-ocr page 1-
I 1
r;
BESCHRIJVING
NEDERLANDSCHE ZEEGATEN.
DEEL I.
! 1 \'
ZEEGAT VAN VLISS1NÖEN
KK
I
i .
• ■
SCHELDE.
KGEVEN DOOR HET M
936638
INISTERIE VAN
1849
f1!
AFDEEL1NG HYDROGRAPHIE.
DERDE DRUK.
II I > \'
KIe Voorbericht.
Bijgewerkt tot en met ,.H. a. 25." K". 2S9—1895.
» i
\'S-GRAVENHAGE ,
Gedrukt ter Algcmeenc Landsdrukkerij,
en verkrijgbaar bij de „GEBROEDERS VAN CLEEF", Spui 28.
\'< <                  1896.
\'■,
Pii|s f 0,50.
\'V
<•■■
-n
-ocr page 2-
T oct. .
\\7>mk
-ocr page 3-
r*y* lZZl>é
-ocr page 4-
-ocr page 5-
CL
BESCHRIJVING
DER
NBDBRLANDSCHE ZEEGATEN.
DEEL I.
ZEEGAT VAN VLISSINGEN
i-:n
SCHELDE.
UITGEGEVEN DOOR H
8�5133
ET MINISTERIE VAN MARINE,
AFDEELING HYDROGRAPHIE.
DERDE DRUK.
\'S-GRAVENHAGE ,
Gedrukt (er Algemeene Landsdrukkerij,
en verkrijgbaar bij de „GEBROEDERS VAN CLEEF", Spui 28.
1896.
-ocr page 6-
-ocr page 7-
VOORBERICHT.
De eerste beschrijving van de monden van de Schelde werd in 1824
samengesteld door den kapitein-luitenant ter zee J. C. Rijk, naar de
door hem in 1823 en 1824 verrichte opneming.
Deze werd in 1842 en in 1855 herzien door den luitenant ter zee 2de
klasse A. van Rhijn naar aanleiding van zgne opnemingen in 1841,1847
en 1855; in 1859, 1861 en 1862 verschenen daarvan nieuwe drukken-
In 1865 werd de opneming van 1863 en 1864 door den kapitein-
luitenant ter zee A. R. Blommendal in de beschrijving ingelascht, in
1870 en 1875 verschenen daarvan nieuwe drukken.
De vierde uitgave verscheen in 1884 naar de opneming in 1875 en
1876 door den luitenant ter zee 1ste klasse H. A. de Smit van den
Broecke, ook werd hierin opgenomen de rivier de Schelde, waarvan in
1662 eene opneming en in 1867 eene herziening plaats had, beide door
den kapitein ter zee A. R. Blommendal, in 1878 en 1879 eene nieuwe
opneming geschiedde door den luitenant ter zee 1ste klasse jhr. T. E.
de Brauw.
Deze werd in 1888 geheel omgewerkt door den luitenant ter zee 1ste
klasse C. J. de Jong Pzn., in 1892 verscheen daarvan een nieuwe druk,
waarin is opgenomen de door hem in 1890 verrichte opneming der rivier.
De zesde uitgave is bn\'gewerkt door den luitenant ter zee 1ste klasse
J. M. Phaff naar de door hem in 1894 en 1895 verrichte opneming van
het zeegat van Vlissingen.
Alle vorige beschrijvingen en berichten aan zeevarenden, tot en met
B. a. Z. n". 277-1895, die betrekking hebben op dit gedeelte, z\\jn
daardoor vervallen.
De Chef der Afdeeling Hydrographie van het Ministerie van Marine
te \'s Gravenhage beveelt zich aan voor mededeeling, liefst rechtstreeks
en schriftelijk van in deze beschrijving voorkomende leemten of fouten.
-ocr page 8-
IV
DE KOERSEN EN FEILINGEN N DEZE BESCHRIJVING ZIJN MAGNETISCH; DE FEILINGEN,
DIE OP DE LICHTEN BETREKKING HEBBEN, ZIJN GEREKEND UIT DE STANDPLAATS
VAN DEN WAARNEMER.
DE AFSTANDEN ZIJN OPGEGEVEN IN ZEEMIJLEN VAN 60 IN ÉÉN BREEDTEGRAAD
DE AANGENOMENE LENGTE VAN ÊÉN VADEM IS IS DECIMETER.
DE DIEPTEN ZIJN OPGEGEVEN IN DECIMETER ((I.IU), HERLEID TOT DEN
GEMIDDELDEN LAAGWATERSTAND.
DE HOOGTE DER LICHTEN IS OPGEGEVEN BOVEN HOOGWATER; VOOR DU ZIC
099833
HTBAARHEID
HET OOG VAN DEN WAARNEMCR AANGENOMEN 4,5 M. BOVEN WATER.
Stelsel van betoiniing voor de Nederlandsche zeegaten.
Het navolgende stelsel van betonning is voor de Nederlandsche zee-
gaten aangenomen :
1.    Met S.B.- of B.B. tonnenkant of zijde van het vaarwater wordt steeds
bedoeld de rechter- of linkerzijde van het vaarwater voor een binnen-
komend of voor een schip in de hoofdrichting van den vloedstroorn varende.
2.    Tonnen waarvan het boven water uitstekende gedeelte kegelvormig
is, worden spitse tonnen genoemd. Zij liggen altijd aan S.B. zn\'de van
het vaarwater en zijn roodgeschilderd.
3.    Tonnen waarvan het boven water uitstekende gedeelte plat is,
worden stompe tonnen genoemd. Zij liggen altijd aan de B.B. zijde van
het vaarwater en zijn zwart geschilderd.
4.    Tonnen waarvan het boven water uitstekende gedeelte bolvormig
is , worden kogeltonnen genoemd. Zij dienen in den regel om de scheiding
van twee vaarwaters, of\' een ondiepte middenvaarwaters aan te geven
en zijn zwart en rood horizontaal gestreept.
Liggen zij tusschen tonnen van denzelfden vorm en kleur, dan zijn
zij geheel overeenkomstig deze geschilderd.
Kogeltonnen zijn altijd, de overige in bijzondere gevallen van top-
teekens voorzien.
5.    Tonnen welke buiten het zeegat liggen en dienen om zich bn\' het
aandoen daarvan te verkennen, worden verkenningtonnen genoemd, zy
zijn van een bijzonderen vorm en op verschillende wijze geschilderd.
6.    In de binnenvaarwaters worden, waar zulks noodig is, de tonnen
door drjjfbakens vervangen.
7.    Wrakken worden aangeduid door groengesehilderde spitse of stompe
tonnen, naar gelang het wrak aan S.B. of B.B. zijde van het vaarwater
-ocr page 9-
V
ligt. Ligt het wrak midden vaarwaters dan wordt het aangeduid door
een stompe ton aan S.B. en door een spitse ton aan B.B. zyde van het
vaarwater.
8.    Topteeken zijn\'
Een ruit ter aanduiding van den buitenkant (zeezijde) eeuer bank.
Een kegel ter aanduiding van den binnenkant eener bank.
Een bol ter aanduiding van S.B. zijde van het vaarwater.
Een afgeknotte kegel ter aanduiding van B.B.zijde van het vaarwater.
Een staand en een liggend kruis als bijzondere merken en b(j kogel-
tonnen tot aanduiding dat men aan weerszyden kan passeeren.
De bol en afgeknotte kegel worden ook als topteekens gebruikt bg
de bakens.
De topteekens hebben dezelfde kleur als de tonnen en bakens waarop
zij geplaatst zijn.
9.    De tonnen der zeegaten zijn gemerkt met een doorloopend nummer
van uit zee beginnende en bovendien met de eerste letter van het zeegat.
Nummers en letters zijn wit.
10.    De betonning der vaarwaters van de Eems, zijnde bü overeen-
komst vastgesteld , zoomede de bebakening van de Wadden , wn\'ken van
dit stelsel af.
Aanduiding van wrakken door oen vaartuig.
Wanneer een wrak door een vaartuig wordt aangeduid voert dit \'s nachts
aan eene ra, G M. boven water, drie vaste licbten geplaatst als volgt:
aan de zijde waar men het vaartuig moet passeeren een rood licht en
loodrecht daaronder, op minstens 0,5 M. en niet meer dan 1 M. afstand,
een wit licht; aan de zijde waar men het vaartuig niet moet passeeren
een rood licht. Deze lichten zijn rondom zichtbaar tot op 1 zeemjjl,
overdag worden zij vervangen door zwarte bollen.
Indien de lichten op het wrak zelf worden geheschen of het vaartuig
ter aanduiding boven het wrak ligt dan vervalt het laatstgenoemde
roode licht.
-ocr page 10-
VI
INHOUD.
HOOFDSTUK I.
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
Bladz
Voorbericht...................          m
Algemeene Aanwijzingen..............          iv
Stelsel van betonning voor de Nederlandsche zeegaten. Aanduiding
van wrakken door een vaartuig........ . .       ïv-v
Zeegat van Vlissingen. — De kust. Ostende. — Blankenberghe.      1
Heyst. — ïteddingboot. — Land van Kadzand......      2
Walcheren. — Middelburg..............      3
Vlissingen. — Tijdbal. — Peilschaal. — Kanaal van Walcheren      4
Reddingboot. — Lichten...............      5—9
Kustwacht. — Vuurpeilseinen. — Vlaamsche banken ....    10
Ruytingen. — Tonnen — Lichtschip. — B:ink van Ostende. —
>Stroombank...................    11
Bank van Wenduyne. — Ton. — Fairybank. — Hinder. —
Noord-Hinder..................    12
Lichtschip. — West-Hinder.............    13
Lichtschip. — Oost-Hinder..............    14
Blighbank. — Buitenbanken. — Thorntonbank......    15
Lichtboei. — Rabsbank. — Schaar. — Schouwenbank. ...    16
Lichtschip. — Middelbank. — Steenbanken.........    17—18
-ocr page 11-
VII
Bladz.
Tonnen. — Steendiep. — Banjaard...........    19
Tonnen. — de Rassen. — Watergetgden........    20—28
Loodsen. — Wielingen. — Wandelaar. — Lichtschip ....    23—25
Ribzand. — Bol van Heyst. — Lichtschip........    20
Bol van Knocke. — Sluische hompels. — Zand......    27
Binnen Paardenraarkt. — Tonnen. — Spleet. — Deurloo. . .    28
Vlakte van den Raan. — Schoonevelds droogte. — Raan. —
Walvischstaart. — Elleboog. — Nolleplaat. — Rassen. —
Tonnen....................    29
Oostgat. — Kueerens — Kaloo en Botkil. — Bankje van Zou-
telande. — Galgeput. — Sardijngeul.........    30
Tonnen. — Peilschaal. — Watergetn\'den.........    31—34
Zeilaanwn\'zing...................    35—40
Reede Vlissingen.................    41
HOOFDSTUK II.
DE SCHELDE VAN VLISSINGEN TOT ANTWERPEN.
De Schelde. — Terneuzen..............    42
Kanaal van Gent en Zuid-Beveland. — Antwerpen.....    43
Tydbal. — Sleepdienst. — Lichten...........    44—50
Watergetjjden. — Loodsen. — Honte..........    51
Tonnen. — Peilschaal Borsele. — Sloe. — Kaloot.....    52
Tonnen. — Reede Rammekens. — Vaarwater van Hoofdplaat. —
Tonnen. — Vaarwater van Filippine.........    53
Pas van Terneazen. — Tonnen en bakens........    54
Peilschaal Margarethapolder. — Ankerplaats. — Vaarwater van
Everingen. — Tonnen. — Middelgat.........    55
-ocr page 12-
vm
Bladz.
Tonnen en bakens. — Peilschaal Hoedekeuskerke. — Douane. —
Schaar van Waarde................56
Zuidergat. — Tonnen en bakens............57
Ankerplaats. — Reede Walsoorden. — Peilschaal Walsoorden en
telegraafkabel. — Schaar van de Noord........58
Nauw van Bat. — Tonnen en bakens. — Reede van Bat en
Douane. — Vaarwater boven Bat tot Antwerpen. — Tonnen
en bakens...................59—60
Ankerplaats van Saaftinge. — Peilschalen boven Bat. — Quaran-
taine en Douane. — Zeilaanwijzing \'s nachts......62—63
Tabel I; letterteekens van de Nederlandsche visschersvaartuigen 64
Tabel II; havengetallen en verval...........65
-ocr page 13-
HOOFDSTUK I.
ZEEGAT VAN VLISSINÖEN.
Variatie in 1896 14° 40\' W.
Jaarlijksche vermindering ongeveer 8\'.
In het zeegat van Ylissingen bevinden zich drie vaarwaters, de
Wielingen, de Deurloo en het Oostgat, waarvan het eerste of het
Zuidelijkste langs de Belgische kust en het land van Kadzand strekt
en het laatste in hoofdzaak langs de W.kust van het eiland Walcheren
loopt, terwü\'1 de Deurloo het middelste dezer drie vaarwaters is en door
banken en vlakten van ongelijke diepte van de Wielingen en het
Oostgat gescheiden is.
De KUST van België is van Ostende tot de Nederlandsche grens
over het geheel laag en met zandduinen bezet, waarboven men de ver-
schillende badplaatsen met hunne groote gebouwen en enkele kerktorens
ziet uitsteken.
Ostende heeft eene goede haven , waarin met laagwater 30 d.M. minste
diepte wordt gevonden.
De toegang tusschen twee in zee uitgebouwde hoofden wordt door
spuien met boezems op diepte gehouden, dit spuien wordt aangekondigd
door ballen, geheschen op de sluizen.
De visschershaven loopt met laagwater geheel droog.
Kenbare punten zyn de groote gebouwen op den zeedijk, de toren
van de kathedraal met eene korte spits , de spitse toren van de kerk
in het Hazegras, de vierkante toren van het station, de witte licht-
toren en de opstanden van de havenlichten.
De kust van Ostende tot Blankenberghe is vlak met lage duinen.
BeO. Ostende liggen Breedene met een stompen toren, de Spanjaards-
duin die iets hooger dan de overige duinen is, het douaniershuis en
eenige villa\'s op en achter het duin van den Haen, de spitse toren
van Olemskerke en de witte korte toren van Wenduyne.
Blankenberghe, ruim 8 zeem\\jl beO. Ostende, heeft een visschers-
haven , die met laagwater droog loopt.
In den toegang tusschen twee in zee uitgebouwde hoofden vindt men
dan slechts enkele d.M. water.
-ocr page 14-
2
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
Kenbare punten zn\'n de groote gebouwen op den zeedijk , de beide
torens van het Casino, de stompe kerktoren met klein spits dak, de
achtkante roode steeneu lichttoren , de koepel op de wandelpier en de
menigte op het strand staande badkoetsen.
De dijk beW. Blankenberghe draagt den naam van dijk van Graaf Jan.
Tusschen Blankenberghe en Heijst ziet men den hoogen spitsen kerk-
toren van Uytkerke en den kleineren van Ramseapelle, den hoogen
stompen kerktoren van Lisseweghe, en de drie hooge torens van Brugge,
die ongeveer 7 zeemn\'1 landwaarts in staan en op grooten afstand uit
zee te zien zn\'n.
Heyst, ligt ongeveer 5 zeemyl beO. Blankenberghe.
Kenbare punten zn\'n de gebouwen op den zeedijk, de spitse kerktoren
en ongeveer 1 zeennjl beW. Heyst de sluizen van het Leopoldskanaal.
De kenbare punten op de kust tot Knocke z\\jn de stompe toren van
Westcapelle en verder een kennelyk duin met platten top , het Gaanpad
genaamd.
Op het duin beN. het dorp Knocke, 2 zeennjl beO. Heyst, staat een
roode vierkante steenen lichttoren, daar beW. eenige groote gebouwen
op den zeedyk, de kerktoren is wit en stomp met een klein spits dak.
De kust van Knocke tot de grens tusschen België en Nederland, die
zich nagenoeg 3 zeemijl beO. het licht van Knocke bevindt, levert
overigens geene kenbare punten meer op; alleen ziet men op deze
hoogte nog den stompen toren van St. Anna.
Naby de grens bocht de kust belangrijk in en draagt hier den naam
van het Sluische gat, duinen ontbreken hier geheel.
Nagenoeg 4 zeemijl landwaarts in staat de stompe toren van Sluis,
dichterby de kleine toren van Retranchement en een molen daar beN.
REDDINGBOOT. Op de Belgische kust zijn reddingbootstations ge-
vestigd , te Ostende één boot aan elke zijde van , en één in de haven,
te den Haen één bij het douaniershuis, te Blankenberghe één beW.
de haven, te Heyst één aan weerszijden van de Leopoldsluizen, en te
Knocke één beW. den lichttoren.
Land Tan Kadzand. De duinrij , waarop het badhuis van Kadzand ,
het huisje van de Gaten en de verklikker van de Nieuwe-Sluis, wordt
even beO. de grens afgebroken door de uitwateringssluis aan de Wie-
lingen en eindigt ongeveer 2,5 zeennjl beO. deze, z\\j wordt dan
vervangen door dijken, die tot indijking van verschillende polders op
het. N.gedeelte van het Land van Kadzand dienen. Deze dijken zijn
door rijzen, met steenen bekleede dammen en paalhoofden verdedigd,
dicht langs de koppen dier dammen en hoofden is het vaarwater steil
en diep.
Tot de Nieuwe-Sluis ziet men achter de duinrij veel hoog hout, waar-
tusschen nu en dan de kleine spitse kerktorens van Kadzand en Nieuw-
vliet met hunne molens, de lange fijne spits van Oostburg en de hooge
toren van Aardenburg te zien zijn.
Het Kruisboofd is een kenbare dijkhoek even beW. den verklikker
-ocr page 15-
BELGISCHE KUST. — LAND VAN KADZAND. — WALCHEREN.                       3
van Nieuwe-Sluis, een weinig verder ziet men de boschjes van Wulpen.
Eindelijk staat tusschen het Kruishoofd en de opstanden van de
geleideliehten van Nieuwe-Sluis, landwaarts in, de hooge spitse kerk-
toren van Groede, nabij dezen staan twee molens.
Walcheren. De W.kust van dit eiland bestaat van af het Oosterhoofd
tot nabij Vlissingen , met uitzondering van den Westkappelschen dük , uit
eene duinrg , waarvan die beO. Domburg en beZ. Zoutelande hooger
zijn dan de overige.
De kenbare duinen van af het Oosterhoofd, dat een kaal duin is tot
den Westkappelschen dijk, zijn het Oosteroog, het Westeroog en de
Rassen , het Domburgsduin , waarop verscheidene gebouwen staan, de
Vrakbil, de Koeduin, en de Klinkersduinen.
Tot behoud van de duinen op de N. en W.kust zijn ze van ongeveer
0.5 zeemijl beZ. het Oosterhoofd door rijzen, met steenen bekleede
dammen en paalhoofden verdedigd ; de Westkappelsche dijk , een hooge
zeedijk, dient tot bescherming van den W.hoek van het eiland. Nabij
den Z.hoek, die den naam van Zuiderhoofd draagt, staat op dien dflk
de Westkappelsche molen.
Het diepe vaarwater loopt dicht langs den dijk.
Een der kenbaarste punten op het eiland is de roode vierkante steenen
liehttoren van Westkapelle , zijnde deze de oude kerktoren van dit dorp,
in 1470 gebouwd, en in den regel reeds ver buiten de banken te zien.
BeW. den liehttoren staan binnen den dijk nog twee molens en de kerk
van Westkapelle met een klein torentje op het midden, op den N.hoek
van den dijk de roodbruine liehttoren van het geleidelicht. Op korten
afstand achter de duinen ziet men de kerktorens van Domburg en Oost-
kapelle, waarvan de eerste hoog en spits, de tweede breeder is, meer
landwaarts in staat de kleine spitse toren van Aagtekerke.
BeZ. het Zuiderhoofd liggen de hooge duinen van de Zeventig roeden ,
terwijl men verder tot \'Vlissingen nog de duinen van Valkenisse, de
Kaapduinen, en die van den Dishoek heeft.
Bij den Z.W. hoek van Walcheren eindigt de duinrij, om plaats te
maken voor dijken, die men langs de geheele Z. en O.kust van
Walcheren vindt.
BeZ. het Zuiderhoofd ziet men in eene laagte de korte spitse kerk-
toren van Zoutelande, NNO. waarvan een molen staat.
MIDDELBURG is de hoofdplaats van de provincie Zeeland en ligt
nagenoeg in het midden van het eiland Walcheren De hooge spitse
kerktoren van deze stad is zeer kenbaar en een uitmuntend merk, daar
deze bij helder weder reeds buiten de banken te zien is. Te Middelburg
is een droogdok, waarvan de afmetingen zijn: lengte 126 M., breedte
20 M. en diepte 46 d.M.; het wordt geëxploiteerd door de Koninklijke
Maatschappij ,, De Schelde" te Vlissingen. De handel is hier echter van
weinig belang; er zyn een paar werven, waar schepen hersteld en van
kleinere afmetingen ook gebouwd kunnen worden.
YLISSINGEN, aan den mond der Schelde, gunstig gelegen voor
-ocr page 16-
4
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
handel en scheepvaart heeft ruime en diepe havens en is door een spoor-
lijn met Middelburg en het verdere spoorwegnet verbonden, terwijl een
geregelde verbinding met Engeland door de Stoomvaart-Maatschappij
.Zeeland" wordt onderhouden. Verder vindt men hier eene uitmuntende
gelegenheid voor het bouwen en herstellen van ijzeren en houten vaar-
tuigen aan de Scheepsbouw- en Werktuigenfabriek van de Koninklijke
Maatschappij ■ De Schelde". De afmetingen van het droogdok zijn:
lengte 74 M., breedte 16 M. en diepte 42 d.M.
De kenbare punten van Vlissingen z\\jn de groote spitse kerktoren en de
R.K. kerktoren, eenige molens, de tijdbal op den toren bij de kanaal-
sluis , het station, de watertoren en het badhuis beW. de stad op het
duin, benevens de lichtopstanden.
Te Vlissingen is eene standplaats, zoowel voor Nederlandsche als
Belgische zee- en binnen-loodsen.
Tijdbal. Deze staat op een steenen toren, die zich tegen de woning
van den sluiswachter, aan den W.kant van de groote zeesluis der spoor-
weghaven bevindt, het tijdsein wordt éénmaal daags daarmede op den
middelbaren middag gedaan, of en 23«45™36i,8 middelbaren tü\'d te
Greenwich.
De seintoestel is van ijzer, 18,5 M. boven den beganen grond, en
staat uit 4 zwarte ronde borden of kleppen van roosterwerk, aan de
armen van een horizontaal kruis, dat in het midden gedragen wordt door
een standaard. De borden worden vijf minuten te voren in vertikalen
stand zichtbaar gesteld en vallen op het oogenblik van middelbaren
middag van het tijdseingebouw te Vlissingen in horizontalen stand.
Het slingeruurwerk, dat bij het seinen dient, is in hetzelfde gebouw
geplaatst en wordt geregeld door middel van telegraphische tijdseinen
uit de sterrenwacht te Leiden, die tweemaal \'s weeks gedaan worden.
Peilschaal. Aan den kop van het O.hoofd der koopvaardershaven is
eene peilschaal geplaatst, bestaande uit roode, witte en blauwe klampen,
elk 3 d.M. breed en op denzelfden onderlingen afstand bevestigd. Met
gewoon hoogwater komt de bovenste klamp half onder, bij gewoon
laagwater de onderste klamp geheel bloot.
KANAAL TAN WALCHEREN. Dwars door het eiland Walcheren
is van Vlissingen langs Middelburg tot Vere het kanaal van Walcheren
gegraven. Het is 13,266 kilometer lang, de minste breedte op het kanaal-
peil bedraagt 48 M. en de minste diepte onder het kanaalpeil 74 d.M.,
terwijl de hoogte van het kanaalpeil 9 d.M. boven Amsterdamsch peil is.
Door de binnenkeersluis krijgt men toegang tot dit kanaal uit het
Verbindingskanaal. Van deze sluis is de lengte der schutkolk 110 M.,
de breedte 20 M. en de diepte op den drempel onder het kanaalpeil 73 d.M.
Tusschen de buiten- of spoorweghaven en het verbreed kanaal, waardoor
men langs de twee binnenhavens naar het kanaal van Walcheren gaat,
heeft men de groote zeesluis, 14(5 M. lang, 20 M. breed en met eene
diepte op den drempel van 81 d.M. bij gewoon hoogwater.
De diepte van de buiten- of spoorweghaven bedraagt 67 d.M. bij laag-
-ocr page 17-
5
LICHTEN.
water, die van de binnenhavens en het verbreed kanaal 82 d.M. b\\j gewoon
hoogwater.
Het gemiddeld verval van water bedraagt te Vlissingen 37 en by
springtij 47 dM.
Jn het kanaal van Walcheren is een paarden- en stoomsleepdienst.
REDDINGSBOOT. Te Vlissingen is een reddingbootstation gevestigd
in de spoorweghaven.
LICHTEN. Duinkerken Een electriek draaüiclit van de 1ste grootte ,
toonende groepen van twee witte schitteringen, zoodanig dat de tus-
schenruimte van twee opvolgende groepen het drievoud is van den tn\'d,
die tusschen beide schitteringen van eene groep verloopt; 59 M. boven
hoogwater en zichtbaar tot op 20 zeemyl. De dioptrieke lichttoestel is
geplaatst op een ronden lichtgelen steenen toren, die 57 M. hoog is en
tusschen het oude fort Risban en de groote spuisluis staat.
Nieuwpoort. Een rood vast kustlicht van de 3de grootte, 30 M. boven
hoogwater en zichtbaar tot op 14 zeemijl in N51°0. door O. en Z.
in Z. 89° W. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op een achtkanten
steenen toren, die 27,5 M. hoog is en beO. de haven in de duinen staat.
Ostende. Een wit vast kustlicht van de 1ste grootte, 57,5 M. boven
hoogwater en zichtbaar tot op 20 zeemyl in N71°0. door O. en Z. tot
in Z65°W. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op een ronden witten
steenen toren, die 52,2 hoog is en beO. de haven staat.
Twee vaste havenlichten , een groen op den kop van het W. havenhoofd
en een rood op den kop van het O.havenhoofd, beide 7,6 M. boven
hoogwater en zichtbaar tot op 5 zeemijl.
Bh\' de haven van Ostende worden de volgende getyseinen gedaan,
overdag door middel van wimpels, vlaggen en een zwarten bal, ge-
hesehen aan den vlaggestok van den ouden lichttoren op den zeedh\'k ,
beW. de haven, \'s nachts, 12,5 M. boven hoogwater, door groene,
roode en witte lantaarns op den ijzeren opstand op de batterij van het
O.havenhoofd.
Als grondslag der geth\'seinen wordt de diepte op den drempel van de
ingangssluis der dokken genomen.
Diepte in:
d.M.
Overdag.
\'s Nachts.
21
24
27
30
33
Blauwe wimpel halfstok.
Blauwe wimpel voorgehescben.
Zwarte bal halfstok.
Zwarte bal voorgehescben.
Groen boven rood licht.
2 Groene lichten.
2 Roode lichten.
1 Rood licht.
1
-ocr page 18-
6
ZEEGAT VAN VLISSJNÖEN.
Diepte in:
d.M.
\'s Nachts.
Blauwe vlag halfstok.
Blauwe vlag voorgeheschen.
Zwarte bal boven blauwe vlag.
Blauwe vlag boven zwarten bal.
Blauwe vlag bovenrooden wimpel.
Roode wimpel boven blauwe vlag,
Witte vlag met blauw kruis.
Zwarte bal boven witte vlag met
blauw kruis.
Roode vlag voorgeheschen.
Zwarte bal boven roode vlag.
Roode vlag boven rooden wimpel.
36
42
48
51
54
57
61
04
67
70
73
1 Groen licht.
1  Wit licht
Wit boven groen licht.
Wit boven rood licht.
2  Witte lichten. _
Rood boven wit licht.
Groen boven wit licht.
Rood boven groen licht.
Rood boven groen en wit
licht.
Zoolang er minder dan 21 d.M. water op den drempel van de sluis
staat worden geen getyseinen gedaan.
Voor de diepte in de haven moet by deze seinen 13 d.M. worden
gevoegd , voor die op de Stroombank in de merken „lichtoren in getn\'licht"
of „oude lichttoren tusschen de havenlichten" 9 d.M. worden bh\'geteld.
M i s t s e i n. Elke 10 minuten één kanonschot van de batterij van het
O.havenhoofd. Tegen den tijd dat de mailboot van Dover wordt verwacht
elke 5 minuten afwisselend één en twee kanonschoten. Tusschen de
schoten wordt de klok geluid.
Te Ostende is een Gouvernements-sleepbootdienst, overdag wordt
voor een sleepboot het gebruikelijke sein, \'s nachts driemaal een blauw
licht getoond. Eén rood licht als coutrasein geeft te kennen dat de sleep-
boot zal uitkomen, twee roode lichten dat geen sleepboot beschikbaar is,
Blankenberghe. Een wit vast kustlicht met verduisteringen van de
3de grootte , 25,3 M. boven hoogwater en zichtbaar elke minuut gedurende
45 seconden tot op 14 zeemijl. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op
een achtkanten rooden steenen toren, die 20,7 M. hoog is en op den
dn\'k aan de O.kant van de haven staat.
Een groen vast havenlicht van de 6de grootte, 8 M. boven hoogwater
en zichtbaar tot op 4 zeemijl. De dioptrieke lichttoestel wordt geheschen
aan een ijzeren lantaarnpaal, die op een groen lichthuis op den kop
van het W.havenhoofd staat.
Een rood vast oeverlicht 8 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op
3 zeemijl in N67°0. door O., Z. en W. tot in N67°W. De dioptrieke
-ocr page 19-
7
LICHTEN.
lichttoestel is geplaatst op een wit yzeren geraamte op het hek van den
kop van de wandelpier.
Heyst. Een groen vast visscherslicht, 14,6 M. hoven hoogwater en
zichtbaar tot op 3 zeemn\'1. De catoptrieke lichttoestel wordt geheschen
aan een lantaarnpaal van 8 M. hoogte , op het 0 gedeelte van den zeedyk.
Knocke. Een wit vast kustlicht van de 3de grootte, 26,5 M. boven
hoogwater en zichtbaar tot op 15 zeemn\'1. De dioptiïeke lichttoestel is
geplaatst op een vierkanten rooden steenen toren , die boven de wachters-
woning uitsteekt, 21,7 M. hoog is en op het zeeduin beN. het dorp staat.
Kruishoofd. Een wit en rood vast bakenlicht, dienst doende als
verklikker, 8 M. boven hoogwater, zichtbaar rood tot op 4 zeemijl in
Z79°0. door Z. tot in Z30°W. en verder binnenwaarts wit tot op 8
zeemijl. De catoptrieke lichttoestel is geplaatst in een lantaarn in den
zijgevel van de steenen wachterswoning met blauw dak, op den zeedyk
beW. Nieuwe-Sluis.
Het van kleur veranderen in Z30°W. is dwarsmerk in het binnen-
gedeelte van de Wielingen, dwars van de O.punt der Hompels, en
kan men dan het merk: „lichten Nieuwe-Sluis inéén" loslaten en op
Vlissingen aansturen.
Nieuwe-Sluis. Twee witte vaste geleidelichten; het lage of W.licht
van de 4de grootte, 13 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op 12 zee-
mijl , staat op den zeedijk bij de sluis beW. Breskens en is opgesteld
op een zeskant ijzeren geraamte, waarop een lichthuis, het geheel 10 M.
hoog en alles zwart geschilderd; het hooge of O.licht van de 3de
grootte, 25,5 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op 14 zeemijl in
Z63°0. door O. tot in N84°0., staat Z8FO. 1064 M. van het lage licht,
eveneens op den zeedyk, op een aehtkanten gelen ijzeren toren, die
21,3 M. hoog is. De lichttoestellen zijn dioptriek.
Het merk dezer lichten Z81°0. inéén geeft leiding in de Wielingen
en moeten inéén gehouden worden totdat de verklikker hy Kruishoofd
door kleurverandering waarschuwt dit los te laten.
Mistsein. Elke halve minuut één korte stoot met eene sirene, door
stoom gedreven, die naast den opstand van het W.lieht staat. Wanneer
deze onklaar is, worden elke minuut drie geluidstooten met eene stoom-
fluit gegeven, de eerste lang, de tweede en derde zeer kort.
Breskens. Twee vaste havenlichten, een wit op den kop van het
W.havenhoofd en een groen op dien van den O. havendam. Het witte,
zichtbaar tot op 6 zeemijl en 5,5 M. boven hoogwater, is opgesteld op
een zwarten houten geschoorden lantaarnpaal en het groene, zichtbaar
tot op 2 zeemijl en 4 M. boven hoogwater, staat op een houten ge-
schoorden paal niet hh\'schtoestel, die van onder zwart en van boven
wit is , terwy\'1 deze opstand nog voorzien is van een opengewerkte witte
ruit als topteeken.
West-Schouwen. Een draailicht van de 1ste grootte, toonende elke
halve minuut twee witte schitteringen, elk van 4 seconden duur met
eene tusschenruimte van 3 seconden en gevolgd door eene verduistering
-ocr page 20-
8
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
van 19 seconden; 56,5 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op 19 zee-
myl, waar het niet blind raakt achter het duin. De. dioptrieke licht-
toestel is geplaatst op een ronden steenen toren , 50 M. hoog, lichtgrijs
met zwarten omgang, staande op eene vlakte binnen het W.duin van
het eiland Schouwen.
De toren is in het rykstelegraafnet opgenomen.
Seinen. Met den lichttoren van West-Schouwen kunnen seinen
gewisseld worden uit het internationaal seinboek.
Geschiedenis van den bouw, zie „Tindal en Swabt", Verhandelingen
en berichten, Amsterdam, Hulst van Keulen, 2de deel, 1841.
Van 1744 tot op het jaar 1840 brandden op West-Schouwen twee
kolenvuren. Toen werd een draailicht ontstoken op den tegenwoordigen
toren, dat om de l1 2 minuut 25 seconden helder scheen en65seconden
verduisterd was. In den zomer van 1882 werd er een ander lichttoestel
op geplaatst met het tegenwoordige karakter. Door de plaatsing van
het lichtschip Schouwenbank dient het lieht van West-Schouwen niet
meer uitsluitend tot verkenning bü het aandoen der kust. Daar het
liehtschip Schouwenbank eveneens een schitterlicht vertoont, doch met
drie witte schitteringen in de halve minuut, moet de noodige voorzich-
tigheid b\\j het verkennen dezer liehten in acht genomen worden.
Oosternoofd. Een groen en rooit vast bakenlicht van de 6de grootte,
12 M. boven hoogwater en zichtbaar r/roen tot op 5 zeemijl in N67°0.
door O. tot in Z24°0.; rood tot op 5 zeemijl in Z24°0. door Z. tot in
Z66°W. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst in een vierkant zwart
ijzeren lichthuis , 2,3 M. hoog, op een kaal duin , NNO. van Oostkapelle.
Domburg. Een wit en rood vast bakenlicht van de 4de grootte, dienst
doende als verklikker, 14,5 M. boven hoogwater, zichtbaar rood tot op
6 zeemyl in Z47°0. tot in Z78°0. en wit tot op 12 zeemijl, in Z78°0.
door O. tot in N74°0. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst in een
lantaarn in den zijgevel van de steenen wachterswoning met blauw dak,
op de helling van een hoog buitenduin beW. het dorp Domburg.
Het van kleur veranderen in Z78°0., nagenoeg op het merk „kerk-
torens van Oostkapelle en Domburg inée\'n ", is dwarsmerk in het buiten-
gedeelte van het Oostgat, dienende tot waarschuwing, dat men het
merk „geleidelicht en lieht van Westkapelle inéén" moet loslaten.
Westkapelle. Een wit vast kustlicht van de 1ste grootte, 44 6 M.
boven hoogwater en zichtbaar tot op 18 zeemijl in Z16°W. door Z., O.
en N. tot in N79°W., zgnde verduisterd over de gronden van den
Banjaard en in den Roompot. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op
een vierkanten rooden steenen toren, die 41,6 M. hoog en de oude kerk-
toren van het dorp Westkapelle is, in 1470 gebouwd.
Westkappelsche dijk. Een wit vast geleidelicht van de 3de grootte,
18 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op 13 zeemijl in Z11°W. door
Z. en O. tot in N33°0. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op een ronden
roodbruinen ijzeren toren, die 16 M. hoog is en op den Westkappelschen
dük, N16°W. 1400 M. van den lichttoren van Westkapelle staat. Het
-ocr page 21-
9
LICHTEN.
merk van het groote licht van Westkapelle, Z16°0. inéén met dit licht
dient om midden tusschen de Steenbanken door het Oostgat aan te doen.
Deze toren is in het rn\'kstelegraafnet opgenomen.
Seinen. Aan de zeezjjde van dien toren staat een wachthuis met
vlaggestok , waaraan de seinvlaggen van den semaphoredienst geheschen
worden, zoodat de schepen van uit zee daardoor berichten naar de
telegraafkantoren kunnen zenden.
Zoutelande. Een wit vast geleidelicht van de 6de grootte, 14 M.
boven hoogwater en zichtbaar tot op 12 zeemijl in N. tot in N30°W.
De dioptrieke lichttoestel is geplaatst in een vierkant zwart ijzeren licht-
huis, dat 2,1 M. hoog is en op een hoog duin , NVV. van het dorp staat.
Het merk van het groote licht van Westkapelle N19°W. inéén met
dit licht, geeft leiding in het Oostgat, in de bocht van Zoutelande langs
de Kaapduinen.
Het geleidelicht is in het Rn\'kstelegraafnet opgenomen.
Kaapduinen. Twee witte vatte geleidelichten van de 6de grootte; het
lage of W.licht 14,5 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op 12 zeemijl,
staat op de helling van het duin van dien naam, het hooge of O.licht
27,5 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op 15 zeemijl, staat Z37°0.
op 101 M. van het lage licht hooger op de Kaapduinen. Beide lichten
zn\'n zichtbaar in Z19°0. tot in Z51°0. De dioptrieke lichttoestellen zijn
opgesteld in vierkante zwarte ijzeren licbthuizen van 2,1 M. hoogte.
Het merk van deze lichten Z37°0. inéén, geeft leiding in het Oostgat,
van af het Zuiderhoofd dwars , tot in de bocht van Zoutelande.
Vlissingen. Een wit en rood vast oeverlicht 9,5 M. boven hoogwater
en zichtbaar rood tot op 4 zeemijl in Z51°W. door Z. tot in Z39°Ó., wit
tot op 7 zeemijl in Z39°0. door O. tot in N16°0., over de stompe ton n". 1,
wederom rood in N16°0. door N. tot in N39°W.
De catoptrieke lichttoestel is geplaatst op een bruinen ijzeren lantaarn-
paal op den Noordzeeboulevard.
Een wit, rood en groen vast bakenlicht van de 6de grootte, 15 M.
boven hoogwater, zichtbaar rood tot op 6 zeemijl in Z2o°0. door O. tot
in N84°0. over de stompe ton n". 1, wit tot op 12 zeemijl in N84°0. tot
in N., groen tot op 3 zeemijl in N tot in N54°W. over de reede van Vlis-
singen , dekkende den witte tonskant van de Honte, wit in N54°W.
tot in N71°W., verder bovenwaarts rood tot dekking van den wal van
Walcheren. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op een vijf kant roodbruin
ijzeren geraamte met lichthuis en lantaarn, welke opstand 9,5 M. hoog
is en op het bastion aan den W.kant van de koopvaardershaven Z54°0.
400 M van het vorig licht staat.
Het merk dezer lichten Z54"0. inéén geeft leiding in de Sardijngeul.
Wanneer geen loodsen kunnen worden afgegeven wordt onder dit
bakenlicht getoond een rood vast licht zichtbaar in N65°0. door N. tot
in N54°W.
Een wit vast havenlicht, 4,3 M. boven hoogwater en zichtbaar tot op
1 zeemijl.
-ocr page 22-
10
ZEEGAT VAN VL1SS1NGEN.
üe lantaarn wordt geheschen aan een lantaarnpaal op den kop van
het W.hoofd der koopvaardershaven.
Twee groene vnsie havenlichten van de 6de grootte, beide zichtbaar
tot op 4 zeemijl; één bij den kop van liet W.hoofd der spoorweghaven,
5,9 M. boven hoogwater, opgesteld op een vierkanten gelen ijzeren
stoel met lichthuia en één bij den kop van het O.hoofd, 6,4 M. boven
hoogwater, geplaatst op een zeskanten gelen ijzeren stoel met lichthuis.
De lichttoestellen zijn dioptriek.
Wanneer de haven ontoegankelijk is, branden de groene lichten niet,
doch wordt een rood licht getoond op een der hoofden. Het gelijktijdig
toonen van een groen met dit ronde licht is eene waarschuwing, dat de
toegang tot de spoorweghaven met meer dan 60 d.M diepgang niet
geoorloofd is.
Over dag wordt het groene licht vervangen door eene groene vlag en
het roode door eene roode vlag.
Het openen eener sluis tot spuiing wordt minstens een uur te voren
aangeduid, over dag door eene blauwe vlag, waarin met witte letters
liet woord: „spuien", \'s nachts door drie ronde lichten, geplaatst in de
hoekpunten van een gelijkzijdigen driehoek met den top naar boven gericht.
Deze bepalingen zijn ook van toepassing bij de sluizen te Vere.
Een wit vast havenlicht van de 6de grootte, 8 M. boven hoogwater
en zichtbaar tot op 10 zeemijl, dat als merk dient bij het binnenloopen
van de spoorweghaven. De dioptricke lichttoestel is opgesteld op een
zeskant zwart ijzeren geraamte met geel lichthuis, dat 7,3 M. hoog is
en binnenwaarts op den O.kant van deze haven staat.
Mistsein. Elke 40 seconden één geluidstoot van 8 seconden duur
met een misthoorn , gedreven door stoom en samengeperste lucht, op
het W.havenhoofd van de spoorweghaven.
KUSTWACHT. Langs de geheele Nederlandsche kust is eene kust-
wacht in werking, waarin al de groote lichttorens en de verschillende
reddingstations zijn opgenomen, die voor dat doel telegraphisch of tele-
phonisch verbonden zijn met de naastbijliggende rijkstelegraafstations.
Alleen te IJmuiden is niet een der lichttorens, doch de kustseinpost
er in opgenomen.
Op de verbonden lichttorens wordt dag en nacht uitkn\'k gehouden.
Door dezen maatregel zal het zelden voorkomen, dat er iets van eenig
belang op de kust voorvalt dat niet waargenomen en onmiddellijk aan
de bevoegde ambtenaren wordt medegedeeld zoodat, indien dit noodig
mocht zijn, de vereischte hulp zoo spoedig mogelijk kan worden op-
geroepen.
De plaatsen, waar op dit gedeelte der Nederlandsche kust, de kust-
wacht in werking is, zijn Nieuwe Sluis, Zoutelande, Westkapelle en
West-Schouwen.
Vuurpeilseinen. Des nachts worden van de Nederlandsche lichttorens
aan schepen in nood de volgende seinen gedaan:
1". het afsteken van één vunrpeil, als bewijs dat het noodseiu van
-ocr page 23-
LICHTEN. — KUSTWACHT. — VLAAMSCHE BANKEN.                             11
het schip, op den lichttoren is gezien, of wel, dat het in nood ver-
keerend schip op den lichttoren is opgemerkt;
2". het afsteken van twee vuurpijlen , één minuut na elkander, tot
kennisgeving dat, in verband met weer en wind, aan het schip hulp
zal worden verleend.
VLAAMSCHE BANKEN. Indien men den wil heeft naar de Schelde
moet men, van om de W. komende, de Vlaamsche banken vermijden.
De buitenste dier banken is de
RUYTINGEN waarvan de W.punt ongeveer NNO. op ruim 6 zeemijl
afstand van Calais ligt. Even beO. die punt heeft men er eene zeer
drooge plek, waarop niet meer dan 18 d.M. (1 vadem) water staat.
Deze bank strekt meest ONO- en vormt met het N.lijk gedeelte of de
B i n n e n-R uytingen en het Bankje van Bergues als het
ware eene plaat, die meer dan 24 zeemijl lang is , en waarop afwisselend
plekken van 27—72 d.M. (Dj—4 vadem) worden aangetroffen. BeO.de
Binnen-Ruytingen en het bankje van Bergues heeft men het Olif,
de Z.punt van die droogte wordt de Oostdyck genoemd. Het Olif
zelf is, evenwel zeer onjuist, ook onder den naam van Dyck bekend,
men vindt hier nog eene droogte van 54 d.M. (3 vadem), daar beN. is
het afdiepende.
Tonnen. Tegen de buitenzijde der Ruytingen liggen, rekenende
van om deW., op de W.punt eene zwarte spitse ton met cylinder als
topteeken, twee roode spitse tonnen beide met een kegel als topteeken
en drie zwarte spitse tonnen, elk met een cylinder als topteeken.
Tegen den buitenkant van het bankje van Bergues ligt eene zwarte
spitse ton met cylinder als topteeken.
LICHTSCHIP. Ongeveer 1 zeemijl van den O.hoek der Ruytingen
ligt in 180 d.M. (10 vadem) water een lichtschip voerende een rood
rfraailicht, toonende elke 20 seconden één schittering, 13 M. boven
water en zichtbaar tot op 11 zeemijl. De lichttoestel is catoptriek. Het
rood en zwart horizontaal gestreepte vaartuig, waarop aan weerszijden
met witte letters „Ruytingen voert als dagmerk een rooden opengewerkten
bol in top.
Mistsein. Twee snel opvolgende korte geluidstooten met eene sirene,
na ongeveer 30 seconden gevolgd door één geluidstoot. Zoolang deze
onklaar is wordt de klok geluid.
De verder O.waarts liggende droogten, die tot de Vlaamsche banken
belmoren zijn de B u i te n-Ra t e 1, de banken van Middelkerke
en Ostende, de Stroombank eu de bank van Wenduyne.
BANK VAN OSTENDE. Deze strekt het verst in het vaarwater uit
en heeft men in de peiling „lichttoren van Ostende Z 7° O. op 6\',\'j
zeemijl" nog eene plek waarop slechts 54 d.M. (3 vadem) wordt gevonden.
STllOÖMBANK, die de biunenrcede van Ostende beschut, is eene
gevaarlijke weinig breede ondiepte, die op ruim \' 2 zeemijl ongeveer
evenwijdig aan de kust loopt tot voorbij Ostende.
Zij bestaat uit zand en strekt zich uit tot „Clemskerke vrij beO.
-ocr page 24-
12
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
Spanjaardsduin", beN. en beO. Ostende vindt men er plekken op van
19—25 d.M. (1—l1/, vadem) water.
In het merk „Ostende Z58°W. in zijn lichttoren" loopt men in 34
d.M. (bijna 2 vadem) vry beZ. langs de O.punt, met „Middelkerke
ZC3°W. in de havenlichten van Ostende" met 30 d.M. (l2/3 vadem) over
die punt; in de merken „de oude lichttoren midden tusschen de haven-
lichten van Ostende" of „de lichttoren in het getijlicht" vindt men niet
minder dan 26 d.M. (l1/.. vadem) op de Stroombank.
In een dezer beide laatste merken staat 9 d.M. meer water dan het
getijsoin, dat overdag waait op den onden lichttoren en \'s nachts wordt
getoond op den opstand op de batterij van het O.havenhoofd, aangeeft.
BANK VAX WENDUYNE. Deze \'ligt nagenoeg evenwijdig aan en
ongeveer 2 zeemijl uit den wal, is 5 zeemijl lang en bijna V2 zeemyl
breed en strekt van af Ostende Z22°W. tot \'Wenduyne Z18°0.
Het minste water op de bank 41 d.M. (2\'\'4 vadem) vindt men met
Wendnyne Z45°0., zij is aan alle zijden vlak en bestaat uit zand en
schulpen. Op de YV.pimt ziet men Brugge in het douaniershuis van den
Haen, met „Ostende Zö^W. in zijn lichttoren" loopt men in minstens
52 d.M. (3 vadem) tusschen de bank en den wal door.
BeN. de Wenduyne-bank vindt men modder, tusschen deze en de
Stroombank modder en zand en diepten tot 86 d.M. (4% vadem), tus-
schen de bank en den wal modder en diepten tot 70 d.M. toe.
De Belgische kust wordt, naarmate men van Ostende om de O. gaat
steiler, bij den hoek van Wenduyne vindt men 54 d.M. (3 vadem) tot
op Yi zeemijl van het strand.
Ton. Tegen den buitenkant van het midden der Wenduynebank ligt
ruim 3 zeemijl uit den wal, in 68 d.M. (33/4 vadem) water eene rood
en wit verticaal gestreepte spitse ton met bol als topteeken , op de
peiling: lichttoren Ostende Z34°W. op 43\\ zeemn\'l._
BeN. deze banken liggen de Fairybank, de Hinder- of A b a n k
en B 1 i g h b a n k , die niet alleen gevaarlijk zijn omdat er zoo weinig
water op staat, maar ook tengevolge van den grooten afstand, waarop
zij van den vasten wal zijn verwijderd,
FAIRYBANK is een hooge zandrug, waarop 68 tot 162 d.M. (33/4
tot 9 vadem) water staat. Het Z.einde met eene diepte van 144 d.M.
(8 vadem) ligt N4°0. ruim 18 zeemijl van den lichttoren te Duinkerken ;
van hier strekt de bank om de NO, over een afstand van 9\'/2 zeemijl,
terwijl de grootste breedte niet meer dan 3/1 zeemijl bedraagt.
Er bevinden zicli twee ondiepe plaatsen op deze bank, waarvan de
eene, nabij het midden , 3 zeemijl lang is, terwijl de ondiepste plek
van 68 d.M. (3% vadem) N14°0. 22 zeemn\'1 van den lichttoren te Duin-
kerken ligt.
2 Zeemijl beW. en nagenoeg evenwijdig aan de Fairybank ligt nog
eene ondiepte, waarop 117 tot 162 d.M. (6 tot 9 vadem) water staat.
HINDER- of Abank is verdeeld in drie ruggen, die zich in NO.
richting over eene lengte van 18 zeemyl met eene afwisselende diepte
-ocr page 25-
IS
FAIRTBANK. — HINDER.
uitstrekken, en Noord-, West- en Oost-Hinder genaamd .worden.
NOORD-HINDER of Polder ligt het Noordelijkst en begint 2\' 2 zeemijl
beW. de N.punt van den West-Hinder. Ze is eene gevaarlijke zandbank,
ongeveer 7 zeemijl lang in de richting NOtN.—ZWtZ. en \' 2 tot 5/3
zeemyl breed, met eene doorgaande diepte van 108 tot 162 d.M. (6 tot
9 vadem), behalve op een smallen rug, waar deze slechts72 tot90 tl.M.
(4 tot 5 vadem) bedraagt Deze rug is aan den O.kant steil en strekt
van af het midden van de bank over eene lengte van 2VC zeemijl om
de Z. Het N.einde van de bank ligt ZG5°0. 24\' 2 zeemijl an het (.ialloper-
lichtschip en de Z.punt N54°(). 8V\'4 zeemijl van de Fairybank. De Noord-
Hinder kan als een vervolg van laastgeuoenide bank beschouwd worden,
tusschen deze beide banken zijn drie plekken , waarvan twee met eene
diepte van 144 tot 180 d.M. (8 tot 10 vadem) ongeveer in het midden
over eene lengte van 3 zeemijl strekken, terwijl de derde, waarop 102
d.M. (9 vadem) water, 2 "zeemijl beO. de N.punt van de Fairybank ligt.
De lijn, die de Fairy- met de Noord-Hinderbank verbindt, i.s de grens,
beO. waarvan de schepen in geen geval mogen komen.
LICHTSCHIP. BeO. de Z.punt van dèn Noord-Hinder ligt in 3G0
d.M. (20 vadem) water, grof zand en schelpen , een lichtschip , voerende
een draailiclit, dat elke 10 seconden één witte schittering toont van 3
seconden duur gevolgd door eene verduistering van 7 seconden, 12 M.
boven water en zichtbaar tot op 11 zeemijl. De catoptrieke lichttoestel,
bestaande uit 9 lampen, wordt in den grooten mast geheschen. Als
ankerlicht wordt een wit lantaarnlicht getoond, vóórop aan het stag.
Met slecht weder of lastige zee wordt de lichttoestel slechts 10 M. boven
water geheschen. Het is een rood vaartuig met witten gang, waarop
aan weerszijden met zwarte letters „Noord-Hinder", en voert als dagmerk
een rooden bol in top.
Mistsein. Elke 10 minuut wordt de klok geluid , voorafgegaan en
gevolgd door eenige stooten op den misthoorn.
Wanneer het lichtschip buiten station of driftig is , voert het een rooden
standaard in top boven den bol en toont in de plaats der gewone lichten
alleen twee roode lichten . één voor en één achterop.
Is de draaitoestel onklaar, dan wordt een wit lantaarnlicht in top
gevoerd en buitendien om de 10 minuut een wit flambouwlicht even
boven de verschansing getoond.
Wordt aan boord van het lichtschip gezien dat eenig schip gevaar
loopt door het sturen van verkeerden koers, dan zal gewaarschuwd
worden met een zoo noodig herhaald kanonschot en met de sein vlaggen
j. d. van het Internationaal seinboek {„Gij zijt in gevaar") te laten
waaien, tot contrasein gedaan is.
Een kanonschot, onmiddellijk gevolgd door een vuurpijl, is het sein
bij nacht, dat aan boord van het lichtschip hulp wordt verlangd.
Tot blijvende aanwijzing van de voor station van het lichtschip ge-
kozen plaats zijn twee roode tonnen gelegd, gemerkt „Hinder". Deze
liggen aan de O.zijde van de bank, ZW. ongeveer 1500 M. van elkaar.
-ocr page 26-
14                                                      ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
Het lichtschip ligt NG6°W. 88V2 zeemijl van het licht van Westkapelle ;
koers en verheid naar het lichtschip Wandelaar is Z34°0. 22 zeemu\'1,
naar lichtschip Schonwenhaiik N88°0. 34"2 zeemh\'1, naar lichtschip
Maas N79°0. 541/» zeemijl.
WEST-HINDER. BeO. de Pairy- en beZ. de Noord-Hinderbank ligt
de West-Hinder of\' eigenlijke Abank, die steil, 15 zeemijl lang en on-
geveer 3/4 zeemnl breed is. Deze zandbank is een onafgebroken rug van
50 tot 72 d.M. (23,4 tot 4 vadem) diepte. Van het Z.einde in 162 d.M.
(9 vadem), dat N22°0. 18\',» zeemiil van Duinkerken ligt, strekt de
bank NO. 8\'/2 zeemijl en daarna NNO. 6\'/j zeemijl tot aan de N.punt,
die ZZO. IV, zeemijl van het Z.uiteinde der Noord-Hinderbank ligt.
Overdag is de West-Hinderbank meestal te onderscheiden door het
rafelen van het tij, doch men moet bepaald en steeds het lood gaande
houden, wanneer men deze of een der Vlaamsehe banken nadert.
Het eenige goede vaarwater voor groote schepen , bestemd naar Vlis-
singen door de Wielingen, is tusschen de Buiten-Ruy tingen bank, het
bankje van Bergues en de Oost-Dyckbank aan den Z.kant en de Fairy-
en West-Hinderbank aan de N.zijde.
LICHTSCHIP. BeO. en op V4 zeemijl afstand van de droge Z.punt
der West-Hinderbank ligt in 310 d.M. (17 vadem) water grauw hard
zand, een lichtschip, voerende een draailicht, dat elke l1/, minuut 3
schitteringen toont, twee witte en één roode opvolgend elk van 15
seconden duur en gevolgd door eene verduistering van 15 seconden,
12,2 M. boven water en zichtbaar tot op 12 zeemjjl. De lichttoestel is
catoptriek. Als ankerlicht wordt een wit lantaarnlicht getoond, vóórop
aan het stag, 2 M. boven de reeling.
Het is een zwart vaartuig met rooden gang, waarop aan weerszijden
met witte letters „West-Hinder", en voert als dagmerk eenafgeknotten
kegel in top.
Mist sein. Elke 2 minuut 1 lange geluidstoot met sirene. Zoolang
die onklaar is, wordt de klok geluid met tusschenpoozen van 2 minuut.
Wanneer het lichtschip buiten station of driftig is, voert het eene
roode vlag in top en toont in de plaats der gewone lichten, 3 lichten
onder elkander, waarvan het middelste rood en de beide andere wit.
Is de draaistoel onklaar, dan worden de gewone lichten vervangen
door 2 vaste lichten onder elkander, het bovenste rood en het bene-
denste wit en buitendien om de 10 minuut een wit flambouwlicht even
boven de verschansing getoond.
Wanneer het lichtschip hulp vraagt, wordt overdag het sein n.c van
het Internationaal seinboek {„In gevaar, heb hulp noodiq") geheschen ,
des nachts behalve de gewone lichten, een wit licht achterop getoond
en elke 15 minuut een vuurpijl met rood licht opgelaten
Het lichtschip ligt N50°W. 20 zeemijl van den lichttoren van Ostende,
koers en verheid naar het lichtschip Wandelaar is Z74°0. 22 zeenrijl.
Het is niet raadzaam beN. het lichtschip langs te houden.
OOST-HINDER, eene zandbank, 11 zeemijl lang en van \'/* tot bh\'na
-ocr page 27-
15
BLIGHBANK. — THORNTONBANK.
1 zeemijl breed, strekkende NOtN., ligt beO. van en evenwijdig aan
den West- en Noord-Hinder. Deze rag bestaat uit drie plekken van
68 tot 80 d.M. (3»/4 tot 4\'/s vadenO, die met eene diepte van 108 tot
126 d.M. (6 tot 7 vadem) aan elkander verbonden zijn. De bank is aan
beide kanten steil en van den Noord-Hinder door een dief) van 3 zee-
mijl breedte gescheiden, waarin 270 tot 342 d.M. (15 tot 19 vadem)
water. Het N.einde van de bank, in 162 d.M. (9 vadem) ligt Z42°0.
4 zeemijl van de N.punt der Noord-Hinderbank en het Z.oinde, N36°0.
9 zeemijl van het N.-uiteinde der Oost-Dyckbank. Ongeveer midden
tusschen het Z.einde der Oost-Hinderbank en de Oost-Dyckbank,
l3/4 zeemijl beO. den West-Hinder ligt eene smalle ondiepte, 4\',\'.s zee-
mijl lang, waarop slechts 90 tot 144 d.M. (5 tot 8 vadem) water; het
Z.einde bevindt zich 2 zeemijl beN. de N.punt der Oost-Dyckbank.
BLIGHBANK, ook eene zandbank, is 10 zeemijl lang, van \'/> tot
1 zeemijl breed en ligt 3 zeemijl beO. en nagenoeg evenwijdig aan den
Oost-Hinder. De N.punt waarop 144 d M. (8 vadem) water , ligt N50°W.
26 zeemijl van den lichttoren van Westkapelle: het Z.einde, waarop
90 d.M. (5 vadem) water, ligt N79°0. 5 zeemijl van de Z.punt der Oost-
Hinder. Deze bank is even als de voorgaanden steil en de diepte loopt
er op uiteen van 86 d.M. tot 162 d M. (47., tot 9 vadem).
Ongeveer 3 zeemijl beN. de Z.punt bevindt zich eene ondiepte met
steile kanten, l\'/s zeemijl lang, waarop 86 d.M. (47., vadem) water,
nabij het N.einde der bank ligt eene plek van 90 d.M. (5 vadem) water.
l\'/j Zeemijl beN. de Blighbank ligt eene plek, waarop 162 d.M. (9
vadem) water en over een afstand van 25 zeemijl om de NNO. en NOtN.
zijn de diepten zeer onregelmatig, op sommige plaatsen slechts 234 en
252 d.M. (13 en 14 vadem), waaruit volgt, dat bet Jood een onzekere
gids is, wanneer men de Noord-Hinder-, Oost-Hinder- of Blighbank
van om de NO. nadert.
BUITENBANKEN vóór en beN. de SCHELDE. Vóór liet zeegat
van Vlissingen liggen nog verscheidene droogten en zandbanken , waar-
van de strekking over het algemeen nagenoeg evenwijdig met de kust
is, en die voornamelijk in den trek der schepen liggen, welke van om
de N. komende, bestemd zijn naar de Schelde.
Ze zyn van buiten af eerst de ïhorntonbank, daarna de
Eabsbank, bet Schaar, deSchouwenbank, de Middel-
bank en eindelijk de Steenbanken.
Deze banken liggen allen buiten de droogten , die de eigenlijke buiten-
§ ronden vóór de Schelde zijn; vaartuigen die van af het lichtschip
chouwenbank om de Z. houden met den wil naar de Schelde moeten
ook nog den B a n j a a r d mijden, onder welken algemeenen naam gewoon-
lijk al de banken en droogten beW. liet eiland Schouwen en in den
mond der Ooster-Schelde gelegen , verstaan wordt.
THORNTONBANK of de Oosterbank, bestaande uit zand, is zeer
gevaarlijk, ook voor schepen, die van om de W. den wil hebben naar
den Roompot of het Brouwerhavensche gat. Ze is in de richting ONO.—
-ocr page 28-
16
ZEEGAT VAN VL1SS1NGEN.
WZW. 13 zeemijl lang, gemiddeld Vlt zeemijl breed en verheft zich
uit diepten van 216 tot 806 d.M. (12 tot 17 vadem) op een afstand van
15 zeemijl uit de Belgische kust en op den grens der lichtcirkels van
Ostende en Westkapelle. Eene ondiepte, 2V4 zeemn\'1 lang en0,5zeemn\'1
breed, waarop 36 eu 54 d.M. (2 tot 3 vadem) water, ligt nabij het
O.einde van de bank, en wel de ondiepste plek van 36 d.M. (2 vadem)
N21°0. 19 zeemijl van den lichttoren van Ostende. Over het algemeen is
de diepte op de andere gedeelten der bank 108 tot 162 d.M. (6 tot 9 vadem).
Het W.einde van deze bank ligt ZZO. 3 zeemijl van de Z.punt der
Blighbank, het vaarwater tusschen deze beide banken is het minst
gevaarlijke voor groote schepen, die tusschen de banken door den wil
oin de N. hebben.
Nagenoeg midden tusschen de Blighbank en de Thorntonbank zn\'u
drie kleine ondiepten. verspreid over een afstand van 9 zeemh\'1 in de
richting ONO.-WZW. en waarop 144 tot 162. d.M. (8 tot 9 vadem)
water. De Westelijkste plek ligt Z79°0. 3:i.4 zeemijl van de ondiepte op
de Blighbank en N36°W. 5\'/« zeemn\'1 van de ondiepste plaats van de
Thorntonbank.
LICHTBOEI. Op de NO. punt van de Thorntonbank ligt in 126 d.M.
(7 vadem) water eene rood en witgeblokte \\jzeren lichtboei, groot soort
„ Pintsch ", toonende een wit gaslicht, 3,5 M. boven water en zichtbaar
tot <)[) ongeveer 5 zeemijl
RABSBANK. NO. van de Thorntonbank strekken verscheidene zand-
banken in eene richting, evenwijdig aan de kust, waarvan de dichtstbij
zijnde de Rabs- of Wascels-Rabsbank is, zn\'nde eenige zandplekken ,
die in den trek der schepen liggen, welke door Deurloo of Oostgat
bestemd zijn naar de Schelde of den wil hebben naar den Roompot. De
lijn van 10 vadem rond deze banu omvat eene ruimte van 7 zeemn\'1
lengte in de richting NOtO.—ZWtW. by eene breedte van 2V2 zeemijl,
zijnde de ondiepste plek, waarop 72 d.M. (4 vadem) water ongeveer nabij
het midden der bank en een zeemijl in het vierkant groot. Deze plek ligt
op het merk: Middelburg Z57°0. inéén met den lichttoren van Westkapelle,
de laatste op ongeveer 13 zeemn\'1 afstand. De ondiepe plek op het NO.
einde van de Thorntonbank ligt ongeveer W. 5\'/.4 zeemijl van het midden
der Kabsbank. De turen van Middelburg in de peiling Z62°0., ongeveer
driemaal zijne hoogte Z. vrjj van den lichttoren van Westkapelle leidt
in 108 d.M. (6 vadem) water tusschen de Rabs- en Thorntonbanken ,
beN. langs de lichtboei, door.
Het SCHAAR is een smalle rug, 5 zeemijl lang in de richting OtN.—
WtZ. en waarop 126 tot 162 d.M. (7 tot 9 vadem) water, die 2 zeemyl
buiten het NO einde der Rabsbank ligt. Tusschen het Schaar en de
Hinderbanken liggen nog verscheidene dergelijke ruggen.
SCHOUWEN BANK ligt NO. van eu nagenoeg in het verlengde van
het Schaar, dwars van Schouwen en Goeree en ongeveer voor het
lirouwershavensche gat. De geheele bank strekt over ongeveer 12 zeemyl
en bestaat uit verschillende droge en smalle ruggen zoodat men, met
-ocr page 29-
KABSBANK. — SCHAAK. — SCHOUWEHBANK.                                   17
eene sloep er langzaam overheen roeiende, maar één worp met het lood
er op doen kan en de volgende worp weder een vadem meer diepte
geeft. Van daar dat men met een schip over deze ruggen loopende, maar
zelden zoo weinig diepte zal looden. Op het Z.gedeelte der bank bedraagt
de minste diepte 82 d.M. (41 2 vadem) en op den Noordelijksten drogen
rug vindt men 72 tot 90 d.M. (4 tot 5 vadem) water; alleen op twee
plekken staat er minder, namelijk N9°0. 1"3 \'zeemijl van het lichtschip
bedraagt de diepte 70 d.M. en N67°W. 1VC zeemijl er van 07 d.M. De
Schouwenbank is over het algemeen steil aan het O. uiteinde en in het
midden, het steilst aan den buitenkant. Als men de bank nadert, kan
men die gewoonlijk reeds op eenigen afstand aan sterke stroomrafeling
ontdekken.
LICHTSCHIP. Sedert 23 September 1881 ligt aan de binnen- of
Z.zijde van den drogen rug der Schouwenbank in 250 d.M. (14 vadem)
water fijn wit en bruin zand met zwarte spikkels en schelpen , een licht-
schip , voerende een draailicfit, dat elke halve minuut drie witte schitte-
ringen toont elk van 3 seconden duur, de beide eerste gevolgd door
eene verduistering van 4 seconden, de laatste gevolgd door eene ver-
duistering van 13 seconden , 10,9 M. boven water en zichtbaar tot op
11 zeemijl. De catoptrieke lichttoestel, bestaande uit 9 lampen, wordt
in den grooten mast geheschen , niet slecht weder of lastige zee slechts
9,4 M. boven water. Als ankerlicht wordt een wit lantaarnlicht getoond,
vóórop aan het stag.
Het is een rood vaartuig met witten gang, waarop aan weersznden
met zwarte letters „Schouwenbank", en voert als dagmerk een zwarten
bol in top. Achterop staat de druilsmast, die voor seinen dient.
Mistsein Elke twee minuten drie snel opvolgende geluidstooten
met sirene gedreven door verwarmde lucht. Wanneer de sirene
onklaar is , wordt de klok geluid, elke halve minuut drie snelopvolgende
slagen.
Wanneer het lichtschip buiten station of driftig is, voert het als
dagmerk een rooden standaard in top boven den bol, en toont in de
plaats der gewone lichten, twee roode vaste lantaarn lichten, één voor-
en één achterop.
Is de draaitoestel onklaar, dan wordt een wit lantaarnlicht in top
gevoerd en buitendien om de 10 minuut een wit flambouwlicht, even
boven de verschansing getoond.
Wordt aan boord van het lichtschip gezien , dat eenig schip gevaar
loopt door het sturen van verkeerden koers , dat zal van het lichtschip
gewaarschuwd worden met een zoo noodig herhaald kanonschot, en met
de seinvlaggen j.d. van het Internationaaal seinboekCgGy zijl in gevaar")
te laten waaien, tot contrasein gedaan is. Een kanonschot onmiddellijk
gevolgd door een vuurpijl, is het sein bij nacht, dat aan boord vau
het lichtschip hulp wordt verlangd.
Tot blyvende aanwijzing van de voor station van het lichtschip ge-
kozen plaats , zyn twee roode spitse tonnen met een witten horizontalen
a
-ocr page 30-
18
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
band, waarop in zwarte letters »S.B. n°. 1 en 2", gelegd ongeveer
NO.—ZW. op 2100 M. van elkander . aan den binnenkant van den Noor-
delüksten drogen rug der Schouwenbank.
Het liebtschip ligt N15°0. 15 zeemijl van den licbttoren van West-
Kapelle, koers en verheid naar het liebtschip Noord-Hinder isZ88°W.
341,2 zeemijl) naar de rood en zwart vertikaal gestreepte verkenningston
van Brouwershaven Z46°0. 4V2 zeemijl, naar de rood en zwart vertikaal
gestreepte verkenningston van het Slijkgat Z89°0. 15 zeemijl, naar het
liebtschip Maas N64°0. 21V, zeemijl.
MIDDEL BANK, 2 zeemijl binnen de Schouwenbank , ligt om de NO.
en in bet verlengde van de Rabsbank , dwars voor het zeegat van
Zierikzee tot nagenoeg tegenover bet Brouwerhavensche gat, strekkende
evenals de Schouwenbank ONO.—WZW. ongeveer 15 zeemijl bij eene
breedte van 1 zeemijl, uitgezonderd aan het W.einde dat onregelmatige
breedte en diepte heeft.
In het diep tusschen Schouwen- en Middelbanken vindt men 270 tot
306 d.M. (15 tot 17 vadem) water. De ondiepste plaatsten vindt men op
de uiteinden der Middelbank; op de W.punt, die door een diep van
216 d.M. (12 vadem) van de Rabsbank is gescheiden, zijn verscheidene
plekken, waarop 72 d.M. (4 vadem) en op de O.punt is één plek van
67 d.M. (3s/4 vadem), doch over eene lengte van bijna 8 zeemijl tusschen
deze beide plaatsen in bedraagt de diepte 108 en 126 d.M. 16 en 7 vadem).
In het merk „Middelburg Z34°0. in Domburg" loopt men tusschen
bet Schaar en de Schouwenbank door, met „kustlicht Westkapelle
Z16°0. in zijn geleidelicht" over de Z.punt van de Schouwenbank , verder
met meer dan 126 d.M. (7 vadem) over de Middelbank been, en een
dezer merken houdende , tusschen de beide Steenbanken door naar Oost-
gat of Roompot.
STEENBANKEN liggen 2 zeemijl binnen de Middelbank en ongeveer
dwars voor den Roompot. Vaartuigen, die van om de N. komen, en
door het Oostgat de Schelde willen binnenloopen, moeten voornamelijk
deze banken vermijden. Het zijn de binnenste van de bovenbeschre-
vene reeks buitenbanken, ze bestaan uit twee ruggen, de Noord- en
Zuid-Steenbank, die door de Vlakte van 90 tot 144 d.M. (5 tot 8
vadem) van elkander gescheiden zijn, terwijl de strekking ongeveer
ONO.-WZW. is.
De geheele uitgestrektheid is nagenoeg 7 zeemijl, waarvan de Z.bauk
en de Vlakte elk ruim 2 zeemijl beslaan, de beide banken zijn zeer
smal, terwijl ze buitendien nog uit ruggen bestaan, op welke men
hoogstens één worp kan doen. De Z.punt, waarop 72 d.M. (4 vadem)
en op één plek slechts 63 d.M. (3 /s vadem) wordt gevonden, ligt 7
zeemijl van Walcheren en de N.punt strekt zich met dezelfde diepte
uit tot op 9 zeemijl afstand van het naaste land van Schouwen. De
minste diepte op de Noord-Steenbank bedraagt 49 d.M (23 4 vadem).
In het merk „Middelburg Z17°0. in Oostkapelle" loopt men in 98 d.M.
(5\'/2 vadem) water over de N.punt der N.Steenbank, in de merken „Middel-
-ocr page 31-
MIDDELBANK. — STEENBANKEN. — BANJAARD.                             19
burg Z35°0. in Domburg" of „kustlicht Westkapelle Z16°0. in zijn
geleidelicht" met 110 d.M. (61\'. vadem) water tusschen de beide steen-
banken door, in het merk „Middelburg Z50°O. in de Kliukersduin" in
130 d.M. (7\'/« vadem) water beZ. de Z.Steenbank langs.
Op de Steenbanken staat met stil weder veelal rafeling en met storm-
weder eene kokende zee.
Tonnen. Tegen de ZVV.punt van de Zuid-Steenbank ligt in 114 d.M.
(8 vadem) water, een zwart en wit horizontaal gestreepte spitse ton,
waarop met roode letters „Z.\'Steenbmk\'", met witten bol als topteeken,
op de merken „Middelburg even beO. Klinkersduiu Z47°0." en kustlicht
Westkapelle Z38°0. op 8 zeemijl, koers en verheid naar de rood en
zwart vertikaal gestreepte verkenningston van het Oostgat is Z62°0. 6Vj
zeemijl, naar de stompe ton n". 1 van de Roompot Z79°0. 8 zeemijl.
Bovendien ligt tegen de ZW.punt van de Noord-Steenbank in 120 d.M.
(ruim 6\'/j vadem) water, eene rood en wit geruite (diagonaalsgewijze
geblokt) spitse ton met rooden driehoek, op de merken .Middelburg in
het huis Aldenbruck te Domburg Z32°0." en kustlicht Westkapelle
Z11°0. op ruim 8 zeemijl, koers en verheid naar de rood en zwart
vertikaal gestreepte verkenningston van het O.gat isZ18°0.4\' 4 zeemijl,
naar de stompe ton n". 1 van het Oostgat Z53 O. 5\' 2 zeemijl.
Het STEEXDIEP , ook wel de Iteede van Walchere\'n genaamd , wordt
in het NW. begrensd door de Steenbanken en beZ. en beO. door de
Kueerens , Rassen en Banjaard. Het is ongeveer 2 zeemn\'1 breed en 8
zeemijl lang in de richting ONO.; de diepte loopt er in uiteen van 216
tot 126 d.M. (12 tot 7 vadem), terwijl de kanten glooiend oploopen
BANJAARI). Onder dezen algemeenen naam verstaat men gewoonlijk
al de banken en droogten beW. het eiland Behouwen in den mond
der Ooster-Schelde gelegen, die gezamenlijk eene groote vlakte vormen.
Door het Westgat van het zeegat van Zieriksee worden deze gronden
in tweeën gescheiden. Het N.gedeelte , liggende tusschen het Brouwers-
havensche zeegat, Schouwen en het Westgat, dat meer in het bijzonder
den naam van Banjaard draagt, bestaat uit verschillende droogten, en
wel vooreerst de Bollen van het Nieuwe Zand, die ongelijk van diepte
zn\'n en uit verscheidene droogvallende plekken bestaan, vormende den
N.kant van Banjaard en verder de droogvallende Wijnbol, die beZ. het
Ippertuspuntje of de NW.punt van Banjaard ligt
De Bol van Banjaard is de W.hoek dezer uitgestrekte droogte De
diepte is ook hier zeer ongelyk, en bedraagt nabh\' den op deze hoogte
steilen W.kant van den Banjaard op sommige plekken slechts 15 en 18
d.M., zelfs valt aan de O.zijde van den Bol een klein gedeelte droog,
welke plek de Petroleumbol wordt genoemd. De diepte van 15 en 18 d.M.
vindt men op den Bol, op het merk: „Vere aan de duinen", peilende
het licht van West-Schouwen ongeveer Z85°0. Tusschen den Wijnbol
en den Bol is de kant van den Banjaard vlak en bevindt zich hier een
vrn\' uitgestrekt diep van meer dan 50 d.M, dat tot tegen den W.kant
der Zeehondenplaat strekt.
-ocr page 32-
20                                                       ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
De Zeehondenplaat is de Z.kant van het boven het Westgat liggende
gedeelte van Banjaard. Op de O.zijde zyn verscheidene droogvallende
plekken, de ZO.punt en een deel van den Z.kant vloeien zelfs met
gewoon hoogwater niet onder.
De W.zijde der plaat is vlak en ongelijk tot tegen den Petroleumbol,
even als de geheele Z.kant van Banjaard, waarvan de ZW.punt beZ.
den Bol, den N.kant van den drempel van het Westgat vormt.
Tonnen. Tegen den NW.kant van den Bol van Banjaard ligt eene
witte ijzeren spitse ton , waarop met zwarte letters „ü. J,l", met rooden
top en zwarten halven bol als topteeken, genaamd de Ion van Oost-
Banjaard
, in 162 d.M. (9 vadem) water, op het merk: „Steenen licht-
toren Noord-Schouwen midden in Westerdoodkist Z85°0.", koers en
verheid naar het lichtschip Schouwenbank is N6°W. 5zeemijl, naarde
rood en zwart vertikaal gestreepte verkenningston van het Brouwers-
havensche gat N50°O. 8\'/« zeemijl.
BeW. den Banjaard en NO. van de Steenbanken ligt eene witte ijzeren
spitse ton, waarop met zwarte letters „i?. Jd", metrooden top en rooden
bol als topteeken, genaamd de ton van Wesl-Banjaard, in 144 d.M. (8
vadem) water , op de peiling lichttoren West-Schouwen Z79°0. 9 zeemijl,
koers en verheid naar lichtschip Schouwenbank is N12°0. 5\'/4 zeemijl,
uaar de rood en zwart vertikaal gestreepte verkenningston van het
Oostgat Z29°W. 6Vj zeemijl.
De liassen bij den Z.kant van Banjaard zijn een paar kleine bollen,
die NO. van de stompe ton n". 1 met afgeknotten kegel van de Roompot
liggen en waarvan de eene slechts 58 d.M. diepte heeft. Van om de N.
komende, moet men met schepen van grcoten diepgang op deze plekken
aandachtig zijn.
Yan de ongelijke vlakte, die beZ. het Westgat ligt, draagt alleen het
W.gedeelte dat zich uitstrekt tot de Ras-sen nog den naam van Banjaard,
de minste diepte daarop bedraagt 41 tot 43 d.M. De drempel van het
Westgat vereenigt het N.gedeelte van den Banjaard met deze vlakte.
Men blijft vrij van de ZW.punt van Banjaard, door Middelburg beW.
Oostkapelle te houden.
WATEUGETIJDEN vóór de zeegaten. Zoowel in zee als vóór de
gaten loopt op de Vlaamsche en Zeeuwsche kusten de stroom niet ge-
durende het geheele tij in dezelfde richting, maar verandert deze voort-
durend , meer of minder snel draaiende tegen de zon om.
Algemeen wordt het afwisselend ty Noord- en Zuidtij genoemd, het
kenteren dier tijen valt niet sümen met de tijdstippen van hoog- en
laagwater.
Ten einde een vergelijk mogelijk te maken tusschen de waterbe-
weging op verschillende plaatsen is als grondslag daarvoor aangenomen
de tijd van H(oog) W(ater) Vlissingen.
Bij den West-Hinder loopt het Noordtij van 2\'\'4 uur vóór tot 13,\'4
uur na H.W. Vlissingen om de ONO., met eene gemiddelde snelheid
van l\'/« zeemijl en draait dan gelijkmatig, maar met sterk verminderde
-ocr page 33-
21
WATERGETIJDEN.
kracht in 2 uur door N. en W. rond tot WZW., wanneer het Zuidty
aanvangt. Dit loopt van 8V4 uur na H.W. Vlissingen tot 4 uur vóór het
volgend H.W. met dezelfde gemiddelde snelheid als het Noordtij en
draait op dezelfde wyze maar in l14 uur door Z. en 0. tot 0N0.; het
doorgaand tjj om de WZW. loopt dus ongeveer V2 uur langer dan het
doorgaand tij om de UNO.
Het Noordtij bereikt in gewone omstandigheden zijn grootste snelheid
met, het Zuidtij ruim 7 uur na H.W. Vlissingen, in de kenteringen zijn
de stroomen het zwakst, nog geen V4 zeemijl, 3 uur na H.W. Vlis-
singen, wanneer hij N.; en 2li2 uur vóór H.W. Vlissiugen wanneer hij
ZOtZ. is; stormweer buiten rekening gelaten is de waargenomen door-
gaande sterkste stroom 2\'/s zeemijl, de zwakste V, zeemijl geweest.
Het is hoogwater ongeveer 1V2 uur vóór H.W. Vlissingen wanneer de
stroom om de ONO. gaat loopen, laagwater 4\'a_ uur na H.W. Vlissin-
gen , wanueer de stroom om de WZW. reeds % uur loopt, zoodat het
water zakt gedurende ongeveer 7 uur en slechts 5\'/2 uur rijst.
Het havengetal bij den W.Hinder is ongeveer 11" 30111\'", het verval
40 d.M.
By den Noord-Hinder komen het Noord- en Zuidty later door dan
bij den West-Hinder en is de richting niet zoo constant, het eerste
loopt van 1 uur vóór tot 3 uur na H.W. Vlissingen om de OtN.
tot NOtN., het tweede van 5 uur na HW. Vlissingen tot 3 uur
vóór het volgend HW. om de ZWtW. tot Z., zij gaan op dezelfde wyze
in elkaar over, het Zuidtij besteedt daarvoor echter 2 uur in plaats
van 1V4 uur.
De gemiddelde snelheid van den stroom en het oogenblik van grootste
snelheid van Noord- en Zuidtij zyn voor beide lichtschepen gelijk , zoo
ook het oogenblik en de richtiug van den zwaksten stroom in de ken-
tering om de ZZO., voor die om de NNW. is da stroom hier het zwakst
4 uur na H.W. Vlissingen, wanneer hij NWtW. is. De waargenomen
grootste en geringste kracht van den stroom zijn weder gelijk.
Het is hoogwater ongeveer 1% uur vóór H.W. Vlissingen , wanneer
de stroom om de OtZ. gaat loopen, laagwater 5% uur na H.W. Vlis-
singen, wanneer de stroom om de ZWtW. is doorgekomen.
Het havengetal bij den N.Hinder is ongeveer 11" 151»\'", het verval
40 d.M.
Met springty loopen in zee de stroomen om de ONO. en WZW. tot
ongeveer 5 uur lang met eene gemiddelde snelheid van 134 zeemyl,by
doode tyen soms maar 3 uur, terwijl de gemiddelde snelheid afneemt
tot 1 zeemyl.
Noch de richting, noch de kracht van den wind hebben invloed op
het doorkomen van het Noordtij , dit treedt altijd op zyn tyd in, z\\j
hebben echter veel invloed op het doorkomen van het Zuidty.
Met harde ZW. winden loopt het Noordty langer en veel h arder,
het Zuidty\' korter en minder snel; by harde NW. winden wordt de
-ocr page 34-
22                                                    ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
duur en de snelheid van het Noordtij niet merkhaar gewh\'zigd, maar
wordt de loop van het Zuidtij minder regelmatig, welk feit, in verband
met de moeilijke zee die er dan staat tot groote voorzichtigheid lnj het
aandoen der kust noopt.
Met harde 0. winden wordt de duur en de snelheid van het Noordty
wat minder, het Zuidtij daarentegen langer en sneller.
Onder de Belgische kust loopt de stroom in eene richting evenwijdig
aan den wal heen en weder en kentert, tegen zon omdraaiende in
hoogstens \' 2 uur. De stroom om de O. loopt harder dan die om de W.,
de gemiddelde snelheid van den eersten bedraagt ruim 1\'/2, die van den
tweeden slechts 1 zeemijl, beide bereiken hunne grootste snelheden 3/4
uur vóór H.W. en L.W. Vlissingen d. i. \'/« uur vóór H.W en L.W.
Ostende, die om de O. komt door 3 uur na L.W. Vlissingen, die om
de W. 3 uur na H.W. Vlissingen.
De havengetallen en vervallen zijn voor Ostende 0U 23min en 39 d.M.,
voor Blankenberghe O" 30»<>n en 37 d.M.
Naarmate men de gaten nadert wordt de richting der ONO. en
WZW.lijko stroomen meer uiieeuloopeud, de duur van de kenteringen
blijft wel dezelfde maar deze loopen nu over een kleiner aantal streken ,
de snelheid van den stroom neemt daarbij ook niet zoo sterk af als in zee.
Bij den Wandelaar loopt het Noordty met eene gemiddelde snelheid
van l1/., zeemijl van 1 uur vóór tot 4 uur na H.W. Vlissingen van O.
tot N., draait dan in 2 uur door W. tot WtZ. en loopt dan het Zuidtu"
met eene gemiddelde snelheid van 1 zeemijl van 6 uur na H.W. Vlis-
singen tot 3 uur vóór het volgende H.W. van WtZ. tot Z., om daarna
weder in 2 uur te draaien tot 0.
In de kenteringen z;jn de stroomen het zwakst, \' 2 zeemyl, S\'/s uur
na H.W. Vlissingen , wanneer hy NtO. en ongeveer 2 uur vóór H.W.
Vlissingen, wanneer hij ZOtZ. tot Z. is, de snelheid van den laatsten
is dan nog geen V» zeemijl.
De stroom om de 0. bereikt zijn grootste snelheid met, die om de
W. ruim 6 uur na H.W. Vlissingen, dus voor den eersten op hetzelfde
oogenblik als in zee, maar voor beide later dan onder de Belgische
kust. De waargenomen doorgaande sterkste stroomen onder de gewone
omstandigheden om de O. en W. bedroegen resp. 23/4 en 2\'lt zeemijl,
de zwakste resp. % en \\\'2 zeemn\'1, zoodat, evenals onder de Belgische
kust, de stroom om de O. steeds krachtiger is dan die om de W.
Springtn\' en doodtjj hebben geen invloed op de richting, weinig op
den duur der verschillende stroomen, de gemiddelde snelheden nemen
dan echter toe, voor die om de NO. tot ruim l*\'j zeemyl, voor die om
de ZW. tot lVi zeemh\'1 en af tot ruim 3U zeemijl voor beide.
Het is hoogwater b\\j het lichtschip Wandelaar en tegen de gronden
van den Deurloo */* uur vó(W H.W. Vlissingen, wanneer de stroom om
de O. loopt, laagwater 6 uur na H.W. Vlissingen, wanneer de stroom om
-ocr page 35-
23
WATERGETIJDEN. — LOODSEN.
de W. loopt. Het water zakt dus 63/, uur en rijst maar 53.4 uur, bij rijzend
water zet de stroom om de ZW., Z. en ZO. langs en op de Belgische kust, bö
yallend water naar Schooneveld en de Rassen en later recht naar zee.
Met harde ZW. winden neemt de gemiddelde snelheid van den stroom
om de O. sterk toe, de duur daarentegen af, de stroom om de NO. en
NNO. komt eerder en sterker door, die om de NW. ondergaat geen
verandering. De gemiddelde snelheid van den stroom om de W. neemt
zeer sterk af, de duur daarentegen veel minder, de stroom om de ZO.
komt eerder door en zet sterk op den wal.
Harde NW. winden brengen hooge waterstanden mede, oploopende
bij doorstaanden wind tot 18 d.M. boven gewoon hoogwater, de gemid-
delde snelheid van den stroom om de O. neemt veel minder toe dan
by ZW. winden, de duur neemt wat af, de stroom om de NO-ondergaat
geen verandering, die om de NW. wordt onregelmatig in duur en
snelheid, soms blijven deze dezelfde als in gewone omstandigheden, in
andere gevallen is hij nauwelijks merkbaar. De gemiddelde snelheid
van den stroom om de W. neemt sterk af, ook is de duur korter, de
stroom om de Z. en ZO. komt eerder door en zet, kort na L.W. Vlis-
singen, nog harder naar den wal als bn\' ZW. wind.
Met harde O.winden heeft men lage waterstanden, bij doorstaanden
wind tot 14 d.M. beneden gewoon laagwater, de gemiddelde snelheid
en de duur van den stroom om de O. nemen sterk af, voor dien om
de W. nemen beide toe, vooral de duur sterk; de duur der kente-
ringen , zoowel door het N. als door het Z. worden merkbaar verlengd,
de snelheid van den stroom blijft echter onveranderd.
Het havengetal bij den Wandelaar is 0"15min , het verval 40 d.M.
LOODSEN. Nederlandsche loodsvaartuigen, die op kruispost zijn,
voeren in top eene blauwe vlag, waarin het witte nommer van het
vaartuig, het nommer ter grootte van de halve breedte der vlag en
\'s nachts een wit toplicht, terwijl zij bovendien elke 15 minuut een
helder flambouwlicht op de hoogte van de verschansing toonen.
De loodsvaartuigen van het ode District ot dat van de Schelde zijn
zwartgeschilderde schoeners en kotters. De schoeners hebben twee masten.
In het schoener- zoowel als in het grootzeil staat met zwarte letters
„Flissingen" en daaronder het nommer van het vaartuig, en op den spiegel
met witte letters „Loodswezen Vlissingen n". ". De kotters hebben,
behalve een grootzeil, achterop een kleinen bezaanmast met driekanten
bezaan.
Even als bij de schoeners staat in het grootzeil met zwarte letters
„Flissingen" en daaronder het nommer van het vaartuig, doch op den spiegel
staat met witte letters „Flissingen" en daaronder „Loodskotter n°. ".
Het onderscheidingsteeken van de loodsvaartuigen voor de Schelde is
eene blauwe vlag, waarin aan den broek de Nederlandsche vlag, elke
kleur breed 1 kleed en ter lengte van V3 der geheele vlag, die aan
den gaffel wordt geheschen.
Indien de loodsvaartuigen al hunne loodsen afgegeven hebben , naar
-ocr page 36-
24
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
of van hun station zeilende zijn, of om de eene of andere reden geen
schepen beloodsen kunnen , voeren z\\j geene blauwe vlag met wit nommer
en toonen \'s nachts het heldere licht om de 15 minuut niet.
Wanneer door het loodsbestuur particuliere stoomvaartuigen belast
worden met den loodsdienst voeren deze, als zij loodsen aan boord hebben,
overdag eene blauwe vlag met wit nommer en toonen zij des nachts,
behalve de voor stoomsehepen voorgeschreven top- en boordlichten, om
de 15 minuut een helder flambouwlicht.
Kruisposten van loodsen voor de Schelde zijn:
1". Engelse/ie kanaal 1 Loodsvaartuig in de Hoofden. Dit vaartuig moet"
overdag, voor zooveel de gelegenheid slechts eenigszins toelaat, steeds
binnen 8 zeemijl van den lichttoren van Dungeness kruisen en
zich \'s nachts in de nabijheid van dien lichttoren ophouden of in
buitengewone omstandigheden ankeren, onverminderd de verplichting,
om bij het ontdekken van sein van schepen om een loods, deze zoodra
mogelijk daarvan te voorzien. Bovendien is van het Ode District 1 loods-
vaartuig nog kraisende in liet Kanaal zelf, zoo ver beW. Dungeness
als de omstandigheden meebrengen. De loodsgelden zijn dezelfde, hetzy
men den loods in.het Engelsche Kanaal of vóór het zeegat aan boord neemt.
2\'. Zeegat van Vlissingen. Twee schoeners , die zoowel \'s nachts als
overdag in zee moeten zijn , en wel 1 voor de Wielingen en 1 voor
Deurloo, Oostgat en Roompot. Bovendien is er nog een loodsschoener
aangewezen , om te kruisen in de Noordzee op de kust boN. Schouwen.
De schippers der loodsvaartuigen moeten zich beijveren om, naar
gelang van weer, wind en gelegenheid, zich daar op te houden, waar
de meeste schepen te verwachten zijn.
De werkkring der zeeloodsen van het 6de District, wat betreft de
loodsdienst voor de Schelde, is het uit zee loodsen tot op de reede van
Vlissingen of Rammekens, of wel, zonder op de reede te ankeren, in
de havens en , daartoe door het loodsbestuur gelast wordende, in de
dokken van Vlissingen; en het loodsen naar zee van de reede en uit
de havens of dokken van Vlissingen.
Te Vlissingen is eene standplaats, zoo wel voor Nederlandsche als
Belgische zeeloodsen.
Voor de werkkring der binnenloodsen, zie bladzijde
Kunnen te Vlissingen geen loodsen aan boord worden gebracht, dan
worden de volgende seinen gedaan op den opstand van het baken-
licht op den Noordzeeboulevard.
Overdag een roode wimpel.
\'s N a c h t s een rood vasl licht zichtbaar in N65°0. door N. tot in N54°W.
De volgende seinen, hetzij afzonderlijk of gezamenlijk gedaan, worden
als loodsseinen aangemerkt en mogen alleen gebezigd worden, als het
schip een loods verlangt:
Ovebdag. 1. De natievlag, omgeven door een witten rand (loodsvlag)
of de natievlag, aan den voortop geheschen..
2. Het sein pt van het Algemeen seinboek.
-ocr page 37-
DE WIELINGEN. — BANKJE VAN DEN WANDELAAR. — BIBZAND               25
\'s Nachts. 1. Blikvuren, die met tusschenpoozen van 15 minuten ont-
stoken worden.
2. Een helder wit licht, dat onmiddellijk boven de ver-
schansing getoond wordt en met korte tusschenpoozen
telkens gedurende één minuut zichtbaar is.
De gezagvoerder, die een loods begeert, is verplicht het sein daarvoor
tn\'dig te doen en het te laten waaien tot de loods aan boord is.
Wanneer een loods op eeuig schip overgaat op verderen afstand van
het zeegat der bestemming, dan die van den bepaalden kruispost vóór-
Ïaats, neemt evenwel zijne verantwoordelijkheid eerst een aanvang op
6 zeemijl afstand van de uitertonnen van dat zeegat.
Schepen naar eene Nederlandsche haven bestemd zijn altijd aan Neder-
land loodsplichtig, ook al nemen zij een Belgischen loods.
Voor de politiebepalingen voor de Rijkskanalen en havens en voor
het reglement voor de scheepvaart ter beveiliging van spoorwegbruggen
zie: „Verzameling van wetten, besluiten en verordeningen betreffende
de binnenlandsche scheepvaart in Nederland".
Voor de bijzonderheden van het Belgische loodswezen , betreffende de
Schelde, wordt verwezen naar de daarvoor bestaande bepalingen, vast-
gesteld door de Belgische Regeering.
De WIELINGEN is het Zuidelijkste en diepste der drie vaarwaters,
waardoor men uit zee naar Vlissingen kan komen.
Het is aan den N.kant begrensd door het Bankje van den Wandelaar,
het Ribzand, op het O.gedeelte waarvan de Bol van Heyst ligt, den
Bol van Knocke en de Sluische Hompols. Tegen de Z.zgde van de
Wielingen vindt men de Wenduynebank, het Zand en de Binnen-
Paardenmarkt.
De breedte van het vaarwater is , behalve in het O.gedeelte , dat beZ.
de Sluische Hompels slechts "/< zeemijl breed is, doorgaande l\'/j zee-
mijl , midden vaarwater vindt men als minste diepte 90 d.M. (5 vadem)
beZ. het lichtschip Wandelaar, welke diepte meer naar binnen toeneemt.
De grond bestaat uit zand met modder en schelpen vermengd, harder
wordende naarmate men de kanten van het vaarwater aanloopt, dwars
van de Nieuwe Sluis vindt men in de diepte en tegen den wal modder.
BANKJE VAN DEN WANDELAAR ligt beN. Blankenberghe en Wen-
duyne, bijna 5 zeemijl uit deu wal. Het bestaat uit kleine bollen, die
over het algemeen steil zijn en waarop eene minste diepte van 50 d.M.
(23/4 vadem) op het merk „Brugge even beW. den lichttoren van Blan-
kenberghe " Deze bank is kenbaar aan de zeer ongelijke diepten
rondom en de vele gebroken schulpen die het lood opbrengt als men
haar nadert.
LICHTSCHIP. Op het Z.gedeelte van de Wandelaarbank, vóórgaats
van de Wielingen, ligt in 90 d.M. (5 vadem) water, een lichtschip,
voerende een draailicht, dat elke 5 seconden één witte schittering
toont, 10,5 M. boven water en zichtbaar tot op 11 zeemijl. De licht-
toestel is catoptriek. Als ankerlicht wordt een wit lantaarnlicht getoond,
-ocr page 38-
26
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
TÓórop aan het stag. Met slecht weder of lastige zee wordt de lichttoestel
slechts 9 of 7,5 M. boven water geheschen. Het is een rood vaartuig
met zwarten gang, waarop aan weerszijden met witten letters „ Wan-
delaar"
en voert als dagmerk twee roode bollen boven elkander
iu top.
M i s t s e i n. Elke twee minuut twee snel opvolgende korte stooten
met eene sirene door verwarmde lucht gekeven. Wanneer de sirene
onklaar is, wordt de klok geluid , elke twee minuut twee snel opvol-
gende slagen.
Wanneer het lichtschip buiten station of driftig is, voert het eene
roode vlag aan den top van den grooten mast en toont in de plaats der
gewone lichten , drie lichten boven elkander aan den gaffel, het bovenste
wit en de beide anderen rood.
Is de draaitoestel onklaar, dan wordt een wit lantaarnlicht in top
gevoerd en buitendien om de 10 minuut een wit flambouwlicht even
boven de verschansing getoond.
Wanneer het lichtschip hulp vraagt, wordt overdag het sein N c. van
het Internationaal seinboek (nIn gevaar heb hulp noodig") geheschen, en
\'s nachts, behalve de gewone lichten, een wit licht achterop getoond
en elke 15 minuut een vuurpijl met rood licht opgelaten.
Het lichtschip ligt N29°W. bn\'na 5 zeemijl van den liehttoren van
Blankenberghe, koers en verheid naar het lichtschip West-Hinder is
N74°W. 22 zeemijl, naar de lichtboei van de Thorntonbank N10°W.
12 \'/j zeemijl, naar de rood en wit horizontaal gestreepte verkenningston
van den Deurloo N55°0. 121/. zeemjjl, naar het lichtschip Wielingen
Z83°0. ruim 8 zeemyl.
TON. Ruim 1U zeemijl ZZW. van de ondiepste plek van de Wande-
laarbank ligt in 90 d.M. (5 vadem) water, eene rood en zwart horizon-
taal gestreepte verkenningston, waarop met witte letters „Wandelaar",
met zwart staand kruis als topteeken op de peiling: liehttoren van
Blankenberghe Z23°0. op 5 zeemijl.
Het RIBZAND ligt beO. de Wandelaarbank en is de N.grens bij het
binnenkomen van de Wielingen. Het W.gedeelte is zeer vlak, doch het
O.gedeelte is droger en ook steiler, welke droogte de
Bol van Heyst wordt genoemd. Hu\' is ZW.—NO. ongeveer 1 zeemijl
lang en \'/« zeemijl breed, men vindt er op enkele plekken slechts
43 d.M. (2\'4 vadem) diepte. De ZO.kant van den bol is steil, over het
midden staat Brugge in de sluizen van Heyst.
LICHTSCHIP. In het vaarwater van de Wielingen, ongeveer ZO.
van den Bol van Heyst, ligt in 110 d.M. (ruim 6 vadem) water, een
lichtschip, voerende een rood draailiehl, dat elke halve minuut één
schittering van 15 seconden duur toont, 11,9 M. boven water en
zichtbaar tot op 9 zeemijl. De catoptrieke lichttoestel wordt in den
grooten mast geheschen. Als ankerlicht wordt een wit lantaarnlicht
getoond, vóórop aan het stag. Het is een rood en zwart horizontaal
gestreept vaartuig, waarop aan weerszijden met witte letters H Wielingen",
-ocr page 39-
BOL VAN KNOCKE. - SLUISCHE HOMPELS. - HET ZAND. - BINNEN-PAARDENMAKKT. 27
en voert als dagmerk een rooden bol in top. Achterop staat de druils-
mast, die voor seinen dient.
Mistsein. Elke twee minuut drie snel opvolgende stooten met eene
sirene, door verwarmde lucht gedreven. Wanneer de sirene onklaar is,
wordt de klok geluid, elke twee minuut drie snel opvolgende slagen.
Wanneer het lichtschip buiten station of driftig is, voert het eene
roode vlag in top en toont in de plaats der gewone lichten , drie lichten
boven elkander in top, het bovenste rood en de beide anderen wit.
Is de draaitoestel onklaar, dan wordt een rood lantaarnlicht in top
gevoerd en buitendien om de 5 minuut een wit fiambouwlicht even
oven de verschansing getoond.
Wanneer het lichtschip hulp vraagt, wordt overdag het sein n. c. van
het Internationaal seinboek („/« gevaar heb hulp noodig") geheschen,
en \'s nachts , behalve de gewone lichten , een wit licht achterop getoond
en elke 15 minuut een vuurpijl met rood licht opgelaten.
Het licht?chip ligt op de merken „Brugge in Heyst" en „lichten
Nieuwe Sluis inéén", koers en verheid naar het lichtschip Wandelaar
is N83°W. ruim 8 zeemn\'1, naar het lage licht Nieuwe Sluis Z81°0.10
zeemijl.
BOL VAN KNOCKE. Deze droogte, waarop enkele plekken van
slechts 46 d.M. (21 2 vadem) water worden gevonden, is ONO.—WZW.
ongeveer 1 zeemijl lang en "4 zeemijl breed, zij wordt door een diep,
waarin tot 117 d.M. (67; vadem) water gescheiden van het Ribzand.
De Z.kant is steil, over het midden ziet men Knocke in zijn licht-
toren en Lisseweghe in Heyst.
NNO. op 1 zeemijl van deze ondiepte en daarvan gescheiden door een
schaar waarin tot 92 d.M. (5 vadem) water, ligt een dergelijke bol
waarop 45 d.M. (2\'/. vadem) diepte.
SLUISCHE HOMPELS. Liggen beO. den Bol van Knocke en zijn
daarmede verbonden door een 3/4 zeemijl breeden rug, waarop 67 d.M.
(22/,i vadem) minste water. Zij bestaan uit twee droojje plekken, de
N.hjkste waarop 13 d.M. (3/4 vadem) minste diepte is ONO.—WZW. l1
zeemijl lang en \'/« zeemijl breed, zij is aan de ZO. en vooral aan de
NO.zijde steil. In het merk „Vlissingen in N.hoek depot van discipline"
loopt men in 125 d.M. (7 vadem) goed vry van de N.punt der Hompels.
De Z.lijke plek, van de eerste gescheiden door een diep, waarin tot
140 d.M. (bijna 8 vadem) water, is l3 4 zeemijl lang en byna \'/j zeennjl
breed, heeft op haar W.einde een minste diepte van 45 d.M. en is aan
de W. en ZW.zijde steil. De O.punt ligt op het merk „Groede tusschen
de boschjes van Wulpen", beO. dit merk vindt men meer dan 90 d.M.
(5 vadem) water.
BANK TAN WENOUYNE. Deze is de eerste bank, die van buiten
af de Z.zijde van de Wielingen begrenst. Zie blz. 12.
HET ZAND ligt beO. de Wenduynebank en is de vlakte tusschen
deze bank en de Binnen-Paardenmarkt, waarop plekken van 52—57 d.M.
(3 vadem) water. Het verst, 2 zeemh\'1 steekt het Zand uit N. van
-ocr page 40-
28
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
Blankenberghe met 57 d.M. (ruim 3 vadem) water; NW. van Heyst
vindt men op l\'/4 zeemijl uit deu wal op het merk „Brugge in de
Leopoldssluizen" 52 d.M. (klein 3 vadem). Tussehen deze plekken bedraagt
de meeste diepte 65 d.M. (32/:, vadem), daar binnen toenemende naar-
mate men den Appelzak nadert.
Binnen het Zand is de wal steil, alleen voor Blankenberghe ligt tot
op % zeemijl uit het strand een bankje met 51 d.M. (klein 3 vadem)
minste water.
BE BINNEN-PAARDENJIARKT is een smalle droge rug voorde
kust, die beO. Heyst begint en doorloopt tot de uitwateringssluis aan
de Wielingen. Op de O.punt is een droogvallende plek, de buitenkant
vooral van het O.gedeelte , is steil.
Tussehen Heyst en het Sluische gat heeft men tegen de kust een
vloe\'lschaar achter bovengenoemden rug, dat de Appelzak genoemd
wordt en met een drempel waarop 66 d.M. (32/s vadem) water in de
Wielingen uitloopt. Jn dit schaar vindt men diepten tot 106 d.M. (6
vadem) water
Tonnen. De Wielingen is tot vóór Vlissingen aan de N.zijde betond ,
behalve niet de lichtschepen Wandelaar en Wielingen en de rood en zwart
horizontaal gestreepte verkenningston met zwart staand kruis van den
Wandelaar, met 10 stompe tonnen , terwijl aan de Z.zijde 2 spitse tonnen
en een rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton met ruit liggen.
De stompe ton n", 1 ligt beW. het Ribzand op de O.punt van de
Wandelaarbank; n". 2 op den vlakken Z.kant van het Ribzand; n". 3
beW. het lichtschip Wielingen en tegen den steilen Z.kant van den
Bol van Heyst; n". 4 met afgeknotten kegel beW. en n". 5 beO.
den steilen Z.kant van den Bol van Knocke; n". 6 tegen den vlakken
Z.kant van den rug tussehen den Bol van Knocke en de Sluische Hompels ;
n". 7 en 8 met een afgeknotten kegel tegen den steilen kant der Hompels ;
n . 9 en 10 tegen den steilen Z.kant van den Walvischstaart.
De spitse ton n°. 1 ligt nabij den NW.kant van de Binnen-Paarden-
markt, n". 2 met kegel tegen het steile NO.einde dezer droogte , dwars
van de sluis aan de Wielingen, de ongenommerde rood en zwart
horizontaal gestreepte kogelton met ruit, gemerkt Br. nabij de vrjj steile
NW punt van de plaat van Breskens.
De SPLEET is een onbetond diep, tussehen het Ribzand en de
Schooneveldsdroogte, welke laatste bank hieronder bij den Deurloo
zal behandeld worden.
De DEURLOO is het middelste der drie zeegaten voor de Schelde
en het moeielijkste om aan te doen en te bevaren. Aan den Z.kant
is het begrensd door de Vlakte van den Raan, den Raan en den
Elleboog, en tegen den N.kant vindt men de Rassen en het bankje
van Zoutelande.
De breedte van het vaarwater bedraagt 1 tot 1 \'/i zeenrijl, de minste
diepte 61—59 d.M. (3\'/4 vadem) vindt men op den buitendrempel bü\'de
eerste tonnen en op den binnendrempel beN. den Elleboog.
-ocr page 41-
SPI.BET. - DEUBLOO. - VLAKTE VAN DES EAAN. - DE BAAN. - DE BASSEN. 29
De VLAKTE TAN DEN HAAN is eene uitgestrekte vlakte, waarop
de diepten uiteenloopen van meer dan 50 tot 90 d.M. (3\'/2 tot 5 vadem).
Op het NO.gedeelte vindt men tot in het merk „lichttoren West\'<apelle
goed vrij beN. den molen" eenige losse plekken waarop 44 d.M. (2\'/2
vadem) minste water; in het merk „Brugge in Heyst" vindt men niet
minder dan 62 d.M. (312 vadem) water.
De Schooneveldsdroogte op het W.lijk gedeelte van bovengenoemde
vlakte bestaat uit twee losse plekken waarop 50 d M. (2s/4 vadem) minste
water, de ZW.lijke op het merk „Brugge- in Lisseweghe.
De RAAN ligt beO. de Vlakte en heeft eene diepte van minder dan
54 d.M. (3 vadem). Aan den Z.kant heeft men twee kleine plekken,
waarop slechts 24 tot 19 d.M. (1 \'Ij tot 1 vadem) water staat, de W.lijkste
daarvan ligt op het merk : „kerktoren Knocke goed vrij beO. den licht-
toren aldaar". De N.zijde van den Raan is vlak.
Walvischstaart en Elleboog kunnen beide als een vervolg van de
Raan beschouwd worden en zijn zeer droge ruggen. Van den Walvisch-
staart, die aan de O.zijde gedeeltelijk droogvalt, is de Z.kant, van den
Elleboog de N. en O.kant steil. De diepte op den Elleboog loopt zeer
uit elkander, bh\' het midden vindt men eene plek, waarop slechts
6 d.M. water.
Tusschen den Walvischstaart en den Elleboog bevindt zich een vloed-
schaar , dat aan de O.zijde doodloopt. BeO. den Elleboog vereenigen zich
de Deurloo en het Oostgat.
Deze beide banken loopen om de O. uit in
De Nolleplaat, die zeer smal en aan de N. en Z.kant zeer steil is,
op deze plaat vindt men plekken, die nagenoeg droog vallen. Zij is
door de nauwe Sardijngeul gescheiden van den wal voor Vlissingen.
De RASSEN, ook wel Noorder-Rassen genaamd, is eene bank , die
zich uitstrekt tusschen Deurloo en Oostgat tot „Aagtekerke vrij beN.
het geleidelicht van den Westkappelsche dijk" en waarop de diepte zeer
ongelijk is. Op de O.zijde van de Rassen vindt men twee droogvallende
plekken. De Z.kant van deze bank is nog al vlak, de NO.zijde steil.
Tonnen. De Deurloo is tot daar, waar hij zich met het Oostgat
vereenigt, behalve met de rood en wit horizontaal gestreepte verken-
ningston, aan de N.zyde betond met 5 stompe tonnen, terwijl aan de
Z.zh\'de 6 spitse tonnen liggen.
De rood en wit horizontaal gestreepte verkenningston, waarop met
zwarte letters „Deurloo", met roode ruit als topteeken, ligt tegen de
buitengronden van den Deurloo en vóórgaats van het vaarwater in 100
d.M. (51!; vadem) water op de peiling lichttoren Westkapelle Z76°0.
op 73/„ zeemyl.
De stompe ton n°. 1 met afgeknotten kegel ligt beW. de losse drooge
plekken beW. de Rassen, n". 2, 3 en 4 nabij de vlakke Z.zijde eu
n°. 5 tegen de ZO.punt der Rassen, de laatste ZW. van het bankje
van Zoutelande.
De spitse ton n°. 1 met bol ligt beN. de losse drooge plekken op de
-ocr page 42-
30
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
N. en NW.punt van den Raan, n°. 2 en 3 aan de vlakke NO.zn\'de van
den Kaan , n\'. 4 nabh- den N.kant, n". 5 bij den steilen NO.hoek en
n". 6 niet bol tegen den steilen O.hoek van den Elleboog.
Het OOSTGAT is de Noordelijkste toegang tot de Schelde, het buiten-
gedeelte van dit zeegat is aan de O.zijde begrensd door de Kueerens of
Domburger-Rassen en aan de W.zh\'de door de Kaloo, beZ. waarvan de
kleine vlakte Botkil ligt. Verder wordt het binnengedeelte gevormd,
de O.kant door den steilen Westwal van het eiland Walcheren en de
W.kant door de NO.zijde der Rassen en het Bankje van Zoutelande.
Het Z.gedeelte van het Oostgat, dat den naam van Galgeput draagt,
bevindt zich tusschen den wal van Walcheren en de O.kanten van Elle-
boog en Wralvischstaart. De Sardijngeul is de /.drempel van den Gal-
geput en dus ook van het Oostgat.
KUEERENS of Domburger-Rassen is eene zeer in diepte af wisselende
vlakte, die onder den wal van Walcheren , tusschen West- en Oost-
kapelle s-trekt. De verst uitstekende punt , waar niet meer dan 45 d.M.
(2\'/j vadem) water staat vindt men in de peiling: geleidelicht West-
kappelsche dijk Z12°W. op ongeveer 3 zeemijl, meer om de Z. heeft
men in de richting naar W\'estkappelle als minste diepte 44 d.M.
BeN. Oostkapelle tot nagenoeg NNVV.van Domburg strekt een rug langs
den wal, die opdroogt naarmate men meer om de O. komt. Voor Dom-
burg steekt dit schaar , ook wel de Urk genaamd , nagenoeg een zeemijl
uit, en daar de O.zijde er van, aan het Breezand , het N.vaste strand,
verbonden is, moet men zorgen er buiten te blijven.
KALOO en Botkil noemt men de zeer ongelijke vlakten tusschen de
Kueerens en de Bassen.
De eerste vormt den drempel van het Oostgat waarop men in het
merk „kustlicht Westkapelle in geleidelicht" 72 d.M. (4 vadem) als
minste diepte vindt, ZW. van deze lyn droogt de bank op tot 36 d.M.
(2 vadem).
Op de tweede bedraagt de minste diepte niet meer, in het merk „Oost-
kapelle in Domburg" vindt men 44 d.M. (2 72 vadem), met Middelburg
aan kustlicht Westkapelle 46 d.M. water.
Het BANKJE VAN ZOITELANDE, waarvan de NO. en O.kanten
zeer steil zijn, strekt tegenover en nagenoeg evenwijdig niet de kust
van Walcheren, daar beZ. vereenigen zich de Deurloo en het Oostgat.
Op het N.gedeelte dezer droogte liggen eenige droogvallende plekken ,
de diepte op het overige van deze bank bedraagt slechts 6 tot 9 d.M.
GALGEPUT is de naam van het vaarwater, nadat Deurloo en Oost-
gat zich vereenigd hebben , de O.kanten van den Elleboog en Walvisch-
staart, die de W.zijde van dit vaarwater bepalen, zijn zeer steil. De
Z.drempel van den Galgeput is de smalle
Saruijnireul, die met eene minste diepte van 56 d.M. (ruim 3 vadem)
onder den wal van Vlissingen doorloopt beN. en beO. langs de steile
Nolleplaat.
Vóór Vlissingen vereenigen zich het Oostgat en de Wielingen.
-ocr page 43-
OOSTGAT. - KUEEBENS. - KALOO. - BANKJE VAN ZOUTELANDE. - SAEDIJNGEDL. 31
Tonnen. Het Oostgat is, behalve met de rood en zwart verticaal
gestreepte verkenningston, aan de W.zn\'de betond met 7 spitse tonnen en
één rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton. Bovendien is de
Sardijngeul betond met 3 spitse tonnen aan de W.zjjde en één stompe
ton aan de O.zijde, benevens een bolbaken op den kop van het hoofd
de Leugenaar te Vlissingen.
De rood en zwart verticaal gestreepte verkenningston , waarop met
witte letters „Oostgat" met zwart staand kruis als topteeken, genaamd
de ton van Kaloo, ligt tegen den vlakken W kant van de Kueerens of
Domburger-Rassen, vóórgaats van het Oostgat in 90 d.M. (5 vadem) watei
op het merk : Lichttoren Westkapelle Z4°0 op 4 zeemijl, koers en verheid
naar de zwart en wit horizontaal gestreepte ton van Zuid-Steeubank is
N62°W. 6\'., zeemijl, naar de rood en wit geruite ton van Noord-Steen-
bank N18°W. 4\'/4 zeemy\'1, naar de witte ton van West-Banjaard N29°0.
(5Vj zeemijl.
De spitse ton n". 1 met bol, de ton van /iet Zuiderhoofd, ligt dwars
van het Zuiderhoofd, tegen den steilen O.kant der Rassen en beN. de
N.punt van het Bankje van Zoutelande; n". 2, de ton van de Zeventig
roeden
, benevens n°. 3 en 4 liggen tegen de steile NO. en O.kanten en
de rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton n". 5 met kegel tegen
de steile ZO.punt van het Bankje van Zoutelande, de laatste dwars van
de Kaapduinen, op de verbinding van Deurloo en Oostgat; de spitse
tonnen n". 6 en 6* tegen den steile O.kant van den Elleboog, en eindelijk
ii°. 7 tegen den NO.kant van de Nolleplaat.
De spitse tonnen n°. 1 en 2 in den Öardijngeul liggen aan de steile
NO. en O.kanten en n°. 3 aan de steile ZÖ.punt van het Nolleplaatje.
De stompe ton n°. 1 ligt aan de O.zn\'de bij den Z.uitloop van dezen
smallen doorloop.
Peilschaal Oostgat. In den Galgeput is bij den Dishoek eene peil-
schaal geplaatst, bestaande uit twee palen, waaraan een baken met
zwarten bol als topteeken is bevestigd. Zh\' is ingericht als die te Vlissingen
zie blz. 4, met gewoon laagwater staat de peilschaal geheel droog, bg
hoogwater komt de bovenste klamp niet geheel onder.
WATERGETIJDEN In de Wielingen. Naarmate men in de Wielingen
om de O. komt doet de geregelde stroom in en uit de Schelde zich meer
gevoelen, bij het lichtschip spreekt men beter van een Oost- en West-
dan van een Noord- en Zuidt^j. De stroom loopt daar vau 2\' 2 nnrvnor
tot 1 uur na HW. Vlissingen om de O. met eene gemiddelde snelheid van
l1/; zeemijl en begint dan met aanvankelijk afnemende , maar later weder
toenemende kracht, hoe langer hoe sneller tegen zon om te draaien,
3  uur na HW. Vlissingen is hij NtW., 4\' 2 uur na HW. Vlissingen W.,
in welke richting hij, met eene gemiddelde snelheid van bijna l12 zeemijl
doorloopt tot 5 uur voor het volgend HW. Vlissingen, daarna draait
hu\', nu met steeds afnemende kracht, hoe langer hoe sneller door,
4  uur voor HW. Vlissingen is hjj ZWtW., 3 uur daar voor ZOtO.
In de kenteringen zn\'n de stroomen het zwakst, \' 2zeemyl, ongeveer
-ocr page 44-
32
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
3 uur na HW. Vlissingen wanneer h\\j NOtN. en ongeveer 4 uur voor HW.
Vlissingen, wanneer hij ZOtZ. is, de snelheid vanden laatsten bedraagt
nog geen V2 zeemijl. De stroom om de O. bereikt zijne grootste snelheid
ruim 1 uur voor HW. Vlissingen, die om de W. ongeveer 5 uur na
HW. Vlissingen , voor beide dus vroeger dan by den West-Hinder,
den Wandelaar en onder de Belgische kust.
Met HW. Vlissingen, het oogenblik van den sterksten stroom om de
ONO. bij den West-Hinder, van daar naar het lichtschip Wielingen
stoomende zal deze derhalve voortdurend in snelheid afnemen; ongeveer
5 uur na HW. Vlissingen, het oogenblik van den sterksten stroom om
de W. bij het lichtschip Wielingen, van daar naar den West-Hinder
stoomende zal men met 15 mijls vaart dien sterKsten stroom over den
geheelen afstand mede nemen.
De waargenomen grootste snelheid der stroomen om de O. en om de
W. bedroegen onder gewone omstandigheden respectievelijk ruim 3 en
2\'/4 zeemijl, de zwakste respectievelijk l\'/4 en 1 zeem\\jl, de stroom om
de O. is dus ook hier sterker dan die om de W., zoodat het bezwaar-
lijker is de Wielingen af, dan op te kruisen.
Springtij en doodtij hebben weinig invloed op den duur der stroomen ,
de gemiddelde snelheden nemen clan echter toe tot ruim 2 zeemijl voor
dien om de O., en bijna 2 zeemijl voor dien om de W., af tot 1 zeemijl voor
beide. De stroom om de O. komt bij doodtij gewoonlijk l/2 uur later door.
Het is by\' het lichtschip Wielingen hoogwater V2 uur voor HW.
Vlissingen, de stroom om de O. heeft dan \\2 uur te voren zijn grootste
kracht bereikt en blijft dan nog 1\'lj uur doorloopen; laagwater 6 uur
na HW. Vlissingen , de stroom om de W. heeft dan ruim 1 uur te voren
zijn grootste kracht bereikt en loopt clan nog l\'/a uur door. Het water
zakt dus 6/2 uur en ryst maar 6 uur.
Bij harde ZW. winden nemen bij het lichtschip Wielingen de gemiddelde
snelheid en de duur van den stroom om de O. beide sterk toe, de gemiddelde
snelheid van dien om de W. blijft dezelfde, maar de richting en duur
worden minder regelmatig, de kenteringen om de N. en Z. veranderen niet.
Met harde NW, winden neemt wel de gemiddelde snelheid van den
stroom om de O. sterk toe, de duur is echter niet veel langer, de kentering
om de N. komt later en duurt korter; de gemiddelde snelheid van
den stroom om de W. blijft dezelfde, maar de richting en de duur
worden onregelmatig, de kentering om de Z. treedt eerder in en duur
langer, de stroom zet clan, kort na L.W. Vlisssingen sterk, den wal in.
Het water wordt nu veel sterker opgestuwd in de Wielingen dan met
ZW. wind, oploopende bij doorstaand stormweer tot 18 d.M. boven
gewoon hoogwater, zoodra echter de wind neiging vertoont om naar
et N. te draaien zakt dit en neemt de snelheid van den stroom om
de O. sterk af, die van den stroom om de W. dadelijk belangrijk toe.
Met harde O.winden worden de gemiddelde snelheid en duur van den
stroom om de O. onregelmatig, terwijl de richting gaat uiteenloopen,
soms is er geen verschil met den gewonen toestand waar te nemen, in
-ocr page 45-
33
WATEIÏGETIJDEN.
andere gevallen is de stroom nauwelijks merkbaar, de kentering om de
N. is kort, de gemiddelde duur en snelheid van den slroom omdeW.
nemen altijd belangrijk toe, de kentering om de Z. ondergaat zelden
verandering. Het water zakt nu hard weg, bij doorstaanden wind tot
14 d.M. beneden gewoon laag Avater.
Met harde NO.winden loopt de stroom om de O. veel korter, maar
dikwijls even sterk als onder gewone omstandigheden, hoewel het water
in de Wielingen en op de Schelde maar weinig rijst.
Onder den wal loopt de stroom in de Wielingen recht langs de kust
heen en weder met ongeveer dezelfde gemiddelde, maximum en minimum
snelheid als bij het lichtschip, ook hier is de stroom om de O. steeds
sterker dan die om de W.
Hoe verder men van het lichtschip Wielingen om de O. komt, hoe
kleiner de verschillen in tijd worden tusschen L.W. Vlissingen en het
doorkomen van den stroom om de O., en H.W. Vlissingen en het
doorkomen van den stroom om de W. Bedroeg dit verschil bij Ostende
ruim 3 uur, bij Blankenberghe is het maar 2, bij de Nieuwe Sluis
slechts 1 uur.
Tn de Wielingen heeft men het zwaarste tij om de O. in de Fransche pas.
Het havengetal bij de uitwateringssluis aan de Wielingen is0«50\'»\'",
het verval 36 d.M.
Ter reede Vlissingen. Daar de tijdstippen van hoog- en laagwater hier
niet meer belangrijk verschillen met die van het kenteren van het getij,
kan het geen verwarring geven van vloed en eb te spreken, wa vóór
en in de Wielingen , waar die verschillen tot ruim 3 uur bedragen ,
wel het geval zou zijn geweest.
Hoc verder men van het lichtschip Wielingen om de O. komt, des te
eerder trekken de vloed en eb in de richting van het vaarwater, ter
reede Vlissingen loopt de stroom recht heen en weder.
De vloed bereikt cene gemiddelde snelheid van l3/.., zeemijl, zijn
maximum snelheid valt ongeveer 1 uur vóór H.W. Vlissingen en hij loopt
nog 1 uur door nadat het water zijne grootste hoogte reeds heeft be-
reikt, het kortst onder den wal van Vlissingen, het langst bij Breskens;
de voorob die ruim 1 uur na H.W. Vlissingen doorkomt loopt om
de UW. over de Nolleplaat en den Walvischstaart (door de Sardn\'ngeul
loopt dan reeds eene flinke eb) en trekt, beO. het lichtschip Wielingen,
over den Raan tot de banken drooger worden en zn\' recht de Wielingen
uit gaat trekken. De eb loopt met eene gemiddeide snelheid van l\'/j
zeemijl en bereikt hare grootste snelheid 4 uur 11a H.W. Vlissingen,
zij loopt het langst, tot8\\ uur na laagwater, voor Breskens, b\\j Vlissingen
doet de vloed uit het Oostgat zich eerder gevoelen.
Vloed en eb komen dus beide ongeveer 3 uur eerder door clan de
stroom om de O. en W. bij het lichtschip Wielingen.
Het water zakt ter reede Vlissingen gedurende Ü\'/j uur en rijst 6 uur,
van het lichtschip West-Hinder om de O. gaande wordt derhalve het
verschil in tijd van rijzing en daling kleiner.
3
-ocr page 46-
34                                                ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
De gemiddelde daling op de Belgische kust bedraagt in de opvolgende
uren van het getij 5, 6, 7 , 8, 7 en 5 d.M., de gemiddelde rijzing
4, 5 , G, 8, 8 en 6 d.M., te Vlissingen zijn die getallen voor de daling
3, 5, 8, 8, 9 en 5 d.M., voor de rijzing 3, 4, 5, 7 , 11 en 8 d.M.,
zoodat het water op de Belgische kust het hardst daalt met half tij en
het snelst rijst kort daarna, te Vlissingen daarentegen de hardste val
komt na half tij en de sterkste rijzing in de beide laatste uren van het
tij, liet wast dan evenveel als in de vier eerste uren.
Het havengetal voor Vlissingen is liiO"1\'" , het verval 37 d.M.
Om dus zooveel mogelijk van den stroom te profiteeren zou een uit-
gaand schip door de Wielingen, dat niet meer dan even 10 mijl loopt,
niet van de \'reede van Vlissingen moeten vertrekken vóór de eb daar
reeds 2 uur loopt, het is dan 4 uur na H.W. Vlissingen bij het licht-
schip Wielingen en heeft het nu steeds voor een versnellenden stroom
die, als het 7 uur na H.W. Vlissingen bij het lichtschip West-Hinder
is gekomen, haar maximum bereikt. Een schip dat niet meer dan
5  mijl loopt zou om die reden van Vlissingen moeten vertrekken als de
eb geregeld doorloopt, dus ruim 1 uur na H.W., het zal dan steeds
minder stroom mee krijgen tot bij het lichtschip Wielingen, waar deze ruim
3 uur na H.W. Vlissingen nog recht om de N. zet; na het passeeren
van dit lichtschip krijgt het den stroom weder hard mede, ongeveer
G zeemijl beW. den Wandelaar wordt het ingehaald door den sterksten
stroom en kan het den West-Hinder reeds in het gezicht hebben vóór
het Zuidtij daar om de O. kentert.
Binnenkomende maakt men altijd slechte tijen, daar de stroom om
de O. vroeger afgaat naarmate men Vlissingen nadert, welk nadeel met
bezeilden wind en voor stoomsehepen niet wordt opgewogen door het
doorgaand sterker zijn van den stroom.
Den West-Hinder passeerende 3 uur vóór H.W. Vlissingen, wanneer
de stroom OZO. opgaat, zou men ruim 10 mijl moeten loopeu om met
stil water van vloeien ter reede Vlissingen te komen; liep men slechts
6  rnn\'1, dan zou men ongeveer met H.W. Vlissingen den sterksten
stroom mede hebben bij den Wandelaar, doch weinige zeemijlen beO-
het lichtschip Wielingen het tij al opraken en spoedig tegen komen.
In den Deurloo. Men rekent dat hier de stroom loopt, zooals boven
beschreven vóór de zeegaten (blz. 22) tot bij de banken, daar binnen trekt
de stroom meer dwars over het vaarwater, om de Z. langer dan om do N„
omdat de laatste banken drooger zijn. Slechts van ongeveer 2 tot \\5 uur
vóór H.W. en L.W. Vlissingen, soms nog korter, afhankelijk vanden
wind, trekt de stroom recht den Deurloo in en uit.
De vooreb trekt over het N.gedeelte van het bankje van Zoutelande
en de Rassen tot op deze ondiepten minder water begint te staan , de
vloed trekt eerst over den Elleboog als het goed half tij is.
In het ÖOStgat. Men rekent dat hier de stroom loopt, zooals boven
beschreven vóór de zeegaten (blz. 22) tot bij den Westkappelschen dijk,
-ocr page 47-
85
— ZEILAANWIJZINCr WIELINOKN.
WATKKGKTIJDEN.
daarbinnen loopt hij in de richting van liet vaarwater heen en weder.
Het intrekken van den stroom begint, dwars van Westkapelle, ruim
"/„ uur vóór L.W. Vlissingen en is dus de rijzing van het water V: uur
vóór, de stroom zet dan naar de Rassen en het bankje van Zoutelande,
eerst met den vollen vloed recht het vaarwater in ; op datzelfde oogenblik
is in de Wielingen bij het lichtschip de zwaarste stroom om de W.pas
\'/., uur af en blijft deze daarna nog ruim een uur doorloopen. Door den
Gulgeput en Sardijngeul loopt het water nu naar de reede vau Vlis-
singen , waar de achtereb dan nog bijna een uur doorloopt, en vormt
onder den wal een sterke neer.
Ongeveer 1 uur vóór H.W. Vlissingen begint het water reeds door
de Sardijngeul naar het Oostgat te vloeien en zet dan naar den wal tot
de banken drooger beginnen te worden, daarna recht door het vaar-
water. Bij Westkapelle trekt het water reeds uit 3/.i uur vóór H.W.
Vlissingen, op datzelfde oogenblik bereikt in de Wielingen bij het licht-
schip de stroom om de O. hare grootste kracht en blijft dan nog 2 uur
doorloopen.
Het havengetal bij Westkapelle is 0j40u>\'» , het verval 32 d.M.
ZEILAAN WIJZING. Aandoen van de Wielingen. Zooals reeds bij
de beschrijving van de West-Hinderbank is opgemerkt, is het eenige
goede vaarwater voor groote schepen, bestemd naar Vlissingen door de
Wielingen , tusschen de Buiten-Ruytingeiibank, het bankje van Bergues
en de Óost-üyckbank aan den Z kant en de Fairy- en West-Hinderbank
aan de N.zijde, dus beN. de Vlaamsche banken langs.
Van af het lichtschip West-Hinder stuurt men beZ. en dicht langs
dit lichtschip en verder Z74°0. op het lichtschip Wandelaar aan. De
diepten vermiuderen dan geregeld tot 180 d.M. (10 vadem) over een
afstand van 10 zeemijl, verder om de O. wordt de grond ongelyk en
vindt men diepten tot 100 d.M. (5\'/2 vadem) toe. Op de minder diepe
plekken is de grond, die uit zand, modder en gebroken echulpen be-
staat , harder; bij den Wandelaar brengt het lood alleen zand met veel
gebroken schulpen op.
Men zal nu opvolgend Ostende, Blankenberghe en het lichtschip
Wandelaar in het zicht krijgen , bij helder weder ziet men de eerste
plaats spoedig na het passeeren van den West-Hinder.
Opwerkende schepen moeten het lood goed gaande houden en Ostende
voorbij zijnde, den wal niet nader nemen dan in 80 d.M. (4\'/a vadem),
aangezien de bank van Wenduyne aan den buitenkant redelijk steil is.
Van Ostende naar de Schelde gaande , moet men met een diepgaand
schip door den pas van Middelkerke, die wordt aangegeven door twee
witte vaste geleidelichten en eene lichtboei, over de Stroombank heen-
loopen en dan buiten de Wenduynebank om naar de Wielingen sturen;
minder diepgaande schepen loopen met „Ostende Z58°W. in zijn licht-
toren" in 34 d.M. (bijna 2 vadem) over de O.punt der Stroombank en
verder dit merk houdende, beZ. de Wenduynebank langs over het Zand
in de Wielingen.
-ocr page 48-
36                                                      ZEEGAT VAN VLISSINGUN.
Het aandoen van de Wielingen bij nacht is eenvoudig, daar men ,
als men het licht van het lichtschip West-Hinder uit zicht verliest,
reeds dat van den Wandelaar ziet, terwijl men steeds zicht houdt van
het licht van Ostende.
Van om de N.komende en bestemd naar de Wielingen, moet men er
zeer op letten om de Thorntonbank te mijden ; wanneer men met een
diepgaand schip langs het lichtschip van don Noord-Hinder komt, zal
men , om het droogste gedeelte van de Z.punt van den Oost-Hinder vrij
te loopen, het best doen om niet dadelijk te Oostelijk te sturen. Wan-
neer men dan het Oasino van Blankenberghe of Uytkerke ontdekt, kan
men daarop aansturen, houdende Brugge goed beW. Blankenberghe of
Uytkerke in den wandelpier van Blankenberghe. In het tweede geval
loopt men met 88 d.M. (bijna 5 vadem\'minste water tusschen het bankje
van den Wandelaar en het Ribzand door, in het eerste blijft men beW.
den Wandelaar.
Schepen van eenigen diepgang moeten nimmer dicht langs, vooral
niet beN. de rood en zwart horizontaal gestreepte verkenningston van
den Wandelaar loopen , maar beW. en beZ. het lichtschip houden of
in het bovengenoemde merk tusschen den Wandelaar en het Uibzand
doorloopen. BeZ. het lichtschip langs loopende passeert men den bniten-
drempel van de Wielingen, waarop 90 d.M. (5 vadem) minste water,
(zie bladz. 25).
Vaartuigen van minder diepgang kunnen over de vlakte van den Kaan
en Oostelijker over het Ribzand loopen, zorgende Brugge beW. Lisse-
weghe te houden ; peilt men dan het lichtschip Wielingen Z81°0. dan
stuurt men daar beZ. langs en in dien koers naar binnen.
Daar er geen langsmerken voor het van den wal afstekend Zand
gevonden worden, moet men daar steeds van het lood gebruik maken,
opwerkende moet men het Zand niet nader dan in ruim 72 d.M. (4
vadem) aanloopen.
Tusschen den Raan en Schooneveldsdroogte door, kan men ook van
buiten af naar Wielingen sturen. Men houdt daarvoor Brugge in Heyst
en vindt dan niet minder dan (i? d.M. (S\'/j vadem) water op de vlakte
van den Raan.
Door de Wielingen. Van om de W. komende is de koers in de
Wielingen, van beZ. het lichtschip Wandelaar, Z83°0. naar binnen langs
het lichtschip Wielingen en verder Z8l°0., in het merk „lichten Niéuwe-
Sluis inéén", in welke geleidelijn men blijft, totdat Groede staat tus-
schen de boschjes van Wulpen , of \'s nachts het licht van den verklikker
b\\j Kruishoofd door kleurverandering van rood in wit waarschuwt, om
het merk los te laten. Men is dan dwars van de O.punt der Hompels.
Het O.gedeelte van de Wielingen langs den wal van Kadzand draagt
den naam van Fransche pas.
Zoodra Groede of de verklikker bij Kruishoofd waarschuwen, om de
lichten van Nieuwe-Slnis niet meer inéén te houden , moet men Noorde-
lijker sturen, houdende den Oranjemolen te Vlissingen zichtbaar beZ.
-ocr page 49-
37
ZEILAANWIJZING DEURLOO.
de huizen op den Noordzeeboulevard aldaar. Met N.winden vooral ook
met stilte en voorvloed , moet men dit zoo spoedig mogelijk doen.
Van binnen de Hompels is de koers N77°0 . naar Vlissingen. Men
houdt daarvoor de molen van Rittem in het Westhoofd der spoorweg-
haven.
Wil men ter reede beZ. vrij van de beide plekken van 90 d.M. (5
vadem) blijven, dan moet men N85°0. sturen en zorgen Rittem tnsschen
de beide havenlichten van de spoorweghaven te hebben vóór de toren
van Vlissingen in het bakenlicht komt, wil men beN. daarvan passeeren
dan moet men op hoogstens \'/j zeemijl het Westhoofd der koopvaarders-
haven voorbij varen.
Door de Spleet. Hoewel de Spleet niet betond is , zou men daardoor,
met voorzichtigheid varende, met goed 50 d.M. diepgang beO. het
Ribzand in de Wielingen kunnen komen, plaatselijke kennis wordt
echter daarvoor vereischt.
ZEILAANWIJZING. Aandoen van den Deurloo. Dit zeegat is het
moeilijkste om aan te doen, niet alleen omdat de buitenbanken zich
zóóver uitstrekken , zoodat de landmerken gewoonlijk moeilijk te zien
zijn , doch bovendien omdat er eene zeer ongelijke diepte in de monding
is, zoodat het lood niet veel aanwijzing geeft. Ts de wind ruim , dan kan
men toch niet vóór half tij naar binnen sturen, wegens het Zuid-overvallen
van het tij. Daar, zooals bij de getijden van den Deurloo is opgemerkt,
de stroom op zijn vroegst eerst twee uren vóór hoogwater recht intrekt,
zal men dikwijls verplicht zijn vóór den Deurloo ten anker te komen;
het is daarvoor raadzaam, om Oostkapelle in en niet beZ. Domburg
te brengen.
De gronden vóór den Deurloo zijn niet rondom dezelfde.
BeN. het gat heeft men, van af de Steen banken naar den wal, eene
gelijke aan- en weder afnemende diepte met harden grauwen zandgrond ,
buiten en beZ. de Steenbanken echter zachten grond. BeW. het gat in
den Westpit heeft men zeer ongelijke diepte met zachten grond , van
198 tot 300 d.M. (11 tot 17 vadem); beZ. den Westpit staat minder
water, ook is de grond daar niet zoo ongelijk, men heeft er meest 198
tot 216 d.M. (11 tot 12 vadem) diepte en, evenals beW. den Westpit,
fijn zand met of zonder schelpen. Zoodra men tegen de buitengronden
komt, heeft men harder grond.
Op bovengenoemde aanwijzingen mag echter, indien men geen zicht
van den wal heeft, niet worden vertrouwd om op het lood van uit zee
naar de rood en wit horizontaal gestreepte boei te loopen, tenzy men
veel plaatselijke bekendheid heeft, byv. voor loodsen.
Als regel kan men stellen, dat het niet raadzaam is den Deurloo des
•nachts aan te doen en zulks overdag alleen dan te doen , wanneer de
merken goed te zien zijn.
Indien men den wil heeft naar den Deurloo leiden de volgende pei-
lingen van den lichttoren van Westkapelle vry van de voor het zeegat
liggende buitenbanken: Z77"0. beZ. langs de Thorntonbank; Z62°0.
-ocr page 50-
38                                                      ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
tusschen de Thorntonbank en de Rabsbank: Z51°0. tusschen de Rabsbank
en de Steenbanken door.
Komt men van om de ZW„ clan moet men in eene diepte van
126 tot 144 d.M. (7 of 8 vadem) langs en tegen den buitenkant van de
Vlakte van den Raan, naar de verkenningston loopen.
Bij helder weder zal men buiten den Deurloo zijnde, nog zicht van
Walcheren kunnen hebben, men brengt dan Middelburg beN. de laagte
waarin Zoutelande staat en stuurt met den koers OZO. naar den wal toe.
Ziet men met bijzonder helder weder de Belgische kust, dan is men
vóór het gat wanneer Brugge in Heyst staat.
Door den Deurloo. Bij helder weder kan men den Deurloo inloopen
in het merk „Middelburg Z74°(). in Zoutelande", beZ. langs de eerste
spitse ton , men krijgt dan niet minder dan 60 d.M. (8% vadem) water,
komt Domburg daarop N74°0. in het geleidelicht van den Westkappelschen
dn\'k, dan stuurt men Z56°0. op zicht der tonnen naar binnen. Langs-
merken bestaan daarvoor niet, vóór men komt bij de uitstekende punt
van den Elleboog, moeten de Oranjemolen en toren van Vlissingen
nagenoeg in den W.molen gebracht worden, totdat de lichttoren van
Westkapelle in het geleidelicht van Zoutelande komt, welk merk men
in den Galgeput achteruit houdt.
De verdere aanwijzingen voor het vaarwater van uit den Galgeput
naar de reede van Vlissingen , vindt men hier onder bij de zeilaanwijzing
door het Oostgat.
De buitendrempel van het gat waarop 59 d.M. (3\'r4 vadem) water,
heeft men tot ongeveer midden tusschen de buitenste stompe en spitse
tonnen , de binnendrempel, waarop eenige d.M. meer water , tusschen de
stompe en spitse tonnen n". 5, tusschen beide drempels vindt men
diepten tot 92 d.M. (5 vadem); den laatsten drempel gepasseerd zijnde,
krn\'gtmenSOd.M. (4V5 vadem) en meer diepte in den Galgeput. (zieblz.28).
Over het algemeen wordt het meeste diepte gevonden langs de stompe
tonnen , NO. van de buitenste stompe ton heeft men zeer ongelijken grond.
ZEILAANWIJZING. Aandoen van liet Oostgat. Dit zeegat is
het gemakkelijkste om binnen te loopen , bij goed helder weder zijn de
hooge kerktoren van Middelburg, de dikke lichttoren van Westkappelle
en die van West-Schouwen reeds buiten de banken te zien, zoodat
men zich dan al spoedig zal kunnen verkennen.
B\\j het aandoen van het Oostgat heeft men voornamelijk de Steen-
banken te vermijden.
Buiten deze banken vindt men ongelijke diepte, er binnen heeft men
dadelijk gelijkmatig toenemende diepten tot 252 d.M. (14 vadem), beZ. de
Zuid-Steenbank tot zelfs 288 dM. (16 vadem), opdrogende naarmate men
meer om de N. komt tot 180 d.M. (10 vadem) achter de Noord-Steenbank.
Dwarsmerken, om te weten of men de Steenbanken al of niet voorbij
is, bestaan niet.
De grond binnen de Steenbanken en in het Steendiep is zeer verschil-
lend. Vóór en even beN. de vlakte tusschen de beide banken heeft men
-ocr page 51-
ZEILAANWIJZING OOSTGAT.                                                      39
meest zachten blauwen kleigrond, doch binnen de Zuid-Steenbank
vindt men harden grauwen zandgrond. ZW. van de Steenbanken heeft
men weder zachten grond , evenals daar beW. in den Westpit; algemeen
krijgt men hier harden grond tegen de buitengronden.
Zooals boven gezegd is , heeft men alleen bij goed helder weder eenige
zekerheid reeds buiten de Steenbanken zicht van de merken van Wal-
cheren te krijgen, waarom van om de W. komende vaartuigen het best
zullen doen, zich eerst aan het lichtschip Noord-Hinder te verkennen,
alvorens te trachten dit gedeelte der kust aan te doen en in den ge-
wilden koers naar den wal te houden.
Men kan beZ. langs of tusschen de beide Steenbanken door naar het
Oostgat loopen. De laatste weg is het gemakkelijkste en ook \'s nachts
goed te bevaren, in het merk „de lichttoren van Westkapelle Z16°0.
in dien van het geleidelicht van den Westkappelschen d\\jk" men loopt dan
de rood en zwart verticaal gestreepte verkenningston op den kop. In
het merk: .Middelburg Z34°0. in Domburg" kan men overdag ook
tusschen de Steenbanken naar binnen loopen , in het Steendiep gekomen
moeten alsdan Oostkapelle en Westkapelle meer dan twee streken uit
elkander staan.
BeZ. de Steenbanken langs komende, moet men Middelburg niet beN.
de Klinkersduinen brengen , voordat men de ton van Zuid-Steenbank
voorbij is; daarna stuurt men Z62°0. naar de rood en zwart verticaal
gestreepte verkenningston , zorg dragende om met het Zuidty niet op
de punt van Kaloo te geraken , door Oostkapelle beN. het Oosteroog
te houden en zelfs goed beN. dit merk te sturen.
Van om de N. langs Baujaard komende, moet men , om vrü van de
N.punt van Steenbank te blijven, Middelburg in doch niet beW. Oost-
kapelle brengen en zal men binnen die punt zijn , wanneer Westkapelle
Z15°W. wordt gepeild, daarna stuurt men Z29°W. naar de rood en
zwart verticaal gestreepte verkenningston of eerst langs den binnenkant
van de Noord-Steenbank te Middelburg in Domburg staat en dan naar
de verkenningston. Met het afgaan van het Zuidtij moet men bijzonder
op het wisselen van Westkapelle acht geven, om niet te veel naar de
Dom burger-Rassen te komen.
Kleinere vaartuigen kunnen van om de NW. in het merk „Middel-
burg Z»i0°O. aan den lichttoren van Westkapelle" met een diepte van
46 d.M. over den Botkil in het Oostgat loopen.
De diepte op den buitendrempel van het Oostgat bedraagt 72 d.M.
(4 vadem); het gemiddeld verval is op deze hoogte 30 en bij springtii
34 d.M. (zie blz. 30).
Door hot Oostgat. Het merk „de lichttoren van Westkapelle
Z16°0. in dien van den Westkappelschen dyk", houdt men langs de
rood en zwart verticaal gestreepte verkenningston tusschen de
Kueerens en Kaloo door, totdat de kerktorens van Oostkapelle en
Domburg nagenoeg inéén komen. Men stuurt dan verder langs den
hoek van den Westkappelschen dijk, op zicht der tonnen en den
-ocr page 52-
40
ZEEGAT VAN VLISSINGEN.
wal langs het bankje van Zoutelande en door den Galgeput en Sardijn-
geul naar de reede van Vlissingen.
De kust van Walcheren is in het Oostgat overal steil.
De smalle Sardijngeul, die dicht langs den wal van Walcheren loopt,
is rondbochtend volgens het beloop van den wal, er trekt een zeer
zwaar tij door, zoowel h\\] vloed als bij eb. De minste diepte daarin
bedraagt 56 d.M. (zie blz. 30).
De gemiddelde rijzing bedraagt hier 37 d.M., bij springtij 47 d.M.
\'s Nachts is het Oostgat op de volgende wijze te bevaren. Men houde
uit zee komende, de lichten van Westkapelle en den Westkappelscb.cn
dijk Z1G°0. inéén totdat de verklikker van Domburg door kleurver-
andering van rood in wit in Z78°0. waarschuwt, om deze los te laten.
Hierop wordt de koers Zl 1°W. en Z. langs den Westkappelschen dn\'k,
totdat men de beide geleidelichten van de Kaapduinen in het Z37°0.
inéén ziet, die zoo gehouden moeten worden, totdat achteruit het
kustlicht van Westkapelle N19°W. in het geleidelicht van Zoutelande
komt. In deze laatste lijn loopt men dan verder langs de beide geleide-
lichten van Kaapduinen naar en door den Galgeput totdat het roode
bakenlicht van Vlissingen Z54°0. in het witte geleidelicht op den
Noordzeeboulevard aldaar komt, in welk merk men naar de Sardijngeul
stuurt om verder, op zicht van den wal en kleursverandering der lichten,
daar door heen naar Vlissingen te loopen.
Het merk der geleidelichten Kaapduinen inéén voert zeer dicht beN.
langs de spitse ton n". 1 met bol, dat van kustlicht Westkapelle in
geleidelicht Zoutelande rakelings langs de spitse ton n". 4.
Voor het bevaren by nacht van de Sardijngeul is goede plaatselijke
bekendheid of de hulp van een loods noodig.
Opwerkende zeilschepen moeten , binnen de Steenbanken zijnde, om
vrg te loopen van de N.zijde van Kaloo, Oostkapelle beN. het Oosteroog
en om vrh\' van de Kueerens te blijven , de beide molentjes van West-
kapelle beW. den lichttoren van het geleidelicht houden. Bij de ver-
kenningston komende, doet men het best er beW. te blijven, aange-
zien die ton dicht aan de Domburger-Rassen ligt. Met helder weder
houdt men Groede even buiten den hoek van Westkapelle.
Het beste is om Kaloo op het lood te mijden.
By den hoek van Westkapelle of het Zuiderhoofd zynde, moet men
het niet te ver W. over laten loopen, omdat daar geulen tusschen de
Rassen en het bankje van Zoutelande zijn waardoor men bij stilte
achter het Bankje van Zoutelande zou kunnen getrokken worden;door
het geheele vaarwater moet men het meest den wal houden.
Het Oostgat is voor grooter schepen, de Sardijngeul zelf voor kleine
te nauw om op te werken, met flauwen wind of buiig weder houde
men steeds het anker gereed om dit zoo noodig onmiddelijk te kunnen
presenteeren.
REEDE TAN VLISSINGEN. De Z.zü\'de van het vereenigde vaar-
water der drie zeegaten, dat meer om de O. de Honte wordt genoemd,
-ocr page 53-
41
KEEDE VLISSINGEN.
wordt bepaald door de Plaat van Breskens, de Hooge platen en de
Spijkerplaat. Al deze banken zü\'n ongelijk hoog droogvallende, met
enkele laagten tnsschen beide.
Ter reede^lissingen bevindt zich nog eene minder diepe plek, het
overblijfsel van de oude Spijkerplaat, waarop 90 d.M. (5 vadem) minste
diepte, ongeveer 34 zeemijl uit den wal, even beW. de merken: „ toren
van Vlissingen in het bakenlicht" en „Ritteni tusschen de havenlichten
van de spoorweghaven."
Het is raadzaam ter reede ten anker te gaan "\', zeemijl uit den wal,
op den rug waarop 90—150 d.M. (5—8 vadem) water, beO. bovenge-
noemde merken. De bodem bestaat daar uit zand en gebroken schelpen ;
zoowel beN. als beZ. dien rug vindt men groote diepte en ligt men in
het felle tij, beN. den rug bovendien nog in den trek der schepen ,
die op- of afvarende allen dicht langs het W.hoofd van de koopvaarders-
haven houden om den zeeloods af te geven of aan boord te nemen.
Bij stormweer uit het W. en ZW. ligt men hier niet veilig meer en
heeft dan goede ligplaats op de reede van Terneuzen.
\'s Nachts wordt de reede van Vlissingen aangewezen door eenen
groenen sector van het havenliclit op de Kasemat van Vlissingen , tus-
schen de peilingen N. en N54 W.
-ocr page 54-
HOOFDSTUK II.
DE SCHELDE VAN VLISSINGEN TOT ANTWERPEN.
Variatie in 189 6. 14° 30\' W.
Jaarlijksche vermindering ongeveer 8\'.
De SCHELDE is van Vlissingen tot Antwerpen eene zeer breede
rivier, aan de N. en O.zijde begrensd door de eilanden Walcheren en
Zuid-Beveland, benevens den Belgischen wal en aau de Z. en W.zijde
eerst door den vasten wal van Zeeuwsch-Vlaanderen en daarna door
dien van België.
Tengevolge van talrijke droge zandbanken, die in de bedding dezer
rivier liggen, is het vaarwater \'zeer bochtend en geschiedt het bevaren
dan ook, zoowel overdag als \'s nachts, steeds geheel op loodsmansaan-
wijzing , overdag op zicht der tonnen en beide oevers , terwijl \'s nachts
de verschillende lichten voldoende aanwijzing geven, om tot Antwerpen
op te varen.
Om bovengenoemde reden zal de beschrijving der Schelde boven Vlis-
singen slechts tot de voornaamste zaken beperkt blijven enwatdezeil-
aanwijzing betreft niet in bijzonderheden behandeld worden.
VLISSINGEN. Zie blz. 4.
Tijdbal. Zie bladz. 4.
KANAAL VAN WALCHEREN. Zie blz. 4.
REDDINGBOOT. Zie blz. 5.
TERNEUZEN. De reede van Terneuzen levert eene goede ligplaats
op voor vaartuigen , die by stormweer uit het W. en ZW. niet meer
veilig op de reede van Vlissingen kunnen blijven. Men ankert hier in
108 tot 144 d.M. (6 tot 8 vadem) water aan den N.kant van het vaar-
water , tegen het Plaatje van Terneuzen, waar men nagenoeg buiten
den stroom ligt. Langs de haven en aan de Z.zn\'de van het vaarwater
heeft men den zwaren aanval van het tij en vindt men groote diepten.
In de monding der havens vindt men eene diepte van 35 d.M.
bij laagwater; het gemiddelde verval bedraagt hier 40 d.M. en bij
springtij 50 d.M.
Door den zwaren aanval van het t\\j langs de haven en haren nauwen
ingang moet men stilwater afwachten om er binnen te komen.
Te Terneuzen is eene standplaats, zoowel voor Nederlandsche als
Belgische binnenloodsen.
-ocr page 55-
TEENEUZEN. - KANAAL VAN GENT EN ZUID-BEVELAND - ANTWERPEN.          43
KANAAL VAN GENT. Het kanaal van Terneuzen naar Gent is 3:3
kilometer lang en heeft eene gemiddelde diepte van 42d.M. De breedte
der sluizen bedraagt 12 M. en de lengte der sehutkolk 125 M.
Het koopvaardersbassin te Gent is 1700 M. lang, 65 M. breed en
50 d.M. diep.
KANAAL VAN ZUID-BEVELAND. Nabij Hansweerd is de ingang
van het kanaal van Zuid-Beveland , dat van deze plaats tot Wemeldinge
dwars door Zuid-Bevebind is gegraven en nu de gemeenschap daarstelt
tusschen de Ooster- en Wester-Sehelder , ter vervanging van het vroegere
vaarwater ,oeer /iel land" door de Ooster-Schelde bij Bat, dat door de
kleine vaart nog al gebezigd werd, doch door het leggen van den
spoorwegdam tusschen Zuid-Beveland en Noord-Brabant in 1867 voor
goed is afgesloten.
Het kanaal is 7,75 kilometer lang, de minste breedte op het kanaalpeil
bedraagt 40 M. en de minste diepte onder het kanaalpeil (50 d M. De
hoogte van het kanaalpeil is 4 d.M. boven Amsterdamsch peil. De lengte
der sehutkolk van de sluizen is 93,65 M. en de diepte op den drempel
onder het kanaalpeil 65 d.M.
In het kanaal van Zuid-Beveland is een paarden- en stoomsleepdienst.
Het tarief is berekend volgens tonnenmaat.
De diepte in de monding van het kanaal bedraagt 31 tot 32 d.M. bij
laagwater. Het gemiddeld verval bedraagt hier 41 en bij springtij 50 d.M.
ANTWERPEN is de voornaamste handelshaven van België , met een
belangrijken in-, uit- en doorvoerhandel. De uitgestrekte bassins, die
aan de N.zijden van de stad oorspronkelijk door Napoleon I zijn aan-
gelegd, zijn vooral in den laatsten tijd aanmerkelijk uitgebreid.
De diepta van deze bassins bedraagt 58 d.M. in het Petit Bassin, in
het Grand bassin en in het Bassin de jonction ; 72 d.M. in het Bassin
du Kattendyk en 84 d.M. in het Bassin aux Bois en het Bassin de la
Campine.
De breedte der sluis van het Petit Bassin bedraagt 14,4 M., de diepte
op den slagdorpel 27 d.M. onder gewoon laagwater
De breedte der sluis van het Bassin de jonction bedraagt 18 M.
„ „
         „ binnensluis van het Bassin Sas bedraagt 23,7 M., de
lengte der sehutkolk 110 M., de wijdte 70 M. en de diepte op den slag-
dorpel 32 d.M. onder gewoon laagwater.
De diepte in de Bassins d\'America en Lefèbvre , NW. van de genoemde ,
bedraagt 111 d.M. Zij staan in verbinding met de Schelde door eene
sluis waarvan de lengte der sehutkolk 195 M., de wydte 19,6 M. en de
diepte op den slagdorpel 53 d.M. onder laag water springtij is.
Men heeft hier dwars van het Bassin du Kattendijk ook verscheidene
droge dokken , en wel drie waarvan de lengte op de stapelblokken 133 M.,
de sluiswijdte 15 M. en de diepte op den slagdorpel 52 d.M.; één waar-
van de lengte op de stapelblokken 110 M. en de sluisvvijdte 23,7 M.
bedraagt met 68 d.M. water op den slagdorpel; één met eene lengte
van 65 M., eene sluiswydte van 12 M. en 41 d.M. water op den slag-
-ocr page 56-
u
DE SCHELDE VAN VLISSINGEN TOT ANTWERPEN.
dorpel en eindelijk één droogdok met eene lengte van 44 M. en eene
sluiswijdte van 10 M. met 27 d.M. water op den slagdorpel.
Bovendien is nog in aanleg bij de Zuider statie een droogdok lang
200 M., met een bodembreedte van 23,5 M. en een diepte van 36 d.M.
onder gewoon laagwater op den slagdorpel, dat door eene bateau porte
direct in gemeenschap staat met de Schelde.
Tegenover het Bassin Sas staat op de kade van het Bassin du Katten-
dijk eene kraan voor een gewicht van 120 ton, die door hydrauliek
bewogen wordt.
Het havengetal van Antwerpen is 3" 45niin en het gemiddeld verval van
water 44 d.M.
Onder de vele kerktorens en verdere kenbare punten der stad is de
toren van de Kathedraal Notre Dame de voornaamste.
De stad wordt door verscheidene forten verdedigd , waarvan het fort
Isabel, het Vlaamsen hoofd en fort Burght de voornaamsten zijn.
Te Antwerpen is eene standplaats, zoowel voor Nederlandsche als
Belgische binnenloodsen.
Tijdbal. Deze staat op het gebouw voor den algemeenen dienst
aan de kade, dat telegraphisch met het Koninklijk Observatorium te
Brussel in verbinding is. Het tijdsein wordt éénmaal daags daarmede
ten 1" Om O1 middelbaren tijd Greenwich gedaan. De seintoestel, die
van alle schepen in de dokken en op stroom vóór Antwerpen gezien
kan worden, is aan een mast bevestigd en bestaat uit 4 zwarte ronde
borden, die vijf minuten te voren in vertikalen stand Avorden gesteld
en op het oogenblik van 1» middelbaren tijd Greenwich in horizontalen
stand vallen.
Mocht om de eene of andere rede de tijdbal niet vallen, dan waait
aan den mast gedurende een uur eene blauwe vlag.
Sleepdienst. Op de Schelde vindt men Belgische stoomsleepers, die
van Antwerpen naar zee en van uit zee naar Antwerpen slepen. Bij
O.winden en goed weder gaan zy ver naar buiten en treft men ze soms
aan bij de lichtschepen van West- en Noord-Hinder. Zij hebben een
vast tarief van uit zee naar Antwerpen, berekend volgens tonnenmaat.
LICHTEN. Vlissinsen. Zie blz. 9.
Breskens Zie blz. 7.
Hoofdplaat. Een rood vast havenlicht, 2,3 M. boven hoogwater en
zichtbaar tot op 4 zeemijl. De catoptrieke liehttoestel is geplaatst op een
rooden ijzeren lantaarnpaal, 2,5 M. hoog, op den kop van den W.lyken
havendam.
Borsele. Twee vaste geleidelichten; het lage of Z.licht van de 4\'\'n
grootte, 5,5 M. boven hoogwater, is zichtbaar rood tot op 4 zeemgl
benedenwaarts onder den N.wal in Z29°0. tot in Z53°0., tot dekking
van de Kaloot, wit tot op 9 zeemijl in Z53°0. door O. tot de spitse ton
n". 3«, groen tot op 3 zeemijl van de spitse ton n". 3a tot de roode
kogelton n". 4 met bol, wederom wit van laatstgenoemde kogelton n". 4
tot in N47°W., verder bovenwaarts rood, tot dekking van den wal van
-ocr page 57-
45
LICHTEN.
Zuid-Beveland. Het is geplaatst op den dijkhoek beZ. het dorp op een
zeskant donkerbruin ijzeren geraamte met rond lichthuis, bet geheel
4,8 M. hoog en het hooge of N.licht van de 6^« grootte, 11,5 M. boven
hoogwater en zichtbaar wit tot op 11 zeemn"!, staat op een inlegdijk
N2°W. 203 M. van het lage licht en is opgesteld op een zeskant bruin
ijzeren geraamte met lichthuis, dat 9,7 M. boog is. De beide licbt-
toestellen zijn dioptriek.
Het merk dezer lichten N2°W. iuée\'n geeft leiding in het Pas van
Terneuzen.
Yerklikker Nieuw-Neuzenpolder. Een wit vast oeverlicht, 5,9 M.,
boven hoogwater en zichtbaar tot op G zeemijl in Z8°0. door Z. tot in
Z37°W. De catoptrieke lichttoestel is geplaatst in een vierkant grn\'s
houten lichthuis, dat op den dijk beO. een keet staat. Het dient om
te waarschuwen voor de Suikerplaat.
Geleidelichten Nieuw-Neuzenpolder. Twee witte vaste geleidelichten;
het lage of N.licht van de 6de grootte, 5,4 M. boven hoogwater en
zichtbaar tot op 9 zeemyl, staat op den dijk beW. de haven van Ter-
neuzen en is opgesteld op een vierkanten gelen ijzeren stoel met licht-
huis, en het hooge of Z.licht van de 4de grootte, 9,8 M. boven hoog-
water en zichtbaar tot op 10 zeemn\'1, staat Z36°0. 428 M. van het lage
licht, op den dijk in eene lantaarn, die aangebracht is in den zijgevel
van de steenen wachtorswoning, met een blauw dak. De lichttoestellen
zijn dioptriek.
Het merk dezer lichten Z3G°0. inéén geeft gedeeltelijk leiding in het
Pas van Terneuzen.
Terneuzen. Een wit en rood vast havenlicht van do 6de grootte,
12,8 M. boven hoogwater en zichtbaar rood tot op 6 zeemijl onder den
Z.wal in Z6S°0. tot in Z48°0. overigens wit tot op 12 zeemijl. De
dioptrieke lichttoestel is geplaatst op een vijf kant ijzeren geraamte met
lichthuis, alles roodbruin geschilderd en 10 M. hoog, dat op den
W.havendam, 100 M. binnen den kop, staat.
Door op de grens van het mode en witte licht te blijven en dus in
de peiling Z48°0. op het licht aan te sturen, heeft men goede leiding
door het Pas van Terneuzen, nadat de verklikker van Nieuw-Neuzen-
polder in het Z37°W. uit zicht is geraakt.
Twee witte vaste havenlichten, 6 M. boven hoogwater en zichtbaar
tot op 9 zeemijl. Ze zijn geplaatst op lantaarnpalen op de koppen der
beide havenhoofden. Wanneer de haven ontoegankelyk is, wordt een
rood licht onder het witte getoond.
Othenepolder. Twee witte vaste geleidelichten zichtbaar tot op 4
zeemijl; het lage of N.licht, 6,3 M. boven hoogwater, staat op het
buitenbeloop van den zeedn\'k van den Nieuw Othenepolder en is opge-
steld in een vierkant rood en wit horizontaal gestreept houten licht-
huis, dat 3,5 M. hoog is en het hooge of Z.licht, 17,3 M. boven hoog-
water , wordt geheschen aan een witten houten paal, die 16,5 M. hoog
is en Z43°W. 678 M. van het lage licht staat op den N.berm van den
-ocr page 58-
46
DE SCHEI-DE VAN VI.ISSINCSEN TOT ANTWERPEN.
dijk tusscheii den Nieuw-Otbene- en den Zaamslagpolder. De beide
lichttoestellen zijn catoj)triek.
Het merk dezer lichten Z43°W. ine\'én geeft leiding in het vaarwater
van uit het Pas van Terneazen naar en in de Everingen.
Eeiulrachtpolder. Twee vasle geleidelichteu ; het lage of W.licht van
de 4ile grootte, 5 M. boven hoogwater, is zichtbaar rood tot op b\' zee-
mijl van benedenwaarts tot in Nt?20()., tot dekking van den oever be().
Terneuzen , daarna wit tot op 9 zeemijl tot ongeveer 150 M. beZ de
rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton met ruit M5, verder groen
tot op 3 zeemijl tot op ongeveer 140 M. beN. deze kogelton; wit tot
in Z. Het staat op een dijkhoek beO. Terneuzen op een vierkanten gelen
ijzeren stoel met lichthuis, het geheel 3,8 M. hoog en het hooge of
O.licht van de Üllu grootte, 9,7 M. boven hoogwater, zichtbaar wit
tot op 10 zeemijl van benedenwaarts tot in Z15°W\\ staat binnendijks,
O. 288 M. van het lage licht, en is opgesteld op een vierkant geel
ijzeren geraamte met lichthuis, dat 7,1 M. hoog is. De beide licht-
toestellen zijn dioptriek.
Het merk dezer lichten O. ine\'én geeft leiding in het vaarwater beO.
Terneuzen tot aan den overloop van de Margriet.
liaaiiand. Een wit, rood en groen vast oeverlicht van de G!<! grootte,
4,5 M. boven hoogwater, zichtbaar rood tot op 4 zeemijl van beneden-
waarts in N87°0. tot beO. den stompe tonskant van de Everingen , tot
dekking van de verschillende droogten aldaar, daarna wit tot op 8
zeemijl tot nabij de spitse ton n°. 10, verder groen tot op 2 zeemgl tot
nabij de spitse ton n . 11 en verder bovenwaarts wit.
De dioptrieke lichttoestel is geplaatst in een vierkant zwart ijzeren
lichthuis, 2,2 M. hoog, dat op den dijkhoek beZ. het dorp staat.
Hoedekeuskerke. Een wit vaut oeverlicht van de 6\'« grootte, 4,3 M.
boven hoogwater en zichtbaar tot op 4 zeemijl van benedenwaarts tot
over de spitse ton n°. 11. De dioptrieke lichttoestel is opgesteld in een
vierkant grijs houten lichthuis, dat 3,8 M. hoog is en op den dijk ZW.
van den provincialen steiger staat.
Het merk van het hooge licht van Biezelingsche Ham N29°0. inéén met
dit licht geeft leiding in het vaarwater tusschen Hoedekeuskerke en de
Margriet.
HiezeliiigSChe Ham. Twee nasle geleidelichten ; het lage of Z.licht van
de Gde grootte, 5,2 M. boven hoogwater, is zichtbaar wit tot op 9 zeemijl
van benedenwaarts tot ongeveer 500 M. beZ. de stompe ton n". 15,
verder bovenwaarts rood tot op 4 zeemijl tot dekking van den berm van
de Biezelingen. Het staat op een dijkhoek beN. Hoedekenskerke op een
vierkanten zwarten ijzeren stoel met lichthuis, het geheel 3,4 M. hoog
en het hooge of N.licht van de 4\'« grootte, 11,7 M. boven hoogwater,
is zichtbaar wit tot op 11 zeemijl van benedenwaarts tot nabij de spitse
ton n". 12 met bol, daarna fp-ocn tot op 2 zeemijl tot ongeveer 460 M.
beN. de spitse ton n". 13 en verder bovenwaarts wederom wit. Dit
staat JN9°0. 578 M. van het lage licht en is opgesteld op een vierkant
-ocr page 59-
47
LICHTEN.
geel ijzeren geraamte met lichthuis, dat 9,8 M. hoog is. De beide licht-
toestellen zijn dioptriek.
Het merk dezer lichten N9°0. inéén geeft leiding over den rug van
Hoedekenskerke.
Hansweerd. Een wit, rood en groen vast havenlicht van de 6Jo
grootte, 8,4 M. boven hoogwater, zichtbaar rood tot op 4 zeemijl van
benedenwaarts onder den N.wal tegen en op de Kapellebank in Z34°0.
tot in Z70°O., daarna wit tot op 10 zeemyl in Z70°O tot in Z87°0.,
150 M. beO. de spitse ton n°. 13a , dan groen tot op 2 zeemijl in Z87°0. door
O. tot in N34°0., nabij de roode kogelton n". 14 met bol, wit in N34°0. door
N. tot in N2° W., nabij de rood en zwart horizontaal gestreepte kogel-
ton n". 10 met ruit; rood in N2°W. tot in N9°W., over de stompe ton
n°. 19, wit in N9°W. tot in N39°W.; rood in N39W. tot in N5G°W.
De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op een zeskant zwart ijzeren ge-
raamte met lichthuis, dat 7,3 M. hoog is en op het W.havenhootdvan
het kanaal van Zuid-Beveland staat.
Binnenwaarts branden lantaarnlichten aan weerszijden der sluizen.
Magere Merrie en Walsoorden. Twee vaste geleidelichten van de
G l« grootte ; het eerste , 15,4 M. boven hoogwater , is zichtbaar rood tot
oi> 4 zeemijl van benedenwaarts tot in Z3°0., langs den spitse tonskant tot
dekking van de platen van Ossenisse, daarna wit tot op 12 zeemijl tot
nabij de stompe ton n". 18, dan groen tot op 2 zeemijl tot nabij de
stompe ton n°. 19, wit tot 80 M. beN. de spitse ton n". 19, verder
bovenwaarts rood, dekkende den wal van Walsoorden. Het staat op den
den dijk beN. het Oude hoofd vau Walsoorden en is geplaatst op een
ronden ijzeren toren , omringd door een zeskant ijzeren geraamte, het
geheel 15,4 M. boog en allus geel geschilderd, en het licht van Wals-
oorden 5,7 M. boven hoogwater, is zichtbaar wit tor, op 9 zeemijl, in
N87°W. door N. tot in N23°0. Het staat Z36°0. 851 M. van het licht
Magere Merrie, 154 M. binnen den kop van het Oude hoofd van Wals-
oorden en is geplaatst op een ijzeren dukdalf met rood lichthuis, G,8 M.
hoog. De beide lichttoestellen zijn dioptriek.
Het merk dezer lichten N36°W. inéén geeft leiding in de bocht van
Walsoorden.
Een wit vast oeverlicht van de 6 >« grootte, 4,3 M. boven hoogwater
en zichtbaar tot op 8 zeemijl in Z15°0. en verder door Z. en W. boven-
waarts. De dioptrieke lichttoestel is geplaatst op een houten dukdalf
met zwart lichthuis, 7,G M. hoog, 75 M. binnen den kop van het Oude
hoofd van Walsoorden.
Groenendijk. Twee vaste geleidelichten van de 4\'ic grootte; het lage
of O.licht, 5,3 M. boven hoogwater, is zichtbaar rood tot op 4 zeemijl
van benedenwaarts, dekkende den oever langs Walsoorden tot 150 M.
buiten den berm van het Oude hoofd, daarna wit tot op 9 zeemijl tot
nabij de stompe ton n°. 21, dan groen tot op 2 zeemnl tot nabij de
stompe ton n". 22 en verder bovenwaarts wederom wit. Het is geplaatst
op den zeedijk beO. het dorp, op een vierkanten ijzeren stoel met een
-ocr page 60-
-IS
DK SCHELDE VAN VL1SS1NGEN TOT ANTWERPEN.
geel lichthuis, het gelieel 4,8 M. hoog, en het hooge ofW.licht, 10,9 M.
boven hoogwater eu zichtbaar wit tot op 11 zeemijl, staat binnendyks
N81°W. 692 M. van het lage licht en is opgesteld op een vierkant ijzeren
geraamte met een geel lichthuis, het geheel 12,2 M. hoog. De beide
lichttoestellen zijn dioptriek.
Het merk van deze lichten N81°VV. inéén geeft leiding langs het
Konijnenschor tot aan het Nauw van Bat.
Bat. Twee vaste, geleidelichten van de 4\'<> grootte; het lage of W.licht
0,5 M. boven hoogwater, is zichtbaar wit tot op 9 zeemijl van beneden-
waarts tot over de spitse ton n". 26 met kegel, daarna groen tot op 2 zeemijl
tot over de spitse ton n°. 27, verder rood tot op 4 zeemijl tot over de
zwarte kogelton n". 27 met ruit en de spitse ton n". 28 en verder boven-
waarts wederom wit. Het is geplaatst tegen den dijk beN. het dorp op
een vierkanten ijzeren stoel met een rood lichthuis, het geheel 3,8 M.
hoog en het hooge of O.licht, 11,7 M. boven hoogwater en zichtbaar
wit tot op 11 zeemijl, staat binnendyks N74°0. 208 M. van het lage
licht en is geplaatst op een vierkant ijzeren geraamte met een rood en
wit horizontaal gestreept lichthuis, het geheel 7,5 hoog. De beide licht-
toestellen zijn dioptriek.
Het van kleur veranderen van het lage licht is een dwarsmerk bij
het ronden van Bat en het merk van deze beide lichten N74°0. inéén
geeft leiding in het Nauw van Bat.
15 i I la lid. Twee vaste geleidelichten van de 41« grootte ; het lage of
Z.licht. 4,3 M. boven hoogwater, is zichtbaar rood tot op 4 zeemijl van
benedenwaarts tot nabij de stompe ton n". 26, daarna wit tot op 8 zee-
mijl tot midden vaarwaters tusschen de stompe ton met zwarten driehoek
n". 26b en de roode kogelton n". 23 met ruit, dan weder rood tot naby
de spitse ton n". 25, daarna groen tot op 2 zeemijl tot nabij de spitse
ton n". 26 met kegel en verder bovenwaarts wederom wit. Het is geplaatst
op het schor beZ. het dorp en NW. van Bat, op een houten stoel van
schroefpalen met een rood lichthuis, het geheel 5,4 M. hoog, eu het
hooge of N.licht, 8,5 M. boven hoogwater en alleen bovenwaarts zicht-
baar wit tot op 10 zeemijl, staat op den dijk N14°W. 199 M. van het
lage licht en is opgesteld op een vierkant ijzeren geraamte met licht-
huis , alles rood en wit diagonaalsgewijze is gestreept en 8,5 M. hoog.
De beide lichttoestellen zijn dioptriek.
Het van kleur veranderen van het lage licht is eeu dwarsmerk by
het ronden van Bat en het merk der beide lichten N14°W. inéén
geeft leiding tot aan de geleidelijn der beide lichten van Frederik.
Frederik. Twee vaste geleidelichten; het lage of N.licht van de 6«1"
grootte, 6 M. boven hoogwater, is zichtbaar van benedenwaarts wit
tot op 9 zeemijl tot nabij de spitse ton n". 33b, daarna groen tot op 2
zeemijl tot nabij de stompe ton n°. 35, dan weder wit tot naby de stompe
ton n". 35b en verder bovenwaarts rood tot op 4 zepmijl. Het staat op
den dijkhoek by een oud fort beN. Lillo en is opgesteld op een rooden
houten stoel met rood lichthuis, en het hooge of Z.licht van de 4\'lu
•
-ocr page 61-
49
LICHTKN.
grootte, 8.1 M. boven hoogwater en zichtbaar benedenwaarts wit tot
op 10 zeemijl in Z6°0. tot in Z51°0., staat op den dijk, Z33°(). 155 M.
van het lage licht, op een rood houten geraamte met wit lichthuis,
aan de N. en W.zijden met rooden diagonaal. De beide lichttoestelen
zn\'n dioptriek.
Het merk dezer lichten Z33°0. inéén geeft leiding door het vaarwater
langs bet bankje van den Doel.
Doel. Een wit en ro<d vast oeverlicht van de 6Je grootte, 4,5 M.
boven hoogwater, zichtbaar rood tot op 4 zeemijl van benedenwaarts
tot in Z14°W., daarna wit tot op 8 zeemijl in Z14°W door W. tot in
N1°W. en verder bovenwaarts wederom roml tot dekking van den oever
tusschen Doel en Liefkenshoek. Het staat op den kop van het N.haven-
hoofd , de dioptrieke lichttoestel is op een rood en wit verticaal ge-
streept lichthuis geplaatst, dat op een houten stoel staat.
Het van kleur veranderen in Zi4°W. is een dwarsmerk op de lichten-
lijn van de Frederik.
Liefkenshoek. Een wit, rood en groen vast oeverlicht van de 6de
grootte, 5 M. boven hoogwater, zichtbaar wit tot op 8 zeemijl van
benedenwiiarts tot nabij de stompe ton n". 39, daarna groen tot op 2
zeemijl tot nabij de spitse ton n\'. 84.3is, dan weder wit tot nabij de
spitoe ton n". 34 en verder bovenwaarts rood tot op 4 zeemijl. Het staat
op den dijk bij het sluisje dwars van het fort, de dioptrieke licht-
toestel is op een rood en wit verticaal gestreept lichthuis geplaatst,
dat op een houten stoel staat.
Het van kleur veranderen is een dwarsmerk bij het ronden van Lillo.
Kvuisschauis. Een wit en rood vast oeverlicht van de 6Je grootte, 5 M.
boven hoogwater, zichtbaar rood tot op 4 zeemijl van benedenwaarts
tot op 100 M. van den rechteroever en van bovenwaarts tot op 40 M.
beW. het kejelbaak; overigens wit tot op 8 zeemijl. Het staat op het
schor buitendijks van den Oordampolder , beZ. de Schans. De dioptrieke
lichttoestel is op een blauw en wit horizontaal gestreept lichthuis geplaatst.
De Parel. Een wit en rood vast oeverlicht, 10 M. boven hoogwater,
zichtbaar rood tot op 1 zeemijl van benedenwaarts onder den wal tot
iets beN. het kegelbaak en van bovenwaarts tot 100 M uit den wal;
overigens wit tot op 4 ziemijl. Het staat op den steiger dwars van het
fort, de catoptrieke lichttoestel is op een rood houten lichthuis geplaatst.
Filippe Een wit en rood vast oeverlicht, 5 M. hoogwater, zichtbaar
rood tot op 1 zeemijl van benedenwaarts over de stompte ton n°. 42b
tot nabü de stompe ton n\'. 43, bovenwaarts van de Boeren schans op
den rechteroever tot dwars van de Blauwe Hoeve; overigens wit tot op
4 zeemn\'1. De lichttoestel is in een rood lichthuis geplaatst, dat onge
veer 3) M. beO. het aanleghoofd op eene houten stelling staat.
Pijp Tabak. Een wit, rood en groen vast oeverlicht, 10 M. boven
hoogwater, zichtbaar groen tot op 1 zeemijl van de spitse ton n°. 37,
tot over de stompe ton n\\ 44, wit tot op 4 zeemn\'1 tot in N59°W.,
beZ. lang.s de stompe tonnen n"\\ 45 en 46 en verder bovenwaarts rood
4
-ocr page 62-
50
DE SCHELDE VAN VLISSINGEN TOT ANTWEEPEN.
tot op 1 zeemijl. De catophïeke liclittoestel is geplaatst op een rood
houten lichthuis, dat op den dykhoek beN. de Draaiende sluis staat.
Austruweel. Een wit en rood vast oeverlicht, 9 M. boven hoogwater,
zichtbaar rood tot op 1 zeemijl van benedenwaarts onder den wal tot
40 M. beZ. de palenhoofden van Austruweel; overigens wit tot op 4
zeemijl. De catoptrieke liclittoestel is op een rood houten lichthuis ge-
plaatst . dat nabij de sluis Vosscheschijn staat.
WATERUETÏJDEN. Voorbij Vlissingen trekt de vloed langs den
hoek van Borsele het eerst de Everiugen in ; als deze goed door is,
loopt het tij tusschen Vlissingen en Borsele het hardst langs den Springer
en de Spijkerplaat. Men moet dan op de hoogte van Borsele, Zuidelijk
langs den Springer sturen, om zeker te wezen niet beN. de punt van
de Suikerplaat te worden getrokken.
Voorbij Terneuzen trekt de vloed naar de platen en droogten beN.
Ossenisse, vooral in het laatst van het tij moet men dus den W.wal
houden, om te trachten naar de bocht van Hoedekenskerke over te
komen. Van daar begint liet vaarwater weder te bocliten en loopt het
tij langs de haven van Hansweerd, het eerst in het Schaar van Waarde.
Men rekent dat er in het Schaar van Waarde een half uur eerder vloed
loopt dan voor Walsoorden.
Ten einde niet in dat schaar te vervallen, maar door het Zuidergat
naar de bocht van Walsoorden te kunnen komen, moet men weder den
Z.wal of de platen van Ossenisse houden Van Walsoorden loopt het tij
weder geregeld door tot bij deu hoek van Valkeuisse, waar de vloed
in het Schaar van de Noord trekt, en men hier den N.wal naar de
boeht van Bat moet gaau houden, om niet langs den kant van het
Konijnenschor in dit schaar te geraken.
In het Nauw van Bat loopt langs den bakenkant maar weinig vloed.
De vloed trekt aldaar sterk langs en over den spitse tonskant in het
Schaar van de Noord. Bij achtervloed loopt er nog een fiksche vloed
langs de spitse tonnen als er reeds eb begint te loopen langs den
bakenkant.
Voorbij Bat keert de stroom volgens den loop der banken, docht het
meest op den O.wal aan, zoodat men hij het veranderen van den koers,
dicht langs de plaat beN. Saaftinge moet loopen.
Met de eb moet men hoofdzakelijk de tegenovergestelde wallen houden,
vooral zoolang de platen nog onder zijn.
Boven Bat moet men dan vooral zorgen den O.wal te houden , om niet
in het Schaar van de Noord getrokken te worden.
In het Nauw van Bat loopt langs den bakenkant zeer veel eb en bij
de plaat van Valkeuisse zet de vooreb sterk naar den stompe tonskant.
Voorby Walsoorden moet men goed opletten niet in de droogten beN.
Ossenisse te vervallen.
Voorbij het bankje van Kapelle en langs Hoedekenskerke trekt de
eb in do bocht en langs den wal, en loopt van daar over naar den
wal van Terneuzen by den Eendrachtpolder.
-ocr page 63-
WATERGETIJDEN. — LOODSEN. — HONTE.                                    51
Om de Everingen af te varen moet men dus bn\' den Hoek van Baar-
land den N.wal houden, omdat men anders teveel om de Z. wordt
getrokken.
Tusschen Vlissingen en Borsele loopt de eb het hardtst langs de Kaloot.
Gedurende het laatste van de eb loopt de stroom meer geregeld naar
het beloop van de vaarwaters , door de platen , die dan meest hong droog
liggen, wordt het tij nagenoeg geheel in de bedding gehouden, üe vloed
loopt op zijn hardst in het 4de en 5de uur; men noemt dit de run.
Het oogenblik van stil water duurt slechts zeer kort; de eene stroom
gaat nagenoeg zonder stilwater in den anderen over.
Het zeewater komt gewoonlijk niet hooger op de rivier dan bij Ant-
werpen , de vloed duurt daar 5l/, uur , bereikt eene gemiddelde snelheid
van l\'/j zeemijl en loopt nog \'/2 uur door nadat het water tot zijn
hoogsten stand is gerezen; de eb duurt G34 uur, bereikt eene gemiddelde
snelheid van 134 zeemijl en loopt nog \'/j uur door radat het water tot
tot zijn laagsten stand is gedaald.
Ten dienste van de scheepvaart zijn op de Wester-Schelde ecnige
peilschalen geplaatst, en wel op het O .hoofd der koopvaardershaven te
Vlissingen, nabn\' den hoek van Borsele , nabij den overloop van de
Margriet op het uiteinde van den berm bij de keet aan den Margnretha-
polder, te Hoedekenskerke, beZ. het Oude hoofd van Walsoorden, te
Doel, twee beN. Kruisschaus, nabij het fort Filippe en het licht van
Pijp Tabak en eindelijk nog een nabij Austruweel.
Zie voor het havengetal en het verval van water der verschillende
plaatsen langs de Schelde , achteraan in Tabel II.
LOODSEN. Zie bladz. 24. Vlissingen, Tcmenzeu en Antwerpen zijn
standplaatsen, zoowel voor Nederlaudsche als Belgische binnenloodsen.
De werkkring der binnenloodsen van het Ode District is het loodsen
van Vlissingen de Schelde op tot Antwerpen of tusschen gelegen plaatsen
of v.in deze plaatsen naar Vlissingen.
Hot vaarwater van Vlissingen tot Antwerpen heeft opvolgend ver-
schillende benamingen ; ze zijn : de Honte , het Pas van Terneuzen, de
Everingen , Middelgat, Zuidergat, Nauw van Bat, het vaarwater boven
Bat en het vaarwater boven Kruisschans. Behalve deze gedeelten , die
allen tot het hoofdvaarwater behooren , is er langs Hoofdplaat nog een
vaarwater, dat echter alleen voor de kleine vaart geschikt is.
HONTE is het gedeelte der Schelde van af ATlissingen tot aan den
Hoek van Borsele , aan de N.zijde begrensd door den Z.wal van Walcheren
en den steilen Z.kant der Kaloot en aan de Z.zijde door de Spijkerplaat
en den Hoogen Springer.
Bij en beO. Vlissingen tot den ingang van het Sloe loopt het diepe
vaarwater dicht langs den dijk. De geheele Z. en O.knst van Walcheren
is bedijkt van af het punt, waar de duinrij beW. Vlissingen eindigt,
tot verdediging dezer du\'ken zijn weder van Vlissingen tot het fort
Rammekens steenen dammen aangebracht.
Op deze hoogte ziet men landwaarts in nog de kerktorens van O.ist-
-ocr page 64-
52
DE SCHELDE VAN VLISSINGEN TOT ANTWEBPEN.
Souburg NNO. eu dien van Rittem O. van Vlissingen, beide met een
klein spits dak nabij den laatsten staan een kenbare kroonboom en
een witte molen. Als verdere kennelijke punten zyn hier nog te noemen
het huis de Schoone Waardin op den Zuidwateringdyk by den ZO.hoek
van Walcheren en het fort Rammekens op den ZO.dijk.
Het merk om overdag de Honte af te loopen is „ Vlissingen midden
tusschen beide molens", dat om vrij te loopen van den kant der Kaloot,
„hoek van Ellewoudsdijk in hoek van Borsele" of „lage licht Borsele
vry beZ. de keet aldaar" , en ten einde in dit vaarwater den N.kant
der Spijkerplaat te mijden moet men den lichtopstand van het lage of
W.licht van Nieuwe-Sluis goed beN. den liehttoren van het hooge of
O.licht houden.
Tonnen. De Honte is betond aan den N.kant met één rood en zwart
horizontaal gestreepte kogelton en één stompe ton en aan de Z.zijde met
4 spitse tonnen.
De rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton n°. 1 met staand
kruis ligt nabij de vlakke W.punt van de Kaloot, aan den ingang naar
de reede van Rammekens of van het Sloe en de stompe ton n°. 2 tegen
den steilen ZW.kaut van de Kaloot; de spitse ton n". 1 met ruit ligt
beW. en nabij de vlakke W.punt, n\'. 2 tegen den steilen N.kant, n°. 3
nabij de vrij steile O.punt van de Spijkerplaat en n°. 3 a tegen den steilen
N.kant van den Hoogen Springer.
Peilschaal Borsele. Op den hoek van Borsele staat even beO. het
Z.geleidelicht eene peilschaal tegen den dijk ten dienste der scheepvaart.
Het Sloe stelde vóór het leggen van den spoorwegdam tusschen Wal-
cheren en Zuid-Beveland, de gemeenschap daar tusschen de Ooster- en
Wester-Schelde, waarvoor na de afdamming het kanaal van Walcheren
dient. Door de afdamming is de vroegere toestand in het Sloe, zoowel
beN. als beZ. den dam , veranderd , en drogen deze nu doodloopende
toegangen langzamerhand op.
De droogvallende Kaloot. waarvan de Z zijde zeer steil is, is de af-
stekende punt van Zuid-Beveland; ze is voor een groot gedeelte zeer
hoog en vloeit op het midden niet onder Tegen den wal van Beveland
is het evenwel iets lager en beW. het hooge gedeelte heeft men eene
smalle laagte , het Karmejolengat genaamd, waar eenige d M. water
blijven staan.
De droogten tegen Zuid-Beveland beN. de Kaloot worden de platen
van de Vlei genaamd en de droogten tegen de O.zyde van Walcheren,
tusschen Rammekens en den Sloeschen dam, zyn bekend onder den
naam van Nieuwlandsche slikken.
Het Sloesche veer bevindt zich ongeveer Va zeemijl beZ. den spoor-
wegdam.
Van het veerhuis, even als uit den wal van Zuid-Beveland , is eene
lange dwarsdam uitgebouwd, waartusschen in het midden nog eene
kleine opening is gelaten.
Tonnen. Het Sloe is betond aan den W.kant met 5 stompe tonnen,
-ocr page 65-
SLOE. — VAARWATEB HOOFDPLAAT.                                             53
en aan den O.kant, behalve met de rood en zwart horizontaal gestreepte
kogelton n°. 1 met staand kruis van de Honte, die zooals boven
gezegd is, aan den ingang naar de reede van Rammekens ligt, met 6
spitse tonnen.
Het gedeelte van liet vaarwater tusschen de stompe tonnen n". 2 en
3 wordt ook de Vlei langs Weizin ge genoemd.
De stompe tonnen n". 1 en 2 liggen tegen den vrij steilen O.kant van
de plaat onder den wal van Rammekens, in de Vlei van Rammekens,
en verder n". 3, 4 en 5 tegen den steilen O.kant van het slik; de
spitse ton n\'. 1 ligt tegen den vrij steilen W.kant en n°. 2 tegen
den vrij steilen NW.kant van de Kaloot, verder n". 3, 4 en 5 tegen
den steilen W kant van de plaat van de Vlei en n°. 6 tegen den steilen
W.kant van het slik van Zuid-Kraaiert.
Reede van llaminekens of van het Sloe. Kleine schepen ankeren
met W.lijken wind meestal in de monding van het Sloe , op de hoogte van
de rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton in 72 tot 90 dM.
(4 tot 5 vadem). Men ligt er beter beschut dan op de reede van Vlis-
singen, vooral tegen NYV". stormen. De kleine scheepvaart ankert nog
hooger op in het Sloe vóór of even beZ. Rammekens.
Het vaarwater van Hoofdplnat is eene diepe geul langs Breskens
en Hoofdplaat, die bij de reede van Biervliet, den O. uitloop in het
Pas vau Terneuzen, echter minder diepte heeft.
Kleine vaartuigen kunnen daardoor langs den wal naar Hoofdplaat en
Terneuzen varen , en moeten langs Breskens in het vaarwater komen.
Zoowel de kleine haven van Breskens als die van Hoofdplaat zijn slechts
getijhavens voor de binnenvaart, die met laagwater nagenoeg droogvallen.
Tonnen. De N.kant van dit vaarwater is betond, behalve met de
ongenommerde rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton met ruit
nabij de vrij steile NW.punt van de Plaat van Breskens, met 2 stompe
tonnen, beide tegen den steilen droogvallenden Z.kant van de Hooge
Platen; de reede van Biervliet aan de N.zijde met 6 stompe, aan de
Z.züde met 5 spitse tonnen.
De stompe ton n". 1 met ruit ligt aan de vlak uitloopeude W.punt
van den Lagen Springer, de overigen tegen den steilen Z.kant dier
plaat; de spitse tonnen n^8. 1 tot en met 4 liggen tegen den steilen
N. en NO kanten van de slikken van Biervliet, de spitse ton n". 5 met
bol ligt naby den steilen N.hoek van het schor bjj Nieuw-Neuzenpolder
aan den O.kant van den ingang van het vaarwater naar Filippine.
Verder staan op deze hoogten twee houten bakens met eene openge-
werkte ruit als topteeken, elk op het buiteneinde van steenen dwars-
dammen en bovendien op den slikhoek bjj Nieuw-Neuzenpolder langs
den zeer steilen kant van het vaarwater door het Pas van Terneuzen
eenige steekbakens.
Het vaarwater van Filippine leidt beW. den Nieuw-Neuzenpolder
en beO. de Mo3selbanken en Savojaardsplaat naar de kleine haven van
Filippine. Hoewel het begin van dit vaarwater tot ongeveer dwars van
-ocr page 66-
54                                DE SCHELDE VAN VLISSINGEN TOT ANTWERPEN.
de Savojaardsplaat vrij diep is, zoo neemt de diepte daarna snel af en
is het daardoor alleen geschikt voor kleine vaartuigen. Het wordt hoofd-
zakelijk door do visschers van Filippine gebruikt.
PA\'S VAN TERNEUZEN. Dit is op de Schelde het grootscheeps-
vaarwater van af den hoek van Borsele tot aan den overloop van Mar-
griet. Daar beO. wordt het Pas van Terneuzen, noch overdag noch
\'s nachts door de groote vaart gebruikt, aangezien men dan slechts
over den tegenwoordig ondiepen rag van Hoedekenskerke in het Mid-
delgat kan komen, en men bovendien in dit gedeelte ook niet vol-
doende leiding heeft van lichten om het \'s nachts te bevaren. Het is
aan den, N.kant begrensd door de Suikerplaat, het Plaatje van Terneuzen
en door het droge van den rug van Baarland, terwijl aan de Z.zijde
eerst de platen Oost-Springer en Lage Springer liggen en het vervol-
gens langs den steilen wal van Zeeuwsch-Vlaanderen, de platen van
Hulst en die van Ossenisse loopt.
Op den rug van Hoedekenskerke, waarover men, tusschen den Rug
van Baarland en de Bronwerplaat, uit het O.gedeelte van het Pas van
Terneuzen in het Middelgat kan komen bedraagt de minste diepte
33 d.M.
Tonnen en bakens. Met Pas van Terneuzen is tot aan den overloop
van Margriet aan de N.zijde betond met een rood en zwart horizontaal
gestreepte kogelton en 9 stompe tonnen , tegen den steilen O.kant der
Springerplaten liggen aan de W.zijde van dit vaarwater één roode
kogelton met bol en 4 spitse tonnen. Daarna komt men aan die zijde
van het Pas van Terneuzen voorbij de stompe ton n". 6 en de spitse
tonnen n1S. 3, 4 en 5 met bol van de reede van Biervliet, de laatste
aan den O.kant van het vaarwater naar Filippine nabij den steilen
N.hoek van het schor bij Nieuw-Neuzenpolder.
BeO. Terneuzen staan langs don zeer steilen Z.kant van het vaar-
water steekbakens op de slikken en het schor aldaar en op het uiteinde
van den berm bij de keet van den Margarethapolder een groot baken
met een bol als topteeken, eindelijk liggen in het gedeelte van het
Pas van Terneuzen beO. den overloop van Margriet ten dienste der
kleine scheepvaart 3 spitse tonnen.
De rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton n°. 3 met ruit ligt
op de vlakke N.punt van de Suikerplaat, waar het vaarwater zich deelt
in het Pas van Terneuzen en de Everingen, de stompe ton n". 36 nabjj
den vlakken NW. kant der Suikerplaat, n . 3« met afgeknotten kegel
tegen den zeer steilen W.kant, nos. 4, 4a, 5, 6 en 6a tegen de steile
ZW. en Z.zn\'den dezer plaat. Vervolgens liggen de stompe tonnen n°.
7 en 7a tegen de steile Z. en ZO.kanten van het Plaatje van Terneuzen.
De roode kogelton n°. 4 met bol ligt nabij den vlakken NO.hoek van
de Hooge Springerplaat, de spitse ton n\\ 5 dekt den steilen ZO.hoek
dezer droogte, n°». ha en 6 liggen tegen den steilen O.kant van Oost-
Springer en n°. 6« met kegel tegen den eveneens steilen O.kant van
Lage Springer. De spitse tonnen, A, B en 0 in het O.gedeelte van het
-ocr page 67-
55
PAS VAN TERNEUZEN.
— EVEHINGEN.
Pas van Terneuzen liggen alle tegen den over het geheel steilen W.kant
van de Platen van Hulst en van Ossenisse.
Peilscliaal Margarethapolder. Ten dienste der scheepvaart staat op
het uiteinde van den berm bij de keet van de Margarethapolder eene
peilschaal, die zich aan het bolbaak bevindt.
Ankerplaats. BeZ. de Lage Springerplaat vindt men tusschen de
stompe ton n°. 6 en de spitse ton n". 2 op de reecle van Biervliet, eene
goede ankerplaats, die geschikt is om tij te stoppen : men ligt daar uit
het zware tij en goed beschut bij slecht weer uit het ZW. en NW.
Reede van Terneuzen en Kanaal van Gent. Zie blz. 42 en 43.
HET VAARWATER VAN EVERINGEN\' is de breede en aanvan-
kelijk diepe voortzetting der Honte langs den wal van Znid-Beveland
beN. de Suikerplaat. BeO. deze plaat verdeelt dit vaarwater zich in de
oude Everingen , eene smalle geul beZ. langs de slikken van Everingen
en beN. de Middelplaat, waarin men geen belangrijke diepte vindt en
eene diepe geul beO. langs de Suikerplaat met een drempel, die de
Suiker- en Middelplaten vereenigt. Deze geul loopt verder beN. het
Plaatje van Terneuzen en beZ. en beO. de Middelplaat langs, tusschen
deze laatste en den rug van Baarland;
Het O.lijk gedeelte van af den Overloop van Margriet is het groot-
scheepvaarwater, uit het Pas van Terneuzen komende.
Op dezen overloop bedraagt de minste diepte diepte 95 d.M. De
toren van Kapelle goed vrij beO. den hoek van Baarland leidt in de
Everingen vrij beO. de Middelplaat.
Tonnen. Het W.lijk gedeelte der Everingen is betond met 2 spitse
tonnen n°s. 1 en la, beide aan den steilen N.kant van de Suikerplaat;
de overloop van Margriet en het O.lijk gedeelte, aan de N. en W.zijde
met 9 stompe tonnen en aan de O.zijde met één rood en zwart horizon-
taal gestreepte kogelton met ruit en 4 spitse tonnen.
De stompe ton n". 1 met afgeknotten kegel van den overloop van
Margriet dekt de O.punt van het Plaatje van Terneuzen , de stompe
tonnen n™. 2, 8, 4, 4rf met afgeknotten kegel en 4c van de Everiugen
liggen allen tegen den steilen Z. en O.kanten der Middelplaat, n". 4
dekt de vlakke NO.punt dier plaat, nos. 4b met afgeknotten kegel en
5 liggen voor een schaar in de Middel plaat.
De rood en zwürt horizontaal gestreepte kogelton a\\ 2 met ruit van
den overloop van Margriet ligt op de vlakke ZW.punt van den rug van
Baarland, de spitse tonnen n". 5, 5a G en 7 allen tegen den steilen
W.kant van dien rug.
MIDDELGAT strekt ongeveer tot aan den ingang van het kanaal
van Zuid-Beveland. Aan de N.zijde loopt het vaarwater langs den steilen
Z.wal van Zuid-Beveland, waartegen de Kapellebank ligt, de Z.zijde
wordt hoofdzakelijk bepaald door de Brouwerplaat. Het diep van het Mid-
delgat is het vervolg van het grootscheepsvaarwater door de Everingen.
• Het gemiddeld verval op deze hoogte bedraagt ongeveer 40 en by
springty 49 d.M.
-ocr page 68-
56                                DE SCHELDE VAN VUSSINGEN TOT ANTWERPEN.
Tonnen en baken. Aangezien men aan de W. en N.zyden van het
Middelgat bijna geheel leiding heeft aan den steiler) Zuid-Bevelandschen
wal, liggen daar slechts twee zwarte bniktonnen n. 15 en 15rt, beide
tot dekking der Kapellebank, waai van de eerste niet afgeknotten kegel
nabü de steile W.punt en de tweede tegen den steilen Z.kant. Boven-
dien staat op het uiteinde van den berm van de Biezeliugen een groot
baken met een afgeknotten kegel als topteeken. De O. en Z.kanten van
het vaarwater worden aangeduid door 7 spitse tonnen , waarvan n". 8 en
9 liggen tegen den W.kant van den rug van Hoedekenskerke, de eerste
dekt tevens de vlak uitloopende NO.punt van den rug van Baarland;
n°. 10 ligt nabg den vry steilen Z.hoek der Brouwerplaat, n°. 11 tegen
den steilen W.kant, n\'. 12 met bol en n\'. 13 tegen den steilen N.kant
dezer plaat, de eerste ter hoogte alwaar het vaarwater O.waarts ombuigt.
De Brouwerplaat loopt nu om de O. verder vlak uit en dient ten laatste
de spitse ton n\'. 13a om de vlakke O.punt te dekken.
Peilschiial Hoedekenskerke is aan den laagwaterkant, 34 M. beZ.
den stoombootensteiger en 23 M. uit de kruin van den dijk geplaatst
ten dienste der voorbijgaande schepen. Ze bestaat uit een geschoorden
stander, waartegen 7 klampen zijn aangebracht, die 1 M. breed en 3 d.M.
hoog, om den anderen rood en wit zijn geschilderd en onderling 3 d.M.
van elkander afstaan, zoodat de bovenkant van den bovensten klamp
(rood) 39 d.M. hooger is dan de onderkant van den ondersten klamp
(rood). De schaal is zoodanig gesteld, dat de onderkant van den onder-
sten klamp komt op 4 d.M. boven het gewoon laagwatermerk zoodat,
daar het gemiddeld verval van water te Hoedekenskerke ongeveer 40 d.M. is,
het hoogwater overeenkomt met den onderkant van den bovensten klamp.
Aan deD stander, 2 M. boven den bovensten klamp, is een wit bord
gespijkerd, waarop met zwarte letters ,PcUschaaV.
Kanaal van Zuid-Beveland. Zie blz. 43.
DOUANE. Te Hansweerd is eene standplaats voor de beambten der
Nederlandscke rh\'ksrechten, tot inklaring van de uit België komende
vaartuigen, die door het Kanaal van Zuid-Beveland naar eene Neder-
landsche haven gaan.
Schaal* van Waarde is een diep vloedschaar beZ. den wal van Zuid-
Beveland en beN. de plaat van Waarde, de plaat van Walsoorden en de
platen van Valkenisse, dat beZ. den hoek van Valkenisse doodloopt.
Tusschen de plaat van Walsoorden en de platen van Valkenisse heeft
men verscheidene smalle doorloopen.
Opvarende moet men zorg dragen niet in dit schaar te vervallen, waar
de vloed sterk intrekt. Hiervoor houde men in het Middelgat dicht langs
de Brouwerplaat.
Het midden van een hoog alleenstaand bosch over den lichtopstand
van Hansweerd, goed vry beZ. het dijkhuisje op den O.berm van het
kanaal leidt vrij beN. langs deze plaat.
Tonnen. Tot aanduiding van den kant der slikken beO. den haven-
ingang van Hansweerd liggen aldaar twee stompe tonnen n°. 1 en 2.
-ocr page 69-
EVEKJNGEN. — MIDDELGAT. — ZUIDERGAT.                                    57
Overigens is hei Schaar Tan Waarde niet betond.
ZUIDERGAT begint ongeveer dwars van den ingang van het kanaal
van Zuid-Beveland en strekt tot nabij den hoek van Valkenisse, alwaar
het Nauw van Bat een aanvang neemt. Het 0.gedeelte wordt ook wel
het vaarwater door de bocht van Walsoorden genoemd.
Aan den 0. en N.kant is het begrensd door de plaat van Waarde, de
plaat van Walsoorden en de platen van Valkenisse en de W. en Z.zijde
wordt bepaald door den steilen O.kant der platen van Ossenisse en ver-
volgens door de steile slikken langs den wal, het schor van Baalhoek
genaamd, het Konijnenschor en de Marlemonsche plaat, hetN.gedeelte
van het schor van Saaftinge.
Bij het inkomen van het Zuidergat moet men over een smallen drempel
loopen , waarop de minste diepte 67 d.M. bedraagt; het gemiddeld verval
is hier 41 en bij springty 50 d.M.
De toren van Hansweerd in den lichtopstand op den W.berm van
het Kanaal leidt over het O.gedeelte van den drempel.
De kerktoren Groenendijk in een gat van het bosch is een merk voor
het vaarwater beZ. de platen van Valkenisse, welk merk, evenals de
vroeger genoemde dagmerken , in de wintermaanden van waarde is, als
de tonnen door ijsgang zijn verdreven of gezonken.
Door het Speelmansgat, waarvan de ingang zich aan den Z.kantvan
de bocht van Walsoorden en beO. Baalhoek bevindt, komt men bij het
haventje van de Paal, dat slechts eene kleine getijhaven voor de kleine
binnenvaart is, die met laagwater geheel droogvalt.
Tonnen en bakens. Het Zuidergat is aan den N.kant betond met
één rood en zwart horizontaal gest eepte kogelton met ruit en 14 stompe
tonnen, aan de Z.zijde liggen één roode kogelton en 10 spitse tonnen.
Bovendien zijn beneden het Oude hoofd van Walsoorden, tegen den
steilen Z.kant van het vaarwater , eenige steekbakens geplaatst, benevens
een groot baken met een bol als topteeken op dat hoofd.
Verder staan op den steilen schorkant, die het O.gedeelte van dit vaar-
water tot aan het Nauw van Bat aan de Z.zijde begrenst, drie groote
bakens, die tot aanwgzing van den bij vloed onderstroomenden oever
dienen en als topteeken een afgeknotten kegel, bol en cylinder van
ongeveer 2 M. middellijn hebben, alles zwart geschilderd. Het eerste,
een kegelbaak, stait op den steilen NO.hoek van het schor van Baal-
hoek, aan den W.ingang van het Speelmansgat of gat van Baalhoek;
het tweede, een bolbaak, op den steilen N.kant van het Konijnenschor,
iets beW. den ingang van Kleinen dijk en het derde , een cylinderbaak,
op den steilen N.kant van de Marlemonsche plaat of het N.gedeelte van
schor van Saaftinge.
_ De rood en zwart horizontaal gestreepte kogelton n°. 16 met ruit
ligt nabjj de vlakke N.punt en n". 16« tegen den steilen W.kant van de
plaat van Waarde; de tonnen n\\ 17 tot en met 22rc allen tegen de
plaat van Walsoorden, en wel n<>3. 17 en 18 tegen den steilen W.kant
nos. 18a, 19, 20 en 21 tegen den steilen ZW.kant; n". 22 tegen den steilen
-ocr page 70-
58                                DB SCHELDE VAN VLJSSINGEN TOT ANTWERPEN.
Z.kant en n°. 22a met afgeknotten kegel nabij en tot dekking van den
eveneens nog al steilen ZO.hoek dezer plaat. Verder liggen de zwarte
buiktonnen n"s. 23, 24, 25 , 26 en 26a met afgeknotten kegel allen tegen
den Z.kant der platen van Valkenisse, die ter hoogte van de twee eerste
tonnen vlak, doch daarna steil zijn.
De roode kogelton n\\ 14 met bol ligt als hoekton bij het oploopen
van den drempel van het Zuidergat; de spitse tonnen n^s. 15, 15a en
16 tegen den O.kant der platen van Ossenisse, die bij de beide eerste
steil zijn ; vervolgens komt men voorbij het groote bolbaak op het uiteinde
van het Oude hoofd van Walsoorden en ligt verder de spitse ton n°. 17
tegen den steilen O.kant van het plaatje onder Walsoorden, n°. 18
tegen den steilen O.kant van het plaatje onder Groenendijk en n". 19
tegen den steilen schorkant onder Baalhoek. BeO. laatstgenoemde ton
staat het kegelbaak bij Baalhoek, ligt de spitse ton n°. 20 met bol
tegen en staat het bolbaak op den steilen N.kant van het Konijnen-
schor, verder vindt men de spitse tonnen nn\\ 20a en 21 met kegel
tegen, en het cylinderbaak op den steilen N.kant der Marlemonsche
plaat, waartegen verder om de O. ook de spitse ton n". 22 ligt.
Ankerplaats. Nabij de spitse ton n°. 16 heeft men aan den spitse
tonskant eene geschikte ligplaats om tü te stoppen, evenals op de
Reede van Walsoorden, die geheel beschut is voor alle winden en
halverwege tusschen Vlissingen en Antwerpen ligt.
Peilschaal Walsoorden en Telegraafkabel. Aan den laagwater-
kant, 250 M. beZ. het Oude hoofd en 180 M. uit de kruin van den dgk,
staat te Walsoorden ten dienste der scheepvaart eene peilschaal, die
geheel hetzelfde is ingericht als die te Hoedekenskerke (zie blz. 56) en
ook op dezelfde wijze gesteld, zoodat de onderkant van den ondersten
klamp 4 d.M. boven het gewoon laagwatermerk komt en daar het ge-
middeld verval van water te Walsoorden ongeveer 42 d.M. bedraagt,
raakt bij hoogwater de bovenste klamp voor Va onder water.
Tusschen Walsoorden en Waarde zijn twee telegraafkabels gelegd en
op de beide oevers ingegraven, ter plaatse waar dit door waarschuwings-
borden is aangeduid. Zooveel mogelijk moet men vermijden nabij deze
kabels te ankeren.
Schaar van de Noord is niet betond. Het is een diep vloedschaar
beN. het schor van Saaftinge, dat tegen de Middelplaat doodloopt. Op-
varende moet men zorgen niet in dit schaar te vervallen, daar de vloed
hier sterk langs en over den spitse tonskant intrekt.
NAUW VAN BAT. Het verdere vaarwater van de Schelde wordt
belangrijk smaller, vooral dit gedeelte tot Bat, aan de N.zijde begrensd
door de steile slikken van Valkenisse en Bat en aan den Z.kant door de
plaat van Saaftinge.
BeO. Bat liggen tegen den Brabantschen wal de slikken van Hinkelen-
oord en daar beN. het Woensdrechtsche gat, dat ten dienste der kleine
vaart door eene rij bakens is aangeduid en naar Woensdrecht leidt.
BeZ. de slikken van Hinkelenoord en beO. de Ballastplaten vindt men
-ocr page 71-
59
EEEDE WALSOORDEN. — NAUW VAN BAT.
het Ossendrechtsche gat of de Noordkil, aangeduid door twee baken-
rijen en leidende naar het haventje van Ossendrecht. Zoowel deze kleine
haven als die van Woensdreeht zijn slechts getijhavens voor de kleine
binnenvaart, die met laagwater geheel droogvallen. BeZ. liet Ossen-
drechtsche gat staan op het schor twee grenspalen, die de grens aan-
geven tussclien Nederland en België op de hoogte van de stompe ton
n". 31.
Op den rug van Bat, bedraagt minste diepte 47 d.M. bij laagwater
en wel in de geleidelijn der lichten van Rilland, dwars van de spitse
ton n\'. 27a.
Het gemiddeld verval nabij Bat is 44 en bij springtij 51 d.M.
Tonnen en bakens. De N.kant van het Nauw van Bat is aangeduid
door eene stompe ton en eene rij steekbakens op den steilen slikkant,
waaronder twee groote bakens. De stompe ton n". 266 ligt nabij den
hoek van Valkenisse , bij den ingang van het Nauw van Bat; het eerste
groote baken, een bolbaak, staat op den slikkant van Rilland en bet
tweede , een cylinderbaak , aan het O.einde der rij bakens en beW. den
hoek van Bat, op de slikken van dien naam.
Aan de Z.zijde van liet vaarwater liggen één roode kogelton met ruit
en 3 spitse tonnen, allen tegen de plaat van Saaftinge , en wel de roode
kogelton n". 23 met ruit op de steile W.punt de spitse tonnen n>\'. 24
en 25 aan den N.kant der plaat, die bij de laatste steil is, n". 26 met
kegel, de hoeklon van Bat genaamd, tegen den steilen NO.hoek der
droogte , ter plaatse alwaar het vaarwater Z.waarts ombuigt.
Reede van Bat en Douane. De vaartuigen uit België komende en
naar een der havens op de Wester-Schelde behalve Hansweerd bestemd,
moeten hier ankeren, daar te Bat de standplaats is voor de beambten
der Nederlandsche rijksrechten. De ankerplaats is dwars van en beO. Bat.
VAARWATER BOVEN RAT TOT ANTWERPEN.
Op dit gedeelte heeft men op Nederlandsch grondgebied nog de
droogte bij Santvliet, waar in de lichtenl\\jn van de Frederik 45 d.M.,
even daar beW. 60 d.M. minste water wordt gevonden.
Tonnen en bakens. Aan den O.kant van het vaarwater van Bat tot
Antwerpen liggen eerst de zwarte kogelton n". 27 met ruit tot dekking
^ van de N.punt der Ballastplaat en 7 stompe tonnen, genommerd
n°. 28 tot en met 34, waarvan n°. 29 met afgeknotten kegel, allen
tegen de N. en W.kanten der droogten, die over het geheel ongelijk
en steil zijn, behalve op de hoogte van ton n . 28. Daarop volgen op
den rechteroever twee groote bakens op den steilen kant van het schor
van Santvliet, het eerste een kegelbaak en het tweede een cylinderbaak
en twee kleinere, het eerste met een afgeknotten kegel, het tweede
met een bol als topteeken.
De volgende drie stompe tonnen n°. 35, 35b en 36 liggen, de eerste
aan de vlakke N.punt van het bankje van Lillo , n . 35b nabij den steilen
W.kant van het bankje en nJ. 36, genaamd ton van den Boel, tegen
den W.kant van dezelfde droogte, die hier ook steil is. Vervolgens ligt
-ocr page 72-
60                                 DE SCHELDE VAN VLISSifJGEN TOT ANTWERPEN.
ton n". 38 iets beZ. Doel en n". 39, genaamd ton van Lillo , op den
overloop van den W.wal naar den O.wal.
Op den rechteroever der rivier staan tusschen den hoek van Lillo en
dien van Filippe, tot aanduiding bij hoogwater van den schorkaut, vier
groote houten bakens, en wel van benedenwaarts opvolgend een dubbel-
kegel- , een cylinder-, een bol- en een kegclbaak. Deze bakens zgn allen
zwart en de opengewerkte ijzeren topteekens rood geschilderd. De beide
eersten zijn eenvoudige palen en tevens ingericht als peilschaal ten dienste
der scheepvaart, doordat ze aan het benedeneinde voorzien zyn van
dwarsklampen, die beurtelings wit en rood zijn geschilderd; de beide
laatsten zijn dukdalven.
Boven Kruisschans liggen verder tot Antwerpen tegen den O.kant van
het vaarwater 8 stompe tonnen. De ton n". 41b ligt op den overloop
van den O.wal naar den W.wal, by den vlakken N.uitloop van het
bankje van Filippe; n°. 41 tegen den steilen NW kant, n". 42 en42b,
waarvan n". 42 de ton van de Parel genaamd wordt, beide tegen den
steilen W.kant van bovengenoemd bankje en n". 43 of de ton van Filippe
tegen den vrij steilen Z W.kant van dezelfde droogte. Eindelijk liggen,
n°. 44, 45 en 46 tegen den steilen rug van Austruweel, ook wel het
bankje van Boerinnesluis genaamd en wel n". 44 tegen den W.kant,
n°. 45 tegen den ZW.kant en n". 46 tegen den Z.kant van dezen rug.
De W.kant van het gedeelte der Schelde van Bat tot Antwerpen wordt
eerst aangeduid door 4 spitse tonnen , waarvan ir. 27 tegen den steilen
O.kant van de plaat van Saaftinge, n°. 27a tegen den NO.kant en
n°. 28 tegen den steilen O.kant der Middelplaat en n". 29 tegen den
steilen O.kant van de slikken van Saaftinge ligt. BeZ. deze tonnen
staan op den steilen O.kant van de slikken van Saaftinge twee groote
bakens, het eerste een kegelbaak en het tweede met eene ronde schijf
als topteeken. Iets beZ. het laatste baken ligt de spitse ton n°. 30, op
vlakken grond nabij den W.wal, daarna liggen tegen het bankje
van den Doel, de spitse ton n". 31 met ruit, tot dekking van dezer
steile N.punt, en n\'. 32, 33 en 33b tegen den steilen O.kant de
droogte, daarna krijgt men twee kleine bakens, het eerste met afge-
knotten kegel, het tweede met een bol als topteeken en ingericht als
peilschaal. Vervolgens ligt de spitse ton n°. 34tb aan den vlakken O.kant
van den rug van Liefkenshoek en n". 342b nab\\j den vlakken ZO.kant
van dezen zelfden rug, n". 34b en 34 tegen de steile Ketelplaat, de
eerste tegen den NO.kant en de tweede tegen den O.hoek Eindelijk
liggen tegen de steile zandvlakte van Krankeloon de spitse tonnen n". 36
en 37 , de eerste tegen den N.kant en de tweede tegen den O.kant van
de droogte, en ten laatste i3 de steile droogte b\\j den hoek van Isabel
door twee spitse tonnen aangeduid, waarvan n°. 38 tegen den N.kant
en n". 39 tegen den O.kant ligt.
Ankerplaats van Saaftinge. Op de hoogte van de spitse tonn". 30
heeft men eene veilige ankerplaats met goeden hougrond en waar weinig
stroom loopt.
-ocr page 73-
VAABWATER BOVEN BAT TOT ANTWERPEN. — ZEILAANWIJZING \'s NACHTS. 61
Peilschaleil boven Bat. Ten dienste der scheepvaart staan peilschalen
te Doel, in de bocht van Kruisschans, nabij het lort Filippe, het licht
van Pijp Tabak en nabij Austruweel.
Quarantaine en Douane. Bij Doel is de Belgische quarantaineplaats;
alle opgaande schepen moeten daar vaart minderen voor het bezoek van
den dokter.
De Belgische beambten der inkomende rechten bevinden zich op een
vaartuig, dat bij Lillo op de rivier is geankerd.
ZEILAANWIJZING. \'s Nachts. De verschillende lichten op de Schelde
geven voldoende aanwijzing om van Vlissingen \'s nachts tot Antwerpen op
te varen, groote plaatselijke kennis of\' de hulp van een loods is daar-
voor echter gebiedend noodzakelijk.
Uit de Wielingen komende wordt het witte havenlicht op de Kasemat
van Vlissingen in N. groen over de reede van Vlissingen tot in N54°W.,
waarna het wederom wit wordt. Men moet het in de Honte wit zicht-
baar houden, daar het met een rooden sector den wal van Walcheren
dekt, en door kleurverandering van groen in wit voor den N.kant der
Sp\\jkerplaat en Hooge Springer waarschuwt. Verder heeft men in de
Honte leiding aan het lage geleidelicht van Borsele, dat door kleur-
verandering in Z53°0. waarschuwt voor den steilen kant van de Kaloot;
het schijnt namelijk wit in het vaarwater en rood over genoemde plaat.
Men stuurt nu verder naar binnen, zorgende het licht van Borsele wit
zichtbaar te honden, totdat men, den groenen sector van dit licht ge-
passeerd zijnde, dit weder wit ziet en brengt nu de beide witte ge-
leideliehten van Borsele N2°W. achteruit inéén, om op dit merk het
Pas van Terneuzen in te loopen. Deze lijn houdt men totdat de beide
geleideliehten van Nieuw-Neuzenpolder Z36°0. inéén zijn, in welk
laatste merk men doorloopt totdat het licht van Terneuzen van wit,
rood begint te worden, als wanneer tevens de verklikker van Nieuw-
Neuzenpolder in liet Z37°W. verduistert.
Het verduisteren van dezen verklikker in de peiling Z8°0. is voor
alkomende schepen eene waarschuwing, dat ze spoedig daarna de ge-
leidelijn der lichten van Nieuw-Neuzenpolder moeten loslaten en de
beide geleideliehten van Borsele nagenoeg inéén zijn.
De verklikker van Nieuw-Neuzenpoldi\'r heeft nut bij heiig weder,
wanneer de overige lichten slecht te zien zyn.
Door op de grens van Jiet roode en witte licht van het havenlicht
van Terneuzen te blijven en dus nagenoeg in de peiling Z48°0. op dit
licht aan te sturen, heeft men goede leiding door het verdere gedeelte
van het Pas van Terneuzen, nadat de verklikker van Nieuw-Neuzenpolder
in het Z37°W. uit zicht is geraakt. Ongeveer dwars van de geleideliehten
gekomen, brengt men het havenlicht aan SB. en stuurt meer Oostelijk en
op zicht voorbn\' Terneuzen totdat men de beide witte geleideliehten van
Eendrachtpolder O. inéén ziet. Het lage licht waarschuwt door kleur-
verandering van wit in rood in N82°0. voor den steilen oever beO. Ter-
neuzen. Men houdt deze beide lichten dan O. inéén, totdat de beide
-ocr page 74-
62                                 DE SCHELDE VAN VLISSINGEN TOT ANTWERPEN.
witte geleidelichteu van Othenepolder achteruit Z43° W. inéén komen,
in welk merk men uit het Pas van Terneuzen over den overloop van
Margriet naar en door de Everingen stuurt.
Het licht van Baarland waarschuwt door kleurverandering van wit
in rood voor de droogten achter den stompe tonskant.
Op deze wijze handelende zal men weldra het hooge licht van Bieze-
lingsche Ham N29°0. inéén zien komen met het licht van Hoedekenskerke,
aan welk merk men verder leiding heeft totdat het witte licht van Baarland
groen wordt. Men stuurt dan Oostelijker en verder op zicht langs het
licht van Hoedekenskerke en voorby het lage licht van Biezelingsche
Ham.
Afkomende schepen krijgen het licht van Baarland wit in het zicht,
en zien het daarna groen worden, waarna men geleidelijk het hooge licht
van Biezelingsche Ham en het licht van Hoedekenskerke achteruit in
N29°0. inéén brengt, ten einde in dit merk de Everingen in te loopen.
Is men opvarende even voorbij het lage licht van Biezelingsche Ham,
dan wordt het hooge licht van wit groen en spoedig daarop het lage
licht rood. Men blijft dan op de grens van rood en wit van het lage
licht, totdat het hooge licht van groen in wit veranderd is en kan men
alsdan wat Oostidyker sturen.
Het havenlieht van Hansweerd is inmiddels wit in het zicht gekomen
en rood geworden ; men stuurt er dan in den koers Z70°O. op aan , op
de grens van wit en rood licht, waardoor men vrij loopt van de Kapelle-
bank, over welke droogte dit licht rood zichtbaar is. Is men zoodoende
door het O.gedeelte van het Middelgat geloopen , dan krijgt men in het
Z15°0. het witte licht van Walsoorden in het zicht, waarop men daarop
aanstuurt en het merk van het licht van Hansweerd los laat, welk
licht eerst groen en daarna weder wit wordt.
Spoedig zal men nu het roode licht van Magere Merrie in het Z3°0.
wit zien worden , en houdt men dan op de grens van rood en wit licht
op de Magere Merrie aan: zoodoende zal men over den drempel het
Zuidergat binnenloopen Ook kan men dit doen op het merk: „licht
Hansweerd naderende tot de W.zijde der sluislichten van het kanaal
van Zuid-Beveland". Men stuurt nu door het Zuidergat verder op de
grens van wit en rood licht op de Magere Merrie aan, en laat dit merk
los , wanneer het licht van Walsoorden in Z15°0. verduistert, om daarna
op de grens van zichtbaarheid van den witten sector van laatstgenoemd
licht midden door het Zuidergat te loopen. Daarna wordt het licht
Magere Merrie van wit groen zichtbaar, en loopt men op deze hoogte
gekomen op zicht der beide lichten langs den wal, de bocht van Wals-
oorden in , wTaarna men het licht Magere Merrie rood en dan weder wit,
het lage licht van Groenendijk rood en daarna groen ziet worden. Nu
brengt men de witte lichten van Magere Merrie en Walsoorden N36°W.
achteruit inéén, totdat men in de geleidelijn der beide witte lichten
van Groenendijk komt Het lage licht van Groenendijk is door kleur-
verandering ingericht als dwarsmerk, met een rooden sector dekt het
-ocr page 75-
ZEILAANWIJZING \'s NACHTS.                                                   G3
benedenwaarts den oever langs Walsoorden tot buiten den berm van
het Oude hoofd.
De lichten van Groenendijk N81°W. achteruit inéén geven leiding
langs het Konijnenschor tot aan het Nauw van Bat, waar men dan
verder in den koers N74°0. de geleide!yn der witte lichten van Bat
volgt. Men ziet, deze geleideljjn volgende, het lage licht van Rilland,
dat benedenwaarts rood in \'t zicht is gekomen achtereenvolgens wit,
rood en groen worden, wordt liet nu weder wit dan laat men de lichtelijn
van Bat los en stuurt Zuidelijker, kort daarop ziet men het witte lage
licht van Bat groen worden. Langzamerhand brengt men nu de beide
lichten van Rilland N14°W. achteruit inéén, doch niet voordat het
lage licht van Bat rood zichtbaar is geworden, ten einde zeker te zijn,
dat men beZ. de W.punt van de Ballastplaat is gekomen. Komt men in
deze lichtenlijn terwijl het lage licht van Bat nog groen is, dan staat men
Noordelijker dan wanneer het lage licht van Bat vóóraf rood ia geworden.
Afkomende houdt men de lichten Rilland inéén totdat men het lage
licht van Bat van rood, groen ziet worden ; men stuurt daarna iets Wes-
telijker en ziet daarop het lage licht van Bat weder wit worden, waarop men
weder Westelijker stuurt. Langzamerhand brengt men nu de beide lichten
van Bat in het N74°0. achteruit inéén , doch niet vóórdat het lage licht van
Rilland groen is geworden. Is men reeds in de lichtenlijn van Bat, vóór
dat het lage licht van Rilland groen is, dan staat men Oostelijker, dan
wanneer men het lage licht van Rilland vóóraf groen heeft zien worden.
De witte lichten van Rilland, achteruit N14°W. inéén gehouden,
geven verder leiding tot aan de geleidelijn der witte lichten van de Frederik
in het Z35°0. inéén, men loopt dan in dit merk door het vaarwater
langs het bankje van den Doel. Ziet men het licht van den Doel in het
Z14°W. van rood, wit worden, zoo is dit een waarschuwing, om het
merk „lichten Frederik inéén" los te laten en op het licht van Doel op
de grens van rood en wit licht aan te sturen, zorgende, nadat men het
lage licht van de Frederik van wit groen heef t zien worden , het licht van
Doel steeds goed wit zichtbaar te houden, door het iets op SB.boeg te
brengen. In het verdere vaarwater heeft men tot Antwerpen goede
leiding aan de oeverlichten van Liefkenshoek, Kruisschans, de Parel,
Filippo en Pijp Tabak. Het eerste is tussehen de stompe ton n°. 39 en
de spitse ton n . 34^ groen zichtbaar, welke kleurverandering een
dwarsmerk is bü het ronden van Lillo, waar men opvarende van den
W.wal naar den O.wal over moet houden Zoowel het licht van Doel
als die van Liefkenshoek en Filippe is voorzien voorzien van een rooden
sector bovenwaarts tot dekking van den oever, terwijl de lichten van
Kruisschans en de Parel elk van twee roode sectoren zijn voorzien, om
zoowel beneden- als bovenwaarts te waarschuwen voor de banken en
droogten, die langs de oevers strekken.
Het licht van Pn\'p Tabak geeft een groenen sector benedenwaarts en
een rooden bovenwaarts en het licht van Austruweel is voorzien van een
rooden sector benedenwaarts.
-ocr page 76-
64
TABEL I,
Aanwijzende de lelterteckens van de Ncdcrlandsclic vissclicrsvaartuigcn.
(Zie „Nederlandsehe Staatscourant" 14 Februari 1884, n". 38.)
AI.
Ameland.
HB.
Het Bilt.
SH. Schellinkhout.
AM.
Amsterdam.
Hl.
Hindeloopen.
SCH. Scheveningen
ARM
. Arnemuiden.
HP.
Hoofdplaat.
(\'s Gravenhage).
AV.
Avenhorn.
HYL
. Hoogvliet.
SM. Schiedam.
BZ.
Bergen-op-Zoom.
HN.
Hoorn.
ST. Stavoren.
BKH
. Berkhout.
HZ.
Huizen.
SI. Stellendam.
BL.
Blankenham.
IP.
Ilpendam.
TS. Terschelling.
BK.
Boschkapelle.
KP.
Kampen.
TX. Texel.
BR.
Breskens.
KW.
Katwijk.
TH. Tolen.
BI.
Brielle.
KH.
Kolhorn (Barsin
■ "UK. Urk.
BH.
Brouwershaven.
gerhorn).
Y. Veen.
BRU
. Bruinisse.
KO.
Koog-a/d Zaan.
YE. Vere.
BIT.
Bunschoten.
KU.
Kuinre.
YI. Vlaardingen.
EE.
Eenrum.
LM.
Landsmeer.
VII. Vlieland.
EG.
Egmond-aan-Zee
. IE.
Lemsterland.
YII. Vlissingen.
EB.
Elburg.
MI.
Maasland.
VD. Volendam (Edam)
EH.
Enkhuizen.
MA.
Maassluis.
VN. Vollenhove.
FI.
Finsterwolde.
MK.
Marken.
WI. West-Dongera-
GA.
Gaasterland.
MG.
Middelburg.
deel.
GG.
Geertruidenberg.
MD.
Middelharnis.
WR. Wieringen.
GM.
Genemuiden.
MO,
Monnikendam.
WM Willemstad.
GO.
Goedereede
MU.
Muiden.
WON Wonseradeel.
GD.
\'s Gravendeel.
NI.
Nieuwendani.
WK. Workum.
HS.
Haamstede.
NY.
Nieuw-Vosmeer,
. IJM. IJmuiden (Vel-
HK.
Harderwijk.
NW.
Noord wijk.
zen).
HD.
Hardinxveld.
OH.
Oosthuizen.
ZA. Zaandam.
HA.
Harlingen.
OZ.
Oostzaan.
ZV. Zand voort.
HD.
Helder.
OD.
Ouddorp.
ZK. Zoutkamp (Ul-
HY.
Hellevoetsluis.
PR.
Pernis.
rum).
Hl.
Hemelumer 01-
RD.
Ransdorp.
ZI. Zwaluwe.
defaart, en
RP.
De Rnp.
ZW. Zwartewaal
-ocr page 77-
65
TABEL II.
Aanwijzende liet IwYcngetal, liet gemiddeld verval en let verval bij spiinglij van
cenigc plaatsen nabij en op de Schelde.
Gemiddeld
verval
in d.M.
NAAM VAN" DE PLAATS.
Havengetal.
Dover .......
Noord-Hinder.....
West-Hinder.....
Osteude.......
Blankenberghe . . . .
Sluische gat (Wielingen)
Westkapelle.....
Ylissingen......
Breskens.......
Zuid-Kraaiert.....
Hoofdplaat......
Borsele . .....
Ellewoudsdijk.....
Terneuzen .....
Hoedekenskerke ■ . .
Hansweerd......
Waarde.......
Walsoorden.....
Bat........
Doel........
Antwerpen.....
11» 12 "•
ongeveer
Ha 15m.
ongeveer
11" 30\'n.
Ou 23\'"-
O.i 30«i.
01 50m-
0\' 40\'n.
lu Om.
39
37
36
32
37
37
40
38
3S
38
40
40
41
43
42
44
44
44
lu 45m-
2« 35»i-
3u 10n>-
3\'« 20 "•
3« 45»i.
In den mond van de Schelde kan het water by doorstaande NW.
storm oploopen tot 18 d.M. boven gewoon hoogwater, by harde door-
staande O.winden wegvallen tot 14 d.M. beneden gewoon laagwater..
Op de rivier bedragen die getallen resp. 19 en 15 d.M.
-ocr page 78-
BLAD W IJ / E R.
Bladz
Algtekcrke..........     3
Aandoen Deurloo........   37
„ Oostgat.........   38
„ Wielingen.......   35
Aanduiding van wrakken door een
vaartuig..........     v
A-bank............   12
Algemeene aanwijzingen.....   iv
Ankerplaats Pas van Terneuzen . .   55
„ S.taftinge......   60
„ Zuidergat......   58
Anna, St.-..........     2
Antwerpen..........   43
„ , sleepdienst......   44
, tüdbal.......   44
Appelzak...........   28
Austruweel, licht........   60
Baalhoek. . . . v......   57
„ , schor........   57
Baarland, licht.........   46
„ , rug.........   54
Baken, Margarothapolder.....   54
„ , Middelgat........   56
Bakens , Nauw van B it.....   59
„ , Pas van Terneuzen. ...   54
„ , vaarwater boven Bat ...   59
„ , Zuidergat.......   57
Ballast platen..........   59
Banjaard, bank........   19
» , bol.........   19
„ , tonnen........   20
Bank van Middelkerkc......   11
„ „ Ostende.......    11
„ „ Wendnyne......    12
„ „ , ton ....    12
Bankje van Bergues.......   11
Bladz.
Bankje van Bocrinnesluis.....   60
„ „ den Doel......   60
„ „ Filippe.......   60
„ „ Lillo........   59
„ „ den Wandelaar.....   25
„ „ Zoutelande......   30
Bat, douane..........   59
„ , hoekton.........   59
„ , lichten.........   48
„ , reeile..........    59
v , rug...........   59
„ , slikken..........   58
Bergues, bankje........    Il
.. , ton.........    11
Biervliet, reede........   53
„ , slik.........   53
Biezelingsche Ham, lichten ....   46
Binnen-Paardenmarkt......   28
„ Buj tingen........    11
Blankcnberghe.........     1
„ , lichten......     0
„ , reddingboot ....     2
Blighbank..........   15
Hocrinnesluis, bankje......   60
Bol van Iianjaard........   19
» n "eyst.........   26
„ B Knockc........   27
Bollen van het Nicuvve-Zand. ...   19
Borsele, lichten........   44
„ , peilschaal.......   52
Boschjes van Wulpen......     3
Botkil............    30
Broedene...........     1
Breskens...........   53
„ , lichten........     7
„ , plaat........   28
Brouwerplaat.......- .   50
-ocr page 79-
IfLADWIJZKli.                                                                  07
Blads
Brugge............2
Buitenbanken.........15
Uuitcn-Ratelbank........11
Clemskerke..........1
Olif, hot...........11
Deurloo...........    28
„ , drempels.......    28
„ , tonnen........    29
„ , verkenningston.....    29
„ , watergetijden.....    34
„ , zeilaanwjjzing.....    37
Dishoek...........      3
Doel, bankje.........    CO
„ , licht.........    49
„ , quarantaine........    61
„ , ton..........    69
Domburg...........      3
„ , licht........      8
Domburger-Rassen.......    30
Domburgsduin.........      3
Douane, Bat.........    69
„ , Uansweerd.......    56
„ , Lillo.........    61
Draaiende sluis.........    50
Drempel, Deurloo........    28
„ , Kveringon.......    55
„ , rug van Hoedekenskerkc .    54
„ , rug Nauw van Bat ...    59
„ , Oostgat........    30
„ , Wielingen.......    25
„ , Zuidergat.......    57
Duinen van Valkcnisse......      3
Duinkerken, licht........      5
Dyckbank..........    11
D[)k van Graaf Jan.......      2
Eendrachtpoldcr, lichten.....    46
Elleboog...........    29
Ellewoudsdjjk, hoek.......    52
Everingen..........    55
„ , drempel.......    55
„         , tonnen.......    55
Fairybank..........    12
Filippe, bankje........    60
„ , licht.........    49
„ , ton. . . •......    60
Filippino, vaarwater.......    53
Fort Rammekens........    61
Frederik , lichten........    48
Gaanpad...........2
Bladz.
Galgeput...........    30
Gelcidelicht, Westkappelscho d(jk. .      8
„ , Zoutelan.lc.....      9
Geleideliehten, Bat .......    48
„ , Biezetingsche Ham .    46
„ , Borscle......    44
„ , Eendrachtpolder . .    46
„ , Frederik.....    48
„ , Groenendijk ....    47
„ , Kaapduinen ....      9
„ , Nieuw-Neuzenpolder .    45
„ , Nienwe-Sluis....      7
„ , Othenepoldcr. ...    45
„ , Rilland......    48
Gent kanaal..........    43
Getijseinen, Ostende......      5
Groede............      3
Groenendijk, lichten.......    47
den Haen..........      1
„ . , reddingboot.....      2
Uansweerd, douane.......    56
, licht........    47
Havengetal, tabel........    65
Heyst............      2
„ , bol..........    26
„ , licht..........      7
„ , reddingboot.......      2
Hinder, bank.........    12
„ , Noord-, bank......    12
„ , „ , lichtscbip ....    13
n i n i i) > mistsein .    13
„ , Oost-, bank.......    14
. , "West-,........    13
„ , „ , lichtschip.....    14
„ , „ , „ , mistsein.    14
Hoedekenskerkc , licht......    46
„ , pcilsvhaal ....    66
n .mg......    54
Hoek van Isabel . .......    60
Hoekton van Bat........    69
Hompels, Sluischo.......    27
Honte............    61
,. , tonnen.........    62
Hoofdplaat, licht........    44
„ , tonnen.......    63
„ , vaarwater......    63
Hoogeplaten..........    53
Huisje van de Gaten......      2
Hulst, platen.........    54
Ippertuspuntje.........    19
Isabel, hoek.........    60
-ocr page 80-
68                                                           BLADWIJZEB.
Bladz.
Haapduinen..........      3
„ , lichten......      9
Kadzand...........      2
„ , land.......• .      2
Kaloo, bank.........    30
„ , ton..........31
Kaloot............    52
Kanaal van Gent........    43
„ „ Walcheren......      4
„ „ Zuid-Beveland ....    43
Kapellebank..........    56
Karmejolengat.........    52
Kctelplaat..........    60
Klinkersduin.........      3
Knocke...........      2
„ , bol..........    27
„ , licht.........      7
„ , reddingboot.......      2
Koeduin...........      3
Konijnenschor.........    57
Krankeloon..........    60
Kruishoofd..........      2
, licht........      7
Kruisschans, licht.......    40
Kueerens...........    30
Kust............      1
Kustwacht...........    10
Ëiage Springer.........    54
Land van Kadzand.......      2
Leopoldskanaal.........      2
Lichten , AustruweeJ.......    50
„ , Haarland.......    46
„ , Bat.........    48
„ , Biezelingsche Ham ....    46
„ , Blankenberghc.....      6
„ , Borsele........    44
„ , Breskens.......      7
„ , Doel.........    49
„ , Domburg.......      8
F , Duinkerken.......      5
„ , Eendrachtpolder.....    46
„ , Filippe ...;..,.    49
„ , Frcderik........    48
r , Groenendijk......    47
„ , Hansweerd.......    46
n , Heyst.........      7
„ , Hoedekenskerke.....    46
„ , Hoofdplaat .......    44
„ , Kaapduinen......      9
„ , Knocke........      7
„ , Kruishoofd.......      7
„ , Kruisschans......    49
„ , Liei\'kenshoek......    49
Bladz.
Lichten, Magere Merrie.....    46
„ , Nieuw-Neuzenpolder . . .    45
„ , Nicuwe-Sluis.....           7
„ , Nieuwpoort.......      5
„ , Oosterhoofd......      8
„ , Ostende........      5
„ , Othenepolder......    45
„ , Parel.........    49
, , Pjjp Tabak.......    49
„ , Rilland........    48
„ , Terneuzen.......    45
„ , Vlissingen.......      9
„ , Walsoorden......    46
r , West-Schouwen.....      7
„ , Weslkapelle......      8
„ , Westkappelsche djjk ...      8
, Z nitclande.......      9
Lichtboei, ïhorntonbank.....    16
Liihtschip, Noord-Hinder. ....    13
„ , Ruytingen......    11
„ , Schouwenbank ....    17
B . , Wandelaar......    25
„ , West-Hinder.....    14
„ , Wielingen......    26
Lief kenshoek , licht.......    49
„ , rag.......    60
Lillo, bankje.........    59
„ , douane.........    Gl
„ , ton...........    CO
Lisseweghe..........      2
Loodsen..........23 ,  51
Loodsseinen......... .    24
Magere Merrie, licht......    47
Margarethapolder, peilscliaal. ...    55
Margriet, overloop.......    55
Marlemonsche plaat.......    57
Middelbank..........    18
Middelburg..........      3
Middelgat...........    55
„ , baken........    56
„ , tonnen.......    56
Middelkerke, bank.......    11
Middelplaat........55,  60
Mistsein Nicuwe-Sluis......      7
„ , lichtschip Noord-Hinder. .    13
„ , Ostende.......      5
„ , lichtschip Ruytingen ...    11
„ , „ Schouwenbank .    17
„ , Vlissingen.......    10
„ , lichtschip Wandelaar...    26
B , „ West-Hinder . .    14
„ , „ Wielingen ...    27
-ocr page 81-
BLADTVIJZKli.
Bladz.
Peilschaal liorsele........    52
„ Margarethapolder ....    56
„ Hoeilekenskerke ....    50
Oostgat.......    31
„ Vlissingen......      4
„ \'Walsoorden......    58
Peilsclialen boven Pat......    61
Pelrolemnbol.....\'. . . .    19
Flaat van Breskens.......    28
„ „ Saaftinge.......    58
„ de Vlei.......    53
„ „ Waarde.......    57
„ „ Walsoorden......    57
Plaatje onder Groenendijk.....    58
„ van Terneuzen......    54
„ onder Walsoorden.....    58
Platen van Hulst........    54
„ „ Ossenissc......    57
„ „ Valkenisse......    57
1\'ÜP Tabak, licht........    49
Quarantaine..........    61
Bladz,
Wauw van Bat.........    58
„ „ „ , bakens.....    Bi)
„ „ „ , drempel.....    59
„ » » i tonnen.....    59
Nicnw-NcuzenpohUr, geleidolichtcn .    45
„ „ , verklikker . .    45
Nienwe-Slu\'s, liehten......      7
„ „ , mistsein......      8
-Zand, bollen......    1!»
Nienwlandsehe slik.......    f-2
Nienwpiiort, licht........      5
Nienwvlict..........      2
Nolleplaat...........    29
Noord-Hinder, hank.......    12
„ „ , lchtschip.....    13
„ » , » , mistsein .    13
„ -Steenbank........    18
n r , ton......    19
Noorder-Rassen........    29
©ost-Banjaard , ton.......    20
„ -Dyck..........    11
„ -Hinder.........    14
„ -Souburg.........    52
„ -Springer.........    54
Oosterbank..........    15
Oosterhoofd, dnin........      3
„ , licht........      8
Oosteroog...........      3
Oostgat...........    30
„ , drempel.........    30
„ , peilschaal.......    31
„ , tonnen........    31
„ , verkenningston......    31
„ , watergetjjden......    34
„ , zeilaanwijzing......    38
Oostkapelle..........      3
Ossendrechtsche gat.......    59
OsseniBse, platen........    55
Ostende...........      1
„ , bank.........    11
„ , getijseinen.......      5
„ , lichten........      5
„ , mistsein........      6
„ , reddineboot......      2
Othencpolder, lichten......    45
Overloop Margriet.......    55
Parel, licht..........    49
„ , ton..........    60
Pas van Terneuzen.......    54
„ „ „ , ankerplaats . .    55
„ „ , , bakens. ...    54
Kaan............
„ , Vlakte van den......
Kabsbank...........
Rammokens, fort........
„         , reede .......
Ramscapelle..........
Kassen , bank.......20,
„ , Domburger-......
» i (|u\'i.........
Reddingboot..........
Reede van Bat.........
„ „ Biervliet.......
„ „ Rammekens......
„         „ Terneuzen......
„         „ Vlissingen.......
„ „ Walsoorden......
Rctrancliement.........
Ribzand...........
Rilland, liehten........
Rittem............
Rug van Baarlan 1.......
» „ «at.........
„ „ Hoedekenskerke.....
r „ Liefkenslioek......
Run.............
Ruytingen , hank........
„          , lichtschip......
„          , tonnen.......
29
28
n;
51
52
2
,29
30
3
2,5
59
58
52
43
90
58
2
26
48
52
54
59
51
60
51
10
11
11
CO
58
Saaftinge , ankerplaats .
„ , plaat . . ,
54
tonnen.
-ocr page 82-
70                                                           MiAllWUZKH.
Bladz
8aaftinge, schor........    57
Santvliet, drooiite.......    59
„ , schor........    59
Sardjjngeul..........    30
„ , tonnen.......    31
•Schaar, bank.........    lij
Schaar van de Noord ,.....    58
„ „ Waarde.......    56
„ „ „ , tonnen ....    50
SchoonevcUlsdroogte.......    29
Schoone Waardin........    5-2
Schor van Baalhoi\'k.......    57
„ „ Saaftingo.......    57
„ „ Santvliet.......    59
Schoiiwcnbank.........    10
„ , lichtschip.....    1 /
„ , „ , mistsein. .    17
Seinen , Wcstkappelsehe dyk. ...      9
„ , West Schouwen.....      8
Sleepdienst, Schelde.......    44
„ , kanaal van Walcheren .      5
„ , „ „ Zuid-Beveland    43
Slik van Biervliet........    53
„ ZuM-Kraaiert......    53
Sloe.............    62
„ , reede..........    53
„ , tonnen..........    52
Sloesehe veer.........    52
Sluis............      2
Sluische gat..........      2
„ Hompcis........    27
Spanjaardsduin.........      1
Spleet............    28
Springer...........    51
Spjjkerplaat..........    51
Steenbanken..........    18
, tonnen.......    19
Steendiop...........    19
Stelsel van betonning der Nederiand-
sche zeegaten........    iv
Stroombank..........    11
Suikerplaat..........    54
Tabel, havengetal.......    65
„ , letterteckens vissebers vaar tui-
gen ............
    64
Telegraafkabel.........    58
Terneuzen..........    42
„ , lichten.......    45
„ , reede........    43
Thorntonbank.........    15
„           , lichtboei.....    16
Ton van Bergues........    11
- - den Doel.......    59
Bladz.
Ton van Filippc........    60
» » Kaloo........    31
„ „ Lillo.........    60
„       „ Noord Slcenbank ....    19
r , Üost-Banjaard......    20
„ „ de Parel.......    60
„ „ den Wandelaar.....    26
„ „ Wenduyne.......    12
„ „ West-Banjaard.....    20
„       „ de Zeventig roeden ...    31
„ „ Ziiid-Stoenbank.....    19
„ „ het Ziüderhoofd.....    31
Tonnen van Manjaaid......    20
„ „ Deurloo.......    29
„ „ Kveringen......    55
» Honte.......    52
„ „ Hoofdplaat.....    53
„ „ Middelgat......    56
„          „ Nauw van Bat ....    59
„ n Oostgat.......    31
„          „ Pas van Terneuzen . .    54
„          „ Reede van Hiervliet . .    63
„ r Kuytingen......    11
„          „ Sardijngeul .....    31
„          „ Schaar van Waarde . .    56
* Sloe........    52
„ „ Steenb:inkon.....    19
„          „ Vaarwater boven Bat. .    59
„ „ Wielingen......    28
,, „ Zuidergat......    57
Tijdbal Antwerpen.......    44
. Vlissingen.......      4
ürk. . .
Uytkerke.
;\',o
Vairwater boven Bat......    59
„ „ „ , bakens...    59
„ „ „ , peilschalen .    61
„ „ „ , tonnen...    59
„ van Everingen.....    55
„ „ „ , tonnen . .    55
„ „ Filippino.....    53
„ , Iloofdplaat.....    53
„ „ „ , tonnen. .    53
Valkenisse, duinen.......      3
„ , platen.......    57
„ , slikken.......    57
Verkenningston Deurloo.....    29
„ Oostgat.....    31
Wielingen.....    26
Verklikker Domburg. ......      8
„ Kruishoofd......      7
„ Nieuw-Neuzenpolder . .    45
-ocr page 83-
71
BLADWIJZER.
Bladz.
West-Schouwen, seinen.....      8
Westcapelle..........      2
Westeroog..........      3
Westkapelle,.........      3
„ , licht.......      8
Westkappelsche dijk.......      8
„ , licht ....      8
„ „ , seinen....      9
„ molen......      3
Westpit...........    37
Wielingen..........    25
„ , drempel.......    25
„ , lichtschip.......    26
„ , „ , mistsein ...    27
„ , tonnen........    28
„ , watergetijden.....    31
„ , zcilaanwjjzing.....    35
Woensdrechtsche gat......    59
Wulpen , boschjes........      3
Wijnbol...........    19
«and............    27
Zeegaten , loodsen........    23
r , watergelyden.....    20
Zeehondenplaat.........    20
Zeilaanwfjzing, Deurloo.....    37
„ , OosUat.....    38
„ , Schelde \'s nachts . .    61
„ , Wielingen ....    34
Zeventig roeden, ton......    31
Zoutelande..........      3
„ , bankje.......    30
„ , licht........      9
Zuid-Heveland, kanaal......    43
„ -Kraaiert, slik.......    53
„ Steenbank.........    18
„ » , ton.......    19
Zuidergat...........    57
„ , ankerplaats......    58
„ , bakens.......    57
„ , drempel.......    57
„ , tonnen........    57
Zuidjrhoofd..........      3
„ , ton........    31
Zuidwateringdyk........    52
Bladz
Vlaamsche banken.......    10
Vlakte van do Stcenbanken ....    18
» » » Kaan.......    28
Vlei plaat. . . ,.......    53
„ langs Welzinge.......    53
Vlissingen..........      4
„ , lichten.......      9
„ , mistsein.......     10
„ , peilschaal.......      4
„ , reede........    40
„ , reddingboot......      0
n , tijdbal........      4
Voorbericht..........    lil
Vrakhil...........      8
Vuurpijlseinen.........    10
Waarde, plaat........    56
n , schaar........    50
„ , „ , tonnen.....    56
Walcheren..........      3
„ , kanaal........      4
Walsoorden , licht........    47
„ , Oude hoofd.....    58
„ , peilschaal......    58
, Plaat.......    58
„ . recde.......    58
„ , telegraaf kabel ....    58
Walvisehstaart.........    29
Wandelaar, bank........    25
„ , lichtschip......    25
„ , „ , mistsein ...    26
, ton........    26
Watergetijden, Deurloo.....    34
„ , Oostgat......    34
, , op de Schelde ...    50
„ , Wielingen.....    31
„ , vóór de Zeegaten . .    20
Welzinge , vlei.........    53
Wenduyno , bank........    12
, ton........    12
Wcst-Banjnaru , ton.......    20
„ -Hinder, bank.......    13
B „ , lichtschip.....    14
„ „ , „ , mistsein . .    14
- Schouwen, licht......      7