-ocr page 1-
dh. /fy T,M
VERSLAG betreffende hel IXde internationale congres voor
hygiëne en demographie te Madrid van
10 tot 17 April 1898.
Bij Koninklijk besluit van 24 Januari 1898 werden benoemd
tot vertegenwoordigers der Nederlandsche Regeeriug bij .dut
congres : mr. VV. A. baron van Verschuer , te \'s Gravenhage ,
voorzitter van de centrale commissie voor de statistiek; dr. G-.
van Overbeek de Meijer , te Utrecht, hoogleeraar in de gezond-
heidsleer aan de li\'ijks Universiteit aldaar; J. F. W Conrad te
\'s Gravenhage, voorzitter van het Koninklijk Instituut van
Ingenieurs ; en dr. VV. P. Ruysch te \'s Gravenhage , adviseur
voor de Medische en Veterinaire Politie bij het Departement
van Binnenlandsche Zaken.
Uwe Excellentie bepaalde by resolutie dd 28 Januari 1898 ,
n°. 159, afdeeliug M. P., dat de bovengenoemde vertegenwoor-
digers der Regeeriug, na afloop van het congres een gemeen-
scliappelijk rapport of wel elk afzonderlijke rapporten daarover
zouden hebben in te leveren.
Bö Koninklijk besluit dd. 11 Maart 1898, n". 35, werden
nog benoemd tot vertegenwoordigers der Regeering: mr. A.
Kerdijk en dr. O. A. Verrijn Stuart, te \'s Gravenhage, respee-
tievelijk ondervoorzitter en secretaris van de centrale commissie
voor de statistiek.
De ondergeteekenden hebben de eer Uwe Excellentie hierbij
hun rapport aan te bieden.
De voorgaande internationale congressen voor hygiëne en
demographie waren gehouden : het 1ste te Brussel in 187G , het
2de te Parijs in 1878, het 3de te Turijn in 1880, het 4de te
Genève in 1882, het 5de te \'s Gravenhage in 1884, het 6de te
Weenen in 18S7, het 7de te Parijs in 1889 en het 8ste te
Buda-Pest in 1894.
Het hierbesprokene 9de congres stond onder de hooge be-
scherming van Z. M. den Koning van Spanje , Alphonse XIII,
en van H. M. de Koningin-Regentes van dat Koninkrijk.
Het voorloopige bestuur, dat zich met de voorbereiding van
het 9de congres belast had , bestond uit Zijne Excellentie den
Minister van Binnenlandsche Zaken, I). Trinitario Ruiz Cap-
depón, voorzitter; prof. dr. Julian Calléja, technisch voor-
zitter; den onder-secretaris van het Ministerie van Binnenland*
-ocr page 2-
2
sche Zaken, vice-voorzitter: prof. dr. Amalio Gimeno Cabanas,
algemeene secretaris; D. Pablo liuèz de Velasco, penning-
meester ; D. José Alvarez Marino , vice-penningmeester, en voorts
uit 4 voorzitters, 4 vice-voorzitters en 16 secretarissen van de
onderscheidene afdeelingen van het congres. Deze afdeelingen
waren 4 in getal:
1ste afdeeling, belast met de voorbereiding van het weten-
schappelyke gedeelte: prof dr. Julian Calleja, voorzitter en
prof. dr. Marques del Busto, vice-voorzitter, bijgestaan door
4 secretarissen onder den algemeenen secretaris prof. dr. Amalio
Gimeno Cabanas;
2de afdeeling, belast niet de voorbereiding der tentoonstelling :
D. Frederico Cobo de Guzman , ingenieur, directeur van het
Geographisch en Statistisch Instituut, voorzitter; D. Modesto
Martinez Gutiérrez Pacheco, oud-inspecteur van den genees-
kundigen dienst van het leger, vice-voorzitter, bn\'gestaan door
vier secretarissen ;
3de afdeeling, belast met de huishoudelijke regeling: D. Au-
tonio Maria Fabeé, voorzitter van den Raad van State , voor-
zitter; prof. dr. Santiago Ramón y Gajal, hoogJeeraar in de
wis- en natuurkunde, vice-voorzitter, bijgestaan door vier secre-
tarissen , en boven reeds genoemden algemeenen penningmeester
en vice-penningineester;
4de afdeeling, belast met de ontvangst der congresleden : prof.
dr. José Calvo y Martin , "voorzitter ; D. Angel Fernandez Garo,
adjunct-inspecteur van den geneeskundigen dienst der zeemacht,
bijgestaan door vier secretarissen.
Na onze aankomst te Madrid hebben wij onverwijld onze op-
wachting gemaakt bij Zijne Excellentie mr. vau Weede, buiten-
gewoon gezant en gevolmachtigd Minister van 11. M. de Koningin
der Nederlanden bij Z. M. den Koning van Spanje.
Z\\jne Excellentie heeft met zijne gemalin, ons en onze dames
niet alleen hoogst vriendelijk ontvangen, maar ons ook met
beleefdheden overladen, en zoowel ons verblijf te Madrid , als
dat der overige Nederlandsche leden van het congres, in hooge
mate veraangenaamd. Ten zijnen huize hadden wjj ook het ge-
noegen den heer J. M. van Hulsteyn, consul der Nederlanden
te Madrid, meermalen te ontmoeten.
Op Zaterdag den 9den April jl. des avonds waren wij met
een groot aantal leden van het congres vereenigd in een fraai
versierde zaal van het Conservatorio de Musica y Declamación,
en werden wg harteln\'k welkom geheeten door Z\\jne Excellentie
den Minister van rhnnenlandsche Zaken D. Trinitario lluiz
Capdepón. Met de afgevaardigden van andere regeeringen werden
wij door den algemeenen secretaris van het congres , prof. dr. Gi-
meno, voorgesteld aan den Minister voornoemd , aan den Gouver-
neur der provincie Madrid , D. Alberto Aguilera y Velasco , aan
-ocr page 3-
3
den Alcade van Madrid , Sr. Couda de Romanores , en een groot
aantal andere Spaansche gezag-hebbenden. Een uitstekend orkest
onder de leiding van den maestro Gimenez luisterde deze schifc-
terende ontvangst op, en rgk voorziene buffetten ontbraken
evenmin.
Op den volgenden dag des namiddags te l1/» ure in de groote
zaal van het Paleis der Bibliotheek en der nationale musea werd
het congres feestelijk geopend in naam van Hare Majesteit de
Koningin-Regentes door den Minister van Binnenlandsche Zaken
en sprak de technische voorzitter van het congres, prof. dr. Julian
Calleja oene feestrede uit, die de hooge beteekenis van dit
congres en het gewicht van de te verhandelen vraagstukken in
het helderste licht stelde; deze rede werd in de Ispaansche en
Pransche taal gedrukt aan de aanwezigen rondgedeeld.
Uit het verslag van den algemeenen secretaris prof. dr. Amalio
Gimeno bleek , dat een groot aantal buitenlandsche regeeringen ,
universiteiten en geleerde genootschappen bij het congres ver-
tegenwoordigd waren: het Duitsche Rijk en enkele zijner deelcn
te zaruen door 21 , Oostenryk-Hongarije door 13, België door
6, Brazilië en Chili elk door 1 , China door 3, Columbia d^or
I,  Ecuador door 3, de Vereenigde Staten van Noord-Amerika
door 3, Frankrijk door 49, Guatemala door 1, Nederland door
II,   Groot-Britannië door 33. Italië door 4, Japan door 7,
Mexico door G, Noorwegen door 3, Portugal en Rumenië elk
door 1, Rusland door 2 , Zweden door 1, Zwitserland en Turkije
elk door 3, Uraguay door 4, te zamen derhalve door 184 af-
gevaardigden; terwijl Spanje zelf 180 afgevaardigden uit zijne
steden naar het congres gezonden had , onder welke 2 dames,
namelijk Dona Maria Carbonell y Sanchez van de gemeente-
scholen te Valencia en Dona Carinen Cervera y Torres van de
normaalschool voor onderwijzeressen te Valencia. Onder de ver-
tegenwoordigers uit Nederland merkten wij o. a. op den kolonel
G. E. V. L. van Zuijlen, (Maatschappij van Bouwkunst), prof.
dr. Ch. H. H. Spronek (Utreehtsche universiteit), dr. H. J. van
\'t Hoff (stad liotterdam), A. O. M. van Etten (het veiligheids-
museum der stad Amsterdam) en M. Hijmans van Wadenoyen
(het Nederl. congres voor openbare gezondheidsregeling).
De voorloopige ledenlijst vermeldde de namen van ingeschre-
venen , namelijk uit Duitschland 48, Oostenrijk 35, België 13,
Brazilië 3, Colombia 1, Chili 1, China 3, Denenarken 3,
Ecuador 3, Vereenigde Staten van Noord-Amerika 5, Finland
1, Frankrijk 110, Guatemala 2, Nederland 18, Hongarije 10,
Groot-Britannië 50 , Italië 14 , Japan 10 , Mexico 9 , Monaco
1, Noorwegen 5, Portugal 1, Rumenië 4, Rusland 10, Zweden
1, Zwitserland 9, Turkije G, Uraguay 4 en uit Spanje zelf 930,
te zamen 1310 leden , onder welke mevrouw Lydia Rabinowitsh,
hoogleerares in bacteriologie aan de geneeskundige school voor
-ocr page 4-
4
vrouwen te Philadelphia, mejuffrouw Beverley uit Norwich,
Dona Aleixandre (Goncepción), Dona Margarita Bareeló , Doana
Francisca Bisquerra Capo , Doha Catalina Bisquerra Bisquerra ,
Dona Lueiana Monreal en Dona Teresa Sandro.
Bovendien waren vele Spaansche en buiteulandsclie leden van
het congres vergezeld van hunne echtgenooten of dochters, die
als buitengewone leden van het congres werden ingeschreven
en met de grootste gastvrijheid werden ontvangen.
Namens de resp. Regeeringen en congresleden werden warme
woorden van hoogachting en waardeering gesproken door prof.
dr. P. Brouardel (Frankrijk), dr. Versmann, opperburgemeester
van Hamburg, Max Gruber (Oostenrijk), prof. dr. J. Putzeys
(België), Alfred C. Girard (Vereenigde Staten van Noord-Ame-
rika), C. Vallin (Frankrijk), J. F. W. Conrad (Nederland),
prof. dr. Donald Macalister (Engeland), prof. dr. L. Pagliani
(Italië), Louis Faye (Noorwegen), Louis Guillaume (Zwitser-
land) , generaal dr. Mahmoud Pacha (Turkije).
Deze toespraken werden alle warm toegejuicht, maar de
geestdrift bereikte haar toppuut bij eene in Spaansche taal nit-
gesproken vurige rede door Juan José Ramirez de Arellano,
die als afgevaardigde van de Mexicaansche Regeering hulde
bracht aan de Moeder van zijn vaderland.
De rij der sprekers werd gesloten door zeer welsprekende
redevoeringen van den burgemeester van Madrid, graaf de Ro-
manores, den gouverneur van de provincie Madrid Alberto
Aguilera y Velasco, den algemeenen secretaris van het congres
prof. dr. Amalio Gimenó, en den Minister van Binnenlandsche
Zaken D. Trinitario Ruiz Capdepón. Alle sprekers hadden eene
eerbiedige hulde gebracht aan Z. M. den Koning en H. M. de
Koningin-Regentes van Spanje.
De dag werd besloten door eene galavoorstelling van Lanina
baba en van het ballet El fandango de condit in het prachtige
Teatro Espanol.
Op den volgenden dag, Maandag 11 April 1898 , namen de
zittingen der afdeelingen van het congres een aanvang. Deleden
verdeelden zicli in twee groepen: die der gezondheidsleer en
die der demographie. Eiken dag verscheen een „ Diario ", ver-
meldend welke onderwerpen in de sectiè\'n besproken zouden
worden en al hetgeen overigens nog voor de leden van belang
was. De ruime lokalen van het Paleis der Bibliotheek en der
nationale musea konden alle belangstellenden gemakkelijk be-
vatten en waren zeer doelmatig ingericht.
De afdeeling gezondheidsleer telde niet minder dan 10 sectiën,
zoodat het voor de ondergeteekenden niet doenljjk was zich
volledig bekend te maken met al hetgeen daarin verhandeld
werd. Prof. dr. G. van Overbeek de Men\'er werd benoemd tot
een der eerevoorzitters in de 1ste sectie, dr. W. P. Ruysch tot
-ocr page 5-
5
een der eerevoorzitters in de 2de sectie , terwijl de heer J. F«
W. Conrad dezelfde eer genoot in de 4de sectie.
De onderwerpen waren in de sectiën aldus gerangschikt:
1ste sectie. Toegepaste microbiologie.
2de „ Prophylaxis der besmettelijke ziekten.
\'Me „ Geneeskundige climatologie en topographie.
4de „ Stedelijke gezondheidsleer en gezondheidspolitie.
5de „ Gezondheidsleer der voedingsmiddelen.
(ide , Gezondheidsleer der kinderen en scholen.
7de „ Liehaarusocfening en arbeid.
8ste , Militaire- en seheepsgezondheidsleer.
Ode „ Veeartsenijkunde.
10de „ Sanitaire bouw en inrichting van woningen.
Ten einde eenig denkbeeld te geven van de veelzijdigheid ,
het gewicht en den omvang d^r behandelde vraagstukken meenen
de ondergeteekeuden het volgende aangaande enkele sectiën te
moeten vermelden.
In de 1ste sectie (toegepaste microbiologie) heeft prof\', dr.
Ch. H. II. Kpronck (Utrecht) eene voordracht gehouden over de
methoden ter verkrijging van het diphtherisch gif\', over den
gunstigen invloed van verwarming op de werking van het anti-
diphtherisch serum en de ongewenschte gevolgen, die na de
inspuiting van dat serum nu en dan waargenomen zijn ; hij
wisselde daarbij van gedachten met prof. dr. MetschnikofF(Parijs)
en dr. Behring. Later sprak dr. Döhnitz over den tegenstand ,
dien de serum-therapie in Duitschland ondervindt bij het lijden
van menschen aan diphtherie, en wederlegde hij de gronden
van dien tegenstand onder beschrijving van zijne talrijke onder-
zoekingen.
Op voorstel van dr. Vicente Llorente (Madrid), gesteund door
dr. Wladislas .fanowski (Warschau), prof. dr.Chantemesse (Parijs),
prof\', dr. A (\'almette (llijssel), prof\', dr. F. Loeffler (Greif\'swald),
e. a. , sprak de sectie de wenschelijkheid uit, dat eene commissie
belast mocht worden met het vaststellen van een normalen
internationalen typus van het auti-diphtherisch serum , welk
normaal-serum, bereid bijv. in het instituut-Pasteur, of wel in
Duitschland onder toezicht van dr. Behring , dan uit een enkel
instituut aan alle landen geleverd zou worden ; alsmede dat deze
commissie diüngend mocht waarschuwen tegen de aanwending
van scherp bijtende ontsmettingsmiddelen bij de geneeskundige
behandeling van diphtherie, en even dringend mocht aanbevelen
de vroegtijdige inspuiting van het auti-diphtherisch serum , aan-
gezien het nut dezer behandeling rechtstreeks evenredig is aan
de vroegtijdigheid der inspuiting. I\'rof\'. dr. Ferré (Bordeaux)
sprak over de verwantschap der diphtherie bij menschen en
vogels.
Prof. dr. Chantemesse (Parijs) besprak de typhoïde koorts,
-ocr page 6-
G
hare toxine en serunitherapie, later ook nog de plaats der
vorming van de samenklevende stof in kweekvochten, waarin
typliusbacillen aanwezig zijn ; prof. dr. van Ermenghem (Gent)
handelde over de oorzaken van botulismus.
Dr. Antonio Mendoza, hoofd van het Provinciaal Bacterio-
logisch Laboratorin01 te Madrid , deelde de uitkomsten mede
van zijne onderzoekingen van het water der Ebro tijdens de
epidemieën van cholera asiatica. Hy houdt de onderscheidene ,
in dat water door hem aangetroffen en op cholerabacillen ge-
lijkende micro-organismen voor suprophytische vormen van den
commabacil; morphologisch kunnen die bacillensoorten niet van
elkander onderscheiden worden. Dr. Dumbar (Hamburg) ver-
klaarde daarentegen te celooven , dat vele der bedoelde vibri-
onensoorten niet tot de cholerabacillen gerekend mogen worden.
Nocard (directeur van de veeartsenijschool te Alfort) beschreef
eene methode tot het kweeken van de bacterie der besmettelijke
longziekte van het rundvee, de in collodionzakjes na 20 dagen
bij 1600 tot ISOOvoudige vergrooting zichtbaar wordende kleine
stipjes zonder duidelijken vorm , de ziekmakende werking daarvan
by konijnen , doch niet bij cavia eabaya, enz.
Dr. Borel (Parijs) handelde over tetanus cerebralis en beschreef
ecne methode tot het verkrijgen van tetanusgif in verbrijzelde
hersenmassa. Wassermann (eveneens werkzaam aan het instituut-
Pasteur te Parijs) sprak over de gevoeligheid der zenuwcellen
als de bron der vorming van antitoxinon in het lichaam.
Prof. Metschnikoff (Parljsï hield een zeer toegejuichte voor-
dracht over zijne phagocythen-theorie tegenover de alexineu-
theorie van prof. dr. Hans Buchner; over de opslorping en ver-
nietiging van de toxiuen door de phagocythen enz.
Dr. Behring besprak liet tuberculosisgif, de bereiding van
ttiberculine, zyne proefnemingen tot het bereiden van eene
deugdelijke antitoxine , enz., en drong o. a. ook sterk aan op
internationale vaststelling der giftige werking van de bereide
stoffen.
Dr. Le Dantec (Bordeaux) besprak de in warme luchtstreken
voorkomende invretende verzweringen (1\'ulcère phagédéuiquo
des pays chauds , volgens Le Roy de Méricourten Jules Etocbard),
en de gangraena nosocomialie. Dr. H. E. Durham (Cambridge)
beschreef in de Engelsche taal den micrococcus der Maltliezer
koorts.
Dr. Angel Gavino (Spanje) sprak over de pathogenie en altio-
logie van den Mal del Pinto. Dr. Krans over zijne in samen-
werking met dr. Grosz verrichte onderzoekingen betreffende den
Gonococeus.
Prof. dr. Gabritcheidski (Moscou) over de serunitherapie bij
infectieziekten; enz.
Dr. Le Dantec (Bordeaux) hield ook eene zeer belangwek-
-ocr page 7-
7
kende voordracht over de onvatbaarmakende, antitoxische en
therapeutische werking van atropine bij vergiftiging door Arna-
nata miscaria (la fausse oronge).
In de sectie voor microbiologie werden dus hoogst belangrijke
onderwerpen besproken door personen van goeden wetenschap-
pelijken naam, en dat wel steeds in de Fransche, Duitsche of
Engelsche taal, zoodat het verhandelde voor bijna alle hoorders
verstaanbaar was , hetgeen ongelukkig niet van de besprekingen
in de overige sectiën van het congres gezegd kan worden.
Naast de 1ste sectie kan ook nog aan de 2de sectie een inter-
nationaal karakter toegeschreven worden, daar ook in deze
sectie meerdere voordrachten in de Fransche en Duitsche talen
werden gehouden , al was ook het Spaausch hier de heersehende
taal. In deze sectie — aan prophylaxis der besmettelijke ziekten
gewijd — werden o. a. de gezondheidsmaatregelen ter bestrijding
der pokken zeer uitvoerig besproken naar aanleiding van eene
voordracht door dr. Codina Castelar , waarb\\j de noodzakelijk-
heid van herhaalde revaccinatie, alsmede die van onverwijlde
inenting eu hei-inenting der personen in een breeden kring
rondom een middelpunt van besmetting, in helder licht gesteld
werd. Dr. Rodriguez Méndez trok daarbij de grenzen van be-
voegdheid, welke het openbaar gezag in \'t oog behoorde te
houden , en verdedigde o. a. met warmte de stelling , dat het
niet verder mag gaan dan de wetenschap zelve. Dr. José Alaberu
Raspall (>Spanje) beschreef zijne waarnemingen bij het inenten
met animale, met glycerine vermengde lymphc , en verdedigde
de nieening , dat de glycerine in de entstof alle mikro-organismen
doodt, maar de vaccinogene stof niet verzwakt.
Dr. von Kohier, directeur van het „Kaiserlichen Gesundheits-
amt" te Berlijn, gaf verslag van de uitmuntende uitkomsten
in Duitsehland met de vaccinatie tot bestrijding der pokken
verkregen.
tlij stond zoowel de verplichte vaccinatie in het lste jaar voor
als (Ie revaccinatie in het 12de.jaar, en de 2de revaccinatie bij het
indiensUreden. Hij besprak verder de werkzaamheden aan de
vaccinatieparken en de nieuwere methoden van bereiding der
vaccine aldaar, en de uitkomsten eener conferentie van zaakkun-
digen , betreffende de regelen vast te stellen om de gevaren
die uit de vaccinatie zonden kunnen voortkomen , zooveel moge-
ljjk te voorkomen.
Dr. Ruysch (\'s Gravenhage), leidde het beri-beri-vraagstuk in
en gaf een overzicht van de verspreiding der ziekte eu van de
verschillende zienswijzen omtrent hare oorzaken en hare versprei-
ding. Hij stond daarbij in het bijzonder stil bij de verspreiding
der ziekte in Nederlandsch-ludië , en bij de waarnemingen aldaar
gedaan en maatregelen aldaar genomen. Verschillende genees-
heeren dedeu mededeeliugen omtrent het voorkomen der ziekte
-ocr page 8-
8
op Cuba en iu andere koloniën. Aan het slot der beraadslagin-
gen werd de wenschelijkheid uitgesproken , dat de Hegeeringen
vau de verschillende Kijken, waar de ziekte zich openbaart, het
daarheen leiden , dat de noodige onderzoekingen worden inge-
steld , zooals thans reeds in Nederlandsch-Indië geschiedt, opdat
nader Ijlijke omtrent de juiste oerzaken en de verspreiding dezer
ziekte.
Dr. Juan Aziia (Madrid) hield eene demographisehe, derina-
tologische en syphilidographische verhandeling , naar aanleiding
van 22569 eigene waarnemingen. Hij beschreef o. a. ook een geval
van stellige overdraging der lepra, en achtte eene gestrenge
afzondering dezer ongelukkigen in hospitalen of lazaretten gebie-
dend noodzakelijk. Pelagra wordt volgens hem stellig niet ver-
oorzaakt door voeding met maïs; naar zijne meeniug behooren
de raadgevingen ter beteugeling van de verspreiding der ziekte
internationaal vastgesteld te worden.
Dr. Munoz las een opstel over de leefregelen voor teringlijders
en prees vooral het verblijf in frissche zeelucht, onder goede
voeding en overige levensvoorwaarden , gepaard met het inwendig
gebruik van creosoot-ber> idingen , in het bijzonder creosotal.
Iu de 3de sectie — Geneeskundige climatologie en topogra-
phie — waar , evenals in de hierna volgende sectiën , bijna alle
voordrachten in het Spaausch gehouden werden , en voor vele
congressisten onverstaanbaar of althans moeilijk te volgen waren,
beeft dr. Martin Gil, heelkundige en directeur Vim het „ Hospital
noble" te Malaga, de beteekenis van die kuststad als winter-
verblijf zeer in het licht gesteld. Vooral over tuberculosis is echter
zeer uitvoerig gesproken , uit aardrijkskundig en climatologisch
oogpunt, door dr. iiicardo Ballata Tailor (Spanje), uit het oogpunt
der verspreiding iu Europa . door dr Isidro Giol del Valle (Spanje).
Prof\', dr. Axel Holst (Christiania) deelde een en ander mede
betreffende de tuberculosis in Noorwegen. Dr. Tornas Zerolo y
Herrera (Spanje) besprak het klimaat van Orotava In hooge
mate werd de aandacht getrokken door dr. Pablo Lozano y
Ponce de León\'s bewering, dat tuberculosis niet overgeërfd
wordt, eu de kinderen van teringlijders niet de vatbaarsten
zijn ; een aantal Spaansclie geneeskundigen , met name Simonena ,
Codina , Malo, Gurrucharri en Elisagaray , kwamen echter op
tegen deze meening en geloofden aan de overerving.
Dr. Juan Carrió y Grilal (Spanje) prees zeer de baden en het
klimaat van Alicante.
In de 4de sectie (Stedelijke hygiëne) zijn de in vroegere con-
gresseu aan deze afdeeling naar liet scheen onafscheidelijk ver-
bondene lofzangen op het spoelstelsel ditmaal niet vernomen ,
wegens de afwezigheid vau eenige der warmste verdedigers.
Een onzer heeft aldaar een scheikundige , Puerta y Uódenas ,
-ocr page 9-
9
hooren spreken over het nut der plaatsing van centrale filters
in de verzamelbakken van openbare pompen.
In de 5de sectie (Gezondheidsleer der voedingsmiddelen), heeft
prof. L. Pagliani (Turijn) de broodbereiding naar het stelsel
„autipere" beschreven en warm aanbevolen, omdat op die wijze
een uitmuntend brood verkregen wordt, dat zeer voedzaam is
en 40 pet. minder kost dan het gewone bi-ood. Een langdurig
debat is voorts gehouden over bereiding en vervalsching van
wijnen tusschen de Spaansche leden Bordas , Puerta en Martinez
Pacheco.
Dr. H. J. van \'t Hoff behandelde den toestand der water-
filtratie in Nederland en de eonclusiën der beide congressen te
Amsterdam en \'sGravenbage, om daaruit af\'te leiden dat de
opvatting aangaande het vermogen der zandfiltratie van rivier-
water milder was geworden dan voorheen.
Naar aanleiding van eeue gedachtenwisseliiig over ketdrink-
water te Madrid, vooral tusschen de Spaansche leden Gara-
garza , Ubeda en Puerta , heeft deze sectie op voorstel van haren
eerevoorzitter prof. dr. P. Brouardel, eene internationale com-
missie benoemd ter beraming van maatregelen tegen verontrei-
nigiug van water.
In de Cde sectie (Gezondheidsleer der kinderen en scholen) ,
waren meestal betrekkelijk vele leden van het congres vereenigd
en waren herhaaldelijk ook dames aan het woord. Eerevoorzitters
waren in die secti3 dr. Navarre , voorzitter van den gemeente-
raad van Parijs, prof. dr. Henri Hanrot (Reinis), Juan Itamirez
de Arellano (Mexico) , en Bossi (Italië), en de Spaansche voor-
zitter D. Eugenio Cunborain y Espa\'a, stond hun zijn stoel
beurtelings zeer gaarne af.
ür. Navarre gaf den hoofdinhoud weder van een opstel, waarin
dr. Frederico Hubio Gali tegen de overlading van jeugdige her-
senen bij het onderwijs knehtig te velde trok. Eene levendige
gedachtenwisseliiig werd uitgelokt door het onderwerp : .de groote
sterfte onder kinderen en de middelen daartegen", waarbij
mevrouw La Rfgada , hoogleerares in gezondheidsleer aan de Nor-
maalschool, zeer werd toegejuicht. Emanuel Bayr, directeur
eener school te Weenen , las in het Duitsch een opstel voor
over de voorbehoedmiddelen tegen het ontstaan van con-
junctivitis purulenta bij scholieren: voorts over de middelen
tot liet behoud van het normale gezichtsvermogen, over den in-
vloed der sanatoria marititua , over de prophylaxis der kinder-
ziekten. over vacantie-kolonié\'n, enz. Over de ziekten deroogen
bij kinderen spraken eveneens uitvoerig D. Eugenio Cunborain
y Espana. Mevrouw Telia oogstte veel bijval bij hare bespreking
der gezondlieidsvoorwaarden voor het kind gedurende zijn leertijd
in de school; aan het debat nam ook deel Mevrouw Luciana
Monreal, onderwijzeres te Barcelona en de levendige gedachten-
-ocr page 10-
10
wisseling leidde tot het besluit, dat het tegenwoordige stelsel
van onderwijsgeven dringend herziening behoeft, en zoowel
do ouders als de onderwijzers moeten samenwerken ter verkrijging
van verbetering ook uit een hygiënisch oogpunt.
De debatten in deze sectie verkregen een zoo grooten omvang
dat men op één dag zelfs twee zittingen moest houden. Onder
anderen werd besloten , dat een internationale commissie moest
trachten de middelen aan te wijzen , die tot eene vermindering
der hoogst aanzienlijke kindersterfte konden leiden, waarbij ook
de Fransche wet-Roussel tot voorbeeld kon dienen , het geven
van goede hygiënische lessen in de openbare en bijzondere
scholen werd aanbevolen, evenals het uitoefenen van een deskundig
toezicht op den gezondheidstoestand in de gestichten, het instellen
van vacantie-koloniën, het oprichten van sanatoria aan het
strand en op de bergen , enz.
De sanatoria maritima kwamen in deze sectie nog eenmaal
ter sprake naar aanleiding vau een betoog duor Dr. Luis Godoy
y Castro (Cadix), waarbij door hem, de dames Monreal, Carbouell,
La Rigada en Telia, en anderen der aanwezigen met grooten
lof werd gewaagd van de stichting te (Jbipiona.
Ten slotte werden de boven omschreven weuscben der sectie
samengevat door Dr. Manu el de Tolosa Latour (Spanje) in een
zestal conclusiën , waarvan eene, boven niet vermeld, het voorstel
betrof om door middel van populaire strooibriefjes of andere
schrifturen de voorschriften eener strengere asepsis bij barenden,
kraamvrouwen en jonggeborenen algeineener bekend te maken.
In de 7de sectie (lichaamsoeiening en arbeid) trok onze aan-
daclit eene vrij breede gedachtenwisseling over gymnastische
oefeningen, naar aanleiding van eene voordracht door dr. Antonio
Espina y Capo (Spanje). De slotsom was eene af keuring van
verplichte lichaamsoefening.
De 8ste sectie (militaire en scheepsgezondheidsleer) mocht
zich eveneens in groote belangstelling verheugen, zooals trouwens
uit de tijdsomstandigheden in Spanje wel te verwachten was ;
terwijl gezocht werd naar de beste middelen , om menschen en
goederen van den vijand te vernietigen, behoorde ook overwogen
te worden , wat men in warme gewesten en in het eigen land,
in de havens , vestingen , kazernen en arsenalen , zou kunnen
doen om de verschrikkingen van den oorlog, de vreeselijke
epidemieën en andere dreigende rampen zooveel mogelijk af te
wenden van de bevolkingen.
Dr. W. G. Macpherson (Londen), afgevaardigd door den
geneeskundigen dienst van het Engelsche leger, betoogde, dat
wanneer alle regeeringen het groote belang begrepen en waar-
deerden van eene stelselmatige en rationeele toepassing van
de regelen der gezondbeidsleer, zij korpsen burgerlijke ge-
-ocr page 11-
11
neeskundigen zouden moeten vormen met dezelfde rechten en
bevoegdheden als de militaire artsen genieten.
In deze sectie werden min of meer breed besproken de micro-
biologie en de prophylaxis der epidemisch-besmettelijke ziekten,
de eischen van eene gezonde voeding , eene verstandige lichaams-
oefening en een goed geregelden dienst; voorts de burgerlijke
en militaire veeartsenijkundige hygiëne, de sanitaire bouw en
inrichting van kazernen en schepen, en nog een aantal and«-re
onderwerpen van demographischen en statistischen aard. Groote
belangstelling trokken uit den aard der zaak de mededeelingen
betreffende de gezondheids-statistiek van het eiland Cuba, als-
mede een door het Spaansche Departement van Oorlog in de
Fransche taal samengesteld overzicht over de militaire hospitalen
op Cuba, met een aantal platen en diagrammen van de sanitaire
inrichtingen te Havana, de geographische verspreiding van de
gele koorts , moeraskoortsen , dysenterie, typheuze koorts, tuber-
culosis , enz. op dat eiland; vergelijkende ziekte-en sterftestaten ,
en ten slotte fraaie plannen van het „Hospital de Alfonso X11I"
en van het ziekenschip „San Ignaeto de Loyola". Het prachtig
uitgevoerde boek getuigde -in hooge mate van de goede zorgen
der Spaansche Regeering voor den gezondheidstoestand van
leger en vloot.
Dr. Stichow, eerstaanwezend officier van gezondheid van het
regiment fuseliers der Garde te Berlgn, en afgevaardigd door
het Pruisische Ministerie van Oorlog, las een opstel voor over
de breuken der middelvoetsbeeuderen als menigvuldige oorzaak
van den abnormalen groei der voeten. Dr. Iiichard, hoogleeraar
in de gezondheidsleer aan de militaire geneeskundige school
„Val de Grace" te Parijs, en dr. Charles Driewauski, beiden
afgevaardigd door het Fransche Departement van Oorlog, stelden
de uitstekende gevolgen in het licht van het verschaffen van
zuiver drinkwater in de garnizoenen , de kampementen en te
velde, in \'t bijzonder de bestrijding der menigvuldigheid van
febris typhoidea in het leger.
Aan de gedachtenwisseling over het laatstgenoemde onderwerp
namen ook deel dr. C. Alfred Girard en dr. Tryon , beiden af-
gevaardigd door het Departement van Oorlog der Vereonigde
Staten van Noord-Amerika , te Washington. — Dr. Angel Fer-
nandez Caró , de beminnelijke vice-voorzitter van het comité
van ontvangst van het congresbestunr, alsmede dr. Bernard
Cuneo, inspecteur-generaal van den geneeskundigen dienst der
Fransche marine, en nog eenige Spaansche oificieren van gezond-
heid bespraken andere belangrn\'ke onderwerpen. Dr. Frederico
Montaldo (Spanje) prees zeer de zuivering van het drinkwater
aan boord van schepen door de „aërifiltres Mallié", samengesteld
uit een mengsel van onverglaasde porceleiuaarde en fn\'ne asbest-
vezelen.
-ocr page 12-
12
Het laatstgenoemde lid van het congres had de afdeeling
„Marine" van de aan het congres verbonden tentoonstelling
ingericht. Vele officieren van gezondheid van zeer hoogen rang,
alsook burgerartsen van zeer verschillenden landaard namen
aan deze beraadslagingen deel, met name Spanjaarden,
Japanners, Duitschers, Belgen, Franschen , Oostenrijkers,
Hongaren, Italianen, Mexicanen, Noren, Rumenen, Zwitsers,
uit Nederland ook de oud-kolonel der genie van het Indische
leger E, van Znijlen.
In de 10e sectie (sanitaire inrichting van woningen) werd
door Dr. E. Vallen eene voordracht gehouden over: la desal-
pétrisation des murailles", die tot geene beduidende discussie
aanleiding gaf, evenmin als de andere vier onderwerpen , die
in de Spaansche taal besproken werden.
Wat betreft het verhandelde in de drie seetiën . aan de
demographie gewijd, is het den eersten ondergeteekende ten
gevolge van langdurige ongesteldheid tot zijn leedwezeu tot
dusver niet mogelijk geweest, zich met de uitwerking vaneen
verslag bezig te honden. Met veel belangstelling nam h\\j
echter kennis van het rapport van Dr. Verrijn Stuart gevoegd
bij Uwer Exc. schrijven van 4 Juli jl. n°, 1104 , afd. M. P., hetwelk
hem zoo volledig voorkomt, dat hij er bezwaarlijk nog iets van
behing zou weten bij te voegen.
In antwoord op de hun bij evengemeld schrijven door Uwe Exc.
gedane vraag hebben de gezamenlijke ondergeteekenden de eer
te kennen te geven , dat bij hen tegen de plaatsing van dit
stuk in de Staatscourant geenerlei bedenking bestaat. Uwe Exc.
gelieve het weder hierbij aan te treffen.
Tijdens de congresweek hebben zoowel de Itegeering als de
overige bewoners van Madrid zich beijverd hurne gasten alle
mogelijke genoegens te verschaffen. De feesten waren schitterend,
maar bovenal moet bier eerbiedige hulde worden gebracht aan
de wijze, waarop Z. M. de koning Alfonso XIII en hare
Catholieke Majesteit de Koningin-Regentes van Spanje alle
leden van het congres met hunne dames in de prachtige \'/alen
ten paleize wel hebben willen ontvangen ; de afgevaardigden
van regeeringen en corporatiën en enkelen hunner dames
genoten daarbij de eer, door den Secretaris-Generaal van het
Congres aan Hare Majesteit, afzonderlijk te worden voorgesteld
en zoowel door Haar als door enkele leden van Haar gevolg
vriendelijk te worden toegesproken.
liet (\\mgres werd gesloten op Zondag 17 April 1898 des
voormiddags te 11 ure in den „Salon del paraninfo de la
Universidat central\'", nadat vele afgevaardigden, ook de onder-
geteekemlen , aan (\'en Decanus der Universiteit waren voor-
gesteld.
De besluiten van de seetiën waren vooraf overwogen door
-ocr page 13-
13
de permanente commissie van organisatie dezer congressen —
van welke commissie ook twee der ondergeteekenden leden zijn —
opdat zon kunnen worden vastgesteld wat al aanstonds aan de
goedkeuring der algemeeno vergadering kon worden onder-
worpen , en wat nader onderzoek en latere behandeling ver-
eischte. üe voorzitter van die commissie , prof. dr. P. Brouardel
(Parijs), verzocht en verkreeg de goedkeuring der aanwezigen
voor de eerstbedoelde groep dezer sectie-besluiten. Zoo b. v.
werd vastgesteld , dat eene internationale commissie zich zou
bezighouden met de overweging der middelen ter verkrijging
van een anti-diphtherisch serum van standvastige sterkte voor
alle landen , en eene andere internationale commissie met de
bevordering van het tot stand komen van wetten ter hescheruiii g
van de gezondheid en het leven van jonge kinderen.
Namens de Regeeringen, die afgevaardigden naar het Congres
gezonden hadden, werd nu warme dank gebracht aehtereen-
volgens door elke groep aan Z. M. den Konintr en Hare
Cathoiieke Majesteit de Koningin-Regentes van Spanje, aan
den Minister van Binnenlandsche Zaken nn de overige leden
van het bestuur van het Congres , voor de hartelijke en schitte-
rende ontvangst aan alle congresleden bereid, inzonderheid
ook aan den Secretaris-Generaal van het Congres, prof. dr.
Amalio Gimeno, die zich op bewonderenswaardige wijze en
met de grootst mogelijke welwillendheid van zijn zeer moeiel ij ke
taak had gekweten. Een onzer (Conrad) sprak namens de Neder-
landsche afgevaardigden en leden. De grootste geestdrift wekten
uit den aard der zaak wederom de toespraken van Fernando
Altnmirano, afgevaardigd door Mexico, en dr. Juan L. Heguiz,
afgevaardigde van Uraguay. De eerstgenoemde groette Spanje
als: „Tierra bendita que gnarda nuestra historia, nuestra flora,
nuestros monumentros, nuestra religión , nuestra idioma , nuestros
sentimientos y la noble sangre que corre en nuestras venos."
Buitengewone toejuiching verwierf ook de toespraak van den
gouverneur der provincie Madrid , Alberto Aguilera y Velasco ,
die vóór vier jaren in Spanje Minister van Binnenlandsche Zaken
was geweest, toen aldaar tot de ontvangst van het congres
binnen hare landpalen besloten was ; hij sprak in de Fransche
taal.
Vóór de sluiting van het congres, in naam van H. M. de Ko-
ningin-Regentes van Spanje, wees ook prof. dr. Calleja. de verdien-
stelijke technische voorzitter van het congres, op den omvang
en de hooge beteekenis van den verrichten arbeid , die voorzeker
niet onvruchtbaar mocht genoemd worden. In naam van Spanje
wenschte hij een volkomen slagen toe aan het volgende tiende
internationale congres voor hygiëne en demographie , dat in het
jaar 1900 te l\'arijs zal gehouden worden en waarbij de banden
-ocr page 14-
14
van broederlijke gezindheid, die te Madrid zoovelen vereenigd
hebben , nog vaster zullen worden gestrengeld.
De hygiëne-tentoonstelling , welke als bij vorige congressen
ook dat te Madrid gehouden vergezelde, mag goed geslaagd
genoemd worden.
Daaraan namen 297 inzenders deel, onder weikeu 218 uit
Spauje. De watervoorziening en de voedingshygiëne namen een
groot deel der tentoonstelling in , terwijl wat Spanje betreft
vooral ook de exposities van de ministeries van oorlog en marine
een belangrijk- overzicht gaven van de hulpmiddelen van den
militairen geneeskundigen dienst. Onder de expositiën de water-
leidingen betreffende, troffen wij o. a. de inzending aan van
Rotterdam . bestaande in eene door dr. van H Hoff vervaardigde
overzichtskaart der verschillende waterleidingen eu eeu platte
grond van het waterwerk , zooals dat binnen kort te Rotterdam
voltooid zal zijn , welke inzendingen door hem nader werden
toegelicht.
De stad Madrid had mede tal van teekeningen en grafische
voorstellingen hare waterleidingen betreffende geëxposeerd. De
Lozaya en het kanaal van Isabella II verschaffen per dag en per
hoofd 2<>0 liter water van goede hoedanigheid, maar de leiding
schijnt te wenschen over te laten, en verschillende andere
Spaansche steden o. a. Bilbao volgden dat voorbeeld.
Belangrijk en leerzaam was ook de expositie van Hamburg,
dat aan de laatste cholera-epidemie zooveel voedsel gaf door
hare toenmaals onvoldoende watervoorziening. Ook in anderhy-
giënisch opzicht, o. a. voor tien vuilnisafvoer en het verbranden
vau het afval was deze inzending belangrijk. Daarnevens
waren ook de inzendingen der stad Parijs belangrijk , vooral wat
de watervoorziening betreft, zoomede de tentoonstelling der
hulpmiddelen ter desinfectie van de woningen en tot verze-
keriug van een voortdurend en waakzaam sanitair toezicht op
de huizen , scholen , enz. iu tijden van epidemieën.
Belangrijk waren , nevens de inzendingen van het Ministerie
van Oorlog . vooral ook die op het gebied van het floode Kruis.
Talrijk waren de collectiën instrumenten, verbanden eu trans-
portmiddelen vau zieken en gewonden, waarouder een belang-
rijke van de » Assemblea Espagnola ".
Met voldoening mogen wij constateeren, dit hiernevens de
inzending van het bestuur van het museum van voorwerpen ter
voorkoming vau ongelukken en ziekten in fabrieken en wcrk-
plaatsen te Amsterdam, een zeer goed figuur maakte en alge-
meen zeer werd gewaardeerd. De heer van Etten, die deze
tentoonstelling had geregeld , mag de voldoening smaken daar-
door aangetoond te hebben , dat het zelfs op eenvoudige w\\jze
-ocr page 15-
15
en met geringe hulpmiddelen mogelijk is, den werkman tegen
ongelukken en ziekten-in z\\jn bedrijf te vrijwaren.
De inzending bestond uit eene smaakvolle vitrine met pho-
tografieën van de in het museum aanwezige voorwerpen, be-
nevens twee tafels met modellen van veiligheids-inrichtingen ;
o. a. eene beveiliging voor cirkelzaag met spannmg , een wol-
machine met zelfwerkende afsluiting van den trommel bij het
invoeren van de wol, een slijpmachine voor koordcylinders met
stofafzuiging, een peilglasbescliutting met draadgaas, veilig-
heidsinessen , respirators, veiligheidsbrillen , enz.
Ook waren zeer leerzaam de verschillende plattegronden van
nieuwgebouwde ziekeuhuizen , kazernen, scholen en gestichten
in Spanje, Frankrijk, Engeland, Duitschland , enz., en ver-
schillende hulpmiddelen ten dienste der herkenning van ver-
valsching van levensmiddelen. Uit Nederland waren een zestal
inzendingen aangeboden. De tentoonstelling was in het parterre
der academie en trok voortdurend vele toeschouwers. Als middel
om de hygiëne te populariseeren verdienen dergolh\'ke expositiëu
zeer de algemeene aandacht en waardeering.
Alvorens te eindigen nieenen de ondergeteekenden zich nog
enkele opmerkingen te moeten veroorloven betreffende de plaats
en de inrichting van het IXde congres.
Volmondig erkennende , dat de reis van zoovele bnitenland-
sche leden naar Madrid voor hen een land ontsloten heeft, dat zij
slechts oppervlakkig kenden en toch in zoo menig opzicht hoogst
iuei-kwaardig hebben gevonden, meenen de ondergeteekenden
toch te moeten vragen , of het wel aanbeveling verdient zoo-
vele personen uit schier alle Staten van Europa, uit Azië en
Amerika tot eene wetenschappelijke gedachtenwisseling te doen
samenkomen in landen , wier eigen taal buiten de landgrenzen
slechts zelden gesproken wordt. Groot is misschien het getal
der vreemdelingen die de geschreven Spaansche taal wel onge-
veer kunnen verstaan, maar stellig zeer klein onder hen het
getal dergenen , die in staat zijn in het Spaansch een debat te
voeren, of den zin van het vlug gesprokene dadelijk te begrijpen.
Voor de meeste buitenlandsche leden van het congres is daarom
zeker zeer veel van hoogst belangrijke mededeelingen en ver-
handelingen verloren gegaan , want in de meeste sectiën werd
zeer veel Spaansch gesproken , on bleken de leden van het resp.
bestuur niet bn\' machte als vlugge tolken te dienen.
De tweede opmerking geldt het getal der sectiën en de groote
menigvuldigheid der onderwerpen van het officieele programma
van het congres. Beperking is hier dringend noodig. De weten-
schappelyke beteekenis dezer congressen zal daardoor ongetwij-
feld aanzienlijk stn\'gen.
De ondergeteekenden hebben ten slotte de eer Uwe Excellentie
-ocr page 16-
16
hunnen dank te betuigen voor de onderscheiding hun bewezen ,
en voor het vertrouwen in hen gesteld..
W. A. van Veeschdek.
V. O. de Meijer.
J. F. W. Conrad.
Dr. Ruyscii.
ot jq^y