-ocr page 1-
th.f9ff.ir.il
r/ó^2
mm
TRANSVAAL.
EENE SCHETS VAN ZÜID-AFRIKA
IN T BIJZONDER VAN DE
DOOR
J. J. TEN HAVE,
Leeraar in de Aardrijkskunde.
MET KAARTEN EN PLATEN.
\'s-GRAVENHAGE — JOH. YKEMA — 1899.
TWEEDE DRUK.
PRIJS 40 CENT.
\\
-ocr page 2-
-ocr page 3-
TRANSYAAL.
EENE SCHETS VAN ZUID-AFRIKA
\'                                               i
IN *T BIJZONDER VAN DE
Zuid-Afrikaansche Republiek en Je Oranje-Vrijstaat,
DOOR
J. J. TEN HAVE,
Leeraar in de Aardrijkskunde.
MET KAARTEN EN PLATEN
TWEEDE DRUK.
VGKAVENHAGE - JOH. YKEMA — 1899.
-ocr page 4-
Zl lli-llol.l.Wlisc Mi; IIOKK- EN HANDELSDRUKKERIJ.
-ocr page 5-
TRANSVAAL en ORANJE-VRIJSTAAT.
R H
O
Schaal.
f: U-oooooo.
,1*7* vil""\'"" M*Ian«£r\\
trivnitttfen.
,, AAirtao
• Z w^LU.
SHOSHONG
$S\\. SelHa
(nieuwe
•\'Vkrnal) ^?\'iMjiucl\\>di.
_ .-\'^-        2 \'Uw3
Uetaba
&
WUkUf f
JfttAbW\' UoiUboMdoV.<^,
Arnhem         f.
\'•efaba
•\' KotttixttLni*
ft;
ol\'\\\\\\
/
ft?\'
x_
\'-\' «../
Upe
/
o
rfluj;
aiiijfcopN
MiastricAt \\
\\.-.J
7i;/H\\V*-
•Aorctdiöp
Taafbtvc/t J
•fotttein qf
JN pW\'
Het ren \\ ril
tfiU\'^u
.%«<
^«&
g&2
/kttuifii\'
1/ • :v i*s.
WEERUSTo/
Bet/i,
USTENBUR6c
LORENCO MARQUEZ
^ baal >-
JieratnddSiïïl •
5/^
•JUqtettr
A\\<& * - / iJHandsitmieiiv) *
\'ÜK4»§fl2
/<                 °                .Orootbos SRU(.iF
>.;
jl/WIbCJvdci
vil
\'Mum,,
>
ÏAND ~i=t
1
;<•>\'
i ^MMa
BadtJthvrst                    KA \'\'s -r> dP ,
.^.jb^W^\'1"" , •*> VN.          \' OeelbeksiUi 4\'0> •W^^-rf
.QjüiniHiish
| VüHersdot
LS f
•^
//         lermaaj) Kftrksdkrp. ^vfe. Z?^
p^r
, »,- ,.        JaULltfitnl .JrPUtrjv7^VreJef>*t~?M
Aciuitkt                          * <f
f«^ /\\^L    \\- VREOE^   WÏP^T,^^
T»UNGSt5"
4T
^hc-ppardson*
AUtfbntj*
r,
Sc/ia.aLfan/ct\'/^j
../KROONSI AD
t lan^L\'p 1
^
WEST
Ruttfch
Brtuidfct
6B1QUALAND
.o BOSHOF
/•j p\'aitKiaik.\'p
1MHBERIEY 4j£"td&aUin
TH»\'         v, -5 f.. , --?- /e£srj^^%?\'èrJ \'u 4
^ a x¥0Gmf§; v
X
11
R IJ S/
A T A L
BLOEMFaNTEIN/ ^\\
liiet r/ij
^t/d CC fV\' rtA^
focrtiesdtuii
. \'J\'\'^$ll> \'\'/, -
$r \'"\'\'\'//,\'jw           iPIETERMARITZBURS
> „                  „vj^r.\' BASOKTO - 1.ANÜ
r tReJ4ersbtuy 6*^ ^
"^V
.-J»7 DURRAN
/1 fort A\'atal)
ècoimatis
\\
FAURESMITH
o .
Wepi/ier\'
/         <"V^^.                 Jtuersft
SprinqJ\'ontcin. f bliuthtuldl J               \\\' \\v* -^|;/\'\',,o^ ^V
-.PhiUfpolis t\\           -S.              J .\'*?<• -_?N«rtllv.
Scluxal I : 4-oooooa.
OPHILIPSTOWN V          / «>£«fcs3^                JT^
300 Kil\'
WO
zoo
/
I BURGERSDORP
?!
, MIDDELBURG
TJITCJAVE VAX JOH. YKKMA. DKX HAAfi.
-ocr page 6-
Paul Kruger.
-ocr page 7-
-ocr page 8-
TRANSYAAL.
Nieuws brengt dit werkje niet.
Het beoogt slechts eene eenvoudige schets te geven van
het terrein, waar thans, helaas! de oorlog is ontbrand.
Wel hebben de dagbladen met te waardeeren spoed allerlei
inlichtingen over de „ boerenrepublieken" gegeven, maar
eene schets, die geheel Zuid-Afrika omvat, verscheen,
zoover we weten, tot heden niet. Wij meenen, dat een
overzicht van het geheel velen welkom zal zijn.
Zuid-Afrika heeft eenigszins den vorm van een\' driehoek,
met den top naar het Zuiden. Die top eindigt in de
Naaldkaap, ten Zuid-Oosten van de bekende Kaap de
Goede Hoop.
-ocr page 9-
6
Bijna het geheele land ten Zuiden van 10° Zuiderbreedte
is een plateau, d. w. z. eene hoog gelegen vlakte, gemid-
deld 1200 M hoog.
Hier en daar zeer vlak, is het op andere plaatsen met
enkele lage heuvel- en bergreeksen bezet. Aan de zijden
daalt dit hoogland natuurlijk naar de kust, en bijna
overal geschiedt dit in terrassen, als \'t ware reusachtige
trappen.
Naar het Zuiden loopt het hoogland op, zóó, dat de
Zuidelijke en Zuidoostelijke randen hooge bergketens
vormen. Als Zuidelijk randgebergte kunnen gelden de
Nieuweveld-, Winter- en Sneeuwbergen. In de laatste
bereikt de Kompasberg eene hoogte van 2738 M, d. i.
600 M hooger dan de Pilatus in Zwitserland en bijna
tweemaal zoo hoog als de hoogste deelen van het Zwarte
woud. Nog hooger zijn de bergketens van den Zuidooste-
lijken rand, die ten deele op de Oostgrenzen van den
Oranje-Vrijstaat en de Zuid-Afrikaansche republiek liggen:
er zijn toppen van meer dan 3000 M bij, zelfs van 3400 M.
Zoo is in het Zuiden- en Zuid-Oosten het hoogland door
grootsche bergketens van het kustgebied afgescheiden en
op vele plaatsen is de verbinding tusschen kust en binnen-
land dan ook moeilijk.
Aan den voet der Zuidelijke ketens ligt eene groote,
nog 1000 M hooge vlakte, zich van het Oosten naar het
Westen uitstrekkende en de Groote Karroo geheeten. De
bodem er van is roodachtig, hard: hij bestaat uit zand
en leem. Door het graven van putten — hier en daar
sprong het water zelfs met kracht in groote hoeveelheid
-ocr page 10-
7
te voorschijn — heeft men in de laatste jaren vele streken
van deze dorre vlakte in vruchtbaar land herschapen. Van
de Karroo daalt het land in vrij hooge ketens (als het
Zwarte woud of de Vogezen), naar het lage terras langs
de zee.
Om dus van de Zuidkust het Afrikaansche hoogland te
bereiken, heeft men rond gebergten en plateaus over te
trekken. Eerst het terras langs de kust 80 a 100 M hoog;
dan volgen ketens van 1000 tot 1500 M, daarop het terras
de G-roote Karroo, 1000 M hoog, en aan den Noordrand
van deze vlakte verheffen zich de hooge ketens, die haar
van het Groote Zuidafrikaansche hoogland scheiden.
In het Zuid-Oosten, in Kaffraria en Natal, geschiedt de
daling sneller: met enkele voorketens dalen de Drakenbergen
steil naar de kust.
Naar het Noorden toe verwijdert de Oostrand van het
Zuidafrikaansche hoogland zich steeds verder van de kust,
die eene buiging Oostwaarts maakt. Daardoor ligt tusschen
het hoogland en den Indischen oceaan eene vrij breede
kustvlakte, heet en moerassig en dan ook berucht door
moeraskoortsen: dat is het Portugeesche gebied.
Aan de Westzijde vindt men, ten minste ten Noorden
van den mond der Oranje-rivier, het hoogland in twee
zeer dorre terrassen tot de kustvlakte dalen: terrassen
van 1000-1200 en van 600-700 M hoog. Terwijl aan de
Oostzijde een groot aantal kustriviertjes in zee loopen,
vindt men aan de Westzijde slechts waterloopen, alleen
in sommige tijden met water gevuld. Deze streek is Duitsch
gebied (Damara en Groot-Nama).
-ocr page 11-
8
Of eene streek vruchtbaar is, hangt niet alleen van den
aard des bodems, maar ook van de vochtigheid af. Waar
geen voldoende hoeveelheid water aanwezig is, vindt men
geen plantengroei.
In Zuid-Afrika nu [is het over \'t geheel in dit opzicht
treurig gesteld. Het blijkt reeds daaruit, dat de meeste
negerstammen regenmakers — „ regendokters" worden ze
genoemd: personen, die beweren het te kunnen laten
regenen — als halfgoden eeren en ontzien. De eenige
streek, waar vrij wat water valt, zn\'n de bergranden in \'t
Zuiden en Zuid-Oosten. De Oosten- en Zuid-Oostenwinden,
door die bergen omhoog gedreven, brengen er regen, maar
strijken verder over het Afrikaansche hoogland heen,
zonder regen te geven. Daarom vindt men in het Zuiden
en Zuid-Oosten tal van kleine kustrivieren, wier bronnen
op de hooge bergen gelegen zijn en die na een korten,
snellen loop zich in zee storten, zooals de Tugela met de
Buffalo in Natal. Op de Drakenbergen liggen ook de bronnen
van de Oranjerivier en wel in Basoeto-land. De rivier vormt
de Zuidgrens van de Oranje-Vrrjstaat en neemt dan hare
grootste zijrivier de Vaal op, die in de bergstreken van de
Transvaal, bij Ermelo, ontspringt en met de Kliprivier de
grens tusschen dit land en den Oranje-Vrijstaat vormt.
Als de Oranjerivier de Vaal heeft opgenomen betreedt ze
het dorre hoogland en ontvangt geen zijrivieren van belang
meer. In den bodem heeft ze zich een diep bed uitgeslepen
met steile rotsige oevers. Ze bezit tal van ondiepten; in
den regentijd op sommige plaatsen 1000 M breed, is zij in
den drogen tijd doorwaadbaar. Voor en in den 2400 M
-ocr page 12-
9
breeden mond liggen tal van zandbanken. Voor het verkeer
heeft de rivier dan ook weinig beteekenis.
In het geheele midden en Westen wordt niet ééne rivier
aangetroffen: geulen, die zich in den regentijd met water
vullen, maar waar men in den drogen tijd nauwelijks enkele
poelen vindt, zijn er de „wateren".
In het Oosten is de toestand — gelijk we reeds zagen
beter. Behalve vele kustrivieren vindt men er de Krokodillen-
rivier of Limpopo, die de Noordgrens van de Zuidafri-
kaansche republiek vormt en de Olifantsrivier opneemt.
Zij bezit watervallen en heeft een moerassigen mond; voor
de scheepvaart is ook zij ongeschikt.
En nu enkele opmerkingen over de temperatuur.
Daar de streek ten Zuiden van den evenaar ligt, heeft
ze zomer, als het bij ons winter is.
Kaapstad ligt op 34° Zuiderbreedte en dus iets dichter
bij den evenaar dan de Zuidpunt van Spanje. We kunnen
er dus ongeveer de temperatuur verwachten, die in Zuid-
Spanje heerscht. Ongeveer, want behalve van de ligging
ten opzichte van den evenaar is de temperatuur eener
streek nog van veel andere omstandigheden afhankelijk.
\'t Spreekt b.v. van zelf, dat op het hoogland eene andere
temperatuur heerscht, dan in de kuststreken. De gemid-
delde jaartemperatuur is in Kaapstad 16,7° C. (in ons land
ongeveer 10°); de koudste maand, Juli, heeft er eene
gemiddelde temperatuur van 12,5° (in ons land 1,5°), de
warmste maand, Januari van 20,9° (bij ons 18,4°). Op het
-ocr page 13-
10
Zuidelijk deel van het hoogland, dus in het Zuid-Oosten
van de Transvaal en den Oranje-Vrij staat, zal de gemid-
[ delde jaartemperatuur ongeveer 15° C. bedragen. De zomer
(Januari) is er heet (23° C = 73,5° F, gemiddeld), de
Transvaalsche boeren.
winter is er betrekkelijk koud, vooral \'s nachts, zoo dat
waterplassen soms met een laagje ijs bedekt zijn. \'t Komt
zelfs voor, dat Kaffers doodvriezen, — wat by de toch
betrekkelijk geringe vorst niet voor hun weerstandsver-
mogen pleit, \'t Sneeuwt er wel eens, maar de sneeuw
-ocr page 14-
11
blijft niet lang liggen. Alleen in de hooge randgebergten,
met name in de Drakenbergen, kunnen groote massa\'s
sneeuw vallen. Zoo ligt er nu, volgens de berichten, nog
heel veel sneeuw.
De regentijd is op het hoogland hoofdzakelijk de zomer
<dus onze winter); dan zwellen de kleine rivieren soms tot
breede stroomen.
Met temperatuur en vochtigheid staat natuurlijk de
plantengroei in onmiddellijk verband. Aan de warmer,
vochtiger Oostkust van Zuid-Afrika vindt men tropische
wouden, hier en daar kleine bosschen door savannen afge-
broken; ja, tot aan Port Elizabeth toe komen palmen
voor, die in het midden en Oosten niet ten Zuiden van
.21° Zuiderbreedte gevonden worden. In het Kaapland vinden
we, voor zoover de Zuidelijke helft betreft woud en cultuur-
land der subtropische zone, — dus als in \'t uiterste Zuiden
van Europa. De republieken zijn, gelijk we zagen, in de
bergstreken vrij regenrijk, maar naar het midden en
"Westen neemt de regenhoeveelheid af. Daar vindt men
grasstreken, die naar het "Westen overgaan in de woestfjn-
achtige steppen van de Kalahari. Bij de berggroepen in
den "Westelijken rand komen bosch en gras voor, maar de
kuststreken zhn naakte zand- en steen woestenij en, bh\'na
regenloos en bijna zonder plantengroei: zóó is het grootste
•deel van het Duitsche gebied!
Het geheele midden bestaat hier uit dorre streken,
waar de bodem slechts mul zand is, daar uit streken met
-ocr page 15-
12
laag struikgewas bezet of bedekt met gras. Natuurlijk dient
men bij eene reis zooveel mogelijk de open plekken te
houden, d. z. dus de zandige streken. De raderen der
wagens zinken soms diep in het zand; vandaar dat één
wagen dikwijls met twintig tot dertig ossen bespannen is.
De sterke, volhardende, bedaard loopende os is voor zulk
een\' tocht beter geschikt dan het paard. Toch neemt men
bij elke reis ook paarden mede, daar men door de jacht
een deel der levensmiddelen moet verkrijgen. Èn ter bege-
leiding van paarden en ossen, èn om deze dieren te ver-
zorgen, heeft men steeds een vrij groot aantal inboorlingen
noodig, zoodat elke reis meer of min een karavaantocht
wordt. Gewoonlijk kiest de kleine karavaan den weg door
de droge bedding eener rivier. Daar toch heeft men kans
nu en dan overblijfselen van het rivierwater aan te treffen:
poelen en plassen, die echter dikwijls slijkerig zijn of ver-
ontreinigd door leeuwen, olifanten en zooveel andere dieren,,
die er des avonds hun\' dorst komen lesschen. Komt men
in den namiddag bij zulk een\' plas, dan duurt het geruimen
tijd voor de dieren gedrenkt en verzorgd zijn. En dan
moet de reiziger aan zulk een leven gewend wezen om
een gerusten nacht door te brengen: voortdurend hoort
men het gebrul van den leeuw; groote vuren moeten de
dieren op eerbiedigen afstand houden.
Waar in het Zuiden zich Europeanen gevestigd hebben
zijn de groote wilde dieren grootendeels verdwenen. Leeuwen
komen in het Kaapland niet meer voor; in het Noorden
-ocr page 16-
13
en Oosten van de Transvaal worden ze nog wel gezien;
daar leven ook nog olifanten in troepen van 20 stuks en
meer. In het Duitsche gebied en het midden vindt men de
giraffe. De grasstreken zijn bevolkt door herten en reeën,
gnoe\'s, kwagga\'s, springbokken, antilopen, buffels en
zebra\'s. Ook wilde varkens komen veel voor. Van veel be-
lang is de struisvogel. Zijne veeren worden bij groote hoe-
veelheden uitgevoerd, zijne eieren (elk ei staat met 24
hoendereieren gelijk!) door de inboorlingen genuttigd. Mieren
werpen hooge heuvels op en sprinkhanen strijken soms in
zwermen neer en vernietigen den oogst. De lastige tsetse-
vlieg steekt paarden en runderen en doet ze langzaam
sterven.
Waarschijnlijk bewoonden Hottentotten en Boschjes-
mannen eenmaal het geheele uiterste Zuiden van Afrika.
Maar sterke negerstammen kwamen uit het Noorden,
maakten zich van de beste streken — de Oostelijke dus —
meester en de oorspronkelijke bewoners moesten zich naar
de dorre vlakten van de Kalahari-woestijn en de Westkust
terugtrekken. Daar vindt men ze heden ten dage nog. Hun
huidkleur is geelachtig, bleek; de Boschjesmannen zijn klein
en mager. Hun hoofd bedrij f is de veeteelt, maar ook de
jacht oefenen ze gaarne uit. Rupsen, witte mieren, sprink-
hanen worden gegeten; wortels, knollen en meloenen op-
gezocht of uitgegraven.
Vooral de Boschjesmannen leiden een rondtrekkend leven.
-ocr page 17-
14
In de door Europeanen bewoonde streken zijn ze als \'t ware
onder de bevolking verdwenen.
Van de Negerstammen moeten we allereerst de Kaffers
langs de kust noemen, waartoe de Zoeloes, de Swasis en
de Tongas behooren. Zij leven voornamelijk van veeteelt en
zijn krachtige volken. In het binnenland wonen de Beet-
sjoeanen langs de Westgrenzen van de Transvaal; zij zijn
in een aantal stammen verdeeld, o.a. behooren de Bacuena
er toe, wier hoofdplaats op het plaatje is afgebeeld. Aan
de Zuidoostgrens van den Oranje-Vrijstaat wonen de Ba-
soeto\'s, evenzeer een negerstam.
De kolonisatie van Zuid-Afrika begon in 1652, toen de
Nederlanders zich aan de Kaap vestigden. Sedert den Na-
poleontischen tijd is het Kaapland Engelsch. Aanvankelijk
bestond de bevolking der kolonie bijna uitsluitend uit
Nederlanders. Om het Engelsche element er te versterken,
werden in 1820 een groot aantal Schotten naar het Kaap-
land gezonden: zij vestigden zich om de Algoa-baai en
stichtten daar Port Elizabeth. De Hollandsche boeren, die
met tegenzin hun land in Engelsche handen hadden zien
overgaan, trokken naar Natal (de zoogenaamde Groote trek\\
vereenigden zich daar met de weinige Engelschen, die er
zich gevestigd hadden, stichtten Pieter Maritsburg en ver-
klaarden Natal tot een onaf hankelijken staat (1839). Anderen
trokken Noordwaarts, over de Oranje-rivier, en stichtten^in
1842 den tusschen deze en de Vaal-rivier gelegen Oranje-
Vrijstaat. De Engelschen bezetten echter in \'48 den Vrij-
-ocr page 18-
-ocr page 19-
-ocr page 20-
17
staat, maar verklaarden in \'54 het land weer voor onaf han-
kelijk. Intusschen had het Engelsch bestuur tengevolge
gehad, dat vele boeren de Vaal overgetrokken waren en de
Transvaal hadden gesticht. In \'77 Averd deze door de En-
gelschen geannexeerd, maar na een\' opstand in \'80 moesten
zij het land onafhankelijk verklaren: den 23 Maart \'81
werd aan Langnek de vrede gesloten, waarbij Engeland
wel de suzereiniteit behield, maar Transvaal zijne zelfstan-
digheid teruggaf.
Intusschen hadden de Engelschen reeds in \'43 Natal
genomen, in 1871 West-Griqualand, in 1877 Zoeloeland,
in 1891 Basoetoland. Britsch Beetsjoeanaland werd in
1885 geannexeerd, en van hier drong men steeds Noorde-
lijker door. (Het grootste deel van het Noordelijk gebied
— Rhodesia, enz. — werd in 1889 in bezit genomen).
Zoo bezit Engeland in Zuid-Afrika een reusachtig gebied,
eene oppervlakte van 2.455.000 KM2 omvattende, dat is
bijna 75 maal ons land! Maar het groote gebied is zéér
dun bevolkt: er wonen nauwelijks 6,5 millioen menschen
(ons land ruim 5 millioen).
Het belangrijkst is nog altijd het Kaapland, met ruim
1,5 millioen inwoners. De voornaamste haven is Kaapstad,
aan de Tafelbaai, thans door een\' spoorweg met Boela-
wajo
in Rhodesia verbonden. De spoor loopt langs de
Westgrenzen van den Oranje- Vrij staat en de Transvaal,
over Hopetoicn (brug over de Oranje-rivier bij het station
Orange-River), Kimberley (met zijne diamantgroeven), Taungs,
Vrijburg
, Mafeking en Shoshong. De tweede haven is Port
Elizabeth
, met een\' spoorweg over Middelburg naar Colesberg,
J. J. Ten Have. Transvaal.                                                                       2
-ocr page 21-
18
de derde East London met een\'spoorweg naar Burgersdorp;
beide sporen sluiten aan bij den spoorweg door den
Oranje-Vrijstaat naar de Transvaal. Een tak van den
spoorweg naar Port Elizabeth gaat naar de haven Prince
Alfred.
Beschouwen we thans de republieken wat nader. Aller-
eerst de ligging.
Gelegen (ongeveer) tusschen 22 en 30° Zuiderbreedte,
omvatten ze een deel van het Afrikaansehe hoogland en
van den Oostelijken rand. De Oostelijke deelen zijn dus
bergachtig, de Westelijke meer vlak. Van de Engelsche
en Portugeesche bezittingen in het Oosten zijn ze door
hooge ketens gescheiden, naar de Westzijde, naar Engelsch
Beetsjoeanaland, liggen ze meer open.
De Oostelijke grenzen worden gevormd allereerst door
de Caledon, eene rechter-zijrivier van de Oranje-rivier; ze
scheidt den Oranje-Vrijstaat van Basoeto-land en ontspringt
op den 3400 M hoogen Mont aux Sources. Daar liggen ook
de bronnen van de reeds vroeger genoemde Tugela, de
hoofdiïvier van Natal, en van de Oranje-rivkr. De laatste
wordt aanvankelijk ingesloten door de Maloeti-bergen aan
de zijde van den Oranje-Vrijstaat, en de Drakenbergen
{Kathlamba)
aan de Oost- en Noord-Oostzijde. Die Draken-
bergen vormen ook de hoog gelegen grens met Natal.
Verschillende passen voeren hier van het hoog gelegen
deel van den Oranje-Vrijstaat naar de dalen van Natal,
maar door slechts twee passen loopen wegen.
Allereerst door de Van Eeenens pas de weg van Bethle-
hem en Harrismith naar Ladysmith, thans spoorweg,
-ocr page 22-
\'zl
—.
3
D
3
-ocr page 23-
-ocr page 24-
21
aansluitende bij de lijn Pretoria — Port Natal (Durban). Dit is
van Natal uit de belangrijkste toegang naar de Vrijstaat.
De tweede belangrijke pas is de Bothas-pas, waardoor
de weg van Vrede naar Newcastle loopt.
Tusschen beide liggen nog, van het Noorden naar het
Zuiden gerekend, de Mullers-, de Simdag- (bij Wagon-
makersvlei), de öundycleugh- en de De Beerspas. Door deze
passen loopen slechts paden. Zuidelijker de Beznidenhoutspas.
Langs de Oostelijke grenzen verder gaande komen we
nu aan het punt waar Natal, de Transvaal en de Vrijstaat
samentreffen. Daar vinden we den gedenkwaardigen Majuba-
berg,
daar ligt de hoofdweg van de Transvaal naar Natal.
Een vrij breed dal van deze kolonie schuift hier als eene
wig tusschen de berglanden in: in dat lagere deel liggen
Dundee, Glencoe, Konigsberg, New-castle en Charlestown, er
door loopt de spoor van Port Natal naar de Transvaal.
Van alle zijden, behalve in \'t Zuiden, door bergen inge-
sloten, daalt men van de Transvaalsche en Vrijstaatsche
hooglanden naar dit dal. Een vereenigingspunt van de
wegen is New-castle (weg door den reeds genoemde Bothas-
pas uit het Westen, weg langs Majuba en Langsnek uit
het Noorden, weg van Utrecht uit het Oosten) *).
De spoor loopt verder langs Volksrust, over de Zand-
\') Dat difpunt, gelijk men weet, door de Engelschen direct
werd opgegeven is dus geen wonder. Newcastle, van drie zyden
door de bergen ingesloten, van al deze zijden door de boeren
bestookt kunnende worden, was niet te houden, te meer daar
de boeren, door een Zuidelijke pas over te trekken de verdedigers
geheel konden insluiten.
-ocr page 25-
22
spruit (Zandrivier-station), Standerton, Terblans. Heidelberg,
Rietvlei !) naar Pretoria.
Het geheele Oosten van de Transvaal wordt ingenomen
door een uitgestrekt bergland, met ketens in verschillende
richtingen, en met betrekkelijk weinig wegen. In de buurt
van Lydenburg verheft het zich in de Mauch-spits tot 2660
M, in den Spitskop, tot 2220 M. Het Oostelijk ketengebergte,
op de grens van het Portugeesch gebied noemt men wel
Lombombo-gebergte. In het midden hiervan ligt eene diepe
insnijding, de bekende Komafi-poort, waardoor de Komati
stroomt en waardoor de spoorweg van Lorenqo Marquez
(aan de Delagoa-baai) van de kustvlakte het hoogland
bereikt. De spoor loopt verder over Xelspruit, Alkmaar,
Bergendaal
, Wonderfontein, Middelburg naar Pretoria. Een
Zuidelijke tak gaat over Eureka naar Barberton, een Noor-
delijke naar Lydenburg. Van Komati-poort naar Leydsdorp
is een spoor in aanleg.
De Olifantsrivier stroomt dwars door het bergland, en
ontvangt links en rechts een groot aantal zijrivieren.
In het Noorden, Westen en Zuid-Westen wordt de grens
der Republieken niet door gebergten gedekt: daar liggen de
staten open 2). In het Noorden vormt de Limpopo of Kroko-
\') Vlei, welk woord men in verschillende namen ontmoet,
beteekent een moeras.
2) Dat de boeren zich alle moeite geven den spoorweg Kaap-
stad—Bulawajo onbruikbaar te maken, gelijk uit de telegrammen
blijkt, is geen wonder: niet alleen snijden ze den toevoer naar
Rhodesia af, maar ook bemoeilijken ze den aanvoer van troepen
naar de zooveel zwakker Westelijke grenzen.
-ocr page 26-
23
dillenrivier de grens. In den regentijd is ze 60 a 80 M breed, in
den drogen tijd op vele plaatsen doorwaadbaar. Hare linker-
zijrivier de Marico vormt de grens van de Derde poort af.
Plaatsen van belang liggen hier niet: kleine dorpen en
boerenhofsteden. Tegenover het Engelsche Mafeking liggen
Zeerust, Ottoshoop en Lichtenberg (tusschen de laatste twee
ligt een fort).
De weg (niet de spoorweg) tusschen Mafeking en Taungs
loopt juist langs de Transvaalsche grens.
Geheel in het Zuidwesten van de Transvaal ligt Christiania.
Hier verlaat de Vaal-rivier de republieken.
Zuidelijker ligt de vereeniging van Modderrivier en Riet-
rivier
juist op de grens. Tusschen de rivieren ligt het
diamantrijke Kimberley, met de hoofdplaats van denzelfden
naam (30.000 inwoners); tegenover Kimberley ligt Boshof.
De Oranje-rivier vormt de Zuidgrens van de Oranje-Vrij-
staat; bij Ramah treedt ze geheel op Engelsch gebied; bij
Oranje-rivierstation, in de buurt van Hopetown ligt de
spoorbrug. De sporen van Port Elizabeth en East London
snijden de rivier bij Norwals Ponton en Bethulie.
Hebben we de grenzen beschouwd, ten slotte moge nog
eene korte schets van elk der republieken volgen.
De Zuid-Afrikaansche republiek beslaat eene oppervlakte,
tienmaal zoo groot als die van ons land. Gelijk we zagen
is het Oosten bergland: dit is het gebroken veld.
Het Westen is vlak, behoort tot het Afrikaansch plateau;
maar er verheffen zich kleine berg- en heuvelruggen, en
-ocr page 27-
L>4
enkele alleenstaande hoogten; meestal hebben ze den vorm
van een afgeknotten kegel: het zijn tafelbergen en de
boeren noemen ze kopjes (koppies). Zulk een, van het "Westen
naar het Oosten strijkende bergreeks vormen de Wit-
watersrand
en de iets Noordelijker liggende Magaliesbergen.
Zij verdeelen het meer vlakke land in twee deelen: een
kleiner Zuidelijk, en een groot Noordelijk. Het eerste is
het Hooge veld, het laatste het Boschveld. Het Hooge veld
watert af door tal van kleine rivieren, die in de Vaal uit-
stroomen. Door zijne hooge ligging is het vrij koel. Het
levert best gras, terwijl er ook landbouw kan worden
uitgeoefend.
Het Boschveld is meer dor; in den drogen tijd hebben
de rivieren {Limpopo, Marico, Zand-rivier, Nijl) er vaak
groot gebrek aan water. Hier en daar verzamelt het water
zich in kommen (pannen geheeten) tot meren, waarvan
enkele zout bevatten (vandaar de naam Zoutpansbergen,
in \'t Noorden), maar waar voldoende water aanwezig is
(op vele boerenhoeven zijn putten aangelegd; men zoekt
bronnen op) daar is het landschap vruchtbaar. Bij de rivie-
ren vindt men bosschen van mimosa\'s en accacia\'s; maar
in het Noorden groeien alleen in den regentfjd planten.
Het meeste bosch moet men echter in het Gebroken
veld zoeken, waar de bergen een rijker neerslag veroor-
zaken; daar vindt men ook beste weigronden.
Landbouw en veeteelt zijn de hoofdmiddelen van bestaan
voor de stichters der republiek en hunne nakomelingen.
De veeboer houdt runderen, schapen, geiten, paarden
en struisvogels.
-ocr page 28-
fr kodil
Vrijborg*/
De Zuidafrikaanache Republiek.
B3 Goudvelden.
-ocr page 29-
-ocr page 30-
27
De ontdekking der minerale schatten heeft later duizenden
vreemdelingen doen immigreeren.
Van die mineralen moeten vooral goud, ijzer, koper,
lood, kolen en diamanten genoemd worden. Vooral het
goud deed velen in het land komen. In de laatste jaren
zijn rijke beddingen gevonden in den Witwatersrand, waar
Johannesburg in korten tijd tot eene stad met meer dan
100.000 inwoners wies, de grootste stad van geheel Zuid-
Afrika. Hier ligt ook Krugersdorp, Boksburg, Elsburg en
Heidelberg, alle in de buurt van goudvelden en bijna alle
door spoorwegen verbonden, gelijk het kaartje aanwijst.
Voorts liggen goudvelden bij Barberton (aan een\' tak van
den Delagoa-spoorweg), bij Smitsdorp (ten Zuid-Westen van
Pietersberg), Haenertsburg, Leijdsdorp en Lijdenburg en
op vele andere plaatsen.
In de laatste jaren leverde de Transvaal reeds meer goud
dan de Vereenigde Staten van Noord-Amerika of dan
Australië. De goud-uitvoer beliep eene waarde van 8 millioen
pond sterling, waarvan alleen de groeven aan den Wit-
watersrand meer dan 7 millioen leverden. In 1896 werkten
9400 blanken en 64000 kleurlingen in de mijnen.
Steenkolen vindt men vooral in de districten Boksburg,
Heidelberg, Middelburg en Lijdenburg. De mijnen leverden
in 1896 reeds byna l*/j millioen ton (waarde ruim 7
millioen gulden).
Natuurlijk was het voor de republiek van groot belang
door een\' spoorweg met eene goede haven aan den oceaan
verbonden te zijn, het was eene levenskwestie voor de
zich ontwikkelende republiek. De aanleg van zulk een
-ocr page 31-
28
spoorweg door de hooge randgebergten leverde velerlei
moeilijkheden op en was een kostbaar werk. Thans is
Pretoria door spoorwegen met verschillende havens ver-
bonden. De kortste verbindingen zijn die met Port Natal
en Lorenco Marquez. Over deze havens ging in den laatsten
tijd dan ook het grootste deel van den in- en uitvoer.
Hoezeer de republiek vooruitging blijkt o.a. uit den steeds
stijgenden invoer. Deze beliep:
in 1886:      494.000
„ 1890:    3.699.000
„ 1894:    6.440.000
„ 1896:  14.088.000
pond sterling.
n                n
n                n
n                »
De wetten der republiek berusten grootendeels op de
grondwet van 1858.
Aan het hoofd van het rijk staat de Staatspresident,
thans de heer Paul S. J. Kruger (herkozen in 1898). Hij
wordt voor den tijd van vijf jaren gekozen door de stern-
hebbende burgers, bij meerderheid van stemmen; bij af-
treding is hij terstond herkiesbaar.
De Staatspresident oefent de uitvoerende macht uit en
wordt daarin bijgestaan door den Uitvoerenden Raad. Met
toestemming van dezen verklaart hij oorlog en sluit hij
vrede; maar hij is verplicht vóór de oorlogsverklaring zoo
mogelijk eerst den Volksraad bijeen te roepen, terwijl deze
het vredestractaat moet goedkeuren.
Deze Volksraad is de wetgevende macht. De leden er
-ocr page 32-
29
van worden gekozen door burgers. Alleen blanken kunnen
door naturalisatie burger en daardoor kiezer worden. Om
tot lid van den Volksraad gekozen te kunnen worden,
moet men minstens 3 jaren stemrecht bezitten, in het
bezit van vaste goederen zijn, gelegen op het grondgebied
der republiek en lid zijn van de Protestantsche Kerk. In
de grondwet van \'58 was zelfs bepaald, dat Katholieke
kerken niet mochten gesticht worden, maar de Volksraad
heeft in 1870 deze bepaling vervallen verklaard. Art. 20
dier wet bevat: „Het volk wil zijne Nederduitsch-Her-
vormde godsdienstleer, zooals die in 1618 en \'19 op de
Synode te Dordrecht is vastgesteld, in hare grondbeginselen
blijven behouden en de Nederduitsch-Hervormde Kerk zal
de Kerk van den Staat zijn."
Art. 6 luidt, dat allen, die zich op het grondgebied van
het ryk bevinden, gelijke aanspraak hebben op bescher-
ming van persoon en goederen. Het grondgebied staat voor
eiken vreemdeling open, die zich onderwerpt aan de
wetten der republiek. Gelijkstelling van kleurlingen en
blanken bestaat echter noch in de Kerk noch in den Staat
(art. 9).
Het rtjk is in districten verdeeld; aan \'t hoofd van elk
staat een landdrost en heemraden.
De rechtspraak wordt uitgeoefend door:
1.   een hooggerechtshof, uit 2 of 3 leden bestaande;
2.   een rondgaand hof, dat zijne zittingen of een of meer
districten samen houdt;
3.   de landdrosten.
In tyd van oorlog zfjn alle blanken van 16 tot 60 jaren
-ocr page 33-
80
dienstplichtig, terwijl ook kleurlingen tot den dienst
kunnen geroepen worden.
Wat de flnantiën der republiek betreft, in 1897 be-
droegen:
de uitgaven 52,4 millioen gulden.
de inkomsten 53,4 „           „
en beliep de staatsschuld 33         „           „
Ofschoon in 1881 de wapenstilstand met Engeland tot
stand kwam, werd eerst in 1884 eene nieuwe conventie
door den Volksraad goedgekeurd. Daarbij werd de suze-
reiniteit van Engeland teruggebracht tot de controle op de
buitenlandsche betrekkingen van de republiek; voor binnen-
landscho aangelegenheden werd deze geheel vrij.
De Oranje-Vrijstaat is ongeveer viermaal zoo groot als
ons land. Gelijk de rivieren aanwijzen daalt de bodem van
de Oostelijke grensgebergten naar het Westen. Grootendeels
behoort het land tot het vlakke plateau, bezet met heuvel-
rijen en kopjes. Het is er droger en ook iets kouder dan
in de Transvaal. Booraen vindt men dan op de vlakten ook
bijna niet; alleen in de dalen en bij de rivieren, waar steeds
of bijna steeds water voorhanden is. In het Oosten is land-
bouw mogelijk, in het Westen alleen bij kunstmatige be-
sproeiing. Maar voor veeteelt is het land goed geschikt. Zeer
groot is dan ook het getal schapen, terwijl eveneens
struisvogels gehouden worden. Handel wordt er gedreven
in wol, struisveeren, vee, huiden. Koren wordt ingevoerd.
De bodem bevat diamanten (vooral bij Fauresmith in \'t
-ocr page 34-
31
Zuid-Westen), ijzer en steenkolen (bij de Vaal- en bij de
Oranjerivier).
De invoer beliep in 1897 eene waarde van 1^4 millioen
pond sterling, de uitvoer van l3/4 millioen. \'t Meest ging
over de Kaapsche havens en Port Natal.
De inrichting van het bestuur komt grootendeels met
die der Zuidafrikaansche republiek overeen.
Aan het hoofd staat de President, voor vijf jaar ge-
kozen (M. Th. Steun, 1896-1901). Ook hier is een Uit-
voerende Raad
en een Volksraad, die uit 60 leden bestaat,
waarvan om de 2 jaren de helft aftreedt. Onder een
Hooggerechtshof\', bestaan de rechtbanken der landdrosten
en der heemraden.
In 1897 beliepen:
de uitgaven 39 millioen gulden
de inkomsten 41 ,,
           „
en bedroeg de staatsschuld 21 ,,           „
-ocr page 35-
Uitgaven van JOH YKEMA, \'s-Gravenhage
ftobinson Grusoe\'s Leven en
zonderlinge Lotgevallen
DOOR
DANIËL DEFOE.
Uit het oorspronkelijk
Engelsen naverteld
DOOR
P. L.OTJTWERSE.
(Met 70 fraaie houtgravuren en een plattegrondskaartje).
Prijs ingenaaid f 1.60.                           Gebonden f 1.90.
„Nu dat het boek compleet voor ons ligt, blijft ons slechts over
te zeggen, dat het heele werk prachtig is uitgevoerd. Het worde in
zijn nieuw gewaad een huisboek voor onze Hollandsche jongens".
De Nederl. Spectator
Met ftobinson Grusoe
tien jaar op reis
DOOR
P. LOUWERSE.
Met 52 fraaie Houtgravuren.
PRIJS INGENAAID f 1.60 — GEliONDEN t l.OO.
De uitgever heeft zorg gedragen voor cene keurige uitvoering,
terwijl de zeer fraaie illustraties niet weinig tot het aangename
uiterlijk van dit aanbevelenswaardig kinderwerk bijdragen.
Dagblad van Zuid-Holland en \'s-Gravenhage.
Baviaan en "prinsesje.
EEN VERHAAL VOOR JONGELIEDEN
DOOR
P. LOUWERSE. .
Met acht platen naar teekeningen van J. HOYNCK VAN PAPENDRECHT.
Prijs ingenaaid f 1.60 — Gebonden f 1.90.
„Baviaan en Prinsesje" zal den jeugdigen lezer aangenaam bezig
houden, zal hem boeien. In dit opzicht staat het gelijk met tal van
boeken, die dezer dagen de pers verlaten.
„Baviaan en Prinsesje" zal de jeugd er toe brengen groote hoe-
danigheden des geestes te eeren, ook onder een ongunstig uiterlijk;
deugd en ondeugd te beoordeelen en te waardeeren zonder aanzien
des persoons; het zal in óén woord een krachtigen invloed ten goede
uitoefenen op lezer en lezeres, en in dit opzicht staat het verre
boven
den stroom van boeken, dien de goedhartige al te milde Sint
weder op het punt staat over de gelukkige jeugd uit te storten".
Het Nieuwe Schoolblad.                                            J. Stami\'ERIüs.