
van den dag eensgezind zijn, en in het bijzonder bereid
krachtig mede te werken tot verheffing en bescherming
der intellectueel en economisch zwakken in onze maat-
schappij.
Vasthoudende, zeggen wij, aan de beginselen dei-
liberale partij. Deze beginselen spreken zich uit in de
overtuiging, dat de staat dient bestuurd te worden,
stellig met eerbiediging, maar tevens onafhankelijk van
elke Kerkelijke richting en dat de zorg voor degelijk
lager, middelbaar en hooger onderwijs niet aan den
Staat behoort te worden onttrokken; voorts, dat het
algemeen belang noch vordert, noch gedoogt, dat het
particulier bezit van gebruiksgoederen of van productie-
middelen worden opgeheven; en eindelijk, dat aan de
vrije ontwikkeling van het individu en aan het particu-
lier initiatief, voor zoover zulks met het algemeen belang
vereenigbaar is en niet tot onderdrukking van zwakkeren
leidt, zooveel mogelijk ruimte behoort te worden ge-
laten.»
»Van de maatregelen, welker totstandkoming de vrij-
zinnige partij krachtig moet voorstaan, noemen wij ter
kenschetsing onzer bedoeling: verplichte verzekering
van arbeiders tegen ongelukken en ziekte; voorziening
tegen de geldelijke nadeelen van invaliditeit en ouderdom
van minvermogenden, en zulks met medewerking van
den Staat; regeling van het arbeidscontract ter betere
afbakening van de wederzijdsche rechten en verplich-
tingen van werkgever en arbeider; invoering van ka-
mers van arbeid; bestrijding van het pauperisme ; be-
vordering van de volksgezondheid: invoering van
-ocr page 55-
49
leerplicht en verstrekking van vak-en ambachts-onder-
"wijs op ruime schaal; verbetering van den reehtstoe-
stand der vrouw en van het lot van verwaarloosde
kinderen.
Ook andere belangen eischen de voortdurende be-
hartiging der liberale partij.
Onder meer behoort zij bedacht te zijn op : bevor-
dering van handel, nijverheid en landbouw, door hand-
having van den vrijen handel, door verbetering van
verkeerswegen en opheffing van belemmeringen; ont-
wikkeling van de welvaart der koloniën, door aan de
particuliere nijverheid een ruim arbeidsveld te ver-
zekeren, met behartiging der belangen van den inlan-
der; regeling der levende strijdkrachten met invoering
van den persoonlijken dienstplicht, zoowel ter betere
verzekering van de handhaving onzer onafhankelijkheid
als ter ter gelijkmatiger verdeeling der lasten ; een be-
leidvol beheer der financiën, opdat bij de uitbreiding
der Staatszorg geene onevenredig zwaardere eischen aan
de draagkracht der natie behoeven te worden gesteld.«
i
-ocr page 56-
VIII.
Algemeen Nederlandsen Werklieden-
Yerbond.
Opgericht i8j2.
De Voorzitter, de heer B. H. Heldt meldt „dat het
Alg. Ned. Werklieden-Verbond geen eigenlijk strijd-
program heeft. Wel is aan de afdeelingen en de
leden-kiezers aanbevolen, alleen zulke candidaten te
steunen en te stemmen, wier beginselen het meest
overeenkomen met het programma van het Verbond,
omschreven in art. 1 en 2 der hierbij gaande statuten;
met deze uitzondering echter, dat litt. b. van art. 2 bij
deze verkiezingen niet op den voorgrond behoort te
worden gesteld."
Art. 1, 2 en 3 der Gewijzigde Statuten, goedgekeurd
voor \'t laatst bij K. B. van 18 Sept. 1889, ziju:
Artikel 1.
Doel en Middelen.
Het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond stelt
zich ten doel.
1° langs ordelijke en wettige wegen alles aan te
wenden wat strekken kan tot verheffing van den werkman
in zedelijke waarde, verhooging van zijn stoffelijke wei-
vaart, verkrijging zijner staatsburgerlijke rechten en
gelijkheid en bevordering zijner maatschappelijke vrijheid;
2" naast het begrip van zelfstandigheid en onafhan-
kelijkheid, het rechts-en gemeenschapsgevoel aan te kwee-
ken bij de werklieden, en tusschen hen en de overige
groepen der maatschappij;
-ocr page 57-
51
3" te streven naar betere verdeeling van de vruchten
die de arbeid afwerpt, in \'t a 1 g e m e e n : door het
bevorderen van algemeene ontwikkeling en van her-
vormingen op het gebied van Staat en maatschappij, in,
\'t b ij z o n d e r : door het bevorderen van vereenigingen
en verbonden van werklieden in hetzelfde vak en door
het bevorderen van coöperatie en associatie onder alle
vormen, zoowel ter ondersteuning in ziekte en ongeval,
als ter besparing en verkrijging van bezit en ter gemeen-
schappelijke uitoefening van het bedrijf;
4° het inroepen der tusschenkomst van Staat en gemeente,
voor zoover dit noodig wordt geacht in gevallen waar
ter regeling van een of andere aangelegenheid particu-
liere krachten te kort schieten;
5" mede te; werken tot afschaffing van den oorlog en
tot beslechting van geschillen tusschen \'verschillende
staten, door scheidsrechterlijke tusschenkomst en de on-
zedelijke strekking van den oorlog in ruimer kringen
bekend te maken;
6° het besef te verlevendigen, dat het bijzonder belang
slechts zoo ver mag strekken, dat het niet met het al-
gemeen belang in botsing komt.
Art. 2.
De middelen, door welke het verbond zijn doel tracht
te bereiken, zijn de volgende:
a. verspreiding van de beginselen des verbonds bij
monde en geschrifte ;
/;. de verkrijging van de bevoegdheid van alle burgers
die zulks verlangen en in het genot zijn hunner burger-
en burgerschapsrechten, om deel te kunnen nemen aan
de keuze van de vertegenwoordiging des volks bij het
Rijk, de provincie en de gemeente hunner inwoning,
-ocr page 58-
r>2
met geheime stemming : bevordering van proportioneele
of evenredigheidsvei\'kiezingen ;
c.    vergaderingen, zoo mogelijk aan alle plaatsen des
lands, tot het houden van voordrachten en openbare
besprekingen over verschillende op de beginselen van
den bond betrekking hebbende onderwerpen;
d.    invloed uit te oefenen op \'s lands Bestuur en ver-
tegenwoordiging, door middel van adressen en petitio-
nementen;
e.    het recht van oorlog te verklaren en vrede te
sluiten, van het Hoofd van den Staat op de volksver-
tegenwoordiging te doen overgaan :
f.    afschaffing van de militie en verplichte oefening
in den wapenhandel voor alle burgers, wier lichaams-
bouw en krachten dit toelaten:
g.    herziening van het belastingstelsel, door afschaffing
van alle belastingen op de eerste levensbehoeften en op
den arbeid, en invoering van belastingen naar het
inkomen en vermogen, bij opklimmende reeks, en opvoering
der belastingen op de nalatenschappen en op de inkom-
sten van de kapitalen in de doode hand ;
h. het in leven roepen van wetten op de uitoefening
van den arbeid en ter bescherming van het leven en
de veiligheid der arbeiders: 1" toezicht op de arbei-
derswoningen, de fabrieken, de werkplaatsen en de
huisindustrie; 2" beperking van den arbeidsdag voor
volwassenen, afschaffing van allen mogelij ken zondags-
arbeid, ter bevordering van éen noodzakelij ken rustdag
in de week; 3° verbod van allen mannelijken arbeid
door vrouwen, in werkplaatsen, fabrieken of op het
veld ; 4". beperking en regeling van den arbeid van
jongens beneden 18 jaar; 5° wettelijke regeling van het
-ocr page 59-
53
leerlingwezen;
*. het toezicht op de uitvoering dier wetten op te
dragen aan rijks-inspecteurs, bijgestaan door een advi-
seerende commissie uit de werklieden ;
j. het verkrijgen eener wettelijke regeling ter ver-
zekering der arbeiders tegen ziekte, invaliditeit, den
ouden dag en der weduwen en weezen;
k. het van staatswege in \'t leven roepen van Kamers
van den Arbeid, naar evenredigheid van beider aantal,
door en uit patroons en werklieden beiden gekozen die,
onder meer, uitspraak doen in geschillen die op het
gebied van den arbeid tusschen ondernemers en werk-
lieden zich voordoen:
/. het in het leven roepen van raden van verzoe-
ning ter voorkoming en beslechting van werkstakingen:
m. 1". het bevorderen van goed openbaar onderwijs,
met beding van schoolgeld, geëvenredigd naar het inkomen,
in dezen zin, dat zij wier inkomen geen helling toelaat,
het onderwijs voor hun kinderen kosteloos bekomen.
(Onder openbaar onderwijs wordt verstaan : het van
overheidswege gegeven wordend voorbereidend, lager-
en uitgebreid lager-, middelbaar-, landbouw-, ambachts-
en industrieel-, en het hooger onderwijs.)
2°. het bevorderen (als overgangsmaatregel, zoolang
het betere wordt gemist) van kosteloos voorbereidend
lager, middelbaar-, landbouw-, ambachts- en industrieel
onderwijs, en het hooger onderwijs, voor on- enminver-
mogenden, die aande eisenen van het toelatings-examen
kunnen voldoen;
n. het bevorderen der invoering van den leerplicht
tot den leeftijd van 14 jaar en voor hen die geen
middelbaar- ot\' beroepsonderwijs ontvangen, op avond
-ocr page 60-
54
of herhalingsscholen, tot den leeftijd van 16 jaar:
o. het bevorderen van staatstoezicht op de levens-
middelen ;
p. het toepassen van alle andere middelen die binnen
de grenzen in den aanhef van art. 1 1°. kunnen strekken
in het belang der maatschappij, des Verbonds, der
afdeelingen of haar leden en der werklieden in \' t al-
gemeen.
Art. 3.
Het Verbond ijvert onafgebroken aan het bevorderen
van beschaving en het aankweeken van goede zeden.
-ocr page 61-
IX.
Bond van Nederlandsche Onderwijzers.
Met bijna algemeene stemmen besloot de Bond zich
in te laten met de a. s. verkiezingen voor de Tweede
Kamer en werd het volgende voorstel niet 1344 van
de 1876 uitgebrachte stemmen aangenomen:
Het H-B. steune bij de e. v. algemeene verkiezing der
Staten-Generaal één of meer candidaten (bij voorkeur
Bondsleden) van wie verwacht mag worden, dat zij op
krachtige wijze zullen werken voor:
a.   vrijheid van den onderwijzer buiten de school;
b.   eene betere maatschappelijke positie van den on-
derwijzer;
c.  meerdere zelfstandigheid van den klasse-onderwijzer ;
d.   kindervoeding en kleeding voor zoover het par-
ticulier initiatief te kort schiet;
e.  leerplicht tot het 14«\' jaar, verplicht herhalingson-
derwijs tot het 16V jaar;
/. verkrijging van een pensioenfonds voor onderwij-
zers-weduwen en weezen.
-ocr page 62-
X.
Patrimonium.
De Jaarvergadering van 2 April LI. stelde het volgende
verkiezingsprogram vast:
1.    Patrimonium, van gevoelen, dat vóór alles de
g e e s t e 1 ij k e belangen van den mensch gaan, dringt
in de eerste plaats aan op eene schoolwetgeving, die
leiden kan tot vervulling van den aiouden wensch:
Vrije school regel, staatsschool aanvulling.
2.  Daar de arbeid evenals elk terrein van het leven
naar zijn aard moet worden behandeld, verwerpt
Patrimonium beslist een wettelijke regeling
buiten de arbeiders om van boven af opgelegd, maar
vraagt, dat de Overheid eene ontwikkeling van de
rechten van den arbeid mogelijk make en daartoe ook
de arbeiders in den strijd om het bestaan bescherming
verleeneu.
.\'$. »Het Nederlandsch Werkliedenverbond Patrimo-
niuw»,
niet ondankbaar voor, maar geenszins voldaan
met wat ons in de Kamers van arbeid wordt ge-
schonken,
van oordeel, dat deze Kamers zoo behooren te
worden ingericht, dat hare uitingen waarborg geven
van een juiste uitdrukking te zijn van hetgeen er in
de kringen van den arbeid leeft,
Acht het noodig:
a. dat Kamers van arbeid kunnen opgericht worden
-ocr page 63-
57
waar door een zeker aantal patroons of werklieden de
begeerte naar zulk eene inrichting wordt openbaar
gemaakt.
b. dat wetten, het Arbeidscontract betreffende, niet
worden ingediend, dan na de Kamers van arbeid te
hebben gehoord.
4.  De Pensionneering van den ouden arbeider is
een zaak, die reeds lang genoeg besproken is en vindt
meer vóór- dan tegenstanders.
Toch blijft het Patrimoniums overtuiging, dat alleen
door verplichting van overheidswege, en met overheids-
hulp voor den ouderen arbeider, de toekomst voor den
afgewerkten arbeider kan verzekerd worden.
Patrimonium vraagt deze hulp alleen voor zoolang
het noodig blijft en verlangt daarom dat de regeling
en invoering op zulk een wijze geschiede, dat na ver-
loop van jaren de regeling der pensionneering geheel
aan den kring van den arbeid kan worden overgelaten.
5.   Daar de bescherming in andere landen aan de
nijverheid betoond, de concurrentie met het buitenland
bijna onmogelijk maakt, acht Patrimonium het heden
of verhoogen van rechten dringend noodig op bewerkte
grondstoffen, waarvan de invoer aan onze binnenlandsche
industrie arbeid ontneemt.
6.  Patrimonium verlangt, dat de overheid, als grootste
werkgeefster, zoowel bij het werk, dat zij in eigen
beheer, als bij het werk, dat zij in aanbesteding doet
uitvoeren, in regeling van loon en arbeidstijd o. m. door
vrijmaking van den dag des Heeren en andere deelen
van het arbeidscontract, toone krachtig te willen mede-
werken om den levensstandaard van den Nederland-
schen arbeider te verhoogen.
-ocr page 64-
5 8
7, Patrimonium dringt sterk aan op eene uitbreiding
van het Onteigeningsrecht.
Ie ter wille van de verbetering der volkshuisvesting
opdat het onbewoonbaar verklaren van slechte woningen,
worde bevorderd en het bouwen van goede woningen
meer mogelijk worde gemaakt;
2e opdat de gemeente geschikte gronden verkrijge,
om bij erfpacht den inwoners de gelegenheid te geven
zich een plek voor woning, een akker ter bebouwing
of grond tot uitoefening van andere bedrijven te ver-
zekeren.
9. Opdat de bebouwing van het land bevorderd
worde acht Patrimonium noodig:
a.  dat door een Rij kshypotheekbank de kleine boeren-
worde geholpen en de groote boer worde behouden;
b.   dat maatregelen worden genomen, waardoor het
het gebruiken van den grond alleen als geldbelegging
wordt tegengegaan;
c.  dat het pachtcontract den pachter meer vrijwaring
voor verliezen buiten zijn schuld verzekere, ook meer
waarborg biede, dat de vruchten van zijne inspanning
aan zijne kinderen ten goede komen;
d.    dat door heffing van invoerrechten op landbouw-
producten de concurrentie met het buitenland worde
mogelijk gemaakt, indien door voorzegde maatregelen
dit komt ten voordeele van de landbouwers.
10 Met het oog op de woeste gronden, die aan
menig arbeider brood kunnen verschaffen, acht Patrimo-
nium het noodig. dat vóór en aleer van overheidswege
stoffelijke hulp wordt verleend voor droogmaking van
de Zuiderzee, de overheid de pogingen krachtig steune
tot ontginning van heide- en woeste gronden.
-ocr page 65-
59
De bedoeling van Patrimonium met dit Program blijkt
uit de volgende motie, door de vergadering aangenomen:
„Het Nederl. Werkliedenverbond Patrimonium, gehoord
de algemeene beraadslagingen over de punten, door
het Verbondsbestuur opgesteld en hetgeen daarbij is
opgemerkt over het concept-Program der antirevolutio-
naire partij, is van ïneening, dat Patrimonium als zelf-
standige partij nimmer mag afwijken van deneisch, dat
de steun van Patrimonium bij verkiezingen van leden
der Tweede Kamer onvoorwaardelijk af hankelijk is van
de instemming met deze punten van sociaal belang"\'.
-ocr page 66-
Nederl. Boomsch Katholieke Volksbond.
XI.
Onder Patronaat van St. Willebrordus.
Opgericht 4 Maart 1888.
Het Bestuur meldt, dat »de Bond als zoodanig zich
buiten alle politiek houdt.»
Art. 1 en 2 dei- Statuten luiden:
Art. 1.
De Hond heeft ten doel:
door samenwerking zijner leden in den geest en
volgens de beginselen der Roomsch Katholieke Kerk,
vooral den werkmansstand en de kleine burgerij te
beveiligen tegen de sociale dwalingen van onzen tijd.
Art. 2
Die samenwerking toont zich in een openlijk en
godsdienstig optreden van den Hond als zoodanig ook
bij vergaderingen en feestvieringen;
in het houden van vriendschappelijke bijeenkomsten
op gezette tijden;
in onderlinge bespreking van \'wederzijdsche stoiïe-
lijke en zedelijke belangen;
in het houden en bijwonen van nuttige voordrachten
en lezingen;
in het verschaffen van degelijke lectuur;
-ocr page 67-
(il
in het verstrekken van onderlinge stoffelijke hulp bij
hoogen ouderdom of ongeval, bij voorkeur uit een
daartoe door de leden zelve gevormde kas;
eindelijk in het van Bondswege bezorgen der uit-
vaart van de gestorven leden, in de Parochiekerk
waartoe zij behoorden.
Aan het »manifest« verspreid, ter gelegenheid van
het Tweede Vakcongres, 15, 16 en 17 September 1895
te Amsterdam gehouden, ontleenen we:
Tot de eerste geneesmiddelen voor onze kranke maat-
schappij rekenen wij :
1°. Een voldoend en verzekerd bestaan voor den ijve-
rigen werkman, wiens arbeid moet kunnen voorzien in
de redelijke behoeften van hein en de zijnen.
2° Een hem passende dagelijksche rusttijd, om niet
door overmatigen arbeid zijne krachten te moeten opof-
feren aan de hebzucht van sommige gewetenlooze werk-
gevers, en om ook hem de genoegens van het huiselijk
leven te kunnen doen genieten.
3°. De invoering van Zondagsrust, opdat den mensen
niet de gelegenheid worde ontnomen ook zijne hoogere
dan wereldsche plichten behoorlijk te kunnen vervullen.
4° Een voor den werkman behoorlijke verzekering
van zijn bestaan bij ziekte, invaliditeit of ouderdom.
Deze hoofdzaken trachten wij te verkrijgen. En zijn
wij eenmaal zoover, dan zeker zal de gunstige werking
hiervan zich spoedig aan de gansche maatschappij doen
gevoelen, te beginnen met den winkelstand, die de eerste
voordeden van hoogere welvaart van den arbeidersstand
zal genieten,
WU WILLEN daarom, dat de arbeiders zich ver-
-ocr page 68-
62
eenigen. Maar niet willen wij een vereenigingsdwang,
die den arbeider zou verplichten tot het lidmaatschap
eener vereeniging, welke tegen zijn beginselen indruischt.
WIJ WILLEN voor den arbeider eene fatsoenlijke
en eerlijke behandeling op de werkplaats. Maar niet
willen wij daar vernietiging van het gezag, hetgeen de
vernietiging zou zijn van de orde zoowel als van de industrie.
WIJ WILLEN een betere en meer algemeene organi-
satie van het bedrijf\'. Maar niet willen wij de ophef-
fing van het privaatbezit, dat doodend zou zijn voor de
eerlijke concurrentie en bijgevolg ook doodend voorde
menschelijke energie.
WIJ WILLEN verder eendracht en samenwerking
tusschen werkman en werkgever met wederzijdsche be-
hartiging van beiderlei belangen. Maar niet willen wij
een onredelijke en onnatuurlijke overheersching van
den een over den ander.
WIJ WILLEN door gepaste wetten de oorzaken
wegnemen die vaak aanleiding zijn vanhardnekkigen
strijd tusschen kapitaal en arbeid. Maar niet willen
wij door roekelooze en ondoordachte werkstakingen het
lot van den arbeider en zijn gezin nog rampzaliger maken.
WIJ WILLEN, in één woord, opkomen voor de
rechten der arbeiders, voor hun redelijk bestaan als
mensch, voor hunne vrijheid als burger.
MAAR OOK WILLEN WIJ hen voortdurend wijzen
op hunne plichten, waarvan de vervulling alleen hen
aanspraak kan geven op die rechten.
WIJ WILLEN het onderscheid handhaven tusschen
patroon en knecht. Maar wij willen dat onderscheid
niet zien uitgebreid tot heer en slaaf.
-ocr page 69-
XII.
Socialisten-Bond.
Beginselenverklaring.
Tot den Socialisten-Bond kan elkeen belmoren, die
overtuigd is van en handelt naar de volgende beginselen:
Ie. Dat ongelijkheid en ellende in de maatschappij
bestaan en daaruit moeten verdwijnen.
2e. Dat de sociale ongelijkheid, de ellende der groote
menigte aan de ééne zijde en de bevoorrechte toestand
van enkelen aan de andere, het noodzakelijk gevolg
zijn der bestaande ekonomische wanverhoudingen.
3e. Dat het wezen dier wanverhoudingen daarin
bestaat, dat de groote meerderheid des volks, de
arbeidende klasse, alle goederen voortbrengt, terwijl een
kleine minderheid, de kapitalistische klasse, daarover
beschikt en de verdeeling der goederen beheerscht.
4e. Dat het loonstelsel - de onderworpenheid van
den werkman in de verkrijging van zijn levensonderhoud
— de grondslag is van zijn politieke afhankelijkheid
en geestelijke onmacht.
5e. Dat deze slechts mogelijk zijn, doordat alle middelen
van voortbrenging eu verdeeling der goederen aan de
heerschende minderheid toebehooren, die als klasse in
het bezit daarvam is gekomen.
He. Dat de maatschappij een grondige verandering in
-ocr page 70-
64
haar verhoudingen tegemoet gaat, die daarin bestaat,
dat in plaats der verschillende klassen, één enkele ge-
meenschap tot stand komt, die in het bezit is der mid-
delen van voortbrenging en verdeeling der goederen en
ze aanwendt op planmatige, genootschappelijke wijze.
7e Dat het hedendaagsche proletariaat — uit de bur-
gerlijke maatschappij op den voorgrond tredende —
op den grondslag der bestaande maatschappij geen
duurzame verbetering kan verwachten en dat het slechts
het werk der proletariërs kan zijn, zichzelfen daardoor
de geheele maatschappij te bevrijden van het juk der
heerschende klasse.
8e Dat de klassenstrijd, dien de arbeidersklasse
heeft te voeren, allereerst is een ekononiische, waaraan
de strijd om politieke rechten ondergeschikt is.
9e Dat in dezen strijd de arbeiders zullen moeten
strijden met alle hun ten dienste staande middelen.
10e Dat in dezen strijd de socialisten aller landen
zich met elkander solidair moeten gevoelen.
-ocr page 71-
@             9             «>             jf)
Tn\\ C. SNOEK, Wzn. ■WoaaDRK
<óLs*o&