-ocr page 1-
|Vi.i*q8,.lfc,*3\'
yyi/*ï
STATUTEN EN REGLEMENTEN
»En
Yereeniging „PRO JUYENTUTE"
TK
\'SGRAVENHAGE.
(Goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 14 April 1898.)
.
•
-ocr page 2-
UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK UTRECHT
A06000035175979B
3517 5979
-ocr page 3-
VEREENIGING „PRO JUVENTUTE"
TE
(Goedgekeurd bij Koninklijk besluit van 14 April 1898.)
STATUTEN.
§ 1. Van het doel en de werkzaamheid.
Artikel 1. De Vereeniging iPro Juventute» heeft ten
doel bestrijding van de criminaliteit van jeugdige personen in
het arrondissement \'sGravenhage en bestudeering van alle daar-
mede samenhangende toestanden en vraagstukken.
Art. 2. Zij heeft haren zetel te \'sGravenhage.
Art. 3. Zij is ten opzichte van hare werkzaamheid verdeeld
in drie Afdeelingen: I. Algemeene zaken; II. Bijstand in rechte;
III Patronaat.
Art. 4. De I* Afdeeling stelt zich tot taak: het doel der Ver-
eeniging te bevorderen door het houden van bijeenkomsten ter
bespreking van algemeene of bijzondere wetenschappelijke of
practische vraagstukken dat doel betreffende; en door het op-
dragen of steunen van onderzoekingen en studiën over derge-
lijke vraagstukken.
De zorg voor de algemeene belangen en de huishoudelijke
aangelegenheden der Vereeniging behoort mede bij de lc Afdeeling.
Art. 5. De II" Afdeeling stelt zich tot taak: het verleenen
van bijstand en raad aan alle jeugdige personen tot den leeftijd
van 18 jaren, wier handelingen leiden tot strafrechtelijk onder-
zoek of vervolging voor de Arrondissements-Eechtbank of, bij
daarop gevolgd hooger beroep voor het Gerechtshof te \'sGraven-
hage en die niet van een anderen raadsman voorzien zijn.
-ocr page 4-
2
Art. 6. De III* Afdeeling steil zich tot taak: door het uit-
oefenen van toezicht, het verleenen van stoffelij ken en zedelij ken
steun en het bezorgen van plaatsing in opvoedingsgestichten of
in gezinnen, te behartigen de zedelijke en maatschappelijke be-
langen der jeugdige personen tot den leeftijd van 18 jaren, wier
handelingen hebben geleid tot strafrechtelijk onderzoek of ver-
volging voor de Arrondissements-Rechtbank of, bij daarop ge-
volgd hooger beroep voor het Gerechtshof te \'sGravenhage, en
tot het behartigen van wier belangen zij is uitgenoodigd:
a.  door de II" Afdeeling;
b.  door het Algemeen Bestuur der Vereeniging;
c.  door anderen, *oor zoover zij daartoe aanleiding vindt.
Zij kan, met machtiging van het Algemeen Bestuur, gelijke
werkzaamheid ook uitstrekken tot verwaarloosde jeugdige personen
die niet gerechtelijk zijn vervolgd geweest.
§ 2. Tan de Leden.
Aht. 7. De Leden der Vereeniging worden onderscheiden in
gewone (contribueerende) leden en werkende leden. Werkende leden
zijn de leden der II" en III" Afdeeling.
Men kan gelijktijdig zijn gewoon lid en werkend lid.
De gewone en werkende leden vormen te zamen de 1* Afdeeling.
De vergadering der 1° Afdeeling vormt de Algemeene Vergadering
der Vereeniging.
Atct. 8. Gewone (contribueerende) leden kunnen zijn:
a. ingevolge hunne toetreding: de Ministers van Justitie en
van Binnenlandsche Zaken, de Commissaris der Koningin
in de Provincie Zuid-Holland, de Burgemeester van \'sGra-
venhage, de Leden der Rechterlijke Macht en de Advocaten
in het Arrondissement; de Regenten, Directeuren en Adjunct-
Directeuren der gevangenissen aldaar; de Hoofdcommissaris
en de Commissarissen van politie te \'sGravenhage; de
Hoofdbestuurders en de Bestuurders der Afdeeling \'sGra-
venhage, het Dames-Comité daaronder begrepen, van het
Genootschap tot zedelijke verbetering van gevangenen; de
te \'sGravenhage wonende Artsen,Bedienaren vanden Gods-
dienst der onderscheiden gezindten, Leeraren en Leeraressen
-ocr page 5-
3
bij het Gymnasiaal en het Middelbaar Onderwijs, Onder-
wijzers en Onderwijzeressen bij het Lager Onderwijs, Hoofden
van opvoedingsgestichten;
b. alle andere in het Arrondissement \'sGravenhage wonende
belangstellenden, daartoe door het Algemeen Bestuur uit-
genoodigd of op hunne aanvrage als lid aangenomen.
Art. 9. De ïb Afdeeling bestaat uit een beperkt, in het
Reglement der Afdeeling aangewezen, aantal werkende leden,
advocaten in het arrondissement \'sGravenhage, door het Alge-
meen Bestuur, zooveel mogelijk in overleg met het Bureau van
Consultatie in Strafzaken te \'sGravenhage, als zoodanig uitge-
noodigd.
Nadat de Afdeeling geconstitueerd is, kan zoodanige uitnoodiging
alleen plaats hebben op voorstel van de Afdeeling zelve.
Abt. 10. De IIIe Afdeeling bestaat uit werkende leden door
het Algemeen Bestuur als zoodanig uitgenoodigd. Nadat de
Afdeeling geconstitueerd is, kan zoodanige uitnoodiging alleen
plaats hebben op voorstel van de Afdeeling zelve.
Abt. 11. Wie gewoon lid wordt, verbindt zich tot het betalen
van eene j aarlij ksche contributie, die hij niet lager kan stellen
dan ƒ 2.50 \'sjaars.
Art. 12. Leden kunnen door het Algemeen Bestuur worden
geroyeerd, wanneer zij in gebreke blijven hunne geldelijke ver-
plichtingen na te komen, of wanneer zij in hunne werkzaamheid
als lid der vereeniging handelingen verrichten met het doel der
vereeniging in strijd. Van de beslissing van het Bestuur is
beroep op de Algemeene Vergadering.
Art. 13. Donateurs zijn zij die, zonder als lid te zijn toege-
treden, eene jaarlijksche contributie van ten minste/10 bijdragen
of eene gift in eens van ten minste ƒ 50 aan de Vereeniging
schenken. Zij ontvangen het jaarverslag en kunnen alle niet-
huishoudelijke vergaderingen der 1° Afdeeling bijwonen.
§ 3. Tan het Bestuur.
Art. 14. Het Algemeen Bestuur vertegenwoordigt de
Vereeniging in en buiten rechte. Het bestaat uit tien leden.
Van dezen worden benoemd: z e s door de 1\' Afdeeling uit de
-ocr page 6-
4
leden der Vereeniging; twee door de IP Afdeeling uit hare
leden; twee door de III" Afdeeling uit hare leden.
Indien iemand door meer dan ééne Afdeeling gekozen wordt,
verklaart hij welke keuze hij aanneemt.
Art. 15. De leden van het Algemeen Bestuur hebben zitting
gedurende 5 jaren.
Ieder jaar treden twee leden af, naar een op te maken rooster.
De aftredenden zijn dadelijk herkiesbaar. Bij eene vacature
tusscheutijds treedt het dan gekozen lid af op het tijdstip waarop
zou zijn afgetreden het lid dat hij vervangt.
Abt. 16. De leden van het Algemeen Bestuur verdeden onder-
ling de functiën van Voorzitter, Plaatsvervangend Voorzitter,
lstcn Secretaris, 2l6° Secretaris, Penningmeester, Plaatsvervangend
Penningmeester.
De dagelijksche leiding berust bij het Bureau, saamgesteld uit
den Voorzitter, den 1""\' Secretaris en den Penningmeester, of
hunne plaatsvervangers; de 2dc Secretaris is de plaatsvervanger
van den 1"D" Secretaris.
In spoedeischende gevallen kunnen door het Bureau verrich-
tingen worden gedaan, die aan liet Algemeen Bestuur zijn opge-
dragen. Van het aldus verrichte, wordt in de eerstvolgende Ver-
gadering van het Algemeen Bestuur mededeeling gedaan, die de
handeling goed- of afkeurt en de gevolgen eener afkeuring naar
omstandigheden regelt.
Art. 17. Het Algemeen Bestuur is tevens het Bestuur van
de Ie Afdeeling.
Art. 18. Het Bestuur der IP en het Bestuurder III" Afdeeling
bestaan elk uit drie leden, uit en door de Afdeeling gekozen.
Deze bestuurders hebben zitting gedurende \'ó jaren. Ieder jaar
treedt één lid af, naar een op te maken rooster. De aftredenden
zijn dadelijk herkiesbaar.
In afwijking van het vorenstaande, voor zooveel betreft het
Bestuur der 11° Afdeeling, hebben gedurende het eerste jaar in
dat Bestuur van rechtswege zitting de leden van het Bureau van
Consultatie in Strafzaken te \'sGravenhage, tevens leden der
II\' Afdeeling en bereid de betrekking te aanvaarden. Bedraagt
-ocr page 7-
:>
hun aantal minder dan drie, dan wordt in de overblijvende
plaats of plaatsen op de gewone wijze voorzien.
Art. 19. De leden van elk der in art. 18 genoemde besturen
verdeelen onderling de functiën van Voorzitter, Secretaris en
Penningmeester. Bij tijdelijke verhindering van een der bestuurs-
leden voorziet de Afdeeling door aanwijzing van plaatsvervangers
in de behoefte.
Gelijke bevoegdheid als bij het laatste lid van art. 16 aan het
Bureau der Ie Afdeeling is gegeven, wordt aan de Voorzitters
der IIe en IIIe Afdeeling toegekend, ten aanzien van verrich-
tingen, welke aan de Afdeeling zijn opgedragen. Het aldaar
verder bepaalde is op die Voorzitters en de betrokken Afdeeling
van toepassing.
§ 4. Van besluiten en stemmingen.
Abt. 20. Alle besluiten worden genomen bij volstrekte meerder-
heid der uitgebrachte stemmen. Staken de stemmen, dan wordt
in de vergaderingen der leden het voorstel geacht niet te zijn
aangenomen, en beslist in de bestuursvergaderingen de stem
van den Voorzitter.
Art. 21. Bij het doen van keuzen of voordrachten van per-
sonen wordt gestemd bij besloten en ongeteekende briefjes.
Is bij een eerste stemming de volstrekte meerderheid der uit-
gebrachte geldige stemmen niet verkregen, dan heeft eene her-
stemining plaats tusschen hen die de meeste stemmen verkregen,
tot een getal tweemaal zoo groot als het aantal plaatsen waar-
voor de verkiezing geschiedt.
In geval de stemmen staken, beslist het lot.
Art. 22. Nevens de algemeene voorschriften der twee vorige
artikelen gelden de bijzondere bepalingen van de artt. 30 en 32
voor de daar vermelde onderwerpen.
§ 5. Van de financiën.
Art. 23. De Algemeene Penningmeester beheert het vermogen
der Vereeniging.
Het Algemeen Bestuur heeft het recht ten allen tijde inzage
van zijne administratie te verlangen.
-ocr page 8-
6
Akï. 24. Het Algemeen Bestuur beslist omtrent de belegging
van beschikbare gelden.
Art. 25. Het dienstjaar loopt van 1 Januari tot 31 December.
Art. 26. Jaarlijks in de maand Februari legt de Penning-
meester in eene Algemeene Vergadering rekening af van zijn
beheer. De Vergadering beslist, na een verslag van drie leden
door den Voorzitter aan te wijzen, omtrent de goedkeuring van
de rekening en de ontlasting van den Penningmeester.
Abt. 27. Voor de bijzondere uitgaven van de II\' en de IIP
Afdeeliug vragen de Penningmeesters dier Afdeelingen aan den
Algemeenen Penningmeester de noodige gelden aan.
Zoodra aan een van deze Afdeelingen in een dienstjaar is
verstrekt een bedrag voor elke Afdeeling en voor elk dienstjaar
door het Algemeen Bestuur te bepalen, is voor het verstrekken
van meer gelden aan die Afdeeling de nadere machtiging van
het Algemeen Bestuur noodig.
Art. 28. De Penningmeesters van de IP en de IIP Afdeeling
doen jaarlijks, in de maand Januari, rekening van hun beheer
aan den Algemeenen Penningmeester. Deze heeft het recht ten
allen tijde inzage van hunne administratie te verlangen.
De Penningmeesters van de IP en de IIP Afdeeling zijn voor
het richtig beheer der hun verstrekte gelden aan de Vereeniging
verantwoordelijk.
§ 6. Fan oprichting en ontbinding.
Art. 29. De Vereeniging is aangegaan voor den tijd van
29 jaren en 11 maanden, te rekenen van den dag der oprich-
ting, zijnde 24 December 1897.
Art. 30. Ken besluit tot ontbinding vóór dien tijd kan slechts
genomen worden op eene Algemeene Vergadering, voor dat doel
bijeengeroepen door het Algemeen Bestuur, uit eigen beweging
of op de vordering van \'/,, van het aantal leden, en met een
meerderheid van \'/., der uitgebrachte stemmen, ondeelbare over-
schotten buiten rekening gelaten.
Art. 31. Ingeval van ontbinding zal art. 1702 van het Burger-
lijk Wetboek toepasselijk zijn.
-ocr page 9-
7
Niettemin zal, ingeval van ontbinding ingevolge art. 80, de
Vergadering die tot ontbinding besluit, eene commissie benoemen
van 3 leden die met de vereffening zal zijn belast, en zal zij de
bestemming regelen van het batig slot ten voordeele van een doel
gelijksoortig aan dat der Vereeniging.
§ 7. Slotbepalingen.
Art. 32. Een besluit tot wijziging van Statuten kan slechts
genomen worden op eene Algemeene Vergadering, voor dat doel
bijeengeroepen door het Algemeen Bestuur, uit eigen beweging
of op de vordering van \' l0 van het aantal leden, en met een
meerderheid van % der uitgebrachte stemmen, ondeelbare over-
schotten buiten rekening gelaten. De wijzigingen behoeven de
nadere Koninklijke goedkeuring.
Art. 33. Het Comité van oprichting oefent, zoolang het Alge-
meen Bestuur nog niet overeenkomstig art 14 is samengesteld,
wat echter niet langer duren mag dan uiterlijk zes maanden
nadat tot de oprichting is besloten, de functiën uit bij deze
Statuten aan het Algemeen Bestuur opgedragen.
Art. 34. Verdere bepalingen omtrent de werkzaamheden en
vergaderingen komen voor in een Reglement voor elke der drie
Afdeelingen en, zoo noodig, in een Huishoudelijk Reglement
voor elk der drie Besturen.
De Reglementen voor de Afdeelingen worden vastgesteld door
de Algemeene Vergadering. Elk Bestuur kan voor zich vaststellen
een Huishoudelijk Reglement. De Huishoudelijke Reglementen
voor het Bestuur der II" en dat der III\' Afdeeling behoeven de
goedkeuring van het Algemeen Bestuur.
Bepalingen der Reglementen die met deze Statuten in strijd
zijn, worden voor niet geschreven gehouden.
Art. 35. Het Algemeen Bestuur en de Besturen van de II\' en
de III" Afdeeling kunnen zich met het Bestuur of de Besturen
van vereenigingen, met een gelijk doel opgericht in andere
plaatsen van het land, tot onderlinge samenwerking in betrek-
king stellen.
Indien voor die samenwerking een georganiseerd verband
-ocr page 10-
8
tusschen deze Vereeniging en de andere gewenscht is, kan de
Algemeene Vergadering tot het leggen van zoodanig verband
besluiten.
Aldus vastgesteld in de Vergadering waarin de Vereeniging
is opgericht den 24 December 1897 en goedgekeurd bij Konink-
lijk Besluit van 14 April 3898, n°. 100.
Het Comité van Oprichting als voorloopig Algemeen
Bestuur der Vereeniging:
Mr. J. G. S. Bevers.
Dr. H. J. D7C Dompierre de Chaufepié.
Mr. J. van Gennep, Voorzitter.
Mr. Ph. W. van Heusde.
Mr. G. M. W. Jeu.inghaus, Penningmeester.
Mr. W. J. Karsten.
Mr. H. H. A. Neus, Secretaris.
Mr. H. A. van Raalte.
Mr. J. SlMON VAN DER A.\\.
Mr. J. M. van Stipriaan Luïscius.
Mr. A. Telders.
Mr. B. M. Vlielander Hein.
-ocr page 11-
VEREENIGING „PRO JUVENTUTE"
TE
\'s a-RA.-vEisrii.A.a-E.
REGLEMENT
VOOR DE
I AFDEELING (Algemeene Zaken).
Artikel 1. De Ic Afdeeling houdt jaarlijks ten minste ééne
huishoudelijke vergadering in de maand Februari.
Art. 2. In de Pebruari-vergadering wordt door den lc" Alge-
meenen Secretaris Verslag omtrent den toestand der Vereeniging
uitgebracht.
In dat Verslag worden opgenomen, in hun geheel of bij uittreksel,
de Verslagen over de werkzaamheden der II\'\' en der III" Afdeeling,
welke Verslagen, volgens de Reglementen dier Afdeelingen, door
hare Secretarissen aan den 1\'" Algemeenen Secretaris zijn inge-
zonden.
Het verslag wordt, gedrukt, toegezonden aan alle leden en
donateurs alsmede aan alle autoriteiten voor wie het kan geacht
worden van belang te zijn, en wordt voor het publiek verkrijg-
baar gesteld.
Art. 3 In de Februari-vergadering wordt door den Algemeenen
Penningmeester rekening gedaan van zijn beheer over het afge-
loopen dienstjaar, overeenkomstig art. 26 der Statuten.
Art. 4. In de Februari-vergadering heeft plaats de periodieke
verkiezing van de leden der P Afdeeling voor het Algemeen
Bestuur. Vacaturen in den loop van het jaar ontstaan, moeten
in de eerstvolgende huishoudelijke vergadering worden aangevuld.
-ocr page 12-
10
Art. 5. Het Algemeen Bestuur belegt in het jaar, ten minste
ééne vergadering ter bespreking van wetenschappelijke of practische
vraagstukken Deze vergaderingen kunnen ook worden bijgewoond
door niet-leden, door het Algemeen Bestuur daartoe uitgenoodigd.
Art. 6. De vergaderingen worden uitgeschreven, namens het
Algemeen Bestuur, door den Voorzitter bij wijze van aankondiging
in minstens één Haagsch, een Leidsch en een Delftsch nieuws-
blad en, behalve in spoedeischende gevallen, op een termijn van
8 dagen.
De agenda wordt op den besehrijvingsbrief aangekondigd
Onderwerpen niet aldus aangekondigd, kunnen niet in behan-
deling worden genomen indien \'/., der ter vergadering aanwezige
leden, ondeelbare overschotten buiten rekening gelaten, zich
daartegen verzet.
Art. 7. Twintig leden kunnen van den Voorzitter het uitschrijven
van een vergadering verlangen, mits zij het daarop te behandelen
onderwerp tijdig opgeven.
Art. 8. De vergaderingen kunnen door verslaggevers der perio-
dieke pers worden bijgewoond, tenzij de vergadering anders beslist.
Over een voorstel om de tegenwoordigheid van verslaggevers uit
te sluiten, wordt met gesloten deuren beraadslaagd en beslist.
Art. 9. Het Algemeen Bestuur kan een wettig besluit slechts
nemen in een vergadering waarin zes Bestuursleden aanwezig zijn.
Art. 10. De Voorzitter, bij ontstentenis of verhindering de Plaats-
vervangend-Voorzitter, leidt alle vergaderingen, zoowel de Alge-
meene als die van het Bestuur.
Art. 11. De Algemeene Penningmeester verricht de uitgaven:
a.   voor de administratie der Vereeniging, volgens een door het
Algemeen Bestuur vóór den aanvang van het dienstjaar vast-
gestelde begrooting;
b.    welke de Ilr en de IIIe Afdeeling voor hare werkzaamheden
behoeven, naar de voorschriften van art. 27 der Statuten;
-ocr page 13-
11
e. ter uitvoering van besluiten door het Algemeen Bestuur of
door de Algemeene Vergadering genomen.
Art 12. Over schenkingen of legaten aan de Vereeniging ge-
maakt met een bepaalde bestemming, wordt afzonderlijk admi-
nistratie gevoerd.
Hetzelfde geldt ten aanzien van gedeelten van het vermogen
der Vereeniging waaraan bij besluit van de Algemeene Vergade-
ring een bepaalde bestemming wordt gegeven.
Art. 13. De 1" Secretaris, ten deze bijgestaan door den 2*°
Secretaris, houdt in de Algemeene- en de Bestuursvergaderingen
de notulen, voert de correspondentie en beheert het archief.
Hij legt een afzonderlijk «geheim archief» aan van de mede-
deelingen en stukken der IIC en III* Afdeeling, welke, öf inge-
volge de reglementen dier afdeelingen öf ingevolge een besluit
van het Algemeen Bestuur, daarvoor zijn bestemd. Het «geheim
archief» is alleen ter inzage van de leden van het Algemeen
Bestuur en, voor zooveel betreft stukken van de 11° of de III\' Af-
deeling afkomstig, van de leden dier Afdeeling. Het Algemeen
Bestuur kan van die stukken, ook voor mededeeling aan anderen,
alleen gebruik maken voor een doel met de werkzaamheid der
Vereeniging samenhangend, en telkens krachtens een afzonder-
lijk besluit.
-ocr page 14-
VEREENIGING „PRO JUVENTUTE"
TE
\'S GHiA.-VE3Sri3:^-C3-E.
KEGLEMENT
VOOR DE
II AFDEELING (Bijstand in Rechte).
Artikel 1. De IP Afdeeling bestaat uit ten hoogste 40 werkende
leden, advocaten, nader aangeduid in art. 9 der .Statuten Dit
cijfer kan worden overschreden ingevolge een besluit van het
Algemeen Bestuur.
Art 2. De Afdeeling tracht het daarheen te leiden: dat het
verleenen van rechtsbijstand en raad aan de in art 5 der .Statuten
aangeduide personen, alleen aan hare leden worde toevertrouwd;
en dat dit geschiede zoo spoedig mogelijk nadat het gerechtelijk
onderzoek is aangevangen.
Art. 3. De Afdeeling wendt zich zelfstandig tot autoriteiten
en anderen. Zij kan de medewerking van het A.lgemeen Bestuur
of van de I" Afdeeling aanvragen wanneer zij dit noodig acht.
Art. 4. In de gevallen waarin de rechtsbijstand van jeugdige
personen aan haar is toevertrouwd, wijst zij, naar een op te maken
rooster, een van hare leden als raadsman aan. Is door de rech-
terlijke autoriteit een van hare leden als raadsman aangewezen,
of heeft een harer leden zich vrijwillig met den bijstand belast,
dan geldt de vervulling van die opdracht als de vervulling van
een beurt naar den rooster.
-ocr page 15-
1H
Art. 5. Het lid dat als raadsman van een jeugdig persoon
optreedt, wint alle gewenschte inlichtingen in, ook omtrent diens
verleden en levensomstandigheden, naar een in duplo in te vullen
algemeene vragenlijst, daartoe door de Afdeeling opge-
maakt en door het Algemeen Bestuur goedgekeurd.
Art. ü. De Afdeeling vergadert ten minste eenmaal in de
maand.
Art. 7. Ieder raadsman brengt ten aanzien van ieder persoon
voor wien hij optreedt, in do vergadering der Afdeeling ter tafel
zijne lijst van inlichtingen en, tenzij z. i. het belang der zaak
dit vooralsnog verbiedt, eene mededeel ing van wat hij in het
belang van den betrokken persoon gewenscht acht.
Heeft deze voorafgaande mededeeling niet kunnen plaats vinden,
öf wegens het spoedeischende der zaak öf om de reden in het
vorige lid vermeld, dan brengt de raadsman, in de vergadering
volgende op den afloop van zijne bemoeiingen of schriftelijk aan
den Secretaris, verslag uit van het door hem verrichte.
Art. 8. De Afdeeling zendt maandelijks een summier verslag
van hare werkzaamheden aan het Algemeen Bestuur en voegt
daarbij de in duplo ingevulde vragenlijsten betrekkelijk de afge-
dane zaken, voor zooveel niet één daarvan ten behoeve der
III» Afdeeling is of moet worden aangehouden.
Met deze stukken wordt gehandeld overeenkomstig art. 13
2e lid van het Reglement der Ie Afdeeling.
Art. 0. De Voorzitter belegt en leidt de vergaderingen der
Afdeeling.
Art. 10. De Secretaris houdt de notulen, voert de correspon-
dentie en beheert het archief, voor zoover dit niet naar het alge-
meen archief wordt overgebracht.
Art. 11. De Secretaris zendt in de maand Januari een uit-
voerig verslag over de werkzaamheden in het afgeloopen jaar
aan den l"lc" Algemeenen Secretaris. Dit Verslag wordt in een
vergadering der Afdeeling vastgesteld.
-ocr page 16-
14
Art. 12. De Penningmeester beheert de gelden welke overeen-
komstig art. 27 der Statuten, door den Algemeenen Penning-
meester voor de uitgaven der Afdeeling te zijner beschikking
zijn gesteld.
Hij zendt in de maand Januari, overeenkomstig art. 28 der
Statuten, aan den Algemeenen Penningmeester zijne rekening
van ontvangst en uitgaven over het afgeloopen dienstjaar, met
de justificatoire bescheiden, na die rekening in een vergadering
van de Afdeeling te hebben medegedeeld.
Art. 13. De Afdeeling kan een of meer leden van het Alge-
meen Bestuur uitnoodigen hare vergaderingen bij te wonen.
Art. 14. De vergaderingen der Afdeeling zijn niet openbaar.
-ocr page 17-
VEREENIGING „PRO JUVENTUTE"
TE
\'S O-H, A-VEDSTHA-QE.
REGLEMENT
VOOIt DK
111° AFDEELING (Patronaat).
Artikel 1. Het aantal leden van de III" Afdeeling is niet
beperkt.
Art. 2. De Afdeeling kan voor hare werkzaamheid, omschreven
in Art. 6 der Statuten, ten behoeve van de daar aangeduide
jeugdige personen:
a.   toezicht uitoefenen op en steun verleenen aan allen wier
lot zij zich aantrekt, hetzij zij toevertrouwd blijven aan
hunne ouders of voogden, hetzij verwanten of vreemden
de zorg op zich nemen, hetzij zij zelfstandig hun leven
leiden ;
b.   hunne plaatsing bezorgen in bijzondere opvoedingsgestichten,
c.   hunne plaatsing bezorgen in bijzondere gezinnen, tot op-
voeding en leering of tot inwoning.
Art. 3. Voor ieder geval dat blijvende uitgaven vordert of dat
behoort tot de gevallen b en c van art. 2, draagt zij haar plan
met een raming van de kosten voor aan het Algemeen Bestuur,
welks goedkeuring zij op een en ander behoeft.
Art. 4 De Afdeeling kan in bijzondere gevallen de zorg voor
het patronaat overlaten aan andere Vereenigingen, daartoe ge-
schikt en bereid. Overigens wijst zij voor ieder jeugdig persoon
-ocr page 18-
\'
lfi
wiens lot zij zich aantrekt, een patroon aan. Zij kiest de patioons
zooveel mogelijk uit hare leden. Patroons die niet tot hare leden
behooren, heeten correspondenten.
Art. 5. De Afdeeling wendt zich zelfstandig tot autoriteiten
en anderen. Zij kan de medewerking van het Algemeen Bestuur
of van de Ie Afdeeling aanvragen, wanneer zij dit noodig acht.
Art. G. Omtrent personen wier lot zij zich wenscht aan te
trekken en omtrent wie door de II" Afdeeling geen inlichtingen
werden ingewonnen, wint zij zelve zoodanige inlichtingen in
omtrent hun verleden en hunne levensomstandigheden, naar de
algemeene v r a g e n 1 ij s t, bedoeld in art. 5 van het Reglement
der IIe Afdeeling.
Art. 7. Omtrent ieder persoon wiens lot zij zich aantrekt,
houdt de Afdeeling een informatieblad in duplo. Omtrent
de inrichting en het bewaren van de informatiebladen en van
de te harer beschikking gestelde vragenlijsten der II" Afdeeling
geeft het Algemeen Bestuur voorschriften.
Art. 8. De patroons, leden en correspondeerende leden, houden
zich, zooveel mogelijk door persoonlijk bezoek, op de hoogte van
den toestand betreffende iederen hun toevertrouwden pupil en
dienen iedere 3 maanden een summier verslag in, de leden
mondeling in de vergadering der Afdeeling of schriftelijk, de
correspondenten schriftelijk of, indien zij eene Afdeelingsvergade-
ring bijwonen, mondeling.
Art. 9. De Afdeeling zendt aan het Algemeen Bestuur:
a.   maandelijks een summier yjrslag van hare werkzaamheden ;
b.   een exemplaar van elk informatieblad zoodra dit is aan-
gelegd;
c.   uit de verslagen der patroons de mededeelingen die noodig
zijn om het exemplaar van het informatieblad dat bij het
Algemeen Bestuur berust, bij te houden;
d.   alle inlichtingen omtrent hare werkzaamheid die mochten
worden verlangd.
Met de stukken genoemd onder a, b en c wordt gehandeld
overeenkomstig art. 13 2e lid van het Reglement der 1° Afdeeling.
-ocr page 19-
17
Art. 10. De Voorzitter belegt en leidt de vergaderingen der
Afdeeling.
Aht. 11. De Secretaris houdt de notulen, voert de correspon-
dentie en beheert het archief, voor zoover dit niet naar het
algemeen archief wordt overgebracht.
De vragenlijsten, de informatiebladen en de verslagen der
patroons worden voor ieder persoon afzonderlijk bewaard; ook
zoolang of voor zoover zij in het archief der Afdeeling berusten,
vormen zij een «geheim archief» en is het voorschrift van art. 13
2« lid van het Reglement der I\' Afdeeling daarop toepasselijk.
Art. 12. De Secretaris zendt in de maand Januari een uit-
voerig verslag over de werkzaamheden in het afgeloopen jaar
aan den l""" Algemeenen Secretaris. Dit verslag wordt in eene
vergadering der Afdeeling vastgesteld.
Art. 13. De Penningmeester beheert de gelden welke, over-
eenkomstig art. 27 der Statuten, door den Algemeenen Penning-
meester voor de uitgaven der Afdeeling te zijner beschikking
zijn gesteld.
Hij zendt in de maand Januari, overeenkomstig art 28 dei-
Statuten, aan den Algemeenen Penningmeester zijne rekening
van ontvangst en uitgaven over het afgeloopen dienstjaar met
de justificatoire bescheiden, na die rekening in een vergadering
van de Afdeeling te hebben medegedeeld.
Art. 14. De Afdeeling kan een of meer leden van het Alge-
meen Bestuur uitnoodigen hare vergaderingen bij te wonen.
Art. 15. De vergaderingen der Afdeeling zijn niet openbaar.
De Afdeeling kan hare correspondenten tot bijwoning van hare
vergadering uitnoodigen.
Deze reglementen aldus vastgesteld in de vergadering, waarin
de Vereeniging is opgericht, dd. 24 December 1897.
Het Comité voornoemd.