-ocr page 1-
i-m, <k
; . ... t ï-fe ■ ■■-;•■
Bouwstoffen voor eene Geschiedenis van het
Nederlandsche Geld- en Muntwezen.
Eene muntber e kening van 1500.
In een geschil over het collatierecht der kerken
van Oud- en Nieuw-Vlissingen, waarop zoowel de
abt van Middelburg als Philips van Bourgondië,
heer van Beveren, Veere en Vlissingen, aanspraak
maakten, kwam door tusschenspreken van ANNA VAN
BOURGONDII;, vrouwe van Ravestein, eene overeen-
komst tot stand, waarbij de heer van Beveren op
zekere nader te vermelden voorwaarden van zijne
aanspraken afzag. Wanneer die overeenkomst gesloten
is, blijkt uit de te mijner beschikking staande stuk-
ken niet. Intusschen is de tijd, wanneer ongeveer
de schikking tot stand kwam, wel na te gaan. In
1488 lijfde paus INNOCENTIUS VIII de kerken van
Oud- en Nieuw-Vlissingen bij de mensa abbatialis
der Middelburgsche abdij in; hiertegen kwam het
kapittel van Zandenburg, te wiens behoeve de heer
van Veere en Vlissingen afstand van zijn patronaat-
recht had gedaan, op. In 1489 schijnt echter eene
schikking met het kapittel getroffen te zijn, de beide
door het kapittel benoemde cureiten deden in Juli en
Augustus van dat jaar ten behoeve der abdij afstand
van hunne aanspraken, en 16 September 1490 be-
-ocr page 2-
2
vestigde de paus toen nogmaals de incorporatie dier
kerken in de goederen der abdij. Dus in 1489 of
1490 zal ook Philips van Bourgondil met den
abt het bovenvermelde accoord hebben aangegaan
Daarbij bedong de heer van Beveren voor den af-
stand zijner aanspraken een jaargeld van „hondert
Rinsche ghulden, viertich groete Vlaems voir eenen
yeghelyken ghulden gherekent," ten behoeve van zijn
natuurlijken broeder CLAES VAN BOURGONDII:. Nadat
PniLirs in 1498 overleden was, sloot zijne weduwe
Anna van BORSELEN eene nadere overeenkomst
met den abt, waarbij het jaargeld vervangen werd
door eene som in eens, groot „sevenhondert Rinsche
ghulden ghemeynder munten, viertich groete Vlaems
als boven voir eenen yeghelyken gulden gherekent"
(1 Juni 1500). Deze som zou in twee termijnen be-
taald worden. Voor den eersten termijn geeft Claes
van Bourgondië nu in de volgende bewoordingen
quitantie (geschreven op de rugzijde van het charter
van 1 Juni 1 500):
Ego Nicoi.aus DE Burcondia, prepositus ecclesie
Sancti 1\'etri Traiectensis, fateor me recipisse de ex
(sic) manibus JACOBI DE CAPELLA, negociorum utilium
gestoris reverendi in Christo patris et domini PETRI DK
CAPELLA, pennissione divina abbatis monasterii beate
Marie Middelburgensis ordinis Premonstratensis Tra-
icctensis diocesis, ex parte et nomine ciusdem rcve-
rendi patris in promptis et numeratis pecuniis ducentos
et nonginta quinque florenos aureos monete illustris-
ini domini archiducis Austrie, Burgondie etc, quo-
-ocr page 3-
3
libet florenorum aureorum pro vingiti (sic) quinque
stuferis communibus computatis (sic) ; eciamque vin-
ginti (sic) duos florenos Renenses aureos, quolibet flore-
norum Renensium aureorum huiusmodi pro viginti octo
stuferis communibus computatis (sic); necnon in rao-
neta argentea novem stuferos communes ; sicque dena-
rios prescriptos in universo summam quadringentorum
florenorum Renensium communium, quadraginta gros-
sis monete Flandrie pro quolibet tali floreno compu-
tatis, constituentes et facientes. In quibus quadringentis
florenis Renensibus prefatus reverendus pater abbas
retronominatus ex causa et pro primo termino, festi
sancti Laurentii retrotactis (sic) cesso, michi obligatus
fuit ; eciamque de quibus quadringentis florenis Renen-
sibus et primo termino retrotactis predictum reveren-
dum patrem suumque monasteiium et omnes alios,
sua in ea parte interesse qucmlibet pretendentes,
quito ipsosque quitos ac liberos esse volo et proclamo
per presentes. In quorum fidem et testimonium pre-
missorum presentem quitantiam manu mea propria
subsignavi, me mea propria manu ac nomine et cog-
nomine subscribendo, sub anno a nativitate Domini
XVc mensis Augusti die decima tercia.
(get.) N. de Burgumdia (sic).
Gelijk men ziet is de rekening aldus :
295 goudguldens van Philips den Schoone a 25 stuivers
= 7375 stuivers
22 gouden Rijnsguldens a 28 stuivers = 616 stuivers.
9 stuivers                                          = 9 stuivers.
totaal 8000 stuivers.
-ocr page 4-
4
Deze 8000 stuivers zijn gelijk aan 400 gouden
Rijnsguldens van 40 grooten het stuk. De gouden
Rijnsguldens, waarin oorspronkelijk de betaling be-
dongen was, waren dus slechts 20 stuivers groot,
terwijl die gouden Rijnsguldens, waarin de betaling
voor een gedeelte plaats vond, op 28 stuivers het
stuk berekend werden Dit blijkt nog nader uit de
quitantie van de betaling van den tweeden termijn,
dd. 31 December 1500: het bedrag wordt in Rijns-
guldens van 20 stuivers, gelijk er bedongen waren,
aldus uitgedrukt: . sommam (sic) tricentorum floreno-
rum Renensium, viginti stuferis pro quolibet taü flo-
reno computatis". Tusschen beide soorten van Rijns-
guldens lag de goudgulden van Philips den Schoone,
die 25 stuivers waard was.
Het gevondene resultaat wordt nu nog versterkt
door eene andere berekening voorkomende in een
charter dd 1509 Maart 15, waarin aan den abt van
Middelburg en den deken der St.-Pieterskerk aldaar
quitantie wordt gegeven van eene inzameling ten
voordeele van den oorlog der Duitsche ridders tegen
de heidensche Ruthenen in Lijfland. De ontvangene
gelden worden daarin aldus gespecificeerd: „tria milia
centum et quinquaginta quatuor florenos Renenses
aureos, simul constituentes septingentas triginta quin-
que libras decem et octo solidos et octo grossos
monete Flandrie; adhuc quadringentos quadraginta
cum dimidio florenos novos Philippi, constituentes
simul nonaginta unam libras quindecim solidos et
quinque grossos monete Flandrie ; adhuc viginti sep-
tem Postulatenses florenos, constituentes duas libras
-ocr page 5-
5
et quatuorclecim solidos monete Flandrie ; et finaliter
sive adhuc duodecim grossos cum dimidio consimilis
monete Flandrie ; et hoc est simul et conjunctim sive
in universum et in toto constituentes o tingentas et
triginta libras novem soüdos unum gros-um Flandrie
cum diiiiidio."
De berekening luidt derhalve aldus :
3154 gouden Rijnsguldens =
735 £ 18 schellingen 8 grooten VI.
440e nieuwe Philippusguldens =
91 £ 15 schellingen 5 grooten VI
27 Postulaatguldens =
2 £ 14 schellingen.
I2j grooten Vlaamsch ■=.
                \\2\\ grooten VI.
Totaal 830 £ 9 schellingen 1 \\ grooten VI.
Derhalve is de gouden Rijnsgulden berekend op
56 grooten, de Philippusgulden op 50 grooten, de
Postulaatgulden op 24 grooten; of, daar 2 grooten
= 1 stuiver zijn, is de gouden Rijnsgulden gelijk-
gesteld aan 28 stuivers, de Philippusgulden aan 25
stuivers en de Postulaatgulden aan 12 stuivers.
Middelburg, Maart 1899.                    R. FRUIN.
Collecte-lijst van Brielle A". 1655.
Op den 5°" September 1655 had te Brielle een
collecte plaats voor de Waldenzen. Den 4"" Sept.
was in de Magistraat besloten, „dat op morgen middag
tusschen beide de predicatien" langs de huizen een
-ocr page 6-
6
inzameling gehouden zou worden voor die urine
verdrevenen uit „de Valeien van Piemont". Den
7\'" September werd bekend gemaakt wat er ingeza-
meld was, bij welke opgave de waarde van de ver-
schillende muntstukken in ponden werd herleid. Hier
volge deze opgave, waarbij in het oog dient gehou-
den te worden, dat het „paeyment" er af moest.
Overigens blijft de samentelling voor rekening van
dien tijd.
                                                  \'
2       rosenobels a 11 pond o st. o penn 22 p. o st. o p.
il.\'j Carolusgulden a 12—o—o . • 18— o — o
71-2 Ducaton a 15—o—o .... 112— 10 — o
9 Pistolletten a 9—0-0 . . . . 81—0—0
3       Fransche kroonen a 4—10—o . 13 — 10 — o
1/4 Jacobus.........3—5 — °
34 Ducaten a 5 pond. . .         . .170— o — o
30 Florijnen a 28 st......42 — o — o
69 Ducatons a 3 — 3-0 .... 217        7—0
8534 Rycxdaeld. a 2—10—0 . . .214—7 — 8
Aen schellingen........t 20 — O—O
2 Holl. daeld. a 2—0—o .... 4— o — o
Aen dubbele stuvers......40— O — O
Voor paeyment........ 1 — 8 — o
Samen 1059 — 12 — 8
Brielle.
                                                  Jon. H. BEEN.
De Ordonnantie des Coninghs op het Generael
reglement van Sijne Miintc. f Antwerpen
1652,
klein 4". geeft ons afbeeldingen van de meeste dezer
munten.
                                                       (Redaktie).
-ocr page 7-
7
Naschrift of Muntwaarde te Hattem 1460—87.
(Zie blz 68;.
De lijst van 52 verschillende munten, die in de
Hattemsche rekeningen voorkomen als gangbaar in
de tweede helft der 15\'\' eeuw, kan m. i. wel wat
bekort worden. Aldus:
Aernhemsche Gulden en Gold Aernemsgulden zijn
dezelfde munten.
Desgelijks:
Arnoldusgulden en Gold Arnoldgulden.
Davidsgulden en Davids-Rijngulden.
Philipschilde, Golden Klinckart en Klinckairt.
Golden Postelaatgulden, Postelatusgulden en Ru-
dolphus Postelatusgulden.
Golden Rijnschgulden, Rinsgulden en Rijnsgulden
corrent (= courant).
Mijnsheren-Rijdergulden, Nije Rijdersgulden en
Perdekensgulden.
Vleemsch en Vleensch (=Vleemsch) Groit. Vlems-
die is eene verkeerde lezing voor Vlemsche.
Enkele witte Stuver, Stuver en witte Stuver.
Verder zijn Herenpont en Statpont geen munten,
maar rekenmunten.
Daarmede wordt het aantal werkelijke munten
tot 36 gereduceerd.
De „Klymmer" is waarschijnlijk het muntje, afge-
beeld bij Van der Chijs, Gelderland, pi. XIV Nü. 8.
J. E. TER Gouw.