-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
ft/ lku./l^.
2jé.
\'■ A
3*/
EEN
KRACHTIG MIDDEL
TER
BESTRIJDING
TAN
,rm»Mty m lap Jfaom
Prijs 3 Cent.
(2de DRUK. — 4*> DUIZENDTAL.)
AMSTEKDAM,
het Algemeen Nedehlandsch Wbkklieden-Verbond
(Firmn B. H. Heldt).
-ocr page 4-
lU W. K. VAN KELCKHOVDN, XX 67, Amsterdam.
-ocr page 5-
Jan. Jongens, Piet! wat wordt er toch verschrikkelijk
geleden. Bij ons in de buurt zijn verscheidene knappe
werklui geheel zonder werk, zij moeten met vrouw en
kinderen nu teren op de giften en gaven, die door de
meer gegoeden worden afgezonderd.
Piet. Ja, \'t moet toch een heerlijk gevoel zijn voor
die menschen, om liefdadigheid te kunnen uitoefenen en
tegelijk zoo\'n groote massa menschen aan zich te ver-
plichten.
Jan. \'t Is mogelijk, maar het bestaan van die vele af-
hankelijken is allernaarst. Te weten dat men werken
kan en werken wil om den kost te verdienen en dan
toch nog genoodzaakt te zijn van anderen ondersteuning
te vragen, is een treurig lot.
Piet. Maar bedenk eens, dat die milddadige gevers
veel van hun invloed op het volk zouden missen, wanneer
zij niet meer konden geven; ge kunt dus wel denken, dat
die den toestand zoo heel erg niet vinden en dat eene
verandering door hen niet zoozeer gewenscht wordt.
Jan. Je hebt mooi praten, maar als er heel niet ge-
geven werd, dan zou \'t volk spoedig van honger omko-
men; zou je dat dan willen?
Piet. Natuurlijk verlang ik dat niet, maar wel
wenschte ik, dat de menschen hun eigen lot wat meer
bestierden, en het niet aan het toeval of aan de natuur
overlieten om te beslissen, of zij al of niet tot armoe
zullen vervallen.
Jan. Daar begrijp ik nu heelemaal niets van. Zou jij
me willen wijs maken, dat de menschen zich zei ven in
beteren toestand zouden kunnen brengen ? Hoe wil je dat
aanleggen ?
Piet. Ik raad ze eenvoudig aan te zorgen, dat ze niet
zooveel kinderen krijgen. Daardoor zullen er minder men-
-ocr page 6-
4
schen in de wereld komen, en zal er dus minder vraag
naar voedsel zijn, waardoor we kans hebben, dat alles
wat goedkooper wordt. Maar het voornaamste is, dat
de menschen zich dan niet zoo zullen verdringen om wat
te verdienen. Er zal niet zooveel arbeidskracht zijn, en
de werklui zullen dan eens de kans krijgen wat hooger
loonen te vorderen. Zij behoeven clan niet meer bang
te zijn zooals nu, dat, wanneer een baas lager loon aan-
biedt en zij het niet aannemen, er honderden achter hen
staan om zelfs voor dat lager loon. gaarne hun plaats
in te nemen.
Het loon zou dan eens wat beter in evenredigheid ge-
bracht kunnen worden met de behoeften van den werkman,
en, wat nog meer zegt, er zal altijd werk zijn voor allen.
Jan. Jij praat net als dat boekje, dat we laatst ge-
lezen hebben. Daarin zeiden ze, dat er maar eene zekere
hoeveelheid welvaart in de wereld was, en dat die ver-
deeld moest worden. Hoe meer er nu waren om te
deelen, des te meer armoede zou er geleden worden, want
de deelen worden dan te klein, en op \'t laatst zijn er
enkelen, die in \'t geheel niets krijgen. Waren er daaren-
tegen wat minder menschen in de wereld, dan kreeg
ieder een goed deel van de welvaart mede.
Piet. Dat hebt ge goed onthouden, en dan zult ge
ook nog wel weten, dat daarin alle maatschappelijke
kwalen aan die overbevolking worden toegeschreven:
armoede, ellende, ontucht, volle gevangenissen, lage
loonen, en ten slotte alle uitingen van Sociaal-Demo-
craten, Nihilisten, Internationalisten, Communisten, om-
dat die, gedreven door ontevredenheid, een gevolg
van hunnen slechten toestand, de fout zoeken in
Staatsinstellingen, en deze dan omver willen werpen,
maar voorbijzien, dat zij hun eigen toestand zoo slecht
gemaakt hebben, door maar steeds nieuwe menschen in
het leven te roepen, zonder te weten of zij die behoor-
lijk konden opvoeden en hun een bestaan verzekeren.
Jan. Maar er is ook nog woeste grond genoeg. Als
je eens ziet hoeveel heide er nog is in ons land, dan
moesten ze die maar eens gaan bebouwen.
Piet. Je ziet weer niet verder dan je neus lang is.
Stel je nu eens voor, dat die grond bebouwd moest wor-
-ocr page 7-
5
den, wat zou dan het graan duur worden; want aan
meststoffen, arbeidsloonen en interest van het geld zou
zooveel uitgegeven moeten worden, dat het dubbele van
den tegenwoordigen prijs van het graan nog niet vol-
doende zou zijn, om daarmede rekening te maken. De
ondervinding heeft geleerd, dat, wie heidegrond wil om-
zetten in bouwgrond, meestal het grootste gedeelte van
zijn kapitaal verspeelt.
Jan. Nu, dan moeten ze maar verhuizen naar Ame-
rika en Australië.
Piet. Wees nu toch eens wijs, en zie de dingen, die
om je heen gebeuren. De meeste menschen komen nog
armer en ellendiger terug dan ze er heen gingen. Het
is niet meer als in vroeger jaren. Thans is het beste
land genomen, en ook daar is de bevolking in weinige
jaren zóó vermeerderd, dat zij de vreemde indringers
niet heel welkom ontvangt. Waar gele koorts heerscht
en de lucht je leverziekte, buikloop of andere kwalen
bezorgt, daar is nog wel plaats, maar denk er dan
meteen maar om je testament te maken. Naar die
verre landen te verhuizen is goed voor boeren of werk-
lieden, die een sommetje bezitten. Die kunnen daar
de kat uit den boom kijken, en als het heel slecht gaat
weer terugkeeren ook. Maar zulke lui, die in het bezit
van een sommetje gelds zijn, blijven hier en de anderen
willen en kunnen niet verhuizen.
Bovendien zal de landverhuizing weinig helpen, wan-
neer de menschen niet tegelijk hun aantal beperken,
want anders zal de ruimte, die gemaakt wordt door die
verhuizing, spoedig weer door nieuwe menschen worden
ingenomen; en dan staan wij weer voor hetzelfde feit.
Wij moeten daarom trachten hun lot hier te verbe-
teren, en dat kan, wanneer ze de middelen maar willen
toepassen, die hen in staat stellen het aantal kinderen
zoo klein te houden als ze zelven wenschen.
De eerlijke man, die met zijne vrouw en een klein
getal kinderen welvarend kan leven, zal dan wel zor-
geu, dat er geen groot getal komt, opdat het geluk en
de welvaart het huis niet worden uitgejaagd.
Wanneer ieder de verantwoordelijkheid inzag, die hij
op zich laadt door het verwekken van kinderen, voor
-ocr page 8-
6
welke hij niet zeker is te kunnen zorgen door ze krach-
tig te voeden en goed te laten onderwijzen, dan zou
men spoedig met alle kwalen der overbevolking afge-
rekend hebben.
Ieder zorge slechts niet meer kinderen te krijgen dan
hij behoorlijk kan kleeden, voeden en laten onderwijzen;
en wanneer dat gedaan wordt, dan zal er spoedig heel
wat armoede en ellende verdwijnen. Ga zelf eens na,
hoe wjj in den werkmansstand moeten zwoegen voor
huishuur, voedsel, begrafenisfonds, ziekenbus, pensioen -
vereeniging en wat al niet meer, en bovendien nog
voor slechte tijden moeten zorgen!
Dit alles geeft reeds genoeg te doen wanneer men
alleen is, of gehuwd een of twee kinderen heeft; maar
hoevelen zijn er niet, die hun gezin jaarlijks met één
laten vermeerderen.
Stel je eens voor, dat men met 4, 5 of 6 kinderen
zit, en die ook nog naar school moet zenden, wanneer
ze 7 of 8 jaar oud zijn; ze dienen dan fatsoenlijk ge-
kleed te gaan, en eten op dien leeftijd bijna zooveel als
wij. Kan men van die ouders verwachten, dat ze hun
kinderen geregeld naar school zenden, en over hen een
wakend oog houden?
De meesten moeten, wanneer ze 10, 11 of 12 jaar
geworden zijn, reeds meewerken, om in hun eigen onder-
houd te helpen voorzien. Het gezelschap, waarin ze
dan komen, is in den regel niet van dien aard, dat ze
later tot voorbeeld van zedelijkheid kunnen dienen. Al
het lezen en schrijven, dat zij geleerd hebben, is in één
jaar totaal vergeten.
Ieder van die kinderen gaat gewoonlijk den weg, dien
zij voor zich zei ven kiezen, — en hoe menigmaal is dat
juist de verkeerde!
Maar ga bovendien eens na wat het kost, wanneer
die vrouw bijna jaarlijks bevalt. Telkens moet zij een
bepaalden tijd op het kraambed doorbrengen; haar huis-
houden wordt dan waargenomen door eene helpster;
de kosten eener vroedvrouw enz. enz.
Wanneer wij nu weten, dat volgens dr. Reclam 2/s der
kinderen beneden 5 jaar sterft, en dat die sterfte hoofd-
zakeljjk plaats heeft onder de lagere standen, dan kan
-ocr page 9-
7
men zoowat nagaan wat het kost, wanneer een jong en
krachtig paar op 23-jarigen leeftijd huwt, en ieder jaar,
of om de twee jaar, een kind doet geboren worden. Dat
kraambed der vrouw en het sterfbed der kleinen wis-
selt elkaar dan voortdurend af.
En welk eene aantrekkelijkheid moet een dergelijk
gezin opleveren voor den man of jongeling? Door de
vele monden en andere behoeften vna een groot gezin,
kan er niet veel worden uitgegeven voor huishuur; het
gevolg is dat allen moeten huizen, eten, slapen, was-
schen en koken in meestal 1 , hoogstens 2 vertrekken.
De lucht dier kamers is veelal bedorven en werkt
allernadeeligst op de gezondheid, maar nog erger op
hen, die er \'s nachts in moeten slapen. Toch kan dit
niet anders; want in een groot gezin van den werkman
kan men aankomende jongens en meisjes toch niet in
hetzelfde vertrek en ook niet in dat der ouders laten
slapen. Dat zulks veelal geschiedt, bewijst reeds, dat er
meer personen onder dat dak huizen, dan wenschelijk
is voor de gezondheid en de goede zeden; en daarom
alleen was het reeds een vereischte geweest, dat zulke
gezinnen gebleven waren binnen de grenzen, waarin
het welvarend, gezond en zedelijk had kunnen blijven
leven.
Veelal huist in één vertrek het geheele gezin. De ge-
boorte van den nieuw aangekomene vindt daar plaats;
het doodsbed van den overledene blijft daar, tot hij be-
graven wordt; en dat alles soms, terwijl aankomende
jongens en meisjes daarbij tegenwoordig zijn, ja vaak
in hetzelfde vertrek slapen.
Wat is er van eene dergelijke opvoeding te wachten,
wat van het zedelijk gehalte eener dergelijke bevolking?
En zie eens, hoe de moeder daaronder lijdt. Gij be-
hoeft niet ver rond te zien. Kijk maar eens uw eigen
zuster, eene flinke gezonde meid, toen zij, 23 jaar oud
zijnde, met Janus trouwde. Alles was even helder, en zij
bewoonden een flink huisje in een der buitenwijken. Nu
was Janus een oppassende vent, dat moet gezegd worderf;
want ik heb de eerste 2 jaren, dat ze getrouwd waren,
bij hen in de buurt\'gewoond, en zag hen \'s avonds, als
hij van zijn werk kwam, gewoonlijk samen een eindje
-ocr page 10-
8
wandelen; en Zondags gingen ze geregeld naar buiten.
Maar zooals je zelf weet, kwam er ieder jaar vast een
kleintje; zijne verdiensten bleven dezelfde, en na i jaren
getrouwd te zijn had hij 3 kinderen in leven en één dood.
In zijn huis kon hij niet blijven; de huur was nu te
hoog, de vrouw had meer geld voor het huishouden en
de kinderen noodig, en al spoedig zag ik ze naar de
kleine woning in die opgepropte buurt verhuizen. Ze
zijn nu 12Vs jaar getrouwd, en de vorige week hebben
ze eenige kennissen bij die gelegenheid gevraagd.
Ik was er ook, maar ga er nooit weer heen, want \'t
is er zoo smerig, dat ik vies was van de kopjes, waaruit
we de koffie te drinken kregen.
Bij die gelegenheid vertelde ze, dat ze nu negen kin-
deren gehad had, en haar eigen woorden waren: „wan-
„neer het kerkhof mij niet genadig was geweest, had
„ik er negen in leven, nu zijn er nog vijf."
En die vijf zagen er uit als wezels; ze loopen den ge-
heelen dag op straat, en leeren allerlei schavuitenstreken.
Griet zegt maar, dat ze geen tijd heeft om zich er mede
te bemoeien, en Janus moet alle avonden overwerken
om hetzelfde loon te verdienen, wat hij vroeger had;
zóó slap gaat het tegenwoordig.
Maar het ergste is nog, dat Griet er zoo slecht uit-
ziet en dat ze zoo slordig is geworden. Ze is totaal onver-
schillig voor den boel, en om je de waarheid te zeggen,
geloof ik, dat Janus hoog opgeeft van zijn overwerken,
om bevrijd te zijn van \'s avonds in dien rommel te zit-
ten; ik hoorde ten minste gisteren zeggen, dat hij iede-
ren avond een glas bier zit te drinken in „de Wildeman",
waar hij vroeger nooit kwam.
Die negen kinderen hebben niet veel geluk aangebracht,
en als jy en je moeder samen niet zorgdet voor de kleeren
en het schoolgaan, dan kon je er zeker van zijn, dat ze
voor tucht en werkhuis opgroeiden!
Vergelijk nu eens dat slordige gezin met dien uithui-
zigen vader en negen kinderen, waarvan nog vijf in
leven, in die kleine ongezonde vochtige vertrekken van
die achterbuurt met dat knappe, gelukkige paar met
twee kinderen in die gezonde buitenwijk, — en zeg mij
dan eens, wat het verkiesljjkst is.
-ocr page 11-
9
Jan. Je hebt gelijk, kerel; die arme Griet! was ze
liever nooit getrouwd, maar je weet zelf, dat Janus de
meest oppassende werkman in den omtrek was, en die
verzuipt of verdoet het toch ook niet.
Maar \'t is zoo; al die kinderen breekt hun den nek;
kijk maar eens in onze buurt; huis aan huis kan je 4, 5
of meer kinderen vinden met de ouders in één of twee
vertrekken huizende; en als je er ingaat, nu ze met
die kou de deuren zooveel mogelijk dicht houden, komt
je een walm tegen, die onverdragelijk is. En daarin leven
en slapen die menschen dag en nacht. Het is maar
al te waar, dat ze met 1 of 2 kinderen heel wat beter
woning kunnen huren, en een beteren pot koken ook;
en wat mij er nog het best van zou bevallen is, dat
wij een sterker geslacht zouden krijgen, want het. tegen-
woordige is al bizonder naar en ziekelijk.
In de hoogere standen erft ieder kind wat van het
ondermijnde lichaam eener moeder, die veel kinderen
baart; en bij de lagere standen krijgen ze den invloed
dier ongezonde woningen nog op den koop toe.
Als over het algemeen de gezinnen wat beperkt wer-
den, zou men waarlijk door ie betere zorg, die men
aan de opvoeding zou kunnen besteden, en het sterker
lichaam der vrouw, een heel wat krachtiger geslacht
krijgen.
Maar aan den anderen kaut blijft het voor mij nog
een raadsel, hoe ge dat zoudt willen aanleggen, zonder
het huwelijk tot op later leeftijd uit te stellen?
Piet. Het huwelijk zcSólang ixitstellen zou eene dwaas-
heid zijn, want de ondervinding leert, dat de mensch
op zekeren leeftijd naar geslachtsbevrediging sterk ver-
langt, en dat hij daaraan voldoet niettegenstaande het
strengste verbod.
Als je ziet, dat in de 14e eeuw de ontucht met den
dood gestraft werd, en dat er dan toch nog ontuchtige
vrouwen gevonden werden, dan is dat wel een bewijs,
dat de zucht naar geslachtsbevrediging zeer groot is.
Maar blijven wij bij onzen tijd, en zie hoe menige
ongehuwde moeder een kerkerstraf van 5 jaar trotseert
door haar kind te vermoorden, dat de vrucht is van
hare voldoening aan lust tot bijslaap.
-ocr page 12-
10
Die neiging tot geslachtsbevrediging is te groot, dan
dat zij door voorschriften, welke ook, onderdrukt kan
worden; en door het huwelijk uit te stellen zou men
slechts het aantal vergrooten van hen, die aan die nei-
ging buiten huwelijk voldoen.
Het aantal vrouwen, dat daarvan een beroep maakt,
zou er aanmerkelijk door toenemen; en het zijn hoofd-
zakelijk de lagere standen, die daaronder zouden lijden,
want tot deze behoort toch het meerendeel dier vrouwen.
Neen, beter is het zoo vroeg mogelijk te huwen, de
man b. v. op 23, de vrouw op 19 a 20 jarigen leeftijd;
maar dan ook de middelen te baat genomen, die de we-
tenschap ons leert, om te voorkomen, dat wij door een
te groot aantal kinderen tot ellende en armoede vervallen.
Ieder kind, dat geboren wordt, zij welkom, omdat de
ouders overtuigd zijn, dat een gezond leven en eene goede
opvoeding daarvoor gewaarborgd zijn.
Hoe menigmaal wordt met de grootste onverschillig-
heid gezegd: „wij hebben er nog 6, maar we konden er
11 hebben," en vraagt men den man, of hij alle 11 nog
in leven zou wenschen, dan antwoordt hij: „om je de
waarheid te zeggen, is \'t me wel wat veel.1\'
Is dat nu een gewenschte toestand?
Huwen en een onbepaald aantal kinderen krijgen, be-
hoeft daarom niet samen te gaan. Huwen en kinderen
krijgen is stellig en zeker de meest gewenschte toestand,
want kinderen vormen de ouders, en de ouders behooren
de kinderen gelukkig te maken.
Maar het aantal kinderen moet niet zoo groot wor-
den, dat het geheele gezin niet gelukkig zou kunnen
blijven; en dit kan het niet, wanneer de ouders zich aan
het toeval, of zoo men wil, aan de natuur overleveren,
en die voor hen laten beslissen hoeveel kinderen zij heb-
ben zullen.
Zoo gaat het bij de redelooze dieren, maar bij den
mensch dient het wel wat anders te gaan, wanneer zijn
geluk daarbij op het spel staat.
Indien de mensch overtuigd is, dat door het ter wereld
brengen van veel kinderen de moeder en meestal ook de
kinderen /elven ongelukkig worden, dau handelt hij als
een redelijk wezen, wanneer hij het auntal naar eigen
-ocr page 13-
11
behoeften of omstandigheden bepaalt; want daardoor zal
hij zich meer bewust worden van zijne verantwoorde-
lijkheid voor een goede voeding en opvoeding van dat
aantal, dat hij goed vindt in het leven te roepen.
Jan. Het staat mij alles best aan, omdat je daardoor
medehelpt den mensen te voeren van het lijdend stand-
punt, dat hij thans inneemt, tot het meer verheffend
standpunt, dat hij zal innemen, wanneer hij ziet, dat
zijn geluk en welvaart van eigen denken en handelen
afhankelijk zijn.
De meesten hoort ge nu zeggen: „Men moet de dingen
„voor lief nemen zooals ze zijn, en de kinderen kan men
„niet terugzenden; wanneer die komen, dan moeten we
„ze aannemen." Maar uit hetgeen gij daareven hebt
meegedeeld blijkt, hoe onwaar die redeneering is.
De kinderen komen door ons eigen toedoen; er is nog
nooit een kind geboren, dat geen vader en moeder had,
en wanneer er middelen zijn om het krijgen van kin-
deren te voorkomen, dan is het ook onze eigene schuld
wanneer ze toch komen. In dit geval wordt het ook waar,
„dat we ze moeten aannemen, omdat we ze niet kunnen
„terugzenden." Maar beter ware het, dat een klein
getal met open armen ontvangen werd, en dat getal niet
grooter werd dan de ouders in staat zijn, om deugdzaam,
gezond en krachtig op te voeden.
Maar zeg mij eens: weten de menschen wel, welke
middelen er zijn om het krijgen van kinderen te voor-
komen ?
Piet. Wel zeker. Velen weten het, en die het niet
weten, maar er belang in stellen, vragen het eenvoudig
aan hun dokter.
Wanneer men het weten wil en de middelen daartoe
wil aanwenden, dan is daarvoor gelegenheid genoeg, al
was het maar door \'t koopen van een goedkoop boekje,
dat daarover handelt, zooals: „ De vruchten der jilosophie,"
„De wet der bevolking", „Lichamelijk, zedelijk en maatschap-
pelijk zelfbehoud",
en meer andere, die bij alle boekver-
koopers verkrijgbaar zijn.
Jan. Maar is het toepassen van dergelijke middelen
wel zedelijk?
Piet. Daar kom je nu op een chapiter, waarover we
-ocr page 14-
12
het spoedig eens zullen zijn, als je nu maar een oogen-
blik wilt blijven bij het begrijpelijke. Wat noemt ge
zedelijk ? Is het b. v. zedelijk, wanneer ge u zei ven en uw
gezin aan het toeval overlevert, waarvan ge zeker zijt,
dat het je in \'t verderf zal storten*?
Of is het zedelijker om, wanneer je de middelen daar-
toe bezit, alles in \'t werk te stellen om je eigen lot te
verbeteren en armoede en ellende af te wenden?
Welken van deze twee wegen wilt gij bewandelen?
Maar laat ik verder gaan, en u vragen of het zede-
lijk is om toch maar voort te gaan kinderen te ver-
wekken, wanneer inen te voren weet, dat men hun
geene behoorlijke opvoeding kan geven, noch ze vol-
doende kan laten onderwijzen en kleeden, zoodat die
kinderen van giften en gaven zullen moeten leven?
Of is het soms zedelijker, dat men, ten volle van de
verantwoordelijkheid bewust, een klein getal kinderen
krijgt, dat men, goed gevoed en gekleed en met vol-
doende kennis toegerust, de maatschappij inzendt, in
staat den strijd om het bestaan mede te voeren?
Kies en zeg mij, welke zedelijkheid gij verlangt!
Wanneer een groot aantal kinderen de ouders en de
kinderen zelven tot armoede brengt, en zoodoende het
geluk uit de woning verbant, terwijl een klein getal
allen te zamen gelukkig maakt; welke handeling is dan
zedelijker?
Indien het niet onzedelijk is, dat meisjes en jongens
ongehuwd blijven, wanneer zij den leeftijd hebben om
kinderen te kunnen verwekken, dan kan men het ook
niet onzedelijk noemen, wanneer men het niet krijgen
van kinderen in den gehuwden staat naar willekeur
uitstelt. In beide gevallen is de daad willekeurig. De
ongehuwde voorkomt het krijgen van kinderen door
niet te trouwen; de gehuwde voorkomt het door
toepassing der middelen, die de wetenschap hem
leert.
En wanneer nu de gehuwde zijn geluk verhoogt door
geslachtsbevrediging, maar het verwekken van kinderen
voorkomt, omdat hij hun geene behoorlijke opvoeding
kan geven, en omdat hij met zijn gezin daardoor tot
armoede zou vervallen, —"\'is hij dan niet zedelijk?
-ocr page 15-
13
Noemt gij hem onzedelijk, omdat hij de zekerheid der
armoede voorkomt?
Iedere daad is zedelijk, die iemands geluk verhoogt
en waardoor ge geen schade toebrengt aan anderen noch
aan u zelven.
Wilt ge een staaltje, waartoe overbevolkte gezinnen
leiden? Lees dan eens, wat de correspondent van het
Handelsblad den 14,k" Januari 1880 schrijft uit het
Noorden: „Dievenbenden van 14, 15 jongens zijn be-
„ trapt, terwijl ze wijn en sterken drank stalen, \'t Zijn
„natuurlijk spruiten uit totaal ongelukkige huisgezin-
„nen, die straks weer op hunne beurt huwen en een
„nog ellendiger geslacht opkweeken. Het spreekt van-
„zelf, dat de meisjes uit dergelijke gezinnen niet veel
„beter zijn dan de jongens. Wat zullen ze zonder onder-
„wijs, zonder zedelijkheid en deugd, als een borstwapen
„aangorden in den kampstrijd van het leven? Ze vallen
„de een na de andere, of der prostitutie, of der armoede
„ten prooi. Verplicht onderwijs is o. i. het eenige voor-
„behoedmiddel......"
Wat zegt ge daarvan ? Denkt ge, dat verplieht onder-
wijs zal baten bij kinderen, die thuis de misdaad leeren,
zonder toezicht rondloopen en bovendien niet voldoende
gevoed worden?
Ware het niet beter geweest, dat zij in \'t geheel niet
geboren waren? Tot vreugde hunner ouders zijn ze
zeker niet in de wereld, en de maatschappij kan op
dergelijke exemplaren ook niet bizonder gesteld zijn.
Zou er niet veel onzedelijkheid voorkomen zijn, wanneer
de ouders zedelijk genoeg geweest waren, om die kinde-
ren niet te verwekken, omdat zij die niet voldoende
konden opvoeden?
Om kinderen tot zedelijke wezens te vormen, moeten
zij eene goede opvoeding hebben zoowel in huis als in
de school. En om ze thuis goed op te voeden, daarvoor
moeten de ouders de middelen bezitten, en dient er dus
eene zekere welvaart te zijn; wordt het getal zoo groot,
dat de welvaart verdwijnt, dan wordt ook spoedig de
zorg voor de opvoeding verwaarloosd en loopt het geluk
van het geheele gezin groot gevaar.
Denk niet, dal die kleine vagebonden alléén in Gro-
-ocr page 16-
14
ningen gevonden worden; in bijna iedere stad van eeni-
gen omvang treft men ze aan, en in de groote steden
zijn zij het meest ervaren in losbandigheid en ondeugd.
Jan. Het schijnt ook, dat de lagere standen het meest
gezegend worden met kinderen.
Piet. Inderdaad heeft het den schijn, dat er in de lagere
standen meer kinderen geboren worden, maar vergeet niet,
dat men in de hoogere standen de middelen kent om het
krijgen van kinderen te voorkomen, vooral in de hoogste;
en wie zal het publiek maken, dat gehuwde lieden in
dien stand, soms om het kapitaal of erfgoed bij elkaar
te houden, soms ook uit ij delheid der vrouw om hare
schoonheid zoo lang mogelijk te bewaren, die middelen
aanwenden ?
De reden, waarom we mogen gissen, dat zij van die
middelen gebruik maken is, dat een klein aantal kin-
deren in die hoogste standen zoo ontzaglijk veel meer
voorkomt.
Maar eerlijk er voor uit te komen durven ze niet, en
toch ware \'t voor hen slechts door een zuren appel bij-
ten, want kwamen de hoogste standen er ridderlijk voor
uit, dan zou het spoedig als iets noodzakelijks beschouwd
worden, waaraan men zich moet onderwerpen, en binnen
een jaar was het geroep over onzedelijkheid uit.
Jan. Maar Piet, \'t is zulk eene onkiesche handeling.
Piet. Dat vinden wij nog zoo, omdat ze nieuw is.
Zoodra echter de overtuiging bestaat, dat het heil der
menscheid er van afhangt, wordt de handeling niet
meer voor onkiesch gehouden. Men is nog niet genoeg
doordrongen van de noodzakelijkheid; anders zou men
het evenmin kiesch moeten noemen, dat een dokter
een kwaal behandelt aan een zoogenaamd kiesch lichaams-
deel eener vrouw. Ja zelfs de handeling van dien dokter
zou nog eerder onkiesch zijn te noemen, omdat die ge-
schiedt bij eene hem onbekende vrouw, terwijl de toe-
passing der besproken middelen geschiedt door man en
vrouw, die, getrouwd zijnde, familiaar met elkander
omgaan.
Kunt gij b. v. de Fransche boeren onkiesch of onze-
delijk noemen?
En toch is Frankrijk het land, waardoor een groot
-ocr page 17-
15
deel der bevolking de middelen om het aantal kinderen
te beperken in praktijk worden gebracht. In deprovin-
cie en voornamelijk bij den boerenstand wordt die leer
op hun gezin toegepast, en gioote gezinnen met 4, 5 of
meer kinderen behooren daar tot de uitzondering. Regel
is daar 2 kinderen.
Sedert tien achtereenvolgende jaren is de bevolking
van Frankrijk dan ook zeer weinig toegenomen, en heb-
ben de Franschen ook het minst geleden onder den druk
der slechte tijden. Terwijl overal elders door de slapte
in handel en nijverheid de bevolking ongelooflijk veel
leed, en de belastingen hooger moesten worden opge-
voerd, vernam men weinig of geen klachten uit Frank-
rijk en zag men daar de inkomsten van den staat zooda-
nig toenemen, dat staatsschulden konden worden afgelost.
Jan. Voor één ding blijf ik toch bang, en wel dat
door de algemeene bekendheid dier middelen veel mis-
bruik er van gemaakt, en daardoor de ontucht in de
hand gewerkt zal worden.
Piet. Dat is al een zeer gering bezwaar, wanneer
men nagaat, dat door ze niet algemeen bekend te maken
men eigenlijk de goede moeders aan de roekelooze meisjes
opoffert. Worden de middelen verzwegen, dan zullen
nog vele moeders tot armoede vervallen, die anders waar-
schijnlijk met hare goede voornemens een gelukkig
leven zouden leiden, terwijl de vrouwen, die zich aan
ontucht overgeven, door het verzwijgen der middelen
niet zullen verminderen, maar naar de ervaring, die wij
nu opdoen, nog steeds blijven toenemen.
Neen, bekendheid met de middelen zal velen doen
besluiten vroeger te huwen, en daardoor hun geluk te
bevorderen. De vrouwen en mannen, die zich buiten
huwelijk aan geslachtsbevrediging overgeven, zullen daar-
door verminderen en dit zal de maatschappij ten goede
komen.
Of moet men het verkoopen van pistolen, scheermes-
sen en vergiften verbieden, omdat de menschen daarmede
zelfmoord kunnen plegen?
En onderstel nu eens, dat er van de bekendheid
der middelen gebruik werd gemaakt door een meisje,
dat buiten huwelijk omgang had met een jongen, dan
-ocr page 18-
16
zoudt gij willen, dat door de geboorte van een kind dat
feit aan \'t licht werd gebracht ?
Maar bedenkt gij wel, dat het kind niet gewenscht is,
en dat het met een vloek over het hoofd reeds ter wereld
komt? Dat behalve de moeder ook de vader soms dat kind
vloekt en dat de eerste er dikwijls vijf jaren tuchthuis-
straf aan waagt, om door moord de schande der geboorte
te bedekken voor die hardvochtige maatschappij, die haar
anders uitwerpt en verfoeit? Noch het lot van het kind,
noch dat van cle moeder is benijdeaswaard.
De opvoeding van het kind wordt verwaarloosd en
het groeit veelal op voor tucht- of werkhuis; de moeder
wordt, door de wereld verstooten, en vervalt meestal
tot armoede en eindigt — om in haar onderhoud te
kunnen voorzien — zoo licht met handel te drijven met
haar lichaam.
Een aanschouwelijk beeld daarvan leverde dezer dagen
een der Fransche tijdschriften. Een kind roept zijn
moeder, die zeer opzichtig gekleed de straat opgaat, na:
„Moeder, waar gaat gij heen?" en het antwoord luidt:
„Ik ga brood voor u verdienen." En wilt gij nu nog,
dat die vrouw onbekend bleef met de middelen?
Maar was het dan niet beter geweest voor de moeder,
voor het kind en voor de maatschappij, dat zij de mid-
delen had toegepast, en daardoor een geboorte voor-
komen, die zulk een ellendigen nasleep heeft?
Zoudt gij daarom de middelen verzwijgen?
Jan. Ik moet toegeven, dat het om die reden dwaas-
heid zou zijn een leer te verzwijgen, die door toepassing
zoo heilzaam kan werken.
Ik heb dan ook meer op met de zedelijkheid, die de
ouders voorschrijft geen leven te verwekken zonder daar-
aan een gelukkig bestaan te kunden verzekeren, en an-
ders dat leven te voorkomen; want eigenlijk is het slechts
een leven voorkomen, maar niet een bestaand leven
dooden. Ik hoop, dat ieder daarvan spoedig overtuigd
wordt en zoodoende zijn eigen welvaart en die van an-
deren helpt bevorderen.
- «-»<3«öm*s«>°S^-^