-ocr page 1-
\'^3
vn
POST of RROPTER?
VRAAG
(naar aanleiding van de waardebepaling van eigen-
dommen door eene van wege.de gemeente Rotterdam
benoemde Commissie van taxatie.)
Beantwoord «oor
J. II. K L Ü T Gr K N,
Oucl-InclUHtrieel.
EN
A. O K M A A K, Ar-ts.
Pi\'aotiseerend geneesheer.
Beiden te \'S-GRAVENHA6E.
-ocr page 2-
\' i
-ocr page 3-
POST of FROPTER?
VRAAG
(naar aanleiding van de waardebepaling van eigen-
dommen door eene van wege de gemeente Rotterdam
benoemde Commissie van taxatie.)
Beantwoord door
J. H. K L Ü T Gr E N,
O u<3 -Industrieel.
EN
A. DE MAAK, Arts.
Praotiseerend geneesheer.
Beiden te \'S-GRAVENHAGE.
-ocr page 4-
-ocr page 5-
VOORWOORD.
Naar aanleiding van den in ons privaatbezit zóó diep
ingrijpenden
maatregel, welken de gemeente Rotterdam
heeft toegepast, meenden wij verplicht te zijn het stil-
zwijgen eindelijk te moeten verbreken.
Wij wenschten toch langs dezen weg der publieke opinie
te overtuigen, hoe de gemeente Rotterdam in deze voor
iederen grondeigenaar zoo gewichtige financieele aange-
legenheid hoogst éénzijdig en partijdig is te werk gegaan.
Het is deze éénzijdige en partijdige handelwijze der
gemeente Rotterdam die ons noodzaakte tot het inroepen
van de uitspraak der bevoegde rechterlijke macht, onze
toevlucht te nemen.
Waar wij evenwel het volst vertrouwen koesteren
omtrent de onpartijdigheid van dit hoogst achtbaar
college;
Waar wij reden hebben om aan te nemen, dat, in dit
geding betreffende onze persoonlijke eigendomsberooving,
onze zoo gewichtige financieele belangen dubbel zullen
worden overwogen vooraleer de eindbeslissing zal worden
gegeven (omdat daarvan — integenstelling met de uit-
spraak over Dreyfus persoonlijke vrijheidsberooving —
eene revisie zoo goed als onmogelijk is):
Daar zoude een oordeel onzerzijds over de uitspraak
dienaangaande op zijn zachtst genomen voorbarig — om
niet te zeggen ongepast — wezen. Daarom blijven wij dus
hieromtrent het stilzwijgen bewaren.
-ocr page 6-
4
Wat wij met dit schrijven beoogen, is: den ingezetenen
der gemeente Rotterdam — die wij als indirect derde
belanghebbenden in deze zoo gewichtige financieele aan-
gelegenheid beschouwen — de overtuiging te schenken,
dat onze houding in deze onteigening eene volkomen
gerechtvaardigde
is.
Wat wij verder wenschen aan te toonm, is: dat de vrees
van sommigen, nl. dat de bedoelde onteigening der ge-
meente Rotterdam financieele lasten zoude opleggen en
dus den druk op de belastingschuldigen zoude verhoogen,
bij aldien aan de eigenaren eene billijke schadeloosstelling
zoude worden toegekend: dat die vrees geheel ongegrond
en ijdel
is; dat integendeel, zelfs bij ruime, doch billijke
schadeloosstelling aan de eigenaren, toch nog groot direct
voordeel voor de gemeente Rotterdam wordt behaald
door \'t verkrijgen eener prachtige haven: om niet te
spreken van de indirecte toename der welvaart, die het
ons, zoo goed als anderen, aangenaam zal wezen te kunnen
blijven constateeren.
-ocr page 7-
„Siium Cuique"
Bij de zeer groote onteigening, die de gemeente
Rotterdam heeft ondernomen ten behoeve der dringend
noodige haven-uitbreiding aan den Linker-Maasoever,
vroegen wij ons af wat verstaat men onder bouwterrein?
Ieder zal, dunkt ons, onder bouwterrein verstaan tuin-,
wei-, bouw-, teel-land of gorzen, zelfs duingrond (waar-
voor den Haag ons een goed voorbeeld geeft), die
in de nabijheid liggen eener zich uitbreidende stad; voor
het bouwen of daarstellen van de noodige werken, als
havens, sporen, straten, woningen, fabrieken, pakhuizen
etc. in aanmerking komen, of van zelf daartoe door hunne
gunstige ligging zijn aangewezen.
De quaestie bouwterrein of bouwland wordt dus uit-
sluitend beheerscht door de vraag: komt het terrein in
aanmerking voor exploitatie en stadsuitbreiding.
Dat onze terreinen op den Linker-Maasoever, gelegen
in de onmiddelijke nabijheid van het centrum der handels-
en scheepvaartbeweging van Rotterdam, in de eerste plaats
daarvoor zijn aangewezen bewijst ook ondermeer het feit
der onteigening zelve.
Ware aan die zijde der gemeente R. geene haven-
en stadsuitbreiding noodig geweest, dan was de gemeente
Rotterdam zeker niet tot onteigening overgegaan.
Het is dus de gunstige ligging voor exploitatie en
stadsuitbreiding,
die onze terreinen hun oorspronkelijk
karakter van bouwland sinds lang beeft doen verliezen,
anders niet.
-ocr page 8-
6
Daar de oude stad (Rechter-Maasoever) geene voldoende
gelegenheid biedt, om in alle behoeften van den handel
en de scheepvaart te voorzien, restte het bestuur dei-
gemeente niets anders dan voor de noodzakelijke uit-
breiding den Linker-Maasoever te gebruiken.
Daar toch lag genoegzaam grond voor de grootst
mogelijke uitbreiding,
aan die zijde toch had men ook
van de aanslibbing der rivier geenertei hinder.
Zeer te betreuren was het voor de onderneming, \')
indertijd door particulieren op touw gezet, (toen men aan
den Nieuwen Waterweg begon te werken), om aan den
Linker-Maasoever de noodige werken, als havens, pak-
huizen etc. daar te stellen met het doel hiermede gereed
te zijn, zoodra de N. Waterweg gereed was, geducht jammer
was het, dat die weg toen niet slaagde, althans niet aan
de verwachting voldeed.
De Nieuwe Waterweg wilde niet slagen, men hoorde
er zelfs van gewagen, dat het verdere werk niet zou
kunnen doorgaan.
Die particuliere onderneming geraakte hoofdzakelijk om
deze rede, doch ook door andere bijkomende omstandig-
heden in déconfiture, met dit gevolg dat de gemeente R.
al die werken, welke ± 14 millioen gekost hebben, voor
4 millioen guldens heeft kunnen overnemen.
Intusschen had de stad de Grondheerlijkheid Charlois
aangekocht en annexeerde successievelijk de gemeenten
Delfshaven, Kralingen en Charlois.
Na veel tobben slaagde ten slotte de N. Waterweg
toch, en ontstond meer en meer bij particulieren de
begeerte om in de Nieuwe Stad in de te verwachten
behoefte aan pakhuizen, woningen, enz. te voorzien, en
) Wij hebben bier op \'t oog de exploitatie van Pincoffs c.s.
-ocr page 9-
7
wel in die mate, dat allengs aan den Linker-Maasoever
eene nieuwe stad is verrezen.
Ook de gemeente R. verkocht haar zandgronden, gorzen
en water als bouwterrein, — omdat die gronden als
anderszins door hunne gunstige ligging daarvoor ook
van zelf waren aangewezen.
Zij verkocht die gronden voor ƒ 10.—, ƒ20.—, ƒ30.—
en hooger per c.A.
Meer en meer bleek het dan ook dat de N. Waterweg
niet alleen aan de verwachting beantwoordde, maar
zelfs verre die gunstige verwachting overtrof.
Reeds nu behoort Rotterdam onder de beste havens
van Westelijk Europa te worden gerangschikt, zoo zij nu
niet reeds de best gelegen haven is. \')
Bij ijsgang is zij zeker prima inter pares!
Een ieder, die met open oogde geleidelijke maar grootc
verbetering van den N. Waterweg gadesloeg, en daarbij
in aanmerking nam de behoefte, die daardoor aan den
linker Maasoever moest ontstaan aan havens, kaden, pak-
huizen, woningen etc, begreep, dat alle gronden, aan den
linker Maasoever onder Hillesluis, Katendrecht en Charlois
gelegen, voor bouwterrein, in aanmerking kwamen al
naarmate handel en scheepvaart zich ontwikkelden.
De behoefte aan, de vraag naar bouwterrein moest
aldaar komen, en is sedert lang gekomen, terwijl de
waarde dier terreinen steeds stijgende was en is.
Dit begreep ten slotte ook de gemeente R.
]) Van af 1 Januari van dit jaar tot op heden (1 April) hebben
wij weder eene vermeerdering van 67 schepen nietende 136.397
reg. ton te constateeren. (N. R. Ct. Zaterdag 1 April, 2ebl.,Nederland").
In de eerste drie maanden van dit jaar nam de scheepvaart te
Antwerpen toe met.........22 schepen = 64270 ton.
In Rotterdam gedur. hetzelfde tijdperk met 47 , =72.127 ,
(N. R. Ct. 5 April, Ie bl. „België").
-ocr page 10-
8
Zij had dit getoond door den aankoop der Grondh.
Charlois, de overneming der havenwerken etc. \') en de
annexatie der gemeenten Charlois en Katendrecht.
Groote behoefte bestond er wederom sinds jaren aan
eene haven en de noodige werken, daar het reeds lang
was gebleken, dat de thans bestaande werken niet in de
toenemende behoefte kunnen voorzien, terwijl het tevens
vast staat, dat men in de toekomst ook met deze haven
nog niet klaar is.
Wat wij hierbij nog eens in het licht willen stellen is
dit: dat de waarde van de ter onteigening aangewezen
perceelen voor een groot deel tu danken is aan de zeer
gunstige ligging
dier perceelen ten opzichte van (onder
meer) den Waterweg naar zee, m.a.w. dat het is (onder
meer) de Waterweg, en niet de gemeente R., of haar
beleid, gelijk deze wel beweert, die de hooge waarde
aan deze terreinen geeft.
Denkt men zich toch de Maas-m?/er met den N. Waterweg
voor een oogenblik weg, dan zijn en Rotterdam, èn onze
thans zoo kostbare terreinen, beide van veel geringer
waarde, hetgeen wil zeggen: dat de waarde onzer ter-
reinen eene van de gemeente E., of liever van haar bestuur,
1) Al moge die particuliere exploitatie door bijkomende omstandig-
lieden ook niet zoo vlot van stapel geloopen zijn, bewijst dan dit
aanvankelijk mislukken op zich zelf\' dat alleen eene gemeente tot eene
dergelijke exploitatie in staat is ?
Om bet antwoord daarop te geven behoeven wij onzen blik maai\'
even op onze Engelsche naburen te slaan, waar dergelijke particuliere
exploitaties veelvuldig voorkomen en ook bloeijen, — ten bewijze
dat dergelijke particuliere ondernemingen, wel degelijk levensvat»
baarheid bezitten, zoodat het mislukken eener enkele particuliere
exploitatie volstrekt niet bewijst dat alleen eene gemeente zulke onder-
nemingen kan of behoort op touw te zetten met vernietiging of
onderdrukking van den particulieren ondernemings-geest.
-ocr page 11-
9
onafhankelijke grootheid is, doch voor een deel is ge-
baseerd, even als de waarde van Rotterdam zelve als
koopstad, op de ligging bij de Maas-rivier als toegang
naar en uit zee.
Waar deze bewering reeds uit zich zelf zoo juist en
duidelijk is, is het eigenlijk overbodig haar nader te staven.
Toch willen wij ook dit nog doen, om des te duidelijker
de onjuistheid aan te toonen van het standpunt der
gemeente R, wanneer zij beweert: de gemeente brengt
de waarde aan deze terreinen.
Reeds boven hebben wij er op gewezen, hoe eene
particuliere exploitatie en niet de gemeente R. den eersten
stoot
heeft gegeven aan de stads- en haven-ontwikkeling
op den Linker Maasoever.
Al is ook deze particuliere onderneming door een
samenloop van noodlottige omstandigheden ten gronde
gegaan, het feit op zich zelf van het tot stand komen
dier particuliere exploitatie en van de verdere haven-
uitbreiding na de overname daarvan door de gemeente
wijst er reeds op, dat die particuliere onderneming het
oog had laten vallen op de voor zoodanige exploitatie
meest gunstig gelegen terreinen.
Die particuliere ondernemers hadden nog zoo onjuist
niet gezien.
Maar die particuliere ondernemers zoeken, alvorens zij
beginnen, naar een terrein van bij uitstek gunstige ligging,
en dat heeft ook thans de gemeente R. gedaan, m. a. w.
de gunstige ligging is er en daarop is de gemeente R.
komen aanzetten.
Niet nadat (post) de exploitatie door haar zal zijn ter
hand genomen ontstaat de gunstige ligging, maar omdat
(propter) de ligging onzer terreinen zóó bij uitstek gunstig
is, daarom is de exploitatie mogelijk, gelijk zij uit dien
hoofde
dan ook reeds sedert jaren mogelijk was.
-ocr page 12-
10
Heeft men geen gunstig gelegen terrein, clan is eene
exploitatie als de bedoelde eenvoudig onmogelijk.
Eerst de gunstige ligging, dan de mogelijkheid tot
exploitatie,
hetzij door particulieren, hetzij door de
gemeente. Wie van deze beiden exploiteeren, dit is, wat
de exploitatie betreft, ons om \'t even, niet wat aangaat
de behartiging onzer belangen.
Waar de gemeente R. dus beweert: „de gemeente
Rotterdam brengt er de waarde aan", daar dwaalt zij.
Het is de gunstige ligging, onder meer ten opzichte der
Maas-rivier, die de waarde onzer terreinen bepaalt.
De ontwikkeling op den Linker-Maasoever, Fijenoord,
etc. is dan ook ontstaan onafhankelijk van den Rechter-
Maasoever en oorspronkelijk uit particulieren onder-
nemingsgeest voortgesproten.
Zoo zijn ook ontstaan IJmuiden, Hoek van Holland, enz.,
waar vroeger niets was behalve: gunstig gelegen terreinen.
Dat al deze gronden, die de gemeente R. nu onteigent, al
naar mate zij gunstiger, of minder gunstig zijn gelegen, bouw-
terrein
zijn van verschillenden prijs, is niet te weerleggen.
Reeds zeventien jaren geleden verkocht Notaris Plemp
10 Hectaren wei- tuin- en teelland in die streek gelegen,
met vermelding op de aanplakbiljetten: „geschikt voor
bebouwing."
De kooper bouwde op een gedeelte daarvan pakhuizen,
eene fabriek, arbeiderswoningen, woning voor den chef,
stalling, etc, terwijl hij recht tegenover deze gebouwen,
kort daarop, gedeelten daarvan verkocht voor f3.—,
ƒ5.— en fl.— en den grond benoodigd voor de straten
(breede) voor / 1.—, /ï.50 en ƒ2.—. alles per centiare.
Geweigerd werd, reeds jaren geleden, door den kooper
een bod van ƒ2.50 per c.A. voor 3\'/2 hectaren van de
4 \'/2 hectaren, die de gemeente nu onteigent, omdat men
die wenschte te koopen met het doel er eene kerk, scholen
-ocr page 13-
11
en een kerkhof te bouwen; door het daarstellen van een
kerkhof zouden toch de omliggende bouwterreinen te veel
in waarde zijn verminderd.
Ongeveer een tiental jaren geleden hield echter de
aanvraag om bouwterrein op, daar de onteigening van
een deel dier gronden door de gemeente een publiek
geheim was geworden.
Dat publiek geheim was de oorzaak dat er van
verkoop van bouwterrein geen sprake meer kon zijn.
Dat van zijde der gemeente met voordacht in het leven
geroepen publiek geheim had den voortgang van het
bouwen onmogelijk gemaakt, niettegenstaande
de voor
.stadsuitbreiding zóó gunstige ligging onzer terreinen.
Den koopers van gronden, binnen den vermoedelijken
kring van het onteigeningsplan gelegen, zou immers het
zwaard van Damocles boven het hoofd hangen!
Die zich nog onbedacht aanboden, trokken zich dan
ook schielijk terug
Zoo doende, zijn ongeveer een tiental jaren voorbij-
gegaan zonder verkoop van bouwterrein; gedurende dit
aantal jaren heeft men op die wijs den eigenaren de
vrije beschikking over hun eigendom geheel belemmerd
en ontnomen.
De officieele bevestiging der waarheid van dat publiek
geheim had plaats toen de gemeente R. van de Staten
het recht heeft bekomen te onteigenen ± 250 hectaren
gronds. Ruim 50 hectaren zijn daarvan volgens hare
plannen noodig voor de haven, terwijl de resteerende 200
hectaren door haar worden geëxploiteerd als bouwterrein.
De gemeente zal daar kaden, straten en pleinen aan-
leggen, terwijl het overige van de 200 hectaren zeker
zal opbrengen gemiddeld f 25 per centiare.
Evengoed had de stad echter in die, door haar te
-ocr page 14-
12
onteigenen, gronden alleen de hoofdstraten kunnen aan-
leggen en de resteerende grond aan de Eigenaren kunnen
laten, om deze door hen zelf als bouwterrein te laten
exploiteeren.
En dat wij te dien opzichte nog niet zoo onjuist zien
moge bewijzen het volgende: Bij eene onlangs te Nijmegen
plaats gehad hebbende onteigening ten algemeenen nutte
(en wel ter verzekering cener behoorlijke en geregelde
stadsuitbreiding) werden alleen de gronden, benoodigd
voor den aanleg van een paar hoofdwegen onteigend,
terwijl de overschietende terreinen eigendom der oor-
spronkelijke eigenaren bleven.
Die eigenaren konden dus, zoo doende, hunne gronden
als bouwterrein blijven exploiteeren, — zoodat zij eeniger-
mate vergoeding vonden in hetgeen zij behielden voor
datgene wat hun werd ontnomen.
Dat noemen wij billijk en rechtvaardig!
Terecht ging men dan ook bij deze door de gemeente
Nijmegen toegepaste onteigening ten algemeenen nutte
blijkbaar van de zeer juiste gedachte uit, dat alleen de
publieke weg ten algemeenen nutte dient, dat evenwel
woningbehoefte en dus bouwgrondbehoefte, het gevolg is
van de vestiging van een groot aantal personen in eene
gemeente; welke vestiging uitsluitend zijn oorsprong vindt
in het eigenbelang dier personen
Zij vestigen zich daar om geld te verdienen of uit andere
bloot egoïstische oogmerken, — anders niet.
De gemeente Nijmegen plaatste zich bij die onteigening
blijkbaar op dit standpunt: eigenbelang drijft velen naat-
onze gemeente; om dat eigenbelang te dienen zoeken zij
grond voor een huis, —of bouwgrond; welnu, berust elke
vestiging van een particulier, waar ook, op eigenbelang,
dan dienen daar tegenover de persoonlijke belangen der
grondeigenaren te worden geëerbiedigd.
-ocr page 15-
18
Aan hen blijven dus de overschietende gronden, zij
dienen overigens over hunne eigendommen vrij te blijven
beschikken.
Wie echter eene onteigening par zone aanvraagt, om
de gronden, die hij strikt genomen niet voor zijn doel
behoeft, ten eigen bate als bouwterrein te gaan exploiteeren
huldigt het beginsel: „óte toi de la, que moi je m\'y
mette." De qualificatie van dat beginsel en de appreciatie
van zijne toepassing laten wij aan de lezers over.
Laten we nu eens even zien tot welke slotsom eene
dergelijke onteigening voert!
Door dusdanige onteigening wordt den eigenaar het
recht benomen op zijn eigen grond te gaan bouwen, of
dien voor bouwgrond te verkoopen en hem alleen vergund
om — na van zijn geheelen eigendom tegen een door de
gemeente eigenmachtig bepaalden minimalen prijs beroofd
te zijn, — eens ter Secretarie te mogen komen infor-
meeren
tegen welken maximalen prijs hij daarvan weer
een gedeelte misschien zou mogen terugkoopen, om er
huizen op te bouwen!
Nadat de voorbereidende werkzaamheden, noodig voor
de onteigening, waren verricht waarin eigenaren „gekend"
en „gehoord" zijn — heeft de gemeente R. eene com-
missie benoemd, bestaande uit drie personen, om de te ont-
eigenen gronden te taxeeren, zonder evenwel de eigenaren
daarin te kennen.
En uit welke personen bestond dat drietal, dat had te
beslissen over deze kostbare eigendommen?
Een timmerman uit den omtrek van Zuid-Beierland,
een landbouwer uit Barendrecht en een advocaat uit
Goerêe, vormden die commissie.
Geen van hen is inwoner, of liever Rotterdammer van
geboorte.
-ocr page 16-
14
Geen van hen heeft Rotterdam zien opkomen en
wassen!! of als ze \'t wel gezien hebben, hebben zij
blijkbaar daarvoor de oogen gesloten.
Zij kunnen als geen blik hebbende op den handel en
de scheepvaart in de stad R., onmogelijk geacht worden
naar waarde te hébben getaxeerd, te meer, daar de
eigenaren in de bepaling der vergoeding voor het te
onteigenen goed door hen in het geheel niet zijn gekend.
Deze taxatie is dus geheel eenzijdig en van zijde der
Gemeente Rotterdam uiterst partijdig en onrechtvaardig.
Ware de haven-exploitatie door eene particuliere on-
derneming op touw gezet, dan ware zulks eene onmoge-
lijkheid
geweest.
De timmerman moge goed op de hoogte zijn van
grond in Zuid-Beierland, de landbouwer moge in staat
zijn de qualiteit van tuin- en teelland te bepalen, en de
advocaat in staat zijn een rapport uit te brengen, de be-
langhebbenden
hadden in die commissie vertegenwoordigd
behooren te zijn door minstens een gelijk getal leden.
Nu dit niet is geschied is de taxatie dier commissie
geheel waardeloos.
De belanghebbenden heeft men geheel geignoreerd,
als „quantité négligeable."
De gemeente treedt dus in deze zaak (voor eiqenaren
de hoofdzaak) als haar eigen rechter op.
Wij herhalen daarom nog eens hetgeen wij boven reeds
hebben gezegd :
Bij particuliere exploitatie ware zulk eene taxatie
eene onmogelijkheid geweest; wij hadden dan gestaan
als particidiere eigenaren met vrije beschikking over ons
eigendom
tegenover particulieren (exploitanten) geheel
vrij en geheel gelijk,
en zouden dan op behoorlijke wijze
met elkander in onderhandeling hebben kunnen treden.
Het bod. op grond van een door deze commissie uit-
-ocr page 17-
15
gebracht rapport, door de gemeente R. den eigenaren
gedaan, — is dan ook bespottelijk laag, eenvoudig beneden
alle critiek.\'
Wij eigenaren wraken dit bod, en deze wijze van han-
delen,
daar men toch allicht geneigd is het door de ge-
meente gedaan aanbod als punt van uitgang, of als basis,
te beschouwen bij de verdere afwikkeling der zaak.
Bij de voorafgaande werkzaamheden zijn de eigenaren
gekend; toen het echter op de hoofdzaak aankwam, de
bepaling der vergoeding, werden eigenaren niet gekend.
Waarom hebben de eigenaren, de belanghebbenden
in casu, geen deel uitgemaakt van deze door de gemeente
R. benoemde Commissie van taxatie, gelijk in Frankrijk
steeds geschiedt?
Deze Commissie schijnt er ook in het geheel niet aan
gedacht te hebben, dat onze gronden bouwterrein zijn
alleen door hunne gunstige ligging zonder meer.
De gemeente onteigent deze gronden dan ook om die
als bouwterrein te exploiteeren, en niet om er te gaan
tuinieren of te boeren!!
Hoe deze taxatie is, blijkt vooral daaruit, dat de stad
voor de omliggende, daaraan belendende gronden f20.—,
f 30.— en hooger per ca. maakt.
Het heeft allen schijn, dat de gemeente deze taxatie,
zonder de eigenaren daarin te kennen, heeft uitgelokt,
ten einde voor een spotprijs de te onteigenen gronden
te bekomen, geheel ten koste der eigenaren de haven te
kunnen maken,
en om dan nog een batig saldo te kunnen
overhouden.
Wij laten hier nog volgen eene Begrooting van Baten
en Lasten
waarbij wij in onze beschouwing uitgaan van
dit standpunt: „dat eene particuliere onderneming eene
dergelijke haven-exploitatie, als thans door de Gemeente
-ocr page 18-
1<>
aan te vangen, had tot .stand gebracht, omdat bij de
bestaande dringende behoefte, de gunstige ligging van
het terrein
als van zelf daartoe leidt.
Deze beschouwing doet echter niets af aan de juistheid
en de waarde der opgegeven cijfers en berekening.
Om de Begrooting van Baten en Lasten te kunnen
benaderen
moeten wij eerst bij benadering weten het
netto opp bouwterrein. (\') Daartoe raadplege men de
teekening van het onteigeningsplan, waarvan de schaal
is genomen op 1 a 10000.— (Plaat I, fig. I.)
Deze teekening tof grondslag genomen, komen wij tot
het volgend resultaat: (-):
Totaal opp. (der ter onteigening aangewezen perceelen)
= ± 250 HA.
Waarvan:
Opp. haven
           = ± 50 HA (^) of >/5 X 250 HA.
straten                100HA. of2/3X250HA.
(plantsoen, singel enz.)
Netto opp. bouwterrein = ± 100 HA. of % X 250 HA.
Totaal. . = ± 250 HA.
(!) Onder netto opp. Bouwterrein verstaan wij het Bouwterrein mi
aftrek
der plantsoenen, singels, hoofdwegen en «t/straten.
(-\') Zie de Platen I—III met de figuren I—XVII met de daarbij
gegeven toelichting. In \'t kort is de gang van zaken de volgende :
Figuur I, (Plaat I) geeft aan: het onteigeningsplan met de ontworpen
haven, de hoofdverkeerswegen, pleinen, plantsoenen, singel en de bruto
bouwterrein blokken,
(= netto bouwterrein zystraten).
Men heeft nu slechts die blokken der bruto bouwterreinen /.aam
te voegen tot ééne figuur, < figuur II) en van de aldus ontstane figuur
eenen rechthoek te construeeren, waarvan het opp. gelijk i.s aan die
figuur (II) en waarvan de hoogte gelijk is aan de breedte der ontworpen
haven. (Deze rechthoek is afgebeeld op Plaat III fig. XIV.)
Van dezen bruto-bonwterrein rechthoek wordt nu het ]gedeelte van
deszelfs opp. afgetrokken voor het opp. der si/straten, waarna
-ocr page 19-
17
Waaruit volgt:
Opp. haven-\\- o\\y\\>.stralen= ± 150H.A. = \\ X 250H.A.
Aetto opp. Bouwterrein
         = ± 100H.A. = - - X 250H.A.
En dus:
Dat bij inbreng (der thans ter onteigening aangewezen
perceelen) in eene particuliere onderneming elk eigenaar
voor elke Hectare van zijn ingebracht Terrein recht heeft
op volledige vergoeding berekend naar:
den prijs van grond voor straten en havenaanleg voor
3/5 van iedere Hectare
en den prijs van grond voor Netto Bouwterrein voor
2/5 van iedere Hectare.
eveneens in den vorm van oenen rechthoek het netto opp. bouwterrein
overblijft. (Zie Plaat III fig. XV en fig. XVII waar die netto opp.
bouwterrein rechthoek
met rood is aangegeven).
Eveneens construeert men nu van het ontworpen haven oppervlak
eenen rechthoek waarvan de hoogte gelijk is aan de breedte der ontworpen
haven. (fig. XVI.)
Nu verhouden zich de oppervlakten der beide aldus geconstrueerde
rechthoeken als de liggende zijde dier rechthoeken.
Deze verhouding blijkt nu te zijn als ••> : :i (fig. XVII).
Waaruit volgt:
Dat het netto opp. Bouwterrein % maal het opp. der haren overtreft
of netto opp. Bouwterrein = 5/:t X ± 60 HA. = ± 100 HA.
Dan komen wij tot het opp. der straten eveneens ± 100 HA.
Wij kunnen niet nalaten dienaangaande eene opmerking te maken
Immers hieruit blijkt dat het netto opp. bouwterrein èn het opp. dei-
straten
beide ± 100 HA., bedragen of zich verhouden als 1: 1.
Waaraan dit toe te schrijven ?
Bij een oogenblik nadenken bij het beschouwen der teekening
van het onteigeningsplan (fig. I) ziet men dat bij particuliere exploitatie
ongetwijfeld mede in de combinatie zouden zijn opgenomen die
terreinen, die door hunne ligging mede van zelf direct daartoe zijn
aangewezen.
In de eerste plaats komt daarvoor in aanmerking het Terrein dat
in fig. I (Plaat 1) met sterretjes is omgeven.
-ocr page 20-
18
Blijft nog over den prijs van dien grond te bepalen,
hetgeen ons in verband niet hetgeen voor de omliggende
terreinen
wordt besteed, niet moeilijk valt.
Immers als de straten zijn aangelegd, de perceelen met
trams en spoorwegen zijn doorsneden, de haven de schepen
ziet binnenvallen,
dan mogen wij gerust aannemen, dat de
Bouwgrond, zeer matig berekend, bij verkoop gemiddeld
f 25 p. cA. opbrengt. (\')
De grootte van het bouwterrein-oppervlak als vast-
staande
aangenomen (± 100 H.A.) en dezen normalen
verkoopprijs
als basis aannemende komen wij tot de
volgende Begrooting van Baten en Lasten:
Het niet opnemen dezer terreinen in onze berekening geeft dus
eene ongunstige basis voor de berekening der baten, die getrokken
worden uit den verkoop der netto bouwterreinen omdat wanneer
die Terreinen mede in de exploitatie waren opgenomen de verhouding
van netto opp. bouwterreinen tot het opp. der straten ongetwijfeld
gunstiger ware geweest en zeker had gestaan als :-!: 2 terwijl wjj
nu uitgaan van 1:1.
Niettegenstaande deze ongunstige verhouding van netto opp.
bouwterrein tot het straten opp. zullen wij toch zien, hoeveel
grooter schadevergoeding dan hun werd aangeboden, den eigenaren
billijk toekomt.
(:t) De Totaal opp. der haven is ± 60 HA. doch valt een gedeelte
(mond der haven) buiten de onteigeningszonen : het ter onteigening
aangewezen gedeelte bedraagt ± 50 HA. (Zie Plaat I, tig. I.)
(!) Als gemiddelde prijs met f 35 p. cA. als maximum en f lb p. cA.
als minimum. Deze prijzen zijn zeker niet te hoog gesteld daar thans
reeds (dus nog voor dat deze exploitatie is tot stand gekomen) in
den omtrek der Hosestraat reeds perceelen voor f 27 p. cA. worden
verkocht.
Onze Terreinen nu ligt/e» ongetwijfeld minstens even gunstig als
die aan de Rosestraat.
-ocr page 21-
19
Baten. (\')
± 100 HA. Bouwterrein = ± 1.000.000 c.A., a/"25
per c.A. = ± f 25.000.000.—
Lasten. (\')
1°. Havenaanleg met bijbehooren ± f 3.500.000.—
2°. Stratenaanleg......± „ 3.500.000.—
3°. Vergoeding aan de Eigenaars.
Wordt deze laatste berekend naar:
f 15 p. c.A. (2) voor het netto bouwterrein,
én f 2
p. c.A. (3) „ den grond voor straten en haven.
dan krijgt men:
100 H.A. a f 15 per c.A. = ƒ15.000.000.
150 „ hf 2 „ „ =/ 3.000.000.
Totaal ƒ18.000.000. ± f 18.000.000.
Totaal Lasten f 25 000.000.
Conclusies.
1°. Uit de voorgaande berekening volgt:
Dat indien de eigenaren gemeenschappelijk hunne
Terreinen, waarover hun thans de vrije beschikking is
ontnomen, in eene particuliere maatschappij tot haven-
en bouwterrein exploiiaüe hadden ingebracht, (gelijk in
(!) Wij nemen én het Jaarlijksche Saldo der havenopbrengst (na
aftrek der onderhoudskosten) én het renteverlies gedurende den aanleg
der werken pro memorie op ofschoon wij gegronde reden hebben om
te vermoeden dat het Eerste het Laatste verre zal overtreffen.
(-) Vijftien Gulden per vierkanten Meter, als gemiddelde prijs, met
f 18 p. c A. als maximum en f 12 p. c.A. als minimum.
De prijs van f 18 zoude uit den aard der zaak moeten betaald
worden voor de meest gunstig gelegen Terreinen.
(;!) Als gemiddelde prijs met f 2 50 als maximum, f 1.50 als minimum
per c.A.
-ocr page 22-
20
Engeland vaak geschiedt) zij voor elke Hectare van hun
ingebracht Terrein gemiddeld hadden ontvangen :
% X 10 000 cA. — 4000 cA. a f 15 per cA = f 60.000.—
3/5 X 10.000 cA. = 6000 cA. a f 2 „ cA. = - 12.000
of voor elke Hectare: f 72.000 —
Dat is f 7.20 per M2.
Het bedrag dat bij minnelijk aanbod (?) hun op advies
der commissie van taxatie door de Gemeente is aangeboden
bedraagt ± ƒ 0.60 per M-\\ (gemiddeld)
M. a. w. een bedrag ongeveer gelijk aan het \'/t* der
actueele reële waarde.
2°. De gemeente heeft reeds onteigend 75 HA.
zoodat nog ter onteigening aangewezen blijft ± 250—75
= ± 175 HA.
Naar de sub 1°. aangegeven, uit de voorafgaande
berekening volgende, cijfers is de gemeente moreel ver-
plicht
ook thans nog zonder gerechtelijke tusscJienkomst
aan de overblijvende eigenaren te betalen als billijke en
hun toekomende schadevergoeding:
een bedrag van minstens 175 X ƒ72.000 = /\'12.600.000.
Voor het reeds onteigend gedeelte ware de gemeente
eveneens moreel verplicht geweest te betalen aan de
eigenaars als billijke en hun toekomende schadevergoeding:
een bedrag van minstens 75 X f 72.000 =ƒ 5.400.000.
Zij heeft slechts uitbetaald een bedrag van ± - 1.400.000.
Waardoor reeds in kas: Batig Saldo ± f 4.000.000.
Zoodat, als de gemeente thans nog hare moreels ver-
plichtingen
nakomt en de boven berekende schadeloos-
stelling, d. w. z. een bedrag van ± f 7.20 per c.A. ge-
middeld aan de eigenaars vergoedt: zij ruimschoots hare
onkosten dekt, een batig saldo van / 4.000.000 in
kas houdt en bovendien een prachtige haven verkrijgt,
waarvan de voordeden bij particuliere exploitatie nog
-ocr page 23-
21
aan de rechtmatige eigenaars gekomen zonden zijn : terwijl
zij thans in den zak der gemeente sullen en blijven vloeien.
Als de belasting betalende burgers dus geheel tevreden
kunnen zijn, laat ons dan hopen, dat wij evenzeer tevreden
kunnen
zijn.
Wij herhalen: Suum Cuique.
SLOT.
Wij hebben gemeend, de geheel éénzijdige handel-
wtjze
van de door de gemeente Rotterdam benoemde Com-
missie van taxatie voor de rechtbank der publieke opinie
te moeten brengen, opdat deze oordeele over dusdanige
handelwijze :
eene handelwijze, waarbij advies wordt uitgebracht
over de waarde van iemands eigendom, zonder dat men
den rechtmatigen eigenaar in ecnig opzicht daarin kent.
eene handelwijze die buiten onteigening eene on-
mogclijkheid
is
eene handelwijze die men nog met den naam van
minnelijke PP schikking PP [leen: dwangbevel) heeft durven
bestempelen.
eene handelwijze die, zóó doorgedreven, het eigen-
domsrecht tot nul reduceert en den eigendom sans coup
férir overlevert aan de schaamtelooze willekeur van een
bureaucratisch despotisme.
Jam sat est!
Ware die commissie in overleg getreden met de recht-
matige eigenaars — en eene minnelijke schikking zonder
overleg niet de wederpartij is iets ondenkbaars — dan
ware de vraag post of propter? zeker ten berde gekomen,
en alsdan ongetwijfeld het antwoord, door die Commissie
gegeven, geweest: Suum cuique. (\')
(J) Een ieder het zijne.
-ocr page 24-
-ocr page 25-
Toelichting bij de Platen.
PJaat I (Schaal 1 a 10.000):
bij Figuur I.
Het ter onteigening aangewezen Terrein geteekend op
eene schaal van 1 a 10.000.
De teekening toont aan de ontworpen haven (waarvan
alléén de mond der haven buiten de onteigeningszone
valt) en het omliggend Terrein waarop (in de figuur)
zijn geprojecteerd, de Plantsoenen, Singel, Hoof verkeers-
wegen
alsmede de Bruto-Bouwterrein blokken. \')
De Bruto-Bouwterrein blokken zijn elk van etui nummer
voorzien (1—30).
De zone, die buiten den onteigeningsgrens valt, en
dientengevolge alléén in de lusten en niet in de lasten der
overige perceelen deelt, is met sterretjes omgeven.
(Zie over deze zone de noot op pag. 17.)
bij Figuur II.
De (van nummers voorziene) Br ulo-Bouwterrein blokken,
aan één gevoegd, vormen ééne figuur. (Veel gelijkenis
toonend met de figuur der provincie Overijssel.)
(!) Onder Bruto bouwterrein blokken verstaan wij de Netto-bouw-
terrein blokken
zijstraten.
-ocr page 26-
24
bij Figuur III.
Dezelfde figuur als   de voorgaande: doch zijn de
nummers en grenzen   der Bruto-Bouwterrein blokken
weggelaten.
bij Figuur IV.
Dezelfde figuur als de voorgaande: doch verdeeld in
twee paralellograms (I, II) -f- één trapezium, (III), waarvan
de hoogte gelijk is aan de breedte van het ontworpen
havenoppervlak.
De overblijvende stukken der figuur zijn gearceerd en
niet letters\' (A-H) voorzien.
Plaat II (Schaal 1 a 10.000).
bij Figuur V.
De voorgaande figuur in twee bijeen behoorende gedeelten
gescheiden.
Het eerste gedeelte ontstaan uit de aaneenvoeging der
belde parallellogrammen (I en II) en het trapezium (III)
welke drie te samen één trapezium I-II-III, (A) vormen
van gelijke opp. en van gelijke hoogte.
De overblijvende gearceerde gedeelten (A-H; tot ééne
figuur (B) aan eengevoegd.
bij Figuur VI.
Dezelfde figuur als de voorgaande: doch met weglating
der arceering en letters in figuur B.
bij Figuur VII.
Dezelfde figuur als de voorgaande: doch figuur B
(der voorgaande figuur) is wederom verdeeld in één
parallellogram (IV) waarvan de hoogte wederom gelijk
is aan de breedte van het ontworpen havenoppervlak.
-ocr page 27-
■25
De overblijvende gedeelten (der figuur B) zijn wederom
gearceerd en met (kleine) letters (a—h) aangegeven.
Figuur VIII.
A: Het Trapezium I-II-III, reeds geteekend in de
figuren V, VI en VII als A.
B: Het Parallellogram (IV) uit de figuur B der
voorgaande figuur (VII) uitgenomen en afzonderlijk
geteekend.
C: De overblijvende gedeelten van tig. B der voorgaande
figuur tot ééne figuur aanééngevoegd.
bij Figuur IX.
A en B der voorgaande figuur wederom tot één Trapezium
vereenigd (I, II, III, IV.)
In C der voorgaande figuur de arceering en letters
weggelaten.
bij Figuur X.
Dezelfde figuur als de voorgaande: van fig. C der
voorgaande figuur (IX) is wederom gemaakt een parallel-
logram (V) waarvan de hoogte wederom gelijk is aan de
breedte van het ontworpen havenoppervlak.
bij Figuur XI.
Het parallellogram (V) der voorgaande figuur vereenigd
met liet trapezium (I, II, IV, III) tot één trapezim,
(I, II, IV, V, III).
Dit laatste Trapezium geeft ons aan de oppervlakte
van het Bruto Bouwterreinblok, gevormd door de aaneen-
voeging
der Bruto Bouwterreinblokjes van figuur I
(Plaat I), de hoogte van dit Trapezium is gelijk aan de
breedte van het ontworpen havenoppervlak.
-ocr page 28-
26
Plaat III (Schaal 1 a 10.000):
bij Figuur XII.
Figuur XII = aan figuur XI met weglating der Romein-
sche cijfers (I—V).
bij Figuur XII r.
Het Trapezium herleid tot een Rechthoek van gelijke
oppervlakte
en hoogte.
bij Figuur XIV.
De herleide Rechthoek der voorgaande figuur. (Bruto-
Bouivterrein Blok).
bij Figuur XV.
De Rechthoek der voorgaande figuur (Bruto-Bouwterrein
Blok) is door eene Loodlijn in Twee Rechthoeken verdeeld
zoodanig dat het oppervlak van den kleinen Rechthoek
(zwart geteekend) het één vijfde gedeelte is van het opp.
van den geheelen Rechthoek. — Nu is
Opp. Oeheele Rechthoek = opp Jïrwfo-Bouwterrein.
„ Kleine (zwarte) „ = „ Zijstraten.—(\')
Opp. Roode Rechthoek = opp. Netto Bouwterrein.
bij Figuur XVI.
A: Het ontworpen Ha venoppervlak herleid tot een
Rechthoek (A B C D) van gelijke oppervlakte en
gelijke hoogte.
B: Deze Rechthoek (A B C D) afzonderlijk geteekend.
(\') Wij hebbon voor de oppervlakte der ci/Vtraton in rekening gebracht
het één rijfde gedeelte van het Bruto Bouwterrein oppervlak, hetgeen
zeker niet te laag is genomen.
-ocr page 29-
•27
bij Figuur XVII.
Vergelijking van het Netto-Bouwterrein oppervlak met
het ontworpen Havenoppervlak.
Roode Rechthoek (van fig. XV) = Netto Bouwterrein
oppervlak.
Blauwe Rechthoek (van fig. XVI) = Haven oppervlak.
Hieruit volgt gemakkelijk de Berekening van het Netto
Bouwterrein oppervlak
daar het oppervlak der haven
bekend is. Dit laatste bedraagt ± (>0 Hectaren.
De oppervlakken toch dezer beide Rechthoeken, (wier
hoogte gelijk is) verhouden zich als de liggende zijden
dier Rechthoeken.
Dus :
Opp. Boode Rechthoek: opp. Blauwe Rechthoek =
E F: A B.
Netto Bouwterrein opp: opp. Haven = E F: A B
Waaruit volgt:
E F
Netto Bouwterrein opp. = . „- X opp. haven.
, = ^-J X ± 60 H.A. («)
De lengte van E F en A B kunnen uit de figuur worden
gemeten en bedragen:
E F = 31 c.M en A B - 18.6 c.M.
F F
          31           310 5 : 62 j}
A B ~ 18.6         186 \' 3 X 62 2
E F                             5
In vergelijking u hebben wij dus x^te vervangen door-=•
Waaruit volgt:
5
Netto Bouwterrein opp. = „X ± 60 HA. = ± 100 HA.
Netto Bouwterrein opp. is Groot Zegge ± Honderd Hectare.