-ocr page 1-
Elk deeltje op zich zelf compleet.
DR T. R. ALLINSON
Prijs f 0.60.
DERDE DRUK
AMSTERDAM. — S. 1,. VAX l.OOY.
-ocr page 2-
*v\\nn \\ZlZO
O. oct.
4489
-ocr page 3-
>
I
-ocr page 4-
■"$
-ocr page 5-
MEDISCHE VERHANDELINGEN. I.
-ocr page 6-
■"$
-ocr page 7-
0.&4M.
D". T. R. ALLINSÜN.
Medische Verhandelingen. }.
(NATUURGENEESWIJZE).
Uit het Engelsch.
Derde verbeterde Druk.
BIBLIOTHEEK DER
RIJKSUNIVERSITEIT
UTRECHT.
*>
AMSTERDAM. — S. L. VAN LOOY.
-ocr page 8-
Stoomdrukkerij: Gaarlandt & Van Looy, Amsterdam.
-ocr page 9-
VOORREDE.
In deze bladzijden stel ik my ten doel eene poging
aan te wenden om ziekelijke menschen op den weg der
gezondheid te brengen. Men moet echter niet verwach-
ten dat die weg zoo gemakkelijk is. Zekere regelen moeten
gevolgd worden; hoe stipter wy hen naleven, hoe beter
wy ons lichamelyk zullen gevoelen. Voor vele menschen
is gezondheid in de wereld het grootste kapitaal; zoo
lang zy gezond zyn, hebben zy goed hun brood. Dit
boek zal hun, hoop ik, aantoonen, hoe zy ziekten kunnen
voorkomen door volgens de regelen der gezondheidsleer
te leven. Er zyn nog andere die in hun jeugd eene ver-
keerde levenswijze volgden, maar die juist bytijds hunne
dwaling hebben ingezien en nu nog in het bezit zyn van
een vry\' goed gestel. Deze kunnen, als zij oppassen, tot
op hun ouden dag een goede gezondheid genieten. Weer
andere hebben alles, wat rykdom geven kan. Ook zy
moeten leeren, hoe te leven om gezond te blyven; een-
voudig voedsel, lichaamsbeweging, enz. zullen hen in staat
stellen lang te leven, daar het leven hun niet moeily\'k
wordt gemaakt door de noodzakelykheid van te werken
voor hun onderhoud.
Het zal blyken, dat ik in dit werk een pleidooi houd
voor de afschaffing van vleesch als voedsel. Ik doe dit
op zuiver wetenschappelijke gronden. Ik beschouw het
Vegetarianisme niet als eeD godsdienst of een gril, maar
als een middel tot verbetering van \'s menschen gezond-
-ocr page 10-
VI                                                   VOORREDE.
heid. Ik ben vast overtuigd, dat het heilzaam werkt.
Ik geloof aan de mogelijkheid van het hoogste lichame-
lijk welzijn, dat men zich denken kan en ik geloof, dat
een niet-vleesch dieet daartoe een hoofdvereischte is. Ik
geloof, dat het menschelijk samenstel is ingericht op een
niet-vleesch dieet en dat een mensen er physiologisch
recht op heeft. Ik keur het gebruik van boter, kaas,
melk en eieren niet af (behalve in bijzondere gevallen)
daar deze gewoonlijk zoo matig gebruikt worden, dat zij
geen kwaad stichten. Ook maak ik niet van al mijne
patiënten Vegetariërs *); ik weet, dat men zeer goed ge-
zond kan blijven, wanneer men vleesch in kleine hoe-
veelheden en niet meer dan eens per dag eet. Maar wil
iemand tot den hoogsten graad van gezondheid geraken,
dan zeg ik tot hem: „Schaf uw vleesch af." Er bestaan
ook gestellen, waarvoor eene kleine hoeveelheid vleesch
al schadelijk is. Het is een welbekend feit, dat het
maagsap, afgescheiden door een niet-vleescheter verschilt
van dat, afgescheiden door iemand, die van gemengd
voedsel leeft. Deze laatste heeft dus om zoo te zeggen,
twee sappen af te scheiden, één voor vleesch en één voor
plantaardig voedsel, terwijl een niet-vleescheter er slechts
één noodig heeft en zoodoende levenskracht spaart. De
ondervinding heeft geleerd, dat het voortdurend gebruik
van zekere spijzen heilzaam werkt, de spijsvertering ver-
gemakkelijkt en het gestel schikt er zich naar. De gestellen,
die wij hebben zijn reeds ingericht op een niet-vleesch
dieet; daarom leven wjj, Vegetariërs, die onszelf tot zulk
een dieet bepalen, langer en hebben wij minder kwalen
dan de menschen, die twee soorten van voedsel gebrui-
ken. Het is by mij niet de vraag, wat kan ik eten, maar
wat moet ik eten. Ik eet zelf nooit vleesch; indien het
geen verschil maakte of men vleesch at of niet, zou ik
niet zoo stellig alle onthouding van vleesch aanbevelen.
Als ik ergens ben, waar ik vleesch voor mjj krijg, bedank
ik, op grond, dat ik het niet kan eten. Ik zeg, dat het
niet voor mijn gestel deugt en dat het gebruik er van
\') Onder Vegetariërs verstaat men diegenen welke zich in hoofd-
zaak voeden met producten uit het plantenrijk, desverkiezend
met toevoeging van eieren, melk en zuivelprodukten, doch zich
onthouden van alle voedings- of genotmiddelen tot wier bereiding
het dooden van dieren wordt vereischt.
-ocr page 11-
VOORREDE.
VII
mij min of meer „onlekker" zoude doen gevoelen. Ik
hunker nu volstrekt niet meer naar vleesch en ik heb
meer genot van mijn voedsel, dan ik ooit in mijne
vleeschetende dagen gehad heb. De eenige reden, waar-
om ik een voorstander van een niet-vleesch dieet voor
den mensch ben, is dus, omdat ik dat het beste en
geschiktste voor hem acht op wetenschappelijke gronden.
Er bestaat voor sommigen een andere reden: n.1. de be-
trekkelijke goedkoopte. Tot den huisvader, die bijna niet
weet, hoe h}j zijne vele kinderen zal voeden, zeg ik dit:
geef hun eten, waarin vleesch weinig of niet voorkomt;
zoodoende kunt gij uzelf eene kwelling besparen, die
dikwjjls oorzaak is van ziekte, zoowel geestelijk als
lichamelijk.
Ik ben sterk tegen alle soorten van medicijnen, omdat
die niet zoo heilzaam werken, als men onderstelt. Medi-
cijnen zijn, volgens mij, zoovele vergiften en ik word
in die meening gesteund door geneeskundige boeken, die
van de giftige uitwerkingen van medicijnen spreken.
Gunstige verschijnselen kunnen zich voordoen bjj het
gebruik er van en dat gebeurt ook werkelijk wel, doch
niet door het innemen van het medicijn, maar onaf-
hankelijk daarvan. In veel gevallen wordt de toestand
verergerd of het herstel door het gebruik er van ver-
traagd, terwijl het wel gebeurt, dat de uitwerking doode-
lijk is of de dood er door verhaast wordt. Een medicijn
mag schijnbaar goed doen, maar wij moeten niet ver-
geten, dat de ziekte, die op ééne plaats onderdrukt wordt,
zich toch op eene andere onder een anderen vorm weer
zal openbaren. Ziekte is werkelijk een zuiveringsproces
en werkt heilzaam. Het stelsel van genezing zonder
medicijnen is een der oudste bekende. Het nieuwe, dat
daarover in dit werk te vinden is, bestaat voorzoover ik
weet, alleen in het aantoonen waarom medicijnen ver-
keerd zijn. Ik heb vele boeken over geneeskunde en
over verschillende geneeskundige stelsels gelezen, maar
ik ken geen boek, hetwelk aantoont, dat kruiden als
medicijnen verkeerd zn\'n, omdat zij giftige bestanddeelen
bevatten, die moeten dienen om de plant zelve tegen
hare vijanden te beschermen.
Ik weet, dat ik door dit stelsel te verkondigen, strn\'d
zal hebben te voeren tegen de vooroordeelen van bestaande
-ocr page 12-
VIII
VOORREDE.
gewoonten. Ik zal het met geneeskundigen te kwaad
krijgen, die als het ware één geworden zijn met het
medicijnenstelsel, omdat zij er bij zijn opgevoed, en wij
zijn niet licht geneigd ecne meening prijs te geven, die
ons werd ingeprent op een leeftijd, waarop wij zoo vat-
baar voor indrukken zijn. Ik verwacht ook den tegen-
stand van apothekers, drogisten en verkoopers van ge-
heime geneesmiddelen, omdat zn\' hun brood verdienen
met de waar, die ze verkoopen. Velen uit het groote
publiek zullen met minachting het stelsel verwerpen,
want als men ziek is, verbeeldt men zich, dat men
slechts baat zal vinden bij medicijnen. Maar waarheid
is waarheid en die moet uitgesproken worden, wat de
gevolgen ook mogen zijn. Het stelsel moet de wereld in;
ik heb het op mijzelf beproefd en het heeft de proef door-
staan; nu is het aan het groote publiek het te beproeven
en te oordeelen of het niet beter is dan het oude medi-
cijnen-stelsel.
Indien het stelsel juist is, dan zal het, hoop ik, eenc
verandering brengen in de beoefening der geneeskunde.
Er zijn op het oogenblik vele geneeskundige stelsels,
wier aanhangers niet met elkander in consult willen
treden. Er zijn ook personen, die eenige aan het gezond
verstand ontleende denkbeelden in toepassing brengen,
waaraan zij de kennis van eenige half begrepen feiten
paren; dat zijn zij, die zich als een soort van genees-
heeren opwerpen. Deze maken opgang door het gebrek
aan eensgezindheid onder de geneeskundigen. Mijn stel-
sel zou deze klasse doen verdwijnen; want wanneer
alles klaar en duidelijk is, zonder iets geheimzinnigs,
zouden deze menschen overbodig zijn.
Ik verzoek mijn collega\'s dit stelsel eerlijk te beproe-
ven, en ik ben er zeker van, dat zij betere uitkomsten
zullen verkrijgen dan met het allopathisch 1) stelsel. Ik
verwacht, dat het voor mijne ambtsbroederen een weinig
moeilijk zal zijn van inzien te veranderen, want zooals Sir
Humphry Davy zegt: „Er zijn veel grooter hinderpalen
uit den weg te ruimen bij het overwinnen van oude
dwaalbegrippen dan bij het ontdekken van nieuwe waar-
heden ; daar de geest in het eerste geval geboeid is en
i) Toedienen van medicijnen.
-ocr page 13-
VOORREDE.                                                   IX
in het tweede zich geheel vrij kan bewegen." Zelfs al
houd ik in het oog dat de geneeskundigen van hun
vak eene broodwinning maken, ken ik toch geen mensch-
lievender beroep dan het hunne. Armoede en plotselinge
krankheid vinden altijd hulp bh\' den dokter en veelvuldig
wordt kosteloos bijstand door geneeskundigen verleend;
soms krijgt men er zelfs niet eens „dank je" voor.
Mh*ne lezers zullen dikwijls herhalingen vinden in ieder
hoofdstuk; dit kan niet verholpen worden. Ik zou gemak-
kelijk de hoofdzaak van het werk in enkele zinnen kun-
nen samenvatten. Onder de gegeven omstandigheden
echter moet ik herhalen en telkens weer herhalen, want
ik wil, dat de feiten in uw geheugen gegrift worden
en wh\' herinneren ons altijd het best, wat wh\' dikwijls
hooren. De verschillende hoofdstukken slaan allen op
hetzelfde aanbeeld, n.1. om aan ons lichaam recht te doen
wedervaren; een of twee zjjn gewh\'d aan het betoog dat wh\'
medicijnen moeten vermijden. Men kan vele tonen ont-
lokken aan een vioolsnaar en ik hoop vele variatiën op
mijn thema te geven.
Dit werk beoogt eene geneeskundige hervorming; het
doel is de menschen te leeren voor zichzelf te denken
en te handelen en niet op anderen te steunen. Als iemand
in deze wereld vooruit wil komen, moet hij voor zichzelf
vechten en zorgen.
Wanneer men dus gezond wil zh\'n en lang wil leven,
moet men op zichzelf passen, de levenswetten bestu-
deeren en in praktijk brengen. Het hoofddoel van rijkdom
is er genoegen van te hebben en het levensgeluk te
verhoogen. Maar welk nut heeft rijkdom, als men niet
gezond is? Rijkdom zal geen gezondheid koopen; men
moet er naar zoeken en de regels ter verkrijging ervan
volgen, evenals men dit doet om ryk te worden; gelh\'k
men rijkdommen kan vergaren door op de kleintjes te pas-
sen, zoo verkrijgt men gezondheid door op kleinigheden te
letten, die op zichzelf weinig beteekenen, maar die, indien
verwaarloosd, eene kracht vormen, die iemand ten grave
sleept. Men wordt niet rh\'k door zjjn inkomen, maar
door hetgeen men daarvan overlegt; evenzoo hangt onze
gezondheid niet af van den voorraad, waarover wh\' te
-ocr page 14-
VOORREDE.
X
beschikken hebben, maar van hetgeen wij van dien
voorraad besparen, door hem niet met beuzelingen te
verkwisten, die onze kracht verspillen zonder er iets voor
in plaats te geven. De menschen kunnen wel geld spa-
ren voor een regenachtigen dag of\' voor geval van nood,
evenzoo kunnen wij ook gezondheid opsparen voor den
ouden dag of voor geval van ongelukken of\' ziekten. Zoo
zou ik kunnen voortgaan met de overeenkomst tusschen
gezondheid en rjjkdom aan te toonen, want wij kunnen
eene goede gezondheid evengoed aan onze kinderen ver-
maken als ons geld.
Er komen in dit werk denkbeelden voor, die de een-
voudigste mensch begrijpen kan; er zijn ook wenken
op het gebied van gezondheid en ziekte, waarmede de
meer ontwikkelden hun voordeel kunnen doen. Dit boek
is geschreven op verschillende tijden en in verschillende
stemmingen, maar ik heb steeds getracht mijzelf gelijk
te blijven en mijnen lezer het plan te ontvouwen van
een leefwijze, die geheel op de gezondheidsleer is ge-
baseerd. Ik beveel het in de handen van het publiek aan
om zjjne denkbeelden en om niets anders, en ik hoop,
dat het iets tot het welzjjn der menschheid zal mogen
bijdragen.
Vóór dat ik dit werk ter perse zond, bewaarde ik het
drie maanden om er nog eens over na te denken. Nu
laat ik het aan het publiek en aan den tijd over, om
over zijne deugden en gebreken te oordeeleri.
T. K. ALLINSON L.K.C.P.,
4 Spanish Place, Manchester Square,
London W.
-ocr page 15-
VOORREDE BIJ DEN TWEEDEN DRUK.
Met veel genoegen geef ik eene tweede uitgave van
dit werk. De eerste uitgave is gunstig door het publiek
ontvangen. Ik heb niet veel veranderingen in dezen
druk aangebracht; zij bepalen zich in hoofdzaak tot het
duidelijker maken van enkele zinnen, en ik moet mjjn
dank betuigen aan sommige vrienden voor het nazien der
proeven. Dat eene studie van mn\'n boek iets blijvend
goeds moge stichten, is al wat ik verlang.
T. R. ALLINSON L.R.C.P.
-ocr page 16-
-ocr page 17-
HOOFDSTUK I.
De mensch in betrekking tot zijn omgeving.
De mensch wordt evenals alle andere dieren door vaste
en onveranderlijke wetten geregeerd. Door z\\jne verstan-
delijke ontwikkeling bekleedt hjj de eerste plaats onder
de levende wezens; hij is hierdoor hun meester en heeft
velen hunner onderworpen. Maar toch is de mensch als
het dier en veelal is hij aan dezelfde wetten als onze
gewone huisdieren onderworpen. Zijne spieren en zijn
bloed zyn van hetzelfde maaksel, de inwendige organen
verrichten hetzelfde werk, de voortbrenging wordt bij
beide door dezelfde wetten geregeerd. De beschaafde
mensch is een kunstdier, want hy wordt door gewoonte
en mode geleid en niet door zyn instinkt; dientengevolge
geniet hij een minder goede gezondheid en wordt door
allerlei ziekten bezocht.
Oorspronkelijk was de mensch de bewoner van een
warm klimaat, waar voedsel altijd voor de hand lag en
slechts geplukt en gegeten behoefde te worden. In zyn
oorspronkelijken staat waren huis noch kleeren noodig.
Doch de omstandigheden deden hem van verblijf en leef-
wijze veranderen. De plaats van den mensch in de natuur
is onder de „frugivora" of vruchteneters; dit wordt aan-
getoond door den bouw en vorming van tanden, speeksel,
maag en ingewanden; zijne platte nagels, uitwasemende
huid, en wijze van drinken bevestigen dit. Zonder twijfel
heeft de noodzakelijkheid hem tot een dieet van vleesch,
graan en groenten gebracht; toen heeft de gewoonte dit
-ocr page 18-
14
gebruik gewettigd en nu beschouwt men zulk een dieet
als de gewone leefwijze, maar wanneer men het aan een
onpartijdig onderzoek onderwerpt, doorstaat het de proef
niet zoo goed als men wel wenschen zou. Wanneer we
aan de ontzaggelijke massa ziekten denken, zoowel de
acute 1) als chronische 2) gevallen, en het verbazend ge-
tal van vroegtijdige sterfgevallen (sterfgevallen onder de
70) dan kunnen wjj zeker zijn dat er ergens iets ver-
keerds schuilt. De levensduur van dieren bedraagt ge-
middeld vijf of zesmaal den leeftijd waarop zij volwassen
zijn. Wanneer wij rekenen dat dit begint op huwbaren
leeftijd, dien wij ongeveer op 15 jaar kunnen stellen, dan
zouden wij den leeftijd van negentig jaar moeten berei-
ken. Maar indien wh\' rekenen dat wij op vijfentwintig
of dertigjarigen leeftijd volwassen zijn, wanneer de been-
deren stevig vereenigd zijn, dan zouden wij op een leeftijd
van 150 jaar komen. Maar hoe we het ook nemen, we
zien er uit dat we niet voor ons zeventigste jaar moes-
ten sterven. „Hij, die beneden de zeventig sterft, is
zedelijk schuldig aan zelfmoord," is een waar woord.
Dit lykt vreemd; maar naarmate men de wetten voor
het leven meer grondig leert kennen zal men zien dat
het waar is. De mensch is er niet beter aan toe door
deze verandering van voedsel. Hij is door zijn bouw niet
geschikt om vleesch te eten en te verteren en wordt ziek
doordat hij een voedsel eet, waarop zijn gestel niet is
ingericht. Men mag nooit vergeten dat de mensch afstamt
van ,frugivora" 3) en niet van „carnivora". 4) We kun-
nen bewijzen dat hjj gedurende tenminste 4000 jaar een
mengsel gegeten heeft van meel, groenten en vleesch, en
hiermee gaat eene reeks van ziekten gepaard, waarvan
de meeste ons thans kwellen. Ook de geschiedenis spreekt
van secten, die zich op godsdienstige of andere gronden
van vleesch onthielden; van deze secten wordt vermeld
dat zij minder dikwijls ziek waren en langer leefden. In
deze eeuw van utilitarianisme streven wij naar het bezit
eener volmaakte gezondheid als het grootst mogelijke
levensgeluk. De waarnemingen van anderen by de mijne
gevoegd doen mij gelooven dat wij de beste gezondheid
en zoodoende het hoogste geluk kunnen verkrijgen door
1) Plotselinge. 2) slepende. 3) vruchtenetera. 4) vleescheters.
-ocr page 19-
IS
een goed gekozen niet-vleesch dieet. Deze leefwijze maakt\'
dat onze organen het werk verrichten waarvoor zij ge-
schapen zh\'n en belast niet onnoodig andere organen die
daar niet voo.r geschikt zijn; bovendien zal ons voedsel
betrekkelijk weinig ziektestoffen in ons lichaam brengen.
De mensch moest eigenlijk aan de elementen blootge-
steld zijn; lijj, die het best hunne veranderingen weer-
staan kan, is er het beste aan toe. Diegeen welke het
best de klimaats-veranderingen kan verdragen, met al de
gevolgen van kou, hitte en doornat worden, heeft een
betere levenskans dan hjj, die noch koude, noch hitte
doorstaan kan en ziek wordt wanneer hn aan de elementen
is blootgesteld. De gewoonte van in huizen te leven is
niet natuurlijk; wn worden zoodoende, wel is waar be-
schermd tegen koude, doch het heeft vele nadeelen. Het
wonen in huizen bezorgt ons niet die frissche lucht, die
toch zoo noodig is. Uit het inademen van onzuivere lucht
komen dikwijls borstaandoeningen, tering of gezwellen
voort; de boosaardigheid van besmettelijke ziekten wordt
verergerd door onzuivere lucht. Wanneer wij veel binnens-
huis blijven worden wjj vatbaar en ongeschikt de veran-
deringen van ons grillig klimaat te weerstaan. Wij maken
een kunstklimaat in onze kamers en worden wjj plotseling
aan het weer blootgesteld, dan kunnen wij geen tegenstand
bieden, wjj vatten kou, krijgen influenza, rheumathiek enz.
Indien wjj onszelf beter tegen het klimaat en zijne verande-
ringen gehard hadden, dan zouden zulke ongesteldheden
niet voorkomen en menige ziekte zou ons bespaard blijven.
En wanneer wjj koud zijn, omdat het koud weer is, dan
verwarmen wjj ons niet door als verstandige menseben
lichaamsbeweging te nemen, maar wn verwannen ons
op kunstmatige wjjze. Zoo maken wij van ons zelf kas-
plantjes en evenals deze Inden wij, wanneer wjj te lang
in de koude gelaten zjjn. Wanneer wjj \'s winters naar
bed gaan dan vinden wij ons bed koud en wjj verwar-
men het kunstmatig, anders zou menigeen een onrustigen
en slapeloozen nacht doorbrengen. Indien wy onszelf
door lichaamsbeweging hadden verwarmd voor wjj naar
bed gingen, zouden wjj onze slaapkamer en onze bedden
niet koud vinden en we zouden een aangenamen nacht
doorbrengen zonder kunstmatige warmte
Hetzelfde zien wjj bij het voedsel. WK eten het bran-
-ocr page 20-
16
dend heet, zoodat we eerst onze tanden beschadigen en
daarna onze maag. Dan is het heete voedsel oorzaak dat
onze huidporiën zich openen en dat wij zweeten, en wan-
neer wij niet oppassen vatten wij koude. Meestal maken
wij ons voedsel zóó klaar dat wij het slechts weinig be-
hoeven te kauwen en zoo worden onze tanden los en
gaan rotten. Vaster voedsel, dat meer kauwen vereischt,
zou de tanden sterker doen worden, tevens den dienst
van tandenborstel verrichten en de tanden schoon hou-
den. Degelyk kauwen van het voedsel geeft de maag.
minder werk te verrichten; hieruit volgt dat hai"d voed-
sel beter is dan zacht. Ook vermoeien wij sommige organen
onnoodig door het eten van verkeerd voedsel. Deze slij-
ten en w\\j sterven, omdat zij hunne natuurlijke plichten
niet kunnen vervullen; de andere organen mogen normaal
zijn gebleven, maar zij kunnen de werkeloosheid van de
uitgeputte niet goed maken. Oorspronkelijk at de mensen
zijn voedsel, zooals de natuur het hem gaf, dat is:
rauw; maar nu kan hij slechts weinig rauw voedsel
nuttigen. Kooken is voor den mensch iets natuurlijks
geworden en wanneer hjj beproefde van rauw graan
te leven, zou hij spoedig aan lager wal geraken. Zoo
doet het kooken een deel aan het werk dat het lichaam
verrichten moest. Het stelt ons ook in staat meer voedsel
uit onze spijzen te trekken. Ik erken dat de mensch van
rauw graan kan leven, maar ik erken niet dat het hem
goed zou doen. Het kooken zal mettertijd voor een deel
de natuur vervangen, want het maakt het voedsel ge-
makkelijker te verteren en verlicht den arbeid voor onze
organen. Maar het kooken van vruchten is verkeerd,
want daardoor gaat het aroma verloren en vele planten-
zuren worden veranderd of gaan door dit proces verloren.
Een andere fout die de mensch in zijn dieet begaat
is, dat hij tracht „oinnivoor"l) te zijn. Hij wil vleesch eten
als een leeuw, visch als een haai, schelpdieren als een
zeemeeuw, wormen en insecten als een musch, graan als
kippen, vruchten als een aap, aardappelen als een varken,
kool als een slak, enz. Er is niets dat in de lucht leeft
of in de aarde wroet of op het land loopt, niets dat in
het water zwemt of de mensch verbeeld zich dat hij
1) Alleseter.
-ocr page 21-
17
het eten moet. Evenals bij een kind gaat alles naar znn
mond toe. De mensen moest bedenken, dat er, hoewel
hij uit alles voedsel krijgen kan, slechts één natuurlijk
voedsel voor hem bestaat. Dat voedsel dient een mengsel
van vruchten, meel, noten, wortelen, enz. te zijn.
De mensch begaat een tweede fout in zijne kleeding,
wanneer hij, omdat hij \'t koud heeft, bh\' gebrek aan
lichaamsbeweging meer kleeren aantrekt. De huid wordt
gevoelig en de koude lucht heeft er vat op, men wordt
verkouden, krijgt rheumatiek of inwendige ontsteking.
Sommige menschen trekken zooveel kleeren aan, dat het
gewicht er van hun verhindert flink beweging te nemen.
Doordien deze kleederen de transpiratie en warmte be-
sloten houden, wordt een soort van dampbad om het lichaam
gevormd en de menschen verzwakken door het voortdu-
rende zweetbad waarin zij zich bevinden. Deze menschen
zullen u vertellen hoe gauw zij koude vatten, wanneer
zjj niet van kleeding kunnen verwisselen als zjj doornat
van het zweet zijn, wanneer zij flink beweging genomen
hebben. Wij weten dat menschen die in gewicht willen
afnemen om zich te „trainen", zich gedurende die oefe-
ning zwaar kleeden; het gevolg is hevig zweeten en
groot verlies in gewicht. Wij moesten kleeren dragen
uit welvoegelijkheid, als sieraad, om het lichaam luchtig
en gelijkmatig te bedekken en om ons te beschermen
tegen de steken en beten van lastige insecten of para-
sieten. De slotsom van deze opmerkingen is, dat hoe
meer de mensch het natuurlijke leven nabij tracht te
komen, dat is het leven van een dier, hoe beter hij er
aan toe zal zijn. Hij moet zichzelf harden tegen de
weersveranderingen, door de ramen dag en nacht open
te zetten, dan zal hij de koude niet zoo erg voelen als
die menschen, die altijd in warme kamers zitten. Fris-
sche lucht zou influenza en verkoudheden verminderen,
borstaandoeningen zouden minder voorkomen en tering
zou büna geheel verdwijnen, daar die hoofdzakelijk het
gevolg is van tuYgeademde lucht, die op nieuw wordt
ingeademd. Ook moeten wij onze spijzen niet te heet
eten, maar slechts even de kou er afnemen. Messen, le-
pels en vorken zijn uitvindingen die ons in staat stellen
spjjzen in onzen mond te brengen, die wij niet met onze
vingers mogen aanraken, zooals onze voorvaderen deden.
2
-ocr page 22-
18
Indien wij ons eten en drinken met onze vingers bevoel-*
den, zooals wij het voor onze kinderen en beesten doen,
en het niet heeter dan bloedwarm nuttigden, zouden wij
er beter aan toe zijn. Dit kan niet zoo in werkelijkheid
geschieden, maar als wij dit principe onthouden, dan
kunnen we leeren hoe onze tanden en onze fijne smaak
te bewaren en onze maag het minst te benadeelen.
Wij behoorden ons door beweging en niet kunstmatig
te verwarmen, ons zelf en vooral onze voeten voor wij
naar bed gaan. Kleeren moesten hoofdzakelijk uit wel-
voegelijkhcid en als sieraad gedragen worden en wan-
neer wij hunne ware bcteekenis kennen, zullen wij er
verstandiger gebruik van maken. Zoodoende zullen wij
een sterker, geharder en gezonder ras worden en langer
leven dan wij nu doen. Hier moet ik echter een waar-
schuwend woord spreken. Al deze veranderingen moe-
ten geleidelijk plaats grijpen en niet op eens, anders
zouden er kwade gevolgen uit kunnen voortspruiten.
Ook kunnen wij ze niet plotseling op teere kinderen
toepassen, zij moeten van hunne geboorte af op eene
natuurlijke wijze behandeld, of\' langzamerhand er aan ge-
wend worden en dan zullen zij sterk en flink opgroeien.
Oudere menschen moeten zeer voorzichtig zijn, want
daar hunne levenskracht niet heel groot is, kunnen zij
er niet tegen om het stelsel in toepassing te brengen
wat ik voor jonge menschen beschreven heb. Dit voeg
ik er bij omdat menigeen een plan dadelijk ten uitvoer
brengt, als het in principe goed is, zelfs al is men er
lichamelijk niet geschikt voor en zoo doet men zoowel
aan zichzelf als aan het stelsel afbreuk.
Ik ben van oordeel dat het lange leven van soldaten,
die aan veldtochten deelnemen en daaruit terug kwamen,
te danken is aan harding. Z\\j kregen een gestel, dat
aan alle weersveranderingen weerstand kan bieden. Dik-
wijls moesten zij onder den blooten hemel slapen en,
daar zn\' niet altijd een voldoende hoeveelheid voedsel
kregen, moest het lichaam zich naar dit alles schikken.
Geforceerde marschen, het maken van loopgraven, nach-
telijke aanvallen en stormloopen maakten hun lichaam
krachtig. Wanneer de oorlog geëindigd was keerden zij
terug, sommigen kregen pensioen en sleten een betrek-
kelijk gemakkelijk en een lang leven, omdat zij zulke
-ocr page 23-
19
krachtige gestellen verkregen hadden. Wanneer ik een
zwakken jongen had, zou ik hem hai\'den, door hem naar
de koloniën of naar Amerika te sturen, hem hard te
laten werken, eenvoudig te laten leven en hem veel in
de buitenlucht te laten zijn. Ditzelfde kan ook hier te
lande verkregen worden op kleinere schaal door middel
van voetreizen, roeien en andere vermaken.
-ocr page 24-
HOOFDSTUK TI.
Wat ziekte is.
Ziekte is eenvoudig een toestand van het gestel waarin
wij niet normaal zh\'n. Wh\' voelen ph\'n waar deze niet
behoorde te zijn, of wel wh\' worden onze inwendige or-
ganen gewaar door de ph\'n, die wh" er hebben. Ph\'n duidt
aan dat onze organen niet op de gewone wh\'ze werken,
daar is iets niet in orde en wij bemerken het. Het lichaam
kan vergeleken worden bh\' eene machine; als er iets hapert
worden wh\' het dadelh\'k gewaar. Niet altn\'d behoeft eene
ziekte zich door ph\'n te kenmerken zij kan zich door een
bizonderen geestestoestand openbaren waardoor wjj de
dingen in een ander licht bezien. Wanneer wh\' b. v. de
sombere gedachten van een hypochondrist nemen, dan
zien wh\' dat dit evenveel bewh\'s is van ziekte alsof er
werkelijk ph\'n bestond. Voor hem zh\'n deze ziekelijke
gedachten even ph\'nlh\'k en wanhopig als acute pijn voor
een ander. Zoo voelt de krankzinnige bh\' zh\'n woede of
hallucinatie geen pijn en toch weten wh\' dat hh\' niet ge-
zond is.
Ziekte is een abnormale toestand van het lichaam en
wordt veroorzaakt door omstandigheden van buitenaf.
De natuur wil de menschen gezond of bhna gezond
hebben. In ziekte zien wh\' dat verschillende functiën
min of meer gewijzigd worden, sommige hebben eene
verhoogde werking terwh\'1 bh\' andere eene vermindering
is waar te nemen; hoe grooter het verschil is met den
normalen toestand des te heviger is de ziekte. Ziekte is
-ocr page 25-
21
daarom geen verkeerde werking van het gestel, maar een
poging om het evenwicht te herstellen. Ieder orgaan
vordert eene zekere hoeveelheid levenskracht om zijn
werk naar behooren te verrichten, opdat alle eensgezind
zullen kunnen werken, en gezondheid er het gevolg van
zal z^jn. Wanneer wy niet naar behooren leven, wordt
van eenige organen te veel werk vereischt en andere
doen te weinig. B\\jv.: wanneer wy te veel eten, gaat er
ook meer bloed naar de maag om dit meerdere voedsel
te verteren. Laat ons zeggen, dat iemand zijne hersens
te veel inspant en tevens te veel eet, wat is dan het
gevolg? Zoowel hersenen als maag verlangen meer dan
de gewone hoeveelheid bloed; waarschijnlijk krijgen de
hersenen een grooter part, de maag krijgt dit niet en kan
dus het voedsel niet verteren; het gevolg er van is, dat
de spijsvertering in de war geraakt. Wanneer deze twee
organen een extra hoeveelheid bloed ontvangen, komen
andere te kort. Het gevolg er van is dat die organen,
welke niet genoeg toevoer kragen, hun werk niet kun-
nen verrichten, het gestel geraakt van stuur en de ge-
zondheidstoestand vermindert dientengevolge, totdat de
slecht bedeelde organen hunne levenskracht herkrijgen en
zn\' hunne funct.iën weer hervatten kunnen. Wanneer som-
mige organen te zwaar belast worden, dan ontneemt het
gestel die kracht van andere minder belangrijke en voor-
ziet de overbelaste organen hiermee, zoodat er geen sto-
ring ontstaat. Maar wanneer dit aanhoudt moeten w\\j
vroeger of later ziekte verwachten. Door te trachten die
organen bun werk te doen verrichten, welke door het
gestel van streek zijn, en dan op onze zenuwen te teren,
is tegen de natuur in en kunnen de kwade gevolgen
niet uitbleven.
Laten wjj dit duidelijk maken door het gestel te ver-
gelijken bij een goed georganiseerde fabriek. In deze
fabriek zijn een dozjjn verschillende afdeelingen; iedere
afdeeling maakt één deel van het geheele artikel en heeft
daartoe haar eigen afzonderlijke machineriën. Iedere af-
deeling helpt het artikel maken, maar geen één maakt het
in zijn geheel. In deze fabriek is eene ontvangstafdeeling
en verscheidene andere gedeelten voor den afval; die afval
moet dagelijks verwijderd worden, anders is hij in den
weg en loopt gevaar het werk der verschillende machi-
-ocr page 26-
■22
nes te belemmeren. Wanneer nu de ontvangstafdeeling
grootere hoeveelheden grondstof inslaat dan zn\' kan sor-
teeren, dan moet er hulp komen van de andere afdeelingen.
Als dit slechts één keer gebeurt kan alles nog goed
gaan; doch wanneer dit meermalen het geval is, dan zal
dit gedeelte dat gewoonlijk door de helpers gedaan
wordt er onder lijden. Het gevolg ervan is, öf een
minder gehalte van het artikel, öf een groote voorraad
van onafgewerkte goederen. Om alles opnieuw zh\'n ge-
regelde gang te doen gaan, moet de aanvoer verminderd
worden, dan kunnen de helpers hun gewone werk hervatten
en zelfs moeten de andere bijspringen liet opgehoopte
werk af te maken. Wil een fabriek geregeld werken
dan moet men niet meer grondstof inslaan dan men ver-
werken kan en de afval dadelijk verwijderen. Zoo ook met
ons lichaam; wij moeten dageljjks niet meer voedsel tot
ons nemen dan onze organen kunnen verwerken en ook
zorgen dat de afgewerkte stoffen geregeld verwijderd wor-
den. Dan zal alles goed gaan. Maar wanneer wij eenig
orgaan onnoodig belasten, dan ontvangt dit kracht van
andere organen die haar het best verschaffen kunnen. Is
die belasting slechts tjjdelh\'k dan gaat alles spoedig weer
zijn gewonen gang, doch is zij langdurig van aard, dan
lijden andere organen er onder en ziekte is er een ge-
volg van. Het is de plicht van eiken verstandigen ge-
neesheer het gestel rust te geven, terwjjl de natuur al
haar opgegaarde krachten aan het noodlijdende deel schenkt .
en het zoodoende verlicht. Gedurende dit proces lijden
wel is waar andere organen, maar daar zn\' niet van
zooveel beteekenis zh\'n als het aangetaste, moeten
wh\' die met rust laten. De natuur weet het best welke
organen zjj aan hun lot kan overlaten. Iemand die gevoelt
dat één of ander orgaan niet goed werkt, verbeeldt zich
dat het in de war is en snelt naar den dokter. Er wor-
den hem medicynen gegeven, die het orgaan weer tot
werken opwekken, de ongunstige symptomen verdwijnen
en men wenscht zich zelf geluk met de spoedige beter-
schap. Dat gedeelte hetgeen de meeste levenskracht noo-
dig had, heeft het zonder moeten doen en er is misschien
eene onherstelbare fout begaan. In geval van ziekte, is.
het verreweg het beste het gestel met rust te laten; wjj
kunnen de natuur te hulp komen door verwerkte stoffen
-ocr page 27-
2:5
te verwijderen en wij moesten haar niet dwarsbóomen door
het geven van allerlei dingen die zjj niet gebruiken kan.
Dr. S. Dickson zegt in de Fallacies of the Faculty:
„In de vroegste historie van ieder volk, vinden wij, dat
de priester ook het ambt van geneeskundige bekleedde.
Hij beschouwde de pijnen, die zich bjj zieken voordeden
als het werk des duivels; zn\'n toevlucht was het gebed
en duivelbanning; krankzinnigen en aan vallende ziekten
lijdenden waren bezetenen en wanneer eene genezing tot
stand was gebracht üan zei men „dat de duivel verjaagd
was."
Geneeskundigen der vorige eeuw schreven ziekte toe
aan zieke stoffen in bloedof ingewanden ; de ééne noemde
het „scherpte", een ander „bederf\', weer een ander
„zinkings" enz., die de afscheidingsorganen aantastten en
ziekten na zich sleepten. Ziekte is geen duivel in het
lichaam, die verbannen of zinkings die verdreven moeten
worden, ook geen scherpte die men neutraliseeren kan,
maar een heilzame werking van het gestel, dat steeds
naar gezondheid streeft. Dr. S. Dickson geeft eene zeer
goede beschrijving van ziekteverschijnselen: ,,De patiënt
heeft dientengevolge een gewaarwording van koude of
warmte. Zijne spierbewegingen worden, (minder door de
betrekkelijke invloeden in bedwang gehouden), beA\'erig,
krampachtig of wel verlamd en de verrichtingen van
sommige spieren houden geheel op. Bjj de geringste
krachtsinspanning wordt de ademhaling sneller; of zij is
langzaam, ook wel met lange in- en uitademingen — iets
wat gij allen kent als „zuchten.-" Het hart klopt snel,
sterk of zwak en zijne slagen verminderen; men heeft
geeuwhonger, in \'t geheel geen eetlust of zeer ongel jjk. De
uitwerpselen, zijn óf meer dan gewoonlijk óf heel weinig
óf bleven achterwege. Het lichaam valt gedeeltelijk of
geheel af of is onnatuurlijk gezwollen. Voor de geringste
prikkeling vatbaar is de patiënt spoedig driftig of ter-
neergeslagen ; zn\'n geest is uiterst gevoelig voor de meest
tegenstrijdige indrukken en ontvankelijk voor de meest
verstandige en heldere voorstellingen of de vaagste grillen
en droombeelden zijner hallucinaties. Zijn gevoel is zicht-
baar verscherpt of verslapt, Licht en geluid bh\' voor-
beeld, hinderen hem. Bn\' de geringste verhooging van
temperatuur wordt hn" onaangenaam warm, en een zacht
-ocr page 28-
24
windje doet hein rillen en ontstellen; of hy wordt zooals
gij somtijds b\\j idioten en kindsen hebt kunnen opmer-
ken, geheel onverschillig voor licht, geluid, warmte of
koude."
Dit zjjn enkele algemeene symptonen, aan het lichaam
waargenomen, maar ieder orgaan heeft z(jn eigen ver-
schijnselen, welke men aan die algemeene moet toevoegen
en zoo kunnen wij een zeer geduchte lust van verschijn-
selen samenstellen, die wjj moeten toeschrijven aan het
niet nakomen der natuurwetten.
Ziekte kan acuut of chronisch zijn. Het is een acuut
geval wanneer de symptomen hevig zn\'n of wanneer het
leven in onmiddellijk gevaar verkeert. Acute ziekten
zijn gewoonlü\'k niet van langen duur en men herstelt
spoedig. Chronische ziekten zijn toe te schrijven aan
eene voortdurende verkrachting der natuurwetten of aan
een onherstelbaar beleedigd orgaan. Ziekte is geneese-
lyk of ongenecseln\'k Is een ziekte geneeselijk dan her-
stelt men na korter of langer tijdsverloop ; sommige
menschen worden spoedig beter, terwijl by andere eerst
na jaren, door een juiste levenswijze de verborgen, de
erfelijke _ of de verkregen ziekte is uitgeroeid. De onge-
neeslijke komt voort uit eene organische verandering,
het gevolg van voortgezette verkeerde gewoonte, waar-
tegen de genezende kracht van het gestel niet is opge-
wassen. Maar al is een ziekte ongeneeseiyk toch kan
men door een juiste levenswijze rust en geluk her-
krijgen, want zooals Lord Bacon zegt: „Een kreupele
bereikt langs den goeden weg eerder het einddoel dan
een hardlooper langs den verkeerden." Verborgen ziekten
zn\'n die ziekten, die jaren onopgemerkt in het gestel
sluimeren. Geef zulke ziekten gtïnstige omstandigheden
om tot ontwikkeling te komen en z{j zullen zich in al
hunne kracht openbaren. Zulke verborgen ziekten zijn
tering, jicht, kanker en krankzinnigheid. Door gezond
te leven kan men maken dat deze ziekten zich nooit
openbaren. Nemen wjj bijv. een teringachtige familie,
dan zullen al de kinderen de kiem van tering of de dis-
positie er voor in zich omdragen. Nu volgt daar niet
uit dat al deze kinderen er aan zullen sterven. Integen-
deel, wanneer ze allen naar behooren leven en de wetten
der natuur nakomen — wat eten, drinken en frissche
-ocr page 29-
25
lucht betreft — dan behoeft geen hunner er aan te lijden ;
terwijl sterke individuen haar zich daarentegen op den hals
kunnen halen door eene verkeerde leefwijze. Erfelijke ziek-
ten zh\'n die welke wh\' van onze ouders erven ; het kan
een zich reeds dadelijk openbarende ziekte en een ver-
borgene zijn, zooals tering; wh\' kunnen ook een gestel
meekrijgen, dat vatbaar is voor jicht en kanker, bh\' een
verkeerde manier van leven. Vele verborgen ziekten zijn
dus werkelijk erfelh\'k; niettegenstaande dit, is de natuur
altijd bezig er zich van te ontdoen.
Wij kunnen ziekten aan drie oorzaken toeschrijven:
1.    De schuld van onze ouders, die ons reeds bh\' de
geboorte een ziek gestel hebben gegeven;
2.    Onze eigen schuld, omdat wij de natuurwetten
veronachtzaamd of verkeerde gewoonten aangenomen
hebben;
3.    De schuld van onzen buurman; hij heeft een vuil
riool dat in onze wel lekt, en ons diphteritus bezorgt.
Besmettelijke ziekten zh\'n zeer moeielh\'k te bestrijden.
Een gezond gestel is het beste voorbehoedmiddel. Doch
sommige besmettelijke ziekten tasten zelfs de gezonde
mensenen aan en stichten tamelijk veel kwaad. Zelden
dooden zh\' hen, maar zij maken het hen voor een tijd
zeer lastig. Bh\' deze ziekten moest men den aangetasten
persoon afzonderen en de ziektekiemen door verbranding
vernielen. Met andere woorden al het beddegoed, lijfgoed
en ook de uitwerpselen, moesten eene vunrproef van ten
minste 212° Farenheit ondergaan. Ik herhaal hier dat
wh\' ziekte hier niet moeten beschouwen als iets verkeerds of
slechts, maar als eene poging van het gestel om het
evenwicht te herstellen; het is een heilzaam proces.
Haar verschijning toont aan, dat wh\' stoffen, die we
hadden moeten kwijtraken, hebben opgehoopt, of wij
hebben te veel van onze levenskrachten gevergd. Ziekte
geeft ons rust, zuivert het gestel, en stelt ons in de ge-
legenheid om opgefrischt een nieuw blaadje te beginnen.
De meeste menschen gevoelen zich na een acuten ziekte-
aanval beter dan zh\' in langen th\'d geweest zh\'n. Eene
natuurlijke ziekte — veroorloof mn\' een oogenschijnlijk
tegenstrijdige uitdrukking te bezigen — is werkelijk een
zuiveringsproces en men behoorde zich daarin met gela-
tenheid te schikken. Het is een stellig bewh\'s dat wh\'
-ocr page 30-
26
iets verkeerds hebben gedaan en wij worden gewaarschuwd
in \'t vervolg voorzichtiger te zijn. De natuur is een vriende-
lijke, barmhartige moeder en indien wij slechts bijtijds hare
waarschuwingen ter harte nemen, zullen wij nooit ver
afdwalen. Maar wanneer wh\' al hare zachte vermaningen
in den wind slaan, dan ontvangen wij ongetwijfld latei-
een geduchter aanmaning en wij mogen onszelf\' geluk
wenschen, indien wij er, zij het dan ook met verminderde
krachten, nog heelhuids afkomen. Meg zegt, dat kraak-
porselein het langst duurt; zoo ook met chronische lijders.
Hunne voortdurend zwakke gezondheid- maakt hen voor-
zichtig en zoo blijven zij lang leven. Waren deze men-
schen sterker dan zouden zij minder voorzichtig zijn en
zoodoende niet zoolang leven. Ook is het zeer waarschijn-
lijk dat zulke lijders met een kleine verandering in hun
voedsel of in hunne gewoonten even lang zouden leven
en hunne chronische aanvallen kwijtraken. Alle ziekten
hebben een gemeenschappelijken oorsprong en komen
uit eene reeks verkeerde gewoonten voort. Sir Humphrey
Davy zegt: „Het is maar al te zeer de gewoonte in de
philosophie om werkingen en gevolgen aan ééne enkele
oorzaak toe te schrijven, maar er zijn in de natuur in
werkelijkheid twee soorten van verwantschap tusschen
verschijnselen; in \'t ééne geval is er een oneindige ver-
scheidenheid van gevolgen door één enkele oorzaak, in
het andere hebben verschillende oorzaken één en hetzelfde
gevolg." Zoo kunnen wij één ziekte uit ons midden ver-
bannen- en tocli blijft het sterftecijfer even groot als altijd,
hoe komt dit ? Het schijnt zoo natuurlijk dat wij door
het kwijtraken van ééne ongesteldheid een kans minder
hebben om te sterven. Wij mogen één vorm van den
dood verbannen hebben, doch een andere vorm komt er
voor in de plaats, of wij sterven door een andere ziekte.
In de natuurkunde is een wet bekend onder den naam
van „wcderzijdsche betrekking van krachten"; deze wet
leert ons, dat alle krachten één zijn. Zoo kan warmte
veranderd worden in licht, electriciteit of\' een scheikun-
dige werking; electriciteit kan veranderd worden in
warmte, licht of eene scheikundige werking; een schei-
kundige werking in warmte, licht of electriciteit. Zoo
kunnen wij bewijzen dat al deze krachten één zjjnf
slechts verschillend in naam, al naar de uitkomsten die
-ocr page 31-
27
men verkrijgt. Zoo is er ook in het gestel een „weder-
zijdsch verband tusschen ziekten"; alle ziekten hebben
in werkelijkheid ééne bron en wanneer men nu door
ééne ziekte aangetast wordt is men gewoonlijk voor
eenigen tijd van andere ziekten gevrij waard. Deze wet
verklaart het bekende feit dat twee verschillende ziekten
zich slechts zelden gelijktijdig bij iemand openbaren.
Het verklaart ook hoe een kind dat gevaccineerd is,
binnen den tijd van een maand blootgesteld kan worden
aan pokkenbestemming of zelfs ingeënt kan worden met
pokstof, en toch geen pokken krijgt.
Wanneer de pokken uitbreken, clan worden vele men-
schen aangetast en eenige zullen er aan sterven, maar
het sterftecijfer wordt er gewoonlijk niet door verhoogd;
integendeel, dikwijls vermindert dit, terwijl in dat jaar
en de daaraan volgende de sterfgevallen aan tering en
kanker geringer zijn. De pokken zuiverden het gestel
van hen die er door werden aangetast van de stof waar-
uit zich tering en kanker vormen, of zij brachten liet
gestel tot zijn gezonden staat terug, waarin het door
deze ziekten niet wordt aangetast. Gesteld, er zijn nien-
schen, die aan de pokken sterven; indien niet daaraan,
zouden zij waarschijnlijk toch aan eene even noodlottige
ziekte gestorven zijn. Veel van de aangetaste personen
zullen niet sterven, daarentegen wordt hun lichaam van
alle slechte stoffen gezuiverd en dus gezonder. Deze
menschen ontvangen nieuwe levenskracht, hebben als
het ware op nieuw „ingehuurd", en zoo vermindert het
sterftecijver. Tijdens ik als student het gasthuis bezocht,
herinner ik mij een geval dat tot basis van vele theoriën
sterkte en alleen te verklaren was uit de verplaatsbaar-
heid van ziekte.
Een meisje was in een geneeskundig gesticht en leed aan
een gewone huidziekte, die men schurft (psoriasis) noemt.
Vele drankjes en medicijnen werden zonder eenig resultaat
aangewend. Het werd winter terwijl zij nog in het hos-
pitaal lag en ze werd door een hevige longontsteking
aangetast. Tien of veertien dagen was zij hard ziek, doch
ten slotte herstelde zij. Denk u onze verbazing toen wij
haar armen en beenen kwamen onderzoeken met het oog
op de schurft en wij ontdekten dat die volkomen ver-
dwenen was. Zij bleef voor alle zekerheid nog eenigen
-ocr page 32-
28
tijd in het hospitaal en verliet het daarop geheel genezen.
De acute aanval van bronchitis had het gestel gezuiverd,
zoodat er geen noodzaak meer was voor de schurft om
dit te doen, waardoor deze dan ook verdwenen was.
Andere voorbeelden kon ik nog aanhalen, maar één
duidelijk uitkomend voorbeeld is voldoende. Menschen
van middelbaren leeftijd die aan chronische zweren op
de beenen lijden, zijn gewoonlijk overigens gezond. Deze
menschen volgen eene verkeerde leefwijze, doch de zwe-
ren doen de kwade stoffen uit het lichaam verdwijnen en
bewaren hen voor ziekten van anderen aard; indien men
deze zweren kunstmatig geneest, dan wordt er kwaad
gesticht. De kwade stoffen blijven in het lichaam, een
geringe storing veroorzaakt een ziekte welke den dood
tengevolge kan hebben. Laat zoo iemand echter zijn
dieet veranderen, zoodat het voedsel dat men gebruikt
evenredig is aan dat wat verteefd kan worden, dan zullen
de zweren langzamerhand verdwijnen, zonder kwade gevol-
gen na zich te slepen. Voor een dokter kan de genezing van
zulke zweren als maatstaf strekken of de patiënt naar
behooren leeft en zijne voorschriften opvolgt.
Ik sloeg nauwkeurig het genezingsproces gade en
wanneer de zweren op dezelfde hoogte bleven of ver-
ergerden, beschuldigde ik hem mijne voorschriften niet
stipt nageleefd te hebben; gewoonlijk werd mijn ver-
moeden bewaarheid.
Deze regelen zullen den lezer toonen dat ziekte eigen-
lijk een gezondmakend proces is, zonder hetwelk de dood
spoedig een einde aan ons leven zou maken. Door haar
pijnlijke doch heilzame werking worden wij tegen eene
verkeerde leefwijze gewaarschuwd en verkrijgen weer nieu-
we kracht om het ons toegewezen levenstijdperk te vol-
eindigen.
-ocr page 33-
HOOFDSTUK III.
Hoe de mensch ziek wordt.
De mensch wordt ziek hoofdzakelijk door niet te letten
op de wetten waaraan hn° onderworpen is. Er bestaan
vaste wetten, die men in het oog moet houden om ge-
zond te blijven. Deze wetten staan nergens in de natuur
aangeteekend, terwh\'1 ons slechts eene instinctmatige ken-
nis er van is aangeboren. Het mensch dom is door on-
dervinding tot de wetenschap er van moeten komen, en deze
ondervinding eenmaal hebbende opgedaan, moeten wij
ons haar ten nutte maken.
Deze wetten zn\'n vaster dan die der Meden en Perzen;
verbreken wfl ze, dan moeten wn\' ljjden en wn" kunnen
geene onwetendheid tot zelfverdediging aanvoeren. En
er is geene bijzondere scherpzinnigheid toe noodig, deze
wetten te begrijpen; ieder die lezen, denken en waarne-
men kan, zal spoedig voor zichzelven een gezondheids-
wetboek kunnen samenstellen en hieraan gehoorzamend,
eene goede gezondheid behouden, veel lyden voorkomen
en een hoogen ouderdom bereiken.
De mensch kan door vele verschillende oorzaken ziek
worden, zooals: het gebruik van ondoelmatige spn\'zen en
dranken, gebrek aan versche lucht, te weinig lichaams-
oefening, onzindelykheid der huid en door slechte ge-
woonten aan te nemen.
Wij worden dikwnls ziek door ons voedsel omdat wn\'
niet genoeg met den aard er van bekend zijn, of wel, zoo
wij die kennis al bezitten, haar niet in toepassing brengen.
-ocr page 34-
30
Soms nemen wy te veel voedsel tot ons en daar het
organisme het noch geheel kan opnemen, noch het te
veel opgenomene kan verwijderen, wordt den grondslag
tot ziekte gelegd. Nu is dit te veel voor elk persoon
verschillend; wat voor den een „te veel" is, is niet ge-
noeg voor den ander, terwijl hetgeen te veel is in het
ééne tijdperk van het leven, niet genoeg zal zjjn in een
ander. Zoo kunnen kinderen in hun groei en zij die veel
handenarbeid verrichten meer voedsel tot zich nemen en
verwerken dan dezulken die hun vollen wasdom bereikt
hebben of zittend werk verrichten. Zij die een gemak-
kelijk leven leiden, hebben minder voedsel noodig dan
werkzamen, en hy die den geheelen dag buitenshuis werkt
heeft meer noodig dan degeen die binnenshuis dezelfde
hoeveelheid arbeid verricht. Naarmate wfj ouder worden,
wordt onze behoefte aan voedsel minder en zoo wjj meer
eten, onder voorwendsel kracht noodig te hebben, maken
wij ons zelven ziek.
Wij kunnen ook te weinig eten; vele lezen boeken
zooals bijv. dat van Coruaro, en verblind door zjjn schrij-
verstalent nemen zij de leefregels aan door hem opge-
geven, zonder rekenschap te houden met leeftijd, arbeid
en gestel. Zij vermageren, worden bleek en prikkelbaar,
krachteloos en kunnen zich niet warm houden en zoo-
doende jagen zij hunne vrienden en kennissen schrik aan.
Shakespeare zegt: „Onthouding verwekt ziekten," en
hij heeft gelijk. Men kan zoowel te weinig als te veel
eten; iedereen moest zich ten doel stellen, om bij het
eten de juiste hoeveelheid van hetgeen h{j noodig
heeft zooveel mogelijk nabij te komen. Wh" kunnen ook
te dikwijls eten, d. w. z. aanhoudend kleine hoeveelheden
gebruiken in plaats van geregelde maaltijden te houden
op vaste uren. Als wij te dikwijls eten, krijgt de maag
niet de noodige rust en verslijt zy te spoedig. Vervalt
men in het tegenovergestelde uiterste, door bijv. slechts
ééns per dag te eten, dan is dit even nadeelig, dit doende
is de op eens genomen hoeveelheid voedsel te groot en
wordt het geheele arbeidsvermogen van het organisme
iu beslag genomen. Gedurende den tn\'d dat al dit voedsel
in de maag verwerkt wordt zn\'n wn\' ongeschikt tot an-
deren arbeid. Ook kan men een verkeerd soort van
voedsel gebruiken; dit is wel niet van groot belang b\\j
-ocr page 35-
ai
geringe hoeveelheden, doch bh\' het nemen van grootere
kwantiteiten kan de gezondheid er zeer door benadeeld
worden. Iemand die van een verkeerd soort voedsel een
spaarzaam gebruik maakt, is niet zoo gezond als lift die
matig leeft van goed voedsel. Ons lichaam is door de
natuur ingericht om van vruchten, noten, granen en an-
dere voortbrengselen van het plantenrjjk te leven.
Deze bevatten al de zelfstandigheden die noodig zijn
voor ons organisme in de juiste verhoudingen, en ons
lichaamsgestel is er physiologisch toe geëigend. Onge-
twijfeld is er een th\'d geweest, waarin de mensen door
den nood gedwongen werd zich tot een voeding te be-
palen waarin vleesch een groote rol speelde, maar tegen-
woordig bestaat daartoe geen noodzakelijkheid. De mensen
maakt zichzelve thans tot een omnivoor (alverslin-
dend), hh\' eet vleesch zooals de leeuw, visch zooals de
haai, vogels zooals de havik, noten zooals de eekhoorn,
graan zooals de vogels, ooft als de apen, groenten zooals
de insecten, insecten zooals de vogels, en zelfs aarde
zooals de aardworm. Uit dat alles kan hij voedsel trek-
ken en trekt hh\' voedsel, doch de nadeelige bestanddeelen
op den koop toe. Maar de vraag die wij te behandelen
hebben is niet wat hh* kan eten, maar wat hh\' behoort te
eten. Zoo luj eet wat hh\' kan, zal hh\' zich zeker allerlei
ziekten op den hals halen, maar zoo hij eet wat hh\' be-
hoort, in de juiste verhouding en op gepaste th\'den, zal
hij gezond blijven.
Eene andere fout die men begaat, is te trachten de
natuur te verbeteren door het maken van kunstmatige
voedingsmiddelen. Men wenscht wit brood te eten, zift
de zemelen er uit en gaat dientengevolge aan verstop-
pingen lh\'den; deze kwaal leidt wederom tot andere
stoornissen waarvan wh\' nauwelijks het einde kun-
nen voorzien. Daar gebuild meel niet de genoegzame
hoeveelheid bestanddeelen voor de beenderenvorming
bevat, wordt hierdoor het vroegtijdige verlies der tan-
den veroorzaakt en wordt zelfs het beenderenstelsel
verzwakt.
Ook op de kruiderijen bh\' de bereiding dient te wor-
den gelet. Al is het ook niet rechtstreeks, toch kunnen
zij ongetwijfeld tot eene ziekte bn\'dragen. Zout, sprece-
rjjen, peper, mosterd, zuur enz. maken dat we meer
-ocr page 36-
32
eten dan wy anders zouden doen; zn\' prikkelen de eet-
lust meer dan goed voor ons is.
Evenzoo prikkelen z\\j de maag tot het afscheiden van
eene grootere hoeveelheid maagsap voor een poos (zooals
zout de speekselafscheiding verhoogt) daarna houdt hunne
werking op en de maag verzwakt allengs. Bovendien
bevorderen zy dorst waardoor wjj tot te veel drinken
geneigd zh"n. Het gevolg is dat de spijsvertering stilstaat
totdat de vloeistof eerst opgeslorpt is; vervolgens wor-
den de nieren en de huid noodeloos belast om de over-
tollige vloeistof te verwijderen. Hieruit kan men dus
gemakkelijk zien hoe eene kleine inbreuk op eene wet
tot overtreding van andere leidt, veel schade berokkend
wordt en de gezondheid verloren gaat. Eten is ontwij-
felbaar een genot en het fljnbewerktuigde gehemelte
dient in zekere mate gestreeld te worden; doch eenvou-
dige spijs met honger geeft het meeste genot en wanneer
het voedsel met mate gebruikt wordt, schaadt het geens-
zins. Op deze wijze kunnen wij ons dagelijks Epicuris-
tische feesten gunnen zonder ons zelven te benadeelen.
Hoe te voldoen aan de behoefte tot drinken, vordert
eenige bespreking; ik handel thans over niet-alcoholische
dranken. Zij moeten met mate gebruikt worden, terwijl
aanbevelenswaardig is op gezette tijden te drinken en
dit niet onder den maaltijd te doen. Vloeistoffen ver-
tragen de spijsverteering; gebruikt men weinig specerijen
en kruiderijen en zijn de spijzen eenvoudig toebereid dan
heeft men weinig behoefte tot drinken, daar de meeste
onzer gerechten rijkelijk water bevatten Warme dran-
ken zijn verkeerd; zjj bederven de tanden, verzwakken
de maag en daar zn\' de huidporiën openen, maken zjj
ons gevoelig voor het vatten van kou. De aard der dran-
ken kan ook schadelijk zijn; thee en koffie zn\'n zeer
aangename dranken, maar dienen met omzichtigheid te
worden genoten, daar zij aanleiding geven tot hetgeen
wij zenuwaandoening noemen. Over alcoholische dranken
zal ik later spreken.
De lucht die wy inademen kan onzuiver zh\'n; zij kan
de uitwasemingen onzer lichamen bevatten of eene te
groote hoeveelheid koolzuurgas of andere prikkelende
bestanddeelen. Óf wel het kan zyn dat wn\' er niet de
noodige hoeveelheid van bekomen, waardoor verwerkte
-ocr page 37-
33
stoffen in ons organisme niet worden verbrand, maar terug
blijven en ziekte veroorzaken. De omstandigheden bren-
gen soms mede dat het inademen van slechte lucht des
daags niet te voorkomen is, maar dit is geen reden, waar-
om wy onze eigen adem gedurende den nacht opnieuw
zouden inademen.
Zoo wij, om welke reden ook, geen behoorlijken toe-
voer van lucht krijgen, dan moet onze gezondheid er
onder lijden. Het eerste wat een pasgeboren kind doet
is eenige worstelende bewegingen te maken by het snak-
ken naar adem en van dat oogenblik af tot onzen dood,
hebben wij dag en nacht voortdurend versche lucht
noodig. Wij ademen gemiddeld achttien maal per minuut
gedurende ons gansche leven, bij elke ademhaling ademen
wij circa lf3 k 1 liter lucht in, en de lucht, die wij
uitademen moet zich met tienmaal haar volume versche
lucht vermengen, alvorens geschikt te zijn op nieuw te
worden ingeademd. Wanneer wjj ons aantal ademhalingen
in 24 uur berekenen tegen 18 per minuut, dan komen
wij tot het cijfer 25,920 per dag. Al is de lucht nog
zoo weinig verontreinigd zal toch de onreinheid er van,
door zich op te hoopen, schadelijk op het organisme werken.
En daar zulk een groote hoeveelheid versche lucht ver-
eischt wordt om de gebruikte lucht wederom voor in-
ademing geschikt te maken, dienen wij voortdurend lucht
verversching te hebben in onze slaapkamers, In onze
huiskamers en op alle plaatsen waar vele menschen samen
komen. Gebrek aan versche lucht is de hoofdoorzaak van
alle borstkwalen, hetzij pleuris, longontsteking of long-
tering. Hoe meer menschen opeengehoopt zijn, des te
veelvuldiger komen die ziekten onder hen voor.
Het „Zwarte Hol" te Calcutta toont ons het gewicht
van versche lucht aan : Een groot aantal personen waren
daar in een kleine ruimte gedurende eene nacht opge-
sloten. Den volgenden morgen waren vijfzesde van hen
dood en al de overlevenden waren aangetast door rot-
koorts, overdekt met builen of krankzinnig.
Deze en andere voorbeelden leeren ons het groote
gewicht van versche lucht kennen. Kenden de menschen
de waarde er van, zoo zouden zij haar in- en uitwendig
als een wondermiddel willen aanwenden. Wjj kunnen
er niet te veel van krijgen. Hoe zuiverder de lucht is,
3
-ocr page 38-
34
hoe beter voor ons; hoe onzuiverder, hoe spoediger w\\j
ziek worden en sterven.
Gebrek aan lichaamsoefening kan evenzeer ziekte doen
ontstaan, daar oefening van al onze organen eene onmis-
bare voorwaarde van gezondheid is.
Wanneer iemand veel voedsel gebruikt, moet hjj ook
veel lichaamsbeweging nemen, dan zal hn\' weinig te lijden
hebben. Jonge lieden, die veel beweging nemen, kunnen
bijna alle spijzen straffeloos eten, maar zoodra zjj wat
ouder worden en zich in zaken begeven, die hen aan
een kantoor binden, ondervinden zij dat zjj met hun
voedsel omzichtiger moeten zyn om gezond te blijven.
Ik ken oudere lieden wier bezigheden van zittenden aard
zn\'n; zn eten flink en zjjn nu en dan met galachtige
aandoeningen geplaagd. Met andere woorden: zjj eten
meer dan hun organisme kan verwerken en verwijderen.
Kan men deze personen aan \'t rnden krjjgen op een drie-
wieler of iets dergelijks dan zullen hunne periodieke
galaandoeningen verdwnnen en deze lichaamsoefening
zal hun bovendien ten goede komen. Lichaamsbeweging
doet de verwerkte stoffen verbranden, veroorzaakt ver-
moeienis en is allernuttigst wanneer zn niet overdreven
wordt, terwnl gemis aan lichaamsoefening ons gestel
ontvankelijk maakt voor verschillende ziekten, door de
aanwezigheid van niet verwijderde verwerkte stoffen.
Onzindelnkheid der huid kan ook eene aanleiding tot
ziekte zn\'n. Een gedeelte der vele inillioenen poriën geraakt
hierbij verstopt en kan zjjne verrichtingen niet behoorlijk
volbrengen, overtollige stoffen binven in het organisme
terug en zn\'n het uitgangspunt van vele onzer ziekten.
Vele ziekten worden ook door slechte gewoonten ver-
oorzaakt. Het rooken, het pruimen en snuiven zjjn scha-
delijk. Het is bekend, dat iemand die voor het eerst
rookt, zich gewoonlijk zeer onlekker gevoelt, er ontstaan
brakingen, vermeerderde stoelgang, koude rillingen, zweet-
afscheiding en het geheele gestel is van streek. Deze
waarschuwing herhaalt zich minder en minder totdat
onze zenuwen verstompt zyn; de nadeelige werking bln\'ft
echter bestaan, alleen de aanmaning bljjft achterwege.
Tabak prikkelt de tong, de keel en de maag, verstoort
de hartswerking, tast het gezichtsvermogen aan, terwnl
het zenuwgestel er door vernietigd wordt. Zn is de
-ocr page 39-
35
werkelijke oorzaak van kanker, in de meeste gevallen
~van lipkanker. Dat vele oude menschen er het grootste
gedeelte huns levens gebruik van hebben gemaakt is
geen verontschuldiging. Indien iemand een gezond lichaams-
gestel bezit en tot een hoogen ouderdom kan leven in
weerwil van vele slechte gewoonten, zoo wordt zijn
voorbeeld als navolgingswaardig aangehaald en dienten-
gevolge doen vele personen hun gestel ten gronde gaan.
Het gebruik van alcoholische dranken dient te worden
veroordeeld, het is een zeer vruchtbare bron van ziekte.
De granen en vruchten waaruit deze dranken bereid
worden zijn gezonde voedingsmiddelen, maar de vloei-
stoffen zelf z\\jn vergiften. Het bier, de wh\'n en de spiri-
tualiën, die in ons land gedronken worden, hebben veel
op hun verantwoording. De mond, maag, lever, nieren,
hart, longen en hersenen worden allen aangedaan door
dit doodelyk werkend vocht — alcohol. Konden w{j het
slechts uit ons midden verbannen, wij zouden een veel
gezonder volk zijn. De verbazende hoeveelheid alcoholische
dranken nagaande, die in ons land alléén worden ver-
bruikt, vraag ik mjjzelven af, wat de oorzaak
■daarvan kan zyn. Het antwoord daarop is onze verkeerde
w\\jze van leven. De verkeerde spijzen die w\\j gebruiken
behoeven een prikkel om de spijsvertering te hulp te
komen en die prikkel wordt gewoonlijk gegeven door
Alcohol, tabak of sterke koffie. Een andere oorzaak die
■ons tot het gebruik er van drijft is gedruktheid, door
het inademen van slechte lucht, gemis aan lichaamsbe-
weging of een ongeregeld leven ontstaan. Zoo de ijveraars
voor matigheid, dronkenschap willen genezen, moeten zjj
het lichaam in een zoodanigen staat brengen dat geen
prikkel noodig is; dan zullen de menschen onthouders
worden, omdat z\\j geen verlangen naar drank meer zullen
hebben. Ik beschouw de verslaafdheid aan sterken drank
als eene ziekte, die evenals andere ziekten, van zelve ge-
nezen zal, zoodra de oorzaak, die haar deed ontstaan, weg-
genomen is.
En wat moet ik zeggen over het nachtbraken van
vele jongelieden? Zij zyn gewoon, halve nachten in be-
nauwde, met gas verlichte lokalen, biljart of kaartspelende
door te brengen. Deze rooken, gene drinken, sommige
doen beide en daarbij komt nog de opwinding door het
-ocr page 40-
36
spel. Zij gaan laat naar bed, maar moeten den volgenden
morgen tijdig aan hun werk. Zij bekorten hun slaap,
verwoesten hunne gezondheid en verwonderen zich dan
dat zij op hun vijftigste jaar oud en afgeleefd zijn. Indien
onze jongelingschap zich slechts op eene verstandige
wijze wilde vermaken en geen wissels trekken op haar
gezondheid, zouden zij niet vóór hun zeventigste jaar
iets van ouderdom bemerken. Door in onze jeugd be-
dachtzaam te leven, kunnen wn een hoogen ouderdom
zonder gebreken bereiken. En hoe moet ik tot jonge dames
spreken, die eveneens een gedeelte van het jaar laat
opblijven in balzalen, gedurende eenige uren als razenden
dansende, slechte lucht inademend en allerlei onverteer-
baars gebruikende? Werd dit lieve leventje voortdurend
voortgezet en al onze jonge dames deden zooals eenige
onzer toon-aangeefsters, dan zou ons geslacht spoedig
uitsterven.
Tengevolge onzer dagelijksche beroepsbezigheden kun-
nen bestanddeelen in ons organisme geraken die daarin
niet thuis behooren, zooals lood, kwikzilver, koper,
phosphorus enz. Of wel, die bezigheden kunnen onge-
zond zijn door de zich daarbij ontwikkelende dampen of
gassen, zooals in scheikundige werkplaatsen. Prikkelende
bestanddeelen kunnen worden ingeademd, zooals fijne
deeltjes steen bij steenhouwers, fijne deeltjes staal bij
messen- en scharenslijpers, kolenstof bjj mijnwerkers,
roet bij schoorsteenvegers enz. Deze fijne stofdeeltjes
prikkelen de longen en veroorzaken werktuigeljjk tering.
Maar ook eene gedwongen houding is ongezond, zooals
die van schoenmakers, die over hun werk gebogen zitten,
personen die met naaimachines werken, het bovenlijf
voorover buigen, terwijl zij hoofdzakelijk de onderste
ledematen gebruiken.
Het leven is een aanhoudende strijd met de elementen
die ons omringen en wij kunnen er door overweldigd en
ten onder gebracht worden. Als wjj in zeer koude ge-
westen leven en voor een korten tjjd aan de lucht worden
blootgesteld, kunnen wij door bevriezing een gedeelte
van ons lichaam verliezen; blijven wy geruimen tijd
onder den invloed van die te lage temperatuur, zoo kan
die koude slaapzucht opwekken, waardoor wij genoopt
worden te gaan liggen om niet meer te ontwaken. In
-ocr page 41-
87
heete luchtstreken kan de zon te sterk voor ons zyn,
worden wy aan haar brandende stralen blootgesteld, zoo
kunnen wij door een zonnesteek getroffen worden die ons
ziek maken, ja zelfs dooden kan. Het leven in poolstreken
of zandwoestijnen kan zoogenaamde sneeuwblindheid ver-
oorzaken. De bliksem kan ons treffen en verlammen.
Zoo zien wy dat het leven een voortdurende stryd is
en wy er nooit zeker v&n zyn door de ons omringende
gevaren.
Ziektekiemen liggen altyd op den uitkijk, gereed om
ons en onze organen tot hun prooi te maken en wanneer
wy\' niet goed gezond zyn, staan wij bloot er door ge-
schaad of gedood te worden. Deze kiemen zyn bijna
altoos in ons midden, maar een goed gestel kan ze
terugdrijven en hare aanvallen afslaan; of er kunnen zoo
weinigen in ons lichaam opgenomen worden, dat ze door
een gewoon gestel vernietigd worden. Doch ademt men
er een grooter aantal van in, dan door ons gestel ver-
nietigd kan worden of zyn de lichaamskrachten in
verhouding te zwak dan staat men aan hunne verwoes-
tingen bloot. Hiertegen is een juiste levenswijze het
beste voorbehoedmiddel. De voornaamste ziekten door
zulke kiemen veroorzaakt zijn cholera, pokken, roodvonk,
mazelen, kinkhoest, diphteritis, en typheuse koorts.
Parasieten liggen steeds op den loer. Alle natuurlyke
d. i. rauwe voedingsmiddelen, onverschillig welke, die
wy eten of drinken, kunnen ze bevatten.
Eet men vleesch, visch of gevogelte, zoo loopt men
gevaar de nog niet tot ontwikkeling gekomen verschil-
lende lintwormen in zich op te nemen, welke zich in het
menschelyk darmkanaal tot het volwassen dier ontwik-
kelen; of wel wy eten vleesch dat trichinen bevat, die
in ons darmkanaal voortplanten; de jongen zetelen zich
in de spieren en veroorzaken trichineziekte. By het ge-
bruik van elke vleeschsoort kan men de eieren van an-
dere wormen opnemen; door het nuttigen van groenten
die niet behoorlyk gewasschen zyn kunnen de eieren
van lintwormen in het lichaam gebracht worden, zich
daar verder ontwikkelen, doch niet den vollen wasdom
kunnen bereiken. De ergste vorm van ziekte door para-
sieten is die welke veroorzaakt wordt door de eieren
van den lintworm van den hond; zy veroorzaken hyda-
-ocr page 42-
38
tiden in de lever, hersenen, enz. Dit maant ons aan tot
voorzichtigheid en tot het terdege wasschen van sla of
andere rauw gegeten wordende groenten, die wij nuttigen.
Als wjj rivierwater of water uit eene beek drinken heb-
ben wij kans de eieren van den spoelwonn binnen te
krijgen, welke dan in onze ingewanden tot rijpheid ko-
men. Kinderen en landlieden worden door deze laatsten
het meest geplaagd, daar zij niet zeer kieskeurig zijn in
het gebruik van hun drinkwater. Uitwendig z\\jn er an-
dere parasieten, die bijna even onaangenaam zijn als de
inwendige. De voornaamste onder de uitwendige zijn de
schurftmijt, de luis, de zandvloo en de vloo. Deze zjjn
echter meer lastig dan gevaarlijk.
Andere dieren, zooals adders en slangen brengen door
hun beet wonden toe, die gewoonlijk in korten tijd zeer
noodlottig zü\'n. Ofschoon de steken van wespen, bijen,
horzels, muggen, muskieten, tarentulas. scorpioenen, enz.,
gewoonlijk niet doodelijk zijn, zijn zjj echter zeer kwel-
lend en somtijds de oorzaak van ernstige ziekte, vooral
wanneer het bloed onzuiver is.
Ons gebrek aan kennis van planten en zwammen kan
oorzaak tot ziekte zijn. Er staan tegenwoordig een aan-
tal gevallen aangeteekend van vergiftiging door het eten
van zwammen, zij waren door onkundigen verzameld,
gegeten en veroorzaakten ziekte en dood. Op dezelfde
wn\'ze worden sommige andere planten, met wier aard de
inzamelaar niet bekend is, met doodelijk gevolg gegeten.
Nieskruid, nachtschade, dolle kervel, bladen van het peper-
boompje (Daphne) en andere worden dikwijls verzameld,
gegeten, en hadden zeer schadelijke gevolgen.
Andere ziekten ontstaan door een onkuisch en zedeloos-
leven en sommige dezer ziekten worden van de ouders,
door de onschuldige nakomelingen overgeërfd.
Ongelukken van allerlei aard komen voortdurend voor;
wij kunnen verminkt worden of zoodanig gekwetst dat
de dood er het gevolg van is.
Gezwellen, kanker en andere ziekelijke aanwassen
worden dikwijls als oorzaak van ziekte aangegeven. In
plaats van oorzaak, zjjn zij gevolg en dezelfde oorzaak
die ze doet ontstaan, is veelal ook die van den dood
welke op sommigen er van volgt.
Onverwachte slechte tijdingen, verdriet en toorn kun-
-ocr page 43-
39
nen het gestel van streek brengen en deze gevallen van
zielsaandoening zijn moeielijker te behandelen dan eenig
ander. Onbeantwoorde liefde, droefenis over den dood
van een echtgenoot of kind kunnen een reeks van ver-
schijnselen te voorschijn roepen, waarvan het graf het\'
einde is.
Tegen overwerken of te groote inspanning van den
geest dient te worden gewaakt; bij te zware hersen-
arbeid wordt te weinig lichaamsoefening genomen, de
maaltijden worden verwaarloosd, niet genoeg slaap wordt
genoten en wij moeten ons niet verwonderen over een
plotseling instorten der krachten. Op dezelfde wijze kun-
nen door overspanning de geestvermogens plotseling
gekrenkt worden en van het lichaam niets dan een wrak
overblijven.
Over den invloed der kleeding heb ik niet gehandeld,
doch er dient wel opgemerkt te worden dat deze niet ge-
ring is. Stijf rijgen moet door het samendrukken der
borstorganen en naar beneden drukken der ingewanden
veel kwaad veroorzaken. Nauwe halsboorden kunnen bij
bejaarde lieden tot beroerte aanleiding geven. Schoenen
met hooge hakken en te nauwe schoenen brengen even-
zoo ziekte of ongemak voort.
Dickson zegt in zijn Unity of Disease: 1)
„De aarde, de lucht, de warmtegraad, droogte, voch-
tigheid van beiden, de aard en hoeveelheid onzer spijzen
en dranken, onze verschillende wijze waarop en de mid-
delen waardoor wij ze verkrijgen, met al de andere
kansen en veranderingen van ons maatschappelijk en
persoonlijk standpunt, — deze zijn de elementen waarop
wij te letten hebben in verband met de afwisselingen
tusschen gezondheid en ongesteldheid."
Alzoo zien wij dat wij ons kunnen schaden door in-
vloeden zoowel van buiten als van binnen, maar de
meeste nauwlettendheid moet worden geschonken aan
onze spijzen en dranken; zoo wij die slechts willen be-
perken tot de juiste soorten en hoeveelheden, zouden
wij er ons het beste bij bevinden. Door het voedsel te
beperken zullen gebrekkige en binnenshuis levende per-
sonen zich wel bevinden ; zij die in een ongezonde atmos-
1) Eenheid van ziekte.
-ocr page 44-
40
feer moeten leven, zullen minder nadeelige gevolgen
daarvan ondervinden wanneer ook z\\j de matigheid be-
trachten. Ook rampen en verliezen worden gemakkelijker
gedragen door een gelijkmatig humeur, verkregen door
matigheid bij het gebruik van spijs en drank.
Aan het volk moet worden geleerd dat ziekte hoofd-
zakelijk uit eigen onwetendheid voortspruit. De meeste
onzer ziekten kunnen worden voorkomen en zullen aan-
merkelijk verminderen zoodra de gezondheidsleer in onze
scholen zal worden onderwezen. Dan zal er een tyd ko-
men waarin het bijna als een misdaad zal worden be-
schouwd, ziek te zjjn en lieden met een slechte gezond-
heid geen medelijden meer zullen ondervinden, maar men
hun zal toeroepen „gij hebt uw verdiende loon". Die de
wetten der gezondheid kent en niet opvolgt moet lijden
en die ze niet kent moet ze leeren. Straf volgt steeds
op elke overtreding van natuurwetten, zoo niet terstond,
dan toch later.
Als elk individu slechts voor zichzelf leed, zou het zoo
erg niet zn\'n, maar onze nakomelingen lijden ten gevolge
onzer verkeerde handelingen.
Deze eenvoudige feiten dienen ons, om onze handelin-
gen behoorlijk te overwegen, daar ons tegenwoordig ge-
drag van grooten invloed kan zijn op het leven en het
lot van vele nog ongeborenen.
-ocr page 45-
HOOFDSTUK IV.
De eenheid in ziekten.
In het vorige hoofdstuk heb ik aangetoond, hoeveel
oorzaken er bestaan, waardoor men ziek wordt. In dit
hoofdstuk hoop ik te bewijzen, dat we in plaats van vele
ziekten, er eigenlijk slechts ééne hebben; wij hebben
n.1. een verstoord gestel, waarvan de storingen zich in
plaatselijke verschijnselen openbaren, die verschijnselen
noemen wh\' ziekte. Wanneer ik een of meer wetten, waar-
door ik beheerscht word, schend, maak ik mijzelf ziek;
de mate van ziekzh\'n is in evenredigheid met de wetten,
die ik overtreden heb. Of ik nu eene ziekte van de spijs-
verteringsorganen of pleuris of een aanval van rheu-
matiek heb, het komt allemaal voort uit den toestand,
waarin \'t gestel zich bevindt; wh\' noemen de ziekte alleen
met een anderen naam daar in het eene geval de maag.
in het andere het ribbevlies en in het derde de gewrich-
ten de meest in het oogvallende verschijnselen vertoo-
nen. In het laatste geval is de rheumatiek niet de oor-
zaak,
dat het gestel in de war is, maar het gevolg of de
uitwerking van stoornissen in het gestel, voortspruitende
uit verkeerde gewoonten. Evenzoo met ziekte of stoornis
in de spijsverteringsorganen; deze zoogenaamde ziekte
is niet de oorzaak van de verschijnselen die er mee
gepaard gaan. De toestand van \'t gestel veroorzaakt al
de onaangename gevoelens, die deze ongesteldheid mee-
brengt, maar daar onze opmerkzaamheid op de maag wordt
gevestigd, die hoofdzakelijk is aangedaan, noemen wn°
-ocr page 46-
4l>
het dyspepsie. Wh\' zien een beslagen tong, we voelen
ons onlekker en dan zeggen wij terstond: slechte spijs-
vertering, vergetende, dat die beslagen tong en die an-
dere verschijnselen te wijten zh\'n aan een algemeene
storing van \'t gestel en niet alleen aan een storing van
de maag, op welke wh\', daar zij \'t meest in het oog-
vallende verschijnsel vertoont, de schuld werpen. Omdat
wh\' door minder te eten beter worden, is het nog niet
bewezen, dat daarom de maag in de war was, integen-
deel, door minder te eten, lichaamsbeweging te nemen,
baden te gebruiken, etc. verbeteren wh\' den algemeenen
toon van ons gestel, en de maag wordt tegelijkertijd
beter, daar haar beterschap gepaard gaat met die der
andere organen. Als iemand zich onlekker voelt ten ge-
volge van een „vroolijk avondje", heeft hij dikwijls een
beslagen tong en een gevoel van algemeene malaise.
Een koud bad en een flinke wandeling zullen hem ge-
woonlijk weer op orde brengen; en toch, wat hebben
een koud bad en een wandeling uittestaan met de maag?
Tenzij zh\' er op werken door het geheele gestel te ver-
beteren, en op die manier de maag indirect ook beter
maken. Wh zien dezelfde genezing bij vele gevallen van
stoornis der spijsvertering (dyspepsie); een eenvoudig dieet,
lichaamsbeweging en baden worden voorgeschreven en
de patiënt herstelt. Dan is de genezing te danken aan
een verbeterden toestand van het gestel, en niet aan
een verminderd dieet. Men vindt wel menschen die
regelmatig groote hoeveelheden zwaar voedsel gebruiken
en toch niet te lijden hebben van deze ziekte. Dit komt
eenvoudig, omdat hun gestel in een goeden staat ver-
keert en zy verzwakking van dit orgaan voorkomen,
door veel lichaamsbeweging te nemen enz. hetgeen hun
een overvloed van levenskracht geeft en maakt dat ze
niet weten, dat ze zulk een orgaan hebben. Hoe velen
onder ons moeten daarentegen wel degelh\'k op ons voed-
sel letten, als wh in zaken zijn of letterkundigen arbeid
verrichten? Indien wh\' dan niet zeer oppassen met het-
geen wiï eten, ondervinden wij terstond, dat wh\' niet zoo
helder zijn als gewoonlijk. B. v. wanneer ik met het een
of ander letterkundig werk bezig ben, dien ik uiterst
voorzichtig met mnn eten en drinken te zh\'n en geregeld
dagelhks lichaamsbeweging te nemen om goed te kunnen
-ocr page 47-
4rj
werken. Als ik. m\\j hier niet mede ophoud, kan ik meer
nuttigen, wat ik wil, en als ik vacantie heb of buiten
ben en alle zorgen achter heb gelaten, kan ik haast
alles eten. Dan wordt mijne opgegaarde kracht gebruikt,
om mijn voedsel op te nemen, in plaats van voor her-
senwerk gebruikt te worden. Men ziet hetzelfde met
lichaamsbeweging in de vrije lucht. Ik ken menschen,
die een zittend leven leiden en die zeer voorzichtig
moeten zyn met de soort en de hoeveelheid van voedsel,
dat zij gebruiken. Laat deze zelfde menschen eens een
uitstapje per rijwiel of eene wandeltocht maken en dan
zullen zij mij vertellen, dat zij de zwaarste kosten heb-
ben gegeten; het zal hun geen kwaad doen, mits zij
uitscheiden, wanneer zjj zich verzadigd gevoelen. Al
deze dingen zyn niet te wijten aan één orgaan, maar
aan den algemeenen toestand van het gestel. De eenheid
in ziekten kan nog op eene andere eenvoudige wijze
worden aangetoond. Veronderstel, iemand eet te veel;
als hn\' jong is wordt het evenwicht spoedig hersteld
door aanvallen van gal, die met langere of kortere
tusschenpoozen wederkeeren en hem van overtollige
stoffen bevrijden. Naarmate hjj ouder wordt houden deze
gewoonlijk op en wordt hij gezet; met andere woorden
die gezetheid is de galgeschiedenis onder een anderen
vorm. Of de stof kan zich in het gestel ophoopen en dan
krijgt hjj rheumatiek, jicht, galsteenen of eene andere
ziekte. Als ik iemand hoor zeggen, dat hij lydt aan eene
slechte spijsvertering of rheumatiek, dan zegt dat voor
mij zooveel, als dat iemand er eene verkeerde leefwijze
op nahoudt, en dat hjj door deze telkens wederkeerende
aanvallen in het leven blijft, die dan eene opruiming hou-
den in zijn gestel en hem in staat stellen weer zoo voort
te gaan. Eene ziekte houdt het gestel een tijdlang schoon,
heb ik reeds in het vorige hoofdstuk gezegd ; na eene
pokken-epidemie zijn de sterften aan kanker en tering
een tijdlang minder en het geheele sterftecijfer is lager.
Door eene verkeerde leefwijze worden w\\j ziek en de
een of andere ziekte, welken naam wjj haar dan ook
geven, voert ons ten grave; wij sterven doordien ons
gestel in een slechten staat verkeert.
Bij gewone koorts hebben wij eene verhoogde tempe-
ratuur, een versnelde pols, we hebben een beslagen tong,
-ocr page 48-
44
tegenzin in eten, pijnlijke gewrichten, uitbarstingen van
zweet, bezonken urine, en verstopte ingewanden. Deze
en vele andere verschijnselen noemt men gewone koorts,
en men veronderstelt dat zy te wijten z\\jn aan den ver-
hoogden warmtegraad van ons lichaam. Niet alzoo; de
koorts en de andere verschijnselen zjjn te wijten aan den
veranderden toestand van het gestel en in plaats van de
oorzaak, is de koorts veeleer een van de verschijnselen
die er mee gepaard gaan. Met pijn in de zijde kunnen
veel van dezelfde verschijnselen voorkomen, maar dan
noemen wij het pleuris. In alle ziektegevallen merken
wij een reeks van verschijnselen op, maar daar één ver-
schijnsel meer op den voorgrond treedt, noemen wij de
ziekte naar het in \'t oogloopende symptoom en geven
het orgaan, omdat het niet in orde is, de schuld, terwijl
dat ééne orgaan, alleen maar wat heviger is aangedaan
dat de rest. Als wij ons op het standpunt kunnen plaat-
sen, dat alle ziekten enkel en alleen z\\jn toeteschr|jven
aan een veranderden toestand van het gestel, aan eene
verkeerde leefwijze, vereenvoudigen wfl de zaak zeer.
Dan zouden wn\' in plaats van vele dokters en vele
geneeskundige stelsels, slechts één stelsel hebben en
wel een stelsel waar ieder mensch van eenige opvoeding
meer of minder van kon weten. Dan zouden w\\j, in plaats
van verschillende verschijnselen met verschillende mid-
delen te behandelen, trachten den toestand van het ge-
heele lichaam te verbeteren, dan zou het geen verschil
maken of w\\j slechte spijsvertering, pleuris, rheumatiek
of zenuwziekte behandelden. Wij zouden iemand wijzen
op al de wetten waardoor lift beheerscht wordt en waar-
door h\\j, wat men noemt, gezond blijft. Door dit stelsel
zou ook veel onnoodigs afgeschaft worden. By lijkschou-
wingen ontdekt de operateur verharde levers, zieke nie-
ren, vergroote harten, en verwoeste longen. Deze worden
gewoonlijk gretig door hem aangegrepen en als de oor-
zaak van den dood genoemd. Niets van dat alles; het
zijn eenvoudig de uitwerkingen van den ontredderden
toestand waarin het gestel zich bevindt en inplaats van
de oorzaak van den dood te z\\jn, zijn z\\j zelf veroor-
zaakt geworden door datgene, waarvan de dood het ge-
volg was.
Dr. Dickson zegt in één zijner werken:
-ocr page 49-
45
„De studie van een ongezonde, ziekelijke ontleedkunde
heeft eene klasse van medische materialisten gevormd,
die, hopende den oorsprong van iedere ziekte met het
ontleedmes te ontdekken, voortdurend gevolg met oor-
zaak verwarren. Niet gaarne geloovende, dat de dood
kan plaats vinden zonder dat eene tastbare verandering
in het organisme is waar te nemen, onderzoeken zij den
doode nauwkeurig tot in alle bijzonderheden; en als zij
dan bij hun onderzoek eene onnoozele vergrooting of een
onbeteekenende verharding of mogelijk een geducht ge-
zwel of abses vinden, verklaren zij onmiddellijk dat dit
de hoofdoorzaak eener ziekte is, terwijl zij zich alleen
daarin openbaarde." Levende menschen worden ook
onnoodig geplaagd door onderzoekingen van borst, onder-
buik enz. enz. Dit onderzoek brengt ons op de hoogte
van den toestand dezer organen, maar het geeft ons
geen sleutel aan, hoe die te genezen; in sommige ge-
vallen mag het ons vertellen, hoe lang iemand nog kan
leven, maar niet altijd, daar er ernstige storingen in het
lichaam kunnen plaats vinden zonder dat de stethoscoop 1)
ze ons openbaart. In stede van onzen tijd te verknoeien
met zulke onderzoeken, behoorden wij ons liever op de
hoogte te stellen, van de gewoonten onzer patiënten,
van wat zn\' eten, drinken, van de beweging, die ze ne-
men, of ze behoorlijk versche lucht inademen enz. En
als wij dan hadden uitgevonden, waarin zij verkeerd
handelen, behoorden wij hun dat te zeggen en hen te-
recht te helpen: de verschijnselen zouden dan wel ver-
dwijnen. Doctoren welke bepaalde ziekten behandelen
zijn daarom in de meeste gevallen een onding omdat üy
gestadig op eene plaatselijke openbaring werken, terwijl
het geheele gestel van streek is. Abernethy zeide, dat
een ontstoken toon niet plaatselijk behandeld moest wor-
den maar dat men het gestel dient te verbeteren.
Dr. Dickson zegt - weer in zijn Destructive Art of
Healing:
„Het is waar, menigvuldig en verschillend zijnde ver-
onderstelde ziekten van de deelen, die door de medici
gewoonlijk betiteld worden met den naam van „plaatse-
1) Een toestel waardoor geluiden binnen in het lichaam door
het oor waargenomen kunnen worden.
-ocr page 50-
46
lijke storingen" ; maar plaatselijke storingen in den eigen-
leken zin komen, met uitzondering van eenige alledaagsche
kwalen, zoo zelden voor, dat ik nauwelijks een z. g.
plaatselijke ziekte weet, die ik zelf niet genezen heb
door inwendig op het gestel te werken."
Dr. B. W. Richardson, schrijft in het Dagblad voor
Algemeene Gezondheid,
1855:
„De richting, die de geneeskunde eene eeuw geleden
nam, n. 1. om ziekte-gevallen in vele honderden verschil-
lende vormen in te deelen en een alleruitvoerigste en
ingewikkelde ziekteleer te vormen, wordt in onze dagen
minder en minder gevolgd; het hoofddoel van onze
nieuwere geneeskundige onderzoekingen is, aantetoonen,
dat ziekte een „eenheid" is, met verschillende verschijn-
selen en dat haar oorzaken tot eenige weinige elemen-
taire vormen kan worden teruggebracht." Deze eenheid
in ziekten verklaart hoe het komt, dat een hevige koorts
weleens een nasleep heeft van tering, absessen of chro-
nische gezwellen enz. Het gestel is door de koorts zoo-
danig verzwakt, dat deze kwalen er de uitwerking van
zijn. Men zegt, dat eene ketting zoo sterk is als zyn
zwakste schakel; zoo is het ook met het lichaam, het
is zoo sterk als zijn zwakste deel. Na eenige ernstige
ziekte, lijdt onvermijdelijk het zwakste deel en zoo krij-
gen wij de verschillende chronische kwalen, die dikwijls
na een plotselinge koorts of ziekte achterblijven. Van
dit zwakste-orgaan-standpunt uit laat zich gemakkelijk
verklaren, hoe het komt dat wij in plaats van slechts
ééne, verschillende openbaringen van ziekte hebben.
Naarmate wij van één orgaan meer vergen, meer over-
werken dan een ander, of \'t ééne orgaan zwakker is
dan het andere, kunnen we niet anders verwachten dan
dat dit overspannen of zwakke orgaan het hevigst wordt
aangetast wanneer er eene storing in ons gestel voorkomt.
De reden, waarom wij in onze dagen zooveel last hebben
van eene slechte spijsvertering, ligt eenvoudig in het
feit, dat wij te veel eten en te weinig beweging nemen;
de arme maag is dan het meest overwerkte orgaan en
daarom het eerste aan de beurt, als wij „onder Jan" zijn.
Ook de longen hebben veel te lijdeu, daar wij onzuivere
lucht inademen en zij, die de meeste slechte lucht inade-
men worden het vaakst in de borst aangetast, wanneer
-ocr page 51-
47
hun gestel een weinig in de war is. Zoo kunnen wij
dus bewijzen, dat iemand\'s zwakste organen het eerst
zullen bezwjjken, als er storingen in zijn gestel plaats
vinden.
Hieruit volgt, dat wij maag-, long- of huidziekten krij-
gen, al naar gelang een dezer organen het zwakste is,
en wij dienden dat zwakke orgaan zooveel mogelijk te
versterken. Eenige lezers zullen zeggen: „Zoudt gij wil-
len beweren, dat tering niet oorspronkelijk eene borst-
ziekte is?" Ik antwoord terstond: „Xeen, zij is het niet/\'
Ik zeg, dat tering eene uiting van algemeene zwakte is
en niemand aantast tenzij men vee\' binnenshuis of in
eene opgesloten ruimte heeft geleefd. Zij wordt veroor-
zaakt door alles, wat de levenskracht vermindert, als
karig of ongezond eten, overmatig werk, drinken, slechte
gewoonten enz. Om haar te genezen moet men geen
achtslaan op de borst, maar de algemeene gezondheids-
toestand en den geheelen toon van het gestel verbeteren.
Door dag en nacht frissche lucht in te ademen, door de
huid open te houden, door eenvoudig voedsel te nutti-
gen, door de weinige beweging, die er kan genomen
worden, te nemen, zal men het meeste goed doen en de
beste kans op genezing wordt zoodoende verkregen. Geen
andere wijze van behandeling is van eenignut. Evenzoo
met rheumathiek en jicht; ik tracht niet eenig bizonder
gif in het gestel onschadelijk te maken; het is mijn
streven het lichaam onder zulke goede voorwaarden te
brengen, dat het zichzelf kan opheffen. Dan zal het zoo
snel als het kan de stof die de ziekte veroorzaakt, uit-
werpen of zichzelf dusdanig veranderen, dat de krank-
heid wjjkt. Nadat ik aldus de meeste van de bekende
ziekten zonder medicijnen genezen heb, alleen door mid-
del van de regelen der gezondheidsleer, kan ik beweren
dat er een eenheid in ziekte moet zijn, omdat ééne wyze
van behandeling hen allen schijnt te genezen.
Misschien zhn er, die niet in staat zijn, een plotselinge
aanval van braken in verband te brengen met eene sto-
ring in het gestel, zij eten zeker voedsel en worden mis-
selijk; zij geven de maag den schuld en niet het gestel.
Het gestel gevoelt in alle gevallen mede; door roomijs
kreeg men een hevigen aanval van heuprheumatiek, die
oogenblikkelijk verdween door het schuldige roomijs
-ocr page 52-
48
uit te braken. Als het gestel niet mede gevoelde, wan-
neer er geen onderlinge verstandhouding bestond, hoe
zouden wij dan kunnen verklaren, dat eene nare lucht
of het gezicht van bloed, dikwijls braking veroorzaken?
De zoogenaamde zenuwverschijnselen of zenuwziekten
zijn gewoonlijk volstrekt niet toeteschrh\'ven aan onze ze-
nuwen. Onze zenuwen zijn als het ware telegraafdraden,
die boodschappen overbrengen van de hersenen naar het
lichaam en omgekeerd. Hieruit volgt, dat de oorsprong
van zenuwziekten in de hersenen zetelt. Wanneer iemand
zenuwachtig is (zoogenaamd) moeten wij den geheelen
toon van zijn gestel verbeteren; door eene geschikte leef-
wijze toe te passen, zullen alle schadelijke bestanddeelen
uit ons organisme verwijderd worden en dan verdwijnt
de zenuwachtigheid eveneens. Lijdt iemand aan een
slecht humeur, dan is dit even goed een ziekteverschijn-
sel als jicht. Het is eenvoudig eene uiting van het ge-
stel om aan te toonen dat het niet in orde is; eene
hevige uitbarsting van kwaad humeur, gepaard met het
omverschoppen van stoelen, het gebruiken van „krachtige"
taal enz. is voor mij een even duidelh\'k ziektegeval, als
dat iemand mij vertelt, dat zijn maag in de war is en
dat hij braakt. Voorgevoelens van onheilen die ons
boven het hoofd zouden hangen, eene plotselinge schrik,,
als er onverwacht geklopt wordt en eene angst om in
rijtuigen of treinen te zitten uit vrees voor een ongeluk
zh\'n alle verschijnsels van storingen in het gestel en
vereischen evengoed als alle andere zoogenaamde onge-
steldheden eene juiste behandeling en eene behoorlijke
leefwijze.
Kanker, gezwellen, en andere uitwassen, zh\'n alle open-
baringen van een gestoord gestel, en kunnen zich alleen
voordoen, als wh\' eene verkeerde leefwijze gevolgd
hebben; zij zjjn er de vrucht van. Bij vrouwen tast
kanker gewoonlijk de borst of de baarmoeder aan. De
borst kan worden aangetast in het tijdperk dat kinderen
krijgen mogelijk is en ik geloof, dat zjj het meest voor-
komt bij vrouwen, die kinderen hebben gehad, maar ze
niet gezoogd hebben. De borsten zijn speciaal bestemd
om het kind door de moeder te onderhouden, totdat het
in staat is vast voedsel te eten. Vóór den volwassen
leeftijd zjjn de borsten nog niet onwikkeld: op den
-ocr page 53-
49
volwassen leeftijd nemen zij een ronden vorm aan en
gedurende de zwangerschap komen zij tot volle ontwik-
keling en bevatten zelfs melk. Terstond na de bevalling
scheiden zij eene groote hoeveelheid melk af, voor welk
doel z\\j een flinken toevoer van bloed ontvangen. Heeft
eene moeder haar kind nu niet gezoogd, dan brengt ze
verwarring in den gewonen loop van zaken, en het
bloed, dat naar de borst moest gaan, zoekt nu elders
eene plaats, terwijl de borsten die hun gewone arbeid
niet verricht hebben, vatbaar zijn voor ziekte. De baar-
moeder en de borst staan in nauw verband, daarom
komt kanker bij eene vrouw, die haar kind niet gezoogd
heeft, gewoonlijk op ééne van deze twee plaatsen voor.
Zulke gezwellen zouden zeldzaam voorkomen indien wij
slechts naar behooren leefden, want welke ziekte wij
ook krijgen, het is altijd een bewijs, dat wjj de wetten
der natuur verkracht hebben.
Ken goed geordend gestel behoorde eigenlijk alleen te
lijden aan de weinig beteekenende kwaaltjes, die onze
„beschaafde" leefwijze met zich brengt; wat kramp en
wat pijn zoo nu en dan, maar nooit eene ernstige ziekte.
De dood behoorde te komen als een dief in den nacht;
wij moesten op een hoogen ouderdom sterven, meer door
een natuurlijk verval, dan door ziekte. Eene behoorlijke
leefwijze zal ons, meer dan eenig stelsel waarbij genees-
middelen te pas komen, van ziekten en kwalen be-
vrijden.
De slotsom, waartoe ik geraak is deze: Ziek zijn be-
teekent een gestoord gestel te hebben, dat deze storing
door middel van verschillende verschijnselen openbaart.
De genezing is altijd ééne en dezelfde: een juiste inacht-
neming van de wetten der natuur en na korteren of
langeren tijd zullen wij onze gezondheid herkrijgen.
4
-ocr page 54-
HOOFDSTUK V.
Hoe wij, ziek zijnde, door ons eigen toedoen
weer gezond kunnen worden.
Daar er slechts ééne ziekte bestaat, is er ook maar
ééne wjjze om haar te genezen; men moet n.1. nauw-
keurig letten op de krachten, die ons in gezonden staat
regeeren. Het komt er niet op aan, hoe wjj ziek zijn
geworden, wanneer wh\' eenmaal ziek zn\'n is ons eenig
verlangen zoo spoedig mogelijk weer beter te worden.
Daar onze ziekten de vrucht zjjn van het zondigen tegen
de wetten waardoor ons leven beheerscht wordt, kunnen
wh" alleen onze gezondheid herkrijgen door deze wetten
weer in acht te nemen. Indien wh\' onszelf geen onher-
stelbare schade hebben toegebracht, zullen wh" na een
korter of langer tijdsverloop weer beter worden. Als
wh\' voor den eersten maal zondigen en terstond voor
onze zonde gestraft worden, zullen wh\' er spoedig weer
bovenop komen, evenals bjj een aanval van gal. Maal-
ais de ziekte is teweeggebracht door voortdurende veron-
achtzaming of door een gestadig verkrachten der natuur-
wetten, moeten w\\j geen spoedig herstel verwachten.
Er zh\'n gevallen, waarin menschen zóó zwaar en zóó
lang gezondigd hebben, dat eene chronische ziekte hun
deel moet worden. Enkele moeten hunne misdaden aan
de natuur begaan, zelfs met den dood boeten. Maar toe-
gegeven, dat wh\' niet zoo zwaar gezondigd hebben om
den dood te verdienen of te veroorzaken, wat is dan de
beste manier om onze ziekte kwh\'t te raken ? Door zekere
wetten, die betrekking hebben op eten, drinken, lichaams-
beweging, baden, frissche lucht, slapen, enz., te gehoor-
zamen en al onze slechte gewoonten aan kant te doen.
Wh\' moeten „ophouden met kwaad te stichten en leeren
-ocr page 55-
51
goed te doen" en dan hebben wij de beste kans op
beterschap. Ik zal in dit hoofdstuk niet pleiten voor het
gebruik van medicijnen, omdat ik niet geloof, dat z\\j
heilzaam, maar wel, dat zjj schadelijk werken en zal later
«en bizonder hoofdstuk wijden aan de bespreking van
dit belangrijke vraagstuk. In ziektegevallen teren w(j
•op het kapitaal der levenskrachten, die wij in onze ge-
zonde dagen hebben bijeengebracht, — bedenk dus wel,
dat gij door het geven van medicijnen het verbruik van
die kracht, van dat kapitaal, grooter maakt, vermeerdert.
Het eerste gedeelte van de behandeling volgens de
gezondheidsleer bestaat in „het ophouden met kwaad
stichten" en het nalaten van slechte gewoonten; pijpen,
sigaren en sigaretten oftabakspruimen moeten verbannen
worden; in den beginne zal het misschien een weinig
onaangenaam wezen, maar door volharding kan men wel
met die gewoonte breken. Geestrijke dranken, in welken
vorm ook, moeten worden afgeschaft, evenals sterke thee
en koffie. Late bijeenkomsten in met gas verlichte ver-
trekken dienen niet meer voor te komen en met alle
schadelijke gebruiken of gewoonten moet gebroken wor-
den. En nu — „leer goed te doen" — sla acht op de
hoofdregelen, waardoor men gezond blijft en gh\' zult
voldoening van uw veranderde leefwijze smaken.
Vóór alle dingen moeten w|j overvloedig versche lucht
hebben. Dit is één van de voornaamste dingen; wij
kunnen er niet te veel van krijgen, bij dag en bij nacht
hebben wij haar steeds hoog noodig. Het bloed eischt
het, ons geheele organisme hunkert er naar, de natuur-
lijke warmte van ons lichaam kan niet onderhouden
worden zonder versche lucht en het gestel heeft het
noodig voor de verbranding of de oxideering van ver-
werkte stoffen. Het is van meer levensbelang dan elk
ander. We kunnen meer dan tien dagen zonder voedsel
leven, mits wij slechts water bekomen. Zonder voedsel
en zonder water kunnen wij vier of vijf dagen leven.
Maar als wij ook slechts voor v|jf minuten van versche
lucht beroofd worden, gaan wij dood. Wanneer wjj geen
versche lucht krijgen, blijven er giftige bestanddeelen
in het bloed achter die daar de kiem vormen voor het
ontstaan van vele ziekten. Het is onveranderlijk gebleken,
dat besmettelijke ziekten uitbreken op plaatsen, waar
-ocr page 56-
52
overbevolking heerscht, of waar de toevoer van versche
lucht onvoldoende is. Men zegt zelfs, dat pokken hun
kwaadaardig karakter door versche lucht verliezen, zoodat
wanneer de persoon, die aan pokken-besmetting is bloot-
gesteld, slechts in de open lucht wordt gehouden, hij er
met een weinig hevigen aanval zal afkomen. Men zegt
ook dat brievenbestellers, die het grootste deel van den
dag in de open lucht vertoeven en zigeuners, die bijna
geheel in de open lucht leven, hierdoor van deze ziekte
vrijblijven. Er bestaan verscheiden voorbeelden van
hospitalen waar de typhus en pokkenpatienten, wegens
den te grooten toevoer van zieken, in tenten werden
gehuisvest. Tot verbazing der doctoren was het sterfte-
cijfer onder deze patiënten gering en zij herstelden spoe-
diger dan gewoonlijk. Het is met genezing van Avonden
precies hetzelfde; tent-hospitalen geven altijd beter uit-
komsten dan gewone. Ik zou nog vele voorbeelden kunnen
aanhalen om de groote waarde van zuivere lucht aante-
toonen en te bewijzen, dat de uitkomsten des te beter
zijn, naarmate men meer versche lucht krijgt. De men-
schen zijn bang voor versche lucht, alsof het iets schade-
lijks is; het is echter hun beste vriendin en als z\\] haar
slechts naar waarde wisten te schatten zouden zjj haar
hartelijk welkom heeten in hun zit-, slaap-, kinderkamers
en overal; waar zjj ook waren, zij zouden altijd hare
tegenwoordigheid aangenaam vinden en zich niet op hun
gemak gevoelen zonder haar. Tering en andere borst-
ziekten zijn alle toe te schrijven aan een karigen of be-
dorven toevoer van dit altijd noodige en eenige levens-
elixer.
Er is een gewoon verschijnsel, waar ik de aandacht
op wil vestigen. Bloemen leven nooit in een kamer,
waar veel gas wordt gebrand ; toch sluiten menschen zich
in zulke kamers op en ademen de lucht in, die de plan-
ten doodt. Zn\' sterven niet, omdat zjj krachtiger dan de
planten zijn, maar zn\' doen zichzelf veel kwaad, door in
zulk een atmosfeer te leven. Als w\\j weer gezond wil-
len worden, moeten wij zooveel versche lucht zien te
krijgen, als maar mogelijk is. Dit is belangrijker dan
voedsel; als wn\' voor een korten tijd ophouden haar in
te ademen, sterven wij; hoe zuiverder de lucht is, des
te eerder zullen wij gezond zijn. Vele z{jn bang voor
-ocr page 57-
53
koude lucht; zij verbeelden zich, dat zij verkouden zul-
len worden, zullen gaan hoesten, influenza zullen krijgen,
enz. Juist door gebrek er aan, krijgen wij deze ziekten.
Ik ben zeer zelden niet dit soort van kwalen geplaagd,
tenzij ik vrienden ga bezoeken, die krachtdadig de lucht
uit hunne kamers verbannen; dan heb ik er wel eens
wat last van. Waarom gaat men ieder jaar uit de stad,
hetzij naar buiten of naar den zeekant? Het is zeker
voor een deel voor eene verandering, voor wat rust, maar
de betere, versche lucht, die men dan inademt doet meer
goed dan iets anders. Laat iemand eens uit eene volle
kamer in de open lucht komen, dan schijnt het hem toe of
iedere ademtocht hem nieuw leven geeft. Wij zijn voort-
durend bezig de lucht door onze ademhaling to bederven;
om de giftige en de bedorven lucht, die wij uitademen
te verwijderen, moeten onze ramen altijd open zijn. Dit
ziet voornamelijk op onze slaapkamers, waar wy een derde
van ons leven doorbrengen. Zij, die dit doen, zullen
beter slapen, meer verkwikt wakker worden, minder aan
verkoudheid lijden en trek in hun ontbijt hebben, als zij
er zich voor zetten. Eén kubieke nieter bedorven lucht
moet zich met 10 kubieke nieter versche lucht vermen-
gen, voordat zij weer geschikt is om ingeademd te wor-
den. De weinige feiten, die ik hier aangehaald heb, wijzen
op het groote belang van versche lucht; hoe zuiverder
zij is, hoe beter voor ons en hoe spoediger wij gezond
zullen zijn.
Dan komt het voedsel aan de beurt. Hoeveelheid,
soort en massa behooren goed te zijn; men moet het op
gezette tijden eten, langzaam en voldoende kauwen. Drie
maaltijden per dag zijn volkomen genoeg voor een niensch;
men kan ze gebruiken als ontbyt, tweede ontbijt en
middageten, of als ontbijt, middag- en avondeten. Vflf
uren dienen tusschen eiken maaltijd te verloopen; dit
stelt de maag in staat het voedsel te verteren, en dan
blijft er nog tijd over voor een weinig rust. Men moet
tenminste drie uur vóór dat men naar bed gaat zijn
laatste voedsel genuttigd hebben — behalve in bizon-
dere gevallen — daar de slaap en de spijsvertering niet
goed samen kunnen gaan. Menschen die \'s avonds eten,
hebben den volgenden morgen gewoonlijk geen trek in
hun ontbijt en hun slaap zal allicht zwaar en onrustig
-ocr page 58-
54
wezen. Indien men toch avondeten wil gebruiken, dient
het uit de eene of andere lichte spn\'s te bestaan, bh\'v.
eene kleine meelpudding.
Het voedsel dat men gebruikt, moet gemiddeld zh\'n samen-
gesteld in verhouding van vjjf deelen koolstof tot één
deel stikstof, en moet bestaan uit den grondstof in z|jn
geheel. Bij het maken van brood moeten wfl den geheelen
graankorrel gebruiken en de zemelen mogen niet weg-
geworpen worden. Koren bestaat uit een kern van bh\'na
zuiver zetmeel en eene uitwendige zemelachtige schil,
die de meeste gluten- of stikstof en de minerale bestand-
deelen bevat. Zemelen bevatten dus de meeste stikstof-
houdende en minerale bestanddeelen, welke laatste zoo
nuttig z\\jn voor de vorming van beenderen, tanden,
enz. Zemelen dienen ook nog voor iets anders; zij be-
vorderen den dagelijkschen stoelgang. Vele zeggen, dat
dit brood, van ongebuild meel gemaakt, te prikkelend
werkt, doch, wanneer zn\' slechts eenigen tijd willen vol-
houden, zullen zij ondervinden dat dit ophoudt.
De hoeveelheid droog of watervrij voedsel moet voor
een gezond mensch, dat eene gewone hoeveelheid lichaams-
beweging neemt, niet minder dan 450 gram per dag be-
dragen of ongeveer 1040 gram gekookt voedsel. Voor hen,
die zwaren lichaamsarbeid te verrichten hebben mag
deze hoeveelheid tot 570 of 680 gram droog voedsel ver-
meerderd worden of tot de daarmede gelijkstaande hoeveel-
heid in gekookten staat, \'s Winters moet men meer eten,
zelfs wat olie of room bjj zjjn voedsel gebruiken, daar de
koude een vermeerdering van warmte-voortbrengend voed-
sel noodzakelijk maakt, ten einde ons lichaam op de na-
tuurlijke warmtegraad te houden. Gedurende gedwongen
rust kan dit bedrag tot op 340 gram verminderd worden.
Naarmate men ouder wordt, moet de hoeveelheid voed-
sel verminderd worden, maar jonge en gezonde menschen
moeten daarom niet denken, als zij zien, dat ouderen zich
bij weinig voedsel goed bevinden, dat zjj hetzelfde kun-
nen doen. Wanneer men in zh\'n groei is, heeft men
een flinken toevoer van eenvoudig voedsel noodig, de
juiste hoeveelheid kan ieder voor zichzelf vaststellen.
Er bestaat een toestand, bekend onder den naam van
verhongering. Onder goed opgevoede menschen vind ik
het somtijds; zij halen zich dit op den hals door dat zjj
-ocr page 59-
55
wenschen behoorhjk en matig te leven. Zy hebben ge-
hoord van menschen, die van weinig voedsel leven; zjj
volgen hen na en het bekwam hen slecht. Of zij waren
waarschijnlijk gewend aan geheel verteerd wordend voed-
sel zooals: vleesch, visch, eieren, kaas, aardappelen, witte-
brood, enz. Nu gaan zij plotseling over tot bruin brood
en vruchten en dan eten zü hier slechts eene matige
hoeveelheid van; natuurlek dat hun dit slecht bekomt.
Zij moesten eerst hun vleesch hebben afgeschaft en hunne
eieren, melk en kaas nog wat hebben aangehouden en
dan, als dat goed ging, konden zg het dierlijke voedsel
door peulvruchten vervangen, als ze wilden. Er is ook
eene categorie van menschen, die veel van studie en van
letterkundigen arbeid houden. Zij nemen weinig lichaams-
beweging, gevoelen, nadat zij gegeten hebben, eene zekere
stompzinnigheid, verbeelden zich, dat zij te veel eten,
verminderen de hoeveelheid en voelen toch noch pijn
onder of na het eten. Op nieuw verminderen zij de hoe-
veelheid, bemerken dat zy vermageren en verzwakken,
en niet warm kunnen bljjven. Zjj gaan voort met
verminderen, totdat eindelijk de kleinste hoeveelheid
voedsel hen pjjn veroorzaakt en dan geraken zij volkomen
aan lager wal.
Herstel is in deze gevallen dikwjjls moeilijk; de beste
manier om te genezen is: gemakkelijk verteerbaar voed-
sel te gebruiken, den letterkundigen arbeid te staken,
lichaamsbeweging te nemen en voor een poos volkomen
van levenswijze te veranderen. Wanneer wij hersteld
zijn moet onze leefwjjze zoo ingericht worden, dat wy
dagelijks lichaamsbeweging nemen. De 450 gram moeten
in drie maaltjjden over den dag verdeeld worden, zoodat
wij door niet te veel opeens te eten, beter geschikt zijn
om geregeld door te werken. Na lang gevast te hebben,
moeten wjj trachten langzaam te eten en niet meer dan
gewoonlijk, want als wjj dan te veel of te gauw eten,
ondervinden w\\j zeer onaangename gevoelens, zoowel gees-
telijk als lichamelijk. Ik houd er niet van, om het voed-
sel altijd af te wegen; dat doen alleen menschen, die
zich niet gezond gevoelen. Het is het beste eenvoudig
voedsel te gebruiken, voldoende om den eersten honger
te stillen en niet te eten totdat men volkomen verzadigd
is; zoodra wij een gevoel van bevrediging krijgen, moeten
-ocr page 60-
56
wij uitscheiden. Zware maaltijden vergen te veel van
het geheele gestel, daar er veel kracht en bloed voorde
maag vcreischt wordt, om het voedsel te verteren en
dat maakt ons een tijdlang ongeschikt voor ons werk.
Daarom moeten menschen van zaken hun hoofdmaaltijd uit-
stellen tot \'s avonds wanneer zij na het eten rustig kunnen
zitten. Aten zij midden op den dag, dan zouden zij zich
eenige uren slaperig en ongeschikt voor hun werk ge-
voelen.
Met drinken moeten wij matig zijn; de gewoonte om
de maag te overstroomen met koffie, thee, cacao, water
of bier bij verschillende maaltijden is verkeerd. Vloei-
stoffen vertragen de spijsvertering zoolang, totdat zij zelve
opgeslorpt zijn; dikwijls veroorzaken zij een gevoel van
opgcblazenheid of een onaangenaam gerommel in den onder-
buik. Als iemand erg flauw en hongerig is, dan wordt
hij het meest verkwikt en opgewekt door een bord soep
of een warmen drank, omdat dit spoedig geabsorbeerd
wordt; maar om voortdurend de maag te besproeien
met warme dranken, werkt zeer nadeelig. Drink liever
een uur na het eten, als gh* dorst hebt of wacht met
het lesschen ervan tot den middag en noem dan een kopje
drinken een paar uur voor het middagmaal; daar moet
men dan weinig of geen vast voedsel bij gebruiken. Dorst
wordt teweeggebracht doordien het bloed dik is of door-
dat er te veel suiker of zout in is. Als men geen dorst
wil hebben, moet men niet te veel suiker, kruide-
rijen, peper of zout gebruiken. De gewoonte om zuur,
kruiderijen, specerijen, sausen en andere prikkelende din-
gen te eten is niet aan te bevelen. Zij vermeerderen
onzen eetlust, maken dat wij te veel eten, bederven
onzen fijnen smaak, veroorzaken dorst, en verzwakken
ten slotte de maag, door haar te dikwijls te prikkelen.
Honger is de beste saus, en eene saus, die het eenvou-
digste voedsel smakelijk maakt.
Ons eten moet bizonder goed gekauwd worden ; daar-
voor bestaan twee voorname redenen. Ten eerste om het
speeksel in staat te stellen een gedeelte van het zetmeel
van ons voedsel in suiker om te zetten, zoodat het dan
gemakkelijk verteerd kan worden. Ten tweede om het
voedsel volkomen fijn te malen en te verdeelen, zoodat
het maag- en de verschillende ingewandsappen erin kun-
-ocr page 61-
57
nen doordringen en al de voedende deeltjes eruit kunnen
oplossen. Het voedsel moet niet te nat of te pappig zijn,
anders hebben de tanden te weinig te doen en gaan z\\j
ten slotte los staan. Het is zeer goed voor kinderen om
korsten te leeren eten, want deze doen dienst als tand-
poeder. Wanneer men slap voedsel gebruikt, moet men
er wat hard brood bij eten, teneinde eene goede speek-
selafscheiding te verkrijgen.
Vervolgens komen wij aan lichaamsbeweging. Dit ver-
sterkt de spieren, verbruikt een deel van het genuttigde
voedsel, geeft warmte, vermeerdert het gebruik van
versche lucht, verhoogt de kracht van den bloedsomloop,
bevordert de werking der ingewanden, verbetert den ge-
heelen toon van het gestel en door vermoeidheid teweeg
te brengen, geeft het ons een gezonden en verkwikke-
lh\'ken slaap. Men dient ze dagelijks te nemen, en als dat
niet kan, moet de hoeveelheid voedsel verminderd wor-
den. Dagelijkschc lichaamsbeweging draagt meer tot ver-
sterking van het gestel bij dan iets anders; de spieren
worden er door versterkt. Wij hebben allen spieren,
maar alleen wanneer wij zo oefenen en gebruiken, wor-
den ze flink ontwikkeld. Door middel van lichaamsbe-
weging worden magere en teere kinderen sterk, het
zwakke en magore meisje ontwikkelt zich tot een flinke
vrouw, geschikt voor hare plichten als moeder. Zieke en
zwakke menschen worden er weer sterk door en het is
hun weer de moeite waard om te leven. Het geneest
slecht humeur, verdrijft gedruktheid en werkt als een
toovermacht in de meeste zenuwziekten. Lichaamsbewe-
ging kan op verschillende wijzon genomen worden; sterke
•en forsche menschen kunnen wandelen, roeien, hardloopen,
klimmen, schaatsenrijden, zwemmen, springen, paardrijden,
wielrijden enz., terwijl de zwakken, die niet zulke flinke
beweging kunnen nemen, van de frisschc lucht kunnen ge-
nieten in een rijtuig of een klein wagentje of duwstoel.
Binnen een niet al te lang tijdsverloop hoop ik het
feit te beleven dat die wagentjes en duwstoelen de ge-
wone middelen zullen worden voor zwakke mensehen
om een luchtje te scheppen. Er ziïn tegenwoordig in-
richtingen waar ieder stel spieren afzonderlijk behandeld
kan worden zonder de patiënt te vermoeien. Massage is
werkelijk een soort van passieve lichaamsbeweging; de
-ocr page 62-
58
spieren worden geknepen, geslagen, gewreven; dienten-
gevolge stroomt er meer bloed naar toe en zjj behouden
hun veerkracht, die zij, aan hun lot overgelaten, zouden
verliezen. Men moet lichaamsbeweging over dag nemen
en zoo mogelijk in den zonneschijn. De invloed van het
zonlicht op het menscheljjk lichaam is bizonder heilzaam
en in onze gematigde luchtstreek moeten wjj er zooveel
van zien te krijgen als wn kunnen. AVij zijn allen in
staat terstond het verschil aan te wijzen tusschen eene
plant, die in de zon is gekweekt en eene, die in de
schaduw groeide. Met menschelijke wezens is het \'t zelfde;
een kind, dat binnen vier muren is grootgebracht, heeft
iets bedaards en stils over zich, terwn\'1 een kind, dat
zooveel mogelijk in het volle zonlicht opgegroeid is, eene
gezonde, luidruchtige manier van znn heeft; het heeft
dan een ruime voorraad levenskracht opgedaan\' en is
beter geschikt voor den strijd en de moeilijkheden des
levens dan een ander. Over zonlicht sprekend, moet ik
nog zeggen, dat wn\' dat zooveel mogelijk toegang tot
onze kamers moeten geven. De meeste menschen zijn
bang hunne tapijten te bederven. Laten z(j echter eens
denken aan het Italiaansche spreekwoord: „Waar de
zon niet komt, komt de dokter." Koopt liever tapijten,
die niet verschieten, maar sluit de zon niet buiten. En
het is altijd nog beter verschoten kleeden en gezondheid,
dan prachtige tapijten en ziekte. Lichaamsbeweging moet
ook geene aanleiding geven tot vermoeidheid; het moet
niet met horten en stooten gaan, maar gestadig en op
geregelde tijden. Door de spieren voortdurend te gebrui-
ken worden zy flink en stevig en krijgen zij een gere-
gelde aanvoer van bloed. Warneer wn slechts van t\\jd
tot tijd onze spieren oefenen, zijn zij spoedig vermoeid
terwijl de toevoer van bloed gering is.
Hier moet ik even een wenk geven aan jongelieden >
die den geheelen dag op een kantoor zitten. Zn\' moesten
\'s avonds en \'s morgens van en naar hunne zaken niet
rijden, maar wandelen, en Zaterdags en Zondags of op
een vrijen achtermiddag eene groote wandeling doen of
gaan roeien, of andere spierbeweging nemen. Ik zie jonge
menschen, die den geheelen dag bezigheden in de City 1)
1) Een handelsgedeelte van Londen waar de meeste kantoren
zijn gevestigd.
-ocr page 63-
59
hebben, dikwijls van en naar hunne kantoren rijden,
terwijl zjj voortdurend zittend werk verrichten. Enkele
gaan Zondagmorgen naar de kerk, \'s middags naar de
Zondagschool en \'s avonds weer naar de kerk. Mis-
schien hebben zij Zaterdagmiddag 1) thuis een en ander
te verrichten en gaan zy \'s avonds iemand opzoeken.
Dan komen zij bn\' mfl met een kort droog kuchje en
alle eerste verschijnselen van tering en verbazen zich
hoe zjj er aan gekomen zijn daar zij altijd zeer voor-
zichtig zijn geweest. Zij zn\'n te voorzichtig, blijven te
veel in huis en benadeelen zoodoende zichzelf. Wanneer
men overdag geen beweging kan nemen moet men het
\'s avonds of \'s morgens doen en wanneer men \'t niet in
de week kan doen, moet men het \'s Zondags doen.
Nu komt het baden. Onwaardeerbaar als geneesmiddel,
overtreft het als versterkend middel, alle tot nu toe
bekende medicijn. Door middel van water kunnen wij
vele verwerkte stoffen uit het lichaam verwijderen. "Wij
kunnen er pijn door verlichten en toon aan het geheele
gestel geven. Er bestaan geheele baden, plaatselijke aan-
wendingen met water, lucht en waterbaden enz. Zwem-
men, vooral in stroomend water, is een bij uitstek ver-
sterkend middel; het draagt, evenals versche lucht en
beweging, bij tot verbetering van de toon van het gestel.
Men behoorde niet te zwemmen dan twee of drie uur
na een maaltijd. Wanneer men daarna hoofdpijn krijgt
of koud wordt, kan men er niet goed tegen of men is
te lang in het water gebleven. Na een avond gewerkt
te hebben, verfrischt een koud bad het gestel en het is
het beste middel om iemand weer geschikt te maken
voor zijn dagwerk. Men moet niet te lang in het water
blijven, zich tevreden stellen met eens onder te dompe-
len en even te zwemmen, dan er uit komen, zich afdro-
gen en kleeden, om vervolgens eene flinke wandeling te
maken. Een lauw bad kan de zwakste mensen verdra-
gen; het kan gemakkelijk iederen morgen genomer
worden, want het vereischt slechts een weinig warm
water en eene spons of een paar bad-handschoenen.
Doop de spons of de handschoenen in het water, boen
1) Op de meeste kantoren, ook in de magazijnen wordt Zater-
dagmiddag niet gewerkt.
-ocr page 64-
60
en wrflf het lichaam flink, on droog bot dan af met een
ruwen handdoek. Een dergelijk bad behoorde iedereen
dagelijks te nemen, daar het de porieën der huid open-
houdt, versterkend werkt, de huid aan de koude lucht
doet wennen, zoodat men minder van de koude zal heb-
ben te lijden. Heete en Turksche baden dienen om het
lichaam van kwalen te bevrijden. Wanneer menschen te
veel eten en niet genoeg beweging hebben, is het Turk-
sche bad onwaardeerbaar. Rheumathiek, jicht, nier-, long-
en huidziekten worden dikwijls alleen door middel van
dit bad genezen. Het is ook onwaardeerbaar in gevallen
van syphilis. Bjj gewone infectie-koortsen zullen twee
warme baden per dag de huidporieën openhouden, den
warmtegraad van het lichaam verlagen, inwendige orga-
nen, die ljjden aan een te grooten toevoer van bloed,
verlichten, de werking der nieren bevorderen, en latei-
allerlei ontwikkelingen voorkomen. Ik behandel alle ge-
vallen van mazelen, roodvonk, pokken enz. volgens deze
methode en ik verkrijg de schitterendste uitkomsten. In
al zulk soort gevallen schrijf ik voor: warme baden,
versche lucht, koud water om te drinken en eenvoudig
voedsel. Ik zie de uitkomst dan gerust tegemoet en de
vele lange verwikkelingen, die hadden kunnen volgen,
worden zoodoende vermeden. Vergeleken met eene be-
handeling door medicijnen is mijne geneeswijze hoogst
doeltreffend ; na zich overtuigd te hebben, hoeveel beter
zij werkt dan de eerste, zou niemand meer aan het ge-
bruik van medicijnen denken. Het is wat lastiger dan
het gewone medicijnen ingeven, maar de verkregen uit-
komsten wegen ruimschoots op tegen de moeite, die men
zich getroost. Het ware te wenschen, dat alle ouders
deze eenvoudige methode kenden; de besmettelijke ziek-
ten zouden hunne verschrikking verliezen, veel lijden
zou bespaard worden en vele van onze lieve kleinen
zouden voor ons behouden blijven. Plaatselijke baden
moeten dienen om de beleedigde lichaamsdeelen hun
veerkracht te hergeven. Bij verrekking, kneuzing en ont-
wrichting is het beste middel om flanel in heet water
uitgewrongen op het gekneusde deel te leggen of een
warm plaatselijk bad aan te wenden totdat de pijn ge-
stild is. Zwakke gewrichten kunnen dikwijls versterkt
worden door koude stortbaden. Lucht- en zonnebaden
-ocr page 65-
61
worden aanbevolen als versterkende middelen. Wanneer
wij deze nemen, stellen wh\' het naakte lichaam bloot aan de
vereenigde werking van de zon en de lucht. Men kan
die \'s zomers gemakkelijk nemen in eene gematigde
luchtstreek, zooals de onze. Ik geloof, dat zh\' zeer heil-
zaam werken en ik ben overtuigd, dat het zeer verster-
kend voor kinderen zou zjjn om zoo nu en dan eens
naakt op warm zand of op een kleed aan de zon te zijn
blootgesteld. Wij kunnen niet altijd zeggen hoe de din-
gen werken, maar wij weten door de ondervinding, dat
zij nuttig zijn; ook is het opmerkelijk, hoeveel dieren
zich gaarne in de zon koesteren en in hare levenop-
wekkende stralen liggen.
De slaap is het beste middel om ons weer op streek
te brengen; eene flinke nachtrust zal dikwijls veel kwaad,
dat gedurende den dag gesticht wordt, goedmaken. Als
wjj slapen worden onze spieren weer gereed gemaakt
voor hun werk van den volgenden dag. Onze meeste
organen komen dan ook tot rust en bereiden zich zoo-
doende voor om den dagelijkschen strjjd te hervatten.
Zelfs die altüd kloppende, holle spier, het hart, krijgt
op zijne manier rust; het slaat langzamer en daar het
lichaam horizontaal ligt, wordt er minder kracht ver-
eischt om het aan den gang te houden. Die bespaarde
kracht wordt clan aangewend om andere deelen te her-
stellen. Volwassen menschen hebben acht uur slaap
noodig. Wij hooren wel van menschen, die bij zes of
vier uur slaap leven, maar dat vind ik niet verstandig,
want, al kunnen zij niet langer slapen, toch rusten zn\'
uit door te liggen en maken hunne spieren voor nieuwen
arbeid gereed. Wanneer wij niet terstond inslapen, als
wij naar bed gaan, moeten wij daarin geen voorwendsel
zoeken om op te staan en te gaan lezen of studeeren; het
is altijd nog beter om zich in bed onrustig heen en weer
te wenden, dan eenig werk, wat ook, te ondernemen.
Thee en koffle werken opwekkend, en zn\', die met sla-
peloosheid geplaagd zijn, moeten deze dranken \'s avonds
niet gebruiken, tenminste niet later dan om vijf of zes
uur. Menschen, die wakker willen blijven, drinken sterke
koffle of thee; ze verkrijgen wel is waar de verlangde
uitkomst, maar moeten daarvoor naderhand boeten met
eene algemeene verzwakking van het lichaam. Wanneer
-ocr page 66-
62
iemand vermoeid is, is rust het beste en spoedigste
geneesmiddel. Het is verkeerd in dat geval koffie of
thee te drinken, daar kan niets goeds van komen. Wan-
neer men ingespannen geestesarbeid te verrichten heeft,
is het zeer goed een poosje te slapen en aldus den ver-
moeiden hersenen wat rust te schenken, dit werkt
veel beter dan een kop thee of koffie. Men moest, zoo
mogelijk, niet laat naar bed gaan, zoodoende zou men
de slechte werking van het gaslicht vermijden en van
het morgenlicht kunnen genieten. Daar bestaat nog een
reden voor vroeg naar bed gaan; de aarde gaat n.1. door
eene magnetische golving; dit begint om 9 uur \'s avonds
en eindigt om 3 uur \'s morgens. De winter is voor velen
een tjjd van beproeving; zij vinden het hoogst onaan-
genaam om uit eene warme zitkamer in eene koude
slaapkamer te komen. Hierin kan men gemakkelijk voor-
zien, door een weinig beweging te nemen vóórdat men
naar bed gaat, vooral in de open lucht. Velen vinden
het ook onaangenaam om tusschen koude lakens te lig-
gen, dit kan men vermüden door tusschen dekens te
gaan slapen. Wanneer men hinder heeft van koude voe-
ten, kan men een paar wollen sokken aantrekken met
hetzelfde recht, waarmee men overdag kousen en schoe-
nen draagt. Wh weten allen, dat men onmogelhk kan
slapen met koude voeten; sokken zün dan altijd beter
dan kunstmatige warmte. Een klein dutje op het midden
van den dag kan geen kwaad, vooral is het zeer ver-
frisschend, als men het doet na een goed maal of een
zwaar werk. Wanneer men het geregeld doet, kan het
een storenden invloed op de nachtrust uitoefenen; men
moet dus zorgen, dat het niet lang duurt en dat het
alleen gedaan wordt wanneer men zich moe voelt.
Hier moet ik even iets zeggen tegen het gebruik van
slaapmiddelen. Wanneer de slaap weigert iemand te be-
zoeken, moet men haar niet zien te lokken door één van
de bekende medicijnen in te nemen; doet men dit, dan
zal men ondervinden, den anderen dag ongeschikt voor
zijn werk te zyn en dat men weer niet kan inslapen
zonder een nieuwe dosis; op die manier geraakt men
aan slaapmiddelen verwend. Langzamerhand moet de
dosis vermeerderd worden; men geraakt eraan verslaafd
en voortaan zoekt men bh alle smarten en rampen heul
-ocr page 67-
63
en troost in dat slaapmiddel. Deze gewoonte kan het
gestel verwoesten, of de persoon in kwestie kan zich
met een te groote dosis vergiftigen. Chloral, chlorodyne,
opium en andere slaapmiddelen zy\'n gevaarlyk. Een
weinig lichaamsoefening voordat men zich ter ruste be-
geeft is een zeer goed middel; een ander, even goed,
is, om door middel van eene borsteling met een daar-
voor geschikte schuier het bloed van de hersenen af te
leiden. Wanneer gij in bed ligt, tracht dan uw geest op
één punt te vestigen; tracht het vast te houden en niet
af te dwalen en gy zult spoedig vergetelheid vinden.
Wordt het wakkerliggen veroorzaakt door het gebruik
van thee of koffie, dan moet men wachten tot hunne
■ prikkel in het gestel is uitgewerkt.
Bij vele mijner welgestelde patiënten zie ik dat veel
kwaad gesticht wordt, doordien zy niets omhanden heb-
ben. Iedere man of vrouw moest een beroep of handwerk
uitoefenen, in den handel gaan of huishoudelijke plich-
ten te vervullen hebben om hun bezig te houden en hun
ty\'d nuttig te besteden. Dan heeft men iets om over te
denken en men heeft belang bij het leven. Een welbe-
steed leven bestaat hierin dat men zich altijd met het
een of ander nuttigs heeft bezig gehouden. Zy, die altyd
bezig zyn genieten hun leven het meest; zy" hebben
altyd iets om handen en hebben dientengevolge geen
ty\'d om aan zichzelven te denken. De ondervinding heeft
my geleerd, dat veel menschen dokters raadplegen over
denkbeeldige kwalen; hadden zy hunne bezigheden, dan
zouden zy nooit aan zulke dingen gedacht nebben. Er
bestaat een vertelseltje van een Engelschen edelman, die
een dokter met een gezond verstand raadpleegde; deze
dokter zag terstond in, dat zyn patiënt zich eenvoudig
verveelde en raadde hem aan naar Petersburg te gaan
om aldaar een zekeren dokter te consulteeren. Daar aan-
gekomen, was de dokter juist naar Weenen vertrokken;
hy\' reisde hem na naar Weenen, daar aangekomen was
de dokter naar Berly\'n gegaan. Hy volgde hem weer en
vernam, dat hy naar Parys was vertrokken; weer volgde
hy hem en weer was hy gevlogen, nu naar Londen. Hy
keerde naar Londen terug en vertelde zyn vroegeren
geneesheer, dat hy den Kussischen dokter overal ge-
volgd was, maar dat hy hem niet had kunnen inhalen.
-ocr page 68-
64
Hoe het ook zij, hij was nu gezond en had zijne dien-
sten niet meer noodig. Daar bestond geen Russischen
dokter, het was een list van den Engelschen genees-
heer geweest om zijn aristocratischen patiënt aan het
reizen te krijgen en hem een doel voor zijn reis te
geven. Iedereen behoort een nuttig stokpaardje te be-
rijden ; men kan het vegetarisme bepleiten, voor af-
schaffing ijveren, een voorvechter van niet-rooken
worden, een landhervormer, enz. enz. Daar z^jn hon-
derden dingen, waarmee wij onzen tijd kunnen beste-
den en zoo lang wij ons gelukkig gevoelen en trachten
goed te doen, doet het er weinig toe, wat wij doen. Zij,
die zich niet geroepen voelen om tegen de vooroordeelen
van anderen te velde te trekken, kunnen munten, post-
zegels, zelzame boeken of oudheden verzamelen; of wel
zullen zij abstracte wetenschappen of doode talen be-
studeeren. AVij zullen de meeste voldoening smaken, wan-
neer wij onzen tyd. wijden aan de eene of andere her-
vorming, die den mensch ten goede komt. Deze arbeid
brengt ons in aanraking met verschillende klassen der
maatschappij en met verschillende toestanden in \'t leven;
onze gezichtskring wordt ruimer doordien we menscheii
onder allerlei omstandigheden zien leven, waarvan wjj
het bestaan nauwelijks konden vermoeden. Wij moeten
iets aanpakken. Zij, die hersenwerk verrichten, kunnen
eene liefhebberij, waarbij handenarbeid te pas komt, op-
vatten en kunnen hun vermoeid brein rust geven door
stukken huisraad te vervaardigen of zij kunnen hunne
woningen voorzien van voorwerpen, op de draaibank ge-
maakt of met de handzaag vervaardigd. Al deze liefheb-
berijen leiden onze gedachten van onszelf af, houden ons
bezig, brengen ons in aanraking niet andere menschen, ma-
ken dat wij zoo nu en clan eens van huis moeten, houden
ons van het kwade af en zijn op alle manieren nuttig.
Ik zelf put veel geluk uit mh\'ne liefhebberh\'tjes; ik heb
er vele en wanneer ik mij er met een Hink bezig houd,
vergeet ik mijzelf geheel. Ik voel mij het gelukkigst,
wanneer ik naar iets streef; als ik mijn doel bereikt
heb, geef ik er niet om en wil weer wat anders; dat
is nu eenmaal de menschelijke natuur. Wanneer een
jonge hond of kat niets anders kan vinden om mee te
spelen, gaat hij zijn eigen staart pakken. Een leeuw
-ocr page 69-
65
loopt in zijn kooi heen weer, terwyl een aap zich
vermaakt met door zijn kooi te springen, zjjn makker
na te zetten of vliegen te vangen, die hij toch niet op-
eet. Wanneer een mensch zich met niets bezig houdt,
wordt hij gek. Wij weten, welk eene afgrijselijke mar-
teling eenzame opsluiting is en hoe iemand, als het
lang duurt, krankzinnig wordt. Men is in de krankzin-
nigengestichten tot de overtuiging gekomen, dat de pa-
tiënten bezigheid en eenig vermaak moeten hebben, om
hen op streek te houden. Zoodoende wordt er iets van
de opgegaarde kracht verbruikt, die zich anders in uit-
barstingen van woede en razernij zoude uiten. Nu ik
over werkzaamheid spreek, moet ik in herinnering brengen,
dat men zich ook overwerken kan. Iemand kan wel
zoo verdiept zjjn in zjjn werk, dat luj vergeet de noodige
lichaamsbeweging en ontspanning te nemen. Dit kan
langer of korter tijd goed gaan, maar gewoonlijk zal
het uitloopen op een aanval van de eene of andere ziekte,
en dan treedt er een th\'d in van gedwongen ledigheid.
Ontspanning is eene noodzakelijkheid; we kennen het
spreekwoord: ,De boog kan niet altn\'d gespannen zh\'n."
Zoo is het ook met de menschheid. Wanneer wjj altijd
onze hersens inspannen, slijten zn\' spoedig. Een mensch
heeft zoo nu en dan eene uitspanning noodig als hij
gezond wil bnjven. Eén dag rust op de zeven en onze
verdere feestdagen hebben wij hoog noodig. Ware het
mogelijk, dat er een wet werd gemaakt, waarbij iedereen
jaarlijks minstens veertien dagen vacantie moest nemen,
zouden wh\' er èn als natie èn als individu beter aan toe
zijn. Het is beter rust te nemen en die te genieten,
dan door ziekte gedwongen te zjjn ritst te nemen en deze
niet te genieten. Wanneer een muilezel in Spanje een
zware karrewei heeft gedaan, wordt hem z\\jn tuig afge-
nomen, dan mag hij op zjjn rug door het zand rollen,
hij mag schoppen en zich een paar minuten naar harte-
lust vermaken; hij heeft dan opnieuw krachten opgedaan
om weer gewoon zjj\'n gang te gaan. Men moet vacantie
nemen in den zomer of in den herfst, wanneer de geheele
natuur opgewekt is; men moet een plaats uitkiezen, waar
wjj onze slechtste kleeren kunnen dragen, waar wh" kunnen
ronddwalen en doen, waar wjj trek in hebben zonder te
worden opgemerkt. Maar onze vacantie te gaan door-
5
-ocr page 70-
66
brengen op een plaats, waar wjj den geheelen dag
moeten opzitten en pootjes geven, is half werk. Ieder
mensen draagt iets wildemanachtigs in zich om, en als
wy die wildheid zoo nu en dan maar eens den vrijen
teugel laten, kunnen wy de rest van den tyd vreedzaam
doorwerken. De moraal, waartoe ik kom, is deze: ver-
deel arbeid en ontspanning zoodanig, dat gy niet te veel
van het een, noch van het ander krijgt.
Dit zyn de regels, die men volgen moet om chronische
ongesteldheden te genezen en om gezond te blijven, wan-
neer wij niet ziek zyn. Met versche lucht, dieet, baden
en rust zie ik de noodzakelijkheid van medicynen niet
in. Een dokter moet dikwijls medicynen geven niet om
den patiënt, maar om diens vrienden tevreden te stellen.
Deze, maken zich ongerust over hem en niets van de natuur
kennende, verbeelden zij zich dat men haar dwingen kan
tot een spoedig herstel. De patiënt weet ook niets van
de natuurwetten; hy smeekt den dokter dus ook, hem
iets te geven, dat hem zyn oude kracht weer teruggeeft;
hij kon den dokter evengoed verzoeken hem een medicyn
te geven om ryk te worden.
Daarom, werp de medicijnen „voor de honden" (waar-
om juist voor deze weet ik niet) laat de natuur haar
vrh\'en loop, volg zooveel mogelyk de gezondheidsregels
en men zal de beste uitkomsten erlangen en zekerder
zyn van herstel. Acute ziekten worden grootendeels vol-
gens dezelfde methode behandeld; medicijnen zyn over-
bodig, men moet de patiënt eenvoudig onder de gunstig-
ste voorwaarden plaatsen en al de hygiënische middelen
toepassen. Bizondere gevallen vereisenen bizondere regels,
maar daar kan ik my op het oogenblik niet in begeven. 1)
Vergiftiging, veroorzaakt door kruiden, beten van slan-
gen en insecten, etc. en andere ongelukken vereischen
de hulp van een geneesheer of heelkundige, maar dat
kan ik hier niet behandelen. Myn doel is iedereen te
doordringen van het feit, dat ziekte bestreden moet
worden door het aannemen van de regels der gezond-
heidsleer en niet \'door medicijnen.
1) Voor de behandeling der meest voorkomende ziektegevallen
verwijs ik de lezers naar Dr. Allinson\'s //Medische Verhandelingen
II en III" eveneens bij S. L. van Looy te Amsterdam verschenen.
-ocr page 71-
07
Schrijvende over welgeslaagde behandeling, zegt Dr.
Bushman in de Medical Times:
„Het geheim onzer tegenwoordige wijze van behande-
ling, waarmede zulke gunstige uitkomsten verkregen
worden — want hieromtrent kan ongetwijfeld geen ver-
schil van opinie bestaan — is gelegen in het feit, dat
w\\j niet ingrepen in den natuurlijken loop van zaken;
een enkelen maal uitgezonderd, wanneer wjj zien, dat
het verloop noodlottig zoude eindigen. De moderne zege-
pralen der geneeskunde zjjn meer te danken aan onze
negatieve behandeling dan in de positieve uitkomst van
«en of ander krachtdadig middel."
Ik veroorloof mijnen patiënten niet op de oude verkeerde
manier voort te leven, maar tracht hen te genezen door
dieet, baden en eene juiste leefwjjze. Als iemand ziek
is, tracht ik hem onder het oog te brengen, hoe hjj naar
behooren kan leven; de natuur zal het evenwicht in het
organisme dan weer herstellen en alles in orde brengen;
terwijl de patiënt, indien wij hem aan de zorg van
onwetende vrienden en aan zijne eigene hulpbronnen
overlieten, zeker lang ziek zou bleven, zooals dit het
geval is met zoovelen. Eene juiste leefwijze volgens de
regelen der gezondheidsleer, is evengoed een manier om
de menschen te genezen, als het voorschrijven van medi-
cijnen. Ik ben van systeem om in de eerste plaats op
eene behoorlijke leefwijze aan te dringen, waardoor men
■erfelijke ziekten verbant en het gestel versterkt. Door
«ene behoorlijke manier van leven zullen wjj aan de
meeste ziekten ontsnappen. Wanneer iemand ziek is,
tracht ik hem weer gezond te maken langs den besten,
veiligsten en kortsten weg, die het minste gevaar op-
levert voor latere verwikkelingen. Met andere woorden:
ik wil de verschijnselen doen verdwijnen, door de alge-
heele gezondheidstoestand te verbeteren en hen niet door
middel van medicijnen verbergen, of hen van de eene
plaats naar de andere verjagen.
-ocr page 72-
HOOFDSTUK VI.
Het medicijnenstelsel.
Door dit stelsel hopen de menschen tegen de wet-
ten die hen regeeren te kunnen zondigen en dan de
boete te kunnen ontduiken door walgelijke medicijnen
in te nemen. Het is eene poping om de natuur te be-
driegen. Met andere woorden: ik zondig tegen ééne der
natuurwetten, die ons regeeren, dientengevolge lijd ik
en dan snel ik naar den dokter en tracht de straf te
ontkomen. Wanneer zooiets mogelijk ware, zou ik de
eerste wezen om er alles van te willen weten. Dan had
ik niet noodig om naar behooren te leven, ik zou kun-
nen eten, drinken, rooken, enz., behoefde slechts medi-
cijnen in te nemen en ik zou spoedig weer gezond zjjn.
Maar ongelukkig genoeg voor deze theorie, genezen
medicijnen geen ziekte. De wetten van ons bestaan vor-
deren dat hg, die tegen eene wet wetend of onwetend
zondigt, de verschuldigde boete moet betalen. Iemand
zondigt tegen eene wet en neemt de een of andere wal-
gelijke medicijn in, maar dit voorkomt de ziekte niet.
De ziekte moet zjjn verloop hebben en nu moeten wy
èn de ziekte èn de medicijn bestrijden. De bizondere
verschijnselen kunnen door een bedwelmend of ander
middel verdwijnen, maar de ziekte blijft bestaan. Ik
heb in een vorig nummer getracht te bewijzen dat er
eenheid in ziekte bestaat; is dit zoo, dan zal zn\', al
onderdrukken wjj haar op de eene plaats, zich ergens
anders openbaren, of zjj zal het gestel zelf verwoesten.
De symptomen die wjj waarnemen zyn slechts het be-
-ocr page 73-
69
-wijs dat het geheele lichaam van streek is. Laten wjj
één of twee gewone voorbeelden nemen.
Eczema is een huidziekte, die vele onzer gezien heb-
ben. Wanneer men dit heeft, gaat men naar zijn dokter
om hem er over te raadplegen; deze zegt: „\'t Is eczema;
neem dit drankje in en gebruik deze zalf en ge zult
spoedig beter z\\jn." In sommige gevallen gaat het eeni-
gen t\\jd goed, maar het breekt opnieuw uit als men
ophoudt met de zalf; doch somtijds trotseert het alle
aangewende middelen. Wanneer wjj de oorzaak van deze
kwaal opzoeken, dan vinden wij dat er in ons gestel iets
verkeerds is, dat zich door de huid openbaart. De dokter
zegt dan, en terecht: „De huid behoorde niet in zoo\'n toe-
stand te verkeeren," maar in plaats van naar de ge-
woonten en leefwijze van den patiënt te vragen, om
daardoor de oorzaak der ziekte uit te vinden, doet hij
hier dikwijls volstrekt geen moeite voor, laat den patiënt
zijn gewonen gang gaan en is tevreden dat hij dit teeken
van eenen slechten gezondheidstoestand onderdrukt heeft.
Wanneer de huid door het toegepaste middel zijn gewoon
aanzien herkregen heeft dan is de ziektetoestand van het
gestel nog niet genezen maar de plaatselijke uiting is
de kop ingedrukt. De abnormale toestand is gebleven
on kan zich onder een anderen vorm als eene andere
ziekte vertoonen. De ware geneeswijze voor zulk eene
ziekte is, de gewoonten van den aangetasten persoon
te veranderen, en hem gezond te laten leven, dan zal
de eczema op natuurlijke wjjs verdwijnen en men zal
zijn gezondheid herkrijgen.
Het is even onmogelijk om de openbaring eener ziekte
plaatselijk te onderdrukken door het innemen van medi-
cijnen als aan een oproer een eind te willen maken door
middel der gewapende macht. Deze macht houdt alles
in toom, doch verwijder haar en het oproer breekt
opnieuw uit. Evenzoo met ziekte. Wilt gij het oproer
onderdrukken, dan moet gij de oorzaak uit den weg
ruimen en het volk zal tevreden zijn; wilt gij de ziekte
doen verdwijnen, dan moet gjj de oorzaak verwijderen.
Diabetes ]) is een ander voorbeeld van een slechten ge-
zondheidstoestand; de kenmerken hiervan zyn: eene
1) Suikerziekte.
-ocr page 74-
70
hevige dorst, het loozen eener groote hoeveelheid urine,
die veel suiker bevat, en de patiënt neemt in gewicht
af. Onder gewone geneeskundige behandeling wordt alle
suiker- en zetmeel houdend voedsel verboden. De suiker
vermindert evenals de urine en de dorst is over. Ge-
woonlijk wordt dit teweeggebracht door een vleeschdiëet.
Maar geneest dit de ziekte? Neen, want zoodra herneemt
de patiënt niet zijne gewone leefwijze, of de dorst en
de suikerhoudende urine keeren terug. Wanneer lijj van
vleesch leeft, dan zullen de suiker uit de urine en de
dorst verdwijnen, maar hij roeit de oorzaak niet uit en
de schade die het vleeschdiëet aan het gestel toebrengt
is zeer groot.
De hygiënische geneeskundige zou zeggen: Deze dia-
betes komt voort uit een slechten gezondheidstoestand:
wjj moeten dit trachten te herstellen door juist te leven
en tegelijkertijd suiker- en zetmeelhoudende stoffen tot
zekere hoogte te vermijden. Zoo hopen wjj de ziekte te
doen verdwijnen, doch gelukt dit niet, dan stichten wjj
door onze behandeling geen kwaad, wat meer is dan er
van de vleeschkuur gezegd kan worden.
Volgens mjj is het behandelen der verschijnselen eene
groote fout; het geeft zelfs oogenschijnlijk niet de beste
resultaten en is gegrondvest op verkeerde theoriën.
Iemand heeft een schoorsteenbrand en de aandacht
wordt er op gevestigd. Hjj zet een ijzeren kap op den
schoorsteen en de menigte beneden, geen rook meer
ziende denkt dat de brand gebluscht is. Toch is de
brand er nog, maar hjj is door de ijzeren kap verborgen.
Zoo gaat het ook met medicijnen; al verbergen zij de
ziekte op eene plaats of onderdrukken zn\' de symptomen,
toch woedt de ziekte in het gestel voort. Door medicijnen
te geven begaat men een fout. Zij verbergen de uit-
wendige teekenen der ziekte, maar de oorzaak blijft
bestaan. De meeste ongesteldheden zullen na verloop
van tijd uit zich zelf verdwijnen, wanneer men de oor-
zaak wegneemt. Velen gevoelen zich beter wanneer zy
onder geneeskundige behandeling zijn; verwachting en
geloof houden hen op. Den dag dat zy ophouden medicijnen
in te nemen of naar den dokter te gaan, keert de ziekte
terug. Het gaat er mede als de kiespijn, die voor de deur van
den tandarts verdwijnt en terugkeert als wij thuiskomen.
-ocr page 75-
71
Een gewoon mensch voelt zich van streek, hjj gaat
naar den dokter, deelt hem de verschijnselen mee, krijgt
een drankje en verwacht genezing. Hh\' neemt het drankje
in en voelt zich binnen weinige dagen wat beter, de
medicijn wordt opnieuw voorgeschreven en hü voelt zich
nog beter en bij het derde fleschje gelooft hy geheel
hersteld te znn. Dit wordt mij, als bewijs dat medicijnen
goed doen, voorgelegd.
Laat ons het geval nauwkeurig onderzoeken. Iemand
gevoeld zich niet wel, neemt medicijnen in en in een
paar dagen of een week is h\\j weer in orde. Ik zou al
dadelijk kunnen zeggen dat hjj twee dingen over\'t hoofd
ziet.
Ten eerste wist hij niet dat ziekte gewoonlijk eene
weldadige werking uitoefent en door eene schijnbare
storing het gestel weer in orde brengt en ten tweede
liet hh\' de tijd buiten rekening. Evenals de tjjd veel
droefheid heelt, zoo geneest h\\j ook de meeste ziekten,
altijd wanneer zij geneeslijk zijn en de aanleidende oor-
zaak wordt weggenomen. Sommige ziekten worden op-
gehoopt, d. w. z. zjj vertoonen zich eerst wanneer eene
zekere hoeveelheid vergif zich in \'t gestel verzameld
heeft. Dan kookt het over en de gezondheidsbalans ver-
liest zjjn evenwicht voor eenige dagen; alles gaat weer
goed totdat er een nieuwe aanval komt, waarna wij er
eenigen tyd. van verschoond blijven. Deze werking van
het gestel heeft overeenkomst met een voorbeeld uit
het dagel\\jksch leven. Ik meen hier een zelfregelende
vergaarbak voor water. Zoodra het water een zekere
hoogte bereikt heeft vloeit het er uit en spoelt het riool
eens flink door. Zoo gaat het ook met de meeste ziekten ;
zij zuiveren het gestel en laten ons dan voor een tijd
met rust. Miïne tegenstanders zullen zeggen dat ik
slechts beweer zonder te bewijzen. Hierop antwoord ik
dat ik vele bewnzen leveren kan. Eén er van is, dat
velen die naar den dokter gaan, de medicynen die hh\'
hun geeft, meenemen, ze nooit innemen en toch beter
worden. Een oude leeraar vertelde my, nooit te zeggen:
„Ik zie dat het drankje geholpen heeft," want in vele
gevallen werd de flesch onaangeroerd in de kast gevon-
den. Een ander bewijs is dat vele menschen als zjj zich
ziek voelen, thuis blyven, rust nemen en beter worden.
-ocr page 76-
72
Wanneer de financiën slecht gaan, doen velen dit; z}j
hebben het mn later wel verteld. Maar het meest over-
tuigende bewijs is voor mij mijn eigene ondervinding
geweest. Toen het onredelijke van het medicn\'nenstelsel
het eerst mün aandacht trok en ik nadacht over het
kwaad dat door vele medicijnen gesticht wordt, stond
ik verlegen en wist niet wat te doen. Ik kon mij de
genezing van ziekte zonder medicijnen nauwelijks voor-
stellen. Hoe het ook zn ik nam mn voor het te beproe-
ven. Ik probeerde, eerst bn eenvoudige gevallen en later
bij meer ernstige, gekleurd water. Tot mnne verbazing
was het verloop der ziekte gunstiger en de beterschap trad
spoediger in. Ik praktizeerde toen als gewoon dokter en
moest wel het één of ander medicijn voorschrijven, anders
zouden mijne patiënten mij niet betaald hebben. Maar,
evenals de patiënten van velen mijner collega\'s, kregen
de m(jne slechts gekleurd water waaraan ik een aange-
namen smaak gaf; zij namen dit in, genazen en patiënt
zoowel als dokter waren tevreden. Sommigen maakten
de opmerking dat mijn drankjes niet akelig waren en
dat zij er niet zoo onaangenaam door werden aangedaan
als dikwijls het geval was bij gewone medicijnen. Ik
probeerde dit anti-mediqjnenstelsel bij alle mogelijke
gevallen, van chronische tot acute en met het beste ge-
volg. Eén geval trof mij bizonder; het was bij gelegen-
heid van het springen van een bloedvat in de maag en
het opgeven van -bloed dientengevolge. Ik liet den zieke
terstond te bed brengen, en beval ijs op de maag te
leggen en daar een drankje gegeven moest worden om
de familie tevreden te stellen, gaf ik hem een fleschje
gekleurd water, waarvan om het half uur tien droppels
genomen moest worden. Het bloeden hield op en mijn
patiënt geraakte spoedig aan de beterende hand, zoodat
hij behoefte kreeg op te zitten. Dit bracht een nieuwen
aanval te weeg; ik was dien middag niet thuis en er
werd een allopathisch geneesheer gehaald. Deze schreef
een sterke ijzertinctuur voor. Toen ik thuis kwam vond
ik eene dringende boodschap, die mjj bn mnn patiënt
riep. Ik vond hem in een ellendigen toestand; de medi-
cijn had het bloed gestremd en de maag geprikkeld en
nu moest hn hevige braakbewegingen maken. De ge-
prikkelde maag deed haar best het prikkelende ijzer
-ocr page 77-
73
kwyt te raken en deze poging had hevig bloeden ten-
gevolge. Ik gaf hem wat water om de medicjjn in de
maag te verdunnen, dit geschiedde, waarna het spoedig
werd uitgebraakt. Ik beval wederom rust, schreef ys
voor, gaf hem het gekleurde water en smaakte de vol-
doening mijn patiënt te zien genezen. Dit geval ver-
sterkte mij in mh\'ne meening en schonk nnj groot ver-
trouwen in de natuur, die mjj had aangetoond hoc goed
zij werkt indien wij haar slechts haren gang laten gaan.
Homeopathie heeft met het toedienen van kleine hoe-
veelheden geneesmiddelen evenveel, zoo niet meer won-
derbaarlijke genezingen tengevolge dan allopathie. Hy-
giënische behandeling (natuurgeneeswh\'ze) spant echter
den kroon, want zy gebruikt natuurlijke middelen en
werkt niet als remschoen op den weg der genezing. Het
hygiënisch systeem wil aan de natuur zooveel mogelijk
over laten en haar helpen waar het mogelijk is; zü zal
ons spoediger genezen indien zn\' niet door medicijnen
belemmerd wordt en men zal geen nadeelige gevolgen
ondervinden. Wanneer ik zeg: laat het aan de natuur
over, dan meen ik daarmee, dat men matig en volgens
de gezondheidsregelen leven moet, dan kan het gestel
zyn kracht gebruiken om zich van ziekte te ontdoen en
het lichaam tot z\\jn vorigen staat van gezondheid terug
te brengen.
Zij. die medicijnen gebruiken, gelooven, dat ziekte de
eene of andere verkeerde werking is, die door medicij-
nen kan bestreden worden, welke dan alles in orde
brengen. Zjj gaan nog met het oude denkbeeld mede:
;/For every disease under the sun,
There\'s either a reraedy or elsc none
If there is, try and find it;
If there is n\'t, never mind it." 1)
Dit denkbeeld heeft menigeen op een dwaalspoor ge-
bracht. Neem een boek over geneeskunde, en g\\j vindt
in de ééne kolom eene ziekte en in de andere een mid-
del er tegen. Bijv. tegen vallende ziekte vindt gij:
1) Voor iedere ziekte onder de zon is een medicijn of er is er
geen ; als er een is, tracht het te vinden, als er geen is, laat dan
maar loopen.
-ocr page 78-
74
bromide van potas, zilvernitraat enz. Tegen zenuwzwakte:
quinine, staal, strychnine, phosphorus enz. Tegen slechte
spijsvertering vinden wij zuren, alkaliën, verschillende
bitters, pur geer-middelen, etc.
Zoo kunnen w\\j voortgaan; iedere ziekte heeft zijn
medicijnen, welke daarop moeten worden afgevuurd;
raakt het ééne niet, beproef dan het andere tot gij ze
allen gehad hebt. Indien geen enkel helpt stuur uw
patiënt dan naar een specialiteit, die het met grof ge-
schut probeert. Gelukt het ook hem niet dan wordt de
patiënt ongeneeslijk verklaard en hij is gedoemd omzjjn
geheele leven in ellende te slijten. De natuur-geneeswijze
schrijft de patiënt een behoorlijke leefwijze voor en hy
weet dat indien geneesln\'k, de tn\'d hem genezen zal, want
de natuur wil steeds iedereen gezond maken.
-ocr page 79-
HOOFDSTUK VII.
Waarom is het medicijnstelsel verkeerd\'?
Het is daarom verkeerd omdat het beweert iets te
doen wat onmogelijk is. Ware genezing door medicijnen
mogelijk dan zou iedere dosis geneesmiddelen zulke
wonderen verrichten, dat wij de dokters aanbidden moes-
ten. De geneeskunde beweert, dat zij het kwaad, dat
door het verwaarloozen der gezondheidswetten veroor-
zaakt wordt, ongedaan maakt. Uit deze redeneering zoudt
ge de gevolgtrekking maken, dat de medicijnen weer
goedmaken, wat wij door te breken met de natuurwetten
misdreven hebben. In dat geval zouden w|j nooit ster-
ven; werd ons dan maar een juiste dosis medicijnen
toegediend, dan zouden wij altyd gezond blijven. Maar
als iemand mjj nu tegenwerpt, wij moeten allen eens
sterven, vraag ik, waarom sterft men dan aan de eene
of andere ziekte voor zjjn 70ste en 80ste jaar, als de
juiste medicijnen alle ziekten verbannen ? Het medicijnen-
stelsel is verkeerd en slaat zichzelf in het gezicht; waar
is anders het ontzettend hooge sterftecijfer aan toe te
schrijven van menschen in den bloei van het leven, die
de beste hulp hebben, welke geld hun verschaffen kan?
Versterkt de dagelyksche ondervinding ons in het denk-
beeld, dat medicijnen iets van het goede stichten, waarop
zü bogen? De ondervinding bevestigt dit niet, waar
komt anders dat aantal chronische lijders van daan?
Waarom znn er anders zooveel dokters? Waarom de
ontelbare medicijnen, en waarom de verschillende ge-
neeskundige stelsels? Zeker medicijn is een tijd lang in
-ocr page 80-
76
de mode en heeft zhne wanne aanhangers, die liet voor
zoo lang het duurt vasthouden. Gaandeweg geraakt het
in onbruik en maakt plaats voor een ander, dat op zijne
beurt weer vervangen wordt en zoo gaat het door; alles
krijgt zijn beurt en niets duurt lang. De medici jagen
nu de schaduw na en laten het voorwerp glippen. Den
eenen dag geven zy dit medicijn voor eene zekere ziekte
en den volgenden dag dat, voor precies dezelfde kwaal.
In de medische tijdschriften worden gevallen aangehaald,
waarin een medicijn met gunstig gevolg is toegepast en
dus vertrouwbaar schijnt. De tijd gaat voort, andere
medicijnen worden ingevoerd en genezen soortgelijke ge-
vallen; vele medicijnen zijn volmaakt tegenovergesteld,
toch genezen zij alle die ééne ziekte. Iemand, die buiten
het strijdperk staat zou zeggen dat, indien alle medicij-
nen die ziekte genezen, dan doen zy het geen van allen
er moet dus nog eene andere kracht in het spel zijn,
waarmede men rekening heeft te houden.
Deze andere kracht zetelt in ons gestel zelf, het is
de herstellende kracht, die al onze ziekten geneest, ter-
wijl het laatst gebruikte medicijn de eer der genezing
wordt toegekend.
Men redeneert gewoonlijk zoo: iemand is ongesteld,
hij neemt medicijnen in en wordt beter; daarom hebben
de medicijnen hem genezen. Post hoc, propter hoc, — Er
na, dus er door. Een ander neemt medicijnen in, maar
wordt niet beter, liy beproeft andere middelen, zonder
er baat bij te vinden. Dit geval wordt beschouwd als
ongeneeslijk. Met andere woorden, zy die beter zouden
zijn geworden indien zij aan hun lot waren overgelaten,
werden door medicijnen genezen. Doch zn\', die door het
innemen van medicijnen niet beter worden, beschouwt
men als ongeneeslijk; bij hen doen medicijnen geen
goed, vertelt men u, maar eerst dan, nadat medicijnen
werden beproefd. Het is weer het post hoc, propter hoc-
argument en het is een verkeerde bewijsgrond. Indien
het medicijnstelsel als rechtsgeding voor een rechtbank
werd gebracht en de getuigenissen van het vóór en tegen
er van door twaalf onbevooroordeelde mannen met een
gezond verstand gehoord werden, zou het veroordeeld
worden, niet alleen als waardeloos, maar ook als gevaar-
lijk en verwoestend voor de gezondheid.
-ocr page 81-
77
Geneeskunde door het toedienen van medicijnen is
werkelijk nog een overblijfsel van het oude bijgeloof.
Die bizondere R, die men boven recepten ziet staan, is
een aanroeping van den heidenschen god Jupiter. In
oude tijden werden heilige relikwiên, beenderen, klee-
dingstukken, enz. gekust, gedragen of op een ziek deel
gelegd om het te genezen. En dit begrip is nog niet
uitgestorven; w\\j vinden het terug wanneer wy slechts
denken aan de lange pelgrimstochten, die ondernomen
worden naar heilige bronnen of relikwiënkastjes, zoowel
hier te lande als elders. De geneeskunde door middel
van medicijnen is een overblijfsel uit den thd, waarin
ziekte beschouwd werd als iets, dat uit het gestel moest
verdreven worden en dan waren medicijnen de middelen
om het te verjagen. Met wetenschappelijke termen doen
wij nu hetzelfde onder een anderen naam. Wij spreken
tegenwoordig over de therapeutische of genezende wer-
king van medicijnen en beweren, dat het toedienen van
geneesmiddelen thans op wetenschappelijke gronden be-
rust. Maar niemand weet, hoe een medicijn zal werken,
vóórdat het is ingenomen en zijne werking openbaart.
Iedere dosis medicijn is eene proefneming op den patiënt
en te zijnen koste gedaan, en in sommige gevallen zal
hem zh\'ne onbezonnenheid bitter berouwen.
Medicijnen veroorzaken eene abnormale werking en
het moet een knappe dokter zh\'n, welke de verschijnse-
len der ziekte en die door de medicijnen teweeggebracht
uit elkaar kan houden, tenzij net medicijn welbekende
en in het oog vallende verschijnselen teweeg brengt.
Men neemt aan, dat ieder medicijn twee werkingen heeft,
eene heilzame en eene schadelijke. Gh\' wordt altijd ge-
waarschuwd tegen het geven van een medicijn, wanneer
zekere verschijnselen aanwezig zijn; deze worden dan
contra-aanwh\'zingen genoemd. Een medicijn bepaalt zich
niet alleen tot wat de dokter wil, maar werkt op ieder
deel van het gestel en doet meer dan er van verlangd
wordt. Iemand heeft bijv. onderbuikspijnen, hu" neemt
opium om de pijn te stillen; de pijn wordt verlicht
doordat de zenuwen van dat deel verlamd worden. De pyn
blijft bestaan, de patiënt voelt het alleen niet, omdat de
zenuwen verlamd zhn. De opium veroorzaakt constipatie
(verstopping), houdt waarschijnlijk de urine tegen en
-ocr page 82-
78
geeft hevige hoofdpijnen. De dokter wilde alleen de ph\'n
stillen, maar het medicijn werkte zoowel algemeen als
plaatseljjk en stichtte ander kwaad. Om de constipatie,
door de opium teweeggebracht, op te doen houden, wordt
een purgeermiddel gegeven, dat de ingewanden hevig
in roering brengt. Het voedsel wordt afgevoerd voor dat
het behoorlijk verteerd is en wat nog erger is, het teedere
weefsel, waaruit de binnenwand der ingewanden bestaat
en dat bestemd is om het voedsel op te slorpen, wordt
afgescheurd en schade wordt aangericht. Eenmaal een
dosis medicijnen ingenomen — hoe sterker zn\' zh\'n, des
te erger — laat men vergif in het gestel toe, van welks
werkingen men het einde niet kent. Ik weet, dat mh\'ne
collega\'s nih\' voorbeelden zullen aanhalen van gevallen
die ongetwijfeld door medicijnen werden genezen. Zelfs
al wist ik met zekerheid, dat eene ziekte twee of drie
dagen verkort kon worden door het toedienen van een
medicijn, zou ik nochtans aarzelen het te gebruiken, In
de eerste plaats omdat ik tusschenbeide treed bh\' een
gezonde werking van het gestel en in de tweede plaats,
omdat ik dan later weer met het medicijn moet afreke-
nen. De werking van het medich\'n op het gestel kan
meer kwaad doen dan de ziekte zelf. Neem byv. de be-
handeling van rheumatiek met alkaliën, zeg, dat de
ziekte er één of twee dagen korter door duurt, wat ik
betwijfel, maar dan moeten wh\' ook de bloedarmoede
bestrijden, door de alkali veroorzaakt. Dan wordt staal
gegeven, dat op zh\'ne beurt hoofdpijn, constipatie, enz.
veroorzaakt. Evenzoo gaat het met de kwikbehandeling
bh\' syphilis, het veroorzaakt vernietiging der roode bloed-
lichaampjes; kwalen, die zich later voordoen, worden
dan toegeschreven aan de ziekte, terwh\'1 de eigenlijke
zondaar het kwik is. In dit geval geneest het kwik de
ziekte niet, maar onderdrukt de uitwendige verschijnse-
len ervan, want wanneer de persoon die er aan lijdt,
binnen twee jaren trouwt, zullen zh\'ne kinderen er de
kenteekenen van dragen. De lijst van schadelijke medi-
cijnen zou verlengd kunnen worden totdat ieder medich\'n
veroordeeld was.
Eenige mijner medische vrienden zullen vragen, hoe
het dan komt, dat medicijnen, indien zn\' werkelijk zoo
schadelijk zn\'n, niet reeds velen gedood en op die manier
-ocr page 83-
71)
de aandacht op zich gevestigd hebben. Ik kan hier alleen
op antwoorden, dat niet meer dan 3/10 van alle voorge-
schreven recepten schadelijk zn\'n, de andere 7/10 zü\'n
niet anders dan placebo\'s, of, zooals Vernetzegt: „Medi-
cijnen, gegeven om den patiënt bezig te houden, totdat
de natuur hem geneest." Als men b\\j alle gevallen
krachtdadige medicijnen gaf, zou er terstond zulk een
roep tegen opgaan, dat ze spoedig afgedaan hadden,
want dan zouden er nadeelige uitkomsten verkregen
worden, die ieder kon waarnemen. Zoo strooit men het
publiek zand in de oogen; men neemt een onschadelijk
medicijn in, de natuur geneest, men prijst den dokter
en zh\'n placebo, en is van oordeel, dat men nooit beter
was geworden zonder die onschadelijke stof in te nemen.
Ik, die achter de schermen kan zien, vind het zeer be-
treurenswaardig, zoo iets op te moeten merken; bij het
schrh\'ven van dit werk stel ik mn\' ten doel vele van de tot
nog toe veronderstelde mysteriën op te helderen en het
publiek aan te toonen, hoe men op zichzelf en zijne
gezondheid kan passen. Indien medicijnen de natuur-
wetten konden vervangen, zou ik ze gaarne voorschrij-
ven. Indien ik een „tien mh\'len-pü" kon bekomen, d. w. z.
een pil, die hetzelfde voor het gestel deed als eene wan-
deling van tien mijlen, zou ik hem met genoegen anderen
voorschrijven en hem zelf ook dagelijks nemen, daar ik
er tfld en schoenzolen mee zou uitsparen. Hadden wh\'
medicijnen, die even heilzaam op het lichaam werkten
als lichaamsbeweging, zou ik die aan anderen geven en
zelf nemen. Of bestonden er medicijnen die ons veroorloof-
den ongestraft bedorven lucht in te ademen, of verkeerd
eten en drinken te gebruiken, dan zou ik er die zeer zeker
op nahouden; met andere woorden, indien wjj medicijnen
bezaten, wier werking de natuurlijke loop van zaken kon
vervangen, zou ik er een enthousiast voorstander van zh\'n.
Er bestaat ongelukkig zulk een weg niet om gezondheid
te behouden ofte herkrijgen. Als wh\'gezond willen blh\'ven,
moeten wh\' zuivere lucht inademen, eenvoudig voedsel
gebruiken, dageln\'ksch lichaamsbeweging nemen, onze
huid openhouden en verder alle slechte gewoonten na-
laten, die de gezondheid verwoesten.
Velen zullen vragen: „Waarvoor dienen dan de plan-
ten om ons heen, zoo niet voor \'s menschen nut?" Zfl
-ocr page 84-
80
die dit vragen verbeelden zich, dat alles geschapen is
voor hun gebruik; het komt er niet op aan, wat het is,
zij zijn van oordeel, dat alles oorspronkelijk bestemd
was om door hen op de eene of andere manier benut-
tigd te worden. Zij beschouwen de geheele natuur, en
de plaats die de mensch erin bekleedt, verkeerd. Omdat
de menschen veel dingen voor hun eigen doeleinden ge-
schikt hebben gemaakt, komen zij tot de gevolgtrekking,
dat die dingen voor hun gebruik geschapen werden.
Het onderzoek heeft bewezen, dat aan iedere plant, ieder
beest, in één woord, aan alles wat leeft, eene plaats in
de natuur is toegekend om hun zelfs wil. In deze wereld
is alles wat leven heeft, evenals de mensch, gemaakt
om zichzelf te verdedigen tegen zijne vijanden, zich te
verheugen in zijn bestaan en zijne soort voort te plan-
ten. Deze natuurwet is klaarblijkelijk noodig om het
bestaan te verzekeren. En alles wat leeft, bezit het ver-
mogen om zich naar de omstandigheden te schikken;
met andere woorden, ik wil zeggen, dat al wat leeft,
hetzij plant of dier, in staat is in meerdere of mindere
mate te denken of eene instinctmatige handeling te ver-
lichten. Onze denkende plant nu, — zoo zullen wy haar
noemen, — is van alle kanten omringd door dieren, die,
zoo mogelijk, er zich mede willen voldoen. Indien de
dieren geheel op hare rekening leefden, zou de plant
zich niet kunnen vermenigvuldigen en uitsterven. Zy
moet zich dus op de eene of andere wijze zien te ver-
dedigen tegen de dieren. Dit zal zij op verschillende
wijzen doen:
1.    Door een bijtend, giftig vocht af te scheiden;
2.    Door uitwendige doornen of prikkels te ontwikkelen;
3.    Door het voorkomen van giftige planten na te bootsen;
4.    Door eene groote hoeveelheid zaad te vormen;
5.    Door hard zaad te vormen of zaden die vergift
bevatten;
6.    Door eene samenkoppeling van twee of meer van
deze verdedigingsmiddelen.
Eindelijk komt de mensch tusschenbeide, beschermt
eenige soorten en vernietigt andere. 1)
1) Sedert de eerste uitgaaf van dit werk, heb ik nog van een
ander middel gehoord, n.1. electriciteit. Deze electrische plant geeft
ieder beest, dat haar aanraakt, een schok.
-ocr page 85-
81
Die planten, welke zich verdedigen door een bijtend,
giftig vocht, zijn zeer talrijk; men heeft hen maar voor
het opnoemen, zooals bijv. nieskruid, dolle kervel, bil-
zenkruid, papaver, wolfsmelk, de taxisboom, enz. De
planten, die doornen en prikkels vormen z\\jn: de roos,
de meidoorn, de distel, de brandnetel. Onder de planten,
die andere nabootsen, kunnen w\'\\j den dooden brand-
netel noemen, die veel gelijkt op den werkelijken, totdat
de witte bloemen eraan komen. De grassoorten, het
vingerhoedskruis, de klaprozen, enz. hebben eene groote
menigte zaadkorrels. Hard zaad vindt men bjj de perzik,
de kers, de noot, enz., terwjjl de zaden van de pruim,
den appel, den sinaasappel giftig zijn; zij smaken bitter
en bevatten Pruisisch zuur. Wanneer wij een sinaasappel-
boom beschouwen, zien wij, dat hij eene zeer opvallende
geele vrucht draagt; de schil van deze vrucht bevat een
bijtende olie, die dient om insecten te beletten tot het
vleezige gedeelte door te dringen. Het vleezige gedeelte
zelf is zoet, en lokt vogels met een scherpen snavel uit
om de schil open te scheuren en het sap te nuttigen.
Het zaad is weer bitter om den vogels te verhinderen
het op te eten en bevat ook Pruisisch zuur om te voor-
komen, dat insecten en wormen eraan knagen, terwijl
het in den grond kiemt. Vogels, die het sap nuttigen,
of dieren die de geheele vrucht eten, kunnen eenige
zaadkorrels mee inslikken, die onverteerbaar z\\jn; zjj
worden dan ver van de moederplant weggevoerd naar
eene plek, waar z\\j overvloed van ruimte hebben om te
tieren. Ook treedt de mensch dikwijls tusschenbeide en
beschermt en kweekt enkele planten ten zijnen nutte.
Zoo zouden tarwe, haver, gerst en vele andere graan-
soorten spoedig weer tot hunnen natuurstaat terugkeeren,
indien de mensch ze niet kweekte; oorspronkelijk zijn
zü alle wilde grassoorten. Zoo gaat het ook met vele
vruchten; sommige kweekt ntf aan, andere verwaarloost
hjj; als een vrucht zekere geur of smaak heeft en die
smaak bevalt hem, kweekt hij haar aan en laat minder
geschikte soorten uitsterven. Hier moet ik even doen
opmerken, dat witte boonen en erwten zoo opgeblazen
maken door een bijtend bestanddeel, dat hunne schil
bevat en dat oorspronkelijk gevormd werd om te ver-
hinderen, dat men hen opat. Daar nu de mensch er toch
6
-ocr page 86-
82
van eet, moet hij trachten hier iets op te vinden of an-
ders die soorten aankweeken, die deze eigenschap het
minst bezitten.
Nu ik toch over het onderwerp van de zelfverdediging
van planten schrijf, kan ik erbij voegen, dat er een voort-
durende strijd om de heerschappij wordt gevoerd door
planten en dieren. In sommige gevallen overwinnen de
planten, maar gewoonlijk zijn de dieren do sterkste.
Nemen wij bijv. den distel, dan zien wij, dat de ezel
hem met graagte verorbert; evenzoo met de hagedoorn.
De zoete amandel b.v., zoo voedzaam voor den mensch,
is schadelijk voor den vos, den hond en de gewone kip.
Het varken kan vergiftigd worden door peper, de pape-
gaai door pieterselie; stramonium of de doorn-appel,
waarmee wij in de geneeskunde uiterst voorzichtig om-
gaan en slechts bij kleine hoeveelheden voorschrijven,
wordt door de faisant ongestraft genuttigd; kippen hou-
den van herik, varkens van nachtschade. De wa-
ter-dol lekervel is vergift voor al deze dieren, evenals
voor den mensch, maar het is een zeer goed voedsel
voor den ooievaar, het schaap en de geit. En men zegt,
dat een wolf zonder ongemakken een hoeveelheid rat-
tenkruid kan gebruiken, die een paard zou dooden.
Deze weinige voorbeelden toonen ons aan, hoe planten
zichzelf beschermen en voor zichzelf leven en volstrekt
niet voor de menschen geschapen zijn, doch dat de men-
schen gebruik van hen maken. Verschillende menschen
beschouwen de zaak uit verschillende oogpunten; PIinius
vraagt: „Waartoe zoude onze moeder aarde zooveel doo-
delijke kruiden voortgebracht hebben, ware het niet
omdat wij, vermoeid van ons lijden, ze konden gebruiken
om zelfmoord te plegen?" Dit is een vrij krasse vraag;
hij beweert, dat zij slechts nuttig zijn als vergiften.
De Caraïb en de ruwe Afrikaansche Boschjesman ge-
looven dat giftige planten gezonden zijn om hunne vij-
anden te verdelgen. Maar de ontivikkélde Europeaan,
gebruikt hen om zijne vrienden en bloedverwanten te
vergiftigen en noemt zulk een daad medisch of goed. Een
plant verdedigt zich door een giftig sap af te scheiden,
de mensch trekt dit sap er uit, geeft het zijnen mede-
menschen en noemt de prikkelende werking, die het te-
weegbrengt, „goed". Is er wel iets dwazers te bedenken ?
-ocr page 87-
83
Ipecacuanha bevat in zijne wortels een prikkelend vocht
om ze tegen dieren te beschermen, zoodat een dier, dat
er van eet, misselijk wordt en het niet weer zal beproe-
ven. Niet zoo de mensen; hij zegt, dat ipecacuanha een
goed braakmiddel is; ziek zijnde gebruikt hh\' het en
maakt zich hierdoor nog zieker. Nux vomica zaden be-
vatten een vergift (strychnine) om hen tegen de vogels
te beschermen, maar hier komt de mensch weer: hjj haalt
het gift eruit gebruikt het en noemt de giftige werking
geneeskundig. Wanneer de mensch deze giftige sappen
of deelen nu alleen maar gebruikte om zh\'ne medemen-
schen\' te dooden, dan zou er iets voor te zeggen zijn en
zoude hij slechts als de Caraïb handelen of zooals door
Plinius aanbevolen. Maar iemand te vergiftigen en dan
te zeggen, dat met een goed werk verricht, is onzin. Op
iedere plant, die in staat is zich te beschermen door liet
afscheiden van giftige sappen, wordt door den mensch
beslag gelegd en zn wordt gebruikt om zijne medemen-
schen te vergiftigen; dit is in weinige woorden het me-
dicijnen-stelsel. Als wjj slechts wisten, hoeveel levens
door medicijnen verwoest zijn, zouden wij verstomd staan;
wn zouden een gelofte afleggen om nooit weer een pil,
poeder of drankje aan te raken. Men kan ziekte het
best genezen zonder medicijnen; door die te gebruiken
maakt men dat het gestel te vechten heeft . èn tegen
de ziekte èn tegen de medicijnen. Ziekte te bestrijden met
medicijnen staat gelijk met een zwaarbeladen lastdier
bij het bergstijgen te verlichten door hem tweemaal zoo
veel te laten dragen. Hn zou er misschien met zijne
eerste last gekomen znn, maar met die andere last eraan
toegevoegd, waarschijnlijk niet. Er znn menschen, die
eene ziekte zouden kunnen doorstaan, indien zij volgens
de beginselen der gezondheidsleer behandeld werden, maar
de medicijnen, die zij innemen werken als de laatste
droppel, die de emmer doet overloopen; zn gaan liggen
om nooit weer op te staan.
Wat nu te zeggen omtrent het gebruik van chemica-
liën, die in de natuur als zoodanig nooit gevonden wor-
den ; ik bedoel de alkaliën, zuren en andere zouten, die de
mensch gebruikt. Chemicaliën zijn zeer nuttig voor fabrie-
ken en voor andere dingen, maar niet voor de genees-
kunde! Sterke zuren, als zwavel-, salpeterzuur, enz., en
-ocr page 88-
84
alkalieên, als bjjtende soda, potasch en kalk worden dage-
lijksch gebruikt; wanneer zij op de huid worden aange-
bracht, verwoesten z\\] deze; men noemt hen dan brandmid-
delen. Deze zelfde stoffen worden verdund ingegeven en de
prikkelende werking, die zij te weeg brengen wordt dan
„goed genoemd". Vele worden uit een scheikundig oog-
punt gegeven; als men het zuur in de maag heeft, krijgt
men alkalieën; wel kan het zuur, dat gevormd werd, on-
schadelijk gemaakt worden, maar de kwaal wordt niet
weggenomen; bovendien werkt de alkali storend op de
spijsvertering. Ook bij rheumathiek wordt alkali gegeven,
omdat er dan een zuur vocht wordt afgescheiden. Rheu-
niatiek is feitelijk een poging, die \'t gestel aanwendt om
die giftige zure stoffen naar buiten te verwijderen ; in
plaats van te trachten het zuur te neutraliseeren en het
zoodoende onder de een of andere vorm bij ons te hou-
den, moesten wij veeleer het gestel helpen om het kwijt
te geraken. Een ander punt, dat over het hoofd gezien,
wordt is, dat men de alkali aanwendt op de maag en
niet op het heele gestel; de uitkomst is, dat de alkali
geneutraliseerd wordt in de maag en niet in het gestel.
Men geeft medicijnen van een scheikundig standpunt
wanneer van zekere stof te weinig in het lichaam voor-
komt. Bij Engelsche ziekte b.v. bezitten wij te \'weinig
phosphorzuurzout, dat dan gegeven wordt om het ont-
brekende aan te vullen, maar het helpt niet, want het
wordt in een vorm toegediend, waarin het niet door het
gestel kan opgenomen worden.
Om\' Engelsche ziekte te genezen moet men het phos-
phorzuurzout geven in den vorm van bruin brood dan
kan het uit de zemelen opgelost en door ons gestel op-
genomen worden. Men ziet dat sommige medicijnen of
liever chemicaliën, een zekere werking op het gezonde
lichaam uitoefenen ; en dan worden zij in ziektegevallen
gebruikt om ieder verschijnsel te onderdrukken. Zoo-
veroorzaakt iodide van potasch, wanneer wij gezond
zjjn, eene vernietiging van de weefsels; als wij nu ziek
zijn en er ergens eene ophooping van stoffen plaats
vindt wordt iodide van potasch gegeven om deze te ab-
sorbeeren. In enkele gevallen verkrijgt men misschien
de gewenschte uitkomst, maar tegelijkertijd verkrijgt men
andere, die zeer schadelijk zijn, het geheele lichaam wordt
-ocr page 89-
85
er min of meer door aangetast. Bromide van potasch
vermindert, wanneer wij gezond zijn de werking der
hersenen, daarom geeft men liet in gevallen van vallende
ziekte. Ik heb een geval gezien, hoe dit middel idiotisme
teweeg bracht toen het tegen vallende ziekte gegeven
werd. De zouten van bismuth, ijzer, 7ink, antimonium,
kwik en van alle andere metalen, worden in de genees-
kunde gebruikt; hunne prikkelende werking op het ge-
stel wordt geneeskundig of goed genoemd. Wat voor een
gezond mensch vergift is, wordt heilzaam beschouwd
voor een zieke. Is er wel ooit een dwazer leerstelling
verkondigd? Vele geloovcn in minerale wateren, zij zeg-
gen dat die tenminste natuurlijk zijn en onze kwalen
zullen verzachten. Is dit nu niet bespottelijk, want mine-
rale wateren worden gevormd door welbekende natuur-
werkingen.
De aarde is samengesteld uit ongeveer vijftig verschil-
lende metalen, die hier en daar door de zelfstandigheid,
waaruit onze aardbol bestaat, verspreid zh\'n. Door de zon
wordï water uit de zee en uit het land verdampt; wolken
worden zoodoende gevormd, die zich in regens ontlasten.
De regen heeft uit de lucht eenig koolzuur opgenomen,
komt op de aarde neer, dringt in den grond en lost
eenige der bestanddeelen op, waarmede zn\' in aanraking
komt. In kalksteen districten is het water hard, omdat
de regen, die, opgelost koolzuur bevat, wat van de kalk
der kalkrotsen heeft opgelost, waarmee zn\' in aanraking
kwam. Als de bodem oplosbare zouten bevat, lost het
water deze op en wordt ermee bezwangerd. Onder den
grond wordt het water verzameld in groote reservoirs
of beddingen en wordt volgens een welbekende natuur-
wet op een zeker punt naar boven gedrongen. Dit is
dan een natuurlijke bron en het water zal verschillend
zh\'n, al naar gelang van de zich in de nabijheid bevin-
dende rotsen. Bij zuivere kalksteen, zullen wij hard wa-
ter vinden, wanneer zich h\'zer in den bodem bevindt,
krh\'gen wh\' h\'zerhoudende bronnen. Zijn er zoutbeddingen
onder den grond, krijgen wij zoute bronnen, zooals te
Droitwich; als de bron in een district is, dat metalen
oplevert, krygen wjj de zouten van ijzer, arsenicum,
kalk, soda, magnesia, enz. Dit is feitelh\'k de manier,
waarop onze medicinale bronnen ontspringen, en zoolang
-ocr page 90-
86
als het medic|jnenstelsel als het ware wordt beschouwd,
zoolang zullen zij in eere blijven. Er is een overvloed
van water in de wereld te vinden, soms is het gezond,
zooals zuiver bronwater, soms niet, zooals zeewater, of
water, waarin zich minerale zouten bevinden. Er bestaan
enkele goede natuurlijke bronnen, zooals b.v. te Malvern j
dat water is na gedistilleerd water, het zuiverste wat
gevonden wordt. Het brengt weinig minerale bestand-
deelen in het lichaam, maar verwijdert eene groote hoe-
veelheid verwerkte stoften; daardoor werkt het heilzaam
bij \'jicht, rheumatiek en andere ziekten. Vele menschen
vinden ongetwijfeld baat wanneer zij badplaatsen met
zulke bronnen bezoeken, maar dan is dit niet toe te
schrijven aan het water, dat zij gedronken hebben.
Vooreerst zal de verandering van omgeving gunstig
werken, dan zullen zij waarschijnlijk ook zuiverder lucht
inademen; verder zijn zij ontheven van alle beslomme-
ringen, zij zullen misschien een eenvoudiger dieet volgen
en geregelder leven. Ook het denkbeeld van een uit-
stapje en het genoegen dat men in het gezelschap schept
waardoor alle verveling verdreven wordt, het luisteren
naar de muziek, het houden van picnics, het zien van
nieuwe gezichten en het kr|jgen van nieuwe denkbeelden
door de nieuwe menschen, het werkt alles mee om hen
op te frisschen en dit zijn gewoonlijk de gegevens,
waardoor het bezoek aan dergelijke badplaatsen dikwijls-
zooveel goed doet.
Ik heb hierin getracht de behandeling door medicijnen
in ziektegevallen omver te werpen; ik heb getracht aan
te toonen, waarom zij verkeerd is, en hoe veel kwaad er
door gesticht wordt:
Ten eerste door de medicijnen, ten tweede door de
schade aangericht door het verwaarloozen der gezond-
heidsregels.
Mogelijk zal ik niet iedereen overtuigen, maar ik heb
tenminste eenige denkbeelden ter uitwerking aangegeven;
wellicht dat andere met m|j mede gaan, alle gegevens
verder nauwkeurig nagaan en onderzoeken om eveneens
aan te toonen dat het van het begin tot het einde ver-
keerd is. Het medic|jnen-stelsel moet omver geworpen
worden, hoe eer, hoe beter; evenals aderlaten en andere
verouderde gebruiken moet het afgeschaft worden. Men
-ocr page 91-
87
kan het medicjjnenstelsel vergeleken met een bouwvallig
huis, het moet in elkaar storten en plaats maken voor
een van edeler bouworde, voor het hygiënische stelsel,
of de behandeling van ziekten langs den natuurleken weg.
Dr. Dietl, uit Weenen, geeft als zjjn ondervinding aan:
bij de behandeling van pneumonie (ontsteking der lon-
gen) zag hij, dat op de 85 aangetaste personen 17 stier-
ven, wanneer hij aderliet, d. i. eene sterfte van 20,4
percent; 106 kregen groote hoeveelheden braakwijnsteen
in; van deze stierven er 22 of 20,7 percent; terwijl men
bij 189 de natuur haar loop liet en hiervan stierven er
slechts 14, d. i. 7,4 percent. Zij, die behandeld waren
met aderlaten waren gemiddeld 35 dagen in het hospitaal;
met braakwijnsteen, 29,8 dag; en de laatste 28 dagen.
Ware een hygiënische behandeling toegepast en geen
medicijnen gegeven, dan zou, volgens mijne ondervinding,
de waarschijnlijkheid bestaan hebben van een nog ge-
ringer sterftecijfer en een korter ziekteverloop.
-ocr page 92-
HOOFDSTUK VIII.
Het gewettigd gebruik van medicijnen.
Wanneer iemand mij vraagt, of ik dan alle medicijnen
wil afschaffen, antwoord ik: als geneesmiddelen zeker.
In geval men met parasieten te doen heeft, mag men
medicijnen gebruiken om die te dooden, maar niet om
op het gestel te werken. Men moet niet vergeten dat wij
tegenwoordig in vele gevallen niet naar behooren leven
en dat ziekten daar het gevolg van zijn. Slaan wij ons
land eens gade, zooals het nu is, dan zullen wij eene
massa ongeneeseln\'ke ziekten vinden. Eenige daarvan gaan
gepaard met ondragelijke pjjnen, b. v. sommige gevallen
van kanker. Hier zou ik eerst natuurlijke middelen toe-
passen en als de pjjn daardoor niet verlicht werd en het
leven van den patiënt ondragelijk werd, zou ik geen be-
zwaar hebben tegen het geven van een verdoovend mid-
del om de pijn te verzachten. Doch ik gebruik een ver-
doovend middel alleen tot dit doeleinde, niet als genees-
middel. Ook in geval van plotselingen waanzin zou ik
een verdoovend middel geven om den patiënt te laten
slapen, en als de natuurlijke slaap dan op de kunstma-
tige volgde, zou het best mogelijk zjjn, dat Iijj genezen
wakker werd. Er zjjn eenige weinige gevallen waarin
het geoorloofd is verdoovende middelen toe te dienen,
teneinde hevige ph\'nen te verzachten; in eenige gevallen
kan pijn verlicht worden zonder medicijnen, bjjv. door
heete pappen, enz. Ik zou nooit diarrhea of hevig bra-
ken door een verdoovend middel doen ophouden, want
het kan veel eenvoudiger geschieden. Wanneer ik het
medic\\jn gegeven had, zou ik niet weer een ander willen
geven om een deel der uitwerking te vernietigen. Zoo
-ocr page 93-
89
zou ik nooit na opium, dat verstopping veroorzaakt, een
purgeermiddel geven, maar de natuur verder den vrijen
loop laten, tenzjj ik het medicijn geregeld gaf. Bij vele
gevallen van kanker verdwijnt de pijn reeds, wanneer
men slechts een juist dieet houdt en dan zijn medicijnen
overbodig. Ik zou verder ook nog in gevallen van vergif-
tiging medicijnen gebruiken, b.v. wanneer men vergiftigd
is door het gebruik van mosselen, of wanneer men op
eene andere manier een dosis vergift heeft ingekregen.
Eerst zou ik trachten of het ook hielp de keel met een
veer te kittelen, baatte dit niet, dan zou ik een sterker
braakmiddel aanwenden. Ook als iemand de een of andere
prikkelende spijs had gegeten, en het gestel uit zichzelf
geen ontlasting gaf, zou ik een zacht purgeermiddel toe-
dienen. Maar omdat iemand geen geregelde ontlasting
heeft, behoeft hn\' nog niet dadelijk pillen te slikken.
Geef iemand liever een juist dieet, dan zullen zn\'ne in-
gewanden wel van zelf werken.
Het eenige ware gebruik van medicijnen is dat, wat
de Caraïben er van maken: n. 1. om hunne vjjanden te
vergeven. Heeft iemand dus een lintworm in zyn inge-
wanden, dan zou ik hem een medicijn geven om het
dier te dooden; misschien zou het den patiënt een wei-
nig nadeel doen, maar het zou de lintworm dooden.
Op dezelfde wn\'ze zou ik andere soorten van wormen
vernie tigen; uitwendige parasieten kunnen eveneens door
medicijnen gedood worden; de schurft kan b.v. door zwa-
vel gedood worden, de luis en andere parasitische huid-
ziekten door kwik. Dit is een gewettigd gebruik, want
heeft men schurft, dan kan men door welke lcefwh\'ze
ook niet verhinderen dat men, zoodra men b.v. in bed
warm wordt, door een onuitstaanbaren jeuk wordt ge-
plaagd. Evenzoo met andere parasieten. Daarentegen
schrijf ik nooit medicn\'non voor b}j besmettelijke ziekten,
zooals roodvonk, mazelen, pokken, typhus, koortsen enz.;
hier moet het gestel zelf handelend optreden want het
bewijs is niet geleverd, dat men door medicn\'nen in deze
gevallen, iets kan uitrichten.
Ik keur het gebruik van kwik bn\' syphilis ten sterkste
af. Ik geef toe, dat het uitbreken wordt tegengehouden,
zoolang het gestel onder zn\'ne werking verkeert, maar
het verkort de ziekte niet, terwijl het zeer veel schade
-ocr page 94-
90
in het gestel aanricht en nadeelige gevolgen na zich sleept.
Zie eens de kwade gevolgen van kwik op een gezond
mensch, zie de slechte uitkomsten bij syphilis, voeg
deze twee te zamen en zie dan hoe het gestel erdoor
ondermijnd wordt. Dikwijls zijn de slechte gevolgen van
syphilis niet daaraan alleen toe te schrijven, maar aan
eene combinatie van de ziekte en het kwik. Had ik het
voor het kiezen dan zou ik nog liever het syphilisvergift
in mij hebben dan het kwik.
Bedwelmende middelen zijn nuttig bij heelkundige
operatiën, wanneer men ledematen moet afzetten, die
door een ongeluk gebroken of beleedigd zijn. Maar ik
geloof, dat wij in de toekomst gebruik zullen maken van
de macht van het hypnotisme in de heelkunde om ge-
voelloosheid teweeg te brengen.
Plaatselijk kunnen wij ook ether, cocaine enz. gebrui-
ken om het deel, dat geopereerd wordt, te verdooven.
Men zal dus gaan inzien, dat medicijnen eigenlijk zeer
weinig noodig zijn. De verdoovende en bedwelmende
zullen misschien nog een tijdlang blijven, maar ik geloof,
dat wij zelfs die langzamerhand zullen kunnen ontberen
en daardoor het ontelbare aantal sterftegevallen veroor-
zaakt door het geregelde gebruik ervan verminderen. Ik
hoop in een volgend hoofdstuk aantetoonen, dat vele
operatiën, die men nu verricht, onnoodig zijn; een dokter
moet zich ten doel stellen ziekte te voorkomen en zich
niet alleen op het genezen er van toeleggen. Wan-
neer de menschen er .toe gekomen zullen zijn op hunne
gezondheid te letten en gezond te leven, zullen medicij-
nen eenvoudig in onbruik geraken.
Dat die tijd spoedig kome!
-ocr page 95-
HOOFDSTUK IX.
De ware heelkundige.
De gewone omschrijving van een heelkundige is deze:
„Een man, die handig met een mes weet om te gaan."
De ware omschrijving is echter: „Een dokter, die zijne
handen goed weet te gebruiken." Met andere woorden
ieder chirurgijn behoorde in de eerste plaats een bevoegd
hygiënisch geneesheer te wezen en in de tweede plaats
iemand die bekwaam het mes kan hanteeren. Werkelijk
nut kan een heelkundige stichten, bij ongelukken, door
bloed te stelpen en de patiënt zoodoende te bewaren
voor doodbloeden; door ledematen af te zetten, die op
geene andere manier gered kunnen worden; door b{)
ontwrichtingen zyn hulp te verleenen en gebroken lede-
maten te zetten. Zoogenaamde behoudende heelkunde
is aan de orde van den dag, wh\' trachten nu alles te
redden, wat wh\' maar kunnen. Maar dit conservatisme
gaat mij niet ver genoeg. Het ware te wenschen, dat
onze heelkundigen meer de natuurgeneeswjjze bestudeer-
den, de gezondheidsregels beter kenden en meer tracht-
ten ziekte te voorkomen. Het ware te wenschen, dat zij
zich meer toelegden op het voorkomen van kanker dan
op het verwijderen er van. In plaats van hen te wh\'zen,
hoe een uitgezetten hartzak of ribbevlies, te opereeren,
zou ik hun willen vragen zich te bekwamen in de mid-
delen ter genezing, zonder operatiën te doen. Daar die
kwalen langs den natuurlijken weg gekomen zyn, kun-
nen zn\' ook langs den natuurleken weg verwijderd worden.
-ocr page 96-
92
Uitzweting van vocht uit de bloedvaten wordt door
een zekere wet teweeg gebracht; door nu deze wet, welke
dit verschijnsel teweeg bracht in omgekeerde richting
te doen werken, kan in sommige gevallen genezing ver-
kregen worden. In vele gevallen echter, wordt het vocht
langs den mechanischén weg (door operatie) verwijderd,
terwijl het gestel in denzelfden toestand gelaten wordt,
waardoor het verschijnsel werd veroorzaakt. Xu zou ik
wenschen, dat men in zulke gevallen begon met het ge-
stel weer geheel op orde te brengen, dan zal dikwerf
dit vocht weer door het lichaam geabsorbeerd worden.
Vele chirurgische kwalen behoorden eigenlijk alleen
hygiënisch behandeld te worden; beeneter vereischt even-
goed als longontsteking eene hygiënische behandeling.
Men moest niet zoo zeer op het verschijnsel werken, dan
wel op den staat van het gestel, waardoor het te voor-
schijn werd geroepen; gezwollen scrofuleusc gewrichten
en klieren moesten niet worden uitgesneden ; levertraan,
ijzer, enz. zijn in zulke gevallen ook overbodig; de
menschen, die aan die kwalen lijden hebben versche lucht,
eenvoudig voedsel, lichaamsbeweging en baden noodig.
Dit zijn de middelen ter genezing en als zh\' maar wat
meer werden aangewend, zou menig lichaamsdeel ge-
spaard blh\'ven, al bleef het wellicht stijf. Door deze mid-
delen zouden ook vele zwakke klierachtige kinderen op-
groeien tot gezonde menschen. Op deze manier moesten
alle ziekten, die eenvoudig uit een slecht gestel voort-
komen behandeld worden. In plaats van het mes en het
giftige medicijn behoorden wij alle natuurlijke middelen
die ons ten dienste staan aan te wenden. Dan eerst zal
de heelkunde blijken een weldaad voor de menschheid
te zijn. Een chirurgijn is voor velen een soort slager,
en in sommige gevallen is dit maar al te waar. Het
ware te wenschen dat men tot den chirurgijn opzag, als
tot iemand, die alles in het werk stelt om een operatie
te vermijden en er alleen in het uiterste geval toe
overgaat.
-ocr page 97-
HOOFDSTUK X.
De „vis modicatrix naturae".
Hetwelk vertaald beteekent „de genezende kracht der
natuur", waarop in alle boeken wordt gewezen als het
algemeene middel tot genezing. Het ware te wenschen
dat dokters meer hieraan dachten en de natuur meer
den vrijen loop lieten, dan zou het menschdom er beter
aan toe zyn. In alle gevallen van ziekte, vergiftiging,
van ongelukken of verwonding is dit de groote kracht,
die ons weer gezond maakt. Breekt iemand een been —
het is deze kracht, die bij de twee gebroken deelen een
vocht uit het bloed afscheidt dat stolt, en zoodoende
zorg draagt om de twee einden rust te geven; waarna
zich nieuw been in die stof vormt. Een geneesheer kan
dit proces niet verhaasten of vertragen, hjj kan het na-
gaan en de vrienden vertellen, hoe het ermee staat en
wanneer men veilig het been weer gebruiken kan.
Snijdt iemand zich — het is deze wonderbaarlijke kracht,
die het bloed stelpt, serum afscheidt, nieuwe bloedvaten
en zenuwen vormt in het beschadigde deel en het zoo-
doende in staat stelt zijn gewonen arbeid te hervatten.
Heeft er kneuzing of verstuiking plaats — het is deze
kracht, die ons weer in orde brengt, wat wij ook mogen
doen om ons herstel te bemoeilijken. Met ziekte is het
eveneens deze kracht, die vochten verwijdert, die absessen
geneest, en op alle mogelijke wijzen geneezend optreedt. De
natuur tracht altjjd het gestel in een goeden staat te houden.
Van alle verwerkte stoffen weet zij zich te ontdoen en
\\
-ocr page 98-
94
houdt het gestel zoodoende schoon. Deze schoonmaak
van opgehoopte vuilnis wordt door dokters als verkeerd
beschouwd en zn\' trachten haar tegen te gaan. Dat be-
hoorde niet gedaan te worden, het gestel moest veeleer
geholpen worden om die slechte stoffen te verwijderen,
want de natuur verricht er een goed werk mede. Over
dit onderwerp schrijvende zegt Dr. S. Dickson: „Dezelfde
genezende kracht, waardoor een snede of eene kneuzing
onder gunstige voorwaarden heelt, is ook in staat om
iedere stoornis in het gestel op te heffen. Hoe dikwh\'ls
heeft de natuur niet gezegevierd over de wetenschap,
zelfs in gevallen, waar de dokter zich maar al te zeer
had beijverd om tusschenbeide te treden. In zulke ge-
vallen, dat de patiënt „niettegenstaande" de geneesmidde-
len beter is geworden, rekent zich het meerendeel dei-
doktoren de eer van het herstel toe." Deze genezende
kracht der natuur maakt ons beter, trots alle leehjke
doktersdrankjes. Z|j vormt een deel van ons samenstel,
en zonder haar zou het spoedig met ons gedaan zijn.
Zonder haar, zouden wn\' alle verbanden en compressen,
die wij om onze wonden doen, met het oog op het nut
dat zn\' stichten, evengoed op onze schoenen kunnen aan-
brengen. Laten wn\' b.v. maar eens een eenvoudige wond
nemen en zien hoe de genezende kracht daarop werkt,
dan zullen w\\j een begrip krjjgen van hare werking.
Men snfldt zich met een mes in den vinger, een tijdlang
bloedt de wond, langzamerhand vormt het bloedserum
een prop aan het einde van de doorgesneden bloedvaten,
en het bloeden houdt op. Het bloed, dat reeds in de
wond was, vóórdat het bloeden ophield vormt met het
serum, dat nog na het stelpen afgescheiden wordt, een
roofje over de gewonde plek. Dit wordt van boven hard
en dient om het beleedigde deel rust te geven en de
lucht af te sluiten. Aan het gewonde oppervlak gaan
zich langzamerhand weer nieuwe celletjes, bloedvatenen
zenuwen vormen, waaraan men ziet dat de wond aan
het genezen is. De huid begint over de gewonde plek
heen te groeien, bedekt haar eindelijk geheel en dan is
alles weer in orde. Wanneer een snede geheel aan haar
lot wordt overgelaten, zal men dit zien gebeuren. Wjj
kunnen het herstel vertragen door de wonde te behan-
delen met stoffen, die de cellen, naarmate zn\' gevormd
-ocr page 99-
95
worden, weer vernietigen ; alle bijtende middelen bezitten
deze eigenschap en als w\\j een bijtend middel maar dik-
wijls genoeg toepassen kunnen wij voortdurend een wonde
plek houden. Gewoonlijk zal die genezen, wanneer zij
eenige tijd aan haar lot wordt overgelaten. Ook kan
het gestel in zulk een ellendigen toestand verkeeren, dat
geen nieuwe cellen gevormd worden, dan gaat de wond
zweeren. Chronische zweeren kunnen kunstmatig genezen
worden door trekpleisters, prikkelende middelen enz.
Zulk eene genezing is schadelijk; zy moet van zelf ge-
schieden om heilzaam te kunnen zijn. Die groote zwee-
ren bevrijden het gestel dikwijls van schadelijke stoffen
en bewaren zoodoende vele zondaren, die de regelen der
gezondheidsleer niet naleven, voor ernstige ziekten. Wan-
neer iemand, met een groote chronische zweer, hare of
zijne levenswijze verandert en gezonder leeft, zullen wij
zien, dat de zweer langzamerhand van onder af aan zal
beginnen dicht te groeien en dat er ook eene huidvor-
ming ontstaat over het nieuwe weefsel. Na korter of
langer tijd geneest de plek geheel. Dit is de natuurlijke
wijze van genezing en men behoeft niet bang te zyn
voor de gevolgen er van, want datgene, wat de zweer
gaande hield is nu langs den natuurlijken weg verwijderd
en het gestel is verbeterd.
Om terug te keeren tot wonden: de meeste dokters
zullen eene oplossing van karbol of van boorzuur ge-
bruiken, om kiemen of bacillen, die onvermijdelijk in
een wond geraken te dooden. De natuur doodt deze
kiemen echter zelf, want gezond bloed en serum werken
er vernietigend op. De zelfstandigheden, die zij gebrui-
ken, dooden tegelijkertijd sommige der nieuw-gevormde
celletjes en vertragen daardoor de genezing. Nog gevaar-
lijker is, dat de stoffen, die bij het verbinden aangewend
worden geabsorbeerd kunnen worden en verschijnselen
van bloedvergiftiging veroorzaken. Karbolzuur heeft dit
dikwijls teweeg gebracht wanneer het bij wonden van
beteekenis werd gebruikt. Terwijl men dus tracht de
kiemen te vernietigen kan men in stede daarvan zijn
patiënt dooden of zooals iemand eens zeer gevat aan-
merkte : „Hij mikte op de kiemen, maar schoot de pa-
tiënt dood."
Nu zal ik met een voorbeeld aantoonen, welke gunstige
-ocr page 100-
96
uitkomsten verkregen worden, wanneer men de natuur
haar gang laat gaan.
Een paar eeuwen geleden, toen medicijnen nog meer
gebruikt werden dan tegenwoordig, werd eene nieuwe
manier ontdekt om wonden te genezen. In die dagen
verbeeldde men zich, dat een wond niet genezen kon,
wanneer men er niet een pleisterverband om legde en
haar met de een of andere vettige stof insmeerde, zalf
genaamd. Het nieuwe middel bestond eenvoudig hierin:
de wond uitwasschen en dan met rust laten, terwijl men
het instrument, waarmee de wond was toegebracht, met
zalf insmeerde, in plaats van de wond zelf. Was dit b.v.
door een bijl geschied, dan maakte men deze eerst zorg-
vuldig schoon, dan smeerde men haar met zalf in, wik-
kelde haar in een windsel en hield haar warm. Gewoon-
lijk genas de wond goed door deze behandeling en de
uitvinder werd beroemd door zijn ontdekking. Z\\j wisten
weinig van de natuur in die dagen, zjj zagen het onge-
rijmde van hun denkbeelden niet in, maar aangezien z\\j
betere uitkomsten dan vroeger verkregen, waren z\\j
tevreden. Zonder twijfel hadden z\\j zeer geleerde ver-
klaringen voor den goeden uitslag der nieuwe behande-
ling. Wij zouden er beter aan toe zijn, wanneer nu nog
sommige onzer wonden volgens die methode behandeld
werden. Maar ik moet onze chirurgijns de eer geven,
die hun toekomt, want velen laten tegenwoordig de ver-
schillende methoden om wonden te behandelen, voor wat
zij waard zjjn, en geven de natuur grootendeels het werk
te verrichten.
Nu moeten haarklovers niet denken, dat ik iemand
kalm wil laten doodbloeden. Ik zeg: doe al, wat gij kunt
om het bloed te stelpen, maar laat de natuur zelf de
wond genezen. Het zij echter opgemerkt, dat een natuur-
lijke wond d. i. eene door scheuring ontstaan, meestal
van zelf zal ophouden met bloeden, waar een kunstmatige
wond (een snede) dit misschien niet zal doen. Wanneer
beenderen gebroken zijn, kunnen wij de twee einden bjj
elkander brengen en hen op de goede plaats houden,
terwijl de natuur de breuk geneest; wanneer wjj dit niet
deden zou er misschien eene vergroeing ontstaan, die
ook wel na verloop van t\\jd door het gestel verholpen
zoude worden, maar die nu eenmaal in onze tegenwoor-
-ocr page 101-
07
digo maatschappij als oen mismaking zon worden aan-
gezien. Bjj vele ongelukken zou alles van zelf terecht
komen, ■wanneer men den patiënt met rust liet, het bloed
stelpte, en het beleedigdc lichaamsdeel rust gunde. Het
is ook mh\'ne overtuiging, dat chirurgijns dikwijls onnoo-
dig ledematen afzetten, alleen omdat zh\' niet weten, dat
een ziek deel weer gezond kan worden, wanneer men
slechts een behoorlijke leefwijze volgt. Het is geen klei-
nigheid een onzer ledematen te missen en kan een groote
belemmering voor ons geheele leven zijn. Ieder, die de
natuur begrijpt en kent, zal niet dan zeer noode, zich
van „het mos" bedienen. Beeneter, absessen en meer
kwalen, waarvoor de chirurg zich nu van het mes be-
dient, kunnen veelal genezen worden door eene behoor-
lijke leefwijze. Ik geloof dat na eenige geslachten, wan-
neer de alcohol in eiken vorm, als drank afgedaan heeft
wanneer de tabak in de ban is gedaan, wanneer medi-
cijnen tot vergetelheid gedoemd zijn, wanneer elkeen zal
weten dat alleen door een juiste leefwijze wij gezond
kunnen blijven, wanneer naar gezondheid even goed als
thans nog naar rijkdom, gestreefd zal worden, de meeste
dezer ziekten verdwenen zullen zyn. Dan zal de plicht
van den chirurgijn zich in hoofdzaak beperken tot het
hulp verleenen bij ongelukken. Om die genezende kracht
der natuur aan te kweeken moeten wff naar behooren
leven, dan zullen wy ook spoedig herstellen van ver-
wondingen en andere ongelukken. Ik heb opgemerkt,
dat de wonden van menschen, die geen vleesch eten,
spoedig genezen, en dat zy over het geheel spoediger
van een ziekte herstellen dan menschen, die gemengd
voedsel gebruiken.
Een verkeerde leefwijze vermindert deze genezende
kracht zeer ; daardoor kunnen wij zien, dat slagers, brou-
wersgezellen, dronkaards, enz. zoo langzaam herstellen
van eene ziekte en hunne wonden langzaam heelen.
Wanneer wh" deze kracht willen ontwikkelen dan moe-
ten wij een juiste leefwijze volgen, en hebben w\\j de
meeste kans op een spoedig herstel wanneer wij op het
ziekbed worden geworpen.
-ocr page 102-
HOOFDSTUK XI.
Besluit.
Ik verzoek alle verstandige, denkende menschen eens
de denkbeelden te overwegen, die ik in dit werkje heb
ontvouwd. Wanneer deze hun toeschijnen geschikt en
goed te zijn, laten zij ze dan aannemen en hun leven
zoodanig inrichten, dat ziekte voorkomen wordt. Wan-
neer zy ziek worden, laten zij dat dan beschouwen als
eene waarschuwing; zij moeten dan cene wet overtreden
hebben en de ziekte is de boete die zy betalen. Kunt
gy\' ontdekken, waarin gij gezondigd hebt, pas daar dan
in het vervolg voor op. Laat het kwaad echter uitwerken
en tracht het niet op de gewone manier door medicynen
te onderdrukken. Wanneer gy dit doet, is het niet al-
leen mogelijk dat het u niet baat, maar gy loopt boven-
dien gevaar het gestel verder in de war te brengen en
zoodoende zoudt gy twee ziekten in plaats van ééne
krygen. Wil men een abnormalen toestand van het gestel
genezen, dan moet men het eerst bevrijden van alle ver-
werkte stoften, daarna de levenskracht vermeerderen en
dan is men op den goeden weg.
Er zyn vele ernstige mannen onder myne collega\'s,
die gaarne deze denkbeelden zullen aannemen, want
hierdoor krygen zy hoop, eenige ziekten, die men thans
voor ongeneeslyk verklaart, te genezen. Enkelen zullen
zeggen: „Als dat zoo is, schaf dan de geneeskunde als
beroep maar af, want iedereen, die zich op de hoogte
stelt van de juiste voeding, van lichaamsbeweging enz.,
-ocr page 103-
99
is dan in staat als geneesheer optctreden," of men zou
ook kunnen zeggen: „Als deze regels stipt worden na-
geleefd, zal er weinig meer voor den dokter te doen
zijn." Hierin ben ik het volkomen met hen eens; wan-
neer de menschen naar behooren leefden, zou medische
hulp weinig vereischt worden. Maar in de praktijk zal
men zien, dat dokters niet worden afgeschaft: de regee-
ring zal ons moeten aanstellen over districten en ons
voor het behoorlijk zorg dragen en onderhouden van don
gezondheidstoestand, betalen. De gezondheid der men-
schen behoorde de voornaamste wet te zn\'n. Daar ons
dan meer vrijen t\\jd ten dienste staat zullen wij de
werking der verschillende voedingsmiddelen, de beste
wijze van ventilatie, enz. kunnen bestudeeren. Wil een
dokter tegenwoordig kunnen bestaan, dan moet hij de
menschen niet op het goede spoor leiden, maar wachten
tot zij daarvan afgedwaald zn\'n en hem roepen; dat is
de beste manier om geld te verdienen.
Ik leg mijn stelsel het publiek voor, en wensch dat
het naar zijne verdiensten beoordeeld worde; als het
waar is, moet het mettertijd zegevieren, als het verkeerd
is, hoe eerder het dan valt hoe beter. Daar het een be-
trekkelijk nieuw stelsel is, zal het veel tegenstand onder-
vinden. Dat verwacht ik; maar ik ben overtuigd, dat
het zal blyken hooger te staan dan ieder tot dusver
bekend stelsel. Tot zieken en zwakken kan ik slechts
zeggen: volgt zoo stipt mogelijk de gezondheidsregels
op wat betreft eten, drinken, slapen, lichaamsbeweging
en versche lucht. Weest geduldig, werkt langzaam voort,
wanhoopt niet, mettertijd kunt gij uw ziekte dan ten
onder brengen en nog sterke, krachtige leden in onze
maatschappij worden. Zwakke kinderen kunnen, door een
juist toegepaste leefwijze, tot sterke menschen opgroeien.
Tot de ongeneeslijken of de z.g. ongeneeslijken zeg ik,
richt uw leefwijze juist in, uw leven zal hierdoor drage-
lijker worden en ook gy kunt nog uw deel van gezond-
heid en levensgeluk smaken. Vele van die z.g. ongenees-
lijke ziekten worden door eene behoorlijke leefwijze zelfs
geheel genezen. Vlieg niet van den eenen specialiteit naar
den anderen, en koop niet alle kwakzalversmiddeltjes,
die gij geadverteerd ziet, omdat zij\' misschien ziekten
genezen hebben, waarvan de verschijnselen eenigszins
-ocr page 104-
100
gelyk zyn aan de uwe. Wanneer gij gezondheid moet
zoeken, ga dan, als gn\' kunt, van de eene badplaats
naar de andere, vermaak u met de menschen gade te
slaan, maar leef tegelijkertijd volgens de regelen der
gezondheidsleer, dan zal het u geen kwaad doen. Zoek
ijverig naar de gezondheidswetten, leef die zooveel gij
kunt na, wees geduldig en houd goeden moed. Hoed u
voor medicijnen! Draag de ziekten, die gy hebt gedul-
dig ; vermeerder uwe kwalen niet door medicijnen, maar
tracht veeleer hen te verminderen door eene behoorlijke
leefwn\'ze te volgen. Verwacht nooit eene onmiddellijke
genezing van eenig middel of eenig stelsel, want doet
gij dit, dan wordt gij zeker teleurgesteld.
Ik heb gezegd. Indien door my iemand tot een beteren
staat van gezondheid geraakt, of een beter inzicht krijgt
in de wyze waarop hfl leven moet, ben ik voldaan.
-ocr page 105-
A A N T EEK EN I X (i E X.
Eenige wetenschappelijke uitspraken op het gebied
van medicijnen in de geneeskunde en allopathie.
(Overgenomen uit „ Waarom loij niet vergiftigd
moeten worden, wanneer wij ziek zijn".
1868).
Sir John Forbes, in leven lijfarts der koningin van
Engeland en de hooggachte uitgever van de British
and Foreign Mediaal Review,
geeft ons in de volgende
bewoordingen zijn oordeel aangaande medicijnen te ken-
nen, een oordeel, gegrond op langdurige ondervinding:
„1. In de meeste gevallen, die door allopatische
geneesheeren behandeld worden, is de genezing niet toe
te schrijven aan hen, maar aan de natuur;
2.    Veelal worden de zieken genezen door de natuur,
niettegenstaande de geneesmiddelen m. a. w. dat zij de
genezing inplaats van te bevorderen, tegenwerken ;
3.    Daaruit volgt, dat het in een groot aantal geval-
len even goed of beter zou zijn voor de patiënten, als
alle geneesmiddelen en in het bizonder medicijnen werden
afgeschaft." En hij voegt er nog met nadruk aan toe:
„De zaken — (d. i. de toestand van de geneeskunde) —
zijn zoover gekomen, dat er verandering in moet worden
gebracht of dat men er anders een einde aan moet
maken."
Professor Horace Green, M. D. van het New-York
College van Genees- en Heelkundigen zegt: „Het ver-
trouwen, dat men in medicijnen stelt, wordt zeer ge-
schokt door de ondervinding, die men in de praktijk opdoet."
-ocr page 106-
102
Professor S. St. John, M. D. van hetzelfde college,
zegt: „Alle medicijnen zjju vergift."
Professor Martin Payne, M. D. van hetzelfde college,
zegt: „Onze geneesmiddelen zelf zyn ziekteverwekkend."
En verder : „Medicijnen genezen eone ziekte niet, wanneer
zij eene andere te voorschijn roepen."
Dr. Forth zegt: „Er is bjjna geen oneerlijker ambacht
dan de tegenwoordige uitoefening der geneeskunde. De
monarch, die de uitoefening er van geheel verbood, zou
verdienen, dat men hem noemde onder de grootste wel-
doeners der menschheid."
Voorstanders der hygiëne schreven: „Naarmate wy
meer vertrouwen stellen in de natuur en minder in den
apotheker, vermindert de sterfte." Verder: Hygiëne
is van veel grootcr belang bij de behandeling van ziek-
ten dan medicijnen." En nog verder: „De sterfte zou
veel minder zijn, wanneer de menschen aten om te leven."
En ten slotte: „Ik heb chronische granuleuse oogontste-
kingen genezen door hygiënische behandeling, nadat alle
andere middelen gefaald hadden."
             Prof. Parker.
Professor Clark zegt: „Zuivere koude lucht is het beste
versterkende middel, dat iemand kan nemen."
Verder: „Bij roodvonk heeft men niet anders te doen
dan te vertrouwen op de Vis Medicatrix Naturae." En
eindelijk: „Een sponsbad zal dikwijls meer bijdragen om
een rusteloozcn koortspatiënt te verlichten dan eenig
ander middel."
Professor Barker zegt: „Hoc eenvoudiger men kinder-
ziekten behandelt, hoe beter."
Professor Gilman zegt: „leder jaar komt er een nieuw
middel tegen tering uit; maar een hygiënische behandeling
doet oneindig meer goed dan alle medicijnen te zamen."
Bovenstaande uitspraken zjjn slechts een greep uit de
vele die ik nog zoude kunnen vermelden en die in hoofd-
zaak dezelfde denkbeelden behelzen. Het zijn uitspraken
van mannen als: Prof. Alex. H. Stevens, Prof. Jos. M.
Smith, Prof. C. A. Gilman, Prof. A. Clarck, Prof. W.
Parker, Prof. H. G. Cox. Prof. J. W. Carson, Prof. E.
8. Carr, Dr. Radcliffe, Dr. C. Kidd, Prof. Evans, Prof.
Gregory, Dr. Benjamin Rush, Dr. Kamage, Dr. Marshall
Dr. Reid, Dr. Bostock, Dr. Baüy enz. enz.
-ocr page 107-
108
Aanteekeningen over bouillon en vleesch-extracten.
De vraag, in hoeverre bouillon van belang is in geval
van ziekte, wordt den niet-vleesch-eter steeds voorgelegd.
De vleesch-eter denkt, dat hjj ons in het nauw heeft
gebracht en vast heeft gezet, wanneer hij met het bouillon-
vraagstuk aankomt. Hij vraagt, waarom dokters het
alth\'d voorschrijven en wil u doen verstaan, dat het de
grootste zegen is in geval van ziekte en dat de patiënt
zonder dat zeker zou sterven. Laten wij nu eerst eens
nagaan, waaruit Liebig\'s vleeschextract alzoo is samen-
gesteld en vervolgens de bestanddeelen van z.g. „werkelijk
krachtige bouillon" onderzoeken. Liebig\'s extract wordt
van mager rundvleesch bereid, zoodat om te beginnen
alle vette of koolstofhoudende bestanddeelen ontbreken;
verder bevat het geen eiwit, omdat dit in de spieren
is achtei-gebleven. Waaruit bestaat het dan? Hoofd-
zakelijk uit bestanddeelen, die ook in de uitwerpselen
voorkomen zooals leucosine, tyrosine, xanthine en uit
andere extractiefstoifen en zouten. Deze stoffen zjjn
prikkelend en giftig; men kon iemand even goed een
langzaam vergift toedienen. Liebig\'s extract is dus\'
schadelijk in plaats van voedzaam; wanneer men het
onderzoekt komen de werkelijk nadeelige eigenschappen
aan het licht. Toch worden duizenden misleid door de
enorme reclame van deze Maatschappij. De menschen
denken, dat het goed moet zijn, omdat men voor een
pond extract 40 pond vleesch noodig heeft; alsof men
40 pond voedsel in één pond kon samenvatten! Dat is
immers onmogelijk. \'\'
Nu komt bouillon, thuis gemaakt, aan de beurt. De
vriendelijke, goede huismoeder vertelt u dat haar bouillon
de ware en krachtig is en koud geworden een heerlijke
dikke gelei vormt. Wanneer zij deze trillende massa
ziet, verbeeldt zij zich werkelijk, dat de bouillon sterk
en voedzaam is.
Laat ons eens zien, hoe zij hem maakt. Zij koopt
mager vleesch, ontdoet het zorgvuldig van alle vet; dan
hakt zij het fijn en zet het in een kan of kruik in den
-ocr page 108-
104
oven; er moet geen water of iets anders bijkomen. Na
twee of drie uur neemt zjj het uit den oven, perst al
het vocht eruit, terwjjl zij oppast dat er geen deeltje
vet in blijft. Dit is haar bouillon, die koud geworden
gelei vormt. Hij is niet veel beter dan Liebig\'s extract,
behalve dat er wat meer eiwit in blijft, waardoor het
zich tot gelei vormt. En dit eiwit is al het voedsel,
dat die bouillon bevat; waarlijk het is een armzalig en
kostbaar voedingsmiddel!
Om de waarde van bouillon als voedingsmiddel te be-
palen, wil ik even een proef vermelden, welke men daar-
mede in Frankrijk op honden genomen heeft. Twee paren
honden werden genomen, zoo nauwkeurig mogelijk over-
eenkomend, welke afgezonderd werden gehouden. De
allerbeste bouillon die men zich denken kan werd ge-,
trokken, waarmede het eene paar gevoed werd, terwijl
het afgetrokken vleesch en het verdere afval tot voedsel
voor het andere paar strekte. Het gevolg was dat de
honden met den bouillon gevoed een langzame honger-
dood stierven, terwijl het andere paar, dat niets dan het
afval kreeg, bleef leven en nagenoeg geen schadelijke
gevolgen van de proefneming ondervond ! Onze tegen-
standers zijn hiermede onbekend, anders zoude het
geschetter over bouillon spoedig gedaan zijn.
Xu zult gij vragen: waarom wordt het dan altijd door
doctoren voorgeschreven. Ik antwoord: om twee redenen,
Ten eerste, omdat de dokters dikwijls niet weten
waaruit het is samengesteld en omdat zij beschuldigd
zouden worden van onachtzaamheid, wanneer zij het niet
deden. Ten tweede, omdat zij, als ze het weten, het
weleens beter achten, iemand honger te laten lijden om
hem zoodoende van zjjne ziekte te bevrijden; of zy schrij-
ven het voor met rijst, gerst, enz. en dan weten zij, dat
het voedzaam is. Wanneer vleeschetende patiënten bouillon
wenschen te hebben, schrijf ik het hen altijd voor op
laatstgenoemde wijze toebereid. Nu zullen sommigen
vragen, hoe het dan komt dat zoovele menschen herstel-
len, terwijl zij het gebruiken, wanneer er toch zoo weinig
voedsel in zit. Ik antwoord hierop, dat de patiënten
vooreerst niet alleen van bouillon leven maar bovendien
ook brood, vruchten, pap, enz. krijgen waar oneindig
meer voedsel in zit dan in bouillon. Ten tweede kan het
-ocr page 109-
105
gestel, in th\'d van ziekte, het voedsel dikwyls niet ver-
teren en dan teert het lichaam op zijne eigene weefsels.
Het groote publiek is hiermede onbekend en dientenge-
volge krjjgt de bouillon de eer. Gedurende een acute
ziekte kan er maar zeer weinig voedsel gebruikt worden.
Wanneer iemand iets in plaats van bouillon wil hebben,
laat dan witte boonen, paarlegerst, rijst, wortelen, rapen,
en een ui samen stoven; die pap filtreeren en het vloei-
bare gedeelte kan men wat geroosterd brood gegeten
worden. Koud geworden, zal dit een zeer voedzame gelei
vormen, die oplosbaar zetmeel, eiwit en suiker bevat,
alle stoften, die gemakkelijk door het lichaam worden
opgenomen. Ook mag men een sago- of een tarwe- of
havermeelpap met vruchten en melk gebruiken. Gedurende
het herstel behoeft men volstrekt geen bizonder voedsel
te eten; ieder voedsel, dat verteerd kan worden, is ver-
sterkend. Daarom laat ik aan herstellenden ook alt\\jd de
vrjje keuze; zij mogen iedere meelspjjs of iedere vrucht
eten waar zij trek in hebben. Ik raad hun alleen aan
matig te zjjn in het gebruik van eieren, kaas, peulvruch-
ten en rauwe groenten zooals sla; toch heb ik met dit
eenvoudige dieet de beste uitkomsten verkregen.
T. R. Allinson, L. R. C. P., in de Dietitic Hefarmer.
Maart 1885.
Van Dr. ALLINSON verscheen verder nog:
MEDISCHE VERHANDELINGEN II en III.
Tweede verbeterde druk.
Prijs per deeltje, gecart. f 0.60.
Het Boek voor gehuwde Vrouweq.
Derde verbeterde druk.
Prys f 0.60.
rhei7matiek.
Oorzaken, Verschijnselen, Gevolgen, Behandeling, Genezing.
Prh\'s 25 Cent.
-ocr page 110-
INHOUDSOPGAVE.
Bladx.
VOORREDE.
DK MENSCH IX BETREKKING TOT ZIJN OMGEVING.       13
Wat ziekte is............      20
Hoe de mensch ziek wordt.......      29
De eenheid in ziekten........      41
Hoe wij, ziek zijnde, door ons eigen toedoen
weer gezond kunnen worden.....      50
Het medicijnenstelsel........      68
Waarom is het medicijnstelsel verkeerd ?      76
Het gewettigd gebruik van medicijnen . .      88
De ware heelkunde.........      91
De „Vis medicatrix naturae"......      93
Besluit..............      98
Aanteekeningen:
Eenige wetenschappelijke uitspraken op het
gebied van medicijnen in de geneeskunde
en allopathie...........     101
Over bouillon en vleesch-extracten . .     103
-ocr page 111-
BC
*
n
as
aa
^£3
CD
w o
—;
—
< o
Eb i-I
I-S -3
o _: lO
CD
s4*
=
o K g »
BS
3 c
C3
£Ü
S 1
\'S <4—
Mt
si e
33
<0
nderri
Zei
S?
BÊ3
»
1-5
p
B
^j
0
w
3 «-^
ag
o
o
33
voor z
VOO
ELSC
DOOR
BAREXT
igeu d 15
4.65.
•15
es
t4 «o
1—1 -8 .»
o oa 8 ®
p 5 _jj
° ij 2> ^
>
i-s
03
| oo
1 ^
ENG
M. E.
afleveri),
f
Bg
BC
" \'JA ^~.
tl s
° ^
e-
W
G
O
■^
*>
sa
-9)
® M
*
CO C_
3
a
<0
rO CX>
o> CD
w
o
w
J
fl-3
35
o
ta
o s Ü .
;z;
» \'s
CD
>
CD
RANS
DOOR
A. HOF
ringen i
ƒ4.65
<5
DOOR
. XUYE
veringen
CD
Pm ~
<3
< ^
^
o «^
H
e
LD
■ 5
i—i
1
-ocr page 112-
W InS         I-*
O 7t S tl £-
o S 5 a 5
«5 5 * §
2 » 3.
s. s s & «
2.5 prcS?\' £,
ff!
M
f!
?!
7? 7? O?
& Sr1 n
ï &&
2   ei
ei 3   3
3           cd
act   3
CD B
2 CD
O 1
P N> <
0»\'0     O
g/2 ei o. 2.
g g 3 25   55
-"■ 2 cl _,   b
-
::2. 4 a
O
C6
fv             a
§ B-I\'S"
5 S° 2
SS. 3*5 5?
CO?
IlB
ȕ
l|f| =
slls-i"
c?^|°c? i
fï,°
2
a
t
B  » 5\'
cl cc
es a 2
H P (t
Cl 3
3 r*
I\'S g
CD
\'/.
»
B - »
2 85"
S rt
3 Cl£
ff w<5
-g pr
2s o ce
O\'S ff
cl 2b 3
3 3 CL
3 I » o
o 5, n
CD
   Si? 95
si ff, o,
«   cd Cl 9
3
N              CD
ff B
t 3 rt
O 95
S.2.cT
S»3
oo Cl
CD —OP,
?T3 ff
2^3
B ~ ja
&S ^
ff E w
ag g.
2 ?r
55 2 -
S"§ §
^^§
§,§■
et <^*
<S:
2.«"
Cl
O
CD     CD
CL   CD
2  3
1
-s
Cl I- Cfcj
„CS CD
E CD B
Cl CL
&2
^ 3
ff 5Ï
ff SS,
3 S
CD S
-.&
3 I
h- CD
23 B
^c?
en? sj
Cl Cl
sa
&CL
31 °
§2
»i
B 95
J. 3
3
CD
3
CL
—.
CD
r
CD
3
<
O
I
B" ce
e*       ft, o
ETS o-S
& Sr B
B *% &
3           os CD
lM!
O,            Cl
Is il
h™:
w £ 5
C 3 T3
.
g aer » o
B Cl Cl *1 CD
3 o «3 ff
«Cj Ü CD
2 g "
3 £
p-S
2
3" cT
B B
2   O Cl 95
"1 3, cd 25
    *
^ 2 3 3  §
g " era 2
3   ^ 25 CD    3
— 95 3
          5\'
3 m 95     CD
3. „ 2- 95   ^
CD 2\'" -     a
B &0 „.    3
25 ^ O    ET
3 2 °-°  \'S
K 3 CD 25  T2
g jb er »   95
2. n CD          95
B-g s a  w
* cl g 5-  o,
N,
o\'
tr
<;
llï
P
ik
1=1
it§
ij
S" "
ja CD
sa CR »
1-1
CD
p
95o
N
2 o
< 3
I
<   3
CD     rt
N     CD
*  5
-
3 SIS
« ff-ffi
Cl 1
CD
ca: öj o
JT ff w
tB: i-i
— cd
§•5*
a o-
ff 2
r- CD
CB CD
3 3
Cl
O 25
O 95
pra.
CD Pj
3 3
» B
fi ff
r b
as
B
o 2
en?
g-g.
is cd §• 2-
e:: cd ff, g
B* B CD
S £-. 3
2*3 h 3
o°. S^ 5 «
3
95
CD 3"
P=-
2 =
Cl
«
CD
3
M » fi
CD
SbSCHS     •
2 e ®    ■<
g S B\'l  3
1^2:3  g
5  !l 3. pr g
r* er ci cd   Cl
2.5=3   ff
X i-t-         e*
a 2 <p: »  95
^1 t-p  I
o 2 aocnï   \'-
o B £• CD   B
3- ^ ff e»    3
^r* *3 CD o   O
O/P CLB"  2
p B M Cj    «*
lg-53- 2   |
Sb3 §   pt
S§cTi«
6  ff 3 S   B
B- cc £ &
   B
CD t 3h vf   ^..
V.
3
? 2.S5
«■ O CD
a CD «■
CD
Cl ~\' cd"
„ CD 25 -<q
2. R"
CD
3 Cf? —. cd
CD
o
"3
CD
CD
3
N PT ff
3" 3
g-CO? _
-1 cl .O
<i 5
§
CD cl
3 Cl
* C
CD ff
N CD
PT
o
B_
7.\'
f41
«s lis*
ff ff 2 S
N B        »-L
ff Cl n 3,
3 cd cl Cl
er
CD
cT
3
SU
3
Hl
-ocr page 113-
-ocr page 114-
-
\'
\'•
.
.
•
.
-ocr page 115-
-ocr page 116-
Uitgaven van 8. L. VAN LOOY, Amsterdam.
Bibliotheek voor yongens en Meisjes,
onder Redactie van NELLIE.
No. 1. VRIENDEN VAN ALLERLEI SLAG.
Uit het Eugelach van MAKY BAMFOKD.
Naverteld door NEI.LIK. - (ïeïllnstreerd door JAN VAN OOKT.
Prijs /\'O.tiO; keurig gebonden /\' U.90.
INHOUD: Voorbericht. - Kikkerpraatjes. - Nog eenige bijzonder
heden over de Kikkers. - Hijengegons. - Sprinkhauen-gekeuvel. -
Wat de Krab te vertellen had. - De slimme krab. - Ken praatvaartje
op bezoek. - Vlinders. - Ken riipsenplaag in lt<97. - De alleen-
spraak van een Slak. - lliereugedachlen. - Verjaardags-tuededeelingen
van een Oester. - Ken kleine vriendin en haar verwanten.
No. 2. UIT VERRE LANDEN.
\'De Geschiedenis van den Kleinen Eskimo Kudlago.
/               DOOR
X. VAX HICHTUM.
Geïllustreerd door U. en W. VAN SCHAIK.
Prys ƒ0.60, keurig gebonden ƒ0.90.
INHOUD: Inleiding. - Waar Kudlago woonde. - Voor het eerst
op de zeehondenjacht. - Hoe Kudlago en zijn vader den zeehond
topten. - Hoe de harpoen van Kudlago er uitzag. - Kudlago en
Toolemak komen weer thuis. - Het leest. - Kudlago maakt met
zijn vader een nieuwe slede. - Barbekark en de vischjes. - De
berenjacht. - De zomer in Groenland. - De „Kabloouet". - Op de
rendierjacht. - Wat Toolemak vertelde. - Kudlago wil meê naar
Engeland. - Kudlago wordt gewassehen. - Kudlago gaat op reis.
tëlk deeltje, keurig gedrukt op fraai papier, is
afzonderlijk verkrijgbaar en b{j uwen Boekhandelaar te
bekomen.