-ocr page 1-
\'./4»r-\',
V»M Il65g
/?ffy
¥
TER HERINNERING
AAN llltt\'
Vijftigjarig Bestaan
VAN l[ KT
Gravenhaagsch Geneeskundig Gezelschap.
s
1S4P S Deo. \\nnf.
-ocr page 2-
-ocr page 3-
TERHERINNERING
AAN HET
Vijftigjarig Bestaan
VAN HET
\'s Gwenbaagsch Geneeskundig Gezelschap.
1&47 8 Deo. ISOr.
-ocr page 4-
Ti:R IiP.I\'KKKIII.I IIER VKNNOOTSCIIAP „1IKT VAllI X.I.ANIl".
-ocr page 5-
FeESTDEDE OEHOUDfcN HIJ CKI.EOENIIEID VAN HET VIJFTIfiJAnifi HKSTAAN
van het \'sgluvenuaaoscii geneeskundig gezelschap,
8 Dec. 1807.
Hartelijk heet ik U welkom in deze bijeenkomst, waarin wij
zijn samengekomen om den dag te herdenken, waarop öO jaren
geleden eenige wakkere ambtgenooten het \'s Graveuhaagsch genees-
kundig gezelschap hebben tot stand gebracht. Het verheugt ons
bijzonder, dat wij het voorrecht hebben, heden nog één dier oprichters
Dr. Blom Coster als eere-Voorzitter iu ons midden te zien , als de ver-
itgenwoordiger van hen, die vóór 50 jaren de behoefte gevoelden zich
nader aaneen te sluiten ter beoordering der collegialiteit, der be-
langen van den medischen stand
en van de medische wetenschap.
N-idat Zutfens geneeskundigen reeds het voorbeeld hadden ge-
geven door de oprichting van een geneeskundigen kring, kwamen
den 8sten December 1847 ten huize van Dr. Schick de Heeren
Addink, Blom Coster, Baerken, Holtrop, v. Bylaudt, Eikendal,
Evers, (\'haufleury van IJsselstein, Volgraff en De Ligt bijeen,
om het reglement van ons gezelschap vast te stellen en een bestuur
te kiezen.
Dr. Addink aanvaardde het voorzitterschap, Dr. Evers werd
vice-voorzitter, Dr. Blom Coster secretaris en Dr. Schick penning-
meester.
In de rede, waarmede Dr. Addink de eerste wetenschappelijke
vergadering in Januari 1848 opende, noemde hij het een treurig
verschijnsel, dat slechts elf geneeskundigen tot het gezelschap
waren toegetreden; nisar terecht merkte hij op, dat er meer te
verwachten was van elf vriendschappelijk gezinden dan van vijftig
verdeelden.
-ocr page 6-
4
Die verdeeldheid bestaat thans niet meer, want ons gezelschap
verheugt zich in een krachtigen bloei, zoo zelfs dat het noodzakelijk
is geworden het ledental te beperken; want hoe zouden wij anders
getrouw kunnen blijven aan het schoone doel, dat de oprichters
zich voor oogen hebben gesteld: »bevordering der collegialiteit" ?
Het zij mij vergund M. H.! in korte trekken met U na te gaan
welke veranderingen en vorderingen de heelkunde heeft ondergaan
in de halve eeuw die achter ons ligt. Natuurlijk kan dit slechts
in vogelvlucht geschieden, anders zou ik als een tweede Lecher
tot morgen moeten spreken en spoedig zou een Cicero uit uw
midden mij toeroepen het bekende »quousque tandem Catilina
abutere patientia nostraV" Maar bovendien, ik heb U ook geen
nieuws te vertellen, ik wil alleen trachten de aangename gewaar-
wording bij U op te wekken oude bekenden weer te zien, daar
sommigen onzer dit stuk geschiedenis geheel, andereu gedeeltelijk
hebben medegeleefd.
Beroemde mannen als Langenbeck Sr., Dieffenbach, Rust en
Von Walther in Duitschland; Dupuytren, Malgaigne, Velpeau in
Frankrijk; Liston, Syme, Cooper in Engeland; Pirogolf in Rusland;
Tilanus Sr. in ons land en zoovele anderen, hadden in de eerste helft
der negentiende eeuw de heelkunde reeds tot een hoogen trap van
ontwikkeling gebracht; maar in de tweede helft onzer eeuw zijn
zulke enorme vorderingen gemaakt als in geen enkel tjjdvak der
geschiedenis van de geneeskunde zijn aan te wjjzen.
Die vorderingen danken wij voornamelijk aan twee zaken, aan
de narcose en aan de antisepsis.
Terwijl de operateurs, die ik U noemde, beroemd waren om
het »cUo" zijn eerst het ttuto" en »jucu>ide" der operatie te
danken aan Lisïer en Simpson.
Nog versch ligt het in ons geheugen met welk een geestdrift
men in de geheele beschaafde wereld het feit heeft herdacht, dat
het 50 jaren geleden was dat de narcose werd ingevoerd.
Zooals het meestal gaat, kwam de ontdekking der narcose niet
geheel onverwacht, zij hing als \'t ware in de lucht.
Nadat Huinphry Davy in het begin van deze eeuw reeds de al-
-ocr page 7-
5
gemeen verdoovende werking der stikstof-oxydule had gevonden,
beweerde toch Veu\'kau nog in 1836, dat het een hersenschim was
de pijn bij opsraties geheel te willen opheffen; want de Académie
de Médicine de Paris had plechtig verklaard, dat Hickman, die
beweerde een middel te kennen om pijnloos te opereeren, een be-
drieger was.
Het is U bekend, dat Jacksox te Boston in 1840 de narcoti»
seerende werking van aether ontdekte.
Aangespoord door de mededeelingen omtrent de werking van
aether was Simpson te Edinburgh begonnen proeven te nemen
met chloroform en reeds in November 1847 hield hij een voor-
dracht over vijftig gevallen van chloroform-narcose in het Edin-
burgsche doctoren-gezelschap. Hierdoor toonde Simpson hooger te
staan dan Jackson en Morton, die aanvankelijk hadden getracht
hun middel geheim te houden en er zelfs patent op hadden ge-
nomen, om er goede munt uit te slaan.
Simpson was een onverschrokken uarcotiseur en het blijkt uit
een verhaal van zijn dochter, verleden jaar in het »British Medical
Journal" medegedeeld, dat hij de gevaren der chloroform-narcose
niet alle kende. Zij verhaalt, dat haar vader eens na een diner,
waar ook dames te gast waren, zijn assistent narcotiseerde om
het de gasten eens te laten zien. Het jonge mensch had goed
gegeten en had natuurlijk door zijn gevulde maag een zeer moeilijke
narcose, zoodat een der dames angstig uitgilde »for Gods sake
stop Simpson, you will kill this young man" en Simpson stopte
gelukkig bijtijds. Wanneer mijn geheugen mij niet bedriegt dan
was het onze eere-voorzitter, die zich hier ter stede het eerst
leende tot de Dar.ose in bijzijn van acht collega\'s.
Reeds in de vergadering van 2 Maart 1848 van ons gezelschap
deelde Dr. v. Bylandt twee gevallen mede van chloroform-narcose,
door hem in de praktijk toegepast. Hij zeide hiervan, dat de eerste
patiënt driemaal convulsies en eenmaal tristnus had. Die trismus
schreef hjj toe aan aanraking van den mond met chloroform; want
bij deu tweeden patiënt werd die aanraking vermeden en kwam
geen trisraus voor; vier kiezen werden zonder pijn verwijderd. Het
-ocr page 8-
«i
blijkt dus, dat iu ons land Simpson spoedig navolgers vond en
tegenwoordig kau men zich niet meer indenken in de ellende, die
vroeger iu de operatiekamer is geleden. Slechts weinigen zullen in
dien tijd hardvochtig genoeg geweest zijn en aangeboren handigheid
genoeg hebben gehad, om een chirurg van beteekenis te worden!
liet cilo moest natuurlijk aan het tuto geheel in den weg staan.
Van een nauwkeurige exstirpatie vau kwaadsoortige gezwellen kon
geen sprake zjjn en als een voorbeeld hoe snel men in die dagen
kon opereeren, herinner ik U aan het bekende verhaal, dat
Langf nbeck een beupexarticulatie verrichtte in denzalfden tijd,
die een toeschouwend collega van het platteland uoodig had om
een snuifje te nemen. De goede man was naar Berlijn gekomen
om den grooteu meester te zien opereeren, greep naar zijn snuif-
doos, toen Laugenbeck het mes opnam en toen hij opkeek was
het been geëxarticuleerd.
Eigenaardig is het, dat op dit oogenblik weder de aether- en
chlorot\'orm-uarcosen elkander den voorrang betwisten.
Lisikr is door Van Iterson op het Congres dezen zomer in
Moscou genoemd: »le plus grand bienfaiteur de 1\'humanité du
l,.>n>8 Siècle". En terecht, want aan de Listersche methode van
wondbehandeling danken wij de enorme vlucht, die de heelkunde
in de laatste 25 jaren heeft genomen. Uit de anliseptische methode
is de ateptisdte geboren, maar het principe is gebleven, zij staan
naast elkaar, niet tegenover elkander. Velen onzer herinneren zich
nog hoe vroeger een wond werd opgevuld met pluksel, door tering-
lijders van oud linnen in hun bed bereid.
Als met een tooverslag zijn de gevaarlijkste wondziekten ver-
dwenen. -— Wij jongeren lazen in de Iiaudboeken, dat er vroeger
hospitaalversterf en wouddiphtheritis voorkwam, maar wij hebben
het nooit gezien en wjj zullen het niet meer zien. — En welk
een omwenteling hebben Lister\'s denkbeelden niet gebracht in den
bouw van onze ziekenhuizen en operatiekamers! Iu ons stedelyk
ziekenhuis werden vroeger dikwijls de lijken der klassepatiënten
dagen lang bewaard in een kamer grenzende aan de operatiekamer,
omdat het lijkenhuis niet deftig genoeg was. En in diezelfde kamer
-ocr page 9-
7
werden korten tijd daarna weder patiënten verpleegd, die laparo-
tomie hadden ondergaan en daarom zoo weinig mogelijk verplaatst
mochten worden. — Esn privaat grensde onmiddellijk aan die
operatiekamer!
Wij weten trouwens, dat in het Hotel Dieu te l\'arijs dezelfde
toestanden bestonden. — Ook daar was de operatiekamer boven
de lijkenkamer en werden m^er patiënten verpleegd dan er bedden
waren, zoodat veelal twee patiënten in wn bed lagen!
Lister steunende op de onderzoekingen van Pasteur deelde in
1867 de resultaten mede van zijn nieuwe methode van wondbe-
handeling, nadat hij die twee jaren lang in zijn ziekenhuis te
Glascow had beproefd. Terwijl in Leiden, evenals aan de Dnitsche
klinieken, in 1875 de Listersihe wondbehandeling werd ingevoerd,
ging men er hier in het stads-ziekenhuis eerst vijf jaren later toe
over, omdat het zoo duur was.
Gelukkig hebben wij nu, dank zij het krachtig optreden van
Dr. v. Tienhoven in ons liberaal gemeentebestuur, een ziekenhuis
waarop wij trotsch mogen zijn, dat in alle opzichten aan de eischen
van onzen tijd voldoet.
Het vorige jaar heeft Esmarch te Herlijn bij gelegenheid van het
25ste Congres für Deutsche Chirurgie in een feestrede „ueber küustliche
Hlutleere" zijn methode herdacht, die hij vóór 25 jaren bekend maakte.
Men wist reeds door elevatie vnn het lid en omsnoeriug of door
drukking met een tourniquet, het bloedverlies bij amputaties te
beperken; maar niemand was nog op het denkbeeld gekomen om
daarvoor elastische omsnoeringof in wikkeling te gebruiken. Esmarch
moest eens een ring van een gezwollen ontstoken vinger ver wij-
deren en dit gelukte hem dadelijk toen hij den vinger vau den
top af met een draad omwikkelde en op die wjjze het bloed van
de peripherie terugdreef. Hierover nadenkende kwam hij van zelf
tot zijn elastieken zwachtel en slang, die nu door ons dagelijks
worden gebruikt en onmisbaar zjju geworden. Nadat hij eerst voor
amputaties en resectiës zijn methode had beproefd, heeft hij die
verder op allerlei gebied toegepast.
En zoo gebruiken wij nu de Esmarch\'sche elastiesche inwikke-
-ocr page 10-
8
ling en omsnoering bij distorsies en fracturen der mallesli; bij vari-
cense ulcera cruris, voor autotransfusie na hevige verbloeding, ter
behandeling van aneurysmata, bij het wegnemen van uterusgezwellen
en volgens Bier ook ter genezing van tuberculose.
Ik meen te mogen zeggen dat de drie genoemde ontdekkingen
van Simpson, Lister en Esraarch voor de vorderingen der heel-
kunde de verste strekking hebben; zonder die zon de speciele
chirurgie, waarover ik nu zal spreken, nooit zoo ver gekomen zijn
als zij nu is.
liet is U bekend, dat reeds in het steenen tijdperk getrepaneerd
werd, zooals Tillinanns in een lezenswaard artikel in Langen»
beck\'s Archiv >Ueber praehistorische Chirurgie" heeft medegedeeld.
Er is een tijd geweest, dat men bijna even gemakkeljjk tot de
trepanatie als tot een venae-sectie overging, getuige een zeker
chirurg Mehée de la Touche, die in twee maanden tij ds een patiënt
">2 maal trepaneerde. Waarlijk die man droeg zijn naam met eere!
Op actie volgt reactie; spoedig geraakte de trepanatie meer en
meer in discrediet, zoodat iStroiueijer ten slotte bijna alle indicaties
voor de trepanatie verwierp.
De antisepsis heeft de trepanatie weder in eere hersteld en wjj
weten nu allen hoe bij schedelfracturen, impressies van de tubula
vitrea, bloedingen uit de art. meningea media, hersenabscessen,
etterige sinusphlebitis, sommige tumoren van het schedeldak of
van de meningen uitgaande, ja zelfs gezwellen in het cerebrum
en cerebellum door opening van den schedel hetzij door trepaan,
beitel of zaag, tot genezing gebracht wordeu.
In ons land hebben Winkler en Guldenarm bewezen wat de
wetenschappelijke methode van onderzoek en een onberispelijke
techniek te samen vermogen.
Het interessante geval van schedelplastiek ons door Dr. de Zwaan
in de laatste vergadering medegedeeld en de patiënt genezen van
een hersenabsces door Dr. Sikkel in het afgeloopen jaar voorgesteld ,
bewijzen dat de leden van ons gezelschap hebben weteD te profi-
teeren vaa datgene wat Ilorsley, von Bergmann, Winkler en
anderen hebben bekend gemaakt.
-ocr page 11-
o
Ik geloof dat wij ook met grond mogen voorspellen, dat wij in
de toekomst ook de etterige en tuberculeuse menigitis langs opera-
tieren weg zullen leeren genezen. De operatieve behandeling der
epilepsie wint meer en meer veld, zooals door Winkler op bet
laatste congres der neurologen te Brussel is aangetoond. Zeer up
to date is de heelkundige behandeling der ruggegraats-verkrom-
mingen, zoowel de kyphose als de scoliose, eerst door Chipault en
daarna door Calot bekend gemaakt. Chipault betwist de prioriteit
aan Calot; maar Huessner heeft de vorige week in de Deutsche
Med. Wochenschrift bewezen dat de methode van Calot eigenljjk
reeds door Hippocrates werd beschreven.
Wel heeft Lorentz een kalmeerend woord doen hooren,
maar het staat toch reeds vast, dat wij ook weder hier een goede
schrede vooruit zijn gegaan.
Vooral de operatie van Chipault, die de proc. spinosi der wer-
vels bij beginnende spondylitis met zilverdraden onderling fixeert,
schijnt mg een uitstekend middel om latere kyphose te voorkomen.
De Köntgensche radiographie is voor de chirurgie in het alge-
meen reeds een onmisbaar hulpmiddel geworden; maar vooral voor
het vinden van kogels in de schedelholte en wervels, of ter her-
kenning van wervelfracturen, heeft zij groote diensten bewezen.
Niettegenstaande de indicatie voor de suspensie methode van
Sayre, dank zij de vorderingen der orthopedie, hoe langer hoe
meer inkrimpen, is zij toch belangrijk en verdienstelijk genoeg
om hier dankbaar vermeld te worden. Het is een merkwaardig
feit, dat in de chirurgie de meest vooruitstrevende beoefenaars en
conservatieven de beste vrienden zijn, en dat men op velerlei
gebied hoe laDger hoe conservatiever is geworden.
Terwijl Kocher jaren achtereen van zich deed spreken om zijn
kropexstirpaties, is hij tevens de man geweest, die ons bet myxoe-
dum heeft leeren kennen als gevolg der totale kropexstirpatie en
heeft hij de indicaties voor deze operatie zeer moeten beperken.
Onze stadgenoot, Dr. Hjjmans, heeft zeer onlangs in zijn disser-
tatie bewezen, dat men ook niet te spoedig mag overgaan tot het
verwijderen van tuberculeuse lymphomen. Zijn onderzoek heeft aan
-ocr page 12-
10
het licht gebracht, dat er ruim tweemaal meer aan tering steryen na
de operatieve dan na de conservatieve behandeling der lymphomen.
De resecties van gewrichten door Langenbeek en Ollier tot een
hoogen graad van volkomenheid gebracht, ze worden bijna niet
meer uitgevoerd en zijn verdrongen door atypische operaties met
den scherpen lepel of kapsel exstirpaties.
Trotsch mogen wij zijn op de resultaten in de laatste jaren
verkregen door de operatieve behandeling van het empyeem en
het lougabsces.
Ook reeds vele gevallen van actinomycose der long en borstwand
zijn herkend en genezen, hoewel ook hier weder het joodkali
meer presteert dan het mes.
Van lterson is een der eersten geweest, die met goed gevolg het
hartezakje opende ter genezing van etterige pericarditis, waarvan,
zooals blijkt uit de laatste mededeelingen van v. Eiselsberg, nog
slechts weinige gevallen zijn gepubliceerd.
Doortastend en niet succes bekroond, handelde Kehn in Frankfort,
die in April op het chirurgen-congres te Berlijn meedeelde hoe hij
bij een penetreerende steek wond in de rechter kamer met drie hechtin*
gen de wond van het hart van 1 "j cM. sloot en de patiënt zag genezen.
»Ich wollte (schrijft hij in Langerbeck\'s Archiv) das Müglichste
thuu urn den Kranken zu retten, und so kaun ich im Lauf der
Operation in die Nothwendigkeit ein Herznaht aus zu fiihren. Es
blieb mir kein anderer weg, so schwer es war, denn der Patiënt
hiitte sich unter meinen Augen verblutet."
De president Von Bergmann wenschte hem geluk met dit succes, (\')
en de vergadering bracht hem een welverdiende hulde.
Vroeger meende men, dat wonden van het hart niet gehecht
konden worden. Door temporaire resectie van de 4e en 5e rib kan
men de rechterkamer en een deel van de linkerkamer bloot
leggen; om d?n rechterboezem te zien, moet men de 3e en Ie rib
resecteeren en somtijds ook een gedeelte van het sternum verwjj-
dereu. Men hecht de wond van de rechterkamer tijdens de diastole,
(\') Tot nog toe een unicum.
-ocr page 13-
11
die van de linker tijdens de systole en brengt het hare meer naar
voren door met behulp van kogel tangen het pericardium op te
lichten.
Zonder twijfel heeft de chirurgie der buikorganen de grootste
omwenteling ondergaan.
Terwijl vroeger het openen der peritoneaalholte bijna zeker letaal
was, zijn wij thans zoo overtuigd dat er geen gevaar in steekt,
dat wij niet aarzelen in twijfelachtige gevallen de buikholte te
openen, om onze diagnose nader te bevestigen. Terecht is er op
gewezen dat men toch niet te lichtvaardig tot de proetiaparotoruie
mag overgaan; dat men eerst alle hulpmiddelen moet uitputten
om tot een diagnose te geraken.
Aan Billroth en zijn leerlingen Czerny, Wülffler, Mikulicz, v.
Hacker, v. Eiselsberg en anderen danken wij de maagchirurgie.
Nadat zij door dier proeven bewezen hadden, dat resectie v. d.
pylorus uitvoerbaar is, werd in 1879 door Péan de eerste pylorus
resectie bij den mensch verricht. Zijn patiënt stierf aan de gevolgen
der operatie, maar Billroth was in 1881 gelukkiger. In 1882
resecteerde Czerny voor het eerst met goed gevolg een gedeelte van
den maagwand voor een ulcus ventriculi.
Wülffler kwam op de gedachte bij inoperabele pylorus
carcinomen de gastro-enterostomie te maken, die later door v.
Hacker gewijzigd werd en waarvoor in den laatsten tijd de indi-
caties meer en meer toenemen.
Witzel heeft door een degelijke verbetering aan te geven bij
het aanleggen van maagfistel zich buitengewoon verdienstelijk ge-
maakt. Het leven der maagfistel-patiënten is daardoor oneindig
aangenamer dan vroeger. Voor de techniek der darmresectie meen
ik, dat wel Czerny het meest heeft gedaan en thans worden
dagelijks zeer uitgebreide resecties zoowel van den dunnen als
dikken darm verricht.
Aan Sonuenburg danken wij vooral een grondiger kennis van
de typhlitis en appendicitis, een ziekte die vroeger zooveel slacht-
offers maakte en thans door het vroegtijdig opereeren een bijna
gunstige prognose toelaat.
-ocr page 14-
12
Het is u allen uit uw praktijk bekend dat tegenwoordig door
de eenvoudige laparotomie de tuberculeuse peritonitis geneest. Wel
is het ons nog steeds een raadsel waarom die duizenden tuberkels
verdwijnen en het kind weder volkomen gezond wordt, dat vroeger
ten doode was opgeschreven , maar het feit staat vast en wordt
dagelijks geconstateerd. In den feestbundel aan Donders gewijd
heeft dr. Itoosenburg de eerste gevallen van dien aard in ons land
gepubliceerd.
Denken wij aan de chirurgie der lever, galblaas en galgangen,
dan verdient Langenbuch onze hulde als de grondlegger daarvan.
Levertumoren worden weggenome n, leverabscessen en lever-
echinococen worden met succes geopereerd en hoe langer hoe meer
wordt de behandeling der galblaassteenen eene chirurgische.
Von Leijden heeft ons het subphrenisch absces leeren kennen en
reeds eenige gevallen zijn door tjjdigc incisie tot genezing gebracht.
Nadat Simon had bewezen dat men de zieke nier door insnij-
ding der lendenstreek kan verwijderen, heeft de chirurgische
behandeling der nier, van het nierbekken en de nierleiders een
belangrjjke uitbreiding ondergaan. Steenen worden in het nier-
weefsel of in het nierbekken hetzij door palpatie, punctie of met
Röntgenstralen in de naar buiten gehaalde nier aangetoond en
verwijderd, de nier wordt gereponeerd en meestal verloopt een
zoo ingrijpende operatie als een eenvoudige incisie. De nephropexie
bij wandelnier is gebleken een gevaarlooze en nuttige operatie te
zijn om de menschen van veel pijn en andere stoornissen te
bevrijden. Door de cystoscopie en het sondeeren der ureteren hebben
wij de nier-tuberculose tijdiger leeren herkennen en ook leeren
bepalen welke nier verwijderd moet worden.
Niet tevreden met het vastleggen van wandelnieren is men ook den
uterus, de lever en de milt gaan vastleggen, wanneer die al te mobiel
zjjn. Kouwer heeft het eerst de splenopexie met goed gevolg uit-
gevoerd en Van Iterson heeft langs een anderen weg zijn voor-
beeld gevolgd.
Terwijl men vroeger den handigen chirurg herkende aan een
elegant uitgevoerde steensnijding (sectio lateralis of mediana) zijn
-ocr page 15-
13
sedert de invoering der antisepsia beide verdrongen door de sectio
alta, een operatie die door iedereen gemakkelijk verricht kan worden.
Door het ruimer openen der blaas hebben wij nu ook de blaas-
tumoren en blaastuberculose leeren behandelen als compensatie voor
de steeds zeldzamer wordende blaassteenen.
Jarenlang was de hypertrophische prostaat, die het ouden heertjes
\'t leven zoo onaangenaam kan maken, voor den chirurg een noli
me tangere, totdat Kam door proeven op honden bewees, dat de
prostaat gaat atrophiëeren wanneer men de testes verwijdert.
Steunende op dit experiment heeft Rain niet geaarzeld de castratie
aan te bevelen als het middel om de prostatahypertrophie te genezen.
Toen van \'t Hoff in de geneesk. Courant hierover refereerde
schreef hij: »Prof. Heynsius plagt op zijn college te zeggen »La-
tina non facit sed ornat medicum". Op zekeren leeftijd kan men
ook van de testikels zeggen »non faciunt virum sed ornant" en
daarom meende hij dat de operatie van Kam weinig toekomst had.
De tijd heeft bewezen dat hij goed gezien heeft.
Helferich toonde al spoedig aan dat men in vele gevallen zijn
doel bereikt door resectie van het vas deferens en daardoor de
testikels als ornamenten kan behouden.
En nu komt Bottini met een instrument voor den dag, waar-
mede hij de vergroote middenkwab der prostaat in de urethra klieft,
zonder pijn en zonder gevaar, en oogenblikkelijk de urinebezwaren
opheft.
Zooals ik reeds boven zeide is men wat de chirurgie der lede-
maten betreft, dank zij de wederinvoering van het jodoform,
waaraan vroeger Moleschott reeds zooveel waarde had toegekend,
in den laatsten tijd weer conservatief geworden.
Alleen wil ik niet vergeten hier Lorentz te huldigen voor zijn
bloedige en nog meer voor zijn onbloedige methode ter behandeling
der aangeboren heupluxatie — Alweder hetzelfde verschijnsel. —
Nauwelijks had Lorentz zijn bloedige methode bekend gemaakt of
hij zelf beperkte de indicatie daarvoor belangrijk en bracht ons de
onbloedige repositie.
Vijftig jaren geleden M. H.! bestond er nog geen gynaecologie.
-ocr page 16-
u
Men had eenige noties omtrent de liggingsafwijkingen van de
baarmoeder en de behandeling met pessaria; de sectio caesarea werd
nu en dan, maar bijna altijd met slecht gevolg verricht, maar
verder ging men niet.
Eerst met Spencer Wells, die in 1859 zijn eerste gevallen van
ovariotomie bekend maakte, begon de gynaecologie zich te ont-
wikkelen en thans is dit onderdeel der heelkunde reeds zoo uitge-
breid, dat speciale gynaecologen alle recht van bestaan hebbeD. —
Helaas heeft op dit gebied de furor operativus hevig gewoed, zoo-
zelfs dat een der bekendste beoefenaars als »der blutige August"
bekend staat. Mannen als Spencer Wells, Schröder, Pean, 01s-
hausen, Hegar e. a. hebben wonderen verricht.
Toen Spencer Wells 1000 ovariotonien had verricht, had hij nog
een totaal sterftecijfer van 25 "„ en hij is geëindigd met dit cijfer
tot slechts 5 "„ terug te brengen.
Toen ik in 18sl promoveerde over hysterotomie, naar aan-
leiding van het eerste geval in ons land met succes door Dr. de
Zwaan geopereerd, vond ik in de laatste statistiek van 1878 door
Gusserow bewerkt, dat de mortaliteit nog mini 50 % bedroeg.
Jn 1881 waren in ons land nog slechts 8 gevallen van supravaginaal
amputatie wegers fibromyomata geopereerd (4 door Simon Thomas,
éen door Slinger en 3 door de Zwaan). Op \'t oogenblik ope-
reert men er misschien acht per dag, — terwijl het sterftecijfer
stellig ruim 40 "/„ gedaald is en met de ovariotomie-concurreert. Het
afsnoeren van den steel dier gezwellen met den elastieken draad
heeft hierop grooten invloed uitgeoefend.
Zoolang men den serre-noeud van Cintrat gebruikte verloor men
de meeste patiënten aan verbloeding.
Geheel onafhankelijk van Hofmokl en Kleeberg was de Zwaan
op het denkbeeld gekomen den elastieken draad te beproeven en
dadelijk werd dit met succes bekroond.
De sectio caesarea is thans een operatie geworden met een gun-
stige prognose voor moeder en kind en de indicaties door deze
operatie zijn zeer uitgebreid in vergelijking van vroeger.
In de vierde plaats herinner ik u aan de schitterende resultaten,
-ocr page 17-
L5
die thans verkregen worden door de vaginale uterus-exstirpatie,
zoodat het carcinoma uteri veel van zijn kwaadaardigheid heeft
verloren. Nadat Czerny in 187!\' het eerste geval had gepubliceerd,
volgde onze vroegere stadgenoot Dr. Berns spoedig zijn voorbeeld
en de operatie van Freund, hoe goed ook gedacht, is vervallen.
Nog even wil ik aan de ventrc-fixatie v. d. uteni3 herinneren
en liever de vagino- en vesico fixaties als aberraties van Mackenroth en
Diirrbsen stilzwijgend voorbijgaan.
In het October-nuinmer van het »I3rit. nied. Journal" heeft
Gonld medegedeeld, dat bij een vrouw, die reeds drie malen zon-
der bljjvend succes wegens recidief van carcinoma mamraae was
geopereerd, die reciuieven spontaan gingen verdwijnen bij het in-
treden van de menopauze. Een dergelijk geval was door Bowlby
waargenomen en hierop steunende heeft Beatson een vrouw gecas.
treerd, die ook eenige inoperabele recklieven van mamma-carcinoom
bad. Na verloop van eenigen tijd zijn alle tumoren verdwenen.
Door Boyd worden vijf gevallen vermeld, waar ook voorloopig
Succes werd behaald; maar de tijd van waarneming is nog te kort
om een definitief oordeel te vellen.
Zullen wij nu weder gaan castreeren? Er is reeds zooveel te
veel gecastreerd, alsof het waar was dat »das Weib nur eine Dependenz
des Eierstockes ist?"
M. H.! Ik mag niet langer misbruik maken van Uw geduld,
anders zou het bljjken dat ik werkelijk een Catilina was.
Dr. L. v. r>. Hok\\en ,
Voorzitter.
-ocr page 18-
-ocr page 19-
Verslag van de werkzaamheden en lotgevallen van het
\'sGravenhaagsch Geneeskundig Gezelschap.
1847 8/12 1897.
Bjj het betreden van den catheder is het mij alsof Gij mij
toeroept: »tuto, cito et jucunde: »Wat ge te zeggen hebt, doet
het nauwkeurig, in aangenamen vorm, maar vooral maak haast,
want wij hunkeren om ter feestdisch te gaan!" Val ik dus met
de deur in het huis, dan beboet\' ik ditoiaul geen verontschuldiging
te vragen, integendeel het is U aangenaam. De Voorzitter heeft
U in zijn rede de dies natalis, de namen der opricbters genoemd
en niet minder het doel: bevordering der collegialiteit en der ars
medica door het houden van wetenschappelijke of den medischen
stand betreffende voordrachten of mededeelingen. Reeds dadelijk
toog men aan het werk. De ijverige Dr. Baerken, de vader van
ons tegenwoordig lid, hield toch al in de eerste vergadering een
rede over de heerschende influenza-epidemie en ried daarbij diapho-
retica aan; ook de opvolgende vergaderingen getuigen van jeug-
digen y ver. Zoo hield Dr. v. Bylandt een verhandeling over herniae
incarcerat. en vertelde (schrikt niet HU. Chirurgen) dat zij ook
zonder operatie genezen konden, nl. door anus praeternaturalis.
Terzelfder tijd en plaatse klaagt hij over de vaccinatie en aanstonds
zocht men naar middelen om hierin te voorzien. Men wilde een
adres richten tot de stedelijke regeering met verzoek om moreelen
en fiuantieelen steun. Men bedacht zich echter en deed het niet,
daar men, met het oog op de staatkundige troebelen, vreesde dat
de politici Hygieïa en Aesculaap den rug zouden toekeeren. In
April \'49 werd een afgevaardigde naar Zutfen gezonden om met
en op initiatief van den geneeskundigen kring aldaar te onder-
handelen over de stichting van een Med. Maatschappij v. Geneeskunst
-ocr page 20-
18
en naar aanleiding van dien stelden in October \'49 eenige leden
voor om het reglement zoo te veranderen, dat ons Gezelschap een
afdeeling van de Maatschappij zon kunnen worden. Andere ver-
zetten zich er tegen en wilden zelfstandig blijven zood.it ten slotte
de Voorzitter, die aanried hierover eens ernstig na te denken,
voorstelde een commissie te benoemen ten einde te beraadslagen
of het Gezelschap zijn autonomie zou bewaren, dan wel als af-
deeling \'sGrav. der Maatsch. van Geneeskunst zou herboren worden.
In de Dec.-vergadering werd besloten het Gezelschap qua talis
te laten bestaan maar daarnaast een afdeeling te stichten met
ons reglement als basis doch gewijzigd naar de statuten der
Maatschappij. 12 Dec. 1849 werd dit nieuwe Reglement in een
buitengewone vergadering voorgelezen en goedgekeurd en is de
afdeeling \'s Gravenhage der Maatschappij gesticht, geboren uit
ons gezelschap als een Minerva uit het hoofd van Jupiter en als
bestuursleden traden op Evers als praes., Schick als penningmeeste r
en Blom Coster. als secretaris. Een gelukkig verschijnsel M. H.
mag men het zeker noemen dat al is de scheiding ook officieel ,
Minerva haar Jupiter toch nooit heeft vergeten en ook thans nog
o. m. 3 leden van het bestuur deel uitmaken van ons gezelschap.
Wel is waar heeft de tegenwoordige ond.-voorzitter, toen nog
gewoon lid, in \'95 een poging tot moord op ons gezelschap willen
begaan maar de secretaris maakt het goed docr ons zoo dikwijls
op zjjn even aangename als leerrijke voordrachten te vergasten. In
dien tusschentijd (1848—49) had men ook zijn aandacht aan
andere gewichtige vraagstukken gewijd ; zoo werd een onderzoek
ingesteld »naar die punten waarbij het op aankomt bij het leggen
der grondslagen eener geneeskundige Staatsregeling" en spoedig
was men, dank zy de hulp van V. Bylandt, Evers en Blom
Coster, met een ontwerp van wet klaar dat in hoofdzaak luidde:
»Daar zal slechts een stand van menschen zijn die de Geneeskunde
in haar geheelen omvang of slechts gedeeltelijk uitoefenen. De
examina zouden bestaan uit een propaedeutisch-candidaats en doc-
toraal en een Staatsexamen voor de geregtigheid tot de uitoefening
der Geneeskunst.
-ocr page 21-
19
Ook aan voordrachten ontbrak het toen niet. Dr. Blom Coster
trad in Juli \'48 voor \'t eerst op met een rede over de sarcoptes
honrini.s en demonstreert een exemplaar er van als ook van de
knasmijt onder het microscoop. Als secretaris was hij niet minder
ijverig.
In die vergadering toch stelde hij voor dut de leden maandelijks
zonden mededeelen het resultaat hunner bcvindinge>i betrekkelijk de
gelijkheden en overeenkomsten tusschen de verschillende ivaargeno-
men ziektevormen om daaruit op te maken wat men het algemeene
ziektekarakter noemt om dit in verband te brengen met de gelijk,
tijdig in \'t werk gestelde waarnemingen omtrent de veranderingen
in den toestand des dampkrings
, den magnetischen toestand der
aarde, seizoenen enz.
Ook wordt aangenomen een geneeskundige
topografie van \'s Gravenhage te maken, maar in deze schijnt men
het in magnis voluisse sat est wel wat al te letterlijk te hebben
opgevat.
In onzen tijd van klagen over de stinkende grachten is het
zeker niet onbelangrijk te vermelden, dat in het jaar 1850 de
toestand niet veel beter was. Immers, toen gaf Dr. Soihck een
vergelijkende studie over den tegenwoordigen gezondheidstoestand
van \'s Gravenhage met die der vorige eeuw en hij kwam tot de
conclusie: 1°. dat de verhouding der sterfte tot de bevolking in
dat tijdvak veel gunstiger was dan in 1830—\'48; 2". dat de ge-
middelde levensduur in de vorige eeuw grooter was; 3". i!at in
de vorige eeuw een veel grooter aantal menschen een hoogen
ouderdom bereikten. Ja in de als \'t ODgezondst gereputeerde
kwartieren van Londen zou de slerfte weinig verschillen met die
in Den Haag. Oorzaak? Natuurlijk de slechte afwatering en de
grachten. Het moet toen voor den secretaris een heerlijke tijd
zijn geweest, eerder te veel dan gebrek aan stof. Prof. Chanfleury
sprak multa sed non minus multum, nu eens over favus, dan weer
over epithelioma penis; herhaalde malen over de syphilis, haar
diagnose prognose en therapie, over de afwijkingen t. g. v. con-
genitale lues; voorts over de beteekenia der phosphorzure zouten
en de urine, over de oorzaken van arbortus, enz.
-ocr page 22-
20
Dr. t. Bylandt demonstreerde den spirometer van Hut-
chinson.
Al had men in \'t jaar \'50 nog weinig specialiteiten, toch werden
de speciale vakken niet vergeten en zoo zien wij in \'52 Dr. Blom
Coster optreden als gynaecoloog met een voordracht over de metror-
rhagie, en welke liefde hij dat vak toedroeg, bewijst wel zijn tweede
rede in \'53 over de spontane afscheiding van het ovulum uit den
eierstok der zoogdieren. Ook Dr. Vollgraff beweegt zich op dit
gebied en deelt de geschiedenis mede van een vrouw van 70 jaar,
die aan een hevige metrorrhagie lijdende was, waarvan als oor-
zaak gold een pessarium, dat in geen 40 jaar was verwjjderd. In
datzelfde jaar verscheen een rapport over de Constitutio epidemca,
dat ik U als een waar reliquie uit ons archief aanbied. De oog-
spiegel was uitgevonden en Dr. Blom Coster haast zich om in \'54
dit vindingrijk instrument in te leiden, en gebruikt daarbij als
proefdieren het koajjn en zijn collegae. Ook nieuwe leden traden
toe. Dr. J. Kips in \'49, Fritze in 1851, Mess (\'54), H. C. Kips
in (\'55), v. d. Ven in (\'55). In Dec. \'54 houdt Dr. De Ligt een
voordracht over vaccinatie en revaccinatie en later over delirium
tremens. Aan psychiatrische onderwerpen ontbrak het evenmin, getuige
de rede van Dr. Eikendal over melancholie die hij identisch
hield met hypochondrie. Langzamerhand zien wij kennissen. Dr.
Piepers en Hendr. de Jong treden in \'55 toe en reeds in \'56
houdt onze oud-Voorzitter zijn maidenspeech over den invloed van
de zeelucht en het zeebad op tuberculose. Hij komt hierin tot
de conclusie 1°. dat de zeulucht bij vermeerderde condensatie in
een gelijk volumen meer oxygeen bevat dan ijlere lucht; 2°. dat
de hoeveelheid acid. carbonicum in de zeelucht zeer gering is; 3°.
dat de zeelucht zoutdeelen bevat (Bronium en jodium): 4°. dat de
lucht aan de zee meerendeels positief electrisch is], om welke redenen
hij in sommige gevallen zeelucht en zeebad zeer aanbeval. Ook de
hoemoeopathie krijgt haar beurt en Prof. Evers verkondigt omtrent
haar deze stellingen dat hoemoeopathen bevooroordeelde waarnemers
zijn, dat zjj zich laten leiden door het subjectief gevoel hunner
waarneming, dat zjj te veel afgeweken zjjn van de oorspronkelijke
-ocr page 23-
21
leer van Hahneman. Dat genoemde spreker zich op veelzijdig ter-
rein beweegt, bewijst wel zijn mededeeling over de chlorose, die
de ouderen onder ons zich nog met zooveel genoegen herinneren.
Later stelt hij nog een kind voor waaraan ontbrak een linkerarm,
aan rechterhand drie vingers, aan rechtervoet drie teenen en aan
linkervoet éen teen.
Dr. Piepers betreedt ook den catheder. Van hem vinden wjj ge-
notuleerd voordrachten over febris puerperalis, over een geval
van ectopia vesicae, over tumores uteri enz. Dr. v. d. Ven vergat
evenmin zgn plicht. Hij deed mededeelingen o. a. over het dierlijk
magnetisme, over de samenstelling van het water enz.
Een groote ijver bleef de leden bezielen, men wilde zelfs een
instrument of nuttig boek koopen van het batig saldo, maar het
bleef bij het willen. Men nam onderwijl een verpoozing en ging
eens lekker dineeren.
Na herstelde krachten (de boog toch kan niet altijd gespannen
zijn) treedt Dr. Mess op met een voordracht over de badplaatsen
aan de Zuidkusten van Frankrijk en vertelt o. a. als curiosum
hoe een baddokter in Cannes door gecompromeerde lucht in 6 uur
een pneumonie geneest. Later spreekt hij herhaaldelijk over Scheve-
ningen.
Hoe langer hoe meer treden leden toe. Dr. Kappeyne v. d
Coppello (\'58), H. G. Muller en Mouton, gevolgd door Dr. Silnger
(\'60), Paus Koolhaas (\'61) en Hijmans *62). Reeds in Juni \'62
vraagt Dr. Slinger \'t woord over de eenige en ware oorzaak van
de febris puerperalis. In uien tijd was in de Weener kliniek op-
gemerkt hoe in sommige kraamafdeelingen veel, in andere weinig
gevallen van puerperaalkoorts voorkwamen. Semmelweiss had eens
gezien, hoe bij een sectie van een lijder aan lijkengif, dezelfde overeen-
komst in verschijnselen gevonden werden als hij lijken aan febris
puerperalis en hij vaardigde toen uit dat geen praktikant eene
vrouw im Gebürklinik mocht aanraken zonder zich de handen
met chloor water gewasschen te hebben. De sterfte nam sterk af
en in een verhandeling concludeerde hij dat de eenige bronnen
der febris puerperalis zjjn: V. lijken, 2°. zieke organismen f met
-ocr page 24-
22
afscheiding van icbor), 3°. gezonde individuen, met zieken of
lijken in aanraking gekomen, 4°. zelfinfectie (rotting van pla-
centa enz.) Men ziet hierin dus M. H. de antiseptis als fructus in
utero. Nog dikwijls zien wij Prof. Slinger optreden en hjj en Dr.
Hijmans waren het voornamelijk die ons op de hoogte hielden der
obstetrie en gynaecologie. De interne leverde ook haar aandeel,
nu eens minder, dan meer. Zoo vind ik o. a. vermeld dat een
collega in een geval van hardnekkige constipatie een zuigpomp
appliceerde en zelfs met succes. Van meer belang was zeker de
voordracht van Dr. Hendrik de Jong over de pokken en hare
voorbehoeding, en waarin hij Academie de médeciue nazeide: >Vac-
ciner et revacciner a outrance" en geen beletsel vond in leeftijd,
ziekten enz. Nu ik toch over de besmettelijke ziekten spreek, mag
ik zeker wel wijzen op de lezing van Dr. H. G. Kips over de
scatlatina, waarin hij sprekende over de prophylactica als bella
donna ook noemt, het inoculeeren met serum van roodvonk-
patiënten hetgeen hem echter weinig vertrouwen inboezemt.
»Niet steeds was de ijver bestendig van duur" zou men met een
variant op Tollens kunnen zeggen , want al traden er ook nieuwe
leden toe (Dr. Egeling en Dr. Tempelman v. d. Hoeven), de ver-
gaderil! ï*en werden minder bezocht. Al nam echter ook het multa
der voordrachten af, het multum was nog voldoende, getuige de
voordracht van Dr. E. Hanlo over een geval van extrautiune
graviditeit en in \'66 over een ovariaal kyste, het eerste geval in
Nederland met succes bekroond (waarvoir hij dan ook een woord
van hulde van den president prof. Chanfleury mocht inoogsten) en
getuige de eerste speech van Dr. Wolterbeek Muller over de otia
trie. Hij wees hierin op de vooroordeelen der medici en leeken,
die meenden dat er zoo weinig tegen oorziekten te doen was, het-
geen hij bestreed, terwijl hij tevens waarschuwde voor de gevolgen
van verwaarloozing vooral bij kinderen die met min of meer groote
doofheid het verzuim hunner ouders of medicus moeten boeten.
Tempora mutantur MM. HH.
Thans zal wel geen otiater in den Haag meer klagen over gebrek
aan belangstelling, nu hunne spreekkamers bestormd worden do ir
-ocr page 25-
23
een oorzieke menigte en zij binnenkort zonder kijf zullen behooren
tot de hoogst aangeslagenen in de bedrijfsbelasting. Later in \'65
demonstreert Dr. W. Muller den keelspiegel van Moura.
Dr. Pous (\'ooihaas wijdt niet minder zijn beste krachten aan het
Gezelschap evenals Dr. G. H. Muller, die een voor onzen tijd zoo
actueel onderwerp behandelt, nl. de alcohol en zijne vergiftigingen
Geestrijke dranken zijn, volgens hem, voor den gezonden mensch
evenmin een onmisbare behoefte als andere opwekkende prikkels,
die hij tot veraangenaming van zijn leven gebruikt. Het schijnbaar
verlangen naar die prikkels geeft geen recht om een drang der
natuur tot het gebruik daarvan aan te nemen. Dr. v. d. Ven is
het niet met hem eens en zegt dat het menschelijk leven onbe-
staanbaar zou zijn zonder eenigeu opwekkenden prikkel.
Hoe Dr. Eikendal over het rooken dacht, legt hij neer in de
aanhaling van de woorden uit het boek van Jolly »l\'Influence
du Tabac": toen Frankrijk begon te rooken, is het begonnen
zich te vergiftigen. Traden vele leden in dien tijd toe, vele
vroegen om ontslag, sommige om bizondere reden (Dr. Chanfleury
en SJinger werden in\'07 professor), andere om persoonlijke redenen.
Gelukkig kwamen zij spoedig op hun verzoek terug en werden
met Dr. H. J. Vinkhuizen opnieuw geïnaugureerd. Het toetreden
van dezen laatste was werkelijk een aanwinst, want dikwijls hield
hij de leden aangenaam bezig. |Zoo deelde hij in \'68 mede , hoe
hij in een geval van hernia incarcerata, ten einde raad, een
Keulsche boterpot ziende staan in deze wat aether goot, ze aan-
stak en h\'\\\\ wijze van kop op den buik der vrouw plaatste met dit
schitterend gevolg dat de buik in den boterpot en de hernia in de
buikholte terugging. Belata refero. In \'09 houdt hij een voordracht
over de syphilis en hare behandeling, waarbij hij het duallistische
standpunt inneemt. Iets later (Sept. \'60) deelt hij een geval meê
van een meisje van drie jaar met een gezwel in den buik aan de
linkerzij, uitgaande van de bekkeuholte. Na nauwkeurig onderzoek
kon hij geen andere diagnose maken dan van foetus in foetu In
het volgend jaar klaagt hij over het geringe honorarium der medici
en iets later doet hij een mededeeling over twee gevallen van
-ocr page 26-
u
pyaemie. In beidea had zich pus gevormd zonder toetreding van
lucht, volgens spreker en de meerderheid der aanwezige leden een
krachtig bewijs tegen de leer van het ontstaan van pyaemie,
t. g. v. bacteriën, vibrionen enz.
In die jaren ging het met het ledental nog steeds crescendo. In
\'09 treedt Dr. Baerken toe, in \'71 Dr. v. d. Leij en Dr. de Zwaan,
en \'t volgend jaar werd de oude Dr. Baerken tot eerelid be-
noemd. In \'72 Dr. v. d. Mandele en Dr. Ie Rutte Sr., in Maart \'74
Dr. v. Tienhoven en Dr. v. Dooremaal, in \'75 Dr. v. Wely, in
\'76 Dr. Becht, in \'79 Dr. Coert en Hoogkamer, terwijl één werd
afgestemd. Geen dezer Heeren behoorde, om een hedendaagsch
geliefd woord te gebruiken, tot de werkeloozen. In 1870 houdt
Dr. Baerken een voordracht over pyaemie, waarbij Dr. Egeling
zich verwonderde, dat hij niet gesproken had over het verbreid zijn
van etterbolletjes in de lucht en later een zeer doorwerkte lezing over
contagium en contagieuse ziekten, waarvan hij blijkens de notulen
een grondige studie had gemaakt.
Dat er curiosa werden meegedeeld, daarvan getuigt het volgende.
Dr. Hendrik de Jong verhaalde van eene vrouw, bij wie bij locaal
onderzoek een enorm uitgezette urethra was gevonden , waarin haar
alter ego den coitus had uitgeoefend en dat beide echtelieden
nimmer op de mogelijkheid daarvan hadden gedacht. In dat jaar
verdedigt Dr. J. Kips ook de volgende eigenaardige stelling: »de
zoogenaamde exspectatieve behandeling is bij de meeste ziekten de
meest aangewezene." Gelukkig vond hij hevig probest. De voor-
drachten van Dr. De Zwaan verdienen onze aandacht zoowel om
de qualiteit als om de quantiteit. In Juli \'73 doet hij mededee-
lingen over ovariotoniie, in Nov. vertoont bij de Esmarch\'sche
zwachtel, in \'74 spreekt bij over struma, in \'75 over de processen
bij de reunio p. prim. en sec., in \'77 over hernia incart. en an-
eurysma poplitea enz. enz.
Een blaam op onze therapie wierp zeker Dr. Vorstman, toen hij
meedeelde dat een p. met hevige gewrichtsrheuma steeds erger
werd onder het gebruik van salie nat. en beter toen hij niets meer
innam en als bewijs dat de beruchte L. Nieuwstraat in dien tijd
-ocr page 27-
25
ook al niet op soliede riolen kon bogen, geldt wel zeker zijn klacht
over de slechte rioleeringen waarbij hij als proef op de som mee-
deelt dat hij er zelf doorheen gezakt was.
Was het jaar \'77 voor ons land treurig gewichtig om den dood
van de Koningin, ook voor ons gezelschap had het treurige gevolgen
kunnen hebben. Een der leden toch deelde mede hoe de meeste
vreemde medici verschillende diagnoses bij onze Koningin hadden
gemaakt dat zelfs Spencer Wells een tumoruteri had gevrnden ja
dat een medicus schriftelijk had geconstateerd dat het hart vol-
komen in orde was. En wat vond men bij de seotie. Een mitralis
gebrek, een snoerlever, en galsteenen. Triomfantelijk riep dan ook
de haar behandelende geneesheer uit: sin Holland kan men ook
wel diagnoses maken". Uit het later gepubliceerd sectieverslag bleek
echter dat de spreker, parlementair uitgesproken, zich vergist had.
Men verweet hem dit, en daarover vertoornd hield hij in Febr.
\'78 een rede over medische geloofwaardigheid. Behoefde men tegen-
over de patiënten niet altijd voor de volle waarheid uit te komen,
tegenover zjjne collega\'s wel en hij vroeg nu of zijne mededee-
lingen in strijd waren met bet officieele sectieverslag. Tune erat rumor
in casa
, ja zelfs een der medici sprak van tornen , waarop de spreker
woedend werd. De secretaris, geboren diplomaat, wist te zwijgen,
en de notulen zeggen dan ook niet wat de overlevering verhaalt,
dat er niet alleen ernstige, maar zelfs bloedige tafereelen bijna
het gevolg er van waren geweest. Gelukkig is het zoover niet
gekomen , zelfs een der strijders zien wij nog in ons midden en
tevergeefs zult gij bij hem zoeken naar een litteeken, dat U doet
denken aan een degenstoot, een sabelhouw of schramschot. Thans
komen wij aan Dr. v. Wely die, blijkens zijne stellingen, een
tegenstander was van het toezicht op de prostitutie, tot groot
misnoegen van zijn collega Dr. Baerken die in Sept. \'78 naast vele
anderen ook deze stelling verkondigde : Het is wenschelijk het sanitair
toezicht te behouden en het zelfs wenschte bij de manneu
toegepast te zien. Of de Directeur van het Kinderzieken-
huis deze meening nog is toegedaan, weet ik niet, maar hij zal
het toch wel niet meer eens zijn met de volgende door hem ver-
-ocr page 28-
2<;
kondigde stellingen, die een aardig licht werpen op den over-
gangstijd der wetenschap. 1n. » De microscopie heeft de macroscopische
beschouwing der tuberculose geen stap verder gebracht, eer ver-
warring gesticht. 2°. De tuberculose leer volgens Virchow dient te
worden verlaten. 3°.\' Onwetenschappelijk is het van een virus tuber-
culosis te spreken. Voortdurend zien wij het ledental toenemen.
Dr. Roosenburg en L. V. der Hoeven in\'81, Dr. Gerardts en Feith
in \'83, Steijn Parvé in \'84, Nortier in \'85, Korteweg in \'86,
Cohen ïervaert \'87 met Antonie de Jong, en het jaar daarop
zijn naamgenooten Arie en (\'ornelis de Jong. Langzamerhand
krijgt ook bij ons de nieuwere wetenschap meer vertrouwen al
blijven er ook sceptici.
Dr. Dooremaal is een verstokt twijfelaar wat de antiseptis be-
treft, zelfs zoo dat Dr. Egeling hem eens verwijt dat hij er geen
verstand van heeft. Vermoedelijk om zich te wreken verdedigt hij
in 81 de volgende stellingen: 1 °. Het menschdom zou gelukkiger
zijn dan het nu is, indien er geen desinfectantia bestonden; 2".
Tegenover het problematisch nut van desinfectantia staat de positief
schadelijke werking scherp tegenover; 3°. De tot nu toe bekende
desinfectantia werken alleen zuiverend op het geweten van deu
medicus en de verbeelding van den patiënt. Ik kan mij de ver-
ontwaardiging voorstellen der jongere medici, die in de Carbolspray
en de Makintosh het eeuwig leven meenden te vinden en dan
ook heftig protesteerden. En toch MM. HH. met wijlen Mr.
Des Amorie v. d. Hoeven ro6p ik uit: Tout passé, tout revient.
Al zjjn wij heden niet zoo kras in onze uitingen, al zoeken wij
ons heil ook nu nog wel in \'t sublimaat en \'t carbol, wy weren
ze toch zooveel mogelijk, bekend met hun schadelijke inwerking
op de weefsels en trachten ons doel te bereiken met de asepsis. Met
recht wees dan ook de Voorzitter, Dr. Hij mans, op de woorden
door Prof. Korteweg in de algemeene vergadering van de Maat-
schappij van (jieneeskunst van \'87 gesproken (dus zes jaar daarna) dat
het juist de herbaalde carboloplossingen waren die onze resultaten
bedierven en dat er in dien nntiseptischen tijd zulke peracute septichae-
mieën voorkwamen, als men ze voor dien tijd niet dikwijls ontmoette.
-ocr page 29-
11
Maar weer dringt zich het tout passé toul revient aan ons
op. Immers niet tevreden met de resultaten der asepsis, schijnt
Mikulicz weer over te hellen naar de antisepsis en neemt zijn
toevlucht tot den gedesinfecteerden handschoen en sluier. Wan-
neer Gij de notulen van die jaren inziet, dan zult Gij ervaren
hoe Dr. v. Dooremaal de ziel is geweest van het gezelschap,
hoe hij altijd aanwezig was, steeds over iets wist te spreken
en zich altijd bereid verklaarde om een voordracht te houden.
Dr. Heijmans deelde nog herhaaldelijk interessante gevallen
mede, o. a. het volgende over een ruptura vaginae. Na een moei-
lijken partus t. g. v. vernauwd bekken wilde men de placenta
verwjjderen. Men kon haar echter niet vinden, maar voelde een
duchtige scheur in de vagina. De vrouw was haar einde nabij,
maar dank zij den aether en de vis medicatrix naturae genas zij,
de wond sloot zich en van de placenta heeft men nooit iets meer
bemerkt. Dr. Molenaar, die helaas slechts kort lid is geweest,
heeft toch ook den tol betaald door een bijdrage te leveren over
de zoutzuurafscheiding bij carcinoma ventriculi. Dr. Coert\'s naam
zien wij ook vermeld in een lezing over Empyeem, over de
chronische tuberculosis, over de klimaatbehandeling bij phthisis,
over cholestorna duodenalis. Dr. Roosenburg laat zich evenmin
onbetuigd. In \'87 deelt hij een geval mee van peritonitis tuber-
culosa, die na laparatomie nooit was teruggekomen waarvan men
toen noch een verklaring te geven noch een antecedent wist
te noemen. Herhaalde malen trad deze spreker op, nu eens
over gevallen in de praktijk, dan weer over castratie bij de
vrouw, over typhlitis, over de beste behandeling der vesico
vaginaalfistels. Jammer dat zijn spreekader tegenwoordig zoo zelden
vloeit!
Ook andere leden, wier namen wij thans helaas op de lijst der
spreekbeurten missen, voerden menigmaal het woord. Dr. Steijn
Parvé sprak over den Kephalotryptor en Kranioklast over partus
artepraematurus, over den Kefir; hij gaf verslag van het Vroed-
vrouwenfonds, in \'76 door Dr. Piepers opgericht, Dr. Gerardts
over de behandeling van atropine-vergiftiging met pilocarpine, Dr.
-ocr page 30-
2*
C. M. de Jong hield een lezing over fibromyomata uteri en hunne
exstirpatie, over herniotoraiën; over longen-cbirurgie (zoo ik mij
niet bedrieg). Dr. Nortier vertoonde den kommabacil en sprak
later over M. Burlowii. Dr. Arie de Jong vergastte ons op zijne
onderwerpen over hypnose en suggestie, over soinnambulisme,
melancholie en crimineele suggestie. Mogen deze allen weer eens
spoedig nieuwe vrachten hunner wetenschap op de tafel des
secretaris voorzetten! En de gebroeders v. d. Hoeven: Heeft Dr. C.
v. d. Hoeven Uw aandacht \\erzocht voor zijn Crown en bridgework
en dit jaar weer voor de Prothese bij onder- en bovenkaak
resecties, onze Voorzitter heeft herhaaldelijk Uwe attentie ge-
vraagd. Voor maidenspeech koos hij der nabehandeling bij tracheo-
omie, later sprak hij over de maladie de Kainaud, over pes aequi
novarus, over syphilis, over chirurgische gevallen in het Zieken -
huis, over myxoedeem, over empyeem bij kinderen, kortom
te veel om te noemen. Ja, het schijnt mij MM. HH. dat wij
van daag niet alleen vieren den 50en verjaardag van ons ge-
zelschap, maar ook het feit van de 50e voordracht van den
praeses herdenken! Nieuwe leden bleef het gezelschap verwerven
nl. De Niet (89), de Geus (89), v. Leent en Polano (90),
v. d Sluis (90), Tellegen (90), Carsten, C. v. d. Hoeven,
Hazewinkel, Halberstma (92), Binnendijk en Valkenburg (93),
Selborst, Snijders, Baëzae, Aalbersberg en Ie Ilutte (94), Klosser
v. Dam, Herman de Jong, Heijnsius en de ondergeteekende.
Hoe jammer dat men de vleugelen des tijds niet kortwieken
kan, want ik zou U ook zoo gaarne meer uitvoerig de voor-
drachten der laatste jaren willen meededen maar het edite bibite
collegiales
ruischt mij hoe langer hoe meer in de ooren. Toch wil
ik ze even memoreeren. Gij herinnert U nog wel de uitvoerige
rede van Drs. Tienhoven en Coert over de eedsquaestie en hoe hij
daarbij deze stellingen verkondigde: 1°. dat de arts door een wet
daartoe geroepen openbare wat hij mag, maar verzwijge wat hij,
volgens zijn meening, als geheim zich toevertrouwd acht. 2°. dat
in alle andere zaken van geheimhouding de arts niets plaatse noch
doe plaatsen tusschen zich en zijn aan hem vertrouwde patiënt.
-ocr page 31-
29
Gij weet ook hoe Dr. Tienhoven ons ingeleid heeft in die Chole-
rafrage en ons later bekend maakte met de theorieën van Koch
Pasteur en Metschnikoff over de \'immuniteit, de uitputtings* en
de assimilatie theoriën. Dat de tuberculine in \'91 ook hij ons
herhaaldelijk besproken werd en wel door Dr. Zwaan, V. Wely
en Baerken behoef ik U zeker niet te zeggen.
In Nov. \'95 had een verschrikkelijke gebeurtenis plaats. Onze
Aid. der maatschappij had besloten meer vergaderingen te houden
om met recht haar bloei te bevorderen. In dien tijd werden bij ons
door toevallige omstandigheden weinig voordrachten gehouden en
misschien bevreesd dat hierin geen verandering zou komen, deed
Dr. W. Muller de vraag aan het Bestuur of het er niet eens over
gedacht had om het gezelschap op te heffen. Een ieder zweeg,
keek zijn buurman aan en de toenmalige vice-praeses Dr. Tellegen,
bleek van schrik en woede, den steel van den hamer omklemmend
als een krijgsman het gerest van de sabel, riep uit: »J\'y suis j\'y
reste", \'tgezelschap blijft bestaan. En met welk gevolg? Desprekers
volgden elkander geregeld op. Dr. Cohen ïervaert die reeds meer-
malen het woord voerde (over de behandeling van larynx-tuberc,
over de ziekte van den Duitschen Keizer) hield een rede over de
otitis media en haar therapie. Dr. Le Uütte interresseerde ons voor
zijn Traumatische neurosen en Pleuritisbehandeling, Dr. Herman
de Jong voor »het een en ander bij ernstige verwondingen", Dr.
Sikkel (\'9G lid geworden) hield zijn bekende voordracht over het
genezen hersenabsces en later over de werking van chininezouten.
Bense (96) over Indische toestanden en ik zelf over tabes arthropathiiin
Kortom MM. HH., in plaats van den dood zien wij \'t leven, nog
meer wanneer Gij let op de nieuwe leden, Dr. Pompe van Meer-
dervoort (in \'97 lid), die met U sprak over de byperaemie als
curculatie stoornis in het vrouwelijk geslacht, Dr. Walther (\'97)
die het pseudomyxoma zoo duidelijk bij ons inleidde, Dr. Cowan
(\'97), Dr. Josselin de Jong en Dr. D. W. Ekker (\'97) in waar-
heid een groote aanwinst. Drie redevoeringen wil ik nog vermelden
en ik begin met die van Dr. Teilegen (ook hij was steeds een
ijverig lid) over den extrainatrimonieelen coitus en die van
-ocr page 32-
30
collega Keuchenius over de medische wetenschap en het Christelijke
geloof, de eene streng op het gebied van moraliteit, de andere
streng op dat van religie, beide zoo passend in onzen tijd
van uitersten. Hoe men ook over hen moge denken, dezen
lof zal niemand den schrijvers onthouden dat zjj voor hunne
meening uitkwamen met een overtuiging die vriend en vijand
hunner theorieën eerbied afdwong. Aangenaam is \'t mij, dat ik
mag zeggen, dat wij op de laatste vergadering van \'t vjjftigste
jaar Dr. de Zwaan, een lid zoo al niet der oude dan toch der oudere
garde zagen optreden. De aandacht aan zijn belangwekkende de-
monstratie gewijd, \'t applaus hem geschonken, zij \'t beste bewijs,
hoe een dergelijk sympathiek en leerrijk optreden van een lid dier
garde door het jongere geslacht wordt geapprecieerd. Laat ik ten
slotte er nog aan herinneren, dat Prof. Halbertsma, Dr. v. d.
Sleyden, Dr. Pareau, Dr. Blsekrode en Prof. Treub als gasten
onze vergaderingen met een lezing hebben vereerd.
Met enkele mededeelingen van administratieven en reglementairen
aard wil ik eindigen. Het gezelschap opgericht door 9 leden, heeft
er 86 gekend en telt thans 40 gewone en 7 buitengewone.
Onder die SG waren 4 eereleden (Dr. Egeling, Dr. Baerken Sr.,
Dr. G. M. Muller en Dr. v. d. Yen).
Als Voorzitters heeft het gekend Dr. Addink, Dr. Evers, Prof.
Chantleury v. IJsselstein, Dr II. J. Kips, Dr. Hendrik de Jong,
Dr. De Zwaan, Dr. Hijmans, Dr. v. Dooremaal, Dr. v. Leent, Dr.
Tellegen en Dr. L. v. d. Hoeven.
Als ondervoorzitters Dr. Evers, Dr. Eikendal, Dr. Hendrik de Jong,
Dr. Blom Coster, Dr. v. d. Ven, Dr. de Zwaan, Dr. Kips, Dr.
Dooremaal, Dr. W. Muller, Dr. Teilegen, Dr. v. d. Hoeven, Dr.
C. Tervaert.
Als penningmeesters Dr. Schick, Dr. Eikendal, Dr. Wolterbeek
Muller, Dr. J. Kips, Dr. Heymans, Dr. Piepers, Dr.Baerken, Dr. L.
v. d. Hoeven. Als secretarissen slechts i: Dr. Blom Coster, Dr.
Wolterbeek Muller, Dr. Nortier en mijn persoon.
De meest ingrijpende verandering in het Reglement is die van
Dec. 1870, waarbij ook artsen, niet gegradueerden, het lidmaat"
-ocr page 33-
31
schap mochten aanvaarden, en een tweede zeer belangrijke wets-
wijziging is die van Sept. \'95, waarbij de leden werden verdeeld
in gewone en buitengewone, het ledental werd beperkt tot 40,
het bezoeken der vergaderingen althans éénmaal in de ttvee jaren
verplichtend werd gesteld en waarbij als voorwaarde van het
lidmaatschap het houden van een voordracht binnen de eerste twee
jaar werd gevraagd, bepalingen die indertijd reeds door Dr. Wol-
terbeek Muller waren voorgesteld.
Ziethier dan MM. HH. \'t verslag van de werkzaamheden en de
lotgevallen van het gezelschap, zeer onvolledig en kort met het
oog op den mij beschikbaren tijd. Was \'t 70or mij en naar ik
vermoed ook voor mijn tijdgenooten, hier aanwezig, belangwekkend
een blik in den overgangstijd der oudere medische wetenschap te
mogen slaan, voor de ouderen hier tegenwoordig zal het, naar ik
hoop, aangename herinneringen aan vele gezellige avonden, aan
menig zaakrijke voordracht, aan menig heftig doch leerrijk discours
hebben opgewekt. Ja als \'t ware als in de cynematograaf ziet
Gij ze weer voor U scbjjnen Uwe oude kennissen, Uwe vrienden
van voorheen, al zijn zij ook nog zoo weinig scherp geteekend,
zoo flauw gekleurd. Ook ik herken er enkele met U. Ik zie met
U den ouden Dr. Addink, den kleinen, deftigen geneesheer met
het hoofd stgf in de schouders, met afgemeten tred loopend alsof
iedere verkeerde stap een menschenleven zou kosten en Gij herin-
nert U nog, Dr. Blom Coster, hoe Gij hem nog eens den ther-
mometer tuto, cito et jucunde hebt leeren gebruiken. Gij ziet den
ouden Dr. J. Kips nog voor U toen hjj zijn collega Muller op
zijn gouden feest in het Laty\'n toesprak; Gij herkent den ouden
Dr. Eikendal met de groote vadermoorders, den gekleeden jas
open, de linkerhand op den rug, de rechter op een stok, blazend
en hijgend uit de Nieuwstraat komend als vermoeid van zijn weldoen
in de armen wijk. Gij ziet Dr. Hanlo, in de glorie van zijn tjjd,
Dr. Volgraff en Prof. Evers met hun karakteristieke koppen. Gjj
herkent den ouden Dr. Baerken en Gij herinnert U zjjn meDschen-
liefde nog eens van gemeentewege beloond. De jonge Dr. Kips,
Carsten en Egeling, zjj verschijnen voor U met al de aangename
-ocr page 34-
32
herinneringen aan hun persoon verbonden. (Jij herkent Dr. Hij mans
den kundigen, vastberaden en hartelijken medicus, wiens groote
roem o. m. is, dat hij nog zoo moeilijk bij zijn patiënten te ver-
vangen is. Gij ziet weer in Uwe gedachte Dr. Van Dooremaal, den
vroolijken aangenamen causeur, zoo onmisbaar op een feest als
van heden. Gij herinnert U den wetenschappeljjken Dr. Molenaar,
helaas reeds gestorven. Gjj denkt aan Dr. Ingenhousz die met zoo
veel lust de practijk was begonnen, zoo spoedig als haar slacht-
offer viel, aan Dr. v. Leent, den keurigen marine-officier in vorm ,
en die zoo in den oorlog van 1870 zijne sporen als offic. van
gez. heeft verdiend.
Stemt de herinnering aan hen allen ons onwillekeurig weemoedig,
gelukkig kunnen wij met Piet Paaltjens uitroepen: „Er zjjn er nog
ons gebleven", en wanneer ik dan gelet op de verdiensten voor ons
Gezelschap er bij voeg de woorden die er op volgen »nog beteren
dan zij\',
dan heb ik in het bijzonder \'toog op U Dr. VVolterbeek
Muller, die 18 jaren lang (69 — 87) het secretariaat zoo nauw-
keurig hebt waargenomen en (last not least) op de beide oudsten:
Dr. Blom Coster, het eenige hier aanwezige lid-oprichter, die
meer dan twintig jaar als secretaris het gezelschap aan zich heeft
verplicht en heden nog zoo\'n stoffelijk bewijs van zijn sympathie
gaf en aan dr. Hendrik de Jong, ons trouw lid, onzen goeden
raadsman die er zelfs voor gezorgd heeft dat de bevolking van
het \'s Grav. Gezelschap niet achteruit zou gaan door ons zjjn beide
zonen als waardige leden te schenken.
Wanneer ik II beiden (Dr. BI. Coster en De Jong) dan
zoo voor mij zie, zoo recht van lijf en leden, zoo vroolijk en
opgeruimd, zoo helder van geest, nog zoo weinig de teekenen
van Uw leeftijd dragend , dan weet ik op geen betere wijze mijn
verslag te eindigen dan met dezen wensch: »Het \'s Grav. Gen.
Gezelschap spiegele zich aan zijn beide oudste leden. Trots het
rjjpen der jaren, bljjve zijn geest en zijn hart steeds jong!" Dixi.
A. F. A. M. van Dommelen,
Secretaris.
-ocr page 35-
& -9./
Gevolg gevend aan den wensch, uitgesproken op de jl.
Januari-vergadering, heeft het Bestuur van het \'s Gravenh.
Geneeskundig Gezelschap
de eer aan de Leden een exem-
plaar aan te bieden van de Feestrede, gehouden door den
Voorzitter, en het Verslag der Werkzaamheden en Lotgeval-
len, uitgebracht door den Secretaris, op de Buitengewone
Vergadering van 8 Dec. \'97, ter herdenking van het 50-jarig
bestaan van liet Gezelschap.
Het Bestuur v o o r n o e m d:
Dr. G, 1). COHEN TERVAERT,
Voorzitter.
A. F. A. M. v. DOMMELEN,
Secretaris.